Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Hosea 1

1 Het woord des HEEREN, dat geschied is tot Hosea, den zoon van Beeri, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz, Hizkia, koningen van Juda, en in de dagen van Jerobeam, zoon van Joas, koning van Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Het woordH1697 des HEERENH3068, datH834 geschiedH1961 is totH413 HoseaH1954, den zoonH1121 van BeeriH882, in de dagenH3117 van UzziaH5818, JothamH3147, AchazH271, HizkiaH3169, koningenH4428 van JudaH3063, en in de dagenH3117 van JerobeamH3379, zoonH1121 van JoasH3101, koningH4428 van IsraelH3478. Het woord des HEEREN, dat geschied is tot Hosea, den zoon van Beeri, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz, Hizkia, koningen van Juda, en in de dagen van Jerobeam, zoon van Joas, koning van Israel.

KJV The word1 of the LORD2 that came unto Hosea,6 the son7 of Beeri,8 in the days9 of Uzziah,10 Jotham,11 Ahaz,12 and Hezekiah, kings14 of Judah,15 and in the days16 of Jeroboam17 the son18 of Joash,19 king20 of Israel.

1 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 2 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 הָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 הוֹשֵׁ֨עַ֙ H1954 Hosea Hosea, Hoshea, Oshea 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 בְּאֵרִ֔י H882 Beeri Beeri 9 בִּימֵ֨י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 עֻזִּיָּ֥ה H5818 Uzzia, Uzia Uzziah 11 יוֹתָ֛ם H3147 Jotham Jotham 12 אָחָ֥ז H271 Achaz, Achaz' Ahaz 13 יְחִזְקִיָּ֖ה H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 14 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 16 וּבִימֵ֛י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 17 יָרָבְעָ֥ם H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam 18 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 19 יוֹאָ֖שׁ H3101 Joas Joash 20 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 21 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Het begin van het woord des HEEREN door Hosea. De HEERE dan zeide tot Hosea: Ga henen, neem u een vrouw der hoererijen, en kinderen der hoererijen; want het land hoereert ganselijk van achter den HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Het beginH8462 van het woordH1696 des HEERENH3068 door HoseaH1954. De HEEREH3068 dan zeideH559 totH413 Hosea: GaH3212 henen, neemH3947 u een vrouwH802 der hoererijenH2183, en kinderenH3206 der hoererijenH2183; wantH3588 het landH776 hoereertH2181 ganselijkH2181 van achterH310 den HEEREH3068. Het begin van het woord des HEEREN door Hosea. De HEERE dan zeide tot Hosea: Ga henen, neem u een vrouw der hoererijen, en kinderen der hoererijen; want het land hoereert ganselijk van achter den HEERE.

KJV The beginning1 of the word2 of the LORD3 by Hosea.4 And the LORD6 said5 to Hosea,8 Go,9 take10 unto thee a wife12 of whoredoms13 and children14 of whoredoms:15 for the land19 hath committed great17 whoredom,18 departing from20 the LORD.

1 תְּחִלַּ֥ת H8462 begin, eerst, vooreerst begin(-ning), first (time) 2 דִּבֶּר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 בְּהוֹשֵׁ֑עַ H1954 Hosea Hosea, Hoshea, Oshea 5 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 הוֹשֵׁ֗עַ H1954 Hosea Hosea, Hoshea, Oshea 9 לֵ֣ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 10 קַח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 11 לְךָ֞ 12 אֵ֤שֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 13 זְנוּנִים֙ H2183 hoererijen, hoererij whoredom 14 וְיַלְדֵ֣י H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 15 זְנוּנִ֔ים H2183 hoererijen, hoererij whoredom 16 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 זָנֹ֤ה H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 18 תִזְנֶה֙ H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 19 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 20 מֵֽאַחֲרֵ֖י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 21 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Zo ging hij henen, en nam Gomer, een dochter van Diblaim; en zij ontving; en baarde hem een zoon.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Zo gingH3212 hij henen, en namH3947 GomerH1586, een dochterH1323 van DiblaimH1691; en zij ontvingH2029; en baardeH3205 hem een zoonH1121. Zo ging hij henen, en nam Gomer, een dochter van Diblaim; en zij ontving; en baarde hem een zoon.

KJV So he went1 and took2 Gomer4 the daughter5 of Diblaim;6 which conceived,7 and bare8 him a son.

1 וַיֵּ֨לֶךְ֙ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 וַיִּקַּ֔ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 גֹּ֖מֶר H1586 Gomer Gomer 5 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 דִּבְלָ֑יִם H1691 Diblaim Diblaim 7 וַתַּ֥הַר H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 8 וַתֵּֽלֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 9 ל֖וֹ 10 בֵּֽן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En de HEERE zeide tot hem: Noem zijn naam Jizreel, want nog een weinig tijds, zo zal Ik de bloedschulden van Jizreel bezoeken over het huis van Jehu, en zal het koninkrijk van het huis van Israel doen ophouden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En de HEEREH3068 zeideH559 totH413 hem: NoemH7121 zijn naamH8034 JizreelH3157, wantH3588 nogH5750 een weinigH4592 tijds, zo zal Ik de bloedschuldenH1818 van JizreelH3157 bezoekenH6485 overH5921 het huisH1004 van JehuH3058, en zal het koninkrijkH4468 van het huisH1004 van IsraelH3478 doen ophoudenH7673. En de HEERE zeide tot hem: Noem zijn naam Jizreel, want nog een weinig tijds, zo zal Ik de bloedschulden van Jizreel bezoeken over het huis van Jehu, en zal het koninkrijk van het huis van Israel doen ophouden.

KJV And the LORD2 said1 unto him, Call4 his name5 Jezreel;6 for yet a little9 while, and I will avenge10 the blood12 of Jezreel13 upon the house15 of Jehu,16 and will cause to cease17 the kingdom18 of the house19 of Israel.

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֵלָ֔יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 קְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 5 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 6 יִזְרְעֶ֑אל H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel 7 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 ע֣וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 9 מְעַ֗ט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 10 וּפָ֨קַדְתִּ֜י H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 דְּמֵ֤י H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 13 יִזְרְעֶאל֙ H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 16 יֵה֔וּא H3058 Jehu Jehu 17 וְהִ֨שְׁבַּתִּ֔י H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 18 מַמְלְכ֖וּת H4468 koninkrijk, koninkrijks kingdom, reign 19 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 20 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Israels boog verbreken zal, in het dal van Jizreel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En het zal te dien dageH3117 geschiedenH1961, datH1931 Ik IsraelsH3478 boogH7198 verbrekenH7665 zal, in het dalH6010 van JizreelH3157. En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Israels boog verbreken zal, in het dal van Jizreel.

KJV And it shall come to pass at that day,2 that I will break4 the bow6 of Israel7 in the valley8 of Jezreel.

1 וְהָיָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 וְשָֽׁבַרְתִּי֙ H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 קֶ֣שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 7 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 בְּעֵ֖מֶק H6010 dal, dals, dalen dale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק) 9 יִזְרְעֶֽאל H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En zij ontving wederom, en baarde een dochter; en Hij zeide tot hem: Noem haar naam Lo-Ruchama; want Ik zal Mij voortaan niet meer ontfermen over het huis Israels, maar Ik zal ze zekerlijk wegvoeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En zij ontvingH2029 wederomH5750, en baardeH3205 een dochterH1323; en Hij zeideH559 tot hem: NoemH7121 haar naamH8034 Lo-RuchamaH3819; wantH3588 Ik zal Mij voortaanH3254 nietH3808 meerH5750 ontfermenH7355 over het huisH1004 IsraelsH3478, maarH3588 Ik zal ze zekerlijkH5375 wegvoerenH5375. En zij ontving wederom, en baarde een dochter; en Hij zeide tot hem: Noem haar naam Lo-Ruchama; want Ik zal Mij voortaan niet meer ontfermen over het huis Israels, maar Ik zal ze zekerlijk wegvoeren.

KJV And she conceived again,1 and bare3 a daughter.4 And God said5 unto him, Call7 her name8 Loruhamah:9 for I will no more13 have mercy15 upon the house17 of Israel;18 but I will utterly20 take them away.

1 וַתַּ֤הַר H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 2 עוֹד֙ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 3 וַתֵּ֣לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 4 בַּ֔ת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 5 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 ל֔וֹ 7 קְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 8 שְׁמָ֖הּ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 9 לֹ֣א H3819 Lo-ruchama Lo-ruhamah 10 רֻחָ֑מָה H3819 Lo-ruchama Lo-ruhamah 11 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 לֹ֨א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 אוֹסִ֜יף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 14 ע֗וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 15 אֲרַחֵם֙ H7355 ontfermen, ontferme, Ontfermer have compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 18 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 19 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 20 נָשֹׂ֥א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 21 אֶשָּׂ֖א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 22 לָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Maar over het huis van Juda zal Ik Mij ontfermen, en zal ze verlossen door den HEERE, hun God, en Ik zal ze niet verlossen door boog, noch door zwaard, noch door krijg, door paarden noch door ruiteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Maar over het huisH1004 van JudaH3063 zal Ik Mij ontfermenH7355, en zal ze verlossenH3467 door den HEEREH3068, hun GodH430, en Ik zal ze nietH3808 verlossenH3467 door boogH7198, noch door zwaardH2719, noch door krijgH4421, door paardenH5483 noch door ruiterenH6571. Maar over het huis van Juda zal Ik Mij ontfermen, en zal ze verlossen door den HEERE, hun God, en Ik zal ze niet verlossen door boog, noch door zwaard, noch door krijg, door paarden noch door ruiteren.

KJV But I will have mercy4 upon the house2 of Judah,3 and will save5 them by the LORD6 their God,7 and will not save9 them by bow,10 nor by sword,11 nor by battle,12 by horses,13 nor by horsemen.

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 בֵּ֤ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 3 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 4 אֲרַחֵ֔ם H7355 ontfermen, ontferme, Ontfermer have compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely 5 וְהֽוֹשַׁעְתִּ֖ים H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 6 בַּיהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֱלֹֽהֵיהֶ֑ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 אֽוֹשִׁיעֵ֗ם H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 10 בְּקֶ֤שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 11 וּבְחֶ֨רֶב֙ H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 12 וּבְמִלְחָמָ֔ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 13 בְּסוּסִ֖ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 14 וּבְפָרָשִֽׁים H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Als zij nu Lo-Ruchama gespeend had, ontving zij, en baarde een zoon.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Als zij nu Lo-RuchamaH3819 gespeendH1580 had, ontvingH2029 zij, en baardeH3205 een zoonH1121. Als zij nu Lo-Ruchama gespeend had, ontving zij, en baarde een zoon.

KJV Now when she had weaned1 Loruhamah,3 she conceived,5 and bare6 a son.

1 וַתִּגְמֹ֖ל H1580 gespeend, vergelden, vergolden bestow on, deal bountifully, do (good), recompense, requite, reward, ripen, [phrase] serve, mean, yield 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 לֹ֣א H3819 Lo-ruchama Lo-ruhamah 4 רֻחָ֑מָה H3819 Lo-ruchama Lo-ruhamah 5 וַתַּ֖הַר H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 6 וַתֵּ֥לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 7 בֵּֽן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Hij zeide: Noem zijn naam Lo-Ammi; want gijlieden zijt Mijn volk niet, zo zal Ik ook de uwe niet zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En Hij zeideH559: NoemH7121 zijn naamH8034 Lo-AmmiH8034; wantH3588 gijliedenH859 zijt Mijn volkH5971 nietH3808, zo zal IkH595 ook de uwe nietH3808 zijn. En Hij zeide: Noem zijn naam Lo-Ammi; want gijlieden zijt Mijn volk niet, zo zal Ik ook de uwe niet zijn.

KJV Then said1 God, Call2 his name3 Loammi:4 for ye are not my people,

1 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 קְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 3 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 4 לֹ֣א H3818 Lo-ammi 5 עַמִּ֑י H3818 Lo-ammi 6 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 אַתֶּם֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 8 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 עַמִּ֔י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 וְאָנֹכִ֖י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 11 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 אֶהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 לָכֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Nochtans zal het getal der kinderen Israels zijn als het zand der zee, dat niet gemeten noch geteld kan worden; en het zal geschieden, dat ter plaatse, waar tot hen gezegd zal zijn: Gijlieden zijt Mijn volk niet; tot hen gezegd zal worden: Gij zijt kinderen des levenden Gods.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Nochtans zal het getalH4557 der kinderenH1121 IsraelsH3478 zijn als het zandH2344 der zeeH3220, dat niet gemetenH4058 noch geteldH5608 kan worden; en het zal geschieden, dat ter plaatseH4725, waar tot hen gezegdH559 zal zijn: Gijlieden zijt Mijn volkH5971 niet; tot hen gezegdH559 zal worden: Gij zijt kinderenH1121 des levendenH2416 GodsH410. Nochtans zal het getal der kinderen Israels zijn als het zand der zee, dat niet gemeten noch geteld kan worden; en het zal geschieden, dat ter plaatse, waar tot hen gezegd zal zijn: Gijlieden zijt Mijn volk niet; tot hen gezegd zal worden: Gij zijt kinderen des levenden Gods.

1 וְֽ֠הָיָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִסְפַּ֤ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 3 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 כְּח֣וֹל H2344 zand, zands sand 6 הַיָּ֔ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 7 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 יִמַּ֖ד H4058 mat, meten, gemeten measure, mete, stretch self 10 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 יִסָּפֵ֑ר H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 12 וְֽ֠הָיָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 בִּמְק֞וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 14 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 יֵאָמֵ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 16 לָהֶם֙ 17 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 עַמִּ֣י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 19 אַתֶּ֔ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 20 יֵאָמֵ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 21 לָהֶ֖ם 22 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 23 אֵֽל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 24 חָֽי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En de kinderen van Juda, en de kinderen Israels zullen samenvergaderd worden, en zich een enig hoofd stellen, en uit het land optrekken; want de dag van Jizreel zal groot zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En de kinderenH1121 van JudaH3063, en de kinderenH1121 IsraelsH3478 zullen samenvergaderdH6908 worden, en zich een enigH259 hoofdH7218 stellenH7760, en uit het landH776 optrekkenH5927; want de dagH3117 van JizreelH3157 zal groot zijn. En de kinderen van Juda, en de kinderen Israels zullen samenvergaderd worden, en zich een enig hoofd stellen, en uit het land optrekken; want de dag van Jizreel zal groot zijn.

1 וְ֠נִקְבְּצוּ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 2 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 יְהוּדָ֤ה H3063 Juda Judah 4 וּבְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 יַחְדָּ֔ו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 7 וְשָׂמ֥וּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 8 לָהֶ֛ם 9 רֹ֥אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 10 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 11 וְעָל֣וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 12 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 13 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 גָד֖וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 16 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 17 יִזְרְעֶֽאל H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zegt tot uw broederen: Ammi, en tot uw zusteren: Ruchama.
א

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Zegt tot uw broederen: Ammi, en tot uw zusteren: Ruchama.

1 אִמְר֥וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לַאֲחֵיכֶ֖ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 3 עַמִּ֑י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 וְלַאֲחֽוֹתֵיכֶ֖ם H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 5 רֻחָֽמָה H7355 ontfermen, ontferme, Ontfermer have compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Hosea 1:1 Jesaja 1:1 Micha 1:1 Amos 1:1 Romeinen 9:25 2 Kronieken 26:1 2 Koningen 14:16 Jeremia 1:4 2 Koningen 15:32
Hosea 1:2 Hosea 3:1 Deuteronomium 31:16 Hosea 2:4 Jeremia 3:9 Hosea 5:3 Exodus 34:15 Ezechiël 6:9 Openbaring 17:1
Hosea 1:3 Jesaja 8:1
Hosea 1:4 2 Koningen 10:7 Mattheüs 1:21 2 Koningen 10:10 1 Kronieken 5:25 Hosea 2:13 2 Koningen 10:29 Jeremia 3:8 2 Koningen 15:29
Hosea 1:5 Richteren 6:33 Jozua 17:16 Jeremia 49:34 Jeremia 51:56 2 Koningen 15:29 Psalmen 46:9 Hosea 2:18 Psalmen 37:15
Hosea 1:6 1 Petrus 2:10 Hosea 2:23 2 Koningen 17:6 Hosea 2:4 2 Koningen 17:23 Hosea 9:15 Jesaja 27:11
Hosea 1:7 Zacharia 4:6 2 Koningen 19:35 Hosea 11:12 Zacharia 9:9 Psalmen 44:3 Psalmen 33:16 Jesaja 7:14 Mattheüs 1:21
Hosea 1:9 Jeremia 15:1
Hosea 1:10 2 Korinthe 6:18 Jesaja 66:20 Galaten 4:6 Johannes 1:12 Jesaja 60:4 Hosea 1:9 Jeremia 33:22 Romeinen 9:25
Hosea 1:11 Hosea 3:5 Jesaja 11:12 Jeremia 50:4 Jeremia 23:5 Ezechiël 37:16 Romeinen 11:15 Jeremia 31:1 Jeremia 31:33
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Hosea 1 vers 1

Hosea, den zoon van Beëri, In het Nieuwe Testament, in het Grieks genoemd Osee, Rom. 9:25 . Denzelfden naam had ook eerst Jozua, Num. 13:16 ; idem de laatste koning van Israël, 2 Kon. 17:1 , 2 Kon. 17:6 .

Hertaald: Hosea, den zoon van Beëri, In het Nieuwe Testament in het Grieks Osee genoemd, Rom. 9:25. Dezelfde naam droeg eerst ook Jozua (Num. 13:16) en de laatste koning van Israël (2 Kon. 17:1, 2 Kon. 17:6).

koningen van Juda, Hieruit blijkt dat deze profeet een zeer langen tijd, te weten tenminste, naar sommiger gevoelen, omtrent drie en veertig jaren geprofeteerd heeft. En of hij wel onder de andere koningen, die in Israël dezen Jerobeam [niet den zoon van Nebat maar van Joas, een kindskind van Jehu] gevolgd zijn, ook geprofeteerd heeft, zo wordt nochtans deze alleen hier genoemd, omdat hij een en veertig jaar geregeerd heeft, en om te tonen dat de goddelijkheid dezer profetie, als welke al geschied is ten tijde als het koninkrijk der tien stammen nog in bloei was. Zie 2 Kon. 14:25 , en voorts de historiën van de regering dezer koningen van Juda, 2Ki 15 tot 2Ki 21 , en 2Ch 26 tot 2Ch 33 , en vergelijk Am. 1:1 .

Hertaald: koningen van Juda, Hieruit blijkt dat deze profeet zeer lang geprofeteerd heeft, volgens sommigen minstens ongeveer drieënveertig jaar. En hoewel hij waarschijnlijk ook geprofeteerd heeft onder de andere koningen die in Israël op deze Jerobeam volgden — niet de zoon van Nebat maar die van Joas, een kleinzoon van Jehu — wordt hier alleen deze genoemd, omdat hij eenenveertig jaar geregeerd heeft, en om te tonen dat deze profetie van God komt, aangezien zij al gegeven is toen het koninkrijk van de tien stammen nog in bloei stond. Zie 2 Kon. 14:25, en verder de geschiedenis van de regering van deze koningen van Juda in 2 Kon. 15 tot 21 en 2 Kron. 26 tot 33, en vergelijk Amos 1:1.

Hosea 1 vers 2

van het woord des HEEREN door Hosea Of, van het spreken, van de spraak; dat is, als de Heere eerst met, door en tot Hosea begon te spreken, sprak Hij dit tot hem, en door hem tot het volk. Anders: in Hosea; [en alzo elders] om nader te tonen dat het volgende niet geschied is inderdaad, maar door een gezicht in den geest, inwendiglijk, bij manier van parabel of gelijkenis, den profeet van God is geopenbaard, en naderhand het volk alzo, als een profetisch gezicht voorgedragen. Zie van zulke profetische gezichten, Gen. 15:1 , en vergelijk onder Hos. 3:1 , enz.; idem Ezech. 4:4 , en Ezech. 8:2 , en Ezech. 11:24-25 , enz.

Hertaald: van het woord des HEEREN door Hosea Of: van het spreken; dat is: toen de HEERE voor het eerst met, door en tot Hosea begon te spreken, sprak Hij dit tot hem en door hem tot het volk. Anders: in Hosea — zo ook elders — om duidelijker te maken dat het volgende niet werkelijk gebeurd is, maar de profeet door God in een gezicht in de geest, innerlijk, bij wijze van gelijkenis geopenbaard is en daarna zo als een profetisch gezicht aan het volk voorgehouden is. Zie over zulke profetische gezichten Gen. 15:1, en vergelijk Hos. 3:1, enzovoort; ook Ezech. 4:4, Ezech. 8:2 en Ezech. 11:24-25, enzovoort.

hoererijen, en Dat is, ganselijk tot hoererij begeven. Vergelijk de manier van spreken met Ps. 5:7 .

Hertaald: hoererijen, en Dat is: volkomen aan hoererij overgegeven. Vergelijk de manier van spreken met Ps. 5:7.

kinderen der hoererijen; Omdat hier gezegd wordt: Neem ene hoer met hoerenkinderen, en daarna dat de profeet die kinderen bij die hoer gewonnen heeft, daaruit blijkt dat het niet alzo inderdaad geschied is.

Hertaald: kinderen der hoererijen; Doordat hier gezegd wordt: neem een hoer met hoerenkinderen, en daarna dat de profeet die kinderen bij die hoer verwekt heeft, blijkt dat het niet werkelijk zo gebeurd is.

ganselijk Hebreeuws, hoererende hoereert; dat is, doet doorgaans niets anders. Zie van geestelijke hoererij Lev. 17:7 .

Hertaald: ganselijk Hebreeuws: hoererende hoereert; dat is: doet doorlopend niets anders. Zie over geestelijke hoererij Lev. 17:7.

van achter den HEERE Dat is, alzo dat de inwoners des lands den Heere niet meer navolgen, maar van Hem afwijken, en de afgoden onzinnig nalopen; vergelijk onder Hos. 4:12 .

Hertaald: van achter den HEERE Dat is: zodat de inwoners van het land de HEERE niet meer navolgen, maar van Hem afwijken en de afgoden razend achternalopen; vergelijk Hos. 4:12.

Hosea 1 vers 3

ging hij henen, Dit alles is den profeet in een gezicht vertoond, en het volk [gelijk op vs.2 is aangetekend] voorgesteld, tot een spiegel en levendige afbeelding van hun goddeloos wezen, in vs.2 vermeld.

Hertaald: ging hij henen, Dit alles is de profeet in een gezicht getoond en aan het volk voorgehouden, zoals bij vers 2 aangetekend is, als een spiegel en levendige afbeelding van hun goddeloze toestand die in vers 2 genoemd wordt.

Gomer, Gelijk Gomer in het Hebreeuws somtijds de betekenis heeft van volheid, of volmaaktheid, somtijds van vertering; alzo had God dit volk alles goeds gedaan, maar zij verteerden alles, en ook zichzelven, door afgoderij en andere zonden, waarom zij eindelijk door Gods plagen zouden verteerd worden.

Hertaald: Gomer, Gomer heeft in het Hebreeuws soms de betekenis van volheid of volmaaktheid, soms van vertering. Zo had God dit volk alles goeds gedaan, maar zij verteerden alles, en ook zichzelf, door afgoderij en andere zonden — waarom zij ten slotte door Gods plagen verteerd zouden worden.

Diblaïm; Sommigen nemen dit voor een mansnaam, anderen voor de geboorteplaats. Het woord betekent twee klompen vijgen, waardoor beduid kan worden de geilheid, wellustigheid en dartelheid van het volk. Eenigen menen dat deze naam ziet op de woestijn Dibla, vermeld Ezech. 6:14 , [zie de aantekening aldaar] om te tonen de genade, die God zijn volk bewezen heeft, hen voerende uit de woestijn in Kanaän. [Vergelijk Ezech. 16:5 , Ezech. 16:7 ; Hoogl. 3:6 ] ; Num. 33:46 , wordt vermeld Diblathaim. Zie wijders Jer. 2:2 , Jer. 2:6 .

Hertaald: Diblaïm; Sommigen vatten dit op als een mansnaam, anderen als de geboorteplaats. Het woord betekent twee klompen vijgen, waarmee de geilheid, wellustigheid en dartelheid van het volk aangeduid kan worden. Sommigen menen dat deze naam ziet op de woestijn Dibla die in Ezech. 6:14 genoemd wordt — zie de aantekening daar — om de genade te tonen die God Zijn volk bewezen heeft door hen uit de woestijn naar Kanaän te voeren. Vergelijk Ezech. 16:5, Ezech. 16:7; Hoogl. 3:6. In Num. 33:46 wordt Diblathaïm genoemd. Zie verder Jer. 2:2, Jer. 2:6.

Hosea 1 vers 4

hem Hosea.

Hertaald: hem Hosea.

Jizreël, Deze naam moet onderscheiden worden van Israël, en dit ziet op de plaats Jizreël. Zie het volgende en wijders Hos. 2:21-22 , met de aantekening.

Hertaald: Jizreël, Deze naam moet onderscheiden worden van Israël; hij ziet op de plaats Jizreël. Zie het vervolg en verder Hos. 2:21-22 met de aantekening.

bloedschulden van Jizreël Hebreeuws, bloeden; dat is, bloedschulden, doodslagen, moorderijen, [zie Gen. 37:26 ] , die aldaar opgelegd en bedreven zijn.

Hertaald: bloedschulden van Jizreël Hebreeuws: bloeden; dat is: bloedschulden, doodslagen, moorden (zie Gen. 37:26) die daar begaan zijn.

bezoeken over het huis Met straffen; zie Gen. 21:1 .

Hertaald: bezoeken over het huis Met straffen; zie Gen. 21:1.

Jehu, Die veel bloed vergoten had in het dal Jizreël, op het bevel des Heeren, maar niet uit een oprecht hart om Achabs afgoderij uit te roeien, gelijk hem God bevolen had [alzo hij zelf 2 Kon. 10:28-29 , 2 Kon. 10:31 wordt gezegd aangehangen te hebben de afgoderij van Jerobeam, en niet gewandeld te hebben in de wet des Heeren met zijn ganse hart] maar om het koninkrijk. Waarom God zulks houdt voor een moorderij; vergelijk het voorbeeld van Baesa, 1 Kon. 15:29 , en 1 Kon. 16:7 , die Jerobeams huis, naar Gods woord verdelgde, maar niet uit vroomheid.

Hertaald: Jehu, Hij had veel bloed vergoten in het dal Jizreël, op bevel van de HEERE, maar niet uit een oprecht hart om de afgoderij van Achab uit te roeien zoals God hem bevolen had. Van hemzelf wordt namelijk in 2 Kon. 10:28-29 en 2 Kon. 10:31 gezegd dat hij de afgoderij van Jerobeam aanhing en niet met zijn hele hart in de wet van de HEERE wandelde; hij deed het om het koninkrijk. Daarom rekent God het hem als moord aan. Vergelijk het voorbeeld van Baësa (1 Kon. 15:29 en 1 Kon. 16:7), die het huis van Jerobeam naar Gods woord verdelgde, maar niet uit vroomheid.

Hosea 1 vers 5

boog verbreken zal, Dat is, de macht der schutterij, of de krijgsmacht; vergelijk Ps. 78:9 ; dienvolgens zal Israël den vijand ten roof moeten worden. Zie 2 Sam. 1:18 ; Jer. 49:35 met de aantekening.

Hertaald: boog verbreken zal, Dat is: de macht van de boogschutters, of de krijgsmacht; vergelijk Ps. 78:9. Daardoor zal Israël de vijand ten prooi vallen. Zie 2 Sam. 1:18; Jer. 49:35 met de aantekening.

dal van Jizreël Zie van dit dal Richt. 6:33 . Het schijnt dat Israël hier een grote nederlaag gehad heeft, ten tijde als Salmanassar tegen hen optoog. Zie 2 Kon. 17:4 , enz. Anders: om het dal Jizreëls; dat is, om de moorderij aldaar bedreven.

Hertaald: dal van Jizreël Zie over dit dal Richt. 6:33. Het lijkt erop dat Israël hier een grote nederlaag geleden heeft, in de tijd waarin Salmanassar tegen hen optrok. Zie 2 Kon. 17:4, enzovoort. Anders: om het dal van Jizreël, dat is: om de moord die daar begaan is.

Hosea 1 vers 6

Hij zeide tot hem De Heere tot Hosea.

Hertaald: Hij zeide tot hem De HEERE tot Hosea.

Lo-rucháma; Dat is, niet ontfermde.

Hertaald: Lo-rucháma; Dat is: niet-ontfermde.

zekerlijk wegvoeren Hebreeuws, wegvoerende, of opnemende, [dat is, opnemende en wegvoerende] wegvoeren; vergelijk onder Hos. 5:14 . Deze woorden worden verscheidenlijk overgezet, vermits de verscheidene betekenissen van het Hebreeuwse woord, dat niet alleen opnemen, wegnemen, wegvoeren, enz., maar ook vergeven betekent. [Zie Ps. 25:18 ; Jes. 2:9 ] . Dit is vervuld, eerst door Tiglath-Pilezer, daarna door Salmanassar, koningen van Assyrië.

Hertaald: zekerlijk wegvoeren Hebreeuws: wegvoerende — dat is: opnemend en wegvoerend — wegvoeren; vergelijk Hos. 5:14. Deze woorden worden verschillend vertaald vanwege de verschillende betekenissen van het Hebreeuwse woord, dat niet alleen opnemen, wegnemen en wegvoeren betekent, maar ook vergeven (zie Ps. 25:18; Jes. 2:9). Dit is vervuld, eerst door Tiglath-Pileser en daarna door Salmanassar, koningen van Assyrië.

Hosea 1 vers 7

Juda zal Ik Mij ontfermen, Dat is, mijne kerk, of mijn volk, hier bijzonderlijk afgebeeld door Juda, als hebbende den rechten godsdienst, en niet door Israël, die den waren godsdienst verlaten hadden; waarom in het volgende ook van het huis van Juda gezegd wordt, den Heere hunnen God. Vergelijk onder vs.9, en Hos. 12:1 ; anderszins worden Juda en Israël [tezamen afbeeldende de algemene kerk uit Joden en heidenen] samengevoegd. Zie onder vs.11, enz.; idem Hos. 3:5 .

Hertaald: Juda zal Ik Mij ontfermen, Dat is: over Mijn kerk of Mijn volk, hier in het bijzonder afgebeeld door Juda, dat de rechte godsdienst had, en niet door Israël, dat de ware godsdienst verlaten had. Daarom wordt van het huis van Juda in het vervolg ook gezegd: de HEERE, hun God. Vergelijk vers 9 en Hos. 12:1. Elders worden Juda en Israël — die samen de algemene kerk uit Joden en heidenen afbeelden — juist samengevoegd. Zie vers 11, enzovoort, en ook Hos. 3:5.

HEERE, hun God, Dat is, door mijn eeuwigen eniggeboren Zoon Jezus Christus, dien Ik tot een Heiland, Behouder, Zaligmaker, Hoofd en Koning van zijn volk verordineerd heb; vergelijk Gen. 19:24 ; Jes. 10:27 , en Jer. 23:4-5 , enz. Anders: door den HEERE hunnen God; dat is, door mijzelven, Ik zal het zelf doen, te weten hen lichamelijk verlossen uit Babel, en geestelijk door den Messias, uit de gevangenis des duivels, enz.

Hertaald: HEERE, hun God, Dat is: door Mijn eeuwige eniggeboren Zoon Jezus Christus, Die Ik tot Heiland, Behouder, Zaligmaker, Hoofd en Koning van Zijn volk bestemd heb; vergelijk Gen. 19:24; Jes. 10:27 en Jer. 23:4-5, enzovoort. Anders: door de HEERE, hun God, dat is: door Mijzelf; Ik zal het Zelf doen, namelijk hen lichamelijk verlossen uit Babel en geestelijk door de Messias uit de gevangenschap van de duivel, enzovoort.

boog, noch door zwaard, Gelijk de verlossing van Juda uit de Babylonische gevangenschap door mijn zonderlinge genade en regering beschikt en bestuurd zal worden, en niet door menselijk geweld, alzo zal de verlossing door Christus een gans hemels en geestelijk heil zijn, waarvoor zij niemand dan mij zullen hebben te danken. Vergelijk Mi. 5:9 , met de aantekening. Sommigen duiden het ook op de wonderlijke regering van God, door welke Hij Juda heeft verlost van de twee koningen, Pekah, koning van Israël, en Rezin, koning van Syrië. Zie Jes. 7:1 ,enz.; 2 Kon. 15:29-30 , en 2 Kon. 16:9 .

Hertaald: boog, noch door zwaard, Zoals de verlossing van Juda uit de Babylonische gevangenschap door Mijn bijzondere genade en bestuur beschikt zal worden en niet door menselijk geweld, zo zal ook de verlossing door Christus een geheel hemels en geestelijk heil zijn, waarvoor zij niemand dan Mij te danken zullen hebben. Vergelijk Micha 5:9 met de aantekening. Sommigen betrekken het ook op de wonderlijke regering van God, waardoor Hij Juda verlost heeft van de twee koningen Pekah, koning van Israël, en Rezin, koning van Syrië. Zie Jes. 7:1, enzovoort; 2 Kon. 15:29-30 en 2 Kon. 16:9.

Hosea 1 vers 9

Hij zeide De Heere.

Hertaald: Hij zeide De HEERE.

de uwe niet zijn Dat is, Ik zal ulieder God niet zijn, gelijk dit sommigen aldus aanvullen: zo zal Ik [ook] ulieder [God] niet zijn, gelijk God elders dikwijls spreekt. Vergelijk boven vs.7 met de aantekening, en zie Gen. 17:7 , en Deut. 7:6 . Door de geboorte van deze drie kinderen menen sommigen afgebeeld te zijn drieërlei staat van het volk van Israël, telkens meer vervallende in zonden en zwaarder van God gestraft.

Hertaald: de uwe niet zijn Dat is: Ik zal uw God niet zijn, zoals sommigen dit aanvullen: zo zal Ik ook uw God niet zijn — zoals God elders vaak spreekt. Vergelijk vers 7 met de aantekening, en zie Gen. 17:7 en Deut. 7:6. Sommigen menen dat met de geboorte van deze drie kinderen drie opeenvolgende toestanden van het volk Israël afgebeeld worden, waarbij het telkens dieper in zonde vervalt en zwaarder door God gestraft wordt.

Hosea 1 vers 10

kinderen Israëls zijn als het zand der zee, Wien Ik in toekomenden tijden zal genadig zijn. Hier spreekt God van het genade werk, dat Hij voorhad aan zijn volk te bewijzen bij den tijd van het Nieuwe Testament, te weten aan Joden en heidenen, het Israël Gods; zie Rom. 9:24 , Rom. 9:26 ; Gal. 3:28-29 , en Gal. 6:16 ; want nu het vleselijk Israël, zowel als de heidenen, Gods volk niet meer waren, zo moesten zij beiden door loutere en vrije genade aangenomen worden, welke God hier hun beiden toezegt.

Hertaald: kinderen Israëls zijn als het zand der zee, Namelijk zij aan wie Ik in toekomende tijden genadig zal zijn. Hier spreekt God over het genadewerk dat Hij van plan was aan Zijn volk te bewijzen in de tijd van het Nieuwe Testament, namelijk aan Joden en heidenen, het Israël van God; zie Rom. 9:24, Rom. 9:26; Gal. 3:28-29 en Gal. 6:16. Want nu het vleselijke Israël evenmin als de heidenen nog Gods volk was, moesten zij allebei door louter vrije genade aangenomen worden, en die zegt God hun hier allebei toe.

Hosea 1 vers 11

En de kinderen van Juda, Hoewel sommigen dit enigszins verstaan van de verlossing uit de Babylonische gevangenschap, wanneer de verstrooide en overgebleven vrome Israëlieten, door al de geleden plagen bijkans teniet geworden zijnde, zich zeer gaarne zouden voegen bij de optrekkende Joden, zo ziet het nochtans eigenlijk op de verzamelingen der kerk van het Nieuwe Testament uit Joden en heidenen, onder een Hoofd Jezus Christus door geloof en ware bekering. Vergelijk Jer. 23:6 , enz., en Jer. 31:5-6 , Jer. 31:9 , en Jer. 50:4 , enz.

Hertaald: En de kinderen van Juda, Hoewel sommigen dit tot op zekere hoogte verstaan van de verlossing uit de Babylonische gevangenschap — wanneer de verstrooide en overgebleven vrome Israëlieten, die door alle geleden plagen bijna verdwenen waren, zich graag zouden voegen bij de optrekkende Joden — ziet het toch eigenlijk op de vergadering van de kerk van het Nieuwe Testament uit Joden en heidenen, onder één Hoofd Jezus Christus, door geloof en ware bekering. Vergelijk Jer. 23:6, enzovoort, Jer. 31:5-6, Jer. 31:9 en Jer. 50:4, enzovoort.

land optrekken; Van hun lichamelijke gevangenschap, en eigenlijk uit de geestelijke gevangenschap zich begeven tot Gods kerk.

Hertaald: land optrekken; Uit hun lichamelijke gevangenschap, en eigenlijk: zich uit de geestelijke gevangenschap begeven tot Gods kerk.

want de dag van Jizreël zal groot zijn Of, omdat de dag van Jizreël groot zal geweest zijn. Versta, Israëls nederlaag en verwoesting, waarvan boven vs.5. De zin is dat dit oordeel Gods en al de volgende of gevolgde straffen hen daartoe zullen bewegen. Sommigen verstaan door Jizreëls dag den dag van Israëls verlossing, die heerlijk zal zijn, gesteld tegen den dag hunner nederlaag in Jizreël, en daarom ook genoemd Jizreëls dag; dat is Israëls dag. Vergelijk onder Hos. 2:21 . Deze verklaring komt met het voorgaande wel overeen. Alzo wordt iemands dag in de Schriftuur genoemd, de tijd in welken iemand iets bijzonders goeds of kwaads van God naar zijn bestemden raad wordt toegeschikt.

Hertaald: want de dag van Jizreël zal groot zijn Of: omdat de dag van Jizreël groot geweest zal zijn. Versta: de nederlaag en verwoesting van Israël, waarover vers 5. De betekenis is dat dit oordeel van God en alle straffen die erop volgen hen daartoe zullen bewegen. Sommigen verstaan onder de dag van Jizreël de dag van Israëls verlossing, die heerlijk zal zijn, gesteld tegenover de dag van hun nederlaag in Jizreël en daarom ook de dag van Jizreël genoemd, dat is: de dag van Israël. Vergelijk Hos. 2:21. Deze verklaring komt goed overeen met het voorgaande. Zo wordt in de Schrift iemands dag genoemd: de tijd waarin iemand door God naar Zijn vaste raad iets bijzonders aan goed of kwaad toebedeeld krijgt.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Hosea  — heil, redding

Zoon van Beëri, een profeet in Israël in de dagen van de koningen Uzzia tot Hizkia van Juda en Jerobeam II van Israël. Op Gods bevel huwde hij Gomer, een vrouw der hoererijen, wier ontrouw en de namen van hun kinderen als een levend beeld dienden van Israëls afval van de HEERE en van Gods trouw die daarop zou volgen (Hos. 1-14).

Gomer  — voleinding

Dochter van Diblaim; op Gods bevel door Hosea tot vrouw genomen als beeld van Israëls geestelijke hoererij. Zij baarde hem drie kinderen met symbolische namen: Jizreel, Lo-Ruchama en Lo-Ammi (Hos. 1:3-9).

Jizreel (zoon van Hosea)  — God zaait

Eerste zoon van Hosea en Gomer; zijn naam was een profetisch teken van het oordeel over het huis van Jehu vanwege het bloed van Jizreel, en van het einde van het koninkrijk van Israël (Hos. 1:4-5).

Lo-Ruchama  — niet ontfermd

Dochter van Hosea en Gomer; haar naam was een teken dat de HEERE Zich niet meer over het huis van Israël zou ontfermen. Later beloofde de HEERE echter dat zij "Ruchama" (ontfermd) genoemd zou worden (Hos. 1:6-7; 2:1, 23).

Lo-Ammi  — niet Mijn volk

Tweede zoon van Hosea en Gomer; zijn naam was een teken dat Israël niet langer Gods volk zou zijn. Later beloofde de HEERE echter dat hij "Ammi" (Mijn volk) genoemd zou worden (Hos. 1:9-10; 2:1, 23).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het woord des HEEREN door Hosea  — hoe het boek zichzelf dateert en aankondigt (Hos. 1:1-2)

Het boek opent met een tijdsbepaling: "in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz, Hizkia, koningen van Juda, en in de dagen van Jerobeam, zoon van Joas, koning van Israel" (Hos. 1:1). Hosea profeteerde dus over een lange periode en tegen twee rijken tegelijk. Dan volgt het eerste woord: "Ga henen, neem u een vrouw der hoererijen, en kinderen der hoererijen; want het land hoereert ganselijk van achter den HEERE" (Hos. 1:2).

Bijbelse betekenis: Merk op waarmee dit boek begint: niet met een gezicht en niet met een droom, maar met een opdracht die het eigen leven van de profeet raakt. Wat er verderop in het boek gezegd wordt, wordt eerst aan hemzelf voltrokken. Let vervolgens op de reden die er direct bij staat: het land hoereert. De opdracht is geen willekeurige beproeving; zij is een spiegel van wat er in Israël gaande is. Let ten slotte op de lange tijdspanne in Hos. 1:1. Vier koningen van Juda worden genoemd tegenover één van Israël; het noordelijke rijk had in die jaren veel snellere troonwisselingen, en dat verschil in stabiliteit tekent zich al in het opschrift af.

Typologie: Andere profeten kregen een woord te spreken; Hosea kreeg een leven te leiden dat zelf een woord werd. Dat is dezelfde soort tekenhandeling als bij Jesaja, die drie jaar naakt en op blote voeten ging (reeds behandeld bij Jes. 20:2-4), en bij Jeremia, die niet mocht trouwen (reeds behandeld bij Jer. 16:1-9).

Hos. 1:1-2; Jes. 20:2-4; Jer. 16:1-9

De namen van Gomers kinderen  — drie namen die elk een boodschap tegen Israël zijn (Hos. 1:3-9)

Hosea neemt Gomer, en zij baart hem een zoon (Hos. 1:3). De eerste naam is een oordeel: "Noem zijn naam Jizreel; want nog een weinig tijds, zo zal Ik de bloedschulden van Jizreel bezoeken over het huis van Jehu" (Hos. 1:4). De tweede naam volgt bij een dochter: "Noem haar naam Lo-Ruchama; want Ik zal Mij voortaan niet meer ontfermen over het huis Israels" (Hos. 1:6). Over Juda wordt in datzelfde vers iets anders gezegd: daarover zal God Zich wél ontfermen. De derde naam komt bij een tweede zoon: "Noem zijn naam Lo-Ammi; want gijlieden zijt Mijn volk niet, zo zal Ik ook de uwe niet zijn" (Hos. 1:9).

Bijbelse betekenis: Merk op wat deze namen voor de kinderen zelf betekenden. Iedere dag dat hun naam geroepen werd — Niet-Ontfermd, Niet-Mijn-Volk — hoorde heel het dorp het oordeel over Israël opnieuw. Een profetie die je alleen leest, vergeet je; een naam die je dagelijks draagt, vergeet niemand. Let vervolgens op het onderscheid tussen Israël en Juda in Hos. 1:6-7. Het noordelijke rijk krijgt het zwaarste woord, en Juda wordt gespaard — niet omdat het beter was, maar omdat God dat zo besluit. Let ten slotte op de derde naam. Lo-Ammi is het zwaarste van de drie: niet meer Mijn volk. Daarmee wordt het hart van het verbond zelf opgezegd, want dat verbond luidde altijd dat God hun tot een God zou zijn en zij Hem tot een volk.

Typologie: Deze drie namen worden in het Nieuwe Testament omgekeerd. Petrus schrijft aan de gemeente: "Gij, die eertijds geen volk waart, maar nu Gods volk zijt; die eertijds niet ontfermd waart, maar nu ontfermd zijt geworden" (1 Petr. 2:10). Wat bij Hosea een oordeel was, wordt daar de beschrijving van genade voor wie eerst geen volk was.

Hos. 1:3-9; 1 Petr. 2:10

Gij zijt kinderen des levenden Gods  — een belofte die precies de drie namen van dit hoofdstuk omkeert (Hos. 1:10-11)

Na de drie zware namen volgt een tegenbeweging: "Nochtans zal het getal der kinderen Israels zijn als het zand der zee, dat niet gemeten noch geteld kan worden; en het zal geschieden, dat ter plaatse, waar tot hen gezegd zal zijn: Gijlieden zijt Mijn volk niet; tot hen gezegd zal worden: Gij zijt kinderen des levenden Gods" (Hos. 1:10). Daarna komen Juda en Israël weer samen: "de kinderen van Juda, en de kinderen Israels zullen samenvergaderd worden, en zich een enig hoofd stellen" (Hos. 1:11). Aan het slot van hetzelfde vers wordt de omkering met zoveel woorden opgedragen: "Zegt tot uw broederen: Ammi, en tot uw zusteren: Ruchama" (Hos. 1:11) — Mijn volk, Ontfermd, precies de tegenovergestelde namen.

Bijbelse betekenis: Merk op dat de belofte niet ergens anders begint dan het oordeel. Er staat: ter plaatse waar gezegd is "Gijlieden zijt Mijn volk niet" — op diezelfde plaats klinkt straks het tegendeel. God maakt geen nieuw begin ergens buiten de puinhoop; Hij spreekt het leven juist daar waar het oordeel gevallen is. Let vervolgens op het beeld van het zand der zee. Dat is dezelfde belofte als aan Abraham (reeds behandeld bij Gen. 22:17); wat aan de aartsvader gezworen werd, wordt hier op een verstrooid en gestraft volk toegepast. Let ten slotte op de eenheid van Juda en Israël in Hos. 1:11. De twee rijken die eeuwenlang gescheiden waren, komen hier samen onder één hoofd.

Typologie: Paulus haalt dit woord letterlijk aan om te laten zien dat Gods roeping zich ook tot de heidenen uitstrekt: "Ik zal hetgeen Mijn volk niet was, Mijn volk noemen, en die niet bemind was, Mijn beminde" (Rom. 9:25). In het vers erna citeert hij het slot: "aldaar zullen zij kinderen des levenden Gods genaamd worden" (Rom. 9:26).

Hos. 1:10-11; Gen. 22:17; Rom. 9:25-26

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Hosea 1

Hosea 1:7.KruisverwijzingenZacharia 4:62 Koningen 19:35Hosea 11:12Zacharia 9:9Psalmen 44:3Psalmen 33:16Jesaja 7:14Mattheüs 1:21
— Maar over het huis van Juda zal Ik Mij ontfermen, en zal ze verlossen door den HEERE, hun God, en Ik zal ze niet verlossen door boog, noch door zwaard, noch door krijg, door paarden noch door ruiteren.
“Maar over het huis van Juda zal Ik Mij ontfermen, en zal ze verlossen door den HEERE, hun God, en Ik zal ze niet verlossen door boog, noch door zwaard, noch door krijg, door paarden noch door ruiteren.”

Deze tekst laat zien dat het geduld van God een grens heeft. Hij liet Hosea in het vorige vers zeggen: Ik zal Mij voortaan niet meer ontfermen over het huis Israëls. Lang had Hij dat schuldige volk verdragen en hun stoutmoedige misdaden door de vingers gezien. Maar nu zou Hij dat niet langer doen; Hij zou hen overgeven aan de vijand, die hen zo ver zou wegvoeren dat Israël als een afzonderlijk koninkrijk ophield te bestaan.

Dit herinnert ons eraan dat God genadig is, maar dat Zijn Geest niet altijd met ons twisten zal. Nog een weinig zonde, en wij kunnen over de grens zijn en God kan ons overgeven.

De HEERE maakt ook onderscheid tussen schuldige mensen, naar de soevereiniteit van Zijn genade. Ik zal Mij voortaan niet meer ontfermen over het huis Israëls — maar over het huis van Juda zal Ik Mij ontfermen. Had Juda dan niet ook gezondigd? Had de HEERE ook Juda niet mogen overgeven? Dat had Hij rechtvaardig kunnen doen, maar Hij heeft lust aan goedertierenheid.

Velen zondigen en brengen terecht over zichzelf de straf die op de zonde staat; zij verwerpen Christus en sterven in hun zonden. Maar God ontfermt Zich, naar de grootheid van Zijn hart, over menigten die op geen enkele andere grond behouden konden worden dan op die van onverdiende barmhartigheid. Hij maakt aanspraak op Zijn koninklijk recht en zegt: “Ik zal Mij ontfermen, diens Ik Mij ontferm, en zal barmhartig zijn, dien Ik barmhartig ben.”

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content