Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 14

1 Het woord des HEEREN, dat tot Jeremia geschied is, over de zaken der grote droogte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Het woordH1697 des HEERENH3068, datH834 totH413 JeremiaH3414 geschied is, overH5921 de zakenH1697 der grote droogteH1226. Het woord des HEEREN, dat tot Jeremia geschied is, over de zaken der grote droogte.

KJV The word3 of the LORD4 that came to Jeremiah6 concerning8 the dearth.

1 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 הָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 4 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 יִרְמְיָ֔הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 דִּבְרֵ֖י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 9 הַבַּצָּרֽוֹת H1226 droogte dearth, drought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Juda treurt en haar poorten zijn verzwakt; zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe, en Jeruzalems geschrei klimt op.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 JudaH3063 treurtH56 en haar poortenH8179 zijn verzwaktH535; zij zijn in het zwartH6937 gekleed ter aardeH776 toe, en JeruzalemsH3389 geschreiH6682 klimtH5927 op. Juda treurt en haar poorten zijn verzwakt; zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe, en Jeruzalems geschrei klimt op.

KJV Judah2 mourneth,1 and the gates3 thereof languish;4 they are black5 unto the ground;6 and the cry7 of Jerusalem8 is gone up.

1 אָבְלָ֣ה H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 2 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 3 וּשְׁעָרֶ֥יהָ H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 4 אֻמְלְל֖וּ H535 kweelt, kwelen, flauw languish, be weak, wax feeble 5 קָדְר֣וּ H6937 zwart, rouwdragenden, verdonkerd be black(-ish), be (make) dark(-en), [idiom] heavily, (cause to) mourn 6 לָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 וְצִוְחַ֥ת H6682 gekrijs, gekrijt, geschrei cry(-ing) 8 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 9 עָלָֽתָה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En hun voortreffelijken zenden hun kleinen naar water; zij komen tot de grachten, zij vinden geen water, zij komen met hun vaten ledig weder; zij zijn beschaamd, ja, worden schaamrood, en bedekken hun hoofd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En hun voortreffelijkenH117 zendenH7971 hun kleinenH6810 naar waterH4325; zij komenH935 tot de grachtenH1356, zij vindenH4672 geenH3808 waterH4325, zij komen met hun vatenH3627 ledigH7387 weder; zij zijn beschaamdH954, ja, worden schaamroodH3637, en bedekkenH2645 hun hoofdH7218. En hun voortreffelijken zenden hun kleinen naar water; zij komen tot de grachten, zij vinden geen water, zij komen met hun vaten ledig weder; zij zijn beschaamd, ja, worden schaamrood, en bedekken hun hoofd.

Ook in dit vers komenH7725

KJV And their nobles1 have sent2 their little ones3 to the waters:4 they came5 to the pits,7 and found9 no water;10 they returned11 with their vessels12 empty;13 they were ashamed14 and confounded,15 and covered16 their heads.

1 וְאַדִּ֣רֵיהֶ֔ם H117 heerlijken, voortreffelijken, heerlijk excellent, famous, gallant, glorious, goodly, lordly, mighty(-ier one), noble, principal, worthy 2 שָׁלְח֥וּ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 3 צְעִירֵיהֶ֖ם H6810 jongste, kleinste, geringsten least, little (one), small (one), [phrase] young(-er, -est) 4 לַמָּ֑יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 5 בָּ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 גֵּבִ֞ים H1356 grachten, gewelven, vele beam, ditch, pit 8 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 מָ֣צְאוּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 10 מַ֗יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 11 שָׁ֤בוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 12 כְלֵיהֶם֙ H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 13 רֵיקָ֔ם H7387 ledig, oorzaak without cause, empty, in vain, void 14 בֹּ֥שׁוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 15 וְהָכְלְמ֖וּ H3637 schande, schaamrood, beschaamd be (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame 16 וְחָפ֥וּ H2645 overtoog, bedekken, bedekten ceil, cover, overlay 17 רֹאשָֽׁם H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Omdat het aardrijk gescheurd is, dewijl er geen regen op de aarde is; de akkerlieden zijn beschaamd, zij bedekken hun hoofd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Omdat het aardrijkH127 gescheurdH2865 is, dewijlH3588 er geenH3808 regenH1653 op de aardeH776 is; de akkerliedenH406 zijn beschaamdH954, zij bedekkenH2645 hun hoofdH7218. Omdat het aardrijk gescheurd is, dewijl er geen regen op de aarde is; de akkerlieden zijn beschaamd, zij bedekken hun hoofd.

KJV Because the ground2 is chapt,3 for there was no rain7 in the earth,8 the plowmen10 were ashamed,9 they covered11 their heads.

1 בַּעֲב֤וּר H5668 wil, harentwil, waarlijk because of, for (...'s sake), (intent) that, to 2 הָאֲדָמָה֙ H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 3 חַ֔תָּה H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify 4 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 גֶ֖שֶׁם H1653 regen, plasregen, plasregens rain, shower 8 בָּאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 בֹּ֥שׁוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 10 אִכָּרִ֖ים H406 akkerlieden, akkerman husbandman, ploughman 11 חָפ֥וּ H2645 overtoog, bedekken, bedekten ceil, cover, overlay 12 רֹאשָֽׁם H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Want ook de hinden in het veld werpen jongen, en verlaten die, omdat er geen jong gras is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WantH3588 ookH1571 de hindenH365 in het veldH7704 werpen jongenH3205, en verlatenH5800 die, omdatH3588 er geenH3808 jong grasH1877 isH1961. Want ook de hinden in het veld werpen jongen, en verlaten die, omdat er geen jong gras is.

KJV Yea, the hind3 also calved5 in the field,4 and forsook6 it, because there was no grass.

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 3 אַיֶּ֨לֶת֙ H365 Aijeleth, hinde, hinden hind, Aijeleth 4 בַּשָּׂדֶ֔ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 5 יָלְדָ֖ה H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 6 וְעָז֑וֹב H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 7 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 הָיָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 דֶּֽשֶׁא H1877 grasscheutjes, grazige, tedere gras (tender) grass, green, (tender) herb
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En de woudezels staan op de hoge plaatsen, zij scheppen den wind gelijk de draken; hun ogen versmachten, omdat er geen kruid is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En de woudezelsH6501 staanH5975 opH5921 de hoge plaatsenH8205, zij scheppenH7602 den windH7307 gelijk de drakenH8577; hun ogenH5869 versmachtenH3615, omdatH3588 er geenH369 kruidH6212 is. En de woudezels staan op de hoge plaatsen, zij scheppen den wind gelijk de draken; hun ogen versmachten, omdat er geen kruid is.

KJV And the wild asses1 did stand2 in the high places,4 they snuffed up5 the wind6 like dragons;7 their eyes9 did fail,8 because there was no grass.

1 וּפְרָאִים֙ H6501 woudezel, woudezels, woudezelen wild (ass) 2 עָמְד֣וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 שְׁפָיִ֔ם H8205 hoge plaatsen, hoogte high place, stick out 5 שָׁאֲפ֥וּ H7602 slokken, hijgt, Haak desire (earnestly), devour, haste, pant, snuff up, swallow up 6 ר֖וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 7 כַּתַּנִּ֑ים H8577 draken, draak, zeedraak dragon, sea-monster, serpent, whale 8 כָּל֥וּ H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 9 עֵינֵיהֶ֖ם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 10 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 12 עֵֽשֶׂב H6212 kruid, gras, kruiden grass, herb
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Hoewel onze ongerechtighedenH5771 tegen ons getuigenH6030, o HEEREH3068! doeH6213 het omH4616 Uws NaamsH8034 wil; wantH3588 onze afkeringenH4878 zijn menigvuldigH7231, wij hebben tegen U gezondigdH2398. Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd.

KJV O LORD,5 though our iniquities2 testify3 against us, do6 thou it for thy name's8 sake: for our backslidings11 are many;10 we have sinned

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 עֲוֺנֵ֨ינוּ֙ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 3 עָ֣נוּ H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 4 בָ֔נוּ 5 יְהוָ֕ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 עֲשֵׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 לְמַ֣עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 8 שְׁמֶ֑ךָ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 9 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 רַבּ֥וּ H7231 vermenigvuldigd, vermenigvuldigen, vele increase, be many(-ifold), be more, multiply, ten thousands 11 מְשׁוּבֹתֵ֖ינוּ H4878 afgekeerde, afkering, afkeringen backsliding, turning away 12 לְךָ֥ 13 חָטָֽאנוּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 O Israels Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid! waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 O IsraelsH3478 VerwachtingH4723, Zijn VerlosserH3467 in tijdH6256 van benauwdheidH6869! waaromH4100 zoudt Gij zijnH1961 als een vreemdelingH1616 in het landH776, en als een reizigerH732, die slechts inkeertH5186 om te vernachtenH3885? O Israels Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid! waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten?

KJV O the hope1 of Israel,2 the saviour3 thereof in time4 of trouble,5 why shouldest thou be as a stranger8 in the land,9 and as a wayfaring man10 that turneth aside11 to tarry for a night?

1 מִקְוֵה֙ H4723 Verwachting, vergadering, linnen garen abiding, gathering together, hope, linen yarn, plenty (of water), pool 2 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 מֽוֹשִׁיע֖וֹ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 4 בְּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 5 צָרָ֑ה H6869 benauwdheid, benauwdheden, nood adversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble 6 לָ֤מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 7 תִֽהְיֶה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 כְּגֵ֣ר H1616 vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelings alien, sojourner, stranger 9 בָּאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 וּכְאֹרֵ֖חַ H732 reizenden, reiziger, wandelaars go, wayfaring (man) 11 נָטָ֥ה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 12 לָלֽוּן H3885 vernachten, vernacht, vernachtten abide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen? Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 WaaromH4100 zoudt Gij zijnH1961 als een versaagdH1724 manH376, als een heldH1368, die niet kanH3201 verlossenH3467? GijH859 zijt toch in het middenH7130 van ons, o HEEREH3068! en wij zijn naar Uw NaamH8034 genoemdH7121, verlaatH3240 ons niet. Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen? Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet.

KJV Why shouldest thou be as a man3 astonied,4 as a mighty man5 that cannot7 save?8 yet thou, O LORD,11 art in the midst10 of us, and we are called14 by thy name;12 leave

1 לָ֤מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 תִֽהְיֶה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 כְּאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 נִדְהָ֔ם H1724 versaagd astonished 5 כְּגִבּ֖וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 6 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יוּכַ֣ל H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 8 לְהוֹשִׁ֑יעַ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 9 וְאַתָּ֧ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 10 בְקִרְבֵּ֣נוּ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 11 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 וְשִׁמְךָ֛ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 13 עָלֵ֥ינוּ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 נִקְרָ֖א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 15 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 16 תַּנִּחֵֽנוּ H3240 laten, leide, liet bestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Alzo zegt de HEERE van dit volk: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, zij hebben hun voeten niet bedwongen; daarom heeft de HEERE geen welgevallen aan hen, nu zal Hij hunner ongerechtigheden gedenken, en hun zonden bezoeken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Alzo zegtH559 de HEEREH3068 van ditH2088 volkH5971: Zij hebben zo liefgehadH157 te zwervenH5128, zij hebben hun voetenH7272 nietH3808 bedwongenH2820; daaromH3651 heeft de HEEREH3068 geenH3808 welgevallenH7521 aan hen, nuH6258 zal Hij hunner ongerechtighedenH5771 gedenkenH2142, en hun zondenH2403 bezoekenH6485. Alzo zegt de HEERE van dit volk: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, zij hebben hun voeten niet bedwongen; daarom heeft de HEERE geen welgevallen aan hen, nu zal Hij hunner ongerechtigheden gedenken, en hun zonden bezoeken.

KJV Thus saith2 the LORD3 unto this people,4 Thus have they loved7 to wander,8 they have not refrained11 their feet,9 therefore the LORD12 doth not accept14 them; he will now remember16 their iniquity,17 and visit18 their sins.

1 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֨ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 לָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 הַזֶּ֗ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 כֵּ֤ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 7 אָֽהֲבוּ֙ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 8 לָנ֔וּעַ H5128 schudden, omzwerven, bewogen continually, fugitive, [idiom] make, to (go) up and down, be gone away, (be) move(-able, -d), be promoted, reel, remove, scatter, set, shake, sift, stagger, to and fro, be vagabond, wag, (make) wander (up and down) 9 רַגְלֵיהֶ֖ם H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 10 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 חָשָׂ֑כוּ H2820 onthouden, belet, inhouden assuage, [idiom] darken, forbear, hinder, hold back, keep (back), punish, refrain, reserve, spare, withhold 12 וַיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 רָצָ֔ם H7521 welgevallen, aangenaam, behagen (be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self 15 עַתָּה֙ H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 16 יִזְכֹּ֣ר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 17 עֲוֺנָ֔ם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 18 וְיִפְקֹ֖ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 19 חַטֹּאתָֽם H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Wijders zeide de HEERE tot mij: Bid niet voor dit volk ten goede.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Wijders zeideH559 de HEEREH3068 totH413 mij: BidH6419 nietH408 voor ditH2088 volkH5971 ten goedeH2896. Wijders zeide de HEERE tot mij: Bid niet voor dit volk ten goede.

KJV Then said1 the LORD2 unto me, Pray5 not for this people7 for their good.

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֵלָ֑י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 5 תִּתְפַּלֵּ֛ל H6419 bidden, bad, bid intreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication 6 בְּעַד H1157 voor, om; door heen about, at by (means of), for, over, through, up (-on), within 7 הָעָ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 9 לְטוֹבָֽה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Ofschoon zij vasten, Ik zal naar hun geschrei niet horen, en ofschoon zij brandoffer en spijsoffer offeren, Ik zal aan hen geen welgevallen hebben; maar door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie zal Ik hen verteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Ofschoon zij vastenH6684, Ik zal naarH413 hun geschreiH7440 nietH369 horenH8085, en ofschoon zij brandofferH5930 en spijsofferH4503 offerenH5927, Ik zal aan hen geenH369 welgevallenH7521 hebben; maarH3588 door het zwaardH2719, en door den hongerH7458, en door de pestilentieH1698 zal IkH595 hen verterenH3615. Ofschoon zij vasten, Ik zal naar hun geschrei niet horen, en ofschoon zij brandoffer en spijsoffer offeren, Ik zal aan hen geen welgevallen hebben; maar door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie zal Ik hen verteren.

KJV When they fast,2 I will not hear4 their cry;6 and when they offer8 burnt offering9 and an oblation,10 I will not accept12 them: but I will consume18 them by the sword,14 and by the famine,15 and by the pestilence.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 יָצֻ֗מוּ H6684 vastten, vasten, gevast [idiom] at all, fast 3 אֵינֶ֤נִּי H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 4 שֹׁמֵ֨עַ֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 רִנָּתָ֔ם H7440 gejuich, geschrei, vreugdegezang cry, gladness, joy, proclamation, rejoicing, shouting, sing(-ing), triumph 7 וְכִ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 יַעֲל֛וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 9 עֹלָ֥ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 10 וּמִנְחָ֖ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 11 אֵינֶ֣נִּי H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 12 רֹצָ֑ם H7521 welgevallen, aangenaam, behagen (be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self 13 כִּ֗י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 בַּחֶ֨רֶב֙ H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 15 וּבָרָעָ֣ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 16 וּבַדֶּ֔בֶר H1698 pestilentie, pest, pestilentien murrain, pestilence, plague 17 אָנֹכִ֖י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 18 מְכַלֶּ֥ה H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 19 אוֹתָֽם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, die profeten zeggen hun: Gij zult geen zwaard zien, en gij zult geen honger hebben; maar Ik zal u een gewissen vrede geven in deze plaats.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Toen zeideH559 ik: AchH162, HeereH136 HEEREH3069! zieH2009, die profetenH5030 zeggenH559 hun: Gij zult geenH3808 zwaardH2719 zienH7200, en gij zult geenH3808 hongerH7458 hebben; maarH3588 Ik zal u een gewissenH571 vredeH7965 gevenH5414 in dezeH2088 plaatsH4725. Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, die profeten zeggen hun: Gij zult geen zwaard zien, en gij zult geen honger hebben; maar Ik zal u een gewissen vrede geven in deze plaats.

KJV Then said1 I, Ah,2 Lord3 GOD!4 behold, the prophets6 say7 unto them, Ye shall not see10 the sword,11 neither shall ye have famine;12 but I will give19 you assured18 peace17 in this place.

1 וָאֹמַ֞ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲהָ֣הּ H162 Ach ah, alas 3 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 יְהוִ֗ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 5 הִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 הַנְּבִאִ֜ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 7 אֹמְרִ֤ים H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 לָהֶם֙ 9 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 תִרְא֣וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 11 חֶ֔רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 12 וְרָעָ֖ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 13 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יִהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 לָכֶ֑ם 16 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 שְׁל֤וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 18 אֱמֶת֙ H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 19 אֶתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 20 לָכֶ֔ם 21 בַּמָּק֖וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 22 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En de HEERE zeide tot mij: Die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken; zij profeteren ulieden een vals gezicht, en waarzegging, en nietigheid, en bedriegerij huns harten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En de HEEREH3068 zeideH559 totH413 mij: Die profetenH5030 profeterenH5012 valsH8267 in Mijn NaamH8034; Ik heb hen nietH3808 gezondenH7971, nochH3808 hun bevelH6680 gegeven, nochH3808 totH413 hen gesprokenH1696; zij profeterenH5012 ulieden een valsH8267 gezichtH2377, en waarzeggingH7081, en nietigheidH457, en bedriegerijH8649 huns hartenH3820. En de HEERE zeide tot mij: Die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken; zij profeteren ulieden een vals gezicht, en waarzegging, en nietigheid, en bedriegerij huns harten.

KJV Then the LORD2 said1 unto me, The prophets5 prophesy6 lies4 in my name:7 I sent9 them not, neither have I commanded11 them, neither spake13 unto them: they prophesy22 unto you a false16 vision15 and divination,17 and a thing of nought,18 and the deceit19 of their heart.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֵלַ֗י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 שֶׁ֚קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 5 הַנְּבִאִים֙ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 6 נִבְּאִ֣ים H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 7 בִּשְׁמִ֔י H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 שְׁלַחְתִּים֙ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 10 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 צִוִּיתִ֔ים H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 12 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 דִבַּ֖רְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 14 אֲלֵיהֶ֑ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 חֲז֨וֹן H2377 gezicht, gezichten, gezichts vision 16 שֶׁ֜קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 17 וְקֶ֤סֶם H7081 waarzegging, waarzeggerijen, Waarzegging (reward of) divination, divine sentence, witchcraft 18 וֶֽאֱלִיל֙ H457 afgoden, nietige, nietige afgoden idol, no value, thing of nought 19 וְתַרְמִ֣ית H8649 bedriegerij, bedrog, bedriegelijke deceit(-ful), privily 20 לִבָּ֔ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 21 הֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 22 מִֽתְנַבְּאִ֥ים H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 23 לָכֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Daarom zegt de HEERE alzo: Aangaande de profeten, die in Mijn Naam profeteren, daar Ik hen niet gezonden heb, en zij dan nog zeggen: Er zal geen zwaard noch honger in dit land zijn; diezelve profeten zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 DaaromH3651 zegtH559 de HEEREH3068 alzo: Aangaande de profetenH5030, die in Mijn NaamH8034 profeterenH5012, daar IkH589 hen nietH3808 gezondenH7971 heb, en zij dan nog zeggenH559: Er zal geen zwaardH2719 noch hongerH7458 in ditH2063 landH776 zijnH1961; diezelve profetenH5030 zullen door het zwaardH2719 en door den hongerH7458 verteerdH8552 worden. Daarom zegt de HEERE alzo: Aangaande de profeten, die in Mijn Naam profeteren, daar Ik hen niet gezonden heb, en zij dan nog zeggen: Er zal geen zwaard noch honger in dit land zijn; diezelve profeten zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden.

KJV Therefore thus saith3 the LORD4 concerning the prophets6 that prophesy7 in my name,8 and I sent11 them not, yet they say,13 Sword14 and famine15 shall not be in this land;18 By sword20 and famine21 shall those prophets23 be consumed.

1 לָכֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הַנְּבִאִ֞ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 7 הַנִּבְּאִ֣ים H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 8 בִּשְׁמִי֮ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 9 וַאֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 שְׁלַחְתִּים֒ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 12 וְהֵ֨מָּה֙ H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 13 אֹֽמְרִ֔ים H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 חֶ֣רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 15 וְרָעָ֔ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 16 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 יִהְיֶ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 18 בָּאָ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 19 הַזֹּ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 20 בַּחֶ֤רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 21 וּבָֽרָעָב֙ H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 22 יִתַּ֔מּוּ H8552 verteerd, verdaan, geeindigd accomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole 23 הַנְּבִאִ֖ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 24 הָהֵֽמָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En het volk, tot hetwelk zij profeteren, zullen op de straten van Jeruzalem weggeworpen zijn vanwege den honger en het zwaard; en er zal niemand zijn, die hen begrave, hen, hun vrouwen, en hun zonen, en hun dochteren; alzo zal Ik hun boosheid over hen uitstorten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En het volkH5971, tot hetwelkH834 zij profeterenH5012, zullen op de stratenH2351 van JeruzalemH3389 weggeworpenH7993 zijn vanwege den hongerH7458 en het zwaardH2719; en er zal niemandH369 zijn, die hen begraveH6912, henH1992, hunH1992 vrouwenH802, en hun zonenH1121, en hun dochterenH1323; alzo zal Ik hun boosheidH7451 overH5921 hen uitstortenH8210. En het volk, tot hetwelk zij profeteren, zullen op de straten van Jeruzalem weggeworpen zijn vanwege den honger en het zwaard; en er zal niemand zijn, die hen begrave, hen, hun vrouwen, en hun zonen, en hun dochteren; alzo zal Ik hun boosheid over hen uitstorten.

KJV And the people1 to whom they prophesy4 shall be cast out7 in the streets8 of Jerusalem9 because10 of the famine11 and the sword;12 and they shall have none to bury14 them,3 them, their wives,17 nor their sons,18 nor their daughters:19 for I will pour20 their wickedness

1 וְהָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 2 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 הֵ֣מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 4 נִבְּאִ֣ים H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 5 לָהֶ֡ם 6 יִֽהְי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 מֻשְׁלָכִים֩ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 8 בְּחֻצ֨וֹת H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 9 יְרוּשָׁלִַ֜ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 10 מִפְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 הָרָעָ֣ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 12 וְהַחֶ֗רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 13 וְאֵ֤ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 14 מְקַבֵּר֙ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 15 לָהֵ֔מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 16 הֵ֣מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 17 נְשֵׁיהֶ֔ם H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 18 וּבְנֵיהֶ֖ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 19 וּבְנֹֽתֵיהֶ֑ם H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 20 וְשָׁפַכְתִּ֥י H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 21 עֲלֵיהֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 23 רָעָתָֽם H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Daarom zult gij dit woord tot hen zeggen: Mijn ogen zullen van tranen nederdalen nacht en dag, en niet ophouden; want de jonkvrouw der dochter Mijns volks is gebroken met een grote breuk, een plage, die zeer smartelijk is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Daarom zult gij ditH2088 woordH1697 totH413 hen zeggenH559: Mijn ogenH5869 zullen van tranenH1832 nederdalenH3381 nachtH3915 en dagH3119, en nietH408 ophoudenH1820; wantH3588 de jonkvrouwH1330 der dochterH1323 Mijns volksH5971 is gebrokenH7665 met een grote breukH7667, een plageH4347, die zeerH3966 smartelijkH2470 is. Daarom zult gij dit woord tot hen zeggen: Mijn ogen zullen van tranen nederdalen nacht en dag, en niet ophouden; want de jonkvrouw der dochter Mijns volks is gebroken met een grote breuk, een plage, die zeer smartelijk is.

KJV Therefore thou shalt say1 this word4 unto them; Let mine eyes7 run down6 with tears8 night9 and day,10 and let them not cease:12 for the virgin17 daughter18 of my people19 is broken16 with a great15 breach,14 with a very22 grievous21 blow.

1 וְאָמַרְתָּ֤ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲלֵיהֶם֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַדָּבָ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 5 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 תֵּרַ֨דְנָה H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 7 עֵינַ֥י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 8 דִּמְעָ֛ה H1832 tranen tears 9 לַ֥יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 10 וְיוֹמָ֖ם H3119 dag, daags, Dag daily, (by, in the) day(-time) 11 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 12 תִּדְמֶ֑ינָה H1820 uitgeroeid, ophouden, vergaan cease, be cut down (off), destroy, be brought to silence, be undone, [idiom] utterly 13 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 שֶׁ֨בֶר H7667 breuk, verbreking, Breuk affliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation 15 גָּד֜וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 16 נִשְׁבְּרָ֗ה H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 17 בְּתוּלַת֙ H1330 jonkvrouw, maagd, maagden maid, virgin 18 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 19 עַמִּ֔י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 20 מַכָּ֖ה H4347 slag, plagen, plage beaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed) 21 נַחְלָ֥ה H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 22 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Zo ik uitga in het veld, ziet daar de verslagenen van het zwaard, en zo ik in de stad komen, ziet daar de kranken van honger! Ja, zowel de profeten als de priesters lopen om in het land, en weten niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 ZoH518 ik uitgaH3318 in het veldH7704, zietH2009 daar de verslagenenH2491 van het zwaardH2719, en zoH518 ik in de stadH5892 komenH935, zietH2009 daar de krankenH8463 van hongerH7458! JaH1571, zowel de profetenH5030 als de priestersH3548 lopenH5503 om in het landH776, en wetenH3045 nietH3808. Zo ik uitga in het veld, ziet daar de verslagenen van het zwaard, en zo ik in de stad komen, ziet daar de kranken van honger! Ja, zowel de profeten als de priesters lopen om in het land, en weten niet.

KJV If I go forth2 into the field,3 then behold the slain5 with the sword!6 and if I enter8 into the city,9 then behold them that are sick11 with famine!12 yea, both the prophet15 and the priest17 go about18 into a land20 that they know

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 יָצָ֣אתִי H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 3 הַשָּׂדֶ֗ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 4 וְהִנֵּה֙ H2009 ziet, zie behold, lo, see 5 חַלְלֵי H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 6 חֶ֔רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 7 וְאִם֙ H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 בָּ֣אתִי H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 הָעִ֔יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 וְהִנֵּ֖ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 11 תַּחֲלוּאֵ֣י H8463 krankheden, kranken, pijnlijke disease, [idiom] grievous, (that are) sick(-ness) 12 רָעָ֑ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 13 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 15 נָבִ֧יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 16 גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 17 כֹּהֵ֛ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 18 סָחֲר֥וּ H5503 kooplieden, koophandel, handelaars go about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick 19 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 20 אֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 21 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 22 יָדָֽעוּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Hebt Gij dan Juda ganselijk verworpen? Heeft Uw ziel een walging aan Sion? Waarom hebt Gij ons geslagen, dat er geen genezing voor ons is? Men wacht naar vrede, maar daar is niets goeds, en naar tijd van genezing, maar ziet, daar is verschrikking.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Hebt Gij dan JudaH3063 ganselijkH3988 verworpenH3988? Heeft Uw zielH5315 een walgingH1602 aan SionH6726? Waarom hebt Gij ons geslagenH5221, dat er geenH369 genezingH4832 voor ons is? Men wachtH6960 naar vredeH7965, maar daar is nietsH369 goedsH2896, en naar tijdH6256 van genezingH4832, maar zietH2009, daar is verschrikkingH1205. Hebt Gij dan Juda ganselijk verworpen? Heeft Uw ziel een walging aan Sion? Waarom hebt Gij ons geslagen, dat er geen genezing voor ons is? Men wacht naar vrede, maar daar is niets goeds, en naar tijd van genezing, maar ziet, daar is verschrikking.

KJV Hast thou utterly1 rejected2 Judah?4 hath thy soul8 lothed7 Zion?6 why hast thou smitten10 us, and there is no healing13 for us? we looked14 for peace,15 and there is no good;17 and for the time18 of healing,19 and behold trouble!

1 הֲמָאֹ֨ס H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 2 מָאַ֜סְתָּ H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 5 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 6 בְּצִיּוֹן֙ H6726 Sion, Sions Zion 7 גָּעֲלָ֣ה H1602 walgen, walg, gewalgd abhor, fail, lothe, vilely cast away 8 נַפְשֶׁ֔ךָ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 9 מַדּ֨וּעַ֙ H4069 waarom? how, wherefore, why 10 הִכִּיתָ֔נוּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 11 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 12 לָ֖נוּ 13 מַרְפֵּ֑א H4832 medicijn, genezing, genezen (in-)cure(-able), healing(-lth), remedy, sound, wholesome, yielding 14 קַוֵּ֤ה H6960 verwacht, verwachten, wacht gather (together), look, patiently, tarry, wait (for, on, upon) 15 לְשָׁלוֹם֙ H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 16 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 17 ט֔וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 18 וּלְעֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 19 מַרְפֵּ֖א H4832 medicijn, genezing, genezen (in-)cure(-able), healing(-lth), remedy, sound, wholesome, yielding 20 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 21 בְעָתָֽה H1205 verschrikking trouble
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 HEERE! wij kennen onze goddeloosheid, en onzer vaderen ongerechtigheid, want wij hebben tegen U gezondigd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 HEEREH3068! wij kennenH3045 onze goddeloosheidH7562, en onzer vaderenH1 ongerechtigheidH5771, wantH3588 wij hebben tegen U gezondigdH2398. HEERE! wij kennen onze goddeloosheid, en onzer vaderen ongerechtigheid, want wij hebben tegen U gezondigd.

KJV We acknowledge,1 O LORD,2 our wickedness,3 and the iniquity4 of our fathers:5 for we have sinned

1 יָדַ֧עְנוּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 רִשְׁעֵ֖נוּ H7562 goddeloosheid, goddeloze, goddelooslijk iniquity, wicked(-ness) 4 עֲוֺ֣ן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 5 אֲבוֹתֵ֑ינוּ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 6 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 חָטָ֖אנוּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 8 לָֽךְ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Versmaad ons niet, om Uws Naams wil; werp den troon Uwer heerlijkheid niet neder; gedenk, vernietig niet Uw verbond met ons.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 VersmaadH5006 ons nietH408, omH4616 Uws NaamsH8034 wil; werpH5034 den troonH3678 Uwer heerlijkheidH3519 niet nederH5034; gedenkH2142, vernietigH6565 niet Uw verbondH1285 metH854 ons. Versmaad ons niet, om Uws Naams wil; werp den troon Uwer heerlijkheid niet neder; gedenk, vernietig niet Uw verbond met ons.

KJV Do not abhor2 us, for thy name's4 sake, do not disgrace6 the throne7 of thy glory:8 remember,9 break11 not thy covenant

1 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 2 תִּנְאַץ֙ H5006 gelasterd, lasteren, versmaden abhor, (give occasion to) blaspheme, contemn, despise, flourish, [idiom] great, provoke 3 לְמַ֣עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 4 שִׁמְךָ֔ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 5 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 תְּנַבֵּ֖ל H5034 afvallen, afvalt, vervallen disgrace, dishounour, lightly esteem, fade (away, -ing), fall (down, -ling, off), do foolishly, come to nought, [idiom] surely, make vile, wither 7 כִּסֵּ֣א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 8 כְבוֹדֶ֑ךָ H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 9 זְכֹ֕ר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 10 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 11 תָּפֵ֥ר H6565 vernietigen, vernietigd, ganselijk [idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void 12 בְּרִֽיתְךָ֖ H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 13 אִתָּֽנוּ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Zijn er onder de ijdelheden der heidenen, die doen regenen, of kan de hemel druppelen geven? Zijt Gij die niet, o HEERE, onze God? Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Zijn er onder de ijdelhedenH1892 der heidenenH1471, die doen regenenH1652, ofH518 kan de hemelH8064 druppelenH7241 gevenH5414? Zijt GijH859 die nietH3808, o HEEREH3068, onze GodH430? Daarom zullen wij op U wachtenH6960, wantH3588 Gij doetH6213 alH3605 die dingen. Zijn er onder de ijdelheden der heidenen, die doen regenen, of kan de hemel druppelen geven? Zijt Gij die niet, o HEERE, onze God? Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen.

KJV Are there1 any among the vanities2 of the Gentiles3 that can cause rain?4 or can the heavens6 give7 showers?8 art not thou he, O LORD12 our God?13 therefore we will wait14 upon thee: for thou hast made

1 הֲיֵ֨שׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 2 בְּהַבְלֵ֤י H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 3 הַגּוֹיִם֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 4 מַגְשִׁמִ֔ים H1652 regenen (cause to) rain 5 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 6 הַשָּׁמַ֖יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 7 יִתְּנ֣וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 רְבִבִ֑ים H7241 druppelen, droppelen, regendruppelen shower 9 הֲלֹ֨א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 אַתָּה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 11 ה֜וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 אֱלֹהֵ֨ינוּ֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 14 וּ֨נְקַוֶּה H6960 verwacht, verwachten, wacht gather (together), look, patiently, tarry, wait (for, on, upon) 15 לָּ֔ךְ 16 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 אַתָּ֥ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 18 עָשִׂ֖יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 אֵֽלֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 14:1 Jeremia 17:8
Jeremia 14:2 Jesaja 3:26 1 Samuël 5:12 Jeremia 8:21 Jeremia 11:11 Klaagliederen 4:8 Zacharia 7:13 Jesaja 24:7 Job 34:28
Jeremia 14:3 2 Samuël 15:30 Psalmen 40:14 2 Koningen 18:31 Amos 4:8 Jeremia 2:13 Esther 6:12 Jeremia 20:11 Joël 1:20
Jeremia 14:4 Joël 1:11 Joël 1:19 Deuteronomium 28:23 Jeremia 3:3 Leviticus 26:19 Joël 1:17 Deuteronomium 29:23
Jeremia 14:5 Psalmen 29:9 Jesaja 15:6 Job 39:1
Jeremia 14:6 Jeremia 2:24 Job 39:5 Joël 1:18 Klaagliederen 5:17 1 Samuël 14:29 Klaagliederen 4:17
Jeremia 14:7 Hosea 5:5 Psalmen 25:11 Jeremia 14:20 Jeremia 5:6 Jesaja 59:12 Jeremia 2:19 Efeze 1:12 Ezechiël 20:14
Jeremia 14:8 Jeremia 17:13 Psalmen 50:15 Jesaja 43:3 Jesaja 45:21 Jeremia 50:7 Psalmen 37:39 Jesaja 43:11 Psalmen 9:9
Jeremia 14:9 Jesaja 63:19 Jesaja 59:1 Psalmen 46:5 Jeremia 15:16 Exodus 29:45 Numeri 11:23 Jesaja 50:1 Deuteronomium 23:14
Jeremia 14:10 Hosea 8:13 Hosea 9:9 Psalmen 119:101 Amos 5:22 Jeremia 6:20 Hosea 11:7 1 Samuël 15:2 Jeremia 3:1
Jeremia 14:11 Jeremia 7:16 Jeremia 11:14 Jeremia 15:1 Exodus 32:32 Exodus 32:10
Jeremia 14:12 Ezechiël 8:18 Jeremia 6:20 Spreuken 1:28 Jeremia 11:11 Micha 3:4 Jeremia 16:4 Zacharia 7:13 Jeremia 24:10
Jeremia 14:13 Jeremia 6:14 Jeremia 4:10 Jeremia 23:17 Jeremia 8:11 Ezechiël 13:22 Micha 3:11 Jeremia 28:2 Jeremia 5:31
Jeremia 14:14 Jeremia 29:8 Ezechiël 12:24 Ezechiël 13:6 Jesaja 30:10 Jeremia 29:31 Jeremia 23:21 Klaagliederen 2:14 Micha 3:11
Jeremia 14:15 Ezechiël 14:10 Jeremia 5:12 Jeremia 29:31 Openbaring 19:20 Jeremia 29:20 Jeremia 6:15 Jeremia 8:12 Amos 7:17
Jeremia 14:16 Spreuken 1:31 Jeremia 7:33 Psalmen 79:2 Jeremia 15:2 Jeremia 13:22 Jeremia 16:4 Jeremia 18:21 Jeremia 9:22
Jeremia 14:17 Jeremia 9:1 Jeremia 8:21 Klaagliederen 2:13 Klaagliederen 1:15 Jeremia 13:17 Psalmen 119:136 Jeremia 10:19 Klaagliederen 2:18
Jeremia 14:18 Ezechiël 7:15 Jeremia 8:10 Klaagliederen 1:20 Jeremia 52:6 Jeremia 5:31 Jeremia 6:13 Deuteronomium 28:36 Deuteronomium 28:64
Jeremia 14:19 Klaagliederen 5:22 Jeremia 8:15 Jeremia 6:30 Psalmen 78:59 2 Koningen 17:19 1 Thessalonicenzen 5:3 Psalmen 89:38 Job 30:26
Jeremia 14:20 Psalmen 32:5 Leviticus 26:40 Jeremia 3:25 Nehemia 9:2 Daniël 9:5 Psalmen 106:6 Ezra 9:6 Jeremia 3:13
Jeremia 14:21 Jeremia 14:7 Psalmen 106:45 Jeremia 3:17 Psalmen 89:39 Ezechiël 36:22 Daniël 9:15 Jeremia 17:12 Ezechiël 24:21
Jeremia 14:22 Jesaja 30:23 Jeremia 5:24 Deuteronomium 32:21 Psalmen 135:7 Psalmen 130:5 Jeremia 10:15 Jesaja 41:29 Deuteronomium 28:12
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 14 vers 1

zaken Hebreeuws eigenlijk, woorden, of zaken der ophoudingen, wederhoudingen, afsnijdingen, verhinderingen, afweringen; te weten, van regen en dauw, [zie boven Jer. 3:3 ] , waaruit dan droogte moet volgen en duurte, zodat het Hebreeuwse woord daarvoor ook genomen wordt. Vergelijk onder Jer. 17:8 , en zie de betekenis van het oorspronkelijke woord Gen. 11:6 ; Job 42:2 , enz.

Hertaald: zaken Hebreeuws eigenlijk: woorden of zaken van de ophoudingen, wederhoudingen, afsnijdingen, verhinderingen, afweringen — namelijk van regen en dauw, zie hierboven Jer. 3:3 — waaruit dan droogte en duurte moeten volgen, zodat het Hebreeuwse woord ook daarvoor genomen wordt. Vergelijk hieronder Jer. 17:8, en zie de betekenis van het oorspronkelijke woord in Gen. 11:6 en Job 42:2, enzovoort.

Jeremia 14 vers 2

Juda treurt Dat is, het volk, of het land Juda; Hij spreekt hier van Juda, als van ene vrouw.

Hertaald: Juda treurt Dat is: het volk of het land Juda; hij spreekt hier over Juda als over een vrouw.

poorten Dat is, steden, en voorts de inwoners, of de rechters en het volk, dat in de poorten placht bijeen te komen. Zie Gen. 22:17 .

Hertaald: poorten Dat is: de steden, en verder de inwoners, of de rechters en het volk dat in de poorten placht bijeen te komen. Zie Gen. 22:17.

verzwakt; Of, flauw, amechtig geworden.

Hertaald: verzwakt; Of: flauw, uitgeput geworden.

zwart gekleed Of, liggen ter aarde in het zwart, tot teken van rouw; zie Job 5:11 , en Ps. 35:14 .

Hertaald: zwart gekleed Of: liggen in het zwart ter aarde, als teken van rouw; zie Job 5:11 en Ps. 35:14.

klimt op Neemt toe, wordt groter en groter, vanwege de grote ellende, die men overal in het land ziet, overmits droogte en gebrek bij groten en kleinen, gelijk volgt.

Hertaald: klimt op Neemt toe, wordt groter en groter, vanwege de grote ellende die men overal in het land ziet door droogte en gebrek, bij groten en kleinen, zoals volgt.

Jeremia 14 vers 3

voortreffelijken Of, doorluchtigen, heerlijken, enz.; zie Ps. 8:2 .

Hertaald: voortreffelijken Of: doorluchtigen, aanzienlijken, enzovoort; zie Ps. 8:2.

kleinen Dat is, dienaars.

Hertaald: kleinen Dat is: dienaars.

grachten, Of, sloten.

Hertaald: grachten, Of: sloten.

bedekken Of, bewinden; tot teken van schaamte en rouw; zie 2 Sam. 15:30 ; alzo in vs.4.

Hertaald: bedekken Of: omwinden, als teken van schaamte en rouw; zie 2 Sam. 15:30; zo ook in vers 4.

Jeremia 14 vers 4

gescheurd is, Of, gebarsten, gespleten.

Hertaald: gescheurd is, Of: gebarsten, gespleten.

Jeremia 14 vers 5

hinden Hebreeuws, de hinde baart, enz.

Hertaald: hinden Hebreeuws: de hinde baart, enzovoort.

Jeremia 14 vers 6

scheppen Gelijk boven Jer. 2:24 ; zich daarmede verkwikkende inplaats van vochtig gras of water.

Hertaald: scheppen Zoals hierboven Jer. 2:24; terwijl zij zich daarmee verkwikken in plaats van met vochtig gras of water.

draken; Die zeer sterk uit en inademen, gelijk sommigen daarvan schrijven.

Hertaald: draken; Die zeer krachtig uit- en inademen, zoals sommigen daarover schrijven.

Jeremia 14 vers 7

Hoewel Of, dewijl, zekerlijk.

Hertaald: Hoewel Of: omdat, zeker.

getuigen, Vergelijk Jes. 59:12 ; Hos. 5:5 , en Hos. 7:10 .

Hertaald: getuigen, Vergelijk Jes. 59:12, en Hos. 5:5 en Hos. 7:10.

doe het Alsof de profeet zeide: Staan onze zonden U in den weg, dat Gij ons gene weldadigheid kunt bewijzen, zo neem en vind de oorzaak in Uzelven en doe het om uws dierbaren naams wil, opdat uw ondoorgrondelijke barmhartigheid en lankmoedigheid bij de vromen genoemd en uw naam van de vijanden niet gelasterd worde. Dit is des profeten voorbede voor het volk.

Hertaald: doe het Alsof de profeet zei: staan onze zonden U in de weg, zodat U ons geen weldaad kunt bewijzen, neem en vind de reden dan in Uzelf en doe het om Uw dierbare Naam, opdat Uw ondoorgrondelijke barmhartigheid en lankmoedigheid bij de vromen geroemd worden en Uw Naam niet door de vijanden gelasterd wordt. Dit is de voorbede van de profeet voor het volk.

menigvuldig, Of, groot.

Hertaald: menigvuldig, Of: groot.

Jeremia 14 vers 8

Verwachting, O Gij enige ware God, in wien alleen uwe kerk hare hoop stelt, en van wien zij in hare noden behoort en pleegt hulp te verwachten en te ontvangen. Alzo onder Jer. 17:13 , en Jer. 50:7 . Vergelijk onder vs.22.

Hertaald: Verwachting, O U, enige ware God, in Wie alleen Uw kerk haar hoop stelt en van Wie zij in haar noden hulp behoort en pleegt te verwachten en te ontvangen. Zo ook hieronder Jer. 17:13 en Jer. 50:7. Vergelijk hieronder vers 22.

vreemdeling Dat is, U houden alsof Gij niet meer bewogen waart over onzen staat als een vreemde, of iemand, die maar door het land passeert enz., daar Gij immers onder ons uw vaste woning hebt genomen, gelijk volgt.

Hertaald: vreemdeling Dat is: dat U Zich houdt alsof U niet meer bewogen bent over onze toestand dan een vreemde, of iemand die alleen maar door het land trekt, enzovoort — terwijl U toch onder ons Uw vaste woning genomen hebt, zoals volgt.

reiziger, Of, reizende [man], wandelaar.

Hertaald: reiziger, Of: reizende man, wandelaar.

Jeremia 14 vers 9

versaagd man, Of, verbaasd, die geen raad weet. Anders: afgemat. Het Hebreeuwse woord wordt alleenlijk hier gevonden.

Hertaald: versaagd man, Of: verbijsterd, die geen raad weet. Anders: afgemat. Het Hebreeuwse woord komt alleen hier voor.

naar Uw Naam Gelijk boven Jer. 7:10 .

Hertaald: naar Uw Naam Zoals hierboven Jer. 7:10.

Jeremia 14 vers 10

van dit volk Dit is Gods antwoord op de voorbede van Jeremia.

Hertaald: van dit volk Dit is Gods antwoord op de voorbede van Jeremia.

zwerven, Nu naar vreemde heidense volken, dan naar allerlei afgoden, om hulp te zoeken. Zie boven Jer. 2:36 , enz.

Hertaald: zwerven, Nu eens naar vreemde, heidense volken, dan weer naar allerlei afgoden, om hulp te zoeken. Zie hierboven Jer. 2:36, enzovoort.

nu zal Hij Dat is, al haast zal Hij hen straffen. Zie Hos. 10:3 .

Hertaald: nu zal Hij Dat is: spoedig zal Hij hen straffen. Zie Hos. 10:3.

gedenken, Zie Gen. 8:1 , en vergelijk Hos. 8:13 , en Hos. 9:9 .

Hertaald: gedenken, Zie Gen. 8:1, en vergelijk Hos. 8:13 en Hos. 9:9.

bezoeken Dat is, straffen. Zie Gen. 21:1 .

Hertaald: bezoeken Dat is: straffen. Zie Gen. 21:1.

Jeremia 14 vers 11

ten goede Tot hun best, dat Ik hen langer zou verschonen; versta dit ten aanzien van de onbekeerlijken, waardoor God het ganse volk wil vertonen hoezeer Hij op hen vertoornd was, om de bekeerlijken te bewegen tot boetvaardigheid.

Hertaald: ten goede Tot hun bestwil, zodat Ik hen langer zou sparen. Versta dit met het oog op de onbekeerlijken; daarmee wil God het hele volk laten zien hoezeer Hij op hen vertoornd was, om zo hen die nog te bekeren zijn tot boetvaardigheid te bewegen.

Jeremia 14 vers 13

profeten Versta, valse profeten, gelijk volgt. Zie boven Jer. 5:31 , en Jer. 6:13 .

Hertaald: profeten Versta: valse profeten, zoals volgt. Zie hierboven Jer. 5:31 en Jer. 6:13.

zwaard zien, Dat is, geen geweld noch overlast van krijg of oorlog ondervinden, of zulks zal u niet overkomen. Zie Job 7:7 , en onder Jer. 42:14 .

Hertaald: zwaard zien, Dat is: geen geweld of overlast van krijg of oorlog ondervinden, of: zoiets zal u niet overkomen. Zie Job 7:7 en hieronder Jer. 42:14.

honger hebben; Dat is, hongersnood.

Hertaald: honger hebben; Dat is: hongersnood.

Ik zal u Alsof God zelf dit gesproken had.

Hertaald: Ik zal u Alsof God dit Zelf gesproken had.

gewissen vrede Hebreeuws, vrede der waarheid, gewisheid, trouw; dat is, een ongetwijfelden, gewissen, vasten vrede, dat is, zekeren welstand.

Hertaald: gewissen vrede Hebreeuws: vrede van de waarheid, zekerheid, trouw — dat is: een ongetwijfelde, gewisse, vaste vrede, dat is: een zekere welstand.

Jeremia 14 vers 14

vals gezicht, Hebreeuws, gezicht der valsheid, of der leugen.

Hertaald: vals gezicht, Hebreeuws: gezicht van de valsheid of van de leugen.

waarzegging, Zie Deut. 18:10 ; Ezech. 13:2-3 , Ezech. 13:7-9 , met de aantekening.

Hertaald: waarzegging, Zie Deut. 18:10 en Ezech. 13:2-3 en Ezech. 13:7-9, met de aantekening.

nietigheid, Van het Hebreeuwse woord elil, dat een nietig ding, of nietigheid betekent, worden de afgoden ook genoemd elilim. Zie Lev. 19:4 .

Hertaald: nietigheid, Van het Hebreeuwse woord elil, dat een nietig ding of nietigheid betekent, worden de afgoden ook elilim genoemd. Zie Lev. 19:4.

Jeremia 14 vers 16

boosheid Of, hun kwaad; dat is, de straf hunner boosheid; gelijk boven Jer. 11:12 , beide in enen zin.

Hertaald: boosheid Of: hun kwaad — dat is: de straf voor hun boosheid, zoals hierboven Jer. 11:12; het komt op hetzelfde neer.

uitstorten Vergelijk boven Jer. 10:25 .

Hertaald: uitstorten Vergelijk hierboven Jer. 10:25.

Jeremia 14 vers 17

nederdalen Gelijk boven Jer. 9:18 .

Hertaald: nederdalen Zoals hierboven Jer. 9:18.

jonkvrouw Dat is, mijn volk, of mijne landslieden. Of, [gelijk sommigen] de staat mijns volks, dat hij, naar den stijl der vrouw, vanwege hare schoonheid, tederheid en aangenaamheid, ten aanzien van den staat, die hun van God gegeven was; of [gelijk sommigen] omdat zij nog nooit ganselijk overwonnen en verwoest waren. Zie 2 Kon. 19:21 . Anders: de jonkvrouw, de dochter van mijn volk.

Hertaald: jonkvrouw Dat is: mijn volk, of mijn landgenoten. Sommigen menen: de staat van mijn volk, die naar de wijze van een vrouw beschreven wordt vanwege haar schoonheid, tederheid en aangenaamheid, met het oog op de staat die God hun gegeven had. Anderen menen: omdat zij nog nooit geheel overwonnen en verwoest waren. Zie 2 Kon. 19:21. Anders: de jonkvrouw, de dochter van mijn volk.

breuk, Zie boven Jer. 4:6 .

Hertaald: breuk, Zie hierboven Jer. 4:6.

plage, die zeer smartelijk is Of wonde, die zeer pijnlijk, weedoende, zerig, en voorts gevaarlijk is; alzo boven Jer. 10:19 , onder Jer. 30:12 ; Nah. 3:19 .

Hertaald: plage, die zeer smartelijk is Of: een wond die zeer pijnlijk is, zeer doet, zweert en daarmee gevaarlijk is; zo ook hierboven Jer. 10:19, hieronder Jer. 30:12 en Nah. 3:19.

Jeremia 14 vers 18

kranken Hebreeuws, krankheden. Zie Job 24:20 .

Hertaald: kranken Hebreeuws: krankheden. Zie Job 24:20.

zowel de profeten Hebreeuws, ook de profeet, ook de priester.

Hertaald: zowel de profeten Hebreeuws: ook de profeet, ook de priester.

weten niet Dat is, weten geen raad, weten niet wat zij zullen doen of laten, dien het betaamde dit kwaad te verbeteren. Anders: want beiden, profeten en priesters, drijven kramerij tegen het land, en zij [het volk] merken het niet; te weten dat zij hen met valse profetieën uitputten en bedriegen. Vergelijk boven Jer. 5:31 .

Hertaald: weten niet Dat is: zij weten geen raad, zij weten niet wat zij moeten doen of laten — terwijl het juist hun taak was dit kwaad te verbeteren. Anders: want beiden, profeten en priesters, drijven handel tegen het land, en zij — het volk — merken het niet, namelijk dat zij hen met valse profetieën uitputten en bedriegen. Vergelijk hierboven Jer. 5:31.

Jeremia 14 vers 19

ganselijk verworpen? Hebreeuws, verwerpende, verworpen?

Hertaald: ganselijk verworpen? Hebreeuws: verwerpend verworpen?

genezing Of, medicijn, remedie.

Hertaald: genezing Of: medicijn, geneesmiddel.

Jeremia 14 vers 21

werp den Of, kleinacht niet, laat niet vervallen, of verwelken, onteer niet.

Hertaald: werp den Of: acht hem niet gering, laat hem niet vervallen of verwelken, onteer hem niet.

troon Uwen tempel, Jeruzalem, Juda, waar Gij uwe zitplaats genomen en uwe eer geopenbaard hebt; of, men kan hierdoor verstaan de ark des verbonds, gelijk Ps. 63:3 , en Ps. 78:61 .

Hertaald: troon Uw tempel, Jeruzalem, Juda, waar U Uw zetel genomen en Uw eer geopenbaard hebt. Of men kan hieronder de ark van het verbond verstaan, zoals in Ps. 63:3 en Ps. 78:61.

gedenk, Te weten van uw verbond.

Hertaald: gedenk, Namelijk: aan Uw verbond.

vernietig Of, maak niet krachteloos, breek niet, het verbond dat Gij met ons gemaakt hebt.

Hertaald: vernietig Of: maak niet krachteloos, verbreek niet het verbond dat U met ons gesloten hebt.

Jeremia 14 vers 22

ijdelheden Dat is, kunnen de afgoden regen geven? Zie 1 Kon. 16:13 , en 2 Kon. 17:15 . Hij wil zeggen: Geenszins. Zie Gen. 18:17 .

Hertaald: ijdelheden Dat is: kunnen de afgoden regen geven? Zie 1 Kon. 16:13 en 2 Kon. 17:15. Hij wil zeggen: volstrekt niet. Zie Gen. 18:17.

druppelen Of, regenschuren.

Hertaald: druppelen Of: regenbuien.

geven? Te weten van zichzelven?

Hertaald: geven? Namelijk: uit zichzelf?

die niet, Dat is, het is immers ontwijfelbaar waar, dat Gij die zijt, die zulks alleen doet. Zie Gen. 13:9 .

Hertaald: die niet, Dat is: het is toch ontwijfelbaar waar dat U het bent Die dat alleen doet. Zie Gen. 13:9.

U wachten, Dat Gij ons den nodigen regen geeft, want Gij zijt onze verwachting [boven vs.8], gelijk in alle andere noden, alzo ook in deze droogte, waarvan boven in het begin van het hfdst. gesproken is.

Hertaald: U wachten, Dat U ons de nodige regen geeft, want U bent onze verwachting (hierboven vers 8), zoals in alle andere noden, zo ook in deze droogte, waarover hierboven aan het begin van het hoofdstuk gesproken is.

doet al die dingen Of, Gij hebt al die dingen gemaakt; regen en droogte, enz. komen van U.

Hertaald: doet al die dingen Of: U hebt al deze dingen gemaakt; regen en droogte, enzovoort, komen van U.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Israëls Verwachting  — een naam voor God die in een droogtegebed gebruikt wordt (Jer. 14:7-9)

Het gebed begint met een belijdenis: "Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd" (Jer. 14:7). Dan volgt de aanspraak: "O Israels Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid!" (Jer. 14:8). Daarop komen twee vragen die durf verraden: waarom zou Hij zijn als een vreemdeling in het land, of als een reiziger die alleen komt overnachten? En: "Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen?" (Jer. 14:9). Het gebed eindigt met een beroep op de Naam: "Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet."

Bijbelse betekenis: Merk op waarop dit gebed pleit. Niet op de eigen toestand, want die wordt eerlijk genoemd, maar op Gods Naam: doe het om Uws Naams wil. Dat is dezelfde grond als in Jesaja, waar God zegt dat Hij het om Zijnentwil doet (reeds behandeld bij Jes. 48:11). Let vervolgens op de naam Israëls Verwachting. Er wordt niet gezegd dat Israël iets verwacht, maar dat God die verwachting ís; wie Hem zo noemt, heeft geen tweede adres. Let ten slotte op de vrijmoedigheid van Jer. 14:8-9. Er wordt God voorgehouden dat Hij zich gedraagt als een doorreizende vreemdeling. Zulke woorden staan in de Schrift zonder bestraffing; dat is dezelfde omgang als bij de klachten in de psalmen.

Typologie: Paulus noemt God bij dezelfde naam wanneer hij de gemeente zegent: "De God nu der hoop vervulle ulieden met alle blijdschap en vrede in het geloven" (Rom. 15:13). En in de brief aan Timotheüs heet Christus zelf "onze Hope" (1 Tim. 1:1).

Jer. 14:7-9; Jes. 48:11; Rom. 15:13; 1 Tim. 1:1

De grens van de voorbede  — driemaal krijgt Jeremia te horen dat hij voor dit volk niet meer bidden moet (Jer. 14:11-14; 15:1)

"Bid niet voor dit volk ten goede" (Jer. 14:11). Er staat bij dat ook het vasten en de offers niet zullen helpen (Jer. 14:12). De profeet werpt tegen dat de profeten hun iets anders voorhouden: geen zwaard en geen honger, maar een gewisse vrede in deze plaats (Jer. 14:13). Het antwoord daarop is scherp: "Die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken" (Jer. 14:14). En in het volgende hoofdstuk komt de zwaarste zin: "Al stond Mozes en Samuel voor Mijn aangezicht, zo zou toch Mijn ziel tot dit volk niet wezen" (Jer. 15:1).

Bijbelse betekenis: Merk op wat hier verboden wordt en wat niet. Er wordt niet gezegd dat bidden nutteloos is, en de profeet blijft in dit boek bidden; er wordt gezegd dat dít gebed voor dít volk op dít ogenblik niet gehoord wordt, omdat de tijd van omkeer voorbij is. Let vervolgens op de twee namen in Jer. 15:1. Mozes en Samuël zijn juist de twee mannen van wie de Schrift vertelt dat hun voorbede een volk gespaard heeft. Dat God hen noemt, zegt hoe ver het gekomen is. Let ten slotte op het antwoord over de valse profeten. De toets die God noemt is niet de inhoud maar de zending: Ik heb hen niet gezonden. Wie zichzelf stuurt, spreekt zichzelf na, hoe geruststellend het ook klinkt (reeds behandeld bij Jer. 5:31).

Typologie: Johannes noemt dezelfde grens voorzichtig wanneer hij over het gebed voor een broeder schrijft en over een zonde die tot de dood is: daarvan zegt hij niet dat men ervoor bidden zal (1 Joh. 5:16). Het register gaat daar niet verder in dan de tekst zelf gaat.

Jer. 14:11-14; Jer. 15:1; Jer. 5:31; 1 Joh. 5:16

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

O Israëls Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid — 14:1-9, 13-16, 22

Er is droogte in Juda. De putten zijn leeg en de knechten komen met lege vaten terug. De akkers barsten open, en zelfs de hinde in het veld verlaat haar jong omdat er geen gras is. In die tijd bidt Jeremia.

Midden in een droogte spreekt de profeet God aan met een naam die nergens anders zo voorkomt, en hij verwijt Hem dat Hij Zich gedraagt als een reiziger die één nacht blijft.

Het gebed begint met een schuldbelijdenis die niets goedpraat: onze ongerechtigheden getuigen tegen ons; onze afkeringen zijn vele, wij hebben tegen U gezondigd. En pas daarna komt het pleiten, en dat pleiten gebeurt met een naam: “O Israëls Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid!”

Dat is een aanspraak die de moeite van het overwegen waard is. Verwachting, en Verlosser in de tijd waarin het benauwd is — niet daarvoor en niet daarna. En dat woord Verlosser is opnieuw het woord van de losser, de bloedverwant die verplicht is bij te springen.

En wat daarop volgt is bijna vrijmoedig te noemen. De profeet vraagt God waarom Hij Zich gedraagt als iemand die er niet bij hoort: waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger die slechts inkeert om te vernachten? Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held die niet kan verlossen? Hij verwijt God niet dat Hij niets kán, maar dat Hij Zich houdt alsof.

En dan legt hij het enige neer wat hij nog heeft: “Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet.” Twee dingen, en geen van beide zijn verdiensten. U bent hier, en wij dragen Uw naam.

Midden in dit hoofdstuk staat ook het antwoord op de vraag waarom niemand dit zag aankomen. Er waren profeten genoeg, en zij zeiden dat er geen zwaard en geen honger komen zou. God zegt daarover: die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken. Wie zichzelf tot spreken benoemt, heeft geen gezag, hoe geruststellend zijn boodschap ook klinkt.

Het slot van het hoofdstuk keert terug naar de droogte, en het is een van de eerlijkste gebeden van de Bijbel. Zijn er onder de ijdelheden der heidenen die doen regenen? Kan de hemel uit zichzelf druppels geven? En dan het antwoord dat tegelijk het besluit is: “Zijt Gij die niet, o HEERE, onze God? Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen.”

De naam waarmee dit gebed begon, is in het Nieuwe Testament niet verdwenen. Paulus noemt in zijn brief aan Timotheüs de Heere Jezus Christus onze Hope. En aan de Kolossenzen schrijft hij dat Christus in hen de Hoop der heerlijkheid is. Wat Jeremia bij een lege regenput uitsprak, wordt daar een naam.

  1. Jeremia 14:7 — Het gebed begint met een schuldbelijdenis die niets goedpraat.
  2. Jeremia 14:8 — En dan de aanspraak: o Israëls Verwachting, Zijn Verlosser in benauwdheid.
  3. Jeremia 14:9 — Twee gronden, en geen van beide een verdienste: U bent hier, en wij dragen Uw naam.
  4. Jeremia 14:14 — De geruststellende profeten waren niet gezonden en hadden geen gezag.
  5. Jeremia 14:22 — Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen.
  6. 1 Timotheüs 1:1 — De Heere Jezus Christus, Die onze Hope is.

In het Nieuwe Testament: 1 Timotheüs 1:1; Kolossenzen 1:27; Titus 2:13; Jeremia 17:13; Handelingen 28:20

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jeremia 14 niet aan. Dat de naam Verwachting of Hope daar op Christus gelegd wordt, staat er wél met zoveel woorden, in 1 Timotheüs 1:1 en Kolossenzen 1:27. Dat die naam bewust aan dit gebed ontleend is, staat er niet; het is dezelfde aanduiding, in het Oude Testament tot God en in het Nieuwe tot Christus gericht.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jeremia 14

Jeremia 14:1.KruisverwijzingenJeremia 17:8
— Het woord des HEEREN, dat tot Jeremia geschied is, over de zaken der grote droogte.
Er was geen regen gevallen, zodat de oogst mislukt was en er hongersnood in het land heerste. Jeremia beschrijft die hongersnood in treffende dichterlijke beelden.

Jeremia 14:2-6.KruisverwijzingenJesaja 3:262 Samuël 15:30Jeremia 2:241 Samuël 5:12Jeremia 8:21Psalmen 40:142 Koningen 18:31Joël 1:11
— Juda treurt en haar poorten zijn verzwakt; zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe, en Jeruzalems geschrei klimt op. En hun voortreffelijken zenden hun kleinen naar water; zij komen tot de grachten, zij vinden geen water, zij komen met hun vaten ledig weder; zij zijn beschaamd, ja, worden schaamrood, en bedekken hun hoofd. Omdat het aardrijk gescheurd is, dewijl er geen regen op de aarde is; de akkerlieden zijn beschaamd, zij bedekken hun hoofd. Want ook de hinden in het veld werpen jongen, en verlaten die, omdat er geen jong gras is. En de woudezels staan op de hoge plaatsen, zij scheppen den wind gelijk de draken; hun ogen versmachten, omdat er geen kruid is.
De nood in het land was zo groot dat de stadspoorten verlaten lagen — juist die poorten waar in betere tijden de handel gedreven werd en het volk bijeenkwam. Er viel niets te doen zolang het volk in zo’n droefheid was, en uit de hoofdstad steeg een groot geschrei van benauwdheid op: “de schreeuw van Jeruzalem klimt op”.

De aanzienlijksten van het land zonden hun kinderen uit om ook maar een beetje drinkwater te zoeken. Zij gingen naar de regenbakken waar men nog iets verwacht had, maar zij vonden niets; zij keerden terug met lege vaten, beschaamd en schaamrood, en zij bedekten hun hoofd. Het bedekken van het hoofd was het teken van rouw. U herinnert zich hoe David op de dag van zijn benauwdheid opging: “En David ging op door den opgang der olijven, opgaande en wenende, en het hoofd was hem bewonden.” Ook al het volk dat met hem was had ieder zijn hoofd bedekt, en zij gingen wenende omhoog.

De bodem was door de droogte zo hard geworden dat ploegen geen zin meer had, want er was geen hoop op enige oogst. Zelfs de wilde dieren van het veld deelden in het algemene lijden. De hinde, die in het Oosten voor het tederst voor haar jong gehouden wordt, verliet haar kalf en liet het omkomen, omdat er geen voedsel was. En de woudezels, die de dorst beter kunnen verdragen dan andere dieren en die water altijd snel opmerken als er ergens water te vinden is, probeerden tevergeefs het te ruiken. Zij snoven de wind op als draken — als cobra’s, als slangen of als jakhalzen, want het woord kan verschillend weergegeven worden. Maar zij snoven tevergeefs, en hun ogen werden als kolen in hun kop: zij bezweken, omdat er geen gras was.

En wat dan? De profeet wendt zich tot het gebed als het enige middel om verlichting te krijgen.

Jeremia 14:7.KruisverwijzingenHosea 5:5Psalmen 25:11Jeremia 14:20Jeremia 5:6Jesaja 59:12Jeremia 2:19Efeze 1:12Ezechiël 20:14
— Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd.
“Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE! doe het om Uws Naams wil.” Dat wil zeggen: U kunt het niet doen om enige verdienste van ons.

Jeremia 14:8-9.KruisverwijzingenJeremia 17:13Jesaja 63:19Jesaja 59:1Psalmen 50:15Jesaja 43:3Psalmen 46:5Jeremia 15:16Jesaja 45:21
— O Israels Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid! waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten? Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen? Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet.
Kunt u de goede man haast niet horen bidden? Let erop hoe hij de HEERE smeekt niet voor het land te zijn als een vreemdeling die er doorheen trekt en er niets om geeft: “waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten?” Dan pleit hij bij de HEERE: “Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen?” Alsof hij zei: laat het niet gedacht of gezegd worden dat wij zo ver gekomen zijn dat zelfs U ons niet meer helpen kunt.

Dat was groots pleiten van de kant van de profeet, en hij ging verder door de nauwe band te noemen die er tussen Israël en God bestond: “Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd” — en toen pleitte hij: “verlaat ons niet”. Het was een groots gebed; en toch was dit eerst het enige antwoord dat Jeremia erop kreeg.

Jeremia 14:10-11.KruisverwijzingenJeremia 7:16Hosea 8:13Hosea 9:9Psalmen 119:101Amos 5:22Jeremia 6:20Jeremia 11:14Hosea 11:7
— Alzo zegt de HEERE van dit volk: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, zij hebben hun voeten niet bedwongen; daarom heeft de HEERE geen welgevallen aan hen, nu zal Hij hunner ongerechtigheden gedenken, en hun zonden bezoeken. Wijders zeide de HEERE tot mij: Bid niet voor dit volk ten goede.
Het is alsof God zegt: u mag bidden als u dat wilt, om een plaag over hen als tuchtiging voor hun zonden; maar bid niet om enige zegen voor hen.

Jeremia 14:12.KruisverwijzingenEzechiël 8:18Jeremia 6:20Spreuken 1:28Jeremia 11:11Micha 3:4Jeremia 16:4Zacharia 7:13Jeremia 24:10
— Ofschoon zij vasten, Ik zal naar hun geschrei niet horen, en ofschoon zij brandoffer en spijsoffer offeren, Ik zal aan hen geen welgevallen hebben; maar door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie zal Ik hen verteren.
Nadat Hij lang getergd is, besluit God ten laatste het opstandige volk te straffen. Hij lijkt Jeremia als het ware opzij te zetten: nu is de dag van Mijn wraak gekomen, en Ik zal hun geen barmhartigheid meer bewijzen. Let nu op wat Jeremia doet, zelfs nadat de HEERE tot hem gezegd heeft: bid niet voor dit volk ten goede.

Jeremia 14:13.KruisverwijzingenJeremia 6:14Jeremia 4:10Jeremia 23:17Jeremia 8:11Ezechiël 13:22Micha 3:11Jeremia 28:2Jeremia 5:31
— Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, die profeten zeggen hun: Gij zult geen zwaard zien, en gij zult geen honger hebben; maar Ik zal u een gewissen vrede geven in deze plaats.
Hij zegt: Heere, heb medelijden met het volk, want zij worden misleid door hun profeten. Hadden die valse profeten hen niet zo bedrogen en opgeblazen, dan waren zij misschien niet zo verhard in hun zonde. Hij probeerde iets ter verontschuldiging van hen aan te voeren, maar de HEERE gaf aan zijn pleiten niet toe.

Jeremia 14:14-15.KruisverwijzingenJeremia 29:8Ezechiël 12:24Ezechiël 13:6Jesaja 30:10Jeremia 29:31Jeremia 23:21Klaagliederen 2:14Micha 3:11
— En de HEERE zeide tot mij: Die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken; zij profeteren ulieden een vals gezicht, en waarzegging, en nietigheid, en bedriegerij huns harten. Daarom zegt de HEERE alzo: Aangaande de profeten, die in Mijn Naam profeteren, daar Ik hen niet gezonden heb, en zij dan nog zeggen: Er zal geen zwaard noch honger in dit land zijn; diezelve profeten zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden.
God zegt: ja, Ik zal met de valse profeten afrekenen. Het is waar dat zij het volk misleid hebben, en Ik zal hen om hun bedrog straffen; maar Ik zal het volk ook op die grond niet verontschuldigen.

Jeremia 14:16.KruisverwijzingenSpreuken 1:31Jeremia 7:33Psalmen 79:2Jeremia 15:2Jeremia 13:22Jeremia 16:4Jeremia 18:21Jeremia 9:22
— En het volk, tot hetwelk zij profeteren, zullen op de straten van Jeruzalem weggeworpen zijn vanwege den honger en het zwaard; en er zal niemand zijn, die hen begrave, hen, hun vrouwen, en hun zonen, en hun dochteren; alzo zal Ik hun boosheid over hen uitstorten.
Dat lijkt een hard antwoord op Jeremia’s pleiten. Wat moet de profeet nu doen? God geeft hem een andere boodschap om aan het volk te brengen.

Jeremia 14:17-18.KruisverwijzingenEzechiël 7:15Jeremia 9:1Jeremia 8:21Klaagliederen 2:13Klaagliederen 1:15Jeremia 13:17Jeremia 8:10Klaagliederen 1:20
— Daarom zult gij dit woord tot hen zeggen: Mijn ogen zullen van tranen nederdalen nacht en dag, en niet ophouden; want de jonkvrouw der dochter Mijns volks is gebroken met een grote breuk, een plage, die zeer smartelijk is. Zo ik uitga in het veld, ziet daar de verslagenen van het zwaard, en zo ik in de stad komen, ziet daar de kranken van honger! Ja, zowel de profeten als de priesters lopen om in het land, en weten niet.
God zei Jeremia dus dat hij mocht gaan zeggen dat hij onophoudelijk om hen wenen zou. De getrouwe en meelevende profeet mocht voortdurend tranen om hen storten en grote zielsnood voelen, omdat hij overal de tekenen zag van Gods zware hand op het schuldige volk. Gingen zij de stad uit, dan sloegen de Chaldeën hen met het zwaard; bleven zij binnen, dan kwamen zij om van honger. En wie niet stierf, werd weggevoerd naar een land dat hij niet kende.

Wat moet Jeremia in zo’n geval doen? Hem is gezegd dat hij niet voor het volk mag bidden, en God lijkt vastbesloten hen te slaan. Wat kan de liefde doen wanneer zelfs de poorten van het gebed bevolen worden gesloten te blijven? Let erop hoe hij, nadat hem gezegd is dat hij niet bidden mag, zich langzaam een weg baant naar de troon der genade. En ten laatste doet hij wat hem verboden is.

Jeremia 14:19.KruisverwijzingenKlaagliederen 5:22Jeremia 8:15Jeremia 6:30Psalmen 78:592 Koningen 17:191 Thessalonicenzen 5:3Psalmen 89:38Job 30:26
— Hebt Gij dan Juda ganselijk verworpen? Heeft Uw ziel een walging aan Sion? Waarom hebt Gij ons geslagen, dat er geen genezing voor ons is? Men wacht naar vrede, maar daar is niets goeds, en naar tijd van genezing, maar ziet, daar is verschrikking.
Dat is niet bepaald bidden, maar het lijkt er sterk op. Jeremia vraagt de HEERE of Hij Zijn volk werkelijk verworpen kan hebben.

Jeremia 14:20.KruisverwijzingenPsalmen 32:5Leviticus 26:40Jeremia 3:25Nehemia 9:2Daniël 9:5Psalmen 106:6Ezra 9:6Jeremia 3:13
— HEERE! wij kennen onze goddeloosheid, en onzer vaderen ongerechtigheid, want wij hebben tegen U gezondigd.
Nu is hij een stap verder gegaan, tot de belijdenis van de zonde. En al is dat op zichzelf nog niet het gebed, het gaat er altijd mee samen. Het is de achtergrond van het gebed, en wij zullen dus spoedig nog andere toetsen in het schilderij krijgen.

Jeremia 14:21.KruisverwijzingenJeremia 14:7Psalmen 106:45Jeremia 3:17Psalmen 89:39Ezechiël 36:22Daniël 9:15Jeremia 17:12Ezechiël 24:21
— Versmaad ons niet, om Uws Naams wil; werp den troon Uwer heerlijkheid niet neder; gedenk, vernietig niet Uw verbond met ons.
Nu komt hij werkelijk tot het bidden; hij kan zichzelf niet helpen. Hem is gezegd dat hij niet bidden mag, maar hij voelt dat hij móet; hij heeft het volk zo lief dat hij voor hen pleiten moet.

Jeremia 14:22.KruisverwijzingenJesaja 30:23Jeremia 5:24Deuteronomium 32:21Psalmen 135:7Psalmen 130:5Jeremia 10:15Jesaja 41:29Deuteronomium 28:12
— Zijn er onder de ijdelheden der heidenen, die doen regenen, of kan de hemel druppelen geven? Zijt Gij die niet, o HEERE, onze God? Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen.
Wat een schitterende volharding van het aanhouden — wat een sterk besluit tot een verboden voorbede! Alsof hij zei: U, o HEERE onze God, zegt ons niet te bidden, maar wij kunnen onze smeking niet inhouden. “Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen.” God helpe ons allen op Hem te wachten! Wij worden van het bidden lang niet zo afgehouden als hij die deze woorden sprak. Er is voor ons dus des te meer reden om tot de HEERE te zeggen: daarom zullen wij op U wachten.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content