Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 25

1 Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadrezar, koning van Babel);
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Het woordH1697, dat tot JeremiaH3414 geschied is overH5921 het ganseH3605 volkH5971 van JudaH3063, in het vierdeH7243 jaarH8141 van JojakimH3079, zoonH1121 van JosiaH2977, koningH4428 van JudaH3063 (dit was hetH1931 eerste jaar van NebukadrezarH5019, koning van BabelH894); Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadrezar, koning van Babel);

KJV The word1 that came to Jeremiah5 concerning all the people8 of Judah9 in the fourth11 year10 of Jehoiakim12 the son13 of Josiah14 king15 of Judah,16 that was the first19 year18 of Nebuchadrezzar20 king21 of Babylon;

1 הַדָּבָ֞ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 2 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 הָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 יִרְמְיָ֨הוּ֙ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 עַ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 10 בַּשָּׁנָה֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 11 הָֽרְבִעִ֔ית H7243 vierde, vierendeel, vierden foursquare, fourth (part) 12 לִיהוֹיָקִ֥ים H3079 Jojakim, Jojakims, jojakim Jehoiakim. Compare H3113 (יוֹיָקִים) 13 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 יֹאשִׁיָּ֖הוּ H2977 Josia Josiah 15 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 16 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 17 הִ֗יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 18 הַשָּׁנָה֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 19 הָרִ֣אשֹׁנִ֔ית H7224 first 20 לִנְבֽוּכַדְרֶאצַּ֖ר H5019 Nebukadnezar, Nebukadrezar Nebuchadnezzar, Nebuchadrezzar 21 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 22 בָּבֶֽל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Hetwelk de profeet Jeremia gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 HetwelkH834 de profeetH5030 JeremiaH3414 gesprokenH1696 heeft tot het ganseH3605 volkH5971 van JudaH3063, en totH413 alH3605 de inwonersH3427 van JeruzalemH3389, zeggendeH559: Hetwelk de profeet Jeremia gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende:

KJV The which Jeremiah3 the prophet4 spake2 unto all the people7 of Judah,8 and to all the inhabitants11 of Jerusalem,12 saying,

1 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 דִּבֶּ֜ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 3 יִרְמְיָ֤הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 4 הַנָּבִיא֙ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 עַ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 9 וְאֶ֛ל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 יֹשְׁבֵ֥י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 12 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 13 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Van het dertiendeH7969 jaarH8141 van JosiaH2977, den zoonH1121 van AmonH526, den koningH4428 van JudaH3063, tot op dezenH2088 dagH3117 toeH5704 (ditH2088 is het drie en twintigsteH6242 jaar) isH1961 het woordH1697 des HEERENH3068 tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesprokenH1696, vroegH7925 op zijnde en sprekendeH1696, maar gij hebt nietH3808 gehoordH8085. Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord.

KJV From the thirteenth2 year4 of Josiah5 the son6 of Amon7 king8 of Judah,9 even unto this day,11 that is the three14 and twentieth15 year,16 the word18 of the LORD19 hath come unto me, and I have spoken21 unto you, rising early23 and speaking;24 but ye have not hearkened.

1 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 2 שְׁלֹ֣שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 3 עֶשְׂרֵ֣ה H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 4 שָׁנָ֡ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 לְיֹאשִׁיָּ֣הוּ H2977 Josia Josiah 6 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 אָמוֹן֩ H526 Amon Amon 8 מֶ֨לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 יְהוּדָ֜ה H3063 Juda Judah 10 וְעַ֣ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 11 הַיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 הַזֶּ֗ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 13 זֶ֚ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 14 שָׁלֹ֤שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 15 וְעֶשְׂרִים֙ H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 16 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 17 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 18 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 19 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 20 אֵלָ֑י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 21 וָאֲדַבֵּ֧ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 22 אֲלֵיכֶ֛ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 23 אַשְׁכֵּ֥ים H7925 vroeg, stond, stonden (arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning 24 וְדַבֵּ֖ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 25 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 26 שְׁמַעְתֶּֽם H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Ook heeft de HEERE tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen);
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Ook heeft de HEEREH3068 totH413 u gezondenH7971 alH3605 Zijn knechtenH5650, de profetenH5030, vroegH7925 op zijnde en zendendeH7971 (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oorH241 geneigdH5186 om te horenH8085); Ook heeft de HEERE tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen);

KJV And the LORD2 hath sent1 unto you all his servants6 the prophets,7 rising early8 and sending9 them; but ye have not hearkened,11 nor inclined13 your ear15 to hear.

1 וְשָׁלַח֩ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֲלֵיכֶ֜ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 עֲבָדָ֧יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 7 הַנְּבִאִ֛ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 8 הַשְׁכֵּ֥ם H7925 vroeg, stond, stonden (arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning 9 וְשָׁלֹ֖חַ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 10 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 שְׁמַעְתֶּ֑ם H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 12 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 הִטִּיתֶ֥ם H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 14 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 אָזְנְכֶ֖ם H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 16 לִשְׁמֹֽעַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zeggende: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot eeuw;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 ZeggendeH559: BekeertH7725 u tochH4994, een iegelijkH376 van zijn bozenH7451 wegH1870, en van de boosheidH7455 uwer handelingenH4611, en woontH3427 in het landH127, datH834 de HEEREH3068 u en uw vaderenH1 gegevenH5414 heeft, vanH4480 eeuwH5769 totH5704 eeuwH5769; Zeggende: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot eeuw;

KJV They said,1 Turn ye again2 now every one4 from his evil6 way,5 and from the evil7 of your doings,8 and dwell9 in the land11 that the LORD14 hath given13 unto you and to your fathers16 for19 ever18 and ever:

1 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שֽׁוּבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 3 נָ֞א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 4 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 מִדַּרְכּ֤וֹ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 6 הָֽרָעָה֙ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 7 וּמֵרֹ֣עַ H7455 boosheid, droefheid, lelijkheid [idiom] be so bad, badness, ([idiom] be so) evil, naughtiness, sadness, sorrow, wickedness 8 מַעַלְלֵיכֶ֔ם H4611 handelingen, daden, werken doing, endeavour, invention, work 9 וּשְׁבוּ֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 הָ֣אֲדָמָ֔ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 12 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 נָתַ֧ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 לָכֶ֖ם 16 וְלַאֲבֽוֹתֵיכֶ֑ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 17 לְמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 18 עוֹלָ֖ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 19 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 20 עוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neder te buigen; en vertoornt Mij niet door uwer handen werk, opdat Ik u geen kwaad doe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En wandeltH3212 andere godenH430 niet naH310, om die te dienenH5647, en u voor die neder te buigen; en vertoorntH3707 Mij niet door uwer handenH3027 werkH4639, opdat Ik u geen kwaadH7489 doe. En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neder te buigen; en vertoornt Mij niet door uwer handen werk, opdat Ik u geen kwaad doe.

Ook in dit vers neder buigenH7812

KJV And go2 not after3 other5 gods4 to serve6 them, and to worship7 them, and provoke me not to anger10 with the works12 of your hands;13 and I will do you no hurt.

1 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 2 תֵּלְכ֗וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 3 אַֽחֲרֵי֙ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 4 אֱלֹהִ֣ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 5 אֲחֵרִ֔ים H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 6 לְעָבְדָ֖ם H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 7 וּלְהִשְׁתַּחֲוֺ֣ת H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 8 לָהֶ֑ם 9 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 תַכְעִ֤יסוּ H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth 11 אוֹתִי֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 בְּמַעֲשֵׂ֣ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 13 יְדֵיכֶ֔ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 אָרַ֖ע H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 16 לָכֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Maar gij hebt naar Mij niet gehoord, spreekt de HEERE; opdat gij Mij vertoorndet door het werk uwer handen, u zelven ten kwade.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Maar gij hebt naarH413 Mij nietH3808 gehoordH8085, spreektH5002 de HEEREH3068; opdatH4616 gij Mij vertoorndetH3707 door het werkH4639 uwer handenH3027, u zelven ten kwadeH7451. Maar gij hebt naar Mij niet gehoord, spreekt de HEERE; opdat gij Mij vertoorndet door het werk uwer handen, u zelven ten kwade.

KJV Yet ye have not hearkened2 unto me, saith4 the LORD;5 that ye might provoke me to anger7 with the works8 of your hands9 to your own hurt.

1 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 שְׁמַעְתֶּ֥ם H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 אֵלַ֖י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 לְמַ֧עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 7 הַכְעִיסֵ֛נִי H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth 8 בְּמַעֲשֵׂ֥ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 9 יְדֵיכֶ֖ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 לְרַ֥ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 11 לָכֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen; Omdat gij Mijn woorden niet hebt gehoord;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 DaaromH3651, zo zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635; Omdat gij Mijn woordenH1697 nietH3808 hebt gehoordH8085; Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen; Omdat gij Mijn woorden niet hebt gehoord;

KJV Therefore thus saith3 the LORD4 of hosts;5 Because ye have not heard9 my words,

1 לָכֵ֕ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 צְבָא֑וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 יַ֕עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 7 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 שְׁמַעְתֶּ֖ם H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 דְּבָרָֽי H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadrezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 ZietH2005, Ik zal zendenH7971, en nemenH3947 alleH3605 geslachtenH4940 van het noordenH6828, spreektH5002 de HEEREH3068; en totH413 NebukadrezarH5019, den koningH4428 van BabelH894, Mijn knechtH5650; en zal ze brengenH935 overH5921 dit landH776, en overH5921 de inwonersH3427 van hetzelve, en overH5921 alH3605 deze volkenH1471 rondomH5439; en Ik zal ze verbannenH2763, en zal ze stellenH7760 tot een ontzettingH8047, en tot een aanfluitingH8322, en tot eeuwigeH5769 woesthedenH2723. Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadrezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden.

KJV Behold, I will send2 and take3 all the families6 of the north,7 saith8 the LORD,9 and Nebuchadrezzar11 the king12 of Babylon,13 my servant,14 and will bring15 them against this land,17 and against the inhabitants20 thereof, and against all these nations23 round about,25 and will utterly destroy26 them, and make27 them an astonishment,28 and an hissing,29 and perpetual31 desolations.

1 הִנְנִ֣י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 שֹׁלֵ֡חַ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 3 וְלָקַחְתִּי֩ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 מִשְׁפְּח֨וֹת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 7 צָפ֜וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 8 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 9 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 נְבֽוּכַדְרֶאצַּ֣ר H5019 Nebukadnezar, Nebukadrezar Nebuchadnezzar, Nebuchadrezzar 12 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 בָּבֶל֮ H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 14 עַבְדִּי֒ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 15 וַהֲבִ֨אֹתִ֜ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 הָאָ֤רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 18 הַזֹּאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 19 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 יֹ֣שְׁבֶ֔יהָ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 21 וְעַ֛ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 23 הַגּוֹיִ֥ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 24 הָאֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 25 סָבִ֑יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 26 וְהַ֣חֲרַמְתִּ֔ים H2763 verbannen, verbande, verbanden make accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away) 27 וְשַׂמְתִּים֙ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 28 לְשַׁמָּ֣ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 29 וְלִשְׁרֵקָ֔ה H8322 aanfluiting hissing 30 וּלְחָרְב֖וֹת H2723 woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsen decayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place) 31 עוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En Ik zal van hen doen vergaan de stem der vrolijkheid en de stem de vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens en het licht der lamp.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En Ik zal van hen doen vergaanH6 de stemH6963 der vrolijkheidH8342 en de stemH6963 de vreugdeH8057, de stemH6963 des bruidegomsH2860 en de stemH6963 der bruidH3618, het geluidH6963 der molensH7347 en het lichtH216 der lampH5216. En Ik zal van hen doen vergaan de stem der vrolijkheid en de stem de vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens en het licht der lamp.

KJV Moreover I will take1 from them the voice3 of mirth,4 and the voice5 of gladness,6 the voice7 of the bridegroom,8 and the voice9 of the bride,10 the sound11 of the millstones,12 and the light13 of the candle.

1 וְהַאֲבַדְתִּ֣י H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 2 מֵהֶ֗ם 3 ק֤וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 4 שָׂשׂוֹן֙ H8342 vreugde, vrolijkheid, blijdschap gladness, joy, mirth, rejoicing 5 וְק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 6 שִׂמְחָ֔ה H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing) 7 ק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 8 חָתָ֖ן H2860 schoonzoon, bruidegom, bruidegoms bridegroom, husband, son in law 9 וְק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 10 כַּלָּ֑ה H3618 bruid, schoondochter, schoondochters bride, daughter-in-law, spouse 11 ק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 12 רֵחַ֖יִם H7347 molen, molens, molenstenen mill (stone) 13 וְא֥וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 14 נֵֽר H5216 lampen, lamp, Lamp candle, lamp, light
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En dit ganse land zal worden tot een woestheid, tot een ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel dienen zeventig jaren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En dit ganseH3605 landH776 zal worden tot een woestheidH2723, tot een ontzettingH8047; en deze volkenH1471 zullen den koningH4428 van BabelH894 dienenH5647 zeventigH7657 jarenH8141. En dit ganse land zal worden tot een woestheid, tot een ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel dienen zeventig jaren.

KJV And this whole land3 shall be a desolation,5 and an astonishment;6 and these nations8 shall serve7 the king11 of Babylon12 seventy13 years.

1 וְהָֽיְתָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 הָאָ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 הַזֹּ֔את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 5 לְחָרְבָּ֖ה H2723 woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsen decayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place) 6 לְשַׁמָּ֑ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 7 וְעָ֨בְד֜וּ H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 8 הַגּוֹיִ֥ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 הָאֵ֛לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 בָּבֶ֖ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 13 שִׁבְעִ֥ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 14 שָׁנָֽה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Maar het zal geschieden, als de zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over den koning van Babel, en over dat volk, spreekt de HEERE, hun ongerechtigheid bezoeken, mitsgaders over het land der Chaldeen, en zal dat stellen tot eeuwige verwoestingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Maar het zal geschieden, als de zeventigH7657 jarenH8141 vervuldH4390 zijnH1961, dan zal Ik over den koningH4428 van BabelH894, en overH5921 datH1931 volkH1471, spreektH5002 de HEEREH3068, hun ongerechtigheidH5771 bezoekenH6485, mitsgaders overH5921 het landH776 der ChaldeenH3778, en zal dat stellenH7760 tot eeuwigeH5769 verwoestingenH8077. Maar het zal geschieden, als de zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over den koning van Babel, en over dat volk, spreekt de HEERE, hun ongerechtigheid bezoeken, mitsgaders over het land der Chaldeen, en zal dat stellen tot eeuwige verwoestingen.

KJV And it shall come to pass, when seventy3 years4 are accomplished,2 that I will punish5 the king7 of Babylon,8 and that nation,10 saith12 the LORD,13 for their iniquity,15 and the land17 of the Chaldeans,18 and will make19 it perpetual22 desolations.

1 וְהָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כִמְלֹ֣אות H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 3 שִׁבְעִ֣ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 4 שָׁנָ֡ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 אֶפְקֹ֣ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 בָּבֶל֩ H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 9 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 הַגּ֨וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 11 הַה֧וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 13 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 עֲוֺנָ֖ם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 16 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 18 כַּשְׂדִּ֑ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 19 וְשַׂמְתִּ֥י H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 20 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 לְשִֽׁמְמ֥וֹת H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 22 עוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En Ik zal over dat land brengen al Mijn woorden, die Ik daarover gesproken heb; al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En Ik zal overH5921 dat landH776 brengenH935 alH3605 Mijn woordenH1697, die Ik daarover gesprokenH1696 heb; alH3605 wat in dit boekH5612 geschrevenH3789 is, watH834 JeremiaH3414 geprofeteerdH5012 heeft overH5921 alH3605 deze volkenH1471. En Ik zal over dat land brengen al Mijn woorden, die Ik daarover gesproken heb; al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken.

KJV And I will bring1 upon that land3 all my words7 which I have pronounced9 against it, even all that is written13 in this book,14 which Jeremiah18 hath prophesied17 against all the nations.

1 וְהֵֽבֵאתִי֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 הָאָ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 הַהִ֔יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 דְּבָרַ֖י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 8 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 דִּבַּ֣רְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 10 עָלֶ֑יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 אֵ֤ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 הַכָּתוּב֙ H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 14 בַּסֵּ֣פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 15 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 16 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 נִבָּ֥א H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 18 יִרְמְיָ֖הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 19 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 הַגּוֹיִֽם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 WantH3588 van hen zullen zich doen dienenH5647, dieH1992 ookH1571 machtigeH7227 volkenH1471 en groteH1419 koningenH4428 zijn; alzo zal Ik hun vergeldenH7999 naar hun doen, en naar het werkH4639 hunner handenH3027. Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen.

KJV For many7 nations6 and great9 kings8 shall serve2 themselves of them also: and I will recompense10 them according to their deeds,12 and according to the works13 of their own hands.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 עָֽבְדוּ H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 3 בָ֤ם 4 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 5 הֵ֨מָּה֙ H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 6 גּוֹיִ֣ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 7 רַבִּ֔ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 8 וּמְלָכִ֖ים H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 גְּדוֹלִ֑ים H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 10 וְשִׁלַּמְתִּ֥י H7999 vergelden, wedergeven, betalen make amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely 11 לָהֶ֛ם 12 כְּפָעֳלָ֖ם H6467 werk, daden, arbeiden act, deed, do, getting, maker, work 13 וּכְמַעֲשֵׂ֥ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 14 יְדֵיהֶֽם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Want alzo heeft de HEERE, de God Israels, tot mij gezegd: Neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 WantH3588 alzoH3541 heeft de HEEREH3068, de GodH430 IsraelsH3478, totH413 mij gezegdH559: NeemH3947 dezen bekerH3563 des wijnsH3196 der grimmigheidH2534 van Mijn handH3027, en geef dien te drinkenH8248 alH3605 den volkenH1471, totH413 welkeH834 IkH595 u zendeH7971; Want alzo heeft de HEERE, de God Israels, tot mij gezegd: Neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende;

KJV For thus saith3 the LORD4 God5 of Israel6 unto me; Take8 the wine11 cup10 of this fury12 at my hand,14 and cause all the nations,19 to whom I send22 thee, to drink

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹה֩ H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֨ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֱלֹהֵ֤י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 קַ֠ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 כּ֨וֹס H3563 beker, bekers, steenuil cup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס) 11 הַיַּ֧יִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 12 הַחֵמָ֛ה H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 13 הַזֹּ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 14 מִיָּדִ֑י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 15 וְהִשְׁקִיתָ֤ה H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 16 אֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 הַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 20 אֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 אָנֹכִ֛י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 22 שֹׁלֵ֥חַ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 23 אוֹתְךָ֖ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 24 אֲלֵיהֶֽם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Dat zij drinken, en beven, en dol worden, vanwege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Dat zij drinkenH8354, en bevenH1607, en dolH1984 worden, vanwegeH6440 het zwaardH2719, datH834 IkH595 onder hen zal zendenH7971. Dat zij drinken, en beven, en dol worden, vanwege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden.

KJV And they shall drink,1 and be moved,2 and be mad,3 because4 of the sword5 that I will send

1 וְשָׁת֕וּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 2 וְהִֽתְגֹּֽעֲשׁ֖וּ H1607 bewegen, daverde, daverden move, shake, toss, trouble 3 וְהִתְהֹלָ֑לוּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 4 מִפְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 הַחֶ֔רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 6 אֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 אָנֹכִ֥י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 8 שֹׁלֵ֖חַ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 9 בֵּינֹתָֽם H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En ik nam den beker van des HEEREN hand, en ik gaf te drinken al den volken, tot welke de HEERE mij gezonden had;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En ik namH3947 den bekerH3563 van des HEERENH3068 handH3027, en ik gaf te drinkenH8248 alH3605 den volkenH1471, totH413 welkeH834 de HEEREH3068 mij gezondenH7971 had; En ik nam den beker van des HEEREN hand, en ik gaf te drinken al den volken, tot welke de HEERE mij gezonden had;

KJV Then took1 I the cup3 at the LORD'S5 hand,4 and made all the nations9 to drink,6 unto whom the LORD12 had sent

1 וָאֶקַּ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַכּ֖וֹס H3563 beker, bekers, steenuil cup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס) 4 מִיַּ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וָֽאַשְׁקֶה֙ H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 הַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 10 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 שְׁלָחַ֥נִי H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 12 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 אֲלֵיהֶֽם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, gelijk het is te dezen dage;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Namelijk JeruzalemH3389 en de stedenH5892 van JudaH3063, en haar koningenH4428, en haar vorstenH8269; om die te stellenH5414 tot een woestheidH2723, tot een ontzettingH8047, tot een aanfluitingH8322 en tot een vloekH7045, gelijk het is te dezenH2088 dageH3117; Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, gelijk het is te dezen dage;

KJV To wit, Jerusalem,2 and the cities4 of Judah,5 and the kings7 thereof, and the princes9 thereof, to make10 them a desolation,12 an astonishment,13 an hissing,14 and a curse;15 as it is this day;

1 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 יְרוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 3 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 עָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 5 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 6 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 מְלָכֶ֖יהָ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 שָׂרֶ֑יהָ H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 10 לָתֵ֨ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 אֹתָ֜ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 לְחָרְבָּ֧ה H2723 woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsen decayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place) 13 לְשַׁמָּ֛ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 14 לִשְׁרֵקָ֥ה H8322 aanfluiting hissing 15 וְלִקְלָלָ֖ה H7045 vloek, vloeken (ac-) curse(-d, -ing) 16 כַּיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 17 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Farao, den koning van Egypte, en zijn knechten, en zijn vorsten, en al zijn volk;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 FaraoH6547, den koningH4428 van EgypteH4714, en zijn knechtenH5650, en zijn vorstenH8269, en alH3605 zijn volkH5971; Farao, den koning van Egypte, en zijn knechten, en zijn vorsten, en al zijn volk;

KJV Pharaoh2 king3 of Egypt,4 and his servants,6 and his princes,8 and all his people;

1 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 פַּרְעֹ֧ה H6547 Farao Pharaoh 3 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 מִצְרַ֛יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 עֲבָדָ֥יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 שָׂרָ֖יו H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 עַמּֽוֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En den gansen gemengden hoop, en allen koningen des lands van Uz; en allen koningen van der Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En den gansen gemengdenH6153 hoop, en allenH3605 koningenH4428 des landsH776 van UzH5780; en allenH3605 koningenH4428 van der FilistijnenH6430 landH776, en AskelonH831, en GazaH5804, en EkronH6138, en het overblijfselH7611 van AsdodH795; En den gansen gemengden hoop, en allen koningen des lands van Uz; en allen koningen van der Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;

KJV And all the mingled people, and all the kings6 of the land7 of Uz,8 and all the kings11 of the land12 of the Philistines,13 and Ashkelon,15 and Azzah,17 and Ekron,19 and the remnant21 of Ashdod,

1 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 הָעֶ֔רֶב H6154 inslag, vermengd, vermengeling Arabia, mingled people, mixed (multitude), woof 4 וְאֵ֕ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 מַלְכֵ֖י H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 הָע֑וּץ H5780 Uz Uz 9 וְאֵ֗ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 מַלְכֵי֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 פְּלִשְׁתִּ֔ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 14 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 אַשְׁקְל֤וֹן H831 Askelon, Askelonieten Ashkelon, Askalon 16 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 עַזָּה֙ H5804 Gaza Azzah, Gaza 18 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 עֶקְר֔וֹן H6138 Ekron Ekron 20 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 שְׁאֵרִ֥ית H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 22 אַשְׁדּֽוֹד H795 Asdod Ahdod

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Edom, en Moab, en den kinderen Ammons;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 EdomH123, en MoabH4124, en den kinderenH1121 AmmonsH5983; Edom, en Moab, en den kinderen Ammons;

KJV Edom,2 and Moab,4 and the children6 of Ammon,

1 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 אֱד֥וֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea 3 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 מוֹאָ֖ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 עַמּֽוֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En allen koningen van Tyrus, en allen koningen van Sidon; en den koningen der eilanden, die aan gene zijde der zee zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En allen koningenH4428 van TyrusH6865, en allenH3605 koningenH4428 van SidonH6721; en den koningenH4428 der eilandenH339, dieH834 aan geneH5676 zijde der zeeH3220 zijn. En allen koningen van Tyrus, en allen koningen van Sidon; en den koningen der eilanden, die aan gene zijde der zee zijn.

KJV And all the kings3 of Tyrus,4 and all the kings7 of Zidon,8 and the kings10 of the isles11 which are beyond13 the sea,

1 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 מַלְכֵי H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 צֹ֔ר H6865 Tyrus, Tyrier Tyre, Tyrus 5 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 צִיד֑וֹן H6721 Sidon Sidon, Zidon 9 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 הָאִ֔י H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 12 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 בְּעֵ֥בֶר H5676 gene, zijden, recht [idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight 14 הַיָּֽם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Dedan, en Thema, en Buz, en allen, die aan de hoeken afgekort zijn;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 DedanH1719, en ThemaH8485, en BuzH938, en allenH3605, die aan de hoekenH6285 afgekortH7112 zijn; Dedan, en Thema, en Buz, en allen, die aan de hoeken afgekort zijn;

KJV Dedan,2 and Tema,4 and Buz,6 and all that are in the utmost9 corners,

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 דְּדָ֤ן H1719 Dedan Dedan 3 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 תֵּימָא֙ H8485 Thema Tema 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 בּ֔וּז H938 Buz Buz 7 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 קְצוּצֵ֥י H7112 afgekort, afgehouwen, hieuw cut (asunder, in pieces, in sunder, off), [idiom] utmost 10 פֵאָֽה H6285 hoek, hoeken, palen corner, end, quarter, side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En allen koningen van Arabie; en allen koningen des gemengden hoops, die in de woestijn wonen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En allenH3605 koningenH4428 van ArabieH6152; en allenH3605 koningenH4428 des gemengden hoopsH6153, die in de woestijnH4057 wonenH7931; En allen koningen van Arabie; en allen koningen des gemengden hoops, die in de woestijn wonen;

KJV And all the kings3 of Arabia,4 and all the kings7 of the mingled people that dwell9 in the desert,

1 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 עֲרָ֑ב H6152 Arabie Arabia 5 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 הָעֶ֔רֶב H6154 inslag, vermengd, vermengeling Arabia, mingled people, mixed (multitude), woof 9 הַשֹּׁכְנִ֖ים H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 10 בַּמִּדְבָּֽר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En allen koningen van Zimri, en allen koningen van Elam, en allen koningen van Medie;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En allen koningenH4428 van ZimriH2174, en allenH3605 koningenH4428 van ElamH5867, en allenH3605 koningenH4428 van MedieH4074; En allen koningen van Zimri, en allen koningen van Elam, en allen koningen van Medie;

KJV And all the kings3 of Zimri,4 and all the kings7 of Elam,8 and all the kings11 of the Medes,

1 וְאֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 זִמְרִ֗י H2174 Zimri Zimri 5 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 עֵילָ֔ם H5867 Elam, Elams Elam 9 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 מַלְכֵ֥י H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 מָדָֽי H4074 Meden, Medie, Madai Madai, Medes, Media
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En allen koningen van het noorden, die nabij en die verre zijn, den een met den anderen; ja, allen koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn. En de koning van Sesach zal na hen drinken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En allenH3605 koningenH4428 van het noordenH6828, die nabijH7138 en die verreH7350 zijn, den een met den anderen; ja, allenH3605 koninkrijkenH4467 der aardeH776, dieH834 opH5921 den aardbodemH127 zijn. En de koningH4428 van SesachH8347 zal naH310 hen drinkenH8354. En allen koningen van het noorden, die nabij en die verre zijn, den een met den anderen; ja, allen koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn. En de koning van Sesach zal na hen drinken.

KJV And all the kings3 of the north,4 far6 and near,5 one7 with another,9 and all the kingdoms12 of the world,13 which are upon the face16 of the earth:17 and the king18 of Sheshach19 shall drink20 after

1 וְאֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 הַצָּפ֗וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 5 הַקְּרֹבִ֤ים H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 6 וְהָֽרְחֹקִים֙ H7350 verre, verren, ver (a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come 7 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 אָחִ֔יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 10 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 הַמַּמְלְכ֣וֹת H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 13 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 17 הָאֲדָמָ֑ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 18 וּמֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 19 שֵׁשַׁ֖ךְ H8347 Sesach Sheshach 20 יִשְׁתֶּ֥ה H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 21 אַחֲרֵיהֶֽם H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Gij zult dan tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Drinkt, en wordt dronken, en spuwt, en valt neder, dat gij niet weder opstaat, vanwege het zwaard, dat Ik onder u zal zenden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Gij zult dan totH413 hen zeggenH559: ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430 IsraelsH3478: DrinktH8354, en wordt dronkenH7937, en spuwtH7006, en valt nederH5307, dat gij nietH3808 weder opstaatH6965, vanwegeH6440 het zwaardH2719, datH834 IkH595 onder u zal zendenH7971. Gij zult dan tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Drinkt, en wordt dronken, en spuwt, en valt neder, dat gij niet weder opstaat, vanwege het zwaard, dat Ik onder u zal zenden.

KJV Therefore thou shalt say1 unto them, Thus saith4 the LORD5 of hosts,6 the God7 of Israel;8 Drink9 ye, and be drunken,10 and spue,11 and fall,12 and rise14 no more, because15 of the sword16 which I will send

1 וְאָמַרְתָּ֣ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲלֵיהֶ֡ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 4 אָמַר֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 צְבָא֜וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 7 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 שְׁת֤וּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 10 וְשִׁכְרוּ֙ H7937 dronken, dronken aanstellen, dronkenen (be filled with) drink (abundantly), (be, make) drunk(-en), be merry. (Superlative of H8248 (שָׁקָה).) 11 וּקְי֔וּ H7006 spuwt spue 12 וְנִפְל֖וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 13 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 תָק֑וּמוּ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 15 מִפְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 16 הַחֶ֔רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 17 אֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 אָנֹכִ֥י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 19 שֹׁלֵ֖חַ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 20 בֵּינֵיכֶֽם H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En het zal geschieden, wanneer zij weigeren zullen den beker van uw hand te nemen om te drinken, dat gij tot hen zeggen zult: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Gij zult zekerlijk drinken!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En het zal geschieden, wanneer zijH1961 weigerenH3985 zullen den bekerH3563 van uw handH3027 te nemenH3947 om te drinkenH8354, datH3588 gij totH413 hen zeggenH559 zult: ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Gij zult zekerlijkH8354 drinkenH8354! En het zal geschieden, wanneer zij weigeren zullen den beker van uw hand te nemen om te drinken, dat gij tot hen zeggen zult: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Gij zult zekerlijk drinken!

KJV And it shall be, if they refuse3 to take4 the cup5 at thine hand6 to drink,7 then shalt thou say8 unto them, Thus saith11 the LORD12 of hosts;13 Ye shall certainly14 drink.

1 וְהָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כִּ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 יְמָאֲנ֛וּ H3985 weigerde, weigert, geweigerd refuse, [idiom] utterly 4 לָקַֽחַת H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 5 הַכּ֥וֹס H3563 beker, bekers, steenuil cup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס) 6 מִיָּדְךָ֖ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 לִשְׁתּ֑וֹת H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 8 וְאָמַרְתָּ֣ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 אֲלֵיהֶ֗ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 11 אָמַ֛ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 14 שָׁת֥וֹ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 15 תִשְׁתּֽוּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Gij zult niet onschuldig gehouden worden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 WantH3588 zietH2009, in de stadH5892, dieH834 naar Mijn NaamH8034 genoemdH7121 is, beginH2490 Ik te plagenH7489, en zoudt gijH859 enigszinsH5352 onschuldigH5352 gehouden worden? Gij zult nietH3808 onschuldigH5352 gehouden worden; wantH3588 Ik roepH7121 het zwaardH2719 overH5921 alleH3605 inwonersH3427 der aardeH776, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635. Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Gij zult niet onschuldig gehouden worden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen.

KJV For, lo, I begin9 to bring evil10 on the city3 which is called5 by my name,6 and should ye be utterly12 unpunished?13 Ye shall not be unpunished:15 for I will call19 for a sword17 upon all the inhabitants22 of the earth,23 saith24 the LORD25 of hosts.

1 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 בָעִ֜יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 אֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 נִֽקְרָא H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 6 שְׁמִ֣י H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 7 עָלֶ֗יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 אָֽנֹכִי֙ H595 ik, mij I, me, [idiom] which 9 מֵחֵ֣ל H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 10 לְהָרַ֔ע H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 11 וְאַתֶּ֖ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 12 הִנָּקֵ֣ה H5352 onschuldig, onschuldig houden, rein acquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly 13 תִנָּק֑וּ H5352 onschuldig, onschuldig houden, rein acquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly 14 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 תִנָּק֔וּ H5352 onschuldig, onschuldig houden, rein acquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly 16 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 חֶ֗רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 18 אֲנִ֤י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 19 קֹרֵא֙ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 20 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 21 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 22 יֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 23 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 24 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 25 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 26 צְבָאֽוֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Gij zult dan al deze woorden tot hen profeteren, en gij zult tot hen zeggen: De HEERE zal brullen uit de hoogte, en Zijn stem verheffen uit de woning Zijner heiligheid; Hij zal schrikkelijk brullen over Zijn woonstede; Hij zal een vreugdegeschrei, als de druiven treders, uitroepen tegen alle inwoners der aarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Gij zult dan alH3605 dezeH428 woordenH1697 totH413 hen profeterenH5012, en gijH859 zult totH413 hen zeggenH559: De HEEREH3068 zal brullenH7580 uit de hoogteH4791, en Zijn stemH6963 verheffenH5414 uit de woningH4583 Zijner heiligheidH6944; Hij zal schrikkelijkH7580 brullenH7580 overH5921 Zijn woonstedeH5116; Hij zal een vreugdegeschreiH1959, als de druiven tredersH1869, uitroepenH6030 tegen alleH3605 inwonersH3427 der aardeH776. Gij zult dan al deze woorden tot hen profeteren, en gij zult tot hen zeggen: De HEERE zal brullen uit de hoogte, en Zijn stem verheffen uit de woning Zijner heiligheid; Hij zal schrikkelijk brullen over Zijn woonstede; Hij zal een vreugdegeschrei, als de druiven treders, uitroepen tegen alle inwoners der aarde.

KJV Therefore prophesy2 thou against them all these words,6 and say8 unto them, The LORD10 shall roar12 from on high,11 and utter15 his voice16 from his holy14 habitation;13 he shall mightily17 roar18 upon his habitation;20 he shall give23 a shout,21 as they that tread22 the grapes, against all the inhabitants26 of the earth.

1 וְאַתָּה֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 תִּנָּבֵ֣א H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 3 אֲלֵיהֶ֔ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הַדְּבָרִ֖ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 הָאֵ֑לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 8 וְאָמַרְתָּ֣ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 אֲלֵיהֶ֗ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 יְהוָ֞ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 מִמָּר֤וֹם H4791 hoogte, hoogten, omhoog (far) above, dignity, haughty, height, (most, on) high (one, place), loftily, upward 12 יִשְׁאָג֙ H7580 brullen, brullende, gebruld [idiom] mightily, roar 13 וּמִמְּע֤וֹן H4583 woning, Toevlucht, Vertrek den, dwelling((-) place), habitation 14 קָדְשׁוֹ֙ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 15 יִתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 16 קוֹל֔וֹ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 17 שָׁאֹ֤ג H7580 brullen, brullende, gebruld [idiom] mightily, roar 18 יִשְׁאַג֙ H7580 brullen, brullende, gebruld [idiom] mightily, roar 19 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 נָוֵ֔הוּ H5116 woning, schaapskooi, kooi comely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried 21 הֵידָד֙ H1959 vreugdegeschrei shout(-ing) 22 כְּדֹרְכִ֣ים H1869 treden, gespannen, getreden archer, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk 23 יַֽעֲנֶ֔ה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 24 אֶ֥ל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 25 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 26 יֹשְׁבֵ֖י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 27 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Het geschal zal komen tot aan het einde der aarde; want de HEERE heeft een twist met de volken, Hij zal gericht houden met alle vlees; de goddelozen heeft Hij aan het zwaard overgegeven, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Het geschalH7588 zal komenH935 totH5704 aan het eindeH7097 der aardeH776; wantH3588 de HEEREH3068 heeft een twistH7379 met de volkenH1471, Hij zal gerichtH8199 houden met alleH3605 vleesH1320; de goddelozenH7563 heeft Hij aan het zwaardH2719 overgegevenH5414, spreektH5002 de HEEREH3068. Het geschal zal komen tot aan het einde der aarde; want de HEERE heeft een twist met de volken, Hij zal gericht houden met alle vlees; de goddelozen heeft Hij aan het zwaard overgegeven, spreekt de HEERE.

KJV A noise2 shall come1 even to the ends4 of the earth;5 for the LORD8 hath a controversy7 with the nations,9 he will plead10 with all flesh;13 he will give15 them that are wicked14 to the sword,16 saith17 the LORD.

1 בָּ֤א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 שָׁאוֹן֙ H7588 gedruis, bruisen, ruisen [idiom] horrible, noise, pomp, rushing, tumult ([idiom] -uous) 3 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 4 קְצֵ֣ה H7097 einde, uiterste, deel [idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part) 5 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 רִ֤יב H7379 twist, twistzaak, geschil [phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit 8 לַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 בַּגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 10 נִשְׁפָּ֥ט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 11 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 בָּשָׂ֑ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 14 הָרְשָׁעִ֛ים H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong 15 נְתָנָ֥ם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 16 לַחֶ֖רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 17 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 18 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Zo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, een kwaad gaat er uit van volk tot volk. en een groot onweder zal er verwekt worden van de zijden der aarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: ZietH2009, een kwaadH7451 gaat er uit van volkH1471 totH413 volkH1471. en een grootH1419 onwederH5591 zal er verwektH5782 worden van de zijdenH3411 der aardeH776. Zo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, een kwaad gaat er uit van volk tot volk. en een groot onweder zal er verwekt worden van de zijden der aarde.

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts,4 Behold, evil6 shall go forth7 from nation8 to nation,10 and a great12 whirlwind11 shall be raised up13 from the coasts14 of the earth.

1 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 רָעָ֛ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 7 יֹצֵ֖את H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 8 מִגּ֣וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 גּ֑וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 11 וְסַ֣עַר H5591 onweder, storm, stormwind storm(-y), tempest, whirlwind 12 גָּד֔וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 13 יֵע֖וֹר H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 14 מִיַּרְכְּתֵי H3411 zijden border, coast, part, quarter, side 15 אָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En de verslagenen des HEEREN zullen te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En de verslagenenH2491 des HEERENH3068 zullen te dien dageH3117 liggen van hetH1931 ene eindeH7097 der aardeH776 totH5704 aan het andere eindeH7097 der aardeH776; zij zullen nietH3808 beklaagdH5594, nochH3808 opgenomenH622, nochH3808 begravenH6912 worden; tot mestH1828 opH5921 den aardbodemH127 zullen zij zijnH1961. En de verslagenen des HEEREN zullen te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.

KJV And the slain2 of the LORD3 shall be at that day4 from one end6 of the earth7 even unto the other end9 of the earth:10 they shall not be lamented,12 neither gathered,14 nor buried;16 they shall be dung17 upon19 the ground.

1 וְהָי֞וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 חַֽלְלֵ֤י H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 הַה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 מִקְצֵ֥ה H7097 einde, uiterste, deel [idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part) 7 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 9 קְצֵ֣ה H7097 einde, uiterste, deel [idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part) 10 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יִסָּפְד֗וּ H5594 beklagen, rouwklagen, misbaar lament, mourn(-er), wail 13 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יֵאָֽסְפוּ֙ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 15 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 יִקָּבֵ֔רוּ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 17 לְדֹ֛מֶן H1828 mest, drek dung 18 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 20 הָאֲדָמָ֖ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 21 יִֽהְיֽוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Huilt, gij herders! en schreeuwt, en wentelt u in de as, gij heerlijken van de kudde! want uw dagen zijn vervuld, dat men slachten zal, en van uw verstrooiingen, dan zult gij vervallen als een kostelijk vat.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 HuiltH3213, gij herdersH7462! en schreeuwtH2199, en wenteltH6428 u in de as, gij heerlijkenH117 van de kuddeH6629! want uw dagenH3117 zijn vervuldH4390, dat men slachtenH2873 zal, en van uw verstrooiingenH8600, dan zult gij vervallenH5307 als een kostelijkH2532 vatH3627. Huilt, gij herders! en schreeuwt, en wentelt u in de as, gij heerlijken van de kudde! want uw dagen zijn vervuld, dat men slachten zal, en van uw verstrooiingen, dan zult gij vervallen als een kostelijk vat.

KJV Howl,1 ye shepherds,2 and cry;3 and wallow4 yourselves in the ashes, ye principal5 of the flock:6 for the days9 of your slaughter10 and of your dispersions11 are accomplished;8 and ye shall fall12 like a pleasant14 vessel.

1 הֵילִ֨ילוּ H3213 huilen, Huilt, huilt (make to) howl, be howling 2 הָרֹעִ֜ים H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 3 וְזַעֲק֗וּ H2199 riep, riepen, roepen assemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed 4 וְהִֽתְפַּלְּשׁוּ֙ H6428 wentelt, wentel, wentelen roll (wallow) self 5 אַדִּירֵ֣י H117 heerlijken, voortreffelijken, heerlijk excellent, famous, gallant, glorious, goodly, lordly, mighty(-ier one), noble, principal, worthy 6 הַצֹּ֔אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 מָלְא֥וּ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 9 יְמֵיכֶ֖ם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 לִטְב֑וֹחַ H2873 geslacht, slachten, slacht kill, (make) slaughter, slay 11 וּתְפוֹצ֣וֹתִיכֶ֔ם H8600 verstrooiingen dispersion 12 וּנְפַלְתֶּ֖ם H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 13 כִּכְלִ֥י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 14 חֶמְדָּֽה H2532 gewenste, kostelijke, begeerlijk desire, goodly, pleasant, precious
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En de vlucht zal vergaan van de herders, en de ontkoming van de heerlijken der kudde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En de vluchtH4498 zal vergaanH6 vanH4480 de herdersH7462, en de ontkomingH6413 van de heerlijkenH117 der kuddeH6629. En de vlucht zal vergaan van de herders, en de ontkoming van de heerlijken der kudde.

KJV And the shepherds4 shall have no way2 to flee,1 nor the principal6 of the flock7 to escape.

1 וְאָבַ֥ד H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 2 מָנ֖וֹס H4498 Toevlucht, ontvlieden, toevlucht [idiom] apace, escape, way to flee, flight, refuge 3 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 הָֽרֹעִ֑ים H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 5 וּפְלֵיטָ֖ה H6413 ontkomen, ontkoming, ontkomenen deliverance, (that is) escape(-d), remnant 6 מֵאַדִּירֵ֥י H117 heerlijken, voortreffelijken, heerlijk excellent, famous, gallant, glorious, goodly, lordly, mighty(-ier one), noble, principal, worthy 7 הַצֹּֽאן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Er zal zijn een stem des geroeps der herderen, en een gehuil der heerlijken van de kudde, omdat de HEERE hun weide verstoort.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Er zal zijn een stemH6963 des geroepsH6818 der herderenH7462, en een gehuilH3215 der heerlijkenH117 van de kuddeH6629, omdatH3588 de HEEREH3068 hun weideH4830 verstoortH7703. Er zal zijn een stem des geroeps der herderen, en een gehuil der heerlijken van de kudde, omdat de HEERE hun weide verstoort.

KJV A voice1 of the cry2 of the shepherds,3 and an howling4 of the principal5 of the flock,6 shall be heard: for the LORD9 hath spoiled8 their pasture.

1 ק֚וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 צַעֲקַ֣ת H6818 geroep, geschrei, gekrijts cry(-ing) 3 הָֽרֹעִ֔ים H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 4 וִֽילְלַ֖ת H3215 gehuil, gehuils a howling 5 אַדִּירֵ֣י H117 heerlijken, voortreffelijken, heerlijk excellent, famous, gallant, glorious, goodly, lordly, mighty(-ier one), noble, principal, worthy 6 הַצֹּ֑אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 שֹׁדֵ֥ד H7703 verwoest, verstoord, verstoorder dead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste 9 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 מַרְעִיתָֽם H4830 weide flock, pasture
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Want de landouwen des vredes zullen uitgeroeid worden, vanwege de hittigheid des toorns des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 Want de landouwenH4999 des vredesH7965 zullen uitgeroeidH1826 worden, vanwegeH6440 de hittigheidH2740 des toornsH639 des HEERENH3068. Want de landouwen des vredes zullen uitgeroeid worden, vanwege de hittigheid des toorns des HEEREN.

KJV And the peaceable3 habitations2 are cut down1 because4 of the fierce5 anger6 of the LORD.

1 וְנָדַ֖מּוּ H1826 stil, uitgeroeid, zwijgen cease, be cut down (off), forbear, hold peace, quiet self, rest, be silent, keep (put to) silence, be (stand) still, tarry, wait 2 נְא֣וֹת H4999 weiden, woningen, herdershutten habitation, house, pasture, pleasant place 3 הַשָּׁל֑וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 4 מִפְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 חֲר֥וֹן H2740 hittigheid, hitte, brandende toorn sore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful) 6 אַף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 7 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Hij heeft, als een jonge leeuw, Zijn hutte verlaten; want hunlieder land is geworden tot een verwoesting, vanwege de hittigheid des verdrukkers, ja, vanwege de hittigheid Zijns toorns.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 Hij heeft, als een jonge leeuwH3715, Zijn hutteH5520 verlatenH5800; wantH3588 hunlieder landH776 is geworden tot een verwoestingH8047, vanwegeH6440 de hittigheidH2740 des verdrukkersH3238, ja, vanwegeH6440 de hittigheidH2740 Zijns toornsH639. Hij heeft, als een jonge leeuw, Zijn hutte verlaten; want hunlieder land is geworden tot een verwoesting, vanwege de hittigheid des verdrukkers, ja, vanwege de hittigheid Zijns toorns.

KJV He hath forsaken1 his covert,3 as the lion:2 for their land6 is desolate7 because8 of the fierceness9 of the oppressor,10 and because11 of his fierce12 anger.

1 עָזַ֥ב H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 2 כַּכְּפִ֖יר H3715 jonge leeuwen, jonge leeuw, jongen leeuws (young) lion, village. Compare H3723 (כָּפָר) 3 סֻכּ֑וֹ H5520 hut, hol, hutte covert, den, pavilion, tabernacle 4 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 הָיְתָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 אַרְצָם֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 לְשַׁמָּ֔ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 8 מִפְּנֵי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 חֲר֣וֹן H2740 hittigheid, hitte, brandende toorn sore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful) 10 הַיּוֹנָ֔ה H3238 verdrukken, verdrukkende, verdrukt destroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence 11 וּמִפְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 חֲר֥וֹן H2740 hittigheid, hitte, brandende toorn sore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful) 13 אַפּֽוֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 25:1 Jeremia 36:1 2 Koningen 24:1 Daniël 1:1 Jeremia 46:2
Jeremia 25:2 Jeremia 18:11 Markus 7:14 Psalmen 49:1 Jeremia 26:2 Jeremia 19:14 Jeremia 35:13 Jeremia 38:1
Jeremia 25:3 Jeremia 1:2 Jeremia 11:7 Jeremia 7:13 Jeremia 26:5 Jeremia 29:19 2 Kronieken 34:8 2 Kronieken 34:3 2 Timotheüs 4:2
Jeremia 25:4 Jeremia 25:3 Jeremia 26:5 Jeremia 22:21 Hebreeën 12:25 Zacharia 7:11 Jeremia 32:33 Jeremia 17:23 Jeremia 11:7
Jeremia 25:5 Jeremia 7:7 Jeremia 17:25 Jeremia 18:11 Ezechiël 18:30 Jona 3:8 Jesaja 55:6 Jeremia 35:15 Genesis 17:8
Jeremia 25:6 Deuteronomium 8:19 Jeremia 35:15 Jeremia 7:6 2 Koningen 17:35 Deuteronomium 6:14 Jeremia 7:9 Jozua 24:20 Deuteronomium 28:14
Jeremia 25:7 2 Koningen 21:15 Deuteronomium 32:21 Jeremia 32:30 Spreuken 8:36 Jeremia 7:18 2 Koningen 17:17 Nehemia 9:26
Jeremia 25:9 Jeremia 1:15 Jeremia 18:16 Jeremia 43:10 Jesaja 13:3 1 Koningen 9:7 Jesaja 44:28 Ezechiël 29:18 Jesaja 39:7
Jeremia 25:10 Jeremia 7:34 Openbaring 18:22 Ezechiël 26:13 Jeremia 16:9 Jeremia 33:10 Jesaja 24:7 Esther 7:4 Esther 3:13
Jeremia 25:11 Daniël 9:2 Zacharia 7:5 Jeremia 12:11 Zacharia 1:12 Jeremia 4:27 2 Kronieken 36:21 Jesaja 23:15 Jeremia 25:12
Jeremia 25:12 Jesaja 13:19 Daniël 9:2 Jeremia 29:10 Jesaja 14:23 Jeremia 50:1 Jeremia 51:62 Ezechiël 35:9 Jesaja 46:1
Jeremia 25:13 Jeremia 1:5 Jeremia 1:10 Daniël 5:31 Daniël 5:28 Openbaring 10:11
Jeremia 25:14 Jeremia 51:6 Jeremia 27:7 Jeremia 50:9 Jeremia 50:41 Openbaring 18:20 Jeremia 51:20 Daniël 5:28 Jesaja 14:2
Jeremia 25:15 Jesaja 51:17 Psalmen 75:8 Openbaring 14:10 Job 21:20 Jesaja 51:22 Jeremia 13:12 Jeremia 51:7 Psalmen 11:6
Jeremia 25:16 Nahum 3:11 Jeremia 51:7 Ezechiël 23:32 Jeremia 51:39 Openbaring 16:9 Openbaring 14:8 Openbaring 18:3 Klaagliederen 4:21
Jeremia 25:17 Jeremia 1:10 Jeremia 25:28 Jeremia 27:3 Ezechiël 43:3 Jeremia 46:1
Jeremia 25:18 Psalmen 60:3 Jeremia 44:22 Jeremia 24:9 1 Petrus 4:17 Jeremia 21:6 Jeremia 25:9 Jozua 6:18 Amos 2:5
Jeremia 25:19 Jeremia 46:13 Jeremia 46:2 Nahum 3:8 Ezechiël 29:1 Jeremia 43:9
Jeremia 25:20 Job 1:1 Klaagliederen 4:21 Jesaja 20:1 Jeremia 50:37 Ezechiël 30:5 Exodus 12:38 Jeremia 47:1 Jeremia 25:24
Jeremia 25:21 Jeremia 48:1 Jeremia 9:26 Psalmen 137:7 Jesaja 34:1 Maleachi 1:2 Obadja 1:18 Klaagliederen 4:21 Obadja 1:1
Jeremia 25:22 Jeremia 47:4 Jeremia 49:23 Amos 1:9 Jeremia 27:3 Ezechiël 26:1 Ezechiël 32:30 Amos 1:3 Ezechiël 28:22
Jeremia 25:23 Jeremia 9:26 Jeremia 49:32 Jeremia 49:8 Genesis 22:21 Job 6:19 Ezechiël 27:20 1 Kronieken 1:30 Genesis 10:7
Jeremia 25:24 2 Kronieken 9:14 Jeremia 25:20 Jeremia 50:37 Ezechiël 30:5 Ezechiël 27:21 Jesaja 21:13 1 Koningen 10:15 Genesis 25:12
Jeremia 25:25 Genesis 10:22 Jesaja 11:11 Jeremia 51:11 Jeremia 51:28 Jesaja 13:17 Jeremia 49:34 Ezechiël 32:24 Genesis 25:2
Jeremia 25:26 Jeremia 51:41 Jeremia 25:9 Jeremia 50:1 Daniël 5:1 Jesaja 47:1 Habakuk 2:16 Ezechiël 32:30 Openbaring 18:1
Jeremia 25:27 Habakuk 2:16 Jeremia 25:16 Klaagliederen 4:21 Jesaja 51:21 Ezechiël 21:4 Deuteronomium 32:42 Jesaja 63:6 Jeremia 46:14
Jeremia 25:28 Job 34:33 Handelingen 4:28 Jeremia 49:12 Jesaja 14:24 Daniël 4:35 Jeremia 51:29 Jeremia 4:28 Jesaja 46:10
Jeremia 25:29 Spreuken 11:31 1 Petrus 4:17 Ezechiël 38:21 Ezechiël 9:6 Obadja 1:16 1 Koningen 8:43 Jeremia 13:13 Jesaja 10:12
Jeremia 25:30 Amos 1:2 Joël 3:16 Jesaja 42:13 Jesaja 16:9 Jeremia 48:33 2 Kronieken 30:27 Psalmen 58:5 Psalmen 11:4
Jeremia 25:31 Hosea 4:1 Joël 3:2 Micha 6:2 Jesaja 66:16 Ezechiël 20:35 Ezechiël 38:22 Jeremia 45:5 Jesaja 34:8
Jeremia 25:32 Jeremia 23:19 Jesaja 34:2 2 Kronieken 15:6 Jeremia 30:23 Jesaja 30:30 Jesaja 5:28 Sefanja 3:8 Lukas 21:10
Jeremia 25:33 Jesaja 66:16 Psalmen 79:3 Jesaja 5:25 Jeremia 8:2 Ezechiël 39:4 Jeremia 25:18 Jeremia 16:4 Psalmen 83:10
Jeremia 25:34 Jeremia 6:26 Jesaja 10:12 Psalmen 2:9 Jesaja 33:1 Jeremia 50:27 Jesaja 30:14 Jeremia 3:19 Jeremia 25:23
Jeremia 25:35 Job 11:20 Amos 2:14 Jeremia 38:23 Openbaring 6:14 Jesaja 2:12 Ezechiël 17:15 Daniël 5:30 Jesaja 24:21
Jeremia 25:36 Jeremia 4:8 Jeremia 25:34
Jeremia 25:37 Jesaja 27:10 Jesaja 32:14
Jeremia 25:38 Jeremia 4:7 Jeremia 5:6 Hosea 13:7 Hosea 5:14 Jeremia 50:44 Jeremia 49:19 Amos 8:8 Psalmen 76:2
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 25 vers 2

Hetwelk de profeet Jeremia Woord des Heeren.

Hertaald: Hetwelk de profeet Jeremia Het woord van de HEERE.

Jeremia 25 vers 3

dit is het drie en twintigste jaar Of, deze drie en twintig jaren.

Hertaald: dit is het drie en twintigste jaar Of: deze drieëntwintig jaren.

vroeg op zijnde Dat is, zeer vlijtiglijk, intijds en geduriglijk. Vergelijk boven Jer. 7:13 , en hier vs.4.

Hertaald: vroeg op zijnde Dat is: zeer vlijtig, op tijd en voortdurend. Vergelijk hierboven Jer. 7:13 en hier vers 4.

gehoord Dat is, gehoorzaamd, gelijk ook in het volgende, en elders dikwijls.

Hertaald: gehoord Dat is: gehoorzaamd, zoals ook in het vervolg en elders vaak.

Jeremia 25 vers 4

vroeg op zijnde Vergelijk boven Jer. 7:13 .

Hertaald: vroeg op zijnde Vergelijk hierboven Jer. 7:13.

Jeremia 25 vers 5

weg, Zie Gen. 6:12 .

Hertaald: weg, Zie Gen. 6:12.

woont in het land, Dat is, zo zult gij zekerlijk wonen, Ik zal maken dat gij, enz. Zie Ps. 37:3 .

Hertaald: woont in het land, Dat is: dan zult u zeker wonen, Ik zal maken dat u, enzovoort. Zie Ps. 37:3.

Jeremia 25 vers 6

kwaad doe Versta, kwaad der straffen, dat is, geen ongeluk of ellende toezend, gelijk dikwijls.

Hertaald: kwaad doe Versta: het kwaad van de straffen — dat is: geen ongeluk of ellende toezend, zoals vaker.

Jeremia 25 vers 9

zenden, Dat is, door mijn verborgen goddelijke regering zal Ik hen doen vergaderen en opkomen, alsof zij door boden en opzettelijk bevel kwamen aantrekken; vergelijk onder Jer. 49:14 .

Hertaald: zenden, Dat is: door Mijn verborgen goddelijk bestuur zal Ik hen doen samenkomen en optrekken, alsof zij op boden en een uitdrukkelijk bevel kwamen aanrukken; vergelijk hieronder Jer. 49:14.

geslachten Dat is, alle natiën, die tegen het noorden wonen. Vergelijk boven Jer. 1:15 .

Hertaald: geslachten Dat is: alle volken die in het noorden wonen. Vergelijk hierboven Jer. 1:15.

tot Nebukadrezar, Versta, zal Ik zenden, gelijk in het voorgaande; of en Nebukadnezar; te weten, zal Ik nemen, enz.

Hertaald: tot Nebukadrezar, Versta: zal Ik zenden, zoals in het voorgaande; of: en Nebukadnezar, namelijk zal Ik nemen, enzovoort.

knecht; Dien Ik voorgenomen heb te gebruiken tot uitvoering mijner oordelen over vele volken. Vergelijk Jes. 44:28 , en Jes. 45:1 , alzo onder Jer. 27:6 , en Jer. 43:10 . Vergelijk ook onder Jer. 29:4 , Jer. 29:7 , Jer. 29:14 , Jer. 29:20 , en Jer. 51:7 .

Hertaald: knecht; Die Ik Mij voorgenomen heb te gebruiken voor de uitvoering van Mijn oordelen over vele volken. Vergelijk Jes. 44:28 en Jes. 45:1; zo ook hieronder Jer. 27:6 en Jer. 43:10. Vergelijk ook hieronder Jer. 29:4, Jer. 29:7, Jer. 29:14 en Jer. 29:20, en Jer. 51:7.

over dit land, Of, tegen, en zo in het volgende.

Hertaald: over dit land, Of: tegen; en zo ook in het vervolg.

verbannen, Zie Deut. 2:34 .

Hertaald: verbannen, Zie Deut. 2:34.

ontzetting, Of, schrik; anders, verwoesting. Zie boven Jer. 18:16 , en onder vs.18.

Hertaald: ontzetting, Of: schrik; anders: verwoesting. Zie hierboven Jer. 18:16 en hieronder vers 18.

eeuwige woestheden Hebreeuws, woestheden der eeuwigheid; dat is, langdurige.

Hertaald: eeuwige woestheden Hebreeuws: woestheden van de eeuwigheid — dat is: langdurige.

Jeremia 25 vers 10

stem der vrolijkheid Gelijk boven Jer. 7:34 .

Hertaald: stem der vrolijkheid Zoals hierboven Jer. 7:34.

molens Of, molenstenen. Versta, van de handmolens, die in een zo grote volrijke stad in grote menigte waren. Zie Ex. 11:5 , en Deut. 24:6 , idem Openb. 18:22 . De zin is, dat God al het gerief van leeftocht zou wegnemen.

Hertaald: molens Of: molenstenen. Versta: van de handmolens, waarvan er in zo'n grote, volkrijke stad zeer veel waren. Zie Ex. 11:5 en Deut. 24:6, en ook Openb. 18:22. De betekenis is dat God alle middelen van levensonderhoud zou wegnemen.

lamp Of, kaars; waardoor men verstaan kan dat God hunne banketten en gastmalen, die zij in den diepen nacht bij grote lampen, of kaarsen en fakkels, hielden, zou doen ophouden; of eenvoudig, dat er gene nachtwaken meer zouden zijn, ten opzien van welke in een zo grote stad, den gansen nacht door, licht placht te zijn; of in het algemeen, dat er geen voorspoed, vreugde, noch troost zou zijn, gelijk zulks in de Heilige Schrift door duisternis, of gebrek van licht, verstaan wordt.

Hertaald: lamp Of: kaars. Men kan daaruit verstaan dat God een einde zou maken aan hun feestmalen en gastmalen, die zij diep in de nacht bij grote lampen of kaarsen en fakkels hielden. Of eenvoudig: dat er geen nachtwaken meer zouden zijn, waarvoor in zo'n grote stad de hele nacht door licht placht te branden. Of in het algemeen: dat er geen voorspoed, vreugde of troost meer zou zijn, zoals dat in de Heilige Schrift met duisternis of het ontbreken van licht aangeduid wordt.

Jeremia 25 vers 11

tot een ontzetting; Of, tot ontzettens, of schrikkens toe. Alzo vs.18.

Hertaald: tot een ontzetting; Of: tot ontzetting of schrik toe. Zo ook in vers 18.

Jeremia 25 vers 12

dat stellen Volk, of land der Chaldeën.

Hertaald: dat stellen Het volk of het land van de Chaldeeën.

eeuwige verwoestingen Hebreeuws, verwoestingen der eeuwigheid.

Hertaald: eeuwige verwoestingen Hebreeuws: verwoestingen van de eeuwigheid.

Jeremia 25 vers 14

van hen zullen zich doen dienen, Hebreeuws, hebben zich gediend; dat is, zullen zich zekerlijk van hen laten dienen, gebruikende hen als slaven. De zin is: Gelijk de Chaldeën of Babyloniërs andere grote volken en koningen tenonder gebracht en tot dienstbaarheid gedwongen hebben, alzo zal hun wederom van al zulke volken en koningen geschieden, die alzo wel machtig en groot zijn als zij; te weten de Perzen en Meden. Zie dezelfde manier van spreken boven Jer. 22:13 , en onder Jer. 27:7 , en Jer. 30:8 ; Ezech. 34:27 , enz.

Hertaald: van hen zullen zich doen dienen, Hebreeuws: hebben zich gediend — dat is: zullen zich zeker door hen laten dienen en hen als slaven gebruiken. De betekenis is: zoals de Chaldeeën of Babyloniërs andere grote volken en koningen ten onder gebracht en tot dienstbaarheid gedwongen hebben, zo zal hun dat weer overkomen van zulke volken en koningen die even machtig en groot zijn als zij, namelijk de Perzen en de Meden. Zie dezelfde manier van spreken hierboven in Jer. 22:13, en hieronder Jer. 27:7 en Jer. 30:8, en Ezech. 34:27, enzovoort.

Jeremia 25 vers 15

gezegd In een gezicht.

Hertaald: gezegd In een gezicht.

dezen beker des wijns Of, den beker des wijns dezer grimmigheid; waarmede afgebeeld werden Gods toorn, oordelen en plagen, die Hij dezen volken bereid had en toezenden wil, met last aan Jeremia, om zulks alles voorheen openlijk te verkondigen en aan te zeggen, tot Gods eer, onderwijs en waarschuwing zijns volks, en overtuiging der goddelozen. Vergelijk Ps. 75:9 ; Jes. 51:17 ; Openb. 16:19 .

Hertaald: dezen beker des wijns Of: de beker van de wijn van deze grimmigheid, waarmee Gods toorn, oordelen en plagen afgebeeld werden die Hij voor deze volken bereid had en hun wil toezenden. Daarbij kreeg Jeremia de opdracht dat alles vooraf openlijk te verkondigen en aan te zeggen, tot Gods eer, tot onderwijs en waarschuwing van Zijn volk en tot overtuiging van de goddelozen. Vergelijk Ps. 75:9, Jes. 51:17 en Openb. 16:19.

Jeremia 25 vers 16

zwaard, Dat is, krijg en oorlog, met alle bittere gevolgen van dien; vergelijk Ps. 22:21 ; alzo onder vs.27, 29.

Hertaald: zwaard, Dat is: krijg en oorlog, met alle bittere gevolgen daarvan; vergelijk Ps. 22:21; zo ook hieronder in vers 27 en 29.

Jeremia 25 vers 18

woestheid, Gelijk boven vs.9, 11.

Hertaald: woestheid, Zoals hierboven vers 9 en 11.

gelijk het is te dezen dage; Vergelijk Deut. 4:20 , Deut. 4:38 , en Deut. 8:18 ; 1 Kon. 8:24 . Hieruit wordt door sommigen afgenomen dat Jeremia dit beschreven heeft ten tijde van de vervulling dezer profetie. Anders, als [of het ware] te dezen dage; dat is, het zal zo zekerlijk geschieden, alsof men het nu voor ogen zag. De aandachtige lezer kan ook vergelijken 2 Kron. 29:8 .

Hertaald: gelijk het is te dezen dage; Vergelijk Deut. 4:20, Deut. 4:38 en Deut. 8:18, en 1 Kon. 8:24. Sommigen leiden hieruit af dat Jeremia dit beschreven heeft in de tijd dat deze profetie vervuld werd. Anders: als was het op deze dag — dat is: het zal even zeker gebeuren alsof men het nu voor ogen zag. De aandachtige lezer kan ook 2 Kron. 29:8 vergelijken.

Jeremia 25 vers 19

Faraö, Zie Gen. 12:15 , en onder Jer 46 .

Hertaald: Faraö, Zie Gen. 12:15 en hieronder Jer. 46.

Jeremia 25 vers 20

gemengden hoop, Hierdoor verstaan sommigen ene vermenging van allerlei natiën onder en door elkander wonende, zonder onderscheid of bepaling van steden of bijzondere grenzen. Alzo vs.24.

Hertaald: gemengden hoop, Hieronder verstaan sommigen een vermenging van allerlei volken die door en onder elkaar wonen, zonder onderscheid of afbakening van steden of eigen grenzen. Zo ook in vers 24.

Uz; Zie Gen. 10:23 , en Job 1:1 .

Hertaald: Uz; Zie Gen. 10:23 en Job 1:1.

koningen Versta, kleine koningen, vorsten, gouverneurs, drosten, of hoofdbaljuwen. Vergelijk Jer 47 , en zie Richt. 3:3 .

Hertaald: koningen Versta: kleine koningen, vorsten, gouverneurs, drosten of hoofdbaljuws. Vergelijk Jer. 47, en zie Richt. 3:3.

Askelon, Steden der Filistijnen in de Schriftuur bekend.

Hertaald: Askelon, Steden van de Filistijnen, die in de Schrift bekend zijn.

overblijfsel van Asdod; Omdat deze stad voor een goed deel bereids verdorven en verwoest was door een zeer langdurige belegering van den koning van Egypte, Psammetichus, die de vader was van Farao Necho, gelijk sommige historiën vermelden. Zie van Asdod 1 Sam. 5:1 .

Hertaald: overblijfsel van Asdod; Omdat deze stad al voor een groot deel verwoest en vervallen was door een zeer langdurige belegering door de koning van Egypte, Psammetichus, de vader van Farao Necho, zoals sommige geschiedschrijvers vermelden. Over Asdod, zie 1 Sam. 5:1.

Jeremia 25 vers 21

Edom, Zie onder Jer. 49:7 , enz.

Hertaald: Edom, Zie hieronder Jer. 49:7, enzovoort.

Moab, Zie onder Jer 48 .

Hertaald: Moab, Zie hieronder Jer. 48.

kinderen Ammons; Zie onder Jer. 49:1 , enz.

Hertaald: kinderen Ammons; Zie hieronder Jer. 49:1, enzovoort.

Jeremia 25 vers 22

koningen van Tyrus, Den enen voor, den anderen na; of, allen regenten, oversten, of overrijken machtigen kooplieden en inwoners, die zich als koningen gedroegen. Zie Jes. 23:8 , onder Jer. 47:4 , en voorts Joz. 19:29 .

Hertaald: koningen van Tyrus, De een na de ander; of: alle bestuurders, oversten, of schatrijke, machtige kooplieden en inwoners die zich als koningen gedroegen. Zie Jes. 23:8 en hieronder Jer. 47:4, en verder Joz. 19:29.

eilanden, Hebreeuws, des eilands. Zie Ps. 72:10 . Anders: de omtrek, die aan de overvaart van de zee is. Vergelijk onder Jer. 49:23 .

Hertaald: eilanden, Hebreeuws: van het eiland. Zie Ps. 72:10. Anders: het gebied dat aan de overkant van de zee ligt. Vergelijk hieronder Jer. 49:23.

Jeremia 25 vers 23

Dedan, Volken van steenachtig Arabië, uit Ketura; zie Gen. 25:3 , Gen. 25:15 ; Jes. 21:13 . Van een anderen Dedan, uit Cham, door Cusch, in Rijk Arabië, of Morenland, zie Gen. 10:7 , en van Dedan in Edom, zie onder Jer. 49:8 .

Hertaald: Dedan, Volken van het steenachtige Arabië, uit Ketura; zie Gen. 25:3 en Gen. 25:15, en Jes. 21:13. Over een andere Dedan, uit Cham via Cusch, in Gelukkig Arabië of Morenland, zie Gen. 10:7; en over Dedan in Edom, zie hieronder Jer. 49:8.

Buz, Zie Gen. 22:21 .

Hertaald: Buz, Zie Gen. 22:21.

hoeken afgekort zijn; Zie boven Jer. 9:26 .

Hertaald: hoeken afgekort zijn; Zie hierboven Jer. 9:26.

Jeremia 25 vers 24

En allen koningen van Arabië; Of, te weten, of namelijk, verstaande dat dezen gemeend zijn door de afgekorten aan de hoeken, vs.23.

Hertaald: En allen koningen van Arabië; Of: namelijk; waarbij verstaan wordt dat zij bedoeld zijn met hen die aan de hoeken afgekort zijn, vers 23.

gemengden hoops, Gelijk boven vs.20.

Hertaald: gemengden hoops, Zoals hierboven vers 20.

woestijn wonen; Versta, de Arabieren, die niet in vaste steden maar in tenten woonden; zie onder Jer. 49:31 , enz.; Richt. 8:11 .

Hertaald: woestijn wonen; Versta: de Arabieren, die niet in vaste steden maar in tenten woonden; zie hieronder Jer. 49:31, enzovoort, en Richt. 8:11.

Jeremia 25 vers 25

Zimri, Dat is, [gelijk enigen menen] waar de nakomelingen van Simran woonden, die Abrahams zoon was uit Ketura; Gen. 25:2 .

Hertaald: Zimri, Dat is volgens sommigen: waar de nakomelingen van Simran woonden, die een zoon van Abraham uit Ketura was; Gen. 25:2.

Elam, Zie Gen. 10:22 , en onder Jer. 49:34 , enz.

Hertaald: Elam, Zie Gen. 10:22 en hieronder Jer. 49:34, enzovoort.

Jeremia 25 vers 26

den een met den anderen; Hebreeuws, den man aan, bij, of met zijnen broeder; dat is, den een zowel als den ander; of die de een aan den ander aan elkander gelegen zijn.

Hertaald: den een met den anderen; Hebreeuws: de man aan, bij of met zijn broeder — dat is: de een zowel als de ander; of: zij die aan elkaar grenzen.

Sesach zal na hen drinken Hebreeuws, Scheschach; dat is, Babel, of enige andere der voornaamste steden van het koninkrijk van Babylonië, gelijk afgenomen wordt uit onder Jer. 51:41 . De oorsprong van den naam is onzeker.

Hertaald: Sesach zal na hen drinken Hebreeuws: Scheschach — dat is: Babel, of een van de andere voornaamste steden van het koninkrijk Babylonië, zoals op te maken is uit hieronder Jer. 51:41. De herkomst van de naam is onzeker.

Jeremia 25 vers 27

Drinkt, Te weten, uit dien beker der grimmigheid, waarvan boven vs.15.

Hertaald: Drinkt, Namelijk: uit die beker van de grimmigheid, waarover hierboven vers 15.

dat gij niet weder opstaat, Of, en staat niet weder op.

Hertaald: dat gij niet weder opstaat, Of: en staat niet weer op.

Jeremia 25 vers 28

zekerlijk drinken Hebreeuws, drinkende drinken.

Hertaald: zekerlijk drinken Hebreeuws: drinkend drinken.

Jeremia 25 vers 29

stad, Namelijk Jeruzalem, genoemd Gods stad.

Hertaald: stad, Namelijk: Jeruzalem, dat Gods stad genoemd wordt.

naar Mijn Naam genoemd is, Hebreeuws, over welke mijn naam genoemd, of uitgeroepen is. Vergelijk boven Jer. 7:10 .

Hertaald: naar Mijn Naam genoemd is, Hebreeuws: waarover Mijn Naam genoemd of uitgeroepen is. Vergelijk hierboven Jer. 7:10.

plagen, Hebreeuws eigenlijk, kwaad te doen.

Hertaald: plagen, Hebreeuws eigenlijk: kwaad te doen.

enigszins Hebreeuws, onschuldig zijnde, of gehouden wordende, onschuldig gehouden worden? dat is, enigszins ongestraft blijven? Vergelijk onder Jer. 30:11 , en Jer. 46:28 , en Jer. 49:12 , en zie 1 Kon. 2:9 .

Hertaald: enigszins Hebreeuws: onschuldig zijnde of gehouden wordend, onschuldig gehouden worden? Dat is: enigszins ongestraft blijven? Vergelijk hieronder Jer. 30:11, Jer. 46:28 en Jer. 49:12, en zie 1 Kon. 2:9.

roep het zwaard Dat is, Ik beschik door mijn goddelijke regering dat het, als op een bijzonder bevel, komen zal. Alzo Ezech. 38:21 . Vergelijk ook Jes. 13:3 , en Jes. 46:11 , en Jes. 48:15 ; Ezech. 36:29 ; Am. 5:8 , en Am. 9:6 ; Hag. 1:11 . Hierom wordt het ook des Heeren zwaard genoemd, als hebbende van hem bevel, onder Jer. 47:6-7 . Zie wijders 2 Kon. 8:1 .

Hertaald: roep het zwaard Dat is: Ik beschik door Mijn goddelijk bestuur dat het zal komen als op een uitdrukkelijk bevel. Zo ook Ezech. 38:21. Vergelijk ook Jes. 13:3, Jes. 46:11 en Jes. 48:15, Ezech. 36:29, Amos 5:8 en Amos 9:6, en Haggaï 1:11. Daarom wordt het ook het zwaard van de HEERE genoemd, omdat het van Hem bevel heeft, hieronder Jer. 47:6-7. Zie verder 2 Kon. 8:1.

Jeremia 25 vers 30

brullen uit de hoogte, Als een leeuw; figuurlijk gesproken, om de verschrikkelijke gevolgen van Gods toorn uit te drukken; zie Joël 3:16 ; Am. 1:2 .

Hertaald: brullen uit de hoogte, Als een leeuw; beeldend gesproken, om de verschrikkelijke gevolgen van Gods toorn uit te drukken; zie Joël 3:16 en Amos 1:2.

verheffen Hebreeuws, geven.

Hertaald: verheffen Hebreeuws: geven.

woning Zijner heiligheid; Dat is, zijn heilige woning, te weten den hemel.

Hertaald: woning Zijner heiligheid; Dat is: Zijn heilige woning, namelijk de hemel.

schrikkelijk brullen Hebreeuws, brullende brullen.

Hertaald: schrikkelijk brullen Hebreeuws: brullend brullen.

over Zijn woonstede; Of, tegen zijn lieflijke woonstede; dat is, den tempel, gelijk Ps. 79:7 .

Hertaald: over Zijn woonstede; Of: tegen Zijn lieflijke woonstede — dat is: de tempel, zoals in Ps. 79:7.

vreugdegeschrei, Hebreeuws, Hedad; zeer na overeenkomende met Hed; dat is, weerklank; Ezech. 7:7 .

Hertaald: vreugdegeschrei, Hebreeuws: hedad, wat zeer dicht bij hed ligt, dat weerklank betekent; Ezech. 7:7.

druiven- treders, Of, Hij zal doen uitroepen, of elkander doen toeroepen de [druiven ]treders , of [persen ] treders, die ten tijde van den wijnoogst in den arbeid elkander toeroepen of bij beurten toezingen, tot onderlinge vrolijkheid en verwakkering in het werk, [zie Jes. 16:9-10 ] ; alzo, wil God zeggen, zal Hij maken dat de Babyloniërs en anderen elkander lust en moed zullen aanspreken, om als met een algemeen veldgeschrei landen en lieden te overvallen en te verwoesten, zonder zelfs Jeruzalem of den tempell te verschonen; vergelijk onder Jer. 48:32 , en Jer. 51:14 . Sommigen nemen het aldus: Hij zal [zichzelven] met een vreugdegeschrei antwoorden; alsof de Heere wilde zeggen, dat Hij niet van doen heeft dan iemand hem tot dit oordeel aandrijve of wakker make, dat Hij vanzelf daartoe genegen en wakker is, zichzelven door zijn ijver daartoe drijft.

Hertaald: druiven- treders, Of: Hij zal de druiventreders of perstreders doen uitroepen en elkaar doen toeroepen. Die roepen elkaar in de tijd van de wijnoogst tijdens het werk toe of zingen elkaar bij beurten toe, tot onderlinge vrolijkheid en aanmoediging bij het werk; zie Jes. 16:9-10. Zo, wil God zeggen, zal Hij maken dat de Babyloniërs en anderen elkaar lust en moed inspreken om als met één veldgeschreeuw landen en volken te overvallen en te verwoesten, zonder zelfs Jeruzalem of de tempel te sparen; vergelijk hieronder Jer. 48:32 en Jer. 51:14. Sommigen vatten het zo op: Hij zal Zichzelf met een vreugdegeroep antwoorden. Alsof de HEERE wilde zeggen dat Hij niemand nodig heeft die Hem tot dit oordeel aanzet of wakker maakt, maar dat Hij er uit Zichzelf toe geneigd en gereed is en Zichzelf er door Zijn ijver toe drijft.

Jeremia 25 vers 31

Het geschal Of, een gekraak, groot, of vreeslijk gedruis zal er komen, enz.

Hertaald: Het geschal Of: een gekraak, een groot of vreselijk gedruis zal er komen, enzovoort.

twist met de volken, Of, pleit, twistzaak.

Hertaald: twist met de volken, Of: pleit, rechtszaak.

gericht houden Of, zich in recht begeven, rechten, pleiten.

Hertaald: gericht houden Of: zich in het gericht begeven, rechten, pleiten.

vlees; Dat is, mensen. Zie Gen. 6:12 .

Hertaald: vlees; Dat is: mensen. Zie Gen. 6:12.

Jeremia 25 vers 32

kwaad Der straf, dat is ongeluk, ellende. Zie Gen. 19:19 .

Hertaald: kwaad Van de straf — dat is: ongeluk, ellende. Zie Gen. 19:19.

van volk tot volk, Dat is, van het ene volk tot het andere.

Hertaald: van volk tot volk, Dat is: van het ene volk tot het andere.

der aarde Anders: des lands. Alzo in vs.33.

Hertaald: der aarde Anders: van het land. Zo ook in vers 33.

Jeremia 25 vers 33

HEEREN Dat is, die door des Heeren rechtvaardig oordeel en regering zijn omgekomen.

Hertaald: HEEREN Dat is: zij die door het rechtvaardige oordeel en bestuur van de HEERE omgekomen zijn.

opgenomen, Hebreeuws eigenlijk, verzameld; zie Ps. 26:9 .

Hertaald: opgenomen, Hebreeuws eigenlijk: verzameld; zie Ps. 26:9.

Jeremia 25 vers 34

herders Regeerders in politie en kerk.

Hertaald: herders Bestuurders in staat en kerk.

in de as , Dit is hier ingevoegd uit boven Jer. 6:26 .

Hertaald: in de as , Dit is hier ingevoegd vanuit hierboven Jer. 6:26.

heerlijken van de kudde Alzo noemt God de voortreffelijksten en machtigsten onder het volk; alzo vs.35,36; zie van het Hebreeuwse woord Ps. 8:2 .

Hertaald: heerlijken van de kudde Zo noemt God de voortreffelijksten en machtigsten onder het volk; zo ook in vers 35 en 36. Over het Hebreeuwse woord, zie Ps. 8:2.

uw dagen zijn vervuld, Die u van God verordineerd zijn; zie Ps. 37:13 .

Hertaald: uw dagen zijn vervuld, Die u door God bestemd zijn; zie Ps. 37:13.

slachten zal, Te weten, u, of de een den ander.

Hertaald: slachten zal, Namelijk: u, of de een de ander.

verstrooiingen, Versta, de dagen uwer verstrooiingen; [dat is, dat gij verstrooid zult worden] of, uwe verstrooiingen zijn nabij.

Hertaald: verstrooiingen, Versta: de dagen van uw verstrooiingen, dat is: dat u verstrooid zult worden. Of: uw verstrooiingen zijn nabij.

kostelijk vat Hebreeuws, vat d er begeerte, of van den lust, van den wens; dat is, schoon, lustig, kostelijk, gewenst [zie 2 Kron. 32:27 ] ; de zin is dat al hunne schoonheid en heerlijkheid vergaan zal, gelijk [bij exempel] een schoon en kostelijk glas, of iets anders, dat van zeer brekelijke stof gemaakt zijnde, in stukken valt, en nergens meer toe deugt noch weder samengezet of hermaakt kan worden.

Hertaald: kostelijk vat Hebreeuws: vat van de begeerte, van de lust, van de wens — dat is: mooi, aangenaam, kostbaar, begeerlijk; zie 2 Kron. 32:27. De betekenis is dat al hun schoonheid en heerlijkheid zal vergaan, zoals bijvoorbeeld een mooi en kostbaar glas of iets anders dat van zeer breekbaar materiaal gemaakt is in stukken valt, nergens meer voor deugt en ook niet meer in elkaar gezet of hersteld kan worden.

Jeremia 25 vers 35

vergaan van de herders, Of, verloren zijn voor, enz. dat is, daar zal geen ontvlieden zijn voor de regeerders, noch ontkoming voor de machtigen van het volk. Vergelijk Ps. 142:5 ; Am. 2:14-16 , enz.

Hertaald: vergaan van de herders, Of: verloren zijn voor, enzovoort — dat is: er zal geen ontvluchten zijn voor de bestuurders en geen ontkomen voor de machtigen van het volk. Vergelijk Ps. 142:5 en Amos 2:14-16, enzovoort.

Jeremia 25 vers 37

landouwen des vredes Of, kooien, herdershutten, lieflijke woningen [omdat het Hebreeuwse woord alzo genomen wordt] des vredes; dat is, waar men in vrede tevoren ging weiden, of in alle zekerheid en voorspoed woonde en meende te zullen blijven wonen.

Hertaald: landouwen des vredes Of: kooien, herdershutten, lieflijke woningen — want het Hebreeuwse woord wordt zo opgevat — van de vrede; dat is: waar men tevoren in vrede placht te weiden, of waar men in alle zekerheid en voorspoed woonde en meende te zullen blijven wonen.

Jeremia 25 vers 38

Hij heeft, Namelijk de HEERE, van wien in het einde van vs.37 gesproken is.

Hertaald: Hij heeft, Namelijk: de HEERE, over Wie aan het einde van vers 37 gesproken is.

hutte verlaten; Of, hol. Dit kan men alzo verstaan, dat God, als een leeuw uit zijn hol, is uitgegaan als ten roof, om landen en lieden in groten toorn te verderven en als te verscheuren en te verslinden; of, dat Hij de plaats zijner residentie, Zion en den tempel [vanwaar Hij als een jonge leeuw de vijanden placht te verschrikken en te verscheuren], nu verlaten heeft, en het overzulks den vijand licht te doen zal zijn, het Joodse land te vermeesteren, enz.

Hertaald: hutte verlaten; Of: hol. Men kan dit zo verstaan dat God als een leeuw uit zijn hol is uitgegaan om te roven en om landen en volken in grote toorn te verderven en als het ware te verscheuren en te verslinden. Of: dat Hij de plaats van Zijn verblijf, Sion en de tempel, vanwaar Hij als een jonge leeuw de vijanden placht af te schrikken en te verscheuren, nu verlaten heeft, zodat het voor de vijand gemakkelijk zal zijn het Joodse land te veroveren, enzovoort.

want hunlieder land Of, zekerlijk.

Hertaald: want hunlieder land Of: zeker.

verdrukkers, Of, rovers, dat men op God, en ook op den Babyloniër kan duiden. Hebreeuws, verdrukkende; te weten, zwaard, gelijk onder Jer. 46:16 , en Jer. 50:16 , of land, of stad, gelijk Sef. 3:1 . Sommigen zetten het over: Vanwege de hittigheid der duif, omdat het Hebreeuwse woord zulks ook betekent; [zie Ps. 74:8 ] , alsof God wilde zeggen: Die tevoren zo lieflijk en minnelijk was als een duif, is nu geworden als een jonge verscheurende leeuw, en dat om de grote zonden van het volk. Sommigen verstaan door de duif de Assyriërs, van wie enigen schrijven dat zij in hunne banieren het beeld ener duif voerden. Dan moest men door de Assyriërs verstaan de Babyloniërs, als hebbende toen ten tijde de heerschappij over Assyrië. Vergelijk Ezra 6:22 .

Hertaald: verdrukkers, Of: rovers; dat kan men zowel op God als op de Babyloniër betrekken. Hebreeuws: verdrukkend, namelijk het zwaard, zoals hieronder Jer. 46:16 en Jer. 50:16; of: het land, of de stad, zoals in Zef. 3:1. Sommigen vertalen het met: vanwege de hitsigheid van de duif, omdat het Hebreeuwse woord ook dat kan betekenen; zie Ps. 74:8. Alsof God wilde zeggen: wie tevoren zo lieflijk en beminnelijk was als een duif, is nu geworden als een jonge verscheurende leeuw, en dat vanwege de grote zonden van het volk. Sommigen verstaan onder de duif de Assyriërs, van wie enkelen schrijven dat zij het beeld van een duif in hun banieren voerden. Dan zou men onder de Assyriërs de Babyloniërs moeten verstaan, omdat die in die tijd de heerschappij over Assyrië hadden. Vergelijk Ezra 6:22.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De zeventig jaren  — de tijdsduur die aan de ballingschap gesteld wordt, en die later nageteld is (Jer. 25:11-12)

"En dit ganse land zal worden tot een woestheid, tot een ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel dienen zeventig jaren" (Jer. 25:11). Er staat bij dat de klok daarna doorloopt: "als de zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over den koning van Babel, en over dat volk, spreekt de HEERE, hun ongerechtigheid bezoeken" (Jer. 25:12). Het oordeel over Juda en het oordeel over Babel staan dus in één zin, met een termijn ertussen.

Bijbelse betekenis: Merk op dat er een getal genoemd wordt. Dat is in de profeten niet gewoon; meestal blijft het bij "te dien dage". Hier krijgt de ballingschap een grens, en die grens maakt haar draaglijk: het is een tijd en geen einde. Let vervolgens op de tweede helft. Babel is werktuig én schuldig, precies zoals eerder bij Assur (reeds behandeld bij Jes. 10:7); wie het oordeel uitvoert, ontkomt er zelf niet aan. Let ten slotte op wat er met dit getal gebeurd is. Daniël las het jaren later in de boeken en ging bidden toen hij het uitrekende (Dan. 9:2); en de kroniekschrijver verbindt de zeventig jaren met de sabbatsjaren van het land (reeds behandeld bij 2 Kron. 36:21). Een profetie met een termijn erin is dus bedoeld om nageteld en gebeden te worden.

Typologie: Petrus zegt dat de profeten zelf onderzochten op welke tijd de Geest in hen doelde (1 Petr. 1:10-11). Daniël deed precies dat met dit vers, en zijn onderzoek liep uit op een gebed en niet op een berekening alleen.

Jer. 25:11-12; Jes. 10:7; Dan. 9:2; 2 Kron. 36:21; 1 Petr. 1:10-11

De beker der grimmigheid  — de profeet moet een beker rondgeven aan de volken (Jer. 25:15-29)

"Neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende" (Jer. 25:15). Wat het drinken uitwerkt staat erbij: "Dat zij drinken, en beven, en dol worden, vanwege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden" (Jer. 25:16). Daarna volgt een lange lijst van volken die de beker krijgen, en Jeruzalem staat vooraan. Het gedeelte sluit met een reden die geen enkel volk buiten schot laat: het kwaad begint bij de stad die naar Gods Naam genoemd is (Jer. 25:29).

Bijbelse betekenis: Merk op uit wiens hand de beker komt. Niet uit de hand van Babel maar uit die van God; dat is dezelfde lijn als bij Jesaja, waar de beker uit de hand van Jeruzalem wordt weggenomen (reeds behandeld bij Jes. 51:17). Let vervolgens op de volgorde van de lijst. Jeruzalem drinkt eerst, en pas daarna de volken. Het oordeel begint bij het huis dat Gods Naam draagt. Let ten slotte op wat de beker doet. Er staat niet dat hij doodt maar dat hij het verstand wegneemt: beven en dol worden. De Schrift tekent Gods oordeel hier als iets waarin men zichzelf niet meer in de hand heeft.

Typologie: Petrus zegt het beginsel van Jer. 25:29 met zoveel woorden: het is de tijd dat het oordeel begint van het huis Gods (reeds behandeld bij 1 Petr. 4:17). En de beker uit Gods hand is bij Christus in Gethsémané terechtgekomen (reeds behandeld bij Matt. 26:39).

Jer. 25:15-29; Jes. 51:17; 1 Petr. 4:17; Matt. 26:39

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het offer en de plaatsvervanging niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

De beker des wijns der grimmigheid — 25:15-29

Drieëntwintig jaar heeft Jeremia gesproken zonder dat er iemand luisterde. In dit hoofdstuk kondigt hij de zeventig jaren ballingschap aan, en daarna krijgt hij in een gezicht een opdracht die niet met woorden maar met een voorwerp gedaan moet worden.

God geeft de profeet een beker in handen die alle volken moeten leegdrinken — en de Schrift laat dat beeld niet los tot er Iemand komt Die hem vrijwillig aanneemt.

De opdracht is kort en vreemd: “Neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende.” De kanttekening zegt er meteen bij dat dit in een gezicht gebeurde. Die beker verbeeldt Gods toorn en Zijn oordelen, die Hij voor deze volken bereid had. En zij noemt de plaatsen waar hetzelfde beeld terugkeert: Psalm 75, Jesaja 51 en de Openbaring.

Wat volgt is een lijst waar geen einde aan lijkt te komen. Jeruzalem eerst, en dan Egypte, Uz, de Filistijnse steden, Edom, Moab, Ammon, Tyrus, Sidon, Dedan, Thema, Arabië, Zimri, Elam, Medië — en ten slotte alle koninkrijken der aarde die op de aardbodem zijn. Niemand slaat over. Het beeld van drinken is bovendien scherp gekozen: wie drinkt neemt iets naar binnen, en het werkt van binnenuit. Zij zullen drinken en beven en dol worden, staat erbij.

De Schrift houdt dat beeld vast, en dat is het opmerkelijke. Bij Jesaja ligt de beker bij Jeruzalem zelf, die er de droesem van uitgezogen heeft. In Psalm 75 staat hij in Gods hand, en wordt gezegd dat de goddelozen der aarde hem tot op de droesem zullen drinken. En in de Openbaring komt hij nog één keer terug: de wijn van Gods toorn, ongemengd ingeschonken.

En dan is er die ene nacht in een hof. Daar spreekt een Mens over ditzelfde voorwerp zonder het uit te leggen; wie de profeten kende, wist waar het over ging. “Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan? doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.” Even later, wanneer Petrus zijn zwaard trekt, zegt Hij het zonder aarzeling: den drinkbeker, dien Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken?

Hier ligt de omkering waar dit hoofdstuk om vraagt. In Jeremia gaat de beker rond langs de volken, en niemand kan hem weigeren. In de hof staat er Eén Die hem uit de hand van de Vader aanneemt zonder dat het Zijn beker was. Wat bij Jeremia een oordeel is dat wordt opgelegd, wordt daar een oordeel dat wordt overgenomen.

En dan is er nog de vraag waarmee het gedeelte sluit, en die vraag krijgt in dat licht een andere klank: zie, in de stad die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik plagen te zenden, en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Als het oordeel bij het huis van God begint, geldt dat ook voor Hem Die buiten de poort van diezelfde stad geleid werd.

  1. Jeremia 25:15 — Neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand.
  2. Jeremia 25:17-26 — Alle volken moeten drinken; niemand wordt overgeslagen.
  3. Psalm 75:9 — In de hand des HEEREN is een beker, en de goddelozen drinken hem tot de droesem.
  4. Jesaja 51:17 — Jeruzalem heeft van de hand des HEEREN de beker Zijner grimmigheid gedronken.
  5. Mattheüs 26:39 — Laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan — doch gelijk Gij wilt.
  6. Johannes 18:11 — Den drinkbeker, dien Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken?

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 26:39-42; Johannes 18:11; Jesaja 51:17-22; Openbaring 14:10; 1 Petrus 4:17

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jeremia 25 niet aan. Wat wél vaststaat is dat de beker in heel de Schrift een vast beeld is voor de toorn van God. De kanttekening noemt bij dit vers zelf Psalm 75, Jesaja 51 en de Openbaring. Daarnaast staat vast dat Christus in Gethsémané en bij Zijn gevangenneming spreekt over een drinkbeker die de Vader Hem gegeven heeft. Dat Hij daarmee op dít beeld doelt, volgt uit dat vaste spraakgebruik en niet uit een aanhaling. De gevolgtrekking is sterk, maar zij blijft een gevolgtrekking.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jeremia 25

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content