Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Hosea 10

1 Israel is een uitgeledigde wijnstok, hij brengt weder vrucht voor zich; maar naar de veelheid zijner vrucht heeft hij de altaren vermenigvuldigd; naar de goedheid zijns lands, hebben zij de opgerichte beelden goed gemaakt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 IsraelH3478 is een uitgeledigdeH1238 wijnstokH1612, hij brengtH7737 weder vruchtH6529 voor zich; maar naar de veelheidH7230 zijner vruchtH6529 heeft hij de altarenH4196 vermenigvuldigdH7235; naar de goedheidH2896 zijns landsH776, hebben zij de opgerichte beeldenH4676 goedH2895 gemaakt. Israel is een uitgeledigde wijnstok, hij brengt weder vrucht voor zich; maar naar de veelheid zijner vrucht heeft hij de altaren vermenigvuldigd; naar de goedheid zijns lands, hebben zij de opgerichte beelden goed gemaakt.

KJV Israel3 is an empty2 vine,1 he bringeth forth5 fruit4 unto himself: according to the multitude7 of his fruit8 he hath increased9 the altars;10 according to the goodness11 of his land12 they have made goodly images.

1 גֶּ֤פֶן H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 2 בּוֹקֵק֙ H1238 ledig, ganselijk, ledigmakers (make) empty (out), fail, [idiom] utterly, make void 3 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 פְּרִ֖י H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 5 יְשַׁוֶּה H7737 maakt, baat, besteld avail, behave, bring forth, compare, countervail, (be, make) equal, lay, be (make, a-) like, make plain, profit, reckon 6 לּ֑וֹ 7 כְּרֹ֣ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 8 לְפִרְי֗וֹ H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 9 הִרְבָּה֙ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 10 לַֽמִּזְבְּח֔וֹת H4196 altaar, altaren, altaars altar 11 כְּט֣וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 12 לְאַרְצ֔וֹ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 הֵיטִ֖יבוּ H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 14 מַצֵּבֽוֹת H4676 opgerichte beelden, opgericht teken, opgericht beeld garrison, (standing) image, pillar

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Hij heeft hun hart verdeeld, nu zullen zij verwoest worden; Hij zal hun altaren doorhouwen, Hij zal hun opgerichte beelden verstoren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Hij heeft hun hartH3820 verdeeldH2505, nuH6258 zullen zij verwoestH816 worden; HijH1931 zal hun altarenH4196 doorhouwenH6202, Hij zal hun opgerichte beeldenH4676 verstorenH7703. Hij heeft hun hart verdeeld, nu zullen zij verwoest worden; Hij zal hun altaren doorhouwen, Hij zal hun opgerichte beelden verstoren.

KJV Their heart2 is divided;1 now shall they be found faulty:4 he shall break down6 their altars,7 he shall spoil8 their images.

1 חָלַ֥ק H2505 delen, uitgedeeld, verdeeld deal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er) 2 לִבָּ֖ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 3 עַתָּ֣ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 4 יֶאְשָׁ֑מוּ H816 schuldig, verwoest, schuld [idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass 5 ה֚וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 יַעֲרֹ֣ף H6202 nek breken, breekt, doorhouwen that is beheaded, break down, break (cut off, strike off) neck 7 מִזְבְּחוֹתָ֔ם H4196 altaar, altaren, altaars altar 8 יְשֹׁדֵ֖ד H7703 verwoest, verstoord, verstoorder dead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste 9 מַצֵּבוֹתָֽם H4676 opgerichte beelden, opgericht teken, opgericht beeld garrison, (standing) image, pillar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want nu zullen zij zeggen: Wij hebben geen koning; want wij hebben den HEERE niet gevreesd; wat zou ons dan een koning doen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Want nuH6258 zullen zij zeggenH559: Wij hebben geen koningH4428; wantH3588 wij hebben den HEEREH3068 niet gevreesdH3372; watH4100 zou ons dan een koningH4428 doenH6213? Want nu zullen zij zeggen: Wij hebben geen koning; want wij hebben den HEERE niet gevreesd; wat zou ons dan een koning doen?

KJV For now they shall say,3 We have no king,5 because we feared9 not the LORD;11 what then should a king12 do

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 עַתָּה֙ H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 3 יֹֽאמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 5 מֶ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 לָ֑נוּ 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 יָרֵ֨אנוּ֙ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 יְהֹוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 וְהַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 14 יַּֽעֲשֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 15 לָּֽנוּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zij hebben woorden gesproken, valselijk zwerende in het verbond maken; daarom zal het oordeel als een vergiftig kruid groenen, op de voren der velden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Zij hebben woordenH1697 gesprokenH1696, valselijkH7723 zwerendeH422 in het verbondH1285 maken; daarom zal het oordeelH4941 als een vergiftig kruidH7219 groenenH6524, opH5921 de vorenH8525 der veldenH7704. Zij hebben woorden gesproken, valselijk zwerende in het verbond maken; daarom zal het oordeel als een vergiftig kruid groenen, op de voren der velden.

KJV They have spoken1 words,2 swearing3 falsely4 in making5 a covenant:6 thus judgment9 springeth up7 as hemlock8 in the furrows11 of the field.

1 דִּבְּר֣וּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 דְבָרִ֔ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 אָל֥וֹת H422 vervloeken, bezworen, gevloekt adjure, curse, swear 4 שָׁ֖וְא H7723 ijdelheid, ijdellijk, vergeefs false(-ly), lie, lying, vain, vanity 5 כָּרֹ֣ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 6 בְּרִ֑ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 7 וּפָרַ֤ח H6524 bloeien, groeien, groenen [idiom] abroad, [idiom] abundantly, blossom, break forth (out), bud, flourish, make fly, grow, spread, spring (up) 8 כָּרֹאשׁ֙ H7219 gal, galle, adderenvergift gall, hemlock, poison, venom 9 מִשְׁפָּ֔ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 10 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 תַּלְמֵ֥י H8525 voren, maakt opgeploegde furrow, ridge 12 שָׂדָֽי H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 De inwoners van Samaria zullen verschrikt zijn over het kalf van Beth-Aven; want zijn volk zal over hetzelve treuren, mitsgaders zijn Chemarim (die zich over hetzelve verheugden), over zijn heerlijkheid, omdat zij van hetzelve is weggevaren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 De inwonersH7934 van SamariaH8111 zullen verschriktH1481 zijn over het kalfH5697 van Beth-AvenH1007; wantH3588 zijn volkH5971 zal overH5921 hetzelve treurenH56, mitsgaders zijn ChemarimH3649 (die zich overH5921 hetzelve verheugden), overH5921 zijn heerlijkheidH3519, omdatH3588 zij vanH4480 hetzelve is weggevarenH1540. De inwoners van Samaria zullen verschrikt zijn over het kalf van Beth-Aven; want zijn volk zal over hetzelve treuren, mitsgaders zijn Chemarim (die zich over hetzelve verheugden), over zijn heerlijkheid, omdat zij van hetzelve is weggevaren.

KJV The inhabitants5 of Samaria6 shall fear4 because of the calves1 of Bethaven:2 for the people10 thereof shall mourn8 over it, and the priests11 thereof that rejoiced13 on it, for the glory15 thereof, because it is departed

1 לְעֶגְלוֹת֙ H5697 jonge koe, vaars, kalf calf, cow, heifer 2 בֵּ֣ית H1007 Beth-aven Beth-aven 3 אָ֔וֶן H1007 Beth-aven Beth-aven 4 יָג֖וּרוּ H1481 vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeert abide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely 5 שְׁכַ֣ן H7934 naburen, nabuur, geburen inhabitant, neighbour, nigh 6 שֹֽׁמְר֑וֹן H8111 Samaria Samaria 7 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 אָבַ֨ל H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 9 עָלָ֜יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 עַמּ֗וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 וּכְמָרָיו֙ H3649 Chemarim Chemarims (idolatrous) priests 12 עָלָ֣יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 יָגִ֔ילוּ H1523 verheugen, verheugt, verheuge be glad, joy, be joyful, rejoice 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 כְּבוֹד֖וֹ H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 16 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 גָלָ֥ה H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 18 מִמֶּֽנּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Ja, datzelve zal naar Assur gevoerd worden, tot een geschenk voor den koning Jareb; Efraim zal schaamte behalen, en Israel zal beschaamd worden vanwege zijn raadslag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 JaH1571, datzelve zal naar AssurH804 gevoerdH2986 worden, tot een geschenkH4503 voor den koningH4428 JarebH3377; EfraimH669 zal schaamteH1317 behalen, en IsraelH3478 zal beschaamdH954 worden vanwege zijn raadslagH6098. Ja, datzelve zal naar Assur gevoerd worden, tot een geschenk voor den koning Jareb; Efraim zal schaamte behalen, en Israel zal beschaamd worden vanwege zijn raadslag.

KJV It shall be also carried4 unto Assyria3 for a present5 to king6 Jareb:7 Ephraim9 shall receive10 shame,8 and Israel12 shall be ashamed11 of his own counsel.

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אוֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 לְאַשּׁ֣וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 4 יוּבָ֔ל H2986 geleid, gebracht, voeren bring (forth), carry, lead (forth) 5 מִנְחָ֖ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 6 לְמֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 יָרֵ֑ב H3377 Jareb Jareb. Compare H3402 (יָרִיב) 8 בָּשְׁנָה֙ H1317 schaamte shame 9 אֶפְרַ֣יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 10 יִקָּ֔ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 11 וְיֵב֥וֹשׁ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 12 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 מֵעֲצָתֽוֹ H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 De koning van Samaria is afgehouwen, als schuim op het water.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 De koningH4428 van SamariaH8111 is afgehouwenH1820, als schuimH7110 opH5921 het waterH4325. De koning van Samaria is afgehouwen, als schuim op het water.

KJV As for Samaria,2 her king3 is cut off1 as the foam4 upon6 the water.

1 נִדְמֶ֥ה H1820 uitgeroeid, ophouden, vergaan cease, be cut down (off), destroy, be brought to silence, be undone, [idiom] utterly 2 שֹׁמְר֖וֹן H8111 Samaria Samaria 3 מַלְכָּ֑הּ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 כְּקֶ֖צֶף H7110 toorn, verbolgenheid, toornigheid foam, indignation, [idiom] sore, wrath 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 פְּנֵי H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 מָֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En de hoogten van Aven, Israels zonde, zullen verdelgd worden; doornen en distelen zullen op hunlieder altaren opkomen; en zij zullen zeggen tot de bergen: Bedekt ons! en tot de heuvelen: Valt op ons!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En de hoogtenH1116 van AvenH206, IsraelsH3478 zondeH2403, zullen verdelgdH8045 worden; doornenH6975 en distelenH1863 zullen opH5921 hunlieder altarenH4196 opkomenH5927; en zij zullen zeggenH559 tot de bergenH2022: BedektH3680 ons! en tot de heuvelenH1389: ValtH5307 opH5921 ons! En de hoogten van Aven, Israels zonde, zullen verdelgd worden; doornen en distelen zullen op hunlieder altaren opkomen; en zij zullen zeggen tot de bergen: Bedekt ons! en tot de heuvelen: Valt op ons!

KJV The high places2 also of Aven, the sin4 of Israel,5 shall be destroyed:1 the thorn6 and the thistle7 shall come up8 on their altars;10 and they shall say11 to the mountains,12 Cover13 us; and to the hills,14 Fall

1 וְנִשְׁמְד֞וּ H8045 verdelgd, verdelgen, verdelgde destory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly 2 בָּמ֣וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 3 אָ֗וֶן H205 ongerechtigheid, ijdelheid, ongerechtige affliction, evil, false, idol, iniquity, mischief, mourners(-ing), naught, sorrow, unjust, unrighteous, vain, vanity, wicked(-ness). Compare H369 (אַיִן) 4 חַטַּאת֙ H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 5 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 ק֣וֹץ H6975 doornen, distel, doorn thorn 7 וְדַרְדַּ֔ר H1863 distelen thistle 8 יַעֲלֶ֖ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 מִזְבְּחוֹתָ֑ם H4196 altaar, altaren, altaars altar 11 וְאָמְר֤וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 לֶֽהָרִים֙ H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 13 כַּסּ֔וּנוּ H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 14 וְלַגְּבָע֖וֹת H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill 15 נִפְל֥וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 16 עָלֵֽינוּ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Sinds de dagen van Gibea, hebt gij gezondigd, o Israel; daar zijn zij staande gebleven; de strijd te Gibea, tegen de kinderen der verkeerdheid, zal ze niet aangrijpen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Sinds de dagenH3117 van GibeaH1390, hebt gij gezondigdH2398, o IsraelH3478; daarH8033 zijn zij staande geblevenH5975; de strijdH4421 te GibeaH1390, tegenH5921 de kinderenH1121 der verkeerdheidH5932, zal ze nietH3808 aangrijpenH5381. Sinds de dagen van Gibea, hebt gij gezondigd, o Israel; daar zijn zij staande gebleven; de strijd te Gibea, tegen de kinderen der verkeerdheid, zal ze niet aangrijpen.

KJV O Israel,4 thou hast sinned3 from the days1 of Gibeah:2 there they stood:6 the battle10 in Gibeah9 against the children12 of iniquity13 did not overtake

1 מִימֵי֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הַגִּבְעָ֔ה H1390 Gibea, Gibea-benjamins, heuvel Gibeah, the hill 3 חָטָ֖אתָ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 4 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 שָׁ֣ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 6 עָמָ֔דוּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 7 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 תַשִּׂיגֵ֧ם H5381 achterhalen, bereikt, achterhaalden ability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon) 9 בַּגִּבְעָ֛ה H1390 Gibea, Gibea-benjamins, heuvel Gibeah, the hill 10 מִלְחָמָ֖ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 עַֽלְוָֽה H5932 verkeerdheid iniquity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Het is in Mijn lust, dat Ik ze zal binden; en volken zullen tegen henlieden verzameld worden, als Ik ze binden zal in hun twee voren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Het is in Mijn lustH185, dat Ik ze zal binden; en volkenH5971 zullen tegenH5921 henlieden verzameldH622 worden, als Ik ze binden zal in hun tweeH8147 vorenH5869. Het is in Mijn lust, dat Ik ze zal binden; en volken zullen tegen henlieden verzameld worden, als Ik ze binden zal in hun twee voren.

Ook in dit vers bindenH631

KJV It is in my desire1 that I should chastise2 them; and the people5 shall be gathered3 against them, when they shall bind6 themselves in their two7 furrows.

1 בְּאַוָּתִ֖י H185 lust, begeerte desire, lust after, pleasure 2 וְאֶסֳּרֵ֑ם H3256 gekastijd, kastijden, getuchtigd bind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach 3 וְאֻסְּפ֤וּ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 4 עֲלֵיהֶם֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 עַמִּ֔ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 בְּאָסְרָ֖ם H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 7 לִשְׁתֵּ֥י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 8 עוֹנֹתָֽם H5868 sterkte mighty

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Dewijl Efraim een vaars is, gewend gaarne te dorsen, zo ben Ik over de schoonheid van haar hals overgegaan; Ik zal Efraim berijden, Juda zal ploegen, Jakob zal voor zich eggen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Dewijl EfraimH669 een vaarsH5697 is, gewendH3925 gaarneH157 te dorsenH1758, zo ben Ik overH5921 de schoonheidH2898 van haar halsH6677 overgegaanH5674; Ik zal EfraimH669 berijdenH7392, JudaH3063 zal ploegenH2790, JakobH3290 zal voor zich eggenH7702. Dewijl Efraim een vaars is, gewend gaarne te dorsen, zo ben Ik over de schoonheid van haar hals overgegaan; Ik zal Efraim berijden, Juda zal ploegen, Jakob zal voor zich eggen.

KJV And Ephraim1 is as an heifer2 that is taught,3 and loveth4 to tread out5 the corn; but I passed over7 upon her fair9 neck: I will make Ephraim12 to ride;11 Judah14 shall plow,13 and Jacob17 shall break his clods.

1 וְאֶפְרַ֜יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 2 עֶגְלָ֤ה H5697 jonge koe, vaars, kalf calf, cow, heifer 3 מְלֻמָּדָה֙ H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 4 אֹהַ֣בְתִּי H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 5 לָד֔וּשׁ H1758 dorsen, dorst, verdorst break, tear, thresh, tread out (down), at grass (Jeremiah 50:11, by mistake for H1877 (דֶּשֶׁא)) 6 וַאֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 7 עָבַ֔רְתִּי H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 ט֖וּב H2898 goed, goede, goedheid fair, gladness, good(-ness, thing, -s), joy, go well with 10 צַוָּארָ֑הּ H6676 hals neck 11 אַרְכִּ֤יב H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 12 אֶפְרַ֨יִם֙ H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 13 יַחֲר֣וֹשׁ H2790 zwijg, zwijgen, ploegen [idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker 14 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 15 יְשַׂדֶּד H7702 eggen, egt break clods, harrow 16 ל֖וֹ 17 יַעֲקֹֽב H3290 Jakob, Jakobs Jacob

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zaait u tot gerechtigheid, maait tot weldadigheid; braakt u een braakland; dewijl het tijd is den HEERE te zoeken, totdat Hij kome, en over u de gerechtigheid regene.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 ZaaitH2232 u tot gerechtigheid, maaitH7114 tot weldadigheidH2617; braaktH5214 u een braaklandH5215; dewijl het tijdH6256 is den HEEREH3068 te zoekenH1875, totdatH5704 Hij komeH935, en over u de gerechtigheid regeneH3384. Zaait u tot gerechtigheid, maait tot weldadigheid; braakt u een braakland; dewijl het tijd is den HEERE te zoeken, totdat Hij kome, en over u de gerechtigheid regene.

Ook in dit vers gerechtigheidH6664 gerechtigheidH6666

KJV Sow1 to yourselves in righteousness,3 reap4 in5 mercy;6 break up7 your fallow ground:9 for it is time10 to seek11 the LORD,13 till he come15 and rain16 righteousness

1 זִרְע֨וּ H2232 zaaien, gezaaid, bezaaien bear, conceive seed, set with sow(-er), yield 2 לָכֶ֤ם 3 לִצְדָקָה֙ H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 4 קִצְר֣וּ H7114 maaien, maaiers, inoogsten [idiom] at all, cut down, much discouraged, grieve, harvestman, lothe, mourn, reap(-er), (be, wax) short(-en, -er), straiten, trouble, vex 5 לְפִי H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 6 חֶ֔סֶד H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 7 נִ֥ירוּ H5214 Braakt, braakt break up 8 לָכֶ֖ם 9 נִ֑יר H5215 braakland, ploegen, ploeging fallow ground, plowing, tillage 10 וְעֵת֙ H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 11 לִדְר֣וֹשׁ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 15 יָב֕וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 16 וְיֹרֶ֥ה H3384 leren, schieten, schutters ([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through 17 צֶ֖דֶק H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness) 18 לָכֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Gij hebt goddeloosheid geploegd, verkeerdheid gemaaid, en de vrucht der leugen gegeten; want gij hebt vertrouwd op uw weg, op de veelheid uwer helden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Gij hebt goddeloosheidH7562 geploegdH2790, verkeerdheidH5766 gemaaidH7114, en de vruchtH6529 der leugenH3585 gegetenH398; wantH3588 gij hebt vertrouwdH982 op uw wegH1870, op de veelheidH7230 uwer heldenH1368. Gij hebt goddeloosheid geploegd, verkeerdheid gemaaid, en de vrucht der leugen gegeten; want gij hebt vertrouwd op uw weg, op de veelheid uwer helden.

KJV Ye have plowed1 wickedness,2 ye have reaped4 iniquity;3 ye have eaten5 the fruit6 of lies:7 because thou didst trust9 in thy way,10 in the multitude11 of thy mighty men.

1 חֲרַשְׁתֶּם H2790 zwijg, zwijgen, ploegen [idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker 2 רֶ֛שַׁע H7562 goddeloosheid, goddeloze, goddelooslijk iniquity, wicked(-ness) 3 עַוְלָ֥תָה H5766 onrecht, verkeerdheid, ongerechtigheid iniquity, perverseness, unjust(-ly), unrighteousness(-ly); wicked(-ness) 4 קְצַרְתֶּ֖ם H7114 maaien, maaiers, inoogsten [idiom] at all, cut down, much discouraged, grieve, harvestman, lothe, mourn, reap(-er), (be, wax) short(-en, -er), straiten, trouble, vex 5 אֲכַלְתֶּ֣ם H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 6 פְּרִי H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 7 כָ֑חַשׁ H3585 leugen, leugenen, magerheid leanness, lies, lying 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 בָטַ֥חְתָּ H982 vertrouwt, vertrouwen, vertrouw be bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust 10 בְדַרְכְּךָ֖ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 בְּרֹ֥ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 12 גִּבּוֹרֶֽיךָ H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Daarom zal er een groot gedruis ontstaan onder uw volken, en al uw vestingen zullen verstoord worden, gelijk Salman Beth-Arbel verstoorde ten dage des krijgs; de moeder werd er verpletterd met de zonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Daarom zal er een groot gedruisH7588 ontstaanH6965 onder uw volkenH5971, en alH3605 uw vestingenH4013 zullen verstoordH7703 worden, gelijk SalmanH8020 Beth-ArbelH1009 verstoordeH7701 ten dageH3117 des krijgsH4421; de moederH517 werd er verpletterdH7376 met de zonenH1121. Daarom zal er een groot gedruis ontstaan onder uw volken, en al uw vestingen zullen verstoord worden, gelijk Salman Beth-Arbel verstoorde ten dage des krijgs; de moeder werd er verpletterd met de zonen.

KJV Therefore shall a tumult2 arise1 among thy people,3 and all thy fortresses5 shall be spoiled,6 as Shalman8 spoiled7 Betharbel9 in the day11 of battle:12 the mother13 was dashed in pieces16 upon her children.

1 וְקָ֣אם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 שָׁאוֹן֮ H7588 gedruis, bruisen, ruisen [idiom] horrible, noise, pomp, rushing, tumult ([idiom] -uous) 3 בְּעַמֶּךָ֒ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 מִבְצָרֶ֣יךָ H4013 vaste, vastigheden, vesting (de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold) 6 יוּשַּׁ֔ד H7703 verwoest, verstoord, verstoorder dead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste 7 כְּשֹׁ֧ד H7701 verwoesting, verstoring, verstoorde desolation, destruction, oppression, robbery, spoil(-ed, -er, -ing), wasting 8 שַֽׁלְמַ֛ן H8020 Salman Shalman. Compare H8022 (שַׁלְמַנְאֶסֶר) 9 בֵּ֥ית H1009 Beth-arbel Beth-Arbel 10 אַֽרְבֵ֖אל H1009 Beth-arbel Beth-Arbel 11 בְּי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 מִלְחָמָ֑ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 13 אֵ֥ם H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 בָּנִ֖ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 רֻטָּֽשָׁה H7376 verpletterd, verpletteren dash (in pieces)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Alzo heeft Beth-El ulieden gedaan, vanwege de boosheid uwer boosheid; Israels koning is in den dageraad ten enenmale uitgeroeid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Alzo heeft Beth-ElH1008 ulieden gedaanH6213, vanwegeH6440 de boosheidH7451 uwer boosheidH7451; IsraelsH4378 koningH4428 is in den dageraadH7837 ten enenmaleH1820 uitgeroeidH1820. Alzo heeft Beth-El ulieden gedaan, vanwege de boosheid uwer boosheid; Israels koning is in den dageraad ten enenmale uitgeroeid.

KJV So1 shall Bethel4 do2 unto you because6 of your great7 wickedness:8 in a morning9 shall the king12 of Israel13 utterly10 be cut off.

1 כָּ֗כָה H3602 alzo, op deze wijze after that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus 2 עָשָׂ֤ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 3 לָכֶם֙ 4 בֵּֽית H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 5 אֵ֔ל H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 6 מִפְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 רָעַ֣ת H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 8 רָֽעַתְכֶ֑ם H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 9 בַּשַּׁ֕חַר H7837 dageraad, dageraads, hasschachar day(-spring), early, light, morning, whence riseth 10 נִדְמֹ֥ה H1820 uitgeroeid, ophouden, vergaan cease, be cut down (off), destroy, be brought to silence, be undone, [idiom] utterly 11 נִדְמָ֖ה H1820 uitgeroeid, ophouden, vergaan cease, be cut down (off), destroy, be brought to silence, be undone, [idiom] utterly 12 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Hosea 10:1 Hosea 8:11 Jesaja 5:1 Hosea 12:11 1 Koningen 14:23 Leviticus 26:1 Jeremia 2:28 Ezechiël 15:1 Johannes 15:1
Hosea 10:2 Micha 5:13 1 Koningen 18:21 Sefanja 1:5 Hosea 13:16 Hosea 8:5 1 Samuël 5:4 Zacharia 13:2 Hosea 7:8
Hosea 10:3 Hosea 10:15 Hosea 10:7 Hosea 13:11 Micha 4:9 Hosea 3:4 Genesis 49:10 Johannes 19:15 Hosea 11:5
Hosea 10:4 Amos 6:12 Amos 5:7 Hosea 4:2 Ezechiël 17:13 2 Koningen 17:3 Handelingen 8:23 2 Timotheüs 3:3 Jesaja 59:13
Hosea 10:5 Hosea 8:5 Hosea 9:11 Hosea 4:15 Hosea 5:8 2 Koningen 23:5 1 Samuël 4:21 Hosea 13:2 2 Kronieken 13:8
Hosea 10:6 Hosea 5:13 Jesaja 30:3 Daniël 11:8 Jeremia 7:24 Jeremia 3:24 Jesaja 46:1 Hosea 11:5 Job 18:7
Hosea 10:7 Hosea 10:3 Judas 1:13 Hosea 13:11 1 Koningen 21:1 2 Koningen 15:30 Hosea 10:15 2 Koningen 1:3 2 Koningen 17:4
Hosea 10:8 Openbaring 6:16 Lukas 23:30 Hosea 9:6 Jesaja 2:19 Jesaja 32:13 1 Koningen 12:28 2 Koningen 23:15 1 Koningen 13:34
Hosea 10:9 Hosea 9:9 Richteren 19:22 Richteren 20:17 Genesis 8:21 Sefanja 3:6 Richteren 20:13 Genesis 6:5 Richteren 20:5
Hosea 10:10 Ezechiël 5:13 Jeremia 16:16 Mattheüs 22:7 Hosea 8:10 Zacharia 14:2 Jesaja 1:24 Hosea 4:9 Ezechiël 16:42
Hosea 10:11 Hosea 4:16 Deuteronomium 25:4 Jeremia 50:11 Hosea 9:1 Hosea 11:4 Jesaja 28:24 2 Kronieken 28:5 Romeinen 16:18
Hosea 10:12 Jeremia 4:3 Hosea 6:3 Spreuken 11:18 Jakobus 3:18 Jesaja 45:8 Jesaja 55:6 Jesaja 44:3 Hosea 8:7
Hosea 10:13 Job 4:8 Psalmen 33:16 Galaten 6:7 Hosea 8:7 Spreuken 22:8 Spreuken 1:31 Prediker 9:11 Psalmen 52:7
Hosea 10:14 Hosea 13:16 Nahum 3:12 Jeremia 13:14 Jesaja 33:14 2 Koningen 19:11 Jesaja 22:1 Amos 3:8 Nahum 3:10
Hosea 10:15 Hosea 10:5 Hosea 10:7 Amos 7:9 Hosea 10:3 Jesaja 16:14 Romeinen 7:13
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Hosea 10 vers 1

is een uitgeledigde wijnstok, Of, was, te weten door de schatting van den koning Menahem, die duizend talenten zilver van zijne onderdanen genomen heeft voor den koning van Assyrië, Pul, zie 2 Kon. 15:19-20 , waarop sommigen dit duiden. Vergelijk boven Hos. 7:9 . Anderen verstaan het van de onzinnige verkwisting hunner middelen in allerlei afgoderij, [waarvan in het volgende] en zetten het aldus over [menende de eigenschap der Hebreeuwse woorden wat nader te komen]: Israël is een wijnstok, uitledigende de vrucht [die] hij voor zich brengt, of weglegt; dat is, die zichzelven door zijne afgoderij berooft van hetgeen hij door mijn zegen ontvangt. Of, nader aldus: Israël ledigt den wijnstok uit, hij legt de vrucht voor zich weg; te weten tot afgodisch gebruik.

Hertaald: is een uitgeledigde wijnstok, Of: was, namelijk door de schatting van koning Menahem, die duizend talenten zilver van zijn onderdanen genomen heeft voor Pul, de koning van Assyrië; zie 2 Kon. 15:19-20, waarop sommigen dit betrekken. Vergelijk Hos. 7:9. Anderen verstaan het van de dwaze verkwisting van hun middelen aan allerlei afgoderij, waarover het vervolg gaat, en vertalen het zo — omdat zij menen daarmee de eigenaard van de Hebreeuwse woorden dichter te benaderen: Israël is een wijnstok die de vrucht uitledigt die hij voortbrengt of wegbergt; dat is: die zichzelf door zijn afgoderij berooft van wat hij door Mijn zegen ontvangt. Of nog dichterbij: Israël ledigt de wijnstok uit, hij legt de vrucht voor zichzelf weg, namelijk voor afgodisch gebruik.

hij brengt weder vrucht voor zich; Dat is, hij begint weder te bekomen, door mijn zegen, dien hij nochtans schandelijk misbruikt. Anders: hij maakt de vrucht zichzelven gelijk, de vrucht is gelijk de boom, gelijk hij van anderen wordt beroofd en uitgeput, alzo put hij zichzelven ook uit van zijn eigen middelen.

Hertaald: hij brengt weder vrucht voor zich; Dat is: hij begint weer op te komen door Mijn zegen, die hij toch schandelijk misbruikt. Anders: hij maakt de vrucht aan zichzelf gelijk — de vrucht is als de boom; zoals hij door anderen beroofd en uitgeput wordt, zo put hij ook zichzelf uit van zijn eigen middelen.

goedheid zijns lands, Dat is vruchtbaarheid, goede inkomst, die Ik hun genadiglijk verleen.

Hertaald: goedheid zijns lands, Dat is: de vruchtbaarheid en goede opbrengst die Ik hun genadig verleen.

goed gemaakt Dat is schoon en kostelijk; hoe meer Ik hen zegen, hoe darteler en weelderiger zij in afgoderij worden, waaraan zij hun vermogen ten koste leggen. Vergelijk boven Hos. 2:7 , en Hos. 4:7 .

Hertaald: goed gemaakt Dat is: mooi en kostbaar. Hoe meer Ik hen zegen, hoe uitgelatener en weelderiger zij in de afgoderij worden, waaraan zij hun vermogen besteden. Vergelijk Hos. 2:8 en Hos. 4:7.

Hosea 10 vers 2

Hij heeft hun hart Namelijk God, van wien in het volgende klaarlijk gesproken wordt. Dit schijnt het eenvoudigste te wezen.

Hertaald: Hij heeft hun hart Namelijk God, over Wie in het vervolg duidelijk gesproken wordt. Dit lijkt de eenvoudigste opvatting.

verdeeld, Door den geest van den twist en de tweedracht, waardoor zij elkander vernielen; zie boven Hos. 7:7 , en vergelijk Richt. 9:23 , en de aantekening aldaar.

Hertaald: verdeeld, Door de geest van twist en tweedracht, waardoor zij elkaar vernietigen; zie Hos. 7:7, en vergelijk Richt. 9:23 met de aantekening daar.

verwoest worden; Dit wordt in het volgende verklaard. Anders: schuldig bevonden worden.

Hertaald: verwoest worden; Dit wordt in het vervolg verklaard. Anders: schuldig bevonden worden.

doorhouwen, Gelijk men enen misdadiger den nek doorhouwt, of onthalst.

Hertaald: doorhouwen, Zoals men een misdadiger de nek doorhouwt of hem onthoofdt.

Hosea 10 vers 3

nu zullen zij zeggen Dat is, al haast, binnen korten tijd [gelijk in vs.2 en boven Hos. 2:9 , en Hos. 4:16 en Hos. 8:10 , Hos. 8:13 ; Jes. 49:19 ; Jer. 14:10 ; Am. 6:7 ; Mi. 4:10 , en Mi. 7:10 ] als hun land, koninkrijk en koning verwoest zullen zijn, dan zullen zij, gevoelende de waarheid van Gods dreigementen, en overtuigd zijnde van hun moedwillige boosheid, zichzelven moeten veroordelen. Vergelijk onder Hos. 13:10 .

Hertaald: nu zullen zij zeggen Dat is: heel spoedig, binnen korte tijd — zoals in vers 2 en Hos. 2:10, Hos. 4:16, Hos. 8:10 en Hos. 8:13; Jes. 49:19; Jer. 14:10; Amos 6:7; Micha 4:10 en Micha 7:10. Wanneer hun land, koninkrijk en koning verwoest zullen zijn, zullen zij de waarheid van Gods dreigementen voelen, van hun moedwillige boosheid overtuigd worden en zichzelf moeten veroordelen. Vergelijk Hos. 13:10.

geen koning; Vergelijk onder vs.7, 15.

Hertaald: geen koning; Vergelijk vers 7 en 15.

doen? Al hebben wij een koning, wat hulp of voordeel zouden wij van hem kunnen verwachten, daar God onze tegenpartij geworden is? Zij willen zeggen, nietmetal.

Hertaald: doen? Al hebben wij een koning, welke hulp of welk voordeel zouden wij van hem kunnen verwachten, nu God onze tegenpartij geworden is? Zij bedoelen: helemaal geen.

Hosea 10 vers 4

woorden gesproken, Dit kan men verstaan van hoge, bittere en trotse woorden van den een tegen den ander in hun onderlinge samenzweringen, òf, tegen God en zijne profeten. [Vergelijk boven Hos. 7:16 , en de aantekening; idem Mal. 3:13 ] , òf, van hunne menigerlei samensprekingen en beraadslagingen [gelijk woorden ook voor raadslagen genomen worden. Zie 1 Kon. 1:7 ; Ezech. 38:10 met de aantekening] tot stijving hunner afgoderij en van hun staat tegen God, door handelingen met heidense koningen en verbonden, die zich lichtelijk met hoge woorden bezwoeren, en ze weder lichtelijk braken, waarop de volgende woorden zien.

Hertaald: woorden gesproken, Dit kan men verstaan van hoogmoedige, bittere en trotse woorden van de een tegen de ander in hun onderlinge samenzweringen, of tegen God en Zijn profeten (vergelijk Hos. 7:16 met de aantekening, en ook Mal. 3:13); of van hun vele besprekingen en beraadslagingen — want woorden worden ook opgevat als raadslagen, zie 1 Kon. 1:7; Ezech. 38:10 met de aantekening — om hun afgoderij en hun staat tegen God te versterken door onderhandelingen met heidense koningen en verbonden, die zij lichtvaardig met hoge woorden bezwoeren en weer even lichtvaardig verbraken. Daarop zien de volgende woorden.

valselijk zwerende Gelijk zij zonder twijfel gedaan hebben, als zij zich aan den koning van Assyrië verbonden, en kort daarna weder van hem afvielen tot den koning van Egypte; 2 Kon. 17:3-4 . Anders: ijdellijk, of tevergeefs vloekende, zichzelven verzwerende, gelijk goddeloze mensen plegen te doen; zie boven Hos. 4:2 .

Hertaald: valselijk zwerende Zoals zij ongetwijfeld gedaan hebben toen zij zich aan de koning van Assyrië verbonden en kort daarna weer van hem afvielen naar de koning van Egypte; 2 Kon. 17:3-4. Anders: ijdel of tevergeefs vloekend, zichzelf verzwerend, zoals goddeloze mensen plegen te doen; zie Hos. 4:2.

oordeel Dat is, hunne straf, mijn oordeel over hen; zie Jer. 48:21 , en boven Hos. 6:5 .

Hertaald: oordeel Dat is: hun straf, Mijn oordeel over hen; zie Jer. 48:21 en Hos. 6:5.

vergiftig kruid Zie Ps. 69:22 .

Hertaald: vergiftig kruid Zie Ps. 69:22.

groenen, De straffen zullen zo overvloedig komen en toenemen als een boos onkruid wast in het veld.

Hertaald: groenen, De straffen zullen zo overvloedig komen en toenemen als een boos onkruid dat in het veld opschiet.

Hosea 10 vers 5

inwoners van Samaria Hebreeuws, de inwoners zullen verschrikt worden over, of vrezen voor, enz.; dat is, elkeen der Samaritaanse inwoners zal verbaasd en ontzet zijn.

Hertaald: inwoners van Samaria Hebreeuws: de inwoners zullen verschrikt worden over of vrezen voor, enzovoort; dat is: ieder van de inwoners van Samaria zal verbijsterd en ontzet zijn.

kalf Versta, het gouden kalf van Bethel. Hebreeuws, kalven, of vaarskalven; dat is, dat grote kalf, gelijk behemoth; beesten, dat is, een groot beest gelijk een olifant, enz., want in het volgende wordt van dit kalf gesproken in het enkelvoud, en hetwelk op het kostelijkste moet gemaakt en versierd zijn geweest, omdat zij er zozeer over verschrikt en bedroefd zijn geweest, en dat het tot een geschenk voor den koning van Assyrië is weggevoerd. Anders zou dit kalf door verachting vaarskalven kunnen genoemd zijn of, omdat zij er meer dan een mogen gemaakt hebben, het ene van tijd tot tijd kostelijker en schoner dan het andere, uit vs.1.

Hertaald: kalf Versta: het gouden kalf van Bethel. Hebreeuws: kalveren of vaarskalveren; dat is: dat grote kalf — zoals behemoth beesten betekent, dat is: een groot beest als een olifant, enzovoort. Want in het vervolg wordt over dit kalf in het enkelvoud gesproken. Het moet op het kostbaarst gemaakt en versierd geweest zijn, omdat zij er zo van schrokken en er zo bedroefd over waren, en omdat het als geschenk voor de koning van Assyrië weggevoerd is. Anders zou dit kalf uit verachting vaarskalveren genoemd kunnen zijn; of omdat zij er misschien meer dan één gemaakt hebben, het ene na het andere telkens kostbaarder en mooier, zie vers 1.

Beth-aven; Dat is, Bethel, gelijk onder vs.15. Zie boven Hos. 4:15 .

Hertaald: Beth-aven; Dat is: Bethel, zoals vers 15. Zie Hos. 4:15.

zijn volk Het volk van het kalf, dat is, dat het kalf als een god eerde en aanhing. Vergelijk Jer. 48:7 , en Jer. 49:3 .

Hertaald: zijn volk Het volk van het kalf, dat is: dat het kalf als een god eerde en aanhing. Vergelijk Jer. 48:7 en Jer. 49:3.

zal over hetzelve treuren, Hebreeuws, heeft getreurd, of treurt; dat is zal treuren, uit het voorgaande en volgende.

Hertaald: zal over hetzelve treuren, Hebreeuws: heeft getreurd, of treurt; dat is: zal treuren, zoals uit het voorgaande en het volgende blijkt.

Chemárim Versta, des kalfs afgodische papen of priesters; van deze chemarim, zie 2 Kon. 23:5 .

Hertaald: Chemárim Versta: de afgodische papen of priesters van het kalf; over deze chemarim, zie 2 Kon. 23:5.

omdat zij van hetzelve is weggevaren Omdat zijne [des kalfs] heerlijkheid van hem weggevaren is; of, zij treuren over zijne [des kalfs] heerlijkheid, omdat het [kalf] is weggevaren in gevangenschap, gelijk volgt. Vergelijk Jer. 48:7 .

Hertaald: omdat zij van hetzelve is weggevaren Omdat de heerlijkheid van het kalf ervan weggevaren is; of: zij treuren over de heerlijkheid van het kalf, omdat het in gevangenschap weggevoerd is, zoals volgt. Vergelijk Jer. 48:7.

Hosea 10 vers 6

datzelve zal naar Assur gevoerd worden, Te weten kalf.

Hertaald: datzelve zal naar Assur gevoerd worden, Namelijk het kalf.

Jareb; Zie boven Hos. 5:13 .

Hertaald: Jareb; Zie Hos. 5:13.

raadslag Dat hij zich met Egypte heeft menen te sterken tegen den Assyriër, of, in het algemeen, vanwege al zijn afgodische vonden en vleselijke handelingen, waardoor hij zich meende als tegen Gods dank [om alzo te spreken] op de benen te houden, en in het bijzonder, den raad van Jerobeam van de twee kalven, welke afgoderij hij tot bevestiging van zijnen staat uitgedacht had; 1 Kon. 12:27-29 , en 2 Kon. 17:21 .

Hertaald: raadslag Dat hij zich met Egypte meende te versterken tegen de Assyriër; of in het algemeen om al zijn afgodische vondsten en vleselijke onderhandelingen, waarmee hij zich als tegen Gods wil in — om zo te spreken — meende staande te houden; en in het bijzonder de raad van Jerobeam over de twee kalveren, welke afgoderij hij bedacht had om zijn positie te bevestigen; 1 Kon. 12:27-29 en 2 Kon. 17:21.

Hosea 10 vers 7

Samaria is afgehouwen, Of, aangaande Samaria, hun koning is afgehouwen, afgesneden, uitgeroeid, of vergaan; dat is, zal zekerlijk uitgeroeid worden. Zie 2 Kon. 17:4 , en onder vs.15.

Hertaald: Samaria is afgehouwen, Of: wat Samaria betreft: hun koning is afgehouwen, afgesneden, uitgeroeid of vergaan; dat is: zal zeker uitgeroeid worden. Zie 2 Kon. 17:4 en vers 15.

schuim op het water Dat in het bruisen en zieden der wateren zich opdoet en verheft, alsof het iets ware, zijnde toch nietig en haast verdwijnende; alzo zal de koning met al zijn pracht en hoogmoed vergaan, en zeer veil en verachtelijk in gevangenschap worden weggestoken, alsof hij voor de ogen van zijn volk, gelijk een schuim, verdwenen was, en meteen het vertrouwen, dat Samaria op hunnen koning had.

Hertaald: schuim op het water Dat bij het bruisen en zieden van het water opkomt en zich verheft alsof het iets was, terwijl het toch nietig is en snel verdwijnt. Zo zal de koning met al zijn praal en hoogmoed vergaan en heel goedkoop en verachtelijk in gevangenschap weggevoerd worden, alsof hij voor de ogen van zijn volk als schuim verdwenen was — en daarmee ook het vertrouwen dat Samaria op zijn koning stelde.

Hosea 10 vers 8

Aven, Dat is, Beth-Aven, boven vs.5. Dat is, Bethel.

Hertaald: Aven, Dat is: Beth-Aven, zoals vers 5; dat is: Bethel.

zonde, Dat is, welke hoogten de voornaamste stof, idem ene aanleiding of aanritsing zijn van Israëls gruwelijke afgoderij en allerlei andere zonden, die zij aldaar in hunne tempels bij hunne altaren, idem onder al de groene bomen en in bossen, bedrijven. Vergelijk Deut. 9:21 ; Jes. 27:9 , en zie boven Hos. 4:13 ; Lev. 26:30 ; Ezech. 6:13 , en Ezech. 20:29 met de aantekening.

Hertaald: zonde, Dat is: die hoogten zijn de voornaamste aanleiding en prikkel tot Israëls gruwelijke afgoderij en allerlei andere zonden, die zij daar bedrijven in hun tempels bij hun altaren, en ook onder alle groene bomen en in de bossen. Vergelijk Deut. 9:21; Jes. 27:9, en zie Hos. 4:13; Lev. 26:30; Ezech. 6:13 en Ezech. 20:29 met de aantekening.

doornen en distelen Vergelijk boven Hos. 9:6 .

Hertaald: doornen en distelen Vergelijk Hos. 9:6.

Bedekt ons Woorden van wanhopende mensen, die vanwege het gevoel en den schrik der tegenwoordige en toekomende oordelen Gods, mitsgaders het oordeel hunner eigen conscientiën, verbaasd en troosteloos zijnde, niet anders wensen dan maar al evenveel hoe, dood, of uit den weg te zijn, hoewel tevergeefs. Vergelijk Jes. 2:19 ; Luc. 23:30 ; Openb. 6:16 .

Hertaald: Bedekt ons Woorden van wanhopende mensen die door het gevoel en de schrik van Gods tegenwoordige en toekomende oordelen, en door het oordeel van hun eigen geweten, verbijsterd en troosteloos zijn en niets anders wensen dan hoe dan ook dood of uit de weg te zijn — hoewel tevergeefs. Vergelijk Jes. 2:19; Luk. 23:30; Openb. 6:16.

Hosea 10 vers 9

Sinds de dagen van Gibea, Of, meer dan [in] de dagen van Gibea. Zie boven Hos. 9:9 met de aantekening.

Hertaald: Sinds de dagen van Gibea, Of: meer dan in de dagen van Gibea. Zie Hos. 9:9 met de aantekening.

staande gebleven; Of slechtelijk, daar hebben zij gestaan. Men kan dit verstaan van de verschrikkelijke hardnekkigheid der Gibeanieten en de anderen van Benjamins stam, die in hunne goddeloosheid onbeschaamd bleven staan, stelden zich ten krijg als mannen [zo zij meenden] tegen hunne broeders, maar werden ten laatste bijkans ten enenmale uitgeroeid; of men kan het alzo nemen [hetwelk Israël in het algemeen aangaat, en met de volgende woorden het eenvoudigst schijnt overeen te komen] dat zij te dien tijde door Gods genade nog overeind zijn gebleven, en niet gans uitgeroeid, hoewel zij van beide zijden in gevaar waren van door elkander geheel vernield te worden.

Hertaald: staande gebleven; Of eenvoudig: daar hebben zij gestaan. Men kan dit verstaan van de verschrikkelijke hardnekkigheid van de Gibeanieten en de anderen uit de stam van Benjamin, die onbeschaamd in hun goddeloosheid bleven staan en zich als mannen — zoals zij meenden — ten strijde stelden tegen hun broeders, maar ten slotte bijna geheel uitgeroeid werden. Of men kan het zo opvatten, wat Israël in het algemeen betreft en het best bij de volgende woorden lijkt te passen, dat zij in die tijd door Gods genade nog overeind gebleven zijn en niet geheel uitgeroeid, hoewel zij van beide kanten gevaar liepen door elkaar volledig vernietigd te worden.

kinderen der verkeerdheid, Zie 2 Sam. 3:34 , en versta, de Gibeanieten met alle andere Benjaminieten.

Hertaald: kinderen der verkeerdheid, Zie 2 Sam. 3:34, en versta: de Gibeanieten met alle andere Benjaminieten.

niet aangrijpen Dat is, zij zullen het nu zo goed niet hebben, hunne straf zal nu veel zwaarder vallen, zij zullen nu niet blijven staan, gelijk te dien tijde.

Hertaald: niet aangrijpen Dat is: zij zullen het nu niet zo goed treffen; hun straf zal nu veel zwaarder uitvallen. Zij zullen nu niet blijven staan zoals toen.

Hosea 10 vers 10

Het is in Mijn lust, Dat is, Ik heb het besloten en heb lust of begeerte dat Ik het uitvoer, en zal het ook doen. Vergelijk Deut. 28:63 ; Jes. 1:24 , en zie een gelijke manier van spreken Job 10:7 .

Hertaald: Het is in Mijn lust, Dat is: Ik heb het besloten en heb er lust of begeerte toe dat Ik het uitvoer, en Ik zal het ook doen. Vergelijk Deut. 28:63; Jes. 1:24, en zie een soortgelijke manier van spreken in Job 10:7.

binden; Alsof de Heere zeide: Dewijl zij zich onder mijn juk niet wilden buigen, noch aan mijne wetten gebonden, noch van mij gedwongen zijn tot hun best, zo zal Ik hen nu door vreemde volken, als misdadigers ter straf, of als ossen, samenbinden en onder een vreemd juk brengen. Zie wijders op vs.11. Anders, tuchtigen.

Hertaald: binden; Alsof de HEERE zei: omdat zij zich niet onder Mijn juk wilden buigen, zich niet aan Mijn wetten wilden binden en zich door Mij niet lieten dwingen tot hun eigen bestwil, zal Ik hen nu door vreemde volken samenbinden als misdadigers ter straffe, of als ossen, en hen onder een vreemd juk brengen. Zie verder bij vers 11. Anders: tuchtigen.

als Ik ze binden zal Of, als men hen binden zal, of met, mits, hen te binden, of hen bindende; dat is, deze volken zullen hen binden, door mijn rechtvaardig oordeel.

Hertaald: als Ik ze binden zal Of: wanneer men hen binden zal, of: door hen te binden; dat is: deze volken zullen hen binden, door Mijn rechtvaardig oordeel.

voren Gelijk Efraïm en Juda zich samengekoppeld hebben als een paar ossen, gaande nevens elkander onder hun eigen juk in gelijke voren der afgoderij en andere zonden, zo zal Ik hen ook door hunne vijanden samenkoppelen ter straf, om onder een ander juk te gaan ploegen, enz. Anders, in hunne beide woningen, te weten Efraïm en Juda. Of, om hunne twee ongerechtigheden, ziende op de kalven van Dan en Bethel.

Hertaald: voren Zoals Efraïm en Juda zich als een span ossen aan elkaar gekoppeld hebben en naast elkaar onder hun eigen juk in dezelfde voren van afgoderij en andere zonden lopen, zo zal Ik hen ook door hun vijanden aan elkaar koppelen ter straffe, om onder een ander juk te gaan ploegen, enzovoort. Anders: in hun beide woningen, namelijk Efraïm en Juda. Of: om hun twee ongerechtigheden, ziend op de kalveren van Dan en Bethel.

Hosea 10 vers 11

vaars is, Dat is, gelijk een jonge, dartele, weelderige koe, die liever het koren treedt [gelijk in het dorsen gebruikelijk was; zie Deut. 25:4 ] , en daarvan eet, dan dat zij onder het juk zou gaan ploegen en hijgen; alzo [wil God zeggen] is Efraïm genegen om in weelde te leven naar zijn eigen lust en begeerte, maar niet onder mijn bedwang.

Hertaald: vaars is, Dat is: als een jonge, dartele, weelderige koe die liever het koren treedt — zoals bij het dorsen gebruikelijk was, zie Deut. 25:4 — en daarvan eet, dan dat zij onder het juk zou ploegen en zwoegen. Zo, wil God zeggen, is Efraïm geneigd in weelde te leven naar zijn eigen lust en begeerte, maar niet onder Mijn bedwang.

gewend gaarne te dorsen, Hebreeuws, geleerd [zie Jer. 2:24 ] liefhebbende te dorsen. Zie een gelijke samenvoeging van twee woorden, boven Hos. 9:9 . Anders aldus: Zo Efraïm ene vaars gewend ware geweest mij liefhebbende, om te dorsen, toen Ik nevens zijn schonen hals ging, zo zou Ik Efraïm hebben doen rijden, enz., zie het einde van de volgende aantekening.

Hertaald: gewend gaarne te dorsen, Hebreeuws: geleerd (zie Jer. 2:24) liefhebbend te dorsen. Zie een soortgelijke samenvoeging van twee woorden in Hos. 9:9. Anders aldus: als Efraïm een vaars geweest was die gewend was Mij lief te hebben om te dorsen, toen Ik langs zijn mooie hals ging, dan zou Ik Efraïm hebben doen rijden, enzovoort; zie het slot van de volgende aantekening.

schoonheid van haar hals overgegaan; Dat is, zijnen [des kalfs] schonen, vetten, gladden hals. Hebreeuws, goedheid; dat is, Ik zal hem onder het juk brengen, dat hem die vettigheid en schoonheid van den hals wel vergaan zal gelijk de ploegende ossen. Anderen nemen het alzo, dat God Efraïms schonen hals een langen tijd is als voorbijgegaan, heeft overgezien en verschoond, maar dat Hij nu aan hem zal doen gelijk volgt. Sommigen nemen ook wijders het volgende: Ik heb Efraïm doen rijden, Juda ploegen, Jakob eggen, enz.; alsof God hem verhaalde zijne weldaden aan hem bewezen.

Hertaald: schoonheid van haar hals overgegaan; Dat is: over zijn mooie, vette, gladde hals. Hebreeuws: goedheid; dat is: Ik zal hem onder het juk brengen, waardoor die vettigheid en schoonheid van de hals hem wel zal vergaan, zoals bij ploegossen. Anderen vatten het zo op dat God Efraïms mooie hals lange tijd als het ware voorbijgegaan is, hem heeft aangezien en gespaard, maar dat Hij hem nu zal doen wat volgt. Sommigen vatten ook het vervolg zo op: Ik heb Efraïm doen rijden, Juda doen ploegen, Jakob doen eggen, enzovoort, alsof God hem de weldaden opsomt die Hij hem bewezen heeft.

berijden, Dat is, Ik zal hen altemaal straffen, genoeg bedwingen en betemmen, maar Efraïm zal het kwaadste hebben, Juda en de rest van het volk ook kwaad genoeg, maar dragelijker dan de tien stammen, gelijk voor de beesten ploegen en eggen [dat is, de kluiten breken] wel lastig is, maar daarenboven den akkerman op den rug te hebben, of van een straffen ruiter bereden te worden, veel harder is.

Hertaald: berijden, Dat is: Ik zal hen allemaal straffen, voldoende bedwingen en temmen; maar Efraïm zal het zwaarst getroffen worden, en Juda en de rest van het volk zwaar genoeg, maar draaglijker dan de tien stammen. Zoals ploegen en eggen — dat is: de kluiten breken — voor de dieren wel zwaar is, maar daarbovenop de akkerman op de rug te hebben of door een strenge ruiter bereden te worden veel harder is.

hem eggen Dat is, zoveel als slechts eggen, zijnde het woordje hem, of voor hem, of zich, als een overtollig bijvoegsel naar het gebruik der Hebreeuwse taal, gelijk ook dikwijls in de onze. Anders, hem, te weten Juda; verstaande dat Efraïm, als de machtigste, Juda nu en dan overmeesterd en bedwongen heeft; zie 2 Kon. 14:13 ; 2 Kron. 28:6 , en boven Hos. 6:11 , met de aantekening. Of, [gelijk sommigen] Jakob [dat is, Israël of Efraïm] zal hem [Juda] de kluiten moeten breken.

Hertaald: hem eggen Dat is: eenvoudig eggen, waarbij het woordje hem — of: voor hem, of: zich — een overtollige toevoeging is naar het gebruik van de Hebreeuwse taal, zoals ook vaak in de onze. Anders: hem, namelijk Juda, waarbij men verstaat dat Efraïm als de machtigste Juda af en toe overmeesterd en bedwongen heeft; zie 2 Kon. 14:13; 2 Kron. 28:6 en Hos. 6:11 met de aantekening. Volgens sommigen: Jakob — dat is: Israël of Efraïm — zal voor hem, Juda, de kluiten moeten breken.

Hosea 10 vers 12

Zaait u Versta hierop: Dat is het, dat Ik u steeds door mijne profeten heb laten voordragen. Vergelijk 2 Kon. 17:13 . Aangaande de manieren van spreken, van zaaien en maaien, vergelijk boven Hos. 8:7 , en zie Job 4:8 . De zin is: Tracht naar ware bekering, naar een oprecht geloof en ongeveinsde liefde, opdat het u naar ziel en lichaam welga.

Hertaald: Zaait u Vul hierbij aan: dat is wat Ik u voortdurend door Mijn profeten heb laten voorhouden. Vergelijk 2 Kon. 17:13. Over de manieren van spreken van zaaien en maaien, vergelijk Hos. 8:7 en zie Job 4:8. De betekenis is: streef naar ware bekering, naar een oprecht geloof en ongeveinsde liefde, opdat het u naar ziel en lichaam goed gaat.

tot gerechtigheid, Of, in.

Hertaald: tot gerechtigheid, Of: in.

tot weldadigheid; Anders, naar.

Hertaald: tot weldadigheid; Anders: naar.

braakt u een braakland; Zie Jer. 4:3 .

Hertaald: braakt u een braakland; Zie Jer. 4:3.

gerechtigheid Dat is, de vrucht der gerechtigheid; u overvloediglijk begenadigende met zijn tijdelijken en eeuwigen verbondszegen, dien Hij beloofd heeft dengenen, die in geloof en liefde wandelen. Vergelijk Ps. 24:5 ; Ezech. 18:20 , en de aantekening aldaar. Tenware dat men dit eenvoudig moch duiden op den genadetijd van den Messias die onze gerechtigheid is voor God. Vergelijk Jer. 23:6 ; Dan. 9:24 , enz. en boven Hos. 2:18 .

Hertaald: gerechtigheid Dat is: de vrucht van de gerechtigheid, waarbij Hij u overvloedig begenadigt met Zijn tijdelijke en eeuwige verbondszegen, die Hij beloofd heeft aan hen die in geloof en liefde wandelen. Vergelijk Ps. 24:5; Ezech. 18:20 met de aantekening daar. Tenzij men dit eenvoudig zou betrekken op de genadetijd van de Messias, Die onze gerechtigheid voor God is. Vergelijk Jer. 23:6; Dan. 9:24, enzovoort, en Hos. 2:19.

regene Anders: leer. Vergelijk Joël 2:23 .

Hertaald: regene Anders: leer. Vergelijk Joël 2:23.

Hosea 10 vers 13

Gij hebt goddeloosheid geploegd, De Heere wil zeggen dat al zijne vermaningen en bevelen van hen veracht zijn, en dat zij regelrecht daartegen zijn aangegaan.

Hertaald: Gij hebt goddeloosheid geploegd, De HEERE wil zeggen dat zij al Zijn vermaningen en geboden veracht hebben en er regelrecht tegenin gegaan zijn.

verkeerdheid gemaaid, Het Hebreeuwse woord, dat verkeerdheid, of onrechtvaardigheid, schalkheid, ondeugd betekent, heeft hier een letter meer dan gewoon, dat hier van sommigen met het woord enkel wordt uitgedrukt; vergelijk Ps. 3:3 . Men kan hierdoor verstaan de straf der verkeerdheid, als ongerechtigheid voor straf der ongerechtigheid, Lev. 5:1 ; Ps. 31:11 ; zonde voor straf der zonde, Zach. 14:19 , enz. Of door het maaien hier en in vs.12 verstaan, den aanwas, het vervolg of de voortduring en gestadigen voortgang in het kwaad en goed.

Hertaald: verkeerdheid gemaaid, Het Hebreeuwse woord dat verkeerdheid, onrechtvaardigheid, schalksheid of ondeugd betekent, heeft hier een letter meer dan gewoonlijk, wat sommigen hier met het woord enkel weergeven; vergelijk Ps. 3:3. Men kan hieronder de straf voor de verkeerdheid verstaan, zoals ongerechtigheid staat voor de straf op de ongerechtigheid (Lev. 5:1; Ps. 31:11) en zonde voor de straf op de zonde (Zach. 14:19, enzovoort). Of men verstaat onder het maaien hier en in vers 12 de aanwas, het vervolg of het gestage voortgaan in het kwade en het goede.

vrucht der leugen gegeten; Dewijl gij met leugens hebt omgegaan, en u daarop verlaten, zo ontvangt gij daarvan de rechtvaardige straf en beloning, als een vrucht uwer werken, der afgoderij en heidense verbonden; of gij eet leugenvrucht; dat is, gij komt bedrogen uit, gij bekomt niet wat gij verwacht hebt, uw arbeid of vertrouwen liegt u. Vergelijk boven Hos. 9:2 .

Hertaald: vrucht der leugen gegeten; Omdat u met leugens omgegaan bent en zich daarop verlaten hebt, ontvangt u daarvan de rechtvaardige straf en beloning, als een vrucht van uw werken, van de afgoderij en de heidense verbonden. Of: u eet leugenvrucht, dat is: u komt bedrogen uit, u krijgt niet wat u verwacht hebt, uw arbeid of vertrouwen liegt tegen u. Vergelijk Hos. 9:2.

weg, Dien gij ingegaan zijt om uw rijk te bevestigen, te weten afgoderij, met allerlei goddeloosheid en vleselijk vertrouwen op uzelven en de verbonden met uwe boelen.

Hertaald: weg, De weg die u ingeslagen bent om uw rijk te bevestigen, namelijk afgoderij met allerlei goddeloosheid en vleselijk vertrouwen op uzelf en op de verbonden met uw minnaars.

Hosea 10 vers 14

gedruis ontstaan Of, rumoer, oproer, gekraak, groot geroep, als in tijden van groten overval des vijands placht te geschieden.

Hertaald: gedruis ontstaan Of: rumoer, oproer, gekraak, groot geroep, zoals gewoonlijk gebeurt bij een grote overval van de vijand.

volken, Der tien stammen.

Hertaald: volken, Van de tien stammen.

zullen verstoord worden, Hebreeuws, zal verstoord worden; dat is, elk in het bijzonder.

Hertaald: zullen verstoord worden, Hebreeuws: zal verstoord worden; dat is: ieder afzonderlijk.

Salman Anders genaamd Salmaneser, of Salmanasser, die wrede en trotse tiran van Assyrië; zie 2 Kon. 17:3 , enz. en 2 Kon. 18:9 , 2 Kon. 18:34-35 , en 2 Kon. 19:11-13 .

Hertaald: Salman Ook wel Salmaneser of Salmanassar genoemd, die wrede en trotse tiran van Assyrië; zie 2 Kon. 17:3, enzovoort, en 2 Kon. 18:9, 2 Kon. 18:34-35, en 2 Kon. 19:11-13.

Beth-arbel Het is onzeker waar deze plaats is gelegen geweest. Sommigen houden het voor een stad in Israël over de Jordaan. Josef. lib. Antiq 12, cap.18, en lib.14, cap.32, maakt melding van ene stad Arbela, gelegen in Galilea, die mede schijnt vermeld te zijn 1 Mach.9:2; anderen voor een landschap in Assyrië, hebbende den naam van de stad Arbela, waaromtrent Alexander de Grote den Perzischen koning Darius overwon, en de Perzische monarchie eindigde. Deze historie van Salman en Betharbel is te dien tijde zonder twijfel onder het volk zeer bekend geweest.

Hertaald: Beth-arbel Het is onzeker waar deze plaats gelegen heeft. Sommigen houden het voor een stad in Israël aan de overzijde van de Jordaan. Josefus maakt in zijn Oudheden, boek 12, hoofdstuk 18, en boek 14, hoofdstuk 32, melding van een stad Arbela in Galilea, die ook genoemd lijkt te worden in 1 Makk. 9:2. Anderen houden het voor een landstreek in Assyrië, genoemd naar de stad Arbela, waar Alexander de Grote de Perzische koning Darius overwon en de Perzische monarchie eindigde. Deze geschiedenis van Salman en Beth-Arbel is in die tijd ongetwijfeld bij het volk zeer bekend geweest.

krijgs; In dien tocht, waarvan kortelijk gesproken wordt 2 Kon. 17:3-4 , enz. en 2 Kon. 19:13 , gelijk enigen menen.

Hertaald: krijgs; In die veldtocht waarover kort gesproken wordt in 2 Kon. 17:3-4, enzovoort, en 2 Kon. 19:13, zoals sommigen menen.

moeder werd er verpletterd Zie Gen. 32:11 .

Hertaald: moeder werd er verpletterd Zie Gen. 32:11.

Hosea 10 vers 15

Bethel ulieden gedaan, Dat is, al die gruwelijke afgoderij met andere zonden, te Bethel, of Beth aven [gelijk boven vs.5, of Aven, vs.8] bedreven, zijn de oorzaak van deze uwe plagen.

Hertaald: Bethel ulieden gedaan, Dat is: al die gruwelijke afgoderij met andere zonden, in Bethel of Beth-Aven bedreven (zoals vers 5, of Aven, vers 8), zijn de oorzaak van deze plagen over u.

boosheid uwer boosheid; Dat is, omdat uwe boosheid zo veelvoudig en verschrikkelijk groot is.

Hertaald: boosheid uwer boosheid; Dat is: omdat uw boosheid zo veelvoudig en verschrikkelijk groot is.

koning Op wien zij vertrouwen; zie boven vs.7, en de aantekening.

Hertaald: koning Op wie zij vertrouwen; zie vers 7 met de aantekening.

dageraad Dat is, vroeg, of haastiglijk, gelijk de dageraad of morgenrood met het rijzen van de zon vergaat, of onvoorziens, gelijk wanneer iemand in den morgenstond overvallen wordt; dit kan men ook vergelijken met Ezech. 7:7 , Ezech. 7:10 ; zie de aantekening aldaar.

Hertaald: dageraad Dat is: vroeg of haastig, zoals de dageraad of het morgenrood bij het opgaan van de zon verdwijnt; of onverwacht, zoals wanneer iemand in de vroege morgen overvallen wordt. Dit kan men ook vergelijken met Ezech. 7:7, Ezech. 7:10; zie de aantekening daar.

ten enenmale uitgeroeid Hebreeuws, uitgeroeid, of afgehouwen, afgesneden wordende, is hij uitgeroeid, enz. dat is, zal zekerlijk, enz.

Hertaald: ten enenmale uitgeroeid Hebreeuws: uitgeroeid — of afgehouwen, afgesneden zijnde — is hij uitgeroeid, enzovoort; dat is: zal zeker, enzovoort.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Koning Jareb  — twistende koning (mogelijk een epitheton eerder dan een eigennaam)

Een aanduiding voor een koning van Assyrië tot wie Efraïm (Israël) zijn toevlucht zocht in zijn nood, zonder baat, en aan wie het volk uiteindelijk als schatting werd weggevoerd (Hos. 5:13; 10:6); de identiteit is onder geleerden onzeker.

Salman  — mogelijk verkorte vorm van Salmaneser

Een veroveraar die Beth-Arbel verwoestte op een wijze die als schrikbeeld voor Israël wordt aangehaald; mogelijk dezelfde als koning Salmaneser van Assyrië, al is dit onder geleerden niet zeker (Hos. 10:14).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Bedekt ons, en valt op ons  — wat een volk roept wanneer het oordeel er werkelijk is (Hos. 10:8)

"En de hoogten van Aven, Israels zonde, zullen verdelgd worden; doornen en distelen zullen op hunlieder altaren opkomen; en zij zullen zeggen tot de bergen: Bedekt ons! en tot de heuvelen: Valt op ons!" (Hos. 10:8). Het staat in een hoofdstuk waarin de altaren die Israël vermenigvuldigd had (Hos. 10:1) juist het voorwerp van het oordeel worden.

Bijbelse betekenis: Merk op waar de doornen en distelen opkomen: op de altaren zelf. Wat met de grootste zorg was opgericht, wordt overwoekerd; het oordeel treft niet iets ernaast maar precies datgene waarin men zijn vertrouwen had gesteld. Let vervolgens op wat er geroepen wordt. Het is geen bede om vergeving en geen roep tot God, maar een verlangen om bedolven te worden. Er wordt liever om vernietiging gevraagd dan om ontferming. Let ten slotte op het woord Aven. Dat betekent ongerechtigheid of ijdelheid, en het is de spotnaam voor Beth-El — huis van God — dat door het kalf van Jerobeam een huis van niets geworden was (reeds behandeld bij 1 Kon. 12:28-30).

Typologie: De Heere Jezus legt deze woorden op de lippen van de vrouwen van Jeruzalem: "Alsdan zullen zij beginnen te zeggen tot de bergen: Valt op ons; en tot de heuvelen: Bedekt ons" (Luk. 23:30). En in het laatste boek keert de roep terug bij het openen van het zesde zegel: "Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit" (Op. 6:16).

Hos. 10:1,8; 1 Kon. 12:28-30; Luk. 23:30; Op. 6:16

Zaait u tot gerechtigheid  — een oproep in landbouwtaal, tegenover wat men werkelijk geoogst had (Hos. 10:12-13)

"Zaait u tot gerechtigheid, maait tot weldadigheid; braakt u een braakland; dewijl het tijd is den HEERE te zoeken, totdat Hij kome, en over u de gerechtigheid regene" (Hos. 10:12). Het vers erna zegt wat er in werkelijkheid gebeurde: "Gij hebt goddeloosheid geploegd, verkeerdheid gemaaid, en de vrucht der leugen gegeten; want gij hebt vertrouwd op uw weg, op de veelheid uwer helden" (Hos. 10:13).

Bijbelse betekenis: Merk op dat dit dezelfde beeldspraak is als het zaaien van wind en het maaien van een wervelwind (reeds behandeld bij Hos. 8:7), maar nu van de andere kant: daar het oordeel, hier de oproep. Wie zaait wat recht is, oogst wat goed is. Let vervolgens op het braakland. Braken is de harde grond openbreken vóór het zaaien; het beeld is elders in het register al behandeld (reeds behandeld bij Jer. 4:3), en hier staat het tussen zaaien en maaien in — de akker moet eerst geopend worden. Let ten slotte op het laatste deel van Hos. 10:12: totdat Hij kome, en over u de gerechtigheid regene. Wat men zelf zaait en braakt is nodig, maar de regen komt van boven. De oogst hangt niet aan de arbeid alleen.

Typologie: Paulus zegt hetzelfde over het werk van Apollos en zichzelf: "Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven" (1 Kor. 3:6). Het planten wordt niet overbodig, maar het beslist niet.

Hos. 10:12-13; Hos. 8:7; Jer. 4:3; 1 Kor. 3:6

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Hosea 10

Hosea 10:1.KruisverwijzingenHosea 8:11Jesaja 5:1Hosea 12:111 Koningen 14:23Leviticus 26:1Jeremia 2:28Ezechiël 15:1Johannes 15:1
— Israel is een uitgeledigde wijnstok, hij brengt weder vrucht voor zich; maar naar de veelheid zijner vrucht heeft hij de altaren vermenigvuldigd; naar de goedheid zijns lands, hebben zij de opgerichte beelden goed gemaakt.
Vrucht voor zichzelf, niet voor zijn God. Het doet er niet toe hoeveel vrucht wij dragen: is zij voor onszelf, dan zijn wij in werkelijkheid vruchteloos. Iets wat op zichzelf goed is, kan al zijn goedheid verliezen omdat het door een zelfzuchtige beweegreden bevlekt is. Wij moeten voor God leven, en wij moeten daar altijd op letten. Anders kan het gebeuren dat wij veel doen en toch niets doen.

Het is zeer droevig wanneer mensen des te meer zondigen naarmate zij meer van God ontvangen. Maar juist naar de mate waarin het land van Israël vet en vruchtbaar was, richtten zij altaren op voor valse goden. Zo tergden zij de ware God, Die hun deze weldaden gegeven had. Het is een kwaad ding wanneer mensen rijk worden en hun eigen ijdelheid offers brengen. Of wanneer zij geleerdheid vergaren en die alleen gebruiken om tegen de eenvoudige leringen van God te twisten. Of wanneer zij ophouden God te zegenen juist op het ogenblik dat Hij hén zegent.

Hosea 10:2.KruisverwijzingenMicha 5:131 Koningen 18:21Sefanja 1:5Hosea 13:16Hosea 8:51 Samuël 5:4Zacharia 13:2Hosea 7:8
— Hij heeft hun hart verdeeld, nu zullen zij verwoest worden; Hij zal hun altaren doorhouwen, Hij zal hun opgerichte beelden verstoren.
Een half hart is helemaal geen hart. En wanneer mensen God schijnen na te gaan en tegelijk hun afgoden nagaan, dan gaan zij God niet na. Hun godsdienst is ijdel. De goede kant is enkel schijn; de kwade kant is het werkelijke.

Laten wij er dan op letten, lieve vrienden, dat wij niets tot een afgod maken. De kortste weg om het dierbaarste voorwerp van onze genegenheid te verliezen, is er een afgod van te maken. Soms doorhouwt God de altaren en verstoort Hij de beelden uit grote barmhartigheid jegens Zijn volk. Er is immers geen groter kwaad dan dat een hart gelukkig is in de afgoderij. Soms doet Hij het als een oordeel over de goddelozen. Zij willen de ware God niet hebben, en dan zal de valse god vals aan hen zijn.

Hosea 10:3.KruisverwijzingenHosea 10:15Hosea 10:7Hosea 13:11Micha 4:9Hosea 3:4Genesis 49:10Johannes 19:15Hosea 11:5
— Want nu zullen zij zeggen: Wij hebben geen koning; want wij hebben den HEERE niet gevreesd; wat zou ons dan een koning doen?
Hun koning was gedood; maar wat zou hij voor goeds gehad hebben als hij geleefd had, zonder God? Wat is enige tijdelijke zegen waard als God er niet in is? Het is de bolster zonder de kern. En zijn wij in staat van die bolster te genieten, dan lijkt het erop dat wij zwijnen zijn, en zwijnen worden vetgemest voor de slacht. Wat hebben wij aan iets wat wij bezitten, als God ervan gescheiden is? Ik stel de vraag nog eens. Bent u een waar kind van God, dan kan al het koren en al de wijn van de wereld u niet voeden. Uw brood moet uit de hemel komen.

Hosea 10:4.KruisverwijzingenAmos 6:12Amos 5:7Hosea 4:2Ezechiël 17:132 Koningen 17:3Handelingen 8:232 Timotheüs 3:3Jesaja 59:13
— Zij hebben woorden gesproken, valselijk zwerende in het verbond maken; daarom zal het oordeel als een vergiftig kruid groenen, op de voren der velden.
Wat zij spraken, was geen waarheid. Wij kunnen niet spreken zonder woorden, maar het is een kwaad ding wanneer onze spraak niets dan woorden is. Woorden, woorden, woorden — geen hart, geen waarheid.

God beware ons voor onwaarachtigheid, en vooral voor een gebrek aan waarheid jegens Hemzelf. Denkt u niet dat er dikwijls, in het gebed zowel als in de lofzang, gezegd zou kunnen worden: zij hebben woorden gesproken, en niets meer? Dan is er een leugen geweest in de plechtigste handeling jegens God. Wee u, lieve vrienden, als dat het geval blijkt te zijn. U mag uw medemensen bedriegen als u daar het hart voor hebt, maar u zult uw God nooit kunnen bedriegen. Hij laat Zich niet bespotten. Zij hebben woorden gesproken, zegt Hij.

Hosea 10:5.KruisverwijzingenHosea 8:5Hosea 9:11Hosea 4:15Hosea 5:82 Koningen 23:51 Samuël 4:21Hosea 13:22 Kronieken 13:8
— De inwoners van Samaria zullen verschrikt zijn over het kalf van Beth-Aven; want zijn volk zal over hetzelve treuren, mitsgaders zijn Chemarim (die zich over hetzelve verheugden), over zijn heerlijkheid, omdat zij van hetzelve is weggevaren.
Die kalveren waren immers hun vertrouwen. Zij verlieten zich op die beelden van valse goden, die zij in de plaats van de ware God gesteld hadden. Zij deden alsof zij Hém daarmee aanbaden, en zij vertrouwden op deze dingen. En nu zullen die tot hun schrik worden. Wie een vertrouwen wil hebben buiten God om, zal zijn vertrouwen binnenkort in vrees zien verzuren. Uw grootste grond van benauwdheid zal juist datgene zijn waarop u zich eens buiten God om verliet.

Hosea 10:6.KruisverwijzingenHosea 5:13Jesaja 30:3Daniël 11:8Jeremia 7:24Jeremia 3:24Jesaja 46:1Hosea 11:5Job 18:7
— Ja, datzelve zal naar Assur gevoerd worden, tot een geschenk voor den koning Jareb; Efraim zal schaamte behalen, en Israel zal beschaamd worden vanwege zijn raadslag.
Deze gouden kalveren prikkelden de begeerten van de koning van Assur, en hij voerde ze weg. Deze goden waren lokaas voor hun vijanden in plaats van een grondslag voor hun vertrouwen. Zij werden met het volk gevankelijk weggevoerd — hun god gevangen, hun god omgesmolten om er beelden van te maken of geld voor de koning van Assur!

Ach, wat een schande stortte God over de afgodendienaars uit! En wat een schande zal Hij over ons uitstorten als wij enig vertrouwen hebben buiten de onzienlijke God! Als wij ergens anders op steunen dan op het eeuwige verbond van Zijn onveranderlijke genade. Och, broeders en zusters, laten wij trachten weg te vluchten van wat zo verleidelijk is voor de zinnen: het vertrouwen op een arm van vlees. Laat ons enige en alleen vertrouwen zijn op Hem Die de hemelen en de aarde gemaakt heeft, en op Zijn Zoon, Jezus Christus.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content