Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En hij gebood dengene, die over zijn huis was, zeggende: Vul de zakken dezer mannen met spijze, naar dat zij zullen kunnen dragen, en leg ieders mans geld in den mond van zijn zak;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En hij geboodH6680 dengene, dieH834overH5921 zijn huisH1004 was, zeggendeH559: VulH4390 de zakkenH572 dezer mannenH582 met spijzeH400, naar datH834 zij zullen kunnen dragenH5375, en legH7760 ieders mansH376geldH3701 in den mondH6310 van zijn zakH572;En hij gebood dengene, die over zijn huis was, zeggende: Vul de zakken dezer mannen met spijze, naar dat zij zullen kunnen dragen, en leg ieders mans geld in den mond van zijn zak;
KJVAnd he commanded1the steward of his house,5saying,6Fill7the men'ssacks9with food,11as much as3they can13carry,14and put15every man's10money16in his sack's19mouth.
1וַיְצַ֞וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5בֵּיתוֹ֮H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6לֵאמֹר֒H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7מַלֵּ֞אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אַמְתְּחֹ֤תH572zak, zakkensack10הָֽאֲנָשִׁים֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11אֹ֔כֶלH400spijze, spijs, eteneating, food, meal(-time), meat, prey, victuals12כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13יוּכְל֖וּןH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer14שְׂאֵ֑תH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield15וְשִׂ֥יםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work16כֶּֽסֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)17אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)18בְּפִ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word19אַמְתַּחְתּֽוֹH572zak, zakkensack
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
2En mijn beker, den zilveren beker, zult gij leggen in den mond van den zak des kleinsten, met het geld van zijn koren. En hij deed naar Jozefs woord, hetwelk hij gesproken had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En mijn bekerH1375, den zilverenH3701bekerH1375, zult gij leggenH7760 in den mondH6310 van den zakH572 des kleinstenH6996, met het geldH3701 van zijn korenH7668. En hij deedH6213 naar JozefsH3130woordH1697, hetwelkH834 hij gesprokenH1696 had.En mijn beker, den zilveren beker, zult gij leggen in den mond van den zak des kleinsten, met het geld van zijn koren. En hij deed naar Jozefs woord, hetwelk hij gesproken had.
KJVAnd put5my cup,2the silver4cup,3in the sack's7mouth6of the youngest,8and his corn11money.10And he did12according to the word13that Joseph14had spoken.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2גְּבִיעִ֞יH1375schaaltjes, beker, koppenhouse, cup, pot3גְּבִ֣יעַH1375schaaltjes, beker, koppenhouse, cup, pot4הַכֶּ֗סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)5תָּשִׂים֙H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work6בְּפִי֙H6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word7אַמְתַּ֣חַתH572zak, zakkensack8הַקָּטֹ֔ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)9וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כֶּ֣סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)11שִׁבְר֑וֹH7668koren, leeftochtcorn, victuals12וַיַּ֕עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13כִּדְבַ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14יוֹסֵ֖ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16דִּבֵּֽרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
3Des morgens, als het licht werd, zo liet men deze mannen trekken, hen en hun ezelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Des morgensH1242, als het lichtH215 werd, zo liet men deze mannenH582trekkenH7971, hen en hun ezelenH2543.Des morgens, als het licht werd, zo liet men deze mannen trekken, hen en hun ezelen.
KJVAs soon as the morning1was light,2the menwere sent away,4they and their asses.
1הַבֹּ֖קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow2א֑וֹרH215lichten, verlicht, licht[idiom] break of day, glorious, kindle, (be, en-, give, show) light (-en, -ened), set on fire, shine3וְהָאֲנָשִׁ֣יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4שֻׁלְּח֔וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)5הֵ֖מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye6וַחֲמֹרֵיהֶֽםH2543ezel, ezelen, ezels(he) ass
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4Zij zijn ter stad uitgegaan; zij waren niet verre gekomen, als Jozef tot dengene, die over zijn huis was, zeide: Maak u op, en jaag die mannen achterna; en als gij hen zult achterhaald hebben, zo zult gij tot hen zeggen: Waarom hebt gij kwaad voor goed vergolden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Zij zijn ter stadH5892uitgegaanH3318; zij waren nietH3808verreH7368 gekomen, als JozefH3130 tot dengene, die over zijn huisH1004 was, zeideH559: MaakH6965 u op, en jaagH7291 die mannenH582achternaH310; en als gij hen zult achterhaaldH5381 hebben, zo zult gij totH413 hen zeggenH559: WaaromH4100 hebt gij kwaadH7451voorH8478goedH2896vergoldenH7999?Zij zijn ter stad uitgegaan; zij waren niet verre gekomen, als Jozef tot dengene, die over zijn huis was, zeide: Maak u op, en jaag die mannen achterna; en als gij hen zult achterhaald hebben, zo zult gij tot hen zeggen: Waarom hebt gij kwaad voor goed vergolden?
KJVAnd when they were gone out2of the city,4and not yet far off,6Joseph7said8unto his steward,11Up,12follow13after14the men;and when thou dost overtake16them, say17unto them, Wherefore have ye rewarded20evil21for good?
1הֵ֠םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye2יָֽצְא֣וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָעִיר֮H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6הִרְחִיקוּ֒H7368verre, wees verre, ver(a-, be, cast, drive, get, go, keep (self), put, remove, be too, (wander), withdraw) far (away, off), loose, [idiom] refrain, very, (be) a good way (off)7וְיוֹסֵ֤ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)8אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9לַֽאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11בֵּית֔וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12ק֥וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)13רְדֹ֖ףH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)14אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with15הָֽאֲנָשִׁ֑יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)16וְהִשַּׂגְתָּם֙H5381achterhalen, bereikt, achterhaaldenability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon)17וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet18אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19לָ֛מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why20שִׁלַּמְתֶּ֥םH7999vergelden, wedergeven, betalenmake amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely21רָעָ֖הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)22תַּ֥חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with23טוֹבָֽהH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
5Is het deze niet, waaruit mijn heer drinkt? en waarbij hij iets zekerlijk waarnemen zal? Gij hebt kwalijk gedaan, wat gij gedaan hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Is het dezeH2088nietH3808, waaruitH834 mijn heerH113drinktH8354? en waarbijH1931 hij iets zekerlijkH5172waarnemenH5172 zal? Gij hebt kwalijkH7489gedaanH6213, wat gij gedaan hebt.Is het deze niet, waaruit mijn heer drinkt? en waarbij hij iets zekerlijk waarnemen zal? Gij hebt kwalijk gedaan, wat gij gedaan hebt.
KJVIs not this it in which my lord5drinketh,4and whereby indeed8he divineth?9ye have done evil11in so doing.
1הֲל֣וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2זֶ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4יִשְׁתֶּ֤הH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)5אֲדֹנִי֙H113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'6בּ֔וֹ7וְה֕וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8נַחֵ֥שׁH5172vogelgeschrei acht, waarnemen, zekerlijk[idiom] certainly, divine, enchanter, (use) [idiom] enchantment, learn by experience, [idiom] indeed, diligently observe9יְנַחֵ֖שׁH5172vogelgeschrei acht, waarnemen, zekerlijk[idiom] certainly, divine, enchanter, (use) [idiom] enchantment, learn by experience, [idiom] indeed, diligently observe10בּ֑וֹ11הֲרֵעֹתֶ֖םH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13עֲשִׂיתֶֽםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
6En hij achterhaalde hen, en sprak tot hen diezelfde woorden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En hij achterhaaldeH5381 hen, en sprakH1696totH413 hen diezelfdeH428woordenH1697.En hij achterhaalde hen, en sprak tot hen diezelfde woorden.
KJVAnd he overtook1them, and he spake2unto them these same6words.
1וַֽיַּשִּׂגֵ֑םH5381achterhalen, bereikt, achterhaaldenability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon)2וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work3אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6הָאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
7En zij zeiden tot hem: Waarom spreekt mijn heer zulke woorden? Het zij verre van uw knechten, dat zij zodanig ding doen zouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En zij zeidenH559totH413 hem: WaaromH4100spreektH1696 mijn heerH113 zulke woordenH1697? Het zij verreH2486 van uw knechtenH5650, dat zij zodanigH2088dingH1697doenH6213 zouden.En zij zeiden tot hem: Waarom spreekt mijn heer zulke woorden? Het zij verre van uw knechten, dat zij zodanig ding doen zouden.
KJVAnd they said1unto him, Wherefore saith4my lord5these words?6God forbid8that thy servants9should do10according to this thing:
1וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3לָ֚מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why4יְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work5אֲדֹנִ֔יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'6כַּדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7הָאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)8חָלִ֨ילָה֙H2486verre, Verre, latebe far, ([idiom] God) forbid9לַעֲבָדֶ֔יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant10מֵעֲשׂ֖וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11כַּדָּבָ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
8Zie, het geld, dat wij in den mond onzer zakken vonden, hebben wij tot u uit het land Kanaan wedergebracht; hoe zouden wij dan uit het huis uws heren zilver of goud stelen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8ZieH2005, het geldH3701, datH834 wij in den mondH6310 onzer zakkenH572vondenH4672, hebben wij totH413 u uit het landH776KanaanH3667wedergebrachtH7725; hoeH349 zouden wij dan uit het huisH1004 uws herenH113zilverH3701ofH176goudH2091stelenH1589?Zie, het geld, dat wij in den mond onzer zakken vonden, hebben wij tot u uit het land Kanaan wedergebracht; hoe zouden wij dan uit het huis uws heren zilver of goud stelen?
KJVBehold, the money,2which we found4in our sacks'6mouths,5we brought again7unto thee out of the land9of Canaan:10how then should we steal12out of thy lord's14house13silver15or gold?
1הֵ֣ןH2005ziet, ziebehold, if, lo, though2כֶּ֗סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)3אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4מָצָ֨אנוּ֙H4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on5בְּפִ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word6אַמְתְּחֹתֵ֔ינוּH572zak, zakkensack7הֱשִׁיבֹ֥נוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8אֵלֶ֖יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10כְּנָ֑עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick11וְאֵ֗יךְH349hoehow, what12נִגְנֹב֙H1589gestolen, stelen, steeltcarry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth13מִבֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14אֲדֹנֶ֔יךָH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'15כֶּ֖סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)16א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether17זָהָֽבH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather
9Bij wien van uw knechten hij gevonden zal worden, dat hij sterve; en ook zullen wij mijn heer tot slaven zijn!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Bij wien van uw knechtenH5650 hij gevondenH4672 zal worden, datH834 hij sterveH4191; en ookH1571 zullen wij mijn heerH113 tot slavenH5650zijnH1961!Bij wien van uw knechten hij gevonden zal worden, dat hij sterve; en ook zullen wij mijn heer tot slaven zijn!
KJVWith whomsoever of thy servants4it be found,2both let him die,5and we also will be my lord's9bondmen.
1אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2יִמָּצֵ֥אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on3אִתּ֛וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix4מֵעֲבָדֶ֖יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5וָמֵ֑תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea7אֲנַ֕חְנוּH587wijourselves, us, we8נִֽהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9לַֽאדֹנִ֖יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'10לַעֲבָדִֽיםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
10En hij zeide: Dit zij nu ook alzo, naar uw woorden! Bij wien hij gevonden wordt, die zij mijn slaaf; maar gijlieden zult onschuldig zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En hij zeideH559: Dit zij nuH6258ookH1571alzoH3651, naar uw woordenH1697! BijH854 wien hijH1931gevondenH4672 wordt, die zij mijn slaafH5650; maar gijliedenH859 zult onschuldigH5355zijnH1961.En hij zeide: Dit zij nu ook alzo, naar uw woorden! Bij wien hij gevonden wordt, die zij mijn slaaf; maar gijlieden zult onschuldig zijn.
KJVAnd he said,1Now also let it be according unto your words:4he with whom it is found8shall be my servant;12and ye shall be blameless.
1וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea3עַתָּ֥הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas4כְדִבְרֵיכֶ֖םH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5כֶּןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you6ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8יִמָּצֵ֤אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on9אִתּוֹ֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10יִהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11לִּ֣י12עָ֔בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant13וְאַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you14תִּהְי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15נְקִיִּֽםH5355onschuldig, onschuldige, onschuldigenblameless, clean, clear, exempted, free, guiltless, innocent, quit
11En zij haastten, en iegelijk zette zijn zak af op de aarde, en iegelijk opende zijn zak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En zij haasttenH4116, en iegelijk zetteH3381 zijn zakH572 af op de aardeH776, en iegelijkH376opendeH6605 zijn zakH572.En zij haastten, en iegelijk zette zijn zak af op de aarde, en iegelijk opende zijn zak.
KJVThen they speedily1took down2every man3his sack5to the ground,6and opened7every man8his sack.
1וַֽיְמַהֲר֗וּH4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift2וַיּוֹרִ֛דוּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down3אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אַמְתַּחְתּ֖וֹH572zak, zakkensack6אָ֑רְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7וַֽיִּפְתְּח֖וּH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent8אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9אַמְתַּחְתּֽוֹH572zak, zakkensack
12En hij doorzocht, beginnende met den grootste, en voleindigende met den kleinste; en die beker werd gevonden in den zak van Benjamin.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En hij doorzochtH2664, beginnendeH2490 met den grootsteH1419, en voleindigendeH3615 met den kleinsteH6996; en die bekerH1375 werd gevondenH4672 in den zakH572 van BenjaminH1144.En hij doorzocht, beginnende met den grootste, en voleindigende met den kleinste; en die beker werd gevonden in den zak van Benjamin.
KJVAnd he searched,1and began3at the eldest,2and left5at the youngest:4and the cup7was found6in Benjamin's9sack.
1וַיְחַפֵּ֕שׂH2664verstelde, doorzoeken, doorzochtchange, (make) diligent (search), disquise self, hide, search (for, out)2בַּגָּד֣וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very3הֵחֵ֔לH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound4וּבַקָּטֹ֖ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)5כִּלָּ֑הH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste6וַיִּמָּצֵא֙H4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on7הַגָּבִ֔יעַH1375schaaltjes, beker, koppenhouse, cup, pot8בְּאַמְתַּ֖חַתH572zak, zakkensack9בִּנְיָמִֽןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin
13Toen scheurden zij hun klederen; en ieder man laadde zijn ezel op, en zij keerden weder naar de stad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Toen scheurdenH7167 zij hun klederenH8071; en ieder manH376laaddeH6006 zijn ezelH2543opH5921, en zij keerdenH7725 weder naar de stadH5892.Toen scheurden zij hun klederen; en ieder man laadde zijn ezel op, en zij keerden weder naar de stad.
KJVThen they rent1their clothes,2and laded3every man4his ass,6and returned7to the city.
1וַֽיִּקְרְע֖וּH7167scheurde, gescheurd, scheurdencut out, rend, [idiom] surely, tear2שִׂמְלֹתָ֑םH8071klederen, kleed, kledingapparel, cloth(-es, -ing), garment, raiment. Compare H8008 (שַׂלְמָה)3וַֽיַּעֲמֹס֙H6006laden, beladen, gedragenbe borne, (heavy) burden (self), lade, load, put4אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6חֲמֹר֔וֹH2543ezel, ezelen, ezels(he) ass7וַיָּשֻׁ֖בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8הָעִֽירָהH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town
14En Juda kwam met zijn broederen in het huis van Jozef; want hij was nog zelf aldaar; en zij vielen voor zijn aangezicht neder ter aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En JudaH3063kwamH935 met zijn broederenH251 in het huisH1004 van JozefH3130; want hijH1931 was nogH5750zelfH8033 aldaar; en zij vielenH5307 voor zijn aangezichtH6440nederH5307 ter aardeH776.En Juda kwam met zijn broederen in het huis van Jozef; want hij was nog zelf aldaar; en zij vielen voor zijn aangezicht neder ter aarde.
KJVAnd Judah2and his brethren3came1to Joseph's5house;4for he was yet there: and they fell9before him10on the ground.
