Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En het geschiedde, als de mensen op den aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, en hun dochters geboren werden,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En het geschiedde, alsH3588 de mensenH120opH5921 den aardbodemH127begonnenH2490 te vermenigvuldigenH7231, en hun dochtersH1323geborenH3205 werden,En het geschiedde, als de mensen op den aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, en hun dochters geboren werden,
KJVAnd it came to pass, when men4began3to multiply5on6the face7of the earth,8and daughters9were born
1וַֽיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3הֵחֵ֣לH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound4הָֽאָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person5לָרֹ֖בH7231vermenigvuldigd, vermenigvuldigen, veleincrease, be many(-ifold), be more, multiply, ten thousands6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8הָֽאֲדָמָ֑הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land9וּבָנ֖וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village10יֻלְּד֥וּH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)11לָהֶֽם
2Dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Dat GodsH430zonenH1121 de dochterenH1323 der mensenH120aanzagenH7200, dat zij schoonH2896 waren, en zij namenH3947 zich vrouwenH802 uit allenH3605, dieH834 zij verkozenH977 hadden.Dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden.
KJVThat the sons2of God3saw1the daughters5of men6that they9were fair;8and they took10them wives12of all which they chose.
1וַיִּרְא֤וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3הָֽאֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בְּנ֣וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village6הָֽאָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person7כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8טֹבֹ֖תH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)9הֵ֑נָּהH2007zij, deze (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein10וַיִּקְח֤וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11לָהֶם֙12נָשִׁ֔יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English13מִכֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15בָּחָֽרוּH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require
3Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Toen zeideH559 de HEEREH3068: Mijn GeestH7307 zal nietH3808 in eeuwigheidH5769twistenH1777 met den mensH120, dewijl hijH1931ookH1571vleesH1320 is; doch zijn dagenH3117 zullen zijn honderdH3967 en twintigH6242jarenH8141.Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.
KJVAnd the LORD2said,1My spirit5shall not always7strive4with man,6for that he also8is flesh:10yet his days12shall be an hundred13and twenty14years.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4יָד֨וֹןH1777richten, recht, gericht(come) with a straight course5רוּחִ֤יH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)6בָֽאָדָם֙H120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person7לְעֹלָ֔םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)8בְּשַׁגַּ֖םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea9ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10בָשָׂ֑רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin11וְהָי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12יָמָ֔יוH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13מֵאָ֥הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore14וְעֶשְׂרִ֖יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)15שָׁנָֽהH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
4In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4In die dagenH3117warenH1961 er reuzenH5303 op de aardeH776, en ookH1571daarnaH310, als GodsH430zonenH1121totH413 de dochterenH1323 der mensenH120ingegaanH935 waren, en zich kinderen gewonnenH3205 hadden; deze zijn de geweldigenH1368, die van oudsH5769 geweest zijn, mannenH582 van nameH8034.In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name.
KJVThere were giants1in the earth3in those days;4and also after7that,8when9the sons11of God12came in10unto the daughters14of men,15and they bare16children to them, the same5became mighty men19which were of old,21menof renown.
1הַנְּפִלִ֞יםH5303reuzengiant2הָי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3בָאָרֶץ֮H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4בַּיָּמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5הָהֵם֒H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye6וְגַ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea7אַֽחֲרֵיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with8כֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you9אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יָבֹ֜אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11בְּנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12הָֽאֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14בְּנ֣וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village15הָֽאָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person16וְיָלְד֖וּH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)17לָהֶ֑ם18הֵ֧מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye19הַגִּבֹּרִ֛יםH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man20אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21מֵעוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)22אַנְשֵׁ֥יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)23הַשֵּֽׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
5En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En de HEEREH3068zagH7200, datH3588 de boosheidH7451 des mensenH120menigvuldigH7227 was op de aardeH776, en alH3605 het gedichtselH3336 der gedachtenH4284 zijns hartenH3820 te allenH3605dageH3117 alleenlijk boosH7451 was.En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was.
KJVAnd GOD2saw1that the wickedness5of man6was great4in the earth,7and that every imagination9of the thoughts10of his heart11was only12evil13continually.
1וַיַּ֣רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4רַבָּ֛הH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)5רָעַ֥תH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)6הָאָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person7בָּאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9יֵ֨צֶר֙H3336gedichtsel, formeersel, maakselframe, thing framed, imagination, mind, work10מַחְשְׁבֹ֣תH4284gedachten, gedachte, vernuftigen arbeidcunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought11לִבּ֔וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom12רַ֥קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise13רַ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הַיּֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
6Toen berouwde het de HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen berouwdeH5162 het de HEEREH3068, datH3588 Hij den mensH120 op de aardeH776gemaaktH6213 had, en het smartteH6087 Hem aanH413 Zijn hartH3820.Toen berouwde het de HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart.
KJVAnd it repented1the LORD2that he had made4man6on the earth,7and it grieved8him at9his heart.
1וַיִּנָּ֣חֶםH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)2יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4עָשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הָֽאָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person7בָּאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8וַיִּתְעַצֵּ֖בH6087smart, bedroeft, bekommerddisplease, grieve, hurt, make, be sorry, vex, worship, wrest9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10לִבּֽוֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
7En de HEERE zeide: Ik zal den mens, die Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem, van den mens tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels toe; want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En de HEEREH3068zeideH559: Ik zal den mensH120, dieH834 Ik geschapenH1254 heb, verdelgenH4229 van den aardbodemH127, van den mensH120totH5704 het veeH929, totH5704 het kruipend gedierteH7431, en totH5704 het gevogelteH5775 des hemelsH8064 toe; wantH3588 het berouwtH5162 Mij, dat Ik hen gemaaktH6213 heb.En de HEERE zeide: Ik zal den mens, die Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem, van den mens tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels toe; want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.
KJVAnd the LORD2said,1I will destroy3man5whom I have created7from the face9of the earth;10both man,11and12beast,13and the creeping thing,15and the fowls17of the air;18for it repenteth20me that I have made
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶמְחֶ֨הH4229uitgedelgd, delg, verdelgenabolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָאָדָ֤םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7בָּרָ֨אתִי֙H1254geschapen, schiep, schepchoose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat)8מֵעַל֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10הָֽאֲדָמָ֔הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land11מֵֽאָדָם֙H120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person12עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13בְּהֵמָ֔הH929beesten, vee, beestbeast, cattle14עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet15רֶ֖מֶשׂH7431kruipend gedierte, kruipende, kruipendthat creepeth, creeping (moving) thing16וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet17ע֣וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl18הַשָּׁמָ֑יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)19כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet20נִחַ֖מְתִּיH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)21כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22עֲשִׂיתִֽםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Maar NoachH5146vondH4672genadeH2580 in de ogenH5869 des HEERENH3068.Maar Noach vond genade in de ogen des HEEREN.
KJVBut Noah1found2grace3in the eyes4of the LORD.
1וְנֹ֕חַH5146Noach, NoachsNoah2מָ֥צָאH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on3חֵ֖ןH2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured4בְּעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)5יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
9Dit zijn de geboorten van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten. Noach wandelde met God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9DitH428 zijn de geboortenH8435 van NoachH5146. NoachH5146 was een rechtvaardigH6662, oprechtH8549manH376 in zijnH1961geslachtenH1755. NoachH5146wandeldeH1980metH854GodH430.Dit zijn de geboorten van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten. Noach wandelde met God.
KJVThese are the generations2of Noah:3Noah4was a just6man5and perfect7in his generations,9and Noah13walked12with God.
1אֵ֚לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2תּוֹלְדֹ֣תH8435geboorten, geslachten, geschiedenissenbirth, generations3נֹ֔חַH5146Noach, NoachsNoah4נֹ֗חַH5146Noach, NoachsNoah5אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6צַדִּ֛יקH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)7תָּמִ֥יםH8549volkomen, oprechten, oprechtwithout blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole8הָיָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9בְּדֹֽרֹתָ֑יוH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity10אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix11הָֽאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12הִֽתְהַלֶּךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl13נֹֽחַH5146Noach, NoachsNoah
10En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En NoachH5146gewonH3205drieH7969zonenH1121: SemH8035, ChamH2526 en JafethH3315.En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.
1וַיּ֥וֹלֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)2נֹ֖חַH5146Noach, NoachsNoah3שְׁלֹשָׁ֣הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)4בָנִ֑יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6שֵׁ֖םH8035Sem, SemsSem, Shem7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8חָ֥םH2526ChamHam9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10יָֽפֶתH3315JafethJapheth
11Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht; en de aarde was vervuld met wrevel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Maar de aardeH776 was verdorvenH7843 voor GodsH430aangezichtH6440; en de aardeH776 was vervuldH4390 met wrevelH2555.Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht; en de aarde was vervuld met wrevel.
KJVThe earth2also was corrupt1before3God,4and the earth6was filled5with violence.
1וַתִּשָּׁחֵ֥תH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)2הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4הָֽאֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5וַתִּמָּלֵ֥אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly6הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7חָמָֽסH2555geweld, gewelds, wrevelcruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong
12Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen zagH7200GodH430 de aardeH776, en zietH2009, zij was verdorvenH7843; wantH3588alH3605 het vleesH1320 had zijn wegH1870verdorvenH7843opH5921 de aardeH776.Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.
KJVAnd God2looked1upon the earth,4and, behold, it was corrupt;6for all flesh10had corrupted8his way12upon the earth.
1וַיַּ֧רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֱלֹהִ֛יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5וְהִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see6נִשְׁחָ֑תָהH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8הִשְׁחִ֧יתH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10בָּשָׂ֛רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12דַּרְכּ֖וֹH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
13Daarom zeide God tot Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen; want de aarde is door hen vervuld met wrevel; en zie, Ik zal hen met de aarde verderven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Daarom zeideH559GodH430 tot NoachH5146: Het eindeH7093 van alleH3605vleesH1320 is voor Mijn aangezichtH6440gekomenH935; wantH3588 de aardeH776 is door hen vervuldH4390 met wrevelH2555; en zieH2009, Ik zal hen metH854 de aardeH776verdervenH7843.Daarom zeide God tot Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen; want de aarde is door hen vervuld met wrevel; en zie, Ik zal hen met de aarde verderven.
KJVAnd God2said1unto Noah,3The end4of all flesh6is come7before me;8for the earth11is filled with10violence12through them;13and, behold, I will destroy15them with16the earth.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֱלֹהִ֜יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3לְנֹ֗חַH5146Noach, NoachsNoah4קֵ֤ץH7093einde, uiterste[phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6בָּשָׂר֙H1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin7בָּ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8לְפָנַ֔יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10מָלְאָ֥הH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly11הָאָ֛רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12חָמָ֖סH2555geweld, gewelds, wrevelcruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong13מִפְּנֵיהֶ֑םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14וְהִנְנִ֥יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though15מַשְׁחִיתָ֖םH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)16אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix17הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
14Maak u een ark van goferhout; met kameren zult gij deze ark maken; en gij zult die bepekken van binnen en van buiten met pek.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14MaakH6213 u een arkH8392 van goferhoutH1613; met kamerenH7064 zult gij deze arkH8392 maken; en gij zult die bepekkenH3722 van binnen en van buitenH2351 met pekH3724.Maak u een ark van goferhout; met kameren zult gij deze ark maken; en gij zult die bepekken van binnen en van buiten met pek.
15En aldus is het, dat gij haar maken zult: driehonderd ellen zij de lengte der ark, vijftig ellen haar breedte, en dertig ellen haar hoogte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En aldusH2088 is het, datH834 gij haar makenH6213 zult: driehonderdH7969ellenH520 zij de lengteH753 der arkH8392, vijftigH2572ellenH520 haar breedteH7341, en dertigH7970ellenH520 haar hoogteH6967.En aldus is het, dat gij haar maken zult: driehonderd ellen zij de lengte der ark, vijftig ellen haar breedte, en dertig ellen haar hoogte.
KJVAnd this is the fashion which thou shalt make3it of: The length8of the ark9shall be three5hundred6cubits,7the breadth12of it fifty10cubits,11and the height15of it thirty13cubits.
1וְזֶ֕הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)2אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3תַּֽעֲשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4אֹתָ֑הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שְׁלֹ֧שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)6מֵא֣וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore7אַמָּ֗הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post8אֹ֚רֶךְH753lengte, langheid, Langheid[phrase] forever, length, long9הַתֵּבָ֔הH8392ark, kistjeark10חֲמִשִּׁ֤יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty11אַמָּה֙H520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post12רָחְבָּ֔הּH7341breedte, brede, el breedtebreadth, broad, largeness, thickness, wideness13וּשְׁלֹשִׁ֥יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)14אַמָּ֖הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post15קוֹמָתָֽהּH6967hoogte, stam, el hoogte[idiom] along, height, high, stature, tall
16Gij zult een venster aan de ark maken, en zult haar volmaken tot een elle van boven; en de deur der ark zult gij in haar zijde zetten; gij zult ze met onderste, tweede en derde verdiepingen maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Gij zult een vensterH6672 aan de arkH8392makenH6213, en zult haar volmakenH3615 tot een elleH520 van boven; en de deurH6607 der arkH8392 zult gij in haar zijde zettenH7760; gij zult ze met ondersteH8482, tweedeH8145 en derdeH7992 verdiepingen makenH6213.Gij zult een venster aan de ark maken, en zult haar volmaken tot een elle van boven; en de deur der ark zult gij in haar zijde zetten; gij zult ze met onderste, tweede en derde verdiepingen maken.
KJVA window1shalt thou make2to the ark,3and in a cubit5shalt thou finish6it above;7and the door8of the ark9shalt thou set11in the side thereof;10with lower,12second,13and third14stories shalt thou make
1צֹ֣הַרH6672middag, middags, venstermidday, noon(-day, -tide), window2תַּֽעֲשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3לַתֵּבָ֗הH8392ark, kistjeark4וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אַמָּה֙H520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post6תְּכַלֶ֣נָּהH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste7מִלְמַ֔עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very8וּפֶ֥תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place9הַתֵּבָ֖הH8392ark, kistjeark10בְּצִדָּ֣הּH6654zijden(be-) side11תָּשִׂ֑יםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work12תַּחְתִּיִּ֛םH8482onderste, onderste plaatsen, onderstenlow (parts, -er, -er parts, -est), nether (part)13שְׁנִיִּ֥םH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)14וּשְׁלִשִׁ֖יםH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)15תַּֽעֲשֶֽׂהָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
17Want Ik, zie, Ik breng een watervloed over de aarde, om alle vlees, waarin een geest des levens is, van onder den hemel te verderven; al wat op de aarde is, zal den geest geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Want Ik, zieH2009, Ik brengH935 een watervloedH3999overH5921 de aardeH776, om alle vleesH1320, waarin een geest des levensH2416 is, van onderH8478 den hemelH8064 te verdervenH7843; alH3605watH834 op de aardeH776 is, zal den geest geven.Want Ik, zie, Ik breng een watervloed over de aarde, om alle vlees, waarin een geest des levens is, van onder den hemel te verderven; al wat op de aarde is, zal den geest geven.
Ook in dit vers
geestH1478
geestH7307
KJVAnd, behold,2I,1even I, do bring3a flood5of waters6upon the earth,8to destroy9all flesh,11wherein is the breath14of life,15from under16heaven;17and every thing10that is in the earth20shall die.
1וַאֲנִ֗יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2הִנְנִי֩H2009ziet, ziebehold, lo, see3מֵבִ֨יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַמַּבּ֥וּלH3999vloed, vloeds, watervloedflood6מַ֨יִם֙H4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9לְשַׁחֵ֣תH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11בָּשָׂ֗רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13בּוֹ֙14ר֣וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)15חַיִּ֔יםH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop16מִתַּ֖חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with17הַשָּׁמָ֑יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)18כֹּ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20בָּאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world21יִגְוָֽעH1478geest, doodbrakende, eestdie, be dead, give up the ghost, perish
18Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten; en gij zult in de ark gaan, gij, en uw zonen, en uw huisvrouw, en de vrouwen uwer zonen met u.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Maar met u zal Ik Mijn verbondH1285oprichtenH6965; en gij zult in de arkH8392gaanH935, gijH859, en uw zonenH1121, en uw huisvrouwH802, en de vrouwenH802 uwer zonenH1121metH854 u.Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten; en gij zult in de ark gaan, gij, en uw zonen, en uw huisvrouw, en de vrouwen uwer zonen met u.
KJVBut with thee will I establish1my covenant;3and thou shalt come5into6the ark,7thou,8and thy sons,9and thy wife,10and thy sons'12wives
1וַהֲקִמֹתִ֥יH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּרִיתִ֖יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league4אִתָּ֑ךְH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5וּבָאתָ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הַתֵּבָ֔הH8392ark, kistjeark8אַתָּ֕הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you9וּבָנֶ֛יךָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10וְאִשְׁתְּךָ֥H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English11וּנְשֵֽׁיH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English12בָנֶ֖יךָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13אִתָּֽךְH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
19En gij zult van al wat leeft, van alle vlees, twee van elk, doen in de ark komen, om met u in het leven te behouden: mannetje en wijfje zullen zij zijn;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En gij zult van al wat leeftH2416, van alleH3605vleesH1320, tweeH8147 van elkH3605, doen in de arkH8392komenH935, om met u in het leven te behouden: mannetjeH2145 en wijfjeH5347 zullen zij zijn;En gij zult van al wat leeft, van alle vlees, twee van elk, doen in de ark komen, om met u in het leven te behouden: mannetje en wijfje zullen zij zijn;
Ook in dit vers
leven behoudenH2421
KJVAnd of every living thing2of all flesh,4two5of every sort shalt thou bring7into the ark,9to keep them alive10with thee; they shall be male12and female.
1וּמִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הָ֠חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop3מִֽכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4בָּשָׂ֞רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin5שְׁנַ֧יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two6מִכֹּ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7תָּבִ֥יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הַתֵּבָ֖הH8392ark, kistjeark10לְהַחֲיֹ֣תH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole11אִתָּ֑ךְH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix12זָכָ֥רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)13וּנְקֵבָ֖הH5347vrouw, wijfje, meisjefemale14יִֽהְיֽוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
20Van het gevogelte naar zijn aard, en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard, twee van elk zullen tot u komen, om die in het leven te behouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Van het gevogelteH5775 naar zijn aardH4327, en vanH4480 het veeH929 naar zijn aardH4327, van alH3605 het kruipend gedierteH7431 des aardbodemsH127 naar zijn aardH4327, tweeH8147 van elkH3605 zullen totH413 u komenH935, om die in het leven te behouden.Van het gevogelte naar zijn aard, en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard, twee van elk zullen tot u komen, om die in het leven te behouden.
Ook in dit vers
leven behoudenH2421
KJVOf fowls1after their kind,2and of cattle4after their kind,5of every creeping thing7of the earth8after his kind,9two10of every sort shall come12unto thee, to keep them alive.
1מֵהָע֣וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl2לְמִינֵ֗הוּH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)3וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הַבְּהֵמָה֙H929beesten, vee, beestbeast, cattle5לְמִינָ֔הּH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)6מִכֹּ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7רֶ֥מֶשׂH7431kruipend gedierte, kruipende, kruipendthat creepeth, creeping (moving) thing8הָֽאֲדָמָ֖הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land9לְמִינֵ֑הוּH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)10שְׁנַ֧יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two11מִכֹּ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12יָבֹ֥אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13אֵלֶ֖יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14לְהַֽחֲיֽוֹתH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
21En gij, neem voor u van alle spijze, die gegeten wordt, en verzamel ze tot u, opdat zij u en hun tot spijze zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En gij, neemH3947 voor u van alleH3605 spijze, dieH834gegetenH398 wordt, en verzamelH622 ze totH413 u, opdat zij u en hun tot spijze zij.En gij, neem voor u van alle spijze, die gegeten wordt, en verzamel ze tot u, opdat zij u en hun tot spijze zij.
Ook in dit vers
spijzeH402
spijzeH3978
KJVAnd take2thou unto thee of all food5that is eaten,7and thou shalt gather8it to thee; and it shall be for food
1וְאַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2קַחH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3לְךָ֗4מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5מַֽאֲכָל֙H3978spijze, spijs, Spijzefood, fruit, (bake-)meat(-s), victual6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יֵֽאָכֵ֔לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite8וְאָסַפְתָּ֖H622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw9אֵלֶ֑יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10וְהָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11לְךָ֛12וְלָהֶ֖ם13לְאָכְלָֽהH402spijze, eten, verteerdconsume, devour, eat, food, meat
22En Noach deed het; naar al wat God hem geboden had, zo deed hij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En NoachH5146deedH6213 het; naar alH3605watH834GodH430 hem gebodenH6680 had, zoH3651deedH6213 hij.En Noach deed het; naar al wat God hem geboden had, zo deed hij.
KJVThus did1Noah;2according to all that God7commanded5him, so did
1וַיַּ֖עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2נֹ֑חַH5146Noach, NoachsNoah3כְּ֠כֹלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order6אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you9עָשָֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
De berg AraratDe berg Ararat in het oosten van Turkije, van oudsher vereenzelvigd met de "bergen van Ararat" waarop de ark tot rust kwam (Gen. 8:4).
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 6:2— Dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden.Deuteronomium 7:3→Maleachi 2:11→Ezra 9:12→Romeinen 9:7→Jozua 23:12→Exodus 34:16→Ezra 9:1→Nehemia 13:24→
Genesis 6:3— Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.Nehemia 9:30→1 Petrus 3:18→Psalmen 78:39→Jesaja 63:10→Judas 1:14→1 Thessalonicenzen 5:19→Galaten 5:16→Numeri 11:17→
Genesis 6:4— In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name.Numeri 13:33→Deuteronomium 3:11→Deuteronomium 2:20→2 Samuël 21:15→1 Samuël 17:4→
Genesis 6:5— En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was.Mattheüs 15:19→Genesis 8:21→Jeremia 17:9→Romeinen 1:28→Markus 7:21→Genesis 18:20→Ezechiël 8:12→Genesis 13:13→
Genesis 6:6— Toen berouwde het de HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart.1 Samuël 15:11→Jesaja 63:10→Efeze 4:30→2 Samuël 24:16→1 Samuël 15:29→Numeri 23:19→Jakobus 1:17→Jeremia 18:8→
Genesis 6:7— En de HEERE zeide: Ik zal den mens, die Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem, van den mens tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels toe; want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.Spreuken 16:4→Psalmen 37:20→Spreuken 10:27→Jeremia 12:3→Jeremia 4:22→Hosea 4:3→Sefanja 1:3→Psalmen 24:1→
Genesis 6:8— Maar Noach vond genade in de ogen des HEEREN.Lukas 1:30→Genesis 19:19→Spreuken 3:4→Exodus 33:12→Hebreeën 4:16→Psalmen 84:11→2 Timotheüs 1:18→Handelingen 7:46→
Genesis 6:9— Dit zijn de geboorten van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten. Noach wandelde met God.Lukas 1:6→2 Petrus 2:5→Genesis 5:24→Ezechiël 14:20→Genesis 7:1→Hebreeën 11:7→Job 1:1→Ezechiël 14:14→
Genesis 6:10— En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.Genesis 5:32→
Genesis 6:11— Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht; en de aarde was vervuld met wrevel.Ezechiël 8:17→Genesis 13:13→Romeinen 3:19→Jesaja 60:18→Habakuk 2:8→Genesis 7:1→Psalmen 11:5→Psalmen 55:9→
Genesis 6:12— Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.Job 33:27→Psalmen 53:2→Job 22:15→Genesis 7:21→Genesis 6:8→Lukas 3:6→Spreuken 15:3→Psalmen 33:13→
Genesis 6:13— Daarom zeide God tot Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen; want de aarde is door hen vervuld met wrevel; en zie, Ik zal hen met de aarde verderven.1 Petrus 4:7→Genesis 49:5→Amos 8:2→Genesis 6:11→Hosea 4:1→Genesis 6:4→2 Petrus 3:6→Ezechiël 7:2→
Genesis 6:14— Maak u een ark van goferhout; met kameren zult gij deze ark maken; en gij zult die bepekken van binnen en van buiten met pek.Lukas 17:27→1 Petrus 3:20→Exodus 2:3→Mattheüs 24:38→
Genesis 6:15— En aldus is het, dat gij haar maken zult: driehonderd ellen zij de lengte der ark, vijftig ellen haar breedte, en dertig ellen haar hoogte.Genesis 7:20→Deuteronomium 3:11→
Genesis 6:16— Gij zult een venster aan de ark maken, en zult haar volmaken tot een elle van boven; en de deur der ark zult gij in haar zijde zetten; gij zult ze met onderste, tweede en derde verdiepingen maken.Genesis 7:16→2 Koningen 9:30→2 Samuël 6:16→Ezechiël 42:3→Ezechiël 41:16→Genesis 8:6→Lukas 13:25→
Genesis 6:17— Want Ik, zie, Ik breng een watervloed over de aarde, om alle vlees, waarin een geest des levens is, van onder den hemel te verderven; al wat op de aarde is, zal den geest geven.2 Petrus 2:5→Genesis 7:4→Genesis 7:21→1 Petrus 3:20→Psalmen 107:34→Psalmen 29:10→Hebreeën 11:7→Romeinen 5:21→
Genesis 6:18— Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten; en gij zult in de ark gaan, gij, en uw zonen, en uw huisvrouw, en de vrouwen uwer zonen met u.Genesis 7:7→Genesis 7:1→Genesis 17:7→Genesis 7:13→Jesaja 26:20→Genesis 9:9→Hebreeën 11:7→2 Petrus 2:5→
Genesis 6:19— En gij zult van al wat leeft, van alle vlees, twee van elk, doen in de ark komen, om met u in het leven te behouden: mannetje en wijfje zullen zij zijn;Genesis 7:15→Genesis 8:17→Psalmen 36:6→Genesis 7:2→Genesis 7:8→
Genesis 6:20— Van het gevogelte naar zijn aard, en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard, twee van elk zullen tot u komen, om die in het leven te behouden.Genesis 1:20→Handelingen 10:11→Genesis 1:28→Genesis 2:19→Genesis 7:8→Johannes 5:40→
Genesis 6:21— En gij, neem voor u van alle spijze, die gegeten wordt, en verzamel ze tot u, opdat zij u en hun tot spijze zij.Genesis 1:29→Psalmen 35:6→Psalmen 136:25→Mattheüs 6:26→Job 40:20→Psalmen 145:16→Job 38:41→Psalmen 104:27→
Genesis 6:22— En Noach deed het; naar al wat God hem geboden had, zo deed hij.Genesis 7:5→Genesis 7:9→Exodus 40:23→Mattheüs 7:24→Hebreeën 11:7→Genesis 7:16→Exodus 40:16→Exodus 40:21→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 6 vers 1— En het geschiedde, als de mensen op den aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, en hun dochters geboren werden,
op den aardbodem
Hebr. op het aangezicht des aardbodems, dat is op de vlakte des aardbodems.
Hertaald:op den aardbodem
Hebreeuws: op het aangezicht van de aardbodem, dat is: over het oppervlak van de aardbodem.
Genesis 6 vers 2— Dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden.
Gods zonen
Dat is, de nakomelingen der gelovige voorvaders, die de ware religie beleden, en met hunne huisgezinnen [als zijnde Gods Kerk] van het ongelovig en vleselijk geslacht der Kaïnieten waren afgescheiden. Gelijk daarentegen door de dochters der mensen meest verstaan worden de nakomelingen van Kaïn, plegende afgoderij, en levende naar het vlees. Zie Deut. 14:1; Joh. 1:12; Luc. 17:27; Jud. 1:19.
Hertaald:Gods zonen
Dat is: de nakomelingen van de gelovige voorvaders, die de ware religie beleden en zich met hun huisgezinnen [als Gods Kerk] hadden afgescheiden van het ongelovige, vleselijke geslacht van de Kaïnieten. Onder de dochters der mensen worden daarentegen meestal de nakomelingen van Kaïn verstaan, die afgoderij bedreven en naar het vlees leefden. Zie Deut. 14:1; Joh. 1:12; Luk. 17:27; Jud. 1:19.
schoon waren,
Hebr. goed, dat is schoon, alzo onder Gen. 24:16, Gen. 41:22; Ex. 2:2.
Hertaald:schoon waren,
Hebreeuws: goed, dat is: schoon, zo ook in Gen. 24:16, Gen. 41:22; Ex. 2:2.
uit allen,
Alleenlijk ziende op de uiterlijke schoonheid en wereldse bevalligheid, niet op de ware religie en de vreze des HEEREN, of den wil van hun vrome ouders. Zie onder Gen. 26:34-35; Gen. 28:8.
Hertaald:uit allen,
Alleen lettend op de uiterlijke schoonheid en wereldse aantrekkelijkheid, niet op de ware religie, de vreze des HEEREN, of de wil van hun vrome ouders. Zie Gen. 26:34-35; Gen. 28:8.
Genesis 6 vers 3— Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.
Mijn Geest zal niet
Dat is, mijn Heilige Geest zal niet langer met deze hardnekkige mensen strijden; te weten, door den mond der overige vromen en bijzonder door Noach. Anders, mijn gemoed [dat is, Ik] zal niet langer beraadslagen [menselijker wijze gezegd] wat Ik met dit boze geslacht zal doen, daar zij zich door geen vermaning noch bestraffing willen verbeteren. Zie 2 Petr. 2:5.
Hertaald:Mijn Geest zal niet
Dat is: mijn Heilige Geest zal niet langer met deze hardnekkige mensen strijden, namelijk door de mond van de overige vromen, en in het bijzonder door Noach. Anders: mijn gemoed [dat is: Ik] zal niet langer overwegen [op menselijke wijze gezegd] wat Ik met dit boze geslacht zal doen, omdat zij zich door geen vermaning of bestraffing willen laten verbeteren. Zie 2 Petr. 2:5.
in eeuwigheid
Dat is, altoos.
Hertaald:in eeuwigheid
Dat is: altijd.
vlees is;
Dat is, bedorven; versta niet alleen de kinderen der mensen, maar ook de kinderen Gods. Alzo wordt het woord vlees voor de bedorven natuur des mensen genomen, Joh. 3:6; Rom. 7:18, Rom. 8:7.
Hertaald:vlees is;
Dat is: bedorven. Bedoeld worden niet alleen de kinderen der mensen, maar ook de kinderen Gods. Zo wordt het woord vlees ook gebruikt voor de bedorven natuur van de mens, Joh. 3:6; Rom. 7:18, Rom. 8:7.
doch zijn dagen
Dat is, dezen tijd zal Ik hun nog toestaan tot verbetering, maar daarna mijne straf niet langer uitstellen. Zie 1 Petr. 3:20.
Hertaald:doch zijn dagen
Dat is: deze tijd zal Ik hun nog gunnen om zich te verbeteren, maar daarna zal Ik mijn straf niet langer uitstellen. Zie 1 Petr. 3:20.
Genesis 6 vers 4— In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name.
reuzen
Dat is, mensen van langere statuur en meerdere sterkte dan anderen. Zie Num. 13:33. Het Hebr. woord komt van vallen, omdat zij, van God afvallig zijnde, de mensen met allerlei wrevel en tirannie overvielen, God noch mensen vrezende; waardoor een ieder, die hen zag, het hart als ontviel. Dit wordt hier ook verhaald als een bijzondere oorzaak van Gods toorn.
Hertaald:reuzen
Dat is: mensen van grotere lichaamslengte en meer kracht dan anderen. Zie Num. 13:33. Het Hebreeuwse woord komt van 'vallen', omdat zij, van God afvallig geworden, de mensen met allerlei geweld en tirannie overvielen, zonder God of mensen te vrezen; waardoor ieder die hen zag, de moed in de schoenen zonk. Dit wordt hier ook genoemd als een bijzondere oorzaak van Gods toorn.
ingegaan
Of, gekomen. Hiermede wordt heuselijk en eerbaarlijk bedoeld de bijslaap van man en vrouw. Alzo onder Gen. 16:2, Gen. 30:3, enz.
Hertaald:ingegaan
Of: gekomen. Hiermee wordt op een kuise, eerbare manier de gemeenschap tussen man en vrouw bedoeld. Zo ook in Gen. 16:2, Gen. 30:3, enz.
en zich kinderen
Of, zo hebben zij hun [te weten haren mannen] kinderen gebaard.
Hertaald:en zich kinderen
Of: zo hebben zij hun [namelijk hun mannen] kinderen gebaard.
de geweldigen,
Of, machtigen.
Hertaald:de geweldigen,
Of: machtigen.
Van ouds
Hebr. van eeuwigheid. Zie Jer. 2:20.
Hertaald:Van ouds
Hebreeuws: van eeuwigheid. Zie Jer. 2:20.
mannen van name
Dat is, vermaarde, beroemde mannen, die naar het oordeel der wereld grote dingen hadden uitgericht; gelijk integendeel gesproken wordt van mensen van geen naam, Job 30:8.
Hertaald:mannen van name
Dat is: vermaarde, beroemde mannen, die naar het oordeel van de wereld grote dingen tot stand hadden gebracht — in tegenstelling tot mensen zonder naam, Job 30:8.
Genesis 6 vers 5— En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was.
En de HEERE
In dit vs. is begrepen een zeer duidelijke en grondige beschrijving van de erfzonde en derzelver vruchten.
Hertaald:En de HEERE
In dit vers staat een zeer duidelijke en grondige beschrijving van de erfzonde en de vruchten daarvan.
Genesis 6 vers 6— Toen berouwde het de HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart.
berouwde het den HEERE,
Aldus wordt menselijker wijze in de Heilige Schrift van God gesproken, omdat Hij zijn werk of daden verandert, hoewel Hij in zichzelven onveranderlijk blijft; zie het volgende vs. en Num. 23:19; 1 Sam. 15:11, 1 Sam. 15:29; 2 Sam. 24:16; Mal. 3:6; Jak. 1:17; Hand. 15:18.
Hertaald:berouwde het den HEERE,
Zo wordt in de Heilige Schrift op menselijke wijze over God gesproken, omdat Hij zijn werk of daden verandert, hoewel Hij in Zichzelf onveranderlijk blijft; zie het volgende vers en Num. 23:19; 1 Sam. 15:11, 1 Sam. 15:29; 2 Sam. 24:16; Mal. 3:6; Jak. 1:17; Hand. 15:18.
en het smartte Hem aan zijn hart
Dit is ook menselijker wijze van God gesproken, om ons te tonen dat God een groot mishagen aan den mens, uit oorzaak zijner boosheid, had. Verg. Jes. 63:10; zo wordt ook aan God droefheid toegeschreven, Ef. 4:30.
Hertaald:en het smartte Hem aan zijn hart
Ook dit is op menselijke wijze van God gesproken, om ons te tonen dat God een groot mishagen had in de mens vanwege zijn boosheid. Vergelijk Jes. 63:10; zo wordt ook droefheid aan God toegeschreven, Ef. 4:30.
Genesis 6 vers 7— En de HEERE zeide: Ik zal den mens, die Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem, van den mens tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels toe; want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.
van den aardbodem,
Hebr. uitwissen van op het aangezicht des aardbodems.
Hertaald:van den aardbodem,
Hebreeuws: uitwissen van het aangezicht van de aardbodem.
het vee,
Het Hebr. woord betekent hier niet alleen het tam, maar ook het wild gedierte der aarde. Alzo onder vs.20. Zie boven 1:26.
Hertaald:het vee,
Het Hebreeuwse woord betekent hier niet alleen het tamme, maar ook het wilde gedierte van de aarde. Zo ook in vers 20. Zie Gen. 1:26.
het kruipend gedierte,
Te weten, wat op de aarde kruipt, en in het water niet leven kan. Zo wordt het Herb.woord genomen boven Gen. 1:24-26, Gen. 1:28, Gen. 1:30.
Hertaald:het kruipend gedierte,
Namelijk wat op de aarde kruipt en niet in het water kan leven. Zo wordt het Hebreeuwse woord ook gebruikt in Gen. 1:24-26, Gen. 1:28, Gen. 1:30.
Genesis 6 vers 8— Maar Noach vond genade in de ogen des HEEREN.
vond genade
Dat is, heeft hem uit genade behaagd, niet uit eigen waardigheid. Zie deze manier van spreken onder Gen. 19:19; Ex. 33:13, enz.
Hertaald:vond genade
Dat is: het heeft hem uit genade behaagd, niet vanwege eigen verdienste. Zie deze uitdrukking ook in Gen. 19:19; Ex. 33:13, enz.
Genesis 6 vers 9— Dit zijn de geboorten van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten. Noach wandelde met God.
geboorten van Noach
Dat is, geslacht en geschiedenissen, of hetgeen Noach in zijn geslacht wedervaren is; want het Hebr. woord betekent niet alleen afkomst en nakomelingen, maar ook hetgeen dezen bejegent; dat is, inderdaad ene historie of verhaal van iemands zaken. Verg. onder Gen. 25:19, Gen. 37:2; Num. 3:1.
Hertaald:geboorten van Noach
Dat is: geslacht en geschiedenissen, of wat Noach in zijn geslacht overkomen is; want het Hebreeuwse woord betekent niet alleen afkomst en nakomelingen, maar ook wat iemand overkomt — dus eigenlijk een geschiedenis of verhaal van iemands zaken. Vergelijk Gen. 25:19, Gen. 37:2; Num. 3:1.
oprecht
Dat is, die in het ware geloof en in de vroomheid des levens, ongeveinsd en zonder valsheid was. Zie onder Gen. 17:1, Gen. 25:27; Job 1:1.
Hertaald:oprecht
Dat is: iemand die in het ware geloof en in vroomheid van leven ongeveinsd en zonder valsheid was. Zie Gen. 17:1, Gen. 25:27; Job 1:1.
geslachten
Dat is, onder de mensen, die in zijne eeuw leefden. Alzo onder Gen. 7:1.
Hertaald:geslachten
Dat is: onder de mensen die in zijn tijd leefden. Zo ook in Gen. 7:1.
wandelde met God
Zie boven Gen. 5:22.
Hertaald:wandelde met God
Zie Gen. 5:22.
Genesis 6 vers 10— En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.
En Noach gewon
Zie boven Gen. 5:32.
Hertaald:En Noach gewon
Zie Gen. 5:32.
Genesis 6 vers 11— Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht; en de aarde was vervuld met wrevel.
de aarde was verdorven
Versta de mensen, die op de aarde woonden. Zie onder Gen. 41:57; 2 Sam. 15:23; 1 Kon. 10:24; Ezech. 14:13.
Hertaald:de aarde was verdorven
Bedoeld worden de mensen die op de aarde woonden. Zie Gen. 41:57; 2 Sam. 15:23; 1 Kon. 10:24; Ezech. 14:13.
voor Gods aangezicht;
Dat is, openlijk, stoutelijk, vermetelijk zondigende niet alleen zonder schaamte voor de mensen, maar ook zonder vrees voor God. Zie onder Gen. 10:9.
Hertaald:voor Gods aangezicht;
Dat is: openlijk, brutaal, vermetel zondigend, niet alleen zonder schaamte voor de mensen, maar ook zonder vrees voor God. Zie Gen. 10:9.
Genesis 6 vers 12— Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.
al het vlees
Dat is, alle mensen; alzo moet men het woord vlees ook nemen, Jes. 40:6; Ps. 78:39, en elders.
Hertaald:al het vlees
Dat is: alle mensen; zo moet men het woord vlees ook opvatten in Jes. 40:6; Ps. 78:39, en elders.
zijn weg
Dat is, zijn voornemen, zeden, leven en wandel. Alzo Job 23:10; Ps. 1:1; Spr. 12:25, enz.
Hertaald:zijn weg
Dat is: zijn voornemen, zeden, leven en levenswandel. Zo ook Job 23:10; Ps. 1:1; Spr. 12:25, enz.
Genesis 6 vers 13— Daarom zeide God tot Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen; want de aarde is door hen vervuld met wrevel; en zie, Ik zal hen met de aarde verderven.
Het einde
Dat is, de tijd van hun ondergang is aanstaande, gelijk Ezech. 7:2-3, Ezech. 7:6; Am. 8:2.
Hertaald:Het einde
Dat is: de tijd van hun ondergang is nabij, zoals Ezech. 7:2-3, Ezech. 7:6; Am. 8:2.
door hen
Hebr. van hun aangezicht, en, met de aarde. Anders, van de aarde.
Hertaald:door hen
Hebreeuws: van hun aangezicht, en: met de aarde. Anders: van de aarde.
Genesis 6 vers 14— Maak u een ark van goferhout; met kameren zult gij deze ark maken; en gij zult die bepekken van binnen en van buiten met pek.
een ark
Een houten overdekt schip, bijna in de gedaante van een kist, bekwaam om te vlotten op het water.
Hertaald:een ark
Een houten, overdekt schip, bijna in de vorm van een kist, geschikt om op het water te drijven.
goferhout;
Wat gofer voor een boom of hout geweest is, is onzeker.
Hertaald:goferhout;
Wat voor boom of hout gofer geweest is, is onzeker.
kameren
Hebr. nesten.
Hertaald:kameren
Hebreeuws: nesten.
pek
Het Hebr. woord betekent een zeer taaie, lijmachtige en vasthoudende materie, niet ongelijk aan ons pek.
Hertaald:pek
Het Hebreeuwse woord betekent een zeer taaie, kleverige en vasthoudende stof, vergelijkbaar met ons pek.
Genesis 6 vers 15— En aldus is het, dat gij haar maken zult: driehonderd ellen zij de lengte der ark, vijftig ellen haar breedte, en dertig ellen haar hoogte.
ellen
Of cubieten, of ellebogen. Veler gevoelen is, dat deze maat drieërlei onderscheiden was: De algemene, de heilige, en de geometrische; en dat de algemene zou geweest zijn vijf palmen, houdende elke palm de breedte van vier vingers. De heilige van zes, Ezech. 40:5 [hoewel enigen menen dat de algemene geweest is zes palmen, de heilige tweemalen zo lang, die gebruikt werd in de heilige gebouwen, als van den tabernakel en van den tempel; maar dat de geometrische zesmalen langer dan de algemene zou geweest zijn, en dat Noach in het timmeren van de ark [zoals enigen menen] de laatste zou gevolgd hebben.
Hertaald:ellen
Of: cubieten, of ellebogen. Velen menen dat deze maat drie varianten kende: de algemene, de heilige en de meetkundige; de algemene zou vijf handpalmen zijn geweest, elke palm ter breedte van vier vingers; de heilige zes [Ezech. 40:5], gebruikt bij heilige gebouwen zoals de tabernakel en de tempel; en de meetkundige zesmaal zo lang als de algemene, waarbij sommigen menen dat Noach bij de bouw van de ark deze laatste maat gevolgd heeft.
Genesis 6 vers 16— Gij zult een venster aan de ark maken, en zult haar volmaken tot een elle van boven; en de deur der ark zult gij in haar zijde zetten; gij zult ze met onderste, tweede en derde verdiepingen maken.
venster
Anders, klaar licht, hetwelk door een of meer vensters bekwamelijk in de ark verspreid werd.
Hertaald:venster
Anders: helder licht, dat via één of meer vensters op passende wijze in de ark verspreid werd.
zult haar volmaken
Te weten, de ark.
Hertaald:zult haar volmaken
Namelijk: de ark.
tot een elle van boven;
Sommigen verstaan dit van het deksel der ark, hetwelk aan beide zijden van boven af, op de hoogte van een el, zou afgaan, tot bekwamen afloop van het water.
Hertaald:tot een elle van boven;
Sommigen begrijpen dit als het dak van de ark, dat aan beide kanten van boven af, over de hoogte van een el, zou aflopen, zodat het water goed kon wegvloeien.
Genesis 6 vers 17— Want Ik, zie, Ik breng een watervloed over de aarde, om alle vlees, waarin een geest des levens is, van onder den hemel te verderven; al wat op de aarde is, zal den geest geven.
watervloed
Hebr. mabbul, betekende een vallenden en nedervellenden vloed.
Hertaald:watervloed
Hebreeuws: mabbul, wat een neerstortende, verwoestende vloed betekent.
vlees,
Der mensen en dieren, uitgenomen de vissen, en al wat in de ark was, zoals volgt.
Hertaald:vlees,
Van mensen en dieren, met uitzondering van de vissen en alles wat in de ark was, zoals hierna volgt.
geest des levens
Anders, levende ziel. Zie boven Gen. 1:20.
Hertaald:geest des levens
Anders: levende ziel. Zie Gen. 1:20.
den geest geven
Hebr. uitademen.
Hertaald:den geest geven
Hebreeuws: uitademen.
Genesis 6 vers 18— Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten; en gij zult in de ark gaan, gij, en uw zonen, en uw huisvrouw, en de vrouwen uwer zonen met u.
mijn verbond
Versta hierdoor, boven het algemene verbond, met alle gelovigen gemaakt, een bijzonder verbond, van Noach te zullen behouden in de ark, mits dat Noach op God zou vertrouwen en hem gehoorzamen.
Hertaald:mijn verbond
Hiermee wordt, naast het algemene verbond met alle gelovigen, een bijzonder verbond bedoeld: dat Noach in de ark behouden zou blijven, mits Noach op God zou vertrouwen en Hem gehoorzamen.
Genesis 6 vers 19— En gij zult van al wat leeft, van alle vlees, twee van elk, doen in de ark komen, om met u in het leven te behouden: mannetje en wijfje zullen zij zijn;
van al wat leeft,
Dat is, van allerlei, levende, aardse dieren.
Hertaald:van al wat leeft,
Dat is: van allerlei levende, aardse dieren.
Genesis 6 vers 20— Van het gevogelte naar zijn aard, en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard, twee van elk zullen tot u komen, om die in het leven te behouden.
naar zijn aard
Zie boven op vs.7.
Hertaald:naar zijn aard
Zie hierboven bij vers 7.
zullen tot u komen,
Versta, door mijne aandrijving en beschikking, zonder uw moeite of bekommernis. Verg. dit met boven Gen. 2:19.
Hertaald:zullen tot u komen,
Namelijk: door mijn aandrijving en beschikking, zonder dat u er moeite voor hoeft te doen of u zorgen om hoeft te maken. Vergelijk Gen. 2:19.
Genesis 6 vers 21— En gij, neem voor u van alle spijze, die gegeten wordt, en verzamel ze tot u, opdat zij u en hun tot spijze zij.
alle spijze,
Dat is, allerlei. Zie boven Gen. 1:29-30.
Hertaald:alle spijze,
Dat is: allerlei. Zie Gen. 1:29-30.
Genesis 6 vers 22— En Noach deed het; naar al wat God hem geboden had, zo deed hij.
naar al wat God hem geboden had,
Noach deed alles, en dat op zulk een wijze, als God bevolen had. Verg. Ex. 40:16.
Hertaald:naar al wat God hem geboden had,
Noach deed alles, en op de wijze zoals God bevolen had. Vergelijk Ex. 40:16.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Noach — rust, troost
De zoon van Lamech, de tiende aartsvader van Adam af, en de enige rechtvaardige van zijn geslacht die met zijn gezin de zondvloed overleefde in de ark die hij op Gods bevel bouwde. Uit zijn drie zonen Sem, Cham en Jafeth is na de vloed de gehele mensheid opnieuw voortgekomen.
Sem — naam; roem
De eerstgenoemde van Noachs drie zonen (Gen. 5:32; 6:10), waarschijnlijk de oudste. Uit hem stammen de Semitische volken af, onder wie later Abraham en zijn nageslacht. In Gen. 9:26-27 zegent Noach de HEERE als de God van Sem.
Cham — warm, heet; ook een Egyptisch woord voor 'zwart'
De jongste zoon van Noach (Gen. 5:32; 9:24). Hij zag de naaktheid van zijn dronken vader en vertelde dit aan zijn broers in plaats van hem te bedekken, waarop Noach zijn zoon Kanaän vervloekte. Uit Cham stammen onder meer de Egyptenaren, Kanaänieten en Cusjieten af.
Jafeth — wijd verspreid
Een van Noachs drie zonen (Gen. 5:32; 9:23), stamvader van vele volken die zich over het noorden van Klein-Azië en Europa verspreidden (Gen. 10:2-5). Samen met Sem bedekte hij, met afgewend gezicht, de naaktheid van hun vader en werd daarvoor door Noach gezegend: 'God breide Jafeth uit' (Gen. 9:27).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Genade — onverdiende gunst (Hebreeuws: chen, van chanan, "genadig zijn")
Van Noach wordt gezegd dat hij genade vond in de ogen des HEEREN (Gen. 6:8) — de eerste plaats in de Bijbel waar het woord "genade" voorkomt. Te midden van een wereld die door God verdorven en vol geweld bevonden werd (Gen. 6:5, 11), was het Gods vrije, onverdiende gunst die Noach en de zijnen spaarde.
Bijbelse betekenis: Genade is in de hele Schrift Gods onverdiende welwillendheid jegens hen die haar naar recht niet verdiend hebben. Zij ligt niet in enige verdienste van de ontvanger, maar uitsluitend in Gods vrije goedheid; Noach wordt weliswaar "rechtvaardig" en "oprecht" genoemd (Gen. 6:9), maar de tekst noemt eerst dat hij genade vond, vóór die beschrijving van zijn wandel.
Typologie: Dezelfde volgorde keert terug in het Nieuwe Testament: eerst de onverdiende gunst, dan pas de vrucht ervan. "Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave" (Ef. 2:8). En verder: "Niet uit de werken, opdat niemand roeme" (Ef. 2:9).
Gen. 6:5-9,11; Ef. 2:8-9; Titus 2:11
Verbond — een plechtige overeenkomst of toezegging (Hebreeuws: berith)
Wanneer God Noach aankondigt de zondvloed te zullen brengen, belooft Hij hem tegelijk: "Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten" (Gen. 6:18) — de eerste keer dat het woord "verbond" in de Bijbel voorkomt. Na de zondvloed bevestigt God dit verbond uitdrukkelijk aan Noach, zijn nageslacht én aan alle levende schepselen: de aarde zal niet meer door een watervloed verdorven worden, met de regenboog als zichtbaar teken van deze toezegging (Gen. 9:8-17).
Bijbelse betekenis: Een verbond is in de Bijbel een door God ingestelde, plechtige verbintenis, waarin Hij Zich aan Zijn eigen woord bindt. Het verbond met Noach is eenzijdig van aard: het rust niet op een tegenprestatie van de mens, maar alleen op Gods eigen toezegging, en strekt zich zelfs uit tot de dieren en de aarde zelf.
Typologie: Jesaja grijpt uitdrukkelijk op dit verbond met Noach terug om Gods trouw aan Zijn volk te verzekeren: "Want dat zal Mij zijn als de wateren van Noach, toen Ik zwoer, dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden gaan; alzo heb Ik gezworen, dat Ik niet meer op u toornen, noch u schelden zal" (Jes. 54:9). Wat volgt, tekent dezelfde onwankelbaarheid: "Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen" (Jes. 54:10).
Gen. 6:18; Gen. 9:8-17; Jes. 54:9-10
Ark (van Noach) — Hebreeuws: tebah, een kist- of kastvormig vaartuig (een ander woord dan de "ark" van het verbond, in het Hebreeuws aron)
Op Gods bevel bouwde Noach een ark van goferhout, met vertrekken, van binnen en van buiten met pek bestreken, driehonderd el lang, vijftig el breed en dertig el hoog (Gen. 6:14-16). Daarin zouden hijzelf, zijn gezin en van elke diersoort een aantal levend bewaard blijven tijdens de zondvloed (Gen. 6:19-20; 7:1-9). Na honderdvijftig dagen kwam de ark tot rust op het gebergte Ararat (Gen. 8:4).
Bijbelse betekenis: De ark was het enige middel waardoor Noach en de zijnen aan het oordeel van de zondvloed ontkwamen. Dat gebeurde niet door eigen kracht, maar doordat zij zich bevonden in het vaartuig dat God Zelf had voorgeschreven en waarvan Hij de deur achter hen sloot (Gen. 7:16).
Typologie: Petrus vergelijkt de doop uitdrukkelijk met deze geschiedenis: zoals weinige zielen door het water heen behouden werden in de ark, zo behoudt nu de doop ook ons, als de bede van een goede consciëntie tot God (1 Petr. 3:20-21). De ark wordt zo een beeld van de veilige toevlucht die er alleen is in wat God Zelf heeft bereid, buiten welke geen ontkomen is aan het oordeel.
Gen. 6:14-22; Gen. 7:1-24; Gen. 8:1-19; 1 Petr. 3:20-21; Matt. 24:37-39
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenfunctie
De ark: één deur, één behoud — 6:14-22
De wereld is niet meer te redden. Zes hoofdstukken na de hof is het kwaad zo alomtegenwoordig geworden dat er van God gezegd wordt dat het Hem berouwde de mens gemaakt te hebben. En midden in dat oordeel staat één man met drie zonen.
God geeft zelf het bestek van het enige middel waardoor iemand het oordeel doorkomt.
Noach bedenkt niets zelf. Hij krijgt de maten aangereikt — de lengte, de breedte, de hoogte, het hout, het pek van binnen en van buiten, de verdiepingen, het venster, en die ene deur die in de zijde moet komen. Er is geen tweede ontwerp en er is geen tweede deur. Wie behouden wordt, wordt behouden doordat hij binnen is.
Dat is een ernstige gedachte, en de Schrift verzacht haar niet. Buiten die wanden werd niemand behouden — niet de sterken, niet de aanzienlijken, niemand. Het onderscheid liep niet langs de kwaliteit van de mensen maar langs de wand van een schip. Honderdtwintig jaren heeft dat vaartuig daar gestaan terwijl Noach bouwde en, zoals Petrus schrijft, predikte. Men heeft het gezien, en men is voortgegaan met eten en drinken en trouwen tot de dag dat hij inging.
Petrus verbindt het water van de vloed rechtstreeks met de doop en met de opstanding van Jezus Christus, en Christus zelf gebruikt die dagen als beeld van Zijn wederkomst. Het opvallendste staat er bijna terloops: toen Noach en de zijnen binnen waren, sloot de HEERE achter hem toe. Niet Noach; God.
Genesis 6:14 — God geeft het bestek: één vaartuig, één deur in de zijde.
Genesis 7:16 — Noach gaat in, en de HEERE sluit achter hem toe.
Hebreeën 11:7 — Door het geloof bouwde hij en werd erfgenaam der rechtvaardigheid.
1 Petrus 3:20-21 — Het water van de vloed wijst op de doop, door de opstanding.
Mattheüs 24:37-39 — Zoals men doorging tot de dag dat hij inging, zo bij Zijn komst.
In het Nieuwe Testament: 1 Petrus 3:20-21; Hebreeën 11:7; Mattheüs 24:37-39
Hoever dit reikt: Petrus verbindt de vloed met de doop; de gedachte dat de deur in de zijde van de ark op Christus ziet, is een toepassing die de Schrift niet uitwerkt.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Genesis 6:9. KruisverwijzingenLukas 1:6→2 Petrus 2:5→Genesis 5:24→Ezechiël 14:20→Genesis 7:1→Hebreeën 11:7→Job 1:1→Ezechiël 14:14→ — Dit zijn de geboorten van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten. Noach wandelde met God. God houdt de mensenkinderen in het oog en zoekt onder hen naar mensen op wie Hij met welgevallen Zijn blik kan laten rusten. Dat zijn niet de koningen en vorsten. Het zijn niet de begaafde of invloedrijke mensen, noch zij die bij hun medemensen in hoog aanzien staan. Wanneer God zegt dat Hij Noach heeft gezien (Gen. 7:1), doelt Hij op het soort mens dat Hij zoekt: een rechtvaardige.
Er is geen rechtvaardige op aarde die aan Gods oog ontsnapt. Hij kan een onopvallende plaats innemen, in armoedige omstandigheden verkeren en bij de mensen volkomen onbekend zijn. Maar zolang hij rechtvaardig is, rust Gods welbehagen op hem.
In een tijd van geweld en onderdrukking was Noach de enige rechtvaardige man. Hij maakte zich niet schuldig aan onderdrukking, maar handelde eerlijk en oprecht tegenover zijn medemensen. Tegelijk was hij een godvrezend man, want wij lezen dat Noach met God wandelde. Evenals zijn voorvader Henoch leefde hij in gemeenschap met God, in gebed en godvruchtige overdenking. Zijn levenswandel tegenover zijn medemensen stemde overeen met zijn wandel voor Gods aangezicht.
Bij de vermeerdering van het Kaïnietische geslacht namen ook de goddeloosheid en gruwelen van allerlei aard op aarde de overhand. Zelfs de nakomelingen van Seth lieten zich door huwelijken met dochters uit dit geslacht in dat verderf intrekken. Nu kondigt God, eerst nog als van verre en een uitstel van 120 jaren tot bekering gevende, vervolgens duidelijk uitsprekende, een strafgericht aan hetwelk Hij allen, met uitzondering van een, die voor Hem genade gevonden heeft, van de aardbodem verdelgen zal.
1. En het geschiedde, als de mensen, de aan de ontwikkeling van hun natuurlijk bestaan overgelatene mensen, de nakomelingen van Kaïn, en de hun in dit opzicht gelijkstaande overige afstammelingen van Adam, op de aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, wat te sneller geschiedde wegens de bij de Kaïnieten bestaande veelwijverij, en hun dochters geboren werden, die bijzonder door lichamelijke schoonheid zich onderscheidden, gelijk de in de geslachtstafel (Hoofdstuk 4:17, 18) vermelde namen Ada, Zilla en Naëma reeds op zulk een schoonheid doelden.
2. Dat Gods zonen, de nakomelingen van Adam, uit de geslachtslijn van Seth (Hoofdstuk 5), aan wier hoofd (Hoofdstuk 5:1 en 2) God zelf geplaatst werd, en wier lust tot hiertoe de kennis en verering van God geweest was (Deuteronomium. 14:1 en 2), de dochters der mensen aanzagen (want de laatsten waren wegens de buitengewone vermeerdering naderbij komen wonen), dat zij schoon waren, 1) en zij namen zich vrouwen, uit allen die zij verkozen hadden; 2) zij vreesden niet uit dit van God vervreemd geslacht vrouwen naar hun welgevallen te nemen, en vraagden er niet naar of zij zich in hetzelfde verderf stortten.
1) God de Heere veroordeelt hier niet, dat de zonen Gods een oog hadden voor de schoonheid van de vrouwen, maar, dat in dat letten op de schoonheid de wellust en vleselijke begeerten hen geheel en al beheersten.
2) Met deze laatste woorden wordt te kennen gegeven, dat zij zich-en dat is juist hun grote zonde-geheel en al door hun verdorven hartstochten lieten leiden. Op deze eerste bladzijden van de Heilige Schrift waarschuwt de Heere God reeds tegen elk huwelijk, dat enkel uit wellust gesloten wordt, en veroordeelt eveneens elk huwelijk, gesloten tussen gelovigen en ongelovigen.
Als de mensen worden losgelaten, is dit een teken van naderende godsgerichten.
3. Toen zei de HEERE bij zichzelf, Mijn Geest zal a) niet in eeuwigheid twisten met de mens, 1) omdat hij ook vlees is 2) (Johannes 3:6), het gehele geslacht der mensen is zo geheel in vleselijke lust verzonken, dat mijn Geest niet meer door hen opgemerkt wordt. Ik zal mij daarom ook niet langer tevergeefs met hen vermoeien, om ze te bestraffen, maar zijn dagen hem gegeven tot uitstel waarin hij zich nog kan bekeren, zullen zijn honderd en twintig jaar. 3)
a) 1 Cor. 3:14 2 Petrus. 2:5
1) De Heere, als het ware vermoeid van de hardnekkige zonde van de wereld, kondigt hiermee de straf welke Hij tot nu toe verschoven had, als ogenblikkelijk volgende aan.
2) Hiermee geeft God, de Heere, de reden aan, waarom Hij geen heil verwacht van dat twisten van zijn Geest met de mens. De Heere God spreekt hier hetzelfde uit als wat ook de Apostel Paulus zegt; de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn, hij kan ze niet verstaan, want ze zijn hem een dwaasheid. “Vlees” staat hier voor de gehele natuurlijke, zinnelijke mens, niet alleen voor de zinnelijke begeerte in de mens. Calvijn tekent hierbij aan, dat de Heere God het bij wijze van verachtelijk spreken gebruikt, om daarmee te doen uitkomen: de tegenstelling tussen het heden en het in den beginne naar het beeld van God geschapen zijn. Hij noemt dezelfde mensen vlees, die Hij in den beginne naar Zijn beeld heeft geformeerd. Het is een klacht en tevens een verwijt. Dr. v. Ronkel vertaalt op het voetspoor van anderen: “ook hun zondig omdwalen is vlees.” De betekenis zou dan zijn: “Omdat het vlees hen doet dwalen, of “in dat gedachteloos en in wellust afdwalen van de zonde, dat als van zelf geschiedt, openbaart zich juist de mens naar het vlees”.
3) Nog klonk de stem van de engel, “de voorspraak uit duizenden”, bij God: “Heer! laat hem nog dit jaar!” God erbarmde zich. Het is waar: Hij kon de aan de wortel van de onvruchtbare boom gelegde bijl niet terugtrekken; de slag viel; maar hij spaarde een laatste spruit op de afgehouwen tronk. Hij verbood de verdervende invloed om allen te verderven: Hij behield een overblijfsel naar de verkiezing van de genade, waaruit nog een nieuw geslacht, als erfgenaam van de belofte van de eerste wereld, verrijzen kon. En evenals de top van de Arafat boven de wateren, verhief Noach het hoofd boven het verzonken geslacht van de aarde als de eersteling van een nieuwe wereld die met hem uit de golven verrees.
Hoe schittert hier de goedertierenheid Gods, hoe roemt ook hier nog de barmhartigheid tegen het oordeel! Meer dan een eeuw wordt de straf uitgesteld, opdat de mens nog tot bekering zou komen.
4. In die dagen waren er reuzen, mensen van buitengewone lichaamsgrootte of sterkte, op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochters van de mensen ingegaan waren, die zij uit zinnelijke lust door hun schoonheid zich tot vrouwen genomen hadden, en zich kinderen gewonnen hadden, zo kwamen uit zulk een vermenging eveneens reuzen voort, die onderdrukkers waren; deze zijn de geweldige, die van ouds geweest zijn, mannen van naam: vermaarde beroemde mannen, die naar het oordeel van de wereld grote dingen hadden uitgericht, gelijk daarentegen gesproken wordt van mensen zonder naam (Job 30:8).
Hoe meer er van die bozen zijn, hoe nauwer zij te samen leven, des te meer verpesten zij elkaar met hun adem, en zalven zij elkaar met hun ziekte; de een wordt de ander een werktuig tot grotere en fijnere boosheid. Alle grote rijken, instellingen, steden zijn daarvan nog treurige bewijzen,.
5. En de HEERE zag, dat de boosheid van de mensen veelvuldig was op de aarde, zulk een grote afmeting had verkregen dat zij als het ware heel de aarde overdekte, en a) al de gedachten van zijn hart te allen dage alleen zodat er niet het minste goed meer werd bedacht maar volkomen boos was, want in plaats van op die vermaningen te letten, leefden zij op de oude wijze voort (MATTHEUS. 24:37 vv.).
6. Toen berouwde 1) het de HEERE, wekte dit schouwspel een heilige afkeer bij God en een heilige droefheid vervulde Hem, zodat Hij er smarte van had, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan zijn hart, niet alsof Hij het voor een misslag hield, dat Hij de mens gemaakt had, maar Hij moest van dat geslacht zeggen: dat is het schepsel niet, dat Ik gemaakt heb, dit ontaarde wil Ik voor het Mijne niet erkennen.
1) Dit is een menselijke (anthropopathische) uitdrukking (1 Samuel 15:11, 26) welke te kennen geeft, dat God krachtens zijn onveranderlijkheid een veranderde gezindheid had tegenover de veranderde mens, en dat Hij tegenover de verstokte, die zich met de zonde vereenzelvigd had, zich nu openbaarde, als de zondaar in de zonde, gelijk de zonde in de zondaar hatende. Dat echter Jehova niet gelijk de mensen haat, bewijst de volgende schone weer menselijke uitdrukking (anthropomorphisme): “het smartte Hem in Zijn hart”.
Berouw bij God betekent voorzeker niet enig gevoel van spijt uit zelfbeschuldiging, maar wel een leedgevoel uit ontferming geboren. Er ligt ook hier barmhartigheid in dat berouw Gods gelijk ook uit de toevoeging blijkt, dat het de Heere smartte aan het heilig hart.
8. Maar Noach vond genade 1) in de ogen des HEREN, hem alleen zonderde God van het besluit der algemene verdelging uit, deed hem, die tot hiertoe ongehuwd gebleven was, een vrouw nemen en schonk hem spoedig na elkaar drie zonen (Hoofdstuk 5:32); want uit hem en zijn huis wilde Hij het menselijk geslacht weer herstellen.
1) Met deze woorden wordt gezegd, dat God hem genegen en gunstig was. Want de Hebreeën zijn gewoon te zeggen: “Indien ik genade vind in uw ogen,” wanneer zij bedoelen: “Indien ik U aangenaam ben of gij met uw welwillendheid en gunst mij wilt verwaardigen.” Hetgeen wel degelijk is op te merken, omdat sommige ongeleerden met nutteloze, spitsvondigheid tot de gevolgtrekking komen, dat, indien de mensen bij God gunst verwerven, zij deze verkrijgen door hun eigen vlijt en verdiensten. Ik beken wel, dat hier verhaald wordt, dat Noach bij God aangenaam is geweest, omdat hij, vroom en heilig levende, als een rein man van de algemene schandelijkheden van de wereld afstand nam. Maar waarom die zuiverheid van wandel bij hem, indien hij niet reeds vroeger door God begenadigd was? De eerste gunst was derhalve genadig mededogen. Daarna, omdat God hem eenmaal had omvat met de armen van Zijn eeuwige liefde, hield Hij hem vast, opdat hij niet met de rest der wereld verloren zou gaan.
II. Vers 9-22
Nadat de bepaalde tijd van 120 jaar zo ver verlopen is, dat God nu de uitvoering van Zijn besluit voorbereiden moet, deelt Hij dit aan Noach mee, wijst hem aan een Ark te bouwen, op een bijzondere wijze ingericht en naar zekere afmetingen, en geeft hem nadere lering omtrent het doel van de Ark en verzekert hem van zijn redding in de Ark.
9. Dit zijn de geboorten van Noach, met wie Hoofdstuk 5:32 de geslachtslijn van Seth afbrak, en met wie de geschiedenis van het rijk Gods het van nu aan in het bijzonder te doen heeft. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslacht; te midden van die bedorven betrekkingen, nakomelingen van Seth, die mee waren gesleept door die schone vrouwen, was hij een gerechtvaardigde door het geloof in het beloofde zaad, en dit geloof heiligde zijn wandel, maakte hem waar, oprecht a) Noach wandelde gelijk een Henoch, met God.
a) Genesis 5:22
10. En Noach gewon, gelijk reeds is opgemerkt, drie zonen, Sem, Cham en Jafeth.
11. Maar de aarde was, gelijk ook reeds is verhaald, maar om de afschuwelijkheid van de toestand en het rechtvaardige van Gods oordeel aan te wijzen, weer verhaald wordt, verdorven voor Gods aangezicht, dat zo heilig is en geen gruwel kan aanschouwen; en van dit alles was de vrucht dat de aarde was vervuld met boosaardigheid, met geweldenarij. Noach scheen alzo als een licht te midden van een krom en verdraaid geslacht (Filp. 2:15).
12. Toen zag God, als Hij tot uitvoering van Zijn besluit (Hoofdstuk 6 en 7) zich gereed maakte, nog eens de aarde, of iemand verstandig was, of iemand God zocht (Psalm. 14:2); Hij zag nog eens haar aan, want Hij heeft geen lust aan de dood des zondaars, en ziet zij was verdorven, want al het vlees 1) had zijnen weg verdorven op de aarde (Psalm. 14:3).
1) Hier wordt “vlees” genomen in de zin van “de mensheid.”
13. Daarom zei God tot Noach, die alleen genade in Zijn ogen vond: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen; Mijn besluit is vast genomen, zodat het voor Mij, de Oneindige reeds tegenwoordig is; want de aarde is door hen vervuld met boosaardigheid; en zie, Ik zal hen met de aarde verderven, en aan dat lange tijdvak van zonde een einde maken; Ik zal die aarde, die besmet is door de menselijke zonde in haar oppervlakte verderven en grote omkeringen op haar te weeg brengen, waarbij haar bewoners zullen omkomen.
14. Maak u op een groot vlak als grondslag, een ark van gofer (cypressen) hout; met kamers, cellen of afdelingen, zult gij deze ark maken, en gij zult die bepekken van binnen en van buiten met pek, het zogenaamde jodenlijm, om het indringen van het water te voorkomen.
15. En aldus is het, dat gij haar maken zult: driehonderd el (naar eens mans elleboog, Deuteronomium. 3:11 ) zij de lengte der ark, vijftig el haar breedte en dertig el haar hoogte, dus zes maal langer dan breed en tienmaal langer dan hoog.
De gehele inhoud bedroeg 450,000 kubieke el. Men heeft gevraagd of zulk een vormloos gevaarte op het water kon drijven en zich bewegen. Daarop hebben in de jaren 1604-1621 enige vrome Hollanders naar dezelfde verhouding, maar verkleind, enige vaartuigen gebouwd, waarover in het begin veel gespot werd. Doch de ervaring leerde, dat zulk een schip zich wel moeilijker bewoog dan een gewoon, maar ook het derde van de last meer kon bevatten.
16. Gij zult een venster, luik of opening voor licht en lucht, rondom aan de ark maken en zult haar volmaken tot één el van boven; 1) gij zult het in elke verdieping bovenaan een volle el groot maken; en de deur van de ark, hoog en breed genoeg voor de grootste dieren, zult, gij, in haar zijde zetten; gij zult ze met onderste, tweede en derde verdiepingen maken, 2) waarin gij de verschillende kamers (vs. 14) zult aanbrengen.
1) Zo denkt de goede God om alles, waaraan geen mens, de belangrijkste zelfs niet, zou denken. Als God wil redden, laat Hij u niet in het donker zitten wachten. Er moesten vensters in de ark zijn.
2) Volgens Siberschlag waren in het onderste gedeelte de cellen voor grotere dieren, in het midden die voor kleinere dieren en de mensen, in het bovenste die voor de vogels. Elk gedeelte had tevens hooi- en stro-magazijnen. In het ruim onder het dak waren gereedschappen, vruchten en zaden gebracht. Men mag aannemen dat het geheel, dat men zich als een lange stal zich moet voorstellen, een spits toelopend dak gehad heeft, zodat de regen afstromen kon. De vorm van een lijkkist paste wel bij het ernstig karakter van de zondvloed. Maar, God lof! ook onze doodkisten verbergen, als de ark, iets onvernietigbaars tot de opstanding ten laatsten dage.
17. Want Ik, zie, Ik, de hoge God, wiens hand niemand kan afslaan, wiens wegen waarheid en gerichten zijn; breng een watervloed (zondvloed, Sintvloed, dat is: grote vloed) over de aarde, om alle vlees, waarin een levende geest is, van onder de hemel te verderven: al wat op de aarde is, zal de geest geven, ook die geweldigen, die reuzen, die mannen van naam zullen omkomen.
De oude wereld zinkt in het watergraf, de tegenwoordige zinkt eens in het graf van vuur. (2 Petrus. 3:6 en 7)
18. Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten, Ik, de Getrouwe, wil uit enkel genade u redden en verbind Mij er toe, om u in het leven te houden, en gij zult alzo in de ark gaan, gij en uw zonen en uw vrouw en de vrouwen van uw zonen met u, tezamen acht zielen (1 Petrus. 3:20, 2 Petrus. 2:5).
Waren Noach’s zonen, waarvan de beide oudste Jafeth en Sem minstens reeds negentig jaar telden, nog niet gehuwd, wat zeer waarschijnlijk is, zo zijn de laatste woorden, “en de vrouwen uwer zonen” een aanmaning voor Noach, dat hij nu aan hun huwelijk zou denken. Dit was tevens een middel om nog een paar zielen, die zich wilden laten redden, voor het algemeen verderf te bewaren, zoals later de aansporing aan Lots schoonzonen. (Hoofdstuk 19:12).
Nadat God hem bevolen heeft de ark te bouwen, verzekert Hij hier aan Noach, dat Hij met hem zijn verbond zal oprichten, belooft hem het behouden worden van het algemeen verderf in en door de ark en wapent hem aldus tegen alle verschrikking van de dood, welke hem zou kunnen overvallen. Het bouwen van de ark moest dus in geloof geschieden. Het leven van Noach, gedurende die dagen, moest vooral een leven des geloofs zijn in de beloften van de Heere.
19. En gij zult van al wat leeft, van alle vlees; van de verschillende soorten vee, vogels en kruipend gedierte, twee van elk, in de ark doen komen, om met u in het leven te behouden: mannetje en wijfje 1) zullen zij zijn, opdat zij zich later weer zullen voortplanten, want na die eeuwen, dat de schepping was, zie Ik nog alles aan, als goed door Mij geschapen, zodat Ik geen nieuwe schepping behoef voort te brengen.
1) “Mannetje en wijfje” is de nadere verklaring van het “twee van elk.” Hier is nog alleen sprake van geslacht. Straks zal de Heere God hem het getal van elk soort meedelen.
20. Van het gevogelte naar: zijn aard, en van het vee naar zijn aard, van al het kruipende gedierte van de aardbodem naar zijn aard; twee van elk, 1) zullen tot u komen om die in het leven te behouden.
1) Waterdieren, amphibieën enz. zijn uitgesloten, want zij konden vanzelf behouden worden; ook het wild gedierte wordt niet genoemd (Hoofdstuk 1:24 en 25); ook zijn uit te zonderen de dieren, die door vermenging ontstaan, zoals muilezels.
21. En gij, neem voor u van alle spijze, die gegeten wordt, en verzamel ze tot u, opdat zij u en hun tot spijze zij, gedurende al de tijd die gij in de ark zult moeten doorbrengen, dat is één jaar en tien dagen.
Volgens gedane berekeningen hadden, naar de eerder genoemde inrichting van de ark (vs. 16), alle dieren van het beroemde Linneïsche stelsel, benevens de nodige voorraad voedsel, genoeg ruimte.
22. En Noach deed het; 1) naar a) al 2) wat God hem zo nauwkeurig geboden had, zo deed hij, in geloof (Hebr. 11:7) bouwde hij de ark en verzamelde de spijze; de mensen, die hem zonder twijfel daarbij voor loon hielpen, achtten het niet, hadden alleen bespotting en leefden in gerustheid voort (1 Petrus. 3:20) (MATTHEUS. 24:37vv.).
a) Genesis 7:5.
1) De grond van Noach’s vroomheid was aan de zijde van God, Gods genade; die hij geenszins naar het voorgeven van de Roomsen door zijn kuisheid, door tot in zijn vijfhonderdste jaar ongehuwd te blijven, verworven heeft. De genade ging vóór al zijn werken. Aan Noach’s zijde was het geloof in de Messias, (in de God van de belofte en het Woord van Zijn belofte) de grond van zijn vroomheid. Hij betoonde die in vier stukken: 1. Dat hij met een heilige vrees vervuld werd, waardoor hij de dreiging van God met de zondvloed, hoewel zij nog ver was, voor waar hield; 2. Dat hij op Goddelijk bevel de ark gereed maakte, hoewel hij met de spotternijen van de Kaïnieten veel te strijden had, daar het gericht zo lang uitbleef; 3. Dat hij de gerechtigheid Gods aan anderen predikte (2 Petrus. 2:5) en 4. zelfs onstrafbaar wandelde”.
2) Mozes benadrukt, dat Noach niet slechts gedeeltelijk, maar volkomen in alle dingen de Heere gehoorzaam is geweest. Hetgeen onze aandacht volstrekt niet moet ontgaan, omdat daaruit in ons leven die verschrikkelijke verwarring ontstaat, dat wij niet zonder enig beding ons geheel aan de Heere kunnen onderwerpen; maar de een of andere taak verrichtende, onze eigen inzichten met Gods Woord vermengen. Doch de gehoorzaamheid wordt met name geprezen, omdat hij volkomen gehoorzaamde en niet slechts ten dele, zodat hij niets van hetgeen God bevolen had, naliet.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 6
Genesis 6:9. KruisverwijzingenLukas 1:6→2 Petrus 2:5→Genesis 5:24→Ezechiël 14:20→Genesis 7:1→Hebreeën 11:7→Job 1:1→Ezechiël 14:14→
— Dit zijn de geboorten van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten. Noach wandelde met God.
God houdt de mensenkinderen in het oog en zoekt onder hen naar mensen op wie Hij met welgevallen Zijn blik kan laten rusten. Dat zijn niet de koningen en vorsten. Het zijn niet de begaafde of invloedrijke mensen, noch zij die bij hun medemensen in hoog aanzien staan. Wanneer God zegt dat Hij Noach heeft gezien (Gen. 7:1), doelt Hij op het soort mens dat Hij zoekt: een rechtvaardige.
Er is geen rechtvaardige op aarde die aan Gods oog ontsnapt. Hij kan een onopvallende plaats innemen, in armoedige omstandigheden verkeren en bij de mensen volkomen onbekend zijn. Maar zolang hij rechtvaardig is, rust Gods welbehagen op hem.
In een tijd van geweld en onderdrukking was Noach de enige rechtvaardige man. Hij maakte zich niet schuldig aan onderdrukking, maar handelde eerlijk en oprecht tegenover zijn medemensen. Tegelijk was hij een godvrezend man, want wij lezen dat Noach met God wandelde. Evenals zijn voorvader Henoch leefde hij in gemeenschap met God, in gebed en godvruchtige overdenking. Zijn levenswandel tegenover zijn medemensen stemde overeen met zijn wandel voor Gods aangezicht.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
AANKONDIGING VAN DE ZONDVLOED. BOUW VAN DE ARK.
I. Vers. 1-8
Bij de vermeerdering van het Kaïnietische geslacht namen ook de goddeloosheid en gruwelen van allerlei aard op aarde de overhand. Zelfs de nakomelingen van Seth lieten zich door huwelijken met dochters uit dit geslacht in dat verderf intrekken. Nu kondigt God, eerst nog als van verre en een uitstel van 120 jaren tot bekering gevende, vervolgens duidelijk uitsprekende, een strafgericht aan hetwelk Hij allen, met uitzondering van een, die voor Hem genade gevonden heeft, van de aardbodem verdelgen zal.
1. En het geschiedde, als de mensen, de aan de ontwikkeling van hun natuurlijk bestaan overgelatene mensen, de nakomelingen van Kaïn, en de hun in dit opzicht gelijkstaande overige afstammelingen van Adam, op de aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, wat te sneller geschiedde wegens de bij de Kaïnieten bestaande veelwijverij, en hun dochters geboren werden, die bijzonder door lichamelijke schoonheid zich onderscheidden, gelijk de in de geslachtstafel (Hoofdstuk 4:17, 18) vermelde namen Ada, Zilla en Naëma reeds op zulk een schoonheid doelden.
2. Dat Gods zonen, de nakomelingen van Adam, uit de geslachtslijn van Seth (Hoofdstuk 5), aan wier hoofd (Hoofdstuk 5:1 en 2) God zelf geplaatst werd, en wier lust tot hiertoe de kennis en verering van God geweest was (Deuteronomium. 14:1 en 2), de dochters der mensen aanzagen (want de laatsten waren wegens de buitengewone vermeerdering naderbij komen wonen), dat zij schoon waren, 1) en zij namen zich vrouwen, uit allen die zij verkozen hadden; 2) zij vreesden niet uit dit van God vervreemd geslacht vrouwen naar hun welgevallen te nemen, en vraagden er niet naar of zij zich in hetzelfde verderf stortten.
1) God de Heere veroordeelt hier niet, dat de zonen Gods een oog hadden voor de schoonheid van de vrouwen, maar, dat in dat letten op de schoonheid de wellust en vleselijke begeerten hen geheel en al beheersten.
2) Met deze laatste woorden wordt te kennen gegeven, dat zij zich-en dat is juist hun grote zonde-geheel en al door hun verdorven hartstochten lieten leiden. Op deze eerste bladzijden van de Heilige Schrift waarschuwt de Heere God reeds tegen elk huwelijk, dat enkel uit wellust gesloten wordt, en veroordeelt eveneens elk huwelijk, gesloten tussen gelovigen en ongelovigen.
Als de mensen worden losgelaten, is dit een teken van naderende godsgerichten.
3. Toen zei de HEERE bij zichzelf, Mijn Geest zal a) niet in eeuwigheid twisten met de mens, 1) omdat hij ook vlees is 2) (Johannes 3:6), het gehele geslacht der mensen is zo geheel in vleselijke lust verzonken, dat mijn Geest niet meer door hen opgemerkt wordt. Ik zal mij daarom ook niet langer tevergeefs met hen vermoeien, om ze te bestraffen, maar zijn dagen hem gegeven tot uitstel waarin hij zich nog kan bekeren, zullen zijn honderd en twintig jaar. 3)
a) 1 Cor. 3:14 2 Petrus. 2:5
1) De Heere, als het ware vermoeid van de hardnekkige zonde van de wereld, kondigt hiermee de straf welke Hij tot nu toe verschoven had, als ogenblikkelijk volgende aan.
2) Hiermee geeft God, de Heere, de reden aan, waarom Hij geen heil verwacht van dat twisten van zijn Geest met de mens. De Heere God spreekt hier hetzelfde uit als wat ook de Apostel Paulus zegt; de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn, hij kan ze niet verstaan, want ze zijn hem een dwaasheid. “Vlees” staat hier voor de gehele natuurlijke, zinnelijke mens, niet alleen voor de zinnelijke begeerte in de mens. Calvijn tekent hierbij aan, dat de Heere God het bij wijze van verachtelijk spreken gebruikt, om daarmee te doen uitkomen: de tegenstelling tussen het heden en het in den beginne naar het beeld van God geschapen zijn. Hij noemt dezelfde mensen vlees, die Hij in den beginne naar Zijn beeld heeft geformeerd. Het is een klacht en tevens een verwijt. Dr. v. Ronkel vertaalt op het voetspoor van anderen: “ook hun zondig omdwalen is vlees.” De betekenis zou dan zijn: “Omdat het vlees hen doet dwalen, of “in dat gedachteloos en in wellust afdwalen van de zonde, dat als van zelf geschiedt, openbaart zich juist de mens naar het vlees”.
3) Nog klonk de stem van de engel, “de voorspraak uit duizenden”, bij God: “Heer! laat hem nog dit jaar!” God erbarmde zich. Het is waar: Hij kon de aan de wortel van de onvruchtbare boom gelegde bijl niet terugtrekken; de slag viel; maar hij spaarde een laatste spruit op de afgehouwen tronk. Hij verbood de verdervende invloed om allen te verderven: Hij behield een overblijfsel naar de verkiezing van de genade, waaruit nog een nieuw geslacht, als erfgenaam van de belofte van de eerste wereld, verrijzen kon. En evenals de top van de Arafat boven de wateren, verhief Noach het hoofd boven het verzonken geslacht van de aarde als de eersteling van een nieuwe wereld die met hem uit de golven verrees.
Hoe schittert hier de goedertierenheid Gods, hoe roemt ook hier nog de barmhartigheid tegen het oordeel! Meer dan een eeuw wordt de straf uitgesteld, opdat de mens nog tot bekering zou komen.
4. In die dagen waren er reuzen, mensen van buitengewone lichaamsgrootte of sterkte, op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochters van de mensen ingegaan waren, die zij uit zinnelijke lust door hun schoonheid zich tot vrouwen genomen hadden, en zich kinderen gewonnen hadden, zo kwamen uit zulk een vermenging eveneens reuzen voort, die onderdrukkers waren; deze zijn de geweldige, die van ouds geweest zijn, mannen van naam: vermaarde beroemde mannen, die naar het oordeel van de wereld grote dingen hadden uitgericht, gelijk daarentegen gesproken wordt van mensen zonder naam (Job 30:8).
Hoe meer er van die bozen zijn, hoe nauwer zij te samen leven, des te meer verpesten zij elkaar met hun adem, en zalven zij elkaar met hun ziekte; de een wordt de ander een werktuig tot grotere en fijnere boosheid. Alle grote rijken, instellingen, steden zijn daarvan nog treurige bewijzen,.
5. En de HEERE zag, dat de boosheid van de mensen veelvuldig was op de aarde, zulk een grote afmeting had verkregen dat zij als het ware heel de aarde overdekte, en a) al de gedachten van zijn hart te allen dage alleen zodat er niet het minste goed meer werd bedacht maar volkomen boos was, want in plaats van op die vermaningen te letten, leefden zij op de oude wijze voort (MATTHEUS. 24:37 vv.).
a) Genesis 8:21. Job 15:16. Spreuken. 6:14. Jeremia 17:9. MATTHEUS. 15:29. Rom.3:10,11,12; 8:6.
6. Toen berouwde 1) het de HEERE, wekte dit schouwspel een heilige afkeer bij God en een heilige droefheid vervulde Hem, zodat Hij er smarte van had, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan zijn hart, niet alsof Hij het voor een misslag hield, dat Hij de mens gemaakt had, maar Hij moest van dat geslacht zeggen: dat is het schepsel niet, dat Ik gemaakt heb, dit ontaarde wil Ik voor het Mijne niet erkennen.
1) Dit is een menselijke (anthropopathische) uitdrukking (1 Samuel 15:11, 26) welke te kennen geeft, dat God krachtens zijn onveranderlijkheid een veranderde gezindheid had tegenover de veranderde mens, en dat Hij tegenover de verstokte, die zich met de zonde vereenzelvigd had, zich nu openbaarde, als de zondaar in de zonde, gelijk de zonde in de zondaar hatende. Dat echter Jehova niet gelijk de mensen haat, bewijst de volgende schone weer menselijke uitdrukking (anthropomorphisme): “het smartte Hem in Zijn hart”.
Berouw bij God betekent voorzeker niet enig gevoel van spijt uit zelfbeschuldiging, maar wel een leedgevoel uit ontferming geboren. Er ligt ook hier barmhartigheid in dat berouw Gods gelijk ook uit de toevoeging blijkt, dat het de Heere smartte aan het heilig hart.
8. Maar Noach vond genade 1) in de ogen des HEREN, hem alleen zonderde God van het besluit der algemene verdelging uit, deed hem, die tot hiertoe ongehuwd gebleven was, een vrouw nemen en schonk hem spoedig na elkaar drie zonen (Hoofdstuk 5:32); want uit hem en zijn huis wilde Hij het menselijk geslacht weer herstellen.
1) Met deze woorden wordt gezegd, dat God hem genegen en gunstig was. Want de Hebreeën zijn gewoon te zeggen: “Indien ik genade vind in uw ogen,” wanneer zij bedoelen: “Indien ik U aangenaam ben of gij met uw welwillendheid en gunst mij wilt verwaardigen.” Hetgeen wel degelijk is op te merken, omdat sommige ongeleerden met nutteloze, spitsvondigheid tot de gevolgtrekking komen, dat, indien de mensen bij God gunst verwerven, zij deze verkrijgen door hun eigen vlijt en verdiensten. Ik beken wel, dat hier verhaald wordt, dat Noach bij God aangenaam is geweest, omdat hij, vroom en heilig levende, als een rein man van de algemene schandelijkheden van de wereld afstand nam. Maar waarom die zuiverheid van wandel bij hem, indien hij niet reeds vroeger door God begenadigd was? De eerste gunst was derhalve genadig mededogen. Daarna, omdat God hem eenmaal had omvat met de armen van Zijn eeuwige liefde, hield Hij hem vast, opdat hij niet met de rest der wereld verloren zou gaan.
II. Vers 9-22
Nadat de bepaalde tijd van 120 jaar zo ver verlopen is, dat God nu de uitvoering van Zijn besluit voorbereiden moet, deelt Hij dit aan Noach mee, wijst hem aan een Ark te bouwen, op een bijzondere wijze ingericht en naar zekere afmetingen, en geeft hem nadere lering omtrent het doel van de Ark en verzekert hem van zijn redding in de Ark.
9. Dit zijn de geboorten van Noach, met wie Hoofdstuk 5:32 de geslachtslijn van Seth afbrak, en met wie de geschiedenis van het rijk Gods het van nu aan in het bijzonder te doen heeft. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslacht; te midden van die bedorven betrekkingen, nakomelingen van Seth, die mee waren gesleept door die schone vrouwen, was hij een gerechtvaardigde door het geloof in het beloofde zaad, en dit geloof heiligde zijn wandel, maakte hem waar, oprecht a) Noach wandelde gelijk een Henoch, met God.
a) Genesis 5:22
10. En Noach gewon, gelijk reeds is opgemerkt, drie zonen, Sem, Cham en Jafeth.
11. Maar de aarde was, gelijk ook reeds is verhaald, maar om de afschuwelijkheid van de toestand en het rechtvaardige van Gods oordeel aan te wijzen, weer verhaald wordt, verdorven voor Gods aangezicht, dat zo heilig is en geen gruwel kan aanschouwen; en van dit alles was de vrucht dat de aarde was vervuld met boosaardigheid, met geweldenarij. Noach scheen alzo als een licht te midden van een krom en verdraaid geslacht (Filp. 2:15).
12. Toen zag God, als Hij tot uitvoering van Zijn besluit (Hoofdstuk 6 en 7) zich gereed maakte, nog eens de aarde, of iemand verstandig was, of iemand God zocht (Psalm. 14:2); Hij zag nog eens haar aan, want Hij heeft geen lust aan de dood des zondaars, en ziet zij was verdorven, want al het vlees 1) had zijnen weg verdorven op de aarde (Psalm. 14:3).
1) Hier wordt “vlees” genomen in de zin van “de mensheid.”
13. Daarom zei God tot Noach, die alleen genade in Zijn ogen vond: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen; Mijn besluit is vast genomen, zodat het voor Mij, de Oneindige reeds tegenwoordig is; want de aarde is door hen vervuld met boosaardigheid; en zie, Ik zal hen met de aarde verderven, en aan dat lange tijdvak van zonde een einde maken; Ik zal die aarde, die besmet is door de menselijke zonde in haar oppervlakte verderven en grote omkeringen op haar te weeg brengen, waarbij haar bewoners zullen omkomen.
14. Maak u op een groot vlak als grondslag, een ark van gofer (cypressen) hout; met kamers, cellen of afdelingen, zult gij deze ark maken, en gij zult die bepekken van binnen en van buiten met pek, het zogenaamde jodenlijm, om het indringen van het water te voorkomen.
15. En aldus is het, dat gij haar maken zult: driehonderd el (naar eens mans elleboog, Deuteronomium. 3:11 ) zij de lengte der ark, vijftig el haar breedte en dertig el haar hoogte, dus zes maal langer dan breed en tienmaal langer dan hoog.
De gehele inhoud bedroeg 450,000 kubieke el. Men heeft gevraagd of zulk een vormloos gevaarte op het water kon drijven en zich bewegen. Daarop hebben in de jaren 1604-1621 enige vrome Hollanders naar dezelfde verhouding, maar verkleind, enige vaartuigen gebouwd, waarover in het begin veel gespot werd. Doch de ervaring leerde, dat zulk een schip zich wel moeilijker bewoog dan een gewoon, maar ook het derde van de last meer kon bevatten.
16. Gij zult een venster, luik of opening voor licht en lucht, rondom aan de ark maken en zult haar volmaken tot één el van boven; 1) gij zult het in elke verdieping bovenaan een volle el groot maken; en de deur van de ark, hoog en breed genoeg voor de grootste dieren, zult, gij, in haar zijde zetten; gij zult ze met onderste, tweede en derde verdiepingen maken, 2) waarin gij de verschillende kamers (vs. 14) zult aanbrengen.
1) Zo denkt de goede God om alles, waaraan geen mens, de belangrijkste zelfs niet, zou denken. Als God wil redden, laat Hij u niet in het donker zitten wachten. Er moesten vensters in de ark zijn.
2) Volgens Siberschlag waren in het onderste gedeelte de cellen voor grotere dieren, in het midden die voor kleinere dieren en de mensen, in het bovenste die voor de vogels. Elk gedeelte had tevens hooi- en stro-magazijnen. In het ruim onder het dak waren gereedschappen, vruchten en zaden gebracht. Men mag aannemen dat het geheel, dat men zich als een lange stal zich moet voorstellen, een spits toelopend dak gehad heeft, zodat de regen afstromen kon. De vorm van een lijkkist paste wel bij het ernstig karakter van de zondvloed. Maar, God lof! ook onze doodkisten verbergen, als de ark, iets onvernietigbaars tot de opstanding ten laatsten dage.
17. Want Ik, zie, Ik, de hoge God, wiens hand niemand kan afslaan, wiens wegen waarheid en gerichten zijn; breng een watervloed (zondvloed, Sintvloed, dat is: grote vloed) over de aarde, om alle vlees, waarin een levende geest is, van onder de hemel te verderven: al wat op de aarde is, zal de geest geven, ook die geweldigen, die reuzen, die mannen van naam zullen omkomen.
De oude wereld zinkt in het watergraf, de tegenwoordige zinkt eens in het graf van vuur. (2 Petrus. 3:6 en 7)
18. Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten, Ik, de Getrouwe, wil uit enkel genade u redden en verbind Mij er toe, om u in het leven te houden, en gij zult alzo in de ark gaan, gij en uw zonen en uw vrouw en de vrouwen van uw zonen met u, tezamen acht zielen (1 Petrus. 3:20, 2 Petrus. 2:5).
Waren Noach’s zonen, waarvan de beide oudste Jafeth en Sem minstens reeds negentig jaar telden, nog niet gehuwd, wat zeer waarschijnlijk is, zo zijn de laatste woorden, “en de vrouwen uwer zonen” een aanmaning voor Noach, dat hij nu aan hun huwelijk zou denken. Dit was tevens een middel om nog een paar zielen, die zich wilden laten redden, voor het algemeen verderf te bewaren, zoals later de aansporing aan Lots schoonzonen. (Hoofdstuk 19:12).
Nadat God hem bevolen heeft de ark te bouwen, verzekert Hij hier aan Noach, dat Hij met hem zijn verbond zal oprichten, belooft hem het behouden worden van het algemeen verderf in en door de ark en wapent hem aldus tegen alle verschrikking van de dood, welke hem zou kunnen overvallen. Het bouwen van de ark moest dus in geloof geschieden. Het leven van Noach, gedurende die dagen, moest vooral een leven des geloofs zijn in de beloften van de Heere.
19. En gij zult van al wat leeft, van alle vlees; van de verschillende soorten vee, vogels en kruipend gedierte, twee van elk, in de ark doen komen, om met u in het leven te behouden: mannetje en wijfje 1) zullen zij zijn, opdat zij zich later weer zullen voortplanten, want na die eeuwen, dat de schepping was, zie Ik nog alles aan, als goed door Mij geschapen, zodat Ik geen nieuwe schepping behoef voort te brengen.
1) “Mannetje en wijfje” is de nadere verklaring van het “twee van elk.” Hier is nog alleen sprake van geslacht. Straks zal de Heere God hem het getal van elk soort meedelen.
20. Van het gevogelte naar: zijn aard, en van het vee naar zijn aard, van al het kruipende gedierte van de aardbodem naar zijn aard; twee van elk, 1) zullen tot u komen om die in het leven te behouden.
1) Waterdieren, amphibieën enz. zijn uitgesloten, want zij konden vanzelf behouden worden; ook het wild gedierte wordt niet genoemd (Hoofdstuk 1:24 en 25); ook zijn uit te zonderen de dieren, die door vermenging ontstaan, zoals muilezels.
21. En gij, neem voor u van alle spijze, die gegeten wordt, en verzamel ze tot u, opdat zij u en hun tot spijze zij, gedurende al de tijd die gij in de ark zult moeten doorbrengen, dat is één jaar en tien dagen.
Volgens gedane berekeningen hadden, naar de eerder genoemde inrichting van de ark (vs. 16), alle dieren van het beroemde Linneïsche stelsel, benevens de nodige voorraad voedsel, genoeg ruimte.
22. En Noach deed het; 1) naar a) al 2) wat God hem zo nauwkeurig geboden had, zo deed hij, in geloof (Hebr. 11:7) bouwde hij de ark en verzamelde de spijze; de mensen, die hem zonder twijfel daarbij voor loon hielpen, achtten het niet, hadden alleen bespotting en leefden in gerustheid voort (1 Petrus. 3:20) (MATTHEUS. 24:37vv.).
a) Genesis 7:5.
1) De grond van Noach’s vroomheid was aan de zijde van God, Gods genade; die hij geenszins naar het voorgeven van de Roomsen door zijn kuisheid, door tot in zijn vijfhonderdste jaar ongehuwd te blijven, verworven heeft. De genade ging vóór al zijn werken. Aan Noach’s zijde was het geloof in de Messias, (in de God van de belofte en het Woord van Zijn belofte) de grond van zijn vroomheid. Hij betoonde die in vier stukken: 1. Dat hij met een heilige vrees vervuld werd, waardoor hij de dreiging van God met de zondvloed, hoewel zij nog ver was, voor waar hield; 2. Dat hij op Goddelijk bevel de ark gereed maakte, hoewel hij met de spotternijen van de Kaïnieten veel te strijden had, daar het gericht zo lang uitbleef; 3. Dat hij de gerechtigheid Gods aan anderen predikte (2 Petrus. 2:5) en 4. zelfs onstrafbaar wandelde”.
2) Mozes benadrukt, dat Noach niet slechts gedeeltelijk, maar volkomen in alle dingen de Heere gehoorzaam is geweest. Hetgeen onze aandacht volstrekt niet moet ontgaan, omdat daaruit in ons leven die verschrikkelijke verwarring ontstaat, dat wij niet zonder enig beding ons geheel aan de Heere kunnen onderwerpen; maar de een of andere taak verrichtende, onze eigen inzichten met Gods Woord vermengen. Doch de gehoorzaamheid wordt met name geprezen, omdat hij volkomen gehoorzaamde en niet slechts ten dele, zodat hij niets van hetgeen God bevolen had, naliet.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel