Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Als Pashur, de zoon van Immer, de priester (deze nu was bestelde voorganger in het huis des HEEREN), Jeremia hoorde, diezelve woorden profeterende,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Als PashurH6583, de zoonH1121 van ImmerH564, de priesterH3548 (dezeH428 nu was besteldeH6496voorgangerH5057 in hetH1931huisH1004 des HEERENH3068), JeremiaH3414hoordeH8085, diezelve woordenH1697profeterendeH5012,Als Pashur, de zoon van Immer, de priester (deze nu was bestelde voorganger in het huis des HEEREN), Jeremia hoorde, diezelve woorden profeterende,
KJVNow Pashur2the son3of Immer4the priest,5who was also chief7governor8in the house9of the LORD,10heard1that Jeremiah12prophesied13these things.
1וַיִּשְׁמַ֤עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2פַּשְׁחוּר֙H6583PashurPashur3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4אִמֵּ֣רH564ImmerImmer5הַכֹּהֵ֔ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer6וְהֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7פָקִ֥ידH6496opziener, opzieners, besteldewhich had the charge, governor, office, overseer, (that) was set8נָגִ֖ידH5057voorganger, overste, vorstcaptain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler9בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12יִרְמְיָ֔הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah13נִבָּ֖אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַדְּבָרִ֥יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work16הָאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
2Zo sloeg Pashur den profeet Jeremia, en hij stelde hem in de gevangenis, dewelke is in de bovenste poort van Benjamin, die aan het huis des HEEREN is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Zo sloegH5221PashurH6583 den profeetH5030JeremiaH3414, en hij steldeH5414 hem in de gevangenisH4115, dewelkeH834 is in de bovenste poortH8179 van BenjaminH1144, dieH834aanH5921 het huisH1004 des HEERENH3068 is.Zo sloeg Pashur den profeet Jeremia, en hij stelde hem in de gevangenis, dewelke is in de bovenste poort van Benjamin, die aan het huis des HEEREN is.
KJVThen Pashur2smote1Jeremiah4the prophet,5and put6him in the stocks9that were in the high13gate11of Benjamin,12which was by the house15of the LORD.
1וַיַּכֶּ֣הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound2פַשְׁח֔וּרH6583PashurPashur3אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יִרְמְיָ֣הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah5הַנָּבִ֑יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet6וַיִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7אֹת֜וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַמַּהְפֶּ֗כֶתH4115gevangenis, gevangenhuisprison, stocks10אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11בְּשַׁ֤עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)12בִּנְיָמִן֙H1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin13הָֽעֶלְי֔וֹןH5945Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge(Most, on) high(-er, -est), upper(-most)14אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15בְּבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
3Maar het geschiedde des anderen daags, dat Pashur Jeremia uit de gevangenis voortbracht; toen zeide Jeremia tot hem: De HEERE noemt uw naam niet Pashur, maar Magor-missabib.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Maar het geschieddeH1961 des anderen daagsH4283, dat PashurH6583JeremiaH3414uitH4480 de gevangenisH4115voortbrachtH3318; toen zeideH559JeremiaH3414totH413 hem: De HEEREH3068noemtH7121 uw naamH8034nietH3808PashurH6583, maarH3588Magor-missabibH4036.Maar het geschiedde des anderen daags, dat Pashur Jeremia uit de gevangenis voortbracht; toen zeide Jeremia tot hem: De HEERE noemt uw naam niet Pashur, maar Magor-missabib.
KJVAnd it came to pass on the morrow,2that Pashur4brought forth3Jeremiah6out of the stocks.8Then said9Jeremiah11unto him, The LORD15hath not called14thy name16Pashur,13but Magormissabib.
1וַֽיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִֽמָּחֳרָ֔תH4283daags, dag, gansenmorrow, next day3וַיֹּצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4פַשְׁח֛וּרH6583PashurPashur5אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יִרְמְיָ֖הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הַמַּהְפָּ֑כֶתH4115gevangenis, gevangenhuisprison, stocks9וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10אֵלָ֜יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11יִרְמְיָ֗הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah12לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13פַשְׁחוּר֙H6583PashurPashur14קָרָ֤אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say15יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16שְׁמֶ֔ךָH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report17כִּ֖יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet19מָג֥וֹרH4036Magor-missabibMagormissabib20מִסָּבִֽיבH4036Magor-missabibMagormissabib
4Want zo zegt de HEERE: Zie, Ik stel u tot een schrik voor uzelven en voor al uw liefhebbers; die zullen vallen door het zwaard hunner vijanden, dat het uw ogen aanzien; en Ik zal gans Juda geven in de hand des konings van Babel, die hen naar Babel gevankelijk zal wegvoeren, en slaan hen met het zwaard.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4WantH3588zoH3541zegtH559 de HEEREH3068: ZieH2005, Ik stelH5414 u tot een schrikH4032 voor uzelven en voor alH3605 uw liefhebbersH157; die zullen vallenH5307 door het zwaardH2719 hunner vijandenH341, dat het uw ogenH5869aanzienH7200; en Ik zal gansH3605JudaH3063 geven in de handH3027 des koningsH4428 van BabelH894, die hen naar BabelH894gevankelijkH1540 zal wegvoeren, en slaanH5221 hen met het zwaardH2719.Want zo zegt de HEERE: Zie, Ik stel u tot een schrik voor uzelven en voor al uw liefhebbers; die zullen vallen door het zwaard hunner vijanden, dat het uw ogen aanzien; en Ik zal gans Juda geven in de hand des konings van Babel, die hen naar Babel gevankelijk zal wegvoeren, en slaan hen met het zwaard.
KJVFor thus saith3the LORD,4Behold, I will make6thee a terror7to thyself, and to all thy friends:10and they shall fall11by the sword12of their enemies,13and thine eyes14shall behold15it: and I will give19all Judah18into the hand20of the king21of Babylon,22and he shall carry them captive23into Babylon,24and shall slay25them with the sword.
5Ook zal Ik geven al het vermogen dezer stad, en al haar arbeid, en al haar kostelijkheid, en alle schatten der koningen van Juda, Ik zal ze geven in de hand hunner vijanden, die zullen ze roven, zullen ze nemen, en zullen ze brengen naar Babel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Ook zal Ik gevenH5414 al het vermogenH2633 dezer stadH5892, en al haar arbeidH3018, en alH3605 haar kostelijkheidH3366, en alleH3605schattenH214 der koningenH4428 van JudaH3063, Ik zal ze gevenH5414 in de handH3027 hunner vijandenH341, die zullen ze rovenH962, zullen ze nemenH3947, en zullen ze brengenH935 naar BabelH894.Ook zal Ik geven al het vermogen dezer stad, en al haar arbeid, en al haar kostelijkheid, en alle schatten der koningen van Juda, Ik zal ze geven in de hand hunner vijanden, die zullen ze roven, zullen ze nemen, en zullen ze brengen naar Babel.
KJVMoreover I will deliver1all the strength4of this city,5and all the labours9thereof, and all the precious things12thereof, and all the treasures15of the kings16of Judah17will I give18into the hand19of their enemies,20which shall spoil21them, and take22them, and carry23them to Babylon.
1וְנָתַתִּ֗יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4חֹ֨סֶן֙H2633schat, sterkte, vermogenriches, strength, treasure5הָעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9יְגִיעָ֖הּH3018arbeidlabour, work10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12יְקָרָ֑הּH3366eer, kostelijke, waardehonour, precious (things), price13וְאֵ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15אוֹצְר֜וֹתH214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)16מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal17יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah18אֶתֵּן֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield19בְּיַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves20אֹֽיְבֵיהֶ֔םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe21וּבְזָזוּם֙H962roven, roofden, plunderencatch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly22וּלְקָח֔וּםH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win23וֶהֱבִיא֖וּםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way24בָּבֶֽלָהH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon
6En gij, Pashur, en alle inwoners van uw huis! gijlieden zult gaan in de gevangenis; en gij zult te Babel komen, en aldaar sterven, en aldaar begraven worden, gij en al uw vrienden, denwelken gij valselijk geprofeteerd hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En gijH859, PashurH6583, en alleH3605inwonersH3427 van uw huisH1004! gijlieden zult gaanH3212 in de gevangenisH7628; en gij zult te BabelH894komenH935, en aldaarH8033stervenH4191, en aldaarH8033begravenH6912 worden, gijH859 en alH3605 uw vriendenH157, denwelken gij valselijkH8267geprofeteerdH5012 hebt.En gij, Pashur, en alle inwoners van uw huis! gijlieden zult gaan in de gevangenis; en gij zult te Babel komen, en aldaar sterven, en aldaar begraven worden, gij en al uw vrienden, denwelken gij valselijk geprofeteerd hebt.
KJVAnd thou, Pashur,2and all that dwell4in thine house5shall go6into captivity:7and thou shalt come9to Babylon,8and there thou shalt die,11and shalt be buried13there, thou, and all thy friends,16to whom thou hast prophesied18lies.
1וְאַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2פַשְׁח֗וּרH6583PashurPashur3וְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4יֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry5בֵיתֶ֔ךָH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6תֵּלְכ֖וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7בַּשֶּׁ֑בִיH7628gevangenis, gevangenen, gevangenecaptive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken8וּבָבֶ֣לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon9תָּב֗וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10וְשָׁ֤םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither11תָּמוּת֙H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12וְשָׁ֣םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither13תִּקָּבֵ֔רH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)14אַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you15וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16אֹ֣הֲבֶ֔יךָH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend17אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18נִבֵּ֥אתָH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet19לָהֶ֖ם20בַּשָּֽׁקֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully
7HEERE! Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest, en hebt overmocht; ik ben den gansen dag tot een belachen, een ieder van hen bespot mij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7HEEREH3068! Gij hebt mij overreedH6601, en ik ben overreedH6601 geworden; Gij zijt mij te sterkH2388geweestH1961, en hebt overmochtH3201; ik ben den gansen dagH3117 tot een belachenH7814, een iederH3605 van hen bespotH3932 mij.HEERE! Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest, en hebt overmocht; ik ben den gansen dag tot een belachen, een ieder van hen bespot mij.
KJVO LORD,2thou hast deceived1me, and I was deceived:3thou art stronger4than I, and hast prevailed:5I am in derision7daily,9every one mocketh
1פִּתִּיתַ֤נִיH6601overreden, overreed, verloktallure, deceive, enlarge, entice, flatter, persuade, silly (one)2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3וָֽאֶפָּ֔תH6601overreden, overreed, verloktallure, deceive, enlarge, entice, flatter, persuade, silly (one)4חֲזַקְתַּ֖נִיH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand5וַתּוּכָ֑לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer6הָיִ֤יתִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לִשְׂחוֹק֙H7814lachen, belaching, spotderision, laughter(-ed to scorn, -ing), mocked, sport8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10כֻּלֹּ֖הH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11לֹעֵ֥גH3932bespot, bespotten, spottenhave in derision, laugh (to scorn), mock (on), stammering12לִֽי
8Want sinds ik spreke, roep ik uit, ik roep geweld en verstoring; omdat mij des HEEREN woord den gansen dag tot smaad en tot schimp is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8WantH3588sindsH1767 ik sprekeH1696, roep ik uit, ik roep geweldH2555 en verstoringH7701; omdatH3588 mij des HEERENH3068woordH1697 den gansenH3605dagH3117 tot smaadH2781 en tot schimpH7047isH1961.Want sinds ik spreke, roep ik uit, ik roep geweld en verstoring; omdat mij des HEEREN woord den gansen dag tot smaad en tot schimp is.
Ook in dit vers
roepH2199
roepH7121
KJVFor since2I spake,3I cried out,4I cried7violence5and spoil;6because the word10of the LORD11was made a reproach13unto me, and a derision,14daily.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2מִדֵּ֤יH1767genoeg, genoegzaam, sindsable, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when3אֲדַבֵּר֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4אֶזְעָ֔קH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed5חָמָ֥סH2555geweld, gewelds, wrevelcruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong6וָשֹׁ֖דH7701verwoesting, verstoring, verstoordedesolation, destruction, oppression, robbery, spoil(-ed, -er, -ing), wasting7אֶקְרָ֑אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9הָיָ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12לִ֛י13לְחֶרְפָּ֥הH2781smaadheid, smaad, versmaadheidrebuke, reproach(-fully), shame14וּלְקֶ֖לֶסH7047schimpderision15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הַיּֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
9Dies zeide ik: Ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn Naam spreken; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Dies zeideH559 ik: Ik zal Zijner nietH3808gedenkenH2142, en nietH3808meerH5750 in Zijn NaamH8034sprekenH1696; maar het werdH1961 in mijn hartH3820 als een brandendH1197vuurH784, beslotenH6113 in mijn beenderenH6106; en ik bemoeideH3811 mij om te verdragenH3557, maar kondeH3201nietH3808.Dies zeide ik: Ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn Naam spreken; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet.
KJVThen I said,1I will not make mention3of him, nor speak5any more in his name.7But his word was in mine heart9as a burning11fire10shut up12in my bones,13and I was weary14with forbearing,15and I could
1וְאָמַרְתִּ֣יH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3אֶזְכְּרֶ֗נּוּH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well4וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5אֲדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6עוֹד֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)7בִּשְׁמ֔וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report8וְהָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9בְלִבִּי֙H3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom10כְּאֵ֣שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot11בֹּעֶ֔רֶתH1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste12עָצֻ֖רH6113opgehouden, besloten, beslotene[idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self)13בְּעַצְמֹתָ֑יH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very14וְנִלְאֵ֥יתִיH3811moede, vermoeid, moede maaktfaint, grieve, lothe, (be, make) weary (selves)15כַּֽלְכֵ֖לH3557onderhouden, verdragen, hield(be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals)16וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17אוּכָֽלH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer
10Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10WantH3588 ik heb gehoordH8085 de naspraakH1681 van velenH7227, van Magor-missabibH4032, zeggende: Geef ons te kennenH5046, en wij zullen het te kennenH5046 geven; alH3605 mijn vredegenotenH582nemenH3947 acht op mijn hinkingH6763; zij zeggen: Misschien zal hij overreedH6601 worden, dan zullen wij hem overmogenH3201, en onze wraakH5360vanH4480 hem nemen.Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen.
Ook in dit vers
nemen achtH8104
KJVFor I heard2the defaming3of many,4fear5on every side.6Report,7say they, and we will report8it. All my familiars10watched12for my halting,13saying, Peradventure he will be enticed,15and we shall prevail16against him, and we shall take18our revenge
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2שָׁמַ֜עְתִּיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3דִּבַּ֣תH1681kwaad gerucht, gerucht, naspraakdefaming, evil report, infamy, slander4רַבִּים֮H7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)5מָג֣וֹרH4032schrik, vreze, Magor-missabibfear, terror. Compare H4036 (מָגוֹר מִסָּבִיב)6מִסָּבִיב֒H5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side7הַגִּ֨ידוּ֙H5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter8וְנַגִּידֶ֔נּוּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter9כֹּ֚לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10אֱנ֣וֹשׁH582mannen, lieden, mensanother, [idiom] (blood-) thirsty, certain, chap(-man); divers, fellow, [idiom] in the flower of their age, husband, (certain, mortal) man, people, person, servant, some ([idiom] of them), [phrase] stranger, those, [phrase] their trade. It is often unexpressed in the English versions, especially when used in apposition with another word. Compare H376 (אִישׁ)11שְׁלוֹמִ֔יH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly12שֹׁמְרֵ֖יH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)13צַלְעִ֑יH6761hinken, hinkteadversity, halt(-ing)14אוּלַ֤יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless15יְפֻתֶּה֙H6601overreden, overreed, verloktallure, deceive, enlarge, entice, flatter, persuade, silly (one)16וְנ֣וּכְלָהH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer17ל֔וֹ18וְנִקְחָ֥הH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win19נִקְמָתֵ֖נוּH5360wraak, volkomene wraak, wrake[phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance20מִמֶּֽנּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
11Maar de HEERE is met mij als een verschrikkelijk Held; daarom zullen mijn vervolgers struikelen, en niets vermogen; zij zijn zeer beschaamd geworden, omdat zij niet verstandiglijk gehandeld hebben; het zal een eeuwige schande zijn, zij zal niet vergeten worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Maar de HEEREH3068 is met mij als een verschrikkelijkH6184HeldH1368; daaromH3651 zullen mijn vervolgersH7291struikelenH3782, en niets vermogenH3201; zij zijn zeerH3966beschaamdH954 geworden, omdatH3588 zij nietH3808verstandiglijkH7919 gehandeld hebben; het zal een eeuwigeH5769schandeH3639 zijn, zij zal nietH3808vergetenH7911 worden.Maar de HEERE is met mij als een verschrikkelijk Held; daarom zullen mijn vervolgers struikelen, en niets vermogen; zij zijn zeer beschaamd geworden, omdat zij niet verstandiglijk gehandeld hebben; het zal een eeuwige schande zijn, zij zal niet vergeten worden.
KJVBut the LORD1is with me as a mighty3terrible one:4therefore my persecutors7shall stumble,8and they shall not prevail:10they shall be greatly12ashamed;11for they shall not prosper:15their everlasting17confusion16shall never be forgotten.
1וַֽיהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)2אוֹתִי֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כְּגִבּ֣וֹרH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man4עָרִ֔יץH6184tirannen, tirannigste, tiranmighty, oppressor, in great power, strong, terrible, violent5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6כֵּ֛ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you7רֹדְפַ֥יH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)8יִכָּשְׁל֖וּH3782struikelen, vallen, aanstotenbereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak9וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יֻכָ֑לוּH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer11בֹּ֤שׁוּH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long12מְאֹד֙H3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15הִשְׂכִּ֔ילוּH7919verstandelijk, verstandig, verstaanconsider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly16כְּלִמַּ֥תH3639schande, smaad, smaadhedenconfusion, dishonour, reproach, shame17עוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)18לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19תִשָּׁכֵֽחַH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget
12Gij dan, o HEERE der heirscharen, Die den rechtvaardige proeft, Die de nieren en het hart ziet, laat mij Uw wraak van hen zien, want ik heb U mijn twistzaak ontdekt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Gij dan, o HEEREH3068 der heirscharenH6635, Die den rechtvaardigeH6662proeftH974, Die de nierenH3629 en het hartH3820 ziet, laat mij Uw wraakH5360 van hen zienH7200, wantH3588 ik heb U mijn twistzaakH7379ontdektH1540.Gij dan, o HEERE der heirscharen, Die den rechtvaardige proeft, Die de nieren en het hart ziet, laat mij Uw wraak van hen zien, want ik heb U mijn twistzaak ontdekt.
KJVBut, O LORD1of hosts,2that triest3the righteous,4and seest5the reins6and the heart,7let me see8thy vengeance9on them: for unto thee have I opened13my cause.
1וַיהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)2צְבָאוֹת֙H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)3בֹּחֵ֣ןH974proeft, beproefd, beproeftexamine, prove, tempt, try (trial)4צַדִּ֔יקH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)5רֹאֶ֥הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6כְלָי֖וֹתH3629nierenkidneys, reins7וָלֵ֑בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom8אֶרְאֶ֤הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions9נִקְמָֽתְךָ֙H5360wraak, volkomene wraak, wrake[phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance10מֵהֶ֔ם11כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12אֵלֶ֖יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13גִּלִּ֥יתִיH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15רִיבִֽיH7379twist, twistzaak, geschil[phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit
13Zingt den HEERE, prijst den HEERE; want Hij heeft de ziel des nooddruftigen uit de hand der boosdoeners verlost.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13ZingtH7891 den HEEREH3068, prijstH1984 den HEEREH3068; wantH3588 Hij heeft de zielH5315 des nooddruftigenH34 uit de handH3027 der boosdoenersH7489verlostH5337.Zingt den HEERE, prijst den HEERE; want Hij heeft de ziel des nooddruftigen uit de hand der boosdoeners verlost.
KJVSing1unto the LORD,2praise3ye the LORD:5for he hath delivered7the soul9of the poor10from the hand11of evildoers.
1שִׁ֚ירוּH7891zangers, zingen, Zingtbehold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman)2לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3הַֽלְל֖וּH1984prijzen, Looft, Hallelujah(make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7הִצִּ֛ילH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9נֶ֥פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it10אֶבְי֖וֹןH34nooddruftige, nooddruftigen, armenbeggar, needy, poor (man)11מִיַּ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12מְרֵעִֽיםH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse
14Vervloekt zij de dag, op welken ik geboren ben; de dag, op welken mijn moeder mij gebaard heeft, zij niet gezegend!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14VervloektH779 zij de dagH3117, op welkenH834 ik geborenH3205 ben; de dagH3117, op welkenH834 mijn moederH517 mij gebaardH3205 heeft, zijH1961nietH408gezegendH1288!Vervloekt zij de dag, op welken ik geboren ben; de dag, op welken mijn moeder mij gebaard heeft, zij niet gezegend!
KJVCursed1be the day2wherein I was born:4let not the day6wherein my mother9bare8me be blessed.
1אָר֣וּרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse2הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4יֻלַּ֖דְתִּיH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)5בּ֑וֹ6י֛וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8יְלָדַ֥תְנִיH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)9אִמִּ֖יH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting10אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than11יְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12בָרֽוּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank
15Vervloekt zij de man, die mijn vader geboodschapt heeft, zeggende: U is een jonge zoon geboren, verblijdende hem grotelijks!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15VervloektH779 zij de manH376, dieH834 mijn vaderH1geboodschaptH1319 heeft, zeggendeH559: U is een jongeH1121zoonH2145geborenH3205, verblijdendeH8055 hem grotelijks!Vervloekt zij de man, die mijn vader geboodschapt heeft, zeggende: U is een jonge zoon geboren, verblijdende hem grotelijks!
KJVCursed1be the man2who brought tidings4to my father,6saying,7A man11child10is born8unto thee; making him very12glad.
1אָר֣וּרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse2הָאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4בִּשַּׂ֤רH1319boodschap, boodschappen, boodschaptmessenger, preach, publish, shew forth, (bear, bring, carry, preach, good, tell good) tidings5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אָבִי֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8יֻֽלַּדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)9לְךָ֖10בֵּ֣ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11זָכָ֑רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)12שַׂמֵּ֖חַH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very13שִׂמֳּחָֽהוּH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very
16Ja, dezelve man zij, als de steden, die de HEERE heeft omgekeerd, en het heeft Hem niet berouwd; en hij hore in den morgenstond een geroep, en op den middagtijd een geschrei.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Ja, dezelveH1931manH376 zij, als de stedenH5892, die de HEEREH3068 heeft omgekeerdH2015, en het heeft Hem nietH3808berouwdH5162; en hij horeH8085 in den morgenstondH1242 een geroepH2201, en op den middagtijdH6256 een geschreiH8643.Ja, dezelve man zij, als de steden, die de HEERE heeft omgekeerd, en het heeft Hem niet berouwd; en hij hore in den morgenstond een geroep, en op den middagtijd een geschrei.
KJVAnd let that man2be as the cities4which the LORD7overthrew,6and repented9not: and let him hear10the cry11in the morning,12and the shouting13at noontide;14
1וְהָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הָאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4כֶּֽעָרִ֛יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6הָפַ֥ךְH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9נִחָ֑םH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)10וְשָׁמַ֤עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness11זְעָקָה֙H2201geroep, gekrijt, geschreeuwscry(-ing)12בַּבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow13וּתְרוּעָ֖הH8643gejuich, geklanks, gebroken klankalarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing)14בְּעֵ֥תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when15צָהֳרָֽיִםH6672middag, middags, venstermidday, noon(-day, -tide), window
17Dat Hij mij niet gedood heeft van de baarmoeder af! Of mijn moeder mijn graf geweest is, of haar baarmoeder als van een, die eeuwiglijk zwanger is!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17DatH834 Hij mij nietH3808gedoodH4191 heeft van de baarmoederH7358 af! Of mijn moederH517 mijn grafH6913 geweest is, of haar baarmoederH7358 als van een, die eeuwiglijkH5769zwangerH2030 is!Dat Hij mij niet gedood heeft van de baarmoeder af! Of mijn moeder mijn graf geweest is, of haar baarmoeder als van een, die eeuwiglijk zwanger is!
KJVBecause he slew3me not from the womb;4or that my mother7might have been my grave,8and her womb9to be always11great
1אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3מוֹתְתַ֖נִיH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise4מֵרָ֑חֶםH7358baarmoeder, baarmoeders, lijfmatrix, womb5וַתְּהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6לִ֤י7אִמִּי֙H517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting8קִבְרִ֔יH6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre9וְרַחְמָ֖הֿH7358baarmoeder, baarmoeders, lijfmatrix, womb10הֲרַ֥תH2030zwanger, zwangere, bevrucht(be, woman) with child, conceive, [idiom] great11עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
18Waarom ben ik toch uit de baarmoeder voortgekomen, om moeite en droefenis te zien, en dat mijn dagen in beschaamdheid vergaan?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18WaaromH4100 ben ik toch uit de baarmoederH7358voortgekomenH3318, om moeiteH5999 en droefenisH3015 te zienH7200, en datH2088 mijn dagenH3117 in beschaamdheidH1322vergaanH3615?Waarom ben ik toch uit de baarmoeder voortgekomen, om moeite en droefenis te zien, en dat mijn dagen in beschaamdheid vergaan?
KJVWherefore came I forth4out of the womb3to see5labour6and sorrow,7that my days10should be consumed8with shame?
1לָ֤מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why2זֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)3מֵרֶ֣חֶםH7358baarmoeder, baarmoeders, lijfmatrix, womb4יָצָ֔אתִיH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter5לִרְא֥וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6עָמָ֖לH5999arbeid, moeite, kwellinggrievance(-vousness), iniquity, labour, mischief, miserable(-sery), pain(-ful), perverseness, sorrow, toil, travail, trouble, wearisome, wickedness7וְיָג֑וֹןH3015droefenis, jammer, treuringgrief, sorrow8וַיִּכְל֥וּH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste9בְּבֹ֖שֶׁתH1322schaamte, beschaamdheid, beschamingashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing)10יָמָֽיH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 20:1— Als Pashur, de zoon van Immer, de priester (deze nu was bestelde voorganger in het huis des HEEREN), Jeremia hoorde, diezelve woorden profeterende,1 Kronieken 24:14→2 Koningen 25:18→Ezra 2:37→Handelingen 4:1→2 Kronieken 35:8→Nehemia 7:40→Handelingen 5:24→
Jeremia 20:2— Zo sloeg Pashur den profeet Jeremia, en hij stelde hem in de gevangenis, dewelke is in de bovenste poort van Benjamin, die aan het huis des HEEREN is.Jeremia 37:13→Jeremia 1:19→Zacharia 14:10→2 Kronieken 16:10→Jeremia 29:26→Jeremia 36:26→1 Koningen 22:27→2 Kronieken 24:21→
Jeremia 20:3— Maar het geschiedde des anderen daags, dat Pashur Jeremia uit de gevangenis voortbracht; toen zeide Jeremia tot hem: De HEERE noemt uw naam niet Pashur, maar Magor-missabib.Jeremia 20:10→Jeremia 6:25→Jesaja 8:3→Jeremia 46:5→Psalmen 31:13→Klaagliederen 2:22→Jeremia 7:32→Handelingen 16:30→
Jeremia 20:4— Want zo zegt de HEERE: Zie, Ik stel u tot een schrik voor uzelven en voor al uw liefhebbers; die zullen vallen door het zwaard hunner vijanden, dat het uw ogen aanzien; en Ik zal gans Juda geven in de hand des konings van Babel, die hen naar Babel gevankelijk zal wegvoeren, en slaan hen met het zwaard.Jeremia 29:21→Job 18:11→Jeremia 39:6→Jeremia 25:9→Jeremia 21:4→Jeremia 32:27→Deuteronomium 28:32→Jeremia 6:25→
Jeremia 20:5— Ook zal Ik geven al het vermogen dezer stad, en al haar arbeid, en al haar kostelijkheid, en alle schatten der koningen van Juda, Ik zal ze geven in de hand hunner vijanden, die zullen ze roven, zullen ze nemen, en zullen ze brengen naar Babel.Ezechiël 22:25→Jeremia 15:13→2 Koningen 25:13→Klaagliederen 1:10→2 Koningen 20:17→2 Kronieken 36:10→2 Koningen 24:12→Jeremia 17:3→
Jeremia 20:6— En gij, Pashur, en alle inwoners van uw huis! gijlieden zult gaan in de gevangenis; en gij zult te Babel komen, en aldaar sterven, en aldaar begraven worden, gij en al uw vrienden, denwelken gij valselijk geprofeteerd hebt.Jeremia 14:14→Klaagliederen 2:14→Jeremia 20:4→Ezechiël 22:28→Micha 2:11→Jeremia 29:32→Jeremia 29:21→Zacharia 13:3→
Jeremia 20:7— HEERE! Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest, en hebt overmocht; ik ben den gansen dag tot een belachen, een ieder van hen bespot mij.Klaagliederen 3:14→Psalmen 22:6→Ezechiël 3:14→Psalmen 69:9→Jeremia 20:9→2 Koningen 2:23→Numeri 11:11→Lukas 16:14→
Jeremia 20:8— Want sinds ik spreke, roep ik uit, ik roep geweld en verstoring; omdat mij des HEEREN woord den gansen dag tot smaad en tot schimp is.Jeremia 6:10→2 Kronieken 36:16→Hebreeën 11:26→Jeremia 17:27→Jeremia 18:16→Jeremia 20:7→Lukas 11:45→Jeremia 7:9→
Jeremia 20:9— Dies zeide ik: Ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn Naam spreken; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet.Psalmen 39:3→Job 32:18→Handelingen 4:20→Ezechiël 3:14→Jeremia 6:11→Handelingen 17:16→2 Korinthe 5:13→Johannes 4:2→
Jeremia 20:10— Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen.Psalmen 41:9→Psalmen 31:13→Jesaja 29:21→Jeremia 18:18→1 Koningen 19:2→Lukas 11:53→Psalmen 55:13→Job 19:19→
Jeremia 20:11— Maar de HEERE is met mij als een verschrikkelijk Held; daarom zullen mijn vervolgers struikelen, en niets vermogen; zij zijn zeer beschaamd geworden, omdat zij niet verstandiglijk gehandeld hebben; het zal een eeuwige schande zijn, zij zal niet vergeten worden.Jeremia 1:8→Jeremia 15:20→Jeremia 17:18→Jeremia 1:19→Psalmen 35:26→Psalmen 40:14→Jeremia 23:40→Psalmen 66:5→
Jeremia 20:12— Gij dan, o HEERE der heirscharen, Die den rechtvaardige proeft, Die de nieren en het hart ziet, laat mij Uw wraak van hen zien, want ik heb U mijn twistzaak ontdekt.Jeremia 11:20→Psalmen 62:8→Psalmen 54:7→Psalmen 7:9→Psalmen 59:10→Jeremia 17:10→Psalmen 17:3→Psalmen 11:5→
Jeremia 20:13— Zingt den HEERE, prijst den HEERE; want Hij heeft de ziel des nooddruftigen uit de hand der boosdoeners verlost.Psalmen 109:30→Psalmen 69:33→Psalmen 34:6→Jesaja 25:4→Psalmen 35:9→Psalmen 72:4→Jakobus 2:5→
Jeremia 20:14— Vervloekt zij de dag, op welken ik geboren ben; de dag, op welken mijn moeder mij gebaard heeft, zij niet gezegend!Jeremia 15:10→Job 3:3→
Jeremia 20:15— Vervloekt zij de man, die mijn vader geboodschapt heeft, zeggende: U is een jonge zoon geboren, verblijdende hem grotelijks!Lukas 1:14→Jeremia 1:5→Genesis 21:5→
Jeremia 20:16— Ja, dezelve man zij, als de steden, die de HEERE heeft omgekeerd, en het heeft Hem niet berouwd; en hij hore in den morgenstond een geroep, en op den middagtijd een geschrei.Jeremia 18:22→Jeremia 48:3→Deuteronomium 29:23→Jona 3:9→2 Petrus 2:6→Jona 4:2→Ezechiël 21:22→Amos 2:2→
Jeremia 20:17— Dat Hij mij niet gedood heeft van de baarmoeder af! Of mijn moeder mijn graf geweest is, of haar baarmoeder als van een, die eeuwiglijk zwanger is!Job 10:18→Job 3:10→Job 3:16→Prediker 6:3→
Jeremia 20:18— Waarom ben ik toch uit de baarmoeder voortgekomen, om moeite en droefenis te zien, en dat mijn dagen in beschaamdheid vergaan?Job 3:20→Job 14:1→Klaagliederen 3:1→Psalmen 90:9→1 Korinthe 4:9→Psalmen 69:19→Job 14:13→Hebreeën 10:36→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 20 vers 1— Als Pashur, de zoon van Immer, de priester (deze nu was bestelde voorganger in het huis des HEEREN), Jeremia hoorde, diezelve woorden profeterende,
Pashur,
Hebreeuws, Paschur.
Hertaald:Pashur,
Hebreeuws: Paschur.
zoon
Dat is, nakomeling.
Hertaald:zoon
Dat is: nakomeling.
Immer,
Op wiens geslacht het zestiende lot in de afdeling der priesters gevallen was. Zie 1 Kron. 24:14 .
Hertaald:Immer,
Op wiens geslacht het zestiende lot bij de indeling van de priesters gevallen was. Zie 1 Kron. 24:14.
bestelde
Of, een bestelde [of overste ] een voorganger, dat is, [gelijk sommigen verklaren] de tweede na den hoogpriester, gelijk Eleazar was bij zijns vaders Aärons leven, Num. 4:16 , gesteld tot opzicht en regering in Gods huis.
Hertaald:bestelde
Of: een aangestelde, of overste, een voorganger — dat is, zoals sommigen verklaren: de tweede na de hogepriester, zoals Eleazar dat was bij het leven van zijn vader Aäron, Num. 4:16, aangesteld tot toezicht en bestuur in Gods huis.
Jeremia 20 vers 2— Zo sloeg Pashur den profeet Jeremia, en hij stelde hem in de gevangenis, dewelke is in de bovenste poort van Benjamin, die aan het huis des HEEREN is.
sloeg
Zie 1 Kon. 20:35 .
Hertaald:sloeg
Zie 1 Kon. 20:35.
gevangenis,
Hebreeuws eigenlijk, omkering, als strekkende tot omkering van den welstand der misdadigers. Zie wijders 2 Kron. 16:10 . Sommigen menen dat deze gevangenis alzo genoemd is vanwege de engheid der plaats, als waarin men zich nauwelijks kon omkeren; alzo onder Jer. 29:26 .
Hertaald:gevangenis,
Hebreeuws eigenlijk: omkering, omdat die dient tot omkering van de welstand van de misdadigers. Zie verder 2 Kron. 16:10. Sommigen menen dat deze gevangenis zo genoemd is vanwege de nauwte van de plaats, waarin men zich nauwelijks kon omkeren; zo ook hieronder Jer. 29:26.
bovenste poort
Anders: hoge poort; gelijk 2 Kron. 23:20 . Vergelijk onder Jer. 26:10 . Van dezen naam, bovenste, of hoogste, is verscheiden gevoelen.
Hertaald:bovenste poort
Anders: hoge poort, zoals in 2 Kron. 23:20. Vergelijk hieronder Jer. 26:10. Over deze naam bovenste of hoogste bestaan verschillende opvattingen.
Benjamin,
Dat is, staande naar het land van Benjamin toe.
Hertaald:Benjamin,
Dat is: gericht naar het land van Benjamin toe.
Jeremia 20 vers 3— Maar het geschiedde des anderen daags, dat Pashur Jeremia uit de gevangenis voortbracht; toen zeide Jeremia tot hem: De HEERE noemt uw naam niet Pashur, maar Magor-missabib.
Magòr-missabib
Dat is, schrik, of vrees van rondom, om reden gelijk volgt.
Hertaald:Magòr-missabib
Dat is: schrik of vrees van rondom, om de reden die volgt.
Jeremia 20 vers 4— Want zo zegt de HEERE: Zie, Ik stel u tot een schrik voor uzelven en voor al uw liefhebbers; die zullen vallen door het zwaard hunner vijanden, dat het uw ogen aanzien; en Ik zal gans Juda geven in de hand des konings van Babel, die hen naar Babel gevankelijk zal wegvoeren, en slaan hen met het zwaard.
stel u
Of, Ik geef u den schrik, of der vrees over.
Hertaald:stel u
Of: Ik geef u over aan de schrik of de vrees.
liefhebbers;
Of, vrienden; alzo vs.6 en elders.
Hertaald:liefhebbers;
Of: vrienden; zo ook in vers 6 en elders.
slaan
Dat is, ombrengen; zie Gen. 8:21 .
Hertaald:slaan
Dat is: ombrengen; zie Gen. 8:21.
Jeremia 20 vers 5— Ook zal Ik geven al het vermogen dezer stad, en al haar arbeid, en al haar kostelijkheid, en alle schatten der koningen van Juda, Ik zal ze geven in de hand hunner vijanden, die zullen ze roven, zullen ze nemen, en zullen ze brengen naar Babel.
arbeid,
Dat is, al wat zij met haar arbeid verkregen heeft.
Hertaald:arbeid,
Dat is: alles wat zij met haar arbeid verworven heeft.
Jeremia 20 vers 6— En gij, Pashur, en alle inwoners van uw huis! gijlieden zult gaan in de gevangenis; en gij zult te Babel komen, en aldaar sterven, en aldaar begraven worden, gij en al uw vrienden, denwelken gij valselijk geprofeteerd hebt.
valselijk
Hebreeuws, in, of met valsheid.
Hertaald:valselijk
Hebreeuws: in of met valsheid.
Jeremia 20 vers 7— HEERE! Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest, en hebt overmocht; ik ben den gansen dag tot een belachen, een ieder van hen bespot mij.
overreed,
Of, verlokt, bepraat, bekout, gelijk men zegt. Eenigen verstaan dit van zijn beroep en den last hem gegeven; vergelijk boven Jer. 1:6-7 , en zie van het Hebreeuwse woord Richt. 14:15 , en vergelijk onder vs.10. Hetzelfde woord wordt gebruikt van het rechtvaardig oordeel van God, in het overreden der valse profeten; Ezech. 14:9 , zie aldaar.
Hertaald:overreed,
Of: verlokt, overgehaald, omgepraat, zoals men zegt. Sommigen verstaan dit van zijn roeping en van de opdracht die hem gegeven is; vergelijk hierboven Jer. 1:6-7, en zie over het Hebreeuwse woord Richt. 14:15, en vergelijk hieronder vers 10. Hetzelfde woord wordt gebruikt voor het rechtvaardige oordeel van God bij het overreden van de valse profeten; Ezech. 14:9, zie daar.
overmocht;
Vergelijk de manier van spreken met vs.10.
Hertaald:overmocht;
Vergelijk deze manier van spreken met vers 10.
Jeremia 20 vers 8— Want sinds ik spreke, roep ik uit, ik roep geweld en verstoring; omdat mij des HEEREN woord den gansen dag tot smaad en tot schimp is.
spreke,
Profeterende tot het volk.
Hertaald:spreke,
Terwijl ik tot het volk profeteer.
roep geweld
Vergelijk Job 19:7 , en de aantekening aldaar.
Hertaald:roep geweld
Vergelijk Job 19:7 met de aantekening daarbij.
Jeremia 20 vers 9— Dies zeide ik: Ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn Naam spreken; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet.
zeide ik
Bij mijzelven, dat is, ik dacht.
Hertaald:zeide ik
Bij mijzelf, dat is: ik dacht.
gedenken,
Dat is, niet meer van den Heere vermelden, gene melding meer van zijnen last maken.
Hertaald:gedenken,
Dat is: niet meer over de HEERE spreken, geen melding meer maken van Zijn opdracht.
het werd in mijn hart
Des Heeren woord, of zijn last; door de krachtige werking van den Heiligen Geest, of daar was, enz.
Hertaald:het werd in mijn hart
Het Woord van de HEERE, of Zijn opdracht, door de krachtige werking van de Heilige Geest; of: daar was, enzovoort.
brandend vuur,
Zie al zulke gelijkenis Job 32:18 ; Ps. 39:4 .
Hertaald:brandend vuur,
Zie een dergelijke vergelijking in Job 32:18 en Ps. 39:4.
bemoeide
Of, werd vermoeid van, enz. en kon niet, te weten langer inhouden, of den Geest des Heeren wederstaan, ik moest in mijn dienst voortgaan.
Hertaald:bemoeide
Of: werd moe van, enzovoort, en kon niet, namelijk het langer inhouden of de Geest van de HEERE weerstaan; ik moest met mijn dienst doorgaan.
Jeremia 20 vers 10— Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen.
de naspraak
Of, naklap, boos gerucht.
Hertaald:de naspraak
Of: naklap, kwaad gerucht.
Magòr-missabib,
Zie vs.3. Dezen mag men nemen voor een aanleider van hetgeen, waarvan verder in vs.10 gesproken wordt. Anders: schrik, of vrees, [grijpt mij aan] van rondom, [zij zeggen] enz.
Hertaald:Magòr-missabib,
Zie vers 3. Men mag dit opvatten als inleiding op wat verder in vers 10 gezegd wordt. Anders: schrik of vrees grijpt mij aan van rondom; zij zeggen, enzovoort.
Geef ons te kennen,
Dat is, verneem er naar en let er op, wat gij van Jeremia hoort, en breng het ons aan, opdat wij het den oversten, zo kerkelijken als politieken, aanbrengen, om tegen hem te beraadslagen.
Hertaald:Geef ons te kennen,
Dat is: informeer ernaar en let erop wat u van Jeremia hoort, en breng het ons over, opdat wij het aan de oversten, zowel kerkelijke als wereldlijke, kunnen doorgeven om tegen hem te beraadslagen.
al mijn vredegenoten
Hebreeuws, alle mensen mijns vredes, alzo onder Jer. 38:22 ; vergelijk 2 Sam. 8:10 ; Ps. 41:10 .
Hertaald:al mijn vredegenoten
Hebreeuws: alle mensen van mijn vrede; zo ook hieronder Jer. 38:22; vergelijk 2 Sam. 8:10 en Ps. 41:10.
hinking;
Of ik mij ergens in mijn ambt of leven mocht vergrijpen of struikelen, en zij mij daarover ten val of in lijden brengen; vergelijk Ps. 35:15 , en Ps. 38:18 .
Hertaald:hinking;
Of ik mij ergens in mijn ambt of leven zou vergrijpen of struikelen, zodat zij mij daarover ten val zouden kunnen brengen of in lijden zouden kunnen storten; vergelijk Ps. 35:15 en Ps. 38:18.
overreed worden,
Zich met zoete woorden laten misleiden, om het een tegen het ander te zeggen, of anderszins feilen en gelegenheid geven tot zijn verderf.
Hertaald:overreed worden,
Zich met vriendelijke woorden laten misleiden om het een tegen het ander te zeggen, of zich anderszins vergissen en aanleiding geven tot zijn verderf.
Jeremia 20 vers 11— Maar de HEERE is met mij als een verschrikkelijk Held; daarom zullen mijn vervolgers struikelen, en niets vermogen; zij zijn zeer beschaamd geworden, omdat zij niet verstandiglijk gehandeld hebben; het zal een eeuwige schande zijn, zij zal niet vergeten worden.
zij zijn zeer beschaamd
Profetischerwijze van het toekomende gesproken: zij zullen zekerlijk beschaamd worden; waarover de profeet zich door het geloof alzo verheugt, gelijk te zien is vs.13. Verhalende ondertussen hoe hij aan de andere zijde is bestreden door de zwakheid des vleesches.
Hertaald:zij zijn zeer beschaamd
Op de wijze van de profeten over de toekomst gesproken: zij zullen zeker beschaamd worden. Daarover verheugt de profeet zich door het geloof, zoals te zien is in vers 13 — terwijl hij ondertussen verhaalt hoe hij aan de andere kant bestreden wordt door de zwakheid van het vlees.
verstandiglijk
Vergelijk boven Jer. 10:21 . Of, omdat zij niet gelukkig, of voorspoedig zijn geweest, of zullen zijn; omdat hunne aanslagen zullen feilen.
Hertaald:verstandiglijk
Vergelijk hierboven Jer. 10:21. Of: omdat zij niet gelukkig of voorspoedig geweest zijn of zullen zijn, omdat hun plannen zullen mislukken.
eeuwige schande
Of, een eeuwige schande! als een afgebroken rede, verwonderenderwijze.
Hertaald:eeuwige schande
Of: een eeuwige schande! — als een afgebroken uitroep, bij wijze van verwondering.
Jeremia 20 vers 12— Gij dan, o HEERE der heirscharen, Die den rechtvaardige proeft, Die de nieren en het hart ziet, laat mij Uw wraak van hen zien, want ik heb U mijn twistzaak ontdekt.
heirscharen,
Zie 1 Kon. 18:15 .
Hertaald:heirscharen,
Zie 1 Kon. 18:15.
nieren
Gelijk boven Jer. 11:20 ; zie aldaar.
Hertaald:nieren
Zoals hierboven Jer. 11:20; zie daar.
ontdekt
Als mijn advocaat en voorspreker.
Hertaald:ontdekt
Als aan mijn advocaat en voorspraak.
Jeremia 20 vers 14— Vervloekt zij de dag, op welken ik geboren ben; de dag, op welken mijn moeder mij gebaard heeft, zij niet gezegend!
Vervloekt
Vergelijk deze klacht der ongeduldigheid met Job 3:3 , enz., en zie de aantekening aldaar. De profeet verhaalt hier hoe ongeduldig hij geweest is, als hem al de wereld vloekte en smaadde, zie boven vs.8, en Jer. 15:10 .
Hertaald:Vervloekt
Vergelijk deze klacht van ongeduld met Job 3:3, enzovoort, en zie de aantekening daarbij. De profeet verhaalt hier hoe ongeduldig hij geweest is toen iedereen hem vervloekte en smaadde; zie hierboven vers 8 en Jer. 15:10.
Jeremia 20 vers 15— Vervloekt zij de man, die mijn vader geboodschapt heeft, zeggende: U is een jonge zoon geboren, verblijdende hem grotelijks!
jonge zoon
Hebreeuws, een mannelijk kind, of zoon.
Hertaald:jonge zoon
Hebreeuws: een mannelijk kind, of zoon.
verblijdende
Hebreeuws, verblijdende verblijdde hij zich.
Hertaald:verblijdende
Hebreeuws: verblijdend verblijdde hij zich.
Jeremia 20 vers 16— Ja, dezelve man zij, als de steden, die de HEERE heeft omgekeerd, en het heeft Hem niet berouwd; en hij hore in den morgenstond een geroep, en op den middagtijd een geschrei.
steden,
Dit schijnt te zien op de steden Sodom, Gomorra, enz., Gen 19 .
Hertaald:steden,
Dit lijkt te zien op de steden Sodom, Gomorra, enzovoort, Gen. 19.
berouwd;
Zie Gen. 6:6 .
Hertaald:berouwd;
Zie Gen. 6:6.
morgenstond
Dat is, vroeg, onvoorzien, als hij er niet op verdacht is; vergelijk Hos. 10:15 .
Hertaald:morgenstond
Dat is: vroeg, onverwacht, wanneer hij er niet op bedacht is; vergelijk Hos. 10:15.
geroep,
Een gekerm zijner medeburgers of naburen, die omgebracht worden of in levensgevaar zijn, gelijk ten tijde van des vijands overval pleegt te geschieden.
Hertaald:geroep,
Een gekerm van zijn medeburgers of buren, die omgebracht worden of in levensgevaar verkeren, zoals bij een vijandelijke inval pleegt te gebeuren.
middagtijd
Als men placht maaltijd te houden en te rusten.
Hertaald:middagtijd
Wanneer men gewoonlijk de maaltijd hield en rustte.
Jeremia 20 vers 17— Dat Hij mij niet gedood heeft van de baarmoeder af! Of mijn moeder mijn graf geweest is, of haar baarmoeder als van een, die eeuwiglijk zwanger is!
Dat Hij mij
Alsof hij zeide: Waarom is dat niet geschied? waarom heeft de Heere mij niet gedood? gelijk in vs.18.
Hertaald:Dat Hij mij
Alsof hij zei: waarom is dat niet gebeurd? Waarom heeft de HEERE mij niet gedood? Zoals in vers 18.
eeuwiglijk
Hebreeuws, ener zwangere der eeuwigheid; dat is, altijd zwanger blijvende en nimmermeer barende.
Hertaald:eeuwiglijk
Hebreeuws: van een zwangere van de eeuwigheid — dat is: die altijd zwanger blijft en nooit baart.
Jeremia 20 vers 18— Waarom ben ik toch uit de baarmoeder voortgekomen, om moeite en droefenis te zien, en dat mijn dagen in beschaamdheid vergaan?
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Pashur (zoon van Immer) — vrijheid rondom (onzeker)
Zoon van Immer, priester en opperopziener in het huis des HEEREN. Toen hij Jeremia's profetieën hoorde, sloeg hij hem en zette hem gevangen; Jeremia kondigde hem daarop aan dat de HEERE zijn naam zou veranderen in Magor-missabib ("schrik van rondom"), en dat hij met zijn huisgenoten in ballingschap naar Babel zou sterven (Jer. 20:1-6). Niet dezelfde persoon als Pashur, de zoon van Malchia (Jer. 21:1; 38:1).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Magor-missabib — de nieuwe naam die Jeremia geeft aan de priester die hem in de gevangenbank zette (Jer. 20:1-6)
Pashur, de zoon van Immer, was de bestelde voorganger in het huis des HEEREN (Jer. 20:1). Toen hij Jeremia hoorde profeteren, sloeg hij hem en zette hem in de gevangenis in de bovenste poort van Benjamin (Jer. 20:2). De volgende dag laat hij hem gaan, en dan zegt Jeremia: "De HEERE noemt uw naam niet Pashur, maar Magor-missabib" (Jer. 20:3). Die naam betekent: schrik van rondom. Er staat bij wat ermee bedoeld is: hij zal zichzelf tot een schrik zijn en zijn vrienden zullen vallen (Jer. 20:4).
Bijbelse betekenis: Merk op wie hier de profeet slaat. Geen heidense vorst en geen vijandig leger, maar de opziener van de tempel; het geweld komt uit het heiligdom. Dat is in dit boek een terugkerende zaak: de zwaarste tegenstand komt van binnenuit (reeds behandeld bij Jer. 11:21). Let vervolgens op wat het geven van een naam betekent. Een naam zegt in de Schrift wat iemand is geworden; wie een ander schrik aandeed, krijgt de schrik als naam. Let ten slotte op wat Jeremia niet doet. Hij slaat niet terug en hij zwijgt ook niet; hij zegt precies wat hem opgedragen is, ook meteen na de nacht in de gevangenbank.
Typologie: Ook de apostelen werden door de overheid van de tempel gegeseld en gingen daarna heen "verblijd zijnde, dat zij waren waardig geacht geweest, om Zijns Naams wil smaadheid te lijden" (Hand. 5:41). En de Heere Jezus zei vooraf dat men de Zijnen in de synagogen zou geselen (Matt. 10:17).
Jer. 20:1-6; Jer. 11:21; Hand. 5:41; Matt. 10:17
Een brandend vuur in de beenderen — de profeet wil ophouden met spreken en kan het niet (Jer. 20:7-13)
"HEERE! Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest, en hebt overmocht; ik ben den gansen dag tot een belachen" (Jer. 20:7). Er staat bij waarom: het woord des HEEREN is hem de hele dag tot smaad en schimp geworden (Jer. 20:8). Dan neemt hij een besluit: "Ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn Naam spreken." Maar het loopt anders: "het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet" (Jer. 20:9). Even verderop slaat de toon om: "de HEERE is met mij als een verschrikkelijk Held" (Jer. 20:11), en het gedeelte eindigt in lofzang: "Zingt den HEERE, prijst den HEERE; want Hij heeft de ziel des nooddruftigen uit de hand der boosdoeners verlost" (Jer. 20:13).
Bijbelse betekenis: Merk op hoe openhartig Jer. 20:7 is. Hij zegt God dat Hij te sterk voor hem was; dat is geen vroom woord maar een verwijt, en de Schrift laat het staan. Let vervolgens op het besluit en wat ermee gebeurt. Hij neemt zich voor te zwijgen, en dat lukt niet; het woord zelf laat hem niet los. Dat zegt iets over de aard van een roeping: zij houdt niet op wanneer de moed op is. Let ten slotte op de omslag in Jer. 20:11-13. Zij komt niet doordat de omstandigheden veranderd zijn — de spot duurt voort — maar doordat hij weet Wie er bij hem staat. Dat is dezelfde beweging als in de boetpsalmen (reeds behandeld bij Ps. 6:9-10).
Typologie: Paulus kent dezelfde onontkoombaarheid: "want indien ik het Evangelie verkondige, het is mij geen roem; want de nood is mij opgelegd. En wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig!" (1 Kor. 9:16). En de twee apostelen antwoorden de Raad: "wij kunnen niet laten te spreken, hetgeen wij gezien en gehoord hebben" (Hand. 4:20).
Jer. 20:7-13; Ps. 6:9-10; 1 Kor. 9:16; Hand. 4:20
De vervloeking van de geboortedag — het donkerste gedeelte van het boek, dat onmiddellijk op een lofzang volgt (Jer. 20:14-18)
"Vervloekt zij de dag, op welken ik geboren ben; de dag, op welken mijn moeder mij gebaard heeft, zij niet gezegend!" (Jer. 20:14). Wat volgt gaat nog verder: hij vervloekt de man die zijn vader het bericht van zijn geboorte bracht (Jer. 20:15). En het hoofdstuk sluit met een vraag: "Waarom ben ik toch uit de baarmoeder voortgekomen, om moeite en droefenis te zien, en dat mijn dagen in beschaamdheid vergaan?" (Jer. 20:18). Vlak hiervóór stond de oproep om de HEERE te prijzen (Jer. 20:13).
Bijbelse betekenis: Merk op waar dit gedeelte staat. Het volgt op een lofzang, en de Schrift zet de volgorde niet recht; het register laat die volgorde ook staan. Wie meent dat geloof betekent dat het na de lofzang niet meer donker wordt, vindt hier het tegendeel. Let vervolgens op wat er wél en niet gebeurt. Hij vervloekt de dag van zijn geboorte, maar hij vervloekt God niet, en hij neemt niets in eigen hand; alles wordt tegen God uitgesproken en niet buiten Hem om. Dat is dezelfde omgang als bij Job (reeds behandeld bij Job 3:11). Let ten slotte op wat de Schrift hier niet doet. Er staat geen bestraffing en geen verklaring achter, en er wordt niets goedgepraat. Wie zich in deze woorden herkent, doet er goed aan ze niet alleen te dragen, maar erover te spreken met iemand die meeleest en meebidt.
Typologie: Job spreekt dezelfde vervloeking uit, en ook daar veroordeelt de Schrift de klacht niet (reeds behandeld bij Job 3:11). En Paulus schrijft dat hij bezwaard was boven zijn macht, opdat hij niet op zichzelf zou vertrouwen maar op God, Die de doden verwekt (reeds behandeld bij 2 Kor. 1:9).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindingambt
Een brandend vuur, besloten in mijn beenderen — 20:7-13
Jeremia heeft een nacht in het blok gestaan, aan de Benjaminspoort, op bevel van de priester Pashur. Als hij losgelaten wordt, spreekt hij God aan in woorden die zo scherp zijn dat men zich afvraagt of ze wel in de Bijbel horen. Ze horen er wel.
De profeet verwijt God dat Hij hem overgehaald heeft, besluit te zwijgen, en ontdekt dat hij dat niet kan.
Het begint met een aanklacht tegen God Zelf: “HEERE! Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest, en hebt overmocht.” De kanttekening laat de scherpte van dat woord staan en vertaalt het met verlokt, overgehaald, omgepraat, zoals men zegt. Sommigen betrekken het op zijn roeping. Toen wierp hij tegen dat hij jong was en niet spreken kon, en God nam die tegenwerping niet aan.
Wat hem dwarszit is niet de gevangenschap maar de spot. De hele dag is hij een voorwerp van gelach; het woord van de HEERE is hem tot smaad en tot schimp geworden. Hij spreekt namens God, en het levert hem alleen hoon op.
Dus neemt hij een besluit dat iedere vermoeide dienstknecht wel eens genomen heeft: “Dies zeide ik: Ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn Naam spreken.” Ophouden. Er niet meer over beginnen. En dan komt de zin waaraan dit hoofdstuk zijn plaats dankt: “maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet.” De kanttekening zegt wat dat vuur is: het Woord van de HEERE, door de krachtige werking van de Heilige Geest. En zij legt dat konde niet zo uit: hij werd moe van het inhouden, en kon de Geest van de HEERE niet weerstaan; hij moest met zijn dienst doorgaan.
Zo staat er een man in de Schrift die zijn ambt niet meer wilde en het toch niet kwijtraakte. Paulus kent dat, en hij zegt het bijna in dezelfde bewoordingen: het is mij geen roem dat ik het Evangelie verkondig, want de nood is mij opgelegd — en wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig.
En hier ligt de lijn naar Christus, al is zij niet die van een afbeelding. Van alle profeten geldt dat het woord dat zij dragen groter is dan zijzelf; zij worden erdoor voortgedreven en zij bezwijken eronder. Alleen bij Eén is het woord niet iets dat van buiten kwam en Hem te sterk werd. De Hebreeënbrief zet die twee naast elkaar in zijn allereerste zin: God heeft voortijds tot de vaderen gesproken door de profeten, en in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon. De profeten hadden het vuur in hun beenderen; de Zoon is Zelf het Woord.
Het hoofdstuk laat zich overigens niet netjes afronden, en dat is de eerlijkheid ervan. Er volgt eerst een loflied: zingt den HEERE, prijst den HEERE, want Hij heeft de ziel des nooddruftigen verlost. En daarna, in dezelfde adem, de vervloeking van de dag waarop hij geboren werd. De Schrift zet die twee zonder verklaring achter elkaar, en zij haalt geen van beide weg.
Jeremia 1:6-9 — Bij zijn roeping wierp hij tegen dat hij jong was; God nam die tegenwerping niet aan.
Jeremia 20:7 — Gij hebt mij overreed, en Gij zijt mij te sterk geweest.
Jeremia 20:9 — Hij besluit te zwijgen, en het woord wordt een vuur in zijn beenderen.
1 Korinthe 9:16 — Paulus: de nood is mij opgelegd; wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig.
Handelingen 4:20 — Wij kunnen niet laten te spreken hetgeen wij gezien en gehoord hebben.
Hebreeën 1:1-2 — God sprak door de profeten; in deze laatste dagen heeft Hij gesproken door de Zoon.
In het Nieuwe Testament: 1 Korinthe 9:16; Hebreeën 1:1-2; Handelingen 4:20; Lukas 4:28-29; 2 Korinthe 4:8-9
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jeremia 20 niet aan, en de profeet wordt hier niet als afbeelding van Christus gebruikt. Wat er in de tekst zelf staat is het ambt dat zwaarder is dan de drager: een man die wil zwijgen en het niet kan. Het verband met Christus loopt niet over de gelijkenis maar over het verschil, en dat verschil noemt de Hebreeënbrief in zijn eerste twee verzen: God sprak door de profeten, en Hij heeft in deze laatste dagen gesproken door de Zoon.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
IV. Vs. 1-18.KruisverwijzingenPsalmen 39:3→Job 32:18→Jeremia 6:10→Handelingen 4:20→Psalmen 41:9→1 Kronieken 24:14→Jeremia 37:13→Jeremia 29:21→ — Als Pashur, de zoon van Immer, de priester (deze nu was bestelde voorganger in het huis des HEEREN), Jeremia hoorde, diezelve woorden profeterende, Zo sloeg Pashur den profeet Jeremia, en hij stelde hem in de gevangenis, dewelke is in de bovenste poort van Benjamin, die aan het huis des HEEREN is. Maar het geschiedde des anderen daags, dat Pashur Jeremia uit de gevangenis voortbracht; toen zeide Jeremia tot hem: De HEERE noemt uw naam niet Pashur, maar Magor-missabib. Want zo zegt de HEERE: Zie, Ik stel u tot een schrik voor uzelven en voor al uw liefhebbers; die zullen vallen door het zwaard hunner vijanden, dat het uw ogen aanzien; en Ik zal gans Juda geven in de hand des konings van Babel, die hen naar Babel gevankelijk zal wegvoeren, en slaan hen met het zwaard. Ook zal Ik geven al het vermogen dezer stad, en al haar arbeid, en al haar kostelijkheid, en alle schatten der koningen van Juda, Ik zal ze geven in de hand hunner vijanden, die zullen ze roven, zullen ze nemen, en zullen ze brengen naar Babel. En gij, Pashur, en alle inwoners van uw huis! gijlieden zult gaan in de gevangenis; en gij zult te Babel komen, en aldaar sterven, en aldaar begraven worden, gij en al uw vrienden, denwelken gij valselijk geprofeteerd hebt. HEERE! Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest, en hebt overmocht; ik ben den gansen dag tot een belachen, een ieder van hen bespot mij. Want sinds ik spreke, roep ik uit, ik roep geweld en verstoring; omdat mij des HEEREN woord den gansen dag tot smaad en tot schimp is. Dies zeide ik: Ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn Naam spreken; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet. Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen. Pashur, de opzichter van den tempel, die zelf een van die Profeten was, welke valselijk zegen verkondigden welke het volk in zijne verderfelijke gerustheid hielden (Hoofdst. 7:4), heeft de woorden van Jeremia, die hij in den voorhof des tempels sprak (Hoofdst. 19:14 vv), mede aangehoord. Deze grijpt hem als enen, die door Zijne bedreigingen zich misdadig vergrepen heeft aan het heiligdom des Heeren, laat hem als enen misdadiger slaan en in het blok leggen, maar wil hem den volgenden dag weer uit zijnen kerker vrijlaten. Nu verkondigt de Profeet zijnen vervolger het gericht, dat hem in ‘t bijzonder wacht (vs. 1-6). Als Jeremia weer alleen is stort hij zijn bestreden, zijn overkropt hart voor den Heere uit, dat de verzoeking gevoelt om te wensen: Ach, hadt gij nooit de roeping van enen Profeet aangenomen! (vs. 7-13). Ja, de aanvechting stijgt zo hoog, dat hij zelfs den dag zijner geboorte vervloekt (vs. 14-18). Hij deelt dit echter mede als een, die ook deze zwaarste aanvechting reeds overwonnen heeft en haar meester is geworden.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 24:14→2 Koningen 25:18→Ezra 2:37→Handelingen 4:1→2 Kronieken 35:8→Nehemia 7:40→Handelingen 5:24→— Als Pashur, de zoon van Immer, de priester (deze nu was bestelde voorganger in het huis des HEEREN), Jeremia hoorde, diezelve woorden profeterende,
Als Pashur (= edelste), de zoon van Immer (= Hij beloofde), de priester, een lid der priesterkaste (1 Kron. 24:14), dus niet een van de in Ezra 2:39 genoemden (deze nu was bestelde voorganger in het huis des HEEREN, tempelvoogd), Jeremia hoorde, diezelfde woorden profeterende. Deze Pashur wordt alleen hier genoemd (een andere is de zoon van Malchia, die in Hoofdst. 21:1; 38:1 en 1 Krom 10:12 genoemd is-de vader van Gedalja, die ook Pashur heet (Hoofdst. 38:1), kon wel dezelfde als de hier genoemde zijn. Hij behoorde tot die van de 24 priesterklassen, welke naar Immer genoemd is (Ezra 2:37), en bekleedde het ambt van een hoofd der tempelopzichters. Dat hij als zodanig enen zeer hogen stand had, blijkt daaruit, dat de priester Zefana, die later dit ambt bekleedde (Hoofdst. 29:26) in Hoofdst. 52:24 als de eerste na den hogepriester wordt genoemd. Hij behoorde alzo tot die vorsten van het heiligdom (Jes. 43:28), of overstap onder de priesters (2 Kron. 36:14 die mede den ondergang van staat en heiligdom veroorzaakten. Het oppertoezicht over den tempel gaf aan Pashur ene bepaalde politie-macht, en een recht om te straffen, dat hij op Jeremia toepaste! De behandeling, die hij hem aandeed, is juist dezelfde, als later (Hand. 16:22 vv. 35 vv.) Paulus en Silas van de hoofdmannen te Filippi moesten ondervinden. Hij sloeg hem, d. i. hij liet hem slagen geven, waarschijnlijk volgens het voorschrift Deut. 25:3 (vgl. 2 Kor. 11:24), en liet hem vervolgens tot den volgenden dag in de gevangenis werpen, waar zijne voeten in den stok worden gesloten . In dezen voornamen priester wordt het toppunt van de onverbeterlijkheid des volks voorgesteld: men wil de voorspelling niet horen, er moet niet geprofeteerd worden van het einde. De Profeet is ook het voorbeeld voor allen in het Godsrijk, die te voren de vrees voor ondergang moeten ondervinden.
KruisverwijzingenJeremia 37:13→Jeremia 1:19→Zacharia 14:10→2 Kronieken 16:10→Jeremia 29:26→Jeremia 36:26→1 Koningen 22:27→2 Kronieken 24:21→— Zo sloeg Pashur den profeet Jeremia, en hij stelde hem in de gevangenis, dewelke is in de bovenste poort van Benjamin, die aan het huis des HEEREN is.
Zo sloeg Pashur den Profeet Jeremia, hij deed hem slagen toedelen, en hij stelde hem in de gevangenis (liever: sloot hem in den stok 2 Kron. 16:10), welke is de bovenste poort van Benjamin, die aan het huis des HEEREN is. De tempel stond gedeeltelijk op grond van den stam van Juda, gedeeltelijk op grond van den stam van Benjamin (vgl Joz. 15:5 vv. met 18:15 vv.), zegt Kimchi. De hier genoemde bovenste poort van Benjamin, die door de bijvoeging “die aan het huis des Heeren is” van de stadspoort Benjamin (Jer. 7:13; 38:7) is onderscheiden, door de bijvoeging “bovenste” nader wordt aangewezen als behorende tot den bovensten en binnensten voorhof, is waarschijnlijk dezelfde als de hoge poort aan ‘s Heeren huis, die aan de noordzijde van den binnensten voorhof was. Deze had de koning Joram groter en schoner hersteld (2 Kon. 15:35) en wordt nu in Hoofdst. 26:10; 36:10 de “nieuwe” poort geheten. Volgens 2 Kon. 12:9 kwam door deze het volk menigvuldig den tempel binnen, waarom ook daar de offerkist werd geplaatst.
KruisverwijzingenJeremia 20:10→Jeremia 6:25→Jesaja 8:3→Jeremia 46:5→Psalmen 31:13→Klaagliederen 2:22→Jeremia 7:32→Handelingen 16:30→— Maar het geschiedde des anderen daags, dat Pashur Jeremia uit de gevangenis voortbracht; toen zeide Jeremia tot hem: De HEERE noemt uw naam niet Pashur, maar Magor-missabib.
Maar het geschiedde des anderen daags, dat Pashur Jeremia uit de gevangenis voortbracht, opdat deze nu zijnen weg zou gaan, maar niet weer op die wijze tegen tempel en altaar en tegen de heilige stad en het volk Gods zou spreken. Toen zei Jeremia tot hem: De HEERE noemt uwen naam niet Pashur, maar Magor-missabib. De betekenis van den naam Pashur is vrij duister. Wij zetten dien in den tekst over door “edelste” als zamengesteld uit vwp = toenemen en rwx = edele. Anderen leiden het af van yp = mom en rwhv = zwart. Nog anderen van hvp = zich uitspreiden en rwx = bleek worden. “Magoër” betekent “vrees, ” zodat de nieuwe naam zal betekenen “vrees van rondom. ” Luther, die de laatste verklaring van den naam Pashur volgt, tekent hierbij aan: “Jeremia wilde zeggen: gij zult niet zo groot, wit en breed zijn als uw naam te kennen geeft, maar vrees en schrik zal om u zijn, zodat het nauw en zwart genoeg om u is. ” Pashur wordt gesteld tot enen Magor van rondom, tot enen die altijd door schrik omringd is, maar juist daardoor, dat hij door het verschrikkelijkste zelf niet wordt aangeroerd, maar ten laatste naar Babel wordt gevoerd om daar te sterven, zodat hij moet aanzien wat anderen overkomt, niet uit de kwellingen uitkomt. Ook geeft men aan den naam Pashur de betekenis van “uitbreiding of vreugde van rondom, ” daar de man als vals Profeet het volk bestendigen vrede en onveranderlijke welvaart predikte.
KruisverwijzingenJeremia 29:21→Job 18:11→Jeremia 39:6→Jeremia 25:9→Jeremia 21:4→Jeremia 32:27→Deuteronomium 28:32→Jeremia 6:25→— Want zo zegt de HEERE: Zie, Ik stel u tot een schrik voor uzelven en voor al uw liefhebbers; die zullen vallen door het zwaard hunner vijanden, dat het uw ogen aanzien; en Ik zal gans Juda geven in de hand des konings van Babel, die hen naar Babel gevankelijk zal wegvoeren, en slaan hen met het zwaard.
Want zo zegt de HEERE: Ziet Ik stel u tot enen schrik voor uzelven en voor al uwe liefhebbers, zodat gij altijd voor uw leven moet vrezen Die, uwe vrienden, zullen vallen door het zwaard hunner vijanden, dat het uwe ogen aanzien, en gij alzo nog in voortdurenden angst zult zijn. En Ik zal gans Juda geven in de hand des konings van Babel, die hen naar Babel gevankelijk zal wegvoeren, en slaan hen met het zwaard (2 Kon. 25:20 vv.). Pashur’s straf bestaat daarin, dat hij den ontzettenden jammer mede moet lijden en aanzien zonder te kunnen sterven; hij is een voorbeeld van den eeuwigen Jood. Even als onder de Christenen het verhaal zich heeft gevormd, dat de lievelingsdiscipel des Heeren niet zou sterven (Joh. 21:23 vv.), zo vinden wij als tegenbeeld daarvan van enen vijand des Verlossers, die tot aan het einde der dagen, door onrust des gewetens rondgedreven, tot een eeuwig rondwandelen veroordeeld is tot aan de wederkomst des Heeren. Deze sage van den eeuwigen Jood komt, even als alle sagen, onder verschillende vormen voor. De oudste Christelijke schrijver, die er melding van maakt, is de Benictijner en Engelse chronist Matth. Parisius (overl. 1259) Volgens het verhaal, dat hij zegt uit den mond van enen Armenischen bisschop te hebben, wien de eeuwige Jood zelf weer zijne geschiedenis verhaald heeft, heette deze eerst Carthaphilus, en was portier van het paleis in dienst van Pilatus. Toen nu de Joden den ter dood veroordeelden Christus uit het paleis sleepten, sloeg de portier Hem onder de poort met de vuist in den hals, en sprak spottend tot Hem: “ga heen Jezus! ga wat sneller, wat talmt gij?” Jezus zag om met een strengen blik en sprak: “Ik ga, maar gij zult wachten tot Ik wederkom. ” De portier was toen ongeveer 30 jaren oud, maar telkens als hij 100 jaren oud geworden is: wordt hij door ene verzwakking aangegrepen en valt hij in onmacht. Dan wordt hij weer gezond en komt tot den ouderdom, dien hij had ten tijde toen hij zich aan den Heere vergreep. Carthaphilus werd later door Ananias gedoopt en ontving toen den naam van Jozef, wat aanleiding gaf, dat zijne geschiedenis ook met die van Jozef van Arimathea is verward. Hij leidde als Christen een vroom, streng, boetvaardig leven in de hoop eens begenadigd te worden. De schouwplaats van dezen Jood is het Oosten, voornamelijk de beide Armeniën. Anders luidde de sage in het Westen. Hier wordt de eeuwige Jood eerst in de 16de eeuw vermeld, en wel onder den naam van Ahasveros. Hij moet het eerst in 1547 te Hamburg, spoedig daarop te Dantzig, later in verscheidene steden in en buiten Duitsland gezien zijn. Het oog viel en hem door zijne ouderwetse kleding en zijn zonderling gedrag. Dr. Paulus van Eigen, bisschop van Sleeswijk, verklaart uit zijn eigen mond het volgende vernomen te hebben: Ahasverus leefde ten tijde van Christus, als schoenmaker te Jeruzalem, en was een van degenen, die het luidste “kruist Hem” riep. Toen Jezus naar Golgotha werd gevoerd, leidde de weg voorbij het huis van den schoenmaker. Afgemat van den last des kruises leunde de Heiland aan de deurpost, maar de schoenmaker, die met het kind op den arm in de deur stond, wees Hem met harde woorden weg (volgens sommige berichten sloeg hij Hem Zelfs met de leest), waarop Jezus zich omkeerde en tot hem zei, terwijl Hij hem strak aanzag: “Ik zal hier staan en rusten, maar gij zult wandelen tot den jongsten dag. ” Aan ‘t einde der 17de en in het begin der 18de eeuw keerde de sage terug tot de oorspronkelijke Oosterse mededeling. Een vreemdeling werd gezien, die zich uitgaf voor enen officier van den Hogen raad te Jeruzalem en van zich zelven verhaalde wat de oude sage van Carthaphilus meldt; hij had namelijk Jezus, toen deze het paleis van Pilatus verliet, enen stoot gegeven en gezegd: “ga, pak u weg, waarom vertoeft gij nog hier?” De beide Engelse lands-universiteiten zonden de geleerdsten van hun professoren tot dezen vreemdeling. Hij wist hen in alles te woord te staan, verhaalde veel van de apostelen ook van Mahommed, Tamerlan, Soliman, die hij verzekerde allen te hebben gekend; hij kende de juiste data der kruistochten enz. sommigen hielden hem voor een bedrieger en dweper, anderen geloofden hem.
KruisverwijzingenEzechiël 22:25→Jeremia 15:13→2 Koningen 25:13→Klaagliederen 1:10→2 Koningen 20:17→2 Kronieken 36:10→2 Koningen 24:12→Jeremia 17:3→— Ook zal Ik geven al het vermogen dezer stad, en al haar arbeid, en al haar kostelijkheid, en alle schatten der koningen van Juda, Ik zal ze geven in de hand hunner vijanden, die zullen ze roven, zullen ze nemen, en zullen ze brengen naar Babel.
Ook zal Ik geven al het vermogen dezer stad, en al hare arbeid, en al hare kostelijkheid, en alle schatten der koningen van Juda(Jes. 39:6); Ik zal ze geven in de hand hunner vijanden, die zullen ze a) roven, zullen ze nemen en zullen ze brengen naar Babel.
Jer. 15:13; 17:3.
KruisverwijzingenJeremia 14:14→Klaagliederen 2:14→Jeremia 20:4→Ezechiël 22:28→Micha 2:11→Jeremia 29:32→Jeremia 29:21→Zacharia 13:3→— En gij, Pashur, en alle inwoners van uw huis! gijlieden zult gaan in de gevangenis; en gij zult te Babel komen, en aldaar sterven, en aldaar begraven worden, gij en al uw vrienden, denwelken gij valselijk geprofeteerd hebt.
En gij, Pashur en alle inwoners van uw huis! gijlieden zult gaan in de gevangenis, en gij zult te Babel komen, en aldaar sterven, na dat alles wat Ik u in ‘s Heeren naam heb geprofeteerd, zal vervuld zijn, en aldaar begraven worden, gij en al uwe vrienden, welken gij valselijk geprofeteerd hebt 1) en die te voren nog hun leven hadden behouden.
Tot een gruwel en schrik voor zich en alle zijne vrienden zal Pashur worden door zijn en zijner vrienden ellende, dewijl hij zijne vrienden door het zwaard der vijanden zal zien vallen en dan zelf met de bewoners van zijn huis en de niet gedode vrienden naar Babel in ballingschap gaan en daar sterven. Zo zal hij niet slechts, wat zijn persoon aangaat, maar geheel voor zijn omgeving een oorzaak van gruwel worden. Zijne vrienden, op welk hij enig vertrouwen stelde en mogelijk trachtte te verplichten, in hetgeen hij aan Jeremia deed, zullen hem allen verlaten. God sloeg hem niet aanstonds dood, om hetgeen hij tegen Jeremia had gedaan, maar liet hem ellendig leven als Kaïn in het land der scheiding. In zodanige gedwongene verslagenheid zal hij een blijvend gedenkteken van Gods rechtvaardigheid zijn, en als men vraagt, wat doet die man in zulk een gestadigen schrik komen? Dan zal het antwoord zijn: Het is Gods hand op hem, omdat hij Jeremia in den stok gedaan heeft.
KruisverwijzingenKlaagliederen 3:14→Psalmen 22:6→Ezechiël 3:14→Psalmen 69:9→Jeremia 20:9→2 Koningen 2:23→Numeri 11:11→Lukas 16:14→— HEERE! Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest, en hebt overmocht; ik ben den gansen dag tot een belachen, een ieder van hen bespot mij.
HEERE! Gij weet, dat ik gene blijdschap heb om den Joden ellende aan te kondigen. Ik had gene begeerte naar het ambt van Profeet. Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest, dan dat ik Uwe uitdrukkelijke roeping zou hebben kunnen weerstaan, en Gij hebt overmocht 1) zodat ik alle tegenbedenkingen heb moeten laten varen (Hoofdst. 1:4 vv.). En wat is nu het gevolg van mijne werkzaamheid? Ik ben den gansen dag tot een belachen, een ieder van hen bespot mij, wanneer ik mijne roeping vervul.
Ik zocht het ambt van een profeet te ontgaan; ik zei dat ik te jong en voor dat ambt niet bekwaam was. Gij hebt mij toch beloofd te zorgen, dat ik sterker zou zijn dan mijne tegenstanders, en dat Gij mij tot een koperen muur en tot een ijzeren pilaar zoudt stellen. De Profeet zegt hier, dat God de Autheur is van zijne voorspelling, en dat hij zelf niets heeft kunnen voortbrengen, wat niet bij God zelven resideerde. Alsof hij wilde zeggen, dat de Joden te vergeefs twistten, alsof het een strijd met een sterveling was. Hij zegt derhalve dat hij is overreed geworden, niet omdat het met zijn gevoelen overeenkwam. Want hij was zich zeer goed bewust. En niet slechts had hij den Geest Gods tot getuige van zijn roeping, maar in zijn hart gevoelde hij een vast bewijs voor zijn profeet zijn.
KruisverwijzingenJeremia 6:10→2 Kronieken 36:16→Hebreeën 11:26→Jeremia 17:27→Jeremia 18:16→Jeremia 20:7→Lukas 11:45→Jeremia 7:9→— Want sinds ik spreke, roep ik uit, ik roep geweld en verstoring; omdat mij des HEEREN woord den gansen dag tot smaad en tot schimp is.
Want sinds ik spreke, roep ik uit 1), ik roep geweld en verstoring, die Israël voor zijne zonde zal ondervinden. Zo ben ik geheel teleurgesteld in mijne verwachting, die ik had, toen ik ‘t profetisch ambt aanvaardde, omdat mij des HEEREN woord den gansen dag a) tot smaad en tot schimp is, en ik in ieders ogen een leugen-Profeet ben.
Jes. 57:4. Die tegen over den zwakken mens zo onverschrokken had gesproken, klaagt mismoedig tegenover zijnen God? Maar ook daarin horen wij de taal der waarheid (vgl. Gen. 15:3). Onbuigbaar staat de Profeet, zijn aangezicht heeft hij vrij opgeheven en tegenover de spottende wereld gekeerd; maar voor Hem, die de harten en nieren proeft, stort hij zijne ziel met onbegrensde overgave in lijden en strijden uit. Dit ganse gesprek met God moet juist tonen, dat de dienaar Gods in zijne aanvechting, en ieder gelovige bij moeilijke verplichtingen met bidden en waken zijn vlees overwinnen moet. Jeremia riep uit: “Wie in rustige tijden der kerk zou willen roepen en schreeuwen, die zou slechts schade veroorzaken; maar wanneer de duivel alles in zijne woede wegsleurt, dan kan men niet zacht spreken. ” . Beter: Zo dikwijls ik spreek moet ik schreien. De Profeet spreekt hiermee uit, dat hij niet alleen verwoesting en ellende moet verkondigen, maar dien tengevolge ook een voorwerp is van smaad en schimp.
KruisverwijzingenPsalmen 39:3→Job 32:18→Handelingen 4:20→Ezechiël 3:14→Jeremia 6:11→Handelingen 17:16→2 Korinthe 5:13→Johannes 4:2→— Dies zeide ik: Ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn Naam spreken; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet.
Dies zei Ik: ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijnen naam spreken. Ik zal de mensen aan hun lot overlaten, zonder meer te trachten hen door bedreiging van goddelijke straffen tot bekering te dringen; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijne beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet (vgl. Ps. 32:3).
De Profeet zegt hier, dat hij geen vrucht ervaart op zijn arbeid, zodat hij ziet dat alle pogingen en alle bemoeiingen het tegenovergestelde ten gevolge hebben, dewijl hij alle Joden verbittert, vervolgens hun razernij opwekt en hen drijft tot meerder zucht om te zondigen. Het is een sterke bezoeking voor Gods volk daartoe te besluiten of voor te nemen, dat zij niet meer zullen spreken, wanneer zij hun prediking veracht en geheel vruchteloos zien. Maar laat een volk vrezen dat zijne dienaren in zulk een verzoeking brengt. Laat hun werk niet ijdel bij ons zijn, opdat wij hen niet tergen om te zeggen, dat zij geen moeite meer om ons willen doen en God niet tergen om te zeggen, dat zij geen moeite meer moeten doen. Nochtans moeten de dienaars geen gehoor geven aan deze verzoekingen maar in hun plaats voortgaan niettegenstaande hun ontmoediging, want dat is te meer dank waardig, en alhoewel Israël niet verzameld wordt, zo zullen zij toch verheerlijkt worden. De bedoeling hiervan is: terwijl ik een tijd lang streefde om af te laten van Gods woord te verkondigen, werd ik inwendig zo gepijnigd en gefolterd, als of een brandend vuur besloten was in mijn binnenste, in mijne ingewanden, mijne beenderen, zodat ik niet machtig was mij te bedwingen, maar mijne bediening weer moest aanvaarden. (Vgl. Hoofdst 6:11. Job 32:18,
Ps. 39:4. 1 Kor. 9:27 Het is beter het vuur der vervolging uitwendig te lijden voor de verkondigde waarheid, dan inwendig het verterende vuur van een onrustig geweten bij verzwijging der waarheid te ondervinden (Ezech. 3:18). Wie de waarheid met goddelijke zekerheid kent, die kan en mag niet zwijgen, want daardoor zou hij den H. Geest tegenstaan en een vuur Gods in zijn geweten ontsteken dat hem inwendig zou verteren (vgl. 1 Kor. 9:16, 17).
Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib 1) Ik heb velen horen schimpen en mij den naam horen geven, die ene profetie was voor Pashur. Zij roepen mij na: Schrik van rondom, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven. Zegt, waarmee wij hem zullen betichten! Al mijne vredegenoten 2), al mijne bekenden, nemen acht op mijne hinking, letten er op of zij enig kwaad bij mij kunnen vinden. Zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, misschien zal hij zich in menig opzicht te buiten gaan, dan zullen wij hem overmogen en onze wraak van hem nemen. Allen, zelfs mijne naaste betrekkingen niet uitgesloten, staan tegen mij op en leggen mij lagen.
Het is zeer waarschijnlijk, dat men de laatste profetie van Jeremia (vs. 3 vv.) daardoor trachtte te ontzenuwen, dat men haar belachelijk zocht te maken, en den Profeet als “rondom schrikman, pessimist, zwartkijker, ” door luid naroepen dier woorden, hoonde. Tevens dreigde men hem aan te klagen, omdat hij den priesterstand in zijnen plaatsbekleder, en den koning zelven door zijne woorden beledigd had.
Wanneer ook vrienden en broeders enen dienaar Gods niet meer begrijpen en hem beschuldigen, doet dat dubbel zeer, en het is ene zware beproeving. De Profeet is ook hierin een voorbeeld van onzen Heiland. Pashur is de Iskarioth van Jeremia, en misschien zijn dat nog vele anderen uit zijnen priesterstand, vele ambtsbroeders, vele bloedverwanten. Maar verschrikkelijk is het, wanneer men de verkondiging van Gods woord alleen daarom bezoekt, om ware het mogelijk iets in de prediking te vinden, waarbij men den prediker zou kunnen vatten, een woord waarop men hem van ambt en brood zou kunnen beroven. En toch zijn er van die soort van kerkgangers heden niet weinigen en is het belasteren heden aan de orde van den dag, even als ten tijde van Jeremia. Mijne geveinsde vrienden moedigen elkaar aan tot het verspreiden van valse geruchten van mij, of wensen uit mijnen mond meer profetieën te horen, op hoop daaruit stof van beschuldiging tegen mij te rapen, ten einde mij van het leven te beroven en daardoor wraak op te nemen.
KruisverwijzingenJeremia 1:8→Jeremia 15:20→Jeremia 17:18→Jeremia 1:19→Psalmen 35:26→Psalmen 40:14→Jeremia 23:40→Psalmen 66:5→— Maar de HEERE is met mij als een verschrikkelijk Held; daarom zullen mijn vervolgers struikelen, en niets vermogen; zij zijn zeer beschaamd geworden, omdat zij niet verstandiglijk gehandeld hebben; het zal een eeuwige schande zijn, zij zal niet vergeten worden.
Maar de HEERE is met mij als een verschrikkelijk held1), getrouw aan Zijne belofte (Hoofdst. 1:8, 19; 15:20. (Jes. 41:10), als mijn Immanuël a), daarom zullen mijne vervolgers struikelen en niets vermogen. Zij zijn zeer beschaamd geworden, omdat zij niet verstandiglijk gehandeld hebben. Het zal ene eeuwige schande zijn; zij zal in de kerk van God niet vergeten worden. (Ps. 27:2).
(Jer. 17:18. b) Jer. 23:40.
Nu heeft het geloof overwonnen, dewijl hij den Heere in de beproeving getrouw gebleven is, waartoe God zelf hem versterkt heeft. Juist dat, wat in God verschrikkelijk is, is vertroostend voor Zijne dienaren, die op Hem vertrouwen. Het zal zich keren tegen degenen, die Zijn volk zoeken te verschrikken. De verschrikkelijkste vijanden komen ons nietig voor, wanneer wij den Heere voor ons zien als den alleen Machtige (Neh. 4:14). . Het is de treurigste verblinding, de ergste dwaasheid, de waarheid te wederstreven. De vervolgers van Gods knechten hebben altoos ondervonden, dat de Heere bij Zijne dienaars is volgens Zijne belofte (Matth. 28:20), dat zij hebben gestruikeld op hunnen weg zonder ten einde toe te overmogen, dat zij niet verstandig gehandeld hebben tot welzijn van zichzelven en van de hunnen, en dat ene eeuwige schande heeft gekleefd aan de gedachtenis van hen, die zich hebben laten gebruiken tot werktuigen der vervolging. Tot hiertoe staat geschandvlekt de gedachtenis van diegenen, die Jesaja, Jeremia enz. de Apostelen en andere getrouwe knechten des Heeren in vervolg van tijd verdrukt en geplaagd hebben. Wijl de Heere hem redding uit de hand der gewelddadigen heeft toegezegd, zo noemt hij Hem een geweld oefenend held, en zet daarop de hope, dat de vervolgers niets zullen uitrichten, maar ten val zullen komen, te schande en met eeuwigen, onvergetelijken smaad zullen overdekt worden.
KruisverwijzingenJeremia 11:20→Psalmen 62:8→Psalmen 54:7→Psalmen 7:9→Psalmen 59:10→Jeremia 17:10→Psalmen 17:3→Psalmen 11:5→— Gij dan, o HEERE der heirscharen, Die den rechtvaardige proeft, Die de nieren en het hart ziet, laat mij Uw wraak van hen zien, want ik heb U mijn twistzaak ontdekt.
Gij dan, o HEERE der heirscharen, die den rechtvaardige a) proeft 1), die de nieren (Ps. 7:10 v.) en het hart ziet! laat mij b) Uwe wraak van hen zien), want Ik heb U mijne twistzaak ontdekt 3) (Hoofdst. 11:20).
(Jer. 12:3. b) Jer. 15:15; 18:19 vv.
Er zijn gene grotere heiligen, het zijn Gods liefste kinderen, die zulke beproevingen en kastijding gen doorstaan, gelijk wij in Job (Hoofdst. 42:2 vv.) David en Jeremia (Jer. 20:12 v.) zien. Deze leren het geloof in de rechte school. De teerhartige heiligen, die het kruis schuwen, denken, dat zij het geloof op kussens zonder kruis zullen leren. (J. ARNDT).
Anderen vertalen: “Ik zal uwe wraak enz. ” zo dat het niet zozeer een wens als wel ene voorzegging zou zijn. Hij spreekt echter zeer voorzichtig en godzalig, dat hij niet zijne maar des Heeren wraak wil zien, om Zijne gerechtigheid te prijzen.
Mijne zaak is de uwe, Uwe wraak is de mijne; ene andere wil ik niet.
KruisverwijzingenPsalmen 109:30→Psalmen 69:33→Psalmen 34:6→Jesaja 25:4→Psalmen 35:9→Psalmen 72:4→Jakobus 2:5→— Zingt den HEERE, prijst den HEERE; want Hij heeft de ziel des nooddruftigen uit de hand der boosdoeners verlost.
Zingt den HEERE, prijst den HEERE; want Hij heeft de ziel des nooddruftigen uit de hand der boosdoeners verlost. Hij heeft mij uit de handen van Pashur gered. De Profeet laat den lof des Heeren voorafgaan, om aan het volgende elken schijn van lastering te ontnemen.
KruisverwijzingenJeremia 15:10→Job 3:3→— Vervloekt zij de dag, op welken ik geboren ben; de dag, op welken mijn moeder mij gebaard heeft, zij niet gezegend!
Ik was op het punt om in de verzoeking te bezwijken, en zo de Heere niet bij mij ware geweest, had ik zeker uitgeroepen, wat satan mij in het oor fluisterde: Vervloekt zij de dag, op welken ik geboren ben (Hoofdst. 15:10. Job 3:1. Hoofdst. 10:18) de dag op welken mijne moeder mij gebaard heeft, zij niet gezegend! Deze verzen (14-18) schijnen in lijnrechte tegenspraak te staan met den lof Gods (vs. 12 en
. Daarom is dit gedeelte door de meeste uitleggers beschouwd als ene vreemde bijvoeging, dezen Profeet en elken vromen mens onwaardig. Anderen, die de echtheid niet betwijfelen, beproefden op andere wijze Jeremia vrij te spreken van het verwijt van lastering. Zo liet men deze verzen slaan op Pashur en vulde in: “zo zal Pashur in zijn nood spreken, ” dat te gezocht is om voor waarschijnlijk gehouden te worden. Anderen menen, dat de Profeet deze woorden zal gesproken hebben in den persoon van den wanhopig geworden Jood, en het dus ene profetie is van de aanstaande vervloeking der wanhopige Joden. maar hierover ontbreekt elk aanknopingspunt, hiertegen spreekt het verband. Zij die den Profeet deze woorden in den mond leggen als klacht over eigen leed, als verwensing van eigen leven en geboorte scheiden zich weer in verschillende groepen: 1) Men houdt deze woorden voor werkelijk zo gesproken in de verzoeking, een bewijs, dat ook vrome mannen in zware zonden vallen, en zelfs tot lastering van God komen, maar dan ook weer door Gods genade kunnen gered worden. In dat geval zouden deze woorden ene oprechte openlijke belijdenis zijn voor den Heere, ene uiting van droefheid en hartelijk berouw voor God, wiens hulp reeds in vs. 13 geprezen, en van wiens vergeving de Profeet zeker is. De woorden zelf moeten echter worden beschouwd als fantasiën van enen zieke, die in brandende koortsen zijn uitgesproken. De verzoeking toch is een vuur, ook elders hitte genaamd, en de graad der verzoeking voor den Profeet kan men gemakkelijk denken als buitengemeen groot. 2) Ene andere uitlegging neemt aan, dat de Profeet in vs. 11 zijnen moed weer heeft opgewekt, zich getroost heeft, ja vs. 13 zelfs in opgewekten moed heeft gejubeld, doch vervolgens-in ene zielkundig wel te verklaren tegenstelling-van den hoogsten trap van vreugde in ene nieuwe verzoeking vervallen is, groter en dieper dan de vorige, en dat de Profeet in deze zo ver is gevallen, dat hij Jobs zonde bedreef (Job 3:4 vv.). Maar dan mist men aan het slot de aanwijzing, dat en hoe de Profeet ook deze nieuwe en zware verzoeking meester geworden is. Bovendien is deze afdeling een zo kunstmatig zamengestelde vloek- en klaagzang, dat hij niet kan beschouwd worden als ene klacht, die onmiddellijk zo uit de borst is voortgekomen, maar slechts als het geformuleerd klaaggeschrei van de menselijke natuur, die onder haren last bezwijkt. De Profeet kon eerst toen hij boven de verzoeking stond, aan den vloek dezen poëtischen vorm geven, en het ligt voor de hand, om aan te nemen, dat hij gedurende de verzoeking zelf deze woorden in ‘t geheel niet zal hebben gesproken, maar slechts vs. 9, terwijl wij dit leed moeten aanzien als ene nadere verklaring daarvan. Daarom moet men echter den Profeet, die zulk een vloekzang heeft gedicht, noch aanklagen, noch beschuldigen; want niemand kan beslissen, in hoeverre hij zich aan de zondige vertwijfeling, die daarin is uitgesproken, persoonlijk heeft overgegeven, en in zoverre dit mag geschied zijn, zo kunnen wij nog veel minder de mate der beproeving bepalen, waaronder hij een ogenblik bukte, om des te krachtiger op te staan. Want de Heere heeft hem opgericht. Maar dat de diepste verbrijzeling van alle menselijke kracht ene zo sterke en zo gepaste uitdrukking heeft gevonden, dat de meest inwendige en zwaarste beproeving van den lijdenden dienaar Gods zo uit de duisternis tot het helderst licht is gebracht, dat mogen wij vrij aan den invloed des H. Geestes toeschrijven, die alleen het hart doorgronden en in de diepste verborgenheid openbaren kan. Dit zou dan de 3de opvatting der plaats zijn. Het is ene dichterlijk opgesierde schildering van de diepte en zwaarte der aanvechting, uitgesproken in den tijd, toen de aanvechting overwonnen en de onderwerping aan den raad des Heeren teruggekeerd was, het einde voorstellende, dat zulk ene aanvechting moest hebben, wanneer de mens daarin op zich zelven moest steunen en wanneer de hulp Gods hem niet van den eigenlijken ondergang bewaarde. Zo hebben wij in de opgave van den inhoud van dit hoofdstuk en bij de verklaring van het vers de zaak opgevat. Dat Jeremia in de verzameling zijner profetieën aan dit vloekgezang hier juist ene plaats heeft ingeruimd, is geschied, omdat hij juist bij het beslissend keerpunt van zijn profetisch leven openbaren wilde, dat de kracht, waarmee hij verder en ten einde toe den Heere diende, niet de zijne maar Gods kracht was. Zij, die hevig gekweld worden, zijn gewoon de omstanders te schelden en met de handen terug te stoten, en soms, wanneer de smart zeer erg is, de handen te wonden. Zo gaat het hier den Profeet. Jeremia staat daarin tot een waarschuwend voorbeeld voor alle getuigen der waarheid, dat zij wegens de verwerping, verachting, spot en hoon, zo die hun om der waarheid wil ten deel wordt, niet ongeduldig moeten worden, ook dan niet, wanneer de grote lankmoedigheid Gods zo lang duldt, en nog altijd toeft met Zijne gerichten, wanneer de ene droevige wolk na de andere weer voorbij gaat, en het niet zo gaat als men gevreesd heeft, of zich heeft voorgesteld. De onnaspeurlijke rijkdom van Gods lankmoedigheid en geduld heeft ook zijne grenzen; doch zo lang zij duurt is zij met dankzegging te erkennen en moeten wij aanhouden in gebed en voorbede, of nog hier en daar ene ziel als een brandhout uit het verderf mocht worden gered.
KruisverwijzingenLukas 1:14→Jeremia 1:5→Genesis 21:5→— Vervloekt zij de man, die mijn vader geboodschapt heeft, zeggende: U is een jonge zoon geboren, verblijdende hem grotelijks!
Vervloekt zij de man, die mijnen vader geboodschapt heeft, en dacht een loon voor dat bericht te ontvangen, zeggende: U is een jonge zoon geboren, verblijdende hem grotelijks. De Rabbijnen en Hiëronymus menen, dat deze man Pashur zelf geweest is, maar dat is ene weinig geloofbare conjectuur (gissing). Dat is meer ene verdichting in het lied, en waarachtiger is er in ‘t geheel geen bode geweest, zo als Theodoretus meende.
KruisverwijzingenJeremia 18:22→Jeremia 48:3→Deuteronomium 29:23→Jona 3:9→2 Petrus 2:6→Jona 4:2→Ezechiël 21:22→Amos 2:2→— Ja, dezelve man zij, als de steden, die de HEERE heeft omgekeerd, en het heeft Hem niet berouwd; en hij hore in den morgenstond een geroep, en op den middagtijd een geschrei.
Ja dezelve man zij, als de steden Sodom en Gomorra (Gen. 19), die de HEERE heeft omgekeerd, en het heeft Hem niet berouwd, en hij hore in den morgenstond een geroep, en op den middagtijd een geschrei. In den morgenstond een geroep en op den middag een geschrei te horen geeft te kennen ene gedurige verontrusting door den schrik van vijandige invallen. Men heeft gemeend, dat het geschrei der inwoners te Sodom en Gomorra tot aan den middag zou hebben geduurd. Jeremia wenste nu dezen man een dergelijk lot toe voor hem en voor zijn gehele huis.
KruisverwijzingenJob 10:18→Job 3:10→Job 3:16→Prediker 6:3→— Dat Hij mij niet gedood heeft van de baarmoeder af! Of mijn moeder mijn graf geweest is, of haar baarmoeder als van een, die eeuwiglijk zwanger is!
Dat Hij mij niet gedood heeft van de baarmoeder af, of mijne moeder mijn graf geweest is, of hare baarmoeder als van ene, die eeuwiglijk zwanger is. O ware mijne moeder vóór mijne geboorte gestorven, en had zij mij aanstonds met zich in het graf genomen. Nu moet haar een zwaard door de ziel gaan, en de droefheid haar hart verbreken, zulk enen met smaad overladen man haren zoon te moeten noemen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 20
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IV. Vs. 1-18.KruisverwijzingenPsalmen 39:3→Job 32:18→Jeremia 6:10→Handelingen 4:20→Psalmen 41:9→1 Kronieken 24:14→Jeremia 37:13→Jeremia 29:21→
— Als Pashur, de zoon van Immer, de priester (deze nu was bestelde voorganger in het huis des HEEREN), Jeremia hoorde, diezelve woorden profeterende, Zo sloeg Pashur den profeet Jeremia, en hij stelde hem in de gevangenis, dewelke is in de bovenste poort van Benjamin, die aan het huis des HEEREN is. Maar het geschiedde des anderen daags, dat Pashur Jeremia uit de gevangenis voortbracht; toen zeide Jeremia tot hem: De HEERE noemt uw naam niet Pashur, maar Magor-missabib. Want zo zegt de HEERE: Zie, Ik stel u tot een schrik voor uzelven en voor al uw liefhebbers; die zullen vallen door het zwaard hunner vijanden, dat het uw ogen aanzien; en Ik zal gans Juda geven in de hand des konings van Babel, die hen naar Babel gevankelijk zal wegvoeren, en slaan hen met het zwaard. Ook zal Ik geven al het vermogen dezer stad, en al haar arbeid, en al haar kostelijkheid, en alle schatten der koningen van Juda, Ik zal ze geven in de hand hunner vijanden, die zullen ze roven, zullen ze nemen, en zullen ze brengen naar Babel. En gij, Pashur, en alle inwoners van uw huis! gijlieden zult gaan in de gevangenis; en gij zult te Babel komen, en aldaar sterven, en aldaar begraven worden, gij en al uw vrienden, denwelken gij valselijk geprofeteerd hebt. HEERE! Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest, en hebt overmocht; ik ben den gansen dag tot een belachen, een ieder van hen bespot mij. Want sinds ik spreke, roep ik uit, ik roep geweld en verstoring; omdat mij des HEEREN woord den gansen dag tot smaad en tot schimp is. Dies zeide ik: Ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn Naam spreken; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet. Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen.
Pashur, de opzichter van den tempel, die zelf een van die Profeten was, welke valselijk zegen verkondigden welke het volk in zijne verderfelijke gerustheid hielden (Hoofdst. 7:4), heeft de woorden van Jeremia, die hij in den voorhof des tempels sprak (Hoofdst. 19:14 vv), mede aangehoord. Deze grijpt hem als enen, die door Zijne bedreigingen zich misdadig vergrepen heeft aan het heiligdom des Heeren, laat hem als enen misdadiger slaan en in het blok leggen, maar wil hem den volgenden dag weer uit zijnen kerker vrijlaten. Nu verkondigt de Profeet zijnen vervolger het gericht, dat hem in ‘t bijzonder wacht (vs. 1-6). Als Jeremia weer alleen is stort hij zijn bestreden, zijn overkropt hart voor den Heere uit, dat de verzoeking gevoelt om te wensen: Ach, hadt gij nooit de roeping van enen Profeet aangenomen! (vs. 7-13). Ja, de aanvechting stijgt zo hoog, dat hij zelfs den dag zijner geboorte vervloekt (vs. 14-18). Hij deelt dit echter mede als een, die ook deze zwaarste aanvechting reeds overwonnen heeft en haar meester is geworden.
Als Pashur (= edelste), de zoon van Immer (= Hij beloofde), de priester, een lid der priesterkaste (1 Kron. 24:14), dus niet een van de in Ezra 2:39 genoemden (deze nu was bestelde voorganger in het huis des HEEREN, tempelvoogd), Jeremia hoorde, diezelfde woorden profeterende. Deze Pashur wordt alleen hier genoemd (een andere is de zoon van Malchia, die in Hoofdst. 21:1; 38:1 en 1 Krom 10:12 genoemd is-de vader van Gedalja, die ook Pashur heet (Hoofdst. 38:1), kon wel dezelfde als de hier genoemde zijn. Hij behoorde tot die van de 24 priesterklassen, welke naar Immer genoemd is (Ezra 2:37), en bekleedde het ambt van een hoofd der tempelopzichters. Dat hij als zodanig enen zeer hogen stand had, blijkt daaruit, dat de priester Zefana, die later dit ambt bekleedde (Hoofdst. 29:26) in Hoofdst. 52:24 als de eerste na den hogepriester wordt genoemd. Hij behoorde alzo tot die vorsten van het heiligdom (Jes. 43:28), of overstap onder de priesters (2 Kron. 36:14 die mede den ondergang van staat en heiligdom veroorzaakten. Het oppertoezicht over den tempel gaf aan Pashur ene bepaalde politie-macht, en een recht om te straffen, dat hij op Jeremia toepaste! De behandeling, die hij hem aandeed, is juist dezelfde, als later (Hand. 16:22 vv. 35 vv.) Paulus en Silas van de hoofdmannen te Filippi moesten ondervinden. Hij sloeg hem, d. i. hij liet hem slagen geven, waarschijnlijk volgens het voorschrift Deut. 25:3 (vgl. 2 Kor. 11:24), en liet hem vervolgens tot den volgenden dag in de gevangenis werpen, waar zijne voeten in den stok worden gesloten . In dezen voornamen priester wordt het toppunt van de onverbeterlijkheid des volks voorgesteld: men wil de voorspelling niet horen, er moet niet geprofeteerd worden van het einde. De Profeet is ook het voorbeeld voor allen in het Godsrijk, die te voren de vrees voor ondergang moeten ondervinden.
Zo sloeg Pashur den Profeet Jeremia, hij deed hem slagen toedelen, en hij stelde hem in de gevangenis (liever: sloot hem in den stok 2 Kron. 16:10), welke is de bovenste poort van Benjamin, die aan het huis des HEEREN is. De tempel stond gedeeltelijk op grond van den stam van Juda, gedeeltelijk op grond van den stam van Benjamin (vgl Joz. 15:5 vv. met 18:15 vv.), zegt Kimchi. De hier genoemde bovenste poort van Benjamin, die door de bijvoeging “die aan het huis des Heeren is” van de stadspoort Benjamin (Jer. 7:13; 38:7) is onderscheiden, door de bijvoeging “bovenste” nader wordt aangewezen als behorende tot den bovensten en binnensten voorhof, is waarschijnlijk dezelfde als de hoge poort aan ‘s Heeren huis, die aan de noordzijde van den binnensten voorhof was. Deze had de koning Joram groter en schoner hersteld (2 Kon. 15:35) en wordt nu in Hoofdst. 26:10; 36:10 de “nieuwe” poort geheten. Volgens 2 Kon. 12:9 kwam door deze het volk menigvuldig den tempel binnen, waarom ook daar de offerkist werd geplaatst.
Maar het geschiedde des anderen daags, dat Pashur Jeremia uit de gevangenis voortbracht, opdat deze nu zijnen weg zou gaan, maar niet weer op die wijze tegen tempel en altaar en tegen de heilige stad en het volk Gods zou spreken. Toen zei Jeremia tot hem: De HEERE noemt uwen naam niet Pashur, maar Magor-missabib. De betekenis van den naam Pashur is vrij duister. Wij zetten dien in den tekst over door “edelste” als zamengesteld uit vwp = toenemen en rwx = edele. Anderen leiden het af van yp = mom en rwhv = zwart. Nog anderen van hvp = zich uitspreiden en rwx = bleek worden. “Magoër” betekent “vrees, ” zodat de nieuwe naam zal betekenen “vrees van rondom. ” Luther, die de laatste verklaring van den naam Pashur volgt, tekent hierbij aan: “Jeremia wilde zeggen: gij zult niet zo groot, wit en breed zijn als uw naam te kennen geeft, maar vrees en schrik zal om u zijn, zodat het nauw en zwart genoeg om u is. ” Pashur wordt gesteld tot enen Magor van rondom, tot enen die altijd door schrik omringd is, maar juist daardoor, dat hij door het verschrikkelijkste zelf niet wordt aangeroerd, maar ten laatste naar Babel wordt gevoerd om daar te sterven, zodat hij moet aanzien wat anderen overkomt, niet uit de kwellingen uitkomt. Ook geeft men aan den naam Pashur de betekenis van “uitbreiding of vreugde van rondom, ” daar de man als vals Profeet het volk bestendigen vrede en onveranderlijke welvaart predikte.
Want zo zegt de HEERE: Ziet Ik stel u tot enen schrik voor uzelven en voor al uwe liefhebbers, zodat gij altijd voor uw leven moet vrezen Die, uwe vrienden, zullen vallen door het zwaard hunner vijanden, dat het uwe ogen aanzien, en gij alzo nog in voortdurenden angst zult zijn. En Ik zal gans Juda geven in de hand des konings van Babel, die hen naar Babel gevankelijk zal wegvoeren, en slaan hen met het zwaard (2 Kon. 25:20 vv.). Pashur’s straf bestaat daarin, dat hij den ontzettenden jammer mede moet lijden en aanzien zonder te kunnen sterven; hij is een voorbeeld van den eeuwigen Jood. Even als onder de Christenen het verhaal zich heeft gevormd, dat de lievelingsdiscipel des Heeren niet zou sterven (Joh. 21:23 vv.), zo vinden wij als tegenbeeld daarvan van enen vijand des Verlossers, die tot aan het einde der dagen, door onrust des gewetens rondgedreven, tot een eeuwig rondwandelen veroordeeld is tot aan de wederkomst des Heeren. Deze sage van den eeuwigen Jood komt, even als alle sagen, onder verschillende vormen voor. De oudste Christelijke schrijver, die er melding van maakt, is de Benictijner en Engelse chronist Matth. Parisius (overl. 1259) Volgens het verhaal, dat hij zegt uit den mond van enen Armenischen bisschop te hebben, wien de eeuwige Jood zelf weer zijne geschiedenis verhaald heeft, heette deze eerst Carthaphilus, en was portier van het paleis in dienst van Pilatus. Toen nu de Joden den ter dood veroordeelden Christus uit het paleis sleepten, sloeg de portier Hem onder de poort met de vuist in den hals, en sprak spottend tot Hem: “ga heen Jezus! ga wat sneller, wat talmt gij?” Jezus zag om met een strengen blik en sprak: “Ik ga, maar gij zult wachten tot Ik wederkom. ” De portier was toen ongeveer 30 jaren oud, maar telkens als hij 100 jaren oud geworden is: wordt hij door ene verzwakking aangegrepen en valt hij in onmacht. Dan wordt hij weer gezond en komt tot den ouderdom, dien hij had ten tijde toen hij zich aan den Heere vergreep. Carthaphilus werd later door Ananias gedoopt en ontving toen den naam van Jozef, wat aanleiding gaf, dat zijne geschiedenis ook met die van Jozef van Arimathea is verward. Hij leidde als Christen een vroom, streng, boetvaardig leven in de hoop eens begenadigd te worden. De schouwplaats van dezen Jood is het Oosten, voornamelijk de beide Armeniën. Anders luidde de sage in het Westen. Hier wordt de eeuwige Jood eerst in de 16de eeuw vermeld, en wel onder den naam van Ahasveros. Hij moet het eerst in 1547 te Hamburg, spoedig daarop te Dantzig, later in verscheidene steden in en buiten Duitsland gezien zijn. Het oog viel en hem door zijne ouderwetse kleding en zijn zonderling gedrag. Dr. Paulus van Eigen, bisschop van Sleeswijk, verklaart uit zijn eigen mond het volgende vernomen te hebben: Ahasverus leefde ten tijde van Christus, als schoenmaker te Jeruzalem, en was een van degenen, die het luidste “kruist Hem” riep. Toen Jezus naar Golgotha werd gevoerd, leidde de weg voorbij het huis van den schoenmaker. Afgemat van den last des kruises leunde de Heiland aan de deurpost, maar de schoenmaker, die met het kind op den arm in de deur stond, wees Hem met harde woorden weg (volgens sommige berichten sloeg hij Hem Zelfs met de leest), waarop Jezus zich omkeerde en tot hem zei, terwijl Hij hem strak aanzag: “Ik zal hier staan en rusten, maar gij zult wandelen tot den jongsten dag. ” Aan ‘t einde der 17de en in het begin der 18de eeuw keerde de sage terug tot de oorspronkelijke Oosterse mededeling. Een vreemdeling werd gezien, die zich uitgaf voor enen officier van den Hogen raad te Jeruzalem en van zich zelven verhaalde wat de oude sage van Carthaphilus meldt; hij had namelijk Jezus, toen deze het paleis van Pilatus verliet, enen stoot gegeven en gezegd: “ga, pak u weg, waarom vertoeft gij nog hier?” De beide Engelse lands-universiteiten zonden de geleerdsten van hun professoren tot dezen vreemdeling. Hij wist hen in alles te woord te staan, verhaalde veel van de apostelen ook van Mahommed, Tamerlan, Soliman, die hij verzekerde allen te hebben gekend; hij kende de juiste data der kruistochten enz. sommigen hielden hem voor een bedrieger en dweper, anderen geloofden hem.
Ook zal Ik geven al het vermogen dezer stad, en al hare arbeid, en al hare kostelijkheid, en alle schatten der koningen van Juda(Jes. 39:6); Ik zal ze geven in de hand hunner vijanden, die zullen ze a) roven, zullen ze nemen en zullen ze brengen naar Babel.
Jer. 15:13; 17:3.
En gij, Pashur en alle inwoners van uw huis! gijlieden zult gaan in de gevangenis, en gij zult te Babel komen, en aldaar sterven, na dat alles wat Ik u in ‘s Heeren naam heb geprofeteerd, zal vervuld zijn, en aldaar begraven worden, gij en al uwe vrienden, welken gij valselijk geprofeteerd hebt 1) en die te voren nog hun leven hadden behouden.
Tot een gruwel en schrik voor zich en alle zijne vrienden zal Pashur worden door zijn en zijner vrienden ellende, dewijl hij zijne vrienden door het zwaard der vijanden zal zien vallen en dan zelf met de bewoners van zijn huis en de niet gedode vrienden naar Babel in ballingschap gaan en daar sterven. Zo zal hij niet slechts, wat zijn persoon aangaat, maar geheel voor zijn omgeving een oorzaak van gruwel worden. Zijne vrienden, op welk hij enig vertrouwen stelde en mogelijk trachtte te verplichten, in hetgeen hij aan Jeremia deed, zullen hem allen verlaten. God sloeg hem niet aanstonds dood, om hetgeen hij tegen Jeremia had gedaan, maar liet hem ellendig leven als Kaïn in het land der scheiding. In zodanige gedwongene verslagenheid zal hij een blijvend gedenkteken van Gods rechtvaardigheid zijn, en als men vraagt, wat doet die man in zulk een gestadigen schrik komen? Dan zal het antwoord zijn: Het is Gods hand op hem, omdat hij Jeremia in den stok gedaan heeft.
HEERE! Gij weet, dat ik gene blijdschap heb om den Joden ellende aan te kondigen. Ik had gene begeerte naar het ambt van Profeet. Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest, dan dat ik Uwe uitdrukkelijke roeping zou hebben kunnen weerstaan, en Gij hebt overmocht 1) zodat ik alle tegenbedenkingen heb moeten laten varen (Hoofdst. 1:4 vv.). En wat is nu het gevolg van mijne werkzaamheid? Ik ben den gansen dag tot een belachen, een ieder van hen bespot mij, wanneer ik mijne roeping vervul.
Ik zocht het ambt van een profeet te ontgaan; ik zei dat ik te jong en voor dat ambt niet bekwaam was. Gij hebt mij toch beloofd te zorgen, dat ik sterker zou zijn dan mijne tegenstanders, en dat Gij mij tot een koperen muur en tot een ijzeren pilaar zoudt stellen. De Profeet zegt hier, dat God de Autheur is van zijne voorspelling, en dat hij zelf niets heeft kunnen voortbrengen, wat niet bij God zelven resideerde. Alsof hij wilde zeggen, dat de Joden te vergeefs twistten, alsof het een strijd met een sterveling was. Hij zegt derhalve dat hij is overreed geworden, niet omdat het met zijn gevoelen overeenkwam. Want hij was zich zeer goed bewust. En niet slechts had hij den Geest Gods tot getuige van zijn roeping, maar in zijn hart gevoelde hij een vast bewijs voor zijn profeet zijn.
Want sinds ik spreke, roep ik uit 1), ik roep geweld en verstoring, die Israël voor zijne zonde zal ondervinden. Zo ben ik geheel teleurgesteld in mijne verwachting, die ik had, toen ik ‘t profetisch ambt aanvaardde, omdat mij des HEEREN woord den gansen dag a) tot smaad en tot schimp is, en ik in ieders ogen een leugen-Profeet ben.
Jes. 57:4. Die tegen over den zwakken mens zo onverschrokken had gesproken, klaagt mismoedig tegenover zijnen God? Maar ook daarin horen wij de taal der waarheid (vgl. Gen. 15:3). Onbuigbaar staat de Profeet, zijn aangezicht heeft hij vrij opgeheven en tegenover de spottende wereld gekeerd; maar voor Hem, die de harten en nieren proeft, stort hij zijne ziel met onbegrensde overgave in lijden en strijden uit. Dit ganse gesprek met God moet juist tonen, dat de dienaar Gods in zijne aanvechting, en ieder gelovige bij moeilijke verplichtingen met bidden en waken zijn vlees overwinnen moet. Jeremia riep uit: “Wie in rustige tijden der kerk zou willen roepen en schreeuwen, die zou slechts schade veroorzaken; maar wanneer de duivel alles in zijne woede wegsleurt, dan kan men niet zacht spreken. ” . Beter: Zo dikwijls ik spreek moet ik schreien. De Profeet spreekt hiermee uit, dat hij niet alleen verwoesting en ellende moet verkondigen, maar dien tengevolge ook een voorwerp is van smaad en schimp.
Dies zei Ik: ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijnen naam spreken. Ik zal de mensen aan hun lot overlaten, zonder meer te trachten hen door bedreiging van goddelijke straffen tot bekering te dringen; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijne beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet (vgl. Ps. 32:3).
De Profeet zegt hier, dat hij geen vrucht ervaart op zijn arbeid, zodat hij ziet dat alle pogingen en alle bemoeiingen het tegenovergestelde ten gevolge hebben, dewijl hij alle Joden verbittert, vervolgens hun razernij opwekt en hen drijft tot meerder zucht om te zondigen. Het is een sterke bezoeking voor Gods volk daartoe te besluiten of voor te nemen, dat zij niet meer zullen spreken, wanneer zij hun prediking veracht en geheel vruchteloos zien. Maar laat een volk vrezen dat zijne dienaren in zulk een verzoeking brengt. Laat hun werk niet ijdel bij ons zijn, opdat wij hen niet tergen om te zeggen, dat zij geen moeite meer om ons willen doen en God niet tergen om te zeggen, dat zij geen moeite meer moeten doen. Nochtans moeten de dienaars geen gehoor geven aan deze verzoekingen maar in hun plaats voortgaan niettegenstaande hun ontmoediging, want dat is te meer dank waardig, en alhoewel Israël niet verzameld wordt, zo zullen zij toch verheerlijkt worden. De bedoeling hiervan is: terwijl ik een tijd lang streefde om af te laten van Gods woord te verkondigen, werd ik inwendig zo gepijnigd en gefolterd, als of een brandend vuur besloten was in mijn binnenste, in mijne ingewanden, mijne beenderen, zodat ik niet machtig was mij te bedwingen, maar mijne bediening weer moest aanvaarden. (Vgl. Hoofdst 6:11. Job 32:18,
Ps. 39:4. 1 Kor. 9:27 Het is beter het vuur der vervolging uitwendig te lijden voor de verkondigde waarheid, dan inwendig het verterende vuur van een onrustig geweten bij verzwijging der waarheid te ondervinden (Ezech. 3:18). Wie de waarheid met goddelijke zekerheid kent, die kan en mag niet zwijgen, want daardoor zou hij den H. Geest tegenstaan en een vuur Gods in zijn geweten ontsteken dat hem inwendig zou verteren (vgl. 1 Kor. 9:16, 17).
Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib 1) Ik heb velen horen schimpen en mij den naam horen geven, die ene profetie was voor Pashur. Zij roepen mij na: Schrik van rondom, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven. Zegt, waarmee wij hem zullen betichten! Al mijne vredegenoten 2), al mijne bekenden, nemen acht op mijne hinking, letten er op of zij enig kwaad bij mij kunnen vinden. Zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, misschien zal hij zich in menig opzicht te buiten gaan, dan zullen wij hem overmogen en onze wraak van hem nemen. Allen, zelfs mijne naaste betrekkingen niet uitgesloten, staan tegen mij op en leggen mij lagen.
Het is zeer waarschijnlijk, dat men de laatste profetie van Jeremia (vs. 3 vv.) daardoor trachtte te ontzenuwen, dat men haar belachelijk zocht te maken, en den Profeet als “rondom schrikman, pessimist, zwartkijker, ” door luid naroepen dier woorden, hoonde. Tevens dreigde men hem aan te klagen, omdat hij den priesterstand in zijnen plaatsbekleder, en den koning zelven door zijne woorden beledigd had.
Wanneer ook vrienden en broeders enen dienaar Gods niet meer begrijpen en hem beschuldigen, doet dat dubbel zeer, en het is ene zware beproeving. De Profeet is ook hierin een voorbeeld van onzen Heiland. Pashur is de Iskarioth van Jeremia, en misschien zijn dat nog vele anderen uit zijnen priesterstand, vele ambtsbroeders, vele bloedverwanten. Maar verschrikkelijk is het, wanneer men de verkondiging van Gods woord alleen daarom bezoekt, om ware het mogelijk iets in de prediking te vinden, waarbij men den prediker zou kunnen vatten, een woord waarop men hem van ambt en brood zou kunnen beroven. En toch zijn er van die soort van kerkgangers heden niet weinigen en is het belasteren heden aan de orde van den dag, even als ten tijde van Jeremia. Mijne geveinsde vrienden moedigen elkaar aan tot het verspreiden van valse geruchten van mij, of wensen uit mijnen mond meer profetieën te horen, op hoop daaruit stof van beschuldiging tegen mij te rapen, ten einde mij van het leven te beroven en daardoor wraak op te nemen.
Maar de HEERE is met mij als een verschrikkelijk held1), getrouw aan Zijne belofte (Hoofdst. 1:8, 19; 15:20. (Jes. 41:10), als mijn Immanuël a), daarom zullen mijne vervolgers struikelen en niets vermogen. Zij zijn zeer beschaamd geworden, omdat zij niet verstandiglijk gehandeld hebben. Het zal ene eeuwige schande zijn; zij zal in de kerk van God niet vergeten worden. (Ps. 27:2).
(Jer. 17:18. b) Jer. 23:40.
Nu heeft het geloof overwonnen, dewijl hij den Heere in de beproeving getrouw gebleven is, waartoe God zelf hem versterkt heeft. Juist dat, wat in God verschrikkelijk is, is vertroostend voor Zijne dienaren, die op Hem vertrouwen. Het zal zich keren tegen degenen, die Zijn volk zoeken te verschrikken. De verschrikkelijkste vijanden komen ons nietig voor, wanneer wij den Heere voor ons zien als den alleen Machtige (Neh. 4:14). . Het is de treurigste verblinding, de ergste dwaasheid, de waarheid te wederstreven. De vervolgers van Gods knechten hebben altoos ondervonden, dat de Heere bij Zijne dienaars is volgens Zijne belofte (Matth. 28:20), dat zij hebben gestruikeld op hunnen weg zonder ten einde toe te overmogen, dat zij niet verstandig gehandeld hebben tot welzijn van zichzelven en van de hunnen, en dat ene eeuwige schande heeft gekleefd aan de gedachtenis van hen, die zich hebben laten gebruiken tot werktuigen der vervolging. Tot hiertoe staat geschandvlekt de gedachtenis van diegenen, die Jesaja, Jeremia enz. de Apostelen en andere getrouwe knechten des Heeren in vervolg van tijd verdrukt en geplaagd hebben. Wijl de Heere hem redding uit de hand der gewelddadigen heeft toegezegd, zo noemt hij Hem een geweld oefenend held, en zet daarop de hope, dat de vervolgers niets zullen uitrichten, maar ten val zullen komen, te schande en met eeuwigen, onvergetelijken smaad zullen overdekt worden.
Gij dan, o HEERE der heirscharen, die den rechtvaardige a) proeft 1), die de nieren (Ps. 7:10 v.) en het hart ziet! laat mij b) Uwe wraak van hen zien), want Ik heb U mijne twistzaak ontdekt 3) (Hoofdst. 11:20).
(Jer. 12:3. b) Jer. 15:15; 18:19 vv.
Er zijn gene grotere heiligen, het zijn Gods liefste kinderen, die zulke beproevingen en kastijding gen doorstaan, gelijk wij in Job (Hoofdst. 42:2 vv.) David en Jeremia (Jer. 20:12 v.) zien. Deze leren het geloof in de rechte school. De teerhartige heiligen, die het kruis schuwen, denken, dat zij het geloof op kussens zonder kruis zullen leren. (J. ARNDT).
Anderen vertalen: “Ik zal uwe wraak enz. ” zo dat het niet zozeer een wens als wel ene voorzegging zou zijn. Hij spreekt echter zeer voorzichtig en godzalig, dat hij niet zijne maar des Heeren wraak wil zien, om Zijne gerechtigheid te prijzen.
Mijne zaak is de uwe, Uwe wraak is de mijne; ene andere wil ik niet.
Zingt den HEERE, prijst den HEERE; want Hij heeft de ziel des nooddruftigen uit de hand der boosdoeners verlost. Hij heeft mij uit de handen van Pashur gered. De Profeet laat den lof des Heeren voorafgaan, om aan het volgende elken schijn van lastering te ontnemen.
Ik was op het punt om in de verzoeking te bezwijken, en zo de Heere niet bij mij ware geweest, had ik zeker uitgeroepen, wat satan mij in het oor fluisterde: Vervloekt zij de dag, op welken ik geboren ben (Hoofdst. 15:10. Job 3:1. Hoofdst. 10:18) de dag op welken mijne moeder mij gebaard heeft, zij niet gezegend! Deze verzen (14-18) schijnen in lijnrechte tegenspraak te staan met den lof Gods (vs. 12 en
. Daarom is dit gedeelte door de meeste uitleggers beschouwd als ene vreemde bijvoeging, dezen Profeet en elken vromen mens onwaardig. Anderen, die de echtheid niet betwijfelen, beproefden op andere wijze Jeremia vrij te spreken van het verwijt van lastering. Zo liet men deze verzen slaan op Pashur en vulde in: “zo zal Pashur in zijn nood spreken, ” dat te gezocht is om voor waarschijnlijk gehouden te worden. Anderen menen, dat de Profeet deze woorden zal gesproken hebben in den persoon van den wanhopig geworden Jood, en het dus ene profetie is van de aanstaande vervloeking der wanhopige Joden. maar hierover ontbreekt elk aanknopingspunt, hiertegen spreekt het verband. Zij die den Profeet deze woorden in den mond leggen als klacht over eigen leed, als verwensing van eigen leven en geboorte scheiden zich weer in verschillende groepen: 1) Men houdt deze woorden voor werkelijk zo gesproken in de verzoeking, een bewijs, dat ook vrome mannen in zware zonden vallen, en zelfs tot lastering van God komen, maar dan ook weer door Gods genade kunnen gered worden. In dat geval zouden deze woorden ene oprechte openlijke belijdenis zijn voor den Heere, ene uiting van droefheid en hartelijk berouw voor God, wiens hulp reeds in vs. 13 geprezen, en van wiens vergeving de Profeet zeker is. De woorden zelf moeten echter worden beschouwd als fantasiën van enen zieke, die in brandende koortsen zijn uitgesproken. De verzoeking toch is een vuur, ook elders hitte genaamd, en de graad der verzoeking voor den Profeet kan men gemakkelijk denken als buitengemeen groot. 2) Ene andere uitlegging neemt aan, dat de Profeet in vs. 11 zijnen moed weer heeft opgewekt, zich getroost heeft, ja vs. 13 zelfs in opgewekten moed heeft gejubeld, doch vervolgens-in ene zielkundig wel te verklaren tegenstelling-van den hoogsten trap van vreugde in ene nieuwe verzoeking vervallen is, groter en dieper dan de vorige, en dat de Profeet in deze zo ver is gevallen, dat hij Jobs zonde bedreef (Job 3:4 vv.). Maar dan mist men aan het slot de aanwijzing, dat en hoe de Profeet ook deze nieuwe en zware verzoeking meester geworden is. Bovendien is deze afdeling een zo kunstmatig zamengestelde vloek- en klaagzang, dat hij niet kan beschouwd worden als ene klacht, die onmiddellijk zo uit de borst is voortgekomen, maar slechts als het geformuleerd klaaggeschrei van de menselijke natuur, die onder haren last bezwijkt. De Profeet kon eerst toen hij boven de verzoeking stond, aan den vloek dezen poëtischen vorm geven, en het ligt voor de hand, om aan te nemen, dat hij gedurende de verzoeking zelf deze woorden in ‘t geheel niet zal hebben gesproken, maar slechts vs. 9, terwijl wij dit leed moeten aanzien als ene nadere verklaring daarvan. Daarom moet men echter den Profeet, die zulk een vloekzang heeft gedicht, noch aanklagen, noch beschuldigen; want niemand kan beslissen, in hoeverre hij zich aan de zondige vertwijfeling, die daarin is uitgesproken, persoonlijk heeft overgegeven, en in zoverre dit mag geschied zijn, zo kunnen wij nog veel minder de mate der beproeving bepalen, waaronder hij een ogenblik bukte, om des te krachtiger op te staan. Want de Heere heeft hem opgericht. Maar dat de diepste verbrijzeling van alle menselijke kracht ene zo sterke en zo gepaste uitdrukking heeft gevonden, dat de meest inwendige en zwaarste beproeving van den lijdenden dienaar Gods zo uit de duisternis tot het helderst licht is gebracht, dat mogen wij vrij aan den invloed des H. Geestes toeschrijven, die alleen het hart doorgronden en in de diepste verborgenheid openbaren kan. Dit zou dan de 3de opvatting der plaats zijn. Het is ene dichterlijk opgesierde schildering van de diepte en zwaarte der aanvechting, uitgesproken in den tijd, toen de aanvechting overwonnen en de onderwerping aan den raad des Heeren teruggekeerd was, het einde voorstellende, dat zulk ene aanvechting moest hebben, wanneer de mens daarin op zich zelven moest steunen en wanneer de hulp Gods hem niet van den eigenlijken ondergang bewaarde. Zo hebben wij in de opgave van den inhoud van dit hoofdstuk en bij de verklaring van het vers de zaak opgevat. Dat Jeremia in de verzameling zijner profetieën aan dit vloekgezang hier juist ene plaats heeft ingeruimd, is geschied, omdat hij juist bij het beslissend keerpunt van zijn profetisch leven openbaren wilde, dat de kracht, waarmee hij verder en ten einde toe den Heere diende, niet de zijne maar Gods kracht was. Zij, die hevig gekweld worden, zijn gewoon de omstanders te schelden en met de handen terug te stoten, en soms, wanneer de smart zeer erg is, de handen te wonden. Zo gaat het hier den Profeet. Jeremia staat daarin tot een waarschuwend voorbeeld voor alle getuigen der waarheid, dat zij wegens de verwerping, verachting, spot en hoon, zo die hun om der waarheid wil ten deel wordt, niet ongeduldig moeten worden, ook dan niet, wanneer de grote lankmoedigheid Gods zo lang duldt, en nog altijd toeft met Zijne gerichten, wanneer de ene droevige wolk na de andere weer voorbij gaat, en het niet zo gaat als men gevreesd heeft, of zich heeft voorgesteld. De onnaspeurlijke rijkdom van Gods lankmoedigheid en geduld heeft ook zijne grenzen; doch zo lang zij duurt is zij met dankzegging te erkennen en moeten wij aanhouden in gebed en voorbede, of nog hier en daar ene ziel als een brandhout uit het verderf mocht worden gered.
Vervloekt zij de man, die mijnen vader geboodschapt heeft, en dacht een loon voor dat bericht te ontvangen, zeggende: U is een jonge zoon geboren, verblijdende hem grotelijks. De Rabbijnen en Hiëronymus menen, dat deze man Pashur zelf geweest is, maar dat is ene weinig geloofbare conjectuur (gissing). Dat is meer ene verdichting in het lied, en waarachtiger is er in ‘t geheel geen bode geweest, zo als Theodoretus meende.
Ja dezelve man zij, als de steden Sodom en Gomorra (Gen. 19), die de HEERE heeft omgekeerd, en het heeft Hem niet berouwd, en hij hore in den morgenstond een geroep, en op den middagtijd een geschrei. In den morgenstond een geroep en op den middag een geschrei te horen geeft te kennen ene gedurige verontrusting door den schrik van vijandige invallen. Men heeft gemeend, dat het geschrei der inwoners te Sodom en Gomorra tot aan den middag zou hebben geduurd. Jeremia wenste nu dezen man een dergelijk lot toe voor hem en voor zijn gehele huis.
Dat Hij mij niet gedood heeft van de baarmoeder af, of mijne moeder mijn graf geweest is, of hare baarmoeder als van ene, die eeuwiglijk zwanger is. O ware mijne moeder vóór mijne geboorte gestorven, en had zij mij aanstonds met zich in het graf genomen. Nu moet haar een zwaard door de ziel gaan, en de droefheid haar hart verbreken, zulk enen met smaad overladen man haren zoon te moeten noemen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel