Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Het woordH1697, datH834 tot JeremiaH3414 geschied is vanH854 den HEEREH3068, zeggendeH559:Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende:
KJVThe word1which came to Jeremiah5from the LORD,7saying,
1הַדָּבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work2אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3הָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יִרְמְיָ֔הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah6מֵאֵ֥תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
2Maak u op, en ga af in het huis des pottenbakkers, en aldaar zal Ik u Mijn woorden doen horen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2MaakH6965 u op, en ga af in het huisH1004 des pottenbakkersH3335, en aldaarH8033 zal Ik u Mijn woordenH1697 doen horenH8085.Maak u op, en ga af in het huis des pottenbakkers, en aldaar zal Ik u Mijn woorden doen horen.
KJVArise,1and go down2to the potter's4house,3and there I will cause thee to hear6my words.
1ק֥וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2וְיָרַדְתָּ֖H3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down3בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4הַיּוֹצֵ֑רH3335geformeerd, formeert, pottenbakker[idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose5וְשָׁ֖מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither6אַשְׁמִֽיעֲךָ֥H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8דְּבָרָֽיH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
3Zo ging ik af in het huis des pottenbakkers; en ziet, hij maakte een werk op de schijven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Zo ging ik af in het huisH1004 des pottenbakkersH3335; en zietH2009, hijH1931maakteH6213 een werkH4399opH5921 de schijvenH70.Zo ging ik af in het huis des pottenbakkers; en ziet, hij maakte een werk op de schijven.
KJVThen I went down1to the potter's3house,2and, behold,4he wrought6a work7on the wheels.
1וָאֵרֵ֖דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down2בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3הַיּוֹצֵ֑רH3335geformeerd, formeert, pottenbakker[idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose4וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see5ה֛וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6עֹשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7מְלָאכָ֖הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הָאָבְנָֽיִםH70schijven, stoelenwheel, stool
4En het vat, dat hij maakte, werd verdorven, als leem, in de hand des pottenbakkers; toen maakte hij daarvan weder een ander vat, gelijk als het recht was in de ogen des pottenbakkers te maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En het vatH3627, dat hij maakteH6213, werd verdorvenH7843, als leemH2563, in de handH3027 des pottenbakkersH3335; toen maakteH6213 hij daarvan weder een anderH312vatH3627, gelijk als het rechtH3474 was in de ogenH5869 des pottenbakkersH3335 te makenH6213.En het vat, dat hij maakte, werd verdorven, als leem, in de hand des pottenbakkers; toen maakte hij daarvan weder een ander vat, gelijk als het recht was in de ogen des pottenbakkers te maken.
KJVAnd the vessel2that he made5of clay6was marred1in the hand7of the potter:8so he made10it again9another12vessel,11as seemed15good14to the potter16to make
1וְנִשְׁחַ֣תH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)2הַכְּלִ֗יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5עֹשֶׂ֛הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6בַּחֹ֖מֶרH2563leem, homer, slijkclay, heap, homer, mire, motion7בְּיַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8הַיּוֹצֵ֑רH3335geformeerd, formeert, pottenbakker[idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose9וְשָׁ֗בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10וַֽיַּעֲשֵׂ֨הוּ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11כְּלִ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever12אַחֵ֔רH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange13כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14יָשַׁ֛רH3474recht, bevallig, bevieldirect, fit, seem good (meet), [phrase] please (will), be (esteem, go) right (on), bring (look, make, take the) straight (way), be upright(-ly)15בְּעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)16הַיּוֹצֵ֖רH3335geformeerd, formeert, pottenbakker[idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose17לַעֲשֽׂוֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
5Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697totH413 mij, zeggendeH559:Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
6Zal Ik ulieden niet kunnen doen, gelijk deze pottenbakker, o huis Israels? spreekt de HEERE; ziet, gelijk leem in de hand des pottenbakkers, alzo zijt gijlieden in Mijn hand, o huis Israels!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Zal Ik ulieden niet kunnen doenH6213, gelijk dezeH2088pottenbakkerH3335, o huisH1004IsraelsH3478? spreektH5002 de HEEREH3068; zietH2009, gelijk leemH2563 in de handH3027 des pottenbakkersH3335, alzoH3651 zijt gijliedenH859 in Mijn handH3027, o huisH1004IsraelsH3478!Zal Ik ulieden niet kunnen doen, gelijk deze pottenbakker, o huis Israels? spreekt de HEERE; ziet, gelijk leem in de hand des pottenbakkers, alzo zijt gijlieden in Mijn hand, o huis Israels!
KJVO house7of Israel,8cannot4I do5with you as this potter?1saith9the LORD.10Behold, as the clay12is in the potter's14hand,13so are ye in mine hand,17O house18of Israel.
1הֲכַיּוֹצֵ֨רH3335geformeerd, formeert, pottenbakker[idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose2הַזֶּ֜הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)3לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אוּכַ֨לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer5לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6לָכֶ֛ם7בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith10יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11הִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see12כַחֹ֨מֶר֙H2563leem, homer, slijkclay, heap, homer, mire, motion13בְּיַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14הַיּוֹצֵ֔רH3335geformeerd, formeert, pottenbakker[idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose15כֵּןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you16אַתֶּ֥םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you17בְּיָדִ֖יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)19יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
7In een ogenblik zal Ik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal uitrukken, en afbreken, en verdoen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7In een ogenblikH7281 zal Ik sprekenH1696overH5921 een volkH1471 en overH5921 een koninkrijkH4467, dat Ik het zal uitrukkenH5428, en afbrekenH5422, en verdoenH6;In een ogenblik zal Ik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal uitrukken, en afbreken, en verdoen;
KJVAt what instant1I shall speak2concerning a nation,4and concerning a kingdom,6to pluck up,7and to pull down,8and to destroy
1רֶ֣גַעH7281ogenblikinstant, moment, space, suddenly2אֲדַבֵּ֔רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4גּ֖וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6מַמְלָכָ֑הH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal7לִנְת֥וֹשׁH5428uitrukken, uitgerukt, rukkendestroy, forsake, pluck (out, up, by the roots), pull up, root out (up), [idiom] utterly. s8וְלִנְת֖וֹץH5422brak, afbreken, brakenbeat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down9וּֽלְהַאֲבִֽידH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee
8Maar indien datzelve volk, over hetwelk Ik zulks gesproken heb, zich van zijn boosheid bekeert, zo zal Ik berouw hebben over het kwaad, dat Ik hetzelve gedacht te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Maar indien datzelve volkH1471, over hetwelkH834 Ik zulks gesprokenH1696 heb, zich van zijn boosheidH7451bekeertH7725, zo zal Ik berouwH5162 hebben overH5921hetH1931kwaadH7451, dat Ik hetzelve gedachtH2803 te doenH6213.Maar indien datzelve volk, over hetwelk Ik zulks gesproken heb, zich van zijn boosheid bekeert, zo zal Ik berouw hebben over het kwaad, dat Ik hetzelve gedacht te doen.
KJVIf that nation,2against whom I have pronounced,6turn1from their evil,4I will repent8of the evil10that I thought12to do
1וְשָׁב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2הַגּ֣וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people3הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4מֵרָ֣עָת֔וֹH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)5אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6דִּבַּ֖רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7עָלָ֑יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8וְנִֽחַמְתִּי֙H5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הָ֣רָעָ֔הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12חָשַׁ֖בְתִּיH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think13לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14לֽוֹ
9Ook zal Ik in een ogenblik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal bouwen en planten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Ook zal Ik in een ogenblikH7281sprekenH1696overH5921 een volkH1471 en overH5921 een koninkrijkH4467, dat Ik het zal bouwenH1129 en plantenH5193;Ook zal Ik in een ogenblik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal bouwen en planten;
KJVAnd at what instant1I shall speak2concerning a nation,4and concerning a kingdom,6to build7and to plant
1וְרֶ֣גַעH7281ogenblikinstant, moment, space, suddenly2אֲדַבֵּ֔רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4גּ֖וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6מַמְלָכָ֑הH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal7לִבְנֹ֖תH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely8וְלִנְטֹֽעַH5193planten, geplant, plantfastened, plant(-er)
10Maar indien het doet, dat kwaad is in Mijn ogen, dat het naar Mijn stem niet hoort, zo zal Ik berouw hebben over het goede, met hetwelk Ik gezegd had hetzelve te zullen weldoen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Maar indien het doetH6213, dat kwaadH7451 is in Mijn ogenH5869, dat het naar Mijn stemH6963nietH1115hoortH8085, zo zal Ik berouwH5162 hebben overH5921 het goedeH2896, met hetwelkH834 Ik gezegdH559 had hetzelve te zullen weldoenH3190.Maar indien het doet, dat kwaad is in Mijn ogen, dat het naar Mijn stem niet hoort, zo zal Ik berouw hebben over het goede, met hetwelk Ik gezegd had hetzelve te zullen weldoen.
KJVIf it do1evil2in my sight,3that it obey5not my voice,6then I will repent7of the good,9wherewith I said11I would benefit
1וְעָשָׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הָרַע֙H7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)3בְּעֵינַ֔יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4לְבִלְתִּ֖יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without5שְׁמֹ֣עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6בְּקוֹלִ֑יH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell7וְנִֽחַמְתִּי֙H5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַטּוֹבָ֔הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11אָמַ֖רְתִּיH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12לְהֵיטִ֥יבH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)13אוֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
11Nu dan, spreek nu tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik formeer een kwaad tegen ulieden, en denk tegen ulieden een gedachte; zo bekeert u nu, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw wegen en uw handelingen goed.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Nu dan, spreekH559 nu totH413 de mannenH376 van JudaH3063 en tot de inwonersH3427 van JeruzalemH3389, zeggendeH559: ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: ZietH2009, IkH595formeerH3335 een kwaadH7451 tegen ulieden, en denkH2803 tegen ulieden een gedachteH4284; zo bekeertH7725 u nu, een iegelijk van zijn bozenH7451wegH1870, en maakt uw wegenH1870 en uw handelingenH4611goedH3190.Nu dan, spreek nu tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik formeer een kwaad tegen ulieden, en denk tegen ulieden een gedachte; zo bekeert u nu, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw wegen en uw handelingen goed.
KJVNow therefore go to, speak2to the men5of Judah,6and to the inhabitants8of Jerusalem,9saying,10Thus saith12the LORD;13Behold, I frame16evil18against you, and devise19a device21against you: return22ye now every one24from his evil26way,25and make your ways28and your doings29good.
1וְעַתָּ֡הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2אֱמָרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3נָ֣אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6יְהוּדָה֩H3063JudaJudah7וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8יוֹשְׁבֵ֨יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9יְרוּשָׁלִַ֜םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem10לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder12אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14הִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see15אָנֹכִ֜יH595ik, mijI, me, [idiom] which16יוֹצֵ֤רH3335geformeerd, formeert, pottenbakker[idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose17עֲלֵיכֶם֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18רָעָ֔הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)19וְחֹשֵׁ֥בH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think20עֲלֵיכֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21מַֽחֲשָׁבָ֑הH4284gedachten, gedachte, vernuftigen arbeidcunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought22שׁ֣וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw23נָ֗אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh24אִ֚ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)25מִדַּרְכּ֣וֹH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)26הָֽרָעָ֔הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)27וְהֵיטִ֥יבוּH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)28דַרְכֵיכֶ֖םH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)29וּמַעַלְלֵיכֶֽםH4611handelingen, daden, werkendoing, endeavour, invention, work
12Doch zij zeggen: Het is buiten hoop; maar wij zullen naar onze gedachten wandelen, en wij zullen doen, een iegelijk het goeddunken van zijn boos hart.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Doch zij zeggenH559: Het is buiten hoopH2976; maarH3588 wij zullen naar onze gedachtenH4284wandelenH3212, en wij zullen doenH6213, een iegelijkH376 het goeddunkenH8307 van zijn boosH7451hartH3820.Doch zij zeggen: Het is buiten hoop; maar wij zullen naar onze gedachten wandelen, en wij zullen doen, een iegelijk het goeddunken van zijn boos hart.
KJVAnd they said,1There is no hope:2but we will walk6after4our own devices,5and we will every one7do11the imagination8of his evil10heart.
1וְאָמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2נוֹאָ֑שׁH2976buiten hoop, hoop verlieze, mismoedigen(cause to) despair, one that is desperate, be no hope3כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4אַחֲרֵ֤יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with5מַחְשְׁבוֹתֵ֨ינוּ֙H4284gedachten, gedachte, vernuftigen arbeidcunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought6נֵלֵ֔ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7וְאִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8שְׁרִר֥וּתH8307goeddunkenimagination, lust9לִבּֽוֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom10הָרָ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)11נַעֲשֶֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
13Daarom, zo zegt de HEERE: Vraagt nu onder de heidenen; wie heeft alzulks gehoord? De jonkvrouw Israels doet een zeer afschuwelijke zaak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13DaaromH3651, zo zegtH559 de HEEREH3068: VraagtH7592 nu onder de heidenenH1471; wieH4310 heeft alzulks gehoordH8085? De jonkvrouwH1330IsraelsH3478doetH6213 een zeerH3966afschuwelijkeH8186 zaak.Daarom, zo zegt de HEERE: Vraagt nu onder de heidenen; wie heeft alzulks gehoord? De jonkvrouw Israels doet een zeer afschuwelijke zaak.
KJVTherefore thus saith3the LORD;4Ask5ye now among the heathen,7who hath heard9such things: the virgin14of Israel15hath done12a very13horrible thing.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5שַֽׁאֲלוּH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish6נָא֙H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh7בַּגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people8מִ֥יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God9שָׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness10כָּאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)11שַֽׁעֲרֻרִת֙H8186afschuwelijke, afschuwelijkheidhorrible thing12עָשְׂתָ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13מְאֹ֔דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well14בְּתוּלַ֖תH1330jonkvrouw, maagd, maagdenmaid, virgin15יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
14Zal men ook om een rotssteen des velds verlaten de sneeuw van Libanon? Zullen ook de vreemde, koude, vlietende wateren verlaten worden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Zal men ook om een rotssteenH6697 des veldsH7704 verlaten de sneeuwH7950 van LibanonH3844? Zullen ook de vreemdeH2114, koudeH7119, vlietendeH5140waterenH4325 verlaten worden?Zal men ook om een rotssteen des velds verlaten de sneeuw van Libanon? Zullen ook de vreemde, koude, vlietende wateren verlaten worden?
Ook in dit vers
verlatenH5428
verlatenH5800
KJVWill a man leave1the snow4of Lebanon5which cometh from the rock2of the field?3or shall the cold10flowing11waters8that come from another place9be forsaken?
15Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, zij roken der ijdelheid; want zij hebben hen doen aanstoten op hun wegen, op de oude paden, opdat zij mochten wandelen in stegen van een weg, die niet opgehoogd is;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Nochtans heeft Mijn volkH5971 Mij vergetenH7911, zij rokenH6999 der ijdelheidH7723; wantH3588 zij hebben hen doen aanstotenH3782 op hun wegenH1870, op de oudeH5769padenH7635, opdat zij mochten wandelenH3212 in stegenH5410 van een wegH1870, die nietH3808opgehoogdH5549 is;Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, zij roken der ijdelheid; want zij hebben hen doen aanstoten op hun wegen, op de oude paden, opdat zij mochten wandelen in stegen van een weg, die niet opgehoogd is;
KJVBecause my people3hath forgotten2me, they have burned incense5to vanity,4and they have caused them to stumble6in their ways7from the ancient9paths,8to walk10in paths,11in a way12not cast up;
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2שְׁכֵחֻ֥נִיH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget3עַמִּ֖יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4לַשָּׁ֣וְאH7723ijdelheid, ijdellijk, vergeefsfalse(-ly), lie, lying, vain, vanity5יְקַטֵּ֑רוּH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)6וַיַּכְשִׁל֤וּםH3782struikelen, vallen, aanstotenbereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak7בְּדַרְכֵיהֶם֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)8שְׁבִילֵ֣יH7635pad, padenpath9עוֹלָ֔םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)10לָלֶ֣כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak11נְתִיב֔וֹתH5410paden, pad, stegenpath(-way), [idiom] travel(-ler), way12דֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)13לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14סְלוּלָֽהH5549verhoogt, Verhef, Verheftcast up, exalt (self), extol, make plain, raise up
16Om hun land te stellen tot een ontzetting, tot eeuwige aanfluitingen; al wie daar voorbijgaat, zal zich ontzetten, en met zijn hoofd schudden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Om hun landH776 te stellenH7760 tot een ontzettingH8047, tot eeuwigeH5769aanfluitingenH8292; alH3605 wie daar voorbijgaatH5674, zal zich ontzettenH8074, en met zijn hoofdH7218schuddenH5110.Om hun land te stellen tot een ontzetting, tot eeuwige aanfluitingen; al wie daar voorbijgaat, zal zich ontzetten, en met zijn hoofd schudden.
KJVTo make1their land2desolate,3and a perpetual5hissing;every one that passeth7thereby shall be astonished,9and wag10his head.
1לָשׂ֥וּםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2אַרְצָ֛םH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3לְשַׁמָּ֖הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing4שְׁרִיק֣וֹתH8322aanfluitinghissing5עוֹלָ֑םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)6כֹּ֚לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7עוֹבֵ֣רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath8עָלֶ֔יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9יִשֹּׁ֖םH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder10וְיָנִ֥ידH5110medelijden, beklaagt, dolendebemoan, flee, get, mourn, make to move, take pity, remove, shake, skip for joy, be sorry, vagabond, way, wandering11בְּרֹאשֽׁוֹH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
17Als een oostenwind zal Ik hen verstrooien voor het aangezicht des vijands; Ik zal hun den nek en niet het aangezicht laten zien, ten dage huns verderfs.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Als een oostenwindH6921 zal Ik hen verstrooienH6327 voor het aangezichtH6440 des vijandsH341; Ik zal hun den nekH6203 en nietH3808 het aangezichtH6440 laten zienH7200, ten dageH3117 huns verderfsH343.Als een oostenwind zal Ik hen verstrooien voor het aangezicht des vijands; Ik zal hun den nek en niet het aangezicht laten zien, ten dage huns verderfs.
