Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Handelingen 3

1 Petrus nu en Johannes gingen te zamen op naar den tempel, omtrent de ure des gebeds, zijnde de negende ure;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 PetrusG4074 nuG1161 en JohannesG2491 gingenG305 te zamenG846 op naarG1519 den tempelG2411, omtrent de ureG5610 des gebedsG4335, zijnde de negendeG1766 ure; Petrus nu en Johannes gingen te zamen op naar den tempel, omtrent de ure des gebeds, zijnde de negende ure;

KJV Now4 Peter5 and6 John7 went up8 together1 into9 the temple11 at the hour14 of prayer,16 being the ninth

1 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 2 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 5 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ιωαννης G2491 Johannes John 8 ανεβαινον G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιερον G2411 tempel, tempels, heilige temple 12 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ωραν G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 15 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 προσευχης G4335 gebeden, gebed, bidden X pray earnestly, prayer 17 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 εννατην G1766 negende, negender ninth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En een zeker man, die kreupel was van zijner moeders lijf, werd gedragen, welken zij dagelijks zetten aan de deur des tempels, genaamd de Schone, om een aalmoes te begeren van degenen, die in den tempel gingen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 een zekerG5100 manG435, die kreupelG5560 was vanG1537 zijner moedersG3384 lijfG2836, werd gedragenG941, welkenG3739 zijG846 dagelijksG2250 zettenG5087 aanG4314 de deurG2374 des tempelsG2411, genaamdG3004 de SchoneG5611, om een aalmoesG1654 te begerenG154 van degenen, die inG1519 den tempelG2411 gingenG1531; En een zeker man, die kreupel was van zijner moeders lijf, werd gedragen, welken zij dagelijks zetten aan de deur des tempels, genaamd de Schone, om een aalmoes te begeren van degenen, die in den tempel gingen;

KJV And1 a certain2 man3 lame9 from5 his8 mother's7 womb6 was carried,10 whom11 they laid12 daily14 at15 the gate17 of the temple19 which16 is called21 Beautiful,22 to ask24 alms25 of26 them that entered28 into29 the temple;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 3 ανηρ G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 4 χωλος G5560 kreupelen, kreupel, kreupele cripple, halt, lame 5 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 6 κοιλιας G2836 buik, lijf, buiken belly, womb 7 μητρος G3384 moeder, moeders mother 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 υπαρχων G5225 zijn, bestaan, aanwezig zijn; bezitting after, behave, live 10 εβασταζετο G941 dragen, gedragen, draagt bear, carry, take up 11 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 ετιθουν G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 13 καθ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 14 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 15 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 θυραν G2374 deur, deuren, Deur door, gate 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ιερου G2411 tempel, tempels, heilige temple 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 λεγομενην G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 22 ωραιαν G5611 Schone, liefelijk, schoon beautiful 23 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 αιτειν G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 25 ελεημοσυνην G1654 aalmoes, aalmoezen alms(-deeds) 26 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 27 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 εισπορευομενων G1531 ingaat, ingaande, inkomen come (enter) in, go into 29 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 30 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 ιερον G2411 tempel, tempels, heilige temple
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Welke, Petrus en Johannes ziende, als zij in den tempel zouden ingaan, bad, dat hij een aalmoes mocht ontvangen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WelkeG3739, PetrusG4074 enG2532 JohannesG2491 ziendeG1492, als zij inG1519 den tempelG2411 zouden ingaanG1524, badG2065, dat hij een aalmoesG1654 mocht ontvangenG2983. Welke, Petrus en Johannes ziende, als zij in den tempel zouden ingaan, bad, dat hij een aalmoes mocht ontvangen.

KJV Who1 seeing Peter3 and4 John5 about6 to go7 into8 the temple10 asked11 an alms.

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 πετρον G4074 Petrus Peter, rock 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ιωαννην G2491 Johannes John 6 μελλοντας G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 7 εισιεναι G1524 gingen, ingaan enter (go) into 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιερον G2411 tempel, tempels, heilige temple 11 ηρωτα G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 12 ελεημοσυνην G1654 aalmoes, aalmoezen alms(-deeds) 14 λαβειν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Petrus, sterk op hem ziende, met Johannes, zeide: Zie op ons.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 EnG1161 PetrusG4074, sterkG816 opG1519 hemG846 ziendeG816, met JohannesG2491, zeideG2036: ZieG991 opG1519 ons. En Petrus, sterk op hem ziende, met Johannes, zeide: Zie op ons.

KJV And2 Peter,3 fastening his eyes1 upon4 him5 with6 John,8 said, Look10 on11 us.

1 ατενισας G816 ogen, houdende, sterk behold earnestly (stedfastly), fasten (eyes), look (earnestly, stedfastly, up stedfastly), set eyes 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 συν G4862 met, samen met beside, with 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιωαννη G2491 Johannes John 9 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 βλεψον G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 ημας G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En hij hield de ogen op hen, verwachtende, dat hij iets van hen zou ontvangen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG1161 hij hieldG1907 de ogen op henG846, verwachtendeG4328, dat hij ietsG5100 van henG846 zou ontvangenG2983. En hij hield de ogen op hen, verwachtende, dat hij iets van hen zou ontvangen.

KJV And2 he gave heed3 unto them,4 expecting5 to receive9 something6 of7 them.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επειχεν G1907 Voorhoudende, aanmerkende, acht give (take) heed unto, hold forth, mark, stay 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 προσδοκων G4328 verwachten, verwachtende, verwacht (be in) expect(-ation), look (for), when looked, tarry, wait for 6 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 7 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 8 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 λαβειν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Petrus zeide: Zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat geve ik u; in den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, sta op en wandel!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En PetrusG4074 zeideG2036: ZilverG694 en goudG5553 heb ik nietG3756, maarG1161 hetgeenG3739 ik hebG2192, dat geveG1325 ik uG4771; inG1722 den NaamG3686 van JezusG2424 ChristusG5547, den NazarenerG3480, staG1453 op en wandelG4043! En Petrus zeide: Zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat geve ik u; in den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, sta op en wandel!

KJV Then2 Peter3 said, Silver4 and5 gold6 have8 I none;7 but11 such as10 I have12 give I15 thee: In16 the name18 of Jesus19 Christ20 of Nazareth22 rise up23 and24 walk.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 4 αργυριον G694 geld, zilveren, gelds money, (piece of) silver (piece) 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 χρυσιον G5553 goud gold 7 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 υπαρχει G5225 zijn, bestaan, aanwezig zijn; bezitting after, behave, live 9 μοι G1473 mij, ik I, me 10 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 εχω G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 13 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 15 διδωμι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 19 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 20 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ναζωραιου G3480 Nazarener, NAZARENER, Nazarenen Nazarene, of Nazareth 23 εγειραι G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 περιπατει G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En hem grijpende bij de rechterhand richtte hij hem op, en terstond werden zijn voeten en enkelen vast.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En hem grijpendeG4084 bij de rechterhandG1188 richtteG1453 hij hem op, en terstondG3916 werden zijn voetenG939 en enkelenG4974 vastG4732. En hem grijpende bij de rechterhand richtte hij hem op, en terstond werden zijn voeten en enkelen vast.

KJV And1 he took2 him3 by the right5 hand,6 and lifted him up:7 and9 immediately8 his11 feet13 and14 ankle bones16 received strength.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 πιασας G4084 grijpen, gegrepen, vangen apprehend, catch, lay hand on, take 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 δεξιας G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 6 χειρος G5495 handen, hand hand 7 ηγειρεν G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 8 παραχρημα G3916 terstond, stonde forthwith, immediately, presently, straightway, soon 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 εστερεωθησαν G4732 bevestigd, gesterkt, vast establish, receive strength, make strong 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 βασεις G939 voeten foot 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 σφυρα G4974 enkelen ancle bone
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En hij, opspringende, stond en wandelde, en ging met hen in den tempel, wandelende en springende, en lovende God.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En hij, opspringendeG1814, stondG2476 enG2532 wandeldeG4043, enG2532 ging met henG846 inG1519 den tempelG2411, wandelendeG4043 enG2532 springendeG242, enG2532 lovendeG134 GodG2316. En hij, opspringende, stond en wandelde, en ging met hen in den tempel, wandelende en springende, en lovende God.

KJV And1 he leaping up2 stood,3 and4 walked,5 and6 entered7 with8 them9 into10 the temple,12 walking,13 and14 leaping,15 and16 praising17 God.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξαλλομενος G1814 opspringende leap up 3 εστη G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 περιεπατει G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 8 συν G4862 met, samen met beside, with 9 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιερον G2411 tempel, tempels, heilige temple 13 περιπατων G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 αλλομενος G242 springende, sprong leap, spring up 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 αινων G134 Looft, loven, lovende praise 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En al het volk zag hem wandelen en God loven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En alG3956 het volkG2992 zagG1492 hemG846 wandelenG4043 enG2532 GodG2316 lovenG134. En al het volk zag hem wandelen en God loven.

KJV And1 all4 the people6 saw him3 walking7 and8 praising9 God:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειδεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 λαος G2992 volk, volks, volke people 7 περιπατουντα G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 αινουντα G134 Looft, loven, lovende praise 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En zij kenden hem, dat hij die was, die om een aalmoes gezeten had aan de Schone poort des tempels; en zij werden vervuld met verbaasdheid en ontzetting over hetgeen hem geschied was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En zij kendenG1921 hem, dat hij dieG3778 wasG1510, die om een aalmoesG1654 gezetenG2521 had aanG1909 de SchoneG5611 poortG4439 des tempelsG2411; enG2532 zij werden vervuldG4130 met verbaasdheidG2285 enG2532 ontzettingG1611 overG1909 hetgeen hemG846 geschiedG4819 was. En zij kenden hem, dat hij die was, die om een aalmoes gezeten had aan de Schone poort des tempels; en zij werden vervuld met verbaasdheid en ontzetting over hetgeen hem geschied was.

Ook in dit vers totG4314

KJV And2 they knew1 that4 it3 was he5 which7 sat11 for8 alms10 at12 the Beautiful14 gate15 of the temple:17 and18 they were filled19 with wonder20 and21 amazement22 at23 that which had happened25 unto him.

1 επεγινωσκον G1921 kenden, bekennende, gekend (ac-, have, take)know(-ledge, well), perceive 2 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 6 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ελεημοσυνην G1654 aalmoes, aalmoezen alms(-deeds) 11 καθημενος G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 12 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ωραια G5611 Schone, liefelijk, schoon beautiful 15 πυλη G4439 poort, poorten gate 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ιερου G2411 tempel, tempels, heilige temple 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 επλησθησαν G4130 vervuld, vulden, gevuld accomplish, full (…come), furnish 20 θαμβους G2285 verbaasdheid X amazed, + astonished, wonder 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 εκστασεως G1611 ontzetting, vertrekking zinnen + be amazed, amazement, astonishment, trance 23 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 24 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 συμβεβηκοτι G4819 overkomen, gebeurd, gebeurde be(-fall), happen (unto) 26 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En als de kreupele, die gezond gemaakt was, aan Petrus en Johannes vasthield, liep al het volk gezamenlijk tot hen in het voorhof, hetwelk Salomo's voorhof genaamd wordt, verbaasd zijnde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En als de kreupeleG5560, die gezondG2390 gemaakt was, aanG1909 PetrusG4074 en JohannesG2491 vasthieldG2902, liepG4936 alG3956 het volkG2992 gezamenlijkG4936 totG4314 henG846 in het voorhofG4745, hetwelk SalomoG4672's voorhof genaamdG2564 wordt, verbaasdG1569 zijnde. En als de kreupele, die gezond gemaakt was, aan Petrus en Johannes vasthield, liep al het volk gezamenlijk tot hen in het voorhof, hetwelk Salomo's voorhof genaamd wordt, verbaasd zijnde.

KJV And2 as the lame man5 which was healed4 held1 Peter7 and8 John,9 all13 the people15 ran together10 unto11 them12 in16 the porch18 that is called20 Solomon's,21 greatly wondering.

1 κρατουντος G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιαθεντος G2390 gezond, genezen, geneze heal, make whole 5 χωλου G5560 kreupelen, kreupel, kreupele cripple, halt, lame 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πετρον G4074 Petrus Peter, rock 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ιωαννην G2491 Johannes John 10 συνεδραμεν G4936 gezamenlijk, liep, liepen gezamenlijk run (together, with) 11 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 12 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 λαος G2992 volk, volks, volke people 16 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 17 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 στοα G4745 voorhof, zalen porch 19 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 καλουμενη G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 21 σολομωντος G4672 Salomo, Salomon Solomon 22 εκθαμβοι G1569 verbaasd greatly wondering
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En Petrus, dat ziende, antwoordde tot het volk: Gij Israelietische mannen, wat verwondert gij u over dit, of wat ziet gij zo sterk op ons, alsof wij door onze eigen kracht of godzaligheid dezen hadden doen wandelen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG1161 PetrusG4074, dat ziendeG1492, antwoorddeG611 totG4314 het volkG2992: Gij IsraelietischeG2475 mannenG435, watG5101 verwondertG2296 gij u overG1909 ditG3778, ofG2228 watG5101 zietG3708 gij zo sterkG816 op ons, alsofG5613 wij door onze eigenG2398 krachtG1411 ofG2228 godzaligheidG2150 dezenG846 hadden doenG4160 wandelenG4043? En Petrus, dat ziende, antwoordde tot het volk: Gij Israelietische mannen, wat verwondert gij u over dit, of wat ziet gij zo sterk op ons, alsof wij door onze eigen kracht of godzaligheid dezen hadden doen wandelen?

KJV And2 when Peter3 saw it, he answered4 unto5 the people,7 Ye men8 of Israel,9 why10 marvel ye11 at12 this? or14 why16 look ye so earnestly17 on us, as though18 by our own19 power20 or21 holiness22 we had made23 this man26 to walk?

1 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 4 απεκρινατο G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 λαον G2992 volk, volks, volke people 8 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 9 ισραηλιται G2475 Israelietische, Israeliet, Israelieten Israelite 10 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 11 θαυμαζετε G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder 12 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 15 ημιν G1473 mij, ik I, me 16 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 17 ατενιζετε G816 ogen, houdende, sterk behold earnestly (stedfastly), fasten (eyes), look (earnestly, stedfastly, up stedfastly), set eyes 18 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 19 ιδια G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 20 δυναμει G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 21 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 22 ευσεβεια G2150 godzaligheid godliness, holiness 23 πεποιηκοσιν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 24 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 περιπατειν G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 26 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 De God Abrahams, en Izaks, en Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat men Hem zoude loslaten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 De GodG2316 AbrahamsG11, enG2532 IzaksG2464, enG2532 JakobsG2384, de GodG2316 onzer vaderenG3962, heeft Zijn KindG3816 JezusG2424 verheerlijktG1392, WelkenG3739 gijG4771 overgeleverdG3860 hebt, enG2532 hebt Hem verloochendG720, voor het aangezichtG4383 van PilatusG4091, als hij oordeeldeG2919, dat men HemG1565 zoude loslatenG630. De God Abrahams, en Izaks, en Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat men Hem zoude loslaten.

KJV The God2 of Abraham,3 and4 of Isaac,5 and6 of Jacob,7 the God9 of our fathers,11 hath glorified13 his16 Son15 Jesus;17 whom18 ye delivered up,20 and21 denied22 him23 in24 the presence25 of Pilate,26 when he was determined27 to let29 him28 go.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 3 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ισαακ G2464 Izak, Izaks, Izaak Isaac 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ιακωβ G2384 Jakob, Jakobs also an Israelite:--Jacob 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πατερων G3962 Vader, vader, vaders father, parent 12 ημων G1473 mij, ik I, me 13 εδοξασεν G1392 verheerlijkt, verheerlijken, verheerlijkten (make) glorify(-ious), full of (have) glory, honour, magnify 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 παιδα G3816 knecht, Kind, kind child, maid(-en), (man) servant, son, young man 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 18 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 19 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 20 παρεδωκατε G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 ηρνησασθε G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 23 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 25 προσωπον G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 26 πιλατου G4091 Pilatus Pilate 27 κριναντος G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 28 εκεινου G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 29 απολυειν G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Maar gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend, en hebt begeerd, dat u een man, die een doodslager was, zou geschonken worden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 MaarG1161 gijG4771 hebt den HeiligeG40 en RechtvaardigeG1342 verloochendG720, en hebt begeerdG154, dat uG4771 een manG435, die een doodslagerG5406 was, zou geschonkenG5483 worden; Maar gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend, en hebt begeerd, dat u een man, die een doodslager was, zou geschonken worden;

KJV But2 ye denied7 the Holy One4 and5 the Just,6 and8 desired9 a murderer11 to be granted12 unto you;

1 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αγιον G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 δικαιον G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous) 7 ηρνησασθε G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ητησασθε G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 10 ανδρα G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 11 φονεα G5406 doodslager, doodslagers, moordenaars murderer 12 χαρισθηναι G5483 vergeven, geschonken, vergevende deliver, (frankly) forgive, (freely) give, grant 13 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En den Vorst des levens hebt gij gedood, Welken God opgewekt heeft uit de doden; waarvan wij getuigen zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EnG1161 den VorstG747 des levensG2222 hebt gij gedoodG615, WelkenG3739 GodG2316 opgewektG1453 heeft uitG1537 de dodenG3498; waarvan wij getuigenG3144 zijnG1510. En den Vorst des levens hebt gij gedood, Welken God opgewekt heeft uit de doden; waarvan wij getuigen zijn.

KJV And2 killed6 the Prince3 of life,5 whom7 God9 hath raised10 from11 the dead;12 whereof13 we are witnesses.

1 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αρχηγον G747 Vorst, oversten Leidsman author, captain, prince 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ζωης G2222 leven, levens, Leven life(-time) 6 απεκτεινατε G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 7 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 10 ηγειρεν G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 11 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 12 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 13 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 ημεις G1473 mij, ik I, me 15 μαρτυρες G3144 getuigen, getuige, Getuige martyr, record, witness 16 εσμεν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En door het geloof in Zijn Naam heeft Zijn Naam dezen gesterkt, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door Hem is, heeft hem deze volmaakte gezondheid gegeven, in uw aller tegenwoordigheid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG2532 door het geloofG4102 in Zijn NaamG3686 heeft Zijn NaamG3686 dezenG5026 gesterktG4732, dienG3739 gijG4771 ziet en kentG1492; en het geloofG4102, dat doorG1223 Hem is, heeft hem dezeG3778 volmaakte gezondheidG3647 gegevenG1325, in uw allerG3956 tegenwoordigheidG561. En door het geloof in Zijn Naam heeft Zijn Naam dezen gesterkt, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door Hem is, heeft hem deze volmaakte gezondheid gegeven, in uw aller tegenwoordigheid.

KJV And1 his7 name6 through2 faith4 in his16 name15 hath made13 this man strong, whom9 ye see10 and11 know:12 yea,17 the faith19 which is23 by21 him22 hath given him24 this perfect soundness26 in the presence28 of you all.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 3 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πιστει G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ονοματος G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 θεωρειτε G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 13 εστερεωσεν G4732 bevestigd, gesterkt, vast establish, receive strength, make strong 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 πιστις G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 20 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 24 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 ολοκληριαν G3647 volmaakte gezondheid perfect soundness 27 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 28 απεναντι G561 tegenover, tegenwoordigheid before, contrary, over against, in the presence of 29 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 30 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk als ook uw oversten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 nu, broedersG80, ik weetG1492, datG3754 gijG4771 het doorG2596 onwetendheidG52 gedaan hebt, gelijk als ookG2532 uw overstenG758. En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk als ook uw oversten.

KJV And1 now,2 brethren,3 I wot4 that5 through6 ignorance7 ye did8 it, as9 did also10 your rulers.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 3 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 4 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 7 αγνοιαν G52 onwetendheid ignorance 8 επραξατε G4238 doen, bedrijven, volbrengen; eisen commit, deeds, do, exact, keep, require, use arts 9 ωσπερ G5618 gelijkerwijs, geschiedt (even, like) as 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αρχοντες G758 oversten, overste, Overste chief (ruler), magistrate, prince, ruler 13 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Maar God heeft alzo vervuld, hetgeen Hij door den mond van al Zijn profeten te voren verkondigd had, dat de Christus lijden zou.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 MaarG1161 GodG2316 heeft alzoG3779 vervuldG4137, hetgeenG3739 HijG846 doorG1223 den mondG4750 van alG3956 Zijn profetenG4396 te voren verkondigd had, dat de ChristusG5547 lijdenG3958 zou. Maar God heeft alzo vervuld, hetgeen Hij door den mond van al Zijn profeten te voren verkondigd had, dat de Christus lijden zou.

Ook in dit vers tevoren verkondigdG4293

KJV But2 those things, which4 God3 before had shewed5 by6 the mouth7 of all8 his11 prophets,10 that Christ14 should suffer,12 he hath15 so16 fulfilled.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 4 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 5 προκατηγγειλεν G4293 tevoren verkondigd, tevoren aangedienden foretell, have notice, (shew) before 6 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 στοματος G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth 8 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 προφητων G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 παθειν G3958 lijden, geleden, lijdt feel, passion, suffer, vex 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 χριστον G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 15 επληρωσεν G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 16 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 BetertG3340 u danG3767, enG2532 bekeertG1994 u, opdat uw zondenG266 mogen uitgewistG1813 worden; wanneer de tijdenG2540 der verkoelingG403 zullen gekomenG2064 zijn vanG575 het aangezichtG4383 des HeerenG2962, Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren,

KJV Repent ye1 therefore,2 and3 be converted,4 that5 your sins10 may be blotted out,7 when11 the times14 of refreshing15 shall come12 from16 the presence17 of the Lord;

1 μετανοησατε G3340 bekeerd, bekeert, bekeren repent 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 επιστρεψατε G1994 bekeren, bekeerd, keerde come (go) again, convert, (re-)turn (about, again) 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εξαλειφθηναι G1813 afwissen, Uitgewist, uitdoen blot out, wipe away 8 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 9 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αμαρτιας G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 11 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 12 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 13 ελθωσιν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 14 καιροι G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 15 αναψυξεως G403 verkoeling revival 16 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 17 προσωπου G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EnG2532 Hij gezondenG649 zal hebben JezusG2424 ChristusG5547, Die uG4771 tevoren geprediktG4296 is; En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is;

KJV And1 he shall send2 Jesus6 Christ,7 which before was preached4 unto you:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποστειλη G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 προκεκηρυγμενον G4296 eerst, gepredikt, tevoren gepredikt before (first) preach 5 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 6 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 χριστον G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 WelkenG3739 de hemelG3772 moetG1163 ontvangenG1209 tot de tijdenG5550 der wederoprichtingG605 allerG3956 dingen, dieG3739 GodG2316 gesprokenG2980 heeft doorG1223 den mondG4750 van al Zijn heiligeG40 profetenG4396 vanG575 alle eeuwG165. Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw.

KJV Whom1 the heaven3 must2 receive5 until6 the times7 of restitution8 of all things,9 which10 God13 hath spoken11 by14 the mouth15 of all16 his18 holy17 prophets19 since20 the world began.

1 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 3 ουρανον G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 4 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 5 δεξασθαι G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 6 αχρι G891 tot, totdat, zolang als as far as, for, in(-to), till, (even, un-)to, until, while 7 χρονων G5550 tijd, tijden, tijds + years old, season, space, (X often-)time(-s), (a) while 8 αποκαταστασεως G605 wederoprichting restitution 9 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 10 ων G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 ελαλησεν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 14 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 15 στοματος G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth 16 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 17 αγιων G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 προφητων G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 20 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 21 αιωνος G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Want Mozes heeft tot de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen, in alles, wat Hij tot u spreken zal.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Want MozesG3475 heeft totG4314 de vaderenG3962 gezegdG2036: De HeereG2962, uw GodG2316, zal uG4771 een ProfeetG4396 verwekkenG450, uitG1537 uw broederenG80, gelijkG5613 mijG1473; Dien zult gij horenG191, in allesG3956, wat HijG846 totG4314 uG4771 sprekenG2980 zal. Want Mozes heeft tot de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen, in alles, wat Hij tot u spreken zal.

KJV For3 Moses1 truly2 said unto4 the fathers,6 A prophet9 shall11 the Lord12 your God14 raise up unto you of16 your brethren,18 like20 unto me; him22 shall ye hear23 in24 all things25 whatsoever26 he shall say28 unto29 you.

1 μωσης G3475 Mozes Moses 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πατερας G3962 Vader, vader, vaders father, parent 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 προφητην G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 10 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 11 αναστησει G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 12 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 15 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 16 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 17 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 αδελφων G80 broeders, broeder, broederen brother 19 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 20 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 21 εμε G1473 mij, ik I, me 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 ακουσεσθε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 24 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 25 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 26 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 27 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 28 λαληση G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 29 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 30 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En het zal geschieden, dat alle ziel, die dezen Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden uit den volke.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG1161 het zal geschiedenG2071, dat alleG3956 zielG5590, die dezenG1565 ProfeetG4396 nietG3361 zal gehoordG191 hebben, uitgeroeidG1842 zal worden uitG1537 den volkeG2992. En het zal geschieden, dat alle ziel, die dezen Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden uit den volke.

KJV And2 it shall come to pass, that every3 soul,4 which5 will8 not7 hear that11 prophet,10 shall be destroyed12 from among13 the people.

1 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πασα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 4 ψυχη G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 5 ητις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 6 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 7 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 8 ακουση G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 προφητου G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 11 εκεινου G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 12 εξολοθρευθησεται G1842 uitgeroeid destroy 13 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 λαου G2992 volk, volks, volke people

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En ook al de profeten, van Samuel aan, en die daarna gevolgd zijn, zovelen als er hebben gesproken, die hebben ook deze dagen te voren verkondigd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En ookG2532 alG3956 de profetenG4396, vanG575 SamuelG4545 aan, en die daarna gevolgd zijn, zovelenG3745 als er hebben gesprokenG2980, die hebben ookG2532 dezeG3778 dagenG2250 te voren verkondigd. En ook al de profeten, van Samuel aan, en die daarna gevolgd zijn, zovelen als er hebben gesproken, die hebben ook deze dagen te voren verkondigd.

Ook in dit vers tevoren verkondigdG4293

KJV Yea,1 and3 all2 the prophets5 from6 Samuel7 and8 those that follow after,10 as many as11 have spoken,12 have14 likewise13 foretold of these days.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 προφηται G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 6 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 7 σαμουηλ G4545 Samuel Samuel 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 καθεξης G2517 vervolgens after(-ward), by (in) order 11 οσοι G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 12 ελαλησαν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 προκατηγγειλαν G4293 tevoren verkondigd, tevoren aangedienden foretell, have notice, (shew) before 15 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 17 ταυτας G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Gijlieden zijt kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk God met onze vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen alle geslachten der aarde gezegend worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 GijliedenG4771 zijtG1510 kinderenG5207 der profetenG4396, enG2532 des verbondsG1242, hetwelkG3739 GodG2316 met onze vaderenG3962 opgerichtG1303 heeft, zeggendeG3004 totG4314 AbrahamG11: EnG2532 in uw zadeG4690 zullen alleG3956 geslachtenG3965 der aardeG1093 gezegendG1757 worden. Gijlieden zijt kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk God met onze vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen alle geslachten der aarde gezegend worden.

Ook in dit vers totG4314

KJV Ye are the children3 of the prophets,5 and6 of the covenant8 which9 God12 made10 with13 our fathers,15 saying17 unto18 Abraham,19 And20 in thy seed22 shall24 all25 the kindreds27 of the earth29 be blessed.

1 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 2 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 υιοι G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 προφητων G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 διαθηκης G1242 verbond, testaments, verbonds covenant, testament 9 ης G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 διεθετο G1303 opgericht, testamentmaker, testamentmakers appoint, make, testator 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πατερας G3962 Vader, vader, vaders father, parent 16 ημων G1473 mij, ik I, me 17 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 19 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 σπερματι G4690 zaad, zade, zaden issue, seed 23 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 24 ενευλογηθησονται G1757 gezegend bless 25 πασαι G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 26 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 πατριαι G3965 geslacht, geslachten family, kindred, lineage 28 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 God, opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Denzelven eerst tot u gezonden, dat Hij ulieden zegenen zou, daarin dat Hij een iegelijk van u afkere van uw boosheden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 GodG2316, opgewektG450 hebbende Zijn KindG3816 JezusG2424, heeft Denzelven eerstG4412 tot uG4771 gezondenG649, dat HijG846 ulieden zegenenG2127 zou, daarin dat Hij een iegelijkG1538 van uG4771 afkereG654 vanG575 uw booshedenG4189. God, opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Denzelven eerst tot u gezonden, dat Hij ulieden zegenen zou, daarin dat Hij een iegelijk van u afkere van uw boosheden.

KJV Unto you first2 God,4 having raised up5 his8 Son7 Jesus,9 sent10 him11 to bless12 you, in14 turning away16 every one17 of you from18 his iniquities.

1 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 2 πρωτον G4412 eerst, eerste, Eerstelijk before, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 5 αναστησας G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 παιδα G3816 knecht, Kind, kind child, maid(-en), (man) servant, son, young man 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ευλογουντα G2127 gezegend, zegende, Gezegend bless, praise 13 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 αποστρεφειν G654 afkeren, afwenden, afgewend bring again, pervert, turn away (from) 17 εκαστον G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 18 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 19 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 πονηριων G4189 boosheid, boosheden iniquity, wickedness 21 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Handelingen 3:1 Psalmen 55:17 Handelingen 4:13 Handelingen 2:46 Handelingen 8:14 Johannes 20:2 Handelingen 10:3 Johannes 13:23 Mattheüs 26:37
Handelingen 3:2 Lukas 16:20 Johannes 9:8 Handelingen 14:8 Lukas 18:35 Handelingen 10:31 Handelingen 4:22 Handelingen 10:4 Johannes 1:9
Handelingen 3:4 Johannes 11:40 Handelingen 3:12 Handelingen 14:9 Lukas 4:20 Johannes 5:6 Handelingen 11:6
Handelingen 3:6 Handelingen 3:16 Handelingen 9:34 Handelingen 4:10 Handelingen 10:38 Handelingen 2:22 Jakobus 2:5 2 Korinthe 8:12 Markus 14:8
Handelingen 3:7 Markus 5:41 Handelingen 9:41 Markus 1:31 Lukas 13:13 Markus 9:27
Handelingen 3:8 Handelingen 14:10 Jesaja 35:6 Lukas 18:43 Psalmen 107:20 Johannes 5:14 Johannes 5:8 Psalmen 103:1 Lukas 17:15
Handelingen 3:9 Handelingen 4:21 Handelingen 4:16 Markus 2:11 Handelingen 14:11 Lukas 13:17
Handelingen 3:10 Handelingen 3:2 Handelingen 4:14 Handelingen 2:7 Johannes 5:20 Lukas 4:36 Johannes 9:18 Handelingen 2:12 Johannes 9:3
Handelingen 3:11 Handelingen 5:12 Johannes 10:23 Lukas 8:38 Handelingen 2:6 Lukas 22:8
Handelingen 3:12 2 Korinthe 3:5 Johannes 3:27 Handelingen 14:11 Genesis 40:8 Daniël 2:28 Handelingen 2:22 Romeinen 9:4 Handelingen 13:26
Handelingen 3:13 Mattheüs 22:32 Johannes 19:15 Mattheüs 27:2 Handelingen 7:32 Johannes 3:35 Hebreeën 2:9 Mattheüs 20:19 Filippenzen 2:9
Handelingen 3:14 Markus 1:24 Handelingen 4:27 1 Petrus 3:18 Handelingen 7:52 Jakobus 5:6 1 Johannes 2:1 Lukas 23:18 Lukas 23:25
Handelingen 3:15 Handelingen 2:24 Handelingen 2:32 Johannes 5:26 1 Johannes 5:11 Johannes 1:4 Openbaring 21:6 Hebreeën 5:9 Johannes 4:14
Handelingen 3:16 Handelingen 3:6 Mattheüs 21:21 Handelingen 16:18 Handelingen 14:9 Handelingen 4:10 Markus 16:17 Handelingen 4:7 Deuteronomium 32:4
Handelingen 3:17 Handelingen 13:27 Lukas 23:34 1 Timotheüs 1:13 1 Korinthe 2:8 Johannes 16:3 Exodus 32:1 Handelingen 26:9 2 Korinthe 3:14
Handelingen 3:18 Handelingen 2:23 Handelingen 26:22 Lukas 24:26 Handelingen 17:2 1 Petrus 1:10 1 Korinthe 15:3 Psalmen 22:1 Daniël 9:26
Handelingen 3:19 Handelingen 2:38 Jesaja 44:22 Psalmen 51:9 Jesaja 43:25 2 Thessalonicenzen 1:7 Lukas 1:16 Jakobus 4:7 Mattheüs 13:15
Handelingen 3:20 Markus 13:26 Handelingen 17:31 Lukas 19:11 Mattheüs 16:27 2 Thessalonicenzen 2:8 Openbaring 1:7 Openbaring 19:11 Markus 13:30
Handelingen 3:21 Handelingen 1:11 Lukas 1:70 Romeinen 8:21 Maleachi 4:5 Markus 9:11 Mattheüs 17:11 Jesaja 1:26 Openbaring 18:20
Handelingen 3:22 Handelingen 7:37 Deuteronomium 18:15 Jesaja 55:3 Markus 9:4 Lukas 9:30 Johannes 12:46 Johannes 5:24 Johannes 8:12
Handelingen 3:23 Deuteronomium 18:19 2 Thessalonicenzen 1:7 Markus 16:16 Hebreeën 2:3 Handelingen 13:38 Johannes 12:48 Hebreeën 12:25 Openbaring 20:15
Handelingen 3:24 1 Samuël 3:20 Handelingen 3:21 Psalmen 99:6 1 Samuël 3:1 Handelingen 13:20 Lukas 24:27 Romeinen 3:21 1 Samuël 2:18
Handelingen 3:25 Genesis 22:18 Handelingen 2:39 Genesis 12:3 Romeinen 9:4 Psalmen 22:27 Openbaring 7:9 Genesis 26:4 Handelingen 13:26
Handelingen 3:26 Handelingen 3:22 Handelingen 3:25 Mattheüs 1:21 Romeinen 1:16 Judas 1:24 1 Petrus 3:9 Handelingen 13:32 Lukas 24:47
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Handelingen 3 vers 1

de ure des Namelijk op welke, benevens de gebeden, ook het dagelijks avondoffer opgeofferd werd. Zie Ex. 29:38-39 .

Hertaald: de ure des Namelijk het uur waarop naast de gebeden ook het dagelijkse avondoffer geofferd werd. Zie Ex. 29:38-39.

de negende ure ; Namelijk na den opgang der zon, te weten als die ure nu geëindigd was; overeenkomende met onze derde ure na den middag. Zie Hand. 2:15 ; Joh. 11:9 .

Hertaald: de negende ure ; Namelijk na zonsopgang, en wel toen dat uur al voorbij was; dat komt overeen met ons drie uur in de middag. Zie Hand. 2:15; Joh. 11:9.

Handelingen 3 vers 2

man, die Namelijk van over de veertig jaren; Hand. 4:22 .

Hertaald: man, die Namelijk een man van boven de veertig jaar; Hand. 4:22.

de Schone, Deze was een van de poorten des voorhofs, en zo het schijnt de grote poort, die tegen het oosten stond, alzo genaamd om hare schoonheid en kostelijkheid. Zie Josef. Antiq. lib. 15, cap. 14.

Hertaald: de Schone, Dit was een van de poorten van het voorhof, en naar het schijnt de grote poort die op het oosten stond, zo genoemd vanwege haar schoonheid en kostbaarheid. Zie Josefus, Oudheden, boek 15, hoofdstuk 14.

aalmoes te De armen te laten bedelen was van God verboden onder zijn volk, Deut. 15:4 , zodat dit ook een teken was, dat toen onder de Joden de wetten Gods zeer vervallen waren.

Hertaald: aalmoes te God had onder Zijn volk verboden de armen te laten bedelen (Deut. 15:4), zodat dit ook een teken was dat de wetten van God toen onder de Joden zeer vervallen waren.

Handelingen 3 vers 5

iets van hen Dat is, enige aalmoes.

Hertaald: iets van hen Dat is: een of andere aalmoes.

Handelingen 3 vers 6

in den Naam Dat is, door Christus' bevel en kracht; of vertrouwende op de beloften en kracht van Christus.

Hertaald: in den Naam Dat is: door het bevel en de kracht van Christus; of: vertrouwend op de beloften en de kracht van Christus.

den Nazarener, Zie Matt. 2:23 .

Hertaald: den Nazarener, Zie Matth. 2:23.

Handelingen 3 vers 7

voeten en enkelen Grieks baseis; dat is fondamenten. Want de voeten zijn als het fondament, waarop het lichaam rust, staat en gedragen wordt.

Hertaald: voeten en enkelen Grieks: baseis, dat is: fundamenten. Want de voeten zijn als het fundament waarop het lichaam rust, staat en gedragen wordt.

Handelingen 3 vers 8

opspringende, Dat is, niet alleen opstaande, maar tot een teken van volkomen genezing en van blijdschap opspringende. Zie Jes. 35:6 , en Hand. 14:10 .

Hertaald: opspringende, Dat is: niet alleen opstaande, maar als teken van volkomen genezing en van blijdschap opspringend. Zie Jes. 35:6 en Hand. 14:10.

Handelingen 3 vers 11

vasthield, liep Dat is, zich vast omtrent hen hield, zonder van hen te wijken.

Hertaald: vasthield, liep Dat is: zich stevig aan hen vasthield, zonder van hen te wijken.

Sálomo's Dat is, die eerst door Salomo om den tempel gebouwd was, en daarna, met den tempel verwoest zijnde, wederom op dezelfde plaats opgebouwd was, en daarom den naam van Salomo had behouden. Zie 1 Kon. 6:3 ; Joh. 10:23 ; Hand. 5:12 .

Hertaald: Sálomo's Dat is: de galerij die eerst door Salomo bij de tempel gebouwd was en die daarna, toen zij met de tempel verwoest was, weer op dezelfde plaats opgebouwd is en daarom de naam van Salomo behouden had. Zie 1 Kon. 6:3; Joh. 10:23; Hand. 5:12.

Handelingen 3 vers 12

antwoordde tot Dat is, sprak.

Hertaald: antwoordde tot Dat is: sprak.

godzaligheid Namelijk alsof wij door dezelfde dit zouden verdiend hebben.

Hertaald: godzaligheid Namelijk alsof wij dit daarmee verdiend zouden hebben.

Handelingen 3 vers 13

De God Abrahams, Dat is, de ware God, die zich aan deze patriarchen en voorvaders geopenbaard, met hen en hunne nakomelingen een verbond gemaakt heeft, en die van hen is gekend en gediend geweest. Zie Hand. 5:30 ; Fil. 2:9 .

Hertaald: De God Abrahams, Dat is: de ware God, Die Zich aan deze aartsvaders en voorvaders geopenbaard heeft, met hen en hun nakomelingen een verbond gemaakt heeft en door hen gekend en gediend is. Zie Hand. 5:30; Filipp. 2:9.

Kind Jezus Of, knecht, dienaar. Zie Jes. 53:11 , en, vs.26, en Hand. 4:27 .

Hertaald: Kind Jezus Of: Knecht, Dienaar. Zie Jes. 53:11, en vers 26 en Hand. 4:27.

verheerlijkt, Namelijk Hem van de doden opgewekt en in den hemel tot de hoogste eer opgenomen hebbende, en door onzen dienst dusdanige wonderen doende.

Hertaald: verheerlijkt, Namelijk doordat Hij Hem uit de doden opgewekt heeft en in de hemel tot de hoogste eer heeft opgenomen, en doordat Hij door onze dienst zulke wonderen doet.

verloochend, Namelijk dat Hij uw koning was; Joh. 19:15 .

Hertaald: verloochend, Namelijk dat Hij uw koning was; Joh. 19:15.

Handelingen 3 vers 14

den Heilige Zie Hand. 2:27 .

Hertaald: den Heilige Zie Hand. 2:27.

een man, die Namelijk Bar-Abbas. Zie Marc. 15:7 .

Hertaald: een man, die Namelijk Bar-Abbas. Zie Mark. 15:7.

Handelingen 3 vers 15

den Vorst des Dat is, die enige leidsman is, om de mensen door zijn verdiensten en krachtige werkingen tot het eeuwige leven te brengen. Zie Hand. 4:12 .

Hertaald: den Vorst des Dat is: Die de enige Leidsman is om de mensen door Zijn verdiensten en krachtige werkingen tot het eeuwige leven te brengen. Zie Hand. 4:12.

waarvan wij getuigen Dat is, van welke zaak, of van welken Christus.

Hertaald: waarvan wij getuigen Dat is: van welke zaak, of van welke Christus.

Handelingen 3 vers 16

in Zijn Naam Grieks zijns naams; dat is, dewijl hij in den naam van Christus geloofd heeft, gelijk in het volgende verklaard wordt. Zie Marc. 11:22 ; Rom. 3:22 .

Hertaald: in Zijn Naam Grieks: van Zijn naam; dat is: omdat hij in de naam van Christus geloofd heeft, zoals in het vervolg verklaard wordt. Zie Mark. 11:22; Rom. 3:22.

Zijn Naam dezen Dat is, deze Jezus Christus zelf, in wiens naam en door wiens kracht dit wonder geschied is.

Hertaald: Zijn Naam dezen Dat is: deze Jezus Christus Zelf, in Wiens naam en door Wiens kracht dit wonder gebeurd is.

gesterkt, dien Dat is, zijne voeten vastgemaakt, dat hij nu op dezelfde staan en gaan kan.

Hertaald: gesterkt, dien Dat is: zijn voeten stevig gemaakt, zodat hij er nu op kan staan en gaan.

door Hem is, Of, in Hem.

Hertaald: door Hem is, Of: in Hem.

volmaakte gezondheid Namelijk van al Zijn leden, die Hij nu ten volle kan gebruiken.

Hertaald: volmaakte gezondheid Namelijk van al zijn ledematen, die hij nu ten volle kan gebruiken.

Handelingen 3 vers 17

onwetendheid Dit zegt hij om hen te troosten met de hoop van vergeving, alzo zij niet tegen de Heiligen Geest gezondigd hadden. Zie Luc. 23:34 ; Joh. 16:3 ; 1 Kor. 2:8 ; 1 Tim. 1:13 .

Hertaald: onwetendheid Dit zegt hij om hen te troosten met de hoop op vergeving, aangezien zij niet tegen de Heilige Geest gezondigd hadden. Zie Luk. 23:34; Joh. 16:3; 1 Kor. 2:8; 1 Tim. 1:13.

oversten Dit moet verstaan worden van sommigen derzelven, van welken de apostel spreekt 1 Kor. 2:8 ; want van sommigen getuigt Christus dat zij tegen den Heiligen Geest gezondigd hebben; Matt. 12:30-32 .

Hertaald: oversten Dit moet verstaan worden van sommigen van hen, over wie de apostel spreekt in 1 Kor. 2:8; want van sommigen getuigt Christus dat zij tegen de Heilige Geest gezondigd hebben; Matth. 12:30-32.

Handelingen 3 vers 19

der verkoeling Dat is, der verkwikking van de gelovigen, die de hitte der vervolgingen in deze wereld onderworpen zijn; Ps. 66:12 ; Jes. 28:12 ; Jer. 6:16 .

Hertaald: der verkoeling Dat is: van de verkwikking van de gelovigen, die in deze wereld aan de hitte van de vervolgingen onderworpen zijn; Ps. 66:12; Jes. 28:12; Jer. 6:16.

Handelingen 3 vers 20

gezonden zal Namelijk voor de tweede reis, of in zijn tweede toekomst ten oordeel.

Hertaald: gezonden zal Namelijk voor de tweede maal, of bij Zijn tweede komst ten oordeel.

tevoren gepredikt Anders, tevoren besteld, geschikt, geordineerd.

Hertaald: tevoren gepredikt Anders: tevoren bestemd, beschikt, verordend.

Handelingen 3 vers 21

ontvangen Dat is, ontvangen hebbende, behouden.

Hertaald: ontvangen Dat is: ontvangen hebbende, behouden.

tot de tijden Dat is, tot den dag des algemenen oordeels, op welken alle dingen, dienu om der zonden wil der ijdelheid onderworpen zijn, weder terecht zullen gebracht en hersteld worden; Rom. 8:20 ; 2 Petr. 3:13 , of, totdat alles volkomen zal vervuld zijn, wat door de profeten is voorzegd geweest.

Hertaald: tot de tijden Dat is: tot de dag van het algemene oordeel, waarop alle dingen die nu om de zonde aan de vergankelijkheid onderworpen zijn weer terechtgebracht en hersteld zullen worden; Rom. 8:20; 2 Petr. 3:13. Of: totdat alles volkomen vervuld zal zijn wat door de profeten voorzegd is.

van alle eeuw Dat is, eertijds in voortijden; of van het begin der eeuwen; Joh. 9:32 . Onder dezen is ook geweest Enoch; Jud. 1:14 .

Hertaald: van alle eeuw Dat is: vroeger, in voorbije tijden; of: vanaf het begin van de eeuwen; Joh. 9:32. Onder hen is ook Henoch geweest; Judas 1:14.

Handelingen 3 vers 22

een Profeet Dat is, een uitnemend leraar, op een bijzondere wijze van God gezonden.

Hertaald: een Profeet Dat is: een uitnemend leraar, op een bijzondere wijze door God gezonden.

gelijk mij; Dat is, mij gelijk zijnde naar de menselijke natuur, en in uitnemendheid van bijzondere zending, getrouwheid en wonderen; doch hem in veel ook teboven gaande. Zie Deut. 18:15 ; Hebr. 3:2-5 .

Hertaald: gelijk mij; Dat is: mij gelijk naar de menselijke natuur, en in uitnemendheid van bijzondere zending, trouw en wonderen; maar Hij gaat hem in veel opzichten ook te boven. Zie Deut. 18:15; Hebr. 3:2-5.

in alles, wat Of, naar alles.

Hertaald: in alles, wat Of: naar alles.

Handelingen 3 vers 23

uitgeroeid zal Of, verdelgd, vernield; Mozes zegt, Deut. 18:19 , van dien wil ik het eisen; dat is, ik zal hem straffen, namelijk gelijk hier verklaard wordt, met uitroeiing uit mijn volk; Hebr. 2:2-3 .

Hertaald: uitgeroeid zal Of: verdelgd, vernietigd. Mozes zegt in Deut. 18:19: van hem zal Ik het eisen; dat is: Ik zal hem straffen, namelijk zoals hier verklaard wordt, met uitroeiing uit Mijn volk; Hebr. 2:2-3.

Handelingen 3 vers 24

van Samuël aan, Hoewel vóór Samuëls tijd na Mozes ook enige profeten geweest zijn, zo wil nochtans Petrus dat men voornamelijk zal zien op Samuël en de profeten, die na hem geweest zijn, ten tijde der koningen en daarna, alzo deze klaarder van Christus hebben geprofeteerd; Hand. 10:43 .

Hertaald: van Samuël aan, Hoewel er vóór de tijd van Samuël, na Mozes, ook enkele profeten geweest zijn, wil Petrus toch dat men vooral let op Samuël en de profeten die na hem geweest zijn, in de tijd van de koningen en daarna, omdat dezen duidelijker over Christus geprofeteerd hebben; Hand. 10:43.

Handelingen 3 vers 25

kinderen der Dat is, afkomstig van de profeten; of, wien de profeten voornamelijk zijn gezonden geweest.

Hertaald: kinderen der Dat is: afstammelingen van de profeten; of: zij tot wie de profeten vooral gezonden zijn.

verbonds, hetwelk Of, testaments. Zie Gen. 17:7 ; Rom. 9:4 .

Hertaald: verbonds, hetwelk Of: testament. Zie Gen. 17:7; Rom. 9:4.

met onze vaderen Of, tot onze vaderen.

Hertaald: met onze vaderen Of: tot onze vaderen.

geslachten der Dat is, volken. Waarvan zie nadere verklaring Gal. 3:8 ; Gen. 22:18 .

Hertaald: geslachten der Dat is: volken. Zie daarover de nadere verklaring bij Gal. 3:8 en Gen. 22:18.

Handelingen 3 vers 26

opgewekt hebbende Namelijk uit de doden; of verwekt, dat is, in de wereld gezonden; Hand. 13:22-23 .

Hertaald: opgewekt hebbende Namelijk uit de doden; of: verwekt, dat is: in de wereld gezonden; Hand. 13:22-23.

Kind Jezus, Of, knecht, dienaar. Zie vs.13.

Hertaald: Kind Jezus, Of: Knecht, Dienaar. Zie vers 13.

tot u gezonden, Namelijk Joden en burgers van Jeruzalem; Hand. 13:46 .

Hertaald: tot u gezonden, Namelijk de Joden en de burgers van Jeruzalem; Hand. 13:46.

zegenen zou, Namelijk met genade in dit leven en met heerlijkheid in het toekomende.

Hertaald: zegenen zou, Namelijk met genade in dit leven en met heerlijkheid in het toekomende.

daarin dat Hij Of, daarin een iegelijk van u zich afkere van zijne boosheden. Doch het eerste komt beter overeen met het woord zegenen, gelijk ook met dergelijke plaats Hand. 5:31 .

Hertaald: daarin dat Hij Of: daarin dat ieder van u zich van zijn boosheden afkeert. Maar het eerste komt beter overeen met het woord zegenen, en ook met de soortgelijke plaats in Hand. 5:31.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De tijden der wederoprichting aller dingen  — Petrus noemt in zijn tweede prediking twee tijden die nog komen: de tijden der verkoeling en de wederoprichting van alle dingen (Hand. 3:19-21)

Na de genezing bij de schone poort roept Petrus op tot bekering, en hij verbindt daaraan een vooruitzicht: "Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren" (Hand. 3:19). Dan noemt hij de zending van Jezus Christus, Die hun tevoren gepredikt is (Hand. 3:20). En over het heden zegt hij: "Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw" (Hand. 3:21).

Bijbelse betekenis: Twee dingen staan hier vast, en over een derde zwijgt het register. Vast staat dat Christus nu in de hemel is en daar blijft tot die tijden aanbreken; de hemel moet Hem ontvangen. Vast staat ook dat wat komt geen nieuw plan is, maar wat God door al Zijn profeten gesproken heeft. Waarover niets gezegd wordt, is het tijdstip en de precieze gedaante van die wederoprichting; de uitleggers denken daarover verschillend, en de tekst zelf geeft er geen jaartal of volgorde bij. Wat wél in het verband staat, is waarop de oproep uitloopt: bekeer u, opdat de zonden uitgewist worden. Het vooruitzicht dient hier de prediking en niet de berekening.

Typologie: De belofte van herstel klinkt door heel de profeten. Jesaja ziet een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (Jes. 65:17), en Petrus schrijft later dat wij naar Gods belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde verwachten, waarin gerechtigheid woont (2 Petr. 3:13). Paulus zegt dat ook de schepping zelf bevrijd zal worden van de dienstbaarheid der verderfenis (Rom. 8:21). Waar die tijden aanbreken, wordt niet iets vervangen maar rechtgezet.

Hand. 3:19-21; Jes. 65:17; Rom. 8:21; 2 Petr. 3:13

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het beloofde Zaad niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Den Vorst des levens hebt gij gedood — 3:11-26

Een man die van zijn geboorte af kreupel was, springt op en loopt de tempel binnen. Het volk stroomt samen in het voorhof van Salomo. Petrus grijpt dat ogenblik om te zeggen dat de eer niet bij hem hoort.

Petrus verbindt de opstanding met Mozes, met Abraham en met alle profeten, en noemt Christus met een titel die niemand eerder gebruikt had.

Waarom ziet gij zo sterk op ons, alsof wij door onze eigen kracht dezen hebben doen wandelen? Petrus wil geen ogenblik dat de aandacht bij hem blijft.

Dan komt de aanklacht, en die is scherp: gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend, en hebt begeerd dat u een man die een doodslager was zou geschonken worden — en den Vorst des levens hebt gij gedood.

Die titel is opmerkelijk, en de kanttekening geeft de betekenis: dat is Die de enige Leidsman is om de mensen door Zijn verdiensten en krachtige werkingen tot het eeuwige leven te brengen. In één zin staan de twee uitersten naast elkaar: de Vorst des levens, en gedood.

Maar Petrus laat het daar niet bij. Hij voegt eraan toe dat zij het door onwetendheid gedaan hebben. En dat God zo vervuld heeft wat Hij door de mond van al Zijn profeten tevoren verkondigd had: dat de Christus lijden zou.

En dan volgen twee aanhalingen die dit register raken. Eerst Deuteronomium 18, woordelijk: de Heere uw God zal u een Profeet verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen in alles wat Hij tot u spreken zal. Petrus wijst dus aan dat de belofte van Mozes vervuld is.

En dan Genesis 12: gijlieden zijt kinderen der profeten en des verbonds — zeggende tot Abraham: in uw zade zullen alle geslachten der aarde gezegend worden.

Het slot geeft aan wie eerst aan de beurt is: God, Zijn Kind Jezus opgewekt hebbende, heeft Denzelven eerst tot u gezonden, dat Hij ulieden zegenen zou, daarin dat Hij een iegelijk van u afkere van uw boosheden. De zegen van Abraham blijkt bekering te zijn.

  1. Genesis 12:3 — In uw zaad zullen alle geslachten der aarde gezegend worden.
  2. Deuteronomium 18:15 — Een Profeet als Mozes; naar Hem zult gij horen.
  3. Handelingen 3:15 — Den Vorst des levens hebt gij gedood, Welken God opgewekt heeft.
  4. Handelingen 3:18 — God heeft zo vervuld wat Hij door al Zijn profeten voorzegd had.
  5. Handelingen 3:22 — Petrus haalt de belofte van Mozes woordelijk aan.
  6. Handelingen 3:26 — De zegen van Abraham blijkt bekering van de boosheden.

In het Nieuwe Testament: Deuteronomium 18:15-19; Genesis 12:3; Lukas 24:44-47; Galaten 3:8

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Handelingen 3

Handelingen 3:1

KruisverwijzingenPsalmen 55:17Handelingen 4:13Handelingen 2:46Handelingen 8:14Johannes 20:2Handelingen 10:3Johannes 13:23Mattheüs 26:37
— Petrus nu en Johannes gingen te zamen op naar den tempel, omtrent de ure des gebeds, zijnde de negende ure;

Petrus en Johannes lijken door een zeer nauwe vriendschap verbonden geweest te zijn. Johannes had Petrus teruggebracht, toen deze bijna wanhoopte na zijn Meester verloochend te hebben. Johannes zocht hem liefdevol op, en maakte hem tot zijn metgezel. Nu “gingen zij te zamen op naar den tempel, omtrent de ure des gebeds.”

Merk hier op, hoe lieflijk de oudtestamentische bedeling overgaat in de nieuwe. De tempel was niet meer wat hij vroeger geweest was; het voorbeeld had geen nut meer, nu het grote Beeld van de tempel gekomen was. Toch gingen deze apostelen er nog steeds heen, op het uur van gebed. Er zijn mensen die uitblinken in afbreken. Het is pas tijd om het oude af te breken, wanneer het nieuwe geheel gereed is. Zelfs dan kan de duisternis het best geleidelijk overgaan in schemering, zodat de dag komt zonder grote breuk, zonder scherpe verrassing. Zo gingen Petrus en Johannes naar de tempel, op hetzelfde uur als anderen. Het is dwaasheid om afwijkend te zijn, tenzij dat afwijkende juist iets beters is dan wat anderen doen.

Handelingen 3:2-3

KruisverwijzingenLukas 16:20Johannes 9:8Handelingen 14:8Lukas 18:35Handelingen 10:31Handelingen 4:22Handelingen 10:4Johannes 1:9
— En een zeker man, die kreupel was van zijner moeders lijf, werd gedragen, welken zij dagelijks zetten aan de deur des tempels, genaamd de Schone, om een aalmoes te begeren van degenen, die in den tempel gingen; Welke, Petrus en Johannes ziende, als zij in den tempel zouden ingaan, bad, dat hij een aalmoes mocht ontvangen.

Dit lijkt de gewoonte geweest te zijn bij de tempelpoorten, zoals ook bij de deuren van veel kerken op het vasteland van Europa. U kon bijvoorbeeld de deur van een bepaalde kerk in Rome niet naderen, zonder door misschien wel twintig bedelaars aangesproken te worden. Ik denk niet dat dit zo was in Judea, in zijn bloeiende dagen. Maar wanneer de godsdienst niet bloeit, vermenigvuldigen de bedelaars zich zeker. En nu de ware geest van godsvrucht verdwenen was, gebeurde de aalmoezengift in het openbaar, en daarom verschenen de bedelaars ook in het openbaar.

Handelingen 3:4-7

KruisverwijzingenHandelingen 3:16Handelingen 9:34Handelingen 4:10Handelingen 10:38Handelingen 2:22Jakobus 2:52 Korinthe 8:12Markus 14:8
— En Petrus, sterk op hem ziende, met Johannes, zeide: Zie op ons. En hij hield de ogen op hen, verwachtende, dat hij iets van hen zou ontvangen. En Petrus zeide: Zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat geve ik u; in den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, sta op en wandel! En hem grijpende bij de rechterhand richtte hij hem op, en terstond werden zijn voeten en enkelen vast.

Deze man had in zijn hele leven nooit op zijn voeten gestaan. Hij was zo hulpeloos, dat hij naar de tempelpoorten gedragen moest worden om te bedelen. Toch ontvingen zijn voeten en enkels onmiddellijk kracht, bij het noemen van de grote en heerlijke Naam van Jezus.

Handelingen 3:8-11

KruisverwijzingenHandelingen 5:12Handelingen 14:10Handelingen 3:2Jesaja 35:6Handelingen 4:21Handelingen 4:16Lukas 18:43Psalmen 107:20
— En hij, opspringende, stond en wandelde, en ging met hen in den tempel, wandelende en springende, en lovende God. En al het volk zag hem wandelen en God loven. En zij kenden hem, dat hij die was, die om een aalmoes gezeten had aan de Schone poort des tempels; en zij werden vervuld met verbaasdheid en ontzetting over hetgeen hem geschied was. En als de kreupele, die gezond gemaakt was, aan Petrus en Johannes vasthield, liep al het volk gezamenlijk tot hen in het voorhof, hetwelk Salomo's voorhof genaamd wordt, verbaasd zijnde.

Het verbaast u niet dat hij Petrus en Johannes vasthield. Het was maar natuurlijk dat hij hen overal volgde, want hij had hun zoveel te danken, en zij waren de beste vrienden die hij ooit gehad had. Hij was vervuld met eerbied voor hen, om wat zij aan hem verricht hadden. En nu, uit angst dat zij weg zouden gaan, hield hij hen vast. “Al het volk liep gezamenlijk tot hen”, hevig verwonderd. Hij die door Christus’ wonderlijke Naam genezen was, verwonderde zich, en de mensen die hem genezen zagen, verwonderden zich allen ook.

Ik veronderstel dat verwondering zich altijd vermengt met echte aanbidding. Niet alle verwondering is aanbidding. Maar waar er aanbidding van God is, en een besef van Zijn grote goedheid en van onze onwaardigheid, lijkt er altijd een grote mate van verwondering te zijn.

Handelingen 3:11

KruisverwijzingenHandelingen 5:12Johannes 10:23Lukas 8:38Handelingen 2:6Lukas 22:8
— En als de kreupele, die gezond gemaakt was, aan Petrus en Johannes vasthield, liep al het volk gezamenlijk tot hen in het voorhof, hetwelk Salomo's voorhof genaamd wordt, verbaasd zijnde.

Het is altijd gemakkelijk een menigte te trekken, maar er was die dag werkelijk iets wonderlijks te zien. De apostel zorgde ervoor, de nieuwsgierigheid van de menigte zo goed mogelijk te benutten. Zie hoe snel hij hun gedachten wegvoerde van de man voor hen, naar de grotere Mens, de goddelijke Mens, de Zoon van God, Die zij verworpen hadden.

Handelingen 3:12

Kruisverwijzingen2 Korinthe 3:5Johannes 3:27Handelingen 14:11Genesis 40:8Daniël 2:28Handelingen 2:22Romeinen 9:4Handelingen 13:26
— En Petrus, dat ziende, antwoordde tot het volk: Gij Israelietische mannen, wat verwondert gij u over dit, of wat ziet gij zo sterk op ons, alsof wij door onze eigen kracht of godzaligheid dezen hadden doen wandelen?

Petrus kon goed zien dat de mensen aan hemzelf en aan Johannes meer eer toeschreven dan juist was. Zo kreeg hij de gelegenheid het evangelie aan hen te prediken, en u mag er zeker van zijn dat hij die kans niet liet lopen.

Handelingen 3:12-23

KruisverwijzingenMarkus 1:24Handelingen 2:24Handelingen 7:37Handelingen 3:6Deuteronomium 18:15Handelingen 4:27Handelingen 2:38Handelingen 1:11
— En Petrus, dat ziende, antwoordde tot het volk: Gij Israelietische mannen, wat verwondert gij u over dit, of wat ziet gij zo sterk op ons, alsof wij door onze eigen kracht of godzaligheid dezen hadden doen wandelen? De God Abrahams, en Izaks, en Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat men Hem zoude loslaten. Maar gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend, en hebt begeerd, dat u een man, die een doodslager was, zou geschonken worden; En den Vorst des levens hebt gij gedood, Welken God opgewekt heeft uit de doden; waarvan wij getuigen zijn. En door het geloof in Zijn Naam heeft Zijn Naam dezen gesterkt, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door Hem is, heeft hem deze volmaakte gezondheid gegeven, in uw aller tegenwoordigheid. En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk als ook uw oversten. Maar God heeft alzo vervuld, hetgeen Hij door den mond van al Zijn profeten te voren verkondigd had, dat de Christus lijden zou. Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren, En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw. Want Mozes heeft tot de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen, in alles, wat Hij tot u spreken zal. En het zal geschieden, dat alle ziel, die dezen Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden uit den volke.

Hoor dit dan, u die Christus gehoord hebt, door Zijn Woord en door Zijn dienstknechten, en Hem hebt horen prediken — ja, tientallen, honderden malen. Laat mij u deze tekst nog eens voorlezen; en laat hem, terwijl ik lees, in uw hart zinken. “Het zal geschieden, dat alle ziel, die dezen Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden uit den volke.”

Handelingen 3:13

KruisverwijzingenMattheüs 22:32Johannes 19:15Mattheüs 27:2Handelingen 7:32Johannes 3:35Hebreeën 2:9Mattheüs 20:19Filippenzen 2:9
— De God Abrahams, en Izaks, en Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat men Hem zoude loslaten.

Of liever, zoals u het correcter vindt: “heeft Zijn Dienstknecht Jezus verheerlijkt”, want van Zijn Zoon kan al gezegd worden dat Hij verheerlijkt is. Maar Jezus had de gedaante van een dienstknecht op Zich genomen, en God had “Zijn Kind Jezus verheerlijkt” —

Handelingen 3:13-15

KruisverwijzingenMarkus 1:24Handelingen 2:24Handelingen 4:271 Petrus 3:18Handelingen 7:52Handelingen 2:32Jakobus 5:6Johannes 5:26
— De God Abrahams, en Izaks, en Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat men Hem zoude loslaten. Maar gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend, en hebt begeerd, dat u een man, die een doodslager was, zou geschonken worden; En den Vorst des levens hebt gij gedood, Welken God opgewekt heeft uit de doden; waarvan wij getuigen zijn.

Ik wil dat u hier opmerkt hoe Petrus erop staat, dat de God van het evangelie de God is van Abraham, van Izak en van Jakob. Ik aarzel niet te zeggen dat de god van veel belijders tegenwoordig niet de God van Abraham, Izak en Jakob is. De reden daarvoor is deze: zij behandelen het Oude Testament vaak alsof het een tweederangs boek is. Zij spreken over de gebrekkige Godsopvattingen van de Hebreeën, en de gebrekkige openbaring van God in het Oude Testament.

Ik geloof dat Jehova — diezelfde Jehova Die de Rode Zee kliefde, en de Egyptenaren verdronk, de vreselijke God van het Oude Testament — dezelfde God is. Hij is de God en Vader van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Wij moeten de Godheid nemen zoals Hij geopenbaard is, niet alleen in het Nieuwe Testament, maar ook in het Oude. Er zijn er die het liefst een deel van de Schrift kiezen, en zich zo een eigen god bouwen uit die uitgekozen teksten. Dat zijn zij die andere goden hebben vóór Jehova. En dat zijn zij die zich een beeld maken, dat, al is het niet in steen gehouwen, toch gemaakt is uit hun eigen verbeelding, dat zij oprichten en aanbidden in de plaats van de enige levende en waarachtige God.

“De God onzer vaderen heeft Zijn Zoon Jezus verheerlijkt; Welken gij overgeleverd hebt, en verloochend.” Zie hoe openhartig Petrus spreekt — hoe stoutmoedig hij de menigte om hem heen de moord op Christus, de verwerping van de Messias, voor de voeten werpt! Het kostte veel moed en geloof om zo te spreken. Hij sprak tegen mensen die kort tevoren vol bewondering voor hem waren, en die zeker weldra vervuld zouden zijn van verontwaardiging tegen hem.

Een mens kan stoutmoedig spreken tegen zijn vijanden. Maar wanneer mensen u beginnen te vleien en te bewonderen, sluipt er een zachtheid over zelfs het dapperste hart, en is het geneigd zeer mild te worden. Ik bewonder Petrus, dat hij het zo klaar en duidelijk zegt: “Gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend, en hebt begeerd, dat u een man, die een doodslager was, zou geschonken worden; en den Vorst des levens hebt gij gedood, Welken God opgewekt heeft uit de doden; waarvan wij getuigen zijn.”

Handelingen 3:16

KruisverwijzingenHandelingen 3:6Mattheüs 21:21Handelingen 16:18Handelingen 14:9Handelingen 4:10Markus 16:17Handelingen 4:7Deuteronomium 32:4
— En door het geloof in Zijn Naam heeft Zijn Naam dezen gesterkt, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door Hem is, heeft hem deze volmaakte gezondheid gegeven, in uw aller tegenwoordigheid.

“U ziet hem nu, en u weet wat hij vroeger was; er is geen twijfel mogelijk over de identiteit van deze man.”

Handelingen 3:16-17

KruisverwijzingenHandelingen 3:6Mattheüs 21:21Handelingen 13:27Lukas 23:34Handelingen 16:18Handelingen 14:9Handelingen 4:10Markus 16:17
— En door het geloof in Zijn Naam heeft Zijn Naam dezen gesterkt, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door Hem is, heeft hem deze volmaakte gezondheid gegeven, in uw aller tegenwoordigheid. En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk als ook uw oversten.

Hoe spreekt Petrus nu als zijn Meester! In plaats van zijn zwaard te trekken, zoals hij deed toen hij het oor van Malchus afhieuw, brengt hij de waarheid nu zachtmoedig: “Ik wete, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt” —

Handelingen 3:24-26

KruisverwijzingenGenesis 22:18Handelingen 2:391 Samuël 3:20Handelingen 3:21Genesis 12:3Psalmen 99:61 Samuël 3:1Handelingen 13:20
— En ook al de profeten, van Samuel aan, en die daarna gevolgd zijn, zovelen als er hebben gesproken, die hebben ook deze dagen te voren verkondigd. Gijlieden zijt kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk God met onze vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen alle geslachten der aarde gezegend worden. God, opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Denzelven eerst tot u gezonden, dat Hij ulieden zegenen zou, daarin dat Hij een iegelijk van u afkere van uw boosheden.

Zij zouden de eerste verkondiging van het evangelie ontvangen; uit hun midden zouden veel van de eerste bekeerlingen komen. De prediker wist niet meteen welk resultaat deze preek had. Het was niet zoals de preek op Pinksteren, waarvan hij het gevolg wél kende. Deze preek is op elke manier even goed, en wij hebben alle reden te geloven dat er evenveel mensen door bekeerd werden. De Geest van God was met Petrus. Toch werkt zelfs de Geest van God niet altijd op dezelfde manier op mensen in. De apostelen kregen namelijk niet, zoals op de dag van Pinksteren, de gelegenheid om achteraf met de mensen te spreken, en te ontdekken wat er allemaal gebeurd was.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content