Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Handelingen 19

1 En het geschiedde, terwijl Apollos te Korinthe was, dat Paulus, de bovenste delen des lands doorreisd hebbende, te Efeze kwam; en enige discipelen aldaar vindende,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En het geschieddeG1096, terwijl ApollosG625 te KorintheG2882 was, dat PaulusG3972, de bovenste delenG3313 des lands doorreisdG1330 hebbende, te EfezeG2181 kwamG2064; en enigeG5100 discipelenG3101 aldaar vindendeG2147, En het geschiedde, terwijl Apollos te Korinthe was, dat Paulus, de bovenste delen des lands doorreisd hebbende, te Efeze kwam; en enige discipelen aldaar vindende,

KJV And2 it came to pass,1 that, while Apollos6 was3 at8 Corinth,9 Paul10 having passed11 through the upper13 coasts14 came15 to16 Ephesus:17 and18 finding19 certain20 disciples,

1 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 απολλω G625 Apollos Apollos 7 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 κορινθω G2882 Korinthe Corinth 10 παυλον G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 11 διελθοντα G1330 doorgegaan, doorgaande, doorgereisd come, depart, go (about, abroad, everywhere, over, through, throughout), pass (by, over, through, throughout), pierce through, travel, walk through 12 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ανωτερικα G510 upper 14 μερη G3313 deel, dele, delen behalf, course, coast, craft, particular (+ -ly), part (+ -ly), piece, portion, respect, side, some sort(-what) 15 ελθειν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 εφεσον G2181 Efeze Ephesus 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 ευρων G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 20 τινας G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 21 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Zeide hij tot hen: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, als gij geloofd hebt? En zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, of er een Heiligen Geest is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 ZeideG2036 hij totG4314 hen: Hebt gij den HeiligenG40 GeestG4151 ontvangenG2983, als gij geloofdG4100 hebt? EnG1161 zij zeidenG2036 totG4314 hemG846: Wij hebben zelfsG235 niet gehoordG191, ofG1487 er een HeiligenG40 GeestG4151 isG1510. Zeide hij tot hen: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, als gij geloofd hebt? En zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, of er een Heiligen Geest is.

KJV He said unto2 them,3 Have ye received7 the Holy6 Ghost5 since ye believed?8 And10 they said unto12 him,13 We have20 not so much as15 heard whether4 there be any Holy18 Ghost.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 5 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 6 αγιον G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 7 ελαβετε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 8 πιστευσαντες G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 15 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 16 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 17 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 18 αγιον G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 19 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 20 ηκουσαμεν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En hij zeide tot hen: Waarin zijt gij dan gedoopt? En zij zeiden: In den doop van Johannes.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En hij zeideG2036 totG4314 henG846: Waarin zijt gij dan gedooptG907? EnG1161 zij zeidenG2036: InG1519 den doopG908 van JohannesG2491. En hij zeide tot hen: Waarin zijt gij dan gedoopt? En zij zeiden: In den doop van Johannes.

KJV And2 he said unto3 them,4 Unto5 what6 then7 were ye baptized?8 And10 they said, Unto12 John's14 baptism.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 7 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 8 εβαπτισθητε G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ιωαννου G2491 Johannes John 15 βαπτισμα G908 doop baptism

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Maar Paulus zeide: Johannes heeft wel gedoopt den doop der bekering, zeggende tot het volk, dat zij geloven zouden in Dengene, Die na hem kwam, dat is, in Christus Jezus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 MaarG1161 PaulusG3972 zeideG2036: JohannesG2491 heeft wel gedooptG907 den doopG908 der bekeringG3341, zeggendeG3004 tot het volkG2992, dat zij gelovenG4100 zouden in Dengene, DieG3778 naG3326 hemG846 kwamG2064, dat isG1510, in ChristusG5547 JezusG2424. Maar Paulus zeide: Johannes heeft wel gedoopt den doop der bekering, zeggende tot het volk, dat zij geloven zouden in Dengene, Die na hem kwam, dat is, in Christus Jezus.

KJV Then2 said Paul,3 John4 verily5 baptized6 with the baptism7 of repentance,8 saying1 unto the people,10 that17 they should believe18 on12 him which should come14 after15 him,16 that is, on21 Christ23 Jesus.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 παυλος G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 4 ιωαννης G2491 Johannes John 5 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 6 εβαπτισεν G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 7 βαπτισμα G908 doop baptism 8 μετανοιας G3341 bekering, berouws repentance 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 λαω G2992 volk, volks, volke people 11 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ερχομενον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 15 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 16 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 18 πιστευσωσιν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 19 τουτ G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 20 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 21 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 22 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 χριστον G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 24 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En die hem hoorden werden gedoopt in den Naam van den Heere Jezus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG1161 die hem hoordenG191 werden gedooptG907 inG1519 den NaamG3686 van den HeereG2962 JezusG2424. En die hem hoorden werden gedoopt in den Naam van den Heere Jezus.

KJV When2 they heard1 this, they were baptized3 in4 the name6 of the Lord8 Jesus.

1 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εβαπτισθησαν G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En als Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken met vreemde talen, en profeteerden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En als PaulusG3972 hunG846 de handenG5495 opgelegdG2007 had, kwamG2064 de HeiligeG40 GeestG4151 opG1909 hen; en zij sprakenG2980 met vreemde talenG1100, enG2532 profeteerdenG4395. En als Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken met vreemde talen, en profeteerden.

KJV And1 when Paul5 had laid2 his hands7 upon them,3 the Holy12 Ghost10 came8 on13 them;14 and16 they spake15 with tongues,17 and18 prophesied.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επιθεντος G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 παυλου G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 6 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 χειρας G5495 handen, hand hand 8 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αγιον G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 13 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ελαλουν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 16 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 17 γλωσσαις G1100 talen, tong, taal tongue 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 προεφητευον G4395 profeteren, geprofeteerd, profeteert prophesy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En alle deze waren omtrent twaalf mannen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 EnG1161 alleG3956 deze warenG1510 omtrent twaalfG1177 mannenG435. En alle deze waren omtrent twaalf mannen.

KJV And2 all4 the men5 were about6 twelve.

1 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 5 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 6 ωσει G5616 als, gelijk; ongeveer about, as (it had been, it were), like (as) 7 δεκαδυο G1177 twaalf twelve
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En hij ging in de synagoge, en sprak vrijmoediglijk, drie maanden lang met hen handelende, en hun aanradende de zaken van het Koninkrijk Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En hij ging inG1519 de synagogeG4864, en sprak vrijmoediglijkG3955, drieG5140 maandenG3376 langG1909 met hen handelendeG1256, en hun aanradendeG3982 de zakenG4012 van het KoninkrijkG932 GodsG2316. En hij ging in de synagoge, en sprak vrijmoediglijk, drie maanden lang met hen handelende, en hun aanradende de zaken van het Koninkrijk Gods.

KJV And2 he went1 into3 the synagogue,5 and spake boldly6 for the space7 of three9 months,8 disputing10 and11 persuading12 the things concerning14 the kingdom16 of God.

1 εισελθων G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 συναγωγην G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 6 επαρρησιαζετο G3955 vrijmoedigheid, vrijmoediglijk spreken, vrijmoediglijk sprekende be (wax) bold, (preach, speak) boldly 7 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 8 μηνας G3376 maanden, maand month 9 τρεις G5140 drie, Drie three 10 διαλεγομενος G1256 handelde, handelende, sprak dispute, preach (unto), reason (with), speak 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 πειθων G3982 verzekerd, betrouwen, gehoorzaam agree, assure, believe, have confidence, be (wax) conflent, make friend, obey, persuade, trust, yield 13 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 15 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 βασιλειας G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Maar als sommigen verhard werden, en ongehoorzaam waren, kwaadsprekende van den weg des Heeren voor de menigte, week hij van hen, en scheidde de discipelen af, dagelijks handelende in de school van zekeren Tyrannus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 MaarG1161 alsG5613 sommigenG5100 verhardG4645 werden, en ongehoorzaamG544 waren, kwaadsprekendeG2551 van den wegG3598 des Heeren voor de menigteG4128, weekG868 hij vanG575 henG846, en scheiddeG873 de discipelenG3101 af, dagelijksG2596 handelendeG1256 inG1722 de schoolG4981 van zekerenG5100 TyrannusG5181. Maar als sommigen verhard werden, en ongehoorzaam waren, kwaadsprekende van den weg des Heeren voor de menigte, week hij van hen, en scheidde de discipelen af, dagelijks handelende in de school van zekeren Tyrannus.

Ook in dit vers [Heeren]G1799

KJV But2 when1 divers3 were hardened,4 and5 believed not,6 but spake evil7 of that way9 before10 the multitude,12 he departed13 from14 them,15 and separated16 the disciples,18 disputing21 daily19 in22 the school24 of one26 Tyrannus.

1 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 εσκληρυνοντο G4645 verhardt, verhard harden 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ηπειθουν G544 ongehoorzaam, ongehoorzamen not believe, disobedient, obey not, unbelieving 7 κακολογουντες G2551 vloekt, kwaadsprekende, kwalijk spreken curse, speak evil of 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 10 ενωπιον G1799 voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid van before, in the presence (sight) of, to 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πληθους G4128 menigte, hoop, menigten bundle, company, multitude 13 αποστας G868 week, wijken, Houdt depart, draw (fall) away, refrain, withdraw self 14 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 15 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 αφωρισεν G873 afgezonderd, afscheiden, scheidde divide, separate, sever 17 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 19 καθ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 20 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 21 διαλεγομενος G1256 handelde, handelende, sprak dispute, preach (unto), reason (with), speak 22 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 23 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 σχολη G4981 school school 25 τυραννου G5181 Tyrannus Tyrannus 26 τινος G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En dit geschiedde twee jaren lang, alzo dat allen, die in Azie woonden, het Woord van den Heere Jezus hoorden, beiden Joden en Grieken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En dit geschieddeG1096 tweeG1417 jarenG2094 langG1909, alzo dat allenG3956, die in AzieG773 woondenG2730, het WoordG3056 van den HeereG2962 JezusG2424 hoordenG191, beidenG5037 JodenG2453 en GriekenG1672. En dit geschiedde twee jaren lang, alzo dat allen, die in Azie woonden, het Woord van den Heere Jezus hoorden, beiden Joden en Grieken.

KJV And2 this continued3 by the space4 of two6 years;5 so7 that all8 they which dwelt in10 Asia12 heard13 the word15 of the Lord17 Jesus,18 both20 Jews19 and21 Greeks.

1 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 ετη G2094 jaren, jaar, lang year 6 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 7 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 8 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 κατοικουντας G2730 wonen, woont, woonden dwell(-er), inhabitant(-ter) 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ασιαν G773 Azie Asia 13 ακουσαι G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 18 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 19 ιουδαιους G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 20 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 ελληνας G1672 Grieken, Griek, Grieksen Gentile, Greek
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En God deed ongewone krachten door de handen van Paulus;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En GodG2316 deedG4160 ongewoneG3756 krachtenG1411 doorG1223 de handenG5495 van PaulusG3972; En God deed ongewone krachten door de handen van Paulus;

KJV And2 God8 wrought6 special3 miracles1 by9 the hands11 of Paul:

1 δυναμεις G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 2 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 3 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 4 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 τυχουσας G5177 verkrijgen, voorvalt, bezorgd be, chance, enjoy, little, obtain, X refresh…self, + special 6 εποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 9 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 χειρων G5495 handen, hand hand 12 παυλου G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Alzo dat ook van zijn lijf op de kranken gedragen werden de zweetdoeken of gordeldoeken, en dat de ziekten van hen weken, en de boze geesten van hen uitvoeren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Alzo dat ook vanG575 zijn lijfG5559 opG1909 de krankenG770 gedragenG2018 werden de zweetdoekenG4676 ofG2228 gordeldoekenG4612, en dat de ziektenG3554 vanG575 henG846 wekenG525, en de bozeG4190 geestenG4151 vanG575 henG846 uitvoerenG1831. Alzo dat ook van zijn lijf op de kranken gedragen werden de zweetdoeken of gordeldoeken, en dat de ziekten van hen weken, en de boze geesten van hen uitvoeren.

KJV So2 that from7 his10 body9 were brought6 unto3 the sick5 handkerchiefs11 or12 aprons,13 and14 the diseases19 departed15 from16 them,17 and21 the evil24 spirits22 went25 out of26 them.

1 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ασθενουντας G770 zwak, krank, kranken be diseased, impotent folk (man), (be) sick, (be, be made) weak 6 επιφερεσθαι G2018 brengen, brengt, gedragen add, bring (against), take 7 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 χρωτος G5559 lijf body 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 σουδαρια G4676 zweetdoek, zweetdoeken handkerchief, napkin 12 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 13 σιμικινθια G4612 gordeldoeken apron 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 απαλλασσεσθαι G525 verlossen, verlost, weken deliver, depart 16 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 17 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 νοσους G3554 ziekten, ziekte disease, infirmity, sickness 20 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 22 πνευματα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 23 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 πονηρα G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 25 εξερχεσθαι G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 26 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 27 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En sommigen van de omzwervende Joden, zijnde duivel bezweerders, hebben zich onderwonden den Naam van den Heere Jezus te noemen over degenen, die boze geesten hadden, zeggende: Wij bezweren u bij Jezus, Dien Paulus predikt!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG1161 sommigenG5100 vanG575 de omzwervendeG4022 JodenG2453, zijnde duivel bezweerdersG1845, hebben zich onderwondenG2021 den NaamG3686 van den HeereG2962 JezusG2424 te noemenG3687 overG1909 degenen, die bozeG4190 geestenG4151 haddenG2192, zeggendeG3004: Wij bezwerenG3726 uG4771 bij JezusG2424, DienG3739 PaulusG3972 prediktG2784! En sommigen van de omzwervende Joden, zijnde duivel bezweerders, hebben zich onderwonden den Naam van den Heere Jezus te noemen over degenen, die boze geesten hadden, zeggende: Wij bezweren u bij Jezus, Dien Paulus predikt!

KJV Then2 certain3 of4 the vagabond6 Jews,7 exorcists,8 took upon them1 to call9 over10 them which had12 evil16 spirits14 the name18 of the Lord20 Jesus,21 saying,22 We adjure23 you by Jesus26 whom27 Paul29 preacheth.

1 επεχειρησαν G2021 hand genomen, onderwonden, trachtten go about, take in hand (upon) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 περιερχομενων G4022 gewandeld, omgaan, omvoeren fetch a compass, vagabond, wandering about 7 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 8 εξορκιστων G1845 bezweerders exorcist 9 ονομαζειν G3687 genoemd, genaamd, noemde call, name 10 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 11 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 εχοντας G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 13 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πνευματα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 15 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πονηρα G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 21 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 22 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 23 ορκιζομεν G3726 bezweer, bezweren adjure, charge 24 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 25 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 27 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 28 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 παυλος G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 30 κηρυσσει G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Dezen nu waren zekere zeven zonen van Sceva, een Joodsen overpriester, die dit deden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Dezen nuG1161 warenG1510 zekereG5100 zevenG2033 zonenG5207 van ScevaG4630, een JoodsenG2453 overpriesterG749, die dit dedenG4160. Dezen nu waren zekere zeven zonen van Sceva, een Joodsen overpriester, die dit deden.

KJV And2 there were seven8 sons4 of one Sceva,5 a Jew,6 and chief of the priests,7 which did11 so.

1 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 υιοι G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 5 σκευα G4630 Sceva Sceva 6 ιουδαιου G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 7 αρχιερεως G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 8 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 ποιουντες G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Maar de boze geest, antwoordende, zeide: Jezus ken ik, en Paulus weet ik; maar gijlieden, wie zijt gij?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Maar de bozeG4190 geestG4151, antwoordendeG611, zeideG2036: JezusG2424 kenG1097 ik, en PaulusG3972 weet ik; maarG1161 gijlieden, wieG5101 zijtG1510 gij? Maar de boze geest, antwoordende, zeide: Jezus ken ik, en Paulus weet ik; maar gijlieden, wie zijt gij?

KJV And2 the evil6 spirit4 answered1 and said, Jesus9 I know,10 and11 Paul13 I know;14 but16 who17 are ye?

1 αποκριθεν G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πονηρον G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 γινωσκω G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 παυλον G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 14 επισταμαι G1987 weten, wetende know, understand 15 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 16 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 17 τινες G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 18 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En de mens, in welken de boze geest was, sprong op hen, en hen meester geworden zijnde, kreeg de overhand tegen hen, alzo dat zij naakt en gewond uit dat huis ontvloden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En de mensG444, inG1722 welkenG3739 de bozeG4190 geestG4151 wasG1510, sprongG2177 op hen, enG2532 hen meesterG2634 geworden zijnde, kreeg de overhandG2480 tegen henG846, alzo dat zij naaktG1131 enG2532 gewondG5135 uitG1537 dat huisG3624 ontvlodenG1628. En de mens, in welken de boze geest was, sprong op hen, en hen meester geworden zijnde, kreeg de overhand tegen hen, alzo dat zij naakt en gewond uit dat huis ontvloden.

KJV And1 the man6 in7 whom8 the evil13 spirit11 was leaped2 on3 them,4 and14 overcame15 them,16 and prevailed17 against18 them,19 so20 that they fled24 out of25 that28 house27 naked21 and22 wounded.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εφαλλομενος G2177 sprong leap on 3 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πονηρον G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 κατακυριευσας G2634 heerschappij voeren, heerschappij voerende, meester exercise dominion over (lordship), be lord over, overcome 16 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 ισχυσεν G2480 konden, kracht, Kunt be able, avail, can do(-not), could, be good, might, prevail, be of strength, be whole, + much work 18 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 19 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 21 γυμνους G1131 naakt, bloot, naakte naked 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 τετραυματισμενους G5135 gewond, verwondden wound 24 εκφυγειν G1628 ontvlieden, ontvloden, ontvlood escape, flee 25 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 26 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 οικου G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 28 εκεινου G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En dit werd allen bekend, beiden Joden en Grieken, die te Efeze woonden; en er viel een vreze over hen allen, en de Naam van den Heere Jezus werd groot gemaakt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En dit werdG1096 allenG3956 bekendG1110, beidenG5037 JodenG2453 en GriekenG1672, die te EfezeG2181 woondenG2730; en er vielG1968 een vrezeG5401 overG1909 henG846 allenG3956, en de NaamG3686 van den HeereG2962 JezusG2424 werd groot gemaakt. En dit werd allen bekend, beiden Joden en Grieken, die te Efeze woonden; en er viel een vreze over hen allen, en de Naam van den Heere Jezus werd groot gemaakt.

KJV And2 this was3 known4 to all5 the Jews6 and7 Greeks9 also8 dwelling11 at Ephesus;13 and14 fear16 fell15 on17 them19 all,18 and20 the name23 of the Lord25 Jesus26 was magnified.

1 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 γνωστον G1110 bekend, bekenden, kennelijk acquaintance, (which may be) known, notable 5 πασιν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 ιουδαιοις G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 7 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ελλησιν G1672 Grieken, Griek, Grieksen Gentile, Greek 10 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 κατοικουσιν G2730 wonen, woont, woonden dwell(-er), inhabitant(-ter) 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 εφεσον G2181 Efeze Ephesus 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 επεπεσεν G1968 viel, gevallen, vallende fall into (on, upon) lie on, press upon 16 φοβος G5401 vreze, vrees, schrik be afraid, + exceedingly, fear, terror 17 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 18 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 19 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 εμεγαλυνετο G3170 achting, bewezen, maakt enlarge, magnify, shew great 22 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 24 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 26 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En velen dergenen, die geloofden, kwamen, belijdende en verkondigende hun daden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En velenG4183 dergenen, die geloofdenG4100, kwamenG2064, belijdendeG1843 enG2532 verkondigendeG312 hunG846 dadenG4234. En velen dergenen, die geloofden, kwamen, belijdende en verkondigende hun daden.

KJV And2 many1 that believed4 came,5 and confessed,6 and7 shewed8 their11 deeds.

1 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 2 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 3 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πεπιστευκοτων G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 5 ηρχοντο G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 6 εξομολογουμενοι G1843 belijden, belijdende, dank confess, profess, promise 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 αναγγελλοντες G312 verkondigen, boodschapten, verkondigd declare, rehearse, report, show, speak, tell 9 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πραξεις G4234 daden, handel, werken deed, office, work 11 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Velen ook dergenen, die ijdele kunsten gepleegd hadden, brachten de boeken bijeen, en verbrandden ze in aller tegenwoordigheid; en berekenden de waarde derzelve, en bevonden vijftig duizend zilveren penningen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 VelenG2425 ookG2532 dergenen, die ijdeleG4021 kunsten gepleegdG4238 hadden, brachtenG4851 de boekenG976 bijeenG4851, en verbranddenG2618 ze in allerG3956 tegenwoordigheidG1799; en berekendenG4860 de waardeG5092 derzelve, en bevondenG2147 vijftigG4002 duizendG3461 zilverenG694 penningen. Velen ook dergenen, die ijdele kunsten gepleegd hadden, brachten de boeken bijeen, en verbrandden ze in aller tegenwoordigheid; en berekenden de waarde derzelve, en bevonden vijftig duizend zilveren penningen.

KJV Many1 of them also2 which used6 curious arts5 brought7 their books9 together, and burned them10 before11 all12 men: and13 they counted14 the price16 of them,17 and18 found19 it fifty22 thousand21 pieces of silver.

1 ικανοι G2425 vele, waardig, langen able, + content, enough, good, great, large, long (while), many, meet, much, security, sore, sufficient, worthy 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 περιεργα G4021 ijdele busybody, curious arts 6 πραξαντων G4238 doen, bedrijven, volbrengen; eisen commit, deeds, do, exact, keep, require, use arts 7 συνενεγκαντες G4851 nut, oorbaar, voordeel be better for, bring together, be expedient (for), be good, (be) profit(-able for) 8 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 βιβλους G976 boek, boeken, boeks book 10 κατεκαιον G2618 verbrand, verbranden, verbrandden burn (up, utterly) 11 ενωπιον G1799 voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid van before, in the presence (sight) of, to 12 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 συνεψηφισαν G4860 berekenden reckon 15 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 τιμας G5092 eer, prijs, ere honour, precious, price, some 17 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 ευρον G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 20 αργυριου G694 geld, zilveren, gelds money, (piece of) silver (piece) 21 μυριαδας G3461 duizenden, tien duizenden, duizend ten thousand 22 πεντε G4002 vijf, Vijf, vijftig five
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Alzo wies het Woord des Heeren met macht, en nam de overhand.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 AlzoG3779 wiesG837 het WoordG3056 des HeerenG2962 met machtG2904, enG2532 nam de overhandG2480. Alzo wies het Woord des Heeren met macht, en nam de overhand.

KJV So1 mightily2 grew8 the word5 of God7 and9 prevailed.

1 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 2 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 3 κρατος G2904 kracht, macht, sterkte dominion, might(-ily), power, strength 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 8 ηυξανεν G837 wies, wassen, opwassen grow (up), (give the) increase 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ισχυεν G2480 konden, kracht, Kunt be able, avail, can do(-not), could, be good, might, prevail, be of strength, be whole, + much work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En als deze dingen volbracht waren, nam Paulus voor in den Geest, Macedonie en Achaje doorgegaan hebbende, naar Jeruzalem te reizen, zeggende: Nadat ik aldaar zal geweest zijn, moet ik ook Rome zien.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En alsG5613 dezeG3778 dingen volbrachtG4137 waren, namG5087 PaulusG3972 voor in den GeestG4151, MacedonieG3109 en AchajeG882 doorgegaanG1330 hebbende, naarG1519 JeruzalemG2419 te reizenG4198, zeggendeG2036: NadatG3326 ik aldaar zal geweestG1096 zijn, moetG1163 ikG1473 ookG2532 RomeG4516 zienG1492. En als deze dingen volbracht waren, nam Paulus voor in den Geest, Macedonie en Achaje doorgegaan hebbende, naar Jeruzalem te reizen, zeggende: Nadat ik aldaar zal geweest zijn, moet ik ook Rome zien.

KJV After2 these things were ended,3 Paul7 purposed5 in8 the spirit,10 when he had passed through11 Macedonia13 and14 Achaia,15 to go16 to17 Jerusalem,18 saying, After20 I have been23 there,25 I must26 also28 see Rome.

1 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επληρωθη G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 4 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 εθετο G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 παυλος G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 11 διελθων G1330 doorgegaan, doorgaande, doorgereisd come, depart, go (about, abroad, everywhere, over, through, throughout), pass (by, over, through, throughout), pierce through, travel, walk through 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μακεδονιαν G3109 Macedonie Macedonia 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 αχαιαν G882 Achaje Achaia 16 πορευεσθαι G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 17 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 18 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 19 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 20 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 21 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 22 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 γενεσθαι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 24 με G1473 mij, ik I, me 25 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 26 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 27 με G1473 mij, ik I, me 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 ρωμην G4516 Rome Rome 30 ιδειν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En als hij naar Macedonie gezonden had twee van degenen, die hem dienden, namelijk Timotheus en Erastus, bleef hij zelf een tijd lang in Azie.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En als hij naarG1519 MacedonieG3109 gezondenG649 had tweeG1417 van degenen, die hem diendenG1247, namelijk TimotheusG5095 en ErastusG2037, bleefG1907 hij zelfG846 een tijdG5550 lang in AzieG773. En als hij naar Macedonie gezonden had twee van degenen, die hem dienden, namelijk Timotheus en Erastus, bleef hij zelf een tijd lang in Azie.

KJV So2 he sent1 into3 Macedonia5 two6 of them that ministered8 unto him,9 Timotheus10 and11 Erastus;12 but he himself13 stayed14 in16 Asia18 for a season.

1 αποστειλας G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μακεδονιαν G3109 Macedonie Macedonia 6 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 7 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 διακονουντων G1247 dienen, dient, gediend (ad-)minister (unto), serve, use the office of a deacon 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 τιμοθεον G5095 Timotheus Timotheus, Timothy 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 εραστον G2037 Erastus Erastus 13 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 επεσχεν G1907 Voorhoudende, aanmerkende, acht give (take) heed unto, hold forth, mark, stay 15 χρονον G5550 tijd, tijden, tijds + years old, season, space, (X often-)time(-s), (a) while 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ασιαν G773 Azie Asia
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Maar op dienzelfden tijd ontstond er geen kleine beroerte, vanwege den weg des Heeren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 MaarG1161 opG2596 dienzelfden tijdG2540 ontstondG1096 er geenG3756 kleineG3641 beroerteG5017, vanwege den wegG3598 des Heeren. Maar op dienzelfden tijd ontstond er geen kleine beroerte, vanwege den weg des Heeren.

KJV And2 the same6 time5 there arose1 no8 small9 stir7 about10 that way.

1 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 καιρον G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 6 εκεινον G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 7 ταραχος G5017 beroerte stir 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 ολιγος G3641 weinig, weinige, weinigen + almost, brief(-ly), few, (a) little, + long, a season, short, small, a while 10 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 οδου G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Want een, met name Demetrius, een zilversmid, die kleine zilveren tempelen van Diana maakte, bracht dien van die kunst geen klein gewin toe;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 WantG1063 een, met nameG3686 DemetriusG1216, een zilversmidG695, die kleine zilverenG693 tempelenG3485 van DianaG735 maakteG4160, brachtG3930 dien van die kunstG5079 geenG3756 kleinG3641 gewinG2039 toe; Want een, met name Demetrius, een zilversmid, die kleine zilveren tempelen van Diana maakte, bracht dien van die kunst geen klein gewin toe;

KJV For2 a certain3 man named4 Demetrius,1 a silversmith,5 which made6 silver8 shrines7 for Diana,9 brought10 no14 small15 gain13 unto the craftsmen;

1 δημητριος G1216 Demetrius Demetrius 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 5 αργυροκοπος G695 zilversmid silversmith 6 ποιων G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 7 ναους G3485 tempel, tempels, tempelen shrine, temple 8 αργυρους G693 zilveren (of) silver 9 αρτεμιδος G735 Diana Diana 10 παρειχετο G3930 Betoon, bewezen, biedt bring, do, give, keep, minister, offer, shew, + trouble 11 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 τεχνιταις G5079 kunst, Kunstenaar, kunstenaar builder, craftsman 13 εργασιαν G2039 gewin, bedrijven, gewins craft, diligence, gain, work 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 ολιγην G3641 weinig, weinige, weinigen + almost, brief(-ly), few, (a) little, + long, a season, short, small, a while
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Welke hij samenvergaderd hebbende, met de handwerkers van dergelijke dingen, zeide: Mannen, gij weet, dat wij uit dit gewin onze welvaart hebben;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 WelkeG3739 hij samenvergaderdG4867 hebbende, met de handwerkersG2040 vanG4012 dergelijke dingen, zeideG2036: MannenG435, gij weet, dat wij uitG1537 ditG3778 gewinG2039 onze welvaartG2142 hebben; Welke hij samenvergaderd hebbende, met de handwerkers van dergelijke dingen, zeide: Mannen, gij weet, dat wij uit dit gewin onze welvaart hebben;

KJV Whom1 he called together2 with the workmen8 of5 like occupation,7 and3 said, Sirs,10 ye know11 that12 by13 this craft16 we have our wealth.

1 ους G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 συναθροισας G4867 samenvergaderd call (gather) together 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 6 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 τοιαυτα G5108 zodanige, zodanigen, zodanig like, such (an one) 8 εργατας G2040 arbeiders, arbeider, handwerkers labourer, worker(-men) 9 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 11 επιστασθε G1987 weten, wetende know, understand 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 14 ταυτης G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 εργασιας G2039 gewin, bedrijven, gewins craft, diligence, gain, work 17 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ευπορια G2142 welvaart wealth 19 ημων G1473 mij, ik I, me 20 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En gij ziet en hoort, dat deze Paulus veel volk, niet alleen van Efeze, maar ook bijna van geheel Azie, overreed en afgekeerd heeft, zeggende, dat het geen goden zijn, die met handen gemaakt worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 EnG2532 gij ziet enG2532 hoortG191, dat deze PaulusG3972 veelG2425 volkG3793, nietG3756 alleen van EfezeG2181, maarG235 ook bijnaG4975 van geheelG3956 AzieG773, overreedG3982 en afgekeerdG3179 heeft, zeggendeG3004, dat het geenG3756 godenG2316 zijnG1510, die met handenG5495 gemaakt wordenG1096. En gij ziet en hoort, dat deze Paulus veel volk, niet alleen van Efeze, maar ook bijna van geheel Azie, overreed en afgekeerd heeft, zeggende, dat het geen goden zijn, die met handen gemaakt worden.

KJV Moreover1 ye see2 and3 hear,4 that5 not6 alone7 at Ephesus,8 but9 almost10 throughout all11 Asia,13 this16 Paul15 hath persuaded17 and turned away18 much19 people,20 saying21 that22 they be no23 gods,25 which12 are made29 with27 hands:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 θεωρειτε G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ακουετε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 μονον G3440 alleen, slechts alone, but, only 8 εφεσου G2181 Efeze Ephesus 9 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 10 σχεδον G4975 bijna almost 11 πασης G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ασιας G773 Azie Asia 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 παυλος G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 16 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 17 πεισας G3982 verzekerd, betrouwen, gehoorzaam agree, assure, believe, have confidence, be (wax) conflent, make friend, obey, persuade, trust, yield 18 μετεστησεν G3179 afgezet, afgekeerd, overgezet put out, remove, translate, turn away 19 ικανον G2425 vele, waardig, langen able, + content, enough, good, great, large, long (while), many, meet, much, security, sore, sufficient, worthy 20 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 21 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 22 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 23 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 24 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 25 θεοι G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 26 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 28 χειρων G5495 handen, hand hand 29 γινομενοι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En wij zijn niet alleen in gevaar, dat dit deel in verachting kome, maar dat ook de tempel van de grote godin Diana als niets geacht zal worden, en dat ook haar majesteit zal ten ondergaan, aan welke gans Azie en de gehele wereld godsdienst bewijst.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En wij zijn nietG3756 alleen in gevaarG2793, dat ditG3778 deelG3313 inG1519 verachtingG557 komeG2064, maar dat ookG2532 de tempelG2411 van de groteG3173 godinG2299 DianaG735 als nietsG3762 geachtG3049 zal worden, en dat ookG2532 haarG846 majesteitG3168 zal ten ondergaanG2507, aan welkeG3739 gansG3650 AzieG773 en de gehele wereldG3625 godsdienstG4576 bewijst. En wij zijn niet alleen in gevaar, dat dit deel in verachting kome, maar dat ook de tempel van de grote godin Diana als niets geacht zal worden, en dat ook haar majesteit zal ten ondergaan, aan welke gans Azie en de gehele wereld godsdienst bewijst.

KJV So3 that not1 only2 this our craft8 is in danger5 to be set11 at9 nought;10 but12 also13 that the temple19 of the great16 goddess17 Diana18 should be despised,20 and25 her33 magnificence32 should23 be destroyed,30 whom34 all35 Asia37 and29 the world40 worshippeth.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 μονον G3440 alleen, slechts alone, but, only 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 κινδυνευει G2793 gevaar, waters nood, staan gevaar be in danger, be (stand) in jeopardy 6 ημιν G1473 mij, ik I, me 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μερος G3313 deel, dele, delen behalf, course, coast, craft, particular (+ -ly), part (+ -ly), piece, portion, respect, side, some sort(-what) 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 απελεγμον G557 verachting nought 11 ελθειν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 12 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 μεγαλης G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 17 θεας G2299 godin goddess 18 αρτεμιδος G735 Diana Diana 19 ιερον G2411 tempel, tempels, heilige temple 20 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 21 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 22 λογισθηναι G3049 gerekend, toegerekend, acht conclude, (ac-)count (of), + despise, esteem, impute, lay, number, reason, reckon, suppose, think (on) 23 μελλειν G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 25 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 27 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 29 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 30 καθαιρεισθαι G2507 afgenomen, afbreken, afgetrokken cast (pull, put, take) down, destroy 31 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 μεγαλειοτητα G3168 majesteit, grootdadigheid magnificence, majesty, mighty power 33 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 34 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 35 ολη G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 36 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 37 ασια G773 Azie Asia 38 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 39 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 40 οικουμενη G3625 wereld, aardbodem, aardrijk earth, world 41 σεβεται G4576 godsdienstige, diende, eren devout, religious, worship
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Als zij nu dit hoorden, werden zij vol van toornigheid, en riepen, zeggende: Groot is de Diana de Efezeren!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Als zij nuG1161 dit hoordenG191, werdenG1096 zij volG4134 van toornigheidG2372, en riepenG2896, zeggendeG3004: GrootG3173 is de DianaG735 de EfezerenG2180! Als zij nu dit hoorden, werden zij vol van toornigheid, en riepen, zeggende: Groot is de Diana de Efezeren!

KJV And2 when they heard1 these sayings, they were4 full5 of wrath,6 and3 cried out,7 saying,8 Great9 is Diana11 of the Ephesians.

1 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 γενομενοι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 5 πληρεις G4134 vol, volle full 6 θυμου G2372 toorn, toorns, toornigheid fierceness, indignation, wrath 7 εκραζον G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 8 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 10 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αρτεμις G735 Diana Diana 12 εφεσιων G2180 Efezeren, Efeze, Efezier Ephesian, of Ephesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En de gehele stad werd vol verwarring; en zij liepen met een gedruis eendrachtelijk naar de schouwplaats, met zich trekkende Gajus en Aristarchus, Macedoniers, metgezellen van Paulus op de reis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En de gehele stadG4172 werd volG4130 verwarringG4799; en zij liepen met een gedruis eendrachtelijkG3661 naarG1519 de schouwplaatsG2302, met zich trekkendeG4884 GajusG1050 enG2532 AristarchusG708, MacedoniersG3110, metgezellenG4898 van PaulusG3972 op de reisG4898. En de gehele stad werd vol verwarring; en zij liepen met een gedruis eendrachtelijk naar de schouwplaats, met zich trekkende Gajus en Aristarchus, Macedoniers, metgezellen van Paulus op de reis.

Ook in dit vers liepen gedruisG3729

KJV And1 the whole5 city4 was filled2 with confusion:6 and8 having caught13 Gaius14 and15 Aristarchus,16 men of Macedonia,17 Paul's20 companions in travel,18 they rushed7 with one accord9 into10 the theatre.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επλησθη G4130 vervuld, vulden, gevuld accomplish, full (…come), furnish 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πολις G4172 stad, steden city 5 ολη G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 6 συγχυσεως G4799 verwarring confusion 7 ωρμησαν G3729 stortte, liepen gedruis, vielen run (violently), rush 8 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 9 ομοθυμαδον G3661 eendrachtelijk with one accord (mind) 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θεατρον G2302 schouwplaats, schouwspel spectacle, theatre 13 συναρπασαντες G4884 bevangen, grepen, trekkende catch 14 γαιον G1050 Gajus Gaius 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 αρισταρχον G708 Aristarchus Aristarchus 17 μακεδονας G3110 Macedoniers, Macedonier, Macedonisch of Macedonia, Macedonian 18 συνεκδημους G4898 metgezellen, reis, reizen companion in travel, travel with 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 παυλου G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En als Paulus tot het volk wilde ingaan, lieten het hem de discipelen niet toe.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 EnG1161 als PaulusG3972 totG1519 het volkG1218 wildeG1014 ingaanG1525, lietenG1439 het hemG846 de discipelenG3101 nietG3756 toe. En als Paulus tot het volk wilde ingaan, lieten het hem de discipelen niet toe.

KJV And2 when4 Paul3 would have entered5 in6 unto the people,8 the disciples13 suffered10 him11 not.

1 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 παυλου G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 4 βουλομενου G1014 wil, willende, wilde be disposed, minded, intend, list, (be, of own) will (-ing) 5 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δημον G1218 volk people 9 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 ειων G1439 laten, liet, lieten commit, leave, let (alone), suffer 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En sommigen ook der oversten van Azie, die hem vrienden waren, zonden tot hem, en baden, dat hij zichzelven op de schouwplaats niet zou begeven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En sommigenG5100 ookG2532 der oversten van Azie, die hemG846 vriendenG5384 warenG1510, zondenG3992 totG4314 hemG846, en badenG3870, dat hij zichzelvenG1438 opG1519 de schouwplaatsG2302 nietG3361 zou begevenG1325. En sommigen ook der oversten van Azie, die hem vrienden waren, zonden tot hem, en baden, dat hij zichzelven op de schouwplaats niet zou begeven.

Ook in dit vers oversten AzieG775

KJV And2 certain1 of the chief of Asia,5 which were his7 friends,8 sent9 unto10 him,11 desiring12 him that he would14 not13 adventure himself15 into16 the theatre.

1 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ασιαρχων G775 oversten Azie chief of Asia 6 οντες G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 φιλοι G5384 vrienden, vriend, Vriend friend 9 πεμψαντες G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 10 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 παρεκαλουν G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 13 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 14 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 15 εαυτον G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θεατρον G2302 schouwplaats, schouwspel spectacle, theatre
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Zij riepen dan de ene dit, de andere wat anders; want de vergadering was verward en het meerder deel wist niet, om wat oorzaak zij samengekomen waren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 Zij riepenG2896 danG3767 de ene dit, de andere wat andersG243; wantG1063 de vergaderingG1577 was verwardG4797 enG2532 het meerderG4119 deel wistG1492 nietG3756, om watG5101 oorzaakG1752 zij samengekomenG4905 waren. Zij riepen dan de ene dit, de andere wat anders; want de vergadering was verward en het meerder deel wist niet, om wat oorzaak zij samengekomen waren.

KJV Some1 therefore3 cried6 one thing,5 and some another:4 for8 the assembly10 was confused;11 and12 the more part knew16 not15 wherefore17 they were come together.

1 αλλοι G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 4 αλλο G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 5 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 6 εκραζον G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 7 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 9 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εκκλησια G1577 Gemeente, Gemeenten, gemeente assembly, church 11 συγκεχυμενη G4797 beroerd, beroerden, overtuigde confound, confuse, stir up, be in an uproar 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πλειους G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 15 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 ηδεισαν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 17 τινος G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 18 ενεκεν G1752 wil, aanzien, oorzaak because, for (cause, sake), (where-)fore, by reason of, that 19 συνεληλυθεισαν G4905 samengekomen, samenkomt, samen accompany, assemble (with), come (together), come (company, go) with, resort

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En zij deden Alexander uit de schare voortkomen, alzo hem de Joden voortstieten. En Alexander gewenkt hebbende met de hand, wilde bij het volk verantwoording doen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En zij deden AlexanderG223 uitG1537 de schareG3793 voortkomenG4264, alzo hemG846 de JodenG2453 voortstietenG4261. EnG1161 AlexanderG223 gewenktG2678 hebbende met de handG5495, wildeG2309 bij het volkG1218 verantwoordingG626 doen. En zij deden Alexander uit de schare voortkomen, alzo hem de Joden voortstieten. En Alexander gewenkt hebbende met de hand, wilde bij het volk verantwoording doen.

KJV And2 they drew5 Alexander6 out of1 the multitude,4 the Jews14 putting8 him12 forward.10 And16 Alexander17 beckoned18 with the hand,20 and would21 have made his defence22 unto the people.

1 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οχλου G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 5 προεβιβασαν G4264 tevoren onderricht, voortkomen draw, before instruct 6 αλεξανδρον G223 Alexander Alexander 8 προβαλοντων G4261 uitspruiten, voortstieten put forward, shoot forth 10 προβαλλοντων G4261 uitspruiten, voortstieten put forward, shoot forth 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 17 αλεξανδρος G223 Alexander Alexander 18 κατασεισας G2678 gewenkt, wenkte beckon 19 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 χειρα G5495 handen, hand hand 21 ηθελεν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 22 απολογεισθαι G626 verantwoording, verantwoorden, ontschuldigende answer (for self), make defence, excuse (self), speak for self 23 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 δημω G1218 volk people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Maar als zij verstonden, dat hij een Jood was, werd er een stem van allen, roepende omtrent twee uren lang: Groot is de Diana der Efezeren!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 MaarG1161 alsG5613 zij verstondenG1921, datG3754 hij een JoodG2453 was, werdG1096 er een stemG5456 vanG1537 allenG3956, roependeG2896 omtrent tweeG1417 urenG5610 langG1909: GrootG3173 is de DianaG735 der EfezerenG2180! Maar als zij verstonden, dat hij een Jood was, werd er een stem van allen, roepende omtrent twee uren lang: Groot is de Diana der Efezeren!

KJV But2 when they knew1 that3 he was a Jew,4 all10 with9 one voice6 about11 the space12 of two14 hours13 cried out,15 Great16 is Diana18 of the Ephesians.

1 επιγνοντων G1921 kenden, bekennende, gekend (ac-, have, take)know(-ledge, well), perceive 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ιουδαιος G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 5 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 φωνη G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 7 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 8 μια G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 9 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 10 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 11 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 12 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 ωρας G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 14 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 15 κραζοντων G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 16 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 17 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 αρτεμις G735 Diana Diana 19 εφεσιων G2180 Efezeren, Efeze, Efezier Ephesian, of Ephesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En als de stads schrijver de schare gestild had, zeide hij: Gij mannen van Efeze! wat mens is er toch, die niet weet, dat de stad der Efezeren de kerkbewaarster zij van de grote godin Diana, en van het beeld, dat uit den hemel gevallen is?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En als de stads schrijverG1122 de schareG3793 gestildG2687 had, zeideG5346 hij: Gij mannenG435 van EfezeG2180! wat mensG444 isG1510 er toch, dieG3739 nietG3756 weet, dat de stadG4172 der EfezerenG2180 de kerkbewaarsterG3511 zijG1510 van de groteG3173 godinG2299 DianaG735, en van het beeld, dat uit den hemel gevallenG1356 is? En als de stads schrijver de schare gestild had, zeide hij: Gij mannen van Efeze! wat mens is er toch, die niet weet, dat de stad der Efezeren de kerkbewaarster zij van de grote godin Diana, en van het beeld, dat uit den hemel gevallen is?

KJV And2 when the townclerk4 had appeased1 the people,6 he said,7 Ye men8 of Ephesus,9 what10 man13 is there that14 knoweth16 not15 how that the city19 of the Ephesians18 is a worshipper20 of the great23 goddess24 Diana,25 and26 of the image which fell down from Jupiter?

1 καταστειλας G2687 gestild, stil appease, quiet 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 γραμματευς G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 7 φησιν G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 8 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 9 εφεσιοι G2180 Efezeren, Efeze, Efezier Ephesian, of Ephesus 10 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 11 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 14 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 γινωσκει G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 17 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 εφεσιων G2180 Efezeren, Efeze, Efezier Ephesian, of Ephesus 19 πολιν G4172 stad, steden city 20 νεωκορον G3511 kerkbewaarster worshipper 21 ουσαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 22 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 μεγαλης G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 24 θεας G2299 godin goddess 25 αρτεμιδος G735 Diana Diana 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 διοπετους G1356 hemel gevallen which fell down from Jupiter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Dewijl dan deze dingen onwedersprekelijk zijn, zo is het behoorlijk dat gij stil zijt, en niets onbedachts doet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Dewijl dan deze dingen onwedersprekelijkG368 zijn, zoG3767 is het behoorlijkG1163 dat gijG4771 stilG2687 zijt, enG2532 nietsG3367 onbedachtsG4312 doet. Dewijl dan deze dingen onwedersprekelijk zijn, zo is het behoorlijk dat gij stil zijt, en niets onbedachts doet.

KJV Seeing then2 that these things cannot be spoken against,1 ye ought5 to be9 quiet,8 and10 to do13 nothing11 rashly.

1 αναντιρρητων G368 onwedersprekelijk cannot be spoken against 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 οντων G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 δεον G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 6 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 8 κατεσταλμενους G2687 gestild, stil appease, quiet 9 υπαρχειν G5225 zijn, bestaan, aanwezig zijn; bezitting after, behave, live 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 μηδεν G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 12 προπετες G4312 onbedachts, roekeloos heady, rash(-ly) 13 πραττειν G4238 doen, bedrijven, volbrengen; eisen commit, deeds, do, exact, keep, require, use arts
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Want gij hebt deze mannen hier gebracht, die noch kerkrovers zijn, noch uw godin lasteren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 WantG1063 gijG4771 hebt deze mannenG435 hier gebrachtG71, die noch kerkroversG2417 zijn, noch uw godinG2299 lasterenG987. Want gij hebt deze mannen hier gebracht, die noch kerkrovers zijn, noch uw godin lasteren.

KJV For2 ye have brought hither1 these men,4 which are neither6 robbers of churches,7 nor yet8 blasphemers9 of your goddess.

1 ηγαγετε G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ανδρας G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 5 τουτους G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 6 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 7 ιεροσυλους G2417 kerkrovers robber of churches 8 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 9 βλασφημουντας G987 gelasterd, lasteren, lasterden (speak) blaspheme(-er, -mously, -my), defame, rail on, revile, speak evil 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεαν G2299 godin goddess 12 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Indien dan nu Demetrius, en die met hem van de kunst zijn, tegen iemand enige zaak hebben, de rechtsdagen worden gehouden, en er zijn stadhouders; laat hen elkander verklagen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 IndienG1487 dan nu DemetriusG1216, enG2532 die met hemG846 van de kunstG5079 zijn, tegen iemandG5100 enige zaakG3056 hebbenG2192, de rechtsdagenG60 worden gehouden, enG2532 er zijnG1510 stadhoudersG446; laat hen elkanderG240 verklagenG1458. Indien dan nu Demetrius, en die met hem van de kunst zijn, tegen iemand enige zaak hebben, de rechtsdagen worden gehouden, en er zijn stadhouders; laat hen elkander verklagen.

Ook in dit vers totG4314

KJV Wherefore2 if1 Demetrius,4 and5 the craftsmen9 which are with7 him,8 have13 a matter12 against10 any man,11 the law14 is open,15 and16 there are deputies:17 let them implead19 one another.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 4 δημητριος G1216 Demetrius Demetrius 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 συν G4862 met, samen met beside, with 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 τεχνιται G5079 kunst, Kunstenaar, kunstenaar builder, craftsman 10 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 11 τινα G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 12 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 13 εχουσιν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 14 αγοραιοι G60 marktboeven, rechtsdagen baser sort, low 15 αγονται G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ανθυπατοι G446 stadhouder, stadhouders deputy 18 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 εγκαλειτωσαν G1458 beschuldigd, beschuldigden, beschuldiging accuse, call in question, implead, lay to the charge 20 αλληλοις G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En indien gij iets van andere dingen verzoekt, dat zal in een wettelijke vergadering beslecht worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 EnG1161 indienG1487 gij ietsG5100 vanG4012 andere dingen verzoektG1934, dat zal inG1722 een wettelijkeG1772 vergaderingG1577 beslechtG1956 worden. En indien gij iets van andere dingen verzoekt, dat zal in een wettelijke vergadering beslecht worden.

KJV But2 if1 ye enquire6 any thing3 concerning4 other matters,5 it shall be determined11 in7 a lawful9 assembly.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 5 ετερων G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 6 επιζητειτε G1934 verzoekt, zoeken, zoek desire, enquire, seek (after, for) 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 εννομω G1772 wettelijke lawful, under law 10 εκκλησια G1577 Gemeente, Gemeenten, gemeente assembly, church 11 επιλυθησεται G1956 beslecht, verklaarde determine, expound
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Want wij staan in gevaar, dat wij van oproer zullen verklaagd worden om den dag van heden, alzo er geen oorzaak is, waardoor wij reden zullen kunnen geven van deze oploop. En dit gezegd hebbende, liet hij de vergadering gaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 WantG1063 wij staan in gevaarG2793, dat wij van oproerG4714 zullen verklaagdG1458 worden om den dag van hedenG4594, alzo er geen oorzaakG158 is, waardoorG4012 wij redenG3056 zullen kunnen geven van deze oploopG4963. EnG2532 dit gezegd hebbende, liet hij de vergadering gaan. Want wij staan in gevaar, dat wij van oproer zullen verklaagd worden om den dag van heden, alzo er geen oorzaak is, waardoor wij reden zullen kunnen geven van deze oploop. En dit gezegd hebbende, liet hij de vergadering gaan.

KJV For2 we are in danger3 to be called in question4 for6 this day's8 uproar,5 there being11 no9 cause whereby12 we may14 give15 an account16 of this concourse.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 κινδυνευομεν G2793 gevaar, waters nood, staan gevaar be in danger, be (stand) in jeopardy 4 εγκαλεισθαι G1458 beschuldigd, beschuldigden, beschuldiging accuse, call in question, implead, lay to the charge 5 στασεως G4714 oproer, tweedracht, stand dissension, insurrection, X standing, uproar 6 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 σημερον G4594 heden, Heden, huidigen this (to-)day 9 μηδενος G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 10 αιτιου G159 oorzaak author 11 υπαρχοντος G5225 zijn, bestaan, aanwezig zijn; bezitting after, behave, live 12 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 13 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 δυνησομεθα G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 15 αποδουναι G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 16 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 17 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 συστροφης G4963 oploop, samenrotting + band together, concourse 19 ταυτης G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
De bibliotheek van Celsus te Efeze De monumentale bibliotheek van Celsus, een van de best bewaarde gebouwen van het opgegraven Efeze, waar Paulus ruim twee jaar arbeidde.
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Handelingen 19:1 1 Korinthe 16:12 Handelingen 18:1 1 Korinthe 1:12 1 Korinthe 3:4 Handelingen 18:23 Handelingen 18:19
Handelingen 19:2 Johannes 7:39 Handelingen 11:15 Handelingen 19:5 Handelingen 2:38 Romeinen 1:11 1 Samuël 3:7 Handelingen 10:44 1 Korinthe 6:19
Handelingen 19:3 Handelingen 18:25 Mattheüs 28:19 Lukas 3:1 Handelingen 8:16 1 Korinthe 12:13 Mattheüs 3:1
Handelingen 19:4 Johannes 1:27 Johannes 1:7 Johannes 1:29 Johannes 5:33 Mattheüs 3:11 Handelingen 1:5 Johannes 3:28 Johannes 1:15
Handelingen 19:5 Handelingen 8:16 Handelingen 8:12 1 Korinthe 10:2 Handelingen 2:38 Handelingen 10:48 1 Korinthe 1:13 Romeinen 6:3
Handelingen 19:6 Handelingen 2:4 Handelingen 6:6 Markus 16:17 Handelingen 9:17 1 Timotheüs 5:22 Handelingen 13:1 1 Korinthe 12:28 1 Korinthe 12:8
Handelingen 19:8 Handelingen 1:3 Handelingen 28:23 Handelingen 13:46 Handelingen 26:22 Handelingen 18:19 Handelingen 13:14 Handelingen 9:20 Handelingen 17:1
Handelingen 19:9 Handelingen 19:23 Handelingen 9:2 Handelingen 14:4 Handelingen 13:45 Handelingen 19:30 Handelingen 17:4 Psalmen 95:8 Mattheüs 16:4
Handelingen 19:10 Handelingen 20:31 Handelingen 16:6 2 Timotheüs 1:15 Galaten 3:28 Handelingen 20:18 Handelingen 20:20 Handelingen 18:11 Romeinen 10:12
Handelingen 19:11 Handelingen 5:12 Romeinen 15:18 Hebreeën 2:4 Handelingen 16:18 Markus 16:17 Handelingen 8:13 Johannes 14:12 Handelingen 15:12
Handelingen 19:12 Handelingen 5:15 2 Koningen 13:20 2 Koningen 4:29 Markus 16:17
Handelingen 19:13 Mattheüs 12:27 Lukas 11:19 Markus 9:38 Markus 5:7 Mattheüs 26:63 Genesis 4:12 Genesis 4:14 1 Koningen 22:16
Handelingen 19:15 1 Koningen 22:21 Handelingen 16:17 Lukas 8:28 Genesis 3:1 Markus 1:24 Lukas 4:33 Markus 1:34 Markus 5:9
Handelingen 19:16 Lukas 8:29 Markus 5:15 Markus 5:3 Lukas 8:35
Handelingen 19:17 2 Thessalonicenzen 1:12 Handelingen 5:11 Handelingen 5:5 2 Thessalonicenzen 3:1 Handelingen 2:43 Hebreeën 2:8 Handelingen 18:19 2 Samuël 6:9
Handelingen 19:18 Mattheüs 3:6 Romeinen 10:10 Job 33:27 Jeremia 3:13 Leviticus 26:40 Leviticus 16:21 Ezechiël 16:63 Ezechiël 36:31
Handelingen 19:19 2 Kronieken 33:6 1 Samuël 28:7 Jesaja 2:20 Jesaja 30:22 Jesaja 47:12 Deuteronomium 18:10 Lukas 14:33 Deuteronomium 7:25
Handelingen 19:20 Handelingen 12:24 Handelingen 6:7 2 Thessalonicenzen 3:1 Jesaja 55:11
Handelingen 19:21 Handelingen 20:22 Handelingen 20:16 Handelingen 18:21 Handelingen 23:11 Romeinen 1:13 Handelingen 21:11 Handelingen 28:16 Handelingen 20:1
Handelingen 19:22 Romeinen 16:23 2 Timotheüs 4:20 Handelingen 19:29 Handelingen 16:3 Handelingen 16:9 Handelingen 19:10 Handelingen 13:5 Handelingen 18:5
Handelingen 19:23 Handelingen 19:9 Handelingen 24:22 Handelingen 9:2 2 Korinthe 6:9 Handelingen 22:4 Handelingen 24:14 Handelingen 18:26 2 Korinthe 1:8
Handelingen 19:24 Handelingen 16:16 Jesaja 56:11 1 Timotheüs 6:9 Handelingen 16:19 Handelingen 19:27 Handelingen 19:34
Handelingen 19:25 Handelingen 16:19 Hosea 12:7 2 Petrus 2:3 Openbaring 18:3 Hosea 4:8 Openbaring 18:11
Handelingen 19:26 1 Korinthe 8:4 Handelingen 17:29 Jesaja 44:10 Deuteronomium 4:28 Openbaring 9:20 Jeremia 10:14 Handelingen 14:15 Jeremia 10:11
Handelingen 19:27 Sefanja 2:11 Openbaring 13:8 1 Johannes 5:19 Openbaring 13:3 Handelingen 19:21 1 Timotheüs 6:5 Mattheüs 23:13
Handelingen 19:28 Openbaring 17:13 1 Koningen 18:26 Handelingen 7:54 Openbaring 12:12 Psalmen 2:2 Jeremia 50:38 Handelingen 16:19 Handelingen 19:34
Handelingen 19:29 Handelingen 20:4 Handelingen 27:2 Kolossenzen 4:10 Filemon 1:24 1 Korinthe 1:14 Romeinen 16:23 Handelingen 19:22 Handelingen 21:30
Handelingen 19:30 Handelingen 14:14 Handelingen 17:22 Handelingen 21:39 2 Samuël 21:17 2 Samuël 18:2
Handelingen 19:31 Handelingen 16:6 Handelingen 19:10 Spreuken 16:7 Handelingen 21:12
Handelingen 19:32 Handelingen 21:34 Lukas 7:24 Handelingen 19:40 Handelingen 19:29 Mattheüs 11:7
Handelingen 19:33 Handelingen 12:17 Handelingen 21:40 Handelingen 13:16 Filippenzen 1:7 Handelingen 24:10 2 Timotheüs 4:14 1 Timotheüs 1:20 Lukas 1:22
Handelingen 19:34 Handelingen 19:28 Handelingen 16:20 Openbaring 13:4 Handelingen 19:26 Mattheüs 6:7 1 Koningen 18:26 Romeinen 2:22
Handelingen 19:35 1 Timotheüs 4:2 2 Thessalonicenzen 2:10 Efeze 2:12 Handelingen 19:26 Handelingen 18:19 Handelingen 14:12
Handelingen 19:36 Spreuken 14:29 Handelingen 5:35 Spreuken 25:8
Handelingen 19:37 Romeinen 2:22 Handelingen 25:8 2 Korinthe 6:3 1 Korinthe 10:32
Handelingen 19:38 Handelingen 13:7 Deuteronomium 17:8 1 Korinthe 6:1 Handelingen 18:14
Handelingen 19:40 Handelingen 17:5 Handelingen 21:31 Handelingen 20:1 Mattheüs 26:5 1 Koningen 1:41 Handelingen 21:38
Handelingen 19:41 Spreuken 15:1 Prediker 9:17 Psalmen 65:7 2 Korinthe 1:8
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Handelingen 19 vers 1

de bovenste Namelijk van Galatië en Frygië. Zie Hand. 18:23 .

Hertaald: de bovenste Namelijk van Galatië en Frygië. Zie Hand. 18:23.

Handelingen 19 vers 2

den Heiligen Dat is, de buitengewone zichtbare gaven des Heiligen Geestes, van met allerlei talen te spreken, te profeteren, allerlei krankheid te genezen, enz. Zie vs.6; Joh. 7:39 ; Hand. 10:44 , Hand. 10:47 .

Hertaald: den Heiligen Dat is: de buitengewone, zichtbare gaven van de Heilige Geest: het spreken in allerlei talen, het profeteren, het genezen van allerlei ziekten, enzovoort. Zie vers 6; Joh. 7:39; Hand. 10:44, Hand. 10:47.

als gij geloofd Namelijk en gedoopt zijt geweest.

Hertaald: als gij geloofd Namelijk en gedoopt bent.

een Heiligen Geest is Dat is, of er zodanige buitengewone gaven van den Heiligen Geest gewrocht en gegeven worden.

Hertaald: een Heiligen Geest is Dat is: of er zulke buitengewone gaven van de Heilige Geest gewerkt en gegeven worden.

Handelingen 19 vers 3

Waarin zijt gij Dat is, welke leer is u verkondigd, hebt gij beleden, als gij gedoopt zijt geworden?

Hertaald: Waarin zijt gij Dat is: welke leer is u verkondigd en hebt u beleden toen u gedoopt werd?

In den doop van Dat is, wij zijn van Johannes gedoopt op de belijdenis van de leer, die Johannes van Christus geleerd en daarop Zijne discipelen gedoopt heeft. Zie Hand. 18:25 , bij welken doop de buitengewone gaven des Heiligen Geestes niet gegeven werden, overmits Christus toen nog niet was verheerlijkt; Joh. 7:39 .

Hertaald: In den doop van Dat is: wij zijn door Johannes gedoopt op de belijdenis van de leer die Johannes over Christus geleerd heeft en waarop hij zijn discipelen gedoopt heeft. Zie Hand. 18:25. Bij die doop werden de buitengewone gaven van de Heilige Geest niet gegeven, omdat Christus toen nog niet verheerlijkt was; Joh. 7:39.

Handelingen 19 vers 4

der bekering, Dat is, bij welke Hij bekering predikte, en die de gedoopten tot bekering verplichtte. Waarmede, alsook met het volgende, Hij aanwijst dat de doop van Johannes in zichzelven, aangaande het wezen, dezelfde is met den doop der apostelen; als hebbende enerlei, teken en enerlei betekende zaak, en tot enerlei einde bediend. Doch het onderscheid is dat Johannes met zijne leer en doop aanwees Christus, die na hem kwam en alles nog zou volbrengen; en de apostelen, dat Christus gekomen zijnde, volkomen alles heeft uitgericht, nodig tot onze verlossing.

Hertaald: der bekering, Dat is: waarbij hij bekering predikte en die de gedoopten tot bekering verplichtte. Daarmee, en ook met het vervolg, wijst hij aan dat de doop van Johannes op zichzelf, wat het wezen betreft, dezelfde is als de doop van de apostelen: hij heeft hetzelfde teken, dezelfde betekende zaak en hetzelfde doel. Het verschil is dat Johannes met zijn leer en doop wees op Christus, Die na hem kwam en alles nog zou volbrengen, en de apostelen dat Christus gekomen is en alles wat tot onze verlossing nodig was volkomen heeft volbracht.

Handelingen 19 vers 5

En die Of, en als zij het hoorden; namelijk de discipelen van Johannes.

Hertaald: En die Of: en toen zij het hoorden; namelijk de discipelen van Johannes.

hem hoorden Namelijk Johannes de Doper. Want dit zijn de woorden van Paulus, verhalende hoe Johannes zijne discipelen doopte. Hetwelk blijkt uit den Grieksen tekst, in welken de twee woorden men, dat is wel; en de, dat is maar, of en, [ waarvan het ene voor gaat het vs.4 en het andere volgt in vs.5] aanwijzen dat de dingen, die in deze twee verzen gezegd worden, tezamen moeten gevoegd worden, en dat er van een persoon en zaak gesproken wordt. Zodat hieruit niet kan bewezen worden, dat deze discipelen door Paulus zouden herdoopt zijn.

Hertaald: hem hoorden Namelijk Johannes de Doper. Want dit zijn de woorden van Paulus, waarin hij vertelt hoe Johannes zijn discipelen doopte. Dat blijkt uit de Griekse tekst, waarin de twee woordjes men, dat is: wel, en de, dat is: maar of en — waarvan het ene in vers 4 voorafgaat en het andere in vers 5 volgt — aanwijzen dat wat in deze twee verzen gezegd wordt bij elkaar hoort en dat er over één persoon en één zaak gesproken wordt. Daaruit kan dus niet bewezen worden dat deze discipelen door Paulus opnieuw gedoopt zouden zijn.

in den Naam Zie Hand. 8:16 , en Hand. 10:48 .

Hertaald: in den Naam Zie Hand. 8:16 en Hand. 10:48.

Handelingen 19 vers 6

de handen opgelegd Zie Hand. 8:17 .

Hertaald: de handen opgelegd Zie Hand. 8:17.

de Heilige Geest Dat is, de buitengewone gaven des Heiligen Geestes, die terstond daarna worden uitgedrukt.

Hertaald: de Heilige Geest Dat is: de buitengewone gaven van de Heilige Geest, die meteen daarna genoemd worden.

vreemde talen, Grieks tongen.

Hertaald: vreemde talen, Grieks: tongen.

profeteerden Dat is, verkondigden toekomende dingen, of spraken van goddelijke zaken en legden de Schriften der profeten uit; zie 1 Kor. 14:3 .

Hertaald: profeteerden Dat is: verkondigden toekomende dingen, of spraken over goddelijke zaken en legden de geschriften van de profeten uit; zie 1 Kor. 14:3.

Handelingen 19 vers 8

van het Koninkrijk Dat is, die de eeuwige zaligheid aangaan.

Hertaald: van het Koninkrijk Dat is: de dingen die de eeuwige zaligheid betreffen.

Handelingen 19 vers 9

ongehoorzaam Of, ongezeggelijk.

Hertaald: ongehoorzaam Of: onhandelbaar.

weg des Heeren Dat is, leer. Zie Hand. 18:25 .

Hertaald: weg des Heeren Dat is: de leer. Zie Hand. 18:25.

Tyrannus Dit woord betekende eertijds bij de Grieken iemand, die enige heerschappij had; en overmits dezelve misbruikt werd, is daardoor namaals genaamd een, die òf de heerschappij onwettelijk aanneemt, òf dezelve met ongerechtigheid en wreedheid misbruikt. Doch hier schijnt het een eigennaam te zijn van een man, die deze school had laten bouwen.

Hertaald: Tyrannus Dit woord duidde bij de Grieken vroeger iemand aan die enige heerschappij had; en omdat die heerschappij misbruikt werd, is er later iemand mee aangeduid die de heerschappij óf onwettig aanneemt, óf met ongerechtigheid en wreedheid misbruikt. Maar hier lijkt het de eigennaam te zijn van een man die deze school had laten bouwen.

Handelingen 19 vers 10

allen, die Dat is zeer velen, meest allen.

Hertaald: allen, die Dat is: zeer velen, vrijwel allen.

Azië woonden, Namelijk Klein-Azië.

Hertaald: Azië woonden, Namelijk Klein-Azië.

den Heere Jezus Dat is, van den Heere Jezus.

Hertaald: den Heere Jezus Dat is: van de Heere Jezus.

Handelingen 19 vers 11

krachten door Dat is, wonderwerken.

Hertaald: krachten door Dat is: wonderwerken.

de handen van Dat is, door den dienst; Hand. 5:12 .

Hertaald: de handen van Dat is: door de dienst; Hand. 5:12.

Handelingen 19 vers 13

omzwervende Grieks omgaande; dat is omlopende door het land, om daarmede gewin te doen.

Hertaald: omzwervende Grieks: rondgaande; dat is: door het land rondtrekkend om daarmee winst te maken.

duivel- bezweerders, Dat is, die met bezwering bij den naam Gods de onreine geesten uitdreven; hetwelk de onreine geesten zich lieten doen om de mensen in wangeloof te houden.

Hertaald: duivel- bezweerders, Dat is: mensen die door bezwering bij de naam van God de onreine geesten uitdreven; de onreine geesten lieten zich dat welgevallen om de mensen in bijgeloof te houden.

Dien Paulus predikt Dewijl zij zagen dat Paulus in den naam van Jezus zo krachtig de duivelen uitwierp, hebben zij dat willen navolgen, om te meer eer of gewin te hebben.

Hertaald: Dien Paulus predikt Omdat zij zagen dat Paulus in de naam van Jezus de duivelen zo krachtig uitwierp, hebben zij dat willen navolgen om des te meer eer of winst te hebben.

Handelingen 19 vers 14

overpriester, Zie van deze overpriesters Matt. 2:4 .

Hertaald: overpriester, Zie over deze overpriesters Matth. 2:4.

Handelingen 19 vers 15

Jezus ken ik, Namelijk dat Hij macht heeft om mij uit te werpen.

Hertaald: Jezus ken ik, Namelijk dat Hij de macht heeft om mij uit te werpen.

wie zijt gij? Dat is, wat macht hebt gij om mij te gebieden?

Hertaald: wie zijt gij? Dat is: welke macht hebt u om mij te gebieden?

Handelingen 19 vers 16

meester geworden Grieks hen overheerst hebbende.

Hertaald: meester geworden Grieks: hen overheerst hebbende.

Handelingen 19 vers 18

verkondigende Of, boodschappende; dat is, opbarende, verhalende.

Hertaald: verkondigende Of: bekendmakende; dat is: openbarende, vertellende.

daden Dat is, misdaden en grote zonden, namelijk dezelve openlijk verfoeiende, en daartegen van Paulus raad en troost verzoekende.

Hertaald: daden Dat is: misdaden en grote zonden, namelijk terwijl zij die openlijk verfoeiden en daarover bij Paulus raad en troost zochten.

Handelingen 19 vers 19

ijdele kunsten Of, zonderlinge kunsten; zo worden met een zachteren naam genoemd de duivelse en zwarte kunsten van toverij en waarzeggen; waartoe de Efeziërs van ouds zeer genegen waren.

Hertaald: ijdele kunsten Of: bijzondere kunsten. Zo worden met een verzachtende naam de duivelse en zwarte kunsten van toverij en waarzeggerij aangeduid, waartoe de Efeziërs van oudsher zeer geneigd waren.

vijftig duizend Grieks vijmaal tienduizend zilvers.

Hertaald: vijftig duizend Grieks: vijfmaal tienduizend zilverstukken.

zilveren penningen Of, drachmen zilvers, elk drachme zilvers gerekend zijnde voor zes stuivers, Matt. 18:28 , zo maakt deze som vijftien duizend gulden.

Hertaald: zilveren penningen Of: drachmen zilver. Wanneer elke zilveren drachme op zes stuivers gerekend wordt (Matth. 18:28), komt deze som op vijftienduizend gulden.

Handelingen 19 vers 20

wies het Woord Zie Hand. 12:24 .

Hertaald: wies het Woord Zie Hand. 12:24.

met macht, en Dat is, geweldig zeer.

Hertaald: met macht, en Dat is: geweldig sterk.

Handelingen 19 vers 21

volbracht waren, Grieks vervuld.

Hertaald: volbracht waren, Grieks: vervuld.

nam Paulus voor Grieks stelde Paulus in den geest.

Hertaald: nam Paulus voor Grieks: stelde Paulus in de geest.

in den Geest, Dat is, in zijn gemoed. Of, door den Geest, namelijk den Heiligen Geest, die hem ingaf hoe hij zijne reizen zou aanstellen.

Hertaald: in den Geest, Dat is: in zijn gemoed. Of: door de Geest, namelijk de Heilige Geest, Die hem ingaf hoe hij zijn reizen zou inrichten.

doorgegaan Namelijk om de gemeenten in die landen meteen te bezoeken.

Hertaald: doorgegaan Namelijk om meteen de gemeenten in die landen te bezoeken.

moet ik ook Rome Dit schijnt hem ook bijzonder van God geopenbaard te zijn. Bij welke gelegenheid en hoe hij daarna te Rome is gekomen, wordt beschreven Hand. 25:12 , en Hand. 26:32 , en in de twee volgende hfdst.20 en 21.

Hertaald: moet ik ook Rome Dit lijkt hem ook op bijzondere wijze door God geopenbaard te zijn. Bij welke gelegenheid en hoe hij daarna in Rome gekomen is, wordt beschreven in Hand. 25:12 en Hand. 26:32, en in de twee volgende hoofdstukken 20 en 21.

Handelingen 19 vers 22

gezonden had Namelijk om den weg voor Hem te bereiden, en de aalmoezen voor de armen te Jeruzalem te vergaderen; 1 Kor. 4:17 .

Hertaald: gezonden had Namelijk om de weg voor hem te bereiden en de aalmoezen voor de armen in Jeruzalem in te zamelen; 1 Kor. 4:17.

die hem dienden, Namelijk in den dienst des Woords; alzo hij alleen alles niet kon uitrichten.

Hertaald: die hem dienden, Namelijk in de dienst van het Woord, aangezien hij niet alles alleen kon doen.

Handelingen 19 vers 23

den weg des Heeren Dat is, de Christelijke godsdienst. Zie Hand. 18:25 .

Hertaald: den weg des Heeren Dat is: de christelijke godsdienst. Zie Hand. 18:25.

Handelingen 19 vers 24

een zilversmid, Grieks zilverslager, zilvermunter.

Hertaald: een zilversmid, Grieks: zilverslager, zilversmid.

kleine zilveren Dat is, kleine afbeeldingen des groten tempels van Diana van zilver maakten, of in zilveren penningen uitdrukten, waar een klein beeldje van Diana in stond, welke de heidenen, te Efeze komende om Diana te dienen, kochten en met zich namen, om te huis aan dezelve godsdienstige eer te betonen; gelijk men ziet dat nog hedendaags te Loretto en elders geschiedt.

Hertaald: kleine zilveren Dat is: die kleine afbeeldingen van de grote tempel van Diana in zilver maakten, of in zilveren penningen uitdrukten, waarin een klein beeldje van Diana stond. Die kochten de heidenen die naar Efeze kwamen om Diana te dienen, en zij namen ze mee naar huis om haar daar godsdienstige eer te bewijzen — zoals men ziet dat tegenwoordig nog in Loreto en elders gebeurt.

Handelingen 19 vers 25

samenvergaderd Grieks overhoop bijeengebracht hebbende.

Hertaald: samenvergaderd Grieks: bijeengebracht hebbende.

de handwerkers Namelijk die voor hen wrochten, om zodanige tempeltjes te maken.

Hertaald: de handwerkers Namelijk zij die voor hen werkten om zulke tempeltjes te maken.

onze welvaart hebben; Dat is, waarbij wij moeten leven en ons onderhouden.

Hertaald: onze welvaart hebben; Dat is: waarvan wij moeten leven en onszelf onderhouden.

Handelingen 19 vers 27

dit deel Dat is, dit ons ambacht, waar wij bij leven moeten.

Hertaald: dit deel Dat is: dit ambacht van ons, waarvan wij moeten leven.

in verachting Grieks in wederspreking, of verwerping zal komen; zodat wij niet veel te doen zullen krijgen.

Hertaald: in verachting Grieks: in tegenspraak of verwerping zal komen; zodat wij niet veel werk meer zullen krijgen.

als niets geacht Grieks tot, of voor niet.

Hertaald: als niets geacht Grieks: tot, of voor niets.

majesteit zal Of, grootachtigheid.

Hertaald: majesteit zal Of: aanzien.

ten ondergaan, Grieks zal weggenomen worden.

Hertaald: ten ondergaan, Grieks: zal weggenomen worden.

Handelingen 19 vers 28

Groot is de Dat is, moet en behoort in groter ere gehouden te worden.

Hertaald: Groot is de Dat is: moet en behoort in hoger eer gehouden te worden.

Handelingen 19 vers 29

de schouwplaats, Dit waren grote gebouwen in sommige voornaamste steden der heidenen, met trappen boven elkander gebouwd, waarin het volk samenkwam om de schouwspelen, ter ere van hunne afgoden of anderszins aangesteld, te aanschouwen.

Hertaald: de schouwplaats, Dit waren grote gebouwen in sommige voorname steden van de heidenen, met trappen boven elkaar gebouwd, waarin het volk samenkwam om de schouwspelen te zien die ter ere van hun afgoden of anderszins gehouden werden.

Handelingen 19 vers 30

lieten het hem Namelijk opdat hij zich niet zou stellen in gevaar om van dit razende volk gedood te worden.

Hertaald: lieten het hem Namelijk opdat hij zich niet in het gevaar zou begeven door dit razende volk gedood te worden.

Handelingen 19 vers 31

der oversten Grieks Asiarchen; welke waren, niet die de regering van Azië hadden, maar zekere priesters, die de schouwspelen, ter ere hunner afgoden aangesteld, bezorgden; waaronder ook enige van den Christelijken godsdienst niet vreemd schijnen geweest te zijn.

Hertaald: der oversten Grieks: Asiarchen. Dat waren niet de bestuurders van Azië, maar bepaalde priesters die de schouwspelen ter ere van hun afgoden verzorgden; onder hen lijken ook enkelen geweest te zijn die niet vreemd waren van de christelijke godsdienst.

Handelingen 19 vers 32

de vergadering was Grieks Ecclesia; hetwelk eigenlijk betekent ene vergadering met openbare orde samengeroepen. Doch hier was deze vergadering vanzelf met verwarring bijeengelopen, vs.29.

Hertaald: de vergadering was Grieks: ekklesia; dat betekent eigenlijk een vergadering die met openbare orde bijeengeroepen is. Maar hier was deze vergadering vanzelf en in verwarring samengelopen, vers 29.

Handelingen 19 vers 33

Alexander uit Deze menen sommige dezelfde Alexander geweest te zijn, van wien men leest 1 Tim. 1:20 ; 2 Tim. 4:14 , een heftig en hardnekkig vijand van Paulus en der waarheid, doch dat staat niet vast. Zie de aantekeningen 1 Tim. 1:20 .

Hertaald: Alexander uit Sommigen menen dat dit dezelfde Alexander geweest is over wie men leest in 1 Tim. 1:20 en 2 Tim. 4:14, een heftig en hardnekkig vijand van Paulus en van de waarheid; maar dat staat niet vast. Zie de aantekeningen bij 1 Tim. 1:20.

voortkomen, Namelijk om hem te horen spreken.

Hertaald: voortkomen, Namelijk om hem te horen spreken.

voortstieten Namelijk alzo hij ook een Jood was, om iets te spreken tot beschuldiging der Christenen.

Hertaald: voortstieten Namelijk omdat ook hij een Jood was, om iets te zeggen tot beschuldiging van de christenen.

gewenkt hebbende Zie Hand. 12:17 , en Hand. 13:16 , en Hand. 21:40 .

Hertaald: gewenkt hebbende Zie Hand. 12:17, Hand. 13:16 en Hand. 21:40.

verantwoording doen Namelijk van dit onordelijk bijeenlopen, met beschuldiging der Christenen.

Hertaald: verantwoording doen Namelijk over dit ordeloze samenlopen, met een beschuldiging van de christenen.

Handelingen 19 vers 34

van allen, roepende Namelijk heidenen die daar waren.

Hertaald: van allen, roepende Namelijk de heidenen die daar waren.

Handelingen 19 vers 35

de stads- schrijver Namelijk die wij gemeenlijk noemen den stadssecretaris.

Hertaald: de stads- schrijver Namelijk hem die wij gewoonlijk de stadssecretaris noemen.

de kerkbewaarster Dat is, die den tempel van Diana onderhoudt, bewaart en versiert.

Hertaald: de kerkbewaarster Dat is: zij die de tempel van Diana onderhoudt, bewaart en versiert.

dat uit den hemel Grieks dat van Jupiter gevallen is. Dit beeld van Diana was zeer oud, eertijds gemaakt uit hout door een kunstenaar Canetia, hetwelk, hoewel de tempel zevenmaal is vernieuwd geweest, altijd hetzelfde is gebleven; zie Plin. lib.16, cap.40, waarom men het volk wijs maakte dat het uit den hemel afgekomen was.

Hertaald: dat uit den hemel Grieks: dat van Jupiter gevallen is. Dit beeld van Diana was zeer oud en vroeger door een kunstenaar uit hout gemaakt; hoewel de tempel zevenmaal vernieuwd is, is het altijd hetzelfde gebleven (zie Plinius, boek 16, hoofdstuk 40). Daarom maakte men het volk wijs dat het uit de hemel gevallen was.

Handelingen 19 vers 36

onbedachts doet Of, uit haastigheid te zeer voortvarende, zonder u wel te bedenken.

Hertaald: onbedachts doet Of: uit haastigheid al te voortvarend te werk gaat, zonder u goed te bedenken.

Handelingen 19 vers 38

van de kunst Grieks kunstenaars; namelijk om zulke zilveren tempeltjes te maken.

Hertaald: van de kunst Grieks: kunstenaars; namelijk om zulke zilveren tempeltjes te maken.

enige zaak hebben, Grieks enig woord hebben.

Hertaald: enige zaak hebben, Grieks: enig woord hebben.

de rechtsdagen Of, de rechthouders vergaderen, van welken, of door welken zij recht verzoeken konden.

Hertaald: de rechtsdagen Of: de rechters vergaderen, bij wie of door wie zij recht konden vragen.

stadhouders; Grieks Anthypatio; dat is, die in plaats van de burgemeesters van Rome regeren. Zie Hand. 13:7 .

Hertaald: stadhouders; Grieks: anthypatoi; dat is: zij die in de plaats van de consuls van Rome regeren. Zie Hand. 13:7.

Handelingen 19 vers 39

wettelijke Dat is, die uit last en bij orde van den magistraat bijeengeroepen wordt.

Hertaald: wettelijke Dat is: een vergadering die in opdracht en op gezag van de overheid bijeengeroepen wordt.

Handelingen 19 vers 40

verklaagd worden Namelijk bij de stadhouders.

Hertaald: verklaagd worden Namelijk bij de stadhouders.

om den dag Dat is, om hetgeen van ulieden dezen dag gedaan is, met dit oproerige samenlopen.

Hertaald: om den dag Dat is: om wat er vandaag door u gedaan is met dit oproerige samenlopen.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Timotheüs  — die God eert

Een discipel te Lystre, zoon van een gelovige Joodse vrouw en een Griekse vader; Paulus liet hem besnijden vanwege de Joden in die streek en nam hem als reisgenoot mee (Hand. 16:1-3). Hij zou een van Paulus' naaste medewerkers worden, aan wie Paulus later twee brieven schreef.

Apollos  — verkorte vorm van Apollonius

Een welsprekende en in de Schriften ervaren Jood uit Alexandrië, die te Efeze krachtig over Jezus sprak, al kende hij alleen de doop van Johannes; Aquila en Priscilla legden hem de weg Gods nauwkeuriger uit. Later diende hij met vrucht de gemeente te Korinthe (Hand. 18:24-28; vgl. 1 Kor. 1:12; 3:5-6).

Tyrannus  — heerser, tiran (Griekse naam)

Een leraar te Efeze, in wiens school Paulus twee jaar lang dagelijks onderwees, nadat hij zich met de discipelen van de synagoge had afgescheiden (Hand. 19:9).

Sceva  — betekenis onzeker

Een Joodse overpriester, van wie zeven zonen zich als duivelbezweerders de Naam van Jezus toe-eigenden; toen zij dit bij een bezetene probeerden, overmeesterde de boze geest hen, zodat zij naakt en gewond moesten vluchten (Hand. 19:14-16).

Erastus  — beminde

Een van Paulus' medewerkers, die hij met Timotheüs vooruitzond naar Macedonië (Hand. 19:22); mogelijk dezelfde Erastus die elders genoemd wordt (Rom. 16:23; 2 Tim. 4:20).

Demetrius  — toegewijd aan (de godin) Demeter

Een zilversmid te Efeze, die kleine zilveren tempeltjes van de godin Diana (Artemis) maakte; uit vrees voor verlies van inkomsten door Paulus' prediking hitste hij de zilversmeden en de stad tegen Paulus op, wat tot een groot oproer leidde (Hand. 19:24-41).

Gajus (van Macedonië)  — (Romeinse voornaam)

Een Macedonische reisgenoot van Paulus, die tijdens het oproer te Efeze met Aristarchus door de menigte werd meegesleept naar de schouwplaats (Hand. 19:29).

Aristarchus  — beste heerser

Een Macedonische reisgenoot van Paulus, die tijdens het oproer te Efeze met Gajus door de menigte werd meegesleept naar de schouwplaats (Hand. 19:29); hij zou Paulus later ook naar Rome vergezellen (Hand. 27:2).

Alexander (te Efeze)  — verdediger der mannen

Een Jood, die tijdens het oproer te Efeze door de Joden naar voren werd geschoven om zich te verantwoorden, maar door de menigte werd overstemd zodra men merkte dat hij een Jood was (Hand. 19:33-34).

Saulus  — gevraagd, gebeden

Een jongeman uit Tarsen, aan wiens voeten de getuigen bij de steniging van Stefanus hun klederen legden; hij haalde welbehagen in diens dood en verwoestte daarna de gemeente, mannen en vrouwen gevangen nemend. Op weg naar Damaskus om ook daar christenen te vervolgen, verscheen hem de verhoogde Jezus in een fel licht; drie dagen blind, werd hij door Ananias genezen en gedoopt, en werd van vervolger een krachtig verkondiger dat Jezus de Christus is (Hand. 7:58; 8:1-3; 9:1-30); later bekend als de apostel Paulus.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Efeze  — van onzekere, pre-Griekse afleiding

Ligging: De belangrijkste havenstad van de Romeinse provincie Asia, aan de westkust van Klein-Azië.

Geschiedenis: Hier arbeidde Paulus, tijdens zijn derde zendingsreis, ruim twee jaar — eerst drie maanden in de synagoge, daarna dagelijks in de school van Tyrannus, zodat "allen die in Azië woonden, het Woord van den Heere Jezus hoorden" (Hand. 19:1-10). Bijzondere krachten geschiedden door zijn handen; boze geesten werden uitgedreven en boekrollen van toverkunst, ter waarde van vijftigduizend zilverlingen, in het openbaar verbrand (Hand. 19:11-20). Een oproer van de zilversmid Demetrius en zijn gilde, die van de verering van de godin Diana (Artemis) leefden, dreef Paulus uiteindelijk uit de stad (Hand. 19:23-41). Later hield Paulus, op zijn terugreis, een aangrijpend afscheid met de ouderlingen van Efeze te Milete (hieronder, Hand. 20:17-38), en richtte hij een van zijn brieven aan deze gemeente.

Bijbelse betekenis: Efeze toont, meer dan enige andere plaats in Handelingen, hoe het Evangelie een hele regio kan doordringen én hoe felle weerstand daarop volgt zodra het de economische belangen van georganiseerde afgoderij raakt — een patroon dat zich door de kerkgeschiedenis heen telkens herhaald heeft.

Archeologie: Een van de best opgegraven steden van de oudheid: de Bibliotheek van Celsus, het grote theater (waar de oploop van Hand. 19 plaatsvond, met een capaciteit van circa 25.000 toeschouwers) en resten van de tempel van Artemis (een van de zeven wereldwonderen van de oudheid) zijn alle bewaard gebleven.

Recente inzichten: De archeologische site Efeze, nabij het huidige Selçuk, Turkije.

Hand. 18:19-21; 19:1-41; 20:16-17; Ef. 1:1

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Doop met de Heilige Geest  — Onderscheiden van de waterdoop — de belofte van Christus dat de discipelen met/door de Heilige Geest gedoopt zouden worden, vervuld met Pinksteren en later herhaald bij de opname van de heidenen

Vlak voor Zijn hemelvaart gebiedt Jezus de discipelen niet uit Jeruzalem te vertrekken, maar de belofte des Vaders te verwachten. Die belofte zet Hij scherp tegenover de doop van Johannes: "Johannes doopte wel met water, maar gij zult met den Heiligen Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen" (Hand. 1:5). Daarop volgt de belofte van kracht om getuigen te zijn tot het uiterste der aarde (Hand. 1:8). Dit woord wordt vervuld op de Pinksterdag (hfst. 2). Petrus haalt het later, wanneer hij verantwoording aflegt over zijn optreden bij Cornelius, letterlijk terug: "Johannes doopte wel met water, maar gijlieden zult gedoopt worden met den Heiligen Geest" (Hand. 11:16) — en erkent daarmee dat de heidenen "evengelijke gave" ontvangen hadden als de Joden met Pinksteren (Hand. 11:17). Een derde, weer andere gelegenheid volgt te Efeze (hfst. 19), waar discipelen van Johannes, na christelijk onderricht en de doop in de Naam van Jezus, door handoplegging de Heilige Geest ontvangen.

Bijbelse betekenis: Dit is niet hetzelfde als de waterdoop zelf (reeds behandeld bij Doop, Matt. 3) en ook niet zonder meer hetzelfde als de voortdurende inwoning van de Trooster (Joh. 14, reeds behandeld). Het gaat om de historische, eenmalige gebeurtenissen waarin de Geest eerst zichtbaar en hoorbaar aan de Joodse gemeente werd gegeven (Pinksteren), en vervolgens met dezelfde tekenen onmiskenbaar aan de heidenen (Cornelius). Daarmee werd buiten twijfel gesteld dat heidengelovigen dezelfde Geest ontvangen en volwaardig lid zijn van het ene lichaam, zonder eerst Jood te worden of het juk van de wet te dragen (verder uitgewerkt bij het Jeruzalemse Concilie, Hand. 15). In Handelingen functioneert het dus als het goddelijk zegel op de uitbreiding van de zending (Jeruzalem, Samaria, het uiterste der aarde, Hand. 1:8). Het is dus geen herhaalbare, individueel na te streven tweede zegening los van de bekering zelf: te Efeze (hfst. 19) gaat het samen met het geloof en de doop, en niet ver daarna.

Typologie: Paulus trekt de leerstellige conclusie voor heel de gemeente-tijd: "ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen" (1 Kor. 12:13). De eenmalige gebeurtenissen van Handelingen worden zo de grond voor de leer dat elke gelovige, zonder uitzondering, door de ene Geest met het lichaam van Christus verenigd is.

Hand. 1:4-5,8; Hand. 2:1-4; Hand. 10:44-47; Hand. 11:15-18; Hand. 19:1-6; 1 Kor. 12:13

Doop van Johannes / doop in de Naam van Jezus  — Het onderscheid tussen de voorbereidende boetedoop van Johannes de Doper en de christelijke doop in de Naam van de Heere Jezus, gepaard met de ontvangst van de Heilige Geest

Paulus treft te Efeze discipelen aan die, op zijn vraag of zij de Heilige Geest ontvangen hebben, antwoorden dat zij zelfs niet gehoord hebben of er een Heilige Geest is. Op zijn vraag waarin zij dan gedoopt zijn, blijkt het de doop van Johannes te zijn (Hand. 19:1-3). Paulus legt uit: "Johannes heeft wel gedoopt den doop der bekering, zeggende tot het volk, dat zij geloven zouden in Dengene, Die na hem kwam, dat is, in Christus Jezus" (Hand. 19:4). Zij worden gedoopt in de Naam van de Heere Jezus, en wanneer Paulus hun de handen oplegt, komt de Heilige Geest op hen, en zij spreken met vreemde talen en profeteren (Hand. 19:5-6).

Bijbelse betekenis: Dit is de duidelijkste tekst die de doop van Johannes (voorbereidend, vooruitwijzend, onvolledig zonder uitdrukkelijk geloof in de intussen gekomen Christus) onderscheidt van de christelijke doop (in de Naam van Jezus, tekenend de vereniging met het volbrachte heil). De doop deelt op zichzelf de Geest niet werktuiglijk mee; bij Cornelius kwam de Geest juist vóór de doop (hfst. 10). Maar de volle christelijke inlijving omvat geloof in Christus, doop in Zijn Naam en ontvangst van de Geest samen.

Typologie: Rom. 6:3-4 blijft de volle leerstellige uitwerking van wat de doop in de Naam van Jezus betekent (reeds behandeld bij Doop, Matt. 3).

Hand. 19:1-6; Rom. 6:3-4

De weg (de oudste naam voor het geloof)  — De aanduiding waarmee de eerste gemeente in Handelingen wordt genoemd, nog vóór de naam christenen (Hand. 9:2)

Wanneer Saulus brieven vraagt om gelovigen te Damascus te binden, worden zij niet met een groepsnaam aangeduid maar met een omschrijving: allen "die van dien weg waren" (Hand. 9:2). Hij gebruikt die uitdrukking later zelf van zijn eigen verleden, en zegt dat hij deze weg vervolgd heeft tot de dood (Hand. 22:4). In Efeze klinkt zij twee keer: sommigen spraken kwaad "van den weg des Heeren voor de menigte" (Hand. 19:9), en er ontstond geen kleine oproer "vanwege den weg des Heeren" (Hand. 19:23). Voor de rechterstoel van Felix neemt Paulus de aanduiding op als de zijne, tegenover het woord dat zijn aanklagers gebruiken: "dat ik naar dien weg, welken zij sekte noemen, den God der vaderen alzo diene" (Hand. 24:14). Zelfs Felix neemt haar dan over (Hand. 24:22).

Bijbelse betekenis: In deze naam ligt iets wat een groepsnaam niet zegt. Een weg is niet een gezelschap maar een gang: hij heeft een richting, en men gaat erop. Wie zo genoemd wordt, is dus niet allereerst lid van iets, maar onderweg. Twee dingen horen erbij. Het eerste is dat de aanduiding van buitenaf gebruikt wordt zonder spot; zelfs een Romeins landvoogd neemt haar over. Het tweede is dat de tegenpartij een ander woord kiest: zij noemt het een sekte, en Paulus laat dat woord uitdrukkelijk voor hun rekening. Hij houdt vast dat hij op deze weg de God van de vaderen dient, en dus niet iets nieuws begonnen is.

Typologie: De naam is niet uit de lucht gegrepen, want de Heere Jezus had Zichzelf zo genoemd: "Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij" (Joh. 14:6). De Hebreeënbrief zegt waarheen die weg loopt en waardoor hij geopend is: het is een verse en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is door Zijn vlees (Hebr. 10:20). En Jesaja had al gezien dat er een gebaande weg zou zijn: "welke de heilige weg zal genaamd worden" (Jes. 35:8).

Hand. 9:2; Hand. 19:9; Hand. 19:23; Hand. 22:4; Hand. 24:14; Hand. 24:22; Joh. 14:6; Hebr. 10:20; Jes. 35:8

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Handelingen 19

Handelingen 19:19-20

KruisverwijzingenHandelingen 12:24Handelingen 6:72 Thessalonicenzen 3:1Jesaja 55:112 Kronieken 33:61 Samuël 28:7Jesaja 2:20Jesaja 30:22
— Velen ook dergenen, die ijdele kunsten gepleegd hadden, brachten de boeken bijeen, en verbrandden ze in aller tegenwoordigheid; en berekenden de waarde derzelve, en bevonden vijftig duizend zilveren penningen. Alzo wies het Woord des Heeren met macht, en nam de overhand.

Door Paulus’ prediking, en door de voorzienigheid van God, begonnen de mensen te Efeze ervan overtuigd te raken dat het beoefenen van toverkunst een goddeloze en schandelijke zaak was. Velen kwamen naar voren, en beleden dat zij zich daaraan schuldig gemaakt hadden. Toen zij dat gedaan hadden, bewezen zij de oprechtheid van hun belijdenis, want zij haalden al hun amuletten en toverboeken tevoorschijn, en maakten er een groot vuur van.

Zij toonden hun afschuw van de zonde door de boeken te verbranden, zoals zij dat op geen andere manier hadden kunnen doen. De verbranding van deze boeken was voor iedereen die het zag, een machtige preek — een betere preek dan zelfs Paulus zelf over dit onderwerp had kunnen houden. Velen van hen waren waarschijnlijk arm. Toch waren zij bereid, blijmoedig de waarde van die boeken te verliezen, om zich te ontdoen van de verfoeilijke zaken die zij eens in hun huizen gekoesterd hadden.

Het is een triomf van het evangelie, wanneer mensen opgeven wat zij hoog waarderen, en een groot verlies lijden, om zich te ontdoen van een grote zonde. Zijn wij ertoe gekomen op Christus te vertrouwen, dan zullen wij korte metten maken met alles wat tegen die belijdenis ingaat.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content