KJVI will scatter3them as with an east2wind1before4the enemy;5I will shew9them the back,6and not the face,8in the day10of their calamity.
1כְּרֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)2קָדִ֥יםH6921oosten, oostenwind, oosterhoekeast(-ward, wind)3אֲפִיצֵ֖םH6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad4לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5אוֹיֵ֑בH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe6עֹ֧רֶףH6203nek, hardnekkig, nek toekerenback ((stiff-) neck((-ed)7וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8פָנִ֛יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9אֶרְאֵ֖םH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions10בְּי֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11אֵידָֽםH343verderf, verderfs, ongevalscalamity, destruction
18Toen zeiden zij: Komt aan, laat ons gedachten tegen Jeremia denken; want de wet zal niet vergaan van den priester, noch de raad van den wijze, noch het woord van den profeet; komt aan, en laat ons hem slaan met de tong, en laat ons niet luisteren naar enige zijner woorden!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Toen zeidenH559 zij: KomtH3212 aan, laat ons gedachtenH4284 tegen JeremiaH3414denkenH2803; wantH3588 de wetH8451 zal niet vergaanH6 van den priesterH3548, noch de raadH6098 van den wijzeH2450, noch het woordH1697 van den profeetH5030; komtH3212 aan, en laat ons hem slaanH5221 met de tongH3956, en laat ons niet luisterenH7181naarH413enigeH3605 zijner woordenH1697!Toen zeiden zij: Komt aan, laat ons gedachten tegen Jeremia denken; want de wet zal niet vergaan van den priester, noch de raad van den wijze, noch het woord van den profeet; komt aan, en laat ons hem slaan met de tong, en laat ons niet luisteren naar enige zijner woorden!
KJVThen said1they, Come,2and let us devise3devices6against Jeremiah;5for the law10shall not perish9from the priest,11nor counsel12from the wise,13nor the word14from the prophet.15Come,16and let us smite17him with the tongue,18and let us not give heed20to any of his words.
1וַיֹּאמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לְכ֨וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3וְנַחְשְׁבָ֣הH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think4עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5יִרְמְיָהוּ֮H3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah6מַחֲשָׁבוֹת֒H4284gedachten, gedachte, vernuftigen arbeidcunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought7כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תֹאבַ֨דH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee10תּוֹרָ֜הH8451wet, wetten, leerlaw11מִכֹּהֵ֗ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer12וְעֵצָה֙H6098raad, raadslag, raadslagenadvice, advisement, counsel(l-(or)), purpose13מֵֽחָכָ֔םH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)14וְדָבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work15מִנָּבִ֑יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet16לְכוּ֙H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak17וְנַכֵּ֣הוּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound18בַלָּשׁ֔וֹןH3956tong, spraak, tongen[phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge19וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than20נַקְשִׁ֖יבָהH7181merk, merkt, opmerkenattend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard21אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)22כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23דְּבָרָֽיוH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
19HEERE! luister naar mij, en hoor naar de stem mijner twisters.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19HEEREH3068! luisterH7181naarH413 mij, en hoorH8085 naar de stemH6963 mijner twistersH3401.HEERE! luister naar mij, en hoor naar de stem mijner twisters.
KJVGive heed1to me, O LORD,2and hearken4to the voice5of them that contend
1הַקְשִׁ֥יבָהH7181merk, merkt, opmerkenattend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֵלָ֑יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4וּשְׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness5לְק֥וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell6יְרִיבָֽיH3401twistersthat content(-eth), that strive
20Zal dan kwaad voor goed vergolden worden? want zij hebben mijn ziel een kuil gegraven; gedenk, dat ik voor Uw aangezicht gestaan heb, om goed voor hen te spreken, om Uw grimmigheid van hen af te wenden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Zal dan kwaadH7451voorH8478goedH2896vergoldenH7999 worden? wantH3588 zij hebben mijn zielH5315 een kuilH7745gegravenH3738; gedenkH2142, dat ik voor Uw aangezichtH6440gestaanH5975 heb, om goedH2896 voor hen te sprekenH1696, om Uw grimmigheidH2534 van hen af te wendenH7725.Zal dan kwaad voor goed vergolden worden? want zij hebben mijn ziel een kuil gegraven; gedenk, dat ik voor Uw aangezicht gestaan heb, om goed voor hen te spreken, om Uw grimmigheid van hen af te wenden.
KJVShall evil4be recompensed1for good?3for they have digged6a pit7for my soul.8Remember9that I stood10before11thee to speak12good14for them, and to turn away15thy wrath
1הַיְשֻׁלַּ֤םH7999vergelden, wedergeven, betalenmake amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely2תַּֽחַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with3טוֹבָה֙H2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)4רָעָ֔הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)5כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6כָר֥וּH3738gegraven, graaft, gedolvendig, [idiom] make (a banquet), open7שׁוּחָ֖הH7745gracht, kuil, kuilenditch, pit8לְנַפְשִׁ֑יH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it9זְכֹ֣רH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well10עָמְדִ֣יH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry11לְפָנֶ֗יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12לְדַבֵּ֤רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work13עֲלֵיהֶם֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14טוֹבָ֔הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)15לְהָשִׁ֥יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17חֲמָתְךָ֖H2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)18מֵהֶֽם
21Daarom, geef hun zonen den honger over, en doe ze wegvloeien door het geweld des zwaards, en laat hun vrouwen van kinderen beroofd en weduwen worden, en laat hun mannen door den dood omgebracht, en hun jongelingen met het zwaard geslagen worden in den strijd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21DaaromH3651, geefH5414 hun zonenH1121 den hongerH7458overH5921, en doe ze wegvloeienH5064 door het geweldH3027 des zwaardsH2719, en laatH1961 hun vrouwenH802 van kinderen beroofdH7909 en weduwenH490 worden, en laatH1961 hun mannenH582 door den doodH4194omgebrachtH2026, en hun jongelingenH970 met het zwaardH2719geslagenH5221 worden in den strijdH4421.Daarom, geef hun zonen den honger over, en doe ze wegvloeien door het geweld des zwaards, en laat hun vrouwen van kinderen beroofd en weduwen worden, en laat hun mannen door den dood omgebracht, en hun jongelingen met het zwaard geslagen worden in den strijd.
KJVTherefore deliver up2their children4to the famine,5and pour out6their blood by the force8of the sword;9and let their wives11be bereaved12of their children, and be widows;13and let their menbe put16to death;17let their young men18be slain19by the sword20in battle.
1לָכֵן֩H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2תֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בְּנֵיהֶ֜םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5לָרָעָ֗בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger6וְהַגִּרֵם֮H5064storten, uitgestort, wegvloeienfall, flow away, pour down (out), run, shed, spilt, trickle down7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8יְדֵיH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9חֶרֶב֒H2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool10וְתִֽהְיֶ֨נָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11נְשֵׁיהֶ֤םH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English12שַׁכֻּלוֹת֙H7909beroofd, jongeloos, jongenbarren, bereaved (robbed) of children (whelps)13וְאַלְמָנ֔וֹתH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow14וְאַ֨נְשֵׁיהֶ֔םH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)15יִֽהְי֖וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16הֲרֻ֣גֵיH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely17מָ֑וֶתH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)18בַּח֣וּרֵיהֶ֔םH970jongelingen, jongeling, Jongelingen(choice) young (man), chosen, [idiom] hole19מֻכֵּיH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound20חֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool21בַּמִּלְחָמָֽהH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
22Laat er een geschrei uit hun huizen gehoord worden, wanneer Gij haastelijk een bende over hen zult brengen; dewijl zij een kuil gegraven hebben om mij te vangen, en strikken verborgen voor mijn voeten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Laat er een geschreiH2201 uit hun huizenH1004gehoordH8085 worden, wanneer Gij haastelijkH6597 een bendeH1416overH5921 hen zult brengenH935; dewijlH3588 zij een kuilH7745gegravenH3738 hebben om mij te vangenH3920, en strikkenH6341verborgenH2934 voor mijn voetenH7272.Laat er een geschrei uit hun huizen gehoord worden, wanneer Gij haastelijk een bende over hen zult brengen; dewijl zij een kuil gegraven hebben om mij te vangen, en strikken verborgen voor mijn voeten.
KJVLet a cry2be heard1from their houses,3when thou shalt bring5a troop7suddenly8upon them: for they have digged10a pit11to take12me, and hid14snares13for my feet.
1תִּשָּׁמַ֤עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2זְעָקָה֙H2201geroep, gekrijt, geschreeuwscry(-ing)3מִבָּ֣תֵּיהֶ֔םH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5תָבִ֧יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6עֲלֵיהֶ֛םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7גְּד֖וּדH1416benden, bende, bende straatschendersarmy, band (of men), company, troop (of robbers)8פִּתְאֹ֑םH6597haastelijk, snellijk, haastigstraightway, sudden(-ly)9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10כָר֤וּH3738gegraven, graaft, gedolvendig, [idiom] make (a banquet), open11שׁוּחָה֙H7745gracht, kuil, kuilenditch, pit12לְלָכְדֵ֔נִיH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take13וּפַחִ֖יםH6341strik, strikken, dunne platengin, (thin) plate, snare14טָמְנ֥וּH2934verborgen, verberg, verbergthide, lay privily, in secret15לְרַגְלָֽיH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
23Doch Gij, HEERE! weet al hun raad tegen mij ten dode; maak geen verzoening over hun ongerechtigheid, en delg hun zonde niet uit van voor Uw aangezicht; maar laat hen nedergeveld worden voor Uw aangezicht; handel alzo met hen, ten tijde Uws toorns.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Doch GijH859, HEEREH3068! weetH3045alH3605 hun raadH6098tegenH5921 mij ten dodeH4194; maak geenH408verzoeningH3722overH5921 hun ongerechtigheidH5771, en delgH4229 hun zondeH2403nietH408 uit van voor Uw aangezichtH6440; maar laatH1961 hen nedergeveldH3782 worden voor Uw aangezichtH6440; handelH6213 alzo met hen, ten tijdeH6256 Uws toornsH639.Doch Gij, HEERE! weet al hun raad tegen mij ten dode; maak geen verzoening over hun ongerechtigheid, en delg hun zonde niet uit van voor Uw aangezicht; maar laat hen nedergeveld worden voor Uw aangezicht; handel alzo met hen, ten tijde Uws toorns.
KJVYet, LORD,2thou knowest3all their counsel6against me to slay8me: forgive10not their iniquity,12neither blot out16their sin13from thy sight,14but let them be overthrown18before19thee; deal22thus with them in the time20of thine anger.
1וְאַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2יְ֠הוָהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3יָדַ֜עְתָּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot4אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6עֲצָתָ֤םH6098raad, raadslag, raadslagenadvice, advisement, counsel(l-(or)), purpose7עָלַי֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8לַמָּ֔וֶתH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)9אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than10תְּכַפֵּר֙H3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12עֲוֺנָ֔םH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin13וְחַטָּאתָ֖םH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)14מִלְּפָנֶ֣יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than16תֶּ֑מְחִיH4229uitgedelgd, delg, verdelgenabolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out)17וְיִהְי֤וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use18מֻכְשָׁלִים֙H3782struikelen, vallen, aanstotenbereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak19לְפָנֶ֔יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you20בְּעֵ֥תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when21אַפְּךָ֖H639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath22עֲשֵׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use23בָהֶֽם
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 18:2— Maak u op, en ga af in het huis des pottenbakkers, en aldaar zal Ik u Mijn woorden doen horen.Jeremia 19:1→Hebreeën 1:1→Jeremia 23:22→Jeremia 13:1→Jesaja 20:2→Ezechiël 4:1→Handelingen 9:6→Amos 7:7→
Jeremia 18:3— Zo ging ik af in het huis des pottenbakkers; en ziet, hij maakte een werk op de schijven.Handelingen 26:19→Johannes 15:14→Jona 1:3→
Jeremia 18:4— En het vat, dat hij maakte, werd verdorven, als leem, in de hand des pottenbakkers; toen maakte hij daarvan weder een ander vat, gelijk als het recht was in de ogen des pottenbakkers te maken.Jeremia 18:6→Romeinen 9:20→Jesaja 45:9→
Jeremia 18:6— Zal Ik ulieden niet kunnen doen, gelijk deze pottenbakker, o huis Israels? spreekt de HEERE; ziet, gelijk leem in de hand des pottenbakkers, alzo zijt gijlieden in Mijn hand, o huis Israels!Jesaja 64:8→Jesaja 45:9→Mattheüs 20:15→Daniël 4:23→Jeremia 18:4→Romeinen 9:20→Romeinen 11:34→
Jeremia 18:7— In een ogenblik zal Ik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal uitrukken, en afbreken, en verdoen;Jeremia 1:10→Jeremia 45:4→Jeremia 12:14→Jeremia 25:9→Jona 3:4→Amos 9:8→
Jeremia 18:8— Maar indien datzelve volk, over hetwelk Ik zulks gesproken heb, zich van zijn boosheid bekeert, zo zal Ik berouw hebben over het kwaad, dat Ik hetzelve gedacht te doen.Ezechiël 18:21→Jeremia 26:13→Hosea 11:8→Richteren 2:18→Jeremia 26:3→Joël 2:13→Jona 3:9→Jeremia 7:3→
Jeremia 18:9— Ook zal Ik in een ogenblik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal bouwen en planten;Jeremia 1:10→Jeremia 31:28→Jeremia 11:17→Amos 9:11→Prediker 3:2→Jeremia 31:38→Jeremia 32:41→Jeremia 31:4→
Jeremia 18:10— Maar indien het doet, dat kwaad is in Mijn ogen, dat het naar Mijn stem niet hoort, zo zal Ik berouw hebben over het goede, met hetwelk Ik gezegd had hetzelve te zullen weldoen.1 Samuël 2:30→1 Samuël 13:13→Ezechiël 33:18→Ezechiël 18:24→Psalmen 125:5→1 Samuël 15:11→Jeremia 7:23→1 Samuël 15:35→
Jeremia 18:11— Nu dan, spreek nu tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik formeer een kwaad tegen ulieden, en denk tegen ulieden een gedachte; zo bekeert u nu, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw wegen en uw handelingen goed.2 Koningen 17:13→Jesaja 1:16→Jeremia 35:15→Jeremia 25:5→Jeremia 7:3→Micha 2:3→Zacharia 1:3→Handelingen 26:20→
Jeremia 18:12— Doch zij zeggen: Het is buiten hoop; maar wij zullen naar onze gedachten wandelen, en wij zullen doen, een iegelijk het goeddunken van zijn boos hart.Jeremia 2:25→Deuteronomium 29:19→Jeremia 16:12→Jesaja 57:10→Jeremia 7:24→Jeremia 3:17→Jeremia 11:8→Genesis 6:5→
Jeremia 18:13— Daarom, zo zegt de HEERE: Vraagt nu onder de heidenen; wie heeft alzulks gehoord? De jonkvrouw Israels doet een zeer afschuwelijke zaak.Jeremia 5:30→Hosea 6:10→Jeremia 23:14→Jesaja 66:8→Jeremia 2:10→Jeremia 31:4→Jeremia 14:17→1 Samuël 4:7→
Jeremia 18:14— Zal men ook om een rotssteen des velds verlaten de sneeuw van Libanon? Zullen ook de vreemde, koude, vlietende wateren verlaten worden?Johannes 6:68→
Jeremia 18:15— Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, zij roken der ijdelheid; want zij hebben hen doen aanstoten op hun wegen, op de oude paden, opdat zij mochten wandelen in stegen van een weg, die niet opgehoogd is;Jesaja 57:14→Jeremia 6:16→Jeremia 2:32→Jeremia 10:15→Jeremia 2:13→Jeremia 16:19→Hosea 11:2→Maleachi 2:8→
Jeremia 18:16— Om hun land te stellen tot een ontzetting, tot eeuwige aanfluitingen; al wie daar voorbijgaat, zal zich ontzetten, en met zijn hoofd schudden.Jeremia 25:9→Psalmen 22:7→Jeremia 50:13→Ezechiël 33:28→1 Koningen 9:8→Jeremia 19:8→Micha 6:16→Jeremia 49:13→
Jeremia 18:17— Als een oostenwind zal Ik hen verstrooien voor het aangezicht des vijands; Ik zal hun den nek en niet het aangezicht laten zien, ten dage huns verderfs.Jeremia 13:24→Jeremia 2:27→Hosea 13:15→Job 27:21→Psalmen 48:7→Jeremia 32:33→Jeremia 46:21→Deuteronomium 32:35→
Jeremia 18:18— Toen zeiden zij: Komt aan, laat ons gedachten tegen Jeremia denken; want de wet zal niet vergaan van den priester, noch de raad van den wijze, noch het woord van den profeet; komt aan, en laat ons hem slaan met de tong, en laat ons niet luisteren naar enige zijner woorden!Jeremia 11:19→Psalmen 52:2→Maleachi 2:7→Psalmen 21:11→Jeremia 18:11→Jesaja 32:7→Psalmen 64:3→Micha 2:1→
Jeremia 18:19— HEERE! luister naar mij, en hoor naar de stem mijner twisters.Nehemia 6:9→Psalmen 55:16→Jeremia 20:12→Psalmen 109:28→Micha 7:8→Psalmen 64:1→Psalmen 56:1→2 Koningen 19:16→
Jeremia 18:20— Zal dan kwaad voor goed vergolden worden? want zij hebben mijn ziel een kuil gegraven; gedenk, dat ik voor Uw aangezicht gestaan heb, om goed voor hen te spreken, om Uw grimmigheid van hen af te wenden.Psalmen 35:7→Psalmen 57:6→Psalmen 106:23→1 Samuël 24:17→Psalmen 35:12→Jeremia 18:22→Psalmen 119:95→Prediker 10:8→
Jeremia 18:21— Daarom, geef hun zonen den honger over, en doe ze wegvloeien door het geweld des zwaards, en laat hun vrouwen van kinderen beroofd en weduwen worden, en laat hun mannen door den dood omgebracht, en hun jongelingen met het zwaard geslagen worden in den strijd.Psalmen 109:9→Jeremia 9:21→Deuteronomium 32:25→Klaagliederen 5:3→Jeremia 16:3→Amos 4:10→Jeremia 15:8→Exodus 22:24→
Jeremia 18:22— Laat er een geschrei uit hun huizen gehoord worden, wanneer Gij haastelijk een bende over hen zult brengen; dewijl zij een kuil gegraven hebben om mij te vangen, en strikken verborgen voor mijn voeten.Jeremia 6:26→Psalmen 140:5→Jeremia 25:34→Sefanja 1:10→Sefanja 1:16→Psalmen 56:5→Jesaja 10:30→Jeremia 47:2→
Jeremia 18:23— Doch Gij, HEERE! weet al hun raad tegen mij ten dode; maak geen verzoening over hun ongerechtigheid, en delg hun zonde niet uit van voor Uw aangezicht; maar laat hen nedergeveld worden voor Uw aangezicht; handel alzo met hen, ten tijde Uws toorns.Jesaja 2:9→Psalmen 35:4→Psalmen 69:22→Psalmen 109:14→Nehemia 4:4→Romeinen 2:5→Jeremia 11:18→Lukas 21:22→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 18 vers 2— Maak u op, en ga af in het huis des pottenbakkers, en aldaar zal Ik u Mijn woorden doen horen.
pottenbakkers,
Hebreeuws, des formeerders.
Hertaald:pottenbakkers,
Hebreeuws: van de formeerder.
Jeremia 18 vers 3— Zo ging ik af in het huis des pottenbakkers; en ziet, hij maakte een werk op de schijven.
maakte een werk
Of, hij deed [zijn] werk, hij arbeidde.
Hertaald:maakte een werk
Of: hij deed zijn werk, hij was aan het werk.
schijven
Het Hebreeuwse woord staat in het getal van meervoud, omdat er twee raderen of schijven zijn, die de pottenbakkers in hun arbeid gebruiken, het onderste, dat groter is, en het bovenste, dat kleiner is, gelijk sommigen betuigen dat alsnog in de oosterse landen ook gebruikelijk is. Anders: stoelen, vormen.
Hertaald:schijven
Het Hebreeuwse woord staat in het meervoud, omdat er twee raderen of schijven zijn die de pottenbakkers bij hun werk gebruiken: het onderste, dat groter is, en het bovenste, dat kleiner is. Sommigen getuigen dat dit in de oosterse landen nog steeds zo gebruikelijk is. Anders: stoelen, vormen.
Jeremia 18 vers 4— En het vat, dat hij maakte, werd verdorven, als leem, in de hand des pottenbakkers; toen maakte hij daarvan weder een ander vat, gelijk als het recht was in de ogen des pottenbakkers te maken.
maakte,
Anders: dat hij van leem maakte, met zijne handen.
Hertaald:maakte,
Anders: dat hij van leem maakte, met zijn handen.
als leem,
Dat is, gelijk leem in de hand van een pottenbakker somtijds wel pleegt te misvallen.
Hertaald:als leem,
Dat is: zoals leem in de hand van een pottenbakker soms wel pleegt te mislukken.
weder een ander vat,
Hebreeuws, hij keerde weder en maakte dat een ander vat.
Hertaald:weder een ander vat,
Hebreeuws: hij keerde weer en maakte er een ander vat van.
recht was
Dat is, alzo het hem goeddocht of behaagde.
Hertaald:recht was
Dat is: zoals het hem goeddacht of beviel.
Jeremia 18 vers 7— In een ogenblik zal Ik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal uitrukken, en afbreken, en verdoen;
uitrukken,
Gelijk boven Jer. 1:10 .
Hertaald:uitrukken,
Zoals hierboven Jer. 1:10.
Jeremia 18 vers 8— Maar indien datzelve volk, over hetwelk Ik zulks gesproken heb, zich van zijn boosheid bekeert, zo zal Ik berouw hebben over het kwaad, dat Ik hetzelve gedacht te doen.
berouw hebben
Zie Gen. 6:6 , alzo vs.10.
Hertaald:berouw hebben
Zie Gen. 6:6; zo ook in vers 10.
kwaad,
Dit is, ongeluk, ellende, plagen, alzo vs.11.
Hertaald:kwaad,
Dat is: ongeluk, ellende, plagen; zo ook in vers 11.
hetzelve
Dat volk en koninkrijk.
Hertaald:hetzelve
Dat volk en koninkrijk.
Jeremia 18 vers 10— Maar indien het doet, dat kwaad is in Mijn ogen, dat het naar Mijn stem niet hoort, zo zal Ik berouw hebben over het goede, met hetwelk Ik gezegd had hetzelve te zullen weldoen.
goede,
Dat is, geluk, voorspoed, zegen.
Hertaald:goede,
Dat is: geluk, voorspoed, zegen.
hetzelve
Dat volk en koninkrijk.
Hertaald:hetzelve
Dat volk en koninkrijk.
Jeremia 18 vers 11— Nu dan, spreek nu tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik formeer een kwaad tegen ulieden, en denk tegen ulieden een gedachte; zo bekeert u nu, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw wegen en uw handelingen goed.
mannen van Juda
Gelijk boven Jer. 17:25 , en Jer. 4:3 .
Hertaald:mannen van Juda
Zoals hierboven Jer. 17:25 en Jer. 4:3.
formeer
Het Hebreeuwse woord is hetzelfde, dat boven een pottenbakker betekende. Alsof de Heere zeide: Ik zal een kwaad tegen u bereiden en bakken, enz.
Hertaald:formeer
Het Hebreeuwse woord is hetzelfde dat hierboven pottenbakker betekende. Alsof de HEERE zei: Ik zal een kwaad tegen u bereiden en bakken, enzovoort.
kwaad
Gelijk vs.8.
Hertaald:kwaad
Zoals in vers 8.
gedachte;
Dat is: Ik heb voorgekomen dat kwaad over u te brengen; vergelijk 2 Sam. 14:14 , en onder vs.18.
Hertaald:gedachte;
Dat is: Ik heb Mij voorgenomen dat kwaad over u te brengen; vergelijk 2 Sam. 14:14 en hieronder vers 18.
maakt uw wegen
Zie boven Jer. 7:3 .
Hertaald:maakt uw wegen
Zie hierboven Jer. 7:3.
Jeremia 18 vers 12— Doch zij zeggen: Het is buiten hoop; maar wij zullen naar onze gedachten wandelen, en wij zullen doen, een iegelijk het goeddunken van zijn boos hart.
Het is buiten hoop;
Zie boven Jer. 2:25 , en Jer. 6:16 .
Hertaald:Het is buiten hoop;
Zie hierboven Jer. 2:25 en Jer. 6:16.
goeddunken
Gelijk Jer. 3:17 .
Hertaald:goeddunken
Zoals Jer. 3:17.
Jeremia 18 vers 13— Daarom, zo zegt de HEERE: Vraagt nu onder de heidenen; wie heeft alzulks gehoord? De jonkvrouw Israels doet een zeer afschuwelijke zaak.
Jeremia 18 vers 14— Zal men ook om een rotssteen des velds verlaten de sneeuw van Libanon? Zullen ook de vreemde, koude, vlietende wateren verlaten worden?
om een rotssteen
Dat is, zal men de lieflijke verkoelende sneeuw van den berg Libanon [waarbij zich God vergelijkt] verlaten om een dorren drogen rotssteen des velds; waarbij de afgoden en de afgoderij vergeleken worden?
Hertaald:om een rotssteen
Dat is: zal men de lieflijke, verkoelende sneeuw van de berg Libanon — waarmee God Zich vergelijkt — verlaten voor een dorre, droge rots in het veld, waarmee de afgoden en de afgoderij vergeleken worden?
vreemde,
Die uit andere afgelegen bergachtige plaatsen door verholen gangen afvlieten en met kanalen afgeleid worden, en ten laatste in of nabij ene stad, een frisse, koele en zeer aangename fontein maken of uitgeven, zodat het zotheid zou zijn die te verlaten en elders ander water te zoeken. Anders: zullen ook de stromen [te weten die bij de hand of nabij zijn] verlaten worden [om] vreemde, of uitlandse, of schrikkelijk [gelijk het woord vreemd ook genomen wordt Jes. 28:21 ] koude wateren, die onbekend, ongezond en zeer schadelijk mochten zijn? De mening van dit vs. [dat verscheidenlijk wordt overgezet] is, dat Gods volk zeer dwaas handelde, verlatende den waren God en godsdienst waarin hun heil bestond, en lopende tot de heidense afgoden om hulp, tot hun eigen verderf.
Hertaald:vreemde,
Wateren die uit andere, ver gelegen bergachtige streken door verborgen gangen afvloeien en met kanalen afgeleid worden en ten slotte in of vlak bij een stad een frisse, koele en zeer aangename bron vormen, zodat het dwaasheid zou zijn die te verlaten en elders ander water te zoeken. Anders: zullen ook de stromen — namelijk die dichtbij zijn — verlaten worden voor vreemde of uitheemse, of ijzig koude wateren (zo wordt het woord vreemd ook genomen in Jes. 28:21) die onbekend, ongezond en zeer schadelijk zouden kunnen zijn? De strekking van dit vers, dat verschillend vertaald wordt, is dat Gods volk zeer dwaas handelde door de ware God en de ware godsdienst waarin hun heil bestond te verlaten en tot de heidense afgoden te lopen om hulp, tot hun eigen verderf.
Jeremia 18 vers 15— Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, zij roken der ijdelheid; want zij hebben hen doen aanstoten op hun wegen, op de oude paden, opdat zij mochten wandelen in stegen van een weg, die niet opgehoogd is;
ijdelheid;
Den afgoden, gelijk boven Jer. 14:22 .
Hertaald:ijdelheid;
De afgoden, zoals hierboven Jer. 14:22.
zij hebben hen
De valse profeten hebben teweeggebracht dat het volk, zich verergerde aan den rechten godsdienst, tot afgoderij geweken is. Vergelijk Mal. 2:8 .
Hertaald:zij hebben hen
De valse profeten hebben teweeggebracht dat het volk zich aan de rechte godsdienst ergerde en tot afgoderij afweek. Vergelijk Mal. 2:8.
hun wegen,
Die hun van God waren voorgeschreven.
Hertaald:hun wegen,
Die hun door God waren voorgeschreven.
oude paden,
Hebreeuws, paden der eeuwigheid; dat is, oudheid, die in voortijden van God waren geleerd, door Mozes verklaard en van de vrome voorvaders bewandeld. Van deze betekenis van het woord Olam zie boven Jer. 2:20 , en Jer. 6:16 .
Hertaald:oude paden,
Hebreeuws: paden van de eeuwigheid — dat is: paden van oudsher, die in vroeger tijden door God geleerd, door Mozes verklaard en door de vrome voorvaders bewandeld waren. Over deze betekenis van het woord olam, zie hierboven Jer. 2:20 en Jer. 6:16.
weg, die
Of, ongebaanden weg, als daar zijn rotsstenen en sneeuwachtige bergen, waarvan in vs.14.
Hertaald:weg, die
Of: ongebaande weg, zoals rotsen en besneeuwde bergen, waarover in vers 14.
opgehoogd is;
Dat is, niet gebaand, waarop het onbekwaam en gevaarlijk is te wandelen.
Hertaald:opgehoogd is;
Dat is: niet gebaand, waarop het onbegaanbaar en gevaarlijk is te lopen.
Jeremia 18 vers 16— Om hun land te stellen tot een ontzetting, tot eeuwige aanfluitingen; al wie daar voorbijgaat, zal zich ontzetten, en met zijn hoofd schudden.
Om hun land
Of, stellende, enz., dat is, deze straffen daardoor veroorzakende en over hun hals halende; of opdat Ik daardoor vertoornd zijnde, hun land, enz. Vergelijk onder Jer. 27:10 , Jer. 27:15 ; Klaagl. 2:14 ; Mi. 6:16 , met de aantekening.
Hertaald:Om hun land
Of: terwijl zij stellen, enzovoort — dat is: terwijl zij deze straffen daardoor veroorzaken en over zich halen; of: opdat Ik, daardoor vertoornd, hun land, enzovoort. Vergelijk hieronder Jer. 27:10 en Jer. 27:15, Klaagl. 2:14 en Micha 6:16 met de aantekening.
ontzetting,
Dat is, stof van schrik en verwondering. Anders: verwoesting, alzo onder Jer. 19:8 , en Jer. 25:9 , en Jer. 29:18 , enz.
Hertaald:ontzetting,
Dat is: aanleiding tot schrik en verbazing. Anders: verwoesting; zo ook hieronder Jer. 19:8, Jer. 25:9 en Jer. 29:18, enzovoort.
aanfluitingen;
Of, schuifelingen, sijfelingen, pijpingen der eeuwigheid; tekenen van smaadheid en schande; zie 1 Kon. 9:8 ; onder Jer. 19:8 , en Jer. 25:9 , Jer. 25:18 , en Jer. 29:18 , enz.
Hertaald:aanfluitingen;
Of: schuiferingen, sissingen, fluitingen van de eeuwigheid; tekenen van smaad en schande; zie 1 Kon. 9:8, en hieronder Jer. 19:8, Jer. 25:9 en Jer. 25:18, en Jer. 29:18, enzovoort.
hoofd schudden
Zie 2 Kon. 19:21 .
Hertaald:hoofd schudden
Zie 2 Kon. 19:21.
Jeremia 18 vers 17— Als een oostenwind zal Ik hen verstrooien voor het aangezicht des vijands; Ik zal hun den nek en niet het aangezicht laten zien, ten dage huns verderfs.
Als een oostenwind
Dat is, alsof Ik een oostenwind ware. Of, als [met] een oostenwind; die zeer sterk en doordringend was in die landen. Zie Ex. 10:13 ; Job 27:21 .
Hertaald:Als een oostenwind
Dat is: alsof Ik een oostenwind was. Of: als met een oostenwind, die in die landen zeer sterk en doordringend was. Zie Ex. 10:13 en Job 27:21.
nek
Dat is, mij afkerig en niet goedwillig of gunstig tegen hen tonen, gelijk zij tegen mij ook gedaan hebben. Hebreeuws, Ik zal hun den nek en niet het aangezicht zien, hetwelk enigen alzo verstaan, dat God hen, vluchtende, van achteren zal nazien of vervolgen; zie onder Jer. 32:33 .
Hertaald:nek
Dat is: Mij afkerig tonen en niet goedgunstig tegenover hen, zoals zij ook tegenover Mij gedaan hebben. Hebreeuws: Ik zal hun de nek en niet het aangezicht zien; sommigen verstaan dat zo, dat God hen op de vlucht van achteren zal nakijken of achtervolgen; zie hieronder Jer. 32:33.
verderfs
Of, dodelijk ongeval.
Hertaald:verderfs
Of: dodelijk onheil.
Jeremia 18 vers 18— Toen zeiden zij: Komt aan, laat ons gedachten tegen Jeremia denken; want de wet zal niet vergaan van den priester, noch de raad van den wijze, noch het woord van den profeet; komt aan, en laat ons hem slaan met de tong, en laat ons niet luisteren naar enige zijner woorden!
zij
Tot wie Jeremia dit alles door Gods bevel gesproken had; zie boven vs.11, of, zij hebben gezegd, of zeggen.
Hertaald:zij
Zij tot wie Jeremia dit alles op Gods bevel gesproken had; zie hierboven vers 11. Of: zij hebben gezegd, of: zij zeggen.
gedachten
Dat is, aanslagen tegen hem maken, praktijken beramen om hem van kant te helpen. Vergelijk de manier van spreken met vs.11.
Hertaald:gedachten
Dat is: plannen tegen hem maken, praktijken beramen om hem uit de weg te ruimen. Vergelijk deze manier van spreken met vers 11.
wet
Of, leer; zie Ps. 1:2 . Zij willen zeggen dat Jeremia een vals profeet is, omdat vast allen, die onder Gods volk in aanzien zijn, als priester, oudsten en andere profeten, hem tegenspreken, van wie zij nochtans geloven dat Gods Geest hen moet gehoorzamen; zie Deut. 17:9-10 ; Mal. 2:7-8 ; Joh. 7:48-49 .
Hertaald:wet
Of: leer; zie Ps. 1:2. Zij willen zeggen dat Jeremia een valse profeet is, omdat vrijwel allen die onder Gods volk in aanzien zijn — priesters, oudsten en andere profeten — hem tegenspreken, terwijl zij toch geloven dat Gods Geest hen moet gehoorzamen; zie Deut. 17:9-10, Mal. 2:7-8 en Joh. 7:48-49.
de tong,
Hem met valse getuigenissen overvallen en als een valsen profeet ter dood helpen. Anders: om der tongen wil; dat is, om zijn verdrietelijke en onverdragelijke profetieën.
Hertaald:de tong,
Hem met valse getuigenissen overvallen en als een valse profeet ter dood brengen. Anders: vanwege de tongen — dat is: vanwege zijn verdrietige en onverdraaglijke profetieën.
Jeremia 18 vers 19— HEERE! luister naar mij, en hoor naar de stem mijner twisters.
mijner twisters
Dat is, dergenen, die met mij twisten, van wie hij boven geklaagd heeft dat zij van hem afweken, Jer. 17:13 .
Hertaald:mijner twisters
Dat is: van hen die met mij twisten, over wie hij hierboven geklaagd heeft dat zij van hem afweken, Jer. 17:13.
Jeremia 18 vers 20— Zal dan kwaad voor goed vergolden worden? want zij hebben mijn ziel een kuil gegraven; gedenk, dat ik voor Uw aangezicht gestaan heb, om goed voor hen te spreken, om Uw grimmigheid van hen af te wenden.
Zal dan kwaad
Is dat betamelijk? Heb ik dat met mijne getrouwheid aan hen verdiend? wil de profeet zeggen.
Hertaald:Zal dan kwaad
Is dat gepast? Heb ik dat met mijn trouw aan hen verdiend? wil de profeet zeggen.
mijn ziel
Dat is, een aanslag gemaakt om mij het leven te benemen.
Hertaald:mijn ziel
Dat is: een plan gemaakt om mij het leven te benemen.
goed voor hen
Of, het goede, ten beste, dat is, om voor hen te bidden; zulks dat Gij mij hebt moeten bevelen dat ik gene voorbeden meer zou doen; zie boven Jer. 7:16 , en Jer. 11:14 , en Jer. 14:14 .
Hertaald:goed voor hen
Of: het goede, ten beste — dat is: om voor hen te bidden; zozeer dat U mij hebt moeten bevelen geen voorbede meer te doen; zie hierboven Jer. 7:16, Jer. 11:14 en Jer. 14:14.
Jeremia 18 vers 21— Daarom, geef hun zonen den honger over, en doe ze wegvloeien door het geweld des zwaards, en laat hun vrouwen van kinderen beroofd en weduwen worden, en laat hun mannen door den dood omgebracht, en hun jongelingen met het zwaard geslagen worden in den strijd.
geef hun zonen
Vergelijk dit gebed met Ps. 69:23 , enz., en Ps. 109:6 , enz., en zie de aantekening aldaar.
Hertaald:geef hun zonen
Vergelijk dit gebed met Ps. 69:23, enzovoort, en Ps. 109:6, enzovoort, en zie de aantekening daarbij.
wegvloeien
Hunne krachten vergaan als water, dat uitgestort is; of hun bloed wegvloeien, enz.; vergelijk 2 Sam. 14:14 ; Ps. 22:15 , en Ps. 63:11 ; Ezech. 35:5 .
Hertaald:wegvloeien
Laat hun krachten vergaan als water dat uitgestort is; of: laat hun bloed wegvloeien, enzovoort; vergelijk 2 Sam. 14:14, Ps. 22:15 en Ps. 63:11, en Ezech. 35:5.
geweld
Of, middel van het zwaard. Hebreeuws, handen des zwaards. Alzo Job 5:20 ; zie aldaar.
Hertaald:geweld
Of: het middel van het zwaard. Hebreeuws: handen van het zwaard. Zo ook Job 5:20; zie daar.
Hertaald:door den dood
Hebreeuws: gedoden van de dood zijn.
met het zwaard
Hebreeuws, geslagenen des zwaards.
Hertaald:met het zwaard
Hebreeuws: geslagenen van het zwaard.
Jeremia 18 vers 22— Laat er een geschrei uit hun huizen gehoord worden, wanneer Gij haastelijk een bende over hen zult brengen; dewijl zij een kuil gegraven hebben om mij te vangen, en strikken verborgen voor mijn voeten.
bende
Een hoop van rovende en verdervende krijgslieden, te weten de Babyloniërs.
Hertaald:bende
Een bende rovende en verwoestende krijgslieden, namelijk de Babyloniërs.
brengen;
Of, gebracht hebben.
Hertaald:brengen;
Of: gebracht hebben.
kuil gegraven
Vergelijk Ps. 7:16 , en Ps. 9:16 , en Ps. 35:7 , en Ps. 57:7 , enz.
Hertaald:kuil gegraven
Vergelijk Ps. 7:16, Ps. 9:16, Ps. 35:7 en Ps. 57:7, enzovoort.
verborgen
Dat is, in het verborgen gelegd om mij te doen vallen.
Hertaald:verborgen
Dat is: in het verborgen gelegd om mij te laten vallen.
Jeremia 18 vers 23— Doch Gij, HEERE! weet al hun raad tegen mij ten dode; maak geen verzoening over hun ongerechtigheid, en delg hun zonde niet uit van voor Uw aangezicht; maar laat hen nedergeveld worden voor Uw aangezicht; handel alzo met hen, ten tijde Uws toorns.
ten dode;
Strekkende om mij te doden.
Hertaald:ten dode;
Die ertoe strekken mij te doden.
verzoening
Of, bedek niet genadiglijk; vergelijk Ps. 65:4 , met de aantekening.
Hertaald:verzoening
Of: bedek die niet genadig; vergelijk Ps. 65:4 met de aantekening.
van voor Uw aangezicht;
Dat zij niet zou voor U blijven in gedachte en rekening, om gestraft te worden.
Hertaald:van voor Uw aangezicht;
Zodat die niet voor U in gedachtenis en in rekening zou blijven om gestraft te worden.
laat hen nedergeveld
Hebreeuws, laat hen nedergevelden, nedergestorten, of nedergestoten; alzo dat zij tot aanstoten en struikelen gebracht zijnde, voorts nedergestort worden.
Hertaald:laat hen nedergeveld
Hebreeuws: laat hen neergevelden, neergestorten of neergestotenen zijn — zodat zij, tot struikelen en vallen gebracht, vervolgens neergestort worden.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het huis des pottenbakkers — de profeet wordt naar een werkplaats gestuurd om daar het woord te ontvangen (Jer. 18:1-6)
"Maak u op, en ga af in het huis des pottenbakkers, en aldaar zal Ik u Mijn woorden doen horen" (Jer. 18:2). Wat hij ziet is gewoon werk: "hij maakte een werk op de schijven" (Jer. 18:3). Dan gebeurt er iets: "het vat, dat hij maakte, werd verdorven, als leem, in de hand des pottenbakkers; toen maakte hij daarvan weder een ander vat, gelijk als het recht was in de ogen des pottenbakkers te maken" (Jer. 18:4). En dan volgt de toepassing: "Zal Ik ulieden niet kunnen doen, gelijk deze pottenbakker, o huis Israels? spreekt de HEERE; ziet, gelijk leem in de hand des pottenbakkers, alzo zijt gijlieden in Mijn hand" (Jer. 18:6).
Bijbelse betekenis: Merk eerst op waar dit woord gegeven wordt. Niet in de tempel en niet in een gezicht, maar in een werkplaats; God wijst op iets wat iedereen kon zien. Let vervolgens op wat er met het vat gebeurt. Het mislukt onder de hand van de pottenbakker, en hij gooit het klei niet weg maar maakt er iets anders van. Dat is de kern van het beeld: het leem verandert niet van eigenaar, maar wel van vorm. Let ten slotte op wat het beeld niet zegt. Het gaat hier niet over de vraag of leem iets terug mag zeggen; dat staat elders in de Schrift (reeds behandeld bij Jes. 29:16). Het gaat hier om de vrijmacht en het geduld van de Maker, Die opnieuw begint met hetzelfde materiaal.
Typologie: Paulus gebruikt hetzelfde beeld in de scherpste vorm en trekt er de vrijmacht van God uit (reeds behandeld bij Rom. 9:20-21). En in de klacht van Jesaja wordt het beeld een pleitgrond: "wij zijn leem, en Gij zijt onze pottenbakker" (reeds behandeld bij Jes. 64:8).
Jer. 18:1-6; Jes. 29:16; Rom. 9:20-21; Jes. 64:8
Het berouw Gods — de uitdrukking dat God berouw heeft, en wat de Schrift daar zelf bij zegt (Jer. 18:7-10)
Onmiddellijk na het beeld van de pottenbakker volgt een regel die twee kanten op werkt. "In een ogenblik zal Ik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal uitrukken, en afbreken, en verdoen; maar indien datzelve volk, over hetwelk Ik zulks gesproken heb, zich van zijn boosheid bekeert, zo zal Ik berouw hebben over het kwaad, dat Ik hetzelve gedacht te doen" (Jer. 18:7-8). En dan hetzelfde de andere kant op: wanneer God gesproken heeft dat Hij zal bouwen en planten, maar het volk doet wat kwaad is in Zijn ogen, "zo zal Ik berouw hebben over het goede" (Jer. 18:9-10).
Bijbelse betekenis: Merk op waar het woord berouw hier op ziet. Niet op spijt over een fout, want dat zegt de Schrift uitdrukkelijk niet: God is geen mens, dat Hem iets berouwen zou (Num. 23:19). Het gaat om een verandering in Zijn handelen tegenover een volk dat zelf veranderd is. De maatstaf blijft dezelfde; wat wisselt is waar dat volk staat. Let vervolgens op de vorm van deze uitspraken. Zij zijn beide voorwaardelijk: als het volk zich bekeert, en als het kwaad doet. Een aankondiging van oordeel is in dit boek dus geen mededeling maar een oproep, en juist daarom heeft prediken zin. Let ten slotte op het verband met de pottenbakker. Het beeld ervoor zegt dat God met hetzelfde leem opnieuw kan beginnen; deze verzen zeggen wanneer dat gebeurt. Het register gaat hier niet verder dan de tekst en spreekt zich niet uit over de verhouding tussen Gods raad en Zijn voorwaardelijke aankondigingen.
Typologie: Bij Ninevé is dit letterlijk gebeurd: de stad bekeerde zich, en God zag hun werken en berouwde het kwaad dat Hij gesproken had (Jona 3:10). Datzelfde boek laat zien dat dit met Gods bestendigheid niet in strijd is, want Jona wist het vooraf (Jona 4:2).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
Zoals leem in de hand van de pottenbakker — 18:1-12
Jeremia krijgt geen woord maar een adres: ga af in het huis des pottenbakkers, en aldaar zal Ik u Mijn woorden doen horen. Hij moet dus eerst gaan kijken voordat hij iets te zeggen heeft.
Een mislukt vat wordt niet weggegooid maar opnieuw gemaakt, en juist dat is het woord dat Jeremia mee terugkrijgt.
In de werkplaats staat de man aan zijn schijven te werken, en het gaat mis: het vat dat hij maakte werd verdorven als leem in de hand des pottenbakkers.
Wat er dan gebeurt is beslissend. Hij gooit het niet weg. Toen maakte hij daarvan weder een ander vat, gelijk als het recht was in de ogen des pottenbakkers te maken. Hetzelfde leem, dezelfde handen, een ander vat.
Dan komt het woord: zal Ik ulieden niet kunnen doen gelijk deze pottenbakker, o huis Israëls? Ziet, gelijk leem in de hand des pottenbakkers, alzo zijt gijlieden in Mijn hand.
Dat klinkt als almacht, en dat is het ook. Maar de verzen die volgen laten zien dat het geen willekeur is. Spreekt God over een volk om het uit te rukken, en het bekeert zich, dan berouwt Hem het kwaad dat Hij gedacht had te doen. Spreekt Hij over een volk om het te bouwen, en het doet wat kwaad is, dan berouwt Hem het goede. De pottenbakker werkt met wat er onder zijn handen gebeurt.
Het antwoord van het volk staat er even droog achteraan, en het is het somberste van het hoofdstuk: doch zij zeggen, het is buiten hoop; maar wij zullen naar onze gedachten wandelen.
Paulus grijpt dit beeld op in Romeinen 9, waar hij vraagt of het geformeerde ding tot dengene die het geformeerd heeft zal zeggen: waarom hebt gij mij alzo gemaakt? En hij gebruikt het opnieuw in 2 Korinthe, maar dan omgekeerd: wij hebben dezen schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht zij van God en niet uit ons.
Zo staat het beeld twee keer in de Schrift, en beide keren op dezelfde plek: alles hangt aan de handen, en niets aan het leem.
Genesis 2:7 — God formeerde den mens van het stof der aarde.
Jeremia 18:4 — Het mislukte vat wordt opnieuw gemaakt, niet weggegooid.
Jeremia 18:6 — Gelijk leem in de hand des pottenbakkers, alzo zijt gij in Mijn hand.
Jesaja 64:8 — Gij zijt onze Vader, wij zijn leem en Gij onze Pottenbakker.
Romeinen 9:20-21 — Zal het geformeerde vragen: waarom hebt gij mij alzo gemaakt?
2 Korinthe 4:7 — Dezen schat in aarden vaten, opdat de kracht van God zij.
In het Nieuwe Testament: Romeinen 9:19-24; 2 Korinthe 4:7; Jesaja 64:8; Efeze 2:10
Hoever dit reikt: Niveau 2. Jeremia spreekt hier niet over Christus. Paulus neemt het beeld wel met name over, en de lijn loopt over de zaak: God maakt opnieuw wat onder Zijn handen misging.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Jeremia 18:11.Kruisverwijzingen2 Koningen 17:13→Jesaja 1:16→Jeremia 35:15→Jeremia 25:5→Jeremia 7:3→Micha 2:3→Zacharia 1:3→Handelingen 26:20→ — Nu dan, spreek nu tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik formeer een kwaad tegen ulieden, en denk tegen ulieden een gedachte; zo bekeert u nu, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw wegen en uw handelingen goed. “zo bekeert u nu, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw wegen en uw handelingen goed.” Deze tekst gaat geheel over de bekering. Het is een oproep van God: kort, maar ernstig en duidelijk.
Het is de roep van de barmhartigheid. Maar bedenk dat het even goed de roep is van een heilig God. Hij weet dat u niet behouden kunt worden tenzij u zich van uw boze wegen afkeert. Een heilig God zal geen zaligheid geven aan wie in de ongerechtigheid voortgaat.
In het woord “bekeren” ligt het beeld van iemand die de verkeerde kant op gaat. Het eerste dat zo iemand doen moet, is stilstaan en zich bedenken waar hij heen gaat. Maar stel dat hij werkelijk stilstaat — dan is hij daarmee nog niet omgekeerd. Stilstaan is niet meer dan het begin van de ommekeer. Vervolgens moet hij zich wénden: zijn gezicht de andere kant op zetten dan die waarheen hij reisde.
Wanneer moeten zondaars zich bekeren? De tekst zegt: “bekeert u nu”. Die ommekeer moet dus onmiddellijk zijn. Mensen zijn best bereid te beloven dat zij zich omkeren wanneer zij nog een eindje verder gegaan zijn, maar “nu” is voor hen altijd een lelijk woord. “Morgen” bevalt hun veel beter. Maar keert u zich nu niet om, dan leeft u misschien niet lang genoeg om zich ooit nog om te keren.
En wie moet zich bekeren? De tekst zegt: “een iegelijk”. Elke man, elke vrouw en elk kind dat zich nog niet omgekeerd heeft, behoort de stem van de HEERE te horen die deze boodschap tot hem herhaalt.
En waarvan moeten zij zich bekeren? “Van zijn bozen weg.” Ieder mens heeft een eigen weg — een eigen boze weg, een persoonlijke vorm van de zonde. Die boze wegen kunnen samenhangen met iets bijzonders in iemands aard, in zijn omstandigheden of in zijn gewoonten. Wat is de zonde waarin u het vaakst valt? Dát is de boze weg waarvan u in het bijzonder geroepen wordt zich af te keren.
II. Vs. 1-23.KruisverwijzingenJesaja 64:8→Ezechiël 18:21→Jeremia 1:10→Jeremia 26:13→1 Samuël 2:30→Jeremia 18:6→Romeinen 9:20→Hosea 11:8→ — Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende: Maak u op, en ga af in het huis des pottenbakkers, en aldaar zal Ik u Mijn woorden doen horen. Zo ging ik af in het huis des pottenbakkers; en ziet, hij maakte een werk op de schijven. En het vat, dat hij maakte, werd verdorven, als leem, in de hand des pottenbakkers; toen maakte hij daarvan weder een ander vat, gelijk als het recht was in de ogen des pottenbakkers te maken. Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Zal Ik ulieden niet kunnen doen, gelijk deze pottenbakker, o huis Israels? spreekt de HEERE; ziet, gelijk leem in de hand des pottenbakkers, alzo zijt gijlieden in Mijn hand, o huis Israels! In een ogenblik zal Ik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal uitrukken, en afbreken, en verdoen; Maar indien datzelve volk, over hetwelk Ik zulks gesproken heb, zich van zijn boosheid bekeert, zo zal Ik berouw hebben over het kwaad, dat Ik hetzelve gedacht te doen. Ook zal Ik in een ogenblik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal bouwen en planten; Maar indien het doet, dat kwaad is in Mijn ogen, dat het naar Mijn stem niet hoort, zo zal Ik berouw hebben over het goede, met hetwelk Ik gezegd had hetzelve te zullen weldoen. De vorige rede werd besloten; vooreerst met ene belofte en vervolgens met ene bedreiging. In de rede, die nu volgt, wordt door ene gelijkenis aanschouwelijk gemaakt, hoe het van des volks gedrag afhangt of het tot verwezenlijking zal komen van de belofte of van de bedreiging. Het heeft dus geen recht om te menen, dat de Heere Zich door Zijne belofte voor ieder geval zou verbonden hebben, alleen zogen te geven; dat Gods waarachtigheid niet duldde dat het enig ongeluk overkwam, dat het daarom zonder enige vrees elke vermaning tot bekering van zijne boze wegen kon verachten, en niet nodig had enig geloof te slaan aan de aanmoediging van de naderende gerichten door den Profeet, omdat er toch niets van zou komen. De gelijkenis is die van enen pottebakker, die op zijne draaischijf het leem tot een zeker vat begint te vormen, doch dadelijk, als het leem den door hem bedoelden vorm niet aanneemt, dien weer tot den vorigen klomp zamendrukt, om dien tot een ander vat te vormen. Jeremia moet uitdrukkelijk eerst tot enen pottebakker in diens werkplaats gaan, opdat diens wijze van handelen, waarmee bij Gods almacht voor het volk moet tekenen, hem duidelijk voor ogen sta (vs. 1-12). Het volk laat zich echter niet tot erkenning der waarheid brengen. Ondanks zijn even zo ongehoord als onnatuurlijk afvallen, ondanks zijn gedrag, dat zo openbaar God tot straffen noodzaakt, vertrouwt het op de leugenachtige redenen van zijne valse leidslieden en raadgevers, en zweert het te zamen tegen dien Profeet, die het in waarheid des Heeren woord verkondigt, om hem tot zwijgen te brengen (vs. 13-18). Deze kan alzo slechts klagen tegen het volk, en het aanklagen, dat het diegenen wil verderven, die het verderf van hen wil afwenden. Die aanklacht wordt van zelf een gebed om bespoediging der gerichten, opdat Gods gerechtigheid en waarheid geëerd worde (vs. 19-23).
— Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende:
Het woord, dat tot Jeremia waarschijnlijk in de eerste dagen der regering van koning Jojakim geschied is van den HEERE, zeggende:
KruisverwijzingenJeremia 19:1→Hebreeën 1:1→Jeremia 23:22→Jeremia 13:1→Jesaja 20:2→Ezechiël 4:1→Handelingen 9:6→Amos 7:7→— Maak u op, en ga af in het huis des pottenbakkers, en aldaar zal Ik u Mijn woorden doen horen.
Maak u op en ga af naar het dal Gihon (1 Kon. 1:33), dat ten zuiden van Jeruzalem ligt, in het huis des pottebakkers, en wel van een van hen, die in dat kleiachtige dal (Matth. 27:7 vv.) hun werkplaats hebben; en aldaar zal Ik U Mijne woorden doen horen. Wij maken van deze gelegenheid gebruik, om hier iets mede te delen omtrent de meest gebruikelijke handwerken hij de oude Hebreën, voor zo ver dat tot een recht verstaan der Heilige Schrift nodig is. Enige handwerken van eenvoudigen aard werden door de huisvaders zelf uitgeoefend, namelijk het grovere werk in hout enz. zelfs het bouwen der huizen. De bezigheden tot het eigenlijk levensonderhoud nodig, bijv. het bakken (2 Sam 13:3), het weven (Ex. 35:25. Spr. 31:24), het maken van vrouwen- en mansklederen (Spr. 31:21. 1 Sam 2:19, 9:39) werd door vrouwen en slaven verricht, zelfs nog in latere tijden, toen zich ook voor deze werkzaamheden zelfstandige handwerken hadden gevormd, ten minste gedeeltelijk. Alle handwerken echter, die velerlei moeilijke manipulaties en diensvolgens bijzondere geschiktheid vorderden, werden reeds vroeger uitgeoefend door bijzondere personen, die zich later bij wijze van gilden aaneensloten. In Egypte waren de handwerkslieden in bijzondere kasten verenigd, en dit werd later zo uitgewerkt, dat de bijzondere kasten niet naast elkaar stonden, maar de een aan de andere ondergeschikt was. Onder alle handwerken van deze soort staat bovenaan het bewerken van metalen, en wel daarom omdat dit handwerk het oudste is, daar het kan teruggebracht worden tot den Kaïniet Tubal-Kaïn, den vader van allen die koperen ijzer werken (Gen. 4:22), en tevens het belangrijkste is voor akkerbouw, jacht en oorlog. Daarom heet in het Hebreeuws de bewerker van metalen slechts handwerksman, en eerst door bijvoeging van het materiaal, dat geen metaal was, werden de bewerkers van steen en hout genoemd. Wij beginnen dus de rij der handwerkslieden met de arbeiders van metaal.
De goud- en zilversmeden. Gouden sieraden werden reeds door Eliëzer aan Rebekka als bruidsgeschenken gegeven (Gen. 24:22, 53), kostbare vaten worden in Richt. 5:25. 1 Kon. 10:21. Ezra 5:14. Esth. 1:7 vermeld. Deze goud- en zilversmeden staan met hun kunst in de dienst van Jehova (Ex. 37-39. 1 Kon. 6:21 vv.), bij het vervaardigen van tabernakel en tempel, maar veel menigvuldiger in dienst der afgoderij (Ex. 20:23, 32:2. Richt. 17:4). Hun verschillende werkzaamheden van louteren en smelten (Jes. 1:22, 25. Hand 19:24), het keuren (Spr. 17:3) mengen (Ezech. 1:4, 27. Openb. 1:15; 2:18), gieten van beelden (Jes. 40:19) en vaten (Ex. 25:12), het bereiden van dunne platen (Jes. 44:12), het maken van dicht werk (Ex. 25:31, 36. Num. 10:2) het overtrekken met uitgerekt goud of zilver, het inzetten, het snijden van gouddraden (Ex. 39:3), inleggen van edelstenen (Ex. 28:11, 17), koralen (Job. 38:18), paarlen (Hoogl. 1:10), worden soms genoemd en gedeeltelijk in de profetische schriften tot gelijkenissen van het rijk Gods gebezigd: Aambeeld, hamer, tang, bijtel, blaasbalg, smeltkroes waren hun werktuigen, smeltovens en smidse hun werkplaatsen.
De arbeiders in erts of koper of ijzer. De wapen- en grofsmeden mochten ten tijde der onderdrukking door de Filistijnen niets werken (1 Sam. 13:19. Richt. 5:8); des te meer ontwikkelde zich die tak ten tijde der koningen. Men sloeg het ijzer tot platen, goot zuilen, spiegels (1 Kon. 7:46. Job 37:18), vervaardigde allerlei vaten, kookpotten (Lev 6:28. Num. 16:39. Jer. 52:18), verder wapenen, helm, pantsier, speer (1 Sam. 17:5. 2 Sam. 21:16 ketenen (Richt. 16:21). Slotenmakers en fijnsmeden zijn waarschijnlijk eerst in later tijd gekomen (2 Kon. 24:16. Jer. 29:2), hoewel slot en sleutel reeds vroeger worden vermeld (Richt. 3:25). Staalwerkers zijn vermeld in Nah. 2:3-4.
KruisverwijzingenHandelingen 26:19→Johannes 15:14→Jona 1:3→— Zo ging ik af in het huis des pottenbakkers; en ziet, hij maakte een werk op de schijven.
steenhouwen (Ex. 28:10 vv. 21). Dit hadden de Hebreërs van de Egyptenaren geleerd.
KruisverwijzingenJeremia 18:6→Romeinen 9:20→Jesaja 45:9→— En het vat, dat hij maakte, werd verdorven, als leem, in de hand des pottenbakkers; toen maakte hij daarvan weder een ander vat, gelijk als het recht was in de ogen des pottenbakkers te maken.
Werklieden in hout, beeldsnijders, schrijnwerkers, timmerlieden, wagenmakers worden zeer dikwijls vermeld, zowel als hun gereedschappen, grote akse, bijl, schaaf, bijtel, krijt, zaag, passer, richtsnoer, waterpas.
— Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
De steenhouwers (1 Kon. 7:9. 2 Kon. 12:13. 2 Sam. 5:11), ook zeer ervaren in het gladmaken van marmer.
KruisverwijzingenJesaja 64:8→Jesaja 45:9→Mattheüs 20:15→Daniël 4:23→Jeremia 18:4→Romeinen 9:20→Romeinen 11:34→— Zal Ik ulieden niet kunnen doen, gelijk deze pottenbakker, o huis Israels? spreekt de HEERE; ziet, gelijk leem in de hand des pottenbakkers, alzo zijt gijlieden in Mijn hand, o huis Israels!
De metselaars (1 Kron. 13:1. 2 Kon. 12:13. 13:5 en stukadoors (Ezech. 13:11).
KruisverwijzingenJeremia 1:10→Jeremia 45:4→Jeremia 12:14→Jeremia 25:9→Jona 3:4→Amos 9:8→— In een ogenblik zal Ik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal uitrukken, en afbreken, en verdoen;
De pannebakkers, fabrikanten van bakstenen (bij gebrek aan bouwstenen) komen minder in Palestina dan in Babylonië (Gen. 11:3) en Assyrië (Nah. 3:14) voor; die werkzaamheden bleven in onuitwisbare herinnering bij de Joden uit hun verdrukking in Egypte (Ex. 5:7 .). De stenen, die uit leem en stro waren bereid, werden of in de zon gedroogd, of men brandde ze in den ticheloven (2 Sam. 12:31. Jer. 43:9).
KruisverwijzingenEzechiël 18:21→Jeremia 26:13→Hosea 11:8→Richteren 2:18→Jeremia 26:3→Joël 2:13→Jona 3:9→Jeremia 7:3→— Maar indien datzelve volk, over hetwelk Ik zulks gesproken heb, zich van zijn boosheid bekeert, zo zal Ik berouw hebben over het kwaad, dat Ik hetzelve gedacht te doen.
De pottebakkers (Ps. 94:9. 1 Kron. 4:23. 29:16; 45:9. 64:1. 1 Job 10:9. Matth. 27:7, 10; Sir. 38:32 vv.), maakten kruiken, flessen, potten, schalen (voornamelijk voor de armen); zij verglaasden die soms (Spr. 26:23 Waarschijnlijk woonden verscheidene pottebakkers in de nabijheid van de Zonnepoort (Hoofdst. 18:2); zij werkten op de schijf, die uit twee platen bestond, welke zich boven elkaar bewogen en door den voet in draaiende beweging werden gebracht.
KruisverwijzingenJeremia 1:10→Jeremia 31:28→Jeremia 11:17→Amos 9:11→Prediker 3:2→Jeremia 31:38→Jeremia 32:41→Jeremia 31:4→— Ook zal Ik in een ogenblik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal bouwen en planten;
Glasblazers worden in den Bijbel niet genoemd maar wel in den Talmud; men mag echter uit het verkeer der Joden met Fenicië wel besluiten, dat zij met het maken van glas bekend zijn geweest. In Job 28:17 wordt waarschijnlijk het glas (volgens anderen het bergkristal) vermeld.
Kruisverwijzingen1 Samuël 2:30→1 Samuël 13:13→Ezechiël 33:18→Ezechiël 18:24→Psalmen 125:5→1 Samuël 15:11→Jeremia 7:23→1 Samuël 15:35→— Maar indien het doet, dat kwaad is in Mijn ogen, dat het naar Mijn stem niet hoort, zo zal Ik berouw hebben over het goede, met hetwelk Ik gezegd had hetzelve te zullen weldoen.
Lederbereiders. De looiers, die om den lelijken reuk hunner werkplaatsen en om het meestal met hun werk verbonden villen niet zeer in achting waren, woonden vóór de stad aan rivieren of aan de zee (Hand. 10:6). De Talmud maakt het eerst van schoenmakers melding; van een priem wordt daarentegen reeds in Ex. 21:6 melding gemaakt.
Kruisverwijzingen2 Koningen 17:13→Jesaja 1:16→Jeremia 35:15→Jeremia 25:5→Jeremia 7:3→Micha 2:3→Zacharia 1:3→Handelingen 26:20→— Nu dan, spreek nu tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik formeer een kwaad tegen ulieden, en denk tegen ulieden een gedachte; zo bekeert u nu, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw wegen en uw handelingen goed.
De wevers. Het vlas werd op houten kammen gehekeld; de afval (grof vlas) werd voor tonder (Jes. 1:31) gebruikt, of zaamgevlochten tot strikken en touwen (Joz. 2:15; 19:9. Richt. 15:13. Ps. 18:6). De wol werd gekamd. Men kende spinrok, spil, weverspoel, trok de draden van de spoel op den weversboom en weefde staande den inslag in (vgl. 1 Sam 17:7). Byssus-, kameel- en geitehaar werd verwerkt, het laatste voor rouwklederen, gordels, deksels van tenten. De maker van tenten-doek (Hand. 18:3) had als materiaal het haar der ruige Cilicische geiten. De Apostel Paulus was zulk een tentendoekmaker of een tentmaker (Hand. 18:3). Verschillende stoffen mochten niet door elkaar worden geweven (Lev. 19:19. Deut. 22:11). Het bontweven maakte alleen ene uitzondering. Dit geschiedde door verbinding van gouddraden, blauwe en rode purperdraden, karmozijndraden enz. (Ex. 26:36; 27:16; 28:39. 16:10. Ps. 45:15). Het damastweven deden in ‘t bijzonder de Feneciërs (Exod. 26:1, 31; 28:6; 35:35 enz.) bontgewerkte klederen en tapijten waren oude artikelen van weelde.
KruisverwijzingenJeremia 2:25→Deuteronomium 29:19→Jeremia 16:12→Jesaja 57:10→Jeremia 7:24→Jeremia 3:17→Jeremia 11:8→Genesis 6:5→— Doch zij zeggen: Het is buiten hoop; maar wij zullen naar onze gedachten wandelen, en wij zullen doen, een iegelijk het goeddunken van zijn boos hart.
De vollers, die het pas gegevene en de gedragen klederen, door wassen in water, door slaan en stampen in een trog, door salpeter en vegetabilisch loog en as (Jer. 2:22. Mal. 3:2 vv.) van vet reinigden, alsmede door urine en vollersaarde schoon maakten. Dat werk werd op het werk der vollers in het westen der stad boven aan den vijver gedaan, en Was niet bijzonder in aanzien bij de Joden (2 Kon. 18:17. Jes. 7:3; 36:2).
KruisverwijzingenJeremia 5:30→Hosea 6:10→Jeremia 23:14→Jesaja 66:8→Jeremia 2:10→Jeremia 31:4→Jeremia 14:17→1 Samuël 4:7→— Daarom, zo zegt de HEERE: Vraagt nu onder de heidenen; wie heeft alzulks gehoord? De jonkvrouw Israels doet een zeer afschuwelijke zaak.
De ververs komen in de Heilige Schrift niet voor, de Talmud vermeldt ze.
KruisverwijzingenJohannes 6:68→— Zal men ook om een rotssteen des velds verlaten de sneeuw van Libanon? Zullen ook de vreemde, koude, vlietende wateren verlaten worden?
De zalfbereiders (Ex. 30:25, 35. Pred. 10:1. 1 Sam. 8:13. 3:8.) mengden meestal fijne olijfolie met andere welriekende oliën en hars en galbanum, wierook en mirre. Slavinnen verstonden die kunst (1 Sam. 8:13); ook mannen deden dit. Zij worden in onze overzetting ook apothekers genoemd.
KruisverwijzingenJesaja 57:14→Jeremia 6:16→Jeremia 2:32→Jeremia 10:15→Jeremia 2:13→Jeremia 16:19→Hosea 11:2→Maleachi 2:8→— Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, zij roken der ijdelheid; want zij hebben hen doen aanstoten op hun wegen, op de oude paden, opdat zij mochten wandelen in stegen van een weg, die niet opgehoogd is;
De bakkers bezaten in Jeruzalem hun straat, ene soort van bazar (Jer. 37:21). De Profeet Hosea (8:4 vv.) vermeldt het bakken als zelfstandig ambacht, dat dit vroeger niet was. In Egypte waren de bakkers reeds ene afzonderlijke kaste (Gen. 40:2 wordt de overste daarvan genoemd)
KruisverwijzingenJeremia 25:9→Psalmen 22:7→Jeremia 50:13→Ezechiël 33:28→1 Koningen 9:8→Jeremia 19:8→Micha 6:16→Jeremia 49:13→— Om hun land te stellen tot een ontzetting, tot eeuwige aanfluitingen; al wie daar voorbijgaat, zal zich ontzetten, en met zijn hoofd schudden.
De barbiers komen reeds in den tijd van Ezechiël voor (Ezech. 5:1). Ook hadden
KruisverwijzingenJeremia 13:24→Jeremia 2:27→Hosea 13:15→Job 27:21→Psalmen 48:7→Jeremia 32:33→Jeremia 46:21→Deuteronomium 32:35→— Als een oostenwind zal Ik hen verstrooien voor het aangezicht des vijands; Ik zal hun den nek en niet het aangezicht laten zien, ten dage huns verderfs.
de kaasmakers hun bijzonder kwartier (1 Sam. 17:18. 2 Sam. 17:29).
KruisverwijzingenJeremia 11:19→Psalmen 52:2→Maleachi 2:7→Psalmen 21:11→Jeremia 18:11→Jesaja 32:7→Psalmen 64:3→Micha 2:1→— Toen zeiden zij: Komt aan, laat ons gedachten tegen Jeremia denken; want de wet zal niet vergaan van den priester, noch de raad van den wijze, noch het woord van den profeet; komt aan, en laat ons hem slaan met de tong, en laat ons niet luisteren naar enige zijner woorden!
De kledermakers kent de Heilige Schrift niet, maar wel de Talmud. Het maken van klederen was meestal vrouwenwerk. De meeste handwerken leerden de Hebreën waarschijnlijk van de Egyptenaren in den tijd hunner dienstbaarheid; vele ook van de Kanaänieten, de vroegere bewoners van Palestina, die nog gedeeltelijk onder hen leefden; zo ook van de Filistijnen, maar de bijzonder kunstige handwerken leerden zij van de Feniciërs, wier raad en hulp de Joodse koningen in lateren tijd dikwijls vraagden. Vernederend was over ‘t algemeen het uitoefenen van een handwerk niet, slechte enige handwerkslieden waren minder geacht dan andere. Behalve de als zodanig vermelde looiers en vollers behoren tot de minder aanzienlijke de barbiers, de zalfmakers (waarschijnlijk wegens hun enigzins ongebonden omgang met het vrouwelijk geslacht), en de wevers. De laatsten waren wegens hun armoede en gemene zeden tot een spreekwoord geworden. Deze vijf handwerken mocht een Hogepriester niet uitoefenen. Overigens werd het aanleren van een handwerk, ook voor de grootste geleerden niet voor een smaad, maar voor eer en plicht gehouden (Mark. 6:3. Hand. 18:3) tot in de laatste tijden van het Joodse volk.
Zo ging ik, gehoorzaam aan dit Goddelijk bevel en in gespannen verwachting welke woorden de Heere mij zou laten horen, af in het huis des pottebakkers, en ziet, hij maakte een werk op de schijven, op de beide houten schijven, waarop pottebakkers de vaten vormen.
En het vat, dat hij maakte, werd verdorven, als leem, in de hand des pottebakkers, het mislukte, het verkreeg den vorm niet, dien men bedoeld had. Toen drukte hij de klei weer tot een klomp zamen en begon den arbeid weer van voren af, en maakte hij daarvan weer een ander vat, gelijk als het recht was in de ogen des pottebakkers te maken.
Toen ik die handelwijze van den pottebakker ene poos had aangezien, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
a) Zal Ik ulieden niet kunnen doen, gelijk deze pottebakker, o huis Israëls! spreekt de HEERE. Zal Ik de klei, die niet tot het eerst bedoelde vat wilde worden, niet tot het maken van een ander vat kunnen bezigen?Ziet, b) gelijk leem in de hand des pottebakkers niets is dan ene stof, welke niets te bepalen heeft over de gedaante, die het moet aannemen, alzo zijt gijlieden in Mijne hand, o huis Israëls. 1) Ik alleen heb over uw volgend lot te beslissen. Ik zal van u maken wat Ik wil, en u tot iets anders vormen, wanneer gij Mij niet deugt tot hetgeen, waartoe Ik u oorspronkelijk heb willen vormen.
(Jes. 45:9. Rom. 9:20. b) Jes. 64:8.
In hoofdsom vermaant God, dat al hun heil afhangt van de genadige goedertierenheid Gods. Niets zult gij als uw eigendom hebben, maar wat God u toeschikt, dat is uw tot wederopzeggens toe verleend bezit. Heden kan Hij u ontnemen, wat Hij u gisteren gaf. Het symbool stelt ons voortreffelijk voor ogen hoe het volk geheel in de hand van God is, die er vrij over beschikt, hoe Hij onvermoeid bezig is na vele mislukte proeven een vat ter ere daaruit te vormen. Buig uwe trotsheid, o mens, die waant uw leven te kunnen vormen tot een kunstwerk naar uw eigen welgevallen, en niet bedenkt, hoe gij slechts een pot zijt op de eeuwigen Gods, dien Hij verandert, wanneer Hij wil. Er is hier eigenlijk geen sprake van het buigen van ‘s mensen hart door Gods Geest, maar hiervan, dat de Heere door Zijne vroegere bedreigingen of beloften niet gehouden is, om den mensheid of onheil te zenden, hen tot vaten des lijdens of der vreugde te maken, maar dat Hij de gedaante van hun lot wijzigen kan, gelijk de pottebakker de gestalte der klei verandert, die hij nog onder handen heeft. De plaats Rom. 9:21 bespreekt, al is het onder het beeld van een pottebakker en van klei, ene geheel andere vraag.
In een ogenblik zal Ik spreken door den mond van enen profeet over een volk en over een koninkrijk, gelijk bijv. over Ninevé door den mond van Jona (Jona 1:1 vv. 3:4 Jon), dat Ik het zal a) uitrukken, en afbreken, en verdoen.
Jer. 1:10.
Maar indien datzelfde volk, over hetwelk Ik zulks gesproken heb, gelijk de mannen te Ninevé deden (Jona 3:5 vv. Matth. 12:41), zich van zijne boosheid bekeert, zo zal Ik berouw hebben over het kwaad (1 Sam. 15:11), dat Ik het gedacht te doen, want het is Mij niet om ongeluk, maar om bekering, te doen geweest (Ezech. 18:23).
Evenzeer kan het omgekeerde plaats hebben. Ook zal Ik in een ogenblik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal bouwen en planten. (Jer. 1:10).
Maar indien het, gelijk het huis van Israël, doet, dat kwaad is in Mijne ogen, dat het naar Mijne stem niet hoort, die door genadige belofte het tot des te groteren ijver in goed doen heb willen brengen, zo zal Ik berouw hebben over het goede, met hetwelk Ik gezegd had hetzelve te zullen weldoen. Ik ben door de uitgesprokene belofte geenszins verplicht, zo als het huis van Israël meent, goed te doen, alhoewel het van zijne zijde voor Mijne ogen kwaad doet. Gelijk God de Joden, die het Evangelie weigerden aan te nemen, met recht verworpen heeft, ondanks de algemene beloften aan hun natie gedaan, zo kan ook gene bijzondere Christelijke gemeente zich toeëigenen Gods algemene belofte, dat Hij Zijne kerk bewaren zal, dan vóór zo verre zij bij dien regel van geloof en leven blijft, dien Hij haar in de Boeken des Nieuwen Verbonds heeft voorgeschreven. Hieruit ziet men, dat de Heere altijd in de oefening van Zijn gezag en bekwaamheid naar vaste regels van gerechtigheid en goedheid te werk gaat. Hij besteedt inderdaad gunsten op ene oppermachtige wijze, maar straft nooit naar willekeurige macht. Zijn Rechterhand is hoog, doch Hij regeert niet met een hoge hand. God verzekert Zijne wijze macht en zegt ons wat Hij kan doen, maar Hij verzekert ons ook te gelijk, dat Hij als een rechtvaardig en barmhartig Rechter zal handelen.
Het huis van Israël heeft misbruik van Mijne belofte gemaakt en die voor een vrijbrief tot alle kwaad aangezien; toch worde nog door bedreiging van straf beproefd het op den tegenovergestelden weg te brengen (vs. 7). Nu dan, spreek nu tot de mennen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem, gelijk uwe roeping van den beginne af geweest is (Hoofdst. 7:1 vv; 26:1 vv.), zeggende, zo zegt de HEERE: Ziet Ik formeer een kwaad tegen ulieden, en denk tegen ulieden ene gedachte om u te straffen. Ik ben echter een God, die berouw heb over het kwade, dat Ik heb gesproken; zo a) bekeert u nu een iegelijk van zijnen bozen weg, en maakt uwe wegen en uwe handelingen goed. 1)
2 Kon. l7:13. Jer. 35:15.
De Heere heeft gewezen op Zijn vrijmacht, om met Zijn volk te wandelen in zegeningen, als het zich aan het Verbond houdt en in tegenheden als het Zijn Verbond verbreekt. Hij heeft het beeld van den pottebakker en het leem gebruikt, om daardoor het duidelijk te maken, dat Hij de Souvereine God is, die kan en mag doen naar Zijn welbehagen. Nu komt de Heere met de dreiging van straf, met de aankondiging van Zijne oordelen, maar geeft het volk nog tijd, om zich te bekeren en alzo de gedreigde oordelen af te wenden. In den weg, dit spreekt de Heere hier uit, van nationale bekering zou er nog redding van stad en volk zijn.
Doch zij verwerpen aanstonds door hun misdadige beslistheid die poging tot hun geluk, en zeggen, zo dikwijls Ik, de Profeet, volgens des Heeren aanwijzing tot hen spreek: a) Het is buiten hoop. Er komt niets van dat wij ons van onzen weg zonden afkeren (Hoofdst. 6:16); maar wij zullen integendeel onbekommerd over Gods gedachten (vs. 11), naar onze gedachten wandelen(Jes. 65:2), en wij zullen doen, een iegelijk naar het goeddunken van zijn boos hart
(vgl. (Jes. 28:14) aan ‘t einde).
Jer. 2:24.
Het is zeker, dat zij dit wel niet openlijk hebben uitgesproken. En niet met opzet pochen zij er op, dat zij zo goddeloos waren en zulke verachters Gods, maar de profeet ziet niet op wat zij hadden gezegd, maar veeleer op hun daden. De Joden toch waren gewoon hunnen verdichtsels en bedriegerijen van Satan te stellen tegen Gods Woord. Het is derhalve niet te verwonderen, dat de Profeet hen die goddeloze en Godonterende woorden in den mond legt, omdat zij veeleer liever hun eigene gedachten willen volgen en de boze overleggingen van hun hart, dan zich aan God onderwerpen en Zijn Woord gehoorzamen.
Daarom, zo zegt de HEERE: Vraagt nu onder de Heidenen, wie heeft al zulks gehoord? De jonkvrouw Israëls (Hoofdst. 31:4, 21. Amos 5:2), van welke men naar hare hoge roeping om verloofde te zijn van den enig waren God, het meest getrouwheid en gehoorzaamheid zou verwachten, doet ene zeer afschuwelijke zaak. Bij welk ander volk is het gehoord, dat het zijne goden verliet, gelijk Israël zijnen God verlaten heeft (Hoofdstuk 2:10 vv.).
Zal men ook om enen kalen rotssteen des velds verlaten de velden, welke de sneeuw van Libanon bevochtigt (Ps. 133:3)? Zullen ook voor de vreemdewateren koude, frisse, vlietende wateren verlaten worden? 1)
Zal iemand dwaas genoeg zijn, om enen dorren rotssteen, op welken niets kan groeien, te verkiezen boven de bergen van Libanon, die met de smeltende sneeuw de vruchtbaarheid rondom verspreiden? Kan men groter dwaasheid zich verbeelden, dan dat iemand de verkoelende wateren, welke in zijne nabuurschap stromen, verlaten zal, om in een vreemd land wateren te gaan opzoeken? En evenwel aan zulk ene verregaande dwaasheid, welke geen voorbeeld kent, maken zich de hardnekkige Joden schuldig. Men kan ook vertalen en o. i. is die vertaling juister: Verlaat ook van den rotssteen van het gebergte, of de sneeuw van den Libanon, of drogen de vreemde, koud vlietende wateren uit? Onder den rotssteen is den de top van den Libanon te verstaan. De Profeet wil zeggen, de sneeuw van den Libanon blijft immer liggen en de ruisende wateren van den Hermon drogen niet uit, zij vertonen het beeld van standvastigheid, maar Zijn volk, de jonkvrouw Israëls, vertoont een heel ander beeld, het beeld der onstandvastigheid, der wispelturigheid. In plaats van standvastig den Heere achter aan te kleven, had het (vs. 15) den Heere vergeten en de ijdelheid, d i. de afgoden gezocht.
Nochtans heeft Mijn volk Mij a) vergeten, de springader des levenden waters (Jer. 2:13). Zij roken der ijdelheid, die nietige afgoden; want zij hebben hen doen aanstoten op hun wegen, zij hebben anderen misleid en doen struikelen door hun leer en door hun voorbeeld; zij hebben hen doen vallen op b) de oudewelbedroefde paden van ‘s Heeren dienst, zodat zij die hebben verlaten. Zij hebben de menigte verleid, opdat zij mogen wandelen in stegen van enen weg, die niet opgehoogd is, in de sporen van een ongebaanden weg, waarvan men vooraf kon weten waarheen zij ten laatste voeren (Spr. 12:28).
(Jer. 2:32; 3:21; 13:25. b) Jer. 6:16. De aanbidding van de afgoden had de Joden afgeleid van het wandelen op den ouden gebaanden weg, die duidelijk was afgebakend in de wet van Mozes en in de voorbeelden in vorige tijden, en hen daarentegen gebracht op wegen, die zouden uitlopen op hun volkomen verderf.
Om, wel niet naar hun bedoelen en hun mening, maar naar het door Mij besloten gericht hun land te stellen a) tot ene ontzetting, tot eeuwige aanfluitingen tot schimp; al wie daar voorbij gaat zal zich ontzetten, en met zijn hoofd schudden als hij de plaats ziet, waar eens Jeruzalem stond en den slechts puinhopen zijn (Hoofdst. 19:8; 22:8. (Klaagl. 2:15 vv. 1 Kon. 9:8 vv.).
Jer. 12:11; 49:13; 50:13
Als een a) oostewind (Hoofdst. 4:11 vv. 13:24) zal Ik hen verstrooien voor het aangezicht des vijands. Ik zal hun tot rechtvaardige vergelding van hetgeen zij Mij gedaan hebben (Hoofdst. 2:27), den nek en niet het aangezicht laten zien ten dage huns verderfs, 1) wanneer het gedreigde ongeluk komt.
Jer. 27:8; 29:6.
Gelijk een kwade oostewind de stoerste eiken velde en verwoestend optrad, zo zou ook de straf over zijn volk schrikkelijk zijn. De vijanden zouden komen en op vreeslijke wijze met Jeruzalems inwoners en Juda’s bewoners handelen. En geen hulp des Heeren zou hen geworden, geen vriendelijke bestraffing van Gods aangezicht zou hen ten deel vallen. Want de Heere zou hun Zijn nek, d. i. zijn rug doen zien. Hij zou zich van hen afwenden tot hun verderf.
Zo dikwijls sprak ik, de profeet, van dat verderf, dat naakte, maar zij wilden niet horen naar den raad, dien Ik hun gaf. Toen zeiden zij: Komt aan, laat ons gedachten tegen Jeremia denken. Laat ons overleggen, hoe wij van dien lastigen profeet bevrijd worden, die steeds zulke geheel andere meningen voordraagt dan onze wettige leidslieden en regenten ons voorstellen (Hoofdst. 8:8 vv.). Wat die zeggen is toch zeker het ware; want a) de wet zal niet vergaan van den priester (zij zijn de personen tot verklaring daarvan gesteld), noch de raad van den wijze, van des konings staatsraad, noch het woord van den Profeet, die ons des Heeren woord naar onzen wens verkondigt (Hoofdst. 6:13 vv.). Zij kunnen ons toch niet bedriegen! Komt aan en laat ons hem, Jeremia, die meer wil zijn den onze priesters, wijzen en Profeten, slaan met a) de tong, laat ons hem een leugenprofeet noemen (Hoofdst. 5:13), en laat ons niet luisteren neer enige zijner woorden.
(Matth. 2:7 b) Jer. 9:8. Om het woord van den Profeet niet aan te nemen beriepen zich de Joden op de goddelijke instelling en den ouderdom van het priesterschap, zo als ook de Roomsen ondanks alle getuigenis der Schrift zich achter dit schild verbergen: de kerk kan niet dwalen; de paus, de bisschoppen, de geestelijken vertegenwoordigen de kerk, en zijn de opvolgers der Apostelen, wier geest zij hebben. Alzo maakten het de Joden. Zou die enkele man optreden, zo spraken zij, en zijn mond opendoen tegen Gods woord en belofte, dat dit goddelijk koninkrijk, dit priesterschap, dit uitverkoren volk zou worden weggeworpen, dat een vreemde, goddeloze koning den tempel en de stad zou slopen en alles wegvoeren? Daarop bleven zij stijf staan, en zij hielden niet op den Profeet om zulk ene prediking te verdoemen en te vervolgen, totdat zij daarover heenkwamen en zij leerden geloven. Zo is het den Profeten altijd gegaan, dat zij werden tegengestaan door den schijn en den naam van de kerk en het volk Gods; want zij hebben hen altijd daarmee tegengesproken.
KruisverwijzingenNehemia 6:9→Psalmen 55:16→Jeremia 20:12→Psalmen 109:28→Micha 7:8→Psalmen 64:1→Psalmen 56:1→2 Koningen 19:16→— HEERE! luister naar mij, en hoor naar de stem mijner twisters.
HEERE! luister naar mij, wanneer zij van het door Mij hun verkondigde woord zeggen: het is buiten hoop (vs. 12), en zij mij zoeken om te brengen. Laat mij niet bezwijken onder hun aanslagen, en hoor naar de stem mijner twisters.
KruisverwijzingenPsalmen 35:7→Psalmen 57:6→Psalmen 106:23→1 Samuël 24:17→Psalmen 35:12→Jeremia 18:22→Psalmen 119:95→Prediker 10:8→— Zal dan kwaad voor goed vergolden worden? want zij hebben mijn ziel een kuil gegraven; gedenk, dat ik voor Uw aangezicht gestaan heb, om goed voor hen te spreken, om Uw grimmigheid van hen af te wenden.
Zal dan kwaad voor goed vergolden worden? Dat doet men mij, want zij hebben uit dankbaarheid voor alle liefde, die ik hun bewees, mijne ziel enen kuil gegraven; zij hebben getracht mij heimelijk om het leven te brengen (Ps. 35:7). Gedenk, dat ik voor Uw aangezicht gestaan heb met mijne voorbede, om goed voor hen te spreken, om Uwe grimmigheid van hen af te wenden (Hoofdst. 7:16; 11:14; 14:7 vv. Hoe had Ik hen meer goed kunnen doen? En daarvoor belonen zij mij met listige aanslagen.
KruisverwijzingenPsalmen 109:9→Jeremia 9:21→Deuteronomium 32:25→Klaagliederen 5:3→Jeremia 16:3→Amos 4:10→Jeremia 15:8→Exodus 22:24→— Daarom, geef hun zonen den honger over, en doe ze wegvloeien door het geweld des zwaards, en laat hun vrouwen van kinderen beroofd en weduwen worden, en laat hun mannen door den dood omgebracht, en hun jongelingen met het zwaard geslagen worden in den strijd.
Doe daarom, gelijk Gij hen zo dikwijls hebt laten bedreigen, geef hun zonen den a) honger over, en doe ze wegvloeien door het geweld des zwaards, en laat hun vrouwen van kinderen beroofd en weduwen worden, en laat hun mannen door den dood omgebracht en hun jongelingen met het zwaard geslagen worden in den strijd.
Ps. 109:10.
KruisverwijzingenJeremia 6:26→Psalmen 140:5→Jeremia 25:34→Sefanja 1:10→Sefanja 1:16→Psalmen 56:5→Jesaja 10:30→Jeremia 47:2→— Laat er een geschrei uit hun huizen gehoord worden, wanneer Gij haastelijk een bende over hen zult brengen; dewijl zij een kuil gegraven hebben om mij te vangen, en strikken verborgen voor mijn voeten.
Laat er een geschrei uit hun huizen gehoord worden, wanneer gij haastelijk ene bende over hen zult brengen; dewijl zij enen kuil gegraven hebben om mij te vangen, en strikken verborgen voor mijne voeten, om mij ten val te brengen.
KruisverwijzingenJesaja 2:9→Psalmen 35:4→Psalmen 69:22→Psalmen 109:14→Nehemia 4:4→Romeinen 2:5→Jeremia 11:18→Lukas 21:22→— Doch Gij, HEERE! weet al hun raad tegen mij ten dode; maak geen verzoening over hun ongerechtigheid, en delg hun zonde niet uit van voor Uw aangezicht; maar laat hen nedergeveld worden voor Uw aangezicht; handel alzo met hen, ten tijde Uws toorns.
Doch Gij, HEERE! weet al hunnen raad tegen mij ten dode; maak gene verzoening over hun ongerechtigheid, en delg hun zonde niet uit van voor Uw aangezicht (Ps. 109:14). Maar laat hen nedergeveld worden voor Uw aangezicht; handel alzo met hen ten tijde Uws toorns(vgl. Hoofdst. 11:23). De Profeet, die anders voor de zondaren bad (vs. 20), wien God meermalen verdere voorbede verbood, is nu ook in zijn hart vertoornd over de zondaren, want hij erkent dat hun zonde doodzonde is, ongeneeslijke verharding. En toch is hij in ‘t verborgen in zijn hart bedroefd (Hoofdst. 13:17). Of bij dezen heiligen toorn, die in Gods gericht toestemt, ook iets menselijke zich gemengd heeft, dat te bepalen mogen en moeten wij overlaten aan den Kenner der harten, opdat wij niet gelijk worden aan dien, die den splinter zag in zijns broeders oog. Nu was eindelijk aan Jeremia de zaak geheel duidelijk geworden. Nu kon hij Ja en Amen zeggen op de onherroepelijke dreigingen over Juda en Jeruzalem. Hun antwoord: “het is buiten hoop” (vs. 12) en hun vijandschap tegen Jeremia zelven maakten het hem na lang prediken en smeken duidelijk, dat zij de mislukte pot waren, dien de Heere van rechtswege verbrak, en het koninkrijk, dat hij rechtmatig verdierf. Hij verenigde dus zijnen wil met den wil van God, en sprak zelf het oordeel uit, dat bij den Heere reeds te voren besloten was. Tot hiertoe had Jeremia zich de boosheid der Joden nog niet zo ontzettend voorgesteld als zij was, totdat hij het omtrent zich zelven ondervond en den Heere geheel moest toestemmen. Stem ook zo van harte in met de oordelen en bedreigingen Gods tegen degenen, die halstarrig en boosaardig in ‘t ongeloof blijven, en wil niet op valse wijze en tegen Gods geopenbaard woord in jegens dezulken barmhartig zijn. Men moet niet vergeten, dat de Profeet hier door den Geest des Heeren werd geleid. Hij heeft gebeden voor het volk, hoewel de Heere hem gezegd had, dat hij er niet meer voor bidden mocht. Hij heeft aangehouden, om genade en geen recht te smeken. Maar hij ziet nu, dat de plage dodelijk, dat de breuke ongeneeslijk is. Hij ziet dat het volk zelf zijn verderf kiest, den vloek boven den zegen, en daarom legt de H. Geest dit gebed op zijn lippen, waarmee hij uitspreekt. dat hij zich volkomen met de wille Gods verenigt.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 18
Jeremia 18:11.Kruisverwijzingen2 Koningen 17:13→Jesaja 1:16→Jeremia 35:15→Jeremia 25:5→Jeremia 7:3→Micha 2:3→Zacharia 1:3→Handelingen 26:20→
— Nu dan, spreek nu tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik formeer een kwaad tegen ulieden, en denk tegen ulieden een gedachte; zo bekeert u nu, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw wegen en uw handelingen goed.
“zo bekeert u nu, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw wegen en uw handelingen goed.” Deze tekst gaat geheel over de bekering. Het is een oproep van God: kort, maar ernstig en duidelijk.
Het is de roep van de barmhartigheid. Maar bedenk dat het even goed de roep is van een heilig God. Hij weet dat u niet behouden kunt worden tenzij u zich van uw boze wegen afkeert. Een heilig God zal geen zaligheid geven aan wie in de ongerechtigheid voortgaat.
In het woord “bekeren” ligt het beeld van iemand die de verkeerde kant op gaat. Het eerste dat zo iemand doen moet, is stilstaan en zich bedenken waar hij heen gaat. Maar stel dat hij werkelijk stilstaat — dan is hij daarmee nog niet omgekeerd. Stilstaan is niet meer dan het begin van de ommekeer. Vervolgens moet hij zich wénden: zijn gezicht de andere kant op zetten dan die waarheen hij reisde.
Wanneer moeten zondaars zich bekeren? De tekst zegt: “bekeert u nu”. Die ommekeer moet dus onmiddellijk zijn. Mensen zijn best bereid te beloven dat zij zich omkeren wanneer zij nog een eindje verder gegaan zijn, maar “nu” is voor hen altijd een lelijk woord. “Morgen” bevalt hun veel beter. Maar keert u zich nu niet om, dan leeft u misschien niet lang genoeg om zich ooit nog om te keren.
En wie moet zich bekeren? De tekst zegt: “een iegelijk”. Elke man, elke vrouw en elk kind dat zich nog niet omgekeerd heeft, behoort de stem van de HEERE te horen die deze boodschap tot hem herhaalt.
En waarvan moeten zij zich bekeren? “Van zijn bozen weg.” Ieder mens heeft een eigen weg — een eigen boze weg, een persoonlijke vorm van de zonde. Die boze wegen kunnen samenhangen met iets bijzonders in iemands aard, in zijn omstandigheden of in zijn gewoonten. Wat is de zonde waarin u het vaakst valt? Dát is de boze weg waarvan u in het bijzonder geroepen wordt zich af te keren.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1-23.KruisverwijzingenJesaja 64:8→Ezechiël 18:21→Jeremia 1:10→Jeremia 26:13→1 Samuël 2:30→Jeremia 18:6→Romeinen 9:20→Hosea 11:8→
— Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende: Maak u op, en ga af in het huis des pottenbakkers, en aldaar zal Ik u Mijn woorden doen horen. Zo ging ik af in het huis des pottenbakkers; en ziet, hij maakte een werk op de schijven. En het vat, dat hij maakte, werd verdorven, als leem, in de hand des pottenbakkers; toen maakte hij daarvan weder een ander vat, gelijk als het recht was in de ogen des pottenbakkers te maken. Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Zal Ik ulieden niet kunnen doen, gelijk deze pottenbakker, o huis Israels? spreekt de HEERE; ziet, gelijk leem in de hand des pottenbakkers, alzo zijt gijlieden in Mijn hand, o huis Israels! In een ogenblik zal Ik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal uitrukken, en afbreken, en verdoen; Maar indien datzelve volk, over hetwelk Ik zulks gesproken heb, zich van zijn boosheid bekeert, zo zal Ik berouw hebben over het kwaad, dat Ik hetzelve gedacht te doen. Ook zal Ik in een ogenblik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal bouwen en planten; Maar indien het doet, dat kwaad is in Mijn ogen, dat het naar Mijn stem niet hoort, zo zal Ik berouw hebben over het goede, met hetwelk Ik gezegd had hetzelve te zullen weldoen.
De vorige rede werd besloten; vooreerst met ene belofte en vervolgens met ene bedreiging. In de rede, die nu volgt, wordt door ene gelijkenis aanschouwelijk gemaakt, hoe het van des volks gedrag afhangt of het tot verwezenlijking zal komen van de belofte of van de bedreiging. Het heeft dus geen recht om te menen, dat de Heere Zich door Zijne belofte voor ieder geval zou verbonden hebben, alleen zogen te geven; dat Gods waarachtigheid niet duldde dat het enig ongeluk overkwam, dat het daarom zonder enige vrees elke vermaning tot bekering van zijne boze wegen kon verachten, en niet nodig had enig geloof te slaan aan de aanmoediging van de naderende gerichten door den Profeet, omdat er toch niets van zou komen. De gelijkenis is die van enen pottebakker, die op zijne draaischijf het leem tot een zeker vat begint te vormen, doch dadelijk, als het leem den door hem bedoelden vorm niet aanneemt, dien weer tot den vorigen klomp zamendrukt, om dien tot een ander vat te vormen. Jeremia moet uitdrukkelijk eerst tot enen pottebakker in diens werkplaats gaan, opdat diens wijze van handelen, waarmee bij Gods almacht voor het volk moet tekenen, hem duidelijk voor ogen sta (vs. 1-12). Het volk laat zich echter niet tot erkenning der waarheid brengen. Ondanks zijn even zo ongehoord als onnatuurlijk afvallen, ondanks zijn gedrag, dat zo openbaar God tot straffen noodzaakt, vertrouwt het op de leugenachtige redenen van zijne valse leidslieden en raadgevers, en zweert het te zamen tegen dien Profeet, die het in waarheid des Heeren woord verkondigt, om hem tot zwijgen te brengen (vs. 13-18). Deze kan alzo slechts klagen tegen het volk, en het aanklagen, dat het diegenen wil verderven, die het verderf van hen wil afwenden. Die aanklacht wordt van zelf een gebed om bespoediging der gerichten, opdat Gods gerechtigheid en waarheid geëerd worde (vs. 19-23).
Het woord, dat tot Jeremia waarschijnlijk in de eerste dagen der regering van koning Jojakim geschied is van den HEERE, zeggende:
Maak u op en ga af naar het dal Gihon (1 Kon. 1:33), dat ten zuiden van Jeruzalem ligt, in het huis des pottebakkers, en wel van een van hen, die in dat kleiachtige dal (Matth. 27:7 vv.) hun werkplaats hebben; en aldaar zal Ik U Mijne woorden doen horen. Wij maken van deze gelegenheid gebruik, om hier iets mede te delen omtrent de meest gebruikelijke handwerken hij de oude Hebreën, voor zo ver dat tot een recht verstaan der Heilige Schrift nodig is. Enige handwerken van eenvoudigen aard werden door de huisvaders zelf uitgeoefend, namelijk het grovere werk in hout enz. zelfs het bouwen der huizen. De bezigheden tot het eigenlijk levensonderhoud nodig, bijv. het bakken (2 Sam 13:3), het weven (Ex. 35:25. Spr. 31:24), het maken van vrouwen- en mansklederen (Spr. 31:21. 1 Sam 2:19, 9:39) werd door vrouwen en slaven verricht, zelfs nog in latere tijden, toen zich ook voor deze werkzaamheden zelfstandige handwerken hadden gevormd, ten minste gedeeltelijk. Alle handwerken echter, die velerlei moeilijke manipulaties en diensvolgens bijzondere geschiktheid vorderden, werden reeds vroeger uitgeoefend door bijzondere personen, die zich later bij wijze van gilden aaneensloten. In Egypte waren de handwerkslieden in bijzondere kasten verenigd, en dit werd later zo uitgewerkt, dat de bijzondere kasten niet naast elkaar stonden, maar de een aan de andere ondergeschikt was. Onder alle handwerken van deze soort staat bovenaan het bewerken van metalen, en wel daarom omdat dit handwerk het oudste is, daar het kan teruggebracht worden tot den Kaïniet Tubal-Kaïn, den vader van allen die koperen ijzer werken (Gen. 4:22), en tevens het belangrijkste is voor akkerbouw, jacht en oorlog. Daarom heet in het Hebreeuws de bewerker van metalen slechts handwerksman, en eerst door bijvoeging van het materiaal, dat geen metaal was, werden de bewerkers van steen en hout genoemd. Wij beginnen dus de rij der handwerkslieden met de arbeiders van metaal.
De goud- en zilversmeden. Gouden sieraden werden reeds door Eliëzer aan Rebekka als bruidsgeschenken gegeven (Gen. 24:22, 53), kostbare vaten worden in Richt. 5:25. 1 Kon. 10:21. Ezra 5:14. Esth. 1:7 vermeld. Deze goud- en zilversmeden staan met hun kunst in de dienst van Jehova (Ex. 37-39. 1 Kon. 6:21 vv.), bij het vervaardigen van tabernakel en tempel, maar veel menigvuldiger in dienst der afgoderij (Ex. 20:23, 32:2. Richt. 17:4). Hun verschillende werkzaamheden van louteren en smelten (Jes. 1:22, 25. Hand 19:24), het keuren (Spr. 17:3) mengen (Ezech. 1:4, 27. Openb. 1:15; 2:18), gieten van beelden (Jes. 40:19) en vaten (Ex. 25:12), het bereiden van dunne platen (Jes. 44:12), het maken van dicht werk (Ex. 25:31, 36. Num. 10:2) het overtrekken met uitgerekt goud of zilver, het inzetten, het snijden van gouddraden (Ex. 39:3), inleggen van edelstenen (Ex. 28:11, 17), koralen (Job. 38:18), paarlen (Hoogl. 1:10), worden soms genoemd en gedeeltelijk in de profetische schriften tot gelijkenissen van het rijk Gods gebezigd: Aambeeld, hamer, tang, bijtel, blaasbalg, smeltkroes waren hun werktuigen, smeltovens en smidse hun werkplaatsen.
De arbeiders in erts of koper of ijzer. De wapen- en grofsmeden mochten ten tijde der onderdrukking door de Filistijnen niets werken (1 Sam. 13:19. Richt. 5:8); des te meer ontwikkelde zich die tak ten tijde der koningen. Men sloeg het ijzer tot platen, goot zuilen, spiegels (1 Kon. 7:46. Job 37:18), vervaardigde allerlei vaten, kookpotten (Lev 6:28. Num. 16:39. Jer. 52:18), verder wapenen, helm, pantsier, speer (1 Sam. 17:5. 2 Sam. 21:16 ketenen (Richt. 16:21). Slotenmakers en fijnsmeden zijn waarschijnlijk eerst in later tijd gekomen (2 Kon. 24:16. Jer. 29:2), hoewel slot en sleutel reeds vroeger worden vermeld (Richt. 3:25). Staalwerkers zijn vermeld in Nah. 2:3-4.
steenhouwen (Ex. 28:10 vv. 21). Dit hadden de Hebreërs van de Egyptenaren geleerd.
Werklieden in hout, beeldsnijders, schrijnwerkers, timmerlieden, wagenmakers worden zeer dikwijls vermeld, zowel als hun gereedschappen, grote akse, bijl, schaaf, bijtel, krijt, zaag, passer, richtsnoer, waterpas.
De steenhouwers (1 Kon. 7:9. 2 Kon. 12:13. 2 Sam. 5:11), ook zeer ervaren in het gladmaken van marmer.
De metselaars (1 Kron. 13:1. 2 Kon. 12:13. 13:5 en stukadoors (Ezech. 13:11).
De pannebakkers, fabrikanten van bakstenen (bij gebrek aan bouwstenen) komen minder in Palestina dan in Babylonië (Gen. 11:3) en Assyrië (Nah. 3:14) voor; die werkzaamheden bleven in onuitwisbare herinnering bij de Joden uit hun verdrukking in Egypte (Ex. 5:7 .). De stenen, die uit leem en stro waren bereid, werden of in de zon gedroogd, of men brandde ze in den ticheloven (2 Sam. 12:31. Jer. 43:9).
De pottebakkers (Ps. 94:9. 1 Kron. 4:23. 29:16; 45:9. 64:1. 1 Job 10:9. Matth. 27:7, 10; Sir. 38:32 vv.), maakten kruiken, flessen, potten, schalen (voornamelijk voor de armen); zij verglaasden die soms (Spr. 26:23 Waarschijnlijk woonden verscheidene pottebakkers in de nabijheid van de Zonnepoort (Hoofdst. 18:2); zij werkten op de schijf, die uit twee platen bestond, welke zich boven elkaar bewogen en door den voet in draaiende beweging werden gebracht.
Glasblazers worden in den Bijbel niet genoemd maar wel in den Talmud; men mag echter uit het verkeer der Joden met Fenicië wel besluiten, dat zij met het maken van glas bekend zijn geweest. In Job 28:17 wordt waarschijnlijk het glas (volgens anderen het bergkristal) vermeld.
Lederbereiders. De looiers, die om den lelijken reuk hunner werkplaatsen en om het meestal met hun werk verbonden villen niet zeer in achting waren, woonden vóór de stad aan rivieren of aan de zee (Hand. 10:6). De Talmud maakt het eerst van schoenmakers melding; van een priem wordt daarentegen reeds in Ex. 21:6 melding gemaakt.
De wevers. Het vlas werd op houten kammen gehekeld; de afval (grof vlas) werd voor tonder (Jes. 1:31) gebruikt, of zaamgevlochten tot strikken en touwen (Joz. 2:15; 19:9. Richt. 15:13. Ps. 18:6). De wol werd gekamd. Men kende spinrok, spil, weverspoel, trok de draden van de spoel op den weversboom en weefde staande den inslag in (vgl. 1 Sam 17:7). Byssus-, kameel- en geitehaar werd verwerkt, het laatste voor rouwklederen, gordels, deksels van tenten. De maker van tenten-doek (Hand. 18:3) had als materiaal het haar der ruige Cilicische geiten. De Apostel Paulus was zulk een tentendoekmaker of een tentmaker (Hand. 18:3). Verschillende stoffen mochten niet door elkaar worden geweven (Lev. 19:19. Deut. 22:11). Het bontweven maakte alleen ene uitzondering. Dit geschiedde door verbinding van gouddraden, blauwe en rode purperdraden, karmozijndraden enz. (Ex. 26:36; 27:16; 28:39. 16:10. Ps. 45:15). Het damastweven deden in ‘t bijzonder de Feneciërs (Exod. 26:1, 31; 28:6; 35:35 enz.) bontgewerkte klederen en tapijten waren oude artikelen van weelde.
De vollers, die het pas gegevene en de gedragen klederen, door wassen in water, door slaan en stampen in een trog, door salpeter en vegetabilisch loog en as (Jer. 2:22. Mal. 3:2 vv.) van vet reinigden, alsmede door urine en vollersaarde schoon maakten. Dat werk werd op het werk der vollers in het westen der stad boven aan den vijver gedaan, en Was niet bijzonder in aanzien bij de Joden (2 Kon. 18:17. Jes. 7:3; 36:2).
De ververs komen in de Heilige Schrift niet voor, de Talmud vermeldt ze.
De zalfbereiders (Ex. 30:25, 35. Pred. 10:1. 1 Sam. 8:13. 3:8.) mengden meestal fijne olijfolie met andere welriekende oliën en hars en galbanum, wierook en mirre. Slavinnen verstonden die kunst (1 Sam. 8:13); ook mannen deden dit. Zij worden in onze overzetting ook apothekers genoemd.
De bakkers bezaten in Jeruzalem hun straat, ene soort van bazar (Jer. 37:21). De Profeet Hosea (8:4 vv.) vermeldt het bakken als zelfstandig ambacht, dat dit vroeger niet was. In Egypte waren de bakkers reeds ene afzonderlijke kaste (Gen. 40:2 wordt de overste daarvan genoemd)
De barbiers komen reeds in den tijd van Ezechiël voor (Ezech. 5:1). Ook hadden
de kaasmakers hun bijzonder kwartier (1 Sam. 17:18. 2 Sam. 17:29).
De kledermakers kent de Heilige Schrift niet, maar wel de Talmud. Het maken van klederen was meestal vrouwenwerk. De meeste handwerken leerden de Hebreën waarschijnlijk van de Egyptenaren in den tijd hunner dienstbaarheid; vele ook van de Kanaänieten, de vroegere bewoners van Palestina, die nog gedeeltelijk onder hen leefden; zo ook van de Filistijnen, maar de bijzonder kunstige handwerken leerden zij van de Feniciërs, wier raad en hulp de Joodse koningen in lateren tijd dikwijls vraagden. Vernederend was over ‘t algemeen het uitoefenen van een handwerk niet, slechte enige handwerkslieden waren minder geacht dan andere. Behalve de als zodanig vermelde looiers en vollers behoren tot de minder aanzienlijke de barbiers, de zalfmakers (waarschijnlijk wegens hun enigzins ongebonden omgang met het vrouwelijk geslacht), en de wevers. De laatsten waren wegens hun armoede en gemene zeden tot een spreekwoord geworden. Deze vijf handwerken mocht een Hogepriester niet uitoefenen. Overigens werd het aanleren van een handwerk, ook voor de grootste geleerden niet voor een smaad, maar voor eer en plicht gehouden (Mark. 6:3. Hand. 18:3) tot in de laatste tijden van het Joodse volk.
Zo ging ik, gehoorzaam aan dit Goddelijk bevel en in gespannen verwachting welke woorden de Heere mij zou laten horen, af in het huis des pottebakkers, en ziet, hij maakte een werk op de schijven, op de beide houten schijven, waarop pottebakkers de vaten vormen.
En het vat, dat hij maakte, werd verdorven, als leem, in de hand des pottebakkers, het mislukte, het verkreeg den vorm niet, dien men bedoeld had. Toen drukte hij de klei weer tot een klomp zamen en begon den arbeid weer van voren af, en maakte hij daarvan weer een ander vat, gelijk als het recht was in de ogen des pottebakkers te maken.
Toen ik die handelwijze van den pottebakker ene poos had aangezien, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
a) Zal Ik ulieden niet kunnen doen, gelijk deze pottebakker, o huis Israëls! spreekt de HEERE. Zal Ik de klei, die niet tot het eerst bedoelde vat wilde worden, niet tot het maken van een ander vat kunnen bezigen?Ziet, b) gelijk leem in de hand des pottebakkers niets is dan ene stof, welke niets te bepalen heeft over de gedaante, die het moet aannemen, alzo zijt gijlieden in Mijne hand, o huis Israëls. 1) Ik alleen heb over uw volgend lot te beslissen. Ik zal van u maken wat Ik wil, en u tot iets anders vormen, wanneer gij Mij niet deugt tot hetgeen, waartoe Ik u oorspronkelijk heb willen vormen.
(Jes. 45:9. Rom. 9:20. b) Jes. 64:8.
In hoofdsom vermaant God, dat al hun heil afhangt van de genadige goedertierenheid Gods. Niets zult gij als uw eigendom hebben, maar wat God u toeschikt, dat is uw tot wederopzeggens toe verleend bezit. Heden kan Hij u ontnemen, wat Hij u gisteren gaf. Het symbool stelt ons voortreffelijk voor ogen hoe het volk geheel in de hand van God is, die er vrij over beschikt, hoe Hij onvermoeid bezig is na vele mislukte proeven een vat ter ere daaruit te vormen. Buig uwe trotsheid, o mens, die waant uw leven te kunnen vormen tot een kunstwerk naar uw eigen welgevallen, en niet bedenkt, hoe gij slechts een pot zijt op de eeuwigen Gods, dien Hij verandert, wanneer Hij wil. Er is hier eigenlijk geen sprake van het buigen van ‘s mensen hart door Gods Geest, maar hiervan, dat de Heere door Zijne vroegere bedreigingen of beloften niet gehouden is, om den mensheid of onheil te zenden, hen tot vaten des lijdens of der vreugde te maken, maar dat Hij de gedaante van hun lot wijzigen kan, gelijk de pottebakker de gestalte der klei verandert, die hij nog onder handen heeft. De plaats Rom. 9:21 bespreekt, al is het onder het beeld van een pottebakker en van klei, ene geheel andere vraag.
In een ogenblik zal Ik spreken door den mond van enen profeet over een volk en over een koninkrijk, gelijk bijv. over Ninevé door den mond van Jona (Jona 1:1 vv. 3:4 Jon), dat Ik het zal a) uitrukken, en afbreken, en verdoen.
Jer. 1:10.
Maar indien datzelfde volk, over hetwelk Ik zulks gesproken heb, gelijk de mannen te Ninevé deden (Jona 3:5 vv. Matth. 12:41), zich van zijne boosheid bekeert, zo zal Ik berouw hebben over het kwaad (1 Sam. 15:11), dat Ik het gedacht te doen, want het is Mij niet om ongeluk, maar om bekering, te doen geweest (Ezech. 18:23).
Evenzeer kan het omgekeerde plaats hebben. Ook zal Ik in een ogenblik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal bouwen en planten. (Jer. 1:10).
Maar indien het, gelijk het huis van Israël, doet, dat kwaad is in Mijne ogen, dat het naar Mijne stem niet hoort, die door genadige belofte het tot des te groteren ijver in goed doen heb willen brengen, zo zal Ik berouw hebben over het goede, met hetwelk Ik gezegd had hetzelve te zullen weldoen. Ik ben door de uitgesprokene belofte geenszins verplicht, zo als het huis van Israël meent, goed te doen, alhoewel het van zijne zijde voor Mijne ogen kwaad doet. Gelijk God de Joden, die het Evangelie weigerden aan te nemen, met recht verworpen heeft, ondanks de algemene beloften aan hun natie gedaan, zo kan ook gene bijzondere Christelijke gemeente zich toeëigenen Gods algemene belofte, dat Hij Zijne kerk bewaren zal, dan vóór zo verre zij bij dien regel van geloof en leven blijft, dien Hij haar in de Boeken des Nieuwen Verbonds heeft voorgeschreven. Hieruit ziet men, dat de Heere altijd in de oefening van Zijn gezag en bekwaamheid naar vaste regels van gerechtigheid en goedheid te werk gaat. Hij besteedt inderdaad gunsten op ene oppermachtige wijze, maar straft nooit naar willekeurige macht. Zijn Rechterhand is hoog, doch Hij regeert niet met een hoge hand. God verzekert Zijne wijze macht en zegt ons wat Hij kan doen, maar Hij verzekert ons ook te gelijk, dat Hij als een rechtvaardig en barmhartig Rechter zal handelen.
Het huis van Israël heeft misbruik van Mijne belofte gemaakt en die voor een vrijbrief tot alle kwaad aangezien; toch worde nog door bedreiging van straf beproefd het op den tegenovergestelden weg te brengen (vs. 7). Nu dan, spreek nu tot de mennen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem, gelijk uwe roeping van den beginne af geweest is (Hoofdst. 7:1 vv; 26:1 vv.), zeggende, zo zegt de HEERE: Ziet Ik formeer een kwaad tegen ulieden, en denk tegen ulieden ene gedachte om u te straffen. Ik ben echter een God, die berouw heb over het kwade, dat Ik heb gesproken; zo a) bekeert u nu een iegelijk van zijnen bozen weg, en maakt uwe wegen en uwe handelingen goed. 1)
2 Kon. l7:13. Jer. 35:15.
De Heere heeft gewezen op Zijn vrijmacht, om met Zijn volk te wandelen in zegeningen, als het zich aan het Verbond houdt en in tegenheden als het Zijn Verbond verbreekt. Hij heeft het beeld van den pottebakker en het leem gebruikt, om daardoor het duidelijk te maken, dat Hij de Souvereine God is, die kan en mag doen naar Zijn welbehagen. Nu komt de Heere met de dreiging van straf, met de aankondiging van Zijne oordelen, maar geeft het volk nog tijd, om zich te bekeren en alzo de gedreigde oordelen af te wenden. In den weg, dit spreekt de Heere hier uit, van nationale bekering zou er nog redding van stad en volk zijn.
Doch zij verwerpen aanstonds door hun misdadige beslistheid die poging tot hun geluk, en zeggen, zo dikwijls Ik, de Profeet, volgens des Heeren aanwijzing tot hen spreek: a) Het is buiten hoop. Er komt niets van dat wij ons van onzen weg zonden afkeren (Hoofdst. 6:16); maar wij zullen integendeel onbekommerd over Gods gedachten (vs. 11), naar onze gedachten wandelen(Jes. 65:2), en wij zullen doen, een iegelijk naar het goeddunken van zijn boos hart
(vgl. (Jes. 28:14) aan ‘t einde).
Jer. 2:24.
Het is zeker, dat zij dit wel niet openlijk hebben uitgesproken. En niet met opzet pochen zij er op, dat zij zo goddeloos waren en zulke verachters Gods, maar de profeet ziet niet op wat zij hadden gezegd, maar veeleer op hun daden. De Joden toch waren gewoon hunnen verdichtsels en bedriegerijen van Satan te stellen tegen Gods Woord. Het is derhalve niet te verwonderen, dat de Profeet hen die goddeloze en Godonterende woorden in den mond legt, omdat zij veeleer liever hun eigene gedachten willen volgen en de boze overleggingen van hun hart, dan zich aan God onderwerpen en Zijn Woord gehoorzamen.
Daarom, zo zegt de HEERE: Vraagt nu onder de Heidenen, wie heeft al zulks gehoord? De jonkvrouw Israëls (Hoofdst. 31:4, 21. Amos 5:2), van welke men naar hare hoge roeping om verloofde te zijn van den enig waren God, het meest getrouwheid en gehoorzaamheid zou verwachten, doet ene zeer afschuwelijke zaak. Bij welk ander volk is het gehoord, dat het zijne goden verliet, gelijk Israël zijnen God verlaten heeft (Hoofdstuk 2:10 vv.).
Zal men ook om enen kalen rotssteen des velds verlaten de velden, welke de sneeuw van Libanon bevochtigt (Ps. 133:3)? Zullen ook voor de vreemdewateren koude, frisse, vlietende wateren verlaten worden? 1)
Zal iemand dwaas genoeg zijn, om enen dorren rotssteen, op welken niets kan groeien, te verkiezen boven de bergen van Libanon, die met de smeltende sneeuw de vruchtbaarheid rondom verspreiden? Kan men groter dwaasheid zich verbeelden, dan dat iemand de verkoelende wateren, welke in zijne nabuurschap stromen, verlaten zal, om in een vreemd land wateren te gaan opzoeken? En evenwel aan zulk ene verregaande dwaasheid, welke geen voorbeeld kent, maken zich de hardnekkige Joden schuldig. Men kan ook vertalen en o. i. is die vertaling juister: Verlaat ook van den rotssteen van het gebergte, of de sneeuw van den Libanon, of drogen de vreemde, koud vlietende wateren uit? Onder den rotssteen is den de top van den Libanon te verstaan. De Profeet wil zeggen, de sneeuw van den Libanon blijft immer liggen en de ruisende wateren van den Hermon drogen niet uit, zij vertonen het beeld van standvastigheid, maar Zijn volk, de jonkvrouw Israëls, vertoont een heel ander beeld, het beeld der onstandvastigheid, der wispelturigheid. In plaats van standvastig den Heere achter aan te kleven, had het (vs. 15) den Heere vergeten en de ijdelheid, d i. de afgoden gezocht.
Nochtans heeft Mijn volk Mij a) vergeten, de springader des levenden waters (Jer. 2:13). Zij roken der ijdelheid, die nietige afgoden; want zij hebben hen doen aanstoten op hun wegen, zij hebben anderen misleid en doen struikelen door hun leer en door hun voorbeeld; zij hebben hen doen vallen op b) de oudewelbedroefde paden van ‘s Heeren dienst, zodat zij die hebben verlaten. Zij hebben de menigte verleid, opdat zij mogen wandelen in stegen van enen weg, die niet opgehoogd is, in de sporen van een ongebaanden weg, waarvan men vooraf kon weten waarheen zij ten laatste voeren (Spr. 12:28).
(Jer. 2:32; 3:21; 13:25. b) Jer. 6:16. De aanbidding van de afgoden had de Joden afgeleid van het wandelen op den ouden gebaanden weg, die duidelijk was afgebakend in de wet van Mozes en in de voorbeelden in vorige tijden, en hen daarentegen gebracht op wegen, die zouden uitlopen op hun volkomen verderf.
Om, wel niet naar hun bedoelen en hun mening, maar naar het door Mij besloten gericht hun land te stellen a) tot ene ontzetting, tot eeuwige aanfluitingen tot schimp; al wie daar voorbij gaat zal zich ontzetten, en met zijn hoofd schudden als hij de plaats ziet, waar eens Jeruzalem stond en den slechts puinhopen zijn (Hoofdst. 19:8; 22:8. (Klaagl. 2:15 vv. 1 Kon. 9:8 vv.).
Jer. 12:11; 49:13; 50:13
Als een a) oostewind (Hoofdst. 4:11 vv. 13:24) zal Ik hen verstrooien voor het aangezicht des vijands. Ik zal hun tot rechtvaardige vergelding van hetgeen zij Mij gedaan hebben (Hoofdst. 2:27), den nek en niet het aangezicht laten zien ten dage huns verderfs, 1) wanneer het gedreigde ongeluk komt.
Jer. 27:8; 29:6.
Gelijk een kwade oostewind de stoerste eiken velde en verwoestend optrad, zo zou ook de straf over zijn volk schrikkelijk zijn. De vijanden zouden komen en op vreeslijke wijze met Jeruzalems inwoners en Juda’s bewoners handelen. En geen hulp des Heeren zou hen geworden, geen vriendelijke bestraffing van Gods aangezicht zou hen ten deel vallen. Want de Heere zou hun Zijn nek, d. i. zijn rug doen zien. Hij zou zich van hen afwenden tot hun verderf.
Zo dikwijls sprak ik, de profeet, van dat verderf, dat naakte, maar zij wilden niet horen naar den raad, dien Ik hun gaf. Toen zeiden zij: Komt aan, laat ons gedachten tegen Jeremia denken. Laat ons overleggen, hoe wij van dien lastigen profeet bevrijd worden, die steeds zulke geheel andere meningen voordraagt dan onze wettige leidslieden en regenten ons voorstellen (Hoofdst. 8:8 vv.). Wat die zeggen is toch zeker het ware; want a) de wet zal niet vergaan van den priester (zij zijn de personen tot verklaring daarvan gesteld), noch de raad van den wijze, van des konings staatsraad, noch het woord van den Profeet, die ons des Heeren woord naar onzen wens verkondigt (Hoofdst. 6:13 vv.). Zij kunnen ons toch niet bedriegen! Komt aan en laat ons hem, Jeremia, die meer wil zijn den onze priesters, wijzen en Profeten, slaan met a) de tong, laat ons hem een leugenprofeet noemen (Hoofdst. 5:13), en laat ons niet luisteren neer enige zijner woorden.
(Matth. 2:7 b) Jer. 9:8. Om het woord van den Profeet niet aan te nemen beriepen zich de Joden op de goddelijke instelling en den ouderdom van het priesterschap, zo als ook de Roomsen ondanks alle getuigenis der Schrift zich achter dit schild verbergen: de kerk kan niet dwalen; de paus, de bisschoppen, de geestelijken vertegenwoordigen de kerk, en zijn de opvolgers der Apostelen, wier geest zij hebben. Alzo maakten het de Joden. Zou die enkele man optreden, zo spraken zij, en zijn mond opendoen tegen Gods woord en belofte, dat dit goddelijk koninkrijk, dit priesterschap, dit uitverkoren volk zou worden weggeworpen, dat een vreemde, goddeloze koning den tempel en de stad zou slopen en alles wegvoeren? Daarop bleven zij stijf staan, en zij hielden niet op den Profeet om zulk ene prediking te verdoemen en te vervolgen, totdat zij daarover heenkwamen en zij leerden geloven. Zo is het den Profeten altijd gegaan, dat zij werden tegengestaan door den schijn en den naam van de kerk en het volk Gods; want zij hebben hen altijd daarmee tegengesproken.
HEERE! luister naar mij, wanneer zij van het door Mij hun verkondigde woord zeggen: het is buiten hoop (vs. 12), en zij mij zoeken om te brengen. Laat mij niet bezwijken onder hun aanslagen, en hoor naar de stem mijner twisters.
Zal dan kwaad voor goed vergolden worden? Dat doet men mij, want zij hebben uit dankbaarheid voor alle liefde, die ik hun bewees, mijne ziel enen kuil gegraven; zij hebben getracht mij heimelijk om het leven te brengen (Ps. 35:7). Gedenk, dat ik voor Uw aangezicht gestaan heb met mijne voorbede, om goed voor hen te spreken, om Uwe grimmigheid van hen af te wenden (Hoofdst. 7:16; 11:14; 14:7 vv. Hoe had Ik hen meer goed kunnen doen? En daarvoor belonen zij mij met listige aanslagen.
Doe daarom, gelijk Gij hen zo dikwijls hebt laten bedreigen, geef hun zonen den a) honger over, en doe ze wegvloeien door het geweld des zwaards, en laat hun vrouwen van kinderen beroofd en weduwen worden, en laat hun mannen door den dood omgebracht en hun jongelingen met het zwaard geslagen worden in den strijd.
Ps. 109:10.
Laat er een geschrei uit hun huizen gehoord worden, wanneer gij haastelijk ene bende over hen zult brengen; dewijl zij enen kuil gegraven hebben om mij te vangen, en strikken verborgen voor mijne voeten, om mij ten val te brengen.
Doch Gij, HEERE! weet al hunnen raad tegen mij ten dode; maak gene verzoening over hun ongerechtigheid, en delg hun zonde niet uit van voor Uw aangezicht (Ps. 109:14). Maar laat hen nedergeveld worden voor Uw aangezicht; handel alzo met hen ten tijde Uws toorns(vgl. Hoofdst. 11:23). De Profeet, die anders voor de zondaren bad (vs. 20), wien God meermalen verdere voorbede verbood, is nu ook in zijn hart vertoornd over de zondaren, want hij erkent dat hun zonde doodzonde is, ongeneeslijke verharding. En toch is hij in ‘t verborgen in zijn hart bedroefd (Hoofdst. 13:17). Of bij dezen heiligen toorn, die in Gods gericht toestemt, ook iets menselijke zich gemengd heeft, dat te bepalen mogen en moeten wij overlaten aan den Kenner der harten, opdat wij niet gelijk worden aan dien, die den splinter zag in zijns broeders oog. Nu was eindelijk aan Jeremia de zaak geheel duidelijk geworden. Nu kon hij Ja en Amen zeggen op de onherroepelijke dreigingen over Juda en Jeruzalem. Hun antwoord: “het is buiten hoop” (vs. 12) en hun vijandschap tegen Jeremia zelven maakten het hem na lang prediken en smeken duidelijk, dat zij de mislukte pot waren, dien de Heere van rechtswege verbrak, en het koninkrijk, dat hij rechtmatig verdierf. Hij verenigde dus zijnen wil met den wil van God, en sprak zelf het oordeel uit, dat bij den Heere reeds te voren besloten was. Tot hiertoe had Jeremia zich de boosheid der Joden nog niet zo ontzettend voorgesteld als zij was, totdat hij het omtrent zich zelven ondervond en den Heere geheel moest toestemmen. Stem ook zo van harte in met de oordelen en bedreigingen Gods tegen degenen, die halstarrig en boosaardig in ‘t ongeloof blijven, en wil niet op valse wijze en tegen Gods geopenbaard woord in jegens dezulken barmhartig zijn. Men moet niet vergeten, dat de Profeet hier door den Geest des Heeren werd geleid. Hij heeft gebeden voor het volk, hoewel de Heere hem gezegd had, dat hij er niet meer voor bidden mocht. Hij heeft aangehouden, om genade en geen recht te smeken. Maar hij ziet nu, dat de plage dodelijk, dat de breuke ongeneeslijk is. Hij ziet dat het volk zelf zijn verderf kiest, den vloek boven den zegen, en daarom legt de H. Geest dit gebed op zijn lippen, waarmee hij uitspreekt. dat hij zich volkomen met de wille Gods verenigt.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel