Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 17

1 De zonde van Juda is geschreven met een ijzeren griffie, met de punt eens diamants; gegraven in de tafel van hunlieder hart, en aan de hoornen uwer altaren;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 De zondeH2403 van JudaH3063 is geschrevenH3789 met een ijzerenH1270 griffieH5842, met de puntH6856 eens diamantsH8068; gegravenH2790 in de tafelH3871 van hunlieder hartH3820, en aanH5921 de hoornenH7161 uwer altarenH4196; De zonde van Juda is geschreven met een ijzeren griffie, met de punt eens diamants; gegraven in de tafel van hunlieder hart, en aan de hoornen uwer altaren;

KJV The sin1 of Judah2 is written3 with a pen4 of iron,5 and with the point6 of a diamond:7 it is graven8 upon the table10 of their heart,11 and upon the horns12 of your altars;

1 חַטַּ֣את H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 2 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 3 כְּתוּבָ֛ה H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 4 בְּעֵ֥ט H5842 griffie, pen pen 5 בַּרְזֶ֖ל H1270 ijzer, ijzeren, ijzers (ax) head, iron 6 בְּצִפֹּ֣רֶן H6856 nagelen, punt nail, point 7 שָׁמִ֑יר H8068 doornen, diamant, distelen adamant (stone), brier, diamond 8 חֲרוּשָׁה֙ H2790 zwijg, zwijgen, ploegen [idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 ל֣וּחַ H3871 tafelen, planken, tafel board, plate, table 11 לִבָּ֔ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 12 וּלְקַרְנ֖וֹת H7161 hoornen, hoorn, Hoorn [idiom] hill, horn 13 מִזְבְּחוֹתֵיכֶֽם H4196 altaar, altaren, altaars altar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Gelijk hun kinderen hunner altaren gedenken, en hunner bossen, bij het groen geboomte, op de hoge heuvelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Gelijk hun kinderenH1121 hunner altarenH4196 gedenkenH2142, en hunner bossenH842, bijH5921 het groenH7488 geboomteH6086, opH5921 de hogeH1364 heuvelenH1389. Gelijk hun kinderen hunner altaren gedenken, en hunner bossen, bij het groen geboomte, op de hoge heuvelen.

KJV Whilst their children2 remember1 their altars3 and their groves4 by the green7 trees6 upon the high10 hills.

1 כִּזְכֹּ֤ר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 2 בְּנֵיהֶם֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 מִזְבְּחוֹתָ֔ם H4196 altaar, altaren, altaars altar 4 וַאֲשֵׁרֵיהֶ֖ם H842 bossen, bos, haag grove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת) 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 עֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 7 רַֽעֲנָ֑ן H7488 groenen, groen, groene green, flourishing 8 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 גְּבָע֥וֹת H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill 10 הַגְּבֹהֽוֹת H1364 hogen, hoge, hoog haughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Ik zal Mijn berg met het veld, uw vermogen en al uw schatten ten roof geven, mitsgaders uw hoogten, om de zonde in al uw landpalen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Ik zal Mijn bergH2042 met het veldH7704, uw vermogenH2428 en alH3605 uw schattenH214 ten roofH957 gevenH5414, mitsgaders uw hoogtenH1116, om de zondeH2403 in alH3605 uw landpalenH1366. Ik zal Mijn berg met het veld, uw vermogen en al uw schatten ten roof geven, mitsgaders uw hoogten, om de zonde in al uw landpalen.

KJV O my mountain1 in the field,2 I will give7 thy substance3 and all thy treasures5 to the spoil,6 and thy high places8 for sin,9 throughout all thy borders.

1 הֲרָרִי֙ H2042 bergen, berg, gebergte hill, mount(-ain) 2 בַּשָּׂדֶ֔ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 3 חֵילְךָ֥ H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 4 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אוֹצְרוֹתֶ֖יךָ H214 schatten, schat, schatkameren armory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y) 6 לָבַ֣ז H957 roof, plundering, buit booty, prey, spoil(-ed) 7 אֶתֵּ֑ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 בָּמֹתֶ֕יךָ H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 9 בְּחַטָּ֖את H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 10 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 גְּבוּלֶֽיךָ H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Alzo zult gij aflaten (en dat om u zelven) van uw erfenis, die Ik u gegeven heb, en Ik zal u uw vijanden doen dienen in een land, dat gij niet kent; want gijlieden hebt een vuur aangestoken in Mijn toorn, tot in eeuwigheid zal het branden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Alzo zult gij aflatenH8058 (en dat om u zelven) van uw erfenisH5159, dieH834 Ik u gegevenH5414 heb, en Ik zal u uw vijandenH341 doen dienenH5647 in een landH776, dat gij nietH3808 kentH3045; wantH3588 gijlieden hebt een vuurH784 aangestokenH6919 in Mijn toornH639, totH5704 in eeuwigheidH5769 zal het brandenH3344. Alzo zult gij aflaten (en dat om u zelven) van uw erfenis, die Ik u gegeven heb, en Ik zal u uw vijanden doen dienen in een land, dat gij niet kent; want gijlieden hebt een vuur aangestoken in Mijn toorn, tot in eeuwigheid zal het branden.

KJV And thou, even thyself, shalt discontinue1 from thine heritage3 that I gave5 thee; and I will cause thee to serve7 thine enemies9 in the land10 which thou knowest13 not: for ye have kindled16 a fire15 in mine anger,17 which shall burn20 for18 ever.

1 וְשָׁמַטְתָּ֗ה H8058 struikelden, Stoot neder, aflaten discontinue, overthrow, release, let rest, shake, stumble, throw down 2 וּבְךָ֙ 3 מִנַּחֲלָֽתְךָ֙ H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל) 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 נָתַ֣תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 לָ֔ךְ 7 וְהַעֲבַדְתִּ֨יךָ֙ H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 אֹ֣יְבֶ֔יךָ H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 10 בָּאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 יָדָ֑עְתָּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 14 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 אֵ֛שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 16 קְדַחְתֶּ֥ם H6919 aangestoken, aansteekt, brandt burn, kindle 17 בְּאַפִּ֖י H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 18 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 19 עוֹלָ֥ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 20 תּוּקָֽד H3344 brandende, branden, bernen (be) burn(-ing), [idiom] from the hearth, kindle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: VervloektH779 is de manH1397, dieH834 op een mensH120 vertrouwtH982, en vleesH1320 tot zijn armH2220 steltH7760, en wiens hartH3820 vanH4480 den HEEREH3068 afwijktH5493! Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt!

KJV Thus saith2 the LORD;3 Cursed4 be the man5 that trusteth7 in man,8 and maketh9 flesh10 his arm,11 and whose heart15 departeth14 from the LORD.

1 כֹּ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אָר֤וּר H779 Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt [idiom] bitterly curse 5 הַגֶּ֨בֶר֙ H1397 man, mans, mannen every one, man, [idiom] mighty 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 יִבְטַ֣ח H982 vertrouwt, vertrouwen, vertrouw be bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust 8 בָּֽאָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 9 וְשָׂ֥ם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 10 בָּשָׂ֖ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 11 זְרֹע֑וֹ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 12 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 13 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 יָס֥וּר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 15 לִבּֽוֹ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Want hij zal zijnH1961 als de heideH6199 in de wildernisH6160, die het nietH3808 gevoeltH7200, wanneer het goedeH2896 komtH935; maarH3588 blijftH7931 in dorre plaatsenH2788 in de woestijnH4057, in zoutH4420 en onbewoondH3427 landH776. Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land.

KJV For he shall be like the heath in the desert,3 and shall not see5 when good8 cometh;7 but shall inhabit9 the parched places10 in the wilderness,11 in a salt13 land12 and not inhabited.

1 וְהָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְּעַרְעָ֣ר H6176 heide health 3 בָּֽעֲרָבָ֔ה H6160 vlakke velden, vlakke veld, wildernis Arabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה) 4 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יִרְאֶ֖ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 יָב֣וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 ט֑וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 9 וְשָׁכַ֤ן H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 10 חֲרֵרִים֙ H2788 plaatsen parched place 11 בַּמִּדְבָּ֔ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 12 אֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 מְלֵחָ֖ה H4420 ziltige, zout, zouten barren land(-ness), salt (land) 14 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 תֵשֵֽׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 GezegendH1288 daarentegen is de manH1397, dieH834 op den HEEREH3068 vertrouwtH982, en wiens vertrouwenH4009 de HEEREH3068 is! Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is!

KJV Blessed1 is the man2 that trusteth4 in the LORD,5 and whose hope8 the LORD

1 בָּר֣וּךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 2 הַגֶּ֔בֶר H1397 man, mans, mannen every one, man, [idiom] mighty 3 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 יִבְטַ֖ח H982 vertrouwt, vertrouwen, vertrouw be bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust 5 בַּֽיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וְהָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 מִבְטַחֽוֹ H4009 vertrouwen, Vertrouwen, vertrouwens confidence, hope, sure, trust
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Want hij zal zijn als een boomH6086, die aanH5921 het waterH4325 geplantH8362 is, en zijn wortelenH8328 uitschietH7971 aanH5921 een rivierH3105, en gevoeltH7200 het nietH3808, wanneer er een hitteH2527 komtH935, maarH3588 zijnH1961 loofH5929 blijft groenH7488; en in een jaarH8141 van droogteH1226 zorgtH1672 hij nietH3808, en houdtH4185 niet op van vruchtH6529 te dragenH6213. Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen.

KJV For he shall be as a tree2 planted3 by the waters,5 and that spreadeth out8 her roots9 by the river,7 and shall not see11 when heat14 cometh,13 but her leaf16 shall be green;17 and shall not be careful21 in the year18 of drought,19 neither shall cease23 from yielding24 fruit.

1 וְהָיָ֞ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְּעֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 3 שָׁת֣וּל H8362 geplant, planten plant 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 מַ֗יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 6 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 יוּבַל֙ H3105 rivier river 8 יְשַׁלַּ֣ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 9 שָֽׁרָשָׁ֔יו H8328 wortel, wortelen, Wortel bottom, deep, heel, root 10 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 יִרְאֶה֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 יָבֹ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 חֹ֔ם H2527 heet, hitte, warm heat, to be hot (warm) 15 וְהָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 16 עָלֵ֖הוּ H5929 blad, takken, loof branch, leaf 17 רַֽעֲנָ֑ן H7488 groenen, groen, groene green, flourishing 18 וּבִשְׁנַ֤ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 19 בַּצֹּ֨רֶת֙ H1226 droogte dearth, drought 20 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 יִדְאָ֔ג H1672 bekommerd, zorgt, bevreesd be afraid (careful, sorry), sorrow, take thought 22 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 23 יָמִ֖ישׁ H4185 wijken, houdt, wijkt cease, depart, go back, remove, take away 24 מֵעֲשׂ֥וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 25 פֶּֽרִי H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 ArglistigH6121 is het hartH3820, meer dan enigH3605 ding, ja, dodelijkH605 is hetH1931, wieH4310 zal het kennenH3045? Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?

KJV The heart2 is deceitful1 above all things, and desperately wicked:4 who can know

1 עָקֹ֥ב H6121 Arglistig, betreden, krom crooked, deceitful, polluted 2 הַלֵּ֛ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 3 מִכֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 וְאָנֻ֣שׁ H605 dodelijk, smartelijk, dodelijken desperate(-ly wicked), incurable, sick, woeful 5 ה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 מִ֖י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 7 יֵדָעֶֽנּוּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 IkH589, de HEEREH3068, doorgrondH2713 het hartH3820, en proefH974 de nierenH3629; en dat, om een iegelijkH376 te gevenH5414 naar zijn wegenH1870, naar de vruchtH6529 zijner handelingenH4611. Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen.

KJV I the LORD2 search3 the heart,4 I try5 the reins,6 even to give7 every man8 according to his ways,9 and according to the fruit10 of his doings.

1 אֲנִ֧י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 חֹקֵ֥ר H2713 onderzocht, doorzoeken, onderzoeken find out, (make) search (out), seek (out), sound, try 4 לֵ֖ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 5 בֹּחֵ֣ן H974 proeft, beproefd, beproeft examine, prove, tempt, try (trial) 6 כְּלָי֑וֹת H3629 nieren kidneys, reins 7 וְלָתֵ֤ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 לְאִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 כִּדְרָכָ֔יו H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 10 כִּפְרִ֖י H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 11 מַעֲלָלָֽיו H4611 handelingen, daden, werken doing, endeavour, invention, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Gelijk een veldhoen eieren vergadert, maar broedt ze niet uit, alzo is hij, die rijkdom vergadert, doch niet met recht; in de helft zijner dagen zal hij dien moeten verlaten, en in zijn laatste een dwaas zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Gelijk een veldhoenH7124 eieren vergadertH1716, maar broedtH3205 ze nietH3808 uit, alzo is hij, die rijkdomH6239 vergadert, doch nietH3808 met rechtH4941; in de helftH2677 zijner dagenH3117 zal hij dien moeten verlatenH5800, en in zijn laatsteH319 een dwaasH5036 zijn. Gelijk een veldhoen eieren vergadert, maar broedt ze niet uit, alzo is hij, die rijkdom vergadert, doch niet met recht; in de helft zijner dagen zal hij dien moeten verlaten, en in zijn laatste een dwaas zijn.

Ook in dit vers vergadertH6213

KJV As the partridge1 sitteth2 on eggs, and hatcheth4 them not; so he that getteth5 riches,6 and not by right,8 shall leave11 them in the midst9 of his days,10 and at his end12 shall be a fool.

1 קֹרֵ֤א H7124 veldhoen partridge. See also H6981 (קוֹרֵא) 2 דָגַר֙ H1716 vergaderen, vergadert gather, sit 3 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 יָלָ֔ד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 5 עֹ֥שֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 עֹ֖שֶׁר H6239 rijkdom, rijkdoms, Rijkdom [idiom] far (richer), riches 7 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 בְמִשְׁפָּ֑ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 9 בַּחֲצִ֤י H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 10 יָמָיו֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 יַעַזְבֶ֔נּוּ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 12 וּבְאַחֲרִית֖וֹ H319 laatste, einde, nakomelingen (last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward 13 יִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 נָבָֽל H5036 dwaas, dwazen, dwaze fool(-ish, -ish man, -ish woman), vile person
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Een troon der heerlijkheid, een hoogheid van het eerste aan, is de plaats onzes heiligdoms.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Een troonH3678 der heerlijkheidH3519, een hoogheidH4791 van het eersteH7223 aan, is de plaatsH4725 onzes heiligdomsH4720. Een troon der heerlijkheid, een hoogheid van het eerste aan, is de plaats onzes heiligdoms.

KJV A glorious2 high3 throne1 from the beginning4 is the place5 of our sanctuary.

1 כִּסֵּ֣א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 2 כָב֔וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 3 מָר֖וֹם H4791 hoogte, hoogten, omhoog (far) above, dignity, haughty, height, (most, on) high (one, place), loftily, upward 4 מֵֽרִאשׁ֑וֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 5 מְק֖וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 6 מִקְדָּשֵֽׁנוּ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 O HEERE, Israels Verwachting! allen, die U verlaten, zullen beschaamd worden; en die van mij afwijken, zullen in de aarde geschreven worden; want zij verlaten den HEERE, den Springader des levenden waters.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 O HEEREH3068, IsraelsH3478 VerwachtingH4723! allenH3605, die U verlatenH5800, zullen beschaamdH954 worden; en die van mij afwijkenH5493, zullen in de aardeH776 geschrevenH3789 worden; wantH3588 zij verlatenH5800 den HEEREH3068, den SpringaderH4726 des levendenH2416 watersH4325. O HEERE, Israels Verwachting! allen, die U verlaten, zullen beschaamd worden; en die van mij afwijken, zullen in de aarde geschreven worden; want zij verlaten den HEERE, den Springader des levenden waters.

KJV O LORD,3 the hope1 of Israel,2 all that forsake5 thee shall be ashamed,6 and they that depart from me7 shall be written9 in the earth,8 because they have forsaken11 the LORD,16 the fountain12 of living14 waters.

1 מִקְוֵ֤ה H4723 Verwachting, vergadering, linnen garen abiding, gathering together, hope, linen yarn, plenty (of water), pool 2 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 עֹזְבֶ֖יךָ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 6 יֵבֹ֑שׁוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 7 וְסוּרַי֙ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 8 בָּאָ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 יִכָּתֵ֔בוּ H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 10 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 עָזְב֛וּ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 12 מְק֥וֹר H4726 springader, fontein, Springader fountain, issue, spring, well(-spring) 13 מַֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 14 חַיִּ֖ים H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Genees mij, HEERE! zo zal ik genezen worden, behoud mij, zo zal ik behouden worden; want Gij zijt mijn Lof.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 GeneesH7495 mij, HEEREH3068! zo zal ik genezenH7495 worden, behoudH3467 mij, zo zal ik behoudenH3467 worden; wantH3588 GijH859 zijt mijn LofH8416. Genees mij, HEERE! zo zal ik genezen worden, behoud mij, zo zal ik behouden worden; want Gij zijt mijn Lof.

KJV Heal1 me, O LORD,2 and I shall be healed;3 save4 me, and I shall be saved:5 for thou art my praise.

1 רְפָאֵ֤נִי H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 וְאֵ֣רָפֵ֔א H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 4 הוֹשִׁיעֵ֖נִי H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 5 וְאִוָּשֵׁ֑עָה H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 6 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 תְהִלָּתִ֖י H8416 lof, roem, lofzang praise 8 אָֽתָּה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Ziet, zij zeggen tot mij: Waar is het woord des HEEREN? Laat het nu komen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 ZietH2009, zijH1992 zeggenH559 totH413 mij: Waar is het woordH1697 des HEERENH3068? Laat het nu komenH935! Ziet, zij zeggen tot mij: Waar is het woord des HEEREN? Laat het nu komen!

KJV Behold, they say3 unto me, Where is the word6 of the LORD?7 let it come

1 הִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 הֵ֕מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 3 אֹמְרִ֖ים H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֵלָ֑י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 אַיֵּ֥ה H346 waar? where 6 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 יָ֥בוֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 נָֽא H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Ik heb toch niet aangedrongen, meer dan een herder achter U betaamde; ook heb ik den dodelijken dag niet begeerd, Gij weet het; wat uit mijn lippen is gegaan, is voor Uw aangezicht geweest.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Ik heb toch nietH3808 aangedrongenH213, meer dan een herderH7462 achterH310 U betaamde; ook heb ik den dodelijkenH605 dagH3117 nietH3808 begeerdH183, GijH859 weetH3045 het; wat uit mijn lippenH8193 is gegaanH4161, is voor Uw aangezichtH6440 geweest. Ik heb toch niet aangedrongen, meer dan een herder achter U betaamde; ook heb ik den dodelijken dag niet begeerd, Gij weet het; wat uit mijn lippen is gegaan, is voor Uw aangezicht geweest.

KJV As for me, I have not hastened3 from being a pastor4 to follow5 thee: neither have I desired9 the woeful7 day;6 thou knowest:11 that which came out12 of my lips13 was right before14 thee.

1 וַאֲנִ֞י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 אַ֣צְתִּי H213 haastig, drongen, aangedrongen (make) haste(-n, -y), labor, be narrow 4 מֵרֹעֶ֣ה H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 5 אַחֲרֶ֗יךָ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 6 וְי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 אָנ֛וּשׁ H605 dodelijk, smartelijk, dodelijken desperate(-ly wicked), incurable, sick, woeful 8 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 הִתְאַוֵּ֖יתִי H183 begeert, begeerd, gelusten covet, (greatly) desire, be desirous, long, lust (after) 10 אַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 11 יָדָ֑עְתָּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 12 מוֹצָ֣א H4161 uitgang, uitgangen, gegaan brought out, bud, that which came out, east, going forth, goings out, that which (thing that) is gone out, outgoing, proceeded out, spring, vein, (water-) course (springs) 13 שְׂפָתַ֔י H8193 lippen, oever, spraak band, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words 14 נֹ֥כַח H5227 tegenover, recht, recht tegenover (over) against, before, direct(-ly), for, right (on) 15 פָּנֶ֖יךָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 16 הָיָֽה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Wees Gij mij niet tot een verschrikking; Gij zijt mijn Toevlucht ten dage des kwaads.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 WeesH1961 Gij mij nietH408 tot een verschrikkingH4288; Gij zijt mijn ToevluchtH4268 ten dageH3117 des kwaadsH7451. Wees Gij mij niet tot een verschrikking; Gij zijt mijn Toevlucht ten dage des kwaads.

KJV Be not a terror4 unto me: thou art my hope5 in the day7 of evil.

1 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 2 תִּֽהְיֵה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 לִ֖י 4 לִמְחִתָּ֑ה H4288 verstoring, verschrikking, Wees verschrikking destruction, dismaying, ruin, terror 5 מַֽחֲסִי H4268 Toevlucht, toevlucht, betrouwen hope, (place of) refuge, shelter, trust 6 אַ֖תָּה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 7 בְּי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 רָעָֽה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Laat mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat mij niet beschaamd worden; laat hen verschrikt worden, maar laat mij niet verschrikt worden; breng over hen den dag des kwaads, en verbreek hen met een dubbele verbreking.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Laat mijn vervolgersH7291 beschaamdH954 worden, maar laat mij nietH408 beschaamdH954 worden; laat hen verschriktH2865 worden, maar laat mijH589 nietH408 verschriktH2865 worden; brengH935 overH5921 hen den dagH3117 des kwaadsH7451, en verbreekH7665 hen met een dubbeleH4932 verbrekingH7670. Laat mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat mij niet beschaamd worden; laat hen verschrikt worden, maar laat mij niet verschrikt worden; breng over hen den dag des kwaads, en verbreek hen met een dubbele verbreking.

KJV Let them be confounded1 that persecute2 me, but let not me be confounded:4 let them be dismayed,6 but let not me be dismayed:9 bring11 upon them the day13 of evil,14 and destroy17 them with double15 destruction.

1 יֵבֹ֤שׁוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 2 רֹדְפַי֙ H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r) 3 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 4 אֵבֹ֣שָׁה H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 5 אָ֔נִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 6 יֵחַ֣תּוּ H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify 7 הֵ֔מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 8 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 9 אֵחַ֖תָּה H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify 10 אָ֑נִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 11 הָבִ֤יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 עֲלֵיהֶם֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 רָעָ֔ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 15 וּמִשְׁנֶ֥ה H4932 tweede, dubbel, tweeden college, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much 16 שִׁבָּר֖וֹן H7670 verbreking breaking, destruction 17 שָׁבְרֵֽם H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen en sta in de poort van de kinderen des volks, door dewelke de koningen van Juda ingaan, en door dewelke zij uitgaan, ja, in alle poorten van Jeruzalem;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 AlzoH3541 heeft de HEEREH3068 totH413 mij gezegdH559: Ga henen en staH5975 in de poortH8179 van de kinderenH1121 des volksH5971, door dewelkeH834 de koningenH4428 van JudaH3063 ingaanH935, en door dewelkeH834 zij uitgaanH3318, ja, in alleH3605 poortenH8179 van JeruzalemH3389; Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen en sta in de poort van de kinderen des volks, door dewelke de koningen van Juda ingaan, en door dewelke zij uitgaan, ja, in alle poorten van Jeruzalem;

KJV Thus said2 the LORD3 unto me; Go5 and stand6 in the gate7 of the children8 of the people,9 whereby the kings13 of Judah14 come in,11 and by the which they go out,16 and in all the gates19 of Jerusalem;

1 כֹּה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֨ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֗י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 הָלֹ֤ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 6 וְעָֽמַדְתָּ֙ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 7 בְּשַׁ֣עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 8 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 יָבֹ֤אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 בוֹ֙ 13 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 15 וַאֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 יֵ֣צְאוּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 17 ב֑וֹ 18 וּבְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 שַׁעֲרֵ֥י H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 20 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En zeg tot hen: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda, en gans Juda, en alle inwoners van Jeruzalem, die door deze poorten ingaat!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En zegH559 totH413 hen: HoortH8085 des HEERENH3068 woordH1697, gij koningenH4428 van JudaH3063, en gansH3605 JudaH3063, en alleH3605 inwonersH3427 van JeruzalemH3389, die door deze poortenH8179 ingaatH935! En zeg tot hen: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda, en gans Juda, en alle inwoners van Jeruzalem, die door deze poorten ingaat!

KJV And say1 unto them, Hear3 ye the word4 of the LORD,5 ye kings6 of Judah,7 and all Judah,9 and all the inhabitants11 of Jerusalem,12 that enter in13 by these gates:

1 וְאָמַרְתָּ֣ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲ֠לֵיהֶם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 שִׁמְע֨וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 5 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 מַלְכֵ֤י H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 8 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 10 וְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 יֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 12 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 13 הַבָּאִ֖ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 בַּשְּׁעָרִ֥ים H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 15 הָאֵֽלֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Zo zegt de HEERE: Wacht u op uw zielen, en draagt geen last op den sabbatdag, noch brengt in door de poorten van Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: WachtH8104 u op uw zielenH5315, en draagtH5375 geenH408 lastH4853 op den sabbatdagH7676, noch brengtH935 in door de poortenH8179 van JeruzalemH3389. Zo zegt de HEERE: Wacht u op uw zielen, en draagt geen last op den sabbatdag, noch brengt in door de poorten van Jeruzalem.

KJV Thus saith2 the LORD;3 Take heed4 to yourselves,5 and bear7 no burden8 on the sabbath10 day,9 nor bring11 it in by the gates12 of Jerusalem;

1 כֹּ֚ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 הִשָּׁמְר֖וּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 5 בְּנַפְשֽׁוֹתֵיכֶ֑ם H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 6 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 7 תִּשְׂא֤וּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 8 מַשָּׂא֙ H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 9 בְּי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 הַשַּׁבָּ֔ת H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 11 וַהֲבֵאתֶ֖ם H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 בְּשַׁעֲרֵ֥י H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 13 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Ook zult gijlieden geen last uitvoeren uit uw huizen op den sabbatdag, noch enig werk doen; maar gij zult den sabbatdag heiligen, gelijk als Ik uw vaderen geboden heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Ook zult gijlieden geenH3808 lastH4853 uitvoerenH3318 uit uw huizenH1004 op den sabbatdagH7676, nochH3808 enigH3605 werkH4399 doenH6213; maar gij zult den sabbatdagH7676 heiligenH6942, gelijk als Ik uw vaderenH1 gebodenH6680 heb. Ook zult gijlieden geen last uitvoeren uit uw huizen op den sabbatdag, noch enig werk doen; maar gij zult den sabbatdag heiligen, gelijk als Ik uw vaderen geboden heb.

KJV Neither carry forth2 a burden3 out of your houses4 on the sabbath6 day,5 neither do10 ye any work,8 but hallow11 ye the sabbath14 day,13 as I commanded16 your fathers.

1 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 תוֹצִ֨יאוּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 3 מַשָּׂ֤א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 4 מִבָּֽתֵּיכֶם֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 בְּי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 הַשַּׁבָּ֔ת H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 7 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 מְלָאכָ֖ה H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 9 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 תַֽעֲשׂ֑וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 וְקִדַּשְׁתֶּם֙ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 הַשַּׁבָּ֔ת H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 15 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 צִוִּ֖יתִי H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 17 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 אֲבוֹתֵיכֶֽם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd; maar zij hebben hun nek verhard, om niet te horen, en om de tucht niet aan te nemen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Maar zij hebben niet gehoordH8085, nochH3808 hun oorH241 geneigdH5186; maar zij hebben hun nekH6203 verhardH7185, om niet te horenH8085, en om de tuchtH4148 niet aan te nemenH3947. Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd; maar zij hebben hun nek verhard, om niet te horen, en om de tucht niet aan te nemen.

KJV But they obeyed2 not, neither inclined4 their ear,6 but made their neck9 stiff,7 that they might not hear,11 nor receive13 instruction.

1 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 שָֽׁמְע֔וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 הִטּ֖וּ H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 אָזְנָ֑ם H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 7 וַיַּקְשׁוּ֙ H7185 hard, verhard, verhardde be cruel, be fiercer, make grievous, be ((ask a), be in, have, seem, would) hard(-en, (labour), -ly, thing), be sore, (be, make) stiff(-en, (-necked)) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 עָרְפָּ֔ם H6203 nek, hardnekkig, nek toekeren back ((stiff-) neck((-ed) 10 לְבִלְתִּ֣י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 11 שְׁמ֔וֹעַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 12 וּלְבִלְתִּ֖י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 13 קַ֥חַת H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 14 מוּסָֽר H4148 tucht, kastijding, onderwijs bond, chastening(-eth), chastisement, check, correction, discipline, doctrine, instruction, rebuke
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Het zal dan geschieden, indien gij vlijtiglijk naar Mij zult horen, spreekt de HEERE, dat gij geen last door de poorten dezer stad op den sabbatdag inbrengt, en gij den sabbatdag heiligt, dat gij geen werk daarop doet;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Het zal dan geschieden, indienH518 gij vlijtiglijkH8085 naarH413 Mij zult horenH8085, spreektH5002 de HEEREH3068, dat gij geen lastH4853 door de poortenH8179 dezer stadH5892 op den sabbatdagH7676 inbrengtH935, en gij den sabbatdagH7676 heiligtH6942, dat gij geen werkH4399 daarop doetH6213; Het zal dan geschieden, indien gij vlijtiglijk naar Mij zult horen, spreekt de HEERE, dat gij geen last door de poorten dezer stad op den sabbatdag inbrengt, en gij den sabbatdag heiligt, dat gij geen werk daarop doet;

KJV And it shall come to pass, if ye diligently3 hearken4 unto me, saith6 the LORD,7 to bring9 in no burden10 through the gates11 of this city12 on the sabbath15 day,14 but hallow16 the sabbath19 day,18 to do21 no8 work

1 וְ֠הָיָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 שָׁמֹ֨עַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 תִּשְׁמְע֤וּן H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 5 אֵלַי֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 לְבִלְתִּ֣י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 9 הָבִ֣יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 מַשָּׂ֗א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 11 בְּשַׁעֲרֵ֛י H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 12 הָעִ֥יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 13 הַזֹּ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 14 בְּי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 15 הַשַּׁבָּ֑ת H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 16 וּלְקַדֵּשׁ֙ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 17 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 19 הַשַּׁבָּ֔ת H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 20 לְבִלְתִּ֥י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 21 עֲשֽׂוֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 22 בּ֖וֹ 23 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 24 מְלָאכָֽה H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Zo zullen door de poorten dezer stad ingaan koningen en vorsten, zittende op den troon van David, rijdende op wagenen en op paarden, zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem; en deze stad zal bewoond worden in eeuwigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Zo zullen door de poortenH8179 dezer stadH5892 ingaanH935 koningenH4428 en vorstenH8269, zittendeH3427 opH5921 den troonH3678 van DavidH1732, rijdendeH7392 op wagenenH7393 en op paardenH5483, zij en hun vorstenH8269, de mannenH376 van JudaH3063 en de inwonersH3427 van JeruzalemH3389; en dezeH2063 stadH5892 zal bewoondH3427 worden in eeuwigheidH5769. Zo zullen door de poorten dezer stad ingaan koningen en vorsten, zittende op den troon van David, rijdende op wagenen en op paarden, zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem; en deze stad zal bewoond worden in eeuwigheid.

KJV Then shall there enter1 into the gates2 of this city3 kings5 and princes6 sitting7 upon the throne9 of David,10 riding11 in chariots12 and on horses,13 they, and their princes,15 the men16 of Judah,17 and the inhabitants18 of Jerusalem:19 and this city21 shall remain20 for ever.

1 וּבָ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 בְשַׁעֲרֵ֣י H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 3 הָעִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 הַזֹּ֡את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 5 מְלָכִ֣ים H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 וְשָׂרִ֡ים H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 7 יֹשְׁבִים֩ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 כִּסֵּ֨א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 10 דָוִ֜ד H1732 David, Davids David 11 רֹכְבִ֣ים H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 12 בָּרֶ֣כֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 13 וּבַסּוּסִ֗ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 14 הֵ֚מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 15 וְשָׂ֣רֵיהֶ֔ם H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 16 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 17 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 18 וְיֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 19 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 20 וְיָשְׁבָ֥ה H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 21 הָֽעִיר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 22 הַזֹּ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 23 לְעוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En zij zullen komen uit de steden van Juda, en uit de plaatsen rondom Jeruzalem, en uit het land van Benjamin, en uit de laagte, en van het gebergte, en van het zuiden, aanbrengende brandoffer, en slachtoffer, en spijsoffer, en wierook, en aanbrengende lofoffer, ten huize des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En zij zullen komenH935 uit de stedenH5892 van JudaH3063, en uit de plaatsen rondomH5439 JeruzalemH3389, en uit het landH776 van BenjaminH1144, en uitH4480 de laagteH8219, en vanH4480 het gebergteH2022, en vanH4480 het zuidenH5045, aanbrengendeH935 brandofferH5930, en slachtofferH2077, en spijsofferH4503, en wierookH3828, en aanbrengendeH935 lofofferH8426, ten huizeH1004 des HEERENH3068. En zij zullen komen uit de steden van Juda, en uit de plaatsen rondom Jeruzalem, en uit het land van Benjamin, en uit de laagte, en van het gebergte, en van het zuiden, aanbrengende brandoffer, en slachtoffer, en spijsoffer, en wierook, en aanbrengende lofoffer, ten huize des HEEREN.

KJV And they shall come1 from the cities2 of Judah,3 and from the places about4 Jerusalem,5 and from the land6 of Benjamin,7 and from the plain,9 and from the mountains,11 and from the south,13 bringing14 burnt offerings,15 and sacrifices,16 and meat offerings,17 and incense,18 and bringing19 sacrifices of praise,20 unto the house21 of the LORD.

1 וּבָ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 מֵעָרֵֽי H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 3 יְ֠הוּדָה H3063 Juda Judah 4 וּמִסְּבִיב֨וֹת H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 5 יְרוּשָׁלִַ֜ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 6 וּמֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 בִּנְיָמִ֗ן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 8 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 9 הַשְּׁפֵלָ֤ה H8219 laagte, laagten low country, (low) plain, vale(-ley) 10 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 11 הָהָר֙ H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 12 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 13 הַנֶּ֔גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 14 מְבִאִ֛ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 15 עוֹלָ֥ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 16 וְזֶ֖בַח H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 17 וּמִנְחָ֣ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 18 וּלְבוֹנָ֑ה H3828 wierook (frank-) incense 19 וּמְבִאֵ֥י H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 20 תוֹדָ֖ה H8426 dankzegging, lof, lofofferen confession, (sacrifice of) praise, thanks(-giving, offering) 21 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 22 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Maar indien gij naar Mij niet zult horen, om den sabbatdag te heiligen, en om geen last te dragen als gij op den sabbatdag door de poorten van Jeruzalem ingaat; zo zal Ik een vuur in haar poorten aansteken, dat de paleizen van Jeruzalem zal verteren, en niet worden uitgeblust.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Maar indien gij naarH413 Mij niet zult horenH8085, om den sabbatdagH7676 te heiligenH6942, en om geenH3808 lastH4853 te dragenH5375 als gij op den sabbatdagH7676 door de poortenH8179 van JeruzalemH3389 ingaatH935; zo zal Ik een vuurH784 in haar poortenH8179 aanstekenH3341, dat de paleizenH759 van JeruzalemH3389 zal verterenH398, en niet worden uitgeblustH3518. Maar indien gij naar Mij niet zult horen, om den sabbatdag te heiligen, en om geen last te dragen als gij op den sabbatdag door de poorten van Jeruzalem ingaat; zo zal Ik een vuur in haar poorten aansteken, dat de paleizen van Jeruzalem zal verteren, en niet worden uitgeblust.

KJV But if ye will not hearken3 unto me to hallow5 the sabbath8 day,7 and not to bear10 a burden,11 even entering in12 at the gates13 of Jerusalem14 on the sabbath16 day;15 then will I kindle17 a fire18 in the gates19 thereof, and it shall devour20 the palaces21 of Jerusalem,22 and it shall not be quenched.

1 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 לֹ֨א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 תִשְׁמְע֜וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 אֵלַ֗י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לְקַדֵּשׁ֙ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 הַשַּׁבָּ֔ת H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 9 וּלְבִלְתִּ֣י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 10 שְׂאֵ֣ת H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 11 מַשָּׂ֗א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 12 וּבֹ֛א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 13 בְּשַׁעֲרֵ֥י H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 14 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 15 בְּי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 הַשַּׁבָּ֑ת H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 17 וְהִצַּ֧תִּי H3341 aansteken, aangestoken, verbrand burn (up), be desolate, set (on) fire (fire), kindle 18 אֵ֣שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 19 בִּשְׁעָרֶ֗יהָ H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 20 וְאָֽכְלָ֛ה H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 21 אַרְמְנ֥וֹת H759 paleizen, paleis castle, palace. Compare H2038 (הַרְמוֹן) 22 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 23 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 24 תִכְבֶּֽה H3518 uitgeblust, uitblussen, blussen go (put) out, quench
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 17:1 Spreuken 3:3 2 Korinthe 3:3 Spreuken 7:3 Job 19:23 Leviticus 4:17 Leviticus 4:25 Hosea 12:11
Jeremia 17:2 2 Kronieken 24:18 Jeremia 2:20 2 Kronieken 33:3 Richteren 3:7 Jeremia 7:18 Jesaja 1:29 Jesaja 17:8 2 Kronieken 33:19
Jeremia 17:3 Jeremia 15:13 Jeremia 26:18 2 Koningen 24:13 Jesaja 39:4 Ezechiël 16:39 Ezechiël 7:20 2 Koningen 25:13 Micha 1:5
Jeremia 17:4 Jeremia 15:14 Jeremia 7:20 Jeremia 16:13 Jeremia 27:12 Jesaja 5:25 Jesaja 14:3 Ezechiël 21:31 Jeremia 5:29
Jeremia 17:5 Psalmen 118:8 Jesaja 2:22 Psalmen 146:3 2 Kronieken 32:8 Jesaja 31:1 Jesaja 30:1 Jesaja 36:6 Psalmen 62:9
Jeremia 17:6 Deuteronomium 29:23 Jeremia 48:6 Job 20:17 Job 39:6 Job 8:11 Psalmen 1:4 Psalmen 92:7 Jesaja 1:30
Jeremia 17:7 Psalmen 34:8 Psalmen 40:4 Spreuken 16:20 Jesaja 30:18 Psalmen 84:12 Psalmen 125:1 Efeze 1:12 Jesaja 26:3
Jeremia 17:8 Ezechiël 31:4 Psalmen 1:3 Jesaja 58:11 Psalmen 92:10 Ezechiël 47:12 Jeremia 14:1 Job 8:16
Jeremia 17:9 Markus 7:21 Spreuken 28:26 Hebreeën 3:12 Prediker 9:3 Mattheüs 15:19 Jakobus 1:14 Genesis 6:5 Psalmen 53:1
Jeremia 17:10 Jeremia 32:19 Jeremia 11:20 Romeinen 8:27 1 Samuël 16:7 Openbaring 2:23 Jeremia 20:12 Psalmen 62:12 Psalmen 139:23
Jeremia 17:11 Spreuken 28:8 Spreuken 28:20 Spreuken 15:27 Spreuken 21:6 Lukas 12:20 Habakuk 2:6 Spreuken 28:22 Psalmen 55:23
Jeremia 17:12 Jeremia 3:17 Jeremia 14:21 Ezechiël 43:7 Ezechiël 1:26 Psalmen 96:6 Jesaja 66:1 Jesaja 6:1 Hebreeën 12:2
Jeremia 17:13 Jeremia 14:8 Jesaja 1:28 Psalmen 73:27 Jesaja 66:5 Lukas 10:20 Johannes 8:6 Joël 3:16 Psalmen 36:8
Jeremia 17:14 Deuteronomium 10:21 Psalmen 109:1 Psalmen 6:2 Jesaja 57:18 Psalmen 60:5 Psalmen 6:4 Psalmen 148:14 Deuteronomium 32:39
Jeremia 17:15 Jesaja 5:19 Amos 5:18 Ezechiël 12:27 Jeremia 20:7 Ezechiël 12:22 2 Petrus 3:3
Jeremia 17:16 Jeremia 4:19 Jakobus 1:19 2 Korinthe 1:12 Handelingen 20:20 Jeremia 18:20 Romeinen 9:1 Handelingen 20:27 Jeremia 9:1
Jeremia 17:17 Jeremia 16:19 Nahum 1:7 Psalmen 88:15 Job 31:23 Psalmen 59:16 Efeze 6:13 Psalmen 77:2 Jeremia 17:13
Jeremia 17:18 Psalmen 35:4 Jeremia 20:11 Jeremia 11:20 Psalmen 35:8 Psalmen 40:14 Psalmen 25:2 Psalmen 83:17 Jeremia 16:18
Jeremia 17:19 Jeremia 26:2 Jeremia 7:2 Jeremia 19:2 Jeremia 36:6 Spreuken 8:1 Handelingen 5:20 Spreuken 1:20 Spreuken 9:3
Jeremia 17:20 Jeremia 19:3 Jeremia 22:2 Psalmen 49:1 Ezechiël 2:7 Jeremia 13:18 Amos 4:1 Micha 3:1 Ezechiël 3:17
Jeremia 17:21 Numeri 15:32 Nehemia 13:15 Deuteronomium 4:15 Deuteronomium 4:9 Deuteronomium 4:23 Markus 4:24 Johannes 5:9 Hebreeën 12:15
Jeremia 17:22 Ezechiël 20:12 Jesaja 58:13 Exodus 20:8 Jesaja 56:2 Exodus 23:12 Exodus 16:23 Exodus 31:13 Deuteronomium 5:12
Jeremia 17:23 Jeremia 19:15 Jeremia 11:10 Spreuken 29:1 Zacharia 7:11 Jeremia 32:33 Jesaja 48:4 Sefanja 3:7 Ezechiël 20:21
Jeremia 17:24 Jeremia 17:21 Deuteronomium 11:13 Exodus 15:26 Jesaja 55:2 Jesaja 21:7 Deuteronomium 11:22 Jesaja 58:13 Zacharia 6:15
Jeremia 17:25 Jeremia 22:4 Jesaja 9:7 2 Samuël 7:16 Jeremia 33:17 Jeremia 33:21 Hebreeën 12:22 Jeremia 33:15 Psalmen 132:11
Jeremia 17:26 Zacharia 7:7 Jeremia 33:13 Jeremia 32:44 Psalmen 107:22 Jeremia 33:11 Psalmen 116:17 Hebreeën 13:15 1 Petrus 2:9
Jeremia 17:27 2 Koningen 25:9 Jeremia 7:20 Jeremia 21:14 Klaagliederen 4:11 Amos 1:14 Jeremia 49:27 Jeremia 52:13 Jeremia 39:8
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 17 vers 1

geschreven Met deze gelijkenis wil God zeggen dat zij gans innerlijk en vertwijfeld boos, hardnekkig en onbekeerlijk waren; vergelijk boven Jer. 13:23 .

Hertaald: geschreven Met deze vergelijking wil God zeggen dat zij innerlijk volkomen en hopeloos boos, hardnekkig en onbekeerlijk waren; vergelijk hierboven Jer. 13:23.

ijzeren griffie, Hebreeuws, griffie des ijzers.

Hertaald: ijzeren griffie, Hebreeuws: griffie van het ijzer.

punt Hebreeuws, nagel.

Hertaald: punt Hebreeuws: nagel.

diamants; Anders: duurachtigen, en vervolgens, zeer harden steen, of zeer hard ijzer, omdat sommigen menen dat het Hebreeuwse woord schamir komt van bewaren; vergelijk Ezech. 3:9 .

Hertaald: diamants; Anders: duurzame, en daarmee: zeer harde steen, of zeer hard ijzer, omdat sommigen menen dat het Hebreeuwse woord schamir van bewaren komt; vergelijk Ezech. 3:9.

tafel Vergelijk deze manier van spreken met Spr. 3:3 , met de aantekening.

Hertaald: tafel Vergelijk deze manier van spreken met Spr. 3:3, met de aantekening.

uwer O gij Joden; gelijk zulke veranderingen van personen en ingevoegde aanspraken bij de profeten zeer gebruikelijk zijn.

Hertaald: uwer O u, Joden; zulke wisselingen van persoon en ingevoegde aansprekingen zijn bij de profeten heel gebruikelijk.

altaren; Die gij den afgoden sticht, en welker hoornen gij met het onrein bloed uwer afgodische offeranden in het openbaar besprengt, waarop het woord hoornen kan geduid worden.

Hertaald: altaren; Die u voor de afgoden opricht en waarvan u de hoornen in het openbaar met het onreine bloed van uw afgodische offers besprenkelt; daarop kan het woord hoornen betrokken worden.

Jeremia 17 vers 2

Gelijk hun kinderen De voorzegde boosheid der ouders blijkt aan de kinderen, wien zij de afgoderij zo ingeplant hebben, dat zij bij alle gelegenheid, waar zij bij een schonen groenen boom of op een schonen heuvel komen, niets anders in den mond hebben dan de afgoderij, die de ouders op zulke plaatsen bedrijven, en dat zij niets minder willen doen; vergelijk boven Jer. 7:18 . Anders: [zij gedenken] hunner altaren, enz. gelijk zij hunner kinderen gedenken; dat is, zij beminnen de afgoderij als hun eigen kinderen; zo zijn zij daarop verzot.

Hertaald: Gelijk hun kinderen De genoemde boosheid van de ouders blijkt aan de kinderen, bij wie zij de afgoderij zo ingeplant hebben dat die bij elke gelegenheid — zodra zij bij een mooie groene boom of op een mooie heuvel komen — niets anders in de mond hebben dan de afgoderij die de ouders op zulke plaatsen bedrijven, en dat zij het zeker niet minder willen doen; vergelijk hierboven Jer. 7:18. Anders: zij gedenken hun altaren, enzovoort, zoals zij aan hun kinderen denken — dat is: zij hebben de afgoderij lief als hun eigen kinderen, zo verzot zijn zij erop.

bossen, Of, bosgoden.

Hertaald: bossen, Of: bosgoden.

Jeremia 17 vers 3

berg Namelijk Zion, of mijn gebergte; te weten van Juda, mitsgaders het effen veld. Anders, [omdat het Hebreeuwse woord beide kan betekenen]: O gij bergloper, of gij die in het gebergte woont, in het veld zal Ik u vermogen, enz.; dat is, gij die u op uw bergachtig land verlatende, geen nood meent te hebben, of gij die dagelijks op het gebergte omzwerft en omloopt om uwe afgoderij te bedrijven [hetwelk met het voorgaande en volgende ook zeer wel overeenkomt], Ik zal al uw rijkdom den vijand ten roof geven, die alles zo licht zal roven en met gemak wegvoeren, alsof het op het effen veld te doen ware. Zie onder Jer. 20:5 , enz.

Hertaald: berg Namelijk: Sion, of Mijn gebergte, namelijk van Juda, en ook het vlakke veld. Anders — omdat het Hebreeuwse woord beide kan betekenen —: o u, bergloper, of u die in het gebergte woont, in het veld zal Ik uw vermogen, enzovoort. Dat is: u die meent geen gevaar te lopen omdat u op uw bergachtige land vertrouwt. Of: u die dagelijks op het gebergte rondzwerft om uw afgoderij te bedrijven, wat ook heel goed bij het voorgaande en volgende past. Ik zal al uw rijkdom aan de vijand tot buit geven, en die zal alles even gemakkelijk roven en wegvoeren alsof het op het vlakke veld te doen was. Zie hieronder Jer. 20:5, enzovoort.

mitsgaders Of, [te weten] uwer hoogten, daar gij al uw vermogen aan uwe afgoden hebt aangewend, en waar uwe zonde voornamelijk in bestaat. Vergelijk Hos. 10:8 . Sommigen menen dat deze woorden in het Hebreeuws [gelijk wel somtijds geschiedt] omgezet zijn, en zetten het over: om de zonde uwer hoogten, uit vergelijking van boven Jer. 15:13 .

Hertaald: mitsgaders Of: namelijk van uw hoogten, waaraan u al uw vermogen voor uw afgoden besteed hebt en waarin uw zonde vooral bestaat. Vergelijk Hos. 10:8. Sommigen menen dat deze woorden in het Hebreeuws omgezet zijn, zoals soms gebeurt, en vertalen het met: om de zonde van uw hoogten, op grond van een vergelijking met hierboven Jer. 15:13.

in al uw Vergelijk boven Jer. 15:13 .

Hertaald: in al uw Vergelijk hierboven Jer. 15:13.

Jeremia 17 vers 4

aflaten Dat is, den landbouw van Kanaän moeten onderlaten het land zal zijn sabbat of rust hebben. Vergelijk Ex. 23:10-11 , en Lev. 26:33-35 .

Hertaald: aflaten Dat is: u zult de landbouw van Kanaän moeten laten rusten; het land zal zijn sabbat of rust hebben. Vergelijk Ex. 23:10-11 en Lev. 26:33-35.

om u zelven Dat is, door uw eigen schuld.

Hertaald: om u zelven Dat is: door uw eigen schuld.

erfenis, Te weten, dit land Kanaän.

Hertaald: erfenis, Namelijk: dit land Kanaän.

gijlieden Gij hebt mijn zwaren toorn, en daardoor deze plaag veroorzaakt. Vergelijk boven Jer. 15:14 .

Hertaald: gijlieden U hebt Mijn zware toorn en daardoor deze plaag veroorzaakt. Vergelijk hierboven Jer. 15:14.

eeuwigheid Ten aanzien der onboetvaardigen, die het vuur van mijn toorn zullen gevoelen in alle eeuwigheid; anders, een langen tijd, te weten zeventig jaren, gelijk het woord eeuwigheid somtijds genomen wordt; zie Gen. 13:15 ; Deut. 15:17 , enz.

Hertaald: eeuwigheid Met het oog op de onboetvaardigen, die het vuur van Mijn toorn in alle eeuwigheid zullen voelen. Anders: een lange tijd, namelijk zeventig jaar, zoals het woord eeuwigheid soms opgevat wordt; zie Gen. 13:15 en Deut. 15:17, enzovoort.

Jeremia 17 vers 5

mens vertrouwt, Gelijk de afvallige Joden op Egypte en op hun eigen rijkdom vertrouwden. Zie Jes. 31:1 ; onder vs.11.

Hertaald: mens vertrouwt, Zoals de afvallige Joden op Egypte en op hun eigen rijkdom vertrouwden. Zie Jes. 31:1 en hieronder vers 11.

vlees Dat is, een broos, katijvig mens. Zie Ps. 56:5 .

Hertaald: vlees Dat is: een broos, ellendig mens. Zie Ps. 56:5.

arm stelt, Dat is, sterkte, hulp, bescherming. Zie 2 Kron. 32:8 .

Hertaald: arm stelt, Dat is: sterkte, hulp, bescherming. Zie 2 Kron. 32:8.

Jeremia 17 vers 6

heide Of, een tamarisboom, of struik, die somtijds in geheel dorre of droge plaatsen gevonden wordt, waar geen ander geboomte wast, gelijk de kruidbeschrijvers betuigen. Anders: [een boom] die gans ontbloot is; gelijk het Hebreeuwse woord naar zijn eigenlijke betekenis genomen wordt; Ps. 102:18 .

Hertaald: heide Of: een tamarisk, een boom of struik die soms op geheel dorre of droge plaatsen gevonden wordt waar geen ander geboomte groeit, zoals de plantkundigen getuigen. Anders: een boom die geheel ontbloot is, zoals het Hebreeuwse woord in zijn eigenlijke betekenis genomen wordt in Ps. 102:18.

gevoelt, Hebreeuws, ziet; dat is gevoelt, verneemt. Sommigen verstaan dit en de volgende w oorden van den goddeloze zelf, die het goede niet zal zien, maar enz., de zin opeen uitkomende, vergelijk Ps. 68:7 .

Hertaald: gevoelt, Hebreeuws: ziet — dat is: voelt, bemerkt. Sommigen verstaan dit en de volgende woorden van de goddeloze zelf, die het goede niet zal zien maar, enzovoort; de betekenis komt op hetzelfde neer, vergelijk Ps. 68:7.

goede komt; Dat is, goed weder, regen, tijdige warmte, enz.

Hertaald: goede komt; Dat is: goed weer, regen, tijdige warmte, enzovoort.

blijft Hebreeuws, woont; dat is blijft altijd staan.

Hertaald: blijft Hebreeuws: woont — dat is: blijft altijd staan.

dorre plaatsen Hebreeuws eigenlijk, verbrande, aangestokene; dat is zeer dorre, droge.

Hertaald: dorre plaatsen Hebreeuws eigenlijk: verbrande, verschroeide — dat is: zeer dorre, droge.

zout Dat is, onvruchtbare. Zie Deut. 29:23 , en Ps. 107:34 . Hebreeuws, in een land der zoutigheid.

Hertaald: zout Dat is: onvruchtbare. Zie Deut. 29:23 en Ps. 107:34. Hebreeuws: in een land van de zoutigheid.

onbewoond land Hebreeuws, en [alwaar] gij niet zult, of zoudt wonen; of, [dat] niet bewoond zal worden, of bewoond wordt, of niet bewoonbaar is; gelijk het Hebreeuwse woord [dat anderszins zitten, wonen, blijven betekent] alzo somtijds genomen is als het van plaatsen gebruikt wordt; zie onder Jer. 50:39 ; Jes. 13:20 ; Ezech. 29:11 , enz.

Hertaald: onbewoond land Hebreeuws: en waar u niet zou wonen; of: dat niet bewoond zal worden, of niet bewoond wordt, of niet bewoonbaar is. Zo wordt het Hebreeuwse woord, dat verder zitten, wonen of blijven betekent, soms opgevat wanneer het van plaatsen gebruikt wordt; zie hieronder Jer. 50:39, Jes. 13:20 en Ezech. 29:11, enzovoort.

Jeremia 17 vers 8

gevoelt het niet, Hebreeuws, ziet, gelijk in het voorgaande Jes. 17:6 , dat is, hij lijdt daarvan geen schade, verdroogt daarom niet.

Hertaald: gevoelt het niet, Hebreeuws: ziet, zoals hierboven in vers 6 — dat is: hij lijdt er geen schade van, hij verdroogt er niet door.

blijft groen; Hebreeuws, is. Zie Ps. 37:18 .

Hertaald: blijft groen; Hebreeuws: is. Zie Ps. 37:18.

droogte Zie van het Hebreeuwse woord boven Jer. 14:1 .

Hertaald: droogte Over het Hebreeuwse woord, zie hierboven Jer. 14:1.

zorgt hij niet, Bij gelijkenis gesproken, gelijk tevoren, ziet niet; dat is, gevoelt niet.

Hertaald: zorgt hij niet, Bij wijze van vergelijking gesproken, zoals tevoren: ziet niet, dat is: voelt niet.

houdt niet op Hebreeuws, wijkt niet.

Hertaald: houdt niet op Hebreeuws: wijkt niet.

dragen Hebreeuws, maken; zie boven Jer. 12:2 .

Hertaald: dragen Hebreeuws: maken; zie hierboven Jer. 12:2.

Jeremia 17 vers 9

Arglistig Of, tukachtig, bedriegelijk, achterhoudend, genegen tot overtreding. Het Hebreeuwse woord akob is hetzelfde, waarvan de patriarch Jakob zijnen naam gekregen heeft, omdat hij zijnen broeder in de geboorte bij den hiel had; maar dat het ook de betekenis heeft van list, lage, bedrog, tukken, ondertreding, enz., blijkt niet alleen hier, maar ook boven Jer. 9:4 ; Gen. 27:36 ; Joz. 8:13 ; 2 Kon. 10:19 .

Hertaald: Arglistig Of: listig, bedrieglijk, achterbaks, geneigd tot overtreding. Het Hebreeuwse woord akob is hetzelfde waaraan de aartsvader Jakob zijn naam ontleend heeft, omdat hij zijn broer bij de geboorte bij de hiel hield. Maar dat het ook de betekenis heeft van list, hinderlaag, bedrog, streken en onderkruiperij, blijkt niet alleen hier maar ook uit hierboven Jer. 9:4, Gen. 27:36, Joz. 8:13 en 2 Kon. 10:19.

hart, Van den mens na den val, zolang het door den geest der wedergeboorte niet is vernieuwd; en zo boos van harte waren de huichelaars en afvallige Joden, die van God afweken en op Hem niet vertrouwden, hoewel zij het niet wilden weten, maar zichzelven in hunne boosheid liefkoosden en de bestraffing der profeten verachtten, waarover God verklaart hun richter te zullen zijn, in vs.10.

Hertaald: hart, Van de mens na de val, zolang het niet door de Geest van de wedergeboorte vernieuwd is. Zo boos van hart waren de huichelaars en de afvallige Joden, die van God afweken en niet op Hem vertrouwden, hoewel zij dat niet wilden weten maar zichzelf in hun boosheid vleiden en de bestraffing van de profeten verachtten. Daarover verklaart God in vers 10 hun rechter te zullen zijn.

enig ding, Of, bovenal.

Hertaald: enig ding, Of: bovenal.

dodelijk Ten dode strekkende, waar de dood aan vast is, ongeneeslijk, vertwijfeld boos. Van het Hebreeuws woord heeft de mens den naam van Enos, betekenende zijn sterflijken of ellendigen staat, in welken hij door de zonde gevallen is.

Hertaald: dodelijk Dat tot de dood leidt, waar de dood aan vastzit, ongeneeslijk, hopeloos boos. Aan het Hebreeuwse woord ontleent de mens de naam Enos, die zijn sterfelijke of ellendige staat aanduidt waarin hij door de zonde gevallen is.

Jeremia 17 vers 10

Ik, de HEERE, Of, Ik ben HEERE, [als zijnde een antwoord op de voorgaande vraag] die het hart doorgrondt, die de nieren proeft.

Hertaald: Ik, de HEERE, Of: Ik ben de HEERE — als antwoord op de voorgaande vraag — Die het hart doorgrondt, Die de nieren beproeft.

proef de nieren; Zie Ps. 7:10 .

Hertaald: proef de nieren; Zie Ps. 7:10.

en dat, Alzo wordt de Hebreeuwse letter vau ook gebruikt voor en dat, of zelfs, boven Jer. 15:12 ; Ezech. 17:9 ; Joël 2:12 ; Am. 3:11 ; Mi. 2:10 ; idem Joz. 9:27 ; Richt. 7:22 , enz.

Hertaald: en dat, Zo wordt de Hebreeuwse letter waw ook gebruikt voor en dat, of zelfs, in hierboven Jer. 15:12, Ezech. 17:9, Joël 2:12, Amos 3:11 en Micha 2:10, en ook Joz. 9:27 en Richt. 7:22, enzovoort.

wegen, Dat is, voornemen, handel en wandel. Zie Gen. 6:12 .

Hertaald: wegen, Dat is: voornemen, handel en wandel. Zie Gen. 6:12.

naar de vrucht Dat is, naardat zijne werken, handelingen of zijne daden vereisen. Alzo onder Jer. 21:14 , en Jer. 32:19 ; vergelijk Spr. 1:31 , en boven Jer. 6:19 .

Hertaald: naar de vrucht Dat is: naardat zijn werken, handelingen of daden vereisen. Zo ook hieronder Jer. 21:14 en Jer. 32:19; vergelijk Spr. 1:31 en hierboven Jer. 6:19.

Jeremia 17 vers 11

broedt ze niet uit, Hebreeuws, baart niet; omdat het veldhoen gevangen wordt, of omdat het mannetje de eieren, die het wijfje verbergt, vindende, dezelve breekt, vertreedt, of door hittigheid in stukken wrijft, gelijk de natuurbeschrijvers betuigen, zulks dat vele van de eieren dikwijls verloren gaan. Anders: gelijk een veldhoen [eieren] vergadert, die het niet gelegd heeft, enz. Versta, vreemde eieren van andere vogels; waarom de voortkomende jongen deze vreemde moeders zouden verlaten.

Hertaald: broedt ze niet uit, Hebreeuws: baart niet — omdat het veldhoen gevangen wordt, of omdat het mannetje de eieren die het wijfje verbergt vindt en ze breekt, vertrapt of door zijn hitsigheid stukwrijft, zoals de natuurbeschrijvers getuigen, zodat er vaak veel eieren verloren gaan. Anders: zoals een veldhoen eieren verzamelt die het niet gelegd heeft, enzovoort. Versta: vreemde eieren van andere vogels, waarom de jongen die eruit komen deze vreemde moeders zouden verlaten.

vergadert, Hebreeuws, maakt.

Hertaald: vergadert, Hebreeuws: maakt.

niet met recht; Dat is, met onrecht.

Hertaald: niet met recht; Dat is: met onrecht.

helft zijner dagen Vergelijk Ps. 55:24 .

Hertaald: helft zijner dagen Vergelijk Ps. 55:24.

dien moeten verlaten, Rijkdom.

Hertaald: dien moeten verlaten, De rijkdom.

laatste Dat is, einde, op het laatst, ten laatste.

Hertaald: laatste Dat is: aan het einde, op het laatst, ten slotte.

zijn Dat is, daarvoor bekend en gehouden worden, gelijk Joh. 15:8 ; 2 Tim. 2:21 , enz.

Hertaald: zijn Dat is: daarvoor bekendstaan en gehouden worden, zoals in Joh. 15:8 en 2 Tim. 2:21, enzovoort.

Jeremia 17 vers 12

heerlijkheid, Waar God zijne eer, genade en macht ten beste zijner kerk altoos geopenbaard heeft, en dienvolgens de ondankbaarheid der verachters, die zich op andere hulp verlaten, zwaarlijk zal straffen, gelijk volgt.

Hertaald: heerlijkheid, Waar God Zijn eer, genade en macht altijd tot het beste van Zijn kerk geopenbaard heeft, en waar Hij daarom de ondankbaarheid van de verachters die op andere hulp vertrouwen zwaar zal straffen, zoals volgt.

van het eerste aan, Dat is, van den beginne der stichting.

Hertaald: van het eerste aan, Dat is: vanaf het begin van de stichting.

heiligdoms Dat is, van den tempel.

Hertaald: heiligdoms Dat is: van de tempel.

Jeremia 17 vers 13

Israëls Wiens hulp Israël in noden verwacht; gelijk boven Jer. 14:9 ; zie aldaar.

Hertaald: Israëls Van Wie Israël in noden hulp verwacht; zoals hierboven Jer. 14:9; zie daar.

van mij afwijken, Dat is, die afwijken van mij als uw profeet, die in uw naam profeteert. Hebreeuws, mijne afwijkenden, of afvalligen; vergelijk onder Jer. 18:19 . Anders: die afwijken; te weten van U.

Hertaald: van mij afwijken, Dat is: zij die afwijken van mij als uw profeet, die in Uw Naam profeteert. Hebreeuws: mijn afwijkenden, of afvalligen; vergelijk hieronder Jer. 18:19. Anders: die afwijken, namelijk van U.

aarde De Heere Christus zegt Luc. 10:20 dat zijner discipelen namen in de hemelen geschreven zijn; daartegen wordt hier gezegd dat de afvalligen in de aarde zullen geschreven worden; dat is, alhoewel zij op aarde onder Gods en het zaad van Abraham naar het vlees, en voorts in het algemeen uiterlijk in Gods kerk gerekend worden, en daaronder somtijd den meester spelen, dat zij nochtans tot het getal der uitverkorenen niet behoren en in den hemel gene plaats zullen hebben maar onder die zullen gerekend worden, welker deel alleen op aarde is, vergelijk Ps. 69:29 ; en dat hunne gedachtenis onder Gods volk op aarde zal vergaan, gelijk hetgeen geschreven is in de aarde zeer lichtelijk vergaat.

Hertaald: aarde De Heere Christus zegt in Luk. 10:20 dat de namen van Zijn discipelen in de hemelen geschreven zijn; daartegenover wordt hier gezegd dat de afvalligen in de aarde geschreven zullen worden. Dat is: hoewel zij op aarde tot Gods volk en tot het zaad van Abraham naar het vlees gerekend worden en verder in het algemeen uiterlijk tot Gods kerk, waarin zij soms zelfs de baas spelen, behoren zij toch niet tot het getal van de uitverkorenen en zullen zij in de hemel geen plaats hebben, maar gerekend worden onder hen wier deel alleen op aarde is; vergelijk Ps. 69:29. En hun gedachtenis zal onder Gods volk op aarde vergaan, zoals wat in de aarde geschreven is heel gemakkelijk vergaat.

Springader Zie Jer. 2:13 .

Hertaald: Springader Zie Jer. 2:13.

Jeremia 17 vers 14

Genees mij, De profeet, zich ontzettende over de algemene en gruwelijke boosheid van zijn volk, waarmede hij te doen had, en overdenkende zijn tegenwoordige en toekomende gevaren, mitsgaders zijne gebreken en zwakheid, waarvan boven Jer. 15:18 , enz. bidt God dat Hij hem oprichte, versterke en beware naar ziel en lichaam.

Hertaald: Genees mij, De profeet, ontsteld over de algemene en gruwelijke boosheid van zijn volk waarmee hij te maken had, en denkend aan zijn huidige en toekomstige gevaren en aan zijn eigen gebreken en zwakheid, waarover hierboven Jer. 15:18, enzovoort, bidt God dat Hij hem opricht, versterkt en bewaart naar ziel en lichaam.

mijn Lof Dat is, dien ik alleen prijs en roem, als mijnen Heiland. Vergelijk Deut. 10:21 .

Hertaald: mijn Lof Dat is: Die ik alleen prijs en roem, als mijn Heiland. Vergelijk Deut. 10:21.

Jeremia 17 vers 15

zeggen tot mij Spottende met uwe dreigementen en uwe lankmoedigheid in het uitstellen der straf. Vergelijk Jes. 5:19 ; Ezech. 12:22-23 , Ezech. 12:25 , Ezech. 12:27-28 ; 2 Petr. 3:4 .

Hertaald: zeggen tot mij Terwijl zij spotten met Uw dreigementen en met Uw lankmoedigheid in het uitstellen van de straf. Vergelijk Jes. 5:19, Ezech. 12:22-23 en Ezech. 12:25 en Ezech. 12:27-28, en 2 Petr. 3:4.

Jeremia 17 vers 16

aangedrongen, Alsof de profeet zeide: Zij spreken tot mij niets anders dan of ik er op aandreef, haastte, en daarnaar wenste, dat hun het verderf mocht overkomen, daar Gij, Heere, toch weet dat ik mij niet anders gedragen, noch haastiger gesteld heb dan een profeet toestaat, die U navolgt, alleenlijk hun aanzeggende wat Gij mij hebt belast. Dit komt met het voorgaande en volgende zeer wel overeen. Anders: Ik heb toch niet aangehouden, dat ik geen herder achter U zou zijn; dat is, ik heb mij niet weigerachtig gesteld om U te volgen. Zie boven Jer. 1:4 , enz.

Hertaald: aangedrongen, Alsof de profeet zei: zij spreken over mij alsof ik erop aandrong, mij haastte en ernaar verlangde dat hun het verderf zou overkomen, terwijl U, HEERE, toch weet dat ik mij niet anders gedragen heb en niet haastiger geweest ben dan een profeet betaamt die U navolgt en hun alleen aanzegt wat U mij opgedragen hebt. Dit past goed bij het voorgaande en het volgende. Anders: ik heb toch niet aangedrongen dat ik geen herder achter U zou zijn — dat is: ik heb mij niet geweigerd U te volgen. Zie hierboven Jer. 1:4, enzovoort.

herder Dat is, meer dan betaamde een profeet, weidende en regerende uw volk met uw woord.

Hertaald: herder Dat is: meer dan een profeet betaamde, terwijl hij Uw volk met Uw Woord weidt en leidt.

dodelijken Dat is, den tijd huns verderfs niet gewenst, of daarnaar verlangd, zie onder Jer. 18:20 , of, geen lust gehad van mijzelven, om hun hunnen ondergang te profeteren, het zijn uwe woorden, enz. Het Hebreeuwse woord is hetzelfde, dat vs.9 van des mensen hart gebruikt is.

Hertaald: dodelijken Dat is: ik heb de tijd van hun verderf niet gewenst of ernaar verlangd, zie hieronder Jer. 18:20; of: ik heb er uit mijzelf geen lust in gehad hun de ondergang te profeteren, het zijn Uw woorden, enzovoort. Het Hebreeuwse woord is hetzelfde dat in vers 9 over het hart van de mens gebruikt is.

wat uit mijn lippen Hebreeuws, de uitgang mijner lippen.

Hertaald: wat uit mijn lippen Hebreeuws: de uitgang van mijn lippen.

aangezicht Dat is, ik heb oprecht als in uwe tegenwoordigheid gesproken, mij verzekerende, dat ik er af noch toedeed, waarvan Gij getuige zijt.

Hertaald: aangezicht Dat is: ik heb oprecht gesproken als in Uw tegenwoordigheid, terwijl ik mij ervan verzekerde dat ik er niets af- of aan deed; daarvan bent U getuige.

Jeremia 17 vers 17

verschrikking; Of, verslagenheid. Anders: verwoesting, verbreking, verstoring; dat Gij mij zoudt nederslaan, gelijk Gij mij gedreigd hebt, indien ik uwe beroeping zou weigeren te volgen; boven Jer. 1:17 .

Hertaald: verschrikking; Of: verslagenheid. Anders: verwoesting, verbreking, verstoring — dat U mij zou neerslaan, zoals U mij gedreigd hebt wanneer ik zou weigeren Uw roeping te volgen; hierboven Jer. 1:17.

kwaads Dat is, der ellende, alsook in vs.18.

Hertaald: kwaads Dat is: van de ellende; zo ook in vers 18.

Jeremia 17 vers 18

dag des kwaads, Zie Ps. 37:13 .

Hertaald: dag des kwaads, Zie Ps. 37:13.

dubbele verbreking Dat is, volkomene. Vergelijk boven Jer. 16:18 .

Hertaald: dubbele verbreking Dat is: een volkomen verbreking. Vergelijk hierboven Jer. 16:18.

Jeremia 17 vers 19

kinderen Dit ziet op ene van de voornaamste poorten der stad, waar het meeste volk bijeenkwam, omdat de koningen door dezelve gewoon waren in en uit te trekken.

Hertaald: kinderen Dit ziet op een van de voornaamste poorten van de stad, waar de meeste mensen samenkwamen, omdat de koningen daar gewoonlijk in- en uittrokken.

Jeremia 17 vers 21

op uw zielen, Dat is, zo lief als u uwer zielen zaligheid is. Of, wacht uzelven, of neemt acht op uwe personen, let op uzelven. Vergelijk Deut. 4:15 ; Joz. 23:11 .

Hertaald: op uw zielen, Dat is: zo lief als u de zaligheid van uw ziel is. Of: neemt uzelf in acht, let op uw persoon, let op uzelf. Vergelijk Deut. 4:15 en Joz. 23:11.

Jeremia 17 vers 22

heiligen, Zie Ex. 20:8 .

Hertaald: heiligen, Zie Ex. 20:8.

Jeremia 17 vers 23

gehoord, Dat is, gehoorzaamd.

Hertaald: gehoord, Dat is: gehoorzaamd.

nek verhard, Gelijk boven Jer. 7:26 .

Hertaald: nek verhard, Zoals hierboven Jer. 7:26.

om niet te horen, Gelijk boven Jer. 16:12 .

Hertaald: om niet te horen, Zoals hierboven Jer. 16:12.

tucht Zie Spr. 1:2 , en Spr. 7:22 .

Hertaald: tucht Zie Spr. 1:2 en Spr. 7:22.

Jeremia 17 vers 24

vlijtiglijk Hebreeuws, horende zult horen.

Hertaald: vlijtiglijk Hebreeuws: horend zult horen.

Jeremia 17 vers 25

mannen van Juda Of, een iegelijk. Hebreeuws, man, gelijk boven Jer. 4:3 .

Hertaald: mannen van Juda Of: ieder. Hebreeuws: man, zoals hierboven Jer. 4:3.

bewoond worden Of, zal blijven in eeuwigheid. Vergelijk boven Jer. 7:3 , Jer. 7:7 , enz.

Hertaald: bewoond worden Of: zal blijven in eeuwigheid. Vergelijk hierboven Jer. 7:3 en Jer. 7:7, enzovoort.

Jeremia 17 vers 27

vuur Den oorlog der Babyloniërs, waardoor Jeruzalem en gans Juda zal verwoest worden. Vergelijk boven vs.4.

Hertaald: vuur De oorlog van de Babyloniërs, waardoor Jeruzalem en heel Juda verwoest zullen worden. Vergelijk hierboven vers 4.

haar poorten Van Jeruzalem.

Hertaald: haar poorten Van Jeruzalem.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De boom aan het water  — twee soorten mensen, getekend als een struik in de woestijn en een boom aan de rivier (Jer. 17:5-8)

Het gedeelte begint met een vloek: "Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt!" (Jer. 17:5). Wat zo iemand wordt, staat er meteen achter: "hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn" (Jer. 17:6). Dan volgt het tegendeel: "Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is!" (Jer. 17:7). En van hem staat er: "hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen" (Jer. 17:8).

Bijbelse betekenis: Merk op wat beide beelden gemeen hebben: geen van beide voelt het weer. De struik merkt het niet wanneer het goede komt, en de boom merkt het niet wanneer de hitte komt. Wat verschilt is niet het weer maar de plaats van de wortels. Let vervolgens op de bewoording van Jer. 17:7. Er staat twee keer hetzelfde en toch iets anders: wie op de HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE ís. Het tweede gaat dieper dan het eerste; het is niet alleen een daad maar een grond. Let ten slotte op de overeenkomst met de eerste psalm, waar dezelfde boom staat (reeds behandeld bij Ps. 1:3). Jeremia voegt eraan toe wat er in het droge jaar gebeurt: de boom zorgt niet en houdt niet op vrucht te dragen. Het gaat dus niet om het uitblijven van droogte maar om het doorgaan erin.

Typologie: Paulus zegt hetzelfde over waar het vertrouwen niet ligt: wij zijn het "die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen" (Fil. 3:3). En de Heere Jezus noemt de vrucht die alleen uit de verbinding komt: "die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht" (Joh. 15:5).

Jer. 17:5-8; Ps. 1:3; Fil. 3:3; Joh. 15:5

Het arglistige hart  — een uitspraak over het menselijk hart, met een tweede vers dat er onmiddellijk bij hoort (Jer. 17:9-10)

"Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?" (Jer. 17:9). De vraag aan het slot blijft niet onbeantwoord staan; het volgende vers geeft het antwoord: "Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen" (Jer. 17:10).

Bijbelse betekenis: Merk op wat er precies gezegd wordt. Niet dat het hart zwak is of onstandvastig, maar arglistig: het misleidt, en het misleidt in de eerste plaats de mens zelf. Daarom volgt de vraag wie het kennen kan; wie zijn eigen hart onderzoekt, gebruikt daarvoor datzelfde hart. Let vervolgens op de twee verzen samen. Zij worden vaak los van elkaar aangehaald, en dan houdt men of een somber oordeel over of een troostwoord; de tekst zet ze naast elkaar. Wat de mens niet kan, doet God: Hij doorgrondt en proeft. Let ten slotte op de reden die in Jer. 17:10 genoemd wordt. Hij doorgrondt niet om te weten wat Hij nog niet wist, maar om ieder te geven naar zijn wegen. Het doorgronden staat hier dus in dienst van het recht.

Typologie: Dezelfde bede staat aan het slot van Ps. 139: doorgrond mij, o God, en ken mijn hart (reeds behandeld bij Ps. 139:23). En de Hebreeënbrief zegt van het Woord dat het "een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten" is, en dat alle dingen naakt en geopend zijn voor de ogen van Hem met Wie wij te doen hebben (Hebr. 4:12-13).

Jer. 17:9-10; Ps. 139:23; Hebr. 4:12-13

De sabbatprediking in de poort  — een preek over de rustdag, gehouden waar de handel de stad in kwam (Jer. 17:19-27)

De opdracht is heel bepaald: ga staan in de poort waardoor de koningen van Juda in- en uitgaan, en in alle poorten van Jeruzalem (Jer. 17:19). Wat hij zeggen moet gaat over lasten dragen: "Wacht u op uw zielen, en draagt geen last op den sabbatdag, noch brengt in door de poorten van Jeruzalem" (Jer. 17:21). Er staat bij dat dit niet nieuw is: "gij zult den sabbatdag heiligen, gelijk als Ik uw vaderen geboden heb" (Jer. 17:22). En dat het al lang niet gehoord werd: "zij hebben hun nek verhard, om niet te horen" (Jer. 17:23). Op gehoorzaamheid staat een belofte over koningen die door de poorten zullen ingaan en over een stad die in eeuwigheid bewoond zal worden (Jer. 17:24-25); op ongehoorzaamheid staat een vuur in de poorten (Jer. 17:27).

Bijbelse betekenis: Merk op waar deze preek gehouden wordt. Niet in de tempel maar in de poort, want daar kwamen de lasten binnen; het gaat over de plaats waar het gebod in de praktijk sneuvelde. Let vervolgens op wat het dragen van lasten hier betekent. Het gaat om handel en gewoon werk dat gewoon doorging; de sabbat werd niet afgeschaft maar uitgehold. Let ten slotte op de reikwijdte die eraan gehangen wordt. Aan deze ene inzetting worden de toekomst van de stad en de troon van David verbonden. Het register laat dat staan zoals het er staat, en doet ook hier geen uitspraak over de verhouding van sabbat en zondag of over de plaats van dit gebod in de nieuwe bedeling (reeds behandeld bij Jes. 58:13-14).

Typologie: De Heere Jezus vat de bedoeling van de dag samen: "De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat" (Mark. 2:27). En de Hebreeënbrief wijst op de rust die overblijft voor het volk van God (reeds behandeld bij Hebr. 4:9-10).

Jer. 17:19-27; Jes. 58:13-14; Mark. 2:27; Hebr. 4:9-10

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Arglistig is het hart — 17:1-14

Jeremia zegt dat de zonde van Juda geschreven is met een ijzeren griffie op de tafel van hun hart. Dat beeld is scherp gekozen: op stenen tafelen stond eens de wet, en op deze staat het tegendeel.

De profeet peilt het hart en zegt dat niemand het kennen kan — waarna God antwoordt dat Hij het wel doet.

Eerst zet Jeremia twee mensen naast elkaar. Vervloekt is de man die op een mens vertrouwt: hij zal zijn als de heide in de wildernis, in dorre plaatsen in de woestijn. Gezegend is de man die op den HEERE vertrouwt. Hij zal zijn als een boom die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier. Komt er hitte, dan gevoelt hij het niet; zijn loof blijft groen.

Beide staan in dezelfde hitte. Het verschil is niet het weer maar de wortel.

Dan volgt de zin waar dit hoofdstuk om bekend staat: arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja dodelijk is het; wie zal het kennen?

De kanttekening haalt daar iets bij naar boven dat men gemakkelijk mist. Het Hebreeuwse woord voor arglistig is hetzelfde waaraan Jakob zijn naam ontleende, omdat hij zijn broer bij de geboorte bij de hiel hield. Het draagt daarnaast de betekenis van list, hinderlaag en bedrog. En zij zegt over wie het gaat: van de mens na de val, zolang het hart niet door de Geest van de wedergeboorte vernieuwd is.

De vraag wie het kennen kan, wordt in het volgende vers beantwoord door God zelf: Ik, de HEERE, doorgrond het hart en proef de nieren.

Zo staan er twee dingen tegenover elkaar. Een hart dat zichzelf niet doorziet, en Eén Die het wel doet.

Jeremia's eigen antwoord daarop is geen verweer maar een gebed: genees mij, HEERE, zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden — want Gij zijt mijn Lof.

Christus zegt in Markus 7 waar het kwaad vandaan komt, en Hij wijst dezelfde plek aan: van binnen, uit het hart der mensen, komen voort de kwade gedachten. En de genezing waar Jeremia om vraagt, is precies wat Ezechiël belooft: een stenen hart weggenomen, een vlesen hart gegeven.

  1. Jeremia 17:8 — Wie op den HEERE vertrouwt is als een boom aan het water.
  2. Jeremia 17:9 — Arglistig is het hart; wie zal het kennen?
  3. Jeremia 17:10 — Ik, de HEERE, doorgrond het hart.
  4. Markus 7:21 — Van binnen, uit het hart der mensen, komen de kwade gedachten voort.
  5. Ezechiël 36:26 — Ik zal het stenen hart wegnemen en een vlesen hart geven.
  6. Jeremia 17:14 — Genees mij, HEERE, zo zal ik genezen worden.

In het Nieuwe Testament: Markus 7:20-23; Romeinen 3:10-18; Hebreeën 4:12-13; Titus 3:5

Hoever dit reikt: Niveau 2. Jeremia spreekt hier niet over Christus. De lijn loopt over de diagnose zelf: een hart dat niemand kent en niemand genezen kan dan God — en over het gebed om genezing dat erop volgt.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jeremia 17

Jeremia 17:1.KruisverwijzingenSpreuken 3:32 Korinthe 3:3Spreuken 7:3Job 19:23Leviticus 4:17Leviticus 4:25Hosea 12:11
— De zonde van Juda is geschreven met een ijzeren griffie, met de punt eens diamants; gegraven in de tafel van hunlieder hart, en aan de hoornen uwer altaren;
De zonde van Juda was zo in hun natuur ingegroeid dat zij in de tafelen van hun hart gegraveerd stond. Men kon evengoed proberen een opschrift uit te wissen dat met een diamanten stift in staal gegrift is, als hopen deze verkeerdheid uit het volk weg te krijgen. Wat enkel gewoonte is, kan veranderd worden; maar wat in het hart ingegroeid is, kan alleen door een wonder van genade weggenomen worden. Het was het hárt dat verkeerd was; de bron zelf was verontreinigd, en wat konden de stromen dan anders zijn dan vuil?

Zelfs hun heiligste dingen waren bevlekt. Zij schreven de namen van hun afgoden zelfs op Gods altaar, en zo droegen zij een geschreven getuigenis tegen zichzelf.

Jeremia 17:2.Kruisverwijzingen2 Kronieken 24:18Jeremia 2:202 Kronieken 33:3Richteren 3:7Jeremia 7:18Jesaja 1:29Jesaja 17:82 Kronieken 33:19
— Gelijk hun kinderen hunner altaren gedenken, en hunner bossen, bij het groen geboomte, op de hoge heuvelen.
God had het oprichten van altaren verboden. Er was één altaar te Jeruzalem, en er mochten er niet meer zijn. Maar zij zochten plekken uit waar sinds lang grote bomen stonden, zij kozen de toppen van de heuvels, en daar bouwden zij hun afgoden hun schrijnen. En daarom was God op hen vertoornd. Hoe gemakkelijk kunnen wij het een of ander in zonde verkeren! Hoe licht kunnen onze uitgelezenste weldaden tot aanleidingen van ongerechtigheid gemaakt worden!

Jeremia 17:3-8.KruisverwijzingenPsalmen 118:8Psalmen 34:8Ezechiël 31:4Psalmen 1:3Jesaja 2:22Psalmen 146:3Psalmen 40:4Spreuken 16:20
— Ik zal Mijn berg met het veld, uw vermogen en al uw schatten ten roof geven, mitsgaders uw hoogten, om de zonde in al uw landpalen. Alzo zult gij aflaten (en dat om u zelven) van uw erfenis, die Ik u gegeven heb, en Ik zal u uw vijanden doen dienen in een land, dat gij niet kent; want gijlieden hebt een vuur aangestoken in Mijn toorn, tot in eeuwigheid zal het branden. Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt! Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land. Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is! Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen.
Wat een zaligheid is het vertrouwen op God! U ziet het hier tegenover de ellende van het vertrouwen op mensen gesteld. Er komt droogte, ook over deze boom, en er komen tijden van moeite over de gelovige. Maar de droogte deert de boom niet, want hij heeft verborgen, ondergrondse bronnen waaruit hij zijn leven opzuigt; hij spreidt zijn wortels uit bij de rivier. En zalig is de mens die een verborgen leven heeft, een verborgen sterkte, een verborgen troost die hem in het beproevende uur staande houdt. De wereld kan het niet waarnemen, maar hij drinkt het in en leeft ervan.

Jeremia 17:9.KruisverwijzingenMarkus 7:21Spreuken 28:26Hebreeën 3:12Prediker 9:3Mattheüs 15:19Jakobus 1:14Genesis 6:5Psalmen 53:1
— Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?
Dit is de hoofdzaak: het was het hárt van het volk dat van God afgeweken was. “Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?”

Jeremia 17:10-11.KruisverwijzingenJeremia 32:19Jeremia 11:20Romeinen 8:271 Samuël 16:7Openbaring 2:23Jeremia 20:12Psalmen 62:12Psalmen 139:23
— Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen. Gelijk een veldhoen eieren vergadert, maar broedt ze niet uit, alzo is hij, die rijkdom vergadert, doch niet met recht; in de helft zijner dagen zal hij dien moeten verlaten, en in zijn laatste een dwaas zijn.
De profeet vergelijkt de mens die rijkdom verwerft door leugen en verdrukking met een vogel die veel eieren heeft — te veel om te bedekken. Zij zit er wel op, maar het is zo’n hoop eieren dat er geen enkel uitkomt; er komt niets van terecht.

Ik meen wel enkele mensen te kennen die veel op die patrijs lijken. Het zou een grote barmhartigheid voor hen zijn als zij maar de helft van hun eieren hadden. Alles wat zij krijgen is de zorg en de moeite van het bedekken, terwijl er geen levende vreugde uit voortkomt; de eieren zijn bedorven. Wie de genade van God niet in zijn hart heeft, is net als een vogel die op bedorven eieren zit.

Arme ziel! “In zijn einde zal hij een dwaas zijn.” Hij moet dus ook nu al iets van een dwaas zijn, want wie een doel najaagt dat in dwaasheid eindigt, is een dwaas dat hij zo’n doel voor ogen heeft.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content