Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Hosea 9

1 Verblijd u niet, o Israel! tot opspringens toe, gelijk de volken; want gij hoereert van uw God af; gij hebt hoerenloon lief, op alle dorsvloeren des korens.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 VerblijdH8055 u nietH408, o IsraelH3478! totH413 opspringensH1524 toe, gelijk de volkenH5971; wantH3588 gij hoereertH2181 van uw GodH430 af; gij hebt hoerenloonH868 liefH157, opH5921 alleH3605 dorsvloerenH1637 des korensH1715. Verblijd u niet, o Israel! tot opspringens toe, gelijk de volken; want gij hoereert van uw God af; gij hebt hoerenloon lief, op alle dorsvloeren des korens.

KJV Rejoice2 not, O Israel,3 for joy,5 as other people:6 for thou hast gone a whoring8 from thy God,10 thou hast loved11 a reward12 upon every cornfloor.15

1 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 2 תִּשְׂמַ֨ח H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 3 יִשְׂרָאֵ֤ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 גִּיל֙ H1524 verheuging, opspringens, blijdschap [idiom] exceedingly, gladness, [idiom] greatly, joy, rejoice(-ing), sort 6 כָּֽעַמִּ֔ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 זָנִ֖יתָ H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 9 מֵעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 אֱלֹהֶ֑יךָ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 אָהַ֣בְתָּ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 12 אֶתְנָ֔ן H868 hoerenloon, hoerenbeloningen hire, reward 13 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 גָּרְנ֥וֹת H1637 dorsvloer, dorsvloers, plein (barn, corn, threshing-) floor, (threshing-, void) place 16 דָּגָֽן H1715 koren, koorn, korens corn (floor), wheat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 De dors vloer en de wijnkuip zal henlieden niet voeden; en de most zal hun liegen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 De dors vloerH1637 en de wijnkuipH3342 zal henlieden nietH3808 voedenH7462; en de mostH8492 zal hun liegenH3584. De dors vloer en de wijnkuip zal henlieden niet voeden; en de most zal hun liegen.

KJV The floor1 and the winepress2 shall not feed4 them, and the new wine5 shall fail

1 גֹּ֥רֶן H1637 dorsvloer, dorsvloers, plein (barn, corn, threshing-) floor, (threshing-, void) place 2 וָיֶ֖קֶב H3342 perskuip, perskuipen, wijnpers fats, presses, press-fat, wine(-press) 3 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 יִרְעֵ֑ם H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 5 וְתִיר֖וֹשׁ H8492 most (new, sweet) wine 6 יְכַ֥חֶשׁ H3584 liegen, gelogen, geveinsdelijk onderworpen deceive, deny, dissemble, fail, deal falsely, be found liars, (be-) lie, lying, submit selves 7 בָּֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Zij zullen in des HEEREN land niet blijven; maar Efraim zal weder tot Egypte keren, en zij zullen in Assyrie het onreine eten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Zij zullen in des HEERENH3068 landH776 nietH3808 blijven; maar EfraimH669 zal weder tot EgypteH4714 kerenH7725, en zij zullen in AssyrieH804 het onreineH2931 etenH398. Zij zullen in des HEEREN land niet blijven; maar Efraim zal weder tot Egypte keren, en zij zullen in Assyrie het onreine eten.

KJV They shall not dwell2 in the LORD'S4 land;3 but Ephraim6 shall return5 to Egypt,7 and they shall eat10 unclean9 things in Assyria.

1 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יֵשְׁב֖וּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 3 בְּאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וְשָׁ֤ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 אֶפְרַ֨יִם֙ H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 7 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 8 וּבְאַשּׁ֖וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 9 טָמֵ֥א H2931 onrein, onreine, onreins defiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean 10 יֹאכֵֽלוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zij zullen den HEERE geen drankofferen doen van wijn, ook zouden zij Hem niet zoet zijn, hun offeranden zouden hun zijn als treurbrood; allen, die dat zouden eten, zouden onrein worden; want hun brood zal voor hun ziel zijn, het zal in des HEEREN huis niet komen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Zij zullen den HEEREH3068 geenH3808 drankofferenH5258 doen van wijnH3196, ook zouden zij Hem nietH3808 zoetH6149 zijn, hun offerandenH2077 zouden hun zijn als treurbroodH205; allenH3605, die dat zouden etenH398, zouden onreinH2930 worden; wantH3588 hun broodH3899 zal voor hun zielH5315 zijn, het zal in des HEERENH3068 huisH1004 nietH3808 komenH935. Zij zullen den HEERE geen drankofferen doen van wijn, ook zouden zij Hem niet zoet zijn, hun offeranden zouden hun zijn als treurbrood; allen, die dat zouden eten, zouden onrein worden; want hun brood zal voor hun ziel zijn, het zal in des HEEREN huis niet komen.

KJV They shall not offer2 wine4 offerings to the LORD,3 neither shall they be pleasing unto him: their sacrifices8 shall be unto them as the bread9 of mourners;10 all that eat13 thereof shall be polluted:14 for their bread16 for their soul17 shall not come19 into the house20 of the LORD.

1 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יִסְּכ֨וּ H5258 offeren, goot, geofferd cover, melt, offer, (cause to) pour (out), set (up) 3 לַיהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 יַיִן֮ H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 5 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יֶֽעֶרְבוּ H6148 borg, drijven, vermeng engage, (inter-) meddle (with), mingle (self), mortgage, occupy, give pledges, be(-come, put in) surety, undertake 7 לוֹ֒ 8 זִבְחֵיהֶ֗ם H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 9 כְּלֶ֤חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 10 אוֹנִים֙ H205 ongerechtigheid, ijdelheid, ongerechtige affliction, evil, false, idol, iniquity, mischief, mourners(-ing), naught, sorrow, unjust, unrighteous, vain, vanity, wicked(-ness). Compare H369 (אַיִן) 11 לָהֶ֔ם 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 אֹכְלָ֖יו H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 14 יִטַמָּ֑אוּ H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 15 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 לַחְמָ֣ם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 17 לְנַפְשָׁ֔ם H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 18 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 יָב֖וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 20 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 21 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Wat zult gijlieden dan doen op een gezetten hoogtijdsdag, en op een feestdag des HEEREN?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WatH4100 zult gijlieden dan doenH6213 op een gezettenH4150 hoogtijdsdagH3117, en op een feestdagH2282 des HEERENH3068? Wat zult gijlieden dan doen op een gezetten hoogtijdsdag, en op een feestdag des HEEREN?

KJV What will ye do2 in the solemn4 day,3 and in the day5 of the feast6 of the LORD?

1 מַֽה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 תַּעֲשׂ֖וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 3 לְי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 מוֹעֵ֑ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 5 וּלְי֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 חַג H2282 feest, feesten, feestdag (solemn) feast (day), sacrifice, solemnity 7 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Want ziet, zij gaan daarhenen vanwege de verstoring; Egypte zal ze verzamelen, Mof zal ze begraven; begeerte zal er zijn naar hun zilver, netelen zullen hen erfelijk bezitten, doornen zullen in hun tenten zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 WantH3588 zietH2009, zij gaanH1980 daarhenen vanwege de verstoringH7701; EgypteH4714 zal ze verzamelenH6908, MofH4644 zal ze begravenH6912; begeerteH4261 zal er zijn naar hun zilverH3701, netelenH7057 zullen hen erfelijkH3423 bezitten, doornenH2336 zullen in hun tentenH168 zijn. Want ziet, zij gaan daarhenen vanwege de verstoring; Egypte zal ze verzamelen, Mof zal ze begraven; begeerte zal er zijn naar hun zilver, netelen zullen hen erfelijk bezitten, doornen zullen in hun tenten zijn.

KJV For, lo, they are gone3 because of destruction:4 Egypt5 shall gather them up,6 Memphis7 shall bury8 them: the pleasant9 places for their silver,10 nettles11 shall possess12 them: thorns13 shall be in their tabernacles.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הִנֵּ֤ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 הָֽלְכוּ֙ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 4 מִשֹּׁ֔ד H7701 verwoesting, verstoring, verstoorde desolation, destruction, oppression, robbery, spoil(-ed, -er, -ing), wasting 5 מִצְרַ֥יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 6 תְּקַבְּצֵ֖ם H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 7 מֹ֣ף H4644 Mof Memphis. Compare H5297 (נֹף) 8 תְּקַבְּרֵ֑ם H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 9 מַחְמַ֣ד H4261 gewenste, begeerlijke, begeerte beloved, desire, goodly, lovely, pleasant (thing) 10 לְכַסְפָּ֗ם H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 11 קִמּוֹשׂ֙ H7057 netelen nettle. Compare H7063 (קִמָּשׁוֹן) 12 יִֽירָשֵׁ֔ם H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 13 ח֖וֹחַ H2336 distel, doornen, distelen bramble, thistle, thorn 14 בְּאָהֳלֵיהֶֽם H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 De dagen der bezoeking zijn gekomen, de dagen der vergelding zijn gekomen; die van Israel zullen het gewaar worden; de profeet is een dwaas, de man des geestes is onzinnig; om de grootheid uwer ongerechtigheid is de haat ook groot.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 De dagenH3117 der bezoekingH6486 zijn gekomenH935, de dagenH3117 der vergeldingH7966 zijn gekomen; die van IsraelH3478 zullen het gewaarH3045 worden; de profeetH5030 is een dwaasH191, de manH376 des geestesH7307 is onzinnigH7696; om de grootheidH7230 uwer ongerechtigheidH5771 is de haatH4895 ook grootH7227. De dagen der bezoeking zijn gekomen, de dagen der vergelding zijn gekomen; die van Israel zullen het gewaar worden; de profeet is een dwaas, de man des geestes is onzinnig; om de grootheid uwer ongerechtigheid is de haat ook groot.

KJV The days2 of visitation3 are come,1 the days5 of recompence6 are come;4 Israel8 shall know7 it: the prophet10 is a fool,9 the spiritual13 man12 is mad,11 for the multitude15 of thine iniquity,16 and the great17 hatred.

1 בָּ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 יְמֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַפְּקֻדָּ֗ה H6486 bezoeking, opzicht, ambt account, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation 4 בָּ֚אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 יְמֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 הַשִׁלֻּ֔ם H7966 vergelding, vergeldingen recompense, reward 7 יֵדְע֖וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 8 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 אֱוִ֣יל H191 dwaas, dwazen, dwaze fool(-ish) (man) 10 הַנָּבִ֗יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 11 מְשֻׁגָּע֙ H7696 onzinnig, onzinnige, razen (be, play the) mad (man) 12 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 הָר֔וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 14 עַ֚ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 רֹ֣ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 16 עֲוֺנְךָ֔ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 17 וְרַבָּ֖ה H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 18 מַשְׂטֵמָֽה H4895 haat hatred
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 De wachter van Efraim is met mijn God, maar de profeet is een vogelvangersstrik, op al zijn wegen, een haat in het huis zijns Gods.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 De wachterH6822 van EfraimH669 is metH5973 mijn GodH430, maar de profeetH5030 is een vogelvangersstrikH6341, opH5921 alH3605 zijn wegenH1870, een haatH4895 in het huisH1004 zijns GodsH430. De wachter van Efraim is met mijn God, maar de profeet is een vogelvangersstrik, op al zijn wegen, een haat in het huis zijns Gods.

KJV The watchman1 of Ephraim2 was with my God:4 but the prophet5 is a snare6 of a fowler7 in all his ways,10 and hatred11 in the house12 of his God.

1 צֹפֶ֥ה H6822 wachter, wachters, zie behold, espy, look up (well), wait for, (keep the) watch(-man) 2 אֶפְרַ֖יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 3 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 אֱלֹהָ֑י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 5 נָבִ֞יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 6 פַּ֤ח H6341 strik, strikken, dunne platen gin, (thin) plate, snare 7 יָקוֹשׁ֙ H3352 fowler 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 דְּרָכָ֔יו H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 מַשְׂטֵמָ֖ה H4895 haat hatred 12 בְּבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 אֱלֹהָֽיו H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Zij hebben zich zeer diep verdorven, als in de dagen van Gibea; Hij zal hunner ongerechtigheid gedenken, Hij zal hun zonden bezoeken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Zij hebben zich zeer diepH6009 verdorvenH7843, als in de dagenH3117 van GibeaH1390; Hij zal hunner ongerechtigheidH5771 gedenkenH2142, Hij zal hun zondenH2403 bezoekenH6485. Zij hebben zich zeer diep verdorven, als in de dagen van Gibea; Hij zal hunner ongerechtigheid gedenken, Hij zal hun zonden bezoeken.

KJV They have deeply1 corrupted2 themselves, as in the days3 of Gibeah:4 therefore he will remember5 their iniquity,6 he will visit7 their sins.

1 הֶעְמִֽיקוּ H6009 diep, diepe, iepte (be, have, make, seek) deep(-ly), depth, be profound 2 שִׁחֵ֖תוּ H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 3 כִּימֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 הַגִּבְעָ֑ה H1390 Gibea, Gibea-benjamins, heuvel Gibeah, the hill 5 יִזְכּ֣וֹר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 6 עֲוֺנָ֔ם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 7 יִפְק֖וֹד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 8 חַטֹּאותָֽם H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Ik vond Israel als druiven in de woestijn, Ik zag uw vaderen als de eerste vrucht aan den vijgeboom in haar beginsel; maar zij gingen in tot Baal-Peor, en zonderden zich af tot die schaamte, en werden gans verfoeilijk naar hun boelerij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Ik vondH4672 IsraelH3478 als druivenH6025 in de woestijnH4057, Ik zagH7200 uw vaderenH1 als de eerste vruchtH1063 aan den vijgeboomH8384 in haar beginselH7225; maar zij gingenH935 in tot Baal-PeorH1187, en zonderdenH5144 zich af tot die schaamteH1322, en werdenH1961 gans verfoeilijkH8251 naar hun boelerijH157. Ik vond Israel als druiven in de woestijn, Ik zag uw vaderen als de eerste vrucht aan den vijgeboom in haar beginsel; maar zij gingen in tot Baal-Peor, en zonderden zich af tot die schaamte, en werden gans verfoeilijk naar hun boelerij.

KJV I found3 Israel4 like grapes1 in the wilderness;2 I saw8 your fathers9 as the firstripe5 in the fig tree6 at her first time:7 but they went11 to Baalpeor,12 and separated14 themselves unto that shame;15 and their abominations17 were according as they loved.

1 כַּעֲנָבִ֣ים H6025 druiven, wijndruiven, wijn (ripe) grape, wine 2 בַּמִּדְבָּ֗ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 3 מָצָ֨אתִי֙ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 4 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 כְּבִכּוּרָ֤ה H1063 eerste vrucht, vroegrijpe vrucht firstripe (fruit) 6 בִתְאֵנָה֙ H8384 vijgeboom, vijgen, vijgebomen fig (tree) 7 בְּרֵ֣אשִׁיתָ֔הּ H7225 eerstelingen, begin, beginsel beginning, chief(-est), first(-fruits, part, time), principal thing 8 רָאִ֖יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 9 אֲבֽוֹתֵיכֶ֑ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 10 הֵ֜מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 11 בָּ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 בַֽעַל H1187 Baal-peor Baal-peor 13 פְּע֗וֹר H1187 Baal-peor Baal-peor 14 וַיִּנָּֽזְרוּ֙ H5144 afzonderen, afgezonderd, afscheidt consecrate, separate(-ing, self) 15 לַבֹּ֔שֶׁת H1322 schaamte, beschaamdheid, beschaming ashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing) 16 וַיִּהְי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 שִׁקּוּצִ֖ים H8251 verfoeiselen, verfoeisel, gruwel abominable filth (idol, -ation), detestable (thing) 18 כְּאָהֳבָֽם H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Aangaande Efraim, hunlieder heerlijkheid zal wegvlieden als een vogel; van de geboorte, en van moeders buik, en van de ontvangenis af.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Aangaande EfraimH669, hunlieder heerlijkheidH3519 zal wegvliedenH5774 als een vogelH5775; van de geboorteH3205, en van moeders buikH990, en van de ontvangenisH2032 af. Aangaande Efraim, hunlieder heerlijkheid zal wegvlieden als een vogel; van de geboorte, en van moeders buik, en van de ontvangenis af.

KJV As for Ephraim,1 their glory4 shall fly away3 like a bird,2 from the birth,5 and from the womb,6 and from the conception.

1 אֶפְרַ֕יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 2 כָּע֖וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 3 יִתְעוֹפֵ֣ף H5774 vliegen, vloog, vliegende brandish, be (wax) faint, flee away, fly (away), [idiom] set, shine forth, weary 4 כְּבוֹדָ֑ם H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 5 מִלֵּדָ֥ה H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 6 וּמִבֶּ֖טֶן H990 buik, buiks, binnenste belly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb 7 וּמֵהֵרָיֽוֹן H2032 dracht, ontvangenis, zwanger conception
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Ofschoon zij hun kinderen mochten groot maken, Ik zal er hen toch van beroven, dat zij onder de mensen niet zullen zijn; want ook, wee hun, als Ik van hen zal geweken zijn!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Ofschoon zij hun kinderenH1121 mochtenH1431 groot maken, Ik zal er hen toch van berovenH7921, dat zij onder de mensenH120 niet zullen zijn; want ookH1571, weeH188 hun, als Ik van hen zal gewekenH5493 zijn! Ofschoon zij hun kinderen mochten groot maken, Ik zal er hen toch van beroven, dat zij onder de mensen niet zullen zijn; want ook, wee hun, als Ik van hen zal geweken zijn!

KJV Though they bring up3 their children,5 yet will I bereave6 them, that there shall not be a man7 left: yea, woe10 also to them when I depart

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 יְגַדְּלוּ֙ H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 בְּנֵיהֶ֔ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 וְשִׁכַּלְתִּ֖ים H7921 beroofd, beroven, berooft bereave (of children), barren, cast calf (fruit, young), be (make) childless, deprive, destroy, [idiom] expect, lose children, miscarry, rob of children, spoil 7 מֵֽאָדָ֑ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 10 א֥וֹי H188 Wee, wee, Och alas, woe 11 לָהֶ֖ם 12 בְּשׂוּרִ֥י H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 13 מֵהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Efraim is, gelijk als Ik Tyrus aanzag, die geplant is in een liefelijke woonplaats; maar Efraim zal zijn kinderen moeten uitbrengen tot den doodslager.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EfraimH669 is, gelijk als Ik TyrusH6865 aanzagH7200, dieH834 geplantH8362 is in een liefelijke woonplaatsH5116; maar EfraimH669 zal zijn kinderenH1121 moeten uitbrengenH3318 totH413 den doodslagerH2026. Efraim is, gelijk als Ik Tyrus aanzag, die geplant is in een liefelijke woonplaats; maar Efraim zal zijn kinderen moeten uitbrengen tot den doodslager.

KJV Ephraim,1 as I saw3 Tyrus,4 is planted5 in a pleasant place:6 but Ephraim7 shall bring forth8 his children11 to the murderer.

1 אֶפְרַ֛יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 2 כַּאֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 רָאִ֥יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 לְצ֖וֹר H6865 Tyrus, Tyrier Tyre, Tyrus 5 שְׁתוּלָ֣ה H8362 geplant, planten plant 6 בְנָוֶ֑ה H5116 woning, schaapskooi, kooi comely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried 7 וְאֶפְרַ֕יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 8 לְהוֹצִ֥יא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 הֹרֵ֖ג H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 11 בָּנָֽיו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Geef hun, HEERE! Wat zult Gij geven? Geef hun een misdragende baarmoeder, en uitdrogende borsten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 GeefH5414 hun, HEEREH3068! WatH4100 zult Gij geven? GeefH5414 hun een misdragendeH7921 baarmoederH7358, en uitdrogendeH6784 borstenH7699. Geef hun, HEERE! Wat zult Gij geven? Geef hun een misdragende baarmoeder, en uitdrogende borsten.

KJV Give1 them, O LORD:3 what wilt thou give?5 give6 them a miscarrying9 womb8 and dry11 breasts.

1 תֵּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 לָהֶ֥ם 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 5 תִּתֵּ֑ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 תֵּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 לָהֶם֙ 8 רֶ֣חֶם H7358 baarmoeder, baarmoeders, lijf matrix, womb 9 מַשְׁכִּ֔יל H7921 beroofd, beroven, berooft bereave (of children), barren, cast calf (fruit, young), be (make) childless, deprive, destroy, [idiom] expect, lose children, miscarry, rob of children, spoil 10 וְשָׁדַ֖יִם H7699 borsten, borst breast, pap, teat 11 צֹמְקִֽים H6784 uitdrogende dry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Al hun boosheid is te Gilgal, want daar heb Ik ze gehaat, om de boosheid van hun handelingen; Ik zal ze uit Mijn huis uitdrijven, Ik zal ze voortaan niet meer liefhebben; al hun vorsten zijn afvalligen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 AlH3605 hun boosheid is te GilgalH1537, wantH3588 daarH8033 heb Ik ze gehaatH8130, om de boosheid van hun handelingenH4611; Ik zal ze uit Mijn huisH1004 uitdrijvenH1644, Ik zal ze voortaanH3254 nietH3808 meer liefhebbenH160; alH3605 hun vorstenH8269 zijn afvalligenH5637. Al hun boosheid is te Gilgal, want daar heb Ik ze gehaat, om de boosheid van hun handelingen; Ik zal ze uit Mijn huis uitdrijven, Ik zal ze voortaan niet meer liefhebben; al hun vorsten zijn afvalligen.

Ook in dit vers boosheidH7451 boosheidH7455

KJV All their wickedness2 is in Gilgal:3 for there I hated6 them: for the wickedness8 of their doings9 I will drive them out11 of mine house,10 I will love14 them no more:13 all their princes16 are revolters.

1 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 רָעָתָ֤ם H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 3 בַּגִּלְגָּל֙ H1537 Gilgal Gilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל) 4 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 שָׁ֣ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 6 שְׂנֵאתִ֔ים H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 7 עַ֚ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 רֹ֣עַ H7455 boosheid, droefheid, lelijkheid [idiom] be so bad, badness, ([idiom] be so) evil, naughtiness, sadness, sorrow, wickedness 9 מַֽעַלְלֵיהֶ֔ם H4611 handelingen, daden, werken doing, endeavour, invention, work 10 מִבֵּיתִ֖י H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 אֲגָרְשֵׁ֑ם H1644 uitdrijven, verstotene, dreef cast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out 12 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 אוֹסֵף֙ H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 14 אַהֲבָתָ֔ם H160 liefde, liefhad, bemint love 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 שָׂרֵיהֶ֖ם H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 17 סֹרְרִֽים H5637 afvalligen, wederstrevig, afvallen [idiom] away, backsliding, rebellious, revolter(-ing), slide back, stubborn, withdrew
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Efraim is geslagen, hunlieder wortel is verdord, zij zullen geen vrucht voortbrengen; ja, ofschoon zij genereerden, zo zal Ik toch de gewenste vruchten van hun buik doden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EfraimH669 is geslagenH5221, hunlieder wortelH8328 is verdordH3001, zij zullen geen vruchtH6529 voortbrengenH6213; jaH1571, ofschoon zij genereerdenH3205, zo zal Ik toch de gewensteH4261 vruchten van hun buikH990 dodenH4191. Efraim is geslagen, hunlieder wortel is verdord, zij zullen geen vrucht voortbrengen; ja, ofschoon zij genereerden, zo zal Ik toch de gewenste vruchten van hun buik doden.

KJV Ephraim2 is smitten,1 their root3 is dried up,4 they shall bear7 no fruit:5 yea, though they bring forth,10 yet will I slay11 even the beloved12 fruit of their womb.

1 הֻכָּ֣ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 2 אֶפְרַ֔יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 3 שָׁרְשָׁ֥ם H8328 wortel, wortelen, Wortel bottom, deep, heel, root 4 יָבֵ֖שׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 5 פְּרִ֣י H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 6 בַֽל H1077 niet, geenszins lest, neither, no, none (that...), not (any), nothing 7 יַעֲשׂ֑וּן H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 גַּ֚ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 9 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 יֵֽלֵד֔וּן H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 11 וְהֵמַתִּ֖י H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 12 מַחֲמַדֵּ֥י H4261 gewenste, begeerlijke, begeerte beloved, desire, goodly, lovely, pleasant (thing) 13 בִטְנָֽם H990 buik, buiks, binnenste belly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Mijn God zal ze verwerpen, omdat zij naar Hem niet horen; en zij zullen omzwervende zijn onder de heidenen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Mijn GodH430 zal ze verwerpenH3988, omdatH3588 zij naar Hem nietH3808 horenH8085; en zijH1961 zullen omzwervendeH5074 zijn onder de heidenenH1471. Mijn God zal ze verwerpen, omdat zij naar Hem niet horen; en zij zullen omzwervende zijn onder de heidenen.

KJV My God2 will cast them away,1 because they did not hearken5 unto him: and they shall be wanderers8 among the nations.

1 יִמְאָסֵ֣ם H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 2 אֱלֹהַ֔י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 שָׁמְע֖וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 6 ל֑וֹ 7 וְיִהְי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 נֹדְדִ֖ים H5074 omdoolt, omzwervende, vloden weg chase (away), [idiom] could not, depart, flee ([idiom] apace, away), (re-) move, thrust away, wander (abroad, -er, -ing) 9 בַּגּוֹיִֽם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Hosea 9:1 Hosea 10:5 Jeremia 44:17 Hosea 4:12 Ezechiël 21:10 Hosea 5:4 Hosea 5:7 Jesaja 17:11 Hosea 2:12
Hosea 9:2 Hosea 2:9 Jesaja 24:7 Hosea 2:12 Hagai 2:16 Amos 4:5 Hagai 1:9 Micha 6:13 Joël 1:3
Hosea 9:3 Ezechiël 4:13 Hosea 8:13 Leviticus 25:23 Jeremia 2:7 1 Koningen 9:7 Hosea 7:11 Jeremia 16:18 Deuteronomium 28:63
Hosea 9:4 Hosea 8:13 Deuteronomium 26:14 Jeremia 6:20 Hosea 3:4 Ezechiël 24:17 Leviticus 21:6 Ezechiël 24:22 Amos 4:4
Hosea 9:5 Jesaja 10:3 Jeremia 5:31 Hosea 2:11 Joël 1:13
Hosea 9:6 Hosea 10:8 Jesaja 5:6 Hosea 7:16 Jesaja 7:23 Hosea 8:13 Hosea 9:3 Zacharia 10:10 1 Samuël 13:6
Hosea 9:7 Micha 7:4 Ezechiël 13:3 Jesaja 10:3 Jeremia 10:15 Ezechiël 14:9 Klaagliederen 2:14 Lukas 21:22 2 Koningen 9:11
Hosea 9:8 Hosea 5:1 Ezechiël 3:17 Jesaja 62:6 2 Koningen 3:15 2 Koningen 7:2 2 Koningen 5:27 2 Koningen 4:43 Ezechiël 33:7
Hosea 9:9 Hosea 10:9 Hosea 8:13 Richteren 19:16 Jesaja 31:6 Jesaja 24:5
Hosea 9:10 Hosea 4:14 Jeremia 11:13 Psalmen 106:28 Micha 7:1 Ezechiël 20:8 Hosea 2:15 Jeremia 2:2 Numeri 25:1
Hosea 9:11 Hosea 4:7 Deuteronomium 28:18 Hosea 9:14 Hosea 10:5 Genesis 49:22 Deuteronomium 33:17 Deuteronomium 28:57 Lukas 23:29
Hosea 9:12 Hosea 7:13 Deuteronomium 31:17 Deuteronomium 32:25 1 Samuël 28:15 Hosea 9:16 Jeremia 15:7 1 Samuël 16:14 2 Koningen 17:18
Hosea 9:13 Ezechiël 27:3 Ezechiël 26:1 2 Koningen 15:16 Hosea 9:16 Jeremia 9:21 Amos 7:17 Hosea 13:16 Hosea 10:14
Hosea 9:14 Lukas 23:29 Hosea 9:13 Markus 13:17 1 Korinthe 7:26 Job 21:10 Hosea 9:11 Mattheüs 24:19 Lukas 21:23
Hosea 9:15 Hosea 4:15 Jesaja 1:23 Hosea 12:11 Amos 5:5 Leviticus 26:30 Jeremia 11:15 Micha 6:5 Amos 5:27
Hosea 9:16 Hosea 9:11 Ezechiël 24:21 Jesaja 5:24 Hosea 5:11 Jesaja 40:24 Job 18:16 Hosea 8:7 Maleachi 4:1
Hosea 9:17 Hosea 7:13 Deuteronomium 28:64 Zacharia 1:4 Jesaja 48:18 Jeremia 35:15 Jesaja 7:13 Jeremia 26:4 Psalmen 31:14
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Hosea 9 vers 1

opspringens toe, Of, tot verheugens toe, tot vrolijkheid toe; zie dezelfde manier van spreken Job 3:22 . Het Hebreeuwse woord ziet op de uiterlijke gebaren en bewijs van vreugde.

Hertaald: opspringens toe, Of: tot verheugens toe, tot vrolijkheid toe; zie dezelfde manier van spreken in Job 3:22. Het Hebreeuwse woord ziet op de uiterlijke gebaren en betuigingen van vreugde.

volken; Die ten tijde van een goeden oogst gewoon waren grote vreugde te bedrijven ter ere hunner afgoden, die zij hielden voor de bewerkers van dien; vergelijk Ps. 4:8 , en hier het volgende; idem Joël 1:12 .

Hertaald: volken; Die in de tijd van een goede oogst gewoonlijk grote vreugdefeesten hielden ter ere van hun afgoden, die zij voor de bewerkers daarvan hielden; vergelijk Ps. 4:8 en het vervolg hier, en ook Joël 1:12.

hoerenloon lief, Dat is, gij verheugt u over den oogst als over een beloning, die uwe boelen, de afgoden, u zouden hebben gegeven vanwege uw geestelijke hoererij, dat is afgoderij; en op alle plaatsen, waar gij koren stapelt en dorst en waar gij den wijn perst, dankt gij uwe afgoden voor hetgeen Ik u gegeven heb. Vergelijk boven Hos. 2:4 , Hos. 2:7-8 , Hos. 2:11 .

Hertaald: hoerenloon lief, Dat is: u verheugt u over de oogst als over een beloning die uw minnaars, de afgoden, u gegeven zouden hebben voor uw geestelijke hoererij, dat is: afgoderij; en op elke plaats waar u koren opstapelt en dorst en waar u de wijn perst, dankt u uw afgoden voor wat Ik u gegeven heb. Vergelijk Hos. 2:5, Hos. 2:8-9, Hos. 2:12.

Hosea 9 vers 2

niet voeden; Hoewel zij zichzelven ander beloven.

Hertaald: niet voeden; Hoewel zij zichzelf iets anders beloven.

hun Of, tegen haar, onder haar; te weten, deze hoer, of overspeelster; of Efraïm, Israël.

Hertaald: hun Of: tegen haar, onder haar; namelijk deze hoer of overspelige vrouw, of Efraïm, Israël.

liegen Dat is, hunne hoop, die zij daarvan hebben, zal feilen en hen bedriegen, zij zullen niet genieten, het zal voor den vijand zijn, en zij moeten het land uit, gelijk volgt. Vergelijk boven Hos. 8:7 , en de manier van spreken met Hab. 3:17 ; Jes. 52:11 , en Job 40:28 , en zie de aantekening aldaar.

Hertaald: liegen Dat is: hun hoop daarop zal falen en hen bedriegen; zij zullen er niet van genieten, het zal voor de vijand zijn en zij moeten het land uit, zoals volgt. Vergelijk Hos. 8:7, en de manier van spreken met Hab. 3:17; Jes. 52:11 en Job 40:28, en zie de aantekening daar.

Hosea 9 vers 3

land niet blijven; Namelijk Kanaän, dat Gods land en erfenis dikwijls genoemd wordt; zie Ps. 68:10 , en Joël 1:6 , en Joël 3:2 , enz.

Hertaald: land niet blijven; Namelijk Kanaän, dat vaak Gods land en erfenis genoemd wordt; zie Ps. 68:10, Joël 1:6 en Joël 3:2, enzovoort.

Egypte keren, Zie boven Hos. 8:13 .

Hertaald: Egypte keren, Zie Hos. 8:13.

en zij zullen Of, maar; indien men het verstaat van hulp in Egypte te zoeken tegen den Assyriër. Alsof God zeide: Zij mogen naar Egypte lopen zoveel zij willen, zij zullen evenwel naar Assyrië moeten.

Hertaald: en zij zullen Of: maar — als men het opvat als het zoeken van hulp in Egypte tegen de Assyriër. Alsof God zei: zij mogen naar Egypte lopen zoveel zij willen, zij zullen toch naar Assyrië moeten.

Assyrië Waarheen zij gevankelijk zullen worden weggevoerd.

Hertaald: Assyrië Waarheen zij gevankelijk weggevoerd zullen worden.

onreine eten Dat God in zijne wet verboden had te eten, en waarvan zij etende, naar de wet der ceremoniën onrein werden. Vergelijk Ezech. 4:12-13 ; Dan. 1:8 , en hier vs.4.

Hertaald: onreine eten Wat God in Zijn wet verboden had te eten, en waarvan zij naar de ceremoniële wet onrein werden wanneer zij het aten. Vergelijk Ezech. 4:12-13; Dan. 1:8, en hier vers 4.

Hosea 9 vers 4

zullen Wanneer zij in Assyrië zullen zijn weggevoerd en eten wat onrein is, van welken ellendigen toestand der Israëlieten in het voorgaande en vs.5 gesproken wordt.

Hertaald: zullen Wanneer zij naar Assyrië weggevoerd zullen zijn en zullen eten wat onrein is; over die ellendige toestand van de Israëlieten spreekt het voorgaande en vers 5.

den HEERE Als zijnde buiten zijn land en plaats, enz., die God tot offeren verordineerd had, en voorts geen gelegenheid of middel hebbende om den Heere wat reins te offeren, gelijk blijkt uit de voorgaande en volgende woorden.

Hertaald: den HEERE Omdat zij dan buiten Zijn land en buiten de plaats zijn die God voor het offeren bestemd had, en omdat zij ook geen gelegenheid of middel hebben om de HEERE iets reins te offeren, zoals uit de voorgaande en volgende woorden blijkt.

drankofferen doen van wijn, Hebreeuws, uitstorten, uitgieten, of uitspreiden van wijn; dat is, drankoffers van wijn offeren. Zie Ps. 16:4 .

Hertaald: drankofferen doen van wijn, Hebreeuws: uitstorten, uitgieten of uitspreiden van wijn; dat is: drankoffers van wijn offeren. Zie Ps. 16:4.

zoet zijn, Dat is, aangenaam of behagelijk, gelijk Jer. 6:20 ; Mal. 3:4 .

Hertaald: zoet zijn, Dat is: aangenaam of welgevallig, zoals Jer. 6:20; Mal. 3:4.

treurbrood; Hebreeuws, brood der treurenden, of rouwenden; dat is, leedspijs, die men eet in sterfhuizen; zulks alles was naar de wet der ceremoniën onrein. Zie Lev. 21:1 , enz. en Lev. 22:4 , enz.; Num. 19:14 ; Deut. 26:14 , enz. Ook waren zij gehouden te offeren met vreugde, Deut. 12:6-7 ; waarom sommigen door brood of spijs de offeranden verstaan; zie Lev. 3:11 , en Lev. 21:6 ; Num. 28:2 ; Ezech. 44:7 .

Hertaald: treurbrood; Hebreeuws: brood van de treurenden of rouwenden; dat is: rouwspijs die men in sterfhuizen eet. Dat alles was naar de ceremoniële wet onrein. Zie Lev. 21:1, enzovoort, en Lev. 22:4, enzovoort; Num. 19:14; Deut. 26:14, enzovoort. Ook waren zij verplicht met vreugde te offeren (Deut. 12:6-7); daarom verstaan sommigen onder brood of spijs de offeranden; zie Lev. 3:11 en Lev. 21:6; Num. 28:2; Ezech. 44:7.

ziel zijn, Dat is, hunne spijs, hun eten en drinken, hunne maaltijden, zullen alsdan, in hunne ballingschap, wezen over hunne doden, die zij verloren hebben, of als over hunne doden, [vergelijk Ezech. 24:17 ,] dewijl zij in gedurigen rouw zullen leven, en overzulks onrein zijn. Alzo wordt het woord ziel genomen voor een dood lichaam of een dode, Ps. 16:10 ; Lev. 19:28 ; zie de aantekening aldaar. Anders: voor hun eigen personen, of voor henzelven; [gelijk het Hebreeuwse word ook genomen wordt] dat is, zij eten en drinken voor zichzelven, maar niet mij ter ere [gelijk boven Hos. 8:13 ] ; dewijl enigen verstaan dat in vs.4 niet gesproken wordt van den staat der ballingschap, maar van hetgeen de Israëlieten nu deden en tot de ballingschap toe doen zouden. Vergelijk Zach. 7:5-6 .

Hertaald: ziel zijn, Dat is: hun spijs, hun eten en drinken, hun maaltijden zullen dan in hun ballingschap zijn over hun doden die zij verloren hebben, of als over hun doden (vergelijk Ezech. 24:17), omdat zij in voortdurende rouw zullen leven en daardoor onrein zijn. Zo wordt het woord ziel gebruikt voor een dood lichaam of een dode; Ps. 16:10; Lev. 19:28; zie de aantekening daar. Anders: voor hun eigen personen, of voor henzelf — zoals het Hebreeuwse woord ook opgevat wordt — dat is: zij eten en drinken voor zichzelf en niet Mij ter ere (zoals Hos. 8:13). Sommigen menen namelijk dat vers 4 niet over de toestand in de ballingschap spreekt, maar over wat de Israëlieten nu deden en tot de ballingschap toe zouden blijven doen. Vergelijk Zach. 7:5-6.

niet komen Dat is, zulks, als zijnde onrein, mag men in Gods huis niet brengen, noch daarvan offeren.

Hertaald: niet komen Dat is: zoiets mag men, omdat het onrein is, niet in Gods huis brengen en er niet van offeren.

Hosea 9 vers 5

gezetten hoogtijdsdag, Wanneer men naar mijn gebod voor mij moest offeren met vreugde, daar gij zonder offer en in rouw zult zitten buiten uw land; zie Num. 10:10 , en Deut. 12:12 , enz., en vergelijk boven Hos. 3:4 , en de aantekening op vs.4.

Hertaald: gezetten hoogtijdsdag, Wanneer u naar Mijn gebod met vreugde voor Mij zou moeten offeren, terwijl u dan zonder offer en in rouw buiten uw land zult zitten; zie Num. 10:10 en Deut. 12:12, enzovoort, en vergelijk Hos. 3:4 en de aantekening bij vers 4.

Hosea 9 vers 6

gaan daarhenen Dat is, zullen voorzeker uit hun land moeten weggaan; of zij gaan heen, dat is zij gaan verloren, of verdwijnen.

Hertaald: gaan daarhenen Dat is: zij zullen zeker uit hun land weg moeten; of: zij gaan heen, dat is: zij gaan verloren, zij verdwijnen.

verstoring; Die de Assyriër zou aanrichten.

Hertaald: verstoring; Die de Assyriër zou aanrichten.

Egypte zal ze verzamelen, Uit deze woorden schijnt afgenomen te kunnen worden dat er een gedeelte van Israël voor den Assyriër zou vluchten naar Egypte, menende aldaar wel ontvangen en geholpen te zullen worden, omdat zij den Assyriër verlatende met den koning van Egypte gehandeld hadden; zie boven Hos. 8:13 , maar hoe zij daarover zouden varen, wordt hun hier geprofeteerd. Sommigen gissen dat zij eerst tot die van Juda, daarna met hen naar Egypte getogen zijn.

Hertaald: Egypte zal ze verzamelen, Uit deze woorden lijkt afgeleid te kunnen worden dat een deel van Israël voor de Assyriër naar Egypte zou vluchten, in de mening daar goed ontvangen en geholpen te worden, omdat zij de Assyriër verlaten hadden en met de koning van Egypte onderhandeld hadden; zie Hos. 8:13. Maar hoe het hun daar zou vergaan, wordt hun hier geprofeteerd. Sommigen vermoeden dat zij eerst naar Juda getrokken zijn en daarna met hen naar Egypte.

Mof zal De stad Memfis in Egypte, anders [naar sommiger gevoelen] ook genoemd Nof, Jes. 19:13 ; zie de aantekening aldaar.

Hertaald: Mof zal De stad Memfis in Egypte, die volgens sommigen ook Nof genoemd wordt, Jes. 19:13; zie de aantekening daar.

begraven; En vervolgens zullen zij in hun land niet wederkeren, maar in ballingschap omkomen.

Hertaald: begraven; En daardoor zullen zij niet in hun land terugkeren, maar in de ballingschap omkomen.

begeerte zal er zijn naar hun zilver, Men zal hun geld zoeken en roven. Of, de pleizierige [plaatsen], of gewenste [schatten] van hun zilver, die zal de netel erfelijk bezitten; begeerte voor begeerlijke dingen, die uit zilver waren, of met zilver sieraad gepronkt.

Hertaald: begeerte zal er zijn naar hun zilver, Men zal hun geld zoeken en roven. Of: de begeerlijke plaatsen of gewenste schatten van hun zilver zullen door de netel in bezit genomen worden; begeerte staat hier voor begeerlijke dingen die van zilver waren of met zilveren sieraad gepronkt.

netelen zullen hen erfelijk bezitten, Hebreeuws, netel; dat is, hun land en woonplaatsen zullen lang woest liggen en onbewoond blijven. Vergelijk Jes. 32:13 , en Jes. 34:13 , en onder Hos. 10:8 . Door de mensen versta, hun land of plaatsen waar zij gewoond hebben; zie Richt. 11:23 ; Jer. 49:1 met de aantekening.

Hertaald: netelen zullen hen erfelijk bezitten, Hebreeuws: netel; dat is: hun land en woonplaatsen zullen lang woest liggen en onbewoond blijven. Vergelijk Jes. 32:13 en Jes. 34:13, en Hos. 10:8. Onder de mensen versta hun land of de plaatsen waar zij gewoond hebben; zie Richt. 11:23; Jer. 49:1 met de aantekening.

doornen Hebreeuws, doorn, of distel; vergelijk Job 31:40 ; Jes. 5:6 , en Jes. 7:24 .

Hertaald: doornen Hebreeuws: doorn of distel; vergelijk Job 31:40; Jes. 5:6 en Jes. 7:24.

tenten zijn Ter plaatse waar hun heerlijke woningen zullen geweest zijn.

Hertaald: tenten zijn Op de plaats waar hun heerlijke woningen gestaan zullen hebben.

Hosea 9 vers 7

gewaar worden; Of, weten, bekennen; dat is, alsdan daaraan gedenken en bevinden dat hun de waarheid gezegd is en dat hun valse profeten hen bedrogen hebben. Waarvan in het volgende.

Hertaald: gewaar worden; Of: weten, erkennen; dat is: dan zullen zij eraan denken en ondervinden dat hun de waarheid gezegd is en dat hun valse profeten hen bedrogen hebben. Daarover gaat het vervolg.

profeet is een dwaas, De valse profeten, die aan het volk vrede en voorspoed profeteren.

Hertaald: profeet is een dwaas, De valse profeten, die het volk vrede en voorspoed profeteren.

man des geestes is onzinnig; De profeet, die zich valselijk beroemt van Gods Geest gedreven te worden, of geestelijke gezichten en openbaringen van God te hebben; vergelijk Ezech. 13:3 . Hier zegt God zelf van de valse profeten hetgeen de verleiders en wereldse mensen ten onrechte plegen te zeggen van God ware profeten; zie 2 Kon. 9:11 , en Jer. 29:26 , enz. Anders: de man des winds; dat is, die met ijdelheid en leugen omgaat. Vergelijk Mi. 2:11 .

Hertaald: man des geestes is onzinnig; De profeet die zich er ten onrechte op beroemt door Gods Geest gedreven te worden of geestelijke gezichten en openbaringen van God te hebben; vergelijk Ezech. 13:3. Hier zegt God Zelf van de valse profeten wat de verleiders en wereldse mensen ten onrechte van Gods ware profeten plegen te zeggen; zie 2 Kon. 9:11 en Jer. 29:26, enzovoort. Anders: de man van de wind, dat is: die met ijdelheid en leugen omgaat. Vergelijk Micha 2:11.

haat ook groot Dit kan men verstaan van Efraïms groten haat of wederstand, wreveligheid, wederspannigheid tegen God en zijn heilig woord, of van Gods haat, die tegen Efraïm groot is, dien Hij betonen zal in de voorgemelde dagen der bezoeking en vergelding, en waaruit ook voortkomt dat Hij hen straft door valse profeten.

Hertaald: haat ook groot Dit kan men verstaan van Efraïms grote haat, verzet, wrevel en weerspannigheid tegen God en Zijn heilig Woord; of van Gods haat, die groot is tegen Efraïm en die Hij zal tonen in de genoemde dagen van de bezoeking en de vergelding — waaruit ook voortkomt dat Hij hen door valse profeten straft.

Hosea 9 vers 8

De wachter van Efraïm De ware profeten, die God onder de tien stammen heeft verwekt, houden bestendiglijk en vast aan mijnen God en zijn reinen dienst; gelijk Elia, Elisa en anderen gedaan hebben, en ik ook doe. Zie van dezen titel der profeten Ezech. 3:17 , en vergelijk wijders Jer. 12:3 , en onder Hos. 12:1 ; idem de manier van spreken, met God te wandelen, Gen. 5:22 . Zie de aantekening aldaar. Anders: Is er een wachter Efraïms met mijnen God, de profeet is een vogelvangers strik op al deszelfs wegen. Anders: Efraïms wachter [behoorde] met mijnen God [te zijn], maar, enz. Anders: hij [de valse profeet, waarvan in vs.7] houdt wacht tegen Efraïm [die] met mijnen God [is]; dat is, hij loert op de Israëlieten, die het met God en zijn reinen godsdienst nog houden. Zie 1 Kon. 19:18 , waarop het volgende ook niet kwalijk past. Vergelijk boven Hos. 5:1-2 en de aantekening aldaar.

Hertaald: De wachter van Efraïm De ware profeten die God onder de tien stammen verwekt heeft, houden standvastig vast aan mijn God en Zijn zuivere dienst, zoals Elia, Elisa en anderen gedaan hebben, en zoals ik ook doe. Zie over deze titel van de profeten Ezech. 3:17, en vergelijk verder Jer. 12:3 en Hos. 12:1; en over de manier van spreken met God wandelen Gen. 5:22 met de aantekening daar. Anders: is er een wachter van Efraïm bij mijn God, de profeet is een vogelvangersstrik op al zijn wegen. Anders: de wachter van Efraïm behoorde bij mijn God te zijn, maar, enzovoort. Anders: hij — de valse profeet uit vers 7 — houdt de wacht tegen Efraïm dat met mijn God is; dat is: hij loert op de Israëlieten die het nog met God en Zijn zuivere godsdienst houden. Zie 1 Kon. 19:18, waar het volgende ook goed bij past. Vergelijk Hos. 5:1-2 met de aantekening daar.

profeet Versta, de valse profeten, waarvan in het voorgaande is gesproken.

Hertaald: profeet Versta: de valse profeten, over wie hierboven gesproken is.

vogelvangersstrik, Dit kan men duiden op het geestelijk vangen en verstrikken der zielen, en van het lichamelijk loeren, betrappen, vangen en moorden der vromen, gelijk in de voorgaande aantekening is vermeld.

Hertaald: vogelvangersstrik, Dit kan men betrekken op het geestelijk vangen en verstrikken van de zielen, en op het lichamelijk loeren, betrappen, vangen en vermoorden van de vromen, zoals in de vorige aantekening vermeld is.

zijn wegen, Op alle straten en wegen in Israël; of, in al zijn eigen doen en handel is de valse profeet niets anders dan een strik, enz.

Hertaald: zijn wegen, Op alle straten en wegen in Israël; of: in al zijn eigen doen en handel is de valse profeet niets anders dan een strik, enzovoort.

haat Die met recht van God en alle vromen gehaat is, en niet dan Gods haat tegen Israël [boven Hos. 8:1 , genoemd des Heeren huis ] door al zijne verleiding en goddelozen handel verwekt en veroorzaakt.

Hertaald: haat Die met recht door God en alle vromen gehaat wordt, en die door al zijn verleiding en goddeloze handel niets anders opwekt dan Gods haat tegen Israël — dat in Hos. 8:1 het huis van de HEERE genoemd wordt.

zijns Gods Efraïm, of des getrouwen wachters, van wien in het begin van vs.8 gesproken is.

Hertaald: zijns Gods Namelijk van Efraïm, of van de trouwe wachter over wie aan het begin van vers 8 gesproken is.

Hosea 9 vers 9

zeer diep verdorven, Hebreeuws, zij hebben verdiept, zij hebben verdorven; zie van zulke samenvoeging van twee woorden Ps. 45:5 , en van het Hebreeuwse woord boven Hos. 5:2 .

Hertaald: zeer diep verdorven, Hebreeuws: zij hebben verdiept, zij hebben verdorven; zie over zo'n samenvoeging van twee woorden Ps. 45:5, en over het Hebreeuwse woord Hos. 5:2.

Gibea; Gelijk die van Benjamin te Gibea tot gruwelijke boosheid vervallen waren, en een iegelijk in Israël deed wat hij wilde; zie de historie, Jdg 19 , en vergelijk onder Hos. 10:9 .

Hertaald: Gibea; Zoals die van Benjamin in Gibea tot gruwelijke boosheid vervallen waren, en ieder in Israël deed wat hij wilde; zie de geschiedenis in Richt. 19, en vergelijk Hos. 10:9.

gedenken, Gelijk boven Hos. 8:13 , zie aldaar.

Hertaald: gedenken, Zoals Hos. 8:13; zie daar.

Hosea 9 vers 10

druiven in de woestijn, Dat is, toen Ik Israël eerst tot mijn volk aannam, waren zij mij zo aangenaam als een wandelaar druiven zijn, die hij vindt in een woestijn, en zo zoet als de eerste rijpe vijgen aan den vijgeboom; vergelijk Mi. 7:1 .

Hertaald: druiven in de woestijn, Dat is: toen Ik Israël voor het eerst als Mijn volk aannam, waren zij Mij zo aangenaam als druiven voor een reiziger die ze in een woestijn vindt, en zo zoet als de eerste rijpe vijgen aan de vijgenboom; vergelijk Micha 7:1.

Baäl-peor, Der Moabieten afgod, om met hem geestelijk overspel of hoererij te bedrijven, waarop de lichamelijke ontucht gevolgd is. Zie Num. 25:1-3 , enz. en de navolging van dit voorbeeld hunner voorvaders; 1 Kon. 18:31-32 , enz.

Hertaald: Baäl-peor, De afgod van de Moabieten, om met hem geestelijk overspel of hoererij te bedrijven, waarop de lichamelijke ontucht gevolgd is. Zie Num. 25:1-3, enzovoort, en de navolging van dit voorbeeld van hun voorvaders in 1 Kon. 18:31-32, enzovoort.

zonderden zich af Met een bijzondere afgodische voorbereiding tot den religieusen dienst van dezen afgod. Het Hebreeuwse woord is hetzelfde, waarvan de nazireërs, dat is de afgezonderden, hun naam hadden; zie Num. 6:2 , enz.

Hertaald: zonderden zich af Met een bijzondere afgodische voorbereiding op de godsdienstige verering van deze afgod. Het Hebreeuwse woord is hetzelfde waaraan de nazireeërs, dat is: de afgezonderden, hun naam ontleenden; zie Num. 6:2, enzovoort.

schaamte, Dien schandelijken afgod Baäl; zie Jer. 3:24-25 .

Hertaald: schaamte, Die schandelijke afgod Baäl; zie Jer. 3:24-25.

gans verfoeilijk naar hun boelerij Hebreeuws, verfoeiselen, of verfoeilijkheden. Anders: daar waren verfoeilijkheden naar hunne begeerte. Alle verfoeilijkheden gingen daar in zwang, naar hunnen wil en lust, naar dat hun vuile lust en wens opgaf. Sommigen nemen het alsof God tegen elkander stelde, dat zij bij Hem daardoor zo verfoeilijk werden als Hij hen tevoren zeer bemind had.

Hertaald: gans verfoeilijk naar hun boelerij Hebreeuws: verfoeiselen of verfoeilijkheden. Anders: daar waren verfoeilijkheden naar hun begeerte. Alle gruwelen gingen daar in zwang, naar hun wil en lust, naar wat hun vuile begeerte ingaf. Sommigen vatten het op alsof God twee dingen tegenover elkaar stelt: dat zij daardoor bij Hem even verfoeilijk werden als Hij hen tevoren zeer bemind had.

Hosea 9 vers 11

heerlijkheid Dat is, hun koninkrijk, gezegende staat, en voornamelijk de menigte hunner kinderen, waarmede zij versierd en verheerlijkt zijn, gelijk in het volgende verklaard wordt. Zie Ps. 127:5 ; Spr. 17:6 .

Hertaald: heerlijkheid Dat is: hun koninkrijk, hun gezegende staat, en vooral de menigte van hun kinderen, waarmee zij versierd en verheerlijkt zijn, zoals in het vervolg verklaard wordt. Zie Ps. 127:5; Spr. 17:6.

wegvlieden als een vogel; Dat is, zij zullen snellijk daarvan beroofd worden, en dezelve zo weinig weder kunnen verkrijgen als een ontvlogen vogel.

Hertaald: wegvlieden als een vogel; Dat is: zij zullen daarvan snel beroofd worden, en die even weinig kunnen terugkrijgen als een weggevlogen vogel.

van de geboorte, Dat is, zo haast zij zullen geboren zijn, of terwijl zij gedragen worden, of zo haast zij zullen ontvangen zijn.

Hertaald: van de geboorte, Dat is: zodra zij geboren zullen zijn, of terwijl zij gedragen worden, of zodra zij ontvangen zijn.

moeders buik, Van de invoeging van dit woord, zie Richt. 13:5 , en Job 3:10 .

Hertaald: moeders buik, Over het invoegen van dit woord, zie Richt. 13:5 en Job 3:10.

Hosea 9 vers 12

dat zij onder de mensen Of, dat zij geen mensen zullen zijn, of dat hun geen mens overblijve. Vergelijk Spr. 30:14 .

Hertaald: dat zij onder de mensen Of: dat zij geen mensen meer zullen zijn, of dat hun geen mens overblijft. Vergelijk Spr. 30:14.

Hosea 9 vers 13

Tyrus aanzag, Hebreeuws, Tsor; zie van deze stad Joz. 19:29 , en 1 Kon. 5:1 ; Jer 23 , Eze 27 .

Hertaald: Tyrus aanzag, Hebreeuws: Tsor; zie over deze stad Joz. 19:29 en 1 Kon. 5:1; Jer. 23, Ezech. 27.

geplant is in een liefelijke woonplaats; Dit schijnt te zien op de vastigheid, lieflijkheid en voorspoed in deze beide vergeleken plaatsen.

Hertaald: geplant is in een liefelijke woonplaats; Dit lijkt te zien op de vastheid, liefelijkheid en voorspoed van deze twee met elkaar vergeleken plaatsen.

moeten uitbrengen Hebreeuws, alsof men zeide: [Is, of is gesteld, geschikt gereed] om uit te brengen, [vergelijk Jes. 38:20 met de aantekening]; dat is, zal ze uit zijn schone woonplaatsen zelf moeten uitbrengen, enz.

Hertaald: moeten uitbrengen Hebreeuws alsof men zei: is gesteld of gereedgemaakt om uit te brengen (vergelijk Jes. 38:20 met de aantekening); dat is: zal ze zelf uit zijn mooie woonplaatsen naar buiten moeten brengen, enzovoort.

doodslager De Assyriërs, hunne vijanden; vergelijk Deut. 28:41 , en Job 27:14 .

Hertaald: doodslager De Assyriërs, hun vijanden; vergelijk Deut. 28:41 en Job 27:14.

Hosea 9 vers 14

Geef hun, HEERE De profeet, zeer ontsteld en benauwd zijnde over deze verschrikkelijke aanstaande ellenden van het volk, weet niets anders van den Heere te begeren dan dat zij liever geen kinderen mochten hebben, dan dat die, groot gemaakt zijnde, van den vijand zouden vermoord worden. Vergelijk Luc. 23:29 . Anders: geef hun wat Gij geven zult; dat is, zulks als hunne zonden verdienen en uwe gerechtigheid vereist.

Hertaald: Geef hun, HEERE De profeet, die zeer ontsteld en benauwd is over de verschrikkelijke ellende die het volk te wachten staat, weet niets anders van de HEERE te vragen dan dat zij liever geen kinderen mogen hebben dan dat die, groot geworden, door de vijand vermoord zouden worden. Vergelijk Luk. 23:29. Anders: geef hun wat U geven zult, dat is: zoals hun zonden verdienen en Uw gerechtigheid eist.

misdragende baarmoeder, Hebreeuws, van kinderen berovende.

Hertaald: misdragende baarmoeder, Hebreeuws: van kinderen berovende.

Hosea 9 vers 15

Al hun boosheid is te Gilgal, Dat is, de voornaamste afgoderij wordt aldaar bedreven, of, wat er overal van afgoderij in het land is, brengen zij daar tezamen; daar integendeel de gedachtenis der weldaden, die hun God eenmaal in deze plaats bewezen had, hen van alle afgoderij behoorde af te schrikken; zie boven Hos. 4:15 , en onder Hos. 12:12 .

Hertaald: Al hun boosheid is te Gilgal, Dat is: de voornaamste afgoderij wordt daar bedreven; of: wat er overal in het land aan afgoderij is, brengen zij daar bijeen. En dat terwijl juist de herinnering aan de weldaden die hun God hun eens op deze plaats bewezen had, hen van alle afgoderij had moeten afschrikken; zie Hos. 4:15 en Hos. 12:12.

want daar heb Ik ze gehaat, Of, gewisselijk.

Hertaald: want daar heb Ik ze gehaat, Of: zeker.

huis uitdrijven, Dat is, uit mijn land, of uit mijn huisgezin, dat zij niet meer mijne kinderen noch knechten zullen zijn.

Hertaald: huis uitdrijven, Dat is: uit Mijn land, of uit Mijn huisgezin, zodat zij niet langer Mijn kinderen of knechten zullen zijn.

voortaan niet meer liefhebben; Hebreeuws, niet toedoen, of voortvaren hen lief te hebben; dat is, Ik zal hun niet langer weldoen.

Hertaald: voortaan niet meer liefhebben; Hebreeuws: niet toedoen of voortgaan hen lief te hebben; dat is: Ik zal hun niet langer weldoen.

afvalligen Of, wederstrevig, onbandig.

Hertaald: afvalligen Of: weerspannig, onbandig.

Hosea 9 vers 16

geslagen, Gelijk een kruid van de hitte der zon gelijk als geslagen of anderszins gekwetst wordt, dat het niet kan groeien noch bloeien; [vergelijk Ps. 102:5 ] , alzo is Efraïm van boven [van God] geslagen, dat zijn wortel onder verdord is. Vergelijk Job 18:16 ; Am. 2:9 ; Jona 4:7 , en zie het tegendeel Job 29:19 .

Hertaald: geslagen, Zoals een kruid door de hitte van de zon als het ware geslagen of anderszins beschadigd wordt, zodat het niet kan groeien of bloeien (vergelijk Ps. 102:5), zo is Efraïm van boven, door God, geslagen, zodat zijn wortel beneden verdord is. Vergelijk Job 18:16; Amos 2:9; Jona 4:7, en zie het tegendeel in Job 29:19.

voortbrengen; Hebreeuws, maken, gelijk boven Hos. 8:7 ; zie aldaar.

Hertaald: voortbrengen; Hebreeuws: maken, zoals Hos. 8:7; zie daar.

gewenste vruchten Hebreeuws, de begeerten van hun buik; dat is, hun gewenste lijfsvruchten.

Hertaald: gewenste vruchten Hebreeuws: de begeerten van hun buik; dat is: hun gewenste lijfsvruchten.

Hosea 9 vers 17

Mijn God zal ze verwerpen, Wien ik dien, en aan wien ik mij houd, gelijk boven vs.8.

Hertaald: Mijn God zal ze verwerpen, Die ik dien en aan Wie ik mij houd, zoals vers 8.

omzwervende zijn onder de heidenen Vergelijk Gen. 4:12 , Gen. 4:14 ; 1 Kon. 14:15 ; Spr. 27:8 , en boven Hos. 7:13 .

Hertaald: omzwervende zijn onder de heidenen Vergelijk Gen. 4:12, Gen. 4:14; 1 Kon. 14:15; Spr. 27:8, en Hos. 7:13.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Ik vond Israel als druiven in de woestijn  — een herinnering aan het begin, tegenover wat er daarna gebeurde (Hos. 9:10)

"Ik vond Israel als druiven in de woestijn, Ik zag uw vaderen als de eerste vrucht aan den vijgeboom in haar beginsel; maar zij gingen in tot Baal-Peor, en zonderden zich af tot die schaamte, en werden gans verfoeilijk naar hun boelerij" (Hos. 9:10).

Bijbelse betekenis: Merk op de twee beelden waarmee het vers begint: druiven in de woestijn en de eerste vrucht aan de vijgeboom. Beide zijn zeldzaam en kostbaar juist omdat zij onverwacht zijn — een vondst in dorre grond, het allereerste van de oogst. Zo zag God Zijn volk toen Hij het vond. Let vervolgens op het woordje maar. Er wordt geen lange geschiedenis verteld tussen de vondst en de val; het ene volgt vrijwel meteen op het andere. Let ten slotte op de plaats Baal-Peor. Dat is de gebeurtenis uit Numeri waar Israël zich met de dochters van Moab inliet en hun goden diende (reeds behandeld bij Num. 25:1-3) — vlak vóór de intocht in het beloofde land, op het hoogtepunt van de vondst zelf.

Typologie: Wat hier over Israël gezegd wordt, herhaalt de Heere Jezus over de gemeente te Efeze: "Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten" (Op. 2:4). Ontrouw begint zelden bij het begin; zij begint bij het vergeten van het begin.

Hos. 9:10; Num. 25:1-3; Op. 2:4

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Hosea 9

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content