Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jakobus 2

1 Mijn broeders, hebt niet het geloof van onzen Heere Jezus Christus, den Heere der heerlijkheid, met aanneming des persoons.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Mijn broedersG80, hebtG2192 nietG3361 het geloofG4102 van onzen HeereG2962 JezusG2424 ChristusG5547, den Heere der heerlijkheidG1391, metG1722 aanneming des persoons. Mijn broeders, hebt niet het geloof van onzen Heere Jezus Christus, den Heere der heerlijkheid, met aanneming des persoons.

Ook in dit vers aanneming persoonsG4382

KJV My brethren,1 have6 not3 the faith8 of our Lord10 Jesus12 Christ,13 the Lord of glory,15 with4 respect of persons.

1 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 2 μου G1473 mij, ik I, me 3 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 προσωποληψιαις G4382 aanneming persoons respect of persons 6 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πιστιν G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 11 ημων G1473 mij, ik I, me 12 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 13 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 δοξης G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Want zo in uw vergadering kwam een man met een gouden ring aan den vinger, in een sierlijke kleding, en er kwam ook een arm man in met een slechte kleding;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 WantG1063 zoG1437 inG1519 uw vergaderingG4864 kwam een manG435 met een gouden ringG5554 aan den vingerG1722, in een sierlijkeG2986 kledingG2066, en er kwam ookG2532 een arm manG4434 in met een slechteG4508 kledingG2066; Want zo in uw vergadering kwam een man met een gouden ring aan den vinger, in een sierlijke kleding, en er kwam ook een arm man in met een slechte kleding;

KJV For2 if1 there come3 unto4 your assembly6 a man8 with a gold ring,9 in10 goodly12 apparel,11 and14 there come in13 also15 a poor man16 in17 vile18 raiment;

1 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εισελθη G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 συναγωγην G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 7 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 8 ανηρ G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 9 χρυσοδακτυλιος G5554 gouden ring with a gold ring 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 εσθητι G2066 kleding, kleed apparel, clothing, raiment, robe 12 λαμπρα G2986 blinkend, sierlijke, blinkende bright, clear, gay, goodly, gorgeous, white 13 εισελθη G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 πτωχος G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 ρυπαρα G4508 slechte vile 19 εσθητι G2066 kleding, kleed apparel, clothing, raiment, robe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En gij zoudt aanzien dengene, die de sierlijke kleding draagt, en tot hem zeggen: Zit gij hier op een eerlijke plaats; en zoudt zeggen tot den arme: Sta gij daar; of: Zit hier onder mijn voetbank;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 EnG2532 gij zoudt aanzienG1914 dengene, die de sierlijkeG2986 kledingG2066 draagtG5409, enG2532 tot hemG846 zeggenG2036: ZitG2521 gijG4771 hier op een eerlijke plaatsG2573; enG2532 zoudt zeggenG2036 tot den armeG4434: StaG2476 gijG4771 daar; ofG2228: ZitG2521 hier onderG5259 mijn voetbankG5286; En gij zoudt aanzien dengene, die de sierlijke kleding draagt, en tot hem zeggen: Zit gij hier op een eerlijke plaats; en zoudt zeggen tot den arme: Sta gij daar; of: Zit hier onder mijn voetbank;

KJV And1 ye have respect2 to3 him that weareth5 the gay9 clothing,7 and10 say unto him,12 Sit14 thou13 here15 in a good place;16 and17 say to the poor,19 Stand22 thou21 there,23 or24 sit25 here26 under27 my footstool:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επιβλεψητε G1914 aangezien, aanzien, zie look upon, regard, have respect to 3 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 φορουντα G5409 draagt, dragen, dragende bear, wear 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εσθητα G2066 kleding, kleed apparel, clothing, raiment, robe 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 λαμπραν G2986 blinkend, sierlijke, blinkende bright, clear, gay, goodly, gorgeous, white 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ειπητε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 14 καθου G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 15 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 16 καλως G2573 wel, goed, recht (in a) good (place), honestly, + recover, (full) well 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 πτωχω G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 20 ειπητε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 21 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 22 στηθι G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 23 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 24 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 25 καθου G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 26 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 27 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 28 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 υποποδιον G5286 voetbank footstool 30 μου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Hebt gij dan niet in uzelven een onderscheid gemaakt, en zijt rechters geworden van kwade overleggingen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Hebt gij dan nietG3756 inG1722 uzelven een onderscheidG1252 gemaakt, enG2532 zijt rechtersG2923 gewordenG1096 van kwadeG4190 overleggingenG1261? Hebt gij dan niet in uzelven een onderscheid gemaakt, en zijt rechters geworden van kwade overleggingen?

KJV Are ye3 not2 then1 partial in4 yourselves,5 and6 are become7 judges8 of evil10 thoughts?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 διεκριθητε G1252 twijfelende, onderscheid, oordelen contend, make (to) differ(-ence), discern, doubt, judge, be partial, stagger, waver 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 εαυτοις G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 εγενεσθε G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 8 κριται G2923 rechter, Rechter, rechters judge 9 διαλογισμων G1261 overleggingen, gedachten, overlegging dispute, doubtful(-ing), imagination, reasoning, thought 10 πονηρων G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Hoort, mijn geliefde broeders, heeft God niet uitverkoren de armen dezer wereld, om rijk te zijn in het geloof, en erfgenamen des Koninkrijks, hetwelk Hij belooft dengenen, die Hem liefhebben?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 HoortG191, mijn geliefdeG27 broedersG80, heeft GodG2316 nietG3756 uitverkorenG1586 de armenG4434 dezer wereldG2889, om rijkG4145 te zijn inG1722 het geloofG4102, enG2532 erfgenamenG2818 des KoninkrijksG932, hetwelkG3739 Hij belooftG1861 dengenen, die HemG846 liefhebbenG25? Hoort, mijn geliefde broeders, heeft God niet uitverkoren de armen dezer wereld, om rijk te zijn in het geloof, en erfgenamen des Koninkrijks, hetwelk Hij belooft dengenen, die Hem liefhebben?

KJV Hearken,1 my beloved4 brethren,2 Hath8 not5 God7 chosen the poor10 of this world12 rich14 in15 faith,16 and17 heirs18 of the kingdom20 which21 he hath promised22 to them that love24 him?

1 ακουσατε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 3 μου G1473 mij, ik I, me 4 αγαπητοι G27 geliefden, geliefde, Geliefden (dearly, well) beloved, dear 5 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 8 εξελεξατο G1586 uitverkoren, verkiezen, verkoren make choice, choose (out), chosen 9 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πτωχους G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κοσμου G2889 wereld, versiersel adorning, world 13 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 πλουσιους G4145 rijk, rijken, rijke rich 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 πιστει G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 κληρονομους G2818 erfgenaam, erfgenamen, Erfgenaam heir 19 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 βασιλειας G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 21 ης G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 22 επηγγειλατο G1861 beloofd, Belovende, belijden profess, (make) promise 23 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 αγαπωσιν G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 25 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar gij hebt den armen oneer aangedaan. Overweldigen u niet de rijken, en trekken zij u niet tot de rechterstoelen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 MaarG1161 gij hebt den armenG4434 oneer aangedaanG818. OverweldigenG2616 uG4771 niet de rijkenG4145, en trekkenG1670 zijG846 uG4771 niet totG1519 de rechterstoelenG2922? Maar gij hebt den armen oneer aangedaan. Overweldigen u niet de rijken, en trekken zij u niet tot de rechterstoelen?

KJV But2 ye have despised3 the poor.5 Do9 not6 rich men8 oppress you, and11 draw12 you before15 the judgment seats?

1 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ητιμασατε G818 onteert, oneer aangedaan, onteren despise, dishonour, suffer shame, entreat shamefully 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πτωχον G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 6 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πλουσιοι G4145 rijk, rijken, rijke rich 9 καταδυναστευουσιν G2616 Overweldigen, overweldigd oppress 10 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ελκουσιν G1670 trekken, trok, trokken draw 14 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 κριτηρια G2922 gerechtzaken, rechterstoelen to judge, judgment (seat)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Lasteren zij niet den goeden naam, die over u aangeroepen is?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 LasterenG987 zijG846 nietG3756 den goedenG2570 naamG3686, die overG1909 uG4771 aangeroepenG1941 is? Lasteren zij niet den goeden naam, die over u aangeroepen is?

KJV Do3 not1 they2 blaspheme that worthy5 name6 by9 the which ye are called?

1 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 βλασφημουσιν G987 gelasterd, lasteren, lasterden (speak) blaspheme(-er, -mously, -my), defame, rail on, revile, speak evil 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 6 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 επικληθεν G1941 toegenaamd, aanroepen, beroepen appeal (unto), call (on, upon), surname 9 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 10 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Indien gij dan de koninklijke wet volbrengt, naar de Schrift: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven, zo doet gij wel;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Indien gij dan de koninklijkeG937 wetG3551 volbrengtG5055, naarG2596 de SchriftG1124: Gij zult uw naasteG4139 liefhebbenG25 alsG5613 uzelven, zo doetG4160 gij wel; Indien gij dan de koninklijke wet volbrengt, naar de Schrift: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven, zo doet gij wel;

KJV If1 ye fulfil4 the royal5 law3 according to6 the scripture,8 Thou shalt love9 thy neighbour11 as13 thyself,14 ye do16 well:

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 μεντοι G3305 echter, toch also, but, howbeit, nevertheless, yet 3 νομον G3551 wet, wetten, Wet law 4 τελειτε G5055 geeindigd, volbracht, volbrengt accomplish, make an end, expire, fill up, finish, go over, pay, perform 5 βασιλικον G937 koninklijk, koninklijke, konings king's, nobleman, royal 6 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γραφην G1124 Schrift, Schriften, Schriftuur scripture 9 αγαπησεις G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πλησιον G4139 naaste, nabij near, neighbour 12 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 13 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 14 σεαυτον G4572 uzelf thee, thine own self, (thou) thy(-self) 15 καλως G2573 wel, goed, recht (in a) good (place), honestly, + recover, (full) well 16 ποιειτε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Maar indien gij den persoon aanneemt, zo doet gij zonde, en wordt van de wet bestraft als overtreders.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Maar indien gij den persoon aanneemtG4380, zo doet gij zondeG266, en wordt vanG5259 de wetG3551 bestraftG1651 alsG5613 overtredersG3848. Maar indien gij den persoon aanneemt, zo doet gij zonde, en wordt van de wet bestraft als overtreders.

