Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1De zonde van Juda is geschreven met een ijzeren griffie, met de punt eens diamants; gegraven in de tafel van hunlieder hart, en aan de hoornen uwer altaren;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1De zondeH2403 van JudaH3063 is geschrevenH3789 met een ijzerenH1270griffieH5842, met de puntH6856 eens diamantsH8068; gegravenH2790 in de tafelH3871 van hunlieder hartH3820, en aanH5921 de hoornenH7161 uwer altarenH4196;De zonde van Juda is geschreven met een ijzeren griffie, met de punt eens diamants; gegraven in de tafel van hunlieder hart, en aan de hoornen uwer altaren;
KJVThe sin1of Judah2is written3with a pen4of iron,5and with the point6of a diamond:7it is graven8upon the table10of their heart,11and upon the horns12of your altars;
1חַטַּ֣אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)2יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah3כְּתוּבָ֛הH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)4בְּעֵ֥טH5842griffie, penpen5בַּרְזֶ֖לH1270ijzer, ijzeren, ijzers(ax) head, iron6בְּצִפֹּ֣רֶןH6856nagelen, puntnail, point7שָׁמִ֑ירH8068doornen, diamant, distelenadamant (stone), brier, diamond8חֲרוּשָׁה֙H2790zwijg, zwijgen, ploegen[idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10ל֣וּחַH3871tafelen, planken, tafelboard, plate, table11לִבָּ֔םH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom12וּלְקַרְנ֖וֹתH7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn13מִזְבְּחוֹתֵיכֶֽםH4196altaar, altaren, altaarsaltar
2Gelijk hun kinderen hunner altaren gedenken, en hunner bossen, bij het groen geboomte, op de hoge heuvelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Gelijk hun kinderenH1121 hunner altarenH4196gedenkenH2142, en hunner bossenH842, bijH5921 het groenH7488geboomteH6086, opH5921 de hogeH1364heuvelenH1389.Gelijk hun kinderen hunner altaren gedenken, en hunner bossen, bij het groen geboomte, op de hoge heuvelen.
KJVWhilst their children2remember1their altars3and their groves4by the green7trees6upon the high10hills.
1כִּזְכֹּ֤רH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2בְּנֵיהֶם֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3מִזְבְּחוֹתָ֔םH4196altaar, altaren, altaarsaltar4וַאֲשֵׁרֵיהֶ֖םH842bossen, bos, haaggrove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6עֵ֣ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood7רַֽעֲנָ֑ןH7488groenen, groen, groenegreen, flourishing8עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9גְּבָע֥וֹתH1389heuvelen, heuvel, heuvelshill, little hill10הַגְּבֹהֽוֹתH1364hogen, hoge, hooghaughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly
3Ik zal Mijn berg met het veld, uw vermogen en al uw schatten ten roof geven, mitsgaders uw hoogten, om de zonde in al uw landpalen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Ik zal Mijn bergH2042 met het veldH7704, uw vermogenH2428 en alH3605 uw schattenH214 ten roofH957gevenH5414, mitsgaders uw hoogtenH1116, om de zondeH2403 in alH3605 uw landpalenH1366.Ik zal Mijn berg met het veld, uw vermogen en al uw schatten ten roof geven, mitsgaders uw hoogten, om de zonde in al uw landpalen.
KJVO my mountain1in the field,2I will give7thy substance3and all thy treasures5to the spoil,6and thy high places8for sin,9throughout all thy borders.
1הֲרָרִי֙H2042bergen, berg, gebergtehill, mount(-ain)2בַּשָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild3חֵילְךָ֥H2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)4כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5אוֹצְרוֹתֶ֖יךָH214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)6לָבַ֣זH957roof, plundering, buitbooty, prey, spoil(-ed)7אֶתֵּ֑ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8בָּמֹתֶ֕יךָH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave9בְּחַטָּ֖אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)10בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11גְּבוּלֶֽיךָH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space
4Alzo zult gij aflaten (en dat om u zelven) van uw erfenis, die Ik u gegeven heb, en Ik zal u uw vijanden doen dienen in een land, dat gij niet kent; want gijlieden hebt een vuur aangestoken in Mijn toorn, tot in eeuwigheid zal het branden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Alzo zult gij aflatenH8058 (en dat om u zelven) van uw erfenisH5159, dieH834 Ik u gegevenH5414 heb, en Ik zal u uw vijandenH341 doen dienenH5647 in een landH776, dat gij nietH3808kentH3045; wantH3588 gijlieden hebt een vuurH784aangestokenH6919 in Mijn toornH639, totH5704 in eeuwigheidH5769 zal het brandenH3344.Alzo zult gij aflaten (en dat om u zelven) van uw erfenis, die Ik u gegeven heb, en Ik zal u uw vijanden doen dienen in een land, dat gij niet kent; want gijlieden hebt een vuur aangestoken in Mijn toorn, tot in eeuwigheid zal het branden.
KJVAnd thou, even thyself, shalt discontinue1from thine heritage3that I gave5thee; and I will cause thee to serve7thine enemies9in the land10which thou knowest13not: for ye have kindled16a fire15in mine anger,17which shall burn20for18ever.
1וְשָׁמַטְתָּ֗הH8058struikelden, Stoot neder, aflatendiscontinue, overthrow, release, let rest, shake, stumble, throw down2וּבְךָ֙3מִנַּחֲלָֽתְךָ֙H5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5נָתַ֣תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6לָ֔ךְ7וְהַעֲבַדְתִּ֨יךָ֙H5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אֹ֣יְבֶ֔יךָH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe10בָּאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13יָדָ֑עְתָּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot14כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15אֵ֛שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot16קְדַחְתֶּ֥םH6919aangestoken, aansteekt, brandtburn, kindle17בְּאַפִּ֖יH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath18עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet19עוֹלָ֥םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)20תּוּקָֽדH3344brandende, branden, bernen(be) burn(-ing), [idiom] from the hearth, kindle
5Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: VervloektH779 is de manH1397, dieH834 op een mensH120vertrouwtH982, en vleesH1320 tot zijn armH2220steltH7760, en wiens hartH3820vanH4480 den HEEREH3068afwijktH5493!Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt!
KJVThus saith2the LORD;3Cursed4be the man5that trusteth7in man,8and maketh9flesh10his arm,11and whose heart15departeth14from the LORD.
1כֹּ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אָר֤וּרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse5הַגֶּ֨בֶר֙H1397man, mans, mannenevery one, man, [idiom] mighty6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יִבְטַ֣חH982vertrouwt, vertrouwen, vertrouwbe bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust8בָּֽאָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person9וְשָׂ֥םH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work10בָּשָׂ֖רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin11זְרֹע֑וֹH2220arm, armen, armsarm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength12וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14יָס֥וּרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without15לִבּֽוֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
6Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Want hij zal zijnH1961 als de heideH6199 in de wildernisH6160, die het nietH3808gevoeltH7200, wanneer het goedeH2896komtH935; maarH3588blijftH7931 in dorre plaatsenH2788 in de woestijnH4057, in zoutH4420 en onbewoondH3427landH776.Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land.
KJVFor he shall be like the heathin the desert,3and shall not see5when good8cometh;7but shall inhabit9the parched places10in the wilderness,11in a salt13land12and not inhabited.
1וְהָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כְּעַרְעָ֣רH6176heidehealth3בָּֽעֲרָבָ֔הH6160vlakke velden, vlakke veld, wildernisArabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה)4וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יִרְאֶ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7יָב֣וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8ט֑וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)9וְשָׁכַ֤ןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)10חֲרֵרִים֙H2788plaatsenparched place11בַּמִּדְבָּ֔רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness12אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13מְלֵחָ֖הH4420ziltige, zout, zoutenbarren land(-ness), salt (land)14וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15תֵשֵֽׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7GezegendH1288 daarentegen is de manH1397, dieH834 op den HEEREH3068vertrouwtH982, en wiens vertrouwenH4009 de HEEREH3068 is!Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is!
KJVBlessed1is the man2that trusteth4in the LORD,5and whose hope8the LORD
1בָּר֣וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank2הַגֶּ֔בֶרH1397man, mans, mannenevery one, man, [idiom] mighty3אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4יִבְטַ֖חH982vertrouwt, vertrouwen, vertrouwbe bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust5בַּֽיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וְהָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8מִבְטַחֽוֹH4009vertrouwen, Vertrouwen, vertrouwensconfidence, hope, sure, trust
8Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Want hij zal zijn als een boomH6086, die aanH5921 het waterH4325geplantH8362 is, en zijn wortelenH8328uitschietH7971aanH5921 een rivierH3105, en gevoeltH7200 het nietH3808, wanneer er een hitteH2527komtH935, maarH3588zijnH1961loofH5929 blijft groenH7488; en in een jaarH8141 van droogteH1226zorgtH1672 hij nietH3808, en houdtH4185 niet op van vruchtH6529 te dragenH6213.Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen.
KJVFor he shall be as a tree2planted3by the waters,5and that spreadeth out8her roots9by the river,7and shall not see11when heat14cometh,13but her leaf16shall be green;17and shall not be careful21in the year18of drought,19neither shall cease23from yielding24fruit.
1וְהָיָ֞הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כְּעֵ֣ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood3שָׁת֣וּלH8362geplant, plantenplant4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5מַ֗יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))6וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7יוּבַל֙H3105rivierriver8יְשַׁלַּ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)9שָֽׁרָשָׁ֔יוH8328wortel, wortelen, Wortelbottom, deep, heel, root10וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יִרְאֶה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13יָבֹ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14חֹ֔םH2527heet, hitte, warmheat, to be hot (warm)15וְהָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16עָלֵ֖הוּH5929blad, takken, loofbranch, leaf17רַֽעֲנָ֑ןH7488groenen, groen, groenegreen, flourishing18וּבִשְׁנַ֤תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)19בַּצֹּ֨רֶת֙H1226droogtedearth, drought20לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21יִדְאָ֔גH1672bekommerd, zorgt, bevreesdbe afraid (careful, sorry), sorrow, take thought22וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without23יָמִ֖ישׁH4185wijken, houdt, wijktcease, depart, go back, remove, take away24מֵעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use25פֶּֽרִיH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward
9Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9ArglistigH6121 is het hartH3820, meer dan enigH3605 ding, ja, dodelijkH605 is hetH1931, wieH4310 zal het kennenH3045?Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?
KJVThe heart2is deceitful1above all things, and desperately wicked:4who can know
1עָקֹ֥בH6121Arglistig, betreden, kromcrooked, deceitful, polluted2הַלֵּ֛בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom3מִכֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4וְאָנֻ֣שׁH605dodelijk, smartelijk, dodelijkendesperate(-ly wicked), incurable, sick, woeful5ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6מִ֖יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God7יֵדָעֶֽנּוּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
10Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10IkH589, de HEEREH3068, doorgrondH2713 het hartH3820, en proefH974 de nierenH3629; en dat, om een iegelijkH376 te gevenH5414 naar zijn wegenH1870, naar de vruchtH6529 zijner handelingenH4611.Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen.
KJVI the LORD2search3the heart,4I try5the reins,6even to give7every man8according to his ways,9and according to the fruit10of his doings.
11Gelijk een veldhoen eieren vergadert, maar broedt ze niet uit, alzo is hij, die rijkdom vergadert, doch niet met recht; in de helft zijner dagen zal hij dien moeten verlaten, en in zijn laatste een dwaas zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Gelijk een veldhoenH7124 eieren vergadertH1716, maar broedtH3205 ze nietH3808 uit, alzo is hij, die rijkdomH6239 vergadert, doch nietH3808 met rechtH4941; in de helftH2677 zijner dagenH3117 zal hij dien moeten verlatenH5800, en in zijn laatsteH319 een dwaasH5036 zijn.Gelijk een veldhoen eieren vergadert, maar broedt ze niet uit, alzo is hij, die rijkdom vergadert, doch niet met recht; in de helft zijner dagen zal hij dien moeten verlaten, en in zijn laatste een dwaas zijn.
Ook in dit vers
vergadertH6213
KJVAs the partridge1sitteth2on eggs, and hatcheth4them not; so he that getteth5riches,6and not by right,8shall leave11them in the midst9of his days,10and at his end12shall be a fool.
1קֹרֵ֤אH7124veldhoenpartridge. See also H6981 (קוֹרֵא)2דָגַר֙H1716vergaderen, vergadertgather, sit3וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4יָלָ֔דH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)5עֹ֥שֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6עֹ֖שֶׁרH6239rijkdom, rijkdoms, Rijkdom[idiom] far (richer), riches7וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8בְמִשְׁפָּ֑טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong9בַּחֲצִ֤יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts10יָמָיו֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11יַעַזְבֶ֔נּוּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely12וּבְאַחֲרִית֖וֹH319laatste, einde, nakomelingen(last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward13יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14נָבָֽלH5036dwaas, dwazen, dwazefool(-ish, -ish man, -ish woman), vile person
12Een troon der heerlijkheid, een hoogheid van het eerste aan, is de plaats onzes heiligdoms.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Een troonH3678 der heerlijkheidH3519, een hoogheidH4791 van het eersteH7223 aan, is de plaatsH4725 onzes heiligdomsH4720.Een troon der heerlijkheid, een hoogheid van het eerste aan, is de plaats onzes heiligdoms.
KJVA glorious2high3throne1from the beginning4is the place5of our sanctuary.
13O HEERE, Israels Verwachting! allen, die U verlaten, zullen beschaamd worden; en die van mij afwijken, zullen in de aarde geschreven worden; want zij verlaten den HEERE, den Springader des levenden waters.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13O HEEREH3068, IsraelsH3478VerwachtingH4723! allenH3605, die U verlatenH5800, zullen beschaamdH954 worden; en die van mij afwijkenH5493, zullen in de aardeH776geschrevenH3789 worden; wantH3588 zij verlatenH5800 den HEEREH3068, den SpringaderH4726 des levendenH2416watersH4325.O HEERE, Israels Verwachting! allen, die U verlaten, zullen beschaamd worden; en die van mij afwijken, zullen in de aarde geschreven worden; want zij verlaten den HEERE, den Springader des levenden waters.
KJVO LORD,3the hope1of Israel,2all that forsake5thee shall be ashamed,6and they that departfrom me7shall be written9in the earth,8because they have forsaken11the LORD,16the fountain12of living14waters.
1מִקְוֵ֤הH4723Verwachting, vergadering, linnen garenabiding, gathering together, hope, linen yarn, plenty (of water), pool2יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עֹזְבֶ֖יךָH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely6יֵבֹ֑שׁוּH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long7וְסוּרַי֙H5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without8בָּאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9יִכָּתֵ֔בוּH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)10כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11עָזְב֛וּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely12מְק֥וֹרH4726springader, fontein, Springaderfountain, issue, spring, well(-spring)13מַֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))14חַיִּ֖יםH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
14Genees mij, HEERE! zo zal ik genezen worden, behoud mij, zo zal ik behouden worden; want Gij zijt mijn Lof.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14GeneesH7495 mij, HEEREH3068! zo zal ik genezenH7495 worden, behoudH3467 mij, zo zal ik behoudenH3467 worden; wantH3588GijH859 zijt mijn LofH8416.Genees mij, HEERE! zo zal ik genezen worden, behoud mij, zo zal ik behouden worden; want Gij zijt mijn Lof.
KJVHeal1me, O LORD,2and I shall be healed;3save4me, and I shall be saved:5for thou art my praise.
1רְפָאֵ֤נִיH7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3וְאֵ֣רָפֵ֔אH7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)4הוֹשִׁיעֵ֖נִיH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory5וְאִוָּשֵׁ֑עָהH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory6כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7תְהִלָּתִ֖יH8416lof, roem, lofzangpraise8אָֽתָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you
15Ziet, zij zeggen tot mij: Waar is het woord des HEEREN? Laat het nu komen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15ZietH2009, zijH1992zeggenH559totH413 mij: Waar is het woordH1697 des HEERENH3068? Laat het nu komenH935!Ziet, zij zeggen tot mij: Waar is het woord des HEEREN? Laat het nu komen!
KJVBehold, they say3unto me, Where is the word6of the LORD?7let it come
1הִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see2הֵ֕מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye3אֹמְרִ֖יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֵלָ֑יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אַיֵּ֥הH346waar?where6דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8יָ֥בוֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9נָֽאH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh
16Ik heb toch niet aangedrongen, meer dan een herder achter U betaamde; ook heb ik den dodelijken dag niet begeerd, Gij weet het; wat uit mijn lippen is gegaan, is voor Uw aangezicht geweest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Ik heb toch nietH3808aangedrongenH213, meer dan een herderH7462achterH310 U betaamde; ook heb ik den dodelijkenH605dagH3117nietH3808begeerdH183, GijH859weetH3045 het; wat uit mijn lippenH8193 is gegaanH4161, is voor Uw aangezichtH6440 geweest.Ik heb toch niet aangedrongen, meer dan een herder achter U betaamde; ook heb ik den dodelijken dag niet begeerd, Gij weet het; wat uit mijn lippen is gegaan, is voor Uw aangezicht geweest.
KJVAs for me, I have not hastened3from being a pastor4to follow5thee: neither have I desired9the woeful7day;6thou knowest:11that which came out12of my lips13was right before14thee.
1וַאֲנִ֞יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3אַ֣צְתִּיH213haastig, drongen, aangedrongen(make) haste(-n, -y), labor, be narrow4מֵרֹעֶ֣הH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste5אַחֲרֶ֗יךָH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with6וְי֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7אָנ֛וּשׁH605dodelijk, smartelijk, dodelijkendesperate(-ly wicked), incurable, sick, woeful8לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9הִתְאַוֵּ֖יתִיH183begeert, begeerd, gelustencovet, (greatly) desire, be desirous, long, lust (after)10אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11יָדָ֑עְתָּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12מוֹצָ֣אH4161uitgang, uitgangen, gegaanbrought out, bud, that which came out, east, going forth, goings out, that which (thing that) is gone out, outgoing, proceeded out, spring, vein, (water-) course (springs)13שְׂפָתַ֔יH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words14נֹ֥כַחH5227tegenover, recht, recht tegenover(over) against, before, direct(-ly), for, right (on)15פָּנֶ֖יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16הָיָֽהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
17Wees Gij mij niet tot een verschrikking; Gij zijt mijn Toevlucht ten dage des kwaads.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17WeesH1961 Gij mij nietH408 tot een verschrikkingH4288; Gij zijt mijn ToevluchtH4268 ten dageH3117 des kwaadsH7451.Wees Gij mij niet tot een verschrikking; Gij zijt mijn Toevlucht ten dage des kwaads.
KJVBe not a terror4unto me: thou art my hope5in the day7of evil.
1אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2תִּֽהְיֵהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3לִ֖י4לִמְחִתָּ֑הH4288verstoring, verschrikking, Wees verschrikkingdestruction, dismaying, ruin, terror5מַֽחֲסִיH4268Toevlucht, toevlucht, betrouwenhope, (place of) refuge, shelter, trust6אַ֖תָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7בְּי֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8רָעָֽהH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
18Laat mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat mij niet beschaamd worden; laat hen verschrikt worden, maar laat mij niet verschrikt worden; breng over hen den dag des kwaads, en verbreek hen met een dubbele verbreking.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Laat mijn vervolgersH7291beschaamdH954 worden, maar laat mij nietH408beschaamdH954 worden; laat hen verschriktH2865 worden, maar laat mijH589nietH408verschriktH2865 worden; brengH935overH5921 hen den dagH3117 des kwaadsH7451, en verbreekH7665 hen met een dubbeleH4932verbrekingH7670.Laat mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat mij niet beschaamd worden; laat hen verschrikt worden, maar laat mij niet verschrikt worden; breng over hen den dag des kwaads, en verbreek hen met een dubbele verbreking.
KJVLet them be confounded1that persecute2me, but let not me be confounded:4let them be dismayed,6but let not me be dismayed:9bring11upon them the day13of evil,14and destroy17them with double15destruction.
1יֵבֹ֤שׁוּH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long2רֹדְפַי֙H7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)3וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than4אֵבֹ֣שָׁהH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long5אָ֔נִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who6יֵחַ֣תּוּH2865ontzet, verbroken, verschriktabolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify7הֵ֔מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye8וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than9אֵחַ֖תָּהH2865ontzet, verbroken, verschriktabolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify10אָ֑נִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who11הָבִ֤יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12עֲלֵיהֶם֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14רָעָ֔הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)15וּמִשְׁנֶ֥הH4932tweede, dubbel, tweedencollege, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much16שִׁבָּר֖וֹןH7670verbrekingbreaking, destruction17שָׁבְרֵֽםH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))
19Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen en sta in de poort van de kinderen des volks, door dewelke de koningen van Juda ingaan, en door dewelke zij uitgaan, ja, in alle poorten van Jeruzalem;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19AlzoH3541 heeft de HEEREH3068totH413 mij gezegdH559: Ga henen en staH5975 in de poortH8179 van de kinderenH1121 des volksH5971, door dewelkeH834 de koningenH4428 van JudaH3063ingaanH935, en door dewelkeH834 zij uitgaanH3318, ja, in alleH3605poortenH8179 van JeruzalemH3389;Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen en sta in de poort van de kinderen des volks, door dewelke de koningen van Juda ingaan, en door dewelke zij uitgaan, ja, in alle poorten van Jeruzalem;
KJVThus said2the LORD3unto me; Go5and stand6in the gate7of the children8of the people,9whereby the kings13of Judah14come in,11and by the which they go out,16and in all the gates19of Jerusalem;
1כֹּהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֨רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֵלַ֗יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הָלֹ֤ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl6וְעָֽמַדְתָּ֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry7בְּשַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)8בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11יָבֹ֤אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12בוֹ֙13מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal14יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah15וַאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16יֵ֣צְאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter17ב֑וֹ18וּבְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19שַׁעֲרֵ֥יH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)20יְרוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
20En zeg tot hen: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda, en gans Juda, en alle inwoners van Jeruzalem, die door deze poorten ingaat!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En zegH559totH413 hen: HoortH8085 des HEERENH3068woordH1697, gij koningenH4428 van JudaH3063, en gansH3605JudaH3063, en alleH3605inwonersH3427 van JeruzalemH3389, die door deze poortenH8179ingaatH935!En zeg tot hen: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda, en gans Juda, en alle inwoners van Jeruzalem, die door deze poorten ingaat!
KJVAnd say1unto them, Hear3ye the word4of the LORD,5ye kings6of Judah,7and all Judah,9and all the inhabitants11of Jerusalem,12that enter in13by these gates:
1וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲ֠לֵיהֶםH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3שִׁמְע֨וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6מַלְכֵ֤יH4428koning, konings, koningenking, royal7יְהוּדָה֙H3063JudaJudah8וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah10וְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11יֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry12יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem13הַבָּאִ֖יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14בַּשְּׁעָרִ֥יםH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)15הָאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
21Zo zegt de HEERE: Wacht u op uw zielen, en draagt geen last op den sabbatdag, noch brengt in door de poorten van Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: WachtH8104 u op uw zielenH5315, en draagtH5375geenH408lastH4853 op den sabbatdagH7676, noch brengtH935 in door de poortenH8179 van JeruzalemH3389.Zo zegt de HEERE: Wacht u op uw zielen, en draagt geen last op den sabbatdag, noch brengt in door de poorten van Jeruzalem.
KJVThus saith2the LORD;3Take heed4to yourselves,5and bear7no burden8on the sabbath10day,9nor bring11it in by the gates12of Jerusalem;
1כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4הִשָּׁמְר֖וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)5בְּנַפְשֽׁוֹתֵיכֶ֑םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it6וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than7תִּשְׂא֤וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield8מַשָּׂא֙H4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute9בְּי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10הַשַּׁבָּ֔תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath11וַהֲבֵאתֶ֖םH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12בְּשַׁעֲרֵ֥יH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)13יְרוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
22Ook zult gijlieden geen last uitvoeren uit uw huizen op den sabbatdag, noch enig werk doen; maar gij zult den sabbatdag heiligen, gelijk als Ik uw vaderen geboden heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Ook zult gijlieden geenH3808lastH4853uitvoerenH3318 uit uw huizenH1004 op den sabbatdagH7676, nochH3808enigH3605werkH4399doenH6213; maar gij zult den sabbatdagH7676heiligenH6942, gelijk als Ik uw vaderenH1gebodenH6680 heb.Ook zult gijlieden geen last uitvoeren uit uw huizen op den sabbatdag, noch enig werk doen; maar gij zult den sabbatdag heiligen, gelijk als Ik uw vaderen geboden heb.
KJVNeither carry forth2a burden3out of your houses4on the sabbath6day,5neither do10ye any work,8but hallow11ye the sabbath14day,13as I commanded16your fathers.
1וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תוֹצִ֨יאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3מַשָּׂ֤אH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute4מִבָּֽתֵּיכֶם֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5בְּי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הַשַּׁבָּ֔תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath7וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8מְלָאכָ֖הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תַֽעֲשׂ֑וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11וְקִדַּשְׁתֶּם֙H6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14הַשַּׁבָּ֔תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath15כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16צִוִּ֖יתִיH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18אֲבוֹתֵיכֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
23Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd; maar zij hebben hun nek verhard, om niet te horen, en om de tucht niet aan te nemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Maar zij hebben niet gehoordH8085, nochH3808 hun oorH241geneigdH5186; maar zij hebben hun nekH6203verhardH7185, om niet te horenH8085, en om de tuchtH4148 niet aan te nemenH3947.Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd; maar zij hebben hun nek verhard, om niet te horen, en om de tucht niet aan te nemen.
KJVBut they obeyed2not, neither inclined4their ear,6but made their neck9stiff,7that they might not hear,11nor receive13instruction.
1וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2שָֽׁמְע֔וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4הִטּ֖וּH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אָזְנָ֑םH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show7וַיַּקְשׁוּ֙H7185hard, verhard, verharddebe cruel, be fiercer, make grievous, be ((ask a), be in, have, seem, would) hard(-en, (labour), -ly, thing), be sore, (be, make) stiff(-en, (-necked))8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9עָרְפָּ֔םH6203nek, hardnekkig, nek toekerenback ((stiff-) neck((-ed)10לְבִלְתִּ֣יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without11שְׁמ֔וֹעַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness12וּלְבִלְתִּ֖יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without13קַ֥חַתH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win14מוּסָֽרH4148tucht, kastijding, onderwijsbond, chastening(-eth), chastisement, check, correction, discipline, doctrine, instruction, rebuke
24Het zal dan geschieden, indien gij vlijtiglijk naar Mij zult horen, spreekt de HEERE, dat gij geen last door de poorten dezer stad op den sabbatdag inbrengt, en gij den sabbatdag heiligt, dat gij geen werk daarop doet;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Het zal dan geschieden, indienH518 gij vlijtiglijkH8085naarH413 Mij zult horenH8085, spreektH5002 de HEEREH3068, dat gij geen lastH4853 door de poortenH8179 dezer stadH5892 op den sabbatdagH7676inbrengtH935, en gij den sabbatdagH7676heiligtH6942, dat gij geen werkH4399 daarop doetH6213;Het zal dan geschieden, indien gij vlijtiglijk naar Mij zult horen, spreekt de HEERE, dat gij geen last door de poorten dezer stad op den sabbatdag inbrengt, en gij den sabbatdag heiligt, dat gij geen werk daarop doet;
KJVAnd it shall come to pass, if ye diligently3hearken4unto me, saith6the LORD,7to bring9in no burden10through the gates11of this city12on the sabbath15day,14but hallow16the sabbath19day,18to do21no8work
1וְ֠הָיָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3שָׁמֹ֨עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4תִּשְׁמְע֤וּןH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness5אֵלַי֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith7יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8לְבִלְתִּ֣יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without9הָבִ֣יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10מַשָּׂ֗אH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute11בְּשַׁעֲרֵ֛יH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)12הָעִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town13הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus14בְּי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15הַשַּׁבָּ֑תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath16וּלְקַדֵּשׁ֙H6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger19הַשַּׁבָּ֔תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath20לְבִלְתִּ֥יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without21עֲשֽׂוֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use22בּ֖וֹ23כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)24מְלָאכָֽהH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)
25Zo zullen door de poorten dezer stad ingaan koningen en vorsten, zittende op den troon van David, rijdende op wagenen en op paarden, zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem; en deze stad zal bewoond worden in eeuwigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Zo zullen door de poortenH8179 dezer stadH5892ingaanH935koningenH4428 en vorstenH8269, zittendeH3427opH5921 den troonH3678 van DavidH1732, rijdendeH7392 op wagenenH7393 en op paardenH5483, zij en hun vorstenH8269, de mannenH376 van JudaH3063 en de inwonersH3427 van JeruzalemH3389; en dezeH2063stadH5892 zal bewoondH3427 worden in eeuwigheidH5769.Zo zullen door de poorten dezer stad ingaan koningen en vorsten, zittende op den troon van David, rijdende op wagenen en op paarden, zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem; en deze stad zal bewoond worden in eeuwigheid.
KJVThen shall there enter1into the gates2of this city3kings5and princes6sitting7upon the throne9of David,10riding11in chariots12and on horses,13they, and their princes,15the men16of Judah,17and the inhabitants18of Jerusalem:19and this city21shall remain20for ever.
1וּבָ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2בְשַׁעֲרֵ֣יH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)3הָעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4הַזֹּ֡אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus5מְלָכִ֣יםH4428koning, konings, koningenking, royal6וְשָׂרִ֡יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward7יֹשְׁבִים֩H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9כִּסֵּ֨אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne10דָוִ֜דH1732David, DavidsDavid11רֹכְבִ֣יםH7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set12בָּרֶ֣כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon13וּבַסּוּסִ֗יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)14הֵ֚מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye15וְשָׂ֣רֵיהֶ֔םH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward16אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)17יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah18וְיֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry19יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem20וְיָשְׁבָ֥הH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry21הָֽעִירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town22הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus23לְעוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
26En zij zullen komen uit de steden van Juda, en uit de plaatsen rondom Jeruzalem, en uit het land van Benjamin, en uit de laagte, en van het gebergte, en van het zuiden, aanbrengende brandoffer, en slachtoffer, en spijsoffer, en wierook, en aanbrengende lofoffer, ten huize des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En zij zullen komenH935 uit de stedenH5892 van JudaH3063, en uit de plaatsen rondomH5439JeruzalemH3389, en uit het landH776 van BenjaminH1144, en uitH4480 de laagteH8219, en vanH4480 het gebergteH2022, en vanH4480 het zuidenH5045, aanbrengendeH935brandofferH5930, en slachtofferH2077, en spijsofferH4503, en wierookH3828, en aanbrengendeH935lofofferH8426, ten huizeH1004 des HEERENH3068.En zij zullen komen uit de steden van Juda, en uit de plaatsen rondom Jeruzalem, en uit het land van Benjamin, en uit de laagte, en van het gebergte, en van het zuiden, aanbrengende brandoffer, en slachtoffer, en spijsoffer, en wierook, en aanbrengende lofoffer, ten huize des HEEREN.
KJVAnd they shall come1from the cities2of Judah,3and from the places about4Jerusalem,5and from the land6of Benjamin,7and from the plain,9and from the mountains,11and from the south,13bringing14burnt offerings,15and sacrifices,16and meat offerings,17and incense,18and bringing19sacrifices of praise,20unto the house21of the LORD.
1וּבָ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2מֵעָרֵֽיH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3יְ֠הוּדָהH3063JudaJudah4וּמִסְּבִיב֨וֹתH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side5יְרוּשָׁלִַ֜םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem6וּמֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7בִּנְיָמִ֗ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin8וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9הַשְּׁפֵלָ֤הH8219laagte, laagtenlow country, (low) plain, vale(-ley)10וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11הָהָר֙H2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion12וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with13הַנֶּ֔גֶבH5045zuiden, zuidwaarts, Zuidensouth (country, side, -ward)14מְבִאִ֛יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15עוֹלָ֥הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)16וְזֶ֖בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice17וּמִנְחָ֣הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice18וּלְבוֹנָ֑הH3828wierook(frank-) incense19וּמְבִאֵ֥יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way20תוֹדָ֖הH8426dankzegging, lof, lofofferenconfession, (sacrifice of) praise, thanks(-giving, offering)21בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)22יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
27Maar indien gij naar Mij niet zult horen, om den sabbatdag te heiligen, en om geen last te dragen als gij op den sabbatdag door de poorten van Jeruzalem ingaat; zo zal Ik een vuur in haar poorten aansteken, dat de paleizen van Jeruzalem zal verteren, en niet worden uitgeblust.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Maar indien gij naarH413 Mij niet zult horenH8085, om den sabbatdagH7676 te heiligenH6942, en om geenH3808lastH4853 te dragenH5375 als gij op den sabbatdagH7676 door de poortenH8179 van JeruzalemH3389ingaatH935; zo zal Ik een vuurH784 in haar poortenH8179aanstekenH3341, dat de paleizenH759 van JeruzalemH3389 zal verterenH398, en niet worden uitgeblustH3518.Maar indien gij naar Mij niet zult horen, om den sabbatdag te heiligen, en om geen last te dragen als gij op den sabbatdag door de poorten van Jeruzalem ingaat; zo zal Ik een vuur in haar poorten aansteken, dat de paleizen van Jeruzalem zal verteren, en niet worden uitgeblust.
KJVBut if ye will not hearken3unto me to hallow5the sabbath8day,7and not to bear10a burden,11even entering in12at the gates13of Jerusalem14on the sabbath16day;15then will I kindle17a fire18in the gates19thereof, and it shall devour20the palaces21of Jerusalem,22and it shall not be quenched.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹ֨אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תִשְׁמְע֜וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4אֵלַ֗יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5לְקַדֵּשׁ֙H6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8הַשַּׁבָּ֔תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath9וּלְבִלְתִּ֣יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without10שְׂאֵ֣תH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield11מַשָּׂ֗אH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute12וּבֹ֛אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13בְּשַׁעֲרֵ֥יH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)14יְרוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem15בְּי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16הַשַּׁבָּ֑תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath17וְהִצַּ֧תִּיH3341aansteken, aangestoken, verbrandburn (up), be desolate, set (on) fire (fire), kindle18אֵ֣שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot19בִּשְׁעָרֶ֗יהָH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)20וְאָֽכְלָ֛הH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite21אַרְמְנ֥וֹתH759paleizen, paleiscastle, palace. Compare H2038 (הַרְמוֹן)22יְרוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem23וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without24תִכְבֶּֽהH3518uitgeblust, uitblussen, blussengo (put) out, quench
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 17:1— De zonde van Juda is geschreven met een ijzeren griffie, met de punt eens diamants; gegraven in de tafel van hunlieder hart, en aan de hoornen uwer altaren;Spreuken 3:3→2 Korinthe 3:3→Spreuken 7:3→Job 19:23→Leviticus 4:17→Leviticus 4:25→Hosea 12:11→
Jeremia 17:2— Gelijk hun kinderen hunner altaren gedenken, en hunner bossen, bij het groen geboomte, op de hoge heuvelen.2 Kronieken 24:18→Jeremia 2:20→2 Kronieken 33:3→Richteren 3:7→Jeremia 7:18→Jesaja 1:29→Jesaja 17:8→2 Kronieken 33:19→
Jeremia 17:3— Ik zal Mijn berg met het veld, uw vermogen en al uw schatten ten roof geven, mitsgaders uw hoogten, om de zonde in al uw landpalen.Jeremia 15:13→Jeremia 26:18→2 Koningen 24:13→Jesaja 39:4→Ezechiël 16:39→Ezechiël 7:20→2 Koningen 25:13→Micha 1:5→
Jeremia 17:4— Alzo zult gij aflaten (en dat om u zelven) van uw erfenis, die Ik u gegeven heb, en Ik zal u uw vijanden doen dienen in een land, dat gij niet kent; want gijlieden hebt een vuur aangestoken in Mijn toorn, tot in eeuwigheid zal het branden.Jeremia 15:14→Jeremia 7:20→Jeremia 16:13→Jeremia 27:12→Jesaja 5:25→Jesaja 14:3→Ezechiël 21:31→Jeremia 5:29→
Jeremia 17:5— Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt!Psalmen 118:8→Jesaja 2:22→Psalmen 146:3→2 Kronieken 32:8→Jesaja 31:1→Jesaja 30:1→Jesaja 36:6→Psalmen 62:9→
Jeremia 17:6— Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land.Deuteronomium 29:23→Jeremia 48:6→Job 20:17→Job 39:6→Job 8:11→Psalmen 1:4→Psalmen 92:7→Jesaja 1:30→
Jeremia 17:7— Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is!Psalmen 34:8→Psalmen 40:4→Spreuken 16:20→Jesaja 30:18→Psalmen 84:12→Psalmen 125:1→Efeze 1:12→Jesaja 26:3→
Jeremia 17:8— Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen.Ezechiël 31:4→Psalmen 1:3→Jesaja 58:11→Psalmen 92:10→Ezechiël 47:12→Jeremia 14:1→Job 8:16→
Jeremia 17:9— Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?Markus 7:21→Spreuken 28:26→Hebreeën 3:12→Prediker 9:3→Mattheüs 15:19→Jakobus 1:14→Genesis 6:5→Psalmen 53:1→
Jeremia 17:10— Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen.Jeremia 32:19→Jeremia 11:20→Romeinen 8:27→1 Samuël 16:7→Openbaring 2:23→Jeremia 20:12→Psalmen 62:12→Psalmen 139:23→
Jeremia 17:11— Gelijk een veldhoen eieren vergadert, maar broedt ze niet uit, alzo is hij, die rijkdom vergadert, doch niet met recht; in de helft zijner dagen zal hij dien moeten verlaten, en in zijn laatste een dwaas zijn.Spreuken 28:8→Spreuken 28:20→Spreuken 15:27→Spreuken 21:6→Lukas 12:20→Habakuk 2:6→Spreuken 28:22→Psalmen 55:23→
Jeremia 17:12— Een troon der heerlijkheid, een hoogheid van het eerste aan, is de plaats onzes heiligdoms.Jeremia 3:17→Jeremia 14:21→Ezechiël 43:7→Ezechiël 1:26→Psalmen 96:6→Jesaja 66:1→Jesaja 6:1→Hebreeën 12:2→
Jeremia 17:13— O HEERE, Israels Verwachting! allen, die U verlaten, zullen beschaamd worden; en die van mij afwijken, zullen in de aarde geschreven worden; want zij verlaten den HEERE, den Springader des levenden waters.Jeremia 14:8→Jesaja 1:28→Psalmen 73:27→Jesaja 66:5→Lukas 10:20→Johannes 8:6→Joël 3:16→Psalmen 36:8→
Jeremia 17:14— Genees mij, HEERE! zo zal ik genezen worden, behoud mij, zo zal ik behouden worden; want Gij zijt mijn Lof.Deuteronomium 10:21→Psalmen 109:1→Psalmen 6:2→Jesaja 57:18→Psalmen 60:5→Psalmen 6:4→Psalmen 148:14→Deuteronomium 32:39→
Jeremia 17:15— Ziet, zij zeggen tot mij: Waar is het woord des HEEREN? Laat het nu komen!Jesaja 5:19→Amos 5:18→Ezechiël 12:27→Jeremia 20:7→Ezechiël 12:22→2 Petrus 3:3→
Jeremia 17:16— Ik heb toch niet aangedrongen, meer dan een herder achter U betaamde; ook heb ik den dodelijken dag niet begeerd, Gij weet het; wat uit mijn lippen is gegaan, is voor Uw aangezicht geweest.Jeremia 4:19→Jakobus 1:19→2 Korinthe 1:12→Handelingen 20:20→Jeremia 18:20→Romeinen 9:1→Handelingen 20:27→Jeremia 9:1→
Jeremia 17:17— Wees Gij mij niet tot een verschrikking; Gij zijt mijn Toevlucht ten dage des kwaads.Jeremia 16:19→Nahum 1:7→Psalmen 88:15→Job 31:23→Psalmen 59:16→Efeze 6:13→Psalmen 77:2→Jeremia 17:13→
Jeremia 17:18— Laat mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat mij niet beschaamd worden; laat hen verschrikt worden, maar laat mij niet verschrikt worden; breng over hen den dag des kwaads, en verbreek hen met een dubbele verbreking.Psalmen 35:4→Jeremia 20:11→Jeremia 11:20→Psalmen 35:8→Psalmen 40:14→Psalmen 25:2→Psalmen 83:17→Jeremia 16:18→
Jeremia 17:19— Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen en sta in de poort van de kinderen des volks, door dewelke de koningen van Juda ingaan, en door dewelke zij uitgaan, ja, in alle poorten van Jeruzalem;Jeremia 26:2→Jeremia 7:2→Jeremia 19:2→Jeremia 36:6→Spreuken 8:1→Handelingen 5:20→Spreuken 1:20→Spreuken 9:3→
Jeremia 17:20— En zeg tot hen: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda, en gans Juda, en alle inwoners van Jeruzalem, die door deze poorten ingaat!Jeremia 19:3→Jeremia 22:2→Psalmen 49:1→Ezechiël 2:7→Jeremia 13:18→Amos 4:1→Micha 3:1→Ezechiël 3:17→
Jeremia 17:21— Zo zegt de HEERE: Wacht u op uw zielen, en draagt geen last op den sabbatdag, noch brengt in door de poorten van Jeruzalem.Numeri 15:32→Nehemia 13:15→Deuteronomium 4:15→Deuteronomium 4:9→Deuteronomium 4:23→Markus 4:24→Johannes 5:9→Hebreeën 12:15→
Jeremia 17:22— Ook zult gijlieden geen last uitvoeren uit uw huizen op den sabbatdag, noch enig werk doen; maar gij zult den sabbatdag heiligen, gelijk als Ik uw vaderen geboden heb.Ezechiël 20:12→Jesaja 58:13→Exodus 20:8→Jesaja 56:2→Exodus 23:12→Exodus 16:23→Exodus 31:13→Deuteronomium 5:12→
Jeremia 17:23— Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd; maar zij hebben hun nek verhard, om niet te horen, en om de tucht niet aan te nemen.Jeremia 19:15→Jeremia 11:10→Spreuken 29:1→Zacharia 7:11→Jeremia 32:33→Jesaja 48:4→Sefanja 3:7→Ezechiël 20:21→
Jeremia 17:24— Het zal dan geschieden, indien gij vlijtiglijk naar Mij zult horen, spreekt de HEERE, dat gij geen last door de poorten dezer stad op den sabbatdag inbrengt, en gij den sabbatdag heiligt, dat gij geen werk daarop doet;Jeremia 17:21→Deuteronomium 11:13→Exodus 15:26→Jesaja 55:2→Jesaja 21:7→Deuteronomium 11:22→Jesaja 58:13→Zacharia 6:15→
Jeremia 17:25— Zo zullen door de poorten dezer stad ingaan koningen en vorsten, zittende op den troon van David, rijdende op wagenen en op paarden, zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem; en deze stad zal bewoond worden in eeuwigheid.Jeremia 22:4→Jesaja 9:7→2 Samuël 7:16→Jeremia 33:17→Jeremia 33:21→Hebreeën 12:22→Jeremia 33:15→Psalmen 132:11→
Jeremia 17:26— En zij zullen komen uit de steden van Juda, en uit de plaatsen rondom Jeruzalem, en uit het land van Benjamin, en uit de laagte, en van het gebergte, en van het zuiden, aanbrengende brandoffer, en slachtoffer, en spijsoffer, en wierook, en aanbrengende lofoffer, ten huize des HEEREN.Zacharia 7:7→Jeremia 33:13→Jeremia 32:44→Psalmen 107:22→Jeremia 33:11→Psalmen 116:17→Hebreeën 13:15→1 Petrus 2:9→
Jeremia 17:27— Maar indien gij naar Mij niet zult horen, om den sabbatdag te heiligen, en om geen last te dragen als gij op den sabbatdag door de poorten van Jeruzalem ingaat; zo zal Ik een vuur in haar poorten aansteken, dat de paleizen van Jeruzalem zal verteren, en niet worden uitgeblust.2 Koningen 25:9→Jeremia 7:20→Jeremia 21:14→Klaagliederen 4:11→Amos 1:14→Jeremia 49:27→Jeremia 52:13→Jeremia 39:8→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 17 vers 1— De zonde van Juda is geschreven met een ijzeren griffie, met de punt eens diamants; gegraven in de tafel van hunlieder hart, en aan de hoornen uwer altaren;
geschreven
Met deze gelijkenis wil God zeggen dat zij gans innerlijk en vertwijfeld boos, hardnekkig en onbekeerlijk waren; vergelijk boven Jer. 13:23 .
Hertaald:geschreven
Met deze vergelijking wil God zeggen dat zij innerlijk volkomen en hopeloos boos, hardnekkig en onbekeerlijk waren; vergelijk hierboven Jer. 13:23.
ijzeren griffie,
Hebreeuws, griffie des ijzers.
Hertaald:ijzeren griffie,
Hebreeuws: griffie van het ijzer.
punt
Hebreeuws, nagel.
Hertaald:punt
Hebreeuws: nagel.
diamants;
Anders: duurachtigen, en vervolgens, zeer harden steen, of zeer hard ijzer, omdat sommigen menen dat het Hebreeuwse woord schamir komt van bewaren; vergelijk Ezech. 3:9 .
Hertaald:diamants;
Anders: duurzame, en daarmee: zeer harde steen, of zeer hard ijzer, omdat sommigen menen dat het Hebreeuwse woord schamir van bewaren komt; vergelijk Ezech. 3:9.
tafel
Vergelijk deze manier van spreken met Spr. 3:3 , met de aantekening.
Hertaald:tafel
Vergelijk deze manier van spreken met Spr. 3:3, met de aantekening.
uwer
O gij Joden; gelijk zulke veranderingen van personen en ingevoegde aanspraken bij de profeten zeer gebruikelijk zijn.
Hertaald:uwer
O u, Joden; zulke wisselingen van persoon en ingevoegde aansprekingen zijn bij de profeten heel gebruikelijk.
altaren;
Die gij den afgoden sticht, en welker hoornen gij met het onrein bloed uwer afgodische offeranden in het openbaar besprengt, waarop het woord hoornen kan geduid worden.
Hertaald:altaren;
Die u voor de afgoden opricht en waarvan u de hoornen in het openbaar met het onreine bloed van uw afgodische offers besprenkelt; daarop kan het woord hoornen betrokken worden.
Jeremia 17 vers 2— Gelijk hun kinderen hunner altaren gedenken, en hunner bossen, bij het groen geboomte, op de hoge heuvelen.
Gelijk hun kinderen
De voorzegde boosheid der ouders blijkt aan de kinderen, wien zij de afgoderij zo ingeplant hebben, dat zij bij alle gelegenheid, waar zij bij een schonen groenen boom of op een schonen heuvel komen, niets anders in den mond hebben dan de afgoderij, die de ouders op zulke plaatsen bedrijven, en dat zij niets minder willen doen; vergelijk boven Jer. 7:18 . Anders: [zij gedenken] hunner altaren, enz. gelijk zij hunner kinderen gedenken; dat is, zij beminnen de afgoderij als hun eigen kinderen; zo zijn zij daarop verzot.
Hertaald:Gelijk hun kinderen
De genoemde boosheid van de ouders blijkt aan de kinderen, bij wie zij de afgoderij zo ingeplant hebben dat die bij elke gelegenheid — zodra zij bij een mooie groene boom of op een mooie heuvel komen — niets anders in de mond hebben dan de afgoderij die de ouders op zulke plaatsen bedrijven, en dat zij het zeker niet minder willen doen; vergelijk hierboven Jer. 7:18. Anders: zij gedenken hun altaren, enzovoort, zoals zij aan hun kinderen denken — dat is: zij hebben de afgoderij lief als hun eigen kinderen, zo verzot zijn zij erop.
bossen,
Of, bosgoden.
Hertaald:bossen,
Of: bosgoden.
Jeremia 17 vers 3— Ik zal Mijn berg met het veld, uw vermogen en al uw schatten ten roof geven, mitsgaders uw hoogten, om de zonde in al uw landpalen.
berg
Namelijk Zion, of mijn gebergte; te weten van Juda, mitsgaders het effen veld. Anders, [omdat het Hebreeuwse woord beide kan betekenen]: O gij bergloper, of gij die in het gebergte woont, in het veld zal Ik u vermogen, enz.; dat is, gij die u op uw bergachtig land verlatende, geen nood meent te hebben, of gij die dagelijks op het gebergte omzwerft en omloopt om uwe afgoderij te bedrijven [hetwelk met het voorgaande en volgende ook zeer wel overeenkomt], Ik zal al uw rijkdom den vijand ten roof geven, die alles zo licht zal roven en met gemak wegvoeren, alsof het op het effen veld te doen ware. Zie onder Jer. 20:5 , enz.
Hertaald:berg
Namelijk: Sion, of Mijn gebergte, namelijk van Juda, en ook het vlakke veld. Anders — omdat het Hebreeuwse woord beide kan betekenen —: o u, bergloper, of u die in het gebergte woont, in het veld zal Ik uw vermogen, enzovoort. Dat is: u die meent geen gevaar te lopen omdat u op uw bergachtige land vertrouwt. Of: u die dagelijks op het gebergte rondzwerft om uw afgoderij te bedrijven, wat ook heel goed bij het voorgaande en volgende past. Ik zal al uw rijkdom aan de vijand tot buit geven, en die zal alles even gemakkelijk roven en wegvoeren alsof het op het vlakke veld te doen was. Zie hieronder Jer. 20:5, enzovoort.
mitsgaders
Of, [te weten] uwer hoogten, daar gij al uw vermogen aan uwe afgoden hebt aangewend, en waar uwe zonde voornamelijk in bestaat. Vergelijk Hos. 10:8 . Sommigen menen dat deze woorden in het Hebreeuws [gelijk wel somtijds geschiedt] omgezet zijn, en zetten het over: om de zonde uwer hoogten, uit vergelijking van boven Jer. 15:13 .
Hertaald:mitsgaders
Of: namelijk van uw hoogten, waaraan u al uw vermogen voor uw afgoden besteed hebt en waarin uw zonde vooral bestaat. Vergelijk Hos. 10:8. Sommigen menen dat deze woorden in het Hebreeuws omgezet zijn, zoals soms gebeurt, en vertalen het met: om de zonde van uw hoogten, op grond van een vergelijking met hierboven Jer. 15:13.
in al uw
Vergelijk boven Jer. 15:13 .
Hertaald:in al uw
Vergelijk hierboven Jer. 15:13.
Jeremia 17 vers 4— Alzo zult gij aflaten (en dat om u zelven) van uw erfenis, die Ik u gegeven heb, en Ik zal u uw vijanden doen dienen in een land, dat gij niet kent; want gijlieden hebt een vuur aangestoken in Mijn toorn, tot in eeuwigheid zal het branden.
aflaten
Dat is, den landbouw van Kanaän moeten onderlaten het land zal zijn sabbat of rust hebben. Vergelijk Ex. 23:10-11 , en Lev. 26:33-35 .
Hertaald:aflaten
Dat is: u zult de landbouw van Kanaän moeten laten rusten; het land zal zijn sabbat of rust hebben. Vergelijk Ex. 23:10-11 en Lev. 26:33-35.
om u zelven
Dat is, door uw eigen schuld.
Hertaald:om u zelven
Dat is: door uw eigen schuld.
erfenis,
Te weten, dit land Kanaän.
Hertaald:erfenis,
Namelijk: dit land Kanaän.
gijlieden
Gij hebt mijn zwaren toorn, en daardoor deze plaag veroorzaakt. Vergelijk boven Jer. 15:14 .
Hertaald:gijlieden
U hebt Mijn zware toorn en daardoor deze plaag veroorzaakt. Vergelijk hierboven Jer. 15:14.
eeuwigheid
Ten aanzien der onboetvaardigen, die het vuur van mijn toorn zullen gevoelen in alle eeuwigheid; anders, een langen tijd, te weten zeventig jaren, gelijk het woord eeuwigheid somtijds genomen wordt; zie Gen. 13:15 ; Deut. 15:17 , enz.
Hertaald:eeuwigheid
Met het oog op de onboetvaardigen, die het vuur van Mijn toorn in alle eeuwigheid zullen voelen. Anders: een lange tijd, namelijk zeventig jaar, zoals het woord eeuwigheid soms opgevat wordt; zie Gen. 13:15 en Deut. 15:17, enzovoort.
Jeremia 17 vers 5— Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt!
mens vertrouwt,
Gelijk de afvallige Joden op Egypte en op hun eigen rijkdom vertrouwden. Zie Jes. 31:1 ; onder vs.11.
Hertaald:mens vertrouwt,
Zoals de afvallige Joden op Egypte en op hun eigen rijkdom vertrouwden. Zie Jes. 31:1 en hieronder vers 11.
vlees
Dat is, een broos, katijvig mens. Zie Ps. 56:5 .
Hertaald:vlees
Dat is: een broos, ellendig mens. Zie Ps. 56:5.
arm stelt,
Dat is, sterkte, hulp, bescherming. Zie 2 Kron. 32:8 .
Hertaald:arm stelt,
Dat is: sterkte, hulp, bescherming. Zie 2 Kron. 32:8.
Jeremia 17 vers 6— Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land.
heide
Of, een tamarisboom, of struik, die somtijds in geheel dorre of droge plaatsen gevonden wordt, waar geen ander geboomte wast, gelijk de kruidbeschrijvers betuigen. Anders: [een boom] die gans ontbloot is; gelijk het Hebreeuwse woord naar zijn eigenlijke betekenis genomen wordt; Ps. 102:18 .
Hertaald:heide
Of: een tamarisk, een boom of struik die soms op geheel dorre of droge plaatsen gevonden wordt waar geen ander geboomte groeit, zoals de plantkundigen getuigen. Anders: een boom die geheel ontbloot is, zoals het Hebreeuwse woord in zijn eigenlijke betekenis genomen wordt in Ps. 102:18.
gevoelt,
Hebreeuws, ziet; dat is gevoelt, verneemt. Sommigen verstaan dit en de volgende w oorden van den goddeloze zelf, die het goede niet zal zien, maar enz., de zin opeen uitkomende, vergelijk Ps. 68:7 .
Hertaald:gevoelt,
Hebreeuws: ziet — dat is: voelt, bemerkt. Sommigen verstaan dit en de volgende woorden van de goddeloze zelf, die het goede niet zal zien maar, enzovoort; de betekenis komt op hetzelfde neer, vergelijk Ps. 68:7.
goede komt;
Dat is, goed weder, regen, tijdige warmte, enz.
Hertaald:goede komt;
Dat is: goed weer, regen, tijdige warmte, enzovoort.
blijft
Hebreeuws, woont; dat is blijft altijd staan.
Hertaald:blijft
Hebreeuws: woont — dat is: blijft altijd staan.
dorre plaatsen
Hebreeuws eigenlijk, verbrande, aangestokene; dat is zeer dorre, droge.
Hertaald:dorre plaatsen
Hebreeuws eigenlijk: verbrande, verschroeide — dat is: zeer dorre, droge.
zout
Dat is, onvruchtbare. Zie Deut. 29:23 , en Ps. 107:34 . Hebreeuws, in een land der zoutigheid.
Hertaald:zout
Dat is: onvruchtbare. Zie Deut. 29:23 en Ps. 107:34. Hebreeuws: in een land van de zoutigheid.
onbewoond land
Hebreeuws, en [alwaar] gij niet zult, of zoudt wonen; of, [dat] niet bewoond zal worden, of bewoond wordt, of niet bewoonbaar is; gelijk het Hebreeuwse woord [dat anderszins zitten, wonen, blijven betekent] alzo somtijds genomen is als het van plaatsen gebruikt wordt; zie onder Jer. 50:39 ; Jes. 13:20 ; Ezech. 29:11 , enz.
Hertaald:onbewoond land
Hebreeuws: en waar u niet zou wonen; of: dat niet bewoond zal worden, of niet bewoond wordt, of niet bewoonbaar is. Zo wordt het Hebreeuwse woord, dat verder zitten, wonen of blijven betekent, soms opgevat wanneer het van plaatsen gebruikt wordt; zie hieronder Jer. 50:39, Jes. 13:20 en Ezech. 29:11, enzovoort.
Jeremia 17 vers 8— Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen.
gevoelt het niet,
Hebreeuws, ziet, gelijk in het voorgaande Jes. 17:6 , dat is, hij lijdt daarvan geen schade, verdroogt daarom niet.
Hertaald:gevoelt het niet,
Hebreeuws: ziet, zoals hierboven in vers 6 — dat is: hij lijdt er geen schade van, hij verdroogt er niet door.
blijft groen;
Hebreeuws, is. Zie Ps. 37:18 .
Hertaald:blijft groen;
Hebreeuws: is. Zie Ps. 37:18.
droogte
Zie van het Hebreeuwse woord boven Jer. 14:1 .
Hertaald:droogte
Over het Hebreeuwse woord, zie hierboven Jer. 14:1.
zorgt hij niet,
Bij gelijkenis gesproken, gelijk tevoren, ziet niet; dat is, gevoelt niet.
Hertaald:zorgt hij niet,
Bij wijze van vergelijking gesproken, zoals tevoren: ziet niet, dat is: voelt niet.
Jeremia 17 vers 9— Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?
Arglistig
Of, tukachtig, bedriegelijk, achterhoudend, genegen tot overtreding. Het Hebreeuwse woord akob is hetzelfde, waarvan de patriarch Jakob zijnen naam gekregen heeft, omdat hij zijnen broeder in de geboorte bij den hiel had; maar dat het ook de betekenis heeft van list, lage, bedrog, tukken, ondertreding, enz., blijkt niet alleen hier, maar ook boven Jer. 9:4 ; Gen. 27:36 ; Joz. 8:13 ; 2 Kon. 10:19 .
Hertaald:Arglistig
Of: listig, bedrieglijk, achterbaks, geneigd tot overtreding. Het Hebreeuwse woord akob is hetzelfde waaraan de aartsvader Jakob zijn naam ontleend heeft, omdat hij zijn broer bij de geboorte bij de hiel hield. Maar dat het ook de betekenis heeft van list, hinderlaag, bedrog, streken en onderkruiperij, blijkt niet alleen hier maar ook uit hierboven Jer. 9:4, Gen. 27:36, Joz. 8:13 en 2 Kon. 10:19.
hart,
Van den mens na den val, zolang het door den geest der wedergeboorte niet is vernieuwd; en zo boos van harte waren de huichelaars en afvallige Joden, die van God afweken en op Hem niet vertrouwden, hoewel zij het niet wilden weten, maar zichzelven in hunne boosheid liefkoosden en de bestraffing der profeten verachtten, waarover God verklaart hun richter te zullen zijn, in vs.10.
Hertaald:hart,
Van de mens na de val, zolang het niet door de Geest van de wedergeboorte vernieuwd is. Zo boos van hart waren de huichelaars en de afvallige Joden, die van God afweken en niet op Hem vertrouwden, hoewel zij dat niet wilden weten maar zichzelf in hun boosheid vleiden en de bestraffing van de profeten verachtten. Daarover verklaart God in vers 10 hun rechter te zullen zijn.
enig ding,
Of, bovenal.
Hertaald:enig ding,
Of: bovenal.
dodelijk
Ten dode strekkende, waar de dood aan vast is, ongeneeslijk, vertwijfeld boos. Van het Hebreeuws woord heeft de mens den naam van Enos, betekenende zijn sterflijken of ellendigen staat, in welken hij door de zonde gevallen is.
Hertaald:dodelijk
Dat tot de dood leidt, waar de dood aan vastzit, ongeneeslijk, hopeloos boos. Aan het Hebreeuwse woord ontleent de mens de naam Enos, die zijn sterfelijke of ellendige staat aanduidt waarin hij door de zonde gevallen is.
Jeremia 17 vers 10— Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen.
Ik, de HEERE,
Of, Ik ben HEERE, [als zijnde een antwoord op de voorgaande vraag] die het hart doorgrondt, die de nieren proeft.
Hertaald:Ik, de HEERE,
Of: Ik ben de HEERE — als antwoord op de voorgaande vraag — Die het hart doorgrondt, Die de nieren beproeft.
proef de nieren;
Zie Ps. 7:10 .
Hertaald:proef de nieren;
Zie Ps. 7:10.
en dat,
Alzo wordt de Hebreeuwse letter vau ook gebruikt voor en dat, of zelfs, boven Jer. 15:12 ; Ezech. 17:9 ; Joël 2:12 ; Am. 3:11 ; Mi. 2:10 ; idem Joz. 9:27 ; Richt. 7:22 , enz.
Hertaald:en dat,
Zo wordt de Hebreeuwse letter waw ook gebruikt voor en dat, of zelfs, in hierboven Jer. 15:12, Ezech. 17:9, Joël 2:12, Amos 3:11 en Micha 2:10, en ook Joz. 9:27 en Richt. 7:22, enzovoort.
wegen,
Dat is, voornemen, handel en wandel. Zie Gen. 6:12 .
Hertaald:wegen,
Dat is: voornemen, handel en wandel. Zie Gen. 6:12.
naar de vrucht
Dat is, naardat zijne werken, handelingen of zijne daden vereisen. Alzo onder Jer. 21:14 , en Jer. 32:19 ; vergelijk Spr. 1:31 , en boven Jer. 6:19 .
Hertaald:naar de vrucht
Dat is: naardat zijn werken, handelingen of daden vereisen. Zo ook hieronder Jer. 21:14 en Jer. 32:19; vergelijk Spr. 1:31 en hierboven Jer. 6:19.
Jeremia 17 vers 11— Gelijk een veldhoen eieren vergadert, maar broedt ze niet uit, alzo is hij, die rijkdom vergadert, doch niet met recht; in de helft zijner dagen zal hij dien moeten verlaten, en in zijn laatste een dwaas zijn.
broedt ze niet uit,
Hebreeuws, baart niet; omdat het veldhoen gevangen wordt, of omdat het mannetje de eieren, die het wijfje verbergt, vindende, dezelve breekt, vertreedt, of door hittigheid in stukken wrijft, gelijk de natuurbeschrijvers betuigen, zulks dat vele van de eieren dikwijls verloren gaan. Anders: gelijk een veldhoen [eieren] vergadert, die het niet gelegd heeft, enz. Versta, vreemde eieren van andere vogels; waarom de voortkomende jongen deze vreemde moeders zouden verlaten.
Hertaald:broedt ze niet uit,
Hebreeuws: baart niet — omdat het veldhoen gevangen wordt, of omdat het mannetje de eieren die het wijfje verbergt vindt en ze breekt, vertrapt of door zijn hitsigheid stukwrijft, zoals de natuurbeschrijvers getuigen, zodat er vaak veel eieren verloren gaan. Anders: zoals een veldhoen eieren verzamelt die het niet gelegd heeft, enzovoort. Versta: vreemde eieren van andere vogels, waarom de jongen die eruit komen deze vreemde moeders zouden verlaten.
vergadert,
Hebreeuws, maakt.
Hertaald:vergadert,
Hebreeuws: maakt.
niet met recht;
Dat is, met onrecht.
Hertaald:niet met recht;
Dat is: met onrecht.
helft zijner dagen
Vergelijk Ps. 55:24 .
Hertaald:helft zijner dagen
Vergelijk Ps. 55:24.
dien moeten verlaten,
Rijkdom.
Hertaald:dien moeten verlaten,
De rijkdom.
laatste
Dat is, einde, op het laatst, ten laatste.
Hertaald:laatste
Dat is: aan het einde, op het laatst, ten slotte.
zijn
Dat is, daarvoor bekend en gehouden worden, gelijk Joh. 15:8 ; 2 Tim. 2:21 , enz.
Hertaald:zijn
Dat is: daarvoor bekendstaan en gehouden worden, zoals in Joh. 15:8 en 2 Tim. 2:21, enzovoort.
Jeremia 17 vers 12— Een troon der heerlijkheid, een hoogheid van het eerste aan, is de plaats onzes heiligdoms.
heerlijkheid,
Waar God zijne eer, genade en macht ten beste zijner kerk altoos geopenbaard heeft, en dienvolgens de ondankbaarheid der verachters, die zich op andere hulp verlaten, zwaarlijk zal straffen, gelijk volgt.
Hertaald:heerlijkheid,
Waar God Zijn eer, genade en macht altijd tot het beste van Zijn kerk geopenbaard heeft, en waar Hij daarom de ondankbaarheid van de verachters die op andere hulp vertrouwen zwaar zal straffen, zoals volgt.
van het eerste aan,
Dat is, van den beginne der stichting.
Hertaald:van het eerste aan,
Dat is: vanaf het begin van de stichting.
heiligdoms
Dat is, van den tempel.
Hertaald:heiligdoms
Dat is: van de tempel.
Jeremia 17 vers 13— O HEERE, Israels Verwachting! allen, die U verlaten, zullen beschaamd worden; en die van mij afwijken, zullen in de aarde geschreven worden; want zij verlaten den HEERE, den Springader des levenden waters.
Israëls
Wiens hulp Israël in noden verwacht; gelijk boven Jer. 14:9 ; zie aldaar.
Hertaald:Israëls
Van Wie Israël in noden hulp verwacht; zoals hierboven Jer. 14:9; zie daar.
van mij afwijken,
Dat is, die afwijken van mij als uw profeet, die in uw naam profeteert. Hebreeuws, mijne afwijkenden, of afvalligen; vergelijk onder Jer. 18:19 . Anders: die afwijken; te weten van U.
Hertaald:van mij afwijken,
Dat is: zij die afwijken van mij als uw profeet, die in Uw Naam profeteert. Hebreeuws: mijn afwijkenden, of afvalligen; vergelijk hieronder Jer. 18:19. Anders: die afwijken, namelijk van U.
aarde
De Heere Christus zegt Luc. 10:20 dat zijner discipelen namen in de hemelen geschreven zijn; daartegen wordt hier gezegd dat de afvalligen in de aarde zullen geschreven worden; dat is, alhoewel zij op aarde onder Gods en het zaad van Abraham naar het vlees, en voorts in het algemeen uiterlijk in Gods kerk gerekend worden, en daaronder somtijd den meester spelen, dat zij nochtans tot het getal der uitverkorenen niet behoren en in den hemel gene plaats zullen hebben maar onder die zullen gerekend worden, welker deel alleen op aarde is, vergelijk Ps. 69:29 ; en dat hunne gedachtenis onder Gods volk op aarde zal vergaan, gelijk hetgeen geschreven is in de aarde zeer lichtelijk vergaat.
Hertaald:aarde
De Heere Christus zegt in Luk. 10:20 dat de namen van Zijn discipelen in de hemelen geschreven zijn; daartegenover wordt hier gezegd dat de afvalligen in de aarde geschreven zullen worden. Dat is: hoewel zij op aarde tot Gods volk en tot het zaad van Abraham naar het vlees gerekend worden en verder in het algemeen uiterlijk tot Gods kerk, waarin zij soms zelfs de baas spelen, behoren zij toch niet tot het getal van de uitverkorenen en zullen zij in de hemel geen plaats hebben, maar gerekend worden onder hen wier deel alleen op aarde is; vergelijk Ps. 69:29. En hun gedachtenis zal onder Gods volk op aarde vergaan, zoals wat in de aarde geschreven is heel gemakkelijk vergaat.
Springader
Zie Jer. 2:13 .
Hertaald:Springader
Zie Jer. 2:13.
Jeremia 17 vers 14— Genees mij, HEERE! zo zal ik genezen worden, behoud mij, zo zal ik behouden worden; want Gij zijt mijn Lof.
Genees mij,
De profeet, zich ontzettende over de algemene en gruwelijke boosheid van zijn volk, waarmede hij te doen had, en overdenkende zijn tegenwoordige en toekomende gevaren, mitsgaders zijne gebreken en zwakheid, waarvan boven Jer. 15:18 , enz. bidt God dat Hij hem oprichte, versterke en beware naar ziel en lichaam.
Hertaald:Genees mij,
De profeet, ontsteld over de algemene en gruwelijke boosheid van zijn volk waarmee hij te maken had, en denkend aan zijn huidige en toekomstige gevaren en aan zijn eigen gebreken en zwakheid, waarover hierboven Jer. 15:18, enzovoort, bidt God dat Hij hem opricht, versterkt en bewaart naar ziel en lichaam.
mijn Lof
Dat is, dien ik alleen prijs en roem, als mijnen Heiland. Vergelijk Deut. 10:21 .
Hertaald:mijn Lof
Dat is: Die ik alleen prijs en roem, als mijn Heiland. Vergelijk Deut. 10:21.
Jeremia 17 vers 15— Ziet, zij zeggen tot mij: Waar is het woord des HEEREN? Laat het nu komen!
zeggen tot mij
Spottende met uwe dreigementen en uwe lankmoedigheid in het uitstellen der straf. Vergelijk Jes. 5:19 ; Ezech. 12:22-23 , Ezech. 12:25 , Ezech. 12:27-28 ; 2 Petr. 3:4 .
Hertaald:zeggen tot mij
Terwijl zij spotten met Uw dreigementen en met Uw lankmoedigheid in het uitstellen van de straf. Vergelijk Jes. 5:19, Ezech. 12:22-23 en Ezech. 12:25 en Ezech. 12:27-28, en 2 Petr. 3:4.
Jeremia 17 vers 16— Ik heb toch niet aangedrongen, meer dan een herder achter U betaamde; ook heb ik den dodelijken dag niet begeerd, Gij weet het; wat uit mijn lippen is gegaan, is voor Uw aangezicht geweest.
aangedrongen,
Alsof de profeet zeide: Zij spreken tot mij niets anders dan of ik er op aandreef, haastte, en daarnaar wenste, dat hun het verderf mocht overkomen, daar Gij, Heere, toch weet dat ik mij niet anders gedragen, noch haastiger gesteld heb dan een profeet toestaat, die U navolgt, alleenlijk hun aanzeggende wat Gij mij hebt belast. Dit komt met het voorgaande en volgende zeer wel overeen. Anders: Ik heb toch niet aangehouden, dat ik geen herder achter U zou zijn; dat is, ik heb mij niet weigerachtig gesteld om U te volgen. Zie boven Jer. 1:4 , enz.
Hertaald:aangedrongen,
Alsof de profeet zei: zij spreken over mij alsof ik erop aandrong, mij haastte en ernaar verlangde dat hun het verderf zou overkomen, terwijl U, HEERE, toch weet dat ik mij niet anders gedragen heb en niet haastiger geweest ben dan een profeet betaamt die U navolgt en hun alleen aanzegt wat U mij opgedragen hebt. Dit past goed bij het voorgaande en het volgende. Anders: ik heb toch niet aangedrongen dat ik geen herder achter U zou zijn — dat is: ik heb mij niet geweigerd U te volgen. Zie hierboven Jer. 1:4, enzovoort.
herder
Dat is, meer dan betaamde een profeet, weidende en regerende uw volk met uw woord.
Hertaald:herder
Dat is: meer dan een profeet betaamde, terwijl hij Uw volk met Uw Woord weidt en leidt.
dodelijken
Dat is, den tijd huns verderfs niet gewenst, of daarnaar verlangd, zie onder Jer. 18:20 , of, geen lust gehad van mijzelven, om hun hunnen ondergang te profeteren, het zijn uwe woorden, enz. Het Hebreeuwse woord is hetzelfde, dat vs.9 van des mensen hart gebruikt is.
Hertaald:dodelijken
Dat is: ik heb de tijd van hun verderf niet gewenst of ernaar verlangd, zie hieronder Jer. 18:20; of: ik heb er uit mijzelf geen lust in gehad hun de ondergang te profeteren, het zijn Uw woorden, enzovoort. Het Hebreeuwse woord is hetzelfde dat in vers 9 over het hart van de mens gebruikt is.
wat uit mijn lippen
Hebreeuws, de uitgang mijner lippen.
Hertaald:wat uit mijn lippen
Hebreeuws: de uitgang van mijn lippen.
aangezicht
Dat is, ik heb oprecht als in uwe tegenwoordigheid gesproken, mij verzekerende, dat ik er af noch toedeed, waarvan Gij getuige zijt.
Hertaald:aangezicht
Dat is: ik heb oprecht gesproken als in Uw tegenwoordigheid, terwijl ik mij ervan verzekerde dat ik er niets af- of aan deed; daarvan bent U getuige.
Jeremia 17 vers 17— Wees Gij mij niet tot een verschrikking; Gij zijt mijn Toevlucht ten dage des kwaads.
verschrikking;
Of, verslagenheid. Anders: verwoesting, verbreking, verstoring; dat Gij mij zoudt nederslaan, gelijk Gij mij gedreigd hebt, indien ik uwe beroeping zou weigeren te volgen; boven Jer. 1:17 .
Hertaald:verschrikking;
Of: verslagenheid. Anders: verwoesting, verbreking, verstoring — dat U mij zou neerslaan, zoals U mij gedreigd hebt wanneer ik zou weigeren Uw roeping te volgen; hierboven Jer. 1:17.
kwaads
Dat is, der ellende, alsook in vs.18.
Hertaald:kwaads
Dat is: van de ellende; zo ook in vers 18.
Jeremia 17 vers 18— Laat mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat mij niet beschaamd worden; laat hen verschrikt worden, maar laat mij niet verschrikt worden; breng over hen den dag des kwaads, en verbreek hen met een dubbele verbreking.
dag des kwaads,
Zie Ps. 37:13 .
Hertaald:dag des kwaads,
Zie Ps. 37:13.
dubbele verbreking
Dat is, volkomene. Vergelijk boven Jer. 16:18 .
Hertaald:dubbele verbreking
Dat is: een volkomen verbreking. Vergelijk hierboven Jer. 16:18.
Jeremia 17 vers 19— Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen en sta in de poort van de kinderen des volks, door dewelke de koningen van Juda ingaan, en door dewelke zij uitgaan, ja, in alle poorten van Jeruzalem;
kinderen
Dit ziet op ene van de voornaamste poorten der stad, waar het meeste volk bijeenkwam, omdat de koningen door dezelve gewoon waren in en uit te trekken.
Hertaald:kinderen
Dit ziet op een van de voornaamste poorten van de stad, waar de meeste mensen samenkwamen, omdat de koningen daar gewoonlijk in- en uittrokken.
Jeremia 17 vers 21— Zo zegt de HEERE: Wacht u op uw zielen, en draagt geen last op den sabbatdag, noch brengt in door de poorten van Jeruzalem.
op uw zielen,
Dat is, zo lief als u uwer zielen zaligheid is. Of, wacht uzelven, of neemt acht op uwe personen, let op uzelven. Vergelijk Deut. 4:15 ; Joz. 23:11 .
Hertaald:op uw zielen,
Dat is: zo lief als u de zaligheid van uw ziel is. Of: neemt uzelf in acht, let op uw persoon, let op uzelf. Vergelijk Deut. 4:15 en Joz. 23:11.
Jeremia 17 vers 22— Ook zult gijlieden geen last uitvoeren uit uw huizen op den sabbatdag, noch enig werk doen; maar gij zult den sabbatdag heiligen, gelijk als Ik uw vaderen geboden heb.
heiligen,
Zie Ex. 20:8 .
Hertaald:heiligen,
Zie Ex. 20:8.
Jeremia 17 vers 23— Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd; maar zij hebben hun nek verhard, om niet te horen, en om de tucht niet aan te nemen.
gehoord,
Dat is, gehoorzaamd.
Hertaald:gehoord,
Dat is: gehoorzaamd.
nek verhard,
Gelijk boven Jer. 7:26 .
Hertaald:nek verhard,
Zoals hierboven Jer. 7:26.
om niet te horen,
Gelijk boven Jer. 16:12 .
Hertaald:om niet te horen,
Zoals hierboven Jer. 16:12.
tucht
Zie Spr. 1:2 , en Spr. 7:22 .
Hertaald:tucht
Zie Spr. 1:2 en Spr. 7:22.
Jeremia 17 vers 24— Het zal dan geschieden, indien gij vlijtiglijk naar Mij zult horen, spreekt de HEERE, dat gij geen last door de poorten dezer stad op den sabbatdag inbrengt, en gij den sabbatdag heiligt, dat gij geen werk daarop doet;
Jeremia 17 vers 25— Zo zullen door de poorten dezer stad ingaan koningen en vorsten, zittende op den troon van David, rijdende op wagenen en op paarden, zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem; en deze stad zal bewoond worden in eeuwigheid.
mannen van Juda
Of, een iegelijk. Hebreeuws, man, gelijk boven Jer. 4:3 .
Hertaald:mannen van Juda
Of: ieder. Hebreeuws: man, zoals hierboven Jer. 4:3.
bewoond worden
Of, zal blijven in eeuwigheid. Vergelijk boven Jer. 7:3 , Jer. 7:7 , enz.
Hertaald:bewoond worden
Of: zal blijven in eeuwigheid. Vergelijk hierboven Jer. 7:3 en Jer. 7:7, enzovoort.
Jeremia 17 vers 27— Maar indien gij naar Mij niet zult horen, om den sabbatdag te heiligen, en om geen last te dragen als gij op den sabbatdag door de poorten van Jeruzalem ingaat; zo zal Ik een vuur in haar poorten aansteken, dat de paleizen van Jeruzalem zal verteren, en niet worden uitgeblust.
vuur
Den oorlog der Babyloniërs, waardoor Jeruzalem en gans Juda zal verwoest worden. Vergelijk boven vs.4.
Hertaald:vuur
De oorlog van de Babyloniërs, waardoor Jeruzalem en heel Juda verwoest zullen worden. Vergelijk hierboven vers 4.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De boom aan het water — twee soorten mensen, getekend als een struik in de woestijn en een boom aan de rivier (Jer. 17:5-8)
Het gedeelte begint met een vloek: "Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt!" (Jer. 17:5). Wat zo iemand wordt, staat er meteen achter: "hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn" (Jer. 17:6). Dan volgt het tegendeel: "Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is!" (Jer. 17:7). En van hem staat er: "hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen" (Jer. 17:8).
Bijbelse betekenis: Merk op wat beide beelden gemeen hebben: geen van beide voelt het weer. De struik merkt het niet wanneer het goede komt, en de boom merkt het niet wanneer de hitte komt. Wat verschilt is niet het weer maar de plaats van de wortels. Let vervolgens op de bewoording van Jer. 17:7. Er staat twee keer hetzelfde en toch iets anders: wie op de HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE ís. Het tweede gaat dieper dan het eerste; het is niet alleen een daad maar een grond. Let ten slotte op de overeenkomst met de eerste psalm, waar dezelfde boom staat (reeds behandeld bij Ps. 1:3). Jeremia voegt eraan toe wat er in het droge jaar gebeurt: de boom zorgt niet en houdt niet op vrucht te dragen. Het gaat dus niet om het uitblijven van droogte maar om het doorgaan erin.
Typologie: Paulus zegt hetzelfde over waar het vertrouwen niet ligt: wij zijn het "die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen" (Fil. 3:3). En de Heere Jezus noemt de vrucht die alleen uit de verbinding komt: "die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht" (Joh. 15:5).
Jer. 17:5-8; Ps. 1:3; Fil. 3:3; Joh. 15:5
Het arglistige hart — een uitspraak over het menselijk hart, met een tweede vers dat er onmiddellijk bij hoort (Jer. 17:9-10)
"Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?" (Jer. 17:9). De vraag aan het slot blijft niet onbeantwoord staan; het volgende vers geeft het antwoord: "Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen" (Jer. 17:10).
Bijbelse betekenis: Merk op wat er precies gezegd wordt. Niet dat het hart zwak is of onstandvastig, maar arglistig: het misleidt, en het misleidt in de eerste plaats de mens zelf. Daarom volgt de vraag wie het kennen kan; wie zijn eigen hart onderzoekt, gebruikt daarvoor datzelfde hart. Let vervolgens op de twee verzen samen. Zij worden vaak los van elkaar aangehaald, en dan houdt men of een somber oordeel over of een troostwoord; de tekst zet ze naast elkaar. Wat de mens niet kan, doet God: Hij doorgrondt en proeft. Let ten slotte op de reden die in Jer. 17:10 genoemd wordt. Hij doorgrondt niet om te weten wat Hij nog niet wist, maar om ieder te geven naar zijn wegen. Het doorgronden staat hier dus in dienst van het recht.
Typologie: Dezelfde bede staat aan het slot van Ps. 139: doorgrond mij, o God, en ken mijn hart (reeds behandeld bij Ps. 139:23). En de Hebreeënbrief zegt van het Woord dat het "een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten" is, en dat alle dingen naakt en geopend zijn voor de ogen van Hem met Wie wij te doen hebben (Hebr. 4:12-13).
Jer. 17:9-10; Ps. 139:23; Hebr. 4:12-13
De sabbatprediking in de poort — een preek over de rustdag, gehouden waar de handel de stad in kwam (Jer. 17:19-27)
De opdracht is heel bepaald: ga staan in de poort waardoor de koningen van Juda in- en uitgaan, en in alle poorten van Jeruzalem (Jer. 17:19). Wat hij zeggen moet gaat over lasten dragen: "Wacht u op uw zielen, en draagt geen last op den sabbatdag, noch brengt in door de poorten van Jeruzalem" (Jer. 17:21). Er staat bij dat dit niet nieuw is: "gij zult den sabbatdag heiligen, gelijk als Ik uw vaderen geboden heb" (Jer. 17:22). En dat het al lang niet gehoord werd: "zij hebben hun nek verhard, om niet te horen" (Jer. 17:23). Op gehoorzaamheid staat een belofte over koningen die door de poorten zullen ingaan en over een stad die in eeuwigheid bewoond zal worden (Jer. 17:24-25); op ongehoorzaamheid staat een vuur in de poorten (Jer. 17:27).
Bijbelse betekenis: Merk op waar deze preek gehouden wordt. Niet in de tempel maar in de poort, want daar kwamen de lasten binnen; het gaat over de plaats waar het gebod in de praktijk sneuvelde. Let vervolgens op wat het dragen van lasten hier betekent. Het gaat om handel en gewoon werk dat gewoon doorging; de sabbat werd niet afgeschaft maar uitgehold. Let ten slotte op de reikwijdte die eraan gehangen wordt. Aan deze ene inzetting worden de toekomst van de stad en de troon van David verbonden. Het register laat dat staan zoals het er staat, en doet ook hier geen uitspraak over de verhouding van sabbat en zondag of over de plaats van dit gebod in de nieuwe bedeling (reeds behandeld bij Jes. 58:13-14).
Typologie: De Heere Jezus vat de bedoeling van de dag samen: "De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat" (Mark. 2:27). En de Hebreeënbrief wijst op de rust die overblijft voor het volk van God (reeds behandeld bij Hebr. 4:9-10).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
Arglistig is het hart — 17:1-14
Jeremia zegt dat de zonde van Juda geschreven is met een ijzeren griffie op de tafel van hun hart. Dat beeld is scherp gekozen: op stenen tafelen stond eens de wet, en op deze staat het tegendeel.
De profeet peilt het hart en zegt dat niemand het kennen kan — waarna God antwoordt dat Hij het wel doet.
Eerst zet Jeremia twee mensen naast elkaar. Vervloekt is de man die op een mens vertrouwt: hij zal zijn als de heide in de wildernis, in dorre plaatsen in de woestijn. Gezegend is de man die op den HEERE vertrouwt. Hij zal zijn als een boom die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier. Komt er hitte, dan gevoelt hij het niet; zijn loof blijft groen.
Beide staan in dezelfde hitte. Het verschil is niet het weer maar de wortel.
Dan volgt de zin waar dit hoofdstuk om bekend staat: arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja dodelijk is het; wie zal het kennen?
De kanttekening haalt daar iets bij naar boven dat men gemakkelijk mist. Het Hebreeuwse woord voor arglistig is hetzelfde waaraan Jakob zijn naam ontleende, omdat hij zijn broer bij de geboorte bij de hiel hield. Het draagt daarnaast de betekenis van list, hinderlaag en bedrog. En zij zegt over wie het gaat: van de mens na de val, zolang het hart niet door de Geest van de wedergeboorte vernieuwd is.
De vraag wie het kennen kan, wordt in het volgende vers beantwoord door God zelf: Ik, de HEERE, doorgrond het hart en proef de nieren.
Zo staan er twee dingen tegenover elkaar. Een hart dat zichzelf niet doorziet, en Eén Die het wel doet.
Jeremia's eigen antwoord daarop is geen verweer maar een gebed: genees mij, HEERE, zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden — want Gij zijt mijn Lof.
Christus zegt in Markus 7 waar het kwaad vandaan komt, en Hij wijst dezelfde plek aan: van binnen, uit het hart der mensen, komen voort de kwade gedachten. En de genezing waar Jeremia om vraagt, is precies wat Ezechiël belooft: een stenen hart weggenomen, een vlesen hart gegeven.
Jeremia 17:8 — Wie op den HEERE vertrouwt is als een boom aan het water.
Jeremia 17:9 — Arglistig is het hart; wie zal het kennen?
Jeremia 17:10 — Ik, de HEERE, doorgrond het hart.
Markus 7:21 — Van binnen, uit het hart der mensen, komen de kwade gedachten voort.
Ezechiël 36:26 — Ik zal het stenen hart wegnemen en een vlesen hart geven.
Jeremia 17:14 — Genees mij, HEERE, zo zal ik genezen worden.
In het Nieuwe Testament: Markus 7:20-23; Romeinen 3:10-18; Hebreeën 4:12-13; Titus 3:5
Hoever dit reikt: Niveau 2. Jeremia spreekt hier niet over Christus. De lijn loopt over de diagnose zelf: een hart dat niemand kent en niemand genezen kan dan God — en over het gebed om genezing dat erop volgt.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Jeremia 17:1.KruisverwijzingenSpreuken 3:3→2 Korinthe 3:3→Spreuken 7:3→Job 19:23→Leviticus 4:17→Leviticus 4:25→Hosea 12:11→ — De zonde van Juda is geschreven met een ijzeren griffie, met de punt eens diamants; gegraven in de tafel van hunlieder hart, en aan de hoornen uwer altaren; De zonde van Juda was zo in hun natuur ingegroeid dat zij in de tafelen van hun hart gegraveerd stond. Men kon evengoed proberen een opschrift uit te wissen dat met een diamanten stift in staal gegrift is, als hopen deze verkeerdheid uit het volk weg te krijgen. Wat enkel gewoonte is, kan veranderd worden; maar wat in het hart ingegroeid is, kan alleen door een wonder van genade weggenomen worden. Het was het hárt dat verkeerd was; de bron zelf was verontreinigd, en wat konden de stromen dan anders zijn dan vuil?
Zelfs hun heiligste dingen waren bevlekt. Zij schreven de namen van hun afgoden zelfs op Gods altaar, en zo droegen zij een geschreven getuigenis tegen zichzelf.
Jeremia 17:2.Kruisverwijzingen2 Kronieken 24:18→Jeremia 2:20→2 Kronieken 33:3→Richteren 3:7→Jeremia 7:18→Jesaja 1:29→Jesaja 17:8→2 Kronieken 33:19→ — Gelijk hun kinderen hunner altaren gedenken, en hunner bossen, bij het groen geboomte, op de hoge heuvelen. God had het oprichten van altaren verboden. Er was één altaar te Jeruzalem, en er mochten er niet meer zijn. Maar zij zochten plekken uit waar sinds lang grote bomen stonden, zij kozen de toppen van de heuvels, en daar bouwden zij hun afgoden hun schrijnen. En daarom was God op hen vertoornd. Hoe gemakkelijk kunnen wij het een of ander in zonde verkeren! Hoe licht kunnen onze uitgelezenste weldaden tot aanleidingen van ongerechtigheid gemaakt worden!
Jeremia 17:3-8.KruisverwijzingenPsalmen 118:8→Psalmen 34:8→Ezechiël 31:4→Psalmen 1:3→Jesaja 2:22→Psalmen 146:3→Psalmen 40:4→Spreuken 16:20→ — Ik zal Mijn berg met het veld, uw vermogen en al uw schatten ten roof geven, mitsgaders uw hoogten, om de zonde in al uw landpalen. Alzo zult gij aflaten (en dat om u zelven) van uw erfenis, die Ik u gegeven heb, en Ik zal u uw vijanden doen dienen in een land, dat gij niet kent; want gijlieden hebt een vuur aangestoken in Mijn toorn, tot in eeuwigheid zal het branden. Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt! Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land. Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is! Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen. Wat een zaligheid is het vertrouwen op God! U ziet het hier tegenover de ellende van het vertrouwen op mensen gesteld. Er komt droogte, ook over deze boom, en er komen tijden van moeite over de gelovige. Maar de droogte deert de boom niet, want hij heeft verborgen, ondergrondse bronnen waaruit hij zijn leven opzuigt; hij spreidt zijn wortels uit bij de rivier. En zalig is de mens die een verborgen leven heeft, een verborgen sterkte, een verborgen troost die hem in het beproevende uur staande houdt. De wereld kan het niet waarnemen, maar hij drinkt het in en leeft ervan.
Jeremia 17:9.KruisverwijzingenMarkus 7:21→Spreuken 28:26→Hebreeën 3:12→Prediker 9:3→Mattheüs 15:19→Jakobus 1:14→Genesis 6:5→Psalmen 53:1→ — Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen? Dit is de hoofdzaak: het was het hárt van het volk dat van God afgeweken was. “Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?”
Jeremia 17:10-11.KruisverwijzingenJeremia 32:19→Jeremia 11:20→Romeinen 8:27→1 Samuël 16:7→Openbaring 2:23→Jeremia 20:12→Psalmen 62:12→Psalmen 139:23→ — Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen. Gelijk een veldhoen eieren vergadert, maar broedt ze niet uit, alzo is hij, die rijkdom vergadert, doch niet met recht; in de helft zijner dagen zal hij dien moeten verlaten, en in zijn laatste een dwaas zijn. De profeet vergelijkt de mens die rijkdom verwerft door leugen en verdrukking met een vogel die veel eieren heeft — te veel om te bedekken. Zij zit er wel op, maar het is zo’n hoop eieren dat er geen enkel uitkomt; er komt niets van terecht.
Ik meen wel enkele mensen te kennen die veel op die patrijs lijken. Het zou een grote barmhartigheid voor hen zijn als zij maar de helft van hun eieren hadden. Alles wat zij krijgen is de zorg en de moeite van het bedekken, terwijl er geen levende vreugde uit voortkomt; de eieren zijn bedorven. Wie de genade van God niet in zijn hart heeft, is net als een vogel die op bedorven eieren zit.
Arme ziel! “In zijn einde zal hij een dwaas zijn.” Hij moet dus ook nu al iets van een dwaas zijn, want wie een doel najaagt dat in dwaasheid eindigt, is een dwaas dat hij zo’n doel voor ogen heeft.
II. Vs. 1-18.KruisverwijzingenMarkus 7:21→Spreuken 28:26→Psalmen 118:8→Hebreeën 3:12→Psalmen 34:8→Ezechiël 31:4→Prediker 9:3→Mattheüs 15:19→ — De zonde van Juda is geschreven met een ijzeren griffie, met de punt eens diamants; gegraven in de tafel van hunlieder hart, en aan de hoornen uwer altaren; Gelijk hun kinderen hunner altaren gedenken, en hunner bossen, bij het groen geboomte, op de hoge heuvelen. Ik zal Mijn berg met het veld, uw vermogen en al uw schatten ten roof geven, mitsgaders uw hoogten, om de zonde in al uw landpalen. Alzo zult gij aflaten (en dat om u zelven) van uw erfenis, die Ik u gegeven heb, en Ik zal u uw vijanden doen dienen in een land, dat gij niet kent; want gijlieden hebt een vuur aangestoken in Mijn toorn, tot in eeuwigheid zal het branden. Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt! Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land. Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is! Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen. Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen? Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen. Juda’s zonde, zo begint de Profeet met heilige ontroering in Gods naam te betuigen, is op drieërlei wijze opgetekend. Zij is met een ijzeren griffel en diamanten punt geschreven in de geschiedenis van het volk, maar zij is ook in hun eigen schuldbewustzijn gegraveerd op de tafel des harten, en onuitwisbaar is de herinnering daaraan gedrukt aan de hoornen van hun altaren door het offerbloed hunner kinderen. Nu komt hierbij aanstonds de getuigenis des Heeren, wat Hij om deze zonde met alles, wat Juda bezit, doen zal en hoe het met Juda zal gaan (vs. 1-4). Daaraan sluit zich een stuk aan, dat dezen gehelen kring van redenen aanwijst als afstammende uit den tijd van Jojakim en Jojachin. Het spreekt den vloek uit over degene, die als het hoofd van Juda diens afval naar alle zijden heeft doen uitkomen en nu ook in zijn eigen lot dien afval bestendig moet voorstellen (vs. 5-13). Het bevat ene bede van den Profeet om versterking voor hem in zijn moeielijken toestand, en de redding van de ere zijns ambts (vs. 14-18).
KruisverwijzingenSpreuken 3:3→2 Korinthe 3:3→Spreuken 7:3→Job 19:23→Leviticus 4:17→Leviticus 4:25→Hosea 12:11→— De zonde van Juda is geschreven met een ijzeren griffie, met de punt eens diamants; gegraven in de tafel van hunlieder hart, en aan de hoornen uwer altaren;
De zonde van Juda, die het met zijne steeds erger wordende afgoderij (Hoofdst. 16:11 vv. 7:30 vv.) misdreven heeft, is geschreven met een ijzeren griffie, zodat de herinnering niet meer kan worden uitgewist, met de punt eens diamantster eeuwige gedachtenis (Job 19:24); gegraven in de tafel van hunlieder hart, zodat zij daardoor een brandmerk in ‘t geweten hebben (1 Tim. 4:2), en aan de hoornen Uwer altaren, die zij bezoedeld hebben met het bloed van ‘t afgodenoffer (Exod. 27:2). Onder de altaren verstaat men meestal de afgodsaltaren, deels wegens het meervoud, “dewijl er slechts één altaar van Jehova was” (Nägelsbach), deels wegens. vs. 2, waar “hun altaren” ten onrechte afgodsaltaren zijn. Maar de eerste rede bewijst niets, wijl ook de tempel des Heeren twee altaren had, aan wier hoornen offerbloed gesprengd werd. Het bloed der zondoffers kwam niet slechts op het brandofferaltaar, maar ook op de hoornen van het reukofferaltaar (Lev. 4:7; 18:16). Ook de tweede grond is niet overwegend, dewijl men zonder zwarigheid aan den door godendienst verontreinigde altaren van Jehova kan denken. Dit moet reeds daarom, wijl de afgodenaltaren door Josia verwoest waren, hier echter de altaren als voorhanden getuigen van den afgodendienst vermeld worden. De meeste uitleggers menen echter, dat met deze uitdrukking gezinspeeld wordt op het bloed der offerdieren, dat gewoonlijk gesprengd werd op de hoornen van het altaar, welke plechtigheid, door God ingesteld, door de afgodendienaars in hunnen dienst van de valse goden gevolgd was. Want Gods altaar was vierkant en aan elk der vier hoeken rees een staaf van koper op in de gedaante van een hoorn, om te beletten, dat de offerstukken, die op het altaar lagen te branden, daarvan afvielen (Exod. 27:1, 2; Ezech. 43:15, 16). Op deze hoornen nu moest ter verzoening van de zonden des offeraars een gedeelte van het bloed der offeranden gedaan worden (Exod. 29:12. Lev. 4:7; 16:13). Dat nu de afgodische Joden mede gebruik maakten van die plechtigheid, was ene openbare betuiging van hun afgoderij, en wordt hier gemeld als een krachtig blijk en bewijs tegen hen. (GATAKER en POOLE).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 24:18→Jeremia 2:20→2 Kronieken 33:3→Richteren 3:7→Jeremia 7:18→Jesaja 1:29→Jesaja 17:8→2 Kronieken 33:19→— Gelijk hun kinderen hunner altaren gedenken, en hunner bossen, bij het groen geboomte, op de hoge heuvelen.
Gelijk hun kinderen hunner altaren gedenken; 1) want het is zelfs tot het offeren van kinderen gekomen (2 (Kon. 21:6), en hunner bossen, de Ascherazuilen, die tot den dienst van Moloch in betrekking stonden, bij het groen a) geboomte, op de hoge heuvelen; want reeds bij den eersten aanblik van groene bomen en hoge heuvelen moet in hen de herinnering aan die verschrikkelijke altaren ontwaken.
Jer. 2:20.
Anderen vertalen: gelijk zij hun kinderen gedenken, alzo gedenken zij hun altaren. De zin is dan deze, dat, even lief als hun kinderen hun zijn, even lief is hun de afgodendienst.
KruisverwijzingenJeremia 15:13→Jeremia 26:18→2 Koningen 24:13→Jesaja 39:4→Ezechiël 16:39→Ezechiël 7:20→2 Koningen 25:13→Micha 1:5→— Ik zal Mijn berg met het veld, uw vermogen en al uw schatten ten roof geven, mitsgaders uw hoogten, om de zonde in al uw landpalen.
Maar Ik zal Mijnen berg met het veld, den tempelberg, die als een berg in het veld (Hoofdst. 21:13) verre zichtbaar is, uw vermogen en al uwe schatten ten roof geven (Hoofdst. 15:13), mitsgaders uwe hoogten, om de zonde in al uwe landpalen (Hos. 10:8). De Heere zegt hiermede, dat Hij alle eigendommen van Zijn volk, bewegelijke en onbewegelijke, goddelijke en menselijke, ook wat aan Zijnen dienst is gewijd, zowel als wat den dienst der afgoden is geheiligd, ten roof zal overgeven, daar alles geschandvlekt is door de zonde, welke door ‘t ganse land verbreid was.
KruisverwijzingenJeremia 15:14→Jeremia 7:20→Jeremia 16:13→Jeremia 27:12→Jesaja 5:25→Jesaja 14:3→Ezechiël 21:31→Jeremia 5:29→— Alzo zult gij aflaten (en dat om u zelven) van uw erfenis, die Ik u gegeven heb, en Ik zal u uw vijanden doen dienen in een land, dat gij niet kent; want gijlieden hebt een vuur aangestoken in Mijn toorn, tot in eeuwigheid zal het branden.
Alzo zult gij aflaten, gelijk u in Lev. 25:1 vv. geboden is, maar dat gij niet hebt willen doen (en dat om uzelven, door uwe eigene schuld) van uwe erfenis, die Ik u gegeven heb. Het woest liggende land zal zijne rust hebben (Lev. 26:33 vv.), zodat dit verkrijgt wat Ik uitdrukkelijk bedongen heb (Lev. 25:7), en niet voortdurend in den dienst der zelfzucht en der zonde zij. En Ik zal u uwe vijanden doen a) dienen in een land, dat gij niet kent (Hoofdst. 5:19); want gijlieden hebt een vuur aangestoken in Mijnen toorn; tot in eeuwigheid zal het branden(Hoofdst 15:14).
Deut. 28:68. Jer. 16:13.
Vgl. 2 Kron. 36:21.
KruisverwijzingenPsalmen 118:8→Jesaja 2:22→Psalmen 146:3→2 Kronieken 32:8→Jesaja 31:1→Jesaja 30:1→Jesaja 36:6→Psalmen 62:9→— Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt!
Zo zegt de HEERE, die in de nabijzijnde oordelen duidelijk wil aan het licht brengen, welk onderscheid er is tussen den rechtvaardige en den goddeloze, tussen dien, die God dient en dien, die Hem niet dient (Mal. 3:18): Vervloekt is de man, die op enen mens vertrouwt in plaats van op den levenden God (Ps. 118:8; 146:3), en vlees, machteloze, nietige mensenkinderen met hun uitwendige, tijdelijke middelen. (Ps. 56:5. (Jes. 31:3) tot zijnen arm stelt 1) opdat die hem beschermen en verdedigen (Jes. 32:2. (2 Kron. 32:8 Ch), en wiens harte van den HEERE, den troost en Helper Israëls (Hoofdst. 14:8; 16:19) afwijkt!2)
De zonde, die hier veroordeeld wordt, is het vertrouwen op een mens, dat vertrouwen in de wijsheid, de goedertierenheid, macht en getrouwheid van mensen te stellen, welke alleen in die eigenschappen van God moet geplaatst worden. Ons tot mensen te wenden, en onze verwachting van hen te verheffen, als van voorname bewerkers van ons geluk, daar zij slechts werktuigen in de hand der Voorzienigheid zijn: dat is vlees tot onzen arm te stellen, waarop wij steunen, tot den arm waarmee wij hopen onze zaak te zullen uitwerken, den arm, waaronder wij verschuilen en op welken wij vertrouwen tot bescherming God is Zijns volks arm. (Jes. 33:2) . Waar op het vlees vertrouwen wordt gezet, daar wordt God van zijn eer beroofd. Dit zijn twee dingen waar tussen niet minder verschil is, dan tussen licht en duister. Daarom wil de Profeet hier aantonen, dat deze twee niet kunnen verenigd worden, vertrouwen te stellen op het vlees en op God. Indien het water met het vuur verenigd wordt gaat het uit, derhalve indien iemand aan de ene zijde op God wil hopen en aan de andere zijde op de mensen, is dat als wil men de aarde met den hemel verenigen en alles onderstboven keren. Doch dit is de orde der natuur vernietigen, waar de mens zich met tweeërlei hoop wil misleiden, en de ene helft toeschrijven aan God en de ander helft aan zichzelven en aan andere mensen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 29:23→Jeremia 48:6→Job 20:17→Job 39:6→Job 8:11→Psalmen 1:4→Psalmen 92:7→Jesaja 1:30→— Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land.
Want hij zal zijn als de hinde 1) in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt, dat Israël nog van zijnen God te wachten heeft (Ps. 27:13; 106:5); maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land (Ps. 68:7; 52:7 vv); hij zal zijn als iemand, die de brandende plaatsen bewoont, die vertoeft in een land door ieder verlaten, omdat het volstrekt onvruchtbaar is.
Het woord in den grondtekst komt, behalve hier en Hoofdst. 48:6 nog slechts voor in Ps. 103:18 en geeft daar te kennen enen verlatenen, eigenlijk naakten, ontbloten, die zonder huis, macht en ere, die voor mensen ogen zonder uitzicht en hoop in het leven staat. Dit begrip van enen geheel maakten, verlatenen of aan zijne ellende prijs gegevenen kan ook hier worden vastgehouden; eveneens in Hoofdst. 48:6. De Griekse overzetting heeft op beide plaatsen een ander woord volgens den zamenhang opgemaakt, en daar den wilden ezel, hier de veldtamariske gevonden.
KruisverwijzingenPsalmen 34:8→Psalmen 40:4→Spreuken 16:20→Jesaja 30:18→Psalmen 84:12→Psalmen 125:1→Efeze 1:12→Jesaja 26:3→— Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is!
a) Gezegend daarentegen, is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is (Ps. 146:5 v. (Jes. 30:18).
(Ps. 2:12; 34:9. Spr. 16:20).
KruisverwijzingenEzechiël 31:4→Psalmen 1:3→Jesaja 58:11→Psalmen 92:10→Ezechiël 47:12→Jeremia 14:1→Job 8:16→— Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen.
Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijne wortelen uitschiet aan ene rivier (Ps. 1:3. Ezech. 47:12): en gevoelt het niet, wanneer er ene hitte komt, daar er water genoeg tot verfrissing is, maar zijn loof blijft groen, en houdt niet op van vrucht te dragen, daar het rijkelijk vloeiend water der beek, waarheen zich zijne wortelen uitstrekken, altijd nieuwe levenskracht schenkt. Verlaat u niet, o mens! op mensenhulp en gunst; zij is te vergeefs, de vloek kleeft daaraan. Gelukkig hij, die hulpe zoekt bij Jezus Christus. Bij een geplanten boom wordt de mens vergeleken die op den Heere vertrouwt, geplant aan waterbeken. De betekenis is duidelijk. Niet de mens van natuur vertrouwt op den Heere God, maar hij die uit den ouden bodem der zonde overgeplant is op den nieuwen bodem der gerechtigheid. De op God vertrouwende mens is een plantinge Gods, een plantinge des H. Geestes. En de waterbeken zijn niet anders dan de heilsgoederen, dan de genadegaven, die God zelf verordend heeft. De door Gods Geest wedergeboren zondaar, in wien waarlijk het geloof is ingestort, zal niet wegkwijnen. Het zaad blijft in hem. Voor een ogenblik moge het schijnen, dat het geloof geweken is, maar straks zal het zich door Gods machtige ontferming weer heerlijk openbaren.
KruisverwijzingenMarkus 7:21→Spreuken 28:26→Hebreeën 3:12→Prediker 9:3→Mattheüs 15:19→Jakobus 1:14→Genesis 6:5→Psalmen 53:1→— Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?
Wanneer nu het vertrouwen op den Heere alleen zegen aanbrengt, maar dat op mensen daarentegen enkel ellende, hoe komt het dan, dat zo weinigen den weg der zaligheid inslaan, en daarentegen de meesten in vals vertrouwen en in vervreemding van God voortgaan. Ziet, arglistig is het hart van den mens, meer dan enig ding, ja dodelijk is het, wie zal het kennen, wie zal het doorgronden in zijne listen, die het aanwendt om zich aan hetgeen goed en recht is te onttrekken (Pred. 7:29)? Er is in de wereld niets zo arglistig als het menselijk hart, dat zeer voortreffelijk de kunst verstaat, om onder den schijn van het goede te willen (Hoofdst. 5 en 9:2 vv.), toch alleen maar het slechte te bedoelen. Die arglistigheid nu is een teken van het diep bederf, van de ongeneeslijke ziekte, waardoor de harten zijn aangetast. Wie kan beschrijven hoe kwaad het hart is? Wij kunnen onze eigen harten niet kennen, noch weten wat het doen zal in een ure van verzoeking. Hizkia wist het niet. Petrus wist het niet, wij weten niet welke verdorven dingen daarin zijn, noch in hoevele dingen wij ter zijde afgeweken zijn, wie kan zijne afdwalingen verstaan? waarmee kunnen wij weten, wat in het harte van anderen is, of enigzins op hen vertrouwen? . Daarin openbaart zich vooral de arglistigheid en verkeerdheid van het hart, dat het tegenover het onvermijdelijk aangezicht der Goddelijke waarheid uitvluchten zoekt om de zonde te verschonen en die in menigte weet, maar zichzelven in die vindingrijkheid een eeuwig raadsel blijft. De mens in zijnen natuurlijken toestand vertoont zich daarom nooit volgens zijn doen, volgens de vruchten zijner werken (vs. 10); hij zou een groene boom aan waterbeken willen zijn (vs. 8), waar hij een dorre in de woestijn is (vs. 6). De heilige Basilius erkende, toen hij als kluizenaar in de woestijn leefde, dat, hoewel hij alles verlaten had, hij toch zijn hart niet kwijt kon worden. Luther zegt op ene plaats, dat hij banger was voor zijn eigen hart, dan voor den paus met al zijne kardinalen. Niemand kan zijn eigen hart recht zien of kennen. Ja, het hart is dikwijls onze grootste vijand, en ieder, wie hij ook zij, heeft er genoeg aan te doen om zijn eigen hart in bedwang te houden en stil te doen zijn en een weinig van het boze te bestrijden, gelijk alle heiligen dat tot in het graf ervaren hebben, en dat beleden. Vele godzalige zielen hebben er over geklaagd, dat zij hun leven moede geworden zijn van wege de aangeborene boosheid van het hart, en daarom hebben zij ernstig gebeden, dat zij, zo God het wilde, te eerder mochten sterven, opdat zij van zich zelf verlost, zonder zonde mochten leven.
KruisverwijzingenJeremia 32:19→Jeremia 11:20→Romeinen 8:27→1 Samuël 16:7→Openbaring 2:23→Jeremia 20:12→Psalmen 62:12→Psalmen 139:23→— Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen.
Ik de HEERE, zo spreekt God a) doorgrond het hart, en proef de nieren, zodat menselijke arglistigheid en huichelarij Mij niet kan bedriegen, maar het alles naakt en open is voor Mijne ogen (Ps. 7:10. (Hebr. 4:13). Alzo ken Ik het verborgene des harten, en dat, om een rechtvaardig gericht te kunnen richten (1 Kor. 4:5), om een iegelijk te geven naar zijne wegen, naar de vrucht zijner handelingen (Rom. 2:6).
1 Sam. 16:7. Welke zonde er in het hart zij, God ziet die. Dit is waar van alle gedachten, zelfs wanneer ze door ons worden voorbijgezien, zelfs wanneer die op het kunstigst zijn verborgen, en nauwlettend voor anderen worden bedekt. Mensen kunnen worden bedrogen, maar God niet. Hij onderzoekt niet alleen het hart, maar proeft de beginselen; Hij doorziet het ware karakter van allen en vergeldt het. Hij schenkt leven aan degenen, die wandelen in de wegen des levens, en dood aan degenen, die volharden op de paden van den moordenaar der zielen, en overeenkomstig eens ieders daden. God is in Zichzelven de Gerechtigheid en Hij alleen, omdat Hij en niemand anders de harten kent van de kinderen der mensen. God weet meer kwaad van ons, dan wij van ons zelven weten; daarom moeten wij ons zelven niet vleien, maar altijd staan in ontzag voor het oordeel Gods. .
KruisverwijzingenSpreuken 28:8→Spreuken 28:20→Spreuken 15:27→Spreuken 21:6→Lukas 12:20→Habakuk 2:6→Spreuken 28:22→Psalmen 55:23→— Gelijk een veldhoen eieren vergadert, maar broedt ze niet uit, alzo is hij, die rijkdom vergadert, doch niet met recht; in de helft zijner dagen zal hij dien moeten verlaten, en in zijn laatste een dwaas zijn.
Daarom gaat het nu ook inzonderheid den hebzuchtigen en onrechtvaardigen kwalijk, want gelijk een veldhoen eieren vergadert, die zij niet zelf gelegd heeft, maar broeit ze niet uit, daar zij nog vóór het einde van den broeitijd er van verjaagd wordt, alzo is hij, die rijkdom vergadert, doch niet met recht; in de helft zijner dagen zal hij dien moeten verlaten, en in zijn laatste een dwaas zijn; zijne erfgenamen zullen hem bespotten, en hij zal gene winst hebben van hetgeen hij heeft zamengebracht (Ps. 39:7. Luk. 12:20 Gelijk de Profeet van hem, die onrechtvaardig goed bijeen schraapt, zegt, dat hij in zijn laatste een dwaas zal zijn, zo noemt de Heere Jezus ook enen dwaas den rijken man, die in ‘t midden zijner dagen werd weggerukt, toen hij zich beloofde, zijne goederen nog vele jaren te genieten (Luk. 12:20) .
KruisverwijzingenJeremia 3:17→Jeremia 14:21→Ezechiël 43:7→Ezechiël 1:26→Psalmen 96:6→Jesaja 66:1→Jesaja 6:1→Hebreeën 12:2→— Een troon der heerlijkheid, een hoogheid van het eerste aan, is de plaats onzes heiligdoms.
Maar een troon der heerlijkheid, ene hoogheid van het eerste aan, van ouds, is de plaats onzes heiligdoms. 1) Nooit zijn beschaamd geworden, die daarheen hun toevlucht hebben genomen en biddende handen hebben opgeheven (Ps. 121:1).
Of en beter: Gij troon der heerlijkheid. Gij Hoogheid van den beginne aan. Gij plaats van ons heiligdom. In vs. 12 wordt dus de plaats aangesproken waar de Heere zich openbaart, n. l. in den Tempel op Zion, en in vs. 13 de Heere zelf, die op Zion troonde. De Profeet wil hiermede aan de ene zijde de grote gunst Gods vermelden, door Zion te verkiezen tot Zijn woonplaats, maar ook de grote ondankbaarheid van het volk door Hem te verlaten, die Zich op zulk een heerlijke wijze aan Zijn volk had geopenbaard.
KruisverwijzingenJeremia 14:8→Jesaja 1:28→Psalmen 73:27→Jesaja 66:5→Lukas 10:20→Johannes 8:6→Joël 3:16→Psalmen 36:8→— O HEERE, Israels Verwachting! allen, die U verlaten, zullen beschaamd worden; en die van mij afwijken, zullen in de aarde geschreven worden; want zij verlaten den HEERE, den Springader des levenden waters.
O HEERE, Israëls verwachting! a) allen, die U verlaten, zullen beschaamd worden, en die van Mij afwijken, zullen in de aarde geschreven worden, zodat hun namen spoedig door den wind worden uitgewist; want zij verlaten den HEERE, de springader des levenden waters (Hoofdst. 5:13).
Ps. 73:27. Jes. 1:28. Het is niet te ontkennen, dat in deze rede wordt gedoeld op koning Jojakim, op zijn leven en handelen en dood; want 1) was deze koning hebzuchtig, heerszuchtig en verkwistend (2 (Kon. 23:35), 2) is hij in de helft zijner dagen afgesneden, daar hij slechts een ouderdom van ongeveer 36 jaren bereikte (2 (Kon. 23:36),
heeft hij veel vergeefse moeite gedaan, en bijeenvergaderd zonder te weten wie het zou krijgen, daar zijn zoon Jojachin slechts drie maanden op den troon zat (2 Kon. 24:8), en heeft hij bij zijn einde smaad genoeg daarvan gehad (2 Kon. 24:6);
staat hij als afvallige, die zijn vertrouwen stelde op Egypte en zijn paarden (vs. 6), vlak tegenover Hizkia, wiens vertrouwen in den nood de tempel des, Heeren was, die ook hem gebleken was een veilige burg te zijn (2 (Kon. 19:14 vv.); 5) eindelijk is Jojakims naam, dien hij in zijne zelfverblinding schijnt te hebben aangenomen volgens de aanmerking bij Matth. 1:11 werkelijk in de aarde geschreven en uit het boek van Davids geslacht uitgewist. Volgens Hitzig behoort het stuk in den tijd onmiddellijk na den dood des konings: “uit de woorden spreekt dat verhoogde gevoel en dat vertrouwen, waarmee wij aan het graf van den machtigen zondaar, dien God strafte, is aanbidding staan, in stille vreugde ons vertroostende met de gemeenschap, die er is tussen God en ons.
KruisverwijzingenDeuteronomium 10:21→Psalmen 109:1→Psalmen 6:2→Jesaja 57:18→Psalmen 60:5→Psalmen 6:4→Psalmen 148:14→Deuteronomium 32:39→— Genees mij, HEERE! zo zal ik genezen worden, behoud mij, zo zal ik behouden worden; want Gij zijt mijn Lof.
Genees mij HEERE! zo zal ik genezen worden van de wonden, die mijn eigen volk mij slaat met scherpe spotredenen en schandelijke vervolgingen (Ps. 25:3); behoud mij, zo zal ik behouden worden; want Gij zijt mijn lof 1), waarin ik mij, tegenover hen beroem (Hoofdst. 9:24. (Ps. 71:5 v.).
Hier verbergt de Profeet verschrikt als hij is, zich als het ware onder de vleugelen Gods, dewijl hij ziet dat het verderf wijd en zijd zich verspreidt en alle soort van misdaden in het land worden gevonden; hij ziet, dat alle voornamen van zijn volk snode verachters Gods zijn en nutteloze pochers op hun uitkomst. Dewijl hij nu ziet, dat het land zo besmet is, wendt hij zich tot God, opdat het verderf niet tot hem mocht doordringen, alsof hij zei: Wat zal mij geschieden, o Heere, ik ben nu zo omringd met misdaden, waarheen ik mij ook wend, niets vind ik, wat mij niet aftrekt en afvoert van godsvrucht en den zuiveren dienst van Uwen Naam. Wat zal mij geschieden, indien Gij mij verlaat? . Het komt Gode alleen toe, de geestelijke ziekte te genezen. Hij eigent Zich dit toe als een aan Hem toekomend recht. Een der meest geliefkoosde namen van den Heere is Jehova-Rofi: “de Heere die u geneest. ” “Ik zal u genezen van uwe wonden” is ene belofte, die niet kon komen van menschenlippen, maar alleen uit den mond des eeuwigen Gods. Daarom riep de Psalmist uit: “Geneest mij, Heere! want mijne beenderen zijn verschrikt, ” en wederom: “genees mijne ziel, want ik heb tegen U gezondigd. ” Daarom ook verheffen de godvruchtigen den naam des Heeren, waar zij zeggen: “die al onze krankheden geneest. ” .
KruisverwijzingenJesaja 5:19→Amos 5:18→Ezechiël 12:27→Jeremia 20:7→Ezechiël 12:22→2 Petrus 3:3→— Ziet, zij zeggen tot mij: Waar is het woord des HEEREN? Laat het nu komen!
Ziet zij zeggen tot mij (Jes. 5:19): a) Waar is het woord des HEEREN, dat gij zo lang hebt aangekondigd, maar dat nog nooit tot vervulling is gekomen? Laat het nu komen! Het wordt tijd, dat het geschiede, zo wij u voor geen leugen-Profeet zullen houden (Ezech. 12:22).
2 Petr. 3:4
KruisverwijzingenJeremia 4:19→Jakobus 1:19→2 Korinthe 1:12→Handelingen 20:20→Jeremia 18:20→Romeinen 9:1→Handelingen 20:27→Jeremia 9:1→— Ik heb toch niet aangedrongen, meer dan een herder achter U betaamde; ook heb ik den dodelijken dag niet begeerd, Gij weet het; wat uit mijn lippen is gegaan, is voor Uw aangezicht geweest.
Ik heb toch niet aangedrongen op het bedreigen van Uw volk, meer dan enen herder achter U betaamde; ook heb ik den dodelijken dag niet begeerd; ik had er geen behagen in ellende aan te kondigen. Gij, Heere! weet het; wat uit mijne lippen is gegaan, is voor Uw aangezicht geweest, daarmee wil ik mij vertroosten (1 Kor. 4:3).
De Lutherse vertaling, door Dächsel gevolgd, heeft: “Maar ik ben echter niet van U gevloden, U als herder te volgen. ” v. d. Palm vertaalt: “Ik echter heb bij U niet aangedrongen op ‘t geen geen herder betaamde” en geeft deze verklaring: “De landgenoten van den Profeet beschuldigden hem, dat hij er behagen in schepte, om onheil te voorspellen, alsof hij zelf bij God aanhield, om dergelijken last te ontvangen; ene handelwijs, die zij meenden, genen Profeet te betamen, als die liever de voorspraak bij God moest zijn. Hiertegen verdedigt hij zich. Het best drukt onzes inziens den zin uit de Engelse vertaling, die te Geneve gemaakt is: “ik heb mij zelven niet ingedrongen tot enen herder achter U; ” hij had de bediening niet begeerd, die hem noodzaakte zoveel kwaad te dreigen. Met de waarheid, dat vertrouwen op des Heeren zegen aanbracht scheen de ervaring, welke Jeremia in zijn beroep opdeed, in tegenspraak te staan, dewijl de verkondiging van het Woord Gods hem slechts vervolging en lijden had berokkend: Daarom bidt hij den Heere deze tegenspraak te ontzenuwen en ook aan hem die waarheid te bevestigen. Aanleiding tot deze bede geven de vijandelijkheden der vijanden, die honend vragen, waar dat toch, wat hij als Woord des Heeren had verkondigd, bleef, waarom het niet vervuld werd. Hieruit zien wij, dat de reden, waarvan het slot deze klacht vormt, vóór de eerste woorden van de Chaldeërs in Juda gekomen is geworden. Zo lang zijn prediking niet vervuld werd, konden de ongelovigen hem als een valsen profeet vervolgen, zijne profetieën voor ingeving van persoonlijke gevoelens tegen zijn volk uitgeven. Daarentegen verklaart hij in vs. 16. dat hij in zijn ambt noch eigenwillig heeft gehandeld, noch het ongeluk van het volk gewenst, maar alleen naar Goddelijke ingeving heeft gesproken.
KruisverwijzingenJeremia 16:19→Nahum 1:7→Psalmen 88:15→Job 31:23→Psalmen 59:16→Efeze 6:13→Psalmen 77:2→Jeremia 17:13→— Wees Gij mij niet tot een verschrikking; Gij zijt mijn Toevlucht ten dage des kwaads.
Wees Gij mij niet tot ene verschrikking; Gij zijt Mijne a) toevlucht ten dage des kwaads; stel nu Gij Uzelven, o God! niet tegenover mij.
Jer. 16:19. De voortreffelijkste van Gods kinderen moeten den alsem drinken; de liefste Zijner kinderen moeten het kruis dragen. Geen enkel Christen ondervond een altoosdurenden voorspoed; geen enkel gelovige, die zijne harp niet soms aan de wilgen moet hangen. Wellicht beschikte de Heere u in het begin een effen en onbewolkt pad, omdat gij zwak en schroomvallig waart. Hij matigde den wind voor het geschoren lam, maar nu gij krachtiger zijt in geestelijk leven, moet gij de rijpere en meer moeilijke ondervinding van Gods volwassen kinderen opdoen. Wij hebben winden en stormen nodig om ons geloof te oefenen, om den doden tak van zelfvertrouwen te verbreken en ons dieper in Christus te doen wortelen. De dag des kwaads openbaart ons de waardij van onze heerlijke hoop.
KruisverwijzingenPsalmen 35:4→Jeremia 20:11→Jeremia 11:20→Psalmen 35:8→Psalmen 40:14→Psalmen 25:2→Psalmen 83:17→Jeremia 16:18→— Laat mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat mij niet beschaamd worden; laat hen verschrikt worden, maar laat mij niet verschrikt worden; breng over hen den dag des kwaads, en verbreek hen met een dubbele verbreking.
a) Laat mijne vervolgers beschaamd worden en vervul de bedreiging aan hen, maar laat mij niet door haar onvervuld te doen blijven beschaamd worden; laat hen verschrikt worden, wanneer komt wat ik hun nu moet verkondigen; maar laat mij niet verschrikt worden doordat mijn woord niet komen zou; breng over hen den dag des kwaads, en verbreek hen met ene dubbele verbreking, zo als zij dat verdiend hebben door Uw heilig woord te honen.
Ps 35:4; 40:15. Jer. 15:15. Ziet, hoe de kinderen Gods ene tegenstelling maken tussen God en de wereld, hoe zij gaarne en blij de wereld willen verlaten en vergeten, alles geduldig lijden, alles gemakkelijk overwinnen, wanneer zij slechts God en Zijne genade behouden, tot Hem een vrijen toegang in den nood hebben en met het licht van Zijn aangezicht verheugd worden. Behoort dit ons stuk werkelijk, gelijk wij boven hebben aangenomen, tot den tijd dadelijk na Jojakim’s dood, toen den koning nog ene eervolle begrafenis ten deel werd (2 Kon. 24:6), en zijn zoon Jojachim de verering overnam, dan zijn het zeker de profetieën in Hoofdst 22:13 vv. en 36:29 vv. die naar de letter nog niet vervuld schenen te zijn, hoewel zij naar den inhoud volkomen bewaarheid waren. Men hoonde en bespotte nu den Profeet, en voor dezen was het misschien zelven een raadsel, waarom alles niet nauwkeurig was gekomen, zo als hij het had voorzegd, hoewel hij vertrouwde, dat het recht bij den Heere was. 19. Van de rede, die met Hoofdst 11 begint, is het gedeelte, dat hier begint en tot Hoofdst. 20 voortgaat, het laatste stuk. De rede stelt ene reeks van daden en ervaringen voor, waaruit blijkt, dat bij den verdorven toestand des volks iedere poging ijdel geweest is, om het tot bekering te bewegen. Dit stuk ziet zonder twijfel op den tijd onder Jojakim en Jojachim.
II. Vs. 19-27.KruisverwijzingenJeremia 22:4→Ezechiël 20:12→Zacharia 7:7→Jeremia 33:13→Jeremia 32:44→2 Koningen 25:9→Jeremia 7:20→Jeremia 19:3→ — Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen en sta in de poort van de kinderen des volks, door dewelke de koningen van Juda ingaan, en door dewelke zij uitgaan, ja, in alle poorten van Jeruzalem; En zeg tot hen: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda, en gans Juda, en alle inwoners van Jeruzalem, die door deze poorten ingaat! Zo zegt de HEERE: Wacht u op uw zielen, en draagt geen last op den sabbatdag, noch brengt in door de poorten van Jeruzalem. Ook zult gijlieden geen last uitvoeren uit uw huizen op den sabbatdag, noch enig werk doen; maar gij zult den sabbatdag heiligen, gelijk als Ik uw vaderen geboden heb. Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd; maar zij hebben hun nek verhard, om niet te horen, en om de tucht niet aan te nemen. Het zal dan geschieden, indien gij vlijtiglijk naar Mij zult horen, spreekt de HEERE, dat gij geen last door de poorten dezer stad op den sabbatdag inbrengt, en gij den sabbatdag heiligt, dat gij geen werk daarop doet; Zo zullen door de poorten dezer stad ingaan koningen en vorsten, zittende op den troon van David, rijdende op wagenen en op paarden, zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem; en deze stad zal bewoond worden in eeuwigheid. En zij zullen komen uit de steden van Juda, en uit de plaatsen rondom Jeruzalem, en uit het land van Benjamin, en uit de laagte, en van het gebergte, en van het zuiden, aanbrengende brandoffer, en slachtoffer, en spijsoffer, en wierook, en aanbrengende lofoffer, ten huize des HEEREN. Maar indien gij naar Mij niet zult horen, om den sabbatdag te heiligen, en om geen last te dragen als gij op den sabbatdag door de poorten van Jeruzalem ingaat; zo zal Ik een vuur in haar poorten aansteken, dat de paleizen van Jeruzalem zal verteren, en niet worden uitgeblust. Jeremia krijgt eerst bevel van den Heere, om onder ene bepaalde poort van den tempel te gaan, en van daar de markt te overzien, vervolgens naar de poorten der stad te gaan. Wanneer hij nu ziet, hoe daar op den sabbat een lastdragen en aanvoeren van waren voor die markt plaats heeft, moet hij, het volk herinneren aan het goddelijk gebod omtrent den sabbat. Daarbij moet hij vervolgens in den naam des Heeren de belofte uitspreken van een voortdurend bestaan voor koninkrijk en stad, bijaldien men door nauwkeurige waarneming van zijn heilig gebod zich werkelijk tot Hem bekeert, maar ook voor het tegenovergestelde geval, wanneer men zal voortgaan den sabbat te ontheiligen, met een onuitblusbaar vuur bedreigen, dat de poorten en huizen van Jeruzalem zal verteren. De Profeet zegt niet, wat het gevolg van zijne prediking geweest is, maar de lezer kan het weten, ook zonder dat het hem uitdrukkelijk gezegd wordt. De koningen van Juda en het volk in het land, en de inwoners te Jeruzalem hebben zich ganselijk niet om de prediking bekommerd, maar voor en na hun weg voortgezet. Zo is dan ook het gedreigde vuur na weinige jaren uitgebroken en het heeft een einde genomen met het koningshuis van David.
KruisverwijzingenJeremia 26:2→Jeremia 7:2→Jeremia 19:2→Jeremia 36:6→Spreuken 8:1→Handelingen 5:20→Spreuken 1:20→Spreuken 9:3→— Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen en sta in de poort van de kinderen des volks, door dewelke de koningen van Juda ingaan, en door dewelke zij uitgaan, ja, in alle poorten van Jeruzalem;
Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen naar den tempelberg, en sta in de poort van de kinderen des volks, in de poort die van den tempelomtrek naar den voorhof des volks leidt, door welke (1 Kon. 10:12) de koningen van Juda ingaan, wanneer zij uit hun paleis op Zion de godsdienstoefening in den tempel gaan bezoeken, en door welke zij uitgaan, zodat zij bij hun dubbel gaan door de plaats rondom den tempel wel kunnen zien wat daar voorvalt. Ja, ga dan van den tempelberg af in de stad in alle poorten van Jeruzalem, die van buiten naar de stad, of uit de stad naar den tempelomtrek voeren;
KruisverwijzingenJeremia 19:3→Jeremia 22:2→Psalmen 49:1→Ezechiël 2:7→Jeremia 13:18→Amos 4:1→Micha 3:1→Ezechiël 3:17→— En zeg tot hen: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda, en gans Juda, en alle inwoners van Jeruzalem, die door deze poorten ingaat!
En zeg tot hen: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda, en gans Juda en alle inwoners van Jeruzalem, die door deze poorten ingaat!
KruisverwijzingenNumeri 15:32→Nehemia 13:15→Deuteronomium 4:15→Deuteronomium 4:9→Deuteronomium 4:23→Markus 4:24→Johannes 5:9→Hebreeën 12:15→— Zo zegt de HEERE: Wacht u op uw zielen, en draagt geen last op den sabbatdag, noch brengt in door de poorten van Jeruzalem.
Zo zegt de HEERE! Wacht u op uwe zielen; weest zeer op uwe hoede; weest bezorgd voor uw leven en draagt genen last op den sabbatdag, noch brengt in door de poorten van Jeruzalem,
Neh. 13:19 De meeste uitleggers geven goede juiste verklaring van de uitdrukking “poort van de kinderen des volks, ” daar zij nu ene aan de Middelpoort in Hoofdst. 39:3, dan aan de poort tussen de twee muren in Hoofdst. 39:4, dan aan de Waterpoort in Neh. 3:26, dan aan de Dalpoort in 2 Kron 20:20 en 32:6, dan aan de Fondamentpoort in 2 Kron. 23:5 denken. Even als echter de Profeet in Hoofdst. 7:2 in ene poort aan het huis des Heeren moet treden, zo ook hier. Daar was het de poort tussen den voorhof des volks en dien der priesteren, hier is het de poort, die uit den buitensten omtrek des tempels naar den voorhof des volks voert, en met het oog daarop poort van de kinderen des volks wordt genoemd. Daar moest niet alleen het volk in den benedensten, maar ook de priesterschap in den hogeren voorhof het woord des Heeren vernemen. Hier daarentegen heeft de Profeet niet onder de poort des tempels te spreken, maar te zien; zijn spreken heeft eerst later plaats onder alle poorten der stad. Wat hij nu onder de oostpoort van den tempel (bij den Herodiaanse tempel “de Schone poort” (Hand. 3:2 en 10) genoemd) voor zich moest zien, is de markt in den buitensten tempelomtrek, die men (even als ten tijde van Jezus in den voorhof der Heidenen, die toen de plaats van den tempelomtrek innam (Joh. 2:14 vv. Matth. 21:12 vv.) daar hield voor hetgeen in den tempel en voor den godsdienst nodig was. Daarheen brachten de mensen uit andere plaatsen hun goederen ten verkoop door de stadspoort of Fondamentpoort. Zo verstoorden zij de heilige rust van den sabbath op snode wijze, zonder dat de koningen tegen die verkeerdheid zich verzetten. Nadat hij het gezien had, en ooggetuige van dat markthouden geweest is, moet hij zich tot al die poorten van de stad begeven, waardoor de mensen hun waren brengen, om ze op heterdaad te betrappen in het breken van den sabbath en hun voor te houden, hoe zij, die voorgeven met hunnen waren tempel en godsdienst te verzorgen, integendeel het gericht van God over den tempel en over de heilige stad doen komen. Bij het gaan onder de poort van de kinderen des volks is uitdrukkelijk op den voorgrond gesteld, dat hier de koningen in en uitgaan, dus tweemalen gelegenheid hadden, bij het bezoeken van den tempel kennis te nemen van die verkeerdheid, omdat zij door dat toe te laten het vonnis over zich brachten, dat het Davidische koningschap een einde zou doen nemen.
KruisverwijzingenEzechiël 20:12→Jesaja 58:13→Exodus 20:8→Jesaja 56:2→Exodus 23:12→Exodus 16:23→Exodus 31:13→Deuteronomium 5:12→— Ook zult gijlieden geen last uitvoeren uit uw huizen op den sabbatdag, noch enig werk doen; maar gij zult den sabbatdag heiligen, gelijk als Ik uw vaderen geboden heb.
Ook zult gijlieden genen last uitvoeren uit uwe huizen op den sabbatdag, om dien op de markt boven bij den tempel te brengen, nochzult gij enig werk doen op dien dag; maar gij zult den sabbatdag heiligen, gelijk als Ik (Exod. 20:8 vv.) uwen a) vaderen geboden heb.
Exod. 23:12; 31:13. Ezech. 20:12.
KruisverwijzingenJeremia 19:15→Jeremia 11:10→Spreuken 29:1→Zacharia 7:11→Jeremia 32:33→Jesaja 48:4→Sefanja 3:7→Ezechiël 20:21→— Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd; maar zij hebben hun nek verhard, om niet te horen, en om de tucht niet aan te nemen.
Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd naar Mijn gebod, om den sabbath te gedenken. Zij hebben gedaan gelijk hun vaderen, die evenmin wilden horen (Hoofdst. 7:24 vv.). Dat bewijst die van de vaderen overgeërfde slechte gewoonte om markt te houden in den tempel, gelijk gij, Mijn profeet van de Oostpoort (vs. 19) voor uwe ogen hebt gezien. Zij hebben het beschouwd als ware het door de traditie geheiligd, hoewel zij de gruwelen daarvan bij in en uitgaan door diezelfde poort genoeg konden opmerken. Maar zij hebben hunnen nek verhard, om niet te horen, en om de tucht niet aan te nemen; zij hebben zich niet willen laten bewegen, om in heiligheid en gerechtigheid te wandelen.
Jer. 11:10; 13:10; 16:12. De Joden waren een zeer winzuchtig volk; hun gierigheid, gepaard met andere zonden, verlokte hen tot het ontheiligen van de sabbaten des Heeren. De Heere neemt slechts een der geboden der tweede tafel, maar juist die, waaruit de gezindheid des volks zou blijken, omtrent het waarnemen van den dienst des Heeren. Des volks gezindheid jegens God moest juist uitkomen in het al of niet vasthouden aan het wettelijk vieren van den Sabbatdag. Hieraan voldeed Israël niet, gelijk ook hun vaderen er niet aan voldaan hadden. Hierop wijst de Heere om daarmee te doen uitkomen, dat deze zonde een diep ingewortelde volkszonde was, welke daarom riep om strafoefening.
KruisverwijzingenJeremia 17:21→Deuteronomium 11:13→Exodus 15:26→Jesaja 55:2→Jesaja 21:7→Deuteronomium 11:22→Jesaja 58:13→Zacharia 6:15→— Het zal dan geschieden, indien gij vlijtiglijk naar Mij zult horen, spreekt de HEERE, dat gij geen last door de poorten dezer stad op den sabbatdag inbrengt, en gij den sabbatdag heiligt, dat gij geen werk daarop doet;
Nog heeft het woord Mijner belofte, aan Salomo na het bouwen van den tempel (1 Kon. 9:3 vv.) gegeven, zijne kracht. Het zal dan geschieden, indien gij vlijtiglijk naar Mij zult horen, spreekt de HEERE, en gij een einde maakt aan dat zo diep geworteld kwaad, dat gij genen last door de poorten dezer stad op den sabbatdag inbrengt, en gij den sabbatdag heiligt, dat gij geen werk daarop doet (Jes. 58:13. Neh. 13:15 vv.).
KruisverwijzingenJeremia 22:4→Jesaja 9:7→2 Samuël 7:16→Jeremia 33:17→Jeremia 33:21→Hebreeën 12:22→Jeremia 33:15→Psalmen 132:11→— Zo zullen door de poorten dezer stad ingaan koningen en vorsten, zittende op den troon van David, rijdende op wagenen en op paarden, zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem; en deze stad zal bewoond worden in eeuwigheid.
a) Zo zullen door de poorten dezer stad, nu niet meer ontheiligd door het schenden van den sabbat (1 (Kon. 3:7), ingaan koningen en vorsten, de koningen met de groten des rijks, zittende op den troon van David, rijdende op wagenen en op paarden (Jes. 27:1), zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem; en deze stad zal bewoond worden in eeuwigheid; zij zal niet worden uitgeroeid, maar de koningen zullen onafhankelijk, de burgers vrij zijn.
Jer. 22:4.
KruisverwijzingenZacharia 7:7→Jeremia 33:13→Jeremia 32:44→Psalmen 107:22→Jeremia 33:11→Psalmen 116:17→Hebreeën 13:15→1 Petrus 2:9→— En zij zullen komen uit de steden van Juda, en uit de plaatsen rondom Jeruzalem, en uit het land van Benjamin, en uit de laagte, en van het gebergte, en van het zuiden, aanbrengende brandoffer, en slachtoffer, en spijsoffer, en wierook, en aanbrengende lofoffer, ten huize des HEEREN.
En zij zullen komen uit de steden van Juda, en uit de plaatsen rondom Jeruzalem, en uit het land van Benjamin, en uit de laagte(vgl. (Jes. 9:1 en de), en van het gebergte(Num. 13:25) en van het zuiden (Num. 13:21), uit dankbaarheid voor alle zegeningen, die zij van Mij ondervinden, aanbrengende brandoffer, en slachtoffer, en spijsoffer, en wierook, en aanbrengende lofoffer ten huize des HEEREN 1) (Lev. 26:3 vv. Deut. 28:1 vv. 26:1 vv.).
Welke zegening God nog voor hen overig had, indien zij een geweten wilde maken van het heiligen der Sabbatten. Alhoewel hun vaders schuldig waren aan de ontheiliging van den Sabbat, zo zouden zij daarvoor niet lijden, maar ook zou hun stad en volk den ouden roem weer bekomen, indien zij den Sabbat beter onderhielden. Laat hen zorg dragen, dat zij den Sabbat heiligen en geen werk daarop doen en dan zal het hof bloeien. De koningen bij opvolging, of de verscheiden takken der koninklijke familie te gelijker tijd zullen rijden in grote statie door de poorten van Jeruzalem, sommigen op wagens en sommigen op paarden, vergezeld van een talrijk gevolg der mannen van Juda. De stad zal bloeien. Laat te Jeruzalem het aanzien van den Godsdienst opgehouden worden, door de heiliging van den Sabbat, opdat zij moge beantwoorden aan haren titel van de heilige stad en dan zal zij blijven tot in eeuwigheid; zij zal voor eeuwig bewaard worden. Het land zal bloeien. De steden van Juda en het land van Benjamin zal weer vervuld worden met grote menigte van inwoners en deze zullen overvloed van volheid hebben en in vrede leven. De Kerk zal bloeien. Spijsoffers en reukwerk en lofoffers zullen ten huize des Heeren aangebracht worden tot onderhouding van den dienst van dat huis en de dienaren, die daarin dienen. Gods instellingen zullen daar gemoedelijk onderhouden worden, geen offerande of wierook zal aan de afgoden geofferd worden en van God onttrokken, maar alles zal in den rechten weg gaan.
Kruisverwijzingen2 Koningen 25:9→Jeremia 7:20→Jeremia 21:14→Klaagliederen 4:11→Amos 1:14→Jeremia 49:27→Jeremia 52:13→Jeremia 39:8→— Maar indien gij naar Mij niet zult horen, om den sabbatdag te heiligen, en om geen last te dragen als gij op den sabbatdag door de poorten van Jeruzalem ingaat; zo zal Ik een vuur in haar poorten aansteken, dat de paleizen van Jeruzalem zal verteren, en niet worden uitgeblust.
Maar indien gij naar Mij niet zult horen, om den sabbatdag te heiligen en om genen last te dragen, als gij op den sabbatdag door de poorten van Jeruzalem ingaat, zo zal Ik, Mijne bedreiging vervullende (1 Kon. 9:6 vv.), een vuur in hare door u zo lang en zo snood ontheiligde poorten aansteken, dat de paleizen van Jeruzalem zal verteren en niet worden uitgeblust. (Amos 1:14 v; 5:6. Hos. 8:14. Ezech. 23:47 De ontheiliging van den sabbath door dagelijks werk in tegenspraak met de wet des Heeren, was een openlijk misdrijf en een teken van afval van God. Het sabbatsgebod kan wel door farizese wetsvervulling worden overdreven en misbruikt, gelijk Joh. 5:10 geschiedde, maar het misbruik der wet heft de wet niet op, en schaft het recht gebruik niet af; het bevordert beide slechts te meer. Er zijn ten allen tijde zekere hoofdzaken, die, wanneer zij worden erkend, tot verandering van bijzondere personen en van het volk leiden. Door de heiliging van den sabbath zou het volk getoond hebben, dat het de wet nog als ene goddelijke beschouwde. Het verminderen der nauwgezetheid, waarmee deze ordening Gods omtrent den sabbat wordt waargenomen, of de verwaarlozing daarvan is een zeker bewijs van achteruitgang der ware godsvrucht in een land. . Van dien tijd af was dus nog redding mogelijk. Daar het volk echter alles in den wind sloeg en zijne koningen niet letten op hetgeen de Heere hun liet zeggen, staat hier deze rede als een gedenkteken en getuigenis van de onbekeerlijkheid van Juda en van de noodzakelijkheid van het gericht, dat later over hen gekomen is.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 17
Jeremia 17:1.KruisverwijzingenSpreuken 3:3→2 Korinthe 3:3→Spreuken 7:3→Job 19:23→Leviticus 4:17→Leviticus 4:25→Hosea 12:11→
— De zonde van Juda is geschreven met een ijzeren griffie, met de punt eens diamants; gegraven in de tafel van hunlieder hart, en aan de hoornen uwer altaren;
De zonde van Juda was zo in hun natuur ingegroeid dat zij in de tafelen van hun hart gegraveerd stond. Men kon evengoed proberen een opschrift uit te wissen dat met een diamanten stift in staal gegrift is, als hopen deze verkeerdheid uit het volk weg te krijgen. Wat enkel gewoonte is, kan veranderd worden; maar wat in het hart ingegroeid is, kan alleen door een wonder van genade weggenomen worden. Het was het hárt dat verkeerd was; de bron zelf was verontreinigd, en wat konden de stromen dan anders zijn dan vuil?
Zelfs hun heiligste dingen waren bevlekt. Zij schreven de namen van hun afgoden zelfs op Gods altaar, en zo droegen zij een geschreven getuigenis tegen zichzelf.
Jeremia 17:2.Kruisverwijzingen2 Kronieken 24:18→Jeremia 2:20→2 Kronieken 33:3→Richteren 3:7→Jeremia 7:18→Jesaja 1:29→Jesaja 17:8→2 Kronieken 33:19→
— Gelijk hun kinderen hunner altaren gedenken, en hunner bossen, bij het groen geboomte, op de hoge heuvelen.
God had het oprichten van altaren verboden. Er was één altaar te Jeruzalem, en er mochten er niet meer zijn. Maar zij zochten plekken uit waar sinds lang grote bomen stonden, zij kozen de toppen van de heuvels, en daar bouwden zij hun afgoden hun schrijnen. En daarom was God op hen vertoornd. Hoe gemakkelijk kunnen wij het een of ander in zonde verkeren! Hoe licht kunnen onze uitgelezenste weldaden tot aanleidingen van ongerechtigheid gemaakt worden!
Jeremia 17:3-8.KruisverwijzingenPsalmen 118:8→Psalmen 34:8→Ezechiël 31:4→Psalmen 1:3→Jesaja 2:22→Psalmen 146:3→Psalmen 40:4→Spreuken 16:20→
— Ik zal Mijn berg met het veld, uw vermogen en al uw schatten ten roof geven, mitsgaders uw hoogten, om de zonde in al uw landpalen. Alzo zult gij aflaten (en dat om u zelven) van uw erfenis, die Ik u gegeven heb, en Ik zal u uw vijanden doen dienen in een land, dat gij niet kent; want gijlieden hebt een vuur aangestoken in Mijn toorn, tot in eeuwigheid zal het branden. Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt! Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land. Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is! Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen.
Wat een zaligheid is het vertrouwen op God! U ziet het hier tegenover de ellende van het vertrouwen op mensen gesteld. Er komt droogte, ook over deze boom, en er komen tijden van moeite over de gelovige. Maar de droogte deert de boom niet, want hij heeft verborgen, ondergrondse bronnen waaruit hij zijn leven opzuigt; hij spreidt zijn wortels uit bij de rivier. En zalig is de mens die een verborgen leven heeft, een verborgen sterkte, een verborgen troost die hem in het beproevende uur staande houdt. De wereld kan het niet waarnemen, maar hij drinkt het in en leeft ervan.
Jeremia 17:9.KruisverwijzingenMarkus 7:21→Spreuken 28:26→Hebreeën 3:12→Prediker 9:3→Mattheüs 15:19→Jakobus 1:14→Genesis 6:5→Psalmen 53:1→
— Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?
Dit is de hoofdzaak: het was het hárt van het volk dat van God afgeweken was. “Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?”
Jeremia 17:10-11.KruisverwijzingenJeremia 32:19→Jeremia 11:20→Romeinen 8:27→1 Samuël 16:7→Openbaring 2:23→Jeremia 20:12→Psalmen 62:12→Psalmen 139:23→
— Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen. Gelijk een veldhoen eieren vergadert, maar broedt ze niet uit, alzo is hij, die rijkdom vergadert, doch niet met recht; in de helft zijner dagen zal hij dien moeten verlaten, en in zijn laatste een dwaas zijn.
De profeet vergelijkt de mens die rijkdom verwerft door leugen en verdrukking met een vogel die veel eieren heeft — te veel om te bedekken. Zij zit er wel op, maar het is zo’n hoop eieren dat er geen enkel uitkomt; er komt niets van terecht.
Ik meen wel enkele mensen te kennen die veel op die patrijs lijken. Het zou een grote barmhartigheid voor hen zijn als zij maar de helft van hun eieren hadden. Alles wat zij krijgen is de zorg en de moeite van het bedekken, terwijl er geen levende vreugde uit voortkomt; de eieren zijn bedorven. Wie de genade van God niet in zijn hart heeft, is net als een vogel die op bedorven eieren zit.
Arme ziel! “In zijn einde zal hij een dwaas zijn.” Hij moet dus ook nu al iets van een dwaas zijn, want wie een doel najaagt dat in dwaasheid eindigt, is een dwaas dat hij zo’n doel voor ogen heeft.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1-18.KruisverwijzingenMarkus 7:21→Spreuken 28:26→Psalmen 118:8→Hebreeën 3:12→Psalmen 34:8→Ezechiël 31:4→Prediker 9:3→Mattheüs 15:19→
— De zonde van Juda is geschreven met een ijzeren griffie, met de punt eens diamants; gegraven in de tafel van hunlieder hart, en aan de hoornen uwer altaren; Gelijk hun kinderen hunner altaren gedenken, en hunner bossen, bij het groen geboomte, op de hoge heuvelen. Ik zal Mijn berg met het veld, uw vermogen en al uw schatten ten roof geven, mitsgaders uw hoogten, om de zonde in al uw landpalen. Alzo zult gij aflaten (en dat om u zelven) van uw erfenis, die Ik u gegeven heb, en Ik zal u uw vijanden doen dienen in een land, dat gij niet kent; want gijlieden hebt een vuur aangestoken in Mijn toorn, tot in eeuwigheid zal het branden. Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt! Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land. Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is! Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen. Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen? Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen.
Juda’s zonde, zo begint de Profeet met heilige ontroering in Gods naam te betuigen, is op drieërlei wijze opgetekend. Zij is met een ijzeren griffel en diamanten punt geschreven in de geschiedenis van het volk, maar zij is ook in hun eigen schuldbewustzijn gegraveerd op de tafel des harten, en onuitwisbaar is de herinnering daaraan gedrukt aan de hoornen van hun altaren door het offerbloed hunner kinderen. Nu komt hierbij aanstonds de getuigenis des Heeren, wat Hij om deze zonde met alles, wat Juda bezit, doen zal en hoe het met Juda zal gaan (vs. 1-4). Daaraan sluit zich een stuk aan, dat dezen gehelen kring van redenen aanwijst als afstammende uit den tijd van Jojakim en Jojachin. Het spreekt den vloek uit over degene, die als het hoofd van Juda diens afval naar alle zijden heeft doen uitkomen en nu ook in zijn eigen lot dien afval bestendig moet voorstellen (vs. 5-13). Het bevat ene bede van den Profeet om versterking voor hem in zijn moeielijken toestand, en de redding van de ere zijns ambts (vs. 14-18).
De zonde van Juda, die het met zijne steeds erger wordende afgoderij (Hoofdst. 16:11 vv. 7:30 vv.) misdreven heeft, is geschreven met een ijzeren griffie, zodat de herinnering niet meer kan worden uitgewist, met de punt eens diamantster eeuwige gedachtenis (Job 19:24); gegraven in de tafel van hunlieder hart, zodat zij daardoor een brandmerk in ‘t geweten hebben (1 Tim. 4:2), en aan de hoornen Uwer altaren, die zij bezoedeld hebben met het bloed van ‘t afgodenoffer (Exod. 27:2). Onder de altaren verstaat men meestal de afgodsaltaren, deels wegens het meervoud, “dewijl er slechts één altaar van Jehova was” (Nägelsbach), deels wegens. vs. 2, waar “hun altaren” ten onrechte afgodsaltaren zijn. Maar de eerste rede bewijst niets, wijl ook de tempel des Heeren twee altaren had, aan wier hoornen offerbloed gesprengd werd. Het bloed der zondoffers kwam niet slechts op het brandofferaltaar, maar ook op de hoornen van het reukofferaltaar (Lev. 4:7; 18:16). Ook de tweede grond is niet overwegend, dewijl men zonder zwarigheid aan den door godendienst verontreinigde altaren van Jehova kan denken. Dit moet reeds daarom, wijl de afgodenaltaren door Josia verwoest waren, hier echter de altaren als voorhanden getuigen van den afgodendienst vermeld worden. De meeste uitleggers menen echter, dat met deze uitdrukking gezinspeeld wordt op het bloed der offerdieren, dat gewoonlijk gesprengd werd op de hoornen van het altaar, welke plechtigheid, door God ingesteld, door de afgodendienaars in hunnen dienst van de valse goden gevolgd was. Want Gods altaar was vierkant en aan elk der vier hoeken rees een staaf van koper op in de gedaante van een hoorn, om te beletten, dat de offerstukken, die op het altaar lagen te branden, daarvan afvielen (Exod. 27:1, 2; Ezech. 43:15, 16). Op deze hoornen nu moest ter verzoening van de zonden des offeraars een gedeelte van het bloed der offeranden gedaan worden (Exod. 29:12. Lev. 4:7; 16:13). Dat nu de afgodische Joden mede gebruik maakten van die plechtigheid, was ene openbare betuiging van hun afgoderij, en wordt hier gemeld als een krachtig blijk en bewijs tegen hen. (GATAKER en POOLE).
Gelijk hun kinderen hunner altaren gedenken; 1) want het is zelfs tot het offeren van kinderen gekomen (2 (Kon. 21:6), en hunner bossen, de Ascherazuilen, die tot den dienst van Moloch in betrekking stonden, bij het groen a) geboomte, op de hoge heuvelen; want reeds bij den eersten aanblik van groene bomen en hoge heuvelen moet in hen de herinnering aan die verschrikkelijke altaren ontwaken.
Jer. 2:20.
Anderen vertalen: gelijk zij hun kinderen gedenken, alzo gedenken zij hun altaren. De zin is dan deze, dat, even lief als hun kinderen hun zijn, even lief is hun de afgodendienst.
Maar Ik zal Mijnen berg met het veld, den tempelberg, die als een berg in het veld (Hoofdst. 21:13) verre zichtbaar is, uw vermogen en al uwe schatten ten roof geven (Hoofdst. 15:13), mitsgaders uwe hoogten, om de zonde in al uwe landpalen (Hos. 10:8). De Heere zegt hiermede, dat Hij alle eigendommen van Zijn volk, bewegelijke en onbewegelijke, goddelijke en menselijke, ook wat aan Zijnen dienst is gewijd, zowel als wat den dienst der afgoden is geheiligd, ten roof zal overgeven, daar alles geschandvlekt is door de zonde, welke door ‘t ganse land verbreid was.
Alzo zult gij aflaten, gelijk u in Lev. 25:1 vv. geboden is, maar dat gij niet hebt willen doen (en dat om uzelven, door uwe eigene schuld) van uwe erfenis, die Ik u gegeven heb. Het woest liggende land zal zijne rust hebben (Lev. 26:33 vv.), zodat dit verkrijgt wat Ik uitdrukkelijk bedongen heb (Lev. 25:7), en niet voortdurend in den dienst der zelfzucht en der zonde zij. En Ik zal u uwe vijanden doen a) dienen in een land, dat gij niet kent (Hoofdst. 5:19); want gijlieden hebt een vuur aangestoken in Mijnen toorn; tot in eeuwigheid zal het branden(Hoofdst 15:14).
Deut. 28:68. Jer. 16:13.
Vgl. 2 Kron. 36:21.
Zo zegt de HEERE, die in de nabijzijnde oordelen duidelijk wil aan het licht brengen, welk onderscheid er is tussen den rechtvaardige en den goddeloze, tussen dien, die God dient en dien, die Hem niet dient (Mal. 3:18): Vervloekt is de man, die op enen mens vertrouwt in plaats van op den levenden God (Ps. 118:8; 146:3), en vlees, machteloze, nietige mensenkinderen met hun uitwendige, tijdelijke middelen. (Ps. 56:5. (Jes. 31:3) tot zijnen arm stelt 1) opdat die hem beschermen en verdedigen (Jes. 32:2. (2 Kron. 32:8 Ch), en wiens harte van den HEERE, den troost en Helper Israëls (Hoofdst. 14:8; 16:19) afwijkt!2)
De zonde, die hier veroordeeld wordt, is het vertrouwen op een mens, dat vertrouwen in de wijsheid, de goedertierenheid, macht en getrouwheid van mensen te stellen, welke alleen in die eigenschappen van God moet geplaatst worden. Ons tot mensen te wenden, en onze verwachting van hen te verheffen, als van voorname bewerkers van ons geluk, daar zij slechts werktuigen in de hand der Voorzienigheid zijn: dat is vlees tot onzen arm te stellen, waarop wij steunen, tot den arm waarmee wij hopen onze zaak te zullen uitwerken, den arm, waaronder wij verschuilen en op welken wij vertrouwen tot bescherming God is Zijns volks arm. (Jes. 33:2) . Waar op het vlees vertrouwen wordt gezet, daar wordt God van zijn eer beroofd. Dit zijn twee dingen waar tussen niet minder verschil is, dan tussen licht en duister. Daarom wil de Profeet hier aantonen, dat deze twee niet kunnen verenigd worden, vertrouwen te stellen op het vlees en op God. Indien het water met het vuur verenigd wordt gaat het uit, derhalve indien iemand aan de ene zijde op God wil hopen en aan de andere zijde op de mensen, is dat als wil men de aarde met den hemel verenigen en alles onderstboven keren. Doch dit is de orde der natuur vernietigen, waar de mens zich met tweeërlei hoop wil misleiden, en de ene helft toeschrijven aan God en de ander helft aan zichzelven en aan andere mensen.
Want hij zal zijn als de hinde 1) in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt, dat Israël nog van zijnen God te wachten heeft (Ps. 27:13; 106:5); maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land (Ps. 68:7; 52:7 vv); hij zal zijn als iemand, die de brandende plaatsen bewoont, die vertoeft in een land door ieder verlaten, omdat het volstrekt onvruchtbaar is.
Het woord in den grondtekst komt, behalve hier en Hoofdst. 48:6 nog slechts voor in Ps. 103:18 en geeft daar te kennen enen verlatenen, eigenlijk naakten, ontbloten, die zonder huis, macht en ere, die voor mensen ogen zonder uitzicht en hoop in het leven staat. Dit begrip van enen geheel maakten, verlatenen of aan zijne ellende prijs gegevenen kan ook hier worden vastgehouden; eveneens in Hoofdst. 48:6. De Griekse overzetting heeft op beide plaatsen een ander woord volgens den zamenhang opgemaakt, en daar den wilden ezel, hier de veldtamariske gevonden.
a) Gezegend daarentegen, is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is (Ps. 146:5 v. (Jes. 30:18).
(Ps. 2:12; 34:9. Spr. 16:20).
Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijne wortelen uitschiet aan ene rivier (Ps. 1:3. Ezech. 47:12): en gevoelt het niet, wanneer er ene hitte komt, daar er water genoeg tot verfrissing is, maar zijn loof blijft groen, en houdt niet op van vrucht te dragen, daar het rijkelijk vloeiend water der beek, waarheen zich zijne wortelen uitstrekken, altijd nieuwe levenskracht schenkt. Verlaat u niet, o mens! op mensenhulp en gunst; zij is te vergeefs, de vloek kleeft daaraan. Gelukkig hij, die hulpe zoekt bij Jezus Christus. Bij een geplanten boom wordt de mens vergeleken die op den Heere vertrouwt, geplant aan waterbeken. De betekenis is duidelijk. Niet de mens van natuur vertrouwt op den Heere God, maar hij die uit den ouden bodem der zonde overgeplant is op den nieuwen bodem der gerechtigheid. De op God vertrouwende mens is een plantinge Gods, een plantinge des H. Geestes. En de waterbeken zijn niet anders dan de heilsgoederen, dan de genadegaven, die God zelf verordend heeft. De door Gods Geest wedergeboren zondaar, in wien waarlijk het geloof is ingestort, zal niet wegkwijnen. Het zaad blijft in hem. Voor een ogenblik moge het schijnen, dat het geloof geweken is, maar straks zal het zich door Gods machtige ontferming weer heerlijk openbaren.
Wanneer nu het vertrouwen op den Heere alleen zegen aanbrengt, maar dat op mensen daarentegen enkel ellende, hoe komt het dan, dat zo weinigen den weg der zaligheid inslaan, en daarentegen de meesten in vals vertrouwen en in vervreemding van God voortgaan. Ziet, arglistig is het hart van den mens, meer dan enig ding, ja dodelijk is het, wie zal het kennen, wie zal het doorgronden in zijne listen, die het aanwendt om zich aan hetgeen goed en recht is te onttrekken (Pred. 7:29)? Er is in de wereld niets zo arglistig als het menselijk hart, dat zeer voortreffelijk de kunst verstaat, om onder den schijn van het goede te willen (Hoofdst. 5 en 9:2 vv.), toch alleen maar het slechte te bedoelen. Die arglistigheid nu is een teken van het diep bederf, van de ongeneeslijke ziekte, waardoor de harten zijn aangetast. Wie kan beschrijven hoe kwaad het hart is? Wij kunnen onze eigen harten niet kennen, noch weten wat het doen zal in een ure van verzoeking. Hizkia wist het niet. Petrus wist het niet, wij weten niet welke verdorven dingen daarin zijn, noch in hoevele dingen wij ter zijde afgeweken zijn, wie kan zijne afdwalingen verstaan? waarmee kunnen wij weten, wat in het harte van anderen is, of enigzins op hen vertrouwen? . Daarin openbaart zich vooral de arglistigheid en verkeerdheid van het hart, dat het tegenover het onvermijdelijk aangezicht der Goddelijke waarheid uitvluchten zoekt om de zonde te verschonen en die in menigte weet, maar zichzelven in die vindingrijkheid een eeuwig raadsel blijft. De mens in zijnen natuurlijken toestand vertoont zich daarom nooit volgens zijn doen, volgens de vruchten zijner werken (vs. 10); hij zou een groene boom aan waterbeken willen zijn (vs. 8), waar hij een dorre in de woestijn is (vs. 6). De heilige Basilius erkende, toen hij als kluizenaar in de woestijn leefde, dat, hoewel hij alles verlaten had, hij toch zijn hart niet kwijt kon worden. Luther zegt op ene plaats, dat hij banger was voor zijn eigen hart, dan voor den paus met al zijne kardinalen. Niemand kan zijn eigen hart recht zien of kennen. Ja, het hart is dikwijls onze grootste vijand, en ieder, wie hij ook zij, heeft er genoeg aan te doen om zijn eigen hart in bedwang te houden en stil te doen zijn en een weinig van het boze te bestrijden, gelijk alle heiligen dat tot in het graf ervaren hebben, en dat beleden. Vele godzalige zielen hebben er over geklaagd, dat zij hun leven moede geworden zijn van wege de aangeborene boosheid van het hart, en daarom hebben zij ernstig gebeden, dat zij, zo God het wilde, te eerder mochten sterven, opdat zij van zich zelf verlost, zonder zonde mochten leven.
Ik de HEERE, zo spreekt God a) doorgrond het hart, en proef de nieren, zodat menselijke arglistigheid en huichelarij Mij niet kan bedriegen, maar het alles naakt en open is voor Mijne ogen (Ps. 7:10. (Hebr. 4:13). Alzo ken Ik het verborgene des harten, en dat, om een rechtvaardig gericht te kunnen richten (1 Kor. 4:5), om een iegelijk te geven naar zijne wegen, naar de vrucht zijner handelingen (Rom. 2:6).
1 Sam. 16:7. Welke zonde er in het hart zij, God ziet die. Dit is waar van alle gedachten, zelfs wanneer ze door ons worden voorbijgezien, zelfs wanneer die op het kunstigst zijn verborgen, en nauwlettend voor anderen worden bedekt. Mensen kunnen worden bedrogen, maar God niet. Hij onderzoekt niet alleen het hart, maar proeft de beginselen; Hij doorziet het ware karakter van allen en vergeldt het. Hij schenkt leven aan degenen, die wandelen in de wegen des levens, en dood aan degenen, die volharden op de paden van den moordenaar der zielen, en overeenkomstig eens ieders daden. God is in Zichzelven de Gerechtigheid en Hij alleen, omdat Hij en niemand anders de harten kent van de kinderen der mensen. God weet meer kwaad van ons, dan wij van ons zelven weten; daarom moeten wij ons zelven niet vleien, maar altijd staan in ontzag voor het oordeel Gods. .
Daarom gaat het nu ook inzonderheid den hebzuchtigen en onrechtvaardigen kwalijk, want gelijk een veldhoen eieren vergadert, die zij niet zelf gelegd heeft, maar broeit ze niet uit, daar zij nog vóór het einde van den broeitijd er van verjaagd wordt, alzo is hij, die rijkdom vergadert, doch niet met recht; in de helft zijner dagen zal hij dien moeten verlaten, en in zijn laatste een dwaas zijn; zijne erfgenamen zullen hem bespotten, en hij zal gene winst hebben van hetgeen hij heeft zamengebracht (Ps. 39:7. Luk. 12:20 Gelijk de Profeet van hem, die onrechtvaardig goed bijeen schraapt, zegt, dat hij in zijn laatste een dwaas zal zijn, zo noemt de Heere Jezus ook enen dwaas den rijken man, die in ‘t midden zijner dagen werd weggerukt, toen hij zich beloofde, zijne goederen nog vele jaren te genieten (Luk. 12:20) .
Maar een troon der heerlijkheid, ene hoogheid van het eerste aan, van ouds, is de plaats onzes heiligdoms. 1) Nooit zijn beschaamd geworden, die daarheen hun toevlucht hebben genomen en biddende handen hebben opgeheven (Ps. 121:1).
Of en beter: Gij troon der heerlijkheid. Gij Hoogheid van den beginne aan. Gij plaats van ons heiligdom. In vs. 12 wordt dus de plaats aangesproken waar de Heere zich openbaart, n. l. in den Tempel op Zion, en in vs. 13 de Heere zelf, die op Zion troonde. De Profeet wil hiermede aan de ene zijde de grote gunst Gods vermelden, door Zion te verkiezen tot Zijn woonplaats, maar ook de grote ondankbaarheid van het volk door Hem te verlaten, die Zich op zulk een heerlijke wijze aan Zijn volk had geopenbaard.
O HEERE, Israëls verwachting! a) allen, die U verlaten, zullen beschaamd worden, en die van Mij afwijken, zullen in de aarde geschreven worden, zodat hun namen spoedig door den wind worden uitgewist; want zij verlaten den HEERE, de springader des levenden waters (Hoofdst. 5:13).
Ps. 73:27. Jes. 1:28. Het is niet te ontkennen, dat in deze rede wordt gedoeld op koning Jojakim, op zijn leven en handelen en dood; want 1) was deze koning hebzuchtig, heerszuchtig en verkwistend (2 (Kon. 23:35), 2) is hij in de helft zijner dagen afgesneden, daar hij slechts een ouderdom van ongeveer 36 jaren bereikte (2 (Kon. 23:36),
heeft hij veel vergeefse moeite gedaan, en bijeenvergaderd zonder te weten wie het zou krijgen, daar zijn zoon Jojachin slechts drie maanden op den troon zat (2 Kon. 24:8), en heeft hij bij zijn einde smaad genoeg daarvan gehad (2 Kon. 24:6);
staat hij als afvallige, die zijn vertrouwen stelde op Egypte en zijn paarden (vs. 6), vlak tegenover Hizkia, wiens vertrouwen in den nood de tempel des, Heeren was, die ook hem gebleken was een veilige burg te zijn (2 (Kon. 19:14 vv.); 5) eindelijk is Jojakims naam, dien hij in zijne zelfverblinding schijnt te hebben aangenomen volgens de aanmerking bij Matth. 1:11 werkelijk in de aarde geschreven en uit het boek van Davids geslacht uitgewist. Volgens Hitzig behoort het stuk in den tijd onmiddellijk na den dood des konings: “uit de woorden spreekt dat verhoogde gevoel en dat vertrouwen, waarmee wij aan het graf van den machtigen zondaar, dien God strafte, is aanbidding staan, in stille vreugde ons vertroostende met de gemeenschap, die er is tussen God en ons.
Genees mij HEERE! zo zal ik genezen worden van de wonden, die mijn eigen volk mij slaat met scherpe spotredenen en schandelijke vervolgingen (Ps. 25:3); behoud mij, zo zal ik behouden worden; want Gij zijt mijn lof 1), waarin ik mij, tegenover hen beroem (Hoofdst. 9:24. (Ps. 71:5 v.).
Hier verbergt de Profeet verschrikt als hij is, zich als het ware onder de vleugelen Gods, dewijl hij ziet dat het verderf wijd en zijd zich verspreidt en alle soort van misdaden in het land worden gevonden; hij ziet, dat alle voornamen van zijn volk snode verachters Gods zijn en nutteloze pochers op hun uitkomst. Dewijl hij nu ziet, dat het land zo besmet is, wendt hij zich tot God, opdat het verderf niet tot hem mocht doordringen, alsof hij zei: Wat zal mij geschieden, o Heere, ik ben nu zo omringd met misdaden, waarheen ik mij ook wend, niets vind ik, wat mij niet aftrekt en afvoert van godsvrucht en den zuiveren dienst van Uwen Naam. Wat zal mij geschieden, indien Gij mij verlaat? . Het komt Gode alleen toe, de geestelijke ziekte te genezen. Hij eigent Zich dit toe als een aan Hem toekomend recht. Een der meest geliefkoosde namen van den Heere is Jehova-Rofi: “de Heere die u geneest. ” “Ik zal u genezen van uwe wonden” is ene belofte, die niet kon komen van menschenlippen, maar alleen uit den mond des eeuwigen Gods. Daarom riep de Psalmist uit: “Geneest mij, Heere! want mijne beenderen zijn verschrikt, ” en wederom: “genees mijne ziel, want ik heb tegen U gezondigd. ” Daarom ook verheffen de godvruchtigen den naam des Heeren, waar zij zeggen: “die al onze krankheden geneest. ” .
Ziet zij zeggen tot mij (Jes. 5:19): a) Waar is het woord des HEEREN, dat gij zo lang hebt aangekondigd, maar dat nog nooit tot vervulling is gekomen? Laat het nu komen! Het wordt tijd, dat het geschiede, zo wij u voor geen leugen-Profeet zullen houden (Ezech. 12:22).
2 Petr. 3:4
Ik heb toch niet aangedrongen op het bedreigen van Uw volk, meer dan enen herder achter U betaamde; ook heb ik den dodelijken dag niet begeerd; ik had er geen behagen in ellende aan te kondigen. Gij, Heere! weet het; wat uit mijne lippen is gegaan, is voor Uw aangezicht geweest, daarmee wil ik mij vertroosten (1 Kor. 4:3).
De Lutherse vertaling, door Dächsel gevolgd, heeft: “Maar ik ben echter niet van U gevloden, U als herder te volgen. ” v. d. Palm vertaalt: “Ik echter heb bij U niet aangedrongen op ‘t geen geen herder betaamde” en geeft deze verklaring: “De landgenoten van den Profeet beschuldigden hem, dat hij er behagen in schepte, om onheil te voorspellen, alsof hij zelf bij God aanhield, om dergelijken last te ontvangen; ene handelwijs, die zij meenden, genen Profeet te betamen, als die liever de voorspraak bij God moest zijn. Hiertegen verdedigt hij zich. Het best drukt onzes inziens den zin uit de Engelse vertaling, die te Geneve gemaakt is: “ik heb mij zelven niet ingedrongen tot enen herder achter U; ” hij had de bediening niet begeerd, die hem noodzaakte zoveel kwaad te dreigen. Met de waarheid, dat vertrouwen op des Heeren zegen aanbracht scheen de ervaring, welke Jeremia in zijn beroep opdeed, in tegenspraak te staan, dewijl de verkondiging van het Woord Gods hem slechts vervolging en lijden had berokkend: Daarom bidt hij den Heere deze tegenspraak te ontzenuwen en ook aan hem die waarheid te bevestigen. Aanleiding tot deze bede geven de vijandelijkheden der vijanden, die honend vragen, waar dat toch, wat hij als Woord des Heeren had verkondigd, bleef, waarom het niet vervuld werd. Hieruit zien wij, dat de reden, waarvan het slot deze klacht vormt, vóór de eerste woorden van de Chaldeërs in Juda gekomen is geworden. Zo lang zijn prediking niet vervuld werd, konden de ongelovigen hem als een valsen profeet vervolgen, zijne profetieën voor ingeving van persoonlijke gevoelens tegen zijn volk uitgeven. Daarentegen verklaart hij in vs. 16. dat hij in zijn ambt noch eigenwillig heeft gehandeld, noch het ongeluk van het volk gewenst, maar alleen naar Goddelijke ingeving heeft gesproken.
Wees Gij mij niet tot ene verschrikking; Gij zijt Mijne a) toevlucht ten dage des kwaads; stel nu Gij Uzelven, o God! niet tegenover mij.
Jer. 16:19. De voortreffelijkste van Gods kinderen moeten den alsem drinken; de liefste Zijner kinderen moeten het kruis dragen. Geen enkel Christen ondervond een altoosdurenden voorspoed; geen enkel gelovige, die zijne harp niet soms aan de wilgen moet hangen. Wellicht beschikte de Heere u in het begin een effen en onbewolkt pad, omdat gij zwak en schroomvallig waart. Hij matigde den wind voor het geschoren lam, maar nu gij krachtiger zijt in geestelijk leven, moet gij de rijpere en meer moeilijke ondervinding van Gods volwassen kinderen opdoen. Wij hebben winden en stormen nodig om ons geloof te oefenen, om den doden tak van zelfvertrouwen te verbreken en ons dieper in Christus te doen wortelen. De dag des kwaads openbaart ons de waardij van onze heerlijke hoop.
a) Laat mijne vervolgers beschaamd worden en vervul de bedreiging aan hen, maar laat mij niet door haar onvervuld te doen blijven beschaamd worden; laat hen verschrikt worden, wanneer komt wat ik hun nu moet verkondigen; maar laat mij niet verschrikt worden doordat mijn woord niet komen zou; breng over hen den dag des kwaads, en verbreek hen met ene dubbele verbreking, zo als zij dat verdiend hebben door Uw heilig woord te honen.
Ps 35:4; 40:15. Jer. 15:15. Ziet, hoe de kinderen Gods ene tegenstelling maken tussen God en de wereld, hoe zij gaarne en blij de wereld willen verlaten en vergeten, alles geduldig lijden, alles gemakkelijk overwinnen, wanneer zij slechts God en Zijne genade behouden, tot Hem een vrijen toegang in den nood hebben en met het licht van Zijn aangezicht verheugd worden. Behoort dit ons stuk werkelijk, gelijk wij boven hebben aangenomen, tot den tijd dadelijk na Jojakim’s dood, toen den koning nog ene eervolle begrafenis ten deel werd (2 Kon. 24:6), en zijn zoon Jojachim de verering overnam, dan zijn het zeker de profetieën in Hoofdst 22:13 vv. en 36:29 vv. die naar de letter nog niet vervuld schenen te zijn, hoewel zij naar den inhoud volkomen bewaarheid waren. Men hoonde en bespotte nu den Profeet, en voor dezen was het misschien zelven een raadsel, waarom alles niet nauwkeurig was gekomen, zo als hij het had voorzegd, hoewel hij vertrouwde, dat het recht bij den Heere was. 19. Van de rede, die met Hoofdst 11 begint, is het gedeelte, dat hier begint en tot Hoofdst. 20 voortgaat, het laatste stuk. De rede stelt ene reeks van daden en ervaringen voor, waaruit blijkt, dat bij den verdorven toestand des volks iedere poging ijdel geweest is, om het tot bekering te bewegen. Dit stuk ziet zonder twijfel op den tijd onder Jojakim en Jojachim.
II. Vs. 19-27.KruisverwijzingenJeremia 22:4→Ezechiël 20:12→Zacharia 7:7→Jeremia 33:13→Jeremia 32:44→2 Koningen 25:9→Jeremia 7:20→Jeremia 19:3→
— Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen en sta in de poort van de kinderen des volks, door dewelke de koningen van Juda ingaan, en door dewelke zij uitgaan, ja, in alle poorten van Jeruzalem; En zeg tot hen: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda, en gans Juda, en alle inwoners van Jeruzalem, die door deze poorten ingaat! Zo zegt de HEERE: Wacht u op uw zielen, en draagt geen last op den sabbatdag, noch brengt in door de poorten van Jeruzalem. Ook zult gijlieden geen last uitvoeren uit uw huizen op den sabbatdag, noch enig werk doen; maar gij zult den sabbatdag heiligen, gelijk als Ik uw vaderen geboden heb. Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd; maar zij hebben hun nek verhard, om niet te horen, en om de tucht niet aan te nemen. Het zal dan geschieden, indien gij vlijtiglijk naar Mij zult horen, spreekt de HEERE, dat gij geen last door de poorten dezer stad op den sabbatdag inbrengt, en gij den sabbatdag heiligt, dat gij geen werk daarop doet; Zo zullen door de poorten dezer stad ingaan koningen en vorsten, zittende op den troon van David, rijdende op wagenen en op paarden, zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem; en deze stad zal bewoond worden in eeuwigheid. En zij zullen komen uit de steden van Juda, en uit de plaatsen rondom Jeruzalem, en uit het land van Benjamin, en uit de laagte, en van het gebergte, en van het zuiden, aanbrengende brandoffer, en slachtoffer, en spijsoffer, en wierook, en aanbrengende lofoffer, ten huize des HEEREN. Maar indien gij naar Mij niet zult horen, om den sabbatdag te heiligen, en om geen last te dragen als gij op den sabbatdag door de poorten van Jeruzalem ingaat; zo zal Ik een vuur in haar poorten aansteken, dat de paleizen van Jeruzalem zal verteren, en niet worden uitgeblust.
Jeremia krijgt eerst bevel van den Heere, om onder ene bepaalde poort van den tempel te gaan, en van daar de markt te overzien, vervolgens naar de poorten der stad te gaan. Wanneer hij nu ziet, hoe daar op den sabbat een lastdragen en aanvoeren van waren voor die markt plaats heeft, moet hij, het volk herinneren aan het goddelijk gebod omtrent den sabbat. Daarbij moet hij vervolgens in den naam des Heeren de belofte uitspreken van een voortdurend bestaan voor koninkrijk en stad, bijaldien men door nauwkeurige waarneming van zijn heilig gebod zich werkelijk tot Hem bekeert, maar ook voor het tegenovergestelde geval, wanneer men zal voortgaan den sabbat te ontheiligen, met een onuitblusbaar vuur bedreigen, dat de poorten en huizen van Jeruzalem zal verteren. De Profeet zegt niet, wat het gevolg van zijne prediking geweest is, maar de lezer kan het weten, ook zonder dat het hem uitdrukkelijk gezegd wordt. De koningen van Juda en het volk in het land, en de inwoners te Jeruzalem hebben zich ganselijk niet om de prediking bekommerd, maar voor en na hun weg voortgezet. Zo is dan ook het gedreigde vuur na weinige jaren uitgebroken en het heeft een einde genomen met het koningshuis van David.
Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen naar den tempelberg, en sta in de poort van de kinderen des volks, in de poort die van den tempelomtrek naar den voorhof des volks leidt, door welke (1 Kon. 10:12) de koningen van Juda ingaan, wanneer zij uit hun paleis op Zion de godsdienstoefening in den tempel gaan bezoeken, en door welke zij uitgaan, zodat zij bij hun dubbel gaan door de plaats rondom den tempel wel kunnen zien wat daar voorvalt. Ja, ga dan van den tempelberg af in de stad in alle poorten van Jeruzalem, die van buiten naar de stad, of uit de stad naar den tempelomtrek voeren;
En zeg tot hen: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda, en gans Juda en alle inwoners van Jeruzalem, die door deze poorten ingaat!
Zo zegt de HEERE! Wacht u op uwe zielen; weest zeer op uwe hoede; weest bezorgd voor uw leven en draagt genen last op den sabbatdag, noch brengt in door de poorten van Jeruzalem,
Neh. 13:19 De meeste uitleggers geven goede juiste verklaring van de uitdrukking “poort van de kinderen des volks, ” daar zij nu ene aan de Middelpoort in Hoofdst. 39:3, dan aan de poort tussen de twee muren in Hoofdst. 39:4, dan aan de Waterpoort in Neh. 3:26, dan aan de Dalpoort in 2 Kron 20:20 en 32:6, dan aan de Fondamentpoort in 2 Kron. 23:5 denken. Even als echter de Profeet in Hoofdst. 7:2 in ene poort aan het huis des Heeren moet treden, zo ook hier. Daar was het de poort tussen den voorhof des volks en dien der priesteren, hier is het de poort, die uit den buitensten omtrek des tempels naar den voorhof des volks voert, en met het oog daarop poort van de kinderen des volks wordt genoemd. Daar moest niet alleen het volk in den benedensten, maar ook de priesterschap in den hogeren voorhof het woord des Heeren vernemen. Hier daarentegen heeft de Profeet niet onder de poort des tempels te spreken, maar te zien; zijn spreken heeft eerst later plaats onder alle poorten der stad. Wat hij nu onder de oostpoort van den tempel (bij den Herodiaanse tempel “de Schone poort” (Hand. 3:2 en 10) genoemd) voor zich moest zien, is de markt in den buitensten tempelomtrek, die men (even als ten tijde van Jezus in den voorhof der Heidenen, die toen de plaats van den tempelomtrek innam (Joh. 2:14 vv. Matth. 21:12 vv.) daar hield voor hetgeen in den tempel en voor den godsdienst nodig was. Daarheen brachten de mensen uit andere plaatsen hun goederen ten verkoop door de stadspoort of Fondamentpoort. Zo verstoorden zij de heilige rust van den sabbath op snode wijze, zonder dat de koningen tegen die verkeerdheid zich verzetten. Nadat hij het gezien had, en ooggetuige van dat markthouden geweest is, moet hij zich tot al die poorten van de stad begeven, waardoor de mensen hun waren brengen, om ze op heterdaad te betrappen in het breken van den sabbath en hun voor te houden, hoe zij, die voorgeven met hunnen waren tempel en godsdienst te verzorgen, integendeel het gericht van God over den tempel en over de heilige stad doen komen. Bij het gaan onder de poort van de kinderen des volks is uitdrukkelijk op den voorgrond gesteld, dat hier de koningen in en uitgaan, dus tweemalen gelegenheid hadden, bij het bezoeken van den tempel kennis te nemen van die verkeerdheid, omdat zij door dat toe te laten het vonnis over zich brachten, dat het Davidische koningschap een einde zou doen nemen.
Ook zult gijlieden genen last uitvoeren uit uwe huizen op den sabbatdag, om dien op de markt boven bij den tempel te brengen, nochzult gij enig werk doen op dien dag; maar gij zult den sabbatdag heiligen, gelijk als Ik (Exod. 20:8 vv.) uwen a) vaderen geboden heb.
Exod. 23:12; 31:13. Ezech. 20:12.
Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd naar Mijn gebod, om den sabbath te gedenken. Zij hebben gedaan gelijk hun vaderen, die evenmin wilden horen (Hoofdst. 7:24 vv.). Dat bewijst die van de vaderen overgeërfde slechte gewoonte om markt te houden in den tempel, gelijk gij, Mijn profeet van de Oostpoort (vs. 19) voor uwe ogen hebt gezien. Zij hebben het beschouwd als ware het door de traditie geheiligd, hoewel zij de gruwelen daarvan bij in en uitgaan door diezelfde poort genoeg konden opmerken. Maar zij hebben hunnen nek verhard, om niet te horen, en om de tucht niet aan te nemen; zij hebben zich niet willen laten bewegen, om in heiligheid en gerechtigheid te wandelen.
Jer. 11:10; 13:10; 16:12. De Joden waren een zeer winzuchtig volk; hun gierigheid, gepaard met andere zonden, verlokte hen tot het ontheiligen van de sabbaten des Heeren. De Heere neemt slechts een der geboden der tweede tafel, maar juist die, waaruit de gezindheid des volks zou blijken, omtrent het waarnemen van den dienst des Heeren. Des volks gezindheid jegens God moest juist uitkomen in het al of niet vasthouden aan het wettelijk vieren van den Sabbatdag. Hieraan voldeed Israël niet, gelijk ook hun vaderen er niet aan voldaan hadden. Hierop wijst de Heere om daarmee te doen uitkomen, dat deze zonde een diep ingewortelde volkszonde was, welke daarom riep om strafoefening.
Nog heeft het woord Mijner belofte, aan Salomo na het bouwen van den tempel (1 Kon. 9:3 vv.) gegeven, zijne kracht. Het zal dan geschieden, indien gij vlijtiglijk naar Mij zult horen, spreekt de HEERE, en gij een einde maakt aan dat zo diep geworteld kwaad, dat gij genen last door de poorten dezer stad op den sabbatdag inbrengt, en gij den sabbatdag heiligt, dat gij geen werk daarop doet (Jes. 58:13. Neh. 13:15 vv.).
a) Zo zullen door de poorten dezer stad, nu niet meer ontheiligd door het schenden van den sabbat (1 (Kon. 3:7), ingaan koningen en vorsten, de koningen met de groten des rijks, zittende op den troon van David, rijdende op wagenen en op paarden (Jes. 27:1), zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem; en deze stad zal bewoond worden in eeuwigheid; zij zal niet worden uitgeroeid, maar de koningen zullen onafhankelijk, de burgers vrij zijn.
Jer. 22:4.
En zij zullen komen uit de steden van Juda, en uit de plaatsen rondom Jeruzalem, en uit het land van Benjamin, en uit de laagte(vgl. (Jes. 9:1 en de), en van het gebergte(Num. 13:25) en van het zuiden (Num. 13:21), uit dankbaarheid voor alle zegeningen, die zij van Mij ondervinden, aanbrengende brandoffer, en slachtoffer, en spijsoffer, en wierook, en aanbrengende lofoffer ten huize des HEEREN 1) (Lev. 26:3 vv. Deut. 28:1 vv. 26:1 vv.).
Welke zegening God nog voor hen overig had, indien zij een geweten wilde maken van het heiligen der Sabbatten. Alhoewel hun vaders schuldig waren aan de ontheiliging van den Sabbat, zo zouden zij daarvoor niet lijden, maar ook zou hun stad en volk den ouden roem weer bekomen, indien zij den Sabbat beter onderhielden. Laat hen zorg dragen, dat zij den Sabbat heiligen en geen werk daarop doen en dan zal het hof bloeien. De koningen bij opvolging, of de verscheiden takken der koninklijke familie te gelijker tijd zullen rijden in grote statie door de poorten van Jeruzalem, sommigen op wagens en sommigen op paarden, vergezeld van een talrijk gevolg der mannen van Juda. De stad zal bloeien. Laat te Jeruzalem het aanzien van den Godsdienst opgehouden worden, door de heiliging van den Sabbat, opdat zij moge beantwoorden aan haren titel van de heilige stad en dan zal zij blijven tot in eeuwigheid; zij zal voor eeuwig bewaard worden. Het land zal bloeien. De steden van Juda en het land van Benjamin zal weer vervuld worden met grote menigte van inwoners en deze zullen overvloed van volheid hebben en in vrede leven. De Kerk zal bloeien. Spijsoffers en reukwerk en lofoffers zullen ten huize des Heeren aangebracht worden tot onderhouding van den dienst van dat huis en de dienaren, die daarin dienen. Gods instellingen zullen daar gemoedelijk onderhouden worden, geen offerande of wierook zal aan de afgoden geofferd worden en van God onttrokken, maar alles zal in den rechten weg gaan.
Maar indien gij naar Mij niet zult horen, om den sabbatdag te heiligen en om genen last te dragen, als gij op den sabbatdag door de poorten van Jeruzalem ingaat, zo zal Ik, Mijne bedreiging vervullende (1 Kon. 9:6 vv.), een vuur in hare door u zo lang en zo snood ontheiligde poorten aansteken, dat de paleizen van Jeruzalem zal verteren en niet worden uitgeblust. (Amos 1:14 v; 5:6. Hos. 8:14. Ezech. 23:47 De ontheiliging van den sabbath door dagelijks werk in tegenspraak met de wet des Heeren, was een openlijk misdrijf en een teken van afval van God. Het sabbatsgebod kan wel door farizese wetsvervulling worden overdreven en misbruikt, gelijk Joh. 5:10 geschiedde, maar het misbruik der wet heft de wet niet op, en schaft het recht gebruik niet af; het bevordert beide slechts te meer. Er zijn ten allen tijde zekere hoofdzaken, die, wanneer zij worden erkend, tot verandering van bijzondere personen en van het volk leiden. Door de heiliging van den sabbath zou het volk getoond hebben, dat het de wet nog als ene goddelijke beschouwde. Het verminderen der nauwgezetheid, waarmee deze ordening Gods omtrent den sabbat wordt waargenomen, of de verwaarlozing daarvan is een zeker bewijs van achteruitgang der ware godsvrucht in een land. . Van dien tijd af was dus nog redding mogelijk. Daar het volk echter alles in den wind sloeg en zijne koningen niet letten op hetgeen de Heere hun liet zeggen, staat hier deze rede als een gedenkteken en getuigenis van de onbekeerlijkheid van Juda en van de noodzakelijkheid van het gericht, dat later over hen gekomen is.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel