Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Handelingen 25

1 Festus dan, in de provincie gekomen zijnde, ging na drie dagen van Cesarea op naar Jeruzalem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 FestusG5347 danG3767, in de provincieG1885 gekomen zijnde, ging naG3326 drieG5140 dagenG2250 vanG575 CesareaG2542 op naar JeruzalemG2414. Festus dan, in de provincie gekomen zijnde, ging na drie dagen van Cesarea op naar Jeruzalem.

KJV Now2 when Festus1 was come3 into the province,5 after6 three7 days8 he ascended9 from12 Caesarea13 to10 Jerusalem.

1 φηστος G5347 Festus Festus 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 επιβας G1910 gingen, aangekomen, gegaan come (into), enter into, go abroad, sit upon, take ship 4 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 επαρχια G1885 provincie province 6 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 7 τρεις G5140 drie, Drie three 8 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 9 ανεβη G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 ιεροσολυμα G2414 Jeruzalem Jerusalem 12 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 13 καισαρειας G2542 Cesarea Cæsarea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En de hogepriester, en de voornaamsten der Joden, verschenen voor hem tegen Paulus en baden hem,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En de hogepriesterG749, en de voornaamstenG4413 der JodenG2453, verschenenG1718 voor hem tegenG2596 PaulusG3972 en badenG3870 hemG846, En de hogepriester, en de voornaamsten der Joden, verschenen voor hem tegen Paulus en baden hem,

KJV Then2 the high priest5 and6 the chief8 of the Jews10 informed1 him3 against11 Paul,13 and14 besought15 him,

1 ενεφανισαν G1718 verschenen, openbaren, geopenbaard appear, declare (plainly), inform, (will) manifest, shew, signify 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αρχιερευς G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πρωτοι G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 11 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 παυλου G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 παρεκαλουν G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 16 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Begerende gunst tegen hem, opdat hij hem zou doen komen te Jeruzalem; en leggende een lage, om hem op den weg om te brengen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 BegerendeG154 gunstG5485 tegenG2596 hem, opdat hijG846 hem zou doen komenG3343 te JeruzalemG2419; en leggendeG4160 een lageG1747, om hemG846 op den wegG3598 om te brengenG337. Begerende gunst tegen hem, opdat hij hem zou doen komen te Jeruzalem; en leggende een lage, om hem op den weg om te brengen.

KJV And desired1 favour2 against3 him,4 that5 he would send for6 him7 to8 Jerusalem,9 laying11 wait10 in14 the way16 to kill12 him.

1 αιτουμενοι G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 2 χαριν G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 3 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 4 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 6 μεταπεμψηται G3343 ontbied, ontboden, ontbood call (send) for 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 10 ενεδραν G1747 lage lay wait 11 ποιουντες G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 12 ανελειν G337 omgebracht, doden, gedood put to death, kill, slay, take away, take up 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 15 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Doch Festus antwoordde, dat Paulus te Cesarea bewaard werd, en dat hij zelf haast derwaarts zou verreizen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Doch FestusG5347 antwoorddeG611, dat PaulusG3972 te CesareaG2542 bewaardG5083 werd, enG1161 dat hij zelfG1438 haastG1722 derwaarts zou verreizenG1607. Doch Festus antwoordde, dat Paulus te Cesarea bewaard werd, en dat hij zelf haast derwaarts zou verreizen.

KJV But2 Festus4 answered,5 that Paul8 should be kept6 at9 Caesarea,10 and12 that he himself11 would13 depart16 shortly

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 4 φηστος G5347 Festus Festus 5 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 6 τηρεισθαι G5083 bewaard, bewaren, bewaart hold fast, keep(- er), (pre-, re-)serve, watch 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 παυλον G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 καισαρεια G2542 Cesarea Cæsarea 11 εαυτον G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 μελλειν G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 ταχει G5034 haast, haastelijk + quickly, + shortly, + speedily 16 εκπορευεσθαι G1607 uitgaan, uitgaat, uitging come (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Die dan, zeide hij, onder u kunnen, dat zij mede afreizen, en zo er iets onbehoorlijks in dezen man is, dat zij hem beschuldigen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Die danG3767, zeideG5346 hij, onderG1722 uG4771 kunnen, dat zij mede afreizenG4782, en zo er ietsG1536 onbehoorlijksG824 inG1722 dezenG5129 manG435 isG1510, datG3778 zij hemG846 beschuldigenG2723. Die dan, zeide hij, onder u kunnen, dat zij mede afreizen, en zo er iets onbehoorlijks in dezen man is, dat zij hem beschuldigen.

KJV Let them therefore,2 said6 he, which among4 you are able,3 go down with7 me, and accuse19 this20 man,17 if there be any wickedness in15 him.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 δυνατοι G1415 machtig, mogelijk, krachtig able, could, (that is) mighty (man), possible, power, strong 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 6 φησιν G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 7 συγκαταβαντες G4782 mede afreizen go down with 8 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 9 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 ατοπον G824 onbehoorlijks, ongemak, ongeschikte amiss, harm, unreasonable 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ανδρι G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 18 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 19 κατηγορειτωσαν G2723 beschuldigen, beschuldigd, beschuldigden accuse, object 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En als hij onder hen niet meer dan tien dagen doorgebracht had, kwam hij af naar Cesarea; en des anderen daags, op den rechterstoel gezeten zijnde, beval hij, dat Paulus zou voor gebracht worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En als hij onderG1722 hen niet meer dan tienG1176 dagenG2250 doorgebrachtG1304 had, kwam hij af naarG1519 CesareaG2542; en des anderen daagsG1887, op den rechterstoelG968 gezetenG2523 zijnde, bevalG2753 hij, dat PaulusG3972 zou voor gebrachtG71 worden. En als hij onder hen niet meer dan tien dagen doorgebracht had, kwam hij af naar Cesarea; en des anderen daags, op den rechterstoel gezeten zijnde, beval hij, dat Paulus zou voor gebracht worden.

KJV And2 when he had tarried1 among3 them4 more than7 ten8 days,5 he went down9 unto10 Caesarea;11 and the next day13 sitting14 on15 the judgment seat17 commanded18 Paul20 to be brought.

1 διατριψας G1304 doorgebracht, onthielden, verkeerden abide, be, continue, tarry 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 6 πλειους G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 7 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 8 δεκα G1176 tien, achttien (eight-)een, ten 9 καταβας G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 καισαρειαν G2542 Cesarea Cæsarea 12 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 επαυριον G1887 daags day following, morrow, next day (after) 14 καθισας G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 15 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 βηματος G968 rechterstoel judgment-seat, set (foot) on, throne 18 εκελευσεν G2753 beval, gebood, Beveel bid, (at, give) command(-ment) 19 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 παυλον G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 21 αχθηναι G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En als hij daar gekomen was, stonden de Joden, die van Jeruzalem afgekomen waren, rondom hem, vele en zware beschuldigingen tegen Paulus voortbrengende, die zij niet konden bewijzen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En als hij daar gekomen was, stondenG4026 de JodenG2453, die vanG575 JeruzalemG2414 afgekomenG2597 waren, rondomG4026 hem, veleG4183 en zwareG926 beschuldigingenG157 tegenG2596 PaulusG3972 voortbrengendeG5342, dieG3739 zij nietG3756 kondenG2480 bewijzenG584; En als hij daar gekomen was, stonden de Joden, die van Jeruzalem afgekomen waren, rondom hem, vele en zware beschuldigingen tegen Paulus voortbrengende, die zij niet konden bewijzen;

KJV And2 when he3 was come,1 the Jews9 which came down8 from6 Jerusalem7 stood round about,4 and11 laid14 many10 and grievous12 complaints13 against15 Paul,17 which18 they could20 not19 prove.

1 παραγενομενου G3854 komen, aankomen, verschijnen come, go, be present 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 περιεστησαν G4026 rondom, rondom staat, stel tegen avoid, shun, stand by (round about) 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 7 ιεροσολυμων G2414 Jeruzalem Jerusalem 8 καταβεβηκοτες G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 9 ιουδαιοι G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 10 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 βαρεα G926 zwaar, zware, gewichtig grievous, heavy, weightier 13 αιτιαματα G157 beschuldigingen complaint 14 φεροντες G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 15 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 παυλου G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 18 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 19 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 20 ισχυον G2480 konden, kracht, Kunt be able, avail, can do(-not), could, be good, might, prevail, be of strength, be whole, + much work 21 αποδειξαι G584 betoond, bewijzen, toon gesteld (ap-)prove, set forth, shew
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Dewijl hij, antwoordende, zeide: Ik heb noch tegen de wet der Joden, noch tegen den tempel, noch tegen den keizer iets gezondigd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 DewijlG3754 hijG846, antwoordende, zeide: Ik heb noch tegen de wetG3551 der JodenG2453, noch tegen den tempelG2411, noch tegen den keizerG2541 ietsG5100 gezondigdG264. Dewijl hij, antwoordende, zeide: Ik heb noch tegen de wet der Joden, noch tegen den tempel, noch tegen den keizer iets gezondigd.

Ook in dit vers verantwoordendeG626

KJV While he answered1 for himself,2 Neither3 against5 the law7 of the Jews,9 neither4 against11 the temple,13 nor yet10 against15 Caesar,16 have I offended18 any thing at all.

1 απολογουμενου G626 verantwoording, verantwoorden, ontschuldigende answer (for self), make defence, excuse (self), speak for self 2 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 νομον G3551 wet, wetten, Wet law 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 10 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ιερον G2411 tempel, tempels, heilige temple 14 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 καισαρα G2541 keizer, keizers, Keizer Cæsar 17 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 18 ημαρτον G264 gezondigd, zondigt, zondigen for your faults, offend, sin, trespass
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Maar Festus, willende den Joden gunst bewijzen, antwoordde Paulus, en zeide: Wilt gij naar Jeruzalem opgaan, en aldaar voor mij over deze dingen geoordeeld worden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 MaarG1161 FestusG5347, willendeG2309 den JodenG2453 gunstG5485 bewijzenG2698, antwoorddeG611 PaulusG3972, en zeideG2036: WiltG2309 gij naarG1519 JeruzalemG2414 opgaanG305, en aldaar voor mijG1473 over dezeG3778 dingen geoordeeldG2919 worden? Maar Festus, willende den Joden gunst bewijzen, antwoordde Paulus, en zeide: Wilt gij naar Jeruzalem opgaan, en aldaar voor mij over deze dingen geoordeeld worden?

KJV But3 Festus,2 willing6 to do8 the Jews5 a pleasure,7 answered9 Paul,11 and said, Wilt thou13 go up16 to14 Jerusalem,15 and there17 be judged20 of18 these things before21 me?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 φηστος G5347 Festus Festus 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιουδαιοις G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 6 θελων G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 7 χαριν G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 8 καταθεσθαι G2698 bewijzen, leide do, lay, shew 9 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 παυλω G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 12 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 θελεις G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 ιεροσολυμα G2414 Jeruzalem Jerusalem 16 αναβας G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 17 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 18 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 19 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 20 κρινεσθαι G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 21 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 22 εμου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En Paulus zeide: Ik sta voor den rechterstoel des keizers, waar ik geoordeeld moet worden; den Joden heb ik geen onrecht gedaan; gelijk gij ook zeer wel weet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En PaulusG3972 zeideG2036: Ik staG1510 voor den rechterstoelG968 des keizersG2541, waar ikG1473 geoordeeldG2919 moetG1163 worden; den JodenG2453 heb ik geen onrechtG91 gedaan; gelijkG5613 gijG4771 ookG2532 zeer wel weet. En Paulus zeide: Ik sta voor den rechterstoel des keizers, waar ik geoordeeld moet worden; den Joden heb ik geen onrecht gedaan; gelijk gij ook zeer wel weet.

KJV Then2 said Paul,4 I stand10 at5 Caesar's8 judgment seat,7 where11 I ought13 to be judged:14 to the Jews15 have I done17 no16 wrong, as18 thou20 very well21 knowest.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 παυλος G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 βηματος G968 rechterstoel judgment-seat, set (foot) on, throne 8 καισαρος G2541 keizer, keizers, Keizer Cæsar 9 εστως G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 10 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ου G3757 waar where(-in), whither(-soever) 12 με G1473 mij, ik I, me 13 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 14 κρινεσθαι G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 15 ιουδαιους G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 16 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 17 ηδικησα G91 onrecht, beschadigen, ongelijk hurt, injure, be an offender, be unjust, (do, suffer, take) wrong 18 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 21 καλλιον G2566 very well 22 επιγινωσκεις G1921 kenden, bekennende, gekend (ac-, have, take)know(-ledge, well), perceive

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want indien ik onrecht doe, en iets des doods waardig gedaan heb, ik weiger niet te sterven; maar indien er niets is van hetgeen, waarvan dezen mij beschuldigen, zo kan niemand mij hun uit gunst overgeven. Ik beroep mij op den keizer.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 WantG1063 indienG1487 ik onrechtG91 doe, en ietsG5100 des doodsG2288 waardigG514 gedaan heb, ik weigerG3868 nietG3756 te stervenG599; maarG1161 indienG1487 er nietsG3762 isG1510 van hetgeenG3739, waarvan dezenG3778 mij beschuldigenG2723, zo kanG1410 niemandG3762 mij hunG846 uit gunstG5483 overgeven. Ik beroepG1941 mij op den keizerG2541. Want indien ik onrecht doe, en iets des doods waardig gedaan heb, ik weiger niet te sterven; maar indien er niets is van hetgeen, waarvan dezen mij beschuldigen, zo kan niemand mij hun uit gunst overgeven. Ik beroep mij op den keizer.

KJV For3 if1 I be an offender,4 or5 have committed8 any thing9 worthy6 of death,7 I refuse11 not10 to die:13 but15 if14 there be none16 of these things18 whereof these19 accuse20 me, no man22 may24 deliver26 me unto them.25 I appeal unto28 Caesar.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 4 αδικω G91 onrecht, beschadigen, ongelijk hurt, injure, be an offender, be unjust, (do, suffer, take) wrong 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 αξιον G514 waardig, billijk, waarderen due reward, meet, (un-)worthy 7 θανατου G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 8 πεπραχα G4238 doen, bedrijven, volbrengen; eisen commit, deeds, do, exact, keep, require, use arts 9 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 παραιτουμαι G3868 verontschuldigd, verwerp, Verwerp avoid, (make) excuse, intreat, refuse, reject 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αποθανειν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 14 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 17 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 ων G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 19 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 20 κατηγορουσιν G2723 beschuldigen, beschuldigd, beschuldigden accuse, object 21 μου G1473 mij, ik I, me 22 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 23 με G1473 mij, ik I, me 24 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 25 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 χαρισασθαι G5483 vergeven, geschonken, vergevende deliver, (frankly) forgive, (freely) give, grant 27 καισαρα G2541 keizer, keizers, Keizer Cæsar 28 επικαλουμαι G1941 toegenaamd, aanroepen, beroepen appeal (unto), call (on, upon), surname
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Toen antwoordde Festus, als hij met den raad gesproken had: Hebt gij u op den keizer beroepen? Gij zult tot den keizer gaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Toen antwoorddeG611 FestusG5347, als hij metG3326 den raadG4824 gesprokenG4814 had: Hebt gij u op den keizerG2541 beroepenG1941? Gij zult totG1909 den keizerG2541 gaan. Toen antwoordde Festus, als hij met den raad gesproken had: Hebt gij u op den keizer beroepen? Gij zult tot den keizer gaan.

KJV Then1 Festus,3 when he had conferred4 with5 the council,7 answered,8 Hast thou appealed unto10 Caesar?9 unto11 Caesar12 shalt thou go.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 φηστος G5347 Festus Festus 4 συλλαλησας G4814 gesproken, samensprekende, sprak commune (confer, talk) with, speak among 5 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 συμβουλιου G4824 tezamen raad, raad consultation, counsel, council 8 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 9 καισαρα G2541 keizer, keizers, Keizer Cæsar 10 επικεκλησαι G1941 toegenaamd, aanroepen, beroepen appeal (unto), call (on, upon), surname 11 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 12 καισαρα G2541 keizer, keizers, Keizer Cæsar 13 πορευση G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En als enige dagen voorbijgegaan waren, kwamen de koning Agrippa en Bernice te Cesarea, om Festus te begroeten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En als enigeG5100 dagenG2250 voorbijgegaanG1230 waren, kwamen de koningG935 AgrippaG67 en BerniceG959 te CesareaG2542, omG1519 FestusG5347 te begroetenG782. En als enige dagen voorbijgegaan waren, kwamen de koning Agrippa en Bernice te Cesarea, om Festus te begroeten.

KJV And2 after3 certain4 days1 king7 Agrippa5 and8 Bernice9 came10 unto11 Caesarea12 to salute13 Festus.

1 ημερων G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 διαγενομενων G1230 voorbijgegaan, verlopen X after, be past, be spent 4 τινων G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 5 αγριππας G67 Agrippa Agrippa 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 βασιλευς G935 koning, Koning, koningen king 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 βερνικη G959 Bernice Bernice 10 κατηντησαν G2658 komen, aankomen attain, come 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 καισαρειαν G2542 Cesarea Cæsarea 13 ασπασομενοι G782 Groet, groeten, groet embrace, greet, salute, take leave 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 φηστον G5347 Festus Festus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En toen zij aldaar vele dagen doorgebracht hadden, heeft Festus de zaken van Paulus aan den koning verhaald, zeggende: Hier is een zeker man van Felix gevangen gelaten;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 EnG1161 toen zij aldaar veleG4119 dagenG2250 doorgebrachtG1304 hadden, heeft FestusG5347 de zakenG2596 van PaulusG3972 aan den koningG935 verhaaldG394, zeggendeG3004: Hier isG1510 een zekerG5100 manG435 vanG5259 FelixG5344 gevangenG1198 gelatenG2641; En toen zij aldaar vele dagen doorgebracht hadden, heeft Festus de zaken van Paulus aan den koning verhaald, zeggende: Hier is een zeker man van Felix gevangen gelaten;

KJV And2 when1 they had been5 there6 many days,4 Festus8 declared11 Paul's15 cause13 unto the king,10 saying,16 There is a certain18 man17 left20 in bonds23 by21 Felix:

1 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πλειους G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 4 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 5 διετριβον G1304 doorgebracht, onthielden, verkeerden abide, be, continue, tarry 6 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 φηστος G5347 Festus Festus 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 βασιλει G935 koning, Koning, koningen king 11 ανεθετο G394 stelde, verhaald communicate, declare 12 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 παυλον G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 16 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 17 ανηρ G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 18 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 19 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 20 καταλελειμμενος G2641 verlaten, gelaten, verlatende forsake, leave, reserve 21 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 22 φηλικος G5344 Felix Felix 23 δεσμιος G1198 gevangene, gevangenen, gebonden in bonds, prisoner

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Om wiens wil, als ik te Jeruzalem was, de overpriesters en de ouderlingen der Joden verschenen, begerende vonnis tegen hem;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 OmG1519 wiens wilG3450, als ikG1473 te JeruzalemG2414 wasG1096, de overpriestersG749 enG2532 de ouderlingenG4245 der JodenG2453 verschenenG1718, begerendeG154 vonnisG1349 tegenG2596 hemG846; Om wiens wil, als ik te Jeruzalem was, de overpriesters en de ouderlingen der Joden verschenen, begerende vonnis tegen hem;

KJV About1 whom,2 when3 I was at5 Jerusalem,6 the chief priests9 and10 the elders12 of the Jews14 informed7 me, desiring15 to have judgment18 against16 him.

1 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 2 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 γενομενου G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 μου G1473 mij, ik I, me 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 ιεροσολυμα G2414 Jeruzalem Jerusalem 7 ενεφανισαν G1718 verschenen, openbaren, geopenbaard appear, declare (plainly), inform, (will) manifest, shew, signify 8 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πρεσβυτεροι G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 15 αιτουμενοι G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 16 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 δικην G1349 straf, vonnis, wraak judgment, punish, vengeance

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Aan dewelke ik antwoordde, dat de Romeinen de gewoonte niet hebben, enigen mens uit gunst ter dood over te geven, eer de beschuldigde de beschuldigers tegenwoordig heeft, en plaats van verantwoording gekregen heeft over de beschuldiging.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 AanG1519 dewelke ik antwoorddeG611, dat de RomeinenG4514 de gewoonteG1485 nietG3756 hebben, enigenG5100 mensG444 uit gunstG5483 ter doodG684 over te geven, eerG4250 de beschuldigdeG2723 de beschuldigersG2725 tegenwoordigG2596 heeftG2192, en plaatsG5117 van verantwoordingG627 gekregenG2983 heeft overG4012 de beschuldigingG1462. Aan dewelke ik antwoordde, dat de Romeinen de gewoonte niet hebben, enigen mens uit gunst ter dood over te geven, eer de beschuldigde de beschuldigers tegenwoordig heeft, en plaats van verantwoording gekregen heeft over de beschuldiging.

Ook in dit vers totG4314

KJV To1 whom2 I answered,3 It is not5 the manner7 of the Romans8 to deliver9 any10 man11 to12 die,13 before14 that15 he which is accused17 have20 the accusers22 face to face,18 and have26 licence23 to answer for himself25 concerning27 the crime laid against him.

1 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 2 ους G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 απεκριθην G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 εθος G1485 gewoonte, gewoonten, wijze custom, manner, be wont 8 ρωμαιοις G4514 Romeinen, Romein, Romeinsen Roman, of Rome 9 χαριζεσθαι G5483 vergeven, geschonken, vergevende deliver, (frankly) forgive, (freely) give, grant 10 τινα G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 11 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 απωλειαν G684 verderf, verderve, verderfs damnable(-nation), destruction, die, perdition, X perish, pernicious ways, waste 14 πριν G4250 eer, Eer before (that), ere 15 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 κατηγορουμενος G2723 beschuldigen, beschuldigd, beschuldigden accuse, object 18 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 19 προσωπον G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 20 εχοι G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 21 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 κατηγορους G2725 beschuldigers, verklager accuser 23 τοπον G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 24 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 25 απολογιας G627 verantwoording answer (for self), clearing of self, defence 26 λαβοι G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 27 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 28 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 εγκληματος G1462 beschuldiging crime laid against, laid to charge
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Als zij dan gezamenlijk alhier gekomen waren, zo heb ik, geen uitstel nemende, des daags daaraan op den rechterstoel gezeten, en beval, dat de man zoude voor gebracht worden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Als zijG846 dan gezamenlijkG4905 alhierG1759 gekomen waren, zo heb ik, geen uitstelG311 nemendeG4160, des daagsG1836 daaraan opG1909 den rechterstoelG968 gezetenG2523, en bevalG2753, dat de manG435 zoude voor gebrachtG71 worden; Als zij dan gezamenlijk alhier gekomen waren, zo heb ik, geen uitstel nemende, des daags daaraan op den rechterstoel gezeten, en beval, dat de man zoude voor gebracht worden;

KJV Therefore,2 when they3 were come1 hither,4 without7 any6 delay5 on the morrow9 I sat10 on11 the judgment seat,13 and commanded14 the man17 to be brought forth.

1 συνελθοντων G4905 samengekomen, samenkomt, samen accompany, assemble (with), come (together), come (company, go) with, resort 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ενθαδε G1759 hier, alhier (t-)here, hither 5 αναβολην G311 uitstel delay 6 μηδεμιαν G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 7 ποιησαμενος G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 8 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 εξης G1836 daags, volgende, volgenden after, following, X morrow, next 10 καθισας G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 11 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 βηματος G968 rechterstoel judgment-seat, set (foot) on, throne 14 εκελευσα G2753 beval, gebood, Beveel bid, (at, give) command(-ment) 15 αχθηναι G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ανδρα G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Over welken de beschuldigers, hier staande, geen zaak hebben voorgebracht, waarvan ik vermoedde;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 OverG4012 welkenG3739 de beschuldigersG2725, hier staandeG2476, geen zaakG156 hebben voorgebrachtG2018, waarvan ikG1473 vermoeddeG5282; Over welken de beschuldigers, hier staande, geen zaak hebben voorgebracht, waarvan ik vermoedde;

KJV Against1 whom2 when the accusers5 stood up,3 they brought8 none6 accusation7 of such things as9 I11 supposed:

1 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 2 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 σταθεντες G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κατηγοροι G2725 beschuldigers, verklager accuser 6 ουδεμιαν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 7 αιτιαν G156 oorzaak, schuld, zaak accusation, case, cause, crime, fault, (wh-)ere(-fore) 8 επεφερον G2018 brengen, brengt, gedragen add, bring (against), take 9 ων G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 υπενοουν G5282 meent, vermoedde, vermoedden think, suppose, deem 11 εγω G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Maar hadden tegen hem enige vragen van hun godsdienst, en van zekeren Jezus, Die gestorven was, Welken Paulus zeide te leven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 MaarG1161 haddenG2192 tegen hem enigeG5100 vragenG2213 vanG4012 hun godsdienstG1175, en vanG4012 zekerenG5100 JezusG2424, Die gestorvenG2348 was, WelkenG3739 PaulusG3972 zeideG5335 te levenG2198. Maar hadden tegen hem enige vragen van hun godsdienst, en van zekeren Jezus, Die gestorven was, Welken Paulus zeide te leven.

Ook in dit vers totG4314

KJV But2 had8 certain3 questions1 against9 him10 of4 their own6 superstition,7 and11 of12 one13 Jesus,14 which was dead,15 whom16 Paul19 affirmed17 to be alive.

1 ζητηματα G2213 vragen, geschil, vraag question 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τινα G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 5 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιδιας G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 7 δεισιδαιμονιας G1175 godsdienst superstition 8 ειχον G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 9 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 13 τινος G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 14 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 15 τεθνηκοτος G2348 gestorven, gestorvene, dode be dead, die 16 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 εφασκεν G5335 uitgeven, uitgevende, zeggende affirm, profess, say 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 παυλος G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 20 ζην G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En als ik over de onderzoeking van deze zaak in twijfeling was, zeide ik, of hij wilde gaan naar Jeruzalem, en aldaar over deze dingen geoordeeld worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En als ik over de onderzoekingG2214 vanG4012 dezeG3778 zaak inG1519 twijfelingG639 was, zeideG3004 ik, ofG1487 hij wildeG1014 gaan naarG1519 JeruzalemG2419, en aldaar overG4012 dezeG3778 dingen geoordeeldG2919 worden. En als ik over de onderzoeking van deze zaak in twijfeling was, zeide ik, of hij wilde gaan naar Jeruzalem, en aldaar over deze dingen geoordeeld worden.

KJV And2 because I3 doubted1 of4 such manner6 of questions,8 I asked9 him whether10 he would11 go12 to13 Jerusalem,14 and there15 be judged16 of17 these matters.

1 απορουμενος G639 twijfel, twijfelende, twijfeling (stand in) doubt, be perplexed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εγω G1473 mij, ik I, me 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 7 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 ζητησιν G2214 vragen, onderzoeking, vraag question 9 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 11 βουλοιτο G1014 wil, willende, wilde be disposed, minded, intend, list, (be, of own) will (-ing) 12 πορευεσθαι G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 15 κακει G2546 en daar and there, there (thither) also 16 κρινεσθαι G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 17 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 18 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En als Paulus zich beriep, dat men hem tot de kennis des keizers bewaren zou, zo heb ik bevolen, dat hij bewaard zoude worden, ter tijd toe, dat ik hem tot den keizer zenden zou.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 EnG1161 als PaulusG3972 zich beriepG1941, dat men hem totG4314 de kennisG1233 des keizersG4575 bewarenG5083 zou, zo heb ik bevolenG2753, dat hijG846 bewaardG5083 zoude worden, ter tijdG2193 toe, datG3739 ik hem totG1519 den keizerG2541 zendenG3992 zou. En als Paulus zich beriep, dat men hem tot de kennis des keizers bewaren zou, zo heb ik bevolen, dat hij bewaard zoude worden, ter tijd toe, dat ik hem tot den keizer zenden zou.

KJV But2 when Paul3 had appealed4 to be reserved5 unto7 the hearing11 of Augustus,10 I commanded12 him6 to be kept13 till15 I might send17 him14 to19 Caesar.

1 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 παυλου G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 4 επικαλεσαμενου G1941 toegenaamd, aanroepen, beroepen appeal (unto), call (on, upon), surname 5 τηρηθηναι G5083 bewaard, bewaren, bewaart hold fast, keep(- er), (pre-, re-)serve, watch 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 σεβαστου G4575 keizer, keizerlijke, keizers Augustus(-') 11 διαγνωσιν G1233 kennis hearing 12 εκελευσα G2753 beval, gebood, Beveel bid, (at, give) command(-ment) 13 τηρεισθαι G5083 bewaard, bewaren, bewaart hold fast, keep(- er), (pre-, re-)serve, watch 14 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 16 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 πεμψω G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 18 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 20 καισαρα G2541 keizer, keizers, Keizer Cæsar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En Agrippa zeide tot Festus: Ik wilde ook zelf dien mens wel horen. En hij zeide: Morgen zult gij hem horen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En AgrippaG67 zeideG5346 totG4314 FestusG5347: Ik wildeG1014 ookG2532 zelfG846 dien mensG444 wel horenG191. En hij zeideG5346: MorgenG839 zult gij hem horenG191. En Agrippa zeide tot Festus: Ik wilde ook zelf dien mens wel horen. En hij zeide: Morgen zult gij hem horen.

KJV Then2 Agrippa1 said6 unto3 Festus,5 I would7 also8 hear12 the man11 myself.9 To morrow,15 said16 he, thou shalt hear17 him.

1 αγριππας G67 Agrippa Agrippa 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 φηστον G5347 Festus Festus 6 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 7 εβουλομην G1014 wil, willende, wilde be disposed, minded, intend, list, (be, of own) will (-ing) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 12 ακουσαι G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 αυριον G839 morgen, daags, Morgen (to-)morrow, next day 16 φησιν G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 17 ακουση G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Des anderen daags dan, als Agrippa gekomen was en Bernice, met grote pracht, en als zij ingegaan waren in het rechthuis, met de oversten over duizend, en de mannen, die de voornaamsten de stad waren, werd Paulus op bevel van Festus voor gebracht.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Des anderen daagsG1887 danG3767, als AgrippaG67 gekomenG2064 was enG2532 BerniceG959, metG3326 grote prachtG5325, enG2532 als zij ingegaanG1525 waren inG1519 het rechthuisG201, met de overstenG5506 over duizend, enG2532 de mannenG435, die de voornaamstenG2596 de stadG4172 warenG1510, werd PaulusG3972 op bevelG2753 van FestusG5347 voor gebrachtG71. Des anderen daags dan, als Agrippa gekomen was en Bernice, met grote pracht, en als zij ingegaan waren in het rechthuis, met de oversten over duizend, en de mannen, die de voornaamsten de stad waren, werd Paulus op bevel van Festus voor gebracht.

KJV And on the morrow,3 when2 Agrippa6 was come,4 and7 Bernice,9 with10 great11 pomp,12 and13 was entered14 into15 the place of hearing,17 with18 the chief captains,21 and22 principal25 men23 of the city,29 at30 Festus'33 commandment31 Paul36 was brought forth.

1 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 επαυριον G1887 daags day following, morrow, next day (after) 4 ελθοντος G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αγριππα G67 Agrippa Agrippa 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 βερνικης G959 Bernice Bernice 10 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 11 πολλης G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 12 φαντασιας G5325 pracht pomp 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 εισελθοντων G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ακροατηριον G201 rechthuis place of hearing 18 συν G4862 met, samen met beside, with 19 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 20 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 χιλιαρχοις G5506 overste, oversten duizend, overste duizend (chief, high) captain 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 ανδρασιν G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 24 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 26 εξοχην G1851 principal 27 ουσιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 28 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 πολεως G4172 stad, steden city 30 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 31 κελευσαντος G2753 beval, gebood, Beveel bid, (at, give) command(-ment) 32 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 33 φηστου G5347 Festus Festus 34 ηχθη G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 35 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 36 παυλος G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En Festus zeide: Koning Agrippa, en gij mannen allen, die met ons hier tegenwoordig zijt, gij ziet dezen, van welken mij de ganse menigte der Joden heeft aangesproken, beide te Jeruzalem en hier, roepende, dat hij niet meer behoort te leven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En FestusG5347 zeideG5346: KoningG935 AgrippaG67, enG2532 gij mannenG435 allenG3956, die metG1722 ons hier tegenwoordigG4840 zijt, gij ziet dezenG5126, vanG4012 welkenG3739 mijG1473 de ganseG3956 menigteG4128 der JodenG2453 heeft aangesprokenG1793, beideG5037 te JeruzalemG2414 enG2532 hier, roependeG1916, dat hijG846 nietG3361 meer behoortG1163 te levenG2198. En Festus zeide: Koning Agrippa, en gij mannen allen, die met ons hier tegenwoordig zijt, gij ziet dezen, van welken mij de ganse menigte der Joden heeft aangesproken, beide te Jeruzalem en hier, roepende, dat hij niet meer behoort te leven.

KJV And1 Festus4 said,2 King6 Agrippa,5 and7 all8 men12 which3 are here present10 with us, ye see13 this man, about15 whom16 all17 the multitude19 of the Jews21 have dealt22 with me, both25 at24 Jerusalem,26 and27 also here,28 crying29 that he ought31 not30 to live32 any longer.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 φησιν G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 φηστος G5347 Festus Festus 5 αγριππα G67 Agrippa Agrippa 6 βασιλευ G935 koning, Koning, koningen king 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 συμπαροντες G4840 tegenwoordig be here present with 11 ημιν G1473 mij, ik I, me 12 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 13 θεωρειτε G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 14 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 16 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 παν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 18 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 πληθος G4128 menigte, hoop, menigten bundle, company, multitude 20 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 22 ενετυχον G1793 bidt, aangesproken, aanspreekt deal with, make intercession 23 μοι G1473 mij, ik I, me 24 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 25 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 26 ιεροσολυμοις G2414 Jeruzalem Jerusalem 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 ενθαδε G1759 hier, alhier (t-)here, hither 29 επιβοωντες G1916 roepende cry 30 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 31 δειν G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 32 ζην G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 33 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 34 μηκετι G3371 niet meer, voortaan niet any longer, (not) henceforth, hereafter, no henceforward (longer, more, soon), not any more

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Maar ik bevonden hebbende, dat hij niets des doods waardig gedaan had, en dewijl hij ook zelf zich op den keizer beroepen heeft, heb besloten hem te zenden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 MaarG1161 ikG1473 bevondenG2638 hebbende, datG3778 hij nietsG3367 des doodsG2288 waardigG514 gedaan had, en dewijl hij ookG2532 zelfG846 zich op den keizerG4575 beroepenG1941 heeft, heb beslotenG2919 hem te zendenG3992. Maar ik bevonden hebbende, dat hij niets des doods waardig gedaan had, en dewijl hij ook zelf zich op den keizer beroepen heeft, heb besloten hem te zenden.

KJV But2 when I1 found3 that he7 had committed8 nothing4 worthy5 of death,6 and9 that he himself10 hath appealed to13 Augustus,15 I have determined16 to send17 him.

1 εγω G1473 mij, ik I, me 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 καταλαβομενος G2638 gegrepen, aangrijpt, begrepen apprehend, attain, come upon, comprehend, find, obtain, perceive, (over-)take 4 μηδεν G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 5 αξιον G514 waardig, billijk, waarderen due reward, meet, (un-)worthy 6 θανατου G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 πεπραχεναι G4238 doen, bedrijven, volbrengen; eisen commit, deeds, do, exact, keep, require, use arts 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 επικαλεσαμενου G1941 toegenaamd, aanroepen, beroepen appeal (unto), call (on, upon), surname 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 σεβαστον G4575 keizer, keizerlijke, keizers Augustus(-') 16 εκρινα G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 17 πεμπειν G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 18 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Van welken ik niets zekers heb aan den heer te schrijven; daarom heb ik hem voor ulieden voorgebracht, en meest voor u, koning Agrippa, opdat ik, na gedane onderzoeking, wat heb te schrijven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 VanG4012 welkenG3739 ik nietsG3756 zekersG804 heb aanG1909 den heerG2962 te schrijvenG1125; daarom heb ik hemG846 voor ulieden voorgebrachtG4254, enG2532 meestG3122 voor uG4771, koningG935 AgrippaG67, opdat ik, na gedaneG1096 onderzoekingG351, wat hebG2192 te schrijvenG1125. Van welken ik niets zekers heb aan den heer te schrijven; daarom heb ik hem voor ulieden voorgebracht, en meest voor u, koning Agrippa, opdat ik, na gedane onderzoeking, wat heb te schrijven.

KJV Of1 whom2 I have9 no8 certain3 thing4 to write5 unto my lord.7 Wherefore10 I have brought11 him12 forth before13 you, and15 specially16 before17 thee, O king19 Agrippa,20 that,21 after examination23 had,24 I might have25 somewhat to write.

1 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 2 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 ασφαλες G804 zeker, zekerheid, zekers certain(-ty), safe, sure 4 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 5 γραψαι G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κυριω G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 εχω G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 10 διο G1352 daarom, weshalve for which cause, therefore, wherefore 11 προηγαγον G4254 voorgaan, varen, voorgingen bring (forth, out), go before 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 μαλιστα G3122 allermeest, inzonderheid, meest chiefly, most of all, (e-)specially 17 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 18 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 19 βασιλευ G935 koning, Koning, koningen king 20 αγριππα G67 Agrippa Agrippa 21 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 22 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ανακρισεως G351 onderzoeking examination 24 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 25 σχω G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 26 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 27 γραψαι G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Want het dunkt mij tegen rede, een gevangene te zenden, en niet ook de beschuldigingen, die tegen hem zijn, te kennen te geven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 WantG1063 het dunktG1380 mijG1473 tegen redeG249, een gevangeneG1198 te zendenG3992, en nietG3361 ook de beschuldigingenG156, die tegen hemG846 zijn, te kennenG4591 te geven. Want het dunkt mij tegen rede, een gevangene te zenden, en niet ook de beschuldigingen, die tegen hem zijn, te kennen te geven.

KJV For2 it seemeth4 to me unreasonable1 to send5 a prisoner,6 and8 not withal7 to signify13 the crimes12 laid against10 him.

1 αλογον G249 onredelijke, rede brute, unreasonable 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 μοι G1473 mij, ik I, me 4 δοκει G1380 meent, dunkt, meenden be accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow 5 πεμποντα G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 6 δεσμιον G1198 gevangene, gevangenen, gebonden in bonds, prisoner 7 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 αιτιας G156 oorzaak, schuld, zaak accusation, case, cause, crime, fault, (wh-)ere(-fore) 13 σημαναι G4591 betekenende, kennen, kennen gegeven signify
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Handelingen 25:1 Handelingen 23:34 Handelingen 21:15 Handelingen 25:5 Handelingen 18:22 Handelingen 8:40
Handelingen 25:2 Handelingen 25:15 Handelingen 24:1 Spreuken 4:16 Job 31:31 Romeinen 3:12
Handelingen 25:3 Handelingen 23:12 Jeremia 38:4 Jeremia 18:18 Psalmen 37:32 Romeinen 3:8 Psalmen 140:1 1 Samuël 23:19 Handelingen 26:9
Handelingen 25:4 Handelingen 24:23
Handelingen 25:5 Psalmen 7:3 1 Samuël 24:11 Johannes 18:29 Handelingen 25:25 Handelingen 25:16 Handelingen 25:18 Handelingen 23:30 Handelingen 18:14
Handelingen 25:6 Handelingen 25:17 Mattheüs 27:19 Handelingen 25:10 Handelingen 18:12 Johannes 19:13 Jakobus 2:6 2 Korinthe 5:10
Handelingen 25:7 Handelingen 24:13 Lukas 23:10 Handelingen 24:5 Lukas 23:2 Esther 3:8 Handelingen 21:28 1 Petrus 4:14 Ezra 4:15
Handelingen 25:8 Handelingen 24:12 Handelingen 28:17 Jeremia 37:18 Handelingen 28:21 2 Korinthe 1:12 Handelingen 23:1 Handelingen 24:6 Genesis 40:15
Handelingen 25:9 Handelingen 24:27 Handelingen 25:20 Handelingen 12:3 Handelingen 25:3 Markus 15:15
Handelingen 25:10 Handelingen 23:29 Handelingen 22:25 2 Korinthe 4:2 Mattheüs 27:23 Handelingen 28:18 Mattheüs 27:18 Handelingen 25:17 Handelingen 16:37
Handelingen 25:11 Handelingen 26:32 Handelingen 28:19 Handelingen 25:25 Handelingen 18:14 Job 31:38 Psalmen 7:3 1 Thessalonicenzen 2:15 Handelingen 16:37
Handelingen 25:12 Psalmen 76:10 Handelingen 25:21 Handelingen 26:32 Jesaja 46:10 Romeinen 15:28 Handelingen 19:21 Handelingen 28:16 Klaagliederen 3:37
Handelingen 25:13 2 Samuël 8:10 1 Samuël 25:14 Handelingen 26:1 Handelingen 25:22 1 Samuël 13:10 Handelingen 8:40 Handelingen 26:27 Markus 15:18
Handelingen 25:14 Handelingen 24:27
Handelingen 25:15 Lukas 18:3 Handelingen 24:1 Handelingen 25:1 Esther 3:9 Lukas 23:23
Handelingen 25:16 Handelingen 25:4 Handelingen 23:30 Johannes 7:51 Deuteronomium 19:17 Spreuken 18:13 Handelingen 26:1 Deuteronomium 17:4 Spreuken 18:17
Handelingen 25:17 Handelingen 25:10 Handelingen 25:6
Handelingen 25:19 Handelingen 23:29 Handelingen 18:15 1 Korinthe 15:14 Handelingen 26:22 Handelingen 17:31 1 Korinthe 15:3 Openbaring 1:18 Handelingen 18:19
Handelingen 25:20 Handelingen 25:9
Handelingen 25:21 2 Timotheüs 4:16 Handelingen 25:10 Handelingen 26:32 Lukas 2:1
Handelingen 25:22 Handelingen 9:15 Lukas 21:12 Mattheüs 10:18 Jesaja 52:15
Handelingen 25:23 Handelingen 26:30 Handelingen 25:13 1 Johannes 2:16 Ezechiël 32:12 Handelingen 12:21 Ezechiël 33:28 Jakobus 1:11 1 Korinthe 7:31
Handelingen 25:24 Handelingen 25:7 Handelingen 22:22 Handelingen 25:2 Lukas 23:21
Handelingen 25:25 Handelingen 23:29 Lukas 23:4 Handelingen 25:11 Handelingen 23:9 Handelingen 26:31 Johannes 18:38 Lukas 23:14
Handelingen 25:26 Handelingen 26:2
Handelingen 25:27 Spreuken 18:13 Johannes 7:51
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Handelingen 25 vers 1

provincie Alzo noemden de Romeinen een landschap, hetwelk zij met de wapenen gewonnen en onder hun gebied gebracht hadden, en door enige afgezonden stadhouders vanwege het Romeinse rijk lieten regeren; hoedanig ook Judea was. Zie Hand. 23:34 .

Hertaald: provincie Zo noemden de Romeinen een landstreek die zij met de wapens veroverd en onder hun gezag gebracht hadden en die zij door uitgezonden stadhouders namens het Romeinse rijk lieten besturen; zo was ook Judea. Zie Hand. 23:34.

Cesarea Welke stad te dien tijd de zetel was van de Romeinse stadhouders, vanwege hare sterkte en ligging. Zie Hand. 23:23 .

Hertaald: Cesarea Deze stad was in die tijd de zetel van de Romeinse stadhouders, vanwege haar sterkte en ligging. Zie Hand. 23:23.

Jeruzalem Dat de hoofdstad was van de gehele provincie, en waar de geestelijke en wereldlijke regering der Joden was, doch onder het opzicht des stadhouders.

Hertaald: Jeruzalem Dat was de hoofdstad van de hele provincie, waar het geestelijke en het wereldlijke bestuur van de Joden zetelde, maar onder toezicht van de stadhouder.

Handelingen 25 vers 2

de voornaamsten Grieks de eerste.

Hertaald: de voornaamsten Grieks: de eersten.

der Joden, Dat is, uit den raad der Joden; Hand. 24:1 .

Hertaald: der Joden, Dat is: uit de Raad van de Joden; Hand. 24:1.

Handelingen 25 vers 3

hem, opdat Namelijk Paulus.

Hertaald: hem, opdat Namelijk Paulus.

Handelingen 25 vers 4

derwaarts Namelijk naar Cesarea, gelijk hij ook gedaan heeft, vs.6.

Hertaald: derwaarts Namelijk naar Cesarea, zoals hij ook gedaan heeft, vers 6.

Handelingen 25 vers 5

afreizen, en Namelijk naar Cesarea; zo spreekt hij omdat Jeruzalem hoger in het land en op bergen lag. Zie vs.7.

Hertaald: afreizen, en Namelijk naar Cesarea; zo spreekt hij omdat Jeruzalem hoger in het land en op bergen lag. Zie vers 7.

Handelingen 25 vers 6

niet meer dan Anders, meer dan tien dagen.

Hertaald: niet meer dan Anders: meer dan tien dagen.

Handelingen 25 vers 7

vele en zware Welke deze beschuldigingen geweest zijn, blijkt uit de verantwoording van Paulus in vs.8.

Hertaald: vele en zware Welke beschuldigingen dat geweest zijn, blijkt uit de verantwoording van Paulus in vers 8.

Handelingen 25 vers 9

gunst bewijzen, Gelijk ook tevoren Felix deed; Hand. 24:27 .

Hertaald: gunst bewijzen, Zoals ook Felix tevoren deed; Hand. 24:27.

voor mij over Namelijk van den Raad der Joden, in mijne tegenwoordigheid of onder mijn beleid.

Hertaald: voor mij over Namelijk van de Raad van de Joden, in mijn aanwezigheid of onder mijn leiding.

Handelingen 25 vers 10

des keizers, Namelijk wiens stadhouder gij zijt.

Hertaald: des keizers, Namelijk van de keizer, wiens stadhouder u bent.

moet worden; Namelijk als een burger van Rome.

Hertaald: moet worden; Namelijk als burger van Rome.

gelijk gij ook Namelijk zo uit het bericht dat Felix u van mij gedaan heeft, als uit deze mijne verantwoording, die gij nu gehoord hebt.

Hertaald: gelijk gij ook Namelijk zowel uit het bericht dat Felix u over mij gedaan heeft als uit deze verantwoording van mij die u nu gehoord hebt.

Handelingen 25 vers 11

Ik beroep mij Dat is, ik beroep mij tot den keizer, namelijk als een burger van Rome, wien dit recht van appel, of beroeping van den keizer in zulke gelegenheid toekomt, gelijk blijkt, vs.12, en Hand. 26:32 .

Hertaald: Ik beroep mij Dat is: ik beroep mij op de keizer, namelijk als burger van Rome, aan wie in zo'n geval het recht van beroep op de keizer toekomt, zoals blijkt uit vers 12 en Hand. 26:32.

Handelingen 25 vers 12

met den raad Niet der Joden, maar dergenen, die hij als stadhouder bij zich had geroepen.

Hertaald: met den raad Niet de Raad van de Joden, maar die van hen die hij als stadhouder bij zich geroepen had.

Handelingen 25 vers 13

Agrippa Deze was de zoon van dien Herodes, die Jakobus had doen doden; Hand. 12:1-2 .

Hertaald: Agrippa Deze was de zoon van die Herodes die Jakobus had laten doden; Hand. 12:1-2.

Bernice Eene zuster van Agrippa [gelijk ook Drusilla, Hand. 24:24 ] , ook een ontuchtige en prachtige vrouw, die weduwe zijnde, bij dezen Agrippa haren broeder gewoond heeft, niet zonder achterdenken van bloedschande; JosEf. Antiq. lib.20, cap.5.

Hertaald: Bernice Een zuster van Agrippa (evenals Drusilla, Hand. 24:24), eveneens een onzedelijke en praalzieke vrouw, die als weduwe bij haar broer Agrippa gewoond heeft, niet zonder verdenking van bloedschande; Josefus, Oudheden, boek 20, hoofdstuk 5.

te begroeten Of, te welkomen en geluk te wensen over zijne komst in deze nieuwe provincie en bediening.

Hertaald: te begroeten Of: te verwelkomen en geluk te wensen met zijn komst in deze nieuwe provincie en bediening.

Handelingen 25 vers 15

vonnis tegen hem; Namelijk des doods, zonder anderen vorm van recht, gelijk blijkt uit vs.16.

Hertaald: vonnis tegen hem; Namelijk het doodvonnis, zonder enige andere vorm van recht, zoals blijkt uit vers 16.

Handelingen 25 vers 16

uit gunst Namelijk van de beschuldigers, gelijk zij verzocht hadden, vs.3.

Hertaald: uit gunst Namelijk aan de beschuldigers, zoals zij gevraagd hadden, vers 3.

ter dood over Grieks ten verderve.

Hertaald: ter dood over Grieks: ten verderve.

tegenwoordig Grieks voor het aangezicht.

Hertaald: tegenwoordig Grieks: voor het aangezicht.

Handelingen 25 vers 17

nemende, des Grieks makende.

Hertaald: nemende, des Grieks: makende.

Handelingen 25 vers 18

zaak hebben Of, beschuldiging.

Hertaald: zaak hebben Of: beschuldiging.

Handelingen 25 vers 19

vragen van hun Of, verschillen, kwestiën.

Hertaald: vragen van hun Of: verschillen, kwesties.

godsdienst, en Of, bijgeloof alzo noemt deze heiden den Joodsen godsdienst uit verachting, en dat in tegenwoordigheid van Agrippa en zijne zuster, die Joden waren, maar alles gewoon te verdragen, om deze Romeinse stadhouders niet te mishagen.

Hertaald: godsdienst, en Of: bijgeloof. Zo noemt deze heiden de Joodse godsdienst uit verachting, en dat in aanwezigheid van Agrippa en zijn zuster, die Joden waren maar gewend waren alles te verdragen om deze Romeinse stadhouders niet te mishagen.

Handelingen 25 vers 20

in twijfeling Dit zegt hij tegen waarheid om zijne zaak te verschonen; want hij had dit van Paulus alzo gevergd om den Joden gunst te bewijzen, vs.9.

Hertaald: in twijfeling Dit zegt hij tegen de waarheid in om zijn zaak te vergoelijken; want hij had dat van Paulus gevraagd om de Joden een gunst te bewijzen, vers 9.

Handelingen 25 vers 21

des keizers Grieks Sebaston; voor hetwelk de Latijnen gebruiken het woord Augustus, betekent eigenlijk een, wien de voornaamste eer toekomt; en het woord Sebas, waar dit van komt, wordt veel genomen voor goddelijke eer, welke de heidenen hunnen keizers ook aandeden, of ook voor hetgeen goddelijke eer aangedaan wordt. Zie Hand. 17:23 , en Hand. 27:1 .

Hertaald: des keizers Grieks: Sebaston, waarvoor de Latijnen het woord Augustus gebruiken; het betekent eigenlijk iemand aan wie de hoogste eer toekomt. Het woord sebas, waar het van komt, wordt vaak gebruikt voor goddelijke eer, die de heidenen ook aan hun keizers bewezen, of voor datgene waaraan goddelijke eer bewezen wordt. Zie Hand. 17:23 en Hand. 27:1.

Handelingen 25 vers 23

pracht, en Grieks met veel fantasie; dat is, luister of schijn, niet alleen van kostelijke klederen, maar ook van groot gevolg of gesleep, hetwelk wij pracht of pomp plegen te noemen.

Hertaald: pracht, en Grieks: met veel vertoon; dat is: luister of praal, niet alleen van kostbare kleren maar ook van een groot gevolg, wat wij pracht of pomp plegen te noemen.

rechthuis, met Grieks Acroaterion; hetwelk eigenlijk betekent ene zaal of plaats, waar men audientie geeft, of de rechtzaken hoort en bepleit.

Hertaald: rechthuis, met Grieks: akroaterion; dat betekent eigenlijk een zaal of plaats waar men audiëntie geeft, of waar de rechtszaken gehoord en bepleit worden.

Handelingen 25 vers 26

den heer te Dat is, de keizer; welken titel van heer de eerste keizers niet hebben willen aannemen, omdat zij ene heerschappij over de onderzaten, als over slaven, medebrengt. Doch de keizer Nero, onder wien dit is geschied, heeft zich dien titel laten geven, gelijk ook vele andere keizers na hem.

Hertaald: den heer te Dat is: de keizer. Die titel van heer hebben de eerste keizers niet willen aannemen, omdat hij een heerschappij over de onderdanen inhoudt alsof zij slaven waren. Maar keizer Nero, onder wie dit gebeurde, heeft zich die titel wel laten geven, zoals ook veel andere keizers na hem.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Felix  — de gelukkige, de voorspoedige

De Romeinse stadhouder van Judea voor wie Paulus terechtstond. Hij hield de rechtszaak twee jaar lang aan, mede in de hoop op steekpenningen van Paulus (Hand. 24:26), en liet Paulus bij zijn aftreden gevangen achter om de Joden ter wille te zijn (Hand. 24:27). Hij was getrouwd met Drusilla.

Porcius Festus  — Festus (Latijn: feestelijk, plechtig)

De opvolger van Felix als Romeins stadhouder van Judea. Hij behandelde de aanhoudende zaak tegen Paulus, die zich vervolgens op de keizer beriep (Hand. 25:1-12), en legde de zaak daarna voor aan koning Agrippa (Hand. 25:13-27).

Agrippa (koning, zoon van Agrippa I)  — onzeker

Herodes Agrippa II, zoon van Herodes Agrippa I (die in Hand. 12 stierf) en de laatste vorst uit het huis van Herodes; dus niet dezelfde persoon als zijn vader. Hij kwam met zijn zuster Bernice naar Cesarea om Festus te begroeten, en Paulus verdedigde zich voor hem (Hand. 25:13, 23; het vervolg staat in hoofdstuk 26).

Bernice  — overwinning brengend (Grieks)

Zuster van koning Herodes Agrippa II, met wie zij vaak in het openbaar optrad. Zij was aanwezig toen Paulus zich voor Agrippa en Festus verantwoordde (Hand. 25:13, 23).

Saulus  — gevraagd, gebeden

Een jongeman uit Tarsen, aan wiens voeten de getuigen bij de steniging van Stefanus hun klederen legden; hij haalde welbehagen in diens dood en verwoestte daarna de gemeente, mannen en vrouwen gevangen nemend. Op weg naar Damaskus om ook daar christenen te vervolgen, verscheen hem de verhoogde Jezus in een fel licht; drie dagen blind, werd hij door Ananias genezen en gedoopt, en werd van vervolger een krachtig verkondiger dat Jezus de Christus is (Hand. 7:58; 8:1-3; 9:1-30); later bekend als de apostel Paulus.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Handelingen 25

Handelingen 25:1

KruisverwijzingenHandelingen 23:34Handelingen 21:15Handelingen 25:5Handelingen 18:22Handelingen 8:40
— Festus dan, in de provincie gekomen zijnde, ging na drie dagen van Cesarea op naar Jeruzalem.

Porcius Festus werd aangesteld als stadhouder in de plaats van Felix. Felix had Paulus als gevangene achtergelaten om de Joden te believen. Toch zou hij bereid zijn geweest hem los te laten, als Paulus of zijn vrienden hem maar een flink genoeg smeergeld hadden gegeven. Felix had gebeefd toen Paulus handelde van rechtvaardigheid, van matigheid en van het toekomende oordeel. Maar zijn geweten was niet zo wakker geworden dat het hem tot recht deed handelen tegenover de apostel. Toch werd zijn onrechtvaardige gedrag dienstbaar aan Gods doel. Paulus moest getuigen voor de ene aardse machthebber na de andere, totdat hij uiteindelijk voor de wrede Nero zelf te Rome zou verschijnen. Paulus bevond zich te Cesarea, maar werd niet meteen voor Festus gebracht. Toen de stadhouder naar Jeruzalem opging, hernieuwden Paulus’ vijanden hun samenzwering tegen hem.

Handelingen 25:2-3

KruisverwijzingenHandelingen 25:15Handelingen 24:1Spreuken 4:16Job 31:31Romeinen 3:12Handelingen 23:12Jeremia 38:4Jeremia 18:18
— En de hogepriester, en de voornaamsten der Joden, verschenen voor hem tegen Paulus en baden hem, Begerende gunst tegen hem, opdat hij hem zou doen komen te Jeruzalem; en leggende een lage, om hem op den weg om te brengen.

In hun eerdere poging om de apostel te vermoorden waren zij verijdeld. Maar hun boosaardigheid dreef hen ertoe het opnieuw te proberen, hem op diezelfde laaghartige wijze te doden.

Handelingen 25:4-5

KruisverwijzingenHandelingen 24:23Psalmen 7:31 Samuël 24:11Johannes 18:29Handelingen 25:25Handelingen 25:16Handelingen 25:18Handelingen 23:30
— Doch Festus antwoordde, dat Paulus te Cesarea bewaard werd, en dat hij zelf haast derwaarts zou verreizen. Die dan, zeide hij, onder u kunnen, dat zij mede afreizen, en zo er iets onbehoorlijks in dezen man is, dat zij hem beschuldigen.

Of Festus hun ware reden vermoedde, waarom zij zo aandrongen dat hij Paulus zou laten halen, kunnen wij niet zeggen. In elk geval faalde hun plan opnieuw.

Handelingen 25:6-7

KruisverwijzingenHandelingen 25:17Handelingen 24:13Mattheüs 27:19Handelingen 25:10Lukas 23:10Handelingen 24:5Lukas 23:2Handelingen 18:12
— En als hij onder hen niet meer dan tien dagen doorgebracht had, kwam hij af naar Cesarea; en des anderen daags, op den rechterstoel gezeten zijnde, beval hij, dat Paulus zou voor gebracht worden. En als hij daar gekomen was, stonden de Joden, die van Jeruzalem afgekomen waren, rondom hem, vele en zware beschuldigingen tegen Paulus voortbrengende, die zij niet konden bewijzen;

Het was voor hen gemakkelijk om vele en zware beschuldigingen tegen Paulus in te brengen. Maar het was niet alleen moeilijk, het was onmogelijk om hun aanklacht tegen de apostel te bewijzen.

Handelingen 25:8-9

KruisverwijzingenHandelingen 24:12Handelingen 28:17Handelingen 24:27Handelingen 25:20Handelingen 12:3Jeremia 37:18Handelingen 28:212 Korinthe 1:12
— Dewijl hij, antwoordende, zeide: Ik heb noch tegen de wet der Joden, noch tegen den tempel, noch tegen den keizer iets gezondigd. Maar Festus, willende den Joden gunst bewijzen, antwoordde Paulus, en zeide: Wilt gij naar Jeruzalem opgaan, en aldaar voor mij over deze dingen geoordeeld worden?

Ook hierin was Festus precies als zijn voorganger Felix. Zonder twijfel hield hij rekening met het aantal en de positie van Paulus’ beschuldigers. Hij meende dat het verstandiger beleid zou zijn zich bij hen aan te sluiten dan bij de gevangene. Daarom “Festus, willende den Joden gunst bewijzen” —

Handelingen 25:9-11

KruisverwijzingenHandelingen 24:27Handelingen 26:32Handelingen 28:19Handelingen 25:20Handelingen 25:25Handelingen 12:3Handelingen 25:3Markus 15:15
— Maar Festus, willende den Joden gunst bewijzen, antwoordde Paulus, en zeide: Wilt gij naar Jeruzalem opgaan, en aldaar voor mij over deze dingen geoordeeld worden? En Paulus zeide: Ik sta voor den rechterstoel des keizers, waar ik geoordeeld moet worden; den Joden heb ik geen onrecht gedaan; gelijk gij ook zeer wel weet. Want indien ik onrecht doe, en iets des doods waardig gedaan heb, ik weiger niet te sterven; maar indien er niets is van hetgeen, waarvan dezen mij beschuldigen, zo kan niemand mij hun uit gunst overgeven. Ik beroep mij op den keizer.

Als vrijgeboren Romeins burger had Paulus het recht van beroep op de keizer, en dat recht oefende hij uit. Mogelijk besefte hij ook dat dit de weg was waarlangs de belofte van de Heere vervuld zou worden: “Heb goeden moed, Paulus, want gelijk gij te Jeruzalem van Mij betuigd hebt alzo moet gij ook te Rome getuigen.”

Handelingen 25:12

KruisverwijzingenPsalmen 76:10Handelingen 25:21Handelingen 26:32Jesaja 46:10Romeinen 15:28Handelingen 19:21Handelingen 28:16Klaagliederen 3:37
— Toen antwoordde Festus, als hij met den raad gesproken had: Hebt gij u op den keizer beroepen? Gij zult tot den keizer gaan.

De teerling was geworpen. Er was geen reden meer om de zaak verder te bespreken.

Handelingen 25:13-16

KruisverwijzingenHandelingen 24:27Handelingen 25:4Handelingen 23:30Johannes 7:512 Samuël 8:101 Samuël 25:14Handelingen 26:1Handelingen 25:22
— En als enige dagen voorbijgegaan waren, kwamen de koning Agrippa en Bernice te Cesarea, om Festus te begroeten. En toen zij aldaar vele dagen doorgebracht hadden, heeft Festus de zaken van Paulus aan den koning verhaald, zeggende: Hier is een zeker man van Felix gevangen gelaten; Om wiens wil, als ik te Jeruzalem was, de overpriesters en de ouderlingen der Joden verschenen, begerende vonnis tegen hem; Aan dewelke ik antwoordde, dat de Romeinen de gewoonte niet hebben, enigen mens uit gunst ter dood over te geven, eer de beschuldigde de beschuldigers tegenwoordig heeft, en plaats van verantwoording gekregen heeft over de beschuldiging.

Festus moet diepe verachting hebben gevoeld voor de overpriesters en oudsten van de Joden. Zij riepen om Paulus’ dood, nog vóór hij was berecht. Festus liet hun onomwonden weten dat dit niet de Romeinse, wel de Joodse manier was om met beschuldigden om te gaan.

Handelingen 25:17-19

KruisverwijzingenHandelingen 23:29Handelingen 18:15Handelingen 25:10Handelingen 25:61 Korinthe 15:14Handelingen 26:22Handelingen 17:311 Korinthe 15:3
— Als zij dan gezamenlijk alhier gekomen waren, zo heb ik, geen uitstel nemende, des daags daaraan op den rechterstoel gezeten, en beval, dat de man zoude voor gebracht worden; Over welken de beschuldigers, hier staande, geen zaak hebben voorgebracht, waarvan ik vermoedde; Maar hadden tegen hem enige vragen van hun godsdienst, en van zekeren Jezus, Die gestorven was, Welken Paulus zeide te leven.

Festus veronderstelde misschien dat men Paulus zou beschuldigen van samenzwering tegen Rome, of van een ander politiek misdrijf. Zulke zaken zou hij van veel groter gewicht hebben geacht dan “enige vragen van hun godsdienst, en van zekeren Jezus, Die gestorven was, Welken Paulus zeide te leven.” Paulus kon die bewering met de grootste zekerheid doen. Christus was hem immers verschenen op de weg naar Damaskus — het onweerlegbare bewijs dat Hij, hoewel eens gestorven, opnieuw leefde.

Festus had eigenlijk geen boodschap aan de zaak zelf. Hij was een Romeins stadhouder, pas in Judea aangekomen. Hij had geen enkele kennis van de Joodse Schriften of van de Joodse wet. Hij had er nooit bijzondere aandacht aan besteed, maar wist niet goed hoe hij de zaak aan de keizer moest voorleggen, tot wie Paulus zich had beroepen. Sprak Festus over “een zekeren Jezus”, dan noemde hij die naam alsof het om een onbeduidend iemand ging, van wie hij niets wist en zich weinig aantrok. Maar juist van deze Jezus verklaarde Paulus dat Hij leefde. Kennelijk stond die verbazingwekkende bewering — dat Jezus was opgestaan uit de doden en leefde — Festus voortdurend voor de geest. Later kreeg Paulus de kans zijn zaak toe te lichten. Hij zei tot Festus dat Christus zou lijden, als eerste uit de doden zou opstaan, en het volk en de heidenen licht zou verkondigen. Festus riep toen luid uit: “Gij raast, Paulus.” Paulus betoogde de opstanding niet, hij bevestigde haar eenvoudig. Hij predikte geen dode Christus, maar Een die “ook volkomen kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” Jezus is gestorven, Jezus is opgestaan, Jezus leeft nu. Dat is het Evangelie.

Handelingen 25:20-22

KruisverwijzingenHandelingen 9:15Handelingen 25:92 Timotheüs 4:16Handelingen 25:10Handelingen 26:32Lukas 2:1Lukas 21:12Mattheüs 10:18
— En als ik over de onderzoeking van deze zaak in twijfeling was, zeide ik, of hij wilde gaan naar Jeruzalem, en aldaar over deze dingen geoordeeld worden. En als Paulus zich beriep, dat men hem tot de kennis des keizers bewaren zou, zo heb ik bevolen, dat hij bewaard zoude worden, ter tijd toe, dat ik hem tot den keizer zenden zou. En Agrippa zeide tot Festus: Ik wilde ook zelf dien mens wel horen. En hij zeide: Morgen zult gij hem horen.

Zo werd Paulus’ getuigenis nog verder verspreid. Nauwelijks is een andere gelegenheid denkbaar waarin het Evangelie bekendgemaakt kon worden aan zo’n gehoor als de apostel de volgende dag zou toespreken.

Handelingen 25:23

KruisverwijzingenHandelingen 26:30Handelingen 25:131 Johannes 2:16Ezechiël 32:12Handelingen 12:21Ezechiël 33:28Jakobus 1:111 Korinthe 7:31
— Des anderen daags dan, als Agrippa gekomen was en Bernice, met grote pracht, en als zij ingegaan waren in het rechthuis, met de oversten over duizend, en de mannen, die de voornaamsten de stad waren, werd Paulus op bevel van Festus voor gebracht.

Het was zo’n indrukwekkende vergadering, dat Paulus haar maar al te graag toesprak. Het Evangelie kon geen edeler of waardiger pleitbezorger hebben. Toch lezen wij van niemand die daar aanwezig was en zich overgaf aan de Heere Jezus Christus.

Handelingen 25:24

KruisverwijzingenHandelingen 25:7Handelingen 22:22Handelingen 25:2Lukas 23:21
— En Festus zeide: Koning Agrippa, en gij mannen allen, die met ons hier tegenwoordig zijt, gij ziet dezen, van welken mij de ganse menigte der Joden heeft aangesproken, beide te Jeruzalem en hier, roepende, dat hij niet meer behoort te leven.

Festus zorgde ervoor dat de Joden niet konden vergeten dat zij de dood hadden geëist van een man die zelfs nog niet terecht had gestaan.

Handelingen 25:25-27

KruisverwijzingenHandelingen 23:29Lukas 23:4Handelingen 25:11Handelingen 23:9Handelingen 26:31Johannes 18:38Lukas 23:14Handelingen 26:2
— Maar ik bevonden hebbende, dat hij niets des doods waardig gedaan had, en dewijl hij ook zelf zich op den keizer beroepen heeft, heb besloten hem te zenden. Van welken ik niets zekers heb aan den heer te schrijven; daarom heb ik hem voor ulieden voorgebracht, en meest voor u, koning Agrippa, opdat ik, na gedane onderzoeking, wat heb te schrijven. Want het dunkt mij tegen rede, een gevangene te zenden, en niet ook de beschuldigingen, die tegen hem zijn, te kennen te geven.

De stadhouder sprak als een verstandig man. Hij ging zelfs zo ver te zeggen dat de gevangene “niets des doods waardig gedaan had.”

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content