Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Hosea 7

1 Terwijl Ik Israel genees, zo wordt Efraims ongerechtigheid ontdekt, mitsgaders de boosheden van Samaria; want zij werken valsheid; en de dief gaat er in, de bende der straatschenders stroopt daar buiten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Terwijl Ik IsraelH3478 geneesH7495, zo wordt EfraimsH669 ongerechtigheidH5771 ontdektH1540, mitsgaders de booshedenH7451 van SamariaH8111; wantH3588 zij werkenH6466 valsheidH8267; en de diefH4590 gaat er in, de bendeH1416 der straatschenders strooptH6584 daar buitenH2351. Terwijl Ik Israel genees, zo wordt Efraims ongerechtigheid ontdekt, mitsgaders de boosheden van Samaria; want zij werken valsheid; en de dief gaat er in, de bende der straatschenders stroopt daar buiten.

KJV When I would have healed1 Israel,2 then the iniquity4 of Ephraim5 was discovered,3 and the wickedness6 of Samaria:7 for they commit9 falsehood;10 and the thief11 cometh in,12 and the troop14 of robbers spoileth13 without.

1 כְּרָפְאִ֣י H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 2 לְיִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 וְנִגְלָ֞ה H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 4 עֲוֺ֤ן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 5 אֶפְרַ֨יִם֙ H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 6 וְרָע֣וֹת H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 7 שֹֽׁמְר֔וֹן H8111 Samaria Samaria 8 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 פָעֲל֖וּ H6466 werkers, gewrocht, werken commit, (evil-) do(-er), make(-r), ordain, work(-er) 10 שָׁ֑קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 11 וְגַנָּ֣ב H1590 dief, dieven thief 12 יָב֔וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 13 פָּשַׁ֥ט H6584 uittrekken, ingevallen, overvielen fall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self) 14 גְּד֖וּד H1416 benden, bende, bende straatschenders army, band (of men), company, troop (of robbers) 15 בַּחֽוּץ H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En zij zeggen niet in hun hart, dat Ik al hunner boosheid gedachtig ben; nu omsingelen hen hun handelingen, zij zijn voor Mijn aangezicht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En zij zeggenH559 niet in hun hartH3824, dat Ik alH3605 hunner boosheidH7451 gedachtigH2142 ben; nuH6258 omsingelenH5437 hen hun handelingenH4611, zij zijn voor Mijn aangezichtH6440. En zij zeggen niet in hun hart, dat Ik al hunner boosheid gedachtig ben; nu omsingelen hen hun handelingen, zij zijn voor Mijn aangezicht.

KJV And they consider2 not in their hearts3 that I remember6 all their wickedness:5 now their own doings9 have beset them about;8 they are before my face.

1 וּבַל H1077 niet, geenszins lest, neither, no, none (that...), not (any), nothing 2 יֹֽאמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 לִלְבָבָ֔ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 רָעָתָ֖ם H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 6 זָכָ֑רְתִּי H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 7 עַתָּה֙ H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 8 סְבָב֣וּם H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 9 מַֽעַלְלֵיהֶ֔ם H4611 handelingen, daden, werken doing, endeavour, invention, work 10 נֶ֥גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 11 פָּנַ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 הָיֽוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Zij verblijden den koning met hun boosheid, en de vorsten met hun leugenen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Zij verblijdenH8055 den koningH4428 met hun boosheidH7451, en de vorstenH8269 met hun leugenenH3585. Zij verblijden den koning met hun boosheid, en de vorsten met hun leugenen.

KJV They make the king3 glad2 with their wickedness,1 and the princes5 with their lies.

1 בְּרָעָתָ֖ם H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 2 יְשַׂמְּחוּ H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 3 מֶ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 וּבְכַחֲשֵׁיהֶ֖ם H3585 leugen, leugenen, magerheid leanness, lies, lying 5 שָׂרִֽים H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zij bedrijven al te zamen overspel, zij zijn gelijk een bakoven, die heet gemaakt is van den bakker; die ophoudt van wakker te zijn, nadat hij het deeg heeft gekneed, totdat het doorgezuurd zij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Zij bedrijven al te zamen overspelH5003, zij zijn gelijk een bakovenH8574, die heetH1197 gemaakt is van den bakkerH644; die ophoudtH7673 van wakkerH5782 te zijn, nadat hij het deegH1217 heeft gekneedH3888, totdatH5704 het doorgezuurdH2556 zij. Zij bedrijven al te zamen overspel, zij zijn gelijk een bakoven, die heet gemaakt is van den bakker; die ophoudt van wakker te zijn, nadat hij het deeg heeft gekneed, totdat het doorgezuurd zij.

KJV They are all adulterers,2 as an oven4 heated5 by the baker,6 who ceaseth7 from raising8 after he hath kneaded9 the dough,10 until it be leavened.

1 כֻּלָּם֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 מְנָ֣אֲפִ֔ים H5003 overspel, overspelers, bedrijven overspel adulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock 3 כְּמ֣וֹ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 4 תַנּ֔וּר H8574 oven, bakoven, bakovens furnace, oven 5 בֹּעֵ֖רָה H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 6 מֵֽאֹפֶ֑ה H644 bakkers, bakken, bakker bake(-r, (-meats)) 7 יִשְׁבּ֣וֹת H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 8 מֵעִ֔יר H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 9 מִלּ֥וּשׁ H3888 kneedde, gekneed, kneden knead 10 בָּצֵ֖ק H1217 deeg dough, flour 11 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 12 חֻמְצָתֽוֹ H2556 gedesemd, besprenkelde, doorgezuurd cruel (man), dyed, be grieved, leavened
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Het is de dag onzes konings; de vorsten maken hem krank door verhitting van den wijn; hij strekt zijn hand voort met de spotters.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Het is de dagH3117 onzes koningsH4428; de vorstenH8269 maken hem krankH2470 door verhittingH2534 van den wijnH3196; hij strektH4900 zijn handH3027 voort metH854 de spottersH3945. Het is de dag onzes konings; de vorsten maken hem krank door verhitting van den wijn; hij strekt zijn hand voort met de spotters.

KJV In the day1 of our king2 the princes4 have made him sick3 with bottles5 of wine;6 he stretched out7 his hand8 with scorners.

1 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 מַלְכֵּ֔נוּ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 הֶחֱל֥וּ H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 4 שָׂרִ֖ים H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 5 חֲמַ֣ת H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 6 מִיָּ֑יִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 7 מָשַׁ֥ךְ H4900 getrokken, trekken, trekt draw (along, out), continue, defer, extend, forbear, [idiom] give, handle, make (pro-, sound) long, [idiom] sow, scatter, stretch out 8 יָד֖וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 10 לֹצְצִֽים H3945 spotters scorn
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Want zij voeren hun hart aan, als een bakoven, tot hun lagen; hunlieder bakker slaapt den gansen nacht; 's morgens brandt hij als een vlammend vuur.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Want zij voerenH7126 hun hartH3820 aan, als een bakovenH8574, tot hun lagenH693; hunlieder bakkerH644 slaaptH3463 den gansenH3605 nachtH3915; 's morgensH1242 brandtH1197 hijH1931 als een vlammendH3852 vuurH784. Want zij voeren hun hart aan, als een bakoven, tot hun lagen; hunlieder bakker slaapt den gansen nacht; 's morgens brandt hij als een vlammend vuur.

KJV For they have made ready2 their heart4 like an oven,3 whiles they lie in wait:5 their baker9 sleepeth8 all the night;7 in the morning10 it burneth12 as a flaming14 fire.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 קֵרְב֧וּ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 3 כַתַּנּ֛וּר H8574 oven, bakoven, bakovens furnace, oven 4 לִבָּ֖ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 5 בְּאָרְבָּ֑ם H693 achterlage, lagen, loeren (lie in) ambush(-ment), lay (lie in) wait 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הַלַּ֨יְלָה֙ H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 8 יָשֵׁ֣ן H3463 slaapt, slapen, sliep asleep, (one out of) sleep(-eth, -ing), slept 9 אֹֽפֵהֶ֔ם H644 bakkers, bakken, bakker bake(-r, (-meats)) 10 בֹּ֕קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 11 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 בֹעֵ֖ר H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 13 כְּאֵ֥שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 14 לֶהָבָֽה H3852 vlam, vlammend, vlammig flame(-ming), head (of a spear)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zij zijn allen te zamen verhit als een bakoven, en zij verteren hun rechters; al hun koningen vallen; er is niemand onder hen, die tot Mij roept.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Zij zijn allen te zamen verhitH2552 als een bakovenH8574, en zij verterenH398 hun rechtersH8199; alH3605 hun koningenH4428 vallenH5307; er is niemandH369 onder hen, die totH413 Mij roeptH7121. Zij zijn allen te zamen verhit als een bakoven, en zij verteren hun rechters; al hun koningen vallen; er is niemand onder hen, die tot Mij roept.

KJV They are all hot2 as an oven,3 and have devoured4 their judges;6 all their kings8 are fallen:9 there is none among them that calleth

1 כֻּלָּ֤ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 יֵחַ֨מּוּ֙ H2552 warm, heet, warmt enflame self, get (have) heat, be (wax) hot, (be, wax) warm (self, at) 3 כַּתַּנּ֔וּר H8574 oven, bakoven, bakovens furnace, oven 4 וְאָכְל֖וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 שֹֽׁפְטֵיהֶ֑ם H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 מַלְכֵיהֶ֣ם H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 נָפָ֔לוּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 10 אֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 11 קֹרֵ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 12 בָהֶ֖ם 13 אֵלָֽי H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Efraim, die verwart zich met de volken; Efraim is een koek, die niet is omgekeerd;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 EfraimH669, die verwartH1101 zich met de volkenH5971; EfraimH669 isH1961 een koek, die niet is omgekeerdH2015; Efraim, die verwart zich met de volken; Efraim is een koek, die niet is omgekeerd;

KJV Ephraim,1 he hath mixed4 himself among the people;2 Ephraim5 is a cake7 not turned.

1 אֶפְרַ֕יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 2 בָּעַמִּ֖ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 יִתְבּוֹלָ֑ל H1101 gemengd, overgoten, verwarde anoint, confound, [idiom] fade, mingle, mix (self), give provender, temper 5 אֶפְרַ֛יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 6 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 עֻגָ֖ה H5692 koeken cake (upon the hearth) 8 בְּלִ֥י H1097 iemand, alsof, onwetende corruption, ig(norantly), for lack of, where no...is, so that no, none, not, un(awares), without 9 הֲפוּכָֽה H2015 veranderd, omgekeerd, keerde [idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Vreemden verteren zijn kracht, en hij merkt het niet; ook is de grauwigheid op hem verspreid, en hij merkt het niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 VreemdenH2114 verterenH398 zijn krachtH3581, en hijH1931 merktH3045 het nietH3808; ookH1571 is de grauwigheidH7872 op hem verspreidH2236, en hij merktH3045 het nietH3808. Vreemden verteren zijn kracht, en hij merkt het niet; ook is de grauwigheid op hem verspreid, en hij merkt het niet.

KJV Strangers2 have devoured1 his strength,3 and he knoweth6 it not: yea, gray hairs8 are here and there9 upon him, yet he knoweth

1 אָכְל֤וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 2 זָרִים֙ H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 3 כֹּח֔וֹ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 4 וְה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יָדָ֑ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 7 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 8 שֵׂיבָה֙ H7872 ouderdom, grijsheid, grauwe (be) gray (grey hoar,-y) hairs (head,-ed), old age 9 זָ֣רְקָה H2236 sprengen, sprengde, sprengden be here and there, scatter, sprinkle, strew 10 בּ֔וֹ 11 וְה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 יָדָֽע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Dies zal de hovaardij van Israel in zijn aangezicht getuigen; dewijl zij zich niet bekeren tot den HEERE, hun God, noch Hem zoeken in alle deze.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Dies zal de hovaardijH1347 van IsraelH3478 in zijn aangezichtH6440 getuigenH6030; dewijl zij zich nietH3808 bekerenH7725 totH413 den HEEREH3068, hun GodH430, nochH3808 Hem zoekenH1245 in alleH3605 dezeH2063. Dies zal de hovaardij van Israel in zijn aangezicht getuigen; dewijl zij zich niet bekeren tot den HEERE, hun God, noch Hem zoeken in alle deze.

KJV And the pride2 of Israel3 testifieth1 to his face:4 and they do not return6 to the LORD8 their God,9 nor seek

1 וְעָנָ֥ה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 גְאֽוֹן H1347 hovaardij, hoogmoed, heerlijkheid arrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling 3 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 בְּפָנָ֑יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 שָׁ֨בוּ֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 אֱלֹֽהֵיהֶ֔ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 בִקְשֻׁ֖הוּ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 12 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 זֹֽאת H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want Efraim is als een botte duif, zonder hart; zij roepen Egypte aan, zij gaan henen tot Assur.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Want EfraimH669 isH1961 als een botteH6601 duifH3123, zonderH369 hartH3820; zij roepenH7121 EgypteH4714 aan, zij gaanH1980 henen tot AssurH804. Want Efraim is als een botte duif, zonder hart; zij roepen Egypte aan, zij gaan henen tot Assur.

KJV Ephraim2 also is like a silly4 dove3 without heart:6 they call8 to Egypt,7 they go10 to Assyria.

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אֶפְרַ֔יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 3 כְּיוֹנָ֥ה H3123 duiven, duif, duive dove, pigeon 4 פוֹתָ֖ה H6601 overreden, overreed, verlokt allure, deceive, enlarge, entice, flatter, persuade, silly (one) 5 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 6 לֵ֑ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 7 מִצְרַ֥יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 8 קָרָ֖אוּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 9 אַשּׁ֥וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 10 הָלָֽכוּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Wanneer zij zullen henengaan, zal Ik Mijn net over hen uitspreiden, Ik zal ze als vogelen des hemels doen nederdalen. Ik zal ze tuchtigen, gelijk gehoord is in hun vergadering.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Wanneer zij zullen henengaanH3212, zal Ik Mijn netH7568 overH5921 hen uitspreidenH6566, Ik zal ze als vogelenH5775 des hemelsH8064 doen nederdalenH3381. Ik zal ze tuchtigenH3256, gelijk gehoordH8088 is in hun vergaderingH5712. Wanneer zij zullen henengaan, zal Ik Mijn net over hen uitspreiden, Ik zal ze als vogelen des hemels doen nederdalen. Ik zal ze tuchtigen, gelijk gehoord is in hun vergadering.

KJV When they shall go,2 I will spread3 my net5 upon them; I will bring them down8 as the fowls6 of the heaven;7 I will chastise9 them, as their congregation11 hath heard.

1 כַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 יֵלֵ֗כוּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 3 אֶפְר֤וֹשׂ H6566 uitbreiden, uitspreiden, breidde break, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out) 4 עֲלֵיהֶם֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 רִשְׁתִּ֔י H7568 net, netwerk net(-work) 6 כְּע֥וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 7 הַשָּׁמַ֖יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 8 אֽוֹרִידֵ֑ם H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 9 אַיְסִרֵ֕ם H3256 gekastijd, kastijden, getuchtigd bind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach 10 כְּשֵׁ֖מַע H8088 gerucht, tijding, gehoor bruit, fame, hear(-ing), loud, report, speech, tidings 11 לַעֲדָתָֽם H5712 vergadering, gemeente, bijenzwerm assembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Wee hen, want zij zijn van Mij afgezworven; verstoring over hen, want zij hebben tegen Mij overtreden! Ik zou hen wel verlossen, maar zij spreken leugenen tegen Mij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 WeeH188 hen, wantH3588 zij zijn vanH4480 Mij afgezworvenH5074; verstoringH7701 over hen, wantH3588 zij hebben tegen Mij overtredenH6586! IkH595 zou hen wel verlossenH6299, maar zijH1992 sprekenH1696 leugenenH3577 tegenH5921 Mij. Wee hen, want zij zijn van Mij afgezworven; verstoring over hen, want zij hebben tegen Mij overtreden! Ik zou hen wel verlossen, maar zij spreken leugenen tegen Mij.

KJV Woe1 unto them! for they have fled4 from me: destruction6 unto them! because they have transgressed9 against me: though I have redeemed12 them, yet they have spoken14 lies

1 א֤וֹי H188 Wee, wee, Och alas, woe 2 לָהֶם֙ 3 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 נָדְד֣וּ H5074 omdoolt, omzwervende, vloden weg chase (away), [idiom] could not, depart, flee ([idiom] apace, away), (re-) move, thrust away, wander (abroad, -er, -ing) 5 מִמֶּ֔נִּי H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 שֹׁ֥ד H7701 verwoesting, verstoring, verstoorde desolation, destruction, oppression, robbery, spoil(-ed, -er, -ing), wasting 7 לָהֶ֖ם 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 פָ֣שְׁעוּ H6586 overtreden, overtreders, vielen offend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or) 10 בִ֑י 11 וְאָנֹכִ֣י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 12 אֶפְדֵּ֔ם H6299 verlost, lossen, verlossen [idiom] at all, deliver, [idiom] by any means, ransom, (that are to be, let be) redeem(-ed), rescue, [idiom] surely 13 וְהֵ֕מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 14 דִּבְּר֥וּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 15 עָלַ֖י H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 כְּזָבִֽים H3577 leugen, leugenen, leugenachtig deceitful, false, leasing, + liar, lie, lying
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Zij roepen ook niet tot Mij met hun hart, wanneer zij huilen op hun legers; om koren en most verzamelen zij zich, maar zij wederstreven tegen Mij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Zij roepenH2199 ook nietH3808 totH413 Mij met hun hartH3820, wanneer zij huilenH3213 opH5921 hun legersH4904; om korenH1715 en mostH8492 verzamelenH1481 zij zich, maarH3588 zij wederstrevenH5493 tegen Mij. Zij roepen ook niet tot Mij met hun hart, wanneer zij huilen op hun legers; om koren en most verzamelen zij zich, maar zij wederstreven tegen Mij.

KJV And they have not cried2 unto me with their heart,4 when they howled6 upon their beds:8 they assemble12 themselves for corn10 and wine,11 and they rebel

1 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 זָעֲק֤וּ H2199 riep, riepen, roepen assemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed 3 אֵלַי֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 בְּלִבָּ֔ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 5 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 יְיֵלִ֖ילוּ H3213 huilen, Huilt, huilt (make to) howl, be howling 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 מִשְׁכְּבוֹתָ֑ם H4904 leger, bijligging, legers bed(-chamber), couch, lieth (lying) with 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 דָּגָ֧ן H1715 koren, koorn, korens corn (floor), wheat 11 וְתִיר֛וֹשׁ H8492 most (new, sweet) wine 12 יִתְגּוֹרָ֖רוּ H1481 vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeert abide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely 13 יָס֥וּרוּ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 14 בִֽי
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Ik heb hen wel getuchtigd, en hunlieder armen gesterkt; maar zij denken kwaad tegen Mij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 IkH589 heb hen wel getuchtigdH3256, en hunlieder armenH2220 gesterktH2388; maar zij denkenH2803 kwaadH7451 tegenH413 Mij. Ik heb hen wel getuchtigd, en hunlieder armen gesterkt; maar zij denken kwaad tegen Mij.

KJV Though I have bound2 and strengthened3 their arms,4 yet do they imagine6 mischief

1 וַאֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 יִסַּ֔רְתִּי H3256 gekastijd, kastijden, getuchtigd bind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach 3 חִזַּ֖קְתִּי H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 4 זְרֽוֹעֹתָ֑ם H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 5 וְאֵלַ֖י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 יְחַשְּׁבוּ H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think 7 רָֽע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Zij keren zich, maar niet tot den Allerhoogste, zij zijn als een bedrieglijke boog; hun vorsten vallen door het zwaard; vanwege de gramschap hunner tong; dat is hunlieder bespotting in Egypteland.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Zij kerenH7725 zich, maar nietH3808 tot den AllerhoogsteH5920, zij zijn als een bedrieglijke boogH7198; hun vorstenH8269 vallenH5307 door het zwaardH2719; vanwege de gramschapH2195 hunner tongH3956; dat is hunlieder bespottingH3933 in EgyptelandH776. Zij keren zich, maar niet tot den Allerhoogste, zij zijn als een bedrieglijke boog; hun vorsten vallen door het zwaard; vanwege de gramschap hunner tong; dat is hunlieder bespotting in Egypteland.

Ook in dit vers bedriegelijkeH7423

KJV They return,1 but not to the most High:3 they are like a deceitful6 bow:5 their princes9 shall fall7 by the sword8 for the rage10 of their tongue:11 this12 shall be their derision13 in the land14 of Egypt.

1 יָשׁ֣וּבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 עָ֗ל H5920 Allerhoogste, hoog above, high, most High 4 הָיוּ֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 כְּקֶ֣שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 6 רְמִיָּ֔ה H7423 bedriegelijke, bedrog, bedriegelijk deceit(-ful, -fully), false, guile, idle, slack, slothful 7 יִפְּל֥וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 8 בַחֶ֛רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 9 שָׂרֵיהֶ֖ם H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 10 מִזַּ֣עַם H2195 gramschap, verstoordheid, grimmigheid angry, indignation, rage 11 לְשׁוֹנָ֑ם H3956 tong, spraak, tongen [phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge 12 ז֥וֹ H2097 that, this 13 לַעְגָּ֖ם H3933 spot, bespotting, spots derision, scorn (-ing) 14 בְּאֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 מִצְרָֽיִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Hosea 7:1 Hosea 4:2 Hosea 6:4 Hosea 8:9 Hosea 10:5 Hosea 11:12 Hosea 6:8 Hosea 8:5 Jesaja 28:1
Hosea 7:2 Jeremia 14:10 Jeremia 2:19 Psalmen 90:8 Amos 8:7 Lukas 12:2 Psalmen 9:16 Hebreeën 4:13 Jeremia 4:18
Hosea 7:3 Romeinen 1:32 Micha 7:3 Jeremia 28:1 Jeremia 9:2 Hosea 5:11 1 Koningen 22:13 Amos 7:10 Hosea 7:5
Hosea 7:4 Jeremia 9:2 Hosea 4:12 Hosea 4:2 Hosea 7:6 Jeremia 5:7 Jakobus 4:4
Hosea 7:5 Jesaja 28:1 Psalmen 1:1 Spreuken 13:20 Jesaja 5:11 Jesaja 28:7 Genesis 40:20 Daniël 5:23 Markus 6:21
Hosea 7:6 Hosea 7:7 2 Samuël 13:28 Hosea 7:4 Spreuken 4:16 Psalmen 10:8 Psalmen 21:9 1 Samuël 19:11 Micha 2:1
Hosea 7:7 2 Koningen 15:10 2 Koningen 15:14 2 Koningen 15:30 2 Koningen 15:25 Hosea 8:4 Jesaja 9:13 Jesaja 64:7 Job 36:13
Hosea 7:8 Psalmen 106:35 Hosea 5:13 Maleachi 2:11 1 Koningen 18:21 Mattheüs 6:24 Hosea 8:2 Ezra 9:1 Openbaring 3:15
Hosea 7:9 Hosea 8:7 2 Koningen 13:22 Jesaja 1:7 Jesaja 42:22 Jesaja 57:1 Spreuken 23:35 2 Koningen 13:3 2 Koningen 15:19
Hosea 7:10 Hosea 5:5 Jesaja 9:13 Amos 4:6 Psalmen 14:2 Jeremia 35:15 Hosea 7:7 Hosea 6:1 Jeremia 3:3
Hosea 7:11 Hosea 12:1 Hosea 5:13 Hosea 11:11 Hosea 4:11 Hosea 9:3 Ezechiël 23:4 Hosea 14:3 Jesaja 30:1
Hosea 7:12 Ezechiël 12:13 Deuteronomium 28:15 Deuteronomium 31:16 2 Koningen 17:13 Openbaring 3:19 Ezechiël 17:20 Deuteronomium 32:15 Jeremia 44:4
Hosea 7:13 Hosea 9:12 Hosea 11:12 Micha 6:4 Ezechiël 34:6 1 Johannes 1:10 Jeremia 18:11 Maleachi 3:13 Jeremia 44:17
Hosea 7:14 Amos 2:8 Richteren 9:27 Micha 2:11 Job 35:9 Jeremia 3:10 Zacharia 7:5 Filippenzen 3:19 Jesaja 52:5
Hosea 7:15 Nahum 1:9 Psalmen 62:3 Romeinen 1:21 Psalmen 94:12 Openbaring 3:19 Spreuken 3:11 Handelingen 4:25 2 Korinthe 10:5
Hosea 7:16 Psalmen 78:57 Hosea 9:3 Ezechiël 23:32 Psalmen 73:9 Psalmen 12:4 Hosea 9:6 Hosea 6:4 Psalmen 52:2
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Hosea 7 vers 1

genees, Dat is, bezig ben door mijne profeten om de tien stammen tot bekering te vermanen, en hen tot geestelijken en lichamelijken welstand te brengen. Zie Ps. 30:3 , en onder Hos. 11:3 .

Hertaald: genees, Dat is: bezig ben door Mijn profeten om de tien stammen tot bekering te vermanen en hen tot geestelijke en lichamelijke welstand te brengen. Zie Ps. 30:3 en Hos. 11:3.

ontdekt, Dat is, zo bevindt zich, dat de wortel en oorsprong aller boosheid en ongebondenheid tegen de eerste en tweede tafel, is in den stam van Efraïm, en voornamelijk in des konings hof te Samaria. Of, hunne boosheid wordt ontdekt, door hunne wederstrevigheid tegen al mijne vermaningen, zulks dat zij zich ongeneeslijk tonen.

Hertaald: ontdekt, Dat is: dan blijkt dat de wortel en oorsprong van alle boosheid en ongebondenheid tegen de eerste en de tweede tafel in de stam van Efraïm ligt, en vooral in het hof van de koning in Samaria. Of: hun boosheid wordt aan het licht gebracht door hun weerspannigheid tegen al Mijn vermaningen, waardoor zij zich ongeneeslijk tonen.

Samaria; Zie 1 Kon. 16:24 .

Hertaald: Samaria; Zie 1 Kon. 16:24.

valsheid; Dat is, allerlei afgoderij en huichelarij, zijnde enkel bedrog en valsheid, waardoor zij het verbond met mj breken; zie Ps. 44:18 , Ps. 44:21 ; handelende insgelijks valselijk met den naaste; zie Lev. 19:11 .

Hertaald: valsheid; Dat is: allerlei afgoderij en huichelarij, die enkel bedrog en valsheid is, waarmee zij het verbond met Mij breken; zie Ps. 44:18, Ps. 44:21. Zij handelen even vals met hun naaste; zie Lev. 19:11.

gaat er in, Stelen, roven en moorden is binnen en buiten vrij, en heeft de overhand, zodat beide tafelen van Gods wet verbroken zijn.

Hertaald: gaat er in, Stelen, roven en moorden gebeurt binnen en buiten vrijelijk en heeft de overhand, zodat beide tafelen van Gods wet verbroken zijn.

bende der straatschenders Zie boven Hos. 5:1-2 .

Hertaald: bende der straatschenders Zie Hos. 5:1-2.

Hosea 7 vers 2

zij zeggen niet in hun hart, Dat is, zij denken niet eens dat Ik zulks alles zie en zoeken zal.

Hertaald: zij zeggen niet in hun hart, Dat is: zij bedenken niet eens dat Ik dit alles zie en zal onderzoeken.

omsingelen hen hun handelingen, Als touwen, hen benauwende en verstrikkende, zodat zij niet zullen kunnen ontkomen, of als dienaars van justitie, om hen als misdadigers te vangen en voor het gericht te stellen, waarvan zij nu [dat is, al haast] de waarheid zullen bevinden.

Hertaald: omsingelen hen hun handelingen, Als touwen die hen benauwen en verstrikken, zodat zij niet zullen kunnen ontkomen; of als gerechtsdienaars die hen als misdadigers grijpen en voor het gericht stellen — waarvan zij nu, dat is: heel spoedig, de waarheid zullen ondervinden.

voor Mijn aangezicht Naakt en bloot, zij zijn mij alle bekend, en Ik zal ze ter hand nemen, om daarop te letten en recht te doen.

Hertaald: voor Mijn aangezicht Naakt en bloot; zij zijn Mij allemaal bekend, en Ik zal ze ter hand nemen om erop te letten en recht te doen.

Hosea 7 vers 3

verblijden den koning met hun boosheid, De goddeloosheid van den koning en zijne vorsten was zo groot, dat zij vreugde en vermaak namen in de gruwelijke boosheid der priesters en van het volk, als dienende tot stijving der afgoderij, waarin zij de vastigheid van hunnen staat stelden; zulks het volk wetende, maakten het zo, gelijk hun koning het gaarne had, hoe erger hoe liever.

Hertaald: verblijden den koning met hun boosheid, De goddeloosheid van de koning en zijn vorsten was zo groot dat zij vreugde en vermaak schepten in de gruwelijke boosheid van de priesters en van het volk, omdat die de afgoderij versterkte, waarin zij de vastheid van hun staat zochten. Omdat het volk dat wist, deden zij het zo als hun koning het graag zag: hoe erger, hoe liever.

Hosea 7 vers 4

bakoven, Zij zijn zo verhit in de afgoderij en de aanklevende zonden, als een brandende of gloeiende oven, en evenwel zo ongevoelig en zo zorgeloos daarover, als de slapende bakker. Zie vs.6.

Hertaald: bakoven, Zij zijn in de afgoderij en de daarbij horende zonden zo verhit als een brandende of gloeiende oven, en toch zo ongevoelig en zorgeloos daarover als de slapende bakker. Zie vers 6.

zijn, Of, wakker te maken; dat is, hij slaapt zelf, en laat alles slapen en in rust, totdat men het brood in den oven zal steken, wanneer het deeg genoeg gerezen en doorzuurd is. Alzo laten zij den zuurdesem der boosheid voortgaan en den oven der afgoderij heet worden, totdat alles naar hunnen zin, op het allerergste gesteld is. Vergelijk Matt. 16:12 ; Luc. 12:1 . Anderen aldus: Die heet gemaakt wordt van den bakker als hij ophoudt van op te wekken; [te weten, degenen die bakken zullen] nadat men het deeg heeft gekneed, totdat het doorzuurd is.

Hertaald: zijn, Of: wakker te maken; dat is: hij slaapt zelf en laat alles slapen en rusten totdat men het brood in de oven zal schuiven, wanneer het deeg genoeg gerezen en doorzuurd is. Zo laten zij het zuurdeeg van de boosheid voortwerken en de oven van de afgoderij heet worden, totdat alles naar hun zin op het allerergst staat. Vergelijk Matth. 16:12; Luk. 12:1. Anderen aldus: die door de bakker heet gemaakt wordt wanneer hij ophoudt te wekken — namelijk hen die zullen bakken — nadat men het deeg gekneed heeft, totdat het doorzuurd is.

Hosea 7 vers 5

Het is de dag onzes konings; Dit kan men nemen als woorden der vorsten en hovelingen. Anders: [op] den dag van onzen koning, maken de vorsten hem krank. Door den dag van den koning kan men verstaan den dag zijner geboorte, gelijk Gen. 40:20 , of kroning, of een feestdag van hem aangesteld tot den dienst der kalven; zie 1 Kon. 12:32-33 , en vergelijk Joh. 1:4 met de aantekening, Matt. 14:6 .

Hertaald: Het is de dag onzes konings; Dit kan men opvatten als woorden van de vorsten en hovelingen. Anders: op de dag van onze koning maken de vorsten hem ziek. Onder de dag van de koning kan men zijn geboortedag verstaan (zoals Gen. 40:20), of zijn kroning, of een feestdag die hij ingesteld had voor de kalverdienst; zie 1 Kon. 12:32-33, en vergelijk Joh. 1:4 met de aantekening en Matth. 14:6.

hem krank Den koning; uit het voorgaande en volgende. Anders: maken zichzelven krank.

Hertaald: hem krank De koning, zoals uit het voorgaande en het volgende blijkt. Anders: maken zichzelf ziek.

door verhitting van den wijn; Dat is, door hete wijnteugen, of door het zuipen van heten wijn. Anders: [met] flessen van wijn.

Hertaald: door verhitting van den wijn; Dat is: door hete wijnteugen, of door het zuipen van hete wijn. Anders: met flessen wijn.

strekt zijn hand voort met de spotters Als hij krank is van den wijn, dan slaat hij op met spotters en pretmakers, die hem den tijd en de wijnkrankte zullen verdrijven; of wanneer hij dronken is, zo doet hij zulks, zodat het hof vol van ijdelheid en goddeloosheid is. Van spotters, zie Ps. 1:1 ; Spr. 1:22 , en Spr. 9:7 , enz.

Hertaald: strekt zijn hand voort met de spotters Wanneer hij ziek is van de wijn, laat hij zich in met spotters en pretmakers die hem de tijd en de wijnkwaal moeten verdrijven; of: wanneer hij dronken is doet hij dat, zodat het hof vol ijdelheid en goddeloosheid is. Over spotters, zie Ps. 1:1; Spr. 1:22 en Spr. 9:7, enzovoort.

Hosea 7 vers 6

Want Of, zekerlijk, gewisselijk.

Hertaald: Want Of: zeker, voorzeker.

voeren hun hart aan, Hebreeuws eigenlijk, doen hun hart naderen; dat is, zij geven zich daarop, drijven, vieren, stoken en hitsen, zichzelven aan, om in het heimelijke lagen te leggen dengenen, die hen tegen zijn, en die door streken in lijden, verdriet en om het leven te brengen, hetzij dat zij hunne goddeloosheid niet toestaan, of anderszins enen haat op hen hebben.

Hertaald: voeren hun hart aan, Hebreeuws eigenlijk: doen hun hart naderen; dat is: zij geven zich eraan over, drijven en stoken zichzelf aan om in het geheim hinderlagen te leggen voor hen die tegen hen zijn, en die met listen in lijden en verdriet te brengen en om het leven te helpen — hetzij omdat zij hun goddeloosheid niet toestaan, hetzij omdat zij hen om een andere reden haten.

bakker slaapt den gansen nacht; Hierdoor verstaan sommigen den koning, die het beleid en bestuur van alle boze vonden zijnen vorsten en raadsheren beveelt, en als hij de uitvoering daarvan in vollen zwang ziet, zijn pleizier en lust daarin schept; of, terwijl hij slaapt, zo zijn zijne vorsten met hunne helpers doende, om tegen hem samen te spannen; [waarvan in vs.7] en eer de koning daarop denkt, zulks in het werk stellen, zettende alles [om zo te spreken] in vuur en vlam.

Hertaald: bakker slaapt den gansen nacht; Hieronder verstaan sommigen de koning, die het beleid van alle boze plannen aan zijn vorsten en raadsheren overlaat en er zijn plezier en lust in schept wanneer hij de uitvoering ervan in volle gang ziet. Of: terwijl hij slaapt, zijn de vorsten met hun helpers bezig om tegen hem samen te spannen — waarover vers 7 — en zetten zij dat in werking voordat de koning eraan denkt, waarbij zij alles, om zo te zeggen, in vuur en vlam zetten.

Hosea 7 vers 7

verhit als een bakoven, In boosheid en goddeloosheid.

Hertaald: verhit als een bakoven, In boosheid en goddeloosheid.

rechters; Dat is, hunne koningen, vorsten en regenten, gelijk de volgende woorden verklaren, en onder vs.16; vergelijk Richt. 2:16 .

Hertaald: rechters; Dat is: hun koningen, vorsten en bestuurders, zoals de volgende woorden verklaren, en vers 16; vergelijk Richt. 2:16.

vallen; Dat is, worden om het leven gebracht, de een zweert samen tegen den ander, en slaat hem dood; zie Gen. 14:10 , en de historie hiervan 2 Kon. 15:8 , enz. tot 2 Kon. 15:32 , alzo onder vs.16.

Hertaald: vallen; Dat is: worden om het leven gebracht; de een spant samen tegen de ander en slaat hem dood. Zie Gen. 14:10, en de geschiedenis hiervan in 2 Kon. 15:8, enzovoort, tot 2 Kon. 15:32; zo ook vers 16.

roept Die mij kent, en om genade en hulp aanzoekt; vergelijk onder vs.10, 13,14.

Hertaald: roept Die Mij kent en om genade en hulp vraagt; vergelijk vers 10, 13 en 14.

Hosea 7 vers 8

verwart zich met de volken; Door heidense huwelijken, gemeenschap van afgoderij en andere zonden, idem ongeoorloofde verbonden. Zie boven Hos. 5:7 , Hos. 5:13 , en onder vs.11, enz.

Hertaald: verwart zich met de volken; Door heidense huwelijken, door gemeenschap in afgoderij en andere zonden, en door ongeoorloofde verbonden. Zie Hos. 5:7, Hos. 5:13, en vers 11, enzovoort.

is een Dat is, gelijk een koek.

Hertaald: is een Dat is: als een koek.

koek, Zie van het Hebreeuwse woord Gen. 18:6 .

Hertaald: koek, Zie over het Hebreeuwse woord Gen. 18:6.

niet is omgekeerd; En derhalve half gaar, die de hongerige Assyriërs evenwel zullen verslinden; of aan de ene zijde verbrand, aan de andere rauw of ongaar, en dus onsmakelijk en bedorven, niet veel deugende [gelijk men zegt] noch om te houden, noch om weg te werpen, gelijk een koek moet worden, wanneer zij op het vuur of de kolen verzuimd en niet waargenomen wordt. Deze gelijkenis wordt verscheidenlijk verklaard, en op Efraïm gepast. Uit het voorgaande en navolgende schijnt dat God wil zeggen: Efraïm heeft zijn eigen geestelijke en lichamelijke welvaart verwaarloosd, en naar buiten tot de afgodische heidenen lopende, om bij hen zijne behoudenis te zoeken, is hij door hunne gemeenschap zo bedorven, dat hij nauwelijks enig fatsoen, of reuk en smaak [gelijk men zegt] meer had, als een koek die half rauw, half verbrand, of geheel doorbrand en verschrokt is. Sommigen duiden het op de onbekeerlijkheid, niettegenstaande Gods straffen, waarvan vs.10.

Hertaald: niet is omgekeerd; En dus half gaar, die de hongerige Assyriërs toch zullen verslinden; of aan de ene kant verbrand en aan de andere kant rauw, en dus onsmakelijk en bedorven, zodat hij — zoals men zegt — niet deugt om te bewaren en niet om weg te werpen; zoals een koek wordt wanneer men hem op het vuur of de kolen verwaarloost en er niet naar omkijkt. Deze vergelijking wordt op verschillende manieren verklaard en op Efraïm toegepast. Uit het voorgaande en het volgende lijkt God te willen zeggen: Efraïm heeft zijn eigen geestelijke en lichamelijke welvaart verwaarloosd en is naar buiten, naar de afgodische heidenen gelopen om bij hen zijn behoud te zoeken; door hun gemeenschap is hij zo bedorven geraakt dat hij nauwelijks nog vorm, reuk of smaak had, als een koek die half rauw en half verbrand is. Sommigen betrekken het op de onbekeerlijkheid ondanks Gods straffen, waarover vers 10.

Hosea 7 vers 9

Vreemden verteren Zie voorbeelden 2 Kon. 15:19-20 ; idem aldaar 2 Kon. 15:29 .

Hertaald: Vreemden verteren Zie voorbeelden in 2 Kon. 15:19-20 en 2 Kon. 15:29.

zijn kracht, Van Efraïm.

Hertaald: zijn kracht, Namelijk van Efraïm.

grauwigheid op hem verspreid, Dat is, hij wordt zwak en machteloos, en heeft er geen gevoel van, gelijk oude lieden die overal grauwe haren krijgen; nochtans blijft hij even stout en hardnekkig, gelijk volgt.

Hertaald: grauwigheid op hem verspreid, Dat is: hij wordt zwak en machteloos en merkt het niet, zoals oude mensen die overal grijze haren krijgen; en toch blijft hij even brutaal en hardnekkig, zoals volgt.

Hosea 7 vers 10

hovaardij van Israël Omdat zij in dezen hun ellendigen toestand nog zo ongevoelig, opgeblazen en stout tegen mij zijn. Zie boven Hos. 5:5 , met de aantekening.

Hertaald: hovaardij van Israël Omdat zij in hun ellendige toestand nog zo ongevoelig, opgeblazen en brutaal tegen Mij zijn. Zie Hos. 5:5 met de aantekening.

Hosea 7 vers 11

botte duif, Dat is, domme, slechte, simpele duiven, omdat men ze verlokken, verleiden en bepraten kan gelijk men wil, stellende zich alleszins tot een spot. Dit wordt in het volgende verklaard.

Hertaald: botte duif, Dat is: domme, eenvoudige, argeloze duiven, omdat men ze naar believen kan lokken, verleiden en ompraten, zodat zij zich in alles tot een bespotting maken. Dit wordt in het vervolg verklaard.

hart; Dat is, verstand. Zie Job 9:4 .

Hertaald: hart; Dat is: verstand. Zie Job 9:4.

Egypte aan, Zie 2 Kon. 17:3-4 , en boven Hos. 5:13 , en onder Hos. 8:9 , en Hos. 12:2 .

Hertaald: Egypte aan, Zie 2 Kon. 17:3-4 en Hos. 5:13, en Hos. 8:9 en Hos. 12:2.

Assur Dat is, Assyrië, of den koning van Assyrië.

Hertaald: Assur Dat is: Assyrië, of de koning van Assyrië.

Hosea 7 vers 12

net over hen uitspreiden, Dat is, Ik zal hen vangen, verstrikken en vernietigen door hunne tractaten of handelingen met Egypte en Assur, gelijk men de vogels beslaat, vangt en verstrikt door het net. Vergelijk Job 19:6 ; Ezech. 12:13 , en Ezech. 17:20 en Ezech. 19:8 en Ezech. 32:3 , met de aantekening.

Hertaald: net over hen uitspreiden, Dat is: Ik zal hen vangen, verstrikken en vernietigen door hun verdragen en onderhandelingen met Egypte en Assur, zoals men de vogels met het net overdekt, vangt en verstrikt. Vergelijk Job 19:6; Ezech. 12:13, Ezech. 17:20, Ezech. 19:8 en Ezech. 32:3 met de aantekening.

nederdalen Daar zij omhoog menen te vliegen.

Hertaald: nederdalen Terwijl zij menen omhoog te vliegen.

tuchtigen, Met straffen en plagen; zie Spr. 7:22 .

Hertaald: tuchtigen, Met straffen en plagen; zie Spr. 7:22.

gelijk gehoord is in hun vergadering Hebreeuws, naar de horing, of het gehoor van, of aan, in hunne vergadering; dat is, gelijk Ik hun openlijk in mijne wet en door mijne profeten in hunne bijeenkomsten voor de gemeente heb aangezegd en gedreigd, zie 2 Kon. 17:13 .

Hertaald: gelijk gehoord is in hun vergadering Hebreeuws: naar het horen in hun vergadering; dat is: zoals Ik het hun openlijk in Mijn wet en door Mijn profeten in hun bijeenkomsten voor de gemeente heb aangezegd en gedreigd; zie 2 Kon. 17:13.

Hosea 7 vers 13

afgezworven; Hier en daar afgodische en vleselijke hulp zoekende, zwervende als een verbijsterde vogel, die nergens rust vindt.

Hertaald: afgezworven; Terwijl zij hier en daar afgodische en vleselijke hulp zoeken, zwervend als een verbijsterde vogel die nergens rust vindt.

tegen Mij overtreden Of, zijn van mij afgevallen, zie 1 Kon. 8:50 , en 1 Kon. 12:19 ; idem Jer. 2:8 , Jer. 2:29 , en vergelijk onder Hos. 8:1 , en Hos. 14:10 .

Hertaald: tegen Mij overtreden Of: zijn van Mij afgevallen; zie 1 Kon. 8:50 en 1 Kon. 12:19; ook Jer. 2:8, Jer. 2:29, en vergelijk Hos. 8:1 en Hos. 14:10.

zou hen wel verlossen, Of, Ik heb hen wel verlost, of Ik verlos hen wel, of als Ik hen verlos, enz., zo, enz. Zie 2 Kon. 14:25-28 .

Hertaald: zou hen wel verlossen, Of: Ik heb hen wel verlost, of: Ik verlos hen wel, of: wanneer Ik hen verlos, enzovoort. Zie 2 Kon. 14:25-28.

leugens tegen Mij Wat hun goeds van mij geschiedt, daarvan geven zij valselijk hunnen afgoden de eer; of zij beloven wel bekering en dankbaarheid, maar denken het niet.

Hertaald: leugens tegen Mij Het goede dat hun van Mij overkomt, schrijven zij ten onrechte aan hun afgoden toe; of zij beloven wel bekering en dankbaarheid, maar zij menen het niet.

Hosea 7 vers 14

hart, Hun bidden en kermen tot mij is enkel huichelarij; het is maar een gehuil, uit verdriet, murmurering en ongeduldigheid, zonder geloof en bekering. Sommigen menen dat het volgende woord legeren of bedden, ziet op plaatsen [gelijk hoogten, tempels, enz.] hunner afgoderij, die een geestelijk overspel is; zie Jes. 57:7-8 , met de aantekening, waarop het volgende woord verzamelen, niet kwalijk past; vergelijk ook Ezech. 23:41 .

Hertaald: hart, Hun bidden en kermen tot Mij is enkel huichelarij; het is niet meer dan gehuil uit verdriet, gemopper en ongeduld, zonder geloof en bekering. Sommigen menen dat het volgende woord legers of bedden ziet op de plaatsen van hun afgoderij, zoals hoogten en tempels — die een geestelijk overspel is; zie Jes. 57:7-8 met de aantekening, waarbij het volgende woord verzamelen goed past; vergelijk ook Ezech. 23:41.

om koren en most Anders: [wanneer] zij zich om koren en most verzamelen [en] tot mij keren.

Hertaald: om koren en most Anders: wanneer zij zich om koren en most verzamelen en zich tot Mij keren.

verzamelen zij zich, Om zulks van mij te verkrijgen, maar metterdaad bewijzen zij allen wederspannigheid tegen mij. Anders: maken zij zichzelven insnijdingen, te weten in hun vlees, naar de wijze der heidenen en afgodendienaars; zie 1 Kon. 18:28 met de aantekening.

Hertaald: verzamelen zij zich, Om dat van Mij te verkrijgen, terwijl zij in werkelijkheid allemaal weerspannigheid tegen Mij bewijzen. Anders: zij snijden zichzelf insnijdingen, namelijk in hun vlees, naar de gewoonte van de heidenen en afgodendienaars; zie 1 Kon. 18:28 met de aantekening.

wederstreven tegen Mij Anders: zij wijken van mij af, of, wijken af tegen mij, te weten rebellerende, dewijl zij evenzeer blijven hangen aan hunn afgoderij, zelfs wanneer zij koren en most van mij kwanswijs verzoeken.

Hertaald: wederstreven tegen Mij Anders: zij wijken van Mij af, of: wijken af tegen Mij, namelijk in opstand, omdat zij even sterk aan hun afgoderij blijven hangen, zelfs wanneer zij zogenaamd koren en most van Mij vragen.

Hosea 7 vers 15

heb hen wel getuchtigd, Met woorden en slagen. Anders: Ik bind en sterk hunne armen, te weten gelijk een goed chirurgijn en medicijnmeester pleegt te doen; vergelijk vs.1.

Hertaald: heb hen wel getuchtigd, Met woorden en met slagen. Anders: Ik bind en sterk hun armen, namelijk zoals een goede chirurgijn en arts pleegt te doen; vergelijk vers 1.

gesterkt; Dat is, matiglijk gekastijd, gevende hun nog kracht om de kastijding te verdragen, of alzo: dat Ik hen niet verteerde; of, als Ik bezig was om hen te genezen door mijn heilzame tucht, zo voegde Ik mij naar hun vermogen, ondersteunende hen met nodige krachten, en hunne zwakheden dragende; of, Ik kastijdde hen wel, maar onderhield hunnen staat, dat zij niet te gronde gingen.

Hertaald: gesterkt; Dat is: met mate gekastijd, terwijl Ik hun nog kracht gaf om de kastijding te dragen; of: zodat Ik hen niet verteerde; of: terwijl Ik bezig was hen te genezen door Mijn heilzame tucht, voegde Ik Mij naar hun vermogen, ondersteunde hen met de nodige krachten en droeg hun zwakheden; of: Ik kastijdde hen wel, maar hield hun staat in stand, zodat zij niet te gronde gingen.

kwaad tegen Mij Mijn goeddoen vergelden zij mij, [in plaats van met dankbaarheid] met kwade handelingen tegen mij; overdenkende hoe zij hun bouwvalligen staat, zonder mij en tegen al mijne waarschuwingen en dreigementen, evenwel, als tot mijn hoon en spijt, nog zouden mogen vastmaken door afgodische, vleselijke en heidense hulp, daar zij mij schuldig waren te danken voor al hetgeen dat er nog van hunnen staat overig en behouden is. Waarop het volgende mede ziet.

Hertaald: kwaad tegen Mij Mijn weldoen vergelden zij Mij, in plaats van met dankbaarheid, met kwade handelingen tegen Mij. Zij bedenken hoe zij hun bouwvallige staat zonder Mij en tegen al Mijn waarschuwingen en dreigementen in — als tot Mijn hoon en spijt — toch nog zouden kunnen vastzetten door afgodische, vleselijke en heidense hulp, terwijl zij Mij juist dank verschuldigd waren voor alles wat er van hun staat nog over en behouden is. Daarop ziet ook het volgende.

Hosea 7 vers 16

keren zich, Zij lopen vast overal, hier en daar, maar tot mij, bij wien hun heil te zoeken is, komen zij niet; vergelijk onder Hos. 11:7 . Of, zij tonen somtijds een schijn van bekering, maar zij bekeren zich niet inderdaad; vergelijk boven Hos. 6:4 , met de aantekening. Anders: eenvoudig aldus: Zij bekeren zich niet tot den Allerhoogste.

Hertaald: keren zich, Zij lopen overal heen, hier en daar, maar tot Mij, bij Wie hun heil te vinden is, komen zij niet; vergelijk Hos. 11:7. Of: zij tonen soms een schijn van bekering, maar zij bekeren zich niet werkelijk; vergelijk Hos. 6:4 met de aantekening. Anders eenvoudig: zij bekeren zich niet tot de Allerhoogste.

bedriegelijke boog; Hebreeuws, boog des bedrogs; zie Ps. 78:57 met de aantekening. De zin is: Daar zij zich tot mij behoorden te bekeren, gaan zij geheel andere wegen; daarom varen zij ook, gelijk volgt.

Hertaald: bedriegelijke boog; Hebreeuws: boog van het bedrog; zie Ps. 78:57 met de aantekening. De betekenis is: terwijl zij zich tot Mij behoorden te bekeren, gaan zij heel andere wegen; daarom vergaat het hun ook zoals volgt.

vorsten vallen door het zwaard; Zie boven vs.7.

Hertaald: vorsten vallen door het zwaard; Zie vers 7.

gramschap hunner tong; Dat is, omdat zij mijne profeten, en vervolgens mijzelf, met bitterheid en toornigheid bejegenen; vergelijk Ps. 73:9 , of, omdat zij elkander schelden, bitter en scherp toespreken, zo spant samen de een tegen den ander, en brengen zij elkander om hals, gelijk boven vs.7.

Hertaald: gramschap hunner tong; Dat is: omdat zij Mijn profeten, en daarmee Mijzelf, met bitterheid en toorn bejegenen; vergelijk Ps. 73:9. Of: omdat zij elkaar uitschelden en bitter en scherp toespreken, spant de een tegen de ander samen en brengen zij elkaar om het leven, zoals vers 7.

bespotting Dat is, de oorzaak hunner bespotting.

Hertaald: bespotting Dat is: de oorzaak van hun bespotting.

Egypteland Waar zij hulp zoeken en groot vertrouwen menen te hebben.

Hertaald: Egypteland Waar zij hulp zoeken en groot vertrouwen menen te vinden.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Een koek, die niet is omgekeerd  — een beeld voor een volk dat aan twee kanten mislukt (Hos. 7:8)

"Efraim, die verwart zich met de volken; Efraim is een koek, die niet is omgekeerd" (Hos. 7:8). Het beeld wordt in het vers erna verder uitgewerkt: "Vreemden verteren zijn kracht, en hij merkt het niet; ook is de grauwigheid op hem verspreid, en hij merkt het niet" (Hos. 7:9).

Bijbelse betekenis: Merk op wat een niet-omgekeerde koek is: aan de ene kant verbrand, aan de andere kant nog rauw — aan geen van beide kanten goed. Zo tekent dit vers Israël: het is niet zuiver het volk van de HEERE gebleven, en het is ook niet werkelijk als de heidenen geworden; het is een mislukking naar twee kanten tegelijk. Let vervolgens op Hos. 7:9: "hij merkt het niet." Tot tweemaal toe staat dat erbij. Het verval gaat zo geleidelijk dat het niet opgemerkt wordt, zoals grijze haren die niemand zelf eerst ziet. Let ten slotte op het woord verwart in Hos. 7:8. Efraim vermengt zich met de volken in plaats van zich ervan te onderscheiden, en juist die vermenging maakt het tot een half gebakken koek.

Typologie: De Heere Jezus waarschuwt tegen dezelfde soort halfheid wanneer Hij zegt: "Niemand kan twee heren dienen" (Matt. 6:24). En in het laatste boek klinkt hetzelfde oordeel over lauwheid: "och, of gij koud waart, of heet!" (Op. 3:15). In het vers erna volgt de reden: "omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen" (Op. 3:16).

Hos. 7:8-9; Matt. 6:24; Op. 3:15-16

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Hosea 7

Hosea 7:9.KruisverwijzingenHosea 8:72 Koningen 13:22Jesaja 1:7Jesaja 42:22Jesaja 57:1Spreuken 23:352 Koningen 13:32 Koningen 15:19
— Vreemden verteren zijn kracht, en hij merkt het niet; ook is de grauwigheid op hem verspreid, en hij merkt het niet.
“Vreemden verteren zijn kracht, en hij merkt het niet; ook is de grauwigheid op hem verspreid, en hij merkt het niet.”

De profeet getuigt hier dat het koninkrijk Israël de weg van de omringende volken geleerd had en zich met hun ondeugden bezoedeld had. Daardoor was de kracht van het koninkrijk vervallen. Hij verklaart dat hij de tekenen van dat verval kon onderscheiden — tekenen zo duidelijk en zo zeker als de grauwe haren die de neergang van het leven aanwijzen. En toch hadden de inwoners van het rijk van Israël hun eigen achteruitgang niet opgemerkt. Zij hadden op hun kracht geroemd terwijl die hen al die tijd verliet.

Velen zien hun grauwe haren niet omdat zij niet in de spiegel kijken. Wij kunnen geen grauwe haren waarnemen zonder een spiegel, en onze zonden niet zonder de spiegel van het Woord van God. Die verwaarloosde, ongelezen Bijbels — hoe roepen zij tegen ons! Wat een snelle getuigen zullen zij tegen ons zijn op de laatste, hartdoorzoekende dag!

Geeft God ons een meetlat om onszelf mee te meten, en zullen wij die niet gebruiken? Zendt Hij ons deze verklikkers waarmee wij kunnen ontdekken of het wel goed met ons is, en zullen wij onze ogen sluiten en weigeren te zien? Sterven wij en gaan wij volstrekt verloren, dan moet ons bloed zeker op ons eigen hoofd zijn. Wie zich de moeite niet getroost in de spiegel te kijken, zal niemand hebben om iets te verwijten wanneer het onontdekte kwaad hem in bittere ellende en onherstelbaar onheil brengt.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content