Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Handelingen 7

1 En de hogepriester zeide: Zijn dan deze dingen alzo?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En de hogepriesterG749 zeideG2036: Zijn dan dezeG3778 dingen alzoG3779? En de hogepriester zeide: Zijn dan deze dingen alzo?

KJV Then2 said the high priest,4 Are5 these things so?

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αρχιερευς G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 5 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 6 αρα G687 of soms therefore 7 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 9 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En hij zeide: Gij mannen broeders en vaders, hoort toe: de God der heerlijkheid verscheen onzen vader Abraham, nog zijnde in Mesopotamie, eer hij woonde in Charran;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En hij zeideG5346: Gij mannenG435 broedersG80 en vadersG3962, hoortG191 toe: de GodG2316 der heerlijkheidG1391 verscheenG3700 onzen vaderG3962 AbrahamG11, nog zijnde inG1722 MesopotamieG3318, eerG4250 hijG846 woondeG2730 inG1722 CharranG5488; En hij zeide: Gij mannen broeders en vaders, hoort toe: de God der heerlijkheid verscheen onzen vader Abraham, nog zijnde in Mesopotamie, eer hij woonde in Charran;

KJV And2 he said,3 Men,4 brethren,5 and6 fathers,7 hearken;8 The God10 of glory12 appeared unto our father15 Abraham,17 when he was in19 Mesopotamia,21 before22 he25 dwelt24 in26 Charran,

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 4 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 5 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 πατερες G3962 Vader, vader, vaders father, parent 8 ακουσατε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 δοξης G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 13 ωφθη G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 14 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πατρι G3962 Vader, vader, vaders father, parent 16 ημων G1473 mij, ik I, me 17 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham 18 οντι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 μεσοποταμια G3318 Mesopotamie Mesopotamia 22 πριν G4250 eer, Eer before (that), ere 23 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 24 κατοικησαι G2730 wonen, woont, woonden dwell(-er), inhabitant(-ter) 25 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 27 χαρραν G5488 Charran Charran

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En zeide tot hem: Ga uit uw land en uit uw maagschap, en kom in een land, dat Ik u wijzen zal.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En zeideG2036 totG4314 hemG846: Ga uitG1537 uw landG1093 enG2532 uitG1537 uw maagschapG4772, enG2532 komG1204 inG1519 een landG1093, datG3739 Ik uG4771 wijzenG302 zal. En zeide tot hem: Ga uit uw land en uit uw maagschap, en kom in een land, dat Ik u wijzen zal.

KJV And1 said unto3 him,4 Get thee5 out of6 thy country,8 and10 from11 thy kindred,13 and15 come16 into17 the land18 which19 I shall shew22 thee.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εξελθε G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 6 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 9 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 συγγενειας G4772 maagschap, geslacht kindred 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 δευρο G1204 kom, Kom come (hither), hither(-to) 17 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 18 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 19 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 20 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 21 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 22 δειξω G1166 tonen, toonde, getoond shew

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Toen ging hij uit het land der Chaldeen, en woonde in Charran. En van daar, nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem over in dit land, daar gij nu in woont.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Toen ging hij uitG1537 het landG1093 der ChaldeenG5466, en woondeG2730 in CharranG5488. En van daar, nadatG3326 zijn vaderG3962 gestorvenG599 was, brachtG3351 HijG846 hem over in ditG3778 landG1093, daar gijG4771 nu in woontG2730. Toen ging hij uit het land der Chaldeen, en woonde in Charran. En van daar, nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem over in dit land, daar gij nu in woont.

KJV Then1 came he2 out of3 the land4 of the Chaldaeans,5 and dwelt6 in7 Charran:8 and from thence,9 when10 his15 father14 was dead,12 he removed16 him17 into18 this land,20 wherein22 ye now25 dwell.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 εξελθων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 5 χαλδαιων G5466 Chaldeen Chaldæan 6 κατωκησεν G2730 wonen, woont, woonden dwell(-er), inhabitant(-ter) 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 χαρραν G5488 Charran Charran 9 κακειθεν G2547 en vandaar and afterward (from) (thence), thence also 10 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αποθανειν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 μετωκισεν G3351 bracht, overvoeren carry away, remove into 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 19 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 21 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 22 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 23 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 24 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 25 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 26 κατοικειτε G2730 wonen, woont, woonden dwell(-er), inhabitant(-ter)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En Hij gaf hem geen erfdeel in hetzelve, ook niet een voetstap; en beloofde, dat Hij hem het zelve tot een bezitting geven zou, en zijn zade na hem, als hij nog geen kind had.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En Hij gafG1325 hem geen erfdeelG2817 in hetzelve, ook niet een voetstapG4228; enG2532 beloofdeG1861, dat Hij hem het zelveG846 totG1519 een bezittingG2697 gevenG1325 zou, enG2532 zijnG1510 zadeG4690 naG3326 hem, als hij nog geenG3756 kindG5043 had. En Hij gaf hem geen erfdeel in hetzelve, ook niet een voetstap; en beloofde, dat Hij hem het zelve tot een bezitting geven zou, en zijn zade na hem, als hij nog geen kind had.

KJV And1 he gave3 him4 none2 inheritance5 in6 it,7 no, not8 so much as to set9 his foot10 on: yet11 he promised12 that he would give14 it13 to him17 for15 a possession,16 and18 to his21 seed20 after22 him,23 when as yet he26 had no24 child.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 κληρονομιαν G2817 erfenis, erfdeel, erve inheritance 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 9 βημα G968 rechterstoel judgment-seat, set (foot) on, throne 10 ποδος G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 επηγγειλατο G1861 beloofd, Belovende, belijden profess, (make) promise 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 κατασχεσιν G2697 bezaten, bezitting possession 17 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 σπερματι G4690 zaad, zade, zaden issue, seed 21 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 23 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 25 οντος G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 26 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 27 τεκνου G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En God sprak alzo, dat zijn zaad vreemdeling zijn zoude in een vreemd land, en dat zij het zouden dienstbaar maken, en kwalijk handelen, vierhonderd jaren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En GodG2316 sprakG2980 alzoG3779, datG3754 zijnG1510 zaadG4690 vreemdelingG3941 zijn zoude inG1722 een vreemdG245 landG1093, en dat zij het zouden dienstbaarG1402 maken, en kwalijkG2559 handelen, vierhonderdG5071 jarenG2094. En God sprak alzo, dat zijn zaad vreemdeling zijn zoude in een vreemd land, en dat zij het zouden dienstbaar maken, en kwalijk handelen, vierhonderd jaren.

KJV And2 God5 spake1 on this wise,3 That6 his10 seed9 should sojourn11 in12 a strange14 land;13 and15 that they should bring16 them17 into bondage, and18 entreat them evil19 four hundred21 years.

1 ελαλησεν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 σπερμα G4690 zaad, zade, zaden issue, seed 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 παροικον G3941 vreemdeling, bijwoners, inwoners foreigner, sojourn, stranger 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 γη G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 14 αλλοτρια G245 vreemden, anders, vreemd alien, (an-)other (man's, men's), strange(-r) 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 δουλωσουσιν G1402 dienstbaar, begevende, dienstknecht bring into (be under) bondage, X given, become (make) servant 17 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 κακωσουσιν G2559 kwalijk, kwaad, verbitterden make evil affected, entreat evil, harm, hurt, vex 20 ετη G2094 jaren, jaar, lang year 21 τετρακοσια G5071 vierhonderd four hundred
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En het volk, dat zij dienen zullen, zal Ik oordelen, sprak God; en daarna zullen zij uitgaan, en zij zullen Mij dienen in deze plaats.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 EnG2532 het volkG1484, dat zij dienen zullen, zal IkG1473 oordelenG2919, sprakG2036 GodG2316; enG2532 daarna zullen zij uitgaanG1831, enG2532 zij zullen MijG1473 dienen inG1722 dezeG3778 plaatsG5117. En het volk, dat zij dienen zullen, zal Ik oordelen, sprak God; en daarna zullen zij uitgaan, en zij zullen Mij dienen in deze plaats.

Ook in dit vers dienenG1398 dienenG3000

KJV And1 the nation3 to whom4 they shall be in bondage6 will7 I8 judge, said God:11 and12 after13 that shall they come forth,15 and16 serve17 me in19 this place.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 εθνος G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 4 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 5 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 6 δουλευσωσιν G1398 dienen, dient, Dienende be in bondage, (do) serve(-ice) 7 κρινω G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 8 εγω G1473 mij, ik I, me 9 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 14 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 εξελευσονται G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 λατρευσουσιν G3000 dienen, diene, dienende serve, do the service, worship(-per) 18 μοι G1473 mij, ik I, me 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 τοπω G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 22 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Hij gaf hem het verbond der besnijdenis; en alzo gewon hij Izak, en besneed hem op den achtsten dag; en Izak gewon Jakob, en Jakob de twaalf patriarchen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En Hij gafG1325 hem het verbondG1242 der besnijdenisG4061; enG2532 alzoG3779 gewonG1080 hij IzakG2464, enG2532 besneedG4059 hemG846 op den achtstenG3590 dagG2250; enG2532 IzakG2464 gewon JakobG2384, enG2532 JakobG2384 de twaalfG1427 patriarchenG3966. En Hij gaf hem het verbond der besnijdenis; en alzo gewon hij Izak, en besneed hem op den achtsten dag; en Izak gewon Jakob, en Jakob de twaalf patriarchen.

KJV And1 he gave2 him3 the covenant4 of circumcision:5 and6 so7 Abraham begat8 Isaac,10 and11 circumcised12 him13 the eighth17 day;15 and18 Isaac20 begat Jacob;22 and23 Jacob25 begat the twelve27 patriarchs.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 διαθηκην G1242 verbond, testaments, verbonds covenant, testament 5 περιτομης G4061 besnijdenis, Besneden, besnijding X circumcised, circumcision 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 8 εγεννησεν G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ισαακ G2464 Izak, Izaks, Izaak Isaac 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 περιετεμεν G4059 besnijden, besneden, besneed circumcise 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 16 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ογδοη G3590 achtste, achtsten, achttal eighth 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ισαακ G2464 Izak, Izaks, Izaak Isaac 21 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ιακωβ G2384 Jakob, Jakobs also an Israelite:--Jacob 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 ιακωβ G2384 Jakob, Jakobs also an Israelite:--Jacob 26 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 28 πατριαρχας G3966 patriarch, patriarchen patriarch
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En de patriarchen, nijdig zijnde, verkochten Jozef, om naar Egypte gebracht te worden; en God was met hem,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 EnG2532 de patriarchenG3966, nijdigG2206 zijnde, verkochtenG591 JozefG2501, omG1519 naar EgypteG125 gebracht te worden; enG2532 GodG2316 wasG1510 metG3326 hemG846, En de patriarchen, nijdig zijnde, verkochten Jozef, om naar Egypte gebracht te worden; en God was met hem,

KJV And1 the patriarchs,3 moved with envy,4 sold7 Joseph6 into8 Egypt:9 but10 God13 was with14 him,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 πατριαρχαι G3966 patriarch, patriarchen patriarch 4 ζηλωσαντες G2206 ijvert, ijveren, ijverig affect, covet (earnestly), (have) desire, (move with) envy, be jealous over, (be) zealous(-ly affect) 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιωσηφ G2501 Jozef Joseph 7 απεδοντο G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 αιγυπτον G125 Egypte, Egypteland Egypt 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 14 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En verloste hem uit al zijn verdrukkingen, en gaf hem genade en wijsheid voor Farao, den koning van Egypteland; en hij stelde hem tot een overste over Egypte, en zijn gehele huis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG2532 verlosteG1807 hemG846 uitG1537 alG3956 zijn verdrukkingenG2347, enG2532 gafG1325 hemG846 genadeG5485 enG2532 wijsheidG4678 voor FaraoG5328, den koningG935 van EgyptelandG125; enG2532 hijG846 steldeG2525 hemG846 tot een oversteG2233 overG1909 EgypteG125, enG2532 zijn gehele huisG3624. En verloste hem uit al zijn verdrukkingen, en gaf hem genade en wijsheid voor Farao, den koning van Egypteland; en hij stelde hem tot een overste over Egypte, en zijn gehele huis.

KJV And1 delivered2 him3 out of4 all5 his8 afflictions,7 and9 gave10 him11 favour12 and13 wisdom14 in the sight15 of Pharaoh16 king17 of Egypt;18 and19 he made20 him21 governor22 over23 Egypt24 and25 all26 his29 house.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξειλετο G1807 trekt, Verlossende, ontnomen deliver, pluck out, rescue 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 πασων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θλιψεων G2347 verdrukking, verdrukkingen, Verdrukking afflicted(-tion), anguish, burdened, persecution, tribulation, trouble 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 11 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 χαριν G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 σοφιαν G4678 wijsheid, Wijsheid wisdom 15 εναντιον G1726 tegenwoordigheid before, in the presence of 16 φαραω G5328 Farao Pharaoh 17 βασιλεως G935 koning, Koning, koningen king 18 αιγυπτου G125 Egypte, Egypteland Egypt 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 κατεστησεν G2525 gesteld, zetten, stellen appoint, be, conduct, make, ordain, set 21 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 ηγουμενον G2233 acht, geacht, achten account, (be) chief, count, esteem, governor, judge, have the rule over, suppose, think 23 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 24 αιγυπτον G125 Egypte, Egypteland Egypt 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 27 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 29 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En er kwam een hongersnood over het gehele land van Egypte en Kanaan, en grote benauwdheid; en onze vaders vonden geen spijs.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En er kwamG2064 een hongersnoodG3042 overG1909 het gehele landG1093 van EgypteG125 en KanaanG5477, en groteG3173 benauwdheidG2347; en onze vadersG3962 vondenG2147 geenG3756 spijsG5527. En er kwam een hongersnood over het gehele land van Egypte en Kanaan, en grote benauwdheid; en onze vaders vonden geen spijs.

KJV Now2 there came1 a dearth3 over4 all5 the land7 of Egypt8 and9 Chanaan,10 and11 great13 affliction:12 and14 our fathers19 found16 no15 sustenance.

1 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 λιμος G3042 honger, hongersnood, hongersnoden dearth, famine, hunger 4 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 ολην G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 8 αιγυπτου G125 Egypte, Egypteland Egypt 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 χανααν G5477 Kanaan Chanaan 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 θλιψις G2347 verdrukking, verdrukkingen, Verdrukking afflicted(-tion), anguish, burdened, persecution, tribulation, trouble 13 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 ευρισκον G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 17 χορτασματα G5527 spijs sustenance 18 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 πατερες G3962 Vader, vader, vaders father, parent 20 ημων G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Maar als Jakob hoorde, dat in Egypte koren was, zond hij onze vaders de eerste maal uit.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 MaarG1161 als JakobG2384 hoordeG191, dat inG1722 EgypteG125 korenG4621 wasG1510, zondG1821 hij onze vadersG3962 de eerste maalG4412 uit. Maar als Jakob hoorde, dat in Egypte koren was, zond hij onze vaders de eerste maal uit.

KJV But2 when Jacob3 heard1 that there was corn5 in6 Egypt,7 he sent out8 our fathers10 first.

1 ακουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιακωβ G2384 Jakob, Jakobs also an Israelite:--Jacob 4 οντα G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 σιτα G4621 tarwe, koren corn, wheat 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 αιγυπτω G125 Egypte, Egypteland Egypt 8 εξαπεστειλεν G1821 zonden, uitgezonden, afzenden send (away, forth, out) 9 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πατερας G3962 Vader, vader, vaders father, parent 11 ημων G1473 mij, ik I, me 12 πρωτον G4412 eerst, eerste, Eerstelijk before, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En in de tweede reize werd Jozef zijn broederen bekend; en het geslacht van Jozef werd aan Farao openbaar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG2532 inG1722 de tweedeG1208 reize werd JozefG2501 zijn broederenG80 bekendG319; enG2532 het geslachtG1085 van JozefG2501 werdG1096 aan FaraoG5328 openbaarG5318. En in de tweede reize werd Jozef zijn broederen bekend; en het geslacht van Jozef werd aan Farao openbaar.

KJV And1 at2 the second4 time Joseph6 was made known5 to his9 brethren;8 and10 Joseph's18 kindred16 was made12 known11 unto Pharaoh.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δευτερω G1208 tweede, tweeden, tweeden male afterward, again, second(-arily, time) 5 ανεγνωρισθη G319 bekend be made known 6 ιωσηφ G2501 Jozef Joseph 7 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αδελφοις G80 broeders, broeder, broederen brother 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 φανερον G5318 openbaar abroad, + appear, known, manifest, open (+ -ly), outward (+ -ly) 12 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 φαραω G5328 Farao Pharaoh 15 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 γενος G1085 geslacht, geboorte, menigerlei born, country(-man), diversity, generation, kind(-red), nation, offspring, stock 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ιωσηφ G2501 Jozef Joseph
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Jozef zond heen, en ontbood zijn vader Jakob, en al zijn geslacht, bestaande in vijf en zeventig zielen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En JozefG2501 zondG649 heen, en ontboodG3333 zijn vaderG3962 JakobG2384, en alG3956 zijn geslachtG4772, bestaande inG1722 vijfG4002 en zeventigG1440 zielenG5590. En Jozef zond heen, en ontbood zijn vader Jakob, en al zijn geslacht, bestaande in vijf en zeventig zielen.

KJV Then2 sent1 Joseph,3 and called4 his7 father6 Jacob8 to him, and9 all10 his13 kindred,12 threescore16 and fifteen17 souls.

1 αποστειλας G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιωσηφ G2501 Jozef Joseph 4 μετεκαλεσατο G3333 ontbood, ontbied, roepen call (for, hither) 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ιακωβ G2384 Jakob, Jakobs also an Israelite:--Jacob 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 πασαν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 συγγενειαν G4772 maagschap, geslacht kindred 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 ψυχαις G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 16 εβδομηκοντα G1440 zeventig, zeventigen seventy, three score and ten 17 πεντε G4002 vijf, Vijf, vijftig five
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Jakob kwam af in Egypte, en stierf, hijzelf en onze vaders.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En JakobG2384 kwam af inG1519 EgypteG125, en stierfG5053, hijzelfG846 en onze vadersG3962. En Jakob kwam af in Egypte, en stierf, hijzelf en onze vaders.

KJV So2 Jacob3 went down1 into4 Egypt,5 and6 died,7 he,8 and9 our fathers,

1 κατεβη G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιακωβ G2384 Jakob, Jakobs also an Israelite:--Jacob 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 αιγυπτον G125 Egypte, Egypteland Egypt 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ετελευτησεν G5053 gestorven, sterft, sterven be dead, decease, die 8 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πατερες G3962 Vader, vader, vaders father, parent 12 ημων G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En zij werden overgebracht naar Sichem, en gelegd in het graf, hetwelk Abraham gekocht had voor een som gelds, van de zonen van Emmor, den vader van Sichem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En zij werden overgebrachtG3346 naarG1519 SichemG4966, enG2532 gelegdG5087 in het grafG3418, hetwelkG3739 AbrahamG11 gekochtG5608 had voor een somG5092 geldsG694, van de zonenG5207 van EmmorG1697, den vader van SichemG4966. En zij werden overgebracht naar Sichem, en gelegd in het graf, hetwelk Abraham gekocht had voor een som gelds, van de zonen van Emmor, den vader van Sichem.

KJV And1 were carried over2 into3 Sychem,8 and9 laid10 in11 the sepulchre13 that14 Abraham16 bought15 for a sum17 of money18 of19 the sons21 of Emmor26 the father12 of Sychem.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 μετετεθησαν G3346 overgebracht, weggenomen, veranderd carry over, change, remove, translate, turn 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 συχεμ 7 σιχεμ 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ετεθησαν G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μνηματι G3418 graf, graven grave, sepulchre, tomb 14 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 ωνησατο G5608 gekocht buy 16 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham 17 τιμης G5092 eer, prijs, ere honour, precious, price, some 18 αργυριου G694 geld, zilveren, gelds money, (piece of) silver (piece) 19 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 20 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 υιων G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 23 εμμορ 25 εμορ 27 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 συχεμ 31 σιχεμ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Maar als nu de tijd der belofte, die God aan Abraham gezworen had, genaakte, wies het volk en vermenigvuldigde in Egypte;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Maar als nu de tijdG5550 der belofteG1860, dieG3739 GodG2316 aan AbrahamG11 gezworenG3660 had, genaakteG1448, wiesG837 het volkG2992 en vermenigvuldigdeG4129 inG1722 EgypteG125; Maar als nu de tijd der belofte, die God aan Abraham gezworen had, genaakte, wies het volk en vermenigvuldigde in Egypte;

KJV But2 when1 the time5 of the promise7 drew nigh,3 which8 God11 had sworn9 to Abraham,13 the people16 grew14 and17 multiplied18 in19 Egypt,

1 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ηγγιζεν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 χρονος G5550 tijd, tijden, tijds + years old, season, space, (X often-)time(-s), (a) while 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 επαγγελιας G1860 belofte, beloftenis, beloftenissen message, promise 8 ης G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 ωμοσεν G3660 gezworen, zweert, zweren swear 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham 14 ηυξησεν G837 wies, wassen, opwassen grow (up), (give the) increase 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 λαος G2992 volk, volks, volke people 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 επληθυνθη G4129 vermenigvuldigd, vermenigvuldigde, vermenigvuldigden abound, multiply 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 αιγυπτω G125 Egypte, Egypteland Egypt
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Totdat een ander koning opstond, die Jozef niet gekend had.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Totdat een anderG2087 koningG935 opstondG450, dieG3739 JozefG2501 nietG3756 gekendG1492 had. Totdat een ander koning opstond, die Jozef niet gekend had.

KJV Till1 another5 king4 arose,3 which2 knew8 not7 Joseph.

1 αχρις G891 tot, totdat, zolang als as far as, for, in(-to), till, (even, un-)to, until, while 2 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 ανεστη G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 4 βασιλευς G935 koning, Koning, koningen king 5 ετερος G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 6 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 ηδει G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιωσηφ G2501 Jozef Joseph
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Deze gebruikte listigheid tegen ons geslacht, en handelde kwalijk met onze vaderen, zodat zij hun jonge kinderen moesten wegwerpen, opdat zij niet zouden voorttelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 DezeG3778 gebruikte listigheidG2686 tegen ons geslachtG1085, en handelde kwalijkG2559 met onze vaderenG3962, zodat zij hun jonge kinderenG1025 moesten wegwerpenG1570, opdat zij nietG3361 zouden voorttelenG2225. Deze gebruikte listigheid tegen ons geslacht, en handelde kwalijk met onze vaderen, zodat zij hun jonge kinderen moesten wegwerpen, opdat zij niet zouden voorttelen.

KJV The same1 dealt subtilly2 with our kindred,4 and evil entreated6 our fathers,8 so that11 they cast out12 their15 young children,14 to the end16 they might19 not18 live.

1 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 κατασοφισαμενος G2686 listigheid deal subtilly with 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 γενος G1085 geslacht, geboorte, menigerlei born, country(-man), diversity, generation, kind(-red), nation, offspring, stock 5 ημων G1473 mij, ik I, me 6 εκακωσεν G2559 kwalijk, kwaad, verbitterden make evil affected, entreat evil, harm, hurt, vex 7 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πατερας G3962 Vader, vader, vaders father, parent 9 ημων G1473 mij, ik I, me 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ποιειν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 12 εκθετα G1570 wegwerpen cast out 13 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 βρεφη G1025 Kindeken, kindeken, kinderkens babe, (young) child, infant 15 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 19 ζωογονεισθαι G2225 leven behouden, voorttelen live, preserve
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 In welken tijd Mozes werd geboren, en was uitnemend schoon; welke drie maanden opgevoed werd in het huis zijns vaders.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 InG1722 welkenG3739 tijdG2540 MozesG3475 werd geborenG1080, enG2532 wasG1510 uitnemendG2316 schoonG791; welkeG3739 drieG5140 maandenG3376 opgevoedG397 werd inG1722 het huisG3624 zijns vadersG3962. In welken tijd Mozes werd geboren, en was uitnemend schoon; welke drie maanden opgevoed werd in het huis zijns vaders.

KJV In1 which2 time3 Moses5 was born,4 and6 was exceeding10 fair,8 and11 nourished up12 in15 his20 father's19 house17 three14 months:

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 καιρω G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 4 εγεννηθη G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring 5 μωσης G3475 Mozes Moses 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 αστειος G791 schoon fair 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 11 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 ανετραφη G397 opgevoed, voedde bring up, nourish (up) 13 μηνας G3376 maanden, maand month 14 τρεις G5140 drie, Drie three 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 οικω G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En als hij weggeworpen was, nam hem de dochter van Farao op, en voedde hem voor zichzelve op tot een zoon.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En als hij weggeworpenG1620 was, namG337 hemG846 de dochterG2364 van FaraoG5328 op, en voeddeG397 hemG846 voor zichzelveG1438 op tot een zoonG5207. En als hij weggeworpen was, nam hem de dochter van Farao op, en voedde hem voor zichzelve op tot een zoon.

KJV And2 when he3 was cast out,1 Pharaoh's8 daughter7 took4 him5 up, and9 nourished10 him11 for13 her own12 son.

1 εκτεθεντα G1620 legden, uitlegde, verhaalde cast out, expound 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ανειλετο G337 omgebracht, doden, gedood put to death, kill, slay, take away, take up 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θυγατηρ G2364 dochter, dochters, Dochter daughter 8 φαραω G5328 Farao Pharaoh 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ανεθρεψατο G397 opgevoed, voedde bring up, nourish (up) 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 εαυτη G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren; en was machtig in woorden en in werken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En MozesG3475 werd onderwezenG3811 in alleG3956 wijsheidG4678 der EgyptenarenG124; en wasG1510 machtigG1415 inG1722 woordenG3056 en inG1722 werkenG2041. En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren; en was machtig in woorden en in werken.

KJV And1 Moses3 was learned2 in all4 the wisdom5 of the Egyptians,6 and8 was mighty9 in10 words11 and12 in13 deeds.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επαιδευθη G3811 getuchtigd, kastijden, kastijdt chasten(-ise), instruct, learn, teach 3 μωσης G3475 Mozes Moses 4 παση G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 5 σοφια G4678 wijsheid, Wijsheid wisdom 6 αιγυπτιων G124 Egyptenaar, Egyptenaars, Egyptenaren Egyptian 7 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 δυνατος G1415 machtig, mogelijk, krachtig able, could, (that is) mighty (man), possible, power, strong 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 λογοις G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 εργοις G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Als hem nu de tijd van veertig jaren vervuld was, kwam hem in zijn hart, zijn broeders, de kinderen Israels, te bezoeken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 AlsG5613 hem nuG1161 de tijdG5550 van veertig jarenG5063 vervuldG4137 was, kwam hem in zijn hartG2588, zijn broedersG80, de kinderenG5207 IsraelsG2474, te bezoekenG1980. Als hem nu de tijd van veertig jaren vervuld was, kwam hem in zijn hart, zijn broeders, de kinderen Israels, te bezoeken.

KJV And2 when1 he4 was full3 forty years5 old,6 it came7 into8 his11 heart10 to visit12 his15 brethren14 the children17 of Israel.

1 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επληρουτο G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 τεσσαρακονταετης G5063 veertig jaren (+ full, of) forty years (old) 6 χρονος G5550 tijd, tijden, tijds + years old, season, space, (X often-)time(-s), (a) while 7 ανεβη G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 8 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 καρδιαν G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 επισκεψασθαι G1980 bezocht, bezoeken, bezoekt look out, visit 13 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αδελφους G80 broeders, broeder, broederen brother 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 υιους G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 18 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En ziende een, die onrecht leed, beschermde hij hem, en wreekte dengene, dien overlast geschiedde, en versloeg den Egyptenaar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En ziendeG1492 een, die onrecht leedG91, beschermdeG292 hij hem, enG2532 wreekteG1557 dengene, dien overlastG2669 geschiedde, en versloegG3960 den EgyptenaarG124. En ziende een, die onrecht leed, beschermde hij hem, en wreekte dengene, dien overlast geschiedde, en versloeg den Egyptenaar.

KJV And1 seeing one3 of them suffer wrong,4 he defended5 him, and6 avenged8 him that was oppressed,10 and smote11 the Egyptian:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 τινα G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 αδικουμενον G91 onrecht, beschadigen, ongelijk hurt, injure, be an offender, be unjust, (do, suffer, take) wrong 5 ημυνατο G292 beschermde defend 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 8 εκδικησιν G1557 wraak, recht, straf (a-, re-)venge(-ance), punishment 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 καταπονουμενω G2669 overlast, vermoeid oppress, vex 11 παταξας G3960 slaan, slaande, sloeg smite, strike 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αιγυπτιον G124 Egyptenaar, Egyptenaars, Egyptenaren Egyptian

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En hij meende, dat zijn broeders zouden verstaan, dat God door zijn hand hun verlossing geven zou; maar zij hebben het niet verstaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En hij meendeG3543, dat zijn broedersG80 zouden verstaanG4920, dat GodG2316 doorG1223 zijn handG5495 hunG846 verlossingG4991 gevenG1325 zou; maarG1161 zij hebben het nietG3756 verstaanG4920. En hij meende, dat zijn broeders zouden verstaan, dat God door zijn hand hun verlossing geven zou; maar zij hebben het niet verstaan.

KJV For2 he supposed1 his6 brethren5 would have understood3 how7 that God9 by10 his12 hand11 would deliver13 them:14 but17 they understood19 not.

1 ενομιζεν G3543 menende, Meent, meende suppose, thing, be wont 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 συνιεναι G4920 verstaan, verstaat, verstonden consider, understand, be wise 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αδελφους G80 broeders, broeder, broederen brother 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 10 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 11 χειρος G5495 handen, hand hand 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 διδωσιν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 14 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 σωτηριαν G4991 zaligheid, verlossing, behoudenis deliver, health, salvation, save, saving 16 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 18 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 19 συνηκαν G4920 verstaan, verstaat, verstonden consider, understand, be wise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En den volgenden dag werd hij van hen gezien, daar zij vochten; en hij drong ze tot vrede, zeggende: Mannen, gij zijt broeders; waarom doet gij elkander ongelijk?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En den volgendenG1966 dagG2250 werd hij van hen gezienG3708, daar zij vochtenG3164; en hijG846 drongG4900 ze totG1519 vredeG1515, zeggendeG2036: MannenG435, gij zijtG1510 broedersG80; waaromG5101 doet gijG4771 elkanderG240 ongelijkG91? En den volgenden dag werd hij van hen gezien, daar zij vochten; en hij drong ze tot vrede, zeggende: Mannen, gij zijt broeders; waarom doet gij elkander ongelijk?

KJV And3 the next7 day8 he shewed himself unto them10 as they strove,11 and12 would have set13 them14 at15 one again,16 saying, Sirs,18 ye are brethren;19 why do ye wrong24 one to another?

1 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 5 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 7 επιουση G1966 volgenden, volgende following, next 8 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 9 ωφθη G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 10 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 μαχομενοις G3164 streden, twisten, vecht fight, strive 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 συνηλασεν G4900 drong + set at one again 14 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 ειρηνην G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 17 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 19 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 20 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 21 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 22 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 23 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 24 αδικειτε G91 onrecht, beschadigen, ongelijk hurt, injure, be an offender, be unjust, (do, suffer, take) wrong 25 αλληλους G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός))

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En die zijn naaste ongelijk deed, verstiet hem, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gesteld?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En die zijn naasteG4139 ongelijkG91 deed, verstietG683 hemG846, zeggendeG2036: WieG5101 heeft uG4771 tot een oversteG758 en rechterG1348 overG1909 ons gesteldG2525? En die zijn naaste ongelijk deed, verstiet hem, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gesteld?

KJV But2 he that did3 his neighbour5 wrong thrust6 him7 away, saying, Who9 made11 thee a ruler12 and13 a judge14 over15 us?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αδικων G91 onrecht, beschadigen, ongelijk hurt, injure, be an offender, be unjust, (do, suffer, take) wrong 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πλησιον G4139 naaste, nabij near, neighbour 6 απωσατο G683 verstoten, verstiet, verstoot cast away, put away (from), thrust away (from) 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 11 κατεστησεν G2525 gesteld, zetten, stellen appoint, be, conduct, make, ordain, set 12 αρχοντα G758 oversten, overste, Overste chief (ruler), magistrate, prince, ruler 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 δικαστην G1348 rechter judge 15 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 16 ημας G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Wilt gij mij ook ombrengen, gelijkerwijs gij gisteren den Egyptenaar omgebracht hebt?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 WiltG2309 gijG4771 mijG1473 ook ombrengenG337, gelijkerwijsG3739 gij gisterenG5504 den EgyptenaarG124 omgebrachtG337 hebt? Wilt gij mij ook ombrengen, gelijkerwijs gij gisteren den Egyptenaar omgebracht hebt?

KJV Wilt1 thou4 kill2 me, as6 thou diddest8 the Egyptian11 yesterday?

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 ανελειν G337 omgebracht, doden, gedood put to death, kill, slay, take away, take up 3 με G1473 mij, ik I, me 4 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 5 θελεις G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 6 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 τροπον G5158 wijze, gelijkerwijs, Gelijkerwijs (even) as, conversation, (+ like) manner, (+ by any) means, way 8 ανειλες G337 omgebracht, doden, gedood put to death, kill, slay, take away, take up 9 χθες G5504 gisteren, Gisteren yesterday 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αιγυπτιον G124 Egyptenaar, Egyptenaars, Egyptenaren Egyptian
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En Mozes vluchtte op dat woord en werd een vreemdeling in het land Madiam, waar hij twee zonen gewon.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En MozesG3475 vluchtteG5343 opG1722 datG3778 woordG3056 en werdG1096 een vreemdelingG3941 inG1722 het landG1093 MadiamG3099, waar hij tweeG1417 zonenG5207 gewonG1080. En Mozes vluchtte op dat woord en werd een vreemdeling in het land Madiam, waar hij twee zonen gewon.

KJV Then2 fled1 Moses3 at4 this saying,6 and8 was9 a stranger10 in11 the land12 of Madian,13 where14 he begat15 two17 sons.

1 εφυγεν G5343 vlieden, vliedt, gevloden escape, flee (away) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 μωσης G3475 Mozes Moses 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 λογω G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 7 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 10 παροικος G3941 vreemdeling, bijwoners, inwoners foreigner, sojourn, stranger 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 γη G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 13 μαδιαμ G3099 Madiam Madian 14 ου G3757 waar where(-in), whither(-soever) 15 εγεννησεν G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring 16 υιους G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 17 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En als veertig jaren vervuld waren, verscheen hem de Engel des Heeren, in de woestijn van den berg Sinai, in een vlammig vuur van het doornenbos.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 EnG2532 als veertigG5062 jarenG2094 vervuldG4137 waren, verscheenG3700 hemG846 de EngelG32 des HeerenG2962, in de woestijnG2048 van den bergG3735 SinaiG4614, in een vlammigG5395 vuurG4442 van het doornenbosG942. En als veertig jaren vervuld waren, verscheen hem de Engel des Heeren, in de woestijn van den berg Sinai, in een vlammig vuur van het doornenbos.

KJV And1 when forty4 years3 were expired,2 there appeared to him6 in7 the wilderness9 of mount11 Sina12 an angel13 of the Lord14 in15 a flame16 of fire17 in a bush.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 πληρωθεντων G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 3 ετων G2094 jaren, jaar, lang year 4 τεσσαρακοντα G5062 veertig forty 5 ωφθη G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ερημω G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ορους G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 12 σινα G4614 Sina, Sinai Sina 13 αγγελος G32 engel, engelen, engels angel, messenger 14 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 φλογι G5395 vlam, vlammend, vlammig flame(-ing) 17 πυρος G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 18 βατου G942 doornenbos, bramen bramble, bush

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Mozes nu, dat ziende, verwonderde zich over het gezicht; en als hij derwaarts ging, om dat te bezien, zo geschiedde een stem des Heeren tot hem,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 MozesG3475 nuG1161, dat ziendeG1492, verwonderdeG2296 zich over het gezichtG3705; enG1161 als hij derwaarts ging, om dat te bezienG2657, zo geschieddeG1096 een stemG5456 des HeerenG2962 totG4314 hemG846, Mozes nu, dat ziende, verwonderde zich over het gezicht; en als hij derwaarts ging, om dat te bezien, zo geschiedde een stem des Heeren tot hem,

KJV When2 Moses3 saw it, he wondered5 at the sight:7 and9 as he10 drew near8 to behold11 it, the voice13 of the Lord14 came12 unto15 him,

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 μωσης G3475 Mozes Moses 4 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 5 εθαυμασεν G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 οραμα G3705 gezicht sight, vision 8 προσερχομενου G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 κατανοησαι G2657 Aanmerkt, bemerkt, bezien behold, consider, discover, perceive 12 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 13 φωνη G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 14 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 15 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 16 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Zeggende: Ik ben de God uwer vaderen, de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs. En Mozes werd zeer bevende, en durfde het niet bezien.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 Zeggende: IkG1473 ben de GodG2316 uwer vaderenG3962, de GodG2316 AbrahamsG11, en de GodG2316 IzaksG2464, en de GodG2316 JakobsG2384. En MozesG3475 werdG1096 zeer bevendeG1790, en durfdeG5111 het nietG3756 bezienG2657. Zeggende: Ik ben de God uwer vaderen, de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs. En Mozes werd zeer bevende, en durfde het niet bezien.

KJV Saying, I1 am the God3 of thy fathers,5 the God8 of Abraham,9 and10 the God12 of Isaac,13 and14 the God16 of Jacob.17 Then19 Moses21 trembled,20 and durst23 not22 behold.

1 εγω G1473 mij, ik I, me 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πατερων G3962 Vader, vader, vaders father, parent 6 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 9 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 13 ισαακ G2464 Izak, Izaks, Izaak Isaac 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 17 ιακωβ G2384 Jakob, Jakobs also an Israelite:--Jacob 18 εντρομος G1790 bevende X quake, X trembled 19 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 20 γενομενος G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 21 μωσης G3475 Mozes Moses 22 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 23 ετολμα G5111 durfde, durven, stout be bold, boldly, dare, durst 24 κατανοησαι G2657 Aanmerkt, bemerkt, bezien behold, consider, discover, perceive
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En de Heere zeide tot hem: Ontbind de schoenen van uw voeten; want de plaats in welke gij staat, is heilig land.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 EnG1161 de HeereG2962 zeideG2036 tot hemG846: OntbindG3089 de schoenenG5266 van uw voetenG4228; wantG1063 de plaatsG5117 inG1722 welkeG3739 gijG4771 staatG2476, isG1510 heiligG40 landG1093. En de Heere zeide tot hem: Ontbind de schoenen van uw voeten; want de plaats in welke gij staat, is heilig land.

KJV Then2 said the Lord5 to him,3 Put off6 thy shoes8 from thy feet:10 for13 the place14 where15 thou standest17 is holy19 ground.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 λυσον G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 υποδημα G5266 schoenen, schoenriem shoe 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ποδων G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 11 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 14 τοπος G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 εστηκας G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 18 γη G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 19 αγια G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 20 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Ik heb merkelijk gezien de mishandeling Mijns volks, dat in Egypte is, en Ik heb hun zuchten gehoord en ben nedergekomen, om hen daaruit te verlossen; en nu, kom herwaarts, Ik zal u naar Egypte zenden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Ik heb merkelijkG1492 gezienG3708 de mishandelingG2561 Mijns volksG2992, dat in EgypteG125 is, enG2532 Ik heb hunG846 zuchtenG4726 gehoordG191 enG2532 ben nedergekomenG2597, om henG846 daaruit te verlossenG1807; enG2532 nu, komG1204 herwaarts, Ik zal uG4771 naarG1519 EgypteG125 zendenG649. Ik heb merkelijk gezien de mishandeling Mijns volks, dat in Egypte is, en Ik heb hun zuchten gehoord en ben nedergekomen, om hen daaruit te verlossen; en nu, kom herwaarts, Ik zal u naar Egypte zenden.

KJV I have seen, I have seen the affliction4 of my people6 which3 is in9 Egypt,10 and11 I have heard15 their14 groaning,13 and16 am come down17 to deliver18 them.19 And20 now21 come,22 I will send23 thee into25 Egypt.

1 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 κακωσιν G2561 mishandeling affliction 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 λαου G2992 volk, volks, volke people 7 μου G1473 mij, ik I, me 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 αιγυπτω G125 Egypte, Egypteland Egypt 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 στεναγμου G4726 zuchten, zuchtingen groaning 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ηκουσα G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 κατεβην G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 18 εξελεσθαι G1807 trekt, Verlossende, ontnomen deliver, pluck out, rescue 19 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 22 δευρο G1204 kom, Kom come (hither), hither(-to) 23 αποστελω G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 24 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 25 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 26 αιγυπτον G125 Egypte, Egypteland Egypt

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Dezen Mozes, welken zij verloochend hadden, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter gesteld? dezen, zeg ik, heeft God tot een overste en verlosser gezonden, door de hand des Engels, Die hem verschenen was in het doornenbos.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 DezenG5126 MozesG3475, welkenG3739 zij verloochendG720 hadden, zeggendeG2036: Wie heeft uG4771 tot een oversteG758 enG2532 rechterG1348 gesteldG2525? dezenG5126, zegG3004 ik, heeft GodG2316 tot een oversteG758 enG2532 verlosserG3086 gezondenG649, doorG1722 de handG5495 des EngelsG32, Die hemG846 verschenenG3700 was inG1722 het doornenbosG942. Dezen Mozes, welken zij verloochend hadden, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter gesteld? dezen, zeg ik, heeft God tot een overste en verlosser gezonden, door de hand des Engels, Die hem verschenen was in het doornenbos.

KJV This Moses3 whom4 they refused,5 saying, Who7 made9 thee a ruler10 and11 a judge?12 the same did God15 send19 to be a ruler16 and17 a deliverer18 by20 the hand21 of the angel22 which2 appeared to him25 in26 the bush.

1 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 μωυσην G3475 Mozes Moses 4 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 5 ηρνησαντο G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 6 ειποντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 9 κατεστησεν G2525 gesteld, zetten, stellen appoint, be, conduct, make, ordain, set 10 αρχοντα G758 oversten, overste, Overste chief (ruler), magistrate, prince, ruler 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 δικαστην G1348 rechter judge 13 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 16 αρχοντα G758 oversten, overste, Overste chief (ruler), magistrate, prince, ruler 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 λυτρωτην G3086 verlosser deliverer 19 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 20 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 21 χειρι G5495 handen, hand hand 22 αγγελου G32 engel, engelen, engels angel, messenger 23 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 οφθεντος G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 25 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 27 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 βατω G942 doornenbos, bramen bramble, bush

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Deze heeft hen uitgeleid, doende wonderen en tekenen in het land van Egypte, en in de Rode zee, en in de woestijn, veertig jaren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 DezeG3778 heeft henG846 uitgeleidG1806, doendeG4160 wonderenG5059 enG2532 tekenenG4592 inG1722 het landG1093 van EgypteG125, enG2532 inG1722 de RodeG2063 zeeG2281, enG2532 inG1722 de woestijnG2048, veertigG5062 jarenG2094. Deze heeft hen uitgeleid, doende wonderen en tekenen in het land van Egypte, en in de Rode zee, en in de woestijn, veertig jaren.

KJV He1 brought2 them3 out, after that he had shewed4 wonders5 and6 signs7 in8 the land9 of Egypt,10 and11 in12 the Red13 sea,14 and15 in16 the wilderness18 forty20 years.

1 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 εξηγαγεν G1806 leidde, uitgeleid, geleid bring forth (out), fetch (lead) out 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ποιησας G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 5 τερατα G5059 wonderen, wonderheden wonder 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 σημεια G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 γη G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 10 αιγυπτου G125 Egypte, Egypteland Egypt 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 ερυθρα G2063 Rode red 14 θαλασση G2281 zee sea 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ερημω G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 19 ετη G2094 jaren, jaar, lang year 20 τεσσαρακοντα G5062 veertig forty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Deze is de Mozes, die tot de kinderen Israels gezegd heeft: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 Deze isG1510 de MozesG3475, die tot de kinderenG5207 IsraelsG2474 gezegdG2036 heeft: De HeereG2962, uw GodG2316, zal uG4771 een ProfeetG4396 verwekkenG450 uitG1537 uw broederenG80, gelijkG5613 mijG1473; Dien zult gijG4771 horenG191. Deze is de Mozes, die tot de kinderen Israels gezegd heeft: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen.

KJV This1 is that Moses,4 which3 said unto the children8 of Israel,9 A prophet10 shall12 the Lord13 your God15 raise up unto you of17 your brethren,19 like21 unto me; him23 shall ye hear.

1 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μωυσης G3475 Mozes Moses 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 υιοις G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 9 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel 10 προφητην G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 11 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 12 αναστησει G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 13 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 16 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 17 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 18 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αδελφων G80 broeders, broeder, broederen brother 20 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 21 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 22 εμε G1473 mij, ik I, me 23 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 ακουσεσθε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Deze is het, die in de vergadering des volks in de woestijn was met den Engel, Die tot hem sprak op den berg Sinai, en met onze vaderen; welke de levende woorden ontving, om ons die te geven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 DezeG3778 isG1510 het, die inG1722 de vergaderingG1577 des volks in de woestijnG2048 was metG3326 den EngelG32, Die tot hemG846 sprakG2980 op den bergG3735 SinaiG4614, enG2532 met onze vaderenG3962; welkeG3739 de levendeG2198 woordenG3051 ontvingG1209, om ons die te gevenG1325. Deze is het, die in de vergadering des volks in de woestijn was met den Engel, Die tot hem sprak op den berg Sinai, en met onze vaderen; welke de levende woorden ontving, om ons die te geven.

KJV This1 is he, that was4 in5 the church7 in8 the wilderness10 with11 the angel13 which3 spake15 to him16 in17 the mount19 Sina,20 and21 with our fathers:23 who25 received26 the lively28 oracles27 to give29 unto us:

1 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 γενομενος G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εκκλησια G1577 Gemeente, Gemeenten, gemeente assembly, church 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ερημω G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 11 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αγγελου G32 engel, engelen, engels angel, messenger 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 λαλουντος G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 16 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ορει G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 20 σινα G4614 Sina, Sinai Sina 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 πατερων G3962 Vader, vader, vaders father, parent 24 ημων G1473 mij, ik I, me 25 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 26 εδεξατο G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 27 λογια G3051 woorden, Woorden oracle 28 ζωντα G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 29 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 30 ημιν G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 Denwelken onze vaders niet wilden gehoorzaam zijn, maar verwierpen hem, en keerden met hun harten weder naar Egypte;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 Denwelken onze vadersG3962 nietG3756 wildenG2309 gehoorzaamG5255 zijn, maarG235 verwierpenG683 hem, enG2532 keerdenG4762 met hun hartenG2588 weder naarG1519 EgypteG125; Denwelken onze vaders niet wilden gehoorzaam zijn, maar verwierpen hem, en keerden met hun harten weder naar Egypte;

KJV To whom1 our fathers7 would3 not2 obey,5 but9 thrust him from them,10 and11 in their15 hearts14 turned back again12 into16 Egypt,

1 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 ηθελησαν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 4 υπηκοοι G5255 gehoorzaam obedient 5 γενεσθαι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πατερες G3962 Vader, vader, vaders father, parent 8 ημων G1473 mij, ik I, me 9 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 10 απωσαντο G683 verstoten, verstiet, verstoot cast away, put away (from), thrust away (from) 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 εστραφησαν G4762 omkerende, keerde, kerende convert, turn (again, back again, self, self about) 13 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 καρδιαις G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 15 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 αιγυπτον G125 Egypte, Egypteland Egypt
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Zeggende tot Aaron: Maak ons goden, die voor ons heengaan; want wat dezen Mozes aangaat, die ons uit het land van Egypte geleid heeft, wij weten niet, wat hem geschied is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 ZeggendeG2036 tot AaronG2: MaakG4160 ons godenG2316, dieG3739 voor ons heengaanG4313; wantG1063 wat dezenG3778 MozesG3475 aangaat, die ons uitG1537 het landG1093 van EgypteG125 geleidG1806 heeft, wij wetenG1492 nietG3756, watG5101 hemG846 geschiedG1096 is. Zeggende tot Aaron: Maak ons goden, die voor ons heengaan; want wat dezen Mozes aangaat, die ons uit het land van Egypte geleid heeft, wij weten niet, wat hem geschied is.

KJV Saying unto Aaron,3 Make4 us gods6 to7 go before8 us: for11 as for this13 Moses,12 which14 brought15 us out of17 the land18 of Egypt,19 we wot21 not20 what22 is become23 of him.

1 ειποντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ααρων G2 Aaron Aaron 4 ποιησον G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 5 ημιν G1473 mij, ik I, me 6 θεους G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 7 οι G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 8 προπορευσονται G4313 heengaan go before 9 ημων G1473 mij, ik I, me 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 12 μωσης G3475 Mozes Moses 13 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 εξηγαγεν G1806 leidde, uitgeleid, geleid bring forth (out), fetch (lead) out 16 ημας G1473 mij, ik I, me 17 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 18 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 19 αιγυπτου G125 Egypte, Egypteland Egypt 20 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 21 οιδαμεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 22 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 23 γεγονεν G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 24 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En zij maakten een kalf in die dagen, en brachten offerande tot den afgod, en verheugden zich in de werken hunner handen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 En zijG846 maakten een kalf inG1722 dieG1565 dagenG2250, enG2532 brachtenG321 offerandeG2378 tot den afgodG1497, enG2532 verheugdenG2165 zich inG1722 de werkenG2041 hunner handenG5495. En zij maakten een kalf in die dagen, en brachten offerande tot den afgod, en verheugden zich in de werken hunner handen.

Ook in dit vers maakten kalfG3447

KJV And1 they made a calf2 in3 those6 days,5 and7 offered8 sacrifice9 unto the idol,11 and12 rejoiced13 in14 the works16 of their own19 hands.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εμοσχοποιησαν G3447 maakten kalf make a calf 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ημεραις G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 6 εκειναις G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ανηγαγον G321 afgevaren, voeren, brachten bring (again, forth, up again), depart, launch (forth), lead (up), loose, offer, sail, set forth, take up 9 θυσιαν G2378 offerande, offeranden, slachtofferen sacrifice 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ειδωλω G1497 afgoden, afgod, afgods idol 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ευφραινοντο G2165 vrolijk, vreugde, Wees vrolijk fare, make glad, be (make) merry, rejoice 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 εργοις G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 17 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 χειρων G5495 handen, hand hand 19 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 En God keerde Zich, en gaf hen over, dat zij het heir des hemels dienden, gelijk geschreven is in het boek der profeten: Hebt gij ook slachtofferen en offeranden Mij opgeofferd, veertig jaren in de woestijn, gij huis Israels?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 En GodG2316 keerdeG4762 Zich, en gaf hen over, dat zij het heirG4756 des hemelsG3772 diendenG3000, gelijk geschrevenG1125 is inG1722 het boekG976 der profetenG4396: Hebt gij ookG2532 slachtofferenG4968 en offerandenG2378 MijG1473 opgeofferdG4374, veertigG5062 jarenG2094 inG1722 de woestijnG2048, gij huisG3624 IsraelsG2474? En God keerde Zich, en gaf hen over, dat zij het heir des hemels dienden, gelijk geschreven is in het boek der profeten: Hebt gij ook slachtofferen en offeranden Mij opgeofferd, veertig jaren in de woestijn, gij huis Israels?

KJV Then2 God4 turned,1 and5 gave6 them7 up to worship8 the host10 of heaven;12 as it13 is written14 in15 the book16 of the prophets,18 O ye house30 of Israel,31 have ye offered19 to me slain beasts20 and21 sacrifices22 by the space of forty26 years25 in27 the wilderness?

1 εστρεψεν G4762 omkerende, keerde, kerende convert, turn (again, back again, self, self about) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 παρεδωκεν G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 7 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 λατρευειν G3000 dienen, diene, dienende serve, do the service, worship(-per) 9 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 στρατια G4756 heir, heirlegers host 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 13 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 14 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 βιβλω G976 boek, boeken, boeks book 17 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 προφητων G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 19 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 20 σφαγια G4968 slachtofferen slain beast 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 θυσιας G2378 offerande, offeranden, slachtofferen sacrifice 23 προσηνεγκατε G4374 brachten, geofferd, gebracht bring (to, unto), deal with, do, offer (unto, up), present unto, put to 24 μοι G1473 mij, ik I, me 25 ετη G2094 jaren, jaar, lang year 26 τεσσαρακοντα G5062 veertig forty 27 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 28 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 ερημω G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 30 οικος G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 31 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Ja, gij hebt opgenomen den tabernakel van Moloch, en het gesternte van uw god Remfan, de afbeeldingen, die gij gemaakt hebt, om die te aanbidden; en Ik zal u overvoeren op gene zijde van Babylon.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 Ja, gij hebt opgenomenG353 den tabernakelG4633 van MolochG3434, enG2532 het gesternteG798 van uw godG2316 RemfanG4481, de afbeeldingenG5179, dieG3739 gij gemaaktG4160 hebt, om die te aanbiddenG4352; enG2532 Ik zal uG4771 overvoerenG3351 op geneG1900 zijde van BabylonG897. Ja, gij hebt opgenomen den tabernakel van Moloch, en het gesternte van uw god Remfan, de afbeeldingen, die gij gemaakt hebt, om die te aanbidden; en Ik zal u overvoeren op gene zijde van Babylon.

KJV Yea,1 ye took up2 the tabernacle4 of Moloch,6 and7 the star9 of your god11 Remphan,13 figures15 which16 ye made17 to worship18 them:19 and20 I will carry21 you away beyond23 Babylon.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ανελαβετε G353 opgenomen, namen, Neem receive up, take (in, unto, up) 3 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 σκηνην G4633 tabernakel, tabernakelen, tabernakels habitation, tabernacle 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μολοχ G3434 Moloch Moloch 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 αστρον G798 sterren, gesternte, gesternten star 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 12 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 13 ρεμφαν G4481 Remfan Remphan 14 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 τυπους G5179 voorbeeld, voorbeelden, afbeelding en-(ex-)ample, fashion, figure, form, manner, pattern, print 16 ους G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 εποιησατε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 18 προσκυνειν G4352 aanbidden, aanbaden, aanbad worship 19 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 μετοικιω G3351 bracht, overvoeren carry away, remove into 22 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 23 επεκεινα G1900 gene beyond 24 βαβυλωνος G897 Babylon, Babylonische Babylon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 De tabernakel der getuigenis was onder onze vaderen in de woestijn, gelijk geordineerd had Hij, Die tot Mozes zeide, dat hij denzelven maken zou naar de afbeelding, die hij gezien had;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 De tabernakelG4633 der getuigenisG3142 wasG1510 onderG1722 onze vaderenG3962 inG1722 de woestijnG2048, gelijk geordineerdG1299 had Hij, Die tot MozesG3475 zeideG2980, dat hij denzelven makenG4160 zou naarG2596 de afbeeldingG5179, dieG3739 hij gezienG3708 had; De tabernakel der getuigenis was onder onze vaderen in de woestijn, gelijk geordineerd had Hij, Die tot Mozes zeide, dat hij denzelven maken zou naar de afbeelding, die hij gezien had;

KJV Our fathers11 had the tabernacle2 of witness4 in7 the wilderness,15 as16 he had appointed,17 speaking19 unto Moses,21 that he should make22 it23 according24 to the fashion26 that27 he had seen.

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 σκηνη G4633 tabernakel, tabernakelen, tabernakels habitation, tabernacle 3 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαρτυριου G3142 getuigenis, getuiging to be testified, testimony, witness 5 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πατρασιν G3962 Vader, vader, vaders father, parent 12 ημων G1473 mij, ik I, me 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ερημω G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 16 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 17 διεταξατο G1299 bevolen, geordineerd, besteld appoint, command, give, (set in) order, ordain 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 λαλων G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 20 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 μωση G3475 Mozes Moses 22 ποιησαι G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 23 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 25 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 τυπον G5179 voorbeeld, voorbeelden, afbeelding en-(ex-)ample, fashion, figure, form, manner, pattern, print 27 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 28 εωρακει G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 Welken ook onze vaders ontvangen hebbende, met Jozua gebracht hebben in het land, dat de heidenen bezaten, die God verdreven heeft van het aangezicht onzer vaderen, tot de dagen van David toe;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 Welken ookG2532 onze vadersG3962 ontvangenG1237 hebbende, met JozuaG2424 gebrachtG1521 hebben inG1722 het land, dat de heidenenG1484 bezatenG2697, dieG3739 GodG2316 verdrevenG1856 heeft vanG575 het aangezichtG4383 onzer vaderenG3962, tot de dagenG2250 van DavidG1138 toe; Welken ook onze vaders ontvangen hebbende, met Jozua gebracht hebben in het land, dat de heidenen bezaten, die God verdreven heeft van het aangezicht onzer vaderen, tot de dagen van David toe;

KJV Which1 also2 our fathers6 that came4 after brought in3 with8 Jesus9 into10 the possession12 of the Gentiles,14 whom15 God18 drave out16 before19 the face20 of our fathers,22 unto24 the days26 of David;

1 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 εισηγαγον G1521 gebracht, brachten, bracht bring in(-to), (+ was to) lead into 4 διαδεξαμενοι G1237 ontvangen come after 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πατερες G3962 Vader, vader, vaders father, parent 7 ημων G1473 mij, ik I, me 8 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 9 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κατασχεσει G2697 bezaten, bezitting possession 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 εθνων G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 15 ων G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 16 εξωσεν G1856 verdreven, zetten drive out, thrust in 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 19 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 20 προσωπου G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 21 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 πατερων G3962 Vader, vader, vaders father, parent 23 ημων G1473 mij, ik I, me 24 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 25 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 ημερων G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 27 δαβιδ G1138 David, Davids David
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 Dewelke voor God genade gevonden heeft, en begeerd heeft te vinden een woonstede voor den God Jakobs.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 Dewelke voor GodG2316 genadeG5485 gevondenG2147 heeft, enG2532 begeerdG154 heeft te vindenG2147 een woonstedeG4638 voor den GodG2316 JakobsG2384. Dewelke voor God genade gevonden heeft, en begeerd heeft te vinden een woonstede voor den God Jakobs.

KJV Who1 found2 favour3 before4 God,6 and7 desired8 to find9 a tabernacle10 for the God12 of Jacob.

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 ευρεν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 3 χαριν G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 4 ενωπιον G1799 voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid van before, in the presence (sight) of, to 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ητησατο G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 9 ευρειν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 10 σκηνωμα G4638 tabernakel, tabernakels, woonstede tabernacle 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 13 ιακωβ G2384 Jakob, Jakobs also an Israelite:--Jacob
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 En Salomo bouwde Hem een huis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 EnG1161 SalomoG4672 bouwdeG3618 HemG846 een huisG3624. En Salomo bouwde Hem een huis.

KJV But2 Solomon1 built3 him4 an house.

1 σολομων G4672 Salomo, Salomon Solomon 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ωκοδομησεν G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 Maar de Allerhoogste woont niet in tempelen met handen gemaakt; gelijk de profeet zegt:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 MaarG235 de AllerhoogsteG5310 woontG2730 nietG3756 inG1722 tempelenG3485 met handenG5499 gemaakt; gelijk de profeetG4396 zegtG3004: Maar de Allerhoogste woont niet in tempelen met handen gemaakt; gelijk de profeet zegt:

KJV Howbeit1 the most High4 dwelleth8 not2 in5 temples7 made with hands;6 as9 saith12 the prophet,

1 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 υψιστος G5310 Allerhoogsten, hoogste, Allerhoogste most high, highest 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 χειροποιητοις G5499 handen, handen geschiedt made by (make with) hands 7 ναοις G3485 tempel, tempels, tempelen shrine, temple 8 κατοικει G2730 wonen, woont, woonden dwell(-er), inhabitant(-ter) 9 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 προφητης G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 12 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 De hemel is Mij een troon, en de aarde een voetbank Mijner voeten. Hoedanig huis zult gij Mij bouwen, zegt de Heere, of welke is de plaats Mijner ruste?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 De hemelG3772 is MijG1473 een troonG2362, enG1161 de aardeG1093 een voetbankG5286 Mijner voetenG4228. HoedanigG4169 huisG3624 zult gij MijG1473 bouwenG3618, zegtG3004 de HeereG2962, ofG2228 welkeG5101 is de plaatsG5117 Mijner rusteG2663? De hemel is Mij een troon, en de aarde een voetbank Mijner voeten. Hoedanig huis zult gij Mij bouwen, zegt de Heere, of welke is de plaats Mijner ruste?

KJV Heaven2 is my throne,4 and6 earth7 is my footstool:10 what12 house13 will ye build14 me? saith16 the Lord:17 or18 what19 is the place20 of my rest?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 ουρανος G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 3 μοι G1473 mij, ik I, me 4 θρονος G2362 troon, tronen, troons seat, throne 5 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 7 γη G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 8 υποποδιον G5286 voetbank footstool 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ποδων G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 11 μου G1473 mij, ik I, me 12 ποιον G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 13 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 14 οικοδομησετε G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 15 μοι G1473 mij, ik I, me 16 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 17 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 18 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 19 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 20 τοπος G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 21 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 καταπαυσεως G2663 rust, ruste rest 23 μου G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 Heeft niet Mijn hand al deze dingen gemaakt?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 Heeft niet Mijn handG5495 alG3956 dezeG3778 dingen gemaaktG4160? Heeft niet Mijn hand al deze dingen gemaakt?

KJV Hath5 not1 my hand3 made all7 these things?

1 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 2 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 χειρ G5495 handen, hand hand 4 μου G1473 mij, ik I, me 5 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 6 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
51 Gij hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij wederstaat altijd den Heiligen Geest; gelijk uw vaders, alzo ook gij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

51 GijG4771 hardnekkigenG4644 enG2532 onbesnedenenG564 van hartG2588 enG2532 orenG3775, gijG4771 wederstaatG496 altijdG104 den HeiligenG40 GeestG4151; gelijkG5613 uw vadersG3962, alzo ookG2532 gijG4771. Gij hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij wederstaat altijd den Heiligen Geest; gelijk uw vaders, alzo ook gij.

KJV Ye stiffnecked1 and2 uncircumcised3 in heart5 and6 ears,8 ye do15 always10 resist the Holy14 Ghost:12 as16 your fathers18 did, so20 do ye.

1 σκληροτραχηλοι G4644 hardnekkigen stiffnecked 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 απεριτμητοι G564 onbesnedenen uncircumcised 4 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 καρδια G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ωσιν G3775 oren, oor ear 9 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 10 αει G104 altijd, Altijd always, ever 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αγιω G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 15 αντιπιπτετε G496 wederstaat resist 16 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 17 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 πατερες G3962 Vader, vader, vaders father, parent 19 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
52 Wien van de profeten hebben uw vaders niet vervolgd? En zij hebben gedood degenen, die te voren verkondigd hebben de komst des Rechtvaardigen, van Welken gijlieden nu verraders en moordenaars geworden zijt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

52 Wien van de profetenG4396 hebben uw vadersG3962 nietG3756 vervolgdG1377? EnG2532 zij hebben gedoodG615 degenen, die te voren verkondigd hebben de komstG1660 des RechtvaardigenG1342, van WelkenG3739 gijliedenG4771 nu verradersG4273 enG2532 moordenaarsG5406 gewordenG1096 zijt. Wien van de profeten hebben uw vaders niet vervolgd? En zij hebben gedood degenen, die te voren verkondigd hebben de komst des Rechtvaardigen, van Welken gijlieden nu verraders en moordenaars geworden zijt.

Ook in dit vers tevoren verkondigdG4293

KJV Which1 of the prophets3 have5 not4 your fathers7 persecuted? and9 they have slain10 them which2 shewed before12 of13 the coming15 of the Just One;17 of whom18 ye have been24 now19 the betrayers21 and22 murderers:

1 τινα G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 προφητων G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 4 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 εδιωξαν G1377 vervolgd, vervolgen, vervolgt ensue, follow (after), given to, (suffer) persecute(-ion), press forward 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πατερες G3962 Vader, vader, vaders father, parent 8 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 απεκτειναν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 11 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 προκαταγγειλαντας G4293 tevoren verkondigd, tevoren aangedienden foretell, have notice, (shew) before 13 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ελευσεως G1660 komst coming 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 δικαιου G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous) 18 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 19 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 20 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 21 προδοται G4273 Verraders, verrader, verraders betrayer, traitor 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 φονεις G5406 doodslager, doodslagers, moordenaars murderer 24 γεγενησθε G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
53 Gij, die de wet ontvangen hebt door bestellingen der engelen, en hebt ze niet gehouden!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

53 Gij, die de wetG3551 ontvangenG2983 hebt door bestellingenG1296 der engelenG32, enG2532 hebt ze nietG3756 gehouden! Gij, die de wet ontvangen hebt door bestellingen der engelen, en hebt ze niet gehouden!

KJV Who1 have received2 the law4 by5 the disposition6 of angels,7 and8 have10 not9 kept

1 οιτινες G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 2 ελαβετε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 νομον G3551 wet, wetten, Wet law 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 διαταγας G1296 bestellingen, ordinantie instrumentality 7 αγγελων G32 engel, engelen, engels angel, messenger 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 εφυλαξατε G5442 bewaren, bewaard, onderhouden beward, keep (self), observe, save
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
54 Als zij nu dit hoorden, berstten hun harten, en zij knersten de tanden tegen hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

54 Als zij nuG1161 ditG3778 hoordenG191, bersttenG1282 hun hartenG2588, en zij knerstenG1031 de tandenG3599 tegenG1909 hem. Als zij nu dit hoorden, berstten hun harten, en zij knersten de tanden tegen hem.

KJV When2 they heard1 these things, they were cut4 to the heart,6 and8 they gnashed9 on12 him7 with their teeth.

1 ακουοντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 διεπριοντο G1282 barstte, berstten cut (to the heart) 5 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 καρδιαις G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 7 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εβρυχον G1031 knersten gnash 10 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οδοντας G3599 tanden, tand tooth 12 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
55 Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter hand Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

55 MaarG1161 hij, volG4134 zijnde des HeiligenG40 GeestesG4151, en de ogen houdendeG816 naarG1519 den hemelG3772, zagG1492 de heerlijkheidG1391 GodsG2316, en JezusG2424, staandeG2476 ter rechterG1188 hand GodsG2316. Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter hand Gods.

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV But2 he, being1 full3 of the Holy5 Ghost,4 looked up stedfastly6 into7 heaven,9 and saw the glory11 of God,12 and13 Jesus14 standing15 on16 the right hand17 of God,

1 υπαρχων G5225 zijn, bestaan, aanwezig zijn; bezitting after, behave, live 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πληρης G4134 vol, volle full 4 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 5 αγιου G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 6 ατενισας G816 ogen, houdende, sterk behold earnestly (stedfastly), fasten (eyes), look (earnestly, stedfastly, up stedfastly), set eyes 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ουρανον G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 10 ειδεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 11 δοξαν G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 12 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 15 εστωτα G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 16 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 17 δεξιων G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
56 En hij zeide: Ziet, ik zie de hemelen geopend, en den Zoon des mensen, staande ter rechter hand Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

56 En hij zeideG2036: ZietG3708, ik zieG2334 de hemelenG3772 geopendG455, enG2532 den ZoonG5207 des mensenG444, staandeG2476 ter rechterG1188 hand GodsG2316. En hij zeide: Ziet, ik zie de hemelen geopend, en den Zoon des mensen, staande ter rechter hand Gods.

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV And1 said, Behold, I see4 the heavens6 opened,7 and8 the Son10 of man12 standing15 on13 the right hand14 of God.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 4 θεωρω G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 5 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ουρανους G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 7 ανεωγμενους G455 geopend, open, openen open 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 13 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 14 δεξιων G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 15 εστωτα G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
57 Maar zij, roepende met grote stemme, stopten hun oren, en vielen eendrachtelijk op hem aan;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

57 MaarG1161 zij, roependeG2896 met groteG3173 stemmeG5456, stoptenG4912 hunG846 orenG3775, en vielenG3729 eendrachtelijkG3661 op hemG846 aan; Maar zij, roepende met grote stemme, stopten hun oren, en vielen eendrachtelijk op hem aan;

KJV Then2 they cried out1 with a loud4 voice,3 and stopped5 their8 ears,7 and9 ran10 upon12 him13 with one accord,

1 κραξαντες G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 φωνη G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 4 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 5 συνεσχον G4912 bevangen, gedrongen, benauwen constrain, hold, keep in, press, lie sick of, stop, be in a strait, straiten, be taken with, throng 6 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ωτα G3775 oren, oor ear 8 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ωρμησαν G3729 stortte, liepen gedruis, vielen run (violently), rush 11 ομοθυμαδον G3661 eendrachtelijk with one accord (mind) 12 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
58 En wierpen hem ter stad uit, en stenigden hem; en de getuigen legden hun klederen af aan de voeten eens jongelings, genaamd Saulus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

58 EnG2532 wierpenG1544 hem ter stadG4172 uit, en stenigdenG3036 hem; en de getuigenG3144 legdenG659 hunG846 klederenG2440 af aan de voetenG4228 eens jongelingsG3494, genaamdG2564 SaulusG4569. En wierpen hem ter stad uit, en stenigden hem; en de getuigen legden hun klederen af aan de voeten eens jongelings, genaamd Saulus.

KJV And1 cast2 him out of3 the city,5 and stoned6 him: and7 the witnesses9 laid down10 their13 clothes12 at14 a young man's17 feet,16 whose name was18 Saul.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εκβαλοντες G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 3 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πολεως G4172 stad, steden city 6 ελιθοβολουν G3036 gestenigd, stenigden, stenigt stone, cast stones 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 μαρτυρες G3144 getuigen, getuige, Getuige martyr, record, witness 10 απεθεντο G659 afleggen, legt, afgelegd cast off, lay apart (aside, down), put away (off) 11 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιματια G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 13 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 15 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 17 νεανιου G3494 jongeling, jongelings young man 18 καλουμενου G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 19 σαυλου G4569 Saulus Saul
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
59 En zij stenigden Stefanus, aanroepende en zeggende: Heere Jezus, ontvang mijn geest.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

59 En zij stenigdenG3036 StefanusG4736, aanroependeG1941 enG2532 zeggendeG3004: HeereG2962 JezusG2424, ontvangG1209 mijn geestG4151. En zij stenigden Stefanus, aanroepende en zeggende: Heere Jezus, ontvang mijn geest.

KJV And1 they stoned2 Stephen,4 calling upon5 God, and6 saying,7 Lord8 Jesus,9 receive10 my spirit.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελιθοβολουν G3036 gestenigd, stenigden, stenigt stone, cast stones 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 στεφανον G4736 Stefanus Stephen 5 επικαλουμενον G1941 toegenaamd, aanroepen, beroepen appeal (unto), call (on, upon), surname 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 λεγοντα G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 δεξαι G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 13 μου G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
60 En vallende op de knieen, riep hij met grote stem: Heere, reken hun deze zonde niet toe! En als hij dat gezegd had, ontsliep hij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

60 En vallendeG5087 op de knieenG1119, riepG2896 hij met groteG3173 stemG5456: HeereG2962, rekenG2476 hunG846 deze zondeG266 nietG3361 toe! En als hij datG3778 gezegdG2036 had, ontsliepG2837 hij. En vallende op de knieen, riep hij met grote stem: Heere, reken hun deze zonde niet toe! En als hij dat gezegd had, ontsliep hij.

KJV And2 he kneeled down,1 and cried5 with a loud7 voice,6 Lord,8 lay10 not9 this sin13 to their11 charge. And15 when he had said this, he fell asleep.

1 θεις G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 γονατα G1119 knieen, knie, nederknielende knee(X -l) 5 εκραξεν G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 6 φωνη G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 7 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 8 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 στησης G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 11 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αμαρτιαν G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 14 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 17 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 εκοιμηθη G2837 ontslapen, slaapt, ontsliep (be a-, fall a-, fall on) sleep, be dead

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Handelingen 7:1 Handelingen 6:13 Mattheüs 26:61 Johannes 18:19 Markus 14:58 Johannes 18:33
Handelingen 7:2 Handelingen 22:1 Genesis 11:31 Psalmen 29:3 Genesis 15:7 Hebreeën 1:3 Johannes 1:14 Nehemia 9:7 Lukas 2:14
Handelingen 7:3 Genesis 12:1 Hebreeën 11:8 Lukas 14:33 Genesis 13:14 Jozua 24:3 2 Korinthe 6:17 Mattheüs 10:37 Nehemia 9:8
Handelingen 7:4 Genesis 12:4 Genesis 11:31 Jesaja 41:9 Jesaja 41:2
Handelingen 7:5 Genesis 12:7 Genesis 17:8 Genesis 15:18 Genesis 13:15 Genesis 26:3 Genesis 16:2 Hebreeën 11:9 Genesis 17:16
Handelingen 7:6 Genesis 15:13 Galaten 3:17 Genesis 15:16 Exodus 12:40
Handelingen 7:7 Exodus 3:12 Exodus 7:1 Psalmen 136:10 Psalmen 78:43 Psalmen 135:8 Psalmen 74:12 Nehemia 9:9 Psalmen 105:27
Handelingen 7:8 Genesis 17:9 Genesis 35:23 Genesis 35:16 Handelingen 2:29 1 Kronieken 1:34 Genesis 29:31 Galaten 3:15 Galaten 3:17
Handelingen 7:9 Genesis 39:2 Genesis 45:4 Psalmen 105:17 Genesis 50:15 Jesaja 41:10 Genesis 39:21 Genesis 49:23 Jesaja 43:2
Handelingen 7:10 Genesis 42:6 Genesis 41:12 Psalmen 34:17 Jakobus 5:11 Psalmen 105:19 Genesis 48:16 Psalmen 40:1 Spreuken 16:7
Handelingen 7:11 Psalmen 105:16 Genesis 45:5 Genesis 43:1 Genesis 41:54 Genesis 42:5 Genesis 47:13 Genesis 45:11
Handelingen 7:12 Genesis 42:1 Genesis 43:2
Handelingen 7:13 Genesis 45:1 Genesis 46:31
Handelingen 7:14 Deuteronomium 10:22 Genesis 46:26 Exodus 1:5 Genesis 46:12 Psalmen 105:23 Genesis 45:9 1 Kronieken 2:5
Handelingen 7:15 Exodus 1:6 Genesis 49:33 Genesis 46:3 Deuteronomium 10:22 Deuteronomium 26:5 Jozua 24:4 Numeri 20:15 Hebreeën 11:21
Handelingen 7:16 Jozua 24:32 Exodus 13:19 Genesis 23:16 Genesis 35:19 Genesis 50:13 Genesis 33:9 Genesis 34:2 Genesis 49:29
Handelingen 7:17 Handelingen 13:17 Handelingen 7:6 Psalmen 105:24 2 Petrus 3:8 Genesis 15:13 Exodus 1:20 Exodus 1:7
Handelingen 7:18 Exodus 1:8
Handelingen 7:19 Exodus 1:9 Psalmen 105:25 Openbaring 12:4 Psalmen 83:4 Psalmen 129:1
Handelingen 7:20 Hebreeën 11:23 1 Samuël 16:12 Exodus 2:2
Handelingen 7:21 Deuteronomium 32:26 Exodus 2:2 Hebreeën 11:24
Handelingen 7:22 Jesaja 19:11 Daniël 1:4 Lukas 24:19 2 Kronieken 9:22 Daniël 1:17 1 Koningen 4:29
Handelingen 7:23 Hebreeën 11:24 Exodus 2:11 Exodus 35:29 1 Kronieken 29:17 Spreuken 21:1 2 Kronieken 30:12 Exodus 35:21 Filippenzen 2:12
Handelingen 7:24 Handelingen 7:28 Johannes 18:10 Johannes 18:25
Handelingen 7:25 1 Korinthe 15:10 2 Korinthe 6:1 Lukas 9:45 Markus 9:32 1 Samuël 14:45 Lukas 18:34 Handelingen 14:27 Handelingen 15:4
Handelingen 7:26 Exodus 2:13 Johannes 15:17 Genesis 45:24 Filippenzen 2:1 Psalmen 133:1 Filippenzen 2:3 1 Korinthe 6:6 Spreuken 18:19
Handelingen 7:27 Handelingen 7:35 Lukas 12:14 Johannes 19:12 Handelingen 7:54 Handelingen 4:11 Mattheüs 21:23 Handelingen 3:13 Handelingen 5:33
Handelingen 7:29 Exodus 18:2 Exodus 2:14 Exodus 4:19
Handelingen 7:30 Handelingen 7:35 Exodus 3:1 Jesaja 63:9 Markus 12:26 Handelingen 7:17 Deuteronomium 4:20 Exodus 7:7 Exodus 3:6
Handelingen 7:31 Exodus 3:3
Handelingen 7:32 Exodus 3:6 Mattheüs 22:32 Jesaja 6:1 Genesis 28:13 Exodus 33:20 Mattheüs 17:6 Handelingen 3:13 Openbaring 1:17
Handelingen 7:33 Jozua 5:15 Exodus 3:5 2 Petrus 1:18 Prediker 5:1
Handelingen 7:34 Exodus 3:7 Exodus 3:14 Genesis 11:5 Psalmen 105:26 Johannes 3:13 Nehemia 9:9 Genesis 18:21 Genesis 11:7
Handelingen 7:35 Numeri 20:16 Exodus 14:19 Psalmen 75:7 Psalmen 118:22 Psalmen 113:7 Lukas 19:14 Handelingen 2:36 Nehemia 9:10
Handelingen 7:36 Exodus 12:41 Exodus 33:1 Exodus 14:21 Exodus 16:35 Psalmen 105:27 Exodus 14:27 Exodus 7:1 Psalmen 135:8
Handelingen 7:37 Deuteronomium 18:15 Lukas 9:30 Mattheüs 17:3 Johannes 18:37 Handelingen 3:22 Johannes 8:46 Markus 9:7 Handelingen 7:38
Handelingen 7:38 Romeinen 3:2 1 Petrus 4:11 Hebreeën 5:12 Handelingen 7:53 Johannes 1:17 Deuteronomium 33:4 Deuteronomium 32:46 Jesaja 63:9
Handelingen 7:39 Numeri 14:3 Numeri 11:5 Exodus 16:3 Richteren 11:2 Psalmen 106:32 Ezechiël 20:6 Nehemia 9:16 Numeri 21:5
Handelingen 7:40 Exodus 32:1 Exodus 32:23
Handelingen 7:41 Exodus 32:17 Openbaring 9:20 Hosea 9:1 Habakuk 2:18 Exodus 32:2 Nehemia 9:18 Jesaja 44:9 Jesaja 2:8
Handelingen 7:42 Jeremia 19:13 Ezechiël 20:39 Jozua 24:20 Jesaja 63:10 2 Koningen 17:16 Amos 5:25 2 Koningen 21:3 Deuteronomium 4:19
Handelingen 7:43 Amos 5:26 2 Koningen 18:11 Deuteronomium 5:8 Exodus 20:4 Deuteronomium 4:16 Leviticus 20:2 Leviticus 18:21 2 Koningen 21:6
Handelingen 7:44 Exodus 38:21 Exodus 25:40 Hebreeën 8:5 1 Kronieken 28:19 Exodus 26:30 Numeri 17:7 Exodus 25:8 2 Kronieken 24:6
Handelingen 7:45 Psalmen 44:2 Handelingen 13:19 Jozua 18:1 Hebreeën 4:8 Jozua 24:18 Jozua 23:9 Nehemia 9:24 Psalmen 78:55
Handelingen 7:46 Handelingen 13:22 Psalmen 132:1 1 Samuël 16:1 2 Samuël 7:8 2 Samuël 7:18 2 Samuël 7:1 1 Kronieken 17:1 Psalmen 89:19
Handelingen 7:47 1 Koningen 8:20 2 Samuël 7:13 1 Koningen 6:37 1 Koningen 5:1 Zacharia 6:12 2 Kronieken 3:1 1 Koningen 7:13 1 Kronieken 17:1
Handelingen 7:48 Jesaja 66:1 2 Kronieken 2:5 1 Koningen 8:27 Handelingen 17:24 Deuteronomium 32:8 Psalmen 46:4 Psalmen 91:9 Psalmen 91:1
Handelingen 7:49 Psalmen 11:4 Openbaring 3:21 Jeremia 23:24 Jesaja 66:1 Mattheüs 5:34 Jeremia 7:4 Mattheüs 23:22 1 Koningen 22:19
Handelingen 7:50 Jesaja 66:2 Jeremia 32:17 Psalmen 50:9 Psalmen 146:5 Handelingen 14:15 Jesaja 45:12 Jeremia 10:11 Jesaja 44:24
Handelingen 7:51 Leviticus 26:41 Deuteronomium 10:16 Exodus 33:5 Exodus 32:9 Jesaja 63:10 Exodus 33:3 Jeremia 6:10 Jeremia 4:4
Handelingen 7:52 Mattheüs 5:12 1 Thessalonicenzen 2:15 1 Koningen 19:10 2 Kronieken 36:16 Handelingen 22:14 Mattheüs 23:31 1 Johannes 2:1 Handelingen 3:14
Handelingen 7:53 Galaten 3:19 Hebreeën 2:2 Deuteronomium 33:2 Johannes 7:19 Handelingen 7:38 Galaten 6:13 Romeinen 2:23 Exodus 19:1
Handelingen 7:54 Handelingen 5:33 Psalmen 35:16 Job 16:9 Mattheüs 22:13 Klaagliederen 2:16 Mattheüs 25:30 Mattheüs 13:42 Lukas 13:28
Handelingen 7:55 Handelingen 6:5 Markus 16:19 Micha 3:8 Johannes 12:41 Hebreeën 1:3 Handelingen 6:10 Handelingen 6:3 2 Korinthe 12:2
Handelingen 7:56 Mattheüs 3:16 Openbaring 11:19 Mattheüs 16:27 Handelingen 10:11 Handelingen 10:16 Daniël 7:13 Lukas 3:21 Mattheüs 8:20
Handelingen 7:57 Spreuken 21:13 Psalmen 58:4 Handelingen 23:27 Handelingen 7:54 Zacharia 7:11 Handelingen 21:27
Handelingen 7:58 Handelingen 22:20 Handelingen 8:1 Lukas 4:29 Handelingen 6:13 Leviticus 24:14 Deuteronomium 17:7 Deuteronomium 13:9 Handelingen 22:4
Handelingen 7:59 Handelingen 9:14 Psalmen 31:5 Lukas 23:46 Handelingen 22:16 Romeinen 10:12 1 Korinthe 1:2 Handelingen 9:21 Joël 2:32
Handelingen 7:60 Mattheüs 5:44 Handelingen 20:36 Handelingen 9:40 Lukas 23:34 1 Korinthe 15:20 1 Korinthe 15:18 1 Korinthe 15:6 1 Thessalonicenzen 4:13
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Handelingen 7 vers 1

deze dingen alzo? Namelijk waarvan gij beschuldigd wordt.

Hertaald: deze dingen alzo? Namelijk waarvan u beschuldigd wordt.

Handelingen 7 vers 2

broeders en vaders, Zo noemt hij hen omdat zij van een geslacht waren; die van gelijken ouderdom onder hen waren, noemende broeders, en die ouder of in enig ambt waren, vaders.

Hertaald: broeders en vaders, Zo noemt hij hen omdat zij van hetzelfde geslacht waren: wie van gelijke leeftijd waren noemt hij broeders, en wie ouder waren of een ambt bekleedden vaders.

onzen vader Abraham, Dat is, van welken wij Joden afkomstig zijn, en waarover wij altijd roemen; Joh. 8:39 .

Hertaald: onzen vader Abraham, Dat is: van wie wij Joden afstammen en op wie wij ons altijd beroemen; Joh. 8:39.

Mesopotámië, Zo wordt in het Grieks genaamd het land, dat midden ligt tussen de rivieren Tigris en Eufraat, in het Hebreeuws genaamd Aram Naharaïm; dat is, Syrië tussen de rivieren, Gen. 24:10 , tot hetwelk ook gerekend werd het land van Babylonië, waar Chaldea een deel van was; Gen. 11:31 . Zie ook Plinius lib. 6, en cap.9:16.

Hertaald: Mesopotámië, Zo wordt in het Grieks het land genoemd dat midden tussen de rivieren de Tigris en de Eufraat ligt; in het Hebreeuws heet het Aram Naharaïm, dat is: Syrië tussen de rivieren (Gen. 24:10). Daartoe werd ook het land Babylonië gerekend, waarvan Chaldea een deel was; Gen. 11:31. Zie ook Plinius, boek 6, hoofdstuk 9 en 16.

eer hij woonde Namelijk als hij nog woonde in Ur, ene stad van Chaldea; Gen. 11:31 , en Gen. 15:7 .

Hertaald: eer hij woonde Namelijk toen hij nog woonde in Ur, een stad in Chaldea; Gen. 11:31 en Gen. 15:7.

Charran; Dit was ene stad van Mesopotamië, over de rivier Eufraat, Gen. 11:31 , en Gen. 28:10 , en Gen. 29:4 ; Joz. 24:2 , anders genaamd Charrhae, waar eertijds de Romeinse veldoverste M. Crassus van de Parthen is verslagen.

Hertaald: Charran; Dit was een stad in Mesopotamië, aan de overzijde van de Eufraat (Gen. 11:31, Gen. 28:10 en Gen. 29:4; Joz. 24:2), ook wel Charrhae genoemd, waar vroeger de Romeinse veldheer Marcus Crassus door de Parthen verslagen is.

Handelingen 7 vers 3

in een land, Dit was het land Kanaän, hetwelk God hem in het eerst niet noemde, om zijn geloof en gehoorzaamheid te beter te beproeven en tevoorschijn te brengen; Gen. 12:1 .

Hertaald: in een land, Dit was het land Kanaän, dat God hem eerst niet met name noemde, om zijn geloof en gehoorzaamheid des te beter te beproeven en aan het licht te brengen; Gen. 12:1.

Handelingen 7 vers 5

niet een voetstap; Dat is, niet zoveel eigendom, dat hij zijn voet daarop kon stellen. Zie Deut. 2:5 . Daarna heeft hij daarin een akker met ene spelonk gekocht, en dat niet om daar te wonen, maar om zijne doden daarin te begraven; Gen. 23:9 .

Hertaald: niet een voetstap; Dat is: niet zoveel eigendom dat hij er zijn voet op kon zetten. Zie Deut. 2:5. Later heeft hij daar een akker met een spelonk gekocht, en dat niet om er te wonen, maar om zijn doden erin te begraven; Gen. 23:9.

en beloofde, dat Dat is, hoewel Hij het beloofd had. Of, maar Hij beloofde.

Hertaald: en beloofde, dat Dat is: hoewel Hij het beloofd had. Of: maar Hij beloofde.

zade na hem, Dat is, nakomelingen.

Hertaald: zade na hem, Dat is: nakomelingen.

Handelingen 7 vers 6

vreemdeling Grieks Paroikos; dat is een inwoner of bijwoner, die niet in zijn eigen, maar in eens anders huis of land woont.

Hertaald: vreemdeling Grieks: paroikos; dat is: een inwonende of bijwonende, die niet in zijn eigen huis of land woont maar in dat van een ander.

in een vreemd Namelijk het land van Egypte.

Hertaald: in een vreemd Namelijk het land Egypte.

zij het zouden Namelijk de Egyptenaren.

Hertaald: zij het zouden Namelijk de Egyptenaren.

dienstbaar maken, Door deze dienstbaarheid wordt ook verstaan al hunne ballingschap en vreemdelingschap, en niet alleen die harde dienstbaarheid, die de Israëlieten in Egypte eerst onderworpen zijn geweest na den dood van Jozef, Ex. 1:6 , Ex. 1:10-11 , want die heeft geen vierhonderd jaren geduurd.

Hertaald: dienstbaar maken, Onder deze dienstbaarheid wordt ook heel hun ballingschap en vreemdelingschap verstaan, en niet alleen die harde dienstbaarheid waaraan de Israëlieten in Egypte pas na de dood van Jozef onderworpen zijn geweest (Ex. 1:6, Ex. 1:10-11), want die heeft geen vierhonderd jaar geduurd.

vierhonderd jaren Die gerekend moeten worden van den tijd, dat Abraham na deze belofte zaad heeft gekregen, en Izak hem geboren is, of als Izak gespeend werd, Gen. 21:2 , Gen. 21:8 ; doch wat aangaat de vierhonderd en dertig jaren, waarvan gesproken wordt Ex. 12:40 , en Gal. 3:17 , zie de aantekeningen daarvan op dezelfde plaatsen, Gen. 12:1 , tussen welken tijd en het spenen van Izak dertig jaren zijn. Zie Gen. 15:13 , op welke plaats Stefanus hier ziet.

Hertaald: vierhonderd jaren Die gerekend moeten worden vanaf de tijd dat Abraham na deze belofte nageslacht kreeg en Izak hem geboren werd, of vanaf het spenen van Izak (Gen. 21:2, Gen. 21:8). Wat de vierhonderddertig jaar betreft waarover gesproken wordt in Ex. 12:40 en Gal. 3:17: zie de aantekeningen daarop bij die plaatsen en bij Gen. 12:1; tussen die tijd en het spenen van Izak liggen dertig jaar. Zie Gen. 15:13, de plaats waarop Stefanus hier ziet.

Handelingen 7 vers 7

En het volk, Of, maar.

Hertaald: En het volk, Of: maar.

oordelen, sprak Dat is, straffen naar mijn rechtvaardig oordeel, 1 Kor. 11:31 ; Hebr. 13:4 , hetwelk ook voornamelijk geschied is als Farao met zijn ganse heir in de Rode zee verdronken is.

Hertaald: oordelen, sprak Dat is: straffen naar Mijn rechtvaardig oordeel (1 Kor. 11:31; Hebr. 13:4), wat vooral gebeurd is toen Farao met heel zijn leger in de Rode Zee verdronk.

Handelingen 7 vers 8

hem Namelijk Abraham.

Hertaald: hem Namelijk Abraham.

het verbond Dat is, de besnijdenis, die een teken en zegel des verbonds was. Zie Gen. 17:10 ; Rom. 4:11 .

Hertaald: het verbond Dat is: de besnijdenis, die een teken en zegel van het verbond was. Zie Gen. 17:10; Rom. 4:11.

en alzo gewon Of, en deze.

Hertaald: en alzo gewon Of: en deze.

Handelingen 7 vers 9

was met hem, Namelijk met zijn bijzondere gunst, genade en zegening.

Hertaald: was met hem, Namelijk met Zijn bijzondere gunst, genade en zegen.

Handelingen 7 vers 10

genade en Dat is, aangenaamheid, dat hem Farao gunstig was.

Hertaald: genade en Dat is: welgevallen, zodat Farao hem gunstig gezind was.

overste over Grieks voorganger.

Hertaald: overste over Grieks: voorganger.

Handelingen 7 vers 11

geen spijs Namelijk voor hen en voor hun vee. Of, niet om hen te verzadigen.

Hertaald: geen spijs Namelijk voor henzelf en voor hun vee. Of: niet genoeg om hen te verzadigen.

Handelingen 7 vers 12

onze vaders de Dat is, zijne zonen, van wie wij afkomstig zijn.

Hertaald: onze vaders de Dat is: zijn zonen, van wie wij afstammen.

Handelingen 7 vers 13

reize werd Dat is, wederkomst in Egypte.

Hertaald: reize werd Dat is: bij hun terugkomst in Egypte.

Handelingen 7 vers 14

geslacht, bestaande Of, maagschap.

Hertaald: geslacht, bestaande Of: verwantschap.

vijf en zeventig In den Hebreeuwsen tekst Gen. 46:27 ; Ex. 1:5 en Deut. 10:22 , wordt maar van zeventig zielen vermeld; maar in de Griekse overzetting staat Gen. 46:27 , en Ex. 1:5 , van vijf en zeventig, welke overzetting sommigen menen, dat Lukas hier heeft gevolgd. Zie dergelijke Luc. 3:36 . Anderen menen dat Stefanus boven de zeventig nog zou gerekend hebben de vier huisvrouwen van Jakob, en de twee zonen van Juda in Kanaän gestorven, zonder Jakob zelf mede te rekenen.

Hertaald: vijf en zeventig In de Hebreeuwse tekst van Gen. 46:27, Ex. 1:5 en Deut. 10:22 worden maar zeventig zielen genoemd; maar in de Griekse vertaling staat in Gen. 46:27 en Ex. 1:5 vijfenzeventig, en sommigen menen dat Lukas hier die vertaling gevolgd heeft. Zie iets dergelijks in Luk. 3:36. Anderen menen dat Stefanus boven de zeventig ook nog de vier vrouwen van Jakob en de twee in Kanaän gestorven zonen van Juda meegerekend zou hebben, zonder Jakob zelf mee te tellen.

Handelingen 7 vers 16

zij werden Dat is, hun gebeente.

Hertaald: zij werden Dat is: hun gebeente.

naar Sichem, Dit was ene stad in het land van Samaria, Gen. 33:19 , anders ook Sichar genaamd, Joh. 4:5 , bij welke de beenderen van Jozef begraven zijn, in dat stuk velds, hetwelk Jakob kocht van de kinderen van Hemor, den vader van Sichem, Joz. 24:32 , en het is gelofelijk dat van enigen de beenderen der andere voorvaders ook daar gebracht zijn.

Hertaald: naar Sichem, Dit was een stad in het land Samaria (Gen. 33:19), ook wel Sichar genoemd (Joh. 4:5), waar de beenderen van Jozef begraven zijn, op dat stuk land dat Jakob gekocht had van de kinderen van Hemor, de vader van Sichem (Joz. 24:32). Het is aannemelijk dat door sommigen ook de beenderen van de andere voorvaders daarheen gebracht zijn.

Abraham gekocht gen. 33:19, en Joz. 24:32 wordt uitdrukkelijk gezegd dat Jakob van de kinderen van Emmor, den vader van Sichem, een stuk lands gekocht heeft; waarom sommigen menen dat het woord Jakob uit vs.15 moet herhaald worden, en dat het woord Abraham eertijds in den tekst niet heeft gestaan. Doch anderen menen dat het woord Abraham in den tekst wel mag behouden worden, alzo ook Abraham te Hebron ene spelonk gekocht heeft van Efron den zoon Zoar, tot begraving zijner doden, Gen. 23:16 , in welke ook Jakob heeft willen begraven zijn, Gen. 49:29-30 , en waarheen ook schijnt dat de gebeenten van enige andere voorvaders uit Sichem overgebracht zijn. En dezen zetten den tekst hier aldus over: benevens hetgeen; dat is, benevens het graf, dat van deze zonen van Emmor, den vader van Sichem; namelijk door Jakob gekocht was; Gen. 33:19 .

Hertaald: Abraham gekocht In Gen. 33:19 en Joz. 24:32 wordt uitdrukkelijk gezegd dat Jakob van de kinderen van Hemor, de vader van Sichem, een stuk land gekocht heeft. Daarom menen sommigen dat het woord Jakob uit vers 15 herhaald moet worden en dat het woord Abraham vroeger niet in de tekst gestaan heeft. Anderen menen echter dat het woord Abraham hier gerust in de tekst kan blijven, aangezien ook Abraham in Hebron een spelonk gekocht heeft van Efron, de zoon van Zohar, om zijn doden te begraven (Gen. 23:16), waarin ook Jakob begraven wilde worden (Gen. 49:29-30) en waarheen naar het schijnt ook de beenderen van enkele andere voorvaders uit Sichem overgebracht zijn. Dezen vertalen de tekst hier zo: naast wat, dat is: naast het graf dat van deze zonen van Hemor, de vader van Sichem, namelijk door Jakob gekocht was; Gen. 33:19.

een som gelds, Grieks voor prijs van zilver.

Hertaald: een som gelds, Grieks: voor een prijs van zilver.

den vader van Zie Gen. 33:19 .

Hertaald: den vader van Zie Gen. 33:19.

Handelingen 7 vers 17

de tijd der Namelijk aan Abraham gedaan, dat zijne nakomelingen uit het vreemde land en de dienstbaarheid verlost zouden worden, vs.7; of van de vermenigvuldiging zijns zaads; Gen. 22:16-17 .

Hertaald: de tijd der Namelijk de belofte die aan Abraham gedaan was, dat zijn nakomelingen uit het vreemde land en uit de dienstbaarheid verlost zouden worden (vers 7); of de belofte van de vermenigvuldiging van zijn zaad (Gen. 22:16-17).

Handelingen 7 vers 18

die Jozef niet Namelijk hoeveel goeds hij aan Egypte gedaan had; en daarom den Hebreën niet gunstig was.

Hertaald: die Jozef niet Namelijk die niet wist hoeveel goeds hij voor Egypte gedaan had, en die daarom de Hebreeën niet gunstig gezind was.

Handelingen 7 vers 19

gebruikte listigheid Dat is, onderdrukte hen met listen. Door den zwaren arbeid hen tenonder houdende en zijn voordeel doende; en hun mannelijke kinderen dodende, opdat zij niet meer zouden vermenigvuldigen. Zie Ex. 1:10 .

Hertaald: gebruikte listigheid Dat is: hij onderdrukte hen met listen: door hen met zware arbeid eronder te houden en daar zijn voordeel mee te doen, en door hun jongetjes te doden opdat zij zich niet verder zouden vermenigvuldigen. Zie Ex. 1:10.

voorttelen Of, in het leven blijven.

Hertaald: voorttelen Of: in leven blijven.

Handelingen 7 vers 20

uitnemend schoon; Grieks Gode schoon; dat is, goddelijk of uitnemend, Ex. 2:2 ; alzo wordt Nineve genaamd ene stad Gode groot, dat is uitnemend groot. God had hem die grote schoonheid gegeven om daardoor de dochter van Farao te bewegen, hem bij het leven te behouden en voor haren zoon aan te nemen; Ex. 2:10 .

Hertaald: uitnemend schoon; Grieks: schoon voor God; dat is: goddelijk of uitnemend schoon (Ex. 2:2). Zo wordt Ninevé een stad genoemd die groot was voor God, dat is: uitnemend groot. God had hem die grote schoonheid gegeven om daardoor de dochter van Farao te bewegen hem in leven te laten en als haar zoon aan te nemen; Ex. 2:10.

Handelingen 7 vers 21

tot een zoon Dat is, hem tot een zoon aangenomen of geadopteerd hebbende; Hebr. 11:24 .

Hertaald: tot een zoon Dat is: doordat zij hem tot zoon aannam of adopteerde; Hebr. 11:24.

Handelingen 7 vers 23

veertig jaren Namelijk die hij in het hof van Farao geleefd had.

Hertaald: veertig jaren Namelijk de veertig jaar die hij aan het hof van Farao geleefd had.

zijn broeders, Dat is, die van zijn volk en geslacht waren.

Hertaald: zijn broeders, Dat is: zij die tot zijn volk en geslacht behoorden.

Handelingen 7 vers 24

een, die onrecht Namelijk Israëliet.

Hertaald: een, die onrecht Namelijk een Israëliet.

Handelingen 7 vers 25

verstaan, dat Namelijk uit deze zijne daad.

Hertaald: verstaan, dat Namelijk uit deze daad van hem.

door zijn hand Dat is, door zijn dienst. Hebreën.

Hertaald: door zijn hand Dat is: door zijn dienst — een Hebreeuwse uitdrukking.

verlossing geven Grieks behoudenis; namelijk uit de slavernij van Egypte.

Hertaald: verlossing geven Grieks: behoudenis; namelijk uit de slavernij van Egypte.

niet verstaan Namelijk uit onachtzaamheid of halsstarrigheid, welk gebrek altijd bij dit volk geweest is. Zie vs.35.

Hertaald: niet verstaan Namelijk uit onachtzaamheid of halsstarrigheid, een gebrek dat dit volk altijd gehad heeft. Zie vers 35.

Handelingen 7 vers 26

drong ze tot Namelijk met ernstige vermaningen.

Hertaald: drong ze tot Namelijk met ernstige vermaningen.

Handelingen 7 vers 29

op dat woord Grieks in dat woord; dat is, zo haast dat gesproken was; omdat hij daaruit verstond dat zijne daad niet verborgen was, gelijk hij gemeend had.

Hertaald: op dat woord Grieks: in dat woord; dat is: zodra dat gezegd was, omdat hij daaruit begreep dat zijn daad niet verborgen gebleven was, zoals hij gemeend had.

Handelingen 7 vers 30

veertig jaren Namelijk die hij na de vlucht uit Egypte in Midian doorgebracht had; zodat hij nu tachtig jaren oud was; zie vs.33.

Hertaald: veertig jaren Namelijk de veertig jaar die hij na zijn vlucht uit Egypte in Midian doorgebracht had; hij was nu dus tachtig jaar oud; zie vers 33.

de Engel des Namelijk de eeuwige Zoon Gods, de Heere zelf, gelijk men ziet in vs.31,32 en Ex. 3:4-5 , en Ex. 23:21 ; 1 Kor. 10:9 .

Hertaald: de Engel des Namelijk de eeuwige Zoon van God, de Heere Zelf, zoals blijkt uit vers 31 en 32 en uit Ex. 3:4-5 en Ex. 23:21; 1 Kor. 10:9.

in een vlammig Grieks in een vlam vuurs.

Hertaald: in een vlammig Grieks: in een vlam van vuur.

Handelingen 7 vers 31

te bezien, zo Of, te bemerken.

Hertaald: te bezien, zo Of: op te merken.

Handelingen 7 vers 32

het niet Of, hem; namelijk den engel.

Hertaald: het niet Of: hem, namelijk de engel.

bezien Of, bemerken.

Hertaald: bezien Of: op te merken.

Handelingen 7 vers 33

de schoenen van Het Griekse woord betekent zolen, die onder aan de voeten met banden aangebonden werden.

Hertaald: de schoenen van Het Griekse woord betekent zolen, die met banden onder de voeten gebonden werden.

heilig land Namelijk om de goddelijke verschijning, die daar geschiedde.

Hertaald: heilig land Namelijk vanwege de goddelijke verschijning die daar plaatsvond.

Handelingen 7 vers 34

merkelijk gezien Grieks ziende gezien. Hebreën, dat is, wel terdege gezien, en ernstig daarop gelet, hoe mijn volk in Egypte mishandeld wordt.

Hertaald: merkelijk gezien Grieks: ziende gezien — een Hebreeuwse uitdrukking; dat is: terdege gezien en er nauwlettend op gelet hoe Mijn volk in Egypte mishandeld wordt.

nedergekomen, Namelijk van den hemel; hetwelk verstaan moet worden menselijkerwijze gesproken, dat God nu bereid was om zijn volk te verlossen en hunne vijanden te straffen. Want anderszins vervult God hemel en aarde; Jer. 23:24 .

Hertaald: nedergekomen, Namelijk uit de hemel. Dat moet op menselijke wijze verstaan worden: dat God nu gereed was om Zijn volk te verlossen en hun vijanden te straffen. Want anders vervult God hemel en aarde; Jer. 23:24.

Handelingen 7 vers 35

door de hand Dat is, door de besturing. Hebreën.

Hertaald: door de hand Dat is: door het bestuur — een Hebreeuwse uitdrukking.

Handelingen 7 vers 37

een Profeet Namelijk den Christus of Messias. Hier toont Stefanus dat hij tegen Mozes niet leert als hij Jezus Christus predikt, dewijl Mozes zelf van Hem geprofeteerd heeft.

Hertaald: een Profeet Namelijk de Christus of Messias. Hier toont Stefanus aan dat hij niet tegen Mozes ingaat wanneer hij Jezus Christus predikt, aangezien Mozes zelf over Hem geprofeteerd heeft.

Handelingen 7 vers 38

vergadering des volks Of, gemeente. Dit is de vergadering des volks geweest, die beschreven wordt Exo 19 , en in enige volgende hoofdstukken.

Hertaald: vergadering des volks Of: gemeente. Dit is de vergadering van het volk geweest die beschreven wordt in Ex. 19 en enkele volgende hoofdstukken.

den Engel, Namelijk de Zoon Gods, vs.30.

Hertaald: den Engel, Namelijk de Zoon van God, vers 30.

levende Dat is, den weg ten leven aanwijzende.

Hertaald: levende Dat is: die de weg tot het leven wijzen.

woorden ontving, Dat is, uitspraken of aanspraken Gods, waarmede Hij zijnen wil verklaarde.

Hertaald: woorden ontving, Dat is: uitspraken of aanspraken van God, waarmee Hij Zijn wil bekendmaakte.

Handelingen 7 vers 39

maar verwierpen Namelijk Mozes en God door Mozes hun zijn levende woorden voorhoudende.

Hertaald: maar verwierpen Namelijk Mozes, en God, Die hun door Mozes Zijn levende woorden voorhield.

naar Egypte; Namelijk verlangende weder naar dat land, of naar de bijgelovigheden van Egypte.

Hertaald: naar Egypte; Namelijk verlangend naar dat land terug, of naar de bijgelovigheden van Egypte.

Handelingen 7 vers 41

tot den afgod, Of, tot het beeld, waar zij afgoderij mede bedreven; namelijk tot het kalf.

Hertaald: tot den afgod, Of: tot het beeld waarmee zij afgoderij bedreven, namelijk het kalf.

verheugden zich Namelijk met eten, drinken en spelen; Ex. 32:6 ; 1 Kor. 10:7 .

Hertaald: verheugden zich Namelijk met eten, drinken en spelen; Ex. 32:6; 1 Kor. 10:7.

werken hunner handen Dat is, in het gouden kalf, dat zij zelf met hun eigen handen gemaakt hadden. Zo worden de afgoden dikwijls genaamd om hunne nietigheid en der afgodendienaars dwaasheid aan te wijzen; Ps. 115:4 .

Hertaald: werken hunner handen Dat is: in het gouden kalf, dat zij zelf met hun eigen handen gemaakt hadden. Zo worden de afgoden vaak genoemd, om hun nietigheid en de dwaasheid van de afgodendienaars aan te wijzen; Ps. 115:4.

Handelingen 7 vers 42

keerde Zich, Dat is, werd toornig over hen, daar Hij tevoren hun gunstig was geweest en weldeed. Of, keerde zich van hen af.

Hertaald: keerde Zich, Dat is: Hij werd toornig op hen, terwijl Hij hun tevoren gunstig gezind geweest was en goedgedaan had. Of: Hij keerde Zich van hen af.

gaf hen over, Namelijk als een rechtvaardig Rechter aan hunne begeerlijkheden en in een verkeerden in; Rom. 1:24 , Rom. 1:28 .

Hertaald: gaf hen over, Namelijk als een rechtvaardig Rechter, aan hun begeerten en aan een verkeerd verstand; Rom. 1:24, Rom. 1:28.

het heir des Dat is, de zon, maan en andere gesternten. Zie Deut. 17:3 ; 2 Kon. 17:16 ; Jes. 40:26 ; Jer. 19:13 .

Hertaald: het heir des Dat is: de zon, de maan en de andere sterren. Zie Deut. 17:3; 2 Kon. 17:16; Jes. 40:26; Jer. 19:13.

in het boek Namelijk der kleine profeten, die in een boek tezamen bijeengesteld waren. Dit staat bij den profeet Amos, Am. 5:25 .

Hertaald: in het boek Namelijk het boek van de kleine profeten, die in één boek samengebracht waren. Dit staat bij de profeet Amos, Amos 5:25.

Hebt gij ook Met dit vragen wil Hij zeggen dat zij hem niet hebben geofferd naar behoren, noch met een oprecht hart; Am. 5:21 .

Hertaald: Hebt gij ook Met deze vraag wil Hij zeggen dat zij Hem niet naar behoren en niet met een oprecht hart geofferd hebben; Amos 5:21.

Handelingen 7 vers 43

opgenomen den Namelijk op uwe schouders, om die om te dragen.

Hertaald: opgenomen den Namelijk op uw schouders, om die rond te dragen.

van Moloch, en Deze Moloch was een afgod der Ammonieten, Lev. 18:21 ; 1 Kon. 11:7 ; Jer. 32:35 , en komt deze naam van het Hebreeuwse woord Mesech, dat is koning, gelijk ook Milkom; 1 Kon. 11:5 .

Hertaald: van Moloch, en Deze Moloch was een afgod van de Ammonieten (Lev. 18:21; 1 Kon. 11:7; Jer. 32:35). Deze naam komt van het Hebreeuwse woord melech, dat is: koning, zoals ook Milkom; 1 Kon. 11:5.

het gesternte Zie hiervan Am. 5:26 , en dergelijke ook Jer. 7:18 , en Jer. 44:25 .

Hertaald: het gesternte Zie hierover Amos 5:26, en iets dergelijks ook Jer. 7:18 en Jer. 44:25.

Remfan In den Hebreeuwsen tekst staat Chijun, waardoor sommigen verstaan den afgod Hercules, omdat de Egyptenaren, welker afgoderij de Israëlieten veel volgden, dien Chon noemden; anderen den afgod Saturnus, die van de Egyptenaren ook Refan genoemd werd, welk woord, doch veranderd in Raiphan, in de Griekse overzetting door Chijun gesteld is, die hier van Lukas gevolgd wordt, alzo dezelve in den grond met den Hebreeuwsen tekst overeenkomt. Maar in de Griekse overzetting, die Stefanus volgt, staat Raifan, hetwelk daarin in Remfan veranderd is. De Hebreën noemen een reus Refa, waarvan sommigen menen dit woord gekomen te zijn, en dat de afgod Hercules, die in eens reuzen gedaante geëerd placht te worden, daarmede betekend wordt.

Hertaald: Remfan In de Hebreeuwse tekst staat Chijun. Sommigen verstaan daaronder de afgod Hercules, omdat de Egyptenaren — wier afgoderij de Israëlieten veel navolgden — hem Chon noemden. Anderen denken aan de afgod Saturnus, die door de Egyptenaren ook Refan genoemd werd; dat woord is, veranderd in Raiphan, in de Griekse vertaling voor Chijun gezet, en die vertaling wordt hier door Lukas gevolgd, aangezien zij in wezen met de Hebreeuwse tekst overeenkomt. Maar in de Griekse vertaling die Stefanus volgt staat Raifan, wat daarin in Remfan veranderd is. De Hebreeën noemen een reus refa, waarvan sommigen menen dat dit woord komt, en dat daarmee de afgod Hercules bedoeld wordt, die in de gedaante van een reus vereerd placht te worden.

afbeeldingen, Grieks uitdrukselen.

Hertaald: afbeeldingen, Grieks: afdruksels.

Babylon In het Hebreeuws staat Damaskus, gelijk ook in de Griekse overzetting. Doch Stefanus heeft meer op den zin dan op de woorden gezien, alzo de geschiedenis leert dat zij overgevoerd zijn, niet alleen aan gene zijde van Damaskus, maar ook verder aan gene zijde van Babylonië, in Perzië en Medenland. Zie 2 Kon. 17:6 , en JosEf. Antiq. lib.9, cap.14.

Hertaald: Babylon In het Hebreeuws staat Damascus, evenals in de Griekse vertaling. Maar Stefanus heeft meer op de betekenis dan op de woorden gelet, omdat de geschiedenis leert dat zij niet alleen tot aan de andere zijde van Damascus zijn weggevoerd, maar ook verder, aan de andere zijde van Babylonië, naar Perzië en Medië. Zie 2 Kon. 17:6 en Josefus, Oudheden, boek 9, hoofdstuk 14.

Handelingen 7 vers 44

der getuigenis Alzo genaamd omdat de tafelen der wet, die de getuigenis des Heeren genaamd wordt, daarin bewaard werden, en God daaruit getuigenis en antwoord gaf van Zijnen wil, Ex. 25:22 ; 2 Kon. 11:12 ; 2 Kron. 23:11 , en was anders genaamd des bescheids, of der samenkomst, omdat het volk, als zij vergaderen zouden, daar bescheiden werd om bijeen te komen. Zie Ex. 40:2 , vergelijk met Ex. 33:7 .

Hertaald: der getuigenis Zo genoemd omdat de tafelen van de wet, die de getuigenis van de HEERE genoemd worden, daarin bewaard werden en God daaruit getuigenis en antwoord over Zijn wil gaf (Ex. 25:22; 2 Kon. 11:12; 2 Kron. 23:11). Zij werd ook wel de tent van de samenkomst genoemd, omdat het volk daar ontboden werd wanneer het bijeen moest komen. Zie Ex. 40:2, vergeleken met Ex. 33:7.

Handelingen 7 vers 45

ontvangen hebbende, Namelijk als van hand tot hand van hunne voorouders.

Hertaald: ontvangen hebbende, Namelijk als van hand tot hand van hun voorouders.

Jozua gebracht Dat is, Jozua den zoon van Nun. Waaruit men ziet dat de namen Jozua en Jezus enerlei namen zijn. Zie ook Hebr. 4:8 .

Hertaald: Jozua gebracht Dat is: Jozua, de zoon van Nun. Daaruit blijkt dat de namen Jozua en Jezus dezelfde naam zijn. Zie ook Hebr. 4:8.

in het land, Grieks in de bezitting der heidenen, of als zij het bezit der heidenen innamen.

Hertaald: in het land, Grieks: in de bezitting van de heidenen, of: toen zij het bezit van de heidenen innamen.

van het aangezicht Dat is, voor hen heen; of alzo dat zij het aangezicht onzer vaderen niet konden verdragen; Ex. 23:28 ; Joz. 24:12 ; Ps. 44:4 .

Hertaald: van het aangezicht Dat is: voor hen uit; of zo dat zij het aangezicht van onze vaderen niet konden verdragen; Ex. 23:28; Joz. 24:12; Ps. 44:4.

Handelingen 7 vers 46

genade gevonden Zie Luc. 1:30 .

Hertaald: genade gevonden Zie Luk. 1:30.

te vinden een Dat is, te verkrijgen of te bouwen.

Hertaald: te vinden een Dat is: te verkrijgen of te bouwen.

Handelingen 7 vers 47

een huis Dat is, een vast en staand gebouw, een tempel, om niet langer in een hut of tabernakel, maar in een vast huis te wonen; Ps. 132:3-5 .

Hertaald: een huis Dat is: een vast en blijvend gebouw, een tempel, om niet langer in een tent of tabernakel maar in een vast huis te wonen; Ps. 132:3-5.

Handelingen 7 vers 48

woont niet in Namelijk alsof Hij daarin gesloten, of daaraan gebonden is, gelijk de Joden zich inbeelden; Jer. 7:4 .

Hertaald: woont niet in Namelijk alsof Hij daarin opgesloten of daaraan gebonden is, zoals de Joden zich inbeelden; Jer. 7:4.

Handelingen 7 vers 51

onbesnedenen Dat is, hoewel gij uiterlijk besneden zijt naar het vlees, zo hebt gij nochtans niet de inwendige besnijdenis des harten, die zonder handen geschiedt, Deut. 10:16 , en Deut. 30:6 ; Jer. 4:4 , zonder welke de uiterlijke niet nut is; Rom. 2:28 .

Hertaald: onbesnedenen Dat is: hoewel u uiterlijk naar het vlees besneden bent, hebt u toch niet de innerlijke besnijdenis van het hart, die zonder handen gebeurt (Deut. 10:16 en Deut. 30:6; Jer. 4:4) en zonder welke de uiterlijke geen nut heeft; Rom. 2:28.

wederstaat altijd Grieks altijd valt gij tegen den Heiligen Geest; namelijk die u door zijn woord overtuigt dat de leer van Christus de rechte zaligmakende leer is, en evenwel staat gij dezelve altijd tegen.

Hertaald: wederstaat altijd Grieks: altijd valt u de Heilige Geest aan; namelijk Die u door Zijn Woord overtuigt dat de leer van Christus de ware zaligmakende leer is — en toch weerstaat u die altijd.

gelijk uw vaders, Zie Ps. 78:8 .

Hertaald: gelijk uw vaders, Zie Ps. 78:8.

Handelingen 7 vers 52

des Rechtvaardigen, Namelijk Jezus Christus. Zie Jes. 53:11 ; Hand. 3:14 ; 1 Joh. 2:1 .

Hertaald: des Rechtvaardigen, Namelijk Jezus Christus. Zie Jes. 53:11; Hand. 3:14; 1 Joh. 2:1.

verraders en Namelijk door Judas.

Hertaald: verraders en Namelijk door Judas.

moordenaars Namelijk door de Romeinse soldaten, hem, daar hij onschuldig was, ter dood veroordeeld hebbende.

Hertaald: moordenaars Namelijk door de Romeinse soldaten, nadat zij Hem ter dood veroordeeld hadden terwijl Hij onschuldig was.

Handelingen 7 vers 53

door bestellingen Of, ordinantiën, dat is, beschikkingen en dienst. Zie Gal. 3:19 .

Hertaald: door bestellingen Of: verordeningen; dat is: beschikkingen en dienst. Zie Gal. 3:19.

niet gehouden Grieks bewaard.

Hertaald: niet gehouden Grieks: bewaard.

Handelingen 7 vers 54

berstten hun harten, Grieks werden doorzaagd in hunne harten; namelijk van spijt en toorn. Zie Hand. 5:33 .

Hertaald: berstten hun harten, Grieks: werden in hun harten doorgezaagd; namelijk van spijt en toorn. Zie Hand. 5:33.

Handelingen 7 vers 55

de heerlijkheid Dat is, den heerlijken God; of een goddelijke heerlijkheid, Luc. 2:9 ; namelijk zover dezelve met mensenogen kan gezien worden.

Hertaald: de heerlijkheid Dat is: de heerlijke God; of een goddelijke heerlijkheid (Luk. 2:9), voor zover die met menselijke ogen gezien kan worden.

staande Dat is, zijnde, 1 Petr. 3:22 ; anders wordt Hij ook gezegd te zitten ter rechterhand Gods; Marc. 16:19 .

Hertaald: staande Dat is: zijnde (1 Petr. 3:22); elders wordt ook gezegd dat Hij zit aan de rechterhand van God; Mark. 16:19.

ter rechter- hand Daardoor wordt verstaan de hoogste heerlijkheid en macht.

Hertaald: ter rechter- hand Daarmee wordt de hoogste heerlijkheid en macht bedoeld.

Handelingen 7 vers 56

geopend, Zie dergelijke Matt. 3:16 .

Hertaald: geopend, Zie iets dergelijks in Matth. 3:16.

den Zoon des mensen, Dat is, Jezus Christus.

Hertaald: den Zoon des mensen, Dat is: Jezus Christus.

Handelingen 7 vers 58

En wierpen hem Willende daarin de wet volgen; Lev. 24:14 .

Hertaald: En wierpen hem Namelijk omdat zij daarin de wet wilden volgen; Lev. 24:14.

getuigen legden Die naar de wet het stenigen moesten beginnen; Deut. 17:7 .

Hertaald: getuigen legden Namelijk zij die volgens de wet met het stenigen moesten beginnen; Deut. 17:7.

klederen af Namelijk hunne opperklederen of mantels, opdat zij te beter met stenen zouden kunnen werpen.

Hertaald: klederen af Namelijk hun bovenkleren of mantels, om beter met stenen te kunnen werpen.

Saulus Wiens bekering beschreven wordt in Hand. 9.

Hertaald: Saulus Zijn bekering wordt beschreven in Hand. 9.

Handelingen 7 vers 59

geest Dat is, ziel. Zie dergelijke Luc. 23:46 .

Hertaald: geest Dat is: ziel. Zie iets dergelijks in Luk. 23:46.

Handelingen 7 vers 60

met grote stem Zie dergelijke Matt. 27:50 .

Hertaald: met grote stem Zie iets dergelijks in Matth. 27:50.

reken hun deze Grieks stel hun deze zonde niet; dat is, wil die niet staande of blijvende houden, om hen daarover te straffen naar verdienste. Zie dergelijke Luc. 23:34 .

Hertaald: reken hun deze Grieks: stel hun deze zonde niet; dat is: houd die niet staande om hen daarvoor naar verdienste te straffen. Zie iets dergelijks in Luk. 23:34.

ontsliep hij Dat is, is gestorven; want de dood der gelovigen wordt een slaap genaamd om de zalige opstanding uit de doden, waardoor zij als uit een slaap wederom zullen opgewekt worden ten eeuwigen leven. Zie Matt. 9:24 ; Joh. 11:11 ; 1 Kor. 15:6 , 1 Kor. 15:18 , 1 Kor. 15:20 ; 1 Thess. 4:13 .

Hertaald: ontsliep hij Dat is: is gestorven; want de dood van de gelovigen wordt een slaap genoemd vanwege de zalige opstanding uit de doden, waardoor zij als uit een slaap weer opgewekt zullen worden tot het eeuwige leven. Zie Matth. 9:24; Joh. 11:11; 1 Kor. 15:6, 1 Kor. 15:18, 1 Kor. 15:20; 1 Thess. 4:13.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Stefanus  — kroon

Een van de zeven mannen die door de gemeente gekozen werden om de dagelijkse bediening (verzorging van de weduwen) te verzorgen, vol geloof en Heilige Geest; hij deed grote wonderen en tekenen, maar werd door tegenstanders vals beschuldigd van godslastering en voor de Hoge Raad gebracht. Zijn verdedigingsrede eindigde in een visioen van de heerlijkheid Gods; hij werd daarop buiten de stad gestenigd, als eerste martelaar van de gemeente, terwijl hij voor zijn belagers bad (Hand. 6-7).

Saulus  — gevraagd, gebeden

Een jongeman uit Tarsen, aan wiens voeten de getuigen bij de steniging van Stefanus hun klederen legden; hij haalde welbehagen in diens dood en verwoestte daarna de gemeente, mannen en vrouwen gevangen nemend. Op weg naar Damaskus om ook daar christenen te vervolgen, verscheen hem de verhoogde Jezus in een fel licht; drie dagen blind, werd hij door Ananias genezen en gedoopt, en werd van vervolger een krachtig verkondiger dat Jezus de Christus is (Hand. 7:58; 8:1-3; 9:1-30); later bekend als de apostel Paulus.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De eerste martelaar (de dood van Stefanus)  — Stefanus wordt gestenigd om zijn getuigenis, en sterft met twee gebeden die Christus Zelf aan het kruis gebeden had (Hand. 7:54-60)

Wanneer de raad de rede van Stefanus gehoord heeft, bersten hun harten en zij knersen de tanden tegen hem (Hand. 7:54). Op dat ogenblik krijgt hij te zien wat zij niet zien: vol van de Heilige Geest ziet hij de heerlijkheid Gods, en Jezus staande ter rechterhand Gods (Hand. 7:55). Als hij dat uitspreekt, stoppen zij hun oren en werpen hem de stad uit (Hand. 7:57-58). Het bericht noemt daarbij en passant de jongeman aan wiens voeten de getuigen hun kleren neerleggen: Saulus (Hand. 7:58). Onder de steniging spreekt Stefanus twee keer. Eerst: "Heere Jezus, ontvang mijn geest" (Hand. 7:59). Daarna, geknield en met grote stem: "Heere, reken hun deze zonde niet toe!" (Hand. 7:60). Het slot van dat vers gebruikt geen zwaar woord: hij ontsliep.

Bijbelse betekenis: Drie dingen vallen op, en zij horen bij elkaar. Het eerste is wat Stefanus ziet. De Zoon des mensen staat aan Gods rechterhand, terwijl Hij elders zit; wie dat wil, mag daarin lezen dat de Rechter opstaat voor Zijn getuige. Het tweede is de volgorde van zijn twee gebeden: eerst geeft hij zichzelf over, dan bidt hij voor zijn moordenaars. Er is geen woord van verwijt bij. Het derde is het slotwoord van de geschiedenis. Hier sterft de eerste die om de Naam gedood wordt, en de Schrift noemt dat sterven een inslapen. Dat maakt het lijden niet lichter, maar het zegt waar het op uitloopt.

Typologie: De twee gebeden van Stefanus zijn de twee gebeden van zijn Heere. Aan het kruis bad Christus: "Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen" (Luk. 23:34), en even later: "Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest" (Luk. 23:46). Stefanus bidt beide, maar richt het tweede tot Christus Zelf. En de verhoogde Christus spreekt de vervolgde gemeente aan met een belofte die hier al waar wordt: "Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens" (Op. 2:10). Het gebed van de martelaren wordt zichtbaar bij Op. 6:9-11, reeds behandeld.

Hand. 7:54-60; Luk. 23:34; Luk. 23:46; Op. 2:10; Op. 6:9-11

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De Engel des HEEREN niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

De Engel Die tot hem sprak op den berg Sinaï — 7:30-38, 51-56

Stefanus staat voor de raad, beschuldigd van lastering tegen Mozes en tegen de tempel. Zijn verdediging bestaat uit het navertellen van de geschiedenis van Israël — en juist in dat verhaal wijst hij aan Wie er telkens bij was.

Drie keer in enkele verzen noemt Stefanus de Engel: Hij verschijnt in het braambos, Hij zendt Mozes, en Hij spreekt op de Sinaï tot de gemeente in de woestijn.

Stefanus begint bij Abraham en werkt de eeuwen af. Bij Mozes wordt hij uitvoerig, en daar vallen de zinnen die dit hoofdstuk voor deze lijn zo belangrijk maken.

Eerst het braambos: “verscheen hem de Engel des Heeren, in de woestijn van den berg Sinai, in een vlammig vuur van het doornenbos.” En wat die Engel dan zegt, zegt niemand die minder is dan God: “Ik ben de God uwer vaderen, de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs.” Mozes moet zijn schoenen uitdoen, want de grond is heilig.

Dan de zending: God zond Mozes tot een overste en verlosser, en Stefanus zegt hoe — “door de hand des Engels, Die hem verschenen was in het doornenbos.”

En ten slotte de Sinaï: “Deze is het, die in de vergadering des volks in de woestijn was met den Engel.” Bij dat vers laat de kanttekening geen ruimte voor twijfel over wie zij daarin leest: namelijk de Zone Gods.

Dat is de kern van deze lijn. Er verschijnt in het Oude Testament telkens Iemand Die Engel heet en toch God genoemd wordt. Hij spreekt met het gezag van God en mag aanbeden worden, en toch wordt Hij van God onderscheiden. Stefanus zet Hem hier midden in de woestijnreis: niet één keer, maar heel de weg door.

Paulus zou later hetzelfde over die reis zeggen, in andere beelden: zij dronken uit de geestelijke steenrots die volgde, en de steenrots was Christus.

Er zit nog een tweede draad in dezelfde alinea. Stefanus haalt namelijk ook Mozes zelf aan: “De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij.” De kanttekening merkt op wat hij daarmee doet: hij toont aan dat hij niet tegen Mozes leert wanneer hij Christus predikt, want Mozes heeft zelf van Hem geprofeteerd. Dat is zijn hele verdediging in één zin.

De raad wil er niets van horen, en het loopt af zoals het met de profeten voor hem afliep — dat verwijt maakt hij hun nog. Maar het merkwaardigste komt aan het eind. Stefanus ziet de hemel open en zegt: “den Zoon des mensen, staande ter rechter hand Gods.”

Dat Hij daar is, was al beleden. Dat Hij staat is opvallend, want elders heet het dat Hij gezeten is. De kanttekening houdt het nuchter en leest het als: zijnde. Maar wie het hoort terwijl er stenen worden opgeraapt, hoort het toch: de eerste die om Zijn Naam sterft, ziet Hem niet zitten maar staan.

Zo sluit deze rede een cirkel. De Engel Die eens in het vuur verscheen en met het volk meetrok, wordt aan het einde van dit hoofdstuk gezien als de Zoon des mensen in de hemel. Het is dezelfde.

  1. Exodus 3:2 — De Engel des HEEREN verschijnt in het vuur van het braambos.
  2. Exodus 3:6 — En Hij spreekt als God Zelf: Ik ben de God uwer vaderen.
  3. Handelingen 7:38 — Stefanus zet die Engel bij de gemeente in de woestijn.
  4. 1 Korinthiers 10:4 — Paulus zegt van diezelfde reis: de steenrots was Christus.
  5. Handelingen 7:37 — Mozes had zelf van de komende Profeet gesproken.
  6. Handelingen 7:56 — En Stefanus ziet Hem, staande ter rechterhand Gods.

In het Nieuwe Testament: Exodus 3:2-6; Deuteronomium 18:15; 1 Korinthiers 10:4; Daniël 7:13; Psalm 110:1

Hoever dit reikt: Dat de Engel in het braambos de Zoon van God is, is de uitleg van de kanttekening bij vers 38. Stefanus zelf zegt alleen dat het de Engel des Heeren was, en dat Hij sprak als God. Aan het staan tegenover het zitten aan Gods rechterhand wordt hier geen leer verbonden: de kanttekening leest staande eenvoudig als zijnde, en de Schrift zegt op andere plaatsen dat Hij gezeten is.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Handelingen 7

Handelingen 7:14-17

KruisverwijzingenJozua 24:32Deuteronomium 10:22Exodus 1:6Genesis 49:33Genesis 46:26Exodus 13:19Genesis 23:16Exodus 1:5
— En Jozef zond heen, en ontbood zijn vader Jakob, en al zijn geslacht, bestaande in vijf en zeventig zielen. En Jakob kwam af in Egypte, en stierf, hijzelf en onze vaders. En zij werden overgebracht naar Sichem, en gelegd in het graf, hetwelk Abraham gekocht had voor een som gelds, van de zonen van Emmor, den vader van Sichem. Maar als nu de tijd der belofte, die God aan Abraham gezworen had, genaakte, wies het volk en vermenigvuldigde in Egypte;

Merk op die woorden, “de tijd der belofte”, en bedenk dat elke belofte haar vaste tijd van vervulling heeft. Er is een tijd van belofte voor al Gods uitverkoren volk, wanneer Hij hen zeker zal uitleiden uit de slavernij, tot de heerlijke vrijheid van de kinderen van God.

Handelingen 7:18-20

KruisverwijzingenHebreeën 11:23Exodus 1:8Exodus 1:9Psalmen 105:25Openbaring 12:4Psalmen 83:4Psalmen 129:11 Samuël 16:12
— Totdat een ander koning opstond, die Jozef niet gekend had. Deze gebruikte listigheid tegen ons geslacht, en handelde kwalijk met onze vaderen, zodat zij hun jonge kinderen moesten wegwerpen, opdat zij niet zouden voorttelen. In welken tijd Mozes werd geboren, en was uitnemend schoon; welke drie maanden opgevoed werd in het huis zijns vaders.

In de donkerste nacht van Israëls slavernij in Egypte, ging haar ster van hoop op: “Mozes werd geboren, en was uitnemend schoon” — met een schoonheid die meer dan menselijk was.

Handelingen 7:21-22

KruisverwijzingenJesaja 19:11Daniël 1:4Lukas 24:19Deuteronomium 32:26Exodus 2:2Hebreeën 11:242 Kronieken 9:22Daniël 1:17
— En als hij weggeworpen was, nam hem de dochter van Farao op, en voedde hem voor zichzelve op tot een zoon. En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren; en was machtig in woorden en in werken.

Hij was goed toegerust voor het werk waartoe God hem geroepen had. Maar hoeveel volmaakter is die grote Profeet, aan Mozes gelijk, Die God in deze laatste dagen heeft opgewekt tot behoud van de mensen: Jezus Christus, Zijn Zoon! Hij kent meer dan alle geleerdheid en wijsheid van de Egyptenaren; Hij kent meer dan de sluwheid van de duivel. Zo kan Hij ons verlossen van al zijn listige lagen.

Handelingen 7:23-25

KruisverwijzingenHebreeën 11:24Exodus 2:11Exodus 35:291 Kronieken 29:17Spreuken 21:12 Kronieken 30:12Exodus 35:21Filippenzen 2:12
— Als hem nu de tijd van veertig jaren vervuld was, kwam hem in zijn hart, zijn broeders, de kinderen Israels, te bezoeken. En ziende een, die onrecht leed, beschermde hij hem, en wreekte dengene, dien overlast geschiedde, en versloeg den Egyptenaar. En hij meende, dat zijn broeders zouden verstaan, dat God door zijn hand hun verlossing geven zou; maar zij hebben het niet verstaan.

Helaas, het is nu net zo met Israël. De Heere Jezus kwam tot het Zijne, en, naar een van Zijn gelijkenissen, zei de Vader van Hem: “Zij zullen Mijn Zoon ontzien.” Maar zij deden niets van dien aard; zij zeiden: “Deze is de Erfgenaam; komt, laat ons Hem doden, en de erfenis zal de onze zijn.” En, helaas, hoevelen bootsen tegenwoordig hun boze voorbeeld na! Zij zeggen: “Wij willen niet dat deze Mens over ons regeert”; zij weigeren zich te onderwerpen aan de heerschappij van de Heere Jezus Christus.

Handelingen 7:26-30

KruisverwijzingenHandelingen 7:35Exodus 3:1Exodus 2:13Lukas 12:14Jesaja 63:9Johannes 15:17Genesis 45:24Filippenzen 2:1
— En den volgenden dag werd hij van hen gezien, daar zij vochten; en hij drong ze tot vrede, zeggende: Mannen, gij zijt broeders; waarom doet gij elkander ongelijk? En die zijn naaste ongelijk deed, verstiet hem, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gesteld? Wilt gij mij ook ombrengen, gelijkerwijs gij gisteren den Egyptenaar omgebracht hebt? En Mozes vluchtte op dat woord en werd een vreemdeling in het land Madiam, waar hij twee zonen gewon. En als veertig jaren vervuld waren, verscheen hem de Engel des Heeren, in de woestijn van den berg Sinai, in een vlammig vuur van het doornenbos.

Hij was dus tachtig jaar oud, toen hij werkelijk aan zijn grote levenswerk begon. Misschien wordt, in de regel, het grootste deel van onze tijd besteed aan de voorbereiding op het werk. Toch, als wij een werk mogen verrichten dat zo goed is als dat van Mozes, dan zal het ons ruimschoots belonen voor een lang seizoen van voorbereiding.

Handelingen 7:31-34

KruisverwijzingenExodus 3:6Jozua 5:15Exodus 3:5Exodus 3:3Mattheüs 22:32Exodus 3:7Jesaja 6:1Genesis 28:13
— Mozes nu, dat ziende, verwonderde zich over het gezicht; en als hij derwaarts ging, om dat te bezien, zo geschiedde een stem des Heeren tot hem, Zeggende: Ik ben de God uwer vaderen, de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs. En Mozes werd zeer bevende, en durfde het niet bezien. En de Heere zeide tot hem: Ontbind de schoenen van uw voeten; want de plaats in welke gij staat, is heilig land. Ik heb merkelijk gezien de mishandeling Mijns volks, dat in Egypte is, en Ik heb hun zuchten gehoord en ben nedergekomen, om hen daaruit te verlossen; en nu, kom herwaarts, Ik zal u naar Egypte zenden.

Dit alles moet zeer aangenaam geklonken hebben in het oor van Mozes; het was plechtig, en toch buitengewoon zoet. Maar merk op wat er nu volgt:

Handelingen 7:34

KruisverwijzingenExodus 3:7Exodus 3:14Genesis 11:5Psalmen 105:26Johannes 3:13Nehemia 9:9Genesis 18:21Genesis 11:7
— Ik heb merkelijk gezien de mishandeling Mijns volks, dat in Egypte is, en Ik heb hun zuchten gehoord en ben nedergekomen, om hen daaruit te verlossen; en nu, kom herwaarts, Ik zal u naar Egypte zenden.

Ach, wat een verandering lijkt er in deze woorden te zitten! God zegt eerst: “Ik heb merkelijk gezien de mishandeling Mijns volks… en ben nedergekomen, om hen daaruit te verlossen.” En dan voegt Hij eraan toe: “Kom herwaarts, Ik zal u naar Egypte zenden.” Ja, waarlijk, van de grootsheid van het goddelijke werk af te dalen tot de onbeduidendheid van ons eigen werktuig zijn, is een geweldige nederbuiging. Toch zegt dezelfde God, Die zegt: “Ik zal zondaren zalig maken door Mijn genade; niemand dan Ik alleen kan hen zalig maken”, ook tegen mij: “Ga heen, en predik hun het evangelie.”

Diezelfde Heere Die zegt: “Ik zal het hart van steen veranderen in een hart van vlees, en een wonder van barmhartigheid werken door hen die dood zijn in zonden en misdaden, te vernieuwen”, zegt ook tegen u: “Spreek tot de mensen die naast u zitten in de kerkbank, en probeer hen op de Zaligmaker te wijzen.” Het is een wonderlijke nederbuiging, maar het is de neerbuigende gunst van almachtige genade. Zij brengt grote eer aan de arme, bevende, onwaardige persoon aan wie de boodschap gericht wordt.

Mozes achtte zichzelf zeer ongeschikt voor de taak Israël te bevrijden, en hij zou, als hij het gedurfd had, zich van die taak onttrokken hebben. Maar God zei tot hem: “Kom nu, Ik zal u naar Egypte zenden.” Ach, broeders, wat een ander man werd Mozes toen! Toen hij op eigen houtje uitging, zonder enige opdracht, was hij ongeduldig om aan het werk te gaan. Hij sloeg een Egyptenaar dood, en moest daarom uit het land vluchten. Maar toen hij in Gods Naam gezonden werd, toen de Heere tot hem zei: “Kom nu, Ik zal u zenden”, toen werd het werk volbracht.

O broeders, zoek in uw dienst voor de Zaligmaker altijd naar kracht van omhoog! Vraag door God gezonden te worden, en bid uw Meester met u mee te gaan; dan zult u slagen in de taak die Hij u toevertrouwt.

Handelingen 7:35

KruisverwijzingenNumeri 20:16Exodus 14:19Psalmen 75:7Psalmen 118:22Psalmen 113:7Lukas 19:14Handelingen 2:36Nehemia 9:10
— Dezen Mozes, welken zij verloochend hadden, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter gesteld? dezen, zeg ik, heeft God tot een overste en verlosser gezonden, door de hand des Engels, Die hem verschenen was in het doornenbos.

Is dat niet een schaduw van die grotere waarheid: “De Steen, Die de bouwlieden verworpen hebben, deze is tot een Hoofd des Hoeks geworden”?

Handelingen 7:36-37

KruisverwijzingenExodus 12:41Exodus 33:1Exodus 14:21Deuteronomium 18:15Lukas 9:30Mattheüs 17:3Exodus 16:35Psalmen 105:27
— Deze heeft hen uitgeleid, doende wonderen en tekenen in het land van Egypte, en in de Rode zee, en in de woestijn, veertig jaren. Deze is de Mozes, die tot de kinderen Israels gezegd heeft: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen.

Nu ziet u dat Mozes zo een type van Christus was. God geve dat wij Christus niet verwerpen, zoals de Israëlieten Mozes verwierpen; maar dat wij bereid zijn dat Hij ons Rechter en onze Verlosser zal zijn!

Handelingen 7:38-39

KruisverwijzingenRomeinen 3:21 Petrus 4:11Hebreeën 5:12Handelingen 7:53Numeri 14:3Johannes 1:17Deuteronomium 33:4Deuteronomium 32:46
— Deze is het, die in de vergadering des volks in de woestijn was met den Engel, Die tot hem sprak op den berg Sinai, en met onze vaderen; welke de levende woorden ontving, om ons die te geven. Denwelken onze vaders niet wilden gehoorzaam zijn, maar verwierpen hem, en keerden met hun harten weder naar Egypte;

Al had Mozes hen uit Egypte geleid, zij waren hem niet gehoorzaam, en wilden terug naar het land van slavernij. Ach, broeders, dit is de grote misdaad van deze tijd, de misdaad van de mensheid in het algemeen. Na alles wat Jezus gedaan heeft, is er in zovelen nog steeds het boze hart van ongeloof, dat afwijkt van de levende God.

Handelingen 7:40-41

KruisverwijzingenExodus 32:1Exodus 32:23Exodus 32:17Openbaring 9:20Hosea 9:1Habakuk 2:18Exodus 32:2Nehemia 9:18
— Zeggende tot Aaron: Maak ons goden, die voor ons heengaan; want wat dezen Mozes aangaat, die ons uit het land van Egypte geleid heeft, wij weten niet, wat hem geschied is. En zij maakten een kalf in die dagen, en brachten offerande tot den afgod, en verheugden zich in de werken hunner handen.

Dit is weer een van de manieren waarop mensen proberen een afgod te maken van iets dat zij kunnen zien. Zij verheugen zich in wat zij zelf doen, in plaats van te vertrouwen op wat de Heere Jezus gedaan heeft.

Handelingen 7:42-43

KruisverwijzingenJeremia 19:13Ezechiël 20:39Jozua 24:20Jesaja 63:102 Koningen 17:16Amos 5:252 Koningen 21:3Deuteronomium 4:19
— En God keerde Zich, en gaf hen over, dat zij het heir des hemels dienden, gelijk geschreven is in het boek der profeten: Hebt gij ook slachtofferen en offeranden Mij opgeofferd, veertig jaren in de woestijn, gij huis Israels? Ja, gij hebt opgenomen den tabernakel van Moloch, en het gesternte van uw god Remfan, de afbeeldingen, die gij gemaakt hebt, om die te aanbidden; en Ik zal u overvoeren op gene zijde van Babylon.

Er was nog afgoderij in hun hart, en Mozes werd door hen verworpen. God geve dat wij geen afgodendienaars zijn, en zo de Profeet, aan Mozes gelijk, Die de Heere ons gezonden heeft, niet verwerpen! Amen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content