Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 20

1 Als Pashur, de zoon van Immer, de priester (deze nu was bestelde voorganger in het huis des HEEREN), Jeremia hoorde, diezelve woorden profeterende,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Als PashurH6583, de zoonH1121 van ImmerH564, de priesterH3548 (dezeH428 nu was besteldeH6496 voorgangerH5057 in hetH1931 huisH1004 des HEERENH3068), JeremiaH3414 hoordeH8085, diezelve woordenH1697 profeterendeH5012, Als Pashur, de zoon van Immer, de priester (deze nu was bestelde voorganger in het huis des HEEREN), Jeremia hoorde, diezelve woorden profeterende,

KJV Now Pashur2 the son3 of Immer4 the priest,5 who was also chief7 governor8 in the house9 of the LORD,10 heard1 that Jeremiah12 prophesied13 these things.

1 וַיִּשְׁמַ֤ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 פַּשְׁחוּר֙ H6583 Pashur Pashur 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 אִמֵּ֣ר H564 Immer Immer 5 הַכֹּהֵ֔ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 6 וְהֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 פָקִ֥יד H6496 opziener, opzieners, bestelde which had the charge, governor, office, overseer, (that) was set 8 נָגִ֖יד H5057 voorganger, overste, vorst captain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler 9 בְּבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 יִרְמְיָ֔הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 13 נִבָּ֖א H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 הַדְּבָרִ֥ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 16 הָאֵֽלֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Zo sloeg Pashur den profeet Jeremia, en hij stelde hem in de gevangenis, dewelke is in de bovenste poort van Benjamin, die aan het huis des HEEREN is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Zo sloegH5221 PashurH6583 den profeetH5030 JeremiaH3414, en hij steldeH5414 hem in de gevangenisH4115, dewelkeH834 is in de bovenste poortH8179 van BenjaminH1144, dieH834 aanH5921 het huisH1004 des HEERENH3068 is. Zo sloeg Pashur den profeet Jeremia, en hij stelde hem in de gevangenis, dewelke is in de bovenste poort van Benjamin, die aan het huis des HEEREN is.

KJV Then Pashur2 smote1 Jeremiah4 the prophet,5 and put6 him in the stocks9 that were in the high13 gate11 of Benjamin,12 which was by the house15 of the LORD.

1 וַיַּכֶּ֣ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 2 פַשְׁח֔וּר H6583 Pashur Pashur 3 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 יִרְמְיָ֣הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 5 הַנָּבִ֑יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 6 וַיִּתֵּ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 אֹת֜וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 הַמַּהְפֶּ֗כֶת H4115 gevangenis, gevangenhuis prison, stocks 10 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 בְּשַׁ֤עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 12 בִּנְיָמִן֙ H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 13 הָֽעֶלְי֔וֹן H5945 Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge (Most, on) high(-er, -est), upper(-most) 14 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 בְּבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 16 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Maar het geschiedde des anderen daags, dat Pashur Jeremia uit de gevangenis voortbracht; toen zeide Jeremia tot hem: De HEERE noemt uw naam niet Pashur, maar Magor-missabib.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Maar het geschieddeH1961 des anderen daagsH4283, dat PashurH6583 JeremiaH3414 uitH4480 de gevangenisH4115 voortbrachtH3318; toen zeideH559 JeremiaH3414 totH413 hem: De HEEREH3068 noemtH7121 uw naamH8034 nietH3808 PashurH6583, maarH3588 Magor-missabibH4036. Maar het geschiedde des anderen daags, dat Pashur Jeremia uit de gevangenis voortbracht; toen zeide Jeremia tot hem: De HEERE noemt uw naam niet Pashur, maar Magor-missabib.

KJV And it came to pass on the morrow,2 that Pashur4 brought forth3 Jeremiah6 out of the stocks.8 Then said9 Jeremiah11 unto him, The LORD15 hath not called14 thy name16 Pashur,13 but Magormissabib.

1 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִֽמָּחֳרָ֔ת H4283 daags, dag, gansen morrow, next day 3 וַיֹּצֵ֥א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 4 פַשְׁח֛וּר H6583 Pashur Pashur 5 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 יִרְמְיָ֖הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 7 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 הַמַּהְפָּ֑כֶת H4115 gevangenis, gevangenhuis prison, stocks 9 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 אֵלָ֜יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 יִרְמְיָ֗הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 12 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 פַשְׁחוּר֙ H6583 Pashur Pashur 14 קָרָ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 15 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 שְׁמֶ֔ךָ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 17 כִּ֖י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 19 מָג֥וֹר H4036 Magor-missabib Magormissabib 20 מִסָּבִֽיב H4036 Magor-missabib Magormissabib
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Want zo zegt de HEERE: Zie, Ik stel u tot een schrik voor uzelven en voor al uw liefhebbers; die zullen vallen door het zwaard hunner vijanden, dat het uw ogen aanzien; en Ik zal gans Juda geven in de hand des konings van Babel, die hen naar Babel gevankelijk zal wegvoeren, en slaan hen met het zwaard.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: ZieH2005, Ik stelH5414 u tot een schrikH4032 voor uzelven en voor alH3605 uw liefhebbersH157; die zullen vallenH5307 door het zwaardH2719 hunner vijandenH341, dat het uw ogenH5869 aanzienH7200; en Ik zal gansH3605 JudaH3063 geven in de handH3027 des koningsH4428 van BabelH894, die hen naar BabelH894 gevankelijkH1540 zal wegvoeren, en slaanH5221 hen met het zwaardH2719. Want zo zegt de HEERE: Zie, Ik stel u tot een schrik voor uzelven en voor al uw liefhebbers; die zullen vallen door het zwaard hunner vijanden, dat het uw ogen aanzien; en Ik zal gans Juda geven in de hand des konings van Babel, die hen naar Babel gevankelijk zal wegvoeren, en slaan hen met het zwaard.

KJV For thus saith3 the LORD,4 Behold, I will make6 thee a terror7 to thyself, and to all thy friends:10 and they shall fall11 by the sword12 of their enemies,13 and thine eyes14 shall behold15 it: and I will give19 all Judah18 into the hand20 of the king21 of Babylon,22 and he shall carry them captive23 into Babylon,24 and shall slay25 them with the sword.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֡ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 הִנְנִי֩ H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 6 נֹתֶנְךָ֨ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 לְמָג֜וֹר H4032 schrik, vreze, Magor-missabib fear, terror. Compare H4036 (מָגוֹר מִסָּבִיב) 8 לְךָ֣ 9 וּלְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 אֹהֲבֶ֗יךָ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 11 וְנָֽפְל֛וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 12 בְּחֶ֥רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 13 אֹיְבֵיהֶ֖ם H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 14 וְעֵינֶ֣יךָ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 15 רֹא֑וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 16 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 19 אֶתֵּן֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 20 בְּיַ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 21 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 22 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 23 וְהִגְלָ֥ם H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 24 בָּבֶ֖לָה H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 25 וְהִכָּ֥ם H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 26 בֶּחָֽרֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Ook zal Ik geven al het vermogen dezer stad, en al haar arbeid, en al haar kostelijkheid, en alle schatten der koningen van Juda, Ik zal ze geven in de hand hunner vijanden, die zullen ze roven, zullen ze nemen, en zullen ze brengen naar Babel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Ook zal Ik gevenH5414 al het vermogenH2633 dezer stadH5892, en al haar arbeidH3018, en alH3605 haar kostelijkheidH3366, en alleH3605 schattenH214 der koningenH4428 van JudaH3063, Ik zal ze gevenH5414 in de handH3027 hunner vijandenH341, die zullen ze rovenH962, zullen ze nemenH3947, en zullen ze brengenH935 naar BabelH894. Ook zal Ik geven al het vermogen dezer stad, en al haar arbeid, en al haar kostelijkheid, en alle schatten der koningen van Juda, Ik zal ze geven in de hand hunner vijanden, die zullen ze roven, zullen ze nemen, en zullen ze brengen naar Babel.

KJV Moreover I will deliver1 all the strength4 of this city,5 and all the labours9 thereof, and all the precious things12 thereof, and all the treasures15 of the kings16 of Judah17 will I give18 into the hand19 of their enemies,20 which shall spoil21 them, and take22 them, and carry23 them to Babylon.

1 וְנָתַתִּ֗י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 חֹ֨סֶן֙ H2633 schat, sterkte, vermogen riches, strength, treasure 5 הָעִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 הַזֹּ֔את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 יְגִיעָ֖הּ H3018 arbeid labour, work 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 יְקָרָ֑הּ H3366 eer, kostelijke, waarde honour, precious (things), price 13 וְאֵ֨ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 אוֹצְר֜וֹת H214 schatten, schat, schatkameren armory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y) 16 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 17 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 18 אֶתֵּן֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 19 בְּיַ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 20 אֹֽיְבֵיהֶ֔ם H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 21 וּבְזָזוּם֙ H962 roven, roofden, plunderen catch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly 22 וּלְקָח֔וּם H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 23 וֶהֱבִיא֖וּם H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 24 בָּבֶֽלָה H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En gij, Pashur, en alle inwoners van uw huis! gijlieden zult gaan in de gevangenis; en gij zult te Babel komen, en aldaar sterven, en aldaar begraven worden, gij en al uw vrienden, denwelken gij valselijk geprofeteerd hebt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En gijH859, PashurH6583, en alleH3605 inwonersH3427 van uw huisH1004! gijlieden zult gaanH3212 in de gevangenisH7628; en gij zult te BabelH894 komenH935, en aldaarH8033 stervenH4191, en aldaarH8033 begravenH6912 worden, gijH859 en alH3605 uw vriendenH157, denwelken gij valselijkH8267 geprofeteerdH5012 hebt. En gij, Pashur, en alle inwoners van uw huis! gijlieden zult gaan in de gevangenis; en gij zult te Babel komen, en aldaar sterven, en aldaar begraven worden, gij en al uw vrienden, denwelken gij valselijk geprofeteerd hebt.

KJV And thou, Pashur,2 and all that dwell4 in thine house5 shall go6 into captivity:7 and thou shalt come9 to Babylon,8 and there thou shalt die,11 and shalt be buried13 there, thou, and all thy friends,16 to whom thou hast prophesied18 lies.

1 וְאַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 פַשְׁח֗וּר H6583 Pashur Pashur 3 וְכֹל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 יֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 בֵיתֶ֔ךָ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 תֵּלְכ֖וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 7 בַּשֶּׁ֑בִי H7628 gevangenis, gevangenen, gevangene captive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken 8 וּבָבֶ֣ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 9 תָּב֗וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 וְשָׁ֤ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 11 תָּמוּת֙ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 12 וְשָׁ֣ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 13 תִּקָּבֵ֔ר H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 14 אַתָּה֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 15 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 אֹ֣הֲבֶ֔יךָ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 17 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 נִבֵּ֥אתָ H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 19 לָהֶ֖ם 20 בַּשָּֽׁקֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 HEERE! Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest, en hebt overmocht; ik ben den gansen dag tot een belachen, een ieder van hen bespot mij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 HEEREH3068! Gij hebt mij overreedH6601, en ik ben overreedH6601 geworden; Gij zijt mij te sterkH2388 geweestH1961, en hebt overmochtH3201; ik ben den gansen dagH3117 tot een belachenH7814, een iederH3605 van hen bespotH3932 mij. HEERE! Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest, en hebt overmocht; ik ben den gansen dag tot een belachen, een ieder van hen bespot mij.

KJV O LORD,2 thou hast deceived1 me, and I was deceived:3 thou art stronger4 than I, and hast prevailed:5 I am in derision7 daily,9 every one mocketh

1 פִּתִּיתַ֤נִי H6601 overreden, overreed, verlokt allure, deceive, enlarge, entice, flatter, persuade, silly (one) 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 וָֽאֶפָּ֔ת H6601 overreden, overreed, verlokt allure, deceive, enlarge, entice, flatter, persuade, silly (one) 4 חֲזַקְתַּ֖נִי H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 5 וַתּוּכָ֑ל H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 6 הָיִ֤יתִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 לִשְׂחוֹק֙ H7814 lachen, belaching, spot derision, laughter(-ed to scorn, -ing), mocked, sport 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 הַיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 כֻּלֹּ֖ה H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 לֹעֵ֥ג H3932 bespot, bespotten, spotten have in derision, laugh (to scorn), mock (on), stammering 12 לִֽי
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Want sinds ik spreke, roep ik uit, ik roep geweld en verstoring; omdat mij des HEEREN woord den gansen dag tot smaad en tot schimp is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 WantH3588 sindsH1767 ik sprekeH1696, roep ik uit, ik roep geweldH2555 en verstoringH7701; omdatH3588 mij des HEERENH3068 woordH1697 den gansenH3605 dagH3117 tot smaadH2781 en tot schimpH7047 isH1961. Want sinds ik spreke, roep ik uit, ik roep geweld en verstoring; omdat mij des HEEREN woord den gansen dag tot smaad en tot schimp is.

Ook in dit vers roepH2199 roepH7121

KJV For since2 I spake,3 I cried out,4 I cried7 violence5 and spoil;6 because the word10 of the LORD11 was made a reproach13 unto me, and a derision,14 daily.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 מִדֵּ֤י H1767 genoeg, genoegzaam, sinds able, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when 3 אֲדַבֵּר֙ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 4 אֶזְעָ֔ק H2199 riep, riepen, roepen assemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed 5 חָמָ֥ס H2555 geweld, gewelds, wrevel cruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong 6 וָשֹׁ֖ד H7701 verwoesting, verstoring, verstoorde desolation, destruction, oppression, robbery, spoil(-ed, -er, -ing), wasting 7 אֶקְרָ֑א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 הָיָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 11 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 לִ֛י 13 לְחֶרְפָּ֥ה H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 14 וּלְקֶ֖לֶס H7047 schimp derision 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 הַיּֽוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Dies zeide ik: Ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn Naam spreken; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Dies zeideH559 ik: Ik zal Zijner nietH3808 gedenkenH2142, en nietH3808 meerH5750 in Zijn NaamH8034 sprekenH1696; maar het werdH1961 in mijn hartH3820 als een brandendH1197 vuurH784, beslotenH6113 in mijn beenderenH6106; en ik bemoeideH3811 mij om te verdragenH3557, maar kondeH3201 nietH3808. Dies zeide ik: Ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn Naam spreken; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet.

KJV Then I said,1 I will not make mention3 of him, nor speak5 any more in his name.7 But his word was in mine heart9 as a burning11 fire10 shut up12 in my bones,13 and I was weary14 with forbearing,15 and I could

1 וְאָמַרְתִּ֣י H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 אֶזְכְּרֶ֗נּוּ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 4 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 אֲדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 6 עוֹד֙ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 7 בִּשְׁמ֔וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 וְהָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 בְלִבִּי֙ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 10 כְּאֵ֣שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 11 בֹּעֶ֔רֶת H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 12 עָצֻ֖ר H6113 opgehouden, besloten, beslotene [idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self) 13 בְּעַצְמֹתָ֑י H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 14 וְנִלְאֵ֥יתִי H3811 moede, vermoeid, moede maakt faint, grieve, lothe, (be, make) weary (selves) 15 כַּֽלְכֵ֖ל H3557 onderhouden, verdragen, hield (be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals) 16 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 אוּכָֽל H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 WantH3588 ik heb gehoordH8085 de naspraakH1681 van velenH7227, van Magor-missabibH4032, zeggende: Geef ons te kennenH5046, en wij zullen het te kennenH5046 geven; alH3605 mijn vredegenotenH582 nemenH3947 acht op mijn hinkingH6763; zij zeggen: Misschien zal hij overreedH6601 worden, dan zullen wij hem overmogenH3201, en onze wraakH5360 vanH4480 hem nemen. Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen.

Ook in dit vers nemen achtH8104

KJV For I heard2 the defaming3 of many,4 fear5 on every side.6 Report,7 say they, and we will report8 it. All my familiars10 watched12 for my halting,13 saying, Peradventure he will be enticed,15 and we shall prevail16 against him, and we shall take18 our revenge

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 שָׁמַ֜עְתִּי H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 דִּבַּ֣ת H1681 kwaad gerucht, gerucht, naspraak defaming, evil report, infamy, slander 4 רַבִּים֮ H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 5 מָג֣וֹר H4032 schrik, vreze, Magor-missabib fear, terror. Compare H4036 (מָגוֹר מִסָּבִיב) 6 מִסָּבִיב֒ H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 7 הַגִּ֨ידוּ֙ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 8 וְנַגִּידֶ֔נּוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 9 כֹּ֚ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 אֱנ֣וֹשׁ H582 mannen, lieden, mens another, [idiom] (blood-) thirsty, certain, chap(-man); divers, fellow, [idiom] in the flower of their age, husband, (certain, mortal) man, people, person, servant, some ([idiom] of them), [phrase] stranger, those, [phrase] their trade. It is often unexpressed in the English versions, especially when used in apposition with another word. Compare H376 (אִישׁ) 11 שְׁלוֹמִ֔י H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 12 שֹׁמְרֵ֖י H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 13 צַלְעִ֑י H6761 hinken, hinkte adversity, halt(-ing) 14 אוּלַ֤י H194 misschien, mogelijk if so be, may be, peradventure, unless 15 יְפֻתֶּה֙ H6601 overreden, overreed, verlokt allure, deceive, enlarge, entice, flatter, persuade, silly (one) 16 וְנ֣וּכְלָה H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 17 ל֔וֹ 18 וְנִקְחָ֥ה H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 19 נִקְמָתֵ֖נוּ H5360 wraak, volkomene wraak, wrake [phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance 20 מִמֶּֽנּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Maar de HEERE is met mij als een verschrikkelijk Held; daarom zullen mijn vervolgers struikelen, en niets vermogen; zij zijn zeer beschaamd geworden, omdat zij niet verstandiglijk gehandeld hebben; het zal een eeuwige schande zijn, zij zal niet vergeten worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Maar de HEEREH3068 is met mij als een verschrikkelijkH6184 HeldH1368; daaromH3651 zullen mijn vervolgersH7291 struikelenH3782, en niets vermogenH3201; zij zijn zeerH3966 beschaamdH954 geworden, omdatH3588 zij nietH3808 verstandiglijkH7919 gehandeld hebben; het zal een eeuwigeH5769 schandeH3639 zijn, zij zal nietH3808 vergetenH7911 worden. Maar de HEERE is met mij als een verschrikkelijk Held; daarom zullen mijn vervolgers struikelen, en niets vermogen; zij zijn zeer beschaamd geworden, omdat zij niet verstandiglijk gehandeld hebben; het zal een eeuwige schande zijn, zij zal niet vergeten worden.

KJV But the LORD1 is with me as a mighty3 terrible one:4 therefore my persecutors7 shall stumble,8 and they shall not prevail:10 they shall be greatly12 ashamed;11 for they shall not prosper:15 their everlasting17 confusion16 shall never be forgotten.

1 וַֽיהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 אוֹתִי֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כְּגִבּ֣וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 4 עָרִ֔יץ H6184 tirannen, tirannigste, tiran mighty, oppressor, in great power, strong, terrible, violent 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 כֵּ֛ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 7 רֹדְפַ֥י H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r) 8 יִכָּשְׁל֖וּ H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 9 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יֻכָ֑לוּ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 11 בֹּ֤שׁוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 12 מְאֹד֙ H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 13 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 הִשְׂכִּ֔ילוּ H7919 verstandelijk, verstandig, verstaan consider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly 16 כְּלִמַּ֥ת H3639 schande, smaad, smaadheden confusion, dishonour, reproach, shame 17 עוֹלָ֖ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 18 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 תִשָּׁכֵֽחַ H7911 vergeten, vergeet, vergaten [idiom] at all, (cause to) forget
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Gij dan, o HEERE der heirscharen, Die den rechtvaardige proeft, Die de nieren en het hart ziet, laat mij Uw wraak van hen zien, want ik heb U mijn twistzaak ontdekt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Gij dan, o HEEREH3068 der heirscharenH6635, Die den rechtvaardigeH6662 proeftH974, Die de nierenH3629 en het hartH3820 ziet, laat mij Uw wraakH5360 van hen zienH7200, wantH3588 ik heb U mijn twistzaakH7379 ontdektH1540. Gij dan, o HEERE der heirscharen, Die den rechtvaardige proeft, Die de nieren en het hart ziet, laat mij Uw wraak van hen zien, want ik heb U mijn twistzaak ontdekt.

KJV But, O LORD1 of hosts,2 that triest3 the righteous,4 and seest5 the reins6 and the heart,7 let me see8 thy vengeance9 on them: for unto thee have I opened13 my cause.

1 וַיהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 צְבָאוֹת֙ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 3 בֹּחֵ֣ן H974 proeft, beproefd, beproeft examine, prove, tempt, try (trial) 4 צַדִּ֔יק H6662 rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardig just, lawful, righteous (man) 5 רֹאֶ֥ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 כְלָי֖וֹת H3629 nieren kidneys, reins 7 וָלֵ֑ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 8 אֶרְאֶ֤ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 9 נִקְמָֽתְךָ֙ H5360 wraak, volkomene wraak, wrake [phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance 10 מֵהֶ֔ם 11 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 אֵלֶ֖יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 גִּלִּ֥יתִי H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 רִיבִֽי H7379 twist, twistzaak, geschil [phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Zingt den HEERE, prijst den HEERE; want Hij heeft de ziel des nooddruftigen uit de hand der boosdoeners verlost.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 ZingtH7891 den HEEREH3068, prijstH1984 den HEEREH3068; wantH3588 Hij heeft de zielH5315 des nooddruftigenH34 uit de handH3027 der boosdoenersH7489 verlostH5337. Zingt den HEERE, prijst den HEERE; want Hij heeft de ziel des nooddruftigen uit de hand der boosdoeners verlost.

KJV Sing1 unto the LORD,2 praise3 ye the LORD:5 for he hath delivered7 the soul9 of the poor10 from the hand11 of evildoers.

1 שִׁ֚ירוּ H7891 zangers, zingen, Zingt behold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman) 2 לַֽיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 הַֽלְל֖וּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 הִצִּ֛יל H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 נֶ֥פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 10 אֶבְי֖וֹן H34 nooddruftige, nooddruftigen, armen beggar, needy, poor (man) 11 מִיַּ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 12 מְרֵעִֽים H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Vervloekt zij de dag, op welken ik geboren ben; de dag, op welken mijn moeder mij gebaard heeft, zij niet gezegend!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 VervloektH779 zij de dagH3117, op welkenH834 ik geborenH3205 ben; de dagH3117, op welkenH834 mijn moederH517 mij gebaardH3205 heeft, zijH1961 nietH408 gezegendH1288! Vervloekt zij de dag, op welken ik geboren ben; de dag, op welken mijn moeder mij gebaard heeft, zij niet gezegend!

KJV Cursed1 be the day2 wherein I was born:4 let not the day6 wherein my mother9 bare8 me be blessed.

1 אָר֣וּר H779 Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt [idiom] bitterly curse 2 הַיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 יֻלַּ֖דְתִּי H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 5 בּ֑וֹ 6 י֛וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 יְלָדַ֥תְנִי H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 9 אִמִּ֖י H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 10 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 11 יְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 בָרֽוּךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Vervloekt zij de man, die mijn vader geboodschapt heeft, zeggende: U is een jonge zoon geboren, verblijdende hem grotelijks!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 VervloektH779 zij de manH376, dieH834 mijn vaderH1 geboodschaptH1319 heeft, zeggendeH559: U is een jongeH1121 zoonH2145 geborenH3205, verblijdendeH8055 hem grotelijks! Vervloekt zij de man, die mijn vader geboodschapt heeft, zeggende: U is een jonge zoon geboren, verblijdende hem grotelijks!

KJV Cursed1 be the man2 who brought tidings4 to my father,6 saying,7 A man11 child10 is born8 unto thee; making him very12 glad.

1 אָר֣וּר H779 Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt [idiom] bitterly curse 2 הָאִ֗ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 בִּשַּׂ֤ר H1319 boodschap, boodschappen, boodschapt messenger, preach, publish, shew forth, (bear, bring, carry, preach, good, tell good) tidings 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 אָבִי֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 יֻֽלַּד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 9 לְךָ֖ 10 בֵּ֣ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 זָכָ֑ר H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind) 12 שַׂמֵּ֖חַ H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 13 שִׂמֳּחָֽהוּ H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Ja, dezelve man zij, als de steden, die de HEERE heeft omgekeerd, en het heeft Hem niet berouwd; en hij hore in den morgenstond een geroep, en op den middagtijd een geschrei.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Ja, dezelveH1931 manH376 zij, als de stedenH5892, die de HEEREH3068 heeft omgekeerdH2015, en het heeft Hem nietH3808 berouwdH5162; en hij horeH8085 in den morgenstondH1242 een geroepH2201, en op den middagtijdH6256 een geschreiH8643. Ja, dezelve man zij, als de steden, die de HEERE heeft omgekeerd, en het heeft Hem niet berouwd; en hij hore in den morgenstond een geroep, en op den middagtijd een geschrei.

KJV And let that man2 be as the cities4 which the LORD7 overthrew,6 and repented9 not: and let him hear10 the cry11 in the morning,12 and the shouting13 at noontide;14

1 וְהָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 הָאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 הַה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 כֶּֽעָרִ֛ים H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 הָפַ֥ךְ H2015 veranderd, omgekeerd, keerde [idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way) 7 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 נִחָ֑ם H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 10 וְשָׁמַ֤ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 11 זְעָקָה֙ H2201 geroep, gekrijt, geschreeuws cry(-ing) 12 בַּבֹּ֔קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 13 וּתְרוּעָ֖ה H8643 gejuich, geklanks, gebroken klank alarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing) 14 בְּעֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 15 צָהֳרָֽיִם H6672 middag, middags, venster midday, noon(-day, -tide), window
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Dat Hij mij niet gedood heeft van de baarmoeder af! Of mijn moeder mijn graf geweest is, of haar baarmoeder als van een, die eeuwiglijk zwanger is!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 DatH834 Hij mij nietH3808 gedoodH4191 heeft van de baarmoederH7358 af! Of mijn moederH517 mijn grafH6913 geweest is, of haar baarmoederH7358 als van een, die eeuwiglijkH5769 zwangerH2030 is! Dat Hij mij niet gedood heeft van de baarmoeder af! Of mijn moeder mijn graf geweest is, of haar baarmoeder als van een, die eeuwiglijk zwanger is!

KJV Because he slew3 me not from the womb;4 or that my mother7 might have been my grave,8 and her womb9 to be always11 great

1 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 מוֹתְתַ֖נִי H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 4 מֵרָ֑חֶם H7358 baarmoeder, baarmoeders, lijf matrix, womb 5 וַתְּהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 לִ֤י 7 אִמִּי֙ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 8 קִבְרִ֔י H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 9 וְרַחְמָ֖הֿ H7358 baarmoeder, baarmoeders, lijf matrix, womb 10 הֲרַ֥ת H2030 zwanger, zwangere, bevrucht (be, woman) with child, conceive, [idiom] great 11 עוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Waarom ben ik toch uit de baarmoeder voortgekomen, om moeite en droefenis te zien, en dat mijn dagen in beschaamdheid vergaan?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 WaaromH4100 ben ik toch uit de baarmoederH7358 voortgekomenH3318, om moeiteH5999 en droefenisH3015 te zienH7200, en datH2088 mijn dagenH3117 in beschaamdheidH1322 vergaanH3615? Waarom ben ik toch uit de baarmoeder voortgekomen, om moeite en droefenis te zien, en dat mijn dagen in beschaamdheid vergaan?

KJV Wherefore came I forth4 out of the womb3 to see5 labour6 and sorrow,7 that my days10 should be consumed8 with shame?

1 לָ֤מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 זֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 3 מֵרֶ֣חֶם H7358 baarmoeder, baarmoeders, lijf matrix, womb 4 יָצָ֔אתִי H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 5 לִרְא֥וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 עָמָ֖ל H5999 arbeid, moeite, kwelling grievance(-vousness), iniquity, labour, mischief, miserable(-sery), pain(-ful), perverseness, sorrow, toil, travail, trouble, wearisome, wickedness 7 וְיָג֑וֹן H3015 droefenis, jammer, treuring grief, sorrow 8 וַיִּכְל֥וּ H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 9 בְּבֹ֖שֶׁת H1322 schaamte, beschaamdheid, beschaming ashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing) 10 יָמָֽי H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 20:1 1 Kronieken 24:14 2 Koningen 25:18 Ezra 2:37 Handelingen 4:1 2 Kronieken 35:8 Nehemia 7:40 Handelingen 5:24
Jeremia 20:2 Jeremia 37:13 Jeremia 1:19 Zacharia 14:10 2 Kronieken 16:10 Jeremia 29:26 Jeremia 36:26 1 Koningen 22:27 2 Kronieken 24:21
Jeremia 20:3 Jeremia 20:10 Jeremia 6:25 Jesaja 8:3 Jeremia 46:5 Psalmen 31:13 Klaagliederen 2:22 Jeremia 7:32 Handelingen 16:30
Jeremia 20:4 Jeremia 29:21 Job 18:11 Jeremia 39:6 Jeremia 25:9 Jeremia 21:4 Jeremia 32:27 Deuteronomium 28:32 Jeremia 6:25
Jeremia 20:5 Ezechiël 22:25 Jeremia 15:13 2 Koningen 25:13 Klaagliederen 1:10 2 Koningen 20:17 2 Kronieken 36:10 2 Koningen 24:12 Jeremia 17:3
Jeremia 20:6 Jeremia 14:14 Klaagliederen 2:14 Jeremia 20:4 Ezechiël 22:28 Micha 2:11 Jeremia 29:32 Jeremia 29:21 Zacharia 13:3
Jeremia 20:7 Klaagliederen 3:14 Psalmen 22:6 Ezechiël 3:14 Psalmen 69:9 Jeremia 20:9 2 Koningen 2:23 Numeri 11:11 Lukas 16:14
Jeremia 20:8 Jeremia 6:10 2 Kronieken 36:16 Hebreeën 11:26 Jeremia 17:27 Jeremia 18:16 Jeremia 20:7 Lukas 11:45 Jeremia 7:9
Jeremia 20:9 Psalmen 39:3 Job 32:18 Handelingen 4:20 Ezechiël 3:14 Jeremia 6:11 Handelingen 17:16 2 Korinthe 5:13 Johannes 4:2
Jeremia 20:10 Psalmen 41:9 Psalmen 31:13 Jesaja 29:21 Jeremia 18:18 1 Koningen 19:2 Lukas 11:53 Psalmen 55:13 Job 19:19
Jeremia 20:11 Jeremia 1:8 Jeremia 15:20 Jeremia 17:18 Jeremia 1:19 Psalmen 35:26 Psalmen 40:14 Jeremia 23:40 Psalmen 66:5
Jeremia 20:12 Jeremia 11:20 Psalmen 62:8 Psalmen 54:7 Psalmen 7:9 Psalmen 59:10 Jeremia 17:10 Psalmen 17:3 Psalmen 11:5
Jeremia 20:13 Psalmen 109:30 Psalmen 69:33 Psalmen 34:6 Jesaja 25:4 Psalmen 35:9 Psalmen 72:4 Jakobus 2:5
Jeremia 20:14 Jeremia 15:10 Job 3:3
Jeremia 20:15 Lukas 1:14 Jeremia 1:5 Genesis 21:5
Jeremia 20:16 Jeremia 18:22 Jeremia 48:3 Deuteronomium 29:23 Jona 3:9 2 Petrus 2:6 Jona 4:2 Ezechiël 21:22 Amos 2:2
Jeremia 20:17 Job 10:18 Job 3:10 Job 3:16 Prediker 6:3
Jeremia 20:18 Job 3:20 Job 14:1 Klaagliederen 3:1 Psalmen 90:9 1 Korinthe 4:9 Psalmen 69:19 Job 14:13 Hebreeën 10:36
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 20 vers 1

Pashur, Hebreeuws, Paschur.

Hertaald: Pashur, Hebreeuws: Paschur.

zoon Dat is, nakomeling.

Hertaald: zoon Dat is: nakomeling.

Immer, Op wiens geslacht het zestiende lot in de afdeling der priesters gevallen was. Zie 1 Kron. 24:14 .

Hertaald: Immer, Op wiens geslacht het zestiende lot bij de indeling van de priesters gevallen was. Zie 1 Kron. 24:14.

bestelde Of, een bestelde [of overste ] een voorganger, dat is, [gelijk sommigen verklaren] de tweede na den hoogpriester, gelijk Eleazar was bij zijns vaders Aärons leven, Num. 4:16 , gesteld tot opzicht en regering in Gods huis.

Hertaald: bestelde Of: een aangestelde, of overste, een voorganger — dat is, zoals sommigen verklaren: de tweede na de hogepriester, zoals Eleazar dat was bij het leven van zijn vader Aäron, Num. 4:16, aangesteld tot toezicht en bestuur in Gods huis.

Jeremia 20 vers 2

sloeg Zie 1 Kon. 20:35 .

Hertaald: sloeg Zie 1 Kon. 20:35.

gevangenis, Hebreeuws eigenlijk, omkering, als strekkende tot omkering van den welstand der misdadigers. Zie wijders 2 Kron. 16:10 . Sommigen menen dat deze gevangenis alzo genoemd is vanwege de engheid der plaats, als waarin men zich nauwelijks kon omkeren; alzo onder Jer. 29:26 .

Hertaald: gevangenis, Hebreeuws eigenlijk: omkering, omdat die dient tot omkering van de welstand van de misdadigers. Zie verder 2 Kron. 16:10. Sommigen menen dat deze gevangenis zo genoemd is vanwege de nauwte van de plaats, waarin men zich nauwelijks kon omkeren; zo ook hieronder Jer. 29:26.

bovenste poort Anders: hoge poort; gelijk 2 Kron. 23:20 . Vergelijk onder Jer. 26:10 . Van dezen naam, bovenste, of hoogste, is verscheiden gevoelen.

Hertaald: bovenste poort Anders: hoge poort, zoals in 2 Kron. 23:20. Vergelijk hieronder Jer. 26:10. Over deze naam bovenste of hoogste bestaan verschillende opvattingen.

Benjamin, Dat is, staande naar het land van Benjamin toe.

Hertaald: Benjamin, Dat is: gericht naar het land van Benjamin toe.

Jeremia 20 vers 3

Magòr-missabib Dat is, schrik, of vrees van rondom, om reden gelijk volgt.

Hertaald: Magòr-missabib Dat is: schrik of vrees van rondom, om de reden die volgt.

Jeremia 20 vers 4

stel u Of, Ik geef u den schrik, of der vrees over.

Hertaald: stel u Of: Ik geef u over aan de schrik of de vrees.

liefhebbers; Of, vrienden; alzo vs.6 en elders.

Hertaald: liefhebbers; Of: vrienden; zo ook in vers 6 en elders.

slaan Dat is, ombrengen; zie Gen. 8:21 .

Hertaald: slaan Dat is: ombrengen; zie Gen. 8:21.

Jeremia 20 vers 5

arbeid, Dat is, al wat zij met haar arbeid verkregen heeft.

Hertaald: arbeid, Dat is: alles wat zij met haar arbeid verworven heeft.

Jeremia 20 vers 6

valselijk Hebreeuws, in, of met valsheid.

Hertaald: valselijk Hebreeuws: in of met valsheid.

Jeremia 20 vers 7

overreed, Of, verlokt, bepraat, bekout, gelijk men zegt. Eenigen verstaan dit van zijn beroep en den last hem gegeven; vergelijk boven Jer. 1:6-7 , en zie van het Hebreeuwse woord Richt. 14:15 , en vergelijk onder vs.10. Hetzelfde woord wordt gebruikt van het rechtvaardig oordeel van God, in het overreden der valse profeten; Ezech. 14:9 , zie aldaar.

Hertaald: overreed, Of: verlokt, overgehaald, omgepraat, zoals men zegt. Sommigen verstaan dit van zijn roeping en van de opdracht die hem gegeven is; vergelijk hierboven Jer. 1:6-7, en zie over het Hebreeuwse woord Richt. 14:15, en vergelijk hieronder vers 10. Hetzelfde woord wordt gebruikt voor het rechtvaardige oordeel van God bij het overreden van de valse profeten; Ezech. 14:9, zie daar.

overmocht; Vergelijk de manier van spreken met vs.10.

Hertaald: overmocht; Vergelijk deze manier van spreken met vers 10.

Jeremia 20 vers 8

spreke, Profeterende tot het volk.

Hertaald: spreke, Terwijl ik tot het volk profeteer.

roep geweld Vergelijk Job 19:7 , en de aantekening aldaar.

Hertaald: roep geweld Vergelijk Job 19:7 met de aantekening daarbij.

Jeremia 20 vers 9

zeide ik Bij mijzelven, dat is, ik dacht.

Hertaald: zeide ik Bij mijzelf, dat is: ik dacht.

gedenken, Dat is, niet meer van den Heere vermelden, gene melding meer van zijnen last maken.

Hertaald: gedenken, Dat is: niet meer over de HEERE spreken, geen melding meer maken van Zijn opdracht.

het werd in mijn hart Des Heeren woord, of zijn last; door de krachtige werking van den Heiligen Geest, of daar was, enz.

Hertaald: het werd in mijn hart Het Woord van de HEERE, of Zijn opdracht, door de krachtige werking van de Heilige Geest; of: daar was, enzovoort.

brandend vuur, Zie al zulke gelijkenis Job 32:18 ; Ps. 39:4 .

Hertaald: brandend vuur, Zie een dergelijke vergelijking in Job 32:18 en Ps. 39:4.

bemoeide Of, werd vermoeid van, enz. en kon niet, te weten langer inhouden, of den Geest des Heeren wederstaan, ik moest in mijn dienst voortgaan.

Hertaald: bemoeide Of: werd moe van, enzovoort, en kon niet, namelijk het langer inhouden of de Geest van de HEERE weerstaan; ik moest met mijn dienst doorgaan.

Jeremia 20 vers 10

de naspraak Of, naklap, boos gerucht.

Hertaald: de naspraak Of: naklap, kwaad gerucht.

Magòr-missabib, Zie vs.3. Dezen mag men nemen voor een aanleider van hetgeen, waarvan verder in vs.10 gesproken wordt. Anders: schrik, of vrees, [grijpt mij aan] van rondom, [zij zeggen] enz.

Hertaald: Magòr-missabib, Zie vers 3. Men mag dit opvatten als inleiding op wat verder in vers 10 gezegd wordt. Anders: schrik of vrees grijpt mij aan van rondom; zij zeggen, enzovoort.

Geef ons te kennen, Dat is, verneem er naar en let er op, wat gij van Jeremia hoort, en breng het ons aan, opdat wij het den oversten, zo kerkelijken als politieken, aanbrengen, om tegen hem te beraadslagen.

Hertaald: Geef ons te kennen, Dat is: informeer ernaar en let erop wat u van Jeremia hoort, en breng het ons over, opdat wij het aan de oversten, zowel kerkelijke als wereldlijke, kunnen doorgeven om tegen hem te beraadslagen.

al mijn vredegenoten Hebreeuws, alle mensen mijns vredes, alzo onder Jer. 38:22 ; vergelijk 2 Sam. 8:10 ; Ps. 41:10 .

Hertaald: al mijn vredegenoten Hebreeuws: alle mensen van mijn vrede; zo ook hieronder Jer. 38:22; vergelijk 2 Sam. 8:10 en Ps. 41:10.

hinking; Of ik mij ergens in mijn ambt of leven mocht vergrijpen of struikelen, en zij mij daarover ten val of in lijden brengen; vergelijk Ps. 35:15 , en Ps. 38:18 .

Hertaald: hinking; Of ik mij ergens in mijn ambt of leven zou vergrijpen of struikelen, zodat zij mij daarover ten val zouden kunnen brengen of in lijden zouden kunnen storten; vergelijk Ps. 35:15 en Ps. 38:18.

overreed worden, Zich met zoete woorden laten misleiden, om het een tegen het ander te zeggen, of anderszins feilen en gelegenheid geven tot zijn verderf.

Hertaald: overreed worden, Zich met vriendelijke woorden laten misleiden om het een tegen het ander te zeggen, of zich anderszins vergissen en aanleiding geven tot zijn verderf.

Jeremia 20 vers 11

zij zijn zeer beschaamd Profetischerwijze van het toekomende gesproken: zij zullen zekerlijk beschaamd worden; waarover de profeet zich door het geloof alzo verheugt, gelijk te zien is vs.13. Verhalende ondertussen hoe hij aan de andere zijde is bestreden door de zwakheid des vleesches.

Hertaald: zij zijn zeer beschaamd Op de wijze van de profeten over de toekomst gesproken: zij zullen zeker beschaamd worden. Daarover verheugt de profeet zich door het geloof, zoals te zien is in vers 13 — terwijl hij ondertussen verhaalt hoe hij aan de andere kant bestreden wordt door de zwakheid van het vlees.

verstandiglijk Vergelijk boven Jer. 10:21 . Of, omdat zij niet gelukkig, of voorspoedig zijn geweest, of zullen zijn; omdat hunne aanslagen zullen feilen.

Hertaald: verstandiglijk Vergelijk hierboven Jer. 10:21. Of: omdat zij niet gelukkig of voorspoedig geweest zijn of zullen zijn, omdat hun plannen zullen mislukken.

eeuwige schande Of, een eeuwige schande! als een afgebroken rede, verwonderenderwijze.

Hertaald: eeuwige schande Of: een eeuwige schande! — als een afgebroken uitroep, bij wijze van verwondering.

Jeremia 20 vers 12

heirscharen, Zie 1 Kon. 18:15 .

Hertaald: heirscharen, Zie 1 Kon. 18:15.

nieren Gelijk boven Jer. 11:20 ; zie aldaar.

Hertaald: nieren Zoals hierboven Jer. 11:20; zie daar.

ontdekt Als mijn advocaat en voorspreker.

Hertaald: ontdekt Als aan mijn advocaat en voorspraak.

Jeremia 20 vers 14

Vervloekt Vergelijk deze klacht der ongeduldigheid met Job 3:3 , enz., en zie de aantekening aldaar. De profeet verhaalt hier hoe ongeduldig hij geweest is, als hem al de wereld vloekte en smaadde, zie boven vs.8, en Jer. 15:10 .

Hertaald: Vervloekt Vergelijk deze klacht van ongeduld met Job 3:3, enzovoort, en zie de aantekening daarbij. De profeet verhaalt hier hoe ongeduldig hij geweest is toen iedereen hem vervloekte en smaadde; zie hierboven vers 8 en Jer. 15:10.

Jeremia 20 vers 15

jonge zoon Hebreeuws, een mannelijk kind, of zoon.

Hertaald: jonge zoon Hebreeuws: een mannelijk kind, of zoon.

verblijdende Hebreeuws, verblijdende verblijdde hij zich.

Hertaald: verblijdende Hebreeuws: verblijdend verblijdde hij zich.

Jeremia 20 vers 16

steden, Dit schijnt te zien op de steden Sodom, Gomorra, enz., Gen 19 .

Hertaald: steden, Dit lijkt te zien op de steden Sodom, Gomorra, enzovoort, Gen. 19.

berouwd; Zie Gen. 6:6 .

Hertaald: berouwd; Zie Gen. 6:6.

morgenstond Dat is, vroeg, onvoorzien, als hij er niet op verdacht is; vergelijk Hos. 10:15 .

Hertaald: morgenstond Dat is: vroeg, onverwacht, wanneer hij er niet op bedacht is; vergelijk Hos. 10:15.

geroep, Een gekerm zijner medeburgers of naburen, die omgebracht worden of in levensgevaar zijn, gelijk ten tijde van des vijands overval pleegt te geschieden.

Hertaald: geroep, Een gekerm van zijn medeburgers of buren, die omgebracht worden of in levensgevaar verkeren, zoals bij een vijandelijke inval pleegt te gebeuren.

middagtijd Als men placht maaltijd te houden en te rusten.

Hertaald: middagtijd Wanneer men gewoonlijk de maaltijd hield en rustte.

Jeremia 20 vers 17

Dat Hij mij Alsof hij zeide: Waarom is dat niet geschied? waarom heeft de Heere mij niet gedood? gelijk in vs.18.

Hertaald: Dat Hij mij Alsof hij zei: waarom is dat niet gebeurd? Waarom heeft de HEERE mij niet gedood? Zoals in vers 18.

eeuwiglijk Hebreeuws, ener zwangere der eeuwigheid; dat is, altijd zwanger blijvende en nimmermeer barende.

Hertaald: eeuwiglijk Hebreeuws: van een zwangere van de eeuwigheid — dat is: die altijd zwanger blijft en nooit baart.

Jeremia 20 vers 18

zien, Dat is, ondervinden. Zie Job 7:7 .

Hertaald: zien, Dat is: ondervinden. Zie Job 7:7.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Pashur (zoon van Immer)  — vrijheid rondom (onzeker)

Zoon van Immer, priester en opperopziener in het huis des HEEREN. Toen hij Jeremia's profetieën hoorde, sloeg hij hem en zette hem gevangen; Jeremia kondigde hem daarop aan dat de HEERE zijn naam zou veranderen in Magor-missabib ("schrik van rondom"), en dat hij met zijn huisgenoten in ballingschap naar Babel zou sterven (Jer. 20:1-6). Niet dezelfde persoon als Pashur, de zoon van Malchia (Jer. 21:1; 38:1).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Magor-missabib  — de nieuwe naam die Jeremia geeft aan de priester die hem in de gevangenbank zette (Jer. 20:1-6)

Pashur, de zoon van Immer, was de bestelde voorganger in het huis des HEEREN (Jer. 20:1). Toen hij Jeremia hoorde profeteren, sloeg hij hem en zette hem in de gevangenis in de bovenste poort van Benjamin (Jer. 20:2). De volgende dag laat hij hem gaan, en dan zegt Jeremia: "De HEERE noemt uw naam niet Pashur, maar Magor-missabib" (Jer. 20:3). Die naam betekent: schrik van rondom. Er staat bij wat ermee bedoeld is: hij zal zichzelf tot een schrik zijn en zijn vrienden zullen vallen (Jer. 20:4).

Bijbelse betekenis: Merk op wie hier de profeet slaat. Geen heidense vorst en geen vijandig leger, maar de opziener van de tempel; het geweld komt uit het heiligdom. Dat is in dit boek een terugkerende zaak: de zwaarste tegenstand komt van binnenuit (reeds behandeld bij Jer. 11:21). Let vervolgens op wat het geven van een naam betekent. Een naam zegt in de Schrift wat iemand is geworden; wie een ander schrik aandeed, krijgt de schrik als naam. Let ten slotte op wat Jeremia niet doet. Hij slaat niet terug en hij zwijgt ook niet; hij zegt precies wat hem opgedragen is, ook meteen na de nacht in de gevangenbank.

Typologie: Ook de apostelen werden door de overheid van de tempel gegeseld en gingen daarna heen "verblijd zijnde, dat zij waren waardig geacht geweest, om Zijns Naams wil smaadheid te lijden" (Hand. 5:41). En de Heere Jezus zei vooraf dat men de Zijnen in de synagogen zou geselen (Matt. 10:17).

Jer. 20:1-6; Jer. 11:21; Hand. 5:41; Matt. 10:17

Een brandend vuur in de beenderen  — de profeet wil ophouden met spreken en kan het niet (Jer. 20:7-13)

"HEERE! Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest, en hebt overmocht; ik ben den gansen dag tot een belachen" (Jer. 20:7). Er staat bij waarom: het woord des HEEREN is hem de hele dag tot smaad en schimp geworden (Jer. 20:8). Dan neemt hij een besluit: "Ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn Naam spreken." Maar het loopt anders: "het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet" (Jer. 20:9). Even verderop slaat de toon om: "de HEERE is met mij als een verschrikkelijk Held" (Jer. 20:11), en het gedeelte eindigt in lofzang: "Zingt den HEERE, prijst den HEERE; want Hij heeft de ziel des nooddruftigen uit de hand der boosdoeners verlost" (Jer. 20:13).

Bijbelse betekenis: Merk op hoe openhartig Jer. 20:7 is. Hij zegt God dat Hij te sterk voor hem was; dat is geen vroom woord maar een verwijt, en de Schrift laat het staan. Let vervolgens op het besluit en wat ermee gebeurt. Hij neemt zich voor te zwijgen, en dat lukt niet; het woord zelf laat hem niet los. Dat zegt iets over de aard van een roeping: zij houdt niet op wanneer de moed op is. Let ten slotte op de omslag in Jer. 20:11-13. Zij komt niet doordat de omstandigheden veranderd zijn — de spot duurt voort — maar doordat hij weet Wie er bij hem staat. Dat is dezelfde beweging als in de boetpsalmen (reeds behandeld bij Ps. 6:9-10).

Typologie: Paulus kent dezelfde onontkoombaarheid: "want indien ik het Evangelie verkondige, het is mij geen roem; want de nood is mij opgelegd. En wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig!" (1 Kor. 9:16). En de twee apostelen antwoorden de Raad: "wij kunnen niet laten te spreken, hetgeen wij gezien en gehoord hebben" (Hand. 4:20).

Jer. 20:7-13; Ps. 6:9-10; 1 Kor. 9:16; Hand. 4:20

De vervloeking van de geboortedag  — het donkerste gedeelte van het boek, dat onmiddellijk op een lofzang volgt (Jer. 20:14-18)

"Vervloekt zij de dag, op welken ik geboren ben; de dag, op welken mijn moeder mij gebaard heeft, zij niet gezegend!" (Jer. 20:14). Wat volgt gaat nog verder: hij vervloekt de man die zijn vader het bericht van zijn geboorte bracht (Jer. 20:15). En het hoofdstuk sluit met een vraag: "Waarom ben ik toch uit de baarmoeder voortgekomen, om moeite en droefenis te zien, en dat mijn dagen in beschaamdheid vergaan?" (Jer. 20:18). Vlak hiervóór stond de oproep om de HEERE te prijzen (Jer. 20:13).

Bijbelse betekenis: Merk op waar dit gedeelte staat. Het volgt op een lofzang, en de Schrift zet de volgorde niet recht; het register laat die volgorde ook staan. Wie meent dat geloof betekent dat het na de lofzang niet meer donker wordt, vindt hier het tegendeel. Let vervolgens op wat er wél en niet gebeurt. Hij vervloekt de dag van zijn geboorte, maar hij vervloekt God niet, en hij neemt niets in eigen hand; alles wordt tegen God uitgesproken en niet buiten Hem om. Dat is dezelfde omgang als bij Job (reeds behandeld bij Job 3:11). Let ten slotte op wat de Schrift hier niet doet. Er staat geen bestraffing en geen verklaring achter, en er wordt niets goedgepraat. Wie zich in deze woorden herkent, doet er goed aan ze niet alleen te dragen, maar erover te spreken met iemand die meeleest en meebidt.

Typologie: Job spreekt dezelfde vervloeking uit, en ook daar veroordeelt de Schrift de klacht niet (reeds behandeld bij Job 3:11). En Paulus schrijft dat hij bezwaard was boven zijn macht, opdat hij niet op zichzelf zou vertrouwen maar op God, Die de doden verwekt (reeds behandeld bij 2 Kor. 1:9).

Jer. 20:14-18; Jer. 20:13; Job 3:11; 2 Kor. 1:9

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding ambt

Een brandend vuur, besloten in mijn beenderen — 20:7-13

Jeremia heeft een nacht in het blok gestaan, aan de Benjaminspoort, op bevel van de priester Pashur. Als hij losgelaten wordt, spreekt hij God aan in woorden die zo scherp zijn dat men zich afvraagt of ze wel in de Bijbel horen. Ze horen er wel.

De profeet verwijt God dat Hij hem overgehaald heeft, besluit te zwijgen, en ontdekt dat hij dat niet kan.

Het begint met een aanklacht tegen God Zelf: “HEERE! Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest, en hebt overmocht.” De kanttekening laat de scherpte van dat woord staan en vertaalt het met verlokt, overgehaald, omgepraat, zoals men zegt. Sommigen betrekken het op zijn roeping. Toen wierp hij tegen dat hij jong was en niet spreken kon, en God nam die tegenwerping niet aan.

Wat hem dwarszit is niet de gevangenschap maar de spot. De hele dag is hij een voorwerp van gelach; het woord van de HEERE is hem tot smaad en tot schimp geworden. Hij spreekt namens God, en het levert hem alleen hoon op.

Dus neemt hij een besluit dat iedere vermoeide dienstknecht wel eens genomen heeft: “Dies zeide ik: Ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn Naam spreken.” Ophouden. Er niet meer over beginnen. En dan komt de zin waaraan dit hoofdstuk zijn plaats dankt: “maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet.” De kanttekening zegt wat dat vuur is: het Woord van de HEERE, door de krachtige werking van de Heilige Geest. En zij legt dat konde niet zo uit: hij werd moe van het inhouden, en kon de Geest van de HEERE niet weerstaan; hij moest met zijn dienst doorgaan.

Zo staat er een man in de Schrift die zijn ambt niet meer wilde en het toch niet kwijtraakte. Paulus kent dat, en hij zegt het bijna in dezelfde bewoordingen: het is mij geen roem dat ik het Evangelie verkondig, want de nood is mij opgelegd — en wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig.

En hier ligt de lijn naar Christus, al is zij niet die van een afbeelding. Van alle profeten geldt dat het woord dat zij dragen groter is dan zijzelf; zij worden erdoor voortgedreven en zij bezwijken eronder. Alleen bij Eén is het woord niet iets dat van buiten kwam en Hem te sterk werd. De Hebreeënbrief zet die twee naast elkaar in zijn allereerste zin: God heeft voortijds tot de vaderen gesproken door de profeten, en in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon. De profeten hadden het vuur in hun beenderen; de Zoon is Zelf het Woord.

Het hoofdstuk laat zich overigens niet netjes afronden, en dat is de eerlijkheid ervan. Er volgt eerst een loflied: zingt den HEERE, prijst den HEERE, want Hij heeft de ziel des nooddruftigen verlost. En daarna, in dezelfde adem, de vervloeking van de dag waarop hij geboren werd. De Schrift zet die twee zonder verklaring achter elkaar, en zij haalt geen van beide weg.

  1. Jeremia 1:6-9 — Bij zijn roeping wierp hij tegen dat hij jong was; God nam die tegenwerping niet aan.
  2. Jeremia 20:7 — Gij hebt mij overreed, en Gij zijt mij te sterk geweest.
  3. Jeremia 20:9 — Hij besluit te zwijgen, en het woord wordt een vuur in zijn beenderen.
  4. 1 Korinthe 9:16 — Paulus: de nood is mij opgelegd; wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig.
  5. Handelingen 4:20 — Wij kunnen niet laten te spreken hetgeen wij gezien en gehoord hebben.
  6. Hebreeën 1:1-2 — God sprak door de profeten; in deze laatste dagen heeft Hij gesproken door de Zoon.

In het Nieuwe Testament: 1 Korinthe 9:16; Hebreeën 1:1-2; Handelingen 4:20; Lukas 4:28-29; 2 Korinthe 4:8-9

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jeremia 20 niet aan, en de profeet wordt hier niet als afbeelding van Christus gebruikt. Wat er in de tekst zelf staat is het ambt dat zwaarder is dan de drager: een man die wil zwijgen en het niet kan. Het verband met Christus loopt niet over de gelijkenis maar over het verschil, en dat verschil noemt de Hebreeënbrief in zijn eerste twee verzen: God sprak door de profeten, en Hij heeft in deze laatste dagen gesproken door de Zoon.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jeremia 20

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content