Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Zo zegt de HEERE: Ga henen en koop een pottenbakkerskruik, en neem tot u van de oudsten des volks, en van de oudsten der priesteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: Ga henen en koopH7069 een pottenbakkerskruikH3335, en neem tot u van de oudstenH2205 des volksH5971, en van de oudstenH2205 der priesterenH3548.Zo zegt de HEERE: Ga henen en koop een pottenbakkerskruik, en neem tot u van de oudsten des volks, en van de oudsten der priesteren.
KJVThus saith2the LORD,3Go4and get5a potter's7earthen8bottle,6and take of the ancients9of the people,10and of the ancients11of the priests;
1כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4הָל֛וֹךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl5וְקָנִ֥יתָH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily6בַקְבֻּ֖קH1228kruikbottle, cruse7יוֹצֵ֣רH3335geformeerd, formeert, pottenbakker[idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose8חָ֑רֶשׂH2789aarden, potscherf, schervenearth(-en), (pot-) sherd, [phrase] stone9וּמִזִּקְנֵ֣יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator10הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11וּמִזִּקְנֵ֖יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator12הַכֹּהֲנִֽיםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
2En ga uit naar het dal des zoons van Hinnom, dat voor de deur der Zonnepoort is, en roep aldaar uit de woorden, die Ik tot u spreken zal;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En ga uit naarH413 het dalH1516 des zoonsH1121 van HinnomH2011, datH834 voor de deurH6607 der ZonnepoortH2777 is, en roepH7121aldaarH8033 uit de woordenH1697, dieH834 Ik totH413 u sprekenH1696 zal;En ga uit naar het dal des zoons van Hinnom, dat voor de deur der Zonnepoort is, en roep aldaar uit de woorden, die Ik tot u spreken zal;
KJVAnd go forth1unto the valley3of the son4of Hinnom,5which is by the entry7of the east9gate,8and proclaim10there the words13that I shall tell
1וְיָצָ֨אתָ֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3גֵּ֣יאH1516dal, dalen, valleivalley4בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5הִנֹּ֔םH2011HinnomHinnom6אֲשֶׁ֕רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7פֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place8שַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)9הַֽחַרְסִ֑יתH2777Zonnepoorteast10וְקָרָ֣אתָH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say11שָּׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15אֲדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work16אֵלֶֽיךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
3En zeg: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem! Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal een kwaad brengen over deze plaats, van hetwelk een ieder, die het hoort, zijn oren klinken zullen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En zegH559: HoortH8085 des HEERENH3068woordH1697, gij koningenH4428 van JudaH3063 en inwonersH3427 van JeruzalemH3389! AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430IsraelsH3478: ZietH2005, Ik zal een kwaadH7451brengenH935overH5921dezeH2088plaatsH4725, van hetwelkH834 een iederH3605, die het hoortH8085, zijn orenH241klinkenH6750 zullen;En zeg: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem! Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal een kwaad brengen over deze plaats, van hetwelk een ieder, die het hoort, zijn oren klinken zullen;
KJVAnd say,1Hear2ye the word3of the LORD,4O kings5of Judah,6and inhabitants7of Jerusalem;8Thus saith10the LORD11of hosts,12the God13of Israel;14Behold, I will bring16evil17upon this place,19the which whosoever heareth,23his ears25shall tingle.
1וְאָֽמַרְתָּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שִׁמְע֣וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal6יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah7וְיֹשְׁבֵ֖יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8יְרֽוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem9כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder10אָמַר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12צְבָא֜וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)13אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though16מֵבִ֤יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17רָעָה֙H7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19הַמָּק֣וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)20הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)21אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection22כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23שֹׁמְעָ֖הּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness24תִּצַּ֥לְנָהH6750klinken, gebeefdquiver, tingle25אָזְנָֽיוH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show
4Omdat zij Mij verlaten, en deze plaats vervreemd, en andere goden daarin gerookt hebben die zij niet gekend hebben, zij, noch hun vaderen, noch de koningen van Juda; en hebben deze plaats vervuld met bloed der onschuldigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Omdat zij Mij verlatenH5800, en dezeH2088plaatsH4725vervreemdH5234, en andere godenH430 daarin gerooktH6999 hebben die zij nietH3808gekendH3045 hebben, zijH1992, noch hun vaderenH1, noch de koningenH4428 van JudaH3063; en hebben dezeH2088plaatsH4725vervuldH4390 met bloedH1818 der onschuldigenH5355.Omdat zij Mij verlaten, en deze plaats vervreemd, en andere goden daarin gerookt hebben die zij niet gekend hebben, zij, noch hun vaderen, noch de koningen van Juda; en hebben deze plaats vervuld met bloed der onschuldigen.
KJVBecause they have forsaken3me, and have estranged4this place,6and have burned incense8in it unto other11gods,10whom neither they nor their fathers16have known,14nor the kings17of Judah,18and have filled19this place21with the blood23of innocents;
1יַ֣עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why2אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3עֲזָבֻ֗נִיH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely4וַֽיְנַכְּר֞וּH5234kennen, kende, kentacknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַמָּק֤וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)7הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8וַיְקַטְּרוּH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)9בוֹ֙10לֵאלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11אֲחֵרִ֔יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange12אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יְדָע֛וּםH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot15הֵ֥מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye16וַאֲבֽוֹתֵיהֶ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17וּמַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal18יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah19וּמָֽלְא֛וּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21הַמָּק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)22הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)23דַּ֥םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent24נְקִיִּֽםH5355onschuldig, onschuldige, onschuldigenblameless, clean, clear, exempted, free, guiltless, innocent, quit
5Want zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, om hun zonen met vuur te verbranden, aan Baal tot brandofferen; hetwelk Ik niet geboden, noch gesproken heb, noch in Mijn hart is opgekomen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Want zij hebben de hoogtenH1116 van BaalH1168gebouwdH1129, om hun zonenH1121 met vuurH784 te verbrandenH8313, aanH5921BaalH1168 tot brandofferenH5930; hetwelkH834 Ik nietH3808gebodenH6680, nochH3808gesprokenH1696 heb, nochH3808 in Mijn hartH3820 is opgekomenH5927?Want zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, om hun zonen met vuur te verbranden, aan Baal tot brandofferen; hetwelk Ik niet geboden, noch gesproken heb, noch in Mijn hart is opgekomen?
KJVThey have built1also the high places3of Baal,4to burn5their sons7with fire8for burnt offerings9unto Baal,10which I commanded13not, nor spake15it, neither came17it into my mind:
1וּבָנ֞וּH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בָּמ֣וֹתH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave4הַבַּ֗עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim5לִשְׂרֹ֧ףH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּנֵיהֶ֛םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8בָּאֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot9עֹל֣וֹתH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)10לַבָּ֑עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim11אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13צִוִּ֨יתִי֙H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order14וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15דִבַּ֔רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work16וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17עָלְתָ֖הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19לִבִּֽיH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
6Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat deze plaats niet meer zal genoemd worden het Tofeth, of dat des zoons van Hinnom, maar Moorddal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6DaaromH3651, zietH2009, de dagenH3117komenH935, spreektH5002 de HEEREH3068, dat dezeH2088plaatsH4725nietH3808meerH5750 zal genoemdH7121 worden het TofethH8612, ofH518 dat des zoonsH1121 van HinnomH2011, maarH3588MoorddalH1516.Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat deze plaats niet meer zal genoemd worden het Tofeth, of dat des zoons van Hinnom, maar Moorddal.
Ook in dit vers
dalH1516
KJVTherefore, behold, the days3come,4saith5the LORD,6that this place9shall no more be called8Tophet,12nor The valley13of the son14of Hinnom,15but The valley18of slaughter.
1לָכֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2הִנֵּֽהH2009ziet, ziebehold, lo, see3יָמִ֤יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4בָּאִים֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith6יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יִקָּרֵא֩H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say9לַמָּק֨וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)10הַזֶּ֥הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11ע֛וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)12הַתֹּ֖פֶתH8612Tofeth, ThofethTophet, Topheth13וְגֵ֣יאH1516dal, dalen, valleivalley14בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15הִנֹּ֑םH2011HinnomHinnom16כִּ֖יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet18גֵּ֥יאH1516dal, dalen, valleivalley19הַהֲרֵגָֽהH2028dodingslaughter
7Want Ik zal den raad van Juda en Jeruzalem in deze plaats verijdelen, en zal hen voor het aangezicht hunner vijanden doen vallen door het zwaard, en door de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en Ik zal hun dode lichamen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Want Ik zal den raadH6098 van JudaH3063 en JeruzalemH3389 in deze plaatsH4725verijdelenH1238, en zal hen voor het aangezichtH6440 hunner vijandenH341 doen vallenH5307 door het zwaardH2719, en door de handH3027 dergenen, die hun zielH5315zoekenH1245; en Ik zal hun dode lichamenH5038 het gevogelteH5775 des hemelsH8064 en het gedierteH929 der aardeH776 tot spijzeH3978gevenH5414.Want Ik zal den raad van Juda en Jeruzalem in deze plaats verijdelen, en zal hen voor het aangezicht hunner vijanden doen vallen door het zwaard, en door de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en Ik zal hun dode lichamen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze geven.
KJVAnd I will make void1the counsel3of Judah4and Jerusalem5in this place;6and I will cause them to fall8by the sword9before10their enemies,11and by the hands12of them that seek13their lives:14and their carcases17will I give15to be meat18for the fowls19of the heaven,20and for the beasts21of the earth.
1וּ֠בַקֹּתִיH1238ledig, ganselijk, ledigmakers(make) empty (out), fail, [idiom] utterly, make void2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3עֲצַ֨תH6098raad, raadslag, raadslagenadvice, advisement, counsel(l-(or)), purpose4יְהוּדָ֤הH3063JudaJudah5וִירוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem6בַּמָּק֣וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)7הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8וְהִפַּלְתִּ֤יםH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down9בַּחֶ֨רֶב֙H2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool10לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11אֹֽיְבֵיהֶ֔םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe12וּבְיַ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13מְבַקְשֵׁ֣יH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)14נַפְשָׁ֑םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it15וְנָתַתִּ֤יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17נִבְלָתָם֙H5038dood aas, dood lichaam, dode lichaam(dead) body, (dead) carcase, dead of itself, which died, (beast) that (which) dieth of itself18לְמַֽאֲכָ֔לH3978spijze, spijs, Spijzefood, fruit, (bake-)meat(-s), victual19לְע֥וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl20הַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)21וּלְבֶהֱמַ֥תH929beesten, vee, beestbeast, cattle22הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
8En Ik zal deze stad zetten tot een ontzetting en tot een aanfluiting; al wie voorbij haar gaat, zal zich ontzetten en fluiten over al haar plagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En Ik zal dezeH2063stadH5892zettenH7760 tot een ontzettingH8047 en tot een aanfluitingH8322; alH3605 wie voorbijH5674 haar gaat, zal zich ontzettenH8074 en fluitenH8319overH5921alH3605 haar plagenH4347.En Ik zal deze stad zetten tot een ontzetting en tot een aanfluiting; al wie voorbij haar gaat, zal zich ontzetten en fluiten over al haar plagen.
KJVAnd I will make1this city3desolate,5and an hissing;6every one that passeth8thereby shall be astonished10and hiss11because of all the plagues
1וְשַׂמְתִּי֙H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus5לְשַׁמָּ֖הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing6וְלִשְׁרֵקָ֑הH8322aanfluitinghissing7כֹּ֚לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8עֹבֵ֣רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath9עָלֶ֔יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10יִשֹּׁ֥םH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder11וְיִשְׁרֹ֖קH8319fluiten, toesissen, aanfluitenhiss12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14מַכֹּתֶֽהָH4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)
9En Ik zal hunlieden het vlees hunner zonen en het vlees hunner dochteren doen eten, en zij zullen eten, een iegelijk het vlees zijns naasten, in de belegering en in de benauwing, waarmede hen hun vijanden, en die hun ziel zoeken, benauwen zullen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En Ik zal hunlieden het vleesH1320 hunner zonenH1121 en het vleesH1320 hunner dochterenH1323 doen etenH398, en zij zullen etenH398, een iegelijkH376 het vleesH1320 zijns naastenH7453, in de belegeringH4692 en in de benauwingH4689, waarmede hen hun vijandenH341, en dieH834 hun zielH5315zoekenH1245, benauwenH6693 zullen.En Ik zal hunlieden het vlees hunner zonen en het vlees hunner dochteren doen eten, en zij zullen eten, een iegelijk het vlees zijns naasten, in de belegering en in de benauwing, waarmede hen hun vijanden, en die hun ziel zoeken, benauwen zullen.
KJVAnd I will cause them to eat1the flesh3of their sons4and the flesh6of their daughters,7and they shall eat11every one8the flesh9of his friend10in the siege12and straitness,13wherewith their enemies,17and they that seek18their lives,19shall straiten
1וְהַֽאֲכַלְתִּ֞יםH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּשַׂ֣רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin4בְּנֵיהֶ֗םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בְּשַׂ֣רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin7בְּנֹתֵיהֶ֔םH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village8וְאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9בְּשַׂרH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin10רֵעֵ֖הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other11יֹאכֵ֑לוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite12בְּמָצוֹר֙H4692belegering, vaste, bolwerkbesieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower13וּבְמָצ֔וֹקH4689benauwing, angst, benauwdanguish, distress, straitness14אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15יָצִ֧יקוּH6693benauwen, beangstigen, benauwersconstrain, distress, lie sore, (op-) press(-or), straiten16לָהֶ֛ם17אֹיְבֵיהֶ֖םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe18וּמְבַקְשֵׁ֥יH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)19נַפְשָֽׁםH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
10Dan zult gij de kruik verbreken voor de ogen der mannen, die met u gegaan zijn;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Dan zult gij de kruikH1228verbrekenH7665 voor de ogenH5869 der mannenH582, die met u gegaanH1980 zijn;Dan zult gij de kruik verbreken voor de ogen der mannen, die met u gegaan zijn;
KJVThen shalt thou break1the bottle2in the sight3of the menthat go
1וְשָׁבַרְתָּ֖H7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))2הַבַּקְבֻּ֑קH1228kruikbottle, cruse3לְעֵינֵי֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4הָֽאֲנָשִׁ֔יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5הַהֹלְכִ֖יםH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl6אוֹתָֽךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
11En gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Alzo zal Ik dit volk en deze stad verbreken, gelijk als men een pottenbakkersvat verbreekt, dat niet weder geheeld kan worden; en zij zullen hen in Tofeth begraven, omdat er geen andere plaats zal zijn om te begraven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En gij zult totH413 hen zeggenH559: ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Alzo zal Ik dit volkH5971 en deze stadH5892verbrekenH7665, gelijk als men een pottenbakkersvatH3335verbreektH7665, dat niet weder geheeldH7495kanH3201 worden; en zij zullen hen in TofethH8612begravenH6912, omdat er geen andere plaatsH4725 zal zijn om te begravenH6912.En gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Alzo zal Ik dit volk en deze stad verbreken, gelijk als men een pottenbakkersvat verbreekt, dat niet weder geheeld kan worden; en zij zullen hen in Tofeth begraven, omdat er geen andere plaats zal zijn om te begraven.
KJVAnd shalt say1unto them, Thus saith4the LORD5of hosts;6Even so7will I break8this people10and this city,13as one breaketh16a potter's19vessel,18that cannot22be made whole again:23and they shall bury26them in Tophet,25till there be no place28to bury.
1וְאָמַרְתָּ֨H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶ֜םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3כֹּהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder4אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6צְבָא֗וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)7כָּ֣כָהH3602alzo, op deze wijzeafter that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus8אֶשְׁבֹּ֞רH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָעָ֤םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הָעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus15כַּאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16יִשְׁבֹּר֙H7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18כְּלִ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever19הַיּוֹצֵ֔רH3335geformeerd, formeert, pottenbakker[idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose20אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22יוּכַ֥לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer23לְהֵרָפֵ֖הH7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)24ע֑וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)25וּבְתֹ֣פֶתH8612Tofeth, ThofethTophet, Topheth26יִקְבְּר֔וּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)27מֵאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)28מָק֖וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)29לִקְבּֽוֹרH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)
12Zo zal Ik deze plaats doen, spreekt de HEERE, en haar inwoners; en dat om deze stad te stellen als een Tofeth.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12ZoH3651 zal Ik deze plaatsH4725doenH6213, spreektH5002 de HEEREH3068, en haar inwonersH3427; en dat om deze stadH5892 te stellenH5414 als een TofethH8612.Zo zal Ik deze plaats doen, spreekt de HEERE, en haar inwoners; en dat om deze stad te stellen als een Tofeth.
KJVThus will I do2unto this place,3saith5the LORD,6and to the inhabitants7thereof, and even make8this city10as Tophet:
1כֵּֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2אֶעֱשֶׂ֞הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3לַמָּק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)4הַזֶּ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)5נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith6יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וּלְיֽוֹשְׁבָ֑יוH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8וְלָתֵ֛תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָעִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus12כְּתֹֽפֶתH8612Tofeth, ThofethTophet, Topheth
13En de huizen van Jeruzalem en de huizen der koningen van Juda zullen, gelijk alle plaatsen van Tofeth, onrein worden, met al de huizen, op welker daken zij aan al het heir des hemels gerookt en aan vreemde goden drankofferen geofferd hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En de huizenH1004 van JeruzalemH3389 en de huizenH1004 der koningenH4428 van JudaH3063 zullen, gelijk alle plaatsenH4725 van TofethH8612, onreinH2931 worden, met alH3605 de huizenH1004, op welker dakenH1406zijH1961 aan alH3605 het heirH6635 des hemelsH8064gerooktH6999 en aan vreemdeH312godenH430drankofferenH5262geofferdH5258 hebben.En de huizen van Jeruzalem en de huizen der koningen van Juda zullen, gelijk alle plaatsen van Tofeth, onrein worden, met al de huizen, op welker daken zij aan al het heir des hemels gerookt en aan vreemde goden drankofferen geofferd hebben.
KJVAnd the houses2of Jerusalem,3and the houses4of the kings5of Judah,6shall be defiled9as the place7of Tophet,8because of all the houses11upon whose roofs15they have burned incense13unto all the host17of heaven,18and have poured out19drink offerings20unto other22gods.
1וְהָי֞וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בָּתֵּ֣יH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3יְרוּשָׁלִַ֗םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem4וּבָתֵּי֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal6יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah7כִּמְק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)8הַתֹּ֖פֶתH8612Tofeth, ThofethTophet, Topheth9הַטְּמֵאִ֑יםH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean10לְכֹ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הַבָּתִּ֗יםH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13קִטְּר֜וּH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15גַּגֹּֽתֵיהֶם֙H1406dak, dakenroof (of the house), (house) top (of the house)16לְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17צְבָ֣אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)18הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)19וְהַסֵּ֥ךְH5258offeren, goot, geofferdcover, melt, offer, (cause to) pour (out), set (up)20נְסָכִ֖יםH5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image21לֵאלֹהִ֥יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty22אֲחֵרִֽיםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange
14Toen nu Jeremia van Tofeth kwam, waarhenen hem de HEERE gezonden had, om te profeteren, stond hij in het voorhof van des HEEREN huis, en zeide tot al het volk:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen nu JeremiaH3414 van TofethH8612kwamH935, waarhenen hem de HEEREH3068gezondenH7971 had, om te profeterenH5012, stondH5975 hij in het voorhofH2691 van des HEERENH3068huisH1004, en zeideH559totH413alH3605 het volkH5971:Toen nu Jeremia van Tofeth kwam, waarhenen hem de HEERE gezonden had, om te profeteren, stond hij in het voorhof van des HEEREN huis, en zeide tot al het volk:
KJVThen came1Jeremiah2from Tophet,3whither the LORD6had sent5him to prophesy;8and he stood9in the court10of the LORD'S12house;11and said13to all the people,
1וַיָּבֹ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2יִרְמְיָ֨הוּ֙H3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah3מֵֽהַתֹּ֔פֶתH8612Tofeth, ThofethTophet, Topheth4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5שְׁלָח֧וֹH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither8לְהִנָּבֵ֑אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet9וַֽיַּעֲמֹד֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry10בַּחֲצַ֣רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village11בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
15Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal over deze stad, en over al haar steden, al het kwaad brengen, dat Ik over haar gesproken heb; omdat zij hun nek verhard hebben, om Mijn woorden niet te horen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430IsraelsH3478: ZietH2005, Ik zal over dezeH2063stadH5892, en overH5921 al haar stedenH5892, alH3605 het kwaadH7451brengenH935, dat Ik overH5921 haar gesprokenH1696 heb; omdatH3588 zij hun nekH6203verhardH7185 hebben, om Mijn woordenH1697nietH1115 te horenH8085.Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal over deze stad, en over al haar steden, al het kwaad brengen, dat Ik over haar gesproken heb; omdat zij hun nek verhard hebben, om Mijn woorden niet te horen.
KJVThus saith2the LORD3of hosts,4the God5of Israel;6Behold, I will bring8upon this city10and upon all her towns14all the evil17that I have pronounced19against it, because they have hardened22their necks,24that they might not hear26my words.
1כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֞רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָאוֹת֙H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though8מֵבִ֜יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הָעִ֤ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11הַזֹּאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus12וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14עָרֶ֔יהָH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town15אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17הָ֣רָעָ֔הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)18אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19דִּבַּ֖רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work20עָלֶ֑יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22הִקְשׁוּ֙H7185hard, verhard, verharddebe cruel, be fiercer, make grievous, be ((ask a), be in, have, seem, would) hard(-en, (labour), -ly, thing), be sore, (be, make) stiff(-en, (-necked))23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24עָרְפָּ֔םH6203nek, hardnekkig, nek toekerenback ((stiff-) neck((-ed)25לְבִלְתִּ֖יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without26שְׁמ֥וֹעַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness27אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)28דְּבָרָֽיH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 19:1— Zo zegt de HEERE: Ga henen en koop een pottenbakkerskruik, en neem tot u van de oudsten des volks, en van de oudsten der priesteren.Ezechiël 8:11→Jesaja 30:14→Numeri 11:16→Jeremia 18:2→Klaagliederen 4:2→Jeremia 32:14→Mattheüs 27:41→2 Koningen 19:2→
Jeremia 19:2— En ga uit naar het dal des zoons van Hinnom, dat voor de deur der Zonnepoort is, en roep aldaar uit de woorden, die Ik tot u spreken zal;Jozua 15:8→2 Koningen 23:10→Jeremia 32:35→2 Kronieken 28:3→Jeremia 7:31→2 Kronieken 33:6→Jeremia 3:12→Handelingen 20:27→
Jeremia 19:3— En zeg: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem! Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal een kwaad brengen over deze plaats, van hetwelk een ieder, die het hoort, zijn oren klinken zullen;1 Samuël 3:11→Jeremia 17:20→Jesaja 28:19→Jeremia 6:19→2 Koningen 21:12→Openbaring 2:29→Psalmen 2:10→Psalmen 110:5→
Jeremia 19:4— Omdat zij Mij verlaten, en deze plaats vervreemd, en andere goden daarin gerookt hebben die zij niet gekend hebben, zij, noch hun vaderen, noch de koningen van Juda; en hebben deze plaats vervuld met bloed der onschuldigen.Jeremia 2:34→2 Koningen 21:16→Jesaja 65:11→Deuteronomium 28:20→Jeremia 7:9→Jesaja 59:7→Jeremia 17:13→Daniël 9:5→
Jeremia 19:5— Want zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, om hun zonen met vuur te verbranden, aan Baal tot brandofferen; hetwelk Ik niet geboden, noch gesproken heb, noch in Mijn hart is opgekomen?Leviticus 18:21→Jeremia 32:35→Psalmen 106:37→2 Koningen 17:17→Numeri 22:41→Deuteronomium 12:31→Jeremia 7:31→2 Kronieken 28:3→
Jeremia 19:6— Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat deze plaats niet meer zal genoemd worden het Tofeth, of dat des zoons van Hinnom, maar Moorddal.Jozua 15:8→Jeremia 19:2→Jesaja 30:33→Jeremia 19:11→Jeremia 7:32→
Jeremia 19:7— Want Ik zal den raad van Juda en Jeruzalem in deze plaats verijdelen, en zal hen voor het aangezicht hunner vijanden doen vallen door het zwaard, en door de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en Ik zal hun dode lichamen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze geven.Leviticus 26:17→Jeremia 16:4→Psalmen 33:10→Jeremia 15:2→Deuteronomium 28:25→Jesaja 28:17→Psalmen 79:2→Jeremia 15:9→
Jeremia 19:8— En Ik zal deze stad zetten tot een ontzetting en tot een aanfluiting; al wie voorbij haar gaat, zal zich ontzetten en fluiten over al haar plagen.Jeremia 18:16→1 Koningen 9:8→Jeremia 49:13→2 Kronieken 7:20→Jeremia 50:13→Sefanja 2:15→Klaagliederen 2:15→Jeremia 25:18→
Jeremia 19:9— En Ik zal hunlieden het vlees hunner zonen en het vlees hunner dochteren doen eten, en zij zullen eten, een iegelijk het vlees zijns naasten, in de belegering en in de benauwing, waarmede hen hun vijanden, en die hun ziel zoeken, benauwen zullen.Klaagliederen 4:10→Leviticus 26:29→Jesaja 9:20→Ezechiël 5:10→Klaagliederen 2:20→Deuteronomium 28:53→2 Koningen 6:26→
Jeremia 19:10— Dan zult gij de kruik verbreken voor de ogen der mannen, die met u gegaan zijn;Jeremia 19:1→Jeremia 51:63→Jeremia 48:12→
Jeremia 19:11— En gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Alzo zal Ik dit volk en deze stad verbreken, gelijk als men een pottenbakkersvat verbreekt, dat niet weder geheeld kan worden; en zij zullen hen in Tofeth begraven, omdat er geen andere plaats zal zijn om te begraven.Psalmen 2:9→Jesaja 30:14→Klaagliederen 4:2→Openbaring 2:27→Jeremia 7:31→Jeremia 19:6→Jeremia 13:14→
Jeremia 19:12— Zo zal Ik deze plaats doen, spreekt de HEERE, en haar inwoners; en dat om deze stad te stellen als een Tofeth.Jeremia 10:13→Jeremia 11:5→
Jeremia 19:13— En de huizen van Jeruzalem en de huizen der koningen van Juda zullen, gelijk alle plaatsen van Tofeth, onrein worden, met al de huizen, op welker daken zij aan al het heir des hemels gerookt en aan vreemde goden drankofferen geofferd hebben.Jeremia 32:29→2 Koningen 23:12→Sefanja 1:5→Jeremia 7:18→Deuteronomium 4:19→Psalmen 74:7→Psalmen 79:1→2 Koningen 23:10→
Jeremia 19:14— Toen nu Jeremia van Tofeth kwam, waarhenen hem de HEERE gezonden had, om te profeteren, stond hij in het voorhof van des HEEREN huis, en zeide tot al het volk:Jeremia 26:2→2 Kronieken 20:5→Jeremia 19:2→Lukas 21:37→Jeremia 17:19→Handelingen 5:20→2 Kronieken 24:20→
Jeremia 19:15— Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal over deze stad, en over al haar steden, al het kwaad brengen, dat Ik over haar gesproken heb; omdat zij hun nek verhard hebben, om Mijn woorden niet te horen.Jeremia 7:26→Jeremia 17:23→Nehemia 9:29→Nehemia 9:17→2 Kronieken 36:16→Jeremia 35:15→Zacharia 7:11→Psalmen 58:2→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 19 vers 1— Zo zegt de HEERE: Ga henen en koop een pottenbakkerskruik, en neem tot u van de oudsten des volks, en van de oudsten der priesteren.
pottenbakkers
Hebreeuws, kruik, kan, of fles, van een formeerder van een potscherf, of aarden vat; dat is, een fles, die van een pottenbakker gemaakt is. Anders: een pottenbakkers aarden fles, alzo dat het woord, dat een potscherf of aarden vat betekent, gevoegd wordt bij het woord kruik, en het woord formeerder [gelijk elders] alleen voor een pottenbakker gebruikt wordt, de zaak opeen uitkomende.
Hertaald:pottenbakkers
Hebreeuws: kruik, kan of fles van een formeerder van een potscherf of aarden vat — dat is: een fles die door een pottenbakker gemaakt is. Anders: een aarden pottenbakkersfles, waarbij het woord dat een potscherf of aarden vat betekent bij het woord kruik gevoegd wordt en het woord formeerder, zoals elders, alleen voor pottenbakker gebruikt wordt; het komt op hetzelfde neer.
kruik,
Hebreeuws, bakbuk, dat ene kruik, fles, of ander drink [of watervat, betekent, hebbende den naam van de holle ledigheid, of het ledigen; zie onder vs.7. Wat deze aarden fles betekent zie vs.10,11.
Hertaald:kruik,
Hebreeuws: bakbuk, wat een kruik, fles of ander drink- of watervat betekent, genoemd naar de holle leegte of het legen; zie hieronder vers 7. Wat deze aarden fles betekent, zie vers 10 en 11.
neem tot u
Zie onder vs.10.
Hertaald:neem tot u
Zie hieronder vers 10.
Jeremia 19 vers 2— En ga uit naar het dal des zoons van Hinnom, dat voor de deur der Zonnepoort is, en roep aldaar uit de woorden, die Ik tot u spreken zal;
zoons van Hinnom,
Gelijk boven Jer. 7:31 . Zie 2 Kon. 23:10 .
Hertaald:zoons van Hinnom,
Zoals hierboven Jer. 7:31. Zie 2 Kon. 23:10.
Zonnepoort
Alzo genoemd [naar sommiger gevoelen] omdat zij was in het oosten van het voorhof des tempels, waarvan onder vs.14; zie ook Neh. 3:29 . Doch anderen verstaan veel meer dat zij alzo genoemd is omdat zij stond in het zuiden tegen de hitte van de middagzon, alwaar het dal Hinnoms lag; Joz. 15:8 .
Hertaald:Zonnepoort
Zo genoemd, naar de mening van sommigen, omdat zij in het oosten van het voorhof van de tempel lag, waarover hieronder vers 14; zie ook Neh. 3:29. Maar anderen menen veeleer dat zij zo genoemd is omdat zij in het zuiden stond, blootgesteld aan de hitte van de middagzon, waar het dal van Hinnom lag; Joz. 15:8.
Jeremia 19 vers 3— En zeg: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem! Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal een kwaad brengen over deze plaats, van hetwelk een ieder, die het hoort, zijn oren klinken zullen;
koningen van Juda
Dat is, koning met zijne vorsten en regenten, gelijk enigen dit verstaan; vergelijk onder Jer. 46:25 . Anders kan men het ook passen op den tegenwoordigen koning en zijne navolgers, tot de Babylonische gevangenschap toe.
Hertaald:koningen van Juda
Dat is: de koning met zijn vorsten en bestuurders, zoals sommigen dit verstaan; vergelijk hieronder Jer. 46:25. Anders kan men het ook betrekken op de toenmalige koning en zijn opvolgers, tot aan de Babylonische gevangenschap toe.
heirscharen,
Zie 1 Kon. 18:15 .
Hertaald:heirscharen,
Zie 1 Kon. 18:15.
kwaad
Dat is, plaag en ellende en ongeLucas
Hertaald:kwaad
Dat is: plaag, ellende en ongeluk.
oren
Zie 2 Kon. 21:12 .
Hertaald:oren
Zie 2 Kon. 21:12.
Jeremia 19 vers 4— Omdat zij Mij verlaten, en deze plaats vervreemd, en andere goden daarin gerookt hebben die zij niet gekend hebben, zij, noch hun vaderen, noch de koningen van Juda; en hebben deze plaats vervuld met bloed der onschuldigen.
vervreemd,
Van mij, anderen goden die toeeigenende, en met al zulke gruwelen vervullende, dat Ik hen niet meer voor de mijnen erken.
Hertaald:vervreemd,
Van Mij, terwijl zij die aan andere goden toeëigenden en met zulke gruwelen vervulden dat Ik hen niet meer als de Mijnen erken.
Jeremia 19 vers 5— Want zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, om hun zonen met vuur te verbranden, aan Baal tot brandofferen; hetwelk Ik niet geboden, noch gesproken heb, noch in Mijn hart is opgekomen?
Baäl
Een algemene toenaam der afgoden; zie Richt. 2:11 , welke hier ook den Moloch gegeven wordt.
Hertaald:Baäl
Een algemene benaming voor de afgoden; zie Richt. 2:11. Hier wordt die ook aan de Moloch gegeven.
vuur
Zie Lev. 18:21 .
Hertaald:vuur
Zie Lev. 18:21.
hetwelk
Zie boven Jer. 7:31-32 .
Hertaald:hetwelk
Zie hierboven Jer. 7:31-32.
Jeremia 19 vers 7— Want Ik zal den raad van Juda en Jeruzalem in deze plaats verijdelen, en zal hen voor het aangezicht hunner vijanden doen vallen door het zwaard, en door de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en Ik zal hun dode lichamen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze geven.
raad van Juda
Waardoor zij het geweld der Babyloniërs menen te ontgaan.
Hertaald:raad van Juda
Waarmee zij menen het geweld van de Babyloniërs te ontgaan.
verijdelen,
Hebreeuws, ledigmaken, of ledigen, gelijk een fles wordt geledigd, dat er gene vochtigheid meer in is; de zin is: Ik zal hen gans radeloos maken, al hunne raadslagen tenietmaken. Dit schijnt te zien op de kruik of fles [waarvan boven vs.1, en onder vs.10], hebbende den naam van ledigen.
Hertaald:verijdelen,
Hebreeuws: leegmaken of legen, zoals een fles geleegd wordt zodat er geen vocht meer in zit. De betekenis is: Ik zal hen volkomen radeloos maken en al hun raadslagen tenietdoen. Dit lijkt te zien op de kruik of fles waarover hierboven in vers 1 en hieronder in vers 10, die haar naam aan het legen ontleent.
hand dergenen,
Dat is, het geweld dergenen, die naar hun leven staan. Zie 2 Sam. 4:8 ; alzo onder vs.9.
Hertaald:hand dergenen,
Dat is: het geweld van hen die naar hun leven staan. Zie 2 Sam. 4:8; zo ook hieronder in vers 9.
dode lichamen
Hebreeuws, dood lichaam; als dikwijls.
Hertaald:dode lichamen
Hebreeuws: dood lichaam, zoals vaker.
Jeremia 19 vers 8— En Ik zal deze stad zetten tot een ontzetting en tot een aanfluiting; al wie voorbij haar gaat, zal zich ontzetten en fluiten over al haar plagen.
ontzetting
Zie boven Jer. 18:16 .
Hertaald:ontzetting
Zie hierboven Jer. 18:16.
Jeremia 19 vers 10— Dan zult gij de kruik verbreken voor de ogen der mannen, die met u gegaan zijn;
gij
Woorden van God tot Jeremia.
Hertaald:gij
Woorden van God tot Jeremia.
kruik
Waarvan boven vs.1.
Hertaald:kruik
Waarover hierboven vers 1.
met u gegaan zijn;
Zie boven vs.1.
Hertaald:met u gegaan zijn;
Zie hierboven vers 1.
Jeremia 19 vers 11— En gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Alzo zal Ik dit volk en deze stad verbreken, gelijk als men een pottenbakkersvat verbreekt, dat niet weder geheeld kan worden; en zij zullen hen in Tofeth begraven, omdat er geen andere plaats zal zijn om te begraven.
geheeld
Hebreeuws, geheeld, genezen.
Hertaald:geheeld
Hebreeuws: geheeld, genezen.
zullen hen
Zie boven Jer. 7:32 .
Hertaald:zullen hen
Zie hierboven Jer. 7:32.
Jeremia 19 vers 12— Zo zal Ik deze plaats doen, spreekt de HEERE, en haar inwoners; en dat om deze stad te stellen als een Tofeth.
Tofeth
Een onreine afschuwelijke plaats; zie vs.13 en boven Jer. 7:32 .
Hertaald:Tofeth
Een onreine, afschuwelijke plaats; zie vers 13 en hierboven Jer. 7:32.
Jeremia 19 vers 13— En de huizen van Jeruzalem en de huizen der koningen van Juda zullen, gelijk alle plaatsen van Tofeth, onrein worden, met al de huizen, op welker daken zij aan al het heir des hemels gerookt en aan vreemde goden drankofferen geofferd hebben.
met al de huizen,
Anders: om, of vanwege.
Hertaald:met al de huizen,
Anders: om, of vanwege.
daken
Omdat zij plat waren. Zie Deut. 22:8 , en onder Jer. 32:29 .
Hertaald:daken
Omdat die plat waren. Zie Deut. 22:8 en hieronder Jer. 32:29.
heir des hemels
Gelijk boven Jer. 8:2 .
Hertaald:heir des hemels
Zoals hierboven Jer. 8:2.
geofferd
Gelijk boven Jer. 7:18 .
Hertaald:geofferd
Zoals hierboven Jer. 7:18.
Jeremia 19 vers 14— Toen nu Jeremia van Tofeth kwam, waarhenen hem de HEERE gezonden had, om te profeteren, stond hij in het voorhof van des HEEREN huis, en zeide tot al het volk:
stond hij
Of, stelde hij zich, ging, of bleef staan.
Hertaald:stond hij
Of: stelde hij zich op, ging of bleef hij staan.
huis,
Dat is, tempel; in welks voorhof de gemeente vergaderde.
Hertaald:huis,
Dat is: de tempel, in wiens voorhof de gemeente samenkwam.
Jeremia 19 vers 15— Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal over deze stad, en over al haar steden, al het kwaad brengen, dat Ik over haar gesproken heb; omdat zij hun nek verhard hebben, om Mijn woorden niet te horen.
haar steden,
Die onder haar, als hoofdstad van Juda behoren.
Hertaald:haar steden,
Die als steden onder Jeruzalem, de hoofdstad van Juda, vallen.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De gebroken kruik — een tweede tekenhandeling met aardewerk, die anders afloopt dan de eerste (Jer. 19:1-13)
"Ga henen en koop een pottenbakkerskruik, en neem tot u van de oudsten des volks, en van de oudsten der priesteren" (Jer. 19:1). Hij moet met hen naar het dal van de zoon van Hinnom gaan (Jer. 19:2). Daar moet hij het oordeel uitroepen over wat op die plaats gebeurd is; het register wijst daarvoor terug naar wat er eerder in het boek over gezegd is (reeds behandeld bij Jer. 7:31-32). En dan volgt de handeling zelf: "Dan zult gij de kruik verbreken voor de ogen der mannen, die met u gegaan zijn" (Jer. 19:10), met de uitleg: "Alzo zal Ik dit volk en deze stad verbreken, gelijk als men een pottenbakkersvat verbreekt, dat niet weder geheeld kan worden" (Jer. 19:11).
Bijbelse betekenis: Merk op hoe deze tekenhandeling zich verhoudt tot de vorige. In het huis van de pottenbakker was het leem nog week en kon er een ander vat van gemaakt worden; hier is de kruik gebakken, en wat gebakken is laat zich niet opnieuw kneden. Tussen de twee hoofdstukken ligt dus een grens. Let vervolgens op wie er meegaan. Niet het volk maar de oudsten van het volk en van de priesters; de leiding moet het met eigen ogen zien. Let ten slotte op de plaats. Het teken wordt gegeven op de plek waar het kwaad gebeurd is, en niet in de tempel. Waar de zonde bedreven is, wordt het oordeel aangezegd.
Typologie: Paulus gebruikt hetzelfde aardewerk voor de andere kant: wij hebben deze schat in aarden vaten, "opdat de uitnemendheid der kracht zij van God, en niet uit ons" (2 Kor. 4:7). Wat breekbaar is, kan juist daarom laten zien van Wie de kracht komt.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
De kruik die niet weer geheeld kan worden — 19:1-13
Jeremia moet een aarden kruik kopen en er getuigen bij halen: oudsten van het volk en oudsten van de priesters. Met hen gaat hij naar het dal van de zoon van Hinnom, buiten de Zonnepoort, en daar moet hij spreken.
Een gebakken kruik wordt voor de ogen van de oudsten stukgeslagen, met de uitleg erbij dat dit niet meer te lijmen is.
De plaats is met zorg gekozen. Het dal van Hinnom was de plek waar men de kinderen door het vuur had laten gaan. Het is dezelfde naam die later in het Nieuwe Testament voor de hel gebruikt wordt. Daar staat de profeet met een kruik in zijn handen en met de leiders van het volk om zich heen.
De handeling zelf is kort: “Dan zult gij de kruik verbreken voor de ogen der mannen, die met u gegaan zijn.” En de uitleg erbij is korter nog: alzo zal Ik dit volk en deze stad verbreken, gelijk als men een pottenbakkersvat verbreekt, dat niet weder geheeld kan worden.
Dat laatste zinnetje is de hele zaak. Een pot die nog op de schijf staat, is nat en week; wat er misgaat, kan de pottenbakker terugduwen en opnieuw beginnen. Precies dat had Jeremia een hoofdstuk eerder gezien, in het huis van de pottenbakker. Maar deze kruik is gebakken. Zij is hard, zij is af, en als zij breekt is zij niet te herstellen — men kan er hoogstens de scherven van oprapen.
Het verschil tussen die twee hoofdstukken is dus geen verschil in beeld maar in stadium. Zolang er nog boetvaardigheid mogelijk is, is er klei; wanneer het oordeel valt, zijn het scherven. En wat hier stukgaat is niet zomaar een voorwerp: het gaat over een stad en een volk.
Hier ligt de lijn naar het Evangelie, en zij loopt langs een woord dat het Nieuwe Testament kiest wanneer het over de zaligheid spreekt. Er staat niet dat de mens gerepareerd wordt. Er staat dat wie in Christus is een nieuw schepsel is. Er staat dat men wederom geboren moet worden. Er staat dat het niet gaat om besnijdenis of voorhuid, maar om een nieuw schepsel. Een gebroken kruik wordt niet gelijmd; er wordt een nieuwe gedraaid.
En er is nog een tweede naklank. Paulus schrijft over gelovigen dat zij deze schat in aarden vaten hebben — hetzelfde soort vat, even breekbaar — en hij zegt erbij waarom dat zo is: opdat de uitnemendheid der kracht zij van God en niet uit ons.
Het slot van het hoofdstuk laat zien dat de boodschap aankwam. Jeremia gaat van het dal naar het voorhof van de tempel en herhaalt daar wat hij gezegd heeft. En het eerste wat er in het volgende hoofdstuk gebeurt, is dat de opziener van het huis des HEEREN hem slaat en in de gevangenis zet.
Jeremia 18:4 — Op de schijf was de klei nog week; de pottenbakker maakte er een ander vat van.
Jeremia 19:1 — Nu een gebakken kruik, en getuigen erbij uit het volk en de priesters.
Jeremia 19:10 — De kruik wordt voor hun ogen stukgeslagen.
Jeremia 19:11 — En dat is niet weer te helen; men raapt hoogstens scherven op.
2 Korinthe 5:17 — Daarom geen herstel maar een nieuw schepsel.
2 Korinthe 4:7 — Deze schat in aarden vaten, opdat de kracht van God zij.
In het Nieuwe Testament: 2 Korinthe 5:17; Johannes 3:3; Galaten 6:15; 2 Korinthe 4:7; Jeremia 18:1-6
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jeremia 19 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op het beeld dat God zelf uitlegt: een gebakken kruik is niet te herstellen. Dat het Nieuwe Testament daarom over een nieuw schepsel spreekt en niet over herstel, is een gevolgtrekking uit de overeenkomst. De teksten in 2 Korinthe 5 en Johannes 3 verwijzen niet naar deze plaats. Het verschil met Jeremia 18, waar de klei nog week is, staat wel in de beide hoofdstukken zelf.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
III. Vs. 1-15.KruisverwijzingenJeremia 2:34→Jozua 15:8→1 Samuël 3:11→Leviticus 18:21→Leviticus 26:17→Jeremia 17:20→2 Koningen 21:16→Jesaja 65:11→ — Zo zegt de HEERE: Ga henen en koop een pottenbakkerskruik, en neem tot u van de oudsten des volks, en van de oudsten der priesteren. En ga uit naar het dal des zoons van Hinnom, dat voor de deur der Zonnepoort is, en roep aldaar uit de woorden, die Ik tot u spreken zal; En zeg: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem! Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal een kwaad brengen over deze plaats, van hetwelk een ieder, die het hoort, zijn oren klinken zullen; Omdat zij Mij verlaten, en deze plaats vervreemd, en andere goden daarin gerookt hebben die zij niet gekend hebben, zij, noch hun vaderen, noch de koningen van Juda; en hebben deze plaats vervuld met bloed der onschuldigen. Want zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, om hun zonen met vuur te verbranden, aan Baal tot brandofferen; hetwelk Ik niet geboden, noch gesproken heb, noch in Mijn hart is opgekomen? Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat deze plaats niet meer zal genoemd worden het Tofeth, of dat des zoons van Hinnom, maar Moorddal. Want Ik zal den raad van Juda en Jeruzalem in deze plaats verijdelen, en zal hen voor het aangezicht hunner vijanden doen vallen door het zwaard, en door de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en Ik zal hun dode lichamen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze geven. En Ik zal deze stad zetten tot een ontzetting en tot een aanfluiting; al wie voorbij haar gaat, zal zich ontzetten en fluiten over al haar plagen. En Ik zal hunlieden het vlees hunner zonen en het vlees hunner dochteren doen eten, en zij zullen eten, een iegelijk het vlees zijns naasten, in de belegering en in de benauwing, waarmede hen hun vijanden, en die hun ziel zoeken, benauwen zullen. Dan zult gij de kruik verbreken voor de ogen der mannen, die met u gegaan zijn; Wederom wordt Jeremia gezonden tot denzelfden pottenbakker, bij wien hij volgens ‘t vorige hoofdstuk moest gaan zien hoe zulk een werkman met zijn klei handelt. Hij moet van hem ene aarden kruik kopen. In tegenwoordigheid van de oudsten des volks en van de priesters, die hij met zich heeft genomen, moet hij in het dal van Ben-Hinnom gaan naar de plaats der gruwelen, naar Tofeth, waar, door de koningen van Juda, kinderen aan Moloch worden ten offer gebracht, welke plaats met den naam Moorddal wordt bestempeld met het oog op hetgeen daar zou geschieden. Daarop moest hij de kruik in stokken stoten onder verkondiging van het woord Gods: “Alzo zal Ik dit volk en deze stad verbreken” (vs. 1-13). Teruggekeerd uit het dal in het zuiden der stad naar den voorhof des tempels herhaalt Jeremia in verkorten vorm voor al het volk, wat hij te voren aan zijne vertegenwoordigers heeft moeten zeggen (vs. 14 en 15).
KruisverwijzingenEzechiël 8:11→Jesaja 30:14→Numeri 11:16→Jeremia 18:2→Klaagliederen 4:2→Jeremia 32:14→Mattheüs 27:41→2 Koningen 19:2→— Zo zegt de HEERE: Ga henen en koop een pottenbakkerskruik, en neem tot u van de oudsten des volks, en van de oudsten der priesteren.
Zo zegt de HEERE tot mij: Ga henen in des pottebakkers huis (Hoofdst. 18:1), en koop ene pottebakkers kruik, en ga echter thans niet alleen daar heen, maar neem tot u enigen van de oudsten des volks en van de oudsten der priesteren, die gij eerst tot getuigen moet nemen van hetgeen gij doet, voordat gij hun Mijn woord verkondigt. Wij zien, dat de profeet door God gezonden werd om het volk te tonen, dat er niets vasts was in dien toestand, waarop de hypocrieten pochten, dewijl God, die het volk Israëls verwaardigd had met bijzondere weldaden, niet minder recht bij Zich zelven had als de pottebakker. De profeet toonde aan de Joden een pottebakker, die vaten naar zijn believen formeerde. Vervolgens, waar hij klei had genomen en het vat hem niet behaagde er anderen formeerde. Die Godsspraak bedoelt ene gelijkenis. Want de profeet wordt hier bevolen een gebakken vat te nemen van den pottebakker en dat vat in de vergadering des volks te breken, opdat allen begrijpen zouden, dat zij gelijk zijn aan gebroken vaten, en zo herinnerd werden aan hun zwakheid, om niet trots te zijn alsof hun geluk een vast en eeuwigdurend geluk zou zijn. Ware de mens slechts een Platonische apanthropos, woonde hij in geen vlees, maar was hij enkel geest en ziel, zo als de Schwenkfeldianen (volgelingen van Schwenkfeld, geboren te Ossig 1490) zulk een mens dromen, dan hadden zij zulke zichtbare tekenen niet nodig. Omdat de mens uit lichaam en ziel bestaat, gebruikt God benevens den H. Geest ook woorden en sacramenten en andere tekenen. Zolang Juda nog met weke klei kon worden vergeleken kon daarvan nog een vat der barmhartigheid worden; maar de hard gebrande aarde is onherroepelijk een vat des toorns, dat verbroken wordt, en waarvan de scherven op verren afstand over het land verstrooid worden.
KruisverwijzingenJozua 15:8→2 Koningen 23:10→Jeremia 32:35→2 Kronieken 28:3→Jeremia 7:31→2 Kronieken 33:6→Jeremia 3:12→Handelingen 20:27→— En ga uit naar het dal des zoons van Hinnom, dat voor de deur der Zonnepoort is, en roep aldaar uit de woorden, die Ik tot u spreken zal;
En ga, nadat gij de kruik gekocht hebt, uit naar het dal des zoons van Hinnom (1 Kon. 1:33), dat voor de deur der Zonnepoort is, dezelfde als de Mistpoort (Neh. 2:13), en roep aldaar uit voor de oudsten, die u vergezellen, de woorden, die Ik tot u spreken zal.
Kruisverwijzingen1 Samuël 3:11→Jeremia 17:20→Jesaja 28:19→Jeremia 6:19→2 Koningen 21:12→Openbaring 2:29→Psalmen 2:10→Psalmen 110:5→— En zeg: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem! Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal een kwaad brengen over deze plaats, van hetwelk een ieder, die het hoort, zijn oren klinken zullen;
En zeg: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem (Hoofdst. 17:20)! Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet, Ik zal een kwaad brengen over deze plaats, van hetwelk een ieder, die het hoort, als van een ontzettend geluid (1 Sam. 3:11. 2 Kon. 21:12 oren klinken zullen. 1)
Dit is elk, die de voorzegging daarvan, of het verhaal en de voorstelling daarvan hoort, bij dien zal het zulk een indruk van schrik maken, dat hij altoos zal denken het nog in zijne oren te horen klinken en niet in staat zal zijn, om het uit zijne gedachten te verzetten.
KruisverwijzingenJeremia 2:34→2 Koningen 21:16→Jesaja 65:11→Deuteronomium 28:20→Jeremia 7:9→Jesaja 59:7→Jeremia 17:13→Daniël 9:5→— Omdat zij Mij verlaten, en deze plaats vervreemd, en andere goden daarin gerookt hebben die zij niet gekend hebben, zij, noch hun vaderen, noch de koningen van Juda; en hebben deze plaats vervuld met bloed der onschuldigen.
Omdat zij Mij a) verlaten en deze plaats vervreemd, en anderen goden daarin gerookt hebben, die zij niet gekend hebben, van wie zij nooit enig bewijs van bestaan, van macht of van hulp hebben ontvangen, zij, noch hun vaders, noch de koningen van Juda, en zij hebben deze plaats vervuld met het bloed der onschuldigen. 1)
Namelijk de stad Jeruzalem door onderdrukken en doodslaan (1 Kon. 21:16; 2 Kon. 24:4. Zie Jer. 7:6; 22:3) en het dal van Hinnom, waarin wij thans zijn, door het offeren van onnozele kinderen aan verfoeilijke afgoden (Ps. 106:37, 38). Het eerste is hier voornamelijk bedoeld, gelijk ook Hoofdst. 2:34; want het laatste wordt afzonderlijk gemeld in vs. 5.
KruisverwijzingenLeviticus 18:21→Jeremia 32:35→Psalmen 106:37→2 Koningen 17:17→Numeri 22:41→Deuteronomium 12:31→Jeremia 7:31→2 Kronieken 28:3→— Want zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, om hun zonen met vuur te verbranden, aan Baal tot brandofferen; hetwelk Ik niet geboden, noch gesproken heb, noch in Mijn hart is opgekomen?
Want zij hebben de hoogten van Baäl gebouwd, om hun zonen met vuur te verbranden, aan Baäl tot brandoffer, hetwelk Ik niet geboden, noch gesproken heb, noch in Mijn hart is opgekomen (Hoofdst. 7:31). Wat Ik, de ware, enige God, nooit voor Mijnen dienst vraagde, gaven zij vrijwillig aan de ingebeelde goden, die hen toch niet konden helpen. “De duivel drijft degenen, die God en Zijn woord verachten en verlaten, tot verschrikkelijke zonden. ” .
KruisverwijzingenJozua 15:8→Jeremia 19:2→Jesaja 30:33→Jeremia 19:11→Jeremia 7:32→— Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat deze plaats niet meer zal genoemd worden het Tofeth, of dat des zoons van Hinnom, maar Moorddal.
Daarom, omdat Ik hun de in Hoofdst. 7:32 v. uitgesprokene dreiging; herhale, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat deze plaats niet meer zal genoemd worden het Tofeth, of dal des zoons van Hinnom, maar, van wege de menigte der daar gedoden (vs. 11), Moorddal.
KruisverwijzingenLeviticus 26:17→Jeremia 16:4→Psalmen 33:10→Jeremia 15:2→Deuteronomium 28:25→Jesaja 28:17→Psalmen 79:2→Jeremia 15:9→— Want Ik zal den raad van Juda en Jeruzalem in deze plaats verijdelen, en zal hen voor het aangezicht hunner vijanden doen vallen door het zwaard, en door de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en Ik zal hun dode lichamen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze geven.
Want Ik zal den raad van Juda en Jeruzalem in deze plaats verijdelen; Ik zal den door hen aan deze plaats gehouden godsdienst (vs. 4 v.) te niet maken, en zal hen voor het aangezicht hunner vijanden doen vallen, door het zwaard en door de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en Ik zal hun dode lichamen a) het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde ten spijze geven.
Jer. 15:3; 16:4. De Profeten noemen gewoonlijk afgoderij en valse godsdienst ijdelheid (vgl. Matth. 15:9), ook raad en leer der goddelozen (Ps. 1:1). Ook kan men onder raad van Juda en Jeruzalem verstaan de verwachtingen en gedachten, die men op grond van de voorzegging der valse Profeten (Hoofdst. 18:18) zich maakte. Deze wil de Heere ledigmaken, uitgieten gelijk in den grondtekst staat. Terwijl de Profeet bij dit woord werkelijk met de kruik doet, even als wanneer men ene fles uitgiet, spreekt hij daardoor uit, dat al die verwachtingen en gedachten op die plaats zullen worden uitgegoten als water, dat Juda en Jeruzalem gans radeloos zullen worden. Het is letterlijk vervuld, dat de raad der Joden in deze plaats, in dit zelfde dal zou verijdeld worden. Toen de Chaldeën de stad Jeruzalem stormenderhand innamen, vluchtten alle krijgslieden naar de vlakke velden van Jericho. Te dien einde moesten zij door het vijandelijk leger heenbreken, en bij die gelegenheid zijn er zeer velen verslagen in dit zelfde dal Hinnoms (2 Kon. 4:5) en dat in zulk ene grote menigte, dat het in Tofeth aan begraafplaatsen ontbrak en er al een aantal lijken op het veld bleef liggen. Men merke er in op de rechtvaardige straf volgens de wet der vergelding. Ditzelfde dal, dat de Joden door den verfoeielijksten afgodendienst verontreinigd en den Heere walgelijk gemaakt hadden, kon nu door hun lijken verontreinigd worden. Tofeth zou een moorddal genaamd worden, een dal der verslagenen, niet van onnozele kinderen, maar van hen, die den Heere door de snoodste gruwelen getergd hadden.
KruisverwijzingenJeremia 18:16→1 Koningen 9:8→Jeremia 49:13→2 Kronieken 7:20→Jeremia 50:13→Sefanja 2:15→Klaagliederen 2:15→Jeremia 25:18→— En Ik zal deze stad zetten tot een ontzetting en tot een aanfluiting; al wie voorbij haar gaat, zal zich ontzetten en fluiten over al haar plagen.
En Ik zal ter vervulling van de bedreiging gen in Lev. 26:32. Deut. 29:22 vv. 1 Kon. 9:7 v. deze stad zetten tot ene ontzetting en tot ene aanfluiting; al wie voorbij haar gaat zal zich ontzetten en fluiten over al hare plagen.
KruisverwijzingenKlaagliederen 4:10→Leviticus 26:29→Jesaja 9:20→Ezechiël 5:10→Klaagliederen 2:20→Deuteronomium 28:53→2 Koningen 6:26→— En Ik zal hunlieden het vlees hunner zonen en het vlees hunner dochteren doen eten, en zij zullen eten, een iegelijk het vlees zijns naasten, in de belegering en in de benauwing, waarmede hen hun vijanden, en die hun ziel zoeken, benauwen zullen.
En Ik zal tot vervulling ook van het woord in Deut. 28:52 vv. hunlieden het vlees hunner zonen en het vlees hunner dochteren doen eten, en zij zullen eten een iegelijk het vlees zijns naasten in de belegering, en in de benauwing, waarmee hen hun vijanden, en die hun ziel zoeken, benauwen zullen (Klaagl. 2:20; 4:10).
KruisverwijzingenJeremia 19:1→Jeremia 51:63→Jeremia 48:12→— Dan zult gij de kruik verbreken voor de ogen der mannen, die met u gegaan zijn;
Dan als gij dit zult gesproken hebben, zult gij de kruik verbreken voor de ogen der mannen, die met u gegaan zijn, voor de oudsten (vs. 1). Dit is de tweede trap der zinnebeeldige handeling. De voortgang bestaat daarin, dat door het verbreken van de kruik de gehele ondergang van stad en volk, en door het wegwerpen in Tofeth het woest en onrein worden, met andere woorden het zelfs tot een Tofeth worden der heilige stad wordt gesymboliseerd.
KruisverwijzingenPsalmen 2:9→Jesaja 30:14→Klaagliederen 4:2→Openbaring 2:27→Jeremia 7:31→Jeremia 19:6→Jeremia 13:14→— En gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Alzo zal Ik dit volk en deze stad verbreken, gelijk als men een pottenbakkersvat verbreekt, dat niet weder geheeld kan worden; en zij zullen hen in Tofeth begraven, omdat er geen andere plaats zal zijn om te begraven.
En gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Alzo zal Ik dit volk en deze stad verbreken, gelijk als men een pottebakkers vat verbreekt, dat niet weer geheeld kan worden, en zij zullen hen in Tofeth begraven, omdat er gene plaats geen ruimte genoeg zal zijn om te begraven 1) (Hoofdst. 7:32).
In deze verzen wordt de volkomenheid der straf en ellende aangekondigd. Een pottebakkersvat, wat verbroken is, kan niet meer geheeld worden. Alzo zou het ook met Juda geschieden. Al mochten de valse profeten roepen van vrede, vrede en geen gevaar, het gevaar zou hen gewis bereiken en zo groot zou de slag zijn, dat ook in het dal Tofet begraven zou worden, dewijl er anders geen rustplaats zou zijn. De gewone begraafplaatsen zouden ontoereikend zijn, om de gedoden te ontvangen.
KruisverwijzingenJeremia 10:13→Jeremia 11:5→— Zo zal Ik deze plaats doen, spreekt de HEERE, en haar inwoners; en dat om deze stad te stellen als een Tofeth.
Zo zal Ik deze plaats, Jeruzalem, doen, spreekt de HEERE, en hare inwoneren, en dat om deze plaats te stellen als een Tofeth, ene plaats van afschuw.
KruisverwijzingenJeremia 32:29→2 Koningen 23:12→Sefanja 1:5→Jeremia 7:18→Deuteronomium 4:19→Psalmen 74:7→Psalmen 79:1→2 Koningen 23:10→— En de huizen van Jeruzalem en de huizen der koningen van Juda zullen, gelijk alle plaatsen van Tofeth, onrein worden, met al de huizen, op welker daken zij aan al het heir des hemels gerookt en aan vreemde goden drankofferen geofferd hebben.
En de huizen van Jeruzalem en de huizen van de koningen van Juda zullen gelijk de plaatsen van Tofeth, (zie 2 Kon. 23:10) onrein worden met al de huizen, op welker daken (Deut. 22:8) zij aan al het heir des hemels gerookt en aan vreemde goden drankofferen geofferd hebben (Hoofdst. 7:18). Er was geen openlijker en tergender afgoderij dan die gepleegd werd op de platte daken der huizen. Een voorbeeld daarvan vindt men 2 Kon. 23:12.
KruisverwijzingenJeremia 26:2→2 Kronieken 20:5→Jeremia 19:2→Lukas 21:37→Jeremia 17:19→Handelingen 5:20→2 Kronieken 24:20→— Toen nu Jeremia van Tofeth kwam, waarhenen hem de HEERE gezonden had, om te profeteren, stond hij in het voorhof van des HEEREN huis, en zeide tot al het volk:
Toen nu Jeremia van Tofeth in het dal van Ben-Hinnom kwam, waarheen hem de HEERE gezonden had om te profeteren (vs. 2), stond hij in het voorhof des HEEREN huis, in de poort tussen den buitensten en binnensten voorhof even als in Hoofdst. 7:2, en zei tot al het volk, dat in het voorhof verzameld was.
KruisverwijzingenJeremia 7:26→Jeremia 17:23→Nehemia 9:29→Nehemia 9:17→2 Kronieken 36:16→Jeremia 35:15→Zacharia 7:11→Psalmen 58:2→— Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal over deze stad, en over al haar steden, al het kwaad brengen, dat Ik over haar gesproken heb; omdat zij hun nek verhard hebben, om Mijn woorden niet te horen.
Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet Ik zal over deze stad en over al hare steden al het kwaad brengen, dat Ik zo lang en zo dikwijls over haar gesproken heb, om hen tot berouw en bekering te brengen, waardoor het nog had kunnen worden afgewend; nu echter zal het komen, omdat zij hunnen nek verhard hebben om Mijne woorden niet te horen (Hoofdst. 17:23). God noemt zich een God van Israël, omdat Hij door Zijne vele weldaden een bijzonder recht op Israël had verkregen, dat de Joden, hoewel zij van Hem waren afgeweken, niet konden opheffen. Door halstarrigheid en ongehoorzaamheid omtrent goddelijke bedreigingen richt men niets uit, maar men maakt dat God die nog hoe langer hoe scherper maakt. Hieruit volgt derhalve, dat hoe duidelijker God Zijn waarheid openbaart, hoeveel te meerder er een reden is van verontschuldiging, dewijl als dan het meest de goddeloosheid en ontembare verachting ontdekt wordt.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 19
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1-15.KruisverwijzingenJeremia 2:34→Jozua 15:8→1 Samuël 3:11→Leviticus 18:21→Leviticus 26:17→Jeremia 17:20→2 Koningen 21:16→Jesaja 65:11→
— Zo zegt de HEERE: Ga henen en koop een pottenbakkerskruik, en neem tot u van de oudsten des volks, en van de oudsten der priesteren. En ga uit naar het dal des zoons van Hinnom, dat voor de deur der Zonnepoort is, en roep aldaar uit de woorden, die Ik tot u spreken zal; En zeg: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem! Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal een kwaad brengen over deze plaats, van hetwelk een ieder, die het hoort, zijn oren klinken zullen; Omdat zij Mij verlaten, en deze plaats vervreemd, en andere goden daarin gerookt hebben die zij niet gekend hebben, zij, noch hun vaderen, noch de koningen van Juda; en hebben deze plaats vervuld met bloed der onschuldigen. Want zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, om hun zonen met vuur te verbranden, aan Baal tot brandofferen; hetwelk Ik niet geboden, noch gesproken heb, noch in Mijn hart is opgekomen? Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat deze plaats niet meer zal genoemd worden het Tofeth, of dat des zoons van Hinnom, maar Moorddal. Want Ik zal den raad van Juda en Jeruzalem in deze plaats verijdelen, en zal hen voor het aangezicht hunner vijanden doen vallen door het zwaard, en door de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en Ik zal hun dode lichamen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze geven. En Ik zal deze stad zetten tot een ontzetting en tot een aanfluiting; al wie voorbij haar gaat, zal zich ontzetten en fluiten over al haar plagen. En Ik zal hunlieden het vlees hunner zonen en het vlees hunner dochteren doen eten, en zij zullen eten, een iegelijk het vlees zijns naasten, in de belegering en in de benauwing, waarmede hen hun vijanden, en die hun ziel zoeken, benauwen zullen. Dan zult gij de kruik verbreken voor de ogen der mannen, die met u gegaan zijn;
Wederom wordt Jeremia gezonden tot denzelfden pottenbakker, bij wien hij volgens ‘t vorige hoofdstuk moest gaan zien hoe zulk een werkman met zijn klei handelt. Hij moet van hem ene aarden kruik kopen. In tegenwoordigheid van de oudsten des volks en van de priesters, die hij met zich heeft genomen, moet hij in het dal van Ben-Hinnom gaan naar de plaats der gruwelen, naar Tofeth, waar, door de koningen van Juda, kinderen aan Moloch worden ten offer gebracht, welke plaats met den naam Moorddal wordt bestempeld met het oog op hetgeen daar zou geschieden. Daarop moest hij de kruik in stokken stoten onder verkondiging van het woord Gods: “Alzo zal Ik dit volk en deze stad verbreken” (vs. 1-13). Teruggekeerd uit het dal in het zuiden der stad naar den voorhof des tempels herhaalt Jeremia in verkorten vorm voor al het volk, wat hij te voren aan zijne vertegenwoordigers heeft moeten zeggen (vs. 14 en 15).
Zo zegt de HEERE tot mij: Ga henen in des pottebakkers huis (Hoofdst. 18:1), en koop ene pottebakkers kruik, en ga echter thans niet alleen daar heen, maar neem tot u enigen van de oudsten des volks en van de oudsten der priesteren, die gij eerst tot getuigen moet nemen van hetgeen gij doet, voordat gij hun Mijn woord verkondigt. Wij zien, dat de profeet door God gezonden werd om het volk te tonen, dat er niets vasts was in dien toestand, waarop de hypocrieten pochten, dewijl God, die het volk Israëls verwaardigd had met bijzondere weldaden, niet minder recht bij Zich zelven had als de pottebakker. De profeet toonde aan de Joden een pottebakker, die vaten naar zijn believen formeerde. Vervolgens, waar hij klei had genomen en het vat hem niet behaagde er anderen formeerde. Die Godsspraak bedoelt ene gelijkenis. Want de profeet wordt hier bevolen een gebakken vat te nemen van den pottebakker en dat vat in de vergadering des volks te breken, opdat allen begrijpen zouden, dat zij gelijk zijn aan gebroken vaten, en zo herinnerd werden aan hun zwakheid, om niet trots te zijn alsof hun geluk een vast en eeuwigdurend geluk zou zijn. Ware de mens slechts een Platonische apanthropos, woonde hij in geen vlees, maar was hij enkel geest en ziel, zo als de Schwenkfeldianen (volgelingen van Schwenkfeld, geboren te Ossig 1490) zulk een mens dromen, dan hadden zij zulke zichtbare tekenen niet nodig. Omdat de mens uit lichaam en ziel bestaat, gebruikt God benevens den H. Geest ook woorden en sacramenten en andere tekenen. Zolang Juda nog met weke klei kon worden vergeleken kon daarvan nog een vat der barmhartigheid worden; maar de hard gebrande aarde is onherroepelijk een vat des toorns, dat verbroken wordt, en waarvan de scherven op verren afstand over het land verstrooid worden.
En ga, nadat gij de kruik gekocht hebt, uit naar het dal des zoons van Hinnom (1 Kon. 1:33), dat voor de deur der Zonnepoort is, dezelfde als de Mistpoort (Neh. 2:13), en roep aldaar uit voor de oudsten, die u vergezellen, de woorden, die Ik tot u spreken zal.
En zeg: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem (Hoofdst. 17:20)! Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet, Ik zal een kwaad brengen over deze plaats, van hetwelk een ieder, die het hoort, als van een ontzettend geluid (1 Sam. 3:11. 2 Kon. 21:12 oren klinken zullen. 1)
Dit is elk, die de voorzegging daarvan, of het verhaal en de voorstelling daarvan hoort, bij dien zal het zulk een indruk van schrik maken, dat hij altoos zal denken het nog in zijne oren te horen klinken en niet in staat zal zijn, om het uit zijne gedachten te verzetten.
Omdat zij Mij a) verlaten en deze plaats vervreemd, en anderen goden daarin gerookt hebben, die zij niet gekend hebben, van wie zij nooit enig bewijs van bestaan, van macht of van hulp hebben ontvangen, zij, noch hun vaders, noch de koningen van Juda, en zij hebben deze plaats vervuld met het bloed der onschuldigen. 1)
(Jes. 65:11. Jer. 2:13 vv. 5:7, 19; 15:6; 17:13. b) Jer. 7:6.
Namelijk de stad Jeruzalem door onderdrukken en doodslaan (1 Kon. 21:16; 2 Kon. 24:4. Zie Jer. 7:6; 22:3) en het dal van Hinnom, waarin wij thans zijn, door het offeren van onnozele kinderen aan verfoeilijke afgoden (Ps. 106:37, 38). Het eerste is hier voornamelijk bedoeld, gelijk ook Hoofdst. 2:34; want het laatste wordt afzonderlijk gemeld in vs. 5.
Want zij hebben de hoogten van Baäl gebouwd, om hun zonen met vuur te verbranden, aan Baäl tot brandoffer, hetwelk Ik niet geboden, noch gesproken heb, noch in Mijn hart is opgekomen (Hoofdst. 7:31). Wat Ik, de ware, enige God, nooit voor Mijnen dienst vraagde, gaven zij vrijwillig aan de ingebeelde goden, die hen toch niet konden helpen. “De duivel drijft degenen, die God en Zijn woord verachten en verlaten, tot verschrikkelijke zonden. ” .
Daarom, omdat Ik hun de in Hoofdst. 7:32 v. uitgesprokene dreiging; herhale, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat deze plaats niet meer zal genoemd worden het Tofeth, of dal des zoons van Hinnom, maar, van wege de menigte der daar gedoden (vs. 11), Moorddal.
Want Ik zal den raad van Juda en Jeruzalem in deze plaats verijdelen; Ik zal den door hen aan deze plaats gehouden godsdienst (vs. 4 v.) te niet maken, en zal hen voor het aangezicht hunner vijanden doen vallen, door het zwaard en door de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en Ik zal hun dode lichamen a) het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde ten spijze geven.
Jer. 15:3; 16:4. De Profeten noemen gewoonlijk afgoderij en valse godsdienst ijdelheid (vgl. Matth. 15:9), ook raad en leer der goddelozen (Ps. 1:1). Ook kan men onder raad van Juda en Jeruzalem verstaan de verwachtingen en gedachten, die men op grond van de voorzegging der valse Profeten (Hoofdst. 18:18) zich maakte. Deze wil de Heere ledigmaken, uitgieten gelijk in den grondtekst staat. Terwijl de Profeet bij dit woord werkelijk met de kruik doet, even als wanneer men ene fles uitgiet, spreekt hij daardoor uit, dat al die verwachtingen en gedachten op die plaats zullen worden uitgegoten als water, dat Juda en Jeruzalem gans radeloos zullen worden. Het is letterlijk vervuld, dat de raad der Joden in deze plaats, in dit zelfde dal zou verijdeld worden. Toen de Chaldeën de stad Jeruzalem stormenderhand innamen, vluchtten alle krijgslieden naar de vlakke velden van Jericho. Te dien einde moesten zij door het vijandelijk leger heenbreken, en bij die gelegenheid zijn er zeer velen verslagen in dit zelfde dal Hinnoms (2 Kon. 4:5) en dat in zulk ene grote menigte, dat het in Tofeth aan begraafplaatsen ontbrak en er al een aantal lijken op het veld bleef liggen. Men merke er in op de rechtvaardige straf volgens de wet der vergelding. Ditzelfde dal, dat de Joden door den verfoeielijksten afgodendienst verontreinigd en den Heere walgelijk gemaakt hadden, kon nu door hun lijken verontreinigd worden. Tofeth zou een moorddal genaamd worden, een dal der verslagenen, niet van onnozele kinderen, maar van hen, die den Heere door de snoodste gruwelen getergd hadden.
En Ik zal ter vervulling van de bedreiging gen in Lev. 26:32. Deut. 29:22 vv. 1 Kon. 9:7 v. deze stad zetten tot ene ontzetting en tot ene aanfluiting; al wie voorbij haar gaat zal zich ontzetten en fluiten over al hare plagen.
En Ik zal tot vervulling ook van het woord in Deut. 28:52 vv. hunlieden het vlees hunner zonen en het vlees hunner dochteren doen eten, en zij zullen eten een iegelijk het vlees zijns naasten in de belegering, en in de benauwing, waarmee hen hun vijanden, en die hun ziel zoeken, benauwen zullen (Klaagl. 2:20; 4:10).
Dan als gij dit zult gesproken hebben, zult gij de kruik verbreken voor de ogen der mannen, die met u gegaan zijn, voor de oudsten (vs. 1). Dit is de tweede trap der zinnebeeldige handeling. De voortgang bestaat daarin, dat door het verbreken van de kruik de gehele ondergang van stad en volk, en door het wegwerpen in Tofeth het woest en onrein worden, met andere woorden het zelfs tot een Tofeth worden der heilige stad wordt gesymboliseerd.
En gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Alzo zal Ik dit volk en deze stad verbreken, gelijk als men een pottebakkers vat verbreekt, dat niet weer geheeld kan worden, en zij zullen hen in Tofeth begraven, omdat er gene plaats geen ruimte genoeg zal zijn om te begraven 1) (Hoofdst. 7:32).
In deze verzen wordt de volkomenheid der straf en ellende aangekondigd. Een pottebakkersvat, wat verbroken is, kan niet meer geheeld worden. Alzo zou het ook met Juda geschieden. Al mochten de valse profeten roepen van vrede, vrede en geen gevaar, het gevaar zou hen gewis bereiken en zo groot zou de slag zijn, dat ook in het dal Tofet begraven zou worden, dewijl er anders geen rustplaats zou zijn. De gewone begraafplaatsen zouden ontoereikend zijn, om de gedoden te ontvangen.
Zo zal Ik deze plaats, Jeruzalem, doen, spreekt de HEERE, en hare inwoneren, en dat om deze plaats te stellen als een Tofeth, ene plaats van afschuw.
En de huizen van Jeruzalem en de huizen van de koningen van Juda zullen gelijk de plaatsen van Tofeth, (zie 2 Kon. 23:10) onrein worden met al de huizen, op welker daken (Deut. 22:8) zij aan al het heir des hemels gerookt en aan vreemde goden drankofferen geofferd hebben (Hoofdst. 7:18). Er was geen openlijker en tergender afgoderij dan die gepleegd werd op de platte daken der huizen. Een voorbeeld daarvan vindt men 2 Kon. 23:12.
Toen nu Jeremia van Tofeth in het dal van Ben-Hinnom kwam, waarheen hem de HEERE gezonden had om te profeteren (vs. 2), stond hij in het voorhof des HEEREN huis, in de poort tussen den buitensten en binnensten voorhof even als in Hoofdst. 7:2, en zei tot al het volk, dat in het voorhof verzameld was.
Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet Ik zal over deze stad en over al hare steden al het kwaad brengen, dat Ik zo lang en zo dikwijls over haar gesproken heb, om hen tot berouw en bekering te brengen, waardoor het nog had kunnen worden afgewend; nu echter zal het komen, omdat zij hunnen nek verhard hebben om Mijne woorden niet te horen (Hoofdst. 17:23). God noemt zich een God van Israël, omdat Hij door Zijne vele weldaden een bijzonder recht op Israël had verkregen, dat de Joden, hoewel zij van Hem waren afgeweken, niet konden opheffen. Door halstarrigheid en ongehoorzaamheid omtrent goddelijke bedreigingen richt men niets uit, maar men maakt dat God die nog hoe langer hoe scherper maakt. Hieruit volgt derhalve, dat hoe duidelijker God Zijn waarheid openbaart, hoeveel te meerder er een reden is van verontschuldiging, dewijl als dan het meest de goddeloosheid en ontembare verachting ontdekt wordt.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel