Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE (als Nebukadrezar, koning van Babel, en zijn ganse heir, en alle koninkrijken der aarde, die onder de heerschappij zijner hand waren, en al de volken tegen Jeruzalem streden, en tegen al haar steden), zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Het woordH1697, datH834 tot JeremiaH3414 geschied is vanH854 den HEEREH3068 (als NebukadrezarH5019, koningH4428 van BabelH894, en zijn ganseH3605heirH2428, en alleH3605koninkrijkenH4467 der aardeH776, die onder de heerschappijH4475 zijner handH3027 waren, en alH3605 de volkenH5971 tegen JeruzalemH3389stredenH3898, en tegen alH3605 haar stedenH5892), zeggendeH559:Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE (als Nebukadrezar, koning van Babel, en zijn ganse heir, en alle koninkrijken der aarde, die onder de heerschappij zijner hand waren, en al de volken tegen Jeruzalem streden, en tegen al haar steden), zeggende:
KJVThe word1which came unto Jeremiah5from the LORD,7when Nebuchadnezzar8king9of Babylon,10and all his army,12and all the kingdoms14of the earth15of his dominion,17and all the people,19fought20against Jerusalem,22and against all the cities25thereof, saying,
1הַדָּבָ֛רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3הָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יִרְמְיָ֖הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah6מֵאֵ֣תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8וּנְבוּכַדְרֶאצַּ֣רH5019Nebukadnezar, NebukadrezarNebuchadnezzar, Nebuchadrezzar9מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10בָּבֶ֣לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon11וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12חֵיל֡וֹH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)13וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14מַמְלְכ֣וֹתH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal15אֶרֶץ֩H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16מֶמְשֶׁ֨לֶתH4475heerschappij, volkomene heerschappijdominion, government, power, to rule17יָד֜וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19הָעַמִּ֗יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people20נִלְחָמִ֧יםH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)21עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22יְרוּשָׁלִַ֛םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem23וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with24כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)25עָרֶ֖יהָH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town26לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
2Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ga henen en spreek tot Zedekia, den koning van Juda, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze met vuur verbranden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430IsraelsH3478: Ga henen en spreekH559totH413ZedekiaH6667, den koningH4428 van JudaH3063, en zegH559totH413 hem: ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: ZieH2005, Ik geefH5414dezeH2063stadH5892 in de handH3027 des koningsH4428 van BabelH894, en hij zal ze met vuurH784verbrandenH8313.Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ga henen en spreek tot Zedekia, den koning van Juda, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze met vuur verbranden.
KJVThus saith2the LORD,3the God4of Israel;5Go6and speak7to Zedekiah9king10of Judah,11and tell12him, Thus saith15the LORD;16Behold, I will give18this city20into the hand22of the king23of Babylon,24and he shall burn25it with fire:
1כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6הָלֹךְ֙H1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl7וְאָ֣מַרְתָּ֔H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9צִדְקִיָּ֖הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah10מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah12וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder15אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though18נֹתֵ֜ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20הָעִ֤ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town21הַזֹּאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus22בְּיַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves23מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal24בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon25וּשְׂרָפָ֖הּH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly26בָּאֵֽשׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot
3En gij zult van zijn hand niet ontkomen, maar zekerlijk gegrepen, en in zijn hand gegeven worden; en uw ogen zullen de ogen des konings van Babel zien, en zijn mond zal tot uw mond spreken, en gij zult te Babel komen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En gijH859 zult van zijn handH3027nietH3808ontkomenH4422, maarH3588zekerlijkH8610gegrepenH8610, en in zijn handH3027gegevenH5414 worden; en uw ogenH5869 zullen de ogenH5869 des koningsH4428 van BabelH894zienH7200, en zijn mondH6310 zal totH854 uw mondH6310sprekenH1696, en gij zult te BabelH894komenH935.En gij zult van zijn hand niet ontkomen, maar zekerlijk gegrepen, en in zijn hand gegeven worden; en uw ogen zullen de ogen des konings van Babel zien, en zijn mond zal tot uw mond spreken, en gij zult te Babel komen.
KJVAnd thou shalt not escape out3of his hand,4but shalt surely6be taken,7and delivered9into his hand;8and thine eyes10shall behold15the eyes12of the king13of Babylon,14and he shall speak19with thee mouth16to mouth,18and thou shalt go21to Babylon.
1וְאַתָּ֗הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2לֹ֚אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תִמָּלֵט֙H4422ontkomen, ontkwam, bevrijdendeliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely4מִיָּד֔וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6תָּפֹ֣שׂH8610gegrepen, grepen, handelencatch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take7תִּתָּפֵ֔שׂH8610gegrepen, grepen, handelencatch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take8וּבְיָד֖וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9תִּנָּתֵ֑ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10וְֽ֠עֵינֶיךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12עֵינֵ֨יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)13מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal14בָּבֶ֜לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon15תִּרְאֶ֗ינָהH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions16וּפִ֛יהוּH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word17אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix18פִּ֥יךָH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word19יְדַבֵּ֖רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work20וּבָבֶ֥לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon21תָּבֽוֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
4Maar hoor des HEEREN woord, o Zedekia, koning van Juda! zo zegt de HEERE van u: Gij zult door het zwaard niet sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Maar hoorH8085 des HEERENH3068woordH1697, o ZedekiaH6667, koningH4428 van JudaH3063! zoH3541zegtH559 de HEEREH3068 van u: Gij zult door het zwaardH2719nietH3808stervenH4191.Maar hoor des HEEREN woord, o Zedekia, koning van Juda! zo zegt de HEERE van u: Gij zult door het zwaard niet sterven.
KJVYet hear2the word3of the LORD,4O Zedekiah5king6of Judah;7Thus saith9the LORD10of thee, Thou shalt not die13by the sword:
1אַ֚ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)2שְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5צִדְקִיָּ֖הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah6מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah8כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder9אָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11עָלֶ֔יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תָמ֖וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise14בֶּחָֽרֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool
5Gij zult sterven in vrede, en naar de brandingen van uw vaderen, de vorige koningen, die voor u geweest zijn, alzo zullen zij over u branden, en u beklagen, zeggende: Och heer! want Ik heb het woord gesproken, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Gij zult stervenH4191 in vredeH7965, en naar de brandingenH4955 van uw vaderenH1, de vorigeH7223koningenH4428, dieH834voorH6440 u geweestH1961 zijn, alzoH3651 zullen zij over u brandenH8313, en u beklagenH5594, zeggende: OchH1945heerH113! wantH3588IkH589 heb het woordH1697gesprokenH1696, spreektH5002 de HEEREH3068.Gij zult sterven in vrede, en naar de brandingen van uw vaderen, de vorige koningen, die voor u geweest zijn, alzo zullen zij over u branden, en u beklagen, zeggende: Och heer! want Ik heb het woord gesproken, spreekt de HEERE.
KJVBut thou shalt die2in peace:1and with the burnings3of thy fathers,4the former6kings5which were before9thee, so shall they burn11odours for thee; and they will lament15thee, saying, Ah13lord!14for I have pronounced20the word,18saith21the LORD.
1בְּשָׁל֣וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly2תָּמ֗וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise3וּֽכְמִשְׂרְפ֣וֹתH4955brandingen, verbrandingenburning4אֲ֠בוֹתֶיךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5הַמְּלָכִ֨יםH4428koning, konings, koningenking, royal6הָרִֽאשֹׁנִ֜יםH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8הָי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9לְפָנֶ֗יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10כֵּ֚ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you11יִשְׂרְפוּH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly12לָ֔ךְ13וְה֥וֹיH1945Wee, wee, Ochah, alas, ho, O, woe14אָד֖וֹןH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'15יִסְפְּדוּH5594beklagen, rouwklagen, misbaarlament, mourn(-er), wail16לָ֑ךְ17כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18דָבָ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work19אֲנִֽיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who20דִבַּ֖רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work21נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith22יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
6En de profeet Jeremia sprak al deze woorden tot Zedekia, den koning van Juda, te Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En de profeetH5030JeremiaH3414sprakH1696alH3605dezeH428woordenH1697totH413ZedekiaH6667, den koningH4428 van JudaH3063, te JeruzalemH3389.En de profeet Jeremia sprak al deze woorden tot Zedekia, den koning van Juda, te Jeruzalem.
KJVThen Jeremiah2the prophet3spake1all these words10unto Zedekiah5king6of Judah7in Jerusalem,
1וַיְדַבֵּר֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2יִרְמְיָ֣הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah3הַנָּבִ֔יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5צִדְקִיָּ֖הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah6מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah8אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַדְּבָרִ֥יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11הָאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)12בִּירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
7Als het heir des konings van Babel streed tegen Jeruzalem, en tegen al de overgeblevene steden van Juda, tegen Lachis en tegen Azeka; want deze, zijnde vaste steden, waren overgebleven onder de steden van Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Als het heirH2428 des koningsH4428 van BabelH894streedH3898 tegen JeruzalemH3389, en tegen alH3605 de overgebleveneH3498stedenH5892 van JudaH3063, tegen LachisH3923 en tegen AzekaH5825; wantH3588 deze, zijnde vasteH4013stedenH5892, waren overgeblevenH7604 onder de stedenH5892 van JudaH3063.Als het heir des konings van Babel streed tegen Jeruzalem, en tegen al de overgeblevene steden van Juda, tegen Lachis en tegen Azeka; want deze, zijnde vaste steden, waren overgebleven onder de steden van Juda.
KJVWhen the king2of Babylon's3army1fought4against Jerusalem,6and against all the cities9of Judah10that were left,11against Lachish,13and against Azekah:15for these defenced22cities19remained18of the cities21of Judah.
1וְחֵ֣ילH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)2מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3בָּבֶ֗לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon4נִלְחָמִים֙H3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6יְר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem7וְעַ֛לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9עָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah11הַנּֽוֹתָר֑וֹתH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13לָכִישׁ֙H3923LachisLachish14וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15עֲזֵקָ֔הH5825AzekaAzekah16כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17הֵ֗נָּהH2007zij, deze (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein18נִשְׁאֲר֛וּH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest19בְּעָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town20יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah21עָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town22מִבְצָֽרH4013vaste, vastigheden, vesting(de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold)
8Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, nadat de koning Zedekia een verbond gemaakt had met het ganse volk, dat te Jeruzalem was, om vrijheid voor hen uit te roepen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Het woordH1697, datH834 tot JeremiaH3414 geschied is vanH854 den HEEREH3068, nadatH310 de koningH4428ZedekiaH6667 een verbondH1285 gemaakt had metH854 het ganseH3605volkH5971, datH834 te JeruzalemH3389 was, om vrijheidH1865 voor hen uit te roepenH7121.Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, nadat de koning Zedekia een verbond gemaakt had met het ganse volk, dat te Jeruzalem was, om vrijheid voor hen uit te roepen.
KJVThis is the word1that came unto Jeremiah5from the LORD,7after8that the king10Zedekiah11had made9a covenant12with all the people15which were at Jerusalem,17to proclaim18liberty
1הַדָּבָ֛רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3הָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יִרְמְיָ֖הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah6מֵאֵ֣תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אַחֲרֵ֡יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9כְּרֹת֩H3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want10הַמֶּ֨לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11צִדְקִיָּ֜הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah12בְּרִ֗יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league13אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people16אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17בִּירֽוּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem18לִקְרֹ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say19לָהֶ֖ם20דְּרֽוֹרH1865vrijheid, zuiversteliberty, pure
9Dat een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, zijnde een Hebreer of een Hebreinne, zou laten vrijgaan; zodat niemand zich van hen, van een Jood, zijn broeder, zou doen dienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Dat een iegelijkH376 zijn knechtH5650, en een iegelijkH376 zijn maagdH8198, zijnde een HebreerH5680 of een HebreinneH5680, zou laten vrijgaanH7971; zodat niemand zich van hen, van een JoodH3064, zijn broederH251, zou doen dienenH5647.Dat een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, zijnde een Hebreer of een Hebreinne, zou laten vrijgaan; zodat niemand zich van hen, van een Jood, zijn broeder, zou doen dienen.
KJVThat every man2should let his manservant,4and every man5his maidservant,7being an Hebrew8or an Hebrewess,9go1free;10that none should serve12himself of them, to wit, of a Jew14his brother.
1לְ֠שַׁלַּחH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עַבְדּ֞וֹH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5וְאִ֧ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7שִׁפְחָת֛וֹH8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant8הָעִבְרִ֥יH5680Hebreen, Hebreer, HebreinnenHebrew(-ess, woman)9וְהָעִבְרִיָּ֖הH5680Hebreen, Hebreer, HebreinnenHebrew(-ess, woman)10חָפְשִׁ֑יםH2670vrij, Afgezonderdfree, liberty11לְבִלְתִּ֧יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without12עֲבָדH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,13בָּ֛ם14בִּיהוּדִ֥יH3064Joden, Jood, JoodsJew15אָחִ֖יהוּH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'16אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
10Nu hoorden al de vorsten en al het volk, die het verbond hadden ingegaan, dat zij, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd zouden laten vrijgaan, zodat zij zich niet meer van hen zouden doen dienen; zij hoorden dan, en lieten hen gaan;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Nu hoordenH8085alH3605 de vorstenH8269 en alH3605 het volkH5971, die het verbondH1285 hadden ingegaanH935, dat zij, een iegelijk zijn knechtH5650, en een iegelijk zijn maagdH8198 zouden laten vrijgaanH7971, zodat zij zich nietH1115meerH5750 van hen zouden doen dienenH5647; zij hoordenH8085 dan, en lietenH7971 hen gaan;Nu hoorden al de vorsten en al het volk, die het verbond hadden ingegaan, dat zij, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd zouden laten vrijgaan, zodat zij zich niet meer van hen zouden doen dienen; zij hoorden dan, en lieten hen gaan;
KJVNow when all the princes,3and all the people,5which had entered7into the covenant,8heard1that every one10should let his manservant,12and every one13his maidservant,15go9free,16that none should serve18themselves of them any more, then they obeyed,21and let them go.
1וַיִּשְׁמְעוּ֩H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הַשָּׂרִ֨יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward4וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הָעָ֜םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7בָּ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8בַבְּרִ֗יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league9לְ֠שַׁלַּחH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12עַבְדּ֞וֹH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant13וְאִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15שִׁפְחָתוֹ֙H8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant16חָפְשִׁ֔יםH2670vrij, Afgezonderdfree, liberty17לְבִלְתִּ֥יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without18עֲבָדH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,19בָּ֖ם20ע֑וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)21וַֽיִּשְׁמְע֖וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness22וַיְשַׁלֵּֽחוּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)
11Maar zij keerden daarna wederom, en deden de knechten en maagden wederkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen ten onder tot knechten en tot maagden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Maar zij keerdenH7725daarnaH310wederomH7725, en deden de knechtenH5650 en maagdenH8198wederkomenH7725, dieH834 zij hadden laten vrijgaanH7971, en zij brachtenH3533 hen ten onder tot knechtenH5650 en tot maagdenH8198.Maar zij keerden daarna wederom, en deden de knechten en maagden wederkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen ten onder tot knechten en tot maagden.
KJVBut afterward2they turned,1and caused the servants6and the handmaids,8whom they had let go10free,11to return,4and brought them into subjection12for servants13and for handmaids.
1וַיָּשׁ֨וּבוּ֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2אַחֲרֵיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with3כֵ֔ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you4וַיָּשִׁ֗בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הָֽעֲבָדִים֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַשְּׁפָח֔וֹתH8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10שִׁלְּח֖וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)11חָפְשִׁ֑יםH2670vrij, Afgezonderdfree, liberty12וַֽיִּכְבְּשׁ֔וּםH3533ondergebracht, onderworpen, onderwerpenbring into bondage, force, keep under, subdue, bring into subjection13לַעֲבָדִ֖יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant14וְלִשְׁפָחֽוֹתH8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant
12Daarom geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Daarom geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697 tot JeremiaH3414, vanH854 den HEEREH3068, zeggendeH559:Daarom geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:
KJVTherefore the word2of the LORD3came to Jeremiah5from the LORD,7saying,
13Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb een verbond gemaakt met uw vaderen, ten dage, als Ik hen uit Egypteland, uit het diensthuis uitvoerde, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430IsraelsH3478: IkH595 heb een verbondH1285 gemaakt metH854 uw vaderenH1, ten dageH3117, als Ik hen uit EgyptelandH776, uit het diensthuisH1004uitvoerdeH3318, zeggendeH559:Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb een verbond gemaakt met uw vaderen, ten dage, als Ik hen uit Egypteland, uit het diensthuis uitvoerde, zeggende:
KJVThus saith2the LORD,3the God4of Israel;5I made7a covenant8with your fathers10in the day11that I brought them forth12out of the land14of Egypt,15out of the house16of bondmen,17saying,
1כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6אָנֹכִ֗יH595ik, mijI, me, [idiom] which7כָּרַ֤תִּֽיH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want8בְרִית֙H1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league9אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10אֲב֣וֹתֵיכֶ֔םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11בְּי֨וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12הוֹצִאִ֤יH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter13אוֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim16מִבֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)17עֲבָדִ֖יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant18לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
14Ten einde van zeven jaren zult gij laten gaan, een iegelijk zijn broeder, een Hebreer, die u zal verkocht zijn, en u zes jaren gediend heeft; gij zult hem dan van u laten vrijgaan; maar uw vaders hoorden niet naar Mij, en neigden hun oor niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Ten eindeH7093 van zevenH7651jarenH8141 zult gij latenH7971 gaan, een iegelijkH376 zijn broederH251, een HebreerH5680, dieH834 u zal verkochtH4376 zijn, en u zesH8337jarenH8141gediendH5647 heeft; gij zult hem dan van u laten vrijgaanH7971; maar uw vadersH1hoordenH8085nietH3808naarH413 Mij, en neigdenH5186 hun oorH241nietH3808.Ten einde van zeven jaren zult gij laten gaan, een iegelijk zijn broeder, een Hebreer, die u zal verkocht zijn, en u zes jaren gediend heeft; gij zult hem dan van u laten vrijgaan; maar uw vaders hoorden niet naar Mij, en neigden hun oor niet.
KJVAt the end1of seven2years3let ye go4every man5his brother7an Hebrew,8which hath been sold10unto thee; and when he hath served12thee six13years,14thou shalt let him go15free16from thee: but your fathers20hearkened19not unto me, neither inclined23their ear.
1מִקֵּ֣ץH7093einde, uiterste[phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process2שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)3שָׁנִ֡יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4תְּֽשַׁלְּח֡וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)5אִישׁ֩H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אָחִ֨יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8הָעִבְרִ֜יH5680Hebreen, Hebreer, HebreinnenHebrew(-ess, woman)9אֲשֶֽׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יִמָּכֵ֣רH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)11לְךָ֗12וַעֲבָֽדְךָ֙H5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,13שֵׁ֣שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth14שָׁנִ֔יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)15וְשִׁלַּחְתּ֥וֹH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)16חָפְשִׁ֖יH2670vrij, Afgezonderdfree, liberty17מֵֽעִמָּ֑ךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)18וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19שָׁמְע֤וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness20אֲבֽוֹתֵיכֶם֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'21אֵלַ֔יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)22וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without23הִטּ֖וּH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield24אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)25אָזְנָֽםH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show
15Gijlieden nu waart heden wedergekeerd, en hadt gedaan, dat recht is in Mijn ogen, vrijheid uitroepende, een iegelijk voor zijn naaste; en gij hadt een verbond gemaakt voor Mijn aangezicht, in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15GijliedenH859 nu waart hedenH3117wedergekeerdH7725, en hadtH6213 gedaan, dat rechtH3477 is in Mijn ogenH5869, vrijheidH1865uitroependeH7121, een iegelijkH376 voor zijn naasteH7453; en gij hadt een verbondH1285 gemaakt voor Mijn aangezichtH6440, in het huisH1004, datH834 naar Mijn NaamH8034genoemdH7121 is.Gijlieden nu waart heden wedergekeerd, en hadt gedaan, dat recht is in Mijn ogen, vrijheid uitroepende, een iegelijk voor zijn naaste; en gij hadt een verbond gemaakt voor Mijn aangezicht, in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is.
KJVAnd ye were now3turned,1and had done4right6in my sight,7in proclaiming8liberty9every man10to his neighbour;11and ye had made12a covenant13before14me in the house15which is called17by my name:
1וַתָּשֻׁ֨בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2אַתֶּ֜םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you3הַיּ֗וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4וַתַּעֲשׂ֤וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַיָּשָׁר֙H3477recht, oprechten, oprechteconvenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness)7בְּעֵינַ֔יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8לִקְרֹ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say9דְר֖וֹרH1865vrijheid, zuiversteliberty, pure10אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11לְרֵעֵ֑הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other12וַתִּכְרְת֤וּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want13בְרִית֙H1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league14לְפָנַ֔יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15בַּבַּ֕יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17נִקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say18שְׁמִ֖יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report19עָלָֽיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
16Maar gij zijt weder omgekeerd, en hebt Mijn Naam ontheiligd, en doen wederkomen, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, die gij hadt laten vrijgaan naar hun lust; en gij hebt hen ten ondergebracht, om ulieden te wezen tot knechten en tot maagden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Maar gij zijt weder omgekeerdH7725, en hebt Mijn NaamH8034ontheiligdH2490, en doen wederkomenH7725, een iegelijkH376 zijn knechtH5650, en een iegelijkH376 zijn maagdH8198, dieH834 gij hadt laten vrijgaanH7971 naar hun lustH5315; en gij hebt hen ten ondergebrachtH3533, om ulieden te wezenH1961 tot knechtenH5650 en tot maagdenH8198.Maar gij zijt weder omgekeerd, en hebt Mijn Naam ontheiligd, en doen wederkomen, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, die gij hadt laten vrijgaan naar hun lust; en gij hebt hen ten ondergebracht, om ulieden te wezen tot knechten en tot maagden.
KJVBut ye turned1and polluted2my name,4and caused every man6his servant,8and every man9his handmaid,11whom ye had set13at liberty14at their pleasure,15to return,5and brought them into subjection,16to be unto you for servants20and for handmaids.
1וַתָּשֻׁ֨בוּ֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2וַתְּחַלְּל֣וּH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4שְׁמִ֔יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report5וַתָּשִׁ֗בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6אִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8עַבְדּוֹ֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant9וְאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11שִׁפְחָת֔וֹH8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13שִׁלַּחְתֶּ֥םH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)14חָפְשִׁ֖יםH2670vrij, Afgezonderdfree, liberty15לְנַפְשָׁ֑םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it16וַתִּכְבְּשׁ֣וּH3533ondergebracht, onderworpen, onderwerpenbring into bondage, force, keep under, subdue, bring into subjection17אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18לִֽהְי֣וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use19לָכֶ֔ם20לַעֲבָדִ֖יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant21וְלִשְׁפָחֽוֹתH8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant
17Daarom zegt de HEERE alzo: Gijlieden hebt naar Mij niet gehoord, om vrijheid uit te roepen, een iegelijk voor zijn broeder, en een iegelijk voor zijn naaste; ziet, zo roep Ik uit tegen ulieden, spreekt de HEERE, een vrijheid ten zwaarde, ter pestilentie, en ten honger, en zal u overgeven ter beroering allen koninkrijken der aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17DaaromH3651zegtH559 de HEEREH3068 alzo: GijliedenH859 hebt naarH413 Mij nietH3808gehoordH8085, om vrijheidH1865 uit te roepenH7121, een iegelijk voor zijn broederH251, en een iegelijk voor zijn naasteH7453; zietH2005, zo roepH7121 Ik uit tegenH413 ulieden, spreektH5002 de HEEREH3068, een vrijheidH1865 ten zwaardeH2719, ter pestilentieH1698, en ten hongerH7458, en zal u overgevenH5414 ter beroeringH2189allenH3605koninkrijkenH4467 der aardeH776.Daarom zegt de HEERE alzo: Gijlieden hebt naar Mij niet gehoord, om vrijheid uit te roepen, een iegelijk voor zijn broeder, en een iegelijk voor zijn naaste; ziet, zo roep Ik uit tegen ulieden, spreekt de HEERE, een vrijheid ten zwaarde, ter pestilentie, en ten honger, en zal u overgeven ter beroering allen koninkrijken der aarde.
KJVTherefore thus saith3the LORD;4Ye have not hearkened7unto me, in proclaiming9liberty,10every one11to his brother,12and every man13to his neighbour:14behold, I proclaim16a liberty18for you, saith19the LORD,20to the sword,22to the pestilence,24and to the famine;26and I will make27you to be removed29into all the kingdoms31of the earth.
1לָכֵן֮H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָה֒H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אַתֶּם֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7שְׁמַעְתֶּ֣םH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness8אֵלַ֔יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9לִקְרֹ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say10דְר֔וֹרH1865vrijheid, zuiversteliberty, pure11אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12לְאָחִ֖יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'13וְאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14לְרֵעֵ֑הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other15הִנְנִ֣יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though16קֹרֵא֩H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say17לָכֶ֨ם18דְּר֜וֹרH1865vrijheid, zuiversteliberty, pure19נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith20יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)21אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)22הַחֶ֨רֶב֙H2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool23אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)24הַדֶּ֣בֶרH1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague25וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)26הָרָעָ֔בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger27וְנָתַתִּ֤יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield28אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)29לְזַעֲוָ֔הH2189beroering, beroerd[idiom] removed, trouble30לְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)31מַמְלְכ֥וֹתH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal32הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
18En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond hebben overtreden, die niet bevestigd hebben de woorden des verbonds, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, met het kalf, dat zij in tweeen hadden gehouwen, en waren tussen zijn stukken doorgegaan:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En Ik zal de mannenH582overgevenH5414, die Mijn verbondH1285 hebben overtredenH5674, die nietH3808bevestigdH6965 hebben de woordenH1697 des verbondsH1285, dat zij voor Mijn aangezichtH6440 gemaakt hadden, met het kalfH5695, datH834 zij in tweeenH8147 hadden gehouwenH3772, en waren tussenH996 zijn stukkenH1335doorgegaanH5674:En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond hebben overtreden, die niet bevestigd hebben de woorden des verbonds, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, met het kalf, dat zij in tweeen hadden gehouwen, en waren tussen zijn stukken doorgegaan:
KJVAnd I will give1the menthat have transgressed4my covenant,6which have not performed9the words11of the covenant12which they had made14before15me, when they cut18the calf16in twain,19and passed20between the parts
1וְנָתַתִּ֣יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָאֲנָשִׁ֗יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4הָעֹֽבְרִים֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בְּרִתִ֔יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league7אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9הֵקִ֨ימוּ֙H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12הַבְּרִ֔יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14כָּרְת֖וּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want15לְפָנָ֑יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16הָעֵ֨גֶל֙H5695kalf, kalveren, kalfsbullock, calf17אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18כָּרְת֣וּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want19לִשְׁנַ֔יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two20וַיַּעַבְר֖וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath21בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within22בְּתָרָֽיוH1335stukken, deelpart, piece
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
19De vorsten van Juda, en de vorsten van Jeruzalem, de kamerlingen, en de priesteren, en al het volk des lands, die door de stukken des kalfs zijn doorgegaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19De vorstenH8269 van JudaH3063, en de vorstenH8269 van JeruzalemH3389, de kamerlingenH5631, en de priesterenH3548, en alH3605 het volkH5971 des landsH776, die door de stukkenH1335 des kalfsH5695 zijn doorgegaanH5674.De vorsten van Juda, en de vorsten van Jeruzalem, de kamerlingen, en de priesteren, en al het volk des lands, die door de stukken des kalfs zijn doorgegaan.
KJVThe princes1of Judah,2and the princes3of Jerusalem,4the eunuchs,5and the priests,6and all the people8of the land,9which passed10between the parts12of the calf;
1שָׂרֵ֨יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward2יְהוּדָ֜הH3063JudaJudah3וְשָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward4יְרוּשָׁלִַ֗םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem5הַסָּֽרִסִים֙H5631kamerlingen, hovelingen, kamerlingchamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס)6וְהַכֹּ֣הֲנִ֔יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer7וְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8עַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10הָעֹ֣בְרִ֔יםH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath11בֵּ֖יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within12בִּתְרֵ֥יH1335stukken, deelpart, piece13הָעֵֽגֶלH5695kalf, kalveren, kalfsbullock, calf
20Ja, Ik zal hen overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Ja, Ik zal hen overgevenH5414 in de handH3027 hunner vijandenH341, en in de handH3027 dergenen, die hun zielH5315zoekenH1245; en hun dode lichamenH5038 zullen het gevogelteH5775 des hemelsH8064 en het gedierteH929 der aardeH776 tot spijzeH3978zijnH1961.Ja, Ik zal hen overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn.
KJVI will even give1them into the hand3of their enemies,4and into the hand5of them that seek6their life:7and their dead bodies9shall be for meat10unto the fowls11of the heaven,12and to the beasts13of the earth.
21Zelfs Zedekia, den koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het heir des konings van Babel, die van ulieden nu zijn opgetogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Zelfs ZedekiaH6667, den koningH4428 van JudaH3063, en zijn vorstenH8269, zal Ik overgevenH5414 in de handH3027 hunner vijandenH341, en in de handH3027 dergenen, die hun zielH5315zoekenH1245, te weten, in de handH3027 van het heirH2428 des koningsH4428 van BabelH894, die van ulieden nu zijn opgetogenH5927.Zelfs Zedekia, den koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het heir des konings van Babel, die van ulieden nu zijn opgetogen.
KJVAnd Zedekiah2king3of Judah4and his princes6will I give7into the hand8of their enemies,9and into the hand10of them that seek11their life,12and into the hand13of the king15of Babylon's16army,14which are gone up
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2צִדְקִיָּ֨הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah3מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4יְהוּדָ֜הH3063JudaJudah5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6שָׂרָ֗יוH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward7אֶתֵּן֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8בְּיַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9אֹֽיְבֵיהֶ֔םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe10וּבְיַ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11מְבַקְשֵׁ֣יH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)12נַפְשָׁ֑םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it13וּבְיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14חֵ֚ילH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)15מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal16בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon17הָעֹלִ֖יםH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work18מֵעֲלֵיכֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
22Ziet, Ik zal bevel geven, spreekt de HEERE, en zal hen weder tot deze stad brengen, en zij zullen tegen haar strijden, en zullen ze innemen, en zullen ze met vuur verbranden; en Ik zal de steden van Juda stellen tot een verwoesting, dat er niemand in wone.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22ZietH2005, Ik zal bevelH6680 geven, spreektH5002 de HEEREH3068, en zal hen weder totH413dezeH2063stadH5892brengenH7725, en zij zullen tegen haar strijdenH3898, en zullen ze innemenH3920, en zullen ze met vuurH784verbrandenH8313; en Ik zal de stedenH5892 van JudaH3063stellenH5414 tot een verwoestingH8077, dat er niemandH369 in woneH3427.Ziet, Ik zal bevel geven, spreekt de HEERE, en zal hen weder tot deze stad brengen, en zij zullen tegen haar strijden, en zullen ze innemen, en zullen ze met vuur verbranden; en Ik zal de steden van Juda stellen tot een verwoesting, dat er niemand in wone.
KJVBehold, I will command,2saith3the LORD,4and cause them to return5to this city;7and they shall fight9against it, and take11it, and burn12it with fire:13and I will make17the cities15of Judah16a desolation18without an inhabitant.
1הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though2מְצַוֶּ֜הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order3נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וַהֲשִׁ֨בֹתִ֜יםH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הָעִ֤ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8הַזֹּאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus9וְנִלְחֲמ֣וּH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)10עָלֶ֔יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11וּלְכָד֖וּהָH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take12וּשְׂרָפֻ֣הָH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly13בָאֵ֑שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot14וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15עָרֵ֧יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town16יְהוּדָ֛הH3063JudaJudah17אֶתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield18שְׁמָמָ֖הH8077verwoesting, woest, woeste(laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste19מֵאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)20יֹשֵֽׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 34:1— Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE (als Nebukadrezar, koning van Babel, en zijn ganse heir, en alle koninkrijken der aarde, die onder de heerschappij zijner hand waren, en al de volken tegen Jeruzalem streden, en tegen al haar steden), zeggende:Jeremia 1:15→Daniël 2:37→Jeremia 32:2→2 Kronieken 36:12→Jeremia 34:7→Daniël 4:1→Jeremia 27:5→Jeremia 52:4→
Jeremia 34:2— Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ga henen en spreek tot Zedekia, den koning van Juda, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze met vuur verbranden.Jeremia 21:10→Jeremia 34:22→Jeremia 37:8→Jeremia 22:1→Jeremia 32:3→2 Kronieken 36:11→Jeremia 21:4→Jeremia 38:23→
Jeremia 34:3— En gij zult van zijn hand niet ontkomen, maar zekerlijk gegrepen, en in zijn hand gegeven worden; en uw ogen zullen de ogen des konings van Babel zien, en zijn mond zal tot uw mond spreken, en gij zult te Babel komen.Jeremia 32:4→Jeremia 21:7→Jeremia 34:21→2 Koningen 25:4→Ezechiël 21:25→Jeremia 52:7→Jeremia 37:17→Ezechiël 12:13→
Jeremia 34:5— Gij zult sterven in vrede, en naar de brandingen van uw vaderen, de vorige koningen, die voor u geweest zijn, alzo zullen zij over u branden, en u beklagen, zeggende: Och heer! want Ik heb het woord gesproken, spreekt de HEERE.Jeremia 22:18→2 Kronieken 16:14→Klaagliederen 4:20→2 Koningen 22:20→2 Kronieken 34:28→Daniël 2:46→2 Kronieken 21:19→Ezechiël 17:16→
Jeremia 34:6— En de profeet Jeremia sprak al deze woorden tot Zedekia, den koning van Juda, te Jeruzalem.1 Samuël 15:16→1 Samuël 3:18→Ezechiël 2:7→Handelingen 20:27→1 Koningen 21:19→Mattheüs 14:4→2 Samuël 12:7→1 Koningen 22:14→
Jeremia 34:7— Als het heir des konings van Babel streed tegen Jeruzalem, en tegen al de overgeblevene steden van Juda, tegen Lachis en tegen Azeka; want deze, zijnde vaste steden, waren overgebleven onder de steden van Juda.Jozua 10:3→2 Kronieken 11:5→Jeremia 4:5→2 Koningen 18:13→Jozua 15:35→2 Kronieken 27:4→Jeremia 34:1→2 Koningen 19:8→
Jeremia 34:8— Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, nadat de koning Zedekia een verbond gemaakt had met het ganse volk, dat te Jeruzalem was, om vrijheid voor hen uit te roepen.Leviticus 25:10→Jeremia 34:17→2 Koningen 11:17→Nehemia 5:1→Leviticus 25:39→Jesaja 61:1→2 Koningen 23:2→Jeremia 34:14→
Jeremia 34:9— Dat een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, zijnde een Hebreer of een Hebreinne, zou laten vrijgaan; zodat niemand zich van hen, van een Jood, zijn broeder, zou doen dienen.Genesis 14:13→Exodus 2:6→Jeremia 27:7→Jeremia 25:14→1 Samuël 4:9→1 Samuël 4:6→1 Samuël 14:11→Exodus 3:18→
Jeremia 34:10— Nu hoorden al de vorsten en al het volk, die het verbond hadden ingegaan, dat zij, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd zouden laten vrijgaan, zodat zij zich niet meer van hen zouden doen dienen; zij hoorden dan, en lieten hen gaan;Jeremia 26:16→Jeremia 26:10→Jeremia 38:4→Jeremia 36:24→Jesaja 29:13→Jeremia 3:10→Jeremia 36:12→Markus 6:20→
Jeremia 34:11— Maar zij keerden daarna wederom, en deden de knechten en maagden wederkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen ten onder tot knechten en tot maagden.1 Samuël 24:19→Hosea 7:16→Mattheüs 12:43→Spreuken 26:11→Psalmen 36:3→Exodus 8:8→Exodus 8:15→Sefanja 1:6→
Jeremia 34:13— Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb een verbond gemaakt met uw vaderen, ten dage, als Ik hen uit Egypteland, uit het diensthuis uitvoerde, zeggende:Richteren 6:8→Jozua 24:17→Deuteronomium 5:2→Exodus 24:3→Jeremia 31:32→Exodus 24:7→Deuteronomium 5:27→Exodus 13:14→
Jeremia 34:14— Ten einde van zeven jaren zult gij laten gaan, een iegelijk zijn broeder, een Hebreer, die u zal verkocht zijn, en u zes jaren gediend heeft; gij zult hem dan van u laten vrijgaan; maar uw vaders hoorden niet naar Mij, en neigden hun oor niet.Deuteronomium 15:12→1 Koningen 9:22→1 Samuël 8:7→2 Koningen 17:13→Jeremia 32:30→2 Kronieken 36:16→Romeinen 7:24→Jesaja 50:1→
Jeremia 34:15— Gijlieden nu waart heden wedergekeerd, en hadt gedaan, dat recht is in Mijn ogen, vrijheid uitroepende, een iegelijk voor zijn naaste; en gij hadt een verbond gemaakt voor Mijn aangezicht, in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is.Jeremia 34:8→2 Koningen 23:3→Jeremia 7:10→Nehemia 10:29→2 Koningen 12:2→2 Koningen 10:30→Psalmen 119:106→Mattheüs 15:8→
Jeremia 34:16— Maar gij zijt weder omgekeerd, en hebt Mijn Naam ontheiligd, en doen wederkomen, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, die gij hadt laten vrijgaan naar hun lust; en gij hebt hen ten ondergebracht, om ulieden te wezen tot knechten en tot maagden.Leviticus 19:12→Ezechiël 3:20→Jeremia 34:11→Ezechiël 18:24→Exodus 20:7→1 Samuël 15:11→Mattheüs 18:28→Maleachi 1:12→
Jeremia 34:17— Daarom zegt de HEERE alzo: Gijlieden hebt naar Mij niet gehoord, om vrijheid uit te roepen, een iegelijk voor zijn broeder, en een iegelijk voor zijn naaste; ziet, zo roep Ik uit tegen ulieden, spreekt de HEERE, een vrijheid ten zwaarde, ter pestilentie, en ten honger, en zal u overgeven ter beroering allen koninkrijken der aarde.Mattheüs 7:2→Deuteronomium 28:25→Galaten 6:7→Jeremia 29:18→Daniël 6:24→Jeremia 32:24→Deuteronomium 28:64→Esther 7:10→
Jeremia 34:18— En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond hebben overtreden, die niet bevestigd hebben de woorden des verbonds, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, met het kalf, dat zij in tweeen hadden gehouwen, en waren tussen zijn stukken doorgegaan:Genesis 15:10→Hosea 6:7→Deuteronomium 17:2→Hosea 8:1→Genesis 15:17→Psalmen 50:1→Jozua 23:16→Jozua 7:11→
Jeremia 34:19— De vorsten van Juda, en de vorsten van Jeruzalem, de kamerlingen, en de priesteren, en al het volk des lands, die door de stukken des kalfs zijn doorgegaan.Jeremia 34:10→Jeremia 29:2→Sefanja 3:3→2 Koningen 24:15→Jeremia 38:7→Daniël 9:12→Ezechiël 22:27→Daniël 9:6→
Jeremia 34:20— Ja, Ik zal hen overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn.Jeremia 7:33→Jeremia 11:21→Jeremia 19:7→Jeremia 16:4→Jeremia 21:7→Jeremia 22:25→1 Samuël 17:46→1 Samuël 17:44→
Jeremia 34:21— Zelfs Zedekia, den koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het heir des konings van Babel, die van ulieden nu zijn opgetogen.Jeremia 39:6→Jeremia 52:24→Ezechiël 17:16→2 Koningen 25:18→Jeremia 52:10→Jeremia 37:5→Jeremia 32:4→Jeremia 34:3→
Jeremia 34:22— Ziet, Ik zal bevel geven, spreekt de HEERE, en zal hen weder tot deze stad brengen, en zij zullen tegen haar strijden, en zullen ze innemen, en zullen ze met vuur verbranden; en Ik zal de steden van Juda stellen tot een verwoesting, dat er niemand in wone.Jeremia 9:11→Jeremia 39:1→Jeremia 39:8→Jeremia 33:10→Jeremia 44:22→Jeremia 52:7→Jeremia 52:13→Klaagliederen 1:1→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 34 vers 1— Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE (als Nebukadrezar, koning van Babel, en zijn ganse heir, en alle koninkrijken der aarde, die onder de heerschappij zijner hand waren, en al de volken tegen Jeruzalem streden, en tegen al haar steden), zeggende:
Nebukadnezar,
Anders in dit boek, en bij Ezechiël meest genoemd Nebukadnezar.
Hertaald:Nebukadnezar,
Elders in dit boek en bij Ezechiël meestal Nebukadnezar genoemd.
Jeremia 34 vers 3— En gij zult van zijn hand niet ontkomen, maar zekerlijk gegrepen, en in zijn hand gegeven worden; en uw ogen zullen de ogen des konings van Babel zien, en zijn mond zal tot uw mond spreken, en gij zult te Babel komen.
zekerlijk gegrepen,
Hebreeuws, grijpende gegrepen worden.
Hertaald:zekerlijk gegrepen,
Hebreeuws: grijpend gegrepen worden.
ogen zullen de ogen des konings van Babel zien,
Vergelijk boven Jer. 32:4 , en onder Jer. 52:9-11 .
Hertaald:ogen zullen de ogen des konings van Babel zien,
Vergelijk hierboven Jer. 32:4 en hieronder Jer. 52:9-11.
Jeremia 34 vers 4— Maar hoor des HEEREN woord, o Zedekia, koning van Juda! zo zegt de HEERE van u: Gij zult door het zwaard niet sterven.
Gij zult door het zwaard niet sterven
Vergelijk boven Jer. 32:5 , met de aantekening.
Hertaald:Gij zult door het zwaard niet sterven
Vergelijk hierboven Jer. 32:5 met de aantekening.
Jeremia 34 vers 5— Gij zult sterven in vrede, en naar de brandingen van uw vaderen, de vorige koningen, die voor u geweest zijn, alzo zullen zij over u branden, en u beklagen, zeggende: Och heer! want Ik heb het woord gesproken, spreekt de HEERE.
naar de brandingen
Of, met de brandingen; dat is, gelijk men uwe voorzaten bij hunne begrafenis vereerd heeft met vuren of het branden van allerlei kostelijke specerijen, alzo zal u ook geschieden. Zie hiervan 2 Kron. 16:14 , met de aantekening.
Hertaald:naar de brandingen
Of: met de brandingen — dat is: zoals men uw voorvaders bij hun begrafenis geëerd heeft met vuren of met het branden van allerlei kostbare specerijen, zo zal het ook u gaan. Zie hierover 2 Kron. 16:14 met de aantekening.
Jeremia 34 vers 7— Als het heir des konings van Babel streed tegen Jeruzalem, en tegen al de overgeblevene steden van Juda, tegen Lachis en tegen Azeka; want deze, zijnde vaste steden, waren overgebleven onder de steden van Juda.
Als het heir des konings van Babel
Hiermede wordt te kennen gegeven de gehoorzaamheid, godzalige vrijmoedigheid en het vertrouwen van Jeremia, die niet geschroomd heeft in zulke gelegenheid van zaken den koning Zedekia aan te zeggen hetgeen hem van God belast was.
Hertaald:Als het heir des konings van Babel
Hiermee wordt de gehoorzaamheid, de godzalige vrijmoedigheid en het vertrouwen van Jeremia te kennen gegeven: hij schrok er in zulke omstandigheden niet voor terug koning Zedekia aan te zeggen wat God hem opgedragen had.
Lachis
Zie 2 Kon. 14:19 .
Hertaald:Lachis
Zie 2 Kon. 14:19.
Azeka;
Zie 1 Sam. 17:1 .
Hertaald:Azeka;
Zie 1 Sam. 17:1.
vaste steden,
Hebreeuws, steden der vesting.
Hertaald:vaste steden,
Hebreeuws: steden van de vesting.
Jeremia 34 vers 8— Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, nadat de koning Zedekia een verbond gemaakt had met het ganse volk, dat te Jeruzalem was, om vrijheid voor hen uit te roepen.
gemaakt had
Zie de manier van dit verbondmaken onder vs.18,19, en vergelijk Gen. 15:17-18 .
Hertaald:gemaakt had
Zie de wijze waarop dit verbond gesloten werd hieronder in vers 18 en 19, en vergelijk Gen. 15:17-18.
ganse volk,
Versta, allen die dienstboden hadden.
Hertaald:ganse volk,
Versta: allen die dienstboden hadden.
voor hen uit te roepen
Te weten, alle knechten en maagden, in het zevende jaar, volgens de wet, onder vs.13,14. Dit deed Zedekia om door dit uiterlijk werk van gehoorzaamheid verlossing en overwinning van God te verkrijgen, maar hoe zij het, naar de wijze van de huichelaars, hebben gemeend en onderhouden, wordt in het volgende verhaald.
Hertaald:voor hen uit te roepen
Namelijk: voor alle knechten en slavinnen, in het zevende jaar, volgens de wet, hieronder vers 13 en 14. Zedekia deed dit om door dit uiterlijke werk van gehoorzaamheid verlossing en overwinning van God te verkrijgen; maar hoe zij het naar de gewoonte van huichelaars bedoeld en gehouden hebben, wordt in het vervolg verhaald.
Jeremia 34 vers 9— Dat een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, zijnde een Hebreer of een Hebreinne, zou laten vrijgaan; zodat niemand zich van hen, van een Jood, zijn broeder, zou doen dienen.
doen dienen
Zie boven Jer. 22:13 .
Hertaald:doen dienen
Zie hierboven Jer. 22:13.
Jeremia 34 vers 10— Nu hoorden al de vorsten en al het volk, die het verbond hadden ingegaan, dat zij, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd zouden laten vrijgaan, zodat zij zich niet meer van hen zouden doen dienen; zij hoorden dan, en lieten hen gaan;
hoorden al de vorsten
Dat is, gehoorzaamden, gelijk terstond wederom en elders dikwijls.
Hertaald:hoorden al de vorsten
Dat is: gehoorzaamden, zoals meteen daarna weer, en elders vaak.
Jeremia 34 vers 11— Maar zij keerden daarna wederom, en deden de knechten en maagden wederkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen ten onder tot knechten en tot maagden.
wederkomen,
Tot hun vorigen dienst, alzo vs.16. Dit schijnen zij gedaan te hebben omdat de Babyloniërs van Jeruzalem aftrokken tegen de Egyptenaars, zichzelven ijdellijk inbeeldende dat zij het gevaar alleen waren ontkomen, waar zij integendeel Gods toorn opnieuw verwekten; zie onder vs.21-22.
Hertaald:wederkomen,
Tot hun vorige dienst, zo ook in vers 16. Dit lijken zij gedaan te hebben omdat de Babyloniërs van Jeruzalem wegtrokken tegen de Egyptenaren, terwijl zij zich ten onrechte inbeeldden dat zij het gevaar zonder meer ontkomen waren — en terwijl zij juist Gods toorn opnieuw opwekten; zie hieronder vers 21-22.
Jeremia 34 vers 13— Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb een verbond gemaakt met uw vaderen, ten dage, als Ik hen uit Egypteland, uit het diensthuis uitvoerde, zeggende:
diensthuis uitvoerde,
Hebreeuws, huis der dienstknechten.
Hertaald:diensthuis uitvoerde,
Hebreeuws: huis van de dienstknechten.
Jeremia 34 vers 14— Ten einde van zeven jaren zult gij laten gaan, een iegelijk zijn broeder, een Hebreer, die u zal verkocht zijn, en u zes jaren gediend heeft; gij zult hem dan van u laten vrijgaan; maar uw vaders hoorden niet naar Mij, en neigden hun oor niet.
verkocht zijn,
Of, die zich aan u verkocht zal hebben.
Hertaald:verkocht zijn,
Of: die zich aan u verkocht zal hebben.
Jeremia 34 vers 15— Gijlieden nu waart heden wedergekeerd, en hadt gedaan, dat recht is in Mijn ogen, vrijheid uitroepende, een iegelijk voor zijn naaste; en gij hadt een verbond gemaakt voor Mijn aangezicht, in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is.
wedergekeerd,
Of, hadt u bekeerd; te weten naar het uiterlijk aanzien, zoveel het uiterlijk werk aangaat.
Hertaald:wedergekeerd,
Of: had u zich bekeerd, namelijk naar het uiterlijk aanzien, voor zover het de uiterlijke daad betreft.
naar Mijn Naam genoemd is
Zie boven Jer. 7:10 . Versta, den tempel.
Hertaald:naar Mijn Naam genoemd is
Zie hierboven Jer. 7:10. Versta: de tempel.
Jeremia 34 vers 16— Maar gij zijt weder omgekeerd, en hebt Mijn Naam ontheiligd, en doen wederkomen, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, die gij hadt laten vrijgaan naar hun lust; en gij hebt hen ten ondergebracht, om ulieden te wezen tot knechten en tot maagden.
Naam ontheiligd,
Dien gij in den eed van het verbond gebruikt hebt.
Hertaald:Naam ontheiligd,
Die u bij de eed van het verbond gebruikt hebt.
wederkomen,
Gelijk vs.11.
Hertaald:wederkomen,
Zoals in vers 11.
lust;
Of, begeerte, wens, welgevallen, wil. Hebreeuws, ziel; zie Ps. 27:12 . Anders: voor henzelven, voor hunne personen; dat is, om hun zelfs eigen en vrij te zijn.
Hertaald:lust;
Of: begeerte, wens, welgevallen, wil. Hebreeuws: ziel; zie Ps. 27:12. Anders: voor henzelf, voor hun eigen persoon — dat is: om hun eigen baas en vrij te zijn.
Jeremia 34 vers 17— Daarom zegt de HEERE alzo: Gijlieden hebt naar Mij niet gehoord, om vrijheid uit te roepen, een iegelijk voor zijn broeder, en een iegelijk voor zijn naaste; ziet, zo roep Ik uit tegen ulieden, spreekt de HEERE, een vrijheid ten zwaarde, ter pestilentie, en ten honger, en zal u overgeven ter beroering allen koninkrijken der aarde.
vrijheid ten zwaarde,
Een aardige verandering of omkering der woorden van vrijheid uit te roepen, tevoren ten goede, maar hier ten kwade; dat is, tot straf, die God door zijn rechtvaardig oordeel over hen wil uitvoeren en onder hen laten woeden. Sommigen stellen, aan het zwaard, enz. Alsof God zeide: Ik zal het zwaard, de pestilentie, enz. vrijheid geven om onder ulieden te woeden.
Hertaald:vrijheid ten zwaarde,
Een aardige omkering van de woorden vrijheid uitroepen: tevoren ten goede, maar hier ten kwade, dat is: tot straf, die God door Zijn rechtvaardig oordeel over hen wil uitvoeren en onder hen wil laten woeden. Sommigen lezen: aan het zwaard, enzovoort — alsof God zei: Ik zal het zwaard, de pest, enzovoort vrijheid geven om onder u te woeden.
beroering allen koninkrijken der aarde
Zie Deut. 28:25 .
Hertaald:beroering allen koninkrijken der aarde
Zie Deut. 28:25.
Jeremia 34 vers 18— En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond hebben overtreden, die niet bevestigd hebben de woorden des verbonds, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, met het kalf, dat zij in tweeen hadden gehouwen, en waren tussen zijn stukken doorgegaan:
bevestigd hebben de woorden des verbonds,
Metterdaad niet volbracht, niet gehouden hebben. Hebreeuws eigenlijk, niet hebben doen rijzen, of opstaan; zie Deut. 27:26 , en onder Jer. 35:14 .
Hertaald:bevestigd hebben de woorden des verbonds,
Metterdaad niet uitgevoerd, niet gehouden hebben. Hebreeuws eigenlijk: niet hebben doen oprijzen of opstaan; zie Deut. 27:26 en hieronder Jer. 35:14.
met het kalf,
Anders: [gelijk] het kalf, enz. dat is, Ik zal hen in stukken doen scheuren door het gevogelte, enz. gelijk vs.20.
Hertaald:met het kalf,
Anders: zoals het kalf, enzovoort — dat is: Ik zal hen door het gevogelte in stukken laten scheuren, enzovoort, zoals in vers 20.
tweeën hadden gehouwen,
Zie Gen. 15:17-18 .
Hertaald:tweeën hadden gehouwen,
Zie Gen. 15:17-18.
Jeremia 34 vers 19— De vorsten van Juda, en de vorsten van Jeruzalem, de kamerlingen, en de priesteren, en al het volk des lands, die door de stukken des kalfs zijn doorgegaan.
kamerlingen,
Of, hovelingen; zie Gen. 37:36 .
Hertaald:kamerlingen,
Of: hovelingen; zie Gen. 37:36.
Jeremia 34 vers 20— Ja, Ik zal hen overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn.
ziel zoeken,
Dat is, die naar hun leven staan. Zie Ex. 4:19 ; 2 Sam. 4:8 ; alzo in vs.21.
Hertaald:ziel zoeken,
Dat is: die naar hun leven staan. Zie Ex. 4:19 en 2 Sam. 4:8; zo ook in vers 21.
dode lichamen
Hebreeuws, dood lichaam; gelijk boven Jer. 7:33 .
Hertaald:dode lichamen
Hebreeuws: dood lichaam; zoals hierboven Jer. 7:33.
Jeremia 34 vers 21— Zelfs Zedekia, den koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het heir des konings van Babel, die van ulieden nu zijn opgetogen.
van ulieden nu zijn opgetogen
Dat is, van Jeruzalem afgetogen, opgetrokken, [zie boven vs.11, en onder Jer. 37:5 , Jer. 37:11 ] , tegen den koning van Egypte, die tot hulp van Zedekia in aantocht was.
Hertaald:van ulieden nu zijn opgetogen
Dat is: van Jeruzalem weggetrokken, opgebroken (zie hierboven vers 11 en hieronder Jer. 37:5 en Jer. 37:11), tegen de koning van Egypte die in aantocht was om Zedekia te hulp te komen.
Jeremia 34 vers 22— Ziet, Ik zal bevel geven, spreekt de HEERE, en zal hen weder tot deze stad brengen, en zij zullen tegen haar strijden, en zullen ze innemen, en zullen ze met vuur verbranden; en Ik zal de steden van Juda stellen tot een verwoesting, dat er niemand in wone.
bevel geven,
Dat is, Ik zal door mijne voorzienigheid en regering beschikken dat de Chaldeën wederkomen. Vergelijk Lev. 25:21 , en boven Jer. 25:29 ; Am. 6:11 , en Am. 9:9 .
Hertaald:bevel geven,
Dat is: Ik zal door Mijn voorzienigheid en bestuur beschikken dat de Chaldeeën terugkomen. Vergelijk Lev. 25:21 en hierboven Jer. 25:29, en Amos 6:11 en Amos 9:9.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het verbond bij het doorgesneden kalf — slaven worden vrijgelaten en daarna weer teruggehaald (Jer. 34:8-22)
Koning Zedekia sluit een verbond met het volk "om vrijheid voor hen uit te roepen": iedere Hebreeuwse slaaf en slavin moest vrijuit gaan (Jer. 34:8-9). Het gebeurt ook: zij hoorden en lieten hen gaan (Jer. 34:10). "Maar zij keerden daarna wederom, en deden de knechten en maagden wederkomen, die zij hadden laten vrijgaan" (Jer. 34:11). Het oordeel sluit aan bij hun eigen woord: "Gijlieden hebt naar Mij niet gehoord, om vrijheid uit te roepen, een iegelijk voor zijn broeder" (Jer. 34:17). En dan volgt in datzelfde vers: "zo roep Ik uit tegen ulieden, spreekt de HEERE, een vrijheid ten zwaarde". En het verwijst naar de vorm van hun eed: zij hadden een kalf in tweeën gehouwen en waren tussen de stukken doorgegaan (Jer. 34:18-19).
Bijbelse betekenis: Merk op wat er goed ging en wat er misging. Zij deden wat de wet al eeuwen vroeg — een Hebreeuwse slaaf moest in het zevende jaar vrij (Ex. 21:2) — en zij deden het onder ede. En toen de belegering even opgehouden had, haalden zij hun mensen terug. Wat verweten wordt is niet dat zij het nooit deden, maar dat zij het terugdraaiden. Let vervolgens op de vorm van hun eed. Wie tussen de helften van een geslacht dier doorging, zei daarmee: zo moge het mij vergaan als ik dit verbond breek. Dat is de plechtigste eed die de oudheid kende, en dezelfde vorm staat bij het verbond met Abram (reeds behandeld bij Gen. 15:17). Let ten slotte op het woordspel in het oordeel. Zij weigerden vrijheid uit te roepen; God roept een vrijheid uit, maar dan ten zwaarde. Wat men de naaste onthoudt, komt in het oordeel terug in dezelfde vorm.
Typologie: Jakobus zegt hetzelfde over het oordeel dat naar de eigen maat komt: "een onbarmhartig oordeel zal gaan over dengene, die geen barmhartigheid gedaan heeft" (Jak. 2:13). En de Heere Jezus vertelt van de dienstknecht die zelf kwijtgescholden werd en zijn medeknecht niet spaarde (Matt. 18:32-33).
Jer. 34:8-22; Ex. 21:2; Gen. 15:17; Jak. 2:13; Matt. 18:32-33
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het verbondniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Tussen de stukken doorgegaan — 34:8-20
Jeruzalem wordt belegerd, en in die nood sluiten koning Zedekia en het volk een verbond: alle Hebreeuwse slaven zullen worden vrijgelaten, zoals de wet allang voorschreef. Zij doen het ook. En zodra het beleg tijdelijk opgeheven wordt, halen zij hen terug.
Bij het sluiten van dat verbond werd een kalf in tweeën gehouwen en liep men tussen de stukken door — en Jeremia legt uit wat dat betekende.
De gebeurtenis zelf is al schrijnend genoeg. Onder de druk van het beleg wordt er een plechtig verbond gesloten in het huis des HEEREN: iedere Hebreeuwse slaaf gaat vrij. Zodra de Chaldeeën even wegtrekken, worden dezelfde mensen weer opgehaald en tot dienstbaarheid gedwongen. Wat God daarover zegt is zwaar, maar het is de manier waarop Hij het zegt die dit hoofdstuk bijzonder maakt.
Hij noemt namelijk het ritueel waarmee zij dat verbond bekrachtigd hadden. Zij hadden een kalf in tweeën gehouwen en waren tussen zijn stukken doorgegaan. En dat is de enige plaats in de Bijbel waar dat gebruik zó wordt uitgelegd dat men begrijpt wat men deed.
In het Hebreeuws zegt men niet een verbond sluiten maar een verbond snijden. Waarom, daarover lopen de verklaringen uiteen, maar zij hangt vrijwel zeker samen met het offer dat bij de bekrachtiging hoorde: er werd een dier voor het verbond gesneden. De uitdrukking bleef zelfs in gebruik wanneer er helemaal geen offer aan te pas kwam. Toen David met Abner een overeenkomst sloot, sneed hij naar de letter van het Hebreeuws een verbond met hem.
Wat het doorlopen tussen de helften betekende, is niet met zekerheid te zeggen. Een veelgehoorde uitleg is dat de twee helften de twee partijen voorstellen, en dat het doorlopen de verzoening en de gemeenschap tussen hen uitbeeldt: wij zijn nu één zaak. Anderen horen er een zelfvervloeking in — moge mij gebeuren wat dit dier is overkomen als ik dit verbond breek. Beide lezingen staan naast elkaar, en de Schrift kiest niet.
Maar juist daarom is er één plaats waar dit alles op uitkomt. Toen God Zijn verbond met Abram bekrachtigde, werden de dieren eveneens in tweeën gesneden en tegenover elkaar gelegd. Abram viel in een diepe slaap, en toen het donker geworden was ging er een rokende oven en een vurige fakkel tussen die stukken door. Abram niet. God alleen.
Wie dat naast Jeremia 34 legt, ziet wat daar gebeurde. Bij een gewoon verbond lopen beide partijen door de stukken. Bij het verbond met Abraham heeft God alleen gelopen. De vloek die op het breken van dat verbond stond, nam Hij daarmee geheel op Zich. Abraham heeft haar niet hoeven dragen.
De mannen van Jeremia 34 hadden hun verbond gebroken en kregen te horen dat het hun bloed zou kosten. Van het verbond dat God met Zijn volk sloot geldt dat het óók gebroken is, en dat Hij Zelf de stukken is doorgegaan. Paulus zegt in gewone taal wat dat gekost heeft: Christus heeft ons verlost van de vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons.
Jeremia 34:8-11 — Onder het beleg gaan de slaven vrij; zodra het gevaar wijkt, worden zij teruggehaald.
Jeremia 34:18 — Het verbond was bekrachtigd met een kalf, in tweeën gehouwen.
Jeremia 34:19 — Vorsten, priesters en volk waren tussen die stukken doorgegaan.
Genesis 15:9-17 — Bij Abram gingen de dieren ook in tweeën — maar hij liep er niet doorheen.
Genesis 15:17 — Een rokende oven en een vurige fakkel gingen tussen die stukken door.
Galaten 3:13 — Christus heeft ons verlost van de vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons.
In het Nieuwe Testament: Galaten 3:13; Hebreeën 9:15-17; Genesis 15:9-18; Hebreeën 6:13-18; Lukas 22:20
Hoever dit reikt: Dat een verbond in het Hebreeuws gesneden wordt en dat het offer daarbij hoort, is een gegeven van de taal. Wat het doorlopen tussen de stukken precies uitbeeldde, staat nergens uitgelegd; er zijn verschillende verklaringen in omloop en die staan hier alle naast elkaar. Het verband met Genesis 15 rust op de gelijkenis van het ritueel, en dat in Genesis 15 alleen God tussen de stukken doorgaat, staat er met zoveel woorden. De gevolgtrekking die daaruit getrokken wordt is verantwoord, maar zij blijft een gevolgtrekking.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
V. Vs. 1-7.KruisverwijzingenJeremia 32:4→Jeremia 22:18→2 Kronieken 16:14→Jozua 10:3→Jeremia 1:15→Jeremia 21:10→Jeremia 34:22→Jeremia 21:7→ — Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE (als Nebukadrezar, koning van Babel, en zijn ganse heir, en alle koninkrijken der aarde, die onder de heerschappij zijner hand waren, en al de volken tegen Jeruzalem streden, en tegen al haar steden), zeggende: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ga henen en spreek tot Zedekia, den koning van Juda, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze met vuur verbranden. En gij zult van zijn hand niet ontkomen, maar zekerlijk gegrepen, en in zijn hand gegeven worden; en uw ogen zullen de ogen des konings van Babel zien, en zijn mond zal tot uw mond spreken, en gij zult te Babel komen. Maar hoor des HEEREN woord, o Zedekia, koning van Juda! zo zegt de HEERE van u: Gij zult door het zwaard niet sterven. Gij zult sterven in vrede, en naar de brandingen van uw vaderen, de vorige koningen, die voor u geweest zijn, alzo zullen zij over u branden, en u beklagen, zeggende: Och heer! want Ik heb het woord gesproken, spreekt de HEERE. En de profeet Jeremia sprak al deze woorden tot Zedekia, den koning van Juda, te Jeruzalem. Als het heir des konings van Babel streed tegen Jeruzalem, en tegen al de overgeblevene steden van Juda, tegen Lachis en tegen Azeka; want deze, zijnde vaste steden, waren overgebleven onder de steden van Juda. Als aanhangsel tot de twee vorige hoofdstukken wordt hier het nauwkeuriger bericht over het gesprek van Jeremia met den koning Zedekia, dat in Hoofdst. 32:3 vv. #Jer slechts was aangegeven en op bevel des Heeren gehouden was, meegedeeld. Ten gevolge daarvan wordt hij op nieuw door den koning gestraft met bewaring in den voorhof, hoewel hem een rustig einde en een eervolle begrafenis in de ballingschap was toegezegd. In den voorhof ontving de Profeet de troostvolle openbaring, Hoofdst. 32 en 33, en stelde hij waarschijnlijk ook dit bijzondere bericht omtrent het gehouden gesprek te boek. Alzo gaat de geschiedenis onzer afdeling in tijd nog vóór de beide voorgaande hoofdstukken. De inhoud is het volgende: gedurende de belegering van Jeruzalem ontvangt de Profeet van den Heere het bevel, om tot den koning te gaan en hem te verkondigen, dat de stad in de handen van den Babylonischen koning gegeven en met vuur zou verbrand worden, Zedekia zelf zou gevangen genomen, voor Nebukadnezar gesteld en naar Babel gevoerd worden. Toch zou hij niet door het zwaard omkomen, maar in vrede sterven, en met koninklijke eer worden begraven. Jeremia volbracht die opdracht woordelijk, ten tijde toen Jeruzalem en de nog niet ingenomene vaste steden, Lachis en Azeka belegerd werden.
KruisverwijzingenJeremia 1:15→Daniël 2:37→Jeremia 32:2→2 Kronieken 36:12→Jeremia 34:7→Daniël 4:1→Jeremia 27:5→Jeremia 52:4→— Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE (als Nebukadrezar, koning van Babel, en zijn ganse heir, en alle koninkrijken der aarde, die onder de heerschappij zijner hand waren, en al de volken tegen Jeruzalem streden, en tegen al haar steden), zeggende:
Het woord, dat in het tiende jaar van Zedekia, d. i. op het einde van het jaar 589, of het begin van 588 (v. C), tot Jeremia geschied is, nadat hij den koning voor de laatste maal tevergeefs had aangemaand, om de stad over te geven (Hoofdst. 38:17 vv.). Een woord van den HEERE dat ene beslissende rechtspraak was a) (als Nebukadnezar, koning van Babel, en zijn ganse heir, en alle koninkrijken der aarde, die onder de heerschappij zijner hand waren, en al de volkendie hem onderworpen waren, tegen Jeruzalem streden en tegen al hare steden). Dit woord geschiedde, nadat het vijandelijke leger van den veldtocht tegen het Egyptische leger, dat ter hulpe was gezonden, was teruggekeerd, dus in den laatsten tijd der belegering, zeggende:
2 Kon. 25:1 vv. Jer. 52.
KruisverwijzingenJeremia 21:10→Jeremia 34:22→Jeremia 37:8→Jeremia 22:1→Jeremia 32:3→2 Kronieken 36:11→Jeremia 21:4→Jeremia 38:23→— Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ga henen en spreek tot Zedekia, den koning van Juda, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze met vuur verbranden.
Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Ga henen, en spreek tot Zedekia, den koning van Juda, en zeg tot hem het volgende, onveranderlijke besluit: Zo zegt de HEERE, de eeuwige Koning van dit volk: Zie, Ik zelf geef deze stad, die gij oninneembaar acht en door uwe hand meent te kunnen redden, in de hand des konings van Babel, die haar belegert, en hij zal ze met vuur verbranden, zo als Ik reeds Hoofdst. 21:10 heb gedreigd. Dat zal Ik doen, omdat gij al Mijne vermaningen, om u onder Mijne machtige hand te verootmoedigen, en u aan den koning van Babel vrijwillig over te geven, verworpen hebt.
KruisverwijzingenJeremia 32:4→Jeremia 21:7→Jeremia 34:21→2 Koningen 25:4→Ezechiël 21:25→Jeremia 52:7→Jeremia 37:17→Ezechiël 12:13→— En gij zult van zijn hand niet ontkomen, maar zekerlijk gegrepen, en in zijn hand gegeven worden; en uw ogen zullen de ogen des konings van Babel zien, en zijn mond zal tot uw mond spreken, en gij zult te Babel komen.
En gij zelf zult van zijne hand, wat gij ook moogt beproeven, niet ontkomen, maar zeker gegrepen, en in zijne hand gegeven worden; en uwe eigene ogen zullen de ogen des konings van Babel zien, en zijn mond zal tot uwen mond spreken, en gij zult gevangen te Babel komen (Hoofdst. 32:4 v.).
— Maar hoor des HEEREN woord, o Zedekia, koning van Juda! zo zegt de HEERE van u: Gij zult door het zwaard niet sterven.
Maar ook in het gericht wil de Heere u nog genade bewijzen, omdat hij tegen mij, Zijnen Profeet welwillendheid hebt betoond. Hoor des HEEREN woord, o Zedekia, koning van Juda! zo zegt de HEERE van u: Gij zult door het zwaard niet sterven; gij zult niet als uw broeder Jojakim een geweldigen, eerlozen dood ondergaan.
KruisverwijzingenJeremia 22:18→2 Kronieken 16:14→Klaagliederen 4:20→2 Koningen 22:20→2 Kronieken 34:28→Daniël 2:46→2 Kronieken 21:19→Ezechiël 17:16→— Gij zult sterven in vrede, en naar de brandingen van uw vaderen, de vorige koningen, die voor u geweest zijn, alzo zullen zij over u branden, en u beklagen, zeggende: Och heer! want Ik heb het woord gesproken, spreekt de HEERE.
Gij zult sterven in vrede, geëerd en welwillend verpleegd in Babel, en gij zult niet als uw broeder nog in den dood beschimpt worden, maar naar de brandingen van uwe vaderen, de vorige koningen, die vóór u geweest zijn, alzo zullen zij ook u koninklijken eer bewijzen, en over u bij uwe begrafenis nevens andere eerbewijzen ook reukwerk branden (2 Sam. 3:31 2 Kron. 16:14), en u beklagen, zeggende: Och heer! (Hoofdst. 22:18 want Ik heb het woord gesproken, uit wiens mond geen bedrog komt, spreekt de HEERE. Deze profetie van Zedekia’s einde stemt met de overige berichten daaromtrent overeen (vgl. Hoofdst. 32:5; 39:5 vv. 52:9. 2 Kon. 25:6 v.). De verschrikkelijke straf, dat zijne kinderen met de vorsten van Juda voor zijne ogen zouden worden gedood, vervolgens hem de ogen zouden worden uitgestoken (Hoofdst. 52:10 v.), en zijne vrouwen den vorsten van Babel zouden worden overgegeven (Hoofdst. 38:21 vv.), wordt in vs. 3 niet gemeld. Evenmin wordt er gedacht aan de mogelijkheid, dat Zedekia den hem zo dikwijls aangewezen weg van redding nog zou kunnen betreden, daar hem nu kort en bondig het onveranderlijk oordeel moet worden aangekondigd, en eenvoudig gezegd wat er zal geschieden. Van daar ook, ondanks de volgende verzachting, de hardheid van het vonnis van ‘s konings toorn tegen den Profeet, zodat hij hem tot straf in den voorhof der bewaring terugwees (Hoofdst 32:3). Een rustige dood werd den koning beloofd, maar tevens was hem een lang leven in blindheid, eenzaamheid en gevangenschap bedreigd. Voor den enen kan een spoedige en geweldige dood heilzamer zijn, om hem nog tot nadenken te brengen, voor den anderen een langzaam sterven in zijn bed. De begrafenis onderscheidt den mens in den dood van de dieren, omdat zij wijst op de opstanding des lichaams, en daarom ene Goddelijke weldaad is. Men moet echter niet vergeten, dat ene eerlijke begrafenis tot de tijdelijke weldaden behoort, die menigmaal de gelovige mist, en den goddeloze ten deel wordt. De eervolle begrafenis was voor Zedekia een blik der hope in zijn lijden, omdat hij ze van den Heere als ene belofte had ontvangen, en ze hem daarom een handvat aan Gods genade ter vergeving gaf. Hier is een inmengsel van barmhartigheid. Hij zal als een gevangene sterven, maar hij zal niet sterven door het zwaard, hij zal een natuurlijken dood sterven. Hij zal zijne dagen met enige vertroosting eindigen, hij zal in vrede sterven. Hij was nooit een van de kwaadste koningen geweest; maar wij zijn genegen te hopen dat hij, hoeveel hij ook gedaan moge hebben dat kwaad was in de ogen des Heeren, nochtans berouw daarvan gehad zal hebben in zijne gevangenis gelijk Manasse eens had, en dat het hem zal vergeven zijn. En als God met hem verzoend geweest is, kan hij in waarheid gezegd worden in vrede gestorven te zijn. De Joden in Peder Olam verhalen, dat de lijkklacht van Zedekia dit heeft ingehouden: “helaas, Zedekia is dood, die den droesem van alle eeuwen heeft gedronken, ” d. i. die gestraft is over de zonden der vorige eeuwen.
Kruisverwijzingen1 Samuël 15:16→1 Samuël 3:18→Ezechiël 2:7→Handelingen 20:27→1 Koningen 21:19→Mattheüs 14:4→2 Samuël 12:7→1 Koningen 22:14→— En de profeet Jeremia sprak al deze woorden tot Zedekia, den koning van Juda, te Jeruzalem.
En de profeet Jeremia ging moedig heen, en sprak al deze woorden die de Heere hem bevolen had, tot Zedekia, den koning van Juda, te Jeruzalem, hoewel hij zeer goed wist, dat hij nu zulke woorden niet gaarne wilde horen; Wanneer het den goddelozen kwalijk gaat, verwachten zij van de dienaren Gods niets dan troost en zachte toespraak. Komen deze nu volgens hun geweten en Gods bevel met ernstige vermaningen tot bekering, dan klagen zij over de wreedheid en de somberheid van zulke mensen, die hun den toestand nog zwaarder maken; zij vragen dan ook wel: wat kwaad kan men dan van mij zeggen? .
KruisverwijzingenJozua 10:3→2 Kronieken 11:5→Jeremia 4:5→2 Koningen 18:13→Jozua 15:35→2 Kronieken 27:4→Jeremia 34:1→2 Koningen 19:8→— Als het heir des konings van Babel streed tegen Jeruzalem, en tegen al de overgeblevene steden van Juda, tegen Lachis en tegen Azeka; want deze, zijnde vaste steden, waren overgebleven onder de steden van Juda.
Als het heir des konings van Babel streed tegen Jeruzalem, en tegen al de overgeblevene steden van Juda, tegen Lachis en tegen Azeka, nu Schefela, het zuidwestelijk gedeelte van Juda (Joz. 15:33, 35, 39); want deze, zijnde vaste steden, waren overgebleven onder de steden van Juda. 8. Als aanhangsel tot de gehele verzameling ven redenen (Hoofdst. 2-23), toont de Profeet in de volgende afdeling (vs. 8-Hoofdst 35:19), in een eclatant voorbeeld, namelijk in de volbrachte, maar dadelijk weer herroepene vrijlating der Hebreeuwse slaven, hoe geheel ongeneigd het volk van Israël is, om aan het gebod van zijnen God gehoorzaam te zijn. Het voorbeeld van treffende gehoorzaamheid omtrent het gebod van hunnen aardsen vader, dat de Rechabieten geven, moet voor Israël hoogst beschamend zijn. Men ziet hieruit, dat de rangschikking der redenen geenszins ene toevallige is. Volgens de tijdorde lopen deze hier zamengevoegde stukken ver uit elkaar, daar de gebeurtenis van het eerste in het tiende jaar van Zedekia valt, gedurende het afbreken der belegering, het tweede in den tijd van Jojakim, toen men den eersten inval der Chaldeën verwachtte. Zij zijn echter bij elkaar geplaatst, opdat op den grond van het laatste, de schaduw van het eerste des te beter zou uitkomen. Dat het oudere stuk over de Rechabieten op het vroegere volgt, heeft zeker daarin zijne reden, dat het volgende hoofdstuk 36 ongeveer tot denzelfden tijd als het oudere stuk behoort.
I. Vs. 8-22.KruisverwijzingenDeuteronomium 15:12→Jeremia 34:8→Leviticus 25:10→Leviticus 19:12→Mattheüs 7:2→Jeremia 34:17→2 Koningen 11:17→Richteren 6:8→ — Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, nadat de koning Zedekia een verbond gemaakt had met het ganse volk, dat te Jeruzalem was, om vrijheid voor hen uit te roepen. Dat een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, zijnde een Hebreer of een Hebreinne, zou laten vrijgaan; zodat niemand zich van hen, van een Jood, zijn broeder, zou doen dienen. Nu hoorden al de vorsten en al het volk, die het verbond hadden ingegaan, dat zij, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd zouden laten vrijgaan, zodat zij zich niet meer van hen zouden doen dienen; zij hoorden dan, en lieten hen gaan; Maar zij keerden daarna wederom, en deden de knechten en maagden wederkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen ten onder tot knechten en tot maagden. Daarom geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb een verbond gemaakt met uw vaderen, ten dage, als Ik hen uit Egypteland, uit het diensthuis uitvoerde, zeggende: Ten einde van zeven jaren zult gij laten gaan, een iegelijk zijn broeder, een Hebreer, die u zal verkocht zijn, en u zes jaren gediend heeft; gij zult hem dan van u laten vrijgaan; maar uw vaders hoorden niet naar Mij, en neigden hun oor niet. Gijlieden nu waart heden wedergekeerd, en hadt gedaan, dat recht is in Mijn ogen, vrijheid uitroepende, een iegelijk voor zijn naaste; en gij hadt een verbond gemaakt voor Mijn aangezicht, in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is. Maar gij zijt weder omgekeerd, en hebt Mijn Naam ontheiligd, en doen wederkomen, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, die gij hadt laten vrijgaan naar hun lust; en gij hebt hen ten ondergebracht, om ulieden te wezen tot knechten en tot maagden. Daarom zegt de HEERE alzo: Gijlieden hebt naar Mij niet gehoord, om vrijheid uit te roepen, een iegelijk voor zijn broeder, en een iegelijk voor zijn naaste; ziet, zo roep Ik uit tegen ulieden, spreekt de HEERE, een vrijheid ten zwaarde, ter pestilentie, en ten honger, en zal u overgeven ter beroering allen koninkrijken der aarde. Toen de nood der belegering door de Chaldeën steeds meer toenam, deden de bewoners van Jeruzalem met den koning een tijd lang boete over hun ongehoorzaamheid aan Gods gebod. Zij verenigden zich tot een plechtig verbond, en besloten God door een goed werk te verzoenen, namelijk de wet omtrent de vrijlating der slaven, na zes jaren van dienstbaarheid, in den ruimsten omvang te doen gelden, nadat men dit in zelfzucht lang had nagelaten; werkelijk scheen op dat edel besluit een gunstig gevolg op den voet te volgen: de Chaldeën, door de uit Afrika komende Egyptenaren bedreigd, hieven de belegering op. Toen echter het gevaar en de nood voorbij waren, hield ook de boete op, en zij braken de belofte, daar zij de slaven wederom onderwierpen (vs. 8-11). Nu treedt de profeet in den naam des Heeren op, houdt hun de wet over de bevrijding der slaven en hun trouweloze bondbreuk voor (vs. 12-16), en verkondigt hun het Goddelijk vonnis daarover, namelijk het terugkeren der Chaldeën, de verwoesting der stad en hun eigene vrijlating en verwerping uit het verbond en den dienst van God, daarenboven, de vrijheid door het zwaard, den honger en de pest, tot uitoefening der wrake Gods aan de verbondbrekers (vs. 17-22).
KruisverwijzingenLeviticus 25:10→Jeremia 34:17→2 Koningen 11:17→Nehemia 5:1→Leviticus 25:39→Jesaja 61:1→2 Koningen 23:2→Jeremia 34:14→— Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, nadat de koning Zedekia een verbond gemaakt had met het ganse volk, dat te Jeruzalem was, om vrijheid voor hen uit te roepen.
Het woord, dat in vs. 12 volgt, is dat hetwelk tot Jeremia geschied is van den HEERE, nadat de koning Zedekia ten gevolge der grote noden bij de belegering een verbond gemaakt had met het ganse volk, dat te Jeruzalem was, om vrijheid voor de Hebreeuwse slaven onder hen uit te roepen:
KruisverwijzingenGenesis 14:13→Exodus 2:6→Jeremia 27:7→Jeremia 25:14→1 Samuël 4:9→1 Samuël 4:6→1 Samuël 14:11→Exodus 3:18→— Dat een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, zijnde een Hebreer of een Hebreinne, zou laten vrijgaan; zodat niemand zich van hen, van een Jood, zijn broeder, zou doen dienen.
Dat namelijk een iegelijk, zo als de wet Gods (Ex. 21:1 vv. Lev. 25:39 vv. Deut. 15:12 vv.) voorschreef, doch hetgeen in langen tijd niet had plaats gehad, zijnen knecht en een iegelijk zijne maagd, die ten gevolge van schulden of door koop van anderen slaven waren geworden, zijnde een Hebreër of ene Hebreïnne zou laten vrij gaan, wanneer zij 6 jaren in dienst waren geweest, en dus aanspraak op vrijheid hadden; zodat niemand zich voortaan van hen, van enen Jood, zijnen broeder, zou doen dienen. Reeds van den beginne had de zelfzucht van Israël zich niet ontzien de ondubbelzinnige voorschriften, dat ieder Hebreeuwse slaaf na zes jaren dienst met gevulde handen moest werden vrijgelaten, onopgevolgd te laten. Ook de reformatie van Josia had wel de kennis der wet, maar niet hare opvolging vernieuwd. Nu wilde men, door den nood gedrongen, alles inhalen en schonk allen zonder onderscheid van hun dienstjaren de vrijheid, deels omdat men op de dankbaarheid der vrijgelatenen, en op hun dubbele inspanning bij de verdediging hoopte, deels ook daardoor de gunst des Heeren meende te zullen verwerven.
KruisverwijzingenJeremia 26:16→Jeremia 26:10→Jeremia 38:4→Jeremia 36:24→Jesaja 29:13→Jeremia 3:10→Jeremia 36:12→Markus 6:20→— Nu hoorden al de vorsten en al het volk, die het verbond hadden ingegaan, dat zij, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd zouden laten vrijgaan, zodat zij zich niet meer van hen zouden doen dienen; zij hoorden dan, en lieten hen gaan;
Nu hoorden al de vorsten en al het volk, die het verbond hadden ingegaan, dat zij, een iegelijk zijnen knecht, en een iegelijk zijne maagd zouden laten vrijgaan, of zij hen zes jaren gediend hadden of minder, zodat zij zich niet meer van hen zouden doen dienen; zij hoorden dan en lieten hen gaan. Wanneer de huichelaars boete doen, doen zij het 1) niet uit geloof, maar uit vrees voor het gevaar, waarin zij voor dat ogenblik zijn; 2) maken zij niet in alle stukken der ongehoorzaamheid verandering, maar alleen in enkele, zo als hier met het sabbatsjaar geschiedde, juist alsof er niets meer ware te veranderen; 3) grijpen zij zulke dingen aan, die een groot opzien voor de mensen maken, zo als het Sabbatsjaar, waardoor de slaven werden vrijgelaten, een groot geklap en opzien had, maar weinig gedachten van geloof, liefde, vreze Gode, hoop en dankzegging; 4) duurt zulk ene boete niet lang, maar zodra de nood een uitzicht krijgt, dan is de godsdienst weg.
Kruisverwijzingen1 Samuël 24:19→Hosea 7:16→Mattheüs 12:43→Spreuken 26:11→Psalmen 36:3→Exodus 8:8→Exodus 8:15→Sefanja 1:6→— Maar zij keerden daarna wederom, en deden de knechten en maagden wederkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen ten onder tot knechten en tot maagden.
Maar zij keerden daarna, als het grootste gevaar door den aftocht der Chaldeën voorbij was, wederom; zij hielden toen de vervulling hunner plechtige gelofte niet meer nodig, en deden de knechten en maagden wederkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen te onder tot knechten en maagden. Als een rot boze huichelaars hadden de Joden het voormelde misbruik alleen hervormd om een tegenwoordig voordeel, en dat bereikt zijnde, keerden zij weer tot de vorige onderdrukking. Hierin waren niet alleen de onderdanen, maar ook de overheden te beschuldigen, want de rechters moesten Gods wet gehandhaafd en de gierige, onderdrukkende geneigdheid des volks beteugeld hebben. Die verandering hunner gemoederen was wellicht veroorzaakt door ene geringe verandering in hunnen toestand gedurende het beleg; want in Hoofdst. 37:5 vindt men, dat de Chaldeën, horende van een leger, dat tegen hen in aantocht was, tot het ontzet van Jeruzalem, het beleg voor een tijd nalieten; de Profeet zinspeelt daarop waarschijnlijk (vs. 21) in zijne profetie, dat het vijandelijk leger zou wederkomen. Maar deze rampzaligen, ziende het Chaldeeuwse leger van voor de stad opgebroken, besloten dat zij nu uit Gods hand verlost waren, toonden berouw van hun hervorming in dit stuk, en ondernamen hun dienstboden te doen weer keren tot de vorige slavernij. Daarin handelden zij gelijk Faraö eertijds had gedaan omtrent de Israëlieten.
— Daarom geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:
Daarom geschiedde des HEEREN woord, tot bestraffing van dien openlijken hoon Zijnen heiligen geboden aangedaan, tot Jeremia van den HEERE; zeggende:
KruisverwijzingenRichteren 6:8→Jozua 24:17→Deuteronomium 5:2→Exodus 24:3→Jeremia 31:32→Exodus 24:7→Deuteronomium 5:27→Exodus 13:14→— Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb een verbond gemaakt met uw vaderen, ten dage, als Ik hen uit Egypteland, uit het diensthuis uitvoerde, zeggende:
Zo zegt de HEERE, de God Israëls 1): Ik heb een verbond gemaakt met uwe vaderen ten dage als Ik hen uit Egypteland, uit het diensthuis uitvoerde, waarin zij als slaven tot moeielijken dienst werden gehouden. Ik gebood hun zeggende:
In vs. 13-16 houdt de Heere het volk en zijne oversten hun nieuwe schuld voor ogen. In vs. 17-22 kondigt Hij hen de straf aan voor dezen nieuwe daad van bonds-breuk. Om de overtreding in het rechte licht te plaatsen, houdt hij hen eerst voor, dat Hij bij de uitvoering van Israël uit Egypte het verbond met hen gesloten had, van dezen inhoud, dat zij ieder zijn Hebreeuwsen knecht na verloop van zeven jaren zouden vrijlaten en dat de vaderen dat verbond hadden verbroken. De uitdrukking uit Egypte, uit het diensthuis, heeft bijzonderen nadruk en wijst op de in Deut. 15:15 vermelde rede tot opvolging van het in die rede staande gebod. Wijl Israël in Egypte knecht was en de Heere het uit dien slaventoestand had verlost zo zouden zij hun verarmde broederen niet als slaven behandelen maar na zes dienstjaren vrijlaten. Van de overtreding der vaderen hadden zij zich nu afgekeerd en door een feestelijk verbond tot den in de wet gestelden eis besloten, maar dadelijk weer, door terugroepen van dit besluit, den Naam des Heeren ontheiligd n. l. door het verbreken van het voor God besloten verbond.
KruisverwijzingenDeuteronomium 15:12→1 Koningen 9:22→1 Samuël 8:7→2 Koningen 17:13→Jeremia 32:30→2 Kronieken 36:16→Romeinen 7:24→Jesaja 50:1→— Ten einde van zeven jaren zult gij laten gaan, een iegelijk zijn broeder, een Hebreer, die u zal verkocht zijn, en u zes jaren gediend heeft; gij zult hem dan van u laten vrijgaan; maar uw vaders hoorden niet naar Mij, en neigden hun oor niet.
Ten einde van zeven jaren, d. i. ieder zevende jaar (Deut. 15:12. Ex. 21:2), zult gij laten gaan een iegelijk in dankbaar aandenken aan de vroegere slavernij en genadige verlossing van zijn volk (Deut. 15:15), zijnen broeder, enen Hebreër, die u tot slaaf zal verkocht zijn, en u vollezes jaren gediend heeft; gij zult hem dan van u laten vrijgaan; maar uwe vaders hoorden niet naar Mij, en neigden hun oor niet naar Mijn bevel om schandelijke zelfzucht en vergeten van God. Even als in onze taal “na acht dagen” betekent “wanneer zeven dagen geheel zijn voorbijgegaan, ” zo is ook dikwijls in ‘t Hebreeuws: “na zeven jaren” zo veel als: “na verloop van 6 volle jaren, in het zevende jaar; ” “na drie jaren, ” zo veel als “in het derde jaar. ” (Deut. 14:28).
KruisverwijzingenJeremia 34:8→2 Koningen 23:3→Jeremia 7:10→Nehemia 10:29→2 Koningen 12:2→2 Koningen 10:30→Psalmen 119:106→Mattheüs 15:8→— Gijlieden nu waart heden wedergekeerd, en hadt gedaan, dat recht is in Mijn ogen, vrijheid uitroepende, een iegelijk voor zijn naaste; en gij hadt een verbond gemaakt voor Mijn aangezicht, in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is.
Gijlieden nu waart heden wedergekeerd van den weg uwer vaderen, en hadt gedaan dat recht is in Mijne ogen, vrijheid uitroepende, een iegelijk voor zijnen naaste, en gij hadt een verbond gemaakt en dat plechtig bezworen voor Mijn aangezicht, in tegenwoordigheid van Mij, den Alwetende, Heilige en Rechtvaardige, in het huis, dat naar Mijnen naam genoemd is, en waarin Ik met Mijne heerlijkheid onder u woon.
KruisverwijzingenLeviticus 19:12→Ezechiël 3:20→Jeremia 34:11→Ezechiël 18:24→Exodus 20:7→1 Samuël 15:11→Mattheüs 18:28→Maleachi 1:12→— Maar gij zijt weder omgekeerd, en hebt Mijn Naam ontheiligd, en doen wederkomen, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, die gij hadt laten vrijgaan naar hun lust; en gij hebt hen ten ondergebracht, om ulieden te wezen tot knechten en tot maagden.
Maar Gij zijt weer trouweloos omgekeerd, en hebt Mijnen naam ontheiligd. Gij hebt u weer van den pas gekozen weg afgekeerd en schandelijk uwen eed verbroken, en doen wederkomen, een iegelijk zijnen knecht, en een iegelijk zijne maagd, die gij hadt laten vrijgaan naar hunnen lust, die dus volkomene vrijheid hadden verkregen (Deut. 21:14); en gij hebt hen weer te onder gebracht, om ulieden te wezen tot knechten en tot maagden.
KruisverwijzingenMattheüs 7:2→Deuteronomium 28:25→Galaten 6:7→Jeremia 29:18→Daniël 6:24→Jeremia 32:24→Deuteronomium 28:64→Esther 7:10→— Daarom zegt de HEERE alzo: Gijlieden hebt naar Mij niet gehoord, om vrijheid uit te roepen, een iegelijk voor zijn broeder, en een iegelijk voor zijn naaste; ziet, zo roep Ik uit tegen ulieden, spreekt de HEERE, een vrijheid ten zwaarde, ter pestilentie, en ten honger, en zal u overgeven ter beroering allen koninkrijken der aarde.
Daarom zegt de HEERE, wiens duidelijk erkenden, heiligen wil gij zo dikwijls veracht hebt, alzo: Gijlieden hebt naar Mij niet gehoord, om vrijheid uit te roepen, een iegelijk voor zijnen broeder, en een iegelijk voor zijnen naaste, want het door u uitgeroepene en aanstonds weer teruggenomene is zo goed als geen. Ziet, zo roep Ik, die uw Heere ben, en wien gij als knechten toebehoort (Lev. 25:42, 55), uit tegen ulieden, spreekt de HEERE, ene vrijheid, Ik ontsla u uit Mijnen dienst, snijd den band af, die u met Mij verbindt, en onttrek u Mijne bescherming. Dat zal u ene vrijheid zijn ten zwaarde, ter pestilentie, en ten honger; al die ellenden zal Ik over u loslaten, en Ik zal u overgeven als vogelvrij verklaarden ter a) beroering allen koninkrijken der aarde. 1)
Deut. 28:25. Jer. 15:4; 24:9 vv.
Tot nu toe waren de Israëlieten knechten des Heeren geweest. Zij hadden zich echter aan den dienst des Heeren onttrokken, het verbond verbroken, hun eigen heer en meester willen zijn. Daarom zou de Heere hen vrijlaten, de vrijheid geven, maar dewijl de Heere zich hunner onttrok, zou het een vrijheid zijn ten verderve, die hun den dood zou kosten. Israël verstond het niet, dat wie zich aan God onderwerpt alleen waarlijk vrij is.
KruisverwijzingenGenesis 15:10→Hosea 6:7→Deuteronomium 17:2→Hosea 8:1→Genesis 15:17→Psalmen 50:1→Jozua 23:16→Jozua 7:11→— En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond hebben overtreden, die niet bevestigd hebben de woorden des verbonds, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, met het kalf, dat zij in tweeen hadden gehouwen, en waren tussen zijn stukken doorgegaan:
En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond in de wet van Mozes hebben overtreden, hetwelk zij plechtig hadden bezworen, die niet bevestigd hebben de woorden des verbonds, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, met het kalf, dat zij bij hun verbond geofferd, en in tweeën hadden gehouwen, en waren tussen zijne tegenover elkaar gelegde stukken doorgegaan. 2)
Onze Staten-Overzetters voegen het woordje met er tussen in. Beter is het als er tussen in te voegen. Dewijl Israël het verbond gebroken had, zou het als het kalf worden, dat doormidden gesneden was, d. w. z. het zou aan het zwaard der vijanden worden overgegeven.
Reeds in de vroegste oudheid werden de verbonden op grond van bloedige offers gesloten, niet alleen bij de Israëlieten, maar bij de meeste volken der oudheid, deels omdat alleen zij, die gene schuld op het geweten hebben maar met God verzoend zijn, vertrouwen en geloof verdienen, deels omdat de vrede met den naaste den vrede met God tot noodzakelijke voorwaarde heeft. Daarbij werden de offerdieren steeds in stukken verdeeld en tegenover elkaar gelegd (Gen. 15:10). Die het verbond sloten, gingen tussen de delen door, oorspronkelijk wel om daarmee het verdere innige bij elkaar behoren der verbondenen af te beelden, later, zo als uit onze plaats schijnt te blijken, om tevens de stilzwijgende verwensing uit te drukken, dat den verbondbreker het lot van het offerdier mocht overkomen.
KruisverwijzingenJeremia 34:10→Jeremia 29:2→Sefanja 3:3→2 Koningen 24:15→Jeremia 38:7→Daniël 9:12→Ezechiël 22:27→Daniël 9:6→— De vorsten van Juda, en de vorsten van Jeruzalem, de kamerlingen, en de priesteren, en al het volk des lands, die door de stukken des kalfs zijn doorgegaan.
De vorsten van Juda, en de vorsten van Jeruzalem, die de kamerlingen of hovelingen des konings heetten, en de priesteren, en al het volk des lands, die door de stukken des kalfs zijn doorgegaan.
KruisverwijzingenJeremia 7:33→Jeremia 11:21→Jeremia 19:7→Jeremia 16:4→Jeremia 21:7→Jeremia 22:25→1 Samuël 17:46→1 Samuël 17:44→— Ja, Ik zal hen overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn.
Ja Ik zal hen overgeven in de hand hunner vijanden, der Chaldeën, voor wie zij zich nu zo veilig achten, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, en hun dode lichamen, gelijk bij Abrahams verbondsoffer bij wijze van een voorbeeld geschiedde (Gen. 15:11 11), zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn 1) (Hoofdst. 7:33).
Het is rechtvaardig bij God door die verwachtingen van barmhartigheid teleur te stellen, tot welk Zijne Voorzienigheid aanleiding gegeven had, wanneer wij die verwachtingen van plichtmatigheid teleur stellen, tot welk onze belijdenis, onze voorgevens en onze beloften reden gegeven hebben. Indien wij berouw hebben van het goede dat wij voorgenomen hadden, dan zou God berouw hebben van het goede dat Hij beloofd heeft. Bij den verkeerde toont Hij Zich een worstelaar.
KruisverwijzingenJeremia 39:6→Jeremia 52:24→Ezechiël 17:16→2 Koningen 25:18→Jeremia 52:10→Jeremia 37:5→Jeremia 32:4→Jeremia 34:3→— Zelfs Zedekia, den koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het heir des konings van Babel, die van ulieden nu zijn opgetogen.
Zelfs Zedekia, den koning van Juda, en zijne vorsten, die zijnen raad vormen, en de regeringsbezigheden met hem volvoeren, zal Ik overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het heir des konings van Babel, die a) van ulieden nu zijn opgetogen, nu zijn heengegaan.
Jer. 37:11.
KruisverwijzingenJeremia 9:11→Jeremia 39:1→Jeremia 39:8→Jeremia 33:10→Jeremia 44:22→Jeremia 52:7→Jeremia 52:13→Klaagliederen 1:1→— Ziet, Ik zal bevel geven, spreekt de HEERE, en zal hen weder tot deze stad brengen, en zij zullen tegen haar strijden, en zullen ze innemen, en zullen ze met vuur verbranden; en Ik zal de steden van Juda stellen tot een verwoesting, dat er niemand in wone.
Ziet, Ik zal bevel geven, spreekt de HEERE, en zal hen weer tot deze stad brengen, en zij zullen tegen haar strijden, en zullen ze innemen, en zullen ze met vuur verbranden; en Ik zal de steden van Juda stellen tot ene verwoesting, dat er niemand in wone (Hoofdst. 37:5-8). Dat God zegt, dat Hij de Chaldeën weer voor Jeruzalem wil brengen, bewijst, dat deze rede van den Profeet gehouden werd in den tussentijd toen deze tegen de Egyptenaren waren opgetrokken. De bewegingen der heirlegers zijn onder het bestuur der Goddelijke Voorzienigheid; zij staan onder Zijn bevel: wanneer Hij hen beveelt te komen, zo komen zij, en hetgeen Hij hen beveelt te doen, voeren zij uit, en volbrengen al wat God besloten heeft.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 34
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
V. Vs. 1-7.KruisverwijzingenJeremia 32:4→Jeremia 22:18→2 Kronieken 16:14→Jozua 10:3→Jeremia 1:15→Jeremia 21:10→Jeremia 34:22→Jeremia 21:7→
— Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE (als Nebukadrezar, koning van Babel, en zijn ganse heir, en alle koninkrijken der aarde, die onder de heerschappij zijner hand waren, en al de volken tegen Jeruzalem streden, en tegen al haar steden), zeggende: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ga henen en spreek tot Zedekia, den koning van Juda, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze met vuur verbranden. En gij zult van zijn hand niet ontkomen, maar zekerlijk gegrepen, en in zijn hand gegeven worden; en uw ogen zullen de ogen des konings van Babel zien, en zijn mond zal tot uw mond spreken, en gij zult te Babel komen. Maar hoor des HEEREN woord, o Zedekia, koning van Juda! zo zegt de HEERE van u: Gij zult door het zwaard niet sterven. Gij zult sterven in vrede, en naar de brandingen van uw vaderen, de vorige koningen, die voor u geweest zijn, alzo zullen zij over u branden, en u beklagen, zeggende: Och heer! want Ik heb het woord gesproken, spreekt de HEERE. En de profeet Jeremia sprak al deze woorden tot Zedekia, den koning van Juda, te Jeruzalem. Als het heir des konings van Babel streed tegen Jeruzalem, en tegen al de overgeblevene steden van Juda, tegen Lachis en tegen Azeka; want deze, zijnde vaste steden, waren overgebleven onder de steden van Juda.
Als aanhangsel tot de twee vorige hoofdstukken wordt hier het nauwkeuriger bericht over het gesprek van Jeremia met den koning Zedekia, dat in Hoofdst. 32:3 vv. #Jer slechts was aangegeven en op bevel des Heeren gehouden was, meegedeeld. Ten gevolge daarvan wordt hij op nieuw door den koning gestraft met bewaring in den voorhof, hoewel hem een rustig einde en een eervolle begrafenis in de ballingschap was toegezegd. In den voorhof ontving de Profeet de troostvolle openbaring, Hoofdst. 32 en 33, en stelde hij waarschijnlijk ook dit bijzondere bericht omtrent het gehouden gesprek te boek. Alzo gaat de geschiedenis onzer afdeling in tijd nog vóór de beide voorgaande hoofdstukken. De inhoud is het volgende: gedurende de belegering van Jeruzalem ontvangt de Profeet van den Heere het bevel, om tot den koning te gaan en hem te verkondigen, dat de stad in de handen van den Babylonischen koning gegeven en met vuur zou verbrand worden, Zedekia zelf zou gevangen genomen, voor Nebukadnezar gesteld en naar Babel gevoerd worden. Toch zou hij niet door het zwaard omkomen, maar in vrede sterven, en met koninklijke eer worden begraven. Jeremia volbracht die opdracht woordelijk, ten tijde toen Jeruzalem en de nog niet ingenomene vaste steden, Lachis en Azeka belegerd werden.
Het woord, dat in het tiende jaar van Zedekia, d. i. op het einde van het jaar 589, of het begin van 588 (v. C), tot Jeremia geschied is, nadat hij den koning voor de laatste maal tevergeefs had aangemaand, om de stad over te geven (Hoofdst. 38:17 vv.). Een woord van den HEERE dat ene beslissende rechtspraak was a) (als Nebukadnezar, koning van Babel, en zijn ganse heir, en alle koninkrijken der aarde, die onder de heerschappij zijner hand waren, en al de volkendie hem onderworpen waren, tegen Jeruzalem streden en tegen al hare steden). Dit woord geschiedde, nadat het vijandelijke leger van den veldtocht tegen het Egyptische leger, dat ter hulpe was gezonden, was teruggekeerd, dus in den laatsten tijd der belegering, zeggende:
2 Kon. 25:1 vv. Jer. 52.
Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Ga henen, en spreek tot Zedekia, den koning van Juda, en zeg tot hem het volgende, onveranderlijke besluit: Zo zegt de HEERE, de eeuwige Koning van dit volk: Zie, Ik zelf geef deze stad, die gij oninneembaar acht en door uwe hand meent te kunnen redden, in de hand des konings van Babel, die haar belegert, en hij zal ze met vuur verbranden, zo als Ik reeds Hoofdst. 21:10 heb gedreigd. Dat zal Ik doen, omdat gij al Mijne vermaningen, om u onder Mijne machtige hand te verootmoedigen, en u aan den koning van Babel vrijwillig over te geven, verworpen hebt.
En gij zelf zult van zijne hand, wat gij ook moogt beproeven, niet ontkomen, maar zeker gegrepen, en in zijne hand gegeven worden; en uwe eigene ogen zullen de ogen des konings van Babel zien, en zijn mond zal tot uwen mond spreken, en gij zult gevangen te Babel komen (Hoofdst. 32:4 v.).
Maar ook in het gericht wil de Heere u nog genade bewijzen, omdat hij tegen mij, Zijnen Profeet welwillendheid hebt betoond. Hoor des HEEREN woord, o Zedekia, koning van Juda! zo zegt de HEERE van u: Gij zult door het zwaard niet sterven; gij zult niet als uw broeder Jojakim een geweldigen, eerlozen dood ondergaan.
Gij zult sterven in vrede, geëerd en welwillend verpleegd in Babel, en gij zult niet als uw broeder nog in den dood beschimpt worden, maar naar de brandingen van uwe vaderen, de vorige koningen, die vóór u geweest zijn, alzo zullen zij ook u koninklijken eer bewijzen, en over u bij uwe begrafenis nevens andere eerbewijzen ook reukwerk branden (2 Sam. 3:31 2 Kron. 16:14), en u beklagen, zeggende: Och heer! (Hoofdst. 22:18 want Ik heb het woord gesproken, uit wiens mond geen bedrog komt, spreekt de HEERE. Deze profetie van Zedekia’s einde stemt met de overige berichten daaromtrent overeen (vgl. Hoofdst. 32:5; 39:5 vv. 52:9. 2 Kon. 25:6 v.). De verschrikkelijke straf, dat zijne kinderen met de vorsten van Juda voor zijne ogen zouden worden gedood, vervolgens hem de ogen zouden worden uitgestoken (Hoofdst. 52:10 v.), en zijne vrouwen den vorsten van Babel zouden worden overgegeven (Hoofdst. 38:21 vv.), wordt in vs. 3 niet gemeld. Evenmin wordt er gedacht aan de mogelijkheid, dat Zedekia den hem zo dikwijls aangewezen weg van redding nog zou kunnen betreden, daar hem nu kort en bondig het onveranderlijk oordeel moet worden aangekondigd, en eenvoudig gezegd wat er zal geschieden. Van daar ook, ondanks de volgende verzachting, de hardheid van het vonnis van ‘s konings toorn tegen den Profeet, zodat hij hem tot straf in den voorhof der bewaring terugwees (Hoofdst 32:3). Een rustige dood werd den koning beloofd, maar tevens was hem een lang leven in blindheid, eenzaamheid en gevangenschap bedreigd. Voor den enen kan een spoedige en geweldige dood heilzamer zijn, om hem nog tot nadenken te brengen, voor den anderen een langzaam sterven in zijn bed. De begrafenis onderscheidt den mens in den dood van de dieren, omdat zij wijst op de opstanding des lichaams, en daarom ene Goddelijke weldaad is. Men moet echter niet vergeten, dat ene eerlijke begrafenis tot de tijdelijke weldaden behoort, die menigmaal de gelovige mist, en den goddeloze ten deel wordt. De eervolle begrafenis was voor Zedekia een blik der hope in zijn lijden, omdat hij ze van den Heere als ene belofte had ontvangen, en ze hem daarom een handvat aan Gods genade ter vergeving gaf. Hier is een inmengsel van barmhartigheid. Hij zal als een gevangene sterven, maar hij zal niet sterven door het zwaard, hij zal een natuurlijken dood sterven. Hij zal zijne dagen met enige vertroosting eindigen, hij zal in vrede sterven. Hij was nooit een van de kwaadste koningen geweest; maar wij zijn genegen te hopen dat hij, hoeveel hij ook gedaan moge hebben dat kwaad was in de ogen des Heeren, nochtans berouw daarvan gehad zal hebben in zijne gevangenis gelijk Manasse eens had, en dat het hem zal vergeven zijn. En als God met hem verzoend geweest is, kan hij in waarheid gezegd worden in vrede gestorven te zijn. De Joden in Peder Olam verhalen, dat de lijkklacht van Zedekia dit heeft ingehouden: “helaas, Zedekia is dood, die den droesem van alle eeuwen heeft gedronken, ” d. i. die gestraft is over de zonden der vorige eeuwen.
En de profeet Jeremia ging moedig heen, en sprak al deze woorden die de Heere hem bevolen had, tot Zedekia, den koning van Juda, te Jeruzalem, hoewel hij zeer goed wist, dat hij nu zulke woorden niet gaarne wilde horen; Wanneer het den goddelozen kwalijk gaat, verwachten zij van de dienaren Gods niets dan troost en zachte toespraak. Komen deze nu volgens hun geweten en Gods bevel met ernstige vermaningen tot bekering, dan klagen zij over de wreedheid en de somberheid van zulke mensen, die hun den toestand nog zwaarder maken; zij vragen dan ook wel: wat kwaad kan men dan van mij zeggen? .
Als het heir des konings van Babel streed tegen Jeruzalem, en tegen al de overgeblevene steden van Juda, tegen Lachis en tegen Azeka, nu Schefela, het zuidwestelijk gedeelte van Juda (Joz. 15:33, 35, 39); want deze, zijnde vaste steden, waren overgebleven onder de steden van Juda. 8. Als aanhangsel tot de gehele verzameling ven redenen (Hoofdst. 2-23), toont de Profeet in de volgende afdeling (vs. 8-Hoofdst 35:19), in een eclatant voorbeeld, namelijk in de volbrachte, maar dadelijk weer herroepene vrijlating der Hebreeuwse slaven, hoe geheel ongeneigd het volk van Israël is, om aan het gebod van zijnen God gehoorzaam te zijn. Het voorbeeld van treffende gehoorzaamheid omtrent het gebod van hunnen aardsen vader, dat de Rechabieten geven, moet voor Israël hoogst beschamend zijn. Men ziet hieruit, dat de rangschikking der redenen geenszins ene toevallige is. Volgens de tijdorde lopen deze hier zamengevoegde stukken ver uit elkaar, daar de gebeurtenis van het eerste in het tiende jaar van Zedekia valt, gedurende het afbreken der belegering, het tweede in den tijd van Jojakim, toen men den eersten inval der Chaldeën verwachtte. Zij zijn echter bij elkaar geplaatst, opdat op den grond van het laatste, de schaduw van het eerste des te beter zou uitkomen. Dat het oudere stuk over de Rechabieten op het vroegere volgt, heeft zeker daarin zijne reden, dat het volgende hoofdstuk 36 ongeveer tot denzelfden tijd als het oudere stuk behoort.
I. Vs. 8-22.KruisverwijzingenDeuteronomium 15:12→Jeremia 34:8→Leviticus 25:10→Leviticus 19:12→Mattheüs 7:2→Jeremia 34:17→2 Koningen 11:17→Richteren 6:8→
— Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, nadat de koning Zedekia een verbond gemaakt had met het ganse volk, dat te Jeruzalem was, om vrijheid voor hen uit te roepen. Dat een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, zijnde een Hebreer of een Hebreinne, zou laten vrijgaan; zodat niemand zich van hen, van een Jood, zijn broeder, zou doen dienen. Nu hoorden al de vorsten en al het volk, die het verbond hadden ingegaan, dat zij, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd zouden laten vrijgaan, zodat zij zich niet meer van hen zouden doen dienen; zij hoorden dan, en lieten hen gaan; Maar zij keerden daarna wederom, en deden de knechten en maagden wederkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen ten onder tot knechten en tot maagden. Daarom geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb een verbond gemaakt met uw vaderen, ten dage, als Ik hen uit Egypteland, uit het diensthuis uitvoerde, zeggende: Ten einde van zeven jaren zult gij laten gaan, een iegelijk zijn broeder, een Hebreer, die u zal verkocht zijn, en u zes jaren gediend heeft; gij zult hem dan van u laten vrijgaan; maar uw vaders hoorden niet naar Mij, en neigden hun oor niet. Gijlieden nu waart heden wedergekeerd, en hadt gedaan, dat recht is in Mijn ogen, vrijheid uitroepende, een iegelijk voor zijn naaste; en gij hadt een verbond gemaakt voor Mijn aangezicht, in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is. Maar gij zijt weder omgekeerd, en hebt Mijn Naam ontheiligd, en doen wederkomen, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, die gij hadt laten vrijgaan naar hun lust; en gij hebt hen ten ondergebracht, om ulieden te wezen tot knechten en tot maagden. Daarom zegt de HEERE alzo: Gijlieden hebt naar Mij niet gehoord, om vrijheid uit te roepen, een iegelijk voor zijn broeder, en een iegelijk voor zijn naaste; ziet, zo roep Ik uit tegen ulieden, spreekt de HEERE, een vrijheid ten zwaarde, ter pestilentie, en ten honger, en zal u overgeven ter beroering allen koninkrijken der aarde.
Toen de nood der belegering door de Chaldeën steeds meer toenam, deden de bewoners van Jeruzalem met den koning een tijd lang boete over hun ongehoorzaamheid aan Gods gebod. Zij verenigden zich tot een plechtig verbond, en besloten God door een goed werk te verzoenen, namelijk de wet omtrent de vrijlating der slaven, na zes jaren van dienstbaarheid, in den ruimsten omvang te doen gelden, nadat men dit in zelfzucht lang had nagelaten; werkelijk scheen op dat edel besluit een gunstig gevolg op den voet te volgen: de Chaldeën, door de uit Afrika komende Egyptenaren bedreigd, hieven de belegering op. Toen echter het gevaar en de nood voorbij waren, hield ook de boete op, en zij braken de belofte, daar zij de slaven wederom onderwierpen (vs. 8-11). Nu treedt de profeet in den naam des Heeren op, houdt hun de wet over de bevrijding der slaven en hun trouweloze bondbreuk voor (vs. 12-16), en verkondigt hun het Goddelijk vonnis daarover, namelijk het terugkeren der Chaldeën, de verwoesting der stad en hun eigene vrijlating en verwerping uit het verbond en den dienst van God, daarenboven, de vrijheid door het zwaard, den honger en de pest, tot uitoefening der wrake Gods aan de verbondbrekers (vs. 17-22).
Het woord, dat in vs. 12 volgt, is dat hetwelk tot Jeremia geschied is van den HEERE, nadat de koning Zedekia ten gevolge der grote noden bij de belegering een verbond gemaakt had met het ganse volk, dat te Jeruzalem was, om vrijheid voor de Hebreeuwse slaven onder hen uit te roepen:
Dat namelijk een iegelijk, zo als de wet Gods (Ex. 21:1 vv. Lev. 25:39 vv. Deut. 15:12 vv.) voorschreef, doch hetgeen in langen tijd niet had plaats gehad, zijnen knecht en een iegelijk zijne maagd, die ten gevolge van schulden of door koop van anderen slaven waren geworden, zijnde een Hebreër of ene Hebreïnne zou laten vrij gaan, wanneer zij 6 jaren in dienst waren geweest, en dus aanspraak op vrijheid hadden; zodat niemand zich voortaan van hen, van enen Jood, zijnen broeder, zou doen dienen. Reeds van den beginne had de zelfzucht van Israël zich niet ontzien de ondubbelzinnige voorschriften, dat ieder Hebreeuwse slaaf na zes jaren dienst met gevulde handen moest werden vrijgelaten, onopgevolgd te laten. Ook de reformatie van Josia had wel de kennis der wet, maar niet hare opvolging vernieuwd. Nu wilde men, door den nood gedrongen, alles inhalen en schonk allen zonder onderscheid van hun dienstjaren de vrijheid, deels omdat men op de dankbaarheid der vrijgelatenen, en op hun dubbele inspanning bij de verdediging hoopte, deels ook daardoor de gunst des Heeren meende te zullen verwerven.
Nu hoorden al de vorsten en al het volk, die het verbond hadden ingegaan, dat zij, een iegelijk zijnen knecht, en een iegelijk zijne maagd zouden laten vrijgaan, of zij hen zes jaren gediend hadden of minder, zodat zij zich niet meer van hen zouden doen dienen; zij hoorden dan en lieten hen gaan. Wanneer de huichelaars boete doen, doen zij het 1) niet uit geloof, maar uit vrees voor het gevaar, waarin zij voor dat ogenblik zijn; 2) maken zij niet in alle stukken der ongehoorzaamheid verandering, maar alleen in enkele, zo als hier met het sabbatsjaar geschiedde, juist alsof er niets meer ware te veranderen; 3) grijpen zij zulke dingen aan, die een groot opzien voor de mensen maken, zo als het Sabbatsjaar, waardoor de slaven werden vrijgelaten, een groot geklap en opzien had, maar weinig gedachten van geloof, liefde, vreze Gode, hoop en dankzegging; 4) duurt zulk ene boete niet lang, maar zodra de nood een uitzicht krijgt, dan is de godsdienst weg.
Maar zij keerden daarna, als het grootste gevaar door den aftocht der Chaldeën voorbij was, wederom; zij hielden toen de vervulling hunner plechtige gelofte niet meer nodig, en deden de knechten en maagden wederkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen te onder tot knechten en maagden. Als een rot boze huichelaars hadden de Joden het voormelde misbruik alleen hervormd om een tegenwoordig voordeel, en dat bereikt zijnde, keerden zij weer tot de vorige onderdrukking. Hierin waren niet alleen de onderdanen, maar ook de overheden te beschuldigen, want de rechters moesten Gods wet gehandhaafd en de gierige, onderdrukkende geneigdheid des volks beteugeld hebben. Die verandering hunner gemoederen was wellicht veroorzaakt door ene geringe verandering in hunnen toestand gedurende het beleg; want in Hoofdst. 37:5 vindt men, dat de Chaldeën, horende van een leger, dat tegen hen in aantocht was, tot het ontzet van Jeruzalem, het beleg voor een tijd nalieten; de Profeet zinspeelt daarop waarschijnlijk (vs. 21) in zijne profetie, dat het vijandelijk leger zou wederkomen. Maar deze rampzaligen, ziende het Chaldeeuwse leger van voor de stad opgebroken, besloten dat zij nu uit Gods hand verlost waren, toonden berouw van hun hervorming in dit stuk, en ondernamen hun dienstboden te doen weer keren tot de vorige slavernij. Daarin handelden zij gelijk Faraö eertijds had gedaan omtrent de Israëlieten.
Daarom geschiedde des HEEREN woord, tot bestraffing van dien openlijken hoon Zijnen heiligen geboden aangedaan, tot Jeremia van den HEERE; zeggende:
Zo zegt de HEERE, de God Israëls 1): Ik heb een verbond gemaakt met uwe vaderen ten dage als Ik hen uit Egypteland, uit het diensthuis uitvoerde, waarin zij als slaven tot moeielijken dienst werden gehouden. Ik gebood hun zeggende:
In vs. 13-16 houdt de Heere het volk en zijne oversten hun nieuwe schuld voor ogen. In vs. 17-22 kondigt Hij hen de straf aan voor dezen nieuwe daad van bonds-breuk. Om de overtreding in het rechte licht te plaatsen, houdt hij hen eerst voor, dat Hij bij de uitvoering van Israël uit Egypte het verbond met hen gesloten had, van dezen inhoud, dat zij ieder zijn Hebreeuwsen knecht na verloop van zeven jaren zouden vrijlaten en dat de vaderen dat verbond hadden verbroken. De uitdrukking uit Egypte, uit het diensthuis, heeft bijzonderen nadruk en wijst op de in Deut. 15:15 vermelde rede tot opvolging van het in die rede staande gebod. Wijl Israël in Egypte knecht was en de Heere het uit dien slaventoestand had verlost zo zouden zij hun verarmde broederen niet als slaven behandelen maar na zes dienstjaren vrijlaten. Van de overtreding der vaderen hadden zij zich nu afgekeerd en door een feestelijk verbond tot den in de wet gestelden eis besloten, maar dadelijk weer, door terugroepen van dit besluit, den Naam des Heeren ontheiligd n. l. door het verbreken van het voor God besloten verbond.
Ten einde van zeven jaren, d. i. ieder zevende jaar (Deut. 15:12. Ex. 21:2), zult gij laten gaan een iegelijk in dankbaar aandenken aan de vroegere slavernij en genadige verlossing van zijn volk (Deut. 15:15), zijnen broeder, enen Hebreër, die u tot slaaf zal verkocht zijn, en u vollezes jaren gediend heeft; gij zult hem dan van u laten vrijgaan; maar uwe vaders hoorden niet naar Mij, en neigden hun oor niet naar Mijn bevel om schandelijke zelfzucht en vergeten van God. Even als in onze taal “na acht dagen” betekent “wanneer zeven dagen geheel zijn voorbijgegaan, ” zo is ook dikwijls in ‘t Hebreeuws: “na zeven jaren” zo veel als: “na verloop van 6 volle jaren, in het zevende jaar; ” “na drie jaren, ” zo veel als “in het derde jaar. ” (Deut. 14:28).
Gijlieden nu waart heden wedergekeerd van den weg uwer vaderen, en hadt gedaan dat recht is in Mijne ogen, vrijheid uitroepende, een iegelijk voor zijnen naaste, en gij hadt een verbond gemaakt en dat plechtig bezworen voor Mijn aangezicht, in tegenwoordigheid van Mij, den Alwetende, Heilige en Rechtvaardige, in het huis, dat naar Mijnen naam genoemd is, en waarin Ik met Mijne heerlijkheid onder u woon.
Maar Gij zijt weer trouweloos omgekeerd, en hebt Mijnen naam ontheiligd. Gij hebt u weer van den pas gekozen weg afgekeerd en schandelijk uwen eed verbroken, en doen wederkomen, een iegelijk zijnen knecht, en een iegelijk zijne maagd, die gij hadt laten vrijgaan naar hunnen lust, die dus volkomene vrijheid hadden verkregen (Deut. 21:14); en gij hebt hen weer te onder gebracht, om ulieden te wezen tot knechten en tot maagden.
Daarom zegt de HEERE, wiens duidelijk erkenden, heiligen wil gij zo dikwijls veracht hebt, alzo: Gijlieden hebt naar Mij niet gehoord, om vrijheid uit te roepen, een iegelijk voor zijnen broeder, en een iegelijk voor zijnen naaste, want het door u uitgeroepene en aanstonds weer teruggenomene is zo goed als geen. Ziet, zo roep Ik, die uw Heere ben, en wien gij als knechten toebehoort (Lev. 25:42, 55), uit tegen ulieden, spreekt de HEERE, ene vrijheid, Ik ontsla u uit Mijnen dienst, snijd den band af, die u met Mij verbindt, en onttrek u Mijne bescherming. Dat zal u ene vrijheid zijn ten zwaarde, ter pestilentie, en ten honger; al die ellenden zal Ik over u loslaten, en Ik zal u overgeven als vogelvrij verklaarden ter a) beroering allen koninkrijken der aarde. 1)
Deut. 28:25. Jer. 15:4; 24:9 vv.
Tot nu toe waren de Israëlieten knechten des Heeren geweest. Zij hadden zich echter aan den dienst des Heeren onttrokken, het verbond verbroken, hun eigen heer en meester willen zijn. Daarom zou de Heere hen vrijlaten, de vrijheid geven, maar dewijl de Heere zich hunner onttrok, zou het een vrijheid zijn ten verderve, die hun den dood zou kosten. Israël verstond het niet, dat wie zich aan God onderwerpt alleen waarlijk vrij is.
En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond in de wet van Mozes hebben overtreden, hetwelk zij plechtig hadden bezworen, die niet bevestigd hebben de woorden des verbonds, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, met het kalf, dat zij bij hun verbond geofferd, en in tweeën hadden gehouwen, en waren tussen zijne tegenover elkaar gelegde stukken doorgegaan. 2)
Onze Staten-Overzetters voegen het woordje met er tussen in. Beter is het als er tussen in te voegen. Dewijl Israël het verbond gebroken had, zou het als het kalf worden, dat doormidden gesneden was, d. w. z. het zou aan het zwaard der vijanden worden overgegeven.
Reeds in de vroegste oudheid werden de verbonden op grond van bloedige offers gesloten, niet alleen bij de Israëlieten, maar bij de meeste volken der oudheid, deels omdat alleen zij, die gene schuld op het geweten hebben maar met God verzoend zijn, vertrouwen en geloof verdienen, deels omdat de vrede met den naaste den vrede met God tot noodzakelijke voorwaarde heeft. Daarbij werden de offerdieren steeds in stukken verdeeld en tegenover elkaar gelegd (Gen. 15:10). Die het verbond sloten, gingen tussen de delen door, oorspronkelijk wel om daarmee het verdere innige bij elkaar behoren der verbondenen af te beelden, later, zo als uit onze plaats schijnt te blijken, om tevens de stilzwijgende verwensing uit te drukken, dat den verbondbreker het lot van het offerdier mocht overkomen.
De vorsten van Juda, en de vorsten van Jeruzalem, die de kamerlingen of hovelingen des konings heetten, en de priesteren, en al het volk des lands, die door de stukken des kalfs zijn doorgegaan.
Ja Ik zal hen overgeven in de hand hunner vijanden, der Chaldeën, voor wie zij zich nu zo veilig achten, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, en hun dode lichamen, gelijk bij Abrahams verbondsoffer bij wijze van een voorbeeld geschiedde (Gen. 15:11 11), zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn 1) (Hoofdst. 7:33).
Het is rechtvaardig bij God door die verwachtingen van barmhartigheid teleur te stellen, tot welk Zijne Voorzienigheid aanleiding gegeven had, wanneer wij die verwachtingen van plichtmatigheid teleur stellen, tot welk onze belijdenis, onze voorgevens en onze beloften reden gegeven hebben. Indien wij berouw hebben van het goede dat wij voorgenomen hadden, dan zou God berouw hebben van het goede dat Hij beloofd heeft. Bij den verkeerde toont Hij Zich een worstelaar.
Zelfs Zedekia, den koning van Juda, en zijne vorsten, die zijnen raad vormen, en de regeringsbezigheden met hem volvoeren, zal Ik overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het heir des konings van Babel, die a) van ulieden nu zijn opgetogen, nu zijn heengegaan.
Jer. 37:11.
Ziet, Ik zal bevel geven, spreekt de HEERE, en zal hen weer tot deze stad brengen, en zij zullen tegen haar strijden, en zullen ze innemen, en zullen ze met vuur verbranden; en Ik zal de steden van Juda stellen tot ene verwoesting, dat er niemand in wone (Hoofdst. 37:5-8). Dat God zegt, dat Hij de Chaldeën weer voor Jeruzalem wil brengen, bewijst, dat deze rede van den Profeet gehouden werd in den tussentijd toen deze tegen de Egyptenaren waren opgetrokken. De bewegingen der heirlegers zijn onder het bestuur der Goddelijke Voorzienigheid; zij staan onder Zijn bevel: wanneer Hij hen beveelt te komen, zo komen zij, en hetgeen Hij hen beveelt te doen, voeren zij uit, en volbrengen al wat God besloten heeft.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel