Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Waar is uw LiefsteH1730 heengegaanH1980, o gij schoonsteH3303 onder de vrouwenH802? Waarheen heeft uw LiefsteH1730 het aangezichtH6437 gewend, opdat wij Hem metH5973 u zoekenH1245?
Waar is uw Liefste heengegaan, o gij schoonste onder de vrouwen? Waarheen heeft uw Liefste het aangezicht gewend, opdat wij Hem met u zoeken?
KJV
Whither is thy beloved3
gone,2
O thou fairest4
among women?5
whither is thy beloved8
turned aside?7
that we may seek
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Mijn LiefsteH1730 is afgegaanH3381 in Zijn hofH1588, tot de specerijbeddenH6170, om te weidenH7462 in de hovenH1588, en om de lelienH7799 te verzamelenH3950.
Mijn Liefste is afgegaan in Zijn hof, tot de specerijbedden, om te weiden in de hoven, en om de lelien te verzamelen.
KJV
My beloved1
is gone down2
into his garden,3
to the beds4
of spices,5
to feed6
in the gardens,7
and to gather8
lilies.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
IkH589 ben mijns LiefstenH1730, en mijn LiefsteH1730 is mijn, Die onder de lelienH7799 weidtH7462.
Ik ben mijns Liefsten, en mijn Liefste is mijn, Die onder de lelien weidt.
KJV
I am my beloved's,2
and my beloved3
is mine: he feedeth5
among the lilies.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
GijH859 zijt schoonH3303, Mijn vriendinH7474, gelijk ThirzaH8656, liefelijkH5000 als JeruzalemH3389, schrikkelijkH366 als slagorden met banierenH1713.
Gij zijt schoon, Mijn vriendin, gelijk Thirza, liefelijk als Jeruzalem, schrikkelijk als slagorden met banieren.
KJV
Thou art beautiful,1
O my love,3
as Tirzah,4
comely5
as Jerusalem,6
terrible7
as an army with banners.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
WendH5437 uw ogenH5869 van Mij af, want zijH1992 doen Mij geweldH7292 aan; uw haar is als een kuddeH5739 geitenH5795, die het gras vanH4480 GileadH1568 afscherenH1570.
Wend uw ogen van Mij af, want zij doen Mij geweld aan; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van Gilead afscheren.
KJV
Turn away1
thine eyes2
from me, for they4
have overcome5
me: thy hair6
is as a flock7
of goats8
that appear9
from Gilead.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Uw tandenH8127 zijn als een kuddeH5739 schapenH7353, die uitH4480 de wasstedeH7367 opkomenH5927, die al te zamenH3605 tweelingenH8382 voortbrengen, en onder dezelve is geenH369 jongeloosH7909.
Uw tanden zijn als een kudde schapen, die uit de wasstede opkomen, die al te zamen tweelingen voortbrengen, en onder dezelve is geen jongeloos.
KJV
Thy teeth1
are as a flock2
of sheep3
which go up4
from the washing,6
whereof every one beareth twins,8
and there is not one barren
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Uw wangenH7541 zijn als een stukH6400 van een granaatappelH7416 tussen uw vlechtenH6777.
Uw wangen zijn als een stuk van een granaatappel tussen uw vlechten.
KJV
As a piece1
of a pomegranate2
are thy temples3
within4
thy locks.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Er zijn zestigH8346 koninginnenH4436 en tachtigH8084 bijwijvenH6370, en maagdenH5959 zonderH369 getalH4557.
Er zijn zestig koninginnen en tachtig bijwijven, en maagden zonder getal.
KJV
There are threescore1
queens,3
and fourscore4
concubines,5
and virgins6
without number.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Een enigeH259 is Mijn duiveH3123, Mijn volmaakteH8535, de enigeH259 harer moederH517, zijH1931 is de zuivereH1249 dergenen, dieH1931 haar gebaardH3205 heeft; als de dochtersH1323 haar zienH7200, zo zullen zij haar welgelukzalig roemenH833, de koninginnenH4436 en de bijwijvenH6370; en zij zullen haar prijzenH1984.
Een enige is Mijn duive, Mijn volmaakte, de enige harer moeder, zij is de zuivere dergenen, die haar gebaard heeft; als de dochters haar zien, zo zullen zij haar welgelukzalig roemen, de koninginnen en de bijwijven; en zij zullen haar prijzen.
KJV
My dove,3
my undefiled4
is but one;1
she is the only one5
of her mother,7
she is the choice8
one of her that bare10
her. The daughters12
saw11
her, and blessed13
her; yea, the queens14
and the concubines,15
and they praised
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
WieH4310 is zij, die er uitzietH8259 als de dageraadH7837, schoonH3303, gelijk de maanH3842, zuiverH1249 als de zonH2535, schrikkelijkH366 als slagorden met banierenH1713?
Wie is zij, die er uitziet als de dageraad, schoon, gelijk de maan, zuiver als de zon, schrikkelijk als slagorden met banieren?
KJV
Who is she that looketh forth3
as the morning,5
fair6
as the moon,7
clear8
as the sun,9
and terrible10
as an army with banners?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Ik ben totH413 den notenhofH1594 afgegaanH3381 om de groene vruchtenH3 der valleiH5158 te zienH7200; om te zienH7200, of de wijnstokH1612 bloeideH6524, de granaatbomenH7416 uitbottenH5132.
Ik ben tot den notenhof afgegaan om de groene vruchten der vallei te zien; om te zien, of de wijnstok bloeide, de granaatbomen uitbotten.
KJV
I went down4
into the garden2
of nuts3
to see5
the fruits6
of the valley,7
and to see8
whether the vine10
flourished,9
and the pomegranates12
budded.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Eer ik het wistH3045, zetteH7760 mij mijn zielH5315 op de wagensH4818 van mijn vrijwillig volkH5993.
Eer ik het wist, zette mij mijn ziel op de wagens van mijn vrijwillig volk.
KJV
Or ever I was aware,2
my soul3
made4
me like the chariots5
of Amminadib.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Keer weder, keer weder, o SulammithH7759! Keer weder, keer weder, dat wij u mogen aanzienH2372. Wat ziet gijlieden de SulammithH7759 aan? Zij is als een reiH4246 van twee heirenH4264.
Keer weder, keer weder, o Sulammith! Keer weder, keer weder, dat wij u mogen aanzien. Wat ziet gijlieden de Sulammith aan? Zij is als een rei van twee heiren.
is uw Liefste
Dit zijn de woorden der dochteren van Jeruzalem, waarvan gesproken is Hoogl. 5:16 .
Hertaald:
is uw Liefste
Dit zijn de woorden van de dochters van Jeruzalem, waarover in Hoogl. 5:16 gesproken is.
het aangezicht
Te weten, van u tot anderen, of tot een andere plaats.
Hertaald:
het aangezicht
Namelijk: van u naar anderen, of naar een andere plaats.
opdat wij Hem
Of, en wij zullen Hem met u zoeken. De dochteren van Jeruzalem, hebbende gehoord hoe de Bruid haren Bruidegom geprezen had, zijn daardoor bewogen geworden om ernstiglijk tot tweemaal toe naar Hem te vragen [alzo haar groten ijver uitdrukkende], en zij beloven dat zij Hem met haar willen zoeken, opdat zij zijne genade en zegeningen mede mochten deelachtig worden. Dusdanig is de kracht der predikatie van het heilige Evangelie in de harten der uitverkorenen. Zie Hand. 2:37 , Hand. 4:4 , en Hand. 11:20-21 .
Hertaald:
opdat wij Hem
Of: en wij zullen Hem met u zoeken. De dochters van Jeruzalem zijn, nu zij gehoord hebben hoe de Bruid haar Bruidegom geprezen heeft, daardoor bewogen om tot tweemaal toe ernstig naar Hem te vragen — waarmee zij hun grote ijver uitdrukken — en zij beloven dat zij Hem met haar willen zoeken, opdat ook zij deel zouden krijgen aan Zijn genade en zegeningen. Zo groot is de kracht van de prediking van het heilig Evangelie in de harten van de uitverkorenen. Zie Hand. 2:37, Hand. 4:4 en Hand. 11:20-21.
Mijn Liefste
De Bruid, die eerst haren Bruidegom gezocht maar niet gevonden had, weet nu waar Hij is, en zij onderwijst anderen daarvan; zodat wij hier zien vervuld hetgeen Christus belooft, Matt. 7:7 :Zoekt en gij zult vinden. Zie Deut. 4:29 .
Hertaald:
Mijn Liefste
De Bruid, die eerst haar Bruidegom gezocht maar niet gevonden had, weet nu waar Hij is en onderwijst anderen daarover. Zo zien wij hier vervuld wat Christus belooft in Matth. 7:7: zoekt en gij zult vinden. Zie Deut. 4:29.
in Zijn hof,
De hof van Christus is zijne gemeente, gelijk boven Hoogl. 4:16 , en Hoogl. 5:1 . Daar is Hij te zoeken en te vinden.
Hertaald:
in Zijn hof,
De hof van Christus is Zijn gemeente, zoals hierboven in Hoogl. 4:16 en Hoogl. 5:1. Daar is Hij te zoeken en te vinden.
de specerijbedden,
Het schijnt dat hiermede te kennen gegeven worden de hopen, of gezelschappen der gelovigen, in wier harten, als in een goede aarde, het goede zoetriekende zaad van het goddelijke Woord gezaaid wordt; Matt. 13:8 , Matt. 13:23 . Dit is des Bruidegoms lusthof, waar Hij met zijn genade en geest altijd omtrent is, en Hij schept zijn vermaak in de goede werken der gelovigen, gelijk iemand doet in lieflijke kruidbedden met allerlei kostelijke specerijen en bloemen bezet en bezaaid.
Hertaald:
de specerijbedden,
Het lijkt dat hiermee de scharen of gezelschappen van de gelovigen te kennen gegeven worden, in wier harten als in goede aarde het goede, welriekende zaad van het goddelijke Woord gezaaid wordt; Matth. 13:8 en Matth. 13:23. Dit is de lusthof van de Bruidegom, waar Hij met Zijn genade en Geest altijd omheen is; en Hij schept vermaak in de goede werken van de gelovigen, zoals iemand dat doet in lieflijke kruidbedden, bezet en bezaaid met allerlei kostbare specerijen en bloemen.
om te weiden
Dat is om gemeenschap met zijne uitverkorenen te hebben, etende en genietende zijn aangename vrucht. Zie boven Hoogl. 4:16 ; alsook om de zijnen te weiden, te voeden en deelachtig te maken de gaven van den Heiligen Geest.
Hertaald:
om te weiden
Dat is: om gemeenschap met Zijn uitverkorenen te hebben, terwijl Hij hun aangename vrucht eet en geniet. Zie hierboven Hoogl. 4:16; en ook om de Zijnen te weiden, te voeden en deel te geven aan de gaven van de Heilige Geest.
in de hoven,
Dat is, in de particuliere kerken en verzamelingen der gelovigen; gelijk Hoogl. 5:1 .
Hertaald:
in de hoven,
Dat is: in de afzonderlijke kerken en samenkomsten van de gelovigen, zoals in Hoogl. 5:1.
om de leliën
Dat is, om tot zicht te vergaderen zijn uitverkoren volk, hetwelk vergeleken wordt bij de leliën onder de doornen; Hoogl. 2:2 .
Hertaald:
om de leliën
Dat is: om Zijn uitverkoren volk tot Zich te vergaderen, dat vergeleken wordt met de leliën onder de doornen; Hoogl. 2:2.
Ik ben mijns Liefsten,
De Bruid verheugt zich hier vanwege de liefde en den vrede, tussen haren Bruidegom en haar vernieuwd, onaangezien haar vorige zwakheden en wederwaardigheden. Deze zelfde woorden spreekt de Bruid ook van haren Bruidegom, boven Hoogl. 2:16 , en onder Hoogl. 7:10 ; doch een weinig in een anderen zin.
Hertaald:
Ik ben mijns Liefsten,
De Bruid verheugt zich hier over de liefde en de vrede die tussen haar Bruidegom en haar vernieuwd zijn, ondanks haar eerdere zwakheden en wederwaardigheden. Dezelfde woorden spreekt de Bruid ook over haar Bruidegom hierboven in Hoogl. 2:16 en hieronder in Hoogl. 7:10, maar wel in een iets andere zin.
Die onder de leliën
Dat is, niet alleen op een gezonde weide, maar ook op een overvloedige lustige weide, tot verkwikking en tot eeuwigen troost zijner schapen.
Hertaald:
Die onder de leliën
Dat is: niet alleen op een gezonde weide, maar ook op een overvloedige, aangename weide, tot verkwikking en eeuwige troost van Zijn schapen.
Gij zijt schoon,
De Bruidegom, zijne Bruid gevonden hebbende, roemt haar vanwege de menigvuldige gaven, waarmede zij versierd is. Zie boven, Hoogl. 4:1 .
Hertaald:
Gij zijt schoon,
De Bruidegom, Die Zijn Bruid gevonden heeft, roemt haar vanwege de vele gaven waarmee zij versierd is. Zie hierboven Hoogl. 4:1.
Thirza,
Dit was ene stad in het land Kanaän, niet wijd van Samaria gelegen, in welke hof gehouden heeft een van de koningen, die Jozua heeft overwonnen; Joz. 12:24 . Naderhand hebben de koningen van Israël er hof gehouden, totdat Samaria gebouwd was door Omri. Zie 1 Kon. 14:17 , en 1 Kon. 15:21 , 1 Kon. 15:33 , en 1 Kon. 16:6 , 1 Kon. 16:8 , 1 Kon. 16:23 . De Griekse overzetters vertalen het woord Tihrtsa, en stellen in den tekst, goed vermaak, of gunstige aanneming. Waaruit af te nemen is dat het een schone aangename stad geweest is, in hoedanige plaatsen de koningen en prinsen plachten te wonen. Dusdanige fraaiheid of schoonheid wordt hier de Bruid toegeschreven, zijnde schoon en aangenaam gemaakt door Christus haren Bruidegom; Ef. 1:6 , en Ef. 5:27 .
Hertaald:
Thirza,
Dit was een stad in het land Kanaän, niet ver van Samaria, waar een van de koningen die Jozua overwonnen heeft hof gehouden heeft; Joz. 12:24. Later hebben de koningen van Israël er hof gehouden, totdat Samaria door Omri gebouwd was. Zie 1 Kon. 14:17, 1 Kon. 15:21, 1 Kon. 15:33, 1 Kon. 16:6, 1 Kon. 16:8 en 1 Kon. 16:23. De Griekse vertalers vertalen het woord Tihrtsa en zetten in de tekst: goed vermaak, of gunstige aanneming. Daaruit is op te maken dat het een schone, aangename stad geweest is, zoals de plaatsen waar koningen en vorsten plachten te wonen. Zo'n fraaiheid of schoonheid wordt hier aan de Bruid toegeschreven, die schoon en aangenaam gemaakt is door Christus, haar Bruidegom; Ef. 1:6 en Ef. 5:27.
Jeruzalem,
De stad Jeruzalem is vermaard vanwege hare schoonheid en heerlijkheid. Zij is eertijds de vermaardste stad geweest van geheel het Oosten, Plin. lib. 5 cap. 14. Zij was de stoel van den zuiveren godsdienst en de woonplaats der koningen van Juda; Psa 122 . Zij wordt genoemd de vreugde der ganse aarde; Ps. 48:3 .
Hertaald:
Jeruzalem,
De stad Jeruzalem is beroemd vanwege haar schoonheid en heerlijkheid. Zij is vroeger de meest vermaarde stad van het hele Oosten geweest, zoals Plinius schrijft in boek 5, hoofdstuk 14. Zij was de zetel van de zuivere godsdienst en de woonplaats van de koningen van Juda; Ps. 122. Zij wordt de vreugde van de hele aarde genoemd; Ps. 48:3.
schrikkelijk
Dat is, vol van majesteit en moed, vreeslijk in de ogen harer vijanden, gelijk onder vs.10.
Hertaald:
schrikkelijk
Dat is: vol majesteit en moed, ontzagwekkend in de ogen van haar vijanden, zoals hieronder in vers 10.
als slagorden
Hebreeuws, als gebanierden; te weten, legers, of slagorden; dat is als legers, staande onder hunne banieren, of vaandels in slagorde, vaardig om slag te leveren. Daarom is de kerk van Christus schrikkelijk voor de ogen harer vijanden, omdat zij omlegerd is met vele krachtige engelen, 2 Kon. 6:17 , en 2 Kon. 19:35 ; idem omdat zij gewapend is met geestelijke wapenen, zie Hand. 5:11 ; Ef. 6:13 ; 2 Kor. 10:4 . Zie ook onder, vs.10.
Hertaald:
als slagorden
Hebreeuws: als gebanierden, namelijk legers of slagorden — dat is: als legers die onder hun banieren of vaandels in slagorde staan, gereed om slag te leveren. Daarom is de kerk van Christus ontzagwekkend in de ogen van haar vijanden: omdat zij omringd is door vele machtige engelen, 2 Kon. 6:17 en 2 Kon. 19:35, en ook omdat zij gewapend is met geestelijke wapens, zie Hand. 5:11, Ef. 6:13 en 2 Kor. 10:4. Zie ook hieronder vers 10.
Wend uw ogen
Manier van spreken, uitdrukkende de grootheid der liefde van Christus. Anders: Wend uw ogen naar mij toe. Het Hebreeuwse woord betekent somtijds zich tot iemand wenden, gelijk 1 Kron. 12:23 , somtijds zich van iemand afwenden, gelijk Ezech. 7:22 .
Hertaald:
Wend uw ogen
Een manier van spreken die de grootheid van de liefde van Christus uitdrukt. Anders: wend uw ogen naar Mij toe. Het Hebreeuwse woord betekent soms zich tot iemand wenden, zoals in 1 Kron. 12:23, en soms zich van iemand afwenden, zoals in Ezech. 7:22.
van Mij af,
Of, tegenover mij, gelijk Num. 2:2 .
Hertaald:
van Mij af,
Of: tegenover Mij, zoals in Num. 2:2.
zij doen Mij
Anders: Zij hebben mij opgelicht, of verheven.
Hertaald:
zij doen Mij
Anders: zij hebben Mij opgeheven, of verheven.
uw haar is
Zie de aantekening Hoogl. 4:1 .
Hertaald:
uw haar is
Zie de aantekening bij Hoogl. 4:1.
van Gilead
Hier staat alleen Gilead, maar Hoogl. 4:1 staat, de berg Gilead. Zo op de ene als op de andere plaats wordt de gehele landstreek van Gilead verstaan.
Hertaald:
van Gilead
Hier staat alleen Gilead, maar in Hoogl. 4:1 staat: de berg Gilead. Op beide plaatsen wordt de hele landstreek Gilead bedoeld.
Uw tanden
Zie de aantekening boven Hoogl. 4:2 .
Hertaald:
Uw tanden
Zie de aantekening hierboven bij Hoogl. 4:2.
Uw wangen
Zie boven, Hoogl. 4:3 .
Hertaald:
Uw wangen
Zie hierboven Hoogl. 4:3.
Er zijn
Deze woorden mag men ook nemen als onder voorwaarde gesproken zijnde, aldus: Laat daar zestig koninginnen zijn; dat is, al waren er zestig koninginnen, enz., nochtans is eene mijne duif, enz.
Hertaald:
Er zijn
Deze woorden mag men ook opvatten als voorwaardelijk gesproken, zo: laten er zestig koninginnen zijn — dat is: al waren er zestig koninginnen, enzovoort, toch is er één Mijn duif, enzovoort.
Zestig . . . tachtig
Dit spreekt de Bruidegom Christus onder den naam van Salomo, die zijn voorbeeld geweest is. Eenigen besluiten hieruit dat Salomo dit lied gedicht heeft in de eerste jaren van zijn koninkrijk, toen hij nog zovele vrouwen en bijwijven gehad heeft; 1 Kon. 11:3 . Doch enigen menen dat hier een zeker getal voor een onzeker gesteld is; Job 5:19 ; Mi. 5:4 , en elders meer. De geestelijke zin is dat de ware kerk alleen de kerk van Christus te achten is, gelijk hier vs.9 breder gezegd wordt.
Hertaald:
Zestig . . . tachtig
Dit spreekt de Bruidegom Christus onder de naam van Salomo, die een voorafbeelding van Hem geweest is. Sommigen leiden hieruit af dat Salomo dit lied gedicht heeft in de eerste jaren van zijn koningschap, toen hij nog zoveel vrouwen en bijvrouwen had; 1 Kon. 11:3. Anderen menen echter dat hier een bepaald getal voor een onbepaald aantal staat; Job 5:19, Micha 5:4 en nog elders. De geestelijke betekenis is dat alleen de ware kerk voor de kerk van Christus gehouden moet worden, zoals hier in vers 9 uitvoeriger gezegd wordt.
bijwijven,
Van het woord bijwijven zie Gen. 22:24 . Het schijnt dat door deze koninginnen en bijwijven verstaan worden die kerken, die zich voor ware kerken uitgeven, maar geen inwendige geestelijke gemeenschap met den Bruidegom Christus hebben, hoewel zij door Gods genade daartoe kunnen gebracht worden.
Hertaald:
bijwijven,
Over het woord bijvrouwen, zie Gen. 22:24. Het lijkt dat met deze koninginnen en bijvrouwen die kerken bedoeld worden die zich voor ware kerken uitgeven maar geen innerlijke, geestelijke gemeenschap met de Bruidegom Christus hebben, hoewel zij door Gods genade daartoe gebracht kunnen worden.
maagden
Versta hier dienstmaagden of staatjonkvrouwen der koninginnen, gelijk Est. 2:9 ; Ps. 45:15 ; en bij deze dienstmaagden wordt verstaan het volk, dat van de groten afhangt en zich van dezelven laat leiden, hetwelk verre de grootste hoop in de wereld is.
Hertaald:
maagden
Versta hier de dienstmaagden of hofdames van de koninginnen, zoals in Esth. 2:9 en Ps. 45:15. Met deze dienstmaagden wordt het volk bedoeld dat van de groten afhankelijk is en zich door hen laat leiden, en dat verreweg de grootste massa in de wereld vormt.
Een enige
Of, [maar] zij alleen is mijn duif. Dit wordt gesteld tegen het groot getal der koninginnen, enz., vs.8. En hier wordt de Bruid van Christus, die maar een is, [gelijk er maar een lichaam, een Geest, eene hoop, een Heere, een geloof is; Ef. 4:4-5 ] gesteld en meer geacht dan het groot getal van anderen, die in hun eigen en anderer mensen mening koninginnen en prinsessen zijn. Zie wat God tot Israël spreekt Ex. 19:5 ; 2 Sam. 7:23 .
Hertaald:
Een enige
Of: maar zij alleen is Mijn duif. Dit wordt gesteld tegenover het grote getal koninginnen enzovoort in vers 8. Hier wordt de Bruid van Christus, die er maar één is — zoals er ook maar één lichaam, één Geest, één hoop, één Heere en één geloof is, Ef. 4:4-5 — hoger gesteld en meer geacht dan het grote aantal anderen die in hun eigen ogen en in die van andere mensen koninginnen en prinsessen zijn. Zie wat God tot Israël spreekt in Ex. 19:5 en 2 Sam. 7:23.
de enige harer
Al de particuliere kerken op aarde, die rechtzinnig zijn, maken tezamen niet meer dan een lichaam; Ef. 4:16 . De enige kerk zijnde als de enige en wettelijke dochter van het hemelse Jeruzalem, hetwelk is de algemene kerk, welke is onzer aller moeder; Gal. 4:26 .
Hertaald:
de enige harer
Alle afzonderlijke kerken op aarde die rechtzinnig zijn, vormen samen niet meer dan één lichaam; Ef. 4:16. Die ene kerk is als de enige en wettige dochter van het hemelse Jeruzalem, dat de algemene kerk is, en die de moeder van ons allen is; Gal. 4:26.
de zuivere
Of, gezuiverde of uitgelezene, of de klare, en alzo onder vs.10, en 1 Kron. 7:40 . Daar zijn wel vele bastaardkerken, maar daar is niet meer dan een zuivere, wettelijke uitverkoren kerk. Van welke zie 1 Petr. 1:2 .
Hertaald:
de zuivere
Of: gezuiverde, of uitgelezen, of heldere; zo ook hieronder in vers 10 en in 1 Kron. 7:40. Er zijn wel veel onechte kerken, maar er is niet meer dan één zuivere, wettige, uitverkoren kerk. Zie daarover 1 Petr. 1:2.
dergenen,
Hebreeuws, van hare baarster.
Hertaald:
dergenen,
Hebreeuws: van haar die haar gebaard heeft.
de dochters
Te weten, de dochters of maagden van wie vs.8 gesproken is.
Hertaald:
de dochters
Namelijk: de dochters of maagden over wie in vers 8 gesproken is.
haar zien,
Dat is, haar staat en gelegenheid terdege kennen.
Hertaald:
haar zien,
Dat is: haar staat en toestand goed kennen.
zullen haar
Of, zullen haar; te weten deze Bruid. Zie Deut. 4:6 , en Deut. 26:19 ; Hand. 5:13 .
Hertaald:
zullen haar
Of: zullen haar prijzen, namelijk deze Bruid. Zie Deut. 4:6, Deut. 26:19 en Hand. 5:13.
prijzen
Dat is, zij zullen haar gelukzalig achten. De zin is, ofschoon de kerken, die in deze wereld zo van anderen als van zichzelven zo groot geacht worden, schijnen de ware kerk te zijn, nochtans zullen zij eindelijk overtuigd worden, immers [tenzij dat zij zich bekeren] ten jongsten dage, als zij de schapen zullen zien staan aan de rechterhand van den oppersten rechter, dat er maar een ware kerk is en dat die welzalig zijn, die tot dezelve behoren; Mal. 3:18 .
Hertaald:
prijzen
Dat is: zij zullen haar gelukkig prijzen. De betekenis is: hoewel de kerken die in deze wereld zowel door anderen als door zichzelf zo hoog geacht worden de ware kerk lijken te zijn, zullen zij ten slotte toch overtuigd worden — in elk geval, tenzij zij zich bekeren, op de jongste dag, wanneer zij de schapen aan de rechterhand van de opperste Rechter zullen zien staan — dat er maar één ware kerk is en dat zij gelukkig zijn die daarbij horen; Mal. 3:18.
Wie is zij,
Dat is, wat voor een is dit? Dit wordt gevraagd door degenen, die in het einde van vs.9 vermeld zijn. Zij verwonderen zich over de schoonheid en heerlijkheid der kerk Gods, alsof zij zeiden: Is dat die kerk, die wij versmaad hebben? Zie hoe heerlijk is zij nu!
Hertaald:
Wie is zij,
Dat is: wat voor een is dit? Dit wordt gevraagd door hen die aan het einde van vers 9 genoemd zijn. Zij verwonderen zich over de schoonheid en heerlijkheid van de kerk van God, alsof zij zeiden: is dat die kerk die wij veracht hebben? Zie hoe heerlijk zij nu is!
uitziet
Of, uitkijkt, verschijnt.
Hertaald:
uitziet
Of: uitkijkt, verschijnt.
als de dageraad,
Gelijk de klare morgenstond na den duisteren nacht, alzo staat de Bruid op en komt voort, na de duisternis van het kruis, onwetenschap en dwaling; te weten als de morgenster van de kennis van Christus in haar hart opgaat. Zie Jes. 60:2 ; 2 Petr. 1:19 .
Hertaald:
als de dageraad,
Zoals de heldere morgenstond na de donkere nacht, zo staat de Bruid op en komt zij tevoorschijn na de duisternis van het kruis, de onwetendheid en de dwaling, namelijk wanneer de morgenster van de kennis van Christus in haar hart opgaat. Zie Jes. 60:2 en 2 Petr. 1:19.
de maan,
De maan heeft in het Hebreeuws haren naam van wittigheid en van haar helder schijnsel. Hier betekent het schoon schijnen der maan den heerlijken staat der kerk Gods. Zie dergelijke manier van spreken Jes. 30:26 , en Jes. 60:20 ; Ezech. 16:14 , en Ezech. 32:7-8 ; Joël 3:15 .
Hertaald:
de maan,
De maan heeft in het Hebreeuws haar naam van witheid en van haar heldere schijnsel. Hier betekent het schone schijnen van de maan de heerlijke staat van de kerk van God. Zie een dergelijke manier van spreken in Jes. 30:26, Jes. 60:20, Ezech. 16:14, Ezech. 32:7-8 en Joël 3:15.
zuiver
Zuiver, of klaar, of rein. als de zon, Christus is de zon der gerechtigheid, Mal. 4:2 . De vrouw, te weten zijne Bruid, is met de zon bekleed, Openb. 12:1 . Want zij heeft Christus aangedaan door het geloof, Gal. 3:27 ; door wiens gerechtigheid zij gezuiverd is van hare zonden, en alzo is zij heerlijk en schoon schijnende.
Hertaald:
zuiver
Zuiver, of helder, of rein als de zon. Christus is de Zon der gerechtigheid, Mal. 4:2. De vrouw, namelijk Zijn Bruid, is met de zon bekleed, Openb. 12:1. Want zij heeft Christus aangedaan door het geloof, Gal. 3:27, en door Zijn gerechtigheid is zij van haar zonden gereinigd, en zo is zij heerlijk en schoon schijnend.
schrikkelijk
Te weten harer vijanden, met wie zij te vechten heeft onder de banier van haren Bruidegom, aanhebbende niet vleselijke wapens, maar machtig door God om de sterkten neder te werpen; 2 Kor. 10:4 . Zie ook Ex. 15:14-16 ; Deut. 2:25 , en Deut. 33:29 ; Ps. 48:5-6 . Zie ook boven de aantekening vs.4.
Hertaald:
schrikkelijk
Namelijk: ontzagwekkend voor haar vijanden, met wie zij te strijden heeft onder de banier van haar Bruidegom, terwijl zij geen vleselijke wapens draagt, maar wapens die krachtig zijn door God om de sterkten neer te werpen; 2 Kor. 10:4. Zie ook Ex. 15:14-16, Deut. 2:25, Deut. 33:29 en Ps. 48:5-6. Zie ook de aantekening hierboven bij vers 4.
Ik ben
Dit zijn de woorden van den Bruidegom, aanwijzende hoe Hij den hof, zijne kerk bezoekt.
Hertaald:
Ik ben
Dit zijn de woorden van de Bruidegom, die aanwijzen hoe Hij de hof, Zijn kerk, bezoekt.
notenhof
Het Hebreeuwse woord Egoz wordt alleen hier gevonden. De meeste vertalers nemen het voor noten, en menen dat men hier moet verstaan, niet slechte noten, maar notenmuskaten, hoedanige lieflijke vruchten veel in den hof van den Bruidegom wassen. Zie boven Hoogl. 4:12-14 . Anders: gezuiverden of besnoeiden hof.
Hertaald:
notenhof
Het Hebreeuwse woord Egoz komt alleen hier voor. De meeste vertalers vatten het op als noten en menen dat men hier niet gewone noten moet verstaan maar muskaatnoten, en dat zulke lieflijke vruchten volop in de hof van de Bruidegom groeien. Zie hierboven Hoogl. 4:12-14. Anders: gezuiverde of gesnoeide hof.
groene vruchten
Anders: nieuwe of eerste vruchten; te weten die in het voorjaar rijp worden. De zin is, dat na den winter des tegenspoeds, de lieflijke lente der genade in den hof der ker verschijnt.
Hertaald:
groene vruchten
Anders: nieuwe of eerste vruchten, namelijk die in het voorjaar rijp worden. De betekenis is dat na de winter van de tegenspoed de lieflijke lente van de genade in de hof van de kerk verschijnt.
der vallei
Of, in de laagte, waar de kerk van Christus bewaterd en bevochtigd wordt met Gods Woord en Geest, om overvloedige vruchten te dragen.
Hertaald:
der vallei
Of: in de laagte, waar de kerk van Christus bewaterd en bevochtigd wordt met Gods Woord en Geest om overvloedige vruchten te dragen.
Wijnstok . . . granaatbomen
Versta hier door den wijnstok en de granaatbomen het volk van God geroepen en in den hof der kerk geplant, hetwelk bottende en bloeiende in ware en oprechte kennis en wetenschap, daarna vruchten voortbrengt der goede werken ter ere Gods en stichting des naasten. Zie boven Hoogl. 2:13-14 .
Hertaald:
Wijnstok . . . granaatbomen
Versta hier onder de wijnstok en de granaatbomen het volk van God, dat geroepen en in de hof van de kerk geplant is, en dat, terwijl het uitbot en bloeit in ware en oprechte kennis en inzicht, daarna vruchten van goede werken voortbrengt tot eer van God en tot stichting van de naaste. Zie hierboven Hoogl. 2:13-14.
uitbotten
Of, bloesemden of knopten.
Hertaald:
uitbotten
Of: bloesemden, of knopten.
Eer ik het wist,
Dit schijnen nog de woorden des Bruidegoms te zijn. Als Hij zegt: Eer Ik het wist; dat is te zeggen in der haast, onvermoed, onvoorziens, vanwege mijn groot verlangen naar den hof. Alwaar Ik, ziende en bevindende zo schone vruchten, heb Ik mijn volk als met wagens voortgeholpen, het ook beschermende tegen hunne vijanden. Dit kan men ook door het woord wagens verstaan, overmits men eertijds wagens in den krijg gebruikte. Zie Joz. 11:4 , en 1 Sam. 13:5 , en elders meer. Sommigen verstaan hier de heilige engelen.
Hertaald:
Eer ik het wist,
Dit lijken nog de woorden van de Bruidegom te zijn. Wanneer Hij zegt: eer Ik het wist, wil dat zeggen: haastig, onverwacht, onvoorzien, vanwege Mijn groot verlangen naar de hof. En daar heb Ik, toen Ik zulke schone vruchten zag en vond, Mijn volk als met wagens vooruitgeholpen en het ook beschermd tegen zijn vijanden. Dat kan men ook onder het woord wagens verstaan, omdat men vroeger wagens in de oorlog gebruikte. Zie Joz. 11:4, 1 Sam. 13:5 en nog elders. Sommigen verstaan hier de heilige engelen.
zette
Dat is: Ik zet mijzelven. Deze manier van spreken is zeer algemeen in de Heilige Schrift; zie daarvan voorbeelden Ps. 6:4 ; Pred. 7:28 ; Hoogl. 1:7 ; Jes. 1:14 , en Jes. 61:10 en elders meer. De zin is: Ik werd bewogen door mijn vurige barmhartigheid en niet door uwe verdiensten. Anders: mijne ziel; dat is mijne begeerte. Zie Ps. 27:12 .
Hertaald:
zette
Dat is: Ik zet Mijzelf. Deze manier van spreken is heel gewoon in de Heilige Schrift; zie daarvan voorbeelden in Ps. 6:4, Pred. 7:28, Hoogl. 1:7, Jes. 1:14, Jes. 61:10 en nog elders. De betekenis is: Ik werd bewogen door Mijn vurige barmhartigheid en niet door uw verdiensten. Anders: mijn ziel, dat is: mijn begeerte. Zie Ps. 27:12.
van mijn vrijwillig
Of, van mijn edel, of prinselijk volk. Het Hebreeuwse woord nadib, hetwelk hier gebruikt wordt, is te zeggen vrijwillig, of goedwillig, of vrij, of edel, of prinselijk. Eenigen hebben hier: op de wagens van Amminadib, makende van twee woorden een; ook vindt men nergens in de Heilige Schrift wie deze Amminadib zou wezen. Daarom is het beter dat men hier stelle: mijn vrijwillig volk; te weten, de Christengelovigen, die gezegd worden vrijwillig te zijn ten dage der macht, of des heirs; Ps. 110:3 . Het gepredikte Woord met alle genegenheid ontvangende, Hand. 2:41 , en Hand. 17:11 .
Hertaald:
van mijn vrijwillig
Of: van Mijn edel of vorstelijk volk. Het Hebreeuwse woord nadib, dat hier gebruikt wordt, betekent vrijwillig, of goedwillig, of vrij, of edel, of vorstelijk. Sommigen lezen hier: op de wagens van Amminadib, waarbij zij van twee woorden één maken; maar nergens in de Heilige Schrift is te vinden wie deze Amminadib zou zijn. Daarom kan men hier beter lezen: Mijn vrijwillig volk, namelijk de christgelovigen, van wie gezegd wordt dat zij zeer gewillig zijn op de dag van Zijn heirkracht, Ps. 110:3, doordat zij het gepredikte Woord met alle genegenheid ontvangen, Hand. 2:41 en Hand. 17:11.
Keer weder,
Dit betekent den ernstigen wens van de bekering der verdwaalden, en het wordt daarom viermaal herhaald, omdat wij van nature traag van hart en van oren zijn, Luc. 24:25 ; Hebr. 5:11 . Eenigen duiden dit op het wederroepen en wederkeren der Joden tot Christus. Zie Rom. 11:25 . Anderen menen dat dit de woorden zijn van de speelgenoten der Bruid.
Hertaald:
Keer weder,
Dit is de ernstige wens om de bekering van de verdwaalden, en het wordt daarom viermaal herhaald, omdat wij van nature traag van hart en van oren zijn, Luk. 24:25 en Hebr. 5:11. Sommigen betrekken dit op het terugroepen en terugkeren van de Joden tot Christus. Zie Rom. 11:25. Anderen menen dat dit de woorden van de speelgenoten van de Bruid zijn.
o Sulammith
Salomo heeft zijnen naam van vrede, 1 Kron. 22:9 . Jeruzalem wordt ook Salem genoemd, Ps. 76:3 , dat is, vrede, Hebr. 7:2 . Alzo wordt de kerk, of het volk, hetwelk geroepen wordt om weder te keren, Sulammith genoemd, hetwelk zoveel te zeggen is, als vreedzame, of vredige, of in vrede levende, ten aanzien van den vrede, dien zij heeft met God door Jezus Christus; Rom. 5:1 . Het is dan zoveel alsof de Bruidegom hier zeide: Kom herwaarts, mijn lieve Bruid, die naar mijnen naam Salomo, Vredevorst, of vreedzaam genoemd wordt Sulammith; dat is, vreedzame, keer weder, kom tot mij, Ik zal u tot genade aannemen, al hebt gij mij vertoornd.
Hertaald:
o Sulammith
Salomo heeft zijn naam van vrede, 1 Kron. 22:9. Jeruzalem wordt ook Salem genoemd, Ps. 76:3, dat is: vrede, Hebr. 7:2. Zo wordt de kerk, of het volk dat geroepen wordt om terug te keren, Sulammith genoemd, wat zoveel wil zeggen als vreedzame, of vredige, of in vrede levende, met het oog op de vrede die zij heeft met God door Jezus Christus; Rom. 5:1. Het is dan alsof de Bruidegom hier zei: kom hier, Mijn lieve Bruid, die naar Mijn naam Salomo, Vredevorst, vreedzaam genoemd wordt: Sulammith, dat is: vreedzame. Keer terug, kom tot Mij, Ik zal u in genade aannemen, ook al hebt u Mij vertoornd.
wij u mogen
Deze woorden schijnen gesproken te zijn door de vrienden van Sulammith, wensende te mogen zien dat de vorige gaven en genade wederom op of in haar mochten gezien en bespeurd worden, want de engelen zelf wensen te mogen zien die dingen, die de kerk door het Evangelie zijn medegedeeld; 1 Petr. 1:12 . Zie ook Ps. 27:4 ; Jes. 52:8 .
Hertaald:
wij u mogen
Deze woorden lijken gesproken te zijn door de vrienden van Sulammith, die wensen te mogen zien dat de vroegere gaven en genade weer aan haar of in haar gezien en bemerkt mogen worden. Want zelfs de engelen wensen die dingen te mogen zien die aan de kerk door het Evangelie meegedeeld zijn; 1 Petr. 1:12. Zie ook Ps. 27:4 en Jes. 52:8.
aanzien
Of, aanschouwen; te weten met vreugde en blijdschap.
Hertaald:
aanzien
Of: aanschouwen, namelijk met vreugde en blijdschap.
Wat ziet gijlieden
Eenigen menen dat dit de woorden der Bruid zijn. Anderen nemen ze voor de woorden van den Bruidegom. Anders: wat ziet gijlieden [toch] aan Sulammith? of aan de Sulammietische.
Hertaald:
Wat ziet gijlieden
Sommigen menen dat dit de woorden van de Bruid zijn. Anderen houden ze voor de woorden van de Bruidegom. Anders: wat ziet u toch aan Sulammith? Of: aan de Sulammitische.
een rei
Of, als een gezelschap; dat is een hoop dergenen, die een rei maken, die tezamen vrolijk zijn. De Israëlieten, zelfs ook de godzaligen, plachten met reien zich te verblijden en God te danken voor verworven overwinningen, of om andere oorzaken; Ex. 15:20 ; Jer. 31:4 , Jer. 31:13 ; Luc. 15:25 . In deze plaats wordt door de rei te kennen gegeven de blijdschap der gelovigen, als zij tot Christus komen zullen.
Hertaald:
een rei
Of: als een gezelschap — dat is: een groep van hen die een reidans vormen en samen vrolijk zijn. De Isra«lieten, ook de godzaligen onder hen, plachten zich met reidansen te verblijden en God te danken voor behaalde overwinningen of om andere redenen; Ex. 15:20, Jer. 31:4, Jer. 31:13 en Luk. 15:25. Op deze plaats wordt met de reidans de blijdschap van de gelovigen te kennen gegeven wanneer zij tot Christus zullen komen.
van twee heiren
Door deze twee heiren wordt te kennen gegeven de menigte dergenen, die zich tot Christus bekeren zouden. Doch anderen verstaan door de twee legers de kerk van Christus, bestaande uit Joden en heidenen. Anderen houden hier in den tekst het Hebreeuwse woord Machanaïm, dat twee heiren, of twee leger betekent. Zie Gen. 32:1-2 .
Hertaald:
van twee heiren
Met deze twee legers wordt de menigte te kennen gegeven van hen die zich tot Christus zouden bekeren. Anderen verstaan onder de twee legers echter de kerk van Christus, die uit Joden en heidenen bestaat. Weer anderen houden hier in de tekst het Hebreeuwse woord Machanaïm aan, dat twee legers betekent. Zie Gen. 32:1-2. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas De aanduiding van de bruid, de vrouwelijke hoofdpersoon van het Hooglied, tot wie men zich richt met de woorden "keer weder, keer weder, o Sulammith" (Hoogl. 6:13). Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas Naast de bruid en de Bruidegom klinkt in dit boek een derde stem. De bruid spreekt hen voor het eerst aan wanneer zij over zichzelf spreekt: "Ik ben zwart, doch liefelijk (gij dochteren van Jeruzalem!)" (Hoogl. 1:5). Driemaal legt zij hun een bezwering op om de liefde haar eigen tijd te laten (Hoogl. 2:7; Hoogl. 3:5; Hoogl. 8:4, reeds behandeld). In het vijfde hoofdstuk bezweert zij hen anders: als zij haar Liefste vinden, moeten zij Hem aanzeggen: "Dat ik krank ben van liefde" (Hoogl. 5:8). Daarop stellen zij hun eigen vraag: "Wat is uw Liefste meer dan een ander liefste, o gij schoonste onder de vrouwen?" (Hoogl. 5:9). Die vraag geeft haar de gelegenheid tot de lofzang waarin zij Hem van het hoofd tot de voeten beschrijft (Hoogl. 5:10-16, reeds behandeld). En dan volgt de wending die deze groep haar plaats geeft: "Waar is uw Liefste heengegaan, o gij schoonste onder de vrouwen? Waarheen heeft uw Liefste het aangezicht gewend, opdat wij Hem met u zoeken?" (Hoogl. 6:1). Bijbelse betekenis: Deze stem doet in het lied iets wat de bruid alleen niet kan. Zij vraagt, en door haar vraag komt eruit wat anders binnen zou blijven. Wie zich afvraagt waarom de lofzang op de Bruidegom juist daar staat, vindt het antwoord bij Hoogl. 5:9: er werd naar gevraagd. Zo werkt het ook in de gemeente. Belijden begint vaak bij iemand die vraagt wat het bijzondere is aan Hem. Let daarnaast op de beweging die deze groep maakt. Zij begint als toehoorster, wordt dan vraagster, en eindigt als medezoekster (Hoogl. 6:1). Dat is de weg die het getuigenis van één gelovige met anderen gaan kan: niet overtuigd door een betoog, maar meegenomen door wat zij hoorde. En let ten slotte op de inhoud van de bezwering. De bruid vraagt hun niets te forceren. Ook in geestelijke dingen laat zich de liefde niet opwekken vóór haar tijd; dat is de terughoudendheid die dit boek telkens oplegt. Typologie: Het Evangelie kent dezelfde beweging van horen naar zelf zoeken. De Samaritaanse vrouw riep de mensen van haar stad, en er staat dat velen in Hem geloofden om haar woord (Joh. 4:39). Later maakten zij haar duidelijk dat hun geloof niet meer op haar woord rustte, want zij hadden Hem nu zelf gehoord (Joh. 4:42). Zo blijft ook hier de vraag van de dochteren van Jeruzalem niet bij het antwoord van een ander staan: zij gaan zelf mee zoeken. Hoogl. 1:5; Hoogl. 2:7; Hoogl. 3:5; Hoogl. 5:8-9; Hoogl. 5:10-16; Hoogl. 6:1; Hoogl. 8:4; Joh. 4:39; Joh. 4:42 Op de vraag waar haar Liefste heengegaan is, antwoordt zij dat zij het weet: Hij is afgegaan in Zijn hof, om te weiden en lelies te verzamelen (Hoogl. 6:2). Daarop volgt: "Ik ben mijns Liefsten, en mijn Liefste is mijn, Die onder de lelien weidt" (Hoogl. 6:3). Eerder in het boek stond dezelfde zin, maar toen begon zij bij wat zij had (reeds behandeld bij Hoogl. 2:16). Nu begint zij bij wat zij is. Later komt er nog een derde vorm, en die noemt alleen Hem: "Ik ben mijns Liefsten, en Zijn genegenheid is tot mij" (Hoogl. 7:10). Bijbelse betekenis: De drie vormen samen laten een weg zien. Eerst het bezit, dan het toebehoren, en ten slotte alleen nog Zijn genegenheid. Wie de drie naast elkaar legt, ziet dat de bruid steeds minder over zichzelf spreekt en steeds meer over Hem. Merk op waar deze tweede vorm staat: vlak na het hoofdstuk waarin zij Hem kwijt was. Het gemis heeft de verhouding niet losser gemaakt maar juist verdiept. Let ten slotte op wat zij in Hoogl. 6:2 zegt. Zij weet waar Hij is; zij zoekt Hem niet meer radeloos. Dat is het verschil met het vorige hoofdstuk, en het is de vrucht van wat daar gebeurd is. Typologie: Asaf komt in de psalm bij dezelfde eenvoud uit: "Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!" (Ps. 73:25). Hoogl. 6:2-3; Hoogl. 2:16; Hoogl. 7:10; Ps. 73:25 "Er zijn zestig koninginnen en tachtig bijwijven, en maagden zonder getal" (Hoogl. 6:8). Het getal wordt genoemd om er iets tegenover te zetten: "Een enige is Mijn duive, Mijn volmaakte, de enige harer moeder" (Hoogl. 6:9). En dan gebeurt er iets opmerkelijks: juist die koninginnen en bijwijven noemen haar welgelukzalig en prijzen haar. Even verder wordt zij van buitenaf beschreven: "Wie is zij, die er uitziet als de dageraad, schoon, gelijk de maan, zuiver als de zon, schrikkelijk als slagorden met banieren?" (Hoogl. 6:10). Bijbelse betekenis: Het gaat hier niet om aantallen maar om exclusiviteit. Tegenover alles wat er verder is, staat één, en die ene heet volmaakt genoemd door Hem — niet door zichzelf. Merk op wie haar prijzen. Het zijn niet haar vriendinnen maar de anderen; wie van buiten kijkt, ziet wat zij van zichzelf niet ziet. Let ook op de vier beelden in Hoogl. 6:10. Dageraad, maan en zon zijn beelden van licht dat toeneemt, en het vierde beeld is heel anders: schrikkelijk als slagorden met banieren. De bruid is dus niet alleen liefelijk; zij is ook ontzagwekkend. Wie in dit boek de lijn naar Christus volgt, leest hier de gemeente zoals God haar ziet, ook wanneer zij er in de wereld klein uitziet. Typologie: Paulus zegt van de gemeente hetzelfde enkelvoud: "Een lichaam is het, en een Geest" (Ef. 4:4). En Johannes ziet haar aan het einde als één stad, "toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is" (Op. 21:2). Hoogl. 6:8-10; Ef. 4:4; Op. 21:2 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Wend uw ogen van mij af, want zij doen mij geweld aan. Hoogl. 6:5 Een groot deel van ons levenswerk bestaat uit het overwinnen van kwaad, maar hier… De kerk zoals ze zou moeten zijn Gij zijt schoon, Mijn vriendin, gelijk Thirza, liefelijk als Jeruzalem, schrikkelijk als slagorden met banieren. Hooglied 6:4 De kerk wordt op… Wend uw ogen van Mij af, want ze doen Mij geweld aan. Hooglied 6:5 De Hemelse Bruidegom spreekt hier tot zijn Bruid. Met grote minzaamheid richt Hij zich tot… Ge zijt schoon, mijn vriendin, gelijk Tirza, liefelijk als Jeruzalem, schrikkelijk als slagorden met banieren. Hooglied 6:4 De Christelijke Kerk wordt al zeer verschillend beoordeeld. Door de een wordt ze… Keer weder, keer weder, o Sulammith! Keer weder, keer weder, dat wij u mogen aanzien. Wat ziet gijlieden de Sulammith aan? Ze is als een rei van twee heiren. Hooglied… Eer ik het wist maakte mij mijn ziel gelijk de wagenen van Amminadib. Hooglied 6:12 We kunnen niet met zekerheid zeggen, welke wagenen de gewijde dichter van het Hooglied hier… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Hooglied 6
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Namen
Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Hoogl. 6:5 - De overwinning van een heilig oog
De kerk zoals ze zou moeten zijn
De ogen die geweld doen
De Kerk zoals ze moet zijn
Strijd van binnen
De wagenen van Ammi-Nadib


Hooglied 6
Hooglied 6:4.KruisverwijzingenHooglied 6:10→Psalmen 48:2→1 Koningen 14:17→Psalmen 50:2→Hooglied 4:7→Openbaring 21:2→Hooglied 2:14→Klaagliederen 2:15→
— Gij zijt schoon, Mijn vriendin, gelijk Thirza, liefelijk als Jeruzalem, schrikkelijk als slagorden met banieren.
Het nauwkeurigste oordeel dat wij over een vrouw kunnen krijgen, is dat van haar man. De schrijver van Spreuken 31 zegt van de deugdzame vrouw: ook haar man, en hij prijst haar. En van die schoonste onder de vrouwen, de gemeente van Christus, mag hetzelfde gezegd worden.
Het is voor haar van kleine betekenis door menselijk oordeel geoordeeld te worden; maar het is haar eer en haar vreugde goed te staan in de liefde en de achting van haar koninklijke Bruidegom, de Vorst Immanuel.
Al zijn de woorden die voor ons liggen beeldsprakig, en al is heel het lied vol beeld en gelijkenis, toch is het onderwijs hier duidelijk genoeg: het is klaarblijkelijk dat de goddelijke Bruidegom Zijn bruid een hoge plaats in Zijn hart geeft, en dat zij voor Hem — wat zij voor anderen ook zij — schoon en liefelijk en bekoorlijk is, en in de ogen van Zijn liefde zonder vlek.
Hooglied 6:13.KruisverwijzingenGenesis 32:2→Richteren 21:21→Lukas 7:44→Johannes 10:16→Efeze 2:14→Jesaja 8:6→Hebreeën 7:2→Jeremia 3:22→
— Keer weder, keer weder, o Sulammith! Keer weder, keer weder, dat wij u mogen aanzien. Wat ziet gijlieden de Sulammith aan? Zij is als een rei van twee heiren.
De overzetting met “Sulammith” is ongelukkig; zij is onwelluidend en mist de betekenis. Het Hebreeuwse woord is de vrouwelijke vorm van “Salomo”.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
De dochteren Jeruzalems, bieden zich nu aan om met of voor haar, haren liefste te zoeken en zeggen daarom tot Sulamith: Waar in de wereld is dan uw liefste, dien ge ons daar als een zo buitengewoon man schilderdet, heengegaan, en waarom heeft hij u dan verlaten, gelijk gij ons verteld hebt, o, gij schoonste onder de vrouwen? waarheen toch heeft uw liefste het aangezicht van u gewend?Zeg het ons, opdat wij hem met u zoeken. 1)
Wat beduidt deze vraag? Wordt zij gedaan om haar te krenken, zoals sommigen menen? In genen dele. Of uit onkunde? Evenmin. Zij wordt gedaan om Sulamith tot nadenken te stemmen, om haar op het rechte pad te brengen. Het is opdat zij zelf moge inzien, dat zij hem aldaar heeft te zoeken, waar zij Hem vinden kan. Of beter, opdat zij zich zelf bewust worde, dat niet Hij haar, maar zij Hem heeft verlaten. Dat Hij nog altijd is, waar zij Hem vinden kan, n.l. in Zijn hof.
Sulamith herneemt hierop: Mijn liefste is afgegaan in zijnen hof, 1) tot de specerijbedden, om te weiden in de hoven, en om de lelies te verzamelen, 2) te plukken en te vergaderen.
Hieruit blijkt dat de dochteren van Jeruzalem haar doel hebben bereikt. Sulamith merkt het nu al zelf, dat haar Koning zijn hof niet heeft verlaten. Geestelijk opgevat, dat Christus Jezus immer bij Zijn Kerk blijft, haar niet verlaat, niet anders wordt al worden ook de zijnen trouweloos. En waar Sulamith dit weer leert verstaan, dit weer leert belijden, daar treedt de verzekering van zijn eigendom te zijn ook weer in overvloedige mate op den voorgrond, zodat zij het moet uitroepen, (vs. 3) Ik ben mijns liefsten en mijn liefste is mijn. Waar weer de rechte kennis van den persoon van Christus en het rechte inzicht in Zijne trouw te voorschijn treedt, daar treedt ook weer de geloofsverzekering krachtig te voorschijn.
Dit wijst aan de zorg van Jezus om alle de lelies, die Hem van eeuwigheid door verkiezing gegeven zijn, elk op hun tijd in zijne Kerk bij elkaar te brengen en die toe te vergaderen tot Zijn volk, door middel van Zijn Geest en Woord, en onder Zijne weiding aldaar tot geestelijke lelieplanten Zijner genade.
En daarom het blijft onveranderlijk waar Ik ben mijns liefsten, en mijn liefste is mijn, die onder de lelies weidt 1) (Hoofdstuk 2: 16).
Zie hier dan weer de heerlijke uitdrukking van haar geloof. Waar zij met de dochteren Jeruzalems naar den hof toetrad en den Heere zoekt, daar, waar Hij te vinden is, en Hem haar ziet tegemoetkomen, beschrijft zij Hem met deze woorden, waaruit blijkt dat de gemeenschap weer hersteld is, en dat zij alles ziet, wat zij moet hebben om in waarheid gelukkig en zalig te zijn.
a) Gij zijt schoon, mijne vriendin! gelijk het bevallig gelegene Thirza, in noordelijk Palestina, later de hofplaats der koningen van het Rijk Israël, lieflijk als Jeruzalem; 1) schrikkelijk alsin triomf binnentrekkende slagorden met banieren. 1)
Psalm 45: 12. Hoogl. 1: 15; 4: 1.
Men hoort in deze lofprijzing van hare schoonheid den koning. De steden welke de grootste sieraden van zijn rijk zijn, dienen hem als maatstaf van hare schoonheid.
De heiligen overwinnen de wereld door het geloof, en hebben macht zelfs in en bij God, en kunnen zelfs met een Jakob het in den strijd bij en met Jehova uithouden.
De vergelijking die er in den tekst is, bij slagorden met banieren, sluit in: op zich zelf zijn slagorden met banieren geen ofschoon, onzienlijk en onaangenaam gezicht, maar wil men ze te na komen en vijandig aandoen, dan bijten zij van zich. Dit schrikkelijke van de bruid heeft daarom zijne betrekking alleen op de wereld, op satan, op ongelovige volken en koninkrijken, op alle openbare en bedekte vijanden van de Kerk en van waarheid en godzaligheid, die zich kanten tegen Jezus volk.
Het is volkomen waar dat dit schrikkelijk als slagorden zoals er letterlijk staat, ook ziet op de vijanden, maar hier moet het o.i. ook toegepast worden op den Koning zelven. Zoals Sulamith daar staat voor haar koning vol geloof en hope, is zij onweerstaanbaar voor hem. Al haar schuld is vergeven, al haar zonde verzoend, al haar ontrouw vergeten.
Wend uwe zo ernstig ziende ogen van mij af, 1) want zij doen mij geweld aan 2) en brengen mij het binnenste des harten in beroering. Salomo na enig stilzwijgen voortgaande: Uw haar is als ene kudde geiten, die het gras van Gilead afscheren. (Hoofdstuk 4: 1).
De Bruid ziet sterk op haar koning met een innig geloofsverlangen om zich te baden in zijne liefde. En nu spreekt Hij: wend uwe ogen van mij af! Was dat om haar te verwijten hare ontrouw, om haar te zeggen dat Hij niets meer van haar wilde weten? In genen dele! Deze uitdrukking diende om haar aan te zetten tot sterker zien, tot sterker geloofsverlangen.
Dit gebod is ene stille goedkeuring van hetgeen Hij schijnt te verbieden, want onder het geweld van de overmacht harer geestelijke ogen, en van de sterke aandoening, welke Hij daardoor had, was er echter een stil genoegen in zijn hart in al die gestalten, welke zij daardoor uitdrukte, en hij wenst niets anders of zij waren in haar.
Uwe tanden zijn als ene kudde schapen, die uit de wasstede opkomen, die al te zamen tweelingen voortbrengen en onder deze is gene jongeloos (Hoofdstuk 4: 2).
Uwe wangen zijn als een stuk van enen granaatappel tussen uwe vlechten. (Hoofdstuk 4:
. Het was hier Salomo slechts te doen om Sulamith den lof op den bruiloftsdag haar toegezwaaid te herinneren; daarom herhaalt hij zijne schildering in Hoofdstuk 4 woordelijk, maar toch alleen dezen en genen trek daarvan, terwijl hij andere hem minder gewichtig toeschijnende, zo als die der lippen en der spraak voorbijgaat, waarin derhalve gene bijzondere bedoeling te zoeken is.
Sulamith verschijnt den koning noch immer zo schoon als ten dage toen zij als bruid Hem werd toegevoerd. Zijne liefde, -dat zal zij, dat zal de lezer of hoorder van deze vernemen-is onveranderlijk dezelfde. Er is gene onder de vrouwen des hofs, welke hij boven haar voortrok, deze zelf moeten haar den voorrang toekennen.
Er zijn zestig koninginnen, mijne eigenlijke gemalinnen,en tachtig bijwijven, die tot mijnen dienst zijn, en wijders maagden zonder getal, die de beide eerste dienen, en die ik ook tot mijne bijvrouwen kan nemen. Wanneer in 1 Koningen 11: 3 in plaats van 60 koninginnen 700 en in plaats van 80 bijwijven 300 aangegeven worden, dan kan dit òf zo verstaan worden, dat de kleinere getallen van het Hooglied de bestendige vrouwen aangeven, de grotere van het Boek der Koningen daarentegen het gezamenlijke aantal aller vrouwen, die Salomo achtereen volgens gehad heeft, òf ook, wat wellicht natuurlijker is, dat die kleinere getallen van het Hooglied op den beteren, vroegeren tijd van Salomo’s leven, toen zijn hart nog niet geheel in wellust en afgodendienst verzonken was, betrekking hebben, de grotere getallen van het Boek der koningen daarentegen op den zeer bedroevenden tijd tegen het einde van zijn leven doelen; waaruit onze stelling versterkt wordt, dat ons lied van Salomo in den beteren, naar verhouding nog reinerer tijd zijnes levens, toen hij ook nog in het volle bezit van zijnen rijken dichterlijken geest was, vervaardigd werd.
Een enige slechts is mijne duive, ééne slechts mijne volmaakte, (Hoofdstuk 5: 2) de enige slechts harer moeder, zij is de zuivere, de uitverkorene dergene, die haar gebaard heeft; en deze uitverkorene is ook mijne enig geliefde gemalin en vriendin; als de dochters, de maagden van mijn hof voor de eerste keer haar zien, zo zullen zij haar welgelukzalig roemen; de koninginnen en de bijwijven; en zij zullen haar prijzen d.i. als de dochters van mijn hof haar voor de eerste maal zagen, zo noemden zij haar welgelukzalig, de koninginnen en de bijvrouwen prezen en roemden haar. Al te gader zijn zij zozeer vervuld van hare deugd en lieflijkheid, dat zij vrijwillig den eersten en hoogsten rang aan mijne zijde toekennen en inruimen.
De vermelding van de koninginnen en bijwijven dient alleen om te doen uitkomen, dat Sulamith die alle overtreft, wat meer zegt, dat zij de uitverkorene van zijn hart is. Geestelijk opgevat: dat de Kerk van Christus geheel het hart van haar Koning heeft. Zeker Hij heerst en regeert ook over de wereld. Ook de wereld ontvangt nog van Zijne goedertierenheid, uit kracht van Zijn zoenverdiensten, maar niet tot zaligmaking; maar de Kerk ontvangt uit Zijne volheid van genade, genade voor genade. Zij is Zijne volmaakte, die in Hem volkomen gerechtvaardigd voor haar God staat. 10.
V. Vs. 10KruisverwijzingenHooglied 6:4→Job 31:26→Openbaring 10:1→Mattheüs 17:2→Jesaja 58:8→2 Samuël 23:4→Openbaring 22:5→Efeze 5:27→
— Wie is zij, die er uitziet als de dageraad, schoon, gelijk de maan, zuiver als de zon, schrikkelijk als slagorden met banieren?
-Hoofdstuk 8: 4. In dit vijfde tafereel wordt op bijzondere wijze de schoonheid van Sulamith beschreven, maar toch ook hoe zij, ofschoon tot de hoogste eer verheven, de ootmoedige en deemoedige blijft. Hoe de genade haar in waarheid ootmoedig heeft gemaakt. En waar de genade haar waarlijk ootmoedig had gemaakt, daar verneemt zij uit des Konings mond, van Zijne heilige lippen, de hoogste lofspraak.
Wie, is zij, die daar onder alle hare gelijken er uitziet als de van den hemel over de bergen in het land nederziende dageraad, en ons allen bestraalt, schoon en vlekkeloos rein gelijk dezilveren maan, zuiver schoon en lichten glans stralende als dealles veranderende zon en daarbij toch schrikkelijk alstriumferende slagorden met banieren?
Sulamith verschijnt gelijk het morgenrood, welke het donkere verbreekt. Schoon als de zilveren maan, die in stille majesteit aan den hemel staat. Rein als de zon, vier licht het reinst der reinen is. Imponerend als de legerscharen met hun banieren.
Hiermede wordt op geestelijke wijze aangeduid, de aangenaamheid, de schoonheid of zuiverheid en de heiligheid der Kerk en van allen die tot haar behoren, maar ook hoe onweerstaanbaar zij is voor hare vijanden. In zich zelf niets, is zij alles in haar Koning en Heere, die haar dan ook niet aanziet in haar zelf, maar zoals zij staat in het verbond met Hem, Zijne gerechtigheid en heiligheid deelachtig.
Sulamith, antwoordt hierop: Ik ben in het dal tot den notenhof afgegaan om met vreugde en innerlijk bevredigde zielsrust de groene vruchten der vallei of: de groenende struiken aan de beek te zien, om te zien, of de wijnstok reeds bloeide, de granaatbomen reeds uitbotten. In dit en in het volgende vers, beschrijft Sulamith haar toestand van vroeger en van nu. Beschrijft zij hoe Salomo haar vond en hoe zij de zijne werd, in ongekunstelde eenvoudigheid, om, waar Hij haar in vs. 10. prijst en verheerlijkt, het daarmee te betuigen, dat zij zelf van nederige geboorte, van kleinen, onaanzienlijken stand was. Niet zij was tot Hem gekomen, maar Hij had haar gevonden en wat zij was, dat was zij door Hem.
Eer ik het wist, zette mij mijne ziel op de wagens van mijn a) vrijwillig volk. 1)
In het Hebr. bydn yme (Ammi nadib). Beter: van mijn volk, een edele. Want wel kan het woord vrijwillig betekenen, maar in verband met het vorige vers moet het hier de betekenis van edele, vorstelijke hebben, gelijk ook Job 34: 18. Psalm 118: 9 e.a. In het vorige vers beschrijft zij haar onwaardigheid, hier de ere, waartoe zij verheven werd. Zij zegt: eer ik het wist, zette mij mijne ziele op de wagens van mijn volk van een vorst. Niet gedwongen derhalve, maar gewillig gemaakt. Ook hier is de geestelijke strekking weer zeer duidelijk. Want toch wie tot het volk Gods wordt verzameld, wordt gewillig gemaakt, Zijn wil wordt overgebogen door de overredende kracht der genade en des Geestes om den Heere te volgen. Het gaat niet buiten den persoon des mensen om.
Salomo roept haar nu toe: Keer weer, keer weer, o Sulamith! 1) Keer weer, keer weer, dat wij u nog langer mogen aanzien en onze ogen met het gezicht van uwe schoonheid en beminnelijkheid verlustigen. En waar anderen haar wellicht medelijdend of enigzins permant aanzien voegt hij deze toe: Wat ziet gijlieden de Sulamith aan? 2) Denkt gij dat zij mij niet meer dierbaar is, dat mijne liefde verkoeld is, nu zij van mij afzwierf? Neen. Zij is als een rei-dans 3) van de twee engelen-heiren, die eenmaal Jakob bij zijn terugkeer uit Mesopotamië te Mahanaïn verschenen (Genesis 32: 1 vv.).
Dit is de enige plaats in ons lied, waar Sulamith met dezen naam genoemd wordt. Juist uit deze omstandigheid reeds kan men opmaken, dat “Sulamith” niet de eigenlijke naam van Salomo’s bruid en gade en ook geen zuiver vrouwelijke naam is; immers de hofvrouwen noemen de door haar toegesproken ganselijk op dezelfde wijze naar de plaats harer afkomst, gelijk deze haar daarnaar genoemd had. De meeste oude uitleggers houden den naam voor een eigennaam in de betekenis van: “beminnelijke, kind des vredes, begenadigde.” Maar het bepalend lidwoord de, dat beide keren in het oorspronkelijke voorafgaat en de gewone uitgang ith bij geslachts-namen duidt aan, dat het hier veeleer een volksnaam is, waardoor de afkomst uit Salam, Sulem, Sunem wordt betekend. (Jozua 19: 18. 1 Koningen 1: 3. 2 Koningen 4: 8). In den Hebr. Bijbel begint met dit vers Hoofdstuk 7. Het past dan ook geheel bij het volgende hoofdstuk, dewijl de Koning het hier uitspreekt, dat zijne liefde geen ogenblik is verkoeld, al was Sulamith ook enigszins van hem afgeweken. Hij roept haar nu om weer bij hem te blijven, geheel en al zich af te wenden van haar verkeerden weg. Ja, in dat keer weer, tot viermalen toe herhaald, legt Salomo zijn geheel liefdehart voor Sulamith open. Hij is dezelfde gebleven ook bij haar ogenblikkelijke ontrouw. Heerlijk beeld van de liefde van Christus voor zijn Kerk. Ook dan als zij in een afgezakten toestand verkeerd, wordt Zijn trouw niet teniet gedaan. De meerdere dan Salomo blijft tot al de zijnen immer door roepen van: Keer weer!
Wie zegt dit? Sulamith? zoals sommigen menen? In gene dele. Salomo zelf. Uit de volgende woorden, waarin Sulamith op het meest verheerlijkt wordt door haar Koning, en waarmee de Koning al haar smaadheid wegneemt, blijkt dat in deze woorden ligt, een bedekt verwijt over een meer of min verachtelijken blik, waarmee de omstanders Sulamith aanzien. Zij zelf heeft het uitgesproken, dat zij uit de diepte tot de hoogte was opgeleid. De omstanders wisten dat zij van haar bruidegom was afgeweken. En daarom zien zij haar wellicht aan met medelijden of met een min of meer verachtelijken blik. Maar ziet de Koning komt voor haar op. Hij laat niet toe, dat zij door de wereld veracht wordt, en waar de wereld in haar niets ziet, daar zegt de Koning, dat zij is als een rei van twee heiren. De geestelijke betekenis is niet onduidelijk. Tegenover de wereld, die voor Gods volk niets over heeft dan verachting en verguizing, neemt de Heere het op, of hier of in den dag aller dagen.
Ongetwijfeld moet deze uitdrukking dienen om de schoonheid in het algemeen van Sulamith uit te drukken, om hare bovenaardse schoonheid met een enkel woord te zeggen. Zij staat daar voor Hem in haar vernieuwde gestalte, teruggekeerd tot Hem. En daarom zal Hij nu ook weer haar schoonheid beschrijven. De Heere ziet zijn volk niet aan anders dan bekleed met den mantel des heils, omhangen met het kleed der gerechtigheid Hij ziet in hen geen zonde en geen schuld, dewijl zij gereinigd zijn door het bloed des Lams.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel