Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Hebreeën 1

1 God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 GodG2316, voortijdsG3819 veelmaalG4181 enG2532 op velerlei wijzeG4187, tot de vaderenG3962 gesprokenG2980 hebbende door de profetenG4396, heeft in deze laatsteG2078 dagenG2250 tot ons gesprokenG2980 door den ZoonG5207; God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon;

KJV God,6 who at sundry times1 and2 in divers manners3 spake7 in time past4 unto the fathers9 by10 the prophets,

1 πολυμερως G4181 veelmaal at sundry times 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 πολυτροπως G4187 velerlei wijze in divers manners 4 παλαι G3819 eertijds, lang, voortijds any while, a great while ago, (of) old, in time past 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 7 λαλησας G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 8 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πατρασιν G3962 Vader, vader, vaders father, parent 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 προφηταις G4396 profeten, profeet, Profeet prophet

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Welken Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welken Hij ook de wereld gemaakt heeft;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 WelkenG3739 Hij gesteldG5087 heeft totG1909 een ErfgenaamG2818 van allesG3956, door WelkenG3739 Hij ookG2532 de wereldG165 gemaaktG4160 heeft; Welken Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welken Hij ook de wereld gemaakt heeft;

KJV Hath6 in1 these last2 days4 spoken unto us by8 his Son,9 whom11 he hath appointed12 heir13 of all things,14 by15 whom16 also17 he made20 the worlds;

1 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 2 εσχατων G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 3 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ημερων G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 5 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 6 ελαλησεν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 7 ημιν G1473 mij, ik I, me 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 υιω G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 11 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 εθηκεν G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 13 κληρονομον G2818 erfgenaam, erfgenamen, Erfgenaam heir 14 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 15 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 16 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αιωνας G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 20 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Dewelke, alzo Hij isG1510 het AfschijnselG541 Zijner heerlijkheidG1391, enG2532 het uitgedrukte BeeldG5481 Zijner zelfstandigheidG5287, en alleG3956 dingen draagtG5342 door het woordG4487 Zijner krachtG1411, nadat HijG846 de reinigmakingG2512 onzer zondenG266 door ZichzelvenG1438 te weeg gebrachtG4160 heeft, is gezetenG2523 aan de rechterG1188 hand der MajesteitG3172 inG1722 de hoogsteG5308 hemelen; Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen;

KJV Who1 being the brightness3 of his glory,5 and6 the express image7 of his10 person,9 and12 upholding11 all things14 by the word16 of his19 power,18 when he had23 by20 himself21 purged22 our sins,25 sat down27 on28 the right hand29 of the Majesty31 on32 high;

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 ων G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 απαυγασμα G541 Afschijnsel brightness 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 δοξης G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 χαρακτηρ G5481 uitgedrukte Beeld express image 8 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 υποστασεως G5287 vasten grond, grond, vaste grond confidence, confident, person, substance 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 φερων G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 12 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 13 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ρηματι G4487 woorden, woord, Woord + evil, + nothing, saying, word 17 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 δυναμεως G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 19 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 21 εαυτου G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 22 καθαρισμον G2512 reiniging, reinigmaking cleansing, + purge, purification(-fying) 23 ποιησαμενος G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 24 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 αμαρτιων G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 26 ημων G1473 mij, ik I, me 27 εκαθισεν G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 28 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 29 δεξια G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 30 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 μεγαλωσυνης G3172 Majesteit, majesteit majesty 32 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 33 υψηλοις G5308 hogen, hoge, hoger high(-er, -ly) (esteemed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zoveel treffelijker geworden dan de engelen, als Hij uitnemender Naam boven hen geerfd heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 ZoveelG5118 treffelijkerG2909 gewordenG1096 dan de engelenG32, als Hij uitnemenderG1313 NaamG3686 boven henG846 geerfdG2816 heeft. Zoveel treffelijker geworden dan de engelen, als Hij uitnemender Naam boven hen geerfd heeft.

KJV Being made3 so much1 better than2 the angels,5 as6 he hath by inheritance obtained10 a more excellent7 name11 than8 they.

1 τοσουτω G5118 zoveel, zovele, langen as large, so great (long, many, much), these many 2 κρειττων G2909 beter, betere, beste best, better 3 γενομενος G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αγγελων G32 engel, engelen, engels angel, messenger 6 οσω G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 7 διαφορωτερον G1313 uitnemender, verscheidene differing, divers, more excellent 8 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 9 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 κεκληρονομηκεν G2816 beerven, beerft, beerve be heir, (obtain by) inherit(-ance) 11 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb ik u gegenereerd? En wederom: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WantG1063 tot wien van de engelenG32 heeft Hij ooitG4218 gezegdG2036: Gij zijtG1510 Mijn ZoonG5207, hedenG4594 heb ikG1473 uG4771 gegenereerdG1080? EnG2532 wederomG3825: IkG1473 zal HemG846 totG1519 een VaderG3962 zijn, enG2532 HijG846 zal MijG1473 totG1519 een ZoonG5207 zijn? Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb ik u gegenereerd? En wederom: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?

KJV For2 unto which1 of the angels6 said he at any time,4 Thou10 art my Son,7 this day12 have13 I8 begotten thee? And15 again,16 I11 will be to20 him19 a Father,21 and22 he23 shall be to26 me a Son?

1 τινι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 ποτε G4218 eertijds, tijd, ooit afore-(any, some-)time(-s), at length (the last), (+ n- )ever, in the old time, in time past, once, when 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αγγελων G32 engel, engelen, engels angel, messenger 7 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 8 μου G1473 mij, ik I, me 9 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 11 εγω G1473 mij, ik I, me 12 σημερον G4594 heden, Heden, huidigen this (to-)day 13 γεγεννηκα G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring 14 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 17 εγω G1473 mij, ik I, me 18 εσομαι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 21 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 25 μοι G1473 mij, ik I, me 26 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 27 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En als Hij wederom de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En als Hij wederomG3825 de EerstgeboreneG4416 inbrengtG1521 inG1519 de wereldG3625, zegtG3004 Hij: En dat alleG3956 engelenG32 GodsG2316 HemG846 aanbiddenG4352. En als Hij wederom de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden.

KJV And2 again,3 when1 he bringeth in4 the firstbegotten6 into7 the world,9 he saith,10 And11 let12 all14 the angels15 of God16 worship him.

1 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 4 εισαγαγη G1521 gebracht, brachten, bracht bring in(-to), (+ was to) lead into 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πρωτοτοκον G4416 Eerstgeborene, eerstgeboren, eerstgeborenen firstbegotten(-born) 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 οικουμενην G3625 wereld, aardbodem, aardrijk earth, world 10 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 προσκυνησατωσαν G4352 aanbidden, aanbaden, aanbad worship 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 15 αγγελοι G32 engel, engelen, engels angel, messenger 16 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En tot de engelen zegt Hij wel: Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaars een vlam des vuurs.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 EnG2532 totG4314 de engelenG32 zegtG3004 HijG846 wel: Die Zijn engelenG32 maaktG4160 geestenG4151, enG2532 Zijn dienaarsG3011 een vlamG5395 des vuursG4442. En tot de engelen zegt Hij wel: Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaars een vlam des vuurs.

KJV And1 of2 the angels5 he saith,6 Who maketh8 his11 angels10 spirits,12 and13 his16 ministers15 a flame18 of fire.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 3 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αγγελους G32 engel, engelen, engels angel, messenger 6 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ποιων G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αγγελους G32 engel, engelen, engels angel, messenger 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 πνευματα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 λειτουργους G3011 dienaars, Bedienaar, bedienaar minister(-ed) 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 πυρος G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 18 φλογα G5395 vlam, vlammend, vlammig flame(-ing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 MaarG1161 totG4314 den ZoonG5207 zegt Hij: Uw troonG2362, o GodG2316, is inG1519 alle eeuwigheidG165; de schepterG4464 Uws koninkrijksG932 is een rechteG2118 schepterG4464. Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter.

KJV But2 unto1 the Son4 he saith, Thy throne,6 O God,9 is for10 ever12 and ever:14 a sceptre15 of righteousness16 is the sceptre18 of thy kingdom.

1 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 θρονος G2362 troon, tronen, troons seat, throne 7 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αιωνα G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αιωνος G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 15 ραβδος G4464 staf, roede, schepter rod, sceptre, staff 16 ευθυτητος G2118 rechte righteousness 17 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ραβδος G4464 staf, roede, schepter rod, sceptre, staff 19 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 βασιλειας G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 21 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Gij hebt rechtvaardigheid liefgehad, en ongerechtigheid gehaat; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met olie der vreugde boven Uw medegenoten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 GijG4771 hebt rechtvaardigheidG1343 liefgehadG25, enG2532 ongerechtigheidG458 gehaatG3404; daarom heeft UG4771, o GodG2316! Uw GodG2316 gezalfdG5548 met olieG1637 der vreugdeG20 boven Uw medegenotenG3353. Gij hebt rechtvaardigheid liefgehad, en ongerechtigheid gehaat; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met olie der vreugde boven Uw medegenoten.

KJV Thou hast loved1 righteousness,2 and3 hated4 iniquity;5 therefore6 God,11 even thy God,13 hath anointed8 thee with the oil15 of gladness16 above17 thy fellows.

1 ηγαπησας G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 2 δικαιοσυνην G1343 rechtvaardigheid, gerechtigheid righteousness 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 εμισησας G3404 haat, gehaat, haten hate(-ful) 5 ανομιαν G458 ongerechtigheid, ongerechtigheden, overtredingen iniquity, X transgress(-ion of) the law, unrighteousness 6 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 εχρισεν G5548 gezalfd anoint 9 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 15 ελαιον G1637 olie oil 16 αγαλλιασεως G20 vreugde, verheuging gladness, (exceeding) joy 17 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 18 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 μετοχους G3353 deelachtig, medegenoten fellow, partaker, partner 20 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En: Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En: GijG4771, HeereG2962! hebt in den beginneG746 de aardeG1093 gegrondG2311, enG2532 de hemelenG3772 zijnG1510 werkenG2041 Uwer handenG5495; En: Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen;

KJV And,1 Thou,2 Lord,5 in3 the beginning4 hast laid the foundation8 of the earth;7 and9 the heavens16 are the works10 of thine hands:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 3 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 4 αρχας G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule 5 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 8 εθεμελιωσας G2311 gegrond, fondere, gefondeerd (lay the) found(- ation), ground, settle 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εργα G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 χειρων G5495 handen, hand hand 13 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 14 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ουρανοι G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Dezelve zullen vergaan, maar Gij blijft altijd, en zij zullen alle als een kleed verouden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Dezelve zullen vergaanG622, maarG1161 GijG4771 blijft altijdG1265, en zij zullen alleG3956 alsG5613 een kleedG2440 veroudenG3822; Dezelve zullen vergaan, maar Gij blijft altijd, en zij zullen alle als een kleed verouden;

KJV They1 shall perish;2 but4 thou3 remainest;5 and6 they all7 shall wax old10 as8 doth a garment;

1 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 2 απολουνται G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 3 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 4 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 5 διαμενεις G1265 altijd, bleef, verblijven continue, remain 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 8 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 9 ιματιον G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 10 παλαιωθησονται G3822 oud, verouden decay, make (wax) old
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En als een dekkleed zult Gij ze ineenrollen, en zij zullen veranderd worden; maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En als een dekkleedG4018 zult GijG4771 ze ineenrollenG1667, en zij zullen veranderdG236 worden; maarG1161 GijG4771 zijtG1510 Dezelfde, en Uw jarenG2094 zullen nietG3756 ophoudenG1587. En als een dekkleed zult Gij ze ineenrollen, en zij zullen veranderd worden; maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden.

KJV And1 as2 a vesture3 shalt thou fold4 them5 up, and6 they shall be changed:7 but9 thou8 art the same,11 and13 thy years15 shall18 not17 fail.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ωσει G5616 als, gelijk; ongeveer about, as (it had been, it were), like (as) 3 περιβολαιον G4018 dekkleed, deksel covering, vesture 4 ελιξεις G1667 ineenrollen fold up 5 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 αλλαγησονται G236 veranderd, veranderen change 8 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ετη G2094 jaren, jaar, lang year 16 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 17 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 18 εκλειψουσιν G1587 ontbreken, ophoude, ophouden fail
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En tot welken der engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG1161 totG4314 welken der engelenG32 heeft Hij ooitG4218 gezegdG2046: ZitG2521 aan Mijn rechterG1188 hand, totdat IkG1473 Uw vijandenG2190 zal gezetG5087 hebben tot een voetbankG5286 Uwer voetenG4228? En tot welken der engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten?

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV But3 to1 which2 of the angels5 said he6 at any time,7 Sit8 on9 my right hand,10 until13 I make14 thine enemies16 thy footstool?18

1 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 2 τινα G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αγγελων G32 engel, engelen, engels angel, messenger 6 ειρηκεν G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 7 ποτε G4218 eertijds, tijd, ooit afore-(any, some-)time(-s), at length (the last), (+ n- )ever, in the old time, in time past, once, when 8 καθου G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 9 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 10 δεξιων G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 11 μου G1473 mij, ik I, me 12 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 13 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 14 θω G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 15 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 εχθρους G2190 vijanden, vijand, vijandig enemy, foe 17 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 18 υποποδιον G5286 voetbank footstool 19 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ποδων G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 21 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beerven zullen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Zijn zij niet allenG3956 gedienstigeG3010 geestenG4151, die totG1519 dienstG1248 uitgezondenG649 worden, om dergenen wil, die de zaligheidG4991 beervenG2816 zullen? Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beerven zullen?

KJV Are they not1 all2 ministering4 spirits,5 sent forth8 to6 minister7 for9 them who shall11 be heirs of12 salvation?

1 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 2 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 3 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 λειτουργικα G3010 gedienstige ministering 5 πνευματα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 διακονιαν G1248 bediening, dienst, bedienen (ad-)minister(-ing, -tration, -try), office, relief, service(-ing) 8 αποστελλομενα G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 9 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 10 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μελλοντας G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 12 κληρονομειν G2816 beerven, beerft, beerve be heir, (obtain by) inherit(-ance) 13 σωτηριαν G4991 zaligheid, verlossing, behoudenis deliver, health, salvation, save, saving
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Hebreeën 1:1 2 Petrus 1:20 Joël 2:28 1 Petrus 1:10 Numeri 12:6 Lukas 24:27 Genesis 12:1 Lukas 1:72 Johannes 9:29
Hebreeën 1:2 1 Korinthe 8:6 Johannes 1:3 Mattheüs 28:18 Johannes 1:14 Johannes 3:16 1 Petrus 1:20 Johannes 1:17 Mattheüs 21:38
Hebreeën 1:3 2 Korinthe 4:4 Kolossenzen 1:15 Johannes 14:9 Johannes 1:14 Hebreeën 7:27 Judas 1:25 Markus 16:19 Hebreeën 12:2
Hebreeën 1:4 Efeze 1:21 Filippenzen 2:9 1 Petrus 3:22 Hebreeën 2:9 2 Thessalonicenzen 1:7 Hebreeën 1:9 Kolossenzen 2:10 Openbaring 5:11
Hebreeën 1:5 Psalmen 2:7 Hebreeën 5:5 Handelingen 13:33 1 Kronieken 22:10 2 Samuël 7:14 1 Kronieken 17:13 Psalmen 89:26 1 Kronieken 28:6
Hebreeën 1:6 Deuteronomium 32:43 Romeinen 8:29 Kolossenzen 1:18 Psalmen 97:7 Johannes 1:18 1 Johannes 4:9 Johannes 3:16 Johannes 1:14
Hebreeën 1:7 Psalmen 104:4 Hebreeën 1:14 Zacharia 6:5 2 Koningen 2:11 Ezechiël 1:13 Jesaja 6:2 Daniël 7:10 2 Koningen 6:17
Hebreeën 1:8 Psalmen 45:6 Jeremia 23:5 Johannes 20:28 Zacharia 9:9 Romeinen 9:5 Titus 2:13 Johannes 10:30 1 Johannes 5:20
Hebreeën 1:9 Jesaja 61:3 Psalmen 45:7 Jesaja 61:1 Psalmen 23:5 Galaten 5:22 Amos 5:15 Romeinen 15:13 Lukas 4:18
Hebreeën 1:10 Psalmen 102:25 Genesis 1:1 Jesaja 64:8 Zacharia 12:1 Jesaja 48:13 Spreuken 8:29 Jeremia 32:17 Openbaring 3:14
Hebreeën 1:11 Jesaja 51:6 Jesaja 34:4 Openbaring 1:17 Jesaja 65:17 Jesaja 44:6 Hebreeën 12:27 Jesaja 50:9 Openbaring 1:11
Hebreeën 1:12 Psalmen 102:26 Hebreeën 13:8 Exodus 3:14 Jakobus 1:17 Psalmen 90:4
Hebreeën 1:13 Psalmen 110:1 Mattheüs 22:44 1 Korinthe 15:25 Hebreeën 1:3 Jesaja 63:3 Markus 12:36 Handelingen 2:34 Openbaring 19:11
Hebreeën 1:14 Psalmen 34:7 Psalmen 103:20 Handelingen 5:19 Daniël 3:28 Handelingen 27:23 Mattheüs 18:10 Lukas 16:22 Daniël 6:22
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Hebreeën 1 vers 1

God, Namelijk de Vader, gelijk blijkt uit de naam Zoon, die in het einde van het vers wordt uitgedrukt.

Hertaald: God, Namelijk God de Vader, zoals blijkt uit de naam Zoon, die aan het einde van het vers uitgedrukt wordt.

voortijds Namelijk in den tijden des Oude Testaments.

Hertaald: voortijds Namelijk in de tijden van het Oude Testament.

veelmaal en Dat is, op menigerlei stonden en gelegenheden. Grieks in vele gedeelten.

Hertaald: veelmaal en Dat is: op velerlei tijden en gelegenheden. Grieks: in veel gedeelten.

op velerlei wijze Namelijk door aanspraken, dromen, gezichten, verschijningen. zie Num. 12:6.

Hertaald: op velerlei wijze Namelijk door aanspraken, dromen, gezichten en verschijningen. Zie Num. 12:6.

deze laatste Alzo noemt de apostel den tijd des Nieuwe Testaments, omdat daaronder geen verandering meer in het leren is te verwachten, maar alles zo moet blijven, zonder toe of afdoen, gelijk het van Christus is geleerd en geordineerd tot den laatsten dag; zie ook Joël 2:28; Hand. 2:17.

Hertaald: deze laatste Zo noemt de apostel de tijd van het Nieuwe Testament, omdat daarin geen verandering in de leer meer te verwachten is, maar alles zo moet blijven tot de laatste dag, zonder toe- of afdoen, zoals het door Christus geleerd en verordend is; zie ook Joël 2:28; Hand. 2:17.

ons gesproken Namelijk apostelen en andere Hebreën, die het woord uit Zijn mond hebben gehoord en door wie het door de gehele wereld is verbreid.

Hertaald: ons gesproken Namelijk tot ons apostelen en andere Hebreeën, die het Woord uit Zijn mond gehoord hebben en door wie het over de hele wereld verbreid is.

door den Zoon; Grieks in den Zoon; dat is, den eigen en eniggeboren Zoon des Vaders, in het vlees geopenbaard, Joh. 1:14; want anderszins waren ook de profeten kinderen Gods, en zijn het ook alle gelovigen; Joh. 1:12; 1 Joh. 3:1.

Hertaald: door den Zoon; Grieks: in de Zoon; dat is: door Zijn eigen en eniggeboren Zoon, in het vlees geopenbaard, Joh. 1:14. Want overigens waren ook de profeten kinderen van God, en dat zijn alle gelovigen ook; Joh. 1:12; 1 Joh. 3:1.

Hebreeën 1 vers 2

gesteld heeft Dit recht van Heere en bezitter van alles te zijn, heeft de Zoon Gods, niet alleen doordien Hij alles heeft geschapen, zoals de volgende woorden medebrengen, maar is ook tot een erfgenaam van alles gesteld, doordien Hij van den Vader van eeuwigheid tot een middelaar is uitverkoren, 1 Petr. 1:20, en van dezen in de wereld is gebracht, als Hij Hem de menselijke natuur heeft laten aannemen; Luc. 1:32, en Luc. 2:11; vs.6; en eindelijk als Hij Hem, het werk onzer verlossing volvoerd hebbende, tot Zijn rechterhand heeft verheven; Ef. 1:21-22; Fil. 2:9-11.

Hertaald: gesteld heeft Dit recht om Heere en bezitter van alles te zijn heeft de Zoon van God niet alleen omdat Hij alles geschapen heeft, zoals de volgende woorden meebrengen. Hij is ook tot erfgenaam van alles gesteld omdat Hij door de Vader van eeuwigheid tot Middelaar uitverkoren is, 1 Petr. 1:20, en door Hem in de wereld gebracht is toen Hij Hem de menselijke natuur liet aannemen; Luk. 1:32 en Luk. 2:11; vers 6. En ten slotte omdat Hij Hem, nadat Hij het werk van onze verlossing volbracht had, tot Zijn rechterhand verhoogd heeft; Ef. 1:21-22; Filipp. 2:9-11.

de wereld Grieks de eeuwen; zoals Hebr. 11:3. Dat is, de wereld met alles wat daarin is, Joh. 1:3; Kol. 1:16. Hetwelk de apostel bij het voorgaande voegt als de eerste reden, waarom Hem de Vader tot een erfgenaam en een Heere van alles heeft gesteld, namelijk daar Hij alles door Hem heeft geschapen, waarop de andere redenen in vs.3 volgen, genomen van de heerlijkheid Zijns persoons en evengelijkheid met den Vader, en van de onderhouding aller dingen.

Hertaald: de wereld Grieks: de eeuwen, zoals in Hebr. 11:3. Dat is: de wereld met alles wat daarin is, Joh. 1:3; Kol. 1:16. Dat voegt de apostel bij het voorgaande als de eerste reden waarom de Vader Hem tot erfgenaam en Heere van alles gesteld heeft, namelijk omdat Hij alles door Hem geschapen heeft. Daarop volgen in vers 3 de andere redenen, genomen van de heerlijkheid van Zijn Persoon en Zijn gelijkheid met de Vader, en van het onderhouden van alle dingen.

Hebreeën 1 vers 3

het Afschijnsel Namelijk in wien de gehele heerlijkheid des Vaders, dat is Zijn Goddelijk wezenen Goddelijke eigenschappen, volkomen zijn, en als in een uitgedrukt beeld voor ogen gesteld worden. Hetwelk enigen verstaan van Christus naar Zijn menselijke natuur, waarin Hij door Zijn leer, werken en wonderdaden, de wijsheid, rechtvaardigheid, almachtigheid en grondeloze barmhartigheid Gods ons ten volle heeft geopenbaard, zoals Joh. 1:14, Joh. 1:18, en Joh. 14:9-11, ook wordt aangewezen. Doch waar deze titels hier den Zoon Gods worden gegeven als Schepper en Onderhouder aller dingen, hetwelk Hem naar Zijn Goddelijke natuur alleen toekomt, zo moeten deze twee titels van Christus verstaan worden voorzover Hij de eeuwige Zoon Gods is, en een licht van het eeuwige licht, van één wezen en heerlijkheid met den Vader, nochtans van de zelfstandigheid des Vaders onderscheiden, door wien de Vader Zijn werkingen uitvoert, en eigenschappen betoont, zoals de zon door haar licht de hare.

Hertaald: het Afschijnsel Namelijk Hij in Wie de hele heerlijkheid van de Vader — dat is: Zijn goddelijke wezen en Zijn goddelijke eigenschappen — volkomen aanwezig is en als in een uitgedrukt beeld voor onze ogen gesteld wordt. Sommigen verstaan dat van Christus naar Zijn menselijke natuur, waarin Hij door Zijn leer, Zijn werken en Zijn wonderdaden de wijsheid, de rechtvaardigheid, de almacht en de grondeloze barmhartigheid van God ons ten volle geopenbaard heeft, zoals ook in Joh. 1:14, Joh. 1:18 en Joh. 14:9-11 aangewezen wordt. Maar omdat deze aanduidingen hier aan de Zoon van God gegeven worden als de Schepper en Onderhouder van alle dingen, wat Hem alleen naar Zijn goddelijke natuur toekomt, moeten deze twee aanduidingen van Christus verstaan worden voor zover Hij de eeuwige Zoon van God is: een licht van het eeuwige licht, één van wezen en heerlijkheid met de Vader en toch onderscheiden van de zelfstandigheid van de Vader. Door Hem voert de Vader Zijn werkingen uit en betoont Hij Zijn eigenschappen, zoals de zon dat door haar licht doet.

het uitgedrukte Of afdruksel. Omdat de persoon des Zoons den persoon des Vaders volkomenlijk afbeeldt, gelijk een afdruk van het zegel. Waarom Hij ook het beeld des onzienlijken Gods wordt genoemd; Kol. 1:15.

Hertaald: het uitgedrukte Of: afdruksel. Dat is omdat de Persoon van de Zoon de Persoon van de Vader volkomen weergeeft, zoals een afdruk van het zegel. Daarom wordt Hij ook het beeld van de onzienlijke God genoemd; Kol. 1:15.

Zijner zelfstandigheid, Grieks hypostaseos; dat is, der zelfstandigheid, of persoon, waardoor de persoon des Vaders wordt verstaan, voorzover Hij van den Zoon is onderscheiden, en van Zichzelf en in Zichzelf bestaat, en als een oorsprong is van den persoon des Zoons, door ene eeuwige en onuitsprekelijke generatie (voortbrenging). Zie Spr. 8:22, enz.; Mi. 5:1; Joh. 1:14, Joh. 1:18.

Hertaald: Zijner zelfstandigheid, Grieks: hypostaseōs; dat is: van de zelfstandigheid, of van de Persoon. Daarmee wordt de Persoon van de Vader bedoeld, voor zover Hij van de Zoon onderscheiden is, uit Zichzelf en in Zichzelf bestaat, en als een oorsprong van de Persoon van de Zoon is door een eeuwige en onuitsprekelijke voortbrenging. Zie Spr. 8:22, enzovoort; Micha 5:1; Joh. 1:14, Joh. 1:18.

draagt Dat is, ondersteunt of onderhoudt of doet bestaan; Kol. 1:17.

Hertaald: draagt Dat is: ondersteunt, of onderhoudt, of doet bestaan; Kol. 1:17.

door het woord Dat is, door Zijn almachtigen wil of bevel; Ps. 33:9.

Hertaald: door het woord Dat is: door Zijn almachtige wil of bevel; Ps. 33:9.

nadat Hij Dit is een nieuwe reden, waarom de Zoon Gods tot een erfgenaam en Heere van alles is gesteld, namelijk omdat Hij de reinigmaking onzer zonden heeft teweeggebracht, toen Hij het vlees heeft aangenomen, en zichzelf door den eeuwigen Geest Zijn Vader als onzen enigen hogepriester onstraffelijk heeft opgeofferd, en daarvoor ter rechterhand Gods, als onze eeuwige Koning, is gesteld, waarover in het volgende hfdst.2 en hfdst.5 breder zal worden gehandeld.

Hertaald: nadat Hij Dit is een nieuwe reden waarom de Zoon van God tot erfgenaam en Heere van alles gesteld is, namelijk omdat Hij de reiniging van onze zonden tot stand gebracht heeft. Dat deed Hij toen Hij het vlees aannam en Zichzelf door de eeuwige Geest als onze enige Hogepriester onberispelijk aan Zijn Vader opofferde; en daarvoor is Hij aan de rechterhand van God gesteld als onze eeuwige Koning. Daarover zal in de volgende hoofdstukken 2 en 5 uitvoeriger gehandeld worden.

is gezeten Hiervan zie de verklaringen op Ef. 1:20; 1 Kor. 15:25, en elders.

Hertaald: is gezeten Zie hierover de verklaringen bij Ef. 1:20; 1 Kor. 15:25, en elders.

Hebreeën 1 vers 4

als Hij Grieks verschilliger, of, verscheidener naam; dat is, waardiger, of uitnemender. Zie hierna Hebr. 8:6; welke naam is de naam van Zoon, gelijk vs.5 bewijst.

Hertaald: als Hij Grieks: een meer onderscheiden, of: een meer verschillende naam; dat is: een waardiger of uitnemender naam. Zie hierna Hebr. 8:6. Die naam is de naam van Zoon, zoals vers 5 bewijst.

geërfd heeft Namelijk naar Zijn Goddelijke natuur, door Zijn eeuwige geboorte van den Vader, met welke de menselijke natuur in enigheid des persoons is verenigd. Want Christus is maar één Zoon, in welken deze twee naturen bestaan.

Hertaald: geërfd heeft Namelijk geërfd naar Zijn goddelijke natuur, door Zijn eeuwige geboorte uit de Vader, waarmee de menselijke natuur in de eenheid van de Persoon verenigd is. Want Christus is maar één Zoon, in Wie deze twee naturen bestaan.

Hebreeën 1 vers 5

Gij zijt Mijn Zoon, Namelijk eigen en natuurlijke Zoon; want anderszins zijn ook de engelen kinderen Gods, ten opzichte dat zij door God en naar Zijn evenbeeld zijn geschapen, en tot kinderen aangenomen. Zie Job 1:6; Ps. 89:7.

Hertaald: Gij zijt Mijn Zoon, Namelijk Zijn eigen en natuurlijke Zoon. Want overigens zijn ook de engelen kinderen van God, met het oog daarop dat zij door God en naar Zijn evenbeeld geschapen en tot kinderen aangenomen zijn. Zie Job 1:6; Ps. 89:7.

heden heb ik u Dat is, van eeuwigheid, welke heden genoemd wordt, omdat in de eeuwigheid noch begin is noch einde, maar ene gedurigheid die altijd tegenwoordig is. Anderen verstaan het van den tijd waarin deze eeuwige geboorte in de wereld is geopenbaard.

Hertaald: heden heb ik u Dat is: van eeuwigheid. Die wordt heden genoemd, omdat er in de eeuwigheid geen begin en geen einde is, maar een voortduring die altijd tegenwoordig is. Anderen verstaan het van de tijd waarin deze eeuwige geboorte in de wereld geopenbaard is.

gegenereerd Of geteeld, gewonnen, geboren; namelijk door een eeuwige, bovennatuurlijke en onbegrijpelijke generatie. Want Hij spreekt van zulk een geboorte, op welke wijze geen engelen noch mensen zijn geboren, maar alleen de Zoon. Waarom Hij ook de eniggeborene van den Vader genoemd wordt, Joh. 1:18; en de eigen Zoon Gods, Rom. 8:32. Deze plaats wordt ook Hand. 13:33, op Zijn opstanding uit de doden toegepast, omdat Hij toen krachtig is bewezen de Zoon Gods te zijn, gelijk Paulus spreekt Rom. 1:4.

Hertaald: gegenereerd Of: geteeld, gewonnen, geboren; namelijk door een eeuwige, bovennatuurlijke en onbegrijpelijke voortbrenging. Want Hij spreekt over zulk een geboorte als waarop geen engelen en geen mensen geboren zijn, maar alleen de Zoon. Daarom wordt Hij ook de Eniggeborene van de Vader genoemd, Joh. 1:18, en de eigen Zoon van God, Rom. 8:32. Deze plaats wordt in Hand. 13:33 ook op Zijn opstanding uit de doden toegepast, omdat Hij toen krachtig bewezen is de Zoon van God te zijn, zoals Paulus zegt in Rom. 1:4.

Ik zal Hem tot een Vader zijn, Deze woorden worden wel van Salomo als een voorbeeld van Christus, die den tempel te Jeruzalem zou bouwen, uitgesproken, maar van Christus Jezus, als de betekenende zaak, vooral verstaan, die den geestelijken tempel, dat is de gemeente Gods, alleen heeft gebouwd, en een Heere daarvan is, gelijk de apostel hierna, hfdst. 3,4, 5, 6, betuigt en die alleen een koninkrijk zonder einde heeft, gelijk de engel verklaart; Luc. 1:32-33.

Hertaald: Ik zal Hem tot een Vader zijn, Deze woorden zijn wel over Salomo gesproken als een voorbeeld van Christus, omdat hij de tempel in Jeruzalem zou bouwen, maar zij moeten vooral van Christus Jezus verstaan worden als de zaak die daarmee aangeduid wordt. Hij heeft als enige de geestelijke tempel, dat is: de gemeente van God, gebouwd en Hij is daarvan de Heere, zoals de apostel hierna in de hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 betuigt; en Hij heeft als enige een koninkrijk zonder einde, zoals de engel verklaart; Luk. 1:32-33.

Hebreeën 1 vers 6

inbrengt in de wereld, Namelijk in den Psa 97, waar een beschrijving is van de komst des Heeren in de wereld, om een nieuw koninkrijk op te richten; hetwelk is vervuld toen Christus mens is geworden en onder ons heeft gewoond, vol genade en heerlijkheid, Joh. 1:14, toen ook de menigte der hemelse heirscharen Hem hebben aangebeden, en Zijn naam groot gemaakt; Luc. 2:13, enz.

Hertaald: inbrengt in de wereld, Namelijk in Psalm 97, waar een beschrijving staat van de komst van de Heere in de wereld om een nieuw koninkrijk op te richten. Dat is vervuld toen Christus mens geworden is en onder ons gewoond heeft, vol van genade en heerlijkheid, Joh. 1:14; toen heeft ook de menigte van de hemelse legermachten Hem aangebeden en Zijn naam grootgemaakt; Luk. 2:13, enzovoort.

Hebreeën 1 vers 7

tot de engelen Of van de engelen, naar een Hebreeuwse wijze van spreken. Zie Gen. 20:2; Jes. 41:7.

Hertaald: tot de engelen Of: van de engelen, naar een Hebreeuwse manier van spreken. Zie Gen. 20:2; Jes. 41:7.

maakt geesten, Dat is, als geesten of winden om Hem snel te gehoorzamen.

Hertaald: maakt geesten, Dat is: als geesten of winden, om Hem snel te gehoorzamen.

een vlam des vuurs Dat is, gelijk een vlam des vuurs, om als een vuur en bliksem Zijn bevelen krachtig uit te voeren.

Hertaald: een vlam des vuurs Dat is: als een vuurvlam, om als een vuur en een bliksem Zijn bevelen krachtig uit te voeren.

Hebreeën 1 vers 8

tot den Zoon Of van den Zoon, gelijk vs.7.

Hertaald: tot den Zoon Of: van de Zoon, zoals in vers 7.

troon, o God, Deze woorden in Psa 45, moeten noodzakelijk van Christus, den waren bruidegom en koning Zijner gemeente, verstaan worden. Want dat de Joden nu zeggen, dat zij van Salomo moeten verstaan worden, is ongerijmd, daar Salomo nergens God wordt genoemd, noch zijn troon eeuwig is geweest, maar alleen veertig jaren geduurd heeft, en zijn scepter, en zijner nakomelingen scepter is niet altijd geweest een scepter der gerechtigheid, dewijl er vele gebreken en ongerechtigheden in zijn en zijner nakomelingen regering zijn geweest, zoals de boeken der Koningen betuigen. En het is niet waarschijnlijk, dat het huwelijk van Salomo met de dochter van Faraö gedurig in de gemeente Gods zou moeten geprezen en gezongen worden, gelijk het opschrift van Ps. 45:1, meebrengt. Hetwelk zo klaar is, dat zelfs de Joodse rabbijnen erkennen, dat deze psalm van den Messias moet verstaan worden. Doch de autoriteit van den apostel is hierin genoeg en boven alle tegenspraak. Door den troon wordt de heerlijkheid, en door den scepter de kracht dezer regering verstaan.

Hertaald: troon, o God, Deze woorden in Psalm 45 moeten noodzakelijk van Christus verstaan worden, de ware Bruidegom en Koning van Zijn gemeente. Want dat de Joden nu zeggen dat zij van Salomo verstaan moeten worden, is ongerijmd. Salomo wordt nergens God genoemd, zijn troon is niet eeuwig geweest maar heeft slechts veertig jaar geduurd, en zijn scepter en die van zijn nakomelingen is niet altijd een scepter van gerechtigheid geweest, omdat er in zijn regering en die van zijn nakomelingen veel gebreken en ongerechtigheden geweest zijn, zoals de boeken van de Koningen betuigen. En het is niet aannemelijk dat het huwelijk van Salomo met de dochter van Farao voortdurend in de gemeente van God geprezen en gezongen zou moeten worden, zoals het opschrift van Ps. 45:1 meebrengt. Dat is zo duidelijk dat zelfs de Joodse rabbijnen erkennen dat deze psalm van de Messias verstaan moet worden. Maar het gezag van de apostel is hierin voldoende en staat boven alle tegenspraak. Met de troon wordt de heerlijkheid en met de scepter de kracht van deze regering bedoeld.

een rechte schepter Dat is, een scepter des rechts, of der rechtheid, dat is, waar geen kromheid noch onrecht plaats heeft.

Hertaald: een rechte schepter Dat is: een scepter van het recht, of van de rechtheid, dat is: waar geen kromheid en geen onrecht plaats heeft.

Hebreeën 1 vers 9

Uw God Zie de aantekeningen Joh. 20:17.

Hertaald: Uw God Zie de aantekeningen bij Joh. 20:17.

gezalfd Namelijk met den Heiligen Geest, dien Hij in Zijn menselijke natuur ontvangen heeft zonder mate; Joh. 3:34.

Hertaald: gezalfd Namelijk gezalfd met de Heilige Geest, Die Hij in Zijn menselijke natuur zonder mate ontvangen heeft; Joh. 3:34.

met olie der vreugde Zo worden de gaven des Heiligen Geestes genoemd, omdat zij het hart der mensen wakker en verheugd maken in God en tot hun beroep vaardig en gewillig; Hand. 10:38.

Hertaald: met olie der vreugde Zo worden de gaven van de Heilige Geest genoemd, omdat zij het hart van de mensen wakker en verheugd maken in God en bereid en gewillig tot hun roeping; Hand. 10:38.

medegenoten Dat is, uwe broeders, of andere kinderen Gods, waarvan Christus is de eerstgeborene. Want al de leden van het lichaam van Christus, dat is van Zijne gemeente, zijn eenzelfde Geest met Christus deelachtig, zo nochtans dat de volheid der gaven in Christus het hoofd is, maar in de andere leden naar de mate der gave van Christus. Zie Joh. 1:16; Ef. 4:7.

Hertaald: medegenoten Dat is: Uw broeders, of de andere kinderen van God, van wie Christus de Eerstgeborene is. Want al de leden van het lichaam van Christus, dat is: van Zijn gemeente, hebben deel aan dezelfde Geest als Christus; en dat toch zo, dat de volheid van de gaven in Christus, het Hoofd, is, maar in de andere leden naar de mate van de gave van Christus. Zie Joh. 1:16; Ef. 4:7.

Hebreeën 1 vers 10

En Gij, Heere! Namelijk tot of van den Zoon zegt Hij gelijk vs.8, welke woorden de apostel hier getuigt dat van den Zoon Gods gezegd zijn, gelijk ook het doel van den psalm aanwijst, daar hij daar van de wederoprichting van het koninkrijk Gods spreekt en van de verbreiding daarvan onder de heidenen, hetwelk beide door Christus is geschied; Ps. 102:14, enz.

Hertaald: En Namelijk tot of van de Zoon zegt Hij dit, zoals in vers 8. De apostel betuigt hier dat deze woorden van de Zoon van God gezegd zijn, zoals ook het doel van de psalm aanwijst, omdat die daar spreekt over de wederoprichting van het Koninkrijk van God en over de verbreiding daarvan onder de heidenen; beide is door Christus gebeurd; Ps. 102:14, enzovoort.

in den beginne Namelijk der schepping van alle dingen; gelijk Gen. 1:1; Joh. 1:1.

Hertaald: in den beginne Namelijk in het begin van de schepping van alle dingen, zoals in Gen. 1:1; Joh. 1:1.

Hebreeën 1 vers 11

Gij blijft altijd, Namelijk van eeuwigheid tot eeuwigheid, zonder verandering; gelijk ook van Christus getuigd wordt, Openb. 1:8, en Openb. 22:13. Zie ook Hebr. 13:8.

Hertaald: Gij blijft altijd, Namelijk van eeuwigheid tot eeuwigheid, zonder verandering, zoals ook van Christus betuigd wordt, Openb. 1:8 en Openb. 22:13. Zie ook Hebr. 13:8.

Hebreeën 1 vers 12

een dekkleed Namelijk dat ergens over wordt gelegd om iets te dekken en te bewaren tegen regen, wind en hitte; hetwelk als het genoeg gebruikt is pleegt opgerold en ter zijde gelegd te worden.

Hertaald: een dekkleed Namelijk een kleed dat ergens over gelegd wordt om iets te bedekken en te bewaren tegen regen, wind en hitte; wanneer het genoeg gebruikt is, wordt het gewoonlijk opgerold en terzijde gelegd.

veranderd worden; Zie 2 Petr. 3:10.

Hertaald: veranderd worden; Zie 2 Petr. 3:10.

Hebreeën 1 vers 13

Zit aan Mijn rechter-[hand], Zie hiervan vs.3 en de aantekeningen 1 Kor. 15:24-25.

Hertaald: Zit aan Mijn rechter-[hand], Zie hierover vers 3 en de aantekeningen bij 1 Kor. 15:24-25.

Hebreeën 1 vers 14

gedienstige geesten, Of bedienende; dat is die altijd Gode ten dienste zijn, of om te dienen voor Hem gereed staan. Zie Jes. 6:2; Ezech. 10:8; Dan. 7:10; Zach. 1:8; Openb. 5:11, enz.

Hertaald: gedienstige geesten, Of: bedienende; dat is: geesten die God altijd ten dienste staan, of die gereedstaan om voor Hem te dienen. Zie Jes. 6:2; Ezech. 10:8; Dan. 7:10; Zach. 1:8; Openb. 5:11, enzovoort.

uitgezonden worden, Namelijk van God en van Christus Jezus zelf, Openb. 1:1, enz. Er wordt dan hier niemand van de engelen uitgezonderd, die ten dienste der gelovigen door God niet worden uitgezonden, gelijk sommigen menen.

Hertaald: uitgezonden worden, Namelijk uitgezonden door God en door Christus Jezus Zelf, Openb. 1:1, enzovoort. Er wordt hier dus geen enkele engel uitgezonderd die door God niet ten dienste van de gelovigen uitgezonden wordt, zoals sommigen menen.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus meerder dan de engelen  — De openingsargumentatie van de Hebreeënbrief: Christus is "zoveel treffelijker geworden dan de engelen, als Hij uitnemender Naam boven hen geërfd heeft" (Hebr. 1:4), onderbouwd met een reeks oudtestamentische aanhalingen die alleen op de Zoon, nooit op een engel, van toepassing zijn

Na de opening dat God in deze laatste dagen tot ons gesproken heeft "Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht" (Hebr. 1:3). En van diezelfde Zoon staat er dat Hij, na de reinigmaking van de zonden, "is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen" (Hebr. 1:2-3), stelt de schrijver de vraag: "tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd?" (Hebr. 1:5, Ps. 2:7). De engelen worden geroepen om de Eerstgeborene te aanbidden (Hebr. 1:6), zijn zelf slechts "gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden" (Hebr. 1:14), terwijl van de Zoon gezegd wordt: "Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid" (Hebr. 1:8) en "Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten" (Hebr. 1:13).

Bijbelse betekenis: De vergelijking is geen wedstrijd tussen gelijksoortige wezens: engelen zijn geschapen dienaren, de Zoon is de eeuwige, aanbeden God, met een Naam en een troon die geen engel ooit toegekend zijn. Dit fundeert het hele betoog van de brief, dat verderop het volgende laat zien. Als het Woord door engelen gesproken al vast en bindend was, hoeveel te meer geldt dat dan voor het Woord dat door de Zoon Zelf gesproken is (Hebr. 2:2-3, niet apart aangehaald).

Typologie: Dezelfde verhoging boven elke naam bezingt Paulus: "Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is; opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn" (reeds behandeld bij Fil. 2:9-10).

Hebr. 1:2-8,13-14; Ps. 2:7

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De Engel des HEEREN niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

In deze laatste dagen door den Zoon — 1:1-4

De brief begint zonder aanhef, zonder groet, zonder naam van de schrijver. Hij valt met de deur in huis, en dat past bij het onderwerp: er is iets gebeurd waarvoor beleefdheden moeten wijken.

God sprak vroeger stukje bij beetje door profeten; nu heeft Hij gesproken door Iemand Die het uitgedrukte Beeld van Zijn zelfstandigheid is.

God heeft voortijds veelmaal en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken door de profeten. Dat is een eerlijke beschrijving van het Oude Testament: bij stukjes en op allerlei manieren — in een braambos, door een droom, met een gezicht, in een stil suizen.

En nu, in deze laatste dagen, tot ons gesproken door den Zoon. Niet: nóg een profeet, maar de Zoon zelf. Het spreken van God is niet uitgebreid maar voltooid.

Dan volgt een reeks uitspraken die elkaar opstapelen. Erfgenaam van alles. Door Welken Hij ook de wereld gemaakt heeft — daar is Genesis 1 weer. Het Afschijnsel Zijner heerlijkheid. Het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid.

De kanttekening legt dat laatste uit met een beeld dat blijft hangen: de Persoon van de Zoon geeft de Persoon van de Vader volkomen weer, zoals een afdruk het zegel weergeeft. Daarom wordt Hij ook het beeld van de onzienlijke God genoemd.

En alle dingen draagt Hij door het woord Zijner kracht. Hij houdt in stand wat Hij gemaakt heeft.

Dan komt in één bijzin het hele Evangelie: nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven teweeggebracht heeft, is Hij gezeten aan de rechterhand der Majesteit in de hoogste hemelen.

Door Zichzelven. Geen bok, geen stier, geen plaatsvervangend dier. En dat zitten is veelzeggend, want in de tabernakel stond geen stoel: de priesters stonden, alle dagen, want hun werk was nooit af.

  1. Hebreeën 1:1 — God sprak voortijds veelmaal en op velerlei wijze door de profeten.
  2. Hebreeën 1:2 — In deze laatste dagen door den Zoon, door Welken Hij de wereld gemaakt heeft.
  3. Hebreeën 1:3 — Het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid — als een afdruk van het zegel.
  4. Kolossenzen 1:15 — Het Beeld des onzienlijken Gods.
  5. Hebreeën 1:3 — Na de reinigmaking door Zichzelven: gezeten aan de rechterhand.
  6. Hebreeën 10:11-12 — De priesters stónden dagelijks; Deze is gezéten, want het werk is af.

In het Nieuwe Testament: Kolossenzen 1:15-17; Johannes 1:18; Johannes 14:9; Psalm 110:1

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Hebreeën 1

Hebreeën 1:1-2

Kruisverwijzingen1 Korinthe 8:6Johannes 1:3Mattheüs 28:182 Petrus 1:20Johannes 1:14Johannes 3:161 Petrus 1:20Johannes 1:17
— God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon; Welken Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welken Hij ook de wereld gemaakt heeft;

Het beste laatst, dat is altijd Gods regel. “Gij hebt den goeden wijn tot nu toe bewaard.” Profeten zijn een zeer gezegend middel van mededeling, maar hoeveel zekerder, hoeveel neerbuigender is het, dat God tot ons spreekt door Zijn Zoon!

Hebreeën 1:2-3

Kruisverwijzingen1 Korinthe 8:62 Korinthe 4:4Johannes 1:3Mattheüs 28:18Kolossenzen 1:15Johannes 1:14Johannes 14:9Johannes 3:16
— Welken Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welken Hij ook de wereld gemaakt heeft; Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen;

Christus is Heere over alle engelen; geen seraf spreidt zijn vleugels uit, dan op Zijn bevel. Ook over alles hier beneden heeft God de Zoon macht gegeven over alle vlees. Allen moeten zich, gewillig of ongewillig, aan Zijn heerschappij onderwerpen, want Zijn Vader heeft Hem daartoe aangesteld. Is het niet een wonderlijke zaak, dat Hij verzoening deed voor onze zonden, nog voordat wij ze begaan hadden? Daar stonden zij al, voor het aangezicht van God, als reeds bestaand in al hun afzichtelijkheid. Ziet, geliefden, hoe heerlijk Zijn oorsprong was: het “uitgedrukte Beeld” van de Persoon van Zijn Vader. Hoe diep is Hij neergedaald om onze zonden weg te doen, en dat door Zichzelf. Hij gebruikte Zijn eigen lichaam als middel, door Zijn lijden, om onze schuld weg te nemen. Niet bij volmacht diende Hij ons, maar in eigen persoon. O, dit is een wonderlijke liefde! En zie dan de heerlijkheid die op de smaad volgde. Hij is nu opgevaren naar omhoog, en zit neder aan de rechterhand van Gods grote Majesteit. Volg Hem, gelovige, volg Hem met het oog van uw geloof; laat uw ziel Hem liefdevol volgen in Zijn opwaartse tocht, en terwijl u Hem ziet, zeg dan: “Hij is mijn Heere en mijn God,” en weet dat alles wat Hij deed en alles wat Hij is, Hij voor u is en voor u deed.

Hebreeën 1:4-5

KruisverwijzingenPsalmen 2:7Hebreeën 5:5Handelingen 13:33Efeze 1:211 Kronieken 22:102 Samuël 7:141 Kronieken 17:13Psalmen 89:26
— Zoveel treffelijker geworden dan de engelen, als Hij uitnemender Naam boven hen geerfd heeft. Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb ik u gegenereerd? En wederom: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?

Zij zijn dienstknechten, maar geen zonen; zij zijn geschapen, maar niet gegenereerd. Ziet wat Hij tot de Zoon zegt: “Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn.”

Hebreeën 1:6-8

KruisverwijzingenPsalmen 45:6Psalmen 104:4Deuteronomium 32:43Jeremia 23:5Romeinen 8:29Kolossenzen 1:18Psalmen 97:7Johannes 20:28
— En als Hij wederom de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden. En tot de engelen zegt Hij wel: Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaars een vlam des vuurs. Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter.

U merkt dus dat Christus geen geschapen engel is. Hij wordt soms met een engel vergeleken. Hij wordt soms de Engel van het verbond genoemd, maar Hij is geen geschapen engel. Hij is hoger van natuur, hoger in rang, hoger in verstand en hoger in macht dan zij. Hij is niets minder dan waarachtig God uit waarachtig God: dezelfde Man Die op Golgotha leed.

Hebreeën 1:9

KruisverwijzingenJesaja 61:3Psalmen 45:7Jesaja 61:1Psalmen 23:5Galaten 5:22Amos 5:15Romeinen 15:13Lukas 4:18
— Gij hebt rechtvaardigheid liefgehad, en ongerechtigheid gehaat; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met olie der vreugde boven Uw medegenoten.

Als mens claimt Christus alle mensen als Zijn medegenoten, maar als God acht Hij het geen roof Gode gelijk geacht te worden. Als mens is Hij volkomen waarachtig mens, en alleen boven de mens verheven door de reinheid van Zijn geboorte, de volmaaktheid van Zijn natuur, en de verhoging van Zijn mensheid door God. Als God is Hij niets minder dan God, ook al nam Hij de natuur van de mensen op Zich.

Hebreeën 1:10-12

KruisverwijzingenJesaja 51:6Psalmen 102:25Psalmen 102:26Genesis 1:1Jesaja 34:4Hebreeën 13:8Jesaja 64:8Zacharia 12:1
— En: Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen; Dezelve zullen vergaan, maar Gij blijft altijd, en zij zullen alle als een kleed verouden; En als een dekkleed zult Gij ze ineenrollen, en zij zullen veranderd worden; maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden.

“Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid.”

Hebreeën 1:13-14

KruisverwijzingenPsalmen 110:1Psalmen 34:7Psalmen 103:20Mattheüs 22:44Handelingen 5:19Daniël 3:28Handelingen 27:23Mattheüs 18:10
— En tot welken der engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten? Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beerven zullen?

Deze uitlegging bestond uit lezingen van Johannes 10:1-30 en Hebreeën 1:1-14.

KruisverwijzingenPsalmen 45:6Psalmen 2:71 Korinthe 8:62 Korinthe 4:4Johannes 1:3Psalmen 104:4Mattheüs 28:18Kolossenzen 1:15
— God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon; Welken Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welken Hij ook de wereld gemaakt heeft; Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen; Zoveel treffelijker geworden dan de engelen, als Hij uitnemender Naam boven hen geerfd heeft. Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb ik u gegenereerd? En wederom: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn? En als Hij wederom de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden. En tot de engelen zegt Hij wel: Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaars een vlam des vuurs. Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter. Gij hebt rechtvaardigheid liefgehad, en ongerechtigheid gehaat; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met olie der vreugde boven Uw medegenoten. En: Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen; Dezelve zullen vergaan, maar Gij blijft altijd, en zij zullen alle als een kleed verouden; En als een dekkleed zult Gij ze ineenrollen, en zij zullen veranderd worden; maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden. En tot welken der engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten? Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beerven zullen?

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content