Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Als Sefatja, de zoon van Matthan, en Gedalia, de zoon van Pashur, en Juchal, de zoon van Selemja, en Pashur, de zoon van Malchia, de woorden hoorden, die Jeremia tot al het volk sprak, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Als SefatjaH8203, de zoonH1121 van MatthanH4977, en GedaliaH1436, de zoonH1121 van PashurH6583, en JuchalH3116, de zoonH1121 van SelemjaH8018, en PashurH6583, de zoonH1121 van MalchiaH4441, de woordenH1697hoordenH8085, dieH834JeremiaH3414totH413alH3605 het volkH5971sprakH1696, zeggendeH559:Als Sefatja, de zoon van Matthan, en Gedalia, de zoon van Pashur, en Juchal, de zoon van Selemja, en Pashur, de zoon van Malchia, de woorden hoorden, die Jeremia tot al het volk sprak, zeggende:
KJVThen Shephatiah2the son3of Mattan,4and Gedaliah5the son6of Pashur,7and Jucal8the son9of Shelemiah,10and Pashur11the son12of Malchiah,13heard1the words15that Jeremiah17had spoken18unto all the people,21saying,
1וַיִּשְׁמַ֞עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2שְׁפַטְיָ֣הH8203SefatjaShephatiah3בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4מַתָּ֗ןH4977Matthan, MattanMattan5וּגְדַלְיָ֨הוּ֙H1436Gedalia, GedaljaGedaliah6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7פַּשְׁח֔וּרH6583PashurPashur8וְיוּכַל֙H3116JuchalJucal9בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10שֶׁ֣לֶמְיָ֔הוּH8018Selemja, SalemjaShelemiah11וּפַשְׁח֖וּרH6583PashurPashur12בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13מַלְכִּיָּ֑הH4441Malchia, MalchijaMalchiah, Malchijah14אֶ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַדְּבָרִ֔יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work16אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17יִרְמְיָ֛הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah18מְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work19אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people22לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
2Zo zegt de HEERE: Wie in deze stad blijft, zal door het zwaard, door den honger of door de pestilentie sterven; maar wie tot de Chaldeen uitgaat, die zal leven, want hij zal zijn ziel tot een buit hebben, en zal leven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: Wie in dezeH2063stadH5892blijftH3427, zal door het zwaardH2719, door den hongerH7458 of door de pestilentieH1698stervenH4191; maar wie totH413 de ChaldeenH3778uitgaatH3318, die zal levenH2421, want hij zal zijnH1961zielH5315 tot een buitH7998 hebben, en zal levenH2421.Zo zegt de HEERE: Wie in deze stad blijft, zal door het zwaard, door den honger of door de pestilentie sterven; maar wie tot de Chaldeen uitgaat, die zal leven, want hij zal zijn ziel tot een buit hebben, en zal leven.
KJVThus saith2the LORD,3He that remaineth4in this city5shall die7by the sword,8by the famine,9and by the pestilence:10but he that goeth forth11to the Chaldeans13shall live;14for he shall have his life17for a prey,18and shall live.19
1כֹּה֮H3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָה֒H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4הַיֹּשֵׁב֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry5בָּעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus7יָמ֕וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise8בַּחֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool9בָּרָעָ֣בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger10וּבַדָּ֑בֶרH1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague11וְהַיֹּצֵ֤אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13הַכַּשְׂדִּים֙H3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea14וְחָיָ֔הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole15וְהָיְתָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16לּ֥וֹ17נַפְשׁ֛וֹH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it18לְשָׁלָ֖לH7998buit, roof, roofsprey, spoil19וָחָֽיH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
3Zo zegt de HEERE: Deze stad zal zekerlijk gegeven worden in de hand van het heir des konings van Babel, datzelve zal ze innemen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: DezeH2063stadH5892 zal zekerlijkH5414gegevenH5414 worden in de handH3027 van het heirH2428 des koningsH4428 van BabelH894, datzelve zal ze innemenH3920;Zo zegt de HEERE: Deze stad zal zekerlijk gegeven worden in de hand van het heir des konings van Babel, datzelve zal ze innemen;
KJVThus saith2the LORD,3This city6shall surely4be given5into the hand8of the king10of Babylon's11army,9which shall take
1כֹּ֖הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4הִנָּתֹ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5תִּנָּתֵ֜ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6הָעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7הַזֹּ֗אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus8בְּיַ֛דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9חֵ֥ילH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)10מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11בָּבֶ֖לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon12וּלְכָדָֽהּH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take
4Zo zeiden de vorsten tot den koning: Laat toch dezen man gedood worden; want aldus maakt hij de handen der krijgslieden, die in deze stad zijn overgebleven, en de handen des gansen volks slap, alzulke woorden tot hen sprekende; want deze man zoekt den vrede dezes volks niet, maar het kwaad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4ZoH518zeidenH559 de vorstenH8269totH413 den koningH4428: Laat tochH4994 dezen manH376gedoodH4191 worden; wantH3588aldusH3651maaktH7503hijH1931 de handenH3027 der krijgsliedenH582, die in deze stadH5892 zijn overgeblevenH7604, en de handenH3027 des gansenH3605volksH5971slapH7503, alzulke woordenH1697totH413 hen sprekendeH1696; wantH3588 deze manH376zoektH1875 den vredeH7965 dezes volksH5971nietH369, maarH3588 het kwaadH7451.Zo zeiden de vorsten tot den koning: Laat toch dezen man gedood worden; want aldus maakt hij de handen der krijgslieden, die in deze stad zijn overgebleven, en de handen des gansen volks slap, alzulke woorden tot hen sprekende; want deze man zoekt den vrede dezes volks niet, maar het kwaad.
KJVTherefore the princes2said1unto the king,4We beseech thee, let this man8be put to death:5for thus12he weakeneth14the hands16of the menof war18that remain19in this city,20and the hands23of all the people,25in speaking26such words28unto them: for this man17seeketh34not the welfare35of this people,36but the hurt.
1וַיֹּאמְר֨וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַשָּׂרִ֜יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5י֣וּמַתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6נָא֮H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9הַזֶּה֒H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12כֵּ֡ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you13הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14מְרַפֵּ֡אH7503slap, begeven, ledigabate, cease, consume, draw (toward evening), fail, (be) faint, be (wax) feeble, forsake, idle, leave, let alone (go, down), (be) slack, stay, be still, be slothful, (be) weak(-en). See H7495 (רָפָא)15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16יְדֵי֩H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves17אַנְשֵׁ֨יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)18הַמִּלְחָמָ֜הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)19הַֽנִּשְׁאָרִ֣יםH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest20בָּעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town21הַזֹּ֗אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus22וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23יְדֵ֣יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves24כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)25הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people26לְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work27אֲלֵיהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)28כַּדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work29הָאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)30כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet31הָאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)32הַזֶּ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)33אֵינֶ֨נּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)34דֹרֵ֧שׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely35לְשָׁל֛וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly36לָעָ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people37הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)38כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet39אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet40לְרָעָֽהH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
5En de koning Zedekia zeide: Ziet, hij is in uw hand; want de koning zou geen ding tegen u vermogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En de koningH4428ZedekiaH6667zeideH559: ZietH2009, hijH1931 is in uw handH3027; wantH3588 de koningH4428 zou geenH369dingH1697 tegen u vermogenH3201.En de koning Zedekia zeide: Ziet, hij is in uw hand; want de koning zou geen ding tegen u vermogen.
KJVThen Zedekiah3the king2said,1Behold, he is in your hand:6for the king9is not he that can10do any thing
1וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3צִדְקִיָּ֔הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah4הִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see5ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6בְּיֶדְכֶ֑םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)9הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10יוּכַ֥לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer11אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12דָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
6Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammelech, die in het voorhof der bewaring was, en zij lieten Jeremia af met zelen; in den kuil nu was geen water, maar slijk; en Jeremia zonk in het slijk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen namenH3947 zij JeremiaH3414 en wierpenH7993 hem in den kuilH953 van MalchiaH4441, den zoonH1121 van HammelechH4428, dieH834 in het voorhofH2691 der bewaringH4307 was, en zij lietenH7971JeremiaH3414 af met zelenH2256; in den kuilH953 nu was geenH369waterH4325, maarH3588slijkH2916; en JeremiaH3414zonkH2883 in het slijkH2916.Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammelech, die in het voorhof der bewaring was, en zij lieten Jeremia af met zelen; in den kuil nu was geen water, maar slijk; en Jeremia zonk in het slijk.
KJVThen took1they Jeremiah,3and cast4him into the dungeon7of Malchiah8the son9of Hammelech,that was in the court12of the prison:13and they let down14Jeremiah16with cords.17And in the dungeon18there was no water,20but mire:23so Jeremiah25sunk24in the mire.
1וַיִּקְח֣וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יִרְמְיָ֗הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah4וַיַּשְׁלִ֨כוּH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw5אֹת֜וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הַבּ֣וֹרH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well8מַלְכִּיָּ֣הוּH4441Malchia, MalchijaMalchiah, Malchijah9בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10הַמֶּ֗לֶךְH4429Melech, HammelechMelech, Hammelech (by including the article)11אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בַּחֲצַ֣רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village13הַמַּטָּרָ֔הH4307bewaring, Gevangenpoort, doelmark, prison14וַיְשַׁלְּח֥וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)15אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16יִרְמְיָ֖הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah17בַּחֲבָלִ֑יםH2256snoer, koorden, landstreekband, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling18וּבַבּ֤וֹרH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well19אֵֽיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)20מַ֨יִם֙H4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))21כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet23טִ֔יטH2916slijk, klei, modderclay, dirt, mire24וַיִּטְבַּ֥עH2883gezonken, zonk, ingevestdrown, fasten, settle, sink25יִרְמְיָ֖הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah26בַּטִּֽיטH2916slijk, klei, modderclay, dirt, mire
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7Als nu Ebed-melech, de Moorman, een der kamerlingen, die toen in des konings huis was, hoorde, dat zij Jeremia in den kuil gedaan hadden (de koning nu zat in de poort van Benjamin);
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7AlsH3588 nu Ebed-melechH5663, de MoormanH3569, een der kamerlingenH5631, dieH1931 toen in des koningsH4428huisH1004 was, hoordeH8085, dat zij JeremiaH3414 in den kuilH953 gedaan hadden (de koning nu zat in de poortH8179 van BenjaminH1144);Als nu Ebed-melech, de Moorman, een der kamerlingen, die toen in des konings huis was, hoorde, dat zij Jeremia in den kuil gedaan hadden (de koning nu zat in de poort van Benjamin);
KJVNow when Ebedmelech2the Ethiopian,4one5of the eunuchs6which was in the king's9house,8heard1that they had put11Jeremiah13in the dungeon;15the king16then sitting17in the gate18of Benjamin;
1וַיִּשְׁמַ֡עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2עֶֽבֶדH5663Ebed-melechEbed-melech3מֶ֨לֶךְH5663Ebed-melechEbed-melech4הַכּוּשִׁ֜יH3569Moren, Cuschi, MoormanCushi, Cushite, Ethiopian(-s)5אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6סָרִ֗יסH5631kamerlingen, hovelingen, kamerlingchamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס)7וְהוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11נָתְנ֥וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13יִרְמְיָ֖הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15הַבּ֑וֹרH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well16וְהַמֶּ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17יוֹשֵׁ֖בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry18בְּשַׁ֥עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)19בִּנְיָמִֽןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin
8Zo ging Ebed-melech uit het huis des konings uit, en hij sprak tot den koning, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Zo ging Ebed-melechH5663 uit het huisH1004 des koningsH4428 uit, en hij sprakH1696totH413 den koningH4428, zeggendeH559:Zo ging Ebed-melech uit het huis des konings uit, en hij sprak tot den koning, zeggende:
KJVEbedmelech2went forth1out of the king's5house,4and spake6to the king,8saying,
1וַיֵּצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2עֶֽבֶדH5663Ebed-melechEbed-melech3מֶ֖לֶךְH5663Ebed-melechEbed-melech4מִבֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6וַיְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
9Mijn heer koning! deze mannen hebben kwalijk gehandeld in alles, wat zij gedaan hebben aan den profeet Jeremia, dien zij in den kuil geworpen hebben; daar hij toch in zijn plaats zou gestorven zijn vanwege den honger, dewijl geen brood meer in de stad is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Mijn heerH113koningH4428! dezeH428mannenH582 hebben kwalijkH7489 gehandeld in allesH6213, watH834 zij gedaan hebben aanH413 den profeetH5030JeremiaH3414, dienH834 zij in den kuilH953geworpenH7993 hebben; daar hij toch in zijn plaatsH8478 zou gestorvenH4191 zijn vanwegeH6440 den hongerH7458, dewijlH3588geenH369broodH3899meerH5750 in de stadH5892 is.Mijn heer koning! deze mannen hebben kwalijk gehandeld in alles, wat zij gedaan hebben aan den profeet Jeremia, dien zij in den kuil geworpen hebben; daar hij toch in zijn plaats zou gestorven zijn vanwege den honger, dewijl geen brood meer in de stad is.
KJVMy lord1the king,2these menhave done evil3in all that they have done9to Jeremiah10the prophet,11whom they have cast14into the dungeon;16and he is like to die17for19hunger20in the place18where he is: for there is no more bread23in the city.
1אֲדֹנִ֣יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'2הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3הֵרֵ֜עוּH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse4הָאֲנָשִׁ֤יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5הָאֵ֨לֶּה֙H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)6אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9עָשׂוּ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10לְיִרְמְיָ֣הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah11הַנָּבִ֔יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet12אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14הִשְׁלִ֖יכוּH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16הַבּ֑וֹרH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well17וַיָּ֤מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise18תַּחְתָּיו֙H8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with19מִפְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you20הָֽרָעָ֔בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger21כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)23הַלֶּ֛חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals24ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)25בָּעִֽירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Toen gebood de koning den Moorman Ebed-melech, zeggende: Neem van hier dertig mannen onder uw hand, en haal den profeet Jeremia op uit den kuil, eer dat hij sterft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen geboodH6680 de koningH4428 den MoormanH3569Ebed-melechH5663, zeggendeH559: NeemH3947 van hierH2088dertigH7970mannenH582 onder uw handH3027, en haalH5927 den profeetH5030JeremiaH3414 op uitH4480 den kuilH953, eerH2962 dat hij sterftH4191.Toen gebood de koning den Moorman Ebed-melech, zeggende: Neem van hier dertig mannen onder uw hand, en haal den profeet Jeremia op uit den kuil, eer dat hij sterft.
KJVThen the king2commanded1Ebedmelech4the Ethiopian,6saying,7Take8from hence thirty11menwith thee,9and take up13Jeremiah15the prophet16out of the dungeon,18before he die.
1וַיְצַוֶּ֣הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עֶֽבֶדH5663Ebed-melechEbed-melech5מֶ֥לֶךְH5663Ebed-melechEbed-melech6הַכּוּשִׁ֖יH3569Moren, Cuschi, MoormanCushi, Cushite, Ethiopian(-s)7לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8קַ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win9בְּיָדְךָ֤H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10מִזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11שְׁלֹשִׁ֣יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)12אֲנָשִׁ֔יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13וְֽהַעֲלִ֜יתָH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work14אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15יִרְמְיָ֧הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah16הַנָּבִ֛יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet17מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with18הַבּ֖וֹרH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well19בְּטֶ֥רֶםH2962eer, terwijlbefore, ere, not yet20יָמֽוּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
11Alzo nam Ebed-melech de mannen onder zijn hand, en ging in des konings huis tot onder de schatkamer, en nam van daar enige oude verscheurde en oude versleten lompen; en hij liet ze met zelen af tot Jeremia in den kuil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Alzo namH3947Ebed-melechH5663 de mannenH582 onder zijn handH3027, en ging in des koningsH4428huisH1004totH413onderH8478 de schatkamerH214, en namH3947 van daarH8033enigeH376oudeH1094verscheurdeH5499 en oudeH1094versleten lompenH4418; en hij lietH7971 ze met zelenH2256 af totH413JeremiaH3414 in den kuilH953.Alzo nam Ebed-melech de mannen onder zijn hand, en ging in des konings huis tot onder de schatkamer, en nam van daar enige oude verscheurde en oude versleten lompen; en hij liet ze met zelen af tot Jeremia in den kuil.
KJVSo Ebedmelech2took1the menwith him,6and went7into the house8of the king9under the treasury,12and took13thence old15cast clouts16and old17rotten rags,18and let them down19by cords24into the dungeon23to Jeremiah.
1וַיִּקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2עֶֽבֶדH5663Ebed-melechEbed-melech3מֶ֨לֶךְH5663Ebed-melechEbed-melech4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָאֲנָשִׁ֜יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6בְּיָד֗וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7וַיָּבֹ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8בֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with12הָאוֹצָ֔רH214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)13וַיִּקַּ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win14מִשָּׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither15בְּלוֹיֵ֣H1094oudeold16סְחָב֔וֹתH5499verscheurdecast clout17וּבְלוֹיֵ֖H1094oudeold18מְלָחִ֑יםH4418versleten lompenrotten rag19וַיְשַׁלְּחֵ֧םH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)20אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)21יִרְמְיָ֛הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah22אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)23הַבּ֖וֹרH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well24בַּחֲבָלִֽיםH2256snoer, koorden, landstreekband, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12En Ebed-melech, de Moorman, zeide tot Jeremia: Leg nu deze oude verscheurde en versleten lompen onder de oksels uwer armen, van onder aan de zelen. En Jeremia deed alzo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En Ebed-melechH5663, de MoormanH3569, zeideH559totH413JeremiaH3414: LegH7760 nu deze oudeH1094verscheurdeH5499 en versleten lompenH4418onderH8478 de okselsH679 uwer armenH3027, van onderH8478 aan de zelenH2256. En JeremiaH3414deedH6213alzoH3651.En Ebed-melech, de Moorman, zeide tot Jeremia: Leg nu deze oude verscheurde en versleten lompen onder de oksels uwer armen, van onder aan de zelen. En Jeremia deed alzo.
KJVAnd Ebedmelech2the Ethiopian4said1unto Jeremiah,6Put7now these old9cast clouts10and rotten rags11under thine armholes13under the cords.16And Jeremiah18did
13En zij trokken Jeremia bij de zelen, en haalden hem op uit de kuil; en Jeremia bleef in het voorhof der bewaring.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En zij trokkenH4900JeremiaH3414 bij de zelenH2256, en haaldenH5927 hem op uitH4480 de kuilH953; en JeremiaH3414bleefH3427 in het voorhofH2691 der bewaringH4307.En zij trokken Jeremia bij de zelen, en haalden hem op uit de kuil; en Jeremia bleef in het voorhof der bewaring.
KJVSo they drew up1Jeremiah3with cords,4and took him up5out of the dungeon:8and Jeremiah10remained9in the court11of the prison.
1וַיִּמְשְׁכ֤וּH4900getrokken, trekken, trektdraw (along, out), continue, defer, extend, forbear, [idiom] give, handle, make (pro-, sound) long, [idiom] sow, scatter, stretch out2אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יִרְמְיָ֨הוּ֙H3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah4בַּֽחֲבָלִ֔יםH2256snoer, koorden, landstreekband, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling5וַיַּעֲל֥וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הַבּ֑וֹרH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well9וַיֵּ֣שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10יִרְמְיָ֔הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah11בַּחֲצַ֖רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village12הַמַּטָּרָֽהH4307bewaring, Gevangenpoort, doelmark, prison
14Toen zond de koning Zedekia henen, en liet den profeet Jeremia tot zich halen, in den derden ingang, die aan des HEEREN huis was; en de koning zeide tot Jeremia: Ik zal u een ding vragen, verheel geen ding voor mij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen zondH7971 de koningH4428ZedekiaH6667 henen, en liet den profeetH5030JeremiaH3414totH413 zich halenH3947, in den derdenH7992ingangH3996, dieH834 aan des HEERENH3068huisH1004 was; en de koningH4428zeideH559totH413JeremiaH3414: Ik zal u een dingH1697vragenH7592, verheelH3582geenH408 ding voor mij.Toen zond de koning Zedekia henen, en liet den profeet Jeremia tot zich halen, in den derden ingang, die aan des HEEREN huis was; en de koning zeide tot Jeremia: Ik zal u een ding vragen, verheel geen ding voor mij.
KJVThen Zedekiah3the king2sent,1and took4Jeremiah6the prophet7unto him into the third11entry10that is in the house13of the LORD:14and the king16said15unto Jeremiah,18I will ask19thee a thing;22hide
1וַיִּשְׁלַ֞חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3צִדְקִיָּ֗הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah4וַיִּקַּ֞חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win5אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יִרְמְיָ֤הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah7הַנָּבִיא֙H5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet8אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10מָבוֹא֙H3996ingang, ondergang, ingangenby which came, as cometh, in coming, as men enter into, entering, entrance into, entry, where goeth, going down, [phrase] westward. Compare H4126 (מוֹבָא)11הַשְּׁלִישִׁ֔יH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)12אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18יִרְמְיָ֗הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah19שֹׁאֵ֨לH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish20אֲנִ֤יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who21אֹֽתְךָ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22דָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work23אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than24תְּכַחֵ֥דH3582verborgen, afgesneden, verbergenconceal, cut down (off), desolate, hide25מִמֶּ֖נִּיH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with26דָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
15En Jeremia zeide tot Zedekia: Als ik het u verklaren zal, zult gij mij niet zekerlijk doden? En als ik u raad zal geven, gij zult toch naar mij niet horen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En JeremiaH3414zeideH559totH413ZedekiaH6667: AlsH3588 ik het u verklarenH5046 zal, zult gij mij nietH3808zekerlijkH4191dodenH4191? En alsH3588 ik u raadH3289 zal geven, gij zult toch naarH413 mij nietH3808horenH8085.En Jeremia zeide tot Zedekia: Als ik het u verklaren zal, zult gij mij niet zekerlijk doden? En als ik u raad zal geven, gij zult toch naar mij niet horen.
KJVThen Jeremiah2said1unto Zedekiah,4If I declare6it unto thee, wilt thou not surely9put me to death?10and if I give thee counsel,12wilt thou not hearken
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יִרְמְיָ֨הוּ֙H3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4צִדְקִיָּ֔הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah5כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6אַגִּ֣ידH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter7לְךָ֔8הֲל֖וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9הָמֵ֣תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise10תְּמִיתֵ֑נִיH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise11וְכִי֙H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12אִיעָ֣צְךָ֔H3289raad, beraadslaagd, geradenadvertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose13לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תִשְׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness15אֵלָֽיH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
16Toen zwoer de koning Zedekia aan Jeremia in het verborgene, zeggende: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die ons deze ziel gemaakt heeft: Indien ik u zal doden, of indien ik u zal overgeven in de hand dezer mannen, die uw ziel zoeken!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Toen zwoerH7650 de koningH4428ZedekiaH6667aanH413JeremiaH3414 in het verborgeneH5643, zeggendeH559: Zo waarachtig als de HEEREH3068leeftH2416, Die ons deze zielH5315gemaaktH6213 heeft: IndienH518 ik u zal dodenH4191, of indien ik u zal overgevenH5414 in de handH3027 dezer mannenH582, die uw zielH5315zoekenH1245!Toen zwoer de koning Zedekia aan Jeremia in het verborgene, zeggende: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die ons deze ziel gemaakt heeft: Indien ik u zal doden, of indien ik u zal overgeven in de hand dezer mannen, die uw ziel zoeken!
KJVSo Zedekiah3the king2sware1secretly6unto Jeremiah,5saying,7As the LORD9liveth,8that made11us this soul,14I will not put thee to death,17neither will I give19thee into the hand20of these menthat seek24thy life.
1וַיִּשָּׁבַ֞עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear2הַמֶּ֧לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3צִדְקִיָּ֛הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah4אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יִרְמְיָ֖הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah6בַּסֵּ֣תֶרH5643verborgene, schuilplaats, verborgenbackbiting, covering, covert, [idiom] disguise(-th), hiding place, privily, protection, secret(-ly, place)7לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop9יְהוָ֞הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11עָשָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12לָ֨נוּ13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַנֶּ֤פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it15הַזֹּאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus16אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet17אֲמִיתֶ֔ךָH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise18וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet19אֶתֶּנְךָ֗H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield20בְּיַד֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves21הָאֲנָשִׁ֣יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)22הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)23אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24מְבַקְשִׁ֖יםH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)25אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)26נַפְשֶֽׁךָH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
17Jeremia dan zeide tot Zedekia: Zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israels: Indien gij gewilliglijk tot de vorsten des koning van Babel zult uitgaan, zo zal uw ziel leven, en deze stad zal niet verbrand worden met vuur; en gij zult leven, gij en uw huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17JeremiaH3414 dan zeideH559totH413ZedekiaH6667: Zo zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430 der heirscharenH6635, de GodH430IsraelsH3478: IndienH518 gij gewilliglijkH3318totH413 de vorstenH8269 des koningH4428 van BabelH894 zult uitgaanH3318, zo zal uw zielH5315levenH2421, en dezeH2063stadH5892 zal nietH3808verbrandH8313 worden met vuurH784; en gij zult levenH2421, gijH859 en uw huisH1004.Jeremia dan zeide tot Zedekia: Zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israels: Indien gij gewilliglijk tot de vorsten des koning van Babel zult uitgaan, zo zal uw ziel leven, en deze stad zal niet verbrand worden met vuur; en gij zult leven, gij en uw huis.
KJVThen said1Jeremiah2unto Zedekiah,4Thus saith6the LORD,7the God8of hosts,9the God10of Israel;11If thou wilt assuredly13go forth14unto the king17of Babylon's18princes,16then thy soul20shall live,19and this city21shall not be burned24with fire;25and thou shalt live,26and thine house:
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יִרְמְיָ֣הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4צִדְקִיָּ֡הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah5כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder6אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7יְהוָה֩H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֵ֨יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9צְבָא֜וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)10אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet13יָצֹ֨אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter14תֵצֵ֜אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16שָׂרֵ֤יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward17מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18בָּבֶל֙H894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon19וְחָיְתָ֣הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole20נַפְשֶׁ֔ךָH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it21וְהָעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town22הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus23לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without24תִשָּׂרֵ֖ףH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly25בָּאֵ֑שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot26וְחָיִ֖תָהH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole27אַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you28וּבֵיתֶֽךָH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
18Maar indien gij tot de vorsten des konings van Babel niet zult uitgaan, zo zal deze stad gegeven worden in de hand der Chaldeen, en zij zullen ze met vuur verbranden; ook zult gij van hunlieder hand niet ontkomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Maar indien gij totH413 de vorstenH8269 des koningsH4428 van BabelH894nietH3808 zult uitgaanH3318, zoH518 zal dezeH2063stadH5892gegevenH5414 worden in de handH3027 der ChaldeenH3778, en zij zullen ze met vuurH784verbrandenH8313; ook zult gijH859 van hunlieder handH3027nietH3808ontkomenH4422.Maar indien gij tot de vorsten des konings van Babel niet zult uitgaan, zo zal deze stad gegeven worden in de hand der Chaldeen, en zij zullen ze met vuur verbranden; ook zult gij van hunlieder hand niet ontkomen.
KJVBut if thou wilt not go forth3to the king6of Babylon's7princes,5then shall this city9be given8into the hand11of the Chaldeans,12and they shall burn13it with fire,14and thou shalt not escape out17of their hand.
1וְאִ֣םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תֵצֵ֗אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5שָׂרֵי֙H8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward6מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon8וְנִתְּנָ֞הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9הָעִ֤ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10הַזֹּאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus11בְּיַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12הַכַּשְׂדִּ֔יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea13וּשְׂרָפ֖וּהָH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly14בָּאֵ֑שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot15וְאַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you16לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17תִמָּלֵ֥טH4422ontkomen, ontkwam, bevrijdendeliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely18מִיָּדָֽםH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
19En de koning Zedekia zeide tot Jeremia: Ik ben bevreesd voor de Joden, die tot de Chaldeen gevallen zijn, dat zij mij misschien in derzelver hand overgeven, en zij den spot met mij drijven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En de koningH4428ZedekiaH6667zeideH559totH413JeremiaH3414: IkH589 ben bevreesdH1672 voor de JodenH3064, dieH834totH413 de ChaldeenH3778gevallenH5307 zijn, dat zij mij misschien in derzelver handH3027overgevenH5414, en zij den spot met mij drijven.En de koning Zedekia zeide tot Jeremia: Ik ben bevreesd voor de Joden, die tot de Chaldeen gevallen zijn, dat zij mij misschien in derzelver hand overgeven, en zij den spot met mij drijven.
Ook in dit vers
spot drijvenH5953
KJVAnd Zedekiah3the king2said1unto Jeremiah,5I am afraid7of the Jews9that are fallen11to the Chaldeans,13lest they deliver15me into their hand,17and they mock
1וַיֹּ֛אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַמֶּ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3צִדְקִיָּ֖הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah4אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יִרְמְיָ֑הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah6אֲנִ֧יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who7דֹאֵ֣גH1672bekommerd, zorgt, bevreesdbe afraid (careful, sorry), sorrow, take thought8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַיְּהוּדִ֗יםH3064Joden, Jood, JoodsJew10אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11נָֽפְלוּ֙H5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13הַכַּשְׂדִּ֔יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea14פֶּֽןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not15יִתְּנ֥וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16אֹתִ֛יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17בְּיָדָ֖םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18וְהִתְעַלְּלוּH5953nalezen, spot drijven, aangedaanabuse, affect, [idiom] child, defile, do, glean, mock, practise, thoroughly, work (wonderfully)19בִֽי
20En Jeremia zeide: Zij zullen u niet overgeven; wees toch gehoorzaam aan de stem des HEEREN, naar dewelke ik tot u spreek; zo zal het u welgaan, en uw ziel zal leven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En JeremiaH3414zeideH559: Zij zullen u nietH3808overgevenH5414; wees tochH4994gehoorzaamH8085 aan de stemH6963 des HEERENH3068, naar dewelkeH834ikH589 tot u spreekH1696; zo zal het u welgaanH3190, en uw zielH5315 zal levenH2421.En Jeremia zeide: Zij zullen u niet overgeven; wees toch gehoorzaam aan de stem des HEEREN, naar dewelke ik tot u spreek; zo zal het u welgaan, en uw ziel zal leven.
KJVBut Jeremiah2said,1They shall not deliver4thee. Obey,5I beseech thee, the voice7of the LORD,8which I speak11unto thee: so it shall be well13unto thee, and thy soul16shall live.
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יִרְמְיָ֖הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4יִתֵּ֑נוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5שְֽׁמַֽעH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6נָ֣אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh7בְּק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell8יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9לַאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who11דֹּבֵ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12אֵלֶ֔יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13וְיִ֥יטַבH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)14לְךָ֖15וּתְחִ֥יH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole16נַפְשֶֽׁךָH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
21Maar indien gij weigert uit te gaan, zo is dit het woord, dat de HEERE mij heeft doen zien;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Maar indien gijH859weigertH3986 uit te gaan, zo is ditH2088 het woordH1697, dat de HEEREH3068 mij heeft doen zienH7200;Maar indien gij weigert uit te gaan, zo is dit het woord, dat de HEERE mij heeft doen zien;
KJVBut if thou refuse2to go forth,4this is the word6that the LORD9hath shewed
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2מָאֵ֥ןH3986weigertrefuse3אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you4לָצֵ֑אתH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter5זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6הַדָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8הִרְאַ֖נִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions9יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
22Ziedaar, al de vrouwen, die in het huis des konings van Juda zijn overgebleven, zullen uitgevoerd worden tot de vorsten des konings van Babel; en dezelve zullen zeggen: Uw vredegenoten hebben u aangehitst, en hebben u overmocht; uw voeten zijn in den modder gezonken; zij zijn achterwaarts gekeerd!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Ziedaar, alH3605 de vrouwenH802, dieH834 in het huisH1004 des koningsH4428 van JudaH3063 zijn overgeblevenH7604, zullen uitgevoerdH3318 worden totH413 de vorstenH8269 des koningsH4428 van BabelH894; en dezelve zullen zeggenH559: Uw vredegenotenH582 hebben u aangehitstH5496, en hebben u overmochtH3201; uw voetenH7272 zijn in den modderH1206gezonkenH2883; zij zijn achterwaartsH268gekeerdH5472!Ziedaar, al de vrouwen, die in het huis des konings van Juda zijn overgebleven, zullen uitgevoerd worden tot de vorsten des konings van Babel; en dezelve zullen zeggen: Uw vredegenoten hebben u aangehitst, en hebben u overmocht; uw voeten zijn in den modder gezonken; zij zijn achterwaarts gekeerd!
KJVAnd, behold, all the women3that are left5in the king7of Judah's8house6shall be brought forth9to the king12of Babylon's13princes,11and those women shall say,15Thy friends20have set thee on,16and have prevailed17against thee: thy feet23are sunk21in the mire,22and they are turned away24back.
1וְהִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הַנָּשִׁ֗יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English4אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5נִשְׁאֲרוּ֙H7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest6בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah9מוּצָא֕וֹתH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11שָׂרֵ֖יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward12מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13בָּבֶ֑לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon14וְהֵ֣נָּהH2007zij, deze (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein15אֹמְר֗וֹתH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16הִסִּית֜וּךָH5496porde, hitst, Ruitentice, move, persuade, provoke, remove, set on, stir up, take away17וְיָכְל֤וּH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer18לְךָ֙19אַנְשֵׁ֣יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)20שְׁלֹמֶ֔ךָH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly21הָטְבְּע֥וּH2883gezonken, zonk, ingevestdrown, fasten, settle, sink22בַבֹּ֛ץH1206moddermire23רַגְלֶ֖ךָH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time24נָסֹ֥גוּH5472gedreven, gekeerd, terugkerenbackslider, drive, go back, turn (away, back)25אָחֽוֹרH268achterwaarts, achteren, achtersteafter(-ward), back (part, -side, -ward), hereafter, (be-) hind(-er part), time to come, without
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
23Zij zullen dan al uw vrouwen en al uw zonen tot de Chaldeen uitvoeren; ook zult gij zelf van hun hand niet ontkomen; maar gij zult door de hand des konings van Babel gegrepen worden, en gij zult deze stad met vuur verbranden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Zij zullen dan al uw vrouwenH802 en al uw zonenH1121totH413 de ChaldeenH3778uitvoerenH3318; ook zult gijH859 zelf van hun handH3027nietH3808ontkomenH4422; maarH3588 gij zult door de handH3027 des koningsH4428 van BabelH894gegrepenH8610 worden, en gij zult dezeH2063stadH5892 met vuurH784verbrandenH8313.Zij zullen dan al uw vrouwen en al uw zonen tot de Chaldeen uitvoeren; ook zult gij zelf van hun hand niet ontkomen; maar gij zult door de hand des konings van Babel gegrepen worden, en gij zult deze stad met vuur verbranden.
KJVSo they shall bring out6all thy wives3and thy children5to the Chaldeans:8and thou shalt not escape out11of their hand,12but shalt be taken17by the hand14of the king15of Babylon:16and thou shalt cause this city19to be burned21with fire.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3נָשֶׁ֣יךָH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בָּנֶ֗יךָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6מֽוֹצִאִים֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הַכַּשְׂדִּ֔יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea9וְאַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תִמָּלֵ֣טH4422ontkomen, ontkwam, bevrijdendeliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely12מִיָּדָ֑םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14בְיַ֤דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal16בָּבֶל֙H894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon17תִּתָּפֵ֔שׂH8610gegrepen, grepen, handelencatch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take18וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19הָעִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town20הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus21תִּשְׂרֹ֥ףH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly22בָּאֵֽשׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot
24Toen zeide Zedekia tot Jeremia: Dat niemand wete van deze woorden, zo zult gij niet sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Toen zeideH559ZedekiaH6667totH413JeremiaH3414: Dat niemandH376weteH3045 van dezeH428woordenH1697, zo zult gij niet stervenH4191.Toen zeide Zedekia tot Jeremia: Dat niemand wete van deze woorden, zo zult gij niet sterven.
KJVThen said1Zedekiah2unto Jeremiah,4Let no man5know7of these words,8and thou shalt not die.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2צִדְקִיָּ֜הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah3אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יִרְמְיָ֗הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah5אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than7יֵדַ֥עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot8בַּדְּבָֽרִיםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9הָאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)10וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תָמֽוּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
25En als de vorsten zullen horen, dat ik met u gesproken heb, en tot u komen, en tot u zeggen: Verklaar ons nu, wat hebt gij tot den koning gesproken? verheel het niet voor ons, zo zullen wij u niet doden; en wat heeft de koning tot u gesproken?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En alsH3588 de vorstenH8269 zullen horenH8085, datH3588 ik metH854 u gesprokenH1696 heb, en tot u komenH935, en tot u zeggenH559: VerklaarH5046 ons nu, watH4100 hebt gij tot den koningH4428gesprokenH1696? verheelH3582 het niet voor ons, zo zullen wij u niet dodenH4191; en watH4100 heeft de koningH4428 tot u gesprokenH1696?En als de vorsten zullen horen, dat ik met u gesproken heb, en tot u komen, en tot u zeggen: Verklaar ons nu, wat hebt gij tot den koning gesproken? verheel het niet voor ons, zo zullen wij u niet doden; en wat heeft de koning tot u gesproken?
KJVBut if the princes3hear2that I have talked5with thee, and they come7unto thee, and say9unto thee, Declare11unto us now what thou hast said15unto the king,17hide19it not from us, and we will not put thee to death;22also what the king26said
1וְכִֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יִשְׁמְע֣וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3הַשָּׂרִים֮H8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5דִבַּ֣רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6אִתָּךְ֒H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7וּבָ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֵלֶ֣יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9וְֽאָמְר֪וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10אֵלֶ֟יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11הַגִּֽידָהH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter12נָּ֨אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh13לָ֜נוּ14מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why15דִּבַּ֧רְתָּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17הַמֶּ֛לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than19תְּכַחֵ֥דH3582verborgen, afgesneden, verbergenconceal, cut down (off), desolate, hide20מִמֶּ֖נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with21וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22נְמִיתֶ֑ךָH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise23וּמַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why24דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work25אֵלֶ֖יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)26הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
26Zo zult gij tot hen zeggen: Ik wierp mijn smeking voor des konings aangezicht neder, dat hij mij niet zou weder laten brengen in Jonathans huis, om aldaar te sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Zo zult gij totH413 hen zeggenH559: IkH589wierpH5307 mijn smekingH8467 voor des koningsH4428aangezichtH6440 neder, dat hij mij nietH1115 zou weder laten brengenH7725 in JonathansH3083huisH1004, om aldaarH8033 te stervenH4191.Zo zult gij tot hen zeggen: Ik wierp mijn smeking voor des konings aangezicht neder, dat hij mij niet zou weder laten brengen in Jonathans huis, om aldaar te sterven.
KJVThen thou shalt say1unto them, I presented3my supplication5before6the king,7that he would not cause me to return9to Jonathan's11house,10to die
1וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מַפִּילH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down4אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who5תְחִנָּתִ֖יH8467smeking, genade, smekenfavour, grace, supplication6לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8לְבִלְתִּ֧יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without9הֲשִׁיבֵ֛נִיH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11יְהוֹנָתָ֖ןH3083Jonathan, JonathansJonathan. Compare H3129 (יוֹנָתָן)12לָמ֥וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise13שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
27Als dan al de vorsten tot Jeremia kwamen, en hem vraagden, verklaarde hij hun, naar al deze woorden, die de koning geboden had; en zij lieten van hem af, omdat de zaak niet was gehoord.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Als dan alH3605 de vorstenH8269totH413JeremiaH3414kwamenH935, en hem vraagdenH7592, verklaardeH5046 hij hun, naar alH3605dezeH428woordenH1697, die de koningH4428gebodenH6680 had; en zij lietenH2790 van hem af, omdatH3588 de zaakH1697nietH3808 was gehoordH8085.Als dan al de vorsten tot Jeremia kwamen, en hem vraagden, verklaarde hij hun, naar al deze woorden, die de koning geboden had; en zij lieten van hem af, omdat de zaak niet was gehoord.
KJVThen came1all the princes3unto Jeremiah,5and asked6him: and he told8them according to all these words11that the king15had commanded.14So they left off speaking16with him; for the matter21was not perceived.
1וַיָּבֹ֨אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הַשָּׂרִ֤יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward4אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יִרְמְיָ֨הוּ֙H3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah6וַיִּשְׁאֲל֣וּH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish7אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8וַיַּגֵּ֤דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter9לָהֶם֙10כְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הַדְּבָרִ֣יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14צִוָּ֖הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order15הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal16וַיַּחֲרִ֣שׁוּH2790zwijg, zwijgen, ploegen[idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker17מִמֶּ֔נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with18כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20נִשְׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness21הַדָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
28En Jeremia bleef in het voorhof der bewaring tot op den dag, dat Jeruzalem werd ingenomen; en hij was er nog, als Jeruzalem was ingenomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En JeremiaH3414bleefH3427 in het voorhofH2691 der bewaringH4307totH5704 op den dagH3117, datH834JeruzalemH3389 werd ingenomenH3920; en hij was er nog, als JeruzalemH3389 was ingenomenH3920.En Jeremia bleef in het voorhof der bewaring tot op den dag, dat Jeruzalem werd ingenomen; en hij was er nog, als Jeruzalem was ingenomen.
KJVSo Jeremiah2abode1in the court3of the prison4until the day6that Jerusalem9was taken:8and he was there when Jerusalem13was taken.
1וַיֵּ֤שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2יִרְמְיָ֨הוּ֙H3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah3בַּחֲצַ֣רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village4הַמַּטָּרָ֔הH4307bewaring, Gevangenpoort, doelmark, prison5עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6י֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8נִלְכְּדָ֣הH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take9יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem10וְהָיָ֕הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12נִלְכְּדָ֖הH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take13יְרוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 38:1— Als Sefatja, de zoon van Matthan, en Gedalia, de zoon van Pashur, en Juchal, de zoon van Selemja, en Pashur, de zoon van Malchia, de woorden hoorden, die Jeremia tot al het volk sprak, zeggende:1 Kronieken 9:12→Jeremia 21:1→Nehemia 11:12→Jeremia 37:3→Handelingen 4:1→Handelingen 5:28→Ezra 2:3→Nehemia 7:9→
Jeremia 38:2— Zo zegt de HEERE: Wie in deze stad blijft, zal door het zwaard, door den honger of door de pestilentie sterven; maar wie tot de Chaldeen uitgaat, die zal leven, want hij zal zijn ziel tot een buit hebben, en zal leven.Jeremia 34:17→Jeremia 45:5→Jeremia 39:18→Jeremia 42:17→Jeremia 29:18→Openbaring 6:4→Ezechiël 5:12→Jeremia 44:13→
Jeremia 38:3— Zo zegt de HEERE: Deze stad zal zekerlijk gegeven worden in de hand van het heir des konings van Babel, datzelve zal ze innemen;Jeremia 21:10→Jeremia 32:3→
Jeremia 38:4— Zo zeiden de vorsten tot den koning: Laat toch dezen man gedood worden; want aldus maakt hij de handen der krijgslieden, die in deze stad zijn overgebleven, en de handen des gansen volks slap, alzulke woorden tot hen sprekende; want deze man zoekt den vrede dezes volks niet, maar het kwaad.Jeremia 26:11→Nehemia 6:9→Jeremia 29:7→Exodus 5:4→1 Koningen 21:20→Amos 7:10→1 Koningen 18:17→Handelingen 16:20→
Jeremia 38:5— En de koning Zedekia zeide: Ziet, hij is in uw hand; want de koning zou geen ding tegen u vermogen.2 Samuël 3:39→1 Samuël 29:9→Spreuken 29:25→Johannes 19:12→1 Samuël 15:24→2 Samuël 19:22→
Jeremia 38:6— Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammelech, die in het voorhof der bewaring was, en zij lieten Jeremia af met zelen; in den kuil nu was geen water, maar slijk; en Jeremia zonk in het slijk.Jeremia 37:21→Jeremia 37:16→Zacharia 9:11→Handelingen 16:24→Psalmen 40:2→Psalmen 69:14→Jeremia 38:22→Genesis 37:24→
Jeremia 38:7— Als nu Ebed-melech, de Moorman, een der kamerlingen, die toen in des konings huis was, hoorde, dat zij Jeremia in den kuil gedaan hadden (de koning nu zat in de poort van Benjamin);Jeremia 37:13→Jeremia 29:2→Amos 5:10→Deuteronomium 21:19→Handelingen 8:27→Mattheüs 8:11→Jeremia 34:19→Mattheüs 20:16→
Jeremia 38:9— Mijn heer koning! deze mannen hebben kwalijk gehandeld in alles, wat zij gedaan hebben aan den profeet Jeremia, dien zij in den kuil geworpen hebben; daar hij toch in zijn plaats zou gestorven zijn vanwege den honger, dewijl geen brood meer in de stad is.Jeremia 52:6→Job 31:34→Spreuken 31:8→Esther 7:4→Spreuken 24:11→Jeremia 37:21→
Jeremia 38:10— Toen gebood de koning den Moorman Ebed-melech, zeggende: Neem van hier dertig mannen onder uw hand, en haal den profeet Jeremia op uit den kuil, eer dat hij sterft.Psalmen 75:10→Esther 8:7→Esther 5:2→Spreuken 21:1→
Jeremia 38:12— En Ebed-melech, de Moorman, zeide tot Jeremia: Leg nu deze oude verscheurde en versleten lompen onder de oksels uwer armen, van onder aan de zelen. En Jeremia deed alzo.Romeinen 12:10→Efeze 4:32→Romeinen 12:15→
Jeremia 38:13— En zij trokken Jeremia bij de zelen, en haalden hem op uit de kuil; en Jeremia bleef in het voorhof der bewaring.Jeremia 37:21→Handelingen 28:30→Handelingen 28:16→Handelingen 23:35→Handelingen 24:23→Jeremia 39:14→Jeremia 38:6→Jeremia 38:28→
Jeremia 38:14— Toen zond de koning Zedekia henen, en liet den profeet Jeremia tot zich halen, in den derden ingang, die aan des HEEREN huis was; en de koning zeide tot Jeremia: Ik zal u een ding vragen, verheel geen ding voor mij.1 Samuël 3:17→Jeremia 37:17→Jeremia 21:1→1 Koningen 22:16→Jeremia 42:2→Jeremia 42:20→1 Koningen 10:5→2 Kronieken 18:15→
Jeremia 38:15— En Jeremia zeide tot Zedekia: Als ik het u verklaren zal, zult gij mij niet zekerlijk doden? En als ik u raad zal geven, gij zult toch naar mij niet horen.Lukas 22:67→
Jeremia 38:16— Toen zwoer de koning Zedekia aan Jeremia in het verborgene, zeggende: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die ons deze ziel gemaakt heeft: Indien ik u zal doden, of indien ik u zal overgeven in de hand dezer mannen, die uw ziel zoeken!Jeremia 37:17→Jesaja 57:16→Numeri 16:22→Numeri 27:16→Zacharia 12:1→Jeremia 38:1→Johannes 3:2→Jeremia 34:20→
Jeremia 38:17— Jeremia dan zeide tot Zedekia: Zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israels: Indien gij gewilliglijk tot de vorsten des koning van Babel zult uitgaan, zo zal uw ziel leven, en deze stad zal niet verbrand worden met vuur; en gij zult leven, gij en uw huis.Jeremia 38:2→Jeremia 27:12→Jeremia 39:3→Jeremia 27:17→1 Kronieken 17:24→Psalmen 80:7→Amos 5:27→Jeremia 21:8→
Jeremia 38:18— Maar indien gij tot de vorsten des konings van Babel niet zult uitgaan, zo zal deze stad gegeven worden in de hand der Chaldeen, en zij zullen ze met vuur verbranden; ook zult gij van hunlieder hand niet ontkomen.Jeremia 38:3→2 Koningen 25:4→Jeremia 24:8→Jeremia 32:3→Jeremia 34:19→2 Koningen 24:12→Ezechiël 12:13→Jeremia 38:23→
Jeremia 38:19— En de koning Zedekia zeide tot Jeremia: Ik ben bevreesd voor de Joden, die tot de Chaldeen gevallen zijn, dat zij mij misschien in derzelver hand overgeven, en zij den spot met mij drijven.Johannes 12:42→Jeremia 38:22→Johannes 19:12→Jesaja 57:11→Jesaja 51:12→Jeremia 38:5→Jeremia 39:9→Spreuken 29:25→
Jeremia 38:20— En Jeremia zeide: Zij zullen u niet overgeven; wees toch gehoorzaam aan de stem des HEEREN, naar dewelke ik tot u spreek; zo zal het u welgaan, en uw ziel zal leven.Jesaja 55:3→Daniël 4:27→2 Kronieken 20:20→Handelingen 26:29→Jeremia 26:13→Filemon 1:8→Jakobus 1:22→2 Korinthe 5:20→
Jeremia 38:21— Maar indien gij weigert uit te gaan, zo is dit het woord, dat de HEERE mij heeft doen zien;Numeri 23:19→Handelingen 20:26→Jeremia 15:19→Exodus 10:3→Jesaja 1:19→Spreuken 1:24→Job 23:13→Job 34:33→
Jeremia 38:22— Ziedaar, al de vrouwen, die in het huis des konings van Juda zijn overgebleven, zullen uitgevoerd worden tot de vorsten des konings van Babel; en dezelve zullen zeggen: Uw vredegenoten hebben u aangehitst, en hebben u overmocht; uw voeten zijn in den modder gezonken; zij zijn achterwaarts gekeerd!Jeremia 20:10→Jeremia 43:6→Psalmen 69:2→Jeremia 38:4→Jeremia 38:19→Klaagliederen 5:11→Jeremia 6:12→Klaagliederen 1:13→
Jeremia 38:23— Zij zullen dan al uw vrouwen en al uw zonen tot de Chaldeen uitvoeren; ook zult gij zelf van hun hand niet ontkomen; maar gij zult door de hand des konings van Babel gegrepen worden, en gij zult deze stad met vuur verbranden.Jeremia 41:10→Jeremia 39:6→Jeremia 38:18→2 Koningen 25:7→Ezechiël 14:9→Jeremia 52:8→2 Kronieken 36:20→Jeremia 27:12→
Jeremia 38:25— En als de vorsten zullen horen, dat ik met u gesproken heb, en tot u komen, en tot u zeggen: Verklaar ons nu, wat hebt gij tot den koning gesproken? verheel het niet voor ons, zo zullen wij u niet doden; en wat heeft de koning tot u gesproken?Jeremia 38:27→Jeremia 38:4→
Jeremia 38:26— Zo zult gij tot hen zeggen: Ik wierp mijn smeking voor des konings aangezicht neder, dat hij mij niet zou weder laten brengen in Jonathans huis, om aldaar te sterven.Jeremia 37:20→Jeremia 37:15→Esther 4:8→Jeremia 42:2→
Jeremia 38:27— Als dan al de vorsten tot Jeremia kwamen, en hem vraagden, verklaarde hij hun, naar al deze woorden, die de koning geboden had; en zij lieten van hem af, omdat de zaak niet was gehoord.Handelingen 23:6→2 Koningen 6:19→1 Samuël 16:2→1 Samuël 10:15→
Jeremia 38:28— En Jeremia bleef in het voorhof der bewaring tot op den dag, dat Jeruzalem werd ingenomen; en hij was er nog, als Jeruzalem was ingenomen.Jeremia 37:21→Jeremia 39:14→Jeremia 15:20→Jeremia 38:13→Psalmen 23:4→2 Timotheüs 4:17→2 Timotheüs 3:11→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 38 vers 1— Als Sefatja, de zoon van Matthan, en Gedalia, de zoon van Pashur, en Juchal, de zoon van Selemja, en Pashur, de zoon van Malchia, de woorden hoorden, die Jeremia tot al het volk sprak, zeggende:
hoorden,
Zie het vervolg dezer redenen, vs.4.
Hertaald:hoorden,
Zie het vervolg van deze woorden in vers 4.
al het volk sprak,
Die tot hem in het voorhof kwamen, en vandaar zijne woorden onder al het volk verspreidden.
Hertaald:al het volk sprak,
Zij die bij hem in het voorhof kwamen en zijn woorden vandaar onder het hele volk verspreidden.
Jeremia 38 vers 2— Zo zegt de HEERE: Wie in deze stad blijft, zal door het zwaard, door den honger of door de pestilentie sterven; maar wie tot de Chaldeen uitgaat, die zal leven, want hij zal zijn ziel tot een buit hebben, en zal leven.
leven,
Dat is, levend blijven; God zal maken dat de Chaldeën hem zullen verschonen, en het leven [gelijk men zegt] schenken.
Hertaald:leven,
Dat is: in leven blijven; God zal maken dat de Chaldeeën hem sparen en hem, zoals men zegt, het leven schenken.
ziel
Dat is, zijn leven; zie Gen. 19:17 .
Hertaald:ziel
Dat is: zijn leven; zie Gen. 19:17.
buit hebben,
Gelijk boven Jer. 21:9 .
Hertaald:buit hebben,
Zoals hierboven Jer. 21:9.
Jeremia 38 vers 3— Zo zegt de HEERE: Deze stad zal zekerlijk gegeven worden in de hand van het heir des konings van Babel, datzelve zal ze innemen;
zekerlijk gegeven worden
Hebreeuws, gegeven wordende gegeven worden.
Hertaald:zekerlijk gegeven worden
Hebreeuws: gegeven wordend gegeven worden.
Jeremia 38 vers 4— Zo zeiden de vorsten tot den koning: Laat toch dezen man gedood worden; want aldus maakt hij de handen der krijgslieden, die in deze stad zijn overgebleven, en de handen des gansen volks slap, alzulke woorden tot hen sprekende; want deze man zoekt den vrede dezes volks niet, maar het kwaad.
slap,
Zie 2 Sam. 4:1 .
Hertaald:slap,
Zie 2 Sam. 4:1.
dezes volks
Of, voor dit volk geen vrede, maar kwaad.
Hertaald:dezes volks
Of: voor dit volk geen vrede maar kwaad.
vrede niet,
Dat is, welvaart, behoudenis; zie Gen. 37:14 .
Hertaald:vrede niet,
Dat is: welvaart, behoud; zie Gen. 37:14.
kwaad
Dat is, verderf, ongeLucas
Hertaald:kwaad
Dat is: verderf, ongeluk.
Jeremia 38 vers 5— En de koning Zedekia zeide: Ziet, hij is in uw hand; want de koning zou geen ding tegen u vermogen.
koning zou geen ding tegen u vermogen
Dat is, ik. Anders: de koning is die niet, [die] iets tegen ulieden zou vermogen.
Hertaald:koning zou geen ding tegen u vermogen
Dat is: ik. Anders: de koning is niet iemand die iets tegen u zou vermogen.
Jeremia 38 vers 6— Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammelech, die in het voorhof der bewaring was, en zij lieten Jeremia af met zelen; in den kuil nu was geen water, maar slijk; en Jeremia zonk in het slijk.
kuil van Malchia,
Zoekende hem heimelijk om hals te brengen.
Hertaald:kuil van Malchia,
Terwijl zij hem heimelijk om het leven wilden brengen.
Hammelech,
Of, des konings; gelijk boven Jer. 36:26 .
Hertaald:Hammelech,
Of: van de koning; zoals hierboven Jer. 36:26.
slijk
Vergelijk Ps. 69:3 , en Ps. 40:3 .
Hertaald:slijk
Vergelijk Ps. 69:3 en Ps. 40:3.
Jeremia 38 vers 7— Als nu Ebed-melech, de Moorman, een der kamerlingen, die toen in des konings huis was, hoorde, dat zij Jeremia in den kuil gedaan hadden (de koning nu zat in de poort van Benjamin);
Moorman,
Hebreeuws, Kuschi; een vreemdeling, maar vromer dan Jeremia's eigen landslieden; zie Gen. 2:13 , en Gen. 10:6 .
Hertaald:Moorman,
Hebreeuws: Kuschi; een vreemdeling, maar vromer dan Jeremia's eigen landgenoten; zie Gen. 2:13 en Gen. 10:6.
der kamerlingen,
Hebreeuws, een man, een kamerling, of hoveling; zie Gen. 37:36 .
Hertaald:der kamerlingen,
Hebreeuws: een man, een kamerling of hoveling; zie Gen. 37:36.
poort van Benjamin
Misschien om gericht te houden, dat men toen gewoon was te houden in de stadspoorten. Zie Gen. 22:17 , en vergelijk onder vs.10; misschien ook, om in de belegering iets te bezichtigen, of ergens order op te stellen.
Hertaald:poort van Benjamin
Misschien om recht te spreken, wat men toen gewoon was in de stadspoorten te doen. Zie Gen. 22:17, en vergelijk hieronder vers 10. Misschien ook om bij de belegering iets te inspecteren of ergens orde op zaken te stellen.
Jeremia 38 vers 9— Mijn heer koning! deze mannen hebben kwalijk gehandeld in alles, wat zij gedaan hebben aan den profeet Jeremia, dien zij in den kuil geworpen hebben; daar hij toch in zijn plaats zou gestorven zijn vanwege den honger, dewijl geen brood meer in de stad is.
in zijn plaats
Daar hij was; vergelijk 2 Sam. 2:23 , met de aantekening. Alsof hij zeide: Hij was toch zo goed als dood, waartoe hem dan dus wredelijk het leven te nemen?
Hertaald:in zijn plaats
Daar waar hij was; vergelijk 2 Sam. 2:23 met de aantekening. Alsof hij zei: hij was toch zo goed als dood; waarom hem dan zo wreed het leven benemen?
Jeremia 38 vers 10— Toen gebood de koning den Moorman Ebed-melech, zeggende: Neem van hier dertig mannen onder uw hand, en haal den profeet Jeremia op uit den kuil, eer dat hij sterft.
onder uw hand,
Hebreeuws, in uwe hand; dat is, neem hen met u, onder uw beleid, bevel, tot uwen dienst. Zie van deze manier van spreken 2 Sam. 8:10 ; alzo in vs.11.
Hertaald:onder uw hand,
Hebreeuws: in uw hand — dat is: neem hen met u, onder uw leiding en bevel, tot uw beschikking. Over deze manier van spreken, zie 2 Sam. 8:10; zo ook in vers 11.
haal den profeet Jeremia op uit den kuil,
Hebreeuws, doe opkomen, opklimmen.
Hertaald:haal den profeet Jeremia op uit den kuil,
Hebreeuws: doe opkomen, opklimmen.
Jeremia 38 vers 11— Alzo nam Ebed-melech de mannen onder zijn hand, en ging in des konings huis tot onder de schatkamer, en nam van daar enige oude verscheurde en oude versleten lompen; en hij liet ze met zelen af tot Jeremia in den kuil.
enige
Hebreeuws, oude der verscheurde, enz. dat is, enige van de oudste, enz. Vergelijk de manier van spreken met Richt. 5:29 ; Spr. 14:1 ; Ezech. 28:7 , enz.
Hertaald:enige
Hebreeuws: ouden van de verscheurde, enzovoort — dat is: enkele van de oudste, enzovoort. Vergelijk deze manier van spreken met Richt. 5:29, Spr. 14:1 en Ezech. 28:7, enzovoort.
verscheurde
Te weten van uitgetrokken, afgelegde klederen, gelijk sommigen menen, omdat het Hebreeuwse woord van trekken en slepen komt, of versleepte, overhoop, of hier en daar verworpen lompen.
Hertaald:verscheurde
Namelijk: van uitgetrokken, afgelegde kleren, zoals sommigen menen, omdat het Hebreeuwse woord van trekken en slepen komt; of: versleepte, her en der weggeworpen lompen.
versleten lompen;
Of, verrotte, vervuilde, vergane. Vergelijk Jes. 51:6 , waar een gelijk woord gebruikt wordt van het vergaan der hemelen.
Hertaald:versleten lompen;
Of: verrotte, vervuilde, vergane. Vergelijk Jes. 51:6, waar een soortgelijk woord gebruikt wordt voor het vergaan van de hemelen.
Jeremia 38 vers 12— En Ebed-melech, de Moorman, zeide tot Jeremia: Leg nu deze oude verscheurde en versleten lompen onder de oksels uwer armen, van onder aan de zelen. En Jeremia deed alzo.
oksels
Anders, ellebogen, gelijK Ezech. 13:18 .
Hertaald:oksels
Anders: ellebogen, zoals in Ezech. 13:18.
armen,
Hebreeuws, handen; een deel voor het geheel, gelijk elders.
Hertaald:armen,
Hebreeuws: handen; een deel voor het geheel, zoals elders.
onder aan de zelen
Dit deed deze vrome man opdat Jeremia zich door de zelen of koorden niet zou kwetsen. Het is opmerkelijk dat het den Heiligen Geest beliefd heeft dit werk, ter ere van Ebedmelech, zo omstandiglijk te beschrijven.
Hertaald:onder aan de zelen
Dit deed deze vrome man opdat Jeremia zich niet aan de touwen zou bezeren. Het is opmerkelijk dat het de Heilige Geest behaagd heeft dit werk, tot eer van Ebed-Melech, zo uitvoerig te beschrijven.
Jeremia 38 vers 13— En zij trokken Jeremia bij de zelen, en haalden hem op uit de kuil; en Jeremia bleef in het voorhof der bewaring.
voorhof der bewaring
In de plaats waar hij tevoren geweest was. Vergelijk boven vs.9.
Hertaald:voorhof der bewaring
Op de plaats waar hij tevoren geweest was. Vergelijk hierboven vers 9.
Jeremia 38 vers 14— Toen zond de koning Zedekia henen, en liet den profeet Jeremia tot zich halen, in den derden ingang, die aan des HEEREN huis was; en de koning zeide tot Jeremia: Ik zal u een ding vragen, verheel geen ding voor mij.
liet den profeet Jeremia
Hebreeuws, nam tot zich; gelijk boven Jer. 37:17 .
Hertaald:liet den profeet Jeremia
Hebreeuws: nam tot zich; zoals hierboven Jer. 37:17.
derden ingang,
Of, vorstelijksten, voornaamsten. Dit kan men verstaan van de galerij, door welke de koning opging in des HEEREN huis; zie 1 Kon. 10:5 , met de aantekening.
Hertaald:derden ingang,
Of: de vorstelijkste, voornaamste ingang. Men kan dit verstaan van de galerij waardoor de koning opging naar het huis van de HEERE; zie 1 Kon. 10:5 met de aantekening.
een ding vragen,
Of, naar het woord vragen: te weten des HEEREN; zie Ezech. 3:17 , en Ezech. 33:7 , en boven Jer. 37:17 .
Hertaald:een ding vragen,
Of: naar het woord vragen, namelijk van de HEERE; zie Ezech. 3:17 en Ezech. 33:7, en hierboven Jer. 37:17.
Jeremia 38 vers 15— En Jeremia zeide tot Zedekia: Als ik het u verklaren zal, zult gij mij niet zekerlijk doden? En als ik u raad zal geven, gij zult toch naar mij niet horen.
Jeremia 38 vers 16— Toen zwoer de koning Zedekia aan Jeremia in het verborgene, zeggende: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die ons deze ziel gemaakt heeft: Indien ik u zal doden, of indien ik u zal overgeven in de hand dezer mannen, die uw ziel zoeken!
ziel gemaakt heeft
Zie Jes. 57:16 .
Hertaald:ziel gemaakt heeft
Zie Jes. 57:16.
ziel zoeken
Dat is, naar uw leven staan. Zie Ex. 4:19 , en 2 Sam. 4:8 .
Hertaald:ziel zoeken
Dat is: naar uw leven staan. Zie Ex. 4:19 en 2 Sam. 4:8.
*
Een afgebroken rede in het eedzweren gebruikelijk. Versta daarop: zo doe mij God zo en zo, enz. Zie Gen. 14:23 .
Hertaald:*
Een afgebroken zin die bij het zweren gebruikelijk is. Vul daarbij aan: zo doe mij God zo en zo, enzovoort. Zie Gen. 14:23.
Jeremia 38 vers 17— Jeremia dan zeide tot Zedekia: Zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israels: Indien gij gewilliglijk tot de vorsten des koning van Babel zult uitgaan, zo zal uw ziel leven, en deze stad zal niet verbrand worden met vuur; en gij zult leven, gij en uw huis.
ziel leven,
Dat is, gijzelf, uw persoon zal levend blijven, des gij u zult hebben te verheugen, alzo vs.20; zie Gen. 12:5 , en vergelijk Gen. 19:20 .
Hertaald:ziel leven,
Dat is: uzelf, uw persoon zal in leven blijven, waarover u zich zult mogen verheugen; zo ook in vers 20; zie Gen. 12:5, en vergelijk Gen. 19:20.
huis
Dat is, huisgezin, vrouwen, kinderen, enz.
Hertaald:huis
Dat is: uw huisgezin, vrouwen, kinderen, enzovoort.
Jeremia 38 vers 19— En de koning Zedekia zeide tot Jeremia: Ik ben bevreesd voor de Joden, die tot de Chaldeen gevallen zijn, dat zij mij misschien in derzelver hand overgeven, en zij den spot met mij drijven.
gevallen zijn,
Gelijk boven Jer. 37:13 .
Hertaald:gevallen zijn,
Zoals hierboven Jer. 37:13.
zij mij misschien
De Chaldeën.
Hertaald:zij mij misschien
De Chaldeeën.
derzelver hand overgeven,
Afgevallen Joden.
Hertaald:derzelver hand overgeven,
De afgevallen Joden.
Jeremia 38 vers 20— En Jeremia zeide: Zij zullen u niet overgeven; wees toch gehoorzaam aan de stem des HEEREN, naar dewelke ik tot u spreek; zo zal het u welgaan, en uw ziel zal leven.
zal het u welgaan,
Hebreeuws, u zal wel zijn, of het zal u goed zijn.
Hertaald:zal het u welgaan,
Hebreeuws: u zal wel zijn, of: het zal u goed gaan.
ziel zal leven
Gelijk boven vs.17.
Hertaald:ziel zal leven
Zoals hierboven vers 17.
Jeremia 38 vers 21— Maar indien gij weigert uit te gaan, zo is dit het woord, dat de HEERE mij heeft doen zien;
zien;
Dat is, in een profetisch gezicht geopenbaard heeft.
Hertaald:zien;
Dat is: in een profetisch gezicht geopenbaard heeft.
Jeremia 38 vers 22— Ziedaar, al de vrouwen, die in het huis des konings van Juda zijn overgebleven, zullen uitgevoerd worden tot de vorsten des konings van Babel; en dezelve zullen zeggen: Uw vredegenoten hebben u aangehitst, en hebben u overmocht; uw voeten zijn in den modder gezonken; zij zijn achterwaarts gekeerd!
vrouwen,
En tevoren met Chonia of Jojachin niet zijn weggevoerd. Zie 2 Kon. 24:14-15 .
Hertaald:vrouwen,
En die tevoren niet met Chonia of Jojachin weggevoerd zijn. Zie 2 Kon. 24:14-15.
dezelve zullen zeggen
Uwe vrouwen zullen tot uw verwijt zeggen.
Hertaald:dezelve zullen zeggen
Uw vrouwen zullen u verwijtend zeggen.
vredegenoten
Hebreeuws, mannen uws vredes; dat is uwe vrienden of bondgenoten; alzo boven Jer. 20:10 .
Hertaald:vredegenoten
Hebreeuws: mannen van uw vrede — dat is: uw vrienden of bondgenoten; zo ook hierboven Jer. 20:10.
aangehitst,
Om te rebelleren. Zie 2 Kon. 24:20 ; 2 Kron. 36:13 , en boven Jer. 27:3 .
Hertaald:aangehitst,
Om in opstand te komen. Zie 2 Kon. 24:20, 2 Kron. 36:13 en hierboven Jer. 27:3.
overmocht;
Verrukkende u, door hun raad en ophitsing van uw plicht. Vergelijk Ob. 1:7 .
Hertaald:overmocht;
Terwijl zij u door hun raad en ophitsing van uw plicht aftrokken. Vergelijk Obadja 1:7.
modder gezonken;
Gij hebt u in zwarigheid gebracht, waaruit gij u niet kunt redden. Het kan zijn dat met deze woorden gezien wordt op hetgeen de koning aan Jeremia had laten geschieden, boven vs.6.
Hertaald:modder gezonken;
U hebt uzelf in moeilijkheden gebracht waaruit u zich niet kunt redden. Het kan zijn dat met deze woorden gedoeld wordt op wat de koning Jeremia had laten overkomen, hierboven vers 6.
achterwaarts gekeerd
Gij zijt afgeweken van den koning van Babel, tegen uwen eed, 2 Kron. 36:13 ; vergelijk deze klacht over Zedekia met Jes. 8:21 . Eenigen verstaan het van zijne vredegenoten, die hem verlaten hebben.
Hertaald:achterwaarts gekeerd
U bent afgeweken van de koning van Babel, tegen uw eed in, 2 Kron. 36:13; vergelijk deze klacht over Zedekia met Jes. 8:21. Sommigen verstaan het van zijn bondgenoten, die hem verlaten hebben.
Jeremia 38 vers 23— Zij zullen dan al uw vrouwen en al uw zonen tot de Chaldeen uitvoeren; ook zult gij zelf van hun hand niet ontkomen; maar gij zult door de hand des konings van Babel gegrepen worden, en gij zult deze stad met vuur verbranden.
Zij zullen dan al uw vrouwen
Het voorzegde wordt tot versterking wederhaald.
Hertaald:Zij zullen dan al uw vrouwen
Het voorzegde wordt ter versterking herhaald.
zonen
Van de dochters, die zonder Jer. 41:10 , met de aantekening, en Jer. 43:6 .
Hertaald:zonen
Van de dochters, zie hieronder Jer. 41:10 met de aantekening, en Jer. 43:6.
verbranden
Dat is, maken, of ene oorzaak daarvan zijn, dat zij verbrand wordt, zie boven Jer. 21:10 , en Jer. 32:29 , en Jer. 34:2 , Jer. 34:22 . Anders: deze stad zal door het vuur verbranden, of verbrand worden; hoewel het Hebreeuwse woord in zulke betekenis nergens alzo meer wordt gevonden.
Hertaald:verbranden
Dat is: maken, of er de oorzaak van zijn, dat zij verbrand wordt; zie hierboven Jer. 21:10, Jer. 32:29 en Jer. 34:2 en Jer. 34:22. Anders: deze stad zal door het vuur verbranden of verbrand worden — hoewel het Hebreeuwse woord nergens anders in die betekenis voorkomt.
Jeremia 38 vers 26— Zo zult gij tot hen zeggen: Ik wierp mijn smeking voor des konings aangezicht neder, dat hij mij niet zou weder laten brengen in Jonathans huis, om aldaar te sterven.
wierp mijn smeking voor des konings aangezicht neder,
Zie boven Jer. 36:7 ; dat is, ik bad en verzocht ootmoediglijk.
Hertaald:wierp mijn smeking voor des konings aangezicht neder,
Zie hierboven Jer. 36:7 — dat is: ik bad en verzocht ootmoedig.
huis,
Zie boven Jer. 37:15 .
Hertaald:huis,
Zie hierboven Jer. 37:15.
Jeremia 38 vers 27— Als dan al de vorsten tot Jeremia kwamen, en hem vraagden, verklaarde hij hun, naar al deze woorden, die de koning geboden had; en zij lieten van hem af, omdat de zaak niet was gehoord.
naar al deze woorden,
Dat is, op zulke wijze als de koning hem bevolen had.
Hertaald:naar al deze woorden,
Dat is: op de wijze die de koning hem bevolen had.
lieten van hem af,
Zonder meer met hem te spreken, of hem iets te doen. Hebreeuws, zij zwegen, of hielden zich stil van hem af; vergelijk 1 Kon. 22:3 , en wijders Ps. 28:1 , en Job 13:13 .
Hertaald:lieten van hem af,
Zonder verder met hem te spreken of hem iets te doen. Hebreeuws: zij zwegen of hielden zich stil van hem af; vergelijk 1 Kon. 22:3, en verder Ps. 28:1 en Job 13:13.
gehoord
Dat is, bekend of ruchtbaar geworden; zij hadden niets daarvan vernomen, en dienvolgens hadden zij geen stof om Jeremia wijders te onderzoeken.
Hertaald:gehoord
Dat is: bekend of ruchtbaar geworden; zij hadden er niets van vernomen en hadden dus geen aanleiding om Jeremia verder te ondervragen.
Jeremia 38 vers 28— En Jeremia bleef in het voorhof der bewaring tot op den dag, dat Jeruzalem werd ingenomen; en hij was er nog, als Jeruzalem was ingenomen.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Selemja (zoon van Abdeel) — de HEERE vergeldt
Zoon van Abdeel; door koning Jojakim, samen met Jerahmeël en Zeraja, opdracht gegeven Baruch en Jeremia te vangen (Jer. 36:26).
Juchal — de HEERE is machtig
Zoon van Selemja; door koning Zedekia met Sefanja tot Jeremia gezonden om voorbede te vragen (Jer. 37:3), maar later ook een van hen die aandrongen Jeremia te doden (Jer. 38:1, 4); elders Jucal genoemd.
Sefatja (zoon van Matthan) — de HEERE heeft gericht
Zoon van Matthan; een van de vorsten die bij koning Zedekia aandrongen Jeremia ter dood te brengen, omdat zijn woorden de handen der krijgslieden verslapten (Jer. 38:1-4).
Gedalia (zoon van Pashur) — de HEERE is groot
Zoon van Pashur; een van de vorsten die bij koning Zedekia aandrongen Jeremia ter dood te brengen (Jer. 38:1, 4). Niet dezelfde persoon als Gedalia, de zoon van Ahikam, de latere landvoogd.
Malchia (zoon van Hammelech) — mijn koning
Aangeduid als zoon van Hammelech (of: van de koning); eigenaar van de kuil in het voorhof der bewaring, waarin Jeremia geworpen werd en in het slijk wegzonk (Jer. 38:6).
Ebed-Melech (de Moorman) — knecht des konings
Een Cuschitische (Ethiopische) kamerling aan het hof van Zedekia. Toen hij hoorde dat Jeremia in de kuil geworpen was, pleitte hij bij de koning voor hem en kreeg toestemming hem met dertig mannen eruit te trekken, wat hij met zorgvuldige voorzorg deed. Om zijn vertrouwen op de HEERE werd hem behoud van zijn leven bij de val van Jeruzalem toegezegd (Jer. 38:7-13; 39:15-18).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De kuil van Malchia — de profeet wordt in een lege regenput neergelaten en zakt in het slijk (Jer. 38:1-6)
De vorsten leggen de koning hun eis voor: "Laat toch dezen man gedood worden; want aldus maakt hij de handen der krijgslieden, die in deze stad zijn overgebleven, en de handen des gansen volks slap" (Jer. 38:4). Het antwoord van Zedekia is een overgave zonder verzet: "Ziet, hij is in uw hand; want de koning zou geen ding tegen u vermogen" (Jer. 38:5). Dan volgt de daad: "Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammelech, die in het voorhof der bewaring was" (Jer. 38:6). Het vers gaat verder: "in den kuil nu was geen water, maar slijk; en Jeremia zonk in het slijk" (Jer. 38:6).
Bijbelse betekenis: Merk op wat er precies gebeurt en wat niet. Hij wordt niet gedood; hij wordt in een put gelaten waarin men vanzelf sterft. Zo blijft ieder van hen schoon van bloed, en dat maakt de daad niet minder maar erger. Let vervolgens op het verwijt in Jer. 38:4. Het gaat niet over de waarheid van zijn woorden maar over hun uitwerking: de handen worden er slap van. Waar een boodschap alleen aan haar gevolgen gemeten wordt, wordt de vraag of zij waar is niet meer gesteld. Let ten slotte op de koning. Hij zegt dat hij niets tegen zijn vorsten vermag. Dat is de kern van dit hoofdstuk: een koning die weet wat goed is en zich laat overrulen.
Typologie: In de psalmen staat dezelfde nood met hetzelfde beeld: "En Hij heeft mij uit een ruisenden kuil, uit modderig slijk opgehaald" (Ps. 40:3, reeds behandeld). Ook Jozef werd in een kuil geworpen door mensen die hun handen niet aan hem wilden slaan (reeds behandeld bij Gen. 37:24).
Jer. 38:1-6; Ps. 40:3; Gen. 37:24
Ebed-melech de Moorman — een buitenlandse hoveling redt de profeet, en krijgt daar een belofte voor (Jer. 38:7-13; 39:15-18)
"Als nu Ebed-melech, de Moorman, een der kamerlingen, die toen in des konings huis was, hoorde, dat zij Jeremia in den kuil gedaan hadden" — dan gaat hij meteen naar de koning (Jer. 38:7-8). Hij zegt onomwonden: "deze mannen hebben kwalijk gehandeld in alles, wat zij gedaan hebben aan den profeet Jeremia" (Jer. 38:9). De koning geeft hem dertig mannen mee (Jer. 38:10). Wat hij dan doet is opmerkelijk: hij haalt oude, verscheurde en versleten lompen uit een kamer van het paleis en laat die aan de touwen mee naar beneden, met de raad: "Leg nu deze oude verscheurde en versleten lompen onder de oksels uwer armen, van onder aan de zelen" (Jer. 38:12). Later komt er een woord voor hem persoonlijk: "Ik zal u zekerlijk bevrijden, en gij zult door het zwaard niet vallen; maar gij zult uw ziel tot een buit hebben, omdat gij op Mij vertrouwd hebt" (Jer. 39:18).
Bijbelse betekenis: Merk op wie hier optreedt. Geen priester en geen vorst uit Juda, maar een vreemdeling en hofdienaar; hij doet wat het hele bestuur naliet. Dat de Schrift juist hem bij name noemt, is geen bijzaak. Let vervolgens op de lompen. Hij had kunnen volstaan met touwen; hij denkt eraan dat die touwen in de oksels snijden. Barmhartigheid blijkt hier uit een detail dat niemand van hem zou hebben gevraagd. Let ten slotte op de grond van de belofte in Jer. 39:18. Er staat niet dat hij de profeet gered heeft, maar: "omdat gij op Mij vertrouwd hebt". Zijn daad wordt gelezen als geloof, en hij krijgt precies wat aan de overlopers beloofd was: zijn ziel tot een buit (reeds behandeld bij Jer. 21:9).
Typologie: De Heere Jezus zegt dat een beker koud water, gegeven aan een van de geringsten, het loon niet zal verliezen (Matt. 10:42). En Hij rekent wat aan Zijn boodschappers gedaan wordt aan Zichzelf toe: "voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan" (Matt. 25:40).
De vrees van Zedekia — een koning die het aanbod van behoud krijgt en het uit angst voor mensen laat liggen (Jer. 38:14-28)
Zedekia laat Jeremia in het geheim halen en vraagt naar een woord (Jer. 38:14). Het antwoord is een aanbod: "Indien gij gewilliglijk tot de vorsten des koning van Babel zult uitgaan, zo zal uw ziel leven, en deze stad zal niet verbrand worden met vuur" (Jer. 38:17). En de keerzijde staat erbij: doet hij het niet, dan wordt de stad verbrand en ontkomt hij zelf niet (Jer. 38:18). Dan zegt de koning waar het op vastloopt: "Ik ben bevreesd voor de Joden, die tot de Chaldeen gevallen zijn, dat zij mij misschien in derzelver hand overgeven, en zij den spot met mij drijven" (Jer. 38:19). Jeremia stelt hem gerust en dringt aan: "wees toch gehoorzaam aan de stem des HEEREN, naar dewelke ik tot u spreek; zo zal het u welgaan, en uw ziel zal leven" (Jer. 38:20). Het hoofdstuk eindigt ermee dat de koning het gesprek geheim laat houden (Jer. 38:24-27).
Bijbelse betekenis: Merk op wat deze koning wél heeft. Hij zoekt de profeet op, hij vraagt naar het woord des HEEREN, en hij beschermt hem tegen zijn vorsten. Ongeloof in de gewone zin is dit niet. Let vervolgens op waar het op stukloopt: op de spot. Niet het zwaard van Babel houdt hem tegen maar de gedachte dat men hem uitlacht. Dat is de vorm waarin de vrees voor mensen het vaakst optreedt. Let ten slotte op de tegenstelling met het vorige artikel. Een vreemde hoveling doet wat goed is en zegt het hardop tegen de koning; de koning zelf durft niet en houdt zijn gesprek geheim. Wie het meeste te zeggen heeft, is hier het minst vrij.
Typologie: Spreuken zegt hetzelfde in één regel: "De siddering des mensen legt een strik; maar die op den HEERE vertrouwt, zal in een hoog vertrek gesteld worden" (Spr. 29:25). En Johannes beschrijft dezelfde soort mensen: velen van de oversten geloofden in Hem, maar beleden het niet, "want zij hadden de eer der mensen lief, meer dan de eer van God" (Joh. 12:42-43).
III. Vs. 1-28.KruisverwijzingenJeremia 26:11→Jeremia 34:17→Jeremia 45:5→Jeremia 39:18→Jeremia 21:10→Jeremia 37:21→Jeremia 37:16→Zacharia 9:11→ — Als Sefatja, de zoon van Matthan, en Gedalia, de zoon van Pashur, en Juchal, de zoon van Selemja, en Pashur, de zoon van Malchia, de woorden hoorden, die Jeremia tot al het volk sprak, zeggende: Zo zegt de HEERE: Wie in deze stad blijft, zal door het zwaard, door den honger of door de pestilentie sterven; maar wie tot de Chaldeen uitgaat, die zal leven, want hij zal zijn ziel tot een buit hebben, en zal leven. Zo zegt de HEERE: Deze stad zal zekerlijk gegeven worden in de hand van het heir des konings van Babel, datzelve zal ze innemen; Zo zeiden de vorsten tot den koning: Laat toch dezen man gedood worden; want aldus maakt hij de handen der krijgslieden, die in deze stad zijn overgebleven, en de handen des gansen volks slap, alzulke woorden tot hen sprekende; want deze man zoekt den vrede dezes volks niet, maar het kwaad. En de koning Zedekia zeide: Ziet, hij is in uw hand; want de koning zou geen ding tegen u vermogen. Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammelech, die in het voorhof der bewaring was, en zij lieten Jeremia af met zelen; in den kuil nu was geen water, maar slijk; en Jeremia zonk in het slijk. Als nu Ebed-melech, de Moorman, een der kamerlingen, die toen in des konings huis was, hoorde, dat zij Jeremia in den kuil gedaan hadden (de koning nu zat in de poort van Benjamin); Zo ging Ebed-melech uit het huis des konings uit, en hij sprak tot den koning, zeggende: Mijn heer koning! deze mannen hebben kwalijk gehandeld in alles, wat zij gedaan hebben aan den profeet Jeremia, dien zij in den kuil geworpen hebben; daar hij toch in zijn plaats zou gestorven zijn vanwege den honger, dewijl geen brood meer in de stad is. Toen gebood de koning den Moorman Ebed-melech, zeggende: Neem van hier dertig mannen onder uw hand, en haal den profeet Jeremia op uit den kuil, eer dat hij sterft. Nu worden twee gebeurtenissen bericht, die in den laatsten tijd der belegering van Jeruzalem, kort vóór de verovering der stad door de Chaldeën, plaats hebben; het hoofdstuk wordt daardoor in twee delen verdeeld (vs. 1-13; 14-28). Doordat Zedekia Jeremia in het voorhof liet bewaren, was het doel verijdeld, dat de vorsten hadden, toen zij hem in de onderaardse gevangenis van Jonathans huis inkerkerden, namelijk, om elken invloed op de inwoners van Jeruzalem onmogelijk te maken. Hier toch kon hij weer met vele mensen verkeren, en tot hen zijne overtuiging uitspreken, dat elke verdediging nutteloos was, en dat alleen wie de stad verliet en tot de Chaldeën ging zijn leven zou kunnen redden, daar God onherroepelijk besloten had de stad in de macht der Chaldeën over te geven. Daarover werden de vorsten zo verbitterd, dat zij besloten hem te doden, en van den koning toestemming verkregen hem in een diepen kuil te werpen. Toen echter Ebed-melech, een Ethiopisch hoveling, den toestand van Jeremia vernam, wist hij den koning het onrecht voor te houden, zodat bij van hem toestemming ontvangt, den Profeet er weer uit te halen en te redden (vs. 1-13). Niet lang daarna laat de koning den Profeet op nieuw uit den voorhof tot een geheim gesprek halen, De koning verlangt, dat Jeremia hem zonder terughouding de toekomst ontsluiert, en belooft hem bij ede verschoning en bescherming zijns levens. Jeremia kan echter den koning nog niet anders zeggen dan: “overgave is het enige redmiddel. ” De koning verbiedt aan den Profeet den vorsten den inhoud van het gesprek mede te delen. Volgens dit bevel zegt Jeremia aan de vorsten, die werkelijk komen om hem uit te vorsen, dat hij den koning slechts heeft verzocht, om niet in den onderaardsen kerker in Jonathans huis teruggebracht te worden. Met dit antwoord moeten de vorsten zich tevreden stellen. Jeremia blijft in het voorhof tot aan de verovering der stad (vs. 14-28).
Kruisverwijzingen1 Kronieken 9:12→Jeremia 21:1→Nehemia 11:12→Jeremia 37:3→Handelingen 4:1→Handelingen 5:28→Ezra 2:3→Nehemia 7:9→— Als Sefatja, de zoon van Matthan, en Gedalia, de zoon van Pashur, en Juchal, de zoon van Selemja, en Pashur, de zoon van Malchia, de woorden hoorden, die Jeremia tot al het volk sprak, zeggende:
Als Sefatja (= rechter van Jehova), de zoon van Matthan (= gift), en Gedalia (= verheerlijkt door Jehova), de zoon van Pashur (= edelste), misschien dezelfde die Jeremia vroeger in de gevangenis bracht (Hoofdst. 20:1 v.), en Juchal(= hij zal bekwaam gemaakt worden), de zoon van Selemja (= vergoed door Jehova), en Pashur, de zoon van Malchia (= koning van Jehova), de vorsten en hoogste raadsheren, die den Profeet in den onderaardsen kerker hadden laten werpen, en gedacht hadden hem onschadelijk te hebben gemaakt (Hoofdst. 37:15), de woorden hoorden, die Jeremiauit zijne meer vrije bewaarplaats tot al het volk sprak, tot de daar gestationeerde krijgslieden en tot al het daar in en uitgaande volk, werden zij vertoornd. Jeremia toch sprak tot het volk, zeggende:
KruisverwijzingenJeremia 34:17→Jeremia 45:5→Jeremia 39:18→Jeremia 42:17→Jeremia 29:18→Openbaring 6:4→Ezechiël 5:12→Jeremia 44:13→— Zo zegt de HEERE: Wie in deze stad blijft, zal door het zwaard, door den honger of door de pestilentie sterven; maar wie tot de Chaldeen uitgaat, die zal leven, want hij zal zijn ziel tot een buit hebben, en zal leven.
Zo zegt de HEERE: Wie in deze stad blijft en zich daardoor aan de zonde van den opstand des konings en zijne groten tegen het gericht des Heeren mede schuldig maakt, zal door het zwaard, door den honger, of door de pestilentie, die drie bestendige gerechtsdienaars van God, sterven; maar wie des Heeren woord erkent en zich daaronder buigt, wie tot de Chaldeën uitgaat, die zal leven, omdat hij zich ten minste uitwendig van de zonde en den afval afscheidt, want hij zal zijne ziel tot enen buit hebben, en zal leven. Ware Jeremia geen door God gezonden Profeet geweest, waren zulke woorden hem niet door God zelven bevolen en in den mond gelegd, dus Gods eigene woorden geweest, dan hadden de vorsten wel recht gehad, toen zij hem van hoogverraad beschuldigden als enen, die de krijgslieden tot afval verleidde, ja tot verbreking van hunnen eed, en die al het volk lafhartig en bevreesd maakte. Hun schuld lag dus steeds in hun ongeloof aan Gods woord.
KruisverwijzingenJeremia 21:10→Jeremia 32:3→— Zo zegt de HEERE: Deze stad zal zekerlijk gegeven worden in de hand van het heir des konings van Babel, datzelve zal ze innemen;
Zo zegt de HEERE: Deze stad zal zeker gegeven worden in de hand van het heir des konings van Babel, datzelve zal zij innemen 1) gelijk Ik dat alles van den beginne af gezegd heb, maar gij geloofdet Mij niet. Nu ziet gij de vervulling voor uwe ogen (Hoofdst. 21:9).
Jeremia is als ene vloeiende bron, die overvloed van water heeft. Men kan de monden verstoppen, maar zodra ook maar ene zwakke, ogenblikkelijke opening ontstaat, komt het water met kracht te voorschijn. Hoewel hij wist wat hem wachtte, zweeg hij toch niet, want hij kon niet zwijgen (Hoofdst. 20:9). Al hadden zij hem op het ogenblik dood geslagen, dan zou hij nog stervende hebben geroepen: “Wie uitgaat, zal in leven blijven. ” Jeremia was echter geen verrader, hij was de beste patriot in geheel Israël. Bewijst dat niet den moed, waarmee hij zijnen zo schijnbaar onpatriottischen raad onveranderlijk herhaalde? Zijne tegenstanders houden hem wel voor den gevaarlijksten mens onder het volk, zo als Achab Elia beschuldigde, dat hij Israël beroerde (1 Kon. 18:18), Amazia het Amos (Am. 7:10), de Joden het Paulus (Hand. 16:20) verweten.
KruisverwijzingenJeremia 26:11→Nehemia 6:9→Jeremia 29:7→Exodus 5:4→1 Koningen 21:20→Amos 7:10→1 Koningen 18:17→Handelingen 16:20→— Zo zeiden de vorsten tot den koning: Laat toch dezen man gedood worden; want aldus maakt hij de handen der krijgslieden, die in deze stad zijn overgebleven, en de handen des gansen volks slap, alzulke woorden tot hen sprekende; want deze man zoekt den vrede dezes volks niet, maar het kwaad.
Zo zeiden de vorsten tot den koning: Laat toch dezen man, die voorgeeft een Profeet des Allerhoogsten te zijn, gedood worden. Hij heeft zeker den dood verdiend, want aldus maakt hij de handen derweinige krijgslieden, die in deze stad zijn overgebleven, nadat reeds zo velen weggevoerd, gedood of overgelopen zijn, en de handen des gansen volks slap, al zulke woorden tot hen sprekende, die hun slechts den moed benemen, om hun leven nog langer tot verdediging der stad op te offeren; want deze man zoekt den vrede dezes volks niet, maar het kwaad. Van den vroegsten tijd af hebben de priesters van het woord het zich moeten laten welgevallen, dat de goddelozen hun verweten, mensen zonder liefde voor het vaderland te zijn, slechte patriotten, verdervers van het volk, ja verraders. De goddeloosheid kan in haar blind ongeloof niet begrijpen dat slechts hij zijn aards vaderland waarlijk lief kan hebben, die zijn hemels vaderland heeft gevonden, en daarin te huis is; dat het leven in God zijn oorsprong niet heeft in het nationale leven, dus ook gene nationale zaak is, maar iets, dat boven alle natiën staat. Bij de Heidenen was de godsdienst de zaak van ieder volk, in ‘t bijzonder omdat zij niet den God van hemel en aarde aanbaden, maar afgoden, die uit het leven des volks waren voortgekomen. Maar wee den dienaar Gods, die zich door zulken smaad laat verleiden, om te zwijgen over het onrecht of zelfs dat recht te noemen! De profeet, die met Christus sterft, gelijk Jeremia in den modderkuil, zal ook met Christus opstaan! .
Kruisverwijzingen2 Samuël 3:39→1 Samuël 29:9→Spreuken 29:25→Johannes 19:12→1 Samuël 15:24→2 Samuël 19:22→— En de koning Zedekia zeide: Ziet, hij is in uw hand; want de koning zou geen ding tegen u vermogen.
En de koning Zedekia zei schouderophalend: Ziet hij is in uwe hand, houdt gij het voor recht, voor het welzijn van den staat nuttig of noodzakelijk, dat hij sterve, zo doet met hem naar uwen wil, want de koning zou geen ding tegen u vermogen. Jojakim was een boos mens. Zedekia een zwak vorst, wien waarheid en leugen, recht en onrecht tamelijk onverschillig was, die zich inbeeldde, dat als hij zelf het onrecht niet ten uitvoer bracht, maar uit mensenvrees aan den aandrang toegaf, hij zonder schuld was. Wie van beiden was erger? De Heere zegt: “Omdat gij lauw zijt en noch koud noch heet, zal Ik u uit Mijnen mond spuwen. ” Stelt men Konstantijn X, Lodewijk XVI en Zedekia naast elkaar, uitwendig beschouwd, geenszins de slechtsten in de rij van de laatste beheersers hunner rijken, waarom kwam het gericht Gods over hen? Hun karakterloosheid, hun zedelijke nietigheid, hun lauwheid zowel omtrent Gods gerechtigheid als omtrent menselijke ongerechtigheid, die voor God erger is dan vijandschap tegen God, geeft den sleutel tot deze merkwaardige verschijning in de geschiedenis, (vgl. Hoofdst. 36:25). Hiermede toont de koning niet alleen zijne machteloosheid tegenover zijne hovelingen en raadslieden, maar ook zijn inwendigen afkeer tegen den Profeet. In het bijzijn van den Profeet was hij enigzins toegevend, maar in zijn afwezigheid durfde hij zijn verborgen vijandschap tegen dezen bot vieren. Zijn verhouding tegen Jeremia was vrijwel dezelfde als die van Herodes tegen Johannes den Doper.
KruisverwijzingenJeremia 37:21→Jeremia 37:16→Zacharia 9:11→Handelingen 16:24→Psalmen 40:2→Psalmen 69:14→Jeremia 38:22→Genesis 37:24→— Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammelech, die in het voorhof der bewaring was, en zij lieten Jeremia af met zelen; in den kuil nu was geen water, maar slijk; en Jeremia zonk in het slijk.
Toen namen zij Jeremia, en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammélech (liever: den koningszoon), waarschijnlijk zo genoemd, omdat deze dien had laten daarstellen. Zij wierpen hem in dien kuil, die in het voorhof der bewaring was, en waarschijnlijk reeds meermalen voor de allerzwaarste gevangenis had gediend, en zij lieten Jeremia af met zelen: in den kuil nu was geen water, maar slijk, en Jeremia zonk in het slijk. De vorsten bedoelden aan de ene zijde Jeremia’s smartvollen dood, aan de andere zijde wilden zij den naam niet hebben, dat zij zijn bloed hadden vergoten; zij wilden hem slechts in den voor verraders bestemden kerker werpen. Wanneer hij daarin was omgekomen, dan was dat hun schuld niet (Gen. 37:22). Zo smartelijk als Jeremia is nooit een profeet mishandeld. In het midden der theokratie tegenover ene met duivelsen haat vervulde priesterschap en woedende profeten, tegenover enen machtelozen koning, die zich door hen laat leiden, bevindt zich hier de verlatene “knecht van Jehova” in de diepste diepte van vernedering en van lijden. Alle haat van dat “Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt, die tot hen gezonden worden (Matth. 23:37)” heeft voor dien tijd haar toppunt bereikt in die handelwijze tegen Jeremia, waardoor de mate van schuld worde volgemaakt, en het oordeel der vernietiging over de ongelukkige stad wordt te weeg gebracht. Met deze gebeurtenis komt als de vervullende antitype overeen wat de Heere zelf ondervond, die eveneens het voorwerp geweest is van ten toppunt gestegen haat, van de zijde van het vleselijk Israël als de Profeet van zijn volkomen ondergang (Matth. 23:24). Zal Jeremia in de getrouwe en standvastige waarneming van zijne prediking, niettegenstaande hij om haar reeds in de gevangenis geslagen was, allen dienaren des Woords en allen getuigen der waarheid tot een navolgenswaardig voorbeeld zijn, dan zien zij ook in dien waardigen Godsgezant, wat hun menigwerf om der getuigenis en ‘s Heeren wil te wachten staat. Zij allen, die gaarne hunnen eigen weg gaan, liever dan dat zij den wil des Heeren volgen; zij allen, die God niet kennen en de zonde dienen, en zich zelven gene jammerlijke gevolgen der ongerechtigheden voorstellen, maar liever van vrede horen, al is ook het grootste gevaar zichtbaar; zij allen zijn doorgaans vijanden van elken prediker des Woords, die zich verplicht acht den dag des kwaads niet te verzwijgen; maar tevens den goeden raad des levens en der behoudenis nimmer terughoudt. Zo menigmaal een leraar tegen hun dwaze en eigenzinnige mening spreekt, wordt hij door hen met smaad en verachting overladen, en waar men hem aanklagen, in verdenking brengen en kwalijk behandelen kan, daar spant men allen ijver in, terwijl menigeen zelfs zijnen dood wenst en zoekt. Indien nu zulk ene vijandschap in de aanzienlijksten des lands valt, in mannen van invloed en gezag, dan ziet men helaas, soms zelfs koningen daarvoor bezwijken, gelijk Zedekia, die anders nog te veel achting voor Jeremia had, om hem kwalijk te bejegenen, maar die ook niet meer de vrijmoedigheid en de macht bezat om zijn gezag in dezen boven den bloeddorstigen wil der groten te laten gelden, maar Jeremia in hun handen gaf. Waren zij intussen ontaard en slecht genoeg, om enen man, die sinds zo vele jaren in achting en in ere onder zijn volk stond, wiens woorden zo menigmaal bevestigd waren, en die ook nu den weg der voorzichtigheid aanwees, een lot te berokkenen, dat hem aan duizend doden prijs gaf, en onder hetwelk hij op de jammerlijkste wijze bezwijken moest, dan onderscheidde zich daarvan een hoveling, die van oorsprong niet eens uit Israël was, maar die op een waardige wijze aan den koning ontdekte, wat men Jeremia had gedaan, edelmoedig voor hem sprak, en bij ontvangene vergunning en bekomene hulp alles aanwendde om den Profeet des Heeren van den akeligsten dood te bevrijden, en in het leven te bewaren. Verdient deze Ebed-melech daarin onze godsdienstige en gewillige navolging, den vinden wij ons tot zulk ene navolging des te meer opgewekt en aangespoord door het woord der belofte, hetwelk de Heere wilde, dat Jeremia tot hem spreken zou; zo onderscheidt zich de vriend van God en godsdienst van elk, die van de vreze des Heeren vervreemd is, maar vindt ook onderscheiding en zegen bij God, en mag zelf zijne ziel als een buit wegdragen, omdat hij op God vertrouwde. Kan dit alles ons tot onderwijs en lering zijn, niet minder merken wij dan ook in den koning Zedekia op, dat hij aan de ene zijde nog te waarheidlievend was, om niet naar Jeremia te willen luisteren en met hem te rade gaan, en ten andere te zwak en aan de mensen der wereld te veel gehecht, om den wil des Heeren te volgen. Hij toch was afvallig geworden van den koning van Babel, die hem op den troon had gezet, en hem bleef geen ander middel over, dan zich, gelijk Jeremia wilde, op genade in zijne handen te stellen; maar om der Vorsten wil deed hij het niet. Helaas, zo gaat het den zondaar menigmaal, die overtuigd is van de waarheid der prediking, en echter, om der mensen wil den raad des Evangelies niet opvolgt. Voor de laatste maal hoorde hij thans Jeremia, voor de laatste maal hoort zo menigeen de stem der waarheid en der liefde, en verzondigt ze nog. Gemakkelijk kon wel Jeremia tot de vorsten zeggen, zo als de koning begeerde, omdat het een deel der waarheid was, maar de koning had moeten begeren, dat nog eenmaal de gehele waarheid zou gepredikt worden, eer dat het voor altoos te laat zou zijn. Jeremia’s woorden zijn vervuld, gelijk al de bedreigingen Gods gewis vervulling zullen bekomen. De dag der ellende en des doods brengt reeds zo menigeen tot een jammerlijk zelfverwijt, en wat zal dan de dag der eeuwigheid doen; daarom roepen wij alle onbekeerden en onbedachtzamen toe: heden, zo gij Zijne stemme hoort, zo verhardt uwe harten niet. (D. MOLENAAR). Dat de vorsten den Profeet niet terstond met het zwaard straften, geschiedde niet om des konings wil, dewijl deze niet het vonnis des doods over hem geveld had, maar wijl zij hem een jammervollen dood wilden bereiden, en daarbij tevens met het voornemen om, dewijl zij niet zijn bloed hadden vergoten, de stem van het geweten te stillen.
KruisverwijzingenJeremia 37:13→Jeremia 29:2→Amos 5:10→Deuteronomium 21:19→Handelingen 8:27→Mattheüs 8:11→Jeremia 34:19→Mattheüs 20:16→— Als nu Ebed-melech, de Moorman, een der kamerlingen, die toen in des konings huis was, hoorde, dat zij Jeremia in den kuil gedaan hadden (de koning nu zat in de poort van Benjamin);
Als nu Ebed-melech (= knecht des konings), de moorman, een der kamerlingen, der eunuchen of gesnedenen, die toenals opziener van den harem in des konings huis was, hoorde, dat zij Jeremia in den kuil gedaan hadden; (de koning nu zat in de poort van Benjamin(Hoofdst. 37:13), waarschijnlijk het meer bedreigde punt in den noordelijken muur der stad).
— Zo ging Ebed-melech uit het huis des konings uit, en hij sprak tot den koning, zeggende:
Zo ging Ebed-melech, die als hoger staatsbeambte en vooral als opziener over het paleis der vrouwen den vrijen toegang tot den koning had, uit het huis des konings uit, en sprak tot den koning, zeggende:
KruisverwijzingenJeremia 52:6→Job 31:34→Spreuken 31:8→Esther 7:4→Spreuken 24:11→Jeremia 37:21→— Mijn heer koning! deze mannen hebben kwalijk gehandeld in alles, wat zij gedaan hebben aan den profeet Jeremia, dien zij in den kuil geworpen hebben; daar hij toch in zijn plaats zou gestorven zijn vanwege den honger, dewijl geen brood meer in de stad is.
Mijn heer koning! deze mannen, uwe raadgevers, hebbenin alle opzichten kwalijk gehandeld in alles, wat zij gedaan hebben aan den Profeet Jeremia, dien zij in den kuil geworpen hebben; daar hij toch, alhoewel hij niet gewelddadig omkwam, in zijne plaats in het voorhof der bewaring, waar hij gevangen zat, zou gestorven zijn van wege den honger, dewijl geen brood meer in de stad is, en hem alzo ook zijn dagelijks rantsoen niet langer meer zal kunnen worden gegeven (Hoofdst. 37:21). Daar de wet (Deut. 23:1) uitdrukkelijk verbood, dat in Israël gesnedenen waren, namen de koningen van lateren tijd buitenlanders, meestal Ethiopiërs, die eunuchen waren, tot opzieners over het paleis der vrouwen in hunnen dienst, zo als ook nu nog die soort van mensen meestal uit Egypte komt. Even als de hoofdman onder het kruis van Christus als eersteling dor Heidenen zijne stem verhief en uitriep: “Waarlijk deze was Gods zoon, ” zo moest hier een Moor, een Heiden met medelijden vervuld worden, en tegen die ontzaglijke misdaad zijne stem verheffen, terwijl geheel Israël zweeg. Daardoor wordt de getuigenis omtrent Israëls verval volkomen, en komt die schuld als ene algemene voor (Luk. 4:25 vv; 19:40 Matth. 8:10). De Heere laat echter geen dronk waters, dien iemand aan een Zijner knechten reikt, onbeloond; ter vergelding werd Ebed-melech later met Jeremia gered. (Hoofdst. 39). Ebed-melech was een Ethiopiër, toch had hij meer menselijk gevoel dan geboren Israëlieten. Christus vond meer geloof bij Heidenen dan bij Joden. Ebed-melech leefde aan een slecht hof, en in een zeer bedorven tijd, toch had hij gevoel van billijkheid en godsdienst. God heeft Zijn volk aan alle plaatsen, onder alle rangen, Er waren zelfs heiligen in Cesars huis. Ebed-melech spreekt gelovig tot den koning. Zie, hoe God voor Zijn volk vrienden kan doen opstaan, voor Zijn volk, dat in druk is, ook waar zij weinig aan hen denken. .
KruisverwijzingenPsalmen 75:10→Esther 8:7→Esther 5:2→Spreuken 21:1→— Toen gebood de koning den Moorman Ebed-melech, zeggende: Neem van hier dertig mannen onder uw hand, en haal den profeet Jeremia op uit den kuil, eer dat hij sterft.
Toen gebood de koning den moorman Ebed-melech, zeggende: Neem van hier dertig mannen onder uwe hand tot uwe hulp en tot bescherming tegen mogelijke pogingen der vorsten, om de redding van den Profeet te verhinderen, en haal den Profeet Jeremia op uit den kuil, eer dat hij sterft.
— Alzo nam Ebed-melech de mannen onder zijn hand, en ging in des konings huis tot onder de schatkamer, en nam van daar enige oude verscheurde en oude versleten lompen; en hij liet ze met zelen af tot Jeremia in den kuil.
Alzo nam Ebed-melech de mannen onder zijne hand, en ging in des konings huis tot onder de schatkamer, en nam van daar enige oude verscheurde en oude versletene lompen 1), die zacht waren en zonder schade konden gebezigd worden; en hij liet ze met zelen af tot Jeremia in den kuil.
Misschien betekenen de woorden “pakgereedschap” matten en grof linnen.
KruisverwijzingenRomeinen 12:10→Efeze 4:32→Romeinen 12:15→— En Ebed-melech, de Moorman, zeide tot Jeremia: Leg nu deze oude verscheurde en versleten lompen onder de oksels uwer armen, van onder aan de zelen. En Jeremia deed alzo.
En Ebed-melech, de moorman, zei tot Jeremia: Leg nu deze oude verscheurde en versletene lompen of deze lappen van verscheurde en afgedragen klederen, onder de okselen uwer armen, van onder aan de zelen, opdat het geen pijn veroorzake, als wij u omhoog trekken. En Jeremia deed alzo. De vorsten hebben zeker wel niet zo zacht gehandeld, toen zij Jeremia in den kuil nederlieten.
KruisverwijzingenJeremia 37:21→Handelingen 28:30→Handelingen 28:16→Handelingen 23:35→Handelingen 24:23→Jeremia 39:14→Jeremia 38:6→Jeremia 38:28→— En zij trokken Jeremia bij de zelen, en haalden hem op uit de kuil; en Jeremia bleef in het voorhof der bewaring.
En zij trokken Jeremia bij de zelen, en haalden hem op uit den kuil; en Jeremia bleef van nu aan in het voorhof der bewaringtot aan de verovering der stad. Even als ten tijde van Christus de uitwendige Theokratie haren definitieven val te gemoet ging, zo ten tijde van Jeremia haren voorlopigen. Christus was de Profeet van dien definitieven, Jeremia van dezen voorlopigen ondergang. Even als Christus als verrader en verleider des volks werd aangeklaagd (Joh. 11:48, 50), zo ook Jeremia. De ware grond was hier zowel als daar de duivelse haat tegen de goddelijke waarheid en het vleselijk vertrouwen op uitwendige steunsels en eigen voortreflijkheid. De vorsten, die Jeremia in den kuil werpen, komen overeen met de oversten des volks ten tijde van Christus, de zwakke Zedekia met den zwakken Pontius Pilatus, Ebed-melech met de gelovigen uit de Heidenen (hoofdman van Kapérnaüm, Kananese vrouw, Samaritaanse) die door hun geloof Israël beschamen. En even als Jeremia uit den kuil werd gered, zo komt Christus na drie dagen uit het graf. Aan Gods zijde vertoont zich hier ene wijze en goedertierene bestiering in verscheidene opzichten. Eerstelijks bij Ebed-melech, als aan wien Hij de genade geschonken had om de menschenvreze te overwinnen en de redding des Profeten te ondernemen in het gelovig vertrouwen, dat God hem ook een gezegende uitkomst zou verlenen. Daarna bij den koning, dat deze zich zo gunstig en gewillig laat vinden om aan de vertogingen van Ebed-melech het oor te lenen. En gelijk dat van de hartbuigende kracht van God voortkwam, zo bleef het daarentegen geen geringe misdaad van hem dat hij den Profeet niet ganselijk op vrije voeten stelde, maar hem weldra in de vorige hoewel verdragelijker gevangenis liet brengen. Dus wilde hij wel aan de ene zijde zijn geweten stillen, maar toch ook aan den anderen kant het niet gaarne bij zijne vorsten, zijne geheime raden verkerven.
Kruisverwijzingen1 Samuël 3:17→Jeremia 37:17→Jeremia 21:1→1 Koningen 22:16→Jeremia 42:2→Jeremia 42:20→1 Koningen 10:5→2 Kronieken 18:15→— Toen zond de koning Zedekia henen, en liet den profeet Jeremia tot zich halen, in den derden ingang, die aan des HEEREN huis was; en de koning zeide tot Jeremia: Ik zal u een ding vragen, verheel geen ding voor mij.
Toen zond de koning Zedekia henen kort na die redding van den Profeet uit den kuil, misschien nog op denzelfden dag, en liet den Profeet Jeremia uit zijne bewaarplaats tot zich halen, om een geheim gesprek met hem te hebben. in den derden niet verder bekenden, ingang, die aan des HEEREN huis was. Deze was waarschijnlijk een overdekte gang van het paleis naar den tempel, waarvan de koningen zich gewoonlijk bedienden. En de koning, wiens gekwelde ziel, onbekwaam om zich gehoorzaam en ootmoedig onder Gods woord en wil te buigen, nog steeds tussen hoop en vrees werd geslingerd, zei tot Jeremia: Ik zal u een ding vragen; ik wenste nog eens van u te vernemen, wat God u heeft geopenbaard omtrent het einde van mij en van mijn volk; verheel geen ding voor mij 1); ik ben voorbereid om het ergste te vernemen, indien ik slechts zekerheid in mijn verschrikkelijken toestand moge hebben.
Het is volstrekt niet twijfelachtig of Zedekia had in verloop van tijd meer achting verkregen voor Jeremia als voor een getrouwen dienstknecht Gods. Het gemoed des konings was derhalve als het ware onbeslist, evenals de hypocriet, in wien nog enig zaad van de vreze Gods is berustende, heen en weer schommelende en weifelende, en niets soliede of vast hebbende. Zij durven God of Zijne knechten wel niet verachten, ja zij erkennen dat zij onder Gods bevel staan en dat Zijn woord niet ijdel is, terwijl zij ze intussen tegelijk ontwijken, of God begeren om te zetten. Zodanig was ook de toestand van Zedekia. Want hij behoorde niet tot de domme en belijnde verachters Gods, voor wie de gehele godsdienst een fabel is. Zodanig was Zedekia niet, maar hij had enige vreze voor God behouden en ook enigen eerbied voor Zijn Profeet, en echter wilde Hij zich niet aan God onderwerpen noch de raadgevingen van den Profeet opvolgen. Komt de nood dringen, dan wendt zich de ongelovige wereld toch van hare lievelingen, de leugenpredikers af, die haar vroeger in slaap zongen, dan schenkt zij den getuigen der waarheid, zelfs wanneer zij die haat, alleen geloof, hoewel zij niet gezind is zich aan hun woord te onderwerpen. Dat schijnt niet zelden de aard der vorsten te zijn. Men zegt: ik wil de waarheid, alleen de waarheid, de volle waarheid horen. En wanneer men dan de waarheid zegt, heeft men zich de hoogste ongenade berokkend. Want deze heren, aan een Homerisch godenleven gewoon, willen niet gaarne in deze hun zaligheid gestoord worden. Niets raakt echter onzachter aan dan de waarheid. Ook voor Zedekia schijnt het met zijn: “verheel geen ding voor mij” geen ernst geweest te zijn, want anders zou hij ten minste al het mogelijke gedaan hebben om den raad van den Profeet te volgen. Zedekia behoort tot het geslacht hetwelk nog nimmer uitgestorven is, wat altijd roept van: spreek tot mij van zachte dingen, die den zondedienst met schijngodsdienst willen verbinden. Tot het geslacht hetwelk wil, dat God de ogen sluit voor hun zonde, en wanneer de nood aan den man komt hen de zonde geenszins gedenke, maar hen uitredde uit al hun benauwdheden. Tot het geslacht, hetwelk eveneens meteen Bileam den dood des oprechten wenst te sterven, maar met de wereld wenst te leven.
KruisverwijzingenLukas 22:67→— En Jeremia zeide tot Zedekia: Als ik het u verklaren zal, zult gij mij niet zekerlijk doden? En als ik u raad zal geven, gij zult toch naar mij niet horen.
En Jeremia zei tot Zedekia: Als ik het u verklaren zalwat Gods woord is, en het niet naar uwen wens is, zult gij mij niet zeker doden? Kort geleden gaaft gij daartoe toestemming aan de vorsten; ik kan ondanks alle betuigingen van gunst u geen vertrouwen schenken. En als ik u raad zal geven, hoe gij uw leven en uwe ziel nog zult kunnen redden, gij zult toch naar mij met horen, want u ontbreekt het geloof, dat zich ootmoedig buigt.
KruisverwijzingenJeremia 37:17→Jesaja 57:16→Numeri 16:22→Numeri 27:16→Zacharia 12:1→Jeremia 38:1→Johannes 3:2→Jeremia 34:20→— Toen zwoer de koning Zedekia aan Jeremia in het verborgene, zeggende: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die ons deze ziel gemaakt heeft: Indien ik u zal doden, of indien ik u zal overgeven in de hand dezer mannen, die uw ziel zoeken!
Toen zwoer de koning Zedekia aan Jeremia in het verborgene, zeggende: Zo waarachtig als de HEERE leeft, die ons deze a) ziel gemaakt heeft, die ons het leven heeft geschonken, indien ik u zal doden, of indien ik u zal overgeven in de hand dezer mannen, die uwe ziel zoeken!
Jes. 57:16. Had de koning hem liever gezworen, dat hij den Profeet en het woord Gods wilde gehoorzamen, gaarne zou deze hem den anderen eed hebben geschonken, zelfs zijn leven er gaarne voor hebben willen geven.
KruisverwijzingenJeremia 38:2→Jeremia 27:12→Jeremia 39:3→Jeremia 27:17→1 Kronieken 17:24→Psalmen 80:7→Amos 5:27→Jeremia 21:8→— Jeremia dan zeide tot Zedekia: Zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israels: Indien gij gewilliglijk tot de vorsten des koning van Babel zult uitgaan, zo zal uw ziel leven, en deze stad zal niet verbrand worden met vuur; en gij zult leven, gij en uw huis.
Jeremia dan zei tot Zedekia: Zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israëls: Indien gij gewilliglijk tot de vorsten, de overstap en veldheren des konings van Babel zult uitgaan, die zelf te Riblath afwezig is (Hoofdst. 39:3, 5), zo zal uwe ziel leven, en deze stad zal niet verbrand worden met vuur en gij zult leven, gij en uw huis, uwe familie.
KruisverwijzingenJeremia 38:3→2 Koningen 25:4→Jeremia 24:8→Jeremia 32:3→Jeremia 34:19→2 Koningen 24:12→Ezechiël 12:13→Jeremia 38:23→— Maar indien gij tot de vorsten des konings van Babel niet zult uitgaan, zo zal deze stad gegeven worden in de hand der Chaldeen, en zij zullen ze met vuur verbranden; ook zult gij van hunlieder hand niet ontkomen.
Maar indien gij tot de vorsten des konings van Babel niet zult uitgaan, zo zal deze stad gegeven worden in de hand der Chaldeën, en zij zullen ze met vuur verbranden; ook zult gij van hunlieder hand niet ontkomen, 1) gelijk ik u reeds dikwijls met dezelfde woorden heb gezegd (Hoofdst. 21:4-10).
De witte vredevlag werd nog uitgehangen, indien hij Gods rechtvaardigheid maar wilde erkennen zal hij Zijne barmhartigheid ondervinden, maar indien hij het hardnekkig wil doorstaan zal het de ondergang zijn zowel van zijn huis als van Jeruzalem. Want als God oordeelt zal hij overwinnen. Dit is de zaak des zondaars bij God. Laat hen zich nederig onderwerpen aan Zijne genade en vergeving en zij zullen leven. Laat hen zijne sterkte aangrijpen, opdat zij vrede met Hem maken en zij zullen vrede met Hem hebben, maar als zij hun harten tegen Zijne voorstellingen verharden, dan zal het zeker tot hun verderf zijn. Zij moeten buigen of breken.
KruisverwijzingenJohannes 12:42→Jeremia 38:22→Johannes 19:12→Jesaja 57:11→Jesaja 51:12→Jeremia 38:5→Jeremia 39:9→Spreuken 29:25→— En de koning Zedekia zeide tot Jeremia: Ik ben bevreesd voor de Joden, die tot de Chaldeen gevallen zijn, dat zij mij misschien in derzelver hand overgeven, en zij den spot met mij drijven.
En de koning Zedekia, wiens hart, daar het de vrijheid der dienstbaarheid Gods niet wilde, in de dienstbaarheid van mensenvrees was geketend, zei tot Jeremia: Ik zou uwen raad wel volgen, maar Ik ben bevreesd voor de Joden, dat zij, die reeds in ontevredenheid over mijne regering tot de Chaldeën gevallen zijn, en buiten de stad te zamen zijn, dat zij mij misschien in derzelver hand overgeven, en zij mij mishandelen en den spot met Mij drijven zullen.
KruisverwijzingenJesaja 55:3→Daniël 4:27→2 Kronieken 20:20→Handelingen 26:29→Jeremia 26:13→Filemon 1:8→Jakobus 1:22→2 Korinthe 5:20→— En Jeremia zeide: Zij zullen u niet overgeven; wees toch gehoorzaam aan de stem des HEEREN, naar dewelke ik tot u spreek; zo zal het u welgaan, en uw ziel zal leven.
En Jeremia zei: vrees niet. Zij zullen u niet overgeven aan de Joden, die u haten: wees toch gehoorzaam aan de stem des HEEREN, naar dewelke ik tot u spreek. Verootmoedig u onder Zijne machtige hand, zo zal het u welgaan en uwe ziel zal leven.
KruisverwijzingenNumeri 23:19→Handelingen 20:26→Jeremia 15:19→Exodus 10:3→Jesaja 1:19→Spreuken 1:24→Job 23:13→Job 34:33→— Maar indien gij weigert uit te gaan, zo is dit het woord, dat de HEERE mij heeft doen zien;
Een ding is nodig, dat gij hoort naar de stem des Heeren. Maar indien gij weigert uit te gaan en alzo den Heere niet gehoorzaamt, zo is dit het zekere en veranderlijke woord, dat de HEERE mij heeft doen zien:
KruisverwijzingenJeremia 20:10→Jeremia 43:6→Psalmen 69:2→Jeremia 38:4→Jeremia 38:19→Klaagliederen 5:11→Jeremia 6:12→Klaagliederen 1:13→— Ziedaar, al de vrouwen, die in het huis des konings van Juda zijn overgebleven, zullen uitgevoerd worden tot de vorsten des konings van Babel; en dezelve zullen zeggen: Uw vredegenoten hebben u aangehitst, en hebben u overmocht; uw voeten zijn in den modder gezonken; zij zijn achterwaarts gekeerd!
Zie daar, gij vreesdet voor de overgelopene Joden, die u alle schuld geven-van die zal u niets wedervaren, maar in plaats daarvan veel grotere smaad, al de vrouwen van uw hof, die in het huis des konings van Juda uit de tijden der vorige koningen zijn overgebleven, zullenals buit uitgevoerd worden tot de vorsten des konings van Babel, en dezelve zullen u met hoon en spot in het leger der Chaldeën na de verovering der stad begroeten en het volgende spotwoord op u zeggen: Uwe vredegenoten, de groten van uw rijk en de leugen-profeten, op welke gij vertrouwdet, hebben u aangehitst en hebben u overmocht, uwe voeten zijn in den modder gezonken, zij zijn achterwaarts gekeerd, 1) en niemand van hen is bij u gebleven en heeft beproefd u te redden! Zulk een spot uit vrouwenmond zal u veel pijnlijker zijn.
Hetgeen wij door zonde zoeken te ontwijken zal rechtvaardig over ons gebracht worden door Gods gerechtigheid, en zij die van den weg van hun plicht afwijken, uit vrees voor verwijting zullen zeker veel groter verwijt ontmoeten in den weg van ongehoorzaamheid.
KruisverwijzingenJeremia 41:10→Jeremia 39:6→Jeremia 38:18→2 Koningen 25:7→Ezechiël 14:9→Jeremia 52:8→2 Kronieken 36:20→Jeremia 27:12→— Zij zullen dan al uw vrouwen en al uw zonen tot de Chaldeen uitvoeren; ook zult gij zelf van hun hand niet ontkomen; maar gij zult door de hand des konings van Babel gegrepen worden, en gij zult deze stad met vuur verbranden.
Zij zullen dan al uwe vrouwen, uwe eigenlijke gemalinnen, en al uwe zonen als gevangenen tot de Chaldeën uitvoeren; ook zult gij zelf van hun hand niet ontkomen, gelijk gij nog steeds hoopt, maar gij zult door de hand des konings van Babel gegrepen worden, en gij zultalzo door uwe schuld veroorzaken, dat zij deze stad met vuur verbranden.
— Toen zeide Zedekia tot Jeremia: Dat niemand wete van deze woorden, zo zult gij niet sterven.
Uit zwakheid van karakter en vrees voor zijne slechte raadgevers, hoorde de koning naar het woord des Heeren niet. Hij vreesde zelfs, dat hij in verdenking zou komen, tot Jeremia en zijnen raad te neigen. Toen zei Zedekia tot Jeremia: Dat niemand wete van deze woorden tussen mij en u, zo zult gij niet sterven, wanneer de vorsten het echter vernemen, zou ik u niet Heer voor hunnen dodelijken haat kunnen beschermen.
KruisverwijzingenJeremia 38:27→Jeremia 38:4→— En als de vorsten zullen horen, dat ik met u gesproken heb, en tot u komen, en tot u zeggen: Verklaar ons nu, wat hebt gij tot den koning gesproken? verheel het niet voor ons, zo zullen wij u niet doden; en wat heeft de koning tot u gesproken?
En als de vorsten toch zullen horen, hetgeen zeer licht mogelijk is, dat ik met u gesproken heb, en zij tot u komen, en tot u zeggen: Verklaar ons nu, wat hebt gij tot den koning gesproken? verheel het niet voor ons, zo zullen wij u niet doden; en wat heeft de koning tot u gesproken?
KruisverwijzingenJeremia 37:20→Jeremia 37:15→Esther 4:8→Jeremia 42:2→— Zo zult gij tot hen zeggen: Ik wierp mijn smeking voor des konings aangezicht neder, dat hij mij niet zou weder laten brengen in Jonathans huis, om aldaar te sterven.
Zo zult gij tot hen zeggen: Ik wierp mijne smeking voor des konings aangezicht neer, dat hij mij niet meer zou weer laten brengen in Jonathans huis, in dien donkeren onderaardsen kerker, om aldaar te sterven.
KruisverwijzingenHandelingen 23:6→2 Koningen 6:19→1 Samuël 16:2→1 Samuël 10:15→— Als dan al de vorsten tot Jeremia kwamen, en hem vraagden, verklaarde hij hun, naar al deze woorden, die de koning geboden had; en zij lieten van hem af, omdat de zaak niet was gehoord.
Als dan ook werkelijk al de vorsten tot Jeremia kwamen, en hem vraagden, verklaarde hij hun, naar al deze woorden, die de koning geboden had, en zij lieten van hem af, omdat de zaak niet was gehoord, hoewel zij vermoedden dat het gesprek nog wel over iets anders zou hebben gelopen. De uitleggers zijn het er niet over eens, of het antwoord van Jeremia op de vraag der vorsten overeenkomstig de waarheid geweest is, of dat de man Gods zich hier van ene leugen zal hebben bediend. Maar van den dood en de gevangenis vol doodsgevaar is tussen den koning en den Profeet zeker sprake geweest, en zo zullen ook wel beden van den Profeet om die bewaring geschied zijn, die dan ook reeds impliciete in de door ons medegedeelde woorden (vs. 15) hebben gelegen. De vorsten hadden er geen recht op, om alles te vernemen wat gesproken was. Jeremia had de verplichting niet om hun alles te zeggen, te minder daar zij openbare moordenaars waren geworden, wien hij door zijne volle mededeling van het gesprek zelf het mes in de hand zou hebben gegeven, om hem te vermoorden. Er was dus in het antwoord van Jeremia ene vereniging van verstand met den eenvoud en de waarheid (vgl. bij 1 Sam 16:3).
KruisverwijzingenJeremia 37:21→Jeremia 39:14→Jeremia 15:20→Jeremia 38:13→Psalmen 23:4→2 Timotheüs 4:17→2 Timotheüs 3:11→— En Jeremia bleef in het voorhof der bewaring tot op den dag, dat Jeruzalem werd ingenomen; en hij was er nog, als Jeruzalem was ingenomen.
En Jeremia bleef in het voorhof der bewaring tot op den dag, dat Jeruzalem werd ingenomen, en hij was er nog, als Jeruzalem was ingenomen, en hij door de Chaldeën verlost werd. In dezen allerlaatsten tijd viel waarschijnlijk nog het gesprek voor in Hoofdst. 32:2 vv. 34:1-5.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 38
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1-28.KruisverwijzingenJeremia 26:11→Jeremia 34:17→Jeremia 45:5→Jeremia 39:18→Jeremia 21:10→Jeremia 37:21→Jeremia 37:16→Zacharia 9:11→
— Als Sefatja, de zoon van Matthan, en Gedalia, de zoon van Pashur, en Juchal, de zoon van Selemja, en Pashur, de zoon van Malchia, de woorden hoorden, die Jeremia tot al het volk sprak, zeggende: Zo zegt de HEERE: Wie in deze stad blijft, zal door het zwaard, door den honger of door de pestilentie sterven; maar wie tot de Chaldeen uitgaat, die zal leven, want hij zal zijn ziel tot een buit hebben, en zal leven. Zo zegt de HEERE: Deze stad zal zekerlijk gegeven worden in de hand van het heir des konings van Babel, datzelve zal ze innemen; Zo zeiden de vorsten tot den koning: Laat toch dezen man gedood worden; want aldus maakt hij de handen der krijgslieden, die in deze stad zijn overgebleven, en de handen des gansen volks slap, alzulke woorden tot hen sprekende; want deze man zoekt den vrede dezes volks niet, maar het kwaad. En de koning Zedekia zeide: Ziet, hij is in uw hand; want de koning zou geen ding tegen u vermogen. Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammelech, die in het voorhof der bewaring was, en zij lieten Jeremia af met zelen; in den kuil nu was geen water, maar slijk; en Jeremia zonk in het slijk. Als nu Ebed-melech, de Moorman, een der kamerlingen, die toen in des konings huis was, hoorde, dat zij Jeremia in den kuil gedaan hadden (de koning nu zat in de poort van Benjamin); Zo ging Ebed-melech uit het huis des konings uit, en hij sprak tot den koning, zeggende: Mijn heer koning! deze mannen hebben kwalijk gehandeld in alles, wat zij gedaan hebben aan den profeet Jeremia, dien zij in den kuil geworpen hebben; daar hij toch in zijn plaats zou gestorven zijn vanwege den honger, dewijl geen brood meer in de stad is. Toen gebood de koning den Moorman Ebed-melech, zeggende: Neem van hier dertig mannen onder uw hand, en haal den profeet Jeremia op uit den kuil, eer dat hij sterft.
Nu worden twee gebeurtenissen bericht, die in den laatsten tijd der belegering van Jeruzalem, kort vóór de verovering der stad door de Chaldeën, plaats hebben; het hoofdstuk wordt daardoor in twee delen verdeeld (vs. 1-13; 14-28). Doordat Zedekia Jeremia in het voorhof liet bewaren, was het doel verijdeld, dat de vorsten hadden, toen zij hem in de onderaardse gevangenis van Jonathans huis inkerkerden, namelijk, om elken invloed op de inwoners van Jeruzalem onmogelijk te maken. Hier toch kon hij weer met vele mensen verkeren, en tot hen zijne overtuiging uitspreken, dat elke verdediging nutteloos was, en dat alleen wie de stad verliet en tot de Chaldeën ging zijn leven zou kunnen redden, daar God onherroepelijk besloten had de stad in de macht der Chaldeën over te geven. Daarover werden de vorsten zo verbitterd, dat zij besloten hem te doden, en van den koning toestemming verkregen hem in een diepen kuil te werpen. Toen echter Ebed-melech, een Ethiopisch hoveling, den toestand van Jeremia vernam, wist hij den koning het onrecht voor te houden, zodat bij van hem toestemming ontvangt, den Profeet er weer uit te halen en te redden (vs. 1-13). Niet lang daarna laat de koning den Profeet op nieuw uit den voorhof tot een geheim gesprek halen, De koning verlangt, dat Jeremia hem zonder terughouding de toekomst ontsluiert, en belooft hem bij ede verschoning en bescherming zijns levens. Jeremia kan echter den koning nog niet anders zeggen dan: “overgave is het enige redmiddel. ” De koning verbiedt aan den Profeet den vorsten den inhoud van het gesprek mede te delen. Volgens dit bevel zegt Jeremia aan de vorsten, die werkelijk komen om hem uit te vorsen, dat hij den koning slechts heeft verzocht, om niet in den onderaardsen kerker in Jonathans huis teruggebracht te worden. Met dit antwoord moeten de vorsten zich tevreden stellen. Jeremia blijft in het voorhof tot aan de verovering der stad (vs. 14-28).
Als Sefatja (= rechter van Jehova), de zoon van Matthan (= gift), en Gedalia (= verheerlijkt door Jehova), de zoon van Pashur (= edelste), misschien dezelfde die Jeremia vroeger in de gevangenis bracht (Hoofdst. 20:1 v.), en Juchal(= hij zal bekwaam gemaakt worden), de zoon van Selemja (= vergoed door Jehova), en Pashur, de zoon van Malchia (= koning van Jehova), de vorsten en hoogste raadsheren, die den Profeet in den onderaardsen kerker hadden laten werpen, en gedacht hadden hem onschadelijk te hebben gemaakt (Hoofdst. 37:15), de woorden hoorden, die Jeremiauit zijne meer vrije bewaarplaats tot al het volk sprak, tot de daar gestationeerde krijgslieden en tot al het daar in en uitgaande volk, werden zij vertoornd. Jeremia toch sprak tot het volk, zeggende:
Zo zegt de HEERE: Wie in deze stad blijft en zich daardoor aan de zonde van den opstand des konings en zijne groten tegen het gericht des Heeren mede schuldig maakt, zal door het zwaard, door den honger, of door de pestilentie, die drie bestendige gerechtsdienaars van God, sterven; maar wie des Heeren woord erkent en zich daaronder buigt, wie tot de Chaldeën uitgaat, die zal leven, omdat hij zich ten minste uitwendig van de zonde en den afval afscheidt, want hij zal zijne ziel tot enen buit hebben, en zal leven. Ware Jeremia geen door God gezonden Profeet geweest, waren zulke woorden hem niet door God zelven bevolen en in den mond gelegd, dus Gods eigene woorden geweest, dan hadden de vorsten wel recht gehad, toen zij hem van hoogverraad beschuldigden als enen, die de krijgslieden tot afval verleidde, ja tot verbreking van hunnen eed, en die al het volk lafhartig en bevreesd maakte. Hun schuld lag dus steeds in hun ongeloof aan Gods woord.
Zo zegt de HEERE: Deze stad zal zeker gegeven worden in de hand van het heir des konings van Babel, datzelve zal zij innemen 1) gelijk Ik dat alles van den beginne af gezegd heb, maar gij geloofdet Mij niet. Nu ziet gij de vervulling voor uwe ogen (Hoofdst. 21:9).
Jeremia is als ene vloeiende bron, die overvloed van water heeft. Men kan de monden verstoppen, maar zodra ook maar ene zwakke, ogenblikkelijke opening ontstaat, komt het water met kracht te voorschijn. Hoewel hij wist wat hem wachtte, zweeg hij toch niet, want hij kon niet zwijgen (Hoofdst. 20:9). Al hadden zij hem op het ogenblik dood geslagen, dan zou hij nog stervende hebben geroepen: “Wie uitgaat, zal in leven blijven. ” Jeremia was echter geen verrader, hij was de beste patriot in geheel Israël. Bewijst dat niet den moed, waarmee hij zijnen zo schijnbaar onpatriottischen raad onveranderlijk herhaalde? Zijne tegenstanders houden hem wel voor den gevaarlijksten mens onder het volk, zo als Achab Elia beschuldigde, dat hij Israël beroerde (1 Kon. 18:18), Amazia het Amos (Am. 7:10), de Joden het Paulus (Hand. 16:20) verweten.
Zo zeiden de vorsten tot den koning: Laat toch dezen man, die voorgeeft een Profeet des Allerhoogsten te zijn, gedood worden. Hij heeft zeker den dood verdiend, want aldus maakt hij de handen derweinige krijgslieden, die in deze stad zijn overgebleven, nadat reeds zo velen weggevoerd, gedood of overgelopen zijn, en de handen des gansen volks slap, al zulke woorden tot hen sprekende, die hun slechts den moed benemen, om hun leven nog langer tot verdediging der stad op te offeren; want deze man zoekt den vrede dezes volks niet, maar het kwaad. Van den vroegsten tijd af hebben de priesters van het woord het zich moeten laten welgevallen, dat de goddelozen hun verweten, mensen zonder liefde voor het vaderland te zijn, slechte patriotten, verdervers van het volk, ja verraders. De goddeloosheid kan in haar blind ongeloof niet begrijpen dat slechts hij zijn aards vaderland waarlijk lief kan hebben, die zijn hemels vaderland heeft gevonden, en daarin te huis is; dat het leven in God zijn oorsprong niet heeft in het nationale leven, dus ook gene nationale zaak is, maar iets, dat boven alle natiën staat. Bij de Heidenen was de godsdienst de zaak van ieder volk, in ‘t bijzonder omdat zij niet den God van hemel en aarde aanbaden, maar afgoden, die uit het leven des volks waren voortgekomen. Maar wee den dienaar Gods, die zich door zulken smaad laat verleiden, om te zwijgen over het onrecht of zelfs dat recht te noemen! De profeet, die met Christus sterft, gelijk Jeremia in den modderkuil, zal ook met Christus opstaan! .
En de koning Zedekia zei schouderophalend: Ziet hij is in uwe hand, houdt gij het voor recht, voor het welzijn van den staat nuttig of noodzakelijk, dat hij sterve, zo doet met hem naar uwen wil, want de koning zou geen ding tegen u vermogen. Jojakim was een boos mens. Zedekia een zwak vorst, wien waarheid en leugen, recht en onrecht tamelijk onverschillig was, die zich inbeeldde, dat als hij zelf het onrecht niet ten uitvoer bracht, maar uit mensenvrees aan den aandrang toegaf, hij zonder schuld was. Wie van beiden was erger? De Heere zegt: “Omdat gij lauw zijt en noch koud noch heet, zal Ik u uit Mijnen mond spuwen. ” Stelt men Konstantijn X, Lodewijk XVI en Zedekia naast elkaar, uitwendig beschouwd, geenszins de slechtsten in de rij van de laatste beheersers hunner rijken, waarom kwam het gericht Gods over hen? Hun karakterloosheid, hun zedelijke nietigheid, hun lauwheid zowel omtrent Gods gerechtigheid als omtrent menselijke ongerechtigheid, die voor God erger is dan vijandschap tegen God, geeft den sleutel tot deze merkwaardige verschijning in de geschiedenis, (vgl. Hoofdst. 36:25). Hiermede toont de koning niet alleen zijne machteloosheid tegenover zijne hovelingen en raadslieden, maar ook zijn inwendigen afkeer tegen den Profeet. In het bijzijn van den Profeet was hij enigzins toegevend, maar in zijn afwezigheid durfde hij zijn verborgen vijandschap tegen dezen bot vieren. Zijn verhouding tegen Jeremia was vrijwel dezelfde als die van Herodes tegen Johannes den Doper.
Toen namen zij Jeremia, en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammélech (liever: den koningszoon), waarschijnlijk zo genoemd, omdat deze dien had laten daarstellen. Zij wierpen hem in dien kuil, die in het voorhof der bewaring was, en waarschijnlijk reeds meermalen voor de allerzwaarste gevangenis had gediend, en zij lieten Jeremia af met zelen: in den kuil nu was geen water, maar slijk, en Jeremia zonk in het slijk. De vorsten bedoelden aan de ene zijde Jeremia’s smartvollen dood, aan de andere zijde wilden zij den naam niet hebben, dat zij zijn bloed hadden vergoten; zij wilden hem slechts in den voor verraders bestemden kerker werpen. Wanneer hij daarin was omgekomen, dan was dat hun schuld niet (Gen. 37:22). Zo smartelijk als Jeremia is nooit een profeet mishandeld. In het midden der theokratie tegenover ene met duivelsen haat vervulde priesterschap en woedende profeten, tegenover enen machtelozen koning, die zich door hen laat leiden, bevindt zich hier de verlatene “knecht van Jehova” in de diepste diepte van vernedering en van lijden. Alle haat van dat “Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt, die tot hen gezonden worden (Matth. 23:37)” heeft voor dien tijd haar toppunt bereikt in die handelwijze tegen Jeremia, waardoor de mate van schuld worde volgemaakt, en het oordeel der vernietiging over de ongelukkige stad wordt te weeg gebracht. Met deze gebeurtenis komt als de vervullende antitype overeen wat de Heere zelf ondervond, die eveneens het voorwerp geweest is van ten toppunt gestegen haat, van de zijde van het vleselijk Israël als de Profeet van zijn volkomen ondergang (Matth. 23:24). Zal Jeremia in de getrouwe en standvastige waarneming van zijne prediking, niettegenstaande hij om haar reeds in de gevangenis geslagen was, allen dienaren des Woords en allen getuigen der waarheid tot een navolgenswaardig voorbeeld zijn, dan zien zij ook in dien waardigen Godsgezant, wat hun menigwerf om der getuigenis en ‘s Heeren wil te wachten staat. Zij allen, die gaarne hunnen eigen weg gaan, liever dan dat zij den wil des Heeren volgen; zij allen, die God niet kennen en de zonde dienen, en zich zelven gene jammerlijke gevolgen der ongerechtigheden voorstellen, maar liever van vrede horen, al is ook het grootste gevaar zichtbaar; zij allen zijn doorgaans vijanden van elken prediker des Woords, die zich verplicht acht den dag des kwaads niet te verzwijgen; maar tevens den goeden raad des levens en der behoudenis nimmer terughoudt. Zo menigmaal een leraar tegen hun dwaze en eigenzinnige mening spreekt, wordt hij door hen met smaad en verachting overladen, en waar men hem aanklagen, in verdenking brengen en kwalijk behandelen kan, daar spant men allen ijver in, terwijl menigeen zelfs zijnen dood wenst en zoekt. Indien nu zulk ene vijandschap in de aanzienlijksten des lands valt, in mannen van invloed en gezag, dan ziet men helaas, soms zelfs koningen daarvoor bezwijken, gelijk Zedekia, die anders nog te veel achting voor Jeremia had, om hem kwalijk te bejegenen, maar die ook niet meer de vrijmoedigheid en de macht bezat om zijn gezag in dezen boven den bloeddorstigen wil der groten te laten gelden, maar Jeremia in hun handen gaf. Waren zij intussen ontaard en slecht genoeg, om enen man, die sinds zo vele jaren in achting en in ere onder zijn volk stond, wiens woorden zo menigmaal bevestigd waren, en die ook nu den weg der voorzichtigheid aanwees, een lot te berokkenen, dat hem aan duizend doden prijs gaf, en onder hetwelk hij op de jammerlijkste wijze bezwijken moest, dan onderscheidde zich daarvan een hoveling, die van oorsprong niet eens uit Israël was, maar die op een waardige wijze aan den koning ontdekte, wat men Jeremia had gedaan, edelmoedig voor hem sprak, en bij ontvangene vergunning en bekomene hulp alles aanwendde om den Profeet des Heeren van den akeligsten dood te bevrijden, en in het leven te bewaren. Verdient deze Ebed-melech daarin onze godsdienstige en gewillige navolging, den vinden wij ons tot zulk ene navolging des te meer opgewekt en aangespoord door het woord der belofte, hetwelk de Heere wilde, dat Jeremia tot hem spreken zou; zo onderscheidt zich de vriend van God en godsdienst van elk, die van de vreze des Heeren vervreemd is, maar vindt ook onderscheiding en zegen bij God, en mag zelf zijne ziel als een buit wegdragen, omdat hij op God vertrouwde. Kan dit alles ons tot onderwijs en lering zijn, niet minder merken wij dan ook in den koning Zedekia op, dat hij aan de ene zijde nog te waarheidlievend was, om niet naar Jeremia te willen luisteren en met hem te rade gaan, en ten andere te zwak en aan de mensen der wereld te veel gehecht, om den wil des Heeren te volgen. Hij toch was afvallig geworden van den koning van Babel, die hem op den troon had gezet, en hem bleef geen ander middel over, dan zich, gelijk Jeremia wilde, op genade in zijne handen te stellen; maar om der Vorsten wil deed hij het niet. Helaas, zo gaat het den zondaar menigmaal, die overtuigd is van de waarheid der prediking, en echter, om der mensen wil den raad des Evangelies niet opvolgt. Voor de laatste maal hoorde hij thans Jeremia, voor de laatste maal hoort zo menigeen de stem der waarheid en der liefde, en verzondigt ze nog. Gemakkelijk kon wel Jeremia tot de vorsten zeggen, zo als de koning begeerde, omdat het een deel der waarheid was, maar de koning had moeten begeren, dat nog eenmaal de gehele waarheid zou gepredikt worden, eer dat het voor altoos te laat zou zijn. Jeremia’s woorden zijn vervuld, gelijk al de bedreigingen Gods gewis vervulling zullen bekomen. De dag der ellende en des doods brengt reeds zo menigeen tot een jammerlijk zelfverwijt, en wat zal dan de dag der eeuwigheid doen; daarom roepen wij alle onbekeerden en onbedachtzamen toe: heden, zo gij Zijne stemme hoort, zo verhardt uwe harten niet. (D. MOLENAAR). Dat de vorsten den Profeet niet terstond met het zwaard straften, geschiedde niet om des konings wil, dewijl deze niet het vonnis des doods over hem geveld had, maar wijl zij hem een jammervollen dood wilden bereiden, en daarbij tevens met het voornemen om, dewijl zij niet zijn bloed hadden vergoten, de stem van het geweten te stillen.
Als nu Ebed-melech (= knecht des konings), de moorman, een der kamerlingen, der eunuchen of gesnedenen, die toenals opziener van den harem in des konings huis was, hoorde, dat zij Jeremia in den kuil gedaan hadden; (de koning nu zat in de poort van Benjamin(Hoofdst. 37:13), waarschijnlijk het meer bedreigde punt in den noordelijken muur der stad).
Zo ging Ebed-melech, die als hoger staatsbeambte en vooral als opziener over het paleis der vrouwen den vrijen toegang tot den koning had, uit het huis des konings uit, en sprak tot den koning, zeggende:
Mijn heer koning! deze mannen, uwe raadgevers, hebbenin alle opzichten kwalijk gehandeld in alles, wat zij gedaan hebben aan den Profeet Jeremia, dien zij in den kuil geworpen hebben; daar hij toch, alhoewel hij niet gewelddadig omkwam, in zijne plaats in het voorhof der bewaring, waar hij gevangen zat, zou gestorven zijn van wege den honger, dewijl geen brood meer in de stad is, en hem alzo ook zijn dagelijks rantsoen niet langer meer zal kunnen worden gegeven (Hoofdst. 37:21). Daar de wet (Deut. 23:1) uitdrukkelijk verbood, dat in Israël gesnedenen waren, namen de koningen van lateren tijd buitenlanders, meestal Ethiopiërs, die eunuchen waren, tot opzieners over het paleis der vrouwen in hunnen dienst, zo als ook nu nog die soort van mensen meestal uit Egypte komt. Even als de hoofdman onder het kruis van Christus als eersteling dor Heidenen zijne stem verhief en uitriep: “Waarlijk deze was Gods zoon, ” zo moest hier een Moor, een Heiden met medelijden vervuld worden, en tegen die ontzaglijke misdaad zijne stem verheffen, terwijl geheel Israël zweeg. Daardoor wordt de getuigenis omtrent Israëls verval volkomen, en komt die schuld als ene algemene voor (Luk. 4:25 vv; 19:40 Matth. 8:10). De Heere laat echter geen dronk waters, dien iemand aan een Zijner knechten reikt, onbeloond; ter vergelding werd Ebed-melech later met Jeremia gered. (Hoofdst. 39). Ebed-melech was een Ethiopiër, toch had hij meer menselijk gevoel dan geboren Israëlieten. Christus vond meer geloof bij Heidenen dan bij Joden. Ebed-melech leefde aan een slecht hof, en in een zeer bedorven tijd, toch had hij gevoel van billijkheid en godsdienst. God heeft Zijn volk aan alle plaatsen, onder alle rangen, Er waren zelfs heiligen in Cesars huis. Ebed-melech spreekt gelovig tot den koning. Zie, hoe God voor Zijn volk vrienden kan doen opstaan, voor Zijn volk, dat in druk is, ook waar zij weinig aan hen denken. .
Toen gebood de koning den moorman Ebed-melech, zeggende: Neem van hier dertig mannen onder uwe hand tot uwe hulp en tot bescherming tegen mogelijke pogingen der vorsten, om de redding van den Profeet te verhinderen, en haal den Profeet Jeremia op uit den kuil, eer dat hij sterft.
Alzo nam Ebed-melech de mannen onder zijne hand, en ging in des konings huis tot onder de schatkamer, en nam van daar enige oude verscheurde en oude versletene lompen 1), die zacht waren en zonder schade konden gebezigd worden; en hij liet ze met zelen af tot Jeremia in den kuil.
Misschien betekenen de woorden “pakgereedschap” matten en grof linnen.
En Ebed-melech, de moorman, zei tot Jeremia: Leg nu deze oude verscheurde en versletene lompen of deze lappen van verscheurde en afgedragen klederen, onder de okselen uwer armen, van onder aan de zelen, opdat het geen pijn veroorzake, als wij u omhoog trekken. En Jeremia deed alzo. De vorsten hebben zeker wel niet zo zacht gehandeld, toen zij Jeremia in den kuil nederlieten.
En zij trokken Jeremia bij de zelen, en haalden hem op uit den kuil; en Jeremia bleef van nu aan in het voorhof der bewaringtot aan de verovering der stad. Even als ten tijde van Christus de uitwendige Theokratie haren definitieven val te gemoet ging, zo ten tijde van Jeremia haren voorlopigen. Christus was de Profeet van dien definitieven, Jeremia van dezen voorlopigen ondergang. Even als Christus als verrader en verleider des volks werd aangeklaagd (Joh. 11:48, 50), zo ook Jeremia. De ware grond was hier zowel als daar de duivelse haat tegen de goddelijke waarheid en het vleselijk vertrouwen op uitwendige steunsels en eigen voortreflijkheid. De vorsten, die Jeremia in den kuil werpen, komen overeen met de oversten des volks ten tijde van Christus, de zwakke Zedekia met den zwakken Pontius Pilatus, Ebed-melech met de gelovigen uit de Heidenen (hoofdman van Kapérnaüm, Kananese vrouw, Samaritaanse) die door hun geloof Israël beschamen. En even als Jeremia uit den kuil werd gered, zo komt Christus na drie dagen uit het graf. Aan Gods zijde vertoont zich hier ene wijze en goedertierene bestiering in verscheidene opzichten. Eerstelijks bij Ebed-melech, als aan wien Hij de genade geschonken had om de menschenvreze te overwinnen en de redding des Profeten te ondernemen in het gelovig vertrouwen, dat God hem ook een gezegende uitkomst zou verlenen. Daarna bij den koning, dat deze zich zo gunstig en gewillig laat vinden om aan de vertogingen van Ebed-melech het oor te lenen. En gelijk dat van de hartbuigende kracht van God voortkwam, zo bleef het daarentegen geen geringe misdaad van hem dat hij den Profeet niet ganselijk op vrije voeten stelde, maar hem weldra in de vorige hoewel verdragelijker gevangenis liet brengen. Dus wilde hij wel aan de ene zijde zijn geweten stillen, maar toch ook aan den anderen kant het niet gaarne bij zijne vorsten, zijne geheime raden verkerven.
Toen zond de koning Zedekia henen kort na die redding van den Profeet uit den kuil, misschien nog op denzelfden dag, en liet den Profeet Jeremia uit zijne bewaarplaats tot zich halen, om een geheim gesprek met hem te hebben. in den derden niet verder bekenden, ingang, die aan des HEEREN huis was. Deze was waarschijnlijk een overdekte gang van het paleis naar den tempel, waarvan de koningen zich gewoonlijk bedienden. En de koning, wiens gekwelde ziel, onbekwaam om zich gehoorzaam en ootmoedig onder Gods woord en wil te buigen, nog steeds tussen hoop en vrees werd geslingerd, zei tot Jeremia: Ik zal u een ding vragen; ik wenste nog eens van u te vernemen, wat God u heeft geopenbaard omtrent het einde van mij en van mijn volk; verheel geen ding voor mij 1); ik ben voorbereid om het ergste te vernemen, indien ik slechts zekerheid in mijn verschrikkelijken toestand moge hebben.
Het is volstrekt niet twijfelachtig of Zedekia had in verloop van tijd meer achting verkregen voor Jeremia als voor een getrouwen dienstknecht Gods. Het gemoed des konings was derhalve als het ware onbeslist, evenals de hypocriet, in wien nog enig zaad van de vreze Gods is berustende, heen en weer schommelende en weifelende, en niets soliede of vast hebbende. Zij durven God of Zijne knechten wel niet verachten, ja zij erkennen dat zij onder Gods bevel staan en dat Zijn woord niet ijdel is, terwijl zij ze intussen tegelijk ontwijken, of God begeren om te zetten. Zodanig was ook de toestand van Zedekia. Want hij behoorde niet tot de domme en belijnde verachters Gods, voor wie de gehele godsdienst een fabel is. Zodanig was Zedekia niet, maar hij had enige vreze voor God behouden en ook enigen eerbied voor Zijn Profeet, en echter wilde Hij zich niet aan God onderwerpen noch de raadgevingen van den Profeet opvolgen. Komt de nood dringen, dan wendt zich de ongelovige wereld toch van hare lievelingen, de leugenpredikers af, die haar vroeger in slaap zongen, dan schenkt zij den getuigen der waarheid, zelfs wanneer zij die haat, alleen geloof, hoewel zij niet gezind is zich aan hun woord te onderwerpen. Dat schijnt niet zelden de aard der vorsten te zijn. Men zegt: ik wil de waarheid, alleen de waarheid, de volle waarheid horen. En wanneer men dan de waarheid zegt, heeft men zich de hoogste ongenade berokkend. Want deze heren, aan een Homerisch godenleven gewoon, willen niet gaarne in deze hun zaligheid gestoord worden. Niets raakt echter onzachter aan dan de waarheid. Ook voor Zedekia schijnt het met zijn: “verheel geen ding voor mij” geen ernst geweest te zijn, want anders zou hij ten minste al het mogelijke gedaan hebben om den raad van den Profeet te volgen. Zedekia behoort tot het geslacht hetwelk nog nimmer uitgestorven is, wat altijd roept van: spreek tot mij van zachte dingen, die den zondedienst met schijngodsdienst willen verbinden. Tot het geslacht hetwelk wil, dat God de ogen sluit voor hun zonde, en wanneer de nood aan den man komt hen de zonde geenszins gedenke, maar hen uitredde uit al hun benauwdheden. Tot het geslacht, hetwelk eveneens meteen Bileam den dood des oprechten wenst te sterven, maar met de wereld wenst te leven.
En Jeremia zei tot Zedekia: Als ik het u verklaren zalwat Gods woord is, en het niet naar uwen wens is, zult gij mij niet zeker doden? Kort geleden gaaft gij daartoe toestemming aan de vorsten; ik kan ondanks alle betuigingen van gunst u geen vertrouwen schenken. En als ik u raad zal geven, hoe gij uw leven en uwe ziel nog zult kunnen redden, gij zult toch naar mij met horen, want u ontbreekt het geloof, dat zich ootmoedig buigt.
Toen zwoer de koning Zedekia aan Jeremia in het verborgene, zeggende: Zo waarachtig als de HEERE leeft, die ons deze a) ziel gemaakt heeft, die ons het leven heeft geschonken, indien ik u zal doden, of indien ik u zal overgeven in de hand dezer mannen, die uwe ziel zoeken!
Jes. 57:16. Had de koning hem liever gezworen, dat hij den Profeet en het woord Gods wilde gehoorzamen, gaarne zou deze hem den anderen eed hebben geschonken, zelfs zijn leven er gaarne voor hebben willen geven.
Jeremia dan zei tot Zedekia: Zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israëls: Indien gij gewilliglijk tot de vorsten, de overstap en veldheren des konings van Babel zult uitgaan, die zelf te Riblath afwezig is (Hoofdst. 39:3, 5), zo zal uwe ziel leven, en deze stad zal niet verbrand worden met vuur en gij zult leven, gij en uw huis, uwe familie.
Maar indien gij tot de vorsten des konings van Babel niet zult uitgaan, zo zal deze stad gegeven worden in de hand der Chaldeën, en zij zullen ze met vuur verbranden; ook zult gij van hunlieder hand niet ontkomen, 1) gelijk ik u reeds dikwijls met dezelfde woorden heb gezegd (Hoofdst. 21:4-10).
De witte vredevlag werd nog uitgehangen, indien hij Gods rechtvaardigheid maar wilde erkennen zal hij Zijne barmhartigheid ondervinden, maar indien hij het hardnekkig wil doorstaan zal het de ondergang zijn zowel van zijn huis als van Jeruzalem. Want als God oordeelt zal hij overwinnen. Dit is de zaak des zondaars bij God. Laat hen zich nederig onderwerpen aan Zijne genade en vergeving en zij zullen leven. Laat hen zijne sterkte aangrijpen, opdat zij vrede met Hem maken en zij zullen vrede met Hem hebben, maar als zij hun harten tegen Zijne voorstellingen verharden, dan zal het zeker tot hun verderf zijn. Zij moeten buigen of breken.
En de koning Zedekia, wiens hart, daar het de vrijheid der dienstbaarheid Gods niet wilde, in de dienstbaarheid van mensenvrees was geketend, zei tot Jeremia: Ik zou uwen raad wel volgen, maar Ik ben bevreesd voor de Joden, dat zij, die reeds in ontevredenheid over mijne regering tot de Chaldeën gevallen zijn, en buiten de stad te zamen zijn, dat zij mij misschien in derzelver hand overgeven, en zij mij mishandelen en den spot met Mij drijven zullen.
En Jeremia zei: vrees niet. Zij zullen u niet overgeven aan de Joden, die u haten: wees toch gehoorzaam aan de stem des HEEREN, naar dewelke ik tot u spreek. Verootmoedig u onder Zijne machtige hand, zo zal het u welgaan en uwe ziel zal leven.
Een ding is nodig, dat gij hoort naar de stem des Heeren. Maar indien gij weigert uit te gaan en alzo den Heere niet gehoorzaamt, zo is dit het zekere en veranderlijke woord, dat de HEERE mij heeft doen zien:
Zie daar, gij vreesdet voor de overgelopene Joden, die u alle schuld geven-van die zal u niets wedervaren, maar in plaats daarvan veel grotere smaad, al de vrouwen van uw hof, die in het huis des konings van Juda uit de tijden der vorige koningen zijn overgebleven, zullenals buit uitgevoerd worden tot de vorsten des konings van Babel, en dezelve zullen u met hoon en spot in het leger der Chaldeën na de verovering der stad begroeten en het volgende spotwoord op u zeggen: Uwe vredegenoten, de groten van uw rijk en de leugen-profeten, op welke gij vertrouwdet, hebben u aangehitst en hebben u overmocht, uwe voeten zijn in den modder gezonken, zij zijn achterwaarts gekeerd, 1) en niemand van hen is bij u gebleven en heeft beproefd u te redden! Zulk een spot uit vrouwenmond zal u veel pijnlijker zijn.
Hetgeen wij door zonde zoeken te ontwijken zal rechtvaardig over ons gebracht worden door Gods gerechtigheid, en zij die van den weg van hun plicht afwijken, uit vrees voor verwijting zullen zeker veel groter verwijt ontmoeten in den weg van ongehoorzaamheid.
Zij zullen dan al uwe vrouwen, uwe eigenlijke gemalinnen, en al uwe zonen als gevangenen tot de Chaldeën uitvoeren; ook zult gij zelf van hun hand niet ontkomen, gelijk gij nog steeds hoopt, maar gij zult door de hand des konings van Babel gegrepen worden, en gij zultalzo door uwe schuld veroorzaken, dat zij deze stad met vuur verbranden.
Uit zwakheid van karakter en vrees voor zijne slechte raadgevers, hoorde de koning naar het woord des Heeren niet. Hij vreesde zelfs, dat hij in verdenking zou komen, tot Jeremia en zijnen raad te neigen. Toen zei Zedekia tot Jeremia: Dat niemand wete van deze woorden tussen mij en u, zo zult gij niet sterven, wanneer de vorsten het echter vernemen, zou ik u niet Heer voor hunnen dodelijken haat kunnen beschermen.
En als de vorsten toch zullen horen, hetgeen zeer licht mogelijk is, dat ik met u gesproken heb, en zij tot u komen, en tot u zeggen: Verklaar ons nu, wat hebt gij tot den koning gesproken? verheel het niet voor ons, zo zullen wij u niet doden; en wat heeft de koning tot u gesproken?
Zo zult gij tot hen zeggen: Ik wierp mijne smeking voor des konings aangezicht neer, dat hij mij niet meer zou weer laten brengen in Jonathans huis, in dien donkeren onderaardsen kerker, om aldaar te sterven.
Als dan ook werkelijk al de vorsten tot Jeremia kwamen, en hem vraagden, verklaarde hij hun, naar al deze woorden, die de koning geboden had, en zij lieten van hem af, omdat de zaak niet was gehoord, hoewel zij vermoedden dat het gesprek nog wel over iets anders zou hebben gelopen. De uitleggers zijn het er niet over eens, of het antwoord van Jeremia op de vraag der vorsten overeenkomstig de waarheid geweest is, of dat de man Gods zich hier van ene leugen zal hebben bediend. Maar van den dood en de gevangenis vol doodsgevaar is tussen den koning en den Profeet zeker sprake geweest, en zo zullen ook wel beden van den Profeet om die bewaring geschied zijn, die dan ook reeds impliciete in de door ons medegedeelde woorden (vs. 15) hebben gelegen. De vorsten hadden er geen recht op, om alles te vernemen wat gesproken was. Jeremia had de verplichting niet om hun alles te zeggen, te minder daar zij openbare moordenaars waren geworden, wien hij door zijne volle mededeling van het gesprek zelf het mes in de hand zou hebben gegeven, om hem te vermoorden. Er was dus in het antwoord van Jeremia ene vereniging van verstand met den eenvoud en de waarheid (vgl. bij 1 Sam 16:3).
En Jeremia bleef in het voorhof der bewaring tot op den dag, dat Jeruzalem werd ingenomen, en hij was er nog, als Jeruzalem was ingenomen, en hij door de Chaldeën verlost werd. In dezen allerlaatsten tijd viel waarschijnlijk nog het gesprek voor in Hoofdst. 32:2 vv. 34:1-5.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel