Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 10

1 Hoort het woord, dat de HEERE tot ulieden spreekt, o huis Israels!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 HoortH8085 het woordH1697, datH834 de HEEREH3068 tot ulieden spreektH1696, o huisH1004 IsraelsH3478! Hoort het woord, dat de HEERE tot ulieden spreekt, o huis Israels!

KJV Hear1 ye the word3 which the LORD6 speaketh5 unto you, O house8 of Israel:

1 שִׁמְע֣וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַדָּבָ֗ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 4 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 דִּבֶּ֧ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 6 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 עֲלֵיכֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Zo zegt de HEERE: Leert den weg der heidenen niet, en ontzet u niet voor de tekenen des hemels, dewijl zich de heidenen voor dezelve ontzetten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: LeertH3925 den wegH1870 der heidenenH1471 niet, en ontzetH2865 u nietH408 voor de tekenenH226 des hemelsH8064, dewijlH3588 zich de heidenenH1471 voor dezelveH1992 ontzettenH2865. Zo zegt de HEERE: Leert den weg der heidenen niet, en ontzet u niet voor de tekenen des hemels, dewijl zich de heidenen voor dezelve ontzetten.

KJV Thus saith2 the LORD,3 Learn8 not the way5 of the heathen,6 and be not dismayed12 at the signs9 of heaven;10 for the heathen15 are dismayed14 at them.

1 כֹּ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 דֶּ֤רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 6 הַגּוֹיִם֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 7 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 8 תִּלְמָ֔דוּ H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 9 וּמֵאֹת֥וֹת H226 teken, tekenen mark, miracle, (en-) sign, token 10 הַשָּׁמַ֖יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 11 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 12 תֵּחָ֑תּוּ H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify 13 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 יֵחַ֥תּוּ H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify 15 הַגּוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 16 מֵהֵֽמָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want de inzettingen der volken zijn ijdelheid; want het is hout, dat men uit het woud gehouwen heeft, een werk van des werkmeesters handen met de bijl.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WantH3588 de inzettingenH2708 der volkenH5971 zijn ijdelheidH1892; wantH3588 hetH1931 is houtH6086, dat men uit het woudH3293 gehouwenH3772 heeft, een werkH4639 van des werkmeestersH2796 handenH3027 met de bijlH4621. Want de inzettingen der volken zijn ijdelheid; want het is hout, dat men uit het woud gehouwen heeft, een werk van des werkmeesters handen met de bijl.

KJV For the customs2 of the people3 are vain:4 for one cutteth9 a tree7 out of the forest,8 the work10 of the hands11 of the workman,12 with the axe.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 חֻקּ֥וֹת H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 3 הָֽעַמִּ֖ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 הֶ֣בֶל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 5 ה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 עֵץ֙ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 8 מִיַּ֣עַר H3293 woud, wouds, wouden (honey-) comb, forest, wood 9 כְּרָת֔וֹ H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 10 מַעֲשֵׂ֥ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 11 יְדֵ֥י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 12 חָרָ֖שׁ H2796 werkmeesters, timmerlieden, werkmeester artificer, ([phrase]) carpenter, craftsman, engraver, maker, [phrase] mason, skilful, ([phrase]) smith, worker, workman, such as wrought 13 בַּֽמַּעֲצָֽד H4621 bijl ax, tongs
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Men pronkt het op met zilver en met goud; zij hechten ze met nagelen en met hameren, opdat het niet waggele.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Men pronktH3302 het op met zilverH3701 en met goudH2091; zij hechtenH2388 ze met nagelenH4548 en met hamerenH4717, opdat het nietH3808 waggeleH6328. Men pronkt het op met zilver en met goud; zij hechten ze met nagelen en met hameren, opdat het niet waggele.

KJV They deck3 it with silver1 and with gold;2 they fasten6 it with nails4 and with hammers,5 that it move

1 בְּכֶ֥סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 2 וּבְזָהָ֖ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 3 יְיַפֵּ֑הוּ H3302 schoon, oppronken, pronkt be beautiful, be (make self) fair(-r), deck 4 בְּמַסְמְר֧וֹת H4548 nagelen nail 5 וּבְמַקָּב֛וֹת H4717 hameren, hamers hammer 6 יְחַזְּק֖וּם H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 7 וְל֥וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יָפִֽיק H6328 waggele, waggelen stumble, move
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zij zijn gelijk een palmboom van dicht werk, maar kunnen niet spreken; zij moeten gedragen worden, want zij kunnen niet gaan; vreest niet voor hen, want zij kunnen geen kwaad doen, ook is er geen goeddoen bij hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Zij zijn gelijk een palmboomH8560 van dicht werkH4749, maar kunnen niet sprekenH1696; zij moetenH5375 gedragenH5375 worden, wantH3588 zij kunnen niet gaan; vreestH3372 niet voor hen, wantH3588 zij kunnen geen kwaadH7489 doen, ookH1571 is er geen goeddoenH3190 bij hen. Zij zijn gelijk een palmboom van dicht werk, maar kunnen niet spreken; zij moeten gedragen worden, want zij kunnen niet gaan; vreest niet voor hen, want zij kunnen geen kwaad doen, ook is er geen goeddoen bij hen.

KJV They are upright2 as the palm tree,1 but speak5 not: they must needs6 be borne,7 because they cannot go.10 Be not afraid12 of them; for they cannot do evil,16 neither also is it in them to do good.

1 כְּתֹ֨מֶר H8560 palmboom palm tree 2 מִקְשָׁ֥ה H4749 werk, dicht beaten (out of one piece, work), upright, whole piece 3 הֵ֨מָּה֙ H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 4 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יְדַבֵּ֔רוּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 6 נָשׂ֥וֹא H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 7 יִנָּשׂ֖וּא H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 8 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יִצְעָ֑דוּ H6805 tradt, loopt, traadt bring, go, march (through), run over 11 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 12 תִּֽירְא֤וּ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 13 מֵהֶם֙ 14 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 יָרֵ֔עוּ H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 17 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 18 הֵיטֵ֖יב H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 19 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 20 אוֹתָֽם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Omdat niemand U gelijk is, o HEERE! zo zijt Gij groot, en groot is Uw Naam in mogendheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Omdat niemandH369 U gelijk is, o HEEREH3068! zo zijt GijH859 groot, en grootH1419 is Uw NaamH8034 in mogendheidH1369. Omdat niemand U gelijk is, o HEERE! zo zijt Gij groot, en groot is Uw Naam in mogendheid.

KJV Forasmuch as there is none like unto thee, O LORD;3 thou art great,4 and thy name7 is great6 in might.

1 מֵאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 2 כָּמ֖וֹךָ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 3 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 גָּד֥וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 5 אַתָּ֛ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 6 וְגָד֥וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 7 שִׁמְךָ֖ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 בִּגְבוּרָֽה H1369 macht, mogendheden, sterkte force, mastery, might, mighty (act, power), power, strength
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Wie zou U niet vrezen, Gij Koning der heidenen? Want het komt U toe; omdat toch onder alle wijzen der heidenen, en in hun ganse koninkrijk, niemand U gelijk is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 WieH4310 zou U niet vrezenH3372, Gij KoningH4428 der heidenenH1471? WantH3588 het komt U toe; omdatH3588 toch onder alleH3605 wijzenH2450 der heidenenH1471, en in hun ganseH3605 koninkrijkH4438, niemandH369 U gelijk is. Wie zou U niet vrezen, Gij Koning der heidenen? Want het komt U toe; omdat toch onder alle wijzen der heidenen, en in hun ganse koninkrijk, niemand U gelijk is.

Ook in dit vers komt toeH2969

KJV Who would not fear3 thee, O King4 of nations?5 for to thee doth it appertain:8 forasmuch as among all the wise11 men of the nations,12 and in all their kingdoms,

1 מִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 יִֽרָאֲךָ֙ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 4 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 הַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 6 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 לְךָ֖ 8 יָאָ֑תָה H2969 komt toe appertain 9 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 בְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 חַכְמֵ֧י H2450 wijzen, wijs, wijze cunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man) 12 הַגּוֹיִ֛ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 13 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 מַלְכוּתָ֖ם H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 15 מֵאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 16 כָּמֽוֹךָ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 In een ding zijn zij toch onvernuftig en zot: een hout is een onderwijs der ijdelheden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 In een ding zijn zijH1931 toch onvernuftigH1197 en zotH3688: een houtH6086 is een onderwijsH4148 der ijdelhedenH1892. In een ding zijn zij toch onvernuftig en zot: een hout is een onderwijs der ijdelheden.

KJV But they are altogether1 brutish2 and foolish:3 the stock6 is a doctrine4 of vanities.

1 וּבְאַחַ֖ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 2 יִבְעֲר֣וּ H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 3 וְיִכְסָ֑לוּ H3688 zot be foolish 4 מוּסַ֥ר H4148 tucht, kastijding, onderwijs bond, chastening(-eth), chastisement, check, correction, discipline, doctrine, instruction, rebuke 5 הֲבָלִ֖ים H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 6 עֵ֥ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 7 הֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Uitgerekt zilver wordt van Tarsis gebracht, en goud van Ufaz, tot een werk des werkmeesters en van de handen des goudsmids; hemelsblauw en purper is hun kleding, een werk der wijzen zijn zij al te zamen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 UitgerektH7554 zilverH3701 wordt van TarsisH8659 gebrachtH935, en goudH2091 van UfazH210, tot een werkH4639 des werkmeestersH2796 en van de handenH3027 des goudsmidsH6884; hemelsblauwH8504 en purperH713 is hun kledingH3830, een werkH4639 der wijzenH2450 zijn zij al te zamen. Uitgerekt zilver wordt van Tarsis gebracht, en goud van Ufaz, tot een werk des werkmeesters en van de handen des goudsmids; hemelsblauw en purper is hun kleding, een werk der wijzen zijn zij al te zamen.

KJV Silver1 spread into plates2 is brought4 from Tarshish,3 and gold5 from Uphaz,6 the work7 of the workman,8 and of the hands9 of the founder:10 blue11 and purple12 is their clothing:13 they are all the work14 of cunning

1 כֶּ֣סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 2 מְרֻקָּ֞ע H7554 uitgespannen, rekten, Uitgerekt beat, make broad, spread abroad (forth, over, out, into plates), stamp, stretch 3 מִתַּרְשִׁ֣ישׁ H8659 Tarsis, Tharsis, Tharsisa Tarshish, Tharshish 4 יוּבָ֗א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 וְזָהָב֙ H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 6 מֵֽאוּפָ֔ז H210 Ufaz Uphaz 7 מַעֲשֵׂ֥ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 8 חָרָ֖שׁ H2796 werkmeesters, timmerlieden, werkmeester artificer, ([phrase]) carpenter, craftsman, engraver, maker, [phrase] mason, skilful, ([phrase]) smith, worker, workman, such as wrought 9 וִידֵ֣י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 צוֹרֵ֑ף H6884 goudsmid, gelouterd, doorlouterd cast, (re-) fine(-er), founder, goldsmith, melt, pure, purge away, try 11 תְּכֵ֤לֶת H8504 hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwen blue 12 וְאַרְגָּמָן֙ H713 purper, purperen purple 13 לְבוּשָׁ֔ם H3830 kleed, kleding, gewaad apparel, clothed with, clothing, garment, raiment, vestment, vesture 14 מַעֲשֵׂ֥ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 15 חֲכָמִ֖ים H2450 wijzen, wijs, wijze cunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man) 16 כֻּלָּֽם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Maar de HEERE God is de Waarheid, Hij is de levende God, en een eeuwig Koning; van Zijn verbolgenheid beeft de aarde, en de heidenen kunnen Zijn gramschap niet verdragen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Maar de HEEREH3068 GodH430 is de WaarheidH571, HijH1931 is de levendeH2416 GodH430, en een eeuwigH5769 KoningH4428; van Zijn verbolgenheidH7110 beeftH7493 de aardeH776, en de heidenenH1471 kunnen Zijn gramschapH2195 nietH3808 verdragenH3557. Maar de HEERE God is de Waarheid, Hij is de levende God, en een eeuwig Koning; van Zijn verbolgenheid beeft de aarde, en de heidenen kunnen Zijn gramschap niet verdragen.

KJV But the LORD1 is the true3 God,2 he is the living6 God,5 and an everlasting8 king:7 at his wrath9 the earth11 shall tremble,10 and the nations14 shall not be able to abide13 his indignation.

1 וַֽיהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 אֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֱמֶ֔ת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 4 הֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 אֱלֹהִ֥ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 חַיִּ֖ים H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 7 וּמֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 עוֹלָ֑ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 9 מִקִּצְפּוֹ֙ H7110 toorn, verbolgenheid, toornigheid foam, indignation, [idiom] sore, wrath 10 תִּרְעַ֣שׁ H7493 beven, beefde, beeft make afraid, (re-) move, quake, (make to) shake, (make to) tremble 11 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 יָכִ֥לוּ H3557 onderhouden, verdragen, hield (be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals) 14 גוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 15 זַעְמֽוֹ H2195 gramschap, verstoordheid, grimmigheid angry, indignation, rage
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 (Aldus zult gijlieden tot hen zeggen: De goden, die den hemel en de aarde niet gemaakt hebben, zullen vergaan van de aarde, en van onder dezen hemel.)
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 (AldusH1836 zult gijlieden tot hen zeggenH560: De godenH426, die den hemelH8065 en de aarde niet gemaakt hebben, zullen vergaanH7 van de aarde, en van onder dezenH429 hemelH8065.) (Aldus zult gijlieden tot hen zeggen: De goden, die den hemel en de aarde niet gemaakt hebben, zullen vergaan van de aarde, en van onder dezen hemel.)

Ook in dit vers aardeH772 aardeH778

KJV Thus1 shall ye say2 unto them, The gods4 that have not8 made9 the heavens6 and the earth,7 even they shall perish10 from the earth,11 and from under13 these15 heavens.

1 כִּדְנָה֙ H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 2 תֵּאמְר֣וּן H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 3 לְה֔וֹם 4 אֱלָ֣הַיָּ֔א H426 God, Gods, goden God, god 5 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 6 שְׁמַיָּ֥א H8065 hemels, hemel, Hemel heaven 7 וְאַרְקָ֖א H778 aarde earth 8 לָ֣א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 9 עֲבַ֑דוּ H5648 doen, maken, bereiden (Aramees) [idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work 10 יֵאבַ֧דוּ H7 Breng, brengen, ombrengen destroy, perish 11 מֵֽאַרְעָ֛א H772 aarde, aardbodem, aardrijk earth, interior 12 וּמִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 13 תְּח֥וֹת H8460 under 14 שְׁמַיָּ֖א H8065 hemels, hemel, Hemel heaven 15 אֵֽלֶּה H429 dezen these
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Die de aardeH776 gemaaktH6213 heeft door Zijn krachtH3581, Die de wereldH8398 bereidH3559 heeft door Zijn wijsheidH2451, en den hemelH8064 uitgebreidH5186 door Zijn verstandH8394. Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand.

KJV He hath made1 the earth2 by his power,3 he hath established4 the world5 by his wisdom,6 and hath stretched out8 the heavens9 by his discretion.

1 עֹשֵׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֶ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 בְּכֹח֔וֹ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 4 מֵכִ֥ין H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 5 תֵּבֵ֖ל H8398 wereld, aardrijk habitable part, world 6 בְּחָכְמָת֑וֹ H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 7 וּבִתְבוּנָת֖וֹ H8394 verstand, verstandigheid, verstands discretion, reason, skilfulness, understanding, wisdom 8 נָטָ֥ה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 9 שָׁמָֽיִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Als Hij Zijn stemH6963 geeftH5414, zo is er een gedruisH1995 van waterenH4325 in den hemelH8064, en Hij doet de dampenH5387 opklimmenH5927 van het eindeH7097 der aardeH776; Hij maaktH6213 de bliksemenH1300 met den regenH4306, en doet den windH7307 voortkomenH3318 uit Zijn schatkamerenH214. Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.

KJV When he uttereth2 his voice,1 there is a multitude3 of waters4 in the heavens,5 and he causeth the vapours7 to ascend6 from the ends8 of the earth;9 he maketh12 lightnings10 with rain,11 and bringeth forth13 the wind14 out of his treasures.

1 לְק֨וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 תִּתּ֜וֹ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 הֲמ֥וֹן H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 4 מַ֨יִם֙ H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 5 בַּשָּׁמַ֔יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 6 וַיַּעֲלֶ֥ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 נְשִׂאִ֖ים H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 8 מִקְצֵ֣ה H7097 einde, uiterste, deel [idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part) 9 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 בְּרָקִ֤ים H1300 bliksemen, bliksem, bliksemende bright, glitter(-ing sword), lightning 11 לַמָּטָר֙ H4306 regen, plasregen rain 12 עָשָׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 וַיּ֥וֹצֵא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 14 ר֖וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 15 מֵאֹצְרֹתָֽיו H214 schatten, schat, schatkameren armory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Een ieder mens is onvernuftig geworden, zodat hij geen wetenschap heeft, een ieder goudsmid is beschaamd van het gesneden beeld; want zijn gegoten beeld is leugen; en er is geen geest in hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Een iederH3605 mensH120 is onvernuftigH1197 geworden, zodat hij geen wetenschapH1847 heeft, een iederH3605 goudsmidH6884 is beschaamdH3001 van het gesnedenH6459 beeldH5262; wantH3588 zijn gegoten beeld is leugenH8267; en er is geenH3808 geestH7307 in hen. Een ieder mens is onvernuftig geworden, zodat hij geen wetenschap heeft, een ieder goudsmid is beschaamd van het gesneden beeld; want zijn gegoten beeld is leugen; en er is geen geest in hen.

KJV Every man3 is brutish1 in his knowledge:4 every founder7 is confounded5 by the graven image:8 for his molten image11 is falsehood,10 and there is no breath

1 נִבְעַ֤ר H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 אָדָם֙ H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 מִדַּ֔עַת H1847 wetenschap, kennis, kennen cunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly) 5 הֹבִ֥ישׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 צוֹרֵ֖ף H6884 goudsmid, gelouterd, doorlouterd cast, (re-) fine(-er), founder, goldsmith, melt, pure, purge away, try 8 מִפָּ֑סֶל H6459 gesneden beeld, gesneden beelden, beeld carved (graven) image 9 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 שֶׁ֥קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 11 נִסְכּ֖וֹ H5262 drankofferen, drankoffer, beeld cover, drink offering, molten image 12 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 ר֥וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 14 בָּֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Ijdelheid zijn zij, een werk van verleidingen; ten tijde hunner bezoeking zullen zij vergaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 IjdelheidH1892 zijn zijH1992, een werkH4639 van verleidingenH8595; ten tijdeH6256 hunner bezoekingH6486 zullen zij vergaanH6. Ijdelheid zijn zij, een werk van verleidingen; ten tijde hunner bezoeking zullen zij vergaan.

KJV They are vanity,1 and the work3 of errors:4 in the time5 of their visitation6 they shall perish.

1 הֶ֣בֶל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 2 הֵ֔מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 3 מַעֲשֵׂ֖ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 4 תַּעְתֻּעִ֑ים H8595 verleidingen error 5 בְּעֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 פְּקֻדָּתָ֖ם H6486 bezoeking, opzicht, ambt account, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation 7 יֹאבֵֽדוּ H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Jakobs deel is niet gelijk die, want Hij is de Formeerder van alles, en Israel is de roede Zijner erfenis; HEERE der heirscharen is Zijn Naam.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 JakobsH3290 deelH2506 is nietH3808 gelijk die, wantH3588 HijH1931 is de FormeerderH3335 van allesH3605, en IsraelH3478 is de roedeH7626 Zijner erfenisH5159; HEEREH3068 der heirscharenH6635 is Zijn NaamH8034. Jakobs deel is niet gelijk die, want Hij is de Formeerder van alles, en Israel is de roede Zijner erfenis; HEERE der heirscharen is Zijn Naam.

KJV The portion3 of Jacob4 is not like them: for he is the former6 of all things; and Israel9 is the rod10 of his inheritance:11 The LORD12 of hosts13 is his name.

1 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 כְאֵ֜לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 3 חֵ֣לֶק H2506 deel, delen, stuk flattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion 4 יַעֲקֹ֗ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 5 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 יוֹצֵ֤ר H3335 geformeerd, formeert, pottenbakker [idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose 7 הַכֹּל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 ה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 וְיִ֨שְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 שֵׁ֖בֶט H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 11 נַֽחֲלָת֑וֹ H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל) 12 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 14 שְׁמֽוֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Raap uw kramerij weg uit het land, gij inwoneres der vesting!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 RaapH622 uw kramerijH3666 wegH622 uit het landH776, gij inwoneresH3427 der vestingH4692! Raap uw kramerij weg uit het land, gij inwoneres der vesting!

KJV Gather up1 thy wares3 out of the land,2 O inhabitant4 of the fortress.

1 אִסְפִּ֥י H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 2 מֵאֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 כִּנְעָתֵ֑ךְ H3666 kramerij wares 4 יֹשֶׁ֖בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 בַּמָּצֽוֹר H4692 belegering, vaste, bolwerk besieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Want zo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal de inwoners des lands op ditmaal wegslingeren, en zal ze benauwen, opdat zij het vinden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: ZietH2005, Ik zal de inwonersH3427 des landsH776 op ditmaalH6471 wegslingerenH7049, en zal ze benauwenH6887, opdatH4616 zij het vindenH4672. Want zo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal de inwoners des lands op ditmaal wegslingeren, en zal ze benauwen, opdat zij het vinden.

KJV For thus saith3 the LORD,4 Behold, I will sling6 out the inhabitants8 of the land9 at this once,10 and will distress12 them, that they may find

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹה֙ H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 הִנְנִ֥י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 6 קוֹלֵ֛עַ H7049 graveerde, slingerde, slingerden carve, sling (out) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 יוֹשְׁבֵ֥י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 9 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 בַּפַּ֣עַם H6471 ditmaal, malen, tweemaal anvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel 11 הַזֹּ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 12 וַהֲצֵר֥וֹתִי H6887 bange, benauwen, benauwd adversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex 13 לָהֶ֖ם 14 לְמַ֥עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 15 יִמְצָֽאוּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 O, wee mij over mijn breuk! mijn plage is smartelijk; en ik had gezegd: Dit is immers een krankheid, die ik wel dragen zal!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 O, weeH188 mij overH5921 mijn breukH7667! mijn plageH4347 is smartelijkH2470; en ikH589 had gezegdH559: Dit is immers een krankheidH2483, die ik wel dragenH5375 zal! O, wee mij over mijn breuk! mijn plage is smartelijk; en ik had gezegd: Dit is immers een krankheid, die ik wel dragen zal!

KJV Woe1 is me for my hurt!4 my wound6 is grievous:5 but I said,8 Truly9 this is a grief,11 and I must bear

1 א֥וֹי H188 Wee, wee, Och alas, woe 2 לִי֙ 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 שִׁבְרִ֔י H7667 breuk, verbreking, Breuk affliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation 5 נַחְלָ֖ה H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 6 מַכָּתִ֑י H4347 slag, plagen, plage beaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed) 7 וַאֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 8 אָמַ֔רְתִּי H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 אַ֛ךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 10 זֶ֥ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 11 חֳלִ֖י H2483 krankheid, krankheden, krank disease, grief, (is) sick(-ness) 12 וְאֶשָּׂאֶֽנּוּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Mijn tent is verstoord, en al mijn zelen zijn verscheurd; mijn kinderen zijn van mij uitgegaan, en zij zijn er niet; er is niemand meer, die mijn tent uitspant, en mijn gordijnen opricht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Mijn tentH168 is verstoordH7703, en alH3605 mijn zelenH4340 zijn verscheurdH5423; mijn kinderenH1121 zijn van mij uitgegaanH3318, en zij zijn er nietH369; er is niemandH369 meerH5750, die mijn tentH168 uitspantH5186, en mijn gordijnenH3407 oprichtH6965. Mijn tent is verstoord, en al mijn zelen zijn verscheurd; mijn kinderen zijn van mij uitgegaan, en zij zijn er niet; er is niemand meer, die mijn tent uitspant, en mijn gordijnen opricht.

KJV My tabernacle1 is spoiled,2 and all my cords4 are broken:5 my children6 are gone forth7 of me, and they are not: there is none to stretch forth10 my tent12 any more, and to set up13 my curtains.

1 אָהֳלִ֣י H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 2 שֻׁדָּ֔ד H7703 verwoest, verstoord, verstoorder dead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste 3 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 מֵיתָרַ֖י H4340 zelen, koorden, pezen cord, string 5 נִתָּ֑קוּ H5423 afgetrokken, verscheurd, verscheuren break (off), burst, draw (away), lift up, pluck (away, off), pull (out), root out 6 בָּנַ֤י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 יְצָאֻ֨נִי֙ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 8 וְאֵינָ֔ם H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 9 אֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 10 נֹטֶ֥ה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 11 עוֹד֙ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 12 אָהֳלִ֔י H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 13 וּמֵקִ֖ים H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 14 יְרִיעוֹתָֽי H3407 gordijnen, gordijn curtain
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Want de herders zijn onvernuftig geworden, en hebben den HEERE niet gezocht; daarom hebben zij niet verstandiglijk gehandeld, en hun ganse weide is verstrooid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 WantH3588 de herdersH7462 zijn onvernuftigH1197 geworden, en hebben den HEEREH3068 nietH3808 gezochtH1875; daaromH3651 hebben zij nietH3808 verstandiglijkH7919 gehandeld, en hun ganseH3605 weideH4830 is verstrooidH6327. Want de herders zijn onvernuftig geworden, en hebben den HEERE niet gezocht; daarom hebben zij niet verstandiglijk gehandeld, en hun ganse weide is verstrooid.

KJV For the pastors3 are become brutish,2 and have not sought7 the LORD:5 therefore they shall not prosper,11 and all their flocks13 shall be scattered.

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 נִבְעֲרוּ֙ H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 3 הָֽרֹעִ֔ים H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 דָרָ֑שׁוּ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 כֵּן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 10 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 הִשְׂכִּ֔ילוּ H7919 verstandelijk, verstandig, verstaan consider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly 12 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 מַרְעִיתָ֖ם H4830 weide flock, pasture 14 נָפֽוֹצָה H6327 verstrooid, verstrooien, verstrooide break (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Ziet, er komt een stem des geruchts, en een groot beven uit het land van het noorden; dat men de steden van Juda zal stellen tot een verwoesting, een woning der draken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 ZietH2009, er komtH935 een stemH6963 des geruchtsH8052, en een grootH1419 bevenH7494 uit het landH776 van het noordenH6828; dat men de stedenH5892 van JudaH3063 zal stellenH7760 tot een verwoestingH8077, een woningH4583 der drakenH8577. Ziet, er komt een stem des geruchts, en een groot beven uit het land van het noorden; dat men de steden van Juda zal stellen tot een verwoesting, een woning der draken.

KJV Behold, the noise1 of the bruit2 is come,4 and a great6 commotion5 out of the north8 country,7 to make9 the cities11 of Judah12 desolate,13 and a den14 of dragons.

1 ק֤וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 שְׁמוּעָה֙ H8052 gerucht, tijding, gehoord bruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings 3 הִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 4 בָאָ֔ה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 וְרַ֥עַשׁ H7494 aardbeving, beven, ruising commotion, confused noise, earthquake, fierceness, quaking, rattling, rushing, shaking 6 גָּד֖וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 7 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 צָפ֑וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 9 לָשׂ֞וּם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 עָרֵ֧י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 12 יְהוּדָ֛ה H3063 Juda Judah 13 שְׁמָמָ֖ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 14 מְע֥וֹן H4583 woning, Toevlucht, Vertrek den, dwelling((-) place), habitation 15 תַּנִּֽים H8577 draken, draak, zeedraak dragon, sea-monster, serpent, whale
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Ik weet, o HEERE! dat bij den mens zijn weg niet is; het is niet bij een man, die wandelt, dat hij zijn gang richte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Ik weetH3045, o HEEREH3068! datH3588 bij den mensH120 zijn wegH1870 niet is; het is nietH3808 bij een manH376, die wandeltH1980, dat hij zijn gangH6806 richteH3559. Ik weet, o HEERE! dat bij den mens zijn weg niet is; het is niet bij een man, die wandelt, dat hij zijn gang richte.

KJV O LORD,2 I know1 that the way6 of man5 is not in himself: it is not in man8 that walketh9 to direct10 his steps.

1 יָדַ֣עְתִּי H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 לָאָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 6 דַּרְכּ֑וֹ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 7 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 לְאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 הֹלֵ֔ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 10 וְהָכִ֖ין H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 11 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 צַעֲדֽוֹ H6806 treden, gang, tred pace, step
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Kastijd mij, HEERE! doch met mate; niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niet maakt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 KastijdH3256 mij, HEEREH3068! doch met mateH4941; nietH408 in Uw toornH639, opdat Gij mij niet te niet maaktH4591. Kastijd mij, HEERE! doch met mate; niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niet maakt.

KJV O LORD,2 correct1 me, but with judgment;4 not in thine anger,6 lest thou bring me to nothing.

1 יַסְּרֵ֥נִי H3256 gekastijd, kastijden, getuchtigd bind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אַךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 4 בְּמִשְׁפָּ֑ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 5 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 בְּאַפְּךָ֖ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 7 פֶּן H6435 opdat niet, anders (lest) (peradventure), that...not 8 תַּמְעִטֵֽנִי H4591 verminderen, minder, verminderd suffer to decrease, diminish, (be, [idiom] borrow a, give, make) few (in number, -ness), gather least (little), be (seem) little, ([idiom] give the) less, be minished, bring to nothing
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de geslachten, die Uw Naam niet aanroepen; want zij hebben Jakob opgegeten, ja, zij hebben hem opgegeten, en hem verteerd, en zijn woning verwoest.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 StortH8210 Uw grimmigheidH2534 uit overH5921 de heidenenH1471, dieH834 U nietH3808 kennenH3045, en overH5921 de geslachtenH4940, dieH834 Uw NaamH8034 nietH3808 aanroepenH7121; wantH3588 zij hebben JakobH3290 opgegetenH398, ja, zij hebben hem opgegetenH398, en hem verteerdH3615, en zijn woningH5116 verwoestH8074. Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de geslachten, die Uw Naam niet aanroepen; want zij hebben Jakob opgegeten, ja, zij hebben hem opgegeten, en hem verteerd, en zijn woning verwoest.

KJV Pour out1 thy fury2 upon the heathen4 that know7 thee not, and upon the families9 that call13 not on thy name:11 for they have eaten up15 Jacob,17 and devoured18 him, and consumed19 him, and have made his habitation21 desolate.

1 שְׁפֹ֣ךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 2 חֲמָתְךָ֗ H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 הַגּוֹיִם֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יְדָע֔וּךָ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 8 וְעַל֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 מִשְׁפָּח֔וֹת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 10 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 בְּשִׁמְךָ֖ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 12 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 קָרָ֑אוּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 14 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 אָכְל֣וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 16 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 יַעֲקֹ֗ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 18 וַאֲכָלֻ֨הוּ֙ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 19 וַיְכַלֻּ֔הוּ H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 20 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 נָוֵ֖הוּ H5116 woning, schaapskooi, kooi comely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried 22 הֵשַֽׁמּוּ H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 10:1 Jeremia 22:2 Jeremia 42:15 Openbaring 2:29 Amos 7:16 Jeremia 13:15 1 Thessalonicenzen 2:13 Hosea 4:1 Jeremia 2:4
Jeremia 10:2 Leviticus 20:23 Leviticus 18:3 Ezechiël 20:32 Deuteronomium 12:30 Lukas 21:25 Jesaja 47:12
Jeremia 10:3 Jesaja 44:9 Jesaja 45:20 Hosea 8:4 1 Koningen 18:26 Mattheüs 6:7 Jesaja 40:19 Romeinen 1:21 Jeremia 10:8
Jeremia 10:4 Jesaja 40:19 Jesaja 46:7 Psalmen 135:15 Psalmen 115:4 Jesaja 41:6 Jesaja 44:12
Jeremia 10:5 Jesaja 46:7 1 Korinthe 12:2 Jesaja 41:23 Habakuk 2:19 Jesaja 46:1 Jesaja 44:9 Openbaring 13:14 Psalmen 115:5
Jeremia 10:6 Psalmen 48:1 Psalmen 96:4 Exodus 15:11 Deuteronomium 33:26 Jeremia 32:18 Jesaja 12:6 Exodus 8:10 Psalmen 86:8
Jeremia 10:7 Openbaring 15:4 Psalmen 22:28 1 Korinthe 1:19 Jeremia 5:22 Psalmen 86:9 Psalmen 72:11 Jesaja 2:4 Jeremia 10:6
Jeremia 10:8 Habakuk 2:18 Zacharia 10:2 Jeremia 10:14 Jesaja 41:29 Romeinen 1:21 Hosea 4:12 Jeremia 4:22 Psalmen 115:8
Jeremia 10:9 Psalmen 115:4 Daniël 10:5 1 Koningen 10:22 Jesaja 40:19 Ezechiël 27:12
Jeremia 10:10 Deuteronomium 32:4 Psalmen 100:5 Nahum 1:6 Psalmen 42:2 Psalmen 76:7 Psalmen 31:5 Jesaja 57:15 1 Johannes 5:20
Jeremia 10:11 Psalmen 96:5 Jesaja 2:18 Jeremia 10:15 Sefanja 2:11 Zacharia 13:2 Klaagliederen 3:66 Jeremia 51:18 Openbaring 20:2
Jeremia 10:12 Genesis 1:1 Job 9:8 Jesaja 40:22 Psalmen 148:4 Jesaja 45:18 Jeremia 51:15 Psalmen 78:69 Spreuken 3:19
Jeremia 10:13 Psalmen 135:7 Job 38:34 Job 38:22 Psalmen 135:17 1 Koningen 18:45 Job 37:2 1 Koningen 18:41 Job 38:25
Jeremia 10:14 Jeremia 51:17 Jeremia 10:8 Jesaja 46:7 Psalmen 135:16 Habakuk 2:18 Psalmen 115:4 Jesaja 42:17 Jesaja 44:18
Jeremia 10:15 Jesaja 41:24 Jeremia 51:18 Jeremia 14:22 Jesaja 2:18 Jeremia 8:19 Jeremia 8:12 Zacharia 13:2 Jona 2:8
Jeremia 10:16 Deuteronomium 32:9 Jeremia 32:18 Psalmen 74:2 Jeremia 31:35 Psalmen 119:57 Jeremia 10:12 Jeremia 51:19 Jesaja 45:7
Jeremia 10:17 Ezechiël 12:3 Jeremia 6:1 Mattheüs 24:15 Micha 2:10 Jeremia 21:13
Jeremia 10:18 1 Samuël 25:29 Ezechiël 6:10 Jeremia 23:20 Jeremia 16:13 Jeremia 15:1 Zacharia 1:6 Deuteronomium 28:63
Jeremia 10:19 Micha 7:9 Jeremia 14:17 Klaagliederen 3:39 Jeremia 4:31 Psalmen 39:9 Jesaja 8:17 Jeremia 8:21 Klaagliederen 3:18
Jeremia 10:20 Jeremia 4:20 Jeremia 31:15 Jesaja 54:2 Klaagliederen 1:5 Spreuken 12:7 Klaagliederen 2:4 Jesaja 49:20 Job 7:8
Jeremia 10:21 Jeremia 12:10 Ezechiël 34:2 Jeremia 2:8 Jeremia 10:8 Zacharia 13:7 Jeremia 23:1 Jeremia 23:9 Ezechiël 22:25
Jeremia 10:22 Jeremia 9:11 Jeremia 1:15 Jeremia 6:1 Maleachi 1:3 Jeremia 5:15 Jeremia 6:22 Jeremia 4:6 Habakuk 1:6
Jeremia 10:23 Spreuken 20:24 Spreuken 16:1 Psalmen 37:23 Psalmen 119:116 Psalmen 17:5
Jeremia 10:24 Psalmen 6:1 Psalmen 38:1 Jeremia 30:11 Job 6:18 Jesaja 41:11 Jesaja 40:23 Habakuk 3:2
Jeremia 10:25 Psalmen 79:6 Jeremia 8:16 Psalmen 14:4 Job 18:21 Jeremia 50:17 Ezechiël 25:6 Jeremia 50:7 Psalmen 27:2
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 10 vers 1

tot ulieden Of, over, van, ulieden aangaande gesproken heeft.

Hertaald: tot ulieden Of: over u, of: met betrekking tot u gesproken heeft.

Jeremia 10 vers 2

den weg Of, in den weg der heidenen [te gaan], dat is hun afgodische wijze en manier van doen te volgen.

Hertaald: den weg Of: om in de weg van de heidenen te gaan — dat is: hun afgodische wijze van doen te volgen.

tekenen Zon, maan, sterren, enz. Zie Gen. 1:14 , die de heidenen tot afgoden maakten, en hun de regering der wereld toeschreven, en uit haren loop toekomstige dingen voorzeiden, waarin de Joden hen navolgden, gelijk te zien is boven Jer. 7:18 , enz.

Hertaald: tekenen De zon, de maan, de sterren, enzovoort. Zie Gen. 1:14. De heidenen maakten die tot afgoden, schreven hun de regering van de wereld toe en voorspelden uit hun loop toekomstige dingen; daarin volgden de Joden hen na, zoals te zien is hierboven in Jer. 7:18, enzovoort.

dewijl Anders: hoewel, niettegenstaande, enz. idem, maar laat de heidenen, enz.

Hertaald: dewijl Anders: hoewel, ondanks dat, enzovoort; en ook: maar laat de heidenen, enzovoort.

Jeremia 10 vers 3

inzettingen De afgoden, afgodische ordinantiën, ceremoniën.

Hertaald: inzettingen De afgoden, de afgodische instellingen en ceremoniën.

hout, Vergelijk onder vs.8, of, [iemand] houwt een boom af uit het woud, [tot] een werk, enz.

Hertaald: hout, Vergelijk hieronder vers 8. Of: iemand hakt een boom om uit het woud tot een werk, enzovoort.

Jeremia 10 vers 4

pronkt Hebreeuws, hij maakt het schoon, fraai.

Hertaald: pronkt Hebreeuws: hij maakt het mooi, fraai.

ze met nagelen De gemaakte houten afgoden maken zij vast aan een wand of pilaar.

Hertaald: ze met nagelen De gemaakte houten afgoden maken zij vast aan een wand of pilaar.

het niet Beeld, de afgod.

Hertaald: het niet Het beeld, de afgod.

waggele Of, niet uitga, of men laat het niet waggelen; dat is, men maakt het zo vast dat het buiten gevaar is van los te worden en te vallen, waarvoor deze houten god zichzelven niet kan bewaren.

Hertaald: waggele Of: niet omvalt; of: men laat het niet wankelen — dat is: men maakt het zo vast dat er geen gevaar is dat het losraakt en valt, waarvoor deze houten god zichzelf niet kan behoeden.

Jeremia 10 vers 5

palmboom Stijf, of strak overeind staande, van evendrachtig geslagen platen rechtop gemaakt, alsof zij leven hadden en spreken wilden, maar kunnen geen werk van een levend mens doen, gelijk volgt.

Hertaald: palmboom Stijf en strak overeind staand, uit gelijkmatig geslagen platen rechtop gemaakt, alsof zij leefden en wilden spreken; maar zij kunnen geen werk van een levend mens doen, zoals volgt.

dicht werk, Zie Ex. 25:31 .

Hertaald: dicht werk, Zie Ex. 25:31.

moeten Hebreeuws, dragende worden zij gedragen.

Hertaald: moeten Hebreeuws: dragend worden zij gedragen.

kwaad doen, Hunne vijanden niet beschadigen, noch hunne vrienden helpen. Vergelijk Deut. 32:31 .

Hertaald: kwaad doen, Zij kunnen hun vijanden geen schade doen en hun vrienden niet helpen. Vergelijk Deut. 32:31.

Jeremia 10 vers 6

mogendheid Daar integendeel alle afgoden machteloos zijn.

Hertaald: mogendheid Terwijl alle afgoden juist machteloos zijn.

Jeremia 10 vers 7

heidenen? Zelfs regerende over die volken, die U niet kennen maar de afgoden dienen.

Hertaald: heidenen? Terwijl U zelfs regeert over die volken die U niet kennen maar de afgoden dienen.

komt U toe; Of, past U, dat men U vreze.

Hertaald: komt U toe; Of: het past U dat men U vreest.

wijzen Die zich meest van wijsheid plegen te beroemen en toch enkel dwazen zijn, gelijk in vs.8 bewezen wordt.

Hertaald: wijzen Zij die zich het meest op wijsheid plegen te beroemen en toch niets dan dwazen zijn, zoals in vers 8 aangetoond wordt.

ganse Dat is, al hunne koninkrijken, die tezamen een afgodisch heidens koninkrijk uitmaken.

Hertaald: ganse Dat is: al hun koninkrijken, die samen één afgodisch heidens koninkrijk vormen.

Jeremia 10 vers 8

In een ding Of, tezamen, allen ineen gerekend.

Hertaald: In een ding Of: tezamen, allen bij elkaar gerekend.

onvernuftig Als onvernuftige beesten; alzo vs.14, 21; zie Ps. 49:11 .

Hertaald: onvernuftig Als redeloze dieren; zo ook in vers 14 en 21; zie Ps. 49:11.

hout Door de afgodische beelden en hun dienst worden de mensen tot enkel ijdelheid gevoerd, het zijn niets dan leermeesters van enkel ijdelheid; zie 2 Kon. 17:15 , en van het gebruik van het Hebreeuwse woord, dat onderwijs en tucht betekent, Spr. 16:22 .

Hertaald: hout Door de afgodsbeelden en hun dienst worden de mensen tot louter ijdelheid gebracht; het zijn niets dan leermeesters van enkel ijdelheid; zie 2 Kon. 17:15. Over het gebruik van het Hebreeuwse woord, dat onderwijs en tucht betekent, zie Spr. 16:22.

Jeremia 10 vers 9

Uitgerekt In platen.

Hertaald: Uitgerekt In platen.

Tarsis Over den oceaan; zie 1 Kon. 10:22 .

Hertaald: Tarsis Over de oceaan; zie 1 Kon. 10:22.

Ufaz, Dit houdt men een te wezen met Ofir; waarvan zie 1 Kon. 9:28 ; anderen houden het voor Fez.

Hertaald: Ufaz, Men houdt dit voor hetzelfde als Ofir, waarover 1 Kon. 9:28; anderen houden het voor Fez.

hun Der afgodische beelden.

Hertaald: hun Van de afgodsbeelden.

wijzen Dat is, ervaren, kunstige werklieden, vergelijk boven Jer. 9:17 , en Ex. 31:6 .

Hertaald: wijzen Dat is: ervaren, kunstvaardige werklieden; vergelijk hierboven Jer. 9:17 en Ex. 31:6.

zijn zij De afgoden.

Hertaald: zijn zij De afgoden.

Jeremia 10 vers 10

de Waarheid, Anders: de Heere is waarachtig God; of, [in] waarheid; dat is, waarlijk, waarachtiglijk.

Hertaald: de Waarheid, Anders: de HEERE is waarachtig God; of: in waarheid, dat is: waarlijk, waarachtig.

levende Die allereigenlijkst gezegd mag worden te leven, als hebbende van eeuwigheid tot eeuwigheid zijn onbegrijpelijk, goddelijk leven en wezen in en van zichzelven, en levendmakende wien en wat Hij wil, als zijnde de fontein en auteur des levens; zie Joh. 5:21 , Joh. 5:26 , enz.; waarom Hij alleen als God behoort gekend en geëerd te worden.

Hertaald: levende Die het meest eigenlijk gezegd mag worden te leven, omdat Hij van eeuwigheid tot eeuwigheid Zijn onbegrijpelijke, goddelijke leven en wezen in en uit Zichzelf heeft en levend maakt wie en wat Hij wil, omdat Hij de Fontein en Bewerker van het leven is; zie Joh. 5:21 en Joh. 5:26, enzovoort. Daarom behoort Hij alleen als God gekend en geëerd te worden.

eeuwig Hebreeuws, Koning der eeuwigheid. Vergelijk 1 Tim. 1:17 .

Hertaald: eeuwig Hebreeuws: Koning van de eeuwigheid. Vergelijk 1 Tim. 1:17.

Jeremia 10 vers 11

Aldus . . . zeggen Dit vs. is gesteld in de Chaldeeuwse of Babylonische spraak, om den vromen Joden te leren hoe zij, in de gevangenschap van Babel zijnde, hun geloof van den waren God zouden belijden en de afgodendienaars tegenspreken.

Hertaald: Aldus . . . zeggen Dit vers staat in het Chaldeeuws of Babylonisch, om de vrome Joden te leren hoe zij, wanneer zij in de gevangenschap van Babel waren, hun geloof in de ware God zouden belijden en de afgodendienaars zouden tegenspreken.

Jeremia 10 vers 12

Die de aarde Onze God, dien wij dienen, van wien vs.10 gesproken is.

Hertaald: Die de aarde Onze God, Die wij dienen, over Wie in vers 10 gesproken is.

bereid Of, bevestigd, gevestigd.

Hertaald: bereid Of: bevestigd, gevestigd.

Jeremia 10 vers 13

stem Versta, den donder, gelijk Ps. 29:3 , enz., of Gods bevel, gelijk sommigen.

Hertaald: stem Versta: de donder, zoals in Ps. 29:3, enzovoort; of Gods bevel, zoals sommigen menen.

gedruis Of, veelheid, menigte.

Hertaald: gedruis Of: veelheid, menigte.

hemel, Dat is, de lucht.

Hertaald: hemel, Dat is: de lucht.

met den regen, Zie Job 37:11 , en Job 38:25 ; of tot regen, voor den regen.

Hertaald: met den regen, Zie Job 37:11 en Job 38:25; of: tot regen, voor de regen.

schatkameren Zie Job 38:22 , en Ps. 135:7 .

Hertaald: schatkameren Zie Job 38:22 en Ps. 135:7.

Jeremia 10 vers 14

Een ieder Versta, alle kunstige werkmeesters der afgodische beelden zij zo dom en onvernuftig geworden als beesten.

Hertaald: Een ieder Versta: alle kunstvaardige makers van de afgodsbeelden zijn zo dom en redeloos geworden als dieren.

zodat Of, van, door, of, in, vanwege [hunne] kunst van beelden te maken, waarin zij een groten roem meenden te behalen; vergelijk Rom. 1:22 .

Hertaald: zodat Of: van, door, of: in, vanwege hun kunst om beelden te maken, waarmee zij meenden grote roem te behalen; vergelijk Rom. 1:22.

gesneden beeld; Of, gegraven.

Hertaald: gesneden beeld; Of: gegraven.

leugen; Of, valsheid; het is enkel bedrog.

Hertaald: leugen; Of: valsheid; het is louter bedrog.

geest Dat is, adem, geblaas; zie Job 9:18 .

Hertaald: geest Dat is: adem, ademtocht; zie Job 9:18.

hen De gesneden en gegoten beelden.

Hertaald: hen De gesneden en gegoten beelden.

Jeremia 10 vers 15

een werk Dat is, enkel verleidend werk.

Hertaald: een werk Dat is: louter verleidend werk.

hunner Als God de afgoden en afgodendienaars tezamen zal straffen en verdelgen.

Hertaald: hunner Wanneer God de afgoden en de afgodendienaars samen zal straffen en verdelgen.

Jeremia 10 vers 16

deel Alzo noemt zich de Heere, omdat Hij een God, bondgenoot en Heiland, en vervolgens als een onwaardeerlijk erfdeel van zijn volk geworden is in den Messias; wiens medeërfgenamen zij zijn; Rom. 8:17 ; vergelijk Ps. 16:5 .

Hertaald: deel Zo noemt de HEERE Zichzelf, omdat Hij in de Messias een God, Bondgenoot en Heiland en daarmee een onschatbaar erfdeel van Zijn volk geworden is; zij zijn Zijn mede-erfgenamen, Rom. 8:17; vergelijk Ps. 16:5.

die, Te weten afgoden.

Hertaald: die, Namelijk: de afgoden.

want Hij is Of, maar.

Hertaald: want Hij is Of: maar.

roede Zie Ps. 74:2 .

Hertaald: roede Zie Ps. 74:2.

heirscharen Zie 1 Kon. 18:15 .

Hertaald: heirscharen Zie 1 Kon. 18:15.

Jeremia 10 vers 17

Raap Hebreeuws eigenlijk, verzamel, en voorts, neem, of raap weg; zie Ps. 26:9 . De woorden staan hier in het vrouwelijk geslacht, waaruit bij velen afgenomen wordt, dat God hier de dochter van Zion, of Jeruzalem aanspreekt, dat zij [zonder zich op de vastigheid der stad te verlaten] haar goed zou pakken en vluchten, overmits den nakenden overval der Babyloniërs, waarvan in het volgende, en klaarlijk vs.22; vergelijk boven Jer. 6:1 , en Jer. 8:14 ; Ezech. 12:3-4 . enz.; sommigen verstaan het van Babel.

Hertaald: Raap Hebreeuws eigenlijk: verzamel, en vervolgens: neem of raap weg; zie Ps. 26:9. De woorden staan hier in het vrouwelijk, waaruit velen afleiden dat God hier de dochter van Sion of Jeruzalem aanspreekt: dat zij, zonder op de sterkte van de stad te vertrouwen, haar goed zou pakken en vluchten vanwege de naderende inval van de Babyloniërs, waarover in het vervolg en duidelijk in vers 22. Vergelijk hierboven Jer. 6:1 en Jer. 8:14, en Ezech. 12:3-4, enzovoort. Sommigen verstaan het van Babel.

kramerij Of, koopmanschap.

Hertaald: kramerij Of: koopwaar.

Jeremia 10 vers 18

wegslingeren, Door de Babyloniërs als met een slinger uit het land werpen.

Hertaald: wegslingeren, Door de Babyloniërs als met een slinger uit het land werpen.

vinden Dat is, welverdiende straffen ontvangen, of de waarheid mijner profetieën metterdaad bevinden.

Hertaald: vinden Dat is: welverdiende straffen ontvangen, of de waarheid van Mijn profetieën metterdaad ondervinden.

Jeremia 10 vers 19

O, wee Woorden des lands, of van het volk van Jeruzalem, enz., gelijk boven Jer. 4:31 , of van den profeet, sprekende in den persoon des volks, alsof het zijn eigen lijden ware, dat hij gevoelt en draagt; vergelijk onder Jer. 14:17 .

Hertaald: O, wee Woorden van het land of van het volk van Jeruzalem, enzovoort, zoals hierboven in Jer. 4:31; of van de profeet, die spreekt in de persoon van het volk alsof het zijn eigen lijden was dat hij voelt en draagt; vergelijk hieronder Jer. 14:17.

breuk Gelijk boven Jer. 4:6 , en onder Jer. 14:17 .

Hertaald: breuk Zoals hierboven Jer. 4:6 en hieronder Jer. 14:17.

had gezegd Te weten bij mijzelven, dat is, gedacht dat het zo zwaar niet vallen zou, of ik zou het kunnen dragen en overkomen, maar het valt geheel anders dan ik mij had ingebeeld.

Hertaald: had gezegd Namelijk: bij mijzelf, dat is: ik dacht dat het niet zo zwaar zou vallen, of dat ik het wel zou kunnen dragen en te boven komen; maar het valt heel anders uit dan ik mij had voorgesteld.

Dit is immers Anders: gewisselijk dit is ene krankte, nochtans moet ik ze dragen, alsof hij zeide: Dit is wel terecht een zware krankte, veel zwaarder dan ik gemeend had, evenwel moet ik er aan.

Hertaald: Dit is immers Anders: zeker, dit is een ziekte, en toch moet ik haar dragen. Alsof hij zei: dit is werkelijk een zware ziekte, veel zwaarder dan ik gedacht had, en toch moet ik eraan geloven.

Jeremia 10 vers 20

kinderen Dat is, burgers van de stad Jeruzalem, in wier naam deze klacht gedaan wordt.

Hertaald: kinderen Dat is: de burgers van de stad Jeruzalem, in wier naam deze klacht gedaan wordt.

Jeremia 10 vers 21

herders Kerkelijke en politieke voorstanders.

Hertaald: herders Kerkelijke en wereldlijke leidslieden.

onvernuftig Gelijk boven vs.8, 14.

Hertaald: onvernuftig Zoals hierboven vers 8 en 14.

verstandiglijk Anders: zijn zij niet gelukkig, of voorspoedig geweest.

Hertaald: verstandiglijk Anders: zijn zij niet gelukkig of voorspoedig geweest.

weide Dat is, kudde van hunne weide, de gemeente.

Hertaald: weide Dat is: de kudde van hun weide, de gemeente.

Jeremia 10 vers 23

weg niet is; Dat is, zijn voornemen en doen niet in zijne macht is; zie Gen. 6:12 .

Hertaald: weg niet is; Dat is: dat zijn voornemen en doen niet in zijn eigen macht ligt; zie Gen. 6:12.

gang richte Of, trede, stap. Dienvolgens [wil de profeet zeggen] verzaken ik en alle gelovigen al onze eigen wijsheid en krachten, bevelende al ons voornemen en doen in dezen nood aan uw vaderlijke regering; biddende, dewijl Gij dit land door den koning van Babel wilt straffen, en hij met al zijn regering ook besloten is, dat Gij hem perk en maat wilt stellen, en uwen toorn met barmhartigheid over uw volk matigen, volgens uw genadige verbondsbeloften. Vergelijk boven Jer. 4:27 , hierop slaat dit en vs.24.

Hertaald: gang richte Of: schrede, stap. Daarom, wil de profeet zeggen, verzaken ik en alle gelovigen al onze eigen wijsheid en krachten en bevelen wij al ons voornemen en doen in deze nood aan Uw vaderlijke regering, terwijl wij bidden dat U — nu U dit land door de koning van Babel wilt straffen en ook híj met heel zijn bestuur onder Uw beschikking staat — hem perk en maat wilt stellen en Uw toorn over Uw volk met barmhartigheid wilt matigen, overeenkomstig Uw genadige verbondsbeloften. Vergelijk hierboven Jer. 4:27; daarop slaan dit vers en vers 24.

Jeremia 10 vers 24

Kastijd mij Zie Ps. 6:2 .

Hertaald: Kastijd mij Zie Ps. 6:2.

mate; Hebreeuws eigenlijk, met oordeel; dat is, hier, met redenen en discretie, of op een redelijke, of matige wijze, zoals Gij uwen kinderen beloofd hebt, dat Gij ook volgens uwe gerechtigheid houden zult. Zie onder Jer. 30:11 , en Jer. 46:28 , en vergelijk Jes. 30:18 ; Ezech. 34:16 ; het tegendeel is de vernietiging, waarvan in het volgende.

Hertaald: mate; Hebreeuws eigenlijk: met oordeel — dat is: hier: met rede en onderscheid, of op een redelijke, gematigde wijze, zoals U Uw kinderen beloofd hebt en zoals U dat overeenkomstig Uw gerechtigheid ook houden zult. Zie hieronder Jer. 30:11 en Jer. 46:28, en vergelijk Jes. 30:18 en Ezech. 34:16. Het tegendeel is de vernietiging, waarover in het vervolg.

te niet maakt Hebreeuws, vermindert, klein, weinig, of gering maakt; dat is, niet verbrijzelt of vergruist, of zo klein maakt dat ik geen volk meer zij, hetwelk een gevolg is van de uitstorting des goddelijken toorns, waarvan in vs.25. Dit wordt gesteld tegen de matige kastijding.

Hertaald: te niet maakt Hebreeuws: vermindert, klein, weinig of gering maakt — dat is: niet verbrijzelt of vergruist, of zo klein maakt dat ik geen volk meer ben, wat het gevolg is van de uitstorting van de goddelijke toorn, waarover in vers 25. Dit staat tegenover de gematigde kastijding.

Jeremia 10 vers 25

Stort Alsof hij zeide: Wilt Gij immers uw vollen toorn uitstorten, doe het toch niet over uw eigen volk, maar liever over uwe en uws volks vijanden.

Hertaald: Stort Alsof hij zei: wilt U dan toch Uw volle toorn uitstorten, doe het dan niet over Uw eigen volk maar liever over Uw vijanden en de vijanden van Uw volk.

niet kennen, Zie Job 18:21 , en Ps. 79:6 .

Hertaald: niet kennen, Zie Job 18:21 en Ps. 79:6.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De nietigheid der afgoden  — een spotlied over goden die gemaakt, vastgezet en gedragen moeten worden (Jer. 10:1-16)

"Leert den weg der heidenen niet, en ontzet u niet voor de tekenen des hemels" (Jer. 10:2). Wat volgt is een beschrijving van hoe een afgod ontstaat: het is hout uit het bos, bewerkt met de bijl, opgepronkt met zilver en goud, en vastgezet met spijkers en hamers "opdat het niet waggele" (Jer. 10:3-4). Dan volgt de samenvatting: "Zij zijn gelijk een palmboom van dicht werk, maar kunnen niet spreken; zij moeten gedragen worden, want zij kunnen niet gaan; vreest niet voor hen, want zij kunnen geen kwaad doen, ook is er geen goeddoen bij hen" (Jer. 10:5). Daartegenover staat: "Maar de HEERE God is de Waarheid, Hij is de levende God, en een eeuwig Koning" (Jer. 10:10), en: "Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid" (Jer. 10:12).

Bijbelse betekenis: Merk op langs welke lijn het spotlied loopt. Een afgod moet gemaakt worden, vastgezet worden en gedragen worden; van de levende God wordt gezegd dat Hij maakt, dat Hij leeft en dat Hij draagt. Dat is dezelfde tegenstelling die Jesaja uitwerkt (reeds behandeld bij Jes. 46:3-4). Let vervolgens op de zin over de spijkers. Een god die vastgezet moet worden om niet om te vallen, is de omkering van alles wat een god zou moeten zijn. Let ten slotte op Jer. 10:5. Er staat niet alleen dat afgoden geen kwaad kunnen doen, maar ook dat er geen goeddoen bij hen is. Het gevaar van afgoderij zit niet in de macht van het beeld maar in de leegte ervan: men verwacht iets van wat niets geven kan.

Typologie: Paulus zegt hetzelfde tegen de Atheners: God woont niet in tempelen met handen gemaakt, en wordt ook niet door mensenhanden verzorgd, alsof Hij iets nodig had (Hand. 17:24-25). En de gemeente te Thessalonica wordt geprezen omdat zij zich van de afgoden tot God bekeerde, om de levende en waarachtige God te dienen (reeds behandeld bij 1 Thess. 1:9).

Jer. 10:1-16; Jes. 46:3-4; Hand. 17:24-25; 1 Thess. 1:9

De weg van de mens  — een belijdenis dat een mens zijn eigen gang niet bestuurt (Jer. 10:23)

"Ik weet, o HEERE! dat bij den mens zijn weg niet is; het is niet bij een man, die wandelt, dat hij zijn gang richte" (Jer. 10:23). Het vers staat aan het slot van het hoofdstuk over de afgoden, en het is een gebed. Wat erop volgt is een bede om tuchtiging met mate: kastijd mij, maar met recht, niet in Uw toorn (Jer. 10:24).

Bijbelse betekenis: Merk op wie dit zegt. Niet iemand die niets onderneemt, maar een profeet die zijn hele leven op weg is geweest waar hij gezonden werd. De belijdenis komt dus niet voort uit lijdelijkheid maar uit ervaring. Let vervolgens op het verschil tussen de twee helften van het vers. Het eerste zegt dat de weg niet bij de mens is, het tweede dat hij zijn eigen stappen niet richt; het gaat dus zowel over de grote lijn als over de losse stap. Let ten slotte op de plaats van dit vers. Het volgt op een hoofdstuk waarin mensen goden maken en vastzetten. Wie zijn eigen god maakt, meent ook zijn eigen weg te bepalen; wie de levende God kent, weet dat hij dat niet doet.

Typologie: Spreuken zegt hetzelfde in de vorm van een spreuk: het hart van de mens overdenkt zijn weg, maar de HEERE stiert zijn gang (reeds behandeld bij Spr. 16:9). En Jakobus past het toe op plannen maken: men zou moeten zeggen: "Indien de Heere wil, en wij leven zullen, zo zullen wij dit of dat doen" (Jak. 4:15).

Jer. 10:23-24; Spr. 16:9; Jak. 4:15

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Jeremia 10

Jeremia 10:1-2.KruisverwijzingenLeviticus 20:23Leviticus 18:3Jeremia 22:2Jeremia 42:15Openbaring 2:29Amos 7:16Jeremia 13:151 Thessalonicenzen 2:13
— Hoort het woord, dat de HEERE tot ulieden spreekt, o huis Israels! Zo zegt de HEERE: Leert den weg der heidenen niet, en ontzet u niet voor de tekenen des hemels, dewijl zich de heidenen voor dezelve ontzetten.
Onder de heidenen gold het voor ongeluk wanneer bepaalde sterren in samenstand kwamen. Ook bepaalde dagen van de week werden voor ongelukkig gehouden, net zoals er tot op deze dag mensen zijn die menen dat het heel ongelukkig is iets op een vrijdag te beginnen. Er zwerven veel dwaze bijgelovigheden door deze zotte wereld, maar u die christenen bent, moest zulke dwaasheden nooit enige invloed op u laten hebben. Noch de duivelen van de hel, noch de sterren van de hemel kunnen ooit schaden wie hun vertrouwen op God stellen.

Jeremia 10:3-4.KruisverwijzingenJesaja 44:9Jesaja 45:20Jesaja 46:7Hosea 8:41 Koningen 18:26Mattheüs 6:7Jesaja 40:19Romeinen 1:21
— Want de inzettingen der volken zijn ijdelheid; want het is hout, dat men uit het woud gehouwen heeft, een werk van des werkmeesters handen met de bijl. Men pronkt het op met zilver en met goud; zij hechten ze met nagelen en met hameren, opdat het niet waggele.
Die oude profeten schepten er blijkbaar behagen in hoon te hopen op het godenmaken van de heidenen. Zelfs de heidense dichters maakten er spot mee. Een van hen zei heel wijselijk dat het redelijker zou zijn de werklieden te dienen die de god gemaakt hadden, dan de god die de werklieden gemaakt hadden.

Jeremia 10:5.KruisverwijzingenJesaja 46:71 Korinthe 12:2Jesaja 41:23Habakuk 2:19Jesaja 46:1Jesaja 44:9Openbaring 13:14Psalmen 115:5
— Zij zijn gelijk een palmboom van dicht werk, maar kunnen niet spreken; zij moeten gedragen worden, want zij kunnen niet gaan; vreest niet voor hen, want zij kunnen geen kwaad doen, ook is er geen goeddoen bij hen.
Fraaie goden moeten dat zijn! Zij kunnen zich niet verroeren en zelfs niet staan totdat zij vastgespijkerd zijn, en zij komen niet van hun plaats tenzij zij van de ene plek naar de andere gedragen worden.

Jeremia 10:6-8.KruisverwijzingenPsalmen 48:1Psalmen 96:4Exodus 15:11Openbaring 15:4Deuteronomium 33:26Jeremia 32:18Jesaja 12:6Psalmen 22:28
— Omdat niemand U gelijk is, o HEERE! zo zijt Gij groot, en groot is Uw Naam in mogendheid. Wie zou U niet vrezen, Gij Koning der heidenen? Want het komt U toe; omdat toch onder alle wijzen der heidenen, en in hun ganse koninkrijk, niemand U gelijk is. In een ding zijn zij toch onvernuftig en zot: een hout is een onderwijs der ijdelheden.
Mensen leren stokken en stenen te dienen mag met recht “een leer der ijdelheden” genoemd worden.

Jeremia 10:9.KruisverwijzingenPsalmen 115:4Daniël 10:51 Koningen 10:22Jesaja 40:19Ezechiël 27:12
— Uitgerekt zilver wordt van Tarsis gebracht, en goud van Ufaz, tot een werk des werkmeesters en van de handen des goudsmids; hemelsblauw en purper is hun kleding, een werk der wijzen zijn zij al te zamen.
Ga eens een rooms bedehuis binnen in Engeland of op het vasteland — of wat dat betreft een anglicaans, want zij lijken alle sterk op elkaar. U zult zien dat de goden van deze tijd niet beter zijn dan die waarop de profeten van ouds hun hoon uitgoten. En ik houd het voor onze plicht om hoon uit te gieten op deze heiligen en heiliginnen en Madonna’s en Bambino’s en ik weet niet wat er nog meer bij komt.

Jeremia 10:10-13.KruisverwijzingenDeuteronomium 32:4Psalmen 96:5Jesaja 2:18Psalmen 100:5Nahum 1:6Psalmen 42:2Psalmen 76:7Psalmen 31:5
— Maar de HEERE God is de Waarheid, Hij is de levende God, en een eeuwig Koning; van Zijn verbolgenheid beeft de aarde, en de heidenen kunnen Zijn gramschap niet verdragen. (Aldus zult gijlieden tot hen zeggen: De goden, die den hemel en de aarde niet gemaakt hebben, zullen vergaan van de aarde, en van onder dezen hemel.) Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand. Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.
Tot wat een hoogte van gewijde beeldspraak stijgt Jeremia hier! Hij lijkt zijn gewone zwaarmoedige geest af te leggen wanneer hij komt tot het zingen van de lof van de HEERE. Hij gebruikt taal die sterk lijkt op die van Job, zijn medelijder.

Jeremia 10:14.KruisverwijzingenJeremia 51:17Jeremia 10:8Jesaja 46:7Psalmen 135:16Habakuk 2:18Psalmen 115:4Jesaja 42:17Jesaja 44:18
— Een ieder mens is onvernuftig geworden, zodat hij geen wetenschap heeft, een ieder goudsmid is beschaamd van het gesneden beeld; want zijn gegoten beeld is leugen; en er is geen geest in hen.
Elke afgodendienaar bewijst dat hij niet meer weet dan een redeloos beest wanneer hij een stok of een steen dient. Het volgende vers brengt heel levendig de tegenstelling naar voren tussen deze valse goden en de ene levende en waarachtige God.

Jeremia 10:16.KruisverwijzingenDeuteronomium 32:9Jeremia 32:18Psalmen 74:2Jeremia 31:35Psalmen 119:57Jeremia 10:12Jeremia 51:19Jesaja 45:7
— Jakobs deel is niet gelijk die, want Hij is de Formeerder van alles, en Israel is de roede Zijner erfenis; HEERE der heirscharen is Zijn Naam.
Wat een gezegende naam is dat voor God: “Jakobs deel”! En de andere kant van de waarheid is even gezegend: “Israel is de roede Zijner erfenis.” God behoort aan Zijn volk, en zij behoren aan Hem. Als wij maar kunnen beseffen dat deze zegeningen de onze zijn, dan bouwen wij op het vaste fundament van het rijkst mogelijke geluk.

Jeremia 10:17-18.Kruisverwijzingen1 Samuël 25:29Ezechiël 12:3Jeremia 6:1Mattheüs 24:15Micha 2:10Jeremia 21:13Ezechiël 6:10Jeremia 23:20
— Raap uw kramerij weg uit het land, gij inwoneres der vesting! Want zo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal de inwoners des lands op ditmaal wegslingeren, en zal ze benauwen, opdat zij het vinden.
Zij waren tot hun vestingen gevlucht om beschutting te zoeken, want de Babyloniërs trokken tegen hen op. Maar er werd hun geen hoop op verlossing voorgehouden. Hun werd gezegd hun kleine bundeltjes in te pakken en hun geringe voorraad zo dicht bijeen te leggen als zij konden. Zij moesten weg naar een verafgelegen land, als gevangenen van de machtige koning Nebukadnezar. God vergelijkt hun gevangenschap met het krachtig uitwerpen van stenen uit een slinger: “Ik zal de inwoners des lands ditmaal wegslingeren.”

Hoe zwaar tuchtigde God Zijn volk in Jeremia’s dagen! En toch verwondert het ons niet dat Hij hen ten laatste in gevangenschap zond, wanneer wij denken aan hun ontelbare tergingen en aan hoe zij zich telkens weer tegen Hem verhieven.

Jeremia 10:19.KruisverwijzingenMicha 7:9Jeremia 14:17Klaagliederen 3:39Jeremia 4:31Psalmen 39:9Jesaja 8:17Jeremia 8:21Klaagliederen 3:18
— O, wee mij over mijn breuk! mijn plage is smartelijk; en ik had gezegd: Dit is immers een krankheid, die ik wel dragen zal!
Ach, kind van God, ook u moet leren dat te zeggen! Er zijn beproevingen en moeiten die over u komen waartegen u niet mag strijden, maar waarvan u moet zeggen: “Dit is wel een krankheid, en ik zal ze dragen.”

Jeremia 10:20.KruisverwijzingenJeremia 4:20Jeremia 31:15Jesaja 54:2Klaagliederen 1:5Spreuken 12:7Klaagliederen 2:4Jesaja 49:20Job 7:8
— Mijn tent is verstoord, en al mijn zelen zijn verscheurd; mijn kinderen zijn van mij uitgegaan, en zij zijn er niet; er is niemand meer, die mijn tent uitspant, en mijn gordijnen opricht.
Helaas, arm Israël! Zij was als een tent die weggenomen is, met niemand om haar weer op te zetten. Er zijn in deze tijd kerken die in die bedroevende staat zijn: de getrouwen ontvallen hun, er zijn geen nieuwe bekeerlingen en geen ernstige geesten, zodat de kerk zeggen moet: “Mijn tent is verstoord, en al mijn zelen zijn verscheurd; mijn kinderen zijn van mij uitgegaan, en zij zijn er niet; er is niemand, die mijn tent meer uitspant, en mijn gordijnen opricht.”

Ja, arme bedrukte kerk, dat mag alles waar zijn, en toch kan uw God u bezoeken. Hij is Die “de onvruchtbare doet wonen met een huisgezin, een blijde moeder van kinderen”. En u die uw dierbaarsten verloren hebt en die nu geen steun meer lijkt te hebben — uw kinderen zijn u alle ontnomen, maar uw God kan u opbouwen. Is Hij u niet beter dan tien zonen? En heeft Hij niet tot u gezegd: “want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam”?

Jeremia 10:21-22.KruisverwijzingenJeremia 9:11Jeremia 12:10Ezechiël 34:2Jeremia 2:8Jeremia 10:8Zacharia 13:7Jeremia 23:1Jeremia 23:9
— Want de herders zijn onvernuftig geworden, en hebben den HEERE niet gezocht; daarom hebben zij niet verstandiglijk gehandeld, en hun ganse weide is verstrooid. Ziet, er komt een stem des geruchts, en een groot beven uit het land van het noorden; dat men de steden van Juda zal stellen tot een verwoesting, een woning der draken.
Er komt een gerucht van een groot getier uit het land van het noorden.

Jeremia 10:23-24.KruisverwijzingenSpreuken 20:24Spreuken 16:1Psalmen 6:1Psalmen 38:1Psalmen 37:23Jeremia 30:11Psalmen 119:116Job 6:18
— Ik weet, o HEERE! dat bij den mens zijn weg niet is; het is niet bij een man, die wandelt, dat hij zijn gang richte. Kastijd mij, HEERE! doch met mate; niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niet maakt.
Wat een passend gebed is dit voor een zieke, voor een beproefde gelovige, voor het kind van God in diepe neerslachtigheid van ziel! Ik ken nauwelijks betere woorden die iemand van ons gebruiken kan. De smekende vraagt niet om ongetuchtigd te blijven, maar hij zegt: “kastijd mij met mate, niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niet maakt”.

Jeremia 10:25.KruisverwijzingenPsalmen 79:6Jeremia 8:16Psalmen 14:4Job 18:21Jeremia 50:17Ezechiël 25:6Jeremia 50:7Psalmen 27:2
— Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de geslachten, die Uw Naam niet aanroepen; want zij hebben Jakob opgegeten, ja, zij hebben hem opgegeten, en hem verteerd, en zijn woning verwoest.
Zo vraagt hij God om, in plaats van Zijn eigen kinderen te slaan, Zijn vijanden te slaan. En als wij bedenken wat wij van de Babyloniërs weten, verwondert het ons niet dat Jeremia zo’n gebed opzond.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content