Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadrezar, koning van Babel);
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Het woordH1697, dat tot JeremiaH3414 geschied is overH5921 het ganseH3605volkH5971 van JudaH3063, in het vierdeH7243jaarH8141 van JojakimH3079, zoonH1121 van JosiaH2977, koningH4428 van JudaH3063 (dit was hetH1931 eerste jaar van NebukadrezarH5019, koning van BabelH894);Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadrezar, koning van Babel);
KJVThe word1that came to Jeremiah5concerning all the people8of Judah9in the fourth11year10of Jehoiakim12the son13of Josiah14king15of Judah,16that was the first19year18of Nebuchadrezzar20king21of Babylon;
1הַדָּבָ֞רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3הָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5יִרְמְיָ֨הוּ֙H3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8עַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah10בַּשָּׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)11הָֽרְבִעִ֔יתH7243vierde, vierendeel, vierdenfoursquare, fourth (part)12לִיהוֹיָקִ֥יםH3079Jojakim, Jojakims, jojakimJehoiakim. Compare H3113 (יוֹיָקִים)13בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14יֹאשִׁיָּ֖הוּH2977JosiaJosiah15מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal16יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah17הִ֗יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who18הַשָּׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)19הָרִ֣אשֹׁנִ֔יתH7224first20לִנְבֽוּכַדְרֶאצַּ֖רH5019Nebukadnezar, NebukadrezarNebuchadnezzar, Nebuchadrezzar21מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal22בָּבֶֽלH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon
2Hetwelk de profeet Jeremia gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2HetwelkH834 de profeetH5030JeremiaH3414gesprokenH1696 heeft tot het ganseH3605volkH5971 van JudaH3063, en totH413alH3605 de inwonersH3427 van JeruzalemH3389, zeggendeH559:Hetwelk de profeet Jeremia gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende:
KJVThe which Jeremiah3the prophet4spake2unto all the people7of Judah,8and to all the inhabitants11of Jerusalem,12saying,
1אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2דִּבֶּ֜רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work3יִרְמְיָ֤הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah4הַנָּבִיא֙H5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7עַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah9וְאֶ֛לH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11יֹשְׁבֵ֥יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry12יְרוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem13לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
3Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Van het dertiendeH7969jaarH8141 van JosiaH2977, den zoonH1121 van AmonH526, den koningH4428 van JudaH3063, tot op dezenH2088dagH3117toeH5704 (ditH2088 is het drie en twintigsteH6242 jaar) isH1961 het woordH1697 des HEERENH3068 tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesprokenH1696, vroegH7925 op zijnde en sprekendeH1696, maar gij hebt nietH3808gehoordH8085.Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord.
KJVFrom the thirteenth2year4of Josiah5the son6of Amon7king8of Judah,9even unto this day,11that is the three14and twentieth15year,16the word18of the LORD19hath come unto me, and I have spoken21unto you, rising early23and speaking;24but ye have not hearkened.
1מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2שְׁלֹ֣שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)3עֶשְׂרֵ֣הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)4שָׁנָ֡הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5לְיֹאשִׁיָּ֣הוּH2977JosiaJosiah6בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7אָמוֹן֩H526AmonAmon8מֶ֨לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9יְהוּדָ֜הH3063JudaJudah10וְעַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12הַזֶּ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13זֶ֚הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)14שָׁלֹ֤שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)15וְעֶשְׂרִים֙H6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)16שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)17הָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use18דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work19יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20אֵלָ֑יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)21וָאֲדַבֵּ֧רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work22אֲלֵיכֶ֛םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)23אַשְׁכֵּ֥יםH7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning24וְדַבֵּ֖רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work25וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without26שְׁמַעְתֶּֽםH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
4Ook heeft de HEERE tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen);
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Ook heeft de HEEREH3068totH413 u gezondenH7971alH3605 Zijn knechtenH5650, de profetenH5030, vroegH7925 op zijnde en zendendeH7971 (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oorH241geneigdH5186 om te horenH8085);Ook heeft de HEERE tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen);
KJVAnd the LORD2hath sent1unto you all his servants6the prophets,7rising early8and sending9them; but ye have not hearkened,11nor inclined13your ear15to hear.
1וְשָׁלַח֩H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֲלֵיכֶ֜םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6עֲבָדָ֧יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant7הַנְּבִאִ֛יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet8הַשְׁכֵּ֥םH7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning9וְשָׁלֹ֖חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11שְׁמַעְתֶּ֑םH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness12וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13הִטִּיתֶ֥םH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield14אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אָזְנְכֶ֖םH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show16לִשְׁמֹֽעַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
5Zeggende: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot eeuw;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5ZeggendeH559: BekeertH7725 u tochH4994, een iegelijkH376 van zijn bozenH7451wegH1870, en van de boosheidH7455 uwer handelingenH4611, en woontH3427 in het landH127, datH834 de HEEREH3068 u en uw vaderenH1gegevenH5414 heeft, vanH4480eeuwH5769totH5704eeuwH5769;Zeggende: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot eeuw;
KJVThey said,1Turn ye again2now every one4from his evil6way,5and from the evil7of your doings,8and dwell9in the land11that the LORD14hath given13unto you and to your fathers16for19ever18and ever:
1לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שֽׁוּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3נָ֞אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5מִדַּרְכּ֤וֹH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)6הָֽרָעָה֙H7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)7וּמֵרֹ֣עַH7455boosheid, droefheid, lelijkheid[idiom] be so bad, badness, ([idiom] be so) evil, naughtiness, sadness, sorrow, wickedness8מַעַלְלֵיכֶ֔םH4611handelingen, daden, werkendoing, endeavour, invention, work9וּשְׁבוּ֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הָ֣אֲדָמָ֔הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land12אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13נָתַ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15לָכֶ֖ם16וְלַאֲבֽוֹתֵיכֶ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17לְמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with18עוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)19וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet20עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
6En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neder te buigen; en vertoornt Mij niet door uwer handen werk, opdat Ik u geen kwaad doe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En wandeltH3212 andere godenH430 niet naH310, om die te dienenH5647, en u voor die neder te buigen; en vertoorntH3707 Mij niet door uwer handenH3027werkH4639, opdat Ik u geen kwaadH7489 doe.En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neder te buigen; en vertoornt Mij niet door uwer handen werk, opdat Ik u geen kwaad doe.
Ook in dit vers
neder buigenH7812
KJVAnd go2not after3other5gods4to serve6them, and to worship7them, and provoke me not to anger10with the works12of your hands;13and I will do you no hurt.
1וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2תֵּלְכ֗וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3אַֽחֲרֵי֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with4אֱלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5אֲחֵרִ֔יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange6לְעָבְדָ֖םH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,7וּלְהִשְׁתַּחֲוֺ֣תH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship8לָהֶ֑ם9וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תַכְעִ֤יסוּH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth11אוֹתִי֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בְּמַעֲשֵׂ֣הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought13יְדֵיכֶ֔םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15אָרַ֖עH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse16לָכֶֽם
7Maar gij hebt naar Mij niet gehoord, spreekt de HEERE; opdat gij Mij vertoorndet door het werk uwer handen, u zelven ten kwade.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Maar gij hebt naarH413 Mij nietH3808gehoordH8085, spreektH5002 de HEEREH3068; opdatH4616 gij Mij vertoorndetH3707 door het werkH4639 uwer handenH3027, u zelven ten kwadeH7451.Maar gij hebt naar Mij niet gehoord, spreekt de HEERE; opdat gij Mij vertoorndet door het werk uwer handen, u zelven ten kwade.
KJVYet ye have not hearkened2unto me, saith4the LORD;5that ye might provoke me to anger7with the works8of your hands9to your own hurt.
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2שְׁמַעְתֶּ֥םH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3אֵלַ֖יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith5יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6לְמַ֧עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to7הַכְעִיסֵ֛נִיH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth8בְּמַעֲשֵׂ֥הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought9יְדֵיכֶ֖םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10לְרַ֥עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)11לָכֶֽם
8Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen; Omdat gij Mijn woorden niet hebt gehoord;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8DaaromH3651, zo zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635; Omdat gij Mijn woordenH1697nietH3808 hebt gehoordH8085;Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen; Omdat gij Mijn woorden niet hebt gehoord;
KJVTherefore thus saith3the LORD4of hosts;5Because ye have not heard9my words,
1לָכֵ֕ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5צְבָא֑וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6יַ֕עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9שְׁמַעְתֶּ֖םH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11דְּבָרָֽיH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
9Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadrezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9ZietH2005, Ik zal zendenH7971, en nemenH3947alleH3605geslachtenH4940 van het noordenH6828, spreektH5002 de HEEREH3068; en totH413NebukadrezarH5019, den koningH4428 van BabelH894, Mijn knechtH5650; en zal ze brengenH935overH5921 dit landH776, en overH5921 de inwonersH3427 van hetzelve, en overH5921alH3605 deze volkenH1471rondomH5439; en Ik zal ze verbannenH2763, en zal ze stellenH7760 tot een ontzettingH8047, en tot een aanfluitingH8322, en tot eeuwigeH5769woesthedenH2723.Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadrezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden.
KJVBehold, I will send2and take3all the families6of the north,7saith8the LORD,9and Nebuchadrezzar11the king12of Babylon,13my servant,14and will bring15them against this land,17and against the inhabitants20thereof, and against all these nations23round about,25and will utterly destroy26them, and make27them an astonishment,28and an hissing,29and perpetual31desolations.
1הִנְנִ֣יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though2שֹׁלֵ֡חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)3וְלָקַחְתִּי֩H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6מִשְׁפְּח֨וֹתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)7צָפ֜וֹןH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)8נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith9יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11נְבֽוּכַדְרֶאצַּ֣רH5019Nebukadnezar, NebukadrezarNebuchadnezzar, Nebuchadrezzar12מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13בָּבֶל֮H894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon14עַבְדִּי֒H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant15וַהֲבִ֨אֹתִ֜יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17הָאָ֤רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18הַזֹּאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus19וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20יֹ֣שְׁבֶ֔יהָH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry21וְעַ֛לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23הַגּוֹיִ֥םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people24הָאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)25סָבִ֑יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side26וְהַ֣חֲרַמְתִּ֔יםH2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)27וְשַׂמְתִּים֙H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work28לְשַׁמָּ֣הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing29וְלִשְׁרֵקָ֔הH8322aanfluitinghissing30וּלְחָרְב֖וֹתH2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)31עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
10En Ik zal van hen doen vergaan de stem der vrolijkheid en de stem de vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens en het licht der lamp.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En Ik zal van hen doen vergaanH6 de stemH6963 der vrolijkheidH8342 en de stemH6963 de vreugdeH8057, de stemH6963 des bruidegomsH2860 en de stemH6963 der bruidH3618, het geluidH6963 der molensH7347 en het lichtH216 der lampH5216.En Ik zal van hen doen vergaan de stem der vrolijkheid en de stem de vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens en het licht der lamp.
KJVMoreover I will take1from them the voice3of mirth,4and the voice5of gladness,6the voice7of the bridegroom,8and the voice9of the bride,10the sound11of the millstones,12and the light13of the candle.
11En dit ganse land zal worden tot een woestheid, tot een ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel dienen zeventig jaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En dit ganseH3605landH776 zal worden tot een woestheidH2723, tot een ontzettingH8047; en deze volkenH1471 zullen den koningH4428 van BabelH894dienenH5647zeventigH7657jarenH8141.En dit ganse land zal worden tot een woestheid, tot een ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel dienen zeventig jaren.
KJVAnd this whole land3shall be a desolation,5and an astonishment;6and these nations8shall serve7the king11of Babylon12seventy13years.
1וְהָֽיְתָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus5לְחָרְבָּ֖הH2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)6לְשַׁמָּ֑הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing7וְעָ֨בְד֜וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,8הַגּוֹיִ֥םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people9הָאֵ֛לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12בָּבֶ֖לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon13שִׁבְעִ֥יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)14שָׁנָֽהH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
12Maar het zal geschieden, als de zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over den koning van Babel, en over dat volk, spreekt de HEERE, hun ongerechtigheid bezoeken, mitsgaders over het land der Chaldeen, en zal dat stellen tot eeuwige verwoestingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Maar het zal geschieden, als de zeventigH7657jarenH8141vervuldH4390zijnH1961, dan zal Ik over den koningH4428 van BabelH894, en overH5921datH1931volkH1471, spreektH5002 de HEEREH3068, hun ongerechtigheidH5771bezoekenH6485, mitsgaders overH5921 het landH776 der ChaldeenH3778, en zal dat stellenH7760 tot eeuwigeH5769verwoestingenH8077.Maar het zal geschieden, als de zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over den koning van Babel, en over dat volk, spreekt de HEERE, hun ongerechtigheid bezoeken, mitsgaders over het land der Chaldeen, en zal dat stellen tot eeuwige verwoestingen.
KJVAnd it shall come to pass, when seventy3years4are accomplished,2that I will punish5the king7of Babylon,8and that nation,10saith12the LORD,13for their iniquity,15and the land17of the Chaldeans,18and will make19it perpetual22desolations.
1וְהָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִמְלֹ֣אותH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly3שִׁבְעִ֣יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)4שָׁנָ֡הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5אֶפְקֹ֣דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8בָּבֶל֩H894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon9וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הַגּ֨וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people11הַה֧וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith13יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15עֲוֺנָ֖םH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin16וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18כַּשְׂדִּ֑יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea19וְשַׂמְתִּ֥יH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work20אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21לְשִֽׁמְמ֥וֹתH8077verwoesting, woest, woeste(laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste22עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
13En Ik zal over dat land brengen al Mijn woorden, die Ik daarover gesproken heb; al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En Ik zal overH5921 dat landH776brengenH935alH3605 Mijn woordenH1697, die Ik daarover gesprokenH1696 heb; alH3605 wat in dit boekH5612geschrevenH3789 is, watH834JeremiaH3414geprofeteerdH5012 heeft overH5921alH3605 deze volkenH1471.En Ik zal over dat land brengen al Mijn woorden, die Ik daarover gesproken heb; al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken.
KJVAnd I will bring1upon that land3all my words7which I have pronounced9against it, even all that is written13in this book,14which Jeremiah18hath prophesied17against all the nations.
1וְהֵֽבֵאתִי֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3הָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4הַהִ֔יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7דְּבָרַ֖יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9דִּבַּ֣רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10עָלֶ֑יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11אֵ֤תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הַכָּתוּב֙H3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)14בַּסֵּ֣פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll15הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)16אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17נִבָּ֥אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet18יִרְמְיָ֖הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21הַגּוֹיִֽםH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people
14Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14WantH3588 van hen zullen zich doen dienenH5647, dieH1992ookH1571machtigeH7227volkenH1471 en groteH1419koningenH4428 zijn; alzo zal Ik hun vergeldenH7999 naar hun doen, en naar het werkH4639 hunner handenH3027.Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen.
KJVFor many7nations6and great9kings8shall serve2themselves of them also: and I will recompense10them according to their deeds,12and according to the works13of their own hands.
15Want alzo heeft de HEERE, de God Israels, tot mij gezegd: Neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15WantH3588alzoH3541 heeft de HEEREH3068, de GodH430IsraelsH3478, totH413 mij gezegdH559: NeemH3947 dezen bekerH3563 des wijnsH3196 der grimmigheidH2534 van Mijn handH3027, en geef dien te drinkenH8248alH3605 den volkenH1471, totH413welkeH834IkH595 u zendeH7971;Want alzo heeft de HEERE, de God Israels, tot mij gezegd: Neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende;
KJVFor thus saith3the LORD4God5of Israel6unto me; Take8the wine11cup10of this fury12at my hand,14and cause all the nations,19to whom I send22thee, to drink
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹה֩H3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֨רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֵ֤יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7אֵלַ֔יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8קַ֠חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כּ֨וֹסH3563beker, bekers, steenuilcup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס)11הַיַּ֧יִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)12הַחֵמָ֛הH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)13הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus14מִיָּדִ֑יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15וְהִשְׁקִיתָ֤הH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)16אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19הַגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people20אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21אָנֹכִ֛יH595ik, mijI, me, [idiom] which22שֹׁלֵ֥חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)23אוֹתְךָ֖H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24אֲלֵיהֶֽםH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
16Dat zij drinken, en beven, en dol worden, vanwege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Dat zij drinkenH8354, en bevenH1607, en dolH1984 worden, vanwegeH6440 het zwaardH2719, datH834IkH595 onder hen zal zendenH7971.Dat zij drinken, en beven, en dol worden, vanwege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden.
KJVAnd they shall drink,1and be moved,2and be mad,3because4of the sword5that I will send
1וְשָׁת֕וּH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)2וְהִֽתְגֹּֽעֲשׁ֖וּH1607bewegen, daverde, daverdenmove, shake, toss, trouble3וְהִתְהֹלָ֑לוּH1984prijzen, Looft, Hallelujah(make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine4מִפְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5הַחֶ֔רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool6אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7אָנֹכִ֥יH595ik, mijI, me, [idiom] which8שֹׁלֵ֖חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)9בֵּינֹתָֽםH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within
17En ik nam den beker van des HEEREN hand, en ik gaf te drinken al den volken, tot welke de HEERE mij gezonden had;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En ik namH3947 den bekerH3563 van des HEERENH3068handH3027, en ik gaf te drinkenH8248alH3605 den volkenH1471, totH413welkeH834 de HEEREH3068 mij gezondenH7971 had;En ik nam den beker van des HEEREN hand, en ik gaf te drinken al den volken, tot welke de HEERE mij gezonden had;
KJVThen took1I the cup3at the LORD'S5hand,4and made all the nations9to drink,6unto whom the LORD12had sent
1וָאֶקַּ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַכּ֖וֹסH3563beker, bekers, steenuilcup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס)4מִיַּ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וָֽאַשְׁקֶה֙H8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הַגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11שְׁלָחַ֥נִיH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֲלֵיהֶֽםH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
18Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, gelijk het is te dezen dage;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Namelijk JeruzalemH3389 en de stedenH5892 van JudaH3063, en haar koningenH4428, en haar vorstenH8269; om die te stellenH5414 tot een woestheidH2723, tot een ontzettingH8047, tot een aanfluitingH8322 en tot een vloekH7045, gelijk het is te dezenH2088dageH3117;Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, gelijk het is te dezen dage;
KJVTo wit, Jerusalem,2and the cities4of Judah,5and the kings7thereof, and the princes9thereof, to make10them a desolation,12an astonishment,13an hissing,14and a curse;15as it is this day;
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2יְרוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מְלָכֶ֖יהָH4428koning, konings, koningenking, royal8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9שָׂרֶ֑יהָH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward10לָתֵ֨תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11אֹתָ֜םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12לְחָרְבָּ֧הH2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)13לְשַׁמָּ֛הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing14לִשְׁרֵקָ֥הH8322aanfluitinghissing15וְלִקְלָלָ֖הH7045vloek, vloeken(ac-) curse(-d, -ing)16כַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
19Farao, den koning van Egypte, en zijn knechten, en zijn vorsten, en al zijn volk;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19FaraoH6547, den koningH4428 van EgypteH4714, en zijn knechtenH5650, en zijn vorstenH8269, en alH3605 zijn volkH5971;Farao, den koning van Egypte, en zijn knechten, en zijn vorsten, en al zijn volk;
KJVPharaoh2king3of Egypt,4and his servants,6and his princes,8and all his people;
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2פַּרְעֹ֧הH6547FaraoPharaoh3מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4מִצְרַ֛יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6עֲבָדָ֥יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8שָׂרָ֖יוH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11עַמּֽוֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
20En den gansen gemengden hoop, en allen koningen des lands van Uz; en allen koningen van der Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En den gansen gemengdenH6153 hoop, en allenH3605koningenH4428 des landsH776 van UzH5780; en allenH3605koningenH4428 van der FilistijnenH6430landH776, en AskelonH831, en GazaH5804, en EkronH6138, en het overblijfselH7611 van AsdodH795;En den gansen gemengden hoop, en allen koningen des lands van Uz; en allen koningen van der Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;
KJVAnd all the mingledpeople, and all the kings6of the land7of Uz,8and all the kings11of the land12of the Philistines,13and Ashkelon,15and Azzah,17and Ekron,19and the remnant21of Ashdod,
1וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הָעֶ֔רֶבH6154inslag, vermengd, vermengelingArabia, mingled people, mixed (multitude), woof4וְאֵ֕תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6מַלְכֵ֖יH4428koning, konings, koningenking, royal7אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8הָע֑וּץH5780UzUz9וְאֵ֗תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11מַלְכֵי֙H4428koning, konings, koningenking, royal12אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13פְּלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine14וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אַשְׁקְל֤וֹןH831Askelon, AskelonietenAshkelon, Askalon16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17עַזָּה֙H5804GazaAzzah, Gaza18וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19עֶקְר֔וֹןH6138EkronEkron20וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21שְׁאֵרִ֥יתH7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest22אַשְׁדּֽוֹדH795AsdodAhdod
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21EdomH123, en MoabH4124, en den kinderenH1121AmmonsH5983;Edom, en Moab, en den kinderen Ammons;
KJVEdom,2and Moab,4and the children6of Ammon,
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2אֱד֥וֹםH123Edom, Edomieten, EdomsEdom, Edomites, Idumea3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מוֹאָ֖בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7עַמּֽוֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites
22En allen koningen van Tyrus, en allen koningen van Sidon; en den koningen der eilanden, die aan gene zijde der zee zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En allen koningenH4428 van TyrusH6865, en allenH3605koningenH4428 van SidonH6721; en den koningenH4428 der eilandenH339, dieH834 aan geneH5676 zijde der zeeH3220 zijn.En allen koningen van Tyrus, en allen koningen van Sidon; en den koningen der eilanden, die aan gene zijde der zee zijn.
KJVAnd all the kings3of Tyrus,4and all the kings7of Zidon,8and the kings10of the isles11which are beyond13the sea,
1וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3מַלְכֵיH4428koning, konings, koningenking, royal4צֹ֔רH6865Tyrus, TyrierTyre, Tyrus5וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal8צִיד֑וֹןH6721SidonSidon, Zidon9וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal11הָאִ֔יH339eilanden, eilands, eilandcountry, isle, island12אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13בְּעֵ֥בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight14הַיָּֽםH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
23Dedan, en Thema, en Buz, en allen, die aan de hoeken afgekort zijn;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23DedanH1719, en ThemaH8485, en BuzH938, en allenH3605, die aan de hoekenH6285afgekortH7112 zijn;Dedan, en Thema, en Buz, en allen, die aan de hoeken afgekort zijn;
KJVDedan,2and Tema,4and Buz,6and all that are in the utmost9corners,
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2דְּדָ֤ןH1719DedanDedan3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4תֵּימָא֙H8485ThemaTema5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בּ֔וּזH938BuzBuz7וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9קְצוּצֵ֥יH7112afgekort, afgehouwen, hieuwcut (asunder, in pieces, in sunder, off), [idiom] utmost10פֵאָֽהH6285hoek, hoeken, palencorner, end, quarter, side
24En allen koningen van Arabie; en allen koningen des gemengden hoops, die in de woestijn wonen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En allenH3605koningenH4428 van ArabieH6152; en allenH3605koningenH4428 des gemengden hoopsH6153, die in de woestijnH4057wonenH7931;En allen koningen van Arabie; en allen koningen des gemengden hoops, die in de woestijn wonen;
KJVAnd all the kings3of Arabia,4and all the kings7of the mingled peoplethat dwell9in the desert,
1וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal4עֲרָ֑בH6152ArabieArabia5וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal8הָעֶ֔רֶבH6154inslag, vermengd, vermengelingArabia, mingled people, mixed (multitude), woof9הַשֹּׁכְנִ֖יםH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)10בַּמִּדְבָּֽרH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
25En allen koningen van Zimri, en allen koningen van Elam, en allen koningen van Medie;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En allen koningenH4428 van ZimriH2174, en allenH3605koningenH4428 van ElamH5867, en allenH3605koningenH4428 van MedieH4074;En allen koningen van Zimri, en allen koningen van Elam, en allen koningen van Medie;
KJVAnd all the kings3of Zimri,4and all the kings7of Elam,8and all the kings11of the Medes,
1וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal4זִמְרִ֗יH2174ZimriZimri5וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal8עֵילָ֔םH5867Elam, ElamsElam9וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11מַלְכֵ֥יH4428koning, konings, koningenking, royal12מָדָֽיH4074Meden, Medie, MadaiMadai, Medes, Media
26En allen koningen van het noorden, die nabij en die verre zijn, den een met den anderen; ja, allen koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn. En de koning van Sesach zal na hen drinken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En allenH3605koningenH4428 van het noordenH6828, die nabijH7138 en die verreH7350 zijn, den een met den anderen; ja, allenH3605koninkrijkenH4467 der aardeH776, dieH834opH5921 den aardbodemH127 zijn. En de koningH4428 van SesachH8347 zal naH310 hen drinkenH8354.En allen koningen van het noorden, die nabij en die verre zijn, den een met den anderen; ja, allen koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn. En de koning van Sesach zal na hen drinken.
KJVAnd all the kings3of the north,4far6and near,5one7with another,9and all the kingdoms12of the world,13which are upon the face16of the earth:17and the king18of Sheshach19shall drink20after
1וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal4הַצָּפ֗וֹןH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)5הַקְּרֹבִ֤יםH7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)6וְהָֽרְחֹקִים֙H7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come7אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9אָחִ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'10וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הַמַּמְלְכ֣וֹתH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal13הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you17הָאֲדָמָ֑הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land18וּמֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal19שֵׁשַׁ֖ךְH8347SesachSheshach20יִשְׁתֶּ֥הH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)21אַחֲרֵיהֶֽםH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
27Gij zult dan tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Drinkt, en wordt dronken, en spuwt, en valt neder, dat gij niet weder opstaat, vanwege het zwaard, dat Ik onder u zal zenden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Gij zult dan totH413 hen zeggenH559: ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430IsraelsH3478: DrinktH8354, en wordt dronkenH7937, en spuwtH7006, en valt nederH5307, dat gij nietH3808 weder opstaatH6965, vanwegeH6440 het zwaardH2719, datH834IkH595 onder u zal zendenH7971.Gij zult dan tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Drinkt, en wordt dronken, en spuwt, en valt neder, dat gij niet weder opstaat, vanwege het zwaard, dat Ik onder u zal zenden.
KJVTherefore thou shalt say1unto them, Thus saith4the LORD5of hosts,6the God7of Israel;8Drink9ye, and be drunken,10and spue,11and fall,12and rise14no more, because15of the sword16which I will send
1וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶ֡םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder4אָמַר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6צְבָא֜וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)7אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9שְׁת֤וּH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)10וְשִׁכְרוּ֙H7937dronken, dronken aanstellen, dronkenen(be filled with) drink (abundantly), (be, make) drunk(-en), be merry. (Superlative of H8248 (שָׁקָה).)11וּקְי֔וּH7006spuwtspue12וְנִפְל֖וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down13וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תָק֑וּמוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)15מִפְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16הַחֶ֔רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool17אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18אָנֹכִ֥יH595ik, mijI, me, [idiom] which19שֹׁלֵ֖חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)20בֵּינֵיכֶֽםH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within
28En het zal geschieden, wanneer zij weigeren zullen den beker van uw hand te nemen om te drinken, dat gij tot hen zeggen zult: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Gij zult zekerlijk drinken!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En het zal geschieden, wanneer zijH1961weigerenH3985 zullen den bekerH3563 van uw handH3027 te nemenH3947 om te drinkenH8354, datH3588 gij totH413 hen zeggenH559 zult: ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Gij zult zekerlijkH8354drinkenH8354!En het zal geschieden, wanneer zij weigeren zullen den beker van uw hand te nemen om te drinken, dat gij tot hen zeggen zult: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Gij zult zekerlijk drinken!
KJVAnd it shall be, if they refuse3to take4the cup5at thine hand6to drink,7then shalt thou say8unto them, Thus saith11the LORD12of hosts;13Ye shall certainly14drink.
29Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Gij zult niet onschuldig gehouden worden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29WantH3588zietH2009, in de stadH5892, dieH834 naar Mijn NaamH8034genoemdH7121 is, beginH2490 Ik te plagenH7489, en zoudt gijH859enigszinsH5352onschuldigH5352 gehouden worden? Gij zult nietH3808onschuldigH5352 gehouden worden; wantH3588 Ik roepH7121 het zwaardH2719overH5921alleH3605inwonersH3427 der aardeH776, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635.Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Gij zult niet onschuldig gehouden worden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen.
KJVFor, lo, I begin9to bring evil10on the city3which is called5by my name,6and should ye be utterly12unpunished?13Ye shall not be unpunished:15for I will call19for a sword17upon all the inhabitants22of the earth,23saith24the LORD25of hosts.
1כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2הִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see3בָעִ֜ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5נִֽקְרָאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say6שְׁמִ֣יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report7עָלֶ֗יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8אָֽנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which9מֵחֵ֣לH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound10לְהָרַ֔עH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse11וְאַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12הִנָּקֵ֣הH5352onschuldig, onschuldig houden, reinacquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly13תִנָּק֑וּH5352onschuldig, onschuldig houden, reinacquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly14לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15תִנָּק֔וּH5352onschuldig, onschuldig houden, reinacquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly16כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17חֶ֗רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool18אֲנִ֤יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who19קֹרֵא֙H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say20עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)22יֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry23הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world24נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith25יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)26צְבָאֽוֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
30Gij zult dan al deze woorden tot hen profeteren, en gij zult tot hen zeggen: De HEERE zal brullen uit de hoogte, en Zijn stem verheffen uit de woning Zijner heiligheid; Hij zal schrikkelijk brullen over Zijn woonstede; Hij zal een vreugdegeschrei, als de druiven treders, uitroepen tegen alle inwoners der aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Gij zult dan alH3605dezeH428woordenH1697totH413 hen profeterenH5012, en gijH859 zult totH413 hen zeggenH559: De HEEREH3068 zal brullenH7580 uit de hoogteH4791, en Zijn stemH6963verheffenH5414 uit de woningH4583 Zijner heiligheidH6944; Hij zal schrikkelijkH7580brullenH7580overH5921 Zijn woonstedeH5116; Hij zal een vreugdegeschreiH1959, als de druiven tredersH1869, uitroepenH6030 tegen alleH3605inwonersH3427 der aardeH776.Gij zult dan al deze woorden tot hen profeteren, en gij zult tot hen zeggen: De HEERE zal brullen uit de hoogte, en Zijn stem verheffen uit de woning Zijner heiligheid; Hij zal schrikkelijk brullen over Zijn woonstede; Hij zal een vreugdegeschrei, als de druiven treders, uitroepen tegen alle inwoners der aarde.
KJVTherefore prophesy2thou against them all these words,6and say8unto them, The LORD10shall roar12from on high,11and utter15his voice16from his holy14habitation;13he shall mightily17roar18upon his habitation;20he shall give23a shout,21as they that tread22the grapes, against all the inhabitants26of the earth.
1וְאַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2תִּנָּבֵ֣אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet3אֲלֵיהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7הָאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)8וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9אֲלֵיהֶ֗םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10יְהוָ֞הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11מִמָּר֤וֹםH4791hoogte, hoogten, omhoog(far) above, dignity, haughty, height, (most, on) high (one, place), loftily, upward12יִשְׁאָג֙H7580brullen, brullende, gebruld[idiom] mightily, roar13וּמִמְּע֤וֹןH4583woning, Toevlucht, Vertrekden, dwelling((-) place), habitation14קָדְשׁוֹ֙H6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary15יִתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16קוֹל֔וֹH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell17שָׁאֹ֤גH7580brullen, brullende, gebruld[idiom] mightily, roar18יִשְׁאַג֙H7580brullen, brullende, gebruld[idiom] mightily, roar19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20נָוֵ֔הוּH5116woning, schaapskooi, kooicomely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried21הֵידָד֙H1959vreugdegeschreishout(-ing)22כְּדֹרְכִ֣יםH1869treden, gespannen, getredenarcher, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk23יַֽעֲנֶ֔הH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)24אֶ֥לH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)25כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)26יֹשְׁבֵ֖יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry27הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
31Het geschal zal komen tot aan het einde der aarde; want de HEERE heeft een twist met de volken, Hij zal gericht houden met alle vlees; de goddelozen heeft Hij aan het zwaard overgegeven, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Het geschalH7588 zal komenH935totH5704 aan het eindeH7097 der aardeH776; wantH3588 de HEEREH3068 heeft een twistH7379 met de volkenH1471, Hij zal gerichtH8199 houden met alleH3605vleesH1320; de goddelozenH7563 heeft Hij aan het zwaardH2719overgegevenH5414, spreektH5002 de HEEREH3068.Het geschal zal komen tot aan het einde der aarde; want de HEERE heeft een twist met de volken, Hij zal gericht houden met alle vlees; de goddelozen heeft Hij aan het zwaard overgegeven, spreekt de HEERE.
KJVA noise2shall come1even to the ends4of the earth;5for the LORD8hath a controversy7with the nations,9he will plead10with all flesh;13he will give15them that are wicked14to the sword,16saith17the LORD.
1בָּ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2שָׁאוֹן֙H7588gedruis, bruisen, ruisen[idiom] horrible, noise, pomp, rushing, tumult ([idiom] -uous)3עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet4קְצֵ֣הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)5הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7רִ֤יבH7379twist, twistzaak, geschil[phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit8לַֽיהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9בַּגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people10נִשְׁפָּ֥טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule11ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13בָּשָׂ֑רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin14הָרְשָׁעִ֛יםH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong15נְתָנָ֥םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16לַחֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool17נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith18יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
32Zo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, een kwaad gaat er uit van volk tot volk. en een groot onweder zal er verwekt worden van de zijden der aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: ZietH2009, een kwaadH7451 gaat er uit van volkH1471totH413volkH1471. en een grootH1419onwederH5591 zal er verwektH5782 worden van de zijdenH3411 der aardeH776.Zo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, een kwaad gaat er uit van volk tot volk. en een groot onweder zal er verwekt worden van de zijden der aarde.
KJVThus saith2the LORD3of hosts,4Behold, evil6shall go forth7from nation8to nation,10and a great12whirlwind11shall be raised up13from the coasts14of the earth.
1כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָא֔וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5הִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see6רָעָ֛הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)7יֹצֵ֖אתH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8מִגּ֣וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10גּ֑וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people11וְסַ֣עַרH5591onweder, storm, stormwindstorm(-y), tempest, whirlwind12גָּד֔וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very13יֵע֖וֹרH5782opgewekt, verwekken, waak(a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self)14מִיַּרְכְּתֵיH3411zijdenborder, coast, part, quarter, side15אָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
33En de verslagenen des HEEREN zullen te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En de verslagenenH2491 des HEERENH3068 zullen te dien dageH3117 liggen van hetH1931 ene eindeH7097 der aardeH776totH5704 aan het andere eindeH7097 der aardeH776; zij zullen nietH3808beklaagdH5594, nochH3808opgenomenH622, nochH3808begravenH6912 worden; tot mestH1828opH5921 den aardbodemH127 zullen zij zijnH1961.En de verslagenen des HEEREN zullen te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.
KJVAnd the slain2of the LORD3shall be at that day4from one end6of the earth7even unto the other end9of the earth:10they shall not be lamented,12neither gathered,14nor buried;16they shall be dung17upon19the ground.
1וְהָי֞וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2חַֽלְלֵ֤יH2491verslagenen, verslagen, verslagenekill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6מִקְצֵ֥הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)7הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9קְצֵ֣הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)10הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יִסָּפְד֗וּH5594beklagen, rouwklagen, misbaarlament, mourn(-er), wail13וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יֵאָֽסְפוּ֙H622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw15וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16יִקָּבֵ֔רוּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)17לְדֹ֛מֶןH1828mest, drekdung18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you20הָאֲדָמָ֖הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land21יִֽהְיֽוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
34Huilt, gij herders! en schreeuwt, en wentelt u in de as, gij heerlijken van de kudde! want uw dagen zijn vervuld, dat men slachten zal, en van uw verstrooiingen, dan zult gij vervallen als een kostelijk vat.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34HuiltH3213, gij herdersH7462! en schreeuwtH2199, en wenteltH6428 u in de as, gij heerlijkenH117 van de kuddeH6629! want uw dagenH3117 zijn vervuldH4390, dat men slachtenH2873 zal, en van uw verstrooiingenH8600, dan zult gij vervallenH5307 als een kostelijkH2532vatH3627.Huilt, gij herders! en schreeuwt, en wentelt u in de as, gij heerlijken van de kudde! want uw dagen zijn vervuld, dat men slachten zal, en van uw verstrooiingen, dan zult gij vervallen als een kostelijk vat.
KJVHowl,1ye shepherds,2and cry;3and wallow4yourselves in the ashes, ye principal5of the flock:6for the days9of your slaughter10and of your dispersions11are accomplished;8and ye shall fall12like a pleasant14vessel.
1הֵילִ֨ילוּH3213huilen, Huilt, huilt(make to) howl, be howling2הָרֹעִ֜יםH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste3וְזַעֲק֗וּH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed4וְהִֽתְפַּלְּשׁוּ֙H6428wentelt, wentel, wentelenroll (wallow) self5אַדִּירֵ֣יH117heerlijken, voortreffelijken, heerlijkexcellent, famous, gallant, glorious, goodly, lordly, mighty(-ier one), noble, principal, worthy6הַצֹּ֔אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8מָלְא֥וּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly9יְמֵיכֶ֖םH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10לִטְב֑וֹחַH2873geslacht, slachten, slachtkill, (make) slaughter, slay11וּתְפוֹצ֣וֹתִיכֶ֔םH8600verstrooiingendispersion12וּנְפַלְתֶּ֖םH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down13כִּכְלִ֥יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever14חֶמְדָּֽהH2532gewenste, kostelijke, begeerlijkdesire, goodly, pleasant, precious
35En de vlucht zal vergaan van de herders, en de ontkoming van de heerlijken der kudde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En de vluchtH4498 zal vergaanH6vanH4480 de herdersH7462, en de ontkomingH6413 van de heerlijkenH117 der kuddeH6629.En de vlucht zal vergaan van de herders, en de ontkoming van de heerlijken der kudde.
KJVAnd the shepherds4shall have no way2to flee,1nor the principal6of the flock7to escape.
1וְאָבַ֥דH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee2מָנ֖וֹסH4498Toevlucht, ontvlieden, toevlucht[idiom] apace, escape, way to flee, flight, refuge3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הָֽרֹעִ֑יםH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste5וּפְלֵיטָ֖הH6413ontkomen, ontkoming, ontkomenendeliverance, (that is) escape(-d), remnant6מֵאַדִּירֵ֥יH117heerlijken, voortreffelijken, heerlijkexcellent, famous, gallant, glorious, goodly, lordly, mighty(-ier one), noble, principal, worthy7הַצֹּֽאןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
36Er zal zijn een stem des geroeps der herderen, en een gehuil der heerlijken van de kudde, omdat de HEERE hun weide verstoort.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Er zal zijn een stemH6963 des geroepsH6818 der herderenH7462, en een gehuilH3215 der heerlijkenH117 van de kuddeH6629, omdatH3588 de HEEREH3068 hun weideH4830verstoortH7703.Er zal zijn een stem des geroeps der herderen, en een gehuil der heerlijken van de kudde, omdat de HEERE hun weide verstoort.
KJVA voice1of the cry2of the shepherds,3and an howling4of the principal5of the flock,6shall be heard: for the LORD9hath spoiled8their pasture.
1ק֚וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell2צַעֲקַ֣תH6818geroep, geschrei, gekrijtscry(-ing)3הָֽרֹעִ֔יםH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste4וִֽילְלַ֖תH3215gehuil, gehuilsa howling5אַדִּירֵ֣יH117heerlijken, voortreffelijken, heerlijkexcellent, famous, gallant, glorious, goodly, lordly, mighty(-ier one), noble, principal, worthy6הַצֹּ֑אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8שֹׁדֵ֥דH7703verwoest, verstoord, verstoorderdead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste9יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מַרְעִיתָֽםH4830weideflock, pasture
37Want de landouwen des vredes zullen uitgeroeid worden, vanwege de hittigheid des toorns des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37Want de landouwenH4999 des vredesH7965 zullen uitgeroeidH1826 worden, vanwegeH6440 de hittigheidH2740 des toornsH639 des HEERENH3068.Want de landouwen des vredes zullen uitgeroeid worden, vanwege de hittigheid des toorns des HEEREN.
KJVAnd the peaceable3habitations2are cut down1because4of the fierce5anger6of the LORD.
1וְנָדַ֖מּוּH1826stil, uitgeroeid, zwijgencease, be cut down (off), forbear, hold peace, quiet self, rest, be silent, keep (put to) silence, be (stand) still, tarry, wait2נְא֣וֹתH4999weiden, woningen, herdershuttenhabitation, house, pasture, pleasant place3הַשָּׁל֑וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly4מִפְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5חֲר֥וֹןH2740hittigheid, hitte, brandende toornsore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful)6אַףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath7יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
38Hij heeft, als een jonge leeuw, Zijn hutte verlaten; want hunlieder land is geworden tot een verwoesting, vanwege de hittigheid des verdrukkers, ja, vanwege de hittigheid Zijns toorns.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Hij heeft, als een jonge leeuwH3715, Zijn hutteH5520verlatenH5800; wantH3588 hunlieder landH776 is geworden tot een verwoestingH8047, vanwegeH6440 de hittigheidH2740 des verdrukkersH3238, ja, vanwegeH6440 de hittigheidH2740 Zijns toornsH639.Hij heeft, als een jonge leeuw, Zijn hutte verlaten; want hunlieder land is geworden tot een verwoesting, vanwege de hittigheid des verdrukkers, ja, vanwege de hittigheid Zijns toorns.
KJVHe hath forsaken1his covert,3as the lion:2for their land6is desolate7because8of the fierceness9of the oppressor,10and because11of his fierce12anger.
1עָזַ֥בH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely2כַּכְּפִ֖ירH3715jonge leeuwen, jonge leeuw, jongen leeuws(young) lion, village. Compare H3723 (כָּפָר)3סֻכּ֑וֹH5520hut, hol, huttecovert, den, pavilion, tabernacle4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5הָיְתָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6אַרְצָם֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7לְשַׁמָּ֔הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing8מִפְּנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9חֲר֣וֹןH2740hittigheid, hitte, brandende toornsore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful)10הַיּוֹנָ֔הH3238verdrukken, verdrukkende, verdruktdestroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence11וּמִפְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12חֲר֥וֹןH2740hittigheid, hitte, brandende toornsore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful)13אַפּֽוֹH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 25:1— Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadrezar, koning van Babel);Jeremia 36:1→2 Koningen 24:1→Daniël 1:1→Jeremia 46:2→
Jeremia 25:2— Hetwelk de profeet Jeremia gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende:Jeremia 18:11→Markus 7:14→Psalmen 49:1→Jeremia 26:2→Jeremia 19:14→Jeremia 35:13→Jeremia 38:1→
Jeremia 25:3— Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord.Jeremia 1:2→Jeremia 11:7→Jeremia 7:13→Jeremia 26:5→Jeremia 29:19→2 Kronieken 34:8→2 Kronieken 34:3→2 Timotheüs 4:2→
Jeremia 25:4— Ook heeft de HEERE tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen);Jeremia 25:3→Jeremia 26:5→Jeremia 22:21→Hebreeën 12:25→Zacharia 7:11→Jeremia 32:33→Jeremia 17:23→Jeremia 11:7→
Jeremia 25:5— Zeggende: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot eeuw;Jeremia 7:7→Jeremia 17:25→Jeremia 18:11→Ezechiël 18:30→Jona 3:8→Jesaja 55:6→Jeremia 35:15→Genesis 17:8→
Jeremia 25:6— En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neder te buigen; en vertoornt Mij niet door uwer handen werk, opdat Ik u geen kwaad doe.Deuteronomium 8:19→Jeremia 35:15→Jeremia 7:6→2 Koningen 17:35→Deuteronomium 6:14→Jeremia 7:9→Jozua 24:20→Deuteronomium 28:14→
Jeremia 25:7— Maar gij hebt naar Mij niet gehoord, spreekt de HEERE; opdat gij Mij vertoorndet door het werk uwer handen, u zelven ten kwade.2 Koningen 21:15→Deuteronomium 32:21→Jeremia 32:30→Spreuken 8:36→Jeremia 7:18→2 Koningen 17:17→Nehemia 9:26→
Jeremia 25:9— Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadrezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden.Jeremia 1:15→Jeremia 18:16→Jeremia 43:10→Jesaja 13:3→1 Koningen 9:7→Jesaja 44:28→Ezechiël 29:18→Jesaja 39:7→
Jeremia 25:10— En Ik zal van hen doen vergaan de stem der vrolijkheid en de stem de vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens en het licht der lamp.Jeremia 7:34→Openbaring 18:22→Ezechiël 26:13→Jeremia 16:9→Jeremia 33:10→Jesaja 24:7→Esther 7:4→Esther 3:13→
Jeremia 25:11— En dit ganse land zal worden tot een woestheid, tot een ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel dienen zeventig jaren.Daniël 9:2→Zacharia 7:5→Jeremia 12:11→Zacharia 1:12→Jeremia 4:27→2 Kronieken 36:21→Jesaja 23:15→Jeremia 25:12→
Jeremia 25:12— Maar het zal geschieden, als de zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over den koning van Babel, en over dat volk, spreekt de HEERE, hun ongerechtigheid bezoeken, mitsgaders over het land der Chaldeen, en zal dat stellen tot eeuwige verwoestingen.Jesaja 13:19→Daniël 9:2→Jeremia 29:10→Jesaja 14:23→Jeremia 50:1→Jeremia 51:62→Ezechiël 35:9→Jesaja 46:1→
Jeremia 25:13— En Ik zal over dat land brengen al Mijn woorden, die Ik daarover gesproken heb; al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken.Jeremia 1:5→Jeremia 1:10→Daniël 5:31→Daniël 5:28→Openbaring 10:11→
Jeremia 25:14— Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen.Jeremia 51:6→Jeremia 27:7→Jeremia 50:9→Jeremia 50:41→Openbaring 18:20→Jeremia 51:20→Daniël 5:28→Jesaja 14:2→
Jeremia 25:15— Want alzo heeft de HEERE, de God Israels, tot mij gezegd: Neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende;Jesaja 51:17→Psalmen 75:8→Openbaring 14:10→Job 21:20→Jesaja 51:22→Jeremia 13:12→Jeremia 51:7→Psalmen 11:6→
Jeremia 25:16— Dat zij drinken, en beven, en dol worden, vanwege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden.Nahum 3:11→Jeremia 51:7→Ezechiël 23:32→Jeremia 51:39→Openbaring 16:9→Openbaring 14:8→Openbaring 18:3→Klaagliederen 4:21→
Jeremia 25:17— En ik nam den beker van des HEEREN hand, en ik gaf te drinken al den volken, tot welke de HEERE mij gezonden had;Jeremia 1:10→Jeremia 25:28→Jeremia 27:3→Ezechiël 43:3→Jeremia 46:1→
Jeremia 25:18— Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, gelijk het is te dezen dage;Psalmen 60:3→Jeremia 44:22→Jeremia 24:9→1 Petrus 4:17→Jeremia 21:6→Jeremia 25:9→Jozua 6:18→Amos 2:5→
Jeremia 25:19— Farao, den koning van Egypte, en zijn knechten, en zijn vorsten, en al zijn volk;Jeremia 46:13→Jeremia 46:2→Nahum 3:8→Ezechiël 29:1→Jeremia 43:9→
Jeremia 25:20— En den gansen gemengden hoop, en allen koningen des lands van Uz; en allen koningen van der Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;Job 1:1→Klaagliederen 4:21→Jesaja 20:1→Jeremia 50:37→Ezechiël 30:5→Exodus 12:38→Jeremia 47:1→Jeremia 25:24→
Jeremia 25:21— Edom, en Moab, en den kinderen Ammons;Jeremia 48:1→Jeremia 9:26→Psalmen 137:7→Jesaja 34:1→Maleachi 1:2→Obadja 1:18→Klaagliederen 4:21→Obadja 1:1→
Jeremia 25:22— En allen koningen van Tyrus, en allen koningen van Sidon; en den koningen der eilanden, die aan gene zijde der zee zijn.Jeremia 47:4→Jeremia 49:23→Amos 1:9→Jeremia 27:3→Ezechiël 26:1→Ezechiël 32:30→Amos 1:3→Ezechiël 28:22→
Jeremia 25:23— Dedan, en Thema, en Buz, en allen, die aan de hoeken afgekort zijn;Jeremia 9:26→Jeremia 49:32→Jeremia 49:8→Genesis 22:21→Job 6:19→Ezechiël 27:20→1 Kronieken 1:30→Genesis 10:7→
Jeremia 25:24— En allen koningen van Arabie; en allen koningen des gemengden hoops, die in de woestijn wonen;2 Kronieken 9:14→Jeremia 25:20→Jeremia 50:37→Ezechiël 30:5→Ezechiël 27:21→Jesaja 21:13→1 Koningen 10:15→Genesis 25:12→
Jeremia 25:25— En allen koningen van Zimri, en allen koningen van Elam, en allen koningen van Medie;Genesis 10:22→Jesaja 11:11→Jeremia 51:11→Jeremia 51:28→Jesaja 13:17→Jeremia 49:34→Ezechiël 32:24→Genesis 25:2→
Jeremia 25:26— En allen koningen van het noorden, die nabij en die verre zijn, den een met den anderen; ja, allen koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn. En de koning van Sesach zal na hen drinken.Jeremia 51:41→Jeremia 25:9→Jeremia 50:1→Daniël 5:1→Jesaja 47:1→Habakuk 2:16→Ezechiël 32:30→Openbaring 18:1→
Jeremia 25:27— Gij zult dan tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Drinkt, en wordt dronken, en spuwt, en valt neder, dat gij niet weder opstaat, vanwege het zwaard, dat Ik onder u zal zenden.Habakuk 2:16→Jeremia 25:16→Klaagliederen 4:21→Jesaja 51:21→Ezechiël 21:4→Deuteronomium 32:42→Jesaja 63:6→Jeremia 46:14→
Jeremia 25:28— En het zal geschieden, wanneer zij weigeren zullen den beker van uw hand te nemen om te drinken, dat gij tot hen zeggen zult: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Gij zult zekerlijk drinken!Job 34:33→Handelingen 4:28→Jeremia 49:12→Jesaja 14:24→Daniël 4:35→Jeremia 51:29→Jeremia 4:28→Jesaja 46:10→
Jeremia 25:29— Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Gij zult niet onschuldig gehouden worden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen.Spreuken 11:31→1 Petrus 4:17→Ezechiël 38:21→Ezechiël 9:6→Obadja 1:16→1 Koningen 8:43→Jeremia 13:13→Jesaja 10:12→
Jeremia 25:30— Gij zult dan al deze woorden tot hen profeteren, en gij zult tot hen zeggen: De HEERE zal brullen uit de hoogte, en Zijn stem verheffen uit de woning Zijner heiligheid; Hij zal schrikkelijk brullen over Zijn woonstede; Hij zal een vreugdegeschrei, als de druiven treders, uitroepen tegen alle inwoners der aarde.Amos 1:2→Joël 3:16→Jesaja 42:13→Jesaja 16:9→Jeremia 48:33→2 Kronieken 30:27→Psalmen 58:5→Psalmen 11:4→
Jeremia 25:31— Het geschal zal komen tot aan het einde der aarde; want de HEERE heeft een twist met de volken, Hij zal gericht houden met alle vlees; de goddelozen heeft Hij aan het zwaard overgegeven, spreekt de HEERE.Hosea 4:1→Joël 3:2→Micha 6:2→Jesaja 66:16→Ezechiël 20:35→Ezechiël 38:22→Jeremia 45:5→Jesaja 34:8→
Jeremia 25:32— Zo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, een kwaad gaat er uit van volk tot volk. en een groot onweder zal er verwekt worden van de zijden der aarde.Jeremia 23:19→Jesaja 34:2→2 Kronieken 15:6→Jeremia 30:23→Jesaja 30:30→Jesaja 5:28→Sefanja 3:8→Lukas 21:10→
Jeremia 25:33— En de verslagenen des HEEREN zullen te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.Jesaja 66:16→Psalmen 79:3→Jesaja 5:25→Jeremia 8:2→Ezechiël 39:4→Jeremia 25:18→Jeremia 16:4→Psalmen 83:10→
Jeremia 25:34— Huilt, gij herders! en schreeuwt, en wentelt u in de as, gij heerlijken van de kudde! want uw dagen zijn vervuld, dat men slachten zal, en van uw verstrooiingen, dan zult gij vervallen als een kostelijk vat.Jeremia 6:26→Jesaja 10:12→Psalmen 2:9→Jesaja 33:1→Jeremia 50:27→Jesaja 30:14→Jeremia 3:19→Jeremia 25:23→
Jeremia 25:35— En de vlucht zal vergaan van de herders, en de ontkoming van de heerlijken der kudde.Job 11:20→Amos 2:14→Jeremia 38:23→Openbaring 6:14→Jesaja 2:12→Ezechiël 17:15→Daniël 5:30→Jesaja 24:21→
Jeremia 25:36— Er zal zijn een stem des geroeps der herderen, en een gehuil der heerlijken van de kudde, omdat de HEERE hun weide verstoort.Jeremia 4:8→Jeremia 25:34→
Jeremia 25:37— Want de landouwen des vredes zullen uitgeroeid worden, vanwege de hittigheid des toorns des HEEREN.Jesaja 27:10→Jesaja 32:14→
Jeremia 25:38— Hij heeft, als een jonge leeuw, Zijn hutte verlaten; want hunlieder land is geworden tot een verwoesting, vanwege de hittigheid des verdrukkers, ja, vanwege de hittigheid Zijns toorns.Jeremia 4:7→Jeremia 5:6→Hosea 13:7→Hosea 5:14→Jeremia 50:44→Jeremia 49:19→Amos 8:8→Psalmen 76:2→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 25 vers 2— Hetwelk de profeet Jeremia gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende:
Hetwelk de profeet Jeremia
Woord des Heeren.
Hertaald:Hetwelk de profeet Jeremia
Het woord van de HEERE.
Jeremia 25 vers 3— Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord.
dit is het drie en twintigste jaar
Of, deze drie en twintig jaren.
Hertaald:dit is het drie en twintigste jaar
Of: deze drieëntwintig jaren.
vroeg op zijnde
Dat is, zeer vlijtiglijk, intijds en geduriglijk. Vergelijk boven Jer. 7:13 , en hier vs.4.
Hertaald:vroeg op zijnde
Dat is: zeer vlijtig, op tijd en voortdurend. Vergelijk hierboven Jer. 7:13 en hier vers 4.
gehoord
Dat is, gehoorzaamd, gelijk ook in het volgende, en elders dikwijls.
Hertaald:gehoord
Dat is: gehoorzaamd, zoals ook in het vervolg en elders vaak.
Jeremia 25 vers 4— Ook heeft de HEERE tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen);
vroeg op zijnde
Vergelijk boven Jer. 7:13 .
Hertaald:vroeg op zijnde
Vergelijk hierboven Jer. 7:13.
Jeremia 25 vers 5— Zeggende: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot eeuw;
weg,
Zie Gen. 6:12 .
Hertaald:weg,
Zie Gen. 6:12.
woont in het land,
Dat is, zo zult gij zekerlijk wonen, Ik zal maken dat gij, enz. Zie Ps. 37:3 .
Hertaald:woont in het land,
Dat is: dan zult u zeker wonen, Ik zal maken dat u, enzovoort. Zie Ps. 37:3.
Jeremia 25 vers 6— En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neder te buigen; en vertoornt Mij niet door uwer handen werk, opdat Ik u geen kwaad doe.
kwaad doe
Versta, kwaad der straffen, dat is, geen ongeluk of ellende toezend, gelijk dikwijls.
Hertaald:kwaad doe
Versta: het kwaad van de straffen — dat is: geen ongeluk of ellende toezend, zoals vaker.
Jeremia 25 vers 9— Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadrezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden.
zenden,
Dat is, door mijn verborgen goddelijke regering zal Ik hen doen vergaderen en opkomen, alsof zij door boden en opzettelijk bevel kwamen aantrekken; vergelijk onder Jer. 49:14 .
Hertaald:zenden,
Dat is: door Mijn verborgen goddelijk bestuur zal Ik hen doen samenkomen en optrekken, alsof zij op boden en een uitdrukkelijk bevel kwamen aanrukken; vergelijk hieronder Jer. 49:14.
geslachten
Dat is, alle natiën, die tegen het noorden wonen. Vergelijk boven Jer. 1:15 .
Hertaald:geslachten
Dat is: alle volken die in het noorden wonen. Vergelijk hierboven Jer. 1:15.
tot Nebukadrezar,
Versta, zal Ik zenden, gelijk in het voorgaande; of en Nebukadnezar; te weten, zal Ik nemen, enz.
Hertaald:tot Nebukadrezar,
Versta: zal Ik zenden, zoals in het voorgaande; of: en Nebukadnezar, namelijk zal Ik nemen, enzovoort.
knecht;
Dien Ik voorgenomen heb te gebruiken tot uitvoering mijner oordelen over vele volken. Vergelijk Jes. 44:28 , en Jes. 45:1 , alzo onder Jer. 27:6 , en Jer. 43:10 . Vergelijk ook onder Jer. 29:4 , Jer. 29:7 , Jer. 29:14 , Jer. 29:20 , en Jer. 51:7 .
Hertaald:knecht;
Die Ik Mij voorgenomen heb te gebruiken voor de uitvoering van Mijn oordelen over vele volken. Vergelijk Jes. 44:28 en Jes. 45:1; zo ook hieronder Jer. 27:6 en Jer. 43:10. Vergelijk ook hieronder Jer. 29:4, Jer. 29:7, Jer. 29:14 en Jer. 29:20, en Jer. 51:7.
over dit land,
Of, tegen, en zo in het volgende.
Hertaald:over dit land,
Of: tegen; en zo ook in het vervolg.
verbannen,
Zie Deut. 2:34 .
Hertaald:verbannen,
Zie Deut. 2:34.
ontzetting,
Of, schrik; anders, verwoesting. Zie boven Jer. 18:16 , en onder vs.18.
Hertaald:ontzetting,
Of: schrik; anders: verwoesting. Zie hierboven Jer. 18:16 en hieronder vers 18.
eeuwige woestheden
Hebreeuws, woestheden der eeuwigheid; dat is, langdurige.
Hertaald:eeuwige woestheden
Hebreeuws: woestheden van de eeuwigheid — dat is: langdurige.
Jeremia 25 vers 10— En Ik zal van hen doen vergaan de stem der vrolijkheid en de stem de vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens en het licht der lamp.
stem der vrolijkheid
Gelijk boven Jer. 7:34 .
Hertaald:stem der vrolijkheid
Zoals hierboven Jer. 7:34.
molens
Of, molenstenen. Versta, van de handmolens, die in een zo grote volrijke stad in grote menigte waren. Zie Ex. 11:5 , en Deut. 24:6 , idem Openb. 18:22 . De zin is, dat God al het gerief van leeftocht zou wegnemen.
Hertaald:molens
Of: molenstenen. Versta: van de handmolens, waarvan er in zo'n grote, volkrijke stad zeer veel waren. Zie Ex. 11:5 en Deut. 24:6, en ook Openb. 18:22. De betekenis is dat God alle middelen van levensonderhoud zou wegnemen.
lamp
Of, kaars; waardoor men verstaan kan dat God hunne banketten en gastmalen, die zij in den diepen nacht bij grote lampen, of kaarsen en fakkels, hielden, zou doen ophouden; of eenvoudig, dat er gene nachtwaken meer zouden zijn, ten opzien van welke in een zo grote stad, den gansen nacht door, licht placht te zijn; of in het algemeen, dat er geen voorspoed, vreugde, noch troost zou zijn, gelijk zulks in de Heilige Schrift door duisternis, of gebrek van licht, verstaan wordt.
Hertaald:lamp
Of: kaars. Men kan daaruit verstaan dat God een einde zou maken aan hun feestmalen en gastmalen, die zij diep in de nacht bij grote lampen of kaarsen en fakkels hielden. Of eenvoudig: dat er geen nachtwaken meer zouden zijn, waarvoor in zo'n grote stad de hele nacht door licht placht te branden. Of in het algemeen: dat er geen voorspoed, vreugde of troost meer zou zijn, zoals dat in de Heilige Schrift met duisternis of het ontbreken van licht aangeduid wordt.
Jeremia 25 vers 11— En dit ganse land zal worden tot een woestheid, tot een ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel dienen zeventig jaren.
tot een ontzetting;
Of, tot ontzettens, of schrikkens toe. Alzo vs.18.
Hertaald:tot een ontzetting;
Of: tot ontzetting of schrik toe. Zo ook in vers 18.
Jeremia 25 vers 12— Maar het zal geschieden, als de zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over den koning van Babel, en over dat volk, spreekt de HEERE, hun ongerechtigheid bezoeken, mitsgaders over het land der Chaldeen, en zal dat stellen tot eeuwige verwoestingen.
dat stellen
Volk, of land der Chaldeën.
Hertaald:dat stellen
Het volk of het land van de Chaldeeën.
eeuwige verwoestingen
Hebreeuws, verwoestingen der eeuwigheid.
Hertaald:eeuwige verwoestingen
Hebreeuws: verwoestingen van de eeuwigheid.
Jeremia 25 vers 14— Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen.
van hen zullen zich doen dienen,
Hebreeuws, hebben zich gediend; dat is, zullen zich zekerlijk van hen laten dienen, gebruikende hen als slaven. De zin is: Gelijk de Chaldeën of Babyloniërs andere grote volken en koningen tenonder gebracht en tot dienstbaarheid gedwongen hebben, alzo zal hun wederom van al zulke volken en koningen geschieden, die alzo wel machtig en groot zijn als zij; te weten de Perzen en Meden. Zie dezelfde manier van spreken boven Jer. 22:13 , en onder Jer. 27:7 , en Jer. 30:8 ; Ezech. 34:27 , enz.
Hertaald:van hen zullen zich doen dienen,
Hebreeuws: hebben zich gediend — dat is: zullen zich zeker door hen laten dienen en hen als slaven gebruiken. De betekenis is: zoals de Chaldeeën of Babyloniërs andere grote volken en koningen ten onder gebracht en tot dienstbaarheid gedwongen hebben, zo zal hun dat weer overkomen van zulke volken en koningen die even machtig en groot zijn als zij, namelijk de Perzen en de Meden. Zie dezelfde manier van spreken hierboven in Jer. 22:13, en hieronder Jer. 27:7 en Jer. 30:8, en Ezech. 34:27, enzovoort.
Jeremia 25 vers 15— Want alzo heeft de HEERE, de God Israels, tot mij gezegd: Neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende;
gezegd
In een gezicht.
Hertaald:gezegd
In een gezicht.
dezen beker des wijns
Of, den beker des wijns dezer grimmigheid; waarmede afgebeeld werden Gods toorn, oordelen en plagen, die Hij dezen volken bereid had en toezenden wil, met last aan Jeremia, om zulks alles voorheen openlijk te verkondigen en aan te zeggen, tot Gods eer, onderwijs en waarschuwing zijns volks, en overtuiging der goddelozen. Vergelijk Ps. 75:9 ; Jes. 51:17 ; Openb. 16:19 .
Hertaald:dezen beker des wijns
Of: de beker van de wijn van deze grimmigheid, waarmee Gods toorn, oordelen en plagen afgebeeld werden die Hij voor deze volken bereid had en hun wil toezenden. Daarbij kreeg Jeremia de opdracht dat alles vooraf openlijk te verkondigen en aan te zeggen, tot Gods eer, tot onderwijs en waarschuwing van Zijn volk en tot overtuiging van de goddelozen. Vergelijk Ps. 75:9, Jes. 51:17 en Openb. 16:19.
Jeremia 25 vers 16— Dat zij drinken, en beven, en dol worden, vanwege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden.
zwaard,
Dat is, krijg en oorlog, met alle bittere gevolgen van dien; vergelijk Ps. 22:21 ; alzo onder vs.27, 29.
Hertaald:zwaard,
Dat is: krijg en oorlog, met alle bittere gevolgen daarvan; vergelijk Ps. 22:21; zo ook hieronder in vers 27 en 29.
Jeremia 25 vers 18— Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, gelijk het is te dezen dage;
woestheid,
Gelijk boven vs.9, 11.
Hertaald:woestheid,
Zoals hierboven vers 9 en 11.
gelijk het is te dezen dage;
Vergelijk Deut. 4:20 , Deut. 4:38 , en Deut. 8:18 ; 1 Kon. 8:24 . Hieruit wordt door sommigen afgenomen dat Jeremia dit beschreven heeft ten tijde van de vervulling dezer profetie. Anders, als [of het ware] te dezen dage; dat is, het zal zo zekerlijk geschieden, alsof men het nu voor ogen zag. De aandachtige lezer kan ook vergelijken 2 Kron. 29:8 .
Hertaald:gelijk het is te dezen dage;
Vergelijk Deut. 4:20, Deut. 4:38 en Deut. 8:18, en 1 Kon. 8:24. Sommigen leiden hieruit af dat Jeremia dit beschreven heeft in de tijd dat deze profetie vervuld werd. Anders: als was het op deze dag — dat is: het zal even zeker gebeuren alsof men het nu voor ogen zag. De aandachtige lezer kan ook 2 Kron. 29:8 vergelijken.
Jeremia 25 vers 19— Farao, den koning van Egypte, en zijn knechten, en zijn vorsten, en al zijn volk;
Faraö,
Zie Gen. 12:15 , en onder Jer 46 .
Hertaald:Faraö,
Zie Gen. 12:15 en hieronder Jer. 46.
Jeremia 25 vers 20— En den gansen gemengden hoop, en allen koningen des lands van Uz; en allen koningen van der Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;
gemengden hoop,
Hierdoor verstaan sommigen ene vermenging van allerlei natiën onder en door elkander wonende, zonder onderscheid of bepaling van steden of bijzondere grenzen. Alzo vs.24.
Hertaald:gemengden hoop,
Hieronder verstaan sommigen een vermenging van allerlei volken die door en onder elkaar wonen, zonder onderscheid of afbakening van steden of eigen grenzen. Zo ook in vers 24.
Uz;
Zie Gen. 10:23 , en Job 1:1 .
Hertaald:Uz;
Zie Gen. 10:23 en Job 1:1.
koningen
Versta, kleine koningen, vorsten, gouverneurs, drosten, of hoofdbaljuwen. Vergelijk Jer 47 , en zie Richt. 3:3 .
Hertaald:koningen
Versta: kleine koningen, vorsten, gouverneurs, drosten of hoofdbaljuws. Vergelijk Jer. 47, en zie Richt. 3:3.
Askelon,
Steden der Filistijnen in de Schriftuur bekend.
Hertaald:Askelon,
Steden van de Filistijnen, die in de Schrift bekend zijn.
overblijfsel van Asdod;
Omdat deze stad voor een goed deel bereids verdorven en verwoest was door een zeer langdurige belegering van den koning van Egypte, Psammetichus, die de vader was van Farao Necho, gelijk sommige historiën vermelden. Zie van Asdod 1 Sam. 5:1 .
Hertaald:overblijfsel van Asdod;
Omdat deze stad al voor een groot deel verwoest en vervallen was door een zeer langdurige belegering door de koning van Egypte, Psammetichus, de vader van Farao Necho, zoals sommige geschiedschrijvers vermelden. Over Asdod, zie 1 Sam. 5:1.
Jeremia 25 vers 21— Edom, en Moab, en den kinderen Ammons;
Jeremia 25 vers 22— En allen koningen van Tyrus, en allen koningen van Sidon; en den koningen der eilanden, die aan gene zijde der zee zijn.
koningen van Tyrus,
Den enen voor, den anderen na; of, allen regenten, oversten, of overrijken machtigen kooplieden en inwoners, die zich als koningen gedroegen. Zie Jes. 23:8 , onder Jer. 47:4 , en voorts Joz. 19:29 .
Hertaald:koningen van Tyrus,
De een na de ander; of: alle bestuurders, oversten, of schatrijke, machtige kooplieden en inwoners die zich als koningen gedroegen. Zie Jes. 23:8 en hieronder Jer. 47:4, en verder Joz. 19:29.
eilanden,
Hebreeuws, des eilands. Zie Ps. 72:10 . Anders: de omtrek, die aan de overvaart van de zee is. Vergelijk onder Jer. 49:23 .
Hertaald:eilanden,
Hebreeuws: van het eiland. Zie Ps. 72:10. Anders: het gebied dat aan de overkant van de zee ligt. Vergelijk hieronder Jer. 49:23.
Jeremia 25 vers 23— Dedan, en Thema, en Buz, en allen, die aan de hoeken afgekort zijn;
Dedan,
Volken van steenachtig Arabië, uit Ketura; zie Gen. 25:3 , Gen. 25:15 ; Jes. 21:13 . Van een anderen Dedan, uit Cham, door Cusch, in Rijk Arabië, of Morenland, zie Gen. 10:7 , en van Dedan in Edom, zie onder Jer. 49:8 .
Hertaald:Dedan,
Volken van het steenachtige Arabië, uit Ketura; zie Gen. 25:3 en Gen. 25:15, en Jes. 21:13. Over een andere Dedan, uit Cham via Cusch, in Gelukkig Arabië of Morenland, zie Gen. 10:7; en over Dedan in Edom, zie hieronder Jer. 49:8.
Jeremia 25 vers 24— En allen koningen van Arabie; en allen koningen des gemengden hoops, die in de woestijn wonen;
En allen koningen van Arabië;
Of, te weten, of namelijk, verstaande dat dezen gemeend zijn door de afgekorten aan de hoeken, vs.23.
Hertaald:En allen koningen van Arabië;
Of: namelijk; waarbij verstaan wordt dat zij bedoeld zijn met hen die aan de hoeken afgekort zijn, vers 23.
gemengden hoops,
Gelijk boven vs.20.
Hertaald:gemengden hoops,
Zoals hierboven vers 20.
woestijn wonen;
Versta, de Arabieren, die niet in vaste steden maar in tenten woonden; zie onder Jer. 49:31 , enz.; Richt. 8:11 .
Hertaald:woestijn wonen;
Versta: de Arabieren, die niet in vaste steden maar in tenten woonden; zie hieronder Jer. 49:31, enzovoort, en Richt. 8:11.
Jeremia 25 vers 25— En allen koningen van Zimri, en allen koningen van Elam, en allen koningen van Medie;
Zimri,
Dat is, [gelijk enigen menen] waar de nakomelingen van Simran woonden, die Abrahams zoon was uit Ketura; Gen. 25:2 .
Hertaald:Zimri,
Dat is volgens sommigen: waar de nakomelingen van Simran woonden, die een zoon van Abraham uit Ketura was; Gen. 25:2.
Elam,
Zie Gen. 10:22 , en onder Jer. 49:34 , enz.
Hertaald:Elam,
Zie Gen. 10:22 en hieronder Jer. 49:34, enzovoort.
Jeremia 25 vers 26— En allen koningen van het noorden, die nabij en die verre zijn, den een met den anderen; ja, allen koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn. En de koning van Sesach zal na hen drinken.
den een met den anderen;
Hebreeuws, den man aan, bij, of met zijnen broeder; dat is, den een zowel als den ander; of die de een aan den ander aan elkander gelegen zijn.
Hertaald:den een met den anderen;
Hebreeuws: de man aan, bij of met zijn broeder — dat is: de een zowel als de ander; of: zij die aan elkaar grenzen.
Sesach zal na hen drinken
Hebreeuws, Scheschach; dat is, Babel, of enige andere der voornaamste steden van het koninkrijk van Babylonië, gelijk afgenomen wordt uit onder Jer. 51:41 . De oorsprong van den naam is onzeker.
Hertaald:Sesach zal na hen drinken
Hebreeuws: Scheschach — dat is: Babel, of een van de andere voornaamste steden van het koninkrijk Babylonië, zoals op te maken is uit hieronder Jer. 51:41. De herkomst van de naam is onzeker.
Jeremia 25 vers 27— Gij zult dan tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Drinkt, en wordt dronken, en spuwt, en valt neder, dat gij niet weder opstaat, vanwege het zwaard, dat Ik onder u zal zenden.
Drinkt,
Te weten, uit dien beker der grimmigheid, waarvan boven vs.15.
Hertaald:Drinkt,
Namelijk: uit die beker van de grimmigheid, waarover hierboven vers 15.
dat gij niet weder opstaat,
Of, en staat niet weder op.
Hertaald:dat gij niet weder opstaat,
Of: en staat niet weer op.
Jeremia 25 vers 28— En het zal geschieden, wanneer zij weigeren zullen den beker van uw hand te nemen om te drinken, dat gij tot hen zeggen zult: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Gij zult zekerlijk drinken!
Jeremia 25 vers 29— Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Gij zult niet onschuldig gehouden worden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen.
stad,
Namelijk Jeruzalem, genoemd Gods stad.
Hertaald:stad,
Namelijk: Jeruzalem, dat Gods stad genoemd wordt.
naar Mijn Naam genoemd is,
Hebreeuws, over welke mijn naam genoemd, of uitgeroepen is. Vergelijk boven Jer. 7:10 .
Hertaald:naar Mijn Naam genoemd is,
Hebreeuws: waarover Mijn Naam genoemd of uitgeroepen is. Vergelijk hierboven Jer. 7:10.
plagen,
Hebreeuws eigenlijk, kwaad te doen.
Hertaald:plagen,
Hebreeuws eigenlijk: kwaad te doen.
enigszins
Hebreeuws, onschuldig zijnde, of gehouden wordende, onschuldig gehouden worden? dat is, enigszins ongestraft blijven? Vergelijk onder Jer. 30:11 , en Jer. 46:28 , en Jer. 49:12 , en zie 1 Kon. 2:9 .
Hertaald:enigszins
Hebreeuws: onschuldig zijnde of gehouden wordend, onschuldig gehouden worden? Dat is: enigszins ongestraft blijven? Vergelijk hieronder Jer. 30:11, Jer. 46:28 en Jer. 49:12, en zie 1 Kon. 2:9.
roep het zwaard
Dat is, Ik beschik door mijn goddelijke regering dat het, als op een bijzonder bevel, komen zal. Alzo Ezech. 38:21 . Vergelijk ook Jes. 13:3 , en Jes. 46:11 , en Jes. 48:15 ; Ezech. 36:29 ; Am. 5:8 , en Am. 9:6 ; Hag. 1:11 . Hierom wordt het ook des Heeren zwaard genoemd, als hebbende van hem bevel, onder Jer. 47:6-7 . Zie wijders 2 Kon. 8:1 .
Hertaald:roep het zwaard
Dat is: Ik beschik door Mijn goddelijk bestuur dat het zal komen als op een uitdrukkelijk bevel. Zo ook Ezech. 38:21. Vergelijk ook Jes. 13:3, Jes. 46:11 en Jes. 48:15, Ezech. 36:29, Amos 5:8 en Amos 9:6, en Haggaï 1:11. Daarom wordt het ook het zwaard van de HEERE genoemd, omdat het van Hem bevel heeft, hieronder Jer. 47:6-7. Zie verder 2 Kon. 8:1.
Jeremia 25 vers 30— Gij zult dan al deze woorden tot hen profeteren, en gij zult tot hen zeggen: De HEERE zal brullen uit de hoogte, en Zijn stem verheffen uit de woning Zijner heiligheid; Hij zal schrikkelijk brullen over Zijn woonstede; Hij zal een vreugdegeschrei, als de druiven treders, uitroepen tegen alle inwoners der aarde.
brullen uit de hoogte,
Als een leeuw; figuurlijk gesproken, om de verschrikkelijke gevolgen van Gods toorn uit te drukken; zie Joël 3:16 ; Am. 1:2 .
Hertaald:brullen uit de hoogte,
Als een leeuw; beeldend gesproken, om de verschrikkelijke gevolgen van Gods toorn uit te drukken; zie Joël 3:16 en Amos 1:2.
verheffen
Hebreeuws, geven.
Hertaald:verheffen
Hebreeuws: geven.
woning Zijner heiligheid;
Dat is, zijn heilige woning, te weten den hemel.
Hertaald:woning Zijner heiligheid;
Dat is: Zijn heilige woning, namelijk de hemel.
over Zijn woonstede;
Of, tegen zijn lieflijke woonstede; dat is, den tempel, gelijk Ps. 79:7 .
Hertaald:over Zijn woonstede;
Of: tegen Zijn lieflijke woonstede — dat is: de tempel, zoals in Ps. 79:7.
vreugdegeschrei,
Hebreeuws, Hedad; zeer na overeenkomende met Hed; dat is, weerklank; Ezech. 7:7 .
Hertaald:vreugdegeschrei,
Hebreeuws: hedad, wat zeer dicht bij hed ligt, dat weerklank betekent; Ezech. 7:7.
druiven- treders,
Of, Hij zal doen uitroepen, of elkander doen toeroepen de [druiven ]treders , of [persen ] treders, die ten tijde van den wijnoogst in den arbeid elkander toeroepen of bij beurten toezingen, tot onderlinge vrolijkheid en verwakkering in het werk, [zie Jes. 16:9-10 ] ; alzo, wil God zeggen, zal Hij maken dat de Babyloniërs en anderen elkander lust en moed zullen aanspreken, om als met een algemeen veldgeschrei landen en lieden te overvallen en te verwoesten, zonder zelfs Jeruzalem of den tempell te verschonen; vergelijk onder Jer. 48:32 , en Jer. 51:14 . Sommigen nemen het aldus: Hij zal [zichzelven] met een vreugdegeschrei antwoorden; alsof de Heere wilde zeggen, dat Hij niet van doen heeft dan iemand hem tot dit oordeel aandrijve of wakker make, dat Hij vanzelf daartoe genegen en wakker is, zichzelven door zijn ijver daartoe drijft.
Hertaald:druiven- treders,
Of: Hij zal de druiventreders of perstreders doen uitroepen en elkaar doen toeroepen. Die roepen elkaar in de tijd van de wijnoogst tijdens het werk toe of zingen elkaar bij beurten toe, tot onderlinge vrolijkheid en aanmoediging bij het werk; zie Jes. 16:9-10. Zo, wil God zeggen, zal Hij maken dat de Babyloniërs en anderen elkaar lust en moed inspreken om als met één veldgeschreeuw landen en volken te overvallen en te verwoesten, zonder zelfs Jeruzalem of de tempel te sparen; vergelijk hieronder Jer. 48:32 en Jer. 51:14. Sommigen vatten het zo op: Hij zal Zichzelf met een vreugdegeroep antwoorden. Alsof de HEERE wilde zeggen dat Hij niemand nodig heeft die Hem tot dit oordeel aanzet of wakker maakt, maar dat Hij er uit Zichzelf toe geneigd en gereed is en Zichzelf er door Zijn ijver toe drijft.
Jeremia 25 vers 31— Het geschal zal komen tot aan het einde der aarde; want de HEERE heeft een twist met de volken, Hij zal gericht houden met alle vlees; de goddelozen heeft Hij aan het zwaard overgegeven, spreekt de HEERE.
Het geschal
Of, een gekraak, groot, of vreeslijk gedruis zal er komen, enz.
Hertaald:Het geschal
Of: een gekraak, een groot of vreselijk gedruis zal er komen, enzovoort.
twist met de volken,
Of, pleit, twistzaak.
Hertaald:twist met de volken,
Of: pleit, rechtszaak.
gericht houden
Of, zich in recht begeven, rechten, pleiten.
Hertaald:gericht houden
Of: zich in het gericht begeven, rechten, pleiten.
vlees;
Dat is, mensen. Zie Gen. 6:12 .
Hertaald:vlees;
Dat is: mensen. Zie Gen. 6:12.
Jeremia 25 vers 32— Zo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, een kwaad gaat er uit van volk tot volk. en een groot onweder zal er verwekt worden van de zijden der aarde.
kwaad
Der straf, dat is ongeluk, ellende. Zie Gen. 19:19 .
Hertaald:kwaad
Van de straf — dat is: ongeluk, ellende. Zie Gen. 19:19.
van volk tot volk,
Dat is, van het ene volk tot het andere.
Hertaald:van volk tot volk,
Dat is: van het ene volk tot het andere.
der aarde
Anders: des lands. Alzo in vs.33.
Hertaald:der aarde
Anders: van het land. Zo ook in vers 33.
Jeremia 25 vers 33— En de verslagenen des HEEREN zullen te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.
HEEREN
Dat is, die door des Heeren rechtvaardig oordeel en regering zijn omgekomen.
Hertaald:HEEREN
Dat is: zij die door het rechtvaardige oordeel en bestuur van de HEERE omgekomen zijn.
opgenomen,
Hebreeuws eigenlijk, verzameld; zie Ps. 26:9 .
Hertaald:opgenomen,
Hebreeuws eigenlijk: verzameld; zie Ps. 26:9.
Jeremia 25 vers 34— Huilt, gij herders! en schreeuwt, en wentelt u in de as, gij heerlijken van de kudde! want uw dagen zijn vervuld, dat men slachten zal, en van uw verstrooiingen, dan zult gij vervallen als een kostelijk vat.
herders
Regeerders in politie en kerk.
Hertaald:herders
Bestuurders in staat en kerk.
in de as ,
Dit is hier ingevoegd uit boven Jer. 6:26 .
Hertaald:in de as ,
Dit is hier ingevoegd vanuit hierboven Jer. 6:26.
heerlijken van de kudde
Alzo noemt God de voortreffelijksten en machtigsten onder het volk; alzo vs.35,36; zie van het Hebreeuwse woord Ps. 8:2 .
Hertaald:heerlijken van de kudde
Zo noemt God de voortreffelijksten en machtigsten onder het volk; zo ook in vers 35 en 36. Over het Hebreeuwse woord, zie Ps. 8:2.
uw dagen zijn vervuld,
Die u van God verordineerd zijn; zie Ps. 37:13 .
Hertaald:uw dagen zijn vervuld,
Die u door God bestemd zijn; zie Ps. 37:13.
slachten zal,
Te weten, u, of de een den ander.
Hertaald:slachten zal,
Namelijk: u, of de een de ander.
verstrooiingen,
Versta, de dagen uwer verstrooiingen; [dat is, dat gij verstrooid zult worden] of, uwe verstrooiingen zijn nabij.
Hertaald:verstrooiingen,
Versta: de dagen van uw verstrooiingen, dat is: dat u verstrooid zult worden. Of: uw verstrooiingen zijn nabij.
kostelijk vat
Hebreeuws, vat d er begeerte, of van den lust, van den wens; dat is, schoon, lustig, kostelijk, gewenst [zie 2 Kron. 32:27 ] ; de zin is dat al hunne schoonheid en heerlijkheid vergaan zal, gelijk [bij exempel] een schoon en kostelijk glas, of iets anders, dat van zeer brekelijke stof gemaakt zijnde, in stukken valt, en nergens meer toe deugt noch weder samengezet of hermaakt kan worden.
Hertaald:kostelijk vat
Hebreeuws: vat van de begeerte, van de lust, van de wens — dat is: mooi, aangenaam, kostbaar, begeerlijk; zie 2 Kron. 32:27. De betekenis is dat al hun schoonheid en heerlijkheid zal vergaan, zoals bijvoorbeeld een mooi en kostbaar glas of iets anders dat van zeer breekbaar materiaal gemaakt is in stukken valt, nergens meer voor deugt en ook niet meer in elkaar gezet of hersteld kan worden.
Jeremia 25 vers 35— En de vlucht zal vergaan van de herders, en de ontkoming van de heerlijken der kudde.
vergaan van de herders,
Of, verloren zijn voor, enz. dat is, daar zal geen ontvlieden zijn voor de regeerders, noch ontkoming voor de machtigen van het volk. Vergelijk Ps. 142:5 ; Am. 2:14-16 , enz.
Hertaald:vergaan van de herders,
Of: verloren zijn voor, enzovoort — dat is: er zal geen ontvluchten zijn voor de bestuurders en geen ontkomen voor de machtigen van het volk. Vergelijk Ps. 142:5 en Amos 2:14-16, enzovoort.
Jeremia 25 vers 37— Want de landouwen des vredes zullen uitgeroeid worden, vanwege de hittigheid des toorns des HEEREN.
landouwen des vredes
Of, kooien, herdershutten, lieflijke woningen [omdat het Hebreeuwse woord alzo genomen wordt] des vredes; dat is, waar men in vrede tevoren ging weiden, of in alle zekerheid en voorspoed woonde en meende te zullen blijven wonen.
Hertaald:landouwen des vredes
Of: kooien, herdershutten, lieflijke woningen — want het Hebreeuwse woord wordt zo opgevat — van de vrede; dat is: waar men tevoren in vrede placht te weiden, of waar men in alle zekerheid en voorspoed woonde en meende te zullen blijven wonen.
Jeremia 25 vers 38— Hij heeft, als een jonge leeuw, Zijn hutte verlaten; want hunlieder land is geworden tot een verwoesting, vanwege de hittigheid des verdrukkers, ja, vanwege de hittigheid Zijns toorns.
Hij heeft,
Namelijk de HEERE, van wien in het einde van vs.37 gesproken is.
Hertaald:Hij heeft,
Namelijk: de HEERE, over Wie aan het einde van vers 37 gesproken is.
hutte verlaten;
Of, hol. Dit kan men alzo verstaan, dat God, als een leeuw uit zijn hol, is uitgegaan als ten roof, om landen en lieden in groten toorn te verderven en als te verscheuren en te verslinden; of, dat Hij de plaats zijner residentie, Zion en den tempel [vanwaar Hij als een jonge leeuw de vijanden placht te verschrikken en te verscheuren], nu verlaten heeft, en het overzulks den vijand licht te doen zal zijn, het Joodse land te vermeesteren, enz.
Hertaald:hutte verlaten;
Of: hol. Men kan dit zo verstaan dat God als een leeuw uit zijn hol is uitgegaan om te roven en om landen en volken in grote toorn te verderven en als het ware te verscheuren en te verslinden. Of: dat Hij de plaats van Zijn verblijf, Sion en de tempel, vanwaar Hij als een jonge leeuw de vijanden placht af te schrikken en te verscheuren, nu verlaten heeft, zodat het voor de vijand gemakkelijk zal zijn het Joodse land te veroveren, enzovoort.
want hunlieder land
Of, zekerlijk.
Hertaald:want hunlieder land
Of: zeker.
verdrukkers,
Of, rovers, dat men op God, en ook op den Babyloniër kan duiden. Hebreeuws, verdrukkende; te weten, zwaard, gelijk onder Jer. 46:16 , en Jer. 50:16 , of land, of stad, gelijk Sef. 3:1 . Sommigen zetten het over: Vanwege de hittigheid der duif, omdat het Hebreeuwse woord zulks ook betekent; [zie Ps. 74:8 ] , alsof God wilde zeggen: Die tevoren zo lieflijk en minnelijk was als een duif, is nu geworden als een jonge verscheurende leeuw, en dat om de grote zonden van het volk. Sommigen verstaan door de duif de Assyriërs, van wie enigen schrijven dat zij in hunne banieren het beeld ener duif voerden. Dan moest men door de Assyriërs verstaan de Babyloniërs, als hebbende toen ten tijde de heerschappij over Assyrië. Vergelijk Ezra 6:22 .
Hertaald:verdrukkers,
Of: rovers; dat kan men zowel op God als op de Babyloniër betrekken. Hebreeuws: verdrukkend, namelijk het zwaard, zoals hieronder Jer. 46:16 en Jer. 50:16; of: het land, of de stad, zoals in Zef. 3:1. Sommigen vertalen het met: vanwege de hitsigheid van de duif, omdat het Hebreeuwse woord ook dat kan betekenen; zie Ps. 74:8. Alsof God wilde zeggen: wie tevoren zo lieflijk en beminnelijk was als een duif, is nu geworden als een jonge verscheurende leeuw, en dat vanwege de grote zonden van het volk. Sommigen verstaan onder de duif de Assyriërs, van wie enkelen schrijven dat zij het beeld van een duif in hun banieren voerden. Dan zou men onder de Assyriërs de Babyloniërs moeten verstaan, omdat die in die tijd de heerschappij over Assyrië hadden. Vergelijk Ezra 6:22.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De zeventig jaren — de tijdsduur die aan de ballingschap gesteld wordt, en die later nageteld is (Jer. 25:11-12)
"En dit ganse land zal worden tot een woestheid, tot een ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel dienen zeventig jaren" (Jer. 25:11). Er staat bij dat de klok daarna doorloopt: "als de zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over den koning van Babel, en over dat volk, spreekt de HEERE, hun ongerechtigheid bezoeken" (Jer. 25:12). Het oordeel over Juda en het oordeel over Babel staan dus in één zin, met een termijn ertussen.
Bijbelse betekenis: Merk op dat er een getal genoemd wordt. Dat is in de profeten niet gewoon; meestal blijft het bij "te dien dage". Hier krijgt de ballingschap een grens, en die grens maakt haar draaglijk: het is een tijd en geen einde. Let vervolgens op de tweede helft. Babel is werktuig én schuldig, precies zoals eerder bij Assur (reeds behandeld bij Jes. 10:7); wie het oordeel uitvoert, ontkomt er zelf niet aan. Let ten slotte op wat er met dit getal gebeurd is. Daniël las het jaren later in de boeken en ging bidden toen hij het uitrekende (Dan. 9:2); en de kroniekschrijver verbindt de zeventig jaren met de sabbatsjaren van het land (reeds behandeld bij 2 Kron. 36:21). Een profetie met een termijn erin is dus bedoeld om nageteld en gebeden te worden.
Typologie: Petrus zegt dat de profeten zelf onderzochten op welke tijd de Geest in hen doelde (1 Petr. 1:10-11). Daniël deed precies dat met dit vers, en zijn onderzoek liep uit op een gebed en niet op een berekening alleen.
De beker der grimmigheid — de profeet moet een beker rondgeven aan de volken (Jer. 25:15-29)
"Neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende" (Jer. 25:15). Wat het drinken uitwerkt staat erbij: "Dat zij drinken, en beven, en dol worden, vanwege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden" (Jer. 25:16). Daarna volgt een lange lijst van volken die de beker krijgen, en Jeruzalem staat vooraan. Het gedeelte sluit met een reden die geen enkel volk buiten schot laat: het kwaad begint bij de stad die naar Gods Naam genoemd is (Jer. 25:29).
Bijbelse betekenis: Merk op uit wiens hand de beker komt. Niet uit de hand van Babel maar uit die van God; dat is dezelfde lijn als bij Jesaja, waar de beker uit de hand van Jeruzalem wordt weggenomen (reeds behandeld bij Jes. 51:17). Let vervolgens op de volgorde van de lijst. Jeruzalem drinkt eerst, en pas daarna de volken. Het oordeel begint bij het huis dat Gods Naam draagt. Let ten slotte op wat de beker doet. Er staat niet dat hij doodt maar dat hij het verstand wegneemt: beven en dol worden. De Schrift tekent Gods oordeel hier als iets waarin men zichzelf niet meer in de hand heeft.
Typologie: Petrus zegt het beginsel van Jer. 25:29 met zoveel woorden: het is de tijd dat het oordeel begint van het huis Gods (reeds behandeld bij 1 Petr. 4:17). En de beker uit Gods hand is bij Christus in Gethsémané terechtgekomen (reeds behandeld bij Matt. 26:39).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het offer en de plaatsvervangingniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
De beker des wijns der grimmigheid — 25:15-29
Drieëntwintig jaar heeft Jeremia gesproken zonder dat er iemand luisterde. In dit hoofdstuk kondigt hij de zeventig jaren ballingschap aan, en daarna krijgt hij in een gezicht een opdracht die niet met woorden maar met een voorwerp gedaan moet worden.
God geeft de profeet een beker in handen die alle volken moeten leegdrinken — en de Schrift laat dat beeld niet los tot er Iemand komt Die hem vrijwillig aanneemt.
De opdracht is kort en vreemd: “Neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende.” De kanttekening zegt er meteen bij dat dit in een gezicht gebeurde. Die beker verbeeldt Gods toorn en Zijn oordelen, die Hij voor deze volken bereid had. En zij noemt de plaatsen waar hetzelfde beeld terugkeert: Psalm 75, Jesaja 51 en de Openbaring.
Wat volgt is een lijst waar geen einde aan lijkt te komen. Jeruzalem eerst, en dan Egypte, Uz, de Filistijnse steden, Edom, Moab, Ammon, Tyrus, Sidon, Dedan, Thema, Arabië, Zimri, Elam, Medië — en ten slotte alle koninkrijken der aarde die op de aardbodem zijn. Niemand slaat over. Het beeld van drinken is bovendien scherp gekozen: wie drinkt neemt iets naar binnen, en het werkt van binnenuit. Zij zullen drinken en beven en dol worden, staat erbij.
De Schrift houdt dat beeld vast, en dat is het opmerkelijke. Bij Jesaja ligt de beker bij Jeruzalem zelf, die er de droesem van uitgezogen heeft. In Psalm 75 staat hij in Gods hand, en wordt gezegd dat de goddelozen der aarde hem tot op de droesem zullen drinken. En in de Openbaring komt hij nog één keer terug: de wijn van Gods toorn, ongemengd ingeschonken.
En dan is er die ene nacht in een hof. Daar spreekt een Mens over ditzelfde voorwerp zonder het uit te leggen; wie de profeten kende, wist waar het over ging. “Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan? doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.” Even later, wanneer Petrus zijn zwaard trekt, zegt Hij het zonder aarzeling: den drinkbeker, dien Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken?
Hier ligt de omkering waar dit hoofdstuk om vraagt. In Jeremia gaat de beker rond langs de volken, en niemand kan hem weigeren. In de hof staat er Eén Die hem uit de hand van de Vader aanneemt zonder dat het Zijn beker was. Wat bij Jeremia een oordeel is dat wordt opgelegd, wordt daar een oordeel dat wordt overgenomen.
En dan is er nog de vraag waarmee het gedeelte sluit, en die vraag krijgt in dat licht een andere klank: zie, in de stad die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik plagen te zenden, en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Als het oordeel bij het huis van God begint, geldt dat ook voor Hem Die buiten de poort van diezelfde stad geleid werd.
Jeremia 25:15 — Neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand.
Jeremia 25:17-26 — Alle volken moeten drinken; niemand wordt overgeslagen.
Psalm 75:9 — In de hand des HEEREN is een beker, en de goddelozen drinken hem tot de droesem.
Jesaja 51:17 — Jeruzalem heeft van de hand des HEEREN de beker Zijner grimmigheid gedronken.
Mattheüs 26:39 — Laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan — doch gelijk Gij wilt.
Johannes 18:11 — Den drinkbeker, dien Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken?
In het Nieuwe Testament: Mattheüs 26:39-42; Johannes 18:11; Jesaja 51:17-22; Openbaring 14:10; 1 Petrus 4:17
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jeremia 25 niet aan. Wat wél vaststaat is dat de beker in heel de Schrift een vast beeld is voor de toorn van God. De kanttekening noemt bij dit vers zelf Psalm 75, Jesaja 51 en de Openbaring. Daarnaast staat vast dat Christus in Gethsémané en bij Zijn gevangenneming spreekt over een drinkbeker die de Vader Hem gegeven heeft. Dat Hij daarmee op dít beeld doelt, volgt uit dat vaste spraakgebruik en niet uit een aanhaling. De gevolgtrekking is sterk, maar zij blijft een gevolgtrekking.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Het opschrift in Hoofdst. 25:1, waarop eerst weer in Hoofdst. 30:1 een daarmee overeenkomstig volgt, bewijst, dat wij in Hoofdst. 25-29 een bij elkaar behorend geheel van redenen voor ons hebben, waarvan de bijzondere delen in verschillende opzichten met elkaar zamenhangen.
I. Vs. 1-38.KruisverwijzingenJeremia 1:2→Jeremia 11:7→Jeremia 7:13→Jeremia 36:1→Jeremia 26:5→Jeremia 29:19→Jeremia 1:15→Jeremia 18:16→ — Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadrezar, koning van Babel); Hetwelk de profeet Jeremia gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord. Ook heeft de HEERE tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen); Zeggende: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot eeuw; En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neder te buigen; en vertoornt Mij niet door uwer handen werk, opdat Ik u geen kwaad doe. Maar gij hebt naar Mij niet gehoord, spreekt de HEERE; opdat gij Mij vertoorndet door het werk uwer handen, u zelven ten kwade. Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen; Omdat gij Mijn woorden niet hebt gehoord; Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadrezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden. En Ik zal van hen doen vergaan de stem der vrolijkheid en de stem de vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens en het licht der lamp. In het zo belangrijke jaar, waarin de overwinning van Nebukadnezar bij Carchemis of Circesium aan den Eufraat plaats heeft (Hoofdst. 46:2), en daardoor de eerste van de vier wereldmonarchieën, waarover de Profeet Daniël in Hoofdst. 2 en 7 handelt, gevestigd werd, ontving Jeremia ene openbaring des Heeren, waarin met Juda wordt gerekend. Het heeft nu gedurende 23 jaren de werkzaamheid van den Profeet ondervonden, maar de roepstem tot bekering onopgevolgd gelaten. Opzettelijk heeft het den toorn Gods steeds erger tot zijn ongeluk opgewekt. Die ellende zal dan ook nu over het ontheiligde land komen tot gehele verwoesting, het ongehoorzaam volk zal gestraft worden met zeventigjarige slavernij onder den koning van Babel (vs. 1-11). Na die zeventig jaren komt ook de tijd der bezoeking over den koning van Babel en over al zijne volken, zodat nu ook de beurt van dienen aan hen komt, en zij de vergelding ontvangen, die zij verdiend hebben (vs. 12-14). De rede van den Profeet gaat daarop over tot den toon van een gezang, dat aan alle volken op de rij af het gericht van God verkondigt; alsdan ziet het oog des Profeten reeds in den tijd van het laatste oordeel (vs. 15-38).
KruisverwijzingenJeremia 36:1→2 Koningen 24:1→Daniël 1:1→Jeremia 46:2→— Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadrezar, koning van Babel);
De rede, die in dit hoofdstuk voorkomt, vooral het eerste gedeelte daarvan (vs. 3-11), is het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda en de overige volken, die er mede in betrekking stonden (vs. 9 en 15 vv.), in het vierde jaar der regering van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, d. i. 606 v. C. (dit vierde jaar van Jojakim was het eerste jaar van Nebukadnezar, koning van Babel).
KruisverwijzingenJeremia 18:11→Markus 7:14→Psalmen 49:1→Jeremia 26:2→Jeremia 19:14→Jeremia 35:13→Jeremia 38:1→— Hetwelk de profeet Jeremia gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende:
Het is het woord, hetwelk de Profeet Jeremia in nauwkeurige gehoorzaamheid aan des Heeren bevel en in getrouwe waarneming van zijn ambt, onmiddelijk na den slag bij Carchemis (2 Kon. 24:1) en nog vóór de inneming van Jeruzalem, gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Dit is de eerste maal, dat ene tijdsbepaling van ene profetie bij onzen Profeet wordt vooraan geplaatst; wij vinden alleen algemene tijdsbepalingen in de vorige profetieën, en zelfs, die slechts zelden (Hoofdst 3:6; 14:1). Eerst bij de intrede der grote katastrofe en met de hoofdstadiën van haar verloop overeenkomstig, vinden wij nauwkeurige chronologische opgaven (Hoofdst. 28:1; 32:1; 36:1; 39:1 enz.). Hier noemt zich Jeremia ook voor de eerste maal Profeet (want Hoofdst. 20:2 valt in lateren tijd); het is alsof hij dezen titel heeft verzwegen, totdat hij het begin van zijne dreigende profetie kon aankondigen (Deut. 18:21 v.). In dit jaar begon Jeremia tevens volgens Goddelijk bevel zijne voorzeggingen op te tekenen (Hoofdst. 36:1 vv.). Hij deed het, of hij misschien nog ter elfder ure door den gehelen indruk zijner profetische redenen de harten mocht bewegen, waarmee tevens is uitgesproken, dat een tijdpunt van eindigen en van onherroepelijke beslissing nabij was.
KruisverwijzingenJeremia 1:2→Jeremia 11:7→Jeremia 7:13→Jeremia 26:5→Jeremia 29:19→2 Kronieken 34:8→2 Kronieken 34:3→2 Timotheüs 4:2→— Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord.
1) Van het dertiende jaar der regering van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda tot op dezen dag toe d. i. van 629 v. C. af (Hoofdst. 1:2) (dit is het drie en twintigste jaar van mijne werkzaamheid onder u, dus drie en twintig jaren lang) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb het al dien tijd tot ulieden gesproken, ijverig en onophoudelijk, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord.
In vs. 3-11 wordt het volk van Juda aangekondigd, dat, nadat hij 23 jaar lang het volk onafgebroken des Heeren woord tot boete heeft verkondigd, zonder dat Juda op zijne redenen acht gaf, en op de vermaningen van alle andere Profeten, nu alle koningen van het Noorden onder aanvoering van Nebukadnezar, den koning van Babel, en de nabij wonende volken zullen komen, alles verwoesten en deze landen den koning van Babel 70 jaar lang zullen dienstbaar maken.
KruisverwijzingenJeremia 25:3→Jeremia 26:5→Jeremia 22:21→Hebreeën 12:25→Zacharia 7:11→Jeremia 32:33→Jeremia 17:23→Jeremia 11:7→— Ook heeft de HEERE tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen);
Ook heeft de HEERE ten tijde der vaderen (Hoofdst. 7:25 vv. 11:7 vv.) tot u gezonden al Zijne knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, met alle vlijt en zonder ophouden); maar gij hebt a) niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen. 1)
Merkt hieraan, dat God rekening houdt hetzij wij het doen of niet, hoe lang wij de middelen der genade genoten hebben, en hoe langer wij het genot daarvan gekend hebben, hoe zwaarder onze verantwoording zal zijn, indien wij er geen goed gebruik van gemaakt hebben.
KruisverwijzingenJeremia 7:7→Jeremia 17:25→Jeremia 18:11→Ezechiël 18:30→Jona 3:8→Jesaja 55:6→Jeremia 35:15→Genesis 17:8→— Zeggende: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot eeuw;
Zeggende, wat in ‘t bijzonder mijn eigen profetisch werk aangaat (Hoofdst. 18:11; 7:3 vv.)
Bekeert u toch, een iegelijk van zijnen bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uwen vaderen gegeven heeft, van eeuw tot eeuw.
2 Kon. 17:13. Jer. 35:15; Jon. 3:8.
KruisverwijzingenDeuteronomium 8:19→Jeremia 35:15→Jeremia 7:6→2 Koningen 17:35→Deuteronomium 6:14→Jeremia 7:9→Jozua 24:20→Deuteronomium 28:14→— En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neder te buigen; en vertoornt Mij niet door uwer handen werk, opdat Ik u geen kwaad doe.
En wandelt andere goden niet na, om die te dienen en u voor die neer te buigen, en vertoornt Mij niet door het werk uwer handen, opdat Ik uin Mijne rechtvaardige oordelen geen kwaad doe.
Kruisverwijzingen2 Koningen 21:15→Deuteronomium 32:21→Jeremia 32:30→Spreuken 8:36→Jeremia 7:18→2 Koningen 17:17→Nehemia 9:26→— Maar gij hebt naar Mij niet gehoord, spreekt de HEERE; opdat gij Mij vertoorndet door het werk uwer handen, u zelven ten kwade.
Maar gij hebt naar Mij niet gehoord, spreekt de HEERE; het was alsof gij opzettelijk het er op toelegdet, opdat gij Mij vertoorndet door het werk uwer harden, uzelven ten kwade.
— Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen; Omdat gij Mijn woorden niet hebt gehoord;
Daarom, 1) zo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat gij Mijne woorden niet hebt gehoord en geweigerd hebt u te bekeren;
Hier volgt de aankondiging der straf. De Profeet zegt derhalve dat God niet meer door woorden zou handelen, dewijl hun ongerechtigheid vol was geworden, zoals Hij zegt (Gen. 6:3): Mijn Geest zal niet twisten of niet langer twisten met den mens. Wanneer God zich aangordt om wraak te nemen over de misdaden der mensen, zegt Hij dat het niet meer de tijd is om te twisten.
KruisverwijzingenJeremia 1:15→Jeremia 18:16→Jeremia 43:10→Jesaja 13:3→1 Koningen 9:7→Jesaja 44:28→Ezechiël 29:18→Jesaja 39:7→— Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadrezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden.
Ziet, Ik zal de bedreiging in Hoofdst. 1:14 vv. vervullen, en zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE, en, gelijk Ik nog meer bepaald noem, tot Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijnen knecht (Dan. 2:1); en zal ze brengen over dit land en over de inwoners daarvan, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot ene ontzetting, en tot ene aanfluiting, en tot eeuwige woestheden (Hoofdst. 18:16; 19:8).
KruisverwijzingenJeremia 7:34→Openbaring 18:22→Ezechiël 26:13→Jeremia 16:9→Jeremia 33:10→Jesaja 24:7→Esther 7:4→Esther 3:13→— En Ik zal van hen doen vergaan de stem der vrolijkheid en de stem de vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens en het licht der lamp.
En Ik zal van hen (Jer. 7:34; 16:9) doen vergaan {a} de stem der vrolijkheid, en de stem der vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens(Exod. 16:24) en het licht der lamp, {a} alles wat er op wijst, dat daar mensen wonen. {a} Jes. 24:7. Ezech. 26:13.
Hiermede wordt weer aangekondigd, dat het ganse land ledig zou worden, dat alle inwoners zouden worden verbannen, dat er geen blijdschap en geen vrolijkheid meer zou zijn, geen arbeid meer zou worden verricht in het land der vaderen, dewijl allen verbannen zouden worden naar Babel. Geheel Juda en Jeruzalem zou gevankelijk worden weggevoerd, opdat het volk in den vreemde zou leren, wat het betekent het verbond met den Heere te hebben verbroken, en opdat er een zoeken zou gewekt worden naar den Heere om erbarming en redding.
KruisverwijzingenDaniël 9:2→Zacharia 7:5→Jeremia 12:11→Zacharia 1:12→Jeremia 4:27→2 Kronieken 36:21→Jesaja 23:15→Jeremia 25:12→— En dit ganse land zal worden tot een woestheid, tot een ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel dienen zeventig jaren.
En dit ganse land met zijne gehele omgeving zal worden tot ene woestheid, tot ene ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel, de koningen der Chaldeeuwsch-Babylonische Dynastie (2 Kon. 25:27). dienen zeventig jaren. Wanneer in deze voorzegging, die niet zonder reden zo nauwkeurig chronologisch is beschreven, ene zeventig jarige dienstbaarheid gedreigd wordt, kan het tijdpunt, van waar men moet tellen, slechts in dat jaar geplaatst worden, waarin de profetie werd uitgesproken, in het vierde jaar van Jojakim (606 v. C). Over het einde kan geen twijfel zijn, de natuurlijke grens der 70 jaren is het eerste jaar van Cyrus, waarin Israël tot zijn vaderland mocht gaan (536 v. C. Ezra 1:1 vv.). In de voorzegging, die reeds in het midden van de 70-jarige tijdruimte werd uitgesproken en tot de Joodse ballingen gericht werd (Hoofdst. 29:10), wordt geen nieuw punt van begin, dat in den tijd van het uitspreken der profetie zou moeten worden gezocht, aangegeven, maar het wordt gezegd in uitdrukkelijke aansluiting aan de vroeger beroemd gewordene profetie, dat de daarin vastgestelde 70 jaren volgens onveranderlijk Goddelijk raadsbesluit eerst moesten voorbijgegaan, voordat aan een terugkeren der gevangenen kon worden gedacht, dat het daarom dwaas was den valsen Profeten gehoor te geven. Deze vleiden hen, met het oog op ene vereniging, die zich onder de leiding van Egypte tegen de heerschappij der Chaldeën vormde, den ballingen met ijdele verwachtingen van ene nabijzijnde terugkering; zij wekten hun gemoederen op en brachten hen in gevaren; wat echter nog erger was, zij leidden hen af van de hun gestelde voorwaarde, om door oprecht berouw de verzoening met den Heere is zoeken.
KruisverwijzingenJesaja 13:19→Daniël 9:2→Jeremia 29:10→Jesaja 14:23→Jeremia 50:1→Jeremia 51:62→Ezechiël 35:9→Jesaja 46:1→— Maar het zal geschieden, als de zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over den koning van Babel, en over dat volk, spreekt de HEERE, hun ongerechtigheid bezoeken, mitsgaders over het land der Chaldeen, en zal dat stellen tot eeuwige verwoestingen.
Maar het zal geschieden, als de a) zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over den koning van Babel, dien alle volken gedurende dien tijd zullen dienen (Hoofdst. 27:7), en over dat volk der Chaldeën, (vs. 9) spreekt de HEERE, hun ongerechtigheid bezoeken, waarmee zij Mijn volk boven Mijnen last hebben verdrukt (Jes. 47:6), mitsgaders over het land der Chaldeën, en zal dat stellen tot eeuwige verwoestingen (Hoofdst. 51:26, 62).
2 Kron. 36:22. Ezra 1:1. Jer. 29:10. Dan. 9:2.
KruisverwijzingenJeremia 1:5→Jeremia 1:10→Daniël 5:31→Daniël 5:28→Openbaring 10:11→— En Ik zal over dat land brengen al Mijn woorden, die Ik daarover gesproken heb; al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken.
En Ik zal over dat land brengen al Mijne woorden, die Ik daarover gesproken heb; al wat in dit boek (Hoofdst. 46-51) geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken. De afdeling van vs. 12 af kan oorspronkelijk niet gevoegelijk behoord hebben bij de rede, zo als die den Profeet in het vierde jaar van Jojakim werd ingegeven. Zij is ene uitbreiding van deze bij de latere zamenvoeging van alles, wat aan Jeremia door den Heere bevolen was te spreken en te schrijven, tot een bijzonder boek, en wel ene door hemzelven gemaakte uitbreiding, volgens de orakelen, die hem in Hoofdst. 46-51 ten deel waren geworden; deze trekt hij hier in ééne somma bij elkaar. Reeds bij Ex. 20:6 werd opgemerkt, hoe het wedergeven van het vroeger ontvangen woord Gods bij de mannen Gods evenzeer een uitvloeisel schijnt te zijn van den levendmakenden Geest, als de vroegere verkondiging. Ene uitbreiding, door bijvoeging van latere openbaring Gods kan ons dus niet bevreemden; deze is voor de lezers, wier gezichtskring ook een ruimere is, dan die der vroegere hoorders. Nevens dergelijke veranderingen van het oorspronkelijke woord Gods, welke degenen, die het ontvingen en spraken onder de leiding des Heiligen Geestes zelf gemaakt hebben, komen op sommige plaatsen der Bijbelboeken ook korte opmerkingen voor, die niet van henzelven afkomstig zijn, maar van die mannen Gods, die de Bijbels boeken verzameld en tot één geheel verenigd hebben. Zulk ene opmerking hebben wij hier in de woorden: “al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken. ” Misschien is het evenzo met het slot van het 18de vers: “gelijk het is te dezen dage; ” hoewel dat ook ene toevoeging van Jeremia’s eigen hand bij de vervaardiging van zijn Boek zou kunnen zijn.
KruisverwijzingenJeremia 51:6→Jeremia 27:7→Jeremia 50:9→Jeremia 50:41→Openbaring 18:20→Jeremia 51:20→Daniël 5:28→Jesaja 14:2→— Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen.
Want a) van hen, van de volken en koningen van Chaldea, zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen 1) (Jes. 13:1-14 :27).
Jer. 27:7.
De Profeet zet hier denzelfden last voort, n. l. dat God eindelijk inderdaad zal tonen, dat, waar Hij vertoornd is geweest over Zijn volk, echter alle hoop op ontferming niet was verdwenen, dewijl Hij Zijn verbond gedachtig zou zijn. Hij matigt op deze wijze de hardheid van de vorige uitspraken, terwijl hij iets beters belooft dan de ellendige Joden in deze uiterste ellende zouden kunnen hopen. Weer mag men uit de woorden van den Profeet opmaken, dat zo God den arbeid van Nebukadnezar en anderen heeft gebruikt, deze niet enige gehoorzaamheid hebben betoond op een wijze, die lofwaardig was. Want indien zij zonder schuld waren geweest, zou God zeker onrechtvaardig hen gestraft hebben. Derhalve betekent deze plaats dat wanneer de duivel en de goddelozen de oordelen Gods uitvoeren, zij geen lof wegens gehoorzaamheid verdienen, dewijl dit hun oogmerk niet was. Nebukadnezar straft Juda niet om daarmee God een dienst te doen, in het bewustzijn van daardoor Gods Raad te vervullen, maar om eigen zin en lust te volgen, om zijn wereldrijk te vergroten. En waar hij nu op wrede wijze te werk ging, zich op onbehoorlijke wijze vergreep aan het volk des Verbonds, daar zou God op zijn tijd hem zijn zonde thuis bezoeken. De Profeet moet dit verkondigen, opdat Juda zou weten, dat toch eenmaal aan de ellende een einde zou komen.
KruisverwijzingenJesaja 51:17→Psalmen 75:8→Openbaring 14:10→Job 21:20→Jesaja 51:22→Jeremia 13:12→Jeremia 51:7→Psalmen 11:6→— Want alzo heeft de HEERE, de God Israels, tot mij gezegd: Neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende;
Want alzo heeft de HEERE, (om hier bij het gericht over Babel ook dat over de andere volken te voegen) de God Israëls tot mij gezegd: Neem dezen beker des a) wijns der grimmigheid van Mijne hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende (Hoofdst. 1:7).
Jer. 13:12.
KruisverwijzingenNahum 3:11→Jeremia 51:7→Ezechiël 23:32→Jeremia 51:39→Openbaring 16:9→Openbaring 14:8→Openbaring 18:3→Klaagliederen 4:21→— Dat zij drinken, en beven, en dol worden, vanwege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden.
Dat zij drinken, en, ten gevolge van den drank des toorns, dien zij genomen hebben (vs.
KruisverwijzingenHabakuk 2:16→Jeremia 25:16→Klaagliederen 4:21→Jesaja 51:21→Ezechiël 21:4→Deuteronomium 32:42→Jesaja 63:6→Jeremia 46:14→— Gij zult dan tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Drinkt, en wordt dronken, en spuwt, en valt neder, dat gij niet weder opstaat, vanwege het zwaard, dat Ik onder u zal zenden.
, beven en dol worden van wege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden. 1)
KruisverwijzingenJob 34:33→Handelingen 4:28→Jeremia 49:12→Jesaja 14:24→Daniël 4:35→Jeremia 51:29→Jeremia 4:28→Jesaja 46:10→— En het zal geschieden, wanneer zij weigeren zullen den beker van uw hand te nemen om te drinken, dat gij tot hen zeggen zult: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Gij zult zekerlijk drinken!
Hier scherpt de Profeet nog dieper in, dat het geen ijdele schrikbeelden zijn, waar hij de oordelen Gods tegen alle volken voorspelt, zoals wij de kinderlijke bedreigingen noemen, die geen gevolg hebben. Maar de Profeet bevestigt hier, dat hoe sterk de Joden en de andere volken er zich tegen verzetten, zij deze noodwendigheid niet kunnen ontvluchten, dat God rechter is van allen. Den Profeet wordt derhalve bevolen den beker te nemen en te doen drinken.
En ik nam den beker van des HEEREN hand, en ik gaf te drinken al den volken, tot welke de HEERE mij gezonden had, wel niet persoonlijk, maar volgens het mij opgedragen woord, als ook hun profeet.
Namelijk in de eerste plaats volgens den regel (1 Petr. 4:17): Jeruzalem en de steden van Juda, en haren koningen en haren vorsten, om die te stellen tot ene woestheid, tot ene ontzetting, tot ene aanfluiting, en tot enen vloek (Hoofdst. 9:11; 24:9), gelijk het is te dezen dag (vgl. vs. 13).
Faraö, den koning van Egypte a) en zijnen knechten, en zijnen vorsten, en al zijn volk;
Jer. 46. In Hoofdst. 47-51 volgen de bedreigende voorzeggingen in de orde op elkaar: 1) tegen Egypte (46); 2) tegen Filistea, Tyrus en Sidon (47);
tegen Moab (48); 4) tegen Ammon (49:1-6): 5) tegen Edom (49:7-22); 6) tegen Damascus (49:23-27); 7) tegen Kedar en Hazor (49:28-33);
tegen Elam (49:34-39); 9) tegen Babel (50 en 51). De optelling der heidense volken begint met Egypte en gaat dan noordwaarts zo, dat de in het Oosten en Westen van Juda wonende volken nevens elkaar worden opgesteld.
En den gansen gemengden hoop, 1) en allen koningen des lands van Uz (Job 1:1 1), en allen koningen van der a) Filistijnen land, en Askalon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod (Joz. 2:13); a)
Jer. 47:4 v.
In Egypte hadden zich vele vreemde volkstammen neergezet, anders “het ganse westen” de kust van Afrika langs de Middellandse zee.
a) Edom en b) Moab, en den kinderen c) Ammons in het zuiden en oosten der Dode zee;
(Jer. 49:7 v. b) Jer. 48. c) Jer. 49:31 v.
En allen koningen van a) Tyrus, en allen koningen van Zidonin Fenicië (2 (Sam. 5:11), en den koningen der eilanden, der landen aan de kusten, die aan gene zijde derMiddellandse zee zijn, uit Cyprus en tot Tartessus in Spanje;
Jer. 47:4.
Dedan (Gen. 10:7; 25:3) en Thema (Gen. 25:15. Jes. 21:14. Job 2:11 en 6:19), en Buz (Gen. 22:2. Job 32:2) en allen, die aan de hoeken afgekort zijn, de Kedarenen (Hoofdst. 9:25);
En allen koningen van Arabië, en allen koningen des gemengden hoops, die in de Syrisch-Arabische woestijn wonen; Hier worden onderscheiden de stad-bewonende en de woestijn-bewonende Arabieren.
En allen koningen van Zimri (waarschijnlijk hetzelfde als Jun van Gen. 25:2, tussen Arabië en Perzië, en allen koningen van Elam, en allen koningen van Medië (Jes. 21:2);
En allen koningen van het noorden, als Ararat, Meni en Askenas (Hoofdst. 51:27) die nabij en die verre zijn, den enen met den anderen; ja allen koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn; want zonder enige uitzondering zal Mijne straf over hen allen komen. En de koning van Sesach zal na hen drinken. Deze Sesach komt later In Hoofdst. 51:41 nog eens voor, en geeft daar volgens het parallelisme der leden (2 Sam. 1:27) duidelijk den koning van Babel te kennen. Dezelfde naam komt ook voor wanneer wij het zogenaamde Athbasch te baat nemen, het Kabbalistische alfabet, volgens hetwelk de letters van het gewone alfabet in omgekeerde orde voor elkaar staan (A is de eerste letter, daarvoor komt de laatste de Ph = Ath; evenzo vóór de tweede letter B de voorlaatste, de Sch = basch enz.), want volgens deze omgekeerde op elkandervolging staat vóór B beide keren de S(ch) en voor L ene Ch, dus Babel = Sesach (de vocalen komen niet in aanmerking, daar zij in het Hebr. niet mede worden geschreven). Wij behoeven gene bedenking te maken, hier een soortelijk geheimschrift aan te nemen, waar de profetie een apocalyptisch karakter (Dan. 7:1) aanneemt. In Openb. 13:18 toch vinden wij eveneens ene Kabbalistische symboliek (de Gematria, die met behulp van getalswaarde der letters den verborgen zin van den tekst aangeeft). Bovendien is de Kabbala niet zo geheel en al verwijderd van den geest der Schrift, dat wij die voor enkel woordspeling of dwaasheid zouden moeten houden, maar leidt werkelijk in vele opzichten tot erkenning van de wonderbare inrichting van het woord Gods en de diepte der wijsheid daarvan, gelijk zij ook op profetischen grond rust. In Hoofdst. 51:1 bedient Jeremia zich nogmaals van het Athbasch en schrift in dien zin: “Ziet Ik zal enen verdervenden wind opwekken tegen Babel en tegen degenen, die daar wonen Casdim (d. i. Chaldeën vs 24 en 35), Cardun (Nr. 11, 21, 4, 10, 13 van het alfabet) wordt leb-kamai (Nr. 12, 2, 19, 13, 10), waardoor de zin wordt: “in het hart van degenen, die tegen Mij opstaan. ” Babel is daar voorgesteld als het middelpunt of het centrum van alle vijandschap tegen den Heere (andere profetische namen voor het land der Chaldeën en Babel zie in Hoofdst. 50:21 en 31 v.). Desgelijks is ook op onze plaats de alzo verkregen naam Sesach voor Babel niet zonder diepere betekenis; het woord moet zonder twijfel zo veel zijn, als “verootmoediging, onderwerping, ” en kondigt vooraf het lot aan, dat den trotsen verdrukker van Israël wacht (Jes. 13:19 vv. 14:3 vv. 47:1 vv.
Gij zult dan tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Drinkt den voor u ingeschonken beker, vol van den wijn des toorns (vs. 15), en wordt dronken, en spuwt gelijk een dronken man, en valt neer, dat gij niet weer opstaat, van wege het zwaard, dat Ik onder u zenden zal, en waarmee Ik u zal nedervellen. Het beeld van enen drinkbeker des toorns komt veelvuldig voor in de Heilige Schrift (Jes. 51:17, 22. Ezech. 23:31 vv. Hab. 2:16. Ps. 60:5; 75:9); het drinken van den kelk is het beeld van het ondergaan der straf, de werking van het drinken, bedwelming en dronkenschap is een beeld van gebroken kracht, van verloren verstand en nadenken. Het is een stout beeld, volgens hetwelk al deze volken als tot een drinkgelag zijn vergaderd, waar zij niet den wijn der vreugde, maar den zwijmeldrank van Gods strafgericht moeten drinken. Het is slechts een profetisch beeld, maar een beeld, dat zijne vreselijke waarheid heeft. De geschiedenis toont ons ook thans nog dergelijke gebeurtenissen; slechts de Profeten ontbreken, ofschoon niet geheel. God doet van waarschuwende stemmen nog steeds Zijne strafgerichten voorafgaan, zo de volkeren er slechts naar willen luisteren.
En het zal geschieden, wanneer zij weigeren zullen den beker van uwe hand te nemen om te drinken, dat gij tot hen zeggen zult: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Gij zult zeker drinken! hoe gij u ook tegen den beker Mijns toorns moogt verzetten!
KruisverwijzingenSpreuken 11:31→1 Petrus 4:17→Ezechiël 38:21→Ezechiël 9:6→Obadja 1:16→1 Koningen 8:43→Jeremia 13:13→Jesaja 10:12→— Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Gij zult niet onschuldig gehouden worden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen.
Want ziet, in de a) stad, die naar Mijnen naam genoemd is, in Jeruzalem en de steden van Juda (vs. 18) begin Ik te plagen, en zoudt gij enigzins onschuldig gehouden worden? 1) Gij zult niet onschuldig worden gehouden (Hoofdst. 49:12); want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen.
1 Petr. 4:17 Zeer waar is het gezegde naar een woord van Clemens van Alexandrië: wie Gode het naaste is, dien treft Hij het eerst. Daarbij moet men echter het woord voegen van den heiligen Bernhard; die hier niet staan onder de plaag der mensen, komen daar onder de plaag der duivelen. Laat God Zijne liefste kinderen niet ongestraft, wanneer zij zondigen, hoe zou Hij dan diegenen ongestraft kunnen laten, die Zijne ware kinderen niet zijn, en door moedwillige zonden Hem dagelijks vertoornen! .
KruisverwijzingenAmos 1:2→Joël 3:16→Jesaja 42:13→Jesaja 16:9→Jeremia 48:33→2 Kronieken 30:27→Psalmen 58:5→Psalmen 11:4→— Gij zult dan al deze woorden tot hen profeteren, en gij zult tot hen zeggen: De HEERE zal brullen uit de hoogte, en Zijn stem verheffen uit de woning Zijner heiligheid; Hij zal schrikkelijk brullen over Zijn woonstede; Hij zal een vreugdegeschrei, als de druiven treders, uitroepen tegen alle inwoners der aarde.
Gij Jeremia, zult dan den wijn des toorns van Mijne hand nemen en daaruit allen volken schenken, tot welke Ik u zend (vs. 15 vv.). Wanneer zij echter dien van uwe hand niet willen aannemen en drinken, zult gij (vs. 28) al deze woorden tot hen profeteren, en gij zult tot hen zeggen: De HEERE zal, gelijk reeds in Joël 3:21 en Amos 1:2 gezegd is, brullen uit de hoogte
en Zijne stem verheffen uit de woning Zijner heiligheid; Hij zal schrikkelijk brullen over Zijne woonstede, Zijne schaapskooi. Zijn volk, dat Hij ten Herder had willen zijn, verscheurt Hij nu als een leeuw. Hij zal, om hier ook de profetie in Jes. 63:1-6 weer op te vatten, een vreugdgeschrei, als de druiven-treders, uitroepen tegen alle inwoners der aarde.
De Heere zal brullen uit de hoogte, niet van den berg Sion en Jeruzalem als Joël 3:16 maar van den hemel, van zijn heilige woning aldaar. Want Jeruzalem is een van de plaatsen tegen welke Hij brult. Hij zal schrikkelijk brullen over Zijne woonstede op de aarde, uit die van boven. Hij had lang gezwegen en scheen geen acht te geven op de goddeloosheid der volken. God overzag de tijden der onwetendheid, maar nu zou Hij een geschal maken, gelijk de aanvallers in een veldslag doen, tegen alle de inwoners der aarde, voor welke het een geschal van schrik zal zijn en nochtans is er een geschal van vreugde in den hemel, als dergenen die druiven-treden. Want als God rekening houdt met de trotse vijanden van Zijn koninkrijk onder hen, wordt er een grote stem van vele volken in den hemel gehoord. Openb. 19:1. Re 1 . Even als de leeuw plotseling brullend uit het bosschaadje te voorschijn treedt en verwoestend invalt in de zorgeloos nederliggende kudde (vs. 38. Hoofdst. 49:19; 50:44 brult Jehova uit de hoogte en laat uit Zijne heilige woning, den hemel, in een onweder naderende, Zijne stem klinken. Hij dondert voor Zijn leger uit (Joel 2:11). Terwijl de krijgslieden, wien de volvoering van Zijn gericht is opgedragen, als brullende leeuwen naderen, en met wild strijdgeschreeuw zich baden in het bloed der nedergehouwen volken, is Hij het enigermate zelf, die brult tegen dat veld, waar Zijne kudde nederligt, tegen de Hem geheiligde woonplaats Zijns volks (Hoofdst. 10:25. Ex. 15:13). Hij is het, die een juichen aanheft, even als dat der druiventreders, over al de bewoners der aarde, een Hedad (Jes 16:9 vv.), dat niet alleen het ver klinkend geroep der druivenlezers is, maar ook het woest gewoel der strijdenden, wanneer zij vol bloedgierigheid op den vijand aanvallen (Hoofdst. 48:33; 51:14), terwijl Hij de volken vermaalt en in hun bloed baadt, even als de druiventreder de druiven met zijne voeten stampt en door het bloed van den wijnstok bespat wordt.
KruisverwijzingenHosea 4:1→Joël 3:2→Micha 6:2→Jesaja 66:16→Ezechiël 20:35→Ezechiël 38:22→Jeremia 45:5→Jesaja 34:8→— Het geschal zal komen tot aan het einde der aarde; want de HEERE heeft een twist met de volken, Hij zal gericht houden met alle vlees; de goddelozen heeft Hij aan het zwaard overgegeven, spreekt de HEERE.
Het geschal zal komen, het gedreun van dien aangeheven kreet zal doordringen tot aan het einde der aarde; want de HEERE heeft enen twist met de volken; Hij zal gericht houden met alle vlees; de goddelozen heeft Hij aan het zwaard overgegeven, spreekt de HEERE (Jes. 66:16 vv.). Het oog van den Profeet ziet hier reeds die gebeurtenissen, die in Openb. 14:14 vv. en 19:11 vv. omtrent het gericht over den Antichrist en zijne legerscharen worden geprofeteerd. Zo is ook het volgende alleen goed te verstaan met het oog op die gebeurtenissen; de bijzonderheden zijn echter voor ons nog vrij duister, totdat de dag der vervulling ze ons in het volle licht zal stellen. Een voorspel zal daarvan zijn wat in Openb. 16:12-16 bedoeld is, en niet zo verre van onzen tijd in de toekomst ligt.
KruisverwijzingenJeremia 23:19→Jesaja 34:2→2 Kronieken 15:6→Jeremia 30:23→Jesaja 30:30→Jesaja 5:28→Sefanja 3:8→Lukas 21:10→— Zo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, een kwaad gaat er uit van volk tot volk. en een groot onweder zal er verwekt worden van de zijden der aarde.
Zo zegt de HEERE der heirscharen omtrent de wijze van uitvoering van het zooeven voorzegde gericht: ziet een kwaad gaat er uit van volk tot volk, en een groot onweder zal er verwekt worden van de zijden der aarde, even als een onweerstorm, wanneer die aan den horizon opkomt, van het uiterste eind schijnt te komen (Hoofdst. 10:13).
KruisverwijzingenJesaja 66:16→Psalmen 79:3→Jesaja 5:25→Jeremia 8:2→Ezechiël 39:4→Jeremia 25:18→Jeremia 16:4→Psalmen 83:10→— En de verslagenen des HEEREN zullen te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.
En de verslagenen des HEEREN zullen, wanneer het onweder des gerichts zich heeft ontlast (Jes. 66:16), te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde (Hoofdst. 12:12); zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn (Hoofdst. 8:2; 16:4. Jes. 34:3; 66:24).
KruisverwijzingenJeremia 6:26→Jesaja 10:12→Psalmen 2:9→Jesaja 33:1→Jeremia 50:27→Jesaja 30:14→Jeremia 3:19→Jeremia 25:23→— Huilt, gij herders! en schreeuwt, en wentelt u in de as, gij heerlijken van de kudde! want uw dagen zijn vervuld, dat men slachten zal, en van uw verstrooiingen, dan zult gij vervallen als een kostelijk vat.
a) Huilt gij, herders! gij koningen en machthebbers der volken (Hoofdst. 2:8; 10:21; 22:22; 23:1 vv.), en schreeuwt en wentelt u in de as, gelijk dezulken doen, die in den hoogsten nood om hulp en genade smeken (Hoofdst. 6:26), gij heerlijken van de kudde! want uwe dagen zijn vervuld, dat men b) slachten zal, en de tijd van uwe c) verstrooiingen is gekomen; dan zult gij vervallen als een kostelijk vat 1) in het eeuwig verderf.
(Jer. 4:8 b) (Jes. 65:12. Jer. 12:3 c) Jer. 9:16; 13:14, 24; 18:17.
Hiermede wordt verzekerd dat geen stand zal worden verschoond. Noch die der vorsten, noch die der aanzienlijken, noch die der geringen. Het gehele volk en alle volken hebben tegen den Heere overtreden van den grootste tot den kleinste toe, van den aanzienlijkste tot den geringste. Dan zal de Heere niemand verschonen van hen, die zich tegen Hem hebben verzet.
KruisverwijzingenJob 11:20→Amos 2:14→Jeremia 38:23→Openbaring 6:14→Jesaja 2:12→Ezechiël 17:15→Daniël 5:30→Jesaja 24:21→— En de vlucht zal vergaan van de herders, en de ontkoming van de heerlijken der kudde.
En de vlucht zal vergaan 1) van de herders en de ontkoming van de heerlijken der kudde; zelfs voor de machtigen zullen er gene middelen ter ontkoming overblijven (Amos 2:14).
Beter: En de toevlucht der herders zal vergaan. Met andere woorden, er zal noch voor de herders, noch voor de heerlijken onder de kudde een toevlucht zijn en een plaats voor ontkoming. Als God, de Heere zich opmaakt om te vernietigen, waar zal dan een verberging zijn tegen Zijn toorn? Zijne ogen doorlopen de ganse aarde. Nergens, noch in den hemel, noch op de aarde, noch in de hel, is er een plaats, waar men zich tegen zijn toorn verbergen kan, indien men het kruis van Golgotha veracht en door woord en daad getuigd heeft: Wij willen niet dat Gij koning over ons zult zijn.
KruisverwijzingenJeremia 4:8→Jeremia 25:34→— Er zal zijn een stem des geroeps der herderen, en een gehuil der heerlijken van de kudde, omdat de HEERE hun weide verstoort.
Er zal zijn ene stem des geroeps der herderen, en een gehuil der heerlijken van de kudde, omdat de HEERE hun weide verstoort, de velden, waarop zij tot hiertoe zo ongestoord en veilig konden grazen.
KruisverwijzingenJesaja 27:10→Jesaja 32:14→— Want de landouwen des vredes zullen uitgeroeid worden, vanwege de hittigheid des toorns des HEEREN.
Want de landouwen des vredes zullen uitgeroeid worden 1), van wege de hittigheid des toorns des HEEREN.
Zelfs de vreedzame woningen zijn ter neer geworpen. Zij, die gewoon waren gerust te zijn en niet ontrust te worden, de woningen in welke gij lang in vrede gewoond hebt, zullen nu niet langer zodanig zijn, maar door den oorlog terneer geworpen.
KruisverwijzingenJeremia 4:7→Jeremia 5:6→Hosea 13:7→Hosea 5:14→Jeremia 50:44→Jeremia 49:19→Amos 8:8→Psalmen 76:2→— Hij heeft, als een jonge leeuw, Zijn hutte verlaten; want hunlieder land is geworden tot een verwoesting, vanwege de hittigheid des verdrukkers, ja, vanwege de hittigheid Zijns toorns.
Hij, de Heere, heeft, als een jonge leeuw, zijn leger, Zijne hutte, Zijne heilige woning in den hemel (vs. 30) verlaten; want hunlieder land is geworden tot ene verwoesting, van wege de hittigheid des verdrukkers (Hoofdst. 46:16; 50:16), ja van wege de hittigheid Zijns toorns. De rede vermaant ons, het zachte suizen Gods in Zijn heilig predikambt niet achteloos voorbij te gaan, noch de oren daarvoor te stoppen; anders zou de tijd komen, dat wij het brullen Gods zouden moeten horen, waarvoor God ons moge bewaren.
Het opschrift in Hoofdst. 25:1, waarop eerst weer in Hoofdst. 30:1 een daarmee overeenkomstig volgt, bewijst, dat wij in Hoofdst. 25-29 een bij elkaar behorend geheel van redenen voor ons hebben, waarvan de bijzondere delen in verschillende opzichten met elkaar zamenhangen.
I. Vs. 1-38.KruisverwijzingenJeremia 1:2→Jeremia 11:7→Jeremia 7:13→Jeremia 36:1→Jeremia 26:5→Jeremia 29:19→Jeremia 1:15→Jeremia 18:16→ — Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadrezar, koning van Babel); Hetwelk de profeet Jeremia gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord. Ook heeft de HEERE tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen); Zeggende: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot eeuw; En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neder te buigen; en vertoornt Mij niet door uwer handen werk, opdat Ik u geen kwaad doe. Maar gij hebt naar Mij niet gehoord, spreekt de HEERE; opdat gij Mij vertoorndet door het werk uwer handen, u zelven ten kwade. Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen; Omdat gij Mijn woorden niet hebt gehoord; Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadrezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden. En Ik zal van hen doen vergaan de stem der vrolijkheid en de stem de vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens en het licht der lamp. In het zo belangrijke jaar, waarin de overwinning van Nebukadnezar bij Carchemis of Circesium aan den Eufraat plaats heeft (Hoofdst. 46:2), en daardoor de eerste van de vier wereldmonarchieën, waarover de Profeet Daniël in Hoofdst. 2 en 7 handelt, gevestigd werd, ontving Jeremia ene openbaring des Heeren, waarin met Juda wordt gerekend. Het heeft nu gedurende 23 jaren de werkzaamheid van den Profeet ondervonden, maar de roepstem tot bekering onopgevolgd gelaten. Opzettelijk heeft het den toorn Gods steeds erger tot zijn ongeluk opgewekt. Die ellende zal dan ook nu over het ontheiligde land komen tot gehele verwoesting, het ongehoorzaam volk zal gestraft worden met zeventigjarige slavernij onder den koning van Babel (vs. 1-11). Na die zeventig jaren komt ook de tijd der bezoeking over den koning van Babel en over al zijne volken, zodat nu ook de beurt van dienen aan hen komt, en zij de vergelding ontvangen, die zij verdiend hebben (vs. 12-14). De rede van den Profeet gaat daarop over tot den toon van een gezang, dat aan alle volken op de rij af het gericht van God verkondigt; alsdan ziet het oog des Profeten reeds in den tijd van het laatste oordeel (vs. 15-38).
De rede, die in dit hoofdstuk voorkomt, vooral het eerste gedeelte daarvan (vs. 3-11), is het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda en de overige volken, die er mede in betrekking stonden (vs. 9 en 15 vv.), in het vierde jaar der regering van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, d. i. 606 v. C. (dit vierde jaar van Jojakim was het eerste jaar van Nebukadnezar, koning van Babel).
Het is het woord, hetwelk de Profeet Jeremia in nauwkeurige gehoorzaamheid aan des Heeren bevel en in getrouwe waarneming van zijn ambt, onmiddelijk na den slag bij Carchemis (2 Kon. 24:1) en nog vóór de inneming van Jeruzalem, gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Dit is de eerste maal, dat ene tijdsbepaling van ene profetie bij onzen Profeet wordt vooraan geplaatst; wij vinden alleen algemene tijdsbepalingen in de vorige profetieën, en zelfs, die slechts zelden (Hoofdst 3:6; 14:1). Eerst bij de intrede der grote katastrofe en met de hoofdstadiën van haar verloop overeenkomstig, vinden wij nauwkeurige chronologische opgaven (Hoofdst. 28:1; 32:1; 36:1; 39:1 enz.). Hier noemt zich Jeremia ook voor de eerste maal Profeet (want Hoofdst. 20:2 valt in lateren tijd); het is alsof hij dezen titel heeft verzwegen, totdat hij het begin van zijne dreigende profetie kon aankondigen (Deut. 18:21 v.). In dit jaar begon Jeremia tevens volgens Goddelijk bevel zijne voorzeggingen op te tekenen (Hoofdst. 36:1 vv.). Hij deed het, of hij misschien nog ter elfder ure door den gehelen indruk zijner profetische redenen de harten mocht bewegen, waarmee tevens is uitgesproken, dat een tijdpunt van eindigen en van onherroepelijke beslissing nabij was.
1) Van het dertiende jaar der regering van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda tot op dezen dag toe d. i. van 629 v. C. af (Hoofdst. 1:2) (dit is het drie en twintigste jaar van mijne werkzaamheid onder u, dus drie en twintig jaren lang) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb het al dien tijd tot ulieden gesproken, ijverig en onophoudelijk, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord.
In vs. 3-11 wordt het volk van Juda aangekondigd, dat, nadat hij 23 jaar lang het volk onafgebroken des Heeren woord tot boete heeft verkondigd, zonder dat Juda op zijne redenen acht gaf, en op de vermaningen van alle andere Profeten, nu alle koningen van het Noorden onder aanvoering van Nebukadnezar, den koning van Babel, en de nabij wonende volken zullen komen, alles verwoesten en deze landen den koning van Babel 70 jaar lang zullen dienstbaar maken.
Ook heeft de HEERE ten tijde der vaderen (Hoofdst. 7:25 vv. 11:7 vv.) tot u gezonden al Zijne knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, met alle vlijt en zonder ophouden); maar gij hebt a) niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen. 1)
Merkt hieraan, dat God rekening houdt hetzij wij het doen of niet, hoe lang wij de middelen der genade genoten hebben, en hoe langer wij het genot daarvan gekend hebben, hoe zwaarder onze verantwoording zal zijn, indien wij er geen goed gebruik van gemaakt hebben.
Zeggende, wat in ‘t bijzonder mijn eigen profetisch werk aangaat (Hoofdst. 18:11; 7:3 vv.)
Bekeert u toch, een iegelijk van zijnen bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uwen vaderen gegeven heeft, van eeuw tot eeuw.
2 Kon. 17:13. Jer. 35:15; Jon. 3:8.
En wandelt andere goden niet na, om die te dienen en u voor die neer te buigen, en vertoornt Mij niet door het werk uwer handen, opdat Ik uin Mijne rechtvaardige oordelen geen kwaad doe.
Maar gij hebt naar Mij niet gehoord, spreekt de HEERE; het was alsof gij opzettelijk het er op toelegdet, opdat gij Mij vertoorndet door het werk uwer harden, uzelven ten kwade.
Daarom, 1) zo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat gij Mijne woorden niet hebt gehoord en geweigerd hebt u te bekeren;
Hier volgt de aankondiging der straf. De Profeet zegt derhalve dat God niet meer door woorden zou handelen, dewijl hun ongerechtigheid vol was geworden, zoals Hij zegt (Gen. 6:3): Mijn Geest zal niet twisten of niet langer twisten met den mens. Wanneer God zich aangordt om wraak te nemen over de misdaden der mensen, zegt Hij dat het niet meer de tijd is om te twisten.
Ziet, Ik zal de bedreiging in Hoofdst. 1:14 vv. vervullen, en zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE, en, gelijk Ik nog meer bepaald noem, tot Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijnen knecht (Dan. 2:1); en zal ze brengen over dit land en over de inwoners daarvan, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot ene ontzetting, en tot ene aanfluiting, en tot eeuwige woestheden (Hoofdst. 18:16; 19:8).
En Ik zal van hen (Jer. 7:34; 16:9) doen vergaan {a} de stem der vrolijkheid, en de stem der vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens(Exod. 16:24) en het licht der lamp, {a} alles wat er op wijst, dat daar mensen wonen. {a} Jes. 24:7. Ezech. 26:13.
Hiermede wordt weer aangekondigd, dat het ganse land ledig zou worden, dat alle inwoners zouden worden verbannen, dat er geen blijdschap en geen vrolijkheid meer zou zijn, geen arbeid meer zou worden verricht in het land der vaderen, dewijl allen verbannen zouden worden naar Babel. Geheel Juda en Jeruzalem zou gevankelijk worden weggevoerd, opdat het volk in den vreemde zou leren, wat het betekent het verbond met den Heere te hebben verbroken, en opdat er een zoeken zou gewekt worden naar den Heere om erbarming en redding.
En dit ganse land met zijne gehele omgeving zal worden tot ene woestheid, tot ene ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel, de koningen der Chaldeeuwsch-Babylonische Dynastie (2 Kon. 25:27). dienen zeventig jaren. Wanneer in deze voorzegging, die niet zonder reden zo nauwkeurig chronologisch is beschreven, ene zeventig jarige dienstbaarheid gedreigd wordt, kan het tijdpunt, van waar men moet tellen, slechts in dat jaar geplaatst worden, waarin de profetie werd uitgesproken, in het vierde jaar van Jojakim (606 v. C). Over het einde kan geen twijfel zijn, de natuurlijke grens der 70 jaren is het eerste jaar van Cyrus, waarin Israël tot zijn vaderland mocht gaan (536 v. C. Ezra 1:1 vv.). In de voorzegging, die reeds in het midden van de 70-jarige tijdruimte werd uitgesproken en tot de Joodse ballingen gericht werd (Hoofdst. 29:10), wordt geen nieuw punt van begin, dat in den tijd van het uitspreken der profetie zou moeten worden gezocht, aangegeven, maar het wordt gezegd in uitdrukkelijke aansluiting aan de vroeger beroemd gewordene profetie, dat de daarin vastgestelde 70 jaren volgens onveranderlijk Goddelijk raadsbesluit eerst moesten voorbijgegaan, voordat aan een terugkeren der gevangenen kon worden gedacht, dat het daarom dwaas was den valsen Profeten gehoor te geven. Deze vleiden hen, met het oog op ene vereniging, die zich onder de leiding van Egypte tegen de heerschappij der Chaldeën vormde, den ballingen met ijdele verwachtingen van ene nabijzijnde terugkering; zij wekten hun gemoederen op en brachten hen in gevaren; wat echter nog erger was, zij leidden hen af van de hun gestelde voorwaarde, om door oprecht berouw de verzoening met den Heere is zoeken.
Maar het zal geschieden, als de a) zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over den koning van Babel, dien alle volken gedurende dien tijd zullen dienen (Hoofdst. 27:7), en over dat volk der Chaldeën, (vs. 9) spreekt de HEERE, hun ongerechtigheid bezoeken, waarmee zij Mijn volk boven Mijnen last hebben verdrukt (Jes. 47:6), mitsgaders over het land der Chaldeën, en zal dat stellen tot eeuwige verwoestingen (Hoofdst. 51:26, 62).
2 Kron. 36:22. Ezra 1:1. Jer. 29:10. Dan. 9:2.
En Ik zal over dat land brengen al Mijne woorden, die Ik daarover gesproken heb; al wat in dit boek (Hoofdst. 46-51) geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken. De afdeling van vs. 12 af kan oorspronkelijk niet gevoegelijk behoord hebben bij de rede, zo als die den Profeet in het vierde jaar van Jojakim werd ingegeven. Zij is ene uitbreiding van deze bij de latere zamenvoeging van alles, wat aan Jeremia door den Heere bevolen was te spreken en te schrijven, tot een bijzonder boek, en wel ene door hemzelven gemaakte uitbreiding, volgens de orakelen, die hem in Hoofdst. 46-51 ten deel waren geworden; deze trekt hij hier in ééne somma bij elkaar. Reeds bij Ex. 20:6 werd opgemerkt, hoe het wedergeven van het vroeger ontvangen woord Gods bij de mannen Gods evenzeer een uitvloeisel schijnt te zijn van den levendmakenden Geest, als de vroegere verkondiging. Ene uitbreiding, door bijvoeging van latere openbaring Gods kan ons dus niet bevreemden; deze is voor de lezers, wier gezichtskring ook een ruimere is, dan die der vroegere hoorders. Nevens dergelijke veranderingen van het oorspronkelijke woord Gods, welke degenen, die het ontvingen en spraken onder de leiding des Heiligen Geestes zelf gemaakt hebben, komen op sommige plaatsen der Bijbelboeken ook korte opmerkingen voor, die niet van henzelven afkomstig zijn, maar van die mannen Gods, die de Bijbels boeken verzameld en tot één geheel verenigd hebben. Zulk ene opmerking hebben wij hier in de woorden: “al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken. ” Misschien is het evenzo met het slot van het 18de vers: “gelijk het is te dezen dage; ” hoewel dat ook ene toevoeging van Jeremia’s eigen hand bij de vervaardiging van zijn Boek zou kunnen zijn.
Want a) van hen, van de volken en koningen van Chaldea, zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen 1) (Jes. 13:1-14 :27).
Jer. 27:7.
De Profeet zet hier denzelfden last voort, n. l. dat God eindelijk inderdaad zal tonen, dat, waar Hij vertoornd is geweest over Zijn volk, echter alle hoop op ontferming niet was verdwenen, dewijl Hij Zijn verbond gedachtig zou zijn. Hij matigt op deze wijze de hardheid van de vorige uitspraken, terwijl hij iets beters belooft dan de ellendige Joden in deze uiterste ellende zouden kunnen hopen. Weer mag men uit de woorden van den Profeet opmaken, dat zo God den arbeid van Nebukadnezar en anderen heeft gebruikt, deze niet enige gehoorzaamheid hebben betoond op een wijze, die lofwaardig was. Want indien zij zonder schuld waren geweest, zou God zeker onrechtvaardig hen gestraft hebben. Derhalve betekent deze plaats dat wanneer de duivel en de goddelozen de oordelen Gods uitvoeren, zij geen lof wegens gehoorzaamheid verdienen, dewijl dit hun oogmerk niet was. Nebukadnezar straft Juda niet om daarmee God een dienst te doen, in het bewustzijn van daardoor Gods Raad te vervullen, maar om eigen zin en lust te volgen, om zijn wereldrijk te vergroten. En waar hij nu op wrede wijze te werk ging, zich op onbehoorlijke wijze vergreep aan het volk des Verbonds, daar zou God op zijn tijd hem zijn zonde thuis bezoeken. De Profeet moet dit verkondigen, opdat Juda zou weten, dat toch eenmaal aan de ellende een einde zou komen.
Want alzo heeft de HEERE, (om hier bij het gericht over Babel ook dat over de andere volken te voegen) de God Israëls tot mij gezegd: Neem dezen beker des a) wijns der grimmigheid van Mijne hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende (Hoofdst. 1:7).
Jer. 13:12.
Dat zij drinken, en, ten gevolge van den drank des toorns, dien zij genomen hebben (vs.
, beven en dol worden van wege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden. 1)
Hier scherpt de Profeet nog dieper in, dat het geen ijdele schrikbeelden zijn, waar hij de oordelen Gods tegen alle volken voorspelt, zoals wij de kinderlijke bedreigingen noemen, die geen gevolg hebben. Maar de Profeet bevestigt hier, dat hoe sterk de Joden en de andere volken er zich tegen verzetten, zij deze noodwendigheid niet kunnen ontvluchten, dat God rechter is van allen. Den Profeet wordt derhalve bevolen den beker te nemen en te doen drinken.
En ik nam den beker van des HEEREN hand, en ik gaf te drinken al den volken, tot welke de HEERE mij gezonden had, wel niet persoonlijk, maar volgens het mij opgedragen woord, als ook hun profeet.
Namelijk in de eerste plaats volgens den regel (1 Petr. 4:17): Jeruzalem en de steden van Juda, en haren koningen en haren vorsten, om die te stellen tot ene woestheid, tot ene ontzetting, tot ene aanfluiting, en tot enen vloek (Hoofdst. 9:11; 24:9), gelijk het is te dezen dag (vgl. vs. 13).
Faraö, den koning van Egypte a) en zijnen knechten, en zijnen vorsten, en al zijn volk;
Jer. 46. In Hoofdst. 47-51 volgen de bedreigende voorzeggingen in de orde op elkaar: 1) tegen Egypte (46); 2) tegen Filistea, Tyrus en Sidon (47);
tegen Moab (48); 4) tegen Ammon (49:1-6): 5) tegen Edom (49:7-22); 6) tegen Damascus (49:23-27); 7) tegen Kedar en Hazor (49:28-33);
tegen Elam (49:34-39); 9) tegen Babel (50 en 51). De optelling der heidense volken begint met Egypte en gaat dan noordwaarts zo, dat de in het Oosten en Westen van Juda wonende volken nevens elkaar worden opgesteld.
En den gansen gemengden hoop, 1) en allen koningen des lands van Uz (Job 1:1 1), en allen koningen van der a) Filistijnen land, en Askalon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod (Joz. 2:13); a)
Jer. 47:4 v.
In Egypte hadden zich vele vreemde volkstammen neergezet, anders “het ganse westen” de kust van Afrika langs de Middellandse zee.
a) Edom en b) Moab, en den kinderen c) Ammons in het zuiden en oosten der Dode zee;
(Jer. 49:7 v. b) Jer. 48. c) Jer. 49:31 v.
En allen koningen van a) Tyrus, en allen koningen van Zidonin Fenicië (2 (Sam. 5:11), en den koningen der eilanden, der landen aan de kusten, die aan gene zijde derMiddellandse zee zijn, uit Cyprus en tot Tartessus in Spanje;
Jer. 47:4.
Dedan (Gen. 10:7; 25:3) en Thema (Gen. 25:15. Jes. 21:14. Job 2:11 en 6:19), en Buz (Gen. 22:2. Job 32:2) en allen, die aan de hoeken afgekort zijn, de Kedarenen (Hoofdst. 9:25);
En allen koningen van Arabië, en allen koningen des gemengden hoops, die in de Syrisch-Arabische woestijn wonen; Hier worden onderscheiden de stad-bewonende en de woestijn-bewonende Arabieren.
En allen koningen van Zimri (waarschijnlijk hetzelfde als Jun van Gen. 25:2, tussen Arabië en Perzië, en allen koningen van Elam, en allen koningen van Medië (Jes. 21:2);
En allen koningen van het noorden, als Ararat, Meni en Askenas (Hoofdst. 51:27) die nabij en die verre zijn, den enen met den anderen; ja allen koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn; want zonder enige uitzondering zal Mijne straf over hen allen komen. En de koning van Sesach zal na hen drinken. Deze Sesach komt later In Hoofdst. 51:41 nog eens voor, en geeft daar volgens het parallelisme der leden (2 Sam. 1:27) duidelijk den koning van Babel te kennen. Dezelfde naam komt ook voor wanneer wij het zogenaamde Athbasch te baat nemen, het Kabbalistische alfabet, volgens hetwelk de letters van het gewone alfabet in omgekeerde orde voor elkaar staan (A is de eerste letter, daarvoor komt de laatste de Ph = Ath; evenzo vóór de tweede letter B de voorlaatste, de Sch = basch enz.), want volgens deze omgekeerde op elkandervolging staat vóór B beide keren de S(ch) en voor L ene Ch, dus Babel = Sesach (de vocalen komen niet in aanmerking, daar zij in het Hebr. niet mede worden geschreven). Wij behoeven gene bedenking te maken, hier een soortelijk geheimschrift aan te nemen, waar de profetie een apocalyptisch karakter (Dan. 7:1) aanneemt. In Openb. 13:18 toch vinden wij eveneens ene Kabbalistische symboliek (de Gematria, die met behulp van getalswaarde der letters den verborgen zin van den tekst aangeeft). Bovendien is de Kabbala niet zo geheel en al verwijderd van den geest der Schrift, dat wij die voor enkel woordspeling of dwaasheid zouden moeten houden, maar leidt werkelijk in vele opzichten tot erkenning van de wonderbare inrichting van het woord Gods en de diepte der wijsheid daarvan, gelijk zij ook op profetischen grond rust. In Hoofdst. 51:1 bedient Jeremia zich nogmaals van het Athbasch en schrift in dien zin: “Ziet Ik zal enen verdervenden wind opwekken tegen Babel en tegen degenen, die daar wonen Casdim (d. i. Chaldeën vs 24 en 35), Cardun (Nr. 11, 21, 4, 10, 13 van het alfabet) wordt leb-kamai (Nr. 12, 2, 19, 13, 10), waardoor de zin wordt: “in het hart van degenen, die tegen Mij opstaan. ” Babel is daar voorgesteld als het middelpunt of het centrum van alle vijandschap tegen den Heere (andere profetische namen voor het land der Chaldeën en Babel zie in Hoofdst. 50:21 en 31 v.). Desgelijks is ook op onze plaats de alzo verkregen naam Sesach voor Babel niet zonder diepere betekenis; het woord moet zonder twijfel zo veel zijn, als “verootmoediging, onderwerping, ” en kondigt vooraf het lot aan, dat den trotsen verdrukker van Israël wacht (Jes. 13:19 vv. 14:3 vv. 47:1 vv.
Gij zult dan tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Drinkt den voor u ingeschonken beker, vol van den wijn des toorns (vs. 15), en wordt dronken, en spuwt gelijk een dronken man, en valt neer, dat gij niet weer opstaat, van wege het zwaard, dat Ik onder u zenden zal, en waarmee Ik u zal nedervellen. Het beeld van enen drinkbeker des toorns komt veelvuldig voor in de Heilige Schrift (Jes. 51:17, 22. Ezech. 23:31 vv. Hab. 2:16. Ps. 60:5; 75:9); het drinken van den kelk is het beeld van het ondergaan der straf, de werking van het drinken, bedwelming en dronkenschap is een beeld van gebroken kracht, van verloren verstand en nadenken. Het is een stout beeld, volgens hetwelk al deze volken als tot een drinkgelag zijn vergaderd, waar zij niet den wijn der vreugde, maar den zwijmeldrank van Gods strafgericht moeten drinken. Het is slechts een profetisch beeld, maar een beeld, dat zijne vreselijke waarheid heeft. De geschiedenis toont ons ook thans nog dergelijke gebeurtenissen; slechts de Profeten ontbreken, ofschoon niet geheel. God doet van waarschuwende stemmen nog steeds Zijne strafgerichten voorafgaan, zo de volkeren er slechts naar willen luisteren.
En het zal geschieden, wanneer zij weigeren zullen den beker van uwe hand te nemen om te drinken, dat gij tot hen zeggen zult: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Gij zult zeker drinken! hoe gij u ook tegen den beker Mijns toorns moogt verzetten!
Want ziet, in de a) stad, die naar Mijnen naam genoemd is, in Jeruzalem en de steden van Juda (vs. 18) begin Ik te plagen, en zoudt gij enigzins onschuldig gehouden worden? 1) Gij zult niet onschuldig worden gehouden (Hoofdst. 49:12); want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen.
1 Petr. 4:17 Zeer waar is het gezegde naar een woord van Clemens van Alexandrië: wie Gode het naaste is, dien treft Hij het eerst. Daarbij moet men echter het woord voegen van den heiligen Bernhard; die hier niet staan onder de plaag der mensen, komen daar onder de plaag der duivelen. Laat God Zijne liefste kinderen niet ongestraft, wanneer zij zondigen, hoe zou Hij dan diegenen ongestraft kunnen laten, die Zijne ware kinderen niet zijn, en door moedwillige zonden Hem dagelijks vertoornen! .
Gij Jeremia, zult dan den wijn des toorns van Mijne hand nemen en daaruit allen volken schenken, tot welke Ik u zend (vs. 15 vv.). Wanneer zij echter dien van uwe hand niet willen aannemen en drinken, zult gij (vs. 28) al deze woorden tot hen profeteren, en gij zult tot hen zeggen: De HEERE zal, gelijk reeds in Joël 3:21 en Amos 1:2 gezegd is, brullen uit de hoogte
en Zijne stem verheffen uit de woning Zijner heiligheid; Hij zal schrikkelijk brullen over Zijne woonstede, Zijne schaapskooi. Zijn volk, dat Hij ten Herder had willen zijn, verscheurt Hij nu als een leeuw. Hij zal, om hier ook de profetie in Jes. 63:1-6 weer op te vatten, een vreugdgeschrei, als de druiven-treders, uitroepen tegen alle inwoners der aarde.
De Heere zal brullen uit de hoogte, niet van den berg Sion en Jeruzalem als Joël 3:16 maar van den hemel, van zijn heilige woning aldaar. Want Jeruzalem is een van de plaatsen tegen welke Hij brult. Hij zal schrikkelijk brullen over Zijne woonstede op de aarde, uit die van boven. Hij had lang gezwegen en scheen geen acht te geven op de goddeloosheid der volken. God overzag de tijden der onwetendheid, maar nu zou Hij een geschal maken, gelijk de aanvallers in een veldslag doen, tegen alle de inwoners der aarde, voor welke het een geschal van schrik zal zijn en nochtans is er een geschal van vreugde in den hemel, als dergenen die druiven-treden. Want als God rekening houdt met de trotse vijanden van Zijn koninkrijk onder hen, wordt er een grote stem van vele volken in den hemel gehoord. Openb. 19:1. Even als de leeuw plotseling brullend uit het bosschaadje te voorschijn treedt en verwoestend invalt in de zorgeloos nederliggende kudde (vs. 38. Hoofdst. 49:19; 50:44 brult Jehova uit de hoogte en laat uit Zijne heilige woning, den hemel, in een onweder naderende, Zijne stem klinken. Hij dondert voor Zijn leger uit (Joel 2:11). Terwijl de krijgslieden, wien de volvoering van Zijn gericht is opgedragen, als brullende leeuwen naderen, en met wild strijdgeschreeuw zich baden in het bloed der nedergehouwen volken, is Hij het enigermate zelf, die brult tegen dat veld, waar Zijne kudde nederligt, tegen de Hem geheiligde woonplaats Zijns volks (Hoofdst. 10:25. Ex. 15:13). Hij is het, die een juichen aanheft, even als dat der druiventreders, over al de bewoners der aarde, een Hedad (Jes 16:9 vv.), dat niet alleen het ver klinkend geroep der druivenlezers is, maar ook het woest gewoel der strijdenden, wanneer zij vol bloedgierigheid op den vijand aanvallen (Hoofdst. 48:33; 51:14), terwijl Hij de volken vermaalt en in hun bloed baadt, even als de druiventreder de druiven met zijne voeten stampt en door het bloed van den wijnstok bespat wordt.
Het geschal zal komen, het gedreun van dien aangeheven kreet zal doordringen tot aan het einde der aarde; want de HEERE heeft enen twist met de volken; Hij zal gericht houden met alle vlees; de goddelozen heeft Hij aan het zwaard overgegeven, spreekt de HEERE (Jes. 66:16 vv.). Het oog van den Profeet ziet hier reeds die gebeurtenissen, die in Openb. 14:14 vv. en 19:11 vv. omtrent het gericht over den Antichrist en zijne legerscharen worden geprofeteerd. Zo is ook het volgende alleen goed te verstaan met het oog op die gebeurtenissen; de bijzonderheden zijn echter voor ons nog vrij duister, totdat de dag der vervulling ze ons in het volle licht zal stellen. Een voorspel zal daarvan zijn wat in Openb. 16:12-16 bedoeld is, en niet zo verre van onzen tijd in de toekomst ligt.
Zo zegt de HEERE der heirscharen omtrent de wijze van uitvoering van het zooeven voorzegde gericht: ziet een kwaad gaat er uit van volk tot volk, en een groot onweder zal er verwekt worden van de zijden der aarde, even als een onweerstorm, wanneer die aan den horizon opkomt, van het uiterste eind schijnt te komen (Hoofdst. 10:13).
En de verslagenen des HEEREN zullen, wanneer het onweder des gerichts zich heeft ontlast (Jes. 66:16), te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde (Hoofdst. 12:12); zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn (Hoofdst. 8:2; 16:4. Jes. 34:3; 66:24).
a) Huilt gij, herders! gij koningen en machthebbers der volken (Hoofdst. 2:8; 10:21; 22:22; 23:1 vv.), en schreeuwt en wentelt u in de as, gelijk dezulken doen, die in den hoogsten nood om hulp en genade smeken (Hoofdst. 6:26), gij heerlijken van de kudde! want uwe dagen zijn vervuld, dat men b) slachten zal, en de tijd van uwe c) verstrooiingen is gekomen; dan zult gij vervallen als een kostelijk vat 1) in het eeuwig verderf.
(Jer. 4:8 b) (Jes. 65:12. Jer. 12:3 c) Jer. 9:16; 13:14, 24; 18:17.
Hiermede wordt verzekerd dat geen stand zal worden verschoond. Noch die der vorsten, noch die der aanzienlijken, noch die der geringen. Het gehele volk en alle volken hebben tegen den Heere overtreden van den grootste tot den kleinste toe, van den aanzienlijkste tot den geringste. Dan zal de Heere niemand verschonen van hen, die zich tegen Hem hebben verzet.
En de vlucht zal vergaan 1) van de herders en de ontkoming van de heerlijken der kudde; zelfs voor de machtigen zullen er gene middelen ter ontkoming overblijven (Amos 2:14).
Beter: En de toevlucht der herders zal vergaan. Met andere woorden, er zal noch voor de herders, noch voor de heerlijken onder de kudde een toevlucht zijn en een plaats voor ontkoming. Als God, de Heere zich opmaakt om te vernietigen, waar zal dan een verberging zijn tegen Zijn toorn? Zijne ogen doorlopen de ganse aarde. Nergens, noch in den hemel, noch op de aarde, noch in de hel, is er een plaats, waar men zich tegen zijn toorn verbergen kan, indien men het kruis van Golgotha veracht en door woord en daad getuigd heeft: Wij willen niet dat Gij koning over ons zult zijn.
Er zal zijn ene stem des geroeps der herderen, en een gehuil der heerlijken van de kudde, omdat de HEERE hun weide verstoort, de velden, waarop zij tot hiertoe zo ongestoord en veilig konden grazen.
Want de landouwen des vredes zullen uitgeroeid worden 1), van wege de hittigheid des toorns des HEEREN.
Zelfs de vreedzame woningen zijn ter neer geworpen. Zij, die gewoon waren gerust te zijn en niet ontrust te worden, de woningen in welke gij lang in vrede gewoond hebt, zullen nu niet langer zodanig zijn, maar door den oorlog terneer geworpen.
Hij, de Heere, heeft, als een jonge leeuw, zijn leger, Zijne hutte, Zijne heilige woning in den hemel (vs. 30) verlaten; want hunlieder land is geworden tot ene verwoesting, van wege de hittigheid des verdrukkers (Hoofdst. 46:16; 50:16), ja van wege de hittigheid Zijns toorns. De rede vermaant ons, het zachte suizen Gods in Zijn heilig predikambt niet achteloos voorbij te gaan, noch de oren daarvoor te stoppen; anders zou de tijd komen, dat wij het brullen Gods zouden moeten horen, waarvoor God ons moge bewaren.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 25
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Het opschrift in Hoofdst. 25:1, waarop eerst weer in Hoofdst. 30:1 een daarmee overeenkomstig volgt, bewijst, dat wij in Hoofdst. 25-29 een bij elkaar behorend geheel van redenen voor ons hebben, waarvan de bijzondere delen in verschillende opzichten met elkaar zamenhangen.
I. Vs. 1-38.KruisverwijzingenJeremia 1:2→Jeremia 11:7→Jeremia 7:13→Jeremia 36:1→Jeremia 26:5→Jeremia 29:19→Jeremia 1:15→Jeremia 18:16→
— Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadrezar, koning van Babel); Hetwelk de profeet Jeremia gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord. Ook heeft de HEERE tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen); Zeggende: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot eeuw; En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neder te buigen; en vertoornt Mij niet door uwer handen werk, opdat Ik u geen kwaad doe. Maar gij hebt naar Mij niet gehoord, spreekt de HEERE; opdat gij Mij vertoorndet door het werk uwer handen, u zelven ten kwade. Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen; Omdat gij Mijn woorden niet hebt gehoord; Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadrezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden. En Ik zal van hen doen vergaan de stem der vrolijkheid en de stem de vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens en het licht der lamp.
In het zo belangrijke jaar, waarin de overwinning van Nebukadnezar bij Carchemis of Circesium aan den Eufraat plaats heeft (Hoofdst. 46:2), en daardoor de eerste van de vier wereldmonarchieën, waarover de Profeet Daniël in Hoofdst. 2 en 7 handelt, gevestigd werd, ontving Jeremia ene openbaring des Heeren, waarin met Juda wordt gerekend. Het heeft nu gedurende 23 jaren de werkzaamheid van den Profeet ondervonden, maar de roepstem tot bekering onopgevolgd gelaten. Opzettelijk heeft het den toorn Gods steeds erger tot zijn ongeluk opgewekt. Die ellende zal dan ook nu over het ontheiligde land komen tot gehele verwoesting, het ongehoorzaam volk zal gestraft worden met zeventigjarige slavernij onder den koning van Babel (vs. 1-11). Na die zeventig jaren komt ook de tijd der bezoeking over den koning van Babel en over al zijne volken, zodat nu ook de beurt van dienen aan hen komt, en zij de vergelding ontvangen, die zij verdiend hebben (vs. 12-14). De rede van den Profeet gaat daarop over tot den toon van een gezang, dat aan alle volken op de rij af het gericht van God verkondigt; alsdan ziet het oog des Profeten reeds in den tijd van het laatste oordeel (vs. 15-38).
De rede, die in dit hoofdstuk voorkomt, vooral het eerste gedeelte daarvan (vs. 3-11), is het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda en de overige volken, die er mede in betrekking stonden (vs. 9 en 15 vv.), in het vierde jaar der regering van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, d. i. 606 v. C. (dit vierde jaar van Jojakim was het eerste jaar van Nebukadnezar, koning van Babel).
Het is het woord, hetwelk de Profeet Jeremia in nauwkeurige gehoorzaamheid aan des Heeren bevel en in getrouwe waarneming van zijn ambt, onmiddelijk na den slag bij Carchemis (2 Kon. 24:1) en nog vóór de inneming van Jeruzalem, gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Dit is de eerste maal, dat ene tijdsbepaling van ene profetie bij onzen Profeet wordt vooraan geplaatst; wij vinden alleen algemene tijdsbepalingen in de vorige profetieën, en zelfs, die slechts zelden (Hoofdst 3:6; 14:1). Eerst bij de intrede der grote katastrofe en met de hoofdstadiën van haar verloop overeenkomstig, vinden wij nauwkeurige chronologische opgaven (Hoofdst. 28:1; 32:1; 36:1; 39:1 enz.). Hier noemt zich Jeremia ook voor de eerste maal Profeet (want Hoofdst. 20:2 valt in lateren tijd); het is alsof hij dezen titel heeft verzwegen, totdat hij het begin van zijne dreigende profetie kon aankondigen (Deut. 18:21 v.). In dit jaar begon Jeremia tevens volgens Goddelijk bevel zijne voorzeggingen op te tekenen (Hoofdst. 36:1 vv.). Hij deed het, of hij misschien nog ter elfder ure door den gehelen indruk zijner profetische redenen de harten mocht bewegen, waarmee tevens is uitgesproken, dat een tijdpunt van eindigen en van onherroepelijke beslissing nabij was.
1) Van het dertiende jaar der regering van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda tot op dezen dag toe d. i. van 629 v. C. af (Hoofdst. 1:2) (dit is het drie en twintigste jaar van mijne werkzaamheid onder u, dus drie en twintig jaren lang) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb het al dien tijd tot ulieden gesproken, ijverig en onophoudelijk, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord.
In vs. 3-11 wordt het volk van Juda aangekondigd, dat, nadat hij 23 jaar lang het volk onafgebroken des Heeren woord tot boete heeft verkondigd, zonder dat Juda op zijne redenen acht gaf, en op de vermaningen van alle andere Profeten, nu alle koningen van het Noorden onder aanvoering van Nebukadnezar, den koning van Babel, en de nabij wonende volken zullen komen, alles verwoesten en deze landen den koning van Babel 70 jaar lang zullen dienstbaar maken.
Ook heeft de HEERE ten tijde der vaderen (Hoofdst. 7:25 vv. 11:7 vv.) tot u gezonden al Zijne knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, met alle vlijt en zonder ophouden); maar gij hebt a) niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen. 1)
Jer. 11:7, 8, 10; 13:10, 11; 16:12; 17:23; 18:12; 19:15; 22:21. 1
Merkt hieraan, dat God rekening houdt hetzij wij het doen of niet, hoe lang wij de middelen der genade genoten hebben, en hoe langer wij het genot daarvan gekend hebben, hoe zwaarder onze verantwoording zal zijn, indien wij er geen goed gebruik van gemaakt hebben.
Zeggende, wat in ‘t bijzonder mijn eigen profetisch werk aangaat (Hoofdst. 18:11; 7:3 vv.)
Bekeert u toch, een iegelijk van zijnen bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uwen vaderen gegeven heeft, van eeuw tot eeuw.
2 Kon. 17:13. Jer. 35:15; Jon. 3:8.
En wandelt andere goden niet na, om die te dienen en u voor die neer te buigen, en vertoornt Mij niet door het werk uwer handen, opdat Ik uin Mijne rechtvaardige oordelen geen kwaad doe.
Maar gij hebt naar Mij niet gehoord, spreekt de HEERE; het was alsof gij opzettelijk het er op toelegdet, opdat gij Mij vertoorndet door het werk uwer harden, uzelven ten kwade.
Daarom, 1) zo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat gij Mijne woorden niet hebt gehoord en geweigerd hebt u te bekeren;
Hier volgt de aankondiging der straf. De Profeet zegt derhalve dat God niet meer door woorden zou handelen, dewijl hun ongerechtigheid vol was geworden, zoals Hij zegt (Gen. 6:3): Mijn Geest zal niet twisten of niet langer twisten met den mens. Wanneer God zich aangordt om wraak te nemen over de misdaden der mensen, zegt Hij dat het niet meer de tijd is om te twisten.
Ziet, Ik zal de bedreiging in Hoofdst. 1:14 vv. vervullen, en zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE, en, gelijk Ik nog meer bepaald noem, tot Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijnen knecht (Dan. 2:1); en zal ze brengen over dit land en over de inwoners daarvan, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot ene ontzetting, en tot ene aanfluiting, en tot eeuwige woestheden (Hoofdst. 18:16; 19:8).
En Ik zal van hen (Jer. 7:34; 16:9) doen vergaan {a} de stem der vrolijkheid, en de stem der vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens(Exod. 16:24) en het licht der lamp, {a} alles wat er op wijst, dat daar mensen wonen. {a} Jes. 24:7. Ezech. 26:13.
Hiermede wordt weer aangekondigd, dat het ganse land ledig zou worden, dat alle inwoners zouden worden verbannen, dat er geen blijdschap en geen vrolijkheid meer zou zijn, geen arbeid meer zou worden verricht in het land der vaderen, dewijl allen verbannen zouden worden naar Babel. Geheel Juda en Jeruzalem zou gevankelijk worden weggevoerd, opdat het volk in den vreemde zou leren, wat het betekent het verbond met den Heere te hebben verbroken, en opdat er een zoeken zou gewekt worden naar den Heere om erbarming en redding.
En dit ganse land met zijne gehele omgeving zal worden tot ene woestheid, tot ene ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel, de koningen der Chaldeeuwsch-Babylonische Dynastie (2 Kon. 25:27). dienen zeventig jaren. Wanneer in deze voorzegging, die niet zonder reden zo nauwkeurig chronologisch is beschreven, ene zeventig jarige dienstbaarheid gedreigd wordt, kan het tijdpunt, van waar men moet tellen, slechts in dat jaar geplaatst worden, waarin de profetie werd uitgesproken, in het vierde jaar van Jojakim (606 v. C). Over het einde kan geen twijfel zijn, de natuurlijke grens der 70 jaren is het eerste jaar van Cyrus, waarin Israël tot zijn vaderland mocht gaan (536 v. C. Ezra 1:1 vv.). In de voorzegging, die reeds in het midden van de 70-jarige tijdruimte werd uitgesproken en tot de Joodse ballingen gericht werd (Hoofdst. 29:10), wordt geen nieuw punt van begin, dat in den tijd van het uitspreken der profetie zou moeten worden gezocht, aangegeven, maar het wordt gezegd in uitdrukkelijke aansluiting aan de vroeger beroemd gewordene profetie, dat de daarin vastgestelde 70 jaren volgens onveranderlijk Goddelijk raadsbesluit eerst moesten voorbijgegaan, voordat aan een terugkeren der gevangenen kon worden gedacht, dat het daarom dwaas was den valsen Profeten gehoor te geven. Deze vleiden hen, met het oog op ene vereniging, die zich onder de leiding van Egypte tegen de heerschappij der Chaldeën vormde, den ballingen met ijdele verwachtingen van ene nabijzijnde terugkering; zij wekten hun gemoederen op en brachten hen in gevaren; wat echter nog erger was, zij leidden hen af van de hun gestelde voorwaarde, om door oprecht berouw de verzoening met den Heere is zoeken.
Maar het zal geschieden, als de a) zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over den koning van Babel, dien alle volken gedurende dien tijd zullen dienen (Hoofdst. 27:7), en over dat volk der Chaldeën, (vs. 9) spreekt de HEERE, hun ongerechtigheid bezoeken, waarmee zij Mijn volk boven Mijnen last hebben verdrukt (Jes. 47:6), mitsgaders over het land der Chaldeën, en zal dat stellen tot eeuwige verwoestingen (Hoofdst. 51:26, 62).
2 Kron. 36:22. Ezra 1:1. Jer. 29:10. Dan. 9:2.
En Ik zal over dat land brengen al Mijne woorden, die Ik daarover gesproken heb; al wat in dit boek (Hoofdst. 46-51) geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken. De afdeling van vs. 12 af kan oorspronkelijk niet gevoegelijk behoord hebben bij de rede, zo als die den Profeet in het vierde jaar van Jojakim werd ingegeven. Zij is ene uitbreiding van deze bij de latere zamenvoeging van alles, wat aan Jeremia door den Heere bevolen was te spreken en te schrijven, tot een bijzonder boek, en wel ene door hemzelven gemaakte uitbreiding, volgens de orakelen, die hem in Hoofdst. 46-51 ten deel waren geworden; deze trekt hij hier in ééne somma bij elkaar. Reeds bij Ex. 20:6 werd opgemerkt, hoe het wedergeven van het vroeger ontvangen woord Gods bij de mannen Gods evenzeer een uitvloeisel schijnt te zijn van den levendmakenden Geest, als de vroegere verkondiging. Ene uitbreiding, door bijvoeging van latere openbaring Gods kan ons dus niet bevreemden; deze is voor de lezers, wier gezichtskring ook een ruimere is, dan die der vroegere hoorders. Nevens dergelijke veranderingen van het oorspronkelijke woord Gods, welke degenen, die het ontvingen en spraken onder de leiding des Heiligen Geestes zelf gemaakt hebben, komen op sommige plaatsen der Bijbelboeken ook korte opmerkingen voor, die niet van henzelven afkomstig zijn, maar van die mannen Gods, die de Bijbels boeken verzameld en tot één geheel verenigd hebben. Zulk ene opmerking hebben wij hier in de woorden: “al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken. ” Misschien is het evenzo met het slot van het 18de vers: “gelijk het is te dezen dage; ” hoewel dat ook ene toevoeging van Jeremia’s eigen hand bij de vervaardiging van zijn Boek zou kunnen zijn.
Want a) van hen, van de volken en koningen van Chaldea, zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen 1) (Jes. 13:1-14 :27).
Jer. 27:7.
De Profeet zet hier denzelfden last voort, n. l. dat God eindelijk inderdaad zal tonen, dat, waar Hij vertoornd is geweest over Zijn volk, echter alle hoop op ontferming niet was verdwenen, dewijl Hij Zijn verbond gedachtig zou zijn. Hij matigt op deze wijze de hardheid van de vorige uitspraken, terwijl hij iets beters belooft dan de ellendige Joden in deze uiterste ellende zouden kunnen hopen. Weer mag men uit de woorden van den Profeet opmaken, dat zo God den arbeid van Nebukadnezar en anderen heeft gebruikt, deze niet enige gehoorzaamheid hebben betoond op een wijze, die lofwaardig was. Want indien zij zonder schuld waren geweest, zou God zeker onrechtvaardig hen gestraft hebben. Derhalve betekent deze plaats dat wanneer de duivel en de goddelozen de oordelen Gods uitvoeren, zij geen lof wegens gehoorzaamheid verdienen, dewijl dit hun oogmerk niet was. Nebukadnezar straft Juda niet om daarmee God een dienst te doen, in het bewustzijn van daardoor Gods Raad te vervullen, maar om eigen zin en lust te volgen, om zijn wereldrijk te vergroten. En waar hij nu op wrede wijze te werk ging, zich op onbehoorlijke wijze vergreep aan het volk des Verbonds, daar zou God op zijn tijd hem zijn zonde thuis bezoeken. De Profeet moet dit verkondigen, opdat Juda zou weten, dat toch eenmaal aan de ellende een einde zou komen.
Want alzo heeft de HEERE, (om hier bij het gericht over Babel ook dat over de andere volken te voegen) de God Israëls tot mij gezegd: Neem dezen beker des a) wijns der grimmigheid van Mijne hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende (Hoofdst. 1:7).
Jer. 13:12.
Dat zij drinken, en, ten gevolge van den drank des toorns, dien zij genomen hebben (vs.
, beven en dol worden van wege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden. 1)
Hier scherpt de Profeet nog dieper in, dat het geen ijdele schrikbeelden zijn, waar hij de oordelen Gods tegen alle volken voorspelt, zoals wij de kinderlijke bedreigingen noemen, die geen gevolg hebben. Maar de Profeet bevestigt hier, dat hoe sterk de Joden en de andere volken er zich tegen verzetten, zij deze noodwendigheid niet kunnen ontvluchten, dat God rechter is van allen. Den Profeet wordt derhalve bevolen den beker te nemen en te doen drinken.
En ik nam den beker van des HEEREN hand, en ik gaf te drinken al den volken, tot welke de HEERE mij gezonden had, wel niet persoonlijk, maar volgens het mij opgedragen woord, als ook hun profeet.
Namelijk in de eerste plaats volgens den regel (1 Petr. 4:17): Jeruzalem en de steden van Juda, en haren koningen en haren vorsten, om die te stellen tot ene woestheid, tot ene ontzetting, tot ene aanfluiting, en tot enen vloek (Hoofdst. 9:11; 24:9), gelijk het is te dezen dag (vgl. vs. 13).
Faraö, den koning van Egypte a) en zijnen knechten, en zijnen vorsten, en al zijn volk;
Jer. 46. In Hoofdst. 47-51 volgen de bedreigende voorzeggingen in de orde op elkaar: 1) tegen Egypte (46); 2) tegen Filistea, Tyrus en Sidon (47);
tegen Moab (48); 4) tegen Ammon (49:1-6): 5) tegen Edom (49:7-22); 6) tegen Damascus (49:23-27); 7) tegen Kedar en Hazor (49:28-33);
tegen Elam (49:34-39); 9) tegen Babel (50 en 51). De optelling der heidense volken begint met Egypte en gaat dan noordwaarts zo, dat de in het Oosten en Westen van Juda wonende volken nevens elkaar worden opgesteld.
En den gansen gemengden hoop, 1) en allen koningen des lands van Uz (Job 1:1 1), en allen koningen van der a) Filistijnen land, en Askalon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod (Joz. 2:13); a)
Jer. 47:4 v.
In Egypte hadden zich vele vreemde volkstammen neergezet, anders “het ganse westen” de kust van Afrika langs de Middellandse zee.
a) Edom en b) Moab, en den kinderen c) Ammons in het zuiden en oosten der Dode zee;
(Jer. 49:7 v. b) Jer. 48. c) Jer. 49:31 v.
En allen koningen van a) Tyrus, en allen koningen van Zidonin Fenicië (2 (Sam. 5:11), en den koningen der eilanden, der landen aan de kusten, die aan gene zijde derMiddellandse zee zijn, uit Cyprus en tot Tartessus in Spanje;
Jer. 47:4.
Dedan (Gen. 10:7; 25:3) en Thema (Gen. 25:15. Jes. 21:14. Job 2:11 en 6:19), en Buz (Gen. 22:2. Job 32:2) en allen, die aan de hoeken afgekort zijn, de Kedarenen (Hoofdst. 9:25);
En allen koningen van Arabië, en allen koningen des gemengden hoops, die in de Syrisch-Arabische woestijn wonen; Hier worden onderscheiden de stad-bewonende en de woestijn-bewonende Arabieren.
En allen koningen van Zimri (waarschijnlijk hetzelfde als Jun van Gen. 25:2, tussen Arabië en Perzië, en allen koningen van Elam, en allen koningen van Medië (Jes. 21:2);
En allen koningen van het noorden, als Ararat, Meni en Askenas (Hoofdst. 51:27) die nabij en die verre zijn, den enen met den anderen; ja allen koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn; want zonder enige uitzondering zal Mijne straf over hen allen komen. En de koning van Sesach zal na hen drinken. Deze Sesach komt later In Hoofdst. 51:41 nog eens voor, en geeft daar volgens het parallelisme der leden (2 Sam. 1:27) duidelijk den koning van Babel te kennen. Dezelfde naam komt ook voor wanneer wij het zogenaamde Athbasch te baat nemen, het Kabbalistische alfabet, volgens hetwelk de letters van het gewone alfabet in omgekeerde orde voor elkaar staan (A is de eerste letter, daarvoor komt de laatste de Ph = Ath; evenzo vóór de tweede letter B de voorlaatste, de Sch = basch enz.), want volgens deze omgekeerde op elkandervolging staat vóór B beide keren de S(ch) en voor L ene Ch, dus Babel = Sesach (de vocalen komen niet in aanmerking, daar zij in het Hebr. niet mede worden geschreven). Wij behoeven gene bedenking te maken, hier een soortelijk geheimschrift aan te nemen, waar de profetie een apocalyptisch karakter (Dan. 7:1) aanneemt. In Openb. 13:18 toch vinden wij eveneens ene Kabbalistische symboliek (de Gematria, die met behulp van getalswaarde der letters den verborgen zin van den tekst aangeeft). Bovendien is de Kabbala niet zo geheel en al verwijderd van den geest der Schrift, dat wij die voor enkel woordspeling of dwaasheid zouden moeten houden, maar leidt werkelijk in vele opzichten tot erkenning van de wonderbare inrichting van het woord Gods en de diepte der wijsheid daarvan, gelijk zij ook op profetischen grond rust. In Hoofdst. 51:1 bedient Jeremia zich nogmaals van het Athbasch en schrift in dien zin: “Ziet Ik zal enen verdervenden wind opwekken tegen Babel en tegen degenen, die daar wonen Casdim (d. i. Chaldeën vs 24 en 35), Cardun (Nr. 11, 21, 4, 10, 13 van het alfabet) wordt leb-kamai (Nr. 12, 2, 19, 13, 10), waardoor de zin wordt: “in het hart van degenen, die tegen Mij opstaan. ” Babel is daar voorgesteld als het middelpunt of het centrum van alle vijandschap tegen den Heere (andere profetische namen voor het land der Chaldeën en Babel zie in Hoofdst. 50:21 en 31 v.). Desgelijks is ook op onze plaats de alzo verkregen naam Sesach voor Babel niet zonder diepere betekenis; het woord moet zonder twijfel zo veel zijn, als “verootmoediging, onderwerping, ” en kondigt vooraf het lot aan, dat den trotsen verdrukker van Israël wacht (Jes. 13:19 vv. 14:3 vv. 47:1 vv.
Gij zult dan tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Drinkt den voor u ingeschonken beker, vol van den wijn des toorns (vs. 15), en wordt dronken, en spuwt gelijk een dronken man, en valt neer, dat gij niet weer opstaat, van wege het zwaard, dat Ik onder u zenden zal, en waarmee Ik u zal nedervellen. Het beeld van enen drinkbeker des toorns komt veelvuldig voor in de Heilige Schrift (Jes. 51:17, 22. Ezech. 23:31 vv. Hab. 2:16. Ps. 60:5; 75:9); het drinken van den kelk is het beeld van het ondergaan der straf, de werking van het drinken, bedwelming en dronkenschap is een beeld van gebroken kracht, van verloren verstand en nadenken. Het is een stout beeld, volgens hetwelk al deze volken als tot een drinkgelag zijn vergaderd, waar zij niet den wijn der vreugde, maar den zwijmeldrank van Gods strafgericht moeten drinken. Het is slechts een profetisch beeld, maar een beeld, dat zijne vreselijke waarheid heeft. De geschiedenis toont ons ook thans nog dergelijke gebeurtenissen; slechts de Profeten ontbreken, ofschoon niet geheel. God doet van waarschuwende stemmen nog steeds Zijne strafgerichten voorafgaan, zo de volkeren er slechts naar willen luisteren.
En het zal geschieden, wanneer zij weigeren zullen den beker van uwe hand te nemen om te drinken, dat gij tot hen zeggen zult: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Gij zult zeker drinken! hoe gij u ook tegen den beker Mijns toorns moogt verzetten!
Want ziet, in de a) stad, die naar Mijnen naam genoemd is, in Jeruzalem en de steden van Juda (vs. 18) begin Ik te plagen, en zoudt gij enigzins onschuldig gehouden worden? 1) Gij zult niet onschuldig worden gehouden (Hoofdst. 49:12); want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen.
1 Petr. 4:17 Zeer waar is het gezegde naar een woord van Clemens van Alexandrië: wie Gode het naaste is, dien treft Hij het eerst. Daarbij moet men echter het woord voegen van den heiligen Bernhard; die hier niet staan onder de plaag der mensen, komen daar onder de plaag der duivelen. Laat God Zijne liefste kinderen niet ongestraft, wanneer zij zondigen, hoe zou Hij dan diegenen ongestraft kunnen laten, die Zijne ware kinderen niet zijn, en door moedwillige zonden Hem dagelijks vertoornen! .
Gij Jeremia, zult dan den wijn des toorns van Mijne hand nemen en daaruit allen volken schenken, tot welke Ik u zend (vs. 15 vv.). Wanneer zij echter dien van uwe hand niet willen aannemen en drinken, zult gij (vs. 28) al deze woorden tot hen profeteren, en gij zult tot hen zeggen: De HEERE zal, gelijk reeds in Joël 3:21 en Amos 1:2 gezegd is, brullen uit de hoogte
en Zijne stem verheffen uit de woning Zijner heiligheid; Hij zal schrikkelijk brullen over Zijne woonstede, Zijne schaapskooi. Zijn volk, dat Hij ten Herder had willen zijn, verscheurt Hij nu als een leeuw. Hij zal, om hier ook de profetie in Jes. 63:1-6 weer op te vatten, een vreugdgeschrei, als de druiven-treders, uitroepen tegen alle inwoners der aarde.
De Heere zal brullen uit de hoogte, niet van den berg Sion en Jeruzalem als Joël 3:16 maar van den hemel, van zijn heilige woning aldaar. Want Jeruzalem is een van de plaatsen tegen welke Hij brult. Hij zal schrikkelijk brullen over Zijne woonstede op de aarde, uit die van boven. Hij had lang gezwegen en scheen geen acht te geven op de goddeloosheid der volken. God overzag de tijden der onwetendheid, maar nu zou Hij een geschal maken, gelijk de aanvallers in een veldslag doen, tegen alle de inwoners der aarde, voor welke het een geschal van schrik zal zijn en nochtans is er een geschal van vreugde in den hemel, als dergenen die druiven-treden. Want als God rekening houdt met de trotse vijanden van Zijn koninkrijk onder hen, wordt er een grote stem van vele volken in den hemel gehoord. Openb. 19:1. Re 1 . Even als de leeuw plotseling brullend uit het bosschaadje te voorschijn treedt en verwoestend invalt in de zorgeloos nederliggende kudde (vs. 38. Hoofdst. 49:19; 50:44 brult Jehova uit de hoogte en laat uit Zijne heilige woning, den hemel, in een onweder naderende, Zijne stem klinken. Hij dondert voor Zijn leger uit (Joel 2:11). Terwijl de krijgslieden, wien de volvoering van Zijn gericht is opgedragen, als brullende leeuwen naderen, en met wild strijdgeschreeuw zich baden in het bloed der nedergehouwen volken, is Hij het enigermate zelf, die brult tegen dat veld, waar Zijne kudde nederligt, tegen de Hem geheiligde woonplaats Zijns volks (Hoofdst. 10:25. Ex. 15:13). Hij is het, die een juichen aanheft, even als dat der druiventreders, over al de bewoners der aarde, een Hedad (Jes 16:9 vv.), dat niet alleen het ver klinkend geroep der druivenlezers is, maar ook het woest gewoel der strijdenden, wanneer zij vol bloedgierigheid op den vijand aanvallen (Hoofdst. 48:33; 51:14), terwijl Hij de volken vermaalt en in hun bloed baadt, even als de druiventreder de druiven met zijne voeten stampt en door het bloed van den wijnstok bespat wordt.
Het geschal zal komen, het gedreun van dien aangeheven kreet zal doordringen tot aan het einde der aarde; want de HEERE heeft enen twist met de volken; Hij zal gericht houden met alle vlees; de goddelozen heeft Hij aan het zwaard overgegeven, spreekt de HEERE (Jes. 66:16 vv.). Het oog van den Profeet ziet hier reeds die gebeurtenissen, die in Openb. 14:14 vv. en 19:11 vv. omtrent het gericht over den Antichrist en zijne legerscharen worden geprofeteerd. Zo is ook het volgende alleen goed te verstaan met het oog op die gebeurtenissen; de bijzonderheden zijn echter voor ons nog vrij duister, totdat de dag der vervulling ze ons in het volle licht zal stellen. Een voorspel zal daarvan zijn wat in Openb. 16:12-16 bedoeld is, en niet zo verre van onzen tijd in de toekomst ligt.
Zo zegt de HEERE der heirscharen omtrent de wijze van uitvoering van het zooeven voorzegde gericht: ziet een kwaad gaat er uit van volk tot volk, en een groot onweder zal er verwekt worden van de zijden der aarde, even als een onweerstorm, wanneer die aan den horizon opkomt, van het uiterste eind schijnt te komen (Hoofdst. 10:13).
En de verslagenen des HEEREN zullen, wanneer het onweder des gerichts zich heeft ontlast (Jes. 66:16), te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde (Hoofdst. 12:12); zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn (Hoofdst. 8:2; 16:4. Jes. 34:3; 66:24).
a) Huilt gij, herders! gij koningen en machthebbers der volken (Hoofdst. 2:8; 10:21; 22:22; 23:1 vv.), en schreeuwt en wentelt u in de as, gelijk dezulken doen, die in den hoogsten nood om hulp en genade smeken (Hoofdst. 6:26), gij heerlijken van de kudde! want uwe dagen zijn vervuld, dat men b) slachten zal, en de tijd van uwe c) verstrooiingen is gekomen; dan zult gij vervallen als een kostelijk vat 1) in het eeuwig verderf.
(Jer. 4:8 b) (Jes. 65:12. Jer. 12:3 c) Jer. 9:16; 13:14, 24; 18:17.
Hiermede wordt verzekerd dat geen stand zal worden verschoond. Noch die der vorsten, noch die der aanzienlijken, noch die der geringen. Het gehele volk en alle volken hebben tegen den Heere overtreden van den grootste tot den kleinste toe, van den aanzienlijkste tot den geringste. Dan zal de Heere niemand verschonen van hen, die zich tegen Hem hebben verzet.
En de vlucht zal vergaan 1) van de herders en de ontkoming van de heerlijken der kudde; zelfs voor de machtigen zullen er gene middelen ter ontkoming overblijven (Amos 2:14).
Beter: En de toevlucht der herders zal vergaan. Met andere woorden, er zal noch voor de herders, noch voor de heerlijken onder de kudde een toevlucht zijn en een plaats voor ontkoming. Als God, de Heere zich opmaakt om te vernietigen, waar zal dan een verberging zijn tegen Zijn toorn? Zijne ogen doorlopen de ganse aarde. Nergens, noch in den hemel, noch op de aarde, noch in de hel, is er een plaats, waar men zich tegen zijn toorn verbergen kan, indien men het kruis van Golgotha veracht en door woord en daad getuigd heeft: Wij willen niet dat Gij koning over ons zult zijn.
Er zal zijn ene stem des geroeps der herderen, en een gehuil der heerlijken van de kudde, omdat de HEERE hun weide verstoort, de velden, waarop zij tot hiertoe zo ongestoord en veilig konden grazen.
Want de landouwen des vredes zullen uitgeroeid worden 1), van wege de hittigheid des toorns des HEEREN.
Zelfs de vreedzame woningen zijn ter neer geworpen. Zij, die gewoon waren gerust te zijn en niet ontrust te worden, de woningen in welke gij lang in vrede gewoond hebt, zullen nu niet langer zodanig zijn, maar door den oorlog terneer geworpen.
Hij, de Heere, heeft, als een jonge leeuw, zijn leger, Zijne hutte, Zijne heilige woning in den hemel (vs. 30) verlaten; want hunlieder land is geworden tot ene verwoesting, van wege de hittigheid des verdrukkers (Hoofdst. 46:16; 50:16), ja van wege de hittigheid Zijns toorns. De rede vermaant ons, het zachte suizen Gods in Zijn heilig predikambt niet achteloos voorbij te gaan, noch de oren daarvoor te stoppen; anders zou de tijd komen, dat wij het brullen Gods zouden moeten horen, waarvoor God ons moge bewaren.
Het opschrift in Hoofdst. 25:1, waarop eerst weer in Hoofdst. 30:1 een daarmee overeenkomstig volgt, bewijst, dat wij in Hoofdst. 25-29 een bij elkaar behorend geheel van redenen voor ons hebben, waarvan de bijzondere delen in verschillende opzichten met elkaar zamenhangen.
I. Vs. 1-38.KruisverwijzingenJeremia 1:2→Jeremia 11:7→Jeremia 7:13→Jeremia 36:1→Jeremia 26:5→Jeremia 29:19→Jeremia 1:15→Jeremia 18:16→
— Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadrezar, koning van Babel); Hetwelk de profeet Jeremia gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord. Ook heeft de HEERE tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen); Zeggende: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot eeuw; En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neder te buigen; en vertoornt Mij niet door uwer handen werk, opdat Ik u geen kwaad doe. Maar gij hebt naar Mij niet gehoord, spreekt de HEERE; opdat gij Mij vertoorndet door het werk uwer handen, u zelven ten kwade. Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen; Omdat gij Mijn woorden niet hebt gehoord; Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadrezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden. En Ik zal van hen doen vergaan de stem der vrolijkheid en de stem de vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens en het licht der lamp.
In het zo belangrijke jaar, waarin de overwinning van Nebukadnezar bij Carchemis of Circesium aan den Eufraat plaats heeft (Hoofdst. 46:2), en daardoor de eerste van de vier wereldmonarchieën, waarover de Profeet Daniël in Hoofdst. 2 en 7 handelt, gevestigd werd, ontving Jeremia ene openbaring des Heeren, waarin met Juda wordt gerekend. Het heeft nu gedurende 23 jaren de werkzaamheid van den Profeet ondervonden, maar de roepstem tot bekering onopgevolgd gelaten. Opzettelijk heeft het den toorn Gods steeds erger tot zijn ongeluk opgewekt. Die ellende zal dan ook nu over het ontheiligde land komen tot gehele verwoesting, het ongehoorzaam volk zal gestraft worden met zeventigjarige slavernij onder den koning van Babel (vs. 1-11). Na die zeventig jaren komt ook de tijd der bezoeking over den koning van Babel en over al zijne volken, zodat nu ook de beurt van dienen aan hen komt, en zij de vergelding ontvangen, die zij verdiend hebben (vs. 12-14). De rede van den Profeet gaat daarop over tot den toon van een gezang, dat aan alle volken op de rij af het gericht van God verkondigt; alsdan ziet het oog des Profeten reeds in den tijd van het laatste oordeel (vs. 15-38).
De rede, die in dit hoofdstuk voorkomt, vooral het eerste gedeelte daarvan (vs. 3-11), is het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda en de overige volken, die er mede in betrekking stonden (vs. 9 en 15 vv.), in het vierde jaar der regering van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, d. i. 606 v. C. (dit vierde jaar van Jojakim was het eerste jaar van Nebukadnezar, koning van Babel).
Het is het woord, hetwelk de Profeet Jeremia in nauwkeurige gehoorzaamheid aan des Heeren bevel en in getrouwe waarneming van zijn ambt, onmiddelijk na den slag bij Carchemis (2 Kon. 24:1) en nog vóór de inneming van Jeruzalem, gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Dit is de eerste maal, dat ene tijdsbepaling van ene profetie bij onzen Profeet wordt vooraan geplaatst; wij vinden alleen algemene tijdsbepalingen in de vorige profetieën, en zelfs, die slechts zelden (Hoofdst 3:6; 14:1). Eerst bij de intrede der grote katastrofe en met de hoofdstadiën van haar verloop overeenkomstig, vinden wij nauwkeurige chronologische opgaven (Hoofdst. 28:1; 32:1; 36:1; 39:1 enz.). Hier noemt zich Jeremia ook voor de eerste maal Profeet (want Hoofdst. 20:2 valt in lateren tijd); het is alsof hij dezen titel heeft verzwegen, totdat hij het begin van zijne dreigende profetie kon aankondigen (Deut. 18:21 v.). In dit jaar begon Jeremia tevens volgens Goddelijk bevel zijne voorzeggingen op te tekenen (Hoofdst. 36:1 vv.). Hij deed het, of hij misschien nog ter elfder ure door den gehelen indruk zijner profetische redenen de harten mocht bewegen, waarmee tevens is uitgesproken, dat een tijdpunt van eindigen en van onherroepelijke beslissing nabij was.
1) Van het dertiende jaar der regering van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda tot op dezen dag toe d. i. van 629 v. C. af (Hoofdst. 1:2) (dit is het drie en twintigste jaar van mijne werkzaamheid onder u, dus drie en twintig jaren lang) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb het al dien tijd tot ulieden gesproken, ijverig en onophoudelijk, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord.
In vs. 3-11 wordt het volk van Juda aangekondigd, dat, nadat hij 23 jaar lang het volk onafgebroken des Heeren woord tot boete heeft verkondigd, zonder dat Juda op zijne redenen acht gaf, en op de vermaningen van alle andere Profeten, nu alle koningen van het Noorden onder aanvoering van Nebukadnezar, den koning van Babel, en de nabij wonende volken zullen komen, alles verwoesten en deze landen den koning van Babel 70 jaar lang zullen dienstbaar maken.
Ook heeft de HEERE ten tijde der vaderen (Hoofdst. 7:25 vv. 11:7 vv.) tot u gezonden al Zijne knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, met alle vlijt en zonder ophouden); maar gij hebt a) niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen. 1)
Jer. 11:7, 8, 10; 13:10, 11; 16:12; 17:23; 18:12; 19:15; 22:21. 1
Merkt hieraan, dat God rekening houdt hetzij wij het doen of niet, hoe lang wij de middelen der genade genoten hebben, en hoe langer wij het genot daarvan gekend hebben, hoe zwaarder onze verantwoording zal zijn, indien wij er geen goed gebruik van gemaakt hebben.
Zeggende, wat in ‘t bijzonder mijn eigen profetisch werk aangaat (Hoofdst. 18:11; 7:3 vv.)
Bekeert u toch, een iegelijk van zijnen bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uwen vaderen gegeven heeft, van eeuw tot eeuw.
2 Kon. 17:13. Jer. 35:15; Jon. 3:8.
En wandelt andere goden niet na, om die te dienen en u voor die neer te buigen, en vertoornt Mij niet door het werk uwer handen, opdat Ik uin Mijne rechtvaardige oordelen geen kwaad doe.
Maar gij hebt naar Mij niet gehoord, spreekt de HEERE; het was alsof gij opzettelijk het er op toelegdet, opdat gij Mij vertoorndet door het werk uwer harden, uzelven ten kwade.
Daarom, 1) zo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat gij Mijne woorden niet hebt gehoord en geweigerd hebt u te bekeren;
Hier volgt de aankondiging der straf. De Profeet zegt derhalve dat God niet meer door woorden zou handelen, dewijl hun ongerechtigheid vol was geworden, zoals Hij zegt (Gen. 6:3): Mijn Geest zal niet twisten of niet langer twisten met den mens. Wanneer God zich aangordt om wraak te nemen over de misdaden der mensen, zegt Hij dat het niet meer de tijd is om te twisten.
Ziet, Ik zal de bedreiging in Hoofdst. 1:14 vv. vervullen, en zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE, en, gelijk Ik nog meer bepaald noem, tot Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijnen knecht (Dan. 2:1); en zal ze brengen over dit land en over de inwoners daarvan, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot ene ontzetting, en tot ene aanfluiting, en tot eeuwige woestheden (Hoofdst. 18:16; 19:8).
En Ik zal van hen (Jer. 7:34; 16:9) doen vergaan {a} de stem der vrolijkheid, en de stem der vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens(Exod. 16:24) en het licht der lamp, {a} alles wat er op wijst, dat daar mensen wonen. {a} Jes. 24:7. Ezech. 26:13.
Hiermede wordt weer aangekondigd, dat het ganse land ledig zou worden, dat alle inwoners zouden worden verbannen, dat er geen blijdschap en geen vrolijkheid meer zou zijn, geen arbeid meer zou worden verricht in het land der vaderen, dewijl allen verbannen zouden worden naar Babel. Geheel Juda en Jeruzalem zou gevankelijk worden weggevoerd, opdat het volk in den vreemde zou leren, wat het betekent het verbond met den Heere te hebben verbroken, en opdat er een zoeken zou gewekt worden naar den Heere om erbarming en redding.
En dit ganse land met zijne gehele omgeving zal worden tot ene woestheid, tot ene ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel, de koningen der Chaldeeuwsch-Babylonische Dynastie (2 Kon. 25:27). dienen zeventig jaren. Wanneer in deze voorzegging, die niet zonder reden zo nauwkeurig chronologisch is beschreven, ene zeventig jarige dienstbaarheid gedreigd wordt, kan het tijdpunt, van waar men moet tellen, slechts in dat jaar geplaatst worden, waarin de profetie werd uitgesproken, in het vierde jaar van Jojakim (606 v. C). Over het einde kan geen twijfel zijn, de natuurlijke grens der 70 jaren is het eerste jaar van Cyrus, waarin Israël tot zijn vaderland mocht gaan (536 v. C. Ezra 1:1 vv.). In de voorzegging, die reeds in het midden van de 70-jarige tijdruimte werd uitgesproken en tot de Joodse ballingen gericht werd (Hoofdst. 29:10), wordt geen nieuw punt van begin, dat in den tijd van het uitspreken der profetie zou moeten worden gezocht, aangegeven, maar het wordt gezegd in uitdrukkelijke aansluiting aan de vroeger beroemd gewordene profetie, dat de daarin vastgestelde 70 jaren volgens onveranderlijk Goddelijk raadsbesluit eerst moesten voorbijgegaan, voordat aan een terugkeren der gevangenen kon worden gedacht, dat het daarom dwaas was den valsen Profeten gehoor te geven. Deze vleiden hen, met het oog op ene vereniging, die zich onder de leiding van Egypte tegen de heerschappij der Chaldeën vormde, den ballingen met ijdele verwachtingen van ene nabijzijnde terugkering; zij wekten hun gemoederen op en brachten hen in gevaren; wat echter nog erger was, zij leidden hen af van de hun gestelde voorwaarde, om door oprecht berouw de verzoening met den Heere is zoeken.
Maar het zal geschieden, als de a) zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over den koning van Babel, dien alle volken gedurende dien tijd zullen dienen (Hoofdst. 27:7), en over dat volk der Chaldeën, (vs. 9) spreekt de HEERE, hun ongerechtigheid bezoeken, waarmee zij Mijn volk boven Mijnen last hebben verdrukt (Jes. 47:6), mitsgaders over het land der Chaldeën, en zal dat stellen tot eeuwige verwoestingen (Hoofdst. 51:26, 62).
2 Kron. 36:22. Ezra 1:1. Jer. 29:10. Dan. 9:2.
En Ik zal over dat land brengen al Mijne woorden, die Ik daarover gesproken heb; al wat in dit boek (Hoofdst. 46-51) geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken. De afdeling van vs. 12 af kan oorspronkelijk niet gevoegelijk behoord hebben bij de rede, zo als die den Profeet in het vierde jaar van Jojakim werd ingegeven. Zij is ene uitbreiding van deze bij de latere zamenvoeging van alles, wat aan Jeremia door den Heere bevolen was te spreken en te schrijven, tot een bijzonder boek, en wel ene door hemzelven gemaakte uitbreiding, volgens de orakelen, die hem in Hoofdst. 46-51 ten deel waren geworden; deze trekt hij hier in ééne somma bij elkaar. Reeds bij Ex. 20:6 werd opgemerkt, hoe het wedergeven van het vroeger ontvangen woord Gods bij de mannen Gods evenzeer een uitvloeisel schijnt te zijn van den levendmakenden Geest, als de vroegere verkondiging. Ene uitbreiding, door bijvoeging van latere openbaring Gods kan ons dus niet bevreemden; deze is voor de lezers, wier gezichtskring ook een ruimere is, dan die der vroegere hoorders. Nevens dergelijke veranderingen van het oorspronkelijke woord Gods, welke degenen, die het ontvingen en spraken onder de leiding des Heiligen Geestes zelf gemaakt hebben, komen op sommige plaatsen der Bijbelboeken ook korte opmerkingen voor, die niet van henzelven afkomstig zijn, maar van die mannen Gods, die de Bijbels boeken verzameld en tot één geheel verenigd hebben. Zulk ene opmerking hebben wij hier in de woorden: “al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken. ” Misschien is het evenzo met het slot van het 18de vers: “gelijk het is te dezen dage; ” hoewel dat ook ene toevoeging van Jeremia’s eigen hand bij de vervaardiging van zijn Boek zou kunnen zijn.
Want a) van hen, van de volken en koningen van Chaldea, zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen 1) (Jes. 13:1-14 :27).
Jer. 27:7.
De Profeet zet hier denzelfden last voort, n. l. dat God eindelijk inderdaad zal tonen, dat, waar Hij vertoornd is geweest over Zijn volk, echter alle hoop op ontferming niet was verdwenen, dewijl Hij Zijn verbond gedachtig zou zijn. Hij matigt op deze wijze de hardheid van de vorige uitspraken, terwijl hij iets beters belooft dan de ellendige Joden in deze uiterste ellende zouden kunnen hopen. Weer mag men uit de woorden van den Profeet opmaken, dat zo God den arbeid van Nebukadnezar en anderen heeft gebruikt, deze niet enige gehoorzaamheid hebben betoond op een wijze, die lofwaardig was. Want indien zij zonder schuld waren geweest, zou God zeker onrechtvaardig hen gestraft hebben. Derhalve betekent deze plaats dat wanneer de duivel en de goddelozen de oordelen Gods uitvoeren, zij geen lof wegens gehoorzaamheid verdienen, dewijl dit hun oogmerk niet was. Nebukadnezar straft Juda niet om daarmee God een dienst te doen, in het bewustzijn van daardoor Gods Raad te vervullen, maar om eigen zin en lust te volgen, om zijn wereldrijk te vergroten. En waar hij nu op wrede wijze te werk ging, zich op onbehoorlijke wijze vergreep aan het volk des Verbonds, daar zou God op zijn tijd hem zijn zonde thuis bezoeken. De Profeet moet dit verkondigen, opdat Juda zou weten, dat toch eenmaal aan de ellende een einde zou komen.
Want alzo heeft de HEERE, (om hier bij het gericht over Babel ook dat over de andere volken te voegen) de God Israëls tot mij gezegd: Neem dezen beker des a) wijns der grimmigheid van Mijne hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende (Hoofdst. 1:7).
Jer. 13:12.
Dat zij drinken, en, ten gevolge van den drank des toorns, dien zij genomen hebben (vs.
, beven en dol worden van wege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden. 1)
Hier scherpt de Profeet nog dieper in, dat het geen ijdele schrikbeelden zijn, waar hij de oordelen Gods tegen alle volken voorspelt, zoals wij de kinderlijke bedreigingen noemen, die geen gevolg hebben. Maar de Profeet bevestigt hier, dat hoe sterk de Joden en de andere volken er zich tegen verzetten, zij deze noodwendigheid niet kunnen ontvluchten, dat God rechter is van allen. Den Profeet wordt derhalve bevolen den beker te nemen en te doen drinken.
En ik nam den beker van des HEEREN hand, en ik gaf te drinken al den volken, tot welke de HEERE mij gezonden had, wel niet persoonlijk, maar volgens het mij opgedragen woord, als ook hun profeet.
Namelijk in de eerste plaats volgens den regel (1 Petr. 4:17): Jeruzalem en de steden van Juda, en haren koningen en haren vorsten, om die te stellen tot ene woestheid, tot ene ontzetting, tot ene aanfluiting, en tot enen vloek (Hoofdst. 9:11; 24:9), gelijk het is te dezen dag (vgl. vs. 13).
Faraö, den koning van Egypte a) en zijnen knechten, en zijnen vorsten, en al zijn volk;
Jer. 46. In Hoofdst. 47-51 volgen de bedreigende voorzeggingen in de orde op elkaar: 1) tegen Egypte (46); 2) tegen Filistea, Tyrus en Sidon (47);
tegen Moab (48); 4) tegen Ammon (49:1-6): 5) tegen Edom (49:7-22); 6) tegen Damascus (49:23-27); 7) tegen Kedar en Hazor (49:28-33);
tegen Elam (49:34-39); 9) tegen Babel (50 en 51). De optelling der heidense volken begint met Egypte en gaat dan noordwaarts zo, dat de in het Oosten en Westen van Juda wonende volken nevens elkaar worden opgesteld.
En den gansen gemengden hoop, 1) en allen koningen des lands van Uz (Job 1:1 1), en allen koningen van der a) Filistijnen land, en Askalon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod (Joz. 2:13); a)
Jer. 47:4 v.
In Egypte hadden zich vele vreemde volkstammen neergezet, anders “het ganse westen” de kust van Afrika langs de Middellandse zee.
a) Edom en b) Moab, en den kinderen c) Ammons in het zuiden en oosten der Dode zee;
(Jer. 49:7 v. b) Jer. 48. c) Jer. 49:31 v.
En allen koningen van a) Tyrus, en allen koningen van Zidonin Fenicië (2 (Sam. 5:11), en den koningen der eilanden, der landen aan de kusten, die aan gene zijde derMiddellandse zee zijn, uit Cyprus en tot Tartessus in Spanje;
Jer. 47:4.
Dedan (Gen. 10:7; 25:3) en Thema (Gen. 25:15. Jes. 21:14. Job 2:11 en 6:19), en Buz (Gen. 22:2. Job 32:2) en allen, die aan de hoeken afgekort zijn, de Kedarenen (Hoofdst. 9:25);
En allen koningen van Arabië, en allen koningen des gemengden hoops, die in de Syrisch-Arabische woestijn wonen; Hier worden onderscheiden de stad-bewonende en de woestijn-bewonende Arabieren.
En allen koningen van Zimri (waarschijnlijk hetzelfde als Jun van Gen. 25:2, tussen Arabië en Perzië, en allen koningen van Elam, en allen koningen van Medië (Jes. 21:2);
En allen koningen van het noorden, als Ararat, Meni en Askenas (Hoofdst. 51:27) die nabij en die verre zijn, den enen met den anderen; ja allen koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn; want zonder enige uitzondering zal Mijne straf over hen allen komen. En de koning van Sesach zal na hen drinken. Deze Sesach komt later In Hoofdst. 51:41 nog eens voor, en geeft daar volgens het parallelisme der leden (2 Sam. 1:27) duidelijk den koning van Babel te kennen. Dezelfde naam komt ook voor wanneer wij het zogenaamde Athbasch te baat nemen, het Kabbalistische alfabet, volgens hetwelk de letters van het gewone alfabet in omgekeerde orde voor elkaar staan (A is de eerste letter, daarvoor komt de laatste de Ph = Ath; evenzo vóór de tweede letter B de voorlaatste, de Sch = basch enz.), want volgens deze omgekeerde op elkandervolging staat vóór B beide keren de S(ch) en voor L ene Ch, dus Babel = Sesach (de vocalen komen niet in aanmerking, daar zij in het Hebr. niet mede worden geschreven). Wij behoeven gene bedenking te maken, hier een soortelijk geheimschrift aan te nemen, waar de profetie een apocalyptisch karakter (Dan. 7:1) aanneemt. In Openb. 13:18 toch vinden wij eveneens ene Kabbalistische symboliek (de Gematria, die met behulp van getalswaarde der letters den verborgen zin van den tekst aangeeft). Bovendien is de Kabbala niet zo geheel en al verwijderd van den geest der Schrift, dat wij die voor enkel woordspeling of dwaasheid zouden moeten houden, maar leidt werkelijk in vele opzichten tot erkenning van de wonderbare inrichting van het woord Gods en de diepte der wijsheid daarvan, gelijk zij ook op profetischen grond rust. In Hoofdst. 51:1 bedient Jeremia zich nogmaals van het Athbasch en schrift in dien zin: “Ziet Ik zal enen verdervenden wind opwekken tegen Babel en tegen degenen, die daar wonen Casdim (d. i. Chaldeën vs 24 en 35), Cardun (Nr. 11, 21, 4, 10, 13 van het alfabet) wordt leb-kamai (Nr. 12, 2, 19, 13, 10), waardoor de zin wordt: “in het hart van degenen, die tegen Mij opstaan. ” Babel is daar voorgesteld als het middelpunt of het centrum van alle vijandschap tegen den Heere (andere profetische namen voor het land der Chaldeën en Babel zie in Hoofdst. 50:21 en 31 v.). Desgelijks is ook op onze plaats de alzo verkregen naam Sesach voor Babel niet zonder diepere betekenis; het woord moet zonder twijfel zo veel zijn, als “verootmoediging, onderwerping, ” en kondigt vooraf het lot aan, dat den trotsen verdrukker van Israël wacht (Jes. 13:19 vv. 14:3 vv. 47:1 vv.
Gij zult dan tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Drinkt den voor u ingeschonken beker, vol van den wijn des toorns (vs. 15), en wordt dronken, en spuwt gelijk een dronken man, en valt neer, dat gij niet weer opstaat, van wege het zwaard, dat Ik onder u zenden zal, en waarmee Ik u zal nedervellen. Het beeld van enen drinkbeker des toorns komt veelvuldig voor in de Heilige Schrift (Jes. 51:17, 22. Ezech. 23:31 vv. Hab. 2:16. Ps. 60:5; 75:9); het drinken van den kelk is het beeld van het ondergaan der straf, de werking van het drinken, bedwelming en dronkenschap is een beeld van gebroken kracht, van verloren verstand en nadenken. Het is een stout beeld, volgens hetwelk al deze volken als tot een drinkgelag zijn vergaderd, waar zij niet den wijn der vreugde, maar den zwijmeldrank van Gods strafgericht moeten drinken. Het is slechts een profetisch beeld, maar een beeld, dat zijne vreselijke waarheid heeft. De geschiedenis toont ons ook thans nog dergelijke gebeurtenissen; slechts de Profeten ontbreken, ofschoon niet geheel. God doet van waarschuwende stemmen nog steeds Zijne strafgerichten voorafgaan, zo de volkeren er slechts naar willen luisteren.
En het zal geschieden, wanneer zij weigeren zullen den beker van uwe hand te nemen om te drinken, dat gij tot hen zeggen zult: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Gij zult zeker drinken! hoe gij u ook tegen den beker Mijns toorns moogt verzetten!
Want ziet, in de a) stad, die naar Mijnen naam genoemd is, in Jeruzalem en de steden van Juda (vs. 18) begin Ik te plagen, en zoudt gij enigzins onschuldig gehouden worden? 1) Gij zult niet onschuldig worden gehouden (Hoofdst. 49:12); want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen.
1 Petr. 4:17 Zeer waar is het gezegde naar een woord van Clemens van Alexandrië: wie Gode het naaste is, dien treft Hij het eerst. Daarbij moet men echter het woord voegen van den heiligen Bernhard; die hier niet staan onder de plaag der mensen, komen daar onder de plaag der duivelen. Laat God Zijne liefste kinderen niet ongestraft, wanneer zij zondigen, hoe zou Hij dan diegenen ongestraft kunnen laten, die Zijne ware kinderen niet zijn, en door moedwillige zonden Hem dagelijks vertoornen! .
Gij Jeremia, zult dan den wijn des toorns van Mijne hand nemen en daaruit allen volken schenken, tot welke Ik u zend (vs. 15 vv.). Wanneer zij echter dien van uwe hand niet willen aannemen en drinken, zult gij (vs. 28) al deze woorden tot hen profeteren, en gij zult tot hen zeggen: De HEERE zal, gelijk reeds in Joël 3:21 en Amos 1:2 gezegd is, brullen uit de hoogte
en Zijne stem verheffen uit de woning Zijner heiligheid; Hij zal schrikkelijk brullen over Zijne woonstede, Zijne schaapskooi. Zijn volk, dat Hij ten Herder had willen zijn, verscheurt Hij nu als een leeuw. Hij zal, om hier ook de profetie in Jes. 63:1-6 weer op te vatten, een vreugdgeschrei, als de druiven-treders, uitroepen tegen alle inwoners der aarde.
De Heere zal brullen uit de hoogte, niet van den berg Sion en Jeruzalem als Joël 3:16 maar van den hemel, van zijn heilige woning aldaar. Want Jeruzalem is een van de plaatsen tegen welke Hij brult. Hij zal schrikkelijk brullen over Zijne woonstede op de aarde, uit die van boven. Hij had lang gezwegen en scheen geen acht te geven op de goddeloosheid der volken. God overzag de tijden der onwetendheid, maar nu zou Hij een geschal maken, gelijk de aanvallers in een veldslag doen, tegen alle de inwoners der aarde, voor welke het een geschal van schrik zal zijn en nochtans is er een geschal van vreugde in den hemel, als dergenen die druiven-treden. Want als God rekening houdt met de trotse vijanden van Zijn koninkrijk onder hen, wordt er een grote stem van vele volken in den hemel gehoord. Openb. 19:1. Even als de leeuw plotseling brullend uit het bosschaadje te voorschijn treedt en verwoestend invalt in de zorgeloos nederliggende kudde (vs. 38. Hoofdst. 49:19; 50:44 brult Jehova uit de hoogte en laat uit Zijne heilige woning, den hemel, in een onweder naderende, Zijne stem klinken. Hij dondert voor Zijn leger uit (Joel 2:11). Terwijl de krijgslieden, wien de volvoering van Zijn gericht is opgedragen, als brullende leeuwen naderen, en met wild strijdgeschreeuw zich baden in het bloed der nedergehouwen volken, is Hij het enigermate zelf, die brult tegen dat veld, waar Zijne kudde nederligt, tegen de Hem geheiligde woonplaats Zijns volks (Hoofdst. 10:25. Ex. 15:13). Hij is het, die een juichen aanheft, even als dat der druiventreders, over al de bewoners der aarde, een Hedad (Jes 16:9 vv.), dat niet alleen het ver klinkend geroep der druivenlezers is, maar ook het woest gewoel der strijdenden, wanneer zij vol bloedgierigheid op den vijand aanvallen (Hoofdst. 48:33; 51:14), terwijl Hij de volken vermaalt en in hun bloed baadt, even als de druiventreder de druiven met zijne voeten stampt en door het bloed van den wijnstok bespat wordt.
Het geschal zal komen, het gedreun van dien aangeheven kreet zal doordringen tot aan het einde der aarde; want de HEERE heeft enen twist met de volken; Hij zal gericht houden met alle vlees; de goddelozen heeft Hij aan het zwaard overgegeven, spreekt de HEERE (Jes. 66:16 vv.). Het oog van den Profeet ziet hier reeds die gebeurtenissen, die in Openb. 14:14 vv. en 19:11 vv. omtrent het gericht over den Antichrist en zijne legerscharen worden geprofeteerd. Zo is ook het volgende alleen goed te verstaan met het oog op die gebeurtenissen; de bijzonderheden zijn echter voor ons nog vrij duister, totdat de dag der vervulling ze ons in het volle licht zal stellen. Een voorspel zal daarvan zijn wat in Openb. 16:12-16 bedoeld is, en niet zo verre van onzen tijd in de toekomst ligt.
Zo zegt de HEERE der heirscharen omtrent de wijze van uitvoering van het zooeven voorzegde gericht: ziet een kwaad gaat er uit van volk tot volk, en een groot onweder zal er verwekt worden van de zijden der aarde, even als een onweerstorm, wanneer die aan den horizon opkomt, van het uiterste eind schijnt te komen (Hoofdst. 10:13).
En de verslagenen des HEEREN zullen, wanneer het onweder des gerichts zich heeft ontlast (Jes. 66:16), te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde (Hoofdst. 12:12); zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn (Hoofdst. 8:2; 16:4. Jes. 34:3; 66:24).
a) Huilt gij, herders! gij koningen en machthebbers der volken (Hoofdst. 2:8; 10:21; 22:22; 23:1 vv.), en schreeuwt en wentelt u in de as, gelijk dezulken doen, die in den hoogsten nood om hulp en genade smeken (Hoofdst. 6:26), gij heerlijken van de kudde! want uwe dagen zijn vervuld, dat men b) slachten zal, en de tijd van uwe c) verstrooiingen is gekomen; dan zult gij vervallen als een kostelijk vat 1) in het eeuwig verderf.
(Jer. 4:8 b) (Jes. 65:12. Jer. 12:3 c) Jer. 9:16; 13:14, 24; 18:17.
Hiermede wordt verzekerd dat geen stand zal worden verschoond. Noch die der vorsten, noch die der aanzienlijken, noch die der geringen. Het gehele volk en alle volken hebben tegen den Heere overtreden van den grootste tot den kleinste toe, van den aanzienlijkste tot den geringste. Dan zal de Heere niemand verschonen van hen, die zich tegen Hem hebben verzet.
En de vlucht zal vergaan 1) van de herders en de ontkoming van de heerlijken der kudde; zelfs voor de machtigen zullen er gene middelen ter ontkoming overblijven (Amos 2:14).
Beter: En de toevlucht der herders zal vergaan. Met andere woorden, er zal noch voor de herders, noch voor de heerlijken onder de kudde een toevlucht zijn en een plaats voor ontkoming. Als God, de Heere zich opmaakt om te vernietigen, waar zal dan een verberging zijn tegen Zijn toorn? Zijne ogen doorlopen de ganse aarde. Nergens, noch in den hemel, noch op de aarde, noch in de hel, is er een plaats, waar men zich tegen zijn toorn verbergen kan, indien men het kruis van Golgotha veracht en door woord en daad getuigd heeft: Wij willen niet dat Gij koning over ons zult zijn.
Er zal zijn ene stem des geroeps der herderen, en een gehuil der heerlijken van de kudde, omdat de HEERE hun weide verstoort, de velden, waarop zij tot hiertoe zo ongestoord en veilig konden grazen.
Want de landouwen des vredes zullen uitgeroeid worden 1), van wege de hittigheid des toorns des HEEREN.
Zelfs de vreedzame woningen zijn ter neer geworpen. Zij, die gewoon waren gerust te zijn en niet ontrust te worden, de woningen in welke gij lang in vrede gewoond hebt, zullen nu niet langer zodanig zijn, maar door den oorlog terneer geworpen.
Hij, de Heere, heeft, als een jonge leeuw, zijn leger, Zijne hutte, Zijne heilige woning in den hemel (vs. 30) verlaten; want hunlieder land is geworden tot ene verwoesting, van wege de hittigheid des verdrukkers (Hoofdst. 46:16; 50:16), ja van wege de hittigheid Zijns toorns. De rede vermaant ons, het zachte suizen Gods in Zijn heilig predikambt niet achteloos voorbij te gaan, noch de oren daarvoor te stoppen; anders zou de tijd komen, dat wij het brullen Gods zouden moeten horen, waarvoor God ons moge bewaren.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel