Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Zo gij u bekeren zult, Israel! spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij; en zo gij uw verfoeiselen van Mijn aangezicht zult wegdoen, zo zwerft niet om.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1ZoH518 gij u bekerenH7725 zult, IsraelH3478! spreektH5002 de HEEREH3068, bekeerH7725 u totH413 Mij; en zo gij uw verfoeiselenH8251 van Mijn aangezichtH6440 zult wegdoenH5493, zo zwerftH5110nietH3808 om.Zo gij u bekeren zult, Israel! spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij; en zo gij uw verfoeiselen van Mijn aangezicht zult wegdoen, zo zwerft niet om.
KJVIf thou wilt return,2O Israel,3saith4the LORD,5return7unto me: and if thou wilt put away9thine abominations10out of my sight,11then shalt thou not remove.
1אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2תָּשׁ֨וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3יִשְׂרָאֵ֧לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith5יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֵלַ֖יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7תָּשׁ֑וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet9תָּסִ֧ירH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without10שִׁקּוּצֶ֛יךָH8251verfoeiselen, verfoeisel, gruwelabominable filth (idol, -ation), detestable (thing)11מִפָּנַ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תָנֽוּדH5110medelijden, beklaagt, dolendebemoan, flee, get, mourn, make to move, take pity, remove, shake, skip for joy, be sorry, vagabond, way, wandering
2Maar zweer: Zo waarachtig als de HEERE leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Maar zweerH7650: Zo waarachtig als de HEEREH3068leeftH2416! in waarheidH571, in rechtH4941 en in gerechtigheidH6666; zo zullen zich de heidenenH1471 in Hem zegenenH1288, en zich in Hem beroemenH1984.Maar zweer: Zo waarachtig als de HEERE leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen.
KJVAnd thou shalt swear,1The LORD3liveth,2in truth,4in judgment,5and in righteousness;6and the nations9shall bless7themselves in him, and in him shall they glory.
1וְנִשְׁבַּ֨עְתָּ֙H7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear2חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בֶּאֱמֶ֖תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity5בְּמִשְׁפָּ֣טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong6וּבִצְדָקָ֑הH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)7וְהִתְבָּ֥רְכוּH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank8ב֛וֹ9גּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people10וּב֥וֹ11יִתְהַלָּֽלוּH1984prijzen, Looft, Hallelujah(make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine
3Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3WantH3588zoH3541zegtH559 de HEEREH3068 tot de mannenH376 van JudaH3063, en tot JeruzalemH3389: BraaktH5214 ulieden een braaklandH5215, en zaaitH2232nietH408 onder de doornenH6975.Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen.
KJVFor thus saith3the LORD4to the men5of Judah6and Jerusalem,7Break up8your fallow ground,10and sow12not among thorns.
1כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהֹוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5לְאִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6יְהוּדָה֙H3063JudaJudah7וְלִיר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem8נִ֥ירוּH5214Braakt, braaktbreak up9לָכֶ֖ם10נִ֑ירH5215braakland, ploegen, ploegingfallow ground, plowing, tillage11וְאַֽלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than12תִּזְרְע֖וּH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14קוֹצִֽיםH6975doornen, distel, doornthorn
4Besnijdt u den HEERE en doet weg de voorhuiden uwer harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat Mijner grimmigheid niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4BesnijdtH4135 u den HEEREH3068 en doet wegH5493 de voorhuidenH6190 uwer hartenH3824, gij mannenH376 van JudaH3063 en inwonersH3427 van JeruzalemH3389! opdat Mijner grimmigheidH2534 niet uitvareH3318 als een vuurH784, en brandeH1197, dat niemandH369blussenH3518 kunne, vanwegeH6440 de boosheidH7455 uwer handelingenH4611.Besnijdt u den HEERE en doet weg de voorhuiden uwer harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat Mijner grimmigheid niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen.
KJVCircumcise1yourselves to the LORD,2and take away3the foreskins4of your heart,5ye men6of Judah7and inhabitants8of Jerusalem:9lest my fury13come forth11like fire,12and burn14that none can quench16it, because17of the evil18of your doings.
1הִמֹּ֣לוּH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs2לַיהֹוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3וְהָסִ֨רוּ֙H5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without4עָרְל֣וֹתH6190voorhuid, voorhuiden, voorhuidsforeskin, [phrase] uncircumcised5לְבַבְכֶ֔םH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding6אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah8וְיֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem10פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not11תֵּצֵ֨אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter12כָאֵ֜שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot13חֲמָתִ֗יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)14וּבָעֲרָה֙H1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste15וְאֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)16מְכַבֶּ֔הH3518uitgeblust, uitblussen, blussengo (put) out, quench17מִפְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you18רֹ֥עַH7455boosheid, droefheid, lelijkheid[idiom] be so bad, badness, ([idiom] be so) evil, naughtiness, sadness, sorrow, wickedness19מַעַלְלֵיכֶֽםH4611handelingen, daden, werkendoing, endeavour, invention, work
5Verkondigt in Juda, en laat het horen te Jeruzalem, en zegt het; ja, blaast de bazuin in het land; roept met volle stem en zegt: Verzamelt ulieden, en laat ons ingaan in de vaste steden!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5VerkondigtH5046 in JudaH3063, en laat het horenH8085 te JeruzalemH3389, en zegtH559 het; ja, blaastH8628 de bazuinH7782 in het landH776; roeptH7121 met volleH4390 stem en zegtH559: VerzameltH622 ulieden, en laat ons ingaanH935 in de vasteH4013stedenH5892!Verkondigt in Juda, en laat het horen te Jeruzalem, en zegt het; ja, blaast de bazuin in het land; roept met volle stem en zegt: Verzamelt ulieden, en laat ons ingaan in de vaste steden!
KJVDeclare1ye in Judah,2and publish4in Jerusalem;3and say,5Blow6ye the trumpet7in the land:8cry,9gather together,10and say,11Assemble12yourselves, and let us go13into the defenced16cities.
1הַגִּ֣ידוּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2בִֽיהוּדָ֗הH3063JudaJudah3וּבִירוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem4הַשְׁמִ֔יעוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness5וְאִמְר֕וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6תִּקְע֥וּH8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust7שׁוֹפָ֖רH7782bazuin, bazuinen, ramsbazuinencornet, trumpet8בָּאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9קִרְא֤וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say10מַלְאוּ֙H4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly11וְאִמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12הֵאָסְפ֥וּH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw13וְנָב֖וֹאָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15עָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town16הַמִּבְצָֽרH4013vaste, vastigheden, vesting(de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold)
6Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6WerptH5375 de banierH5251 op naar SionH6726, vluchtH5756 met hopen, blijft nietH408staanH5975! wantH3588IkH595brengH935 een kwaadH7451 aan van het noordenH6828, en een groteH1419breukH7667.Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk.
KJVSet up1the standard2toward Zion:3retire,4stay6not: for I will bring10evil8from the north,11and a great13destruction.
1שְׂאוּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2נֵ֣סH5251banier, stang, zeilbanner, pole, sail, (en-) sign, standard3צִיּ֔וֹנָהH6726Sion, SionsZion4הָעִ֖יזוּH5756Vlucht, vergader, vlucht hopengather (self, self to flee), retire5אַֽלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than6תַּעֲמֹ֑דוּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry7כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8רָעָ֗הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)9אָנֹכִ֛יH595ik, mijI, me, [idiom] which10מֵבִ֥יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11מִצָּפ֖וֹןH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)12וְשֶׁ֥בֶרH7667breuk, verbreking, Breukaffliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation13גָּדֽוֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
7De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoestingen; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7De leeuwH738 is opgekomenH5927 uit zijn haagH5441, en de verderverH7843 der heidenenH1471 is opgetrokkenH5265, hij is uitgegaanH3318 uit zijn plaatsH4725, om uw landH776 te stellenH7760 in verwoestingenH8047; uw stedenH5892 zullen verstoordH5327 worden, dat er niemandH369 in woneH3427.De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoestingen; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone.
KJVThe lion2is come up1from his thicket,3and the destroyer4of the Gentiles5is on his way;6he is gone forth7from his place8to make9thy land10desolate;11and thy cities12shall be laid waste,13without an inhabitant.
1עָלָ֤הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2אַרְיֵה֙H738leeuw, leeuwen, leeuws(young) lion, [phrase] pierce (from the margin)3מִֽסֻּבְּכ֔וֹH5441haagthicket4וּמַשְׁחִ֣יתH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)5גּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people6נָסַ֖עH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way7יָצָ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8מִמְּקֹמ֑וֹH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)9לָשׂ֤וּםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work10אַרְצֵךְ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11לְשַׁמָּ֔הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing12עָרַ֥יִךְH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town13תִּצֶּ֖ינָהH5327twistten, gekijf, woestebe laid waste, runinous, strive (together)14מֵאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)15יוֹשֵֽׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
8Hierom, gordt zakken aan, bedrijft misbaar en huilt; want de hittigheid van des HEEREN toorn is niet van ons afgekeerd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Hierom, gordtH2296zakkenH8242aanH5921, bedrijft misbaarH5594 en huiltH3213; wantH3588 de hittigheidH2740 van des HEERENH3068toornH639 is nietH3808 van ons afgekeerdH7725.Hierom, gordt zakken aan, bedrijft misbaar en huilt; want de hittigheid van des HEEREN toorn is niet van ons afgekeerd.
KJVFor this gird3you with sackcloth,4lament5and howl:6for the fierce10anger11of the LORD12is not turned back
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2זֹ֛אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus3חִגְר֥וּH2296aangegord, gordde, omgordbe able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side4שַׂקִּ֖יםH8242zak, zakken, zakssack(-cloth, -clothes)5סִפְד֣וּH5594beklagen, rouwklagen, misbaarlament, mourn(-er), wail6וְהֵילִ֑ילוּH3213huilen, Huilt, huilt(make to) howl, be howling7כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9שָׁ֛בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10חֲר֥וֹןH2740hittigheid, hitte, brandende toornsore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful)11אַףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath12יְהֹוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13מִמֶּֽנּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
9En het zal te dier tijd geschieden, spreekt de HEERE, dat het hart des konings en het hart der vorsten vergaan zal; en de priesters zullen zich ontzetten, en de profeten zich verwonderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En het zal te dier tijdH3117geschiedenH1961, spreektH5002 de HEEREH3068, dat het hartH3820 des koningsH4428 en het hartH3820 der vorstenH8269vergaanH6 zal; en de priestersH3548 zullen zich ontzettenH8074, en de profetenH5030 zich verwonderenH8539.En het zal te dier tijd geschieden, spreekt de HEERE, dat het hart des konings en het hart der vorsten vergaan zal; en de priesters zullen zich ontzetten, en de profeten zich verwonderen.
KJVAnd it shall come to pass at that day,2saith4the LORD,5that the heart7of the king8shall perish,6and the heart9of the princes;10and the priests12shall be astonished,11and the prophets13shall wonder.
1וְהָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַיּוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הַהוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6יֹאבַ֥דH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee7לֵבH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom8הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9וְלֵ֣בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom10הַשָּׂרִ֑יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward11וְנָשַׁ֨מּוּ֙H8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder12הַכֹּ֣הֲנִ֔יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer13וְהַנְּבִיאִ֖יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet14יִתְמָֽהוּH8539verwondert, ontzetten, verbaasdbe amazed, be astonished, marvel(-lously), wonder
10Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! waarlijk, Gij hebt dit volk en Jeruzalem grotelijks bedrogen, zeggende: Gijlieden zult vrede hebben; daar het zwaard tot aan de ziel raakt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen zeideH559 ik: AchH162, HeereH136HEEREH3069! waarlijkH403, Gij hebt ditH2088volkH5971 en JeruzalemH3389 grotelijks bedrogenH5377, zeggendeH559: Gijlieden zult vredeH7965 hebben; daar het zwaardH2719 tot aanH5704 de zielH5315raaktH5060.Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! waarlijk, Gij hebt dit volk en Jeruzalem grotelijks bedrogen, zeggende: Gijlieden zult vrede hebben; daar het zwaard tot aan de ziel raakt.
KJVThen said1I, Ah,2Lord3GOD!4surely5thou hast greatly6deceived7this people8and Jerusalem,10saying,11Ye shall have peace;12whereas the sword16reacheth15unto the soul.
1וָאֹמַ֞רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲהָ֣הּH162Achah, alas3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהוִ֗הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5אָכֵן֩H403waarlijk, Voorwaar, Waarlijkbut, certainly, nevertheless, surely, truly, verily6הַשֵּׁ֨אH5377bedrogen, bedriege, bedriegenbeguile, deceive, [idiom] greatly, [idiom] utterly7הִשֵּׁ֜אתָH5377bedrogen, bedriege, bedriegenbeguile, deceive, [idiom] greatly, [idiom] utterly8לָעָ֤םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10וְלִירוּשָׁלִַ֣םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem11לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12שָׁל֖וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly13יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14לָכֶ֑ם15וְנָגְעָ֥הH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch16חֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool17עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18הַנָּֽפֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
11Te dier tijd zal tot dit volk en tot Jeruzalem gezegd worden: Een dorre wind van de hoge plaatsen in de woestijn, van den weg der dochter Mijns volks; niet om te wannen, noch om te zuiveren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Te dier tijdH6256 zal tot ditH2088volkH5971 en tot JeruzalemH3389gezegdH559 worden: Een dorreH6703windH7307 van de hoge plaatsenH8205 in de woestijnH4057, van den wegH1870 der dochterH1323 Mijns volksH5971; nietH3808 om te wannenH2219, nochH3808 om te zuiverenH1305.Te dier tijd zal tot dit volk en tot Jeruzalem gezegd worden: Een dorre wind van de hoge plaatsen in de woestijn, van den weg der dochter Mijns volks; niet om te wannen, noch om te zuiveren.
KJVAt that time1shall it be said3to this people4and to Jerusalem,6A dry8wind7of the high places9in the wilderness10toward11the daughter12of my people,13not to fan,15nor to cleanse,
1בָּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when2הַהִ֗יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3יֵאָמֵ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4לָֽעָםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6וְלִיר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem7ר֣וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)8צַ֤חH6703bescheidenlijk, blank, dorreclear, dry, plainly, white9שְׁפָיִים֙H8205hoge plaatsen, hoogtehigh place, stick out10בַּמִּדְבָּ֔רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness11דֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)12בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village13עַמִּ֑יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14ל֥וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15לִזְר֖וֹתH2219verstrooien, wannen, verspreidencast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow16וְל֥וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17לְהָבַֽרH1305reine, uitgelezen, zuiverenmake bright, choice, chosen, cleanse (be clean), clearly, polished, (shew self) pure(-ify), purge (out)
12Er zal Mij een wind komen, die hun te sterk zal zijn. Nu zal Ik ook oordelen tegen hen uitspreken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Er zal Mij een windH7307komenH935, dieH428 hun te sterkH4392 zal zijn. NuH6258 zal IkH589ookH1571oordelenH4941 tegen hen uitsprekenH1696.Er zal Mij een wind komen, die hun te sterk zal zijn. Nu zal Ik ook oordelen tegen hen uitspreken.
KJVEven a full2wind1from those places shall come4unto me: now also will I give9sentence
1ר֧וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)2מָלֵ֛אH4392vol, volle, Vol[idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth3מֵאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)4יָ֣בוֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5לִ֑י6עַתָּ֕הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas7גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea8אֲנִ֛יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who9אֲדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10מִשְׁפָּטִ֖יםH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong11אוֹתָֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
13Ziet, hij komt op als wolken, en zijn wagenen zijn als een wervelwind, zijn paarden zijn sneller dan arenden; wee ons, want wij zijn verwoest!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13ZietH2009, hij komtH5927 op als wolkenH6051, en zijn wagenenH4818 zijn als een wervelwindH5492, zijn paardenH5483 zijn snellerH7043 dan arendenH5404; weeH188 ons, wantH3588 wij zijn verwoestH7703!Ziet, hij komt op als wolken, en zijn wagenen zijn als een wervelwind, zijn paarden zijn sneller dan arenden; wee ons, want wij zijn verwoest!
KJVBehold, he shall come up3as clouds,2and his chariots5shall be as a whirlwind:4his horses8are swifter6than eagles.7Woe9unto us! for we are spoiled.
1הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see2כַּעֲנָנִ֣יםH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)3יַעֲלֶ֗הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work4וְכַסּוּפָה֙H5492wervelwind, draaiwind, wervelwindenRed Sea, storm, tempest, whirlwind, Red sea5מַרְכְּבוֹתָ֔יוH4818wagen, wagenen, wagenschariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת)6קַלּ֥וּH7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet7מִנְּשָׁרִ֖יםH5404arend, arenden, arendseagle8סוּסָ֑יוH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)9א֥וֹיH188Wee, wee, Ochalas, woe10לָ֖נוּ11כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12שֻׁדָּֽדְנוּH7703verwoest, verstoord, verstoorderdead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste
14Was uw hart van boosheid, o Jeruzalem! opdat gij behouden wordt; hoe lang zult gij de gedachten uwer ijdelheid in het binnenste van u laten vernachten?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Was uw hartH3820 van boosheidH7451, o JeruzalemH3389! opdatH4616 gij behoudenH3467 wordt; hoe langH4970 zult gij de gedachtenH4284 uwer ijdelheidH205 in het binnensteH7130 van u laten vernachtenH3885?Was uw hart van boosheid, o Jeruzalem! opdat gij behouden wordt; hoe lang zult gij de gedachten uwer ijdelheid in het binnenste van u laten vernachten?
KJVO Jerusalem,4wash1thine heart3from wickedness,2that thou mayest be saved.6How long shall thy vain12thoughts11lodge9within
1כַּבְּסִ֨יH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)2מֵרָעָ֤הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)3לִבֵּךְ֙H3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom4יְר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem5לְמַ֖עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to6תִּוָּשֵׁ֑עִיH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory7עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8מָתַ֛יH4970langlong, when9תָּלִ֥יןH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)10בְּקִרְבֵּ֖ךְH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self11מַחְשְׁב֥וֹתH4284gedachten, gedachte, vernuftigen arbeidcunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought12אוֹנֵֽךְH205ongerechtigheid, ijdelheid, ongerechtigeaffliction, evil, false, idol, iniquity, mischief, mourners(-ing), naught, sorrow, unjust, unrighteous, vain, vanity, wicked(-ness). Compare H369 (אַיִן)
15Want een stem verkondigt van Dan af, en doet ellende horen van het gebergte van Efraim.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15WantH3588 een stemH6963verkondigtH5046 van Dan af, en doet ellendeH205horenH8085 van het gebergteH2022 van EfraimH669.Want een stem verkondigt van Dan af, en doet ellende horen van het gebergte van Efraim.
KJVFor a voice2declareth3from Dan,4and publisheth5affliction6from mount7Ephraim.
16Vermeldt den volke, ziet, doet het horen tegen Jeruzalem; daar komen hoeders uit verren lande; en zij verheffen hun stem tegen de steden van Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16VermeldtH2142 den volkeH1471, zietH2009, doet het horenH8085tegenH5921JeruzalemH3389; daar komenH935hoedersH5341 uit verrenH4801landeH776; en zij verheffenH5414 hun stemH6963tegenH5921 de stedenH5892 van JudaH3063.Vermeldt den volke, ziet, doet het horen tegen Jeruzalem; daar komen hoeders uit verren lande; en zij verheffen hun stem tegen de steden van Juda.
KJVMake ye mention1to the nations;2behold, publish4against Jerusalem,6that watchers7come8from a far10country,9and give out11their voice15against the cities13of Judah.
1הַזְכִּ֣ירוּH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2לַגּוֹיִ֗םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people3הִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see4הַשְׁמִ֣יעוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6יְרוּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem7נֹצְרִ֥יםH5341bewaren, bewaart, behoedenbesieged, hidden thing, keep(-er, -ing), monument, observe, preserve(-r), subtil, watcher(-man)8בָּאִ֖יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10הַמֶּרְחָ֑קH4801verre, verren, ver(a-, dwell in, very) far (country, off). See also H1023 (בֵּית הַמֶּרְחָק)11וַֽיִּתְּנ֛וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13עָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah15קוֹלָֽםH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell
17Als de wachters der velden zijn zij rondom tegen haar; omdat zij tegen Mij wederspannig geweest is, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Als de wachtersH8104 der veldenH7704zijnH1961 zij rondomH5439 tegen haar; omdatH3588 zij tegen Mij wederspannigH4784 geweest is, spreektH5002 de HEEREH3068.Als de wachters der velden zijn zij rondom tegen haar; omdat zij tegen Mij wederspannig geweest is, spreekt de HEERE.
KJVAs keepers1of a field,2are they against her round about;5because she hath been rebellious8against me, saith9the LORD.
1כְּשֹׁמְרֵ֣יH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2שָׂדַ֔יH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild3הָי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4עָלֶ֖יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5מִסָּבִ֑יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side6כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7אֹתִ֥יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מָרָ֖תָהH4784wederspannig, verbitterden, wederspannigenbitter, change, be disobedient, disobey, grievously, provocation, provoke(-ing), (be) rebel (against, -lious)9נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith10יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
18Uw weg en uw handelingen hebben u deze dingen gedaan; dit is uw boosheid, dat het zo bitter is, dat het tot aan uw hart raakt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Uw wegH1870 en uw handelingenH4611 hebben u deze dingen gedaanH6213; dit is uw boosheidH7451, dat het zo bitterH4751 is, dat het tot aan uw hartH3820raaktH5060.Uw weg en uw handelingen hebben u deze dingen gedaan; dit is uw boosheid, dat het zo bitter is, dat het tot aan uw hart raakt.
KJVThy way1and thy doings2have procured3these things unto thee; this is thy wickedness,7because it is bitter,9because it reacheth11unto thine heart.
1דַּרְכֵּךְ֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)2וּמַ֣עֲלָלַ֔יִךְH4611handelingen, daden, werkendoing, endeavour, invention, work3עָשׂ֥וֹH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4אֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)5לָ֑ךְ6זֹ֤אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus7רָעָתֵךְ֙H7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9מָ֔רH4751bitter, bitterheid, bitterlijk[phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy10כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11נָגַ֖עH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch12עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13לִבֵּֽךְH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
19O mijn ingewand, mijn ingewand! ik heb barenswee, o wanden mijns harten! mijn hart maakt getier in mij, ik kan niet zwijgen; want gij, mijn ziel! hoort het geluid der bazuin en het krijgsgeschrei.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19O mijn ingewandH4578, mijn ingewandH4578! ik heb barensweeH2342, o wandenH7023 mijns hartenH3820! mijn hartH3820maakt getierH1993 in mij, ik kan nietH3808zwijgenH2790; wantH3588 gij, mijn zielH5315! hoortH8085 het geluidH6963 der bazuinH7782 en het krijgsgeschreiH8643.O mijn ingewand, mijn ingewand! ik heb barenswee, o wanden mijns harten! mijn hart maakt getier in mij, ik kan niet zwijgen; want gij, mijn ziel! hoort het geluid der bazuin en het krijgsgeschrei.
KJVMy bowels,1my bowels!2I am pained3at my very4heart;5my heart8maketh a noise6in me; I cannot hold my peace,10because thou hast heard,14O my soul,15the sound12of the trumpet,13the alarm16of war.
1מֵעַ֣יH4578ingewand, ingewanden, lijfbelly, bowels, [idiom] heart, womb2מֵעַ֨יH4578ingewand, ingewanden, lijfbelly, bowels, [idiom] heart, womb3אוֹחִ֜ילָהH3176hopen, gehoopt, hope(cause to, have, make to) hope, be pained, stay, tarry, trust, wait4קִיר֥וֹתH7023wand, wanden, metselaars[phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall5לִבִּ֛יH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom6הֹֽמֶהH1993bruisen, getier, onrustigclamorous, concourse, cry aloud, be disquieted, loud, mourn, be moved, make a noise, rage, roar, sound, be troubled, make in tumult, tumultuous, be in an uproar7לִּ֥י8לִבִּ֖יH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10אַחֲרִ֑ישׁH2790zwijg, zwijgen, ploegen[idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker11כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12ק֤וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell13שׁוֹפָר֙H7782bazuin, bazuinen, ramsbazuinencornet, trumpet14שָׁמַ֣עַתְּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness15נַפְשִׁ֔יH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it16תְּרוּעַ֖תH8643gejuich, geklanks, gebroken klankalarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing)17מִלְחָמָֽהH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
20Breuk op breuk wordt er uitgeroepen; want het ganse land is verstoord; haastelijk zijn mijn tenten verstoord, mijn gordijnen in een ogenblik!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20BreukH7667opH5921breukH7667 wordt er uitgeroepenH7121; wantH3588 het ganseH3605landH776 is verstoordH7703; haastelijkH6597 zijn mijn tentenH168verstoordH7703, mijn gordijnenH3407 in een ogenblikH7281!Breuk op breuk wordt er uitgeroepen; want het ganse land is verstoord; haastelijk zijn mijn tenten verstoord, mijn gordijnen in een ogenblik!
KJVDestruction1upon destruction3is cried;4for the whole land8is spoiled:6suddenly9are my tents11spoiled,10and my curtains13in a moment.
1שֶׁ֤בֶרH7667breuk, verbreking, Breukaffliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3שֶׁ֨בֶר֙H7667breuk, verbreking, Breukaffliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation4נִקְרָ֔אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say5כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6שֻׁדְּדָ֖הH7703verwoest, verstoord, verstoorderdead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9פִּתְאֹם֙H6597haastelijk, snellijk, haastigstraightway, sudden(-ly)10שֻׁדְּד֣וּH7703verwoest, verstoord, verstoorderdead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste11אֹהָלַ֔יH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent12רֶ֖גַעH7281ogenblikinstant, moment, space, suddenly13יְרִיעֹתָֽיH3407gordijnen, gordijncurtain
21Hoe lang zal ik de banier zien, het geluid der bazuin horen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Hoe langH4970 zal ik de banierH5251zienH7200, het geluidH6963 der bazuinH7782horenH8085?Hoe lang zal ik de banier zien, het geluid der bazuin horen?
KJVHow long shall I see3the standard,4and hear5the sound6of the trumpet?
1עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet2מָתַ֖יH4970langlong, when3אֶרְאֶהH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4נֵּ֑סH5251banier, stang, zeilbanner, pole, sail, (en-) sign, standard5אֶשְׁמְעָ֖הH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6ק֥וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell7שׁוֹפָֽרH7782bazuin, bazuinen, ramsbazuinencornet, trumpet
22Zekerlijk, Mijn volk is dwaas, Mij kennen zij niet; het zijn zotte kinderen, en zij zijn niet verstandig; wijs zijn zij om kwaad te doen, maar goed te doen weten zij niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Zekerlijk, Mijn volkH5971 is dwaasH191, Mij kennenH3045 zij nietH3808; het zijn zotteH5530kinderenH1121, en zijH1992 zijn nietH3808verstandigH995; wijsH2450 zijn zijH1992 om kwaadH7489 te doen, maarH3588goedH3190 te doen wetenH3045 zij nietH3808.Zekerlijk, Mijn volk is dwaas, Mij kennen zij niet; het zijn zotte kinderen, en zij zijn niet verstandig; wijs zijn zij om kwaad te doen, maar goed te doen weten zij niet.
KJVFor my people3is foolish,2they have not known6me; they are sottish8children,7and they have none understanding:11they are wise13to do evil,15but to do good16they have no knowledge.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אֱוִ֣ילH191dwaas, dwazen, dwazefool(-ish) (man)3עַמִּ֗יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4אוֹתִי֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יָדָ֔עוּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7בָּנִ֤יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8סְכָלִים֙H5530dwaas, wees dwaas, zottefool(-ish), sottish9הֵ֔מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye10וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11נְבוֹנִ֖יםH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)12הֵ֑מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye13חֲכָמִ֥יםH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)14הֵ֨מָּה֙H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye15לְהָרַ֔עH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse16וּלְהֵיטִ֖יבH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)17לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18יָדָֽעוּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
23Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Ik zagH7200 het landH776 aan, en zietH2009, het was woestH8414 en ledigH922; ook naarH413 den hemelH8064, en zijn lichtH216 was er nietH369.Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet.
KJVI beheld1the earth,3and, lo, it was without form,5and void;6and the heavens,8and they had no light.
1רָאִ֨יתִי֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see5תֹ֖הוּH8414woeste, ijdelheid, ijdelhedenconfusion, empty place, without form, nothing, (thing of) nought, vain, vanity, waste, wilderness6וָבֹ֑הוּH922ledig, ledigheidemptiness, void7וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)9וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)10אוֹרָֽםH216licht, Licht, lichtenbright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun
24Ik zag de bergen aan, en ziet, zij beefden; en al de heuvelen schudden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Ik zagH7200 de bergenH2022 aan, en zietH2009, zij beefdenH7493; en alH3605 de heuvelenH1389schuddenH7043.Ik zag de bergen aan, en ziet, zij beefden; en al de heuvelen schudden.
KJVI beheld1the mountains,2and, lo, they trembled,4and all the hills6moved lightly.
1רָאִ֨יתִי֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2הֶֽהָרִ֔יםH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion3וְהִנֵּ֖הH2009ziet, ziebehold, lo, see4רֹעֲשִׁ֑יםH7493beven, beefde, beeftmake afraid, (re-) move, quake, (make to) shake, (make to) tremble5וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַגְּבָע֖וֹתH1389heuvelen, heuvel, heuvelshill, little hill7הִתְקַלְקָֽלוּH7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet
25Ik zag, en ziet, er was geen mens; en alle vogelen des hemels waren weggevlogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Ik zagH7200, en zietH2009, er was geenH369mensH120; en alleH3605vogelenH5775 des hemelsH8064 waren weggevlogenH5074.Ik zag, en ziet, er was geen mens; en alle vogelen des hemels waren weggevlogen.
KJVI beheld,1and, lo, there was no man,4and all the birds6of the heavens7were fled.
1רָאִ֕יתִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2וְהִנֵּ֖הH2009ziet, ziebehold, lo, see3אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)4הָאָדָ֑םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person5וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6ע֥וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl7הַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)8נָדָֽדוּH5074omdoolt, omzwervende, vloden wegchase (away), [idiom] could not, depart, flee ([idiom] apace, away), (re-) move, thrust away, wander (abroad, -er, -ing)
26Ik zag, en ziet, het vruchtbare land was een woestijn, en al zijn steden waren afgebroken, vanwege den HEERE, vanwege de hittigheid Zijns toorns.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Ik zagH7200, en zietH2009, het vruchtbare landH3759 was een woestijnH4057, en alH3605 zijn stedenH5892 waren afgebrokenH5422, vanwegeH6440 den HEEREH3068, vanwegeH6440 de hittigheidH2740 Zijns toornsH639.Ik zag, en ziet, het vruchtbare land was een woestijn, en al zijn steden waren afgebroken, vanwege den HEERE, vanwege de hittigheid Zijns toorns.
KJVI beheld,1and, lo, the fruitful place3was a wilderness,4and all the cities6thereof were broken down7at the presence8of the LORD,9and by his fierce11anger.
1רָאִ֕יתִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see3הַכַּרְמֶ֖לH3759vruchtbare veld, groene aren, vruchtbaar veldfull (green) ears (of corn), fruitful field (place), plentiful (field)4הַמִּדְבָּ֑רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness5וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6עָרָ֗יוH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7נִתְּצוּ֙H5422brak, afbreken, brakenbeat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down8מִפְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10מִפְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11חֲר֥וֹןH2740hittigheid, hitte, brandende toornsore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful)12אַפּֽוֹH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath
27Want zo zegt de HEERE: Dit ganse land zal een woestijn zijn (doch Ik zal geen voleinding maken);
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27WantH3588zoH3541zegtH559 de HEEREH3068: Dit ganseH3605landH776 zal een woestijnH8077zijnH1961 (doch Ik zal geenH3808voleindingH3617makenH6213);Want zo zegt de HEERE: Dit ganse land zal een woestijn zijn (doch Ik zal geen voleinding maken);
KJVFor thus hath the LORD4said,3The whole land8shall be desolate;5yet will I not make11a full end.
1כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹה֙H3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5שְׁמָמָ֥הH8077verwoesting, woest, woeste(laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste6תִהְיֶ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9וְכָלָ֖הH3617voleinding, uiterste, verdelgingaltogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance10לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11אֶעֱשֶֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
28Hierom zal de aarde treuren, en de hemel daarboven zwart zijn; omdat Ik het heb gesproken, Ik heb het voorgenomen en het zal Mij niet rouwen, en Ik zal Mij daarvan niet afkeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Hierom zal de aardeH776treurenH56, en de hemelH8064 daarboven zwartH6937 zijn; omdatH3588 Ik het heb gesprokenH1696, Ik heb het voorgenomenH2161 en het zal Mij nietH3808rouwenH5162, en Ik zal Mij daarvan nietH3808afkerenH7725.Hierom zal de aarde treuren, en de hemel daarboven zwart zijn; omdat Ik het heb gesproken, Ik heb het voorgenomen en het zal Mij niet rouwen, en Ik zal Mij daarvan niet afkeren.
KJVFor this shall the earth4mourn,3and the heavens6above7be black:5because I have spoken10it, I have purposed11it, and will not repent,13neither will I turn back
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2זֹאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus3תֶּאֱבַ֣לH56rouw, treuren, treurtlament, mourn4הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5וְקָדְר֥וּH6937zwart, rouwdragenden, verdonkerdbe black(-ish), be (make) dark(-en), [idiom] heavily, (cause to) mourn6הַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)7מִמָּ֑עַלH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very8עַ֤לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10דִבַּ֨רְתִּי֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11זַמֹּ֔תִיH2161gedacht, voorgenomen, bedachtconsider, devise, imagine, plot, purpose, think (evil)12וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13נִחַ֖מְתִּיH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)14וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15אָשׁ֥וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw16מִמֶּֽנָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
29Van het geroep der ruiteren en boogschutters vluchten al de steden; zij gaan in de wolken, en klimmen op de rotsen; al de steden zijn verlaten, zodat niemand in dezelve woont.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Van het geroepH6963 der ruiterenH6571 en boogschuttersH7198vluchtenH1272alH3605 de stedenH5892; zij gaan in de wolkenH5645, en klimmenH5927 op de rotsenH3710; alH3605 de stedenH5892 zijn verlatenH5800, zodat niemandH376 in dezelve woontH3427.Van het geroep der ruiteren en boogschutters vluchten al de steden; zij gaan in de wolken, en klimmen op de rotsen; al de steden zijn verlaten, zodat niemand in dezelve woont.
KJVThe whole city7shall flee5for the noise1of the horsemen2and bowmen;4they shall go8into thickets,9and climb up11upon the rocks:10every city13shall be forsaken,14and not a man18dwell16therein.
1מִקּ֨וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell2פָּרָ֜שׁH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman3וְרֹ֣מֵהH7411bedrogen, bedriegelijk, bedriegtbeguile, betray, (bow-) man, carry, deceive, throw4קֶ֗שֶׁתH7198boog, bogen, Boog[idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot)5בֹּרַ֨חַת֙H1272vluchtte, vlood, gevlodenchase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8בָּ֚אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9בֶּעָבִ֔יםH5645wolken, wolk, dichteclay, (thick) cloud, [idiom] thick, thicket. Compare H5672 (עֲבִי)10וּבַכֵּפִ֖יםH3710rotsen, steenrotsenrock11עָל֑וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הָעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14עֲזוּבָ֔הH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely15וְאֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)16יוֹשֵׁ֥בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry17בָּהֵ֖ןH2004zij, haar (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, such like, (with) them, thereby, therein, (more than) they, wherein, in which, whom, withal18אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
30Wat zult gij dan doen, gij verwoeste? Al kleeddet gij u met scharlaken, al versierdet gij u met gouden sieraad, al schuurdet gij uw ogen met blanketsel, zo zoudt gij u toch tevergeefs oppronken; de boelen versmaden u, zij zullen uw ziel zoeken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30WatH4100 zult gij dan doenH6213, gij verwoesteH7703? Al kleeddetH3847 gij u met scharlakenH8144, al versierdetH5710 gij u met goudenH2091sieraadH5716, al schuurdetH7167 gij uw ogenH5869 met blanketselH6320, zo zoudt gij u toch tevergeefsH7723oppronkenH3302; de boelenH5689versmadenH3988 u, zij zullen uw zielH5315zoekenH1245.Wat zult gij dan doen, gij verwoeste? Al kleeddet gij u met scharlaken, al versierdet gij u met gouden sieraad, al schuurdet gij uw ogen met blanketsel, zo zoudt gij u toch tevergeefs oppronken; de boelen versmaden u, zij zullen uw ziel zoeken.
KJVAnd when thou art spoiled,2what wilt thou do?4Though thou clothest6thyself with crimson,7though thou deckest9thee with ornaments10of gold,11though thou rentest13thy face15with painting,14in vain16shalt thou make thyself fair;17thy lovers20will despise18thee, they will seek22thy life.
31Want ik hoor een stem als van een vrouw, die in arbeid is, een benauwdheid als van een, die in des eersten kinds nood is, de stem van de dochter Sions; zij hijgt, zij breidt haar handen uit, zeggende: O, wee mij nu, want mijn ziel is moede vanwege de doodslagers!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Want ik hoorH8085 een stemH6963alsH3588 van een vrouw, die in arbeidH2470 is, een benauwdheidH6869 als van een, die in des eersten kinds noodH1069 is, de stemH6963 van de dochterH1323SionsH6726; zij hijgtH3306, zij breidtH6566 haar handenH3709 uit, zeggende: O, weeH188 mij nu, wantH3588 mijn zielH5315 is moedeH5888 vanwege de doodslagersH2026!Want ik hoor een stem als van een vrouw, die in arbeid is, een benauwdheid als van een, die in des eersten kinds nood is, de stem van de dochter Sions; zij hijgt, zij breidt haar handen uit, zeggende: O, wee mij nu, want mijn ziel is moede vanwege de doodslagers!
KJVFor I have heard4a voice2as of a woman in travail,3and the anguish5as of her that bringeth forth her first child,6the voice7of the daughter8of Zion,9that bewaileth10herself, that spreadeth11her hands,12saying, Woe13is me now! for my soul18is wearied17because of murderers.
1כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2ק֨וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell3כְּחוֹלָ֜הH2470krank, smeken, ziekbeseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded4שָׁמַ֗עְתִּיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness5צָרָה֙H6869benauwdheid, benauwdheden, noodadversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble6כְּמַבְכִּירָ֔הH1069eersten kinds nood, eerstgeboorte, eerstgeborenmake firstborn, be firstling, bring forth first child (new fruit)7ק֧וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell8בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village9צִיּ֛וֹןH6726Sion, SionsZion10תִּתְיַפֵּ֖חַH3306hijgtbewail self11תְּפָרֵ֣שׂH6566uitbreiden, uitspreiden, breiddebreak, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out)12כַּפֶּ֑יהָH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon13אֽוֹיH188Wee, wee, Ochalas, woe14נָ֣אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh15לִ֔י16כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17עָיְפָ֥הH5888moedebe wearied18נַפְשִׁ֖יH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it19לְהֹרְגִֽיםH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 4:1— Zo gij u bekeren zult, Israel! spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij; en zo gij uw verfoeiselen van Mijn aangezicht zult wegdoen, zo zwerft niet om.Joël 2:12→Jeremia 3:22→Jeremia 3:1→Efeze 4:22→Genesis 35:2→2 Kronieken 15:8→Jeremia 24:9→Jeremia 36:3→
Jeremia 4:2— Maar zweer: Zo waarachtig als de HEERE leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen.Jesaja 65:16→Jeremia 9:24→Genesis 22:18→Deuteronomium 10:20→1 Korinthe 1:31→Galaten 3:8→Jesaja 45:23→Jesaja 45:25→
Jeremia 4:3— Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen.Hosea 10:12→Lukas 8:14→Mattheüs 13:7→Galaten 6:7→Lukas 8:7→Mattheüs 13:22→Markus 4:7→Genesis 3:18→
Jeremia 4:4— Besnijdt u den HEERE en doet weg de voorhuiden uwer harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat Mijner grimmigheid niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen.Deuteronomium 10:16→Romeinen 2:28→Jeremia 9:26→Deuteronomium 30:6→Kolossenzen 2:11→Amos 5:6→Jeremia 21:12→Jesaja 30:27→
Jeremia 4:5— Verkondigt in Juda, en laat het horen te Jeruzalem, en zegt het; ja, blaast de bazuin in het land; roept met volle stem en zegt: Verzamelt ulieden, en laat ons ingaan in de vaste steden!Jeremia 8:14→Jeremia 6:1→Jozua 10:20→Hosea 8:1→Ezechiël 33:2→Amos 3:8→Jeremia 9:12→Jeremia 5:20→
Jeremia 4:6— Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk.Jeremia 1:13→Jeremia 50:2→Jeremia 6:1→Jeremia 6:22→Jeremia 51:27→Jeremia 4:21→Jeremia 51:12→Jesaja 62:10→
Jeremia 4:7— De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoestingen; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone.Jeremia 5:6→Jeremia 2:15→Jesaja 6:11→Jeremia 25:9→Jesaja 1:7→Ezechiël 26:7→Jeremia 49:19→Jeremia 50:17→
Jeremia 4:8— Hierom, gordt zakken aan, bedrijft misbaar en huilt; want de hittigheid van des HEEREN toorn is niet van ons afgekeerd.Jeremia 6:26→Jesaja 22:12→Jesaja 10:4→Jesaja 5:25→Jesaja 32:11→Amos 8:10→Numeri 25:4→Jesaja 9:12→
Jeremia 4:9— En het zal te dier tijd geschieden, spreekt de HEERE, dat het hart des konings en het hart der vorsten vergaan zal; en de priesters zullen zich ontzetten, en de profeten zich verwonderen.Jesaja 29:9→Jesaja 22:3→Ezechiël 13:9→Psalmen 102:4→Jesaja 19:16→Jesaja 21:3→Jeremia 37:19→Jeremia 5:31→
Jeremia 4:10— Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! waarlijk, Gij hebt dit volk en Jeruzalem grotelijks bedrogen, zeggende: Gijlieden zult vrede hebben; daar het zwaard tot aan de ziel raakt.Jeremia 5:12→2 Thessalonicenzen 2:9→Jeremia 23:17→Jesaja 63:17→Jeremia 8:11→Jeremia 1:6→Romeinen 1:26→Ezechiël 11:13→
Jeremia 4:11— Te dier tijd zal tot dit volk en tot Jeruzalem gezegd worden: Een dorre wind van de hoge plaatsen in de woestijn, van den weg der dochter Mijns volks; niet om te wannen, noch om te zuiveren.Hosea 13:15→Ezechiël 17:10→Mattheüs 3:12→Klaagliederen 2:11→Jeremia 30:23→Jeremia 8:19→Jesaja 64:6→Lukas 3:17→
Jeremia 4:12— Er zal Mij een wind komen, die hun te sterk zal zijn. Nu zal Ik ook oordelen tegen hen uitspreken.Jeremia 1:16→Ezechiël 5:8→Ezechiël 6:11→Ezechiël 7:8→
Jeremia 4:13— Ziet, hij komt op als wolken, en zijn wagenen zijn als een wervelwind, zijn paarden zijn sneller dan arenden; wee ons, want wij zijn verwoest!Jesaja 5:28→Jesaja 66:15→Klaagliederen 4:19→Jesaja 19:1→Habakuk 1:8→Deuteronomium 28:49→Nahum 1:3→Mattheüs 24:30→
Jeremia 4:14— Was uw hart van boosheid, o Jeruzalem! opdat gij behouden wordt; hoe lang zult gij de gedachten uwer ijdelheid in het binnenste van u laten vernachten?Jakobus 4:8→Jeremia 13:27→Jesaja 55:7→Spreuken 1:22→Handelingen 8:22→Psalmen 119:113→Mattheüs 23:26→Mattheüs 12:33→
Jeremia 4:15— Want een stem verkondigt van Dan af, en doet ellende horen van het gebergte van Efraim.Jeremia 8:16→Richteren 18:29→Richteren 20:1→Jozua 20:7→Jeremia 6:1→Jozua 17:15→
Jeremia 4:16— Vermeldt den volke, ziet, doet het horen tegen Jeruzalem; daar komen hoeders uit verren lande; en zij verheffen hun stem tegen de steden van Juda.Ezechiël 21:22→Jeremia 5:15→Jesaja 39:3→Jeremia 6:18→Jeremia 2:15→Jeremia 4:17→Jeremia 5:6→Jesaja 34:1→
Jeremia 4:17— Als de wachters der velden zijn zij rondom tegen haar; omdat zij tegen Mij wederspannig geweest is, spreekt de HEERE.Jeremia 5:23→2 Koningen 25:1→Daniël 9:7→Lukas 19:43→Klaagliederen 1:18→Klaagliederen 1:8→Nehemia 9:26→Jesaja 1:20→
Jeremia 4:18— Uw weg en uw handelingen hebben u deze dingen gedaan; dit is uw boosheid, dat het zo bitter is, dat het tot aan uw hart raakt.Jeremia 2:19→Jeremia 2:17→Jesaja 50:1→Psalmen 107:17→Job 20:5→Jeremia 26:19→Spreuken 5:22→Jeremia 5:19→
Jeremia 4:19— O mijn ingewand, mijn ingewand! ik heb barenswee, o wanden mijns harten! mijn hart maakt getier in mij, ik kan niet zwijgen; want gij, mijn ziel! hoort het geluid der bazuin en het krijgsgeschrei.Jesaja 16:11→Jesaja 22:4→Jeremia 9:10→Habakuk 3:16→Jeremia 9:1→Jesaja 15:5→Jesaja 21:3→Klaagliederen 3:48→
Jeremia 4:20— Breuk op breuk wordt er uitgeroepen; want het ganse land is verstoord; haastelijk zijn mijn tenten verstoord, mijn gordijnen in een ogenblik!Psalmen 42:7→Jesaja 33:20→Jesaja 54:2→Jeremia 10:19→Ezechiël 7:25→Habakuk 3:7→Leviticus 26:28→2 Thessalonicenzen 1:9→
Jeremia 4:21— Hoe lang zal ik de banier zien, het geluid der bazuin horen?2 Kronieken 36:6→2 Kronieken 36:17→2 Kronieken 35:25→2 Kronieken 36:3→Jeremia 4:5→Jeremia 6:1→2 Kronieken 36:10→Jeremia 4:19→
Jeremia 4:22— Zekerlijk, Mijn volk is dwaas, Mij kennen zij niet; het zijn zotte kinderen, en zij zijn niet verstandig; wijs zijn zij om kwaad te doen, maar goed te doen weten zij niet.Romeinen 16:19→1 Korinthe 14:20→Jeremia 5:21→Romeinen 3:11→Deuteronomium 32:28→Hosea 4:6→Johannes 16:3→Hosea 5:4→
Jeremia 4:23— Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet.Markus 13:24→Mattheüs 24:29→Genesis 1:2→Lukas 21:25→Jesaja 13:10→Handelingen 2:19→Jesaja 5:30→Joël 3:15→
Jeremia 4:24— Ik zag de bergen aan, en ziet, zij beefden; en al de heuvelen schudden.Jesaja 5:25→Ezechiël 38:20→Jeremia 10:10→Jeremia 8:16→Psalmen 77:18→Micha 1:4→Psalmen 114:4→Habakuk 3:6→
Jeremia 4:25— Ik zag, en ziet, er was geen mens; en alle vogelen des hemels waren weggevlogen.Hosea 4:3→Sefanja 1:2→Jeremia 12:4→Jeremia 9:10→
Jeremia 4:26— Ik zag, en ziet, het vruchtbare land was een woestijn, en al zijn steden waren afgebroken, vanwege den HEERE, vanwege de hittigheid Zijns toorns.Psalmen 107:34→Jeremia 12:4→Jesaja 5:9→Jesaja 7:20→Jeremia 14:2→Psalmen 76:7→Deuteronomium 29:23→Micha 3:12→
Jeremia 4:27— Want zo zegt de HEERE: Dit ganse land zal een woestijn zijn (doch Ik zal geen voleinding maken);Jeremia 5:10→Jeremia 30:11→Jeremia 46:28→Jeremia 5:18→Ezechiël 11:13→Romeinen 9:27→Leviticus 26:44→Romeinen 11:1→
Jeremia 4:28— Hierom zal de aarde treuren, en de hemel daarboven zwart zijn; omdat Ik het heb gesproken, Ik heb het voorgenomen en het zal Mij niet rouwen, en Ik zal Mij daarvan niet afkeren.Hosea 4:3→Jeremia 12:4→Numeri 23:19→Jesaja 50:3→Jesaja 5:30→Joël 2:30→Mattheüs 27:45→Efeze 1:11→
Jeremia 4:29— Van het geroep der ruiteren en boogschutters vluchten al de steden; zij gaan in de wolken, en klimmen op de rotsen; al de steden zijn verlaten, zodat niemand in dezelve woont.Jeremia 4:7→Jesaja 2:19→2 Kronieken 33:11→Jesaja 30:17→2 Koningen 25:4→Openbaring 6:15→Jeremia 52:7→Lukas 23:30→
Jeremia 4:30— Wat zult gij dan doen, gij verwoeste? Al kleeddet gij u met scharlaken, al versierdet gij u met gouden sieraad, al schuurdet gij uw ogen met blanketsel, zo zoudt gij u toch tevergeefs oppronken; de boelen versmaden u, zij zullen uw ziel zoeken.Klaagliederen 1:2→2 Koningen 9:30→Jesaja 10:3→Klaagliederen 1:19→Jeremia 13:21→Jesaja 20:6→Ezechiël 23:9→Ezechiël 16:36→
Jeremia 4:31— Want ik hoor een stem als van een vrouw, die in arbeid is, een benauwdheid als van een, die in des eersten kinds nood is, de stem van de dochter Sions; zij hijgt, zij breidt haar handen uit, zeggende: O, wee mij nu, want mijn ziel is moede vanwege de doodslagers!Jesaja 1:15→Klaagliederen 1:17→Jeremia 13:21→Jesaja 13:8→Jeremia 14:18→Jeremia 6:2→Ezechiël 23:46→Jeremia 45:2→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 4 vers 1— Zo gij u bekeren zult, Israel! spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij; en zo gij uw verfoeiselen van Mijn aangezicht zult wegdoen, zo zwerft niet om.
gij u
Alsof God zeide: Zo gij ten enigen tijde van mening zijt u te bekeren, gelijk gij dikwijls voorgeeft te willen doen, zo doe het nu, en doe het oprechtelijk, zonder huichelarij en vermenging van enige afgoderij, gelijk in het volgende verklaard wordt.
Hertaald:gij u
Alsof God zei: wanneer u van plan bent zich ooit te bekeren, zoals u vaak voorgeeft te willen doen, doe het dan nu, en doe het oprecht, zonder huichelarij en zonder vermenging met enige afgoderij, zoals in het vervolg verklaard wordt.
verfoeiselen
Uw verfoeilijke en afschuwelijke afgoderijen of drekgoden, die bij de verfoeiselen gevoegd worden; Deut. 29:17 ; zie 2 Kron. 15:8 .
Hertaald:verfoeiselen
Uw verfoeilijke en afschuwelijke afgoderijen of drekgoden, die bij de verfoeisels gerekend worden; Deut. 29:17; zie 2 Kron. 15:8.
zwerft
Op bergen en heuvelen, om afgoderij te bedrijven. Zie boven Jer. 2:20 , en Jer. 3:6 , Jer. 3:13 ; of, zo zult gij niet omzwerven; dat is, in ballingschap gaan, en in het volgende: en gij zult zweren.
Hertaald:zwerft
Op bergen en heuvels, om afgoderij te bedrijven. Zie hierboven Jer. 2:20 en Jer. 3:6 en Jer. 3:13. Of: dan zult u niet rondzwerven, dat is: in ballingschap gaan; en in het vervolg: en u zult zweren.
Jeremia 4 vers 2— Maar zweer: Zo waarachtig als de HEERE leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen.
zweer
Bewijzende daarmede dat gij mij kent en eert als uw enigen God, en dat oprechtelijke, zonder valsheid of huichelarij, vergelijk onder Jer. 5:2 .
Hertaald:zweer
Waarmee u bewijst dat u Mij als uw enige God kent en eert, en dat oprecht, zonder valsheid of huichelarij; vergelijk hieronder Jer. 5:2.
waarheid,
Deze drie dingen begrijpen hetgeen tot den heiligen eed en den godsdienst vereist wordt, ten aanzien van God, den mens zelf en zijnen naaste, zo in het algemeen als in een bijzonder beroep; vergelijk de voorgaande aantekening en Gen. 18:19 ; 1 Kon. 10:9 .
Hertaald:waarheid,
Deze drie dingen omvatten wat er voor de heilige eed en voor de godsdienst vereist wordt, met het oog op God, op de mens zelf en op zijn naaste, zowel in het algemeen als in een bijzonder beroep; vergelijk de voorgaande aantekening en Gen. 18:19 en 1 Kon. 10:9.
recht
Of, oordeel.
Hertaald:recht
Of: oordeel.
heidenen
Die nu met u en mij spotten, omdat gij u zo schandelijk gedraagt, dat Ik u zelfs door de heidenen moet straffen om de eer van mijnen naam.
Hertaald:heidenen
Die nu met u en met Mij spotten, omdat u zich zo schandelijk gedraagt dat Ik u zelfs door de heidenen moet straffen omwille van de eer van Mijn Naam.
Hem zegenen,
Namelijk den HEERE; ziende uwe godzaligheid, en daarop Gods beloofden zegen, over u, zullen zij genodigd worden om zich tot den waren God te bekeren, en bij Hem alleen hunne welvaart te zoeken, Hem alleen die toe te schrijven, en zich in Hem gelukzalig te achten; vergelijk Gen. 22:18 ; Deut. 29:19 ; Ps. 10:3 , en Ps. 49:19-20 .
Hertaald:Hem zegenen,
Namelijk: de HEERE. Wanneer zij uw godzaligheid zien en daarop Gods beloofde zegen over u, zullen zij aangespoord worden zich tot de ware God te bekeren, hun welvaart alleen bij Hem te zoeken, die alleen aan Hem toe te schrijven en zich in Hem gelukkig te achten; vergelijk Gen. 22:18, Deut. 29:19, Ps. 10:3 en Ps. 49:19-20.
Jeremia 4 vers 3— Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen.
mannen van Juda,
Hebreeuws, den man; dat is de mannen, of een iegelijk, of die van Juda; alzo vs.4; en Jer. 11:9 , en Jer. 17:25 , en Jer. 18:11 , en Jer. 32:32 , enz.
Hertaald:mannen van Juda,
Hebreeuws: de man — dat is: de mannen, of ieder, of zij van Juda; zo ook in vers 4, en in Jer. 11:9, Jer. 17:25, Jer. 18:11 en Jer. 32:32, enzovoort.
Jeruzalem
Dat is, de inwoners van Jeruzalem, gelijk vs.4.
Hertaald:Jeruzalem
Dat is: de inwoners van Jeruzalem, zoals in vers 4.
Braakt ulieden
Gelijk men een braakland of dresland opnieuw wel doorploegt en zuivert, opdat het daarna bekwaam zij om het goede zaad te ontvangen en goede vruchten te dragen, alzo zuivert gij u grondig van onreinheden, en wordt vernieuwd, als een nieuw schepsel, enz.; vergelijk Gal. 6:15 ; Ef. 4:22-24 ; Hebr. 6:7 .
Hertaald:Braakt ulieden
Zoals men braakland of nieuw ontgonnen land opnieuw goed doorploegt en zuivert, opdat het daarna geschikt is om het goede zaad te ontvangen en goede vruchten te dragen, zo moet u zich grondig van onreinheden zuiveren en vernieuwd worden als een nieuw schepsel, enzovoort; vergelijk Gal. 6:15, Ef. 4:22-24 en Hebr. 6:7.
doornen
Vergelijk Matt. 13:7 , Matt. 13:22 .
Hertaald:doornen
Vergelijk Matth. 13:7 en Matth. 13:22.
Jeremia 4 vers 4— Besnijdt u den HEERE en doet weg de voorhuiden uwer harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat Mijner grimmigheid niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen.
Besnijdt
Zie Deut. 10:16 , en Deut. 30:6 , en wijders Gen 17 , en onder Jer. 9:26 .
Hertaald:Besnijdt
Zie Deut. 10:16 en Deut. 30:6, en verder Gen. 17, en hieronder Jer. 9:26.
vuur,
Vergelijk Deut. 4:24 .
Hertaald:vuur,
Vergelijk Deut. 4:24.
Jeremia 4 vers 5— Verkondigt in Juda, en laat het horen te Jeruzalem, en zegt het; ja, blaast de bazuin in het land; roept met volle stem en zegt: Verzamelt ulieden, en laat ons ingaan in de vaste steden!
volle stem
Hebreeuws, roept, vervult. Van zulke samenvoeging van twee woorden, zie Ps. 45:5 . De zin is: Roept ten volle uit, overal, dat alle plaatsen met uitroeping vervuld worden. Anders, roept, vergadert, of legt, maakt een volle vergadering, opdat het elkeen hore en wete, want het zal een algemene ellende zijn in het ganse land.
Hertaald:volle stem
Hebreeuws: roept, vervult. Over zo'n samenvoeging van twee woorden, zie Ps. 45:5. De betekenis is: roept het ten volle uit, overal, zodat alle plaatsen met dat geroep vervuld worden. Anders: roept, verzamelt, of: houdt een volle vergadering, opdat iedereen het hoort en weet, want het zal een algemene ellende in het hele land zijn.
steden
Tegen des vijands aankomst. Hebreeuws steden der vesting.
Hertaald:steden
Tegen de komst van de vijand. Hebreeuws: steden van de vesting.
Jeremia 4 vers 6— Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk.
naar Sion,
Tot een teken dat zij allen moeten vluchten naar Jeruzalem, als een koninklijke vesting.
Hertaald:naar Sion,
Als teken dat zij allen naar Jeruzalem moeten vluchten, als naar een koninklijke vesting.
met hopen,
Of, sterkelijk, sterkt u tot de vlucht; alzo onder Jer. 6:1 , en Jes. 10:31 . Anders: hoopt u tezamen, vergadert u, kuddet u [om zo te spreken] gelijk Ex. 9:19 . Te weten, om met alle man te vluchten. Het Hebreeuwse woord [dat in de voorgemelde plaatsen gevonden wordt] heeft de betekenis van vluchten, vertrekken, zich elders heen begeven, en van vergaderen.
Hertaald:met hopen,
Of: krachtig, sterkt u tot de vlucht; zo ook hieronder Jer. 6:1 en Jes. 10:31. Anders: verzamelt u, komt bijeen, schaart u samen, om zo te zeggen, zoals in Ex. 9:19 — namelijk om met man en macht te vluchten. Het Hebreeuwse woord, dat op de genoemde plaatsen voorkomt, heeft de betekenis van vluchten, vertrekken, zich elders heen begeven, en van verzamelen.
kwaad
Dat is, groot ongeluk, jammer en ellende, gelijk de laatste woorden van vs.6 verklaren.
Hertaald:kwaad
Dat is: groot ongeluk, jammer en ellende, zoals de laatste woorden van vers 6 verklaren.
noorden,
Uit Chaldea, of Babylonië.
Hertaald:noorden,
Uit Chaldeëa of Babylonië.
breuk
Of, verbreking; dat is ellende, jammer, verderf, verwoesting, gelijk onder vs.20, en Jer. 6:1 , Jer. 6:14 , en Jer. 8:11 , Jer. 8:21 , en Jer. 10:19 , en Jer. 14:17 ; vergelijk ook Jer. 17:18 , en Jer. 22:20 , en Jer. 48:3-5 , en elders dikwijls in dit boek; alzo Jes. 1:28 , enz.
Hertaald:breuk
Of: verbreking — dat is: ellende, jammer, verderf, verwoesting, zoals hieronder in vers 20, en Jer. 6:1 en Jer. 6:14, Jer. 8:11 en Jer. 8:21, Jer. 10:19 en Jer. 14:17; vergelijk ook Jer. 17:18, Jer. 22:20 en Jer. 48:3-5, en elders vaak in dit boek; zo ook Jes. 1:28, enzovoort.
Jeremia 4 vers 7— De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoestingen; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone.
leeuw
Nebukadnezar, koning van Babel, zal met zijne heirkracht, als een leeuw uit zijn leger en hol, opbreken. Vergelijk Jes. 5:26-29 .
Hertaald:leeuw
Nebukadnezar, de koning van Babel, zal met zijn legermacht opbreken als een leeuw uit zijn leger en hol. Vergelijk Jes. 5:26-29.
uw land
O Zion, of Jeruzalem, uit het voorgaande.
Hertaald:uw land
O Sion, of Jeruzalem, uit het voorgaande.
Jeremia 4 vers 8— Hierom, gordt zakken aan, bedrijft misbaar en huilt; want de hittigheid van des HEEREN toorn is niet van ons afgekeerd.
zakken aan,
Zie Gen. 37:34 .
Hertaald:zakken aan,
Zie Gen. 37:34.
Jeremia 4 vers 9— En het zal te dier tijd geschieden, spreekt de HEERE, dat het hart des konings en het hart der vorsten vergaan zal; en de priesters zullen zich ontzetten, en de profeten zich verwonderen.
vergaan zal;
Dat is, alle moed en courage zal hun ontvallen. Zie 2Ki 25 , enz., en onder Jer 39 , Jer 52 .
Hertaald:vergaan zal;
Dat is: alle moed zal hun ontvallen. Zie 2 Kon. 25, enzovoort, en hieronder Jer. 39 en Jer. 52.
profeten
De valse. Zie de volgende aantekening vs.10.
Hertaald:profeten
De valse. Zie de volgende aantekening bij vers 10.
Jeremia 4 vers 10— Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! waarlijk, Gij hebt dit volk en Jeruzalem grotelijks bedrogen, zeggende: Gijlieden zult vrede hebben; daar het zwaard tot aan de ziel raakt.
grotelijks
Hebreeuws, bedriegende bedrogen; te weten door de valse profeten, wien gij toelaat het volk onder voorgeven van uw naam en dienst, alle welvaart valselijk te beloven, daar toch de uiterste ellende voorhanden is. Vergelijk 1 Kon. 22:21-23 , en de aantekening aldaar. Idem Ezech. 14:9 , en onder Jer. 6:14 , en Jer. 7:4 , Jer. 7:10 , en Jer. 23:1 .
Hertaald:grotelijks
Hebreeuws: bedriegend bedrogen, namelijk door de valse profeten, die U toelaat het volk onder het voorwendsel van Uw Naam en dienst allerlei welvaart valselijk te beloven, terwijl toch de uiterste ellende voor de deur staat. Vergelijk 1 Kon. 22:21-23 met de aantekening daarbij. En ook Ezech. 14:9, en hieronder Jer. 6:14, Jer. 7:4 en Jer. 7:10, en Jer. 23:1.
ziel raakt
Vergelijk onder vs.18.
Hertaald:ziel raakt
Vergelijk hieronder vers 18.
Jeremia 4 vers 11— Te dier tijd zal tot dit volk en tot Jeruzalem gezegd worden: Een dorre wind van de hoge plaatsen in de woestijn, van den weg der dochter Mijns volks; niet om te wannen, noch om te zuiveren.
dorre wind
Of, schrale; anders: gladde; dat is, die glad en ongehinderd zal doorgaan om alles neder te vellen; versta de Babyloniërs, die van het noorden zouden komen, over het gebergte Libanon. Zie onder Jer. 5:15 .
Hertaald:dorre wind
Of: schrale; anders: gladde — dat is: die glad en ongehinderd zal doorgaan om alles neer te vellen. Versta: de Babyloniërs, die uit het noorden zouden komen, over het Libanongebergte. Zie hieronder Jer. 5:15.
van den weg
Dat is, naar het Joodse land en Jeruzalem.
Hertaald:van den weg
Dat is: naar het Joodse land en Jeruzalem.
zuiveren
Maar om te verwoesten, wil de Heere zeggen.
Hertaald:zuiveren
Maar om te verwoesten, wil de HEERE zeggen.
Jeremia 4 vers 12— Er zal Mij een wind komen, die hun te sterk zal zijn. Nu zal Ik ook oordelen tegen hen uitspreken.
te sterk
Hebreeuws, vol; dat is te sterk, zodat zij hem niet zullen kunnen verdragen en tegenstaan. Hebreeuws, voller dan zij. Anders: een volle wind van die [plaatsen], te weten die in het voorgaande zijn beschreven.
Hertaald:te sterk
Hebreeuws: vol — dat is: te sterk, zodat zij hem niet zullen kunnen verdragen en weerstaan. Hebreeuws: voller dan zij. Anders: een volle wind van die plaatsen, namelijk die in het voorgaande beschreven zijn.
oordelen
Dat is, mijne vonnissen over hen, dat is, Ik zal recht over hen houden. Zie boven Jer. 1:16 . Een ander gebruik dezer manier van spreken hebt gij onder Jer. 12:1 .
Hertaald:oordelen
Dat is: Mijn vonnissen over hen, dat is: Ik zal recht over hen houden. Zie hierboven Jer. 1:16. Een ander gebruik van deze manier van spreken vindt u hieronder in Jer. 12:1.
Jeremia 4 vers 13— Ziet, hij komt op als wolken, en zijn wagenen zijn als een wervelwind, zijn paarden zijn sneller dan arenden; wee ons, want wij zijn verwoest!
hij komt
De Babyloniër zal u zo haastig aankomen als wolken enz.
Hertaald:hij komt
De Babyloniër zal zo snel op u afkomen als wolken, enzovoort.
sneller
Hebreeuws, lichter.
Hertaald:sneller
Hebreeuws: lichter.
wee ons,
Woorden der Joden, als gevoelende Gods oordeel; of van den profeet, als beklagende de ellende van het volk.
Hertaald:wee ons,
Woorden van de Joden, die Gods oordeel voelen; of van de profeet, die de ellende van het volk beklaagt.
Jeremia 4 vers 14— Was uw hart van boosheid, o Jeruzalem! opdat gij behouden wordt; hoe lang zult gij de gedachten uwer ijdelheid in het binnenste van u laten vernachten?
gedachten
Dat is: uw ijdele gedachten, waarmede gij u op ijdelheid en valsheid of ongerechtigheid verlaat.
Hertaald:gedachten
Dat is: uw ijdele gedachten, waarmee u op ijdelheid en valsheid of ongerechtigheid vertrouwt.
vernachten?
Of, herbergen, verblijven.
Hertaald:vernachten?
Of: herbergen, verblijven.
Jeremia 4 vers 15— Want een stem verkondigt van Dan af, en doet ellende horen van het gebergte van Efraim.
verkondigt
De aankomst der Babyloniërs, die vandaar door Israël naar Juda trekken.
Hertaald:verkondigt
De komst van de Babyloniërs, die vandaar door Israël naar Juda trekken.
Dan af,
Dat is, de uiterste grenzen van Kanaän in het noorden.
Hertaald:Dan af,
Dat is: de uiterste grens van Kanaän in het noorden.
gebergte
De binnenste grens van Israël, in het noorden van Juda.
Hertaald:gebergte
De binnenste grens van Israël, ten noorden van Juda.
Jeremia 4 vers 16— Vermeldt den volke, ziet, doet het horen tegen Jeruzalem; daar komen hoeders uit verren lande; en zij verheffen hun stem tegen de steden van Juda.
tegen Jeruzalem;
Of tot aan, of van.
Hertaald:tegen Jeruzalem;
Of: tot aan, of van.
hoeders
Die Jeruzalem zullen bezetten, omringen en wel toezien, dat er niemand ontkome. Zie 2 Kon. 25:4-5 .
Hertaald:hoeders
Die Jeruzalem zullen bezetten en omsingelen en goed zullen opletten dat er niemand ontkomt. Zie 2 Kon. 25:4-5.
verren lande;
Babylonië.
Hertaald:verren lande;
Babylonië.
verheffen
Hebreeuws, geven; dat is, maken een geschrei; gelijk boven Jer. 2:15 .
Hertaald:verheffen
Hebreeuws: geven — dat is: een geschreeuw aanheffen, zoals hierboven in Jer. 2:15.
Jeremia 4 vers 17— Als de wachters der velden zijn zij rondom tegen haar; omdat zij tegen Mij wederspannig geweest is, spreekt de HEERE.
wachters
Die de velden bezetten, opdat het gejaagde wild nergens ontkome.
Hertaald:wachters
Die de velden bezetten, opdat het opgejaagde wild nergens ontkomt.
haar;
Belegerende Jeruzalem aan alle kanten; 2 Kon. 25:2 , enz.
Hertaald:haar;
Terwijl zij Jeruzalem aan alle kanten belegeren; 2 Kon. 25:2, enzovoort.
zij tegen Mij
Jeruzalem, uit vs.14.
Hertaald:zij tegen Mij
Jeruzalem, uit vers 14.
Jeremia 4 vers 18— Uw weg en uw handelingen hebben u deze dingen gedaan; dit is uw boosheid, dat het zo bitter is, dat het tot aan uw hart raakt.
weg
Dat is, uw kwaad wezen en doen; zie Gen. 6:12 .
Hertaald:weg
Dat is: uw kwade wezen en doen; zie Gen. 6:12.
deze dingen
Veroorzaken al deze plagen.
Hertaald:deze dingen
Veroorzaken al deze plagen.
boosheid,
Dat is, de vrucht en het loon uwer boosheid.
Hertaald:boosheid,
Dat is: de vrucht en het loon van uw boosheid.
het zo
Anders: daarom is het zo bitter, te weten het lijden dat u naakt. Anders: dat hij [de vijand] zo bitter is, en u naar het leven tracht en uwen staat gans zoekt om te keren. Vergelijk vs.10.
Hertaald:het zo
Anders: daarom is het zo bitter, namelijk het lijden dat u te wachten staat. Anders: dat hij — de vijand — zo bitter is en u naar het leven staat en uw hele bestaan omver wil werpen. Vergelijk vers 10.
Jeremia 4 vers 19— O mijn ingewand, mijn ingewand! ik heb barenswee, o wanden mijns harten! mijn hart maakt getier in mij, ik kan niet zwijgen; want gij, mijn ziel! hoort het geluid der bazuin en het krijgsgeschrei.
O mijn
Dit zijn de woorden van den profeet, die zich voor den Heere ontstelt, alsof hij deze ellende voor ogen zag. Vergelijk Jes. 15:5 , en Jes. 16:11 , en Jes. 21:3 .
Hertaald:O mijn
Dit zijn de woorden van de profeet, die zich voor de HEERE ontstelt alsof hij deze ellende voor ogen zag. Vergelijk Jes. 15:5, Jes. 16:11 en Jes. 21:3.
wanden
Of, [in] de wanden mijns harten; dat is in mijn hartklok, hartedeksel, in het binnenste, in mijn hart.
Hertaald:wanden
Of: in de wanden van mijn hart — dat is: in mijn hartkamer, mijn hartzak, in het binnenste, in mijn hart.
zwijgen;
Of, stil zijn.
Hertaald:zwijgen;
Of: stil zijn.
Jeremia 4 vers 20— Breuk op breuk wordt er uitgeroepen; want het ganse land is verstoord; haastelijk zijn mijn tenten verstoord, mijn gordijnen in een ogenblik!
Breuk op breuk
Dat is de ene ellende of verwoesting is niet voorbij, of men hoort terstond de tijding van een andere; vergelijk Ps. 42:8 en zie boven vs.6.
Hertaald:Breuk op breuk
Dat is: de ene ellende of verwoesting is nog niet voorbij of men hoort meteen het bericht van een volgende; vergelijk Ps. 42:8 en zie hierboven vers 6.
tenten
Dat is, woonplaatsen van mijn volk.
Hertaald:tenten
Dat is: woonplaatsen van mijn volk.
ogenblik
Dat is, zeer haastelijk.
Hertaald:ogenblik
Dat is: zeer plotseling.
Jeremia 4 vers 22— Zekerlijk, Mijn volk is dwaas, Mij kennen zij niet; het zijn zotte kinderen, en zij zijn niet verstandig; wijs zijn zij om kwaad te doen, maar goed te doen weten zij niet.
wijs zijn
Arglistig en wel ervaren in het kwade. Vergelijk 2 Sam. 13:3 .
Hertaald:wijs zijn
Arglistig en goed ervaren in het kwade. Vergelijk 2 Sam. 13:3.
goed te doen
Vergelijk Am. 3:10 .
Hertaald:goed te doen
Vergelijk Amos 3:10.
Jeremia 4 vers 23— Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet.
land aan,
Het Joodse land.
Hertaald:land aan,
Het Joodse land.
woest
Zie Gen. 1:2 . Dit is een figuurlijke beschrijving en levendige vertoning van een algemene en verschrikkelijke verwoesting en ruïne van het Joodse land.
Hertaald:woest
Zie Gen. 1:2. Dit is een beeldende beschrijving en levendige voorstelling van een algemene en verschrikkelijke verwoesting en ruïne van het Joodse land.
licht
Dat is, de hemel was donker en zwart, vergelijk Jes. 5:30 , en Jes. 50:3 , onder vs.28.
Hertaald:licht
Dat is: de hemel was donker en zwart; vergelijk Jes. 5:30 en Jes. 50:3, en hieronder vers 28.
Jeremia 4 vers 24— Ik zag de bergen aan, en ziet, zij beefden; en al de heuvelen schudden.
schudden
Hebreeuws, maakten zich licht, of snel, dat is bewogen zich snellijk.
Hertaald:schudden
Hebreeuws: maakten zich licht of snel — dat is: bewogen zich snel.
Jeremia 4 vers 25— Ik zag, en ziet, er was geen mens; en alle vogelen des hemels waren weggevlogen.
weggevlogen
Hebreeuws, weggezworven, of weggevloden. Zie onder Jer. 9:10 , en Jer. 50:3 .
Hertaald:weggevlogen
Hebreeuws: weggezworven, of weggevloden. Zie hieronder Jer. 9:10 en Jer. 50:3.
Jeremia 4 vers 26— Ik zag, en ziet, het vruchtbare land was een woestijn, en al zijn steden waren afgebroken, vanwege den HEERE, vanwege de hittigheid Zijns toorns.
vruchtbare land
Hebreeuws, Karmel; zie boven Jer. 2:7 .
Hertaald:vruchtbare land
Hebreeuws: Karmel; zie hierboven Jer. 2:7.
zijn steden
Van het vruchtbare land, die daarin of aan gelegen waren
Hertaald:zijn steden
Van het vruchtbare land, die daarin of daaraan lagen.
den HEERE,
Hebreeuws, vanwege het aangezicht des Heeren. Hetwelk enigen nemen voor zijn toorn, zijn toornig aangezicht; zie boven Jer. 3:12 .
Hertaald:den HEERE,
Hebreeuws: vanwege het aangezicht van de HEERE. Sommigen vatten dat op als Zijn toorn, Zijn toornig aangezicht; zie hierboven Jer. 3:12.
Jeremia 4 vers 27— Want zo zegt de HEERE: Dit ganse land zal een woestijn zijn (doch Ik zal geen voleinding maken);
woestheid zijn
Dat is, overal zeer verwoest.
Hertaald:woestheid zijn
Dat is: overal zeer verwoest.
voleinding
Of, vernieling, vertering; vergelijk onder Jer. 5:10 , Jer. 5:18 ; Ezech. 11:13 , en Ezech. 20:17 ; dat is, Ik zal het niet gans uitmaken, maar mijne genade nog onder mijn toorn mengen, en mij een overblijfsel en zaad behouden in Jakob; zie onder Jer. 30:11 , en Jer. 46:28 . Dit voegt God hier in, onder deze verschrikkelijk dreigementen, tot troost der uitverkorenen en gelovigen; sommigen verstaan dat de zin dezer woorden is: Het zal hiermede nog niet gedaan zijn, mijn toorn en oordeel zal hiermede nog geen einde hebben, maar wijders voortgaan, en lang duren over dit land, waarop zij dan passen den rouw der aarde en des hemels, waarvan in het volgende. Deze manier van spreken wordt in een anderen zin gebruikt van zondaars, die ten uiterste misdaan en de maat vervuld hebben; zie Gen. 18:21 .
Hertaald:voleinding
Of: vernieling, vertering; vergelijk hieronder Jer. 5:10 en Jer. 5:18, en Ezech. 11:13 en Ezech. 20:17. Dat is: Ik zal er geen volkomen einde aan maken, maar Ik zal Mijn genade toch met Mijn toorn mengen en Mij een overblijfsel en zaad in Jakob behouden; zie hieronder Jer. 30:11 en Jer. 46:28. Dit voegt God hier tussen deze verschrikkelijke dreigementen in, tot troost van de uitverkorenen en gelovigen. Sommigen verstaan de betekenis van deze woorden zo: hiermee zal het nog niet gedaan zijn; Mijn toorn en oordeel zullen hiermee nog niet ophouden maar verder gaan en lang over dit land duren. Daarop laten zij dan de rouw van de aarde en de hemel slaan, waarover in het vervolg. Deze manier van spreken wordt in een andere betekenis gebruikt van zondaars die het uiterste misdaan en hun maat volgemaakt hebben; zie Gen. 18:21.
Jeremia 4 vers 28— Hierom zal de aarde treuren, en de hemel daarboven zwart zijn; omdat Ik het heb gesproken, Ik heb het voorgenomen en het zal Mij niet rouwen, en Ik zal Mij daarvan niet afkeren.
zwart zijn;
Als rouwdragende; zie Ps. 35:14 .
Hertaald:zwart zijn;
Als rouwdragend; zie Ps. 35:14.
Jeremia 4 vers 29— Van het geroep der ruiteren en boogschutters vluchten al de steden; zij gaan in de wolken, en klimmen op de rotsen; al de steden zijn verlaten, zodat niemand in dezelve woont.
geroep
Hebreeuws, stem.
Hertaald:geroep
Hebreeuws: stem.
vluchten
Hebreeuws, is al de stad, of de ganse stad vluchtende; dat is de stadslieden of inwoners der steden [gelijk de volgende woorden uitwijzen] zullen vluchten, en zo in het volgende.
Hertaald:vluchten
Hebreeuws: is de hele stad vluchtend — dat is: de stedelingen of de inwoners van de steden, zoals de volgende woorden uitwijzen, zullen vluchten; en zo ook in het vervolg.
wolken,
Dat is, op de hoogten der bergen, die tot aan de wolken raken, om zich aldaar te verbergen. Anders: in dikke, of dichte plaatsen; als bosjes, heggen.
Hertaald:wolken,
Dat is: op de toppen van de bergen, die tot aan de wolken reiken, om zich daar te verbergen. Anders: op dichtbegroeide plaatsen, zoals bosjes en heggen.
Jeremia 4 vers 30— Wat zult gij dan doen, gij verwoeste? Al kleeddet gij u met scharlaken, al versierdet gij u met gouden sieraad, al schuurdet gij uw ogen met blanketsel, zo zoudt gij u toch tevergeefs oppronken; de boelen versmaden u, zij zullen uw ziel zoeken.
gij verwoeste?
Dochter Zions, gelijk in vs.31, dat is, gij die verstoord, of verwoest zult worden.
Hertaald:gij verwoeste?
Dochter van Sion, zoals in vers 31 — dat is: u die verstoord of verwoest zult worden.
kleeddet
Op zijn afgodisch en heidens, om uwen vijanden te behagen en te vermurwen; gelijk de hoeren zich oppronken om de boelen te behagen.
Hertaald:kleeddet
Op afgodische en heidense wijze, om uw vijanden te behagen en te vermurwen, zoals de hoeren zich opsieren om hun minnaars te behagen.
schuurdet
Al versierdet en blankettet gij u zozeer en dikwijls, dat uw aangezicht of wangen daarvan kwamen te splijten en te scheuren.
Hertaald:schuurdet
Al zou u zich nog zo sterk en nog zo vaak opsieren en blanketten, zodat uw gezicht of uw wangen ervan zouden splijten en scheuren.
boelen
De Babyloniërs, die u zoeken machtig te worden.
Hertaald:boelen
De Babyloniërs, die u in hun macht willen krijgen.
ziel zoeken
Dat is, naar het leven staan. Zie 2 Sam. 4:8 .
Hertaald:ziel zoeken
Dat is: naar het leven staan. Zie 2 Sam. 4:8.
Jeremia 4 vers 31— Want ik hoor een stem als van een vrouw, die in arbeid is, een benauwdheid als van een, die in des eersten kinds nood is, de stem van de dochter Sions; zij hijgt, zij breidt haar handen uit, zeggende: O, wee mij nu, want mijn ziel is moede vanwege de doodslagers!
hijgt,
Anders: kermt, klaagt, vanwege den overlast en de benauwdheid.
Hertaald:hijgt,
Anders: kermt, klaagt, vanwege de overlast en de benauwdheid.
breidt
Als die plegen te doen, die in groten rouw en de uiterste noden zijn.
Hertaald:breidt
Zoals zij plegen te doen die in grote rouw en in de uiterste nood verkeren.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Braakland — een beeld uit de landbouw voor wat er vóór het zaaien moet gebeuren (Jer. 4:3)
"Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen" (Jer. 4:3). Braakland is grond die lang niet bewerkt is en hard geworden; braken is die grond openbreken voordat er gezaaid wordt. De tweede helft van het vers zegt wat er misgaat als dat niet gebeurt: dan valt het zaad tussen de doornen. Het staat in een gedeelte dat begint met de voorwaarde van de terugkeer: "Zo gij u bekeren zult, Israel! spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij" (Jer. 4:1).
Bijbelse betekenis: Merk op wat er niet gezegd wordt. Er staat niet: zaai beter of zaai meer, maar: breek eerst de grond open. De boodschap was al gebracht; wat ontbrak was een hart dat haar kon opnemen. Let vervolgens op de doornen. Zaad tussen doornen komt wel op, maar het draagt niets; dat is erger dan niet zaaien, want het geeft de schijn van een akker. Let ten slotte op de volgorde. Dit beeld staat vlak vóór de oproep om het hart te besnijden (Jer. 4:4), en het zegt in landbouwtaal hetzelfde: wat hard geworden is, moet eerst opengelegd worden.
Typologie: De Heere Jezus gebruikt dezelfde twee gronden in de gelijkenis van de zaaier: het zaad op de weg dat weggepikt wordt, en het zaad onder de doornen dat verstikt (Matt. 13:4,7). Ook daar ligt het niet aan het zaad maar aan de akker.
Jer. 4:1-3; Matt. 13:4,7
Besnijdenis des harten — het teken van het verbond wordt op het hart toegepast, en dat is geen beeldspraak achteraf (Jer. 4:4,14)
"Besnijdt u den HEERE en doet weg de voorhuiden uwer harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem!" (Jer. 4:4). Er staat een reden bij, en die is ernstig: opdat Gods grimmigheid niet uitvare als een vuur dat niemand blussen kan. Even verderop wordt hetzelfde met een ander beeld gezegd: "Was uw hart van boosheid, o Jeruzalem! opdat gij behouden wordt; hoe lang zult gij de gedachten uwer ijdelheid in het binnenste van u laten vernachten?" (Jer. 4:14). En eerder in het boek staat wat er niet helpt: "al wiest gij u met salpeter, en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend" (Jer. 2:22).
Bijbelse betekenis: De besnijdenis was het lichamelijke teken van het verbond met Abraham (reeds behandeld bij Gen. 17:10-11). Hier wordt datzelfde teken op het hart toegepast, en dat gebeurt niet pas in het Nieuwe Testament: Mozes zei het al (Deut. 30:6). Merk op wat dat betekent voor het bezit van het teken. Wie besneden is en niet van hart, heeft het teken zonder de zaak; het uiterlijke wordt hier niet afgeschaft maar ontoereikend genoemd. Let vervolgens op de spanning met Jer. 2:22. Daar staat dat geen zeep de ongerechtigheid wegkrijgt, en hier klinkt: was uw hart. Beide zijn waar, en juist die spanning drijft naar de belofte die verderop in het boek komt, dat God Zelf de wet in het binnenste zal schrijven (Jer. 31:33). Wat geëist wordt, moet ten slotte gegeven worden.
Typologie: Paulus trekt de lijn door: "Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is", en de besnijdenis is die van het hart, in de geest en niet in de letter (Rom. 2:28-29). En Stefanus verwijt de Raad hetzelfde als Jeremia: "onbesnedenen van hart en oren" (Hand. 7:51).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Woest en ledig — 4:19-31
Jeremia ziet de vijand uit het noorden komen en het houdt hem niet meer. Hij begint te klagen over zijn eigen ingewand, over het geluid van de bazuin, over tenten die in een ogenblik verstoord worden. En dan krijgt hij een gezicht dat hij in vier korte zinnen beschrijft.
De profeet ziet het land liggen en gebruikt daarvoor precies de twee woorden waarmee de Bijbel begint, vóórdat God ging spreken.
Eerst wordt gezegd waar het aan ligt, en de aanklacht is scherp geformuleerd: “Zekerlijk, Mijn volk is dwaas, Mij kennen zij niet; het zijn zotte kinderen, en zij zijn niet verstandig; wijs zijn zij om kwaad te doen, maar goed te doen weten zij niet.”
Dat woord wijs betekent in het Hebreeuws bekwaam. Er staat dus niet dat zij verkeerde denkbeelden hadden, maar dat zij ergens goed in waren geworden: zij hadden er handigheid in gekregen. Het kwaad ging hun makkelijk af, en het goede lukte niet meer.
En dan volgt het gezicht, in vier zinnen die alle met dezelfde woorden beginnen: ik zag. “Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet. Ik zag de bergen aan, en ziet, zij beefden. Ik zag, en ziet, er was geen mens; en alle vogelen des hemels waren weggevlogen. Ik zag, en ziet, het vruchtbare land was een woestijn.”
Wie de eerste bladzijde van de Bijbel kent, hoort wat hier gebeurt. Woest en ledig — dat zijn de twee woorden waarmee Genesis 1 de aarde beschrijft vóórdat God sprak. Daarna kwam er licht, kwamen er vogels, kwam er land en kwam er een mens. Jeremia ziet het in omgekeerde volgorde weer verdwijnen: eerst het licht, dan de vaste bergen, dan de mens, dan de vogels, en ten slotte het vruchtbare land.
Daarmee zegt hij iets over de zonde dat nergens anders zo staat. Zij is niet alleen ongehoorzaamheid; zij is afbraak. Zij maakt ongedaan wat God gemaakt heeft, en zij doet dat in de omgekeerde volgorde van de scheppingsdagen. Paulus schrijft in dezelfde geest dat het schepsel de ijdelheid onderworpen is en dat het te zamen zucht.
En juist daarom is het beslissende woord van het Evangelie het woord schepping. Er staat niet dat wie in Christus is een beter mens is geworden, maar dat hij een nieuw schepsel is: het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden. En Paulus zegt er in een andere brief bij hoe dat gaat, met een verwijzing naar precies dezelfde bladzijde als Jeremia: “Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft.”
En er staat in dit hoofdstuk zelf al een aanwijzing dat het niet bij afbraak blijft. Midden in het gezicht klinkt de mededeling dat het land wel woest zal worden, maar dat God geen voleinding zal maken.
Jeremia 4:22 — Zij waren bekwaam geworden in het kwaad; het goede lukte niet meer.
Genesis 1:2 — Woest en ledig — zo lag de aarde voordat God sprak.
Jeremia 4:23 — En zo ziet de profeet het land liggen, met het licht eruit.
Jeremia 4:25-26 — De mens weg, de vogels weg, het vruchtbare land woestijn.
2 Korinthe 4:6 — God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen.
2 Korinthe 5:17 — Zo iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel.
In het Nieuwe Testament: 2 Korinthe 5:17; 2 Korinthe 4:6; Romeinen 8:20-22; Genesis 1:2-3; Openbaring 21:5
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jeremia 4 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op de woorden die de profeet zelf kiest: woest en ledig, dezelfde twee woorden als in Genesis 1:2, en een opsomming die de scheppingsdagen in omgekeerde volgorde afloopt. Dat Paulus met zijn woord over het nieuwe schepsel bewust naar deze plaats verwijst, staat er niet; hij grijpt in 2 Korinthe 4:6 wel uitdrukkelijk terug op Genesis 1.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Jeremia 4:1-2.KruisverwijzingenJesaja 65:16→Joël 2:12→Jeremia 3:22→Jeremia 9:24→Jeremia 3:1→Genesis 22:18→Deuteronomium 10:20→1 Korinthe 1:31→ — Zo gij u bekeren zult, Israel! spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij; en zo gij uw verfoeiselen van Mijn aangezicht zult wegdoen, zo zwerft niet om. Maar zweer: Zo waarachtig als de HEERE leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen. Zo stelt Hij hun het leven en de dood voor. Eerst begint Hij met deze woorden van bemoediging. Hij smeekt hen te komen, want God is bereid hen te ontvangen, dit alles niettegenstaande.
Jeremia 4:3-4.KruisverwijzingenDeuteronomium 10:16→Romeinen 2:28→Jeremia 9:26→Hosea 10:12→Deuteronomium 30:6→Lukas 8:14→Kolossenzen 2:11→Mattheüs 13:7→ — Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen. Besnijdt u den HEERE en doet weg de voorhuiden uwer harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat Mijner grimmigheid niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen. Zij hadden de uitwendige godsdienst, maar de knecht van de HEERE laat hun weten dat zij een godsdienst van het hart moeten hebben. Het hart moet gezuiverd worden; het inwendige moet gereinigd worden. Daar hadden zij geen zin in. Zij wilden hun offers en hun uitwendige verrichtingen wel vermenigvuldigen, maar om reinheid van hart gaven zij niet.
Jeremia 4:5-7.KruisverwijzingenJeremia 8:14→Jeremia 5:6→Jeremia 2:15→Jeremia 6:1→Jozua 10:20→Jeremia 1:13→Jeremia 50:2→Jesaja 6:11→ — Verkondigt in Juda, en laat het horen te Jeruzalem, en zegt het; ja, blaast de bazuin in het land; roept met volle stem en zegt: Verzamelt ulieden, en laat ons ingaan in de vaste steden! Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk. De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoestingen; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone. Dit was een verschrikkelijke profetie. De Chaldeën, die zoveel andere koninkrijken en machten aan stukken gebroken hadden, waren op weg. De vertoornde leeuw was uit zijn haag opgesprongen en stond gereed te verscheuren en algemene verwoesting aan te richten. Bekeerden zij zich niet tot God, dan zou hun hele land woest gelegd worden. Men zou denken dat zo’n zware slag hen tot besef van hun gevaar en hun zonde had moeten wekken, maar helaas, het was niet zo.
Jeremia 4:8-9.KruisverwijzingenJeremia 6:26→Jesaja 22:12→Jesaja 10:4→Jesaja 5:25→Jesaja 32:11→Jesaja 29:9→Jesaja 22:3→Ezechiël 13:9→ — Hierom, gordt zakken aan, bedrijft misbaar en huilt; want de hittigheid van des HEEREN toorn is niet van ons afgekeerd. En het zal te dier tijd geschieden, spreekt de HEERE, dat het hart des konings en het hart der vorsten vergaan zal; en de priesters zullen zich ontzetten, en de profeten zich verwonderen. Een algemene vrees zou hen aangrijpen. Wilden zij de HEERE niet op de rechte wijze vrezen en zich tot Hem bekeren, dan zou de tijd komen dat een plotselinge schrik hen zou bevangen — zonder uitzondering, ook de grootsten en de wijsten onder hen.
Jeremia 4:10.KruisverwijzingenJeremia 5:12→2 Thessalonicenzen 2:9→Jeremia 23:17→Jesaja 63:17→Jeremia 8:11→Jeremia 1:6→Romeinen 1:26→Ezechiël 11:13→ — Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! waarlijk, Gij hebt dit volk en Jeruzalem grotelijks bedrogen, zeggende: Gijlieden zult vrede hebben; daar het zwaard tot aan de ziel raakt. God belooft hun vrede, maar het was op een voorwaarde die zij niet vervulden. Er was vrede zolang zij hun zonde opgaven; maar er is geen vrede met God voor de goddelozen, en zo misten zij haar.
Jeremia 4:11-12.KruisverwijzingenHosea 13:15→Ezechiël 17:10→Jeremia 1:16→Mattheüs 3:12→Klaagliederen 2:11→Jeremia 30:23→Jeremia 8:19→Jesaja 64:6→ — Te dier tijd zal tot dit volk en tot Jeruzalem gezegd worden: Een dorre wind van de hoge plaatsen in de woestijn, van den weg der dochter Mijns volks; niet om te wannen, noch om te zuiveren. Er zal Mij een wind komen, die hun te sterk zal zijn. Nu zal Ik ook oordelen tegen hen uitspreken. Wat een ontzettende regel is dat: “nu zal Ik ook oordelen tegen hen uitspreken”. Zij hadden terechtgestaan. Zij zijn schuldig bevonden. Zij willen zich niet bekeren. “Nu zal Ik voortgaan hun vonnis uit te spreken en over hen oordelen.”
Jeremia 4:13-14.KruisverwijzingenJakobus 4:8→Jesaja 5:28→Jesaja 66:15→Klaagliederen 4:19→Jesaja 19:1→Habakuk 1:8→Deuteronomium 28:49→Nahum 1:3→ — Ziet, hij komt op als wolken, en zijn wagenen zijn als een wervelwind, zijn paarden zijn sneller dan arenden; wee ons, want wij zijn verwoest! Was uw hart van boosheid, o Jeruzalem! opdat gij behouden wordt; hoe lang zult gij de gedachten uwer ijdelheid in het binnenste van u laten vernachten? Zij begonnen te roepen toen zij begonnen te smarten, en de profeet komt er weer tussen. Er is altijd dat zilveren klokje van de barmhartigheid dat de toon van de uitnodiging luidt. “O Jeruzalem, uw smarten, uw verwoesting kunnen nog afgewend worden, als u zich maar van uw duisternis afkeert en uw hart van boosheid wast, opdat u behouden wordt.”
Jeremia 4:15-18.KruisverwijzingenJeremia 2:19→Jeremia 8:16→Ezechiël 21:22→Jeremia 5:15→Jeremia 5:23→Jeremia 2:17→Jesaja 50:1→Psalmen 107:17→ — Want een stem verkondigt van Dan af, en doet ellende horen van het gebergte van Efraim. Vermeldt den volke, ziet, doet het horen tegen Jeruzalem; daar komen hoeders uit verren lande; en zij verheffen hun stem tegen de steden van Juda. Als de wachters der velden zijn zij rondom tegen haar; omdat zij tegen Mij wederspannig geweest is, spreekt de HEERE. Uw weg en uw handelingen hebben u deze dingen gedaan; dit is uw boosheid, dat het zo bitter is, dat het tot aan uw hart raakt. Wanneer er grote oordelen rondgaan, is dat altijd om grote zonde. Zo was het bij Israël: “uw handel en uw daden hebben u dit gedaan”. Wanneer de goddeloze mens de vrucht van zijn leven begint te oogsten en in zijn eigen lichaam en zijn eigen huis begint te zien waartoe de zonde brengt, laat hij dan deze woorden horen: “Dit is uw boosheid; uw handel en uw daden hebben u dit gedaan.”
Nu volgt de klacht van Jeremia, een van de meest wonderlijke stukken droevig schrift die ooit in uw bijzijn gelezen zullen worden.
Jeremia 4:19-21.KruisverwijzingenJesaja 16:11→Jesaja 22:4→Jeremia 9:10→Habakuk 3:16→Jeremia 9:1→Psalmen 42:7→Jesaja 15:5→Jesaja 21:3→ — O mijn ingewand, mijn ingewand! ik heb barenswee, o wanden mijns harten! mijn hart maakt getier in mij, ik kan niet zwijgen; want gij, mijn ziel! hoort het geluid der bazuin en het krijgsgeschrei. Breuk op breuk wordt er uitgeroepen; want het ganse land is verstoord; haastelijk zijn mijn tenten verstoord, mijn gordijnen in een ogenblik! Hoe lang zal ik de banier zien, het geluid der bazuin horen? Het verschrikkelijke geschal van de oorlog, de bloedrode vlag van de moord die door het land waaide, de Chaldeën die links en rechts doodsloegen, jong en oud. Wij moeten ons in Jeremia’s plaats stellen om de gruwel hiervan te kunnen beseffen.
Jeremia 4:22-23.KruisverwijzingenRomeinen 16:19→1 Korinthe 14:20→Jeremia 5:21→Markus 13:24→Romeinen 3:11→Mattheüs 24:29→Deuteronomium 32:28→Hosea 4:6→ — Zekerlijk, Mijn volk is dwaas, Mij kennen zij niet; het zijn zotte kinderen, en zij zijn niet verstandig; wijs zijn zij om kwaad te doen, maar goed te doen weten zij niet. Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet. Het was alsof zij tot de chaos teruggekeerd waren, tot de oorspronkelijke duisternis, tot de eerste ongeordendheid voordat God begon te scheppen.
Jeremia 4:24-29.KruisverwijzingenJeremia 5:10→Jeremia 30:11→Jeremia 46:28→Jeremia 5:18→Numeri 23:19→Jesaja 50:3→Jesaja 5:25→Ezechiël 38:20→ — Ik zag de bergen aan, en ziet, zij beefden; en al de heuvelen schudden. Ik zag, en ziet, er was geen mens; en alle vogelen des hemels waren weggevlogen. Ik zag, en ziet, het vruchtbare land was een woestijn, en al zijn steden waren afgebroken, vanwege den HEERE, vanwege de hittigheid Zijns toorns. Want zo zegt de HEERE: Dit ganse land zal een woestijn zijn (doch Ik zal geen voleinding maken); Hierom zal de aarde treuren, en de hemel daarboven zwart zijn; omdat Ik het heb gesproken, Ik heb het voorgenomen en het zal Mij niet rouwen, en Ik zal Mij daarvan niet afkeren. Van het geroep der ruiteren en boogschutters vluchten al de steden; zij gaan in de wolken, en klimmen op de rotsen; al de steden zijn verlaten, zodat niemand in dezelve woont. En dit alles is werkelijk gebeurd; het is alles uitgekomen. Palestina, de heerlijke hof van God, werd zo dor gemaakt als een wildernis. Het is nu niet veel beter; het heeft zich nauwelijks hersteld. God zal hen op zekere dag weer tot het land verzamelen. Maar wat een gezicht was het toen Hij ten slotte een einde aan Zijn lankmoedigheid gemaakt had en de flessen van Zijn toorn uitgoot over het land dat Hij vroeger begunstigd had!
II. Vs. 1-31.KruisverwijzingenDeuteronomium 10:16→Jesaja 65:16→Romeinen 2:28→Jeremia 9:26→Joël 2:12→Hosea 10:12→Deuteronomium 30:6→Jeremia 3:22→ — Zo gij u bekeren zult, Israel! spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij; en zo gij uw verfoeiselen van Mijn aangezicht zult wegdoen, zo zwerft niet om. Maar zweer: Zo waarachtig als de HEERE leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen. Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen. Besnijdt u den HEERE en doet weg de voorhuiden uwer harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat Mijner grimmigheid niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen. Verkondigt in Juda, en laat het horen te Jeruzalem, en zegt het; ja, blaast de bazuin in het land; roept met volle stem en zegt: Verzamelt ulieden, en laat ons ingaan in de vaste steden! Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk. De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoestingen; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone. Hierom, gordt zakken aan, bedrijft misbaar en huilt; want de hittigheid van des HEEREN toorn is niet van ons afgekeerd. En het zal te dier tijd geschieden, spreekt de HEERE, dat het hart des konings en het hart der vorsten vergaan zal; en de priesters zullen zich ontzetten, en de profeten zich verwonderen. Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! waarlijk, Gij hebt dit volk en Jeruzalem grotelijks bedrogen, zeggende: Gijlieden zult vrede hebben; daar het zwaard tot aan de ziel raakt. Dadelijk aan het hoofd dezer gehele afdeling staat de hoofdgedachte duidelijk uitgesproken: “bekeer u. ” Deze aansporing is niet gericht, gelijk in de vorige rede het geval was, tot het Israël der tien stammen, welke zich reeds in de ballingschap bevinden, om daaraan zijne laatste roemrijke toekomst te voorzeggen, maar tot de thans levenden. Nu bestaat voor Israël nog slechts het zuidelijk rijk en daaraan alleen wordt nog de mogelijkheid gelaten, om door ene waarachtige bekering de straf af te wenden. Het woord des Heeren beproeft nu op alle mogelijke wijzen de roepstem tot bekering krachtig te maken en te doen ingang vinden in het hart der verstokte Joden; zij geeft nauwkeurig en bepaald op, waarin waarachtige bekering bestaat en hoe ze tot stand moet komen; zij schildert ook levendig en handtastelijk het verderf, dat niet te ontgaan is, wanneer niet ter laatster ure nog zulk ere bekering plaats heeft, en maakt op de meest ingrijpende wijze de leugen en het bedrog der valse profeten te schande, welke de zielen met valse voorspiegelingen afhouden van den enigen weg van redding. De profeet, verhelderd door Gods Geest, is er zich echter zo vast van bewust, dat alle opwekking tot bekering om niet en te vergeefs is, en Juda verstokt is, dat hij met zijn hart reeds midden in het vuur van Gods gericht staat, alsof het reeds ware uitgebarsten.
KruisverwijzingenJoël 2:12→Jeremia 3:22→Jeremia 3:1→Efeze 4:22→Genesis 35:2→2 Kronieken 15:8→Jeremia 24:9→Jeremia 36:3→— Zo gij u bekeren zult, Israel! spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij; en zo gij uw verfoeiselen van Mijn aangezicht zult wegdoen, zo zwerft niet om.
Zo gij u bekeren zult, Israël! 1) in zo verre gij nog in het land der vaderen zijt, om het oordeel, dat het ander gedeelte, de tien stammen reeds heeft getroffen (Hoofdst. 3:8) van u af te wenden, spreekt de HEERE: bekeer u niet, gelijk gij thans doet (’ (2 (Kon. 23:1 vv). van de ene zonde tot de andere, ook niet slechts tot uitwendigen godsdienst, niet tot een deugdzaam leven, maar waarlijk tot Mij; 2) en zo gij uwe verfoeiselen van afgoderij niet alleen uitwendig, maar geheel en al van Mijn aangezicht zult wegdoen, zodat Ik ook in uw hart daarvan niets meer verneem, zo zwerf niet om, zo zult gij niet verdreven worden.
Sommigen zijn van mening, dat hier ook nog van het rijk der tien stammen wordt gesproken en dat eerst met vs. 3 het woord des Heeren gericht wordt tot het rijk van Juda. Onzen inziens echter ten onrechte. In het vorige hoofdstuk is met het rijk der tien stammen afgedaan en hier spreekt de Heere tot het nog overgebleven rijk van Juda. Wel achten we de vertaling beter: Zo gij u bekeren zult, Israël, spreekt de Heere, en u tot Mij bekeert, en zo gij enz. In de eerste verzen wordt de belofte gegeven wat geschieden zou, indien het volk zich waarlijk bekeerde tot den Heere God, terwijl in vs. 3 en vlg. de aard der bekering wordt aangegeven.
KruisverwijzingenJesaja 65:16→Jeremia 9:24→Genesis 22:18→Deuteronomium 10:20→1 Korinthe 1:31→Galaten 3:8→Jesaja 45:23→Jesaja 45:25→— Maar zweer: Zo waarachtig als de HEERE leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen.
Zijt gij afkerig geworden van de zonde en het schepsel, zo zie ook toe, dat gij u tot uwen God van harte keert en niet van de ene zonde tot de tegenovergestelde, bijv. van de verkwisting onder den schijn van spaarzaamheid tot gierigheid, of dat gij u tot ene door uzelven gekozenen godsdienst begeeft. Ook moet gij u niet alleen keren tot de genademiddelen en het gebruiken daarvan, maar gij moet u tot God zelven en Zijne waarachtige gemeenschap wenden, zodat gij daarbij alle andere dingen uit het oog en uit het hart laat gaan. Waar de bekering oprecht is, daar moet zij het rechte objectum in het oog houden, d. i. zij moet op God en tot God gericht zijn.
Maar zweer, wanneer gij u wezenlijk tot Mij bekeert en u waarachtig van uwe gruwelen reinigt: Zo waarachtig als de HEERE leeft! met ene andere gezindheid dan tot hiertoe (Jes. 48:1), in waarheid, zonder huichelarij, en leeft in recht en in gerechtigheid, zodat men de belijdenis der lippen (Deut. 10:20) ook een wandel in heiligheid en gerechtigheid overeenkomt: zo zullen zich de Heidenen, voor wie Ik u als Mijn zendingsvolk geroepen heb, omdat gij Mijnen naam tot hen draagt (Jes. 2:3. (Hand. 9:15), in Hem, in Mijnen naam b) zegenen, en zich in Hem beroemen (Hoofdst. 12:16. (Jes. 65:16). Dan zal niet eerst ene verstrooiing door geweld nodig zijn, maar Ik zal Mijne bedoelingen omtrent de heidenwereld langs vreedzamen weg bereiken. 1).
Gen. 22:18.
Vergelijk hier het woord van Drechsler bij 2 Kon. 15:36 meegedeeld. Juda deed bij de hervorming van Josia uitwendig zijne gruwelen van Gods aangezicht weg (2 Kon. 23:4 vv.), Maar het was er nog verre af, om zijn hart vast en alleen tot den Heere te richten, het wilde integendeel gedeeltelijk den Heere, de afgoden dienen. (Zef. 1:5) . Zo ernstig en diepgevoeld de vroomheid van den koning was, zo oppervlakkig en huichelachtig was bij de meeste anderen het terugkeren van Jehova, en wat in Hos. 7:16 gezegd wordt van het rijk der tien stammen, dat was eveneens waar van het rijk van Juda, en wordt ook even zo sterk van de profeten van dien tijd gezegd. Het was dus slechts te vergelijken met het laatste heldere opflikkeren van een uitgaand licht, wanneer de staat zich nog eens scheen op te heffen; het inwendig verdort en de onreinheid was zo groot, dat de gelukkige burgerlijke en kerkelijke toestand als door kunst voortgebracht bleek te zijn, en alle steunsels in elkaar stortten, toen de ogen des konings werden gesloten. Zij zullen een zegen voor anderen zijn, want hun wederkering tot God zal een middel zijn, dat anderen zich tot Hem bekeren, die Hem nooit gekend hebben. Indien gij den levenden God en Heere zult erkennen, dan zult gij de volken onder welke gij woont, aansporen door uw voorbeeld, om zich zelf ook in Hem te zegenen, om hun geluk in Zijn gunst te stellen en zichzelven gelukkig te achten, dat ze tot de vreze van Hem gebracht zijn. Zie Jes. 65:16.
KruisverwijzingenHosea 10:12→Lukas 8:14→Mattheüs 13:7→Galaten 6:7→Lukas 8:7→Mattheüs 13:22→Markus 4:7→Genesis 3:18→— Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen.
Toch kan het nog, gelijk het nu is, niet tot ene vreedzalige oplossing komen; het moet van den grond af anders worden. Want zo zegt de HEERE, die de harten kent en weet wat in den mens is, tot de mannen van Juda en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland 1) (Hos. 10:12), wordt voor alle dingen vernieuwd in den geest uws gemoeds (Ezech. 18:31. (Efez. 4:23 vv.), en zaait niet door ter zijde stelling van enkele misslagen en door u enkele verbeteringen voor te nemen terwijl de grond uwer harten toch dezelfde blijft, onder de doornen, waar, in de zorgen en wellustigheden des levens, arbeid en zaad toch verloren zijn (Matth. 13:7, 22); het kan niet goed gaan, wanneer het goddelijke en het vleselijke onder elkaar worden gemengd.
De spreekwijze is ontleend van de akkerlieden welke de aarde, die ene wijl ledig en onbebouwd gelegen heeft, door het omploegen van hare oppervlakte zacht en rul maken tot het ontvangen van het zaad. De zin is, zuivert uwe harten en uw gedrag door oprechte bekering en verbetering van leven, van die ongeregelde lusten, ontroerde hartstochten, goddeloze handelingen en verfoeielijke bedrijven, welke als schadelijke kruiden, of als doornen en distelen, niet zullen toelaten, dat het zaad van heilzame vermaningen of van onderwijs bij u wortel vatte of opschiete.
KruisverwijzingenDeuteronomium 10:16→Romeinen 2:28→Jeremia 9:26→Deuteronomium 30:6→Kolossenzen 2:11→Amos 5:6→Jeremia 21:12→Jesaja 30:27→— Besnijdt u den HEERE en doet weg de voorhuiden uwer harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat Mijner grimmigheid niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen.
Besnijdt u, wanneer gij bij het weer intreden in Mijn verbond (2 (Kon. 23:3) ook het lang verwaarloosde verbondsteken (Gen. 17:10 vv.) weer herstelt (Joz. 5:2 vv.), den HEERE, zodat gij daardoor niet slechts ene uitwendige zaak waarneemt, maar u ook werkelijk aan uwen God overgeeft, en doet weg, overeenkomstig de geestelijke betekenis dier heilige instelling, de voorhuiden a) uwer harten 1) verwijdert al die natuurlijke gezindheid, die de werkingen van Mijnen Geest in den weg staat (Deut. 10:16), gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat, gelijk het inderdaad reeds op het punt is (2 (Kon. 22:16 vv.), Mijne grimmigheid niet uitvare als b) een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, van wege de boosheid uwer handelingen, waardoor gij de in Deut. 28:15 v. v. gedreigde straffen hebt veroorzaakt.
(Deut. 10:16. b) Jes. 65:6.
Het was niet genoeg dat Juda voor het uitwendige terugkeerde tot den dienst van den Heere God. Uitwendige vroomheid, waaraan het wezen ontbreekt, behaagt den Heere God niet. Het komt niet in de eerste plaats op den vorm aan, hoewel de vorm niet gering geacht moet worden, maar op het beginsel, maar op het wezen. Waar Juda, hoewel het voor het uitwendige met den dienst der afgoden had gebroken, nog met zijn hart aan dien dienst bleef hangen en slechts uit vreze of om des konings wil tot den dienst van Jehova was teruggekeerd, daar zou het straks blijken, dat bij verandering van regering er ook weer een terugkeer tot den afgodendienst plaats greep. Niet de klederen maar het hart moest gescheurd worden.
KruisverwijzingenJeremia 8:14→Jeremia 6:1→Jozua 10:20→Hosea 8:1→Ezechiël 33:2→Amos 3:8→Jeremia 9:12→Jeremia 5:20→— Verkondigt in Juda, en laat het horen te Jeruzalem, en zegt het; ja, blaast de bazuin in het land; roept met volle stem en zegt: Verzamelt ulieden, en laat ons ingaan in de vaste steden!
Verkondigt in Juda, en laat het horen te Jeruzalem, en zegt het, dat de vijand nadert; ja, blaast de bazuin in het land, om tegen den indringer te strijden, en met wapengeweld het dreigend ongeluk te keren (Num. 10:9; 31:6. Jes. 18:3); roept in alle uwe landpalen met volle stem, en zegt tot hen, die in gehuchten en dorpen wonen: Verzamelt ulieden en laat ons ingaan in de vaste steden, waar wij beter tegenstand kunnen bieden!
KruisverwijzingenJeremia 1:13→Jeremia 50:2→Jeremia 6:1→Jeremia 6:22→Jeremia 51:27→Jeremia 4:21→Jeremia 51:12→Jesaja 62:10→— Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk.
Werpt de banier op naar Zion, de stad, die men voor onneembaar houdt (2 Kon. 19:21 1), opdat al het volk daarheen vluchtte (Jes. 11:10). Vlucht met hopen, met gehele troepen daarheen, blijft niet staan, haast u-maar wat zal het baten, wanneer eens Mijne grimmigheid zal ontstoken zijn? Het vuur zal branden, en wie zal het uitblussen? want Ik breng een kwaad aan van het noorden (Hoofdst. 1:13 vv.), en ene grote breuk, ten gevolge van den gehelen ondergang der stad (2 Kon. 25:1 vv.).
KruisverwijzingenJeremia 5:6→Jeremia 2:15→Jesaja 6:11→Jeremia 25:9→Jesaja 1:7→Ezechiël 26:7→Jeremia 49:19→Jeremia 50:17→— De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoestingen; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone.
De a) leeuw, Nebukadnezar (Hoofdst. 50:17) is opgekomen uit zijne haag, uit zijn dicht geboomte, uit Babel, zijne verblijfplaats, en de verderver der Heidenen, hij, die reeds vele heidense volken heeft ten ondergebracht, is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijne plaats, het land der Chaldeën, om uw land, o volk van Juda! te stellen in verwoesting; uwe steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone.
Jes. 5:29. Jer. 2:15; 5:6.
KruisverwijzingenJeremia 6:26→Jesaja 22:12→Jesaja 10:4→Jesaja 5:25→Jesaja 32:11→Amos 8:10→Numeri 25:4→Jesaja 9:12→— Hierom, gordt zakken aan, bedrijft misbaar en huilt; want de hittigheid van des HEEREN toorn is niet van ons afgekeerd.
Hierom gordt zakken aan (Gen. 37:34) a) bedrijft misbaar en huilt; want de hittigheid van des HEEREN toorn, nadat die eens is uitgebarsten, is niet van ons afgekeerd, 1) zo zult gij moeten klagen.
Jes. 32:12.
In dichterlijke levendigheid wordt de inval van een vreeslijken vijand in het land zo geschilderd, dat de bewoners geprest worden, in het gehele land het aanrukken er van te verkondigen, opdat ieder in de vaste steden een schuilplaats zoeke. Zonder enigen twijfel wordt hier de inval der Chaldeën verkondigd. Wat sommigen willen, dat hier een inval van de Scythen bedoeld wordt, is volstrekt af te wijzen, al was het alleen maar omdat het wel in de bedoeling lag der Chaldeën, maar niet in die der Scythen om de overwonnen volken in ballingschap mede te nemen.
KruisverwijzingenJesaja 29:9→Jesaja 22:3→Ezechiël 13:9→Psalmen 102:4→Jesaja 19:16→Jesaja 21:3→Jeremia 37:19→Jeremia 5:31→— En het zal te dier tijd geschieden, spreekt de HEERE, dat het hart des konings en het hart der vorsten vergaan zal; en de priesters zullen zich ontzetten, en de profeten zich verwonderen.
En het zal te dier tijd, wanneer Ik het zo even gedreigde ongeluk van het noorden aanbreng (vs. 6 vv.), geschieden, spreekt de HEERE, dat het hart des konings en het hart der vorsten, die hen op verkeerde wegen hebben gebracht (2 Kon. 24:18 vv.), vergaan zal (Gen. 42:28); en de priesters, die de vorsten hebben ondersteund, zullen zich ontzetten, en de profeten zullen zich verwonderen, wanneer hetgeen zij uit hun eigen hart geprofeteerd hebben (Ezech. 13:2 vv.), openlijk tot leugen zal worden. (Hoofdst. 37:19).
KruisverwijzingenJeremia 5:12→2 Thessalonicenzen 2:9→Jeremia 23:17→Jesaja 63:17→Jeremia 8:11→Jeremia 1:6→Romeinen 1:26→Ezechiël 11:13→— Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! waarlijk, Gij hebt dit volk en Jeruzalem grotelijks bedrogen, zeggende: Gijlieden zult vrede hebben; daar het zwaard tot aan de ziel raakt.
Toen zei ik, de ware Profeet, daar ik de dingen, die zouden komen, zo duidelijk zag, alsof zij niet nog in de toekomst waren, maar reeds geschiedden: Ach Heere HEERE! waarlijk Gij hebt dit volk en Jeruzalem grotelijks bedrogen 1) in de verwachtingen, die zij op grond der uitspraken hunner dwaze profeten zich zelven maakten, zeggende, daar die hun eigene meningen volgden: gijlieden zult vrede hebben, er is geen gevaar (Hoofdst. 6:13 vv. (Ezech. 13:10), terwijl nu toch het tegendeel gekomen is, daar het zwaard tot aan de ziel raakt, het uiterste gevaar reeds nabij gekomen is.
Ten rechtvaardigen gerichte over de verharding, waarin men het woord dar ware profeten niet wilde aannemen, bereidde de Heere ene grote misleiding, daar Hij den valsen profeten toeliet hen te bedriegen (1 Kon. 22:19-23). Zij hadden van vrede gesproken, nu was geen ontkomen meer mogelijk. (Ps. 69:2). Dit vers wordt ook vragender wijze opgevat: “Waarlijk Heere! hebt Gij het volk van Juda en de inwoners van Jeruzalem grotelijks bedrogen en wijs gemaakt door Uwe profeten, dat wij vrede zouden hebben? Immers neen, daar Gij het tegendeel uitdrukkelijk hebt laten betuigen!” . De leugenprofeten hadden het volk diets gemaakt, dat het geen inval, geen beleg had te vrezen en het volk had die profeten beschouwd als van God gezonden. Het is daarom dat de Profeet deze vraag doet. Niet om daarmee te zeggen dat de Heere het volk had bedrogen, maar om daarmee klagend te vragen, waarom de Heere had toegelaten, dat de leugenprofeten het arme volk hadden misleid. Het zou toch geen vrede maar onvrede zijn, geen tijden van verademing en vertroosting, maar van schrikkelijke ontnuchtering.
KruisverwijzingenHosea 13:15→Ezechiël 17:10→Mattheüs 3:12→Klaagliederen 2:11→Jeremia 30:23→Jeremia 8:19→Jesaja 64:6→Lukas 3:17→— Te dier tijd zal tot dit volk en tot Jeruzalem gezegd worden: Een dorre wind van de hoge plaatsen in de woestijn, van den weg der dochter Mijns volks; niet om te wannen, noch om te zuiveren.
Te dier tijd, wanneer hetgeen in vs. 5 gezegd is, geschieden zal, zal tot dit volk en tot Jeruzalem gezegd worden, zo als het bij een dreigend uitbreken van een orkaan de gewoonte is, dien aan te kondigen aan diegenen, die daarvan zullen te lijden hebben, omdat zij alle mogelijke voorzorgen nemen: Een dorre verzengende wind van de hoge plaatsen, komende over de kale rotsen in ‘t oosten, in de woestijn, hetgeen ten teken is, dat hij met ontzaglijke hevigheid zal woeden (Job 1:19; 27:21), van den weg der dochter Mijns volks, recht op Mijn volk op Juda en Jeruzalem af (Jes. 27:8); niet om te wannen, noch om te zuiveren, waartoe alleen weste- of zuidewind kunnen dienen, maar om los te rukken en te verderven (Hoofdst. 18:17. Ezech. 17:10).
KruisverwijzingenJeremia 1:16→Ezechiël 5:8→Ezechiël 6:11→Ezechiël 7:8→— Er zal Mij een wind komen, die hun te sterk zal zijn. Nu zal Ik ook oordelen tegen hen uitspreken.
Er zal Mij een wind 1) komen, die hun te sterk zal zijn, dan dat men nog langer daarbij van vrede zou kunnen spreken (vs. 10). Nu zal Ik ook, nadat zij zo lang met Mij getwist hebben (Hoofdst. 2:5, 29:17 vv.), oordelen tegen hen uitspreken.
De winden zijn in Palestina en Syrië, wat richting, verloop en werking aangaat, zeer regelmatig. De west- en zuidwestewind, die over de Middellandse zee komt, is vochtig en brengt gewoonlijk regen (1 Kon. 18:44 v. Luk. 12:54). Hij heerst van November tot in Maart en veroorzaakt dan den regentijd. De zuide, in ‘t bijzonder de zuidoostewind gaat over de Arabische woestijn en heeft hitte ten gevolge (Luk. 12:55), die ten tijde van de lentenacht-evening in Egypte tot een gloed van 16-36 graden stijgt. Hij waait hoofdzakelijk in Maart en wel dikwijls drie dagen achter elkaar, voert stof en zand met zich, maar is, hoe verder hij naar het noorden voortgaat, des te zwakker en in de gebergten veel dragelijker dan in de vlakten. De oostewind, die voor Palestina uit de steppen van woest Arabië komt (Jer. 13:24), is gewoonlijk scherp en hevig, zeer droog en daardoor verzengend werkende op den plantengroei (Jona 4:8). Met den verstikkenden stormwind, den Sammum van woest-Arabië, die in April en Mei heerst, heeft hij verwantschap, doch deze waait niet in Palestina, al wordt er misschien op enige plaatsen van het Oude Testament (Ps. 11:6 op gedoeld. De oostewind blaast in Palestina geregeld gedurende de zomermaanden tot in Juni, en maakt zelfs de hitte in de omstreken van Jeruzalem drukkend. De noorde- of noordwestewind brengt koelte en verfrissing aan (Hoogl. 4:16), zelfs koude en droogte; hij verheft zich gewoonlijk tegen de herfstnacht-evening, wanneer hij wel tot aan den derden dag achter elkaar aanhoudt. In den zomer is de oostenwind zeldzaam, door elkaar waait hij dan slechts elke maand 2 of 3 dagen. Menigvuldiger is hij in den winter, wanneer hij bij langduriger aanhouden het jonge groen verzengt en een onvruchtbaar jaar veroorzaakt. Daarom heet hij op den Libanon Semoem, dat tegenwoordig gift-wind, doch oorspronkelijk verwoestende wind betekent. De oostenwind is droog, doet het bloed opstijgen. benauwt de borst, veroorzaakt onrust en angst, slapeloze nachten of kwade dromen; mens en dier gevoelen zich, als die wind waait, zwak en ziek, daarom vergelijkt men in ‘t dagelijks leven het onaangename, den tegenspoed met hem. In den oogsttijd kan, zo lang de oostenwind aanhoudt, het koren, dat reeds in de schuren en reeds gedorst is, niet worden gewand; daartoe is een gelijkmatige, gemiddelde luchtstroom nodig, welke slechte aan de weste- en de zuidewind eigen is. De noordewind is al te sterk, en de oostewind karakteriseert zich door gedurige rukken, die, zo als de Hauraniër zegt, kaf en koren wegvoeren. Stormen zijn bij oostewind zeldzaam (zij ontstaan meestal bij westewind); stormt het echter uit het oosten, dan is deze om zijne hevige stoten meestal zeer schadelijk en ontwortelt de grootste bomen.
KruisverwijzingenJesaja 5:28→Jesaja 66:15→Klaagliederen 4:19→Jesaja 19:1→Habakuk 1:8→Deuteronomium 28:49→Nahum 1:3→Mattheüs 24:30→— Ziet, hij komt op als wolken, en zijn wagenen zijn als een wervelwind, zijn paarden zijn sneller dan arenden; wee ons, want wij zijn verwoest!
Ziet, hij, die met het beeld van een oostewind, even als vroeger (vs. 7) met dat van een leeuw bedoeld is, komt met zijne legers op als dichte zwarte wolken, en zijne krijgswagenen zijn, wat de snelheid aangaat en het gedruis, waarmee zij naderen, als een wervelwind; zijne paarden zijn sneller dan arenden (Hab. 1:6 vv.). Wee ons, zulk een klaaggeschrei verheft zich dan bij degenen, die zich zo lang in slaap hebben laten wiegen, en nu op eens laten zien, dat zij het verderf niet meer kunnen ontlopen (vs. 10): want wij zijn verwoest.
KruisverwijzingenJakobus 4:8→Jeremia 13:27→Jesaja 55:7→Spreuken 1:22→Handelingen 8:22→Psalmen 119:113→Mattheüs 23:26→Mattheüs 12:33→— Was uw hart van boosheid, o Jeruzalem! opdat gij behouden wordt; hoe lang zult gij de gedachten uwer ijdelheid in het binnenste van u laten vernachten?
a) Was uw hart van boosheid, o Jeruzalem! met tranen van oprecht berouw; kom tot waarachtige bekering, nu redding van het dreigend verderf nog mogelijk is, opdat gij behouden wordt. Hoe lang zult gij de gedachten uwer ijdelheid in het binnenste van u laten vernachten 1) daar gij toch uw halt voortdurend laat innemen door kwade overdenkingen, die u niets dan onheil en lijden veroorzaken, en het kwaad nog erger maken, in plaats van het af te wenden (Job. 16:2)?
Jes. 1:16.
Het hart is de bron; daar dit door de zonde is verontreinigd, moet ook hiermede het begin van verbetering worden gemaakt; het is van nature verkeerd, daarom moet het bekeerd worden; het is verduisterd, daarom moet het verlicht, het is verhard, daarom moet het vertederd worden. De helse aanblazing des satans is tot in het binnenste der ziel doorgedrongen, daarom moet ook de hemelse kracht en de adem van Jezus Christus zo diep doordringen. Wil Jeruzalem gered worden, zo moet het zich van hare zonden hartgrondig bekeren, het hart rein wassen, niet bloot uiterlijk van het boze aflaten, maar de zondige neiging des harten opgeven. In de vraag, hoe lang zulks zou vertoeven? ligt de gedachte dat Jeruzalem reeds te lang heilloze gedachten gekoesterd en gepleegd heeft. Wij zien hier de goedheid Gods, die, terwijl Hij dreigt en de straf bepaalt, toch nog altijd met vermaning tot berouw bij ons aanhoudt. Hiermede toont Hij genoegzaam, dat Hij geen mens zonder meer verwerpt, maar dat Hij bij alle dreiging en strafprediking aan de boete en bekering de mogelijkheid wil gelaten zien, om het onheil af te keren. Wij moeten echter met ons berouw niet dralen totdat de straf op onzen hals komt. Het is te laat als het vuur van den Goddelijken toorn reeds met alle macht brandt, of de vijand het paard reeds aan onze heggen heeft gebonden.
KruisverwijzingenJeremia 8:16→Richteren 18:29→Richteren 20:1→Jozua 20:7→Jeremia 6:1→Jozua 17:15→— Want een stem verkondigt van Dan af, en doet ellende horen van het gebergte van Efraim.
Want, om ten derde male (vs. 5 vv. en vs. 11 vv.) u het ongeluk, dat over u besloten is, voor de ogen te schilderen, alsof het reeds aanwezig ware, ene stem verkondigt van Dan af, dat het uiterste noordelijke punt des lands is (Joz. 19:47), en doet ellende horen van het gebergte van Efraïm, ten noorden van het rijk van Juda-zo snel en zonder oponthoud komt het steeds nader en nader (Jes. 10:29 vv.
KruisverwijzingenEzechiël 21:22→Jeremia 5:15→Jesaja 39:3→Jeremia 6:18→Jeremia 2:15→Jeremia 4:17→Jeremia 5:6→Jesaja 34:1→— Vermeldt den volke, ziet, doet het horen tegen Jeruzalem; daar komen hoeders uit verren lande; en zij verheffen hun stem tegen de steden van Juda.
Vermeldt den volken 1) hoe de legerscharen tot Jeruzalems verwoesting komen, hetgeen ook op ‘t lot van vele andere natiën invloed zal hebben (Hoofdst. 25:13 vv.) zietze komen en doet het horen tegen Jeruzalem, zodat de inwoners het weten:daar komen hoeders 2), herders, uit verren lende; en zij verheffen hun stem tegen de steden van Juda, omdat ze deze willen overweldigen.
De vergelijking doelt op de tenten, die de wachters of hoeders op de velden en wijnbergen opslaan en wier constructie de volgende is. Men richt vier staken zo op, dat zij de hoeken van een kwadraat vormen, waarvan de zijden ongeveer 8 voet lang zijn; acht voet boven den grond worden daaraan met touwen 4 dwarsbalken vastgebonden, waarop men takken van bomen, of wanneer ze te krijgen zijn, planken legt. Hier is het nachtleger van den wachter, dat uit stro bestaat; zes of zeven voet boven dit leger zijn aan de staken weer dwarshouten gebonden, waarop takken of riet of ene mat een dak vormen; tussen dak en leger worden drie kanten met ene mat of met zaamgebonden riet of stro dicht gemaakt, zowel om koude nachtwinden af te houden, als ook om de dieren omtrent het getal der wachters in onzekerheid te laten. Tot het leger leidt dikwijls ene kleine ladder, het gedeelte tussen de aarde en het leger is slechts aan de westzijde afgesloten om de hete middagzon af te houden, want des daags zit de wachter bij zijnen hond onder op den grond. ” Er zijn ook tenten, die licht, van boomtakken zijn gemaakt. Met deze hutten nu worden de tenten der belegeraars vergeleken, die in Hoofdst. 6:3 onder een dergelijk beeld als herders, die met hun kudden de gehele landstreek verwoesten worden voorgesteld. Volgens het vermoeden van enige Joodse uitleggers ligt in het Hebr. woord notseer, dat hier gebezigd is, ene zinspeling op den naam Nebukadnezar, welks laatste lettergrepen daarmee overeenkomen. Niet alleen Jeruzalem, maar ook de Heidenen moeten het horen, ook aan hen moet het verkondigd worden dat de belegering en inname van Jeruzalem aanstaande is. En dat, opdat ook de heidenen een waarschuwing zullen ontvangen, hoe het met die volken gaat, die zich weigeren te bekeren tot den levenden God, die daar blijven bij den dienst der heidense afgoden. Om den afgodendienst zal Jeruzalem verwoest worden en Juda in ballingschap gaan, gelijk ook Israël in ballingschap is gezonden. Evenmin zullen de heidense volken kunnen bestaan, die den enigen en waarachtigen God blijven verwerpen.
In het Hebr. Notserim. Dit woord kan wel betekenen, hoeders, maar ook belegeraars, en deze betekenis past hier geheel en al. De Chaldeën zouden komen om de stad te belegeren. In 2 Sam. 11:16 heeft het werkwoord ook de betekenis van belegeren.
KruisverwijzingenJeremia 5:23→2 Koningen 25:1→Daniël 9:7→Lukas 19:43→Klaagliederen 1:18→Klaagliederen 1:8→Nehemia 9:26→Jesaja 1:20→— Als de wachters der velden zijn zij rondom tegen haar; omdat zij tegen Mij wederspannig geweest is, spreekt de HEERE.
Als de wachters der velden, die een vossenhol omringen, totdat zij het gehele gebroedsel hebben. uitgeroeid; zijn zij rondom tegen haar, tegen Jeruzalem; omdat zij tegen Mij weerspannig geweest is, spreekt de HEERE, daarom laat Ik ook deze wachters als verwoesters over hen komen (Hoofdst. 5:6; 6:25). God was toornig op hen, om hun zonden. Het is de vreselijke grimmigheid van God, die de legermacht der Chaldeën zo vreeslijk, zo woedend maakt. Let hier, in des mensen toorn tegen ons moeten wij Gods toorn zelven erkennen en de sterkte daarvan. Als die van ons afgeleid is, zullen onze vijanden niet verder tegen ons opkomen.
KruisverwijzingenJeremia 2:19→Jeremia 2:17→Jesaja 50:1→Psalmen 107:17→Job 20:5→Jeremia 26:19→Spreuken 5:22→Jeremia 5:19→— Uw weg en uw handelingen hebben u deze dingen gedaan; dit is uw boosheid, dat het zo bitter is, dat het tot aan uw hart raakt.
Uw weg en uwe handelingen hebben u, o Jeruzalem en Juda! deze dingen gedaan, en gij wilt u daarvan niet bekeren; dit is uwe boosheid, welke veroorzaakt heeft, dat het u zo bitter is, dat het tot aan uw hart raakt (vs. 10), terwijl gij, nu ontkomen nog mogelijk zou zijn, het niet wilt inzien (Hoofdst. 2:19. Jes. 59:12). Zo zoet als de zonde in den beginne is, zo bitter wordt zij daarna, wanneer het geweten ontwaakt door het gevoel der gerichten Gods. Ps. 38:5.
KruisverwijzingenJesaja 16:11→Jesaja 22:4→Jeremia 9:10→Habakuk 3:16→Jeremia 9:1→Jesaja 15:5→Jesaja 21:3→Klaagliederen 3:48→— O mijn ingewand, mijn ingewand! ik heb barenswee, o wanden mijns harten! mijn hart maakt getier in mij, ik kan niet zwijgen; want gij, mijn ziel! hoort het geluid der bazuin en het krijgsgeschrei.
O mijn a) ingewand, mijn ingewand! ik heb barenswee, o wanden mijns harten! mijn hart maakt getier in mij, ik kan niet zwijgen, want gij, mijne ziel! hoort het geluid der bazuin en het krijgsgeschrei.
Jes. 21:4. Jer. 9:1. Mijn gemoed is bitterlijk bedroefd, en ik gevoel zulk ene inwendige ontroering, dat ik het van weedom en angst moet uitschreeuwen, en met ene luide klaagstem roepen, even als ene vrouw in hare barensweeën: “O mijn ingewand, mijn ingewand” o mijne ingewanden, welke in mijne borst het benauwde hart omringen! mijn beangstigd hart klopt geweldig en is in ene gedurige beweging. Ik kan en zal niet zwijgen. Ik kan en zal mijne weeklachten niet bedwingen; want ik hoor met mijne ziel het geluid der vijandige bazuinen, ik weet zeker, dat er een allerakelijkst krijgsgeschrei opgaat. Deze afgebroken woorden en zuchten zijn de levendigste uitdrukking van de ontzaglijke smart, onder welke Jeremia’s hart bloedt bij het zien van de verharding en den ondergang van zijne broeders. Vgl. Paulus in Rom. 9:1-3 en de bij Jes. 23:3.
KruisverwijzingenPsalmen 42:7→Jesaja 33:20→Jesaja 54:2→Jeremia 10:19→Ezechiël 7:25→Habakuk 3:7→Leviticus 26:28→2 Thessalonicenzen 1:9→— Breuk op breuk wordt er uitgeroepen; want het ganse land is verstoord; haastelijk zijn mijn tenten verstoord, mijn gordijnen in een ogenblik!
Breuk op breuk wordt er uitgeroepen, nauwelijks is de ene verwoesting vernomen of de tijding van ene andere komt; want het ganse land is verstoord; haastelijk zijn mijne tenten verstoord, mijne gordijnen in een ogenblik 1) de steden van mijn vaderland zijn door de vijanden zo spoedig en gemakkelijk verwoest, alsof het slechts licht opgeslagen tenten geweest waren.
Wel brak de Profeet hier in een klagelijk roepen en stenen uit, maar uit het “mijne tenten” is het duidelijk, dat hij hier spreekt als in naam van het volk, dat onder de oordelen Gods gebukt gaat, dat verbroken is, dat is, van het overblijfsel naar de verkiezing der genade. Want juist dit gedeelte, al was het nog zo klein, geloofde dat de Heere met zijn roede, met Zijne oordelen zou komen. Dit volk wist dat die oordelen niet zouden, niet konden uitblijven, maar daarom leed het er wel onder. De oordelen Gods zijn eigenlijk alleen oordelen voor hen, die de roede kussen, die ze erkennen als rechtvaardig om der zonden wil.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:6→2 Kronieken 36:17→2 Kronieken 35:25→2 Kronieken 36:3→Jeremia 4:5→Jeremia 6:1→2 Kronieken 36:10→Jeremia 4:19→— Hoe lang zal ik de banier zien, het geluid der bazuin horen?
Hoe lang zal ik de banier zien, het geluid der bazuin horen? Mij stuiten deze tekenen ener verdediging, die toch zo nutteloos is en slechts een bewijs is van ongeloof (vs. 5 vv).
KruisverwijzingenRomeinen 16:19→1 Korinthe 14:20→Jeremia 5:21→Romeinen 3:11→Deuteronomium 32:28→Hosea 4:6→Johannes 16:3→Hosea 5:4→— Zekerlijk, Mijn volk is dwaas, Mij kennen zij niet; het zijn zotte kinderen, en zij zijn niet verstandig; wijs zijn zij om kwaad te doen, maar goed te doen weten zij niet.
Zeker, Mijn volk is dwaas, zegt de Heere: Mij en Mijne woorden kennen zij in hun verblinding niet; het zijn in alle hun pogingen zotte kinderen, en zij zijn niet verstandig, zij hebben geen gevoel van hun dwaasheid; wijs, uitgeleerd, zijn zij om kwaad te doen, maar goed te doen weten zij niet. Het volk is geworden tot een dwaas, een rondloper; zij zijn geworden onbandige kinderen, die niets dan kinderspel doen; een ding kennen zij toch: wanneer de vervreemding van God langeren tijd heeft plaats gehad, ontwikkelt zich een eigenaardig talent, om kwaad te doen. Het gevolg van het toenemen der zonde is ene altijd toenemende stompheid en domheid in hogere dingen, maar wanneer het op ‘t kwade aankomt, zijn zij bijzonder sluw en listig. Dat is de eigenaardige werking van den duivel. Vgl. Rom. 16:19 “wijs in ‘t goede, onnozel in ‘t kwade. ” Vs. 22 geeft het antwoord op vs. 21, in dezen zin dat er aan de oordelen nog geen einde zou komen, dewijl het volk in zijn dwaasheid, d. i. in zijn vervreemding van God bleef volhouden.
KruisverwijzingenMarkus 13:24→Mattheüs 24:29→Genesis 1:2→Lukas 21:25→Jesaja 13:10→Handelingen 2:19→Jesaja 5:30→Joël 3:15→— Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet.
Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig, alsof het in den chaotischen toestand van den voortijd ware teruggezonken (Gen. 1:2); ook naar den hemel, en zijn licht was er niet, het was donker, alsof een rouwgewaad was aangetrokken van wege het leed over Juda. Zo gaat het gewoonlijk dengenen, die in nood verkeren; hun schijnt het licht geen licht, de dag geen dag, het zoete geen zoet te zijn, maar aller verandert in het tegenovergestelde.
KruisverwijzingenJesaja 5:25→Ezechiël 38:20→Jeremia 10:10→Jeremia 8:16→Psalmen 77:18→Micha 1:4→Psalmen 114:4→Habakuk 3:6→— Ik zag de bergen aan, en ziet, zij beefden; en al de heuvelen schudden.
Ik zag de bergen aan, en ziet, zij beefden, en al de heuvelen schudden, evenals wanneer God met zijn dreigenden donder verschijnt.
KruisverwijzingenHosea 4:3→Sefanja 1:2→Jeremia 12:4→Jeremia 9:10→— Ik zag, en ziet, er was geen mens; en alle vogelen des hemels waren weggevlogen.
Ik zag, en ziet, er was geen mens en alle vogelen des hemels waren weggevlogen zodat overal slechts de vreeslijkste verwoesting te zien was.
KruisverwijzingenPsalmen 107:34→Jeremia 12:4→Jesaja 5:9→Jesaja 7:20→Jeremia 14:2→Psalmen 76:7→Deuteronomium 29:23→Micha 3:12→— Ik zag, en ziet, het vruchtbare land was een woestijn, en al zijn steden waren afgebroken, vanwege den HEERE, vanwege de hittigheid Zijns toorns.
Ik zag, en ziet, het eens zo vruchtbare land was ene woestijn, en al zijne steden waren afgebroken 1) en lagen in puin van wege den HEERE, van wege de hittigheid Zijns toorns, die ze zo had verwoest.
Ene grote uitwerking in de beschrijving doet dit altijd terugkerende: “Ik zag, ” alsof de Profeet zijn oog wilde afwenden van het treurig beeld en toch gedrongen werd, steeds op nieuw daarheen te zien, om zijnen tranen den vrijen loop te laten. Op verheven dichterlijke wijze voorspelt de Profeet de verwachting die komen zal. Het zal zijn als bij den aanvang der schepping. Woest en ledig zal de aarde zijn. Geen licht zal aan den hemel prijken. De bergen en heuvelen zullen op hun grondvesten bewogen worden en de vruchtbare weiden en velden zullen de woestijn gelijk zijn. Nog kan het laatste ook vertaald: Ik zag de Karmel als de woestijn. De Karmel, het Karmelgebergte was bekend en beroemd om zijn vruchtbaarheid. Dit alles zou het gevolg zijn van de schrikkelijke belegering door de Chaldeën en dus het gevolg van den groten toorn der Heeren over Zijn volk.
KruisverwijzingenJeremia 5:10→Jeremia 30:11→Jeremia 46:28→Jeremia 5:18→Ezechiël 11:13→Romeinen 9:27→Leviticus 26:44→Romeinen 11:1→— Want zo zegt de HEERE: Dit ganse land zal een woestijn zijn (doch Ik zal geen voleinding maken);
Want zo zegt de HEERE: Dit ganse land zal eens woestheid zijn; (doch Ik zal gene voleinding maken); Ik zal niet verdelgen zonder een klein overblijfsel te laten als een zaad voor een later geslacht (Jes. 6:13. Ezech. 20:17). Hoe wonderlijk verenigen zich hier de toorn en de liefde Gods! Beide komen ze voor als oneindig; de ene beperkt den anderen. God bemint niet zo, dat Hij niet zou kunnen toornen, en Hij toornt niet zo, dat Hij niet zou kunnen beminnen. In de zwaarste oordelen, welke God over Zijn volk brengt, behoudt Hij nog een overblijfsel, waaraan Hij Zijne beloften vervult (Hoofdst. 30:11; 46:18) Of men kan de woorden verstaan: schoon Ik het ganse land woest maak door het zwaard en den honger, heb Ik nochtans nog zwaarder oordelen voor het volk weggelegd (zie Hoofdst. 5:10, 18 de verdelging van stad en tempel, en de gevankelijke wegvoering van hen, die de vorige ellenden overleven. De eerste uitlegging dezer plaats kan kracht ontvangen uit hare vergelijking met 1 Sam. 3:12.
KruisverwijzingenHosea 4:3→Jeremia 12:4→Numeri 23:19→Jesaja 50:3→Jesaja 5:30→Joël 2:30→Mattheüs 27:45→Efeze 1:11→— Hierom zal de aarde treuren, en de hemel daarboven zwart zijn; omdat Ik het heb gesproken, Ik heb het voorgenomen en het zal Mij niet rouwen, en Ik zal Mij daarvan niet afkeren.
In ‘t algemeen zal echter de straf ene beslissende zijn. Hierom, als wilde het schepsel zijne overeenstemming met de handeling des Scheppers te kennen geven, zal de aarde treuren, en de hemel daarboven zwart zijn, een treurgewaad aantrekken (vs. 23), omdat Ik het heb gesproken; Ik heb het voorgenomen, en het zal Mij niet rouwen, en Ik zal Mij daarvan niet afkeren, 1) maar het integendeel zo laten geschieden, als Ik het gedreigd heb.
Hun staat was hulpeloos en zonder middelen van herstel. God wilde hen niet helpen, zo zegt Hij hen ronduit. En als de Heere hen niet helpt, wie zal het dan doen? Dit maakt hun staat treurenswaardig; hierom treurt het land en de hemel daarboven is zwart. Daar zijn geen uitzichten dan die zeer verschrikkelijk zijn, omdat Ik het gesproken heb. Ik heb het woord gegeven dat niet weer terug zal geroepen worden. Zij willen geen berouw hebben en wederkeren van den weg hunner zonden, en daarom zal ‘t God ook niet berouwen, en Hij zal niet afkeren van den weg Zijner oordelen.
KruisverwijzingenJeremia 4:7→Jesaja 2:19→2 Kronieken 33:11→Jesaja 30:17→2 Koningen 25:4→Openbaring 6:15→Jeremia 52:7→Lukas 23:30→— Van het geroep der ruiteren en boogschutters vluchten al de steden; zij gaan in de wolken, en klimmen op de rotsen; al de steden zijn verlaten, zodat niemand in dezelve woont.
Van het geroep der vijandelijke ruiteren en boogschutters vluchten al de steden; zij gaan in de wolken, en klimmen op de rotsen; al de steden zijn verlaten, zodat niemand, die achter gebleven is, in dezelve woont.
KruisverwijzingenKlaagliederen 1:2→2 Koningen 9:30→Jesaja 10:3→Klaagliederen 1:19→Jeremia 13:21→Jesaja 20:6→Ezechiël 23:9→Ezechiël 16:36→— Wat zult gij dan doen, gij verwoeste? Al kleeddet gij u met scharlaken, al versierdet gij u met gouden sieraad, al schuurdet gij uw ogen met blanketsel, zo zoudt gij u toch tevergeefs oppronken; de boelen versmaden u, zij zullen uw ziel zoeken.
Wat zult gij dan doen, gij verwoeste Juda? al kledet gij u met scharlaken, al versierdet gij u met gouden sieraad, al schuurdet gij uwe ogen met blanketsel 1) om als ene boeleerster de vijanden voor u te winnen, zo zoudt gij u toch te vergeefs oppronken; de boelen, wier gunst gij nu meent te bezitten (Wijsh. 14:21) versmaden u; zij zullen zich door uwe vleierijen niet laten vangen, maar zij zullen uwe ziel zoeken. Zo versierde zich de goddeloze Izebel bij het naderen van den vijand Jehu; zij vond echter gene genade, ondanks alle hare kunsten (2 (Kon. 9:30 vv.); even zo min zal Juda van een dergelijk gedrag omtrent de Chaldeën (Ezech. 23:40 vv.) enig gevolg hebben.
KruisverwijzingenJesaja 1:15→Klaagliederen 1:17→Jeremia 13:21→Jesaja 13:8→Jeremia 14:18→Jeremia 6:2→Ezechiël 23:46→Jeremia 45:2→— Want ik hoor een stem als van een vrouw, die in arbeid is, een benauwdheid als van een, die in des eersten kinds nood is, de stem van de dochter Sions; zij hijgt, zij breidt haar handen uit, zeggende: O, wee mij nu, want mijn ziel is moede vanwege de doodslagers!
Want Ik hoor uit uwen mond ene stem als van ene vrouw, die in den arbeid is, ene benauwdheid als van ene, die in des eersten kinds nood is, de stem van de dochter Zions, zij hijgt als in het voorgevoel des doods (Gen. 36:18), zij breidt hare handen hopeloos uit, zeggende: O wee mij nu, want mijne ziel is moede, bezwijkt van wege de doodslagers, aan welke ik prijs gegeven heb. Het punt van vergelijking ligt hier alleen in het angstgeroep, maar niet in de vreugde wegens de geboorte eens kinds. God wilde niet helpen en zij zelf zij konden zich niet helpen. Jeruzalem mocht zich opsieren gelijk een vrouw, gelijk Izebel deed om Jehu’s hart te winnen, maar het zou haar niet baten. Nebukadnezar zou het instrument Gods zijn, om het trouweloze Juda te tuchtigen, en daarom zou Babel zich niet laten winnen, maar het zou, als een wrede vijand, stad en inwoners vernietigen en verdelgen. Zion, hetwelk zich opsierde als een vrouw in bruidsgewaad, zou worden een vrouw die in arbeid is. Vreugde zou wegblijven en smart en pijn zou haar aangrijpen.
Want Ik hoor uit uwen mond ene stem als van ene vrouw, die in den arbeid is, ene benauwdheid als van ene, die in des eersten kinds nood is, de stem van de dochter Zions, zij hijgt als in het voorgevoel des doods (Gen. 36:18), zij breidt hare handen hopeloos uit, zeggende: O wee mij nu, want mijne ziel is moede, bezwijkt van wege de doodslagers, aan welke ik prijs gegeven heb. Het punt van vergelijking ligt hier alleen in het angstgeroep, maar niet in de vreugde wegens de geboorte eens kinds. God wilde niet helpen en zij zelf zij konden zich niet helpen. Jeruzalem mocht zich opsieren gelijk een vrouw, gelijk Izebel deed om Jehu’s hart te winnen, maar het zou haar niet baten. Nebukadnezar zou het instrument Gods zijn, om het trouweloze Juda te tuchtigen, en daarom zou Babel zich niet laten winnen, maar het zou, als een wrede vijand, stad en inwoners vernietigen en verdelgen. Zion, hetwelk zich opsierde als een vrouw in bruidsgewaad, zou worden een vrouw die in arbeid is. Vreugde zou wegblijven en smart en pijn zou haar aangrijpen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 4
Jeremia 4:1-2.KruisverwijzingenJesaja 65:16→Joël 2:12→Jeremia 3:22→Jeremia 9:24→Jeremia 3:1→Genesis 22:18→Deuteronomium 10:20→1 Korinthe 1:31→
— Zo gij u bekeren zult, Israel! spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij; en zo gij uw verfoeiselen van Mijn aangezicht zult wegdoen, zo zwerft niet om. Maar zweer: Zo waarachtig als de HEERE leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen.
Zo stelt Hij hun het leven en de dood voor. Eerst begint Hij met deze woorden van bemoediging. Hij smeekt hen te komen, want God is bereid hen te ontvangen, dit alles niettegenstaande.
Jeremia 4:3-4.KruisverwijzingenDeuteronomium 10:16→Romeinen 2:28→Jeremia 9:26→Hosea 10:12→Deuteronomium 30:6→Lukas 8:14→Kolossenzen 2:11→Mattheüs 13:7→
— Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen. Besnijdt u den HEERE en doet weg de voorhuiden uwer harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat Mijner grimmigheid niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen.
Zij hadden de uitwendige godsdienst, maar de knecht van de HEERE laat hun weten dat zij een godsdienst van het hart moeten hebben. Het hart moet gezuiverd worden; het inwendige moet gereinigd worden. Daar hadden zij geen zin in. Zij wilden hun offers en hun uitwendige verrichtingen wel vermenigvuldigen, maar om reinheid van hart gaven zij niet.
Jeremia 4:5-7.KruisverwijzingenJeremia 8:14→Jeremia 5:6→Jeremia 2:15→Jeremia 6:1→Jozua 10:20→Jeremia 1:13→Jeremia 50:2→Jesaja 6:11→
— Verkondigt in Juda, en laat het horen te Jeruzalem, en zegt het; ja, blaast de bazuin in het land; roept met volle stem en zegt: Verzamelt ulieden, en laat ons ingaan in de vaste steden! Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk. De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoestingen; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone.
Dit was een verschrikkelijke profetie. De Chaldeën, die zoveel andere koninkrijken en machten aan stukken gebroken hadden, waren op weg. De vertoornde leeuw was uit zijn haag opgesprongen en stond gereed te verscheuren en algemene verwoesting aan te richten. Bekeerden zij zich niet tot God, dan zou hun hele land woest gelegd worden. Men zou denken dat zo’n zware slag hen tot besef van hun gevaar en hun zonde had moeten wekken, maar helaas, het was niet zo.
Jeremia 4:8-9.KruisverwijzingenJeremia 6:26→Jesaja 22:12→Jesaja 10:4→Jesaja 5:25→Jesaja 32:11→Jesaja 29:9→Jesaja 22:3→Ezechiël 13:9→
— Hierom, gordt zakken aan, bedrijft misbaar en huilt; want de hittigheid van des HEEREN toorn is niet van ons afgekeerd. En het zal te dier tijd geschieden, spreekt de HEERE, dat het hart des konings en het hart der vorsten vergaan zal; en de priesters zullen zich ontzetten, en de profeten zich verwonderen.
Een algemene vrees zou hen aangrijpen. Wilden zij de HEERE niet op de rechte wijze vrezen en zich tot Hem bekeren, dan zou de tijd komen dat een plotselinge schrik hen zou bevangen — zonder uitzondering, ook de grootsten en de wijsten onder hen.
Jeremia 4:10.KruisverwijzingenJeremia 5:12→2 Thessalonicenzen 2:9→Jeremia 23:17→Jesaja 63:17→Jeremia 8:11→Jeremia 1:6→Romeinen 1:26→Ezechiël 11:13→
— Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! waarlijk, Gij hebt dit volk en Jeruzalem grotelijks bedrogen, zeggende: Gijlieden zult vrede hebben; daar het zwaard tot aan de ziel raakt.
God belooft hun vrede, maar het was op een voorwaarde die zij niet vervulden. Er was vrede zolang zij hun zonde opgaven; maar er is geen vrede met God voor de goddelozen, en zo misten zij haar.
Jeremia 4:11-12.KruisverwijzingenHosea 13:15→Ezechiël 17:10→Jeremia 1:16→Mattheüs 3:12→Klaagliederen 2:11→Jeremia 30:23→Jeremia 8:19→Jesaja 64:6→
— Te dier tijd zal tot dit volk en tot Jeruzalem gezegd worden: Een dorre wind van de hoge plaatsen in de woestijn, van den weg der dochter Mijns volks; niet om te wannen, noch om te zuiveren. Er zal Mij een wind komen, die hun te sterk zal zijn. Nu zal Ik ook oordelen tegen hen uitspreken.
Wat een ontzettende regel is dat: “nu zal Ik ook oordelen tegen hen uitspreken”. Zij hadden terechtgestaan. Zij zijn schuldig bevonden. Zij willen zich niet bekeren. “Nu zal Ik voortgaan hun vonnis uit te spreken en over hen oordelen.”
Jeremia 4:13-14.KruisverwijzingenJakobus 4:8→Jesaja 5:28→Jesaja 66:15→Klaagliederen 4:19→Jesaja 19:1→Habakuk 1:8→Deuteronomium 28:49→Nahum 1:3→
— Ziet, hij komt op als wolken, en zijn wagenen zijn als een wervelwind, zijn paarden zijn sneller dan arenden; wee ons, want wij zijn verwoest! Was uw hart van boosheid, o Jeruzalem! opdat gij behouden wordt; hoe lang zult gij de gedachten uwer ijdelheid in het binnenste van u laten vernachten?
Zij begonnen te roepen toen zij begonnen te smarten, en de profeet komt er weer tussen. Er is altijd dat zilveren klokje van de barmhartigheid dat de toon van de uitnodiging luidt. “O Jeruzalem, uw smarten, uw verwoesting kunnen nog afgewend worden, als u zich maar van uw duisternis afkeert en uw hart van boosheid wast, opdat u behouden wordt.”
Jeremia 4:15-18.KruisverwijzingenJeremia 2:19→Jeremia 8:16→Ezechiël 21:22→Jeremia 5:15→Jeremia 5:23→Jeremia 2:17→Jesaja 50:1→Psalmen 107:17→
— Want een stem verkondigt van Dan af, en doet ellende horen van het gebergte van Efraim. Vermeldt den volke, ziet, doet het horen tegen Jeruzalem; daar komen hoeders uit verren lande; en zij verheffen hun stem tegen de steden van Juda. Als de wachters der velden zijn zij rondom tegen haar; omdat zij tegen Mij wederspannig geweest is, spreekt de HEERE. Uw weg en uw handelingen hebben u deze dingen gedaan; dit is uw boosheid, dat het zo bitter is, dat het tot aan uw hart raakt.
Wanneer er grote oordelen rondgaan, is dat altijd om grote zonde. Zo was het bij Israël: “uw handel en uw daden hebben u dit gedaan”. Wanneer de goddeloze mens de vrucht van zijn leven begint te oogsten en in zijn eigen lichaam en zijn eigen huis begint te zien waartoe de zonde brengt, laat hij dan deze woorden horen: “Dit is uw boosheid; uw handel en uw daden hebben u dit gedaan.”
Nu volgt de klacht van Jeremia, een van de meest wonderlijke stukken droevig schrift die ooit in uw bijzijn gelezen zullen worden.
Jeremia 4:19-21.KruisverwijzingenJesaja 16:11→Jesaja 22:4→Jeremia 9:10→Habakuk 3:16→Jeremia 9:1→Psalmen 42:7→Jesaja 15:5→Jesaja 21:3→
— O mijn ingewand, mijn ingewand! ik heb barenswee, o wanden mijns harten! mijn hart maakt getier in mij, ik kan niet zwijgen; want gij, mijn ziel! hoort het geluid der bazuin en het krijgsgeschrei. Breuk op breuk wordt er uitgeroepen; want het ganse land is verstoord; haastelijk zijn mijn tenten verstoord, mijn gordijnen in een ogenblik! Hoe lang zal ik de banier zien, het geluid der bazuin horen?
Het verschrikkelijke geschal van de oorlog, de bloedrode vlag van de moord die door het land waaide, de Chaldeën die links en rechts doodsloegen, jong en oud. Wij moeten ons in Jeremia’s plaats stellen om de gruwel hiervan te kunnen beseffen.
Jeremia 4:22-23.KruisverwijzingenRomeinen 16:19→1 Korinthe 14:20→Jeremia 5:21→Markus 13:24→Romeinen 3:11→Mattheüs 24:29→Deuteronomium 32:28→Hosea 4:6→
— Zekerlijk, Mijn volk is dwaas, Mij kennen zij niet; het zijn zotte kinderen, en zij zijn niet verstandig; wijs zijn zij om kwaad te doen, maar goed te doen weten zij niet. Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet.
Het was alsof zij tot de chaos teruggekeerd waren, tot de oorspronkelijke duisternis, tot de eerste ongeordendheid voordat God begon te scheppen.
Jeremia 4:24-29.KruisverwijzingenJeremia 5:10→Jeremia 30:11→Jeremia 46:28→Jeremia 5:18→Numeri 23:19→Jesaja 50:3→Jesaja 5:25→Ezechiël 38:20→
— Ik zag de bergen aan, en ziet, zij beefden; en al de heuvelen schudden. Ik zag, en ziet, er was geen mens; en alle vogelen des hemels waren weggevlogen. Ik zag, en ziet, het vruchtbare land was een woestijn, en al zijn steden waren afgebroken, vanwege den HEERE, vanwege de hittigheid Zijns toorns. Want zo zegt de HEERE: Dit ganse land zal een woestijn zijn (doch Ik zal geen voleinding maken); Hierom zal de aarde treuren, en de hemel daarboven zwart zijn; omdat Ik het heb gesproken, Ik heb het voorgenomen en het zal Mij niet rouwen, en Ik zal Mij daarvan niet afkeren. Van het geroep der ruiteren en boogschutters vluchten al de steden; zij gaan in de wolken, en klimmen op de rotsen; al de steden zijn verlaten, zodat niemand in dezelve woont.
En dit alles is werkelijk gebeurd; het is alles uitgekomen. Palestina, de heerlijke hof van God, werd zo dor gemaakt als een wildernis. Het is nu niet veel beter; het heeft zich nauwelijks hersteld. God zal hen op zekere dag weer tot het land verzamelen. Maar wat een gezicht was het toen Hij ten slotte een einde aan Zijn lankmoedigheid gemaakt had en de flessen van Zijn toorn uitgoot over het land dat Hij vroeger begunstigd had!
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1-31.KruisverwijzingenDeuteronomium 10:16→Jesaja 65:16→Romeinen 2:28→Jeremia 9:26→Joël 2:12→Hosea 10:12→Deuteronomium 30:6→Jeremia 3:22→
— Zo gij u bekeren zult, Israel! spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij; en zo gij uw verfoeiselen van Mijn aangezicht zult wegdoen, zo zwerft niet om. Maar zweer: Zo waarachtig als de HEERE leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen. Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen. Besnijdt u den HEERE en doet weg de voorhuiden uwer harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat Mijner grimmigheid niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen. Verkondigt in Juda, en laat het horen te Jeruzalem, en zegt het; ja, blaast de bazuin in het land; roept met volle stem en zegt: Verzamelt ulieden, en laat ons ingaan in de vaste steden! Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk. De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoestingen; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone. Hierom, gordt zakken aan, bedrijft misbaar en huilt; want de hittigheid van des HEEREN toorn is niet van ons afgekeerd. En het zal te dier tijd geschieden, spreekt de HEERE, dat het hart des konings en het hart der vorsten vergaan zal; en de priesters zullen zich ontzetten, en de profeten zich verwonderen. Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! waarlijk, Gij hebt dit volk en Jeruzalem grotelijks bedrogen, zeggende: Gijlieden zult vrede hebben; daar het zwaard tot aan de ziel raakt.
Dadelijk aan het hoofd dezer gehele afdeling staat de hoofdgedachte duidelijk uitgesproken: “bekeer u. ” Deze aansporing is niet gericht, gelijk in de vorige rede het geval was, tot het Israël der tien stammen, welke zich reeds in de ballingschap bevinden, om daaraan zijne laatste roemrijke toekomst te voorzeggen, maar tot de thans levenden. Nu bestaat voor Israël nog slechts het zuidelijk rijk en daaraan alleen wordt nog de mogelijkheid gelaten, om door ene waarachtige bekering de straf af te wenden. Het woord des Heeren beproeft nu op alle mogelijke wijzen de roepstem tot bekering krachtig te maken en te doen ingang vinden in het hart der verstokte Joden; zij geeft nauwkeurig en bepaald op, waarin waarachtige bekering bestaat en hoe ze tot stand moet komen; zij schildert ook levendig en handtastelijk het verderf, dat niet te ontgaan is, wanneer niet ter laatster ure nog zulk ere bekering plaats heeft, en maakt op de meest ingrijpende wijze de leugen en het bedrog der valse profeten te schande, welke de zielen met valse voorspiegelingen afhouden van den enigen weg van redding. De profeet, verhelderd door Gods Geest, is er zich echter zo vast van bewust, dat alle opwekking tot bekering om niet en te vergeefs is, en Juda verstokt is, dat hij met zijn hart reeds midden in het vuur van Gods gericht staat, alsof het reeds ware uitgebarsten.
Zo gij u bekeren zult, Israël! 1) in zo verre gij nog in het land der vaderen zijt, om het oordeel, dat het ander gedeelte, de tien stammen reeds heeft getroffen (Hoofdst. 3:8) van u af te wenden, spreekt de HEERE: bekeer u niet, gelijk gij thans doet (’ (2 (Kon. 23:1 vv). van de ene zonde tot de andere, ook niet slechts tot uitwendigen godsdienst, niet tot een deugdzaam leven, maar waarlijk tot Mij; 2) en zo gij uwe verfoeiselen van afgoderij niet alleen uitwendig, maar geheel en al van Mijn aangezicht zult wegdoen, zodat Ik ook in uw hart daarvan niets meer verneem, zo zwerf niet om, zo zult gij niet verdreven worden.
Sommigen zijn van mening, dat hier ook nog van het rijk der tien stammen wordt gesproken en dat eerst met vs. 3 het woord des Heeren gericht wordt tot het rijk van Juda. Onzen inziens echter ten onrechte. In het vorige hoofdstuk is met het rijk der tien stammen afgedaan en hier spreekt de Heere tot het nog overgebleven rijk van Juda. Wel achten we de vertaling beter: Zo gij u bekeren zult, Israël, spreekt de Heere, en u tot Mij bekeert, en zo gij enz. In de eerste verzen wordt de belofte gegeven wat geschieden zou, indien het volk zich waarlijk bekeerde tot den Heere God, terwijl in vs. 3 en vlg. de aard der bekering wordt aangegeven.
Zijt gij afkerig geworden van de zonde en het schepsel, zo zie ook toe, dat gij u tot uwen God van harte keert en niet van de ene zonde tot de tegenovergestelde, bijv. van de verkwisting onder den schijn van spaarzaamheid tot gierigheid, of dat gij u tot ene door uzelven gekozenen godsdienst begeeft. Ook moet gij u niet alleen keren tot de genademiddelen en het gebruiken daarvan, maar gij moet u tot God zelven en Zijne waarachtige gemeenschap wenden, zodat gij daarbij alle andere dingen uit het oog en uit het hart laat gaan. Waar de bekering oprecht is, daar moet zij het rechte objectum in het oog houden, d. i. zij moet op God en tot God gericht zijn.
Maar zweer, wanneer gij u wezenlijk tot Mij bekeert en u waarachtig van uwe gruwelen reinigt: Zo waarachtig als de HEERE leeft! met ene andere gezindheid dan tot hiertoe (Jes. 48:1), in waarheid, zonder huichelarij, en leeft in recht en in gerechtigheid, zodat men de belijdenis der lippen (Deut. 10:20) ook een wandel in heiligheid en gerechtigheid overeenkomt: zo zullen zich de Heidenen, voor wie Ik u als Mijn zendingsvolk geroepen heb, omdat gij Mijnen naam tot hen draagt (Jes. 2:3. (Hand. 9:15), in Hem, in Mijnen naam b) zegenen, en zich in Hem beroemen (Hoofdst. 12:16. (Jes. 65:16). Dan zal niet eerst ene verstrooiing door geweld nodig zijn, maar Ik zal Mijne bedoelingen omtrent de heidenwereld langs vreedzamen weg bereiken. 1).
Gen. 22:18.
Vergelijk hier het woord van Drechsler bij 2 Kon. 15:36 meegedeeld. Juda deed bij de hervorming van Josia uitwendig zijne gruwelen van Gods aangezicht weg (2 Kon. 23:4 vv.), Maar het was er nog verre af, om zijn hart vast en alleen tot den Heere te richten, het wilde integendeel gedeeltelijk den Heere, de afgoden dienen. (Zef. 1:5) . Zo ernstig en diepgevoeld de vroomheid van den koning was, zo oppervlakkig en huichelachtig was bij de meeste anderen het terugkeren van Jehova, en wat in Hos. 7:16 gezegd wordt van het rijk der tien stammen, dat was eveneens waar van het rijk van Juda, en wordt ook even zo sterk van de profeten van dien tijd gezegd. Het was dus slechts te vergelijken met het laatste heldere opflikkeren van een uitgaand licht, wanneer de staat zich nog eens scheen op te heffen; het inwendig verdort en de onreinheid was zo groot, dat de gelukkige burgerlijke en kerkelijke toestand als door kunst voortgebracht bleek te zijn, en alle steunsels in elkaar stortten, toen de ogen des konings werden gesloten. Zij zullen een zegen voor anderen zijn, want hun wederkering tot God zal een middel zijn, dat anderen zich tot Hem bekeren, die Hem nooit gekend hebben. Indien gij den levenden God en Heere zult erkennen, dan zult gij de volken onder welke gij woont, aansporen door uw voorbeeld, om zich zelf ook in Hem te zegenen, om hun geluk in Zijn gunst te stellen en zichzelven gelukkig te achten, dat ze tot de vreze van Hem gebracht zijn. Zie Jes. 65:16.
Toch kan het nog, gelijk het nu is, niet tot ene vreedzalige oplossing komen; het moet van den grond af anders worden. Want zo zegt de HEERE, die de harten kent en weet wat in den mens is, tot de mannen van Juda en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland 1) (Hos. 10:12), wordt voor alle dingen vernieuwd in den geest uws gemoeds (Ezech. 18:31. (Efez. 4:23 vv.), en zaait niet door ter zijde stelling van enkele misslagen en door u enkele verbeteringen voor te nemen terwijl de grond uwer harten toch dezelfde blijft, onder de doornen, waar, in de zorgen en wellustigheden des levens, arbeid en zaad toch verloren zijn (Matth. 13:7, 22); het kan niet goed gaan, wanneer het goddelijke en het vleselijke onder elkaar worden gemengd.
De spreekwijze is ontleend van de akkerlieden welke de aarde, die ene wijl ledig en onbebouwd gelegen heeft, door het omploegen van hare oppervlakte zacht en rul maken tot het ontvangen van het zaad. De zin is, zuivert uwe harten en uw gedrag door oprechte bekering en verbetering van leven, van die ongeregelde lusten, ontroerde hartstochten, goddeloze handelingen en verfoeielijke bedrijven, welke als schadelijke kruiden, of als doornen en distelen, niet zullen toelaten, dat het zaad van heilzame vermaningen of van onderwijs bij u wortel vatte of opschiete.
Besnijdt u, wanneer gij bij het weer intreden in Mijn verbond (2 (Kon. 23:3) ook het lang verwaarloosde verbondsteken (Gen. 17:10 vv.) weer herstelt (Joz. 5:2 vv.), den HEERE, zodat gij daardoor niet slechts ene uitwendige zaak waarneemt, maar u ook werkelijk aan uwen God overgeeft, en doet weg, overeenkomstig de geestelijke betekenis dier heilige instelling, de voorhuiden a) uwer harten 1) verwijdert al die natuurlijke gezindheid, die de werkingen van Mijnen Geest in den weg staat (Deut. 10:16), gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat, gelijk het inderdaad reeds op het punt is (2 (Kon. 22:16 vv.), Mijne grimmigheid niet uitvare als b) een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, van wege de boosheid uwer handelingen, waardoor gij de in Deut. 28:15 v. v. gedreigde straffen hebt veroorzaakt.
(Deut. 10:16. b) Jes. 65:6.
Het was niet genoeg dat Juda voor het uitwendige terugkeerde tot den dienst van den Heere God. Uitwendige vroomheid, waaraan het wezen ontbreekt, behaagt den Heere God niet. Het komt niet in de eerste plaats op den vorm aan, hoewel de vorm niet gering geacht moet worden, maar op het beginsel, maar op het wezen. Waar Juda, hoewel het voor het uitwendige met den dienst der afgoden had gebroken, nog met zijn hart aan dien dienst bleef hangen en slechts uit vreze of om des konings wil tot den dienst van Jehova was teruggekeerd, daar zou het straks blijken, dat bij verandering van regering er ook weer een terugkeer tot den afgodendienst plaats greep. Niet de klederen maar het hart moest gescheurd worden.
Verkondigt in Juda, en laat het horen te Jeruzalem, en zegt het, dat de vijand nadert; ja, blaast de bazuin in het land, om tegen den indringer te strijden, en met wapengeweld het dreigend ongeluk te keren (Num. 10:9; 31:6. Jes. 18:3); roept in alle uwe landpalen met volle stem, en zegt tot hen, die in gehuchten en dorpen wonen: Verzamelt ulieden en laat ons ingaan in de vaste steden, waar wij beter tegenstand kunnen bieden!
Werpt de banier op naar Zion, de stad, die men voor onneembaar houdt (2 Kon. 19:21 1), opdat al het volk daarheen vluchtte (Jes. 11:10). Vlucht met hopen, met gehele troepen daarheen, blijft niet staan, haast u-maar wat zal het baten, wanneer eens Mijne grimmigheid zal ontstoken zijn? Het vuur zal branden, en wie zal het uitblussen? want Ik breng een kwaad aan van het noorden (Hoofdst. 1:13 vv.), en ene grote breuk, ten gevolge van den gehelen ondergang der stad (2 Kon. 25:1 vv.).
De a) leeuw, Nebukadnezar (Hoofdst. 50:17) is opgekomen uit zijne haag, uit zijn dicht geboomte, uit Babel, zijne verblijfplaats, en de verderver der Heidenen, hij, die reeds vele heidense volken heeft ten ondergebracht, is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijne plaats, het land der Chaldeën, om uw land, o volk van Juda! te stellen in verwoesting; uwe steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone.
Jes. 5:29. Jer. 2:15; 5:6.
Hierom gordt zakken aan (Gen. 37:34) a) bedrijft misbaar en huilt; want de hittigheid van des HEEREN toorn, nadat die eens is uitgebarsten, is niet van ons afgekeerd, 1) zo zult gij moeten klagen.
Jes. 32:12.
In dichterlijke levendigheid wordt de inval van een vreeslijken vijand in het land zo geschilderd, dat de bewoners geprest worden, in het gehele land het aanrukken er van te verkondigen, opdat ieder in de vaste steden een schuilplaats zoeke. Zonder enigen twijfel wordt hier de inval der Chaldeën verkondigd. Wat sommigen willen, dat hier een inval van de Scythen bedoeld wordt, is volstrekt af te wijzen, al was het alleen maar omdat het wel in de bedoeling lag der Chaldeën, maar niet in die der Scythen om de overwonnen volken in ballingschap mede te nemen.
En het zal te dier tijd, wanneer Ik het zo even gedreigde ongeluk van het noorden aanbreng (vs. 6 vv.), geschieden, spreekt de HEERE, dat het hart des konings en het hart der vorsten, die hen op verkeerde wegen hebben gebracht (2 Kon. 24:18 vv.), vergaan zal (Gen. 42:28); en de priesters, die de vorsten hebben ondersteund, zullen zich ontzetten, en de profeten zullen zich verwonderen, wanneer hetgeen zij uit hun eigen hart geprofeteerd hebben (Ezech. 13:2 vv.), openlijk tot leugen zal worden. (Hoofdst. 37:19).
Toen zei ik, de ware Profeet, daar ik de dingen, die zouden komen, zo duidelijk zag, alsof zij niet nog in de toekomst waren, maar reeds geschiedden: Ach Heere HEERE! waarlijk Gij hebt dit volk en Jeruzalem grotelijks bedrogen 1) in de verwachtingen, die zij op grond der uitspraken hunner dwaze profeten zich zelven maakten, zeggende, daar die hun eigene meningen volgden: gijlieden zult vrede hebben, er is geen gevaar (Hoofdst. 6:13 vv. (Ezech. 13:10), terwijl nu toch het tegendeel gekomen is, daar het zwaard tot aan de ziel raakt, het uiterste gevaar reeds nabij gekomen is.
Ten rechtvaardigen gerichte over de verharding, waarin men het woord dar ware profeten niet wilde aannemen, bereidde de Heere ene grote misleiding, daar Hij den valsen profeten toeliet hen te bedriegen (1 Kon. 22:19-23). Zij hadden van vrede gesproken, nu was geen ontkomen meer mogelijk. (Ps. 69:2). Dit vers wordt ook vragender wijze opgevat: “Waarlijk Heere! hebt Gij het volk van Juda en de inwoners van Jeruzalem grotelijks bedrogen en wijs gemaakt door Uwe profeten, dat wij vrede zouden hebben? Immers neen, daar Gij het tegendeel uitdrukkelijk hebt laten betuigen!” . De leugenprofeten hadden het volk diets gemaakt, dat het geen inval, geen beleg had te vrezen en het volk had die profeten beschouwd als van God gezonden. Het is daarom dat de Profeet deze vraag doet. Niet om daarmee te zeggen dat de Heere het volk had bedrogen, maar om daarmee klagend te vragen, waarom de Heere had toegelaten, dat de leugenprofeten het arme volk hadden misleid. Het zou toch geen vrede maar onvrede zijn, geen tijden van verademing en vertroosting, maar van schrikkelijke ontnuchtering.
Te dier tijd, wanneer hetgeen in vs. 5 gezegd is, geschieden zal, zal tot dit volk en tot Jeruzalem gezegd worden, zo als het bij een dreigend uitbreken van een orkaan de gewoonte is, dien aan te kondigen aan diegenen, die daarvan zullen te lijden hebben, omdat zij alle mogelijke voorzorgen nemen: Een dorre verzengende wind van de hoge plaatsen, komende over de kale rotsen in ‘t oosten, in de woestijn, hetgeen ten teken is, dat hij met ontzaglijke hevigheid zal woeden (Job 1:19; 27:21), van den weg der dochter Mijns volks, recht op Mijn volk op Juda en Jeruzalem af (Jes. 27:8); niet om te wannen, noch om te zuiveren, waartoe alleen weste- of zuidewind kunnen dienen, maar om los te rukken en te verderven (Hoofdst. 18:17. Ezech. 17:10).
Er zal Mij een wind 1) komen, die hun te sterk zal zijn, dan dat men nog langer daarbij van vrede zou kunnen spreken (vs. 10). Nu zal Ik ook, nadat zij zo lang met Mij getwist hebben (Hoofdst. 2:5, 29:17 vv.), oordelen tegen hen uitspreken.
De winden zijn in Palestina en Syrië, wat richting, verloop en werking aangaat, zeer regelmatig. De west- en zuidwestewind, die over de Middellandse zee komt, is vochtig en brengt gewoonlijk regen (1 Kon. 18:44 v. Luk. 12:54). Hij heerst van November tot in Maart en veroorzaakt dan den regentijd. De zuide, in ‘t bijzonder de zuidoostewind gaat over de Arabische woestijn en heeft hitte ten gevolge (Luk. 12:55), die ten tijde van de lentenacht-evening in Egypte tot een gloed van 16-36 graden stijgt. Hij waait hoofdzakelijk in Maart en wel dikwijls drie dagen achter elkaar, voert stof en zand met zich, maar is, hoe verder hij naar het noorden voortgaat, des te zwakker en in de gebergten veel dragelijker dan in de vlakten. De oostewind, die voor Palestina uit de steppen van woest Arabië komt (Jer. 13:24), is gewoonlijk scherp en hevig, zeer droog en daardoor verzengend werkende op den plantengroei (Jona 4:8). Met den verstikkenden stormwind, den Sammum van woest-Arabië, die in April en Mei heerst, heeft hij verwantschap, doch deze waait niet in Palestina, al wordt er misschien op enige plaatsen van het Oude Testament (Ps. 11:6 op gedoeld. De oostewind blaast in Palestina geregeld gedurende de zomermaanden tot in Juni, en maakt zelfs de hitte in de omstreken van Jeruzalem drukkend. De noorde- of noordwestewind brengt koelte en verfrissing aan (Hoogl. 4:16), zelfs koude en droogte; hij verheft zich gewoonlijk tegen de herfstnacht-evening, wanneer hij wel tot aan den derden dag achter elkaar aanhoudt. In den zomer is de oostenwind zeldzaam, door elkaar waait hij dan slechts elke maand 2 of 3 dagen. Menigvuldiger is hij in den winter, wanneer hij bij langduriger aanhouden het jonge groen verzengt en een onvruchtbaar jaar veroorzaakt. Daarom heet hij op den Libanon Semoem, dat tegenwoordig gift-wind, doch oorspronkelijk verwoestende wind betekent. De oostenwind is droog, doet het bloed opstijgen. benauwt de borst, veroorzaakt onrust en angst, slapeloze nachten of kwade dromen; mens en dier gevoelen zich, als die wind waait, zwak en ziek, daarom vergelijkt men in ‘t dagelijks leven het onaangename, den tegenspoed met hem. In den oogsttijd kan, zo lang de oostenwind aanhoudt, het koren, dat reeds in de schuren en reeds gedorst is, niet worden gewand; daartoe is een gelijkmatige, gemiddelde luchtstroom nodig, welke slechte aan de weste- en de zuidewind eigen is. De noordewind is al te sterk, en de oostewind karakteriseert zich door gedurige rukken, die, zo als de Hauraniër zegt, kaf en koren wegvoeren. Stormen zijn bij oostewind zeldzaam (zij ontstaan meestal bij westewind); stormt het echter uit het oosten, dan is deze om zijne hevige stoten meestal zeer schadelijk en ontwortelt de grootste bomen.
Ziet, hij, die met het beeld van een oostewind, even als vroeger (vs. 7) met dat van een leeuw bedoeld is, komt met zijne legers op als dichte zwarte wolken, en zijne krijgswagenen zijn, wat de snelheid aangaat en het gedruis, waarmee zij naderen, als een wervelwind; zijne paarden zijn sneller dan arenden (Hab. 1:6 vv.). Wee ons, zulk een klaaggeschrei verheft zich dan bij degenen, die zich zo lang in slaap hebben laten wiegen, en nu op eens laten zien, dat zij het verderf niet meer kunnen ontlopen (vs. 10): want wij zijn verwoest.
a) Was uw hart van boosheid, o Jeruzalem! met tranen van oprecht berouw; kom tot waarachtige bekering, nu redding van het dreigend verderf nog mogelijk is, opdat gij behouden wordt. Hoe lang zult gij de gedachten uwer ijdelheid in het binnenste van u laten vernachten 1) daar gij toch uw halt voortdurend laat innemen door kwade overdenkingen, die u niets dan onheil en lijden veroorzaken, en het kwaad nog erger maken, in plaats van het af te wenden (Job. 16:2)?
Jes. 1:16.
Het hart is de bron; daar dit door de zonde is verontreinigd, moet ook hiermede het begin van verbetering worden gemaakt; het is van nature verkeerd, daarom moet het bekeerd worden; het is verduisterd, daarom moet het verlicht, het is verhard, daarom moet het vertederd worden. De helse aanblazing des satans is tot in het binnenste der ziel doorgedrongen, daarom moet ook de hemelse kracht en de adem van Jezus Christus zo diep doordringen. Wil Jeruzalem gered worden, zo moet het zich van hare zonden hartgrondig bekeren, het hart rein wassen, niet bloot uiterlijk van het boze aflaten, maar de zondige neiging des harten opgeven. In de vraag, hoe lang zulks zou vertoeven? ligt de gedachte dat Jeruzalem reeds te lang heilloze gedachten gekoesterd en gepleegd heeft. Wij zien hier de goedheid Gods, die, terwijl Hij dreigt en de straf bepaalt, toch nog altijd met vermaning tot berouw bij ons aanhoudt. Hiermede toont Hij genoegzaam, dat Hij geen mens zonder meer verwerpt, maar dat Hij bij alle dreiging en strafprediking aan de boete en bekering de mogelijkheid wil gelaten zien, om het onheil af te keren. Wij moeten echter met ons berouw niet dralen totdat de straf op onzen hals komt. Het is te laat als het vuur van den Goddelijken toorn reeds met alle macht brandt, of de vijand het paard reeds aan onze heggen heeft gebonden.
Want, om ten derde male (vs. 5 vv. en vs. 11 vv.) u het ongeluk, dat over u besloten is, voor de ogen te schilderen, alsof het reeds aanwezig ware, ene stem verkondigt van Dan af, dat het uiterste noordelijke punt des lands is (Joz. 19:47), en doet ellende horen van het gebergte van Efraïm, ten noorden van het rijk van Juda-zo snel en zonder oponthoud komt het steeds nader en nader (Jes. 10:29 vv.
Vermeldt den volken 1) hoe de legerscharen tot Jeruzalems verwoesting komen, hetgeen ook op ‘t lot van vele andere natiën invloed zal hebben (Hoofdst. 25:13 vv.) zietze komen en doet het horen tegen Jeruzalem, zodat de inwoners het weten:daar komen hoeders 2), herders, uit verren lende; en zij verheffen hun stem tegen de steden van Juda, omdat ze deze willen overweldigen.
De vergelijking doelt op de tenten, die de wachters of hoeders op de velden en wijnbergen opslaan en wier constructie de volgende is. Men richt vier staken zo op, dat zij de hoeken van een kwadraat vormen, waarvan de zijden ongeveer 8 voet lang zijn; acht voet boven den grond worden daaraan met touwen 4 dwarsbalken vastgebonden, waarop men takken van bomen, of wanneer ze te krijgen zijn, planken legt. Hier is het nachtleger van den wachter, dat uit stro bestaat; zes of zeven voet boven dit leger zijn aan de staken weer dwarshouten gebonden, waarop takken of riet of ene mat een dak vormen; tussen dak en leger worden drie kanten met ene mat of met zaamgebonden riet of stro dicht gemaakt, zowel om koude nachtwinden af te houden, als ook om de dieren omtrent het getal der wachters in onzekerheid te laten. Tot het leger leidt dikwijls ene kleine ladder, het gedeelte tussen de aarde en het leger is slechts aan de westzijde afgesloten om de hete middagzon af te houden, want des daags zit de wachter bij zijnen hond onder op den grond. ” Er zijn ook tenten, die licht, van boomtakken zijn gemaakt. Met deze hutten nu worden de tenten der belegeraars vergeleken, die in Hoofdst. 6:3 onder een dergelijk beeld als herders, die met hun kudden de gehele landstreek verwoesten worden voorgesteld. Volgens het vermoeden van enige Joodse uitleggers ligt in het Hebr. woord notseer, dat hier gebezigd is, ene zinspeling op den naam Nebukadnezar, welks laatste lettergrepen daarmee overeenkomen. Niet alleen Jeruzalem, maar ook de Heidenen moeten het horen, ook aan hen moet het verkondigd worden dat de belegering en inname van Jeruzalem aanstaande is. En dat, opdat ook de heidenen een waarschuwing zullen ontvangen, hoe het met die volken gaat, die zich weigeren te bekeren tot den levenden God, die daar blijven bij den dienst der heidense afgoden. Om den afgodendienst zal Jeruzalem verwoest worden en Juda in ballingschap gaan, gelijk ook Israël in ballingschap is gezonden. Evenmin zullen de heidense volken kunnen bestaan, die den enigen en waarachtigen God blijven verwerpen.
In het Hebr. Notserim. Dit woord kan wel betekenen, hoeders, maar ook belegeraars, en deze betekenis past hier geheel en al. De Chaldeën zouden komen om de stad te belegeren. In 2 Sam. 11:16 heeft het werkwoord ook de betekenis van belegeren.
Als de wachters der velden, die een vossenhol omringen, totdat zij het gehele gebroedsel hebben. uitgeroeid; zijn zij rondom tegen haar, tegen Jeruzalem; omdat zij tegen Mij weerspannig geweest is, spreekt de HEERE, daarom laat Ik ook deze wachters als verwoesters over hen komen (Hoofdst. 5:6; 6:25). God was toornig op hen, om hun zonden. Het is de vreselijke grimmigheid van God, die de legermacht der Chaldeën zo vreeslijk, zo woedend maakt. Let hier, in des mensen toorn tegen ons moeten wij Gods toorn zelven erkennen en de sterkte daarvan. Als die van ons afgeleid is, zullen onze vijanden niet verder tegen ons opkomen.
Uw weg en uwe handelingen hebben u, o Jeruzalem en Juda! deze dingen gedaan, en gij wilt u daarvan niet bekeren; dit is uwe boosheid, welke veroorzaakt heeft, dat het u zo bitter is, dat het tot aan uw hart raakt (vs. 10), terwijl gij, nu ontkomen nog mogelijk zou zijn, het niet wilt inzien (Hoofdst. 2:19. Jes. 59:12). Zo zoet als de zonde in den beginne is, zo bitter wordt zij daarna, wanneer het geweten ontwaakt door het gevoel der gerichten Gods. Ps. 38:5.
O mijn a) ingewand, mijn ingewand! ik heb barenswee, o wanden mijns harten! mijn hart maakt getier in mij, ik kan niet zwijgen, want gij, mijne ziel! hoort het geluid der bazuin en het krijgsgeschrei.
Jes. 21:4. Jer. 9:1. Mijn gemoed is bitterlijk bedroefd, en ik gevoel zulk ene inwendige ontroering, dat ik het van weedom en angst moet uitschreeuwen, en met ene luide klaagstem roepen, even als ene vrouw in hare barensweeën: “O mijn ingewand, mijn ingewand” o mijne ingewanden, welke in mijne borst het benauwde hart omringen! mijn beangstigd hart klopt geweldig en is in ene gedurige beweging. Ik kan en zal niet zwijgen. Ik kan en zal mijne weeklachten niet bedwingen; want ik hoor met mijne ziel het geluid der vijandige bazuinen, ik weet zeker, dat er een allerakelijkst krijgsgeschrei opgaat. Deze afgebroken woorden en zuchten zijn de levendigste uitdrukking van de ontzaglijke smart, onder welke Jeremia’s hart bloedt bij het zien van de verharding en den ondergang van zijne broeders. Vgl. Paulus in Rom. 9:1-3 en de bij Jes. 23:3.
Breuk op breuk wordt er uitgeroepen, nauwelijks is de ene verwoesting vernomen of de tijding van ene andere komt; want het ganse land is verstoord; haastelijk zijn mijne tenten verstoord, mijne gordijnen in een ogenblik 1) de steden van mijn vaderland zijn door de vijanden zo spoedig en gemakkelijk verwoest, alsof het slechts licht opgeslagen tenten geweest waren.
Wel brak de Profeet hier in een klagelijk roepen en stenen uit, maar uit het “mijne tenten” is het duidelijk, dat hij hier spreekt als in naam van het volk, dat onder de oordelen Gods gebukt gaat, dat verbroken is, dat is, van het overblijfsel naar de verkiezing der genade. Want juist dit gedeelte, al was het nog zo klein, geloofde dat de Heere met zijn roede, met Zijne oordelen zou komen. Dit volk wist dat die oordelen niet zouden, niet konden uitblijven, maar daarom leed het er wel onder. De oordelen Gods zijn eigenlijk alleen oordelen voor hen, die de roede kussen, die ze erkennen als rechtvaardig om der zonden wil.
Hoe lang zal ik de banier zien, het geluid der bazuin horen? Mij stuiten deze tekenen ener verdediging, die toch zo nutteloos is en slechts een bewijs is van ongeloof (vs. 5 vv).
Zeker, Mijn volk is dwaas, zegt de Heere: Mij en Mijne woorden kennen zij in hun verblinding niet; het zijn in alle hun pogingen zotte kinderen, en zij zijn niet verstandig, zij hebben geen gevoel van hun dwaasheid; wijs, uitgeleerd, zijn zij om kwaad te doen, maar goed te doen weten zij niet. Het volk is geworden tot een dwaas, een rondloper; zij zijn geworden onbandige kinderen, die niets dan kinderspel doen; een ding kennen zij toch: wanneer de vervreemding van God langeren tijd heeft plaats gehad, ontwikkelt zich een eigenaardig talent, om kwaad te doen. Het gevolg van het toenemen der zonde is ene altijd toenemende stompheid en domheid in hogere dingen, maar wanneer het op ‘t kwade aankomt, zijn zij bijzonder sluw en listig. Dat is de eigenaardige werking van den duivel. Vgl. Rom. 16:19 “wijs in ‘t goede, onnozel in ‘t kwade. ” Vs. 22 geeft het antwoord op vs. 21, in dezen zin dat er aan de oordelen nog geen einde zou komen, dewijl het volk in zijn dwaasheid, d. i. in zijn vervreemding van God bleef volhouden.
Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig, alsof het in den chaotischen toestand van den voortijd ware teruggezonken (Gen. 1:2); ook naar den hemel, en zijn licht was er niet, het was donker, alsof een rouwgewaad was aangetrokken van wege het leed over Juda. Zo gaat het gewoonlijk dengenen, die in nood verkeren; hun schijnt het licht geen licht, de dag geen dag, het zoete geen zoet te zijn, maar aller verandert in het tegenovergestelde.
Ik zag de bergen aan, en ziet, zij beefden, en al de heuvelen schudden, evenals wanneer God met zijn dreigenden donder verschijnt.
Ik zag, en ziet, er was geen mens en alle vogelen des hemels waren weggevlogen zodat overal slechts de vreeslijkste verwoesting te zien was.
Ik zag, en ziet, het eens zo vruchtbare land was ene woestijn, en al zijne steden waren afgebroken 1) en lagen in puin van wege den HEERE, van wege de hittigheid Zijns toorns, die ze zo had verwoest.
Ene grote uitwerking in de beschrijving doet dit altijd terugkerende: “Ik zag, ” alsof de Profeet zijn oog wilde afwenden van het treurig beeld en toch gedrongen werd, steeds op nieuw daarheen te zien, om zijnen tranen den vrijen loop te laten. Op verheven dichterlijke wijze voorspelt de Profeet de verwachting die komen zal. Het zal zijn als bij den aanvang der schepping. Woest en ledig zal de aarde zijn. Geen licht zal aan den hemel prijken. De bergen en heuvelen zullen op hun grondvesten bewogen worden en de vruchtbare weiden en velden zullen de woestijn gelijk zijn. Nog kan het laatste ook vertaald: Ik zag de Karmel als de woestijn. De Karmel, het Karmelgebergte was bekend en beroemd om zijn vruchtbaarheid. Dit alles zou het gevolg zijn van de schrikkelijke belegering door de Chaldeën en dus het gevolg van den groten toorn der Heeren over Zijn volk.
Want zo zegt de HEERE: Dit ganse land zal eens woestheid zijn; (doch Ik zal gene voleinding maken); Ik zal niet verdelgen zonder een klein overblijfsel te laten als een zaad voor een later geslacht (Jes. 6:13. Ezech. 20:17). Hoe wonderlijk verenigen zich hier de toorn en de liefde Gods! Beide komen ze voor als oneindig; de ene beperkt den anderen. God bemint niet zo, dat Hij niet zou kunnen toornen, en Hij toornt niet zo, dat Hij niet zou kunnen beminnen. In de zwaarste oordelen, welke God over Zijn volk brengt, behoudt Hij nog een overblijfsel, waaraan Hij Zijne beloften vervult (Hoofdst. 30:11; 46:18) Of men kan de woorden verstaan: schoon Ik het ganse land woest maak door het zwaard en den honger, heb Ik nochtans nog zwaarder oordelen voor het volk weggelegd (zie Hoofdst. 5:10, 18 de verdelging van stad en tempel, en de gevankelijke wegvoering van hen, die de vorige ellenden overleven. De eerste uitlegging dezer plaats kan kracht ontvangen uit hare vergelijking met 1 Sam. 3:12.
In ‘t algemeen zal echter de straf ene beslissende zijn. Hierom, als wilde het schepsel zijne overeenstemming met de handeling des Scheppers te kennen geven, zal de aarde treuren, en de hemel daarboven zwart zijn, een treurgewaad aantrekken (vs. 23), omdat Ik het heb gesproken; Ik heb het voorgenomen, en het zal Mij niet rouwen, en Ik zal Mij daarvan niet afkeren, 1) maar het integendeel zo laten geschieden, als Ik het gedreigd heb.
Hun staat was hulpeloos en zonder middelen van herstel. God wilde hen niet helpen, zo zegt Hij hen ronduit. En als de Heere hen niet helpt, wie zal het dan doen? Dit maakt hun staat treurenswaardig; hierom treurt het land en de hemel daarboven is zwart. Daar zijn geen uitzichten dan die zeer verschrikkelijk zijn, omdat Ik het gesproken heb. Ik heb het woord gegeven dat niet weer terug zal geroepen worden. Zij willen geen berouw hebben en wederkeren van den weg hunner zonden, en daarom zal ‘t God ook niet berouwen, en Hij zal niet afkeren van den weg Zijner oordelen.
Van het geroep der vijandelijke ruiteren en boogschutters vluchten al de steden; zij gaan in de wolken, en klimmen op de rotsen; al de steden zijn verlaten, zodat niemand, die achter gebleven is, in dezelve woont.
Wat zult gij dan doen, gij verwoeste Juda? al kledet gij u met scharlaken, al versierdet gij u met gouden sieraad, al schuurdet gij uwe ogen met blanketsel 1) om als ene boeleerster de vijanden voor u te winnen, zo zoudt gij u toch te vergeefs oppronken; de boelen, wier gunst gij nu meent te bezitten (Wijsh. 14:21) versmaden u; zij zullen zich door uwe vleierijen niet laten vangen, maar zij zullen uwe ziel zoeken. Zo versierde zich de goddeloze Izebel bij het naderen van den vijand Jehu; zij vond echter gene genade, ondanks alle hare kunsten (2 (Kon. 9:30 vv.); even zo min zal Juda van een dergelijk gedrag omtrent de Chaldeën (Ezech. 23:40 vv.) enig gevolg hebben.
Want Ik hoor uit uwen mond ene stem als van ene vrouw, die in den arbeid is, ene benauwdheid als van ene, die in des eersten kinds nood is, de stem van de dochter Zions, zij hijgt als in het voorgevoel des doods (Gen. 36:18), zij breidt hare handen hopeloos uit, zeggende: O wee mij nu, want mijne ziel is moede, bezwijkt van wege de doodslagers, aan welke ik prijs gegeven heb. Het punt van vergelijking ligt hier alleen in het angstgeroep, maar niet in de vreugde wegens de geboorte eens kinds. God wilde niet helpen en zij zelf zij konden zich niet helpen. Jeruzalem mocht zich opsieren gelijk een vrouw, gelijk Izebel deed om Jehu’s hart te winnen, maar het zou haar niet baten. Nebukadnezar zou het instrument Gods zijn, om het trouweloze Juda te tuchtigen, en daarom zou Babel zich niet laten winnen, maar het zou, als een wrede vijand, stad en inwoners vernietigen en verdelgen. Zion, hetwelk zich opsierde als een vrouw in bruidsgewaad, zou worden een vrouw die in arbeid is. Vreugde zou wegblijven en smart en pijn zou haar aangrijpen.
Want Ik hoor uit uwen mond ene stem als van ene vrouw, die in den arbeid is, ene benauwdheid als van ene, die in des eersten kinds nood is, de stem van de dochter Zions, zij hijgt als in het voorgevoel des doods (Gen. 36:18), zij breidt hare handen hopeloos uit, zeggende: O wee mij nu, want mijne ziel is moede, bezwijkt van wege de doodslagers, aan welke ik prijs gegeven heb. Het punt van vergelijking ligt hier alleen in het angstgeroep, maar niet in de vreugde wegens de geboorte eens kinds. God wilde niet helpen en zij zelf zij konden zich niet helpen. Jeruzalem mocht zich opsieren gelijk een vrouw, gelijk Izebel deed om Jehu’s hart te winnen, maar het zou haar niet baten. Nebukadnezar zou het instrument Gods zijn, om het trouweloze Juda te tuchtigen, en daarom zou Babel zich niet laten winnen, maar het zou, als een wrede vijand, stad en inwoners vernietigen en verdelgen. Zion, hetwelk zich opsierde als een vrouw in bruidsgewaad, zou worden een vrouw die in arbeid is. Vreugde zou wegblijven en smart en pijn zou haar aangrijpen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel