Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Alzo zegt de HEERE: Ga af in het huis des konings van Juda, en spreek aldaar dit woord.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068: Ga af in het huisH1004 des koningsH4428 van JudaH3063, en spreekH1696aldaarH8033ditH2088woordH1697.Alzo zegt de HEERE: Ga af in het huis des konings van Juda, en spreek aldaar dit woord.
KJVThus saith2the LORD;3Go down4to the house5of the king6of Judah,7and speak8there this word,
1כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4רֵ֖דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down5בֵּֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah8וְדִבַּרְתָּ֣H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work9שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַדָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
2En zeg: Hoor het woord des HEEREN, gij koning van Juda, gij, die zit op Davids troon, gij, en uw knechten, en uw volk, die door deze poorten ingaan!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En zegH559: HoorH8085 het woordH1697 des HEERENH3068, gij koningH4428 van JudaH3063, gij, die zitH3427opH5921DavidsH1732troonH3678, gijH859, en uw knechtenH5650, en uw volkH5971, die door deze poortenH8179ingaanH935!En zeg: Hoor het woord des HEEREN, gij koning van Juda, gij, die zit op Davids troon, gij, en uw knechten, en uw volk, die door deze poorten ingaan!
KJVAnd say,1Hear2the word3of the LORD,4O king5of Judah,6that sittest7upon the throne9of David,10thou, and thy servants,12and thy people13that enter14in by these gates:
1וְאָֽמַרְתָּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah7הַיֹּשֵׁ֖בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9כִּסֵּ֣אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne10דָוִ֑דH1732David, DavidsDavid11אַתָּ֤הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12וַעֲבָדֶ֨יךָ֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant13וְעַמְּךָ֔H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14הַבָּאִ֖יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15בַּשְּׁעָרִ֥יםH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)16הָאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
3Zo zegt de HEERE: Doet recht en gerechtigheid, en redt den beroofde uit de hand des verdrukkers; en onderdrukt den vreemdeling niet, den wees noch de weduwe; doet geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: DoetH6213rechtH4941 en gerechtigheidH6666, en redtH5337 den beroofdeH1497 uit de handH3027 des verdrukkersH6216; en onderdruktH3238 den vreemdelingH1616nietH408, den weesH3490 noch de weduweH490; doet geen geweldH2554 en vergietH8210geenH408onschuldigH5355bloedH1818 in dezeH2088plaatsH4725.Zo zegt de HEERE: Doet recht en gerechtigheid, en redt den beroofde uit de hand des verdrukkers; en onderdrukt den vreemdeling niet, den wees noch de weduwe; doet geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.
KJVThus saith2the LORD;3Execute4ye judgment5and righteousness,6and deliver7the spoiled8out of the hand9of the oppressor:10and do no wrong,15do no violence17to the stranger,11the fatherless,12nor the widow,13neither shed21innocent19blood18in this place.
1כֹּ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4עֲשׂ֤וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5מִשְׁפָּט֙H4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong6וּצְדָקָ֔הH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)7וְהַצִּ֥ילוּH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)8גָז֖וּלH1497geroofd, roven, rooftcatch, consume, exercise (robbery), pluck (off), rob, spoil, take away (by force, violence), tear9מִיַּ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10עָשׁ֑וֹקH6216verdrukkersoppressor11וְגֵר֩H1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger12יָת֨וֹםH3490wees, niemand, rechtzaakfatherless (child), orphan13וְאַלְמָנָ֤הH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow14אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than15תֹּנוּ֙H3238verdrukken, verdrukkende, verdruktdestroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence16אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than17תַּחְמֹ֔סוּH2554geweld, afrukkenmake bare, shake off, violate, do violence, take away violently, wrong, imagine wrongfully18וְדָ֣םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent19נָקִ֔יH5355onschuldig, onschuldige, onschuldigenblameless, clean, clear, exempted, free, guiltless, innocent, quit20אַֽלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than21תִּשְׁפְּכ֖וּH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip22בַּמָּק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)23הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
4Want indien gijlieden deze zaak ernstiglijk zult doen, zo zullen door de poorten van dit huis koningen ingaan, zittende den David op zijn troon, rijdende op wagens en op paarden, hij, en zijn knechten, en zijn volk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4WantH3588 indien gijlieden deze zaakH1697ernstiglijkH6213 zult doen, zoH518 zullen door de poortenH8179 van ditH2088huisH1004koningenH4428ingaanH935, zittendeH3427 den DavidH1732opH5921 zijn troonH3678, rijdendeH7392 op wagensH7393 en op paardenH5483, hijH1931, en zijn knechtenH5650, en zijn volkH5971.Want indien gijlieden deze zaak ernstiglijk zult doen, zo zullen door de poorten van dit huis koningen ingaan, zittende den David op zijn troon, rijdende op wagens en op paarden, hij, en zijn knechten, en zijn volk.
KJVFor if ye do3this thing6indeed,4then shall there enter in8by the gates9of this house10kings12sitting13upon the throne16of David,14riding17in chariots18and on horses,19he, and his servants,21and his people.
1כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3עָשׂוֹ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4תַּֽעֲשׂ֔וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַדָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8וּבָ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9בְשַׁעֲרֵ֣יH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)10הַבַּ֣יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11הַזֶּ֡הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12מְלָכִים֩H4428koning, konings, koningenking, royal13יֹשְׁבִ֨יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry14לְדָוִ֜דH1732David, DavidsDavid15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16כִּסְא֗וֹH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne17רֹֽכְבִים֙H7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set18בָּרֶ֣כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon19וּבַסּוּסִ֔יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)20ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who21וַעֲבָדָ֖יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant22וְעַמּֽוֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
5Indien gij daarentegen deze woorden niet zult horen, zo heb Ik bij Mij gezworen, spreekt de HEERE, dat dit huis tot een woestheid worden zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Indien gij daarentegen deze woordenH1697nietH3808 zult horenH8085, zoH518 heb Ik bij Mij gezworenH7650, spreektH5002 de HEEREH3068, dat dit huisH1004 tot een woestheidH2723 worden zal.Indien gij daarentegen deze woorden niet zult horen, zo heb Ik bij Mij gezworen, spreekt de HEERE, dat dit huis tot een woestheid worden zal.
KJVBut if ye will not hear3these words,5I swear8by myself, saith9the LORD,10that this house14shall become a desolation.
1וְאִם֙H518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תִשְׁמְע֔וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6הָאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)7בִּ֤י8נִשְׁבַּ֨עְתִּי֙H7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear9נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith10יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12לְחָרְבָּ֥הH2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)13יִֽהְיֶ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14הַבַּ֥יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
6Want zo zegt de HEERE van het huis des konings van Juda: Gij zijt Mij een Gilead, een hoogte van Libanon; maar zo Ik u niet zette als een woestijn en onbewoonde steden!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6WantH3588 zo zegtH559 de HEEREH3068 van het huisH1004 des koningsH4428 van JudaH3063: Gij zijt Mij een GileadH1568, een hoogteH7218 van LibanonH3844; maar zo Ik u nietH3808zetteH7896 als een woestijnH4057 en onbewoondeH3427stedenH5892!Want zo zegt de HEERE van het huis des konings van Juda: Gij zijt Mij een Gilead, een hoogte van Libanon; maar zo Ik u niet zette als een woestijn en onbewoonde steden!
KJVFor thus saith3the LORD4unto the king's7house6of Judah;8Thou art Gilead9unto me, and the head12of Lebanon:13yet surely I will make16thee a wilderness,17and cities18which are not inhabited.20
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6בֵּית֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah9גִּלְעָ֥דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite10אַתָּ֛הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11לִ֖י12רֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top13הַלְּבָנ֑וֹןH3844LibanonLebanon14אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet15לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16אֲשִֽׁיתְךָ֙H7896zetten, zet, zetteapply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take17מִדְבָּ֔רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness18עָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town19לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20נוֹשָֽׁבוּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
7Want Ik zal verdervers tegen u heiligen, elk met zijn gereedschap, die zullen uw uitgelezen cederen omhouwen, en in het vuur werpen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Want Ik zal verderversH7843tegenH5921 u heiligenH6942, elkH376 met zijn gereedschapH3627, die zullen uw uitgelezenH4005cederenH730omhouwenH3772, en in het vuurH784werpenH5307.Want Ik zal verdervers tegen u heiligen, elk met zijn gereedschap, die zullen uw uitgelezen cederen omhouwen, en in het vuur werpen.
KJVAnd I will prepare1destroyers3against thee, every one4with his weapons:5and they shall cut down6thy choice7cedars,8and cast9them into the fire.
1וְקִדַּשְׁתִּ֥יH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly2עָלֶ֛יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3מַשְׁחִתִ֖יםH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)4אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5וְכֵלָ֑יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever6וְכָֽרְתוּ֙H3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want7מִבְחַ֣רH4005keur, uitgelezen, keurechoice(-st), chosen8אֲרָזֶ֔יךָH730cederen, ceder, cederenhoutcedar (tree)9וְהִפִּ֖ילוּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הָאֵֽשׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot
8Dan zullen veel heidenen voorbij deze stad gaan, en zullen zeggen, een ieder tot zijn naaste: Waarom heeft de HEERE alzo gedaan aan deze grote stad?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Dan zullen veelH7227heidenenH1471voorbijH5674dezeH2063stadH5892 gaan, en zullen zeggenH559, een iederH376totH413 zijn naasteH7453: WaaromH4100 heeft de HEEREH3068 alzo gedaanH6213 aan dezeH2063groteH1419stadH5892?Dan zullen veel heidenen voorbij deze stad gaan, en zullen zeggen, een ieder tot zijn naaste: Waarom heeft de HEERE alzo gedaan aan deze grote stad?
KJVAnd many3nations2shall pass1by this city,5and they shall say7every man8to his neighbour,10Wherefore hath the LORD14done13thus unto this great17city?
1וְעָֽבְרוּ֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2גּוֹיִ֣םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people3רַבִּ֔יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)4עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הָעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6הַזֹּ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus7וְאָֽמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10רֵעֵ֔הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12מֶ֨הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why13עָשָׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15כָּ֔כָהH3602alzo, op deze wijzeafter that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus16לָעִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town17הַגְּדוֹלָ֖הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very18הַזֹּֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
9En zij zullen zeggen: Omdat zij het verbond des HEEREN, huns Gods, hebben verlaten, en hebben zich voor andere goden nedergebogen, en die gediend.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En zij zullen zeggenH559: Omdat zij het verbondH1285 des HEERENH3068, huns GodsH430, hebben verlatenH5800, en hebben zich voor andere godenH430nedergebogenH7812, en dieH834gediendH5647.En zij zullen zeggen: Omdat zij het verbond des HEEREN, huns Gods, hebben verlaten, en hebben zich voor andere goden nedergebogen, en die gediend.
KJVThen they shall answer,1Because they have forsaken4the covenant6of the LORD7their God,8and worshipped9other11gods,10and served
1וְאָ֣מְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עָֽזְב֔וּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בְּרִ֥יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹֽהֵיהֶ֑םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9וַיִּֽשְׁתַּחֲו֛וּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship10לֵאלֹהִ֥יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11אֲחֵרִ֖יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange12וַיַּעַבְדֽוּםH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,
10Weent niet over den dode, en beklaagt hem niet; weent vrij over dien, die weggegaan is, want hij zal nimmermeer wederkomen, dat hij het land zijner geboorte zie.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10WeentH1058 niet over den dodeH4191, en beklaagtH5110 hem niet; weentH1058vrijH1058 over dien, die weggegaanH1980 is, wantH3588 hij zal nimmermeer wederkomenH7725, dat hij het landH776 zijner geboorteH4138zieH7200.Weent niet over den dode, en beklaagt hem niet; weent vrij over dien, die weggegaan is, want hij zal nimmermeer wederkomen, dat hij het land zijner geboorte zie.
KJVWeep2ye not for the dead,3neither bemoan5him: but weep7sore8for him that goeth away:9for he shall return12no more, nor see14his native17country.
1אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2תִּבְכּ֣וּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep3לְמֵ֔תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise4וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than5תָּנֻ֖דוּH5110medelijden, beklaagt, dolendebemoan, flee, get, mourn, make to move, take pity, remove, shake, skip for joy, be sorry, vagabond, way, wandering6ל֑וֹ7בְּכ֤וּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep8בָכוֹ֙H1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep9לַֽהֹלֵ֔ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl10כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יָשׁוּב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13ע֔וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)14וְרָאָ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17מוֹלַדְתּֽוֹH4138maagschap, geboorte, geborenbegotten, born, issue, kindred, native(-ity)
11Want zo zegt de HEERE van Sallum, den zoon van Josia, koning van Juda, die in de plaats van zijn vader Josia regeerde, die uit deze plaats is uitgegaan: Hij zal daar nimmermeer wederkomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11WantH3588zoH3541zegtH559 de HEEREH3068 van SallumH7967, den zoonH1121 van JosiaH2977, koningH4428 van JudaH3063, die in de plaatsH4725 van zijn vaderH1JosiaH2977regeerdeH4427, die uit dezeH2088plaatsH8478 is uitgegaanH3318: Hij zal daarH8033 nimmermeer wederkomenH7725.Want zo zegt de HEERE van Sallum, den zoon van Josia, koning van Juda, die in de plaats van zijn vader Josia regeerde, die uit deze plaats is uitgegaan: Hij zal daar nimmermeer wederkomen.
KJVFor thus saith3the LORD4touching5Shallum6the son7of Josiah8king9of Judah,10which reigned11instead of Josiah13his father,14which went forth16out of this place;18He shall not return
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָֽמַרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְ֠הוָהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6שַׁלֻּ֨םH7967SallumShallum7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יֹאשִׁיָּ֜הוּH2977JosiaJosiah9מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah11הַמֹּלֵךְ֙H4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely12תַּ֚חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with13יֹאשִׁיָּ֣הוּH2977JosiaJosiah14אָבִ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16יָצָ֖אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter17מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with18הַמָּק֣וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)19הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)20לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21יָשׁ֥וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw22שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither23עֽוֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
12Maar in de plaats, waarhenen zij hem gevankelijk hebben weggevoerd, zal hij sterven, en dit land zal hij niet meer zien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12MaarH3588 in de plaatsH4725, waarhenen zij hem gevankelijkH1540 hebben weggevoerd, zal hij stervenH4191, en ditH2063landH776 zal hij nietH3808meerH5750zienH7200.Maar in de plaats, waarhenen zij hem gevankelijk hebben weggevoerd, zal hij sterven, en dit land zal hij niet meer zien.
KJVBut he shall die7in the place2whither they have led him captive,4and shall see12this land
1כִּ֗יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2בִּמְק֛וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4הִגְל֥וּH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover5אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6שָׁ֣םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither7יָמ֑וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הָאָ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus11לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יִרְאֶ֥הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions13עֽוֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
13Wee dien, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijns naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13WeeH1945 dien, die zijn huisH1004bouwtH1129 met ongerechtigheidH3808, en zijn opperzalenH5944 met onrechtH4941; die zijns naastenH7453dienstH5647 om niet gebruiktH5647, en geeftH5414 hen zijn arbeidsloonH6467 niet!Wee dien, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijns naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet!
KJVWoe1unto him that buildeth2his house3by4unrighteousness,5and his chambers6by wrong;8that useth his neighbour's9service10without wages,11and giveth14him not for his work;
1ה֣וֹיH1945Wee, wee, Ochah, alas, ho, O, woe2בֹּנֶ֤הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely3בֵיתוֹ֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4בְּֽלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5צֶ֔דֶקH6664gerechtigheid, rechte, rechtvaardige[idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness)6וַעֲלִיּוֹתָ֖יוH5944opperzaal, opperzalen, opperkamerascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour7בְּלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8מִשְׁפָּ֑טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong9בְּרֵעֵ֨הוּ֙H7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other10יַעֲבֹ֣דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,11חִנָּ֔םH2600om niet, zonder oorzaak, tevergeefswithout a cause (cost, wages), causeless, to cost nothing, free(-ly), innocent, for nothing (nought, in vain12וּפֹעֲל֖וֹH6467werk, daden, arbeidenact, deed, do, getting, maker, work13לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יִתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לֽוֹ
14Die daar zegt: Ik zal mij een zeer hoog huis bouwen, en doorluchtige opperzalen; en hij houwt zich vensteren uit, en het is bedekt met ceder, en aangestreken met menie.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Die daar zegtH559: Ik zal mij een zeer hoogH4060huisH1004bouwenH1129, en doorluchtigeH7304opperzalenH5944; en hij houwtH7167 zich vensterenH2474 uit, en het is bedektH5603 met cederH730, en aangestrekenH4886 met menieH8350.Die daar zegt: Ik zal mij een zeer hoog huis bouwen, en doorluchtige opperzalen; en hij houwt zich vensteren uit, en het is bedekt met ceder, en aangestreken met menie.
KJVThat saith,1I will build2me a wide5house4and large7chambers,6and cutteth him out8windows;10and it is cieled11with cedar,12and painted13with vermilion.
15Zoudt gij regeren, omdat gij u mengt met den ceder? Heeft niet uw vader gegeten en gedronken, en recht en gerechtigheid gedaan, en het ging hem toen wel?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Zoudt gij regerenH4427, omdatH3588 gij u mengtH8474 met den cederH730? Heeft nietH3808 uw vaderH1gegetenH398 en gedronkenH8354, en rechtH4941 en gerechtigheidH6666gedaanH6213, en het ging hem toen wel?Zoudt gij regeren, omdat gij u mengt met den ceder? Heeft niet uw vader gegeten en gedronken, en recht en gerechtigheid gedaan, en het ging hem toen wel?
KJVShalt thou reign,1because thou closest4thyself in cedar?5did not thy father6eat8and drink,9and do10judgment11and justice,12and then it was well
1הֲתִֽמְלֹ֔ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely2כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you4מְתַחֲרֶ֣הH8474mengen, mengtclose, contend5בָאָ֑רֶזH730cederen, ceder, cederenhoutcedar (tree)6אָבִ֜יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7הֲל֧וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8אָכַ֣לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite9וְשָׁתָ֗הH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)10וְעָשָׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11מִשְׁפָּט֙H4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong12וּצְדָקָ֔הH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)13אָ֖זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet14ט֥וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)15לֽוֹ
16Hij heeft de rechtzaak des ellendigen en nooddruftigen gericht, toen ging het hem wel; is dat niet Mij te kennen? spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Hij heeft de rechtzaakH1779 des ellendigenH6041 en nooddruftigenH34gerichtH1777, toen ging het hem wel; is datH1931nietH3808 Mij te kennenH1847? spreektH5002 de HEEREH3068.Hij heeft de rechtzaak des ellendigen en nooddruftigen gericht, toen ging het hem wel; is dat niet Mij te kennen? spreekt de HEERE.
KJVHe judged1the cause2of the poor3and needy;4then it was well6with him: was not this to know9me? saith11the LORD.
1דָּ֛ןH1777richten, recht, gericht(come) with a straight course2דִּיןH1779rechtzaak, gericht, rechtshandelcause, judgement, plea, strife3עָנִ֥יH6041ellendigen, ellendige, ellendigafflicted, humble, lowly, needy, poor4וְאֶבְי֖וֹןH34nooddruftige, nooddruftigen, armenbeggar, needy, poor (man)5אָ֣זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet6ט֑וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)7הֲלוֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8הִ֛יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9הַדַּ֥עַתH1847wetenschap, kennis, kennencunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly)10אֹתִ֖יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith12יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
17Maar uw ogen en uw hart zijn niet dan op uw gierigheid, en op onschuldig bloed, om dat te vergieten, en op verdrukking en overlast, om die te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17MaarH3588 uw ogenH5869 en uw hartH3820 zijn nietH369 dan opH5921 uw gierigheidH1215, en opH5921onschuldigH5355bloedH1818, om datH3588 te vergietenH8210, en opH5921verdrukkingH6233 en overlastH4835, om die te doenH6213.Maar uw ogen en uw hart zijn niet dan op uw gierigheid, en op onschuldig bloed, om dat te vergieten, en op verdrukking en overlast, om die te doen.
KJVBut thine eyes3and thine heart4are not but for thy covetousness,8and for to shed12innocent11blood,10and for oppression,14and for violence,16to do
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אֵ֤יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)3עֵינֶ֨יךָ֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4וְלִבְּךָ֔H3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5כִּ֖יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8בִּצְעֶ֑ךָH1215gierigheid, gewin, nuttigheidcovetousness, (dishonest) gain, lucre, profit9וְעַ֤לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10דַּֽםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent11הַנָּקִי֙H5355onschuldig, onschuldige, onschuldigenblameless, clean, clear, exempted, free, guiltless, innocent, quit12לִשְׁפּ֔וֹךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip13וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14הָעֹ֥שֶׁקH6233verdrukking, onderdrukking, onthoudenecruelly, extortion, oppression, thing (deceitfully gotten)15וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16הַמְּרוּצָ֖הH4835overlastviolence. See also H4794 (מְרוּצָה)17לַעֲשֽׂוֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
18Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda: Zij zullen hem niet beklagen: Och mijn broeder! of, och zuster! Zij zullen hem niet beklagen: Och, heer! of, och zijn majesteit!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18DaaromH3651zegtH559 de HEEREH3068 alzo van JojakimH3079, zoonH1121 van JosiaH2977, koningH4428 van JudaH3063: Zij zullen hem nietH3808beklagenH5594: OchH1945 mijn broederH251! of, ochH1945zusterH269! Zij zullen hem nietH3808beklagenH5594: OchH1945, heerH113! of, ochH1945 zijn majesteitH1935!Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda: Zij zullen hem niet beklagen: Och mijn broeder! of, och zuster! Zij zullen hem niet beklagen: Och, heer! of, och zijn majesteit!
19Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal hem slepen en daarhenen werpen, verre weg van de poorten van Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Met een ezelsbegrafenisH6900 zal hij begravenH6912 worden; men zal hem slepenH5498 en daarhenen werpenH7993, verre wegH1973 van de poortenH8179 van JeruzalemH3389.Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal hem slepen en daarhenen werpen, verre weg van de poorten van Jeruzalem.
KJVHe shall be buried3with the burial1of an ass,2drawn4and cast forth5beyond6the gates7of Jerusalem.
20Klim op den Libanon en roep, en verhef uw stem op den Basan; roep ook van de veren; maar al uw liefhebbers zijn verbroken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20KlimH5927 op den LibanonH3844 en roepH6817, en verhefH5414 uw stemH6963 op den BasanH1316; roepH6817 ook van de verenH5676; maarH3588alH3605 uw liefhebbersH157 zijn verbrokenH7665.Klim op den Libanon en roep, en verhef uw stem op den Basan; roep ook van de veren; maar al uw liefhebbers zijn verbroken.
KJVGo up1to Lebanon,2and cry;3and lift up5thy voice6in Bashan,4and cry7from the passages:for all thy lovers12are destroyed.
1עֲלִ֤יH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2הַלְּבָנוֹן֙H3844LibanonLebanon3וּֽצְעָ֔קִיH6817riep, riepen, roepen[idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together)4וּבַבָּשָׁ֖ןH1316Bazan, BasanBashan5תְּנִ֣יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6קוֹלֵ֑ךְH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell7וְצַֽעֲקִי֙H6817riep, riepen, roepen[idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together)8מֵֽעֲבָרִ֔יםH5682AbarimAbarim, passages9כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10נִשְׁבְּר֖וּH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12מְאַהֲבָֽיִךְH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
21Ik sprak u aan in uw groten voorspoed, maar gij zeidet: Ik zal niet horen. Dit is uw weg van uw jeugd af, dat gij Mijner stem niet hebt gehoorzaamd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Ik sprakH1696 u aanH413 in uw groten voorspoedH7962, maarH3588 gij zeidetH559: Ik zal nietH3808horenH8085. DitH2088 is uw wegH1870 van uw jeugdH5271 af, dat gij Mijner stemH6963nietH3808 hebt gehoorzaamdH8085.Ik sprak u aan in uw groten voorspoed, maar gij zeidet: Ik zal niet horen. Dit is uw weg van uw jeugd af, dat gij Mijner stem niet hebt gehoorzaamd.
KJVI spake1unto thee in thy prosperity;3but thou saidst,4I will not hear.6This hath been thy manner8from thy youth,9that thou obeyedst12not my voice.
1דִּבַּ֤רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֵלַ֨יִךְ֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּשַׁלְוֺתַ֔יִךְH7962stilheid, voorspoed, gerustheidabundance, peace(-ably), prosperity, quietness4אָמַ֖רְתְּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6אֶשְׁמָ֑עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness7זֶ֤הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8דַרְכֵּךְ֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)9מִנְּעוּרַ֔יִךְH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth10כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12שָׁמַ֖עַתְּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness13בְּקוֹלִֽיH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell
22De wind zal al uw herders weiden, en uw liefhebbers zullen in de gevangenis gaan; dan zult gij zekerlijk beschaamd en te schande worden, vanwege al uw boosheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22De windH7307 zal alH3605 uw herdersH7462weidenH7462, en uw liefhebbersH157 zullen in de gevangenisH7628gaanH3212; dan zult gij zekerlijk beschaamdH954 en te schandeH3637 worden, vanwege alH3605 uw boosheidH7451.De wind zal al uw herders weiden, en uw liefhebbers zullen in de gevangenis gaan; dan zult gij zekerlijk beschaamd en te schande worden, vanwege al uw boosheid.
KJVThe wind4shall eat up2all thy pastors,3and thy lovers5shall go7into captivity:6surely then shalt thou be ashamed10and confounded11for all thy wickedness.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2רֹעַ֨יִךְ֙H7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste3תִּרְעֶהH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste4ר֔וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)5וּֽמְאַהֲבַ֖יִךְH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend6בַּשְּׁבִ֣יH7628gevangenis, gevangenen, gevangenecaptive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken7יֵלֵ֑כוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אָ֤זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet10תֵּבֹ֨שִׁי֙H954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long11וְנִכְלַ֔מְתְּH3637schande, schaamrood, beschaamdbe (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame12מִכֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13רָעָתֵֽךְH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
23O gij, die nu op den Libanon woont, en in de cederen nestelt! hoe begenadigd zult gij zijn, als u de smarten zullen aankomen, het wee als ener barende vrouw!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23O gij, die nu op den LibanonH3844woontH3427, en in de cederenH730nesteltH7077! hoeH4100begenadigdH2603 zult gij zijn, als u de smartenH2256 zullen aankomenH935, het weeH2427 als ener barendeH3205 vrouw!O gij, die nu op den Libanon woont, en in de cederen nestelt! hoe begenadigd zult gij zijn, als u de smarten zullen aankomen, het wee als ener barende vrouw!
KJVO inhabitant1of Lebanon,2that makest thy nest3in the cedars,4how gracious6shalt thou be when pangs9come7upon thee, the pain10as of a woman in travail!
1יֹשַׁבְתְּ֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2בַּלְּבָנ֔וֹןH3844LibanonLebanon3מְקֻנַּ֖נְתְּH7077nestelen, nestelt, nesteldenmake...nest4בָּֽאֲרָזִ֑יםH730cederen, ceder, cederenhoutcedar (tree)5מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6נֵּחַנְתְּ֙H2603genadig, wees genadig, ontfermtbeseech, [idiom] fair, (be, find, shew) favour(-able), be (deal, give, grant (gracious(-ly), intreat, (be) merciful, have (shew) mercy (on, upon), have pity upon, pray, make supplication, [idiom] very7בְּבֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8לָ֣ךְ9חֲבָלִ֔יםH2256snoer, koorden, landstreekband, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling10חִ֖ילH2427weedom, smart, weepain, pang, sorrow11כַּיֹּלֵדָֽהH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)
24Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, ofschoon Chonia, de zoon van Jojakim, den koning van Juda, een zegelring ware aan Mijn rechterhand, zo zal Ik u toch van daar wegrukken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Zo waarachtig als IkH589leefH2416, spreektH5002 de HEEREH3068, ofschoon ChoniaH3659, de zoonH1121 van JojakimH3079, den koningH4428 van JudaH3063, een zegelringH2368wareH1961aanH5921 Mijn rechterhandH3225, zo zal Ik u toch van daarH8033wegrukkenH5423.Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, ofschoon Chonia, de zoon van Jojakim, den koning van Juda, een zegelring ware aan Mijn rechterhand, zo zal Ik u toch van daar wegrukken.
KJVAs I live,1saith3the LORD,4though Coniah8the son9of Jehoiakim10king11of Judah12were the signet13upon my right16hand,15yet would I pluck
25En Ik zal u geven in de hand dergenen, die uw ziel zoeken, en in de hand dergenen, voor welker aangezicht gij schrikt, namelijk in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en in de hand der Chaldeen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En Ik zal u gevenH5414 in de handH3027 dergenen, dieH834 uw zielH5315zoekenH1245, en in de handH3027 dergenen, voor welker aangezicht gijH859schriktH3016, namelijk in de handH3027 van NebukadrezarH5019, den koningH4428 van BabelH894, en in de handH3027 der ChaldeenH3778.En Ik zal u geven in de hand dergenen, die uw ziel zoeken, en in de hand dergenen, voor welker aangezicht gij schrikt, namelijk in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en in de hand der Chaldeen.
KJVAnd I will give1thee into the hand2of them that seek3thy life,4and into the hand5of them whose face9thou fearest,8even into the hand10of Nebuchadrezzar11king12of Babylon,13and into the hand14of the Chaldeans.
26En Ik zal u, en uw moeder, die u gebaard heeft, uitwerpen in een ander land, waarin gijlieden niet geboren zijt, en daar zult gij sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En Ik zal u, en uw moederH517, dieH834 u gebaardH3205 heeft, uitwerpenH2904 in een anderH312landH776, waarin gijlieden nietH3808geborenH3205 zijt, en daarH8033 zult gij stervenH4191.En Ik zal u, en uw moeder, die u gebaard heeft, uitwerpen in een ander land, waarin gijlieden niet geboren zijt, en daar zult gij sterven.
KJVAnd I will cast thee out,1and thy mother4that bare6thee, into another9country,8where ye were not born;12and there shall ye die.
1וְהֵֽטַלְתִּ֣יH2904schoot, weggeworpen, wierpencarry away, (utterly) cast (down, forth, out), send out2אֹתְךָ֗H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אִמְּךָ֙H517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יְלָדַ֔תְךָH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)7עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9אַחֶ֔רֶתH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יֻלַּדְתֶּ֖םH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)13שָׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither14וְשָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither15תָּמֽוּתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
27En in het land, naar hetwelk hun ziel verlangt om daar weder te komen, daarhenen zullen zij niet wederkomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En in het landH776, naar hetwelkH834hunH1992zielH5315verlangtH5375 om daarH8033 weder te komenH7725, daarhenen zullen zij nietH3808wederkomenH7725.En in het land, naar hetwelk hun ziel verlangt om daar weder te komen, daarhenen zullen zij niet wederkomen.
KJVBut to the land2whereunto they desire5to return,8thither shall they not return.
1וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4הֵ֛םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye5מְנַשְּׂאִ֥יםH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7נַפְשָׁ֖םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it8לָשׁ֣וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw9שָׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10שָׁ֖מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither11לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יָשֽׁוּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
28Is dan deze man Chonia een veracht, verstrooid, afgodisch beeld? Of is hij een vat, waaraan men geen lust heeft? Waarom zijn hij en zijn zaad uitgeworpen, ja, weggeworpen in een land, dat zij niet kennen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Is dan dezeH2088manH376ChoniaH3659 een verachtH959, verstrooidH5310, afgodisch beeldH6089? OfH518 is hij een vatH3627, waaraan men geen lustH2656 heeft? Waarom zijn hij en zijn zaadH2233uitgeworpenH7993, ja, weggeworpenH2904 in een landH776, dat zij niet kennenH3045?Is dan deze man Chonia een veracht, verstrooid, afgodisch beeld? Of is hij een vat, waaraan men geen lust heeft? Waarom zijn hij en zijn zaad uitgeworpen, ja, weggeworpen in een land, dat zij niet kennen?
KJVIs this man4Coniah6a despised2broken3idol?1is he a vessel8wherein is no pleasure?10wherefore are they cast out,16he and his seed,15and are cast13into a land18which they know
1הַעֶ֨צֶבH6089smart, afgodisch beeld, smartelijke arbeidgrievous, idol, labor, sorrow2נִבְזֶ֜הH959veracht, verachtte, verachtendespise, disdain, contemn(-ptible), [phrase] think to scorn, vile person3נָפ֗וּץH5310slaan, stukken slaan, verstrooidbe beaten in sunder, break (in pieces), broken, dash (in pieces), cause to be discharged, dispersed, be overspread, scatter4הָאִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6כָּנְיָ֔הוּH3659Chonia, ChonjaConiah7אִ֨םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8כְּלִ֔יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever9אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)10חֵ֖פֶץH2656lust, voornemen, welbehagenacceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly11בּ֑וֹ12מַדּ֤וּעַH4069waarom?how, wherefore, why13הֽוּטֲלוּ֙H2904schoot, weggeworpen, wierpencarry away, (utterly) cast (down, forth, out), send out14ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15וְזַרְע֔וֹH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time16וְהֻ֨שְׁלְכ֔וּH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21יָדָֽעוּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29O landH776, landH776, landH776! hoorH8085 des HEERENH3068woordH1697!O land, land, land! hoor des HEEREN woord!
KJVO earth,1earth,2earth,3hear4the word5of the LORD.
30Zo zegt de HEERE: Schrijft dezen zelfden man kinderloos, een man, die niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen; want er zal niemand van zijn zaad voorspoedig zijn, zittende op den troon Davids, en heersende meer in Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: SchrijftH3789 dezen zelfden man kinderloosH6185, een man, die nietH3808voorspoedigH6743 zal zijn in zijn dagenH3117; wantH3588 er zal niemandH376 van zijn zaadH2233voorspoedigH6743 zijn, zittendeH3427opH5921 den troonH3678DavidsH1732, en heersendeH4910meerH5750 in JudaH3063.Zo zegt de HEERE: Schrijft dezen zelfden man kinderloos, een man, die niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen; want er zal niemand van zijn zaad voorspoedig zijn, zittende op den troon Davids, en heersende meer in Juda.
Ook in dit vers
manH376
manH1397
KJVThus saith2the LORD,3Write4ye this man6childless,8a man9that shall not prosper11in his days:12for no man17of his seed16shall prosper,15sitting18upon the throne20of David,21and ruling22any more in Judah.
1כֹּ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4כִּתְב֞וּH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הָאִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8עֲרִירִ֔יH6185kinderen, kinderlooschildless9גֶּ֖בֶרH1397man, mans, mannenevery one, man, [idiom] mighty10לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יִצְלַ֣חH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)12בְּיָמָ֑יוH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14לֹ֨אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15יִצְלַ֜חH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)16מִזַּרְע֗וֹH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time17אִ֚ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)18יֹשֵׁב֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20כִּסֵּ֣אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne21דָוִ֔דH1732David, DavidsDavid22וּמֹשֵׁ֥לH4910heersen, heerst, heerser(have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power23ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)24בִּיהוּדָֽהH3063JudaJudah
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 22:1— Alzo zegt de HEERE: Ga af in het huis des konings van Juda, en spreek aldaar dit woord.2 Kronieken 25:15→Markus 6:18→Jeremia 21:11→2 Samuël 24:11→Amos 7:13→2 Kronieken 19:2→Jeremia 34:2→Lukas 3:19→
Jeremia 22:2— En zeg: Hoor het woord des HEEREN, gij koning van Juda, gij, die zit op Davids troon, gij, en uw knechten, en uw volk, die door deze poorten ingaan!Lukas 1:32→Jesaja 9:7→Jeremia 22:4→Amos 7:16→Ezechiël 34:7→Jesaja 28:14→Jesaja 1:10→Jeremia 13:18→
Jeremia 22:3— Zo zegt de HEERE: Doet recht en gerechtigheid, en redt den beroofde uit de hand des verdrukkers; en onderdrukt den vreemdeling niet, den wees noch de weduwe; doet geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.Jeremia 21:12→Jeremia 22:17→Micha 6:8→Ezechiël 22:7→Jeremia 7:5→Joël 3:19→Spreuken 23:10→2 Samuël 23:3→
Jeremia 22:4— Want indien gijlieden deze zaak ernstiglijk zult doen, zo zullen door de poorten van dit huis koningen ingaan, zittende den David op zijn troon, rijdende op wagens en op paarden, hij, en zijn knechten, en zijn volk.Jeremia 17:25→
Jeremia 22:5— Indien gij daarentegen deze woorden niet zult horen, zo heb Ik bij Mij gezworen, spreekt de HEERE, dat dit huis tot een woestheid worden zal.Amos 6:8→Hebreeën 6:13→Jeremia 17:27→Genesis 22:16→Deuteronomium 32:40→Jeremia 7:13→Psalmen 95:11→Amos 8:7→
Jeremia 22:6— Want zo zegt de HEERE van het huis des konings van Juda: Gij zijt Mij een Gilead, een hoogte van Libanon; maar zo Ik u niet zette als een woestijn en onbewoonde steden!Jesaja 6:11→Psalmen 107:34→Micha 3:12→Jesaja 27:10→Jeremia 9:11→Genesis 37:25→Jeremia 26:18→Jeremia 7:34→
Jeremia 22:7— Want Ik zal verdervers tegen u heiligen, elk met zijn gereedschap, die zullen uw uitgelezen cederen omhouwen, en in het vuur werpen.Jesaja 10:33→Jeremia 4:6→Jesaja 37:24→Ezechiël 9:1→Jeremia 21:14→Jesaja 13:3→Zacharia 11:1→Jesaja 27:10→
Jeremia 22:8— Dan zullen veel heidenen voorbij deze stad gaan, en zullen zeggen, een ieder tot zijn naaste: Waarom heeft de HEERE alzo gedaan aan deze grote stad?1 Koningen 9:8→2 Kronieken 7:20→Deuteronomium 29:23→Klaagliederen 2:15→Daniël 9:7→Klaagliederen 4:12→Jeremia 16:10→
Jeremia 22:9— En zij zullen zeggen: Omdat zij het verbond des HEEREN, huns Gods, hebben verlaten, en hebben zich voor andere goden nedergebogen, en die gediend.2 Kronieken 34:25→2 Koningen 22:17→Deuteronomium 29:25→Jeremia 40:2→Jeremia 2:17→Jeremia 50:7→
Jeremia 22:10— Weent niet over den dode, en beklaagt hem niet; weent vrij over dien, die weggegaan is, want hij zal nimmermeer wederkomen, dat hij het land zijner geboorte zie.Prediker 4:2→Jesaja 57:1→Jeremia 22:11→Klaagliederen 4:9→2 Koningen 22:20→Lukas 23:28→2 Koningen 23:30→2 Kronieken 35:23→
Jeremia 22:11— Want zo zegt de HEERE van Sallum, den zoon van Josia, koning van Juda, die in de plaats van zijn vader Josia regeerde, die uit deze plaats is uitgegaan: Hij zal daar nimmermeer wederkomen.1 Kronieken 3:15→2 Koningen 23:34→2 Kronieken 36:1→2 Koningen 23:31→2 Kronieken 34:22→2 Kronieken 28:12→
Jeremia 22:12— Maar in de plaats, waarhenen zij hem gevankelijk hebben weggevoerd, zal hij sterven, en dit land zal hij niet meer zien.2 Koningen 23:34→Jeremia 22:18→
Jeremia 22:13— Wee dien, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijns naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet!Micha 3:10→Leviticus 19:13→Jakobus 5:4→Deuteronomium 24:14→Habakuk 2:9→2 Kronieken 36:4→Jeremia 22:18→Maleachi 3:5→
Jeremia 22:14— Die daar zegt: Ik zal mij een zeer hoog huis bouwen, en doorluchtige opperzalen; en hij houwt zich vensteren uit, en het is bedekt met ceder, en aangestreken met menie.2 Samuël 7:2→Hagai 1:4→Jesaja 5:8→Spreuken 17:19→Hooglied 1:17→Lukas 14:28→Daniël 4:30→Spreuken 24:27→
Jeremia 22:15— Zoudt gij regeren, omdat gij u mengt met den ceder? Heeft niet uw vader gegeten en gedronken, en recht en gerechtigheid gedaan, en het ging hem toen wel?2 Koningen 23:25→Jesaja 3:10→Spreuken 25:5→Prediker 10:17→Spreuken 29:4→Psalmen 128:1→2 Koningen 22:2→2 Samuël 8:15→
Jeremia 22:16— Hij heeft de rechtzaak des ellendigen en nooddruftigen gericht, toen ging het hem wel; is dat niet Mij te kennen? spreekt de HEERE.Jeremia 9:24→1 Johannes 2:3→Titus 1:16→Jesaja 1:17→Psalmen 72:1→Psalmen 72:12→1 Kronieken 28:9→Johannes 17:3→
Jeremia 22:17— Maar uw ogen en uw hart zijn niet dan op uw gierigheid, en op onschuldig bloed, om dat te vergieten, en op verdrukking en overlast, om die te doen.Ezechiël 19:6→2 Petrus 2:14→2 Koningen 24:4→Jeremia 22:3→Psalmen 10:3→Ezechiël 33:31→Kolossenzen 3:5→Jozua 7:21→
Jeremia 22:18— Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda: Zij zullen hem niet beklagen: Och mijn broeder! of, och zuster! Zij zullen hem niet beklagen: Och, heer! of, och zijn majesteit!1 Koningen 13:30→Jeremia 16:6→Jeremia 16:4→Jeremia 22:10→2 Samuël 3:33→2 Kronieken 35:25→2 Kronieken 21:19→Jeremia 34:5→
Jeremia 22:19— Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal hem slepen en daarhenen werpen, verre weg van de poorten van Jeruzalem.Jeremia 36:30→1 Koningen 21:23→Jeremia 36:6→1 Koningen 14:10→2 Koningen 9:35→2 Kronieken 36:6→Jeremia 15:3→
Jeremia 22:20— Klim op den Libanon en roep, en verhef uw stem op den Basan; roep ook van de veren; maar al uw liefhebbers zijn verbroken.Numeri 27:12→Ezechiël 23:22→Klaagliederen 1:2→Jesaja 31:1→Klaagliederen 1:19→Jeremia 4:30→Jeremia 25:9→2 Koningen 24:7→
Jeremia 22:21— Ik sprak u aan in uw groten voorspoed, maar gij zeidet: Ik zal niet horen. Dit is uw weg van uw jeugd af, dat gij Mijner stem niet hebt gehoorzaamd.Jeremia 32:30→Jeremia 3:25→Spreuken 30:9→Ezechiël 23:3→Jeremia 7:22→Jesaja 48:8→Ezechiël 20:8→Nehemia 9:16→
Jeremia 22:22— De wind zal al uw herders weiden, en uw liefhebbers zullen in de gevangenis gaan; dan zult gij zekerlijk beschaamd en te schande worden, vanwege al uw boosheid.Zacharia 11:17→Jeremia 23:1→Hosea 13:15→Jeremia 12:10→Jeremia 10:21→Jeremia 5:30→Jesaja 64:6→Jeremia 20:11→
Jeremia 22:23— O gij, die nu op den Libanon woont, en in de cederen nestelt! hoe begenadigd zult gij zijn, als u de smarten zullen aankomen, het wee als ener barende vrouw!Jeremia 6:24→Jeremia 22:6→Jeremia 4:30→Hosea 7:14→Obadja 1:4→Zacharia 11:1→Amos 9:2→Habakuk 2:9→
Jeremia 22:24— Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, ofschoon Chonia, de zoon van Jojakim, den koning van Juda, een zegelring ware aan Mijn rechterhand, zo zal Ik u toch van daar wegrukken.Jeremia 37:1→1 Kronieken 3:16→Hagai 2:23→Hooglied 8:6→2 Koningen 24:6→Jeremia 22:6→Jeremia 22:28→Mattheüs 1:11→
Jeremia 22:25— En Ik zal u geven in de hand dergenen, die uw ziel zoeken, en in de hand dergenen, voor welker aangezicht gij schrikt, namelijk in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en in de hand der Chaldeen.Jeremia 34:20→2 Koningen 24:15→Jeremia 21:7→Jeremia 22:28→Spreuken 10:24→Jeremia 38:16→
Jeremia 22:26— En Ik zal u, en uw moeder, die u gebaard heeft, uitwerpen in een ander land, waarin gijlieden niet geboren zijt, en daar zult gij sterven.2 Koningen 24:15→Jesaja 22:17→2 Koningen 24:8→2 Kronieken 36:9→Jeremia 15:2→Ezechiël 19:9→
Jeremia 22:27— En in het land, naar hetwelk hun ziel verlangt om daar weder te komen, daarhenen zullen zij niet wederkomen.Jeremia 44:14→Jeremia 22:11→Psalmen 86:4→2 Koningen 25:27→Jeremia 52:31→
Jeremia 22:28— Is dan deze man Chonia een veracht, verstrooid, afgodisch beeld? Of is hij een vat, waaraan men geen lust heeft? Waarom zijn hij en zijn zaad uitgeworpen, ja, weggeworpen in een land, dat zij niet kennen?Psalmen 31:12→Hosea 8:8→Jeremia 48:38→Jeremia 14:18→2 Samuël 5:21→Romeinen 9:21→Mattheüs 1:12→1 Kronieken 3:17→
Jeremia 22:29— O land, land, land! hoor des HEEREN woord!Deuteronomium 32:1→Micha 1:2→Jeremia 6:19→Deuteronomium 4:26→Jesaja 34:1→Jesaja 1:1→Micha 6:1→Deuteronomium 31:19→
Jeremia 22:30— Zo zegt de HEERE: Schrijft dezen zelfden man kinderloos, een man, die niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen; want er zal niemand van zijn zaad voorspoedig zijn, zittende op den troon Davids, en heersende meer in Juda.Jeremia 36:30→Lukas 1:32→Psalmen 94:20→1 Kronieken 3:16→Jeremia 10:21→Mattheüs 1:11→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 22 vers 3— Zo zegt de HEERE: Doet recht en gerechtigheid, en redt den beroofde uit de hand des verdrukkers; en onderdrukt den vreemdeling niet, den wees noch de weduwe; doet geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.
Doet recht
Zie 1 Kon. 10:9 .
Hertaald:Doet recht
Zie 1 Kon. 10:9.
onderdrukt
Of, plaagt, berooft niet.
Hertaald:onderdrukt
Of: plaagt, berooft niet.
doet geen geweld
Aan hen, of aan iemand.
Hertaald:doet geen geweld
Aan hen, of aan wie dan ook.
Jeremia 22 vers 4— Want indien gijlieden deze zaak ernstiglijk zult doen, zo zullen door de poorten van dit huis koningen ingaan, zittende den David op zijn troon, rijdende op wagens en op paarden, hij, en zijn knechten, en zijn volk.
deze zaak
Of, dit woord.
Hertaald:deze zaak
Of: dit woord.
ernstiglijk
Hebreeuws, doende doen zult.
Hertaald:ernstiglijk
Hebreeuws: doende zult doen.
David
Dat is, in Davids plaats.
Hertaald:David
Dat is: op de plaats van David.
hij,
De koning, die er zijn zal.
Hertaald:hij,
De koning die er dan zal zijn.
Jeremia 22 vers 6— Want zo zegt de HEERE van het huis des konings van Juda: Gij zijt Mij een Gilead, een hoogte van Libanon; maar zo Ik u niet zette als een woestijn en onbewoonde steden!
Gilead,
Dat is, zo van mij gezegend met alles wat gewenst en lieflijk is, dat gij het land Gilead gelijk zijt; zie Gen. 37:25 . Of, [gelijk sommigen] gij [zult] mij [zijn], enz.; dat is, Ik zal u zo weinig verschonen als Ik Gilead gedaan heb; zie 2 Kon. 15:29 .
Hertaald:Gilead,
Dat is: u bent door Mij zo gezegend met alles wat wenselijk en lieflijk is, dat u gelijk bent aan het land Gilead; zie Gen. 37:25. Sommigen lezen: u zult Mij zijn, enzovoort — dat is: Ik zal u even weinig sparen als Ik Gilead gedaan heb; zie 2 Kon. 15:29.
hoogte van Libanon;
Zo verheven in eer en hoogheid, als de spits van Libanon, of de hoogste cederen, die daarop staan. Hebreeuws, hoofd.
Hertaald:hoogte van Libanon;
Zo verheven in eer en hoogheid als de top van de Libanon, of als de hoogste ceders die daarop staan. Hebreeuws: hoofd.
onbewoonde steden
Een afgebroken rede in het eedzweren gebruikelijk; zie Deut. 1:35 .
Hertaald:onbewoonde steden
Een afgebroken zin, die bij het zweren gebruikelijk is; zie Deut. 1:35.
Jeremia 22 vers 7— Want Ik zal verdervers tegen u heiligen, elk met zijn gereedschap, die zullen uw uitgelezen cederen omhouwen, en in het vuur werpen.
heiligen,
Dat is, daartoe afzonderen, verordineren, beschikken, bereiden, toerusten; zie Jes. 13:3 , en vergelijk boven Jer. 6:4 .
Hertaald:heiligen,
Dat is: daartoe afzonderen, bestemmen, beschikken, bereiden, toerusten; zie Jes. 13:3, en vergelijk hierboven Jer. 6:4.
uw uitgelezen
Hebreeuws, de keur uwer cederen; dat is, [gelijk het volgende uitwijst] uw beste en uitgelezenste huizen van cederhout getimmerd; vergelijk boven Jer. 21:14 , en onder vs.14,15, en de manier van spreken met Gen. 23:6 .
Hertaald:uw uitgelezen
Hebreeuws: de keur van uw ceders — dat is, zoals het vervolg uitwijst: uw beste en uitgelezenste huizen, van cederhout getimmerd; vergelijk hierboven Jer. 21:14 en hieronder vers 14 en 15, en deze manier van spreken met Gen. 23:6.
in het vuur
Of, nedervellen ten vuur.
Hertaald:in het vuur
Of: neervellen tot brandhout.
Jeremia 22 vers 8— Dan zullen veel heidenen voorbij deze stad gaan, en zullen zeggen, een ieder tot zijn naaste: Waarom heeft de HEERE alzo gedaan aan deze grote stad?
heidenen
Of, natiën.
Hertaald:heidenen
Of: volken.
Jeremia 22 vers 9— En zij zullen zeggen: Omdat zij het verbond des HEEREN, huns Gods, hebben verlaten, en hebben zich voor andere goden nedergebogen, en die gediend.
zullen zeggen
Dat is, men zal antwoorden.
Hertaald:zullen zeggen
Dat is: men zal antwoorden.
Jeremia 22 vers 10— Weent niet over den dode, en beklaagt hem niet; weent vrij over dien, die weggegaan is, want hij zal nimmermeer wederkomen, dat hij het land zijner geboorte zie.
dode,
Namelijk den vromen koning Josia, die onlangs in den slag tegen Farao Necho gebleven en van het volk zeer beklaagd was, 2 Kon. 23:29 ; 2 Kron. 35:23-24 ; deze koning werd weggerukt vóór deze gruwelijke verwoestingen, gelijk voorzegd was, 2 Kon. 22:20 .
Hertaald:dode,
Namelijk: de vrome koning Josia, die kort tevoren gevallen was in de slag tegen Farao Necho en door het volk zeer beklaagd werd, 2 Kon. 23:29 en 2 Kron. 35:23-24. Deze koning werd weggenomen vóór deze gruwelijke verwoestingen, zoals voorzegd was in 2 Kon. 22:20.
vrij over dien,
Hebreeuws, weent wenende.
Hertaald:vrij over dien,
Hebreeuws: weent wenend.
die weggegaan is,
Te weten Joahas, dien Farao Necho gevankelijk naar Egypte gevoerd had, 2 Kon. 23:33-34 , alwaar hij ook gestorven is. Dit duiden sommigen op den koning Jojachin, die daarna gevankelijk gegaan is naar Babel, en aldaar gestorven, 2 Kon. 24:15 , en 2 Kon. 25:29 , alsook Zedekia, 2 Kon. 25:7 , en zetten het over: de weggaande, of die weggaan zal; doch men heeft te letten op de volgende woorden.
Hertaald:die weggegaan is,
Namelijk: Joahaz, die Farao Necho in gevangenschap naar Egypte gevoerd had, 2 Kon. 23:33-34, waar hij ook gestorven is. Sommigen betrekken dit op koning Jojachin, die daarna in gevangenschap naar Babel gegaan en daar gestorven is, 2 Kon. 24:15 en 2 Kon. 25:29, en ook op Zedekia, 2 Kon. 25:7, en zij vertalen: de weggaande, of: die weg zal gaan. Maar men moet letten op de volgende woorden.
Jeremia 22 vers 11— Want zo zegt de HEERE van Sallum, den zoon van Josia, koning van Juda, die in de plaats van zijn vader Josia regeerde, die uit deze plaats is uitgegaan: Hij zal daar nimmermeer wederkomen.
Sallum,
Deze is [naar sommiger gevoelen] Joahaz, ook genoemd Jehoahaz, en Johanan, zoon van Josia. Zie 2 Kon. 23:31 ; 2 Kron. 36:1-2 ; vergelijk 2 Kon. 15:13 , en 2 Kon. 23:31 ; 1 Kron. 3:15 wordt ook een vierde zoon van Josia met dezen naam genoemd.
Hertaald:Sallum,
Dit is, naar de mening van sommigen, Joahaz, die ook Jehoahaz en Johanan genoemd wordt, de zoon van Josia. Zie 2 Kon. 23:31 en 2 Kron. 36:1-2; vergelijk 2 Kon. 15:13 en 2 Kon. 23:31. In 1 Kron. 3:15 wordt ook een vierde zoon van Josia met deze naam genoemd.
Jeremia 22 vers 13— Wee dien, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijns naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet!
Wee dien,
Of, hei, o gij, die, enz. dit, alsook het volgende, ziet op den koning Jojakim [zie onder vs.18], die beschuldigd wordt van pracht, overdaad, onrechtvaardigheid, gierigheid en tirannie.
Hertaald:Wee dien,
Of: hei, o u die, enzovoort. Dit en het vervolg ziet op koning Jojakim (zie hieronder vers 18), die beschuldigd wordt van praal, overdaad, onrechtvaardigheid, gierigheid en tirannie.
met ongerechtigheid,
Hebreeuws, met niet gerechtigheid; dat is, met gene gerechtigheid, of zonder gerechtigheid.
Hertaald:met ongerechtigheid,
Hebreeuws: met niet-gerechtigheid — dat is: zonder gerechtigheid.
met onrecht;
Hebreeuws, met niet recht.
Hertaald:met onrecht;
Hebreeuws: met niet-recht.
zijns naasten
Of, zich dient van zijnen naaste, gebruikende zijnen arbeid, of hem dwingt te dienen; vergelijk onder Jer. 25:14 , en Jer. 27:7 , en Jer. 30:8 , en Jer. 34:9 .
Hertaald:zijns naasten
Of: zich van zijn naaste bedient door diens arbeid te gebruiken, of hem dwingt te dienen; vergelijk hieronder Jer. 25:14, Jer. 27:7, Jer. 30:8 en Jer. 34:9.
arbeidsloon
Hebreeuws eigenlijk, werk, of arbeid; dat is, arbeidsloon, gelijk Num. 22:7 , waarzegging, of voorzeggingen, voor, loon der waarzeggingen; zie wijders Lev. 19:13 ; Jes. 49:4 ; Ezech. 29:20 .
Hertaald:arbeidsloon
Hebreeuws eigenlijk: werk of arbeid — dat is: arbeidsloon, zoals in Num. 22:7 waarzegging of voorzeggingen staat voor het loon van de waarzeggingen; zie verder Lev. 19:13, Jes. 49:4 en Ezech. 29:20.
Jeremia 22 vers 14— Die daar zegt: Ik zal mij een zeer hoog huis bouwen, en doorluchtige opperzalen; en hij houwt zich vensteren uit, en het is bedekt met ceder, en aangestreken met menie.
zeer hoog
Hebreeuws, een huis der maten; dat is, zonderling of bovenmate hoog of groot; vergelijk Num. 13:32 .
Hertaald:zeer hoog
Hebreeuws: een huis van de maten — dat is: bijzonder of bovenmate hoog of groot; vergelijk Num. 13:32.
doorluchtige
Waarin men lucht kan scheppen, of waar de wind kan doorwaaien, dat is, wijd, luchtig.
Hertaald:doorluchtige
Waarin men lucht kan scheppen, of waar de wind kan doorwaaien — dat is: wijd, luchtig.
en hij houwt
Anders: die mijne vensters voor zich daar uitscheurt, en dat met ceder beschoten is, en bemaalt het met menie, enz. Verstaande dat Jojakim uit Gods huis heeft laten uitbreken, tot gebruik van zijn gebouw, wat hem beliefde, latende het daarna met allerlei verwen zo overstrijken, dat men het niet kon merken.
Hertaald:en hij houwt
Anders: die mijn vensters voor zich daaruit scheurt, en dat met ceder beschoten is, en het met menie beschildert, enzovoort. Daarbij wordt verstaan dat Jojakim uit Gods huis heeft laten uitbreken wat hem beviel, om het voor zijn eigen gebouw te gebruiken, en het daarna met allerlei verf zo liet overschilderen dat men het niet kon zien.
bedekt
Zijn huis is overal gezolderd en beschoten met cederen balken en planken.
Hertaald:bedekt
Zijn huis is overal gezolderd en beschoten met cederen balken en planken.
aangestreken
Hebreeuws, gezalfd, of zalvende; dat is, hij laat bestrijken, bemalen of beschilderen.
Hertaald:aangestreken
Hebreeuws: gezalfd, of zalvend — dat is: hij laat het bestrijken, beschilderen of beverven.
menie
Of, vermiljoen, of purperblauw; sommigen menen dat het eigenlijk is het Indisch blauw, gemaakt van Indische weede, of, [gelijk sommigen schrijven] gewassen in het Indisch riet, en in het Hebreeuws schaschar genoemd, van een volk in Indië [ Sasuri genoemd] vanwaar het zou komen. De zin is dat hij zijn huis met allerlei vreemde uitstekende kostelijke verwen en schilderijen versierd heeft. Vergelijk Ezech. 23:14 , alwaar hetzelfde Hebreeuwse woord gevonden wordt.
Hertaald:menie
Of: vermiljoen, of purperblauw. Sommigen menen dat het eigenlijk het Indische blauw is, gemaakt van Indische wede, of, zoals anderen schrijven, gegroeid in het Indische riet, en in het Hebreeuws schaschar genoemd naar een volk in Indië (de Sasuri) waar het vandaan zou komen. De betekenis is dat hij zijn huis met allerlei vreemde, opvallende en kostbare verf en schilderingen versierd heeft. Vergelijk Ezech. 23:14, waar hetzelfde Hebreeuwse woord voorkomt.
Jeremia 22 vers 15— Zoudt gij regeren, omdat gij u mengt met den ceder? Heeft niet uw vader gegeten en gedronken, en recht en gerechtigheid gedaan, en het ging hem toen wel?
regeren,
Dat is, uw koninkrijk tegen Gods dreigementen vast en bestendig maken.
Hertaald:regeren,
Dat is: uw koninkrijk tegen Gods dreigementen in vast en bestendig maken.
mengt
Dat is, aldus om strijd [gelijk men spreekt] boven uwen vader pronkt en praalt met cederen gebouwen?
Hertaald:mengt
Dat is: dat u zo om strijd, zoals men zegt, boven uw vader uit pronkt en praalt met cederen gebouwen?
vader
De vrome koning Josia, gelijk onder vs.18.
Hertaald:vader
De vrome koning Josia, zoals hieronder in vers 18.
gegeten
Dat is, bekwamelijk en vrolijk geleefd; zie Pred. 3:13 .
Hertaald:gegeten
Dat is: goed en opgewekt geleefd; zie Pred. 3:13.
recht
Gelijk boven vs.3.
Hertaald:recht
Zoals hierboven vers 3.
het ging hem
Hebreeuws, toen [was] hem goed, of wel; alzo in het volgende. Vergelijk Jes. 3:10-11 , alwaar de Hebreeuwse woorden betekenende goed en kwaad, ook alzo gebruikt worden, voor wel en kwalijk gaan.
Hertaald:het ging hem
Hebreeuws: toen was het hem goed, of wel; zo ook in het vervolg. Vergelijk Jes. 3:10-11, waar de Hebreeuwse woorden voor goed en kwaad ook zo gebruikt worden, voor goed en slecht gaan.
Jeremia 22 vers 16— Hij heeft de rechtzaak des ellendigen en nooddruftigen gericht, toen ging het hem wel; is dat niet Mij te kennen? spreekt de HEERE.
kennen?
Dat is, een bewijs en vrucht van mijne waren kennis?
Hertaald:kennen?
Dat is: een bewijs en een vrucht van de ware kennis van Mij?
Jeremia 22 vers 17— Maar uw ogen en uw hart zijn niet dan op uw gierigheid, en op onschuldig bloed, om dat te vergieten, en op verdrukking en overlast, om die te doen.
uw gierigheid,
Of, uw gewin.
Hertaald:uw gierigheid,
Of: uw gewin.
overlast,
Hebreeuws, loop, gelijk 2 Sam. 18:27 ; en voorts aanloop, versta van geweld, overval, vertreding, verplettering, als hier.
Hertaald:overlast,
Hebreeuws: loop, zoals in 2 Sam. 18:27; en vervolgens: aanloop — versta: geweld, overval, vertrapping, verplettering, zoals hier.
Jeremia 22 vers 18— Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda: Zij zullen hem niet beklagen: Och mijn broeder! of, och zuster! Zij zullen hem niet beklagen: Och, heer! of, och zijn majesteit!
beklagen
Of, misbaar bedrijven, over zijnen dood, zie Gen. 23:2 , en van Jojakims vader; 2 Kron. 35:24-25 .
Hertaald:beklagen
Of: misbaar maken over zijn dood; zie Gen. 23:2, en over Jojakims vader 2 Kron. 35:24-25.
Och mijn broeder
Dit zijn formulieren, gebruikelijk in het beklagen van een verstorvene.
Hertaald:Och mijn broeder
Dit zijn formules die gebruikelijk waren bij het beklagen van een gestorvene.
Jeremia 22 vers 19— Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal hem slepen en daarhenen werpen, verre weg van de poorten van Jeruzalem.
ezelsbegrafenis
Dat is, men zal hem onbegraven als eens ezels aas, wegwerpen.
Hertaald:ezelsbegrafenis
Dat is: men zal hem onbegraven wegwerpen als het kadaver van een ezel.
verre weg
Buiten dit land, in Babel, of onderweg, als hij naar Babel gevoerd wordt. Vergelijk 2 Kon. 24:6 ; 2 Kron. 36:6 , en onder Jer. 36:30 .
Hertaald:verre weg
Buiten dit land, in Babel, of onderweg wanneer hij naar Babel gevoerd wordt. Vergelijk 2 Kon. 24:6 en 2 Kron. 36:6, en hieronder Jer. 36:30.
Jeremia 22 vers 20— Klim op den Libanon en roep, en verhef uw stem op den Basan; roep ook van de veren; maar al uw liefhebbers zijn verbroken.
Klim
Gij dochter mijns volks; dat is, gij volk van Juda.
Hertaald:Klim
U, dochter van Mijn volk — dat is: u, volk van Juda.
Libanon
Deze bergen waren in het noorden en noord oosten van Kanaän gelegen, naar Assyrië toe.
Hertaald:Libanon
Deze bergen lagen in het noorden en noordoosten van Kanaän, in de richting van Assyrië.
roep,
Aan de Assyriërs om hulp; dit is spottenderwijze gesproken, gelijk volgt.
Hertaald:roep,
Tot de Assyriërs om hulp; dit is spottend gezegd, zoals volgt.
verhef uw stem
Hebreeuws, geEf.
Hertaald:verhef uw stem
Hebreeuws: geef.
veren;
Of, overvaarten; te weten de rivieren, die men moest overgaan naar Egypte, dat de Egyptenaars u te hulp komen. Hebreeuws, Abarim, dat sommigen nemen voor het gebergte Abarim, waarvan Num. 33:47 .
Hertaald:veren;
Of: overvaarten, namelijk de rivieren die men naar Egypte toe moest oversteken, opdat de Egyptenaren u te hulp zouden komen. Hebreeuws: Abarim, wat sommigen opvatten als het gebergte Abarim, waarover Num. 33:47.
maar
Het is tevergeefs, wil de Heere zeggen, want beiden, Assyriërs en Egyptenaars, zijn van den koning van Babel tenonder gebracht, verwoest en machteloos gemaakt. Vergelijk boven Jer. 2:36 ; Ezech. 16:26 , Ezech. 16:28 , en Ezech. 23:7-8 .
Hertaald:maar
Het is tevergeefs, wil de HEERE zeggen, want zowel de Assyriërs als de Egyptenaren zijn door de koning van Babel ten onder gebracht, verwoest en machteloos gemaakt. Vergelijk hierboven Jer. 2:36, en Ezech. 16:26 en Ezech. 16:28, en Ezech. 23:7-8.
verbroken
Zie boven Jer. 4:6 .
Hertaald:verbroken
Zie hierboven Jer. 4:6.
Jeremia 22 vers 21— Ik sprak u aan in uw groten voorspoed, maar gij zeidet: Ik zal niet horen. Dit is uw weg van uw jeugd af, dat gij Mijner stem niet hebt gehoorzaamd.
groten voorspoed,
Hebreeuws, voorspoedigheden, of gerustheden; dat is, Ik waarschuwde u toen het u nog zeer welging.
Hertaald:groten voorspoed,
Hebreeuws: voorspoedigheden, of gerustheden — dat is: Ik waarschuwde u toen het u nog zeer goed ging.
weg
Dit is, manier van doen. Zie Gen. 6:12 .
Hertaald:weg
Dat is: manier van doen. Zie Gen. 6:12.
jeugd af,
Sedert Ik u tot mijn volk heb aangenomen en u mijne wetten gegeven.
Hertaald:jeugd af,
Sinds Ik u tot Mijn volk aangenomen en u Mijn wetten gegeven heb.
Jeremia 22 vers 22— De wind zal al uw herders weiden, en uw liefhebbers zullen in de gevangenis gaan; dan zult gij zekerlijk beschaamd en te schande worden, vanwege al uw boosheid.
De wind
Dat is, al uw geestelijke en wereldse regeerders zullen beschaamd staan in hun ijdele inbeeldingen, raadslagen en hoop, enz.; die hen niet meer zullen sterken dan wanneer iemand van den wind meent te leven. Vergelijk Pred. 1:14 ; Hos. 12:2 . Anders: afweiden; dat is, zij zullen verdwijnen als rook voor den wind.
Hertaald:De wind
Dat is: al uw geestelijke en wereldlijke bestuurders zullen beschaamd staan in hun ijdele inbeeldingen, raadslagen en hoop, enzovoort; die zullen hen niet meer versterken dan wanneer iemand meent van de wind te kunnen leven. Vergelijk Pred. 1:14 en Hos. 12:2. Anders: afweiden — dat is: zij zullen verdwijnen als rook voor de wind.
liefhebbers
Priesters en valse profeten, waarmede gij geboeleerd hebt.
Hertaald:liefhebbers
Priesters en valse profeten, met wie u geboeleerd hebt.
Jeremia 22 vers 23— O gij, die nu op den Libanon woont, en in de cederen nestelt! hoe begenadigd zult gij zijn, als u de smarten zullen aankomen, het wee als ener barende vrouw!
Libanon woont,
Dat is, nu aldus praalt met gebouwen van cederen, die gij van den Libanon haalt. Dit schijnt voornamelijk te zien op des konings huis, waarvan in het volgende.
Hertaald:Libanon woont,
Dat is: u die nu zo praalt met cederen gebouwen die u van de Libanon haalt. Dit lijkt vooral te zien op het huis van de koning, waarover in het vervolg.
hoe begenadigd
Alsof de Heere zeide: U zal gans gene genade noch gunst wedervaren van de Babyloniërs, maar het tegendeel, gelijk volgt. Anders: hoe gunstrijk, of aangenaam zult gij zijn? of hoe zult gij smeken?
Hertaald:hoe begenadigd
Alsof de HEERE zei: u zal volstrekt geen genade of gunst van de Babyloniërs ten deel vallen, maar het tegendeel, zoals volgt. Anders: hoe gunstig of aangenaam zult u zijn? Of: hoe zult u smeken?
Jeremia 22 vers 24— Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, ofschoon Chonia, de zoon van Jojakim, den koning van Juda, een zegelring ware aan Mijn rechterhand, zo zal Ik u toch van daar wegrukken.
Chónia,
Hebreeuws, Chonjahu; ook genoemd Jechonia, 1 Kron. 3:16 , en Jojachin, 2 Kon. 24:6 , 2 Kon. 24:8 .
Hertaald:Chónia,
Hebreeuws: Chonjahu; ook Jechonia genoemd, 1 Kron. 3:16, en Jojachin, 2 Kon. 24:6 en 2 Kon. 24:8.
zegelring
Dat is, nog zo lief en aangenaam jongeling, met verscheiden weldaden van mij versierd en gekroond, en van Davids zaad, dies zij meenden dat de opvolging ongetwijfeld zou zijn, en dat zij van Babel geen nood hadden; zie gelijke manier van spreken Hoogl. 8:6 ; Hag. 2:24 .
Hertaald:zegelring
Dat is: al zou u zo'n geliefde en aangename jongeman zijn, met allerlei weldaden van Mij versierd en gekroond, en uit het zaad van David — waarom zij meenden dat de opvolging ongetwijfeld verzekerd was en dat zij van Babel niets te vrezen hadden. Zie een dergelijke manier van spreken in Hoogl. 8:6 en Haggaï 2:24.
u
Hier spreekt God Chonia zelf aan.
Hertaald:u
Hier spreekt God Chonia zelf aan.
Van daar wegrukken
Dit kan men verstaan van de rechterhand, of van Jeruzalem, uit het koninklijke hof en uit Joden, vermits zijne wegvoering naar Babel, gelijk volgt.
Hertaald:Van daar wegrukken
Dit kan men verstaan van de rechterhand, of van Jeruzalem, uit het koninklijk hof en uit Juda, vanwege zijn wegvoering naar Babel, zoals volgt.
Jeremia 22 vers 25— En Ik zal u geven in de hand dergenen, die uw ziel zoeken, en in de hand dergenen, voor welker aangezicht gij schrikt, namelijk in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en in de hand der Chaldeen.
ziel zoeken,
U naar het leven staan, gelijk dikwijls.
Hertaald:ziel zoeken,
Die u naar het leven staan, zoals vaker.
Jeremia 22 vers 27— En in het land, naar hetwelk hun ziel verlangt om daar weder te komen, daarhenen zullen zij niet wederkomen.
hun ziel
Hebreeuws, zij hunne ziel opheffen; dat is, begeerte, lust, verlangen naar hebben. Zie Deut. 24:15 ; Ps. 24:4 ; alzo onder Jer. 44:14 .
Hertaald:hun ziel
Hebreeuws: waarheen zij hun ziel opheffen — dat is: waar zij begeerte, lust en verlangen naar hebben. Zie Deut. 24:15 en Ps. 24:4; zo ook hieronder Jer. 44:14.
Jeremia 22 vers 28— Is dan deze man Chonia een veracht, verstrooid, afgodisch beeld? Of is hij een vat, waaraan men geen lust heeft? Waarom zijn hij en zijn zaad uitgeworpen, ja, weggeworpen in een land, dat zij niet kennen?
Is dan deze man
Dit wordt vragenderwijze, als in des volks naam, voorgesteld, waarop Gods antwoord volgt. Het blijkt dat men veel van hem gehouden heeft vanwege zijne bevalligheid.
Hertaald:Is dan deze man
Dit wordt bij wijze van vraag gesteld, als het ware namens het volk, waarop Gods antwoord volgt. Het blijkt dat men veel van hem hield vanwege zijn innemendheid.
afgodisch beeld?
Of, beeld, dat veracht is en in stukken behoort geslagen te worden, alzo dat de stukken verstrooid worden. Van het Hebreeuwse woord, betekenende een afgod of afgodisch beeld, zie 1 Sam. 31:9 ; 2 Sam. 5:21 .
Hertaald:afgodisch beeld?
Of: een beeld dat veracht is en stukgeslagen behoort te worden, zodat de stukken verstrooid worden. Over het Hebreeuwse woord, dat een afgod of afgodsbeeld betekent, zie 1 Sam. 31:9 en 2 Sam. 5:21.
vat,
Of, waar niets behagelijks in is; vergelijk onder Jer. 48:38 ; Hos. 8:8 .
Hertaald:vat,
Of: waar niets aangenaams in is; vergelijk hieronder Jer. 48:38 en Hos. 8:8.
zijn zaad
Dat is, kinderen, die hij zou mogen krijgen, of gehad heeft, [gelijk enigen besluiten uit Marc. 1:12 ] , hoewel zij hem in het koninkrijk niet zijn opgevolgd, gelijk onder vs.30 te zien is.
Hertaald:zijn zaad
Dat is: kinderen die hij zou kunnen krijgen of gekregen heeft, zoals sommigen afleiden uit Matth. 1:12, hoewel zij hem in het koninkrijk niet opgevolgd zijn, zoals hieronder in vers 30 te zien is.
Jeremia 22 vers 30— Zo zegt de HEERE: Schrijft dezen zelfden man kinderloos, een man, die niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen; want er zal niemand van zijn zaad voorspoedig zijn, zittende op den troon Davids, en heersende meer in Juda.
Zo zegt de HEERE
Dit is Gods antwoord op de voorgaande vraag des volks.
Hertaald:Zo zegt de HEERE
Dit is Gods antwoord op de voorgaande vraag van het volk.
Schrijft
Tekent het op ter gedachtenis, als een gewis en onwederroepelijk besluit van God.
Hertaald:Schrijft
Tekent het op ter gedachtenis, als een vast en onherroepelijk besluit van God.
man
Chonia.
Hertaald:man
Chonia.
kinderloos,
Hebreeuws, geheel ontbloot, of de allerontblootste; te weten van nakomelingen of opvolgers, gelijk sommigen; of gelijk anderen, van land en goed; inplaats dat zij zich inbeelden dat zijn zaad voor altoos zou regeren. Zie hiervan 1 Kron. 3:16 .
Hertaald:kinderloos,
Hebreeuws: geheel ontbloot, of: de allerontblootste, namelijk van nakomelingen of opvolgers, zoals sommigen menen; of, zoals anderen menen: van land en goed — terwijl zij zich juist inbeeldden dat zijn zaad voor altijd zou regeren. Zie hierover 1 Kron. 3:16.
zittende op den troon Davids,
Sommigen gevoelen dat na de Babylonische gevangenschap niet Salomo's, maar Nathans [Salomo's broeders] nakomelingen het bestuur gehad hebben. Anderen verstaan dat Salathiël zijn eigen rechte zoon door geboorte geweest is, doch Zerubbabel, die hem gevolgd is naar de gevangenschap, is niet meer dan een vorst, bestuurder geweest, gelijk te zien is Hag. 1:1 en in het boek Ezra, en geenszins koning, zittende op den troon van David.
Hertaald:zittende op den troon Davids,
Sommigen menen dat na de Babylonische gevangenschap niet de nakomelingen van Salomo maar die van Nathan, Salomo's broer, het bestuur gehad hebben. Anderen verstaan dat Salathiël zijn eigen zoon naar de geboorte geweest is, maar dat Zerubbabel, die hem na de gevangenschap opgevolgd is, niet meer dan een vorst en bestuurder geweest is, zoals te zien is in Haggaï 1:1 en in het boek Ezra, en beslist geen koning die op de troon van David zat.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Recht en gerechtigheid — de maat waarmee de koningen van Juda gemeten worden, en wat dat met het kennen van God te maken heeft (Jer. 22:1-16)
De opdracht aan het koningshuis is kort: "Doet recht en gerechtigheid, en redt den beroofde uit de hand des verdrukkers; en onderdrukt den vreemdeling niet, den wees noch de weduwe" (Jer. 22:3). Daarna wordt een koning aangesproken die het anders deed: "Wee dien, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijns naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet!" (Jer. 22:13). Hij bouwt zich een hoog huis met cederhout en vensters (Jer. 22:14). Daartegenover wordt zijn vader gesteld: "Heeft niet uw vader gegeten en gedronken, en recht en gerechtigheid gedaan, en het ging hem toen wel?" (Jer. 22:15). En dan valt de zin waar dit gedeelte om draait: "Hij heeft de rechtzaak des ellendigen en nooddruftigen gericht, toen ging het hem wel; is dat niet Mij te kennen? spreekt de HEERE" (Jer. 22:16).
Bijbelse betekenis: Merk op wat er in Jer. 22:16 gezegd wordt. God kennen wordt hier niet omschreven met een belijdenis of met een ervaring, maar met het rechtdoen aan de ellendige. Dat is geen vervanging van het geloof door goede werken; het is de toets die de tekst zelf aanlegt. Let vervolgens op het verwijt aan de zoon. Hem wordt niet verweten dat hij bouwde, maar hoe: met onbetaalde arbeid. Het achterhouden van loon is in de Schrift een zware zaak. Let ten slotte op de vergelijking met de vader. Van hem staat er dat hij at en dronk — dus dat hij een gewoon leven leidde — én recht deed. Er wordt geen bijzondere vroomheid geprezen maar een eerlijk bestuur.
Typologie: Jakobus noemt hetzelfde onbetaalde loon en zegt waar het terechtkomt: "het loon der werklieden, die uw landen gemaaid hebben, welke van u verkort is, roept" (Jak. 5:4). En de zuivere godsdienst omschrijft hij op dezelfde manier als Jeremia hier: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking (reeds behandeld bij Jak. 1:27).
Jer. 22:1-16; Jak. 5:4; Jak. 1:27
De weggeworpen zegelring — over koning Chonia wordt gezegd dat hij kinderloos geschreven moet worden (Jer. 22:24-30)
"Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, ofschoon Chonia, de zoon van Jojakim, den koning van Juda, een zegelring ware aan Mijn rechterhand, zo zal Ik u toch van daar wegrukken" (Jer. 22:24). Een zegelring is het kostbaarste en persoonlijkste dat een man draagt; daarmee werd getekend. Van deze koning wordt gevraagd: "Is dan deze man Chonia een veracht, verstrooid, afgodisch beeld? Of is hij een vat, waaraan men geen lust heeft?" (Jer. 22:28). Dan volgt de drievoudige oproep: "O land, land, land! hoor des HEEREN woord!" (Jer. 22:29). En het vonnis: "Schrijft dezen zelfden man kinderloos, een man, die niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen; want er zal niemand van zijn zaad voorspoedig zijn, zittende op den troon Davids" (Jer. 22:30).
Bijbelse betekenis: Merk op wat het beeld van de zegelring zegt. Zelfs wat het naast staat en het meest waard is, wordt weggerukt wanneer het recht dat vraagt; de nabijheid van deze koning bij God beschermt hem niet. Let vervolgens op wat het vonnis precies inhoudt. Er staat niet dat hij geen kinderen krijgt, maar dat hij kinderloos geschreven moet worden voor wat de troon betreft: niemand van zijn zaad zal daar voorspoedig zitten. Let ten slotte op wat dit betekent voor de belofte aan David. Die belofte staat niet op losse schroeven, maar de weg ernaartoe loopt niet meer over deze tak. Twee hoofdstukken verder komt de belofte terug in een andere vorm (Jer. 23:5).
Typologie: Mattheüs noemt Jechonias in het geslachtsregister van Christus, rond de Babylonische overvoering (Matt. 1:11-12). De lijn loopt dus door dit huis heen, maar de Koning Die komt ontleent Zijn recht niet aan de voorspoed van deze tak; dat wordt in Jer. 23:5-6 uitgewerkt.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het beloofde Zaadniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
Schrijft dezen man kinderloos — 22:24-30
Jeremia spreekt over de laatste koningen van Juda, de een na de ander. Bij de jongste, Chonia — ook Jechonia en Jojachin genoemd — komt hij tot een uitspraak die de troon van David lijkt af te snijden. De man is dan achttien jaar en regeert drie maanden.
God verklaart de laatste zoon van David kinderloos wat de troon betreft, en juist die uitspraak maakt zichtbaar langs welke weg de belofte tóch verder loopt.
Het begint met een beeld dat op zichzelf een eer is. Al ware Chonia een zegelring aan Mijn rechterhand, zegt God, zo zal Ik u toch vandaar wegrukken. De kanttekening werkt uit wat dat betekende voor wie het hoorde. Al zou u zo'n geliefde en aangename jongeman zijn, met allerlei weldaden van Mij versierd en gekroond, en uit het zaad van David. Juist daarom meenden zij dat de opvolging verzekerd was en dat zij van Babel niets te vrezen hadden. De zegelring was hun bewijs dat het goed zat.
Dat de man geliefd was, blijkt uit de vraag die het volk stelt, en die Jeremia in het midden werpt alsof hij hem hoort: is dan deze man Chonia een veracht, verstrooid beeld? Waarom zijn hij en zijn zaad weggeworpen in een land dat zij niet kennen? De kanttekening merkt daarbij nuchter op dat men veel van hem hield vanwege zijn innemendheid.
Gods antwoord komt na een driewerf geroepen aanspraak aan het land, en het is een archiefopdracht: “Schrijft dezen zelfden man kinderloos, een man, die niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen.” De kanttekening zegt hoe dat bedoeld is: tekent het op ter gedachtenis, als een vast en onherroepelijk besluit van God.
Let nu goed op wat er wél en niet staat. Er staat niet dat hij geen kinderen zou krijgen; hij krijgt ze. De kanttekening ziet dat zelf en verwijst naar Mattheüs 1, met de opmerking dat zij hem in het koninkrijk niet opgevolgd zijn. Het vers zegt het er ook bij: er zal niemand van zijn zaad voorspoedig zijn, zittende op de troon Davids. Kinderloos slaat op de troon, niet op de wieg.
En hier wordt iets zichtbaar dat men alleen ziet als men beide geslachtsregisters van het Nieuwe Testament naast elkaar legt. Mattheüs geeft de koninklijke lijn en noemt Jechonia met name; dat is de lijn van het recht op de troon, die via Jozef bij Christus uitkomt zonder dat Jozef Zijn vader is. Lukas geeft een andere lijn, die niet over Salomo loopt maar over Nathan, een andere zoon van David. De belofte aan David wordt dus niet ongedaan gemaakt door het vonnis over Chonia; zij loopt eromheen.
Er is nog een naklank die de moeite waard is. Het beeld van de zegelring wordt door God Zelf teruggegeven, en wel aan een kleinzoon van deze Chonia. Bij Haggaï zegt de HEERE tegen Zerubbabel: “Ik zal u stellen, als een zegelring; want u heb Ik verkoren.” Wat weggerukt was, wordt weer aangedaan — niet als koningschap, maar als teken dat de lijn er nog is. En in beide geslachtsregisters staat de naam Zerubbabel.
2 Samuël 7:16 — Uw huis en uw koninkrijk zullen bestendig zijn tot in eeuwigheid.
Jeremia 22:24 — De zegelring aan Gods rechterhand wordt weggerukt.
Jeremia 22:30 — Kinderloos wat de troon betreft: niemand van zijn zaad zal daarop zitten.
Haggaï 2:23 — En toch: Ik zal u stellen als een zegelring, gezegd tot zijn kleinzoon.
Mattheüs 1:11-12 — Jechonia staat in de koninklijke lijn, die via Jozef bij Christus uitkomt.
Lukas 3:31 — En er loopt een tweede lijn, over Nathan, een andere zoon van David.
In het Nieuwe Testament: Mattheüs 1:11-12; Lukas 3:27, 31; Haggaï 2:23; Lukas 1:32-33; Jeremia 23:5
Hoever dit reikt: Dat Jechonia in de geslachtslijn van Christus staat, zegt Mattheüs 1 met zoveel woorden, en de kanttekening bij vers 28 verwijst daar zelf naar. Dat de lijn van Lukas 3 over Nathan loopt en niet over Salomo, staat er ook. Maar dat die twee lijnen zich zó tot elkaar verhouden dat de belofte om het vonnis van vers 30 heen loopt, is een gevolgtrekking van uitleggers en geen uitspraak van de Schrift. Over de verhouding tussen beide registers is meer dan één verklaring in omloop. Wat wel vaststaat is de begrenzing die het vers zelf aanbrengt: niemand van zijn zaad zal op de troon van David zitten.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Spurgeons Commentaar
Jeremia 22
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas