Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1In het beginH7225 des koninkrijksH4467 van JojakimH3079, zoonH1121 van JosiaH2977, koningH4428 van JudaH3063, geschieddeH1961ditH2088woordH1697 tot JeremiaH3414, vanH854 den HEEREH3068, zeggendeH559:In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:
KJVIn the beginning1of the reign2of Jehoiakim3the son4of Josiah5king6of Judah7came this word9unto Jeremiah12from the LORD,14saying,
1בְּרֵאשִׁ֗יתH7225eerstelingen, begin, beginselbeginning, chief(-est), first(-fruits, part, time), principal thing2מַמְלֶ֛כֶתH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal3יְהוֹיָקִ֥םH3079Jojakim, Jojakims, jojakimJehoiakim. Compare H3113 (יוֹיָקִים)4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יֹאושִׁיָּ֖הוּH2977JosiaJosiah6מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah8הָיָ֞הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9הַדָּבָ֤רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12יִרְמְיָ֔הH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah13מֵאֵ֥תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix14יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
2Alzo zeide de HEERE tot mij: Maak u banden en jukken, en doe die aan uw hals;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2AlzoH3541zeideH559 de HEEREH3068totH413 mij: MaakH6213 u bandenH4147 en jukkenH4133, en doe die aan uw halsH6677;Alzo zeide de HEERE tot mij: Maak u banden en jukken, en doe die aan uw hals;
3En zend ze tot den koning van Edom, en tot den koning van Moab, en tot den koning der kinderen Ammons, en tot den koning van Tyrus, en tot den koning van Sidon; door de hand der boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, den koning van Juda, komen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En zendH7971 ze totH413 den koningH4428 van EdomH123, en totH413 den koningH4428 van MoabH4124, en totH413 den koningH4428 der kinderenH1121AmmonsH5983, en totH413 den koningH4428 van TyrusH6865, en totH413 den koningH4428 van SidonH6721; door de handH3027 der bodenH4397, die te JeruzalemH3389totH413ZedekiaH6667, den koningH4428 van JudaH3063, komenH935.En zend ze tot den koning van Edom, en tot den koning van Moab, en tot den koning der kinderen Ammons, en tot den koning van Tyrus, en tot den koning van Sidon; door de hand der boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, den koning van Juda, komen.
KJVAnd send1them to the king3of Edom,4and to the king6of Moab,7and to the king9of the Ammonites,10and to the king13of Tyrus,14and to the king16of Zidon,17by the hand18of the messengers19which come20to Jerusalem21unto Zedekiah23king24of Judah;
1וְשִׁלַּחְתָּם֩H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מֶ֨לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4אֱד֜וֹםH123Edom, Edomieten, EdomsEdom, Edomites, Idumea5וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7מוֹאָ֗בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab8וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9מֶ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal10בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11עַמּ֔וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites12וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal14צֹ֖רH6865Tyrus, TyrierTyre, Tyrus15וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17צִיד֑וֹןH6721SidonSidon, Zidon18בְּיַ֤דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves19מַלְאָכִים֙H4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger20הַבָּאִ֣יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way21יְרוּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem22אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)23צִדְקִיָּ֖הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah24מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal25יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
4En beveel hun aan hun heren te zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Zo zult gij tot uw heren zeggen:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En beveelH6680 hun aanH413 hun herenH113 te zeggenH559: ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430IsraelsH3478: ZoH3541 zult gij totH413 uw herenH113zeggenH559:En beveel hun aan hun heren te zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Zo zult gij tot uw heren zeggen:
KJVAnd command1them to say5unto their masters,4Thus saith7the LORD8of hosts,9the God10of Israel;11Thus shall ye say13unto your masters;
1וְצִוִּיתָ֣H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אֲדֹֽנֵיהֶ֖םH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'5לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder7אָמַ֞רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9צְבָאוֹת֙H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)10אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder13תֹֽאמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15אֲדֹֽנֵיכֶֽםH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'
5Ik heb gemaakt de aarde, den mens en het vee, die op den aardbodem zijn, door Mijn grote kracht, en door Mijn uitgestrekten arm, en Ik geef ze aan welken het recht is in Mijn ogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5IkH595 heb gemaaktH6213 de aardeH776, den mensH120 en het veeH929, dieH834opH5921 den aardbodemH776 zijn, door Mijn groteH1419krachtH3581, en door Mijn uitgestrektenH5186armH2220, en Ik geefH5414 ze aan welkenH834 het rechtH3474 is in Mijn ogenH5869.Ik heb gemaakt de aarde, den mens en het vee, die op den aardbodem zijn, door Mijn grote kracht, en door Mijn uitgestrekten arm, en Ik geef ze aan welken het recht is in Mijn ogen.
KJVI have made2the earth,4the man6and the beast8that are upon11the ground,12by my great14power13and by my outstretched16arm,15and have given17it unto whom it seemed20meet
1אָנֹכִ֞יH595ik, mijI, me, [idiom] which2עָשִׂ֣יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הָאָדָ֤םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַבְּהֵמָה֙H929beesten, vee, beestbeast, cattle9אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13בְּכֹחִי֙H3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth14הַגָּד֔וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very15וּבִזְרוֹעִ֖יH2220arm, armen, armsarm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength16הַנְּטוּיָ֑הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield17וּנְתַתִּ֕יהָH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield18לַאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19יָשַׁ֥רH3474recht, bevallig, bevieldirect, fit, seem good (meet), [phrase] please (will), be (esteem, go) right (on), bring (look, make, take the) straight (way), be upright(-ly)20בְּעֵינָֽיH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
6En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; zelfs ook het gedierte des velds heb Ik hem gegeven, om hem te dienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En nuH6258, IkH595 heb alH3605dezeH428landenH776gegevenH5414 in de handH3027 van NebukadnezarH5019, den koningH4428 van BabelH894, Mijn knechtH5650; zelfsH1571 ook het gedierteH2416 des veldsH7704 heb Ik hem gegevenH5414, om hem te dienenH5647.En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; zelfs ook het gedierte des velds heb Ik hem gegeven, om hem te dienen.
KJVAnd now have I given3all these lands6into the hand8of Nebuchadnezzar9the king10of Babylon,11my servant;12and the beasts15of the field16have I given17him also to serve
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2אָֽנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which3נָתַ֨תִּי֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הָאֲרָצ֣וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)8בְּיַ֛דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9נְבוּכַדְנֶאצַּ֥רH5019Nebukadnezar, NebukadrezarNebuchadnezzar, Nebuchadrezzar10מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11בָּבֶ֖לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon12עַבְדִּ֑יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant13וְגַם֙H1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15חַיַּ֣תH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop16הַשָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild17נָתַ֥תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield18ל֖וֹ19לְעָבְדֽוֹH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,
7En alle volken zullen hem, en zijn zoon, en zijns zoons zoon dienen, totdat ook de tijd zijns eigenen lands kome; dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En alleH3605volkenH1471 zullen hem, en zijn zoonH1121, en zijns zoonsH1121zoonH1121dienenH5647, totdatH5704ookH1571 de tijdH6256 zijns eigenen landsH776komeH935; dan zullen zich machtigeH7227volkenH1471 en groteH1419koningenH4428 van hemH1931 doen dienenH5647.En alle volken zullen hem, en zijn zoon, en zijns zoons zoon dienen, totdat ook de tijd zijns eigenen lands kome; dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen.
KJVAnd all nations4shall serve1him, and his son,6and his son's8son,9until the very time12of his land13come:11and then many19nations18and great21kings20shall serve
1וְעָבְד֤וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,2אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בְּנ֖וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9בְּנ֑וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10עַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11בֹּאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12עֵ֤תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when13אַרְצוֹ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea15ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16וְעָ֤בְדוּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,17בוֹ֙18גּוֹיִ֣םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people19רַבִּ֔יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)20וּמְלָכִ֖יםH4428koning, konings, koningenking, royal21גְּדֹלִֽיםH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
8En het zal geschieden, het volk en het koninkrijk, dat hem, Nebukadnezar, den koning van Babel, niet zal dienen, en dat zijn hals niet zal geven onder het juk des konings van Babel; over datzelve volk zal Ik, spreekt de HEERE, bezoeking doen door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie, totdat Ik ze zal verteerd hebben door zijn hand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En het zal geschiedenH1961, het volkH1471 en het koninkrijkH4467, dat hem, NebukadnezarH5019, den koningH4428 van BabelH894, nietH3808 zal dienenH5647, en dat zijn halsH6677nietH3808 zal gevenH5414 onder het jukH5923 des koningsH4428 van BabelH894; overH5921 datzelve volkH1471 zal Ik, spreektH5002 de HEEREH3068, bezoekingH6485 doen door het zwaardH2719, en door den hongerH7458, en door de pestilentieH1698, totdatH5704 Ik ze zal verteerdH8552 hebben door zijn handH3027.En het zal geschieden, het volk en het koninkrijk, dat hem, Nebukadnezar, den koning van Babel, niet zal dienen, en dat zijn hals niet zal geven onder het juk des konings van Babel; over datzelve volk zal Ik, spreekt de HEERE, bezoeking doen door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie, totdat Ik ze zal verteerd hebben door zijn hand.
KJVAnd it shall come to pass, that the nation2and kingdom3which will not serve6the same Nebuchadnezzar9the king10of Babylon,11and that will not put15their neck17under the yoke18of the king19of Babylon,20that nation26will I punish,24saith28the LORD,29with the sword,21and with the famine,22and with the pestilence,23until I have consumed31them by his hand.
1וְהָיָ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הַגּ֜וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people3וְהַמַּמְלָכָ֗הH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יַעַבְד֤וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,7אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9נְבוּכַדְנֶאצַּ֣רH5019Nebukadnezar, NebukadrezarNebuchadnezzar, Nebuchadrezzar10מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon12וְאֵ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15יִתֵּן֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17צַוָּאר֔וֹH6677hals, halzen, buithalzenneck18בְּעֹ֖לH5923juk, juks, maaktet jukyoke19מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal20בָּבֶ֑לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon21בַּחֶרֶב֩H2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool22וּבָרָעָ֨בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger23וּבַדֶּ֜בֶרH1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague24אֶפְקֹ֨דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want25עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with26הַגּ֤וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people27הַהוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who28נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith29יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)30עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet31תֻּמִּ֥יH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole32אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)33בְּיָדֽוֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
9Gijlieden dan, hoort niet naar uw profeten, en naar uw waarzeggers, en naar uw dromers, en naar uw guichelaars, en naar uw tovenaars, dewelke tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9GijliedenH859 dan, hoortH8085 niet naarH413 uw profetenH5030, en naarH413 uw waarzeggersH7080, en naarH413 uw dromersH2472, en naarH413 uw guichelaarsH6049, en naarH413 uw tovenaarsH3786, dewelkeH834totH413 u sprekenH559, zeggendeH559: Gij zult den koningH4428 van BabelH894 niet dienenH5647.Gijlieden dan, hoort niet naar uw profeten, en naar uw waarzeggers, en naar uw dromers, en naar uw guichelaars, en naar uw tovenaars, dewelke tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen.
KJVTherefore hearken3not ye to your prophets,5nor to your diviners,7nor to your dreamers,9nor to your enchanters,11nor to your sorcerers,13which speak16unto you, saying,18Ye shall not serve20the king22of Babylon:
1וְ֠אַתֶּםH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than3תִּשְׁמְע֨וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5נְבִיאֵיכֶ֜םH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet6וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7קֹֽסְמֵיכֶ֗םH7080waarzeggers, gebruiken, voorzeggendivine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination)8וְאֶל֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9חֲלֹמֹ֣תֵיכֶ֔םH2472droom, dromen, droomsdream(-er)10וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11עֹֽנְנֵיכֶ֖םH6049guichelaars, pleegde guichelarij, Meonenim[idiom] bring, enchanter, Meonemin, observe(-r of) times, soothsayer, sorcerer12וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13כַּשָּׁפֵיכֶ֑םH3786tovenaarssorcerer14אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15הֵ֞םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye16אֹמְרִ֤יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17אֲלֵיכֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20תַעַבְד֖וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,21אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal23בָּבֶֽלH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon
10Want zij profeteren u valsheid, om u verre uit uw land te brengen, en dat Ik u uitstote, en gij omkomt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10WantH3588zijH1992profeterenH5012 u valsheidH8267, omH4616 u verreH7368 uit uw landH127 te brengenH7368, en dat Ik u uitstoteH5080, en gij omkomtH6.Want zij profeteren u valsheid, om u verre uit uw land te brengen, en dat Ik u uitstote, en gij omkomt.
KJVFor they prophesy4a lie2unto you, to remove you far7from your land;10and that I should drive you out,11and ye should perish.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2שֶׁ֔קֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully3הֵ֖םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye4נִבְּאִ֣יםH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet5לָכֶ֑ם6לְמַ֨עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to7הַרְחִ֤יקH7368verre, wees verre, ver(a-, be, cast, drive, get, go, keep (self), put, remove, be too, (wander), withdraw) far (away, off), loose, [idiom] refrain, very, (be) a good way (off)8אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10אַדְמַתְכֶ֔םH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land11וְהִדַּחְתִּ֥יH5080gedreven, verdreven, verdrevenenbanish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw12אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13וַאֲבַדְתֶּֽםH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee
11Maar het volk, dat zijn hals zal brengen onder het juk des konings van Babel, en hem dienen, datzelve zal Ik in zijn land laten, spreekt de HEERE, en het zal dat bouwen en daarin wonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Maar het volkH1471, datH834 zijn halsH6677 zal brengenH935 onder het jukH5923 des koningsH4428 van BabelH894, en hem dienenH5647, datzelve zal Ik in zijn landH127latenH3240, spreektH5002 de HEEREH3068, en het zal dat bouwenH5647 en daarin wonenH3427.Maar het volk, dat zijn hals zal brengen onder het juk des konings van Babel, en hem dienen, datzelve zal Ik in zijn land laten, spreekt de HEERE, en het zal dat bouwen en daarin wonen.
KJVBut the nations1that bring3their neck5under the yoke6of the king7of Babylon,8and serve9him, those will I let remain still10in their own land,12saith13the LORD;14and they shall till15it, and dwell
1וְהַגּ֗וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יָבִ֧יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5צַוָּאר֛וֹH6677hals, halzen, buithalzenneck6בְּעֹ֥לH5923juk, juks, maaktet jukyoke7מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8בָּבֶ֖לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon9וַֽעֲבָד֑וֹH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,10וְהִנַּחְתִּ֤יוH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12אַדְמָתוֹ֙H127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land13נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith14יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15וַֽעֲבָדָ֖הּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,16וְיָ֥שַׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry17בָּֽהּ
12Daarna sprak ik tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult gij leven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Daarna sprakH1696 ik totH413ZedekiaH6667, den koningH4428 van JudaH3063, naar alH3605dezeH428woordenH1697, zeggendeH559: BrengtH935 uw halzenH6677 onder het jukH5923 des koningsH4428 van BabelH894, en dientH5647 hem en zijn volkH5971, zo zult gij levenH2421.Daarna sprak ik tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult gij leven.
KJVI spake5also to Zedekiah2king3of Judah4according to all these words,7saying,9Bring10your necks12under the yoke13of the king14of Babylon,15and serve16him and his people,18and live.
1וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2צִדְקִיָּ֤הH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah3מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4יְהוּדָה֙H3063JudaJudah5דִּבַּ֔רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6כְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הַדְּבָרִ֥יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8הָאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)9לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10הָבִ֨יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12צַוְּארֵיכֶ֜םH6677hals, halzen, buithalzenneck13בְּעֹ֣לH5923juk, juks, maaktet jukyoke14מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15בָּבֶ֗לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon16וְעִבְד֥וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,17אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18וְעַמּ֖וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people19וִֽחְיֽוּH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
13Waarom zoudt gij sterven, gij en uw volk door het zwaard, door den honger en door de pestilentie, gelijk als de HEERE gesproken heeft van het volk, dat den koning van Babel niet zal dienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13WaaromH4100 zoudt gij stervenH4191, gijH859 en uw volk door het zwaardH2719, door den hongerH7458 en door de pestilentieH1698, gelijk als de HEEREH3068gesprokenH1696 heeft van het volk, datH834 den koningH4428 van BabelH894nietH3808 zal dienenH5647.Waarom zoudt gij sterven, gij en uw volk door het zwaard, door den honger en door de pestilentie, gelijk als de HEERE gesproken heeft van het volk, dat den koning van Babel niet zal dienen.
Ook in dit vers
volkH1471
volkH5971
KJVWhy will ye die,2thou and thy people,4by the sword,5by the famine,6and by the pestilence,7as the LORD10hath spoken9against the nation12that will not serve15the king17of Babylon?
1לָ֤מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why2תָמ֨וּתוּ֙H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise3אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you4וְעַמֶּ֔ךָH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5בַּחֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool6בָּרָעָ֣בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger7וּבַדָּ֑בֶר֙H1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague8כַּֽאֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9דִּבֶּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12הַגּ֕וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15יַעֲבֹ֖דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18בָּבֶֽלH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon
14Hoort dan niet naar de woorden der profeten, die tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen; want zij profeteren u valsheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14HoortH8085 dan niet naarH413 de woordenH1697 der profetenH5030, die totH413 u sprekenH559, zeggendeH559: Gij zult den koningH4428 van BabelH894 niet dienenH5647; wantH3588zijH1992profeterenH5012 u valsheidH8267.Hoort dan niet naar de woorden der profeten, die tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen; want zij profeteren u valsheid.
KJVTherefore hearken2not unto the words4of the prophets5that speak6unto you, saying,8Ye shall not serve10the king12of Babylon:13for they prophesy17a lie
1וְאַֽלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2תִּשְׁמְע֞וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5הַנְּבִאִ֗יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet6הָאֹמְרִ֤יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֲלֵיכֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תַעַבְד֖וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13בָּבֶ֑לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon14כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15שֶׁ֔קֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully16הֵ֖םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye17נִבְּאִ֥יםH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet18לָכֶֽם
15Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt de HEERE, en zij profeteren valselijk in Mijn Naam; opdat Ik u uitstote, en gij omkomt, gij en de profeten, die u profeteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15WantH3588 Ik heb ze nietH3808gezondenH7971, spreektH5002 de HEEREH3068, en zijH1992profeterenH5012valselijkH8267 in Mijn NaamH8034; opdatH4616 Ik u uitstoteH5080, en gij omkomtH6, gijH859 en de profetenH5030, die u profeterenH5012.Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt de HEERE, en zij profeteren valselijk in Mijn Naam; opdat Ik u uitstote, en gij omkomt, gij en de profeten, die u profeteren.
KJVFor I have not sent3them, saith4the LORD,5yet they prophesy7a lie9in my name;8that I might drive you out,11and that ye might perish,13ye, and the prophets15that prophesy
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3שְׁלַחְתִּים֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)4נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וְהֵ֛םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye7נִבְּאִ֥יםH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet8בִּשְׁמִ֖יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report9לַשָּׁ֑קֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully10לְמַ֨עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to11הַדִּיחִ֤יH5080gedreven, verdreven, verdrevenenbanish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw12אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13וַאֲבַדְתֶּ֔םH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee14אַתֶּ֕םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you15וְהַנְּבִאִ֖יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet16הַֽנִּבְּאִ֥יםH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet17לָכֶֽם
16Ook sprak ik tot de priesteren, en tot dit ganse volk, zeggende: Zo zegt de HEERE: Hoort niet naar de woorden uwer profeten, die u profeteren, zeggende: Ziet, de vaten van des HEEREN huis zullen nu haast uit Babel wedergebracht worden; want zij profeteren u valsheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Ook sprakH1696 ik tot de priesterenH3548, en totH413ditH2088ganseH3605volkH5971, zeggendeH559: ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: HoortH8085nietH408naarH413 de woordenH1697 uwer profetenH5030, die u profeterenH5012, zeggendeH559: ZietH2009, de vatenH3627 van des HEERENH3068huisH1004 zullen nuH6258haastH4120 uit BabelH894wedergebrachtH7725 worden; wantH3588zijH1992profeterenH5012 u valsheidH8267.Ook sprak ik tot de priesteren, en tot dit ganse volk, zeggende: Zo zegt de HEERE: Hoort niet naar de woorden uwer profeten, die u profeteren, zeggende: Ziet, de vaten van des HEEREN huis zullen nu haast uit Babel wedergebracht worden; want zij profeteren u valsheid.
KJVAlso I spake7to the priests2and to all this people,5saying,8Thus saith10the LORD;11Hearken13not to the words15of your prophets16that prophesy17unto you, saying,19Behold, the vessels21of the LORD'S23house22shall now shortly27be brought again24from Babylon:25for they prophesy31a lie
1וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2הַכֹּהֲנִים֩H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הָעָ֨םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6הַזֶּ֜הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7דִּבַּ֣רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9כֹּה֮H3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder10אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11יְהוָה֒H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אַֽלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than13תִּשְׁמְע֞וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work16נְבִֽיאֵיכֶ֗םH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet17הַֽנִּבְּאִ֤יםH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet18לָכֶם֙19לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet20הִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see21כְלֵ֧יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever22בֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)23יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)24מוּשָׁבִ֥יםH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw25מִבָּבֶ֖לָהH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon26עַתָּ֣הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas27מְהֵרָ֑הH4120haastelijk, haast, Haasthastily, quickly, shortly, soon, make (with) speed(-ily), swiftly28כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet29שֶׁ֔קֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully30הֵ֖מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye31נִבְּאִ֥יםH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet32לָכֶֽם
17Hoort niet naar hen, maar dient den koning van Babel, zo zult gijlieden leven; waarom zou deze stad tot een woestheid worden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17HoortH8085nietH408naarH413 hen, maar dientH5647 den koningH4428 van BabelH894, zo zult gijlieden levenH2421; waaromH4100 zou dezeH2063stadH5892 tot een woestheidH2723 worden?Hoort niet naar hen, maar dient den koning van Babel, zo zult gijlieden leven; waarom zou deze stad tot een woestheid worden?
KJVHearken2not unto them; serve4the king6of Babylon,7and live:8wherefore should this city11be laid waste?
1אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2תִּשְׁמְע֣וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3אֲלֵיהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4עִבְד֥וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7בָּבֶ֖לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon8וִֽחְי֑וּH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole9לָ֧מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why10תִֽהְיֶ֛הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11הָעִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town12הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus13חָרְבָּֽהH2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)
18Maar zo zij profeten zijn, en zo des HEEREN woord bij hen is, laat hen nu bij den HEERE der heirscharen voorbidden, opdat de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven, niet naar Babel komen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Maar zo zij profetenH5030 zijn, en zoH518 des HEERENH3068woordH1697 bij hen is, laat hen nu bijH854 den HEEREH3068 der heirscharenH6635voorbiddenH6293, opdat de vatenH3627, die in het huisH1004 des HEERENH3068, en in het huisH1004 des koningsH4428 van JudaH3063, en te JeruzalemH3389 zijn overgeblevenH3498, nietH1115 naar BabelH894komenH935.Maar zo zij profeten zijn, en zo des HEEREN woord bij hen is, laat hen nu bij den HEERE der heirscharen voorbidden, opdat de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven, niet naar Babel komen.
KJVBut if they be prophets,2and if the word6of the LORD7be5with them, let them now make intercession9to the LORD11of hosts,12that the vessels15which are left16in the house17of the LORD,18and in the house19of the king20of Judah,21and at Jerusalem,22go14not to Babylon.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2נְבִאִ֣יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet3הֵ֔םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye4וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet5יֵ֥שׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest6דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אִתָּ֑םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix9יִפְגְּעוּH6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run10נָא֙H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh11בַּֽיהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12צְבָא֔וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)13לְבִלְתִּיH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without14בֹ֜אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15הַכֵּלִ֣יםH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever16הַנּוֹתָרִ֣יםH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest17בְּבֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)18יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19וּבֵ֨יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)20מֶ֧לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal21יְהוּדָ֛הH3063JudaJudah22וּבִירוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem23בָּבֶֽלָהH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon
19Want zo zegt de HEERE der heirscharen, van de pilaren, en van de zee, en van de stellingen, en van het overige der vaten, die in deze stad zijn overgebleven,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19WantH3588zoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, van de pilarenH5982, en van de zeeH3220, en van de stellingenH4350, en van het overigeH3499 der vatenH3627, die in dezeH2063stadH5892 zijn overgeblevenH3498,Want zo zegt de HEERE der heirscharen, van de pilaren, en van de zee, en van de stellingen, en van het overige der vaten, die in deze stad zijn overgebleven,
KJVFor thus saith3the LORD4of hosts5concerning the pillars,7and concerning the sea,9and concerning the bases,11and concerning the residue13of the vessels14that remain15in this city,
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5צְבָא֔וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הָֽעַמֻּדִ֔יםH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar8וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַיָּ֖םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)10וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַמְּכֹנ֑וֹתH4350stellingen, stellingbase12וְעַל֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13יֶ֣תֶרH3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with14הַכֵּלִ֔יםH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever15הַנּוֹתָרִ֖יםH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest16בָּעִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town17הַזֹּֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
20Die Nebukadnezar, de koning van Babel, niet heeft weggenomen, als hij Jechonia, den zoon van Jojakim, koning van Juda, van Jeruzalem, naar Babel gevankelijk wegvoerde, mitsgaders al de edelen van Juda en Jeruzalem;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20DieH834NebukadnezarH5019, de koningH4428 van BabelH894, nietH3808 heeft weggenomenH3947, als hij JechoniaH3204, den zoonH1121 van JojakimH3079, koningH4428 van JudaH3063, van JeruzalemH3389, naar BabelH894gevankelijkH1540 wegvoerde, mitsgaders alH3605 de edelenH2715 van JudaH3063 en JeruzalemH3389;Die Nebukadnezar, de koning van Babel, niet heeft weggenomen, als hij Jechonia, den zoon van Jojakim, koning van Juda, van Jeruzalem, naar Babel gevankelijk wegvoerde, mitsgaders al de edelen van Juda en Jeruzalem;
KJVWhich Nebuchadnezzar4king5of Babylon6took3not, when he carried away captive7Jeconiah9the son10of Jehoiakim11king12of Judah13from Jerusalem14to Babylon,15and all the nobles18of Judah19and Jerusalem;
1אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3לְקָחָ֗םH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4נְבֽוּכַדְנֶאצַּר֙H5019Nebukadnezar, NebukadrezarNebuchadnezzar, Nebuchadrezzar5מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon7בַּ֠גְלוֹתוֹH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יְכָונְיָ֨הH3204JechoniaJeconiah. Compare H3659 (כׇּנְיָהוּ)10בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יְהוֹיָקִ֧יםH3079Jojakim, Jojakims, jojakimJehoiakim. Compare H3113 (יוֹיָקִים)12מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13יְהוּדָ֛הH3063JudaJudah14מִירֽוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem15בָּבֶ֑לָהH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon16וְאֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18חֹרֵ֥יH2715edelennoble19יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah20וִירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
21Ja, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels, van de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Ja, zoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430IsraelsH3478, van de vatenH3627, die in het huisH1004 des HEERENH3068, en in het huisH1004 des koningsH4428 van JudaH3063, en te JeruzalemH3389 zijn overgeblevenH3498:Ja, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels, van de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven:
KJVYea, thus saith3the LORD4of hosts,5the God6of Israel,7concerning the vessels9that remain10in the house11of the LORD,12and in the house13of the king14of Judah15and of Jerusalem;
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֛רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5צְבָא֖וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַכֵּלִ֗יםH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever10הַנּֽוֹתָרִים֙H3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest11בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13וּבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah16וִירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
22Naar Babel zullen zij gebracht worden, en aldaar zullen zij zijn, tot den dag toe, dat Ik ze bezoeken zal, spreekt de HEERE; dan zal Ik ze opvoeren, en zal ze wederbrengen tot deze plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22NaarH413BabelH894 zullen zij gebrachtH935 worden, en aldaarH8033 zullen zij zijn, tot den dagH3117toeH5704, dat Ik ze bezoekenH6485 zal, spreektH5002 de HEEREH3068; dan zal Ik ze opvoerenH5927, en zal ze wederbrengenH7725 tot dezeH2088plaatsH4725.Naar Babel zullen zij gebracht worden, en aldaar zullen zij zijn, tot den dag toe, dat Ik ze bezoeken zal, spreekt de HEERE; dan zal Ik ze opvoeren, en zal ze wederbrengen tot deze plaats.
KJVThey shall be carried2to Babylon,1and there shall they be until the day6that I visit7them, saith9the LORD;10then will I bring11them up, and restore12them to this place.
1בָּבֶ֥לָהH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon2יוּבָ֖אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3וְשָׁ֣מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither4יִֽהְי֑וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5עַ֠דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7פָּקְדִ֤יH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want8אֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith10יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11וְהַֽעֲלִיתִים֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12וַהֲשִׁ֣יבֹתִ֔יםH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14הַמָּק֖וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)15הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 27:1— In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:Jeremia 27:3→Jeremia 27:19→Jeremia 27:12→Jeremia 28:1→2 Kronieken 36:11→Jeremia 26:1→
Jeremia 27:2— Alzo zeide de HEERE tot mij: Maak u banden en jukken, en doe die aan uw hals;1 Koningen 11:30→Ezechiël 24:3→Ezechiël 4:1→Jeremia 18:2→Jeremia 19:1→Amos 7:1→Jeremia 13:1→Ezechiël 12:1→
Jeremia 27:3— En zend ze tot den koning van Edom, en tot den koning van Moab, en tot den koning der kinderen Ammons, en tot den koning van Tyrus, en tot den koning van Sidon; door de hand der boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, den koning van Juda, komen.2 Kronieken 36:13→Jeremia 25:19→Ezechiël 17:15→Ezechiël 25:1→Ezechiël 29:18→Amos 1:9→Jeremia 47:1→
Jeremia 27:4— En beveel hun aan hun heren te zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Zo zult gij tot uw heren zeggen:Jeremia 25:27→Jeremia 10:16→Exodus 5:1→Jeremia 51:19→Jeremia 10:10→
Jeremia 27:5— Ik heb gemaakt de aarde, den mens en het vee, die op den aardbodem zijn, door Mijn grote kracht, en door Mijn uitgestrekten arm, en Ik geef ze aan welken het recht is in Mijn ogen.Jesaja 42:5→Psalmen 115:15→Jesaja 45:12→Psalmen 146:5→Jeremia 32:17→Jesaja 40:21→Jeremia 51:15→Hebreeën 1:10→
Jeremia 27:6— En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; zelfs ook het gedierte des velds heb Ik hem gegeven, om hem te dienen.Jeremia 28:14→Jeremia 25:9→Ezechiël 29:18→Jeremia 43:10→Daniël 2:37→Jesaja 44:28→Jeremia 21:7→Jeremia 24:1→
Jeremia 27:7— En alle volken zullen hem, en zijn zoon, en zijns zoons zoon dienen, totdat ook de tijd zijns eigenen lands kome; dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen.Jeremia 52:31→Jesaja 14:4→Zacharia 2:8→Jesaja 13:8→Habakuk 2:7→Openbaring 16:19→Openbaring 14:15→Openbaring 14:8→
Jeremia 27:8— En het zal geschieden, het volk en het koninkrijk, dat hem, Nebukadnezar, den koning van Babel, niet zal dienen, en dat zijn hals niet zal geven onder het juk des konings van Babel; over datzelve volk zal Ik, spreekt de HEERE, bezoeking doen door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie, totdat Ik ze zal verteerd hebben door zijn hand.Jeremia 38:17→Jeremia 24:10→Ezechiël 17:19→Ezechiël 14:21→Jeremia 52:3→Jeremia 42:10→Jeremia 25:28→Jeremia 40:9→
Jeremia 27:9— Gijlieden dan, hoort niet naar uw profeten, en naar uw waarzeggers, en naar uw dromers, en naar uw guichelaars, en naar uw tovenaars, dewelke tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen.Jeremia 29:8→Jesaja 8:19→Maleachi 3:5→Jeremia 14:14→Jozua 13:22→Handelingen 8:11→Openbaring 18:23→Openbaring 22:15→
Jeremia 27:10— Want zij profeteren u valsheid, om u verre uit uw land te brengen, en dat Ik u uitstote, en gij omkomt.Jeremia 32:31→Jeremia 28:16→Ezechiël 14:9→Jeremia 27:14→Klaagliederen 2:14→Jeremia 23:25→
Jeremia 27:11— Maar het volk, dat zijn hals zal brengen onder het juk des konings van Babel, en hem dienen, datzelve zal Ik in zijn land laten, spreekt de HEERE, en het zal dat bouwen en daarin wonen.Jeremia 21:9→Jeremia 27:8→Jeremia 27:2→Jeremia 27:12→Jeremia 38:2→Jeremia 42:10→Jeremia 40:9→
Jeremia 27:12— Daarna sprak ik tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult gij leven.Jeremia 38:17→Jeremia 28:1→2 Kronieken 36:11→Ezechiël 17:11→Jeremia 27:8→Jeremia 27:2→Spreuken 1:33→
Jeremia 27:13— Waarom zoudt gij sterven, gij en uw volk door het zwaard, door den honger en door de pestilentie, gelijk als de HEERE gesproken heeft van het volk, dat den koning van Babel niet zal dienen.Ezechiël 18:31→Jeremia 27:8→Spreuken 8:36→Jeremia 24:9→Ezechiël 18:24→Jeremia 38:20→Ezechiël 14:21→Ezechiël 33:11→
Jeremia 27:14— Hoort dan niet naar de woorden der profeten, die tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen; want zij profeteren u valsheid.Jeremia 14:14→Jeremia 29:8→Jeremia 27:9→2 Korinthe 11:13→Jeremia 23:21→2 Petrus 2:1→Mattheüs 7:15→Micha 2:11→
Jeremia 27:15— Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt de HEERE, en zij profeteren valselijk in Mijn Naam; opdat Ik u uitstote, en gij omkomt, gij en de profeten, die u profeteren.Jeremia 27:10→Jeremia 6:13→2 Kronieken 25:16→Jeremia 14:15→2 Timotheüs 2:17→Openbaring 13:7→2 Kronieken 18:17→Jeremia 23:21→
Jeremia 27:16— Ook sprak ik tot de priesteren, en tot dit ganse volk, zeggende: Zo zegt de HEERE: Hoort niet naar de woorden uwer profeten, die u profeteren, zeggende: Ziet, de vaten van des HEEREN huis zullen nu haast uit Babel wedergebracht worden; want zij profeteren u valsheid.2 Koningen 24:13→Jeremia 28:3→Jeremia 27:10→Daniël 1:2→Jeremia 27:14→2 Kronieken 36:7→Jesaja 9:15→
Jeremia 27:17— Hoort niet naar hen, maar dient den koning van Babel, zo zult gijlieden leven; waarom zou deze stad tot een woestheid worden?Jeremia 7:34→Jeremia 38:23→Jeremia 27:11→Jeremia 38:17→
Jeremia 27:18— Maar zo zij profeten zijn, en zo des HEEREN woord bij hen is, laat hen nu bij den HEERE der heirscharen voorbidden, opdat de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven, niet naar Babel komen.1 Samuël 7:8→Jeremia 18:20→1 Samuël 12:19→1 Koningen 18:24→1 Samuël 12:23→Genesis 18:24→Job 42:8→Ezechiël 22:30→
Jeremia 27:19— Want zo zegt de HEERE der heirscharen, van de pilaren, en van de zee, en van de stellingen, en van het overige der vaten, die in deze stad zijn overgebleven,2 Koningen 25:13→Jeremia 52:17→2 Koningen 25:17→1 Koningen 7:15→2 Kronieken 4:2→
Jeremia 27:20— Die Nebukadnezar, de koning van Babel, niet heeft weggenomen, als hij Jechonia, den zoon van Jojakim, koning van Juda, van Jeruzalem, naar Babel gevankelijk wegvoerde, mitsgaders al de edelen van Juda en Jeruzalem;Jeremia 24:1→2 Kronieken 36:10→Jeremia 22:28→2 Kronieken 36:18→2 Koningen 24:14→
Jeremia 27:22— Naar Babel zullen zij gebracht worden, en aldaar zullen zij zijn, tot den dag toe, dat Ik ze bezoeken zal, spreekt de HEERE; dan zal Ik ze opvoeren, en zal ze wederbrengen tot deze plaats.Jeremia 29:10→Ezra 7:19→Jeremia 32:5→Ezra 5:13→Ezra 1:11→Jeremia 25:11→Ezra 7:9→Daniël 9:2→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 27 vers 1— In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:
het begin des koninkrijks van Jójakim,
Elf jaren vóór het koninkrijk van Zedekia, als Nebukadnezar nog niet koning van Babel was, gelijk afgenomen wordt uit Jer. 25:1 , ontving Jeremia bevel van hetgeen hij doen en zeggen zou ten tijde van den koning Zedekia, gelijk uit het volgende blijkt. Zie vs.3, 12.
Hertaald:het begin des koninkrijks van Jójakim,
Elf jaar vóór de regering van Zedekia, toen Nebukadnezar nog geen koning van Babel was, zoals op te maken is uit Jer. 25:1, ontving Jeremia het bevel over wat hij in de tijd van koning Zedekia doen en zeggen zou, zoals uit het vervolg blijkt. Zie vers 3 en 12.
Jeremia 27 vers 2— Alzo zeide de HEERE tot mij: Maak u banden en jukken, en doe die aan uw hals;
jukken,
Alzo wordt het Hebreeuwse woord ook genomen onder Jer. 28:10 , Jer. 28:12-13 . Anders betekent het ook disselen, of zelen, waarmede men aan het juk of den dissel gebonden wordt. Zie Lev. 26:13 , met de aantekening.
Hertaald:jukken,
Zo wordt het Hebreeuwse woord ook opgevat in hieronder Jer. 28:10 en Jer. 28:12-13. Verder betekent het ook disselbomen of riemen waarmee men aan het juk of de dissel gebonden wordt. Zie Lev. 26:13 met de aantekening.
die aan uw hals;
Dat is, een van dien, [zie Richt. 12:7 , en boven Jer. 26:23 ] , en draag dat, om het volk levendig af te beelden de toekomstige dienstbaarheid onder den koning van Babel; [zie onder vs.8, 12, en Jer. 28:14 ] , en doe met de andere gelijk volgt.
Hertaald:die aan uw hals;
Dat is: een daarvan (zie Richt. 12:7 en hierboven Jer. 26:23), en draag dat om het volk levendig de toekomstige dienstbaarheid onder de koning van Babel af te beelden; zie hieronder vers 8 en 12, en Jer. 28:14. En doe met de andere zoals volgt.
Jeremia 27 vers 3— En zend ze tot den koning van Edom, en tot den koning van Moab, en tot den koning der kinderen Ammons, en tot den koning van Tyrus, en tot den koning van Sidon; door de hand der boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, den koning van Juda, komen.
boden,
Of, gezanten.
Hertaald:boden,
Of: gezanten.
komen
Of, zullen komen, zijn gekomen, om verbond met hem te maken tegen de Babyloniërs, of hem in zijn rebellie te stijven. Zie 2 Kron. 36:13 .
Hertaald:komen
Of: zullen komen, of: gekomen zijn, om een verbond met hem te sluiten tegen de Babyloniërs, of om hem in zijn opstand te stijven. Zie 2 Kron. 36:13.
Jeremia 27 vers 4— En beveel hun aan hun heren te zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Zo zult gij tot uw heren zeggen:
heirscharen,
Zie 1 Kron. 18:15 .
Hertaald:heirscharen,
Zie 1 Kron. 18:15.
Jeremia 27 vers 5— Ik heb gemaakt de aarde, den mens en het vee, die op den aardbodem zijn, door Mijn grote kracht, en door Mijn uitgestrekten arm, en Ik geef ze aan welken het recht is in Mijn ogen.
en Ik geef ze
Of, daarom geef Ik die, of heb ze gegeven, enz.; te weten de aarde.
Hertaald:en Ik geef ze
Of: daarom geef Ik die, of: heb Ik die gegeven, enzovoort, namelijk de aarde.
recht is in Mijn ogen
Dat is, wien het mij, belieft, of beliefde.
Hertaald:recht is in Mijn ogen
Dat is: aan wie het Mij behaagt of behaagde.
Jeremia 27 vers 6— En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; zelfs ook het gedierte des velds heb Ik hem gegeven, om hem te dienen.
Nebukadnezar,
In het voorgaande dikwijls genoemd Nebukadrezar.
Hertaald:Nebukadnezar,
In het voorgaande vaak Nebukadrezar genoemd.
knecht;
Zie boven Jer. 25:9 .
Hertaald:knecht;
Zie hierboven Jer. 25:9.
gedierte des velds
Manier van spreken, betekenende een volstrekte en volkomen heerschappij. Vergelijk onder Jer. 28:14 ; Dan. 2:38 .
Hertaald:gedierte des velds
Een manier van spreken die een volstrekte en volkomen heerschappij aanduidt. Vergelijk hieronder Jer. 28:14 en Dan. 2:38.
Jeremia 27 vers 7— En alle volken zullen hem, en zijn zoon, en zijns zoons zoon dienen, totdat ook de tijd zijns eigenen lands kome; dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen.
zoon, en zijns zoons
Evilmerodach, van wien zie 2 Kon. 25:27 , en onder Jer. 52:31 .
Hertaald:zoon, en zijns zoons
Evilmerodach, over wie zie 2 Kon. 25:27 en hieronder Jer. 52:31.
zoon dienen,
Belsazar. Zie Dan 5 .
Hertaald:zoon dienen,
Belsazar. Zie Dan. 5.
zijns eigenen lands kome;
Of, de rechte tijd van zijn land. Hebreeuws, de tijd van zijn land, ook, of zelfs, of ja zijns, te weten, lands; of ook dien, te weten, tijd van zijn land, dat zijn land onder het geweld van anderen door Gods regering zal gebracht worden, en de Babylonische monarchie een einde nemen. Vergelijk Dan. 5:26 .
Hertaald:zijns eigenen lands kome;
Of: de eigen tijd van zijn land. Hebreeuws: de tijd van zijn land, ook of zelfs of ja het zijne, namelijk zijn land; of ook die, namelijk de tijd van zijn land — dat zijn land door Gods bestuur onder de macht van anderen gebracht zal worden en de Babylonische wereldmacht een einde zal nemen. Vergelijk Dan. 5:26.
doen dienen
Of, hem dwingen te dienen. Zie boven Jer. 25:14 .
Hertaald:doen dienen
Of: hem dwingen te dienen. Zie hierboven Jer. 25:14.
Jeremia 27 vers 8— En het zal geschieden, het volk en het koninkrijk, dat hem, Nebukadnezar, den koning van Babel, niet zal dienen, en dat zijn hals niet zal geven onder het juk des konings van Babel; over datzelve volk zal Ik, spreekt de HEERE, bezoeking doen door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie, totdat Ik ze zal verteerd hebben door zijn hand.
dat zijn hals
Te weten volk of koninkrijk.
Hertaald:dat zijn hals
Namelijk: dat volk of koninkrijk.
hand
Dat is, door zijn dienst, of zijn geweld.
Hertaald:hand
Dat is: door zijn dienst, of door zijn geweld.
Jeremia 27 vers 9— Gijlieden dan, hoort niet naar uw profeten, en naar uw waarzeggers, en naar uw dromers, en naar uw guichelaars, en naar uw tovenaars, dewelke tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen.
profeten,
Versta, valse profeten, en al zulken, die voorgeven dat zij goddelijke openbaringen en dromen hebben. Zie boven Jer. 23:25 , enz.
Hertaald:profeten,
Versta: valse profeten, en al degenen die voorgeven dat zij goddelijke openbaringen en dromen hebben. Zie hierboven Jer. 23:25, enzovoort.
dromers,
Hebreeuws, dromen; alzo onder Jer. 29:8 , gelijk, gevankelijke wegvoering of gevangenis voor gevankelijke weggevoerden, gevangenen, onder Jer. 28:4 , Jer. 28:6 , en Jer. 29:1 , Jer. 29:4 ; zie Job 35:13 .
Hertaald:dromers,
Hebreeuws: dromen; zo ook hieronder Jer. 29:8 — net zoals gevankelijke wegvoering of gevangenschap staat voor de weggevoerden of gevangenen in hieronder Jer. 28:4 en Jer. 28:6, en Jer. 29:1 en Jer. 29:4; zie Job 35:13.
guichelaars,
Zie Lev. 19:26 .
Hertaald:guichelaars,
Zie Lev. 19:26.
Jeremia 27 vers 10— Want zij profeteren u valsheid, om u verre uit uw land te brengen, en dat Ik u uitstote, en gij omkomt.
valsheid,
Of, ene leugen; alzo vs.14, 16.
Hertaald:valsheid,
Of: een leugen; zo ook in vers 14 en 16.
om u verre uit uw land te brengen,
Zie onder vs.15.
Hertaald:om u verre uit uw land te brengen,
Zie hieronder vers 15.
Jeremia 27 vers 12— Daarna sprak ik tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult gij leven.
Daarna sprak ik tot Zedekia,
Te weten, ten tijde van den koning Zedekia; vergelijk boven vs.1, en onder Jer. 35:1 , met de aantekening.
Hertaald:Daarna sprak ik tot Zedekia,
Namelijk: in de tijd van koning Zedekia; vergelijk hierboven vers 1 en hieronder Jer. 35:1 met de aantekening.
leven
Dat is, levend blijven; alzo vs.17.
Hertaald:leven
Dat is: in leven blijven; zo ook in vers 17.
Jeremia 27 vers 13— Waarom zoudt gij sterven, gij en uw volk door het zwaard, door den honger en door de pestilentie, gelijk als de HEERE gesproken heeft van het volk, dat den koning van Babel niet zal dienen.
sterven,
Dat zekerlijk geschieden zal zo gij den koning van Babel niet wilt dienen; alzo onder vs.17; vergelijk 2 Sam. 2:22 .
Hertaald:sterven,
Wat zeker gebeuren zal als u de koning van Babel niet wilt dienen; zo ook hieronder in vers 17; vergelijk 2 Sam. 2:22.
Jeremia 27 vers 15— Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt de HEERE, en zij profeteren valselijk in Mijn Naam; opdat Ik u uitstote, en gij omkomt, gij en de profeten, die u profeteren.
opdat Ik u uitstote,
Dit was wel het oogmerk der valse profeten niet, maar het zou zekerlijk daarop volgen, wil de Heere zeggen, als zij de valse profeten zouden geloven, die ook met hun valse profetieën onder Gods heilige en rechtvaardige regering stonden. Zie 1 Kon. 22:19 , enz. en boven Jer. 18:16 .
Hertaald:opdat Ik u uitstote,
Dit was wel niet het doel van de valse profeten, maar het zou er zeker op volgen, wil de HEERE zeggen, wanneer zij die valse profeten zouden geloven — die ook met hun valse profetieën onder Gods heilige en rechtvaardige bestuur stonden. Zie 1 Kon. 22:19, enzovoort, en hierboven Jer. 18:16.
Jeremia 27 vers 16— Ook sprak ik tot de priesteren, en tot dit ganse volk, zeggende: Zo zegt de HEERE: Hoort niet naar de woorden uwer profeten, die u profeteren, zeggende: Ziet, de vaten van des HEEREN huis zullen nu haast uit Babel wedergebracht worden; want zij profeteren u valsheid.
dit ganse volk,
Dat de priesters en valse profeten aanhing.
Hertaald:dit ganse volk,
Dat de priesters en de valse profeten aanhing.
de vaten van des HEEREN huis
Die ten tijde van Jojakim en Jechonia naar Babel gevoerd waren; 2 Kron. 36:7 , 2 Kron. 36:10 .
Hertaald:de vaten van des HEEREN huis
Die in de tijd van Jojakim en Jechonia naar Babel gevoerd waren; 2 Kron. 36:7 en 2 Kron. 36:10.
Jeremia 27 vers 17— Hoort niet naar hen, maar dient den koning van Babel, zo zult gijlieden leven; waarom zou deze stad tot een woestheid worden?
leven;
Gelijk vs.12.
Hertaald:leven;
Zoals in vers 12.
Jeremia 27 vers 18— Maar zo zij profeten zijn, en zo des HEEREN woord bij hen is, laat hen nu bij den HEERE der heirscharen voorbidden, opdat de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven, niet naar Babel komen.
voorbidden,
Hebreeuws, bejegenen, aanlopen, tussenkomen; te weten met voorbiddingen; gelijk boven Jer. 7:16 , zie aldaar.
Hertaald:voorbidden,
Hebreeuws: tegemoet treden, aanlopen, tussenbeide komen, namelijk met voorbede; zoals hierboven Jer. 7:16, zie daar.
Jeremia 27 vers 19— Want zo zegt de HEERE der heirscharen, van de pilaren, en van de zee, en van de stellingen, en van het overige der vaten, die in deze stad zijn overgebleven,
pilaren,
Zie 2 Kon. 25:16-17 .
Hertaald:pilaren,
Zie 2 Kon. 25:16-17.
Jeremia 27 vers 20— Die Nebukadnezar, de koning van Babel, niet heeft weggenomen, als hij Jechonia, den zoon van Jojakim, koning van Juda, van Jeruzalem, naar Babel gevankelijk wegvoerde, mitsgaders al de edelen van Juda en Jeruzalem;
edelen van Juda en Jeruzalem;
Hebreeuws, witte; zie Neh. 2:16 .
Hertaald:edelen van Juda en Jeruzalem;
Hebreeuws: witten; zie Neh. 2:16.
Jeremia 27 vers 22— Naar Babel zullen zij gebracht worden, en aldaar zullen zij zijn, tot den dag toe, dat Ik ze bezoeken zal, spreekt de HEERE; dan zal Ik ze opvoeren, en zal ze wederbrengen tot deze plaats.
zijn,
Dat is, blijven; alzo onder Jer. 32:5 ; Ps. 37:18 , enz.
Hertaald:zijn,
Dat is: blijven; zo ook hieronder Jer. 32:5 en Ps. 37:18, enzovoort.
bezoeken zal,
Dit en het volgende kan men duiden op de genadige bezoeking der Joden, die God uit de gevangenschap van Babel wilde verlossen en met de vaten doen wederkomen; of ook [bij gelijkenis van mensen genomen] van de vaten zelf, wien God, [om zo te spreken] deze weldaad zou bewijzen, dat Hij ze uit de handen dergenen, die ze met geweld onderhielden en schandelijk misbruiken, [ Dan. 5:2-4 ] , weder aan hun rechte plaats en tot hun recht gebruik zou brengen. Alzo wordt God gezegd het land te bezoeken, Ps. 65:10 , enz.
Hertaald:bezoeken zal,
Dit en het vervolg kan men betrekken op de genadige bezoeking van de Joden, die God uit de gevangenschap van Babel wilde verlossen en met de vaten wilde laten terugkeren. Of ook, bij wijze van vergelijking met mensen, op de vaten zelf, aan wie God om zo te zeggen deze weldaad zou bewijzen dat Hij ze uit de handen van hen die ze met geweld vasthielden en schandelijk misbruikten (Dan. 5:2-4) weer op hun juiste plaats en tot hun juiste gebruik zou brengen. Zo wordt ook van God gezegd dat Hij het land bezoekt, Ps. 65:10, enzovoort.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De jukken — de profeet draagt zelf een juk en stuurt er andere naar de omringende koningen (Jer. 27:1-11)
"Maak u banden en jukken, en doe die aan uw hals" (Jer. 27:2). Hij moet er ook sturen naar de koningen van Edom, Moab, Ammon, Tyrus en Sidon, door de boden die in Jeruzalem zijn (Jer. 27:3). De boodschap begint bij de schepping: "Ik heb gemaakt de aarde, den mens en het vee, die op den aardbodem zijn, door Mijn grote kracht, en door Mijn uitgestrekten arm, en Ik geef ze aan welken het recht is in Mijn ogen" (Jer. 27:5). En dan komt de zin die het meest opvalt: "Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht" (Jer. 27:6). Er staat een grens bij: alle volken zullen hem dienen, hem en zijn zoon en zijn kleinzoon, "totdat ook de tijd zijns eigenen lands kome" (Jer. 27:7).
Bijbelse betekenis: Merk op welke titel de koning van Babel krijgt. Hij heet Mijn knecht, en dat is dezelfde lijn als bij Assur en bij Cores: apart gezet worden voor een taak is iets anders dan God kennen (reeds behandeld bij Jes. 10:5). Wie dat niet onderscheidt, leest hier een goedkeuring van Babel, en dat staat er niet. Let vervolgens op de grond die eronder ligt. Voordat er iets over Babel gezegd wordt, staat er dat God de aarde gemaakt heeft en haar geeft aan wie Hij wil. De macht van een wereldrijk wordt hier afgeleid van het scheppingsrecht. Let ten slotte op de tijdsgrens in Jer. 27:7. Aan het juk hangt een termijn, net als aan de zeventig jaren (reeds behandeld bij Jer. 25:11-12). Een juk dragen dat God oplegt is iets anders dan een juk dat blijft.
Typologie: De Heere Jezus biedt een ander juk aan, en het verschil zit in Wie het draagt: "Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen" (Matt. 11:29), en: "Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht" (reeds behandeld bij Matt. 11:29-30).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het koninkrijkniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Het juk om de hals van de profeet — 27:1-15
Jeremia krijgt de opdracht een juk te maken van banden en jukhouten, en dat om zijn eigen hals te doen. Zo moet hij verschijnen voor de gezanten van vijf omringende koningen, die in Jeruzalem zijn om over verzet tegen Babel te overleggen.
De profeet loopt met een juk om zijn nek en zegt dat God de volken in de hand van een heidense koning gegeven heeft, die Hij Zijn knecht noemt.
De profeten kregen vaker zulke opdrachten. Jeremia moest eerder een linnen gordel dragen, begraven en weer opgraven, en zo laten zien wat de zonde met het volk gedaan had. Hij moest een kruik stukslaan buiten de poort, om te tonen hoe volledig het oordeel zou zijn. En hier draagt hij een juk, en dat betekent gevangenschap.
De boodschap begint bij het recht van God om zoiets te doen: Ik heb de aarde gemaakt, de mens en het vee, door Mijn grote kracht en door Mijn uitgestrekten arm, en Ik geef ze aan wie het recht is in Mijn ogen. Wie alles gemaakt heeft, mag het ook uitdelen.
En dan volgt de zin waar iedere hoorder over moest struikelen: “Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht.” De man die de tempel zou verbranden heet hier Gods knecht. Dat is dezelfde eretitel die Mozes draagt, en Abraham, en Jozua, en David, en Job. Wat al die mensen bindt is dat God hen uitkoos om een bepaalde taak namens Hem te doen. En soms krijgt zelfs iemand die titel die het zelf niet weet en er niets van begrijpt. Nebukadnezar is opgewekt en gebruikt om Gods wil te volbrengen, zonder dat hij God kent.
De raad die Jeremia geeft is dan ook het tegenovergestelde van heldhaftig: brengt uw hals onder het juk van de koning van Babel en dient hem, dan zult gij in uw land blijven. De valse profeten zeggen precies het omgekeerde en beloven een korte ballingschap. Zij spreken wat de mensen graag horen, en het is niet waar.
Waarom staat dit hoofdstuk in dit register? Om dat ene voorwerp om Jeremia's nek. Een juk is in de Schrift het beeld van heerschappij: er is er altijd een, en de vraag is alleen wiens juk men draagt. In dit hoofdstuk is dat het juk van Babel. Het is zwaar, en het is toch beter dan verzet.
Eeuwen later staat er Iemand Die datzelfde beeld gebruikt en het omkeert: “Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.” Hij belooft geen leven zonder juk. Hij biedt een ander juk aan, en Hij zegt erbij hoe het voelt.
En er is nog een naklank. Een hoofdstuk verder breekt de valse profeet Hananja het houten juk van Jeremia's hals stuk, en God laat er een ijzeren voor in de plaats komen. Wie het juk dat God oplegt van zich afwerpt, krijgt een zwaarder juk terug.
Jeremia 13:1-11 — De linnen gordel: een profeet krijgt vaker een voorwerp mee in plaats van woorden.
Jeremia 27:5 — Ik heb de aarde gemaakt, en Ik geef haar aan wie het recht is in Mijn ogen.
Jeremia 27:6 — Nebukadnezar, die de tempel verbranden zal, heet hier Mijn knecht.
Jeremia 27:11 — Wie zijn hals onder dat juk brengt, mag in zijn land blijven.
Jeremia 28:13 — Wie het houten juk breekt, krijgt een ijzeren juk terug.
Mattheüs 11:29-30 — Neemt Mijn juk op u; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.
In het Nieuwe Testament: Mattheüs 11:29-30; Handelingen 15:10; Galaten 5:1; Daniël 2:37-38; Romeinen 13:1
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jeremia 27 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op twee dingen die in de teksten zelf staan: dat God een heidense koning Zijn knecht noemt, en dat het juk in de Schrift het beeld is van heerschappij. Dat Christus in Mattheüs 11 met dat beeld bewust naar dit hoofdstuk verwijst, staat er niet; het is dezelfde beeldspraak, anders gebruikt. Uit Jeremia's raad om zich te onderwerpen mag men bovendien geen algemene regel maken: zij werd voor deze bepaalde ballingschap gegeven.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
III. Vs. 1KruisverwijzingenJeremia 27:3→Jeremia 27:19→Jeremia 27:12→Jeremia 28:1→2 Kronieken 36:11→Jeremia 26:1→ — In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende: -Hoofdst 28:17. Toen koning Zedekia na het eerste derde deel zijner regering door afgezanten der omliggende volken werd aangezocht, om gemeenschappelijk tegen de overheersing der Chaldeën op te staan en het juk van Nebukadnezar af te schudden, wordt aan Jeremia door den Heere opgedragen die onderneming met allen nadruk tegen te werken. Hij moet daartoe een juk maken en zich zelven opleggen. Zo moet hij aanschouwelijk voorstellen, dat het juk der Chaldeeuwse opperheerschappij door den Heere aan Juda en den naburigen volken is opgelegd, en alle poging om het af te schudden tegen des Heeren raad en wil is. Vervolgens moet hij ook nog met profetische woorden verklaren wat de handeling betekent, en dat op het hart drukken (vs. 1-22). Wat Jeremia sprak droeg goede vruchten. De voorgenomen vereniging tegen Babel bleef achter, en niet lang daarna reisde Zedekia zelf tot den koning, om hem van zijne gehechtheid te verzekeren. Toen echter kort na bovengenoemde gebeurtenis een valse Profeet Hananja zich in den tempel aanstelde, alsof hij beter den Jeremia des Heeren gedachten en raadsbesluiten wist, wordt hem voor de priesters en het volk zijn einde aangekondigd, en verkrijgt hij na twee maanden voor zijn liegen het loon. (Hoofdst. 28:1-7).
KruisverwijzingenJeremia 27:3→Jeremia 27:19→Jeremia 27:12→Jeremia 28:1→2 Kronieken 36:11→Jeremia 26:1→— In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:
In het begin des koninkrijks van Jojakim 1) (beter: van Zedekia vs. 3, 12 en (Hoofdst. 21:1)zoon van Josia, koning van Juda, en wel in het vierde jaar zijner regering (Hoofdst. 28:1), toen de Moabieten Edomieten en Feniciërs onderhandeling met hem aanknoopten tot ene zamenzwering tegen de Chaldeeuwse heerschappij (2 Kon. 24:20.) geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:
De lezing “Jojakim” kan niet anders zijn dan ene vergissing van den afschrijver, die meende dat met dit vers Hoofdst. 26:1 weer werd opgevat. Ene dergelijke vergissing zagen wij in 2 Kon. 22:2. In de dagtekening dezer profetie komt enige zwarigheid voor. Dit woord wordt gezegd tot Jeremia geschied te zijn in het begin der regering van Jojakim (vs. 1) en nochtans werden de gezanten, aan wien hij de jukken der dienstbaarheid moest hangen in vs. 3 gezegd tot Zedekia, den koning van Juda te komen, die eerst elf jaar na het begin van Jojakims regering koning werd. Sommigen houden dit voor een fout des afschrifts en dat men in vs. 1 lezen moet: in het begin der regering van Zedekia, waarvan een achteloos afschrijver zijn oog op den titel van het voorgaande kapittel hebbende schreef, Jojakim. En indien men een schrijffout ergens zal mogen toelaten zal het hier zijn, want in vs. 2 wordt Zedekia weer genoemd en vervolgens de profetie wordt in hetzelfde jaar gedagtekend, en nochtans gezegd geschied te zijn in het begin der regering van Zedekia (Hoofdst. 28), gevolgelijk moet deze ook onder Zedekia geschied zijn.
Kruisverwijzingen1 Koningen 11:30→Ezechiël 24:3→Ezechiël 4:1→Jeremia 18:2→Jeremia 19:1→Amos 7:1→Jeremia 13:1→Ezechiël 12:1→— Alzo zeide de HEERE tot mij: Maak u banden en jukken, en doe die aan uw hals;
Alzo zei de HEERE tot mij Maak u banden en Jukken van hout (vs. 13), en a) doe die aan uwen hals.
Jer. 28:10.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:13→Jeremia 25:19→Ezechiël 17:15→Ezechiël 25:1→Ezechiël 29:18→Amos 1:9→Jeremia 47:1→— En zend ze tot den koning van Edom, en tot den koning van Moab, en tot den koning der kinderen Ammons, en tot den koning van Tyrus, en tot den koning van Sidon; door de hand der boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, den koning van Juda, komen.
En zend ze middelijk, door het voor te houden aan degenen, die uwe opdracht moeten ten uitvoer brengen, tot den koning van Edom, en tot den koning van Moab, en tot den koning der kinderen Ammons, en tot dan koning van Tyrus, en tot den koning van Zidon, door de hand der boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, den koning van Juda, komen 1) tot het sluiten van een verbond.
Dat de profeet door zijne eigene verschijning aan de boden het juk voor ogen stelde, dat hunnen koningen zou worden opgelegd, en het hun enigermate zinnebeeldig mede op weg gaf, was genoegzaam tot het doel zijner profetie, die toch eigenlijk alleen op zijn eigen volk indruk moest en kon maken. Het zenden van het juk kan dus niet anders worden opgevat dan als het overreiken van den beker des toorns aan alle volken in Hoofdst. 25:15. Sommige uitleggers zijn van mening dat Jeremia alleen zich zelf een juk om den hals lag en dat dit een zinnebeeld was van hetgeen de genoemde koningen zou overkomen. Wij voor ons zijn echter van mening dat wel degelijk de Profeet aan de gezanten dier volken hier genoemd, en die hoogstwaarschijnlijk kwamen om met den koning een verbond te sluiten tegen Babel, jukken mee heeft gegeven, om daarmee te verkondigen dat een verbond tegen Babel hun niets zou geven, dewijl de Heere God had besloten hen in de hand van Babel te geven.
KruisverwijzingenJeremia 25:27→Jeremia 10:16→Exodus 5:1→Jeremia 51:19→Jeremia 10:10→— En beveel hun aan hun heren te zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Zo zult gij tot uw heren zeggen:
En beveel hun aan hun heren te zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Zo zult gij tot uwe heren zeggen:
KruisverwijzingenJesaja 42:5→Psalmen 115:15→Jesaja 45:12→Psalmen 146:5→Jeremia 32:17→Jesaja 40:21→Jeremia 51:15→Hebreeën 1:10→— Ik heb gemaakt de aarde, den mens en het vee, die op den aardbodem zijn, door Mijn grote kracht, en door Mijn uitgestrekten arm, en Ik geef ze aan welken het recht is in Mijn ogen.
Ik heb gemaakt de aarde, den mens en het vee, die op den aardbodem zijn, door Mijne grote kracht, en door Mijnen uitgestrekten arm(Hoofdst. 32:17), en Ik geef ze aan welken het recht is in Mijne ogen 1) (Dan. 2:21; 4:14, 17, 25).
Over de macht Gods wordt gesproken en over Zijn hoogste regering, dewijl de koningen, ofschoon zij bekennen dat God het bestuur der wereld in handen heeft, echter niet kunnen vatten, dat Hij hen in een ogenblik kan onttronen en uit hun rang stellen. Want zij schijnen aan hun nesten te zijn vastgehecht, zo beloven zij zich een eeuwigdurenden stand en verbeelden zich dat zij niet onderworpen zijn aan het gewone lot der stervelingen. Dewijl derhalve de koningen zo door trotsheid zijn opgeblazen, zegt God hier, dat Hij gemaakt heeft de aarde en alle stervelingen. Van den hemel spreekt Hij niet, maar stelt vast dat Hij alles gemaakt heeft, én den mens én de dieren, welke op de aarde zijn.
KruisverwijzingenJeremia 28:14→Jeremia 25:9→Ezechiël 29:18→Jeremia 43:10→Daniël 2:37→Jesaja 44:28→Jeremia 21:7→Jeremia 24:1→— En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; zelfs ook het gedierte des velds heb Ik hem gegeven, om hem te dienen.
En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijnen knecht (Hoofdst. 25:9); zelfs ook het gedierte des velds heb Ik hem gegeven, om hem te dienen, (Dan. 2:37 vv. 4:19).
KruisverwijzingenJeremia 52:31→Jesaja 14:4→Zacharia 2:8→Jesaja 13:8→Habakuk 2:7→Openbaring 16:19→Openbaring 14:15→Openbaring 14:8→— En alle volken zullen hem, en zijn zoon, en zijns zoons zoon dienen, totdat ook de tijd zijns eigenen lands kome; dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen.
En alle volken zullen hem, en zijnen zoon, en zijns zoons zoon (2 (Kon. 25:27 en Dan. 5:1) dienen, totdat ook de tijd zijns eigenen lands kome 1), als het ook daarmee een einde zal nemen (Hoofdst. 25:12, 25); dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen, zo heb ik in Mijnen raad besloten.
Wanneer de door den Heere bepaalden tijd voor Babels koning komt, dat hij zijne overwinnaars vinden zal en zijn rijk aan vreemde vorsten en volken zal onderdanig worden. Vóór dien tijd baat alle menselijke inspanning tegen de Chaldeën niet. Al de gemelde volken zouden Nebukadnezar en zijnen zoon en zijns zoons zoon dienen. In de kanon van Ptolemeus worden na Nebukadnezar de volgende alleenheersers van Babel opgeteld: Evilmerodach, Neriglissar, Laborosoarchod en Nabonnedus, welke of dezelfde is, die in de Heilige Schrift Belsazar genaamd wordt, of een mederegeerder met Belsazar, welke, terwijl deze zich aan de hofvermaken overgaf, de klem der regering had. Men dient te weten dat Neriglissar en Laborasoarchod niet rechtstreeks uit de koninklijke linie van Nebukadnezar waren voortgesproten. Neriglissar was de schoonbroeder van Evilmerodach, en Laborosoarchod de zoon van Neriglissar. Wanneer wij derhalve deze beide om de gemelde reden uit de geslachtslijst weglaten, hebben wij de drie Babelse alleenheersers, van welke de Profeet melding maakt: Nebukadnezar, Evilmerodach en Nabonnedus of Belsazar.
KruisverwijzingenJeremia 38:17→Jeremia 24:10→Ezechiël 17:19→Ezechiël 14:21→Jeremia 52:3→Jeremia 42:10→Jeremia 25:28→Jeremia 40:9→— En het zal geschieden, het volk en het koninkrijk, dat hem, Nebukadnezar, den koning van Babel, niet zal dienen, en dat zijn hals niet zal geven onder het juk des konings van Babel; over datzelve volk zal Ik, spreekt de HEERE, bezoeking doen door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie, totdat Ik ze zal verteerd hebben door zijn hand.
En het zal geschieden, het volk en het koninkrijk, die hem, Nebukadnezar, den koning van Babel, niet zullen dienen, en dat zijnen hals niet zal geven onder het juk des konings van Babel: over dat volk, dat zich alzo tegen Mijn raadsbesluit zal verzetten, zal ik, spreekt de HEERE, bezoeking doen door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie, totdat Ik ze zal verteerd hebben door zijne hand. 1)
Nebukadnezar was zeer onrechtvaardig en barbaars om dus de rechten en rijkdommen zijner naburen aan te tasten en hen tot onderwerping aan zich te dwingen. Nochtans had God rechtvaardige en heilige oogmerken om dit toe te laten, om deze volken te straffen wegens hun afgoderij en grove zondenschuld. Zij, die den God, die hen gemaakt heeft niet willen dienen, worden rechtvaardiglijk genoodzaakt hun vijanden te dienen, die hen zochten te verderven.
KruisverwijzingenJeremia 29:8→Jesaja 8:19→Maleachi 3:5→Jeremia 14:14→Jozua 13:22→Handelingen 8:11→Openbaring 18:23→Openbaring 22:15→— Gijlieden dan, hoort niet naar uw profeten, en naar uw waarzeggers, en naar uw dromers, en naar uw guichelaars, en naar uw tovenaars, dewelke tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen.
Gijlieden dan hoort niet naar uwe profeten, en naar uwe waarzeggers, en naar uwe dromers, en naar uwe guichelaars, en naar uwe tovenaars, dewelke tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen. 1)
Benevens de afgoderij der naburige volken hadden de Joden ook geleerd hun waarzeggerijen en andere kunsten tot het voorzeggen van toekomende dingen. Dit had God uitdrukkelijk in de wet verboden (Deut. 18:11 vv.), en Jesaja had daarover het volk scherp bestraft (Jes. 2:6). De honenim, bij ons guichelaars uitgedrukt, worden geacht sterrekundigen geweest te zijn.
KruisverwijzingenJeremia 32:31→Jeremia 28:16→Ezechiël 14:9→Jeremia 27:14→Klaagliederen 2:14→Jeremia 23:25→— Want zij profeteren u valsheid, om u verre uit uw land te brengen, en dat Ik u uitstote, en gij omkomt.
Want zij profeteren u valsheid, om u, hoewel niet met dat bewuste doel, toch met dat zekere gevolg (Hoofdst. 11:17; 18:16), verre uit uw land te brengen, en dat Ik u uitstote, en gij omkomt. 1)
Het behoort tot onze verdorvene natuur, dat wij gemakkelijker de leugen geloven dan de waarheid; want wanneer Jeremia en zijne geestverwanten predikten, zo was er niemand die geloofde; zodra daarentegen de valse profeten kwamen en hun mond opendeden, dan was alles wat die spraken door den hemel gesproken. Wat zij zeiden moest waar zijn op aarde (Ps. 93:5); wat daarentegen Jeremia zei was zonder kracht. Het voorbeeld van onze moeder Eva: wat God zei werd niet geloofd, wat de slang zei was iets kostelijks. Dewijl Jeremia zowel aan den koning als aan den burgers voorzegd had, dat zij de straf niet konden ontvluchten, die vaststond, ontneemt hij hun alle ijdel vertrouwen, hetwelk een beletsel was, om op de bedreigingen te letten en de waarachtige waarschuwingen aan te nemen. De valse profeten bedrogen hen door hun valse leugens en beloofden dat alles gelukkig zou aflopen. Dewijl derhalve de Profeet zag dat zowel de oren van den koning als van het volk gesloten waren en daarom, zowel vermaning als bedreiging weinig of niets geen nut deed, voegt hij er aan toe, wat noodzakelijk was. n. l. dat het louter bedriegerijen waren, welke de valse profeten hun voorwierpen.
KruisverwijzingenJeremia 21:9→Jeremia 27:8→Jeremia 27:2→Jeremia 27:12→Jeremia 38:2→Jeremia 42:10→Jeremia 40:9→— Maar het volk, dat zijn hals zal brengen onder het juk des konings van Babel, en hem dienen, datzelve zal Ik in zijn land laten, spreekt de HEERE, en het zal dat bouwen en daarin wonen.
Integendeel is werkelijk het beste, zich gehoorzaam te onderwerpen aan Mijnen wil; want wie zich daartegen verzet, zal te meer moeten lijden; maar het volk, dat zijnen hals zal brengen onder het juk des konings van Babel, en hem dienen, dat zal Ik in zijn land laten, spreekt de HEERE, en het zal dat bouwen en daarin wonen. 1)
De profeet beveelt dit aan als de weg van een ootmoedigen geest, die door zich stil te onderwerpen aan de hardste slagen der Voorzienigheid het beste van het kwade kiest. Menigeen zou de besturingen Gods ter verwoesting zijn voorgekomen door zich aan de besturingen Gods ter verootmoediging te onderwerpen. Het is beter een licht kruis op ons te nemen, den een zwaarder op ons eigen hoofd neer te halen. De arme van geest, de zachtmoedige en nederige zal voor zichzelven bijzonderen troost genieten en menig ongeluk ontgaan, waaraan de hogen van geest zijn blootgesteld. Wanneer elke zegen of ellende volgens de goddelijke beschikking is, moet het in elk geval ons belang zijn te gehoorzamen. Zij, die dit niet willen geloven, zullen door de uitkomst worden overtuigd van de valsheid der listen, door welke zij werden aangemoedigd om het geluk te zoeken in het volgen van hun eigene meningen. . Hiermede wil de Heere zeggen, dat wie zich onder het recht Gods buigt, genade zal vinden. Zich verzetten tegen de roede, vermeerdert den toorn Gods en verergert de straf. Maar wie de roede leert kussen zal barmhartigheid vinden, zal ervaren dat de Heere God in den toorn nog des ontfermens gedachtig is. Dit geldt niet alleen voor volken maar ook voor personen. God in zijn recht laten, is de weg tot erbarming. Want dit gaat gepaard met belijdenis van zonde en schuld, van een erkennen, dat wat God toezendt niet anders is, dan wat volk en personen zich waardig hebben gemaakt. Indien echter de zonde beleden wordt, bekend, zal God haar vergeven en waar God vergeeft neemt Hij niet alleen de zonde, maar ook de gevolgen der zonde weg.
KruisverwijzingenJeremia 38:17→Jeremia 28:1→2 Kronieken 36:11→Ezechiël 17:11→Jeremia 27:8→Jeremia 27:2→Spreuken 1:33→— Daarna sprak ik tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult gij leven.
Daarna sprak ik alles, wat ik den boden der andere koningen moest zeggen. Ook tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden; ik wendde wij daarbij tevens tot de omgeving des konings, zeggende; Brengt uwe halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult gij leven.
KruisverwijzingenEzechiël 18:31→Jeremia 27:8→Spreuken 8:36→Jeremia 24:9→Ezechiël 18:24→Jeremia 38:20→Ezechiël 14:21→Ezechiël 33:11→— Waarom zoudt gij sterven, gij en uw volk door het zwaard, door den honger en door de pestilentie, gelijk als de HEERE gesproken heeft van het volk, dat den koning van Babel niet zal dienen.
Waarom zoudt gij sterven, gij en uw volk, door het zwaard, door den honger, en door de pestilentie? Er zal toch zeker zulk ene straf komen, gelijk als de HEERE gesproken heeft van het volk, dat den koning van Babel niet zal dienen (vs. 8).
KruisverwijzingenJeremia 14:14→Jeremia 29:8→Jeremia 27:9→2 Korinthe 11:13→Jeremia 23:21→2 Petrus 2:1→Mattheüs 7:15→Micha 2:11→— Hoort dan niet naar de woorden der profeten, die tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen; want zij profeteren u valsheid.
Hoort dan niet naar de woorden der profeten, die tot u spreken (Hoofdst. 14:13 vv. 23:16 vv.), zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen, want zij profeteren u a) valsheid.
Jer. 29:8.
Hij herhaalt dezelfde woorden, welke wij te voren hebben gehoord. De herhaling is echter niet overbodig dewijl voor hem de strijd met de valse profeten moeilijk was, daar zij zulk een groot gezag hadden verkregen. Dewijl dus één Jeremia die menigte moet tegengaan, had het grootste gedeelte ten opzichte van de dubbelzinnige zaken kunnen tegenwerpen dat er niets zekers of helders aan was. Verder, dewijl het niet gemakkelijk was de Joden te overtuigen, die liever de valse profeten geloofden, daarom was het noodzakelijk meermalen hetzelfde te zeggen, zoals wij naderhand ook zullen zien.
KruisverwijzingenJeremia 27:10→Jeremia 6:13→2 Kronieken 25:16→Jeremia 14:15→2 Timotheüs 2:17→Openbaring 13:7→2 Kronieken 18:17→Jeremia 23:21→— Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt de HEERE, en zij profeteren valselijk in Mijn Naam; opdat Ik u uitstote, en gij omkomt, gij en de profeten, die u profeteren.
Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt de HEERE, en zij profeteren valselijk in Mijnen naam; opdat Ik u uitstote (vgl. vs. 10), en gij omkomt, gij en de profeten, die u profeteren. 1)
De Heere verzekerde hier door den profeet op zo duidelijk mogelijke wijs, dat Hij die valse profeten niet had gezonden, dat zij leugentaal spraken, opdat toch eindelijk het misleide volk zich zou laten gezeggen. Helaas het heeft niet willen luisteren naar het woord des Heeren en daarom is het het gewis verderf niet ontkomen.
Kruisverwijzingen2 Koningen 24:13→Jeremia 28:3→Jeremia 27:10→Daniël 1:2→Jeremia 27:14→2 Kronieken 36:7→Jesaja 9:15→— Ook sprak ik tot de priesteren, en tot dit ganse volk, zeggende: Zo zegt de HEERE: Hoort niet naar de woorden uwer profeten, die u profeteren, zeggende: Ziet, de vaten van des HEEREN huis zullen nu haast uit Babel wedergebracht worden; want zij profeteren u valsheid.
Ook sprak ik tot de priesteren en tot dit ganse volk, nadat ik bij den koning en zijne vorsten mijn werk had volbracht, zeggende: Zo zegt de HEERE: Hoort niet naar de woorden uwer profeten, die u profeteren, zeggende: Ziet de vaten van des HEEREN huis, die Nebukadnezar, de koning van Babel, van deze plaats heeft weggenomen, en naar Babel gevoerd (Hoofdst. 28:3), zullen nu haast uit Babel wedergebracht worden; want zij profeteren u valsheid.
KruisverwijzingenJeremia 7:34→Jeremia 38:23→Jeremia 27:11→Jeremia 38:17→— Hoort niet naar hen, maar dient den koning van Babel, zo zult gijlieden leven; waarom zou deze stad tot een woestheid worden?
Hoort niet naar hen, maar dient den koning van Babel, zo zult gijlieden leven, waarom zou deze stad tot ene woestheid worden?
Kruisverwijzingen1 Samuël 7:8→Jeremia 18:20→1 Samuël 12:19→1 Koningen 18:24→1 Samuël 12:23→Genesis 18:24→Job 42:8→Ezechiël 22:30→— Maar zo zij profeten zijn, en zo des HEEREN woord bij hen is, laat hen nu bij den HEERE der heirscharen voorbidden, opdat de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven, niet naar Babel komen.
Maar zo zij profeten zijn, en zo des HEEREN woord bij hen is, laat hen nu bij den HEERE der heirscharen voorbidden, opdat de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven, niet naar Babel komen. Dit toch is reeds bij den Heere ene beslotene zaak (2 Kon. 25:13 vv.). Misschien zullen zij den Heere bewegen, en zal Hij berouw hebben over het kwaad. Daardoor zullen zij zich betonen Zijne ware Profeten te zijn.
Merk dit op: wie Gods woord heeft, die kan ook bidden; wie het niet heeft, die kan ook niet bidden; maar gelijk zijne prediking vals is, zo is ook zijn bidden niets. Hiermee bespot de Profeet het dwaze vertrouwen waarvan de valse profeten vol waren, waar zij alle mogelijk geluk voor de toekomst beloofden. Hij zegt derhalve dat men hen niet moest geloven omtrent dat gelukkig gevolg, waarvan zij getuigden, dat men veeleer een veel strenger straf moest vrezen. Zij beloven dat de vaten zullen terugkomen, die naar Babel waren overgebracht. Maar wat nog overig was in den tempel en in het koninklijk paleis en in de gehele stad, dat alles zal naar Babel worden gebracht. De Profeet vergelijkt den toekomenden tijd met den voorbijgeganen en toont aan, dat de bedriegers zo dwaas iets beters beloven, terwijl het zwaardere oordeel Gods hen boven het hoofd hangt, dewijl als het ware stad en tempel geheel zullen vergaan.
Kruisverwijzingen2 Koningen 25:13→Jeremia 52:17→2 Koningen 25:17→1 Koningen 7:15→2 Kronieken 4:2→— Want zo zegt de HEERE der heirscharen, van de pilaren, en van de zee, en van de stellingen, en van het overige der vaten, die in deze stad zijn overgebleven,
Want zo zegt de HEERE der heirscharen van de pilaren, en van de zee, en van de stellingen, en van het overige der vaten, die in deze stad zijn overgebleven,
KruisverwijzingenJeremia 24:1→2 Kronieken 36:10→Jeremia 22:28→2 Kronieken 36:18→2 Koningen 24:14→— Die Nebukadnezar, de koning van Babel, niet heeft weggenomen, als hij Jechonia, den zoon van Jojakim, koning van Juda, van Jeruzalem, naar Babel gevankelijk wegvoerde, mitsgaders al de edelen van Juda en Jeruzalem;
Die Nebukadnezar, de koning van Babel, niet heeft weggenomen, als hij Jechonia, den zoon van Jojakim, koning van Juda, van Jeruzalem naar Babel gevankelijk wegvoerde, mitsgaders al de edelen van Juda en Jeruzalem (2 Kon. 24:10),
— Ja, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels, van de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven:
Ja, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls, van de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven:
KruisverwijzingenJeremia 29:10→Ezra 7:19→Jeremia 32:5→Ezra 5:13→Ezra 1:11→Jeremia 25:11→Ezra 7:9→Daniël 9:2→— Naar Babel zullen zij gebracht worden, en aldaar zullen zij zijn, tot den dag toe, dat Ik ze bezoeken zal, spreekt de HEERE; dan zal Ik ze opvoeren, en zal ze wederbrengen tot deze plaats.
Naar Babel zullen a) zij gebracht worden, en aldaar zullen zij zijn tot den dag toe, dat Ik ze bezoeken zal, spreekt de HEERE; dan zal Ik ze opvoeren en zal ze b) wederbrengen tot deze plaats (Ezra 1:1-11). “Om der zonden wil laat God toe, dat de uitwendige godsdienst in de kerk een tijd lang wordt verboden. Wordt nu dit aangewend tot verbetering en het inwendige des te nauwkeuriger in acht genomen, zo kan God wel maken, dat ook de uitwendige godsdienst wordt vrijgelaten; ” ene aanwijzing voor hen, wien het bereid is de nabij zijnde toekomst van den tijd, die ons wacht volgens Openb. 11:7-10 te beleven; daarop volgt dan spoedig die andere tijd, waarvan Openb. 11:13 meldt. De Heere schijnt Jeremia te hebben gemaakt tot een wonder van waarheid te midden der valsheid. Is het niet dikwijls alzo? en hoe worden de waarheden van het Evangelie door de grote menigte ontvangen? Worden zij geloofd? Laat ons bidden om genade en om de leringen des Heiligen Geestes, om het in het hart te brengen en op het gemoed te drukken. De Heere God verbindt Zijne oordelen met een belofte. Hij laat voorspellen dat de tijd der bezoeking zal komen, maar tevens dat die tijd der bezoeking niet altijd zal duren. Eenmaal op zijn tijd zal het weer geschieden dat Jeruzalem zal herbouwd en de tempel zal hersteld worden.
III. Vs. 1KruisverwijzingenJeremia 27:3→Jeremia 27:19→Jeremia 27:12→Jeremia 28:1→2 Kronieken 36:11→Jeremia 26:1→ — In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende: -Hoofdst 28:17. Toen koning Zedekia na het eerste derde deel zijner regering door afgezanten der omliggende volken werd aangezocht, om gemeenschappelijk tegen de overheersing der Chaldeën op te staan en het juk van Nebukadnezar af te schudden, wordt aan Jeremia door den Heere opgedragen die onderneming met allen nadruk tegen te werken. Hij moet daartoe een juk maken en zich zelven opleggen. Zo moet hij aanschouwelijk voorstellen, dat het juk der Chaldeeuwse opperheerschappij door den Heere aan Juda en den naburigen volken is opgelegd, en alle poging om het af te schudden tegen des Heeren raad en wil is. Vervolgens moet hij ook nog met profetische woorden verklaren wat de handeling betekent, en dat op het hart drukken (vs. 1-22). Wat Jeremia sprak droeg goede vruchten. De voorgenomen vereniging tegen Babel bleef achter, en niet lang daarna reisde Zedekia zelf tot den koning, om hem van zijne gehechtheid te verzekeren. Toen echter kort na bovengenoemde gebeurtenis een valse Profeet Hananja zich in den tempel aanstelde, alsof hij beter den Jeremia des Heeren gedachten en raadsbesluiten wist, wordt hem voor de priesters en het volk zijn einde aangekondigd, en verkrijgt hij na twee maanden voor zijn liegen het loon. (Hoofdst. 28:1-7).
In het begin des koninkrijks van Jojakim 1) (beter: van Zedekia vs. 3, 12 en (Hoofdst. 21:1)zoon van Josia, koning van Juda, en wel in het vierde jaar zijner regering (Hoofdst. 28:1), toen de Moabieten Edomieten en Feniciërs onderhandeling met hem aanknoopten tot ene zamenzwering tegen de Chaldeeuwse heerschappij (2 Kon. 24:20.) geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:
De lezing “Jojakim” kan niet anders zijn dan ene vergissing van den afschrijver, die meende dat met dit vers Hoofdst. 26:1 weer werd opgevat. Ene dergelijke vergissing zagen wij in 2 Kon. 22:2. In de dagtekening dezer profetie komt enige zwarigheid voor. Dit woord wordt gezegd tot Jeremia geschied te zijn in het begin der regering van Jojakim (vs. 1) en nochtans werden de gezanten, aan wien hij de jukken der dienstbaarheid moest hangen in vs. 3 gezegd tot Zedekia, den koning van Juda te komen, die eerst elf jaar na het begin van Jojakims regering koning werd. Sommigen houden dit voor een fout des afschrifts en dat men in vs. 1 lezen moet: in het begin der regering van Zedekia, waarvan een achteloos afschrijver zijn oog op den titel van het voorgaande kapittel hebbende schreef, Jojakim. En indien men een schrijffout ergens zal mogen toelaten zal het hier zijn, want in vs. 2 wordt Zedekia weer genoemd en vervolgens de profetie wordt in hetzelfde jaar gedagtekend, en nochtans gezegd geschied te zijn in het begin der regering van Zedekia (Hoofdst. 28), gevolgelijk moet deze ook onder Zedekia geschied zijn.
Alzo zei de HEERE tot mij Maak u banden en Jukken van hout (vs. 13), en a) doe die aan uwen hals.
Jer. 28:10.
En zend ze middelijk, door het voor te houden aan degenen, die uwe opdracht moeten ten uitvoer brengen, tot den koning van Edom, en tot den koning van Moab, en tot den koning der kinderen Ammons, en tot dan koning van Tyrus, en tot den koning van Zidon, door de hand der boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, den koning van Juda, komen 1) tot het sluiten van een verbond.
Dat de profeet door zijne eigene verschijning aan de boden het juk voor ogen stelde, dat hunnen koningen zou worden opgelegd, en het hun enigermate zinnebeeldig mede op weg gaf, was genoegzaam tot het doel zijner profetie, die toch eigenlijk alleen op zijn eigen volk indruk moest en kon maken. Het zenden van het juk kan dus niet anders worden opgevat dan als het overreiken van den beker des toorns aan alle volken in Hoofdst. 25:15. Sommige uitleggers zijn van mening dat Jeremia alleen zich zelf een juk om den hals lag en dat dit een zinnebeeld was van hetgeen de genoemde koningen zou overkomen. Wij voor ons zijn echter van mening dat wel degelijk de Profeet aan de gezanten dier volken hier genoemd, en die hoogstwaarschijnlijk kwamen om met den koning een verbond te sluiten tegen Babel, jukken mee heeft gegeven, om daarmee te verkondigen dat een verbond tegen Babel hun niets zou geven, dewijl de Heere God had besloten hen in de hand van Babel te geven.
En beveel hun aan hun heren te zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Zo zult gij tot uwe heren zeggen:
Ik heb gemaakt de aarde, den mens en het vee, die op den aardbodem zijn, door Mijne grote kracht, en door Mijnen uitgestrekten arm(Hoofdst. 32:17), en Ik geef ze aan welken het recht is in Mijne ogen 1) (Dan. 2:21; 4:14, 17, 25).
Over de macht Gods wordt gesproken en over Zijn hoogste regering, dewijl de koningen, ofschoon zij bekennen dat God het bestuur der wereld in handen heeft, echter niet kunnen vatten, dat Hij hen in een ogenblik kan onttronen en uit hun rang stellen. Want zij schijnen aan hun nesten te zijn vastgehecht, zo beloven zij zich een eeuwigdurenden stand en verbeelden zich dat zij niet onderworpen zijn aan het gewone lot der stervelingen. Dewijl derhalve de koningen zo door trotsheid zijn opgeblazen, zegt God hier, dat Hij gemaakt heeft de aarde en alle stervelingen. Van den hemel spreekt Hij niet, maar stelt vast dat Hij alles gemaakt heeft, én den mens én de dieren, welke op de aarde zijn.
En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijnen knecht (Hoofdst. 25:9); zelfs ook het gedierte des velds heb Ik hem gegeven, om hem te dienen, (Dan. 2:37 vv. 4:19).
En alle volken zullen hem, en zijnen zoon, en zijns zoons zoon (2 (Kon. 25:27 en Dan. 5:1) dienen, totdat ook de tijd zijns eigenen lands kome 1), als het ook daarmee een einde zal nemen (Hoofdst. 25:12, 25); dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen, zo heb ik in Mijnen raad besloten.
Wanneer de door den Heere bepaalden tijd voor Babels koning komt, dat hij zijne overwinnaars vinden zal en zijn rijk aan vreemde vorsten en volken zal onderdanig worden. Vóór dien tijd baat alle menselijke inspanning tegen de Chaldeën niet. Al de gemelde volken zouden Nebukadnezar en zijnen zoon en zijns zoons zoon dienen. In de kanon van Ptolemeus worden na Nebukadnezar de volgende alleenheersers van Babel opgeteld: Evilmerodach, Neriglissar, Laborosoarchod en Nabonnedus, welke of dezelfde is, die in de Heilige Schrift Belsazar genaamd wordt, of een mederegeerder met Belsazar, welke, terwijl deze zich aan de hofvermaken overgaf, de klem der regering had. Men dient te weten dat Neriglissar en Laborasoarchod niet rechtstreeks uit de koninklijke linie van Nebukadnezar waren voortgesproten. Neriglissar was de schoonbroeder van Evilmerodach, en Laborosoarchod de zoon van Neriglissar. Wanneer wij derhalve deze beide om de gemelde reden uit de geslachtslijst weglaten, hebben wij de drie Babelse alleenheersers, van welke de Profeet melding maakt: Nebukadnezar, Evilmerodach en Nabonnedus of Belsazar.
En het zal geschieden, het volk en het koninkrijk, die hem, Nebukadnezar, den koning van Babel, niet zullen dienen, en dat zijnen hals niet zal geven onder het juk des konings van Babel: over dat volk, dat zich alzo tegen Mijn raadsbesluit zal verzetten, zal ik, spreekt de HEERE, bezoeking doen door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie, totdat Ik ze zal verteerd hebben door zijne hand. 1)
Nebukadnezar was zeer onrechtvaardig en barbaars om dus de rechten en rijkdommen zijner naburen aan te tasten en hen tot onderwerping aan zich te dwingen. Nochtans had God rechtvaardige en heilige oogmerken om dit toe te laten, om deze volken te straffen wegens hun afgoderij en grove zondenschuld. Zij, die den God, die hen gemaakt heeft niet willen dienen, worden rechtvaardiglijk genoodzaakt hun vijanden te dienen, die hen zochten te verderven.
Gijlieden dan hoort niet naar uwe profeten, en naar uwe waarzeggers, en naar uwe dromers, en naar uwe guichelaars, en naar uwe tovenaars, dewelke tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen. 1)
Benevens de afgoderij der naburige volken hadden de Joden ook geleerd hun waarzeggerijen en andere kunsten tot het voorzeggen van toekomende dingen. Dit had God uitdrukkelijk in de wet verboden (Deut. 18:11 vv.), en Jesaja had daarover het volk scherp bestraft (Jes. 2:6). De honenim, bij ons guichelaars uitgedrukt, worden geacht sterrekundigen geweest te zijn.
Want zij profeteren u valsheid, om u, hoewel niet met dat bewuste doel, toch met dat zekere gevolg (Hoofdst. 11:17; 18:16), verre uit uw land te brengen, en dat Ik u uitstote, en gij omkomt. 1)
Het behoort tot onze verdorvene natuur, dat wij gemakkelijker de leugen geloven dan de waarheid; want wanneer Jeremia en zijne geestverwanten predikten, zo was er niemand die geloofde; zodra daarentegen de valse profeten kwamen en hun mond opendeden, dan was alles wat die spraken door den hemel gesproken. Wat zij zeiden moest waar zijn op aarde (Ps. 93:5); wat daarentegen Jeremia zei was zonder kracht. Het voorbeeld van onze moeder Eva: wat God zei werd niet geloofd, wat de slang zei was iets kostelijks. Dewijl Jeremia zowel aan den koning als aan den burgers voorzegd had, dat zij de straf niet konden ontvluchten, die vaststond, ontneemt hij hun alle ijdel vertrouwen, hetwelk een beletsel was, om op de bedreigingen te letten en de waarachtige waarschuwingen aan te nemen. De valse profeten bedrogen hen door hun valse leugens en beloofden dat alles gelukkig zou aflopen. Dewijl derhalve de Profeet zag dat zowel de oren van den koning als van het volk gesloten waren en daarom, zowel vermaning als bedreiging weinig of niets geen nut deed, voegt hij er aan toe, wat noodzakelijk was. n. l. dat het louter bedriegerijen waren, welke de valse profeten hun voorwierpen.
Integendeel is werkelijk het beste, zich gehoorzaam te onderwerpen aan Mijnen wil; want wie zich daartegen verzet, zal te meer moeten lijden; maar het volk, dat zijnen hals zal brengen onder het juk des konings van Babel, en hem dienen, dat zal Ik in zijn land laten, spreekt de HEERE, en het zal dat bouwen en daarin wonen. 1)
De profeet beveelt dit aan als de weg van een ootmoedigen geest, die door zich stil te onderwerpen aan de hardste slagen der Voorzienigheid het beste van het kwade kiest. Menigeen zou de besturingen Gods ter verwoesting zijn voorgekomen door zich aan de besturingen Gods ter verootmoediging te onderwerpen. Het is beter een licht kruis op ons te nemen, den een zwaarder op ons eigen hoofd neer te halen. De arme van geest, de zachtmoedige en nederige zal voor zichzelven bijzonderen troost genieten en menig ongeluk ontgaan, waaraan de hogen van geest zijn blootgesteld. Wanneer elke zegen of ellende volgens de goddelijke beschikking is, moet het in elk geval ons belang zijn te gehoorzamen. Zij, die dit niet willen geloven, zullen door de uitkomst worden overtuigd van de valsheid der listen, door welke zij werden aangemoedigd om het geluk te zoeken in het volgen van hun eigene meningen. . Hiermede wil de Heere zeggen, dat wie zich onder het recht Gods buigt, genade zal vinden. Zich verzetten tegen de roede, vermeerdert den toorn Gods en verergert de straf. Maar wie de roede leert kussen zal barmhartigheid vinden, zal ervaren dat de Heere God in den toorn nog des ontfermens gedachtig is. Dit geldt niet alleen voor volken maar ook voor personen. God in zijn recht laten, is de weg tot erbarming. Want dit gaat gepaard met belijdenis van zonde en schuld, van een erkennen, dat wat God toezendt niet anders is, dan wat volk en personen zich waardig hebben gemaakt. Indien echter de zonde beleden wordt, bekend, zal God haar vergeven en waar God vergeeft neemt Hij niet alleen de zonde, maar ook de gevolgen der zonde weg.
Daarna sprak ik alles, wat ik den boden der andere koningen moest zeggen. Ook tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden; ik wendde wij daarbij tevens tot de omgeving des konings, zeggende; Brengt uwe halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult gij leven.
Waarom zoudt gij sterven, gij en uw volk, door het zwaard, door den honger, en door de pestilentie? Er zal toch zeker zulk ene straf komen, gelijk als de HEERE gesproken heeft van het volk, dat den koning van Babel niet zal dienen (vs. 8).
Hoort dan niet naar de woorden der profeten, die tot u spreken (Hoofdst. 14:13 vv. 23:16 vv.), zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen, want zij profeteren u a) valsheid.
Jer. 29:8.
Hij herhaalt dezelfde woorden, welke wij te voren hebben gehoord. De herhaling is echter niet overbodig dewijl voor hem de strijd met de valse profeten moeilijk was, daar zij zulk een groot gezag hadden verkregen. Dewijl dus één Jeremia die menigte moet tegengaan, had het grootste gedeelte ten opzichte van de dubbelzinnige zaken kunnen tegenwerpen dat er niets zekers of helders aan was. Verder, dewijl het niet gemakkelijk was de Joden te overtuigen, die liever de valse profeten geloofden, daarom was het noodzakelijk meermalen hetzelfde te zeggen, zoals wij naderhand ook zullen zien.
Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt de HEERE, en zij profeteren valselijk in Mijnen naam; opdat Ik u uitstote (vgl. vs. 10), en gij omkomt, gij en de profeten, die u profeteren. 1)
De Heere verzekerde hier door den profeet op zo duidelijk mogelijke wijs, dat Hij die valse profeten niet had gezonden, dat zij leugentaal spraken, opdat toch eindelijk het misleide volk zich zou laten gezeggen. Helaas het heeft niet willen luisteren naar het woord des Heeren en daarom is het het gewis verderf niet ontkomen.
Ook sprak ik tot de priesteren en tot dit ganse volk, nadat ik bij den koning en zijne vorsten mijn werk had volbracht, zeggende: Zo zegt de HEERE: Hoort niet naar de woorden uwer profeten, die u profeteren, zeggende: Ziet de vaten van des HEEREN huis, die Nebukadnezar, de koning van Babel, van deze plaats heeft weggenomen, en naar Babel gevoerd (Hoofdst. 28:3), zullen nu haast uit Babel wedergebracht worden; want zij profeteren u valsheid.
Hoort niet naar hen, maar dient den koning van Babel, zo zult gijlieden leven, waarom zou deze stad tot ene woestheid worden?
Maar zo zij profeten zijn, en zo des HEEREN woord bij hen is, laat hen nu bij den HEERE der heirscharen voorbidden, opdat de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven, niet naar Babel komen. Dit toch is reeds bij den Heere ene beslotene zaak (2 Kon. 25:13 vv.). Misschien zullen zij den Heere bewegen, en zal Hij berouw hebben over het kwaad. Daardoor zullen zij zich betonen Zijne ware Profeten te zijn.
Merk dit op: wie Gods woord heeft, die kan ook bidden; wie het niet heeft, die kan ook niet bidden; maar gelijk zijne prediking vals is, zo is ook zijn bidden niets. Hiermee bespot de Profeet het dwaze vertrouwen waarvan de valse profeten vol waren, waar zij alle mogelijk geluk voor de toekomst beloofden. Hij zegt derhalve dat men hen niet moest geloven omtrent dat gelukkig gevolg, waarvan zij getuigden, dat men veeleer een veel strenger straf moest vrezen. Zij beloven dat de vaten zullen terugkomen, die naar Babel waren overgebracht. Maar wat nog overig was in den tempel en in het koninklijk paleis en in de gehele stad, dat alles zal naar Babel worden gebracht. De Profeet vergelijkt den toekomenden tijd met den voorbijgeganen en toont aan, dat de bedriegers zo dwaas iets beters beloven, terwijl het zwaardere oordeel Gods hen boven het hoofd hangt, dewijl als het ware stad en tempel geheel zullen vergaan.
Want zo zegt de HEERE der heirscharen van de pilaren, en van de zee, en van de stellingen, en van het overige der vaten, die in deze stad zijn overgebleven,
Die Nebukadnezar, de koning van Babel, niet heeft weggenomen, als hij Jechonia, den zoon van Jojakim, koning van Juda, van Jeruzalem naar Babel gevankelijk wegvoerde, mitsgaders al de edelen van Juda en Jeruzalem (2 Kon. 24:10),
Ja, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls, van de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven:
Naar Babel zullen a) zij gebracht worden, en aldaar zullen zij zijn tot den dag toe, dat Ik ze bezoeken zal, spreekt de HEERE; dan zal Ik ze opvoeren en zal ze b) wederbrengen tot deze plaats (Ezra 1:1-11). “Om der zonden wil laat God toe, dat de uitwendige godsdienst in de kerk een tijd lang wordt verboden. Wordt nu dit aangewend tot verbetering en het inwendige des te nauwkeuriger in acht genomen, zo kan God wel maken, dat ook de uitwendige godsdienst wordt vrijgelaten; ” ene aanwijzing voor hen, wien het bereid is de nabij zijnde toekomst van den tijd, die ons wacht volgens Openb. 11:7-10 te beleven; daarop volgt dan spoedig die andere tijd, waarvan Openb. 11:13 meldt. De Heere schijnt Jeremia te hebben gemaakt tot een wonder van waarheid te midden der valsheid. Is het niet dikwijls alzo? en hoe worden de waarheden van het Evangelie door de grote menigte ontvangen? Worden zij geloofd? Laat ons bidden om genade en om de leringen des Heiligen Geestes, om het in het hart te brengen en op het gemoed te drukken. De Heere God verbindt Zijne oordelen met een belofte. Hij laat voorspellen dat de tijd der bezoeking zal komen, maar tevens dat die tijd der bezoeking niet altijd zal duren. Eenmaal op zijn tijd zal het weer geschieden dat Jeruzalem zal herbouwd en de tempel zal hersteld worden.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 27
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1KruisverwijzingenJeremia 27:3→Jeremia 27:19→Jeremia 27:12→Jeremia 28:1→2 Kronieken 36:11→Jeremia 26:1→
— In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:
-Hoofdst 28:17. Toen koning Zedekia na het eerste derde deel zijner regering door afgezanten der omliggende volken werd aangezocht, om gemeenschappelijk tegen de overheersing der Chaldeën op te staan en het juk van Nebukadnezar af te schudden, wordt aan Jeremia door den Heere opgedragen die onderneming met allen nadruk tegen te werken. Hij moet daartoe een juk maken en zich zelven opleggen. Zo moet hij aanschouwelijk voorstellen, dat het juk der Chaldeeuwse opperheerschappij door den Heere aan Juda en den naburigen volken is opgelegd, en alle poging om het af te schudden tegen des Heeren raad en wil is. Vervolgens moet hij ook nog met profetische woorden verklaren wat de handeling betekent, en dat op het hart drukken (vs. 1-22). Wat Jeremia sprak droeg goede vruchten. De voorgenomen vereniging tegen Babel bleef achter, en niet lang daarna reisde Zedekia zelf tot den koning, om hem van zijne gehechtheid te verzekeren. Toen echter kort na bovengenoemde gebeurtenis een valse Profeet Hananja zich in den tempel aanstelde, alsof hij beter den Jeremia des Heeren gedachten en raadsbesluiten wist, wordt hem voor de priesters en het volk zijn einde aangekondigd, en verkrijgt hij na twee maanden voor zijn liegen het loon. (Hoofdst. 28:1-7).
In het begin des koninkrijks van Jojakim 1) (beter: van Zedekia vs. 3, 12 en (Hoofdst. 21:1)zoon van Josia, koning van Juda, en wel in het vierde jaar zijner regering (Hoofdst. 28:1), toen de Moabieten Edomieten en Feniciërs onderhandeling met hem aanknoopten tot ene zamenzwering tegen de Chaldeeuwse heerschappij (2 Kon. 24:20.) geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:
De lezing “Jojakim” kan niet anders zijn dan ene vergissing van den afschrijver, die meende dat met dit vers Hoofdst. 26:1 weer werd opgevat. Ene dergelijke vergissing zagen wij in 2 Kon. 22:2. In de dagtekening dezer profetie komt enige zwarigheid voor. Dit woord wordt gezegd tot Jeremia geschied te zijn in het begin der regering van Jojakim (vs. 1) en nochtans werden de gezanten, aan wien hij de jukken der dienstbaarheid moest hangen in vs. 3 gezegd tot Zedekia, den koning van Juda te komen, die eerst elf jaar na het begin van Jojakims regering koning werd. Sommigen houden dit voor een fout des afschrifts en dat men in vs. 1 lezen moet: in het begin der regering van Zedekia, waarvan een achteloos afschrijver zijn oog op den titel van het voorgaande kapittel hebbende schreef, Jojakim. En indien men een schrijffout ergens zal mogen toelaten zal het hier zijn, want in vs. 2 wordt Zedekia weer genoemd en vervolgens de profetie wordt in hetzelfde jaar gedagtekend, en nochtans gezegd geschied te zijn in het begin der regering van Zedekia (Hoofdst. 28), gevolgelijk moet deze ook onder Zedekia geschied zijn.
Alzo zei de HEERE tot mij Maak u banden en Jukken van hout (vs. 13), en a) doe die aan uwen hals.
Jer. 28:10.
En zend ze middelijk, door het voor te houden aan degenen, die uwe opdracht moeten ten uitvoer brengen, tot den koning van Edom, en tot den koning van Moab, en tot den koning der kinderen Ammons, en tot dan koning van Tyrus, en tot den koning van Zidon, door de hand der boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, den koning van Juda, komen 1) tot het sluiten van een verbond.
Dat de profeet door zijne eigene verschijning aan de boden het juk voor ogen stelde, dat hunnen koningen zou worden opgelegd, en het hun enigermate zinnebeeldig mede op weg gaf, was genoegzaam tot het doel zijner profetie, die toch eigenlijk alleen op zijn eigen volk indruk moest en kon maken. Het zenden van het juk kan dus niet anders worden opgevat dan als het overreiken van den beker des toorns aan alle volken in Hoofdst. 25:15. Sommige uitleggers zijn van mening dat Jeremia alleen zich zelf een juk om den hals lag en dat dit een zinnebeeld was van hetgeen de genoemde koningen zou overkomen. Wij voor ons zijn echter van mening dat wel degelijk de Profeet aan de gezanten dier volken hier genoemd, en die hoogstwaarschijnlijk kwamen om met den koning een verbond te sluiten tegen Babel, jukken mee heeft gegeven, om daarmee te verkondigen dat een verbond tegen Babel hun niets zou geven, dewijl de Heere God had besloten hen in de hand van Babel te geven.
En beveel hun aan hun heren te zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Zo zult gij tot uwe heren zeggen:
Ik heb gemaakt de aarde, den mens en het vee, die op den aardbodem zijn, door Mijne grote kracht, en door Mijnen uitgestrekten arm(Hoofdst. 32:17), en Ik geef ze aan welken het recht is in Mijne ogen 1) (Dan. 2:21; 4:14, 17, 25).
Over de macht Gods wordt gesproken en over Zijn hoogste regering, dewijl de koningen, ofschoon zij bekennen dat God het bestuur der wereld in handen heeft, echter niet kunnen vatten, dat Hij hen in een ogenblik kan onttronen en uit hun rang stellen. Want zij schijnen aan hun nesten te zijn vastgehecht, zo beloven zij zich een eeuwigdurenden stand en verbeelden zich dat zij niet onderworpen zijn aan het gewone lot der stervelingen. Dewijl derhalve de koningen zo door trotsheid zijn opgeblazen, zegt God hier, dat Hij gemaakt heeft de aarde en alle stervelingen. Van den hemel spreekt Hij niet, maar stelt vast dat Hij alles gemaakt heeft, én den mens én de dieren, welke op de aarde zijn.
En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijnen knecht (Hoofdst. 25:9); zelfs ook het gedierte des velds heb Ik hem gegeven, om hem te dienen, (Dan. 2:37 vv. 4:19).
En alle volken zullen hem, en zijnen zoon, en zijns zoons zoon (2 (Kon. 25:27 en Dan. 5:1) dienen, totdat ook de tijd zijns eigenen lands kome 1), als het ook daarmee een einde zal nemen (Hoofdst. 25:12, 25); dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen, zo heb ik in Mijnen raad besloten.
Wanneer de door den Heere bepaalden tijd voor Babels koning komt, dat hij zijne overwinnaars vinden zal en zijn rijk aan vreemde vorsten en volken zal onderdanig worden. Vóór dien tijd baat alle menselijke inspanning tegen de Chaldeën niet. Al de gemelde volken zouden Nebukadnezar en zijnen zoon en zijns zoons zoon dienen. In de kanon van Ptolemeus worden na Nebukadnezar de volgende alleenheersers van Babel opgeteld: Evilmerodach, Neriglissar, Laborosoarchod en Nabonnedus, welke of dezelfde is, die in de Heilige Schrift Belsazar genaamd wordt, of een mederegeerder met Belsazar, welke, terwijl deze zich aan de hofvermaken overgaf, de klem der regering had. Men dient te weten dat Neriglissar en Laborasoarchod niet rechtstreeks uit de koninklijke linie van Nebukadnezar waren voortgesproten. Neriglissar was de schoonbroeder van Evilmerodach, en Laborosoarchod de zoon van Neriglissar. Wanneer wij derhalve deze beide om de gemelde reden uit de geslachtslijst weglaten, hebben wij de drie Babelse alleenheersers, van welke de Profeet melding maakt: Nebukadnezar, Evilmerodach en Nabonnedus of Belsazar.
En het zal geschieden, het volk en het koninkrijk, die hem, Nebukadnezar, den koning van Babel, niet zullen dienen, en dat zijnen hals niet zal geven onder het juk des konings van Babel: over dat volk, dat zich alzo tegen Mijn raadsbesluit zal verzetten, zal ik, spreekt de HEERE, bezoeking doen door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie, totdat Ik ze zal verteerd hebben door zijne hand. 1)
Nebukadnezar was zeer onrechtvaardig en barbaars om dus de rechten en rijkdommen zijner naburen aan te tasten en hen tot onderwerping aan zich te dwingen. Nochtans had God rechtvaardige en heilige oogmerken om dit toe te laten, om deze volken te straffen wegens hun afgoderij en grove zondenschuld. Zij, die den God, die hen gemaakt heeft niet willen dienen, worden rechtvaardiglijk genoodzaakt hun vijanden te dienen, die hen zochten te verderven.
Gijlieden dan hoort niet naar uwe profeten, en naar uwe waarzeggers, en naar uwe dromers, en naar uwe guichelaars, en naar uwe tovenaars, dewelke tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen. 1)
Benevens de afgoderij der naburige volken hadden de Joden ook geleerd hun waarzeggerijen en andere kunsten tot het voorzeggen van toekomende dingen. Dit had God uitdrukkelijk in de wet verboden (Deut. 18:11 vv.), en Jesaja had daarover het volk scherp bestraft (Jes. 2:6). De honenim, bij ons guichelaars uitgedrukt, worden geacht sterrekundigen geweest te zijn.
Want zij profeteren u valsheid, om u, hoewel niet met dat bewuste doel, toch met dat zekere gevolg (Hoofdst. 11:17; 18:16), verre uit uw land te brengen, en dat Ik u uitstote, en gij omkomt. 1)
Het behoort tot onze verdorvene natuur, dat wij gemakkelijker de leugen geloven dan de waarheid; want wanneer Jeremia en zijne geestverwanten predikten, zo was er niemand die geloofde; zodra daarentegen de valse profeten kwamen en hun mond opendeden, dan was alles wat die spraken door den hemel gesproken. Wat zij zeiden moest waar zijn op aarde (Ps. 93:5); wat daarentegen Jeremia zei was zonder kracht. Het voorbeeld van onze moeder Eva: wat God zei werd niet geloofd, wat de slang zei was iets kostelijks. Dewijl Jeremia zowel aan den koning als aan den burgers voorzegd had, dat zij de straf niet konden ontvluchten, die vaststond, ontneemt hij hun alle ijdel vertrouwen, hetwelk een beletsel was, om op de bedreigingen te letten en de waarachtige waarschuwingen aan te nemen. De valse profeten bedrogen hen door hun valse leugens en beloofden dat alles gelukkig zou aflopen. Dewijl derhalve de Profeet zag dat zowel de oren van den koning als van het volk gesloten waren en daarom, zowel vermaning als bedreiging weinig of niets geen nut deed, voegt hij er aan toe, wat noodzakelijk was. n. l. dat het louter bedriegerijen waren, welke de valse profeten hun voorwierpen.
Integendeel is werkelijk het beste, zich gehoorzaam te onderwerpen aan Mijnen wil; want wie zich daartegen verzet, zal te meer moeten lijden; maar het volk, dat zijnen hals zal brengen onder het juk des konings van Babel, en hem dienen, dat zal Ik in zijn land laten, spreekt de HEERE, en het zal dat bouwen en daarin wonen. 1)
De profeet beveelt dit aan als de weg van een ootmoedigen geest, die door zich stil te onderwerpen aan de hardste slagen der Voorzienigheid het beste van het kwade kiest. Menigeen zou de besturingen Gods ter verwoesting zijn voorgekomen door zich aan de besturingen Gods ter verootmoediging te onderwerpen. Het is beter een licht kruis op ons te nemen, den een zwaarder op ons eigen hoofd neer te halen. De arme van geest, de zachtmoedige en nederige zal voor zichzelven bijzonderen troost genieten en menig ongeluk ontgaan, waaraan de hogen van geest zijn blootgesteld. Wanneer elke zegen of ellende volgens de goddelijke beschikking is, moet het in elk geval ons belang zijn te gehoorzamen. Zij, die dit niet willen geloven, zullen door de uitkomst worden overtuigd van de valsheid der listen, door welke zij werden aangemoedigd om het geluk te zoeken in het volgen van hun eigene meningen. . Hiermede wil de Heere zeggen, dat wie zich onder het recht Gods buigt, genade zal vinden. Zich verzetten tegen de roede, vermeerdert den toorn Gods en verergert de straf. Maar wie de roede leert kussen zal barmhartigheid vinden, zal ervaren dat de Heere God in den toorn nog des ontfermens gedachtig is. Dit geldt niet alleen voor volken maar ook voor personen. God in zijn recht laten, is de weg tot erbarming. Want dit gaat gepaard met belijdenis van zonde en schuld, van een erkennen, dat wat God toezendt niet anders is, dan wat volk en personen zich waardig hebben gemaakt. Indien echter de zonde beleden wordt, bekend, zal God haar vergeven en waar God vergeeft neemt Hij niet alleen de zonde, maar ook de gevolgen der zonde weg.
Daarna sprak ik alles, wat ik den boden der andere koningen moest zeggen. Ook tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden; ik wendde wij daarbij tevens tot de omgeving des konings, zeggende; Brengt uwe halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult gij leven.
Waarom zoudt gij sterven, gij en uw volk, door het zwaard, door den honger, en door de pestilentie? Er zal toch zeker zulk ene straf komen, gelijk als de HEERE gesproken heeft van het volk, dat den koning van Babel niet zal dienen (vs. 8).
Hoort dan niet naar de woorden der profeten, die tot u spreken (Hoofdst. 14:13 vv. 23:16 vv.), zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen, want zij profeteren u a) valsheid.
Jer. 29:8.
Hij herhaalt dezelfde woorden, welke wij te voren hebben gehoord. De herhaling is echter niet overbodig dewijl voor hem de strijd met de valse profeten moeilijk was, daar zij zulk een groot gezag hadden verkregen. Dewijl dus één Jeremia die menigte moet tegengaan, had het grootste gedeelte ten opzichte van de dubbelzinnige zaken kunnen tegenwerpen dat er niets zekers of helders aan was. Verder, dewijl het niet gemakkelijk was de Joden te overtuigen, die liever de valse profeten geloofden, daarom was het noodzakelijk meermalen hetzelfde te zeggen, zoals wij naderhand ook zullen zien.
Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt de HEERE, en zij profeteren valselijk in Mijnen naam; opdat Ik u uitstote (vgl. vs. 10), en gij omkomt, gij en de profeten, die u profeteren. 1)
De Heere verzekerde hier door den profeet op zo duidelijk mogelijke wijs, dat Hij die valse profeten niet had gezonden, dat zij leugentaal spraken, opdat toch eindelijk het misleide volk zich zou laten gezeggen. Helaas het heeft niet willen luisteren naar het woord des Heeren en daarom is het het gewis verderf niet ontkomen.
Ook sprak ik tot de priesteren en tot dit ganse volk, nadat ik bij den koning en zijne vorsten mijn werk had volbracht, zeggende: Zo zegt de HEERE: Hoort niet naar de woorden uwer profeten, die u profeteren, zeggende: Ziet de vaten van des HEEREN huis, die Nebukadnezar, de koning van Babel, van deze plaats heeft weggenomen, en naar Babel gevoerd (Hoofdst. 28:3), zullen nu haast uit Babel wedergebracht worden; want zij profeteren u valsheid.
Hoort niet naar hen, maar dient den koning van Babel, zo zult gijlieden leven, waarom zou deze stad tot ene woestheid worden?
Maar zo zij profeten zijn, en zo des HEEREN woord bij hen is, laat hen nu bij den HEERE der heirscharen voorbidden, opdat de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven, niet naar Babel komen. Dit toch is reeds bij den Heere ene beslotene zaak (2 Kon. 25:13 vv.). Misschien zullen zij den Heere bewegen, en zal Hij berouw hebben over het kwaad. Daardoor zullen zij zich betonen Zijne ware Profeten te zijn.
Merk dit op: wie Gods woord heeft, die kan ook bidden; wie het niet heeft, die kan ook niet bidden; maar gelijk zijne prediking vals is, zo is ook zijn bidden niets. Hiermee bespot de Profeet het dwaze vertrouwen waarvan de valse profeten vol waren, waar zij alle mogelijk geluk voor de toekomst beloofden. Hij zegt derhalve dat men hen niet moest geloven omtrent dat gelukkig gevolg, waarvan zij getuigden, dat men veeleer een veel strenger straf moest vrezen. Zij beloven dat de vaten zullen terugkomen, die naar Babel waren overgebracht. Maar wat nog overig was in den tempel en in het koninklijk paleis en in de gehele stad, dat alles zal naar Babel worden gebracht. De Profeet vergelijkt den toekomenden tijd met den voorbijgeganen en toont aan, dat de bedriegers zo dwaas iets beters beloven, terwijl het zwaardere oordeel Gods hen boven het hoofd hangt, dewijl als het ware stad en tempel geheel zullen vergaan.
Want zo zegt de HEERE der heirscharen van de pilaren, en van de zee, en van de stellingen, en van het overige der vaten, die in deze stad zijn overgebleven,
Die Nebukadnezar, de koning van Babel, niet heeft weggenomen, als hij Jechonia, den zoon van Jojakim, koning van Juda, van Jeruzalem naar Babel gevankelijk wegvoerde, mitsgaders al de edelen van Juda en Jeruzalem (2 Kon. 24:10),
Ja, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls, van de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven:
Naar Babel zullen a) zij gebracht worden, en aldaar zullen zij zijn tot den dag toe, dat Ik ze bezoeken zal, spreekt de HEERE; dan zal Ik ze opvoeren en zal ze b) wederbrengen tot deze plaats (Ezra 1:1-11). “Om der zonden wil laat God toe, dat de uitwendige godsdienst in de kerk een tijd lang wordt verboden. Wordt nu dit aangewend tot verbetering en het inwendige des te nauwkeuriger in acht genomen, zo kan God wel maken, dat ook de uitwendige godsdienst wordt vrijgelaten; ” ene aanwijzing voor hen, wien het bereid is de nabij zijnde toekomst van den tijd, die ons wacht volgens Openb. 11:7-10 te beleven; daarop volgt dan spoedig die andere tijd, waarvan Openb. 11:13 meldt. De Heere schijnt Jeremia te hebben gemaakt tot een wonder van waarheid te midden der valsheid. Is het niet dikwijls alzo? en hoe worden de waarheden van het Evangelie door de grote menigte ontvangen? Worden zij geloofd? Laat ons bidden om genade en om de leringen des Heiligen Geestes, om het in het hart te brengen en op het gemoed te drukken. De Heere God verbindt Zijne oordelen met een belofte. Hij laat voorspellen dat de tijd der bezoeking zal komen, maar tevens dat die tijd der bezoeking niet altijd zal duren. Eenmaal op zijn tijd zal het weer geschieden dat Jeruzalem zal herbouwd en de tempel zal hersteld worden.
III. Vs. 1KruisverwijzingenJeremia 27:3→Jeremia 27:19→Jeremia 27:12→Jeremia 28:1→2 Kronieken 36:11→Jeremia 26:1→
— In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:
-Hoofdst 28:17. Toen koning Zedekia na het eerste derde deel zijner regering door afgezanten der omliggende volken werd aangezocht, om gemeenschappelijk tegen de overheersing der Chaldeën op te staan en het juk van Nebukadnezar af te schudden, wordt aan Jeremia door den Heere opgedragen die onderneming met allen nadruk tegen te werken. Hij moet daartoe een juk maken en zich zelven opleggen. Zo moet hij aanschouwelijk voorstellen, dat het juk der Chaldeeuwse opperheerschappij door den Heere aan Juda en den naburigen volken is opgelegd, en alle poging om het af te schudden tegen des Heeren raad en wil is. Vervolgens moet hij ook nog met profetische woorden verklaren wat de handeling betekent, en dat op het hart drukken (vs. 1-22). Wat Jeremia sprak droeg goede vruchten. De voorgenomen vereniging tegen Babel bleef achter, en niet lang daarna reisde Zedekia zelf tot den koning, om hem van zijne gehechtheid te verzekeren. Toen echter kort na bovengenoemde gebeurtenis een valse Profeet Hananja zich in den tempel aanstelde, alsof hij beter den Jeremia des Heeren gedachten en raadsbesluiten wist, wordt hem voor de priesters en het volk zijn einde aangekondigd, en verkrijgt hij na twee maanden voor zijn liegen het loon. (Hoofdst. 28:1-7).
In het begin des koninkrijks van Jojakim 1) (beter: van Zedekia vs. 3, 12 en (Hoofdst. 21:1)zoon van Josia, koning van Juda, en wel in het vierde jaar zijner regering (Hoofdst. 28:1), toen de Moabieten Edomieten en Feniciërs onderhandeling met hem aanknoopten tot ene zamenzwering tegen de Chaldeeuwse heerschappij (2 Kon. 24:20.) geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:
De lezing “Jojakim” kan niet anders zijn dan ene vergissing van den afschrijver, die meende dat met dit vers Hoofdst. 26:1 weer werd opgevat. Ene dergelijke vergissing zagen wij in 2 Kon. 22:2. In de dagtekening dezer profetie komt enige zwarigheid voor. Dit woord wordt gezegd tot Jeremia geschied te zijn in het begin der regering van Jojakim (vs. 1) en nochtans werden de gezanten, aan wien hij de jukken der dienstbaarheid moest hangen in vs. 3 gezegd tot Zedekia, den koning van Juda te komen, die eerst elf jaar na het begin van Jojakims regering koning werd. Sommigen houden dit voor een fout des afschrifts en dat men in vs. 1 lezen moet: in het begin der regering van Zedekia, waarvan een achteloos afschrijver zijn oog op den titel van het voorgaande kapittel hebbende schreef, Jojakim. En indien men een schrijffout ergens zal mogen toelaten zal het hier zijn, want in vs. 2 wordt Zedekia weer genoemd en vervolgens de profetie wordt in hetzelfde jaar gedagtekend, en nochtans gezegd geschied te zijn in het begin der regering van Zedekia (Hoofdst. 28), gevolgelijk moet deze ook onder Zedekia geschied zijn.
Alzo zei de HEERE tot mij Maak u banden en Jukken van hout (vs. 13), en a) doe die aan uwen hals.
Jer. 28:10.
En zend ze middelijk, door het voor te houden aan degenen, die uwe opdracht moeten ten uitvoer brengen, tot den koning van Edom, en tot den koning van Moab, en tot den koning der kinderen Ammons, en tot dan koning van Tyrus, en tot den koning van Zidon, door de hand der boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, den koning van Juda, komen 1) tot het sluiten van een verbond.
Dat de profeet door zijne eigene verschijning aan de boden het juk voor ogen stelde, dat hunnen koningen zou worden opgelegd, en het hun enigermate zinnebeeldig mede op weg gaf, was genoegzaam tot het doel zijner profetie, die toch eigenlijk alleen op zijn eigen volk indruk moest en kon maken. Het zenden van het juk kan dus niet anders worden opgevat dan als het overreiken van den beker des toorns aan alle volken in Hoofdst. 25:15. Sommige uitleggers zijn van mening dat Jeremia alleen zich zelf een juk om den hals lag en dat dit een zinnebeeld was van hetgeen de genoemde koningen zou overkomen. Wij voor ons zijn echter van mening dat wel degelijk de Profeet aan de gezanten dier volken hier genoemd, en die hoogstwaarschijnlijk kwamen om met den koning een verbond te sluiten tegen Babel, jukken mee heeft gegeven, om daarmee te verkondigen dat een verbond tegen Babel hun niets zou geven, dewijl de Heere God had besloten hen in de hand van Babel te geven.
En beveel hun aan hun heren te zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Zo zult gij tot uwe heren zeggen:
Ik heb gemaakt de aarde, den mens en het vee, die op den aardbodem zijn, door Mijne grote kracht, en door Mijnen uitgestrekten arm(Hoofdst. 32:17), en Ik geef ze aan welken het recht is in Mijne ogen 1) (Dan. 2:21; 4:14, 17, 25).
Over de macht Gods wordt gesproken en over Zijn hoogste regering, dewijl de koningen, ofschoon zij bekennen dat God het bestuur der wereld in handen heeft, echter niet kunnen vatten, dat Hij hen in een ogenblik kan onttronen en uit hun rang stellen. Want zij schijnen aan hun nesten te zijn vastgehecht, zo beloven zij zich een eeuwigdurenden stand en verbeelden zich dat zij niet onderworpen zijn aan het gewone lot der stervelingen. Dewijl derhalve de koningen zo door trotsheid zijn opgeblazen, zegt God hier, dat Hij gemaakt heeft de aarde en alle stervelingen. Van den hemel spreekt Hij niet, maar stelt vast dat Hij alles gemaakt heeft, én den mens én de dieren, welke op de aarde zijn.
En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijnen knecht (Hoofdst. 25:9); zelfs ook het gedierte des velds heb Ik hem gegeven, om hem te dienen, (Dan. 2:37 vv. 4:19).
En alle volken zullen hem, en zijnen zoon, en zijns zoons zoon (2 (Kon. 25:27 en Dan. 5:1) dienen, totdat ook de tijd zijns eigenen lands kome 1), als het ook daarmee een einde zal nemen (Hoofdst. 25:12, 25); dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen, zo heb ik in Mijnen raad besloten.
Wanneer de door den Heere bepaalden tijd voor Babels koning komt, dat hij zijne overwinnaars vinden zal en zijn rijk aan vreemde vorsten en volken zal onderdanig worden. Vóór dien tijd baat alle menselijke inspanning tegen de Chaldeën niet. Al de gemelde volken zouden Nebukadnezar en zijnen zoon en zijns zoons zoon dienen. In de kanon van Ptolemeus worden na Nebukadnezar de volgende alleenheersers van Babel opgeteld: Evilmerodach, Neriglissar, Laborosoarchod en Nabonnedus, welke of dezelfde is, die in de Heilige Schrift Belsazar genaamd wordt, of een mederegeerder met Belsazar, welke, terwijl deze zich aan de hofvermaken overgaf, de klem der regering had. Men dient te weten dat Neriglissar en Laborasoarchod niet rechtstreeks uit de koninklijke linie van Nebukadnezar waren voortgesproten. Neriglissar was de schoonbroeder van Evilmerodach, en Laborosoarchod de zoon van Neriglissar. Wanneer wij derhalve deze beide om de gemelde reden uit de geslachtslijst weglaten, hebben wij de drie Babelse alleenheersers, van welke de Profeet melding maakt: Nebukadnezar, Evilmerodach en Nabonnedus of Belsazar.
En het zal geschieden, het volk en het koninkrijk, die hem, Nebukadnezar, den koning van Babel, niet zullen dienen, en dat zijnen hals niet zal geven onder het juk des konings van Babel: over dat volk, dat zich alzo tegen Mijn raadsbesluit zal verzetten, zal ik, spreekt de HEERE, bezoeking doen door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie, totdat Ik ze zal verteerd hebben door zijne hand. 1)
Nebukadnezar was zeer onrechtvaardig en barbaars om dus de rechten en rijkdommen zijner naburen aan te tasten en hen tot onderwerping aan zich te dwingen. Nochtans had God rechtvaardige en heilige oogmerken om dit toe te laten, om deze volken te straffen wegens hun afgoderij en grove zondenschuld. Zij, die den God, die hen gemaakt heeft niet willen dienen, worden rechtvaardiglijk genoodzaakt hun vijanden te dienen, die hen zochten te verderven.
Gijlieden dan hoort niet naar uwe profeten, en naar uwe waarzeggers, en naar uwe dromers, en naar uwe guichelaars, en naar uwe tovenaars, dewelke tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen. 1)
Benevens de afgoderij der naburige volken hadden de Joden ook geleerd hun waarzeggerijen en andere kunsten tot het voorzeggen van toekomende dingen. Dit had God uitdrukkelijk in de wet verboden (Deut. 18:11 vv.), en Jesaja had daarover het volk scherp bestraft (Jes. 2:6). De honenim, bij ons guichelaars uitgedrukt, worden geacht sterrekundigen geweest te zijn.
Want zij profeteren u valsheid, om u, hoewel niet met dat bewuste doel, toch met dat zekere gevolg (Hoofdst. 11:17; 18:16), verre uit uw land te brengen, en dat Ik u uitstote, en gij omkomt. 1)
Het behoort tot onze verdorvene natuur, dat wij gemakkelijker de leugen geloven dan de waarheid; want wanneer Jeremia en zijne geestverwanten predikten, zo was er niemand die geloofde; zodra daarentegen de valse profeten kwamen en hun mond opendeden, dan was alles wat die spraken door den hemel gesproken. Wat zij zeiden moest waar zijn op aarde (Ps. 93:5); wat daarentegen Jeremia zei was zonder kracht. Het voorbeeld van onze moeder Eva: wat God zei werd niet geloofd, wat de slang zei was iets kostelijks. Dewijl Jeremia zowel aan den koning als aan den burgers voorzegd had, dat zij de straf niet konden ontvluchten, die vaststond, ontneemt hij hun alle ijdel vertrouwen, hetwelk een beletsel was, om op de bedreigingen te letten en de waarachtige waarschuwingen aan te nemen. De valse profeten bedrogen hen door hun valse leugens en beloofden dat alles gelukkig zou aflopen. Dewijl derhalve de Profeet zag dat zowel de oren van den koning als van het volk gesloten waren en daarom, zowel vermaning als bedreiging weinig of niets geen nut deed, voegt hij er aan toe, wat noodzakelijk was. n. l. dat het louter bedriegerijen waren, welke de valse profeten hun voorwierpen.
Integendeel is werkelijk het beste, zich gehoorzaam te onderwerpen aan Mijnen wil; want wie zich daartegen verzet, zal te meer moeten lijden; maar het volk, dat zijnen hals zal brengen onder het juk des konings van Babel, en hem dienen, dat zal Ik in zijn land laten, spreekt de HEERE, en het zal dat bouwen en daarin wonen. 1)
De profeet beveelt dit aan als de weg van een ootmoedigen geest, die door zich stil te onderwerpen aan de hardste slagen der Voorzienigheid het beste van het kwade kiest. Menigeen zou de besturingen Gods ter verwoesting zijn voorgekomen door zich aan de besturingen Gods ter verootmoediging te onderwerpen. Het is beter een licht kruis op ons te nemen, den een zwaarder op ons eigen hoofd neer te halen. De arme van geest, de zachtmoedige en nederige zal voor zichzelven bijzonderen troost genieten en menig ongeluk ontgaan, waaraan de hogen van geest zijn blootgesteld. Wanneer elke zegen of ellende volgens de goddelijke beschikking is, moet het in elk geval ons belang zijn te gehoorzamen. Zij, die dit niet willen geloven, zullen door de uitkomst worden overtuigd van de valsheid der listen, door welke zij werden aangemoedigd om het geluk te zoeken in het volgen van hun eigene meningen. . Hiermede wil de Heere zeggen, dat wie zich onder het recht Gods buigt, genade zal vinden. Zich verzetten tegen de roede, vermeerdert den toorn Gods en verergert de straf. Maar wie de roede leert kussen zal barmhartigheid vinden, zal ervaren dat de Heere God in den toorn nog des ontfermens gedachtig is. Dit geldt niet alleen voor volken maar ook voor personen. God in zijn recht laten, is de weg tot erbarming. Want dit gaat gepaard met belijdenis van zonde en schuld, van een erkennen, dat wat God toezendt niet anders is, dan wat volk en personen zich waardig hebben gemaakt. Indien echter de zonde beleden wordt, bekend, zal God haar vergeven en waar God vergeeft neemt Hij niet alleen de zonde, maar ook de gevolgen der zonde weg.
Daarna sprak ik alles, wat ik den boden der andere koningen moest zeggen. Ook tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden; ik wendde wij daarbij tevens tot de omgeving des konings, zeggende; Brengt uwe halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult gij leven.
Waarom zoudt gij sterven, gij en uw volk, door het zwaard, door den honger, en door de pestilentie? Er zal toch zeker zulk ene straf komen, gelijk als de HEERE gesproken heeft van het volk, dat den koning van Babel niet zal dienen (vs. 8).
Hoort dan niet naar de woorden der profeten, die tot u spreken (Hoofdst. 14:13 vv. 23:16 vv.), zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen, want zij profeteren u a) valsheid.
Jer. 29:8.
Hij herhaalt dezelfde woorden, welke wij te voren hebben gehoord. De herhaling is echter niet overbodig dewijl voor hem de strijd met de valse profeten moeilijk was, daar zij zulk een groot gezag hadden verkregen. Dewijl dus één Jeremia die menigte moet tegengaan, had het grootste gedeelte ten opzichte van de dubbelzinnige zaken kunnen tegenwerpen dat er niets zekers of helders aan was. Verder, dewijl het niet gemakkelijk was de Joden te overtuigen, die liever de valse profeten geloofden, daarom was het noodzakelijk meermalen hetzelfde te zeggen, zoals wij naderhand ook zullen zien.
Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt de HEERE, en zij profeteren valselijk in Mijnen naam; opdat Ik u uitstote (vgl. vs. 10), en gij omkomt, gij en de profeten, die u profeteren. 1)
De Heere verzekerde hier door den profeet op zo duidelijk mogelijke wijs, dat Hij die valse profeten niet had gezonden, dat zij leugentaal spraken, opdat toch eindelijk het misleide volk zich zou laten gezeggen. Helaas het heeft niet willen luisteren naar het woord des Heeren en daarom is het het gewis verderf niet ontkomen.
Ook sprak ik tot de priesteren en tot dit ganse volk, nadat ik bij den koning en zijne vorsten mijn werk had volbracht, zeggende: Zo zegt de HEERE: Hoort niet naar de woorden uwer profeten, die u profeteren, zeggende: Ziet de vaten van des HEEREN huis, die Nebukadnezar, de koning van Babel, van deze plaats heeft weggenomen, en naar Babel gevoerd (Hoofdst. 28:3), zullen nu haast uit Babel wedergebracht worden; want zij profeteren u valsheid.
Hoort niet naar hen, maar dient den koning van Babel, zo zult gijlieden leven, waarom zou deze stad tot ene woestheid worden?
Maar zo zij profeten zijn, en zo des HEEREN woord bij hen is, laat hen nu bij den HEERE der heirscharen voorbidden, opdat de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven, niet naar Babel komen. Dit toch is reeds bij den Heere ene beslotene zaak (2 Kon. 25:13 vv.). Misschien zullen zij den Heere bewegen, en zal Hij berouw hebben over het kwaad. Daardoor zullen zij zich betonen Zijne ware Profeten te zijn.
Merk dit op: wie Gods woord heeft, die kan ook bidden; wie het niet heeft, die kan ook niet bidden; maar gelijk zijne prediking vals is, zo is ook zijn bidden niets. Hiermee bespot de Profeet het dwaze vertrouwen waarvan de valse profeten vol waren, waar zij alle mogelijk geluk voor de toekomst beloofden. Hij zegt derhalve dat men hen niet moest geloven omtrent dat gelukkig gevolg, waarvan zij getuigden, dat men veeleer een veel strenger straf moest vrezen. Zij beloven dat de vaten zullen terugkomen, die naar Babel waren overgebracht. Maar wat nog overig was in den tempel en in het koninklijk paleis en in de gehele stad, dat alles zal naar Babel worden gebracht. De Profeet vergelijkt den toekomenden tijd met den voorbijgeganen en toont aan, dat de bedriegers zo dwaas iets beters beloven, terwijl het zwaardere oordeel Gods hen boven het hoofd hangt, dewijl als het ware stad en tempel geheel zullen vergaan.
Want zo zegt de HEERE der heirscharen van de pilaren, en van de zee, en van de stellingen, en van het overige der vaten, die in deze stad zijn overgebleven,
Die Nebukadnezar, de koning van Babel, niet heeft weggenomen, als hij Jechonia, den zoon van Jojakim, koning van Juda, van Jeruzalem naar Babel gevankelijk wegvoerde, mitsgaders al de edelen van Juda en Jeruzalem (2 Kon. 24:10),
Ja, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls, van de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven:
Naar Babel zullen a) zij gebracht worden, en aldaar zullen zij zijn tot den dag toe, dat Ik ze bezoeken zal, spreekt de HEERE; dan zal Ik ze opvoeren en zal ze b) wederbrengen tot deze plaats (Ezra 1:1-11). “Om der zonden wil laat God toe, dat de uitwendige godsdienst in de kerk een tijd lang wordt verboden. Wordt nu dit aangewend tot verbetering en het inwendige des te nauwkeuriger in acht genomen, zo kan God wel maken, dat ook de uitwendige godsdienst wordt vrijgelaten; ” ene aanwijzing voor hen, wien het bereid is de nabij zijnde toekomst van den tijd, die ons wacht volgens Openb. 11:7-10 te beleven; daarop volgt dan spoedig die andere tijd, waarvan Openb. 11:13 meldt. De Heere schijnt Jeremia te hebben gemaakt tot een wonder van waarheid te midden der valsheid. Is het niet dikwijls alzo? en hoe worden de waarheden van het Evangelie door de grote menigte ontvangen? Worden zij geloofd? Laat ons bidden om genade en om de leringen des Heiligen Geestes, om het in het hart te brengen en op het gemoed te drukken. De Heere God verbindt Zijne oordelen met een belofte. Hij laat voorspellen dat de tijd der bezoeking zal komen, maar tevens dat die tijd der bezoeking niet altijd zal duren. Eenmaal op zijn tijd zal het weer geschieden dat Jeruzalem zal herbouwd en de tempel zal hersteld worden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel