Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En GodH430gedachtH2142 aan NoachH5146, en aan alH3605 het gedierteH2416, en aan alH3605 het veeH929, datH834metH854 hem in de arkH8392 was; en GodH430 deed een windH7307overH5921 de aardeH776doorgaanH5674, en de waterenH4325 werden stilH7918.En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.
KJVAnd God2remembered1Noah,4and every living thing,7and all the cattle10that was with him in the ark:13and God15made14a wind16to passover17the earth,18and the waters20asswaged;
1וַיִּזְכֹּ֤רH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4נֹ֔חַH5146Noach, NoachsNoah5וְאֵ֤תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הַֽחַיָּה֙H2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַבְּהֵמָ֔הH929beesten, vee, beestbeast, cattle11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12אִתּ֖וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix13בַּתֵּבָ֑הH8392ark, kistjeark14וַיַּעֲבֵ֨רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath15אֱלֹהִ֥יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16ר֨וּחַ֙H7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19וַיָּשֹׁ֖כּוּH7918gestild, schikken, stilappease, assuage, make to cease, pacify, set20הַמָּֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
2Ook werden de fonteinen des afgronds, en de sluizen des hemels gesloten, en de plasregen van den hemel werd opgehouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Ook werden de fonteinenH4599 des afgrondsH8415, en de sluizenH699 des hemelsH8064geslotenH5534, en de plasregenH1653vanH4480 den hemelH8064 werd opgehoudenH3607.Ook werden de fonteinen des afgronds, en de sluizen des hemels gesloten, en de plasregen van den hemel werd opgehouden.
KJVThe fountains2also of the deep3and the windows4of heaven5were stopped,1and the rain7from heaven9was restrained;
1וַיִּסָּֽכְרוּ֙H5534besluiten, gesloten, gestoptstop, give over. See also H5462 (סָגַר), H7936 (שָׂכַר)2מַעְיְנֹ֣תH4599fonteinen, fontein, waterfonteinenfountain, spring, well3תְּה֔וֹםH8415afgrond, afgronden, afgrondsdeep (place), depth4וַֽאֲרֻבֹּ֖תH699vensteren, sluizen, schoorsteenchimney, window5הַשָּׁמָ֑יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)6וַיִּכָּלֵ֥אH3607besloten, geweerd, onthoudenfinish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold7הַגֶּ֖שֶׁםH1653regen, plasregen, plasregensrain, shower8מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9הַשָּׁמָֽיִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)
3Daartoe keerden de wateren weder van boven de aarde, heen en weder vloeiende, en de wateren namen af ten einde van honderd en vijftig dagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Daartoe keerdenH7725 de waterenH4325 weder van bovenH5921 de aardeH776, heen en weder vloeiendeH1980, en de waterenH4325namenH2637 af ten eindeH7097 van honderdH3967 en vijftigH2572dagenH3117.Daartoe keerden de wateren weder van boven de aarde, heen en weder vloeiende, en de wateren namen af ten einde van honderd en vijftig dagen.
KJVAnd the waters2returned1from off the earth4continually:5and after the end9of the hundred11and fifty10days12the waters8were abated.
1וַיָּשֻׁ֧בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2הַמַּ֛יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))3מֵעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5הָל֣וֹךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl6וָשׁ֑וֹבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7וַיַּחְסְר֣וּH2637ontbreken, gebrek, ontbreektbe abated, bereave, decrease, (cause to) fail, (have) lack, make lower, want8הַמַּ֔יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))9מִקְצֵ֕הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)10חֲמִשִּׁ֥יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty11וּמְאַ֖תH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore12יֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
4En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventiende dag der maand, op de bergen van Ararat.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En de arkH8392rustteH5117 in de zevendeH7637maandH2320, op den zeventiendeH7651dagH3117 der maandH2320, opH5921 de bergenH2022 van AraratH780.En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventiende dag der maand, op de bergen van Ararat.
Ook in dit vers
zeventiendenH6240
KJVAnd the ark2rested1in the seventh4month,3on the seventeenth6day7of the month,8upon the mountains10of Ararat.
1וַתָּ֤נַחH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)2הַתֵּבָה֙H8392ark, kistjeark3בַּחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon4הַשְּׁבִיעִ֔יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)5בְּשִׁבְעָהH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)6עָשָׂ֥רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)7י֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8לַחֹ֑דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon9עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הָרֵ֥יH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion11אֲרָרָֽטH780AraratArarat, Armenia
5En de wateren waren gaande, en afnemende tot de tiende maand; in de tiende maand, op den eerste der maand, werden de toppen der bergen gezien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En de waterenH4325warenH1961gaandeH1980, en afnemendeH2637totH5704 de tiendeH6224maandH2320; in de tiendeH6224maandH2320, op den eersteH259 der maand, werden de toppenH7218 der bergenH2022gezienH7200.En de wateren waren gaande, en afnemende tot de tiende maand; in de tiende maand, op den eerste der maand, werden de toppen der bergen gezien.
KJVAnd the waters1decreased4continually3until5the tenth7month:6in the tenth8month, on the first9day of the month,10were the tops12of the mountains13seen.
1וְהַמַּ֗יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))2הָיוּ֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3הָל֣וֹךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl4וְחָס֔וֹרH2637ontbreken, gebrek, ontbreektbe abated, bereave, decrease, (cause to) fail, (have) lack, make lower, want5עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6הַחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon7הָֽעֲשִׂירִ֑יH6224tiende, tiendententh (part)8בָּֽעֲשִׂירִי֙H6224tiende, tiendententh (part)9בְּאֶחָ֣דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10לַחֹ֔דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon11נִרְא֖וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12רָאשֵׁ֥יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top13הֶֽהָרִֽיםH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion
6En het geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het venster der ark, die hij gemaakt had, opendeed.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En het geschieddeH1961, ten eindeH7093 van veertigH705dagenH3117, dat NoachH5146 het vensterH2474 der arkH8392, dieH834 hij gemaaktH6213 had, opendeedH6605.En het geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het venster der ark, die hij gemaakt had, opendeed.
KJVAnd it came to pass at the end2of forty3days,4that Noah6opened5the window8of the ark9which he had made:
1וַֽיְהִ֕יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִקֵּ֖ץH7093einde, uiterste[phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process3אַרְבָּעִ֣יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty4י֑וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5וַיִּפְתַּ֣חH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent6נֹ֔חַH5146Noach, NoachsNoah7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8חַלּ֥וֹןH2474venster, vensteren, vensterswindow9הַתֵּבָ֖הH8392ark, kistjeark10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11עָשָֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
7En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En hij lietH7971 een raafH6158 uit, die dikwijlsH3318 heen en weder gingH3318, totdatH5704 de waterenH4325 van bovenH5921 de aardeH776verdroogdH3001 waren.En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren.
KJVAnd he sent forth1a raven,3which went forth4to5and fro,6until the waters9were dried up8from off the earth.
1וַיְשַׁלַּ֖חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָֽעֹרֵ֑בH6158raaf, raven, raveraven4וַיֵּצֵ֤אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter5יָצוֹא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6וָשׁ֔וֹבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8יְבֹ֥שֶׁתH3001beschaamd, verdord, verdrogenbe ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away)9הַמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))10מֵעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
8Daarna liet hij een duif van zich uit, om te zien, of de wateren gelicht waren van boven den aardbodem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Daarna lietH7971 hij een duifH3123vanH854 zich uit, om te zienH7200, of de waterenH4325gelichtH7043 waren van bovenH5921 den aardbodemH6440.Daarna liet hij een duif van zich uit, om te zien, of de wateren gelicht waren van boven den aardbodem.
KJVAlso he sent forth1a dove3from him, to see5if the waters7were abated6from off the face9of the ground;
1וַיְשַׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַיּוֹנָ֖הH3123duiven, duif, duivedove, pigeon4מֵאִתּ֑וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5לִרְאוֹת֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6הֲקַ֣לּוּH7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet7הַמַּ֔יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))8מֵעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10הָֽאֲדָמָֽהH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
9Maar de duif vond geen rust voor het hol van haar voet; zo keerde zij weder tot hem in de ark; want de wateren waren op de ganse aarde; en hij stak zijn hand uit, en nam haar, en bracht haar tot zich in de ark.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Maar de duifH3123vondH4672geenH3808rustH4494voorH6440 het holH3709 van haar voetH7272; zo keerdeH7725 zij weder totH413 hem in de arkH8392; wantH3588 de waterenH4325 waren opH5921 de ganseH3605aardeH776; en hij stakH7971 zijn handH3027 uit, en namH3947 haar, en brachtH935 haar totH413 zich in de arkH8392.Maar de duif vond geen rust voor het hol van haar voet; zo keerde zij weder tot hem in de ark; want de wateren waren op de ganse aarde; en hij stak zijn hand uit, en nam haar, en bracht haar tot zich in de ark.
KJVBut the dove3found2no rest4for the sole5of her foot,6and she returned7unto him into the ark,10for the waters12were on the face14of the whole earth:16then he put forth17his hand,18and took her,19and pulled her in20unto him into the ark.
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2מָצְאָה֩H4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on3הַיּוֹנָ֨הH3123duiven, duif, duivedove, pigeon4מָנ֜וֹחַH4494rust, rustplaats(place of) rest5לְכַףH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon6רַגְלָ֗הּH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time7וַתָּ֤שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הַתֵּבָ֔הH8392ark, kistjeark11כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12מַ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17וַיִּשְׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)18יָדוֹ֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves19וַיִּקָּחֶ֔הָH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win20וַיָּבֵ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way21אֹתָ֛הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)23אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)24הַתֵּבָֽהH8392ark, kistjeark
10En hij verbeidde nog zeven andere dagen; toen liet hij de duif wederom uit de ark.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En hij verbeiddeH2342nogH5750zevenH7651 andere dagenH3117; toen lietH7971 hij de duifH3123wederomH3254uitH4480 de arkH8392.En hij verbeidde nog zeven andere dagen; toen liet hij de duif wederom uit de ark.
KJVAnd he stayed1yet other5seven3days;4and again6he sent forth7the dove9out of the ark;
1וַיָּ֣חֶלH2342geboren, barensnood, bevenbear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded2ע֔וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)4יָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5אֲחֵרִ֑יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange6וַיֹּ֛סֶףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield7שַׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַיּוֹנָ֖הH3123duiven, duif, duivedove, pigeon10מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11הַתֵּבָֽהH8392ark, kistjeark
11En de duif kwam tot hem tegen den avondtijd; en ziet, een afgebroken olijfblad was in haar bek; zo merkte Noach, dat de wateren van boven de aarde gelicht waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En de duifH3123kwamH935totH413 hem tegen den avondtijdH6256; en zietH2009, een afgebrokenH2965olijfbladH2132 was in haar bekH6310; zo merkteH3045NoachH5146, datH3588 de waterenH4325 van bovenH5921 de aardeH776gelichtH7043 waren.En de duif kwam tot hem tegen den avondtijd; en ziet, een afgebroken olijfblad was in haar bek; zo merkte Noach, dat de wateren van boven de aarde gelicht waren.
KJVAnd the dove3came in1to him in the evening;4and, lo, in her mouth10was an olive8leaf7pluckt off:9so Noah12knew11that the waters15were abated14from off the earth.
1וַתָּבֹ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֵלָ֤יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הַיּוֹנָה֙H3123duiven, duif, duivedove, pigeon4לְעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when5עֶ֔רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night6וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see7עֲלֵהH5929blad, takken, loofbranch, leaf8זַ֖יִתH2132olijfbomen, olijfboom, olijfgaardenolive (tree, -yard), Olivet9טָרָ֣ףH2965afgebrokenpluckt off10בְּפִ֑יהָH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word11וַיֵּ֣דַעH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12נֹ֔חַH5146Noach, NoachsNoah13כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14קַ֥לּוּH7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet15הַמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))16מֵעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
12Toen vertoefde hij nog zeven andere dagen; en hij liet de duif uit; maar zij keerde niet meer weder tot hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen vertoefdeH3176 hij nogH5750zevenH7651 andere dagenH3117; en hij lietH7971 de duifH3123 uit; maar zij keerdeH7725 niet meerH5750 weder totH413 hem.Toen vertoefde hij nog zeven andere dagen; en hij liet de duif uit; maar zij keerde niet meer weder tot hem.
KJVAnd he stayed1yet other5seven3days;4and sent forth6the dove;8which returned11not again10unto him any more.
1וַיִּיָּ֣חֶלH3176hopen, gehoopt, hope(cause to, have, make to) hope, be pained, stay, tarry, trust, wait2ע֔וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)4יָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5אֲחֵרִ֑יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange6וַיְשַׁלַּח֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַיּוֹנָ֔הH3123duiven, duif, duivedove, pigeon9וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יָסְפָ֥הH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield11שׁוּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw12אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13עֽוֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
13En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand, op den eersten derzelver maand, dat de wateren droogden van boven de aarde; toen deed Noach het deksel der ark af, en zag toe, en ziet, de aardbodem was gedroogd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En het geschiedde in het zeshonderdH8337 en eerste jaarH8141, in de eerste maandH2320, op den eerstenH259 derzelver maand, dat de waterenH4325droogdenH2717 van bovenH5921 de aardeH776; toen deed NoachH5146 het dekselH4372 der arkH8392 af, en zagH7200 toe, en zietH2009, de aardbodemH6440 was gedroogdH2717.En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand, op den eersten derzelver maand, dat de wateren droogden van boven de aarde; toen deed Noach het deksel der ark af, en zag toe, en ziet, de aardbodem was gedroogd.
Ook in dit vers
eersteH259
eersteH7223
KJVAnd it came to pass in the six3hundredth4and first year,5in the first6month, the first2day of the month,8the waters10were dried up9from off the earth:12and Noah14removed13the covering16of the ark,17and looked,18and, behold, the face21of the ground22was dry.
1וַֽ֠יְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְּאַחַ֨תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,3וְשֵׁשׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth4מֵא֜וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore5שָׁנָ֗הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)6בָּֽרִאשׁוֹן֙H7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past7בְּאֶחָ֣דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8לַחֹ֔דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon9חָֽרְב֥וּH2717verwoest, woest, verdroogddecay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste10הַמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))11מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13וַיָּ֤סַרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without14נֹ֨חַ֙H5146Noach, NoachsNoah15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מִכְסֵ֣הH4372deksel, dassendekselcovering17הַתֵּבָ֔הH8392ark, kistjeark18וַיַּ֕רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions19וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see20חָֽרְב֖וּH2717verwoest, woest, verdroogddecay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste21פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you22הָֽאֲדָמָֽהH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
14En in de tweede maand, op den zeven en twintigsten dag der maand, was de aarde opgedroogd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En in de tweedeH8145maandH2320, op den zevenH7651 en twintigstenH6242dagH3117 der maandH2320, was de aardeH776opgedroogdH3001.En in de tweede maand, op den zeven en twintigsten dag der maand, was de aarde opgedroogd.
KJVAnd in the second2month,1on the seven3and twentieth4day5of the month,6was the earth8dried.
1וּבַחֹ֨דֶשׁ֙H2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon2הַשֵּׁנִ֔יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)3בְּשִׁבְעָ֧הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)4וְעֶשְׂרִ֛יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)5י֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6לַחֹ֑דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon7יָבְשָׁ֖הH3001beschaamd, verdord, verdrogenbe ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away)8הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen sprakH1696GodH430totH413NoachH5146, zeggendeH559:Toen sprak God tot Noach, zeggende:
16Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16GaH3318uitH4480 de arkH8392, gijH859, en uw huisvrouwH802, en uw zonenH1121, en de vrouwenH802 uwer zonenH1121metH854 u.Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u.
KJVGo forth1of the ark,3thou, and thy wife,5and thy sons,6and thy sons'8wives
1צֵ֖אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with3הַתֵּבָ֑הH8392ark, kistjeark4אַתָּ֕הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you5וְאִשְׁתְּךָ֛H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English6וּבָנֶ֥יךָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7וּנְשֵֽׁיH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8בָנֶ֖יךָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9אִתָּֽךְH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
17Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Al het gedierteH2416, datH834 met u is, van alleH3605vleesH1320, aan gevogelteH5775, en aan veeH929, en aan alH3605 het kruipend gedierteH7431, dat opH5921 de aardeH776kruiptH7430, doe metH854 u uitgaanH3318; en dat zij overvloediglijk voorttelenH8317 op de aardeH776, en vruchtbaarH6509 zijn, en vermenigvuldigenH7235opH5921 de aardeH776.Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde.
KJVBring forth14with thee every living thing2that is with thee, of all flesh,6both of fowl,7and of cattle,8and of every creeping thing10that creepeth11upon the earth;13that they may breed abundantly16in the earth,17and be fruitful,18and multiply19upon the earth.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַחַיָּ֨הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop3אֲשֶֽׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4אִתְּךָ֜H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6בָּשָׂ֗רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin7בָּע֧וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl8וּבַבְּהֵמָ֛הH929beesten, vee, beestbeast, cattle9וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הָרֶ֛מֶשׂH7431kruipend gedierte, kruipende, kruipendthat creepeth, creeping (moving) thing11הָרֹמֵ֥שׂH7430kruipt, roert, kruipende gediertecreep, move12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14הַיְצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter15אִתָּ֑ךְH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix16וְשָֽׁרְצ֣וּH8317kruipt, bracht, krielenbreed (bring forth, increase) abundantly (in abundance), creep, move17בָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18וּפָר֥וּH6509vruchtbaar, vruchtbare, gewassenbear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase19וְרָב֖וּH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very20עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
18Toen ging Noach uit, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Toen gingH3318NoachH5146 uit, en zijn zonenH1121, en zijn huisvrouwH802, en de vrouwenH802 zijner zonenH1121metH854 hem.Toen ging Noach uit, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem.
KJVAnd Noah2went forth,1and his sons,3and his wife,4and his sons'6wives
1וַיֵּ֖צֵאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2נֹ֑חַH5146Noach, NoachsNoah3וּבָנָ֛יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4וְאִשְׁתּ֥וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5וּנְשֵֽׁיH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English6בָנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7אִתּֽוֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
19Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hun geslachten, gingen uit de ark.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Al het gedierteH2416, alH3605 het kruipendeH7431, en alH3605 het gevogelteH5775, alH3605 wat zich opH5921 de aardeH776roertH7430, naar hun geslachtenH4940, gingenH3318uitH4480 de arkH8392.Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hun geslachten, gingen uit de ark.
KJVEvery beast,2every creeping thing,4and every fowl,6and whatsoever1creepeth8upon the earth,10after their kinds,11went forth12out of the ark.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַֽחַיָּ֗הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָרֶ֨מֶשׂ֙H7431kruipend gedierte, kruipende, kruipendthat creepeth, creeping (moving) thing5וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הָע֔וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl7כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8רוֹמֵ֣שׂH7430kruipt, roert, kruipende gediertecreep, move9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11לְמִשְׁפְּחֹ֣תֵיהֶ֔םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)12יָצְא֖וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter13מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with14הַתֵּבָֽהH8392ark, kistjeark
20En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En NoachH5146bouwdeH1129 den HEEREH3068 een altaarH4196; en hij namH3947 van alH3605 het reineH2889veeH929, en van alH3605 het reinH2889gevogelteH5775, en offerdeH5927brandofferenH5930 op dat altaarH4196.En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar.
KJVAnd Noah2builded1an altar3unto the LORD;4and took5of every clean8beast,7and of every clean11fowl,10and offered12burnt offerings13on the altar.
1וַיִּ֥בֶןH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2נֹ֛חַH5146Noach, NoachsNoah3מִזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar4לַֽיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וַיִּקַּ֞חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6מִכֹּ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הַבְּהֵמָ֣הH929beesten, vee, beestbeast, cattle8הַטְּהוֹרָ֗הH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)9וּמִכֹּל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הָע֣וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl11הַטָּהֹ֔רH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)12וַיַּ֥עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work13עֹלֹ֖תH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)14בַּמִּזְבֵּֽחַH4196altaar, altaren, altaarsaltar
21En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En de HEEREH3068rookH7306dienH834liefelijkenH5207reukH7381, en de HEEREH3068zeideH559 in Zijn hartH3820: Ik zal voortaanH3254 den aardbodemH127nietH3808meerH5750vervloekenH7043 om des mensenH120wilH5668; wantH3588 het gedichtselH3336 van 's mensenH120hartH3820 is boosH7451 van zijn jeugdH5271aanH413; en Ik zal voortaanH3254nietH3808meerH5750alH3605 het levendeH2416slaanH5221, gelijk als Ik gedaanH6213 heb.En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.
KJVAnd the LORD2smelled1a sweet5savour;4and the LORD7said6in8his heart,9I will not again11curse12the ground15any more for man's17sake;16for the imagination19of man's21heart20is evil22from his youth;23neither will I again25smite27any more every thing living,30as I have done.
1וַיָּ֣רַחH7306rieken, rook, riektaccept, smell, [idiom] touch, make of quick understanding2יְהוָה֮H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4רֵ֣יחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell5הַנִּיחֹחַ֒H5207liefelijken, liefelijkesweet (odour)6וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9לִבּ֗וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom10לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11אֹ֠סִףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield12לְקַלֵּ֨לH7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet13ע֤וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הָֽאֲדָמָה֙H127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land16בַּעֲב֣וּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to17הָֽאָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person18כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19יֵ֣צֶרH3336gedichtsel, formeersel, maakselframe, thing framed, imagination, mind, work20לֵ֧בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom21הָאָדָ֛םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person22רַ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)23מִנְּעֻרָ֑יוH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth24וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without25אֹסִ֥ףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield26ע֛וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)27לְהַכּ֥וֹתH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound28אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)29כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)30חַ֖יH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop31כַּֽאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection32עָשִֽׂיתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
22Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22VoortaanH5750alH3605 de dagenH3117 der aardeH776 zullen zaaiingH2233 en oogstH7105, en koudeH7120 en hitteH2527, en zomerH7019 en winterH2779, en dagH3117 en nachtH3915, nietH3808ophoudenH7673.Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.
KJVWhile the earth4remaineth,3seedtime5and harvest,6and cold7and heat,8and summer9and winter,10and day11and night12shall not cease.
1עֹ֖דH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3יְמֵ֣יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5זֶ֡רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time6וְ֠קָצִירH7105oogst, oogstes, takbough, branch, harvest (man)7וְקֹ֨רH7120koudecold8וָחֹ֜םH2527heet, hitte, warmheat, to be hot (warm)9וְקַ֧יִץH7019zomervruchten, zomer, zomerhuissummer (fruit, house)10וָחֹ֛רֶףH2779winter, jonkheid, winterhuiscold, winter (-house), youth11וְי֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12וָלַ֖יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)13לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יִשְׁבֹּֽתוּH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away
Mogelijke rustplaats van de ark van Noach. Een bootvormige formatie nabij de berg Ararat
De berg AraratDe berg Ararat in het oosten van Turkije, van oudsher vereenzelvigd met de "bergen van Ararat" uit Genesis 8.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 8:1— En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.1 Samuël 1:19→Exodus 14:21→Exodus 2:24→Genesis 19:29→Genesis 30:22→Psalmen 36:6→Psalmen 132:1→Nehemia 13:22→
Genesis 8:2— Ook werden de fonteinen des afgronds, en de sluizen des hemels gesloten, en de plasregen van den hemel werd opgehouden.Genesis 7:11→Jona 2:3→Mattheüs 8:26→Mattheüs 8:9→Job 38:37→Spreuken 8:28→Job 37:11→
Genesis 8:3— Daartoe keerden de wateren weder van boven de aarde, heen en weder vloeiende, en de wateren namen af ten einde van honderd en vijftig dagen.Genesis 7:24→Genesis 7:11→
Genesis 8:4— En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventiende dag der maand, op de bergen van Ararat.Jesaja 37:38→Jeremia 51:27→2 Koningen 19:37→Genesis 7:17→
Genesis 8:5— En de wateren waren gaande, en afnemende tot de tiende maand; in de tiende maand, op den eerste der maand, werden de toppen der bergen gezien.Genesis 7:11→
Genesis 8:6— En het geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het venster der ark, die hij gemaakt had, opendeed.Genesis 6:16→Daniël 6:10→
Genesis 8:7— En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren.Job 38:41→Leviticus 11:15→1 Koningen 17:6→1 Koningen 17:4→Psalmen 147:9→
Genesis 8:8— Daarna liet hij een duif van zich uit, om te zien, of de wateren gelicht waren van boven den aardbodem.Hooglied 2:14→Genesis 8:10→Hooglied 1:15→Hooglied 2:11→Mattheüs 10:16→
Genesis 8:9— Maar de duif vond geen rust voor het hol van haar voet; zo keerde zij weder tot hem in de ark; want de wateren waren op de ganse aarde; en hij stak zijn hand uit, en nam haar, en bracht haar tot zich in de ark.Mattheüs 11:28→Ezechiël 7:16→Jesaja 60:8→Deuteronomium 28:65→Johannes 16:33→Psalmen 116:7→
Genesis 8:10— En hij verbeidde nog zeven andere dagen; toen liet hij de duif wederom uit de ark.Romeinen 8:25→Psalmen 40:1→Jesaja 26:8→Jesaja 8:17→Genesis 7:4→Genesis 8:12→Genesis 7:10→
Genesis 8:11— En de duif kwam tot hem tegen den avondtijd; en ziet, een afgebroken olijfblad was in haar bek; zo merkte Noach, dat de wateren van boven de aarde gelicht waren.Romeinen 10:15→Nehemia 8:15→Zacharia 4:12→
Genesis 8:12— Toen vertoefde hij nog zeven andere dagen; en hij liet de duif uit; maar zij keerde niet meer weder tot hem.Genesis 2:2→Habakuk 2:3→Psalmen 27:14→Jesaja 8:17→Jesaja 30:18→Jesaja 26:8→Jakobus 5:7→Psalmen 130:5→
Genesis 8:13— En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand, op den eersten derzelver maand, dat de wateren droogden van boven de aarde; toen deed Noach het deksel der ark af, en zag toe, en ziet, de aardbodem was gedroogd.Genesis 7:11→
Genesis 8:14— En in de tweede maand, op den zeven en twintigsten dag der maand, was de aarde opgedroogd.Genesis 7:13→Genesis 7:11→
Genesis 8:16— Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u.Genesis 7:13→Genesis 7:7→Handelingen 16:37→Daniël 9:25→Jozua 4:10→Jozua 4:16→Jozua 3:17→Psalmen 121:8→
Genesis 8:17— Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde.Genesis 1:22→Genesis 9:1→Genesis 7:14→Psalmen 144:13→Jeremia 31:27→Genesis 9:7→Genesis 1:28→Psalmen 107:38→
Genesis 8:18— Toen ging Noach uit, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem.Psalmen 121:8→
Genesis 8:20— En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar.Genesis 22:9→Genesis 12:7→Leviticus 11:1→Genesis 7:2→Genesis 13:4→Genesis 35:7→Hebreeën 13:15→Genesis 33:20→
Genesis 8:21— En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.Jeremia 17:9→Genesis 3:17→Genesis 6:5→Genesis 6:17→Leviticus 1:13→Leviticus 1:9→Psalmen 51:5→Romeinen 1:21→
Genesis 8:22— Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.Jeremia 5:24→Jeremia 33:20→Hooglied 2:11→Jeremia 31:35→Psalmen 74:16→Jakobus 5:7→Jesaja 54:8→Exodus 34:21→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 8 vers 1— En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.
gedacht
Menselijker wijze van God gesproken. God wordt gezegd te gedenken, als Hij na enig uitstel, òf zijne weldaden bewijst, onder Gen. 19:29; Ex. 32:13; Neh. 13:14, Neh. 13:22; Job 14:13; Hos. 9:9; Openb. 18:5.
Hertaald:gedacht
Op menselijke wijze van God gesproken. Er wordt gezegd dat God gedenkt, wanneer Hij na enig uitstel zijn weldaden bewijst; zie Gen. 19:29; Ex. 32:13; Neh. 13:14, Neh. 13:22; Job 14:13; Hos. 9:9; Openb. 18:5.
Genesis 8 vers 2— Ook werden de fonteinen des afgronds, en de sluizen des hemels gesloten, en de plasregen van den hemel werd opgehouden.
gesloten,
Die tevoren opengebarsten en opengebroken waren, om dit vreeslijk oordeel van God uit te voeren; boven Gen. 7:11.
Hertaald:gesloten,
Die eerder opengebarsten en opengebroken waren om dit vreselijke oordeel van God uit te voeren, zie Gen. 7:11.
plasregen
Die veertig natuurlijke dagen geduurd had. Zie boven Gen. 7:4, Gen. 7:12
Hertaald:plasregen
Die veertig natuurlijke dagen geduurd had. Zie Gen. 7:4, Gen. 7:12.
Genesis 8 vers 3— Daartoe keerden de wateren weder van boven de aarde, heen en weder vloeiende, en de wateren namen af ten einde van honderd en vijftig dagen.
heen en weder
Hebr. gaande en wederkerende, dat is, al meer en meer wederkerende, afnemende, alzo in het volgende vs.5; verg. onder Gen. 26:13, en zie Jona 1:11.
Hertaald:heen en weder
Hebreeuws: gaande en wederkerende, dat is: steeds verder afnemende, zo ook in het volgende vers 5; vergelijk Gen. 26:13, en zie Jona 1:11.
ten einde
Te rekenen van het begin van den zondvloed, zie hoofdstuk Gen. 7:11; in welken gansen tijd de wateren op den aardbodem toegenomen zijn. Zie ook vs.24.
Hertaald:ten einde
Te rekenen vanaf het begin van de zondvloed, zie Gen. 7:11; in die hele periode waren de wateren op de aardbodem toegenomen. Zie ook vers 24.
Genesis 8 vers 4— En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventiende dag der maand, op de bergen van Ararat.
op de bergen van Ararát.
Dat is, op een van de bergen van groot Armenië.
Hertaald:op de bergen van Ararát.
Dat is: op een van de bergen van Groot-Armenië.
Genesis 8 vers 5— En de wateren waren gaande, en afnemende tot de tiende maand; in de tiende maand, op den eerste der maand, werden de toppen der bergen gezien.
Hertaald:toppen
Hebreeuws: hoofden, zoals ook in Deut. 3:27; Joz. 15:8; Richt. 9:7.
Genesis 8 vers 6— En het geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het venster der ark, die hij gemaakt had, opendeed.
ten einde van veertig dagen,
Te weten, na den eersten dag der tiende maand; waarvan in het voorgaande vs. gesproken wordt.
Hertaald:ten einde van veertig dagen,
Namelijk: na de eerste dag van de tiende maand, waarover in het voorgaande vers gesproken wordt.
venster
Zie boven Gen. 6:16.
Hertaald:venster
Zie Gen. 6:16.
Genesis 8 vers 7— En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren.
liet een raaf uit,
Te weten, om te onderzoeken of de aarde van de wateren ontbloot was.
Hertaald:liet een raaf uit,
Namelijk om te onderzoeken of de aarde al van de wateren ontdaan was.
die dikwijls heen en weder ging,
Hebr. die uitging, uitgaande en kerende; dat is, zij vloog herwaarts en derwaarts, en bijzonder omtrent de ark, omdat de aarde nog meest met de wateren bedekt was.
Hertaald:die dikwijls heen en weder ging,
Hebreeuws: die uitging, uitgaande en kerende, dat is: hij vloog heen en weer, en met name rond de ark, omdat de aarde nog grotendeels met water bedekt was.
Genesis 8 vers 8— Daarna liet hij een duif van zich uit, om te zien, of de wateren gelicht waren van boven den aardbodem.
liet hij
Te weten, zeven dagen nadat de raaf uitgelaten was; zoals te zien is vs.10.
Hertaald:liet hij
Namelijk: zeven dagen nadat de raaf was uitgelaten, zoals blijkt uit vers 10.
duif van
Die niet lichtelijk haar medepaar verlaat, en gewoon is tot hetzelve terug te keren.
Hertaald:duif van
Die niet gemakkelijk haar partner verlaat en gewend is naar hem terug te keren.
gelicht
Dat is, verminderd, meer verlopen.
Hertaald:gelicht
Dat is: verminderd, verder weggezakt.
Genesis 8 vers 9— Maar de duif vond geen rust voor het hol van haar voet; zo keerde zij weder tot hem in de ark; want de wateren waren op de ganse aarde; en hij stak zijn hand uit, en nam haar, en bracht haar tot zich in de ark.
de ganse aarde;
Op de vlakte der omliggende landstreek; want anders begonnen de toppen der bergen ontdekt te worden, boven vs.5.
Hertaald:de ganse aarde;
Op de vlakte van de omliggende landstreek; want elders begonnen de toppen van de bergen al zichtbaar te worden, zie vers 5.
Genesis 8 vers 10— En hij verbeidde nog zeven andere dagen; toen liet hij de duif wederom uit de ark.
liet hij
Hebr. hij deed toe; of, hij voer voort uit te laten, of uit te zenden. Welke manier van spreken ook onder is vs.12, 21, en elders dikwijls, betekenende het herdoen en vernieuwen, of hervatten van enige zaak.
Hertaald:liet hij
Hebreeuws: hij deed toe; of: hij ging voort met uitlaten, of uitzenden. Deze manier van spreken komt ook voor in vers 12, 21 en elders vaak, en betekent het herhalen, vernieuwen of hervatten van iets.
Genesis 8 vers 11— En de duif kwam tot hem tegen den avondtijd; en ziet, een afgebroken olijfblad was in haar bek; zo merkte Noach, dat de wateren van boven de aarde gelicht waren.
kwam tot hem
Omdat zij geen voedsel voor zich vond, en zocht in haar gewoon nest te wezen.
Hertaald:kwam tot hem
Omdat zij geen voedsel voor zichzelf vond en terug wilde naar haar gewone nest.
een afgebroken olijfblad
Waarmede God Noach vertroost heeft, hem verzekerende dat zijn verlossing uit de ark nabij was.
Hertaald:een afgebroken olijfblad
Waarmee God Noach vertroostte, hem ervan verzekerend dat zijn bevrijding uit de ark nabij was.
bek;
Hebr. monder
Hertaald:bek;
Hebreeuws: mond.
Genesis 8 vers 12— Toen vertoefde hij nog zeven andere dagen; en hij liet de duif uit; maar zij keerde niet meer weder tot hem.
zij keerde niet meer weder
Want zij had rust en voedsel op den aardbodem gevonden.
Hertaald:zij keerde niet meer weder
Want zij had rust en voedsel op de aardbodem gevonden.
Genesis 8 vers 13— En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand, op den eersten derzelver maand, dat de wateren droogden van boven de aarde; toen deed Noach het deksel der ark af, en zag toe, en ziet, de aardbodem was gedroogd.
in het zeshonderd en eerste jaar,
Te weten, Noachs ouderdom, hetwelk was het jaar na de schepping der wereld 1657, verg. boven Gen. 7:11, waar gezegd wordt, dat de zondvloed begonnen is in het zes honderdste jaar van Noachs ouderdom.
Hertaald:in het zeshonderd en eerste jaar,
Namelijk: van Noachs leeftijd, wat het jaar 1657 na de schepping van de wereld was; vergelijk Gen. 7:11, waar gezegd wordt dat de zondvloed begon in het zeshonderdste jaar van Noachs leven.
de aardbodem
Hebr. het aangezicht des aardbodems.
Hertaald:de aardbodem
Hebreeuws: het aangezicht van de aardbodem.
Genesis 8 vers 16— Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u.
Ga uit
Op dit bevel had Noach gewacht, gelijk hij ook op Gods bevel in de ark was gegaan; zijnde daarin geweest een jaar en tien dagen.
Hertaald:Ga uit
Op dit bevel had Noach gewacht, zoals hij ook op Gods bevel de ark was ingegaan; hij was daarin geweest een jaar en tien dagen.
Genesis 8 vers 17— Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde.
vee,
Zie boven Gen. 6:7.
Hertaald:vee,
Zie Gen. 6:7.
Genesis 8 vers 19— Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hun geslachten, gingen uit de ark.
naar hun geslachten,
Dat is, zij gingen fijn, ordelijk, elk gepaard naar zijn geslacht of soort.
Hertaald:naar hun geslachten,
Dat is: zij gingen ordelijk, netjes gepaard naar hun geslacht of soort.
Genesis 8 vers 20— En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar.
het reine vee,
Zie boven Gen. 7:2.
Hertaald:het reine vee,
Zie Gen. 7:2.
brandofferen
Aldus genaamd, omdat dit offer geheel verbrand werd, en alzo met den rook opwaarts steeg en verdween; in welk opzicht het ook een klimoffer zou mogen heten. Zie ook Lev. 6:9.
Hertaald:brandofferen
Zo genoemd omdat dit offer helemaal verbrand werd, en zo met de rook omhoog steeg en verdween; in dat opzicht zou het ook een klimoffer genoemd kunnen worden. Zie ook Lev. 6:9.
Genesis 8 vers 21— En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.
rook
Menselijker wijze of bij gelijkenis van God gesproken. Want gelijk een lieflijke reuk den mens zeer vermaakt, alzo had God een welgevallen aan het geloof en de dankbaarheid van Noach.
Hertaald:rook
Op menselijke wijze, of bij wijze van vergelijking, van God gesproken. Want zoals een aangename geur de mens zeer welgevallig is, zo had God een welbehagen in het geloof en de dankbaarheid van Noach.
liefelijken reuk,
Hebr. den reuk der rust, of, rustmakende, te weten, den mens met God verzoenende, en in rust of vrede stellende, niet door de eigen kracht van het offer, maar door de betekenende offerande onzes Heeren Jezus Christus, waardoor alleen een eeuwige verzoening verworven is, Hebr. 9:12-13.
Hertaald:liefelijken reuk,
Hebreeuws: de geur van rust, of rustgevend, namelijk: de mens met God verzoenend en tot rust of vrede brengend, niet door de eigen kracht van het offer, maar door de offerande van onze Heere Jezus Christus die het voorafbeeldde, waardoor alleen een eeuwige verzoening verworven is, Hebr. 9:12-13.
in zijn
Of, tot, dat is, bij zichzelven; menselijk van God gesproken, om ons te verklaren dat Hij zijn raad, dien Hij bij zichzelven heeft, daarna aan zijn knechten naar zijn welgevallen openbaart.
Hertaald:in zijn
Of: tot, dat is: bij Zichzelf; op menselijke wijze van God gesproken, om ons duidelijk te maken dat Hij zijn raadsbesluit, dat Hij bij Zichzelf heeft, daarna aan zijn dienstknechten openbaart naar zijn welbehagen.
den aardbodem niet meer vervloeken
Dat is, Ik zal den aardbodem niet meer aldus door een algemenen zondvloed verderven. Hebr. Ik zal niet toedoen te vervloeken, gelijk in het einde van dit vs. Zie boven op vs.10.
Hertaald:den aardbodem niet meer vervloeken
Dat is: Ik zal de aardbodem niet meer op deze manier door een algemene zondvloed verwoesten. Hebreeuws: Ik zal niet voortgaan te vervloeken, zoals aan het eind van dit vers. Zie hierboven bij vers 10.
want het
Anders, alhoewel.
Hertaald:want het
Anders: alhoewel.
slaan,
Dat is, door een algemenen zondvloed ombrengen. Het woord slaan is onder andere betekenissen dikwijls genomen voor doden, of anders het leven enigszins beschadigen, door welk middel het een en het ander ook zou kunnen geschieden. Zie Ex. 21:18; Num. 14:12, Num. 35:16; Deut. 28:22-27; 1 Sam. 17:50, 1 Sam. 26:8; 2 Sam. 3:27; 1 Kon. 22:34; Am. 4:9, enz.
Hertaald:slaan,
Dat is: door een algemene zondvloed ombrengen. Het woord slaan wordt onder meer vaak gebruikt voor doden, of anders het leven op enige manier beschadigen. Zie Ex. 21:18; Num. 14:12, Num. 35:16; Deut. 28:22-27; 1 Sam. 17:50, 1 Sam. 26:8; 2 Sam. 3:27; 1 Kon. 22:34; Am. 4:9, enz.
Genesis 8 vers 22— Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.
al de dagen
Dat is, zolang als de wereld staan zal.
Hertaald:al de dagen
Dat is: zolang de wereld zal bestaan.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Noach — rust, troost
De zoon van Lamech, de tiende aartsvader van Adam af, en de enige rechtvaardige van zijn geslacht die met zijn gezin de zondvloed overleefde in de ark die hij op Gods bevel bouwde. Uit zijn drie zonen Sem, Cham en Jafeth is na de vloed de gehele mensheid opnieuw voortgekomen.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Ararat — de Hebreeuwse vorm van het Babylonisch-Assyrische Urartu
Ligging: Een bergachtig plateau in het westen van Azië, ongeveer 1800 meter boven zeeniveau, met het Van-meer — een binnenmeer zonder afwatering, vergelijkbaar met de Dode Zee — nagenoeg in het midden. Van hieruit stromen de Eufraat, de Tigris, de Aras en de Choruk in verschillende richtingen weg. In 2 Kon. 19:37 en Jes. 37:38 is het woord in oudere vertalingen weergegeven met "Armenië", wat de streek terecht aanduidt.
Geschiedenis: De "bergen van Ararat" waarop de ark tot rust kwam (Gen. 8:4) waren vermoedelijk de Koerdische bergketen die Armenië scheidt van Mesopotamië en Koerdistan — het meervoud "bergen" wijst erop dat niet één specifieke piek bedoeld is. De Babylonische overlevering noemt de plaats "de berg van Nizir", ten oosten van Assyrië; Berosus plaatst haar "in het gebergte der Kordyaeërs" (Koerden). De Koerden zelf houden van oudsher de Cudi Dagh, op de grens van Armenië en Koerdistan, voor de plek waar de ark landde.
Bijbelse betekenis: Het punt van waaruit de mensheid na de zondvloed opnieuw over de aarde verspreid raakte; in Jer. 51:27 wordt Ararat samen met Minni en Askenaz genoemd als een rijk ten oosten van Armenië.
Recente inzichten: De huidige berg Ararat (bijna 5150 m) in het oosten van Turkije wordt in de volksmond met de bijbelse berg vereenzelvigd, al wijst ISBE er al op dat de tekst spreekt van een bergstreek, niet van één piek. Sindsdien zijn er herhaaldelijk vermeende waarnemingen van scheepsresten op de berghelling gemeld (de zogeheten "Ararat-anomalie" op satellietfoto's uit de jaren negentig), maar geen daarvan is archeologisch bevestigd.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Ark (van Noach) — Hebreeuws: tebah, een kist- of kastvormig vaartuig (een ander woord dan de "ark" van het verbond, in het Hebreeuws aron)
Op Gods bevel bouwde Noach een ark van goferhout, met vertrekken, van binnen en van buiten met pek bestreken, driehonderd el lang, vijftig el breed en dertig el hoog (Gen. 6:14-16). Daarin zouden hijzelf, zijn gezin en van elke diersoort een aantal levend bewaard blijven tijdens de zondvloed (Gen. 6:19-20; 7:1-9). Na honderdvijftig dagen kwam de ark tot rust op het gebergte Ararat (Gen. 8:4).
Bijbelse betekenis: De ark was het enige middel waardoor Noach en de zijnen aan het oordeel van de zondvloed ontkwamen. Dat gebeurde niet door eigen kracht, maar doordat zij zich bevonden in het vaartuig dat God Zelf had voorgeschreven en waarvan Hij de deur achter hen sloot (Gen. 7:16).
Typologie: Petrus vergelijkt de doop uitdrukkelijk met deze geschiedenis: zoals weinige zielen door het water heen behouden werden in de ark, zo behoudt nu de doop ook ons, als de bede van een goede consciëntie tot God (1 Petr. 3:20-21). De ark wordt zo een beeld van de veilige toevlucht die er alleen is in wat God Zelf heeft bereid, buiten welke geen ontkomen is aan het oordeel.
Gen. 6:14-22; Gen. 7:1-24; Gen. 8:1-19; 1 Petr. 3:20-21; Matt. 24:37-39
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het offer en de plaatsvervangingniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
De liefelijke reuk en de nieuwe aarde — 8:20-22
De aarde is drooggevallen en alles begint opnieuw — maar met dezelfde soort mensen. De vraag is of God het nog eens zal doen; het antwoord komt naar aanleiding van een offer.
Het eerste wat na het oordeel gebeurt is een offer, en op grond daarvan belooft God de aarde niet meer te vervloeken.
Noach bouwt een altaar en offert van al het reine vee. De HEERE ruikt de liefelijke reuk en spreekt in Zijn hart dat Hij de aardbodem niet meer verder vervloeken zal om des mensen wil. Merk op waar de belofte op rust: niet op de verbetering van de mens — God zegt er juist bij dat het gedichtsel van zijn hart boos is van zijn jeugd aan — maar op het offer dat gebracht is. Dat is de volgorde van heel de Schrift. Paulus gebruikt hetzelfde beeld voor het offer van Christus als een welriekende reuk, Gode aangenaam, en voor de gaven van de gemeente die daaruit voortkomen.
Genesis 8:20 — Na het oordeel bouwt Noach een altaar en brengt een brandoffer.
Genesis 8:21 — God ruikt de reuk der rust en spaart de aarde.
Leviticus 1:9 — De offerdienst neemt datzelfde woord over.
Efeze 5:2 — Christus gaf Zichzelf over, Gode tot een welriekenden reuk.
Hebreeën 9:12 — Door Zijn eigen bloed een eeuwige verlossing teweeggebracht.
In het Nieuwe Testament: Efeze 5:2; Filippenzen 4:18; 2 Korinthe 2:15
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Genesis 8:1.Kruisverwijzingen1 Samuël 1:19→Exodus 14:21→Exodus 2:24→Genesis 19:29→Genesis 30:22→Psalmen 36:6→Psalmen 132:1→Nehemia 13:22→ — En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil. Noach had al vele dagen in de ark doorgebracht. Maar op het door God bepaalde moment dacht Hij aan Noach; Hij dacht werkelijk aan hem en kwam hem bezoeken. Geliefde zielen, ook u bent misschien al vele dagen van de wereld afgezonderd, maar God is u niet vergeten. God dacht aan Noach, en Hij denkt ook aan u.
Genesis 8:1.Kruisverwijzingen1 Samuël 1:19→Exodus 14:21→Exodus 2:24→Genesis 19:29→Genesis 30:22→Psalmen 36:6→Psalmen 132:1→Nehemia 13:22→ — En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil. Denkt God aan het vee? Dan zal Hij Zich des te meer de mensen gedenken die naar Zijn beeld zijn geschapen. Hij zal ook aan u denken, al beschouwt u uzelf als de meest onwaardige mens op aarde: “God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was.”
Genesis 8:1.Kruisverwijzingen1 Samuël 1:19→Exodus 14:21→Exodus 2:24→Genesis 19:29→Genesis 30:22→Psalmen 36:6→Psalmen 132:1→Nehemia 13:22→ — En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil. Winden en golven staan volledig onder Gods bestuur. Ik vermoed dat dit een krachtige, drogende wind was, waardoor het water begon te verdampen en geleidelijk verdween. God is het Die de winden zendt. Voor ons lijken zij grillig en onregelmatig, maar Hij gebruikt ze om Zijn wil te volbrengen. Of de wind nu uit het oosten of uit het westen waait, hij komt van God. En of de wateren nu stijgen of dalen, het is Gods werk. Zijn de wateren voor u zeer diep, beste vriend? God kan ze doen opdrogen. Ja, op wonderlijke wijze kan Hij de ene beproeving gebruiken om een andere te beëindigen; Hij kan het water door de wind doen verdwijnen.
Ik heb gezien hoe Hij op bijzondere wijze met Zijn volk handelt. Toen zij dachten dat zij geheel vergeten waren, bewees Hij dat Hij hen nog steeds in gedachten had. Zowel de winden van de hemel als de wateren van de zee moesten hun dienst bewijzen. Er is geen engel in de hemel die God niet tot uw dienaar kan maken wanneer u hem nodig hebt. Er is geen wind, waar ook ter wereld, die God niet tot u kan zenden als dat nodig is. En er zijn geen golven van de zee die de wil van de Heere met betrekking tot u niet zullen gehoorzamen.
Genesis 8:2.KruisverwijzingenGenesis 7:11→Jona 2:3→Mattheüs 8:26→Mattheüs 8:9→Job 38:37→Spreuken 8:28→Job 37:11→ — Ook werden de fonteinen des afgronds, en de sluizen des hemels gesloten, en de plasregen van den hemel werd opgehouden. God werkt van boven en sluit de vensters van de hemel. Hij werkt ook van beneden en houdt het openbarsten van de bronnen van de diepte tegen. Hij heeft overal heerschappij, en alle dingen dienen Zijn macht. Wees niet bevreesd. Hij kan de vensters van de hemel openen en overvloedige zegeningen over u uitstorten. Eveneens kan Hij de bronnen van de grote diepte sluiten en hun stromende wateren doen ophouden. Wanneer Hij Zijn arm ontbloot, wat zal Zijn werk dan weerstaan?
Genesis 8:3-5.KruisverwijzingenGenesis 7:24→Jesaja 37:38→Jeremia 51:27→2 Koningen 19:37→Genesis 7:11→Genesis 7:17→ — Daartoe keerden de wateren weder van boven de aarde, heen en weder vloeiende, en de wateren namen af ten einde van honderd en vijftig dagen. En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventiende dag der maand, op de bergen van Ararat. En de wateren waren gaande, en afnemende tot de tiende maand; in de tiende maand, op den eerste der maand, werden de toppen der bergen gezien. God vertelde Noach wanneer hij de ark moest binnengaan, maar niet wanneer hij haar weer zou verlaten. De Heere zei hem wanneer hij naar binnen moest gaan, omdat hij dat moest weten. Maar Hij vertelde hem niet wanneer hij eruit zou gaan, omdat het niet nodig was dat hij dat wist. God maakt Zijn volk altijd bekend wat tot hun werkelijk welzijn dient. Er zijn veel dingen waarover wij graag meer zouden willen weten, maar God heeft ze niet geopenbaard. En wanneer Hij zwijgt, doen wij er goed aan niet te proberen Zijn verborgenheden te doorgronden. Er komt niets goeds voort uit het speuren naar niet-geopenbaarde waarheid.
Noach wist dat hij de ark eens zou verlaten, want was hij daarin niet bewaard om een zaad te zijn en het menselijk geslacht in stand te houden? Maar hem werd niet verteld wanneer hij zou worden bevrijd. Zo vertelt de Heere ook u niet wanneer uw beproeving zal eindigen. Zij zal eindigen; wacht daarom geduldig en verlang niet de tijd van uw verlossing te kennen. Wij zouden te veel weten als alles wat de toekomst bevat ons bekend was. Het is meer dan genoeg dat wij vandaag onze plicht doen en de toekomst aan God overlaten.
Toch denk ik dat Noach grote vreugde gevoeld moet hebben toen hij merkte dat de ark eindelijk op de bergen van Ararat tot rust kwam. Hij had zelf geen aanlegplaats voor zijn grote schip kunnen bouwen, maar God had er een voor hem gereedgemaakt op de berghelling. Toen hij naar buiten keek, zag hij hier en daar bergtoppen als eilanden oprijzen uit de uitgestrekte watervlakte.
Genesis 8:6-7. KruisverwijzingenGenesis 6:16→Daniël 6:10→Job 38:41→Leviticus 11:15→1 Koningen 17:6→1 Koningen 17:4→Psalmen 147:9→ — En het geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het venster der ark, die hij gemaakt had, opendeed. En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren. En het geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het venster der ark, die hij gemaakt had, opendeed. En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren.
Genesis 8:7-10.KruisverwijzingenHooglied 2:14→Job 38:41→Leviticus 11:15→1 Koningen 17:6→1 Koningen 17:4→Psalmen 147:9→Genesis 8:10→Hooglied 1:15→ — En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren. Daarna liet hij een duif van zich uit, om te zien, of de wateren gelicht waren van boven den aardbodem. Maar de duif vond geen rust voor het hol van haar voet; zo keerde zij weder tot hem in de ark; want de wateren waren op de ganse aarde; en hij stak zijn hand uit, en nam haar, en bracht haar tot zich in de ark. En hij verbeidde nog zeven andere dagen; toen liet hij de duif wederom uit de ark. Ik vraag mij af of Noach deze vogels op de morgen van de sabbat uitzond. De vermelding van zeven dagen en de rusttijd daartussen lijkt daarop te wijzen. Ach, geliefde vrienden, sommige mensen zenden op de morgen van de dag des Heeren een raaf uit, en die brengt hun nooit iets terug. Zend liever een duif uit dan een raaf. Kom naar het huis van God met een stille, ootmoedige en heilige verwachting, dan zal uw duif tot u terugkeren. Misschien brengt zij u op een van deze dagen iets mee dat werkelijk kostbaar is, zoals de duif van Noach deed.
Genesis 8:10-11.KruisverwijzingenRomeinen 8:25→Psalmen 40:1→Jesaja 26:8→Jesaja 8:17→Genesis 7:4→Genesis 8:12→Genesis 7:10→Romeinen 10:15→ — En hij verbeidde nog zeven andere dagen; toen liet hij de duif wederom uit de ark. En de duif kwam tot hem tegen den avondtijd; en ziet, een afgebroken olijfblad was in haar bek; zo merkte Noach, dat de wateren van boven de aarde gelicht waren. Het water was inmiddels zo ver gezakt dat de vruchtbomen weer zichtbaar waren. Niet alleen de hoogste woudbomen staken boven het water uit, maar ook enkele vruchtbomen. De duif had een olijfblad afgebroken.
Misschien hebt u wel eens een afbeelding gezien van een duif met een olijftak in haar bek. Maar een duif zou zo’n tak niet uit een boom kunnen plukken, en zelfs als zij dat wel kon, zou zij die niet kunnen dragen. De Schrift zegt eenvoudig dat het een olijfblad was, niets meer. Waarom houden mensen zich niet eenvoudig aan de woorden van de Schrift? Als de Bijbel over een blad spreekt, maken zij er een tak van; en wanneer de Bijbel een tak noemt, maken zij er een blad van.
Genesis 8:12.KruisverwijzingenGenesis 2:2→Habakuk 2:3→Psalmen 27:14→Jesaja 8:17→Jesaja 30:18→Jesaja 26:8→Jakobus 5:7→Psalmen 130:5→ — Toen vertoefde hij nog zeven andere dagen; en hij liet de duif uit; maar zij keerde niet meer weder tot hem. Noach kon veel afleiden uit het blad dat de duif had meegebracht, maar hij leerde nog meer toen zij niet meer terugkeerde. Toen wist hij dat zij een geschikte rustplaats had gevonden en dat de aarde bevrijd was van de zondvloed.
Genesis 8:13.KruisverwijzingenGenesis 7:11→ — En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand, op den eersten derzelver maand, dat de wateren droogden van boven de aarde; toen deed Noach het deksel der ark af, en zag toe, en ziet, de aardbodem was gedroogd. Dat was voor Noach een gezegende nieuwjaarsdag. Hij verheugde zich erover dat de aarde weer droog was, al mocht hij haar nog niet betreden.
Genesis 8:13.KruisverwijzingenGenesis 7:11→ — En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand, op den eersten derzelver maand, dat de wateren droogden van boven de aarde; toen deed Noach het deksel der ark af, en zag toe, en ziet, de aardbodem was gedroogd. Waarom ging Noach niet onmiddellijk naar buiten? Hij was door de deur naar binnen gegaan, en hij wilde ook door diezelfde deur weer naar buiten gaan. Hij Die de deur voor hem had geopend en hem had gesloten, moest haar ook weer openen en hem naar buiten leiden.
Noach wachtte op Gods tijd, en dat is altijd wijs. Door haast te maken verliest men vaak juist tijd. Velen denken veel tot stand te hebben gebracht, terwijl zij in werkelijkheid niets hebben bereikt. Het is beter rustig de tijd te nemen; soms is langzaam sneller dan snel. Daarom verwijderde Noach wel het deksel van de ark om naar buiten te kijken, maar hij ging pas naar buiten toen God hem daartoe opdracht gaf.
Genesis 8:14.KruisverwijzingenGenesis 7:13→Genesis 7:11→ — En in de tweede maand, op den zeven en twintigsten dag der maand, was de aarde opgedroogd. Bijna twee maanden wachtte Noach totdat de aarde volledig was opgedroogd.
Genesis 8:14.KruisverwijzingenGenesis 7:13→Genesis 7:11→ — En in de tweede maand, op den zeven en twintigsten dag der maand, was de aarde opgedroogd. In de eerste maand was “het aardoppervlak droog”; in de tweede maand was “de aarde opgedroogd”. Noach had misschien gedacht dat de aarde al voldoende droog was, maar God wist beter. Er was nog genoeg modder om gevaar te veroorzaken. Daarom moest Noach wachten totdat God de aarde werkelijk voor hem had gereedgemaakt.
Genesis 8:15-16.KruisverwijzingenGenesis 7:13→Genesis 7:7→Handelingen 16:37→Daniël 9:25→Jozua 4:10→Jozua 4:16→Jozua 3:17→Psalmen 121:8→ — Toen sprak God tot Noach, zeggende: Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u. Noach moest wachten totdat God tot hem sprak. Och, hadden mensen maar vaker de genade om op Gods bevel te wachten. Hij zal uw uitgaan en uw ingaan zegenen, wanneer u uitgaat en ingaat op Zijn bevel. “Ga uit,” zegt de Heere, “ga uit de ark.”
Genesis 8:16-19.KruisverwijzingenGenesis 1:22→Genesis 7:13→Genesis 9:1→Genesis 7:7→Handelingen 16:37→Daniël 9:25→Jozua 4:10→Jozua 4:16→ — Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u. Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde. Toen ging Noach uit, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem. Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hun geslachten, gingen uit de ark. Dat was een indrukwekkende optocht. Het was het nieuwe begin van alles wat op de aarde leefde. Wat de evolutietheorie of welke andere dwaling van de mens ook moge beweren, alles begon opnieuw. Allen waren omgekomen in de zondvloed, behalve deze stamvaders van een nieuw tijdperk. Vanuit hen moest de aarde opnieuw bevolkt worden.
Genesis 8:20.KruisverwijzingenGenesis 22:9→Genesis 12:7→Leviticus 11:1→Genesis 7:2→Genesis 13:4→Genesis 35:7→Hebreeën 13:15→Genesis 33:20→ — En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar. Het gezonde verstand zou hebben gezegd: “Spaar ze, want u zult ze allemaal nog nodig hebben.” Maar de genade zei: “Offer ze, want zij behoren God toe. Geef de HEERE wat Hem toekomt.” Ik heb vaak bewondering gehad voor de weduwe van Sarfath. Toen zij slechts een handvol meel bezat, maakte zij eerst een kleine koek voor Gods profeet. Daarna vermeerderde God haar meel en haar olie.
Och, mochten wij toch eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid zoeken, dan zouden al deze dingen ons erbij gegeven worden. Uit zijn kleine voorraad nam Noach van de reine dieren en de reine vogels en bracht hij brandoffers op het altaar.
Genesis 8:21.KruisverwijzingenJeremia 17:9→Genesis 3:17→Genesis 6:5→Genesis 6:17→Leviticus 1:13→Leviticus 1:9→Psalmen 51:5→Romeinen 1:21→ — En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb. Noachs geloof was de HEERE welgevallig. Het was Noachs vertrouwen op het bloedoffer dat hem aannemelijk maakte voor God. God zag vooruit op Zijn Zoon en op dat grote Offer dat vele eeuwen later aan het kruis gebracht zou worden, en Hij rook een “liefelijken reuk.”
Genesis 8:21.KruisverwijzingenJeremia 17:9→Genesis 3:17→Genesis 6:5→Genesis 6:17→Leviticus 1:13→Leviticus 1:9→Psalmen 51:5→Romeinen 1:21→ — En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb. God spreekt altijd woorden van vertroosting tot hen die Hem een welgevallig offer brengen. Wilt u de stem van de goddelijke belofte horen, ga dan naar het verzoenende bloed van Jezus. Wilt u verstaan wat volkomen verzoening betekent, ga dan naar het altaar waarop het grote Offer is gebracht.
Genesis 8:22.KruisverwijzingenJeremia 5:24→Jeremia 33:20→Hooglied 2:11→Jeremia 31:35→Psalmen 74:16→Jakobus 5:7→Jesaja 54:8→Exodus 34:21→ — Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden. Zij zijn nooit opgehouden. Wij hebben dit jaar een lange en sombere winter gehad. Het leek alsof de lente nooit zou komen. Nog maar enkele dagen geleden begonnen de kastanjebomen groen uit te lopen, daarna verschenen de kleine bloesemknoppen, en nu ziet u ze in volle bloei staan. Hoe trouw houdt God Zijn verbond met de aarde! En hoe trouw zal Hij Zijn verbond met iedere gelovige zondaar vervullen! O, vertrouw op Hem, want Zijn belofte zal tot in eeuwigheid standhouden!
Verzen 15–22
Genesis 8:15-21.KruisverwijzingenJeremia 17:9→Genesis 1:22→Genesis 3:17→Genesis 6:5→Genesis 7:13→Genesis 22:9→Genesis 12:7→Leviticus 11:1→ — Toen sprak God tot Noach, zeggende: Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u. Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde. Toen ging Noach uit, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem. Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hun geslachten, gingen uit de ark. En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar. En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb. Tot dat moment was de aarde voor de HEERE een gruwel geweest. Hij had haar verworpen als iets verfoeilijks en onder de wateren van de zondvloed begraven. Maar nadat Noach zijn offer had gebracht, rook de HEERE “een liefelijken reuk.”
Genesis 8:21-22.KruisverwijzingenJeremia 17:9→Genesis 3:17→Genesis 6:5→Jeremia 5:24→Jeremia 33:20→Genesis 6:17→Leviticus 1:13→Leviticus 1:9→ — En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb. Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden. Zo zien wij wat wij mogen verwachten zolang de aarde bestaat, want de mond van de Heere heeft het gesproken.
Verzen 20–22
Genesis 8:20-21.KruisverwijzingenJeremia 17:9→Genesis 3:17→Genesis 6:5→Genesis 22:9→Genesis 12:7→Leviticus 11:1→Genesis 6:17→Leviticus 1:13→ — En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar. En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb. Een sfeer van rust.
Genesis 8:21-22. KruisverwijzingenJeremia 17:9→Genesis 3:17→Genesis 6:5→Jeremia 5:24→Jeremia 33:20→Genesis 6:17→Leviticus 1:13→Leviticus 1:9→ — En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb. Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden. Zo leeft u allen onder een verbond, een genadig verbond. Krachtens dat verbond volgt de dag op de nacht, de zomer op de winter en brengt de oogst te zijner tijd vrucht voort op de arbeid van het zaaien. Dit alles behoort in ons een verlangen te wekken naar het nog rijkere en heerlijkere genadeverbond, waardoor ons geestelijke zegeningen worden geschonken: een eeuwige dag die volgt op deze aardse nacht, en een heerlijke oogst die volgt op de tijd van het zaaien.
Even schilderachtig als te voren het stijgen der wateren, wordt nu het allengs afnemen beschreven, totdat de gehele aarde droog is geworden. Het dagboek van Noach, die alles nauwkeurig bijgehouden heeft, ligt als opengeslagen voor ons.
1. En God gedacht, 1) na verloop van 40 dagen, waarin de wateren nog altijd gezwollen waren, (hoofdstuk. 7:17 vv.) aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was, 2) wendde zich nu met zijn zorg in het bijzonder tot hem en tot alles wat in de ark was; en God deed een wind 3) over de aarde doorgaan, dat deze de wolken weer ophield, de wateren terugdrong en een uitdamping van het water bewerkte; en de wateren werden stil, hielden op met zich te verheffen.
1) Dit wil niet zeggen, dat de Heere God niet aan Noach had gedacht, gedurende de dagen, toen het regende op de aarde. Ook toen was hij het bijzondere voorwerp van Gods bijzondere zorg. Maar dat, daar de tijd van de bezoeking voorbij was en alle vlees de geest gegeven had, voor Noach de tijd weer zou aanbreken, dat hij uit de ark kon gaan.
2) Van niet weinig gewicht is de bijvoeging, dat God ook aan de dieren dacht. Want, indien Hij Zijn gunst, wegens de redding aan de mensen beloofd, ook uitstrekt tot het stomme vee en de wilde dieren, hoe grote gunst mogen wij dan niet verwachten voor zijn kinderen, waar Hij zich zo vrijgevig en nauwgezet verbindt.
3) Gelijk de Geest Gods over de wateren in het begin van de schepping zweefde, zo gaat de wind hier als zinnebeeld van de Geest van God, reddende over de wateren van de zondvloed. Een levenswind, een lentewind van de nieuwe aarde.
2. Ook werden de fonteinen van de afgrond en de sluizen van de hemel gesloten, zodat zij de watermassa niet verder konden vermeerderen en de plasregen van de hemel werd opgehouden.
3. Daartoe keerden de wateren weer van boven, de aarde, heen en weer vloeiende; en werden door de diepten der aarde opgenomen; en de wateren namen aanmerkelijk af, na honderd en vijftig dagen.
4. En de ark, die tot hiertoe op het water gedreven had, rustte in de zevende maand, op de zeventiende dag van die maand (6 april) op de bergen van Arafat, 1) in Armenië, ongeveer 5150 meter hoog. Van hier als van een wachttoren beschouwde Noach het verder afnemen van het water.
1) Ons eerste geboorteland, de hoogste is die van het paradijs, ons tweede geboorteland zijn de reddingsbergen van Arafat en ons derde, Golgotha, ons eeuwig vaderland de hoge hemel.
De Arafat ligt bijna in het midden, iets verwijderd van de woestijnen, die door Azië en Afrika loopt, maar ook van de waterlijn, die evenwijdig met de woestijn van Gibraltar naar het meer Bacil voortloopt; tevens bevindt hij zich in het midden van de langste lijn van de Kaukasische rassen, alsook van de Indo-Germaanse stammen; eindelijk was hij het middelpunt van de landlijn van de oude wereld tussen de Kaap de Goede Hoop en de Beringstraat. Ik maak geen gevolgtrekkingen; mocht echter het gezegde toereikend zijn, om de ernstige lezer te laten voelen, dat geen toeval, maar de wijsheid, die de rechtvaardige op de wateren bestuurde, met welbedachte raad deze tweede stamvader met zijn ark op de berg Arafat landen liet.
Paraat, de eerste, die de Arafat beklom, in 1830, vond op de top van die berg een effen vlak van twee honderd schreden in doorsnede. Hij merkte op, hoe treffend deze uitkomst overeenkwam met de opgave van de lengte en breedte van de ark, waaraan de spits van de Arafat rust en steunpunt gaf. Ook de toppen van de bergen, waarop in meer dan veertig eeuwen geen menselijk geluid vernomen werd, openen in onze dagen de mond, om de mond van het ongeloof te stoppen, en het luid te verkondigen: De heilige geschiedenis, de geschiedenis van de openbaring Gods aan het mensdom is een feit.
5. En de wateren waren gaande en afnemende tot de tiende van de maand; in de tiende maand, op de eerste van de maand (19 juni) werden de toppen van de bergen door Noach van de Arafat gezien, terwijl nu ook de ark niet meer in het water op de bergtop stond, maar op het droge.
6. En het geschiedde na veertig dagen (28 juli), dat Noach het venster van de ark, die hij gemaakt had, open deed, de opening, die hij volgens hoofdstuk 6:16 vervaardigd had, voor licht en lucht in zijn woning.
7. En hij liet een raaf 1) uit, die dikwijls heen en weer ging; (letterlijk: en zij vloog uit, uit- en invliegende); Hij vond in het aas, dat op het water dreef, zo rijk voedsel, dat hij niet meer in de ark kwam; toch kon hij nog nergens een vaste plaats vinden om zich neer te zetten, en kwam telkens weer terug; daarmee ging hij voort, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren, de oppervlakte van de aarde opgedroogd was; Noach had hierdoor dus geen zekerheid kunnen verkrijgen.
1) “De zwartheid van de raaf is een teken van treurigheid en zijn stem is onaangenaam. Zo zijn alle wetpredikers; die gerechtigheid door de werken leren; het zijn dienaars van de dood en van de zonde, zoals Paulus het ambt der wet noemt 2 Corinthiërs 3:6, Romeinen 7:10) Toch wordt Mozes met deze leer uitgezonden, gelijk Noach de raaf uitlaat. En toch zijn dergelijke leraars niet anders dan raven, die om de ark heen vliegen en geen zeker teken aanbrengen, dat God verzoend is. Wat echter Mozes van de duif zegt, is een zeer liefelijk beeld van het Evangelie”.
Ook de rechtvaardige kent het leven van zijn dieren, daarom voor de eerste maal geen ander dier, maar een raaf, die zich voedt met het aas.
8. Daarna liet hij, na zeven dagen (vs. 10) een duif van zich uit, om te zien of de wateren gelicht waren van boven de aardbodem; want de duif ontvlucht onreine en modderige plaatsen; als zij dus niet terugkwam was het een teken, dat er reeds droge plaatsen waren.
9. Maar de duif vond geen rust voor het hol van haar voet, zij vond nog geen plekje op de aarde, waar zij zich kon neerzetten, zo keerde zij weer tot hem in de ark; want de wateren waren op de gehele aarde, en hij stak zijn hand uit en nam haar en bracht haar tot zich in de ark. 1)
1) Het koninkrijk der hemelen is de enige rustplaats. Waarheen de mens ook dwaalt, hij vindt de vrede niet. Verloren zoon! keer weer, de hand van de Zoon van God is uitgestoken om u terug te brengen in het huis van God.
10. En hij wachtte nog zeven andere dagen, toen liet hij de duif 1) wederom uit de ark.
1) Men zou kunnen vragen, waarom Noach de dieren nu niet heeft laten gaan, aangezien toch de hoogten van Arafat reeds droog waren. Noach handelde verstandig dat hij de rustig samenlevende dieren niet door hun vrijheid te geven, opwekte en in beroering bracht.
11. En de duif kwam tot hem tegen de avondtijd; nadat zij de dag op de toppen van de bomen, die boven het water waren, had doorgebracht; en ziet, een afgebroken olijfblad 1) was in haar bek; zo merkte Noach dat de wateren van boven de aarde gelicht waren; want de olijfboom groeit slechts in de lagergelegen plaatsen, en is zelf geen hoge boom; de wateren moesten alzo reeds aanmerkelijk gevallen zijn.
1) De olijfboom groeit ook onder het water en daaruit kan verklaard worden, dat de duif juist van deze boom een fris blad meebracht, terwijl alle andere bomen, nadat zij negen maanden onder water gestaan hebben, reeds lang verdorven waren. Toch zullen wij het er niet voor houden, dat zij het uit scherpzinnigheid gedaan heeft, maar dat God het zo heeft bestuurd, omdat Hij aan Noach duidelijk heeft willen tonen; dat Hij aan hem dacht; want de vrucht van de olijfboom is geen spijs voor duiven. Sedert deze gebeurtenis geldt de olijftak voor een beeld van de vrede.
12. Toen vertoefde hij, omdat de aarde nog op verre na niet geheel droog was, gelijk uit het terugkeren van de duif gebleken was, nog zeven andere dagen; en hij liet ten derde male de duif uit, maar zij keerde niet meer terug tot hem; zij moest dus ergens verblijf en voedsel gevonden hebben. Toch wachtte Noach ook thans nog ongeveer vijf weken totdat de aarde zo verre opgedroogd zou zijn, dat het water geheel geweken was; hij wachtte totdat de God, die hem bevolen had in de ark te gaan, gebood haar te verlaten.
13. En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar van Noach’s leven, in de eerste maand, op de eerste dag van deze maand (22 september), dat de wateren droogden vanboven de aarde; dat de aarde eindelijk geheel vrij van water was, toen deed Noach het deksel van de ark af, en zag toe, en ziet, de aardbodem was gedroogd. 1) Ondertussen waren er nog ruim acht weken nodig voordat het achtergebleven slijk uitgedroogd en de aarde weer vruchtbaar was.
1) Wat mag Noach bewogen hebben, nu hij het deksel van de ark had opengemaakt en de aarde opgedroogd had gezien, nog in de ark te blijven? De Heere had hem geleerd, geduld te oefenen en te kunnen wachten op de wenk en het woord des Heren. Dat was voor hem de eerste vrucht geweest van de tucht van de oordelen Gods, die hem rakelings voorbijgingen, dat hij alle voorbarigheid aflegde, wijze bedachtzaamheid kon leren en, door wachten geoefend, ook kon wachten.
14. En in de tweede maand op de zevenentwintigste dag van de maand, was de aarde opgedroogd (op 17 november 1657 na de wereldschepping).
Gaan wij uit van het menselijk geslacht en de aarde als een geheel, dan is de vloed de scheiding tussen het oude en het nieuwe. De oude aarde met de vleesgeworden mens wordt verdelgd; maar deze verdelging is de redding van de rechtvaardige, van Noach, terwijl hij van de verderfelijke gemeenschap van het vlees verlost wordt. Daarom lezen wij in 1 Petrus. 3:20: acht zielen werden gered door het water, en wordt in vs. 21, de vloed als een voorbeeld van de doop genoemd. Het water van de vloed is daarom de doop van de aarde, die het oude verdrinken doet en het nieuwe behoudt en levend maakt.
IV. Vers 15-Hoofdstuk 9:17
Nu Noach lang genoeg in zijn ark heeft gewacht, ontvangt hij bevel haar te verlaten. Hij doet het, brengt de Heere een offer, en Deze zegent de aarde en het menselijk geslacht opnieuw en richt met alle levenden Zijn verbond op, opdat er voortaan geen zondvloed meer komen zal, om de aarde te verderven.
15. Toen sprak God tot Noach, die nu een jaar en tien dagen in de ark geweest was, maar deze toch niet eer verlaten mocht, noch wilde, voordat hij het uitdrukkelijkbevel daartoe ontvangen had, zeggende:
Had God Noach de juiste tijd gewezen om in de ark te gaan, Hij wijst hem nu ook weer de juiste tijd aan, om de ark te verlaten. Zo moest Noach blijven leren te letten op de wenken van de Allerhoogste.
Wacht op de Heere, maar uitziende, biddende; op de Heere vooruitlopen brengt altijd schade.
16. Ga uit de ark, gij, en uw vrouw, en uw zonen, en de vrouwen van uw zonen met u.
17. Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe alles met u uitgaan, zodat er niets in overblijft; en dat zij overvloedig voorttelen op de aarde en vruchtbaar zijn en vermenigvuldigen op de aarde 1) (hoofdstuk. 1:22, 28). Ik trek mijn zegen na de vorige zonden en na mijn strafgerichten niet terug; Ik bevestig ze u weer en geef aan al het gedierte vruchtbaarheid.
1) In deze laatste bijvoeging ontvangt Noach reeds weer terstond de verzekering, dat het oordeel heeft opgehouden. Straks zal God het hem nader bevestigen door het teken van de regenboog.
18. Toen ging Noach, die in vol vertrouwen op Hem en in gehoorzaamheid geen ogenblik meer toefde, uit en zijn zonen en zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen met hem.
19. Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert naar hun geslachten, soort na soort, gingen uit de ark.
Zonder twijfel daalde hij spoedig met zijn klein leger van de Arafat af. De aarde was zeer veranderd. Nieuwe bergen waren ontstaan, nieuwe dalen, nieuwe meren, zeeën en stromen; of tenminste de loop van de vorige stromen was veranderd. Wanneer hij of zijn nakomelingen de plaats zochten, waar het Paradijs gelegen had, dan vonden zij het niet meer, want de vier rivieren, welke het bevochtigd hadden, en uit een grote stroom uitvloeiden (hoofdstuk. 2:10-14), hadden vier verschillende bronnen en een andere loop verkregen.
20. En Noach, om zowel de Heere te danken voor zijn redding en die van de zijnen als ook om Gods genade en gemeenschap opnieuw af te smeken, bouwde nog vóór hij de Arafat verliet, de HEERE 1) een altaar; 2) en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, waarvan er zeven bij hem in de ark geweest waren, en offerde brandoffers 3) op dat altaar, liet de offerdieren geheel door het op het altaar aangestoken vuur verteren, om ze zo geheel en zonder voorbehoud de Heere te wijden.
1) Heere, Jehova, Verbondsgod, omdat hier niet het bestuur en het bevel, van de Almachtige gebiedende God wordt verhaald, maar de gemeenschap van liefde van de geredde mens en de genade van de trouwe Heer.
2) Zoals Noach door vele bewijzen zijn gehoorzaamheid had getoond, zo geeft hij nu ook een voorbeeld van zijn dankbaarheid. Deze plaats leert, dat de offeranden van het begin af tot dit doel zijn ingesteld, opdat de mensen door zulke oefeningen zouden er gewend aan zouden raken, de goedheid des Heren te prijzen, en te danken. Want hoewel alleen belijden met de mond al voldoende zou zijn, ja zelfs stilzwijgende erkentenis van het hart, toch weten wij, dat onze traagheid veel prikkels nodig heeft. Dus toen eertijds de heilige vaderen hun eerbied jegens God door offeranden beleden, was dit volstrekt een overbodig werk. Daarbij komt nog, dat zij nog altijd de schaduwbeelden voor ogen hadden, waardoor zij eraan herinnerd werden, dat zij zonder Middelaar niet met God te doen konden hebben.
Voor de eerste maal in de heilige geschiedenis wordt hier een altaar vermeld. Het eerste wat bij een altaar in het oog valt, is dat het een verhoging van de aarde naar de hemel, een verheffing van de aarde boven haar gewone oppervlakte vertoont. Sinds de Heere niet meer, zoals voor de zondeval, in voortdurend verkeer met de mens op aarde wandelt; sinds met de zondvloed het paradijs is verdwenen en hemel en aarde gescheiden en tegenover elkaar gesteld zijn; sindsdien richt zich de blik niet meer naar de oostzijde van het Paradijs, maar naar de hemel; sindsdien is ook de vlakte van de aarde niet meer geschikt, dat de mens onmiddellijk van haar af God zijn gaven kan aanbieden, zij moet voortaan uit de vloek, tot een altaar verhoogd worden.
Hoewel hier voor de eerste maal een altaar wordt vermeld, toch mag men daaruit niet besluiten, dat, voor de zondvloed, de kinderen Gods voor de Heere geen altaar hadden gebouwd. Eerder pleit alles ervoor, dat, waar men sinds Enos’ dagen de naam des Heren gemeenschappelijk aanriep, dit plaats vond bij het altaar.
3) (Hebr. Olah, = opgebrachte, aangebodene). Bij deze werd alles verbrand, wat bruikbaar was, en een deel door priester of offeraar, gelijk bij andere offers, gegeten. Het doel van die offers was, een verzoening teweeg te brengen. Daarom leidde de offeraar de hand op de kop van het dier, en bracht daarmee zinnebeeldig zijn zonde erop over, waaraan alsdan de verdiende doodstraf werd voltrokken. Het onderscheidt zich daardoor van de schuld- en zoenoffers, dat deze voor enkele overtredingen werden gebracht, terwijl in het brandoffer de algemene bekentenis van zonde en schuld lag uitgedrukt. Het brandoffer, als de meest algemene soort, bevatte tevens de overige in zich, waarom het tevens dankoffer was, ofschoon dit er menigmaal nog aan toegevoegd werd (Exodus 20:8, Jozua. 8:31, Zich. 20:26, 1 Samuel. 10:8, 1 Koningen 3:15 enz.) De betekenis van Noach’s brandoffer was deze: het gaf te kennen, dat hij en de zijnen niet om hun gerechtigheid, maar door God uit genade gered waren, en dat hun schuld verzoening voor God nodig had; het drukte het geloof uit, dat God hun schuld verder genadig vergeven zou, en getuigde, op grond van deze belijdenis van zonde en van dat geloof, van de dankbaarheid voor hun redding,.
Niet een “minchah,” gelijk Kaïn de Heere geofferd had, maar een “Olah”.
21. En de HEERE rook die liefelijke reuk; de ten hemel opstijgende reuk, die om de gezindheid, welke zich in het offer uitsprak, Hem liefelijk was, werd door de Heere opgemerkt, gelijk geen enkel gebed door Hem wordt vergeten; en de HEERE zei in Zijn hart, 1) nam bij Zich zelf het besluit van de goddelijke liefde: Ik zal voortaan de aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil, gelijk Ik eens gedaan heb (Genesis 3:17). Ik deed het naar recht, want het gedichtsel van ‘s mensenhart is boos van zijn jeugd aan, 2) en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb; eens heb Ik het moeten doen, om die rechtvaardigen vloek, om aan de wereld een voorbeeld te geven van Mijn vuurijver, die de tegenstanders verteren kan (Hebr. 10:27), en haar een dreigend voorbeeld van mijn laatste gericht voor ogen te stellen (2 Petrus. 3:5-7); maar van nu aan wil Ik de menselijke zondigheid, als iets dat door uitwendige strafgerichten niet kan weggenomen worden in aanmerking nemen en de mens langmoedig zijn, totdat de verlossing komt, die inwendig heelt. (Romeinen 3:25).
1) Het spreken Gods in Zijn hart weerklinkt in het inwendige van de harten van de gelovigen.
2) “Van zijn jeugd aan.” Hiermee leert de Heere God, dat de mensen als zondaars geboren worden.
22. Voortaan al de dagen van de aarde zullen zaaitijd en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht niet ophouden, 1) maar een regelmatige afwisseling van vruchtbaarheid en daartoe van luchtgesteldheid; van jaargetijden en dagen plaats vinden. 2)
1) Dat zijn de gedachten van de liefde Gods, die Hij aan Noach als antwoord op zijn offer laat vernemen, zoals nog heden ieder gelovig bidder het antwoord op zijn gebed uit het hart van God innerlijk mag ontvangen.
Hiermee wordt de wereld weer in de vorige toestand teruggebracht. Want zo groot was de verwarring en zodanig was de aarde misvormd, dat er enige vernieuwing nodig was. Waarom Petrus dan ook zegt van de oude wereld, dat zij door de zondvloed is vergaan. De zondvloed toch was een verstoring geweest van de orde van de natuur. De wisseling van zon en maan was opgehouden; er was geen onderscheid tussen winter en zomer. Daarom verzekert de Heere, dat het Hem behaagde, alles weer in haar glans te herstellen, en weer waar te nemen, hetgeen hun was opgedragen.
2) En toch vrezen wij zo dikwijls bij langdurige droogte of regen of kou. De afwisseling moet komen, waarom dan zo ongelovig? Wij vrezen voor honger, en God, de Getrouwe, heeft reeds duizenden jaren naar dit woord de aarde genoegzaam laten voortbrengen. Kleingelovigen, zijn de woorden Gods, zo vele eeuwen reeds bevestigd, van zo kleine betekenis, van zo weinig kracht voor u?.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 8
Verzen 1–22
Genesis 8:1.Kruisverwijzingen1 Samuël 1:19→Exodus 14:21→Exodus 2:24→Genesis 19:29→Genesis 30:22→Psalmen 36:6→Psalmen 132:1→Nehemia 13:22→
— En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.
Noach had al vele dagen in de ark doorgebracht. Maar op het door God bepaalde moment dacht Hij aan Noach; Hij dacht werkelijk aan hem en kwam hem bezoeken. Geliefde zielen, ook u bent misschien al vele dagen van de wereld afgezonderd, maar God is u niet vergeten. God dacht aan Noach, en Hij denkt ook aan u.
Genesis 8:1.Kruisverwijzingen1 Samuël 1:19→Exodus 14:21→Exodus 2:24→Genesis 19:29→Genesis 30:22→Psalmen 36:6→Psalmen 132:1→Nehemia 13:22→
— En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.
Denkt God aan het vee? Dan zal Hij Zich des te meer de mensen gedenken die naar Zijn beeld zijn geschapen. Hij zal ook aan u denken, al beschouwt u uzelf als de meest onwaardige mens op aarde: “God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was.”
Genesis 8:1.Kruisverwijzingen1 Samuël 1:19→Exodus 14:21→Exodus 2:24→Genesis 19:29→Genesis 30:22→Psalmen 36:6→Psalmen 132:1→Nehemia 13:22→
— En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.
Winden en golven staan volledig onder Gods bestuur. Ik vermoed dat dit een krachtige, drogende wind was, waardoor het water begon te verdampen en geleidelijk verdween. God is het Die de winden zendt. Voor ons lijken zij grillig en onregelmatig, maar Hij gebruikt ze om Zijn wil te volbrengen. Of de wind nu uit het oosten of uit het westen waait, hij komt van God. En of de wateren nu stijgen of dalen, het is Gods werk. Zijn de wateren voor u zeer diep, beste vriend? God kan ze doen opdrogen. Ja, op wonderlijke wijze kan Hij de ene beproeving gebruiken om een andere te beëindigen; Hij kan het water door de wind doen verdwijnen.
Ik heb gezien hoe Hij op bijzondere wijze met Zijn volk handelt. Toen zij dachten dat zij geheel vergeten waren, bewees Hij dat Hij hen nog steeds in gedachten had. Zowel de winden van de hemel als de wateren van de zee moesten hun dienst bewijzen. Er is geen engel in de hemel die God niet tot uw dienaar kan maken wanneer u hem nodig hebt. Er is geen wind, waar ook ter wereld, die God niet tot u kan zenden als dat nodig is. En er zijn geen golven van de zee die de wil van de Heere met betrekking tot u niet zullen gehoorzamen.
Genesis 8:2.KruisverwijzingenGenesis 7:11→Jona 2:3→Mattheüs 8:26→Mattheüs 8:9→Job 38:37→Spreuken 8:28→Job 37:11→
— Ook werden de fonteinen des afgronds, en de sluizen des hemels gesloten, en de plasregen van den hemel werd opgehouden.
God werkt van boven en sluit de vensters van de hemel. Hij werkt ook van beneden en houdt het openbarsten van de bronnen van de diepte tegen. Hij heeft overal heerschappij, en alle dingen dienen Zijn macht. Wees niet bevreesd. Hij kan de vensters van de hemel openen en overvloedige zegeningen over u uitstorten. Eveneens kan Hij de bronnen van de grote diepte sluiten en hun stromende wateren doen ophouden. Wanneer Hij Zijn arm ontbloot, wat zal Zijn werk dan weerstaan?
Genesis 8:3-5.KruisverwijzingenGenesis 7:24→Jesaja 37:38→Jeremia 51:27→2 Koningen 19:37→Genesis 7:11→Genesis 7:17→
— Daartoe keerden de wateren weder van boven de aarde, heen en weder vloeiende, en de wateren namen af ten einde van honderd en vijftig dagen. En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventiende dag der maand, op de bergen van Ararat. En de wateren waren gaande, en afnemende tot de tiende maand; in de tiende maand, op den eerste der maand, werden de toppen der bergen gezien.
God vertelde Noach wanneer hij de ark moest binnengaan, maar niet wanneer hij haar weer zou verlaten. De Heere zei hem wanneer hij naar binnen moest gaan, omdat hij dat moest weten. Maar Hij vertelde hem niet wanneer hij eruit zou gaan, omdat het niet nodig was dat hij dat wist. God maakt Zijn volk altijd bekend wat tot hun werkelijk welzijn dient. Er zijn veel dingen waarover wij graag meer zouden willen weten, maar God heeft ze niet geopenbaard. En wanneer Hij zwijgt, doen wij er goed aan niet te proberen Zijn verborgenheden te doorgronden. Er komt niets goeds voort uit het speuren naar niet-geopenbaarde waarheid.
Noach wist dat hij de ark eens zou verlaten, want was hij daarin niet bewaard om een zaad te zijn en het menselijk geslacht in stand te houden? Maar hem werd niet verteld wanneer hij zou worden bevrijd. Zo vertelt de Heere ook u niet wanneer uw beproeving zal eindigen. Zij zal eindigen; wacht daarom geduldig en verlang niet de tijd van uw verlossing te kennen. Wij zouden te veel weten als alles wat de toekomst bevat ons bekend was. Het is meer dan genoeg dat wij vandaag onze plicht doen en de toekomst aan God overlaten.
Toch denk ik dat Noach grote vreugde gevoeld moet hebben toen hij merkte dat de ark eindelijk op de bergen van Ararat tot rust kwam. Hij had zelf geen aanlegplaats voor zijn grote schip kunnen bouwen, maar God had er een voor hem gereedgemaakt op de berghelling. Toen hij naar buiten keek, zag hij hier en daar bergtoppen als eilanden oprijzen uit de uitgestrekte watervlakte.
Genesis 8:6-7. KruisverwijzingenGenesis 6:16→Daniël 6:10→Job 38:41→Leviticus 11:15→1 Koningen 17:6→1 Koningen 17:4→Psalmen 147:9→
— En het geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het venster der ark, die hij gemaakt had, opendeed. En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren.
En het geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het venster der ark, die hij gemaakt had, opendeed. En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren.
Genesis 8:7-10.KruisverwijzingenHooglied 2:14→Job 38:41→Leviticus 11:15→1 Koningen 17:6→1 Koningen 17:4→Psalmen 147:9→Genesis 8:10→Hooglied 1:15→
— En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren. Daarna liet hij een duif van zich uit, om te zien, of de wateren gelicht waren van boven den aardbodem. Maar de duif vond geen rust voor het hol van haar voet; zo keerde zij weder tot hem in de ark; want de wateren waren op de ganse aarde; en hij stak zijn hand uit, en nam haar, en bracht haar tot zich in de ark. En hij verbeidde nog zeven andere dagen; toen liet hij de duif wederom uit de ark.
Ik vraag mij af of Noach deze vogels op de morgen van de sabbat uitzond. De vermelding van zeven dagen en de rusttijd daartussen lijkt daarop te wijzen. Ach, geliefde vrienden, sommige mensen zenden op de morgen van de dag des Heeren een raaf uit, en die brengt hun nooit iets terug. Zend liever een duif uit dan een raaf. Kom naar het huis van God met een stille, ootmoedige en heilige verwachting, dan zal uw duif tot u terugkeren. Misschien brengt zij u op een van deze dagen iets mee dat werkelijk kostbaar is, zoals de duif van Noach deed.
Genesis 8:10-11.KruisverwijzingenRomeinen 8:25→Psalmen 40:1→Jesaja 26:8→Jesaja 8:17→Genesis 7:4→Genesis 8:12→Genesis 7:10→Romeinen 10:15→
— En hij verbeidde nog zeven andere dagen; toen liet hij de duif wederom uit de ark. En de duif kwam tot hem tegen den avondtijd; en ziet, een afgebroken olijfblad was in haar bek; zo merkte Noach, dat de wateren van boven de aarde gelicht waren.
Het water was inmiddels zo ver gezakt dat de vruchtbomen weer zichtbaar waren. Niet alleen de hoogste woudbomen staken boven het water uit, maar ook enkele vruchtbomen. De duif had een olijfblad afgebroken.
Misschien hebt u wel eens een afbeelding gezien van een duif met een olijftak in haar bek. Maar een duif zou zo’n tak niet uit een boom kunnen plukken, en zelfs als zij dat wel kon, zou zij die niet kunnen dragen. De Schrift zegt eenvoudig dat het een olijfblad was, niets meer. Waarom houden mensen zich niet eenvoudig aan de woorden van de Schrift? Als de Bijbel over een blad spreekt, maken zij er een tak van; en wanneer de Bijbel een tak noemt, maken zij er een blad van.
Genesis 8:12.KruisverwijzingenGenesis 2:2→Habakuk 2:3→Psalmen 27:14→Jesaja 8:17→Jesaja 30:18→Jesaja 26:8→Jakobus 5:7→Psalmen 130:5→
— Toen vertoefde hij nog zeven andere dagen; en hij liet de duif uit; maar zij keerde niet meer weder tot hem.
Noach kon veel afleiden uit het blad dat de duif had meegebracht, maar hij leerde nog meer toen zij niet meer terugkeerde. Toen wist hij dat zij een geschikte rustplaats had gevonden en dat de aarde bevrijd was van de zondvloed.
Genesis 8:13.KruisverwijzingenGenesis 7:11→
— En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand, op den eersten derzelver maand, dat de wateren droogden van boven de aarde; toen deed Noach het deksel der ark af, en zag toe, en ziet, de aardbodem was gedroogd.
Dat was voor Noach een gezegende nieuwjaarsdag. Hij verheugde zich erover dat de aarde weer droog was, al mocht hij haar nog niet betreden.
Genesis 8:13.KruisverwijzingenGenesis 7:11→
— En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand, op den eersten derzelver maand, dat de wateren droogden van boven de aarde; toen deed Noach het deksel der ark af, en zag toe, en ziet, de aardbodem was gedroogd.
Waarom ging Noach niet onmiddellijk naar buiten? Hij was door de deur naar binnen gegaan, en hij wilde ook door diezelfde deur weer naar buiten gaan. Hij Die de deur voor hem had geopend en hem had gesloten, moest haar ook weer openen en hem naar buiten leiden.
Noach wachtte op Gods tijd, en dat is altijd wijs. Door haast te maken verliest men vaak juist tijd. Velen denken veel tot stand te hebben gebracht, terwijl zij in werkelijkheid niets hebben bereikt. Het is beter rustig de tijd te nemen; soms is langzaam sneller dan snel. Daarom verwijderde Noach wel het deksel van de ark om naar buiten te kijken, maar hij ging pas naar buiten toen God hem daartoe opdracht gaf.
Genesis 8:14.KruisverwijzingenGenesis 7:13→Genesis 7:11→
— En in de tweede maand, op den zeven en twintigsten dag der maand, was de aarde opgedroogd.
Bijna twee maanden wachtte Noach totdat de aarde volledig was opgedroogd.
Genesis 8:14.KruisverwijzingenGenesis 7:13→Genesis 7:11→
— En in de tweede maand, op den zeven en twintigsten dag der maand, was de aarde opgedroogd.
In de eerste maand was “het aardoppervlak droog”; in de tweede maand was “de aarde opgedroogd”. Noach had misschien gedacht dat de aarde al voldoende droog was, maar God wist beter. Er was nog genoeg modder om gevaar te veroorzaken. Daarom moest Noach wachten totdat God de aarde werkelijk voor hem had gereedgemaakt.
Genesis 8:15-16.KruisverwijzingenGenesis 7:13→Genesis 7:7→Handelingen 16:37→Daniël 9:25→Jozua 4:10→Jozua 4:16→Jozua 3:17→Psalmen 121:8→
— Toen sprak God tot Noach, zeggende: Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u.
Noach moest wachten totdat God tot hem sprak. Och, hadden mensen maar vaker de genade om op Gods bevel te wachten. Hij zal uw uitgaan en uw ingaan zegenen, wanneer u uitgaat en ingaat op Zijn bevel. “Ga uit,” zegt de Heere, “ga uit de ark.”
Genesis 8:16-19.KruisverwijzingenGenesis 1:22→Genesis 7:13→Genesis 9:1→Genesis 7:7→Handelingen 16:37→Daniël 9:25→Jozua 4:10→Jozua 4:16→
— Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u. Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde. Toen ging Noach uit, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem. Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hun geslachten, gingen uit de ark.
Dat was een indrukwekkende optocht. Het was het nieuwe begin van alles wat op de aarde leefde. Wat de evolutietheorie of welke andere dwaling van de mens ook moge beweren, alles begon opnieuw. Allen waren omgekomen in de zondvloed, behalve deze stamvaders van een nieuw tijdperk. Vanuit hen moest de aarde opnieuw bevolkt worden.
Genesis 8:20.KruisverwijzingenGenesis 22:9→Genesis 12:7→Leviticus 11:1→Genesis 7:2→Genesis 13:4→Genesis 35:7→Hebreeën 13:15→Genesis 33:20→
— En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar.
Het gezonde verstand zou hebben gezegd: “Spaar ze, want u zult ze allemaal nog nodig hebben.” Maar de genade zei: “Offer ze, want zij behoren God toe. Geef de HEERE wat Hem toekomt.” Ik heb vaak bewondering gehad voor de weduwe van Sarfath. Toen zij slechts een handvol meel bezat, maakte zij eerst een kleine koek voor Gods profeet. Daarna vermeerderde God haar meel en haar olie.
Och, mochten wij toch eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid zoeken, dan zouden al deze dingen ons erbij gegeven worden. Uit zijn kleine voorraad nam Noach van de reine dieren en de reine vogels en bracht hij brandoffers op het altaar.
Genesis 8:21.KruisverwijzingenJeremia 17:9→Genesis 3:17→Genesis 6:5→Genesis 6:17→Leviticus 1:13→Leviticus 1:9→Psalmen 51:5→Romeinen 1:21→
— En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.
Noachs geloof was de HEERE welgevallig. Het was Noachs vertrouwen op het bloedoffer dat hem aannemelijk maakte voor God. God zag vooruit op Zijn Zoon en op dat grote Offer dat vele eeuwen later aan het kruis gebracht zou worden, en Hij rook een “liefelijken reuk.”
Genesis 8:21.KruisverwijzingenJeremia 17:9→Genesis 3:17→Genesis 6:5→Genesis 6:17→Leviticus 1:13→Leviticus 1:9→Psalmen 51:5→Romeinen 1:21→
— En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.
God spreekt altijd woorden van vertroosting tot hen die Hem een welgevallig offer brengen. Wilt u de stem van de goddelijke belofte horen, ga dan naar het verzoenende bloed van Jezus. Wilt u verstaan wat volkomen verzoening betekent, ga dan naar het altaar waarop het grote Offer is gebracht.
Genesis 8:22.KruisverwijzingenJeremia 5:24→Jeremia 33:20→Hooglied 2:11→Jeremia 31:35→Psalmen 74:16→Jakobus 5:7→Jesaja 54:8→Exodus 34:21→
— Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.
Zij zijn nooit opgehouden. Wij hebben dit jaar een lange en sombere winter gehad. Het leek alsof de lente nooit zou komen. Nog maar enkele dagen geleden begonnen de kastanjebomen groen uit te lopen, daarna verschenen de kleine bloesemknoppen, en nu ziet u ze in volle bloei staan. Hoe trouw houdt God Zijn verbond met de aarde! En hoe trouw zal Hij Zijn verbond met iedere gelovige zondaar vervullen! O, vertrouw op Hem, want Zijn belofte zal tot in eeuwigheid standhouden!
Verzen 15–22
Genesis 8:15-21.KruisverwijzingenJeremia 17:9→Genesis 1:22→Genesis 3:17→Genesis 6:5→Genesis 7:13→Genesis 22:9→Genesis 12:7→Leviticus 11:1→
— Toen sprak God tot Noach, zeggende: Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u. Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde. Toen ging Noach uit, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem. Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hun geslachten, gingen uit de ark. En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar. En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.
Tot dat moment was de aarde voor de HEERE een gruwel geweest. Hij had haar verworpen als iets verfoeilijks en onder de wateren van de zondvloed begraven. Maar nadat Noach zijn offer had gebracht, rook de HEERE “een liefelijken reuk.”
Genesis 8:21-22.KruisverwijzingenJeremia 17:9→Genesis 3:17→Genesis 6:5→Jeremia 5:24→Jeremia 33:20→Genesis 6:17→Leviticus 1:13→Leviticus 1:9→
— En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb. Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.
Zo zien wij wat wij mogen verwachten zolang de aarde bestaat, want de mond van de Heere heeft het gesproken.
Verzen 20–22
Genesis 8:20-21.KruisverwijzingenJeremia 17:9→Genesis 3:17→Genesis 6:5→Genesis 22:9→Genesis 12:7→Leviticus 11:1→Genesis 6:17→Leviticus 1:13→
— En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar. En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.
Een sfeer van rust.
Genesis 8:21-22. KruisverwijzingenJeremia 17:9→Genesis 3:17→Genesis 6:5→Jeremia 5:24→Jeremia 33:20→Genesis 6:17→Leviticus 1:13→Leviticus 1:9→
— En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb. Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.
Zo leeft u allen onder een verbond, een genadig verbond. Krachtens dat verbond volgt de dag op de nacht, de zomer op de winter en brengt de oogst te zijner tijd vrucht voort op de arbeid van het zaaien. Dit alles behoort in ons een verlangen te wekken naar het nog rijkere en heerlijkere genadeverbond, waardoor ons geestelijke zegeningen worden geschonken: een eeuwige dag die volgt op deze aardse nacht, en een heerlijke oogst die volgt op de tijd van het zaaien.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
DE ZONDVLOED NEEMT EEN EINDE.
III. Vers 1-14
Even schilderachtig als te voren het stijgen der wateren, wordt nu het allengs afnemen beschreven, totdat de gehele aarde droog is geworden. Het dagboek van Noach, die alles nauwkeurig bijgehouden heeft, ligt als opengeslagen voor ons.
1. En God gedacht, 1) na verloop van 40 dagen, waarin de wateren nog altijd gezwollen waren, (hoofdstuk. 7:17 vv.) aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was, 2) wendde zich nu met zijn zorg in het bijzonder tot hem en tot alles wat in de ark was; en God deed een wind 3) over de aarde doorgaan, dat deze de wolken weer ophield, de wateren terugdrong en een uitdamping van het water bewerkte; en de wateren werden stil, hielden op met zich te verheffen.
1) Dit wil niet zeggen, dat de Heere God niet aan Noach had gedacht, gedurende de dagen, toen het regende op de aarde. Ook toen was hij het bijzondere voorwerp van Gods bijzondere zorg. Maar dat, daar de tijd van de bezoeking voorbij was en alle vlees de geest gegeven had, voor Noach de tijd weer zou aanbreken, dat hij uit de ark kon gaan.
2) Van niet weinig gewicht is de bijvoeging, dat God ook aan de dieren dacht. Want, indien Hij Zijn gunst, wegens de redding aan de mensen beloofd, ook uitstrekt tot het stomme vee en de wilde dieren, hoe grote gunst mogen wij dan niet verwachten voor zijn kinderen, waar Hij zich zo vrijgevig en nauwgezet verbindt.
3) Gelijk de Geest Gods over de wateren in het begin van de schepping zweefde, zo gaat de wind hier als zinnebeeld van de Geest van God, reddende over de wateren van de zondvloed. Een levenswind, een lentewind van de nieuwe aarde.
2. Ook werden de fonteinen van de afgrond en de sluizen van de hemel gesloten, zodat zij de watermassa niet verder konden vermeerderen en de plasregen van de hemel werd opgehouden.
3. Daartoe keerden de wateren weer van boven, de aarde, heen en weer vloeiende; en werden door de diepten der aarde opgenomen; en de wateren namen aanmerkelijk af, na honderd en vijftig dagen.
4. En de ark, die tot hiertoe op het water gedreven had, rustte in de zevende maand, op de zeventiende dag van die maand (6 april) op de bergen van Arafat, 1) in Armenië, ongeveer 5150 meter hoog. Van hier als van een wachttoren beschouwde Noach het verder afnemen van het water.
1) Ons eerste geboorteland, de hoogste is die van het paradijs, ons tweede geboorteland zijn de reddingsbergen van Arafat en ons derde, Golgotha, ons eeuwig vaderland de hoge hemel.
De Arafat ligt bijna in het midden, iets verwijderd van de woestijnen, die door Azië en Afrika loopt, maar ook van de waterlijn, die evenwijdig met de woestijn van Gibraltar naar het meer Bacil voortloopt; tevens bevindt hij zich in het midden van de langste lijn van de Kaukasische rassen, alsook van de Indo-Germaanse stammen; eindelijk was hij het middelpunt van de landlijn van de oude wereld tussen de Kaap de Goede Hoop en de Beringstraat. Ik maak geen gevolgtrekkingen; mocht echter het gezegde toereikend zijn, om de ernstige lezer te laten voelen, dat geen toeval, maar de wijsheid, die de rechtvaardige op de wateren bestuurde, met welbedachte raad deze tweede stamvader met zijn ark op de berg Arafat landen liet.
Paraat, de eerste, die de Arafat beklom, in 1830, vond op de top van die berg een effen vlak van twee honderd schreden in doorsnede. Hij merkte op, hoe treffend deze uitkomst overeenkwam met de opgave van de lengte en breedte van de ark, waaraan de spits van de Arafat rust en steunpunt gaf. Ook de toppen van de bergen, waarop in meer dan veertig eeuwen geen menselijk geluid vernomen werd, openen in onze dagen de mond, om de mond van het ongeloof te stoppen, en het luid te verkondigen: De heilige geschiedenis, de geschiedenis van de openbaring Gods aan het mensdom is een feit.
5. En de wateren waren gaande en afnemende tot de tiende van de maand; in de tiende maand, op de eerste van de maand (19 juni) werden de toppen van de bergen door Noach van de Arafat gezien, terwijl nu ook de ark niet meer in het water op de bergtop stond, maar op het droge.
6. En het geschiedde na veertig dagen (28 juli), dat Noach het venster van de ark, die hij gemaakt had, open deed, de opening, die hij volgens hoofdstuk 6:16 vervaardigd had, voor licht en lucht in zijn woning.
7. En hij liet een raaf 1) uit, die dikwijls heen en weer ging; (letterlijk: en zij vloog uit, uit- en invliegende); Hij vond in het aas, dat op het water dreef, zo rijk voedsel, dat hij niet meer in de ark kwam; toch kon hij nog nergens een vaste plaats vinden om zich neer te zetten, en kwam telkens weer terug; daarmee ging hij voort, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren, de oppervlakte van de aarde opgedroogd was; Noach had hierdoor dus geen zekerheid kunnen verkrijgen.
1) “De zwartheid van de raaf is een teken van treurigheid en zijn stem is onaangenaam. Zo zijn alle wetpredikers; die gerechtigheid door de werken leren; het zijn dienaars van de dood en van de zonde, zoals Paulus het ambt der wet noemt 2 Corinthiërs 3:6, Romeinen 7:10) Toch wordt Mozes met deze leer uitgezonden, gelijk Noach de raaf uitlaat. En toch zijn dergelijke leraars niet anders dan raven, die om de ark heen vliegen en geen zeker teken aanbrengen, dat God verzoend is. Wat echter Mozes van de duif zegt, is een zeer liefelijk beeld van het Evangelie”.
Ook de rechtvaardige kent het leven van zijn dieren, daarom voor de eerste maal geen ander dier, maar een raaf, die zich voedt met het aas.
8. Daarna liet hij, na zeven dagen (vs. 10) een duif van zich uit, om te zien of de wateren gelicht waren van boven de aardbodem; want de duif ontvlucht onreine en modderige plaatsen; als zij dus niet terugkwam was het een teken, dat er reeds droge plaatsen waren.
9. Maar de duif vond geen rust voor het hol van haar voet, zij vond nog geen plekje op de aarde, waar zij zich kon neerzetten, zo keerde zij weer tot hem in de ark; want de wateren waren op de gehele aarde, en hij stak zijn hand uit en nam haar en bracht haar tot zich in de ark. 1)
1) Het koninkrijk der hemelen is de enige rustplaats. Waarheen de mens ook dwaalt, hij vindt de vrede niet. Verloren zoon! keer weer, de hand van de Zoon van God is uitgestoken om u terug te brengen in het huis van God.
10. En hij wachtte nog zeven andere dagen, toen liet hij de duif 1) wederom uit de ark.
1) Men zou kunnen vragen, waarom Noach de dieren nu niet heeft laten gaan, aangezien toch de hoogten van Arafat reeds droog waren. Noach handelde verstandig dat hij de rustig samenlevende dieren niet door hun vrijheid te geven, opwekte en in beroering bracht.
11. En de duif kwam tot hem tegen de avondtijd; nadat zij de dag op de toppen van de bomen, die boven het water waren, had doorgebracht; en ziet, een afgebroken olijfblad 1) was in haar bek; zo merkte Noach dat de wateren van boven de aarde gelicht waren; want de olijfboom groeit slechts in de lagergelegen plaatsen, en is zelf geen hoge boom; de wateren moesten alzo reeds aanmerkelijk gevallen zijn.
1) De olijfboom groeit ook onder het water en daaruit kan verklaard worden, dat de duif juist van deze boom een fris blad meebracht, terwijl alle andere bomen, nadat zij negen maanden onder water gestaan hebben, reeds lang verdorven waren. Toch zullen wij het er niet voor houden, dat zij het uit scherpzinnigheid gedaan heeft, maar dat God het zo heeft bestuurd, omdat Hij aan Noach duidelijk heeft willen tonen; dat Hij aan hem dacht; want de vrucht van de olijfboom is geen spijs voor duiven. Sedert deze gebeurtenis geldt de olijftak voor een beeld van de vrede.
12. Toen vertoefde hij, omdat de aarde nog op verre na niet geheel droog was, gelijk uit het terugkeren van de duif gebleken was, nog zeven andere dagen; en hij liet ten derde male de duif uit, maar zij keerde niet meer terug tot hem; zij moest dus ergens verblijf en voedsel gevonden hebben. Toch wachtte Noach ook thans nog ongeveer vijf weken totdat de aarde zo verre opgedroogd zou zijn, dat het water geheel geweken was; hij wachtte totdat de God, die hem bevolen had in de ark te gaan, gebood haar te verlaten.
13. En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar van Noach’s leven, in de eerste maand, op de eerste dag van deze maand (22 september), dat de wateren droogden vanboven de aarde; dat de aarde eindelijk geheel vrij van water was, toen deed Noach het deksel van de ark af, en zag toe, en ziet, de aardbodem was gedroogd. 1) Ondertussen waren er nog ruim acht weken nodig voordat het achtergebleven slijk uitgedroogd en de aarde weer vruchtbaar was.
1) Wat mag Noach bewogen hebben, nu hij het deksel van de ark had opengemaakt en de aarde opgedroogd had gezien, nog in de ark te blijven? De Heere had hem geleerd, geduld te oefenen en te kunnen wachten op de wenk en het woord des Heren. Dat was voor hem de eerste vrucht geweest van de tucht van de oordelen Gods, die hem rakelings voorbijgingen, dat hij alle voorbarigheid aflegde, wijze bedachtzaamheid kon leren en, door wachten geoefend, ook kon wachten.
14. En in de tweede maand op de zevenentwintigste dag van de maand, was de aarde opgedroogd (op 17 november 1657 na de wereldschepping).
Gaan wij uit van het menselijk geslacht en de aarde als een geheel, dan is de vloed de scheiding tussen het oude en het nieuwe. De oude aarde met de vleesgeworden mens wordt verdelgd; maar deze verdelging is de redding van de rechtvaardige, van Noach, terwijl hij van de verderfelijke gemeenschap van het vlees verlost wordt. Daarom lezen wij in 1 Petrus. 3:20: acht zielen werden gered door het water, en wordt in vs. 21, de vloed als een voorbeeld van de doop genoemd. Het water van de vloed is daarom de doop van de aarde, die het oude verdrinken doet en het nieuwe behoudt en levend maakt.
IV. Vers 15-Hoofdstuk 9:17
Nu Noach lang genoeg in zijn ark heeft gewacht, ontvangt hij bevel haar te verlaten. Hij doet het, brengt de Heere een offer, en Deze zegent de aarde en het menselijk geslacht opnieuw en richt met alle levenden Zijn verbond op, opdat er voortaan geen zondvloed meer komen zal, om de aarde te verderven.
15. Toen sprak God tot Noach, die nu een jaar en tien dagen in de ark geweest was, maar deze toch niet eer verlaten mocht, noch wilde, voordat hij het uitdrukkelijkbevel daartoe ontvangen had, zeggende:
Had God Noach de juiste tijd gewezen om in de ark te gaan, Hij wijst hem nu ook weer de juiste tijd aan, om de ark te verlaten. Zo moest Noach blijven leren te letten op de wenken van de Allerhoogste.
Wacht op de Heere, maar uitziende, biddende; op de Heere vooruitlopen brengt altijd schade.
16. Ga uit de ark, gij, en uw vrouw, en uw zonen, en de vrouwen van uw zonen met u.
17. Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe alles met u uitgaan, zodat er niets in overblijft; en dat zij overvloedig voorttelen op de aarde en vruchtbaar zijn en vermenigvuldigen op de aarde 1) (hoofdstuk. 1:22, 28). Ik trek mijn zegen na de vorige zonden en na mijn strafgerichten niet terug; Ik bevestig ze u weer en geef aan al het gedierte vruchtbaarheid.
1) In deze laatste bijvoeging ontvangt Noach reeds weer terstond de verzekering, dat het oordeel heeft opgehouden. Straks zal God het hem nader bevestigen door het teken van de regenboog.
18. Toen ging Noach, die in vol vertrouwen op Hem en in gehoorzaamheid geen ogenblik meer toefde, uit en zijn zonen en zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen met hem.
19. Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert naar hun geslachten, soort na soort, gingen uit de ark.
Zonder twijfel daalde hij spoedig met zijn klein leger van de Arafat af. De aarde was zeer veranderd. Nieuwe bergen waren ontstaan, nieuwe dalen, nieuwe meren, zeeën en stromen; of tenminste de loop van de vorige stromen was veranderd. Wanneer hij of zijn nakomelingen de plaats zochten, waar het Paradijs gelegen had, dan vonden zij het niet meer, want de vier rivieren, welke het bevochtigd hadden, en uit een grote stroom uitvloeiden (hoofdstuk. 2:10-14), hadden vier verschillende bronnen en een andere loop verkregen.
20. En Noach, om zowel de Heere te danken voor zijn redding en die van de zijnen als ook om Gods genade en gemeenschap opnieuw af te smeken, bouwde nog vóór hij de Arafat verliet, de HEERE 1) een altaar; 2) en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, waarvan er zeven bij hem in de ark geweest waren, en offerde brandoffers 3) op dat altaar, liet de offerdieren geheel door het op het altaar aangestoken vuur verteren, om ze zo geheel en zonder voorbehoud de Heere te wijden.
1) Heere, Jehova, Verbondsgod, omdat hier niet het bestuur en het bevel, van de Almachtige gebiedende God wordt verhaald, maar de gemeenschap van liefde van de geredde mens en de genade van de trouwe Heer.
2) Zoals Noach door vele bewijzen zijn gehoorzaamheid had getoond, zo geeft hij nu ook een voorbeeld van zijn dankbaarheid. Deze plaats leert, dat de offeranden van het begin af tot dit doel zijn ingesteld, opdat de mensen door zulke oefeningen zouden er gewend aan zouden raken, de goedheid des Heren te prijzen, en te danken. Want hoewel alleen belijden met de mond al voldoende zou zijn, ja zelfs stilzwijgende erkentenis van het hart, toch weten wij, dat onze traagheid veel prikkels nodig heeft. Dus toen eertijds de heilige vaderen hun eerbied jegens God door offeranden beleden, was dit volstrekt een overbodig werk. Daarbij komt nog, dat zij nog altijd de schaduwbeelden voor ogen hadden, waardoor zij eraan herinnerd werden, dat zij zonder Middelaar niet met God te doen konden hebben.
Voor de eerste maal in de heilige geschiedenis wordt hier een altaar vermeld. Het eerste wat bij een altaar in het oog valt, is dat het een verhoging van de aarde naar de hemel, een verheffing van de aarde boven haar gewone oppervlakte vertoont. Sinds de Heere niet meer, zoals voor de zondeval, in voortdurend verkeer met de mens op aarde wandelt; sinds met de zondvloed het paradijs is verdwenen en hemel en aarde gescheiden en tegenover elkaar gesteld zijn; sindsdien richt zich de blik niet meer naar de oostzijde van het Paradijs, maar naar de hemel; sindsdien is ook de vlakte van de aarde niet meer geschikt, dat de mens onmiddellijk van haar af God zijn gaven kan aanbieden, zij moet voortaan uit de vloek, tot een altaar verhoogd worden.
Hoewel hier voor de eerste maal een altaar wordt vermeld, toch mag men daaruit niet besluiten, dat, voor de zondvloed, de kinderen Gods voor de Heere geen altaar hadden gebouwd. Eerder pleit alles ervoor, dat, waar men sinds Enos’ dagen de naam des Heren gemeenschappelijk aanriep, dit plaats vond bij het altaar.
3) (Hebr. Olah, = opgebrachte, aangebodene). Bij deze werd alles verbrand, wat bruikbaar was, en een deel door priester of offeraar, gelijk bij andere offers, gegeten. Het doel van die offers was, een verzoening teweeg te brengen. Daarom leidde de offeraar de hand op de kop van het dier, en bracht daarmee zinnebeeldig zijn zonde erop over, waaraan alsdan de verdiende doodstraf werd voltrokken. Het onderscheidt zich daardoor van de schuld- en zoenoffers, dat deze voor enkele overtredingen werden gebracht, terwijl in het brandoffer de algemene bekentenis van zonde en schuld lag uitgedrukt. Het brandoffer, als de meest algemene soort, bevatte tevens de overige in zich, waarom het tevens dankoffer was, ofschoon dit er menigmaal nog aan toegevoegd werd (Exodus 20:8, Jozua. 8:31, Zich. 20:26, 1 Samuel. 10:8, 1 Koningen 3:15 enz.) De betekenis van Noach’s brandoffer was deze: het gaf te kennen, dat hij en de zijnen niet om hun gerechtigheid, maar door God uit genade gered waren, en dat hun schuld verzoening voor God nodig had; het drukte het geloof uit, dat God hun schuld verder genadig vergeven zou, en getuigde, op grond van deze belijdenis van zonde en van dat geloof, van de dankbaarheid voor hun redding,.
Niet een “minchah,” gelijk Kaïn de Heere geofferd had, maar een “Olah”.
21. En de HEERE rook die liefelijke reuk; de ten hemel opstijgende reuk, die om de gezindheid, welke zich in het offer uitsprak, Hem liefelijk was, werd door de Heere opgemerkt, gelijk geen enkel gebed door Hem wordt vergeten; en de HEERE zei in Zijn hart, 1) nam bij Zich zelf het besluit van de goddelijke liefde: Ik zal voortaan de aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil, gelijk Ik eens gedaan heb (Genesis 3:17). Ik deed het naar recht, want het gedichtsel van ‘s mensenhart is boos van zijn jeugd aan, 2) en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb; eens heb Ik het moeten doen, om die rechtvaardigen vloek, om aan de wereld een voorbeeld te geven van Mijn vuurijver, die de tegenstanders verteren kan (Hebr. 10:27), en haar een dreigend voorbeeld van mijn laatste gericht voor ogen te stellen (2 Petrus. 3:5-7); maar van nu aan wil Ik de menselijke zondigheid, als iets dat door uitwendige strafgerichten niet kan weggenomen worden in aanmerking nemen en de mens langmoedig zijn, totdat de verlossing komt, die inwendig heelt. (Romeinen 3:25).
1) Het spreken Gods in Zijn hart weerklinkt in het inwendige van de harten van de gelovigen.
2) “Van zijn jeugd aan.” Hiermee leert de Heere God, dat de mensen als zondaars geboren worden.
22. Voortaan al de dagen van de aarde zullen zaaitijd en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht niet ophouden, 1) maar een regelmatige afwisseling van vruchtbaarheid en daartoe van luchtgesteldheid; van jaargetijden en dagen plaats vinden. 2)
1) Dat zijn de gedachten van de liefde Gods, die Hij aan Noach als antwoord op zijn offer laat vernemen, zoals nog heden ieder gelovig bidder het antwoord op zijn gebed uit het hart van God innerlijk mag ontvangen.
Hiermee wordt de wereld weer in de vorige toestand teruggebracht. Want zo groot was de verwarring en zodanig was de aarde misvormd, dat er enige vernieuwing nodig was. Waarom Petrus dan ook zegt van de oude wereld, dat zij door de zondvloed is vergaan. De zondvloed toch was een verstoring geweest van de orde van de natuur. De wisseling van zon en maan was opgehouden; er was geen onderscheid tussen winter en zomer. Daarom verzekert de Heere, dat het Hem behaagde, alles weer in haar glans te herstellen, en weer waar te nemen, hetgeen hun was opgedragen.
2) En toch vrezen wij zo dikwijls bij langdurige droogte of regen of kou. De afwisseling moet komen, waarom dan zo ongelovig? Wij vrezen voor honger, en God, de Getrouwe, heeft reeds duizenden jaren naar dit woord de aarde genoegzaam laten voortbrengen. Kleingelovigen, zijn de woorden Gods, zo vele eeuwen reeds bevestigd, van zo kleine betekenis, van zo weinig kracht voor u?.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel