Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Handelingen 23

1 En Paulus, de ogen op den raad houdende, zeide: Mannen broeders! ik heb met alle goed geweten voor God gewandeld tot op dezen dag.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 EnG1161 PaulusG3972, de ogenG816 op den raadG4892 houdendeG816, zeideG2036: MannenG435 broedersG80! ikG1473 heb met alleG3956 goedG18 gewetenG4893 voor GodG2316 gewandeldG4176 tot op dezenG5026 dagG2250. En Paulus, de ogen op den raad houdende, zeide: Mannen broeders! ik heb met alle goed geweten voor God gewandeld tot op dezen dag.

KJV And2 Paul,4 earnestly beholding1 the council,6 said, Men8 and brethren,9 I10 have lived14 in all11 good13 conscience12 before God16 until17 this day.

1 ατενισας G816 ogen, houdende, sterk behold earnestly (stedfastly), fasten (eyes), look (earnestly, stedfastly, up stedfastly), set eyes 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 παυλος G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 συνεδριω G4892 raad, raadsvergaderingen, raads council 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 9 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 10 εγω G1473 mij, ik I, me 11 παση G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 συνειδησει G4893 geweten, gewetens conscience 13 αγαθη G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 14 πεπολιτευμαι G4176 gewandeld, wandelt let conversation be, live 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 17 αχρι G891 tot, totdat, zolang als as far as, for, in(-to), till, (even, un-)to, until, while 18 ταυτης G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 19 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Maar de hogepriester Ananias beval dengenen, die bij hem stonden, dat zij hem op den mond zouden slaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 MaarG1161 de hogepriesterG749 AnaniasG367 bevalG2004 dengenen, die bij hem stondenG3936, dat zij hem op den mondG4750 zouden slaanG5180. Maar de hogepriester Ananias beval dengenen, die bij hem stonden, dat zij hem op den mond zouden slaan.

KJV And2 the high priest3 Ananias4 commanded5 them that stood by7 him8 to smite9 him10 on the mouth.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αρχιερευς G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 4 ανανιας G367 Ananias Ananias 5 επεταξεν G2004 gebiedt, gebood, beval charge, command, injoin 6 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 παρεστωσιν G3936 stonden, stellen, stelt assist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 τυπτειν G5180 slaan, sloegen, kwetsende beat, smite, strike, wound 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 στομα G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Toen zeide Paulus tot hem: God zal u slaan, gij gewitte wand! Zit gij ook om mij te oordelen naar de wet, en beveelt gij, tegen de wet, dat men mij zal slaan?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Toen zeideG2036 PaulusG3972 totG4314 hemG846: GodG2316 zal uG4771 slaanG5180, gij gewitteG2867 wandG5109! ZitG2521 gij ookG2532 om mijG1473 te oordelenG2919 naarG2596 de wet, enG2532 beveeltG2753 gij, tegen de wet, dat men mijG1473 zal slaanG5180? Toen zeide Paulus tot hem: God zal u slaan, gij gewitte wand! Zit gij ook om mij te oordelen naar de wet, en beveelt gij, tegen de wet, dat men mij zal slaan?

Ook in dit vers wetG3551 wetG3891

KJV Then1 said Paul3 unto4 him,5 God11 shall9 smite7 thee, thou whited13 wall:12 for14 sittest16 thou8 to judge17 me after19 the law,21 and22 commandest24 me to be smitten26 contrary to the law?

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 παυλος G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 τυπτειν G5180 slaan, sloegen, kwetsende beat, smite, strike, wound 8 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 9 μελλει G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 12 τοιχε G5109 wand wall 13 κεκονιαμενε G2867 gewitte, witgepleisterden whiten 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 16 καθη G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 17 κρινων G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 18 με G1473 mij, ik I, me 19 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 20 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 νομον G3551 wet, wetten, Wet law 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 παρανομων G3891 wet contrary to law 24 κελευεις G2753 beval, gebood, Beveel bid, (at, give) command(-ment) 25 με G1473 mij, ik I, me 26 τυπτεσθαι G5180 slaan, sloegen, kwetsende beat, smite, strike, wound

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En die daarbij stonden, zeiden: Scheldt gij den hogepriester Gods?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 EnG1161 die daarbij stondenG3936, zeidenG2036: ScheldtG3058 gij den hogepriesterG749 GodsG2316? En die daarbij stonden, zeiden: Scheldt gij den hogepriester Gods?

KJV And2 they that stood by3 said, Revilest thou9 God's8 high priest?

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 παρεστωτες G3936 stonden, stellen, stelt assist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield 4 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αρχιερεα G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 9 λοιδορεις G3058 gescholden, Scheldt, gaven revile

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En Paulus zeide: Ik wist niet, broeders! dat het de hogepriester was; want er is geschreven: Den overste uws volks zult gij niet vloeken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En PaulusG3972 zeideG5346: Ik wistG1492 nietG3756, broedersG80! datG3754 het de hogepriesterG749 was; want er is geschrevenG1125: Den oversteG758 uws volksG2992 zult gijG4771 nietG3756 vloekenG2046. En Paulus zeide: Ik wist niet, broeders! dat het de hogepriester was; want er is geschreven: Den overste uws volks zult gij niet vloeken.

KJV Then2 said1 Paul,4 I wist6 not,5 brethren,7 that8 he was the high priest:10 for12 it is written,11 Thou shalt18 not17 speak evil19 of the ruler13 of thy people.

1 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 2 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 παυλος G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 5 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 ηδειν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 7 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 αρχιερευς G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 11 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 12 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 13 αρχοντα G758 oversten, overste, Overste chief (ruler), magistrate, prince, ruler 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 λαου G2992 volk, volks, volke people 16 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 17 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 18 ερεις G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 19 κακως G2560 kwalijk, ziek, deerlijk amiss, diseased, evil, grievously, miserably, sick, sore
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Paulus wetende dat het ene deel was van de Sadduceen, en het andere van de Farizeen, riep in den raad: Mannen broeders, ik ben een Farizeer, eens Farizeers zoon; ik word over de hoop en opstanding der doden geoordeeld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En PaulusG3972 wetendeG1097 datG3754 het eneG1520 deelG3313 wasG1510 van de SadduceenG4523, en het andere van de FarizeenG5330, riepG2896 inG1722 den raadG4892: MannenG435 broedersG80, ikG1473 benG1510 een FarizeerG5330, eens FarizeersG5330 zoonG5207; ikG1473 word overG4012 de hoopG1680 en opstandingG386 der dodenG3498 geoordeeldG2919. En Paulus wetende dat het ene deel was van de Sadduceen, en het andere van de Farizeen, riep in den raad: Mannen broeders, ik ben een Farizeer, eens Farizeers zoon; ik word over de hoop en opstanding der doden geoordeeld.

KJV But2 when Paul4 perceived1 that5 the one7 part8 were Sadducees,10 and12 the other13 Pharisees,14 he cried out15 in16 the council,18 Men19 and brethren,20 I21 am9 a Pharisee,22 the son24 of a Pharisee:25 of26 the hope27 and28 resurrection29 of the dead30 I31 am called in question.

1 γνους G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 παυλος G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 8 μερος G3313 deel, dele, delen behalf, course, coast, craft, particular (+ -ly), part (+ -ly), piece, portion, respect, side, some sort(-what) 9 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 σαδδουκαιων G4523 Sadduceen Sadducee 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 ετερον G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 14 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 15 εκραξεν G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 συνεδριω G4892 raad, raadsvergaderingen, raads council 19 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 20 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 21 εγω G1473 mij, ik I, me 22 φαρισαιος G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 23 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 24 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 25 φαρισαιου G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 26 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 27 ελπιδος G1680 hoop, hope, Hoop faith, hope 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 αναστασεως G386 opstanding, Opstanding raised to life again, resurrection, rise from the dead, that should rise, rising again 30 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 31 εγω G1473 mij, ik I, me 32 κρινομαι G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En als hij dit gesproken had, ontstond er tweedracht tussen de Farizeen en de Sadduceen, en de menigte werd verdeeld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En als hijG846 ditG3778 gesprokenG2980 had, ontstondG1096 er tweedrachtG4714 tussen de FarizeenG5330 en de SadduceenG4523, en de menigteG4128 werd verdeeldG4977. En als hij dit gesproken had, ontstond er tweedracht tussen de Farizeen en de Sadduceen, en de menigte werd verdeeld.

KJV And2 when he3 had4 so said, there arose5 a dissension6 between the Pharisees8 and9 the Sadducees:11 and12 the multitude15 was divided.

1 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 λαλησαντος G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 5 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 6 στασις G4714 oproer, tweedracht, stand dissension, insurrection, X standing, uproar 7 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 σαδδουκαιων G4523 Sadduceen Sadducee 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εσχισθη G4977 scheurde, verdeeld, opengaan break, divide, open, rend, make a rent 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πληθος G4128 menigte, hoop, menigten bundle, company, multitude
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Want de Sadduceen zeggen, dat er geen opstanding is, noch engel, noch geest, maar de Farizeen belijden het beide.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 WantG1063 de SadduceenG4523 zeggenG3004, dat er geenG3361 opstandingG386 isG1510, noch engelG32, noch geestG4151, maarG1161 de FarizeenG5330 belijdenG3670 het beideG297. Want de Sadduceen zeggen, dat er geen opstanding is, noch engel, noch geest, maar de Farizeen belijden het beide.

KJV For3 the Sadducees1 say4 that there is no5 resurrection,7 neither8 angel,9 nor10 spirit:11 but13 the Pharisees12 confess14 both.

1 σαδδουκαιοι G4523 Sadduceen Sadducee 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 4 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 αναστασιν G386 opstanding, Opstanding raised to life again, resurrection, rise from the dead, that should rise, rising again 8 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 9 αγγελον G32 engel, engelen, engels angel, messenger 10 μητε G3383 noch, en niet neither, (n-)or, so as much 11 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 12 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 ομολογουσιν G3670 belijden, beleden, belijdt con- (pro-)fess, confession is made, give thanks, promise 15 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 αμφοτερα G297 beiden, beide, zamen both
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En er geschiedde een groot geroep; en de Schriftgeleerden van de zijde der Farizeen stonden op, en streden, zeggende: Wij vinden geen kwaad in dezen mens; en indien een geest tot hem gesproken heeft, of een engel, laat ons tegen God niet strijden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En er geschieddeG1096 een grootG3173 geroepG2906; en de SchriftgeleerdenG1122 van de zijde der FarizeenG5330 stondenG450 op, en stredenG1264, zeggendeG3004: Wij vindenG2147 geen kwaadG2556 inG1722 dezenG5129 mensG444; en indienG1487 een geestG4151 tot hemG846 gesprokenG2980 heeft, of een engelG32, laat ons tegen GodG3361 niet strijdenG2313. En er geschiedde een groot geroep; en de Schriftgeleerden van de zijde der Farizeen stonden op, en streden, zeggende: Wij vinden geen kwaad in dezen mens; en indien een geest tot hem gesproken heeft, of een engel, laat ons tegen God niet strijden.

Ook in dit vers Joh. 21:06;G3313

KJV And2 there arose1 a great4 cry:3 and5 the scribes8 that were of the Pharisees'12 part10 arose,6 and strove,13 saying,14 We find17 no15 evil16 in18 this man:20 but23 if22 a spirit24 or27 an angel28 hath spoken25 to him,26 let us30 not29 fight

1 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 κραυγη G2906 geroep, gekrijt, roeping clamour, cry(-ing) 4 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ανασταντες G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μερους G3313 deel, dele, delen behalf, course, coast, craft, particular (+ -ly), part (+ -ly), piece, portion, respect, side, some sort(-what) 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 13 διεμαχοντο G1264 streden strive 14 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 16 κακον G2556 kwaad, kwade, kwaads bad, evil, harm, ill, noisome, wicked 17 ευρισκομεν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 21 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 22 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 23 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 24 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 25 ελαλησεν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 26 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 27 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 28 αγγελος G32 engel, engelen, engels angel, messenger 29 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 30 θεομαχωμεν G2313 strijden fight against God

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En als er grote tweedracht ontstaan was, de overste, vrezende, dat Paulus van hen verscheurd mocht worden, gebood, dat het krijgsvolk zou afkomen, en hem uit het midden van hen wegrukken, en in de legerplaats brengen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG1161 als er grote tweedrachtG4714 ontstaanG1096 was, de oversteG5506, vrezendeG2125, dat PaulusG3972 vanG5259 henG846 verscheurdG1288 mocht worden, geboodG2753, dat het krijgsvolkG4753 zou afkomenG2597, en hem uitG1537 het middenG3319 van hen wegrukkenG726, en inG1519 de legerplaatsG3925 brengenG71. En als er grote tweedracht ontstaan was, de overste, vrezende, dat Paulus van hen verscheurd mocht worden, gebood, dat het krijgsvolk zou afkomen, en hem uit het midden van hen wegrukken, en in de legerplaats brengen.

KJV And2 when there arose3 a great1 dissension,4 the chief captain,7 fearing5 lest8 Paul11 should have been pulled in pieces9 of12 them,13 commanded14 the soldiers16 to go down,17 and to take18 him19 by force from20 among21 them,22 and24 to bring23 him into25 the castle.

1 πολλης G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 στασεως G4714 oproer, tweedracht, stand dissension, insurrection, X standing, uproar 5 ευλαβηθεις G2125 bevreesd, vrezende (moved with) fear 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 χιλιαρχος G5506 overste, oversten duizend, overste duizend (chief, high) captain 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 διασπασθη G1288 stukken getrokken, verscheurd pluck asunder, pull in pieces 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 παυλος G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 12 υπ G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 13 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 εκελευσεν G2753 beval, gebood, Beveel bid, (at, give) command(-ment) 15 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 στρατευμα G4753 heirlegers, krijgsvolk, krijgsheiren army, soldier, man of war 17 καταβαν G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 18 αρπασαι G726 geweld, grijpt, opgetrokken catch (away, up), pluck, pull, take (by force) 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 21 μεσου G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 22 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 αγειν G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 24 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 25 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 26 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 παρεμβολην G3925 legerplaats, heirlegers army, camp, castle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En den volgenden nacht stond de Heere bij hem, en zeide: Heb goeden moed, Paulus, want gelijk gij te Jeruzalem van Mij betuigd hebt alzo moet gij ook te Rome getuigen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En den volgendenG1966 nachtG3571 stondG2186 de HeereG2962 bij hemG846, en zeideG2036: Heb goeden moedG2293, PaulusG3972, wantG1063 gelijkG5613 gij te JeruzalemG2419 vanG4012 MijG1473 betuigdG1263 hebt alzoG3779 moetG1163 gij ookG2532 te RomeG4516 getuigenG3140. En den volgenden nacht stond de Heere bij hem, en zeide: Heb goeden moed, Paulus, want gelijk gij te Jeruzalem van Mij betuigd hebt alzo moet gij ook te Rome getuigen.

KJV And2 the night4 following3 the Lord8 stood by5 him,6 and said, Be of good cheer,10 Paul:11 for13 as12 thou hast testified14 of16 me in18 Jerusalem,19 so20 must22 thou bear witness26 also23 at24 Rome.

1 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επιουση G1966 volgenden, volgende following, next 4 νυκτι G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night 5 επιστας G2186 stond, stonden, aanvallende --assault, come (in, to, unto, upon), be at hand (instant), present, stand (before, by, over) 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 θαρσει G2293 goeden moed, wees welgemoed, Wees welgemoed be of good cheer (comfort) 11 παυλε G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 12 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 13 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 14 διεμαρτυρω G1263 betuigd, betuig, betuigde charge, testify (unto), witness 15 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 17 εμου G1473 mij, ik I, me 18 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 19 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 20 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 21 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 22 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 25 ρωμην G4516 Rome Rome 26 μαρτυρησαι G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En als het dag geworden was, maakten sommigen van de Joden een samenrotting, en vervloekten zichzelven, zeggende, dat zij noch eten noch drinken zouden, totdat zij Paulus zouden gedood hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG1161 als het dagG2250 geworden was, maaktenG4160 sommigenG5100 van de JodenG2453 een samenrottingG4963, en vervloektenG332 zichzelvenG1438, zeggendeG3004, datG3739 zij noch etenG5315 noch drinkenG4095 zouden, totdat zij PaulusG3972 zouden gedoodG615 hebben. En als het dag geworden was, maakten sommigen van de Joden een samenrotting, en vervloekten zichzelven, zeggende, dat zij noch eten noch drinken zouden, totdat zij Paulus zouden gedood hebben.

KJV And2 when it was1 day,3 certain5 of the Jews7 banded together,4 and bound9 themselves10 under a curse, saying11 that they would13 neither12 eat nor14 drink15 till16 they had killed18 Paul.

1 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 4 ποιησαντες G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 5 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 8 συστροφην G4963 oploop, samenrotting + band together, concourse 9 ανεθεματισαν G332 vervloeken, vervloeking verbonden, vervloekt (bind under a) curse, bind with an oath 10 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 11 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 μητε G3383 noch, en niet neither, (n-)or, so as much 13 φαγειν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 14 μητε G3383 noch, en niet neither, (n-)or, so as much 15 πιειν G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 16 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 17 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 18 αποκτεινωσιν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 19 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 παυλον G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En zij waren meer dan veertig, die dezen eed te zamen gedaan hadden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En zij waren meer danG1161 veertigG5062, dieG3778 dezenG5026 eedG4945 te zamen gedaanG4160 hadden; En zij waren meer dan veertig, die dezen eed te zamen gedaan hadden;

KJV And2 they were more than forty4 which5 had made9 this conspiracy.

1 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πλειους G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 4 τεσσαρακοντα G5062 veertig forty 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 συνωμοσιαν G4945 eed comspiracy 9 πεποιηκοτες G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Dewelke gingen tot de overpriesters en de ouderlingen, en zeiden: Wij hebben ons zelven met vervloeking vervloekt, niets te zullen nuttigen, totdat wij Paulus zullen gedood hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Dewelke gingenG4334 tot de overpriestersG749 enG2532 de ouderlingenG4245, en zeidenG2036: Wij hebben ons zelvenG1438 met vervloekingG331 vervloektG332, nietsG3367 te zullen nuttigenG1089, totdat wij PaulusG3972 zullen gedoodG615 hebben. Dewelke gingen tot de overpriesters en de ouderlingen, en zeiden: Wij hebben ons zelven met vervloeking vervloekt, niets te zullen nuttigen, totdat wij Paulus zullen gedood hebben.

KJV And they1 came to2 the chief priests4 and5 elders,7 and said, We have bound10 ourselves11 under a great curse,9 that we will eat13 nothing12 until14 we have slain16 Paul.

1 οιτινες G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 2 προσελθοντες G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 3 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αρχιερευσιν G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πρεσβυτεροις G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 8 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αναθεματι G331 vervloeking, vervloekt, verbannen accused, anathema, curse, X great 10 ανεθεματισαμεν G332 vervloeken, vervloeking verbonden, vervloekt (bind under a) curse, bind with an oath 11 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 12 μηδενος G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 13 γευσασθαι G1089 smaken, gesmaakt, eten eat, taste 14 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 15 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 16 αποκτεινωμεν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 παυλον G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Gij dan nu, laat den overste weten met den raad, dat hij hem morgen tot u afbrenge, alsof gij nadere kennis zoudt nemen van zijn zaken; en wij zijn bereid hem om te brengen, eer hij bij u komt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Gij dan nu, laat den oversteG5506 wetenG1718 met den raadG4892, dat hij hem morgenG839 totG4314 u afbrengeG2609, alsofG5613 gij nadereG197 kennisG1231 zoudt nemenG1231 vanG4012 zijn zakenG1161; en wij zijn bereidG2092 hem om te brengenG337, eerG4253 hij bij u komtG1448. Gij dan nu, laat den overste weten met den raad, dat hij hem morgen tot u afbrenge, alsof gij nadere kennis zoudt nemen van zijn zaken; en wij zijn bereid hem om te brengen, eer hij bij u komt.

KJV Now1 therefore2 ye with7 the council9 signify4 to the chief captain6 that10 he bring13 him12 down unto14 you to morrow,11 as16 though ye would17 enquire18 something more perfectly concerning21 him:22 and24 we, or ever25 he28 come near,27 are ready29 to kill32 him.

1 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 4 εμφανισατε G1718 verschenen, openbaren, geopenbaard appear, declare (plainly), inform, (will) manifest, shew, signify 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 χιλιαρχω G5506 overste, oversten duizend, overste duizend (chief, high) captain 7 συν G4862 met, samen met beside, with 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 συνεδριω G4892 raad, raadsvergaderingen, raads council 10 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 11 αυριον G839 morgen, daags, Morgen (to-)morrow, next day 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 καταγαγη G2609 afbrengen, daags, aangekomen bring (down, forth), (bring to) land, touch 14 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 15 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 16 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 17 μελλοντας G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 18 διαγινωσκειν G1231 kennis, nemen, volle kennis nemen (would) enquire, know the uttermost 19 ακριβεστερον G199 naarstiglijk, voorzichtiglijk circumspectly, diligently, perfect(-ly) 20 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 ημεις G1473 mij, ik I, me 24 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 25 προ G4253 eer, Eer, vooral above, ago, before, or ever 26 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 εγγισαι G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 28 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 29 ετοιμοι G2092 bereid, gereed prepared, (made) ready(-iness, to our hand) 30 εσμεν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 31 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 ανελειν G337 omgebracht, doden, gedood put to death, kill, slay, take away, take up 33 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En als de zoon van Paulus' zuster deze lage gehoord had, kwam hij daar, en ging in de legerplaats, en boodschapte het Paulus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En als de zoonG5207 van PaulusG3972' zusterG79 deze lageG1749 gehoordG191 had, kwam hij daar, en ging inG1519 de legerplaatsG3925, en boodschapteG518 het PaulusG3972. En als de zoon van Paulus' zuster deze lage gehoord had, kwam hij daar, en ging in de legerplaats, en boodschapte het Paulus.

KJV And2 when Paul's7 sister's6 son4 heard1 of their lying in wait,10 he went15 and16 entered17 into18 the castle,20 and told21 Paul.

1 ακουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 5 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αδελφης G79 zuster, zusters sister 7 παυλου G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ενεδρον G1749 lage lying in wait 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ενεδραν G1747 lage lay wait 15 παραγενομενος G3854 komen, aankomen, verschijnen come, go, be present 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 εισελθων G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 18 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 19 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 παρεμβολην G3925 legerplaats, heirlegers army, camp, castle 21 απηγγειλεν G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 22 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 παυλω G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En Paulus riep tot zich een van de hoofdmannen over honderd, en zeide: Leid dezen jongeling heen tot den overste; want hij heeft hem wat te boodschappen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG1161 PaulusG3972 riepG4341 totG4314 zich eenG1520 van de hoofdmannen over honderd, en zeideG5346: LeidG520 dezenG5126 jongelingG3494 heen tot den oversteG5506; wantG1063 hij heeftG2192 hem wat te boodschappenG518. En Paulus riep tot zich een van de hoofdmannen over honderd, en zeide: Leid dezen jongeling heen tot den overste; want hij heeft hem wat te boodschappen.

Ook in dit vers hoofdmannen honderdG1543

KJV Then2 Paul4 called1 one5 of the centurions7 unto him, and said,8 Bring12 this young man10 unto13 the chief captain:15 for17 he hath16 a certain thing18 to tell19 him.

1 προσκαλεσαμενος G4341 geroepen, riep, kinderkens call (for, to, unto) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 παυλος G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 5 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εκατονταρχων G1543 hoofdman honderd, hoofdman, hoofdmannen honderd centurion 8 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 νεανιαν G3494 jongeling, jongelings young man 11 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 απαγαγε G520 leidden, leidt, Leid bring, carry away, lead (away), put to death, take away 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 χιλιαρχον G5506 overste, oversten duizend, overste duizend (chief, high) captain 16 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 17 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 18 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 19 απαγγειλαι G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 20 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Deze dan nam hem en bracht hem tot den overste, en zeide: Paulus, de gevangene, heeft mij tot zich geroepen, en begeerd, dat ik dezen jongeling tot u zou brengen, die u wat heeft te zeggen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Deze danG3767 namG3880 hemG846 en brachtG71 hem totG4314 den oversteG5506, enG2532 zeideG5346: PaulusG3972, de gevangeneG1198, heeft mij totG4314 zich geroepenG4341, en begeerdG2065, datG3778 ik dezenG5126 jongelingG3494 tot u zou brengenG71, die u wat heeft te zeggenG2980. Deze dan nam hem en bracht hem tot den overste, en zeide: Paulus, de gevangene, heeft mij tot zich geroepen, en begeerd, dat ik dezen jongeling tot u zou brengen, die u wat heeft te zeggen.

KJV So3 he took4 him,5 and brought6 him to7 the chief captain,9 and10 said,11 Paul14 the prisoner13 called15 me unto him, and prayed me17 to bring21 this young man20 unto22 thee, who hath24 something25 to say26 unto thee.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 4 παραλαβων G3880 nam, aangenomen, ontvangen receive, take (unto, with) 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ηγαγεν G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 χιλιαρχον G5506 overste, oversten duizend, overste duizend (chief, high) captain 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 φησιν G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 δεσμιος G1198 gevangene, gevangenen, gebonden in bonds, prisoner 14 παυλος G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 15 προσκαλεσαμενος G4341 geroepen, riep, kinderkens call (for, to, unto) 16 με G1473 mij, ik I, me 17 ηρωτησεν G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 18 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 19 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 νεανιαν G3494 jongeling, jongelings young man 21 αγαγειν G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 22 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 23 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 24 εχοντα G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 25 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 26 λαλησαι G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 27 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 De overste nu nam hem bij de hand, en bezijden gegaan zijnde, vraagde hij: Wat is het dat gij mij hebt te boodschappen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 De oversteG5506 nuG1161 namG1949 hemG846 bij de handG5495, en bezijdenG2596 gegaanG402 zijnde, vraagdeG4441 hij: Wat isG1510 het datG3739 gij mijG1473 hebtG2192 te boodschappenG518? De overste nu nam hem bij de hand, en bezijden gegaan zijnde, vraagde hij: Wat is het dat gij mij hebt te boodschappen?

KJV Then2 the chief captain7 took1 him5 by the hand,4 and8 went with him aside9 privately,10 and asked12 him, What13 is that15 thou hast16 to tell17 me?

1 επιλαβομενος G1949 nam, namen, greep catch, lay hold (up-)on, take (by, hold of, on) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 χειρος G5495 handen, hand hand 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 χιλιαρχος G5506 overste, oversten duizend, overste duizend (chief, high) captain 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 αναχωρησας G402 vertrok, vertrokken, gegaan depart, give place, go (turn) aside, withdraw self 10 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 11 ιδιαν G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 12 επυνθανετο G4441 vraagde, vraagden, onderzoeken ask, demand, enquire, understand 13 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 14 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 16 εχεις G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 17 απαγγειλαι G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 18 μοι G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En hij zeide: De Joden zijn overeengekomen, om van u te begeren, dat gij Paulus morgen in den raad zoudt afbrengen, alsof zij iets van hem nader zouden onderzoeken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EnG1161 hij zeideG2036: De JodenG2453 zijn overeengekomenG4934, om van u te begerenG2065, datG3754 gijG4771 PaulusG3972 morgenG839 inG1519 den raadG4892 zoudt afbrengenG2609, alsofG5613 zij ietsG5100 vanG4012 hem naderG197 zouden onderzoekenG4441. En hij zeide: De Joden zijn overeengekomen, om van u te begeren, dat gij Paulus morgen in den raad zoudt afbrengen, alsof zij iets van hem nader zouden onderzoeken.

KJV And2 he said,3 The Jews5 have agreed6 to desire8 thee that10 thou wouldest bring down15 Paul17 to morrow11 into12 the council,14 as18 though they would19 enquire22 somewhat20 of23 him24 more perfectly.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιουδαιοι G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 6 συνεθεντο G4934 overeengekomen, stemden, tezamen besluit agree, assent, covenant 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ερωτησαι G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 9 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 10 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 11 αυριον G839 morgen, daags, Morgen (to-)morrow, next day 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 συνεδριον G4892 raad, raadsvergaderingen, raads council 15 καταγαγης G2609 afbrengen, daags, aangekomen bring (down, forth), (bring to) land, touch 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 παυλον G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 18 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 19 μελλοντες G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 20 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 21 ακριβεστερον G199 naarstiglijk, voorzichtiglijk circumspectly, diligently, perfect(-ly) 22 πυνθανεσθαι G4441 vraagde, vraagden, onderzoeken ask, demand, enquire, understand 23 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 24 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Doch geloof hen niet; want meer dan veertig mannen uit hen leggen hem lagen, welke zichzelven met een vervloeking verbonden hebben noch te eten noch te drinken, totdat zij hem zullen omgebracht hebben; en zij zijn nu gereed, verwachtende de toezegging van u.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Doch geloofG3982 hen nietG3361; wantG1063 meer danG3767 veertigG5062 mannenG435 uitG1537 henG846 leggenG1748 hem lagenG1748, welkeG3739 zichzelvenG1438 met een vervloeking verbondenG332 hebben noch te etenG5315 noch te drinkenG4095, totdat zij hemG846 zullen omgebrachtG337 hebben; enG2532 zij zijnG1510 nu gereedG2092, verwachtendeG4327 de toezeggingG1860 vanG575 uG4771. Doch geloof hen niet; want meer dan veertig mannen uit hen leggen hem lagen, welke zichzelven met een vervloeking verbonden hebben noch te eten noch te drinken, totdat zij hem zullen omgebracht hebben; en zij zijn nu gereed, verwachtende de toezegging van u.

KJV But2 do4 not3 thou1 yield unto them:5 for7 there lie in wait for6 him8 of9 them10 more than forty13 men,11 which14 have bound15 themselves16 with an oath, that they will18 neither17 eat nor19 drink20 till21 they have killed23 him:24 and25 now26 are they ready,27 looking for29 a promise33 from31 thee.

1 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 4 πεισθης G3982 verzekerd, betrouwen, gehoorzaam agree, assure, believe, have confidence, be (wax) conflent, make friend, obey, persuade, trust, yield 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ενεδρευουσιν G1748 lagen, lagen leggende, leggen lay wait for 7 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 10 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 12 πλειους G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 13 τεσσαρακοντα G5062 veertig forty 14 οιτινες G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 15 ανεθεματισαν G332 vervloeken, vervloeking verbonden, vervloekt (bind under a) curse, bind with an oath 16 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 17 μητε G3383 noch, en niet neither, (n-)or, so as much 18 φαγειν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 19 μητε G3383 noch, en niet neither, (n-)or, so as much 20 πιειν G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 21 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 22 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 23 ανελωσιν G337 omgebracht, doden, gedood put to death, kill, slay, take away, take up 24 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 27 ετοιμοι G2092 bereid, gereed prepared, (made) ready(-iness, to our hand) 28 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 29 προσδεχομενοι G4327 verwachtende, ontvangt, Ontvangt accept, allow, look (wait) for, take 30 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 32 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 33 επαγγελιαν G1860 belofte, beloftenis, beloftenissen message, promise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 De overste dan liet den jongeling gaan, hem gebiedende: Zeg niemand voort, dat gij mij zulks geopenbaard hebt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 De oversteG5506 danG3767 lietG630 den jongelingG3494 gaan, hem gebiedendeG3853: ZegG1583 niemandG3367 voortG1583, dat gij mijG1473 zulks geopenbaardG1718 hebt. De overste dan liet den jongeling gaan, hem gebiedende: Zeg niemand voort, dat gij mij zulks geopenbaard hebt.

Ook in dit vers totG4314

KJV So2 the chief captain4 then let5 the young man7 depart, and charged8 him, See thou tell10 no man9 that11 thou hast shewed13 these things to14 me.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 4 χιλιαρχος G5506 overste, oversten duizend, overste duizend (chief, high) captain 5 απελυσεν G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 νεανιαν G3494 jongeling, jongelings young man 8 παραγγειλας G3853 geboden, beval, bevelen (give in) charge, (give) command(-ment), declare 9 μηδενι G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 10 εκλαλησαι G1583 Zeg, voort tell 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 ενεφανισας G1718 verschenen, openbaren, geopenbaard appear, declare (plainly), inform, (will) manifest, shew, signify 14 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 15 με G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En zekere twee van de hoofdmannen over honderd tot zich geroepen hebbende, zeide hij: Maakt tweehonderd krijgsknechten gereed, opdat zij naar Cesarea trekken, en zeventig ruiters, en tweehonderd schutters, tegen de derde ure des nachts;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En zekereG5100 tweeG1417 vanG575 de hoofdmannen over honderd tot zich geroepenG4341 hebbende, zeideG2036 hij: MaaktG2090 tweehonderdG1250 krijgsknechtenG4757 gereedG2090, opdat zij naar CesareaG2542 trekkenG4198, enG2532 zeventigG1440 ruitersG2460, enG2532 tweehonderdG1250 schuttersG1187, tegen de derdeG5154 ureG5610 des nachtsG3571; En zekere twee van de hoofdmannen over honderd tot zich geroepen hebbende, zeide hij: Maakt tweehonderd krijgsknechten gereed, opdat zij naar Cesarea trekken, en zeventig ruiters, en tweehonderd schutters, tegen de derde ure des nachts;

Ook in dit vers hoofdmannen honderdG1543

KJV And1 he called unto2 him4 two3 centurions,6 saying, Make ready8 two hundred10 soldiers9 to11 go12 to13 Caesarea,14 and15 horsemen16 threescore and ten,17 and18 spearmen19 two hundred,20 at21 the third22 hour23 of the night;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσκαλεσαμενος G4341 geroepen, riep, kinderkens call (for, to, unto) 3 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 4 τινας G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εκατονταρχων G1543 hoofdman honderd, hoofdman, hoofdmannen honderd centurion 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 ετοιμασατε G2090 bereid, bereiden, bereidden prepare, provide, make ready 9 στρατιωτας G4757 krijgsknechten, krijgsknecht, krijgslieden soldier 10 διακοσιους G1250 tweehonderd two hundred 11 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 12 πορευθωσιν G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 13 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 14 καισαρειας G2542 Cesarea Cæsarea 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ιππεις G2460 ruiters horseman 17 εβδομηκοντα G1440 zeventig, zeventigen seventy, three score and ten 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 δεξιολαβους G1187 schutters spearman 20 διακοσιους G1250 tweehonderd two hundred 21 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 22 τριτης G5154 derde, derden third(-ly) 23 ωρας G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 24 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 νυκτος G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En laat ze zadel beesten bestellen, opdat zij Paulus daarop zetten, en behouden overbrengen tot den stadhouder Felix.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En laat ze zadel beestenG2934 bestellenG3936, opdatG2443 zij PaulusG3972 daarop zettenG1913, en behoudenG1295 overbrengen totG4314 den stadhouderG2232 FelixG5344. En laat ze zadel beesten bestellen, opdat zij Paulus daarop zetten, en behouden overbrengen tot den stadhouder Felix.

KJV And2 provide3 them beasts,1 that4 they may set5 Paul7 on, and bring him safe8 unto9 Felix10 the governor.

1 κτηνη G2934 beesten, beest, lastbeesten beast 2 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 3 παραστησαι G3936 stonden, stellen, stelt assist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield 4 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 5 επιβιβασαντες G1913 zetten, heffende set on 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 παυλον G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 8 διασωσωσιν G1295 behouden, gezond, ontkomen bring safe, escape (safe), heal, make perfectly whole, save 9 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 10 φηλικα G5344 Felix Felix 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ηγεμονα G2232 stadhouder, stadhouders, stadhouderen governor, prince, ruler
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En hij schreef een brief, hebbende dezen inhoud:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En hij schreefG1125 een briefG1992, hebbende dezenG5126 inhoudG5179: En hij schreef een brief, hebbende dezen inhoud:

KJV And he wrote1 a letter2 after3 this manner:

1 γραψας G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 2 επιστολην G1992 brief, zendbrief, brieven "epistle," letter 3 περιεχουσαν G4023 bevangen, vervat + astonished, contain, after (this manner) 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 τυπον G5179 voorbeeld, voorbeelden, afbeelding en-(ex-)ample, fashion, figure, form, manner, pattern, print 6 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Claudius Lysias aan den machtigsten stadhouder Felix groetenis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 ClaudiusG2804 LysiasG3079 aan den machtigstenG2903 stadhouderG2232 FelixG5344 groetenisG5463. Claudius Lysias aan den machtigsten stadhouder Felix groetenis.

KJV Claudius1 Lysias2 unto the most excellent4 governor5 Felix6 sendeth greeting.

1 κλαυδιος G2804 Claudius Claudius 2 λυσιας G3079 Lysias Lysias 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 κρατιστω G2903 machtigste, machtigsten, voortreffelijke most excellent (noble) 5 ηγεμονι G2232 stadhouder, stadhouders, stadhouderen governor, prince, ruler 6 φηλικι G5344 Felix Felix 7 χαιρειν G5463 verblijd, verblijden, verblijdt farewell, be glad, God speed, greeting, hall, joy(- fully), rejoice
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Alzo deze man van de Joden gegrepen was, en van hen omgebracht zou geworden zijn, ben ik daarover gekomen met het krijgsvolk, en heb hem hun ontnomen, bericht zijnde, dat hij een Romein is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Alzo dezeG3778 manG435 van de JodenG2453 gegrepenG4815 was, enG2532 van hen omgebrachtG337 zou geworden zijn, ben ik daarover gekomen met het krijgsvolkG4753, en heb hem hun ontnomenG1807, berichtG3129 zijnde, dat hij een RomeinG4514 isG1510. Alzo deze man van de Joden gegrepen was, en van hen omgebracht zou geworden zijn, ben ik daarover gekomen met het krijgsvolk, en heb hem hun ontnomen, bericht zijnde, dat hij een Romein is.

KJV This man2 was taken4 of5 the Jews,7 and8 should9 have been killed10 of11 them:12 then came I13 with14 an army,16 and rescued17 him,18 having understood19 that20 he was a Roman.

1 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 ανδρα G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 3 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 συλληφθεντα G4815 bevrucht, vangen, gegrepen catch, conceive, help, take 5 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 μελλοντα G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 10 αναιρεισθαι G337 omgebracht, doden, gedood put to death, kill, slay, take away, take up 11 υπ G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 12 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 επιστας G2186 stond, stonden, aanvallende --assault, come (in, to, unto, upon), be at hand (instant), present, stand (before, by, over) 14 συν G4862 met, samen met beside, with 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 στρατευματι G4753 heirlegers, krijgsvolk, krijgsheiren army, soldier, man of war 17 εξειλομην G1807 trekt, Verlossende, ontnomen deliver, pluck out, rescue 18 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 μαθων G3129 geleerd, leren, leert learn, understand 20 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 21 ρωμαιος G4514 Romeinen, Romein, Romeinsen Roman, of Rome 22 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En willende de zaak weten, waarover zij hem beschuldigden, bracht ik hem af in hun raad;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 EnG1161 willendeG1014 de zaakG156 wetenG1097, waarover zij hem beschuldigdenG1458, brachtG2609 ik hemG846 af inG1519 hunG846 raadG4892; En willende de zaak weten, waarover zij hem beschuldigden, bracht ik hem af in hun raad;

KJV And2 when1 I would have known3 the cause5 wherefore6 they accused8 him,9 I brought10 him11 forth into12 their15 council:

1 βουλομενος G1014 wil, willende, wilde be disposed, minded, intend, list, (be, of own) will (-ing) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 γνωναι G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αιτιαν G156 oorzaak, schuld, zaak accusation, case, cause, crime, fault, (wh-)ere(-fore) 6 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 8 ενεκαλουν G1458 beschuldigd, beschuldigden, beschuldiging accuse, call in question, implead, lay to the charge 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 κατηγαγον G2609 afbrengen, daags, aangekomen bring (down, forth), (bring to) land, touch 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 συνεδριον G4892 raad, raadsvergaderingen, raads council 15 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Welken ik bevond beschuldigd te worden over vragen hunner wet; maar geen beschuldiging tegen hem te zijn, die den dood of banden waardig is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 WelkenG3739 ik bevondG2147 beschuldigdG1458 te worden overG4012 vragenG2213 hunner wetG3551; maarG1161 geen beschuldigingG1462 tegen hemG846 te zijn, die den doodG2288 ofG2228 bandenG1199 waardigG514 is. Welken ik bevond beschuldigd te worden over vragen hunner wet; maar geen beschuldiging tegen hem te zijn, die den dood of banden waardig is.

KJV Whom1 I perceived2 to be accused3 of4 questions5 of their8 law,7 but10 to have16 nothing9 laid to his charge15 worthy11 of death12 or13 of bonds.

1 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 ευρον G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 3 εγκαλουμενον G1458 beschuldigd, beschuldigden, beschuldiging accuse, call in question, implead, lay to the charge 4 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 5 ζητηματων G2213 vragen, geschil, vraag question 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 νομου G3551 wet, wetten, Wet law 8 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 μηδεν G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 αξιον G514 waardig, billijk, waarderen due reward, meet, (un-)worthy 12 θανατου G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 13 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 14 δεσμων G1199 banden, band band, bond, chain, string 15 εγκλημα G1462 beschuldiging crime laid against, laid to charge 16 εχοντα G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En als mij te kennen gegeven was, dat van de Joden een lage tegen deze man gelegd zou worden, zo heb ik hem terstond aan u gezonden; gebiedende ook den beschuldigers voor u te zeggen, hetgeen zij tegen hem hadden. Vaarwel.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En als mij te kennen gegevenG3377 wasG1510, dat vanG5259 de JodenG2453 een lageG1917 tegen deze manG435 gelegdG3195 zou worden, zo heb ik hem terstondG1824 aanG4314 u gezondenG3992; gebiedendeG3853 ookG2532 den beschuldigersG2725 voor u te zeggenG3004, hetgeen zij tegenG1909 hemG846 hadden. VaarwelG4517. En als mij te kennen gegeven was, dat van de Joden een lage tegen deze man gelegd zou worden, zo heb ik hem terstond aan u gezonden; gebiedende ook den beschuldigers voor u te zeggen, hetgeen zij tegen hem hadden. Vaarwel.

Ook in dit vers totG4314

KJV And2 when it was told1 me how that10 the Jews12 laid wait4 for5 the man,7 I sent14 straightway13 to15 thee, and gave commandment17 to his accusers20 also18 to say21 before25 thee what they had against23 him.24 Farewell.

1 μηνυθεισης G3377 kennen gegeven, aangewezen, kennen shew, tell 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 μοι G1473 mij, ik I, me 4 επιβουλης G1917 lage, lagen laying (lying) in wait 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ανδρα G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 8 μελλειν G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 9 εσεσθαι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 13 εξαυτης G1824 terstond, stonde, zelfder by and by, immediately, presently, straightway 14 επεμψα G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 15 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 16 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 17 παραγγειλας G3853 geboden, beval, bevelen (give in) charge, (give) command(-ment), declare 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 κατηγοροις G2725 beschuldigers, verklager accuser 21 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 22 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 24 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 26 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 27 ερρωσο G4517 Vaart, Vaarwel farewell
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 De krijgsknechten dan, gelijk hun bevolen was, namen Paulus, en brachten hem des nachts tot Antipatris.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 De krijgsknechtenG4757 danG3767, gelijk hun bevolenG1299 was, namenG353 PaulusG3972, en brachtenG71 hem des nachtsG3571 totG1519 AntipatrisG494. De krijgsknechten dan, gelijk hun bevolen was, namen Paulus, en brachten hem des nachts tot Antipatris.

KJV Then3 the soldiers,4 as5 it was commanded7 them,8 took9 Paul,11 and brought12 him by13 night15 to16 Antipatris.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 4 στρατιωται G4757 krijgsknechten, krijgsknecht, krijgslieden soldier 5 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 διατεταγμενον G1299 bevolen, geordineerd, besteld appoint, command, give, (set in) order, ordain 8 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 αναλαβοντες G353 opgenomen, namen, Neem receive up, take (in, unto, up) 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 παυλον G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 12 ηγαγον G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 13 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 νυκτος G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 αντιπατριδα G494 Antipatris Antipatris
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En des anderen daags, latende de ruiters met hem trekken, keerden zij wederom naar de legerplaats.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 EnG1161 des anderen daagsG1887, latendeG1439 de ruitersG2460 met hem trekkenG4198, keerdenG5290 zijG846 wederom naarG1519 de legerplaatsG3925. En des anderen daags, latende de ruiters met hem trekken, keerden zij wederom naar de legerplaats.

KJV On the morrow3 they left4 the horsemen6 to go7 with8 him,9 and returned10 to11 the castle:

1 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επαυριον G1887 daags day following, morrow, next day (after) 4 εασαντες G1439 laten, liet, lieten commit, leave, let (alone), suffer 5 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιππεις G2460 ruiters horseman 7 πορευεσθαι G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 8 συν G4862 met, samen met beside, with 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 υπεστρεψαν G5290 wedergekeerd, keerden wederom, keerden come again, return (again, back again), turn back (again) 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 παρεμβολην G3925 legerplaats, heirlegers army, camp, castle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Dewelken als zij te Cesarea gekomen waren, en den brief den stadhouder overgeleverd hadden, hebben zij ook Paulus voor hem gesteld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Dewelken als zij te CesareaG2542 gekomen waren, enG2532 den briefG1992 den stadhouderG2232 overgeleverdG325 hadden, hebben zij ookG2532 PaulusG3972 voor hem gesteldG3936. Dewelken als zij te Cesarea gekomen waren, en den brief den stadhouder overgeleverd hadden, hebben zij ook Paulus voor hem gesteld.

KJV Who,1 when they came2 to3 Caesarea,5 and6 delivered7 the epistle9 to the governor,11 presented12 Paul15 also13 before him.

1 οιτινες G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 2 εισελθοντες G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 καισαρειαν G2542 Cesarea Cæsarea 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 αναδοντες G325 overgeleverd deliver 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 επιστολην G1992 brief, zendbrief, brieven "epistle," letter 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ηγεμονι G2232 stadhouder, stadhouders, stadhouderen governor, prince, ruler 12 παρεστησαν G3936 stonden, stellen, stelt assist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 παυλον G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 16 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En de stadhouder, den brief gelezen hebbende, vraagde, uit wat provincie hij was; en verstaande, dat hij van Cilicie was,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 En de stadhouderG2232, den brief gelezenG314 hebbende, vraagdeG1905, uitG1537 wat provincieG1885 hij wasG1510; en verstaandeG4441, datG3754 hij vanG575 CilicieG2791 was, En de stadhouder, den brief gelezen hebbende, vraagde, uit wat provincie hij was; en verstaande, dat hij van Cilicie was,

KJV And2 when the governor4 had read1 the letter,5 he asked6 of7 what8 province9 he was. And11 when he understood12 that13 he was of14 Cilicia;

1 αναγνους G314 gelezen, leest, lezen read 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ηγεμων G2232 stadhouder, stadhouders, stadhouderen governor, prince, ruler 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 επερωτησας G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 7 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 8 ποιας G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 9 επαρχιας G1885 provincie province 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 πυθομενος G4441 vraagde, vraagden, onderzoeken ask, demand, enquire, understand 13 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 14 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 15 κιλικιας G2791 Cilicie Cilicia
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Zeide hij: Ik zal u horen, als ook uw beschuldigers hier zullen gekomen zijn. En hij beval, dat hij in het rechthuis van Herodes zou bewaard worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 ZeideG5346 hij: Ik zal uG4771 horenG1251, als ookG2532 uw beschuldigersG2725 hier zullen gekomen zijn. En hij bevalG2753, dat hijG846 inG1722 het rechthuisG4232 van HerodesG2264 zou bewaardG5442 worden. Zeide hij: Ik zal u horen, als ook uw beschuldigers hier zullen gekomen zijn. En hij beval, dat hij in het rechthuis van Herodes zou bewaard worden.

KJV I will hear1 thee, said he,3 when4 thine accusers7 are9 also5 come. And11 he commanded10 him12 to be kept18 in13 Herod's17 judgment hall.

1 διακουσομαι G1251 horen hear 2 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 3 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 4 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κατηγοροι G2725 beschuldigers, verklager accuser 8 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 9 παραγενωνται G3854 komen, aankomen, verschijnen come, go, be present 10 εκελευσεν G2753 beval, gebood, Beveel bid, (at, give) command(-ment) 11 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πραιτωριω G4232 rechthuis (common, judgment) hall (of judgment), palace, prætorium 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ηρωδου G2264 Herodes Herod 18 φυλασσεσθαι G5442 bewaren, bewaard, onderhouden beward, keep (self), observe, save
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Handelingen 23:1 2 Timotheüs 1:3 Handelingen 24:16 2 Korinthe 1:12 Handelingen 22:5 Hebreeën 13:18 1 Korinthe 4:4 2 Korinthe 4:2 Handelingen 23:6
Handelingen 23:2 Handelingen 24:1 Johannes 18:22 1 Koningen 22:24 Micha 5:1 Jeremia 20:2 Mattheüs 26:67
Handelingen 23:3 Johannes 7:51 Deuteronomium 25:1 Mattheüs 23:27 Amos 5:7 Micha 3:8 Psalmen 82:1 Leviticus 19:15 Psalmen 58:1
Handelingen 23:5 Exodus 22:28 2 Petrus 2:10 Prediker 10:20 Judas 1:8
Handelingen 23:6 Handelingen 24:21 Handelingen 24:15 Handelingen 26:5 Filippenzen 3:5 Handelingen 28:20 Handelingen 22:5 Mattheüs 10:16 Mattheüs 22:23
Handelingen 23:7 Handelingen 14:4 Johannes 7:40 Psalmen 55:9 Mattheüs 10:34
Handelingen 23:8 Mattheüs 22:23 Lukas 20:27 Markus 12:18 Handelingen 4:1
Handelingen 23:9 Handelingen 22:17 Handelingen 22:7 Johannes 12:29 Handelingen 26:31 Handelingen 25:25 Markus 2:16 Handelingen 23:29 Handelingen 26:14
Handelingen 23:10 Handelingen 22:24 Psalmen 50:22 Handelingen 23:16 Psalmen 7:2 Jakobus 1:19 Handelingen 23:32 Jakobus 3:14 Handelingen 19:28
Handelingen 23:11 Handelingen 18:9 Handelingen 19:21 Mattheüs 9:2 2 Timotheüs 4:17 Handelingen 20:22 Handelingen 2:25 Johannes 16:33 Filippenzen 1:13
Handelingen 23:12 Handelingen 23:21 Handelingen 23:30 Handelingen 23:14 2 Koningen 6:31 Jeremia 11:19 Psalmen 64:2 1 Korinthe 16:22 1 Samuël 14:24
Handelingen 23:13 Johannes 16:2 2 Samuël 15:31 2 Samuël 15:12
Handelingen 23:14 Handelingen 23:12 Jeremia 8:12 Jesaja 3:9 Micha 7:3 Psalmen 52:1 Hosea 4:9 Jeremia 6:15
Handelingen 23:15 Psalmen 37:32 Jesaja 59:7 Spreuken 1:16 Spreuken 1:11 Handelingen 25:3 Psalmen 21:11 Romeinen 3:14 Handelingen 22:30
Handelingen 23:16 Handelingen 23:10 Handelingen 23:32 2 Samuël 17:17 1 Korinthe 3:19 Job 5:13 Klaagliederen 3:37 Spreuken 21:30 Handelingen 21:34
Handelingen 23:17 Mattheüs 8:8 Handelingen 23:23 Mattheüs 10:16 Spreuken 22:3 Handelingen 22:26
Handelingen 23:18 Efeze 3:1 Genesis 40:14 Handelingen 16:25 Filemon 1:9 Efeze 4:1 Handelingen 27:1 Lukas 7:40 Handelingen 28:17
Handelingen 23:19 Markus 9:27 Markus 8:23 Jeremia 31:32 Esther 5:3 Esther 7:2 Esther 9:12 Markus 10:51 Nehemia 2:4
Handelingen 23:20 Handelingen 23:14 Daniël 6:5 Handelingen 23:1 Psalmen 12:2
Handelingen 23:21 Handelingen 23:12 Exodus 23:2 2 Korinthe 11:32 Handelingen 14:5 2 Korinthe 11:26 Handelingen 20:19 Handelingen 9:23 Romeinen 9:3
Handelingen 23:22 Markus 1:44 Jozua 2:14
Handelingen 23:23 Mattheüs 14:25 Lukas 12:38 Handelingen 8:40 Handelingen 23:33
Handelingen 23:24 Handelingen 24:10 Handelingen 23:26 Handelingen 25:14 Handelingen 23:33 Lukas 3:1 Mattheüs 27:2 Nehemia 2:12 Esther 8:12
Handelingen 23:26 Handelingen 15:23 Lukas 1:3 Handelingen 24:3 Handelingen 26:25 3 Johannes 1:14 Jakobus 1:1
Handelingen 23:27 Handelingen 22:25 Handelingen 24:6 Handelingen 23:10 Handelingen 21:31
Handelingen 23:28 Handelingen 22:30
Handelingen 23:29 Handelingen 26:31 Handelingen 18:15 Handelingen 25:25 Handelingen 28:18 Handelingen 24:5 Handelingen 25:7 Handelingen 25:11 Handelingen 24:10
Handelingen 23:30 Handelingen 24:19 Handelingen 23:20 Handelingen 23:35 Handelingen 25:16 Handelingen 24:6 Handelingen 15:29 2 Korinthe 13:11 Handelingen 9:24
Handelingen 23:31 2 Timotheüs 2:3 Handelingen 23:23 Lukas 7:8
Handelingen 23:32 Handelingen 23:23 Handelingen 23:10
Handelingen 23:33 Handelingen 28:16 Handelingen 23:23 Handelingen 8:40 Handelingen 23:26
Handelingen 23:34 Handelingen 21:39 Handelingen 25:1 Lukas 23:6 Esther 1:1 Daniël 6:1 Handelingen 15:41 Daniël 2:49 Handelingen 6:9
Handelingen 23:35 Handelingen 23:30 Handelingen 25:16 Mattheüs 27:27 Mattheüs 2:3 Handelingen 24:1 Handelingen 24:19 Johannes 18:28 Handelingen 24:10
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Handelingen 23 vers 1

met alle goed Namelijk niet alleen in het Christendom, maar ook in het Jodendom, want hij had toen ook God oprecht zonder geveinsdheid gediend, naar de kennis die hij had, hoewel hij de Christenen daarna uit onverstand had vervolgd. Zie verder 2 Tim. 1:3 .

Hertaald: met alle goed Namelijk niet alleen in het christendom, maar ook in het Jodendom; want ook toen had hij God oprecht en ongeveinsd gediend naar de kennis die hij had, hoewel hij de christenen daarna uit onverstand vervolgd heeft. Zie verder 2 Tim. 1:3.

voor God gewandeld Of, God gediend. Het Griekse woord betekent eigenlijk in enige stad als een goede overheid, of als een goed burger zich gedragen. Zie ook Fil. 1:27 , en Fil. 3:20 .

Hertaald: voor God gewandeld Of: God gediend. Het Griekse woord betekent eigenlijk: zich in een stad gedragen als een goede overheid of als een goed burger. Zie ook Filipp. 1:27 en Filipp. 3:20.

Handelingen 23 vers 3

gij gewitte wand Dat is, gij geveinsde, gij die wel een priesterlijk kleed hebt, maar een wreed en onrechtvaardig hart. Zie Matt. 23:27-28 ; deze woorden van Paulus moeten niet genomen worden voor scheldwoorden, Matt. 5:22 , of woorden van wraakgierigheid, of van vergelding van kwaad met kwaad, maar voor een ernstige bestraffing van dezen mens, en voor een vrijmoedige aanzegging van Gods oordeel over hem. Zie dergelijke 2 Tim. 4:14 .

Hertaald: gij gewitte wand Dat is: u huichelaar, u die wel een priesterlijk kleed draagt maar een wreed en onrechtvaardig hart hebt. Zie Matth. 23:27-28. Deze woorden van Paulus moeten niet opgevat worden als scheldwoorden (Matth. 5:22), en ook niet als woorden van wraakzucht of van kwaad met kwaad vergelden, maar als een ernstige bestraffing van deze man en als een vrijmoedige aanzegging van Gods oordeel over hem. Zie iets dergelijks in 2 Tim. 4:14.

tegen de wet, Grieks de wet overtredende.

Hertaald: tegen de wet, Grieks: de wet overtredende.

Handelingen 23 vers 5

Ik wist niet, Dewijl de hogepriesters in dien tijd dikwijls veranderden, ook zelfs alle jaren, Joh. 11:49 , en Paulus nu over langen tijd te Jeruzalem niet verkeerd had, zo is het niet wonder dat hij den hogepriester van aangezicht niet gekend heeft, temeer omdat ook de hogepriester zelf in alle vergaderingen niet tegenwoordig was, en omdat hier alles in verwarring toeging, gelijk uit de gehele handeling blijkt. Zie JosEf. Antiq. lib.20, cap.6,7-8.

Hertaald: Ik wist niet, Omdat de hogepriesters in die tijd vaak wisselden, zelfs jaarlijks (Joh. 11:49), en Paulus al lange tijd niet in Jeruzalem verkeerd had, is het geen wonder dat hij de hogepriester niet van gezicht kende — te meer omdat de hogepriester ook niet bij alle vergaderingen aanwezig was en omdat het hier allemaal in verwarring toeging, zoals uit de hele handeling blijkt. Zie Josefus, Oudheden, boek 20, hoofdstuk 6 tot en met 8.

vloeken Grieks kwalijk toespreken, of, kwalijk van hem spreken, schelden. Want hoewel Paulus niet had dan recht gesproken, nochtans, omdat het bij de omstanders een schijn had van schelden, zo wil hij zeggen, dat hij zulks ook zou vermeden hebben, had hij den hogepriester gekend.

Hertaald: vloeken Grieks: kwaad toespreken, of kwaad van hem spreken, schelden. Want hoewel Paulus niets anders dan de waarheid gesproken had, wil hij toch zeggen dat hij het vermeden zou hebben als hij de hogepriester gekend had, omdat het voor de omstanders de schijn van schelden had.

Handelingen 23 vers 6

van de Sadduceën, Van deze twee sekten, zie Matt. 3:7 , en Matt. 22:23 ; JosEf. Antiq. lib.18, cap.2, en de bello Judas lib.2, cap.7.

Hertaald: van de Sadduceën, Zie over deze twee sekten Matth. 3:7 en Matth. 22:23; Josefus, Oudheden, boek 18, hoofdstuk 2, en De Joodse Oorlog, boek 2, hoofdstuk 7.

een Farizeër, eens Namelijk van leven geweest, en nog met hen staande in het gevoelen aangaande de opstanding der doden en enige andere stukken. Hij spreekt hier de waarheid, hoewel hij een deel van dezelve verzwijgt, om de vijanden van Gods kerk alzo te verwarren.

Hertaald: een Farizeër, eens Namelijk van leven geweest, en nog steeds met hen eensgezind in de opvatting over de opstanding van de doden en enkele andere punten. Hij spreekt hier de waarheid, hoewel hij een deel daarvan verzwijgt, om de vijanden van Gods kerk zo in verwarring te brengen.

de hoop en Dit kan verstaan worden, òf van de hoop der opstanding, òf ook van de hoop der zaligheid en der opstanding, alzo de Sadduceën beide loochenden, overmits zij de onsterflijkheid der zielen ontkenden.

Hertaald: de hoop en Dit kan verstaan worden óf van de hoop op de opstanding, óf ook van de hoop op de zaligheid en de opstanding, aangezien de sadduceeën beide loochenden omdat zij de onsterfelijkheid van de zielen ontkenden.

geoordeeld Dat is, voor recht gesteld.

Hertaald: geoordeeld Dat is: voor het gerecht gesteld.

Handelingen 23 vers 7

tweedracht Of, oproer.

Hertaald: tweedracht Of: onrust.

de menigte werd Namelijk dergenen, die daar vergaderd waren.

Hertaald: de menigte werd Namelijk van hen die daar vergaderd waren.

verdeeld Grieks gescheurd.

Hertaald: verdeeld Grieks: gescheurd.

Handelingen 23 vers 8

geest, Dat is, onsterflijkheid der zielen, of geestelijk wezen, dat onsterflijk is.

Hertaald: geest, Dat is: onsterfelijkheid van de zielen, of een geestelijk wezen dat onsterfelijk is.

beide Namelijk de opstanding der lichamen, en de onsterflijkheid der geesten, dat is, der engelen en zielen.

Hertaald: beide Namelijk de opstanding van de lichamen en de onsterfelijkheid van de geesten, dat is: van de engelen en de zielen.

Handelingen 23 vers 9

van de zijde Grieks van het deel.

Hertaald: van de zijde Grieks: van het deel.

Handelingen 23 vers 10

tweedracht Of, oproer.

Hertaald: tweedracht Of: onrust.

Handelingen 23 vers 11

stond de Heere Namelijk in een gezicht, òf in een droom, òf in ene vertrekking van zinnen; 2 Kor. 12:1 .

Hertaald: stond de Heere Namelijk in een gezicht, óf in een droom, óf in een vervoering van de zinnen; 2 Kor. 12:1.

van Mij betuigd Of, van die dingen die mij aangaan.

Hertaald: van Mij betuigd Of: van de dingen die Mij aangaan.

Handelingen 23 vers 12

vervloekten Grieks anethematisan; dat is, zwoeren, dat zij een anathema, of vervloeking voor God wilden zijn, zo zij aten of dronken eer zij Paulus gedood hadden. Zie vs.21; Matt. 26:74 ; Rom. 9:3 ; Gal. 1:8 .

Hertaald: vervloekten Grieks: anethematisan; dat is: zij zwoeren dat zij een anathema of vervloeking voor God wilden zijn wanneer zij zouden eten of drinken voordat zij Paulus gedood hadden. Zie vers 21; Matth. 26:74; Rom. 9:3; Gal. 1:8.

Handelingen 23 vers 15

den overste Namelijk Lysias, waarvan zie de aantekeningen Hand. 22:24 .

Hertaald: den overste Namelijk Lysias; zie daarover de aantekeningen bij Hand. 22:24.

met den raad, Of, met goedvinden van den Raad. Want Paulus was alleen in de macht des oversten, en niet des Raads.

Hertaald: met den raad, Of: met instemming van de Raad. Want Paulus was alleen in de macht van de overste en niet van de Raad.

nadere kennis Of, volkomener, bescheidenlijker, nauwer, scherper.

Hertaald: nadere kennis Of: volkomener, nauwkeuriger, scherper.

Handelingen 23 vers 20

De Joden zijn Dat is, de Raad der Joden, met enige anderen.

Hertaald: De Joden zijn Dat is: de Raad van de Joden, met enkele anderen.

Handelingen 23 vers 21

geloof hen niet; Of, laat u van hen niet overreden; dat is, willig dat hun niet in.

Hertaald: geloof hen niet; Of: laat u door hen niet overreden; dat is: willig dat hun niet in.

met een vervloeking Grieks vervloekt hebben.

Hertaald: met een vervloeking Grieks: vervloekt hebben.

de toezegging Namelijk dat hij hem zult afbrengen in hunnen Raad.

Hertaald: de toezegging Namelijk dat hij hem naar hun Raad zal afbrengen.

Handelingen 23 vers 23

Cesarea Namelijk in Palestina, aan de Middellandse zee gelegen, waar de stadhouder zijn gewoon verblijf en gericht hield, als de sterkste en gelegenste stad in dat land; Tacit. Histor. lib.2.

Hertaald: Cesarea Namelijk het Cesarea in Palestina, aan de Middellandse Zee gelegen, waar de stadhouder zijn gewone verblijf hield en recht sprak, als de sterkste en meest geschikte stad in dat land; Tacitus, Historiën, boek 2.

schutters, Grieks dexiolabous; hetwelk eigenlijk betekent, die met de rechterhand vatten; namelijk de spiesen om die te werpen, of te schieten op de vijanden.

Hertaald: schutters, Grieks: dexiolabous; dat betekent eigenlijk: zij die met de rechterhand grijpen, namelijk de speren om die naar de vijanden te werpen of te schieten.

tegen de derde Grieks van; namelijk na den ondergang der zon, tegen de tweede wake, om hem alzo dien nacht buiten zorg te mogen brengen.

Hertaald: tegen de derde Grieks: van; namelijk na zonsondergang, tegen de tweede nachtwake, om hem zo die nacht veilig weg te kunnen brengen.

Handelingen 23 vers 24

Felix Deze Felix was de broeder van enen Pallas, die eerst een slaaf, daarna een vrijgelatene van den keizer Claudius was, welke met een anderen vrijgelatene, Narcissus genaamd, nagenoeg het Romeinse rijk onder dezen keizer regeerden. Zodat deze Pallas zijnen broeder Felix tot een stadhouder over Judea van des keizers wege gesteld had. Zie Suetonius in Claudio cap.28, en Josefus Antiq. lib.29, cap.5,6, Tacitus Ann. lib.12.

Hertaald: Felix Deze Felix was de broer van een zekere Pallas, die eerst een slaaf en daarna een vrijgelatene van keizer Claudius was. Samen met een andere vrijgelatene, Narcissus geheten, bestuurde die vrijwel het hele Romeinse rijk onder deze keizer. Zo had deze Pallas zijn broer Felix namens de keizer als stadhouder over Judea aangesteld. Zie Suetonius, Claudius, hoofdstuk 28, Josefus, Oudheden, boek 20, hoofdstuk 5 en 6, en Tacitus, Annalen, boek 12.

Handelingen 23 vers 26

machtigsten Zie Luc. 1:3 ; Hand. 24:3 , en Hand. 26:25 .

Hertaald: machtigsten Zie Luk. 1:3; Hand. 24:3 en Hand. 26:25.

Handelingen 23 vers 29

vragen hunner Zo spreekt hij als een heiden, alsof het de moeite niet waard ware hem over de geschillen in den Joodsen godsdienst enige moeite te maken. Doch God heeft dit zijn gevoelen gebruikt om Paulus uit de onrechtvaardige handen der Joden te verlossen.

Hertaald: vragen hunner Zo spreekt hij als een heiden, alsof het de moeite niet waard was hem over de geschillen in de Joodse godsdienst enige last te bezorgen. Maar God heeft deze opvatting van hem gebruikt om Paulus uit de onrechtvaardige handen van de Joden te verlossen.

Handelingen 23 vers 31

Antipatris Eene stad, gelegen aan de Middellandse zee tussen Joppe en Cesarea, omtrent zestien mijlen van Jeruzalem en acht van Cesarea, die van Herodes den Grote opgebouwd en gesterkt was, en naar zijn vader Antipatris genaamd; JosEf. Antiq. lib.16, cap.9.

Hertaald: Antipatris Een stad aan de Middellandse Zee, gelegen tussen Joppe en Cesarea, ongeveer zestien mijl van Jeruzalem en acht van Cesarea. Zij was door Herodes de Grote opgebouwd en versterkt en naar zijn vader Antipater genoemd; Josefus, Oudheden, boek 16, hoofdstuk 9.

Handelingen 23 vers 35

horen, als Of, ten volle horen, gelijk het Griekse woord medebrengt.

Hertaald: horen, als Of: ten volle horen, zoals het Griekse woord inhoudt.

rechthuis Grieks Praitorio; van het Latijnse woord Proetorium, hetwelk betekent een paleis des oppersten gebieders, hetzij prins, gouverneur, of veldoverste; gelijk te zien is Matt. 27:27 ; Marc. 15:16 ; Fil. 1:13 , waarin ook een bijzondere plaats was om recht te doen.

Hertaald: rechthuis Grieks: praitorio, van het Latijnse woord praetorium, dat het paleis aanduidt van de hoogste gezagsdrager, of dat nu een vorst, een gouverneur of een veldheer is; zoals te zien is in Matth. 27:27; Mark. 15:16; Filipp. 1:13. Daarin was ook een bijzondere ruimte om recht te spreken.

Heródes zou Het werd zo genaamd, omdat Herodes de Grote hetzelve aldaar gesticht had, toen hij deze stad, tevoren genaamd Stratonis toren, sterk maakte en naar den naam van den keizer Augustus Cesarea noemde.

Hertaald: Heródes zou Het werd zo genoemd omdat Herodes de Grote het daar gesticht had, toen hij deze stad, die eerder Toren van Strato heette, versterkte en naar keizer Augustus Cesarea noemde.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Claudius  — (Romeinse familienaam: kreupel)

Romeins keizer, onder wie de door Agabus voorzegde hongersnood plaatsvond (Hand. 11:28); hij vaardigde later ook een bevel uit dat alle Joden Rome moesten verlaten (Hand. 18:2).

Herodes (Agrippa I)  — (Griekse naam: heldhaftig geslacht)

Kleinzoon van Herodes de Grote, koning die Jakobus, de broer van Johannes, met het zwaard liet doden en ook Petrus gevangen zette, met de bedoeling hem na het paasfeest voor het volk te brengen; een engel bevrijdde Petrus echter wonderbaarlijk. Later werd Herodes, toen hij zich door het volk als een god liet toejuichen, door een engel des HEEREN geslagen en door wormen verteerd (Hand. 12:1-23). Niet dezelfde persoon als Herodes de Grote of Herodes Antipas.

Ananias (hogepriester)  — de HEERE is genadig

De hogepriester ten tijde van Paulus' gevangenneming te Jeruzalem; niet dezelfde persoon als de Ananias van Damaskus (Hand. 9) of de Ananias die samen met Saffira tegen de Heilige Geest loog (Hand. 5). Hij liet Paulus voor de Joodse Raad op de mond slaan (Hand. 23:2) en trad later zelf als aanklager tegen hem op voor de stadhouder Felix (Hand. 24:1).

Claudius Lysias  — Claudius (Latijn, mogelijk 'de mankende'); Lysias (Grieks, mogelijk 'verlosser', onzeker)

De Romeinse overste (chiliarch, bevelhebber over duizend man) te Jeruzalem, die Paulus uit de handen van de opgehitste menigte redde (Hand. 21:31-33) en hem later, nadat hij een moordaanslag had ontdekt, onder gewapend geleide naar de stadhouder Felix te Cesarea liet overbrengen. Zijn begeleidende brief aan Felix wordt in Handelingen 23:26-30 volledig weergegeven.

Felix  — de gelukkige, de voorspoedige

De Romeinse stadhouder van Judea voor wie Paulus terechtstond. Hij hield de rechtszaak twee jaar lang aan, mede in de hoop op steekpenningen van Paulus (Hand. 24:26), en liet Paulus bij zijn aftreden gevangen achter om de Joden ter wille te zijn (Hand. 24:27). Hij was getrouwd met Drusilla.

Saulus  — gevraagd, gebeden

Een jongeman uit Tarsen, aan wiens voeten de getuigen bij de steniging van Stefanus hun klederen legden; hij haalde welbehagen in diens dood en verwoestte daarna de gemeente, mannen en vrouwen gevangen nemend. Op weg naar Damaskus om ook daar christenen te vervolgen, verscheen hem de verhoogde Jezus in een fel licht; drie dagen blind, werd hij door Ananias genezen en gedoopt, en werd van vervolger een krachtig verkondiger dat Jezus de Christus is (Hand. 7:58; 8:1-3; 9:1-30); later bekend als de apostel Paulus.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Antipatris  — vernoemd naar Antipater, de vader van Herodes de Grote, die de stad stichtte

Ligging: Op ongeveer halverwege tussen Jeruzalem en Cesarea (reeds bestaand), aan de rand van de kustvlakte.

Geschiedenis: Hierheen werd Paulus, na een moordcomplot van meer dan veertig Joden tegen hem, 's nachts met een grote militaire escorte overgebracht op weg naar Cesarea, waar hij aan landvoogd Felix werd overgeleverd (Hand. 23:23-35).

Bijbelse betekenis: De buitengewone Romeinse bescherming die Paulus hier en op deze hele tocht kreeg — tweehonderd soldaten, zeventig ruiters en tweehonderd lansdragers voor één gevangene — toont hoe de HEERE Zijn dienstknecht, dwars door de vijandschap van zijn eigen volk heen, zelfs door de instrumenten van een heidense overheid beschermde om hem tenslotte, zoals beloofd, ook te Rome te doen getuigen (vgl. Hand. 23:11).

Archeologie: Geïdentificeerd met Tel Afek, waar opgravingen een Kanaänitisch/Israëlitisch bestuurscentrum en later een Romeinse vesting hebben blootgelegd — dezelfde plaats waarschijnlijk als het reeds bestaande Afek uit de tijd van Eli en Saul.

Recente inzichten: Tel Afek, in het Israëlische nationale park Yarkon.

Hand. 23:23-35

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Handelingen 23

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content