Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 4

1 Zo gij u bekeren zult, Israel! spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij; en zo gij uw verfoeiselen van Mijn aangezicht zult wegdoen, zo zwerft niet om.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 ZoH518 gij u bekerenH7725 zult, IsraelH3478! spreektH5002 de HEEREH3068, bekeerH7725 u totH413 Mij; en zo gij uw verfoeiselenH8251 van Mijn aangezichtH6440 zult wegdoenH5493, zo zwerftH5110 nietH3808 om. Zo gij u bekeren zult, Israel! spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij; en zo gij uw verfoeiselen van Mijn aangezicht zult wegdoen, zo zwerft niet om.

KJV If thou wilt return,2 O Israel,3 saith4 the LORD,5 return7 unto me: and if thou wilt put away9 thine abominations10 out of my sight,11 then shalt thou not remove.

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 תָּשׁ֨וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 3 יִשְׂרָאֵ֧ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 אֵלַ֖י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 תָּשׁ֑וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 8 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 9 תָּסִ֧יר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 10 שִׁקּוּצֶ֛יךָ H8251 verfoeiselen, verfoeisel, gruwel abominable filth (idol, -ation), detestable (thing) 11 מִפָּנַ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 תָנֽוּד H5110 medelijden, beklaagt, dolende bemoan, flee, get, mourn, make to move, take pity, remove, shake, skip for joy, be sorry, vagabond, way, wandering
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Maar zweer: Zo waarachtig als de HEERE leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Maar zweerH7650: Zo waarachtig als de HEEREH3068 leeftH2416! in waarheidH571, in rechtH4941 en in gerechtigheidH6666; zo zullen zich de heidenenH1471 in Hem zegenenH1288, en zich in Hem beroemenH1984. Maar zweer: Zo waarachtig als de HEERE leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen.

KJV And thou shalt swear,1 The LORD3 liveth,2 in truth,4 in judgment,5 and in righteousness;6 and the nations9 shall bless7 themselves in him, and in him shall they glory.

1 וְנִשְׁבַּ֨עְתָּ֙ H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 2 חַי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 בֶּאֱמֶ֖ת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 5 בְּמִשְׁפָּ֣ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 6 וּבִצְדָקָ֑ה H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 7 וְהִתְבָּ֥רְכוּ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 8 ב֛וֹ 9 גּוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 10 וּב֥וֹ 11 יִתְהַלָּֽלוּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 tot de mannenH376 van JudaH3063, en tot JeruzalemH3389: BraaktH5214 ulieden een braaklandH5215, en zaaitH2232 nietH408 onder de doornenH6975. Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen.

KJV For thus saith3 the LORD4 to the men5 of Judah6 and Jerusalem,7 Break up8 your fallow ground,10 and sow12 not among thorns.

1 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהֹוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 לְאִ֤ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 7 וְלִיר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 8 נִ֥ירוּ H5214 Braakt, braakt break up 9 לָכֶ֖ם 10 נִ֑יר H5215 braakland, ploegen, ploeging fallow ground, plowing, tillage 11 וְאַֽל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 12 תִּזְרְע֖וּ H2232 zaaien, gezaaid, bezaaien bear, conceive seed, set with sow(-er), yield 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 קוֹצִֽים H6975 doornen, distel, doorn thorn
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Besnijdt u den HEERE en doet weg de voorhuiden uwer harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat Mijner grimmigheid niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 BesnijdtH4135 u den HEEREH3068 en doet wegH5493 de voorhuidenH6190 uwer hartenH3824, gij mannenH376 van JudaH3063 en inwonersH3427 van JeruzalemH3389! opdat Mijner grimmigheidH2534 niet uitvareH3318 als een vuurH784, en brandeH1197, dat niemandH369 blussenH3518 kunne, vanwegeH6440 de boosheidH7455 uwer handelingenH4611. Besnijdt u den HEERE en doet weg de voorhuiden uwer harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat Mijner grimmigheid niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen.

KJV Circumcise1 yourselves to the LORD,2 and take away3 the foreskins4 of your heart,5 ye men6 of Judah7 and inhabitants8 of Jerusalem:9 lest my fury13 come forth11 like fire,12 and burn14 that none can quench16 it, because17 of the evil18 of your doings.

1 הִמֹּ֣לוּ H4135 besneden, besneed, verhouwen circumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs 2 לַיהֹוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 וְהָסִ֨רוּ֙ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 4 עָרְל֣וֹת H6190 voorhuid, voorhuiden, voorhuids foreskin, [phrase] uncircumcised 5 לְבַבְכֶ֔ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 6 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 8 וְיֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 9 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 10 פֶּן H6435 opdat niet, anders (lest) (peradventure), that...not 11 תֵּצֵ֨א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 12 כָאֵ֜שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 13 חֲמָתִ֗י H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 14 וּבָעֲרָה֙ H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 15 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 16 מְכַבֶּ֔ה H3518 uitgeblust, uitblussen, blussen go (put) out, quench 17 מִפְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 18 רֹ֥עַ H7455 boosheid, droefheid, lelijkheid [idiom] be so bad, badness, ([idiom] be so) evil, naughtiness, sadness, sorrow, wickedness 19 מַעַלְלֵיכֶֽם H4611 handelingen, daden, werken doing, endeavour, invention, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Verkondigt in Juda, en laat het horen te Jeruzalem, en zegt het; ja, blaast de bazuin in het land; roept met volle stem en zegt: Verzamelt ulieden, en laat ons ingaan in de vaste steden!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 VerkondigtH5046 in JudaH3063, en laat het horenH8085 te JeruzalemH3389, en zegtH559 het; ja, blaastH8628 de bazuinH7782 in het landH776; roeptH7121 met volleH4390 stem en zegtH559: VerzameltH622 ulieden, en laat ons ingaanH935 in de vasteH4013 stedenH5892! Verkondigt in Juda, en laat het horen te Jeruzalem, en zegt het; ja, blaast de bazuin in het land; roept met volle stem en zegt: Verzamelt ulieden, en laat ons ingaan in de vaste steden!

KJV Declare1 ye in Judah,2 and publish4 in Jerusalem;3 and say,5 Blow6 ye the trumpet7 in the land:8 cry,9 gather together,10 and say,11 Assemble12 yourselves, and let us go13 into the defenced16 cities.

1 הַגִּ֣ידוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 2 בִֽיהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 3 וּבִירוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 4 הַשְׁמִ֔יעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 5 וְאִמְר֕וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 תִּקְע֥וּ H8628 blazen, blies, bliezen blow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust 7 שׁוֹפָ֖ר H7782 bazuin, bazuinen, ramsbazuinen cornet, trumpet 8 בָּאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 קִרְא֤וּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 10 מַלְאוּ֙ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 11 וְאִמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 הֵאָסְפ֥וּ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 13 וְנָב֖וֹאָה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 עָרֵ֥י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 16 הַמִּבְצָֽר H4013 vaste, vastigheden, vesting (de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 WerptH5375 de banierH5251 op naar SionH6726, vluchtH5756 met hopen, blijft nietH408 staanH5975! wantH3588 IkH595 brengH935 een kwaadH7451 aan van het noordenH6828, en een groteH1419 breukH7667. Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk.

KJV Set up1 the standard2 toward Zion:3 retire,4 stay6 not: for I will bring10 evil8 from the north,11 and a great13 destruction.

1 שְׂאוּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 נֵ֣ס H5251 banier, stang, zeil banner, pole, sail, (en-) sign, standard 3 צִיּ֔וֹנָה H6726 Sion, Sions Zion 4 הָעִ֖יזוּ H5756 Vlucht, vergader, vlucht hopen gather (self, self to flee), retire 5 אַֽל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 תַּעֲמֹ֑דוּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 רָעָ֗ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 9 אָנֹכִ֛י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 10 מֵבִ֥יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 מִצָּפ֖וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 12 וְשֶׁ֥בֶר H7667 breuk, verbreking, Breuk affliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation 13 גָּדֽוֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoestingen; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 De leeuwH738 is opgekomenH5927 uit zijn haagH5441, en de verderverH7843 der heidenenH1471 is opgetrokkenH5265, hij is uitgegaanH3318 uit zijn plaatsH4725, om uw landH776 te stellenH7760 in verwoestingenH8047; uw stedenH5892 zullen verstoordH5327 worden, dat er niemandH369 in woneH3427. De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoestingen; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone.

KJV The lion2 is come up1 from his thicket,3 and the destroyer4 of the Gentiles5 is on his way;6 he is gone forth7 from his place8 to make9 thy land10 desolate;11 and thy cities12 shall be laid waste,13 without an inhabitant.

1 עָלָ֤ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 אַרְיֵה֙ H738 leeuw, leeuwen, leeuws (young) lion, [phrase] pierce (from the margin) 3 מִֽסֻּבְּכ֔וֹ H5441 haag thicket 4 וּמַשְׁחִ֣ית H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 5 גּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 6 נָסַ֖ע H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 7 יָצָ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 8 מִמְּקֹמ֑וֹ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 9 לָשׂ֤וּם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 10 אַרְצֵךְ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 לְשַׁמָּ֔ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 12 עָרַ֥יִךְ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 13 תִּצֶּ֖ינָה H5327 twistten, gekijf, woeste be laid waste, runinous, strive (together) 14 מֵאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 15 יוֹשֵֽׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Hierom, gordt zakken aan, bedrijft misbaar en huilt; want de hittigheid van des HEEREN toorn is niet van ons afgekeerd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Hierom, gordtH2296 zakkenH8242 aanH5921, bedrijft misbaarH5594 en huiltH3213; wantH3588 de hittigheidH2740 van des HEERENH3068 toornH639 is nietH3808 van ons afgekeerdH7725. Hierom, gordt zakken aan, bedrijft misbaar en huilt; want de hittigheid van des HEEREN toorn is niet van ons afgekeerd.

KJV For this gird3 you with sackcloth,4 lament5 and howl:6 for the fierce10 anger11 of the LORD12 is not turned back

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 זֹ֛את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 חִגְר֥וּ H2296 aangegord, gordde, omgord be able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side 4 שַׂקִּ֖ים H8242 zak, zakken, zaks sack(-cloth, -clothes) 5 סִפְד֣וּ H5594 beklagen, rouwklagen, misbaar lament, mourn(-er), wail 6 וְהֵילִ֑ילוּ H3213 huilen, Huilt, huilt (make to) howl, be howling 7 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 שָׁ֛ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 10 חֲר֥וֹן H2740 hittigheid, hitte, brandende toorn sore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful) 11 אַף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 12 יְהֹוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 מִמֶּֽנּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En het zal te dier tijd geschieden, spreekt de HEERE, dat het hart des konings en het hart der vorsten vergaan zal; en de priesters zullen zich ontzetten, en de profeten zich verwonderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En het zal te dier tijdH3117 geschiedenH1961, spreektH5002 de HEEREH3068, dat het hartH3820 des koningsH4428 en het hartH3820 der vorstenH8269 vergaanH6 zal; en de priestersH3548 zullen zich ontzettenH8074, en de profetenH5030 zich verwonderenH8539. En het zal te dier tijd geschieden, spreekt de HEERE, dat het hart des konings en het hart der vorsten vergaan zal; en de priesters zullen zich ontzetten, en de profeten zich verwonderen.

KJV And it shall come to pass at that day,2 saith4 the LORD,5 that the heart7 of the king8 shall perish,6 and the heart9 of the princes;10 and the priests12 shall be astonished,11 and the prophets13 shall wonder.

1 וְהָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַיּוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַהוּא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 יֹאבַ֥ד H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 7 לֵב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 8 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 וְלֵ֣ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 10 הַשָּׂרִ֑ים H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 11 וְנָשַׁ֨מּוּ֙ H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 12 הַכֹּ֣הֲנִ֔ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 13 וְהַנְּבִיאִ֖ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 14 יִתְמָֽהוּ H8539 verwondert, ontzetten, verbaasd be amazed, be astonished, marvel(-lously), wonder
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! waarlijk, Gij hebt dit volk en Jeruzalem grotelijks bedrogen, zeggende: Gijlieden zult vrede hebben; daar het zwaard tot aan de ziel raakt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Toen zeideH559 ik: AchH162, HeereH136 HEEREH3069! waarlijkH403, Gij hebt ditH2088 volkH5971 en JeruzalemH3389 grotelijks bedrogenH5377, zeggendeH559: Gijlieden zult vredeH7965 hebben; daar het zwaardH2719 tot aanH5704 de zielH5315 raaktH5060. Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! waarlijk, Gij hebt dit volk en Jeruzalem grotelijks bedrogen, zeggende: Gijlieden zult vrede hebben; daar het zwaard tot aan de ziel raakt.

KJV Then said1 I, Ah,2 Lord3 GOD!4 surely5 thou hast greatly6 deceived7 this people8 and Jerusalem,10 saying,11 Ye shall have peace;12 whereas the sword16 reacheth15 unto the soul.

1 וָאֹמַ֞ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲהָ֣הּ H162 Ach ah, alas 3 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 יְהוִ֗ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 5 אָכֵן֩ H403 waarlijk, Voorwaar, Waarlijk but, certainly, nevertheless, surely, truly, verily 6 הַשֵּׁ֨א H5377 bedrogen, bedriege, bedriegen beguile, deceive, [idiom] greatly, [idiom] utterly 7 הִשֵּׁ֜אתָ H5377 bedrogen, bedriege, bedriegen beguile, deceive, [idiom] greatly, [idiom] utterly 8 לָעָ֤ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 הַזֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 10 וְלִירוּשָׁלִַ֣ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 11 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 שָׁל֖וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 13 יִהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 לָכֶ֑ם 15 וְנָגְעָ֥ה H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 16 חֶ֖רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 17 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 18 הַנָּֽפֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Te dier tijd zal tot dit volk en tot Jeruzalem gezegd worden: Een dorre wind van de hoge plaatsen in de woestijn, van den weg der dochter Mijns volks; niet om te wannen, noch om te zuiveren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Te dier tijdH6256 zal tot ditH2088 volkH5971 en tot JeruzalemH3389 gezegdH559 worden: Een dorreH6703 windH7307 van de hoge plaatsenH8205 in de woestijnH4057, van den wegH1870 der dochterH1323 Mijns volksH5971; nietH3808 om te wannenH2219, nochH3808 om te zuiverenH1305. Te dier tijd zal tot dit volk en tot Jeruzalem gezegd worden: Een dorre wind van de hoge plaatsen in de woestijn, van den weg der dochter Mijns volks; niet om te wannen, noch om te zuiveren.

KJV At that time1 shall it be said3 to this people4 and to Jerusalem,6 A dry8 wind7 of the high places9 in the wilderness10 toward11 the daughter12 of my people,13 not to fan,15 nor to cleanse,

1 בָּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 הַהִ֗יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 יֵאָמֵ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 לָֽעָם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 הַזֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 וְלִיר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 ר֣וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 8 צַ֤ח H6703 bescheidenlijk, blank, dorre clear, dry, plainly, white 9 שְׁפָיִים֙ H8205 hoge plaatsen, hoogte high place, stick out 10 בַּמִּדְבָּ֔ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 11 דֶּ֖רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 12 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 13 עַמִּ֑י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 ל֥וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 לִזְר֖וֹת H2219 verstrooien, wannen, verspreiden cast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow 16 וְל֥וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 לְהָבַֽר H1305 reine, uitgelezen, zuiveren make bright, choice, chosen, cleanse (be clean), clearly, polished, (shew self) pure(-ify), purge (out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Er zal Mij een wind komen, die hun te sterk zal zijn. Nu zal Ik ook oordelen tegen hen uitspreken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Er zal Mij een windH7307 komenH935, dieH428 hun te sterkH4392 zal zijn. NuH6258 zal IkH589 ookH1571 oordelenH4941 tegen hen uitsprekenH1696. Er zal Mij een wind komen, die hun te sterk zal zijn. Nu zal Ik ook oordelen tegen hen uitspreken.

KJV Even a full2 wind1 from those places shall come4 unto me: now also will I give9 sentence

1 ר֧וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 2 מָלֵ֛א H4392 vol, volle, Vol [idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth 3 מֵאֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 4 יָ֣בוֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 לִ֑י 6 עַתָּ֕ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 7 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 8 אֲנִ֛י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 9 אֲדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 10 מִשְׁפָּטִ֖ים H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 11 אוֹתָֽם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Ziet, hij komt op als wolken, en zijn wagenen zijn als een wervelwind, zijn paarden zijn sneller dan arenden; wee ons, want wij zijn verwoest!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 ZietH2009, hij komtH5927 op als wolkenH6051, en zijn wagenenH4818 zijn als een wervelwindH5492, zijn paardenH5483 zijn snellerH7043 dan arendenH5404; weeH188 ons, wantH3588 wij zijn verwoestH7703! Ziet, hij komt op als wolken, en zijn wagenen zijn als een wervelwind, zijn paarden zijn sneller dan arenden; wee ons, want wij zijn verwoest!

KJV Behold, he shall come up3 as clouds,2 and his chariots5 shall be as a whirlwind:4 his horses8 are swifter6 than eagles.7 Woe9 unto us! for we are spoiled.

1 הִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 כַּעֲנָנִ֣ים H6051 wolk, wolken, wolkkolom cloud(-y) 3 יַעֲלֶ֗ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 4 וְכַסּוּפָה֙ H5492 wervelwind, draaiwind, wervelwinden Red Sea, storm, tempest, whirlwind, Red sea 5 מַרְכְּבוֹתָ֔יו H4818 wagen, wagenen, wagens chariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת) 6 קַלּ֥וּ H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 7 מִנְּשָׁרִ֖ים H5404 arend, arenden, arends eagle 8 סוּסָ֑יו H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 9 א֥וֹי H188 Wee, wee, Och alas, woe 10 לָ֖נוּ 11 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 שֻׁדָּֽדְנוּ H7703 verwoest, verstoord, verstoorder dead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Was uw hart van boosheid, o Jeruzalem! opdat gij behouden wordt; hoe lang zult gij de gedachten uwer ijdelheid in het binnenste van u laten vernachten?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Was uw hartH3820 van boosheidH7451, o JeruzalemH3389! opdatH4616 gij behoudenH3467 wordt; hoe langH4970 zult gij de gedachtenH4284 uwer ijdelheidH205 in het binnensteH7130 van u laten vernachtenH3885? Was uw hart van boosheid, o Jeruzalem! opdat gij behouden wordt; hoe lang zult gij de gedachten uwer ijdelheid in het binnenste van u laten vernachten?

KJV O Jerusalem,4 wash1 thine heart3 from wickedness,2 that thou mayest be saved.6 How long shall thy vain12 thoughts11 lodge9 within

1 כַּבְּסִ֨י H3526 wassen, gewassen, vollers fuller, wash(-ing) 2 מֵרָעָ֤ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 3 לִבֵּךְ֙ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 4 יְר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 לְמַ֖עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 6 תִּוָּשֵׁ֑עִי H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 7 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 מָתַ֛י H4970 lang long, when 9 תָּלִ֥ין H3885 vernachten, vernacht, vernachtten abide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night) 10 בְּקִרְבֵּ֖ךְ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 11 מַחְשְׁב֥וֹת H4284 gedachten, gedachte, vernuftigen arbeid cunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought 12 אוֹנֵֽךְ H205 ongerechtigheid, ijdelheid, ongerechtige affliction, evil, false, idol, iniquity, mischief, mourners(-ing), naught, sorrow, unjust, unrighteous, vain, vanity, wicked(-ness). Compare H369 (אַיִן)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Want een stem verkondigt van Dan af, en doet ellende horen van het gebergte van Efraim.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 WantH3588 een stemH6963 verkondigtH5046 van Dan af, en doet ellendeH205 horenH8085 van het gebergteH2022 van EfraimH669. Want een stem verkondigt van Dan af, en doet ellende horen van het gebergte van Efraim.

KJV For a voice2 declareth3 from Dan,4 and publisheth5 affliction6 from mount7 Ephraim.

1 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 ק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 3 מַגִּ֖יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 4 מִדָּ֑ן H1835 Dan Daniel 5 וּמַשְׁמִ֥יעַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 6 אָ֖וֶן H205 ongerechtigheid, ijdelheid, ongerechtige affliction, evil, false, idol, iniquity, mischief, mourners(-ing), naught, sorrow, unjust, unrighteous, vain, vanity, wicked(-ness). Compare H369 (אַיִן) 7 מֵהַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 8 אֶפְרָֽיִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Vermeldt den volke, ziet, doet het horen tegen Jeruzalem; daar komen hoeders uit verren lande; en zij verheffen hun stem tegen de steden van Juda.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 VermeldtH2142 den volkeH1471, zietH2009, doet het horenH8085 tegenH5921 JeruzalemH3389; daar komenH935 hoedersH5341 uit verrenH4801 landeH776; en zij verheffenH5414 hun stemH6963 tegenH5921 de stedenH5892 van JudaH3063. Vermeldt den volke, ziet, doet het horen tegen Jeruzalem; daar komen hoeders uit verren lande; en zij verheffen hun stem tegen de steden van Juda.

KJV Make ye mention1 to the nations;2 behold, publish4 against Jerusalem,6 that watchers7 come8 from a far10 country,9 and give out11 their voice15 against the cities13 of Judah.

1 הַזְכִּ֣ירוּ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 2 לַגּוֹיִ֗ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 הִנֵּה֙ H2009 ziet, zie behold, lo, see 4 הַשְׁמִ֣יעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 יְרוּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 נֹצְרִ֥ים H5341 bewaren, bewaart, behoeden besieged, hidden thing, keep(-er, -ing), monument, observe, preserve(-r), subtil, watcher(-man) 8 בָּאִ֖ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 הַמֶּרְחָ֑ק H4801 verre, verren, ver (a-, dwell in, very) far (country, off). See also H1023 (בֵּית הַמֶּרְחָק) 11 וַֽיִּתְּנ֛וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 עָרֵ֥י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 14 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 15 קוֹלָֽם H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Als de wachters der velden zijn zij rondom tegen haar; omdat zij tegen Mij wederspannig geweest is, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Als de wachtersH8104 der veldenH7704 zijnH1961 zij rondomH5439 tegen haar; omdatH3588 zij tegen Mij wederspannigH4784 geweest is, spreektH5002 de HEEREH3068. Als de wachters der velden zijn zij rondom tegen haar; omdat zij tegen Mij wederspannig geweest is, spreekt de HEERE.

KJV As keepers1 of a field,2 are they against her round about;5 because she hath been rebellious8 against me, saith9 the LORD.

1 כְּשֹׁמְרֵ֣י H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 2 שָׂדַ֔י H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 3 הָי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 עָלֶ֖יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 מִסָּבִ֑יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 6 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 אֹתִ֥י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 מָרָ֖תָה H4784 wederspannig, verbitterden, wederspannigen bitter, change, be disobedient, disobey, grievously, provocation, provoke(-ing), (be) rebel (against, -lious) 9 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 10 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Uw weg en uw handelingen hebben u deze dingen gedaan; dit is uw boosheid, dat het zo bitter is, dat het tot aan uw hart raakt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Uw wegH1870 en uw handelingenH4611 hebben u deze dingen gedaanH6213; dit is uw boosheidH7451, dat het zo bitterH4751 is, dat het tot aan uw hartH3820 raaktH5060. Uw weg en uw handelingen hebben u deze dingen gedaan; dit is uw boosheid, dat het zo bitter is, dat het tot aan uw hart raakt.

KJV Thy way1 and thy doings2 have procured3 these things unto thee; this is thy wickedness,7 because it is bitter,9 because it reacheth11 unto thine heart.

1 דַּרְכֵּךְ֙ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 2 וּמַ֣עֲלָלַ֔יִךְ H4611 handelingen, daden, werken doing, endeavour, invention, work 3 עָשׂ֥וֹ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 אֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 5 לָ֑ךְ 6 זֹ֤את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 7 רָעָתֵךְ֙ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 8 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 מָ֔ר H4751 bitter, bitterheid, bitterlijk [phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy 10 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 נָגַ֖ע H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 12 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 13 לִבֵּֽךְ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 O mijn ingewand, mijn ingewand! ik heb barenswee, o wanden mijns harten! mijn hart maakt getier in mij, ik kan niet zwijgen; want gij, mijn ziel! hoort het geluid der bazuin en het krijgsgeschrei.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 O mijn ingewandH4578, mijn ingewandH4578! ik heb barensweeH2342, o wandenH7023 mijns hartenH3820! mijn hartH3820 maakt getierH1993 in mij, ik kan nietH3808 zwijgenH2790; wantH3588 gij, mijn zielH5315! hoortH8085 het geluidH6963 der bazuinH7782 en het krijgsgeschreiH8643. O mijn ingewand, mijn ingewand! ik heb barenswee, o wanden mijns harten! mijn hart maakt getier in mij, ik kan niet zwijgen; want gij, mijn ziel! hoort het geluid der bazuin en het krijgsgeschrei.

KJV My bowels,1 my bowels!2 I am pained3 at my very4 heart;5 my heart8 maketh a noise6 in me; I cannot hold my peace,10 because thou hast heard,14 O my soul,15 the sound12 of the trumpet,13 the alarm16 of war.

1 מֵעַ֣י H4578 ingewand, ingewanden, lijf belly, bowels, [idiom] heart, womb 2 מֵעַ֨י H4578 ingewand, ingewanden, lijf belly, bowels, [idiom] heart, womb 3 אוֹחִ֜ילָה H3176 hopen, gehoopt, hope (cause to, have, make to) hope, be pained, stay, tarry, trust, wait 4 קִיר֥וֹת H7023 wand, wanden, metselaars [phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall 5 לִבִּ֛י H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 6 הֹֽמֶה H1993 bruisen, getier, onrustig clamorous, concourse, cry aloud, be disquieted, loud, mourn, be moved, make a noise, rage, roar, sound, be troubled, make in tumult, tumultuous, be in an uproar 7 לִּ֥י 8 לִבִּ֖י H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 9 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 אַחֲרִ֑ישׁ H2790 zwijg, zwijgen, ploegen [idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker 11 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 ק֤וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 13 שׁוֹפָר֙ H7782 bazuin, bazuinen, ramsbazuinen cornet, trumpet 14 שָׁמַ֣עַתְּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 15 נַפְשִׁ֔י H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 16 תְּרוּעַ֖ת H8643 gejuich, geklanks, gebroken klank alarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing) 17 מִלְחָמָֽה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Breuk op breuk wordt er uitgeroepen; want het ganse land is verstoord; haastelijk zijn mijn tenten verstoord, mijn gordijnen in een ogenblik!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 BreukH7667 opH5921 breukH7667 wordt er uitgeroepenH7121; wantH3588 het ganseH3605 landH776 is verstoordH7703; haastelijkH6597 zijn mijn tentenH168 verstoordH7703, mijn gordijnenH3407 in een ogenblikH7281! Breuk op breuk wordt er uitgeroepen; want het ganse land is verstoord; haastelijk zijn mijn tenten verstoord, mijn gordijnen in een ogenblik!

KJV Destruction1 upon destruction3 is cried;4 for the whole land8 is spoiled:6 suddenly9 are my tents11 spoiled,10 and my curtains13 in a moment.

1 שֶׁ֤בֶר H7667 breuk, verbreking, Breuk affliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 שֶׁ֨בֶר֙ H7667 breuk, verbreking, Breuk affliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation 4 נִקְרָ֔א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 5 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 שֻׁדְּדָ֖ה H7703 verwoest, verstoord, verstoorder dead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 פִּתְאֹם֙ H6597 haastelijk, snellijk, haastig straightway, sudden(-ly) 10 שֻׁדְּד֣וּ H7703 verwoest, verstoord, verstoorder dead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste 11 אֹהָלַ֔י H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 12 רֶ֖גַע H7281 ogenblik instant, moment, space, suddenly 13 יְרִיעֹתָֽי H3407 gordijnen, gordijn curtain
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Hoe lang zal ik de banier zien, het geluid der bazuin horen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Hoe langH4970 zal ik de banierH5251 zienH7200, het geluidH6963 der bazuinH7782 horenH8085? Hoe lang zal ik de banier zien, het geluid der bazuin horen?

KJV How long shall I see3 the standard,4 and hear5 the sound6 of the trumpet?

1 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 2 מָתַ֖י H4970 lang long, when 3 אֶרְאֶה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 נֵּ֑ס H5251 banier, stang, zeil banner, pole, sail, (en-) sign, standard 5 אֶשְׁמְעָ֖ה H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 6 ק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 7 שׁוֹפָֽר H7782 bazuin, bazuinen, ramsbazuinen cornet, trumpet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Zekerlijk, Mijn volk is dwaas, Mij kennen zij niet; het zijn zotte kinderen, en zij zijn niet verstandig; wijs zijn zij om kwaad te doen, maar goed te doen weten zij niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Zekerlijk, Mijn volkH5971 is dwaasH191, Mij kennenH3045 zij nietH3808; het zijn zotteH5530 kinderenH1121, en zijH1992 zijn nietH3808 verstandigH995; wijsH2450 zijn zijH1992 om kwaadH7489 te doen, maarH3588 goedH3190 te doen wetenH3045 zij nietH3808. Zekerlijk, Mijn volk is dwaas, Mij kennen zij niet; het zijn zotte kinderen, en zij zijn niet verstandig; wijs zijn zij om kwaad te doen, maar goed te doen weten zij niet.

KJV For my people3 is foolish,2 they have not known6 me; they are sottish8 children,7 and they have none understanding:11 they are wise13 to do evil,15 but to do good16 they have no knowledge.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אֱוִ֣יל H191 dwaas, dwazen, dwaze fool(-ish) (man) 3 עַמִּ֗י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 אוֹתִי֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יָדָ֔עוּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 7 בָּנִ֤ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 סְכָלִים֙ H5530 dwaas, wees dwaas, zotte fool(-ish), sottish 9 הֵ֔מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 10 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 נְבוֹנִ֖ים H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 12 הֵ֑מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 13 חֲכָמִ֥ים H2450 wijzen, wijs, wijze cunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man) 14 הֵ֨מָּה֙ H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 15 לְהָרַ֔ע H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 16 וּלְהֵיטִ֖יב H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 17 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 יָדָֽעוּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Ik zagH7200 het landH776 aan, en zietH2009, het was woestH8414 en ledigH922; ook naarH413 den hemelH8064, en zijn lichtH216 was er nietH369. Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet.

KJV I beheld1 the earth,3 and, lo, it was without form,5 and void;6 and the heavens,8 and they had no light.

1 רָאִ֨יתִי֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 וְהִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 5 תֹ֖הוּ H8414 woeste, ijdelheid, ijdelheden confusion, empty place, without form, nothing, (thing of) nought, vain, vanity, waste, wilderness 6 וָבֹ֑הוּ H922 ledig, ledigheid emptiness, void 7 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 הַשָּׁמַ֖יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 9 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 10 אוֹרָֽם H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Ik zag de bergen aan, en ziet, zij beefden; en al de heuvelen schudden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Ik zagH7200 de bergenH2022 aan, en zietH2009, zij beefdenH7493; en alH3605 de heuvelenH1389 schuddenH7043. Ik zag de bergen aan, en ziet, zij beefden; en al de heuvelen schudden.

KJV I beheld1 the mountains,2 and, lo, they trembled,4 and all the hills6 moved lightly.

1 רָאִ֨יתִי֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 הֶֽהָרִ֔ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 3 וְהִנֵּ֖ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 4 רֹעֲשִׁ֑ים H7493 beven, beefde, beeft make afraid, (re-) move, quake, (make to) shake, (make to) tremble 5 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הַגְּבָע֖וֹת H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill 7 הִתְקַלְקָֽלוּ H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Ik zag, en ziet, er was geen mens; en alle vogelen des hemels waren weggevlogen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Ik zagH7200, en zietH2009, er was geenH369 mensH120; en alleH3605 vogelenH5775 des hemelsH8064 waren weggevlogenH5074. Ik zag, en ziet, er was geen mens; en alle vogelen des hemels waren weggevlogen.

KJV I beheld,1 and, lo, there was no man,4 and all the birds6 of the heavens7 were fled.

1 רָאִ֕יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 וְהִנֵּ֖ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 4 הָאָדָ֑ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 5 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 ע֥וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 7 הַשָּׁמַ֖יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 8 נָדָֽדוּ H5074 omdoolt, omzwervende, vloden weg chase (away), [idiom] could not, depart, flee ([idiom] apace, away), (re-) move, thrust away, wander (abroad, -er, -ing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Ik zag, en ziet, het vruchtbare land was een woestijn, en al zijn steden waren afgebroken, vanwege den HEERE, vanwege de hittigheid Zijns toorns.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Ik zagH7200, en zietH2009, het vruchtbare landH3759 was een woestijnH4057, en alH3605 zijn stedenH5892 waren afgebrokenH5422, vanwegeH6440 den HEEREH3068, vanwegeH6440 de hittigheidH2740 Zijns toornsH639. Ik zag, en ziet, het vruchtbare land was een woestijn, en al zijn steden waren afgebroken, vanwege den HEERE, vanwege de hittigheid Zijns toorns.

KJV I beheld,1 and, lo, the fruitful place3 was a wilderness,4 and all the cities6 thereof were broken down7 at the presence8 of the LORD,9 and by his fierce11 anger.

1 רָאִ֕יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 הַכַּרְמֶ֖ל H3759 vruchtbare veld, groene aren, vruchtbaar veld full (green) ears (of corn), fruitful field (place), plentiful (field) 4 הַמִּדְבָּ֑ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 5 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 עָרָ֗יו H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 7 נִתְּצוּ֙ H5422 brak, afbreken, braken beat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down 8 מִפְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 מִפְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 חֲר֥וֹן H2740 hittigheid, hitte, brandende toorn sore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful) 12 אַפּֽוֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Want zo zegt de HEERE: Dit ganse land zal een woestijn zijn (doch Ik zal geen voleinding maken);
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: Dit ganseH3605 landH776 zal een woestijnH8077 zijnH1961 (doch Ik zal geenH3808 voleindingH3617 makenH6213); Want zo zegt de HEERE: Dit ganse land zal een woestijn zijn (doch Ik zal geen voleinding maken);

KJV For thus hath the LORD4 said,3 The whole land8 shall be desolate;5 yet will I not make11 a full end.

1 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹה֙ H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 שְׁמָמָ֥ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 6 תִהְיֶ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 וְכָלָ֖ה H3617 voleinding, uiterste, verdelging altogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance 10 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 אֶעֱשֶֽׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Hierom zal de aarde treuren, en de hemel daarboven zwart zijn; omdat Ik het heb gesproken, Ik heb het voorgenomen en het zal Mij niet rouwen, en Ik zal Mij daarvan niet afkeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Hierom zal de aardeH776 treurenH56, en de hemelH8064 daarboven zwartH6937 zijn; omdatH3588 Ik het heb gesprokenH1696, Ik heb het voorgenomenH2161 en het zal Mij nietH3808 rouwenH5162, en Ik zal Mij daarvan nietH3808 afkerenH7725. Hierom zal de aarde treuren, en de hemel daarboven zwart zijn; omdat Ik het heb gesproken, Ik heb het voorgenomen en het zal Mij niet rouwen, en Ik zal Mij daarvan niet afkeren.

KJV For this shall the earth4 mourn,3 and the heavens6 above7 be black:5 because I have spoken10 it, I have purposed11 it, and will not repent,13 neither will I turn back

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 זֹאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 תֶּאֱבַ֣ל H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 4 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 וְקָדְר֥וּ H6937 zwart, rouwdragenden, verdonkerd be black(-ish), be (make) dark(-en), [idiom] heavily, (cause to) mourn 6 הַשָּׁמַ֖יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 7 מִמָּ֑עַל H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 8 עַ֤ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 דִבַּ֨רְתִּי֙ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 11 זַמֹּ֔תִי H2161 gedacht, voorgenomen, bedacht consider, devise, imagine, plot, purpose, think (evil) 12 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 נִחַ֖מְתִּי H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 14 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 אָשׁ֥וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 16 מִמֶּֽנָּה H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Van het geroep der ruiteren en boogschutters vluchten al de steden; zij gaan in de wolken, en klimmen op de rotsen; al de steden zijn verlaten, zodat niemand in dezelve woont.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Van het geroepH6963 der ruiterenH6571 en boogschuttersH7198 vluchtenH1272 alH3605 de stedenH5892; zij gaan in de wolkenH5645, en klimmenH5927 op de rotsenH3710; alH3605 de stedenH5892 zijn verlatenH5800, zodat niemandH376 in dezelve woontH3427. Van het geroep der ruiteren en boogschutters vluchten al de steden; zij gaan in de wolken, en klimmen op de rotsen; al de steden zijn verlaten, zodat niemand in dezelve woont.

KJV The whole city7 shall flee5 for the noise1 of the horsemen2 and bowmen;4 they shall go8 into thickets,9 and climb up11 upon the rocks:10 every city13 shall be forsaken,14 and not a man18 dwell16 therein.

1 מִקּ֨וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 פָּרָ֜שׁ H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman 3 וְרֹ֣מֵה H7411 bedrogen, bedriegelijk, bedriegt beguile, betray, (bow-) man, carry, deceive, throw 4 קֶ֗שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 5 בֹּרַ֨חַת֙ H1272 vluchtte, vlood, gevloden chase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הָעִ֔יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 בָּ֚אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 בֶּעָבִ֔ים H5645 wolken, wolk, dichte clay, (thick) cloud, [idiom] thick, thicket. Compare H5672 (עֲבִי) 10 וּבַכֵּפִ֖ים H3710 rotsen, steenrotsen rock 11 עָל֑וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 הָעִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 14 עֲזוּבָ֔ה H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 15 וְאֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 16 יוֹשֵׁ֥ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 17 בָּהֵ֖ן H2004 zij, haar (vrouwelijk meervoud) [idiom] in, such like, (with) them, thereby, therein, (more than) they, wherein, in which, whom, withal 18 אִֽישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Wat zult gij dan doen, gij verwoeste? Al kleeddet gij u met scharlaken, al versierdet gij u met gouden sieraad, al schuurdet gij uw ogen met blanketsel, zo zoudt gij u toch tevergeefs oppronken; de boelen versmaden u, zij zullen uw ziel zoeken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 WatH4100 zult gij dan doenH6213, gij verwoesteH7703? Al kleeddetH3847 gij u met scharlakenH8144, al versierdetH5710 gij u met goudenH2091 sieraadH5716, al schuurdetH7167 gij uw ogenH5869 met blanketselH6320, zo zoudt gij u toch tevergeefsH7723 oppronkenH3302; de boelenH5689 versmadenH3988 u, zij zullen uw zielH5315 zoekenH1245. Wat zult gij dan doen, gij verwoeste? Al kleeddet gij u met scharlaken, al versierdet gij u met gouden sieraad, al schuurdet gij uw ogen met blanketsel, zo zoudt gij u toch tevergeefs oppronken; de boelen versmaden u, zij zullen uw ziel zoeken.

KJV And when thou art spoiled,2 what wilt thou do?4 Though thou clothest6 thyself with crimson,7 though thou deckest9 thee with ornaments10 of gold,11 though thou rentest13 thy face15 with painting,14 in vain16 shalt thou make thyself fair;17 thy lovers20 will despise18 thee, they will seek22 thy life.

1 וְאַ֨תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 שָׁד֜וּד H7703 verwoest, verstoord, verstoorder dead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste 3 מַֽה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 4 תַּעֲשִׂ֗י H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 תִלְבְּשִׁ֨י H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 7 שָׁנִ֜י H8144 scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraad crimson, scarlet (thread) 8 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 תַעְדִּ֣י H5710 versierd, versierdet, Versier adorn, deck (self), pass by, take away 10 עֲדִי H5716 sieraad, versiersel, mond [idiom] excellent, mouth, ornament 11 זָהָ֗ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 12 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 תִקְרְעִ֤י H7167 scheurde, gescheurd, scheurden cut out, rend, [idiom] surely, tear 14 בַפּוּךְ֙ H6320 blanketsel, sierlijk, versierstenen fair colours, glistering, paint(-ed) (-ing) 15 עֵינַ֔יִךְ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 16 לַשָּׁ֖וְא H7723 ijdelheid, ijdellijk, vergeefs false(-ly), lie, lying, vain, vanity 17 תִּתְיַפִּ֑י H3302 schoon, oppronken, pronkt be beautiful, be (make self) fair(-r), deck 18 מָאֲסוּ H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 19 בָ֥ךְ 20 עֹגְבִ֖ים H5689 verliefd, boelen dote, lover 21 נַפְשֵׁ֥ךְ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 22 יְבַקֵּֽשׁוּ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Want ik hoor een stem als van een vrouw, die in arbeid is, een benauwdheid als van een, die in des eersten kinds nood is, de stem van de dochter Sions; zij hijgt, zij breidt haar handen uit, zeggende: O, wee mij nu, want mijn ziel is moede vanwege de doodslagers!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Want ik hoorH8085 een stemH6963 alsH3588 van een vrouw, die in arbeidH2470 is, een benauwdheidH6869 als van een, die in des eersten kinds noodH1069 is, de stemH6963 van de dochterH1323 SionsH6726; zij hijgtH3306, zij breidtH6566 haar handenH3709 uit, zeggende: O, weeH188 mij nu, wantH3588 mijn zielH5315 is moedeH5888 vanwege de doodslagersH2026! Want ik hoor een stem als van een vrouw, die in arbeid is, een benauwdheid als van een, die in des eersten kinds nood is, de stem van de dochter Sions; zij hijgt, zij breidt haar handen uit, zeggende: O, wee mij nu, want mijn ziel is moede vanwege de doodslagers!

KJV For I have heard4 a voice2 as of a woman in travail,3 and the anguish5 as of her that bringeth forth her first child,6 the voice7 of the daughter8 of Zion,9 that bewaileth10 herself, that spreadeth11 her hands,12 saying, Woe13 is me now! for my soul18 is wearied17 because of murderers.

1 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 ק֨וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 3 כְּחוֹלָ֜ה H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 4 שָׁמַ֗עְתִּי H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 5 צָרָה֙ H6869 benauwdheid, benauwdheden, nood adversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble 6 כְּמַבְכִּירָ֔ה H1069 eersten kinds nood, eerstgeboorte, eerstgeboren make firstborn, be firstling, bring forth first child (new fruit) 7 ק֧וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 8 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 9 צִיּ֛וֹן H6726 Sion, Sions Zion 10 תִּתְיַפֵּ֖חַ H3306 hijgt bewail self 11 תְּפָרֵ֣שׂ H6566 uitbreiden, uitspreiden, breidde break, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out) 12 כַּפֶּ֑יהָ H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 13 אֽוֹי H188 Wee, wee, Och alas, woe 14 נָ֣א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 15 לִ֔י 16 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 עָיְפָ֥ה H5888 moede be wearied 18 נַפְשִׁ֖י H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 19 לְהֹרְגִֽים H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 4:1 Joël 2:12 Jeremia 3:22 Jeremia 3:1 Efeze 4:22 Genesis 35:2 2 Kronieken 15:8 Jeremia 24:9 Jeremia 36:3
Jeremia 4:2 Jesaja 65:16 Jeremia 9:24 Genesis 22:18 Deuteronomium 10:20 1 Korinthe 1:31 Galaten 3:8 Jesaja 45:23 Jesaja 45:25
Jeremia 4:3 Hosea 10:12 Lukas 8:14 Mattheüs 13:7 Galaten 6:7 Lukas 8:7 Mattheüs 13:22 Markus 4:7 Genesis 3:18
Jeremia 4:4 Deuteronomium 10:16 Romeinen 2:28 Jeremia 9:26 Deuteronomium 30:6 Kolossenzen 2:11 Amos 5:6 Jeremia 21:12 Jesaja 30:27
Jeremia 4:5 Jeremia 8:14 Jeremia 6:1 Jozua 10:20 Hosea 8:1 Ezechiël 33:2 Amos 3:8 Jeremia 9:12 Jeremia 5:20
Jeremia 4:6 Jeremia 1:13 Jeremia 50:2 Jeremia 6:1 Jeremia 6:22 Jeremia 51:27 Jeremia 4:21 Jeremia 51:12 Jesaja 62:10
Jeremia 4:7 Jeremia 5:6 Jeremia 2:15 Jesaja 6:11 Jeremia 25:9 Jesaja 1:7 Ezechiël 26:7 Jeremia 49:19 Jeremia 50:17
Jeremia 4:8 Jeremia 6:26 Jesaja 22:12 Jesaja 10:4 Jesaja 5:25 Jesaja 32:11 Amos 8:10 Numeri 25:4 Jesaja 9:12
Jeremia 4:9 Jesaja 29:9 Jesaja 22:3 Ezechiël 13:9 Psalmen 102:4 Jesaja 19:16 Jesaja 21:3 Jeremia 37:19 Jeremia 5:31
Jeremia 4:10 Jeremia 5:12 2 Thessalonicenzen 2:9 Jeremia 23:17 Jesaja 63:17 Jeremia 8:11 Jeremia 1:6 Romeinen 1:26 Ezechiël 11:13
Jeremia 4:11 Hosea 13:15 Ezechiël 17:10 Mattheüs 3:12 Klaagliederen 2:11 Jeremia 30:23 Jeremia 8:19 Jesaja 64:6 Lukas 3:17
Jeremia 4:12 Jeremia 1:16 Ezechiël 5:8 Ezechiël 6:11 Ezechiël 7:8
Jeremia 4:13 Jesaja 5:28 Jesaja 66:15 Klaagliederen 4:19 Jesaja 19:1 Habakuk 1:8 Deuteronomium 28:49 Nahum 1:3 Mattheüs 24:30
Jeremia 4:14 Jakobus 4:8 Jeremia 13:27 Jesaja 55:7 Spreuken 1:22 Handelingen 8:22 Psalmen 119:113 Mattheüs 23:26 Mattheüs 12:33
Jeremia 4:15 Jeremia 8:16 Richteren 18:29 Richteren 20:1 Jozua 20:7 Jeremia 6:1 Jozua 17:15
Jeremia 4:16 Ezechiël 21:22 Jeremia 5:15 Jesaja 39:3 Jeremia 6:18 Jeremia 2:15 Jeremia 4:17 Jeremia 5:6 Jesaja 34:1
Jeremia 4:17 Jeremia 5:23 2 Koningen 25:1 Daniël 9:7 Lukas 19:43 Klaagliederen 1:18 Klaagliederen 1:8 Nehemia 9:26 Jesaja 1:20
Jeremia 4:18 Jeremia 2:19 Jeremia 2:17 Jesaja 50:1 Psalmen 107:17 Job 20:5 Jeremia 26:19 Spreuken 5:22 Jeremia 5:19
Jeremia 4:19 Jesaja 16:11 Jesaja 22:4 Jeremia 9:10 Habakuk 3:16 Jeremia 9:1 Jesaja 15:5 Jesaja 21:3 Klaagliederen 3:48
Jeremia 4:20 Psalmen 42:7 Jesaja 33:20 Jesaja 54:2 Jeremia 10:19 Ezechiël 7:25 Habakuk 3:7 Leviticus 26:28 2 Thessalonicenzen 1:9
Jeremia 4:21 2 Kronieken 36:6 2 Kronieken 36:17 2 Kronieken 35:25 2 Kronieken 36:3 Jeremia 4:5 Jeremia 6:1 2 Kronieken 36:10 Jeremia 4:19
Jeremia 4:22 Romeinen 16:19 1 Korinthe 14:20 Jeremia 5:21 Romeinen 3:11 Deuteronomium 32:28 Hosea 4:6 Johannes 16:3 Hosea 5:4
Jeremia 4:23 Markus 13:24 Mattheüs 24:29 Genesis 1:2 Lukas 21:25 Jesaja 13:10 Handelingen 2:19 Jesaja 5:30 Joël 3:15
Jeremia 4:24 Jesaja 5:25 Ezechiël 38:20 Jeremia 10:10 Jeremia 8:16 Psalmen 77:18 Micha 1:4 Psalmen 114:4 Habakuk 3:6
Jeremia 4:25 Hosea 4:3 Sefanja 1:2 Jeremia 12:4 Jeremia 9:10
Jeremia 4:26 Psalmen 107:34 Jeremia 12:4 Jesaja 5:9 Jesaja 7:20 Jeremia 14:2 Psalmen 76:7 Deuteronomium 29:23 Micha 3:12
Jeremia 4:27 Jeremia 5:10 Jeremia 30:11 Jeremia 46:28 Jeremia 5:18 Ezechiël 11:13 Romeinen 9:27 Leviticus 26:44 Romeinen 11:1
Jeremia 4:28 Hosea 4:3 Jeremia 12:4 Numeri 23:19 Jesaja 50:3 Jesaja 5:30 Joël 2:30 Mattheüs 27:45 Efeze 1:11
Jeremia 4:29 Jeremia 4:7 Jesaja 2:19 2 Kronieken 33:11 Jesaja 30:17 2 Koningen 25:4 Openbaring 6:15 Jeremia 52:7 Lukas 23:30
Jeremia 4:30 Klaagliederen 1:2 2 Koningen 9:30 Jesaja 10:3 Klaagliederen 1:19 Jeremia 13:21 Jesaja 20:6 Ezechiël 23:9 Ezechiël 16:36
Jeremia 4:31 Jesaja 1:15 Klaagliederen 1:17 Jeremia 13:21 Jesaja 13:8 Jeremia 14:18 Jeremia 6:2 Ezechiël 23:46 Jeremia 45:2
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 4 vers 1

gij u Alsof God zeide: Zo gij ten enigen tijde van mening zijt u te bekeren, gelijk gij dikwijls voorgeeft te willen doen, zo doe het nu, en doe het oprechtelijk, zonder huichelarij en vermenging van enige afgoderij, gelijk in het volgende verklaard wordt.

Hertaald: gij u Alsof God zei: wanneer u van plan bent zich ooit te bekeren, zoals u vaak voorgeeft te willen doen, doe het dan nu, en doe het oprecht, zonder huichelarij en zonder vermenging met enige afgoderij, zoals in het vervolg verklaard wordt.

verfoeiselen Uw verfoeilijke en afschuwelijke afgoderijen of drekgoden, die bij de verfoeiselen gevoegd worden; Deut. 29:17 ; zie 2 Kron. 15:8 .

Hertaald: verfoeiselen Uw verfoeilijke en afschuwelijke afgoderijen of drekgoden, die bij de verfoeisels gerekend worden; Deut. 29:17; zie 2 Kron. 15:8.

zwerft Op bergen en heuvelen, om afgoderij te bedrijven. Zie boven Jer. 2:20 , en Jer. 3:6 , Jer. 3:13 ; of, zo zult gij niet omzwerven; dat is, in ballingschap gaan, en in het volgende: en gij zult zweren.

Hertaald: zwerft Op bergen en heuvels, om afgoderij te bedrijven. Zie hierboven Jer. 2:20 en Jer. 3:6 en Jer. 3:13. Of: dan zult u niet rondzwerven, dat is: in ballingschap gaan; en in het vervolg: en u zult zweren.

Jeremia 4 vers 2

zweer Bewijzende daarmede dat gij mij kent en eert als uw enigen God, en dat oprechtelijke, zonder valsheid of huichelarij, vergelijk onder Jer. 5:2 .

Hertaald: zweer Waarmee u bewijst dat u Mij als uw enige God kent en eert, en dat oprecht, zonder valsheid of huichelarij; vergelijk hieronder Jer. 5:2.

waarheid, Deze drie dingen begrijpen hetgeen tot den heiligen eed en den godsdienst vereist wordt, ten aanzien van God, den mens zelf en zijnen naaste, zo in het algemeen als in een bijzonder beroep; vergelijk de voorgaande aantekening en Gen. 18:19 ; 1 Kon. 10:9 .

Hertaald: waarheid, Deze drie dingen omvatten wat er voor de heilige eed en voor de godsdienst vereist wordt, met het oog op God, op de mens zelf en op zijn naaste, zowel in het algemeen als in een bijzonder beroep; vergelijk de voorgaande aantekening en Gen. 18:19 en 1 Kon. 10:9.

recht Of, oordeel.

Hertaald: recht Of: oordeel.

heidenen Die nu met u en mij spotten, omdat gij u zo schandelijk gedraagt, dat Ik u zelfs door de heidenen moet straffen om de eer van mijnen naam.

Hertaald: heidenen Die nu met u en met Mij spotten, omdat u zich zo schandelijk gedraagt dat Ik u zelfs door de heidenen moet straffen omwille van de eer van Mijn Naam.

Hem zegenen, Namelijk den HEERE; ziende uwe godzaligheid, en daarop Gods beloofden zegen, over u, zullen zij genodigd worden om zich tot den waren God te bekeren, en bij Hem alleen hunne welvaart te zoeken, Hem alleen die toe te schrijven, en zich in Hem gelukzalig te achten; vergelijk Gen. 22:18 ; Deut. 29:19 ; Ps. 10:3 , en Ps. 49:19-20 .

Hertaald: Hem zegenen, Namelijk: de HEERE. Wanneer zij uw godzaligheid zien en daarop Gods beloofde zegen over u, zullen zij aangespoord worden zich tot de ware God te bekeren, hun welvaart alleen bij Hem te zoeken, die alleen aan Hem toe te schrijven en zich in Hem gelukkig te achten; vergelijk Gen. 22:18, Deut. 29:19, Ps. 10:3 en Ps. 49:19-20.

Jeremia 4 vers 3

mannen van Juda, Hebreeuws, den man; dat is de mannen, of een iegelijk, of die van Juda; alzo vs.4; en Jer. 11:9 , en Jer. 17:25 , en Jer. 18:11 , en Jer. 32:32 , enz.

Hertaald: mannen van Juda, Hebreeuws: de man — dat is: de mannen, of ieder, of zij van Juda; zo ook in vers 4, en in Jer. 11:9, Jer. 17:25, Jer. 18:11 en Jer. 32:32, enzovoort.

Jeruzalem Dat is, de inwoners van Jeruzalem, gelijk vs.4.

Hertaald: Jeruzalem Dat is: de inwoners van Jeruzalem, zoals in vers 4.

Braakt ulieden Gelijk men een braakland of dresland opnieuw wel doorploegt en zuivert, opdat het daarna bekwaam zij om het goede zaad te ontvangen en goede vruchten te dragen, alzo zuivert gij u grondig van onreinheden, en wordt vernieuwd, als een nieuw schepsel, enz.; vergelijk Gal. 6:15 ; Ef. 4:22-24 ; Hebr. 6:7 .

Hertaald: Braakt ulieden Zoals men braakland of nieuw ontgonnen land opnieuw goed doorploegt en zuivert, opdat het daarna geschikt is om het goede zaad te ontvangen en goede vruchten te dragen, zo moet u zich grondig van onreinheden zuiveren en vernieuwd worden als een nieuw schepsel, enzovoort; vergelijk Gal. 6:15, Ef. 4:22-24 en Hebr. 6:7.

doornen Vergelijk Matt. 13:7 , Matt. 13:22 .

Hertaald: doornen Vergelijk Matth. 13:7 en Matth. 13:22.

Jeremia 4 vers 4

Besnijdt Zie Deut. 10:16 , en Deut. 30:6 , en wijders Gen 17 , en onder Jer. 9:26 .

Hertaald: Besnijdt Zie Deut. 10:16 en Deut. 30:6, en verder Gen. 17, en hieronder Jer. 9:26.

vuur, Vergelijk Deut. 4:24 .

Hertaald: vuur, Vergelijk Deut. 4:24.

Jeremia 4 vers 5

volle stem Hebreeuws, roept, vervult. Van zulke samenvoeging van twee woorden, zie Ps. 45:5 . De zin is: Roept ten volle uit, overal, dat alle plaatsen met uitroeping vervuld worden. Anders, roept, vergadert, of legt, maakt een volle vergadering, opdat het elkeen hore en wete, want het zal een algemene ellende zijn in het ganse land.

Hertaald: volle stem Hebreeuws: roept, vervult. Over zo'n samenvoeging van twee woorden, zie Ps. 45:5. De betekenis is: roept het ten volle uit, overal, zodat alle plaatsen met dat geroep vervuld worden. Anders: roept, verzamelt, of: houdt een volle vergadering, opdat iedereen het hoort en weet, want het zal een algemene ellende in het hele land zijn.

steden Tegen des vijands aankomst. Hebreeuws steden der vesting.

Hertaald: steden Tegen de komst van de vijand. Hebreeuws: steden van de vesting.

Jeremia 4 vers 6

naar Sion, Tot een teken dat zij allen moeten vluchten naar Jeruzalem, als een koninklijke vesting.

Hertaald: naar Sion, Als teken dat zij allen naar Jeruzalem moeten vluchten, als naar een koninklijke vesting.

met hopen, Of, sterkelijk, sterkt u tot de vlucht; alzo onder Jer. 6:1 , en Jes. 10:31 . Anders: hoopt u tezamen, vergadert u, kuddet u [om zo te spreken] gelijk Ex. 9:19 . Te weten, om met alle man te vluchten. Het Hebreeuwse woord [dat in de voorgemelde plaatsen gevonden wordt] heeft de betekenis van vluchten, vertrekken, zich elders heen begeven, en van vergaderen.

Hertaald: met hopen, Of: krachtig, sterkt u tot de vlucht; zo ook hieronder Jer. 6:1 en Jes. 10:31. Anders: verzamelt u, komt bijeen, schaart u samen, om zo te zeggen, zoals in Ex. 9:19 — namelijk om met man en macht te vluchten. Het Hebreeuwse woord, dat op de genoemde plaatsen voorkomt, heeft de betekenis van vluchten, vertrekken, zich elders heen begeven, en van verzamelen.

kwaad Dat is, groot ongeluk, jammer en ellende, gelijk de laatste woorden van vs.6 verklaren.

Hertaald: kwaad Dat is: groot ongeluk, jammer en ellende, zoals de laatste woorden van vers 6 verklaren.

noorden, Uit Chaldea, of Babylonië.

Hertaald: noorden, Uit Chaldeëa of Babylonië.

breuk Of, verbreking; dat is ellende, jammer, verderf, verwoesting, gelijk onder vs.20, en Jer. 6:1 , Jer. 6:14 , en Jer. 8:11 , Jer. 8:21 , en Jer. 10:19 , en Jer. 14:17 ; vergelijk ook Jer. 17:18 , en Jer. 22:20 , en Jer. 48:3-5 , en elders dikwijls in dit boek; alzo Jes. 1:28 , enz.

Hertaald: breuk Of: verbreking — dat is: ellende, jammer, verderf, verwoesting, zoals hieronder in vers 20, en Jer. 6:1 en Jer. 6:14, Jer. 8:11 en Jer. 8:21, Jer. 10:19 en Jer. 14:17; vergelijk ook Jer. 17:18, Jer. 22:20 en Jer. 48:3-5, en elders vaak in dit boek; zo ook Jes. 1:28, enzovoort.

Jeremia 4 vers 7

leeuw Nebukadnezar, koning van Babel, zal met zijne heirkracht, als een leeuw uit zijn leger en hol, opbreken. Vergelijk Jes. 5:26-29 .

Hertaald: leeuw Nebukadnezar, de koning van Babel, zal met zijn legermacht opbreken als een leeuw uit zijn leger en hol. Vergelijk Jes. 5:26-29.

uw land O Zion, of Jeruzalem, uit het voorgaande.

Hertaald: uw land O Sion, of Jeruzalem, uit het voorgaande.

Jeremia 4 vers 8

zakken aan, Zie Gen. 37:34 .

Hertaald: zakken aan, Zie Gen. 37:34.

Jeremia 4 vers 9

vergaan zal; Dat is, alle moed en courage zal hun ontvallen. Zie 2Ki 25 , enz., en onder Jer 39 , Jer 52 .

Hertaald: vergaan zal; Dat is: alle moed zal hun ontvallen. Zie 2 Kon. 25, enzovoort, en hieronder Jer. 39 en Jer. 52.

profeten De valse. Zie de volgende aantekening vs.10.

Hertaald: profeten De valse. Zie de volgende aantekening bij vers 10.

Jeremia 4 vers 10

grotelijks Hebreeuws, bedriegende bedrogen; te weten door de valse profeten, wien gij toelaat het volk onder voorgeven van uw naam en dienst, alle welvaart valselijk te beloven, daar toch de uiterste ellende voorhanden is. Vergelijk 1 Kon. 22:21-23 , en de aantekening aldaar. Idem Ezech. 14:9 , en onder Jer. 6:14 , en Jer. 7:4 , Jer. 7:10 , en Jer. 23:1 .

Hertaald: grotelijks Hebreeuws: bedriegend bedrogen, namelijk door de valse profeten, die U toelaat het volk onder het voorwendsel van Uw Naam en dienst allerlei welvaart valselijk te beloven, terwijl toch de uiterste ellende voor de deur staat. Vergelijk 1 Kon. 22:21-23 met de aantekening daarbij. En ook Ezech. 14:9, en hieronder Jer. 6:14, Jer. 7:4 en Jer. 7:10, en Jer. 23:1.

ziel raakt Vergelijk onder vs.18.

Hertaald: ziel raakt Vergelijk hieronder vers 18.

Jeremia 4 vers 11

dorre wind Of, schrale; anders: gladde; dat is, die glad en ongehinderd zal doorgaan om alles neder te vellen; versta de Babyloniërs, die van het noorden zouden komen, over het gebergte Libanon. Zie onder Jer. 5:15 .

Hertaald: dorre wind Of: schrale; anders: gladde — dat is: die glad en ongehinderd zal doorgaan om alles neer te vellen. Versta: de Babyloniërs, die uit het noorden zouden komen, over het Libanongebergte. Zie hieronder Jer. 5:15.

van den weg Dat is, naar het Joodse land en Jeruzalem.

Hertaald: van den weg Dat is: naar het Joodse land en Jeruzalem.

zuiveren Maar om te verwoesten, wil de Heere zeggen.

Hertaald: zuiveren Maar om te verwoesten, wil de HEERE zeggen.

Jeremia 4 vers 12

te sterk Hebreeuws, vol; dat is te sterk, zodat zij hem niet zullen kunnen verdragen en tegenstaan. Hebreeuws, voller dan zij. Anders: een volle wind van die [plaatsen], te weten die in het voorgaande zijn beschreven.

Hertaald: te sterk Hebreeuws: vol — dat is: te sterk, zodat zij hem niet zullen kunnen verdragen en weerstaan. Hebreeuws: voller dan zij. Anders: een volle wind van die plaatsen, namelijk die in het voorgaande beschreven zijn.

oordelen Dat is, mijne vonnissen over hen, dat is, Ik zal recht over hen houden. Zie boven Jer. 1:16 . Een ander gebruik dezer manier van spreken hebt gij onder Jer. 12:1 .

Hertaald: oordelen Dat is: Mijn vonnissen over hen, dat is: Ik zal recht over hen houden. Zie hierboven Jer. 1:16. Een ander gebruik van deze manier van spreken vindt u hieronder in Jer. 12:1.

Jeremia 4 vers 13

hij komt De Babyloniër zal u zo haastig aankomen als wolken enz.

Hertaald: hij komt De Babyloniër zal zo snel op u afkomen als wolken, enzovoort.

sneller Hebreeuws, lichter.

Hertaald: sneller Hebreeuws: lichter.

wee ons, Woorden der Joden, als gevoelende Gods oordeel; of van den profeet, als beklagende de ellende van het volk.

Hertaald: wee ons, Woorden van de Joden, die Gods oordeel voelen; of van de profeet, die de ellende van het volk beklaagt.

Jeremia 4 vers 14

gedachten Dat is: uw ijdele gedachten, waarmede gij u op ijdelheid en valsheid of ongerechtigheid verlaat.

Hertaald: gedachten Dat is: uw ijdele gedachten, waarmee u op ijdelheid en valsheid of ongerechtigheid vertrouwt.

vernachten? Of, herbergen, verblijven.

Hertaald: vernachten? Of: herbergen, verblijven.

Jeremia 4 vers 15

verkondigt De aankomst der Babyloniërs, die vandaar door Israël naar Juda trekken.

Hertaald: verkondigt De komst van de Babyloniërs, die vandaar door Israël naar Juda trekken.

Dan af, Dat is, de uiterste grenzen van Kanaän in het noorden.

Hertaald: Dan af, Dat is: de uiterste grens van Kanaän in het noorden.

gebergte De binnenste grens van Israël, in het noorden van Juda.

Hertaald: gebergte De binnenste grens van Israël, ten noorden van Juda.

Jeremia 4 vers 16

tegen Jeruzalem; Of tot aan, of van.

Hertaald: tegen Jeruzalem; Of: tot aan, of van.

hoeders Die Jeruzalem zullen bezetten, omringen en wel toezien, dat er niemand ontkome. Zie 2 Kon. 25:4-5 .

Hertaald: hoeders Die Jeruzalem zullen bezetten en omsingelen en goed zullen opletten dat er niemand ontkomt. Zie 2 Kon. 25:4-5.

verren lande; Babylonië.

Hertaald: verren lande; Babylonië.

verheffen Hebreeuws, geven; dat is, maken een geschrei; gelijk boven Jer. 2:15 .

Hertaald: verheffen Hebreeuws: geven — dat is: een geschreeuw aanheffen, zoals hierboven in Jer. 2:15.

Jeremia 4 vers 17

wachters Die de velden bezetten, opdat het gejaagde wild nergens ontkome.

Hertaald: wachters Die de velden bezetten, opdat het opgejaagde wild nergens ontkomt.

haar; Belegerende Jeruzalem aan alle kanten; 2 Kon. 25:2 , enz.

Hertaald: haar; Terwijl zij Jeruzalem aan alle kanten belegeren; 2 Kon. 25:2, enzovoort.

zij tegen Mij Jeruzalem, uit vs.14.

Hertaald: zij tegen Mij Jeruzalem, uit vers 14.

Jeremia 4 vers 18

weg Dat is, uw kwaad wezen en doen; zie Gen. 6:12 .

Hertaald: weg Dat is: uw kwade wezen en doen; zie Gen. 6:12.

deze dingen Veroorzaken al deze plagen.

Hertaald: deze dingen Veroorzaken al deze plagen.

boosheid, Dat is, de vrucht en het loon uwer boosheid.

Hertaald: boosheid, Dat is: de vrucht en het loon van uw boosheid.

het zo Anders: daarom is het zo bitter, te weten het lijden dat u naakt. Anders: dat hij [de vijand] zo bitter is, en u naar het leven tracht en uwen staat gans zoekt om te keren. Vergelijk vs.10.

Hertaald: het zo Anders: daarom is het zo bitter, namelijk het lijden dat u te wachten staat. Anders: dat hij — de vijand — zo bitter is en u naar het leven staat en uw hele bestaan omver wil werpen. Vergelijk vers 10.

Jeremia 4 vers 19

O mijn Dit zijn de woorden van den profeet, die zich voor den Heere ontstelt, alsof hij deze ellende voor ogen zag. Vergelijk Jes. 15:5 , en Jes. 16:11 , en Jes. 21:3 .

Hertaald: O mijn Dit zijn de woorden van de profeet, die zich voor de HEERE ontstelt alsof hij deze ellende voor ogen zag. Vergelijk Jes. 15:5, Jes. 16:11 en Jes. 21:3.

wanden Of, [in] de wanden mijns harten; dat is in mijn hartklok, hartedeksel, in het binnenste, in mijn hart.

Hertaald: wanden Of: in de wanden van mijn hart — dat is: in mijn hartkamer, mijn hartzak, in het binnenste, in mijn hart.

zwijgen; Of, stil zijn.

Hertaald: zwijgen; Of: stil zijn.

Jeremia 4 vers 20

Breuk op breuk Dat is de ene ellende of verwoesting is niet voorbij, of men hoort terstond de tijding van een andere; vergelijk Ps. 42:8 en zie boven vs.6.

Hertaald: Breuk op breuk Dat is: de ene ellende of verwoesting is nog niet voorbij of men hoort meteen het bericht van een volgende; vergelijk Ps. 42:8 en zie hierboven vers 6.

tenten Dat is, woonplaatsen van mijn volk.

Hertaald: tenten Dat is: woonplaatsen van mijn volk.

ogenblik Dat is, zeer haastelijk.

Hertaald: ogenblik Dat is: zeer plotseling.

Jeremia 4 vers 22

wijs zijn Arglistig en wel ervaren in het kwade. Vergelijk 2 Sam. 13:3 .

Hertaald: wijs zijn Arglistig en goed ervaren in het kwade. Vergelijk 2 Sam. 13:3.

goed te doen Vergelijk Am. 3:10 .

Hertaald: goed te doen Vergelijk Amos 3:10.

Jeremia 4 vers 23

land aan, Het Joodse land.

Hertaald: land aan, Het Joodse land.

woest Zie Gen. 1:2 . Dit is een figuurlijke beschrijving en levendige vertoning van een algemene en verschrikkelijke verwoesting en ruïne van het Joodse land.

Hertaald: woest Zie Gen. 1:2. Dit is een beeldende beschrijving en levendige voorstelling van een algemene en verschrikkelijke verwoesting en ruïne van het Joodse land.

licht Dat is, de hemel was donker en zwart, vergelijk Jes. 5:30 , en Jes. 50:3 , onder vs.28.

Hertaald: licht Dat is: de hemel was donker en zwart; vergelijk Jes. 5:30 en Jes. 50:3, en hieronder vers 28.

Jeremia 4 vers 24

schudden Hebreeuws, maakten zich licht, of snel, dat is bewogen zich snellijk.

Hertaald: schudden Hebreeuws: maakten zich licht of snel — dat is: bewogen zich snel.

Jeremia 4 vers 25

weggevlogen Hebreeuws, weggezworven, of weggevloden. Zie onder Jer. 9:10 , en Jer. 50:3 .

Hertaald: weggevlogen Hebreeuws: weggezworven, of weggevloden. Zie hieronder Jer. 9:10 en Jer. 50:3.

Jeremia 4 vers 26

vruchtbare land Hebreeuws, Karmel; zie boven Jer. 2:7 .

Hertaald: vruchtbare land Hebreeuws: Karmel; zie hierboven Jer. 2:7.

zijn steden Van het vruchtbare land, die daarin of aan gelegen waren

Hertaald: zijn steden Van het vruchtbare land, die daarin of daaraan lagen.

den HEERE, Hebreeuws, vanwege het aangezicht des Heeren. Hetwelk enigen nemen voor zijn toorn, zijn toornig aangezicht; zie boven Jer. 3:12 .

Hertaald: den HEERE, Hebreeuws: vanwege het aangezicht van de HEERE. Sommigen vatten dat op als Zijn toorn, Zijn toornig aangezicht; zie hierboven Jer. 3:12.

Jeremia 4 vers 27

woestheid zijn Dat is, overal zeer verwoest.

Hertaald: woestheid zijn Dat is: overal zeer verwoest.

voleinding Of, vernieling, vertering; vergelijk onder Jer. 5:10 , Jer. 5:18 ; Ezech. 11:13 , en Ezech. 20:17 ; dat is, Ik zal het niet gans uitmaken, maar mijne genade nog onder mijn toorn mengen, en mij een overblijfsel en zaad behouden in Jakob; zie onder Jer. 30:11 , en Jer. 46:28 . Dit voegt God hier in, onder deze verschrikkelijk dreigementen, tot troost der uitverkorenen en gelovigen; sommigen verstaan dat de zin dezer woorden is: Het zal hiermede nog niet gedaan zijn, mijn toorn en oordeel zal hiermede nog geen einde hebben, maar wijders voortgaan, en lang duren over dit land, waarop zij dan passen den rouw der aarde en des hemels, waarvan in het volgende. Deze manier van spreken wordt in een anderen zin gebruikt van zondaars, die ten uiterste misdaan en de maat vervuld hebben; zie Gen. 18:21 .

Hertaald: voleinding Of: vernieling, vertering; vergelijk hieronder Jer. 5:10 en Jer. 5:18, en Ezech. 11:13 en Ezech. 20:17. Dat is: Ik zal er geen volkomen einde aan maken, maar Ik zal Mijn genade toch met Mijn toorn mengen en Mij een overblijfsel en zaad in Jakob behouden; zie hieronder Jer. 30:11 en Jer. 46:28. Dit voegt God hier tussen deze verschrikkelijke dreigementen in, tot troost van de uitverkorenen en gelovigen. Sommigen verstaan de betekenis van deze woorden zo: hiermee zal het nog niet gedaan zijn; Mijn toorn en oordeel zullen hiermee nog niet ophouden maar verder gaan en lang over dit land duren. Daarop laten zij dan de rouw van de aarde en de hemel slaan, waarover in het vervolg. Deze manier van spreken wordt in een andere betekenis gebruikt van zondaars die het uiterste misdaan en hun maat volgemaakt hebben; zie Gen. 18:21.

Jeremia 4 vers 28

zwart zijn; Als rouwdragende; zie Ps. 35:14 .

Hertaald: zwart zijn; Als rouwdragend; zie Ps. 35:14.

Jeremia 4 vers 29

geroep Hebreeuws, stem.

Hertaald: geroep Hebreeuws: stem.

vluchten Hebreeuws, is al de stad, of de ganse stad vluchtende; dat is de stadslieden of inwoners der steden [gelijk de volgende woorden uitwijzen] zullen vluchten, en zo in het volgende.

Hertaald: vluchten Hebreeuws: is de hele stad vluchtend — dat is: de stedelingen of de inwoners van de steden, zoals de volgende woorden uitwijzen, zullen vluchten; en zo ook in het vervolg.

wolken, Dat is, op de hoogten der bergen, die tot aan de wolken raken, om zich aldaar te verbergen. Anders: in dikke, of dichte plaatsen; als bosjes, heggen.

Hertaald: wolken, Dat is: op de toppen van de bergen, die tot aan de wolken reiken, om zich daar te verbergen. Anders: op dichtbegroeide plaatsen, zoals bosjes en heggen.

Jeremia 4 vers 30

gij verwoeste? Dochter Zions, gelijk in vs.31, dat is, gij die verstoord, of verwoest zult worden.

Hertaald: gij verwoeste? Dochter van Sion, zoals in vers 31 — dat is: u die verstoord of verwoest zult worden.

kleeddet Op zijn afgodisch en heidens, om uwen vijanden te behagen en te vermurwen; gelijk de hoeren zich oppronken om de boelen te behagen.

Hertaald: kleeddet Op afgodische en heidense wijze, om uw vijanden te behagen en te vermurwen, zoals de hoeren zich opsieren om hun minnaars te behagen.

schuurdet Al versierdet en blankettet gij u zozeer en dikwijls, dat uw aangezicht of wangen daarvan kwamen te splijten en te scheuren.

Hertaald: schuurdet Al zou u zich nog zo sterk en nog zo vaak opsieren en blanketten, zodat uw gezicht of uw wangen ervan zouden splijten en scheuren.

boelen De Babyloniërs, die u zoeken machtig te worden.

Hertaald: boelen De Babyloniërs, die u in hun macht willen krijgen.

ziel zoeken Dat is, naar het leven staan. Zie 2 Sam. 4:8 .

Hertaald: ziel zoeken Dat is: naar het leven staan. Zie 2 Sam. 4:8.

Jeremia 4 vers 31

hijgt, Anders: kermt, klaagt, vanwege den overlast en de benauwdheid.

Hertaald: hijgt, Anders: kermt, klaagt, vanwege de overlast en de benauwdheid.

breidt Als die plegen te doen, die in groten rouw en de uiterste noden zijn.

Hertaald: breidt Zoals zij plegen te doen die in grote rouw en in de uiterste nood verkeren.

de doodslagers De Babyloniërs.

Hertaald: de doodslagers De Babyloniërs.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Braakland  — een beeld uit de landbouw voor wat er vóór het zaaien moet gebeuren (Jer. 4:3)

"Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen" (Jer. 4:3). Braakland is grond die lang niet bewerkt is en hard geworden; braken is die grond openbreken voordat er gezaaid wordt. De tweede helft van het vers zegt wat er misgaat als dat niet gebeurt: dan valt het zaad tussen de doornen. Het staat in een gedeelte dat begint met de voorwaarde van de terugkeer: "Zo gij u bekeren zult, Israel! spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij" (Jer. 4:1).

Bijbelse betekenis: Merk op wat er niet gezegd wordt. Er staat niet: zaai beter of zaai meer, maar: breek eerst de grond open. De boodschap was al gebracht; wat ontbrak was een hart dat haar kon opnemen. Let vervolgens op de doornen. Zaad tussen doornen komt wel op, maar het draagt niets; dat is erger dan niet zaaien, want het geeft de schijn van een akker. Let ten slotte op de volgorde. Dit beeld staat vlak vóór de oproep om het hart te besnijden (Jer. 4:4), en het zegt in landbouwtaal hetzelfde: wat hard geworden is, moet eerst opengelegd worden.

Typologie: De Heere Jezus gebruikt dezelfde twee gronden in de gelijkenis van de zaaier: het zaad op de weg dat weggepikt wordt, en het zaad onder de doornen dat verstikt (Matt. 13:4,7). Ook daar ligt het niet aan het zaad maar aan de akker.

Jer. 4:1-3; Matt. 13:4,7

Besnijdenis des harten  — het teken van het verbond wordt op het hart toegepast, en dat is geen beeldspraak achteraf (Jer. 4:4,14)

"Besnijdt u den HEERE en doet weg de voorhuiden uwer harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem!" (Jer. 4:4). Er staat een reden bij, en die is ernstig: opdat Gods grimmigheid niet uitvare als een vuur dat niemand blussen kan. Even verderop wordt hetzelfde met een ander beeld gezegd: "Was uw hart van boosheid, o Jeruzalem! opdat gij behouden wordt; hoe lang zult gij de gedachten uwer ijdelheid in het binnenste van u laten vernachten?" (Jer. 4:14). En eerder in het boek staat wat er niet helpt: "al wiest gij u met salpeter, en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend" (Jer. 2:22).

Bijbelse betekenis: De besnijdenis was het lichamelijke teken van het verbond met Abraham (reeds behandeld bij Gen. 17:10-11). Hier wordt datzelfde teken op het hart toegepast, en dat gebeurt niet pas in het Nieuwe Testament: Mozes zei het al (Deut. 30:6). Merk op wat dat betekent voor het bezit van het teken. Wie besneden is en niet van hart, heeft het teken zonder de zaak; het uiterlijke wordt hier niet afgeschaft maar ontoereikend genoemd. Let vervolgens op de spanning met Jer. 2:22. Daar staat dat geen zeep de ongerechtigheid wegkrijgt, en hier klinkt: was uw hart. Beide zijn waar, en juist die spanning drijft naar de belofte die verderop in het boek komt, dat God Zelf de wet in het binnenste zal schrijven (Jer. 31:33). Wat geëist wordt, moet ten slotte gegeven worden.

Typologie: Paulus trekt de lijn door: "Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is", en de besnijdenis is die van het hart, in de geest en niet in de letter (Rom. 2:28-29). En Stefanus verwijt de Raad hetzelfde als Jeremia: "onbesnedenen van hart en oren" (Hand. 7:51).

Jer. 4:4,14; Jer. 2:22; Jer. 31:33; Gen. 17:10-11; Deut. 30:6; Rom. 2:28-29; Hand. 7:51

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Woest en ledig — 4:19-31

Jeremia ziet de vijand uit het noorden komen en het houdt hem niet meer. Hij begint te klagen over zijn eigen ingewand, over het geluid van de bazuin, over tenten die in een ogenblik verstoord worden. En dan krijgt hij een gezicht dat hij in vier korte zinnen beschrijft.

De profeet ziet het land liggen en gebruikt daarvoor precies de twee woorden waarmee de Bijbel begint, vóórdat God ging spreken.

Eerst wordt gezegd waar het aan ligt, en de aanklacht is scherp geformuleerd: “Zekerlijk, Mijn volk is dwaas, Mij kennen zij niet; het zijn zotte kinderen, en zij zijn niet verstandig; wijs zijn zij om kwaad te doen, maar goed te doen weten zij niet.”

Dat woord wijs betekent in het Hebreeuws bekwaam. Er staat dus niet dat zij verkeerde denkbeelden hadden, maar dat zij ergens goed in waren geworden: zij hadden er handigheid in gekregen. Het kwaad ging hun makkelijk af, en het goede lukte niet meer.

En dan volgt het gezicht, in vier zinnen die alle met dezelfde woorden beginnen: ik zag. “Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet. Ik zag de bergen aan, en ziet, zij beefden. Ik zag, en ziet, er was geen mens; en alle vogelen des hemels waren weggevlogen. Ik zag, en ziet, het vruchtbare land was een woestijn.”

Wie de eerste bladzijde van de Bijbel kent, hoort wat hier gebeurt. Woest en ledig — dat zijn de twee woorden waarmee Genesis 1 de aarde beschrijft vóórdat God sprak. Daarna kwam er licht, kwamen er vogels, kwam er land en kwam er een mens. Jeremia ziet het in omgekeerde volgorde weer verdwijnen: eerst het licht, dan de vaste bergen, dan de mens, dan de vogels, en ten slotte het vruchtbare land.

Daarmee zegt hij iets over de zonde dat nergens anders zo staat. Zij is niet alleen ongehoorzaamheid; zij is afbraak. Zij maakt ongedaan wat God gemaakt heeft, en zij doet dat in de omgekeerde volgorde van de scheppingsdagen. Paulus schrijft in dezelfde geest dat het schepsel de ijdelheid onderworpen is en dat het te zamen zucht.

En juist daarom is het beslissende woord van het Evangelie het woord schepping. Er staat niet dat wie in Christus is een beter mens is geworden, maar dat hij een nieuw schepsel is: het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden. En Paulus zegt er in een andere brief bij hoe dat gaat, met een verwijzing naar precies dezelfde bladzijde als Jeremia: “Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft.”

En er staat in dit hoofdstuk zelf al een aanwijzing dat het niet bij afbraak blijft. Midden in het gezicht klinkt de mededeling dat het land wel woest zal worden, maar dat God geen voleinding zal maken.

  1. Jeremia 4:22 — Zij waren bekwaam geworden in het kwaad; het goede lukte niet meer.
  2. Genesis 1:2 — Woest en ledig — zo lag de aarde voordat God sprak.
  3. Jeremia 4:23 — En zo ziet de profeet het land liggen, met het licht eruit.
  4. Jeremia 4:25-26 — De mens weg, de vogels weg, het vruchtbare land woestijn.
  5. 2 Korinthe 4:6 — God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen.
  6. 2 Korinthe 5:17 — Zo iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel.

In het Nieuwe Testament: 2 Korinthe 5:17; 2 Korinthe 4:6; Romeinen 8:20-22; Genesis 1:2-3; Openbaring 21:5

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jeremia 4 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op de woorden die de profeet zelf kiest: woest en ledig, dezelfde twee woorden als in Genesis 1:2, en een opsomming die de scheppingsdagen in omgekeerde volgorde afloopt. Dat Paulus met zijn woord over het nieuwe schepsel bewust naar deze plaats verwijst, staat er niet; hij grijpt in 2 Korinthe 4:6 wel uitdrukkelijk terug op Genesis 1.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jeremia 4

Jeremia 4:1-2.KruisverwijzingenJesaja 65:16Joël 2:12Jeremia 3:22Jeremia 9:24Jeremia 3:1Genesis 22:18Deuteronomium 10:201 Korinthe 1:31
— Zo gij u bekeren zult, Israel! spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij; en zo gij uw verfoeiselen van Mijn aangezicht zult wegdoen, zo zwerft niet om. Maar zweer: Zo waarachtig als de HEERE leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen.
Zo stelt Hij hun het leven en de dood voor. Eerst begint Hij met deze woorden van bemoediging. Hij smeekt hen te komen, want God is bereid hen te ontvangen, dit alles niettegenstaande.

Jeremia 4:3-4.KruisverwijzingenDeuteronomium 10:16Romeinen 2:28Jeremia 9:26Hosea 10:12Deuteronomium 30:6Lukas 8:14Kolossenzen 2:11Mattheüs 13:7
— Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen. Besnijdt u den HEERE en doet weg de voorhuiden uwer harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat Mijner grimmigheid niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen.
Zij hadden de uitwendige godsdienst, maar de knecht van de HEERE laat hun weten dat zij een godsdienst van het hart moeten hebben. Het hart moet gezuiverd worden; het inwendige moet gereinigd worden. Daar hadden zij geen zin in. Zij wilden hun offers en hun uitwendige verrichtingen wel vermenigvuldigen, maar om reinheid van hart gaven zij niet.

Jeremia 4:5-7.KruisverwijzingenJeremia 8:14Jeremia 5:6Jeremia 2:15Jeremia 6:1Jozua 10:20Jeremia 1:13Jeremia 50:2Jesaja 6:11
— Verkondigt in Juda, en laat het horen te Jeruzalem, en zegt het; ja, blaast de bazuin in het land; roept met volle stem en zegt: Verzamelt ulieden, en laat ons ingaan in de vaste steden! Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk. De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoestingen; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone.
Dit was een verschrikkelijke profetie. De Chaldeën, die zoveel andere koninkrijken en machten aan stukken gebroken hadden, waren op weg. De vertoornde leeuw was uit zijn haag opgesprongen en stond gereed te verscheuren en algemene verwoesting aan te richten. Bekeerden zij zich niet tot God, dan zou hun hele land woest gelegd worden. Men zou denken dat zo’n zware slag hen tot besef van hun gevaar en hun zonde had moeten wekken, maar helaas, het was niet zo.

Jeremia 4:8-9.KruisverwijzingenJeremia 6:26Jesaja 22:12Jesaja 10:4Jesaja 5:25Jesaja 32:11Jesaja 29:9Jesaja 22:3Ezechiël 13:9
— Hierom, gordt zakken aan, bedrijft misbaar en huilt; want de hittigheid van des HEEREN toorn is niet van ons afgekeerd. En het zal te dier tijd geschieden, spreekt de HEERE, dat het hart des konings en het hart der vorsten vergaan zal; en de priesters zullen zich ontzetten, en de profeten zich verwonderen.
Een algemene vrees zou hen aangrijpen. Wilden zij de HEERE niet op de rechte wijze vrezen en zich tot Hem bekeren, dan zou de tijd komen dat een plotselinge schrik hen zou bevangen — zonder uitzondering, ook de grootsten en de wijsten onder hen.

Jeremia 4:10.KruisverwijzingenJeremia 5:122 Thessalonicenzen 2:9Jeremia 23:17Jesaja 63:17Jeremia 8:11Jeremia 1:6Romeinen 1:26Ezechiël 11:13
— Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! waarlijk, Gij hebt dit volk en Jeruzalem grotelijks bedrogen, zeggende: Gijlieden zult vrede hebben; daar het zwaard tot aan de ziel raakt.
God belooft hun vrede, maar het was op een voorwaarde die zij niet vervulden. Er was vrede zolang zij hun zonde opgaven; maar er is geen vrede met God voor de goddelozen, en zo misten zij haar.

Jeremia 4:11-12.KruisverwijzingenHosea 13:15Ezechiël 17:10Jeremia 1:16Mattheüs 3:12Klaagliederen 2:11Jeremia 30:23Jeremia 8:19Jesaja 64:6
— Te dier tijd zal tot dit volk en tot Jeruzalem gezegd worden: Een dorre wind van de hoge plaatsen in de woestijn, van den weg der dochter Mijns volks; niet om te wannen, noch om te zuiveren. Er zal Mij een wind komen, die hun te sterk zal zijn. Nu zal Ik ook oordelen tegen hen uitspreken.
Wat een ontzettende regel is dat: “nu zal Ik ook oordelen tegen hen uitspreken”. Zij hadden terechtgestaan. Zij zijn schuldig bevonden. Zij willen zich niet bekeren. “Nu zal Ik voortgaan hun vonnis uit te spreken en over hen oordelen.”

Jeremia 4:13-14.KruisverwijzingenJakobus 4:8Jesaja 5:28Jesaja 66:15Klaagliederen 4:19Jesaja 19:1Habakuk 1:8Deuteronomium 28:49Nahum 1:3
— Ziet, hij komt op als wolken, en zijn wagenen zijn als een wervelwind, zijn paarden zijn sneller dan arenden; wee ons, want wij zijn verwoest! Was uw hart van boosheid, o Jeruzalem! opdat gij behouden wordt; hoe lang zult gij de gedachten uwer ijdelheid in het binnenste van u laten vernachten?
Zij begonnen te roepen toen zij begonnen te smarten, en de profeet komt er weer tussen. Er is altijd dat zilveren klokje van de barmhartigheid dat de toon van de uitnodiging luidt. “O Jeruzalem, uw smarten, uw verwoesting kunnen nog afgewend worden, als u zich maar van uw duisternis afkeert en uw hart van boosheid wast, opdat u behouden wordt.”

Jeremia 4:15-18.KruisverwijzingenJeremia 2:19Jeremia 8:16Ezechiël 21:22Jeremia 5:15Jeremia 5:23Jeremia 2:17Jesaja 50:1Psalmen 107:17
— Want een stem verkondigt van Dan af, en doet ellende horen van het gebergte van Efraim. Vermeldt den volke, ziet, doet het horen tegen Jeruzalem; daar komen hoeders uit verren lande; en zij verheffen hun stem tegen de steden van Juda. Als de wachters der velden zijn zij rondom tegen haar; omdat zij tegen Mij wederspannig geweest is, spreekt de HEERE. Uw weg en uw handelingen hebben u deze dingen gedaan; dit is uw boosheid, dat het zo bitter is, dat het tot aan uw hart raakt.
Wanneer er grote oordelen rondgaan, is dat altijd om grote zonde. Zo was het bij Israël: “uw handel en uw daden hebben u dit gedaan”. Wanneer de goddeloze mens de vrucht van zijn leven begint te oogsten en in zijn eigen lichaam en zijn eigen huis begint te zien waartoe de zonde brengt, laat hij dan deze woorden horen: “Dit is uw boosheid; uw handel en uw daden hebben u dit gedaan.”

Nu volgt de klacht van Jeremia, een van de meest wonderlijke stukken droevig schrift die ooit in uw bijzijn gelezen zullen worden.

Jeremia 4:19-21.KruisverwijzingenJesaja 16:11Jesaja 22:4Jeremia 9:10Habakuk 3:16Jeremia 9:1Psalmen 42:7Jesaja 15:5Jesaja 21:3
— O mijn ingewand, mijn ingewand! ik heb barenswee, o wanden mijns harten! mijn hart maakt getier in mij, ik kan niet zwijgen; want gij, mijn ziel! hoort het geluid der bazuin en het krijgsgeschrei. Breuk op breuk wordt er uitgeroepen; want het ganse land is verstoord; haastelijk zijn mijn tenten verstoord, mijn gordijnen in een ogenblik! Hoe lang zal ik de banier zien, het geluid der bazuin horen?
Het verschrikkelijke geschal van de oorlog, de bloedrode vlag van de moord die door het land waaide, de Chaldeën die links en rechts doodsloegen, jong en oud. Wij moeten ons in Jeremia’s plaats stellen om de gruwel hiervan te kunnen beseffen.

Jeremia 4:22-23.KruisverwijzingenRomeinen 16:191 Korinthe 14:20Jeremia 5:21Markus 13:24Romeinen 3:11Mattheüs 24:29Deuteronomium 32:28Hosea 4:6
— Zekerlijk, Mijn volk is dwaas, Mij kennen zij niet; het zijn zotte kinderen, en zij zijn niet verstandig; wijs zijn zij om kwaad te doen, maar goed te doen weten zij niet. Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet.
Het was alsof zij tot de chaos teruggekeerd waren, tot de oorspronkelijke duisternis, tot de eerste ongeordendheid voordat God begon te scheppen.

Jeremia 4:24-29.KruisverwijzingenJeremia 5:10Jeremia 30:11Jeremia 46:28Jeremia 5:18Numeri 23:19Jesaja 50:3Jesaja 5:25Ezechiël 38:20
— Ik zag de bergen aan, en ziet, zij beefden; en al de heuvelen schudden. Ik zag, en ziet, er was geen mens; en alle vogelen des hemels waren weggevlogen. Ik zag, en ziet, het vruchtbare land was een woestijn, en al zijn steden waren afgebroken, vanwege den HEERE, vanwege de hittigheid Zijns toorns. Want zo zegt de HEERE: Dit ganse land zal een woestijn zijn (doch Ik zal geen voleinding maken); Hierom zal de aarde treuren, en de hemel daarboven zwart zijn; omdat Ik het heb gesproken, Ik heb het voorgenomen en het zal Mij niet rouwen, en Ik zal Mij daarvan niet afkeren. Van het geroep der ruiteren en boogschutters vluchten al de steden; zij gaan in de wolken, en klimmen op de rotsen; al de steden zijn verlaten, zodat niemand in dezelve woont.
En dit alles is werkelijk gebeurd; het is alles uitgekomen. Palestina, de heerlijke hof van God, werd zo dor gemaakt als een wildernis. Het is nu niet veel beter; het heeft zich nauwelijks hersteld. God zal hen op zekere dag weer tot het land verzamelen. Maar wat een gezicht was het toen Hij ten slotte een einde aan Zijn lankmoedigheid gemaakt had en de flessen van Zijn toorn uitgoot over het land dat Hij vroeger begunstigd had!

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content