KJV But2 if1 ye have respect to persons,3 ye commit5 sin,4 and are convinced6 of7 the law9 as10 transgressors.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 προσωποληπτειτε G4380 persoon aanneemt have respect to persons 4 αμαρτιαν G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 5 εργαζεσθε G2038 werkt, werken, werkende commit, do, labor for, minister about, trade (by), work 6 ελεγχομενοι G1651 bestraft, bestraf, overtuigd convict, convince, tell a fault, rebuke, reprove 7 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 νομου G3551 wet, wetten, Wet law 10 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 11 παραβαται G3848 overtreder, overtreders breaker, transgress(-or)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want wie de gehele wet zal houden, en in een zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 WantG1063 wie de gehele wetG3551 zal houdenG5083, enG1161 inG1722 eenG1520 zal struikelenG4417, die is schuldigG1777 gewordenG1096 aan alle. Want wie de gehele wet zal houden, en in een zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.

KJV For2 whosoever1 shall keep6 the whole3 law,5 and yet8 offend7 in9 one10 point, he is11 guilty13 of all.

1 οστις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 νομον G3551 wet, wetten, Wet law 6 τηρησει G5083 bewaard, bewaren, bewaart hold fast, keep(- er), (pre-, re-)serve, watch 7 πταισει G4417 struikelen, gestruikeld, struikelt fall, offend, stumble 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 ενι G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 11 γεγονεν G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 12 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 13 ενοχος G1777 schuldig, strafbaar, onderworpen in danger of, guilty of, subject to
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want Die gezegd heeft: Gij zult geen overspel doen, Die heeft ook gezegd: Gij zult niet doden. Indien gij nu geen overspel zult doen, maar zult doden, zo zijt gij een overtreder der wet geworden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 WantG1063 Die gezegdG2036 heeft: Gij zult geen overspelG3431 doen, Die heeft ookG2532 gezegdG2036: Gij zult niet dodenG5407. IndienG1487 gij nuG1161 geen overspelG3431 zult doen, maarG1161 zult dodenG5407, zo zijt gij een overtrederG3848 der wetG3551 gewordenG1096. Want Die gezegd heeft: Gij zult geen overspel doen, Die heeft ook gezegd: Gij zult niet doden. Indien gij nu geen overspel zult doen, maar zult doden, zo zijt gij een overtreder der wet geworden.

KJV For2 he that said, Do5 not4 commit adultery,13 said also,7 Do9 not8 kill.14 Now11 if10 thou commit no12 adultery, yet if15 thou kill, thou art become16 a transgressor17 of the law.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 5 μοιχευσης G3431 overspel, overspel bedrijven, overspel begaande commit adultery 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 φονευσης G5407 doden, gedood, benijdt kill, do murder, slay 10 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 13 μοιχευσεις G3431 overspel, overspel bedrijven, overspel begaande commit adultery 14 φονευσεις G5407 doden, gedood, benijdt kill, do murder, slay 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 γεγονας G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 17 παραβατης G3848 overtreder, overtreders breaker, transgress(-or) 18 νομου G3551 wet, wetten, Wet law

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Spreekt alzo, en doet alzo, als die door de wet der vrijheid zult geoordeeld worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 SpreektG2980 alzoG3779, enG2532 doetG4160 alzoG3779, alsG5613 die doorG1223 de wetG3551 der vrijheidG1657 zult geoordeeldG3195 worden. Spreekt alzo, en doet alzo, als die door de wet der vrijheid zult geoordeeld worden.

KJV So1 speak ye,2 and3 so4 do,5 as6 they that shall be10 judged11 by7 the law8 of liberty.

1 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 2 λαλειτε G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 5 ποιειτε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 6 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 7 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 8 νομου G3551 wet, wetten, Wet law 9 ελευθεριας G1657 vrijheid liberty 10 μελλοντες G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 11 κρινεσθαι G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Want een onbarmhartig oordeel zal gaan over dengene, die geen barmhartigheid gedaan heeft; en de barmhartigheid roemt tegen het oordeel.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 WantG1063 een onbarmhartigG448 oordeelG2920 zal gaan over dengene, die geenG3361 barmhartigheidG1656 gedaanG4160 heeft; enG2532 de barmhartigheidG1656 roemtG2620 tegen het oordeelG2920. Want een onbarmhartig oordeel zal gaan over dengene, die geen barmhartigheid gedaan heeft; en de barmhartigheid roemt tegen het oordeel.

KJV For2 he shall have judgment3 without mercy,4 that hath shewed7 no6 mercy;8 and9 mercy11 rejoiceth against10 judgment.

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 κρισις G2920 oordeel, oordeels, gericht accusation, condemnation, damnation, judgment 4 ανιλεως G448 onbarmhartig without mercy 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 ποιησαντι G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 8 ελεος G1656 barmhartigheid, Barmhartigheid (+ tender) mercy 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 κατακαυχαται G2620 roemt, roem boast (against), glory, rejoice against 11 ελεος G1656 barmhartigheid, Barmhartigheid (+ tender) mercy 12 κρισεως G2920 oordeel, oordeels, gericht accusation, condemnation, damnation, judgment
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Wat nuttigheid is het, mijn broeders, indien iemand zegt, dat hij het geloof heeft, en hij heeft de werken niet? Kan dat geloof hem zaligmaken?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 WatG5101 nuttigheidG3786 is het, mijn broedersG80, indienG1437 iemandG5100 zegtG3004, dat hij het geloofG4102 heeftG2192, enG1161 hij heeftG2192 de werkenG2041 nietG3361? KanG1410 dat geloofG4102 hemG846 zaligmakenG4982? Wat nuttigheid is het, mijn broeders, indien iemand zegt, dat hij het geloof heeft, en hij heeft de werken niet? Kan dat geloof hem zaligmaken?

KJV What1 doth it profit,3 my brethren,4 though6 a man9 say8 he hath10 faith,7 and12 have14 not13 works?11 can16 faith18 save19 him?

1 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 οφελος G3786 nuttigheid advantageth, profit 4 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 5 μου G1473 mij, ik I, me 6 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 7 πιστιν G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 8 λεγη G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 10 εχειν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 11 εργα G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 14 εχη G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 17 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 πιστις G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 19 σωσαι G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 20 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Indien er nu een broeder of zuster naakt zouden zijn, en gebrek zouden hebben aan dagelijks voedsel;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 IndienG1437 er nuG1161 een broederG80 ofG2228 zusterG79 naaktG1131 zouden zijnG1510, en gebrekG3007 zouden hebben aan dagelijksG2184 voedselG5160; Indien er nu een broeder of zuster naakt zouden zijn, en gebrek zouden hebben aan dagelijks voedsel;

KJV If1 a brother3 or4 sister5 be7 naked,6 and8 destitute9 of daily12 food,

1 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αδελφος G80 broeders, broeder, broederen brother 4 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 5 αδελφη G79 zuster, zusters sister 6 γυμνοι G1131 naakt, bloot, naakte naked 7 υπαρχωσιν G5225 zijn, bestaan, aanwezig zijn; bezitting after, behave, live 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 λειπομενοι G3007 ontbreekt, gebrek, gebrekkelijk be destitute (wanting), lack 10 ωσιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 εφημερου G2184 dagelijks daily 13 τροφης G5160 spijze, voedsel, spijs food, meat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En iemand van u tot hen zou zeggen: Gaat henen in vrede, wordt warm, en wordt verzadigd; en gijlieden zoudt hun niet geven de nooddruftigheden des lichaams, wat nuttigheid is dat?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En iemandG5100 vanG1537 uG4771 tot henG846 zou zeggenG2036: Gaat henen inG1722 vredeG1515, wordt warmG2328, en wordt verzadigdG5526; en gijlieden zoudt hunG846 nietG3361 gevenG1325 de nooddruftighedenG2006 des lichaamsG4983, watG5101 nuttigheidG3786 is dat? En iemand van u tot hen zou zeggen: Gaat henen in vrede, wordt warm, en wordt verzadigd; en gijlieden zoudt hun niet geven de nooddruftigheden des lichaams, wat nuttigheid is dat?

KJV And2 one3 of5 you say unto them,4 Depart7 in8 peace,9 be ye warmed10 and11 filled;12 notwithstanding15 ye give14 them16 not13 those things which are needful18 to the body;20 what21 doth it profit?

1 ειπη G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 6 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 7 υπαγετε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 ειρηνη G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 10 θερμαινεσθε G2328 warmde, warmende, warm (be) warm(-ed, self) 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 χορταζεσθε G5526 verzadigd, verzadigen feed, fill, satisfy 13 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 14 δωτε G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 επιτηδεια G2006 nooddruftigheden things which are needful 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 σωματος G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 21 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 22 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 οφελος G3786 nuttigheid advantageth, profit

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelven dood.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 AlzoG3779 ookG2532 het geloofG4102, indienG1437 het de werkenG2041 nietG3361 heeftG2192, isG1510 bij zichzelvenG1438 doodG3498. Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelven dood.