1וַיָּבֹ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2יְהוּדָ֤הH3063JudaJudah3וְאֶחָיו֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4בֵּ֣יתָהH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5יוֹסֵ֔ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)6וְה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7עוֹדֶ֣נּוּH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)8שָׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither9וַיִּפְּל֥וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down10לְפָנָ֖יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11אָֽרְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
15En Jozef zeide tot hen: Wat daad is dit, die gij gedaan hebt? Weet gij niet, dat zulk een man als ik dat zekerlijk waarnemen zoude?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En JozefH3130zeideH559 tot hen: Wat daadH4639 is ditH2088, die gij gedaanH6213 hebt? WeetH3045 gij nietH3808, dat zulk een manH376alsH3588 ik dat zekerlijkH5172waarnemenH5172 zoude?En Jozef zeide tot hen: Wat daad is dit, die gij gedaan hebt? Weet gij niet, dat zulk een man als ik dat zekerlijk waarnemen zoude?
KJVAnd Joseph3said1unto them, What deed5is this that ye have done?8wot ye10not that such a man14as I can certainly12divine?
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהֶם֙3יוֹסֵ֔ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)4מָֽהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why5הַמַּעֲשֶׂ֥הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought6הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8עֲשִׂיתֶ֑םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9הֲל֣וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יְדַעְתֶּ֔םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot11כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12נַחֵ֧שׁH5172vogelgeschrei acht, waarnemen, zekerlijk[idiom] certainly, divine, enchanter, (use) [idiom] enchantment, learn by experience, [idiom] indeed, diligently observe13יְנַחֵ֛שׁH5172vogelgeschrei acht, waarnemen, zekerlijk[idiom] certainly, divine, enchanter, (use) [idiom] enchantment, learn by experience, [idiom] indeed, diligently observe14אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16כָּמֹֽנִיH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth
16Toen zeide Juda: Wat zullen wij tot mijn heer zeggen, wat zullen wij spreken, en wat zullen wij ons rechtvaardigen? God heeft de ongerechtigheid uwer knechten gevonden; zie, wij zijn mijns heren slaven, zo wij, als hij, in wiens hand de beker gevonden is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Toen zeideH559JudaH3063: Wat zullen wij tot mijn heerH113zeggenH559, wat zullen wij sprekenH1696, en wat zullen wij ons rechtvaardigenH6663? GodH430 heeft de ongerechtigheidH5771 uwer knechtenH5650gevondenH4672; zieH2009, wij zijn mijns herenH113slavenH5650, zo wij, als hij, in wiens handH3027 de bekerH1375gevondenH4672 is.Toen zeide Juda: Wat zullen wij tot mijn heer zeggen, wat zullen wij spreken, en wat zullen wij ons rechtvaardigen? God heeft de ongerechtigheid uwer knechten gevonden; zie, wij zijn mijns heren slaven, zo wij, als hij, in wiens hand de beker gevonden is.
KJVAnd Judah2said,1What shall we say4unto my lord?5what shall we speak?7or how shall we clear ourselves?9God10hath found out11the iniquity13of thy servants:14behold, we are my lord's17servants,16both we, and he also18with whom21the cup23is found.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah3מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why4נֹּאמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5לַֽאדֹנִ֔יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'6מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why7נְּדַבֵּ֖רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8וּמַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why9נִּצְטַדָּ֑קH6663rechtvaardig, gerechtvaardigd, rechtvaardigencleanse, clear self, (be, do) just(-ice, -ify, -ify self), (be turn to) righteous(-ness)10הָאֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11מָצָא֙H4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13עֲוֺ֣ןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin14עֲבָדֶ֔יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant15הִנֶּנּ֤וּH2005ziet, ziebehold, if, lo, though16עֲבָדִים֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant17לַֽאדֹנִ֔יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'18גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea19אֲנַ֕חְנוּH587wijourselves, us, we20גַּ֛םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea21אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection22נִמְצָ֥אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on23הַגָּבִ֖יעַH1375schaaltjes, beker, koppenhouse, cup, pot24בְּיָדֽוֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
17Maar hij zeide: Het zij verre van mij zulks te doen! de man, in wiens hand de beker gevonden is, die zal mijn slaaf zijn; doch trekt gijlieden op in vrede tot uw vader.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Maar hij zeideH559: Het zij verreH2486 van mij zulks te doenH6213! de manH376, in wiens handH3027 de bekerH1375gevondenH4672isH1961, die zal mijn slaafH5650 zijn; doch trektH5927gijliedenH859 op in vredeH7965totH413 uw vaderH1.Maar hij zeide: Het zij verre van mij zulks te doen! de man, in wiens hand de beker gevonden is, die zal mijn slaaf zijn; doch trekt gijlieden op in vrede tot uw vader.
KJVAnd he said,1God forbid2that I should do4so:5but the man6in whose hand10the cup9is found,8he shall be my servant;14and as for you, get you up16in peace17unto your father.
1וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2חָלִ֣ילָהH2486verre, Verre, latebe far, ([idiom] God) forbid3לִּ֔י4מֵעֲשׂ֖וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5זֹ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus6הָאִ֡ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8נִמְצָ֨אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on9הַגָּבִ֜יעַH1375schaaltjes, beker, koppenhouse, cup, pot10בְּיָד֗וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11ה֚וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12יִהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לִּ֣י14עָ֔בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant15וְאַתֶּ֕םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you16עֲל֥וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work17לְשָׁל֖וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly18אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19אֲבִיכֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
18Toen naderde Juda tot hem, en zeide: Och, mijn heer! laat toch uw knecht een woord spreken voor mijns heren oren, en laat uw toorn tegen uw knecht niet ontsteken; want gij zijt even gelijk Farao!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Toen naderdeH5066JudaH3063totH413 hem, en zeideH559: OchH994, mijn heerH113! laat tochH4994 uw knechtH5650 een woordH1697sprekenH1696 voor mijns herenH113orenH241, en laat uw toornH639 tegen uw knechtH5650nietH408ontstekenH2734; wantH3588 gij zijt evenH3644 gelijk FaraoH6547!Toen naderde Juda tot hem, en zeide: Och, mijn heer! laat toch uw knecht een woord spreken voor mijns heren oren, en laat uw toorn tegen uw knecht niet ontsteken; want gij zijt even gelijk Farao!
KJVThen Judah3came near1unto him, and said,4Oh5my lord,6let thy servant,9I pray thee, speak7a word10in my lord's12ears,11and let not thine anger15burn14against thy servant:16for thou art even as Pharaoh.
1וַיִּגַּ֨שׁH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand2אֵלָ֜יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah4וַיֹּאמֶר֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5בִּ֣יH994Ochalas, O, oh6אֲדֹנִי֒H113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'7יְדַבֶּרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8נָ֨אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh9עַבְדְּךָ֤H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant10דָבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11בְּאָזְנֵ֣יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show12אֲדֹנִ֔יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'13וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than14יִ֥חַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)15אַפְּךָ֖H639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath16בְּעַבְדֶּ֑ךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant17כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18כָמ֖וֹךָH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth19כְּפַרְעֹֽהH6547FaraoPharaoh
19Mijn heer vraagde zijn knechten, zeggende: Hebt gijlieden een vader, of broeder?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Mijn heerH113vraagdeH7592 zijn knechtenH5650, zeggendeH559: Hebt gijlieden een vaderH1, ofH176broederH251?Mijn heer vraagde zijn knechten, zeggende: Hebt gijlieden een vader, of broeder?
KJVMy lord1asked2his servants,4saying,5Have6ye a father,8or a brother?
1אֲדֹנִ֣יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'2שָׁאַ֔לH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עֲבָדָ֖יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6הֲיֵשׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest7לָכֶ֥ם8אָ֖בH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9אוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether10אָֽחH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
20Zo zeiden wij tot mijn heer: Wij hebben een ouden vader, en een jongeling des ouderdoms, den kleinsten, wiens broeder dood is, en hij is alleen van zijn moeder overgebleven, en zijn vader heeft hem lief.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Zo zeidenH559 wij totH413 mijn heerH113: Wij hebben een oudenH2205vaderH1, en een jongelingH3206 des ouderdomsH2208, den kleinstenH6996, wiens broederH251doodH4191 is, en hij is alleen van zijn moederH517overgeblevenH3498, en zijn vaderH1 heeft hem liefH157.Zo zeiden wij tot mijn heer: Wij hebben een ouden vader, en een jongeling des ouderdoms, den kleinsten, wiens broeder dood is, en hij is alleen van zijn moeder overgebleven, en zijn vader heeft hem lief.
KJVAnd we said1unto my lord,3We have4a father,6an old man,7and a child8of his old age,9a little one;10and his brother11is dead,12and he alone is left13of his mother,16and his father17loveth
1וַנֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֲדֹנִ֔יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'4יֶשׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest5לָ֨נוּ֙6אָ֣בH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7זָקֵ֔ןH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator8וְיֶ֥לֶדH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)9זְקֻנִ֖יםH2208ouderdom, ouderdomsold age10קָטָ֑ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)11וְאָחִ֨יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'12מֵ֜תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise13וַיִּוָּתֵ֨רH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest14ה֧וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15לְבַדּ֛וֹH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength16לְאִמּ֖וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting17וְאָבִ֥יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'18אֲהֵבֽוֹH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend
21Toen zeidet gij tot uw knechten: Brengt hem af tot mij, dat ik mijn oog op hem sla.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Toen zeidetH559 gij totH413 uw knechtenH5650: BrengtH3381 hem af totH413 mij, dat ik mijn oogH5869opH5921 hem slaH7760.Toen zeidet gij tot uw knechten: Brengt hem af tot mij, dat ik mijn oog op hem sla.
KJVAnd thou saidst1unto thy servants,3Bring him down4unto me, that I may set6mine eyes
1וַתֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3עֲבָדֶ֔יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant4הוֹרִדֻ֖הוּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down5אֵלָ֑יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6וְאָשִׂ֥ימָהH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work7עֵינִ֖יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8עָלָֽיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
22En wij zeiden tot mijn heer: Die jongeling zal zijn vader niet kunnen verlaten; indien hij zijn vader verlaat, zo zal hij sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En wij zeidenH559totH413 mijn heerH113: Die jongelingH5288 zal zijn vaderH1 niet kunnen verlatenH5800; indien hij zijn vaderH1verlaatH5800, zo zal hij stervenH4191.En wij zeiden tot mijn heer: Die jongeling zal zijn vader niet kunnen verlaten; indien hij zijn vader verlaat, zo zal hij sterven.
KJVAnd we said1unto my lord,3The lad6cannot5leave7his father:9for if he should leave10his father,12his father would die.
1וַנֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֲדֹנִ֔יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'4לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יוּכַ֥לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer6הַנַּ֖עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)7לַעֲזֹ֣בH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'10וְעָזַ֥בH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אָבִ֖יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'13וָמֵֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
23Toen zeidet gij tot uw knechten: Indien uw kleinste broeder met u niet afkomt, zo zult gij mijn aangezicht niet meer zien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Toen zeidetH559 gij tot uw knechtenH5650: IndienH518 uw kleinsteH6996broederH251metH854 u niet afkomtH3381, zo zult gij mijn aangezichtH6440 niet meer zienH7200.Toen zeidet gij tot uw knechten: Indien uw kleinste broeder met u niet afkomt, zo zult gij mijn aangezicht niet meer zien.
KJVAnd thou saidst1unto thy servants,3Except5your youngest8brother7come down6with you, ye shall see12my face13no more.
1וַתֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3עֲבָדֶ֔יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant4אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet5לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יֵרֵ֛דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down7אֲחִיכֶ֥םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8הַקָּטֹ֖ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)9אִתְּכֶ֑םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תֹסִפ֖וּןH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield12לִרְא֥וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions13פָּנָֽיH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
24En het is geschied, als wij tot uw knecht, mijn vader, opgetrokken zijn, en wij hem de woorden mijns heren verhaald hebben;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En het is geschiedH1961, alsH3588 wij totH413 uw knechtH5650, mijn vaderH1, opgetrokkenH5927 zijn, en wij hem de woordenH1697 mijns herenH113verhaaldH5046 hebben;En het is geschied, als wij tot uw knecht, mijn vader, opgetrokken zijn, en wij hem de woorden mijns heren verhaald hebben;
KJVAnd it came to pass when we came up3unto thy servant5my father,6we told7him the words10of my lord.
1וַיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3עָלִ֔ינוּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work4אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5עַבְדְּךָ֖H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant6אָבִ֑יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7וַנַּ֨גֶּדH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter8ל֔וֹ9אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11אֲדֹנִֽיH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'
25En dat onze vader gezegd heeft: Keert weder. koopt ons een weinig spijze;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En dat onze vaderH1gezegdH559 heeft: Keert weder. kooptH7666 ons een weinigH4592spijzeH400;En dat onze vader gezegd heeft: Keert weder. koopt ons een weinig spijze;
KJVAnd our father2said,1Go again,3and buy4us a little6food.
1וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אָבִ֑ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'3שֻׁ֖בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw4שִׁבְרוּH7666kopen, koopt, verkochtbuy, sell5לָ֥נוּ6מְעַטH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very7אֹֽכֶלH400spijze, spijs, eteneating, food, meal(-time), meat, prey, victuals
26Zo hebben wij gezegd: Wij zullen niet mogen aftrekken; indien onze kleinste broeder bij ons is, zo zullen wij aftrekken; want wij zullen het aangezicht van dien man niet mogen zien, zo deze onze kleinste broeder niet bij ons is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Zo hebben wij gezegdH559: Wij zullen niet mogenH3201aftrekkenH3381; indien onze kleinsteH6996broederH251bijH854 ons is, zo zullen wij aftrekkenH3381; wantH3588 wij zullen het aangezichtH6440 van dien manH376 niet mogenH3201zienH7200, zo deze onze kleinsteH6996broederH251 niet bij ons is.Zo hebben wij gezegd: Wij zullen niet mogen aftrekken; indien onze kleinste broeder bij ons is, zo zullen wij aftrekken; want wij zullen het aangezicht van dien man niet mogen zien, zo deze onze kleinste broeder niet bij ons is.
KJVAnd we said,1We cannot3go down:4if our youngest8brother7be6with us, then will we go down:10for we may13not see14the man's16face,15except19our youngest18brother
1וַנֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3נוּכַ֖לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer4לָרֶ֑דֶתH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down5אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet6יֵשׁ֩H3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest7אָחִ֨ינוּH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8הַקָּטֹ֤ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)9אִתָּ֨נוּ֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10וְיָרַ֔דְנוּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down11כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13נוּכַ֗לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer14לִרְאוֹת֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions15פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16הָאִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)17וְאָחִ֥ינוּH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'18הַקָּטֹ֖ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)19אֵינֶ֥נּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)20אִתָּֽנוּH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
27Toen zeide uw knecht, mijn vader, tot ons: Gijlieden weet, dat mijn huisvrouw er mij twee gebaard heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Toen zeideH559 uw knechtH5650, mijn vaderH1, totH413 ons: GijliedenH859weetH3045, datH3588 mijn huisvrouwH802 er mij tweeH8147gebaardH3205 heeft.Toen zeide uw knecht, mijn vader, tot ons: Gijlieden weet, dat mijn huisvrouw er mij twee gebaard heeft.
KJVAnd thy servant2my father3said1unto us, Ye know6that my wife11bare9me two
1וַיֹּ֛אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2עַבְדְּךָ֥H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3אָבִ֖יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4אֵלֵ֑ינוּH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6יְדַעְתֶּ֔םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8שְׁנַ֖יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9יָֽלְדָהH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)10לִּ֥י11אִשְׁתִּֽיH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
28En de een is van mij uitgegaan, en ik heb gezegd: Voorwaar, hij is gewisselijk verscheurd geworden! en ik heb hem niet gezien tot nu toe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En de eenH259 is vanH854 mij uitgegaanH3318, en ik heb gezegdH559: VoorwaarH389, hij is gewisselijkH2963verscheurdH2963 geworden! en ik heb hem nietH3808gezienH7200 tot nu toeH5704.En de een is van mij uitgegaan, en ik heb gezegd: Voorwaar, hij is gewisselijk verscheurd geworden! en ik heb hem niet gezien tot nu toe.
KJVAnd the one2went out1from me, and I said,4Surely6he is torn in pieces;7and I saw him9not since:
1וַיֵּצֵ֤אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2הָֽאֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,3מֵֽאִתִּ֔יH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix4וָאֹמַ֕רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אַ֖ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)6טָרֹ֣ףH2963verscheurd, verscheurt, rovencatch, [idiom] without doubt, feed, ravin, rend in pieces, [idiom] surely, tear (in pieces)7טֹרָ֑ףH2963verscheurd, verscheurt, rovencatch, [idiom] without doubt, feed, ravin, rend in pieces, [idiom] surely, tear (in pieces)8וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9רְאִיתִ֖יוH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11הֵֽנָּהH2008herwaarts, hierheenhere, hither(-to), now, on this (that) side, [phrase] since, this (that) way, thitherward, [phrase] thus far, to...fro, [phrase] yet
29Indien gij nu deze ook van mijn aangezicht wegneemt, en hem een verderf ontmoette, zo zoudt gij mijn grauwe haren met jammer ten grave doen nederdalen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Indien gij nu dezeH2088ookH1571 van mijn aangezichtH6440wegneemtH3947, en hem een verderfH611ontmoetteH7136, zo zoudt gij mijn grauwe harenH7872metH5973jammerH7451 ten graveH7585 doen nederdalenH3381!Indien gij nu deze ook van mijn aangezicht wegneemt, en hem een verderf ontmoette, zo zoudt gij mijn grauwe haren met jammer ten grave doen nederdalen!
KJVAnd if ye take1this also from5me,6and mischief8befall him,7ye shall bring down9my gray hairs11with sorrow12to the grave.
1וּלְקַחְתֶּ֧םH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4זֶ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)5מֵעִ֥םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6פָּנַ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7וְקָרָ֣הוּH7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed8אָס֑וֹןH611verderfmischief9וְהֽוֹרַדְתֶּ֧םH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11שֵׂיבָתִ֛יH7872ouderdom, grijsheid, grauwe(be) gray (grey hoar,-y) hairs (head,-ed), old age12בְּרָעָ֖הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)13שְׁאֹֽלָהH7585hel, graf, grafsgrave, hell, pit
30Nu dan, als ik tot uw knecht, mijn vader, kome, en de jongeling is niet bij ons (alzo zijn ziel aan de ziel van deze gebonden is),
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Nu dan, als ik tot uw knechtH5650, mijn vaderH1, komeH935, en de jongelingH5288 is nietH369bijH854 ons (alzo zijn ziel aanH413 de ziel van deze gebondenH7194 is),Nu dan, als ik tot uw knecht, mijn vader, kome, en de jongeling is niet bij ons (alzo zijn ziel aan de ziel van deze gebonden is),
KJVNow therefore when I come2to thy servant4my father,5and the lad6be not with us; seeing that his life9is bound up10in the lad's life;
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2כְּבֹאִי֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4עַבְדְּךָ֣H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5אָבִ֔יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6וְהַנַּ֖עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)7אֵינֶ֣נּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)8אִתָּ֑נוּH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix9וְנַפְשׁ֖וֹH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it10קְשׁוּרָ֥הH7194verbintenis, binden, maaktenbind (up), (make a) conspire(-acy, -ator), join together, knit, stronger, work (treason)11בְנַפְשֽׁוֹH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
31Zo zal het geschieden, als hij ziet, dat de jongeling er niet is, dat hij sterven zal; en uw knechten zullen de grauwe haren van uw knecht, onzen vader, met droefenis ten grave doen nederdalen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Zo zal het geschiedenH1961, als hij zietH7200, dat de jongelingH5288 er nietH369 is, dat hij stervenH4191 zal; en uw knechtenH5650 zullen de grauwe harenH7872 van uw knechtH5650, onzen vaderH1, met droefenisH3015 ten graveH7585 doen nederdalenH3381.Zo zal het geschieden, als hij ziet, dat de jongeling er niet is, dat hij sterven zal; en uw knechten zullen de grauwe haren van uw knecht, onzen vader, met droefenis ten grave doen nederdalen.
KJVIt shall come to pass, when he seeth2that the lad5is not with us, that he will die:6and thy servants8shall bring down7the gray hairs10of thy servant11our father12with sorrow13to the grave.
1וְהָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּרְאוֹת֛וֹH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)5הַנַּ֖עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)6וָמֵ֑תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise7וְהוֹרִ֨ידוּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down8עֲבָדֶ֜יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10שֵׂיבַ֨תH7872ouderdom, grijsheid, grauwe(be) gray (grey hoar,-y) hairs (head,-ed), old age11עַבְדְּךָ֥H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant12אָבִ֛ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'13בְּיָג֖וֹןH3015droefenis, jammer, treuringgrief, sorrow14שְׁאֹֽלָהH7585hel, graf, grafsgrave, hell, pit
32Want uw knecht is voor dezen jongeling borg bij mijn vader, zeggende: Zo ik hem tot u niet wederbreng, zo zal ik tegen mijn vader alle dagen gezondigd hebben!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32WantH3588 uw knechtH5650 is voor dezen jongelingH5288borgH6148bijH5973 mijn vaderH1, zeggendeH559: ZoH518 ik hem totH413 u nietH3808wederbrengH935, zo zal ik tegen mijn vaderH1alleH3605dagenH3117gezondigdH2398 hebben!Want uw knecht is voor dezen jongeling borg bij mijn vader, zeggende: Zo ik hem tot u niet wederbreng, zo zal ik tegen mijn vader alle dagen gezondigd hebben!
KJVFor thy servant2became surety3for the lad5unto6my father,7saying,8If I bring11him not unto thee, then I shall bear the blame13to my father14for ever.
1כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2עַבְדְּךָ֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3עָרַ֣בH6148borg, drijven, vermengengage, (inter-) meddle (with), mingle (self), mortgage, occupy, give pledges, be(-come, put in) surety, undertake4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַנַּ֔עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)6מֵעִ֥םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7אָבִ֖יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11אֲבִיאֶ֨נּוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12אֵלֶ֔יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13וְחָטָ֥אתִיH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass14לְאָבִ֖יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הַיָּמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
33Nu dan, laat toch uw knecht voor dezen jongeling slaaf van mijn heer blijven, en laat den jongeling met zijn broederen optrekken!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Nu dan, laat tochH4994 uw knechtH5650voorH8478 dezen jongelingH5288slaafH5650 van mijn heerH113 blijven, en laat den jongelingH5288metH5973 zijn broederenH251optrekkenH5927!Nu dan, laat toch uw knecht voor dezen jongeling slaaf van mijn heer blijven, en laat den jongeling met zijn broederen optrekken!
KJVNow therefore, I pray thee, let thy servant4abide2instead of the lad6a bondman7to my lord;8and let the lad9go up10with his brethren.
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2יֵֽשֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3נָ֤אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4עַבְדְּךָ֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with6הַנַּ֔עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)7עֶ֖בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant8לַֽאדֹנִ֑יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'9וְהַנַּ֖עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)10יַ֥עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work11עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)12אֶחָֽיוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
34Want hoe zoude ik optrekken tot mijn vader, indien de jongeling niet met mij was, opdat ik den jammer niet zie, welke mijn vader overkomen zou.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34WantH3588hoeH349 zoude ik optrekkenH5927 tot mijn vaderH1, indien de jongelingH5288nietH369metH854 mij was, opdat ik den jammerH7451 niet zieH7200, welkeH834 mijn vaderH1overkomenH4672 zou.Want hoe zoude ik optrekken tot mijn vader, indien de jongeling niet met mij was, opdat ik den jammer niet zie, welke mijn vader overkomen zou.
KJVFor how2shall I go up3to my father,5and the lad6be not with me? lest peradventure I see10the evil11that shall come on13my father.
1כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אֵיךְ֙H349hoehow, what3אֶֽעֱלֶ֣הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אָבִ֔יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6וְהַנַּ֖עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)7אֵינֶ֣נּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)8אִתִּ֑יH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix9פֶּ֚ןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not10אֶרְאֶ֣הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11בָרָ֔עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13יִמְצָ֖אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אָבִֽיH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 44:1— En hij gebood dengene, die over zijn huis was, zeggende: Vul de zakken dezer mannen met spijze, naar dat zij zullen kunnen dragen, en leg ieders mans geld in den mond van zijn zak;Genesis 42:25→Genesis 43:16→Jesaja 3:1→Genesis 43:19→Genesis 24:2→Genesis 43:2→
Genesis 44:2— En mijn beker, den zilveren beker, zult gij leggen in den mond van den zak des kleinsten, met het geld van zijn koren. En hij deed naar Jozefs woord, hetwelk hij gesproken had.2 Korinthe 8:8→Genesis 43:32→Deuteronomium 13:3→Genesis 42:15→Deuteronomium 8:16→Mattheüs 10:16→Genesis 42:20→Deuteronomium 8:2→
Genesis 44:4— Zij zijn ter stad uitgegaan; zij waren niet verre gekomen, als Jozef tot dengene, die over zijn huis was, zeide: Maak u op, en jaag die mannen achterna; en als gij hen zult achterhaald hebben, zo zult gij tot hen zeggen: Waarom hebt gij kwaad voor goed vergolden?Psalmen 35:12→Johannes 10:32→Spreuken 17:13→Psalmen 109:5→1 Samuël 24:17→2 Kronieken 20:11→Deuteronomium 2:16→
Genesis 44:5— Is het deze niet, waaruit mijn heer drinkt? en waarbij hij iets zekerlijk waarnemen zal? Gij hebt kwalijk gedaan, wat gij gedaan hebt.Genesis 30:27→Genesis 44:15→Leviticus 19:26→2 Koningen 21:6→1 Koningen 20:33→Deuteronomium 18:10→
Genesis 44:7— En zij zeiden tot hem: Waarom spreekt mijn heer zulke woorden? Het zij verre van uw knechten, dat zij zodanig ding doen zouden.Genesis 35:22→Hebreeën 13:18→Genesis 34:25→2 Koningen 8:13→Prediker 7:1→Spreuken 22:1→2 Samuël 20:20→Genesis 37:18→
Genesis 44:8— Zie, het geld, dat wij in den mond onzer zakken vonden, hebben wij tot u uit het land Kanaan wedergebracht; hoe zouden wij dan uit het huis uws heren zilver of goud stelen?Genesis 42:21→Genesis 43:12→Jakobus 2:10→Genesis 42:27→Exodus 20:15→Deuteronomium 5:19→Genesis 43:21→Mattheüs 19:18→
Genesis 44:9— Bij wien van uw knechten hij gevonden zal worden, dat hij sterve; en ook zullen wij mijn heer tot slaven zijn!Genesis 31:32→Job 31:38→Handelingen 25:11→Psalmen 7:3→Genesis 44:16→Genesis 43:18→
Genesis 44:10— En hij zeide: Dit zij nu ook alzo, naar uw woorden! Bij wien hij gevonden wordt, die zij mijn slaaf; maar gijlieden zult onschuldig zijn.Genesis 44:33→Genesis 44:17→Exodus 22:3→Mattheüs 18:24→
Genesis 44:12— En hij doorzocht, beginnende met den grootste, en voleindigende met den kleinste; en die beker werd gevonden in den zak van Benjamin.Genesis 42:36→Genesis 44:2→Genesis 43:14→Genesis 43:33→Genesis 44:26→
Genesis 44:13— Toen scheurden zij hun klederen; en ieder man laadde zijn ezel op, en zij keerden weder naar de stad.Numeri 14:6→2 Samuël 1:11→Genesis 37:29→2 Samuël 1:2→2 Samuël 13:19→
Genesis 44:14— En Juda kwam met zijn broederen in het huis van Jozef; want hij was nog zelf aldaar; en zij vielen voor zijn aangezicht neder ter aarde.Filippenzen 2:10→Genesis 37:7→Genesis 43:16→Genesis 43:25→Genesis 50:18→
Genesis 44:15— En Jozef zeide tot hen: Wat daad is dit, die gij gedaan hebt? Weet gij niet, dat zulk een man als ik dat zekerlijk waarnemen zoude?Genesis 21:26→Genesis 3:13→Genesis 39:8→Genesis 4:10→Genesis 44:4→Exodus 32:1→
Genesis 44:16— Toen zeide Juda: Wat zullen wij tot mijn heer zeggen, wat zullen wij spreken, en wat zullen wij ons rechtvaardigen? God heeft de ongerechtigheid uwer knechten gevonden; zie, wij zijn mijns heren slaven, zo wij, als hij, in wiens hand de beker gevonden is.Genesis 44:9→Daniël 9:7→Numeri 32:23→Spreuken 28:17→Jesaja 27:9→Genesis 37:18→Spreuken 17:15→Genesis 44:32→
Genesis 44:17— Maar hij zeide: Het zij verre van mij zulks te doen! de man, in wiens hand de beker gevonden is, die zal mijn slaaf zijn; doch trekt gijlieden op in vrede tot uw vader.Genesis 26:29→Psalmen 75:2→Genesis 37:32→2 Samuël 23:3→Genesis 18:25→Spreuken 17:15→Genesis 42:18→
Genesis 44:18— Toen naderde Juda tot hem, en zeide: Och, mijn heer! laat toch uw knecht een woord spreken voor mijns heren oren, en laat uw toorn tegen uw knecht niet ontsteken; want gij zijt even gelijk Farao!Exodus 32:22→Genesis 18:30→Genesis 41:40→Genesis 18:32→Genesis 41:44→Johannes 5:22→Job 33:31→Spreuken 19:12→
Genesis 44:19— Mijn heer vraagde zijn knechten, zeggende: Hebt gijlieden een vader, of broeder?Genesis 43:7→Genesis 42:7→Genesis 43:29→
Genesis 44:20— Zo zeiden wij tot mijn heer: Wij hebben een ouden vader, en een jongeling des ouderdoms, den kleinsten, wiens broeder dood is, en hij is alleen van zijn moeder overgebleven, en zijn vader heeft hem lief.Genesis 37:3→Genesis 42:38→Genesis 49:8→Lukas 7:12→Genesis 42:36→Genesis 37:33→Genesis 35:18→Genesis 37:19→
Genesis 44:21— Toen zeidet gij tot uw knechten: Brengt hem af tot mij, dat ik mijn oog op hem sla.Genesis 42:15→Genesis 42:20→Amos 9:4→Genesis 43:29→Jeremia 24:6→Jeremia 40:4→
Genesis 44:22— En wij zeiden tot mijn heer: Die jongeling zal zijn vader niet kunnen verlaten; indien hij zijn vader verlaat, zo zal hij sterven.Genesis 44:30→Genesis 42:38→
Genesis 44:23— Toen zeidet gij tot uw knechten: Indien uw kleinste broeder met u niet afkomt, zo zult gij mijn aangezicht niet meer zien.Genesis 43:5→Genesis 43:3→Genesis 42:15→
Genesis 44:24— En het is geschied, als wij tot uw knecht, mijn vader, opgetrokken zijn, en wij hem de woorden mijns heren verhaald hebben;Genesis 42:29→
Genesis 44:25— En dat onze vader gezegd heeft: Keert weder. koopt ons een weinig spijze;Genesis 43:2→Genesis 43:5→
Genesis 44:26— Zo hebben wij gezegd: Wij zullen niet mogen aftrekken; indien onze kleinste broeder bij ons is, zo zullen wij aftrekken; want wij zullen het aangezicht van dien man niet mogen zien, zo deze onze kleinste broeder niet bij ons is.Lukas 11:7→Genesis 43:4→
Genesis 44:27— Toen zeide uw knecht, mijn vader, tot ons: Gijlieden weet, dat mijn huisvrouw er mij twee gebaard heeft.Genesis 46:19→Genesis 29:28→Genesis 29:18→Genesis 35:16→Genesis 30:22→
Genesis 44:28— En de een is van mij uitgegaan, en ik heb gezegd: Voorwaar, hij is gewisselijk verscheurd geworden! en ik heb hem niet gezien tot nu toe.Genesis 37:33→Genesis 42:38→Genesis 42:36→Genesis 37:13→
Genesis 44:29— Indien gij nu deze ook van mijn aangezicht wegneemt, en hem een verderf ontmoette, zo zoudt gij mijn grauwe haren met jammer ten grave doen nederdalen!Genesis 42:38→Genesis 44:31→Genesis 42:36→Deuteronomium 31:17→Psalmen 88:3→Genesis 43:14→
Genesis 44:30— Nu dan, als ik tot uw knecht, mijn vader, kome, en de jongeling is niet bij ons (alzo zijn ziel aan de ziel van deze gebonden is),1 Samuël 18:1→Genesis 44:31→1 Samuël 25:29→2 Samuël 18:33→Genesis 44:34→Genesis 44:17→
Genesis 44:31— Zo zal het geschieden, als hij ziet, dat de jongeling er niet is, dat hij sterven zal; en uw knechten zullen de grauwe haren van uw knecht, onzen vader, met droefenis ten grave doen nederdalen.Genesis 44:29→Genesis 37:35→1 Samuël 22:22→1 Thessalonicenzen 4:13→Genesis 37:26→1 Samuël 4:17→2 Korinthe 7:10→
Genesis 44:32— Want uw knecht is voor dezen jongeling borg bij mijn vader, zeggende: Zo ik hem tot u niet wederbreng, zo zal ik tegen mijn vader alle dagen gezondigd hebben!Genesis 43:8→Genesis 43:16→
Genesis 44:33— Nu dan, laat toch uw knecht voor dezen jongeling slaaf van mijn heer blijven, en laat den jongeling met zijn broederen optrekken!1 Johannes 3:16→Hebreeën 7:22→Romeinen 5:7→Romeinen 9:3→Exodus 32:32→
Genesis 44:34— Want hoe zoude ik optrekken tot mijn vader, indien de jongeling niet met mij was, opdat ik den jammer niet zie, welke mijn vader overkomen zou.Esther 8:6→Psalmen 119:143→Jeremia 52:10→Psalmen 116:3→Exodus 18:8→1 Samuël 2:33→Job 31:29→2 Kronieken 34:28→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 44 vers 1— En hij gebood dengene, die over zijn huis was, zeggende: Vul de zakken dezer mannen met spijze, naar dat zij zullen kunnen dragen, en leg ieders mans geld in den mond van zijn zak;
hij gebood
Te weten, JoZEf.
Hertaald:hij gebood
Namelijk: Jozef.
Genesis 44 vers 2— En mijn beker, den zilveren beker, zult gij leggen in den mond van den zak des kleinsten, met het geld van zijn koren. En hij deed naar Jozefs woord, hetwelk hij gesproken had.
beker,
Dit schijnt een beker geweest te zijn, hoog, ruim en diep, en van grote waarde, hebbende zijn naam van de rondte en hoogte.
Hertaald:beker,
Dit lijkt een beker geweest te zijn, hoog, ruim en diep, en van grote waarde, die zijn naam ontleent aan de rondheid en hoogte.
kleinsten,
Te weten, van Benjamin.
Hertaald:kleinsten,
Namelijk: van Benjamin.
met het geld
Dat is, wat hij om spijs te kopen medegebracht had.
Hertaald:met het geld
Dat is: wat hij om voedsel te kopen meegebracht had.
Genesis 44 vers 5— Is het deze niet, waaruit mijn heer drinkt? en waarbij hij iets zekerlijk waarnemen zal? Gij hebt kwalijk gedaan, wat gij gedaan hebt.
deze niet,
Te weten, beker.
Hertaald:deze niet,
Namelijk: de beker.
waarbij
Of, waardoor hij gewisselijk ervaren of bevinden zal; te weten, wat gij voor lieden zijt. Hebr. waarnemende waarnemen zou. Het Hebreeuwse woord betekent wel somtijds iets door ijdele en ongeoorloofde kunsten waarnemen, om verborgen dingen te openbaren, of te voorzeggen, gelijk Lev. 19:26; 2 Kon. 21:6; maar het betekent ook dikwijls iets voorzichtiglijk vernemen, of bevinden, en door gewisse tekenen naspeuren, gelijk boven, Gen. 30:27; 1 Kon. 20:33, en aldus is het hier genomen. Anders, waarvan hij zekerlijk vernemen zal, en alzo vs.15.
Hertaald:waarbij
Of: waardoor hij zeker zal ervaren of ontdekken, namelijk wat voor mensen u bent. Hebreeuws: waarnemend waarnemen zou. Het Hebreeuwse woord betekent soms iets door ijdele en ongeoorloofde kunsten waarnemen, om verborgen dingen te openbaren of te voorspellen, zoals in Lev. 19:26; 2 Kon. 21:6; maar het betekent ook vaak iets voorzichtig vernemen, of ontdekken, en door zekere tekenen naspeuren, zoals in Gen. 30:27; 1 Kon. 20:33, en zo wordt het hier gebruikt. Anders: waarvan hij zeker zal vernemen; zo ook in vers 15.
Genesis 44 vers 6— En hij achterhaalde hen, en sprak tot hen diezelfde woorden.
diezelve
Te weten, de woorden, die Jozef hem bevolen had.
Hertaald:diezelve
Namelijk: de woorden die Jozef hem opgedragen had.
Genesis 44 vers 7— En zij zeiden tot hem: Waarom spreekt mijn heer zulke woorden? Het zij verre van uw knechten, dat zij zodanig ding doen zouden.
zij zeiden
Dat is, een van hen zeide in aller naam; daarom volgt: Mijn heer, niet, onze heer.
Hertaald:zij zeiden
Dat is: één van hen sprak namens allen; daarom volgt: 'mijn heer', niet 'onze heer'.
zulke woorden?
Hebr. naar diezelve woorden.
Hertaald:zulke woorden?
Hebreeuws: naar diezelfde woorden.
Genesis 44 vers 8— Zie, het geld, dat wij in den mond onzer zakken vonden, hebben wij tot u uit het land Kanaan wedergebracht; hoe zouden wij dan uit het huis uws heren zilver of goud stelen?
dat zij
Hebr. van te doen naar ditzelve woord, of, zaak.
Hertaald:dat zij
Hebreeuws: van te doen naar datzelfde woord, of die zaak.
Genesis 44 vers 9— Bij wien van uw knechten hij gevonden zal worden, dat hij sterve; en ook zullen wij mijn heer tot slaven zijn!
dat hij
Dat is, niet alleen zal de dief sterven, maar ook wij altegaâr slaven zijn; zie boven, Gen. 43:17. Zo spreken zij meer vrijmoediglijk, omdat zij zich geen kwaad bewust waren, dan voorzichtig, geen achterdenken hebbende op enig bedrog, hetwelk hun zou mogen aangedaan zijn, gelijk tevoren met het geld, noch op de droefenis, die hun vader hierdoor zou overkomen.
Hertaald:dat hij
Dat is: niet alleen zal de dief sterven, maar zullen wij ook allemaal slaven zijn; zie Gen. 43:17. Zo spreken zij meer vrijmoedig, omdat zij zich geen kwaad bewust waren, dan voorzichtig, zonder enig achterdocht te hebben over enig bedrog dat hun aangedaan zou kunnen worden, zoals eerder met het geld, noch over het verdriet dat hun vader hierdoor zou overkomen.
Genesis 44 vers 10— En hij zeide: Dit zij nu ook alzo, naar uw woorden! Bij wien hij gevonden wordt, die zij mijn slaaf; maar gijlieden zult onschuldig zijn.
nu ook alzo,
Anders, is nu ook recht, enz.
Hertaald:nu ook alzo,
Anders: is nu ook juist, enz.
naar uw
Versta dit van het onderzoek; want de straf, die zij zelf op zich genomen hadden, matigt hij.
Hertaald:naar uw
Versta dit met betrekking tot het onderzoek; want de straf, die zij zelf op zich genomen hadden, matigt hij.
onschuldig
Dat is, vrij van straf en onverhinderd mogen wederkeren; zie Ex. 20:7, en Ex. 34:7.
Hertaald:onschuldig
Dat is: vrij van straf en ongehinderd mogen terugkeren; zie Ex. 20:7, en Ex. 34:7.
Genesis 44 vers 12— En hij doorzocht, beginnende met den grootste, en voleindigende met den kleinste; en die beker werd gevonden in den zak van Benjamin.
beginnende
Dit deed hij met opzet om hen te langer in pijn, en te meer buiten bedenken te houden; want hij wist wel in wiens zak de beker was, want hij zelf had hem er in gedaan.
Hertaald:beginnende
Dit deed hij met opzet, om hen langer in spanning en des te meer in het ongewisse te houden; want hij wist wel in wiens zak de beker was, want hij had hem er zelf ingedaan.
Genesis 44 vers 13— Toen scheurden zij hun klederen; en ieder man laadde zijn ezel op, en zij keerden weder naar de stad.
scheurden
Te weten, van droefenis, over de misdaad, die Benjamin scheen gedaan te hebben, en van vrees, zowel om de straf, die Jozef hem opleggen mocht, als om de zwarigheid, die hun vader hierdoor overkomen zou. Zie van het scheuren der klederen boven, Gen. 37:29.
Hertaald:scheurden
Namelijk: van droefheid over de misdaad die Benjamin leek te hebben begaan, en van vrees, zowel voor de straf die Jozef hem zou kunnen opleggen, als voor het verdriet dat hun vader hierdoor zou overkomen. Zie over het scheuren van de klederen Gen. 37:29.
Genesis 44 vers 14— En Juda kwam met zijn broederen in het huis van Jozef; want hij was nog zelf aldaar; en zij vielen voor zijn aangezicht neder ter aarde.
hij was nog
Te weten, Jozef, om de uitkomst van deze zaak af te wachten.
Hertaald:hij was nog
Namelijk: Jozef, om de uitkomst van deze zaak af te wachten.
Genesis 44 vers 15— En Jozef zeide tot hen: Wat daad is dit, die gij gedaan hebt? Weet gij niet, dat zulk een man als ik dat zekerlijk waarnemen zoude?
waarnemen
Zie boven, vs.5.
Hertaald:waarnemen
Zie vers 5.
Genesis 44 vers 16— Toen zeide Juda: Wat zullen wij tot mijn heer zeggen, wat zullen wij spreken, en wat zullen wij ons rechtvaardigen? God heeft de ongerechtigheid uwer knechten gevonden; zie, wij zijn mijns heren slaven, zo wij, als hij, in wiens hand de beker gevonden is.
wat zullen
Anders, waarmede zullen wij ons rechtvaardigen? Het Hebreeuwse woord [gelijk ook een ander van enerlei oorsprong] betekent vrijachten, en spreken, en onschuldig verklaren, even wanneer iemand voor een rechter van een misdaad bericht zijnde, vrijgesproken wordt; zie deze betekenis, Ex. 23:7; Deut. 25:1; Ps. 51:6; Spr. 17:15; Jes. 5:23; verg. Matt. 11:9; Rom. 3:20; Gal. 2:16, en Gal. 3:8, enz.
Hertaald:wat zullen
Anders: waarmee zullen wij ons rechtvaardigen? Het Hebreeuwse woord (net als een ander van dezelfde oorsprong) betekent: voor onschuldig houden, en verklaren, en onschuldig verklaren, zoals wanneer iemand voor een rechter van een misdrijf beschuldigd zijnde, wordt vrijgesproken; zie deze betekenis, Ex. 23:7; Deut. 25:1; Ps. 51:6; Spr. 17:15; Jes. 5:23; vergelijk Matt. 11:9; Rom. 3:20; Gal. 2:16, en Gal. 3:8, enz.
gevonden;
Dat is, Hij heeft haar door zijn voorzienigheid opgemerkt, en nu aan het licht gebracht. Versta dit niet van deze daad, waaraan zij zich niet schuldig kenden, maar van enige andere, over welke hun conscientie wroegde en die God nu strafte.
Hertaald:gevonden;
Dat is: Hij heeft haar door Zijn voorzienigheid opgemerkt, en nu aan het licht gebracht. Versta dit niet van deze daad, waaraan zij zich niet schuldig wisten, maar van een andere, waarover hun geweten hen kwelde en die God nu strafte.
in wiens hand
Dat is, bij wien.
Hertaald:in wiens hand
Dat is: bij wie.
Genesis 44 vers 17— Maar hij zeide: Het zij verre van mij zulks te doen! de man, in wiens hand de beker gevonden is, die zal mijn slaaf zijn; doch trekt gijlieden op in vrede tot uw vader.
vrede tot
Dat is, met vriendschap en enigheid zonder ongemak te lijden aan uw personen, of schade aan uw goederen. Verg. boven, Gen. 36:29, Gen. 36:31; 2 Sam. 3:21.
Hertaald:vrede tot
Dat is: in vriendschap en eendracht, zonder ongemak te lijden aan uw personen, of schade aan uw bezittingen. Vergelijk Gen. 36:29, Gen. 36:31; 2 Sam. 3:21.
Genesis 44 vers 18— Toen naderde Juda tot hem, en zeide: Och, mijn heer! laat toch uw knecht een woord spreken voor mijns heren oren, en laat uw toorn tegen uw knecht niet ontsteken; want gij zijt even gelijk Farao!
Och, mijn
Zie boven, Gen. 43:20.
Hertaald:Och, mijn
Zie Gen. 43:20.
gij zijt
Hebr. gelijk gij, gelijk Faraö; dat is, gij zijt van zo groot aanzien en vermogen als Faraö, wiens persoon gij representeert, zodat ik u gelijken eerbied schuldig ben als den koning zelven. Zie deze manier van spreken boven, Gen. 18:25. Juda noemt hier en in de volgende verzen zijn broeder Jozef zijn heer; tienmalen noemt hij zichzelven, zijn vader en zijn broeders Jozefs knechten. Hetgeen hij wel doet uit nederigheid en eerbied, maar tegelijk vervult hij Jozefs dromen, boven, Gen. 37:7, Gen. 37:9.
Hertaald:gij zijt
Hebreeuws: als u, als Farao; dat is: u bent van zo groot aanzien en macht als Farao, wiens persoon u vertegenwoordigt, zodat ik u dezelfde eerbied verschuldigd ben als de koning zelf. Zie deze uitdrukking ook in Gen. 18:25. Juda noemt hier en in de volgende verzen zijn broer Jozef zijn heer; tien keer noemt hij zichzelf, zijn vader en zijn broers Jozefs knechten. Dit doet hij wel uit nederigheid en eerbied, maar tegelijk vervult hij daarmee Jozefs dromen, Gen. 37:7, Gen. 37:9.
Genesis 44 vers 20— Zo zeiden wij tot mijn heer: Wij hebben een ouden vader, en een jongeling des ouderdoms, den kleinsten, wiens broeder dood is, en hij is alleen van zijn moeder overgebleven, en zijn vader heeft hem lief.
jongeling
Verg. boven, Gen. 37:3. Het woord Jeled betekent wel geheel zeer jonge kinderen, ja zelfs ook, die maar pas geboren zijn, gelijk boven, Gen. 21:8; Ex. 1:17, en Ex. 2:8; maar het wordt ook gebruikt van redelijk bejaarden, als van Jozef, toen hij zeventien jaren oud was, boven, Gen. 37:30; van al de kinderen van Jakob, toen Ruben omtrent veertien jaren oud was, boven Gen. 33:1, en hier van Benjamin, toen hij omtrent vier en twintig jaren oud was.
Hertaald:jongeling
Vergelijk Gen. 37:3. Het woord 'jeled' betekent wel heel jonge kinderen, ja zelfs pasgeborenen, zoals in Gen. 21:8; Ex. 1:17, en Ex. 2:8; maar het wordt ook gebruikt van redelijk volwassenen, zoals van Jozef, toen hij zeventien jaar oud was, Gen. 37:30; van al de kinderen van Jakob, toen Ruben ongeveer veertien jaar oud was, Gen. 33:1, en hier van Benjamin, toen hij ongeveer vierentwintig jaar oud was.
des ouderdoms,
Dat is, die in den ouderdom van den vader geboren is.
Hertaald:des ouderdoms,
Dat is: die geboren is toen de vader al oud was.
Genesis 44 vers 21— Toen zeidet gij tot uw knechten: Brengt hem af tot mij, dat ik mijn oog op hem sla.
sla
Of, zette. Dat is, dat Ik hem aanschouwen mag, om de waarheid van uw woorden te beproeven; zie boven, Gen. 42:15-16. Somtijds wordt deze manier van spreken gebruikt voor genade, of, gunst bewijzen, gelijk Jer. 39:12, en Jer. 40:4.
Hertaald:sla
Of: richt. Dat is: opdat Ik hem mag aanschouwen, om de waarheid van uw woorden te toetsen; zie Gen. 42:15-16. Soms wordt deze uitdrukking gebruikt voor genade, of gunst bewijzen, zoals in Jer. 39:12, en Jer. 40:4.
Genesis 44 vers 22— En wij zeiden tot mijn heer: Die jongeling zal zijn vader niet kunnen verlaten; indien hij zijn vader verlaat, zo zal hij sterven.
kunnen verlaten;
Want de vader zal dat niet toelaten.
Hertaald:kunnen verlaten;
Want de vader zal dat niet toestaan.
hij sterven
Te weten, de vader.
Hertaald:hij sterven
Namelijk: de vader.
Genesis 44 vers 23— Toen zeidet gij tot uw knechten: Indien uw kleinste broeder met u niet afkomt, zo zult gij mijn aangezicht niet meer zien.
zult gij
Hebr. niet toedoen, of, voortvaren, om mijn aangezicht te zien. Zie boven, Gen. 43:5.
Hertaald:zult gij
Hebreeuws: niet voortgaan, of doorgaan, om mijn aangezicht te zien. Zie Gen. 43:5.
Genesis 44 vers 27— Toen zeide uw knecht, mijn vader, tot ons: Gijlieden weet, dat mijn huisvrouw er mij twee gebaard heeft.
huisvrouw
Te weten, Rachel. Zie onder, Gen. 46:19.
Hertaald:huisvrouw
Namelijk: Rachel. Zie Gen. 46:19.
twee gebaard
Te weten, twee zonen, Jozef en Benjamin.
Hertaald:twee gebaard
Namelijk: twee zonen, Jozef en Benjamin.
Genesis 44 vers 28— En de een is van mij uitgegaan, en ik heb gezegd: Voorwaar, hij is gewisselijk verscheurd geworden! en ik heb hem niet gezien tot nu toe.
is gewisselijk
Hebr. verscheurende verscheurd geworden. Hier verstaat Jozef eerst wat zijn broeders hun vader hadden wijs gemaakt; zodat hij in dezen tijd nog niet anders wist, of Jozef was verscheurd.
Hertaald:is gewisselijk
Hebreeuws: verscheurend verscheurd geworden. Hier verneemt Jozef voor het eerst wat zijn broers hun vader hadden wijsgemaakt; zodat hij tot dat moment niet anders wist, dan dat Jozef verscheurd was.
Genesis 44 vers 29— Indien gij nu deze ook van mijn aangezicht wegneemt, en hem een verderf ontmoette, zo zoudt gij mijn grauwe haren met jammer ten grave doen nederdalen!
ten grave
Zie boven, Gen. 37:35, en onder, vs.31.
Hertaald:ten grave
Zie Gen. 37:35, en vers 31.
Genesis 44 vers 30— Nu dan, als ik tot uw knecht, mijn vader, kome, en de jongeling is niet bij ons (alzo zijn ziel aan de ziel van deze gebonden is),
zijn ziel aan
Dat is, wien hij met zeer innerlijke en hartgrondelijke toegenegenheid liefheeft, en als zijn eigen hart bemint. Zie dergelijke manier van spreken, 1 Sam. 18:1.
Hertaald:zijn ziel aan
Dat is: die hij met zeer innige en hartgrondige genegenheid liefheeft, en bemint als zijn eigen hart. Zie zo'n uitdrukking ook in 1 Sam. 18:1.
Genesis 44 vers 32— Want uw knecht is voor dezen jongeling borg bij mijn vader, zeggende: Zo ik hem tot u niet wederbreng, zo zal ik tegen mijn vader alle dagen gezondigd hebben!
uw knecht
Dat is, ik.
Hertaald:uw knecht
Dat is: ik.
bij mijn vader,
Hebr. van bij mijn vader; dat is, zoals het enigen verklaren, toen hij van mijn vader aftoog.
Hertaald:bij mijn vader,
Hebreeuws: van bij mijn vader; dat is, zoals sommigen het verklaren: toen hij van mijn vader wegtrok.
zal ik tegen
Dat is, ik zal schuldplichtig en strafwaardig bij mijn vader blijven, al de dagen mijns levens, gelijk boven, Gen. 43:9; zie aldaar de aantekeningen.
Hertaald:zal ik tegen
Dat is: ik zal schuldig en strafwaardig blijven tegenover mijn vader, al de dagen van mijn leven, zoals in Gen. 43:9; zie de aantekening daar.
Genesis 44 vers 33— Nu dan, laat toch uw knecht voor dezen jongeling slaaf van mijn heer blijven, en laat den jongeling met zijn broederen optrekken!
laat toch
Juda betoont hier zonderling een bekommering over zijn vader, en liefde tot zijn broeder Benjamin.
Hertaald:laat toch
Juda toont hier op bijzondere wijze bezorgdheid om zijn vader, en liefde voor zijn broer Benjamin.
uw knecht
Dat is, mij.
Hertaald:uw knecht
Dat is: mij.
Genesis 44 vers 34— Want hoe zoude ik optrekken tot mijn vader, indien de jongeling niet met mij was, opdat ik den jammer niet zie, welke mijn vader overkomen zou.
overkomen zou
Hebr. vinden; dat is, overkomen, wedervaren, bejegenen, ontmoeten; zie deze manier van spreken Ex. 18:8; Deut. 4:30; Est. 8:6; Job 31:29, enz. Dit ganse verhaal van Juda heeft het hart van Jozef zo geraakt en ontstoken, dat hij zich niet langer heeft kunnen bedwingen zonder te wenen, en zich aan zijn broeders te ontdekken.
Hertaald:overkomen zou
Hebreeuws: vinden; dat is: overkomen, wedervaren, treffen, tegenkomen; zie deze uitdrukking in Ex. 18:8; Deut. 4:30; Est. 8:6; Job 31:29, enz. Dit hele verhaal van Juda heeft het hart van Jozef zo geraakt en bewogen, dat hij zich niet langer heeft kunnen inhouden zonder te wenen, en zich aan zijn broers bekend te maken.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Juda — lof, lofprijzing
De vierde zoon van Jakob en Lea (Gen. 29:35), zo genoemd omdat Lea nu de HEERE wilde loven. Later stelde hij voor Jozef te verkopen in plaats van te doden (Gen. 37:26-27), en bood hij zich in Egypte aan als slaaf in Benjamins plaats (Gen. 44:33-34). Uit zijn nageslacht zou koning David, en uiteindelijk de Heere Jezus Christus, voortkomen.
Dan — hij heeft gericht, geoordeeld
De zoon van Jakob en Bilha, Rachels slavin (Gen. 30:6). Rachel gaf hem deze naam omdat God, naar haar zeggen, haar recht gedaan en haar stem gehoord had.
Jozef — Hij (God) voege toe
De eerste zoon van Jakob en Rachel, na lang wachten geboren (Gen. 30:22-24). Zijn naam drukt Rachels hoop uit dat de HEERE haar nog een zoon zou toevoegen — wat later met Benjamin ook gebeurde. Jozef zou later, als lieveling van zijn vader, door zijn broers uit jaloezie verkocht worden, maar door Gods voorzienigheid uiteindelijk heel Egypte en zijn eigen familie redden van de hongersnood (Gen. 37-50).
Benjamin — zoon van de rechterhand
De twaalfde en jongste zoon van Jakob, en de tweede (na Jozef) die Rachel hem baarde — een geboorte die haar het leven kostte (Gen. 35:16-19). Stervende noemde zij hem nog Ben-oni, 'zoon van mijn smart', maar zijn vader Jakob veranderde deze naam in Benjamin. Hij was de enige van Jakobs zonen die in het land Kanaän zelf geboren werd, en werd later, na de dood van Jozef, de lieveling van zijn oude vader.
Er — wakend, waakzaam
De eerstgeboren zoon van Juda, die met Tamar trouwde. Omdat hij 'kwaad was in de ogen des HEEREN', doodde de HEERE hem, kinderloos (Gen. 38:6-7).
Kanaän — onderworpene, vernederde
De jongste zoon van Cham en kleinzoon van Noach (Gen. 9:18, 22). Om de zonde van zijn vader Cham tegenover Noach werd niet Cham, maar Kanaän door Noach vervloekt: 'een knecht der knechten zij hij zijn broederen.' Naar hem is het land Kanaän genoemd, dat later door de Israëlieten in bezit genomen zou worden.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Egypte — in de Bijbel doorgaans Mizraïm genoemd — een tweevoudsvorm (dual) in het Hebreeuws, die wijst op de twee natuurlijke delen van het land: Beneden-Egypte (de Delta) en Boven-Egypte
Ligging: Gelegen in het noordoosten van Afrika, begrensd door de Middellandse Zee in het noorden, Palestina/Arabië en de Rode Zee in het oosten, Nubië in het zuiden en de grote woestijn in het westen; het bewoonbare land beperkt zich vrijwel geheel tot de smalle, vruchtbare Nijlvallei en de waaiervormige Delta.
Geschiedenis: Een van de oudste beschaafde koninkrijken die de geschiedenis kent, wiens taal (in zijn laatste vorm het Koptisch) van verre verwant is aan de Semitische talen. In Genesis 12 vlucht Abram, gedreven door hongersnood, naar Egypte; hij wordt er gastvrij ontvangen, maar dit gaat gepaard met gevaar voor de eer van zijn vrouw Sarai, die de farao naar zijn hof laat halen (Gen. 12:10-20) — een patroon dat zich later, in andere vorm, herhaalt in de geschiedenis van Jozef en van het volk Israël in de tijd van de uittocht.
Bijbelse betekenis: Door de hele Bijbel heen vervult Egypte een dubbele rol: het is zowel een toevluchtsoord in tijden van nood als een plaats van verdrukking waaruit God Zijn volk moet uitleiden — een spanning die al hier, bij Abram, voor het eerst zichtbaar wordt.
Gen. 12:10-20; en talrijke latere verwijzingen door de hele Schrift heen
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Laat toch uw knecht blijven in plaats van den jongeling — 44:18-20, 30-34
Het offer en de plaatsvervangingniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Jozef heeft zijn zilveren beker in de zak van Benjamin laten stoppen. De broers worden teruggehaald, en de heer van Egypte kondigt aan dat alleen de dief zijn slaaf zal worden — de anderen mogen gaan. Het is dezelfde keus als jaren eerder, toen zij Jozef verkochten.
Juda biedt zichzelf aan in de plaats van zijn broer, en dat is de man uit wiens stam de Leeuw komt.
**De val die gezet is.** Jozef weet wat hij doet. Er is opnieuw een lievelingszoon van dezelfde vader, en opnieuw kunnen de broers hem laten vallen zonder dat het hun iets kost. Zij hoeven alleen maar weg te lopen.
**Wie er naar voren stapt.** Juda. Uitgerekend hij, want hij was het die destijds voorstelde Jozef te verkopen in plaats van hem te doden. En zijn pleidooi is het langste dat in Genesis staat.
**Wat hij zegt.** Hij begint bij zijn vader, niet bij zichzelf. Hij legt uit hoe het thuis zit: “alzo zijn ziel aan de ziel van deze gebonden is”, en dat de oude man het niet overleven zal als de jongen niet terugkomt.
Dan noemt hij de reden waarom hij spreekt: “Want uw knecht is voor dezen jongeling borg bij mijn vader.”
**Het aanbod.** En dan komt de zin: “Nu dan, laat toch uw knecht voor dezen jongeling slaaf van mijn heer blijven, en laat den jongeling met zijn broederen optrekken!”
Eén voor de ander. Slavernij voor de schuldige, vrijheid voor het huis. De kanttekening zegt kort wat hier gebeurt: Juda betoont een bijzondere bekommering over zijn vader en liefde tot zijn broeder.
**Waarom dit in dit register staat.** De offerlijn gaat over plaatsvervanging: er staat iets of iemand in de plaats van een ander. Meestal is dat een dier. Hier is het een mens, en hij biedt het vrijwillig aan.
En de man die het doet is de man wiens stam alles draagt. Jakob zegt vijf hoofdstukken verder dat de schepter van Juda niet wijken zal, en Johannes noemt Hem de Leeuw uit de stam van Juda.
Wat de stamvader hier aanbood, heeft Zijn Nakomeling gedaan — met dit verschil, dat Juda borg stond voor een broer die onschuldig was, en Hij voor broeders die het niet waren.
Genesis 37:26 — Juda stelde voor Jozef te verkopen in plaats van te doden.
Genesis 44:32 — Nu staat hij borg voor de jongste bij zijn vader.
Genesis 44:33 — En hij biedt zichzelf aan als slaaf in diens plaats.
Genesis 49:9 — Juda is een leeuwenwelp; de schepter zal van hem niet wijken.
Openbaring 5:5 — De Leeuw uit de stam van Juda heeft overwonnen.
Hebreeën 7:22 — En Hij is Borg geworden van een beter verbond.
In het Nieuwe Testament: Genesis 49:9-10; Openbaring 5:5; Johannes 15:13; Hebreeën 7:22; Romeinen 5:8; Genesis 37:26
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan en noemt Juda's aanbod niet als voorafbeelding. De verbinding rust op de zaak zelf — één die vrijwillig de plaats van een ander inneemt — en op wat er elders over de stam van Juda gezegd wordt. Juda staat hier borg voor iemand die de beker niet gestolen had; die ongelijkheid staat in de post genoemd.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Vóór de aftocht laat Jozef heimelijk zijn beker in Benjamins zak leggen, en beveelt vervolgens aan zijn huismeester hen na te ijlen, en die terug te halen, in wiens zak de beker zou gevonden worden. Hij wil zien, wat de broeders doen of zij Benjamin prijsgeven, en verder naar huis zullen trekken, of dat zij bereid zullen zijn, met lichaam en leven voor vaders lieveling in te staan.
1. En hij, nadat het middagmaal was afgelopen, en hun nu het koren wilde geven, waarom zij gekomen waren, gebood degene die over zijn huis was, zeggende: Vul de zakken van deze mannen met spijze, zoveel zij zullen kunnen dragen en leg, evenals de eerste maal (hoofdstuk. 42:25), ieders geld in de mond van zijn zak.
Deze beproeving had een dubbel nut. Vooreerst, omdat de wel beproefde vroomheid van zijn broeders hem meer behaagde; vervolgens, omdat, tenminste enigszins, de vroegere eerloosheid, welke zij zich, wegens het misdrijf aan hem gepleegd, hadden op de hals gehaald, bij de nakomelingen zou worden opgeheven.
Schrander was de handelwijze van Jozef maar billijk was zij niet. Hij had reeds gezien, dat zij geheel andere mensen waren geworden. Door geen enkele uitlegger wordt dan ook deze handelwijze verdedigd, al moet men toegeven, dat ook hiermee God, de Heere, gewis Zijn heilige bedoelingen heeft gehad, zoals Calvijn (zie boven) heeft aangemerkt.
2. En mijn beker, de zilveren beker, waaruit ik deze middag gedronken heb, zult gij leggen in de mond van de zak van de kleinste, met het geld van zijn koren. En hij, de huismeester, deed naar Jozefs woord, hetwelk hij gesproken had. 1) Intussen zullen de broeders zich zeer verheugd hebben over de ontvangst, en met blijdschap erover gesproken hebben, hoe zij daarover, thuis gekomen, bij hun vader zouden roemen.
1) Heeft de Heere de Zijnen bijzonder verkwikt, zo wacht hun gewoonlijk een beproeving, om alle hoeken van het hart te doorzoeken, hoe zij jegens de hemelse Vader en de broeders in hun droefheid zullen gezind zijn.
3. ‘s Morgens, als het dag werd, zo liet men deze mannen van Memphis, de toenmalige residentie van Farao (hoofdstuk. 14:14), waar ook Jozef woonde, vertrekken, hen en hun ezels.
Het mag wel bevreemding wekken, dat zij niet eerst onderzochten, hoe het met het geld was, of ook dat weer in hun zakken was. Grote blijdschap echter, dat zij weer voltallig waren, zal hen zorgeloos hebben gemaakt.
4. Zij zijn de stad uitgegaan; zij waren nog niet ver gekomen, als Jozef tot degene, die over zijn huis was, zei: Maak u op, en jaag die mannen achterna; en als gij hen zult achterhaald hebben, zo zult gij tot hen zeggen: Waarom hebt gij kwaad voor goed vergolden? Waarom hebt gij, die een zo vriendelijke ontvangst ondervonden hebt, die al het koren om niet hebt verkregen, die weldaden met diefstal beantwoord?
5. Is het deze beker, die gij ontvreemd hebt, niet, waaruit mijn heer drinkt? en waarbij hij iets zeker waarnemen zal, 1) waarbij hij voorzeggingen doet? gij hebt kwalijk gedaan, wat gij gedaan hebt; gij hebt een zeer slechte daad begaan.
1) Hebr. “waardoor hij waarzegt, waardoor hij verborgene dingen weet.” Nog heden is in Egypte de Kuliko- en Hijdro-mantie thuis; het voorspellen uit schotels of bekers, of liever, uit de kringen, figuren en blaasjes, welke in wijn of water ontstaan, bij het inwerpen van kleine stukjes goud- of zilverblik, of uit de verschijningen, welke door de lichtstralen veroorzaakt worden, bij het schudden. Daarbij gebruikt men allerlei toverspreuken. Dit voorspellen heet, nicheesch, divinare, eigenlijk “uit slangen voorspellen” (phiomanteia). Jozef maakt van dit bijgeloof gebruik, om niet slechts de beker als zijn eigendom, maar ook als zijn heiligdom voor te stellen, om daardoor hun daad te strafbaarder te doen schijnen. Wellicht wil hij hiermee in verband gebracht hebben de plaatsing naar de ouderdom (hoofdstuk. 43:33) als zou hij ook die kennis aan die beker te danken gehad hebben.
Verschillend wordt dit gezegde uitgelegd. Zijn er sommigen, die het aldus opvatten, alsof Jozef veinst, dat de waarzeggers door hem waren geraadpleegd, om de dief te kennen, anderen vertalen echter: In welke te beproeven hij u beproefd heeft, of te onderzoeken hij u navorst. Anderen, dat de gestolen drinkbeker, als het ware, voor Jozef zelf een ongunstig voorteken was geweest. Mij echter schijnt dat gevoelen het ware te zijn, dat hij de drinkbeker tot voorspellingen en magische kunsten heeft gebruikt, hetgeen hij echter verdicht heeft, om de achterdocht te vermeerderen. Maar nu ontstaat de vraag in hoeverre Jozef zich zodanig een verdichtsel mocht veroorloven. Want behalve, dat hij zich van waarzeggingen niet mocht bedienen, was het ook verkeerd en onwaardig, om de lof, die de goddelijke genade toekomt, op demonische machten over te brengen. Vroeger ontkende hij, bekwaam te zijn, om dromen uit te leggen anders dan wanneer de waarheid van God hem bezielde; nu vergeet hij alle vermelding van Gods Geest. En, wat erger is, zich als een magiër in plaats van een profeet van God voorstellende, ontwijdt hij op Godonterende wijze de gave van de Heilige Geest. Het is dan ook niet te ontkennen, dat hij in deze huichelarij zwaarlijk heeft gezondigd. Ik nu vat het anders op, dat hij namelijk in het begin op alle mogelijke wijze beproefd heeft, God de eer te geven; dat het aan hem volstrekt niet heeft gestaan, dat niet door geheel Egypte bekend was, dat hij niet door magische kunsten, maar door Goddelijke genade in zo grote schranderheid uitblonk. Maar daar de Egyptenaren aan de ijdele kunsten van de magiërs gewend waren, bleef de oude dwaling heersende, zodat zij niet geloofden, dat Jozef een ander was. Ik twijfel niet, of dat gerucht was onder het volk verbreid, ofschoon het door hen bestreden en ontkend werd. Nu echter, daar Jozef zich als een buitengewoon man voor stelt, in één verband vele leugens verbindende, verbreidt hij de valse mening nog meer, onder het volk reeds verspreid, dat hij de voortekenen raadpleegt. Waaruit wij zien, dat, waar een man van de rechte wegen wordt afgetrokken, hij ongemerkt in verschillende zonden valt. Waarom wij ook door dit voorbeeld worden vermaand, om niets toe te laten, dan wat wij weten, dat God goedkeurt.
6. En hij achterhaalde hen, en sprak tot hen deze woorden, die Jozef geboden had.
7. En zij, ten hoogste getroffen door dat verwijt, zeiden tot hem: Waarom spreekt mijnheer zulke woorden? Het zij verre van uw knechten, dat zij zoiets doen zouden. Hebben wij gisteren niet een bewijs van onze eerlijkheid gegeven?
8. Zie het geld, dat wij, na het terugkeren van onze eerste reis, in de mond van onze zakken vonden, hebben wij, uit vrije beweging, tot u uit het land Kanaän teruggebracht, waar wij voor nasporingen geheel veilig waren; hoe zouden wij dan uit het huis van uw heer zilver of goud stelen?
9. Nee! wij kennen ons zo rein van zulk een misdaad, dat wij gerust onze zakken tot onderzoek naar de beker overgeven. Bij wie van uw knechten hij gevonden zal worden, dat hij sterve; en ook zullen wij, de overigen, medeboeten en mijn heer tot slaven zijn!
Bij al hun oprechtheid zijn zij zeer onvoorzichtig. Zij overdrijven zowel in hun verdediging als in hun aanbieding. Niet zozeer willen zij hun recht duidelijk doen uitkomen maar bovenal de ander van zijn onrecht overtuigen.***
10. En hij zei: Dit zij nu ook alzo, naar uw woorden! Wij willen een onderzoek instellen, en de schuldige zal de verdiende straf niet ontgaan; toch zal u om de beker niet meer overkomen dan recht is. Bij wie hij gevonden wordt, die zij mijn slaaf; maar gij, zo velen als gij niet aan de diefstal schuldig zijt, zult onschuldig zijn en zonder straf.
De knecht van Jozef laat de nadruk vallen op “ook,” maar verzacht de straf door alleen degene, bij wie de beker zal gevonden worden, tot slaaf te verklaren. Geheel naar de bedoeling van Jozef.
11. En zij, terwijl zij niet konden vermoeden wat geschieden zou, haastten zich, en een ieder zette zijn zak neer op de aarde, en een ieder opende zijn zak, 1) opdat die onderzocht zou worden.
1) Zij zijn allen ervan overtuigd, dat hier een misverstand heerst, en in het bewustzijn van hun volkomen onschuld, openen zij hun zakken.
12. En hij doorzocht, beginnende, om zich niet te verraden, hoewel hij wist, waar de beker zou gevonden worden, met de grootste, de oudste, en voleindigde met de kleinste, de jongste, en die beker werd gevonden in de zak van Benjamin.
13. Toen scheurden zij, van schrik en ontzetting, hun kleren, zoals hun vader gedaan had, toen zij hem Jozefs rok toezonden (hoofdstuk. 37:34); niet alleen moeten zij Jozefs angsten ondervinden (hoofdstuk. 42:21), maar ook ervaren, welk een schrik zij Jakob bereid hadden; en een ieder man laadde zijn ezel op, en zij keerden weer naar de stad 1) om met Jozef zelf te spreken.
1) Waren zij nog dezelfden geweest als 22 jaar geleden, zo zouden zij zich in hun toestand wel geschikt hebben; zelfs niet zonder vreugde Benjamin hebben achtergelaten en weggetrokken zijn. Tegenover hun vader hadden zij ditmaal een goed geweten gehad; zij konden hem zeggen: “Zie, zo heeft hij, de gij altijd voorgetrokken hebt, gedaan; hij is schuldig aan een lage diefstal geworden, en heeft ons huis geschandvlekt.” Wat zou Jozef in zulk een geval gedaan hebben? Hij had hen zonder twijfel laten gaan, en had slechts zijn vader en Benjamin naar Egypte doen komen. Maar de broeders zijn geheel anders dan vroeger. In dit nieuwe, zware lot erkennen zij, juist omdat zij niet schuldig zijn aan hetgeen, waarvan men hen beticht, het Godsgericht, en omdat nu Benjamin om hunnentwille dit gericht treft, en Gods toorn juist over het hoofd van de onschuldige wordt uitgestort, willen zij hem tot geen prijs aan zijn lot overlaten, maar hem vrij bidden, zelfs al ware het, dat al de anderen in zijn plaats slaven zouden moeten worden.
Zo groot is hun droefheid, zo verpletterd zijn zij, dat zij nu geen enkele klacht aanheffen, geen enkel woord van verontschuldiging meer aanbieden. Zij scheuren hun klederen en buigen het hoofd onder de kastijding van God. Zij voelen het, dat de hand van God hierin merkbaar is, en daarom wensen zij niet anders, dan zich onder die slaande hand te buigen.
II. Gen. 44 vers 14-34
Als de broeders weer voor Jozef verschijnen, die, in angstige verwachting naar de uitslag, thuis gebleven was, werpen zij zich voor hem neer; zij denken er niet aan, hun onschuld te verdedigen, daar zij in deze gebeurtenis de wraak van God voor hun vorige misdaad erkennen. Jozef verklaart, op hun aanbod, dat zij allen zijn knechten willen zijn, slechts hem terug te kunnen houden, bij wie de beker gevonden was. Juda schildert nu met aangrijpende woorden de liefde van de vader voor de jongeling, en de onuitsprekelijke jammer, die door het verlies van de geliefde zoon hem treffen zou; hij bericht, hoe hij zelf voor de knaap borg geworden is, en smeekt nu ook, hem in Benjamins plaats tot slaaf te willen aannemen.
14. En Juda, 1) die voor Benjamin borg gebleven was (hoofdstuk. 43:9), en de op zich genomen plicht getrouw wilde volbrengen, kwam met zijn broeders, toen zij weer in de stad gekomen waren, in het huis van Jozef, want hij was nog zelf aldaar; hij was nog niet naar de plaats van het verkopen gegaan, maar wachtte hen in zijn eigen woning, te midden van zijn beambten; en zij vielen, als wanhopig, voor zijn aangezicht neer ter aarde. 2)
1) “Juda,” niet Ruben, omdat hij toen reeds voor de eerste onder de broeders werd gehouden, of omdat de Heilige Schrijver hiermee nu reeds wil doen uitkomen, dat hij de door God uitverkorene was, om de eerste te zijn.
2) Het was een roerend toneel. Daar zat hij, die gisteravond nog met buitengewone vriendelijkheid hen had ontvangen, een geschenk van hun hand aangenomen, aan zijn dis hen genodigd, en als mild gastheer bejegend. Hoe stroef staat nu zijn gelaat en hoe nors en dreigend ziet zijn blik op hen neer, die thans, als klaarblijkelijk overtuigde misdadigers, aan zijn voeten in het stof terneer gebogen liggen! Hoe krimpt hun hart bij Jozefs verwijt ineen! En Jozef zei tot hen: “Wat daad is dit, die gij gedaan hebt” Hoe kon gij mij dat doen? Welke onzinnigheid tevens! Weet gij niet, dat een man als ik dat zeker vernemen zou?.
15. En Jozef zei tot hen, terwijl zij daar zo lagen: Wat daad is dit, die gij gedaan hebt? Hoe hebt gij het durven doen? Weet gij niet, dat zulk een man, als ik, dat zeker waarnemen 1) zou? Zou ik, die tot de orde van de wijzen in Egypte behoor, en verborgen dingen zie, gelijk gij gisteren hebt kunnen opmerken (hoofdstuk. 43:33) de dief niet vinden?
1) Wij vinden hier weer hetzelfde woord als in vs. 5 (zie Ge 44.5)
16. Toen zei Juda, aan wie zijn gevoel woorden gaf: Wat zullen wij tot mijn heer zeggen? wat zullen wij spreken? en wat of hoe zullen wij ons rechtvaardigen? 1) Wel konden wij verklaren, dat datgene, waarvan gij ons beschuldigt, door ons niet gedaan is; maar wij zien hierin de hand van God, wie wij niet één uit duizend kunnen antwoorden (Job 9:3). God heeft de ongerechtigheid van uw knechten gevonden; 2) hij straft ons heden om een vroegere misdaad en om de zonde van ons hart; onder Zijn hand willen wij ons buigen; zie wij zijn slaven van mijn heer, zowel wij, als hij, in wiens hand de beker gevonden is. 3)
1) Dit is geen verdediging, maar een ontwijkende verontschuldiging. Het enige wat hij kon doen, nu de beker bij hen is gevonden.
2) God, als Rechter, wordt, in de ziel ontdekt in Zijn gestrenge rechtvaardigheid, zodat de ziel hem leert kennen, als die God, die de zonden ordelijk voor ogen zal stellen, die de schuldige geenszins onschuldig zal houden, maar een rechtvaardig vonnis vellen zal over de afwijker en overtreder. Om hem nu geheel te ontbloten, leert hij dat rechtelijke van God zo verstaan, dat hij het moet opgeven, en de billijkheid en betamelijkheid van Gods weg ten volle toestemmen, dat, zal God God blijven, Hij de zonde zonder voldoening niet kan voorbij zien.
Hoewel hij zich nu onschuldig weet, toch zegt zijn geweten hem, dat de Heere hem hiermee vroegere zonde thuis bezoekt. Dit is één van de kenmerken van de ziel, die ontdekt wordt, of ontdekt is aan zichzelf. Door deze woorden leren wij Juda kennen als iemand, die aan zichzelf ontdekt wordt.
3) Vroeger noemden zij zich uit bescheidenheid dienstknechten, nu bieden zij zich hem tot slaven aan. Om de persoon van Benjamin verminderen zij de zaak van de straf. En zo is het een soort van bede om vergiffenis, dat hij hem niet ter doodstraf verwijze, zoals zij in het begin hebben aangeboden.
17. Maar hij, Jozef, zei: het zij verre van mij zulks te doen! Ik handel niet onrechtvaardig, en straf onschuldigen voor de schuldige niet, al zijn zij ook schuldig voor God. De man in wiens hand de beker gevonden is, die zal mijn slaaf zijn; doch trekt gij op in vrede tot uw vader.
18. Toen naderde Juda 1) tot hem, zich van de aarde oprichtende en zei: Och mijn heer! laat toch uw knecht een woord spreken voor de oren van mijn heer; veroorloof mij toch een bede te doen, en laat uw toorn tegen uw knecht niet ontsteken, zodat gij mij verhinderen zou mijn hart voor u te openen; want gij zijt gelijk aan Farao! elk weet wel, dat het even zo goed is, als stond ik hier voor de koning, maar ik mag niet zwijgen, mijn hart dwingt mij het uiterste te beproeven.
1) Juda heeft reeds het zwaarste vermocht en uitgesproken, dat hij en zijn broeders om hun schuld de zwaarste straf waardig zijn. Ondraaglijk is het hem, zonder Benjamin, tot de vader terug te keren; daarom is hij besloten, het harde lot van Benjamin op zich te nemen, en het geluk van zijn familie en zijn vrijheid op te offeren. Deze edelmoedigheid maakt de band van zijn tong los, en voor de eerste maal wordt de rede voor de gestrenge en wondervolle heer vrij en vloeiend. Juda, daar hij uit sterke aandrang van zijn hart spreekt, is moedig; hij heft zich op, en treedt nader tot Jozef. Deze moed is toch, daar zij uit een natuurlijke grond voortkomt, door schone bescheidenheid geadeld. Hij vergeet niet, met wie hij spreekt, maar is zichzelf bewust, dat degene, tegen wiens beslissing hij nog verder waagt te spreken, de plaatsbekleder van Farao, de koning van Egypte is. Daarom vraagt hij ook vooraf verlof tot spreken. En nu volgt in psychologisch (zielkundig) meesterlijk gehouden rede, die zonder kunst en eenvoudig, maar des te schoner en dringender is, gelijk slechts de eenvoud van het hart bewegen kan, een verhaal van de gehele samenhang van de zaak, van welke Luther opmerkt: “Ik zou er wel veel om willen geven, dat ik voor onze Heere God zo kon bidden, als hier Juda voor Jozef bidt”.
19. Mijn heer vroeg, toen wij voor de eerste maal hier waren, zijn knechten, zeggende: Hebt gij een vader of broeder? (zie “Ge 43.7)
20. Zo zeiden wij tot mijn heer: Wij hebben een oude vader, en een jongeman 1) van de ouderdom, een jonge broeder, die, toen onze vader reeds oud was, hem geboren is, de kleinste, wiens broeder dood is, en hij is alleen van zijn moeder, de geliefde vrouw van onze vader, overgebleven, en zijn vader heeft hem lief met een bijzondere liefde.
1) Jongemannen werden in de oude tijd doorgaans genoemd, die hun veertigste jaar nog niet bereikt hadden.
21. Toen zeide gij tot uw knechten: a) Brengt hem mee tot mij, dat ik mijn oog op hem sla! 1)
a) Genesis 42:15
1) “Dat ik mijn oog op hem sla” betekent: dat ik hem gunst bewijze. (Jeremia. 39:12; 40:4).
22. En wij zeiden tot mijn heer: Die jongeman zal zijn vader niet kunnen verlaten, indien hij zijn vader verlaat, zo zal hij sterven. 1)
1) Hierdoor wordt verklaard, waarom Jozef hen drie dagen in de gevangenis gehouden heeft (hoofdstuk. 42:17); zij hadden geweigerd Benjamin te halen. Ook zijn zij slechts door Jozefs uitdrukkelijk verlangen en door de belofte, dat hij hem met welwillendheid zou opnemen (dat ik mijn ogen op hem sla” zie Jer.38:12 enz. ), waaraan Juda hem, als aan een belofte herinnert, en door de hongersnood er eindelijk toe gekomen, de jongste broeder mee te brengen. Dat had een zware strijd bij de vader gekost. Uit het aanhalen van Jakob’s woorden, welke hij in vs.27-29 inlast, blijkt, hoe zij thans de bijzondere plaats van Rachel en haar zonen in het hart van Jakob billijken.
23. Toen zeide gij tot uw knechten: a) Indien uw kleinste broeder met u niet meekomt, zo zult gij mijn aangezicht niet meer zien.
a) Genesis 43:3,5
24. En het is geschied, als wij tot uw knecht; mijn vader, opgetrokken zijn, a) en wij hem de woorden van mijn heer verhaald hebben.
a) Genesis 42:29 vv.
25. En dat onze vader, toen de voorraad, die wij uit Egypte gebracht hadden, verteerd was, gezegd heeft: a) Keer terug, koopt ons een weinig spijze.
a) Genesis 43:1 vv.
26. Zo hebben wij gezegd: Wij zullen niet mogen vertrekken, indien onze kleinste broeder bij ons is, zo zullen wij vertrekken, want wij zullen het aangezicht van die man niet mogen zien, zo onze kleinste broeder niet bij ons is.
27. Toen zei uw knecht, mijn vader, tot ons: Gij weet, dat er mij mijn vrouw 1) Rachel twee gebaard heeft.
1) Rachel was eigenlijk voor Jakob zijn vrouw. Dat komt ook hier zo treffend uit.
28. En de een is van mij uitgegaan, a) en ik heb gezegd, beter: Ik moest zeggen: Voorwaar, hij is gewis verscheurd geworden! en, wat er ook met hem moge geschied zijn, ik heb hem niet gezien tot nu toe. 1)
a) Genesis 37:33
1) “Niet gezien tot nu toe.” Er is bij Jakob nog altijd geloof en hoop, dat hij Jozef nog eens zal zien, al is dat geloof en die hoop zwak.
29. Indien gij nu deze ook van mijn aangezicht wegneemt, en hem een verderf ontmoette, a) zo zou gij mijn grauwe haar met jammer ten grave doen neerdalen.
a) Genesis 42:38
30. Nu dan, als ik tot uw knecht, mijn vader, kome, en de jongeman is niet bij ons, (alzo zijn ziel aan de ziel van deze gebonden is). 1)
1) Een gewone uitdrukking voor, wat wij zeggen, dat iemands ziel geheel hangt aan die van een ander.
31. Zo zal het geschieden, als hij ziet dat de jongeman er niet is, dat hij sterven zal, en uw knechten zullen het grauwe haar van uw knecht, onze vader, met droefenis ten grave doen neerdalen.
32. Die jammer kan ik het allerminst aanzien; want uw knecht is voor deze jongeman borg bij mijn vader gebleven, zeggende: a) zo ik hem tot u niet terugbreng, zo zal ik tegen mijn vader alle dagen gezondigd hebben.
a) Genesis 43:9
Geheel de adel van dat fier en hoog en toch zo week en teder gemoed, spreekt zich in die weinige woorden uit. Hij kon ook vroeger het lijden van zijn broeder Jozef niet aanzien, hij kon op het gezicht van Thamar’s trouwe liefde voor deze de belijdenis van eigen schuld niet terughouden; en nu, bij de voorstelling van hetgeen zijn oude vader door Benjamins gemis zou lijden, krimpt zijn hart ineen, en hoort gij het aan het trillen van zijn stem, dat zijn gevoelvol hart reeds bij de gedachte daaraan schreit.
33. Nu dan, laat toch mij uw knecht, voor deze jongeman slaaf van mijn heer blijven, 1) en laat daarvoor de jongeman met zijn broeders optrekken!
1) Wel is Juda de vader naar het vlees van de grote Borg en Zaligmaker, die zichzelf gegeven heeft, niet om on-, maar om doodschuldigen te redden. De Heilige Geest doet hier in Juda als type zien, wat Christus Jezus eenmaal volkomen zal zijn en doen. Want niet, omdat Juda hier optreedt als borg voor zijn broeder, wordt hij straks door Jakob als de eerstgeborene gezegend, maar, omdat naar Gods eeuwige vredesraad, uit Juda de Christus, zoveel het vlees aangaat, zou voortkomen, geeft de Heere God in hem, aan de Kerk in die dagen, een voorbeeld van de grote Hogepriester en Borg.
Gelijk Benjamin veilig was onder Juda’s vleugels, zo is geheel de Gemeente veilig onder de vleugels van de Meerdere van Juda.
34. Want hoe zou ik optrekken tot mijn vader, indien de jongeman niet met mij was? opdat ik de jammer niet zie, welke mijn vader overkomen zou. 1)
1) Gelijk Juda hier Benjamin in de tijd van nood niet verlaat, zo verlaat ook later de stam van Benjamin de stam van Juda niet in de zwaarste tijd, toen alle overige stammen hem verlieten. (1 Kon.12).
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 44
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
JOZEFS BROEDERS KOMEN IN GROTE ANGST.
I. Gen. 44 vers 1-13
Vóór de aftocht laat Jozef heimelijk zijn beker in Benjamins zak leggen, en beveelt vervolgens aan zijn huismeester hen na te ijlen, en die terug te halen, in wiens zak de beker zou gevonden worden. Hij wil zien, wat de broeders doen of zij Benjamin prijsgeven, en verder naar huis zullen trekken, of dat zij bereid zullen zijn, met lichaam en leven voor vaders lieveling in te staan.
1. En hij, nadat het middagmaal was afgelopen, en hun nu het koren wilde geven, waarom zij gekomen waren, gebood degene die over zijn huis was, zeggende: Vul de zakken van deze mannen met spijze, zoveel zij zullen kunnen dragen en leg, evenals de eerste maal (hoofdstuk. 42:25), ieders geld in de mond van zijn zak.
Deze beproeving had een dubbel nut. Vooreerst, omdat de wel beproefde vroomheid van zijn broeders hem meer behaagde; vervolgens, omdat, tenminste enigszins, de vroegere eerloosheid, welke zij zich, wegens het misdrijf aan hem gepleegd, hadden op de hals gehaald, bij de nakomelingen zou worden opgeheven.
Schrander was de handelwijze van Jozef maar billijk was zij niet. Hij had reeds gezien, dat zij geheel andere mensen waren geworden. Door geen enkele uitlegger wordt dan ook deze handelwijze verdedigd, al moet men toegeven, dat ook hiermee God, de Heere, gewis Zijn heilige bedoelingen heeft gehad, zoals Calvijn (zie boven) heeft aangemerkt.
2. En mijn beker, de zilveren beker, waaruit ik deze middag gedronken heb, zult gij leggen in de mond van de zak van de kleinste, met het geld van zijn koren. En hij, de huismeester, deed naar Jozefs woord, hetwelk hij gesproken had. 1) Intussen zullen de broeders zich zeer verheugd hebben over de ontvangst, en met blijdschap erover gesproken hebben, hoe zij daarover, thuis gekomen, bij hun vader zouden roemen.
1) Heeft de Heere de Zijnen bijzonder verkwikt, zo wacht hun gewoonlijk een beproeving, om alle hoeken van het hart te doorzoeken, hoe zij jegens de hemelse Vader en de broeders in hun droefheid zullen gezind zijn.
3. ‘s Morgens, als het dag werd, zo liet men deze mannen van Memphis, de toenmalige residentie van Farao (hoofdstuk. 14:14), waar ook Jozef woonde, vertrekken, hen en hun ezels.
Het mag wel bevreemding wekken, dat zij niet eerst onderzochten, hoe het met het geld was, of ook dat weer in hun zakken was. Grote blijdschap echter, dat zij weer voltallig waren, zal hen zorgeloos hebben gemaakt.
4. Zij zijn de stad uitgegaan; zij waren nog niet ver gekomen, als Jozef tot degene, die over zijn huis was, zei: Maak u op, en jaag die mannen achterna; en als gij hen zult achterhaald hebben, zo zult gij tot hen zeggen: Waarom hebt gij kwaad voor goed vergolden? Waarom hebt gij, die een zo vriendelijke ontvangst ondervonden hebt, die al het koren om niet hebt verkregen, die weldaden met diefstal beantwoord?
5. Is het deze beker, die gij ontvreemd hebt, niet, waaruit mijn heer drinkt? en waarbij hij iets zeker waarnemen zal, 1) waarbij hij voorzeggingen doet? gij hebt kwalijk gedaan, wat gij gedaan hebt; gij hebt een zeer slechte daad begaan.
1) Hebr. “waardoor hij waarzegt, waardoor hij verborgene dingen weet.” Nog heden is in Egypte de Kuliko- en Hijdro-mantie thuis; het voorspellen uit schotels of bekers, of liever, uit de kringen, figuren en blaasjes, welke in wijn of water ontstaan, bij het inwerpen van kleine stukjes goud- of zilverblik, of uit de verschijningen, welke door de lichtstralen veroorzaakt worden, bij het schudden. Daarbij gebruikt men allerlei toverspreuken. Dit voorspellen heet, nicheesch, divinare, eigenlijk “uit slangen voorspellen” (phiomanteia). Jozef maakt van dit bijgeloof gebruik, om niet slechts de beker als zijn eigendom, maar ook als zijn heiligdom voor te stellen, om daardoor hun daad te strafbaarder te doen schijnen. Wellicht wil hij hiermee in verband gebracht hebben de plaatsing naar de ouderdom (hoofdstuk. 43:33) als zou hij ook die kennis aan die beker te danken gehad hebben.
Verschillend wordt dit gezegde uitgelegd. Zijn er sommigen, die het aldus opvatten, alsof Jozef veinst, dat de waarzeggers door hem waren geraadpleegd, om de dief te kennen, anderen vertalen echter: In welke te beproeven hij u beproefd heeft, of te onderzoeken hij u navorst. Anderen, dat de gestolen drinkbeker, als het ware, voor Jozef zelf een ongunstig voorteken was geweest. Mij echter schijnt dat gevoelen het ware te zijn, dat hij de drinkbeker tot voorspellingen en magische kunsten heeft gebruikt, hetgeen hij echter verdicht heeft, om de achterdocht te vermeerderen. Maar nu ontstaat de vraag in hoeverre Jozef zich zodanig een verdichtsel mocht veroorloven. Want behalve, dat hij zich van waarzeggingen niet mocht bedienen, was het ook verkeerd en onwaardig, om de lof, die de goddelijke genade toekomt, op demonische machten over te brengen. Vroeger ontkende hij, bekwaam te zijn, om dromen uit te leggen anders dan wanneer de waarheid van God hem bezielde; nu vergeet hij alle vermelding van Gods Geest. En, wat erger is, zich als een magiër in plaats van een profeet van God voorstellende, ontwijdt hij op Godonterende wijze de gave van de Heilige Geest. Het is dan ook niet te ontkennen, dat hij in deze huichelarij zwaarlijk heeft gezondigd. Ik nu vat het anders op, dat hij namelijk in het begin op alle mogelijke wijze beproefd heeft, God de eer te geven; dat het aan hem volstrekt niet heeft gestaan, dat niet door geheel Egypte bekend was, dat hij niet door magische kunsten, maar door Goddelijke genade in zo grote schranderheid uitblonk. Maar daar de Egyptenaren aan de ijdele kunsten van de magiërs gewend waren, bleef de oude dwaling heersende, zodat zij niet geloofden, dat Jozef een ander was. Ik twijfel niet, of dat gerucht was onder het volk verbreid, ofschoon het door hen bestreden en ontkend werd. Nu echter, daar Jozef zich als een buitengewoon man voor stelt, in één verband vele leugens verbindende, verbreidt hij de valse mening nog meer, onder het volk reeds verspreid, dat hij de voortekenen raadpleegt. Waaruit wij zien, dat, waar een man van de rechte wegen wordt afgetrokken, hij ongemerkt in verschillende zonden valt. Waarom wij ook door dit voorbeeld worden vermaand, om niets toe te laten, dan wat wij weten, dat God goedkeurt.
6. En hij achterhaalde hen, en sprak tot hen deze woorden, die Jozef geboden had.
7. En zij, ten hoogste getroffen door dat verwijt, zeiden tot hem: Waarom spreekt mijnheer zulke woorden? Het zij verre van uw knechten, dat zij zoiets doen zouden. Hebben wij gisteren niet een bewijs van onze eerlijkheid gegeven?
8. Zie het geld, dat wij, na het terugkeren van onze eerste reis, in de mond van onze zakken vonden, hebben wij, uit vrije beweging, tot u uit het land Kanaän teruggebracht, waar wij voor nasporingen geheel veilig waren; hoe zouden wij dan uit het huis van uw heer zilver of goud stelen?
9. Nee! wij kennen ons zo rein van zulk een misdaad, dat wij gerust onze zakken tot onderzoek naar de beker overgeven. Bij wie van uw knechten hij gevonden zal worden, dat hij sterve; en ook zullen wij, de overigen, medeboeten en mijn heer tot slaven zijn!
Bij al hun oprechtheid zijn zij zeer onvoorzichtig. Zij overdrijven zowel in hun verdediging als in hun aanbieding. Niet zozeer willen zij hun recht duidelijk doen uitkomen maar bovenal de ander van zijn onrecht overtuigen.***
10. En hij zei: Dit zij nu ook alzo, naar uw woorden! Wij willen een onderzoek instellen, en de schuldige zal de verdiende straf niet ontgaan; toch zal u om de beker niet meer overkomen dan recht is. Bij wie hij gevonden wordt, die zij mijn slaaf; maar gij, zo velen als gij niet aan de diefstal schuldig zijt, zult onschuldig zijn en zonder straf.
De knecht van Jozef laat de nadruk vallen op “ook,” maar verzacht de straf door alleen degene, bij wie de beker zal gevonden worden, tot slaaf te verklaren. Geheel naar de bedoeling van Jozef.
11. En zij, terwijl zij niet konden vermoeden wat geschieden zou, haastten zich, en een ieder zette zijn zak neer op de aarde, en een ieder opende zijn zak, 1) opdat die onderzocht zou worden.
1) Zij zijn allen ervan overtuigd, dat hier een misverstand heerst, en in het bewustzijn van hun volkomen onschuld, openen zij hun zakken.
12. En hij doorzocht, beginnende, om zich niet te verraden, hoewel hij wist, waar de beker zou gevonden worden, met de grootste, de oudste, en voleindigde met de kleinste, de jongste, en die beker werd gevonden in de zak van Benjamin.
13. Toen scheurden zij, van schrik en ontzetting, hun kleren, zoals hun vader gedaan had, toen zij hem Jozefs rok toezonden (hoofdstuk. 37:34); niet alleen moeten zij Jozefs angsten ondervinden (hoofdstuk. 42:21), maar ook ervaren, welk een schrik zij Jakob bereid hadden; en een ieder man laadde zijn ezel op, en zij keerden weer naar de stad 1) om met Jozef zelf te spreken.
1) Waren zij nog dezelfden geweest als 22 jaar geleden, zo zouden zij zich in hun toestand wel geschikt hebben; zelfs niet zonder vreugde Benjamin hebben achtergelaten en weggetrokken zijn. Tegenover hun vader hadden zij ditmaal een goed geweten gehad; zij konden hem zeggen: “Zie, zo heeft hij, de gij altijd voorgetrokken hebt, gedaan; hij is schuldig aan een lage diefstal geworden, en heeft ons huis geschandvlekt.” Wat zou Jozef in zulk een geval gedaan hebben? Hij had hen zonder twijfel laten gaan, en had slechts zijn vader en Benjamin naar Egypte doen komen. Maar de broeders zijn geheel anders dan vroeger. In dit nieuwe, zware lot erkennen zij, juist omdat zij niet schuldig zijn aan hetgeen, waarvan men hen beticht, het Godsgericht, en omdat nu Benjamin om hunnentwille dit gericht treft, en Gods toorn juist over het hoofd van de onschuldige wordt uitgestort, willen zij hem tot geen prijs aan zijn lot overlaten, maar hem vrij bidden, zelfs al ware het, dat al de anderen in zijn plaats slaven zouden moeten worden.
Zo groot is hun droefheid, zo verpletterd zijn zij, dat zij nu geen enkele klacht aanheffen, geen enkel woord van verontschuldiging meer aanbieden. Zij scheuren hun klederen en buigen het hoofd onder de kastijding van God. Zij voelen het, dat de hand van God hierin merkbaar is, en daarom wensen zij niet anders, dan zich onder die slaande hand te buigen.
II. Gen. 44 vers 14-34
Als de broeders weer voor Jozef verschijnen, die, in angstige verwachting naar de uitslag, thuis gebleven was, werpen zij zich voor hem neer; zij denken er niet aan, hun onschuld te verdedigen, daar zij in deze gebeurtenis de wraak van God voor hun vorige misdaad erkennen. Jozef verklaart, op hun aanbod, dat zij allen zijn knechten willen zijn, slechts hem terug te kunnen houden, bij wie de beker gevonden was. Juda schildert nu met aangrijpende woorden de liefde van de vader voor de jongeling, en de onuitsprekelijke jammer, die door het verlies van de geliefde zoon hem treffen zou; hij bericht, hoe hij zelf voor de knaap borg geworden is, en smeekt nu ook, hem in Benjamins plaats tot slaaf te willen aannemen.
14. En Juda, 1) die voor Benjamin borg gebleven was (hoofdstuk. 43:9), en de op zich genomen plicht getrouw wilde volbrengen, kwam met zijn broeders, toen zij weer in de stad gekomen waren, in het huis van Jozef, want hij was nog zelf aldaar; hij was nog niet naar de plaats van het verkopen gegaan, maar wachtte hen in zijn eigen woning, te midden van zijn beambten; en zij vielen, als wanhopig, voor zijn aangezicht neer ter aarde. 2)
1) “Juda,” niet Ruben, omdat hij toen reeds voor de eerste onder de broeders werd gehouden, of omdat de Heilige Schrijver hiermee nu reeds wil doen uitkomen, dat hij de door God uitverkorene was, om de eerste te zijn.
2) Het was een roerend toneel. Daar zat hij, die gisteravond nog met buitengewone vriendelijkheid hen had ontvangen, een geschenk van hun hand aangenomen, aan zijn dis hen genodigd, en als mild gastheer bejegend. Hoe stroef staat nu zijn gelaat en hoe nors en dreigend ziet zijn blik op hen neer, die thans, als klaarblijkelijk overtuigde misdadigers, aan zijn voeten in het stof terneer gebogen liggen! Hoe krimpt hun hart bij Jozefs verwijt ineen! En Jozef zei tot hen: “Wat daad is dit, die gij gedaan hebt” Hoe kon gij mij dat doen? Welke onzinnigheid tevens! Weet gij niet, dat een man als ik dat zeker vernemen zou?.
15. En Jozef zei tot hen, terwijl zij daar zo lagen: Wat daad is dit, die gij gedaan hebt? Hoe hebt gij het durven doen? Weet gij niet, dat zulk een man, als ik, dat zeker waarnemen 1) zou? Zou ik, die tot de orde van de wijzen in Egypte behoor, en verborgen dingen zie, gelijk gij gisteren hebt kunnen opmerken (hoofdstuk. 43:33) de dief niet vinden?
1) Wij vinden hier weer hetzelfde woord als in vs. 5 (zie Ge 44.5)
16. Toen zei Juda, aan wie zijn gevoel woorden gaf: Wat zullen wij tot mijn heer zeggen? wat zullen wij spreken? en wat of hoe zullen wij ons rechtvaardigen? 1) Wel konden wij verklaren, dat datgene, waarvan gij ons beschuldigt, door ons niet gedaan is; maar wij zien hierin de hand van God, wie wij niet één uit duizend kunnen antwoorden (Job 9:3). God heeft de ongerechtigheid van uw knechten gevonden; 2) hij straft ons heden om een vroegere misdaad en om de zonde van ons hart; onder Zijn hand willen wij ons buigen; zie wij zijn slaven van mijn heer, zowel wij, als hij, in wiens hand de beker gevonden is. 3)
1) Dit is geen verdediging, maar een ontwijkende verontschuldiging. Het enige wat hij kon doen, nu de beker bij hen is gevonden.
2) God, als Rechter, wordt, in de ziel ontdekt in Zijn gestrenge rechtvaardigheid, zodat de ziel hem leert kennen, als die God, die de zonden ordelijk voor ogen zal stellen, die de schuldige geenszins onschuldig zal houden, maar een rechtvaardig vonnis vellen zal over de afwijker en overtreder. Om hem nu geheel te ontbloten, leert hij dat rechtelijke van God zo verstaan, dat hij het moet opgeven, en de billijkheid en betamelijkheid van Gods weg ten volle toestemmen, dat, zal God God blijven, Hij de zonde zonder voldoening niet kan voorbij zien.
Hoewel hij zich nu onschuldig weet, toch zegt zijn geweten hem, dat de Heere hem hiermee vroegere zonde thuis bezoekt. Dit is één van de kenmerken van de ziel, die ontdekt wordt, of ontdekt is aan zichzelf. Door deze woorden leren wij Juda kennen als iemand, die aan zichzelf ontdekt wordt.
3) Vroeger noemden zij zich uit bescheidenheid dienstknechten, nu bieden zij zich hem tot slaven aan. Om de persoon van Benjamin verminderen zij de zaak van de straf. En zo is het een soort van bede om vergiffenis, dat hij hem niet ter doodstraf verwijze, zoals zij in het begin hebben aangeboden.
17. Maar hij, Jozef, zei: het zij verre van mij zulks te doen! Ik handel niet onrechtvaardig, en straf onschuldigen voor de schuldige niet, al zijn zij ook schuldig voor God. De man in wiens hand de beker gevonden is, die zal mijn slaaf zijn; doch trekt gij op in vrede tot uw vader.
18. Toen naderde Juda 1) tot hem, zich van de aarde oprichtende en zei: Och mijn heer! laat toch uw knecht een woord spreken voor de oren van mijn heer; veroorloof mij toch een bede te doen, en laat uw toorn tegen uw knecht niet ontsteken, zodat gij mij verhinderen zou mijn hart voor u te openen; want gij zijt gelijk aan Farao! elk weet wel, dat het even zo goed is, als stond ik hier voor de koning, maar ik mag niet zwijgen, mijn hart dwingt mij het uiterste te beproeven.
1) Juda heeft reeds het zwaarste vermocht en uitgesproken, dat hij en zijn broeders om hun schuld de zwaarste straf waardig zijn. Ondraaglijk is het hem, zonder Benjamin, tot de vader terug te keren; daarom is hij besloten, het harde lot van Benjamin op zich te nemen, en het geluk van zijn familie en zijn vrijheid op te offeren. Deze edelmoedigheid maakt de band van zijn tong los, en voor de eerste maal wordt de rede voor de gestrenge en wondervolle heer vrij en vloeiend. Juda, daar hij uit sterke aandrang van zijn hart spreekt, is moedig; hij heft zich op, en treedt nader tot Jozef. Deze moed is toch, daar zij uit een natuurlijke grond voortkomt, door schone bescheidenheid geadeld. Hij vergeet niet, met wie hij spreekt, maar is zichzelf bewust, dat degene, tegen wiens beslissing hij nog verder waagt te spreken, de plaatsbekleder van Farao, de koning van Egypte is. Daarom vraagt hij ook vooraf verlof tot spreken. En nu volgt in psychologisch (zielkundig) meesterlijk gehouden rede, die zonder kunst en eenvoudig, maar des te schoner en dringender is, gelijk slechts de eenvoud van het hart bewegen kan, een verhaal van de gehele samenhang van de zaak, van welke Luther opmerkt: “Ik zou er wel veel om willen geven, dat ik voor onze Heere God zo kon bidden, als hier Juda voor Jozef bidt”.
19. Mijn heer vroeg, toen wij voor de eerste maal hier waren, zijn knechten, zeggende: Hebt gij een vader of broeder? (zie “Ge 43.7)
20. Zo zeiden wij tot mijn heer: Wij hebben een oude vader, en een jongeman 1) van de ouderdom, een jonge broeder, die, toen onze vader reeds oud was, hem geboren is, de kleinste, wiens broeder dood is, en hij is alleen van zijn moeder, de geliefde vrouw van onze vader, overgebleven, en zijn vader heeft hem lief met een bijzondere liefde.
1) Jongemannen werden in de oude tijd doorgaans genoemd, die hun veertigste jaar nog niet bereikt hadden.
21. Toen zeide gij tot uw knechten: a) Brengt hem mee tot mij, dat ik mijn oog op hem sla! 1)
a) Genesis 42:15
1) “Dat ik mijn oog op hem sla” betekent: dat ik hem gunst bewijze. (Jeremia. 39:12; 40:4).
22. En wij zeiden tot mijn heer: Die jongeman zal zijn vader niet kunnen verlaten, indien hij zijn vader verlaat, zo zal hij sterven. 1)
1) Hierdoor wordt verklaard, waarom Jozef hen drie dagen in de gevangenis gehouden heeft (hoofdstuk. 42:17); zij hadden geweigerd Benjamin te halen. Ook zijn zij slechts door Jozefs uitdrukkelijk verlangen en door de belofte, dat hij hem met welwillendheid zou opnemen (dat ik mijn ogen op hem sla” zie Jer.38:12 enz. ), waaraan Juda hem, als aan een belofte herinnert, en door de hongersnood er eindelijk toe gekomen, de jongste broeder mee te brengen. Dat had een zware strijd bij de vader gekost. Uit het aanhalen van Jakob’s woorden, welke hij in vs.27-29 inlast, blijkt, hoe zij thans de bijzondere plaats van Rachel en haar zonen in het hart van Jakob billijken.
23. Toen zeide gij tot uw knechten: a) Indien uw kleinste broeder met u niet meekomt, zo zult gij mijn aangezicht niet meer zien.
a) Genesis 43:3,5
24. En het is geschied, als wij tot uw knecht; mijn vader, opgetrokken zijn, a) en wij hem de woorden van mijn heer verhaald hebben.
a) Genesis 42:29 vv.
25. En dat onze vader, toen de voorraad, die wij uit Egypte gebracht hadden, verteerd was, gezegd heeft: a) Keer terug, koopt ons een weinig spijze.
a) Genesis 43:1 vv.
26. Zo hebben wij gezegd: Wij zullen niet mogen vertrekken, indien onze kleinste broeder bij ons is, zo zullen wij vertrekken, want wij zullen het aangezicht van die man niet mogen zien, zo onze kleinste broeder niet bij ons is.
27. Toen zei uw knecht, mijn vader, tot ons: Gij weet, dat er mij mijn vrouw 1) Rachel twee gebaard heeft.
1) Rachel was eigenlijk voor Jakob zijn vrouw. Dat komt ook hier zo treffend uit.
28. En de een is van mij uitgegaan, a) en ik heb gezegd, beter: Ik moest zeggen: Voorwaar, hij is gewis verscheurd geworden! en, wat er ook met hem moge geschied zijn, ik heb hem niet gezien tot nu toe. 1)
a) Genesis 37:33
1) “Niet gezien tot nu toe.” Er is bij Jakob nog altijd geloof en hoop, dat hij Jozef nog eens zal zien, al is dat geloof en die hoop zwak.
29. Indien gij nu deze ook van mijn aangezicht wegneemt, en hem een verderf ontmoette, a) zo zou gij mijn grauwe haar met jammer ten grave doen neerdalen.
a) Genesis 42:38
30. Nu dan, als ik tot uw knecht, mijn vader, kome, en de jongeman is niet bij ons, (alzo zijn ziel aan de ziel van deze gebonden is). 1)
1) Een gewone uitdrukking voor, wat wij zeggen, dat iemands ziel geheel hangt aan die van een ander.
31. Zo zal het geschieden, als hij ziet dat de jongeman er niet is, dat hij sterven zal, en uw knechten zullen het grauwe haar van uw knecht, onze vader, met droefenis ten grave doen neerdalen.
32. Die jammer kan ik het allerminst aanzien; want uw knecht is voor deze jongeman borg bij mijn vader gebleven, zeggende: a) zo ik hem tot u niet terugbreng, zo zal ik tegen mijn vader alle dagen gezondigd hebben.
a) Genesis 43:9
Geheel de adel van dat fier en hoog en toch zo week en teder gemoed, spreekt zich in die weinige woorden uit. Hij kon ook vroeger het lijden van zijn broeder Jozef niet aanzien, hij kon op het gezicht van Thamar’s trouwe liefde voor deze de belijdenis van eigen schuld niet terughouden; en nu, bij de voorstelling van hetgeen zijn oude vader door Benjamins gemis zou lijden, krimpt zijn hart ineen, en hoort gij het aan het trillen van zijn stem, dat zijn gevoelvol hart reeds bij de gedachte daaraan schreit.
33. Nu dan, laat toch mij uw knecht, voor deze jongeman slaaf van mijn heer blijven, 1) en laat daarvoor de jongeman met zijn broeders optrekken!
1) Wel is Juda de vader naar het vlees van de grote Borg en Zaligmaker, die zichzelf gegeven heeft, niet om on-, maar om doodschuldigen te redden. De Heilige Geest doet hier in Juda als type zien, wat Christus Jezus eenmaal volkomen zal zijn en doen. Want niet, omdat Juda hier optreedt als borg voor zijn broeder, wordt hij straks door Jakob als de eerstgeborene gezegend, maar, omdat naar Gods eeuwige vredesraad, uit Juda de Christus, zoveel het vlees aangaat, zou voortkomen, geeft de Heere God in hem, aan de Kerk in die dagen, een voorbeeld van de grote Hogepriester en Borg.
Gelijk Benjamin veilig was onder Juda’s vleugels, zo is geheel de Gemeente veilig onder de vleugels van de Meerdere van Juda.
34. Want hoe zou ik optrekken tot mijn vader, indien de jongeman niet met mij was? opdat ik de jammer niet zie, welke mijn vader overkomen zou. 1)
1) Gelijk Juda hier Benjamin in de tijd van nood niet verlaat, zo verlaat ook later de stam van Benjamin de stam van Juda niet in de zwaarste tijd, toen alle overige stammen hem verlieten. (1 Kon.12).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel