Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen viel Jozef op zijns vaders aangezicht, en hij weende over hem, en kuste hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen vielH5307JozefH3130opH5921 zijns vadersH1aangezichtH6440, en hij weendeH1058overH5921 hem, en kusteH5401 hem.Toen viel Jozef op zijns vaders aangezicht, en hij weende over hem, en kuste hem.
KJVAnd Joseph2fell1upon his father's5face,4and wept6upon him, and kissed
1וַיִּפֹּ֥לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down2יוֹסֵ֖ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6וַיֵּ֥בְךְּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep7עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8וַיִּשַּׁקH5401kuste, kussen, gekustarmed (men), rule, kiss, that touched9לֽוֹ
2En Jozef gebood zijn knechten, den medicijnmeesters, dat zij zijn vader balsemen zouden; en de medicijnmeesters balsemden Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En JozefH3130geboodH6680 zijn knechtenH5650, den medicijnmeestersH7495, dat zij zijn vaderH1balsemenH2590 zouden; en de medicijnmeestersH7495balsemdenH2590IsraelH3478.En Jozef gebood zijn knechten, den medicijnmeesters, dat zij zijn vader balsemen zouden; en de medicijnmeesters balsemden Israel.
KJVAnd Joseph2commanded1his servants4the physicians6to embalm7his father:9and the physicians11embalmed10Israel.
1וַיְצַ֨וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2יוֹסֵ֤ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עֲבָדָיו֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הָרֹ֣פְאִ֔יםH7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)7לַחֲנֹ֖טH2590balsemden, balsemen, brengtembalm, put forth8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'10וַיַּחַנְט֥וּH2590balsemden, balsemen, brengtembalm, put forth11הָרֹפְאִ֖יםH7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
3En veertig dagen werden aan hem vervuld; want alzo werden vervuld de dagen dergenen, die gebalsemd werden; en de Egyptenaars beweenden hem zeventig dagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En veertigH705dagenH3117 werden aan hem vervuldH4390; wantH3588alzoH3651 werden vervuldH4390 de dagenH3117 dergenen, die gebalsemd werden; en de EgyptenaarsH4714beweendenH1058 hem zeventigH7657dagenH3117.En veertig dagen werden aan hem vervuld; want alzo werden vervuld de dagen dergenen, die gebalsemd werden; en de Egyptenaars beweenden hem zeventig dagen.
KJVAnd forty3days4were fulfilled1for him; for so are fulfilled7the days8of those which are embalmed:9and the Egyptiansmourned10for him threescore and ten13days.
1וַיִּמְלְאוּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly2לוֹ֙3אַרְבָּעִ֣יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty4י֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you7יִמְלְא֖וּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly8יְמֵ֣יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9הַחֲנֻטִ֑יםH2590balsemden, balsemen, brengtembalm, put forth10וַיִּבְכּ֥וּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep11אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מִצְרַ֖יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt13שִׁבְעִ֥יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)14יֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4Als nu de dagen zijns bewenens over waren, zo sprak Jozef tot het huis van Farao, zeggende: Indien ik nu genade gevonden heb in uw ogen, spreekt toch voor de oren van Farao, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Als nu de dagenH3117 zijns bewenensH1068 over waren, zo sprakH1696JozefH3130totH413 het huisH1004 van FaraoH6547, zeggendeH559: IndienH518 ik nu genadeH2580gevondenH4672 heb in uw ogenH5869, spreektH1696tochH4994 voor de orenH241 van FaraoH6547, zeggendeH559:Als nu de dagen zijns bewenens over waren, zo sprak Jozef tot het huis van Farao, zeggende: Indien ik nu genade gevonden heb in uw ogen, spreekt toch voor de oren van Farao, zeggende:
KJVAnd when the days2of his mourning3were past,1Joseph5spake4unto the house7of Pharaoh,8saying,9If now I have found12grace13in your eyes,14speak,15I pray you, in the ears17of Pharaoh,18saying,
1וַיַּֽעַבְרוּ֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2יְמֵ֣יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3בְכִית֔וֹH1068bewenensmourning4וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work5יוֹסֵ֔ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8פַּרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh9לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet11נָ֨אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh12מָצָ֤אתִיH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on13חֵן֙H2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured14בְּעֵ֣ינֵיכֶ֔םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)15דַּבְּרוּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work16נָ֕אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh17בְּאָזְנֵ֥יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show18פַרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh19לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
5Mijn vader heeft mij doen zweren, zeggende: Zie, ik sterf; in mijn graf, dat ik mij in het land Kanaan gegraven heb, daar zult gij mij begraven! Nu dan, laat mij toch optrekken, dat ik mijn vader begrave, dan zal ik wederkomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Mijn vaderH1 heeft mij doen zwerenH7650, zeggendeH559: ZieH2009, ikH595sterfH4191; in mijn grafH6913, datH834 ik mij in het landH776KanaanH3667gegravenH3738 heb, daarH8033 zult gij mij begravenH6912! Nu dan, laat mij tochH4994optrekkenH5927, dat ik mijn vaderH1begraveH6912, dan zal ik wederkomenH7725.Mijn vader heeft mij doen zweren, zeggende: Zie, ik sterf; in mijn graf, dat ik mij in het land Kanaan gegraven heb, daar zult gij mij begraven! Nu dan, laat mij toch optrekken, dat ik mijn vader begrave, dan zal ik wederkomen.
KJVMy father1made me swear,2saying,3Lo,4I die:6in my grave7which I have digged9for me in the land11of Canaan,12there shalt thou bury me.14Now therefore let me go up,16I pray thee, and bury18my father,20and I will come again.
1אָבִ֞יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'2הִשְׁבִּיעַ֣נִיH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear3לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see5אָנֹכִי֮H595ik, mijI, me, [idiom] which6מֵת֒H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise7בְּקִבְרִ֗יH6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre8אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9כָּרִ֤יתִיH3738gegraven, graaft, gedolvendig, [idiom] make (a banquet), open10לִי֙11בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12כְּנַ֔עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick13שָׁ֖מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither14תִּקְבְּרֵ֑נִיH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)15וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas16אֶֽעֱלֶהH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work17נָּ֛אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh18וְאֶקְבְּרָ֥הH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20אָבִ֖יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'21וְאָשֽׁוּבָהH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
6En Farao zeide: Trek op en begraaf uw vader, gelijk als hij u heeft doen zweren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En FaraoH6547zeideH559: TrekH5927 op en begraafH6912 uw vaderH1, gelijk als hij u heeft doen zwerenH7650.En Farao zeide: Trek op en begraaf uw vader, gelijk als hij u heeft doen zweren.
KJVAnd Pharaoh2said,1Go up,3and bury4thy father,6according as he made thee swear.
1וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2פַּרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh3עֲלֵ֛הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work4וּקְבֹ֥רH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אָבִ֖יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8הִשְׁבִּיעֶֽךָH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear
7En Jozef toog op, om zijn vader te begraven; en met hem togen op alle Farao's knechten, de oudsten van zijn huis, en al de oudsten des lands van Egypte;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En JozefH3130toogH5927 op, om zijn vaderH1 te begravenH6912; en met hem togenH5927 op alleH3605FaraoH6547's knechtenH5650, de oudstenH2205 van zijn huisH1004, en alH3605 de oudstenH2205 des landsH776 van EgypteH4714;En Jozef toog op, om zijn vader te begraven; en met hem togen op alle Farao's knechten, de oudsten van zijn huis, en al de oudsten des lands van Egypte;
KJVAnd Joseph2went up1to bury3his father:5and with him went up6all the servants9of Pharaoh,10the elders11of his house,12and all the elders14of the land15of Egypt,
1וַיַּ֥עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2יוֹסֵ֖ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3לִקְבֹּ֣רH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6וַיַּֽעֲל֨וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7אִתּ֜וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9עַבְדֵ֤יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant10פַרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh11זִקְנֵ֣יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator12בֵית֔וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13וְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14זִקְנֵ֥יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator15אֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
8Daartoe het ganse huis van Jozef, en zijn broeders, en het huis zijns vaders; alleen hun kleine kinderen, en hun schapen, en hun runderen lieten zij in het land Gosen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Daartoe het ganseH3605huisH1004 van JozefH3130, en zijn broedersH251, en het huisH1004 zijns vadersH1; alleen hun kleine kinderenH2945, en hun schapenH6629, en hun runderenH1241lietenH5800 zij in het landH776GosenH1657.Daartoe het ganse huis van Jozef, en zijn broeders, en het huis zijns vaders; alleen hun kleine kinderen, en hun schapen, en hun runderen lieten zij in het land Gosen.
KJVAnd all the house2of Joseph,3and his brethren,4and his father's6house:5only their little ones,8and their flocks,9and their herds,10they left11in the land12of Goshen.
1וְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3יוֹסֵ֔ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)4וְאֶחָ֖יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'5וּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7רַ֗קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise8טַפָּם֙H2945kinderkens, kinderen, kleine kinderen(little) children (ones), families9וְצֹאנָ֣םH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)10וּבְקָרָ֔םH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox11עָזְב֖וּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely12בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13גֹּֽשֶׁןH1657GosenGoshen
9En met hem togen op, zo wagenen als ruiteren; en het was een zeer zwaar heir.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En metH5973 hem togenH5927 op, zo wagenenH7393 als ruiterenH6571; en het wasH1961 een zeerH3966zwaarH3515heirH4264.En met hem togen op, zo wagenen als ruiteren; en het was een zeer zwaar heir.
KJVAnd there went up1with him both chariots4and horsemen:6and it was a very10great9company.
1וַיַּ֣עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2עִמּ֔וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)3גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea4רֶ֖כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon5גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea6פָּרָשִׁ֑יםH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman7וַיְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8הַֽמַּחֲנֶ֖הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents9כָּבֵ֥דH3515zwaar, zware, zwaren(so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick10מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
10Toen zij nu aan het plein van het doornbos kwamen, dat aan gene zijde van de Jordaan is, hielden zij daar een grote en zeer zware rouwklage; en hij maakte zijn vader een rouw van zeven dagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen zij nu aanH5704 het pleinH1637 van het doornbosH329kwamenH935, datH834 aan geneH5676 zijde van de JordaanH3383 is, hieldenH5594 zij daarH8033 een grote en zeerH3966zwareH3515rouwklageH4553; en hij maakteH6213 zijn vaderH1 een rouwH60 van zevenH7651dagenH3117.Toen zij nu aan het plein van het doornbos kwamen, dat aan gene zijde van de Jordaan is, hielden zij daar een grote en zeer zware rouwklage; en hij maakte zijn vader een rouw van zeven dagen.
KJVAnd they came1to the threshingfloor3of Atad,4which is beyond6Jordan,7and there they mourned8with a great11and very13sore12lamentation:10and he made14a mourning16for his father15seven17days.
1וַיָּבֹ֜אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet3גֹּ֣רֶןH1637dorsvloer, dorsvloers, plein(barn, corn, threshing-) floor, (threshing-, void) place4הָאָטָ֗דH329doornenbos, doornbos, doornstruikAtad, bramble, thorn5אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6בְּעֵ֣בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight7הַיַּרְדֵּ֔ןH3383JordaanJordan8וַיִּ֨סְפְּדוּH5594beklagen, rouwklagen, misbaarlament, mourn(-er), wail9שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10מִסְפֵּ֛דH4553rouwklage, misbaar, weeklagelamentation, one mourneth, mourning, wailing11גָּד֥וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very12וְכָבֵ֖דH3515zwaar, zware, zwaren(so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick13מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well14וַיַּ֧עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15לְאָבִ֛יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16אֵ֖בֶלH60rouw, treuren, treurigheidmourning17שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)18יָמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
11Als de inwoners des lands, de Kanaanieten, dien rouw zagen op het plein van het doornbos, zo zeiden zij: Dit is een zware rouw der Egyptenaren; daarom noemde men haar naam Abel-Mizraim, die aan het veer van de Jordaan is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Als de inwonersH3427 des landsH776, de KanaanietenH3669, dien rouwH60zagenH7200 op het pleinH1637 van het doornbosH329, zo zeidenH559 zij: DitH2088 is een zwareH3515rouwH60 der EgyptenarenH4714; daaromH3651noemdeH7121 men haar naamH8034Abel-MizraimH67, die aan het veerH5676 van de JordaanH3383 is.Als de inwoners des lands, de Kanaanieten, dien rouw zagen op het plein van het doornbos, zo zeiden zij: Dit is een zware rouw der Egyptenaren; daarom noemde men haar naam Abel-Mizraim, die aan het veer van de Jordaan is.
KJVAnd when the inhabitants2of the land,3the Canaanites,4saw1the mourning6in the floor7of Atad,8they said,9This is a grievous11mourning10to the Egyptians:wherefore the name of it17was called16Abelmizraim,18which is beyond21Jordan.
1וַיַּ֡רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2יוֹשֵׁב֩H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3הָאָ֨רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4הַֽכְּנַעֲנִ֜יH3669Kanaanieten, Kanaaniet, KanaanietischeCanaanite, merchant, trafficker5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הָאֵ֗בֶלH60rouw, treuren, treurigheidmourning7בְּגֹ֨רֶן֙H1637dorsvloer, dorsvloers, plein(barn, corn, threshing-) floor, (threshing-, void) place8הָֽאָטָ֔דH329doornenbos, doornbos, doornstruikAtad, bramble, thorn9וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10אֵֽבֶלH60rouw, treuren, treurigheidmourning11כָּבֵ֥דH3515zwaar, zware, zwaren(so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick12זֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13לְמִצְרָ֑יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15כֵּ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you16קָרָ֤אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say17שְׁמָהּ֙H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report18אָבֵ֣לH67Abel-mizraimAbel-mizraim19מִצְרַ֔יִםH67Abel-mizraimAbel-mizraim20אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21בְּעֵ֥בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight22הַיַּרְדֵּֽןH3383JordaanJordan
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12En zijn zonen deden hem, gelijk als hij hun geboden had;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En zijn zonenH1121dedenH6213 hem, gelijk als hij hun gebodenH6680 had;En zijn zonen deden hem, gelijk als hij hun geboden had;
KJVAnd his sons2did1unto him according as he commanded
1וַיַּעֲשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בָנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3ל֑וֹ4כֵּ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you5כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6צִוָּֽםH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order
13Want zijn zonen voerden hem in het land Kanaan, en begroeven hem in de spelonk des akkers van Machpela, welke Abraham met den akker gekocht had tot een erfbegrafenis van Efron, den Hethiet, tegenover Mamre.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Want zijn zonenH1121voerdenH5375 hem in het landH776KanaanH3667, en begroevenH6912 hem in de spelonkH4631 des akkersH7704 van MachpelaH4375, welkeH834AbrahamH85 met den akkerH7704gekochtH7069 had tot een erfbegrafenisH272vanH854EfronH6085, den HethietH2850, tegenoverH5921MamreH4471.Want zijn zonen voerden hem in het land Kanaan, en begroeven hem in de spelonk des akkers van Machpela, welke Abraham met den akker gekocht had tot een erfbegrafenis van Efron, den Hethiet, tegenover Mamre.
KJVFor his sons3carried1him into the land4of Canaan,5and buried6him in the cave8of the field9of Machpelah,10which Abraham13bought12with the field15for a possession16of a buryingplace17of Ephron19the Hittite,20before22Mamre.
1וַיִּשְׂא֨וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2אֹת֤וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בָנָיו֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4אַ֣רְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5כְּנַ֔עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick6וַיִּקְבְּר֣וּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)7אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בִּמְעָרַ֖תH4631spelonk, spelonkencave, den, hole9שְׂדֵ֣הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild10הַמַּכְפֵּלָ֑הH4375MachpelaMachpelah11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12קָנָה֩H7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily13אַבְרָהָ֨םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַשָּׂדֶ֜הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild16לַאֲחֻזַּתH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession17קֶ֗בֶרH6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre18מֵאֵ֛תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix19עֶפְרֹ֥ןH6085EfronEphron, Ephrain (from the margin)20הַחִתִּ֖יH2850Hethieten, Hethiet, HethietischeHittite, Hittities21עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you23מַמְרֵֽאH4471MamreMamre
14Daarna keerde Jozef weder in Egypte, hij en zijn broeders, en allen, die met hem opgetogen waren, om zijn vader te begraven, nadat hij zijn vader begraven had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Daarna keerdeH7725JozefH3130 weder in EgypteH4714, hijH1931 en zijn broedersH251, en allenH3605, die metH854 hem opgetogenH5927 waren, om zijn vaderH1 te begravenH6912, nadatH310 hij zijn vaderH1begravenH6912 had.Daarna keerde Jozef weder in Egypte, hij en zijn broeders, en allen, die met hem opgetogen waren, om zijn vader te begraven, nadat hij zijn vader begraven had.
KJVAnd Joseph2returned1into Egypt,3he, and his brethren,5and all that went up7with him to bury9his father,11after12he had buried13his father.
1וַיָּ֨שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2יוֹסֵ֤ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3מִצְרַ֨יְמָה֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5וְאֶחָ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'6וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הָעֹלִ֥יםH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work8אִתּ֖וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix9לִקְבֹּ֣רH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12אַחֲרֵ֖יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with13קָבְר֥וֹH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אָבִֽיוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
15Toen Jozefs broeders zagen, dat hun vader dood was, zo zeiden zij: Misschien zal ons Jozef haten, en hij zal ons gewisselijk vergelden al het kwaad, dat wij hem aangedaan hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen JozefsH3130broedersH251zagenH7200, dat hun vaderH1doodH4191 was, zo zeidenH559 zij: Misschien zal ons JozefH3130hatenH7852, en hij zal ons gewisselijkH7725vergeldenH7725alH3605 het kwaadH7451, dat wij hem aangedaanH1580 hebben.Toen Jozefs broeders zagen, dat hun vader dood was, zo zeiden zij: Misschien zal ons Jozef haten, en hij zal ons gewisselijk vergelden al het kwaad, dat wij hem aangedaan hebben.
KJVAnd when Joseph's3brethren2saw1that their father6was dead,5they said,7Joseph10will peradventure8hate us,9and will certainly11requite12us all the evil16which we did
1וַיִּרְא֤וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֲחֵֽיH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'3יוֹסֵף֙H3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)4כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5מֵ֣תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6אֲבִיהֶ֔םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8ל֥וּH3863Och, och, lieveif (haply), peradventure, I pray thee, though, I would, would God (that)9יִשְׂטְמֵ֖נוּH7852haten, gehaat, haathate, oppose self against10יוֹסֵ֑ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)11וְהָשֵׁ֤בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw12יָשִׁיב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13לָ֔נוּ14אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הָ֣רָעָ֔הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18גָּמַ֖לְנוּH1580gespeend, vergelden, vergoldenbestow on, deal bountifully, do (good), recompense, requite, reward, ripen, [phrase] serve, mean, yield19אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
16Daarom ontboden zij aan Jozef, zeggende: Uw vader heeft bevolen voor zijn dood, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Daarom ontbodenH6680 zij aanH413JozefH3130, zeggendeH559: Uw vaderH1 heeft bevolenH6680voorH6440 zijn doodH4194, zeggendeH559:Daarom ontboden zij aan Jozef, zeggende: Uw vader heeft bevolen voor zijn dood, zeggende:
KJVAnd they sent a messenger1unto Joseph,3saying,4Thy father5did command6before7he died,8saying,
1וַיְצַוּ֕וּH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יוֹסֵ֖ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)4לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אָבִ֣יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6צִוָּ֔הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8מוֹת֖וֹH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)9לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
17Zo zult gij tot Jozef zeggen: Ei, vergeef toch de overtreding uwer broederen, en hun zonde; want zij hebben u kwaad aangedaan; maar nu vergeef toch de overtreding der dienaren van den God uws vaders! En Jozef weende, als zij tot hem spraken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17ZoH3541 zult gij tot JozefH3130zeggenH559: EiH577, vergeefH5375tochH4994 de overtredingH6588 uwer broederenH251, en hun zondeH2403; wantH3588 zij hebben u kwaadH7451aangedaanH1580; maar nuH6258vergeefH5375tochH4994 de overtredingH6588 der dienarenH5650 van den GodH430 uws vadersH1! En JozefH3130weendeH1058, als zij totH413 hem sprakenH1696.Zo zult gij tot Jozef zeggen: Ei, vergeef toch de overtreding uwer broederen, en hun zonde; want zij hebben u kwaad aangedaan; maar nu vergeef toch de overtreding der dienaren van den God uws vaders! En Jozef weende, als zij tot hem spraken.
KJVSo shall ye say2unto Joseph,3Forgive,5I pray thee4now, the trespass7of thy brethren,8and their sin;9for they did12unto thee evil:11and now, we pray thee, forgive14the trespass16of the servants17of the God18of thy father.19And Joseph21wept20when they spake
1כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2תֹאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3לְיוֹסֵ֗ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)4אָ֣נָּ֡אH577Och, Ei, ochI (me) beseech (pray) thee, O5שָׂ֣אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield6נָ֠אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh7פֶּ֣שַׁעH6588overtredingen, overtreding, afvalrebellion, sin, transgression, trespass8אַחֶ֤יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9וְחַטָּאתָם֙H2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)10כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11רָעָ֣הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)12גְמָל֔וּךָH1580gespeend, vergelden, vergoldenbestow on, deal bountifully, do (good), recompense, requite, reward, ripen, [phrase] serve, mean, yield13וְעַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas14שָׂ֣אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield15נָ֔אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh16לְפֶ֥שַׁעH6588overtredingen, overtreding, afvalrebellion, sin, transgression, trespass17עַבְדֵ֖יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant18אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty19אָבִ֑יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'20וַיֵּ֥בְךְּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep21יוֹסֵ֖ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)22בְּדַבְּרָ֥םH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work23אֵלָֽיוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
18Daarna kwamen ook zijn broeders, en vielen voor hem neder, en zeiden: Zie, wij zijn u tot knechten!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Daarna kwamen ookH1571 zijn broedersH251, en vielenH5307voorH6440 hem nederH5307, en zeidenH559: ZieH2009, wij zijn u tot knechtenH5650!Daarna kwamen ook zijn broeders, en vielen voor hem neder, en zeiden: Zie, wij zijn u tot knechten!
KJVAnd his brethren3also went1and fell down4before his face;5and they said,6Behold, we be thy servants.
1וַיֵּלְכוּ֙H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea3אֶחָ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4וַֽיִּפְּל֖וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down5לְפָנָ֑יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7הִנֶּ֥נּֽוּH2009ziet, ziebehold, lo, see8לְךָ֖9לַעֲבָדִֽיםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
19En Jozef zeide tot hen: Vreest niet; want ben ik in de plaats van God?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En JozefH3130zeideH559totH413 hen: VreestH3372nietH408; wantH3588 ben ikH589 in de plaatsH8478 van GodH430?En Jozef zeide tot hen: Vreest niet; want ben ik in de plaats van God?
KJVAnd Joseph3said1unto them, Fear5not: for am I in the place of God?
20Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Gijlieden wel, gij hebt kwaadH7451tegenH5921 mij gedachtH2803; doch GodH430 heeft dat ten goedeH2896gedachtH2803; opdatH4616 Hij deedH6213, gelijk het te dezenH2088dageH3117 is, om een grootH7227volkH5971 in het leven te behouden.Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden.
Ook in dit vers
leven behoudenH2421
KJVBut as for you, ye thought2evil4against me; but God5meant it6unto good,7to8bring to pass,9as it is this day,10to save12much14people13alive.
1וְאַתֶּ֕םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2חֲשַׁבְתֶּ֥םH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think3עָלַ֖יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4רָעָ֑הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)5אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6חֲשָׁבָ֣הּH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think7לְטֹבָ֔הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)8לְמַ֗עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to9עֲשֹׂ֛הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10כַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12לְהַחֲיֹ֥תH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole13עַםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14רָֽבH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
21Nu dan, vreest niet! Ik zal u en uw kleine kinderen onderhouden. Zo troostte hij hen, en sprak naar hun hart.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Nu dan, vreestH3372nietH408! IkH595 zal u en uw kleine kinderenH2945onderhoudenH3557. Zo troostteH5162 hij hen, en sprakH1696 naar hun hartH3820.Nu dan, vreest niet! Ik zal u en uw kleine kinderen onderhouden. Zo troostte hij hen, en sprak naar hun hart.
KJVNow therefore fear3ye not: I will nourish5you, and your little ones.8And he comforted9them, and spake11kindly
1וְעַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than3תִּירָ֔אוּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)4אָנֹכִ֛יH595ik, mijI, me, [idiom] which5אֲכַלְכֵּ֥לH3557onderhouden, verdragen, hield(be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals)6אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8טַפְּכֶ֑םH2945kinderkens, kinderen, kleine kinderen(little) children (ones), families9וַיְנַחֵ֣םH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)10אוֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11וַיְדַבֵּ֖רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13לִבָּֽםH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
22Jozef dan woonde in Egypte, hij en het huis zijns vaders; en Jozef leefde honderd en tien jaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22JozefH3130 dan woondeH3427 in EgypteH4714, hij en het huisH1004 zijns vadersH1; en JozefH3130leefdeH2421honderdH3967 en tienH6235jarenH8141.Jozef dan woonde in Egypte, hij en het huis zijns vaders; en Jozef leefde honderd en tien jaren.
KJVAnd Joseph2dwelt1in Egypt,3he, and his father's6house:5and Joseph8lived7an hundred9and ten10years.
1וַיֵּ֤שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2יוֹסֵף֙H3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3בְּמִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5וּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7וַיְחִ֣יH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole8יוֹסֵ֔ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)9מֵאָ֥הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore10וָעֶ֖שֶׂרH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen11שָׁנִֽיםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
23En Jozef zag van Efraim kinderen, van het derde gelid; ook werden de zonen van Machir, den zoon van Manasse, op Jozefs knieen geboren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En JozefH3130zagH7200 van EfraimH669kinderenH1121, van het derdeH8029gelidH1571; ook werden de zonenH1121 van MachirH4353, den zoonH1121 van ManasseH4519, opH5921JozefsH3130knieenH1290geborenH3205.En Jozef zag van Efraim kinderen, van het derde gelid; ook werden de zonen van Machir, den zoon van Manasse, op Jozefs knieen geboren.
KJVAnd Joseph2saw1Ephraim's3children4of the third5generation: the children7also of Machir8the son9of Manasseh10were brought up11upon Joseph's14knees.
1וַיַּ֤רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2יוֹסֵף֙H3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3לְאֶפְרַ֔יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites4בְּנֵ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5שִׁלֵּשִׁ֑יםH8029derdethird (generation)6גַּ֗םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea7בְּנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8מָכִיר֙H4353MachirMachir9בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10מְנַשֶּׁ֔הH4519ManasseManasseh11יֻלְּד֖וּH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13בִּרְכֵּ֥יH1290knieen, knieknee14יוֹסֵֽףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)
24En Jozef zeide tot zijn broederen: Ik sterf; maar God zal u gewisselijk bezoeken, en Hij zal u doen optrekken uit dit land, in het land, hetwelk hij aan Abraham, Izak en Jakob gezworen heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En JozefH3130zeideH559totH413 zijn broederenH251: IkH595sterfH4191; maar GodH430 zal u gewisselijkH6485bezoekenH6485, en Hij zal u doen optrekkenH5927uitH4480ditH2063landH776, in het landH776, hetwelkH834 hij aanH413AbrahamH85, IzakH3327 en JakobH3290gezworenH7650 heeft.En Jozef zeide tot zijn broederen: Ik sterf; maar God zal u gewisselijk bezoeken, en Hij zal u doen optrekken uit dit land, in het land, hetwelk hij aan Abraham, Izak en Jakob gezworen heeft.
KJVAnd Joseph2said1unto his brethren,4I die:6and God7will surely8visit9you, and bring you out11of this land14unto the land17which he sware19to Abraham,20to Isaac,21and to Jacob.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יוֹסֵף֙H3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אֶחָ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'5אָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which6מֵ֑תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise7וֵֽאלֹהִ֞יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8פָּקֹ֧דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want9יִפְקֹ֣דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want10אֶתְכֶ֗םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11וְהֶעֱלָ֤הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with14הָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17הָאָ֕רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19נִשְׁבַּ֛עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear20לְאַבְרָהָ֥םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham21לְיִצְחָ֖קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)22וּֽלְיַעֲקֹֽבH3290Jakob, JakobsJacob
25En Jozef deed de zonen van Israel zweren, zeggende: God zal u gewisselijk bezoeken, zo zult gij mijn beenderen van hier opvoeren!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En JozefH3130 deed de zonenH1121 van IsraelH3478zwerenH7650, zeggendeH559: GodH430 zal u gewisselijkH6485bezoekenH6485, zo zult gij mijn beenderenH6106 van hierH2088opvoerenH5927!En Jozef deed de zonen van Israel zweren, zeggende: God zal u gewisselijk bezoeken, zo zult gij mijn beenderen van hier opvoeren!
KJVAnd Joseph2took an oath1of the children4of Israel,5saying,6God9will surely7visit8you, and ye shall carry up11my bones13from hence.
1וַיַּשְׁבַּ֣עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear2יוֹסֵ֔ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7פָּקֹ֨דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want8יִפְקֹ֤דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want9אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11וְהַעֲלִתֶ֥םH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13עַצְמֹתַ֖יH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very14מִזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
26En Jozef stierf, honderd en tien jaren oud zijnde; en zij balsemden hem, en men legde hem in een kist in Egypte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En JozefH3130stierfH4191, honderdH3967 en tienH6235jarenH8141oudH1121 zijnde; en zij balsemdenH2590 hem, en men legde hem in een kistH727 in EgypteH4714.En Jozef stierf, honderd en tien jaren oud zijnde; en zij balsemden hem, en men legde hem in een kist in Egypte.
Ook in dit vers
leideH3455
KJVSo Joseph2died,1being an hundred4and ten5years6old:3and they embalmed7him, and he was put9in a coffin10in Egypt.
1וַיָּ֣מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise2יוֹסֵ֔ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4מֵאָ֥הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore5וָעֶ֖שֶׂרH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen6שָׁנִ֑יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)7וַיַּחַנְט֣וּH2590balsemden, balsemen, brengtembalm, put forth8אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9וַיִּ֥ישֶׂםH3455leidebe put (set)10בָּאָר֖וֹןH727ark, kistark, chest, coffin11בְּמִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 50:1— Toen viel Jozef op zijns vaders aangezicht, en hij weende over hem, en kuste hem.Genesis 46:4→Johannes 11:35→Efeze 6:4→2 Koningen 13:14→Handelingen 8:2→Deuteronomium 6:7→Genesis 23:2→1 Thessalonicenzen 4:13→
Genesis 50:2— En Jozef gebood zijn knechten, den medicijnmeesters, dat zij zijn vader balsemen zouden; en de medicijnmeesters balsemden Israel.Genesis 50:26→2 Kronieken 16:14→Johannes 19:39→Markus 16:1→Mattheüs 26:12→Markus 14:8→Lukas 24:1→Johannes 12:7→
Genesis 50:3— En veertig dagen werden aan hem vervuld; want alzo werden vervuld de dagen dergenen, die gebalsemd werden; en de Egyptenaars beweenden hem zeventig dagen.Deuteronomium 34:8→Numeri 20:29→Deuteronomium 21:13→Genesis 50:10→
Genesis 50:4— Als nu de dagen zijns bewenens over waren, zo sprak Jozef tot het huis van Farao, zeggende: Indien ik nu genade gevonden heb in uw ogen, spreekt toch voor de oren van Farao, zeggende:Esther 4:2→Genesis 18:3→
Genesis 50:5— Mijn vader heeft mij doen zweren, zeggende: Zie, ik sterf; in mijn graf, dat ik mij in het land Kanaan gegraven heb, daar zult gij mij begraven! Nu dan, laat mij toch optrekken, dat ik mijn vader begrave, dan zal ik wederkomen.2 Kronieken 16:14→Jesaja 22:16→Mattheüs 27:60→Genesis 47:29→Lukas 9:59→Prediker 6:3→Genesis 3:19→Psalmen 79:3→
Genesis 50:6— En Farao zeide: Trek op en begraaf uw vader, gelijk als hij u heeft doen zweren.Genesis 48:21→
Genesis 50:7— En Jozef toog op, om zijn vader te begraven; en met hem togen op alle Farao's knechten, de oudsten van zijn huis, en al de oudsten des lands van Egypte;Genesis 14:16→
Genesis 50:8— Daartoe het ganse huis van Jozef, en zijn broeders, en het huis zijns vaders; alleen hun kleine kinderen, en hun schapen, en hun runderen lieten zij in het land Gosen.Exodus 10:8→Numeri 32:24→Exodus 10:26→
Genesis 50:9— En met hem togen op, zo wagenen als ruiteren; en het was een zeer zwaar heir.Exodus 14:7→Handelingen 8:2→Genesis 41:43→Genesis 46:29→Exodus 14:17→2 Koningen 18:24→Hooglied 1:9→Exodus 14:28→
Genesis 50:10— Toen zij nu aan het plein van het doornbos kwamen, dat aan gene zijde van de Jordaan is, hielden zij daar een grote en zeer zware rouwklage; en hij maakte zijn vader een rouw van zeven dagen.Handelingen 8:2→Job 2:13→2 Samuël 1:17→1 Samuël 31:13→Deuteronomium 1:1→Deuteronomium 34:8→Genesis 50:4→Numeri 19:11→
Genesis 50:11— Als de inwoners des lands, de Kanaanieten, dien rouw zagen op het plein van het doornbos, zo zeiden zij: Dit is een zware rouw der Egyptenaren; daarom noemde men haar naam Abel-Mizraim, die aan het veer van de Jordaan is.Deuteronomium 3:25→Deuteronomium 11:30→1 Samuël 6:18→Genesis 13:7→Deuteronomium 3:27→Genesis 10:15→Genesis 24:6→Genesis 50:10→
Genesis 50:12— En zijn zonen deden hem, gelijk als hij hun geboden had;Efeze 6:1→Genesis 49:29→Handelingen 7:16→Genesis 47:29→Exodus 20:12→
Genesis 50:13— Want zijn zonen voerden hem in het land Kanaan, en begroeven hem in de spelonk des akkers van Machpela, welke Abraham met den akker gekocht had tot een erfbegrafenis van Efron, den Hethiet, tegenover Mamre.Genesis 49:29→Genesis 23:16→Handelingen 7:16→2 Koningen 21:18→Genesis 25:9→Genesis 35:29→Genesis 23:20→Genesis 35:27→
Genesis 50:15— Toen Jozefs broeders zagen, dat hun vader dood was, zo zeiden zij: Misschien zal ons Jozef haten, en hij zal ons gewisselijk vergelden al het kwaad, dat wij hem aangedaan hebben.Spreuken 28:1→Leviticus 26:36→Psalmen 53:5→Job 15:21→Genesis 27:41→Genesis 42:17→Genesis 37:28→Genesis 42:21→
Genesis 50:16— Daarom ontboden zij aan Jozef, zeggende: Uw vader heeft bevolen voor zijn dood, zeggende:Spreuken 29:25→
Genesis 50:17— Zo zult gij tot Jozef zeggen: Ei, vergeef toch de overtreding uwer broederen, en hun zonde; want zij hebben u kwaad aangedaan; maar nu vergeef toch de overtreding der dienaren van den God uws vaders! En Jozef weende, als zij tot hem spraken.Spreuken 28:13→Psalmen 21:11→Job 33:27→Genesis 42:21→Lukas 17:3→Galaten 6:16→Mattheüs 6:12→Galaten 6:10→
Genesis 50:18— Daarna kwamen ook zijn broeders, en vielen voor hem neder, en zeiden: Zie, wij zijn u tot knechten!Genesis 37:7→Genesis 42:6→Genesis 44:14→Genesis 27:29→Genesis 45:3→
Genesis 50:19— En Jozef zeide tot hen: Vreest niet; want ben ik in de plaats van God?Romeinen 12:19→Genesis 30:2→Deuteronomium 32:35→Hebreeën 10:30→Genesis 45:5→Job 34:19→2 Koningen 5:7→Mattheüs 14:27→
Genesis 50:20— Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden.Romeinen 8:28→Psalmen 119:71→Genesis 45:5→Handelingen 3:26→Genesis 37:4→Handelingen 3:13→Genesis 37:18→Psalmen 56:5→
Genesis 50:21— Nu dan, vreest niet! Ik zal u en uw kleine kinderen onderhouden. Zo troostte hij hen, en sprak naar hun hart.Genesis 47:12→1 Petrus 3:9→Genesis 34:3→Romeinen 12:20→1 Thessalonicenzen 5:15→Genesis 45:10→Mattheüs 5:44→Mattheüs 6:14→
Genesis 50:23— En Jozef zag van Efraim kinderen, van het derde gelid; ook werden de zonen van Machir, den zoon van Manasse, op Jozefs knieen geboren.Job 42:16→Numeri 32:39→Genesis 30:3→Psalmen 128:6→Jozua 17:1→Genesis 48:19→Numeri 32:33→Genesis 49:12→
Genesis 50:24— En Jozef zeide tot zijn broederen: Ik sterf; maar God zal u gewisselijk bezoeken, en Hij zal u doen optrekken uit dit land, in het land, hetwelk hij aan Abraham, Izak en Jakob gezworen heeft.Genesis 35:12→Genesis 26:3→Genesis 48:21→Genesis 46:4→Exodus 3:16→Genesis 28:13→Genesis 15:18→Genesis 13:17→
Genesis 50:25— En Jozef deed de zonen van Israel zweren, zeggende: God zal u gewisselijk bezoeken, zo zult gij mijn beenderen van hier opvoeren!Exodus 13:19→Jozua 24:32→Hebreeën 11:22→Handelingen 7:16→Genesis 47:29→Genesis 50:5→
Genesis 50:26— En Jozef stierf, honderd en tien jaren oud zijnde; en zij balsemden hem, en men legde hem in een kist in Egypte.Genesis 47:9→Genesis 47:28→Genesis 50:2→Genesis 50:22→Jozua 24:29→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 50 vers 1— Toen viel Jozef op zijns vaders aangezicht, en hij weende over hem, en kuste hem.
kuste hem
Alzo dat hij hem ook zonder twijfel, de ogen toegesloten heeft, gelijk God Jakob beloofd had, boven, Gen. 46:4.
Hertaald:kuste hem
Zodat hij hem ongetwijfeld ook de ogen gesloten heeft, zoals God Jakob beloofd had, Gen. 46:4.
Genesis 50 vers 2— En Jozef gebood zijn knechten, den medicijnmeesters, dat zij zijn vader balsemen zouden; en de medicijnmeesters balsemden Israel.
zijn vader
Dat is, het dode lichaam zijns vaders.
Hertaald:zijn vader
Dat is: het dode lichaam van zijn vader.
balsemen zouden;
Een oud gebruik der oosterse volken, waardoor zij de dode lichamen met welriekende kruiden en krachtige specerijen bestrooid en gevuld en met zalf, daarvan gemaakt, bestreken hebben; welk gebruik de heidenen uit superstitie, maar de Israëlieten met een heilig nadenken, tot een getuigenis van de toekomende onverderfelijkheid onzer lichamen, onderhouden hebben. Zie 2 Kron. 16:14, en 2 Kron. 21:19; Marc. 16:1; Joh. 19:40.
Hertaald:balsemen zouden;
Een oud gebruik van de oosterse volken, waardoor zij de dode lichamen met welriekende kruiden en krachtige specerijen bestrooiden en vulden, en met zalf, daarvan gemaakt, bestreken; een gebruik dat de heidenen uit bijgeloof, maar de Israëlieten met heilige overweging, als een getuigenis van de toekomstige onvergankelijkheid van onze lichamen, in acht genomen hebben. Zie 2 Kron. 16:14, en 2 Kron. 21:19; Marc. 16:1; Joh. 19:40.
Genesis 50 vers 3— En veertig dagen werden aan hem vervuld; want alzo werden vervuld de dagen dergenen, die gebalsemd werden; en de Egyptenaars beweenden hem zeventig dagen.
veertig dagen
Te weten, opdat door het langdurige balsemen, de kracht van de kostbare kruiden en zalven al de leden des lichaams doortrekken mocht.
Hertaald:veertig dagen
Namelijk: zodat door het langdurige balsemen de kracht van de kostbare kruiden en zalven alle delen van het lichaam kon doordringen.
hem vervuld;
Namelijk, aan Jakob.
Hertaald:hem vervuld;
Namelijk: aan Jakob.
zeventig dagen
Langer dan de Israelieten Aäron en Mozes beweenden, hetwelk maar dertig dagen duurde; Num. 20:29; Deut. 34:8. Doch sommigen menen dat onder deze zeventig dagen, de voormelde veertig der balseming mede begrepen moeten worden. In welken zin het bewenen maar dertig dagen geduurd zou hebben.
Hertaald:zeventig dagen
Langer dan de Israëlieten Aäron en Mozes beweenden, wat maar dertig dagen duurde; Num. 20:29; Deut. 34:8. Sommigen menen echter dat onder deze zeventig dagen de eerder genoemde veertig dagen van het balsemen mede begrepen moeten worden. In dat geval zou de rouw maar dertig dagen geduurd hebben.
Genesis 50 vers 4— Als nu de dagen zijns bewenens over waren, zo sprak Jozef tot het huis van Farao, zeggende: Indien ik nu genade gevonden heb in uw ogen, spreekt toch voor de oren van Farao, zeggende:
huis van Faraö,
Versta de vorsten, raadsheren en vrienden van Faraö, die dagelijks bij hem waren; want in den rouw zijnde, mocht Jozef bij den koning niet verschijnen, naar het gebruik van Egypte en van andere landen. Verg. Est. 4:2.
Hertaald:huis van Faraö,
Versta hieronder: de vorsten, raadsheren en vrienden van Farao, die dagelijks bij hem waren; want in de rouw zijnde, mocht Jozef zich niet bij de koning vertonen, naar het gebruik van Egypte en van andere landen. Vergelijk Est. 4:2.
genade gevonden
Zie boven, Gen. 18:3.
Hertaald:genade gevonden
Zie Gen. 18:3.
Genesis 50 vers 5— Mijn vader heeft mij doen zweren, zeggende: Zie, ik sterf; in mijn graf, dat ik mij in het land Kanaan gegraven heb, daar zult gij mij begraven! Nu dan, laat mij toch optrekken, dat ik mijn vader begrave, dan zal ik wederkomen.
Zie, ik sterf;
Zie boven, Gen. 48:21, en hier vs.24.
Hertaald:Zie, ik sterf;
Zie Gen. 48:21, en hier vers 24.
dat ik mij in
Aldus hebben ook anderen, toen zij nog leefden, hun graf tegen hun dood laten bereiden. Zie 2 Kron. 16:14; Jes. 22:16; Matt. 27:60.
Hertaald:dat ik mij in
Zo hebben ook anderen, terwijl zij nog leefden, hun graf voor hun dood laten gereedmaken. Zie 2 Kron. 16:14; Jes. 22:16; Matt. 27:60.
Genesis 50 vers 7— En Jozef toog op, om zijn vader te begraven; en met hem togen op alle Farao's knechten, de oudsten van zijn huis, en al de oudsten des lands van Egypte;
alle
Dat is, het merendeel, te weten, allen die bij de hand waren, en van huis konden wezen. Verg. Matt. 3:5.
Hertaald:alle
Dat is: het merendeel, namelijk allen die bij de hand waren, en van huis konden zijn. Vergelijk Matt. 3:5.
Faraö's knechten,
Zijn hofdienaren en edellieden; zie boven, Gen. 20:8.
Hertaald:Faraö's knechten,
Zijn hofdienaren en edellieden; zie Gen. 20:8.
oudsten van zijn
Zijn raadsheren en andere mannen van staat.
Hertaald:oudsten van zijn
Zijn raadsheren en andere staatslieden.
huis, en al
Dat is, hofgezin. Zie boven, Gen. 34:19.
Hertaald:huis, en al
Dat is: hofgezin. Zie Gen. 34:19.
de oudsten des lands van
Vorsten, officieren en aanzienlijken des lands.
Hertaald:de oudsten des lands van
Vorsten, ambtenaren en aanzienlijken van het land.
Genesis 50 vers 8— Daartoe het ganse huis van Jozef, en zijn broeders, en het huis zijns vaders; alleen hun kleine kinderen, en hun schapen, en hun runderen lieten zij in het land Gosen.
huis Jozefs,
Dat is, huisgezin, huisgenoten, dienaars en knechten; verg. de aantekeningen op het voorgaande vs. en boven, Gen. 7:1.
Hertaald:huis Jozefs,
Dat is: huisgezin, huisgenoten, dienaars en knechten; vergelijk de aantekening bij het voorgaande vers en Gen. 7:1.
schapen, en hun
Dat is, hun klein en groot vee. Zie boven, Gen. 12:16.
Hertaald:schapen, en hun
Dat is: hun klein en groot vee. Zie Gen. 12:16.
Genesis 50 vers 9— En met hem togen op, zo wagenen als ruiteren; en het was een zeer zwaar heir.
zwaar heir
Dat is, groot in menigte. Aldus wordt een zwaar volk genoemd, Num. 20:20, en 1 Kon. 3:9, hetwelk uitgelegd wordt een groot volk; 2 Kron. 1:10. Zie ook 1 Kon. 10:2, en 2 Kon. 6:14.
Hertaald:zwaar heir
Dat is: groot in aantal. Zo wordt ook een 'zwaar volk' genoemd in Num. 20:20, en 1 Kon. 3:9, wat wordt uitgelegd als 'een groot volk'; 2 Kron. 1:10. Zie ook 1 Kon. 10:2, en 2 Kon. 6:14.
Genesis 50 vers 10— Toen zij nu aan het plein van het doornbos kwamen, dat aan gene zijde van de Jordaan is, hielden zij daar een grote en zeer zware rouwklage; en hij maakte zijn vader een rouw van zeven dagen.
plein van
Versta hier een effen, ledige en open plaats, die met doornen bezet, of omtuind was, of omtrent welke een menigte van doornen groeiden.
Hertaald:plein van
Versta hier een effen, lege en open plaats, die met doornen omzet of omheind was, of waaromheen veel doornstruiken groeiden.
doornbos
Datzelfde woord hebben wij Richt. 9:14; Ps. 58:10. Anderen behouden het Hebreeuwse woord ATAD als den eigen naam van deze plaats.
Hertaald:doornbos
Datzelfde woord vinden wij in Richt. 9:14; Ps. 58:10. Anderen behouden het Hebreeuwse woord Atad als de eigennaam van deze plaats.
aan gene zijde
Ten aanzien van de plaats, waar Mozes was, toen hij dit schreEf.
Hertaald:aan gene zijde
Met het oog op de plaats waar Mozes was, toen hij dit schreef.
Jordaan is,
Zie boven, Gen. 13:10.
Hertaald:Jordaan is,
Zie Gen. 13:10.
hielden zij
Hebr. zo rouwklaagden zij daar een rouwklacht.
Hertaald:hielden zij
Hebreeuws: zo rouwklaagden zij daar een rouwklacht.
zeven dagen
Dat is, Jozef verordende den tijd van zeven dagen, om te beschikken al wat tot het rouwdragen en de begrafenis nodig was; zie Pred. 12:13.
Hertaald:zeven dagen
Dat is: Jozef stelde een periode van zeven dagen vast, om alles te regelen wat nodig was voor het rouwbedrijf en de begrafenis; zie Pred. 12:13.
Genesis 50 vers 11— Als de inwoners des lands, de Kanaanieten, dien rouw zagen op het plein van het doornbos, zo zeiden zij: Dit is een zware rouw der Egyptenaren; daarom noemde men haar naam Abel-Mizraim, die aan het veer van de Jordaan is.
inwoners des
Hebr. de inwoner; alzo in het volgende, de Kanaäniet.
Hertaald:inwoners des
Hebreeuws: de inwoner; zo ook verderop: de Kanaäniet.
zijn naam
Te weten, der voorzegde plaats.
Hertaald:zijn naam
Namelijk: van de genoemde plaats.
Abel-Mizráïm,
Dat is, de rouw der Egyptenaars, of, de rouwdragers der Egyptenaars.
Hertaald:Abel-Mizráïm,
Dat is: de rouw van de Egyptenaren, of de rouwdragers van de Egyptenaren.
die aan het veer
Aldus in het voorgaande, vs.10.
Hertaald:die aan het veer
Zo ook in het voorgaande, vers 10.
Genesis 50 vers 12— En zijn zonen deden hem, gelijk als hij hun geboden had;
hem zo,
Namelijk, Jakob.
Hertaald:hem zo,
Namelijk: Jakob.
hij hun
Zie boven, Gen. 49:29.
Hertaald:hij hun
Zie Gen. 49:29.
Genesis 50 vers 13— Want zijn zonen voerden hem in het land Kanaan, en begroeven hem in de spelonk des akkers van Machpela, welke Abraham met den akker gekocht had tot een erfbegrafenis van Efron, den Hethiet, tegenover Mamre.
Machpéla,
Zie boven, Gen. 49:30.
Hertaald:Machpéla,
Zie Gen. 49:30.
Mamre
Zie boven, Gen. 49:30.
Hertaald:Mamre
Zie Gen. 49:30.
Genesis 50 vers 15— Toen Jozefs broeders zagen, dat hun vader dood was, zo zeiden zij: Misschien zal ons Jozef haten, en hij zal ons gewisselijk vergelden al het kwaad, dat wij hem aangedaan hebben.
Hertaald:gewisselijk
Hebreeuws: vergeldend vergelden, of terugkeren.
aangedaan hebben
Hebr. weder gedaan, of, vergolden hebben; te weten, voor al die ootmoedige beden en vriendelijke smekingen, die hij, in onze handen zijnde, aan ons gedaan heeft, en wij hem afgeslagen hebben. Zie boven, Gen. 42:21, alzo onder, vs.17.
Hertaald:aangedaan hebben
Hebreeuws: teruggedaan, of vergolden hebben; namelijk voor al die nederige verzoeken en vriendelijke smeekbeden, die hij, toen hij in onze macht was, tot ons gericht heeft, en die wij afgewezen hebben. Zie Gen. 42:21, zo ook vers 17.
Genesis 50 vers 16— Daarom ontboden zij aan Jozef, zeggende: Uw vader heeft bevolen voor zijn dood, zeggende:
ontboden zij
Hebr. zij hebben bevolen aan, of, tot Jozef; dat is, zij hebben tot Jozef enigen afgevaardigd, wien zij bevolen hebben hem uit hun naam wat aan te dienen.
Hertaald:ontboden zij
Hebreeuws: zij hebben bevel gegeven aan, of tot Jozef; dat is: zij hebben iemand naar Jozef gestuurd, aan wie zij opgedragen hadden hem namens hen iets mee te delen.
Uw vader heeft
Zij begeren vergiffenis van Jozef, gebruikende daartoe vier redenen:<i>I.</i> Omdat hun vader [zoals zij zeggen] dit vóór zijn dood begeerd had;<i>II.</i> Omdat zij zijn broeders waren;<i>III.</i> Omdat zij berouw hadden en hun zonden bekenden;<i>IV.</i> Omdat zij van één religie met hem waren.
Hertaald:Uw vader heeft
Zij vragen vergiffenis van Jozef, en voeren daartoe vier redenen aan: I. Omdat hun vader (zoals zij zeggen) dit vóór zijn dood gewild had; II. Omdat zij zijn broers waren; III. Omdat zij berouw hadden en hun zonden beleden; IV. Omdat zij dezelfde religie hadden als hij.
Genesis 50 vers 17— Zo zult gij tot Jozef zeggen: Ei, vergeef toch de overtreding uwer broederen, en hun zonde; want zij hebben u kwaad aangedaan; maar nu vergeef toch de overtreding der dienaren van den God uws vaders! En Jozef weende, als zij tot hem spraken.
der dienaren
Die denzelfden God met u dienen, die ons bevolen heeft elkander de misdaden te vergeven, gelijk wij begeren, dat Hij ons genadig is.
Hertaald:der dienaren
Die dezelfde God dienen als u, Die ons bevolen heeft elkaar de overtredingen te vergeven, zoals wij verlangen dat Hij ons genadig is.
van den God
Zie boven, Gen. 26:24, en Gen. 31:42.
Hertaald:van den God
Zie Gen. 26:24, en Gen. 31:42.
weende als zij
Zonder twijfel, omdat zij zeer bewogen spraken van een zaak, die hij zonder beweging niet kon aanhoren, te meer omdat hij hun vrees voor straf bemerkte en wantrouwen op zijn goedheid.
Hertaald:weende als zij
Ongetwijfeld omdat zij zeer aangedaan spraken over een zaak, die hij niet zonder ontroering kon aanhoren, temeer omdat hij hun vrees voor straf en wantrouwen jegens zijn goedheid bemerkte.
Genesis 50 vers 18— Daarna kwamen ook zijn broeders, en vielen voor hem neder, en zeiden: Zie, wij zijn u tot knechten!
Daarna kwamen
Te weten, nadat zij gehoord hadden het rapport dergenen, die zij tot Jozef afgevaardigd hadden.
Hertaald:Daarna kwamen
Namelijk: nadat zij het verslag gehoord hadden van hen die zij naar Jozef gestuurd hadden.
Genesis 50 vers 19— En Jozef zeide tot hen: Vreest niet; want ben ik in de plaats van God?
ben ik in
Dat is, ben ik God, die de macht zou hebben u kwaad te doen, die God door mij goed doen en behouden wil?
Hertaald:ben ik in
Dat is: ben ik God, Die de macht zou hebben u kwaad te doen, terwijl God door mij goed wil doen en behouden wil?
Genesis 50 vers 20— Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden.
gelijk het te
Dat is, gelijk het heden blijkt, en voor alle mensen openbaar is.
Hertaald:gelijk het te
Dat is: zoals het heden blijkt, en voor alle mensen openbaar is.
Genesis 50 vers 21— Nu dan, vreest niet! Ik zal u en uw kleine kinderen onderhouden. Zo troostte hij hen, en sprak naar hun hart.
sprak naar hun
Zie boven, Gen. 34:3.
Hertaald:sprak naar hun
Zie Gen. 34:3.
Genesis 50 vers 23— En Jozef zag van Efraim kinderen, van het derde gelid; ook werden de zonen van Machir, den zoon van Manasse, op Jozefs knieen geboren.
kinderen des
Hebr. kinderen der derden; dat is, kinderen tot in het derde gelid; dat is, kinderen van kindskinderen. Zie van dergelijken zegen Job 42:16, en Ps. 128:6. Hier begint vervuld te worden de profetie van Jakob, boven, Gen. 48:19.
Hertaald:kinderen des
Hebreeuws: kinderen van de derden; dat is: kinderen tot in het derde geslacht, dat is: kinderen van kleinkinderen. Zie over zo'n zegen Job 42:16, en Ps. 128:6. Hier begint de profetie van Jakob, Gen. 48:19, vervuld te worden.
Jozefs knieën
Dat is, die Jozef in hun eerste jonkheid van blijdschap en vermaak op zijn schoot placht te zetten, en daarmede te spelen, gelijk men met de kleine kindertjes gewoonlijk doet; verg. boven, Gen. 30:3.
Hertaald:Jozefs knieën
Dat is: die Jozef in hun vroege jeugd uit blijdschap en genoegen op zijn schoot placht te zetten, en daarmee te spelen, zoals men met kleine kindjes gewoonlijk doet; vergelijk Gen. 30:3.
Genesis 50 vers 24— En Jozef zeide tot zijn broederen: Ik sterf; maar God zal u gewisselijk bezoeken, en Hij zal u doen optrekken uit dit land, in het land, hetwelk hij aan Abraham, Izak en Jakob gezworen heeft.
Ik sterf;
Zie boven, vs.5.
Hertaald:Ik sterf;
Zie vers 5.
bezoeken, en
Hebr. bezoekende bezoeken; dat is, Hij zal u zekerlijk bezoeken, te weten, naar zijn genade; om u wèl te doen en zijn beloften aan u te volbrengen; zie boven, Gen. 21:1, en hier het volgende vs.
Hertaald:bezoeken, en
Hebreeuws: bezoekend bezoeken; dat is: Hij zal u zeker bezoeken, namelijk naar Zijn genade, om u goed te doen en Zijn beloften aan u te vervullen; zie Gen. 21:1, en hier het volgende vers.
Genesis 50 vers 25— En Jozef deed de zonen van Israel zweren, zeggende: God zal u gewisselijk bezoeken, zo zult gij mijn beenderen van hier opvoeren!
zult gij mijn
Dit beveelt hij, niet uit superstitie, maar uit een vast geloof, waardoor hij voor zeker hield, dat zijn geslacht het land Kanaän bezitten zou, en dat hetzelve hun allen was tot een voorbeeld en onderpand van het hemelse Kanaän; begerende uit zulke oorzaak, dat zijn beenderen daar eindelijk zouden heengevoerd worden; zie Hebr. 11:22.
Hertaald:zult gij mijn
Dit draagt hij op, niet uit bijgeloof, maar uit een vast geloof, waardoor hij er zeker van was dat zijn nageslacht het land Kanaän zou bezitten, en dat dit hun allen tot een voorbeeld en onderpand van het hemelse Kanaän was; om die reden verlangde hij dat zijn beenderen daar uiteindelijk naartoe gebracht zouden worden; zie Hebr. 11:22.
Genesis 50 vers 26— En Jozef stierf, honderd en tien jaren oud zijnde; en zij balsemden hem, en men legde hem in een kist in Egypte.
honderd en tien jaren
Hebr. een zoon van honderd en tien jaren.
Hertaald:honderd en tien jaren
Hebreeuws: een zoon van honderd en tien jaar.
balsemden hem,
Zie boven, vs.2.
Hertaald:balsemden hem,
Zie vers 2.
kist in Egypte
Waarin zijn dood lichaam is bewaard geweest, om te zijner tijd naar het land Kanaän vervoerd te mogen worden, hetwelk honderd vijf en vijftig jaren daarna geschied is, toen de kinderen Israëls uit Egypte togen.
Hertaald:kist in Egypte
Waarin zijn dode lichaam bewaard is geweest, om te zijner tijd naar het land Kanaän vervoerd te worden, wat honderdvijfenvijftig jaar daarna gebeurd is, toen de kinderen van Israël uit Egypte trokken.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Abram — verheven vader
De zoon van Terah, vóór zijn oudere broers Nahor en Haran genoemd (Gen. 11:27) omdat hij de erfgenaam van de beloften was. Op zeventigjarige leeftijd verliet hij met zijn familie Ur der Chaldeeën; later, na de dood van zijn vader in Haran, ontving hij van de HEERE de roeping om naar het onbekende land Kanaän te trekken, 'niet wetende waar hij komen zou' (Hebr. 11:8). Later zou zijn naam veranderd worden in Abraham (Gen. 17:4-5).
Izak — lachen, gelach
De zoon van Abraham en Sara, geboren toen Abraham honderd jaar oud was, precies zoals de HEERE beloofd had (Gen. 21:1-5). Zijn naam herinnert aan het ongelovige lachen van zowel Abraham (Gen. 17:17) als Sara (Gen. 18:12) toen hun deze geboorte was aangekondigd, en later aan Sara's vreugdevolle lach (Gen. 21:6). Als het kind der belofte is Izak in het Nieuwe Testament een voorafbeelding van de gelovigen, 'kinderen der belofte' (Gal. 4:28), en zijn beoogde offering op de berg Moria (Gen. 22) een beeld van de opoffering van Gods eigen Zoon.
Efron — hertachtig, of: van een hert
Een Hethiet uit Hebron, van wie Abraham na de dood van Sara de spelonk van Machpela met het omliggende veld kocht als familiebegraafplaats (Gen. 23). Hier werden later ook Abraham zelf, Izak, Rebekka, Jakob en Lea begraven.
Jakob — hielenlichter, bedrieger
De tweede tweelingzoon van Izak en Rebekka, geboren terwijl hij de hiel van zijn broer Ezau vasthield, waaraan zijn naam is ontleend (Gen. 25:26). Hij verwierf sluw het eerstgeboorterecht en later, met hulp van zijn moeder, ook de zegen van zijn vader. Later zou God zijn naam veranderen in Israël (Gen. 32:28), en uit zijn twaalf zonen zouden de twaalf stammen van Israël voortkomen.
Dan — hij heeft gericht, geoordeeld
De zoon van Jakob en Bilha, Rachels slavin (Gen. 30:6). Rachel gaf hem deze naam omdat God, naar haar zeggen, haar recht gedaan en haar stem gehoord had.
Jozef — Hij (God) voege toe
De eerste zoon van Jakob en Rachel, na lang wachten geboren (Gen. 30:22-24). Zijn naam drukt Rachels hoop uit dat de HEERE haar nog een zoon zou toevoegen — wat later met Benjamin ook gebeurde. Jozef zou later, als lieveling van zijn vader, door zijn broers uit jaloezie verkocht worden, maar door Gods voorzienigheid uiteindelijk heel Egypte en zijn eigen familie redden van de hongersnood (Gen. 37-50).
Manasse — doende vergeten
De eerstgeboren zoon van Jozef en Asnath, geboren vóór de zeven magere jaren. Jozef gaf hem deze naam omdat God, naar zijn zeggen, hem al zijn moeite en het huis van zijn vader had doen vergeten (Gen. 41:51). Later, bij het zegenen van Jozefs beide zonen, legde Jakob desondanks bewust zijn rechterhand op de jongere Efraïm in plaats van op Manasse (Gen. 48:13-20).
Efraïm — dubbele vruchtbaarheid
De tweede zoon van Jozef en Asnath, eveneens geboren vóór de hongersnood. Jozef noemde hem zo, 'want God heeft mij doen wassen in het land mijner verdrukking' (Gen. 41:52). Ondanks dat hij de jongste was, ontving hij van zijn grootvader Jakob de eersterangs zegen (Gen. 48), en zijn nageslacht zou uitgroeien tot de belangrijkste stam van het noordelijke tienstammenrijk, zozeer zelfs dat de naam Efraïm later vaak voor heel Israël gebruikt wordt.
Kanaän — onderworpene, vernederde
De jongste zoon van Cham en kleinzoon van Noach (Gen. 9:18, 22). Om de zonde van zijn vader Cham tegenover Noach werd niet Cham, maar Kanaän door Noach vervloekt: 'een knecht der knechten zij hij zijn broederen.' Naar hem is het land Kanaän genoemd, dat later door de Israëlieten in bezit genomen zou worden.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Hebron — Hebreeuws chebron, "bondgenootschap, verbond"; ook bekend als Kirjath-Arba, "de stad van Arba" (naar de vader van Enak), of, volgens joodse overlevering, "de stad der vier" — omdat Abraham, Izak, Jakob en, naar men meende, ook Adam er begraven zouden zijn
Ligging: Circa 32 kilometer ten zuiden van Jeruzalem, gelegen in een open dal, ruim 900 meter boven zeeniveau — een van de oudste en belangrijkste steden van Zuid-Palestina. Volgens Num. 13:22 gesticht vóór Zoan (Tanis) in Egypte.
Geschiedenis: Hier woonde Abram bij de eiken van Mamre (Gen. 13:18); vandaar trok hij Lot te hulp na diens gevangenneming (Gen. 14); hier werd zijn naam veranderd in Abraham (Gen. 17); hier kwamen de drie mannen met de belofte van een zoon (Gen. 18); hier stierf Sara, en kocht Abraham de spelonk van Machpela als haar graf (Gen. 23) — de begraafplaats van vrijwel alle aartsvaders en hun vrouwen, behalve Rachel. Later werd Hebron een Levitische stad en vrijstad (Joz. 21); hier regeerde David zevenenhalf jaar voordat hij Jeruzalem tot zijn hoofdstad maakte (2 Sam. 5); hier ontstond ook de opstand van Absalom (2 Sam. 15).
Bijbelse betekenis: De plaats die door de hele aartsvadergeschiedenis heen steeds opnieuw terugkeert als woonplaats en begraafplaats van Abraham, Izak en Jakob — daarmee in zekere zin het geestelijke thuis van de patriarchen in het beloofde land.
Archeologie: De oudtestamentische stad wordt gezocht op de heuvel er-Roemeidi, ten westen van het huidige Hebron, waar cyclopische muren en andere sporen van oude bewoning zijn aangetroffen; een grondige opgraving van deze heuvel had in 1915 nog niet plaatsgevonden.
Mamre — mogelijk de naam van een Amoritisch stamhoofd (Gen. 14:13,24), naar wie het eikenbos vernoemd werd
Ligging: De "eiken" (of terebinten) van Mamre, waar Abram zijn tent opsloeg, worden beschreven als gelegen "in Hebron" (Gen. 13:18); Mamre wordt zelfs met Hebron zelf gelijkgesteld (Gen. 23:19). De overlevering over de precieze locatie van de boom verschilt door de eeuwen heen, telkens bepaald door de aanwezigheid van een geschikte oude boom; de vroegste overlevering wees Ramet el-Chalil aan, een latere (vanaf de 12e eeuw) een plek een stukje ten noordwesten van het huidige Hebron.
Geschiedenis: Hier bouwde Abram een altaar voor de HEERE (Gen. 13:18); hier ontving hij de drie mannen/engelen met de belofte van Izaks geboorte (Gen. 18); ten oosten van Mamre lag de spelonk van Machpela, waar Sara, Abraham, Izak, Rebekka, Lea en Jakob begraven werden (Gen. 23:17,19; 25:9; 49:30; 50:13).
Bijbelse betekenis: De plek van Gods verschijning aan Abraham met de belofte van de zoon der belofte — een van de meest intieme ontmoetingen tussen God en een aartsvader in de hele Schrift.
Archeologie: Bij Ramet el-Chalil, de vroegste overgeleverde locatie, bevinden zich de resten van een door Herodes en later door keizer Constantijn aangelegde ommuurde heilige plaats; een eeuwenoude, inmiddels afstervende steeneik bij het huidige Hebron wordt sinds de 12e eeuw als "Abrahams eik" vereerd.
Gen. 13:18; 14:13,24; 18:1; 23:17,19; 25:9; 35:27; 49:30; 50:13
Gosen — onzeker; waarschijnlijk niet van Egyptische, maar van Semitische herkomst
Ligging: Een landstreek in het noordoosten van de Nijldelta, ten oosten van de Bubastische Niltak; een gebied van ongeveer 2300 vierkante kilometer, waarvan de westelijke helft tot de vruchtbaarste grond van Egypte behoorde. Waarschijnlijk (deels) samenvallend met het "veld van Zoan" (Ps. 78:12,43) en "het land Rameses" (Gen. 47:11).
Geschiedenis: Hier bood Jozef zijn vader Jakob en zijn broers aan zich te vestigen, als een land "geschikt voor het vee" en weg van de Egyptenaren, voor wie herders "een gruwel" waren (Gen. 45:10; 46:34; 47:1-6). Het gehele gezin van Jakob, zeventig zielen, vestigde zich hier en groeide er in de eeuwen die volgden uit tot een groot volk (Gen. 46-47; Ex. 1). Ook tijdens de latere plagen over Egypte bleef Gosen als woonplaats van Israël van een aantal van die plagen gespaard (Ex. 8:22; 9:26).
Bijbelse betekenis: Het land van bewaring — waar de HEERE Zijn volk temidden van hongersnood een veilige, vruchtbare toevlucht gaf, en waar Israël kon uitgroeien tot het volk dat Hij Zich uiteindelijk uit Egypte zou uitleiden.
Gen. 45:10; 46:28-47:6,27; 50:8; Ex. 8:22; 9:26
Dorsvloer van Atad (Abel-Mizraïm) — Atad: Hebreeuws voor "doornstruik"; Abel-Mizraïm: "rouwklacht van Egypte" — een woordspeling, want de Kanaänieten die de rouw zagen, noemden de plaats naar het Hebreeuwse woord voor "rouw" (ebel), dat sterk klinkt als "weide/vlakte" (abel) van Egypte
Ligging: Gelegen "aan gene zijde van de Jordaan" — vermoedelijk dus ten oosten van de rivier, ten noorden van de Dode Zee; de precieze locatie is onbekend. (Sommigen, onder wie Hiëronymus, plaatsten de plek juist ten westen van de Jordaan, bij het latere Beth-Hogla.)
Geschiedenis: Hier hield de indrukwekkende rouwstoet van Jozef — met zijn broers, de oudsten van Egypte en een grote Egyptische escorte van wagens en ruiters — een zeer grote en zware rouwklacht van zeven dagen over Jakob, voordat zij hem verder naar Kanaän brachten om hem, overeenkomstig zijn eigen laatste wens, in de spelonk van Machpela bij Hebron te begraven (Gen. 50:7-13). De Kanaänieten die dit zagen, gaven de plaats daarom de naam Abel-Mizraïm.
Bijbelse betekenis: Een laatste, indrukwekkend eerbetoon van zowel Israël als Egypte aan de aartsvader Jakob — een teken van de aanzienlijke positie die Jozef, en daarmee zijn hele familie, in Egypte innam, en tegelijk een voorlopig station op weg naar het uiteindelijke doel: begrafenis in het beloofde land, bij zijn vaderen.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Voorzienigheid — Hebreeuws: Jehovah Jireh, "De HEERE zal het voorzien" (Gen. 22:14)
Abraham zou op Gods bevel zijn zoon Izak als brandoffer brengen op een berg in het land Moria. Op het laatste ogenblik trof hij een ram aan, verstrikt met zijn horens in het struikgewas, om in Izaks plaats te offeren. Daarom noemde hij die plaats "De HEERE zal het voorzien" (Gen. 22:1-14).
Bijbelse betekenis: Gods voorzienigheid is Zijn voortdurende, alles beschikkende zorg over Zijn schepping en in het bijzonder over hen die Hem vrezen: Hij liet het niet aan het toeval over, maar had de ram al bereid vóór Abraham hem nodig had.
Typologie: Deze geschiedenis wordt van oudsher gelezen als een sprekend voorbeeld van plaatsvervanging: de ram stierf in Izaks plaats, zoals Christus, de eniggeboren Zoon, uiteindelijk zou sterven in de plaats van zondaren. De berg Moria wordt door de overlevering bovendien vereenzelvigd met de plaats waar later de tempel zou staan (2 Kron. 3:1). Jakobus noemt Abrahams werk hier het zichtbare bewijs van zijn reeds bestaand geloof (Jak. 2:21-23).
Gen. 22:1-14; 2 Kron. 3:1; Jak. 2:21-23; Rom. 8:32
Ten goede gedacht — Het slotwoord van Jozef aan zijn broers: hun kwaad en Gods bedoeling liggen over dezelfde daad heen (Gen. 50:20)
Na de dood van Jakob vrezen de broers dat Jozef zich alsnog wreken zal. Zijn antwoord vat samen wat er in heel zijn geschiedenis gebeurd is: "Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden" (Gen. 50:20). Hij had het eerder al zo gezegd, toen hij zich bekendmaakte: zij moesten niet bekommerd zijn en niet toornig op zichzelf, "want God heeft mij voor uw aangezicht gezonden, tot behoudenis des levens" (Gen. 45:5). Daaraan gaat vooraf dat hij hen niet vrijpleit; het woord kwaad blijft staan.
Bijbelse betekenis: Er staan hier twee bedoelingen over één daad, en de Schrift zet ze naast elkaar zonder de een tegen de ander weg te strepen. De broers deden kwaad, en dat blijft kwaad; God dacht het ten goede, en dat was geen goedmaken achteraf maar een bedoeling die er van meet af aan was. Twee dingen volgen daaruit. Het eerste is dat dit geen berusting is. Jozef zegt niet dat het meeviel of dat het nu eenmaal zo moest, maar dat God het richtte op het behoud van velen. Het tweede is de grens van de troost. Deze uitspraak komt van hem die het heeft doorgemaakt en achteraf mocht zien waartoe het diende. Zij is niet bedoeld als iets wat een buitenstaander een lijdende toewerpt terwijl het nog donker is.
Typologie: Dezelfde twee bedoelingen liggen over het kruis. Petrus zegt op de Pinksterdag dat Christus door de bepaalde raad en voorkennis Gods overgegeven is, en dat zij Hem door de handen der onrechtvaardigen genomen en gedood hebben (Hand. 2:23). Beide staan in één zin. En Paulus vat de gevolgtrekking voor de gelovige samen: alle dingen werken mede ten goede degenen die God liefhebben (Rom. 8:28).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het beloofde Zaadniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
God zal u gewisselijk bezoeken — 50:24-26
Het slot van Genesis. De familie is veilig maar zit in Egypte, ver van het beloofde land, en het boek eindigt met een doodkist.
Jozef sterft met een belofte op de lippen en laat zijn gebeente onbegraven, als onderpand dat God terugkomt.
Genesis eindigt somber: in een kist, in Egypte. En juist daar spreekt Jozef het woord dat het hele boek openhoudt — God zal u gewisselijk bezoeken en u uit dit land doen optrekken naar het land dat Hij Abraham, Izak en Jakob gezworen heeft. Hij laat zijn broeders zweren zijn gebeente mee te nemen. Dat is geen vroom gebaar maar een daad van geloof: hij weigert zich in Egypte te laten begraven omdat hij daar niet thuishoort. De Hebreeënbrief noemt precies dit als zijn geloofsdaad. Vierhonderd jaar later neemt Mozes die kist mee, en Jozua begraaft hem in Sichem. De belofte overleeft dus de dood van hem die haar doorgaf — zoals zij ook de eeuwen daarna overleven zal, tot Hij komt in Wie God Zijn volk werkelijk bezoekt.
Genesis 50:24 — God zal u gewisselijk bezoeken en u uit dit land doen optrekken.
Genesis 50:25 — Hij laat zweren zijn gebeente mee te nemen.
Exodus 13:19 — Mozes neemt de beenderen van Jozef mee uit Egypte.
Hebreeën 11:22 — Door het geloof heeft Jozef bevel gegeven van zijn gebeente.
Lukas 1:68 — God heeft Zijn volk bezocht en verlossing teweeggebracht.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 11:22; Lukas 1:68; Exodus 13:19
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Jozef, nadat hij aan zijn smart over het sterven van zijn vader de vrije loop gelaten heeft, zorgt voor het balsemen van het lijk, volgens de gebruiken van Egypte. Ook de Egyptenaren bedrijven rouw over Jakob. Nadat die rouwtijd geeindigd is, vraagt Jozef verlof aan Farao, om zijn vader in Kanaän te begraven. Die begrafenis heeft plaats; de koninklijke hof- en de Egyptische staatsbeambten nemen daaraan deel; de zware rouw trekt de opmerkzaamheid van de Kanaänieten
1. Toen viel Jozef, 1) door droefheid overweldigd, op van zijn vaders aangezicht, en hij weende over hem, en kuste hem. (hoofdstuk 46:4).
1) Van al de zonen van Jakob had Jozef het meest verloren, omdat hij van kindsaf de vader het liefste geweest was, daarna 22 jaar hem gemist had en eindelijk, tot beloning van gelovig verbeiden, hem weer verkregen had. Terwijl hij, zolang Israel nog leefde “in zijn moeilijke toestand in Egypte, onder diens priesterlijke bescherming zich mocht voelen moet het hem thans, nu zich Jakobs ogen sloten te moe geweest zijn, alsof hij weer in vorige eenzaamheid teruggezet was, om met God alleen zich daardoor te worstelen.
2. En Jozef, om het lijk op de prachtigste wijze te verzorgen, en het, voor de verre weg naar de erfbegraafplaats te Hebron, behoorlijk te bewaren, gebood zijn knechten, de medicijn meesters, 1) diegenen onder zijn beambten, dit in de dienst van de artsen voorzagen, dat zij zijn vader balsemen zouden, 2) volgens de in Egypte gebruikelijke wijze; en de medicijnmeesters balsemden Israel, a) en wel zonder twijfel op de meest eervolle en kostbaarste van de drie daarbij gebruikelijke wijzen.
1) In Egypte had men voor iedere soort van ziekten een bijzondere geneesheer, zodat er bijzondere medicijnmeesters waren voor de ogen, het hoofd, de tanden, de maag enz. Later was er ook een bepaalde klasse van mensen, die voor het inbalsemen van lijken zorgden, en therapeuten heetten; hier verrichtten nog de gewone geneesmeesters dit werk.
2) De Egyptenaren geloofden, dat de ziel van de gestorvenen zolang om het lichaam zweefde, als dat nog behouden was; vervolgens moest zij door de lichamen van verschillende dieren, gedurende eeuwen of duizenden jaren, heen, om ten laatste weer met een menselijk lichaam bekleed te worden. Daarom zorgde men reeds in vroege tijden, dat de lijken van lieve afgestorvenen niet verteerden, maar zolang mogelijk bewaard bleven. Dit geschiedde door het inbalsemen. Nog heden zijn er in de Egyptische catacomben of bewaarplaatsen van doden, ontelbare gebalsemde lijken, die naar de gom, waarmee zij bestreken zijn, en die in het Perzisch mum genoemd wordt, mummies heten.
3) Er waren drie soorten van inbalsemen. De eerste en kostbaarste geschiedde aldus. Men trok door middel van een krom ijzer de hersenen uit het hoofd door de neus uit, en vulde de ledige plaats met specerijen; dan werd aan de linkerzijde van de buik met een scherpe steen een opening gemaakt; om de ingewanden uit te halen; het inwendige werd met dadelwijn uitgespoeld, met mirre, cassia enz. gevuld, en dan de buik weer dicht genaaid. Vervolgens legde men het lichaam in nitrium of salpeter, en liet het zo enige weken, nooit langer dan 70 dagen, staan; hierna werd het gewassen, in byssus gewikkeld, met gom bestreken, en zo de bloedverwanten teruggegeven. Deze brachten het in een nauwe kist, die met hieroglyphen beschilderd was, en van sycomorenhout was vervaardigd, en plaatsten het zo in de begraafplaatsen (Herod. 2:86; Diod. Sic. 1, 91)
De ingewanden deed men in een kist en wierp die in de Nijl, daar de buik voor de zetel van de zonden, bijzonder van eet- en drinkzonden, werd gehouden.
3. En veertig dagen werden aan hem vervuld; want alzo werden vervuld de dagen van hen, die gebalsemd werden; en de Egyptenaars beweenden 1) hem zeventig dagen, van de dag van zijn dood af gerekend, dus nog 30 dagen na de balseming.
1) Wanneer in Egypte een koning stierf, droegen alle Egyptenaren rouw; zij scheurden hun klederen, sloten de tempels, brachten geen offeranden, noch hielden feesten. Dit duurde 72 dagen. Bijna gelijke eer bewees men hier aan Jakob, zeker op Faraos bevel, die bij het gesprek met hem (hoofdstuk 47:7 vv.) wel een diepe indruk van de verheven persoonlijkheid van de grijze patriarch zal verkregen hebben, en die sedert de hervormingen van de staatsinrichting door Jozef (hoofdstuk 46:13 vv.), voelde veel dank aan hem verschuldigd te zijn.
4. Toen nu de dagen van zijn bewenen over waren, zo sprak Jozef, die gedurende de rouwtijd het haar van hoofd en baard had laten groeien, en alzo niet persoonlijk voor de koning kon verschijnen (hoofdstuk 41:14), tothet huis van Farao, tot diens hofbeambten, zeggende: Indien ik nu genade gevonden heb in uw ogen, spreekt toch voor de oren van Farao, in mijn plaats, zeggende:
5. Mijn vader heeft, toen hij gevoelde, dat zijn einde naderde (hoofdstuk 47:29 vv.), mij doen zweren, zeggende: Zie ik sterf; in mijn graf, dat ik mij in het land Kanaän gegraven heb, 1) daar zult gij mij begraven! Nu dan laat mij toch naar Kanaän optrekken, dat ik mijn vader, overeenkomstig de aan hem gedane eed, begrave; dan zal ik terugkomen, en mijn ambt verder waarnemen; sta mij toe het lijk uit te voeren, en geef mij een korte tijd, om mijn kinderlijke plicht te volbrengen.
1) Waar Jozef hier meedeelt, dat Jakob hem gezegd heeft: “Zie, ik sterf; in mijn graf, dat ik mij in het land Kanaän gegraven heb,” daar heeft Jakob niet iets gezegd, wat met de waarheid in strijd is. Want toch het Hebreeuwse woord duidt aan graven, in de zin van inrichten. Abraham heeft het graf of de grafspelonk gekocht, en Jakob heeft wellicht er iets aan veranderd, of deze nog beter als begraafplaats ingericht. Laten wij ook niet vergeten, dat Jakob hier spreekt als wettige erfgenaam en opvolger van Abraham. Gelijk wij dikwijls zeggen iets gedaan te hebben, wat toch eigenlijk onze vaderen hebben gedaan, en wij dit doen, omdat wij staan op de schouders van onze vaderen, alzo had ook Jakob het recht, om alzo te spreken, ook al had hij niets aan de spelonk laten veranderen.
6. En Farao zei, liet hem door zijn hofbeambten antwoorden: Trek op en begraaf uw vader, gelijk als hij u heeft doen zweren. 1)
1) Het valt in het oog, hoezeer de kracht van de eed in aanzien was bij de heidenen en ongelovigen. Want, ofschoon Farao niet gezworen had, acht hij het toch onrecht te zijn, dat een belofte, onder zijn regering door een ander gegeven, geschonden wordt. Doch tegenwoordig is de vrees voor God zo in de wereld verdwenen, dat de meesten het haast voor een onschuldige scherts houden, elkaar onder aanroeping van de naam van God te bedriegen.
7. En Jozef trok op, om zijn vader te begraven; en met hem trokken op al Farao’s knechten, volgens bevel van de koning, namelijk: de oudsten van zijn huis, en al de oudsten van het land Egypte, de voornaamste, zowel van het hof als van de staatsbeambten.
8. Daartoe het gehele huis, de gehele hofstoet van Jozef, en zijn broeders, en het huis van zijn vader; alleen hun kleine kinderen, en hun schapen, en hun runderen lieten zij in het land Gosen, daar het hun voornemen niet was, om met hun gezin te vertrekken, maar zij na enige tijd weer naar Egypte wilden terugkeren.
9. En met hem trokken op, tot een bedekking voor de tocht door de woestijn, zowel wagens als ruiters; en het was tezamen een zeer zwaar leger.
Als een vreemdeling had Jakob Kanaän verlaten, als een koning wordt hij in datzelfde land begraven, omringd door de aanzienlijken van het toen machtigste volk van de aarde. De wagens en ruiters dienden, om hen te beschermen tegen de aanvallen van wilde horden.
10. Niet langs de kortste weg, die over Gaza door het gebied van de Filistijnen leidde, maar langs een omweg zochten zij nu Kanaän. Eerst trokken zij door de woestijn, vervolgens om de Dode zee en gingen langs de oostzijde van die zee in noordelijke richting verder. Toen zij nu aan de dorsvloer van Atad, het plein van de doornbos, (een dorsvloer die op het veld was aangelegd, en, wegens de vele daar groeiende doornen, Atad genoemd werd) kwamen, dat aan de overzijde, aan de oostelijke oever, van de Jordaan is, niet ver van het noordelijke einde van de Dode zee, zo hielden zij daar een grote en zeer zware rouwklage; en hij, Jozef met zijn gehele huis, maakte zijn vader een rouw van zeven dagen.
De Egyptenaren bleven hier op de grenzen van Kanaän achter, terwijl Jozef met zijn broeders straks de tocht vervolgen en het lijk van hun vader bijzetten in de grafspelonk.
11. Als de inwoners van het land, de Kanaänieten, die rouw zagen op het plein van de doornbos, zo zeiden zij tot elkaar: Dit is een zware rouw van de Egyptenaren over een dode; daarom noemde men (nog ten tijde, toen Mozes schreef, dus 2 of 300 daarna), haar naam Abel-Mizraäm, (klacht van de Egyptenaren), die, gelijk reeds opgemerkt is, aan het veer van de Jordaan is. 1)
1) Men heeft dus Jakobs lijk langs dezelfde weg in Kanaän gevoerd, langs welke later de kinderen van Israel in het land binnendrongen. Men koos die omweg, omdat men moeilijkheden met de Filistijnen wilde vermijden, als ook, om door een uitbreiding aan de optocht grotere luister te verlenen. God vervulde ook hierdoor Zijn beloften aan Jakob (Genesis 46:4)
12. En zijn zonen deden hem, terwijl de Egyptenaren aan de andere oever achtergebleven waren, gelijk als hij hun geboden had. (hoofdstuk 49:29 vv.).
13. Want a) zijn zonen voerden hem in het land Kanaän, en begroeven hem in de spelonk van de akker van b) Machpela, welke Abraham met de akker gekocht had tot een erfbegraafplaats van Efron, de Hethiet, tegenover Mamre.
a) Hand.7:15, 16 b) Genesis 23:16
14. Daarna keerde Jozef terug in Egypte, hij en zijn broeders, 1) en allen, die met hem opgetrokken waren, om zijn vader te begraven, nadat hij zijn vader begraven had. De aan de andere oever gebleven Egyptenaren sloten zich nu weer bij de leden van de familie aan, en leidden hen langs de vorige weg weer naar Egypte.
1) Zij keerden terug naar Egypte, niet alleen, omdat zij door de ogenblikkelijke omstandigheden daartoe gedwongen werden, maar omdat zij het juk, hetwelk door de hand van God op hun halzen was gelegd, niet mochten afschudden. Hoewel de Heere niet allen door een vrijwillige gehoorzaamheid aan zich verbonden hield, toch houdt Hij hun gemoederen door verborgen koorden zo vast, dat zij zich niet tot iets anders laten vervoeren.
II. Genesis 50 vers 15-26
Na het terugkeren in Egypte, ontstaat er bezorgdheid bij Jozefs broeders, dat hij hen, nu zijn vader gestorven was, wegens hun vroegere misdaad zal straffen; hij stelt hen gerust; leeft nog vele jaren; ziet zijn geslacht zich uitbreiden; en bepaalt bij zijn dood, dat zijn lijk een roede naar Kanaän zal genomen worden, wanneer de Heere zijn volk zal uitleiden.
15. Toen Jozefs broeders zagen, dat hun vader dood was, zo zeiden zij tot elkaar: Misschien 1) zal ons Jozef haten; en hij zal ons, nu onze vader niet meer als onze beschermer tussen ons en hem staat; gewis vergelden al het kwaad; dat wij hem aangedaan hebben. 2)
1) In het Hebreeuws Toe. Indien. De vertaling van: “Indien Jozef ons haten zal en vergelden al het kwaad, dat wij hem hebben aangedaan” is beter. Weggelaten is dan: “Wat zal ons dan geschieden”? Iets wat meer voorkomt. Jozefs broeders handelen niet alleen onredelijk, maar ook onbillijk. Hun argwaan is ongegrond. Zij vrezen de bloedwraak, in het Oosten op wrede wijze dikwijls uitgeoefend, en waardoor soms gehele geslachten werden uitgeroeid. Zo schrijven zij aan Jozef een Ezau’s gedachte toe. (Genesis 27:41)
2) Hier ziet gij welk een verschrikkelijk ongeluk de zonde en een kwaad geweten is; dat is een wond, die bijna niet te helen is. Wanneer de zonde voor de deur slaapt (hoofdstuk 4:7), dan acht men haar niet, en zij wordt altijd met nog gruwelijker zonden opgehoopt; men valt van de ene zonde in de andere. Maar wanneer zij opgewekt en levend gemaakt worden, dan worden velen zo ver gedreven, dat zij geheel wanhopig worden, of in het water springen of zich ophangen, en zo sterven. Ja! zulk een dure artsenij en hulp behoort ertoe, opdat de wonde geheeld en de zonde weggenomen worde, namelijk de Godheid, die mens geworden is, en het bloed van de Zoon van God zelf.
16. Daarom ontboden zij 1) aan Jozef lieten zij tot hem spreken, wellicht door Benjamin, zeggende: Uw vader, die van zijn zijde ons alles vergeven heeft, heeft bevolen voor zijn dood, dat wij ook bij u vergeving zouden zoeken, zeggende:
1) Daar zij zichzelf schamen, vaardigen zij iemand af, die invloed bij Jozef had, om zijn hart geheel en al tot hen om te buigen.
17. Zo zult gij tot Jozef na mijn dood zeggen: Ei, vergeef 1) toch de overtreding van uw broeders; en hun zonde, want zij hebben u kwaad aangedaan; maar nu, laat zulk een voorspraak bij u gelden, en vergeef toch de overtredingen van de dienaren van de God van uw vader! 2) Gelijk wij één vader met u hadden, om wiens wil gij ons verschoond hebt, zo hebben wij thans, in dit vreemde land, één God met u, die wij dienen, de God van onze vader; vergeef ons dan om de wil van onze God. En Jozef weende, 3) als zij, door middel van hun afgevaardigde, alzo tot hem spraken. Hij weende van smart over hun wantrouwen, van aandoening over hun verootmoediging, en van medelijden met hun vrees.
1) Zij ontkennen niet, dat zij grotelijks hebben gezondigd; en zo weinig stellen zij door schuld verkleinend voor, dat zij, door de veelheid van de woorden, zichzelf veeleer nog bezwaren. Zij eisen dus niet dat hij hun vergiffenis schenkt, als was hun misdaad gering; maar om het vreselijke van de misdaad; komen zij eerst met het gezag van hun vader, vervolgens met de heilige naam van God. Deze belijdenis zou grote lof verdiend hebben, indien zij uit een zuivere bron was voortgekomen, en zonder omhaal van woorden en verdichtsels, om hun broeder te behagen, was uitgesproken.
2) “Van de God van uw vader.” Zij noemen zich dienaars van de God van Jozefs vader, daar de God van Jakob zich ook op bijzondere wijze aan Jozef had geopenbaard, door hem en zijn zonen weer op te nemen in de schoot van het zaad van het Verbond. Zij wisten, dat Jozef Jakobs God als zijn God vereerde en lief had.
Jozefs broeders vreesden de bloedwraak, die in het oosten zo wreed is, en niet zelden gehele geslachten en stammen uitroeit. Nu pleitten zij om vergeving, vooreerst door schuldbelijdenis; zij waren verbroken van hart; en ten tweede, omdat zij dienaren waren van de God van de vaderen. Zij waren dus bekeerd en medegelovigen van Jozef.
3) Men is doorgaans van mening, dat het een man niet wel staat, dat hij weent. De schrift keurt alle menselijke aandoening goed, en wil dat zij haar vrije loop hebben. Abraham beweende zijn dode. Ook David weende meermalen. Zelfs de Heere, staande aan het graf van Lazarus, weende, ofschoon Hij aanstonds de gestorvene zou opwekken. Jozef was een rechte wener. Toen hij verkocht werd, zal hij ook wel geweend hebben uit de benauwdheid van zijn ziel, toen hij zijn broeders om genade bad, maar zij niet hoorden. Wat zal hij niet geweend hebben in Egypte, hij, een zeventienjarige jongeman, weggevoerd als een koopwaar, verwijderd van het ouderlijk huis, in een ver vreemd land in dienstbaarheid, ja in slavernij! Toen hij zijn broeders terugzag, weende hij wederom, en toen hij zich aan zijn broeders te kennen gaf, weende hij niet minder en wel zo overluid, dat de Egyptenaren het hoorden. Geen Bijbelheilige wordt zo dikwijls wenende voorgesteld als Jozef. Zulk een gevoelig hart had hij bij al zijn hoogheid!.
Jozef weende en hij schaamde zich voor zijn tranen niet, ook niet aan het hof, waar het wenen zo licht verleerd wordt. O, men zorg toch dat het hart niet hard worde, maar teder blijve in al de omstandigheden van het leven! Teder, niet week.
Dit is nu de vierde maal, dat er in Gods woord van Jozefs wenen gewag wordt gemaakt: eerst, als hij de broeders elkaar onderling hoorde beschuldigen (Genesis 42:24); later, toen hij zich aan hen bekend maakte (Genesis 45:2); toen hij met hen aan het sterfbed van zijn vader stond (Genesis 50:1KruisverwijzingenGenesis 46:4→Johannes 11:35→Efeze 6:4→2 Koningen 13:14→Handelingen 8:2→Deuteronomium 6:7→Genesis 23:2→1 Thessalonicenzen 4:13→ — Toen viel Jozef op zijns vaders aangezicht, en hij weende over hem, en kuste hem. ); en nu, nu zij in diens naam hem om vergeving lieten vragen (Genesis 50:17KruisverwijzingenSpreuken 28:13→Psalmen 21:11→Job 33:27→Genesis 42:21→Lukas 17:3→Galaten 6:16→Mattheüs 6:12→Galaten 6:10→ — Zo zult gij tot Jozef zeggen: Ei, vergeef toch de overtreding uwer broederen, en hun zonde; want zij hebben u kwaad aangedaan; maar nu vergeef toch de overtreding der dienaren van den God uws vaders! En Jozef weende, als zij tot hem spraken. ). Jozef was een man, zo week van gemoed, dat de tranen spoedig bij hem opkwamen; maar ook zo groot van hart, dat hij zich voor die tranen niet schaamde. Ja, Jozef was een man, zo teder maar ook zo edel van ziel, dat hij, waar het nodig was, bovenal tranen tot tekenen en tolken van zijn liefde en genegenheid had en dan ook maakte. Een enkele stille traan zegt menigmaal meer dan duizend woorden van beklag of dank. Zo was het ook als “Jezus weende.” O, het doet soms zo goed, als men in droefheid of ter verzoening onze hand heeft gegrepen en dan maar geen woord spreekt, maar in stilte met ons schreit.
18. Daarna kwamen ook zijn broeders zelf, als zij gehoord hadden, hoe bewogen hun broeder geworden was, en vielen voor hem neer, en zeiden: Zie wij zijn u tot knechten! 1) wij hebben het verdiend, dat gij ons, die u eens verkochten, tot slaven maakt; maar laat genade gaan voor recht.
1) Het wilde, ontaarde hart van de zonen van Jakob is thans geheel verbroken en verschijnt in de schone gedaante van boete en van geloof.
Nu zij horen, dat Jozef weent en daarom in een zachtmoedige stemming verkeert, gaan zij zelf tot hem, opdat alle mogelijke gedachte aan wraakneming bij hem verdwijnen moge. Hoe weinig kennen zij Jozef nog!.
19. En Jozef zei tot hen: Vrees niet, want ben ik in de plaats van God? 1) God alleen komt het toe te oordelen.
1) Sommigen menen, dat hij met deze woorden de eerbewijzing, van hen ontvangen, heeft afgewezen, alsof hij wilde zeggen, dat deze aan hem bij vergissing werd gegeven, daar aan niemand dan aan God zij zulks verschuldigd waren. Maar dit heeft geen zin, omdat hij dikwijls toegelaten heeft, dat men hem, op deze wijze, eer toebracht en hij wist, dat zijn broeders er ver vandaan waren, om de eer, die God toekomt, op een sterfelijk mens over te brengen. Niet meer verwerft een andere uitlegging mijn goedkeuring, dat hij nl. ontkend had straf te mogen opleggen, omdat hij God niet was. Want daarom had hij zich zeker niet onthouden, om de belediging niet met gelijk te vergelden, omdat hij hoopte, dat God zijn wreker zou zijn. Een derde gevoelen brengt men bij, dat Jozef daarmee antwoordt, dat deze gehele zaak volgens Gods plan en niet volgens zijn plan heeft plaats gehad; hetwelk ik, ofschoon ik het met geheel verwerp, daar het de waarheid nabij komt, niet echter voor het ware omhelst. Het Partikel Thagath betekent nu een voor, in de plaats van, en dan weer, onder. Daarom, indien het vraagteken niet in de weg stond, zou gemakkelijk vertaald kunnen worden: “Daar ik onder God sta”, en dan zou de zin aldus zijn: “Vreest niet, daar ik onder God sta,” zodat Jozef hen vermaant, dat, daar hij aan het gezag van God onderworpen is, niet heeft voor te gaan, maar te volgen. Maar omdat de h ervoor gevoegd is, het teken, hetwelk een vraag aanduidt, kan het niet anders uitgelegd worden, dan dat het niet hem zou voegen om als een sterfelijk mens er toe bij te dragen, om de plannen van God te verhinderen.
20. Gij wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht. 1) Wat gij deed tot mijn vernedering en smart, heeft God mij ten zegen doen worden, en dit om de wil van anderen; opdat Hij deed, gelijk het op deze dag is, en u als zijn werktuigen bezigde, om gedurende deze honger een groot volk in het leven te houden. (hoofdstuk 45:5-8).
1) Dat was zeker in de dagen van nood voor Jozef, de toevlucht van zijn ziel geweest en bij kennelijke blijken van Gods zorgende leiding: zijn blijdschap en sterkte. Dat vervult bij terugzicht op de afgelegde weg hem het hart met gedachten van bewondering en aanbidding van Gods grootheid en barmhartigheid en het stemt zijn ziel des te meer met zachtmoedige gezindheid jegens zijn kwaaddoeners. Niet zonder reden dit laatste. Behalve de veranderde gezindheden onder die broeders, bleek hem uit de gangen van de Allerhoogste, hoe lankmoedig, hoe goedertieren hun God was geweest, hoe ook uit die bestellingen van God hem het goede was toegekomen. Nee, dit had hij hun niet te danken. De doorn had geen vijgen gedragen en de distel geen wijndruiven maar de Hoge en Verhevene had over het kwade gewaakt en genadig het goede gewrocht.
God regeert. Ik sta opgetogen, wanneer ik de wondere schakel van de gebeurtenissen, waardoor God zo meermaals Zijn doel bewerkte, Zijn belofte vervulde, aandachtig gadesla. Zijn er zo vele duistere wegen, waarin de proeven van de wijsheid in sombere schaduw zich verschuilen, zo baant de wijze Wereldbeheerser de weg om, bij gelegenheid van voorafgaande donkerheid, de ontdekkingen van de hoogste wijsheid, wanneer zij komen, aangenamer, overtuigender, verrassender te maken. Niemand ziet het uurwerk van binnen; wij zien slechts enige aanwijzingen, die op de buitenkant geschieden. Nooit had Jozefs hart, bij het voeren van dat woord tot zijn broeders: “Gij wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht,? doch God heeft dat ten goede gedacht”; nooit had Jozefs hart zo gebloed; nimmer waren hem zoveel tranen afgebiggeld; nimmer had hij die verrukkingen gevoeld, dat knielen, dat smelten voor God, dat wenend terugzien op Dothan, kuil, slavenstand, gevangenis…, indien Gods weg, met hem gehouden, minder vreemd, minder duister, en in vertoning minder strijdig geweest ware.
Ook hier blijkt het, dat Jozef een goed inzicht had in de waarheid, dat Gods Raad bestaan zal, dat de dus genoemde daden uit vrije wil die Raad niet kunnen keren, dat de mens moet meewerken, maar dat ook de mens voor al het zondige en schuldige, hetwelk hij verricht, verantwoordelijk blijft.
21. Nu dan, vreest niet, 1) alsof ik mij nog zou wreken, nadat God alles welgemaakt heeft. Integendeel: Ik zal u en uw kleine kinderen onderhouden. Zo troostte hij hen en sprak naar hun hart. 2)
1) Ook bij ons is het geen verkeerdheid, wanneer ons nog altijd de zonde smart, ook nadat God Zijn Zoon in ons geopenbaard heeft, en de Heiland, als het Lam Gods, dat onze zonden draagt, als onze Middelaar en Voorspraak ons bekend geworden is; wanneer niet alleen ons dagelijks verzuimen en onze ontrouw, maar ook de herinnering aan vroegere banden ons voor hem neder buigt en in tijden van nood en droefheid, nadat wij de vrede en het kindschap van God reeds lang gesmaakt hebben, wij nog opnieuw over de staat van onze genade en de redding van onze zielen bevreesd worden. Het is ons toch niet zonder reden aanbevolen dagelijks te bidden: “Vergeef ons onze schulden”; het eenmaal verkregen geloofsvertrouwen, de eens ontvangen verzekering van de vergeving van onze zonden, zou makkelijk tot slaperigheid en zorgeloosheid worden, zo niet een voortdurend smartgevoel over onze zonden ons in gemeenschap met de Heiland hield. En, gelijk de broeders van Jozef juist daardoor, dat het hun bang werd, en zij opnieuw hun hoofdzonde openlijk aan hem bekenden, hem des te nader kwamen, zo zal ook de van tijd tot tijd ontwakende vrees over de zwaarste zonde van ons voorbijgegane leven ons Hem meer nabij brengen, die al onze zonden op Zich genomen heeft, en die nu de macht ontvangen heeft, om allen zalig te maken, die door Hem tot God gaan.
2) Ons vergiffenis schenken aan de naaste hangt onmiddellijk samen met ons vergiffenis ontvangen van God, omdat niemand gevoel kan hebben, dat God hem vergeven heeft, dan als hij zelf vergeeft. Zeker, het is zeer moeilijk te vergeven, en misschien is het minder moeilijk op de brandstapel, dan in het dagelijks leven. Doch ook hier is Christus ons hoogste voorbeeld. Stefanus vergaf in het gezicht van de geopende hemel, Christus in het gezicht van de gesloten hemel; Stefanus aan het einde van zijn folteringen, Christus aan het begin ervan. Jozef vergaf zijn broeders, toen zij er hem om vroegen, Jezus, voordat iemand Hem vroeg, ja, toen zij nog bezig waren; Hem te folteren en te doden. Zo lijken alle heiligen op Christus, maar niemand is met Christus te vergelijken.
In de zin van: Hij bracht hen tot kalmte en rust door zijn hartelijke toespraak.
22. Jozef dan woonde, na de terugkomst van zijn vader begrafenis (vs.14), in Egypte, hij en het huis van zijn vader, nog 54 jaar lang; en Jozef leefde, evenals later Jozua Jozua 24:29) honderd en tien jaar; van 2259 tot 2369 na de wereldschepping.
23. En Jozef zag van Efraim, kinderen van het derde gelid, achterkleinkinderen van deze gezegende zoon (hoofdstuk. 49:19), daarom achter-achterkleinkinderen van hemzelf; ook werden de zonen a) van Machir (verkocht, de zoon Manasse, op Jozefs knieën geboren, 1) zodat de oud- en overgrootvader hen nog op zijn schoot kon nemen en liefkozen.
a) Numeri. 32:39
1) Om het voorrecht van een zegen recht te waarderen, moet men er ook recht van genieten; en dat deed Jozef door zijn klein- en achterkleinkinderen op zijn knieen te doen rijden, om zo, met hen kind geworden, met hen te spelen en te dartelen. Zo vatten de meesten, evenals in Genesis 30:3, hier de uitdrukking “op iemands knieen geboren worden” op. Het kon ook zijn dat daardoor moet aangeduid worden, dat Jozef het kroost opvoedde en verzorgde, welke taak anders van de moeder is toevertrouwd, maar die misschien door Jozef is behartigd, opdat hij er zich van verzekeren mocht, dat al de zijn in de voorvaderlijke godsdienst werden opgeleid.
24. En Jozef, toen hij voelde, dat zijn einde naderde, zei tot zijn broeders: 1) Ik sterf; maar God zal u gewis bezoeken na uw lijden, dat gij lijden zult in dit land, gelijk Hij gesproken heeft, en hij zal u doen optrekken uit dit land, in het land hetwelk Hij Abraham, Izaak en Jakob gezworen heeft. 2)
a) Hebr.11:22
1) Of Jozef als de eerste of als de laatste van de broeders is gestorven, of een gedeelte hem overleefd heeft, is onzeker. Hier omvat Mozes onder de naam van broeders niet alleen eigen broeders, maar ook andere bloedverwanten. Ik houd het ervoor, dat eigenlijk eerstgeborenen uit ieder gezin op zijn bevel zijn geroepen, van wie het gehele volk, omtrent deze zaak, zekerheid heeft ontvangen. Ofschoon men nu kan aannemen, dat ook de andere Patriarchen hetzelfde hebben bevolen, daar alle beenderen gelijk naar het land Kanaän zijn overgebracht, wordt van Jozef alleen, om twee oorzaken, opzettelijk melding gemaakt. Want, omdat wegens zijn hoge autoriteit aller ogen op hem gericht waren, moest hij zelf hen voorgaan en zorgvuldig erop passen, dat de glans van zijn waardigheid voor niemand een hindernis was. Ten tweede was het van zeer groot gewicht, dat het bij het gehele volk bekend was, dat hij, die in het rijk van Egypte de tweede was, na zo grote eer ontvangen te hebben, tevreden was met zijn plaats, om slechts erfgenaam te zijn van bloot een belofte.
2) Tegenover het vergankelijke van de aarde stelt Jozef hier zo duidelijk mogelijk de onkreukbare trouw van God. Jozef was een tijd lang in de hand van God beschermer en redder van het uitverkoren geslacht geweest, maar ook als hij wegviel, zou God toch tonen, dat Hij de waarmaker is van Zijn woord en belofte.
25. En Jozef, die in het geloof zo zeker wist, dat Israel slechts voor een tijd in Egypte woonde, en naar Kanaän terugkeren zou, deed de zonen van Israël zweren, zeggende: God zal u gewis bezoeken, 1) zo zult gij mijn beenderen van hier opvoeren, opdat ook ik deel aan het land van de belofte hebbe!
1) “Bezoeken” in de zin van “gedenken.”
26. En Jozef stierf, honderd en tien jaar oud zijnde. En zij balsemden hem (zie Ge 50.3) en men legde hem in een kist, een kist van Sycomorenhout. Dit was van bijzonder gewicht, daar een stenen Sarcofaag bij later vervoer ongeschikt zou geweest zijn. Deze werd niet, als bij Jakob, aanstonds weggevoerd; zij behielden die nog in Egypte, totdat zij die, 144 jaar later, meenamen (Exodus. 13:9), en op het veld bij Sichem bestelden. 1) Jozua 24:22).
1) Men spreekt van ziekte en dood: ook ik ga sterven, wellicht dan, als ik er het minst op reken. Dit bedroeft mij. De gedachte grijpt mij aan. Waarom vrees ik de dood? Heeft de genade mijn zonden niet allen weggenomen, en is de hemel niet mijn zeker erfdeel? Toch blijf ik vrezen, en verdraag de doodsgedachte enkel uit de verte; zodra ik de dood nabij waan, schud ik de gedachte af. Ik wend mijn gezin, mijn zaken voor; het schijnt mij toe, als zou ik gemakkelijker heengaan, indien mijn zaken geregeld werden, maar heb ik inderdaad geen andere zorg, dan mijn huis te bereiden, voordat ik sterf? Is de vrees met veeleer ongeloof, gehechtheid aan het aardse. wereldse, zondige leven? Zou ik waarlijk wensen heen te gaan, indien mijn goed groter, mijn gezin verzorgd was, indien mijn zaken in orde waren? Integendeel, juist dan zou ik het heengaan betreuren, omdat het leven mij zoeter was geworden; ik zou de vijftien jaar levensverlenging van Hizkia vragen, en de reden en, waarmee ik de vraag zou aandringen, ontbraken mij gewis niet; ik vrees in de eerste plaats het lijden, maar het meest de dood. Ik vrees Uw toorn niet; ik ben zeker van vergeving, en met de zekerheid van mijn zaligheid vrees ik toch te sterven. Ik geloof aan de hemel en vrees de toekomst. Hoe tegenstrijdig, ik kan mij dit niet verklaren, maar Heere! Gij kunt het raadsel oplossen door het geloof te versterken. Geef mij geloof, onvoorwaardelijk vertrouwen op U, die mij het leven en de adem gegeven hebt. Gij kunt het doen. Gij deed het; ik heb bij ogenblikken dat volkomen vertrouwen gekend; ik was bij ogenblikken los van de aarde; mij dunkt, in die tijd zou ik blij tot Christus hebben kunnen gaan. Och, hergeef mij die gelukkige zieletoestand, en mocht ik met kalme blijdschap in de heiligmaking mijn overgang van de aarde naar de hemel verwachten.
De dood is, ja, een ontzettende zaak, die sloop van mijn hut, die scheuring van de nauwe band, die koning van de verschrikking! Sterven! Vreemde, nooit door mij beproefde gebeurtenis! Maar, o mijn ziel! Is hij niet een Ahimaaz, een boodschapper van goede tijding, een engel van Petrus, die de boeien slaakt, een Noachs duivel, die met de palmtak van de overwinning aan komt vliegen, en de verordende weg, die uw Verlosser, uw liefhebbende Verlosser, inslaat, met onbegrensde wijsheid inslaat, om u van de zonde te verlossen? Zijn bestelling maakt de dood tot een hemelpoort, tot een doorgang in het eeuwige leven. Hij houdt die weg om redenen, tot bereiking van einden, en tot toediening van onderwijzingen, die in de eeuw van de ontwikkeling duidelijk zijn zullen; dus zal ik ook in dit opzicht tot die bestelling, die de gelovigen sterven doet, en mij een zal doen sterven, eenmaal uitroepen, en ik doe het nu bij voorraad: “God heeft alles welgedaan!”
Zo eindigt het geheel met doodkisten; rouwklachten en begrafenissen, en met de blik in de toekomst. De tijd van de belofte was voorbij; er volgt nu een zwijgen van 104 jaar, waarin de tijd, evenals de stroom van de Nijl, zonder geschiedenis voortvloeit, totdat uit het riet van die stroom een biezen kistje met een wenend knaapje wordt opgeheven. Daarmee begint de tijd van de wet.
De gewichtigste tijdpunten in het leven van de Patriarchen zijn:
na de schepping, (voor Christus)
Abrahams uittocht uit Haran. 2083 (1917)
Ismaëls geboorte. 2094 (1906)
Instelling van de besnijdenis. 2107 (1893)
Isaaks geboorte. 2108 (1892)
Sara’s dood. 2145 (1855)
Isaaks huwelijk. 2148 (1852)
Geboorte van Ezau en Jakob. 2168 (1832)
Abrahams dood. 2183 (1817)
Jakobs vlucht naar Mesopotamië 2245 (1755)
Ismaëls dood. 2231 (1769)
Jozefs geboorte. 2259 (1741)
Jakobs terugkeer na 20 jaa.. 2265 (1735)
Jozef wordt verkocht. 2276 (1724)
Izaak sterft. 2288 (1712)
Jozefs verhoging. 2289 (1711)
Verhuizing naar Egypte. 2298 (1702)
Jakob sterft. 2315 (1685)
Jozef sterft. 2369 (1631)
SLOTWOORD
Dat werkelijk Mozes, zoals het opschrift aangeeft, de schrijver van het boek is, lijdt geen twijfel. Hij, in wie het rijp geworden einde van een periode van de geschiedenis met het scheppend begin van de andere vermengd is, hij in wie een lang verleden zijn toppunt bereikt heeft en een ver reikende toekomst zijn wortel heeft; hij was ook alleen in staat, het boek der beginselen te schrijven; alleen hij, met wie de verdere openbaring, die God door hem, de grootste van alle profeten van het Oude Testament gegeven heeft, in een zo nauwe, organische samenhang staat. Het boek verraadt ook duidelijk, dat het zijn werk is, daar het door grootse volvoering van een zorgvuldig berekend plan, door geestvolle en toch eenvoudige voorstelling, door beheersing van de stof, door nauwkeurige bekendheid zelfs met toestanden uit vreemde landen zich onderscheidt. Daarin erkennen wij zo geheel de in alle wijsheid van de Egyptenaren onderwezen man, de kinderlijke naieve herder van Midian, de machtige leidsman van een volk van honderdduizenden, de door Gods Geest verlichte Middelaar van het Oude Verbond. Maar, wanneer en op welke wijze heeft hij het boek geschreven? -Waarschijnlijk vatte Mozes van de tijd af, toen Israel tot straf voor zijn hardnekkigheid tot een veertig jaren omzwerven in de woestijn veroordeeld was (Numeri. 14:20 vv. ), nadat hij reeds verschillende gewichtige gebeurtenissen en enige wetten op Goddelijk bevel had moeten optekenen (Exodus. 17:14 24:4 vv. 34:27 Numeri. 33:2), gedrongen door de Heilige Geest, het voornemen op, om een volledig wetboek en een volledige geschiedenis van zijn volk te schrijven (de Thora). De veertig jaren gaven hem de nodige tijd. Hij maakte gebruik van de, bij de vroegtijdige bekendheid van de schrijfkunst, die Israel in Egypte verkregen had, en wellicht vroeger al bezeten had, reeds voorhandene oorkonden; hij vond daarin, zowel zorgvuldig aangelegde geslachtsregisters, als ook een voortgaande samenstelling van de door het geslacht van de vromen bewaarde en door de vaderen verder aangevulde (zie hoofdstuk. 5.32 Aanm. zie Ex 5.32) heilige overlevering. Zich ten nutte makende, wat hem verder door mondelinge overlevering bekend was, en onder voortdurende leiding en bewaring van de, in bijzondere mate, op hem rustende Geest van God, vervaardigde hij zijn eerste boek, dat hij als een soort van inleiding vooraan plaatste; toen hij, aan het einde van zijn loopbaan, ook de overige boeken geeindigd, en, nog kort voor zijn dood, de laatste hand daaraan gelegd had.
Het is zeer juist, wanneer de geleerden over twee bronnen spreken, die duidelijk in het eerste boek van Mozes te onderscheiden zijn, en de ene het grondschrift, de andere het aanvullings-geschrift noemen; maar niemand anders, dan Mozes zelf, is de aanvuller, hij, aan wie de naam “Jehova” zo uitdrukkelijk geopenbaard was (Exodus. 3:13 vv. ), en die daarom bij bearbeiding van het grondschrift deze naam overal kon gebruiken, waar hij die naar zijn bijzondere betekenis (Genesis 2:6 Aanm. zie Genesis 2.6) voor juister erkende dan de oorspronkelijk gebruikte naam: Elohiem (God) (Exodus. 6:3.) “Het grondschrift vertoond zich als het eenvoudig, liefelijk gewas, dat uit de dood van de geslachten voor Abraham, en uit het leven van de zich vandaar af vormende heilige familie als vanzelf opkwam, natuurlijk en door de feiten zelf ontwikkeld, daarom nog zonder bepaald doel en in meer algemene voorstelling; de aanvulling daarentegen, die zich van deze algemene voorstelling meester heeft gemaakt, en haar een nieuw leven heeft gegeven, ziet van een bepaald standpunt, van een hoogte van kennis en geloof, waarop de vaderen nog niet stonden, in de feiten van het verleden terug, en ziet daar, in het licht van de Geest, die van boven is, veel, wat tevoren geweest was. Het grondschrift, terwijl het met het ontstaan het vergaan aaneenknoopt, is vooral genealogisch, de aanvulling daarentegen veel meer bepaald religieus-ethisch: het eerste is het lichaam, deze brengt in dit lichaam, naar haar alles beheersende en, op de resultaten lettende, ethische gezichtspunten, geest en leven.
Als wij het eerste bijbelboek met een oplettend oog beschouwen, blijkt het, dat het, ofschoon door Mozes in zijn geheel tezamen gebracht, echter uit onderscheidene afzonderlijke stukken is samengesteld, die reeds vroeger op zichzelf bestonden, en tot Mozes van de vaderen zijn gekomen, zoals dit door de beroemde Vitringa (Observat. Sacrae) zeer duidelijk is aangewezen. Men heeft van deze opmerking, in onze laatste tijd, een schromelijk misbruik gemaakt, om de ware, Goddelijke oorsprong van die oude verhalen twijfelachtig te maken, en alles tot bloot menselijke en mythologische verhalen te vernederen; daarvoor is niet de minste reden, nooit was dat het oogmerk van genoemde geleerde. Alles hangt hier in een onverbrekelijke schakel tezamen, waarvan niet het minste deel kan worden gemist, zonder het geheel van alle waarde en kracht te beroven, maar ook de waarheid van het geheel bevestigt onweersprekelijk dit van elk bijzonder gedeelte.
Tegenover de afbrekende kritiek kan op goede en voldoende gronden, zowel de echtheid als de geloofwaardigheid van dit eerste boek van Mozes, gestaafd worden. Wie niet met vluchtige blik, maar nauwkeurig, dit boek leest en herleest, zal tot de slotsom moeten komen, dat het van een hand is, door een persoon geschreven, die wel bronnen heeft gebruikt, die wel alles van tevoren naarstig heeft onderzocht, maar daardoor ook juist de man was, om onder en door de leiding van de Heilige Geest, Die in de waarheid leidt, wat hij wist, wat hem geopenbaard was, op schrift te brengen. Bij nauwkeurig onderzoek blijkt het, dat Mozes niet alleen de schrijver kan zijn, maar ook geweest moet zijn; door inspiratie van de Heilige Geest, en door zijn kennis van kunsten en wetenschappen, straks geheiligd door een veertigjarig vertoeven in de woestijn, juist de man kon zijn, om de oudste geschiedenis van de mensheid,
tot op zijn tijd, te boek te stellen. Alles verraadt de man, die volleerd in de gave van de geschiedschrijvers, dit boek naar een bepaald plan en volgens een tevoren opgemaakt bestek, heeft geschreven. Men heeft interpolaties, bijvoegingen van latere overschrijvers, aangenomen, ook van gelovige zijde, maar wanneer men bedenkt, dat Mozes niet alleen geleerde was, maar ook Profeet, ja, als het ware de grootste van alle Profeten, dan behoeft men niet te stellen, dat, o.a. de vermeldingen van koningen van Edom, “eer een koning regeerde over de kinderen van Israël” (Genesis 36.31) een interpolatie, een bijvoeging van een latere overschrijver is. Het verschilt zo veel, of men tegenover dit boek gaat zitten om het te ontleden, als een product van menselijke kennis en geleerdheid, dan wanneer men het aanmerkt als een Boek, geschreven door een man van God, die door de Heilige Geest werd gedreven, en daarom niet alleen voor feiten was gevrijwaard, maar ook, waar het de toekomst gold, een profetische blik in die toekomst had. De afbrekende kritiek heeft voor dit laatste geen gezicht, evenmin, zoals wij later zullen zien, als voor het feit, dat, waar er verschil schijnt te bestaan tussen wetten, die op dezelfde zaak betrekking hebben, Mozes gerekend heeft met de eigenaardige behoeften en toestanden. Wij voor ons zijn door de behandeling van dit eerste boek van Mozes in het geloof bevestigd, dat het in zijn geheel, zoals het daar ligt, van Mozaische redactie is, en tevens een boek, waarin, door Gods genade, ons de oudste geschiedenis wordt meegedeeld van het menselijk geslacht en van het oude Bondsvolk Israel.
Al de hedendaagse ontdekkingen en vorderingen in kunsten en wetenschappen hebben slechts gediend, om de waarheid van de door Mozes verhaalde gebeurtenissen te bevestigen. -Zonder deze geschiedenis zouden wij in het duister verkeren, niets wetende van de wording van de wereld, de oorsprong van de zonde, de eerste geschiedenis van het mensdom. Nu kan een kind op de eerste bladzijden van Genesis meer daarvan weten, dan de geleerdste wijsgeren zonder dit boek daarvan in vierduizend jaren geweten hebben. Gij hebt voor u de oudste en meest echte geschiedenis van de wereld: een geschiedenis die de eerste geschreven openbaring van God aan de mensen bevat; de openbaring van Zijn bestaan, van Zijn macht, wijsheid en goedheid, die voor u en voor al wat mens heet, van zo groot belang is. Hoeveel zijt gij Hem dan verschuldigd voor die ontdekking, die Hij alleen u geven kon, en daarvoor, dat Hij u liet merken, wat gij aan Zijn wijsheid en barmhartigheid verschuldigd zijt. God heeft u gemaakt, zowel als het hele heelal; Hij bestuurt uw lot, zoals dat van allen, met Goddelijke wijsheid en liefde: wie God veracht, wordt verdelgd; wie God bemint, wordt gezegend en opgenomen in Zijn heerlijkheid. Ziet daar de grote lessen van dit eerste bijbelboek!
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 50
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
JAKOB WORDT BEGRAVEN, JOZEF STERFT
I. Genesis 50 vers 1-14
Jozef, nadat hij aan zijn smart over het sterven van zijn vader de vrije loop gelaten heeft, zorgt voor het balsemen van het lijk, volgens de gebruiken van Egypte. Ook de Egyptenaren bedrijven rouw over Jakob. Nadat die rouwtijd geeindigd is, vraagt Jozef verlof aan Farao, om zijn vader in Kanaän te begraven. Die begrafenis heeft plaats; de koninklijke hof- en de Egyptische staatsbeambten nemen daaraan deel; de zware rouw trekt de opmerkzaamheid van de Kanaänieten
1. Toen viel Jozef, 1) door droefheid overweldigd, op van zijn vaders aangezicht, en hij weende over hem, en kuste hem. (hoofdstuk 46:4).
1) Van al de zonen van Jakob had Jozef het meest verloren, omdat hij van kindsaf de vader het liefste geweest was, daarna 22 jaar hem gemist had en eindelijk, tot beloning van gelovig verbeiden, hem weer verkregen had. Terwijl hij, zolang Israel nog leefde “in zijn moeilijke toestand in Egypte, onder diens priesterlijke bescherming zich mocht voelen moet het hem thans, nu zich Jakobs ogen sloten te moe geweest zijn, alsof hij weer in vorige eenzaamheid teruggezet was, om met God alleen zich daardoor te worstelen.
2. En Jozef, om het lijk op de prachtigste wijze te verzorgen, en het, voor de verre weg naar de erfbegraafplaats te Hebron, behoorlijk te bewaren, gebood zijn knechten, de medicijn meesters, 1) diegenen onder zijn beambten, dit in de dienst van de artsen voorzagen, dat zij zijn vader balsemen zouden, 2) volgens de in Egypte gebruikelijke wijze; en de medicijnmeesters balsemden Israel, a) en wel zonder twijfel op de meest eervolle en kostbaarste van de drie daarbij gebruikelijke wijzen.
1) In Egypte had men voor iedere soort van ziekten een bijzondere geneesheer, zodat er bijzondere medicijnmeesters waren voor de ogen, het hoofd, de tanden, de maag enz. Later was er ook een bepaalde klasse van mensen, die voor het inbalsemen van lijken zorgden, en therapeuten heetten; hier verrichtten nog de gewone geneesmeesters dit werk.
2) De Egyptenaren geloofden, dat de ziel van de gestorvenen zolang om het lichaam zweefde, als dat nog behouden was; vervolgens moest zij door de lichamen van verschillende dieren, gedurende eeuwen of duizenden jaren, heen, om ten laatste weer met een menselijk lichaam bekleed te worden. Daarom zorgde men reeds in vroege tijden, dat de lijken van lieve afgestorvenen niet verteerden, maar zolang mogelijk bewaard bleven. Dit geschiedde door het inbalsemen. Nog heden zijn er in de Egyptische catacomben of bewaarplaatsen van doden, ontelbare gebalsemde lijken, die naar de gom, waarmee zij bestreken zijn, en die in het Perzisch mum genoemd wordt, mummies heten.
3) Er waren drie soorten van inbalsemen. De eerste en kostbaarste geschiedde aldus. Men trok door middel van een krom ijzer de hersenen uit het hoofd door de neus uit, en vulde de ledige plaats met specerijen; dan werd aan de linkerzijde van de buik met een scherpe steen een opening gemaakt; om de ingewanden uit te halen; het inwendige werd met dadelwijn uitgespoeld, met mirre, cassia enz. gevuld, en dan de buik weer dicht genaaid. Vervolgens legde men het lichaam in nitrium of salpeter, en liet het zo enige weken, nooit langer dan 70 dagen, staan; hierna werd het gewassen, in byssus gewikkeld, met gom bestreken, en zo de bloedverwanten teruggegeven. Deze brachten het in een nauwe kist, die met hieroglyphen beschilderd was, en van sycomorenhout was vervaardigd, en plaatsten het zo in de begraafplaatsen (Herod. 2:86; Diod. Sic. 1, 91)
De ingewanden deed men in een kist en wierp die in de Nijl, daar de buik voor de zetel van de zonden, bijzonder van eet- en drinkzonden, werd gehouden.
3. En veertig dagen werden aan hem vervuld; want alzo werden vervuld de dagen van hen, die gebalsemd werden; en de Egyptenaars beweenden 1) hem zeventig dagen, van de dag van zijn dood af gerekend, dus nog 30 dagen na de balseming.
1) Wanneer in Egypte een koning stierf, droegen alle Egyptenaren rouw; zij scheurden hun klederen, sloten de tempels, brachten geen offeranden, noch hielden feesten. Dit duurde 72 dagen. Bijna gelijke eer bewees men hier aan Jakob, zeker op Faraos bevel, die bij het gesprek met hem (hoofdstuk 47:7 vv.) wel een diepe indruk van de verheven persoonlijkheid van de grijze patriarch zal verkregen hebben, en die sedert de hervormingen van de staatsinrichting door Jozef (hoofdstuk 46:13 vv.), voelde veel dank aan hem verschuldigd te zijn.
4. Toen nu de dagen van zijn bewenen over waren, zo sprak Jozef, die gedurende de rouwtijd het haar van hoofd en baard had laten groeien, en alzo niet persoonlijk voor de koning kon verschijnen (hoofdstuk 41:14), tothet huis van Farao, tot diens hofbeambten, zeggende: Indien ik nu genade gevonden heb in uw ogen, spreekt toch voor de oren van Farao, in mijn plaats, zeggende:
5. Mijn vader heeft, toen hij gevoelde, dat zijn einde naderde (hoofdstuk 47:29 vv.), mij doen zweren, zeggende: Zie ik sterf; in mijn graf, dat ik mij in het land Kanaän gegraven heb, 1) daar zult gij mij begraven! Nu dan laat mij toch naar Kanaän optrekken, dat ik mijn vader, overeenkomstig de aan hem gedane eed, begrave; dan zal ik terugkomen, en mijn ambt verder waarnemen; sta mij toe het lijk uit te voeren, en geef mij een korte tijd, om mijn kinderlijke plicht te volbrengen.
1) Waar Jozef hier meedeelt, dat Jakob hem gezegd heeft: “Zie, ik sterf; in mijn graf, dat ik mij in het land Kanaän gegraven heb,” daar heeft Jakob niet iets gezegd, wat met de waarheid in strijd is. Want toch het Hebreeuwse woord duidt aan graven, in de zin van inrichten. Abraham heeft het graf of de grafspelonk gekocht, en Jakob heeft wellicht er iets aan veranderd, of deze nog beter als begraafplaats ingericht. Laten wij ook niet vergeten, dat Jakob hier spreekt als wettige erfgenaam en opvolger van Abraham. Gelijk wij dikwijls zeggen iets gedaan te hebben, wat toch eigenlijk onze vaderen hebben gedaan, en wij dit doen, omdat wij staan op de schouders van onze vaderen, alzo had ook Jakob het recht, om alzo te spreken, ook al had hij niets aan de spelonk laten veranderen.
6. En Farao zei, liet hem door zijn hofbeambten antwoorden: Trek op en begraaf uw vader, gelijk als hij u heeft doen zweren. 1)
1) Het valt in het oog, hoezeer de kracht van de eed in aanzien was bij de heidenen en ongelovigen. Want, ofschoon Farao niet gezworen had, acht hij het toch onrecht te zijn, dat een belofte, onder zijn regering door een ander gegeven, geschonden wordt. Doch tegenwoordig is de vrees voor God zo in de wereld verdwenen, dat de meesten het haast voor een onschuldige scherts houden, elkaar onder aanroeping van de naam van God te bedriegen.
7. En Jozef trok op, om zijn vader te begraven; en met hem trokken op al Farao’s knechten, volgens bevel van de koning, namelijk: de oudsten van zijn huis, en al de oudsten van het land Egypte, de voornaamste, zowel van het hof als van de staatsbeambten.
8. Daartoe het gehele huis, de gehele hofstoet van Jozef, en zijn broeders, en het huis van zijn vader; alleen hun kleine kinderen, en hun schapen, en hun runderen lieten zij in het land Gosen, daar het hun voornemen niet was, om met hun gezin te vertrekken, maar zij na enige tijd weer naar Egypte wilden terugkeren.
9. En met hem trokken op, tot een bedekking voor de tocht door de woestijn, zowel wagens als ruiters; en het was tezamen een zeer zwaar leger.
Als een vreemdeling had Jakob Kanaän verlaten, als een koning wordt hij in datzelfde land begraven, omringd door de aanzienlijken van het toen machtigste volk van de aarde. De wagens en ruiters dienden, om hen te beschermen tegen de aanvallen van wilde horden.
10. Niet langs de kortste weg, die over Gaza door het gebied van de Filistijnen leidde, maar langs een omweg zochten zij nu Kanaän. Eerst trokken zij door de woestijn, vervolgens om de Dode zee en gingen langs de oostzijde van die zee in noordelijke richting verder. Toen zij nu aan de dorsvloer van Atad, het plein van de doornbos, (een dorsvloer die op het veld was aangelegd, en, wegens de vele daar groeiende doornen, Atad genoemd werd) kwamen, dat aan de overzijde, aan de oostelijke oever, van de Jordaan is, niet ver van het noordelijke einde van de Dode zee, zo hielden zij daar een grote en zeer zware rouwklage; en hij, Jozef met zijn gehele huis, maakte zijn vader een rouw van zeven dagen.
De Egyptenaren bleven hier op de grenzen van Kanaän achter, terwijl Jozef met zijn broeders straks de tocht vervolgen en het lijk van hun vader bijzetten in de grafspelonk.
11. Als de inwoners van het land, de Kanaänieten, die rouw zagen op het plein van de doornbos, zo zeiden zij tot elkaar: Dit is een zware rouw van de Egyptenaren over een dode; daarom noemde men (nog ten tijde, toen Mozes schreef, dus 2 of 300 daarna), haar naam Abel-Mizraäm, (klacht van de Egyptenaren), die, gelijk reeds opgemerkt is, aan het veer van de Jordaan is. 1)
1) Men heeft dus Jakobs lijk langs dezelfde weg in Kanaän gevoerd, langs welke later de kinderen van Israel in het land binnendrongen. Men koos die omweg, omdat men moeilijkheden met de Filistijnen wilde vermijden, als ook, om door een uitbreiding aan de optocht grotere luister te verlenen. God vervulde ook hierdoor Zijn beloften aan Jakob (Genesis 46:4)
12. En zijn zonen deden hem, terwijl de Egyptenaren aan de andere oever achtergebleven waren, gelijk als hij hun geboden had. (hoofdstuk 49:29 vv.).
13. Want a) zijn zonen voerden hem in het land Kanaän, en begroeven hem in de spelonk van de akker van b) Machpela, welke Abraham met de akker gekocht had tot een erfbegraafplaats van Efron, de Hethiet, tegenover Mamre.
a) Hand.7:15, 16 b) Genesis 23:16
14. Daarna keerde Jozef terug in Egypte, hij en zijn broeders, 1) en allen, die met hem opgetrokken waren, om zijn vader te begraven, nadat hij zijn vader begraven had. De aan de andere oever gebleven Egyptenaren sloten zich nu weer bij de leden van de familie aan, en leidden hen langs de vorige weg weer naar Egypte.
1) Zij keerden terug naar Egypte, niet alleen, omdat zij door de ogenblikkelijke omstandigheden daartoe gedwongen werden, maar omdat zij het juk, hetwelk door de hand van God op hun halzen was gelegd, niet mochten afschudden. Hoewel de Heere niet allen door een vrijwillige gehoorzaamheid aan zich verbonden hield, toch houdt Hij hun gemoederen door verborgen koorden zo vast, dat zij zich niet tot iets anders laten vervoeren.
II. Genesis 50 vers 15-26
Na het terugkeren in Egypte, ontstaat er bezorgdheid bij Jozefs broeders, dat hij hen, nu zijn vader gestorven was, wegens hun vroegere misdaad zal straffen; hij stelt hen gerust; leeft nog vele jaren; ziet zijn geslacht zich uitbreiden; en bepaalt bij zijn dood, dat zijn lijk een roede naar Kanaän zal genomen worden, wanneer de Heere zijn volk zal uitleiden.
15. Toen Jozefs broeders zagen, dat hun vader dood was, zo zeiden zij tot elkaar: Misschien 1) zal ons Jozef haten; en hij zal ons, nu onze vader niet meer als onze beschermer tussen ons en hem staat; gewis vergelden al het kwaad; dat wij hem aangedaan hebben. 2)
1) In het Hebreeuws Toe. Indien. De vertaling van: “Indien Jozef ons haten zal en vergelden al het kwaad, dat wij hem hebben aangedaan” is beter. Weggelaten is dan: “Wat zal ons dan geschieden”? Iets wat meer voorkomt. Jozefs broeders handelen niet alleen onredelijk, maar ook onbillijk. Hun argwaan is ongegrond. Zij vrezen de bloedwraak, in het Oosten op wrede wijze dikwijls uitgeoefend, en waardoor soms gehele geslachten werden uitgeroeid. Zo schrijven zij aan Jozef een Ezau’s gedachte toe. (Genesis 27:41)
2) Hier ziet gij welk een verschrikkelijk ongeluk de zonde en een kwaad geweten is; dat is een wond, die bijna niet te helen is. Wanneer de zonde voor de deur slaapt (hoofdstuk 4:7), dan acht men haar niet, en zij wordt altijd met nog gruwelijker zonden opgehoopt; men valt van de ene zonde in de andere. Maar wanneer zij opgewekt en levend gemaakt worden, dan worden velen zo ver gedreven, dat zij geheel wanhopig worden, of in het water springen of zich ophangen, en zo sterven. Ja! zulk een dure artsenij en hulp behoort ertoe, opdat de wonde geheeld en de zonde weggenomen worde, namelijk de Godheid, die mens geworden is, en het bloed van de Zoon van God zelf.
16. Daarom ontboden zij 1) aan Jozef lieten zij tot hem spreken, wellicht door Benjamin, zeggende: Uw vader, die van zijn zijde ons alles vergeven heeft, heeft bevolen voor zijn dood, dat wij ook bij u vergeving zouden zoeken, zeggende:
1) Daar zij zichzelf schamen, vaardigen zij iemand af, die invloed bij Jozef had, om zijn hart geheel en al tot hen om te buigen.
17. Zo zult gij tot Jozef na mijn dood zeggen: Ei, vergeef 1) toch de overtreding van uw broeders; en hun zonde, want zij hebben u kwaad aangedaan; maar nu, laat zulk een voorspraak bij u gelden, en vergeef toch de overtredingen van de dienaren van de God van uw vader! 2) Gelijk wij één vader met u hadden, om wiens wil gij ons verschoond hebt, zo hebben wij thans, in dit vreemde land, één God met u, die wij dienen, de God van onze vader; vergeef ons dan om de wil van onze God. En Jozef weende, 3) als zij, door middel van hun afgevaardigde, alzo tot hem spraken. Hij weende van smart over hun wantrouwen, van aandoening over hun verootmoediging, en van medelijden met hun vrees.
1) Zij ontkennen niet, dat zij grotelijks hebben gezondigd; en zo weinig stellen zij door schuld verkleinend voor, dat zij, door de veelheid van de woorden, zichzelf veeleer nog bezwaren. Zij eisen dus niet dat hij hun vergiffenis schenkt, als was hun misdaad gering; maar om het vreselijke van de misdaad; komen zij eerst met het gezag van hun vader, vervolgens met de heilige naam van God. Deze belijdenis zou grote lof verdiend hebben, indien zij uit een zuivere bron was voortgekomen, en zonder omhaal van woorden en verdichtsels, om hun broeder te behagen, was uitgesproken.
2) “Van de God van uw vader.” Zij noemen zich dienaars van de God van Jozefs vader, daar de God van Jakob zich ook op bijzondere wijze aan Jozef had geopenbaard, door hem en zijn zonen weer op te nemen in de schoot van het zaad van het Verbond. Zij wisten, dat Jozef Jakobs God als zijn God vereerde en lief had.
Jozefs broeders vreesden de bloedwraak, die in het oosten zo wreed is, en niet zelden gehele geslachten en stammen uitroeit. Nu pleitten zij om vergeving, vooreerst door schuldbelijdenis; zij waren verbroken van hart; en ten tweede, omdat zij dienaren waren van de God van de vaderen. Zij waren dus bekeerd en medegelovigen van Jozef.
3) Men is doorgaans van mening, dat het een man niet wel staat, dat hij weent. De schrift keurt alle menselijke aandoening goed, en wil dat zij haar vrije loop hebben. Abraham beweende zijn dode. Ook David weende meermalen. Zelfs de Heere, staande aan het graf van Lazarus, weende, ofschoon Hij aanstonds de gestorvene zou opwekken. Jozef was een rechte wener. Toen hij verkocht werd, zal hij ook wel geweend hebben uit de benauwdheid van zijn ziel, toen hij zijn broeders om genade bad, maar zij niet hoorden. Wat zal hij niet geweend hebben in Egypte, hij, een zeventienjarige jongeman, weggevoerd als een koopwaar, verwijderd van het ouderlijk huis, in een ver vreemd land in dienstbaarheid, ja in slavernij! Toen hij zijn broeders terugzag, weende hij wederom, en toen hij zich aan zijn broeders te kennen gaf, weende hij niet minder en wel zo overluid, dat de Egyptenaren het hoorden. Geen Bijbelheilige wordt zo dikwijls wenende voorgesteld als Jozef. Zulk een gevoelig hart had hij bij al zijn hoogheid!.
Jozef weende en hij schaamde zich voor zijn tranen niet, ook niet aan het hof, waar het wenen zo licht verleerd wordt. O, men zorg toch dat het hart niet hard worde, maar teder blijve in al de omstandigheden van het leven! Teder, niet week.
Dit is nu de vierde maal, dat er in Gods woord van Jozefs wenen gewag wordt gemaakt: eerst, als hij de broeders elkaar onderling hoorde beschuldigen (Genesis 42:24); later, toen hij zich aan hen bekend maakte (Genesis 45:2); toen hij met hen aan het sterfbed van zijn vader stond (Genesis 50:1KruisverwijzingenGenesis 46:4→Johannes 11:35→Efeze 6:4→2 Koningen 13:14→Handelingen 8:2→Deuteronomium 6:7→Genesis 23:2→1 Thessalonicenzen 4:13→
— Toen viel Jozef op zijns vaders aangezicht, en hij weende over hem, en kuste hem.
); en nu, nu zij in diens naam hem om vergeving lieten vragen (Genesis 50:17KruisverwijzingenSpreuken 28:13→Psalmen 21:11→Job 33:27→Genesis 42:21→Lukas 17:3→Galaten 6:16→Mattheüs 6:12→Galaten 6:10→
— Zo zult gij tot Jozef zeggen: Ei, vergeef toch de overtreding uwer broederen, en hun zonde; want zij hebben u kwaad aangedaan; maar nu vergeef toch de overtreding der dienaren van den God uws vaders! En Jozef weende, als zij tot hem spraken.
). Jozef was een man, zo week van gemoed, dat de tranen spoedig bij hem opkwamen; maar ook zo groot van hart, dat hij zich voor die tranen niet schaamde. Ja, Jozef was een man, zo teder maar ook zo edel van ziel, dat hij, waar het nodig was, bovenal tranen tot tekenen en tolken van zijn liefde en genegenheid had en dan ook maakte. Een enkele stille traan zegt menigmaal meer dan duizend woorden van beklag of dank. Zo was het ook als “Jezus weende.” O, het doet soms zo goed, als men in droefheid of ter verzoening onze hand heeft gegrepen en dan maar geen woord spreekt, maar in stilte met ons schreit.
18. Daarna kwamen ook zijn broeders zelf, als zij gehoord hadden, hoe bewogen hun broeder geworden was, en vielen voor hem neer, en zeiden: Zie wij zijn u tot knechten! 1) wij hebben het verdiend, dat gij ons, die u eens verkochten, tot slaven maakt; maar laat genade gaan voor recht.
1) Het wilde, ontaarde hart van de zonen van Jakob is thans geheel verbroken en verschijnt in de schone gedaante van boete en van geloof.
Nu zij horen, dat Jozef weent en daarom in een zachtmoedige stemming verkeert, gaan zij zelf tot hem, opdat alle mogelijke gedachte aan wraakneming bij hem verdwijnen moge. Hoe weinig kennen zij Jozef nog!.
19. En Jozef zei tot hen: Vrees niet, want ben ik in de plaats van God? 1) God alleen komt het toe te oordelen.
1) Sommigen menen, dat hij met deze woorden de eerbewijzing, van hen ontvangen, heeft afgewezen, alsof hij wilde zeggen, dat deze aan hem bij vergissing werd gegeven, daar aan niemand dan aan God zij zulks verschuldigd waren. Maar dit heeft geen zin, omdat hij dikwijls toegelaten heeft, dat men hem, op deze wijze, eer toebracht en hij wist, dat zijn broeders er ver vandaan waren, om de eer, die God toekomt, op een sterfelijk mens over te brengen. Niet meer verwerft een andere uitlegging mijn goedkeuring, dat hij nl. ontkend had straf te mogen opleggen, omdat hij God niet was. Want daarom had hij zich zeker niet onthouden, om de belediging niet met gelijk te vergelden, omdat hij hoopte, dat God zijn wreker zou zijn. Een derde gevoelen brengt men bij, dat Jozef daarmee antwoordt, dat deze gehele zaak volgens Gods plan en niet volgens zijn plan heeft plaats gehad; hetwelk ik, ofschoon ik het met geheel verwerp, daar het de waarheid nabij komt, niet echter voor het ware omhelst. Het Partikel Thagath betekent nu een voor, in de plaats van, en dan weer, onder. Daarom, indien het vraagteken niet in de weg stond, zou gemakkelijk vertaald kunnen worden: “Daar ik onder God sta”, en dan zou de zin aldus zijn: “Vreest niet, daar ik onder God sta,” zodat Jozef hen vermaant, dat, daar hij aan het gezag van God onderworpen is, niet heeft voor te gaan, maar te volgen. Maar omdat de h ervoor gevoegd is, het teken, hetwelk een vraag aanduidt, kan het niet anders uitgelegd worden, dan dat het niet hem zou voegen om als een sterfelijk mens er toe bij te dragen, om de plannen van God te verhinderen.
20. Gij wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht. 1) Wat gij deed tot mijn vernedering en smart, heeft God mij ten zegen doen worden, en dit om de wil van anderen; opdat Hij deed, gelijk het op deze dag is, en u als zijn werktuigen bezigde, om gedurende deze honger een groot volk in het leven te houden. (hoofdstuk 45:5-8).
1) Dat was zeker in de dagen van nood voor Jozef, de toevlucht van zijn ziel geweest en bij kennelijke blijken van Gods zorgende leiding: zijn blijdschap en sterkte. Dat vervult bij terugzicht op de afgelegde weg hem het hart met gedachten van bewondering en aanbidding van Gods grootheid en barmhartigheid en het stemt zijn ziel des te meer met zachtmoedige gezindheid jegens zijn kwaaddoeners. Niet zonder reden dit laatste. Behalve de veranderde gezindheden onder die broeders, bleek hem uit de gangen van de Allerhoogste, hoe lankmoedig, hoe goedertieren hun God was geweest, hoe ook uit die bestellingen van God hem het goede was toegekomen. Nee, dit had hij hun niet te danken. De doorn had geen vijgen gedragen en de distel geen wijndruiven maar de Hoge en Verhevene had over het kwade gewaakt en genadig het goede gewrocht.
God regeert. Ik sta opgetogen, wanneer ik de wondere schakel van de gebeurtenissen, waardoor God zo meermaals Zijn doel bewerkte, Zijn belofte vervulde, aandachtig gadesla. Zijn er zo vele duistere wegen, waarin de proeven van de wijsheid in sombere schaduw zich verschuilen, zo baant de wijze Wereldbeheerser de weg om, bij gelegenheid van voorafgaande donkerheid, de ontdekkingen van de hoogste wijsheid, wanneer zij komen, aangenamer, overtuigender, verrassender te maken. Niemand ziet het uurwerk van binnen; wij zien slechts enige aanwijzingen, die op de buitenkant geschieden. Nooit had Jozefs hart, bij het voeren van dat woord tot zijn broeders: “Gij wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht,? doch God heeft dat ten goede gedacht”; nooit had Jozefs hart zo gebloed; nimmer waren hem zoveel tranen afgebiggeld; nimmer had hij die verrukkingen gevoeld, dat knielen, dat smelten voor God, dat wenend terugzien op Dothan, kuil, slavenstand, gevangenis…, indien Gods weg, met hem gehouden, minder vreemd, minder duister, en in vertoning minder strijdig geweest ware.
Ook hier blijkt het, dat Jozef een goed inzicht had in de waarheid, dat Gods Raad bestaan zal, dat de dus genoemde daden uit vrije wil die Raad niet kunnen keren, dat de mens moet meewerken, maar dat ook de mens voor al het zondige en schuldige, hetwelk hij verricht, verantwoordelijk blijft.
21. Nu dan, vreest niet, 1) alsof ik mij nog zou wreken, nadat God alles welgemaakt heeft. Integendeel: Ik zal u en uw kleine kinderen onderhouden. Zo troostte hij hen en sprak naar hun hart. 2)
1) Ook bij ons is het geen verkeerdheid, wanneer ons nog altijd de zonde smart, ook nadat God Zijn Zoon in ons geopenbaard heeft, en de Heiland, als het Lam Gods, dat onze zonden draagt, als onze Middelaar en Voorspraak ons bekend geworden is; wanneer niet alleen ons dagelijks verzuimen en onze ontrouw, maar ook de herinnering aan vroegere banden ons voor hem neder buigt en in tijden van nood en droefheid, nadat wij de vrede en het kindschap van God reeds lang gesmaakt hebben, wij nog opnieuw over de staat van onze genade en de redding van onze zielen bevreesd worden. Het is ons toch niet zonder reden aanbevolen dagelijks te bidden: “Vergeef ons onze schulden”; het eenmaal verkregen geloofsvertrouwen, de eens ontvangen verzekering van de vergeving van onze zonden, zou makkelijk tot slaperigheid en zorgeloosheid worden, zo niet een voortdurend smartgevoel over onze zonden ons in gemeenschap met de Heiland hield. En, gelijk de broeders van Jozef juist daardoor, dat het hun bang werd, en zij opnieuw hun hoofdzonde openlijk aan hem bekenden, hem des te nader kwamen, zo zal ook de van tijd tot tijd ontwakende vrees over de zwaarste zonde van ons voorbijgegane leven ons Hem meer nabij brengen, die al onze zonden op Zich genomen heeft, en die nu de macht ontvangen heeft, om allen zalig te maken, die door Hem tot God gaan.
2) Ons vergiffenis schenken aan de naaste hangt onmiddellijk samen met ons vergiffenis ontvangen van God, omdat niemand gevoel kan hebben, dat God hem vergeven heeft, dan als hij zelf vergeeft. Zeker, het is zeer moeilijk te vergeven, en misschien is het minder moeilijk op de brandstapel, dan in het dagelijks leven. Doch ook hier is Christus ons hoogste voorbeeld. Stefanus vergaf in het gezicht van de geopende hemel, Christus in het gezicht van de gesloten hemel; Stefanus aan het einde van zijn folteringen, Christus aan het begin ervan. Jozef vergaf zijn broeders, toen zij er hem om vroegen, Jezus, voordat iemand Hem vroeg, ja, toen zij nog bezig waren; Hem te folteren en te doden. Zo lijken alle heiligen op Christus, maar niemand is met Christus te vergelijken.
In de zin van: Hij bracht hen tot kalmte en rust door zijn hartelijke toespraak.
22. Jozef dan woonde, na de terugkomst van zijn vader begrafenis (vs.14), in Egypte, hij en het huis van zijn vader, nog 54 jaar lang; en Jozef leefde, evenals later Jozua Jozua 24:29) honderd en tien jaar; van 2259 tot 2369 na de wereldschepping.
23. En Jozef zag van Efraim, kinderen van het derde gelid, achterkleinkinderen van deze gezegende zoon (hoofdstuk. 49:19), daarom achter-achterkleinkinderen van hemzelf; ook werden de zonen a) van Machir (verkocht, de zoon Manasse, op Jozefs knieën geboren, 1) zodat de oud- en overgrootvader hen nog op zijn schoot kon nemen en liefkozen.
a) Numeri. 32:39
1) Om het voorrecht van een zegen recht te waarderen, moet men er ook recht van genieten; en dat deed Jozef door zijn klein- en achterkleinkinderen op zijn knieen te doen rijden, om zo, met hen kind geworden, met hen te spelen en te dartelen. Zo vatten de meesten, evenals in Genesis 30:3, hier de uitdrukking “op iemands knieen geboren worden” op. Het kon ook zijn dat daardoor moet aangeduid worden, dat Jozef het kroost opvoedde en verzorgde, welke taak anders van de moeder is toevertrouwd, maar die misschien door Jozef is behartigd, opdat hij er zich van verzekeren mocht, dat al de zijn in de voorvaderlijke godsdienst werden opgeleid.
24. En Jozef, toen hij voelde, dat zijn einde naderde, zei tot zijn broeders: 1) Ik sterf; maar God zal u gewis bezoeken na uw lijden, dat gij lijden zult in dit land, gelijk Hij gesproken heeft, en hij zal u doen optrekken uit dit land, in het land hetwelk Hij Abraham, Izaak en Jakob gezworen heeft. 2)
a) Hebr.11:22
1) Of Jozef als de eerste of als de laatste van de broeders is gestorven, of een gedeelte hem overleefd heeft, is onzeker. Hier omvat Mozes onder de naam van broeders niet alleen eigen broeders, maar ook andere bloedverwanten. Ik houd het ervoor, dat eigenlijk eerstgeborenen uit ieder gezin op zijn bevel zijn geroepen, van wie het gehele volk, omtrent deze zaak, zekerheid heeft ontvangen. Ofschoon men nu kan aannemen, dat ook de andere Patriarchen hetzelfde hebben bevolen, daar alle beenderen gelijk naar het land Kanaän zijn overgebracht, wordt van Jozef alleen, om twee oorzaken, opzettelijk melding gemaakt. Want, omdat wegens zijn hoge autoriteit aller ogen op hem gericht waren, moest hij zelf hen voorgaan en zorgvuldig erop passen, dat de glans van zijn waardigheid voor niemand een hindernis was. Ten tweede was het van zeer groot gewicht, dat het bij het gehele volk bekend was, dat hij, die in het rijk van Egypte de tweede was, na zo grote eer ontvangen te hebben, tevreden was met zijn plaats, om slechts erfgenaam te zijn van bloot een belofte.
2) Tegenover het vergankelijke van de aarde stelt Jozef hier zo duidelijk mogelijk de onkreukbare trouw van God. Jozef was een tijd lang in de hand van God beschermer en redder van het uitverkoren geslacht geweest, maar ook als hij wegviel, zou God toch tonen, dat Hij de waarmaker is van Zijn woord en belofte.
25. En Jozef, die in het geloof zo zeker wist, dat Israel slechts voor een tijd in Egypte woonde, en naar Kanaän terugkeren zou, deed de zonen van Israël zweren, zeggende: God zal u gewis bezoeken, 1) zo zult gij mijn beenderen van hier opvoeren, opdat ook ik deel aan het land van de belofte hebbe!
1) “Bezoeken” in de zin van “gedenken.”
26. En Jozef stierf, honderd en tien jaar oud zijnde. En zij balsemden hem (zie Ge 50.3) en men legde hem in een kist, een kist van Sycomorenhout. Dit was van bijzonder gewicht, daar een stenen Sarcofaag bij later vervoer ongeschikt zou geweest zijn. Deze werd niet, als bij Jakob, aanstonds weggevoerd; zij behielden die nog in Egypte, totdat zij die, 144 jaar later, meenamen (Exodus. 13:9), en op het veld bij Sichem bestelden. 1) Jozua 24:22).
1) Men spreekt van ziekte en dood: ook ik ga sterven, wellicht dan, als ik er het minst op reken. Dit bedroeft mij. De gedachte grijpt mij aan. Waarom vrees ik de dood? Heeft de genade mijn zonden niet allen weggenomen, en is de hemel niet mijn zeker erfdeel? Toch blijf ik vrezen, en verdraag de doodsgedachte enkel uit de verte; zodra ik de dood nabij waan, schud ik de gedachte af. Ik wend mijn gezin, mijn zaken voor; het schijnt mij toe, als zou ik gemakkelijker heengaan, indien mijn zaken geregeld werden, maar heb ik inderdaad geen andere zorg, dan mijn huis te bereiden, voordat ik sterf? Is de vrees met veeleer ongeloof, gehechtheid aan het aardse. wereldse, zondige leven? Zou ik waarlijk wensen heen te gaan, indien mijn goed groter, mijn gezin verzorgd was, indien mijn zaken in orde waren? Integendeel, juist dan zou ik het heengaan betreuren, omdat het leven mij zoeter was geworden; ik zou de vijftien jaar levensverlenging van Hizkia vragen, en de reden en, waarmee ik de vraag zou aandringen, ontbraken mij gewis niet; ik vrees in de eerste plaats het lijden, maar het meest de dood. Ik vrees Uw toorn niet; ik ben zeker van vergeving, en met de zekerheid van mijn zaligheid vrees ik toch te sterven. Ik geloof aan de hemel en vrees de toekomst. Hoe tegenstrijdig, ik kan mij dit niet verklaren, maar Heere! Gij kunt het raadsel oplossen door het geloof te versterken. Geef mij geloof, onvoorwaardelijk vertrouwen op U, die mij het leven en de adem gegeven hebt. Gij kunt het doen. Gij deed het; ik heb bij ogenblikken dat volkomen vertrouwen gekend; ik was bij ogenblikken los van de aarde; mij dunkt, in die tijd zou ik blij tot Christus hebben kunnen gaan. Och, hergeef mij die gelukkige zieletoestand, en mocht ik met kalme blijdschap in de heiligmaking mijn overgang van de aarde naar de hemel verwachten.
De dood is, ja, een ontzettende zaak, die sloop van mijn hut, die scheuring van de nauwe band, die koning van de verschrikking! Sterven! Vreemde, nooit door mij beproefde gebeurtenis! Maar, o mijn ziel! Is hij niet een Ahimaaz, een boodschapper van goede tijding, een engel van Petrus, die de boeien slaakt, een Noachs duivel, die met de palmtak van de overwinning aan komt vliegen, en de verordende weg, die uw Verlosser, uw liefhebbende Verlosser, inslaat, met onbegrensde wijsheid inslaat, om u van de zonde te verlossen? Zijn bestelling maakt de dood tot een hemelpoort, tot een doorgang in het eeuwige leven. Hij houdt die weg om redenen, tot bereiking van einden, en tot toediening van onderwijzingen, die in de eeuw van de ontwikkeling duidelijk zijn zullen; dus zal ik ook in dit opzicht tot die bestelling, die de gelovigen sterven doet, en mij een zal doen sterven, eenmaal uitroepen, en ik doe het nu bij voorraad: “God heeft alles welgedaan!”
Zo eindigt het geheel met doodkisten; rouwklachten en begrafenissen, en met de blik in de toekomst. De tijd van de belofte was voorbij; er volgt nu een zwijgen van 104 jaar, waarin de tijd, evenals de stroom van de Nijl, zonder geschiedenis voortvloeit, totdat uit het riet van die stroom een biezen kistje met een wenend knaapje wordt opgeheven. Daarmee begint de tijd van de wet.
De gewichtigste tijdpunten in het leven van de Patriarchen zijn:
na de schepping, (voor Christus)
Abrahams uittocht uit Haran. 2083 (1917)
Ismaëls geboorte. 2094 (1906)
Instelling van de besnijdenis. 2107 (1893)
Isaaks geboorte. 2108 (1892)
Sara’s dood. 2145 (1855)
Isaaks huwelijk. 2148 (1852)
Geboorte van Ezau en Jakob. 2168 (1832)
Abrahams dood. 2183 (1817)
Jakobs vlucht naar Mesopotamië 2245 (1755)
Ismaëls dood. 2231 (1769)
Jozefs geboorte. 2259 (1741)
Jakobs terugkeer na 20 jaa.. 2265 (1735)
Jozef wordt verkocht. 2276 (1724)
Izaak sterft. 2288 (1712)
Jozefs verhoging. 2289 (1711)
Verhuizing naar Egypte. 2298 (1702)
Jakob sterft. 2315 (1685)
Jozef sterft. 2369 (1631)
SLOTWOORD
Dat werkelijk Mozes, zoals het opschrift aangeeft, de schrijver van het boek is, lijdt geen twijfel. Hij, in wie het rijp geworden einde van een periode van de geschiedenis met het scheppend begin van de andere vermengd is, hij in wie een lang verleden zijn toppunt bereikt heeft en een ver reikende toekomst zijn wortel heeft; hij was ook alleen in staat, het boek der beginselen te schrijven; alleen hij, met wie de verdere openbaring, die God door hem, de grootste van alle profeten van het Oude Testament gegeven heeft, in een zo nauwe, organische samenhang staat. Het boek verraadt ook duidelijk, dat het zijn werk is, daar het door grootse volvoering van een zorgvuldig berekend plan, door geestvolle en toch eenvoudige voorstelling, door beheersing van de stof, door nauwkeurige bekendheid zelfs met toestanden uit vreemde landen zich onderscheidt. Daarin erkennen wij zo geheel de in alle wijsheid van de Egyptenaren onderwezen man, de kinderlijke naieve herder van Midian, de machtige leidsman van een volk van honderdduizenden, de door Gods Geest verlichte Middelaar van het Oude Verbond. Maar, wanneer en op welke wijze heeft hij het boek geschreven? -Waarschijnlijk vatte Mozes van de tijd af, toen Israel tot straf voor zijn hardnekkigheid tot een veertig jaren omzwerven in de woestijn veroordeeld was (Numeri. 14:20 vv. ), nadat hij reeds verschillende gewichtige gebeurtenissen en enige wetten op Goddelijk bevel had moeten optekenen (Exodus. 17:14 24:4 vv. 34:27 Numeri. 33:2), gedrongen door de Heilige Geest, het voornemen op, om een volledig wetboek en een volledige geschiedenis van zijn volk te schrijven (de Thora). De veertig jaren gaven hem de nodige tijd. Hij maakte gebruik van de, bij de vroegtijdige bekendheid van de schrijfkunst, die Israel in Egypte verkregen had, en wellicht vroeger al bezeten had, reeds voorhandene oorkonden; hij vond daarin, zowel zorgvuldig aangelegde geslachtsregisters, als ook een voortgaande samenstelling van de door het geslacht van de vromen bewaarde en door de vaderen verder aangevulde (zie hoofdstuk. 5.32 Aanm. zie Ex 5.32) heilige overlevering. Zich ten nutte makende, wat hem verder door mondelinge overlevering bekend was, en onder voortdurende leiding en bewaring van de, in bijzondere mate, op hem rustende Geest van God, vervaardigde hij zijn eerste boek, dat hij als een soort van inleiding vooraan plaatste; toen hij, aan het einde van zijn loopbaan, ook de overige boeken geeindigd, en, nog kort voor zijn dood, de laatste hand daaraan gelegd had.
Het is zeer juist, wanneer de geleerden over twee bronnen spreken, die duidelijk in het eerste boek van Mozes te onderscheiden zijn, en de ene het grondschrift, de andere het aanvullings-geschrift noemen; maar niemand anders, dan Mozes zelf, is de aanvuller, hij, aan wie de naam “Jehova” zo uitdrukkelijk geopenbaard was (Exodus. 3:13 vv. ), en die daarom bij bearbeiding van het grondschrift deze naam overal kon gebruiken, waar hij die naar zijn bijzondere betekenis (Genesis 2:6 Aanm. zie Genesis 2.6) voor juister erkende dan de oorspronkelijk gebruikte naam: Elohiem (God) (Exodus. 6:3.) “Het grondschrift vertoond zich als het eenvoudig, liefelijk gewas, dat uit de dood van de geslachten voor Abraham, en uit het leven van de zich vandaar af vormende heilige familie als vanzelf opkwam, natuurlijk en door de feiten zelf ontwikkeld, daarom nog zonder bepaald doel en in meer algemene voorstelling; de aanvulling daarentegen, die zich van deze algemene voorstelling meester heeft gemaakt, en haar een nieuw leven heeft gegeven, ziet van een bepaald standpunt, van een hoogte van kennis en geloof, waarop de vaderen nog niet stonden, in de feiten van het verleden terug, en ziet daar, in het licht van de Geest, die van boven is, veel, wat tevoren geweest was. Het grondschrift, terwijl het met het ontstaan het vergaan aaneenknoopt, is vooral genealogisch, de aanvulling daarentegen veel meer bepaald religieus-ethisch: het eerste is het lichaam, deze brengt in dit lichaam, naar haar alles beheersende en, op de resultaten lettende, ethische gezichtspunten, geest en leven.
Als wij het eerste bijbelboek met een oplettend oog beschouwen, blijkt het, dat het, ofschoon door Mozes in zijn geheel tezamen gebracht, echter uit onderscheidene afzonderlijke stukken is samengesteld, die reeds vroeger op zichzelf bestonden, en tot Mozes van de vaderen zijn gekomen, zoals dit door de beroemde Vitringa (Observat. Sacrae) zeer duidelijk is aangewezen. Men heeft van deze opmerking, in onze laatste tijd, een schromelijk misbruik gemaakt, om de ware, Goddelijke oorsprong van die oude verhalen twijfelachtig te maken, en alles tot bloot menselijke en mythologische verhalen te vernederen; daarvoor is niet de minste reden, nooit was dat het oogmerk van genoemde geleerde. Alles hangt hier in een onverbrekelijke schakel tezamen, waarvan niet het minste deel kan worden gemist, zonder het geheel van alle waarde en kracht te beroven, maar ook de waarheid van het geheel bevestigt onweersprekelijk dit van elk bijzonder gedeelte.
Tegenover de afbrekende kritiek kan op goede en voldoende gronden, zowel de echtheid als de geloofwaardigheid van dit eerste boek van Mozes, gestaafd worden. Wie niet met vluchtige blik, maar nauwkeurig, dit boek leest en herleest, zal tot de slotsom moeten komen, dat het van een hand is, door een persoon geschreven, die wel bronnen heeft gebruikt, die wel alles van tevoren naarstig heeft onderzocht, maar daardoor ook juist de man was, om onder en door de leiding van de Heilige Geest, Die in de waarheid leidt, wat hij wist, wat hem geopenbaard was, op schrift te brengen. Bij nauwkeurig onderzoek blijkt het, dat Mozes niet alleen de schrijver kan zijn, maar ook geweest moet zijn; door inspiratie van de Heilige Geest, en door zijn kennis van kunsten en wetenschappen, straks geheiligd door een veertigjarig vertoeven in de woestijn, juist de man kon zijn, om de oudste geschiedenis van de mensheid,
tot op zijn tijd, te boek te stellen. Alles verraadt de man, die volleerd in de gave van de geschiedschrijvers, dit boek naar een bepaald plan en volgens een tevoren opgemaakt bestek, heeft geschreven. Men heeft interpolaties, bijvoegingen van latere overschrijvers, aangenomen, ook van gelovige zijde, maar wanneer men bedenkt, dat Mozes niet alleen geleerde was, maar ook Profeet, ja, als het ware de grootste van alle Profeten, dan behoeft men niet te stellen, dat, o.a. de vermeldingen van koningen van Edom, “eer een koning regeerde over de kinderen van Israël” (Genesis 36.31) een interpolatie, een bijvoeging van een latere overschrijver is. Het verschilt zo veel, of men tegenover dit boek gaat zitten om het te ontleden, als een product van menselijke kennis en geleerdheid, dan wanneer men het aanmerkt als een Boek, geschreven door een man van God, die door de Heilige Geest werd gedreven, en daarom niet alleen voor feiten was gevrijwaard, maar ook, waar het de toekomst gold, een profetische blik in die toekomst had. De afbrekende kritiek heeft voor dit laatste geen gezicht, evenmin, zoals wij later zullen zien, als voor het feit, dat, waar er verschil schijnt te bestaan tussen wetten, die op dezelfde zaak betrekking hebben, Mozes gerekend heeft met de eigenaardige behoeften en toestanden. Wij voor ons zijn door de behandeling van dit eerste boek van Mozes in het geloof bevestigd, dat het in zijn geheel, zoals het daar ligt, van Mozaische redactie is, en tevens een boek, waarin, door Gods genade, ons de oudste geschiedenis wordt meegedeeld van het menselijk geslacht en van het oude Bondsvolk Israel.
Al de hedendaagse ontdekkingen en vorderingen in kunsten en wetenschappen hebben slechts gediend, om de waarheid van de door Mozes verhaalde gebeurtenissen te bevestigen. -Zonder deze geschiedenis zouden wij in het duister verkeren, niets wetende van de wording van de wereld, de oorsprong van de zonde, de eerste geschiedenis van het mensdom. Nu kan een kind op de eerste bladzijden van Genesis meer daarvan weten, dan de geleerdste wijsgeren zonder dit boek daarvan in vierduizend jaren geweten hebben. Gij hebt voor u de oudste en meest echte geschiedenis van de wereld: een geschiedenis die de eerste geschreven openbaring van God aan de mensen bevat; de openbaring van Zijn bestaan, van Zijn macht, wijsheid en goedheid, die voor u en voor al wat mens heet, van zo groot belang is. Hoeveel zijt gij Hem dan verschuldigd voor die ontdekking, die Hij alleen u geven kon, en daarvoor, dat Hij u liet merken, wat gij aan Zijn wijsheid en barmhartigheid verschuldigd zijt. God heeft u gemaakt, zowel als het hele heelal; Hij bestuurt uw lot, zoals dat van allen, met Goddelijke wijsheid en liefde: wie God veracht, wordt verdelgd; wie God bemint, wordt gezegend en opgenomen in Zijn heerlijkheid. Ziet daar de grote lessen van dit eerste bijbelboek!
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel