Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Hagai 2

1 In de zevende maand, op den een en twintigsten der maand, geschiedde het woord des HEEREN door den dienst van den profeet Haggai, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 In de zevendeH7637 maandH2320, op den eenH259 en twintigstenH6242 der maand, geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068 door den dienstH3027 van den profeetH5030 HaggaiH2292, zeggendeH559: In de zevende maand, op den een en twintigsten der maand, geschiedde het woord des HEEREN door den dienst van den profeet Haggai, zeggende:

KJV In the seventh1 month, in the one3 and twentieth2 day of the month,4 came the word6 of the LORD7 by8 the prophet10 Haggai,9 saying,

1 בַּשְּׁבִיעִ֕י H7637 zevenden, zevende, zeven seventh (time) 2 בְּעֶשְׂרִ֥ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 3 וְאֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 לַחֹ֑דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 5 הָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 חַגַּ֥י H2292 Haggai Haggai 10 הַנָּבִ֖יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 11 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Spreek nu tot Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, den vorst van Juda, en tot Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester, en tot het overblijfsel des volks, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 SpreekH559 nu totH413 ZerubbabelH2216, den zoonH1121 van SealthielH7597, den vorstH6346 van JudaH3063, en totH413 JosuaH3091, den zoonH1121 van JozadakH3087, den hogepriesterH1419, en totH413 het overblijfselH7611 des volksH5971, zeggendeH559: Spreek nu tot Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, den vorst van Juda, en tot Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester, en tot het overblijfsel des volks, zeggende:

KJV Speak1 now to Zerubbabel4 the son5 of Shealtiel,6 governor7 of Judah,8 and to Joshua10 the son11 of Josedech,12 the high14 priest,13 and to the residue16 of the people,17 saying,

1 אֱמָר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 נָ֗א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 זְרֻבָּבֶ֤ל H2216 Zerubbabel Zerubbabel 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 שַׁלְתִּיאֵל֙ H7597 Sealthiel Shalthiel, Shealtiel 7 פַּחַ֣ת H6346 landvoogden, vorst, vorsten captain, deputy, governor 8 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 9 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 יְהוֹשֻׁ֥עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 11 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 יְהוֹצָדָ֖ק H3087 Jozadak Jehozadek, Josedech. Compare H3136 (יוֹצָדָק) 13 הַכֹּהֵ֣ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 14 הַגָּד֑וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 15 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 שְׁאֵרִ֥ית H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 17 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 18 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Wie is onder ulieden overgebleven, die dit huis in zijn eerste heerlijkheid gezien heeft, en hoedanig ziet gij hetzelve nu? Is dit niet als niets in uw ogen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WieH4310 is onder ulieden overgeblevenH7604, die ditH2088 huisH1004 in zijn eersteH7223 heerlijkheidH3519 gezien heeft, en hoedanigH4100 zietH7200 gijH859 hetzelve nuH6258? Is dit nietH3808 als nietsH369 in uw ogenH5869? Wie is onder ulieden overgebleven, die dit huis in zijn eerste heerlijkheid gezien heeft, en hoedanig ziet gij hetzelve nu? Is dit niet als niets in uw ogen?

KJV Who is left3 among you that saw5 this house7 in her first10 glory?9 and how do ye see13 it now? is it not in your eyes19 in comparison

1 מִ֤י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 בָכֶם֙ 3 הַנִּשְׁאָ֔ר H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 4 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 רָאָה֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַבַּ֣יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 9 בִּכְבוֹד֖וֹ H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 10 הָרִאשׁ֑וֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 11 וּמָ֨ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 12 אַתֶּ֜ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 13 רֹאִ֤ים H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 14 אֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 עַ֔תָּה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 16 הֲל֥וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 כָמֹ֛הוּ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 18 כְּאַ֖יִן H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 19 בְּעֵינֵיכֶֽם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Doch nu, wees sterk, gij Zerubbabel! spreekt de HEERE; en wees sterk, gij Josua, zoon van Jozadak, hogepriester! en wees sterk, al gij volk des lands! spreekt de HEERE; en werkt, want Ik ben met u, spreekt de HEERE der heirscharen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Doch nuH6258, wees sterkH2388, gij ZerubbabelH2216! spreektH5002 de HEEREH3068; en wees sterkH2388, gij JosuaH3091, zoonH1121 van JozadakH3087, hogepriesterH1419! en wees sterkH2388, alH3605 gij volkH5971 des landsH776! spreektH5002 de HEEREH3068; en werktH6213, wantH3588 IkH589 ben metH854 u, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635; Doch nu, wees sterk, gij Zerubbabel! spreekt de HEERE; en wees sterk, gij Josua, zoon van Jozadak, hogepriester! en wees sterk, al gij volk des lands! spreekt de HEERE; en werkt, want Ik ben met u, spreekt de HEERE der heirscharen;

KJV Yet now be strong,2 O Zerubbabel,3 saith4 the LORD;5 and be strong,6 O Joshua,7 son8 of Josedech,9 the high11 priest;10 and be strong,12 all ye people14 of the land,15 saith16 the LORD,17 and work:18 for I am with you, saith22 the LORD23 of hosts:

1 וְעַתָּ֣ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 חֲזַ֣ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 3 זְרֻבָּבֶ֣ל H2216 Zerubbabel Zerubbabel 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֡ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וַחֲזַ֣ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 7 יְהוֹשֻׁ֣עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 8 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 יְהוֹצָדָק֩ H3087 Jozadak Jehozadek, Josedech. Compare H3136 (יוֹצָדָק) 10 הַכֹּהֵ֨ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 11 הַגָּד֜וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 12 וַחֲזַ֨ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 עַ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 15 הָאָ֛רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 16 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 17 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 וַֽעֲשׂ֑וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 19 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 20 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 21 אִתְּכֶ֔ם H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 22 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 23 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 24 צְבָאֽוֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Met het woord, in hetwelk Ik met ulieden een verbond gemaakt heb, als gij uit Egypte uittrokt, en Mijn Geest, staande in het midden van u; vreest niet!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Met het woordH1697, in hetwelkH834 Ik met ulieden een verbond gemaakt heb, als gij uit EgypteH4714 uittroktH3318, en Mijn GeestH7307, staandeH5975 in het middenH8432 van u; vreestH3372 nietH408! Met het woord, in hetwelk Ik met ulieden een verbond gemaakt heb, als gij uit Egypte uittrokt, en Mijn Geest, staande in het midden van u; vreest niet!

KJV According to the word2 that I covenanted4 with you when ye came6 out of Egypt,7 so my spirit8 remaineth9 among10 you: fear

1 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 הַדָּבָ֞ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 כָּרַ֤תִּי H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 5 אִתְּכֶם֙ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 6 בְּצֵאתְכֶ֣ם H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 7 מִמִּצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 8 וְרוּחִ֖י H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 9 עֹמֶ֣דֶת H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 10 בְּתוֹכְכֶ֑ם H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 11 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 12 תִּירָֽאוּ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog eens, een weinig tijds zal het zijn; en Ik zal de hemelen, en de aarde, en de zee, en het droge doen beven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 WantH3588 alzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: NogH5750 eens, eenH259 weinigH4592 tijds zal hetH1931 zijn; en IkH589 zal de hemelenH8064, en de aardeH776, en de zeeH3220, en het drogeH2724 doen bevenH7493. Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog eens, een weinig tijds zal het zijn; en Ik zal de hemelen, en de aarde, en de zee, en het droge doen beven.

KJV For thus saith3 the LORD4 of hosts;5 Yet once,7 it is a little while,8 and I will shake11 the heavens,13 and the earth,15 and the sea,17 and the dry

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 ע֥וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 7 אַחַ֖ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 מְעַ֣ט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 9 הִ֑יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 וַאֲנִ֗י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 11 מַרְעִישׁ֙ H7493 beven, beefde, beeft make afraid, (re-) move, quake, (make to) shake, (make to) tremble 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הַשָּׁמַ֣יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 14 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 16 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 הַיָּ֖ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 18 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 הֶחָרָבָֽה H2724 droge, droog, droogte dry (ground, land)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Ja, Ik zal al de heidenen doen beven, en zij zullen komen tot den Wens aller heidenen, en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, zegt de HEERE der heirscharen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Ja, Ik zal al de heidenenH1471 doen bevenH7493, en zij zullen komenH935 tot den WensH2532 allerH3605 heidenenH1471, en Ik zal ditH2088 huisH1004 met heerlijkheidH3519 vervullenH4390, zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635. Ja, Ik zal al de heidenen doen beven, en zij zullen komen tot den Wens aller heidenen, en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, zegt de HEERE der heirscharen.

KJV And I will shake1 all nations,4 and the desire6 of all nations8 shall come:5 and I will fill9 this house11 with glory,13 saith14 the LORD15 of hosts.

1 וְהִרְעַשְׁתִּי֙ H7493 beven, beefde, beeft make afraid, (re-) move, quake, (make to) shake, (make to) tremble 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 וּבָ֖אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 חֶמְדַּ֣ת H2532 gewenste, kostelijke, begeerlijk desire, goodly, pleasant, precious 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 הַגּוֹיִ֑ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 וּמִלֵּאתִ֞י H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הַבַּ֤יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 הַזֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 13 כָּב֔וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 14 אָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 צְבָאֽוֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Mijn is het zilver, en Mijn is het goud, spreekt de HEERE der heirscharen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Mijn is het zilverH3701, en Mijn is het goudH2091, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635. Mijn is het zilver, en Mijn is het goud, spreekt de HEERE der heirscharen.

KJV The silver2 is mine, and the gold4 is mine, saith5 the LORD6 of hosts.

1 לִ֥י 2 הַכֶּ֖סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 3 וְלִ֣י 4 הַזָּהָ֑ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 5 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 6 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 צְבָאֽוֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden, dan van het eerste, zegt de HEERE der heirscharen; en in deze plaats zal Ik vrede geven, spreekt de HEERE der heirscharen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 De heerlijkheidH3519 van ditH2088 laatsteH314 huisH1004 zal groterH1419 worden, dan van het eersteH7223, zegtH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635; en in dezeH2088 plaatsH4725 zal Ik vredeH7965 gevenH5414, spreektH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635. De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden, dan van het eerste, zegt de HEERE der heirscharen; en in deze plaats zal Ik vrede geven, spreekt de HEERE der heirscharen.

KJV The glory3 of this latter6 house4 shall be greater than1 of the former,8 saith16 the LORD10 of hosts:11 and in this place12 will I give14 peace,15 saith9 the LORD17 of hosts.

1 גָּד֣וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 2 יִֽהְיֶ֡ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 כְּבוֹד֩ H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 4 הַבַּ֨יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 הַזֶּ֤ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 הָאַֽחֲרוֹן֙ H314 laatste, achterste, navolgende after (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most 7 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 הָ֣רִאשׁ֔וֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 9 אָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 צְבָא֑וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 12 וּבַמָּק֤וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 13 הַזֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 14 אֶתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 שָׁל֔וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 16 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 17 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 צְבָאֽוֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Op den vier en twintigsten dag der negende maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN door den dienst van den profeet Haggai, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Op den vierH702 en twintigstenH6242 dag der negendeH8671 maand, in het tweedeH8147 jaarH8141 van DariusH1867, geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068 door den dienstH3027 van den profeetH5030 HaggaiH2292, zeggendeH559: Op den vier en twintigsten dag der negende maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN door den dienst van den profeet Haggai, zeggende:

KJV In the four2 and twentieth1 day of the ninth3 month, in the second5 year4 of Darius,6 came the word8 of the LORD9 by Haggai11 the prophet,12 saying,

1 בְּעֶשְׂרִ֤ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 2 וְאַרְבָּעָה֙ H702 vier, vierhonderd, veertien four 3 לַתְּשִׁיעִ֔י H8671 negende, negenden ninth 4 בִּשְׁנַ֥ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 שְׁתַּ֖יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 6 לְדָרְיָ֑וֶשׁ H1867 Darius Darius 7 הָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 9 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 חַגַּ֥י H2292 Haggai Haggai 12 הַנָּבִ֖יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 13 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Vraag nu den priesters de wet, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: VraagH7592 nu den priestersH3548 de wetH8451, zeggendeH559: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Vraag nu den priesters de wet, zeggende:

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts;4 Ask5 now the priests8 concerning the law,9 saying,

1 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֑וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 שְׁאַל H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 6 נָ֧א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַכֹּהֲנִ֛ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 9 תּוֹרָ֖ה H8451 wet, wetten, leer law 10 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Ziet, iemand draagt heilig vlees in de slip van zijn kleed, en hij raakt met zijn slip aan het brood, of aan het moes, of aan den wijn, of aan de olie, of aan enige spijze, zal het heilig worden? En de priesters antwoordden, en zeiden: Neen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 ZietH2005, iemandH376 draagtH5375 heilig vleesH1320 in de slipH3671 van zijn kleedH899, en hij raaktH5060 met zijn slipH3671 aanH413 het broodH3899, of aanH413 het moesH5138, of aanH413 den wijnH3196, of aanH413 de olieH8081, of aanH413 enigeH3605 spijzeH3978, zal het heilig worden? En de priestersH3548 antwoorddenH6030, en zeidenH559: NeenH3808. Ziet, iemand draagt heilig vlees in de slip van zijn kleed, en hij raakt met zijn slip aan het brood, of aan het moes, of aan den wijn, of aan de olie, of aan enige spijze, zal het heilig worden? En de priesters antwoordden, en zeiden: Neen.

Ook in dit vers heiligH6942 heiligH6944

KJV If one3 bear2 holy5 flesh4 in the skirt6 of his garment,7 and with his skirt9 do touch8 bread,11 or pottage,13 or wine,15 or oil,17 or any meat,20 shall it be holy?21 And the priests23 answered22 and said,

1 הֵ֣ן H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 יִשָּׂא H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 3 אִ֨ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 בְּשַׂר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 5 קֹ֜דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 6 בִּכְנַ֣ף H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 7 בִּגְד֗וֹ H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 8 וְנָגַ֣ע H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 9 בִּ֠כְנָפוֹ H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 הַלֶּ֨חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 12 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 הַנָּזִ֜יד H5138 moes, kooksel, linzenkooksel pottage 14 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 הַיַּ֧יִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 16 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 שֶׁ֛מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 18 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 19 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 20 מַאֲכָ֖ל H3978 spijze, spijs, Spijze food, fruit, (bake-)meat(-s), victual 21 הֲיִקְדָּ֑שׁ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 22 וַיַּעֲנ֧וּ H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 23 הַכֹּהֲנִ֛ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 24 וַיֹּאמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 25 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En Haggai zeide: Indien iemand, die onrein is van een dood lichaam, iets van die dingen aanroert, zal het onrein worden? En de priesters antwoordden, en zeiden: Het zal onrein worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En HaggaiH2292 zeideH559: IndienH518 iemand, die onrein is van een dood lichaamH5315, ietsH3605 van dieH428 dingen aanroertH5060, zal het onrein worden? En de priestersH3548 antwoorddenH6030, en zeidenH559: Het zal onrein worden. En Haggai zeide: Indien iemand, die onrein is van een dood lichaam, iets van die dingen aanroert, zal het onrein worden? En de priesters antwoordden, en zeiden: Het zal onrein worden.

Ook in dit vers onreinH2930 onreinH2930 onreinH2931

KJV Then said1 Haggai,2 If one that is unclean5 by a dead body6 touch4 any of these, shall it be unclean?9 And the priests11 answered10 and said,12 It shall be unclean.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 חַגַּ֔י H2292 Haggai Haggai 3 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 4 יִגַּ֧ע H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 5 טְמֵא H2931 onrein, onreine, onreins defiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean 6 נֶ֛פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 7 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 אֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 9 הֲיִטְמָ֑א H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 10 וַיַּעֲנ֧וּ H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 11 הַכֹּהֲנִ֛ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 12 וַיֹּאמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 יִטְמָֽא H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Toen antwoordde Haggai, en zeide: Alzo is dit volk, en alzo is deze natie voor Mijn aangezicht, spreekt de HEERE, en alzo is al het werk hunner handen; en wat zij daar offeren, dat is onrein.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Toen antwoorddeH6030 HaggaiH2292, en zeideH559: AlzoH3651 is dit volkH5971, en alzoH3651 is deze natieH1471 voor Mijn aangezichtH6440, spreektH5002 de HEEREH3068, en alzoH3651 is alH3605 het werkH4639 hunner handenH3027; en watH834 zij daarH8033 offerenH7126, dat is onreinH2931. Toen antwoordde Haggai, en zeide: Alzo is dit volk, en alzo is deze natie voor Mijn aangezicht, spreekt de HEERE, en alzo is al het werk hunner handen; en wat zij daar offeren, dat is onrein.

KJV Then answered1 Haggai,2 and said,3 So is this people,5 and so is this nation8 before10 me, saith11 the LORD;12 and so is every work15 of their hands;16 and that which they offer18 there is unclean.

1 וַיַּ֨עַן H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 חַגַּ֜י H2292 Haggai Haggai 3 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 כֵּ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 5 הָֽעָם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 הַ֠זֶּה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 7 וְכֵן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 8 הַגּ֨וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 הַזֶּ֤ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 10 לְפָנַי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 12 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 וְכֵ֖ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 מַעֲשֵׂ֣ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 16 יְדֵיהֶ֑ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 17 וַאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 יַקְרִ֛יבוּ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 19 שָׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 20 טָמֵ֥א H2931 onrein, onreine, onreins defiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean 21 הֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En nu, stelt er toch ulieder hart op, van dezen dag af en opwaarts, eer er steen op steen gelegd werd aan den tempel des HEEREN;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En nuH6258, steltH7760 er tochH4994 ulieder hartH3824 op, vanH4480 dezenH2088 dagH3117 af en opwaartsH4605, eerH2962 er steenH68 op steenH68 gelegdH7760 werd aanH413 den tempelH1964 des HEERENH3068; En nu, stelt er toch ulieder hart op, van dezen dag af en opwaarts, eer er steen op steen gelegd werd aan den tempel des HEEREN;

KJV And now, I pray you, consider2 from this day6 and upward,8 from before9 a stone11 was laid10 upon a stone13 in the temple14 of the LORD:

1 וְעַתָּה֙ H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 שִֽׂימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 3 נָ֣א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 4 לְבַבְכֶ֔ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 5 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 הַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 8 וָמָ֑עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 9 מִטֶּ֧רֶם H2962 eer, terwijl before, ere, not yet 10 שֽׂוּם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 11 אֶ֛בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 אֶ֖בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 14 בְּהֵיכַ֥ל H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple 15 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Eer die dingen geschiedden, kwam iemand tot den koren hoop van twintig maten, zo waren er maar tien; komende tot den wijnbak, om vijftig maten van de pers te scheppen, zo waren er maar twintig.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EerH4480 die dingen geschieddenH1961, kwam iemandH413 tot den koren hoopH6194 van twintigH6242 maten, zo warenH1961 er maar tienH6235; komendeH935 tot den wijnbakH3342, om vijftigH2572 maten van de persH6333 te scheppenH2834, zo waren er maar twintigH6242. Eer die dingen geschiedden, kwam iemand tot den koren hoop van twintig maten, zo waren er maar tien; komende tot den wijnbak, om vijftig maten van de pers te scheppen, zo waren er maar twintig.

KJV Since those days were, when one came2 to an heap4 of twenty5 measures, there were but ten:7 when one came8 to the pressfat10 for to draw out11 fifty12 vessels out of the press,13 there were but twenty.

1 מִֽהְיוֹתָ֥ם H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בָּא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 עֲרֵמַ֣ת H6194 hopen, hoop, garven heap (of corn), sheaf 5 עֶשְׂרִ֔ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 6 וְהָיְתָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 עֲשָׂרָ֑ה H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 8 בָּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 הַיֶּ֗קֶב H3342 perskuip, perskuipen, wijnpers fats, presses, press-fat, wine(-press) 11 לַחְשֹׂף֙ H2834 ontbloot, scheppen, blote make bare, clean, discover, draw out, take, uncover 12 חֲמִשִּׁ֣ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 13 פּוּרָ֔ה H6333 pers winepress 14 וְהָיְתָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 עֶשְׂרִֽים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Ik sloeg ulieden met brandkoren, met honigdauw en met hagel, al het werk uwer handen; en gij keerdet u niet tot Mij, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Ik sloegH5221 ulieden met brandkorenH7711, met honigdauwH3420 en met hagelH1259, alH3605 het werkH4639 uwer handenH3027; en gij keerdet u nietH369 totH413 Mij, spreektH5002 de HEEREH3068. Ik sloeg ulieden met brandkoren, met honigdauw en met hagel, al het werk uwer handen; en gij keerdet u niet tot Mij, spreekt de HEERE.

KJV I smote1 you with blasting3 and with mildew4 and with hail5 in all the labours8 of your hands;9 yet ye turned not to me, saith13 the LORD.

1 הִכֵּ֨יתִי H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 2 אֶתְכֶ֜ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בַּשִּׁדָּפ֤וֹן H7711 brandkoren blasted(-ing) 4 וּבַיֵּֽרָקוֹן֙ H3420 honigdauw, bleekheid greenish, yellow 5 וּבַבָּרָ֔ד H1259 hagel, hagels, hagelstenen hail(stones) 6 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 מַעֲשֵׂ֣ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 9 יְדֵיכֶ֑ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 וְאֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 11 אֶתְכֶ֥ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 אֵלַ֖י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 14 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Stelt er toch uw hart op, van dezen dag af en opwaarts; van den vier en twintigsten dag der negende maand af, van den dag af, als het fondament aan den tempel des HEEREN is gelegd geworden, stelt er uw hart op.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 SteltH7760 er tochH4994 uw hartH3824 op, vanH4480 dezenH2088 dagH3117 af en opwaartsH4605; van den vierH702 en twintigstenH6242 dagH3117 der negendeH8671 maand afH4480, van den dagH3117 af, als het fondamentH3245 aan den tempelH1964 des HEERENH3068 is gelegdH3245 geworden, steltH7760 er uw hartH3824 op. Stelt er toch uw hart op, van dezen dag af en opwaarts; van den vier en twintigsten dag der negende maand af, van den dag af, als het fondament aan den tempel des HEEREN is gelegd geworden, stelt er uw hart op.

KJV Consider1 now from this day5 and upward,7 from the four10 and twentieth9 day8 of the ninth11 month, even from the day13 that the foundation15 of the LORD'S17 temple16 was laid, consider18

1 שִׂימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 נָ֣א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 3 לְבַבְכֶ֔ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 4 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 הַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 7 וָמָ֑עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 8 מִיּוֹם֩ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 עֶשְׂרִ֨ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 10 וְאַרְבָּעָ֜ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 11 לַתְּשִׁיעִ֗י H8671 negende, negenden ninth 12 לְמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 13 הַיּ֛וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 יֻסַּ֥ד H3245 gegrond, gegrondvest, grond appoint, take counsel, establish, (lay the, lay for a) found(-ation), instruct, lay, ordain, set, [idiom] sure 16 הֵֽיכַל H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple 17 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 שִׂ֥ימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 19 לְבַבְכֶֽם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Is er nog zaad in de schuur? Zelfs tot den wijnstok, en den vijgeboom, en den granaatappelboom, en den olijfboom, die niet gedragen heeft, die zal Ik van dezen dag af zegenen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Is er nogH5750 zaadH2233 in de schuurH4035? ZelfsH5704 tot den wijnstokH1612, en den vijgeboomH8384, en den granaatappelboomH7416, en den olijfboomH2132, die nietH3808 gedragenH5375 heeft, die zal Ik van dezenH2088 dagH3117 af zegenenH1288. Is er nog zaad in de schuur? Zelfs tot den wijnstok, en den vijgeboom, en den granaatappelboom, en den olijfboom, die niet gedragen heeft, die zal Ik van dezen dag af zegenen.

KJV Is the seed2 yet in the barn?3 yea, as yet the vine,5 and the fig tree,6 and the pomegranate,7 and the olive9 tree,8 hath not brought forth:11 from this day13 will I bless

1 הַע֤וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 2 הַזֶּ֨רַע֙ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 3 בַּמְּגוּרָ֔ה H4035 schuur, vreze, vrezen barn, fear 4 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 5 הַגֶּ֨פֶן H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 6 וְהַתְּאֵנָ֧ה H8384 vijgeboom, vijgen, vijgebomen fig (tree) 7 וְהָרִמּ֛וֹן H7416 granaatappelen, granaatappel, granaatappelboom pomegranate 8 וְעֵ֥ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 9 הַזַּ֖יִת H2132 olijfbomen, olijfboom, olijfgaarden olive (tree, -yard), Olivet 10 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 נָשָׂ֑א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 12 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 13 הַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 15 אֲבָרֵֽךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Het woord des HEEREN nu geschiedde ten tweeden male tot Haggai, op den vier en twintigsten der maand, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Het woordH1697 des HEERENH3068 nu geschieddeH1961 ten tweeden maleH8145 totH413 HaggaiH2292, op den vierH702 en twintigstenH6242 der maandH2320, zeggendeH559: Het woord des HEEREN nu geschiedde ten tweeden male tot Haggai, op den vier en twintigsten der maand, zeggende:

KJV And again4 the word2 of the LORD3 came unto Haggai6 in the four8 and twentieth7 day of the month,9 saying,

1 וַיְהִ֨י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 שֵׁנִית֙ H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 חַגַּ֔י H2292 Haggai Haggai 7 בְּעֶשְׂרִ֧ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 8 וְאַרְבָּעָ֛ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 9 לַחֹ֖דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 10 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Spreek tot Zerubbabel, den vorst van Juda, zeggende: Ik zal de hemelen en de aarde bewegen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 SpreekH559 totH413 ZerubbabelH2216, den vorstH6346 van JudaH3063, zeggendeH559: IkH589 zal de hemelenH8064 en de aardeH776 bewegenH7493. Spreek tot Zerubbabel, den vorst van Juda, zeggende: Ik zal de hemelen en de aarde bewegen.

KJV Speak1 to Zerubbabel,3 governor4 of Judah,5 saying,6 I will shake8 the heavens10 and the earth;

1 אֱמֹ֕ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 זְרֻבָּבֶ֥ל H2216 Zerubbabel Zerubbabel 4 פַּֽחַת H6346 landvoogden, vorst, vorsten captain, deputy, governor 5 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 6 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 8 מַרְעִ֔ישׁ H7493 beven, beefde, beeft make afraid, (re-) move, quake, (make to) shake, (make to) tremble 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הַשָּׁמַ֖יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 11 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En Ik zal den troon der koninkrijken omkeren, en verdelgen de vastigheid van de koninkrijken der heidenen; en Ik zal den wagen omkeren, en die daarop rijden; en de paarden, en die daarop rijden, zullen nederstorten, een iegelijk in des anderen zwaard.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En Ik zal den troonH3678 der koninkrijkenH4467 omkerenH2015, en verdelgenH8045 de vastigheidH2392 van de koninkrijkenH4467 der heidenenH1471; en Ik zal den wagenH4818 omkerenH2015, en die daarop rijdenH7392; en de paardenH5483, en die daarop rijdenH7392, zullen nederstortenH3381, een iegelijkH376 in des anderen zwaardH2719. En Ik zal den troon der koninkrijken omkeren, en verdelgen de vastigheid van de koninkrijken der heidenen; en Ik zal den wagen omkeren, en die daarop rijden; en de paarden, en die daarop rijden, zullen nederstorten, een iegelijk in des anderen zwaard.

KJV And I will overthrow1 the throne2 of kingdoms,3 and I will destroy4 the strength5 of the kingdoms6 of the heathen;7 and I will overthrow8 the chariots,9 and those that ride10 in them; and the horses12 and their riders13 shall come down,11 every one14 by the sword15 of his brother.

1 וְהָֽפַכְתִּי֙ H2015 veranderd, omgekeerd, keerde [idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way) 2 כִּסֵּ֣א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 3 מַמְלָכ֔וֹת H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 4 וְהִ֨שְׁמַדְתִּ֔י H8045 verdelgd, verdelgen, verdelgde destory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly 5 חֹ֖זֶק H2392 sterke, sterkte, vastigheid strength 6 מַמְלְכ֣וֹת H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 7 הַגּוֹיִ֑ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 8 וְהָפַכְתִּ֤י H2015 veranderd, omgekeerd, keerde [idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way) 9 מֶרְכָּבָה֙ H4818 wagen, wagenen, wagens chariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת) 10 וְרֹ֣כְבֶ֔יהָ H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 11 וְיָרְד֤וּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 12 סוּסִים֙ H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 13 וְרֹ֣כְבֵיהֶ֔ם H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 14 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 15 בְּחֶ֥רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 16 אָחִֽיו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Te dien dage, spreekt de HEERE der heirscharen, zal Ik u nemen, o Zerubbabel, gij zoon van Sealthiel, Mijn knecht! spreekt de HEERE, en Ik zal u stellen, als een zegelring; want u heb Ik verkoren, spreekt de Heere der heirscharen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Te dienH1931 dageH3117, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, zal Ik u nemenH3947, o ZerubbabelH2216, gij zoonH1121 van SealthielH7597, Mijn knechtH5650! spreektH5002 de HEEREH3068, en Ik zal u stellenH7760, als een zegelringH2368; wantH3588 u heb Ik verkorenH977, spreektH5002 de HeereH3068 der heirscharenH6635. Te dien dage, spreekt de HEERE der heirscharen, zal Ik u nemen, o Zerubbabel, gij zoon van Sealthiel, Mijn knecht! spreekt de HEERE, en Ik zal u stellen, als een zegelring; want u heb Ik verkoren, spreekt de Heere der heirscharen.

KJV In that day,1 saith3 the LORD4 of hosts,5 will I take6 thee, O Zerubbabel,7 my servant,10 the son8 of Shealtiel,9 saith11 the LORD,12 and will make13 thee as a signet:14 for I have chosen17 thee, saith18 the LORD19 of hosts.

1 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הַה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 4 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 צְבָא֡וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 אֶ֠קָּחֲךָ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 7 זְרֻבָּבֶ֨ל H2216 Zerubbabel Zerubbabel 8 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 שְׁאַלְתִּיאֵ֤ל H7597 Sealthiel Shalthiel, Shealtiel 10 עַבְדִּי֙ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 11 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 12 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 וְשַׂמְתִּ֖יךָ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 14 כַּֽחוֹתָ֑ם H2368 zegel, zegelen, zegelring seal, signet 15 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 בְךָ֣ 17 בָחַ֔רְתִּי H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 18 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 19 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 20 צְבָאֽוֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Hagai 2:1 Hagai 1:1 Hagai 2:10 2 Petrus 1:21 Hagai 2:20 Hagai 1:15
Hagai 2:2 Hagai 1:1 Ezra 1:8 Ezra 2:63 Hagai 1:14 Nehemia 8:9
Hagai 2:3 Ezra 3:12 Ezechiël 7:20 Zacharia 4:9 Hagai 2:9 Lukas 21:5
Hagai 2:4 1 Kronieken 28:20 Zacharia 8:9 2 Samuël 5:10 Handelingen 7:9 Efeze 6:10 Hagai 1:13 Deuteronomium 31:23 1 Kronieken 22:13
Hagai 2:5 Nehemia 9:20 Exodus 29:45 Zacharia 8:13 Zacharia 8:15 Exodus 34:10 Jesaja 41:13 Jesaja 41:10 Exodus 34:8
Hagai 2:6 Jesaja 10:25 Hebreeën 12:26 Jesaja 29:17 Psalmen 37:10 Lukas 21:25 Markus 13:24 Joël 2:30 Ezechiël 38:20
Hagai 2:7 1 Koningen 8:11 Maleachi 3:1 Jesaja 60:7 Daniël 2:44 2 Kronieken 5:14 Johannes 10:23 Lukas 19:47 Galaten 3:8
Hagai 2:8 Psalmen 50:10 Jesaja 60:13 Psalmen 24:1 Jesaja 60:17 1 Kronieken 29:14 1 Koningen 6:20
Hagai 2:9 Jesaja 9:6 Kolossenzen 1:19 Psalmen 85:8 Lukas 2:14 2 Korinthe 3:9 Efeze 2:14 Micha 5:5 Jesaja 57:18
Hagai 2:10 Hagai 2:20 Hagai 1:1 Hagai 1:15
Hagai 2:11 Maleachi 2:7 Leviticus 10:10 Titus 1:9 Ezechiël 44:23 Deuteronomium 33:10 Deuteronomium 17:8
Hagai 2:12 Mattheüs 23:19 Leviticus 6:27 Exodus 29:37 Ezechiël 44:19 Leviticus 7:6 Leviticus 6:29
Hagai 2:13 Numeri 9:6 Leviticus 22:4 Numeri 5:2 Numeri 19:11
Hagai 2:14 Spreuken 28:9 Jesaja 1:11 Titus 1:15 Spreuken 15:8 Ezra 3:2 Hagai 1:4 Spreuken 21:4 Judas 1:23
Hagai 2:15 Hagai 1:5 Ezra 3:10 Ezra 4:24 Hagai 1:7 Hagai 2:18 Jesaja 5:12 Romeinen 6:21 Hosea 14:9
Hagai 2:16 Hagai 1:6 Maleachi 2:2 Spreuken 3:9 Hagai 1:9 Zacharia 8:10
Hagai 2:17 Deuteronomium 28:22 1 Koningen 8:37 Hagai 1:9 Hagai 1:11 Jeremia 5:3 Zacharia 7:9 2 Kronieken 28:22 Genesis 42:6
Hagai 2:18 Zacharia 8:9 Hagai 2:15 Ezra 5:1 Deuteronomium 32:29 Zacharia 8:12 Hagai 2:10 Hagai 1:14 Lukas 15:17
Hagai 2:19 Psalmen 128:1 Maleachi 3:10 Psalmen 84:12 Mattheüs 6:33 Spreuken 3:9 Leviticus 26:3 Deuteronomium 28:2 Genesis 26:12
Hagai 2:21 Hagai 1:1 Ezra 5:2 Openbaring 16:17 Zacharia 4:6 Hebreeën 12:26 1 Kronieken 3:19 Ezechiël 26:15 Ezechiël 38:19
Hagai 2:22 Micha 5:10 Richteren 7:22 Ezechiël 39:20 Mattheüs 24:7 Zacharia 10:11 Psalmen 46:9 Sefanja 3:8 Zacharia 9:10
Hagai 2:23 Jesaja 43:10 Jeremia 22:24 Jesaja 42:1 Zacharia 4:6 Hooglied 8:6 1 Petrus 2:4 2 Timotheüs 2:19 Mattheüs 12:18
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Hagai 2 vers 1

In de zevende maand, Te weten, van het jaar, waarvan in vers een gesproken is.

Hertaald: In de zevende maand, Namelijk van het jaar waarover in vers 1 gesproken is.

geschiedde het woord des HEEREN Te weten, tot het Joodse volk en de voornaamsten onder dezelve. Alzo ook onder vs.11.

Hertaald: geschiedde het woord des HEEREN Namelijk tot het Joodse volk en de voornaamsten daaronder. Zo ook vers 11.

door den dienst van den profeet Haggaï, Hebr. door de hand van Haggaë, enz. Alzo ook in vs.11.

Hertaald: door den dienst van den profeet Haggaï, Hebreeuws: door de hand van Haggai, enzovoort. Zo ook in vers 11.

Hagai 2 vers 3

in zijn eerste heerlijkheid gezien heeft, Te weten, in die heerlijkheid, waar het in was eer het van de Chaldeën is verwoest geworden.

Hertaald: in zijn eerste heerlijkheid gezien heeft, Namelijk in die heerlijkheid waarin het stond voordat het door de Chaldeeën verwoest werd.

als niets in uw ogen? Namelijk vergeleken bij dien tempel, welken Salomo gebouwd heeft; zie Ezra 3:12 . David had gaandeweg een groten schat van goud, zilver, koper en andere bouwstoffen tot den bouw van den tempel vergaderd, en Salomo deed daar nog een groten schat bij, als hij dien tempel bouwde; maar de Joden, die eerst uit de Babylonische gevangenschap kwamen, waren arm en hadden geen grote macht om dezen nieuwen tempel kostelijk op te bouwen. Anders: is [dit] niet bij dat als niets, enz.

Hertaald: als niets in uw ogen? Namelijk vergeleken met de tempel die Salomo gebouwd heeft; zie Ezra 3:12. David had in de loop van de tijd een grote schat aan goud, zilver, koper en andere bouwstoffen voor de bouw van de tempel verzameld, en Salomo voegde daar bij de bouw nog een grote schat aan toe. Maar de Joden die als eersten uit de Babylonische gevangenschap kwamen waren arm en hadden niet de middelen om deze nieuwe tempel kostbaar op te bouwen. Anders: is dit niet bij dat als niets, enzovoort.

Hagai 2 vers 4

al gij volk des lands Dit spreekt hij tot den gemenen onder de Joden.

Hertaald: al gij volk des lands Dit zegt hij tot het gewone volk onder de Joden.

werkt, Dat is, gaat voort in het bouwen. Zie van het woord werken, Ruth 2:19 ; Spr. 31:13 .

Hertaald: werkt, Dat is: ga voort met bouwen. Zie over het woord werken Ruth 2:19; Spr. 31:13.

Hagai 2 vers 5

het woord, Te weten, met dat woord, door hetwelk de hemelen gemaakt zijn, Ps. 33:6 , Ps. 33:9 ; dat is, met Christus, in welken Ik; dat is, in en door welken Christus Ik een verbond met ulieden gemaakt heb, waarom Christus Mal. 3:1 , de engel des verbonds genoemd wordt, en de apostel zegt 2 Kor. 1:20 , dat de belofte in Christus alleen ja en amen is. Anders: naar het woord, doe Ik met ulieden, enz.; dat is, naar de beloften, die Ik uwen vaderen en ulieden gedaan heb, dat Ik wilde zijn hun God en huns zaads God na hen; Gen. 15:18 .

Hertaald: het woord, Namelijk met dat Woord waardoor de hemelen gemaakt zijn, Ps. 33:6, Ps. 33:9; dat is: met Christus, in en door Wie Ik een verbond met u gesloten heb. Daarom wordt Christus in Mal. 3:1 de Engel van het verbond genoemd, en de apostel zegt in 2 Kor. 1:20 dat de belofte alleen in Christus ja en amen is. Anders: naar het woord doe Ik met u, enzovoort; dat is: naar de beloften die Ik uw vaderen en u gedaan heb, dat Ik hun God en de God van hun nageslacht na hen wilde zijn; Gen. 15:18.

gij uit Egypte uittrokt, Te weten, besloten zijnde in de lenden uwers vaderen. Zie gelijke manier van spreken Hand. 7:53 .

Hertaald: gij uit Egypte uittrokt, Namelijk terwijl u nog besloten lag in de lendenen van uw vaderen. Zie een soortgelijke manier van spreken in Hand. 7:53.

Mijn Geest, Versta, den Heilige Geest, die onze zwakheid mede te hulp komt, Rom. 8:26 . Dit vers heeft een klaar bewijs van de drie personen der Heilige Drievuldigheid.

Hertaald: Mijn Geest, Versta: de Heilige Geest, Die onze zwakheid te hulp komt, Rom. 8:26. Dit vers bevat een helder bewijs van de drie Personen van de heilige Drie-eenheid.

staande in het midden van u; Dat is, bij u tegenwoordig zijnde met zijn krachtige werking. Anders: en mijn Geest zal in het midden van u blijven; dat is, Hij zal ulieden in het uitvoeren van het werk van dit gebouw kracht verlenen; derhalve vreest niet, de zaak zal een goeden voortgang hebben.

Hertaald: staande in het midden van u; Dat is: bij u tegenwoordig met Zijn krachtige werking. Anders: en Mijn Geest zal in het midden van u blijven; dat is: Hij zal u kracht verlenen bij het uitvoeren van dit bouwwerk. Vreest daarom niet, de zaak zal goed voortgaan.

Hagai 2 vers 6

Nog eens, Dat is, het zal in korten tijd geschieden, dat Ik hemel en aarde wederom, of ten tweede male bewegen zal. Zie Hebr. 12:26 ; dat ons lang dunkt te wezen, is bij God maar als een ogenblik; Ps. 90:4 , en 2 Petr. 3:8 .

Hertaald: Nog eens, Dat is: het zal binnenkort gebeuren dat Ik hemel en aarde opnieuw, of voor de tweede maal, zal bewegen. Zie Hebr. 12:26. Wat ons lang lijkt te duren, is bij God slechts als een ogenblik; Ps. 90:4 en 2 Petr. 3:8.

de hemelen, Met de engelen, inwoners des hemels.

Hertaald: de hemelen, Met de engelen, de bewoners van de hemel.

de aarde, Met de mensen op de aarde.

Hertaald: de aarde, Met de mensen op de aarde.

de zee, Met die in de eilanden wonen.

Hertaald: de zee, Met hen die op de eilanden wonen.

het droge Met de mensen, die op het hoge droge land wonen.

Hertaald: het droge Met de mensen die op het hoge, droge land wonen.

doen beven Al deze schepselen zullen bewogen worden, ten tijde der geboorte, van het lijden en sterven, van de opstanding en hemelvaart van Christus, en als zijne apostelen dit alles door de ganse wereld zullen gaan prediken.

Hertaald: doen beven Al deze schepselen zullen bewogen worden ten tijde van de geboorte, het lijden en sterven, de opstanding en de hemelvaart van Christus, en wanneer Zijn apostelen dit alles door de hele wereld zullen gaan prediken.

Hagai 2 vers 7

Ik zal al de heidenen Dit is ene profetie van de beroeping der heidenen, als het Evangelie door de ganse wereld zou gepredikt worden.

Hertaald: Ik zal al de heidenen Dit is een profetie over de roeping van de heidenen, wanneer het Evangelie door de hele wereld gepredikt zou worden.

doen beven, Of, doen schudden, te weten, alzo dat zij tot den Heere komen. Verg. Hos. 3:5 , en Hos. 11:10-11 met de aantekening.

Hertaald: doen beven, Of: doen schudden, namelijk zo dat zij tot de HEERE komen. Vergelijk Hos. 3:5 en Hos. 11:10-11 met de aantekening.

Wens aller heidenen, Te weten, Christus, dien alle heidenen of natiën zouden wensen te omhelzen, zich tot zijne kerk begevende. Verg. Gen. 49:10 . Anders aldus: En de wens der heidenen zal komen. Verstaande zulks van de komst van de Messias. Anders: Dan zullen komen de gewenschten aller heidenen; dat is, mijne uitverkorenen, mijn lieve en aangenamen kinderen uit alle volken en natiën, zullen tot mij komen en in mij geloven. Zie Jes. 2:3 .

Hertaald: Wens aller heidenen, Namelijk Christus, Die alle heidenen of volken zouden wensen te omhelzen door zich bij Zijn kerk te voegen. Vergelijk Gen. 49:10. Anders aldus: en de wens van de heidenen zal komen — waarbij men dat verstaat van de komst van de Messias. Anders: dan zullen de gewensten van alle heidenen komen; dat is: Mijn uitverkorenen, Mijn lieve en aangename kinderen uit alle volken en naties, zullen tot Mij komen en in Mij geloven. Zie Jes. 2:3.

dit huis Dat is, dezen tempel.

Hertaald: dit huis Dat is: deze tempel.

met heerlijkheid vervullen, Want Christus, de koning der ere. [ Ps. 24:7-8 ] , de Zaligmaker der heidenen, [die groter is dan Salomo, Matt. 12:42 ] , zou in eigen persoon lichamelijk verschijnen, prediken en wonderen doen, [gelijk Maleachi dit duidelijk voorzegt in Mal. 3:1 ] , en Hij zal voorts in zijn gemeente wonen met zijn Geest en genade. Verg. Ezech. 43:5 , Ezech. 43:7 .

Hertaald: met heerlijkheid vervullen, Want Christus, de Koning der ere (Ps. 24:7-8), de Zaligmaker van de heidenen — Die meer is dan Salomo, Matth. 12:42 — zou in eigen persoon lichamelijk verschijnen, prediken en wonderen doen, zoals Maleachi dat duidelijk voorzegt in Mal. 3:1; en Hij zal verder in Zijn gemeente wonen met Zijn Geest en genade. Vergelijk Ezech. 43:5, Ezech. 43:7.

Hagai 2 vers 8

Mijn is het zilver, en Mijn is het goud, Alsof de Heere zeide: Indien Ik dezen nieuwen tempel uitwendig heerlijker hebben wilde van zilver en goud, dat ware mij licht om te doen, want al het zilver en goud der wereld komt mij toe, en Ik kon het u haast doen hebben, maar Ik wil dezen tempel versieren met een veel grotere heerlijkheid, namelijk met de tegenwoordigheid van den Messias, den Koning aller koningen, en met vele geestelijke gaven, waarmede Ik de kerk van het Nieuwe Testament versieren zal.

Hertaald: Mijn is het zilver, en Mijn is het goud, Alsof de HEERE zei: als Ik deze nieuwe tempel uiterlijk heerlijker had willen hebben, van zilver en goud, dan zou Mij dat gemakkelijk vallen, want al het zilver en goud van de wereld komt Mij toe en Ik zou het u spoedig kunnen laten hebben. Maar Ik wil deze tempel versieren met een veel grotere heerlijkheid, namelijk met de tegenwoordigheid van de Messias, de Koning aller koningen, en met veel geestelijke gaven waarmee Ik de kerk van het Nieuwe Testament zal versieren.

Hagai 2 vers 9

vrede geven, Namelijk door, of in Christus Jezus, den Vredevorst. Zie Rom. 5:1 , en Rom. 14:17 ; Fil. 4:7 . Zie ook Jes. 11:6 , en Joh. 14:27 .

Hertaald: vrede geven, Namelijk door of in Christus Jezus, de Vredevorst. Zie Rom. 5:1 en Rom. 14:17; Filipp. 4:7. Zie ook Jes. 11:6 en Joh. 14:27.

Hagai 2 vers 10

der negende maand, Deze maand word Chisleu genoemd, Zach. 7:1 ; ten dele met onze December overeenkomende.

Hertaald: der negende maand, Deze maand wordt Chisleu genoemd, Zach. 7:1; die valt deels samen met onze december.

Hagai 2 vers 11

den priesters de wet, Welken het toekomt de wet te verklaren. Zie Lev. 10:10-11 ; Deut. 33:10 , en Mal. 2:7 .

Hertaald: den priesters de wet, Aan wie het toekomt de wet te verklaren. Zie Lev. 10:10-11; Deut. 33:10 en Mal. 2:7.

Hagai 2 vers 12

iemand draagt In dit 13e vers stelt de profeet twee vragen voor bij gelijkenis, lerende vooreerst dat de gelijkenis, lerende vooreerst dat de mens uit het aanroeren van iets, dat heilig is, gene heiligheid verkrijgt. In vers vers 14 leert hij dat een mens, die onrein is, niet alleen gene heiligheid daarvan krijgt, maar integendeel, met zijn aanroeren verontreiningt hij hetgeen heilig is; met welke gelijkenissen de Heere te verstaan geeft de oorzaken waarom Hij nu een geruimen tijd de Joden gekastijd had, en waarom hunne offeranden Gode niet aangenaam geweest waren, namelijk omdat zij zo onrein van hart waren als degenen uiterlijk, die door het aanroeren van een dood lichaam zich verontreining hadden. Zie Lev. 21:1 ; Num. 5:2 .

Hertaald: iemand draagt In dit vers stelt de profeet bij wijze van vergelijking twee vragen. Allereerst leert hij dat een mens door het aanraken van iets heiligs geen heiligheid verkrijgt. In vers 14 leert hij dat een mens die onrein is daar niet alleen geen heiligheid van krijgt, maar integendeel door zijn aanraking verontreinigt wat heilig is. Met deze vergelijkingen geeft de HEERE de redenen te kennen waarom Hij de Joden nu een geruime tijd gekastijd had, en waarom hun offeranden Hem niet aangenaam geweest waren. De reden is dat zij innerlijk even onrein van hart waren als degenen die zich uiterlijk door het aanraken van een dood lichaam verontreinigd hadden. Zie Lev. 21:1; Num. 5:2.

heilig vlees Hebr. vlees der heiligheid; te weten, vlees, hetwelk de Heere is geheiligd geworden door de offerande. Zie Lev. 7:15 .

Hertaald: heilig vlees Hebreeuws: vlees van de heiligheid; namelijk vlees dat aan de HEERE geheiligd is door de offerande. Zie Lev. 7:15.

slip van zijn kleed, Hebr. vleugel.

Hertaald: slip van zijn kleed, Hebreeuws: vleugel.

het heilig worden? Anders: hij. Die zin is: Zal er iets anders, dat hij aanroert, door hem geheiligd worden?

Hertaald: het heilig worden? Anders: hij. De betekenis is: zal iets anders dat hij aanraakt daardoor geheiligd worden?

Neen Want het kleed wordt wel door zulke aanroering geheiligd, Lev. 6:27 ; maar niet hetgeen van dat kleed werd aangeraakt.

Hertaald: Neen Want het kleed wordt door zo'n aanraking wel geheiligd, Lev. 6:27, maar niet wat door dat kleed aangeraakt wordt.

Hagai 2 vers 13

van een dood lichaam, Hebr. van ene ziel; zie Lev. 19:28 de aantekening aldaar, en Num. 19:11 .

Hertaald: van een dood lichaam, Hebreeuws: van een ziel; zie Lev. 19:28 met de aantekening daar, en Num. 19:11.

iets van die dingen aanroert, Van welke gesproken is in vs.13.

Hertaald: iets van die dingen aanroert, Van de dingen waarover in vers 12 gesproken is.

het onrein worden? Te weten, hetwelk het aangeroerd heeft.

Hertaald: het onrein worden? Namelijk dat wat het aangeraakt heeft.

Het zal onrein worden Zie de wet, Lev. 11:24-25 , enz., en Lev. 15:4 , enz., Num. 9:10 , en Num. 19:11 , Num. 19:13 .

Hertaald: Het zal onrein worden Zie de wet in Lev. 11:24-25, enzovoort, en Lev. 15:4, enzovoort; Num. 9:10 en Num. 19:11, Num. 19:13.

Hagai 2 vers 14

Alzo is dit volk, De zin is: Evenzoo is het met deze natie of met dit volk gesteld, hetwelk alles ontreinigt waar het bij of aan komt, dewijl het onrein van consientie is, blijkende daaruit dat zij mijn bevel, aangaande het opbouwen van den tempel verachten. Verg. Tit. 1:15 .

Hertaald: Alzo is dit volk, De betekenis is: zo is het gesteld met dit volk, dat alles verontreinigt waar het bij of aan komt, omdat het onrein van geweten is. Dat blijkt hieruit dat zij Mijn bevel over het opbouwen van de tempel verachten. Vergelijk Tit. 1:15.

voor Mijn aangezicht, De Joden waren wel heilige lieden in hun eigen oordeel, maar niet in de ogen van God.

Hertaald: voor Mijn aangezicht, De Joden waren wel heilige mensen in hun eigen ogen, maar niet in de ogen van God.

daar offeren, Te weten, op het brandofferaltaar, dat vele jaren was opgebouwd geweest eer de tempel volbouwd is geworden, Ezra 3:2 . God de Heere had wel de offeranden strengelijk bevolen te doen, maar hier verklaart Hij door zijnen profeet, dat gelijk al hun andere werken onrein waren, alzo ook hunne offeranden, [vanwege welke zij meenden Gode aangenaam te zijn] zolang zij nalieten des Heeren huis te bouwen, en omdat zij zelf onrein, dat is goddeloos en huichelachtig waren, en zonder geloof, want alles wat zonder geloof geschiedt, dat is zonde; Rom. 14:23 .

Hertaald: daar offeren, Namelijk op het brandofferaltaar, dat al vele jaren opgebouwd was voordat de tempel voltooid werd, Ezra 3:2. God de HEERE had de offeranden wel streng bevolen, maar hier verklaart Hij door Zijn profeet dat, zoals al hun andere werken onrein waren, ook hun offeranden dat waren — terwijl zij juist meenden daardoor God aangenaam te zijn — zolang zij nalieten het huis van de HEERE te bouwen; en omdat zij zelf onrein waren, dat is: goddeloos en huichelachtig, en zonder geloof. Want alles wat zonder geloof gebeurt, dat is zonde; Rom. 14:23.

Hagai 2 vers 15

stelt er toch ulieder hart op, De zin schijnt hier te zijn: Vóór dezen, toen gij versloft hebt de opbouwing van den tempel, zijt gij van God gestraft geweest met dure tijden, zie vs.18, maar nu gij aan het werk kloekelijk gegaan zijt, hebt gij den zegen des Heeren gevoeld; derhalve neemt ter harte hetgeen in vorige tijden geschied is, opdat gij verstaande de oorzaak van den tegenspoed, die u tevoren geperst heeft, nu ook moogt verstaan de oorzaak van den zegen Gods, dien gij nu gevoelt, en hierna gevoelen zult en vaart derhalve kloekelijk voort in het opbouwen van het huis des Heeren. Eenige overzetters verlichten de duisterheid van dit vers met enige ingevoegde woorden, aldus: En nu, stelt er toch ulieder hart op [hoe het ulieden gegaan is,] van dezen dag af, enz. Zie Hag. 1:5 , en vs.19.

Hertaald: stelt er toch ulieder hart op, De betekenis lijkt hier te zijn: voorheen, toen u de opbouw van de tempel verwaarloosde, bent u door God gestraft met dure tijden — zie vers 18 — maar nu u kloek aan het werk gegaan bent, hebt u de zegen van de HEERE ervaren. Neem daarom ter harte wat in vroeger tijden gebeurd is, opdat u, terwijl u de oorzaak begrijpt van de tegenspoed die u eerder benauwd heeft, nu ook de oorzaak mag begrijpen van Gods zegen die u nu ervaart en hierna zult ervaren; en ga daarom kloek voort met het opbouwen van het huis van de HEERE. Sommige vertalers verhelderen de duisterheid van dit vers met enkele ingevoegde woorden, aldus: en nu, let er toch op hoe het u vergaan is, van deze dag af, enzovoort. Zie Hag. 1:5 en vers 19.

opwaarts, Dat is, op de dagen, die vóór dezen tijd geweest zijn.

Hertaald: opwaarts, Dat is: op de dagen die vóór deze tijd geweest zijn.

eer er steen op steen gelegd werd Dat is, eer de opbouwing van den tempel haar voortgang nam, en gijlieden op het fondament [hetwelk vóór vele jaren gelegd was] voortgegaan zijt, en op hetzelve verder gebouwd hebt. Ten tijde van den koning Cyrus hadden zij de fondamenten van den tempel gelegd, maar niet voortgebouwd tot op het tweede jaar van Darius, zie vs.11. Zie ook Ezra 4:5 , Ezra 4:24 .

Hertaald: eer er steen op steen gelegd werd Dat is: voordat de opbouw van de tempel voortgang kreeg en u verder gebouwd hebt op het fundament dat vele jaren tevoren gelegd was. In de tijd van koning Kores hadden zij de fundamenten van de tempel gelegd, maar er niet verder op gebouwd tot in het tweede jaar van Darius; zie vers 11. Zie ook Ezra 4:5, Ezra 4:24.

Hagai 2 vers 16

Eer die dingen geschiedden, Dat is, eer men met den bouw des tempels voortvoer.

Hertaald: Eer die dingen geschiedden, Dat is: voordat men met de bouw van de tempel doorging.

van twintig maten, Dat is, die men meende dat twintig mudden, of schepels, of zakken uitgeven zou, of behoorde uit te geven, naar evenredigheid van het gezaaide.

Hertaald: van twintig maten, Dat is: waarvan men meende dat die twintig mudden of schepels of zakken zou opleveren, of behoorde op te leveren, naar verhouding van wat gezaaid was.

maten van de pers te scheppen, Hetzij voeder, of amen, of andere vaten, groot of klein.

Hertaald: maten van de pers te scheppen, Hetzij voeder, hetzij amen, hetzij andere vaten, groot of klein.

zo waren er maar twintig De zin is: De oogst van het koren en den wijn was zeer sober en klein, dewijl de Heere u zijnen zegen onttrokken had, vertoornd zijnde over ulieder slordigheid in het bouwen van zijn huis.

Hertaald: zo waren er maar twintig De betekenis is: de oogst van koren en wijn was zeer schraal en klein, omdat de HEERE u Zijn zegen onttrokken had, vertoornd als Hij was over uw nalatigheid in het bouwen van Zijn huis.

Hagai 2 vers 17

Ik sloeg Dit is een breder verhaal der plagen, die God hun heeft toegezonden vanwege hunne slordigheid in het bouwen van den tempel. Verg. Deut. 28:22 , enz. Zie ook 1 Kon. 8:37 , en inzonderheid Am. 4:6-9 ; en Hag. 1:11 , en Ps. 78:47 .

Hertaald: Ik sloeg Dit is een uitvoeriger verhaal van de plagen die God hun gezonden heeft vanwege hun nalatigheid in het bouwen van de tempel. Vergelijk Deut. 28:22, enzovoort. Zie ook 1 Kon. 8:37 en in het bijzonder Amos 4:6-9; ook Hag. 1:11 en Ps. 78:47.

ulieden met brandkoren, Dat is, uwe vruchten.

Hertaald: ulieden met brandkoren, Dat is: uw vruchten.

en gij keerdet u niet tot Mij, Anders: daar is niemand bij ulieden die tot mij, spreekt de Heere, met verzwijging van het woord keert.

Hertaald: en gij keerdet u niet tot Mij, Anders: er is niemand bij u die zich tot Mij keert, spreekt de HEERE — waarbij het woord keert weggelaten wordt.

Hagai 2 vers 18

Stelt er toch uw hart op, Of, stelt nu uw hart, enz. Alsof hij zeide: Totdat men is begonnen wederom te bouwen aan den tempel, zijn het ellendige bedroefde tijden geweest, maar let er nu eens op, hoe het nu toegaat, nu gij kloekelijk aan het bouwen zijt.

Hertaald: Stelt er toch uw hart op, Of: let nu toch op, enzovoort. Alsof hij zei: totdat men begonnen is opnieuw aan de tempel te bouwen, waren het ellendige, droevige tijden; maar let er nu eens op hoe het nu toegaat, nu u kloek aan het bouwen bent.

en opwaarts; Dat is, die vóór dezen tijd geweest zijn.

Hertaald: en opwaarts; Dat is: die vóór deze tijd geweest zijn.

als het fondament Dat is, als men is begonnen te bouwen op het fondament, hetwelk gelegd is geworden in het tweede jaar na de wederkomst uit de Babylonische gevangenschap, als het altaar werd gebouwd. Zie Ezra 3:11 . Doch sommigen nemen deze woorden naar de letter, zijnde in die mening, dat de fondamenten van den tempel, die gelegd waren straks na de wederkomst van het volk uit Babylonië, van de vijanden van dit werk uitgeroeid waren, alzo dat men nieuwe fondamenten heeft moeten leggen.

Hertaald: als het fondament Dat is: toen men begonnen is te bouwen op het fundament dat gelegd was in het tweede jaar na de terugkeer uit de Babylonische gevangenschap, toen het altaar gebouwd werd. Zie Ezra 3:11. Maar sommigen nemen deze woorden letterlijk en menen dat de fundamenten van de tempel, die vlak na de terugkeer van het volk uit Babylonië gelegd waren, door de vijanden van dit werk uitgebroken waren, zodat men nieuwe fundamenten heeft moeten leggen.

Hagai 2 vers 19

Is er nog zaad in de schuur? De zin is: Is er nog zaad overig in de schuur om te zaaien, Ik zal het van dezen dag af zegenen, ja tot de bomen toe, die nu in langen tijd geen vruchten gedragen hebben, zal Ik mijnen zegen geven.

Hertaald: Is er nog zaad in de schuur? De betekenis is: is er nog zaad over in de schuur om te zaaien? Ik zal het van deze dag af zegenen; ja, zelfs de bomen die nu lange tijd geen vruchten gedragen hebben, zal Ik Mijn zegen geven.

den wijnstok, Al de bomen en vruchten, die hier genoemd staan, plachten overvloedig in het Joodse land te groeien; zie Deut. 8:8 .

Hertaald: den wijnstok, Al de bomen en vruchten die hier genoemd worden groeiden gewoonlijk overvloedig in het Joodse land; zie Deut. 8:8.

zegenen Dat is, vruchtbaar maken.

Hertaald: zegenen Dat is: vruchtbaar maken.

Hagai 2 vers 20

der maand, Namelijk der negende maand, te weten, op denzelfden dag als tevoren het woord des Heeren tot Gaggaï geschied is; zie ook vs.11.

Hertaald: der maand, Namelijk van de negende maand, en wel op dezelfde dag als waarop het woord van de HEERE eerder tot Haggaï gekomen is; zie ook vers 11.

Hagai 2 vers 21

Ik zal de hemelen en de aarde bewegen Zie vs.7.

Hertaald: Ik zal de hemelen en de aarde bewegen Zie vers 7.

Hagai 2 vers 22

En Ik zal den troon der koninkrijken omkeren, De zin is: Ik zal alle macht en geweld tenietmaken, die zich tegen Christus en zijn rijk verheffen; zie 2 Kor. 10:5 , en 2 Thess. 2:8 . Doch anderen verstaan dit gesproken te zijn van het werk der wederopbouwing van den tempel, die door gene mensen zou kunnen verhinderd worden; om alzo de Joden des te meerderen lust en moed te geven om kloek in dit werk voort te varen. Het kan beide tegelijk wel bestaan.

Hertaald: En Ik zal den troon der koninkrijken omkeren, De betekenis is: Ik zal alle macht en geweld tenietdoen die zich tegen Christus en Zijn rijk verheffen; zie 2 Kor. 10:5 en 2 Thess. 2:8. Maar anderen verstaan dat dit gesproken is over het werk van de herbouw van de tempel, die door geen mensen verhinderd zou kunnen worden. Dat zou dan gezegd zijn om de Joden des te meer lust en moed te geven om kloek met dit werk voort te gaan. Beide kunnen tegelijk waar zijn.

de vastigheid Dat is, sterkte, macht.

Hertaald: de vastigheid Dat is: sterkte, macht.

een iegelijk in des anderen zwaard Hebr. de man in het zwaard was zijn broeder.

Hertaald: een iegelijk in des anderen zwaard Hebreeuws: de man door het zwaard van zijn broeder.

Hagai 2 vers 23

u nemen, Dit is, figuurlijkerwijze te zeggen: U, o Christus, die naar het vlees in de lenden van Zerubbabel besloten ligt, Matt. 1:12-13 . Alzo wordt Christus, Ezech. 34:23 , David genoemd; verg. Hebr. 7:9 .

Hertaald: u nemen, Dit is bij wijze van beeldspraak gezegd: u, o Christus, Die naar het vlees in de lendenen van Zerubbabel besloten ligt, Matth. 1:12-13. Zo wordt Christus in Ezech. 34:23 David genoemd; vergelijk Hebr. 7:9.

een zegelring; Zie Hoogl. 8:6 ; Jer. 22:24 . De zin is: Ik zal u lief en waard hebben, Ik zal u bewaren, gelijk iemand zijn ring bewaart, waar hij zijn geheimste zaken mede verzegelt.

Hertaald: een zegelring; Zie Hoogl. 8:6; Jer. 22:24. De betekenis is: Ik zal u lief en waard houden, Ik zal u bewaren zoals iemand zijn ring bewaart waarmee hij zijn geheimste zaken verzegelt.

u heb Ik verkoren, Verg. 1 Petr. 1:20 .

Hertaald: u heb Ik verkoren, Vergelijk 1 Petr. 1:20.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Mijn Geest, staande in het midden van u; vreest niet  — wie de nieuwe tempel met de oude vergelijkt, wordt getroost met Gods blijvende aanwezigheid (Hag. 2:3-5)

"Wie is onder ulieden overgebleven, die dit huis in zijn eerste heerlijkheid gezien heeft, en hoedanig ziet gij hetzelve nu? Is dit niet als niets in uw ogen?" (Hag. 2:3). Toch volgt een bemoediging: "Doch nu, wees sterk, gij Zerubbabel! spreekt de HEERE; en wees sterk, gij Josua, zoon van Jozadak, hogepriester! en wees sterk, al gij volk des lands! spreekt de HEERE; en werkt, want Ik ben met u, spreekt de HEERE der heirscharen" (Hag. 2:4). De grond daarvoor ligt in het verleden: "Met het woord, in hetwelk Ik met ulieden een verbond gemaakt heb, als gij uit Egypte uittrokt, en Mijn Geest, staande in het midden van u; vreest niet!" (Hag. 2:5).

Bijbelse betekenis: Merk op wie hier aan het woord komt: mensen oud genoeg om zich de eerste tempel van Salomo nog te herinneren. Zij voelden het verschil met dit povere begin pijnlijk aan — "als niets in uw ogen." Let vervolgens op de drievoudige aansporing in Hag. 2:4: wees sterk, tot Zerubbabel, tot Josua, en tot het hele volk. Niemand wordt overgeslagen. Let ten slotte op de grond van die bemoediging in Hag. 2:5: niet de grootte van het gebouw, maar het verbond van de uittocht en Gods Geest die in hun midden blijft staan. Wat ontbreekt aan praal, wordt goedgemaakt door wat blijft: Zijn tegenwoordigheid.

Typologie: Dezelfde belofte van blijvende nabijheid geeft de Heere Jezus aan Zijn discipelen bij het uitzenden: "En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld" (reeds behandeld bij Matt. 28:20).

Hag. 2:3-5; Matt. 28:20

De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden  — een schudding van hemel en aarde gaat vooraf aan een belofte die de nieuwe tempel boven de oude verheft (Hag. 2:6-9)

"Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog eens, een weinig tijds zal het zijn; en Ik zal de hemelen, en de aarde, en de zee, en het droge doen beven" (Hag. 2:6). Het gevolg van die schudding: "Ja, Ik zal al de heidenen doen beven, en zij zullen komen tot den Wens aller heidenen, en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen" (Hag. 2:7). En de belofte zelf: "De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden, dan van het eerste, zegt de HEERE der heirscharen; en in deze plaats zal Ik vrede geven, spreekt de HEERE der heirscharen" (Hag. 2:9).

Bijbelse betekenis: Merk op de omvang van de schudding in Hag. 2:6: hemel, aarde, zee, het droge — de hele schepping, niet alleen Juda. Let vervolgens op Hag. 2:8, dat er vlak tussenin staat: "Mijn is het zilver, en Mijn is het goud." De rijkdom die deze tempel misschien mist, behoort God toch al toe; Hij hoeft niet te wachten op wat mensen aandragen. Let ten slotte op de belofte in Hag. 2:9 zelf: niet de omvang van steen en goud maakt dit huis groter, maar de vrede die God erin geven zal.

Typologie: Dit vers wordt in de Hebreeënbrief aangehaald als aankondiging van een schudding die verder reikt dan de aardse tempel: "Nog eenmaal zal Ik bewegen niet alleen de aarde, maar ook den hemel" (Hebr. 12:26). Het vers erna zegt wat dat betekent: "En dit woord: Nog eenmaal, wijst aan de verandering der bewegelijke dingen, als welke gemaakt waren, opdat blijven zouden de dingen, die niet bewegelijk zijn" (Hebr. 12:27).

Hag. 2:6-9; Hebr. 12:26-27

Zal het heilig worden?  — een korte vraag aan de priesters leert dat onreinheid besmettelijker is dan heiligheid (Hag. 2:11-14)

"Vraag nu den priesters de wet, zeggende: Ziet, iemand draagt heilig vlees in de slip van zijn kleed, en hij raakt met zijn slip aan het brood, of aan het moes, of aan den wijn, of aan de olie, of aan enige spijze, zal het heilig worden? En de priesters antwoordden, en zeiden: Neen" (Hag. 2:11-12). Dan de tegengestelde vraag: "Indien iemand, die onrein is van een dood lichaam, iets van die dingen aanroert, zal het onrein worden? En de priesters antwoordden, en zeiden: Het zal onrein worden" (Hag. 2:13). De toepassing volgt: "Alzo is dit volk, en alzo is deze natie voor Mijn aangezicht, spreekt de HEERE, en alzo is al het werk hunner handen; en wat zij daar offeren, dat is onrein" (Hag. 2:14).

Bijbelse betekenis: Merk op de twee vragen en hun tegengestelde antwoorden: heiligheid werkt niet aanstekelijk door eenvoudige aanraking, maar onreinheid wél. Let vervolgens op wat dit voor het volk betekent in Hag. 2:14: hun offerdienst, hoe ijverig ook hervat na Hag. 1, kon de onreinheid van hun eerdere verwaarlozing niet zomaar wegnemen door zelf heilig te zijn. Let ten slotte op de plaats van dit gedeelte: het staat vlak na de grote belofte van Hag. 2:6-9, als een nuchtere waarschuwing dat een mooie belofte geen vrijbrief is voor een onopgemerkt hart.

Typologie: Datzelfde principe — dat het kwade eerder aansteekt dan het goede — noemt Paulus: "Weet gij niet, dat een weinig zuurdesem het gehele deeg zuur maakt?" (reeds behandeld bij 1 Kor. 5:6).

Hag. 2:11-14; 1 Kor. 5:6

Van dezen dag af zal Ik zegenen  — de zegen wordt gekoppeld aan een vaste datum: de dag dat het fundament gelegd werd (Hag. 2:15-19)

"En nu, stelt er toch ulieder hart op, van dezen dag af en opwaarts, eer er steen op steen gelegd werd aan den tempel des HEEREN" (Hag. 2:15). Er volgt een terugblik op magere jaren: "Eer die dingen geschiedden, kwam iemand tot den koren hoop van twintig maten, zo waren er maar tien" (Hag. 2:16). Maar dan de wending: "Stelt er toch uw hart op, van dezen dag af en opwaarts; van den vier en twintigsten dag der negende maand af, van den dag af, als het fondament aan den tempel des HEEREN is gelegd geworden, stelt er uw hart op" (Hag. 2:18). En het vers erna: "Is er nog zaad in de schuur? Zelfs tot den wijnstok, en den vijgeboom, en den granaatappelboom, en den olijfboom, die niet gedragen heeft, die zal Ik van dezen dag af zegenen" (Hag. 2:19).

Bijbelse betekenis: Merk op hoe vaak van dezen dag af in dit gedeelte terugkeert: het is geen vage belofte voor de toekomst, maar een zegen die aan een precieze datum wordt vastgemaakt — de dag dat het fondament werd gelegd. Let vervolgens op de tegenstelling tussen Hag. 2:16 en Hag. 2:19: eerst een oogst die tegenviel, ook al werkte men hard (vergelijk Hag. 1:6), en dan de belofte van zegen vanaf het moment dat de tempelbouw echt hervat werd. Let ten slotte op de vraag in Hag. 2:19: is er nog zaad in de schuur? Op het moment van de belofte was er nog niets te zien; de zegen wordt aangekondigd vóórdat hij zichtbaar is.

Typologie: Dat gehoorzaamheid aan Gods opdracht een keerpunt markeert waarna Zijn zegen anders gaat werken, is dezelfde les die Maleachi geeft over de tienden: "Brengt al de tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in Mijn huis; en beproeft Mij nu daarin, zegt de HEERE der heirscharen, of Ik u dan niet opendoen zal de vensteren des hemels, en u zegen afgieten, zodat er geen schuren genoeg wezen zullen" (Mal. 3:10).

Hag. 2:15-19; Mal. 3:10

Ik zal u stellen, als een zegelring  — het boek sluit met een belofte die een eerder oordeel over het huis van David omkeert (Hag. 2:20-23)

"Spreek tot Zerubbabel, den vorst van Juda, zeggende: Ik zal de hemelen en de aarde bewegen. En Ik zal den troon der koninkrijken omkeren, en verdelgen de vastigheid van de koninkrijken der heidenen" (Hag. 2:21-22). Dan volgt de persoonlijke belofte aan Zerubbabel: "Te dien dage, spreekt de HEERE der heirscharen, zal Ik u nemen, o Zerubbabel, gij zoon van Sealthiel, Mijn knecht! spreekt de HEERE, en Ik zal u stellen, als een zegelring; want u heb Ik verkoren, spreekt de Heere der heirscharen" (Hag. 2:23).

Bijbelse betekenis: Merk op wie hier wordt aangesproken: Zerubbabel, zoon van Sealthiel, uit dezelfde koninklijke lijn als koning Chonia, over wie eerder in de Schrift een hard vonnis was uitgesproken. Let vervolgens op het beeld van de zegelring zelf. Een zegelring was het meest persoonlijke bezit van een heerser, waarmee hij zijn eigen naam en gezag bevestigde; iemand tot zegelring stellen betekent hem als vertrouwde, erkende drager van dat gezag aannemen. Let ten slotte op de reden die erbij staat: want u heb Ik verkoren. Niet Zerubbabels eigen verdienste, maar Gods keuze ligt aan deze belofte ten grondslag.

Typologie: Dit vers keert welbewust een eerder oordeel om. Over Chonia, een voorvader van Zerubbabel, had de HEERE gezegd: "Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, ofschoon Chonia, de zoon van Jojakim, den koning van Juda, een zegelring ware aan Mijn rechterhand, zo zal Ik u toch van daar wegrukken" (reeds behandeld bij Jer. 22:24). Wat daar werd afgenomen, wordt hier, na de ballingschap, aan zijn nakomeling teruggegeven. Mattheüs noemt hem in het geslachtsregister van Christus — daar gespeld als Zorobabel: "En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiel, en Salathiel gewon Zorobabel" (Matt. 1:12).

Hag. 2:20-23; Jer. 22:24; Matt. 1:12

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

God bij Zijn volk niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen

De Wens aller heidenen — 2:1-10

De teruggekeerde ballingen zijn begonnen te bouwen, maar wat er staat lijkt in niets op wat er stond. Enkele oude mannen hebben de tempel van Salomo nog gezien, en zij wenen. Haggaï vraagt het hun rechtstreeks: wie is onder u overgebleven die dit huis in zijn eerste heerlijkheid gezien heeft?

Aan een bouwput vol teleurstelling wordt beloofd dat dit huis heerlijker zal zijn dan het eerste.

De vraag van Haggaï is niet vriendelijk bedoeld en ook niet onvriendelijk. Hij benoemt alleen wat iedereen ziet: hoedanig ziet gij hetzelve nu? Is dit niet als niets in uw ogen?

Dan komt drie keer hetzelfde bevel, tot Zerubbabel, tot de hogepriester en tot het hele volk: wees sterk, en werk. En de grond eronder is niet hun eigen moed maar Gods aanwezigheid: Ik ben met ulieden — met het woord dat Ik met u gemaakt heb toen gij uit Egypte uittrokt, en Mijn Geest staande in het midden van u.

Daarna gaat het over iets veel groters. Ik zal al de heidenen doen beven, en zij zullen komen tot den Wens aller heidenen, en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen.

De kanttekening laat er geen twijfel over bestaan waar dit heen gaat. Zij noemt het een profetie over de roeping van de heidenen, wanneer het Evangelie door de hele wereld gepredikt zou worden. En bij de Wens aller heidenen schrijft zij: namelijk Christus, Die alle volken zouden wensen te omhelzen door zich bij Zijn kerk te voegen — met verwijzing naar Genesis 49, waar Juda de scepter houdt totdat Silo komt.

En dan de belofte die het bouwvolk het meest nodig had: de heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden dan van het eerste. En in deze plaats zal Ik vrede geven.

Dat is opmerkelijk, want naar het uiterlijk werd deze tempel nooit wat de eerste was. Er was geen ark, geen wolk, geen vuur uit de hemel. Wat hem groter maakte was niet het goud maar Wie er binnen zou komen: in dit gebouw stond op zekere dag een Kind in de armen van Simeon, en later een Man Die zei dat er hier meer was dan de tempel.

Daarom staat er ook bij dat het zilver en het goud van God zijn. Wie de bouwstoffen mist, mist niets wat God niet bezit.

  1. Genesis 49:10 — De scepter zal van Juda niet wijken totdat Silo komt.
  2. Haggaï 2:4 — Wees sterk en werk, want Ik ben met ulieden.
  3. Haggaï 2:7 — Zij zullen komen tot den Wens aller heidenen.
  4. Haggaï 2:9 — De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter zijn dan van het eerste.
  5. Lukas 2:27-32 — In dit gebouw houdt Simeon het Kind in zijn armen.
  6. Mattheüs 12:6 — Ik zeg u dat Een meerder dan de tempel hier is.

In het Nieuwe Testament: Lukas 2:25-32; Mattheüs 12:6; Hebreeën 12:26-27; Maleachi 3:1

Hoever dit reikt: Niveau 2. De kanttekenaars lezen de Wens aller heidenen uitgesproken op Christus, en noemen ook de andere vertaling: dan zullen de gewensten van alle heidenen komen. Het Nieuwe Testament haalt dit vers niet met name aan; Hebreeën 12 gebruikt wel het beven uit vers 6.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Hagai 2

Hagai 2:1.KruisverwijzingenHagai 1:1Hagai 2:102 Petrus 1:21Hagai 2:20Hagai 1:15
— In de zevende maand, op den een en twintigsten der maand, geschiedde het woord des HEEREN door den dienst van den profeet Haggai, zeggende:
Niet lang daarna.

Gods volk moet heel vaak toegesproken worden, en elke keer dat God tot hen spreekt houdt Hij dat bij. Laten wij dat ook doen. Laten wij het niet zo onbelangrijk vinden om een prediking van het evangelie te horen, dat wij niet eens opmerken wanneer wij haar hoorden. Och, of het Woord van de HEERE ons in deze dagen kostbaarder was! Laten wij God ervoor prijzen. Laten wij het niet voor zo iets gewoons houden dat wij er niet meer notitie van nemen dan van ons ontbijt of van onze avondmaaltijd.

Hagai 2:2-3.KruisverwijzingenEzra 3:12Hagai 1:1Ezra 1:8Ezra 2:63Hagai 1:14Nehemia 8:9Ezechiël 7:20Zacharia 4:9
— Spreek nu tot Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, den vorst van Juda, en tot Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester, en tot het overblijfsel des volks, zeggende: Wie is onder ulieden overgebleven, die dit huis in zijn eerste heerlijkheid gezien heeft, en hoedanig ziet gij hetzelve nu? Is dit niet als niets in uw ogen?
Het blijkt dat de geest van de luiheid weer uitgebroken was. Toen de muren begonnen te rijzen, weenden de ouderen bij de gedachte hoeveel minder dit gebouw zou zijn dan het vroegere gebouw van Salomo. En wie het werk toch al liever liet liggen, greep die verontschuldiging maar te graag aan om ermee op te houden. Daarom staat Gods profeet er opnieuw. Begint het vuur uit te gaan, dan moet de blaasbalg er weer bij. De ijver van de christen lijkt sterk op de ijver van die mannen van Jeruzalem: hij verslapt heel gemakkelijk. En dan moet de ijver van Gods bode hen weer opwekken.

Er kunnen niet veel mensen meer in leven geweest zijn die de tempel van Salomo gezien hadden. Waren er toen nog zulke mensen, dan moeten zij buitengewoon oud geweest zijn. Maar er waren er velen wier vaders hem wél gezien hadden. Van die vaders hadden zij als kind op de knie gehoord wat voor een heerlijke plaats het huis van God in de dagen van Salomo geweest was.

Hagai 2:4.Kruisverwijzingen1 Kronieken 28:20Zacharia 8:92 Samuël 5:10Handelingen 7:9Efeze 6:10Hagai 1:13Deuteronomium 31:231 Kronieken 22:13
— Doch nu, wees sterk, gij Zerubbabel! spreekt de HEERE; en wees sterk, gij Josua, zoon van Jozadak, hogepriester! en wees sterk, al gij volk des lands! spreekt de HEERE; en werkt, want Ik ben met u, spreekt de HEERE der heirscharen;
Dit is de tweede keer dat Haggai met deze boodschap gezonden werd. Zij was zo rijk, zo vol en zo goddelijk bemoedigend, dat de HEERE haar met recht herhalen mocht: “Ik ben met u, spreekt de HEERE der heirscharen.”

Hagai 2:5-6.KruisverwijzingenNehemia 9:20Exodus 29:45Zacharia 8:13Jesaja 10:25Zacharia 8:15Exodus 34:10Jesaja 41:13Jesaja 41:10
— Met het woord, in hetwelk Ik met ulieden een verbond gemaakt heb, als gij uit Egypte uittrokt, en Mijn Geest, staande in het midden van u; vreest niet! Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog eens, een weinig tijds zal het zijn; en Ik zal de hemelen, en de aarde, en de zee, en het droge doen beven.
Sommigen lezen hier “nog maar een klein gebouw”, maar onze lezing is misschien beter: het is nog maar een korte tijd.

Hagai 2:7.Kruisverwijzingen1 Koningen 8:11Maleachi 3:1Jesaja 60:7Daniël 2:442 Kronieken 5:14Johannes 10:23Lukas 19:47Galaten 3:8
— Ja, Ik zal al de heidenen doen beven, en zij zullen komen tot den Wens aller heidenen, en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, zegt de HEERE der heirscharen.
“Ja, Ik zal al de heidenen doen beven, en zij zullen komen tot den Wens aller heidenen, en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, zegt de HEERE der heirscharen.”

Zo is het gebeurd dat het Kind van Bethlehem naar de tweede tempel gebracht werd — die heerlijke Wens van alle heidenen, Die wij aanbidden. En zo kwam het dat de heerlijkheid van het tweede huis ten slotte veel groter was dan de heerlijkheid van het eerste.

De tweede tempel is nooit bedoeld geweest om zo prachtig te zijn als de eerste. De eerste moest de volle heerlijkheid van de huishouding van de zinnebeelden en de voorafschaduwingen belichamen, en die zou spoedig voorbijgaan. Hoe zwak die huishouding vergeleken daarbij was, was al gebleken uit de afgoderij en de afval van het volk Israel.

Toen zij naar Jeruzalem terugkeerden, zouden zij een gebouw krijgen dat voor hun eredienst voldoende was. Maar de luister van het vroegere huis, dat God door de hand van Salomo gebouwd had, zou hun niet opnieuw gegund worden. Had het in Gods voorzienigheid gelegen dat er een even prachtige tempel als de eerste gebouwd zou worden, dan was dat gemakkelijk te volbrengen geweest.

Kores schijnt aan de goddelijke wil gehoorzaam geweest te zijn en een groot vriend van de Joden. Maar hij verkleinde bij besluit uitdrukkelijk de lengte van de muren, en gaf uitdrukkelijk bevel dat zij nooit zo hoog opgetrokken mochten worden als eerst. Wij hebben ook bewijs dat Darius zo’n besluit nam. Ook hij was een groot vriend van de Joden, en hij had met het opheffen van zijn vinger de heerlijkheid van Salomo’s tempel kunnen overtreffen.

Maar in Gods voorzienigheid was het niet zo beschikt. Herodes besteedde nog wel veel schatten aan de tweede tempel, om het volk dat hij regeerde te behagen en er enige gunst bij te krijgen. Maar hij ontheiligde de tempel meer dan hij hem versierde. Want hij volgde de voorgeschreven bouwwijze niet, en hij had de goddelijke goedkeuring niet op zijn arbeid. Geen enkele profeet heeft de arbeid van zo’n gruwelijke booswicht als die Herodes ooit bevolen of goedgekeurd.

De reden lijkt mij deze te zijn. In de tweede tempel, zolang die stond, smolt de huishouding van Christus zachtjes over in het licht van de geestelijke waarheid. De uiterlijke eredienst zou daar ophouden. En het lijkt juist dat die ophield in een tempel die de uiterlijke heerlijkheid van de eerste niet had. God wilde de eerste stralen van de geestelijke luister van de tweede tempel doen opgaan — van Zijn ware tempel, de gemeente. En Hij wilde op het uiterlijke en zichtbare van de eerste tempel een teken van verval zetten. En toch verklaart Hij door Zijn knecht Haggai dat de heerlijkheid van de tweede tempel groter zou zijn dan die van de eerste.

Dat is duidelijk een bemoediging om met hun werk voort te gaan.

Hagai 2:8.KruisverwijzingenPsalmen 50:10Jesaja 60:13Psalmen 24:1Jesaja 60:171 Kronieken 29:141 Koningen 6:20
— Mijn is het zilver, en Mijn is het goud, spreekt de HEERE der heirscharen.
De vrijgelaten gevangenen hadden er niet veel van om de tweede tempel mee te bouwen. Maar God had alles wat er nodig was, en Hij was bereid hun genoeg te geven voor alles wat dat grote werk vroeg, dat zij in Zijn naam ondernomen hadden.

Hagai 2:9.KruisverwijzingenJesaja 9:6Kolossenzen 1:19Psalmen 85:8Lukas 2:142 Korinthe 3:9Efeze 2:14Micha 5:5Jesaja 57:18
— De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden, dan van het eerste, zegt de HEERE der heirscharen; en in deze plaats zal Ik vrede geven, spreekt de HEERE der heirscharen.
De Vredevorst heeft aan velen in die tweede tempel vrede gegeven.

Hagai 2:10.KruisverwijzingenHagai 2:20Hagai 1:1Hagai 1:15
— Op den vier en twintigsten dag der negende maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN door den dienst van den profeet Haggai, zeggende:
Hier is nog een boodschap van de HEERE, en de datum waarop zij gebracht werd is even zorgvuldig opgetekend als die van de vorige.

Hagai 2:11-14.KruisverwijzingenMattheüs 23:19Maleachi 2:7Leviticus 6:27Leviticus 10:10Exodus 29:37Ezechiël 44:19Leviticus 7:6Leviticus 6:29
— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Vraag nu den priesters de wet, zeggende: Ziet, iemand draagt heilig vlees in de slip van zijn kleed, en hij raakt met zijn slip aan het brood, of aan het moes, of aan den wijn, of aan de olie, of aan enige spijze, zal het heilig worden? En de priesters antwoordden, en zeiden: Neen. En Haggai zeide: Indien iemand, die onrein is van een dood lichaam, iets van die dingen aanroert, zal het onrein worden? En de priesters antwoordden, en zeiden: Het zal onrein worden. Toen antwoordde Haggai, en zeide: Alzo is dit volk, en alzo is deze natie voor Mijn aangezicht, spreekt de HEERE, en alzo is al het werk hunner handen; en wat zij daar offeren, dat is onrein.
Wat naar de ceremoniële wet heilig is, kan zijn heiligheid niet overdragen op wat onrein is. Maar wat in de ogen van de wet onrein is, kan zijn onreinheid wél overdragen op alles wat het aanraakt. Deze mensen waren zelf met de zonde verontreinigd. Daarom konden zij God geen aangename dienst en geen aangename offers brengen.

Hagai 2:15-17.KruisverwijzingenHagai 1:5Deuteronomium 28:22Ezra 3:10Ezra 4:24Hagai 1:61 Koningen 8:37Hagai 1:7Hagai 2:18
— En nu, stelt er toch ulieder hart op, van dezen dag af en opwaarts, eer er steen op steen gelegd werd aan den tempel des HEEREN; Eer die dingen geschiedden, kwam iemand tot den koren hoop van twintig maten, zo waren er maar tien; komende tot den wijnbak, om vijftig maten van de pers te scheppen, zo waren er maar twintig. Ik sloeg ulieden met brandkoren, met honigdauw en met hagel, al het werk uwer handen; en gij keerdet u niet tot Mij, spreekt de HEERE.
Hoe vaak komt in deze twee hoofdstukken het woord “stelt uw hart” voor! En dit onderwerp van de tuchtiging van de HEERE was het volk een ernstige en plechtige overweging wél waard. Toch werden zij door alles wat zij leden niet tot bekering gebracht.

Hagai 2:18-19.KruisverwijzingenZacharia 8:9Hagai 2:15Ezra 5:1Deuteronomium 32:29Zacharia 8:12Psalmen 128:1Maleachi 3:10Hagai 2:10
— Stelt er toch uw hart op, van dezen dag af en opwaarts; van den vier en twintigsten dag der negende maand af, van den dag af, als het fondament aan den tempel des HEEREN is gelegd geworden, stelt er uw hart op. Is er nog zaad in de schuur? Zelfs tot den wijnstok, en den vijgeboom, en den granaatappelboom, en den olijfboom, die niet gedragen heeft, die zal Ik van dezen dag af zegenen.
Dat was werkelijk een gedenkwaardige dag in hun geschiedenis. Ik vertrouw dat velen van ons zich ook zo’n merkwaardige dag in ons leven kunnen herinneren, waarop de HEERE tot ons zei: van deze dag af zal Ik u zegenen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content