KJV Even2 so1 faith,4 if it hath8 not works,7 is dead,9 being alone.11

1 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πιστις G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 5 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 εργα G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 8 εχη G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 9 νεκρα G3498 doden, dood, dode dead 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 καθ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 12 εαυτην G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt het geloof, en ik heb de werken. Toon mij uw geloof uit uw werken, en ik zal u uit mijn werken mijn geloof tonen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 MaarG235, zal iemandG5100 zeggenG2046: GijG4771 hebtG2192 het geloofG4102, en ikG1473 hebG2192 de werkenG2041. ToonG1166 mijG1473 uw geloofG4102 uitG1537 uw werkenG2041, en ikG1473 zal uG4771 uitG1537 mijn werkenG2041 mijn geloofG4102 tonenG1166. Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt het geloof, en ik heb de werken. Toon mij uw geloof uit uw werken, en ik zal u uit mijn werken mijn geloof tonen.

KJV Yea,1 a man3 may say,2 Thou4 hast6 faith,5 and I7 have9 works:8 shew10 me thy faith13 without16 thy works,21 and I23 will shew24 thee my faith31 by26 my works.

1 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 ερει G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 3 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 5 πιστιν G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 6 εχεις G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 7 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 8 εργα G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 9 εχω G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 10 δειξον G1166 tonen, toonde, getoond shew 11 μοι G1473 mij, ik I, me 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πιστιν G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 16 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 18 χωρις G5565 zonder, afgescheiden van beside, by itself, without 20 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 εργων G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 22 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 23 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 24 δειξω G1166 tonen, toonde, getoond shew 25 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 26 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 27 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 εργων G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 29 μου G1473 mij, ik I, me 30 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 πιστιν G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 32 μου G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Gij gelooft, dat God een enig God is; gij doet wel; de duivelen geloven het ook, en zij sidderen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 GijG4771 gelooftG4100, datG3754 GodG2316 een enigG1520 God isG1510; gij doetG4160 wel; de duivelenG1140 gelovenG4100 het ook, en zij sidderenG5425. Gij gelooft, dat God een enig God is; gij doet wel; de duivelen geloven het ook, en zij sidderen.

KJV Thou1 believest2 that3 there is one6 God;5 thou doest9 well:8 the devils12 also10 believe,13 and14 tremble.

1 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 2 πιστευεις G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 6 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 7 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 καλως G2573 wel, goed, recht (in a) good (place), honestly, + recover, (full) well 9 ποιεις G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 δαιμονια G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 13 πιστευουσιν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 φρισσουσιν G5425 sidderen tremble
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Maar wilt gij weten, o ijdel mens, dat het geloof zonder de werken dood is?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 MaarG1161 wiltG2309 gij wetenG1097, o ijdelG2756 mensG444, datG3754 het geloofG4102 zonder de werkenG2041 doodG3498 isG1510? Maar wilt gij weten, o ijdel mens, dat het geloof zonder de werken dood is?

KJV But2 wilt1 thou know,3 O4 vain6 man,5 that7 faith9 without10 works12 is dead?

1 θελεις G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 γνωναι G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 4 ω G5599 o (aanroep) O 5 ανθρωπε G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 κενε G2756 ijdel, ledig, ijdele empty, (in) vain 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πιστις G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 10 χωρις G5565 zonder, afgescheiden van beside, by itself, without 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 εργων G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 13 νεκρα G3498 doden, dood, dode dead 14 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Abraham, onze vader, is hij niet uit de werken gerechtvaardigd, als hij Izak, zijn zoon, geofferd heeft op het altaar?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 AbrahamG11, onze vaderG3962, is hij nietG3756 uitG1537 de werkenG2041 gerechtvaardigdG1344, als hij IzakG2464, zijn zoonG5207, geofferdG399 heeft opG1909 het altaarG2379? Abraham, onze vader, is hij niet uit de werken gerechtvaardigd, als hij Izak, zijn zoon, geofferd heeft op het altaar?

KJV Was8 not5 Abraham1 our father3 justified by6 works,7 when he had offered9 Isaac10 his13 son12 upon14 the altar?

1 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 4 ημων G1473 mij, ik I, me 5 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 7 εργων G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 8 εδικαιωθη G1344 gerechtvaardigd, rechtvaardigen, rechtvaardigt free, justify(-ier), be righteous 9 ανενεγκας G399 bracht, offeren, gedragen bear, bring (carry, lead) up, offer (up) 10 ισαακ G2464 Izak, Izaks, Izaak Isaac 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 15 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 θυσιαστηριον G2379 altaar, altaars, altaren altar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Ziet gij wel, dat het geloof mede gewrocht heeft met zijn werken, en het geloof volmaakt is geweest uit de werken?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Ziet gij wel, datG3754 het geloofG4102 mede gewrochtG4903 heeft met zijn werkenG2041, enG2532 het geloofG4102 volmaaktG5048 is geweest uitG1537 de werkenG2041? Ziet gij wel, dat het geloof mede gewrocht heeft met zijn werken, en het geloof volmaakt is geweest uit de werken?

KJV Seest thou1 how2 faith4 wrought5 with his8 works,7 and9 by10 works12 was15 faith14 made perfect?

1 βλεπεις G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 2 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πιστις G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 5 συνηργει G4903 mede gewrocht, medearbeidende, medewerken help (work) with, work(-er) together 6 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εργοις G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 εργων G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 13 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πιστις G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 15 ετελειωθη G5048 volmaakt, heiligen, voleindigd consecrate, finish, fulfil, make) perfect
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En de Schrift is vervuld geworden, die daar zegt: En Abraham geloofde God, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend, en hij is een vriend van God genaamd geweest.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En de SchriftG1124 is vervuldG4137 geworden, die daar zegtG3004: En AbrahamG11 geloofdeG4100 GodG2316, en het is hem totG1519 rechtvaardigheidG1343 gerekendG3049, en hij is een vriendG5384 van GodG2316 genaamdG2564 geweest. En de Schrift is vervuld geworden, die daar zegt: En Abraham geloofde God, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend, en hij is een vriend van God genaamd geweest.

KJV And1 the scripture4 was fulfilled2 which saith,6 Abraham9 believed7 God,11 and12 it was imputed13 unto him14 for15 righteousness:16 and17 he was called20 the Friend18 of God.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επληρωθη G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 γραφη G1124 Schrift, Schriften, Schriftuur scripture 5 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 λεγουσα G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 επιστευσεν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ελογισθη G3049 gerekend, toegerekend, acht conclude, (ac-)count (of), + despise, esteem, impute, lay, number, reason, reckon, suppose, think (on) 14 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 δικαιοσυνην G1343 rechtvaardigheid, gerechtigheid righteousness 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 φιλος G5384 vrienden, vriend, Vriend friend 19 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 20 εκληθη G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Ziet gij dan nu, dat een mens uit de werken gerechtvaardigd wordt, en niet alleenlijk uit het geloof?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 ZietG3708 gij dan nu, datG3754 een mensG444 uitG1537 de werkenG2041 gerechtvaardigdG1344 wordt, enG2532 nietG3756 alleenlijk uitG1537 het geloofG4102? Ziet gij dan nu, dat een mens uit de werken gerechtvaardigd wordt, en niet alleenlijk uit het geloof?

KJV Ye see1 then3 how that4 by5 works6 a man8 is justified,7 and9 not10 by11 faith12 only.

1 ορατε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 τοινυν G5106 then, therefore 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 6 εργων G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 7 δικαιουται G1344 gerechtvaardigd, rechtvaardigen, rechtvaardigt free, justify(-ier), be righteous 8 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 12 πιστεως G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 13 μονον G3440 alleen, slechts alone, but, only
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En desgelijks ook Rachab, de hoer, is zij niet uit de werken gerechtvaardigd geweest, als zij de gezondenen heeft ontvangen, en door een anderen weg uitgelaten?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En desgelijks ookG2532 RachabG4460, de hoerG4204, is zij nietG3756 uitG1537 de werkenG2041 gerechtvaardigdG1344 geweest, als zij de gezondenenG32 heeft ontvangenG5264, en door een anderen wegG3598 uitgelatenG1544? En desgelijks ook Rachab, de hoer, is zij niet uit de werken gerechtvaardigd geweest, als zij de gezondenen heeft ontvangen, en door een anderen weg uitgelaten?

KJV Likewise1 also3 was10 not7 Rahab4 the harlot6 justified by8 works,9 when she had received11 the messengers,13 and14 had sent them out17 another15 way?

1 ομοιως G3668 insgelijks, evenzo likewise, so 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ρααβ G4460 Rachab Rahab 5 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πορνη G4204 hoer, hoeren, hoererijen harlot, whore 7 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 εργων G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 10 εδικαιωθη G1344 gerechtvaardigd, rechtvaardigen, rechtvaardigt free, justify(-ier), be righteous 11 υποδεξαμενη G5264 ontving, genomen, ontvangen receive 12 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αγγελους G32 engel, engelen, engels angel, messenger 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ετερα G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 16 οδω G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 17 εκβαλουσα G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 WantG1063 gelijk het lichaamG4983 zonder geestG4151 doodG3498 isG1510, alzoG3779 isG1510 ookG2532 het geloofG4102 zonder de werkenG2041 doodG3498. Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood.

KJV For2 as1 the body4 without5 the spirit6 is dead,7 so9 faith12 without13 works15 is dead16 also.

1 ωσπερ G5618 gelijkerwijs, geschiedt (even, like) as 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 σωμα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 5 χωρις G5565 zonder, afgescheiden van beside, by itself, without 6 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 7 νεκρον G3498 doden, dood, dode dead 8 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πιστις G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 13 χωρις G5565 zonder, afgescheiden van beside, by itself, without 14 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 εργων G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 16 νεκρα G3498 doden, dood, dode dead 17 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jakobus 2:1 Spreuken 24:23 Leviticus 19:15 Jakobus 2:9 Spreuken 28:21 Deuteronomium 16:19 2 Kronieken 19:7 Deuteronomium 1:17 Mattheüs 22:16
Jakobus 2:2 Lukas 15:22 Esther 3:10 Zacharia 3:3 Esther 8:2 Genesis 27:15 Mattheüs 11:8 Jesaja 64:6
Jakobus 2:3 2 Korinthe 8:9 Lukas 7:44 Judas 1:16 Jakobus 2:6 Jesaja 65:5
Jakobus 2:4 Johannes 7:24 Maleachi 2:9 Job 34:19 Mattheüs 7:1 Jakobus 4:11 Psalmen 58:1 Psalmen 82:2 Psalmen 109:31
Jakobus 2:5 Mattheüs 5:3 Lukas 12:21 Jakobus 1:12 Lukas 6:20 Lukas 12:32 Openbaring 2:9 1 Petrus 1:4 Openbaring 21:7
Jakobus 2:6 1 Korinthe 11:22 Handelingen 17:6 Handelingen 18:12 Spreuken 14:31 Psalmen 14:6 Handelingen 13:50 Handelingen 8:3 Jakobus 5:6
Jakobus 2:7 Filippenzen 2:9 Openbaring 13:5 Handelingen 11:26 Mattheüs 1:23 Psalmen 111:9 Handelingen 4:12 Openbaring 19:16 Jesaja 9:6
Jakobus 2:8 Leviticus 19:18 Galaten 5:14 Mattheüs 25:23 Leviticus 19:34 Filippenzen 4:14 Mattheüs 25:21 Romeinen 13:8 Lukas 10:27
Jakobus 2:9 Leviticus 19:15 Johannes 8:46 Johannes 8:9 Galaten 2:19 Romeinen 3:20 Jakobus 2:1 Judas 1:15 1 Johannes 3:4
Jakobus 2:10 Galaten 3:10 Mattheüs 5:18 Deuteronomium 27:26
Jakobus 2:11 Exodus 20:13 Deuteronomium 5:17 Mattheüs 5:21 Romeinen 13:9 Leviticus 4:22 Leviticus 4:13 Lukas 18:20 Leviticus 4:2
Jakobus 2:12 Jakobus 1:25 Jakobus 2:8 Filippenzen 4:8 Kolossenzen 3:17 2 Petrus 1:4
Jakobus 2:13 Mattheüs 6:15 Mattheüs 5:7 Spreuken 21:13 Mattheüs 18:28 Lukas 6:37 Mattheüs 25:41 Psalmen 18:25 Micha 7:18
Jakobus 2:14 Mattheüs 7:26 Jakobus 1:22 Mattheüs 7:21 2 Petrus 1:5 Hebreeën 13:9 Hebreeën 11:7 1 Korinthe 13:2 Titus 3:8
Jakobus 2:15 Lukas 3:11 Jesaja 58:7 Markus 14:7 Jakobus 2:5 Job 31:16 Jesaja 58:10 Mattheüs 25:35 Ezechiël 18:7
Jakobus 2:16 1 Johannes 3:16 Romeinen 12:9 Mattheüs 25:42 Mattheüs 14:15 2 Korinthe 8:8 Mattheüs 15:32 Spreuken 3:27 Job 22:7
Jakobus 2:17 Jakobus 2:26 Jakobus 2:19 1 Timotheüs 1:5 Jakobus 2:14 2 Petrus 1:5 1 Korinthe 13:13 1 Korinthe 13:3 1 Thessalonicenzen 1:3
Jakobus 2:18 Jakobus 3:13 Titus 2:7 Jakobus 2:14 Titus 2:11 Galaten 5:6 Jakobus 2:22 Hebreeën 11:6 1 Timotheüs 1:5
Jakobus 2:19 Lukas 4:34 Handelingen 16:17 Markus 1:24 Mattheüs 8:29 Markus 5:7 Jesaja 46:9 Jesaja 43:10 Deuteronomium 6:4
Jakobus 2:20 Spreuken 12:11 Galaten 5:6 Jakobus 2:26 Romeinen 1:21 Jakobus 2:17 Jakobus 1:26 Titus 1:10 Psalmen 94:8
Jakobus 2:21 Genesis 22:16 Genesis 22:9 Jakobus 2:18 Handelingen 7:2 Mattheüs 25:31 Mattheüs 12:37 Romeinen 4:1 Johannes 8:53
Jakobus 2:22 1 Thessalonicenzen 1:3 Hebreeën 11:17 1 Johannes 4:17 1 Johannes 2:5 Jakobus 2:18 Galaten 5:6
Jakobus 2:23 Genesis 15:6 Jesaja 41:8 2 Kronieken 20:7 Galaten 3:6 Romeinen 4:3 Romeinen 4:22 Job 16:21 Lukas 4:21
Jakobus 2:24 Jakobus 2:15 Jakobus 2:21 Psalmen 60:12
Jakobus 2:25 Hebreeën 11:31 Jozua 2:1 Jozua 2:15 Mattheüs 1:5 Jozua 2:19 Jozua 6:22 Jozua 2:4 Mattheüs 21:31
Jakobus 2:26 Jakobus 2:20 Jakobus 2:17 Prediker 12:7 Psalmen 146:4 Psalmen 104:29 Jesaja 2:22 Handelingen 7:59 Lukas 23:46
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jakobus 2 vers 1

het geloof van onzen Dat is, het christengeloof, waarvan Christus het fundament is; 1 Kor. 3:11.

Hertaald: het geloof van onzen Dat is: het christelijke geloof, waarvan Christus het fundament is; 1 Kor. 3:11.

den Heere der heerlijkheid, Hiermede wordt aangewezen de waardigheid van het christengeloof, als dat niet alleen ziet op Christus voor ons gekruisigd, 1 Kor. 2:2; maar ook die van eeuwigheid God is, en nu in heerlijkheid zit aan de rechterhand van God in de hoogste plaats. Zie 1 Kor. 2:8; Hebr. 1:3; 1 Petr. 3:22. Anderen voegen dit woord der heerlijkheid bij het woord het geloof; omdat het geloof vooral daarop ziet, dat Christus door Zijn lijden ingegaan is in Zijn heerlijkheid, en alle gelovigen in deze ook zal inbrengen en deze deelachtig maken.

Hertaald: den Heere der heerlijkheid, Hiermee wordt de waardigheid van het christelijke geloof aangewezen: dat het niet alleen ziet op Christus Die voor ons gekruisigd is, 1 Kor. 2:2, maar ook op Hem Die van eeuwigheid God is en Die nu in heerlijkheid aan de rechterhand van God op de hoogste plaats zit. Zie 1 Kor. 2:8; Hebr. 1:3; 1 Petr. 3:22. Anderen voegen het woord der heerlijkheid bij het woord het geloof, omdat het geloof vooral daarop ziet dat Christus door Zijn lijden in Zijn heerlijkheid ingegaan is en dat Hij alle gelovigen daar ook zal binnenbrengen en daaraan deel zal geven.

met aanneming des persoons Dat is, van de uiterlijke gelegenheid des mensen, die tot de zaak niets doet, gelijk rijkdom, macht, enz.; zie hiervan de aantekeningen Hand. 10:34; Rom. 2:11.

Hertaald: met aanneming des persoons Dat is: met aanneming van de uiterlijke omstandigheden van de mens, die met de zaak niets te maken hebben, zoals rijkdom, macht, enzovoort; zie hierover de aantekeningen bij Hand. 10:34; Rom. 2:11.

Jakobus 2 vers 2

vergadering kwam Grieks synagoge; waardoor verstaan worden niet de Joodse scholen of synagogen, waar de christenen niet meer kwamen om hun godsdienst te oefenen, maar allerlei plaatsen, waar de christenen bijeen kwamen om den godsdienst te plegen.

Hertaald: vergadering kwam Grieks: synagōgè. Daaronder worden niet de Joodse scholen of synagogen verstaan, waar de christenen niet meer kwamen om hun godsdienst te beoefenen, maar allerlei plaatsen waar de christenen bijeenkwamen om de godsdienst te beoefenen.

een man met een gouden Dat is, rijke lieden die vanwege hun rijkdom of pracht voorgetrokken worden, waaronder dikwijls worden gevonden zodanigen als beschreven worden Jak. 1:6-7.

Hertaald: een man met een gouden Dat is: rijke mensen die vanwege hun rijkdom of hun pracht voorgetrokken worden. Onder hen worden dikwijls mensen gevonden zoals die beschreven worden in Jak. 1:6-7.

sierlijke kleding, Grieks blinkende.

Hertaald: sierlijke kleding, Grieks: glanzende.

een arm man in Namelijk hoewel hij vroom en gelovig is.

Hertaald: een arm man in Namelijk hoewel hij vroom en gelovig is.

met een slechte kleding; Grieks in een vuile kleding.

Hertaald: met een slechte kleding; Grieks: in een vuile kleding.

Jakobus 2 vers 3

aanzien dengene, Dat is, uwe ogen allen tezamen op hem slaan met eerbied.

Hertaald: aanzien dengene, Dat is: uw ogen allen samen met eerbied op hem richten.

op een eerlijke plaats; Grieks wel, of eerlijk.

Hertaald: op een eerlijke plaats; Grieks: goed, of: eerbaar.

den arme Sta Namelijk die in de vergadering komt. Zie vs.2.

Hertaald: den arme Namelijk de arme die in de bijeenkomst komt. Zie vers 2.

Jakobus 2 vers 4

Hebt gij dan Of zijt gij niet in uzelf veroordeeld? Dat is, in uw conscientie overtuigd, dat gij daar kwalijk aan doet.

Hertaald: Hebt gij dan Of: bent u niet in uzelf veroordeeld? Dat is: in uw geweten ervan overtuigd dat u daar verkeerd aan doet.

rechters geworden Dat is, gij hebt geoordeeld dat uw kwade overleggingen in dit aannemen des persoons goed en behoorlijk waren. Of rechters die kwade overleggingen hebben; dat is, verkeerde rechters.

Hertaald: rechters geworden Dat is: u hebt geoordeeld dat uw verkeerde overwegingen bij dit aanzien van de persoon goed en gepast waren. Of: rechters die verkeerde overwegingen hebben, dat is: onrechtvaardige rechters.

Jakobus 2 vers 5

heeft God niet Dat is, hebt gij niet gelezen, of geleerd, verstaan, dat God, enz.

Hertaald: heeft God niet Dat is: hebt u niet gelezen, of geleerd en begrepen, dat God, enzovoort.

uitverkoren Namelijk van eeuwigheid voor de grondlegging der wereld, Ef. 1:4, en in den tijd geroepen.

Hertaald: uitverkoren Namelijk van eeuwigheid uitverkoren, vóór de grondlegging van de wereld, Ef. 1:4, en in de tijd geroepen.

de armen dezer Niet allen, maar meer armen dan rijken; 1 Kor. 1:26.

Hertaald: de armen dezer Niet alle armen, maar meer armen dan rijken; 1 Kor. 1:26.

om rijk te zijn Of om te worden rijk in het geloof, enz. Zie dergelijke wijze van spreken Rom. 8:29; gelijk de volgende woorden deze zin noodzakelijk vereisen.

Hertaald: om rijk te zijn Of: om rijk te worden in het geloof, enzovoort. Zie een dergelijke manier van spreken in Rom. 8:29; de volgende woorden vragen deze betekenis noodzakelijk.

des Koninkrijks, Namelijk der hemelen, en van alle hemelse goederen, hoewel zij de goederen dezer wereld niet hebben.

Hertaald: des Koninkrijks, Namelijk het Koninkrijk van de hemel en van alle hemelse goederen, hoewel zij de goederen van deze wereld niet hebben.

die Hem liefhebben? Namelijk hetzij armen of rijken; hetwelk hij daarbij doet, opdat de rijken niet zouden menen van de verkiezing en dit koninkrijk ten enenmale uitgesloten te wezen.

Hertaald: die Hem liefhebben? Namelijk hetzij armen, hetzij rijken. Dat voegt hij eraan toe, opdat de rijken niet zouden menen dat zij van de verkiezing en van dit koninkrijk volkomen uitgesloten zijn.

Jakobus 2 vers 6

oneer aangedaan Namelijk daarmede, dat gij een zodanigen rijke meer eer aandoet, als een gelovigen arme, dien gij veracht.

Hertaald: oneer aangedaan Namelijk doordat u zo'n rijke meer eer aandoet dan een gelovige arme, die u veracht.

Overweldigen u Hij bewijst dat zodanige rijken zulke eer niet waardig zijn, om hunner boosheid wil, dewijl zij de gelovigen geweldig onderdrukken.

Hertaald: Overweldigen u Hij bewijst dat zulke rijken die eer niet waardig zijn, vanwege hun boosheid, omdat zij de gelovigen met geweld onderdrukken.

tot de rechterstoelen? Namelijk om aldaar door schijn van recht, de gelovigen vals te beschuldigen en onbarmhartig te doen veroordelen. Zie Matt. 10:17.

Hertaald: tot de rechterstoelen? Namelijk om daar onder de schijn van recht de gelovigen valselijk aan te klagen en onbarmhartig te laten veroordelen. Zie Matth. 10:17.

Jakobus 2 vers 7

den goeden naam, Nnamelijk van den Heere Jezus Christus, den Zoon Gods.

Hertaald: den goeden naam, Namelijk de naam van de Heere Jezus Christus, de Zoon van God.

die over u aangeroepen is? Namelijk als gij in Zijn naam gedoopt zijt. Of naar welken gij toegenaamd zijt, namelijk Christenen; een Hebreeuwse wijze van spreken. Zie dergelijke Gen. 48:16; Jes. 4:1.

Hertaald: die over u aangeroepen is? Namelijk toen u in Zijn naam gedoopt bent. Of: naar Wie u genoemd bent, namelijk christenen; dit is een Hebreeuwse manier van spreken. Zie iets dergelijks in Gen. 48:16; Jes. 4:1.

Jakobus 2 vers 8

de koninklijke wet Dat is, de voornaamste en algemene wet, waaronder alle anderen zijn begrepen, gelijk ook een algemene heirbaan een koninklijke weg genoemd wordt, Num. 21:22. Of die God, een Heer en koning over allen, ons voorgeschreven en geboden heeft.

Hertaald: de koninklijke wet Dat is: de belangrijkste en algemene wet, waaronder alle andere begrepen zijn, zoals ook een algemene heirbaan een koninklijke weg genoemd wordt, Num. 21:22. Of: de wet die God, een Heer en Koning over allen, ons voorgeschreven en geboden heeft.

volbrengt, naar Of onderhoudt. Want gesteld zijnde, dat iemand de ganse wet van de liefde des naasten onderhield, en hij den persoon aannam, gelijk gezegd is, zo is hij een overtreder derzelfde wet; daar de liefde van den naaste geen plaats kan hebben, waar de naaste veracht wordt; gelijk in vs.9 verklaard wordt.

Hertaald: volbrengt, naar Of: onderhoudt. Want gesteld dat iemand de hele wet van de liefde tot de naaste onderhield en dat hij toch de persoon aanzag zoals gezegd is, dan is hij een overtreder van diezelfde wet. Want de liefde tot de naaste kan geen plaats hebben waar de naaste veracht wordt, zoals in vers 9 verklaard wordt.

Jakobus 2 vers 9

den persoon aanneemt, Namelijk gelijk tevoren is verklaard vs.1,2, enz.

Hertaald: den persoon aanneemt, Namelijk zoals eerder verklaard is in vers 1 en 2, enzovoort.

doet gij zonde, Grieks werkt; dat is, doet een werk dat zonde is, als strijdende tegen de liefde van den naaste.

Hertaald: doet gij zonde, Grieks: werkt; dat is: doet een werk dat zonde is, omdat het strijdt met de liefde tot de naaste.

de wet bestraft Namelijk in vs.8 vermeld.

Hertaald: de wet bestraft Namelijk de wet die in vers 8 genoemd is.

Jakobus 2 vers 10

wie Niet dat iemand de gehele wet volmaakt kan onderhouden, maar dit wordt gezegd onder voorwaarde, zo daar iemand ware, of zo iemand daarin roemt, gelijk de jongeling, Matt. 19:20.

Hertaald: wie Niet dat iemand de hele wet volmaakt kan onderhouden, maar dit wordt onder voorwaarde gezegd: als er iemand zou zijn die dat deed, of als iemand daarin roemt, zoals de jongeman in Matth. 19:20.

de gehele wet Namelijk uitgenomen dit ene, waarin hij mistreedt.

Hertaald: de gehele wet Namelijk met uitzondering van dat ene punt waarin hij misstapt.

struikelen, die Dat is, zondigen; een gelijkenis, genomen van degenen, die onder het wandelen of lopen hun voet stoten en vallen; zie hierna Jak. 3:2.

Hertaald: struikelen, die Dat is: zondigen. Dit is een vergelijking, genomen van mensen die bij het wandelen of lopen hun voet stoten en vallen; zie hierna Jak. 3:2.

is schuldig Dat is, heeft zich schuldig gemaakt aan de straf, die de wet tegen de overtreders uitspreekt, Deut. 27:26. Vervloekt is hij, die niet blijft in al, enz. Want die den wetgever durft verachten in het ene, die durft hem ook verachten in het andere; en die één lid van het lichaam kwetst, wordt gezegd het gehele lichaam gekwetst te hebben.

Hertaald: is schuldig Dat is: hij heeft zich schuldig gemaakt aan de straf die de wet over de overtreders uitspreekt, Deut. 27:26: vervloekt is hij die niet blijft in alles, enzovoort. Want wie de Wetgever in het ene durft te verachten, durft Hem ook in het andere te verachten; en van wie één lid van het lichaam verwondt, wordt gezegd dat hij het hele lichaam verwond heeft.

Jakobus 2 vers 11

Die heeft ook gezegd Dat is, het is één en dezelfde wetgever, die zo wel het ene heeft verboden als het andere.

Hertaald: Die heeft ook gezegd Dat is: het is één en dezelfde Wetgever, Die zowel het ene als het andere verboden heeft.

Jakobus 2 vers 12

Spreekt alzo, Namelijk zonder aanneming van den persoon.

Hertaald: Spreekt alzo, Namelijk zonder aanneming van de persoon.

de wet der vrijheid Dat is, door het Evangelie, waardoor verkondigd wordt, dat wij door Christus vrijgemaakt zijn van de strengheid der wet. Zie tevoren Jak. 1:25, en dies te zwaarder oordeel zullen hebben te verwachten, zo wij deze genade tot onbarmhartigheid misbruiken. Anderen zetten het over: Als die door de wet der vrijheid, dat is, naar de leer van het Evangelie, voortaan uwe broeders zult oordelen, zonder aanneming van den persoon.

Hertaald: de wet der vrijheid Dat is: door het Evangelie, waarin verkondigd wordt dat wij door Christus vrijgemaakt zijn van de strengheid van de wet. Zie hiervoor Jak. 1:25. En wij zullen des te zwaarder oordeel te verwachten hebben als wij deze genade tot onbarmhartigheid misbruiken. Anderen vertalen het: als mensen die voortaan door de wet van de vrijheid, dat is: naar de leer van het Evangelie, uw broeders zult beoordelen, zonder aanneming van de persoon.

Jakobus 2 vers 13

een onbarmhartig Dat is, hetwelk niet is verzacht of getemperd met barmhartigheid, of genade van vergeving.

Hertaald: een onbarmhartig Dat is: een oordeel dat niet verzacht of getemperd is met barmhartigheid of met de genade van de vergeving.

die geen barmhartigheid Dat is, die geen liefde tegen zijn naasten zal gepleegd of betoond hebben, waaronder ook zijn degenen, die uit aanneming van den persoon de armen verachten. Zie Mat 25.

Hertaald: die geen barmhartigheid Dat is: wie geen liefde tegenover zijn naasten betoond of bewezen zal hebben. Daaronder vallen ook zij die uit aanneming van de persoon de armen verachten. Zie Matth. 25.

de barmhartigheid roemt Dit verstaan sommigen van de barmhartigheid van God, die tegen het strenge oordeel der wet roemt, als het overwonnen en weggenomen hebbende van alle gelovigen door Christus. Maar de voorgaande woorden schijnen te eisen, dat het verstaan worde van de barmhartigheid des mensen, die hij aan zijn naasten heeft gedaan. Deze roemt, dat is, doet den mens, die ze gedaan heeft, in Christus roemen en zich verblijden, tegen het oordeel der verdoemenis, dat het over hem niet komen zal; daar het zeker is, dat het niet komen zal over de ware gelovigen, Joh. 5:24; Rom. 8:1; 1 Kor. 15:55, en hij door de werken der barmhartigheid en liefde van de waarheid en oprechtheid van zijn geloof is verzekerd; Matt. 25:35; Gal. 5:6.

Hertaald: de barmhartigheid roemt Sommigen verstaan dit van de barmhartigheid van God, die roemt tegen het strenge oordeel van de wet, omdat zij dat voor alle gelovigen door Christus overwonnen en weggenomen heeft. Maar de voorgaande woorden lijken te vragen dat het verstaan wordt van de barmhartigheid van de mens, die hij aan zijn naasten bewezen heeft. Die roemt, dat is: zij doet de mens die haar bewezen heeft in Christus roemen en zich verheugen tegenover het oordeel van de verdoemenis: dat het niet over hem zal komen. Want het is zeker dat het niet zal komen over de ware gelovigen, Joh. 5:24; Rom. 8:1; 1 Kor. 15:55; en hij wordt door de werken van barmhartigheid en liefde verzekerd van de waarheid en de oprechtheid van zijn geloof; Matth. 25:35; Gal. 5:6.

Jakobus 2 vers 14

Wat nuttigheid is Namelijk tot des mensen troost en zaligheid.

Hertaald: Wat nuttigheid is Namelijk tot troost en zaligheid van de mens.

zegt, dat hij het Dat is, uiterlijk belijdt en roemt, daar hij inderdaad geen waar geloof heeft.

Hertaald: zegt, dat hij het Dat is: uiterlijk belijdt en daarin roemt, terwijl hij in werkelijkheid geen waar geloof heeft.

dat geloof hem Dat is, zulk een geloof dat zonder de werken is.

Hertaald: dat geloof hem Dat is: zulk een geloof dat zonder de werken is.

zalig maken? Dat is, rechtvaardigen voor God? Hij wil zeggen: Geenszins.

Hertaald: zalig maken? Dat is: rechtvaardigen voor God? Hij wil zeggen: volstrekt niet.

Jakobus 2 vers 16

zou zeggen Dat is, de liefde aan hen zou tonen alleen met woorden.

Hertaald: zou zeggen Dat is: de liefde aan hen alleen met woorden zou tonen.

wat nuttigheid is dat? Hij wil zeggen: Gene; noch voor den arme, noch voor dengene die alleen met woorden liefheeft.

Hertaald: wat nuttigheid is dat? Hij wil zeggen: geen enkel nut, niet voor de arme en niet voor hem die alleen met woorden liefheeft.

Jakobus 2 vers 17

is bij zichzelven dood Of in zichzelf; dat is, heeft geen nuttigheid tot rechtvaardigmaking; en geen kracht om zalig te maken, niet meer dan een dood lichaam zonder ziel kracht heeft om enige werkingen des levens voort te brengen. Zie vs.26.

Hertaald: is bij zichzelven dood Of: in zichzelf; dat is: het heeft geen nut voor de rechtvaardigmaking en geen kracht om zalig te maken, niet meer dan een dood lichaam zonder ziel kracht heeft om enige werkingen van het leven voort te brengen. Zie vers 26.

Jakobus 2 vers 18

iemand Namelijk die het ware en levend geloof heeft, dat werkzaam is door goede werken.

Hertaald: iemand Namelijk iemand die het ware en levende geloof heeft, dat werkzaam is door goede werken.

zeggen Namelijk tot een huichelaar, die zich beroemt in het geloof, en geen goede werken voortbrengt.

Hertaald: zeggen Namelijk tegen een huichelaar die zich op het geloof beroemt en die geen goede werken voortbrengt.

Gij hebt het geloof, Namelijk een geloof dat zonder de goede werken is. Of gij zegt dat gij het geloof hebt. Laat het zo zijn.

Hertaald: Gij hebt het geloof, Namelijk een geloof dat zonder de goede werken is. Of: u zegt dat u het geloof hebt; laat dat zo zijn.

ik heb de werken Dat is, een geloof met de werken, of werkzaam door de goede werken.

Hertaald: ik heb de werken Dat is: een geloof met de werken, of een geloof dat werkzaam is door de goede werken.

Toon mij uw geloof Dat is, welaan, indien gij een waar geloof hebt, gelijk gij roemt en u inbeeldt, toon het door de werken, gelijk een boom door de goede vruchten toont, dat hij een goede boom is; Matt. 7:17-18.

Hertaald: Toon mij uw geloof Dat is: welnu, als u een waar geloof hebt zoals u roemt en u inbeeldt, toon dat dan door de werken, zoals een boom door de goede vruchten toont dat hij een goede boom is; Matth. 7:17-18.

uit uw werken, en Anderen lezen: zonder uwe werken; hetwelk ook een goeden zin heeft. Doch de meeste Griekse boeken hebben uit uwe werken.

Hertaald: uit uw werken, en Anderen lezen: zonder uw werken; dat geeft ook een goede betekenis. Maar de meeste Griekse handschriften hebben: uit uw werken.

uit mijn werken Namelijk als uit de vruchten van een waar geloof en een zeker bewijs daarvan.

Hertaald: uit mijn werken Namelijk als uit de vruchten van een waar geloof en als een zeker bewijs daarvan.

mijn geloof tonen Namelijk dat het een oprecht en waar geloof is.

Hertaald: mijn geloof tonen Namelijk tonen dat het een oprecht en waar geloof is.

Jakobus 2 vers 19

dat God een enig Dat is, gij gelooft niet, gelijk de heidenen, dat er vele goden zijn, maar dat er maar één God is, die zich in Zijn Woord geopenbaard heeft; Deut. 6:4; 1 Kor. 8:6.

Hertaald: dat God een enig Dat is: u gelooft niet zoals de heidenen dat er veel goden zijn, maar dat er maar één God is, Die Zich in Zijn Woord geopenbaard heeft; Deut. 6:4; 1 Kor. 8:6.

gij doet wel; Namelijk zo verre, dat gij dit artikel gelooft waarachtig te zijn, gelijk het ook is; maar zodanige kennis en toestemming van de artikelen des geloofs is niet genoeg tot een oprecht en waar geloof. Het bewijs volgt.

Hertaald: gij doet wel; Namelijk in zoverre dat u dit artikel voor waar houdt, zoals het ook is. Maar zulke kennis en zulke toestemming met de geloofsartikelen is niet genoeg voor een oprecht en waar geloof. Het bewijs volgt.

geloven het ook, Dat is, weten en toestemmen ook, dat er maar één God is; en hebben daarom nochtans geen waar geloof.

Hertaald: geloven het ook, Dat is: zij weten en stemmen ook toe dat er maar één God is, en toch hebben zij daarom nog geen waar geloof.

zij sidderen Of beven; namelijk voor het schrikkelijk oordeel van God, waartoe zij bewaard worden, 2 Petr. 2:4; en vertrouwen niet op de genade van God, en zoeken Hem niet als hunnen Vader te dienen.

Hertaald: zij sidderen Of: beven; namelijk voor het verschrikkelijke oordeel van God, waarvoor zij bewaard worden, 2 Petr. 2:4. Zij vertrouwen niet op de genade van God en zij zoeken Hem niet als hun Vader te dienen.

Jakobus 2 vers 20

wilt gij weten, Dat is, wilt gij nog klaarder onderwezen worden in dit stuk, ik zal het u nog klaarder bewijzen met de voorbeelden van Abraham en RacHab.

Hertaald: wilt gij weten, Dat is: wilt u in dit punt nog duidelijker onderwezen worden? Ik zal het u nog duidelijker bewijzen met de voorbeelden van Abraham en Rachab.

o ijdel mens, Dat is, gij geveinsde mens, die ijdelijk van het geloof roemt, zonder het met de werken te betonen.

Hertaald: o ijdel mens, Dat is: geveinsde mens, die zonder grond op het geloof roemt zonder het met de werken te betonen.

zonder de werken dood is? Dat is, zo het zonder goede werken is, gelijk vs.17.

Hertaald: zonder de werken dood is? Dat is: als het zonder goede werken is, zoals in vers 17.

Jakobus 2 vers 21

onze vader, Dat is, die een Vader is van alle ware gelovigen, Rom. 4:1, Rom. 4:11, Rom. 4:16, wiens geestelijke kinderen derhalve door geen ander geloof gerechtvaardigd worden, dan waardoor Abraham gerechtvaardigd is.

Hertaald: onze vader, Dat is: hij die een vader is van alle ware gelovigen, Rom. 4:1, Rom. 4:11, Rom. 4:16, en wier geestelijke kinderen daarom door geen ander geloof gerechtvaardigd worden dan het geloof waardoor Abraham gerechtvaardigd is.

is hij niet uit Dit schijnt te strijden met hetgeen Paulus zegt Rom 4, en Gal 3; waar hij leert en bewijst, dat Abraham gerechtvaardigd is, niet uit de werken maar door het geloof; hetwelk sommigen zelfs ook van de oude leraars heeft doen twijfelen, of deze zendbrief van Jakobus ook behoort voor Heilige Schrift erkend te worden. Doch als men de zaak wel inziet, zo is er gans geen strijd. Want het oogmerk van Paulus is, te leren tegen de valse apostelen, dat de mens voor God niet wordt gerechtvaardigd door Zijn eigene gerechtigheid, bestaande uit de werken der wet, die wij gedaan hebben, maar alleen door het geloof, dat is, door de gerechtigheid van Christus met het ware geloof aangenomen, Rom. 3:28; Gal. 2:16; Fil. 3:9; Tit. 3:4-5; Hebr. 10:38; en dit bewijst hij met het exempel van Abraham, Rom 4; maar het oogmerk van Jakobus is te leren tegen de mond-christenen, dat het geloof, waardoor wij voor God gerechtvaardigd worden, niet is alleen een kennis met toestemming, of een uiterlijke belijdenis van de artikelen des geloofs, maar ook een vast vertrouwen des harten op de genade Gods in

Hertaald: is hij niet uit Dit lijkt te strijden met wat Paulus zegt in Rom. 4 en Gal. 3, waar hij leert en bewijst dat Abraham niet uit de werken, maar door het geloof gerechtvaardigd is. Daardoor hebben zelfs sommige oude leraars getwijfeld of deze brief van Jakobus wel als Heilige Schrift erkend behoort te worden. Maar wanneer men de zaak goed bekijkt, is er helemaal geen strijd. Want het doel van Paulus is om tegen de valse apostelen te leren dat de mens voor God niet gerechtvaardigd wordt door zijn eigen gerechtigheid, die uit de werken van de wet bestaat die wij gedaan hebben, maar alleen door het geloof, dat is: door de gerechtigheid van Christus die met het ware geloof aangenomen wordt, Rom. 3:28; Gal. 2:16; Filipp. 3:9; Tit. 3:4-5; Hebr. 10:38; en dat bewijst hij met het voorbeeld van Abraham, Rom. 4. Maar het doel van Jakobus is anders. Hij leert tegen de mondchristenen dat het geloof waardoor wij voor God gerechtvaardigd worden niet alleen een kennis met toestemming of een uiterlijke belijdenis van de geloofsartikelen is, maar ook een vast vertrouwen van het hart op de genade van God in

is hij niet uit Christus, hetwelk in de ware gelovigen verwekt en voortbrengt de goede werken, waardoor zij verzekerd worden en voor anderen betonen, dat zij het ware zaligmakende geloof hebben en voor God gerechtvaardigd zijn; en daartoe brengt hij ook hier voor het exempel van Abraham, en bewijst dat zijn geloof, waardoor hij voor God gerechtvaardigd is, zodanig geloof is geweest, en dat zulks vooral blijkt uit dat grote werk des geloofs, als hij zijn zoon Izak heeft willen opofferen. Beide deze leringen zo van Paulus als van Jakobus zijn waarachtig en schriftmatig en strijden geenszins. Daarom, als Jakobus hier zegt dat Abraham gerechtvaardigd is uit de werken, dat is, gelijk hijzelf verklaart, uit dat werk als hij Izak heeft opgeofferd, zo verstaat hij door deze woorden uit de werken, dat Abraham met zijne werken betoond heeft, dat hij een waar en levend geloof had, en dat hij door de goede werken als vruchten daarvan voor God en de mensen betoond heeft, dat hij waarlijk voor God gerechtvaardigd was. Zodat Jakobus het woord gerechtvaardigd niet neemt in die betekenis, gelijk Paulus, als hij spreekt

Hertaald: is hij niet uit Christus, dat in de ware gelovigen de goede werken opwekt en voortbrengt. Daardoor worden zij verzekerd en tonen zij aan anderen dat zij het ware zaligmakende geloof hebben en voor God gerechtvaardigd zijn. Daartoe voert ook hij hier het voorbeeld van Abraham aan, en hij bewijst dat het geloof waardoor Abraham voor God gerechtvaardigd is zulk een geloof geweest is en dat het vooral blijkt uit dat grote werk van het geloof, toen hij zijn zoon Izak wilde offeren. Deze beide leringen, zowel die van Paulus als die van Jakobus, zijn waar en schriftuurlijk en zij strijden volstrekt niet met elkaar. Daarom bedoelt Jakobus, wanneer hij hier zegt dat Abraham uit de werken gerechtvaardigd is — dat is, zoals hij zelf verklaart, uit dat werk toen hij Izak offerde — met deze woorden uit de werken dat Abraham met zijn werken betoond heeft dat hij een waar en levend geloof had, en dat hij door de goede werken als de vruchten daarvan voor God en de mensen betoond heeft dat hij werkelijk voor God gerechtvaardigd was. Zo gebruikt Jakobus het woord gerechtvaardigd niet in de betekenis die Paulus eraan geeft wanneer die spreekt

is hij niet uit van de rechtvaardigmaking des mensen voor God, maar voor een betoning dezer rechtvaardigmaking voor God en de mensen; gelijk hij ook door het woord geloof, als hij ontkent dat wij daardoor alleen gerechtvaardigd worden, vs.24, verstaat een blote toestemming en belijdenis van het christengeloof, dat niet is vergezeld met vertrouwen noch met goede werken, gelijk het ware zaligmakende geloof. Want dat Abraham eigenlijk te spreken, uit dat werk niet voor God is gerechtvaardigd, blijkt klaar uit Gen. 15:6, waar gezegd wordt dat Abraham al enige jaren tevoren, eer hij zijn zoon opofferde, als hij de belofte van dezen zoon geloofde, door het geloof door God gerechtvaardigd is, gelijk hier ook Jakobus betuigt, vs.23.

Hertaald: is hij niet uit over de rechtvaardigmaking van de mens voor God, maar voor een betoning van die rechtvaardigmaking voor God en de mensen. Zo bedoelt hij ook met het woord geloof, wanneer hij ontkent dat wij daardoor alleen gerechtvaardigd worden, vers 24, een enkele toestemming met en belijdenis van het christelijke geloof, die niet gepaard gaat met vertrouwen en ook niet met goede werken, zoals het ware zaligmakende geloof dat wel doet. Dat Abraham namelijk, strikt gesproken, niet door dat werk voor God gerechtvaardigd is, blijkt duidelijk uit Gen. 15:6, waar gezegd wordt dat Abraham al enkele jaren voordat hij zijn zoon offerde door het geloof door God gerechtvaardigd is, toen hij de belofte van deze zoon geloofde; zoals Jakobus hier ook betuigt in vers 23.

geofferd heeft Dat is, heeft willen offeren of bezig was om hem te offeren; welk werk een klaar bewijs was van een oprecht en zeer sterk geloof; Rom. 4:18-20.

Hertaald: geofferd heeft Dat is: hem wilde offeren, of ermee bezig was hem te offeren. Dat werk was een duidelijk bewijs van een oprecht en zeer sterk geloof; Rom. 4:18-20.

Jakobus 2 vers 22

Ziet gij wel, Of gij ziet Dan.

Hertaald: Ziet gij wel, Of: u ziet dan.

mede gewrocht heeft Namelijk om krachtig te bewijzen en te betuigen door de goede werken, dat hij voor God gerechtvaardigd was.

Hertaald: mede gewrocht heeft Namelijk meegewerkt heeft om door de goede werken krachtig te bewijzen en te betuigen dat hij voor God gerechtvaardigd was.

volmaakt is Dat is, verklaart en betoont een geloof te zijn, dat al zijn delen had, en volmaakt of oprecht was. Gelijk dit woord volmaakt worden, ook gebruikt wordt voor, volmaakt te zijn bewezen worden; 2 Kor. 12:9.

Hertaald: volmaakt is Dat is: het blijkt en wordt betoond een geloof te zijn dat al zijn delen had en dat volmaakt of oprecht was. Zo wordt dit woord volmaakt worden ook gebruikt voor: bewezen worden volmaakt te zijn; 2 Kor. 12:9.

Jakobus 2 vers 23

de Schrift is Dat is, door dat werk heeft hij betoond waarachtig te zijn, hetgeen de Schrift van hem zegt, dat hij door het geloof gerechtvaardigd was, daar uit dit werk blijkt, dat hij het ware rechtvaardigmakende geloof had, en door het geloof voor God gerechtvaardigd is; en hier blijkt ook, dat Jakobus de rechtvaardigmaking voor God eigenlijk niet aan de werken maar aan het geloof, dat door de werken zich betoont, toeschrijft.

Hertaald: de Schrift is Dat is: door dat werk heeft hij betoond dat waar is wat de Schrift van hem zegt: dat hij door het geloof gerechtvaardigd was. Want uit dit werk blijkt dat hij het ware, rechtvaardigmakende geloof had en dat hij door het geloof voor God gerechtvaardigd is. Hier blijkt ook dat Jakobus de rechtvaardigmaking voor God eigenlijk niet aan de werken toeschrijft, maar aan het geloof dat zich door de werken betoont.

het is hem tot Zie de verklaring hiervan Rom. 4:3.

Hertaald: het is hem tot Zie de verklaring hiervan bij Rom. 4:3.

hij is een vriend Deze woorden worden Gen 15, niet gevonden maar de zaak kan genomen worden uit hetgeen gezegd wordt Gen. 22:12, Gen. 22:16, Gen. 22:18, en wordt zo genoemd, 2 Kron. 20:7; Jes. 41:8.

Hertaald: hij is een vriend Deze woorden zijn in Gen. 15 niet te vinden, maar de zaak kan opgemaakt worden uit wat gezegd wordt in Gen. 22:12, Gen. 22:16, Gen. 22:18; en zo wordt hij genoemd in 2 Kron. 20:7; Jes. 41:8.

Jakobus 2 vers 24

Ziet gij dan nu, Of gij ziet nu dan; gelijk vs.22.

Hertaald: Ziet gij dan nu, Of: u ziet nu dan, zoals in vers 22.

uit de werken gerechtvaardigd Dat is, gerechtvaardigd te zijn betuigd en bewezen wordt door de goede werken.

Hertaald: uit de werken gerechtvaardigd Dat is: dat betuigd en bewezen wordt door de goede werken dat men gerechtvaardigd is.

alleenlijk uit het geloof? Dat is, niet door zulk een geloof, dat zonder goede werken is, of dat geen goede werken meteen voortbrengt.

Hertaald: alleenlijk uit het geloof? Dat is: niet door zulk een geloof dat zonder goede werken is of dat niet tegelijk goede werken voortbrengt.

Jakobus 2 vers 25

de hoer, Zie van dit woord Hebr. 11:31.

Hertaald: de hoer, Zie over dit woord Hebr. 11:31.

uit de werken gerechtvaardigd Zie de verklaring vs.21, en blijkt ook hieruit, daar zij door dit ééne goede werk voor God niet eigenlijk heeft kunnen gerechtvaardigd worden, dat daarom deze woorden oneigenlijk moeten verstaan worden, namelijk dat zij met dit werk betoond heeft dat haar geloof een waar en rechtvaardigmakend geloof was. Zie Hebr. 11:31.

Hertaald: uit de werken gerechtvaardigd Zie de verklaring bij vers 21. Ook hieruit blijkt het, omdat zij door dit ene goede werk niet in eigenlijke zin voor God gerechtvaardigd kon worden; deze woorden moeten daarom in oneigenlijke zin verstaan worden, namelijk dat zij met dit werk betoond heeft dat haar geloof een waar en rechtvaardigmakend geloof was. Zie Hebr. 11:31.

de gezondenen Of boden; namelijk die gezonden waren om het land Kanaän te bespieden.

Hertaald: de gezondenen Of: boden; namelijk zij die gezonden waren om het land Kanaän te verkennen.

heeft ontvangen, Namelijk met vrede, Hebr. 11:31; zonder hen te melden of aan te brengen, maar alle hulp bewijzende.

Hertaald: heeft ontvangen, Namelijk met vrede ontvangen, Hebr. 11:31, zonder hen aan te geven of over te leveren, maar door hun alle hulp te bewijzen.

door een anderen weg Namelijk om het gevaar te ontkomen. Zie Jos 2.

Hertaald: door een anderen weg Namelijk om het gevaar te ontkomen. Zie Joz. 2.

Jakobus 2 vers 26

zonder geest dood Dat is, zonder de levendmakende ziel, die het beweegt en werken des levens voortbrengt, gelijk Ps. 104:29; Jes. 2:22; dat is, zonder adem of beweging.

Hertaald: zonder geest dood Dat is: zonder de levendmakende ziel, die het beweegt en werkingen van het leven voortbrengt, zoals in Ps. 104:29; Jes. 2:22; dat is: zonder adem of beweging.

het geloof Dat is, de kennis en toestemming der artikelen des geloofs; of de uiterlijke belijdenis daarvan.

Hertaald: het geloof Dat is: de kennis van en de toestemming met de geloofsartikelen, of de uiterlijke belijdenis daarvan.

zonder de werken dood Dat is, als die niet vergezeld is met de goede werken. Zie vs.17, 20.

Hertaald: zonder de werken dood Dat is: wanneer het niet gepaard gaat met de goede werken. Zie vers 17 en 20.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het geloof zonder de werken is dood  — "Gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood" (Jak. 2:26) — een waar, levend geloof brengt onvermijdelijk werken voort; een geloof zonder werken is geen geloof dat redt, maar een dode belijdenis

Jakobus stelt de vraag scherp: "wat nuttigheid is het, mijn broeders, indien iemand zegt, dat hij het geloof heeft, en hij heeft de werken niet? Kan dat geloof hem zaligmaken?" (Jak. 2:14). Zelfs de duivelen geloven dat God één is, "en zij sidderen" (Jak. 2:19) — een louter verstandelijk, vruchteloos aannemen van waarheden zonder gehoorzaamheid is dus geen zaligmakend geloof. Als bewijs haalt Jakobus Abraham aan: "is hij niet uit de werken gerechtvaardigd, als hij Izak, zijn zoon, geofferd heeft op het altaar? Ziet gij wel, dat het geloof mede gewrocht heeft met zijn werken, en het geloof volmaakt is geweest uit de werken? En de Schrift is vervuld geworden, die daar zegt: En Abraham geloofde God, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend" (Jak. 2:21-23, met Gen. 15:6, reeds behandeld). Conclusie: "een mens uit de werken gerechtvaardigd wordt, en niet alleenlijk uit het geloof" (Jak. 2:24).

Bijbelse betekenis: Dit staat niet tegenover Paulus' leer dat de mens door het geloof alleen, zonder de werken der wet, gerechtvaardigd wordt (Rom. 4:5, reeds behandeld) — beide apostelen gebruiken het woord rechtvaardigen in een andere betekenis. Paulus spreekt over hoe een zondaar vóór God gerechtvaardigd wordt: alleen door het geloof, zonder enig eigen werk als grond. Jakobus spreekt over hoe dat geloof zich bewíjst, vóór mensen en zelfs voor de gelovige zelf. Een écht, levend geloof kan niet zonder vrucht blijven; het toont zich in werken. Zo maakte Abrahams gehoorzaamheid zijn reeds bestaande geloof zichtbaar en "volmaakt", maar zij legde de grond ervan niet. De reformatorisch-baptistische lijn leest dit dus niet als tegenspraak, maar als het onderscheid tussen de wortel en de vrucht. Het geloof rechtvaardigt vóór God; de werken bewijzen dat geloof vóór mensen. Een geloof dat nooit vrucht draagt, was nooit het reddende geloof waarover Paulus spreekt.

Typologie: Paulus zelf trekt dezelfde twee zaken samen in één zin: "in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht noch voorhuid, maar het geloof, door de liefde werkende" (Gal. 5:6, reeds behandeld) — geloof dat werkelijk redt, wérkt altijd door de liefde.

Jak. 2:14,17-26; Gen. 15:6; Rom. 4:5; Gal. 5:6

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De Heere der heerlijkheid en de koninklijke wet — 2:1-5, 8

Het koninkrijk niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Jakobus schrijft aan gemeenten waar zich iets afspeelt dat men overal ziet: er komt een rijke binnen en er komt een arme binnen, en men weet meteen wie waar mag zitten.

Hij noemt Christus de Heere der heerlijkheid, en zet dat naast twee stoelen in een vergaderzaal.

**De titel.** Het hoofdstuk opent met een naam die alles bepaalt: “Mijn broeders, hebt niet het geloof van onzen Heere Jezus Christus, den Heere der heerlijkheid, met aanneming des persoons.”

De heerlijkheid — dat is het woord van de wolk boven de tabernakel, van het huis dat vervuld werd, van wat Ezechiël zag vertrekken. Jakobus hangt die naam aan Hem, en gebruikt hem meteen als maatstaf voor de manier waarop men elkaar behandelt.

**Het tafereel.** Een man met een gouden ring en een sierlijk kleed, en een arme in slechte kleding. En dan de zitplaatsen: zit gij hier op een eerlijke plaats — sta gij daar, of zit hier onder mijn voetbank.

Jakobus noemt dat geen onhandigheid maar rechtspraak: “Hebt gij dan niet in uzelven een onderscheid gemaakt, en zijt rechters geworden van kwade overleggingen?”

**De omkering.** “Heeft God niet uitverkoren de armen dezer wereld, om rijk te zijn in het geloof, en erfgenamen des Koninkrijks?”

Dat is dezelfde omkering die door de hele koningslijn loopt. De koning werd niet uit het paleis gehaald maar uit het veld. De ereplaatsen in dit koninkrijk gaan niet naar wie ze kan betalen.

**De wet die er hoort.** “Indien gij dan de koninklijke wet volbrengt, naar de Schrift: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven, zo doet gij wel.”

Zij heet koninklijk omdat zij van de Koning komt. In een koninkrijk gelden de wetten van de troon, ook in een zaaltje waar men stoelen toewijst.

**Waar dit op uitloopt.** Jakobus laat het niet bij een houding. Hij zegt dat geloof zonder werken dood is — en dit hoofdstuk laat zien waar dat begint: niet bij grote daden, maar bij de vraag wie er mag zitten.

  1. Exodus 40:34 — De heerlijkheid des HEEREN vervult de tabernakel.
  2. Jakobus 2:1 — Jakobus noemt Christus de Heere der heerlijkheid.
  3. 1 Samuël 16:7 — God ziet niet aan wat voor ogen is, maar het hart.
  4. Lukas 6:20 — Zalig zijt gij, armen, want uwer is het Koninkrijk Gods.
  5. Jakobus 2:5 — God verkiest armen tot erfgenamen van het koninkrijk.
  6. Leviticus 19:18 — En de koninklijke wet luidt: heb uw naaste lief als uzelf.

In het Nieuwe Testament: Leviticus 19:18; 1 Samuël 16:7; Lukas 6:20; Deuteronomium 10:17; Mattheüs 22:39; Exodus 40:34

Hoever dit reikt: De titel Heere der heerlijkheid staat er zelf. Dat het woord heerlijkheid naar de tegenwoordigheid van God in het Oude Testament wijst, is een gevolgtrekking; Jakobus werkt dat niet uit. De koninklijke wet wordt door hem aangewezen als het gebod uit Leviticus 19.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jakobus 2

Jakobus 2:17. KruisverwijzingenJakobus 2:26Jakobus 2:191 Timotheüs 1:5Jakobus 2:142 Petrus 1:51 Korinthe 13:131 Korinthe 13:31 Thessalonicenzen 1:3
— Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelven dood.
Wedergeboorte is het oude nieuw maken. Het is het inbrengen van een nieuwe natuur in een mens. De nieuwe geboorte maakt de mens tot een nieuw schepsel in Christus Jezus. Maar kan een nieuw schepsel zonder bekering, goede werken, persoonlijk gebed, liefdadigheid, of enige vorm van heiligheid zijn? De nieuwe geboorte zou een belachelijke zaak zijn, als zij niet werkelijk een haat tegen de zonde en een liefde tot de heiligheid voortbracht.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content