Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Genesis 8

1 En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En GodH430 gedachtH2142 aan NoachH5146, en aan alH3605 het gedierteH2416, en aan alH3605 het veeH929, datH834 metH854 hem in de arkH8392 was; en GodH430 deed een windH7307 overH5921 de aardeH776 doorgaanH5674, en de waterenH4325 werden stilH7918. En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.

KJV And God2 remembered1 Noah,4 and every living thing,7 and all the cattle10 that was with him in the ark:13 and God15 made14 a wind16 to pass over17 the earth,18 and the waters20 asswaged;

1 וַיִּזְכֹּ֤ר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 2 אֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 נֹ֔חַ H5146 Noach, Noachs Noah 5 וְאֵ֤ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הַֽחַיָּה֙ H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 8 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הַבְּהֵמָ֔ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 11 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 אִתּ֖וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 13 בַּתֵּבָ֑ה H8392 ark, kistje ark 14 וַיַּעֲבֵ֨ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 15 אֱלֹהִ֥ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 16 ר֨וּחַ֙ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 19 וַיָּשֹׁ֖כּוּ H7918 gestild, schikken, stil appease, assuage, make to cease, pacify, set 20 הַמָּֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Ook werden de fonteinen des afgronds, en de sluizen des hemels gesloten, en de plasregen van den hemel werd opgehouden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Ook werden de fonteinenH4599 des afgrondsH8415, en de sluizenH699 des hemelsH8064 geslotenH5534, en de plasregenH1653 vanH4480 den hemelH8064 werd opgehoudenH3607. Ook werden de fonteinen des afgronds, en de sluizen des hemels gesloten, en de plasregen van den hemel werd opgehouden.

KJV The fountains2 also of the deep3 and the windows4 of heaven5 were stopped,1 and the rain7 from heaven9 was restrained;

1 וַיִּסָּֽכְרוּ֙ H5534 besluiten, gesloten, gestopt stop, give over. See also H5462 (סָגַר), H7936 (שָׂכַר) 2 מַעְיְנֹ֣ת H4599 fonteinen, fontein, waterfonteinen fountain, spring, well 3 תְּה֔וֹם H8415 afgrond, afgronden, afgronds deep (place), depth 4 וַֽאֲרֻבֹּ֖ת H699 vensteren, sluizen, schoorsteen chimney, window 5 הַשָּׁמָ֑יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 6 וַיִּכָּלֵ֥א H3607 besloten, geweerd, onthouden finish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold 7 הַגֶּ֖שֶׁם H1653 regen, plasregen, plasregens rain, shower 8 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 9 הַשָּׁמָֽיִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Daartoe keerden de wateren weder van boven de aarde, heen en weder vloeiende, en de wateren namen af ten einde van honderd en vijftig dagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Daartoe keerdenH7725 de waterenH4325 weder van bovenH5921 de aardeH776, heen en weder vloeiendeH1980, en de waterenH4325 namenH2637 af ten eindeH7097 van honderdH3967 en vijftigH2572 dagenH3117. Daartoe keerden de wateren weder van boven de aarde, heen en weder vloeiende, en de wateren namen af ten einde van honderd en vijftig dagen.

KJV And the waters2 returned1 from off the earth4 continually:5 and after the end9 of the hundred11 and fifty10 days12 the waters8 were abated.

1 וַיָּשֻׁ֧בוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 הַמַּ֛יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 3 מֵעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 הָל֣וֹךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 6 וָשׁ֑וֹב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 7 וַיַּחְסְר֣וּ H2637 ontbreken, gebrek, ontbreekt be abated, bereave, decrease, (cause to) fail, (have) lack, make lower, want 8 הַמַּ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 9 מִקְצֵ֕ה H7097 einde, uiterste, deel [idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part) 10 חֲמִשִּׁ֥ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 11 וּמְאַ֖ת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 12 יֽוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventiende dag der maand, op de bergen van Ararat.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En de arkH8392 rustteH5117 in de zevendeH7637 maandH2320, op den zeventiendeH7651 dagH3117 der maandH2320, opH5921 de bergenH2022 van AraratH780. En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventiende dag der maand, op de bergen van Ararat.

Ook in dit vers zeventiendenH6240

KJV And the ark2 rested1 in the seventh4 month,3 on the seventeenth6 day7 of the month,8 upon the mountains10 of Ararat.

1 וַתָּ֤נַח H5117 rust, rusten, rust gegeven cease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים) 2 הַתֵּבָה֙ H8392 ark, kistje ark 3 בַּחֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 4 הַשְּׁבִיעִ֔י H7637 zevenden, zevende, zeven seventh (time) 5 בְּשִׁבְעָה H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 6 עָשָׂ֥ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 7 י֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 לַחֹ֑דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 9 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 הָרֵ֥י H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 11 אֲרָרָֽט H780 Ararat Ararat, Armenia
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En de wateren waren gaande, en afnemende tot de tiende maand; in de tiende maand, op den eerste der maand, werden de toppen der bergen gezien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En de waterenH4325 warenH1961 gaandeH1980, en afnemendeH2637 totH5704 de tiendeH6224 maandH2320; in de tiendeH6224 maandH2320, op den eersteH259 der maand, werden de toppenH7218 der bergenH2022 gezienH7200. En de wateren waren gaande, en afnemende tot de tiende maand; in de tiende maand, op den eerste der maand, werden de toppen der bergen gezien.

KJV And the waters1 decreased4 continually3 until5 the tenth7 month:6 in the tenth8 month, on the first9 day of the month,10 were the tops12 of the mountains13 seen.

1 וְהַמַּ֗יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 2 הָיוּ֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 הָל֣וֹךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 4 וְחָס֔וֹר H2637 ontbreken, gebrek, ontbreekt be abated, bereave, decrease, (cause to) fail, (have) lack, make lower, want 5 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 הַחֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 7 הָֽעֲשִׂירִ֑י H6224 tiende, tienden tenth (part) 8 בָּֽעֲשִׂירִי֙ H6224 tiende, tienden tenth (part) 9 בְּאֶחָ֣ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 10 לַחֹ֔דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 11 נִרְא֖וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 רָאשֵׁ֥י H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 13 הֶֽהָרִֽים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En het geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het venster der ark, die hij gemaakt had, opendeed.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En het geschieddeH1961, ten eindeH7093 van veertigH705 dagenH3117, dat NoachH5146 het vensterH2474 der arkH8392, dieH834 hij gemaaktH6213 had, opendeedH6605. En het geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het venster der ark, die hij gemaakt had, opendeed.

KJV And it came to pass at the end2 of forty3 days,4 that Noah6 opened5 the window8 of the ark9 which he had made:

1 וַֽיְהִ֕י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִקֵּ֖ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 3 אַרְבָּעִ֣ים H705 veertig, veertigste, Veertig -forty 4 י֑וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 וַיִּפְתַּ֣ח H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 6 נֹ֔חַ H5146 Noach, Noachs Noah 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 חַלּ֥וֹן H2474 venster, vensteren, vensters window 9 הַתֵּבָ֖ה H8392 ark, kistje ark 10 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 עָשָֽׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En hij lietH7971 een raafH6158 uit, die dikwijlsH3318 heen en weder gingH3318, totdatH5704 de waterenH4325 van bovenH5921 de aardeH776 verdroogdH3001 waren. En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren.

KJV And he sent forth1 a raven,3 which went forth4 to5 and fro,6 until the waters9 were dried up8 from off the earth.

1 וַיְשַׁלַּ֖ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הָֽעֹרֵ֑ב H6158 raaf, raven, rave raven 4 וַיֵּצֵ֤א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 5 יָצוֹא֙ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 וָשׁ֔וֹב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 7 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 יְבֹ֥שֶׁת H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 9 הַמַּ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 10 מֵעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Daarna liet hij een duif van zich uit, om te zien, of de wateren gelicht waren van boven den aardbodem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Daarna lietH7971 hij een duifH3123 vanH854 zich uit, om te zienH7200, of de waterenH4325 gelichtH7043 waren van bovenH5921 den aardbodemH6440. Daarna liet hij een duif van zich uit, om te zien, of de wateren gelicht waren van boven den aardbodem.

KJV Also he sent forth1 a dove3 from him, to see5 if the waters7 were abated6 from off the face9 of the ground;

1 וַיְשַׁלַּ֥ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַיּוֹנָ֖ה H3123 duiven, duif, duive dove, pigeon 4 מֵאִתּ֑וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 5 לִרְאוֹת֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 הֲקַ֣לּוּ H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 7 הַמַּ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 8 מֵעַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 הָֽאֲדָמָֽה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Maar de duif vond geen rust voor het hol van haar voet; zo keerde zij weder tot hem in de ark; want de wateren waren op de ganse aarde; en hij stak zijn hand uit, en nam haar, en bracht haar tot zich in de ark.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Maar de duifH3123 vondH4672 geenH3808 rustH4494 voorH6440 het holH3709 van haar voetH7272; zo keerdeH7725 zij weder totH413 hem in de arkH8392; wantH3588 de waterenH4325 waren opH5921 de ganseH3605 aardeH776; en hij stakH7971 zijn handH3027 uit, en namH3947 haar, en brachtH935 haar totH413 zich in de arkH8392. Maar de duif vond geen rust voor het hol van haar voet; zo keerde zij weder tot hem in de ark; want de wateren waren op de ganse aarde; en hij stak zijn hand uit, en nam haar, en bracht haar tot zich in de ark.

KJV But the dove3 found2 no rest4 for the sole5 of her foot,6 and she returned7 unto him into the ark,10 for the waters12 were on the face14 of the whole earth:16 then he put forth17 his hand,18 and took her,19 and pulled her in20 unto him into the ark.

1 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 מָצְאָה֩ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 3 הַיּוֹנָ֨ה H3123 duiven, duif, duive dove, pigeon 4 מָנ֜וֹחַ H4494 rust, rustplaats (place of) rest 5 לְכַף H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 6 רַגְלָ֗הּ H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 7 וַתָּ֤שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 8 אֵלָיו֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 הַתֵּבָ֔ה H8392 ark, kistje ark 11 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 מַ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 13 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 15 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 17 וַיִּשְׁלַ֤ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 18 יָדוֹ֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 19 וַיִּקָּחֶ֔הָ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 20 וַיָּבֵ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 21 אֹתָ֛הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 אֵלָ֖יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 23 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 24 הַתֵּבָֽה H8392 ark, kistje ark
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En hij verbeidde nog zeven andere dagen; toen liet hij de duif wederom uit de ark.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En hij verbeiddeH2342 nogH5750 zevenH7651 andere dagenH3117; toen lietH7971 hij de duifH3123 wederomH3254 uitH4480 de arkH8392. En hij verbeidde nog zeven andere dagen; toen liet hij de duif wederom uit de ark.

KJV And he stayed1 yet other5 seven3 days;4 and again6 he sent forth7 the dove9 out of the ark;

1 וַיָּ֣חֶל H2342 geboren, barensnood, beven bear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded 2 ע֔וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 3 שִׁבְעַ֥ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 4 יָמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 אֲחֵרִ֑ים H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 6 וַיֹּ֛סֶף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 7 שַׁלַּ֥ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הַיּוֹנָ֖ה H3123 duiven, duif, duive dove, pigeon 10 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 11 הַתֵּבָֽה H8392 ark, kistje ark
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En de duif kwam tot hem tegen den avondtijd; en ziet, een afgebroken olijfblad was in haar bek; zo merkte Noach, dat de wateren van boven de aarde gelicht waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En de duifH3123 kwamH935 totH413 hem tegen den avondtijdH6256; en zietH2009, een afgebrokenH2965 olijfbladH2132 was in haar bekH6310; zo merkteH3045 NoachH5146, datH3588 de waterenH4325 van bovenH5921 de aardeH776 gelichtH7043 waren. En de duif kwam tot hem tegen den avondtijd; en ziet, een afgebroken olijfblad was in haar bek; zo merkte Noach, dat de wateren van boven de aarde gelicht waren.

KJV And the dove3 came in1 to him in the evening;4 and, lo, in her mouth10 was an olive8 leaf7 pluckt off:9 so Noah12 knew11 that the waters15 were abated14 from off the earth.

1 וַתָּבֹ֨א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֵלָ֤יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הַיּוֹנָה֙ H3123 duiven, duif, duive dove, pigeon 4 לְעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 5 עֶ֔רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 6 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 7 עֲלֵה H5929 blad, takken, loof branch, leaf 8 זַ֖יִת H2132 olijfbomen, olijfboom, olijfgaarden olive (tree, -yard), Olivet 9 טָרָ֣ף H2965 afgebroken pluckt off 10 בְּפִ֑יהָ H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 11 וַיֵּ֣דַע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 12 נֹ֔חַ H5146 Noach, Noachs Noah 13 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 קַ֥לּוּ H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 15 הַמַּ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 16 מֵעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Toen vertoefde hij nog zeven andere dagen; en hij liet de duif uit; maar zij keerde niet meer weder tot hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Toen vertoefdeH3176 hij nogH5750 zevenH7651 andere dagenH3117; en hij lietH7971 de duifH3123 uit; maar zij keerdeH7725 niet meerH5750 weder totH413 hem. Toen vertoefde hij nog zeven andere dagen; en hij liet de duif uit; maar zij keerde niet meer weder tot hem.

KJV And he stayed1 yet other5 seven3 days;4 and sent forth6 the dove;8 which returned11 not again10 unto him any more.

1 וַיִּיָּ֣חֶל H3176 hopen, gehoopt, hope (cause to, have, make to) hope, be pained, stay, tarry, trust, wait 2 ע֔וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 3 שִׁבְעַ֥ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 4 יָמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 אֲחֵרִ֑ים H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 6 וַיְשַׁלַּח֙ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַיּוֹנָ֔ה H3123 duiven, duif, duive dove, pigeon 9 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יָסְפָ֥ה H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 11 שׁוּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 12 אֵלָ֖יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 עֽוֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand, op den eersten derzelver maand, dat de wateren droogden van boven de aarde; toen deed Noach het deksel der ark af, en zag toe, en ziet, de aardbodem was gedroogd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En het geschiedde in het zeshonderdH8337 en eerste jaarH8141, in de eerste maandH2320, op den eerstenH259 derzelver maand, dat de waterenH4325 droogdenH2717 van bovenH5921 de aardeH776; toen deed NoachH5146 het dekselH4372 der arkH8392 af, en zagH7200 toe, en zietH2009, de aardbodemH6440 was gedroogdH2717. En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand, op den eersten derzelver maand, dat de wateren droogden van boven de aarde; toen deed Noach het deksel der ark af, en zag toe, en ziet, de aardbodem was gedroogd.

Ook in dit vers eersteH259 eersteH7223

KJV And it came to pass in the six3 hundredth4 and first year,5 in the first6 month, the first2 day of the month,8 the waters10 were dried up9 from off the earth:12 and Noah14 removed13 the covering16 of the ark,17 and looked,18 and, behold, the face21 of the ground22 was dry.

1 וַֽ֠יְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בְּאַחַ֨ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 3 וְשֵׁשׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 4 מֵא֜וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 5 שָׁנָ֗ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 6 בָּֽרִאשׁוֹן֙ H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 7 בְּאֶחָ֣ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 לַחֹ֔דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 9 חָֽרְב֥וּ H2717 verwoest, woest, verdroogd decay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste 10 הַמַּ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 11 מֵעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 וַיָּ֤סַר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 14 נֹ֨חַ֙ H5146 Noach, Noachs Noah 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 מִכְסֵ֣ה H4372 deksel, dassendeksel covering 17 הַתֵּבָ֔ה H8392 ark, kistje ark 18 וַיַּ֕רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 19 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 20 חָֽרְב֖וּ H2717 verwoest, woest, verdroogd decay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste 21 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 22 הָֽאֲדָמָֽה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En in de tweede maand, op den zeven en twintigsten dag der maand, was de aarde opgedroogd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En in de tweedeH8145 maandH2320, op den zevenH7651 en twintigstenH6242 dagH3117 der maandH2320, was de aardeH776 opgedroogdH3001. En in de tweede maand, op den zeven en twintigsten dag der maand, was de aarde opgedroogd.

KJV And in the second2 month,1 on the seven3 and twentieth4 day5 of the month,6 was the earth8 dried.

1 וּבַחֹ֨דֶשׁ֙ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 2 הַשֵּׁנִ֔י H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 3 בְּשִׁבְעָ֧ה H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 4 וְעֶשְׂרִ֛ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 5 י֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 לַחֹ֑דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 7 יָבְשָׁ֖ה H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 8 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Toen sprak God tot Noach, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Toen sprakH1696 GodH430 totH413 NoachH5146, zeggendeH559: Toen sprak God tot Noach, zeggende:

KJV And God2 spake1 unto Noah,4 saying,

1 וַיְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 נֹ֥חַ H5146 Noach, Noachs Noah 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 GaH3318 uitH4480 de arkH8392, gijH859, en uw huisvrouwH802, en uw zonenH1121, en de vrouwenH802 uwer zonenH1121 metH854 u. Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u.

KJV Go forth1 of the ark,3 thou, and thy wife,5 and thy sons,6 and thy sons'8 wives

1 צֵ֖א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 3 הַתֵּבָ֑ה H8392 ark, kistje ark 4 אַתָּ֕ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 5 וְאִשְׁתְּךָ֛ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 6 וּבָנֶ֥יךָ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 וּנְשֵֽׁי H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 8 בָנֶ֖יךָ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 אִתָּֽךְ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Al het gedierteH2416, datH834 met u is, van alleH3605 vleesH1320, aan gevogelteH5775, en aan veeH929, en aan alH3605 het kruipend gedierteH7431, dat opH5921 de aardeH776 kruiptH7430, doe metH854 u uitgaanH3318; en dat zij overvloediglijk voorttelenH8317 op de aardeH776, en vruchtbaarH6509 zijn, en vermenigvuldigenH7235 opH5921 de aardeH776. Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde.

KJV Bring forth14 with thee every living thing2 that is with thee, of all flesh,6 both of fowl,7 and of cattle,8 and of every creeping thing10 that creepeth11 upon the earth;13 that they may breed abundantly16 in the earth,17 and be fruitful,18 and multiply19 upon the earth.

1 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 הַחַיָּ֨ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 3 אֲשֶֽׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 אִתְּךָ֜ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 5 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 בָּשָׂ֗ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 7 בָּע֧וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 8 וּבַבְּהֵמָ֛ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 9 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הָרֶ֛מֶשׂ H7431 kruipend gedierte, kruipende, kruipend that creepeth, creeping (moving) thing 11 הָרֹמֵ֥שׂ H7430 kruipt, roert, kruipende gedierte creep, move 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 הַיְצֵ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 15 אִתָּ֑ךְ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 16 וְשָֽׁרְצ֣וּ H8317 kruipt, bracht, krielen breed (bring forth, increase) abundantly (in abundance), creep, move 17 בָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 18 וּפָר֥וּ H6509 vruchtbaar, vruchtbare, gewassen bear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase 19 וְרָב֖וּ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 20 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 21 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Toen ging Noach uit, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Toen gingH3318 NoachH5146 uit, en zijn zonenH1121, en zijn huisvrouwH802, en de vrouwenH802 zijner zonenH1121 metH854 hem. Toen ging Noach uit, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem.

KJV And Noah2 went forth,1 and his sons,3 and his wife,4 and his sons'6 wives

1 וַיֵּ֖צֵא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 נֹ֑חַ H5146 Noach, Noachs Noah 3 וּבָנָ֛יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 וְאִשְׁתּ֥וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 וּנְשֵֽׁי H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 6 בָנָ֖יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 אִתּֽוֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hun geslachten, gingen uit de ark.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Al het gedierteH2416, alH3605 het kruipendeH7431, en alH3605 het gevogelteH5775, alH3605 wat zich opH5921 de aardeH776 roertH7430, naar hun geslachtenH4940, gingenH3318 uitH4480 de arkH8392. Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hun geslachten, gingen uit de ark.

KJV Every beast,2 every creeping thing,4 and every fowl,6 and whatsoever1 creepeth8 upon the earth,10 after their kinds,11 went forth12 out of the ark.

1 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 הַֽחַיָּ֗ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הָרֶ֨מֶשׂ֙ H7431 kruipend gedierte, kruipende, kruipend that creepeth, creeping (moving) thing 5 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הָע֔וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 7 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 רוֹמֵ֣שׂ H7430 kruipt, roert, kruipende gedierte creep, move 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 לְמִשְׁפְּחֹ֣תֵיהֶ֔ם H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 12 יָצְא֖וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 13 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 14 הַתֵּבָֽה H8392 ark, kistje ark
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En NoachH5146 bouwdeH1129 den HEEREH3068 een altaarH4196; en hij namH3947 van alH3605 het reineH2889 veeH929, en van alH3605 het reinH2889 gevogelteH5775, en offerdeH5927 brandofferenH5930 op dat altaarH4196. En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar.

KJV And Noah2 builded1 an altar3 unto the LORD;4 and took5 of every clean8 beast,7 and of every clean11 fowl,10 and offered12 burnt offerings13 on the altar.

1 וַיִּ֥בֶן H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 נֹ֛חַ H5146 Noach, Noachs Noah 3 מִזְבֵּ֖חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 4 לַֽיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וַיִּקַּ֞ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 מִכֹּ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הַבְּהֵמָ֣ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 8 הַטְּהוֹרָ֗ה H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness) 9 וּמִכֹּל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הָע֣וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 11 הַטָּהֹ֔ר H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness) 12 וַיַּ֥עַל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 13 עֹלֹ֖ת H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 14 בַּמִּזְבֵּֽחַ H4196 altaar, altaren, altaars altar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En de HEEREH3068 rookH7306 dienH834 liefelijkenH5207 reukH7381, en de HEEREH3068 zeideH559 in Zijn hartH3820: Ik zal voortaanH3254 den aardbodemH127 nietH3808 meerH5750 vervloekenH7043 om des mensenH120 wilH5668; wantH3588 het gedichtselH3336 van 's mensenH120 hartH3820 is boosH7451 van zijn jeugdH5271 aanH413; en Ik zal voortaanH3254 nietH3808 meerH5750 alH3605 het levendeH2416 slaanH5221, gelijk als Ik gedaanH6213 heb. En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.

KJV And the LORD2 smelled1 a sweet5 savour;4 and the LORD7 said6 in8 his heart,9 I will not again11 curse12 the ground15 any more for man's17 sake;16 for the imagination19 of man's21 heart20 is evil22 from his youth;23 neither will I again25 smite27 any more every thing living,30 as I have done.

1 וַיָּ֣רַח H7306 rieken, rook, riekt accept, smell, [idiom] touch, make of quick understanding 2 יְהוָה֮ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 רֵ֣יחַ H7381 reuk, reuks savour, scent, smell 5 הַנִּיחֹחַ֒ H5207 liefelijken, liefelijke sweet (odour) 6 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 לִבּ֗וֹ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 10 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 אֹ֠סִף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 12 לְקַלֵּ֨ל H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 13 ע֤וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 הָֽאֲדָמָה֙ H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 16 בַּעֲב֣וּר H5668 wil, harentwil, waarlijk because of, for (...'s sake), (intent) that, to 17 הָֽאָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 18 כִּ֠י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 יֵ֣צֶר H3336 gedichtsel, formeersel, maaksel frame, thing framed, imagination, mind, work 20 לֵ֧ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 21 הָאָדָ֛ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 22 רַ֖ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 23 מִנְּעֻרָ֑יו H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 24 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 25 אֹסִ֥ף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 26 ע֛וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 27 לְהַכּ֥וֹת H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 28 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 29 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 30 חַ֖י H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 31 כַּֽאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 32 עָשִֽׂיתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 VoortaanH5750 alH3605 de dagenH3117 der aardeH776 zullen zaaiingH2233 en oogstH7105, en koudeH7120 en hitteH2527, en zomerH7019 en winterH2779, en dagH3117 en nachtH3915, nietH3808 ophoudenH7673. Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.

KJV While the earth4 remaineth,3 seedtime5 and harvest,6 and cold7 and heat,8 and summer9 and winter,10 and day11 and night12 shall not cease.

1 עֹ֖ד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 יְמֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 זֶ֡רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 6 וְ֠קָצִיר H7105 oogst, oogstes, tak bough, branch, harvest (man) 7 וְקֹ֨ר H7120 koude cold 8 וָחֹ֜ם H2527 heet, hitte, warm heat, to be hot (warm) 9 וְקַ֧יִץ H7019 zomervruchten, zomer, zomerhuis summer (fruit, house) 10 וָחֹ֛רֶף H2779 winter, jonkheid, winterhuis cold, winter (-house), youth 11 וְי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 וָלַ֖יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 13 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יִשְׁבֹּֽתוּ H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Groene heuvels met opvallende geologische plooien
Mogelijke rustplaats van de ark van Noach. Een bootvormige formatie nabij de berg Ararat
De berg Ararat De berg Ararat in het oosten van Turkije, van oudsher vereenzelvigd met de "bergen van Ararat" uit Genesis 8.
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 8:1 1 Samuël 1:19 Exodus 14:21 Exodus 2:24 Genesis 19:29 Genesis 30:22 Psalmen 36:6 Psalmen 132:1 Nehemia 13:22
Genesis 8:2 Genesis 7:11 Jona 2:3 Mattheüs 8:26 Mattheüs 8:9 Job 38:37 Spreuken 8:28 Job 37:11
Genesis 8:3 Genesis 7:24 Genesis 7:11
Genesis 8:4 Jesaja 37:38 Jeremia 51:27 2 Koningen 19:37 Genesis 7:17
Genesis 8:5 Genesis 7:11
Genesis 8:6 Genesis 6:16 Daniël 6:10
Genesis 8:7 Job 38:41 Leviticus 11:15 1 Koningen 17:6 1 Koningen 17:4 Psalmen 147:9
Genesis 8:8 Hooglied 2:14 Genesis 8:10 Hooglied 1:15 Hooglied 2:11 Mattheüs 10:16
Genesis 8:9 Mattheüs 11:28 Ezechiël 7:16 Jesaja 60:8 Deuteronomium 28:65 Johannes 16:33 Psalmen 116:7
Genesis 8:10 Romeinen 8:25 Psalmen 40:1 Jesaja 26:8 Jesaja 8:17 Genesis 7:4 Genesis 8:12 Genesis 7:10
Genesis 8:11 Romeinen 10:15 Nehemia 8:15 Zacharia 4:12
Genesis 8:12 Genesis 2:2 Habakuk 2:3 Psalmen 27:14 Jesaja 8:17 Jesaja 30:18 Jesaja 26:8 Jakobus 5:7 Psalmen 130:5
Genesis 8:13 Genesis 7:11
Genesis 8:14 Genesis 7:13 Genesis 7:11
Genesis 8:16 Genesis 7:13 Genesis 7:7 Handelingen 16:37 Daniël 9:25 Jozua 4:10 Jozua 4:16 Jozua 3:17 Psalmen 121:8
Genesis 8:17 Genesis 1:22 Genesis 9:1 Genesis 7:14 Psalmen 144:13 Jeremia 31:27 Genesis 9:7 Genesis 1:28 Psalmen 107:38
Genesis 8:18 Psalmen 121:8
Genesis 8:20 Genesis 22:9 Genesis 12:7 Leviticus 11:1 Genesis 7:2 Genesis 13:4 Genesis 35:7 Hebreeën 13:15 Genesis 33:20
Genesis 8:21 Jeremia 17:9 Genesis 3:17 Genesis 6:5 Genesis 6:17 Leviticus 1:13 Leviticus 1:9 Psalmen 51:5 Romeinen 1:21
Genesis 8:22 Jeremia 5:24 Jeremia 33:20 Hooglied 2:11 Jeremia 31:35 Psalmen 74:16 Jakobus 5:7 Jesaja 54:8 Exodus 34:21
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 8 vers 1

gedacht Menselijker wijze van God gesproken. God wordt gezegd te gedenken, als Hij na enig uitstel, òf zijne weldaden bewijst, onder Gen. 19:29; Ex. 32:13; Neh. 13:14, Neh. 13:22; Job 14:13; Hos. 9:9; Openb. 18:5.

Hertaald: gedacht Op menselijke wijze van God gesproken. Er wordt gezegd dat God gedenkt, wanneer Hij na enig uitstel zijn weldaden bewijst; zie Gen. 19:29; Ex. 32:13; Neh. 13:14, Neh. 13:22; Job 14:13; Hos. 9:9; Openb. 18:5.

Genesis 8 vers 2

gesloten, Die tevoren opengebarsten en opengebroken waren, om dit vreeslijk oordeel van God uit te voeren; boven Gen. 7:11.

Hertaald: gesloten, Die eerder opengebarsten en opengebroken waren om dit vreselijke oordeel van God uit te voeren, zie Gen. 7:11.

plasregen Die veertig natuurlijke dagen geduurd had. Zie boven Gen. 7:4, Gen. 7:12

Hertaald: plasregen Die veertig natuurlijke dagen geduurd had. Zie Gen. 7:4, Gen. 7:12.

Genesis 8 vers 3

heen en weder Hebr. gaande en wederkerende, dat is, al meer en meer wederkerende, afnemende, alzo in het volgende vs.5; verg. onder Gen. 26:13, en zie Jona 1:11.

Hertaald: heen en weder Hebreeuws: gaande en wederkerende, dat is: steeds verder afnemende, zo ook in het volgende vers 5; vergelijk Gen. 26:13, en zie Jona 1:11.

ten einde Te rekenen van het begin van den zondvloed, zie hoofdstuk Gen. 7:11; in welken gansen tijd de wateren op den aardbodem toegenomen zijn. Zie ook vs.24.

Hertaald: ten einde Te rekenen vanaf het begin van de zondvloed, zie Gen. 7:11; in die hele periode waren de wateren op de aardbodem toegenomen. Zie ook vers 24.

Genesis 8 vers 4

op de bergen van Ararát. Dat is, op een van de bergen van groot Armenië.

Hertaald: op de bergen van Ararát. Dat is: op een van de bergen van Groot-Armenië.

Genesis 8 vers 5

toppen Hebr. hoofden, gelijk Deut. 3:27; Joz. 15:8; Richt. 9:7.

Hertaald: toppen Hebreeuws: hoofden, zoals ook in Deut. 3:27; Joz. 15:8; Richt. 9:7.

Genesis 8 vers 6

ten einde van veertig dagen, Te weten, na den eersten dag der tiende maand; waarvan in het voorgaande vs. gesproken wordt.

Hertaald: ten einde van veertig dagen, Namelijk: na de eerste dag van de tiende maand, waarover in het voorgaande vers gesproken wordt.

venster Zie boven Gen. 6:16.

Hertaald: venster Zie Gen. 6:16.

Genesis 8 vers 7

liet een raaf uit, Te weten, om te onderzoeken of de aarde van de wateren ontbloot was.

Hertaald: liet een raaf uit, Namelijk om te onderzoeken of de aarde al van de wateren ontdaan was.

die dikwijls heen en weder ging, Hebr. die uitging, uitgaande en kerende; dat is, zij vloog herwaarts en derwaarts, en bijzonder omtrent de ark, omdat de aarde nog meest met de wateren bedekt was.

Hertaald: die dikwijls heen en weder ging, Hebreeuws: die uitging, uitgaande en kerende, dat is: hij vloog heen en weer, en met name rond de ark, omdat de aarde nog grotendeels met water bedekt was.

Genesis 8 vers 8

liet hij Te weten, zeven dagen nadat de raaf uitgelaten was; zoals te zien is vs.10.

Hertaald: liet hij Namelijk: zeven dagen nadat de raaf was uitgelaten, zoals blijkt uit vers 10.

duif van Die niet lichtelijk haar medepaar verlaat, en gewoon is tot hetzelve terug te keren.

Hertaald: duif van Die niet gemakkelijk haar partner verlaat en gewend is naar hem terug te keren.

gelicht Dat is, verminderd, meer verlopen.

Hertaald: gelicht Dat is: verminderd, verder weggezakt.

Genesis 8 vers 9

de ganse aarde; Op de vlakte der omliggende landstreek; want anders begonnen de toppen der bergen ontdekt te worden, boven vs.5.

Hertaald: de ganse aarde; Op de vlakte van de omliggende landstreek; want elders begonnen de toppen van de bergen al zichtbaar te worden, zie vers 5.

Genesis 8 vers 10

liet hij Hebr. hij deed toe; of, hij voer voort uit te laten, of uit te zenden. Welke manier van spreken ook onder is vs.12, 21, en elders dikwijls, betekenende het herdoen en vernieuwen, of hervatten van enige zaak.

Hertaald: liet hij Hebreeuws: hij deed toe; of: hij ging voort met uitlaten, of uitzenden. Deze manier van spreken komt ook voor in vers 12, 21 en elders vaak, en betekent het herhalen, vernieuwen of hervatten van iets.

Genesis 8 vers 11

kwam tot hem Omdat zij geen voedsel voor zich vond, en zocht in haar gewoon nest te wezen.

Hertaald: kwam tot hem Omdat zij geen voedsel voor zichzelf vond en terug wilde naar haar gewone nest.

een afgebroken olijfblad Waarmede God Noach vertroost heeft, hem verzekerende dat zijn verlossing uit de ark nabij was.

Hertaald: een afgebroken olijfblad Waarmee God Noach vertroostte, hem ervan verzekerend dat zijn bevrijding uit de ark nabij was.

bek; Hebr. monder

Hertaald: bek; Hebreeuws: mond.

Genesis 8 vers 12

zij keerde niet meer weder Want zij had rust en voedsel op den aardbodem gevonden.

Hertaald: zij keerde niet meer weder Want zij had rust en voedsel op de aardbodem gevonden.

Genesis 8 vers 13

in het zeshonderd en eerste jaar, Te weten, Noachs ouderdom, hetwelk was het jaar na de schepping der wereld 1657, verg. boven Gen. 7:11, waar gezegd wordt, dat de zondvloed begonnen is in het zes honderdste jaar van Noachs ouderdom.

Hertaald: in het zeshonderd en eerste jaar, Namelijk: van Noachs leeftijd, wat het jaar 1657 na de schepping van de wereld was; vergelijk Gen. 7:11, waar gezegd wordt dat de zondvloed begon in het zeshonderdste jaar van Noachs leven.

de aardbodem Hebr. het aangezicht des aardbodems.

Hertaald: de aardbodem Hebreeuws: het aangezicht van de aardbodem.

Genesis 8 vers 16

Ga uit Op dit bevel had Noach gewacht, gelijk hij ook op Gods bevel in de ark was gegaan; zijnde daarin geweest een jaar en tien dagen.

Hertaald: Ga uit Op dit bevel had Noach gewacht, zoals hij ook op Gods bevel de ark was ingegaan; hij was daarin geweest een jaar en tien dagen.

Genesis 8 vers 17

vee, Zie boven Gen. 6:7.

Hertaald: vee, Zie Gen. 6:7.

Genesis 8 vers 19

naar hun geslachten, Dat is, zij gingen fijn, ordelijk, elk gepaard naar zijn geslacht of soort.

Hertaald: naar hun geslachten, Dat is: zij gingen ordelijk, netjes gepaard naar hun geslacht of soort.

Genesis 8 vers 20

het reine vee, Zie boven Gen. 7:2.

Hertaald: het reine vee, Zie Gen. 7:2.

brandofferen Aldus genaamd, omdat dit offer geheel verbrand werd, en alzo met den rook opwaarts steeg en verdween; in welk opzicht het ook een klimoffer zou mogen heten. Zie ook Lev. 6:9.

Hertaald: brandofferen Zo genoemd omdat dit offer helemaal verbrand werd, en zo met de rook omhoog steeg en verdween; in dat opzicht zou het ook een klimoffer genoemd kunnen worden. Zie ook Lev. 6:9.

Genesis 8 vers 21

rook Menselijker wijze of bij gelijkenis van God gesproken. Want gelijk een lieflijke reuk den mens zeer vermaakt, alzo had God een welgevallen aan het geloof en de dankbaarheid van Noach.

Hertaald: rook Op menselijke wijze, of bij wijze van vergelijking, van God gesproken. Want zoals een aangename geur de mens zeer welgevallig is, zo had God een welbehagen in het geloof en de dankbaarheid van Noach.

liefelijken reuk, Hebr. den reuk der rust, of, rustmakende, te weten, den mens met God verzoenende, en in rust of vrede stellende, niet door de eigen kracht van het offer, maar door de betekenende offerande onzes Heeren Jezus Christus, waardoor alleen een eeuwige verzoening verworven is, Hebr. 9:12-13.

Hertaald: liefelijken reuk, Hebreeuws: de geur van rust, of rustgevend, namelijk: de mens met God verzoenend en tot rust of vrede brengend, niet door de eigen kracht van het offer, maar door de offerande van onze Heere Jezus Christus die het voorafbeeldde, waardoor alleen een eeuwige verzoening verworven is, Hebr. 9:12-13.

in zijn Of, tot, dat is, bij zichzelven; menselijk van God gesproken, om ons te verklaren dat Hij zijn raad, dien Hij bij zichzelven heeft, daarna aan zijn knechten naar zijn welgevallen openbaart.

Hertaald: in zijn Of: tot, dat is: bij Zichzelf; op menselijke wijze van God gesproken, om ons duidelijk te maken dat Hij zijn raadsbesluit, dat Hij bij Zichzelf heeft, daarna aan zijn dienstknechten openbaart naar zijn welbehagen.

den aardbodem niet meer vervloeken Dat is, Ik zal den aardbodem niet meer aldus door een algemenen zondvloed verderven. Hebr. Ik zal niet toedoen te vervloeken, gelijk in het einde van dit vs. Zie boven op vs.10.

Hertaald: den aardbodem niet meer vervloeken Dat is: Ik zal de aardbodem niet meer op deze manier door een algemene zondvloed verwoesten. Hebreeuws: Ik zal niet voortgaan te vervloeken, zoals aan het eind van dit vers. Zie hierboven bij vers 10.

want het Anders, alhoewel.

Hertaald: want het Anders: alhoewel.

slaan, Dat is, door een algemenen zondvloed ombrengen. Het woord slaan is onder andere betekenissen dikwijls genomen voor doden, of anders het leven enigszins beschadigen, door welk middel het een en het ander ook zou kunnen geschieden. Zie Ex. 21:18; Num. 14:12, Num. 35:16; Deut. 28:22-27; 1 Sam. 17:50, 1 Sam. 26:8; 2 Sam. 3:27; 1 Kon. 22:34; Am. 4:9, enz.

Hertaald: slaan, Dat is: door een algemene zondvloed ombrengen. Het woord slaan wordt onder meer vaak gebruikt voor doden, of anders het leven op enige manier beschadigen. Zie Ex. 21:18; Num. 14:12, Num. 35:16; Deut. 28:22-27; 1 Sam. 17:50, 1 Sam. 26:8; 2 Sam. 3:27; 1 Kon. 22:34; Am. 4:9, enz.

Genesis 8 vers 22

al de dagen Dat is, zolang als de wereld staan zal.

Hertaald: al de dagen Dat is: zolang de wereld zal bestaan.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Noach  — rust, troost

De zoon van Lamech, de tiende aartsvader van Adam af, en de enige rechtvaardige van zijn geslacht die met zijn gezin de zondvloed overleefde in de ark die hij op Gods bevel bouwde. Uit zijn drie zonen Sem, Cham en Jafeth is na de vloed de gehele mensheid opnieuw voortgekomen.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Ararat  — de Hebreeuwse vorm van het Babylonisch-Assyrische Urartu

Ligging: Een bergachtig plateau in het westen van Azië, ongeveer 1800 meter boven zeeniveau, met het Van-meer — een binnenmeer zonder afwatering, vergelijkbaar met de Dode Zee — nagenoeg in het midden. Van hieruit stromen de Eufraat, de Tigris, de Aras en de Choruk in verschillende richtingen weg. In 2 Kon. 19:37 en Jes. 37:38 is het woord in oudere vertalingen weergegeven met "Armenië", wat de streek terecht aanduidt.

Geschiedenis: De "bergen van Ararat" waarop de ark tot rust kwam (Gen. 8:4) waren vermoedelijk de Koerdische bergketen die Armenië scheidt van Mesopotamië en Koerdistan — het meervoud "bergen" wijst erop dat niet één specifieke piek bedoeld is. De Babylonische overlevering noemt de plaats "de berg van Nizir", ten oosten van Assyrië; Berosus plaatst haar "in het gebergte der Kordyaeërs" (Koerden). De Koerden zelf houden van oudsher de Cudi Dagh, op de grens van Armenië en Koerdistan, voor de plek waar de ark landde.

Bijbelse betekenis: Het punt van waaruit de mensheid na de zondvloed opnieuw over de aarde verspreid raakte; in Jer. 51:27 wordt Ararat samen met Minni en Askenaz genoemd als een rijk ten oosten van Armenië.

Recente inzichten: De huidige berg Ararat (bijna 5150 m) in het oosten van Turkije wordt in de volksmond met de bijbelse berg vereenzelvigd, al wijst ISBE er al op dat de tekst spreekt van een bergstreek, niet van één piek. Sindsdien zijn er herhaaldelijk vermeende waarnemingen van scheepsresten op de berghelling gemeld (de zogeheten "Ararat-anomalie" op satellietfoto's uit de jaren negentig), maar geen daarvan is archeologisch bevestigd.

Gen. 8:4; 2 Kon. 19:37; Jes. 37:38; Jer. 51:27

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Ark (van Noach)  — Hebreeuws: tebah, een kist- of kastvormig vaartuig (een ander woord dan de "ark" van het verbond, in het Hebreeuws aron)

Op Gods bevel bouwde Noach een ark van goferhout, met vertrekken, van binnen en van buiten met pek bestreken, driehonderd el lang, vijftig el breed en dertig el hoog (Gen. 6:14-16). Daarin zouden hijzelf, zijn gezin en van elke diersoort een aantal levend bewaard blijven tijdens de zondvloed (Gen. 6:19-20; 7:1-9). Na honderdvijftig dagen kwam de ark tot rust op het gebergte Ararat (Gen. 8:4).

Bijbelse betekenis: De ark was het enige middel waardoor Noach en de zijnen aan het oordeel van de zondvloed ontkwamen. Dat gebeurde niet door eigen kracht, maar doordat zij zich bevonden in het vaartuig dat God Zelf had voorgeschreven en waarvan Hij de deur achter hen sloot (Gen. 7:16).

Typologie: Petrus vergelijkt de doop uitdrukkelijk met deze geschiedenis: zoals weinige zielen door het water heen behouden werden in de ark, zo behoudt nu de doop ook ons, als de bede van een goede consciëntie tot God (1 Petr. 3:20-21). De ark wordt zo een beeld van de veilige toevlucht die er alleen is in wat God Zelf heeft bereid, buiten welke geen ontkomen is aan het oordeel.

Gen. 6:14-22; Gen. 7:1-24; Gen. 8:1-19; 1 Petr. 3:20-21; Matt. 24:37-39

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het offer en de plaatsvervanging niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

De liefelijke reuk en de nieuwe aarde — 8:20-22

De aarde is drooggevallen en alles begint opnieuw — maar met dezelfde soort mensen. De vraag is of God het nog eens zal doen; het antwoord komt naar aanleiding van een offer.

Het eerste wat na het oordeel gebeurt is een offer, en op grond daarvan belooft God de aarde niet meer te vervloeken.

Noach bouwt een altaar en offert van al het reine vee. De HEERE ruikt de liefelijke reuk en spreekt in Zijn hart dat Hij de aardbodem niet meer verder vervloeken zal om des mensen wil. Merk op waar de belofte op rust: niet op de verbetering van de mens — God zegt er juist bij dat het gedichtsel van zijn hart boos is van zijn jeugd aan — maar op het offer dat gebracht is. Dat is de volgorde van heel de Schrift. Paulus gebruikt hetzelfde beeld voor het offer van Christus als een welriekende reuk, Gode aangenaam, en voor de gaven van de gemeente die daaruit voortkomen.

  1. Genesis 8:20 — Na het oordeel bouwt Noach een altaar en brengt een brandoffer.
  2. Genesis 8:21 — God ruikt de reuk der rust en spaart de aarde.
  3. Leviticus 1:9 — De offerdienst neemt datzelfde woord over.
  4. Efeze 5:2 — Christus gaf Zichzelf over, Gode tot een welriekenden reuk.
  5. Hebreeën 9:12 — Door Zijn eigen bloed een eeuwige verlossing teweeggebracht.

In het Nieuwe Testament: Efeze 5:2; Filippenzen 4:18; 2 Korinthe 2:15

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Genesis 8

Verzen 1–22

Genesis 8:1.Kruisverwijzingen1 Samuël 1:19Exodus 14:21Exodus 2:24Genesis 19:29Genesis 30:22Psalmen 36:6Psalmen 132:1Nehemia 13:22
— En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.
 Noach had al vele dagen in de ark doorgebracht. Maar op het door God bepaalde moment dacht Hij aan Noach; Hij dacht werkelijk aan hem en kwam hem bezoeken. Geliefde zielen, ook u bent misschien al vele dagen van de wereld afgezonderd, maar God is u niet vergeten. God dacht aan Noach, en Hij denkt ook aan u.

Genesis 8:1.Kruisverwijzingen1 Samuël 1:19Exodus 14:21Exodus 2:24Genesis 19:29Genesis 30:22Psalmen 36:6Psalmen 132:1Nehemia 13:22
— En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.
 Denkt God aan het vee? Dan zal Hij Zich des te meer de mensen gedenken die naar Zijn beeld zijn geschapen. Hij zal ook aan u denken, al beschouwt u uzelf als de meest onwaardige mens op aarde: “God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was.”

Genesis 8:1.Kruisverwijzingen1 Samuël 1:19Exodus 14:21Exodus 2:24Genesis 19:29Genesis 30:22Psalmen 36:6Psalmen 132:1Nehemia 13:22
— En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.
 Winden en golven staan volledig onder Gods bestuur. Ik vermoed dat dit een krachtige, drogende wind was, waardoor het water begon te verdampen en geleidelijk verdween. God is het Die de winden zendt. Voor ons lijken zij grillig en onregelmatig, maar Hij gebruikt ze om Zijn wil te volbrengen. Of de wind nu uit het oosten of uit het westen waait, hij komt van God. En of de wateren nu stijgen of dalen, het is Gods werk. Zijn de wateren voor u zeer diep, beste vriend? God kan ze doen opdrogen. Ja, op wonderlijke wijze kan Hij de ene beproeving gebruiken om een andere te beëindigen; Hij kan het water door de wind doen verdwijnen.

Ik heb gezien hoe Hij op bijzondere wijze met Zijn volk handelt. Toen zij dachten dat zij geheel vergeten waren, bewees Hij dat Hij hen nog steeds in gedachten had. Zowel de winden van de hemel als de wateren van de zee moesten hun dienst bewijzen. Er is geen engel in de hemel die God niet tot uw dienaar kan maken wanneer u hem nodig hebt. Er is geen wind, waar ook ter wereld, die God niet tot u kan zenden als dat nodig is. En er zijn geen golven van de zee die de wil van de Heere met betrekking tot u niet zullen gehoorzamen.

Genesis 8:2.KruisverwijzingenGenesis 7:11Jona 2:3Mattheüs 8:26Mattheüs 8:9Job 38:37Spreuken 8:28Job 37:11
— Ook werden de fonteinen des afgronds, en de sluizen des hemels gesloten, en de plasregen van den hemel werd opgehouden.
God werkt van boven en sluit de vensters van de hemel. Hij werkt ook van beneden en houdt het openbarsten van de bronnen van de diepte tegen. Hij heeft overal heerschappij, en alle dingen dienen Zijn macht. Wees niet bevreesd. Hij kan de vensters van de hemel openen en overvloedige zegeningen over u uitstorten. Eveneens kan Hij de bronnen van de grote diepte sluiten en hun stromende wateren doen ophouden. Wanneer Hij Zijn arm ontbloot, wat zal Zijn werk dan weerstaan?

Genesis 8:3-5.KruisverwijzingenGenesis 7:24Jesaja 37:38Jeremia 51:272 Koningen 19:37Genesis 7:11Genesis 7:17
— Daartoe keerden de wateren weder van boven de aarde, heen en weder vloeiende, en de wateren namen af ten einde van honderd en vijftig dagen. En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventiende dag der maand, op de bergen van Ararat. En de wateren waren gaande, en afnemende tot de tiende maand; in de tiende maand, op den eerste der maand, werden de toppen der bergen gezien.
 God vertelde Noach wanneer hij de ark moest binnengaan, maar niet wanneer hij haar weer zou verlaten. De Heere zei hem wanneer hij naar binnen moest gaan, omdat hij dat moest weten. Maar Hij vertelde hem niet wanneer hij eruit zou gaan, omdat het niet nodig was dat hij dat wist. God maakt Zijn volk altijd bekend wat tot hun werkelijk welzijn dient. Er zijn veel dingen waarover wij graag meer zouden willen weten, maar God heeft ze niet geopenbaard. En wanneer Hij zwijgt, doen wij er goed aan niet te proberen Zijn verborgenheden te doorgronden. Er komt niets goeds voort uit het speuren naar niet-geopenbaarde waarheid.

Noach wist dat hij de ark eens zou verlaten, want was hij daarin niet bewaard om een zaad te zijn en het menselijk geslacht in stand te houden? Maar hem werd niet verteld wanneer hij zou worden bevrijd. Zo vertelt de Heere ook u niet wanneer uw beproeving zal eindigen. Zij zal eindigen; wacht daarom geduldig en verlang niet de tijd van uw verlossing te kennen. Wij zouden te veel weten als alles wat de toekomst bevat ons bekend was. Het is meer dan genoeg dat wij vandaag onze plicht doen en de toekomst aan God overlaten.

Toch denk ik dat Noach grote vreugde gevoeld moet hebben toen hij merkte dat de ark eindelijk op de bergen van Ararat tot rust kwam. Hij had zelf geen aanlegplaats voor zijn grote schip kunnen bouwen, maar God had er een voor hem gereedgemaakt op de berghelling. Toen hij naar buiten keek, zag hij hier en daar bergtoppen als eilanden oprijzen uit de uitgestrekte watervlakte.

Genesis 8:6-7. KruisverwijzingenGenesis 6:16Daniël 6:10Job 38:41Leviticus 11:151 Koningen 17:61 Koningen 17:4Psalmen 147:9
— En het geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het venster der ark, die hij gemaakt had, opendeed. En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren.
En het geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het venster der ark, die hij gemaakt had, opendeed. En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren.

Genesis 8:7-10.KruisverwijzingenHooglied 2:14Job 38:41Leviticus 11:151 Koningen 17:61 Koningen 17:4Psalmen 147:9Genesis 8:10Hooglied 1:15
— En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren. Daarna liet hij een duif van zich uit, om te zien, of de wateren gelicht waren van boven den aardbodem. Maar de duif vond geen rust voor het hol van haar voet; zo keerde zij weder tot hem in de ark; want de wateren waren op de ganse aarde; en hij stak zijn hand uit, en nam haar, en bracht haar tot zich in de ark. En hij verbeidde nog zeven andere dagen; toen liet hij de duif wederom uit de ark.
Ik vraag mij af of Noach deze vogels op de morgen van de sabbat uitzond. De vermelding van zeven dagen en de rusttijd daartussen lijkt daarop te wijzen. Ach, geliefde vrienden, sommige mensen zenden op de morgen van de dag des Heeren een raaf uit, en die brengt hun nooit iets terug. Zend liever een duif uit dan een raaf. Kom naar het huis van God met een stille, ootmoedige en heilige verwachting, dan zal uw duif tot u terugkeren. Misschien brengt zij u op een van deze dagen iets mee dat werkelijk kostbaar is, zoals de duif van Noach deed.

Genesis 8:10-11.KruisverwijzingenRomeinen 8:25Psalmen 40:1Jesaja 26:8Jesaja 8:17Genesis 7:4Genesis 8:12Genesis 7:10Romeinen 10:15
— En hij verbeidde nog zeven andere dagen; toen liet hij de duif wederom uit de ark. En de duif kwam tot hem tegen den avondtijd; en ziet, een afgebroken olijfblad was in haar bek; zo merkte Noach, dat de wateren van boven de aarde gelicht waren.
Het water was inmiddels zo ver gezakt dat de vruchtbomen weer zichtbaar waren. Niet alleen de hoogste woudbomen staken boven het water uit, maar ook enkele vruchtbomen. De duif had een olijfblad afgebroken.

Misschien hebt u wel eens een afbeelding gezien van een duif met een olijftak in haar bek. Maar een duif zou zo’n tak niet uit een boom kunnen plukken, en zelfs als zij dat wel kon, zou zij die niet kunnen dragen. De Schrift zegt eenvoudig dat het een olijfblad was, niets meer. Waarom houden mensen zich niet eenvoudig aan de woorden van de Schrift? Als de Bijbel over een blad spreekt, maken zij er een tak van; en wanneer de Bijbel een tak noemt, maken zij er een blad van.

Genesis 8:12.KruisverwijzingenGenesis 2:2Habakuk 2:3Psalmen 27:14Jesaja 8:17Jesaja 30:18Jesaja 26:8Jakobus 5:7Psalmen 130:5
— Toen vertoefde hij nog zeven andere dagen; en hij liet de duif uit; maar zij keerde niet meer weder tot hem.
 Noach kon veel afleiden uit het blad dat de duif had meegebracht, maar hij leerde nog meer toen zij niet meer terugkeerde. Toen wist hij dat zij een geschikte rustplaats had gevonden en dat de aarde bevrijd was van de zondvloed.

Genesis 8:13.KruisverwijzingenGenesis 7:11
— En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand, op den eersten derzelver maand, dat de wateren droogden van boven de aarde; toen deed Noach het deksel der ark af, en zag toe, en ziet, de aardbodem was gedroogd.
 Dat was voor Noach een gezegende nieuwjaarsdag. Hij verheugde zich erover dat de aarde weer droog was, al mocht hij haar nog niet betreden.

Genesis 8:13.KruisverwijzingenGenesis 7:11
— En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand, op den eersten derzelver maand, dat de wateren droogden van boven de aarde; toen deed Noach het deksel der ark af, en zag toe, en ziet, de aardbodem was gedroogd.
Waarom ging Noach niet onmiddellijk naar buiten? Hij was door de deur naar binnen gegaan, en hij wilde ook door diezelfde deur weer naar buiten gaan. Hij Die de deur voor hem had geopend en hem had gesloten, moest haar ook weer openen en hem naar buiten leiden.

Noach wachtte op Gods tijd, en dat is altijd wijs. Door haast te maken verliest men vaak juist tijd. Velen denken veel tot stand te hebben gebracht, terwijl zij in werkelijkheid niets hebben bereikt. Het is beter rustig de tijd te nemen; soms is langzaam sneller dan snel. Daarom verwijderde Noach wel het deksel van de ark om naar buiten te kijken, maar hij ging pas naar buiten toen God hem daartoe opdracht gaf.

Genesis 8:14.KruisverwijzingenGenesis 7:13Genesis 7:11
— En in de tweede maand, op den zeven en twintigsten dag der maand, was de aarde opgedroogd.
 Bijna twee maanden wachtte Noach totdat de aarde volledig was opgedroogd.

Genesis 8:14.KruisverwijzingenGenesis 7:13Genesis 7:11
— En in de tweede maand, op den zeven en twintigsten dag der maand, was de aarde opgedroogd.
In de eerste maand was “het aardoppervlak droog”; in de tweede maand was “de aarde opgedroogd”. Noach had misschien gedacht dat de aarde al voldoende droog was, maar God wist beter. Er was nog genoeg modder om gevaar te veroorzaken. Daarom moest Noach wachten totdat God de aarde werkelijk voor hem had gereedgemaakt.

Genesis 8:15-16.KruisverwijzingenGenesis 7:13Genesis 7:7Handelingen 16:37Daniël 9:25Jozua 4:10Jozua 4:16Jozua 3:17Psalmen 121:8
— Toen sprak God tot Noach, zeggende: Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u.
Noach moest wachten totdat God tot hem sprak. Och, hadden mensen maar vaker de genade om op Gods bevel te wachten. Hij zal uw uitgaan en uw ingaan zegenen, wanneer u uitgaat en ingaat op Zijn bevel. “Ga uit,” zegt de Heere, “ga uit de ark.”

Genesis 8:16-19.KruisverwijzingenGenesis 1:22Genesis 7:13Genesis 9:1Genesis 7:7Handelingen 16:37Daniël 9:25Jozua 4:10Jozua 4:16
— Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u. Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde. Toen ging Noach uit, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem. Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hun geslachten, gingen uit de ark.
 Dat was een indrukwekkende optocht. Het was het nieuwe begin van alles wat op de aarde leefde. Wat de evolutietheorie of welke andere dwaling van de mens ook moge beweren, alles begon opnieuw. Allen waren omgekomen in de zondvloed, behalve deze stamvaders van een nieuw tijdperk. Vanuit hen moest de aarde opnieuw bevolkt worden.

Genesis 8:20.KruisverwijzingenGenesis 22:9Genesis 12:7Leviticus 11:1Genesis 7:2Genesis 13:4Genesis 35:7Hebreeën 13:15Genesis 33:20
— En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar.
Het gezonde verstand zou hebben gezegd: “Spaar ze, want u zult ze allemaal nog nodig hebben.” Maar de genade zei: “Offer ze, want zij behoren God toe. Geef de HEERE wat Hem toekomt.” Ik heb vaak bewondering gehad voor de weduwe van Sarfath. Toen zij slechts een handvol meel bezat, maakte zij eerst een kleine koek voor Gods profeet. Daarna vermeerderde God haar meel en haar olie.

Och, mochten wij toch eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid zoeken, dan zouden al deze dingen ons erbij gegeven worden. Uit zijn kleine voorraad nam Noach van de reine dieren en de reine vogels en bracht hij brandoffers op het altaar.

Genesis 8:21.KruisverwijzingenJeremia 17:9Genesis 3:17Genesis 6:5Genesis 6:17Leviticus 1:13Leviticus 1:9Psalmen 51:5Romeinen 1:21
— En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.
Noachs geloof was de HEERE welgevallig. Het was Noachs vertrouwen op het bloedoffer dat hem aannemelijk maakte voor God. God zag vooruit op Zijn Zoon en op dat grote Offer dat vele eeuwen later aan het kruis gebracht zou worden, en Hij rook een “liefelijken reuk.”

Genesis 8:21.KruisverwijzingenJeremia 17:9Genesis 3:17Genesis 6:5Genesis 6:17Leviticus 1:13Leviticus 1:9Psalmen 51:5Romeinen 1:21
— En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.
 God spreekt altijd woorden van vertroosting tot hen die Hem een welgevallig offer brengen. Wilt u de stem van de goddelijke belofte horen, ga dan naar het verzoenende bloed van Jezus. Wilt u verstaan wat volkomen verzoening betekent, ga dan naar het altaar waarop het grote Offer is gebracht.

Genesis 8:22.KruisverwijzingenJeremia 5:24Jeremia 33:20Hooglied 2:11Jeremia 31:35Psalmen 74:16Jakobus 5:7Jesaja 54:8Exodus 34:21
— Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.
  Zij zijn nooit opgehouden. Wij hebben dit jaar een lange en sombere winter gehad. Het leek alsof de lente nooit zou komen. Nog maar enkele dagen geleden begonnen de kastanjebomen groen uit te lopen, daarna verschenen de kleine bloesemknoppen, en nu ziet u ze in volle bloei staan. Hoe trouw houdt God Zijn verbond met de aarde! En hoe trouw zal Hij Zijn verbond met iedere gelovige zondaar vervullen! O, vertrouw op Hem, want Zijn belofte zal tot in eeuwigheid standhouden!

Verzen 15–22

Genesis 8:15-21.KruisverwijzingenJeremia 17:9Genesis 1:22Genesis 3:17Genesis 6:5Genesis 7:13Genesis 22:9Genesis 12:7Leviticus 11:1
— Toen sprak God tot Noach, zeggende: Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u. Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde. Toen ging Noach uit, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem. Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hun geslachten, gingen uit de ark. En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar. En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.
  Tot dat moment was de aarde voor de HEERE een gruwel geweest. Hij had haar verworpen als iets verfoeilijks en onder de wateren van de zondvloed begraven. Maar nadat Noach zijn offer had gebracht, rook de HEERE “een liefelijken reuk.”

Genesis 8:21-22.KruisverwijzingenJeremia 17:9Genesis 3:17Genesis 6:5Jeremia 5:24Jeremia 33:20Genesis 6:17Leviticus 1:13Leviticus 1:9
— En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb. Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.
  Zo zien wij wat wij mogen verwachten zolang de aarde bestaat, want de mond van de Heere heeft het gesproken.

Verzen 20–22

Genesis 8:20-21.KruisverwijzingenJeremia 17:9Genesis 3:17Genesis 6:5Genesis 22:9Genesis 12:7Leviticus 11:1Genesis 6:17Leviticus 1:13
— En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar. En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.
Een sfeer van rust.

Genesis 8:21-22. KruisverwijzingenJeremia 17:9Genesis 3:17Genesis 6:5Jeremia 5:24Jeremia 33:20Genesis 6:17Leviticus 1:13Leviticus 1:9
— En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb. Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.
Zo leeft u allen onder een verbond, een genadig verbond. Krachtens dat verbond volgt de dag op de nacht, de zomer op de winter en brengt de oogst te zijner tijd vrucht voort op de arbeid van het zaaien. Dit alles behoort in ons een verlangen te wekken naar het nog rijkere en heerlijkere genadeverbond, waardoor ons geestelijke zegeningen worden geschonken: een eeuwige dag die volgt op deze aardse nacht, en een heerlijke oogst die volgt op de tijd van het zaaien.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content