Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Hebreeën 8

1 De hoofdsom nu der dingen, waarvan wij spreken, is, dat wij hebben zodanigen Hogepriester, Die gezeten is aan de rechter hand van den troon der Majesteit in de hemelen:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 De hoofdsomG2774 nuG1161 der dingen, waarvan wij sprekenG3004, is, dat wij hebbenG2192 zodanigenG5108 HogepriesterG749, DieG3739 gezetenG2523 is aanG1909 de rechterG1188 hand van den troonG2362 der MajesteitG3172 inG1722 de hemelenG3772: De hoofdsom nu der dingen, waarvan wij spreken, is, dat wij hebben zodanigen Hogepriester, Die gezeten is aan de rechter hand van den troon der Majesteit in de hemelen:

KJV Now2 of3 the things which we have spoken5 this is the sum:1 We have7 such6 an high priest,8 who9 is set10 on11 the right hand12 of the throne14 of the Majesty16 in17 the heavens;

1 κεφαλαιον G2774 hoofdsom, som sum 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 λεγομενοις G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 τοιουτον G5108 zodanige, zodanigen, zodanig like, such (an one) 7 εχομεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 8 αρχιερεα G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 9 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 εκαθισεν G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 δεξια G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 θρονου G2362 troon, tronen, troons seat, throne 15 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 μεγαλωσυνης G3172 Majesteit, majesteit majesty 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Een Bedienaar des heiligdoms, en des waren tabernakels, welken de Heere heeft opgericht, en geen mens.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Een BedienaarG3011 des heiligdomsG39, enG2532 des waren tabernakelsG4633, welkenG3739 de HeereG2962 heeft opgerichtG4078, enG2532 geenG3756 mensG444. Een Bedienaar des heiligdoms, en des waren tabernakels, welken de Heere heeft opgericht, en geen mens.

KJV A minister3 of the sanctuary, and4 of the true8 tabernacle,6 which9 the Lord12 pitched,10 and13 not14 man.

1 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 αγιων G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 3 λειτουργος G3011 dienaars, Bedienaar, bedienaar minister(-ed) 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 σκηνης G4633 tabernakel, tabernakelen, tabernakels habitation, tabernacle 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αληθινης G228 waarachtig, waarachtige, ware true 9 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 επηξεν G4078 opgericht pitch 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want een iegelijk hogepriester wordt gesteld, om gaven en slachtofferen te offeren; waarom het noodzakelijk was, dat ook Deze wat had, dat Hij zou offeren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WantG1063 een iegelijkG3956 hogepriesterG749 wordt gesteldG2525, omG1519 gavenG1435 enG2532 slachtofferenG2378 te offerenG4374; waarom het noodzakelijkG316 was, dat ookG2532 DezeG3778 watG3739 hadG2192, dat Hij zou offerenG4374. Want een iegelijk hogepriester wordt gesteld, om gaven en slachtofferen te offeren; waarom het noodzakelijk was, dat ook Deze wat had, dat Hij zou offeren.

KJV For2 every1 high priest3 is ordained11 to4 offer6 gifts7 and8 sacrifices:10 wherefore12 it is of necessity13 that this man have14 somewhat15 also9 to18 offer.

1 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αρχιερευς G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 προσφερειν G4374 brachten, geofferd, gebracht bring (to, unto), deal with, do, offer (unto, up), present unto, put to 7 δωρα G1435 gave, gaven, geschenken gift, offering 8 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 θυσιας G2378 offerande, offeranden, slachtofferen sacrifice 11 καθισταται G2525 gesteld, zetten, stellen appoint, be, conduct, make, ordain, set 12 οθεν G3606 Waaruit, waaruit from thence, (from) whence, where(-by, -fore, -upon) 13 αναγκαιον G316 nodig, bijzonderste, nodiger near, necessary, necessity, needful 14 εχειν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 15 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 18 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 19 προσενεγκη G4374 brachten, geofferd, gebracht bring (to, unto), deal with, do, offer (unto, up), present unto, put to
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Want indien Hij op aarde ware, zo zou Hij zelfs geen Priester zijn, dewijl er priesters zijn, die naar de wet gaven offeren;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 WantG1063 indien Hij op aardeG1093 wareG2258, zo zou Hij zelfsG3761 geen PriesterG2409 zijnG1510, dewijl er priestersG2409 zijnG1510, die naarG2596 de wetG3551 gavenG1435 offerenG4374; Want indien Hij op aarde ware, zo zou Hij zelfs geen Priester zijn, dewijl er priesters zijn, die naar de wet gaven offeren;

KJV For3 if1 he were on5 earth,6 he should8 not7 be a priest,10 seeing that there are priests13 that offer15 gifts20 according16 to the law:

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 4 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 7 ουδ G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 8 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 9 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 ιερευς G2409 priester, priesters, priesteren (high) priest 11 οντων G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ιερεων G2409 priester, priesters, priesteren (high) priest 14 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 προσφεροντων G4374 brachten, geofferd, gebracht bring (to, unto), deal with, do, offer (unto, up), present unto, put to 16 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 νομον G3551 wet, wetten, Wet law 19 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 δωρα G1435 gave, gaven, geschenken gift, offering

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Welke het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen dienen, gelijk Mozes door Goddelijke aanspraak vermaand was, als hij den tabernakel volmaken zou: Want zie, zegt Hij, dat gij het alles maakt naar de afbeelding, die u op den berg getoond is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Welke het voorbeeldG5262 enG2532 de schaduwG4639 der hemelseG2032 dingen dienenG3000, gelijk MozesG3475 door Goddelijke aanspraak vermaandG5537 was, als hij den tabernakelG4633 volmakenG2005 zou: WantG1063 zieG3708, zegtG5346 Hij, dat gij het allesG3956 maaktG4160 naarG2596 de afbeeldingG5179, die uG4771 op den bergG3735 getoondG1166 is. Welke het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen dienen, gelijk Mozes door Goddelijke aanspraak vermaand was, als hij den tabernakel volmaken zou: Want zie, zegt Hij, dat gij het alles maakt naar de afbeelding, die u op den berg getoond is.

KJV Who1 serve5 unto the example2 and3 shadow4 of heavenly things,7 as8 Moses10 was admonished of God9 when he was about11 to make12 the tabernacle:14 for,16 See,15 saith he,17 that thou make18 all things19 according to20 the pattern22 shewed24 to thee in26 the mount.

1 οιτινες G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 2 υποδειγματι G5262 voorbeeld, voorbeeldingen en-(ex-)ample, pattern 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 σκια G4639 schaduw, schaduwe shadow 5 λατρευουσιν G3000 dienen, diene, dienende serve, do the service, worship(-per) 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 επουρανιων G2032 hemelse, hemel, Hemelse celestial, (in) heaven(-ly), high 8 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 9 κεχρηματισται G5537 Goddelijke openbaring vermaand, Goddelijke aanspraak vermaand, genaamd be called, be admonished (warned) of God, reveal, speak 10 μωσης G3475 Mozes Moses 11 μελλων G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 12 επιτελειν G2005 volbracht, voleindigen, voleindigt accomplish, do, finish, (make) (perfect), perform(X -ance) 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 σκηνην G4633 tabernakel, tabernakelen, tabernakels habitation, tabernacle 15 ορα G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 16 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 17 φησιν G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 18 ποιησης G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 19 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 20 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 21 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 τυπον G5179 voorbeeld, voorbeelden, afbeelding en-(ex-)ample, fashion, figure, form, manner, pattern, print 23 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 δειχθεντα G1166 tonen, toonde, getoond shew 25 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 26 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 27 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 ορει G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En nuG1161 heeft Hij zoveel uitnemenderG1313 bedieningG3009 gekregenG5177, als Hij ookG2532 eens beterenG2909 verbondsG1242 MiddelaarG3316 isG1510, hetwelk in betereG2909 beloftenissenG1860 bevestigdG3549 is. En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is.

KJV But2 now1 hath he obtained4 a more excellent3 ministry,5 by how much6 also7 he is the mediator11 of a better8 covenant,10 which12 was established16 upon13 better14 promises.

1 νυνι G3570 nu now 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 διαφορωτερας G1313 uitnemender, verscheidene differing, divers, more excellent 4 τετευχεν G5177 verkrijgen, voorvalt, bezorgd be, chance, enjoy, little, obtain, X refresh…self, + special 5 λειτουργιας G3009 bediening, dienst ministration(-try), service 6 οσω G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 κρειττονος G2909 beter, betere, beste best, better 9 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 διαθηκης G1242 verbond, testaments, verbonds covenant, testament 11 μεσιτης G3316 Middelaar, Middelaars mediator 12 ητις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 13 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 κρειττοσιν G2909 beter, betere, beste best, better 15 επαγγελιαις G1860 belofte, beloftenis, beloftenissen message, promise 16 νενομοθετηται G3549 bevestigd establish, receive the law
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 WantG1063 indienG1487 dat eersteG4413 verbond onberispelijkG273 geweest wareG2258, zo zou voor het tweedeG1208 geenG3756 plaatsG5117 gezochtG2212 zijnG1510 geweest. Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest.

KJV For2 if1 that5 first4 covenant had been faultless,7 then should9 no8 place12 have been sought11 for the second.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πρωτη G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 5 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 6 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 αμεμπτος G273 onberispelijk blameless, faultless, unblamable 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 10 δευτερας G1208 tweede, tweeden, tweeden male afterward, again, second(-arily, time) 11 εζητειτο G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 12 τοπος G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israels, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 WantG1063 hen berispendeG3201, zegtG3004 Hij tot hen: ZietG3708, de dagenG2250 komenG2064, spreektG3004 de HeereG2962, enG2532 Ik zal over het huisG3624 IsraelsG2474, enG2532 overG1909 het huisG3624 van JudaG2455 een nieuwG2537 verbondG1242 oprichtenG4931; Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israels, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten;

KJV For2 finding fault1 with them,3 he saith,4 Behold, the days6 come,7 saith8 the Lord,9 when10 I will make11 a new22 covenant21 with12 the house14 of Israel15 and16 with17 the house19 of Judah:

1 μεμφομενος G3201 berispende, berispten, klaagt find fault 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 6 ημεραι G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 7 ερχονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 8 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 συντελεσω G4931 voleindigd, geeindigd, oprichten end, finish, fulfil, make 12 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 15 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 20 ιουδα G2448 Juda Judah 21 διαθηκην G1242 verbond, testaments, verbonds covenant, testament 22 καινην G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt de Heere.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 NietG3756 naarG2596 het verbondG1242, dat Ik met hun vaderenG3962 gemaaktG4160 heb, ten dageG2250, als IkG1473 hen bij de handG5495 namG1949, om henG846 uitG1537 EgyptelandG1093 te leidenG1806; wantG3754 zijG846 zijn inG1722 dit Mijn verbondG1242 nietG3756 geblevenG1696, en IkG1473 heb op henG846 niet geachtG272, zegtG3004 de HeereG2962. Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt de Heere.

KJV Not1 according to2 the covenant4 that5 I made with6 their9 fathers8 in10 the day11 when I took12 them16 by the hand15 to lead17 them18 out of19 the land20 of Egypt;21 because22 they23 continued25 not24 in26 my covenant,28 and I30 regarded31 them32 not, saith33 the Lord.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 3 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 διαθηκην G1242 verbond, testaments, verbonds covenant, testament 5 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 6 εποιησα G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 7 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πατρασιν G3962 Vader, vader, vaders father, parent 9 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 12 επιλαβομενου G1949 nam, namen, greep catch, lay hold (up-)on, take (by, hold of, on) 13 μου G1473 mij, ik I, me 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 χειρος G5495 handen, hand hand 16 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 εξαγαγειν G1806 leidde, uitgeleid, geleid bring forth (out), fetch (lead) out 18 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 20 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 21 αιγυπτου G125 Egypte, Egypteland Egypt 22 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 23 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 25 ενεμειναν G1696 blijft, gebleven continue 26 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 27 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 διαθηκη G1242 verbond, testaments, verbonds covenant, testament 29 μου G1473 mij, ik I, me 30 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 31 ημελησα G272 Verzuim, acht nemen, achtende make light of, neglect, be negligent, no regard 32 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 33 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 34 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israels maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 WantG3754 ditG3778 is het verbondG1242, dat Ik met het huisG3624 IsraelsG2474 maken zal naG3326 die dagenG2250, zegtG3004 de HeereG2962: Ik zal Mijn wettenG3551 inG1519 hun verstandG1271 gevenG1325, enG2532 inG1519 hun hartenG2588 zal Ik die inschrijvenG1924; enG2532 Ik zal hunG846 tot een GodG2316 zijn, enG2532 zij zullen MijG1473 tot een volkG2992 zijn. Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israels maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.

KJV For1 this2 is the covenant4 that5 I will make6 with the house8 of Israel9 after10 those13 days,12 saith14 the Lord;15 I will put16 my laws17 into19 their22 mind,21 and23 write27 them26 in24 their28 hearts:25 and29 I will be to32 them31 a God,33 and34 they35 shall be to38 me a people:

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 διαθηκη G1242 verbond, testaments, verbonds covenant, testament 5 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 6 διαθησομαι G1303 opgericht, testamentmaker, testamentmakers appoint, make, testator 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οικω G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 9 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel 10 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 11 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 13 εκεινας G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 14 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 16 διδους G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 17 νομους G3551 wet, wetten, Wet law 18 μου G1473 mij, ik I, me 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 διανοιαν G1271 verstand, gedachten, verstands imagination, mind, understanding 22 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 25 καρδιας G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 26 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 27 επιγραψω G1924 geschreven, inschrijven, opschrift stond inscription, write in (over, thereon) 28 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 29 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 30 εσομαι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 31 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 32 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 33 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 34 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 35 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 36 εσονται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 37 μοι G1473 mij, ik I, me 38 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 39 λαον G2992 volk, volks, volke people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En zij zullen niet leren, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, zeggende: Ken de Heere; want zij zullen Mij allen kennen van den kleine onder hen tot den grote onder hen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En zij zullen niet lerenG1321, een iegelijkG1538 zijn naasteG4139, enG2532 een iegelijkG1538 zijn broederG80, zeggendeG3004: KenG1097 de HeereG2962; wantG3754 zij zullen MijG1473 allenG3956 kennenG1492 vanG575 den kleineG3398 onder henG846 tot den groteG3173 onder hen. En zij zullen niet leren, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, zeggende: Ken de Heere; want zij zullen Mij allen kennen van den kleine onder hen tot den grote onder hen.

KJV And1 they shall4 not teach every man5 his8 neighbour,7 and9 every man10 his13 brother,12 saying,14 Know15 the Lord:17 for18 all19 shall know20 me, from22 the least23 to25 the greatest.26

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 4 διδαξωσιν G1321 lerende, leerde, leren teach 5 εκαστος G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πλησιον G4139 naaste, nabij near, neighbour 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εκαστος G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αδελφον G80 broeders, broeder, broederen brother 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 γνωθι G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 κυριον G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 18 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 19 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 20 ειδησουσιν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 21 με G1473 mij, ik I, me 22 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 23 μικρου G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 24 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 26 μεγαλου G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 27 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Want Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn, en hun zonden en hun overtredingen zal Ik geenszins meer gedenken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 WantG3754 Ik zal hun ongerechtighedenG93 genadigG2436 zijnG1510, en hun zondenG266 enG2532 hun overtredingenG458 zal Ik geenszinsG3364 meer gedenkenG3415. Want Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn, en hun zonden en hun overtredingen zal Ik geenszins meer gedenken.

KJV For1 I will be merciful2 to their6 unrighteousness,5 and7 their10 sins9 and11 their14 iniquities13 will I remember no more.

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 ιλεως G2436 genadig be it far, merciful 3 εσομαι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αδικιαις G93 ongerechtigheid, onrechtvaardigen, onrechtvaardigheid iniquity, unjust, unrighteousness, wrong 6 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 αμαρτιων G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 10 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ανομιων G458 ongerechtigheid, ongerechtigheden, overtredingen iniquity, X transgress(-ion of) the law, unrighteousness 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 17 μνησθω G3403 Gedenkt, gedenkt be mindful, remember 18 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Als Hij zegt: Een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt; dat nu oud gemaakt is en verouderd, is nabij de verdwijning.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Als Hij zegtG3004: Een nieuwG2537 verbond, zo heeft Hij het eersteG4413 oudG3822 gemaakt; dat nuG1161 oudG3822 gemaakt is en verouderdG1095, is nabijG1451 de verdwijningG854. Als Hij zegt: Een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt; dat nu oud gemaakt is en verouderd, is nabij de verdwijning.

KJV In1 that he saith,3 A new4 covenant, he hath made5 the first7 old.10 Now9 that which decayeth and11 waxeth old12 is ready13 to vanish away.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 καινην G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new 5 πεπαλαιωκεν G3822 oud, verouden decay, make (wax) old 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πρωτην G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 παλαιουμενον G3822 oud, verouden decay, make (wax) old 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 γηρασκον G1095 oud, verouderd be (wax) old 13 εγγυς G1451 nabij, Nabij from , at hand, near, nigh (at hand, unto), ready 14 αφανισμου G854 verdwijning vanish away
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Hebreeën 8:1 Hebreeën 1:3 Hebreeën 2:17 Hebreeën 7:26 Kolossenzen 3:1 1 Kronieken 29:11 Openbaring 3:21 Hebreeën 10:12 Hebreeën 12:2
Hebreeën 8:2 Exodus 33:7 Hebreeën 10:21 Hebreeën 9:23 2 Korinthe 5:1 Exodus 28:1 Kolossenzen 2:11 Hebreeën 9:8 Hebreeën 11:10
Hebreeën 8:3 Hebreeën 5:1 Efeze 5:2 Hebreeën 9:14 Hebreeën 10:9 Hebreeën 7:27 Titus 2:14 Johannes 6:51
Hebreeën 8:4 Hebreeën 7:11 Hebreeën 5:1 Numeri 17:12 Hebreeën 11:4 Numeri 16:40 2 Kronieken 26:18 Numeri 18:5
Hebreeën 8:5 Exodus 25:40 Hebreeën 10:1 Kolossenzen 2:17 1 Kronieken 28:19 1 Kronieken 28:12 Hebreeën 12:25 Hebreeën 9:9 Handelingen 7:44
Hebreeën 8:6 Hebreeën 7:22 Hebreeën 12:24 2 Korinthe 3:6 Galaten 3:16 Lukas 22:20 Romeinen 9:4 Hebreeën 9:15 2 Petrus 1:4
Hebreeën 8:7 Hebreeën 7:11 Hebreeën 7:18 Hebreeën 8:6 Galaten 3:21
Hebreeën 8:8 Jeremia 31:31 2 Korinthe 3:6 Lukas 22:20 Hebreeën 10:16 Hebreeën 9:15 Hebreeën 12:24 Jeremia 32:40 Ezechiël 16:60
Hebreeën 8:9 Deuteronomium 5:2 Galaten 4:24 Jeremia 31:32 Hooglied 8:5 Ezechiël 20:37 Amos 5:22 Ezechiël 16:59 Psalmen 105:43
Hebreeën 8:10 Jeremia 31:33 2 Korinthe 3:3 Ezechiël 36:26 Ezechiël 11:19 Hebreeën 10:16 Deuteronomium 30:6 Romeinen 9:25 Jeremia 24:7
Hebreeën 8:11 Jesaja 54:13 Johannes 6:45 1 Johannes 2:27 Jeremia 31:34 Ezechiël 34:30 Handelingen 8:10 2 Koningen 17:27 2 Kronieken 30:22
Hebreeën 8:12 Romeinen 11:27 Jesaja 43:25 Jeremia 50:20 1 Johannes 1:7 Hebreeën 10:16 Micha 7:19 Handelingen 13:38 Jeremia 33:8
Hebreeën 8:13 2 Korinthe 5:17 Hebreeën 9:15 Hebreeën 7:11 Hebreeën 7:18 1 Korinthe 13:8 Mattheüs 24:35 Hebreeën 9:9 Jesaja 51:6
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Hebreeën 8 vers 1

hoofdsom nu der dingen, Of het hoofdstuk onder, of in de dingen; d.i., het voornaamste; want beide betekent het Griekse woord kephalaion.

Hertaald: hoofdsom nu der dingen, Of: het hoofdpunt onder of in de dingen; dat is: het belangrijkste. Want het Griekse woord kefalaion betekent beide.

aan de rechter[hand] Dat is, aan de rechterhand Gods die gezeten is op den troon zijner majesteit of heerlijkheid, in den derden of hoogsten hemel. Zie hiervoor Hebr. 1:3; Hand. 3:21.

Hertaald: aan de rechter[hand] Dat is: aan de rechterhand van God, Die op de troon van Zijn majesteit of heerlijkheid gezeten is, in de derde of hoogste hemel. Zie hiervoor Hebr. 1:3; Hand. 3:21.

Hebreeën 8 vers 2

des heiligdoms, Grieks der heilige; waardoor de hemel, van welken het heilige der heiligen een voorbeeld is geweest, gelijk hierna hfdst. 9:8, 12, verstaan wordt; hetwelk van het eerste deel des tabernakels hier wordt onderscheiden, waar de priesters alle dagen ingingen; maar de hogepriester ging maar eenmaal des jaars in het heiligdom of heilige der heiligen, gelijk in het begin van Heb 9 nader verklaard wordt.

Hertaald: des heiligdoms, Grieks: van de heilige dingen. Daarmee wordt de hemel bedoeld, waarvan het heilige der heiligen een voorbeeld geweest is, zoals hierna in hoofdstuk 9:8, 12. Dat wordt hier onderscheiden van het eerste deel van de tabernakel, waar de priesters alle dagen binnengingen; maar de hogepriester ging maar eenmaal per jaar in het heiligdom of het heilige der heiligen, zoals aan het begin van hoofdstuk 9 nader verklaard wordt.

des waren Het woord waren, wordt hier gesteld tegen de schaduwen, gelijk Joh. 1:17.

Hertaald: des waren Het woord ware wordt hier gesteld tegenover de schaduwen, zoals in Joh. 1:17.

tabernakels, Gelijk door het heilige der heiligen de hemel wordt afgebeeld, zo wordt door dezen tabernakel verstaan de menselijke natuur van Christus, die daarbij ook wordt vergeleken, Joh. 1:14, en Joh. 2:19 en Hebr. 9:11, en in welke de volheid der Godheid lichamelijk woont, als in zijn tempel of tabernakel, Kol. 2:9, die door kracht des Heiligen Geestes is ontvangen en door geen mens is opgericht, en door welker opoffering en bloed van Christus in het heilige der heiligen is ingegaan, hetwelk met vs.3 wel overeenkomt. Waarvan Christuts ook een bedienaar kan gezegd worden, omdat hij dezelve zijn menselijke natuur heeft geheiligd tot een bekwame offerande, om daarin de zonden zijns volks te verzoenen, en het werk onzer zaligheid te volbrengen. Zie Joh. 17:19, en hierna Hebr. 9:11, waar dit zo in het brede wordt verklaard.

Hertaald: tabernakels, Zoals door het heilige der heiligen de hemel wordt afgebeeld, zo wordt met deze tabernakel de menselijke natuur van Christus bedoeld, die daarmee ook vergeleken wordt, Joh. 1:14 en Joh. 2:19, en Hebr. 9:11. Daarin woont de volheid van de Godheid lichamelijk, als in Zijn tempel of tabernakel, Kol. 2:9; die is door de kracht van de Heilige Geest ontvangen en door geen mens opgericht, en door het opofferen daarvan en door Zijn bloed is Christus in het heilige der heiligen ingegaan, wat goed overeenkomt met vers 3. Van die tabernakel kan Christus ook een dienaar genoemd worden, omdat Hij Zijn menselijke natuur geheiligd heeft tot een geschikt offer, om daarin de zonden van Zijn volk te verzoenen en het werk van onze zaligheid te volbrengen. Zie Joh. 17:19 en hierna Hebr. 9:11, waar dit zo uitvoerig verklaard wordt.

Hebreeën 8 vers 3

Want een iegelijk hogepriester Dit woord want, geeft reden waarom hij in vs.2 gezegd heeft, dat Christus is een bedienaar van den waren tabernakel zijns lichaams, namelijk omdat hij als een hogepriester ook wat moest hebben dat hij zou offeren.

Hertaald: Want een iegelijk hogepriester Dit woord want geeft de reden waarom hij in vers 2 gezegd heeft dat Christus een dienaar van de ware tabernakel van Zijn lichaam is, namelijk omdat Hij als hogepriester ook iets moest hebben dat Hij zou offeren.

wat had, Namelijk zichzelf, of zijn eigen lichaam, gelijk hier voor hfdst. 7:27, en hierna hfdst. 9:14 wordt uitgedrukt.

Hertaald: wat had, Namelijk Zichzelf, of Zijn eigen lichaam, zoals hiervoor in hoofdstuk 7:27 en hierna in hoofdstuk 9:14 uitgedrukt wordt.

Hebreeën 8 vers 4

zo zou Hij zelfs geen priester zijn, Namelijk omdat hij nu alles op aarde volbracht had, wat van hem, als priester, op aarde moest geschieden. Derhalve, zo zou hij uitgediend hebben; maar hij moest nog het overige deel van zijn priesterambt in den hemel in het ware heilige der heiligen volbrengen.

Hertaald: zo zou Hij zelfs geen priester zijn, Namelijk omdat Hij nu alles op de aarde volbracht had wat door Hem als priester op de aarde moest gebeuren. Hij zou dus uitgediend hebben; maar Hij moest het overige deel van Zijn priesterambt nog in de hemel volbrengen, in het ware heilige der heiligen.

naar de wet gaven offeren; Dat is, behoorlijk en wettelijk. En in deze woorden is ook een reden begrepen, waarom Christus nu geen priester op aarde zou zijn, namelijk die wettelijk en volgens de ordinantie Gods het priesterschap hier bedienen zou, omdat de wet geen priester stelt dan uit den stam van Levi, en gene offeranden dan van ceremoniëele gaven, waarvan Christus geen bedienaar was gesteld, maar een bedienaar van hetgeen hierdoor was afgebeeld, gelijk vs.5 ook medebrengt.

Hertaald: naar de wet gaven offeren; Dat is: behoorlijk en wettig. In deze woorden is ook een reden begrepen waarom Christus nu geen priester op de aarde zou zijn die het priesterschap hier wettig en volgens de verordening van God zou bedienen. De wet stelt namelijk geen priester dan uit de stam van Levi, en geen offers dan van ceremoniële gaven. Daarvan was Christus geen dienaar gesteld, maar wel van wat daardoor afgebeeld werd, zoals vers 5 ook meebrengt.

Hebreeën 8 vers 5

der hemelse dingen dienen, Dat is, der dingen die van Christus ook in den hemel moesten bediend en volbracht worden, en die ons tot den ingang in den hemel nodig zijn.

Hertaald: der hemelse dingen dienen, Dat is: van de dingen die door Christus ook in de hemel bediend en volbracht moesten worden en die voor ons nodig zijn om in de hemel in te gaan.

de afbeelding, Of, voorschrift, voordruk, patroon, voorbeeld, waar men iets naar doet of bouwt.

Hertaald: de afbeelding, Of: voorschrift, ontwerp, model, voorbeeld waarnaar men iets maakt of bouwt.

die u Namelijk in een gezicht, of, op den berg, of veeleer in den geopenden hemel, gelijk hierna, Hebr. 9:23 verklaard wordt; want Mozes heeft op den berg zijnde, dit voorbeeld in den hemel zelf gezien.

Hertaald: die u Namelijk in een gezicht, of op de berg, of veeleer in de geopende hemel, zoals hierna in Hebr. 9:23 verklaard wordt. Want Mozes heeft, toen hij op de berg was, dit voorbeeld in de hemel zelf gezien.

op den berg getoond is Grieks in den berg; dat is, op den berg, namelijk Horeb.

Hertaald: op den berg getoond is Grieks: in de berg; dat is: op de berg, namelijk Horeb.

Hebreeën 8 vers 6

Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, Namelijk de Heere Jezus Christus.

Hertaald: Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, Namelijk de Heere Jezus Christus.

eens beteren verbonds Middelaar is, Namelijk van het verbond der wet, en der ceremoniën was.

Hertaald: eens beteren verbonds Middelaar is, Namelijk dan Hij van het verbond van de wet en van de ceremoniën was.

betere beloftenissen Namelijk die hierna, vs.10-12, worden uitgedrukt.

Hertaald: betere beloftenissen Namelijk de beloften die hierna in vers 10-12 uitgedrukt worden.

bevestigd is Grieks gewettelijkt is.

Hertaald: bevestigd is Grieks: wettelijk vastgesteld is.

Hebreeën 8 vers 7

onberispelijk geweest ware, Dat is, waar niets aan had ontbroken, of waar men niets meer in had kunnen vereisen. Want dat volmaakt is, heeft geen plaats te geven aan iets anders van gelijke gelegenheid. Want de wet van Mozes, waarvan de ceremoniën hier als een aanhangsel worden aangemerkt, was wel in zichzelf volmaakt, zo iemand die volmaakt had onderhouden; maar vanwege de onmacht der verdorvene natuur des mensen, die de wet niet kon wegnemen, kon zij niemand tot de zaligheid brengen; Rom. 8:3; Gal. 3:21. Daarom heeft God dit nieuwe verbond door Christus, in de plaats van het eerste, met den mens willen maken, opdat het gebrek van het eerste hierdoor zou worden verbeterd; van welk nieuw verbond de ceremoniën ook schaduwen en voorbeelden waren, Kol. 2:17; gelijk in Heb 9 zal worden aangewezen, en van hetwelk de oude vaders ook de beloften wel hadden ontvangen, Gal. 3:17, enz.; maar de volheid daarvan is ons door Christus geopenbaard, gelijk de apostel in het vervolg uit Jer 31 bewijst.

Hertaald: onberispelijk geweest ware, Dat is: waaraan niets ontbroken had, of waarin men niets meer had kunnen eisen. Want wat volmaakt is, geeft geen plaats aan iets anders van dezelfde aard. De wet van Mozes, waarvan de ceremoniën hier als een aanhangsel beschouwd worden, was in zichzelf wel volmaakt, als iemand die volmaakt had onderhouden; maar vanwege het onvermogen van de verdorven natuur van de mens, dat de wet niet kon wegnemen, kon zij niemand tot de zaligheid brengen; Rom. 8:3; Gal. 3:21. Daarom heeft God dit nieuwe verbond door Christus in de plaats van het eerste met de mens willen sluiten, opdat het gebrek van het eerste hierdoor verbeterd zou worden. Van dat nieuwe verbond waren de ceremoniën ook schaduwen en voorbeelden, Kol. 2:17, zoals in hoofdstuk 9 aangewezen zal worden; en de beloften daarvan hadden ook de oude vaders wel ontvangen, Gal. 3:17, enzovoort, maar de volheid daarvan is ons door Christus geopenbaard, zoals de apostel in het vervolg uit Jer. 31 bewijst.

Hebreeën 8 vers 8

[hen] Namelijk de Israëlieten; of hetzelve, namelijk verbond.

Hertaald: [hen] Namelijk de Israëlieten; of: het, namelijk het verbond.

berispende, Of het gebrek hun aanwijzende; of over hen klagende; dat is, de zwakheid, die door hun verdorvenheid in dit verbond was, aanwijzende en daarover klagende.

Hertaald: berispende, Of: hun het gebrek aanwijzend, of: over hen klagend; dat is: de zwakheid die door hun verdorvenheid in dit verbond was aanwijzend en daarover klagend.

de dagen komen, Namelijk ten tijde van den Messias.

Hertaald: de dagen komen, Namelijk in de tijd van de Messias.

over het huis Israëls, Hieronder worden ook alle uitverkorenen uit de heidenen verstaan, gelijk doorgaans bij de profeten is te zien, die door het geloof dezen olijfboom zouden worden ingelijfd. Zie Rom. 11:17, Rom. 11:25-26; Gal. 4:26, enz.

Hertaald: over het huis Israëls, Hieronder worden ook alle uitverkorenen uit de heidenen verstaan, zoals telkens bij de profeten te zien is; die zouden door het geloof in deze olijfboom ingeënt worden. Zie Rom. 11:17, Rom. 11:25-26; Gal. 4:26, enzovoort.

verbond Of testament.

Hertaald: verbond Of: testament.

oprichten; Grieks voleindigen. Zie de aantekeningen vs.10.

Hertaald: oprichten; Grieks: voleindigen. Zie de aantekeningen bij vers 10.

Hebreeën 8 vers 9

met hun vaderen gemaakt heb, Namelijk door Mozes in de woestijn.

Hertaald: met hun vaderen gemaakt heb, Namelijk gemaakt door Mozes in de woestijn.

op hen niet geacht, Of Ik heb hen niet geacht. Bij den profeet staat: zou Ik met hen in het huwelijk, of als ene heer gebleven zijn? hetwelk één zin met dezen woorden heeft. Doch de apostel heeft de Griekse overzetting willen behouden, omdat in de zaak geen verschil was.

Hertaald: op hen niet geacht, Of: Ik heb hen niet geacht. Bij de profeet staat: zou Ik met hen in het huwelijk, of als een heer, gebleven zijn? Dat heeft dezelfde betekenis als deze woorden. Maar de apostel heeft de Griekse vertaling willen aanhouden, omdat er in de zaak geen verschil was.

Hebreeën 8 vers 10

maken zal na die dagen, Dat is ten volle openbaren en door de gehele wereld verbreiden. Want de belofte van dit verbond was door de wet van Mozes niet teniet gedaan, Gal. 3:17; maar is eerst door Christus vervuld, ten volle geopenbaard, en in zijn volkomenheid opgericht.

Hertaald: maken zal na die dagen, Dat is: ten volle openbaren en door de hele wereld verbreiden. Want de belofte van dit verbond was door de wet van Mozes niet tenietgedaan, Gal. 3:17, maar zij is eerst door Christus vervuld, ten volle geopenbaard en in haar volkomenheid opgericht.

in hun verstand geven, Dat is, niet alleen in stenen tafelen of perkamenten. Zie 2 Kor. 3:3, enz.

Hertaald: in hun verstand geven, Dat is: niet alleen op stenen tafelen of op perkament. Zie 2 Kor. 3:3, enzovoort.

Hebreeën 8 vers 11

niet leren Namelijk met woorden of met schriften alleen, gelijk in het verbond der wet geschiedde, maar zij zullen vooral van God [namelijk door zijn Geest] geleerd zijn, gelijk Christus spreekt Joh. 6:45, Joh. 6:65, die nochtans met zijn eigen mond hun ook het Evangelie predikte en tot de kennis Gods vermaande. Dit wordt dan niet volkomen of geheel ontkend, maar bij vergelijking van de manier van onderwijzing, die in het Oude Testament geschiedde, gelijk zulke wijzen van spreken meermalen voorkomen. Zie voorbeelden daarvan Joh. 5:30, Joh. 5:45; 1 Thess. 4:9.

Hertaald: niet leren Namelijk niet leren met woorden of met geschriften alleen, zoals in het verbond van de wet gebeurde, maar zij zullen vooral door God, namelijk door Zijn Geest, geleerd zijn, zoals Christus zegt in Joh. 6:45, Joh. 6:65 — Die hun toch ook met Zijn eigen mond het Evangelie predikte en tot de kennis van God aanspoorde. Dit wordt dus niet volkomen of geheel ontkend, maar bij vergelijking met de manier van onderwijzen die in het Oude Testament gebeurde; zulke manieren van spreken komen meermalen voor. Zie voorbeelden daarvan in Joh. 5:30, Joh. 5:45; 1 Thess. 4:9.

allen kennen Namelijk die het van God zullen geleerd hebben, gelijk Christus getuigt in de voormelde plaats, Joh. 6:45. Want, dat hier alleen gesproken wordt van de zaligmakende kennis, en van het waarachtig geloof, blijkt uit vs.12, dewijl de zonden in het nieuwe verbond niemand worden vergeven dan door het waarachtig geloof, Rom. 3:30. Sommigen nemen dit van den stand van het toekomende leven, waar geen uitwendig onderwijs meer van node zal wezen, wanneer wij hem zullen zien van aangezicht tot aangezicht, 1 Kor. 13:11; 1 Joh. 3:2. Doch uit het gehele oogmerk van den apostel blijkt dat deze beloften alle uitverkorene gelovigen des Nieuwen Testaments ook in dit leven aangaan.

Hertaald: allen kennen Namelijk allen die het van God geleerd zullen hebben, zoals Christus betuigt in de eerder genoemde plaats, Joh. 6:45. Dat hier alleen gesproken wordt over de zaligmakende kennis en over het waarachtige geloof, blijkt uit vers 12, omdat de zonden in het nieuwe verbond aan niemand vergeven worden dan door het waarachtige geloof, Rom. 3:30. Sommigen vatten dit op als de staat van het toekomende leven, waar geen uiterlijk onderwijs meer nodig zal zijn, wanneer wij Hem van aangezicht tot aangezicht zullen zien, 1 Kor. 13:11; 1 Joh. 3:2. Maar uit het hele doel van de apostel blijkt dat deze beloften alle uitverkoren gelovigen van het Nieuwe Testament ook in dit leven aangaan.

Hebreeën 8 vers 12

geenszins meer gedenken Namelijk om die te straffen. Zo behoudt dan God in het nieuwe verbond geen straffen meer, wanneer Hij de zonde eens heeft vergeven, gelijk enigen drijven. Hoewel Hij de zijnen nog soms uit vaderlijke liefde kastijdt tot hun best. Zie Hebr. 12:6-7.

Hertaald: geenszins meer gedenken Namelijk om die te straffen. Zo houdt God in het nieuwe verbond dus geen straffen meer achter wanneer Hij de zonde eenmaal vergeven heeft, zoals sommigen beweren. Toch kastijdt Hij de Zijnen nog soms uit vaderlijke liefde, tot hun bestwil. Zie Hebr. 12:6-7.

Hebreeën 8 vers 13

Als Hij zegt Dusverre zijn verhaald de woorden van den profeet: nu spreekt wederom de apostel. Grieks in het zeggen.

Hertaald: Als Hij zegt Tot hiertoe zijn de woorden van de profeet aangehaald; nu spreekt de apostel weer. Grieks: in het zeggen.

oud gemaakt; Of doen verouden; dat is, verklaard oud te zijn.

Hertaald: oud gemaakt; Of: doen verouderen; dat is: verklaard oud te zijn.

de verdwijning Dat is, wegneming, zo dat het uit het midden is geweerd, en niet meer gebruikt wordt.

Hertaald: de verdwijning Dat is: wegneming, zo dat het uit het midden geweerd is en niet meer gebruikt wordt.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Middelaar van een beter verbond — 8:1-2, 6-13

Het verbond niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

De brief heeft het priesterschap van Melchizedek behandeld en vat nu samen. En om te laten zien dat er werkelijk iets nieuws is gekomen, wordt de langste aanhaling uit het Oude Testament in het hele Nieuwe Testament opgeschreven.

Er is een Hogepriester Die zit, en Hij bedient een verbond dat God Zelf beter genoemd heeft.

**De hoofdsom.** “dat wij hebben zodanigen Hogepriester, Die gezeten is aan de rechter hand van den troon der Majesteit in de hemelen.”

Dat woordje *gezeten* draagt het hele hoofdstuk. In de tabernakel stond geen stoel: het werk was nooit af. Deze zit.

En Hij heet: “Een Bedienaar des heiligdoms, en des waren tabernakels, welken de Heere heeft opgericht, en geen mens.”

**Het punt.** “En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is.” De kanttekening voegt erbij waarvan het beter is: van het verbond van de wet en de ceremoniën.

En de redenering is nuchter: was het eerste onberispelijk geweest, dan was er geen tweede gezocht. Dat er een nieuw beloofd werd, bewijst dat het oude niet het laatste woord was — en dat zegt God Zelf, bij monde van Jeremia.

**De aanhaling.** Wat volgt is Jeremia 31, vrijwel voluit, en het staat vol met *Ik zal*:

“Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.”

**Wat er anders is.** Bij de Sinaï stonden de wetten op steen, buiten de mens. Hier komen zij in het verstand en in het hart. Dat is niet een lichtere eis maar een andere plaats.

En het slot van de aanhaling is het zwaarste: “Want Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn, en hun zonden en hun overtredingen zal Ik geenszins meer gedenken.”

Op de grote verzoendag werd er juist elk jaar gedénkt: er was een gedachtenis der zonden, jaar op jaar. Hier staat het omgekeerde.

**Waar de verbondslijn hier uitkomt.** Zij begon bij Noach met een belofte, bij Abraham met een eed, bij de Sinaï met bloed, en bij David met een woord over zijn huis. Al die verbonden hadden een middelaar en een teken. Dit heeft er ook één — en de Middelaar is het teken.

  1. Exodus 24:8 — Bij de Sinaï wordt het verbond met bloed bezegeld.
  2. Exodus 25:40 — De tabernakel wordt gemaakt naar een voorbeeld dat getoond is.
  3. Jeremia 31:31 — God belooft een nieuw verbond, niet als het eerste.
  4. Hebreeën 8:1 — Deze Hogepriester is gezeten: het werk is af.
  5. Hebreeën 8:6 — Hij is Middelaar van een beter verbond.
  6. Hebreeën 8:12 — En hun zonden zal Ik geenszins meer gedenken.

In het Nieuwe Testament: Jeremia 31:31-34; Exodus 24:8; Hebreeën 10:3; Hebreeën 9:15; Exodus 25:40; Psalm 110:1

Hoever dit reikt: De brief haalt Jeremia 31 uitdrukkelijk aan; daarop rust het niveau. Wat het oude verbond precies omvat, verklaart de kanttekening als de wet en de ceremoniën. Hoe de belofte over het huis van Israël en het huis van Juda zich verhoudt tot de gemeente uit de heidenen, wordt hier niet uitgewerkt en verschillend uitgelegd.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Hebreeën 8

Hebreeën 8:7-9

KruisverwijzingenJeremia 31:31Hebreeën 7:11Deuteronomium 5:2Hebreeën 7:182 Korinthe 3:6Lukas 22:20Hebreeën 10:16Hebreeën 9:15
— Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest. Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israels, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten; Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt de Heere.

Zo is het oude verbond verdwenen, met al zijn voorbeelden, symbolen en offers. Zoals de morgennevel wegtrekt bij het opgaan van de zon, zoals de duisternis wijkt wanneer het licht schijnt, zo is het verbond der werken voor altijd heengegaan.

Hebreeën 8:10

KruisverwijzingenJeremia 31:332 Korinthe 3:3Ezechiël 36:26Ezechiël 11:19Hebreeën 10:16Deuteronomium 30:6Romeinen 9:25Jeremia 24:7
— Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israels maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.

Dit is meer dan de wet kennen: oneindig veel meer. De Heilige Geest doet mensen de wil van God liefhebben, doet hen zich verlustigen in alles waarin God Zich verlustigt, en verafschuwen wat de Heere verafschuwt. Terecht staat er in de tekst dat God dit zal doen, want een mens kan dit zeker niet voor zichzelf doen. De wet staat pas volledig in het hart geschreven, wanneer iemand haar goedkeurt, zich haar toe-eigent, en er met vreugde naar gehoorzaamt.

Hebreeën 8:12-13

Kruisverwijzingen2 Korinthe 5:17Romeinen 11:27Jesaja 43:25Jeremia 50:201 Johannes 1:7Hebreeën 10:16Micha 7:19Handelingen 13:38
— Want Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn, en hun zonden en hun overtredingen zal Ik geenszins meer gedenken. Als Hij zegt: Een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt; dat nu oud gemaakt is en verouderd, is nabij de verdwijning.

Dit is een wonder der wonderen: dat God zegt te zullen doen wat Hij, in zekere zin, niet kan doen. Gods vergeving van de zonde is zo volkomen, dat Hij haar Zelf beschrijft als niet meer gedenken van onze ongerechtigheid. De Heere kan, strikt genomen, niets vergeten. Maar Hij wil dat wij weten dat Zijn vergeving zo waarachtig en diep is, dat zij neerkomt op een volstrekte vergetelheid. Al het kwaad van hen die vergeving ontvangen hebben, is dan volledig vergeten. In zijn plaats staat nu het eeuwige verbond van Gods onverdiende barmhartigheid, voor de schuldigste en verdorvenste onder de zonen en dochteren van de mensen. Moge Hij ons genadig het voorrecht schenken deel te hebben aan dat verbond, om Zijns lieven Zoons wil. Amen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content