Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Het woord des HEEREN, dat tot Jeremia geschied is, over de zaken der grote droogte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Het woordH1697 des HEERENH3068, datH834totH413JeremiaH3414 geschied is, overH5921 de zakenH1697 der grote droogteH1226.Het woord des HEEREN, dat tot Jeremia geschied is, over de zaken der grote droogte.
KJVThe word3of the LORD4that came to Jeremiah6concerning8the dearth.
1אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2הָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6יִרְמְיָ֔הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8דִּבְרֵ֖יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9הַבַּצָּרֽוֹתH1226droogtedearth, drought
2Juda treurt en haar poorten zijn verzwakt; zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe, en Jeruzalems geschrei klimt op.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2JudaH3063treurtH56 en haar poortenH8179 zijn verzwaktH535; zij zijn in het zwartH6937 gekleed ter aardeH776 toe, en JeruzalemsH3389geschreiH6682klimtH5927 op.Juda treurt en haar poorten zijn verzwakt; zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe, en Jeruzalems geschrei klimt op.
KJVJudah2mourneth,1and the gates3thereof languish;4they are black5unto the ground;6and the cry7of Jerusalem8is gone up.
1אָבְלָ֣הH56rouw, treuren, treurtlament, mourn2יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah3וּשְׁעָרֶ֥יהָH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)4אֻמְלְל֖וּH535kweelt, kwelen, flauwlanguish, be weak, wax feeble5קָדְר֣וּH6937zwart, rouwdragenden, verdonkerdbe black(-ish), be (make) dark(-en), [idiom] heavily, (cause to) mourn6לָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7וְצִוְחַ֥תH6682gekrijs, gekrijt, geschreicry(-ing)8יְרוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem9עָלָֽתָהH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work
3En hun voortreffelijken zenden hun kleinen naar water; zij komen tot de grachten, zij vinden geen water, zij komen met hun vaten ledig weder; zij zijn beschaamd, ja, worden schaamrood, en bedekken hun hoofd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En hun voortreffelijkenH117zendenH7971 hun kleinenH6810 naar waterH4325; zij komenH935 tot de grachtenH1356, zij vindenH4672geenH3808waterH4325, zij komen met hun vatenH3627ledigH7387 weder; zij zijn beschaamdH954, ja, worden schaamroodH3637, en bedekkenH2645 hun hoofdH7218.En hun voortreffelijken zenden hun kleinen naar water; zij komen tot de grachten, zij vinden geen water, zij komen met hun vaten ledig weder; zij zijn beschaamd, ja, worden schaamrood, en bedekken hun hoofd.
Ook in dit vers
komenH7725
KJVAnd their nobles1have sent2their little ones3to the waters:4they came5to the pits,7and found9no water;10they returned11with their vessels12empty;13they were ashamed14and confounded,15and covered16their heads.
1וְאַדִּ֣רֵיהֶ֔םH117heerlijken, voortreffelijken, heerlijkexcellent, famous, gallant, glorious, goodly, lordly, mighty(-ier one), noble, principal, worthy2שָׁלְח֥וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)3צְעִירֵיהֶ֖םH6810jongste, kleinste, geringstenleast, little (one), small (one), [phrase] young(-er, -est)4לַמָּ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))5בָּ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7גֵּבִ֞יםH1356grachten, gewelven, velebeam, ditch, pit8לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9מָ֣צְאוּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on10מַ֗יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))11שָׁ֤בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw12כְלֵיהֶם֙H3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever13רֵיקָ֔םH7387ledig, oorzaakwithout cause, empty, in vain, void14בֹּ֥שׁוּH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long15וְהָכְלְמ֖וּH3637schande, schaamrood, beschaamdbe (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame16וְחָפ֥וּH2645overtoog, bedekken, bedektenceil, cover, overlay17רֹאשָֽׁםH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
4Omdat het aardrijk gescheurd is, dewijl er geen regen op de aarde is; de akkerlieden zijn beschaamd, zij bedekken hun hoofd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Omdat het aardrijkH127gescheurdH2865 is, dewijlH3588 er geenH3808regenH1653 op de aardeH776 is; de akkerliedenH406 zijn beschaamdH954, zij bedekkenH2645 hun hoofdH7218.Omdat het aardrijk gescheurd is, dewijl er geen regen op de aarde is; de akkerlieden zijn beschaamd, zij bedekken hun hoofd.
KJVBecause the ground2is chapt,3for there was no rain7in the earth,8the plowmen10were ashamed,9they covered11their heads.
1בַּעֲב֤וּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to2הָאֲדָמָה֙H127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land3חַ֔תָּהH2865ontzet, verbroken, verschriktabolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify4כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6הָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7גֶ֖שֶׁםH1653regen, plasregen, plasregensrain, shower8בָּאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9בֹּ֥שׁוּH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long10אִכָּרִ֖יםH406akkerlieden, akkermanhusbandman, ploughman11חָפ֥וּH2645overtoog, bedekken, bedektenceil, cover, overlay12רֹאשָֽׁםH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
5Want ook de hinden in het veld werpen jongen, en verlaten die, omdat er geen jong gras is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5WantH3588ookH1571 de hindenH365 in het veldH7704werpen jongenH3205, en verlatenH5800 die, omdatH3588 er geenH3808 jong grasH1877isH1961.Want ook de hinden in het veld werpen jongen, en verlaten die, omdat er geen jong gras is.
KJVYea, the hind3also calved5in the field,4and forsook6it, because there was no grass.
1כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea3אַיֶּ֨לֶת֙H365Aijeleth, hinde, hindenhind, Aijeleth4בַּשָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild5יָלְדָ֖הH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)6וְעָז֑וֹבH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely7כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9הָיָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10דֶּֽשֶׁאH1877grasscheutjes, grazige, tedere gras(tender) grass, green, (tender) herb
6En de woudezels staan op de hoge plaatsen, zij scheppen den wind gelijk de draken; hun ogen versmachten, omdat er geen kruid is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En de woudezelsH6501staanH5975opH5921 de hoge plaatsenH8205, zij scheppenH7602 den windH7307 gelijk de drakenH8577; hun ogenH5869versmachtenH3615, omdatH3588 er geenH369kruidH6212 is.En de woudezels staan op de hoge plaatsen, zij scheppen den wind gelijk de draken; hun ogen versmachten, omdat er geen kruid is.
KJVAnd the wild asses1did stand2in the high places,4they snuffed up5the wind6like dragons;7their eyes9did fail,8because there was no grass.
1וּפְרָאִים֙H6501woudezel, woudezels, woudezelenwild (ass)2עָמְד֣וּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4שְׁפָיִ֔םH8205hoge plaatsen, hoogtehigh place, stick out5שָׁאֲפ֥וּH7602slokken, hijgt, Haakdesire (earnestly), devour, haste, pant, snuff up, swallow up6ר֖וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)7כַּתַּנִּ֑יםH8577draken, draak, zeedraakdragon, sea-monster, serpent, whale8כָּל֥וּH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste9עֵינֵיהֶ֖םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)10כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)12עֵֽשֶׂבH6212kruid, gras, kruidengrass, herb
7Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Hoewel onze ongerechtighedenH5771 tegen ons getuigenH6030, o HEEREH3068! doeH6213 het omH4616 Uws NaamsH8034 wil; wantH3588 onze afkeringenH4878 zijn menigvuldigH7231, wij hebben tegen U gezondigdH2398.Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd.
KJVO LORD,5though our iniquities2testify3against us, do6thou it for thy name's8sake: for our backslidings11are many;10we have sinned
1אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2עֲוֺנֵ֨ינוּ֙H5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin3עָ֣נוּH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)4בָ֔נוּ5יְהוָ֕הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6עֲשֵׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to8שְׁמֶ֑ךָH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10רַבּ֥וּH7231vermenigvuldigd, vermenigvuldigen, veleincrease, be many(-ifold), be more, multiply, ten thousands11מְשׁוּבֹתֵ֖ינוּH4878afgekeerde, afkering, afkeringenbacksliding, turning away12לְךָ֥13חָטָֽאנוּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass
8O Israels Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid! waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8O IsraelsH3478VerwachtingH4723, Zijn VerlosserH3467 in tijdH6256 van benauwdheidH6869! waaromH4100 zoudt Gij zijnH1961 als een vreemdelingH1616 in het landH776, en als een reizigerH732, die slechts inkeertH5186 om te vernachtenH3885?O Israels Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid! waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten?
KJVO the hope1of Israel,2the saviour3thereof in time4of trouble,5why shouldest thou be as a stranger8in the land,9and as a wayfaring man10that turneth aside11to tarry for a night?
1מִקְוֵה֙H4723Verwachting, vergadering, linnen garenabiding, gathering together, hope, linen yarn, plenty (of water), pool2יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3מֽוֹשִׁיע֖וֹH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory4בְּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when5צָרָ֑הH6869benauwdheid, benauwdheden, noodadversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble6לָ֤מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why7תִֽהְיֶה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8כְּגֵ֣רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger9בָּאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10וּכְאֹרֵ֖חַH732reizenden, reiziger, wandelaarsgo, wayfaring (man)11נָטָ֥הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield12לָלֽוּןH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)
9Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen? Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9WaaromH4100 zoudt Gij zijnH1961 als een versaagdH1724manH376, als een heldH1368, die niet kanH3201verlossenH3467? GijH859 zijt toch in het middenH7130 van ons, o HEEREH3068! en wij zijn naar Uw NaamH8034genoemdH7121, verlaatH3240 ons niet.Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen? Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet.
KJVWhy shouldest thou be as a man3astonied,4as a mighty man5that cannot7save?8yet thou, O LORD,11art in the midst10of us, and we are called14by thy name;12leave
1לָ֤מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why2תִֽהְיֶה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3כְּאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4נִדְהָ֔םH1724versaagdastonished5כְּגִבּ֖וֹרH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man6לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יוּכַ֣לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer8לְהוֹשִׁ֑יעַH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory9וְאַתָּ֧הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10בְקִרְבֵּ֣נוּH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self11יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12וְשִׁמְךָ֛H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13עָלֵ֥ינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14נִקְרָ֖אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say15אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than16תַּנִּחֵֽנוּH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)
10Alzo zegt de HEERE van dit volk: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, zij hebben hun voeten niet bedwongen; daarom heeft de HEERE geen welgevallen aan hen, nu zal Hij hunner ongerechtigheden gedenken, en hun zonden bezoeken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Alzo zegtH559 de HEEREH3068 van ditH2088volkH5971: Zij hebben zo liefgehadH157 te zwervenH5128, zij hebben hun voetenH7272nietH3808bedwongenH2820; daaromH3651 heeft de HEEREH3068geenH3808welgevallenH7521 aan hen, nuH6258 zal Hij hunner ongerechtighedenH5771gedenkenH2142, en hun zondenH2403bezoekenH6485.Alzo zegt de HEERE van dit volk: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, zij hebben hun voeten niet bedwongen; daarom heeft de HEERE geen welgevallen aan hen, nu zal Hij hunner ongerechtigheden gedenken, en hun zonden bezoeken.
KJVThus saith2the LORD3unto this people,4Thus have they loved7to wander,8they have not refrained11their feet,9therefore the LORD12doth not accept14them; he will now remember16their iniquity,17and visit18their sins.
1כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֨רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4לָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5הַזֶּ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6כֵּ֤ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you7אָֽהֲבוּ֙H157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend8לָנ֔וּעַH5128schudden, omzwerven, bewogencontinually, fugitive, [idiom] make, to (go) up and down, be gone away, (be) move(-able, -d), be promoted, reel, remove, scatter, set, shake, sift, stagger, to and fro, be vagabond, wag, (make) wander (up and down)9רַגְלֵיהֶ֖םH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time10לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11חָשָׂ֑כוּH2820onthouden, belet, inhoudenassuage, [idiom] darken, forbear, hinder, hold back, keep (back), punish, refrain, reserve, spare, withhold12וַיהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14רָצָ֔םH7521welgevallen, aangenaam, behagen(be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self15עַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas16יִזְכֹּ֣רH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well17עֲוֺנָ֔םH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin18וְיִפְקֹ֖דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want19חַטֹּאתָֽםH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
11Wijders zeide de HEERE tot mij: Bid niet voor dit volk ten goede.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Wijders zeideH559 de HEEREH3068totH413 mij: BidH6419nietH408 voor ditH2088volkH5971 ten goedeH2896.Wijders zeide de HEERE tot mij: Bid niet voor dit volk ten goede.
KJVThen said1the LORD2unto me, Pray5not for this people7for their good.
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֵלָ֑יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than5תִּתְפַּלֵּ֛לH6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication6בְּעַדH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within7הָעָ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9לְטוֹבָֽהH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
12Ofschoon zij vasten, Ik zal naar hun geschrei niet horen, en ofschoon zij brandoffer en spijsoffer offeren, Ik zal aan hen geen welgevallen hebben; maar door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie zal Ik hen verteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Ofschoon zij vastenH6684, Ik zal naarH413 hun geschreiH7440nietH369horenH8085, en ofschoon zij brandofferH5930 en spijsofferH4503offerenH5927, Ik zal aan hen geenH369welgevallenH7521 hebben; maarH3588 door het zwaardH2719, en door den hongerH7458, en door de pestilentieH1698 zal IkH595 hen verterenH3615.Ofschoon zij vasten, Ik zal naar hun geschrei niet horen, en ofschoon zij brandoffer en spijsoffer offeren, Ik zal aan hen geen welgevallen hebben; maar door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie zal Ik hen verteren.
KJVWhen they fast,2I will not hear4their cry;6and when they offer8burnt offering9and an oblation,10I will not accept12them: but I will consume18them by the sword,14and by the famine,15and by the pestilence.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יָצֻ֗מוּH6684vastten, vasten, gevast[idiom] at all, fast3אֵינֶ֤נִּיH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)4שֹׁמֵ֨עַ֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6רִנָּתָ֔םH7440gejuich, geschrei, vreugdegezangcry, gladness, joy, proclamation, rejoicing, shouting, sing(-ing), triumph7וְכִ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8יַעֲל֛וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work9עֹלָ֥הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)10וּמִנְחָ֖הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice11אֵינֶ֣נִּיH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)12רֹצָ֑םH7521welgevallen, aangenaam, behagen(be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self13כִּ֗יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14בַּחֶ֨רֶב֙H2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool15וּבָרָעָ֣בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger16וּבַדֶּ֔בֶרH1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague17אָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which18מְכַלֶּ֥הH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste19אוֹתָֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
13Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, die profeten zeggen hun: Gij zult geen zwaard zien, en gij zult geen honger hebben; maar Ik zal u een gewissen vrede geven in deze plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Toen zeideH559 ik: AchH162, HeereH136HEEREH3069! zieH2009, die profetenH5030zeggenH559 hun: Gij zult geenH3808zwaardH2719zienH7200, en gij zult geenH3808hongerH7458 hebben; maarH3588 Ik zal u een gewissenH571vredeH7965gevenH5414 in dezeH2088plaatsH4725.Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, die profeten zeggen hun: Gij zult geen zwaard zien, en gij zult geen honger hebben; maar Ik zal u een gewissen vrede geven in deze plaats.
KJVThen said1I, Ah,2Lord3GOD!4behold, the prophets6say7unto them, Ye shall not see10the sword,11neither shall ye have famine;12but I will give19you assured18peace17in this place.
1וָאֹמַ֞רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲהָ֣הּH162Achah, alas3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהוִ֗הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5הִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see6הַנְּבִאִ֜יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet7אֹמְרִ֤יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8לָהֶם֙9לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תִרְא֣וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11חֶ֔רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool12וְרָעָ֖בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger13לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15לָכֶ֑ם16כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17שְׁל֤וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly18אֱמֶת֙H571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity19אֶתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield20לָכֶ֔ם21בַּמָּק֖וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)22הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
14En de HEERE zeide tot mij: Die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken; zij profeteren ulieden een vals gezicht, en waarzegging, en nietigheid, en bedriegerij huns harten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En de HEEREH3068zeideH559totH413 mij: Die profetenH5030profeterenH5012valsH8267 in Mijn NaamH8034; Ik heb hen nietH3808gezondenH7971, nochH3808 hun bevelH6680 gegeven, nochH3808totH413 hen gesprokenH1696; zij profeterenH5012 ulieden een valsH8267gezichtH2377, en waarzeggingH7081, en nietigheidH457, en bedriegerijH8649 huns hartenH3820.En de HEERE zeide tot mij: Die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken; zij profeteren ulieden een vals gezicht, en waarzegging, en nietigheid, en bedriegerij huns harten.
KJVThen the LORD2said1unto me, The prophets5prophesy6lies4in my name:7I sent9them not, neither have I commanded11them, neither spake13unto them: they prophesy22unto you a false16vision15and divination,17and a thing of nought,18and the deceit19of their heart.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֵלַ֗יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שֶׁ֚קֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully5הַנְּבִאִים֙H5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet6נִבְּאִ֣יםH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet7בִּשְׁמִ֔יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report8לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9שְׁלַחְתִּים֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11צִוִּיתִ֔יםH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order12וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13דִבַּ֖רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work14אֲלֵיהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15חֲז֨וֹןH2377gezicht, gezichten, gezichtsvision16שֶׁ֜קֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully17וְקֶ֤סֶםH7081waarzegging, waarzeggerijen, Waarzegging(reward of) divination, divine sentence, witchcraft18וֶֽאֱלִיל֙H457afgoden, nietige, nietige afgodenidol, no value, thing of nought19וְתַרְמִ֣יתH8649bedriegerij, bedrog, bedriegelijkedeceit(-ful), privily20לִבָּ֔םH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom21הֵ֖מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye22מִֽתְנַבְּאִ֥יםH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet23לָכֶֽם
15Daarom zegt de HEERE alzo: Aangaande de profeten, die in Mijn Naam profeteren, daar Ik hen niet gezonden heb, en zij dan nog zeggen: Er zal geen zwaard noch honger in dit land zijn; diezelve profeten zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15DaaromH3651zegtH559 de HEEREH3068 alzo: Aangaande de profetenH5030, die in Mijn NaamH8034profeterenH5012, daar IkH589 hen nietH3808gezondenH7971 heb, en zij dan nog zeggenH559: Er zal geen zwaardH2719 noch hongerH7458 in ditH2063landH776zijnH1961; diezelve profetenH5030 zullen door het zwaardH2719 en door den hongerH7458verteerdH8552 worden.Daarom zegt de HEERE alzo: Aangaande de profeten, die in Mijn Naam profeteren, daar Ik hen niet gezonden heb, en zij dan nog zeggen: Er zal geen zwaard noch honger in dit land zijn; diezelve profeten zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden.
KJVTherefore thus saith3the LORD4concerning the prophets6that prophesy7in my name,8and I sent11them not, yet they say,13Sword14and famine15shall not be in this land;18By sword20and famine21shall those prophets23be consumed.
1לָכֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַנְּבִאִ֞יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet7הַנִּבְּאִ֣יםH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet8בִּשְׁמִי֮H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report9וַאֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11שְׁלַחְתִּים֒H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)12וְהֵ֨מָּה֙H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye13אֹֽמְרִ֔יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14חֶ֣רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool15וְרָעָ֔בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger16לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יִהְיֶ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use18בָּאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19הַזֹּ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus20בַּחֶ֤רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool21וּבָֽרָעָב֙H7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger22יִתַּ֔מּוּH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole23הַנְּבִאִ֖יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet24הָהֵֽמָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
16En het volk, tot hetwelk zij profeteren, zullen op de straten van Jeruzalem weggeworpen zijn vanwege den honger en het zwaard; en er zal niemand zijn, die hen begrave, hen, hun vrouwen, en hun zonen, en hun dochteren; alzo zal Ik hun boosheid over hen uitstorten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En het volkH5971, tot hetwelkH834 zij profeterenH5012, zullen op de stratenH2351 van JeruzalemH3389weggeworpenH7993 zijn vanwege den hongerH7458 en het zwaardH2719; en er zal niemandH369 zijn, die hen begraveH6912, henH1992, hunH1992vrouwenH802, en hun zonenH1121, en hun dochterenH1323; alzo zal Ik hun boosheidH7451overH5921 hen uitstortenH8210.En het volk, tot hetwelk zij profeteren, zullen op de straten van Jeruzalem weggeworpen zijn vanwege den honger en het zwaard; en er zal niemand zijn, die hen begrave, hen, hun vrouwen, en hun zonen, en hun dochteren; alzo zal Ik hun boosheid over hen uitstorten.
KJVAnd the people1to whom they prophesy4shall be cast out7in the streets8of Jerusalem9because10of the famine11and the sword;12and they shall have none to bury14them,3them, their wives,17nor their sons,18nor their daughters:19for I will pour20their wickedness
1וְהָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3הֵ֣מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye4נִבְּאִ֣יםH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet5לָהֶ֡ם6יִֽהְי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7מֻשְׁלָכִים֩H7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw8בְּחֻצ֨וֹתH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without9יְרוּשָׁלִַ֜םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem10מִפְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11הָרָעָ֣בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger12וְהַחֶ֗רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool13וְאֵ֤יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)14מְקַבֵּר֙H6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)15לָהֵ֔מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye16הֵ֣מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye17נְשֵׁיהֶ֔םH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English18וּבְנֵיהֶ֖םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19וּבְנֹֽתֵיהֶ֑םH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village20וְשָׁפַכְתִּ֥יH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip21עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23רָעָתָֽםH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
17Daarom zult gij dit woord tot hen zeggen: Mijn ogen zullen van tranen nederdalen nacht en dag, en niet ophouden; want de jonkvrouw der dochter Mijns volks is gebroken met een grote breuk, een plage, die zeer smartelijk is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Daarom zult gij ditH2088woordH1697totH413 hen zeggenH559: Mijn ogenH5869 zullen van tranenH1832nederdalenH3381nachtH3915 en dagH3119, en nietH408ophoudenH1820; wantH3588 de jonkvrouwH1330 der dochterH1323 Mijns volksH5971 is gebrokenH7665 met een grote breukH7667, een plageH4347, die zeerH3966smartelijkH2470 is.Daarom zult gij dit woord tot hen zeggen: Mijn ogen zullen van tranen nederdalen nacht en dag, en niet ophouden; want de jonkvrouw der dochter Mijns volks is gebroken met een grote breuk, een plage, die zeer smartelijk is.
KJVTherefore thou shalt say1this word4unto them; Let mine eyes7run down6with tears8night9and day,10and let them not cease:12for the virgin17daughter18of my people19is broken16with a great15breach,14with a very22grievous21blow.
1וְאָמַרְתָּ֤H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַדָּבָ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6תֵּרַ֨דְנָהH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down7עֵינַ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8דִּמְעָ֛הH1832tranentears9לַ֥יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)10וְיוֹמָ֖םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)11וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than12תִּדְמֶ֑ינָהH1820uitgeroeid, ophouden, vergaancease, be cut down (off), destroy, be brought to silence, be undone, [idiom] utterly13כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14שֶׁ֨בֶרH7667breuk, verbreking, Breukaffliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation15גָּד֜וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very16נִשְׁבְּרָ֗הH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))17בְּתוּלַת֙H1330jonkvrouw, maagd, maagdenmaid, virgin18בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village19עַמִּ֔יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people20מַכָּ֖הH4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)21נַחְלָ֥הH2470krank, smeken, ziekbeseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded22מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
18Zo ik uitga in het veld, ziet daar de verslagenen van het zwaard, en zo ik in de stad komen, ziet daar de kranken van honger! Ja, zowel de profeten als de priesters lopen om in het land, en weten niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18ZoH518 ik uitgaH3318 in het veldH7704, zietH2009 daar de verslagenenH2491 van het zwaardH2719, en zoH518 ik in de stadH5892komenH935, zietH2009 daar de krankenH8463 van hongerH7458! JaH1571, zowel de profetenH5030 als de priestersH3548lopenH5503 om in het landH776, en wetenH3045nietH3808.Zo ik uitga in het veld, ziet daar de verslagenen van het zwaard, en zo ik in de stad komen, ziet daar de kranken van honger! Ja, zowel de profeten als de priesters lopen om in het land, en weten niet.
KJVIf I go forth2into the field,3then behold the slain5with the sword!6and if I enter8into the city,9then behold them that are sick11with famine!12yea, both the prophet15and the priest17go about18into a land20that they know
1אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2יָצָ֣אתִיH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3הַשָּׂדֶ֗הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild4וְהִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see5חַלְלֵיH2491verslagenen, verslagen, verslagenekill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded6חֶ֔רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool7וְאִם֙H518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8בָּ֣אתִיH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10וְהִנֵּ֖הH2009ziet, ziebehold, lo, see11תַּחֲלוּאֵ֣יH8463krankheden, kranken, pijnlijkedisease, [idiom] grievous, (that are) sick(-ness)12רָעָ֑בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea15נָבִ֧יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet16גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea17כֹּהֵ֛ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer18סָחֲר֥וּH5503kooplieden, koophandel, handelaarsgo about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick19אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)20אֶ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world21וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22יָדָֽעוּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
19Hebt Gij dan Juda ganselijk verworpen? Heeft Uw ziel een walging aan Sion? Waarom hebt Gij ons geslagen, dat er geen genezing voor ons is? Men wacht naar vrede, maar daar is niets goeds, en naar tijd van genezing, maar ziet, daar is verschrikking.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Hebt Gij dan JudaH3063ganselijkH3988verworpenH3988? Heeft Uw zielH5315 een walgingH1602 aan SionH6726? Waarom hebt Gij ons geslagenH5221, dat er geenH369genezingH4832 voor ons is? Men wachtH6960 naar vredeH7965, maar daar is nietsH369goedsH2896, en naar tijdH6256 van genezingH4832, maar zietH2009, daar is verschrikkingH1205.Hebt Gij dan Juda ganselijk verworpen? Heeft Uw ziel een walging aan Sion? Waarom hebt Gij ons geslagen, dat er geen genezing voor ons is? Men wacht naar vrede, maar daar is niets goeds, en naar tijd van genezing, maar ziet, daar is verschrikking.
KJVHast thou utterly1rejected2Judah?4hath thy soul8lothed7Zion?6why hast thou smitten10us, and there is no healing13for us? we looked14for peace,15and there is no good;17and for the time18of healing,19and behold trouble!
20HEERE! wij kennen onze goddeloosheid, en onzer vaderen ongerechtigheid, want wij hebben tegen U gezondigd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20HEEREH3068! wij kennenH3045 onze goddeloosheidH7562, en onzer vaderenH1ongerechtigheidH5771, wantH3588 wij hebben tegen U gezondigdH2398.HEERE! wij kennen onze goddeloosheid, en onzer vaderen ongerechtigheid, want wij hebben tegen U gezondigd.
KJVWe acknowledge,1O LORD,2our wickedness,3and the iniquity4of our fathers:5for we have sinned
1יָדַ֧עְנוּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3רִשְׁעֵ֖נוּH7562goddeloosheid, goddeloze, goddelooslijkiniquity, wicked(-ness)4עֲוֺ֣ןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin5אֲבוֹתֵ֑ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7חָטָ֖אנוּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass8לָֽךְ
21Versmaad ons niet, om Uws Naams wil; werp den troon Uwer heerlijkheid niet neder; gedenk, vernietig niet Uw verbond met ons.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21VersmaadH5006 ons nietH408, omH4616 Uws NaamsH8034 wil; werpH5034 den troonH3678 Uwer heerlijkheidH3519 niet nederH5034; gedenkH2142, vernietigH6565 niet Uw verbondH1285metH854 ons.Versmaad ons niet, om Uws Naams wil; werp den troon Uwer heerlijkheid niet neder; gedenk, vernietig niet Uw verbond met ons.
KJVDo not abhor2us, for thy name's4sake, do not disgrace6the throne7of thy glory:8remember,9break11not thy covenant
1אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2תִּנְאַץ֙H5006gelasterd, lasteren, versmadenabhor, (give occasion to) blaspheme, contemn, despise, flourish, [idiom] great, provoke3לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to4שִׁמְךָ֔H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report5אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than6תְּנַבֵּ֖לH5034afvallen, afvalt, vervallendisgrace, dishounour, lightly esteem, fade (away, -ing), fall (down, -ling, off), do foolishly, come to nought, [idiom] surely, make vile, wither7כִּסֵּ֣אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne8כְבוֹדֶ֑ךָH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)9זְכֹ֕רH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well10אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than11תָּפֵ֥רH6565vernietigen, vernietigd, ganselijk[idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void12בְּרִֽיתְךָ֖H1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league13אִתָּֽנוּH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
22Zijn er onder de ijdelheden der heidenen, die doen regenen, of kan de hemel druppelen geven? Zijt Gij die niet, o HEERE, onze God? Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Zijn er onder de ijdelhedenH1892 der heidenenH1471, die doen regenenH1652, ofH518 kan de hemelH8064druppelenH7241gevenH5414? Zijt GijH859 die nietH3808, o HEEREH3068, onze GodH430? Daarom zullen wij op U wachtenH6960, wantH3588 Gij doetH6213alH3605 die dingen.Zijn er onder de ijdelheden der heidenen, die doen regenen, of kan de hemel druppelen geven? Zijt Gij die niet, o HEERE, onze God? Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen.
KJVAre there1any among the vanities2of the Gentiles3that can cause rain?4or can the heavens6give7showers?8art not thou he, O LORD12our God?13therefore we will wait14upon thee: for thou hast made
1הֲיֵ֨שׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest2בְּהַבְלֵ֤יH1892ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid[idiom] altogether, vain, vanity3הַגּוֹיִם֙H1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people4מַגְשִׁמִ֔יםH1652regenen(cause to) rain5וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet6הַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)7יִתְּנ֣וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8רְבִבִ֑יםH7241druppelen, droppelen, regendruppelenshower9הֲלֹ֨אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10אַתָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11ה֜וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֱלֹהֵ֨ינוּ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14וּ֨נְקַוֶּהH6960verwacht, verwachten, wachtgather (together), look, patiently, tarry, wait (for, on, upon)15לָּ֔ךְ16כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17אַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you18עָשִׂ֖יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21אֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 14:1— Het woord des HEEREN, dat tot Jeremia geschied is, over de zaken der grote droogte.Jeremia 17:8→
Jeremia 14:2— Juda treurt en haar poorten zijn verzwakt; zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe, en Jeruzalems geschrei klimt op.Jesaja 3:26→1 Samuël 5:12→Jeremia 8:21→Jeremia 11:11→Klaagliederen 4:8→Zacharia 7:13→Jesaja 24:7→Job 34:28→
Jeremia 14:3— En hun voortreffelijken zenden hun kleinen naar water; zij komen tot de grachten, zij vinden geen water, zij komen met hun vaten ledig weder; zij zijn beschaamd, ja, worden schaamrood, en bedekken hun hoofd.2 Samuël 15:30→Psalmen 40:14→2 Koningen 18:31→Amos 4:8→Jeremia 2:13→Esther 6:12→Jeremia 20:11→Joël 1:20→
Jeremia 14:4— Omdat het aardrijk gescheurd is, dewijl er geen regen op de aarde is; de akkerlieden zijn beschaamd, zij bedekken hun hoofd.Joël 1:11→Joël 1:19→Deuteronomium 28:23→Jeremia 3:3→Leviticus 26:19→Joël 1:17→Deuteronomium 29:23→
Jeremia 14:5— Want ook de hinden in het veld werpen jongen, en verlaten die, omdat er geen jong gras is.Psalmen 29:9→Jesaja 15:6→Job 39:1→
Jeremia 14:6— En de woudezels staan op de hoge plaatsen, zij scheppen den wind gelijk de draken; hun ogen versmachten, omdat er geen kruid is.Jeremia 2:24→Job 39:5→Joël 1:18→Klaagliederen 5:17→1 Samuël 14:29→Klaagliederen 4:17→
Jeremia 14:7— Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd.Hosea 5:5→Psalmen 25:11→Jeremia 14:20→Jeremia 5:6→Jesaja 59:12→Jeremia 2:19→Efeze 1:12→Ezechiël 20:14→
Jeremia 14:8— O Israels Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid! waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten?Jeremia 17:13→Psalmen 50:15→Jesaja 43:3→Jesaja 45:21→Jeremia 50:7→Psalmen 37:39→Jesaja 43:11→Psalmen 9:9→
Jeremia 14:9— Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen? Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet.Jesaja 63:19→Jesaja 59:1→Psalmen 46:5→Jeremia 15:16→Exodus 29:45→Numeri 11:23→Jesaja 50:1→Deuteronomium 23:14→
Jeremia 14:10— Alzo zegt de HEERE van dit volk: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, zij hebben hun voeten niet bedwongen; daarom heeft de HEERE geen welgevallen aan hen, nu zal Hij hunner ongerechtigheden gedenken, en hun zonden bezoeken.Hosea 8:13→Hosea 9:9→Psalmen 119:101→Amos 5:22→Jeremia 6:20→Hosea 11:7→1 Samuël 15:2→Jeremia 3:1→
Jeremia 14:11— Wijders zeide de HEERE tot mij: Bid niet voor dit volk ten goede.Jeremia 7:16→Jeremia 11:14→Jeremia 15:1→Exodus 32:32→Exodus 32:10→
Jeremia 14:12— Ofschoon zij vasten, Ik zal naar hun geschrei niet horen, en ofschoon zij brandoffer en spijsoffer offeren, Ik zal aan hen geen welgevallen hebben; maar door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie zal Ik hen verteren.Ezechiël 8:18→Jeremia 6:20→Spreuken 1:28→Jeremia 11:11→Micha 3:4→Jeremia 16:4→Zacharia 7:13→Jeremia 24:10→
Jeremia 14:13— Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, die profeten zeggen hun: Gij zult geen zwaard zien, en gij zult geen honger hebben; maar Ik zal u een gewissen vrede geven in deze plaats.Jeremia 6:14→Jeremia 4:10→Jeremia 23:17→Jeremia 8:11→Ezechiël 13:22→Micha 3:11→Jeremia 28:2→Jeremia 5:31→
Jeremia 14:14— En de HEERE zeide tot mij: Die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken; zij profeteren ulieden een vals gezicht, en waarzegging, en nietigheid, en bedriegerij huns harten.Jeremia 29:8→Ezechiël 12:24→Ezechiël 13:6→Jesaja 30:10→Jeremia 29:31→Jeremia 23:21→Klaagliederen 2:14→Micha 3:11→
Jeremia 14:15— Daarom zegt de HEERE alzo: Aangaande de profeten, die in Mijn Naam profeteren, daar Ik hen niet gezonden heb, en zij dan nog zeggen: Er zal geen zwaard noch honger in dit land zijn; diezelve profeten zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden.Ezechiël 14:10→Jeremia 5:12→Jeremia 29:31→Openbaring 19:20→Jeremia 29:20→Jeremia 6:15→Jeremia 8:12→Amos 7:17→
Jeremia 14:16— En het volk, tot hetwelk zij profeteren, zullen op de straten van Jeruzalem weggeworpen zijn vanwege den honger en het zwaard; en er zal niemand zijn, die hen begrave, hen, hun vrouwen, en hun zonen, en hun dochteren; alzo zal Ik hun boosheid over hen uitstorten.Spreuken 1:31→Jeremia 7:33→Psalmen 79:2→Jeremia 15:2→Jeremia 13:22→Jeremia 16:4→Jeremia 18:21→Jeremia 9:22→
Jeremia 14:17— Daarom zult gij dit woord tot hen zeggen: Mijn ogen zullen van tranen nederdalen nacht en dag, en niet ophouden; want de jonkvrouw der dochter Mijns volks is gebroken met een grote breuk, een plage, die zeer smartelijk is.Jeremia 9:1→Jeremia 8:21→Klaagliederen 2:13→Klaagliederen 1:15→Jeremia 13:17→Psalmen 119:136→Jeremia 10:19→Klaagliederen 2:18→
Jeremia 14:18— Zo ik uitga in het veld, ziet daar de verslagenen van het zwaard, en zo ik in de stad komen, ziet daar de kranken van honger! Ja, zowel de profeten als de priesters lopen om in het land, en weten niet.Ezechiël 7:15→Jeremia 8:10→Klaagliederen 1:20→Jeremia 52:6→Jeremia 5:31→Jeremia 6:13→Deuteronomium 28:36→Deuteronomium 28:64→
Jeremia 14:19— Hebt Gij dan Juda ganselijk verworpen? Heeft Uw ziel een walging aan Sion? Waarom hebt Gij ons geslagen, dat er geen genezing voor ons is? Men wacht naar vrede, maar daar is niets goeds, en naar tijd van genezing, maar ziet, daar is verschrikking.Klaagliederen 5:22→Jeremia 8:15→Jeremia 6:30→Psalmen 78:59→2 Koningen 17:19→1 Thessalonicenzen 5:3→Psalmen 89:38→Job 30:26→
Jeremia 14:20— HEERE! wij kennen onze goddeloosheid, en onzer vaderen ongerechtigheid, want wij hebben tegen U gezondigd.Psalmen 32:5→Leviticus 26:40→Jeremia 3:25→Nehemia 9:2→Daniël 9:5→Psalmen 106:6→Ezra 9:6→Jeremia 3:13→
Jeremia 14:21— Versmaad ons niet, om Uws Naams wil; werp den troon Uwer heerlijkheid niet neder; gedenk, vernietig niet Uw verbond met ons.Jeremia 14:7→Psalmen 106:45→Jeremia 3:17→Psalmen 89:39→Ezechiël 36:22→Daniël 9:15→Jeremia 17:12→Ezechiël 24:21→
Jeremia 14:22— Zijn er onder de ijdelheden der heidenen, die doen regenen, of kan de hemel druppelen geven? Zijt Gij die niet, o HEERE, onze God? Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen.Jesaja 30:23→Jeremia 5:24→Deuteronomium 32:21→Psalmen 135:7→Psalmen 130:5→Jeremia 10:15→Jesaja 41:29→Deuteronomium 28:12→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 14 vers 1— Het woord des HEEREN, dat tot Jeremia geschied is, over de zaken der grote droogte.
zaken
Hebreeuws eigenlijk, woorden, of zaken der ophoudingen, wederhoudingen, afsnijdingen, verhinderingen, afweringen; te weten, van regen en dauw, [zie boven Jer. 3:3 ] , waaruit dan droogte moet volgen en duurte, zodat het Hebreeuwse woord daarvoor ook genomen wordt. Vergelijk onder Jer. 17:8 , en zie de betekenis van het oorspronkelijke woord Gen. 11:6 ; Job 42:2 , enz.
Hertaald:zaken
Hebreeuws eigenlijk: woorden of zaken van de ophoudingen, wederhoudingen, afsnijdingen, verhinderingen, afweringen — namelijk van regen en dauw, zie hierboven Jer. 3:3 — waaruit dan droogte en duurte moeten volgen, zodat het Hebreeuwse woord ook daarvoor genomen wordt. Vergelijk hieronder Jer. 17:8, en zie de betekenis van het oorspronkelijke woord in Gen. 11:6 en Job 42:2, enzovoort.
Jeremia 14 vers 2— Juda treurt en haar poorten zijn verzwakt; zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe, en Jeruzalems geschrei klimt op.
Juda treurt
Dat is, het volk, of het land Juda; Hij spreekt hier van Juda, als van ene vrouw.
Hertaald:Juda treurt
Dat is: het volk of het land Juda; hij spreekt hier over Juda als over een vrouw.
poorten
Dat is, steden, en voorts de inwoners, of de rechters en het volk, dat in de poorten placht bijeen te komen. Zie Gen. 22:17 .
Hertaald:poorten
Dat is: de steden, en verder de inwoners, of de rechters en het volk dat in de poorten placht bijeen te komen. Zie Gen. 22:17.
verzwakt;
Of, flauw, amechtig geworden.
Hertaald:verzwakt;
Of: flauw, uitgeput geworden.
zwart gekleed
Of, liggen ter aarde in het zwart, tot teken van rouw; zie Job 5:11 , en Ps. 35:14 .
Hertaald:zwart gekleed
Of: liggen in het zwart ter aarde, als teken van rouw; zie Job 5:11 en Ps. 35:14.
klimt op
Neemt toe, wordt groter en groter, vanwege de grote ellende, die men overal in het land ziet, overmits droogte en gebrek bij groten en kleinen, gelijk volgt.
Hertaald:klimt op
Neemt toe, wordt groter en groter, vanwege de grote ellende die men overal in het land ziet door droogte en gebrek, bij groten en kleinen, zoals volgt.
Jeremia 14 vers 3— En hun voortreffelijken zenden hun kleinen naar water; zij komen tot de grachten, zij vinden geen water, zij komen met hun vaten ledig weder; zij zijn beschaamd, ja, worden schaamrood, en bedekken hun hoofd.
voortreffelijken
Of, doorluchtigen, heerlijken, enz.; zie Ps. 8:2 .
Hertaald:voortreffelijken
Of: doorluchtigen, aanzienlijken, enzovoort; zie Ps. 8:2.
kleinen
Dat is, dienaars.
Hertaald:kleinen
Dat is: dienaars.
grachten,
Of, sloten.
Hertaald:grachten,
Of: sloten.
bedekken
Of, bewinden; tot teken van schaamte en rouw; zie 2 Sam. 15:30 ; alzo in vs.4.
Hertaald:bedekken
Of: omwinden, als teken van schaamte en rouw; zie 2 Sam. 15:30; zo ook in vers 4.
Jeremia 14 vers 4— Omdat het aardrijk gescheurd is, dewijl er geen regen op de aarde is; de akkerlieden zijn beschaamd, zij bedekken hun hoofd.
gescheurd is,
Of, gebarsten, gespleten.
Hertaald:gescheurd is,
Of: gebarsten, gespleten.
Jeremia 14 vers 5— Want ook de hinden in het veld werpen jongen, en verlaten die, omdat er geen jong gras is.
hinden
Hebreeuws, de hinde baart, enz.
Hertaald:hinden
Hebreeuws: de hinde baart, enzovoort.
Jeremia 14 vers 6— En de woudezels staan op de hoge plaatsen, zij scheppen den wind gelijk de draken; hun ogen versmachten, omdat er geen kruid is.
scheppen
Gelijk boven Jer. 2:24 ; zich daarmede verkwikkende inplaats van vochtig gras of water.
Hertaald:scheppen
Zoals hierboven Jer. 2:24; terwijl zij zich daarmee verkwikken in plaats van met vochtig gras of water.
draken;
Die zeer sterk uit en inademen, gelijk sommigen daarvan schrijven.
Hertaald:draken;
Die zeer krachtig uit- en inademen, zoals sommigen daarover schrijven.
Jeremia 14 vers 7— Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd.
Hertaald:getuigen,
Vergelijk Jes. 59:12, en Hos. 5:5 en Hos. 7:10.
doe het
Alsof de profeet zeide: Staan onze zonden U in den weg, dat Gij ons gene weldadigheid kunt bewijzen, zo neem en vind de oorzaak in Uzelven en doe het om uws dierbaren naams wil, opdat uw ondoorgrondelijke barmhartigheid en lankmoedigheid bij de vromen genoemd en uw naam van de vijanden niet gelasterd worde. Dit is des profeten voorbede voor het volk.
Hertaald:doe het
Alsof de profeet zei: staan onze zonden U in de weg, zodat U ons geen weldaad kunt bewijzen, neem en vind de reden dan in Uzelf en doe het om Uw dierbare Naam, opdat Uw ondoorgrondelijke barmhartigheid en lankmoedigheid bij de vromen geroemd worden en Uw Naam niet door de vijanden gelasterd wordt. Dit is de voorbede van de profeet voor het volk.
menigvuldig,
Of, groot.
Hertaald:menigvuldig,
Of: groot.
Jeremia 14 vers 8— O Israels Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid! waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten?
Verwachting,
O Gij enige ware God, in wien alleen uwe kerk hare hoop stelt, en van wien zij in hare noden behoort en pleegt hulp te verwachten en te ontvangen. Alzo onder Jer. 17:13 , en Jer. 50:7 . Vergelijk onder vs.22.
Hertaald:Verwachting,
O U, enige ware God, in Wie alleen Uw kerk haar hoop stelt en van Wie zij in haar noden hulp behoort en pleegt te verwachten en te ontvangen. Zo ook hieronder Jer. 17:13 en Jer. 50:7. Vergelijk hieronder vers 22.
vreemdeling
Dat is, U houden alsof Gij niet meer bewogen waart over onzen staat als een vreemde, of iemand, die maar door het land passeert enz., daar Gij immers onder ons uw vaste woning hebt genomen, gelijk volgt.
Hertaald:vreemdeling
Dat is: dat U Zich houdt alsof U niet meer bewogen bent over onze toestand dan een vreemde, of iemand die alleen maar door het land trekt, enzovoort — terwijl U toch onder ons Uw vaste woning genomen hebt, zoals volgt.
reiziger,
Of, reizende [man], wandelaar.
Hertaald:reiziger,
Of: reizende man, wandelaar.
Jeremia 14 vers 9— Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen? Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet.
versaagd man,
Of, verbaasd, die geen raad weet. Anders: afgemat. Het Hebreeuwse woord wordt alleenlijk hier gevonden.
Hertaald:versaagd man,
Of: verbijsterd, die geen raad weet. Anders: afgemat. Het Hebreeuwse woord komt alleen hier voor.
naar Uw Naam
Gelijk boven Jer. 7:10 .
Hertaald:naar Uw Naam
Zoals hierboven Jer. 7:10.
Jeremia 14 vers 10— Alzo zegt de HEERE van dit volk: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, zij hebben hun voeten niet bedwongen; daarom heeft de HEERE geen welgevallen aan hen, nu zal Hij hunner ongerechtigheden gedenken, en hun zonden bezoeken.
van dit volk
Dit is Gods antwoord op de voorbede van Jeremia.
Hertaald:van dit volk
Dit is Gods antwoord op de voorbede van Jeremia.
zwerven,
Nu naar vreemde heidense volken, dan naar allerlei afgoden, om hulp te zoeken. Zie boven Jer. 2:36 , enz.
Hertaald:zwerven,
Nu eens naar vreemde, heidense volken, dan weer naar allerlei afgoden, om hulp te zoeken. Zie hierboven Jer. 2:36, enzovoort.
nu zal Hij
Dat is, al haast zal Hij hen straffen. Zie Hos. 10:3 .
Hertaald:nu zal Hij
Dat is: spoedig zal Hij hen straffen. Zie Hos. 10:3.
gedenken,
Zie Gen. 8:1 , en vergelijk Hos. 8:13 , en Hos. 9:9 .
Hertaald:gedenken,
Zie Gen. 8:1, en vergelijk Hos. 8:13 en Hos. 9:9.
bezoeken
Dat is, straffen. Zie Gen. 21:1 .
Hertaald:bezoeken
Dat is: straffen. Zie Gen. 21:1.
Jeremia 14 vers 11— Wijders zeide de HEERE tot mij: Bid niet voor dit volk ten goede.
ten goede
Tot hun best, dat Ik hen langer zou verschonen; versta dit ten aanzien van de onbekeerlijken, waardoor God het ganse volk wil vertonen hoezeer Hij op hen vertoornd was, om de bekeerlijken te bewegen tot boetvaardigheid.
Hertaald:ten goede
Tot hun bestwil, zodat Ik hen langer zou sparen. Versta dit met het oog op de onbekeerlijken; daarmee wil God het hele volk laten zien hoezeer Hij op hen vertoornd was, om zo hen die nog te bekeren zijn tot boetvaardigheid te bewegen.
Jeremia 14 vers 13— Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, die profeten zeggen hun: Gij zult geen zwaard zien, en gij zult geen honger hebben; maar Ik zal u een gewissen vrede geven in deze plaats.
profeten
Versta, valse profeten, gelijk volgt. Zie boven Jer. 5:31 , en Jer. 6:13 .
Hertaald:profeten
Versta: valse profeten, zoals volgt. Zie hierboven Jer. 5:31 en Jer. 6:13.
zwaard zien,
Dat is, geen geweld noch overlast van krijg of oorlog ondervinden, of zulks zal u niet overkomen. Zie Job 7:7 , en onder Jer. 42:14 .
Hertaald:zwaard zien,
Dat is: geen geweld of overlast van krijg of oorlog ondervinden, of: zoiets zal u niet overkomen. Zie Job 7:7 en hieronder Jer. 42:14.
honger hebben;
Dat is, hongersnood.
Hertaald:honger hebben;
Dat is: hongersnood.
Ik zal u
Alsof God zelf dit gesproken had.
Hertaald:Ik zal u
Alsof God dit Zelf gesproken had.
gewissen vrede
Hebreeuws, vrede der waarheid, gewisheid, trouw; dat is, een ongetwijfelden, gewissen, vasten vrede, dat is, zekeren welstand.
Hertaald:gewissen vrede
Hebreeuws: vrede van de waarheid, zekerheid, trouw — dat is: een ongetwijfelde, gewisse, vaste vrede, dat is: een zekere welstand.
Jeremia 14 vers 14— En de HEERE zeide tot mij: Die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken; zij profeteren ulieden een vals gezicht, en waarzegging, en nietigheid, en bedriegerij huns harten.
vals gezicht,
Hebreeuws, gezicht der valsheid, of der leugen.
Hertaald:vals gezicht,
Hebreeuws: gezicht van de valsheid of van de leugen.
waarzegging,
Zie Deut. 18:10 ; Ezech. 13:2-3 , Ezech. 13:7-9 , met de aantekening.
Hertaald:waarzegging,
Zie Deut. 18:10 en Ezech. 13:2-3 en Ezech. 13:7-9, met de aantekening.
nietigheid,
Van het Hebreeuwse woord elil, dat een nietig ding, of nietigheid betekent, worden de afgoden ook genoemd elilim. Zie Lev. 19:4 .
Hertaald:nietigheid,
Van het Hebreeuwse woord elil, dat een nietig ding of nietigheid betekent, worden de afgoden ook elilim genoemd. Zie Lev. 19:4.
Jeremia 14 vers 16— En het volk, tot hetwelk zij profeteren, zullen op de straten van Jeruzalem weggeworpen zijn vanwege den honger en het zwaard; en er zal niemand zijn, die hen begrave, hen, hun vrouwen, en hun zonen, en hun dochteren; alzo zal Ik hun boosheid over hen uitstorten.
boosheid
Of, hun kwaad; dat is, de straf hunner boosheid; gelijk boven Jer. 11:12 , beide in enen zin.
Hertaald:boosheid
Of: hun kwaad — dat is: de straf voor hun boosheid, zoals hierboven Jer. 11:12; het komt op hetzelfde neer.
Jeremia 14 vers 17— Daarom zult gij dit woord tot hen zeggen: Mijn ogen zullen van tranen nederdalen nacht en dag, en niet ophouden; want de jonkvrouw der dochter Mijns volks is gebroken met een grote breuk, een plage, die zeer smartelijk is.
nederdalen
Gelijk boven Jer. 9:18 .
Hertaald:nederdalen
Zoals hierboven Jer. 9:18.
jonkvrouw
Dat is, mijn volk, of mijne landslieden. Of, [gelijk sommigen] de staat mijns volks, dat hij, naar den stijl der vrouw, vanwege hare schoonheid, tederheid en aangenaamheid, ten aanzien van den staat, die hun van God gegeven was; of [gelijk sommigen] omdat zij nog nooit ganselijk overwonnen en verwoest waren. Zie 2 Kon. 19:21 . Anders: de jonkvrouw, de dochter van mijn volk.
Hertaald:jonkvrouw
Dat is: mijn volk, of mijn landgenoten. Sommigen menen: de staat van mijn volk, die naar de wijze van een vrouw beschreven wordt vanwege haar schoonheid, tederheid en aangenaamheid, met het oog op de staat die God hun gegeven had. Anderen menen: omdat zij nog nooit geheel overwonnen en verwoest waren. Zie 2 Kon. 19:21. Anders: de jonkvrouw, de dochter van mijn volk.
breuk,
Zie boven Jer. 4:6 .
Hertaald:breuk,
Zie hierboven Jer. 4:6.
plage, die zeer smartelijk is
Of wonde, die zeer pijnlijk, weedoende, zerig, en voorts gevaarlijk is; alzo boven Jer. 10:19 , onder Jer. 30:12 ; Nah. 3:19 .
Hertaald:plage, die zeer smartelijk is
Of: een wond die zeer pijnlijk is, zeer doet, zweert en daarmee gevaarlijk is; zo ook hierboven Jer. 10:19, hieronder Jer. 30:12 en Nah. 3:19.
Jeremia 14 vers 18— Zo ik uitga in het veld, ziet daar de verslagenen van het zwaard, en zo ik in de stad komen, ziet daar de kranken van honger! Ja, zowel de profeten als de priesters lopen om in het land, en weten niet.
zowel de profeten
Hebreeuws, ook de profeet, ook de priester.
Hertaald:zowel de profeten
Hebreeuws: ook de profeet, ook de priester.
weten niet
Dat is, weten geen raad, weten niet wat zij zullen doen of laten, dien het betaamde dit kwaad te verbeteren. Anders: want beiden, profeten en priesters, drijven kramerij tegen het land, en zij [het volk] merken het niet; te weten dat zij hen met valse profetieën uitputten en bedriegen. Vergelijk boven Jer. 5:31 .
Hertaald:weten niet
Dat is: zij weten geen raad, zij weten niet wat zij moeten doen of laten — terwijl het juist hun taak was dit kwaad te verbeteren. Anders: want beiden, profeten en priesters, drijven handel tegen het land, en zij — het volk — merken het niet, namelijk dat zij hen met valse profetieën uitputten en bedriegen. Vergelijk hierboven Jer. 5:31.
Jeremia 14 vers 19— Hebt Gij dan Juda ganselijk verworpen? Heeft Uw ziel een walging aan Sion? Waarom hebt Gij ons geslagen, dat er geen genezing voor ons is? Men wacht naar vrede, maar daar is niets goeds, en naar tijd van genezing, maar ziet, daar is verschrikking.
Jeremia 14 vers 21— Versmaad ons niet, om Uws Naams wil; werp den troon Uwer heerlijkheid niet neder; gedenk, vernietig niet Uw verbond met ons.
werp den
Of, kleinacht niet, laat niet vervallen, of verwelken, onteer niet.
Hertaald:werp den
Of: acht hem niet gering, laat hem niet vervallen of verwelken, onteer hem niet.
troon
Uwen tempel, Jeruzalem, Juda, waar Gij uwe zitplaats genomen en uwe eer geopenbaard hebt; of, men kan hierdoor verstaan de ark des verbonds, gelijk Ps. 63:3 , en Ps. 78:61 .
Hertaald:troon
Uw tempel, Jeruzalem, Juda, waar U Uw zetel genomen en Uw eer geopenbaard hebt. Of men kan hieronder de ark van het verbond verstaan, zoals in Ps. 63:3 en Ps. 78:61.
gedenk,
Te weten van uw verbond.
Hertaald:gedenk,
Namelijk: aan Uw verbond.
vernietig
Of, maak niet krachteloos, breek niet, het verbond dat Gij met ons gemaakt hebt.
Hertaald:vernietig
Of: maak niet krachteloos, verbreek niet het verbond dat U met ons gesloten hebt.
Jeremia 14 vers 22— Zijn er onder de ijdelheden der heidenen, die doen regenen, of kan de hemel druppelen geven? Zijt Gij die niet, o HEERE, onze God? Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen.
ijdelheden
Dat is, kunnen de afgoden regen geven? Zie 1 Kon. 16:13 , en 2 Kon. 17:15 . Hij wil zeggen: Geenszins. Zie Gen. 18:17 .
Hertaald:ijdelheden
Dat is: kunnen de afgoden regen geven? Zie 1 Kon. 16:13 en 2 Kon. 17:15. Hij wil zeggen: volstrekt niet. Zie Gen. 18:17.
druppelen
Of, regenschuren.
Hertaald:druppelen
Of: regenbuien.
geven?
Te weten van zichzelven?
Hertaald:geven?
Namelijk: uit zichzelf?
die niet,
Dat is, het is immers ontwijfelbaar waar, dat Gij die zijt, die zulks alleen doet. Zie Gen. 13:9 .
Hertaald:die niet,
Dat is: het is toch ontwijfelbaar waar dat U het bent Die dat alleen doet. Zie Gen. 13:9.
U wachten,
Dat Gij ons den nodigen regen geeft, want Gij zijt onze verwachting [boven vs.8], gelijk in alle andere noden, alzo ook in deze droogte, waarvan boven in het begin van het hfdst. gesproken is.
Hertaald:U wachten,
Dat U ons de nodige regen geeft, want U bent onze verwachting (hierboven vers 8), zoals in alle andere noden, zo ook in deze droogte, waarover hierboven aan het begin van het hoofdstuk gesproken is.
doet al die dingen
Of, Gij hebt al die dingen gemaakt; regen en droogte, enz. komen van U.
Hertaald:doet al die dingen
Of: U hebt al deze dingen gemaakt; regen en droogte, enzovoort, komen van U.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Israëls Verwachting — een naam voor God die in een droogtegebed gebruikt wordt (Jer. 14:7-9)
Het gebed begint met een belijdenis: "Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd" (Jer. 14:7). Dan volgt de aanspraak: "O Israels Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid!" (Jer. 14:8). Daarop komen twee vragen die durf verraden: waarom zou Hij zijn als een vreemdeling in het land, of als een reiziger die alleen komt overnachten? En: "Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen?" (Jer. 14:9). Het gebed eindigt met een beroep op de Naam: "Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet."
Bijbelse betekenis: Merk op waarop dit gebed pleit. Niet op de eigen toestand, want die wordt eerlijk genoemd, maar op Gods Naam: doe het om Uws Naams wil. Dat is dezelfde grond als in Jesaja, waar God zegt dat Hij het om Zijnentwil doet (reeds behandeld bij Jes. 48:11). Let vervolgens op de naam Israëls Verwachting. Er wordt niet gezegd dat Israël iets verwacht, maar dat God die verwachting ís; wie Hem zo noemt, heeft geen tweede adres. Let ten slotte op de vrijmoedigheid van Jer. 14:8-9. Er wordt God voorgehouden dat Hij zich gedraagt als een doorreizende vreemdeling. Zulke woorden staan in de Schrift zonder bestraffing; dat is dezelfde omgang als bij de klachten in de psalmen.
Typologie: Paulus noemt God bij dezelfde naam wanneer hij de gemeente zegent: "De God nu der hoop vervulle ulieden met alle blijdschap en vrede in het geloven" (Rom. 15:13). En in de brief aan Timotheüs heet Christus zelf "onze Hope" (1 Tim. 1:1).
Jer. 14:7-9; Jes. 48:11; Rom. 15:13; 1 Tim. 1:1
De grens van de voorbede — driemaal krijgt Jeremia te horen dat hij voor dit volk niet meer bidden moet (Jer. 14:11-14; 15:1)
"Bid niet voor dit volk ten goede" (Jer. 14:11). Er staat bij dat ook het vasten en de offers niet zullen helpen (Jer. 14:12). De profeet werpt tegen dat de profeten hun iets anders voorhouden: geen zwaard en geen honger, maar een gewisse vrede in deze plaats (Jer. 14:13). Het antwoord daarop is scherp: "Die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken" (Jer. 14:14). En in het volgende hoofdstuk komt de zwaarste zin: "Al stond Mozes en Samuel voor Mijn aangezicht, zo zou toch Mijn ziel tot dit volk niet wezen" (Jer. 15:1).
Bijbelse betekenis: Merk op wat hier verboden wordt en wat niet. Er wordt niet gezegd dat bidden nutteloos is, en de profeet blijft in dit boek bidden; er wordt gezegd dat dít gebed voor dít volk op dít ogenblik niet gehoord wordt, omdat de tijd van omkeer voorbij is. Let vervolgens op de twee namen in Jer. 15:1. Mozes en Samuël zijn juist de twee mannen van wie de Schrift vertelt dat hun voorbede een volk gespaard heeft. Dat God hen noemt, zegt hoe ver het gekomen is. Let ten slotte op het antwoord over de valse profeten. De toets die God noemt is niet de inhoud maar de zending: Ik heb hen niet gezonden. Wie zichzelf stuurt, spreekt zichzelf na, hoe geruststellend het ook klinkt (reeds behandeld bij Jer. 5:31).
Typologie: Johannes noemt dezelfde grens voorzichtig wanneer hij over het gebed voor een broeder schrijft en over een zonde die tot de dood is: daarvan zegt hij niet dat men ervoor bidden zal (1 Joh. 5:16). Het register gaat daar niet verder in dan de tekst zelf gaat.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
O Israëls Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid — 14:1-9, 13-16, 22
Er is droogte in Juda. De putten zijn leeg en de knechten komen met lege vaten terug. De akkers barsten open, en zelfs de hinde in het veld verlaat haar jong omdat er geen gras is. In die tijd bidt Jeremia.
Midden in een droogte spreekt de profeet God aan met een naam die nergens anders zo voorkomt, en hij verwijt Hem dat Hij Zich gedraagt als een reiziger die één nacht blijft.
Het gebed begint met een schuldbelijdenis die niets goedpraat: onze ongerechtigheden getuigen tegen ons; onze afkeringen zijn vele, wij hebben tegen U gezondigd. En pas daarna komt het pleiten, en dat pleiten gebeurt met een naam: “O Israëls Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid!”
Dat is een aanspraak die de moeite van het overwegen waard is. Verwachting, en Verlosser in de tijd waarin het benauwd is — niet daarvoor en niet daarna. En dat woord Verlosser is opnieuw het woord van de losser, de bloedverwant die verplicht is bij te springen.
En wat daarop volgt is bijna vrijmoedig te noemen. De profeet vraagt God waarom Hij Zich gedraagt als iemand die er niet bij hoort: waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger die slechts inkeert om te vernachten? Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held die niet kan verlossen? Hij verwijt God niet dat Hij niets kán, maar dat Hij Zich houdt alsof.
En dan legt hij het enige neer wat hij nog heeft: “Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet.” Twee dingen, en geen van beide zijn verdiensten. U bent hier, en wij dragen Uw naam.
Midden in dit hoofdstuk staat ook het antwoord op de vraag waarom niemand dit zag aankomen. Er waren profeten genoeg, en zij zeiden dat er geen zwaard en geen honger komen zou. God zegt daarover: die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken. Wie zichzelf tot spreken benoemt, heeft geen gezag, hoe geruststellend zijn boodschap ook klinkt.
Het slot van het hoofdstuk keert terug naar de droogte, en het is een van de eerlijkste gebeden van de Bijbel. Zijn er onder de ijdelheden der heidenen die doen regenen? Kan de hemel uit zichzelf druppels geven? En dan het antwoord dat tegelijk het besluit is: “Zijt Gij die niet, o HEERE, onze God? Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen.”
De naam waarmee dit gebed begon, is in het Nieuwe Testament niet verdwenen. Paulus noemt in zijn brief aan Timotheüs de Heere Jezus Christus onze Hope. En aan de Kolossenzen schrijft hij dat Christus in hen de Hoop der heerlijkheid is. Wat Jeremia bij een lege regenput uitsprak, wordt daar een naam.
Jeremia 14:7 — Het gebed begint met een schuldbelijdenis die niets goedpraat.
Jeremia 14:8 — En dan de aanspraak: o Israëls Verwachting, Zijn Verlosser in benauwdheid.
Jeremia 14:9 — Twee gronden, en geen van beide een verdienste: U bent hier, en wij dragen Uw naam.
Jeremia 14:14 — De geruststellende profeten waren niet gezonden en hadden geen gezag.
Jeremia 14:22 — Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen.
1 Timotheüs 1:1 — De Heere Jezus Christus, Die onze Hope is.
In het Nieuwe Testament: 1 Timotheüs 1:1; Kolossenzen 1:27; Titus 2:13; Jeremia 17:13; Handelingen 28:20
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jeremia 14 niet aan. Dat de naam Verwachting of Hope daar op Christus gelegd wordt, staat er wél met zoveel woorden, in 1 Timotheüs 1:1 en Kolossenzen 1:27. Dat die naam bewust aan dit gebed ontleend is, staat er niet; het is dezelfde aanduiding, in het Oude Testament tot God en in het Nieuwe tot Christus gericht.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Jeremia 14:1.KruisverwijzingenJeremia 17:8→ — Het woord des HEEREN, dat tot Jeremia geschied is, over de zaken der grote droogte. Er was geen regen gevallen, zodat de oogst mislukt was en er hongersnood in het land heerste. Jeremia beschrijft die hongersnood in treffende dichterlijke beelden.
Jeremia 14:2-6.KruisverwijzingenJesaja 3:26→2 Samuël 15:30→Jeremia 2:24→1 Samuël 5:12→Jeremia 8:21→Psalmen 40:14→2 Koningen 18:31→Joël 1:11→ — Juda treurt en haar poorten zijn verzwakt; zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe, en Jeruzalems geschrei klimt op. En hun voortreffelijken zenden hun kleinen naar water; zij komen tot de grachten, zij vinden geen water, zij komen met hun vaten ledig weder; zij zijn beschaamd, ja, worden schaamrood, en bedekken hun hoofd. Omdat het aardrijk gescheurd is, dewijl er geen regen op de aarde is; de akkerlieden zijn beschaamd, zij bedekken hun hoofd. Want ook de hinden in het veld werpen jongen, en verlaten die, omdat er geen jong gras is. En de woudezels staan op de hoge plaatsen, zij scheppen den wind gelijk de draken; hun ogen versmachten, omdat er geen kruid is. De nood in het land was zo groot dat de stadspoorten verlaten lagen — juist die poorten waar in betere tijden de handel gedreven werd en het volk bijeenkwam. Er viel niets te doen zolang het volk in zo’n droefheid was, en uit de hoofdstad steeg een groot geschrei van benauwdheid op: “de schreeuw van Jeruzalem klimt op”.
De aanzienlijksten van het land zonden hun kinderen uit om ook maar een beetje drinkwater te zoeken. Zij gingen naar de regenbakken waar men nog iets verwacht had, maar zij vonden niets; zij keerden terug met lege vaten, beschaamd en schaamrood, en zij bedekten hun hoofd. Het bedekken van het hoofd was het teken van rouw. U herinnert zich hoe David op de dag van zijn benauwdheid opging: “En David ging op door den opgang der olijven, opgaande en wenende, en het hoofd was hem bewonden.” Ook al het volk dat met hem was had ieder zijn hoofd bedekt, en zij gingen wenende omhoog.
De bodem was door de droogte zo hard geworden dat ploegen geen zin meer had, want er was geen hoop op enige oogst. Zelfs de wilde dieren van het veld deelden in het algemene lijden. De hinde, die in het Oosten voor het tederst voor haar jong gehouden wordt, verliet haar kalf en liet het omkomen, omdat er geen voedsel was. En de woudezels, die de dorst beter kunnen verdragen dan andere dieren en die water altijd snel opmerken als er ergens water te vinden is, probeerden tevergeefs het te ruiken. Zij snoven de wind op als draken — als cobra’s, als slangen of als jakhalzen, want het woord kan verschillend weergegeven worden. Maar zij snoven tevergeefs, en hun ogen werden als kolen in hun kop: zij bezweken, omdat er geen gras was.
En wat dan? De profeet wendt zich tot het gebed als het enige middel om verlichting te krijgen.
Jeremia 14:7.KruisverwijzingenHosea 5:5→Psalmen 25:11→Jeremia 14:20→Jeremia 5:6→Jesaja 59:12→Jeremia 2:19→Efeze 1:12→Ezechiël 20:14→ — Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd. “Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil.” Dat wil zeggen: U kunt het niet doen om enige verdienste van ons.
Jeremia 14:8-9.KruisverwijzingenJeremia 17:13→Jesaja 63:19→Jesaja 59:1→Psalmen 50:15→Jesaja 43:3→Psalmen 46:5→Jeremia 15:16→Jesaja 45:21→ — O Israels Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid! waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten? Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen? Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet. Kunt u de goede man haast niet horen bidden? Let erop hoe hij de HEERE smeekt niet voor het land te zijn als een vreemdeling die er doorheen trekt en er niets om geeft: “waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten?” Dan pleit hij bij de HEERE: “Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen?” Alsof hij zei: laat het niet gedacht of gezegd worden dat wij zo ver gekomen zijn dat zelfs U ons niet meer helpen kunt.
Dat was groots pleiten van de kant van de profeet, en hij ging verder door de nauwe band te noemen die er tussen Israël en God bestond: “Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd” — en toen pleitte hij: “verlaat ons niet”. Het was een groots gebed; en toch was dit eerst het enige antwoord dat Jeremia erop kreeg.
Jeremia 14:10-11.KruisverwijzingenJeremia 7:16→Hosea 8:13→Hosea 9:9→Psalmen 119:101→Amos 5:22→Jeremia 6:20→Jeremia 11:14→Hosea 11:7→ — Alzo zegt de HEERE van dit volk: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, zij hebben hun voeten niet bedwongen; daarom heeft de HEERE geen welgevallen aan hen, nu zal Hij hunner ongerechtigheden gedenken, en hun zonden bezoeken. Wijders zeide de HEERE tot mij: Bid niet voor dit volk ten goede. Het is alsof God zegt: u mag bidden als u dat wilt, om een plaag over hen als tuchtiging voor hun zonden; maar bid niet om enige zegen voor hen.
Jeremia 14:12.KruisverwijzingenEzechiël 8:18→Jeremia 6:20→Spreuken 1:28→Jeremia 11:11→Micha 3:4→Jeremia 16:4→Zacharia 7:13→Jeremia 24:10→ — Ofschoon zij vasten, Ik zal naar hun geschrei niet horen, en ofschoon zij brandoffer en spijsoffer offeren, Ik zal aan hen geen welgevallen hebben; maar door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie zal Ik hen verteren. Nadat Hij lang getergd is, besluit God ten laatste het opstandige volk te straffen. Hij lijkt Jeremia als het ware opzij te zetten: nu is de dag van Mijn wraak gekomen, en Ik zal hun geen barmhartigheid meer bewijzen. Let nu op wat Jeremia doet, zelfs nadat de HEERE tot hem gezegd heeft: bid niet voor dit volk ten goede.
Jeremia 14:13.KruisverwijzingenJeremia 6:14→Jeremia 4:10→Jeremia 23:17→Jeremia 8:11→Ezechiël 13:22→Micha 3:11→Jeremia 28:2→Jeremia 5:31→ — Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, die profeten zeggen hun: Gij zult geen zwaard zien, en gij zult geen honger hebben; maar Ik zal u een gewissen vrede geven in deze plaats. Hij zegt: Heere, heb medelijden met het volk, want zij worden misleid door hun profeten. Hadden die valse profeten hen niet zo bedrogen en opgeblazen, dan waren zij misschien niet zo verhard in hun zonde. Hij probeerde iets ter verontschuldiging van hen aan te voeren, maar de HEERE gaf aan zijn pleiten niet toe.
Jeremia 14:14-15.KruisverwijzingenJeremia 29:8→Ezechiël 12:24→Ezechiël 13:6→Jesaja 30:10→Jeremia 29:31→Jeremia 23:21→Klaagliederen 2:14→Micha 3:11→ — En de HEERE zeide tot mij: Die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken; zij profeteren ulieden een vals gezicht, en waarzegging, en nietigheid, en bedriegerij huns harten. Daarom zegt de HEERE alzo: Aangaande de profeten, die in Mijn Naam profeteren, daar Ik hen niet gezonden heb, en zij dan nog zeggen: Er zal geen zwaard noch honger in dit land zijn; diezelve profeten zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden. God zegt: ja, Ik zal met de valse profeten afrekenen. Het is waar dat zij het volk misleid hebben, en Ik zal hen om hun bedrog straffen; maar Ik zal het volk ook op die grond niet verontschuldigen.
Jeremia 14:16.KruisverwijzingenSpreuken 1:31→Jeremia 7:33→Psalmen 79:2→Jeremia 15:2→Jeremia 13:22→Jeremia 16:4→Jeremia 18:21→Jeremia 9:22→ — En het volk, tot hetwelk zij profeteren, zullen op de straten van Jeruzalem weggeworpen zijn vanwege den honger en het zwaard; en er zal niemand zijn, die hen begrave, hen, hun vrouwen, en hun zonen, en hun dochteren; alzo zal Ik hun boosheid over hen uitstorten. Dat lijkt een hard antwoord op Jeremia’s pleiten. Wat moet de profeet nu doen? God geeft hem een andere boodschap om aan het volk te brengen.
Jeremia 14:17-18.KruisverwijzingenEzechiël 7:15→Jeremia 9:1→Jeremia 8:21→Klaagliederen 2:13→Klaagliederen 1:15→Jeremia 13:17→Jeremia 8:10→Klaagliederen 1:20→ — Daarom zult gij dit woord tot hen zeggen: Mijn ogen zullen van tranen nederdalen nacht en dag, en niet ophouden; want de jonkvrouw der dochter Mijns volks is gebroken met een grote breuk, een plage, die zeer smartelijk is. Zo ik uitga in het veld, ziet daar de verslagenen van het zwaard, en zo ik in de stad komen, ziet daar de kranken van honger! Ja, zowel de profeten als de priesters lopen om in het land, en weten niet. God zei Jeremia dus dat hij mocht gaan zeggen dat hij onophoudelijk om hen wenen zou. De getrouwe en meelevende profeet mocht voortdurend tranen om hen storten en grote zielsnood voelen, omdat hij overal de tekenen zag van Gods zware hand op het schuldige volk. Gingen zij de stad uit, dan sloegen de Chaldeën hen met het zwaard; bleven zij binnen, dan kwamen zij om van honger. En wie niet stierf, werd weggevoerd naar een land dat hij niet kende.
Wat moet Jeremia in zo’n geval doen? Hem is gezegd dat hij niet voor het volk mag bidden, en God lijkt vastbesloten hen te slaan. Wat kan de liefde doen wanneer zelfs de poorten van het gebed bevolen worden gesloten te blijven? Let erop hoe hij, nadat hem gezegd is dat hij niet bidden mag, zich langzaam een weg baant naar de troon der genade. En ten laatste doet hij wat hem verboden is.
Jeremia 14:19.KruisverwijzingenKlaagliederen 5:22→Jeremia 8:15→Jeremia 6:30→Psalmen 78:59→2 Koningen 17:19→1 Thessalonicenzen 5:3→Psalmen 89:38→Job 30:26→ — Hebt Gij dan Juda ganselijk verworpen? Heeft Uw ziel een walging aan Sion? Waarom hebt Gij ons geslagen, dat er geen genezing voor ons is? Men wacht naar vrede, maar daar is niets goeds, en naar tijd van genezing, maar ziet, daar is verschrikking. Dat is niet bepaald bidden, maar het lijkt er sterk op. Jeremia vraagt de HEERE of Hij Zijn volk werkelijk verworpen kan hebben.
Jeremia 14:20.KruisverwijzingenPsalmen 32:5→Leviticus 26:40→Jeremia 3:25→Nehemia 9:2→Daniël 9:5→Psalmen 106:6→Ezra 9:6→Jeremia 3:13→ — HEERE! wij kennen onze goddeloosheid, en onzer vaderen ongerechtigheid, want wij hebben tegen U gezondigd. Nu is hij een stap verder gegaan, tot de belijdenis van de zonde. En al is dat op zichzelf nog niet het gebed, het gaat er altijd mee samen. Het is de achtergrond van het gebed, en wij zullen dus spoedig nog andere toetsen in het schilderij krijgen.
Jeremia 14:21.KruisverwijzingenJeremia 14:7→Psalmen 106:45→Jeremia 3:17→Psalmen 89:39→Ezechiël 36:22→Daniël 9:15→Jeremia 17:12→Ezechiël 24:21→ — Versmaad ons niet, om Uws Naams wil; werp den troon Uwer heerlijkheid niet neder; gedenk, vernietig niet Uw verbond met ons. Nu komt hij werkelijk tot het bidden; hij kan zichzelf niet helpen. Hem is gezegd dat hij niet bidden mag, maar hij voelt dat hij móet; hij heeft het volk zo lief dat hij voor hen pleiten moet.
Jeremia 14:22.KruisverwijzingenJesaja 30:23→Jeremia 5:24→Deuteronomium 32:21→Psalmen 135:7→Psalmen 130:5→Jeremia 10:15→Jesaja 41:29→Deuteronomium 28:12→ — Zijn er onder de ijdelheden der heidenen, die doen regenen, of kan de hemel druppelen geven? Zijt Gij die niet, o HEERE, onze God? Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen. Wat een schitterende volharding van het aanhouden — wat een sterk besluit tot een verboden voorbede! Alsof hij zei: U, o HEERE onze God, zegt ons niet te bidden, maar wij kunnen onze smeking niet inhouden. “Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen.” God helpe ons allen op Hem te wachten! Wij worden van het bidden lang niet zo afgehouden als hij die deze woorden sprak. Er is voor ons dus des te meer reden om tot de HEERE te zeggen: daarom zullen wij op U wachten.
Dit Hoofdstuk vormt met het volgende het tweede onderdeel der redenen, die met Hoofdst. 11 begonnen. De Profeet heeft het met ene grote droogte te doen, die hem aanleiding geeft tot zijne rede. Men vat deze droogte ook wel alleen in figuurlijken zin op van het wegnemen van alle genade en zegen, die daardoor wordt bedreigd. Al is het echter, dat de geschiedboeken des O. T. van ene droogte in dien tijd gene melding maken, zo is het toch het eenvoudigste bij de eigenlijke betekenis van het woord te blijven.
I. Vs. 1-18.KruisverwijzingenJesaja 3:26→2 Samuël 15:30→Jeremia 2:24→Hosea 5:5→Psalmen 25:11→Jeremia 17:13→Jesaja 63:19→Jesaja 59:1→ — Het woord des HEEREN, dat tot Jeremia geschied is, over de zaken der grote droogte. Juda treurt en haar poorten zijn verzwakt; zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe, en Jeruzalems geschrei klimt op. En hun voortreffelijken zenden hun kleinen naar water; zij komen tot de grachten, zij vinden geen water, zij komen met hun vaten ledig weder; zij zijn beschaamd, ja, worden schaamrood, en bedekken hun hoofd. Omdat het aardrijk gescheurd is, dewijl er geen regen op de aarde is; de akkerlieden zijn beschaamd, zij bedekken hun hoofd. Want ook de hinden in het veld werpen jongen, en verlaten die, omdat er geen jong gras is. En de woudezels staan op de hoge plaatsen, zij scheppen den wind gelijk de draken; hun ogen versmachten, omdat er geen kruid is. Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd. O Israels Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid! waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten? Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen? Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet. Alzo zegt de HEERE van dit volk: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, zij hebben hun voeten niet bedwongen; daarom heeft de HEERE geen welgevallen aan hen, nu zal Hij hunner ongerechtigheden gedenken, en hun zonden bezoeken. Door het woord des Heeren wordt den Profeet de nood in het land voor ogen gesteld. Mens en dier versmacht onder den druk, zodat zij als voortekenen van ene nog zwaardere straf door hem worden beschouwd (vs. 1-6). Nu tracht hij door belijdenis van zonde en aanroeping der Goddelijke genade het ongeluk van zijn volk af te wenden (vs. 7-8). Maar alles, wat hij ten gunste voortbrengt, wordt door den Heere afgewezen. Men moet voor dat volk niet om genade bidden (vs. 10-16). Men moet integendeel aan het volk zijn ongeluk, dat de valse profeten uit het hoofd praten, voor de ogen schilderen als even zo vreselijk en ontzettend, als onvermijdelijk en algemeen (vs. 17 en 18).
KruisverwijzingenJeremia 17:8→— Het woord des HEEREN, dat tot Jeremia geschied is, over de zaken der grote droogte.
Het woord de HEEREN, dat ten tijde van koning Jojakim tot Jeremia geschied is, over de zaken der grote droogte 1) (Hoofdst. 12:4), die nog zwaarder was dan de vorige plaag (Hoofdst. 3:3).
Dat deze droogte tussen het 13de en 18dejaar van koning Josia valt, besluit ik daaruit, dat in Hoofdst. 5:25 gezegd wordt: uwe ongerechtigheden wenden die dingen af, te weten den vroegen en den spaden regen. Want die predikaties zijn onder Josia en vóór zijn 18de jaar gedaan, en daarom wordt gezegd, dat de zonden der Israëlieten het verder in wanorde gebracht hadden, zodat de regen niet op den rechten tijd kwam; en dit werd niet als iets aanstaande gedreigd, maar als reeds geschied en bekend geschreven. Derhalve was er tussen het 13de en 18de jaar van Josia ene droogte geweest, en dit is, dewijl de droogten toch iets zeldzaams zijn, waarschijnlijk deze.
KruisverwijzingenJesaja 3:26→1 Samuël 5:12→Jeremia 8:21→Jeremia 11:11→Klaagliederen 4:8→Zacharia 7:13→Jesaja 24:7→Job 34:28→— Juda treurt en haar poorten zijn verzwakt; zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe, en Jeruzalems geschrei klimt op.
De Heere stelde mij den toestand op aanschouwelijke wijze voor ogen, en zei: Juda treurt, alle mannen liggen neer in jammerlijken toestand, en hare poorten zijn verzwakt, de inwoners der steden, die in de poorten zamenkomen (Gen. 19:1), zitten daar in rouwgewaad, zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe, 1) met de hoofden ter aarde gebogen, zodat men in diepe neerslachtigheid op den grond nederzit (Job 2:8, 13), en Jeruzalems geschrei klimt naar den hemel op.
Of: “zit elk op de aarde. ” In tijden van openbaren rouw zat men op den bloten grond, en niet, gelijk anders, op tapijten en matrassen.
Kruisverwijzingen2 Samuël 15:30→Psalmen 40:14→2 Koningen 18:31→Amos 4:8→Jeremia 2:13→Esther 6:12→Jeremia 20:11→Joël 1:20→— En hun voortreffelijken zenden hun kleinen naar water; zij komen tot de grachten, zij vinden geen water, zij komen met hun vaten ledig weder; zij zijn beschaamd, ja, worden schaamrood, en bedekken hun hoofd.
En hun voortreflijken, de rijken en voornaamsten des lands, zenden hun kleinen, de geringeren naar water; zij komen tot de grachten, zij vinden geen water, zij komen met hun vaten ledig weer. Zij zijn beschaamd, ja worden schaamrood, als dezulken, wier hoop te schande wordt, en bedekken hun hoofd ten teken der diepe treurigheid (2 Sam. 15:30).
KruisverwijzingenJoël 1:11→Joël 1:19→Deuteronomium 28:23→Jeremia 3:3→Leviticus 26:19→Joël 1:17→Deuteronomium 29:23→— Omdat het aardrijk gescheurd is, dewijl er geen regen op de aarde is; de akkerlieden zijn beschaamd, zij bedekken hun hoofd.
Omdat het aardrijk gescheurd is, dewijl er geen regen op de aarde is, is alles in rouw. De akkerlieden zijn beschaamd, zij bedekken hun hoofd van wege de vreeslijke droogte, die alle akkerbouw onmogelijk maakt.
KruisverwijzingenPsalmen 29:9→Jesaja 15:6→Job 39:1→— Want ook de hinden in het veld werpen jongen, en verlaten die, omdat er geen jong gras is.
Want ook (liever: Ja zelfs) de hinden in het veld werpen jongen; zij, die anders zo teerhartig en bezorgd voor hare jongen zijn (Ps. 22:1), worden door den angst uit de bossen gedreven en vóór den tijd tot het werpen der jongen gebracht (Ps. 29:9), en verlaten die, omdat er geen jong gras is ten einde ze in het leven te houden.
KruisverwijzingenJeremia 2:24→Job 39:5→Joël 1:18→Klaagliederen 5:17→1 Samuël 14:29→Klaagliederen 4:17→— En de woudezels staan op de hoge plaatsen, zij scheppen den wind gelijk de draken; hun ogen versmachten, omdat er geen kruid is.
En de woudezels (Job 39:5), anders gewoon om dorst en hitte te verdragen, staan op de hoge plaatsen, zij snakken naar verfrissende licht en scheppen den wind gelijk de draken, 1) hun ogen versmachten van het vergeefs uitzien naar verkwikking, omdat er geen kruid is.
Bijv. krokodillen (Jes. 13:22), wanneer zij met opgesperden muil den kop boven het water steken. Volgens de naspeuringen der oude natuuronderzoekers moeten de draken (ene soort van grote slangen) enige uren daags den kop met opgesperden muil oprichten, ten einde adem te halen, en tevens door hunnen adem de in hun nabijheid vliegende vogels aan te lokken. De overeenstemming in de slotwoorden van vers 3 en 4 en de daarmee overeenstemmende gedachten aan het slot van vs. 5 en 6 schilderen de troosteloosheid van mensen, vee en wild, veroorzaakt door de ellende der droogte. Overal dezelfde ellende, overal om dezelfde oorzaak; want ook het redeloos gedierte zucht mede onder den vloek der mensen. Ook de onbezielde schepping zucht van wege de zonde des volks. Dit is juist de vloek en de zwaarte der zonde, dat niet alleen de schuldige, maar ook de onschuldige lijdt om haar. Van daar dat ook de onbezielde schepping uitziet naar de verlossing der zonde, en daarom naar de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.
KruisverwijzingenHosea 5:5→Psalmen 25:11→Jeremia 14:20→Jeremia 5:6→Jesaja 59:12→Jeremia 2:19→Efeze 1:12→Ezechiël 20:14→— Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd.
Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, met die bede wendde ik mij als voorbidder tot God: O HEERE! help ons toch, red uit die grote ellende, doe het om Uws naams wil. 1) Gij toch zijt Israëls God, en de heidenen zonden spoedig zeggen, dat wij enen slechten Helper hadden, zo Gij ons in onzen nood liet omkomen. Zeker, Gij hadt het recht om ons te vernielen, want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd, daarom bidden wij: laat Uwe genade en barmhartigheid meer gelden dan Uwe gerechtigheid.
Deze bede spreekt de Profeet uit, uit naam van zijn volk. Zij begint met de belijdenis van de zware overtreding. Daarom hebben zij de kastijding, welke zij ondervinden, als rechtvaardige straf verdiend. Maar de Heere moge om Zijns Naams wil helpen. De Naam Gods, is de openbaring van het Goddelijk Wezen. Als Jehova heeft God zich van Mozes tijd af, als Redder en Heiland, aan de tot zijn volk aangenomen kudde Israëls bekend gemaakt, en wel is waar als God, die barmhartig en genadig is, geduldig en groot van genade en trouw. Als zodanig moge Hij zich ook nu tonen, dewijl zij hunnen afval en zonde bekennen en Zijne genade aanroepen. De Profeet roept hier niet den Naam Gods aan omdat het Zijne ere geldt tegenover de Heidenen, maar omdat de Naam van Gods volk altijd gebleken is een sterke toren te zijn in dagen der benauwdheid. Daarom klinkt het ook in het volgende vers: “O Israëls verwachting, zijn Verlosser in tijd van benauwdheid.
KruisverwijzingenJeremia 17:13→Psalmen 50:15→Jesaja 43:3→Jesaja 45:21→Jeremia 50:7→Psalmen 37:39→Jesaja 43:11→Psalmen 9:9→— O Israels Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid! waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten?
O Israëls verwachting, zijn Verlosser in tijd van benauwdheid! waarom zoudt Gij, nu het met ons zo slecht gesteld is, en Gij niets doet om ons te troosten en te helpen, zijn als een vreemdeling in het land, die slechts doortrekt, en geen hart heeft voor het wel of wee zijner inwoners, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten 1) en er niet naar vraagt wat er zal worden van hen, van wie hij den volgenden morgen weer heengaat?
Een reiziger en een vreemdeling gevoelen geen betrekking op het land, waarin men voor een wijle vertoeft. Maar de Heere God had het volk tot Zijn eigendom verkoren. Het land van Juda was Zijn land in bijzondere mate, waarop Hij een bijzonderen betrekking had, de betrekking des Verbonds. Daarop wijst hier de Profeet, om van den Heere afwending van de ellende te verkrijgen.
KruisverwijzingenJesaja 63:19→Jesaja 59:1→Psalmen 46:5→Jeremia 15:16→Exodus 29:45→Numeri 11:23→Jesaja 50:1→Deuteronomium 23:14→— Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen? Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet.
Met één woord kunt Gij onzen nood afwenden, waarom zoudt Gijdan zijn als een versaagd man, als een held, die vroeger grote daden verrichtte en nu niet kan verlossen. Gij zijt toch bestendig en altijd in het midden van ons, o HEERE! Gij zijt geen vreemdeling of gast in dit land, en wij zijn naar uwen naam genoemd, zodat de gehele wereld ons als Uw volk kent en noemt (Deut. 28:10). Verlaat ons niet, alsof Gij ons niet wildet overgeven en voor altijd laten nederliggen. Waarom steekt Gij toch Uwe hand in den boezem, en ziet in stilte toe, alsof het U niets aanging? Waarom wordt het land omgeploegd? Waarom wordt het ijzer op het aambeeld geslagen? Waarom wordt goud en zilver in het vuur gebracht? Waarom wordt de edelsteen gepolijst en geslepen? Waarom wordt de parel doorboord? Daarom, opdat het land vruchten zou dragen, het ijzer tot een goed werktuig zou dienen, het goud zou gelouterd en beproefd worden, het edelgesteente des te helderder zou schitteren, de parel aan de snoer geregen en voor sieraad gedragen zou worden.
KruisverwijzingenHosea 8:13→Hosea 9:9→Psalmen 119:101→Amos 5:22→Jeremia 6:20→Hosea 11:7→1 Samuël 15:2→Jeremia 3:1→— Alzo zegt de HEERE van dit volk: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, zij hebben hun voeten niet bedwongen; daarom heeft de HEERE geen welgevallen aan hen, nu zal Hij hunner ongerechtigheden gedenken, en hun zonden bezoeken.
Alzo zegt de HEERE van dit volk te antwoord op mijne bede: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, van den enen vreemden god tot den anderen, zij hebben hun voeten niet bedwongen, maar zijn afgedaan van dien God, naar wiens naam zij genoemd zijn (Hoofdst. 2:27 v. 31 en
. Daarom vergeldt, Hij hun naar hun eigene handelingen, en houdt zich als een vreemdeling in het land, ja verlaat het zelfs geheel, daarom heeft de HEERE geen welgevallen in hen, nu zal Hij hun ongerechtigheden gedenken en hun zonden bezoeken 1) (Hos. 8:13; 8:9). Zondaars zijn afzwervers van God, hun afzwervingen verbeuren Gods gunst, maar het is hun liefhebberij om te zwerven, die hen ganselijk daarom afsnijdt. Zij waren gewaarschuwd, dat hun afwijkingen verder zouden gaan, dat de ene zonde hen in ene andere zou storten en alles tot hun verderf strekken. En nochtans hadden zij die waarschuwing niet in acht genomen, noch hunnen voet wederhouden. De Profeet was voor zijn volk tussen getreden gelijk de wijngaardenier voor den onvruchtbaren boom. (Luk. 13:7). Maar de Heere spreekt niet meer van mijn volk, maar van dit volk. Hij erkent hen niet meer. Zij hebben het Verbond verbroken. Zij hadden den Heere getergd, zodat Hij hen in een worstelaar was verkeerd.
KruisverwijzingenJeremia 7:16→Jeremia 11:14→Jeremia 15:1→Exodus 32:32→Exodus 32:10→— Wijders zeide de HEERE tot mij: Bid niet voor dit volk ten goede.
Wijders zei de HEERE tot mij: a) Bid niet, gelijk Ik u reeds meermalen gezegd heb (Jer. 7:16; 11:14) voor dit volk ten goede.
Ex. 32:10.
KruisverwijzingenEzechiël 8:18→Jeremia 6:20→Spreuken 1:28→Jeremia 11:11→Micha 3:4→Jeremia 16:4→Zacharia 7:13→Jeremia 24:10→— Ofschoon zij vasten, Ik zal naar hun geschrei niet horen, en ofschoon zij brandoffer en spijsoffer offeren, Ik zal aan hen geen welgevallen hebben; maar door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie zal Ik hen verteren.
Uwe voorbede zou dan alleen door Mij kunnen verhoord worden, wanneer Ik uwe schuldbebelijdenis voor ene uitdrukking van den toestand des harten uws volks kon aanzien. Doch al ware uwe taal die des volks, het is bij hen niets dan huichelarij. a) Ofschoon zij vasten, Ik zal naar hun geschrei niet horen (Jes. 58:3 vv.), en ofschoon zij b) brandoffer en spijsoffer offeren in tijden van nood, wanneer het hun duidelijk wordt, dat hun goden hen niet kunnen helpen (Hoofdst. 11:12), Ik zal aan hen geen welgevallen hebben, omdat het ontbreekt aan een verslagen hart (Hoofdst. 6:20); maar door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie zal Ik hen verteren1) vervullende alzo de bedreigingen in Deut. 28:15 vv. uitgesproken.
Spr. 1:28. (Jes. 1:15. (Jer. 11:11. Ezech. 8:18. Mich. 3:4. b) Jer. 7:21, 22. c) Jer. 9:16.
Op Mozes bede had de Heere zich nog ontfermd over zijn volk, maar nu was aan het geduld Gods een einde gekomen. Gelijk God Samuël vermaande om niet meer leed te dragen over Saul, dewijl de Heere hem verworpen had, zo zegt de Heere ook hier tot Jeremia om niet meer voor dit volk te bidden. Het verderf was vastelijk besloten.
KruisverwijzingenJeremia 6:14→Jeremia 4:10→Jeremia 23:17→Jeremia 8:11→Ezechiël 13:22→Micha 3:11→Jeremia 28:2→Jeremia 5:31→— Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, die profeten zeggen hun: Gij zult geen zwaard zien, en gij zult geen honger hebben; maar Ik zal u een gewissen vrede geven in deze plaats.
Toen trachtte ik het volk te verontschuldigen door te wijzen op hen, wier roeping het was het op den rechten weg te houden, en die in plaats daarvan het door voorspiegelingen gerust maakten. Daarom zei ik 1): Ach Heere HEERE! zie die profeten, door wie zij zich laten leiden, zeggen hun, wanneer Ik hen door uw gericht wil verschrikken en tot bekering brengen: Gij zult geen zwaard zien, en gij zult genen honger hebben; maar Ik, zo zegt de Heere door onzen mond, zal u enen gewissen vrede geven in deze plaats, in het heilige land, waaruit gij nooit zult worden verdreven.
Nog neemt de Profeet, als een herder met een warm hart voor zijne kudde, het op voor zijn volk en wijst er op dat het volk verleid is geworden door zijne valse profeten, maar de Heere snijdt ook dat af. Want het volk zou alleen te verschonen zijn, indien de Heere het niet altijd weer tegen de valse Profeten had gewaarschuwd.
KruisverwijzingenJeremia 29:8→Ezechiël 12:24→Ezechiël 13:6→Jesaja 30:10→Jeremia 29:31→Jeremia 23:21→Klaagliederen 2:14→Micha 3:11→— En de HEERE zeide tot mij: Die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken; zij profeteren ulieden een vals gezicht, en waarzegging, en nietigheid, en bedriegerij huns harten.
Ook die verontschuldiging werd afgewezen, en de HEERE zei tot mij: Die profeten, zo als velen hunner spreken, profeteren vals in Mijnen naam, daar zij slecht genoeg zijn, zich te beroepen op ene van Mij ontvangene openbaring; a) Ik heb hen niet gezonden, noch bevel gegeven, noch tot hen gesproken; zij profeteren ulieden, die in onverantwoordelijke lichtzinnigheid hun geloof schenkt, zonder eerst naar hun geloofwaardigheid te vragen, een vals gezicht en waarzegging en nietigheid en bedriegerij huns harten, niets dan eigen verzinsel.
Jer. 23:21; 27:15; 29:8, 9.
KruisverwijzingenEzechiël 14:10→Jeremia 5:12→Jeremia 29:31→Openbaring 19:20→Jeremia 29:20→Jeremia 6:15→Jeremia 8:12→Amos 7:17→— Daarom zegt de HEERE alzo: Aangaande de profeten, die in Mijn Naam profeteren, daar Ik hen niet gezonden heb, en zij dan nog zeggen: Er zal geen zwaard noch honger in dit land zijn; diezelve profeten zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden.
Daarom, opdat het ook duidelijk worde, hoe al hun profeteren niets dan leugen is (vs. 13), zegt de HEERE alzo: Aangaande de profeten, die in Mijnen naam profeteren, daar Ik hen niet gezonden heb, en zij den nog zeggen, alsof zij een woord Gods hadden te verkondigen: Er zal geen zwaard noch honger in het land zijn, diezelve Profeten zullen, vóór alle anderen onder het volk, dat zij bedrogen hebben, door het zwaard en door den honger verteerd worden, zodat niemand van hen in leven blijft.
KruisverwijzingenSpreuken 1:31→Jeremia 7:33→Psalmen 79:2→Jeremia 15:2→Jeremia 13:22→Jeremia 16:4→Jeremia 18:21→Jeremia 9:22→— En het volk, tot hetwelk zij profeteren, zullen op de straten van Jeruzalem weggeworpen zijn vanwege den honger en het zwaard; en er zal niemand zijn, die hen begrave, hen, hun vrouwen, en hun zonen, en hun dochteren; alzo zal Ik hun boosheid over hen uitstorten.
En het volk, tot hetwelk zij profeteren, en dat gaarne misleid wordt, opdat het niet tot boete kome en zich bekere (Hoofdst. 5:31), zullen op de straten van Jeruzalem weggeworpen zijn van wege den honger en het zwaard; en er zal niemand zijn, die hen begrave, hen, hun vrouwen en hun zonen en hun dochteren. Zo zullen zij zelfs nog na den dood smaadheid ondervinden; alzo zal Ik hun boosheid over hen uitstorten, de straf voor hunnen gruwel op hun hoofd geven. Hoewel predikers hun toehoorders verleiden, zijn toch daardoor de toehoorders niet verontschuldigd; maar wanneer zij zich laten verleiden, vallen de blinden en de leidslieden (Luk. 6:39) te zamen in de gracht.
KruisverwijzingenJeremia 9:1→Jeremia 8:21→Klaagliederen 2:13→Klaagliederen 1:15→Jeremia 13:17→Psalmen 119:136→Jeremia 10:19→Klaagliederen 2:18→— Daarom zult gij dit woord tot hen zeggen: Mijn ogen zullen van tranen nederdalen nacht en dag, en niet ophouden; want de jonkvrouw der dochter Mijns volks is gebroken met een grote breuk, een plage, die zeer smartelijk is.
Daarom zult gij, Mijn ware Profeet, dit woord tot hen zeggen: a) Mijne ogen zien niets van ene vreedzame toekomst, zo als de valse Profeten u die voorschilderen (vs. 13), zij zullenintegendeel van tranen nederdalen nacht en dag, van tranen vloeien om te wenen over hetgeen werkelijk zal geschieden (Hoofdst. 9:1 vv. 13:17) en niet ophouden; want de jonkvrouw (als waarvoor zij nog ten tijde van Sanherib werd gehouden (Jes. 37:22)der dochter Mijns volks (Hoofdst. 8:19) is gebroken met ene grote breuk, door het ongeluk, dat over haar komt (Hoofdst. 4:7; 6:1), ene plage, die zeer smartelijk is, zodat zij zich niet weer kan herstellen.
Klaagl. 1:16; 2:18.
KruisverwijzingenEzechiël 7:15→Jeremia 8:10→Klaagliederen 1:20→Jeremia 52:6→Jeremia 5:31→Jeremia 6:13→Deuteronomium 28:36→Deuteronomium 28:64→— Zo ik uitga in het veld, ziet daar de verslagenen van het zwaard, en zo ik in de stad komen, ziet daar de kranken van honger! Ja, zowel de profeten als de priesters lopen om in het land, en weten niet.
Zo ik uitga in het veld, ziet daar liggen de verslagenen van het zwaard! en zo ik in de stad kom, ziet daar de kranken, gedurende de belegering van honger uitgeput (Klaagl. 4:9). Die in leven zijn gebleven ondervinden eerst in volle mate het ongeluk. Ja zowel de profeten als de priesters, zelfs die standen, die in de naaste betrekking tot den Heere staan (Lev. 19:3), en er het eerst of zouden kunnen rekenen, dat zij verschoond zouden blijven, lopen om in het veld, of in een land en weten niet, 1) zij zijn in ballingschap gegaan in een land, hetwelk zij niet kenden.
De Heere wijst de bede van den Profeet niet alleen af, maar laat hem ook zeggen, welke ellende over Juda zal komen. Op drieërlei ellendige toestanden wijst Hij hier. Op de verslagenen in het open veld door het zwaard, op degenen, die van honger ziek zijn in de steden, en eindelijk op degenen, die weggevoerd zijn in een land der ballingschap, hetwelk zij niet kenden. Betere vertaling toch van de laatste woorden is: Zowel de Profeten als de Priesters gaan in een land, hetwelk zij niet kennen. De Heere noemt hier de profeten en de priesters, dewijl deze niet alleen als het ware de bloem der natie vormden, maar ook de hoofdoorzaak waren geweest van het verderf des volks. De Engelse vertaling heeft: Zij, de Profeten en de Priesters zelfs, gaan uit in een land, dat zij niet kennen. 19.
II. Vs. 19KruisverwijzingenKlaagliederen 5:22→Jeremia 8:15→Jeremia 6:30→Psalmen 78:59→2 Koningen 17:19→1 Thessalonicenzen 5:3→Psalmen 89:38→Job 30:26→ — Hebt Gij dan Juda ganselijk verworpen? Heeft Uw ziel een walging aan Sion? Waarom hebt Gij ons geslagen, dat er geen genezing voor ons is? Men wacht naar vrede, maar daar is niets goeds, en naar tijd van genezing, maar ziet, daar is verschrikking. -Hoofdst 15:9. Nogmaals beproeft de Profeet, even als in vs. 7-9 voor zijn volk in de bres te treden. Hij belijdt Israëls zonde en zware schuld. Hij erkent, dat de Heere alleen Helper en God is. Hij beroept zich om Hem tot hulp te bewegen, op de ere Zijns naams, op het zinnebeeld Zijner genadige tegenwoordigheid en de onverbrekelijkheid van Zin verbond. Maar de Heere geeft hem ten antwoord: zelfs wanneer een Mozes of Samuël tussen beide traden, en tussen Hem en Israël middelaars wilden zijn, zo zou het toch niets baten. “Weg met hen van Mijn aangezicht” is Zijn onveranderlijk woord over dit onverbeterlijke, huichelachtige volk. Zo zullen zij dan ook in het over hen besloten verderf storten, en dit verderf zal overeenkomstig hunnen zwaren en misdadigen afval ook zwaar zijn.
KruisverwijzingenKlaagliederen 5:22→Jeremia 8:15→Jeremia 6:30→Psalmen 78:59→2 Koningen 17:19→1 Thessalonicenzen 5:3→Psalmen 89:38→Job 30:26→— Hebt Gij dan Juda ganselijk verworpen? Heeft Uw ziel een walging aan Sion? Waarom hebt Gij ons geslagen, dat er geen genezing voor ons is? Men wacht naar vrede, maar daar is niets goeds, en naar tijd van genezing, maar ziet, daar is verschrikking.
Op nieuw trachtte ik het hart des Heeren te bewegen en zei: Hebt Gij dan ook Juda ganselijk verworpen? 1) Heeft Uwe ziel ene walging aan Zion? Waarom hebt Gij ons geslagen, dat er gene genezing voor ons is? Men wacht naar vrede, maar daar is niets goeds, en naar tijd van genezing, maar ziet, daar is verschrikking 1) (Hoofdst. 8:15. (Job 30:26).
Hij staat op om voor hen tussen te treden, want wie weet of God zich nog wenden wil en berouw hebben? Zo lang er leven is, zolang is er hope en plaats voor de gebeden. En alhoewel er velen onder hen waren, die zelf niet baden, noch achting hadden voor deszelfs gebeden, zo waren er toch enigen, die beter gezind waren, die zich bij hem in zijne gebeden zouden voegen en het zegel van hun Amen daarop zouden zetten.
Zion was toch de plaats der ruste, door den Heere uitverkoren, maar zie, nu blijkt het, dat de Heere Zion gram was. Was er gewoonlijk weer gunste gevolgd na strafoefening en genezing na het slaan van pijnlijke wonden, nu was van dit alles niets merkbaar. In plaats van vrede niet anders dan ellende, in plaats van genezing, verergering van de kwaal, verschrikking overal. Het in daarom, dat de Profeet in den naam van zijn diep ellendig volk komt met ootmoedige schuldbelijdenis, opdat de Heere in den toorn des ontfermens nog gedachtig zou zijn.
KruisverwijzingenPsalmen 32:5→Leviticus 26:40→Jeremia 3:25→Nehemia 9:2→Daniël 9:5→Psalmen 106:6→Ezra 9:6→Jeremia 3:13→— HEERE! wij kennen onze goddeloosheid, en onzer vaderen ongerechtigheid, want wij hebben tegen U gezondigd.
HEERE! wij kennen onze goddeloosheid en onzer vaderen ongerechtigheid, want wij hebben a) tegen U gezondigd (2 (Kron. 12:6. Dan. 9:7).
Ps. 106:6.
KruisverwijzingenJeremia 14:7→Psalmen 106:45→Jeremia 3:17→Psalmen 89:39→Ezechiël 36:22→Daniël 9:15→Jeremia 17:12→Ezechiël 24:21→— Versmaad ons niet, om Uws Naams wil; werp den troon Uwer heerlijkheid niet neder; gedenk, vernietig niet Uw verbond met ons.
Versmaad ons niet, om Uws naams wil, naar welken wij genoemd zijn, werp den troon Uwer heerlijkheid, 1) den tempel, waar Gij tussen de Cherubim woont (Jes. 37:16) niet neer; gedenk aan hetgeen Gij beloofd hebt (Lev. 26:11 vv.); vernietig niet Uw verbond met ons (Deut. 4:31).
Jeruzalem wordt de stad Gods genoemd (Ps. 48:1). Dewijl Hij op een bijzondere wijze de Koning der Joden was, en deze de zetel en hoofdstad van het Koninkrijk, zo kan men die stad ook als Gods troon aanmerken, gelijk ze ook uitdrukkelijk zo genoemd wordt. Maar evenwel zijn de woorden voornamelijk van den tempel te verstaan en de Profeet smeekt God, dat Hij dien niet wil overgeven, om door de ongelovigen ontheiligd te worden, dewijl hij toch de plaats was, in welken Hij verkoren had, gediend te worden. (ENG. GODGELEERDEN).
KruisverwijzingenJesaja 30:23→Jeremia 5:24→Deuteronomium 32:21→Psalmen 135:7→Psalmen 130:5→Jeremia 10:15→Jesaja 41:29→Deuteronomium 28:12→— Zijn er onder de ijdelheden der heidenen, die doen regenen, of kan de hemel druppelen geven? Zijt Gij die niet, o HEERE, onze God? Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen.
Zijn er onder de afgoden, die ijdelheden der Heidenen, die doen regenen? Of kan de hemel van zich zelven druppelen geven? Gij alleen zijt onze Heiland (Hos. 13:4). Zijt a) Gij die 1) niet, o HEERE! onze God? Daarom zullen wij op U wachten,) want Gij doet al die dingen. Gij geeft den regen en alle goede gaven (Job 5:10; 38:25 vv.).
Ps. 135:7; 147:8. Jes. 30:23. Jer. 5:24; 10:13.
De troon der Goddelijke heerlijkheid is oorspronkelijk en eeuwig de zetel der majesteit in de hoogte (Jes. 6:1), maar vervolgens ook door de verkiezing der genade het allerheilige in den tabernakel en den tempel, waar de arke des Verbonds stond (Ex. 40:34. Jer. 17:12 #Jer), en eindelijk naar de belofte, die in Christus vervuld worden zou, geheel Jeruzalem en het heilige volk Gods (Jer. 3:17). In dit drievoudig opzicht was de troon Gods aan de miskenning en aan den spot blootgesteld, wanneer de Heere in de hoogte niet hielp, alsof Hij onmachtig ware, zo Hij het gebed in Zijnen tempel niet verhoorde, Alsof Hij afwezig ware van de blijvende plaats Zijner openbaring, wanneer Hij het volk verwierp, dat Hij tot den toekomstigen troon Zijner heerlijkheid verkoren had. Het woordje “hoe” door “die” vertaald is soms gelijkluidende met de benaming van den waren of eeuwigen God. Zie Deut. 32:39. Jes. 43:10, 13; 48:12 en vooral Ps. 102:28, waar onze overzetters het vertalen door “dezelfde. ” Deze woordjes geven te kennen de eeuwige en onveranderlijke natuur van God.
In onze tegenwoordige behoefte en verlegenheid zullen wij ons tot niemand keren den tot U (Zach. 10:1), en geduldig wachten totdat het U behage ons deze weldaad te bewijzen. (Jes. 8:17; 30:18).
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 14
Jeremia 14:1.KruisverwijzingenJeremia 17:8→
— Het woord des HEEREN, dat tot Jeremia geschied is, over de zaken der grote droogte.
Er was geen regen gevallen, zodat de oogst mislukt was en er hongersnood in het land heerste. Jeremia beschrijft die hongersnood in treffende dichterlijke beelden.
Jeremia 14:2-6.KruisverwijzingenJesaja 3:26→2 Samuël 15:30→Jeremia 2:24→1 Samuël 5:12→Jeremia 8:21→Psalmen 40:14→2 Koningen 18:31→Joël 1:11→
— Juda treurt en haar poorten zijn verzwakt; zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe, en Jeruzalems geschrei klimt op. En hun voortreffelijken zenden hun kleinen naar water; zij komen tot de grachten, zij vinden geen water, zij komen met hun vaten ledig weder; zij zijn beschaamd, ja, worden schaamrood, en bedekken hun hoofd. Omdat het aardrijk gescheurd is, dewijl er geen regen op de aarde is; de akkerlieden zijn beschaamd, zij bedekken hun hoofd. Want ook de hinden in het veld werpen jongen, en verlaten die, omdat er geen jong gras is. En de woudezels staan op de hoge plaatsen, zij scheppen den wind gelijk de draken; hun ogen versmachten, omdat er geen kruid is.
De nood in het land was zo groot dat de stadspoorten verlaten lagen — juist die poorten waar in betere tijden de handel gedreven werd en het volk bijeenkwam. Er viel niets te doen zolang het volk in zo’n droefheid was, en uit de hoofdstad steeg een groot geschrei van benauwdheid op: “de schreeuw van Jeruzalem klimt op”.
De aanzienlijksten van het land zonden hun kinderen uit om ook maar een beetje drinkwater te zoeken. Zij gingen naar de regenbakken waar men nog iets verwacht had, maar zij vonden niets; zij keerden terug met lege vaten, beschaamd en schaamrood, en zij bedekten hun hoofd. Het bedekken van het hoofd was het teken van rouw. U herinnert zich hoe David op de dag van zijn benauwdheid opging: “En David ging op door den opgang der olijven, opgaande en wenende, en het hoofd was hem bewonden.” Ook al het volk dat met hem was had ieder zijn hoofd bedekt, en zij gingen wenende omhoog.
De bodem was door de droogte zo hard geworden dat ploegen geen zin meer had, want er was geen hoop op enige oogst. Zelfs de wilde dieren van het veld deelden in het algemene lijden. De hinde, die in het Oosten voor het tederst voor haar jong gehouden wordt, verliet haar kalf en liet het omkomen, omdat er geen voedsel was. En de woudezels, die de dorst beter kunnen verdragen dan andere dieren en die water altijd snel opmerken als er ergens water te vinden is, probeerden tevergeefs het te ruiken. Zij snoven de wind op als draken — als cobra’s, als slangen of als jakhalzen, want het woord kan verschillend weergegeven worden. Maar zij snoven tevergeefs, en hun ogen werden als kolen in hun kop: zij bezweken, omdat er geen gras was.
En wat dan? De profeet wendt zich tot het gebed als het enige middel om verlichting te krijgen.
Jeremia 14:7.KruisverwijzingenHosea 5:5→Psalmen 25:11→Jeremia 14:20→Jeremia 5:6→Jesaja 59:12→Jeremia 2:19→Efeze 1:12→Ezechiël 20:14→
— Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd.
“Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil.” Dat wil zeggen: U kunt het niet doen om enige verdienste van ons.
Jeremia 14:8-9.KruisverwijzingenJeremia 17:13→Jesaja 63:19→Jesaja 59:1→Psalmen 50:15→Jesaja 43:3→Psalmen 46:5→Jeremia 15:16→Jesaja 45:21→
— O Israels Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid! waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten? Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen? Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet.
Kunt u de goede man haast niet horen bidden? Let erop hoe hij de HEERE smeekt niet voor het land te zijn als een vreemdeling die er doorheen trekt en er niets om geeft: “waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten?” Dan pleit hij bij de HEERE: “Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen?” Alsof hij zei: laat het niet gedacht of gezegd worden dat wij zo ver gekomen zijn dat zelfs U ons niet meer helpen kunt.
Dat was groots pleiten van de kant van de profeet, en hij ging verder door de nauwe band te noemen die er tussen Israël en God bestond: “Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd” — en toen pleitte hij: “verlaat ons niet”. Het was een groots gebed; en toch was dit eerst het enige antwoord dat Jeremia erop kreeg.
Jeremia 14:10-11.KruisverwijzingenJeremia 7:16→Hosea 8:13→Hosea 9:9→Psalmen 119:101→Amos 5:22→Jeremia 6:20→Jeremia 11:14→Hosea 11:7→
— Alzo zegt de HEERE van dit volk: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, zij hebben hun voeten niet bedwongen; daarom heeft de HEERE geen welgevallen aan hen, nu zal Hij hunner ongerechtigheden gedenken, en hun zonden bezoeken. Wijders zeide de HEERE tot mij: Bid niet voor dit volk ten goede.
Het is alsof God zegt: u mag bidden als u dat wilt, om een plaag over hen als tuchtiging voor hun zonden; maar bid niet om enige zegen voor hen.
Jeremia 14:12.KruisverwijzingenEzechiël 8:18→Jeremia 6:20→Spreuken 1:28→Jeremia 11:11→Micha 3:4→Jeremia 16:4→Zacharia 7:13→Jeremia 24:10→
— Ofschoon zij vasten, Ik zal naar hun geschrei niet horen, en ofschoon zij brandoffer en spijsoffer offeren, Ik zal aan hen geen welgevallen hebben; maar door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie zal Ik hen verteren.
Nadat Hij lang getergd is, besluit God ten laatste het opstandige volk te straffen. Hij lijkt Jeremia als het ware opzij te zetten: nu is de dag van Mijn wraak gekomen, en Ik zal hun geen barmhartigheid meer bewijzen. Let nu op wat Jeremia doet, zelfs nadat de HEERE tot hem gezegd heeft: bid niet voor dit volk ten goede.
Jeremia 14:13.KruisverwijzingenJeremia 6:14→Jeremia 4:10→Jeremia 23:17→Jeremia 8:11→Ezechiël 13:22→Micha 3:11→Jeremia 28:2→Jeremia 5:31→
— Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, die profeten zeggen hun: Gij zult geen zwaard zien, en gij zult geen honger hebben; maar Ik zal u een gewissen vrede geven in deze plaats.
Hij zegt: Heere, heb medelijden met het volk, want zij worden misleid door hun profeten. Hadden die valse profeten hen niet zo bedrogen en opgeblazen, dan waren zij misschien niet zo verhard in hun zonde. Hij probeerde iets ter verontschuldiging van hen aan te voeren, maar de HEERE gaf aan zijn pleiten niet toe.
Jeremia 14:14-15.KruisverwijzingenJeremia 29:8→Ezechiël 12:24→Ezechiël 13:6→Jesaja 30:10→Jeremia 29:31→Jeremia 23:21→Klaagliederen 2:14→Micha 3:11→
— En de HEERE zeide tot mij: Die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken; zij profeteren ulieden een vals gezicht, en waarzegging, en nietigheid, en bedriegerij huns harten. Daarom zegt de HEERE alzo: Aangaande de profeten, die in Mijn Naam profeteren, daar Ik hen niet gezonden heb, en zij dan nog zeggen: Er zal geen zwaard noch honger in dit land zijn; diezelve profeten zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden.
God zegt: ja, Ik zal met de valse profeten afrekenen. Het is waar dat zij het volk misleid hebben, en Ik zal hen om hun bedrog straffen; maar Ik zal het volk ook op die grond niet verontschuldigen.
Jeremia 14:16.KruisverwijzingenSpreuken 1:31→Jeremia 7:33→Psalmen 79:2→Jeremia 15:2→Jeremia 13:22→Jeremia 16:4→Jeremia 18:21→Jeremia 9:22→
— En het volk, tot hetwelk zij profeteren, zullen op de straten van Jeruzalem weggeworpen zijn vanwege den honger en het zwaard; en er zal niemand zijn, die hen begrave, hen, hun vrouwen, en hun zonen, en hun dochteren; alzo zal Ik hun boosheid over hen uitstorten.
Dat lijkt een hard antwoord op Jeremia’s pleiten. Wat moet de profeet nu doen? God geeft hem een andere boodschap om aan het volk te brengen.
Jeremia 14:17-18.KruisverwijzingenEzechiël 7:15→Jeremia 9:1→Jeremia 8:21→Klaagliederen 2:13→Klaagliederen 1:15→Jeremia 13:17→Jeremia 8:10→Klaagliederen 1:20→
— Daarom zult gij dit woord tot hen zeggen: Mijn ogen zullen van tranen nederdalen nacht en dag, en niet ophouden; want de jonkvrouw der dochter Mijns volks is gebroken met een grote breuk, een plage, die zeer smartelijk is. Zo ik uitga in het veld, ziet daar de verslagenen van het zwaard, en zo ik in de stad komen, ziet daar de kranken van honger! Ja, zowel de profeten als de priesters lopen om in het land, en weten niet.
God zei Jeremia dus dat hij mocht gaan zeggen dat hij onophoudelijk om hen wenen zou. De getrouwe en meelevende profeet mocht voortdurend tranen om hen storten en grote zielsnood voelen, omdat hij overal de tekenen zag van Gods zware hand op het schuldige volk. Gingen zij de stad uit, dan sloegen de Chaldeën hen met het zwaard; bleven zij binnen, dan kwamen zij om van honger. En wie niet stierf, werd weggevoerd naar een land dat hij niet kende.
Wat moet Jeremia in zo’n geval doen? Hem is gezegd dat hij niet voor het volk mag bidden, en God lijkt vastbesloten hen te slaan. Wat kan de liefde doen wanneer zelfs de poorten van het gebed bevolen worden gesloten te blijven? Let erop hoe hij, nadat hem gezegd is dat hij niet bidden mag, zich langzaam een weg baant naar de troon der genade. En ten laatste doet hij wat hem verboden is.
Jeremia 14:19.KruisverwijzingenKlaagliederen 5:22→Jeremia 8:15→Jeremia 6:30→Psalmen 78:59→2 Koningen 17:19→1 Thessalonicenzen 5:3→Psalmen 89:38→Job 30:26→
— Hebt Gij dan Juda ganselijk verworpen? Heeft Uw ziel een walging aan Sion? Waarom hebt Gij ons geslagen, dat er geen genezing voor ons is? Men wacht naar vrede, maar daar is niets goeds, en naar tijd van genezing, maar ziet, daar is verschrikking.
Dat is niet bepaald bidden, maar het lijkt er sterk op. Jeremia vraagt de HEERE of Hij Zijn volk werkelijk verworpen kan hebben.
Jeremia 14:20.KruisverwijzingenPsalmen 32:5→Leviticus 26:40→Jeremia 3:25→Nehemia 9:2→Daniël 9:5→Psalmen 106:6→Ezra 9:6→Jeremia 3:13→
— HEERE! wij kennen onze goddeloosheid, en onzer vaderen ongerechtigheid, want wij hebben tegen U gezondigd.
Nu is hij een stap verder gegaan, tot de belijdenis van de zonde. En al is dat op zichzelf nog niet het gebed, het gaat er altijd mee samen. Het is de achtergrond van het gebed, en wij zullen dus spoedig nog andere toetsen in het schilderij krijgen.
Jeremia 14:21.KruisverwijzingenJeremia 14:7→Psalmen 106:45→Jeremia 3:17→Psalmen 89:39→Ezechiël 36:22→Daniël 9:15→Jeremia 17:12→Ezechiël 24:21→
— Versmaad ons niet, om Uws Naams wil; werp den troon Uwer heerlijkheid niet neder; gedenk, vernietig niet Uw verbond met ons.
Nu komt hij werkelijk tot het bidden; hij kan zichzelf niet helpen. Hem is gezegd dat hij niet bidden mag, maar hij voelt dat hij móet; hij heeft het volk zo lief dat hij voor hen pleiten moet.
Jeremia 14:22.KruisverwijzingenJesaja 30:23→Jeremia 5:24→Deuteronomium 32:21→Psalmen 135:7→Psalmen 130:5→Jeremia 10:15→Jesaja 41:29→Deuteronomium 28:12→
— Zijn er onder de ijdelheden der heidenen, die doen regenen, of kan de hemel druppelen geven? Zijt Gij die niet, o HEERE, onze God? Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen.
Wat een schitterende volharding van het aanhouden — wat een sterk besluit tot een verboden voorbede! Alsof hij zei: U, o HEERE onze God, zegt ons niet te bidden, maar wij kunnen onze smeking niet inhouden. “Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen.” God helpe ons allen op Hem te wachten! Wij worden van het bidden lang niet zo afgehouden als hij die deze woorden sprak. Er is voor ons dus des te meer reden om tot de HEERE te zeggen: daarom zullen wij op U wachten.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Dit Hoofdstuk vormt met het volgende het tweede onderdeel der redenen, die met Hoofdst. 11 begonnen. De Profeet heeft het met ene grote droogte te doen, die hem aanleiding geeft tot zijne rede. Men vat deze droogte ook wel alleen in figuurlijken zin op van het wegnemen van alle genade en zegen, die daardoor wordt bedreigd. Al is het echter, dat de geschiedboeken des O. T. van ene droogte in dien tijd gene melding maken, zo is het toch het eenvoudigste bij de eigenlijke betekenis van het woord te blijven.
I. Vs. 1-18.KruisverwijzingenJesaja 3:26→2 Samuël 15:30→Jeremia 2:24→Hosea 5:5→Psalmen 25:11→Jeremia 17:13→Jesaja 63:19→Jesaja 59:1→
— Het woord des HEEREN, dat tot Jeremia geschied is, over de zaken der grote droogte. Juda treurt en haar poorten zijn verzwakt; zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe, en Jeruzalems geschrei klimt op. En hun voortreffelijken zenden hun kleinen naar water; zij komen tot de grachten, zij vinden geen water, zij komen met hun vaten ledig weder; zij zijn beschaamd, ja, worden schaamrood, en bedekken hun hoofd. Omdat het aardrijk gescheurd is, dewijl er geen regen op de aarde is; de akkerlieden zijn beschaamd, zij bedekken hun hoofd. Want ook de hinden in het veld werpen jongen, en verlaten die, omdat er geen jong gras is. En de woudezels staan op de hoge plaatsen, zij scheppen den wind gelijk de draken; hun ogen versmachten, omdat er geen kruid is. Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd. O Israels Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid! waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten? Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen? Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet. Alzo zegt de HEERE van dit volk: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, zij hebben hun voeten niet bedwongen; daarom heeft de HEERE geen welgevallen aan hen, nu zal Hij hunner ongerechtigheden gedenken, en hun zonden bezoeken.
Door het woord des Heeren wordt den Profeet de nood in het land voor ogen gesteld. Mens en dier versmacht onder den druk, zodat zij als voortekenen van ene nog zwaardere straf door hem worden beschouwd (vs. 1-6). Nu tracht hij door belijdenis van zonde en aanroeping der Goddelijke genade het ongeluk van zijn volk af te wenden (vs. 7-8). Maar alles, wat hij ten gunste voortbrengt, wordt door den Heere afgewezen. Men moet voor dat volk niet om genade bidden (vs. 10-16). Men moet integendeel aan het volk zijn ongeluk, dat de valse profeten uit het hoofd praten, voor de ogen schilderen als even zo vreselijk en ontzettend, als onvermijdelijk en algemeen (vs. 17 en 18).
Het woord de HEEREN, dat ten tijde van koning Jojakim tot Jeremia geschied is, over de zaken der grote droogte 1) (Hoofdst. 12:4), die nog zwaarder was dan de vorige plaag (Hoofdst. 3:3).
Dat deze droogte tussen het 13de en 18dejaar van koning Josia valt, besluit ik daaruit, dat in Hoofdst. 5:25 gezegd wordt: uwe ongerechtigheden wenden die dingen af, te weten den vroegen en den spaden regen. Want die predikaties zijn onder Josia en vóór zijn 18de jaar gedaan, en daarom wordt gezegd, dat de zonden der Israëlieten het verder in wanorde gebracht hadden, zodat de regen niet op den rechten tijd kwam; en dit werd niet als iets aanstaande gedreigd, maar als reeds geschied en bekend geschreven. Derhalve was er tussen het 13de en 18de jaar van Josia ene droogte geweest, en dit is, dewijl de droogten toch iets zeldzaams zijn, waarschijnlijk deze.
De Heere stelde mij den toestand op aanschouwelijke wijze voor ogen, en zei: Juda treurt, alle mannen liggen neer in jammerlijken toestand, en hare poorten zijn verzwakt, de inwoners der steden, die in de poorten zamenkomen (Gen. 19:1), zitten daar in rouwgewaad, zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe, 1) met de hoofden ter aarde gebogen, zodat men in diepe neerslachtigheid op den grond nederzit (Job 2:8, 13), en Jeruzalems geschrei klimt naar den hemel op.
Of: “zit elk op de aarde. ” In tijden van openbaren rouw zat men op den bloten grond, en niet, gelijk anders, op tapijten en matrassen.
En hun voortreflijken, de rijken en voornaamsten des lands, zenden hun kleinen, de geringeren naar water; zij komen tot de grachten, zij vinden geen water, zij komen met hun vaten ledig weer. Zij zijn beschaamd, ja worden schaamrood, als dezulken, wier hoop te schande wordt, en bedekken hun hoofd ten teken der diepe treurigheid (2 Sam. 15:30).
Omdat het aardrijk gescheurd is, dewijl er geen regen op de aarde is, is alles in rouw. De akkerlieden zijn beschaamd, zij bedekken hun hoofd van wege de vreeslijke droogte, die alle akkerbouw onmogelijk maakt.
Want ook (liever: Ja zelfs) de hinden in het veld werpen jongen; zij, die anders zo teerhartig en bezorgd voor hare jongen zijn (Ps. 22:1), worden door den angst uit de bossen gedreven en vóór den tijd tot het werpen der jongen gebracht (Ps. 29:9), en verlaten die, omdat er geen jong gras is ten einde ze in het leven te houden.
En de woudezels (Job 39:5), anders gewoon om dorst en hitte te verdragen, staan op de hoge plaatsen, zij snakken naar verfrissende licht en scheppen den wind gelijk de draken, 1) hun ogen versmachten van het vergeefs uitzien naar verkwikking, omdat er geen kruid is.
Bijv. krokodillen (Jes. 13:22), wanneer zij met opgesperden muil den kop boven het water steken. Volgens de naspeuringen der oude natuuronderzoekers moeten de draken (ene soort van grote slangen) enige uren daags den kop met opgesperden muil oprichten, ten einde adem te halen, en tevens door hunnen adem de in hun nabijheid vliegende vogels aan te lokken. De overeenstemming in de slotwoorden van vers 3 en 4 en de daarmee overeenstemmende gedachten aan het slot van vs. 5 en 6 schilderen de troosteloosheid van mensen, vee en wild, veroorzaakt door de ellende der droogte. Overal dezelfde ellende, overal om dezelfde oorzaak; want ook het redeloos gedierte zucht mede onder den vloek der mensen. Ook de onbezielde schepping zucht van wege de zonde des volks. Dit is juist de vloek en de zwaarte der zonde, dat niet alleen de schuldige, maar ook de onschuldige lijdt om haar. Van daar dat ook de onbezielde schepping uitziet naar de verlossing der zonde, en daarom naar de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.
Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, met die bede wendde ik mij als voorbidder tot God: O HEERE! help ons toch, red uit die grote ellende, doe het om Uws naams wil. 1) Gij toch zijt Israëls God, en de heidenen zonden spoedig zeggen, dat wij enen slechten Helper hadden, zo Gij ons in onzen nood liet omkomen. Zeker, Gij hadt het recht om ons te vernielen, want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd, daarom bidden wij: laat Uwe genade en barmhartigheid meer gelden dan Uwe gerechtigheid.
Deze bede spreekt de Profeet uit, uit naam van zijn volk. Zij begint met de belijdenis van de zware overtreding. Daarom hebben zij de kastijding, welke zij ondervinden, als rechtvaardige straf verdiend. Maar de Heere moge om Zijns Naams wil helpen. De Naam Gods, is de openbaring van het Goddelijk Wezen. Als Jehova heeft God zich van Mozes tijd af, als Redder en Heiland, aan de tot zijn volk aangenomen kudde Israëls bekend gemaakt, en wel is waar als God, die barmhartig en genadig is, geduldig en groot van genade en trouw. Als zodanig moge Hij zich ook nu tonen, dewijl zij hunnen afval en zonde bekennen en Zijne genade aanroepen. De Profeet roept hier niet den Naam Gods aan omdat het Zijne ere geldt tegenover de Heidenen, maar omdat de Naam van Gods volk altijd gebleken is een sterke toren te zijn in dagen der benauwdheid. Daarom klinkt het ook in het volgende vers: “O Israëls verwachting, zijn Verlosser in tijd van benauwdheid.
O Israëls verwachting, zijn Verlosser in tijd van benauwdheid! waarom zoudt Gij, nu het met ons zo slecht gesteld is, en Gij niets doet om ons te troosten en te helpen, zijn als een vreemdeling in het land, die slechts doortrekt, en geen hart heeft voor het wel of wee zijner inwoners, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten 1) en er niet naar vraagt wat er zal worden van hen, van wie hij den volgenden morgen weer heengaat?
Een reiziger en een vreemdeling gevoelen geen betrekking op het land, waarin men voor een wijle vertoeft. Maar de Heere God had het volk tot Zijn eigendom verkoren. Het land van Juda was Zijn land in bijzondere mate, waarop Hij een bijzonderen betrekking had, de betrekking des Verbonds. Daarop wijst hier de Profeet, om van den Heere afwending van de ellende te verkrijgen.
Met één woord kunt Gij onzen nood afwenden, waarom zoudt Gijdan zijn als een versaagd man, als een held, die vroeger grote daden verrichtte en nu niet kan verlossen. Gij zijt toch bestendig en altijd in het midden van ons, o HEERE! Gij zijt geen vreemdeling of gast in dit land, en wij zijn naar uwen naam genoemd, zodat de gehele wereld ons als Uw volk kent en noemt (Deut. 28:10). Verlaat ons niet, alsof Gij ons niet wildet overgeven en voor altijd laten nederliggen. Waarom steekt Gij toch Uwe hand in den boezem, en ziet in stilte toe, alsof het U niets aanging? Waarom wordt het land omgeploegd? Waarom wordt het ijzer op het aambeeld geslagen? Waarom wordt goud en zilver in het vuur gebracht? Waarom wordt de edelsteen gepolijst en geslepen? Waarom wordt de parel doorboord? Daarom, opdat het land vruchten zou dragen, het ijzer tot een goed werktuig zou dienen, het goud zou gelouterd en beproefd worden, het edelgesteente des te helderder zou schitteren, de parel aan de snoer geregen en voor sieraad gedragen zou worden.
Alzo zegt de HEERE van dit volk te antwoord op mijne bede: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, van den enen vreemden god tot den anderen, zij hebben hun voeten niet bedwongen, maar zijn afgedaan van dien God, naar wiens naam zij genoemd zijn (Hoofdst. 2:27 v. 31 en
. Daarom vergeldt, Hij hun naar hun eigene handelingen, en houdt zich als een vreemdeling in het land, ja verlaat het zelfs geheel, daarom heeft de HEERE geen welgevallen in hen, nu zal Hij hun ongerechtigheden gedenken en hun zonden bezoeken 1) (Hos. 8:13; 8:9). Zondaars zijn afzwervers van God, hun afzwervingen verbeuren Gods gunst, maar het is hun liefhebberij om te zwerven, die hen ganselijk daarom afsnijdt. Zij waren gewaarschuwd, dat hun afwijkingen verder zouden gaan, dat de ene zonde hen in ene andere zou storten en alles tot hun verderf strekken. En nochtans hadden zij die waarschuwing niet in acht genomen, noch hunnen voet wederhouden. De Profeet was voor zijn volk tussen getreden gelijk de wijngaardenier voor den onvruchtbaren boom. (Luk. 13:7). Maar de Heere spreekt niet meer van mijn volk, maar van dit volk. Hij erkent hen niet meer. Zij hebben het Verbond verbroken. Zij hadden den Heere getergd, zodat Hij hen in een worstelaar was verkeerd.
Wijders zei de HEERE tot mij: a) Bid niet, gelijk Ik u reeds meermalen gezegd heb (Jer. 7:16; 11:14) voor dit volk ten goede.
Ex. 32:10.
Uwe voorbede zou dan alleen door Mij kunnen verhoord worden, wanneer Ik uwe schuldbebelijdenis voor ene uitdrukking van den toestand des harten uws volks kon aanzien. Doch al ware uwe taal die des volks, het is bij hen niets dan huichelarij. a) Ofschoon zij vasten, Ik zal naar hun geschrei niet horen (Jes. 58:3 vv.), en ofschoon zij b) brandoffer en spijsoffer offeren in tijden van nood, wanneer het hun duidelijk wordt, dat hun goden hen niet kunnen helpen (Hoofdst. 11:12), Ik zal aan hen geen welgevallen hebben, omdat het ontbreekt aan een verslagen hart (Hoofdst. 6:20); maar door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie zal Ik hen verteren1) vervullende alzo de bedreigingen in Deut. 28:15 vv. uitgesproken.
Spr. 1:28. (Jes. 1:15. (Jer. 11:11. Ezech. 8:18. Mich. 3:4. b) Jer. 7:21, 22. c) Jer. 9:16.
Op Mozes bede had de Heere zich nog ontfermd over zijn volk, maar nu was aan het geduld Gods een einde gekomen. Gelijk God Samuël vermaande om niet meer leed te dragen over Saul, dewijl de Heere hem verworpen had, zo zegt de Heere ook hier tot Jeremia om niet meer voor dit volk te bidden. Het verderf was vastelijk besloten.
Toen trachtte ik het volk te verontschuldigen door te wijzen op hen, wier roeping het was het op den rechten weg te houden, en die in plaats daarvan het door voorspiegelingen gerust maakten. Daarom zei ik 1): Ach Heere HEERE! zie die profeten, door wie zij zich laten leiden, zeggen hun, wanneer Ik hen door uw gericht wil verschrikken en tot bekering brengen: Gij zult geen zwaard zien, en gij zult genen honger hebben; maar Ik, zo zegt de Heere door onzen mond, zal u enen gewissen vrede geven in deze plaats, in het heilige land, waaruit gij nooit zult worden verdreven.
Nog neemt de Profeet, als een herder met een warm hart voor zijne kudde, het op voor zijn volk en wijst er op dat het volk verleid is geworden door zijne valse profeten, maar de Heere snijdt ook dat af. Want het volk zou alleen te verschonen zijn, indien de Heere het niet altijd weer tegen de valse Profeten had gewaarschuwd.
Ook die verontschuldiging werd afgewezen, en de HEERE zei tot mij: Die profeten, zo als velen hunner spreken, profeteren vals in Mijnen naam, daar zij slecht genoeg zijn, zich te beroepen op ene van Mij ontvangene openbaring; a) Ik heb hen niet gezonden, noch bevel gegeven, noch tot hen gesproken; zij profeteren ulieden, die in onverantwoordelijke lichtzinnigheid hun geloof schenkt, zonder eerst naar hun geloofwaardigheid te vragen, een vals gezicht en waarzegging en nietigheid en bedriegerij huns harten, niets dan eigen verzinsel.
Jer. 23:21; 27:15; 29:8, 9.
Daarom, opdat het ook duidelijk worde, hoe al hun profeteren niets dan leugen is (vs. 13), zegt de HEERE alzo: Aangaande de profeten, die in Mijnen naam profeteren, daar Ik hen niet gezonden heb, en zij den nog zeggen, alsof zij een woord Gods hadden te verkondigen: Er zal geen zwaard noch honger in het land zijn, diezelve Profeten zullen, vóór alle anderen onder het volk, dat zij bedrogen hebben, door het zwaard en door den honger verteerd worden, zodat niemand van hen in leven blijft.
En het volk, tot hetwelk zij profeteren, en dat gaarne misleid wordt, opdat het niet tot boete kome en zich bekere (Hoofdst. 5:31), zullen op de straten van Jeruzalem weggeworpen zijn van wege den honger en het zwaard; en er zal niemand zijn, die hen begrave, hen, hun vrouwen en hun zonen en hun dochteren. Zo zullen zij zelfs nog na den dood smaadheid ondervinden; alzo zal Ik hun boosheid over hen uitstorten, de straf voor hunnen gruwel op hun hoofd geven. Hoewel predikers hun toehoorders verleiden, zijn toch daardoor de toehoorders niet verontschuldigd; maar wanneer zij zich laten verleiden, vallen de blinden en de leidslieden (Luk. 6:39) te zamen in de gracht.
Daarom zult gij, Mijn ware Profeet, dit woord tot hen zeggen: a) Mijne ogen zien niets van ene vreedzame toekomst, zo als de valse Profeten u die voorschilderen (vs. 13), zij zullenintegendeel van tranen nederdalen nacht en dag, van tranen vloeien om te wenen over hetgeen werkelijk zal geschieden (Hoofdst. 9:1 vv. 13:17) en niet ophouden; want de jonkvrouw (als waarvoor zij nog ten tijde van Sanherib werd gehouden (Jes. 37:22)der dochter Mijns volks (Hoofdst. 8:19) is gebroken met ene grote breuk, door het ongeluk, dat over haar komt (Hoofdst. 4:7; 6:1), ene plage, die zeer smartelijk is, zodat zij zich niet weer kan herstellen.
Klaagl. 1:16; 2:18.
Zo ik uitga in het veld, ziet daar liggen de verslagenen van het zwaard! en zo ik in de stad kom, ziet daar de kranken, gedurende de belegering van honger uitgeput (Klaagl. 4:9). Die in leven zijn gebleven ondervinden eerst in volle mate het ongeluk. Ja zowel de profeten als de priesters, zelfs die standen, die in de naaste betrekking tot den Heere staan (Lev. 19:3), en er het eerst of zouden kunnen rekenen, dat zij verschoond zouden blijven, lopen om in het veld, of in een land en weten niet, 1) zij zijn in ballingschap gegaan in een land, hetwelk zij niet kenden.
De Heere wijst de bede van den Profeet niet alleen af, maar laat hem ook zeggen, welke ellende over Juda zal komen. Op drieërlei ellendige toestanden wijst Hij hier. Op de verslagenen in het open veld door het zwaard, op degenen, die van honger ziek zijn in de steden, en eindelijk op degenen, die weggevoerd zijn in een land der ballingschap, hetwelk zij niet kenden. Betere vertaling toch van de laatste woorden is: Zowel de Profeten als de Priesters gaan in een land, hetwelk zij niet kennen. De Heere noemt hier de profeten en de priesters, dewijl deze niet alleen als het ware de bloem der natie vormden, maar ook de hoofdoorzaak waren geweest van het verderf des volks. De Engelse vertaling heeft: Zij, de Profeten en de Priesters zelfs, gaan uit in een land, dat zij niet kennen. 19.
II. Vs. 19KruisverwijzingenKlaagliederen 5:22→Jeremia 8:15→Jeremia 6:30→Psalmen 78:59→2 Koningen 17:19→1 Thessalonicenzen 5:3→Psalmen 89:38→Job 30:26→
— Hebt Gij dan Juda ganselijk verworpen? Heeft Uw ziel een walging aan Sion? Waarom hebt Gij ons geslagen, dat er geen genezing voor ons is? Men wacht naar vrede, maar daar is niets goeds, en naar tijd van genezing, maar ziet, daar is verschrikking.
-Hoofdst 15:9. Nogmaals beproeft de Profeet, even als in vs. 7-9 voor zijn volk in de bres te treden. Hij belijdt Israëls zonde en zware schuld. Hij erkent, dat de Heere alleen Helper en God is. Hij beroept zich om Hem tot hulp te bewegen, op de ere Zijns naams, op het zinnebeeld Zijner genadige tegenwoordigheid en de onverbrekelijkheid van Zin verbond. Maar de Heere geeft hem ten antwoord: zelfs wanneer een Mozes of Samuël tussen beide traden, en tussen Hem en Israël middelaars wilden zijn, zo zou het toch niets baten. “Weg met hen van Mijn aangezicht” is Zijn onveranderlijk woord over dit onverbeterlijke, huichelachtige volk. Zo zullen zij dan ook in het over hen besloten verderf storten, en dit verderf zal overeenkomstig hunnen zwaren en misdadigen afval ook zwaar zijn.
Op nieuw trachtte ik het hart des Heeren te bewegen en zei: Hebt Gij dan ook Juda ganselijk verworpen? 1) Heeft Uwe ziel ene walging aan Zion? Waarom hebt Gij ons geslagen, dat er gene genezing voor ons is? Men wacht naar vrede, maar daar is niets goeds, en naar tijd van genezing, maar ziet, daar is verschrikking 1) (Hoofdst. 8:15. (Job 30:26).
Hij staat op om voor hen tussen te treden, want wie weet of God zich nog wenden wil en berouw hebben? Zo lang er leven is, zolang is er hope en plaats voor de gebeden. En alhoewel er velen onder hen waren, die zelf niet baden, noch achting hadden voor deszelfs gebeden, zo waren er toch enigen, die beter gezind waren, die zich bij hem in zijne gebeden zouden voegen en het zegel van hun Amen daarop zouden zetten.
Zion was toch de plaats der ruste, door den Heere uitverkoren, maar zie, nu blijkt het, dat de Heere Zion gram was. Was er gewoonlijk weer gunste gevolgd na strafoefening en genezing na het slaan van pijnlijke wonden, nu was van dit alles niets merkbaar. In plaats van vrede niet anders dan ellende, in plaats van genezing, verergering van de kwaal, verschrikking overal. Het in daarom, dat de Profeet in den naam van zijn diep ellendig volk komt met ootmoedige schuldbelijdenis, opdat de Heere in den toorn des ontfermens nog gedachtig zou zijn.
HEERE! wij kennen onze goddeloosheid en onzer vaderen ongerechtigheid, want wij hebben a) tegen U gezondigd (2 (Kron. 12:6. Dan. 9:7).
Ps. 106:6.
Versmaad ons niet, om Uws naams wil, naar welken wij genoemd zijn, werp den troon Uwer heerlijkheid, 1) den tempel, waar Gij tussen de Cherubim woont (Jes. 37:16) niet neer; gedenk aan hetgeen Gij beloofd hebt (Lev. 26:11 vv.); vernietig niet Uw verbond met ons (Deut. 4:31).
Jeruzalem wordt de stad Gods genoemd (Ps. 48:1). Dewijl Hij op een bijzondere wijze de Koning der Joden was, en deze de zetel en hoofdstad van het Koninkrijk, zo kan men die stad ook als Gods troon aanmerken, gelijk ze ook uitdrukkelijk zo genoemd wordt. Maar evenwel zijn de woorden voornamelijk van den tempel te verstaan en de Profeet smeekt God, dat Hij dien niet wil overgeven, om door de ongelovigen ontheiligd te worden, dewijl hij toch de plaats was, in welken Hij verkoren had, gediend te worden. (ENG. GODGELEERDEN).
Zijn er onder de afgoden, die ijdelheden der Heidenen, die doen regenen? Of kan de hemel van zich zelven druppelen geven? Gij alleen zijt onze Heiland (Hos. 13:4). Zijt a) Gij die 1) niet, o HEERE! onze God? Daarom zullen wij op U wachten,) want Gij doet al die dingen. Gij geeft den regen en alle goede gaven (Job 5:10; 38:25 vv.).
Ps. 135:7; 147:8. Jes. 30:23. Jer. 5:24; 10:13.
De troon der Goddelijke heerlijkheid is oorspronkelijk en eeuwig de zetel der majesteit in de hoogte (Jes. 6:1), maar vervolgens ook door de verkiezing der genade het allerheilige in den tabernakel en den tempel, waar de arke des Verbonds stond (Ex. 40:34. Jer. 17:12 #Jer), en eindelijk naar de belofte, die in Christus vervuld worden zou, geheel Jeruzalem en het heilige volk Gods (Jer. 3:17). In dit drievoudig opzicht was de troon Gods aan de miskenning en aan den spot blootgesteld, wanneer de Heere in de hoogte niet hielp, alsof Hij onmachtig ware, zo Hij het gebed in Zijnen tempel niet verhoorde, Alsof Hij afwezig ware van de blijvende plaats Zijner openbaring, wanneer Hij het volk verwierp, dat Hij tot den toekomstigen troon Zijner heerlijkheid verkoren had. Het woordje “hoe” door “die” vertaald is soms gelijkluidende met de benaming van den waren of eeuwigen God. Zie Deut. 32:39. Jes. 43:10, 13; 48:12 en vooral Ps. 102:28, waar onze overzetters het vertalen door “dezelfde. ” Deze woordjes geven te kennen de eeuwige en onveranderlijke natuur van God.
In onze tegenwoordige behoefte en verlegenheid zullen wij ons tot niemand keren den tot U (Zach. 10:1), en geduldig wachten totdat het U behage ons deze weldaad te bewijzen. (Jes. 8:17; 30:18).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel