Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Hagai 1

1 In het tweede jaar van den koning Darius, in de zesde maand, op den eersten dag der maand, geschiedde het woord des HEEREN, door den dienst van Haggai, den profeet, tot Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, den vorst van Juda, en tot Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 In het tweedeH8147 jaarH8141 van den koningH4428 DariusH1867, in de zesdeH8345 maandH2320, op den eerstenH259 dagH3117 der maandH2320, geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068, door den dienstH3027 van HaggaiH2292, den profeetH5030, totH413 ZerubbabelH2216, den zoonH1121 van SealthielH7597, den vorstH6346 van JudaH3063, en totH413 JosuaH3091, den zoonH1121 van JozadakH3087, den hogepriesterH1419, zeggendeH559: In het tweede jaar van den koning Darius, in de zesde maand, op den eersten dag der maand, geschiedde het woord des HEEREN, door den dienst van Haggai, den profeet, tot Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, den vorst van Juda, en tot Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester, zeggende:

KJV In the second2 year1 of Darius3 the king,4 in the sixth6 month,5 in the first8 day7 of the month,9 came the word11 of the LORD12 by13 Haggai14 the prophet15 unto Zerubbabel17 the son18 of Shealtiel,19 governor20 of Judah,21 and to Joshua23 the son24 of Josedech,25 the high27 priest,26 saying,

1 בִּשְׁנַ֤ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 2 שְׁתַּ֨יִם֙ H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 3 לְדָרְיָ֣וֶשׁ H1867 Darius Darius 4 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 בַּחֹ֨דֶשׁ֙ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 6 הַשִּׁשִּׁ֔י H8345 zesde, zesden sixth (part) 7 בְּי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 9 לַחֹ֑דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 10 הָיָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 12 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 חַגַּ֣י H2292 Haggai Haggai 15 הַנָּבִ֗יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 16 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 זְרֻבָּבֶ֤ל H2216 Zerubbabel Zerubbabel 18 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 19 שְׁאַלְתִּיאֵל֙ H7597 Sealthiel Shalthiel, Shealtiel 20 פַּחַ֣ת H6346 landvoogden, vorst, vorsten captain, deputy, governor 21 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 22 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 23 יְהוֹשֻׁ֧עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 24 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 25 יְהוֹצָדָ֛ק H3087 Jozadak Jehozadek, Josedech. Compare H3136 (יוֹצָדָק) 26 הַכֹּהֵ֥ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 27 הַגָּד֖וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 28 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Alzo spreekt de HEERE der heirscharen zeggende: Dit volk zegt: De tijd is niet gekomen, de tijd, dat des HEEREN huis gebouwd worde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 AlzoH3541 spreektH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635 zeggendeH559: DitH2088 volkH5971 zegtH559: De tijdH6256 is nietH3808 gekomenH935, de tijdH6256, dat des HEERENH3068 huisH1004 gebouwdH1129 worde. Alzo spreekt de HEERE der heirscharen zeggende: Dit volk zegt: De tijd is niet gekomen, de tijd, dat des HEEREN huis gebouwd worde.

KJV Thus speaketh2 the LORD3 of hosts,4 saying,5 This people6 say,8 The time10 is not come,11 the time12 that the LORD'S14 house13 should be built.

1 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֛ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 הָעָ֤ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 הַזֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 8 אָֽמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 עֶת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 11 בֹּ֛א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 עֶת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 13 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 14 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 לְהִבָּנֽוֹת H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En het woord des HEEREN geschiedde door den dienst van den profeet Haggai, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En het woordH1697 des HEERENH3068 geschieddeH1961 door den dienstH3027 van den profeetH5030 HaggaiH2292, zeggendeH559: En het woord des HEEREN geschiedde door den dienst van den profeet Haggai, zeggende:

KJV Then came the word2 of the LORD3 by4 Haggai5 the prophet,6 saying,

1 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 חַגַּ֥י H2292 Haggai Haggai 6 הַנָּבִ֖יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 7 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Is het voor ulieden wel de tijd, dat gij woont in uw gewelfde huizen, en zal dit huis woest zijn?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Is het voor ulieden wel de tijdH6256, dat gijH859 woontH3427 in uw gewelfdeH5603 huizenH1004, en zal ditH2088 huisH1004 woestH2720 zijn? Is het voor ulieden wel de tijd, dat gij woont in uw gewelfde huizen, en zal dit huis woest zijn?

KJV Is it time1 for you, O ye, to dwell4 in your cieled6 houses,5 and this house7 lie waste?

1 הַעֵ֤ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 לָכֶם֙ 3 אַתֶּ֔ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 4 לָשֶׁ֖בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 בְּבָתֵּיכֶ֣ם H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 סְפוּנִ֑ים H5603 bedekt, bedekte, gewelfde cieled, cover, seated 7 וְהַבַּ֥יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 9 חָרֵֽב H2720 woest, eenzame, droge desolate, dry, waste
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Nu dan, alzo zegt de HEERE der heirscharen: Stelt uw hart op uw wegen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Nu dan, alzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: SteltH7760 uw hartH3824 opH5921 uw wegenH1870. Nu dan, alzo zegt de HEERE der heirscharen: Stelt uw hart op uw wegen.

KJV Now therefore thus saith3 the LORD4 of hosts;5 Consider6 your ways.

1 וְעַתָּ֕ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 צְבָא֑וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 שִׂ֥ימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 7 לְבַבְכֶ֖ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 דַּרְכֵיכֶֽם H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Gij zaait veel, en gij brengt weinig in; gij eet, maar niet tot verzadiging; gij drinkt, maar niet tot dronken worden toe; gij kleedt u, maar niet tot uw verwarming, en wie loon ontvangt, die ontvangt dat loon in een doorgeboorden buidel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Gij zaaitH2232 veelH7235, en gij brengtH935 weinigH4592 in; gij eetH398, maar nietH369 tot verzadigingH7654; gij drinktH8354, maar nietH369 tot dronkenH7937 worden toe; gij kleedtH3847 u, maar nietH369 tot uw verwarmingH2527, en wie loon ontvangtH7936, die ontvangt dat loonH7936 in een doorgeboordenH5344 buidelH6872. Gij zaait veel, en gij brengt weinig in; gij eet, maar niet tot verzadiging; gij drinkt, maar niet tot dronken worden toe; gij kleedt u, maar niet tot uw verwarming, en wie loon ontvangt, die ontvangt dat loon in een doorgeboorden buidel.

KJV Ye have sown1 much,2 and bring3 in little;4 ye eat,5 but ye have not enough;7 ye drink,8 but ye are not filled with drink;10 ye clothe11 you, but there is none warm;13 and he that earneth wages15 earneth wages16 to put it into a bag18 with holes.

1 זְרַעְתֶּ֨ם H2232 zaaien, gezaaid, bezaaien bear, conceive seed, set with sow(-er), yield 2 הַרְבֵּ֜ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 3 וְהָבֵ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 מְעָ֗ט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 5 אָכ֤וֹל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 6 וְאֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 7 לְשָׂבְעָה֙ H7654 verzadiging, verzadigd, verzadigen (to have) enough, [idiom] till...be full, (un-) satiable, satisfy, [idiom] sufficiently 8 שָׁת֣וֹ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 9 וְאֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 10 לְשָׁכְרָ֔ה H7937 dronken, dronken aanstellen, dronkenen (be filled with) drink (abundantly), (be, make) drunk(-en), be merry. (Superlative of H8248 (שָׁקָה).) 11 לָב֖וֹשׁ H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 12 וְאֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 13 לְחֹ֣ם H2527 heet, hitte, warm heat, to be hot (warm) 14 ל֑וֹ 15 וְהַ֨מִּשְׂתַּכֵּ֔ר H7936 gehuurd, huren, huurden earn wages, hire (out self), reward, [idiom] surely 16 מִשְׂתַּכֵּ֖ר H7936 gehuurd, huren, huurden earn wages, hire (out self), reward, [idiom] surely 17 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 18 צְר֥וֹר H6872 bundeltje, bundel, steentje bag, [idiom] bendeth, bundle, least grain, small stone 19 נָקֽוּב H5344 uitgedrukt, doorboren, gelasterd appoint, blaspheme, bore, curse, express, with holes, name, pierce, strike through
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Stelt uw hart op uw wegen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: SteltH7760 uw hartH3824 opH5921 uw wegenH1870. Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Stelt uw hart op uw wegen.

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts;4 Consider5 your ways.

1 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֑וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 שִׂ֥ימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 6 לְבַבְכֶ֖ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 דַּרְכֵיכֶֽם H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Klimt op het gebergte, en brengt hout aan, en bouwt dit huis, en Ik zal een welgevallen daaraan hebben, en verheerlijkt worden, zegt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 KlimtH5927 op het gebergteH2022, en brengtH935 houtH6086 aan, en bouwtH1129 dit huisH1004, en Ik zal een welgevallenH7521 daaraan hebben, en verheerlijktH3513 worden, zegtH559 de HEEREH3068. Klimt op het gebergte, en brengt hout aan, en bouwt dit huis, en Ik zal een welgevallen daaraan hebben, en verheerlijkt worden, zegt de HEERE.

KJV Go up1 to the mountain,2 and bring3 wood,4 and build5 the house;6 and I will take pleasure7 in it, and I will be glorified,9 saith10 the LORD.

1 עֲל֥וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 הָהָ֛ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 3 וַהֲבֵאתֶ֥ם H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 עֵ֖ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 5 וּבְנ֣וּ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 6 הַבָּ֑יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 וְאֶרְצֶה H7521 welgevallen, aangenaam, behagen (be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self 8 בּ֥וֹ 9 וְאֶכָּבְדָ֖ה H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop 10 אָמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Gij ziet om naar veel, maar ziet, gij bekomt weinig; en als gij het in huis gebracht hebt, zo blaas Ik daarin. Waarom dat? spreekt de HEERE der heirscharen; om Mijns huizes wil, hetwelk woest is, en dat gij loopt elk voor zijn eigen huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Gij ziet om naarH413 veelH7235, maar zietH2009, gij bekomt weinigH4592; en als gij het in huisH1004 gebrachtH935 hebt, zo blaasH5301 Ik daarin. WaaromH4100 dat? spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635; om Mijns huizesH1004 wilH834, hetwelk woestH2720 is, en datH1931 gijH859 looptH7323 elkH376 voor zijn eigen huisH1004. Gij ziet om naar veel, maar ziet, gij bekomt weinig; en als gij het in huis gebracht hebt, zo blaas Ik daarin. Waarom dat? spreekt de HEERE der heirscharen; om Mijns huizes wil, hetwelk woest is, en dat gij loopt elk voor zijn eigen huis.

KJV Ye looked1 for much,3 and, lo, it came to little;5 and when ye brought6 it home,7 I did blow8 upon it. Why? saith12 the LORD13 of hosts.14 Because10 of mine house16 that is waste,19 and ye run21 every man22 unto his own house.

1 פָּנֹ֤ה H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הַרְבֵּה֙ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 4 וְהִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 5 לִמְעָ֔ט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 6 וַהֲבֵאתֶ֥ם H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 הַבַּ֖יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 וְנָפַ֣חְתִּי H5301 blaas, blazen, ziedenden blow, breath, give up, cause to lose (life), seething, snuff 9 ב֑וֹ 10 יַ֣עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 11 מֶ֗ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 12 נְאֻם֙ H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 13 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 15 יַ֗עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 16 בֵּיתִי֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 17 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 19 חָרֵ֔ב H2720 woest, eenzame, droge desolate, dry, waste 20 וְאַתֶּ֥ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 21 רָצִ֖ים H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 22 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 23 לְבֵיתֽוֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Daarom onthouden zich de hemelen over u, dat er geen dauw is, en het land onthoudt zijn vruchten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 DaaromH3651 onthoudenH3607 zich de hemelenH8064 overH5921 u, dat er geen dauwH2919 is, en het landH776 onthoudtH3607 zijn vruchtenH2981. Daarom onthouden zich de hemelen over u, dat er geen dauw is, en het land onthoudt zijn vruchten.

KJV Therefore the heaven5 over you is stayed4 from dew,6 and the earth7 is stayed8 from her fruit.

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 כֵּ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 3 עֲלֵיכֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 כָּלְא֥וּ H3607 besloten, geweerd, onthouden finish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold 5 שָמַ֖יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 6 מִטָּ֑ל H2919 dauw, dauws dew 7 וְהָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 כָּלְאָ֥ה H3607 besloten, geweerd, onthouden finish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold 9 יְבוּלָֽהּ H2981 gewas, inkomst, vrucht fruit, increase
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want Ik heb een droogte geroepen over het land, en over de bergen, en over het koren, en over den most, en over de olie, en over hetgeen de aardbodem zou voortbrengen; ook over de mensen, en over de beesten, en over allen arbeid der handen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Want Ik heb een droogteH2721 geroepenH7121 overH5921 het landH776, en overH5921 de bergenH2022, en overH5921 het korenH1715, en overH5921 den mostH8492, en overH5921 de olieH3323, en overH5921 hetgeenH834 de aardbodemH127 zou voortbrengenH3318; ook over de mensenH120, en overH5921 de beestenH929, en overH5921 allenH3605 arbeidH3018 der handenH3709. Want Ik heb een droogte geroepen over het land, en over de bergen, en over het koren, en over den most, en over de olie, en over hetgeen de aardbodem zou voortbrengen; ook over de mensen, en over de beesten, en over allen arbeid der handen.

KJV And I called1 for a drought2 upon the land,4 and upon the mountains,6 and upon the corn,8 and upon the new wine,10 and upon the oil,12 and upon that which the ground16 bringeth forth,15 and upon men,18 and upon cattle,20 and upon all the labour23 of the hands.

1 וָאֶקְרָ֨א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 חֹ֜רֶב H2721 hitte, droogte, Droogte desolation, drought, dry, heat, [idiom] utterly, waste 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 הָאָ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הֶהָרִ֗ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 7 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 הַדָּגָן֙ H1715 koren, koorn, korens corn (floor), wheat 9 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 הַתִּיר֣וֹשׁ H8492 most (new, sweet) wine 11 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 הַיִּצְהָ֔ר H3323 olie, olietakken [phrase] anointed oil 13 וְעַ֛ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 תּוֹצִ֖יא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 16 הָאֲדָמָ֑ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 17 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 הָֽאָדָם֙ H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 19 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 הַבְּהֵמָ֔ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 21 וְעַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 23 יְגִ֥יעַ H3018 arbeid labour, work 24 כַּפָּֽיִם H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Toen hoorde Zerubbabel, de zoon van Sealthiel, en Josua, de zoon van Jozadak, de hogepriester, en al het overblijfsel des volks, naar de stem van den HEERE, hun God, en naar de woorden van den profeet Haggai, gelijk als hem de HEERE, hun God, gezonden had; en het volk vreesde voor het aangezicht des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Toen hoordeH8085 ZerubbabelH2216, de zoonH1121 van SealthielH7597, en JosuaH3091, de zoonH1121 van JozadakH3087, de hogepriesterH1419, en alH3605 het overblijfselH7611 des volksH5971, naar de stemH6963 van den HEEREH3068, hun GodH430, en naar de woordenH1697 van den profeetH5030 HaggaiH2292, gelijk als hem de HEEREH3068, hun GodH430, gezondenH7971 had; en het volkH5971 vreesdeH3372 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068. Toen hoorde Zerubbabel, de zoon van Sealthiel, en Josua, de zoon van Jozadak, de hogepriester, en al het overblijfsel des volks, naar de stem van den HEERE, hun God, en naar de woorden van den profeet Haggai, gelijk als hem de HEERE, hun God, gezonden had; en het volk vreesde voor het aangezicht des HEEREN.

KJV Then Zerubbabel2 the son3 of Shealtiel,4 and Joshua5 the son6 of Josedech,7 the high9 priest,8 with all the remnant11 of the people,12 obeyed1 the voice13 of the LORD14 their God,15 and the words17 of Haggai18 the prophet,19 as the LORD22 their God23 had sent21 him, and the people25 did fear24 before26 the LORD.

1 וַיִּשְׁמַ֣ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 זְרֻבָּבֶ֣ל H2216 Zerubbabel Zerubbabel 3 בֶּֽן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 שַׁלְתִּיאֵ֡ל H7597 Sealthiel Shalthiel, Shealtiel 5 וִיהוֹשֻׁ֣עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 6 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 יְהוֹצָדָק֩ H3087 Jozadak Jehozadek, Josedech. Compare H3136 (יוֹצָדָק) 8 הַכֹּהֵ֨ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 9 הַגָּד֜וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 10 וְכֹ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 שְׁאֵרִ֣ית H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 12 הָעָ֗ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 13 בְּקוֹל֙ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 14 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 אֱלֹֽהֵיהֶ֔ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 16 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 דִּבְרֵי֙ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 18 חַגַּ֣י H2292 Haggai Haggai 19 הַנָּבִ֔יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 20 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 שְׁלָח֖וֹ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 22 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 23 אֱלֹהֵיהֶ֑ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 24 וַיִּֽירְא֥וּ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 25 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 26 מִפְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 27 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Toen sprak Haggai, de bode des HEEREN, in de boodschap des HEEREN, tot het volk, zeggende: Ik ben met ulieden, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Toen sprakH559 HaggaiH2292, de bodeH4397 des HEERENH3068, in de boodschapH4400 des HEERENH3068, tot het volkH5971, zeggendeH559: IkH589 ben metH854 ulieden, spreektH5002 de HEEREH3068. Toen sprak Haggai, de bode des HEEREN, in de boodschap des HEEREN, tot het volk, zeggende: Ik ben met ulieden, spreekt de HEERE.

KJV Then spake1 Haggai2 the LORD'S4 messenger3 in the LORD'S6 message5 unto the people,7 saying,8 I am with you, saith11 the LORD.

1 וַ֠יֹּאמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 חַגַּ֞י H2292 Haggai Haggai 3 מַלְאַ֧ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 4 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 בְּמַלְאֲכ֥וּת H4400 boodschap message 6 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 לָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 אִתְּכֶ֖ם H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 11 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 12 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En de HEERE verwekte den geest van Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, den vorst van Juda, en den geest van Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester, en den geest van het ganse overblijfsel des volks; en zij kwamen en maakten het werk in het huis van den HEERE der heirscharen, hun God.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En de HEEREH3068 verwekteH5782 den geestH7307 van ZerubbabelH2216, den zoonH1121 van SealthielH7597, den vorstH6346 van JudaH3063, en den geestH7307 van JosuaH3091, den zoonH1121 van JozadakH3087, den hogepriesterH1419, en den geestH7307 van het ganseH3605 overblijfselH7611 des volksH5971; en zij kwamenH935 en maaktenH6213 het werkH4399 in het huisH1004 van den HEEREH3068 der heirscharenH6635, hun GodH430. En de HEERE verwekte den geest van Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, den vorst van Juda, en den geest van Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester, en den geest van het ganse overblijfsel des volks; en zij kwamen en maakten het werk in het huis van den HEERE der heirscharen, hun God.

KJV And the LORD2 stirred up1 the spirit4 of Zerubbabel5 the son6 of Shealtiel,7 governor8 of Judah,9 and the spirit11 of Joshua12 the son13 of Josedech,14 the high16 priest,15 and the spirit18 of all the remnant20 of the people;21 and they came22 and did23 work24 in the house25 of the LORD26 of hosts,27 their God,

1 וַיָּ֣עַר H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 2 יְהוָ֡ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 רוּחַ֩ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 5 זְרֻבָּבֶ֨ל H2216 Zerubbabel Zerubbabel 6 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 שַׁלְתִּיאֵ֜ל H7597 Sealthiel Shalthiel, Shealtiel 8 פַּחַ֣ת H6346 landvoogden, vorst, vorsten captain, deputy, governor 9 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 ר֨וּחַ֙ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 12 יְהוֹשֻׁ֤עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 13 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 יְהוֹצָדָק֙ H3087 Jozadak Jehozadek, Josedech. Compare H3136 (יוֹצָדָק) 15 הַכֹּהֵ֣ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 16 הַגָּד֔וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 17 וְֽאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 ר֔וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 19 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 20 שְׁאֵרִ֣ית H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 21 הָעָ֑ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 22 וַיָּבֹ֨אוּ֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 23 וַיַּעֲשׂ֣וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 24 מְלָאכָ֔ה H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 25 בְּבֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 26 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 27 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 28 אֱלֹהֵיהֶֽם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Op den vier en twintigsten dag der maand, in de zesde maand, in het tweede jaar van den koning Darius.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Op den vierH702 en twintigstenH6242 dagH3117 der maandH2320, in de zesdeH8345 maand, in het tweedeH8147 jaarH8141 van den koningH4428 DariusH1876. Op den vier en twintigsten dag der maand, in de zesde maand, in het tweede jaar van den koning Darius.

KJV In the four3 and twentieth2 day1 of the sixth5 month,4 in the second7 year6 of Darius8 the king.

1 בְּי֨וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 עֶשְׂרִ֧ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 3 וְאַרְבָּעָ֛ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 4 לַחֹ֖דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 5 בַּשִּׁשִּׁ֑י H8345 zesde, zesden sixth (part) 6 בִּשְׁנַ֥ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 7 שְׁתַּ֖יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 8 לְדָרְיָ֥וֶשׁ H1867 Darius Darius 9 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Hagai 1:1 Ezra 2:2 Mattheüs 1:12 Ezra 3:8 Ezra 3:2 Hagai 2:10 Hagai 1:12 Hagai 1:14 1 Kronieken 3:17
Hagai 1:2 Numeri 13:31 Nehemia 4:10 Hooglied 5:2 Prediker 9:10 Spreuken 26:13 Ezra 4:23 Spreuken 29:25 Spreuken 22:13
Hagai 1:3 Ezra 5:1 Zacharia 1:1
Hagai 1:4 2 Samuël 7:2 Psalmen 132:3 Mattheüs 6:33 Klaagliederen 4:1 Hagai 1:9 Jeremia 33:12 Daniël 9:17 Jeremia 26:6
Hagai 1:5 Klaagliederen 3:40 Ezechiël 40:4 Galaten 6:4 Exodus 7:23 Daniël 10:12 2 Korinthe 13:5 Psalmen 48:13 Daniël 6:14
Hagai 1:6 Hagai 2:16 Deuteronomium 28:38 Hosea 4:10 Hosea 8:7 Hagai 1:9 Maleachi 3:9 Zacharia 8:10 Zacharia 5:4
Hagai 1:7 Hagai 1:5 Psalmen 119:59 Filippenzen 3:1 Jesaja 28:10
Hagai 1:8 Psalmen 132:13 Hagai 2:7 Johannes 13:31 Jona 3:1 Zacharia 11:1 Ezra 6:4 Hagai 2:9 Psalmen 87:2
Hagai 1:9 Hagai 1:4 Hagai 1:6 Jesaja 40:7 Psalmen 77:5 Maleachi 2:2 Jozua 7:10 2 Samuël 22:16 Mattheüs 10:37
Hagai 1:10 1 Koningen 17:1 Leviticus 26:19 1 Koningen 8:35 Joël 1:18 Deuteronomium 28:23 Jeremia 14:1 Hosea 2:9
Hagai 1:11 Hagai 2:17 Deuteronomium 28:22 1 Koningen 17:1 2 Koningen 8:1 Klaagliederen 1:21 Job 34:29 Amos 5:8 Amos 9:6
Hagai 1:12 Jesaja 50:10 Hagai 1:14 Spreuken 1:7 Prediker 12:13 Ezra 5:2 Hagai 2:2 Psalmen 112:1 Genesis 22:12
Hagai 1:13 Jesaja 43:2 Maleachi 2:7 Romeinen 8:31 Jesaja 44:26 Ezechiël 3:17 Jesaja 41:10 Maleachi 3:1 Psalmen 46:11
Hagai 1:14 Hagai 2:21 Ezra 5:2 Hagai 1:1 2 Kronieken 36:22 Ezra 1:1 Hagai 2:2 Ezra 5:8 Hagai 1:12
Hagai 1:15 Hagai 1:1 Hagai 2:20 Hagai 2:10 Hagai 2:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Hagai 1 vers 1

het tweede jaar Zie de aantekening bij Ezra 4:24 , en Ezra 5:1 .

Hertaald: het tweede jaar Zie de aantekening bij Ezra 4:24 en Ezra 5:1.

Darius, Hebr. Darjavesch.

Hertaald: Darius, Hebreeuws: Darjavesj.

door den dienst van Haggaï, Hebr. door de Rev Zie de aantekening bij Ex. 9:35 ; Hand. 11:30 , en Hand. 7:35 ; voorts Haggaï, anders gemeenlijk genoemd Aggens. Hebr. Chaggaë.

Hertaald: door den dienst van Haggaï, Hebreeuws: door de hand van. Zie de aantekening bij Ex. 9:35; Hand. 11:30 en Hand. 7:35. Verder wordt Haggaï gewoonlijk ook Aggeüs genoemd. Hebreeuws: Chaggai.

zoon van Sealthiël, Zoon is hier te zeggen neef, want eigenlijk te spreken was zijn zoon van Pedaja, die een zoon van Seathiël was; 1 Kron. 3:17-19 . Zerubbabel wordt ook genoemd de zoon van Sealthiël tot een zoon is aangenomen, uit Luc. 3:27 .

Hertaald: zoon van Sealthiël, Zoon betekent hier kleinzoon, want strikt genomen was hij de zoon van Pedaja, die een zoon van Sealthiël was; 1 Kron. 3:17-19. Zerubbabel wordt ook de zoon van Sealthiël genoemd omdat hij door hem tot zoon aangenomen was, zoals blijkt uit Luk. 3:27.

den vorst van Juda, Dat is, den vorst uit en over den stam van Juda.

Hertaald: den vorst van Juda, Dat is: de vorst uit en over de stam van Juda.

den hogepriester, Hebr. den groten priester, of den grootsten priester.

Hertaald: den hogepriester, Hebreeuws: de grote priester, of de grootste priester.

Hagai 1 vers 2

Dit volk zegt De Heere zegt hier niet mijn volk, maar dit volk, tonende zijn misnoegen daarover, dat zij, den goddienst verzuimende, zich dagelijks bekommerden met hun eigenbaat zoekende Joden voorwendden, waarom zij den bouw van den tempel uitstelden.

Hertaald: Dit volk zegt De HEERE zegt hier niet Mijn volk maar dit volk, om Zijn misnoegen te tonen dat zij de godsdienst verzuimden en zich dagelijks alleen met hun eigen zaken bezighielden.

De tijd is niet gekomen, Dit was de verontschuldiging, welke trage en eigenbaat zoekende Joden voorwedden, waarom zij den bouw van den tempel uitstelden.

Hertaald: De tijd is niet gekomen, Dit was de verontschuldiging die de trage en op eigen voordeel beluste Joden aanvoerden om de bouw van de tempel uit te stellen.

tijd, dat des HEEREN huis gebouwd worde Hebr. de tijd van het huis des Heeren om gebouwd te worden.

Hertaald: tijd, dat des HEEREN huis gebouwd worde Hebreeuws: de tijd van het huis van de HEERE om gebouwd te worden.

Hagai 1 vers 4

gewelfde huizen, Hiermede wordt hun verweten dat zij niet alleen huizen ter nooddruft, maar ook tot wellust of plezier voor zichzelven gemaakt hadden, eer zij het huis des Heeren bouwden.

Hertaald: gewelfde huizen, Hiermee wordt hun verweten dat zij niet alleen huizen voor het nodige, maar ook voor hun genot en plezier gebouwd hadden, nog vóór zij het huis van de HEERE bouwden.

woest zijn? David is veel anders geaard geweest; zie 2 Sam. 7:2 ; Ps. 132:3-5 .

Hertaald: woest zijn? David was heel anders van aard; zie 2 Sam. 7:2; Ps. 132:3-5.

Hagai 1 vers 5

Stelt uw hart op uw wegen Dat is, merkt er wel op, en betracht hoe het ulieden gaat vanwege uwe zonden; verg. 1 Kor. 11:30-31 ; zie deze manier van spreken Ex. 9:21 ; 2 Sam. 18:3 ; Job 1:8 , en Job 2:3 , en Job 22:22 , en Job 34:14 , en hier onder vs.7.

Hertaald: Stelt uw hart op uw wegen Dat is: let er goed op en overweeg hoe het u vergaat vanwege uw zonden; vergelijk 1 Kor. 11:30-31. Zie deze manier van spreken in Ex. 9:21; 2 Sam. 18:3; Job 1:8, Job 2:3, Job 22:22 en Job 34:14, en hieronder vers 7.

Hagai 1 vers 6

niet tot dronken worden toe; Dat is, gij gevoelt de kracht van den wijn alzo niet, dat gij er vrolijk van zoudt worden; zie Gen. 43:34 ; Hoogl. 5:1 ; Joh. 2:10 .

Hertaald: niet tot dronken worden toe; Dat is: u ervaart de kracht van de wijn niet zo dat u er vrolijk van zou worden; zie Gen. 43:34; Hoogl. 5:1; Joh. 2:10.

tot uw verwarming, Hebr. om zich te verwarmen; dat is om u te verwarmen; verg. Sef. 2:12 met de aantekening aldaar.

Hertaald: tot uw verwarming, Hebreeuws: om zich te verwarmen; dat is: om u te verwarmen; vergelijk Zef. 2:12 met de aantekening daar.

in een doorgeboorden buidel Of, in een buidel waar geen bodem in is, of, die hol is; dat is, het verdwijnt, alzo dat hij, die het ontvangt, geen nut daarvan heeft, achtervolgens het dreigement der wet; Deut. 28:15 , enz.; Am. 4:9 ; Mi. 6:14 .

Hertaald: in een doorgeboorden buidel Of: in een buidel waar geen bodem in zit, of die een gat heeft; dat is: het verdwijnt, zodat wie het ontvangt er geen nut van heeft, overeenkomstig de dreiging van de wet; Deut. 28:15, enzovoort; Amos 4:9; Micha 6:14.

Hagai 1 vers 7

Stelt uw hart op uw wegen Gelijk vs.5. Dit werderhaalt de profeet, opdat zij er immers terdege op letten zouden.

Hertaald: Stelt uw hart op uw wegen Zoals vers 5. De profeet herhaalt dit opdat zij er toch terdege op zouden letten.

Hagai 1 vers 8

daaraan hebben, Aan dezen tempel. Het schijnt dat de profeet hier ziet op het gebed van Salomo en de belofte van God hem gedaan; 1 Kon. 8:18-19 , enz.

Hertaald: daaraan hebben, Namelijk aan deze tempel. Het lijkt erop dat de profeet hier ziet op het gebed van Salomo en de belofte die God hem gedaan heeft; 1 Kon. 8:18-19, enzovoort.

Hagai 1 vers 9

ziet om naar veel, Of, wend uw gezicht naar vele; dat is, gij verwacht een overvloedigen oogst.

Hertaald: ziet om naar veel, Of: u wendt uw blik naar veel; dat is: u verwacht een overvloedige oogst.

gij bekomt weinig; Heb [het] tot weinig.

Hertaald: gij bekomt weinig; Hebreeuws: het wordt tot weinig.

zo blaas Ik daarin Alzo dat het verstuift, en ulieden niet ten nutte komt.

Hertaald: zo blaas Ik daarin Zodat het verstuift en u niet ten goede komt.

voor zijn eigen huis Te weten, om dat op te bouwen en te versieren. Zie boven vs.4.

Hertaald: voor zijn eigen huis Namelijk om dat op te bouwen en te versieren. Zie vers 4.

Hagai 1 vers 10

dat er geen dauw is, Versta hierbij, ook geen regen ter bekwamer en gewoner tijd. Dit is wat God dreigt, Lev. 26:19 ; Deut. 28:23-24 , Deut. 28:38 ; Am. 4:7 .

Hertaald: dat er geen dauw is, Vul hierbij aan: ook geen regen op de geschikte en gewone tijd. Dit is wat God dreigt in Lev. 26:19; Deut. 28:23-24, Deut. 28:38; Amos 4:7.

Hagai 1 vers 11

een droogte geroepen Anders: een woestheid; zie 2 Kon. 8:1 ; Jer. 25:29 . Zie ook Deut. 28:22 ; Joël 1:10 ; Am. 1:2 , en Am. 4:7-9 .

Hertaald: een droogte geroepen Anders: een woestheid; zie 2 Kon. 8:1; Jer. 25:29. Zie ook Deut. 28:22; Joël 1:10; Amos 1:2 en Amos 4:7-9.

over allen arbeid der handen Dat is, over al de vruchten, die de aarde door den arbeid der mensen voortbrengt.

Hertaald: over allen arbeid der handen Dat is: over alle vruchten die de aarde door de arbeid van de mensen voortbrengt.

Hagai 1 vers 12

Toen hoorde Zerubbábel, Zie Ezra 5:2 .

Hertaald: Toen hoorde Zerubbábel, Zie Ezra 5:2.

al het overblijfsel des volks, Dat is, al die van den krijg waren overgebleven, [gedurende welken velen om hals gekomen waren] en die wedergekomen waren, uit de Babylonische gevangenschap, waar er ook velen gestorven waren.

Hertaald: al het overblijfsel des volks, Dat is: allen die de oorlog overleefd hadden — waarin velen omgekomen waren — en die teruggekeerd waren uit de Babylonische gevangenschap, waar er ook velen gestorven waren.

en naar de woorden van den profeet Haggaï, Anders: dat is.

Hertaald: en naar de woorden van den profeet Haggaï, Anders: dat is.

gelijk als hem de HEERE, Aangezien zij wisten dat hem de HEERE gezonden had.

Hertaald: gelijk als hem de HEERE, Aangezien zij wisten dat de HEERE hem gezonden had.

Hagai 1 vers 13

de bode des HEEREN, Of, gezant, ambassadeur.

Hertaald: de bode des HEEREN, Of: gezant, ambassadeur.

in de boodschap des HEEREN, Dat is, in de boodschap, die hij in den naam en uit het bevel des Heeren deed aan het volk; of uit kracht der boodschap, achtervolgens het bevel, dat hij van God ontvangen had.

Hertaald: in de boodschap des HEEREN, Dat is: in de boodschap die hij in de naam en op bevel van de HEERE aan het volk deed; of: krachtens de boodschap, overeenkomstig het bevel dat hij van God ontvangen had.

Ik ben met ulieden, Of, Ik zal zijn. Derhalve hebt goeden moed, en vaart kloekelijk voort in het opbouwen van mijn huis. Verg. Ps. 56:10 ; Matt. 28:18 , Matt. 28:20 ; Rom. 8:31 .

Hertaald: Ik ben met ulieden, Of: Ik zal zijn. Heb daarom goede moed en ga kloek voort met het opbouwen van Mijn huis. Vergelijk Ps. 56:10; Matth. 28:18, Matth. 28:20; Rom. 8:31.

Hagai 1 vers 14

de HEERE verwekte den geest van Zerubbábel, Dat is, de Heere heeft door deze vermaning van ijn profeet de harten der genoemden personen dagelijks meer en meer verwekt en aangepord om in het aangevangen bouwen voort te varen, totdat het geheel zou voltrokken wezen. Het was ganselijk van node dat dit volk zou versterkt worden, overmits Tathnaï en andere vijanden van het volk Gods, naar hun uiterste vermogen, dit werk zouden te verhinderen. Zie Ezra 5:3 .

Hertaald: de HEERE verwekte den geest van Zerubbábel, Dat is: de HEERE heeft door deze vermaning van Zijn profeet de harten van de genoemde personen dagelijks meer en meer opgewekt en aangespoord om met de begonnen bouw voort te gaan, totdat die geheel voltooid zou zijn. Het was volstrekt nodig dat dit volk versterkt werd, omdat Tathnaï en andere vijanden van het volk van God dit werk naar hun uiterste vermogen zouden proberen te verhinderen. Zie Ezra 5:3.

Hagai 1 vers 15

den vier en twintigsten dag der maand, Verscheidene overzetters voegen dit eerste vers aan het einde van het eerste hoofdstuk, en daar schijnt het toe te behoren.

Hertaald: den vier en twintigsten dag der maand, Verscheidene vertalers voegen dit eerste vers aan het einde van het eerste hoofdstuk, en daar lijkt het ook bij te horen.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Gij zaait veel, en gij brengt weinig in  — een volk dat wel voor zichzelf bouwt, maar Gods huis laat liggen (Hag. 1:2-6)

"Dit volk zegt: De tijd is niet gekomen, de tijd, dat des HEEREN huis gebouwd worde" (Hag. 1:2). De vraag die daarop volgt, legt de tegenstelling bloot: "Is het voor ulieden wel de tijd, dat gij woont in uw gewelfde huizen, en zal dit huis woest zijn?" (Hag. 1:4). Dan volgt een opsomming van wat hun harde werken oplevert: "Gij zaait veel, en gij brengt weinig in; gij eet, maar niet tot verzadiging; gij drinkt, maar niet tot dronken worden toe; gij kleedt u, maar niet tot uw verwarming, en wie loon ontvangt, die ontvangt dat loon in een doorgeboorden buidel" (Hag. 1:6).

Bijbelse betekenis: Merk op het excuus in Hag. 1:2: de tijd is niet gekomen. Het volk zegt niet dat het niet wil bouwen, maar dat het nog niet zover is — een uitstel dat zich makkelijk kan herhalen. Let vervolgens op de scherpe vraag in Hag. 1:4: hun eigen huizen worden gewelfd genoemd, een woord voor een zorgvuldig afgewerkt, bekleed dak — terwijl Gods huis woest lag. Zij hadden dus wél tijd en geld voor het een, maar niet voor het ander. Let ten slotte op het beeld van de doorboorde buidel in Hag. 1:6. Al hun inspanning lekte weg, alsof er een gat in hun beurs zat; werken zonder de juiste prioriteit levert nooit genoeg op.

Typologie: Dezelfde waarschuwing tegen verkeerde prioriteiten geeft de Heere Jezus: "Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden" (reeds behandeld bij Matt. 6:33).

Hag. 1:2,4,6; Matt. 6:33

De HEERE verwekte den geest van Zerubbabel  — op de vermaning volgt gehoorzaamheid, en God Zelf wekt de wil ertoe op (Hag. 1:12-14)

"Toen hoorde Zerubbabel, de zoon van Sealthiel, en Josua, de zoon van Jozadak, de hogepriester, en al het overblijfsel des volks, naar de stem van den HEERE, hun God, en naar de woorden van den profeet Haggai, gelijk als hem de HEERE, hun God, gezonden had; en het volk vreesde voor het aangezicht des HEEREN" (Hag. 1:12). Haggai bemoedigt hen namens God: "Ik ben met ulieden, spreekt de HEERE" (Hag. 1:13). En dan: "En de HEERE verwekte den geest van Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, den vorst van Juda, en den geest van Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester, en den geest van het ganse overblijfsel des volks; en zij kwamen en maakten het werk in het huis van den HEERE der heirscharen, hun God" (Hag. 1:14).

Bijbelse betekenis: Merk op de volgorde: eerst horen, dan vrezen, dan werken. Gehoorzaamheid begint niet met de daad zelf, maar met een hart dat ontvankelijk wordt voor het woord. Let vervolgens op Hag. 1:13, waar de bemoediging precies op het juiste moment komt: niet vóór de vrees, maar erna, alsof de vrees eerst haar werk moest doen. Let ten slotte op Hag. 1:14: het is de HEERE Die de geest van leiders én volk verwekt. Het besluit om te bouwen wordt hier niet alleen aan menselijke wilskracht toegeschreven, maar aan God Die de wil Zelf opwekt.

Typologie: Diezelfde werking van God in de wil van Zijn volk beschrijft Paulus: "Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen" (reeds behandeld bij Fil. 2:13).

Hag. 1:12-14; Fil. 2:13

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

God bij Zijn volk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding ambt

Ik ben met ulieden — 1:1-15

Zestien jaar geleden is het fundament van de tempel gelegd, en sindsdien ligt het werk stil. De mensen zeggen dat de tijd nog niet gekomen is. Ondertussen wonen zij zelf in afgewerkte huizen. Dan komt het woord van de HEERE door de dienst van Haggaï.

De profeet legt de vinger bij een volgorde die scheefgegroeid is, en zijn woord wordt gehoorzaamd — iets wat bij profeten zelden voorkomt.

De vraag waarmee hij begint is scherp en kort: “Is het voor ulieden wel de tijd, dat gij woont in uw gewelfde huizen, en zal dit huis woest zijn?” Zij zeiden dat het nog geen tijd was, maar voor hun eigen dak was het dat wel geweest.

Twee keer klinkt daarna dezelfde oproep: stelt uw hart op uw wegen. Daartussen staat een opsomming die ieder herkent die het gevoel kent dat er van alles doorheen loopt: gij zaait veel en brengt weinig in; gij eet, maar niet tot verzadiging; gij drinkt, maar niet tot verzadiging; gij kleedt u, maar niet tot uw verwarming. En dan het beeld dat blijft hangen: “wie loon ontvangt, die ontvangt dat loon in een doorgeboorden buidel.”

God zegt er zelf de reden bij, en Hij doet dat zonder omweg: gij ziet om naar veel, maar bekomt weinig, en als gij het binnenbrengt blaas Ik erin. Waarom? “Om Mijns huizes wil, hetwelk woest is, en dat gij loopt elk voor zijn eigen huis.”

De opdracht die volgt is nuchter en zonder enig pathos: klimt op het gebergte, en brengt hout aan, en bouwt dit huis. Geen visioen, geen teken; hout halen.

En dan gebeurt er iets dat in de profetenboeken zeldzaam is. Er staat: toen hoorde Zerubbabel, en Jozua de hogepriester, en al het overblijfsel des volks, naar de stem van de HEERE hun God en naar de woorden van de profeet Haggaï. Let op de manier waarop dat gezegd wordt. Naar de stem van de HEERE én naar de woorden van Haggaï, in één zin, alsof het hetzelfde is — en dat is ook zo bedoeld. Het is een van de duidelijkste plaatsen in het Oude Testament waaruit blijkt wat een profeet is: een bode met andermans boodschap. Het volgende vers zegt het nog ronder: Haggaï is de bode des HEEREN, en hij spreekt in de boodschap des HEEREN.

En wat is die boodschap dan? Vier woorden: “Ik ben met ulieden, spreekt de HEERE.” Meer krijgt het volk niet, en meer is er ook niet nodig. Geen belofte van voorspoed, geen toezegging dat het werk zal lukken. Alleen dat Hij erbij is.

Daar loopt de lijn van dit hoofdstuk naar het Evangelie. Wat hier als bemoediging bij een bouwproject gezegd wordt, is de kortste samenvatting van de naam die aan een Kind gegeven wordt: Emmanuel, God met ons. En het zijn ook de laatste woorden waarmee Mattheüs zijn boek sluit: zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld.

  1. Haggaï 1:4 — Is het wel de tijd voor uw eigen gewelfde huizen, terwijl dit huis woest ligt?
  2. Haggaï 1:6 — Het loon verdwijnt in een doorgeboorde buidel.
  3. Haggaï 1:8 — De opdracht is nuchter: haal hout en bouw.
  4. Haggaï 1:12 — Zij hoorden naar de stem van de HEERE én naar de woorden van Haggaï.
  5. Haggaï 1:13 — En de hele bemoediging is: Ik ben met ulieden.
  6. Mattheüs 28:20 — Zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld.

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 1:23; Mattheüs 28:20; Hebreeën 1:1-2; 1 Thessalonicenzen 2:13; Haggaï 2:4

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Haggaï 1 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op twee dingen die er zelf staan: dat het gehoorzamen van de profeet met het gehoorzamen van God gelijkgesteld wordt, en dat de hele bemoediging bestaat uit de zin Ik ben met ulieden. Dat die zin dezelfde is als de naam Emmanuel, is een overeenkomst van woorden; Mattheüs verwijst voor die naam naar Jesaja 7 en niet naar Haggaï.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Hagai 1

Hagai 1:1-2.KruisverwijzingenEzra 2:2Mattheüs 1:12Ezra 3:8Ezra 3:2Hagai 2:10Hagai 1:12Hagai 1:141 Kronieken 3:17
— In het tweede jaar van den koning Darius, in de zesde maand, op den eersten dag der maand, geschiedde het woord des HEEREN, door den dienst van Haggai, den profeet, tot Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, den vorst van Juda, en tot Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester, zeggende: Alzo spreekt de HEERE der heirscharen zeggende: Dit volk zegt: De tijd is niet gekomen, de tijd, dat des HEEREN huis gebouwd worde.
God houdt een almanak bij, en de dag waarop Hij spreekt is altijd van belang. Voor elk van Zijn boodschappen aan de mensen is er een vastgestelde tijd. God wil dat zij op elke boodschap letten zodra die hun overgebracht wordt. Doen zij dat niet, dan houdt Hij de dagen van hun uitstel bij. Daarom laat Hij Zijn knechten zo nauwkeurig de datum optekenen waarop Zijn boodschap gebracht werd: “In het tweede jaar van den koning Darius, in de zesde maand, op den eersten dag der maand, geschiedde het woord des HEEREN, door den dienst van Haggai, den profeet, tot Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, den vorst van Juda, en tot Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester, zeggende:”

Och, of God deze dag in onze geschiedenis merkwaardig maakte door tot het hart van velen hier te spreken!

Let er ook op dat God er zorg voor draagt Zijn boodschappen te richten aan hen voor wie zij bedoeld zijn. Het woord van de HEERE kwam door de profeet Haggai tot Zerubbabel en tot Josua. God weet aan wie Zijn boodschap vandaag in het bijzonder gericht is, en Hij laat haar haar doel niet missen. Och, of iemand hier tot Hem riep: HEERE, spreek tot mij, zoals U tot Zerubbabel deed. En niet alleen tot mij, maar ook tot die en die, zoals U tot Josua deed.

“Alzo spreekt de HEERE der heirscharen zeggende: Dit volk zegt: De tijd is niet gekomen, de tijd, dat des HEEREN huis gebouwd worde.” De HEERE tekent dus op wat mensen zeggen, en te Zijner tijd brengt Hij hun in herinnering wat zij gezegd hebben. Soms laat Hij mensen hun eigen woorden opeten; en zo niet, dan haalt Hij ze hun ten minste weer voor de aandacht.

Uitstel is altijd een van de sterkste verzoekingen van de satan geweest, ook bij Gods eigen volk. Veel te vaak zeggen zij zelfs van Zijn werk, waarvan zij weten dat het gedaan moet worden: de tijd is nog niet gekomen. Hoeveel meer zou er voor God gedaan worden als wij allen meteen deden wat gedaan moet worden! Dan konden wij daarna aan iets anders beginnen en ons leven nog nuttiger en vruchtbaarder maken. Maar wij stellen het volbrengen van het ene goede voornemen zo lang uit, dat er voor het volgende geen gelegenheid overblijft.

Wordt u als christen verzocht een dienst voor God uit te stellen die op uw hart ligt? Denk dan aan de woorden van uw Heere, en volg Zijn eigen voortvarendheid na: “Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan.”

Hagai 1:3-4.Kruisverwijzingen2 Samuël 7:2Psalmen 132:3Ezra 5:1Mattheüs 6:33Zacharia 1:1Klaagliederen 4:1Hagai 1:9Jeremia 33:12
— En het woord des HEEREN geschiedde door den dienst van den profeet Haggai, zeggende: Is het voor ulieden wel de tijd, dat gij woont in uw gewelfde huizen, en zal dit huis woest zijn?
“Is het voor ulieden wel de tijd, dat gij woont in uw gewelfde huizen, en zal dit huis woest zijn?”

Er schijnt tijd genoeg te zijn om de weelde van het leven te genieten, maar geen tijd om de tempel van de HEERE weer op te bouwen. Tijd genoeg om rijk te worden, maar geen tijd om God te dienen. Tijd genoeg om uw arbeid aan alles voor uzelf te besteden, maar niet aan het huis van uw God! Wat een bestraffing was dat voor mensen die zich Gods volk noemden.

Zij hadden hun huizen met cederhout en kostbaar hout gebouwd en met houtsnijwerk versierd, terwijl de eenvoudigste gebouwen genoeg geweest zouden zijn. God staat toe dat zij hun eigen huis bouwen om erin te wonen. Maar daarná komt zeker Zijn huis, vóórdat zij hun eigen huis gaan opsieren.

En werkelijk, tegen veel welgestelde mensen mag hetzelfde gezegd worden. Het schijnt u geen tijd om de zending in het buitenland te steunen, maar wél tijd om meer geld in obligaties te zetten? Het schijnt u geen tijd om het Bijbelgenootschap te helpen? Maar wél tijd om nog een belegging te doen, en nog een stuk grond te kopen dat aan het uwe grenst?

Hagai 1:5.KruisverwijzingenKlaagliederen 3:40Ezechiël 40:4Galaten 6:4Exodus 7:23Daniël 10:122 Korinthe 13:5Psalmen 48:13Daniël 6:14
— Nu dan, alzo zegt de HEERE der heirscharen: Stelt uw hart op uw wegen.
Kijk eens een ogenblik terug en zie wat de gevolgen al geweest zijn van het zien op uzelf in plaats van op uw God. Hebt u er iets bij gewonnen?

Hagai 1:6.KruisverwijzingenHagai 2:16Deuteronomium 28:38Hosea 4:10Hosea 8:7Hagai 1:9Maleachi 3:9Zacharia 8:10Zacharia 5:4
— Gij zaait veel, en gij brengt weinig in; gij eet, maar niet tot verzadiging; gij drinkt, maar niet tot dronken worden toe; gij kleedt u, maar niet tot uw verwarming, en wie loon ontvangt, die ontvangt dat loon in een doorgeboorden buidel.
U hebt veel voor uzelf gezaaid, maar weinig voor God. Wat heeft uw zaaien u opgebracht?

Wie van u schijnbaar wél voorspoed heeft, is niet tevreden met wat hij heeft. De vrede van het hart komt er niet mee; u bent niet gelukkig.

Na al uw drinken uit de aardse bak bent u nog even dorstig als eerst. En toch verlangt u naar nog meer van die drank, die de dorst van uw ziel nooit lessen kan.

Hoe vaak gebeurt dat! En wat een dwaasheid is het toch: dat iemand hard werkt en loon verdient, en het geld dan in een buidel met gaten stopt en zo alles kwijtraakt.

Hagai 1:7-9.KruisverwijzingenPsalmen 132:13Hagai 1:4Hagai 1:5Psalmen 119:59Hagai 2:7Hagai 1:6Jesaja 40:7Filippenzen 3:1
— Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Stelt uw hart op uw wegen. Klimt op het gebergte, en brengt hout aan, en bouwt dit huis, en Ik zal een welgevallen daaraan hebben, en verheerlijkt worden, zegt de HEERE. Gij ziet om naar veel, maar ziet, gij bekomt weinig; en als gij het in huis gebracht hebt, zo blaas Ik daarin. Waarom dat? spreekt de HEERE der heirscharen; om Mijns huizes wil, hetwelk woest is, en dat gij loopt elk voor zijn eigen huis.
Merk nogmaals op wat een strenge bestraffing dit was, en hoe rijkelijk zij verdiend werd. God had grote dingen voor Zijn volk gedaan. Hij had hen uit Babel naar Jeruzalem teruggebracht, en hun eerste zorg had moeten zijn de verwoeste tempel weer op te bouwen. Maar iedereen was meer bezorgd voor zijn eigen huis dan voor het huis van de HEERE. Daarom kon er niets goeds komen van wat zij deden of van wat zij hadden.

“Zo blaas Ik daarin”, zei de HEERE. En blaast God op wat iemand heeft of op wat iemand doet, dan blaast Hij het spoedig weg — zoals de kanttekening het leest.

“Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Stelt uw hart op uw wegen. Klimt op het gebergte, en brengt hout aan, en bouwt dit huis, en Ik zal een welgevallen daaraan hebben, en verheerlijkt worden, zegt de HEERE.” Dat is het grote doel waarop wij in alles moeten mikken: dat God verheerlijkt wordt, dat God er een welgevallen aan heeft.

Hagai 1:10-11.KruisverwijzingenHagai 2:17Deuteronomium 28:221 Koningen 17:1Leviticus 26:191 Koningen 8:35Joël 1:18Deuteronomium 28:232 Koningen 8:1
— Daarom onthouden zich de hemelen over u, dat er geen dauw is, en het land onthoudt zijn vruchten. Want Ik heb een droogte geroepen over het land, en over de bergen, en over het koren, en over den most, en over de olie, en over hetgeen de aardbodem zou voortbrengen; ook over de mensen, en over de beesten, en over allen arbeid der handen.
Wij zijn voor alles van God afhankelijk. Soms gebruikt Hij de gewone wetten van de natuur als een tuchtiging voor wie Hem vergeten. Willen wij door Zijn weldaden niet aan Hem herinnerd worden, dan worden wij door Zijn oordelen herinnerd. En maken wij als rentmeesters geen goed gebruik van wat Hij ons toevertrouwt, dan kan Hij het gemakkelijk allemaal weer wegnemen.

Hagai 1:12.KruisverwijzingenJesaja 50:10Hagai 1:14Spreuken 1:7Prediker 12:13Ezra 5:2Hagai 2:2Psalmen 112:1Genesis 22:12
— Toen hoorde Zerubbabel, de zoon van Sealthiel, en Josua, de zoon van Jozadak, de hogepriester, en al het overblijfsel des volks, naar de stem van den HEERE, hun God, en naar de woorden van den profeet Haggai, gelijk als hem de HEERE, hun God, gezonden had; en het volk vreesde voor het aangezicht des HEEREN.
Wat een zegen is het wanneer een getrouw getuigenis zó ontvangen wordt! Soms gebeurt het dat mensen boos worden en de prediker haten die hen te openlijk over hun zonden bestraft. Maar werkt de Geest van God in hen, dan letten zij op wat er gezegd wordt en ontvangen zij de boodschap van de prediker als van God Zelf.

Hagai 1:13.KruisverwijzingenJesaja 43:2Maleachi 2:7Romeinen 8:31Jesaja 44:26Ezechiël 3:17Jesaja 41:10Maleachi 3:1Psalmen 46:11
— Toen sprak Haggai, de bode des HEEREN, in de boodschap des HEEREN, tot het volk, zeggende: Ik ben met ulieden, spreekt de HEERE.
Haggai was de bode van de HEERE, dus sprak hij niet zijn eigen woorden. Hij sprak “in de boodschap des HEEREN” tot het volk: “Ik ben met ulieden, spreekt de HEERE.” Hij was met hen, en daarom waren zij met hem.

Met ons gaat het net zo, als wij ware gelovigen in de Heere Jezus Christus zijn. Want Hij zegt tot ons: “En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld.” En hebben wij de tegenwoordigheid van God, dan hebben wij alles wat wij nodig hebben.

Hagai 1:14-15.KruisverwijzingenHagai 2:21Ezra 5:2Hagai 1:12 Kronieken 36:22Ezra 1:1Hagai 2:2Ezra 5:8Hagai 1:12
— En de HEERE verwekte den geest van Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, den vorst van Juda, en den geest van Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester, en den geest van het ganse overblijfsel des volks; en zij kwamen en maakten het werk in het huis van den HEERE der heirscharen, hun God. Op den vier en twintigsten dag der maand, in de zesde maand, in het tweede jaar van den koning Darius.
God tekent op wanneer Zijn volk voor Hem werkt. Hij schrijft in Zijn almanak de dag, de maand en het jaar, want Hij ziet Zijn volk graag werkzaam in Zijn dienst.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Het doet niet ter zake wie wij behagen als God niet behaagd wordt, en evenmin wie eer krijgt van wat wij geven als God er niet door verheerlijkt wordt.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content