Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen Jakob zag, dat er koren in Egypte was, zo zeide Jakob tot zijn zonen: Waarom ziet gij op elkander?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen JakobH3290zagH7200, datH3588 er korenH7668 in EgypteH4714 was, zo zeideH559JakobH3290 tot zijn zonenH1121: WaaromH4100 ziet gij op elkander?Toen Jakob zag, dat er koren in Egypte was, zo zeide Jakob tot zijn zonen: Waarom ziet gij op elkander?
KJVNow when Jacob2saw1that there was4corn5in Egypt,6Jacob8said7unto his sons,9Why do ye look
1וַיַּ֣רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2יַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob3כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4יֶשׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest5שֶׁ֖בֶרH7668koren, leeftochtcorn, victuals6בְּמִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim7וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8יַעֲקֹב֙H3290Jakob, JakobsJacob9לְבָנָ֔יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10לָ֖מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why11תִּתְרָאֽוּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
2Voorts zeide hij: Ziet, ik heb gehoord, dat er koren in Egypte is; trekt daarhenen af, en koopt ons koren van daar, opdat wij leven en niet sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Voorts zeideH559 hij: ZietH2009, ik heb gehoordH8085, datH3588 er korenH7668 in EgypteH4714 is; trektH8033 daarhenen af, en kooptH7666 ons koren van daar, opdat wij levenH2421 en nietH3808stervenH4191.Voorts zeide hij: Ziet, ik heb gehoord, dat er koren in Egypte is; trekt daarhenen af, en koopt ons koren van daar, opdat wij leven en niet sterven.
KJVAnd he said,1Behold, I have heard3that there is5corn6in Egypt:7get you down8thither, and buy10for us from thence; that we may live,13and not die.
1וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see3שָׁמַ֔עְתִּיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5יֶשׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest6שֶׁ֖בֶרH7668koren, leeftochtcorn, victuals7בְּמִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8רְדוּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down9שָׁ֨מָּה֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10וְשִׁבְרוּH7666kopen, koopt, verkochtbuy, sell11לָ֣נוּ12מִשָּׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither13וְנִחְיֶ֖הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole14וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15נָמֽוּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
3Toen togen Jozefs tien broederen af, om koren uit Egypte te kopen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Toen togenH3381JozefsH3130tienH6235broederenH251 af, om korenH1250 uit EgypteH4714 te kopenH7666.Toen togen Jozefs tien broederen af, om koren uit Egypte te kopen.
4Doch Benjamin, Jozefs broeder, zond Jakob niet met zijn broederen; want hij zeide: Opdat hem niet misschien het verderf ontmoete!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Doch BenjaminH1144, JozefsH3130broederH251, zondH7971JakobH3290nietH3808metH854 zijn broederenH251; wantH3588 hij zeideH559: Opdat hem niet misschien het verderfH611ontmoeteH7122!Doch Benjamin, Jozefs broeder, zond Jakob niet met zijn broederen; want hij zeide: Opdat hem niet misschien het verderf ontmoete!
KJVBut Benjamin,2Joseph's4brother,3Jacob7sent6not with his brethren;9for he said,11Lest peradventure12mischief14befall him.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2בִּנְיָמִין֙H1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin3אֲחִ֣יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4יוֹסֵ֔ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)5לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6שָׁלַ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)7יַעֲקֹ֖בH3290Jakob, JakobsJacob8אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix9אֶחָ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'10כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11אָמַ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not13יִקְרָאֶ֖נּוּH7122wedervaren, geval, ontmoettebefall, (by) chance, (cause to) come (upon), fall out, happen, meet14אָסֽוֹןH611verderfmischief
5Alzo kwamen Israels zonen om te kopen onder degenen, die daar kwamen; want de honger was in het land Kanaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Alzo kwamen IsraelsH3478zonenH1121 om te kopenH7666 onder degenen, die daar kwamenH935; wantH3588 de hongerH7458wasH1961 in het landH776KanaanH3667.Alzo kwamen Israels zonen om te kopen onder degenen, die daar kwamen; want de honger was in het land Kanaan.
KJVAnd the sons2of Israel3came1to buy4corn among5those that came:6for the famine9was in the land10of Canaan.
1וַיָּבֹ֨אוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4לִשְׁבֹּ֖רH7666kopen, koopt, verkochtbuy, sell5בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)6הַבָּאִ֑יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8הָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9הָרָעָ֖בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger10בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11כְּנָֽעַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick
6Jozef nu was regent over dat land; hij verkocht aan al het volk des lands; en Jozefs broederen kwamen, en bogen zich voor hem, met de aangezichten ter aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6JozefH3130 nu was regentH7989overH5921 dat landH776; hijH1931verkochtH7666 aan alH3605 het volkH5971 des landsH776; en JozefsH3130broederenH251kwamenH935, en bogenH7812 zich voor hem, met de aangezichtenH639 ter aardeH776.Jozef nu was regent over dat land; hij verkocht aan al het volk des lands; en Jozefs broederen kwamen, en bogen zich voor hem, met de aangezichten ter aarde.
KJVAnd Joseph1was the governor3over the land,5and he it was that sold7to all the people9of the land:10and Joseph's13brethren12came,11and bowed down14themselves before him with their faces16to the earth.
1וְיוֹסֵ֗ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)2ה֚וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3הַשַּׁלִּ֣יטH7989heerschappers, heerschappij, overstengovernor, mighty, that hath power, ruler4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7הַמַּשְׁבִּ֖ירH7666kopen, koopt, verkochtbuy, sell8לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9עַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11וַיָּבֹ֨אוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12אֲחֵ֣יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'13יוֹסֵ֔ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)14וַיִּשְׁתַּֽחֲווּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship15ל֥וֹ16אַפַּ֖יִםH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath17אָֽרְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
7Als Jozef zijn broederen zag, zo kende hij hen; maar hij hield zich vreemd jegens hen, en sprak hard met hen, en zeide tot hen: Van waar komt gij? En zij zeiden: Uit het land Kanaan; om spijze te kopen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Als JozefH3130 zijn broederenH251zagH7200, zo kendeH5234 hij hen; maar hij hield zich vreemdH5234jegensH413 hen, en sprakH1696hardH7186metH854 hen, en zeideH559 tot hen: Van waar komtH935 gij? En zij zeidenH559: Uit het landH776KanaanH3667; om spijzeH400 te kopenH7666.Als Jozef zijn broederen zag, zo kende hij hen; maar hij hield zich vreemd jegens hen, en sprak hard met hen, en zeide tot hen: Van waar komt gij? En zij zeiden: Uit het land Kanaan; om spijze te kopen.
KJVAnd Joseph2saw1his brethren,4and he knew5them, but made himself strange6unto them, and spake8roughly10unto them; and he said11unto them, Whence13come14ye? And they said,15From the land16of Canaan17to buy18food.
1וַיַּ֥רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2יוֹסֵ֛ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֶחָ֖יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'5וַיַּכִּרֵ֑םH5234kennen, kende, kentacknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly)6וַיִּתְנַכֵּ֨רH5234kennen, kende, kentacknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly)7אֲלֵיהֶ֜םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8וַיְדַבֵּ֧רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work9אִתָּ֣םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10קָשׁ֗וֹתH7186hard, harde, hardenchurlish, cruel, grievous, hard((-hearted), thing), heavy, [phrase] impudent, obstinate, prevailed, rough(-ly), sore, sorrowful, stiff(necked), stubborn, [phrase] in trouble11וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12אֲלֵהֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13מֵאַ֣יִןH370vanwaar?whence, where14בָּאתֶ֔םH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17כְּנַ֖עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick18לִשְׁבָּרH7666kopen, koopt, verkochtbuy, sell19אֹֽכֶלH400spijze, spijs, eteneating, food, meal(-time), meat, prey, victuals
8Jozef dan kende zijn broederen; maar zij kenden hem niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8JozefH3130 dan kendeH5234 zijn broederenH251; maar zijH1992kendenH5234 hem nietH3808.Jozef dan kende zijn broederen; maar zij kenden hem niet.
KJVAnd Joseph2knew1his brethren,4but they knew
1וַיַּכֵּ֥רH5234kennen, kende, kentacknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly)2יוֹסֵ֖ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֶחָ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'5וְהֵ֖םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye6לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7הִכִּרֻֽהוּH5234kennen, kende, kentacknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly)
9Toen gedacht Jozef aan de dromen, die hij van hen gedroomd had; en hij zeide tot hen: Gij zijt verspieders, gij zijt gekomen om te bezichtigen, waar het land bloot is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen gedachtH2142JozefH3130 aan de dromenH2472, dieH834 hij van hen gedroomdH2492 had; en hij zeideH559totH413 hen: Gij zijt verspiedersH7270, gijH859 zijt gekomenH935 om te bezichtigenH7200, waar het landH776blootH6172 is.Toen gedacht Jozef aan de dromen, die hij van hen gedroomd had; en hij zeide tot hen: Gij zijt verspieders, gij zijt gekomen om te bezichtigen, waar het land bloot is.
KJVAnd Joseph2remembered1the dreams4which he dreamed6of them, and said8unto them, Ye are spies;10to see12the nakedness14of the land15ye are come.
1וַיִּזְכֹּ֣רH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2יוֹסֵ֔ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַחֲלֹמ֔וֹתH2472droom, dromen, droomsdream(-er)5אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6חָלַ֖םH2492gedroomd, droomde, dromen(cause to) dream(-er), be in good liking, recover7לָהֶ֑ם8וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9אֲלֵהֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10מְרַגְּלִ֣יםH7270verspieders, verspieden, achterklaptbackbite, search, slander, (e-) spy (out), teach to go, view11אַתֶּ֔םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12לִרְא֛וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14עֶרְוַ֥תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)15הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16בָּאתֶֽםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
10En zij zeiden tot hem: Neen, mijn heer! maar uw knechten zijn gekomen, om spijze te kopen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En zij zeidenH559totH413 hem: NeenH3808, mijn heerH113! maar uw knechtenH5650 zijn gekomenH935, om spijzeH400 te kopenH7666.En zij zeiden tot hem: Neen, mijn heer! maar uw knechten zijn gekomen, om spijze te kopen.
KJVAnd they said1unto him, Nay, my lord,4but to buy7food8are thy servants5come.
1וַיֹּאמְר֥וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אֲדֹנִ֑יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'5וַעֲבָדֶ֥יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant6בָּ֖אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7לִשְׁבָּרH7666kopen, koopt, verkochtbuy, sell8אֹֽכֶלH400spijze, spijs, eteneating, food, meal(-time), meat, prey, victuals
11Wij allen zijn eens mans zonen; wij zijn vroom; uw knechten zijn geen verspieders.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Wij allenH3605 zijn eens mansH376zonenH1121; wij zijn vroomH3651; uw knechtenH5650 zijn geenH3808verspiedersH7270.Wij allen zijn eens mans zonen; wij zijn vroom; uw knechten zijn geen verspieders.
KJVWe5are all one4man's3sons;2we are true6men, thy servants10are no spies.
1כֻּלָּ֕נוּH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,5נָ֑חְנוּH5168gemakkelijk overvallenwe6כֵּנִ֣יםH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you7אֲנַ֔חְנוּH587wijourselves, us, we8לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9הָי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10עֲבָדֶ֖יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant11מְרַגְּלִֽיםH7270verspieders, verspieden, achterklaptbackbite, search, slander, (e-) spy (out), teach to go, view
12En hij zeide tot hen: Neen, maar gij zijt gekomen, om te bezichtigen, waar het land bloot is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En hij zeideH559totH413 hen: NeenH3808, maarH3588 gij zijt gekomenH935, om te bezichtigenH7200, waar het landH776blootH6172 is.En hij zeide tot hen: Neen, maar gij zijt gekomen, om te bezichtigen, waar het land bloot is.
KJVAnd he said1unto them, Nay, but to see8the nakedness5of the land6ye are come.
1וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3לֹ֕אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5עֶרְוַ֥תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)6הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7בָּאתֶ֥םH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8לִרְאֽוֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
13En zij zeiden: Wij, uw knechten, waren twaalf gebroeders, eens mans zonen, in het land Kanaan; en zie, de kleinste is heden bij onzen vader; doch de een is niet meer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En zij zeidenH559: Wij, uw knechtenH5650, waren twaalfH8147gebroedersH251, eens mansH376zonenH1121, in het landH776KanaanH3667; en zieH2009, de kleinsteH6996 is hedenH3117bijH854 onzen vaderH1; doch de eenH259 is nietH369 meer.En zij zeiden: Wij, uw knechten, waren twaalf gebroeders, eens mans zonen, in het land Kanaan; en zie, de kleinste is heden bij onzen vader; doch de een is niet meer.
KJVAnd they said,1Thy servants4are twelve2brethren,5the sons7of one9man8in the land10of Canaan;11and, behold, the youngest13is this day16with our father,15and one
1וַיֹּאמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁנֵ֣יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3עָשָׂר֩H6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)4עֲבָדֶ֨יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5אַחִ֧יםH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'6אֲנַ֛חְנוּH587wijourselves, us, we7בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11כְּנָ֑עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick12וְהִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see13הַקָּטֹ֤ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)14אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix15אָבִ֨ינוּ֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17וְהָאֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,18אֵינֶֽנּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)
14Toen zeide Jozef tot hen: Dat is het, wat ik tot u gesproken heb, zeggende: Gij zijt verspieders!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen zeideH559JozefH3130totH413 hen: Dat is hetH1931, watH834 ik totH413 u gesprokenH1696 heb, zeggendeH559: GijH859 zijt verspiedersH7270!Toen zeide Jozef tot hen: Dat is het, wat ik tot u gesproken heb, zeggende: Gij zijt verspieders!
KJVAnd Joseph3said1unto them, That is it that I spake6unto you, saying,8Ye are spies:
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶ֖םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יוֹסֵ֑ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)4ה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6דִּבַּ֧רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7אֲלֵכֶ֛םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8לֵאמֹ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9מְרַגְּלִ֥יםH7270verspieders, verspieden, achterklaptbackbite, search, slander, (e-) spy (out), teach to go, view10אַתֶּֽםH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you
15Hierin zult gij beproefd worden: zo waarlijk als Farao leeft! indien gij van hier zult uitgaan, tenzij dan, wanneer uw kleinste broeder herwaarts zal gekomen zijn!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Hierin zult gij beproefdH974 worden: zo waarlijk als FaraoH6547leeftH2416! indienH518 gij van hierH2088 zult uitgaanH3318, tenzijH3588 dan, wanneer uw kleinsteH6996broederH251herwaartsH2008 zal gekomenH935 zijn!Hierin zult gij beproefd worden: zo waarlijk als Farao leeft! indien gij van hier zult uitgaan, tenzij dan, wanneer uw kleinste broeder herwaarts zal gekomen zijn!
KJVHereby1ye shall be proved:2By the life3of Pharaoh4ye shall not go forth6hence, except your youngest12brother11come
1בְּזֹ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2תִּבָּחֵ֑נוּH974proeft, beproefd, beproeftexamine, prove, tempt, try (trial)3חֵ֤יH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop4פַרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh5אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet6תֵּצְא֣וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7מִזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8כִּ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10בְּב֛וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11אֲחִיכֶ֥םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'12הַקָּטֹ֖ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)13הֵֽנָּהH2008herwaarts, hierheenhere, hither(-to), now, on this (that) side, [phrase] since, this (that) way, thitherward, [phrase] thus far, to...fro, [phrase] yet
16Zendt een uit u, die uw broeder hale; maar weest gijlieden gevangen, en uw woorden zullen beproefd worden, of de waarheid bij u zij; en indien niet, zo waarlijk als Farao leeft, zo zijt gij verspieders!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16ZendtH7971eenH259uitH4480 u, die uw broederH251haleH3947; maarH3588 weest gijliedenH859gevangenH631, en uw woordenH1697 zullen beproefdH974 worden, of de waarheidH571bijH854 u zij; en indien nietH3808, zoH518 waarlijk als FaraoH6547leeftH2416, zo zijt gijH859verspiedersH7270!Zendt een uit u, die uw broeder hale; maar weest gijlieden gevangen, en uw woorden zullen beproefd worden, of de waarheid bij u zij; en indien niet, zo waarlijk als Farao leeft, zo zijt gij verspieders!
KJVSend1one3of you, and let him fetch4your brother,6and ye shall be kept in prison,8that your words10may be proved,9whether there be any truth11in12you: or else14by the life15of Pharaoh16surely ye are spies.
1שִׁלְח֨וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2מִכֶּ֣םH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with3אֶחָד֮H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,4וְיִקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֲחִיכֶם֒H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'7וְאַתֶּם֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8הֵאָ֣סְר֔וּH631gebonden, verbonden, bindenbind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie9וְיִבָּֽחֲנוּ֙H974proeft, beproefd, beproeftexamine, prove, tempt, try (trial)10דִּבְרֵיכֶ֔םH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11הַֽאֱמֶ֖תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity12אִתְּכֶ֑םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix13וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet14לֹ֕אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15חֵ֣יH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop16פַרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh17כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18מְרַגְּלִ֖יםH7270verspieders, verspieden, achterklaptbackbite, search, slander, (e-) spy (out), teach to go, view19אַתֶּֽםH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you
17En hij zette hen samen drie dagen in bewaring.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En hij zetteH622 hen samen drieH7969dagenH3117 in bewaringH4929.En hij zette hen samen drie dagen in bewaring.
KJVAnd he put them all together1into ward4three5days.
1וַיֶּאֱסֹ֥ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw2אֹתָ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מִשְׁמָ֖רH4929wacht, bewaring, wachtendiligence, guard, office, prison, ward, watch5שְׁלֹ֥שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)6יָמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
18En ten derden dage zeide Jozef tot hen: Doet dit, zo zult gij leven; ik vrees God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En ten derdenH7992dageH3117zeideH559JozefH3130totH413 hen: DoetH6213ditH2063, zo zult gij levenH2421; ikH589vreesH3373GodH430.En ten derden dage zeide Jozef tot hen: Doet dit, zo zult gij leven; ik vrees God.
KJVAnd Joseph3said1unto them the third5day,4This do,7and live;8for I fearGod:
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶ֤םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יוֹסֵף֙H3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)4בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5הַשְּׁלִישִׁ֔יH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)6זֹ֥אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus7עֲשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8וִֽחְי֑וּH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who12יָרֵֽאH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
19Zo gij vroom zijt, zo zij een uwer broederen gebonden in het huis uwer bewaring; en gaat gij heen, brengt het koren voor den honger uwer huizen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Zo gijH859vroomH3651 zijt, zo zij eenH259 uwer broederenH251gebondenH631 in het huisH1004 uwer bewaringH4929; en gaatH3212gijH859 heen, brengtH935 het korenH7668 voor den hongerH7459 uwer huizenH1004.Zo gij vroom zijt, zo zij een uwer broederen gebonden in het huis uwer bewaring; en gaat gij heen, brengt het koren voor den honger uwer huizen.
KJVIf ye be true2men, let one5of your brethren4be bound6in the house7of your prison:8go10ye, carry11corn12for the famine13of your houses:
1אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2כֵּנִ֣יםH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3אַתֶּ֔םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you4אֲחִיכֶ֣םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'5אֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,6יֵאָסֵ֖רH631gebonden, verbonden, bindenbind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie7בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8מִשְׁמַרְכֶ֑םH4929wacht, bewaring, wachtendiligence, guard, office, prison, ward, watch9וְאַתֶּם֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10לְכ֣וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak11הָבִ֔יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12שֶׁ֖בֶרH7668koren, leeftochtcorn, victuals13רַעֲב֥וֹןH7459honger, hongersfamine14בָּתֵּיכֶֽםH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
20En brengt uw kleinsten broeder tot mij, zo zullen uw woorden waargemaakt worden; en gij zult niet sterven. En zij deden alzo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En brengtH935 uw kleinstenH6996broederH251totH413 mij, zo zullen uw woordenH1697waargemaaktH539 worden; en gij zult nietH3808stervenH4191. En zij dedenH6213 alzo.En brengt uw kleinsten broeder tot mij, zo zullen uw woorden waargemaakt worden; en gij zult niet sterven. En zij deden alzo.
KJVBut bring4your youngest3brother2unto me; so shall your words7be verified,6and ye shall not die.9And they did
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2אֲחִיכֶ֤םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'3הַקָּטֹן֙H6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)4תָּבִ֣יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5אֵלַ֔יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6וְיֵאָמְנ֥וּH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right7דִבְרֵיכֶ֖םH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תָמ֑וּתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise10וַיַּעֲשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11כֵֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
21Toen zeiden zij de een tot den ander: Voorwaar, wij zijn schuldig aan onzen broeder, wiens benauwdheid der ziele wij zagen, toen hij ons om genade bad; maar wij hoorden niet! daarom komt deze benauwdheid over ons.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Toen zeidenH559 zij de een totH413 den anderH251: VoorwaarH61, wij zijn schuldigH818 aan onzen broederH251, wiens benauwdheidH6869 der zieleH5315 wij zagenH7200, toen hij ons om genadeH2603 bad; maar wij hoordenH8085nietH3808! daaromH3651komtH935dezeH2063benauwdheidH6869overH5921 ons.Toen zeiden zij de een tot den ander: Voorwaar, wij zijn schuldig aan onzen broeder, wiens benauwdheid der ziele wij zagen, toen hij ons om genade bad; maar wij hoorden niet! daarom komt deze benauwdheid over ons.
KJVAnd they said1one2to another,4We are verily5guilty6concerning our brother,9in that10we saw11the anguish12of his soul,13when he besought14us, and we would not hear;17therefore is this distress22come
1וַיֹּאמְר֞וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אָחִ֗יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'5אֲבָל֮H61Voorwaar, Zekerlijkbut, indeed, nevertheless, verily6אֲשֵׁמִ֣יםH818schuldig, schuldigeone which is faulty, guilty7אֲנַחְנוּ֮H587wijourselves, us, we8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9אָחִינוּ֒H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'10אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11רָאִ֜ינוּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12צָרַ֥תH6869benauwdheid, benauwdheden, noodadversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble13נַפְשׁ֛וֹH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it14בְּהִתְחַֽנְנ֥וֹH2603genadig, wees genadig, ontfermtbeseech, [idiom] fair, (be, find, shew) favour(-able), be (deal, give, grant (gracious(-ly), intreat, (be) merciful, have (shew) mercy (on, upon), have pity upon, pray, make supplication, [idiom] very15אֵלֵ֖ינוּH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17שָׁמָ֑עְנוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19כֵּן֙H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you20בָּ֣אָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way21אֵלֵ֔ינוּH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)22הַצָּרָ֖הH6869benauwdheid, benauwdheden, noodadversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble23הַזֹּֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
22En Ruben antwoordde hun, zeggende: Heb ik het tot u niet gezegd, toen ik zeide: Zondigt niet aan dezen jongeling! maar gij hoordet niet; en ook zijn bloed, ziet, het wordt gezocht!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En RubenH7205antwoorddeH6030 hun, zeggendeH559: Heb ik het tot u niet gezegdH559, toen ik zeideH559: ZondigtH2398 niet aan dezen jongelingH3206! maar gij hoordetH8085 niet; en ookH1571 zijn bloedH1818, zietH2009, het wordt gezochtH1875!En Ruben antwoordde hun, zeggende: Heb ik het tot u niet gezegd, toen ik zeide: Zondigt niet aan dezen jongeling! maar gij hoordet niet; en ook zijn bloed, ziet, het wordt gezocht!
KJVAnd Reuben2answered1them, saying,4Spake I6not unto you, saying,8Do not sin10against the child;11and ye would not hear?13therefore, behold, also his blood15is required.
1וַיַּעַן֩H6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2רְאוּבֵ֨ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben3אֹתָ֜םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5הֲלוֹא֩H3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6אָמַ֨רְתִּיH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֲלֵיכֶ֧םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8לֵאמֹ֛רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than10תֶּחֶטְא֥וּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass11בַיֶּ֖לֶדH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)12וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13שְׁמַעְתֶּ֑םH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness14וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea15דָּמ֖וֹH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent16הִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see17נִדְרָֽשׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely
23En zij wisten niet, dat het Jozef hoorde; want daar was een taalman tussen hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En zijH1992wistenH3045nietH3808, datH3588 het JozefH3130hoordeH8085; wantH3588 daar was een taalmanH3887tussenH996 hen.En zij wisten niet, dat het Jozef hoorde; want daar was een taalman tussen hen.
KJVAnd they knew3not that Joseph6understood5them; for he spake unto them by an interpreter.
1וְהֵם֙H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye2לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יָֽדְע֔וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot4כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5שֹׁמֵ֖עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6יוֹסֵ֑ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)7כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8הַמֵּלִ֖יץH3887spotter, spotters, bespotambassador, have in derision, interpreter, make a mock, mocker, scorn(-er, -ful), teacher9בֵּינֹתָֽםH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within
24Toen wendde hij zich om, van hen af, en weende; daarna keerde hij weder tot hen, en sprak tot hen, en nam Simeon van hen, en bond hem voor hun ogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Toen wenddeH5437 hij zich om, van hen af, en weendeH1058; daarna keerdeH7725 hij weder tot hen, en sprakH1696 tot hen, en namH3947SimeonH8095vanH854 hen, en bondH631 hem voor hun ogenH5869.Toen wendde hij zich om, van hen af, en weende; daarna keerde hij weder tot hen, en sprak tot hen, en nam Simeon van hen, en bond hem voor hun ogen.
KJVAnd he turned himself about1from them, and wept;3and returned to them again,4and communed6with them, and took8from them Simeon,11and bound12him before their eyes.
1וַיִּסֹּ֥בH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)2מֵֽעֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3וַיֵּ֑בְךְּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep4וַיָּ֤שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw5אֲלֵהֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8וַיִּקַּ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win9מֵֽאִתָּם֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11שִׁמְע֔וֹןH8095Simeon, JudaSimeon12וַיֶּאֱסֹ֥רH631gebonden, verbonden, bindenbind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie13אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14לְעֵינֵיהֶֽםH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
25En Jozef gebood, dat men hun zakken met koren vullen zou, en dat men hun geld wederkeerde, een iegelijk in zijn zak, en dat men hun teerkost gave tot den weg; en men deed hun alzo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En JozefH3130geboodH6680, dat men hun zakkenH3627 met korenH1250vullenH4390 zou, en dat men hun geldH3701wederkeerdeH7725, een iegelijkH376 in zijn zakH8242, en dat men hun teerkostH6720gaveH5414totH413 den wegH1870; en men deedH6213 hun alzoH3651.En Jozef gebood, dat men hun zakken met koren vullen zou, en dat men hun geld wederkeerde, een iegelijk in zijn zak, en dat men hun teerkost gave tot den weg; en men deed hun alzo.
KJVThen Joseph2commanded1to fill3their sacks5with corn,6and to restore7every man's9money8into his sack,11and to give12them provision14for the way:15and thus18did he
1וַיְצַ֣וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2יוֹסֵ֗ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3וַיְמַלְא֣וּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כְּלֵיהֶם֮H3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever6בָּר֒H1250korencorn, wheat7וּלְהָשִׁ֤יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8כַּסְפֵּיהֶם֙H3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)9אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11שַׂקּ֔וֹH8242zak, zakken, zakssack(-cloth, -clothes)12וְלָתֵ֥תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13לָהֶ֛ם14צֵדָ֖הH6720teerkost, reiskost, teringmeat, provision, venison, victuals15לַדָּ֑רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)16וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17לָהֶ֖ם18כֵּֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
26En zij laadden hun koren op hun ezels, en togen van daar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En zij laaddenH5375 hun korenH7668opH5921 hun ezelsH2543, en togenH3212 van daarH8033.En zij laadden hun koren op hun ezels, en togen van daar.
KJVAnd they laded1their asses5with the corn,3and departed
1וַיִּשְׂא֥וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שִׁבְרָ֖םH7668koren, leeftochtcorn, victuals4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5חֲמֹרֵיהֶ֑םH2543ezel, ezelen, ezels(he) ass6וַיֵּלְכ֖וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7מִשָּֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
27Toen een zijn zak opendeed, om zijn ezel voeder te geven in de herberg, zo zag hij zijn geld; want ziet, het was in den mond van zijn zak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Toen eenH259 zijn zak opendeedH6605, om zijn ezelH2543voederH4554 te gevenH5414 in de herbergH4411, zo zagH7200 hij zijn geldH3701; want zietH2009, hetH1931 was in den mondH6310 van zijn zak.Toen een zijn zak opendeed, om zijn ezel voeder te geven in de herberg, zo zag hij zijn geld; want ziet, het was in den mond van zijn zak.
Ook in dit vers
zakH572
zakH8242
KJVAnd as one2of them opened1his sack4to give5his ass7provender6in the inn,8he espied9his money;11for, behold, it was in his sack's15mouth.
1וַיִּפְתַּ֨חH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent2הָאֶחָ֜דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4שַׂקּ֗וֹH8242zak, zakken, zakssack(-cloth, -clothes)5לָתֵ֥תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6מִסְפּ֛וֹאH4554voeder, voedersprovender7לַחֲמֹר֖וֹH2543ezel, ezelen, ezels(he) ass8בַּמָּל֑וֹןH4411herberg, nachtleger, houden vernachtinginn, place where...lodge, lodging (place)9וַיַּרְא֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כַּסְפּ֔וֹH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)12וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see13ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14בְּפִ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word15אַמְתַּחְתּֽוֹH572zak, zakkensack
28En hij zeide tot zijn broederen: Mijn geld is wedergekeerd; daartoe ook, ziet, het is in mijn zak! Toen ontging hun het hart, en zij verschrikten, de een tot den ander zeggende: Wat is dit, dat ons God gedaan heeft?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En hij zeideH559totH413 zijn broederenH251: Mijn geldH3701 is wedergekeerdH7725; daartoe ookH1571, zietH2009, het is in mijn zakH572! Toen ontgingH3318 hun het hartH3820, en zij verschriktenH2729, de een totH413 den anderH251zeggendeH559: WatH4100 is ditH2063, dat ons GodH430gedaanH6213 heeft?En hij zeide tot zijn broederen: Mijn geld is wedergekeerd; daartoe ook, ziet, het is in mijn zak! Toen ontging hun het hart, en zij verschrikten, de een tot den ander zeggende: Wat is dit, dat ons God gedaan heeft?
KJVAnd he said1unto his brethren,3My money5is restored;4and, lo,7it is even in my sack:8and their heart10failed9them, and they were afraid,11saying15one12to another,14What is this that God19hath done
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֶחָיו֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4הוּשַׁ֣בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw5כַּסְפִּ֔יH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)6וְגַ֖םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea7הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see8בְאַמְתַּחְתִּ֑יH572zak, zakkensack9וַיֵּצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10לִבָּ֗םH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom11וַיֶּֽחֶרְד֞וּH2729verschrikken, verschrikte, bevendebe (make) afraid, be careful, discomfit, fray (away), quake, tremble12אִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14אָחִיו֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'15לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why17זֹּ֛אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus18עָשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use19אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty20לָֽנוּ
29En zij kwamen in het land Kanaan, tot Jakob, hun vader; en zij gaven hem te kennen al hun wedervaren, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En zij kwamenH935 in het landH776KanaanH3667, totH413JakobH3290, hun vaderH1; en zij gaven hem te kennenH5046alH3605 hun wedervarenH7136, zeggendeH559:En zij kwamen in het land Kanaan, tot Jakob, hun vader; en zij gaven hem te kennen al hun wedervaren, zeggende:
KJVAnd they came1unto Jacob3their father4unto the land5of Canaan,6and told7him all that befell11unto them; saying,
1וַיָּבֹ֛אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יַעֲקֹ֥בH3290Jakob, JakobsJacob4אֲבִיהֶ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5אַ֣רְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6כְּנָ֑עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick7וַיַּגִּ֣ידוּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter8ל֔וֹ9אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הַקֹּרֹ֥תH7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed12אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
30Die man, de heer van dat land, heeft hard met ons gesproken; en hij heeft ons gehouden voor verspieders des lands.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Die manH376, de heerH113 van dat landH776, heeft hardH7186 met ons gesprokenH1696; en hij heeft ons gehouden voor verspiedersH7270 des landsH776.Die man, de heer van dat land, heeft hard met ons gesproken; en hij heeft ons gehouden voor verspieders des lands.
KJVThe man,2who is the lord3of the land,4spake1roughly6to us, and took7us for spies9of the country.
1דִּ֠בֶּרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2הָאִ֨ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֲדֹנֵ֥יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'4הָאָ֛רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5אִתָּ֖נוּH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix6קָשׁ֑וֹתH7186hard, harde, hardenchurlish, cruel, grievous, hard((-hearted), thing), heavy, [phrase] impudent, obstinate, prevailed, rough(-ly), sore, sorrowful, stiff(necked), stubborn, [phrase] in trouble7וַיִּתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8אֹתָ֔נוּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כִּֽמְרַגְּלִ֖יםH7270verspieders, verspieden, achterklaptbackbite, search, slander, (e-) spy (out), teach to go, view10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
31Maar wij zeiden tot hem: Wij zijn vroom; wij zijn geen verspieders.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Maar wij zeidenH559totH413 hem: Wij zijn vroomH3651; wij zijnH1961geenH3808verspiedersH7270.Maar wij zeiden tot hem: Wij zijn vroom; wij zijn geen verspieders.
KJVAnd we said1unto him, We are true3men; we are no spies:
1וַנֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3כֵּנִ֣יםH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you4אֲנָ֑חְנוּH587wijourselves, us, we5לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6הָיִ֖ינוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7מְרַגְּלִֽיםH7270verspieders, verspieden, achterklaptbackbite, search, slander, (e-) spy (out), teach to go, view
32Wij waren twaalf gebroeders, zonen van onzen vader; de een is niet meer, en de kleinste is heden bij onzen vader in het land Kanaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Wij waren twaalfH6240gebroedersH251, zonenH1121 van onzen vaderH1; de eenH259 is nietH369 meer, en de kleinsteH6996 is hedenH3117bijH854 onzen vaderH1 in het landH776KanaanH3667.Wij waren twaalf gebroeders, zonen van onzen vader; de een is niet meer, en de kleinste is heden bij onzen vader in het land Kanaan.
KJVWe be twelve2brethren,4sons5of our father;6one7is not, and the youngest9is this day10with our father12in the land13of Canaan.
1שְׁנֵיםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two2עָשָׂ֥רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)3אֲנַ֛חְנוּH587wijourselves, us, we4אַחִ֖יםH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'5בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6אָבִ֑ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7הָאֶחָ֣דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8אֵינֶ֔נּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)9וְהַקָּטֹ֥ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)10הַיּ֛וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix12אָבִ֖ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'13בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14כְּנָֽעַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick
33En die man, de heer van dat land, zeide tot ons: Hieraan zal ik bekennen, dat gijlieden vroom zijt; laat een uwer broederen bij mij, en neemt voor den honger uwer huizen, en trekt heen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En die manH376, de heerH113 van dat landH776, zeideH559 tot ons: Hieraan zal ik bekennenH3045, dat gijliedenH859vroomH3651 zijt; laat eenH259 uwer broederenH251bijH854 mij, en neemtH3947 voor den hongerH7459 uwer huizenH1004, en trektH3212 heen.En die man, de heer van dat land, zeide tot ons: Hieraan zal ik bekennen, dat gijlieden vroom zijt; laat een uwer broederen bij mij, en neemt voor den honger uwer huizen, en trekt heen.
KJVAnd the man,3the lord4of the country,5said1unto us, Hereby shall I know7that ye are true9men; leave13one12of your brethren11here with me, and take18food for the famine16of your households,17and be gone:
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלֵ֗ינוּH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הָאִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4אֲדֹנֵ֣יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'5הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6בְּזֹ֣אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus7אֵדַ֔עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot8כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9כֵנִ֖יםH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you10אַתֶּ֑םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11אֲחִיכֶ֤םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'12הָֽאֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,13הַנִּ֣יחוּH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)14אִתִּ֔יH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16רַעֲב֥וֹןH7459honger, hongersfamine17בָּתֵּיכֶ֖םH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)18קְח֥וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win19וָלֵֽכוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
34En brengt uw kleinsten broeder tot mij; zo zal ik weten, dat gij geen verspieders zijt, maar dat gij vroom zijt; uw broeder zal ik u wedergeven, en gij zult in dit land handelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En brengtH935 uw kleinstenH6996broederH251totH413 mij; zo zal ik wetenH3045, datH3588 gij geenH3808verspiedersH7270 zijt, maar datH3588 gij vroomH3651 zijt; uw broederH251 zal ik u wedergevenH5414, en gij zult in dit landH776handelenH5503.En brengt uw kleinsten broeder tot mij; zo zal ik weten, dat gij geen verspieders zijt, maar dat gij vroom zijt; uw broeder zal ik u wedergeven, en gij zult in dit land handelen.
KJVAnd bring1your youngest4brother3unto me: then shall I know6that ye are no spies,9but that ye are true12men: so will I deliver16you your brother,15and ye shall traffick20in the land.
1וְ֠הָבִיאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֲחִיכֶ֣םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4הַקָּטֹן֮H6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)5אֵלַי֒H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6וְאֵֽדְעָ֗הH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9מְרַגְּלִים֙H7270verspieders, verspieden, achterklaptbackbite, search, slander, (e-) spy (out), teach to go, view10אַתֶּ֔םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12כֵנִ֖יםH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you13אַתֶּ֑םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אֲחִיכֶם֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'16אֶתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield17לָכֶ֔ם18וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world20תִּסְחָֽרוּH5503kooplieden, koophandel, handelaarsgo about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick
35En het geschiedde, als zij hun zakken ledigden, ziet, zo had een iegelijk den bundel zijns gelds in zijn zak; en zij zagen de bundelen huns gelds, zij en hun vader, en zij waren bevreesd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En het geschiedde, als zij hunH1992zakkenH8242ledigdenH7324, zietH2009, zo had een iegelijkH376 den bundelH6872 zijns geldsH3701 in zijn zakH8242; en zij zagenH7200 de bundelenH6872 huns geldsH3701, zij en hunH1992vaderH1, en zij waren bevreesdH3372.En het geschiedde, als zij hun zakken ledigden, ziet, zo had een iegelijk den bundel zijns gelds in zijn zak; en zij zagen de bundelen huns gelds, zij en hun vader, en zij waren bevreesd.
KJVAnd it came to pass as they emptied3their sacks,4that, behold, every man's6bundle7of money8was in his sack:9and when both they and their father15saw10the bundles12of money,13they were afraid.
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הֵ֚םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye3מְרִיקִ֣יםH7324uittrekken, afgieten, breng[idiom] arm, cast out, draw (out), (make) empty, pour forth (out)4שַׂקֵּיהֶ֔םH8242zak, zakken, zakssack(-cloth, -clothes)5וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see6אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7צְרוֹרH6872bundeltje, bundel, steentjebag, [idiom] bendeth, bundle, least grain, small stone8כַּסְפּ֖וֹH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)9בְּשַׂקּ֑וֹH8242zak, zakken, zakssack(-cloth, -clothes)10וַיִּרְא֞וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12צְרֹר֧וֹתH6872bundeltje, bundel, steentjebag, [idiom] bendeth, bundle, least grain, small stone13כַּסְפֵּיהֶ֛םH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)14הֵ֥מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye15וַאֲבִיהֶ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16וַיִּירָֽאוּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)
36Toen zeide Jakob, hun vader, tot hen: Gij berooft mij van kinderen! Jozef is er niet, en Simeon is er niet; nu zult gij Benjamin wegnemen! al deze dingen zijn tegen mij!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Toen zeideH559JakobH3290, hun vaderH1, totH413 hen: Gij berooftH7921 mij van kinderen! JozefH3130 is er nietH369, en SimeonH8095 is er nietH369; nu zult gij BenjaminH1144wegnemenH3947! alH3605 deze dingen zijn tegen mij!Toen zeide Jakob, hun vader, tot hen: Gij berooft mij van kinderen! Jozef is er niet, en Simeon is er niet; nu zult gij Benjamin wegnemen! al deze dingen zijn tegen mij!
KJVAnd Jacob3their father4said1unto them, Me have ye bereaved6of my children: Joseph7is not, and Simeon9is not, and ye will take13Benjamin
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יַעֲקֹ֣בH3290Jakob, JakobsJacob4אֲבִיהֶ֔םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5אֹתִ֖יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6שִׁכַּלְתֶּ֑םH7921beroofd, beroven, berooftbereave (of children), barren, cast calf (fruit, young), be (make) childless, deprive, destroy, [idiom] expect, lose children, miscarry, rob of children, spoil7יוֹסֵ֤ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)8אֵינֶ֨נּוּ֙H369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)9וְשִׁמְע֣וֹןH8095Simeon, JudaSimeon10אֵינֶ֔נּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בִּנְיָמִ֣ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin13תִּקָּ֔חוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win14עָלַ֖יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15הָי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16כֻלָּֽנָהH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
37Toen sprak Ruben tot zijn vader, zeggende: Dood twee mijner zonen, zo ik hem tot u niet wederbreng; geef hem in mijn hand, en ik zal hem weder tot u brengen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37Toen sprakH559RubenH7205totH413 zijn vaderH1, zeggendeH559: DoodH4191tweeH8147 mijner zonenH1121, zoH518 ik hem tot u nietH3808wederbrengH935; geefH5414 hem in mijn handH3027, en ikH589 zal hem weder totH413 u brengenH7725!Toen sprak Ruben tot zijn vader, zeggende: Dood twee mijner zonen, zo ik hem tot u niet wederbreng; geef hem in mijn hand, en ik zal hem weder tot u brengen!
KJVAnd Reuben2spake1unto his father,4saying,5Slay9my two7sons,8if I bring12him not to thee: deliver14him into my hand,17and I will bring him to thee again.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2רְאוּבֵן֙H7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אָבִ֣יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7שְׁנֵ֤יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two8בָנַי֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9תָּמִ֔יתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise10אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet11לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12אֲבִיאֶ֖נּוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13אֵלֶ֑יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14תְּנָ֤הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17יָדִ֔יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18וַאֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who19אֲשִׁיבֶ֥נּוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw20אֵלֶֽיךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
38Maar hij zeide: Mijn zoon zal met ulieden niet aftrekken; want zijn broeder is dood, en hij is alleen overgebleven; zo hem een verderf ontmoette op den weg, dien gij zult gaan, zo zoudt gij mijn grauwe haren met droefenis ten grave doen nederdalen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Maar hij zeideH559: Mijn zoonH1121 zal metH5973 ulieden nietH3808aftrekkenH3381; wantH3588 zijn broederH251 is doodH4191, en hijH1931 is alleen overgeblevenH7604; zo hem een verderfH611ontmoetteH7122 op den wegH1870, dien gij zult gaanH3212, zo zoudt gij mijn grauwe harenH7872 met droefenisH3015 ten graveH7585 doen nederdalenH3381.Maar hij zeide: Mijn zoon zal met ulieden niet aftrekken; want zijn broeder is dood, en hij is alleen overgebleven; zo hem een verderf ontmoette op den weg, dien gij zult gaan, zo zoudt gij mijn grauwe haren met droefenis ten grave doen nederdalen.
KJVAnd he said,1My son4shall not go down3with you; for his brother7is dead,8and he is left11alone: if mischief13befall12him by the way14in the which ye go,16then shall ye bring down18my gray hairs20with sorrow21to the grave.
1וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יֵרֵ֥דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down4בְּנִ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5עִמָּכֶ֑םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7אָחִ֨יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8מֵ֜תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise9וְה֧וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10לְבַדּ֣וֹH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength11נִשְׁאָ֗רH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest12וּקְרָאָ֤הוּH7122wedervaren, geval, ontmoettebefall, (by) chance, (cause to) come (upon), fall out, happen, meet13אָסוֹן֙H611verderfmischief14בַּדֶּ֨רֶךְ֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)15אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16תֵּֽלְכוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak17בָ֔הּ18וְהוֹרַדְתֶּ֧םH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20שֵׂיבָתִ֛יH7872ouderdom, grijsheid, grauwe(be) gray (grey hoar,-y) hairs (head,-ed), old age21בְּיָג֖וֹןH3015droefenis, jammer, treuringgrief, sorrow22שְׁאֽוֹלָהH7585hel, graf, grafsgrave, hell, pit
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 42:1— Toen Jakob zag, dat er koren in Egypte was, zo zeide Jakob tot zijn zonen: Waarom ziet gij op elkander?Handelingen 7:12→Galaten 2:7→2 Koningen 8:3→Genesis 41:54→Genesis 41:57→Genesis 42:2→Exodus 20:18→1 Koningen 19:3→
Genesis 42:2— Voorts zeide hij: Ziet, ik heb gehoord, dat er koren in Egypte is; trekt daarhenen af, en koopt ons koren van daar, opdat wij leven en niet sterven.Genesis 43:8→Jesaja 38:1→Mattheüs 4:4→Genesis 43:2→Genesis 43:4→Genesis 45:9→Psalmen 118:17→
Genesis 42:3— Toen togen Jozefs tien broederen af, om koren uit Egypte te kopen.Genesis 42:5→Genesis 42:13→
Genesis 42:4— Doch Benjamin, Jozefs broeder, zond Jakob niet met zijn broederen; want hij zeide: Opdat hem niet misschien het verderf ontmoete!Genesis 42:38→Genesis 44:20→Genesis 35:16→Genesis 44:27→Genesis 43:29→Genesis 33:1→Genesis 11:4→Genesis 3:22→
Genesis 42:5— Alzo kwamen Israels zonen om te kopen onder degenen, die daar kwamen; want de honger was in het land Kanaan.Genesis 12:10→Genesis 41:57→Handelingen 7:11→Genesis 26:1→Handelingen 11:28→
Genesis 42:6— Jozef nu was regent over dat land; hij verkocht aan al het volk des lands; en Jozefs broederen kwamen, en bogen zich voor hem, met de aangezichten ter aarde.Genesis 45:8→Genesis 19:1→Openbaring 3:9→Psalmen 105:16→Genesis 41:40→Genesis 18:2→Genesis 41:55→Genesis 44:14→
Genesis 42:7— Als Jozef zijn broederen zag, zo kende hij hen; maar hij hield zich vreemd jegens hen, en sprak hard met hen, en zeide tot hen: Van waar komt gij? En zij zeiden: Uit het land Kanaan; om spijze te kopen.Genesis 42:30→Mattheüs 15:23→Genesis 42:9→Genesis 42:14→Genesis 42:19→
Genesis 42:8— Jozef dan kende zijn broederen; maar zij kenden hem niet.Genesis 37:2→Johannes 20:14→Lukas 24:16→Johannes 21:4→
Genesis 42:9— Toen gedacht Jozef aan de dromen, die hij van hen gedroomd had; en hij zeide tot hen: Gij zijt verspieders, gij zijt gekomen om te bezichtigen, waar het land bloot is.Genesis 37:5→Genesis 42:16→Exodus 32:35→Richteren 1:24→1 Samuël 26:4→Lukas 20:20→Genesis 42:30→Numeri 13:2→
Genesis 42:10— En zij zeiden tot hem: Neen, mijn heer! maar uw knechten zijn gekomen, om spijze te kopen.Genesis 37:8→1 Samuël 26:17→Genesis 44:9→Genesis 27:37→Genesis 27:29→1 Koningen 18:7→
Genesis 42:11— Wij allen zijn eens mans zonen; wij zijn vroom; uw knechten zijn geen verspieders.Genesis 42:19→2 Korinthe 6:4→Johannes 7:18→Genesis 42:33→
Genesis 42:13— En zij zeiden: Wij, uw knechten, waren twaalf gebroeders, eens mans zonen, in het land Kanaan; en zie, de kleinste is heden bij onzen vader; doch de een is niet meer.Genesis 37:30→Genesis 42:32→Genesis 44:20→Genesis 43:7→Genesis 42:11→1 Kronieken 2:1→Genesis 45:26→Mattheüs 2:16→
Genesis 42:14— Toen zeide Jozef tot hen: Dat is het, wat ik tot u gesproken heb, zeggende: Gij zijt verspieders!Job 13:24→Genesis 42:9→Mattheüs 15:21→Job 19:11→
Genesis 42:15— Hierin zult gij beproefd worden: zo waarlijk als Farao leeft! indien gij van hier zult uitgaan, tenzij dan, wanneer uw kleinste broeder herwaarts zal gekomen zijn!1 Samuël 17:55→Genesis 42:16→Genesis 43:3→Genesis 42:34→Genesis 42:20→Genesis 44:20→1 Samuël 20:3→Jeremia 5:7→
Genesis 42:16— Zendt een uit u, die uw broeder hale; maar weest gijlieden gevangen, en uw woorden zullen beproefd worden, of de waarheid bij u zij; en indien niet, zo waarlijk als Farao leeft, zo zijt gij verspieders!Genesis 42:11→
Genesis 42:17— En hij zette hen samen drie dagen in bewaring.Genesis 40:4→Genesis 40:7→Handelingen 4:3→Jesaja 24:22→Genesis 41:10→Hebreeën 12:10→Leviticus 24:12→Handelingen 5:18→
Genesis 42:18— En ten derden dage zeide Jozef tot hen: Doet dit, zo zult gij leven; ik vrees God.Leviticus 25:43→Nehemia 5:15→Genesis 20:11→Lukas 18:2→Nehemia 5:9→Lukas 18:4→
Genesis 42:19— Zo gij vroom zijt, zo zij een uwer broederen gebonden in het huis uwer bewaring; en gaat gij heen, brengt het koren voor den honger uwer huizen.Genesis 42:1→Jeremia 37:15→Genesis 42:26→Jesaja 42:22→Genesis 41:56→Genesis 45:23→Genesis 40:3→Jesaja 42:7→
Genesis 42:20— En brengt uw kleinsten broeder tot mij, zo zullen uw woorden waargemaakt worden; en gij zult niet sterven. En zij deden alzo.Genesis 43:5→Genesis 44:23→Genesis 42:34→Genesis 42:15→Johannes 2:5→Genesis 6:22→Genesis 42:26→Genesis 43:19→
Genesis 42:21— Toen zeiden zij de een tot den ander: Voorwaar, wij zijn schuldig aan onzen broeder, wiens benauwdheid der ziele wij zagen, toen hij ons om genade bad; maar wij hoorden niet! daarom komt deze benauwdheid over ons.Hosea 5:15→Job 36:8→Genesis 37:23→Spreuken 21:13→2 Samuël 12:13→Jeremia 2:17→Mattheüs 7:2→Markus 9:48→
Genesis 42:22— En Ruben antwoordde hun, zeggende: Heb ik het tot u niet gezegd, toen ik zeide: Zondigt niet aan dezen jongeling! maar gij hoordet niet; en ook zijn bloed, ziet, het wordt gezocht!Psalmen 9:12→2 Kronieken 24:22→1 Koningen 2:32→Genesis 37:21→Lukas 11:50→Genesis 9:5→Lukas 23:41→Romeinen 2:15→
Genesis 42:23— En zij wisten niet, dat het Jozef hoorde; want daar was een taalman tussen hen.2 Korinthe 5:20→Johannes 16:13→
Genesis 42:24— Toen wendde hij zich om, van hen af, en weende; daarna keerde hij weder tot hen, en sprak tot hen, en nam Simeon van hen, en bond hem voor hun ogen.Genesis 43:30→Jesaja 63:9→Lukas 19:41→1 Korinthe 12:26→Genesis 34:25→Genesis 43:14→Judas 1:22→Genesis 43:23→
Genesis 42:25— En Jozef gebood, dat men hun zakken met koren vullen zou, en dat men hun geld wederkeerde, een iegelijk in zijn zak, en dat men hun teerkost gave tot den weg; en men deed hun alzo.1 Petrus 3:9→Genesis 45:21→Mattheüs 5:44→Mattheüs 6:33→Genesis 44:1→Jesaja 55:1→Romeinen 12:17→
Genesis 42:27— Toen een zijn zak opendeed, om zijn ezel voeder te geven in de herberg, zo zag hij zijn geld; want ziet, het was in den mond van zijn zak.Exodus 4:24→Lukas 10:34→Genesis 43:21→Genesis 44:11→Lukas 2:7→
Genesis 42:28— En hij zeide tot zijn broederen: Mijn geld is wedergekeerd; daartoe ook, ziet, het is in mijn zak! Toen ontging hun het hart, en zij verschrikten, de een tot den ander zeggende: Wat is dit, dat ons God gedaan heeft?Genesis 27:33→Klaagliederen 3:37→Psalmen 61:2→1 Koningen 10:5→Leviticus 26:36→Jesaja 45:7→Klaagliederen 2:17→Hooglied 5:6→
Genesis 42:30— Die man, de heer van dat land, heeft hard met ons gesproken; en hij heeft ons gehouden voor verspieders des lands.Genesis 42:7→
Genesis 42:31— Maar wij zeiden tot hem: Wij zijn vroom; wij zijn geen verspieders.Genesis 42:11→
Genesis 42:33— En die man, de heer van dat land, zeide tot ons: Hieraan zal ik bekennen, dat gijlieden vroom zijt; laat een uwer broederen bij mij, en neemt voor den honger uwer huizen, en trekt heen.Genesis 42:19→Genesis 42:15→
Genesis 42:34— En brengt uw kleinsten broeder tot mij; zo zal ik weten, dat gij geen verspieders zijt, maar dat gij vroom zijt; uw broeder zal ik u wedergeven, en gij zult in dit land handelen.Genesis 34:10→Genesis 34:21→1 Koningen 10:15→Ezechiël 17:4→
Genesis 42:35— En het geschiedde, als zij hun zakken ledigden, ziet, zo had een iegelijk den bundel zijns gelds in zijn zak; en zij zagen de bundelen huns gelds, zij en hun vader, en zij waren bevreesd.Genesis 43:21→Genesis 43:12→Genesis 43:15→Genesis 42:27→
Genesis 42:36— Toen zeide Jakob, hun vader, tot hen: Gij berooft mij van kinderen! Jozef is er niet, en Simeon is er niet; nu zult gij Benjamin wegnemen! al deze dingen zijn tegen mij!Genesis 43:14→Prediker 7:8→Genesis 37:20→Jesaja 38:10→2 Korinthe 4:17→Jesaja 41:10→Genesis 47:12→Job 7:7→
Genesis 42:37— Toen sprak Ruben tot zijn vader, zeggende: Dood twee mijner zonen, zo ik hem tot u niet wederbreng; geef hem in mijn hand, en ik zal hem weder tot u brengen!Genesis 46:9→Genesis 44:32→Genesis 43:9→Micha 6:7→
Genesis 42:38— Maar hij zeide: Mijn zoon zal met ulieden niet aftrekken; want zijn broeder is dood, en hij is alleen overgebleven; zo hem een verderf ontmoette op den weg, dien gij zult gaan, zo zoudt gij mijn grauwe haren met droefenis ten grave doen nederdalen.Genesis 37:35→Genesis 37:33→Genesis 42:4→Genesis 42:13→Genesis 35:16→Genesis 44:20→Jesaja 46:4→Genesis 44:27→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 42 vers 1— Toen Jakob zag, dat er koren in Egypte was, zo zeide Jakob tot zijn zonen: Waarom ziet gij op elkander?
zag dat er
Dat is, hoorde en vernam uit het algemeen gerucht, en bemerkte uit het koren, dat vandaar gebracht werd.
Hertaald:zag dat er
Dat is: hoorde en vernam via het algemene gerucht, en merkte het aan het koren dat vandaar gebracht werd.
koren in
Of, lijftocht. Het Hebreeuwse woord heeft zijn oorsprong van breken, omdat de honger door lijftocht, en voornamelijk door brood verbroken wordt.
Hertaald:koren in
Of: proviand. Het Hebreeuwse woord komt van 'breken', omdat de honger door voedsel, en vooral door brood, gebroken wordt.
ziet gij
Als radelozen, die met gedurig denken en dralen den tijd vast slijten, en tot niets zekers besluiten, noch in de zaak doen.
Hertaald:ziet gij
Als radelozen, die met voortdurend denken en dralen de tijd verspillen, en tot niets zekers besluiten, noch iets aan de zaak doen.
Genesis 42 vers 4— Doch Benjamin, Jozefs broeder, zond Jakob niet met zijn broederen; want hij zeide: Opdat hem niet misschien het verderf ontmoete!
hij zeide
Te weten, bij zichzelven; dat is, hij dacht; zie boven, Gen. 20:11.
Hertaald:hij zeide
Namelijk: bij zichzelf; dat is: hij dacht; zie Gen. 20:11.
het verderf
Of, een dodelijk ongeval; gelijk zijn broeder Jozef tevoren bejegend was, dien Jakob meende dood te zijn.
Hertaald:het verderf
Of: een dodelijk ongeval; zoals eerder zijn broer Jozef overkomen was, die Jakob dood waande.
Genesis 42 vers 5— Alzo kwamen Israels zonen om te kopen onder degenen, die daar kwamen; want de honger was in het land Kanaan.
onder degenen
Hebr. in het midden der komenden; dat is, nevens anderen, of in het gezelschap van anderen, die mede uit het land Kanaän kwamen, om koren te kopen. De reden wordt terstond in de volgende woorden bijgevoegd.
Hertaald:onder degenen
Hebreeuws: in het midden van de komenden; dat is: naast anderen, of in gezelschap van anderen die eveneens uit het land Kanaän kwamen om koren te kopen. De reden wordt meteen in de volgende woorden toegevoegd.
Genesis 42 vers 6— Jozef nu was regent over dat land; hij verkocht aan al het volk des lands; en Jozefs broederen kwamen, en bogen zich voor hem, met de aangezichten ter aarde.
bogen zich
Om hem politieke eer te bewijzen; zie boven, Gen. 18:2, en verg. hiermede de voorzegging van Jozefs dromen, Gen. 37:7-8.
Hertaald:bogen zich
Om hem staatkundig eerbetoon te bewijzen; zie Gen. 18:2, en vergelijk hiermee de voorzegging van Jozefs dromen, Gen. 37:7-8.
Genesis 42 vers 7— Als Jozef zijn broederen zag, zo kende hij hen; maar hij hield zich vreemd jegens hen, en sprak hard met hen, en zeide tot hen: Van waar komt gij? En zij zeiden: Uit het land Kanaan; om spijze te kopen.
hield zich
Om door dit middel te komen tot het onderzoek van hun staat en gelegenheid en bijzonderlijk van zijn vader en broeder.
Hertaald:hield zich
Om op deze manier te komen tot onderzoek van hun toestand en omstandigheden, en in het bijzonder van zijn vader en broer.
hard met hen,
Zie onder, vs.9, 11,12. Dit heeft hij gedaan, eensdeels om te verstaan hoe het met zijn vader en broeder Benjamin gesteld was; anderdeels om hen op te wekken tot de bekentenis der zonde, die zij jegens hem begaan hadden.
Hertaald:hard met hen,
Zie vers 9, 11, 12. Dit heeft hij gedaan, deels om te weten te komen hoe het met zijn vader en zijn broer Benjamin gesteld was, deels om hen aan te sporen tot het belijden van de zonde die zij tegen hem begaan hadden.
Genesis 42 vers 9— Toen gedacht Jozef aan de dromen, die hij van hen gedroomd had; en hij zeide tot hen: Gij zijt verspieders, gij zijt gekomen om te bezichtigen, waar het land bloot is.
waar het
Hebr. de blootheid des lands; dat is, waar het land bloot, open, of onsterk is, waar de vijand zou mogen inkomen, om enige plaatsen in te nemen, of het land af te lopen en te verderven.
Hertaald:waar het
Hebreeuws: de blootheid van het land; dat is: waar het land bloot, open, of zwak is, waar de vijand zou kunnen binnendringen om bepaalde plaatsen in te nemen, of het land te overrompelen en te verwoesten.
Genesis 42 vers 13— En zij zeiden: Wij, uw knechten, waren twaalf gebroeders, eens mans zonen, in het land Kanaan; en zie, de kleinste is heden bij onzen vader; doch de een is niet meer.
Wij, uw
Hier komt nu Jozef te verstaan, waarom het hem in de ganse ondervraging te doen was.
Hertaald:Wij, uw
Hier verneemt Jozef nu waar het hem tijdens de hele ondervraging om te doen was.
kleinste is
Hebr. de kleine; dat is, de jongste, namelijk, Benjamin; verg. boven, 19, op vs. 31 de aantekeningen.
Hertaald:kleinste is
Hebreeuws: de kleine; dat is: de jongste, namelijk Benjamin; vergelijk de aantekening bij Gen. 35:19 en vers 31.
de een is
Namelijk, Jozef; welken zij meenden dood te zijn, gelijk blijkt onder, vs.22, en Gen. 44:20.
Hertaald:de een is
Namelijk: Jozef, die zij dood waanden, zoals blijkt uit vers 22, en Gen. 44:20.
Genesis 42 vers 14— Toen zeide Jozef tot hen: Dat is het, wat ik tot u gesproken heb, zeggende: Gij zijt verspieders!
wat ik tot u
Omdat zij gemeld hadden van twee andere broeders, van wie de een nog zou leven, zo dringt hij te meer op zijn voorgaande voorwaarde, een middel zoekende om zijn broeder bij hem te krijgen.
Hertaald:wat ik tot u
Omdat zij melding gemaakt hadden van twee andere broers, van wie de één nog zou leven, dringt hij des te meer aan op zijn eerdere voorwaarde, op zoek naar een manier om zijn broer bij zich te krijgen.
Genesis 42 vers 15— Hierin zult gij beproefd worden: zo waarlijk als Farao leeft! indien gij van hier zult uitgaan, tenzij dan, wanneer uw kleinste broeder herwaarts zal gekomen zijn!
Hierin zult
Dat is, hieraan zal ik zien, of gij de waarheid gesproken hebt en ter goeder trouw handelt, dan of gij verspieders zijt.
Hertaald:Hierin zult
Dat is: hieraan zal ik zien of u de waarheid gesproken hebt en te goeder trouw handelt, of dat u spionnen bent.
zo waarlijk
Hebr. Faraö's leven, of, Faraö leeft. Dit is een onvolmaakte reden die men aldus kan volmaken: Zo zeker het is, dat Faraö leeft, alzo zeker is het, wat ik u zeg; verg. 1 Sam. 1:26. Anderen nemen deze woorden voor een eed, naar de wijze der Egyptenaars gedaan, bij Faraö's leven; zodat Jozef uit menselijke zwakheid [gelijk den vromen ook kan gebeuren] die mede zou gevolgd hebben.
Hertaald:zo waarlijk
Hebreeuws: Farao's leven, of: Farao leeft. Dit is een onvolledige zin, die men zo kan aanvullen: zo zeker als het is dat Farao leeft, zo zeker is het wat ik u zeg; vergelijk 1 Sam. 1:26. Anderen vatten deze woorden op als een eed, naar de gewoonte van de Egyptenaren, bij Farao's leven; zodat Jozef die, uit menselijke zwakheid (zoals ook de vromen kan overkomen), zou hebben gevolgd.
indien gij
Dit schijnt nu een eed te zijn, gedaan naar de wijze der Hebreën, waardoor men dan verstaan moet: God doe mij dit, of dat, zo gij, enz.; zie boven, Gen. 14:23, en verg. 1 Sam. 17:55; 2 Kon. 2:2; Ezech. 33:11.
Hertaald:indien gij
Dit lijkt nu een eed te zijn, afgelegd naar de gewoonte van de Hebreeën, waaronder men dan moet verstaan: God doe mij dit of dat, als u, enz.; zie Gen. 14:23, en vergelijk 1 Sam. 17:55; 2 Kon. 2:2; Ezech. 33:11.
Genesis 42 vers 16— Zendt een uit u, die uw broeder hale; maar weest gijlieden gevangen, en uw woorden zullen beproefd worden, of de waarheid bij u zij; en indien niet, zo waarlijk als Farao leeft, zo zijt gij verspieders!
gevangen
Hebr. gebonden; dat is, middelertijd zult gij hier gevangen blijven.
Hertaald:gevangen
Hebreeuws: gebonden; dat is: ondertussen zult u hier gevangen blijven.
zo waarlijk als
Zie de aantekeningen op het voorafgaande vs.
Hertaald:zo waarlijk als
Zie de aantekeningen bij het voorafgaande vers.
Genesis 42 vers 17— En hij zette hen samen drie dagen in bewaring.
zette hen
Hebr. verzamelde hen.
Hertaald:zette hen
Hebreeuws: verzamelde hen.
Genesis 42 vers 18— En ten derden dage zeide Jozef tot hen: Doet dit, zo zult gij leven; ik vrees God.
Doet dit,
Dat is, doet zoals ik u zeggen zal, zo zult gij zorgdragen voor uw leven en welvaart, opdat gij niet voor verspieders gehouden en gestraft wordt.
Hertaald:Doet dit,
Dat is: doe zoals ik u zeggen zal, dan zult u zorgdragen voor uw leven en welzijn, zodat u niet voor spionnen gehouden en gestraft wordt.
Genesis 42 vers 19— Zo gij vroom zijt, zo zij een uwer broederen gebonden in het huis uwer bewaring; en gaat gij heen, brengt het koren voor den honger uwer huizen.
uwer broeders
Hebr. een ulieder broeder.
Hertaald:uwer broeders
Hebreeuws: één van uw broeders.
het koren
Hebr. het koren des hongers uwer huizen; dat is, hetgeen nodig is voor den honger uwer huisgezinnen.
Hertaald:het koren
Hebreeuws: het koren van de honger van uw huizen; dat is: wat nodig is voor de honger van uw huisgezinnen.
Genesis 42 vers 21— Toen zeiden zij de een tot den ander: Voorwaar, wij zijn schuldig aan onzen broeder, wiens benauwdheid der ziele wij zagen, toen hij ons om genade bad; maar wij hoorden niet! daarom komt deze benauwdheid over ons.
Voorwaar, wij
Anders, immers, evenwel. Alsof zij zeiden, of wij het al zoeken te verbergen, zo gevoelen wij wel dat God onze misdaad nu thuiszoekt.
Hertaald:Voorwaar, wij
Anders: immers, evenwel. Alsof zij zeiden: hoezeer wij het ook proberen te verbergen, toch voelen wij wel dat God onze misdaad nu vergeldt.
toen hij ons
Dat is wel door Mozes niet verhaald, hfdst. 37, maar hier bekennen zij het, dit aldus geschied te zijn.
Hertaald:toen hij ons
Dit is door Mozes in hoofdstuk 37 wel niet verteld, maar hier erkennen zij dat het zo gebeurd is.
Genesis 42 vers 22— En Ruben antwoordde hun, zeggende: Heb ik het tot u niet gezegd, toen ik zeide: Zondigt niet aan dezen jongeling! maar gij hoordet niet; en ook zijn bloed, ziet, het wordt gezocht!
zijn bloed,
Dat is, de schuld en de straf van zijn dood. Zie 1 Kon. 2:32-33, enz. Aldus is bloed zoeken of eisen, straffen en wreken; zie 2 Kron. 24:22; Ezech. 3:18; Luc. 11:50. Het schijnt wel dat zij allen gemeend hebben dat Jozef dood was. Doch zij mogen dit Ruben al dien tijd wijsgemaakt hebben, daar hij er niet bij was, toen Jozef verkocht werd; zie boven, Gen. 37:29.
Hertaald:zijn bloed,
Dat is: de schuld en de straf voor zijn dood. Zie 1 Kon. 2:32-33, enz. Zo betekent 'bloed zoeken of eisen': straffen en wreken; zie 2 Kron. 24:22; Ezech. 3:18; Luc. 11:50. Het lijkt erop dat zij allen gemeend hebben dat Jozef dood was. Maar het is mogelijk dat zij dit Ruben al die tijd hebben wijsgemaakt, aangezien hij er niet bij was toen Jozef verkocht werd; zie Gen. 37:29.
Genesis 42 vers 23— En zij wisten niet, dat het Jozef hoorde; want daar was een taalman tussen hen.
hoorde
Dat is, verstond, zie boven, Gen. 11:7.
Hertaald:hoorde
Dat is: verstond; zie Gen. 11:7.
want daar
Jozef hield zich alsof hij de Hebreeuwse spraak niet verstond, om des te weiniger door zijn broeders herkend te worden.
Hertaald:want daar
Jozef deed alsof hij de Hebreeuwse taal niet verstond, om des te minder door zijn broers herkend te worden.
Genesis 42 vers 24— Toen wendde hij zich om, van hen af, en weende; daarna keerde hij weder tot hen, en sprak tot hen, en nam Simeon van hen, en bond hem voor hun ogen.
wendde hij
Eensdeels door de kracht van bloed en geboorte, anderdeels over de woorden, die zijn broeders over hem tezamen gesproken hadden.
Hertaald:wendde hij
Deels door de kracht van bloedverwantschap en geboorte, deels vanwege de woorden die zijn broers onderling over hem gesproken hadden.
Simeon
Simeon was de naast-oudste der zonen Jakobs, die, naar sommiger gevoelen, Jozef het hardst was gevallen, en mede de voornaamste geweest is in den moord van Sichem. Ruben, de oudste, wordt verschoond, omdat hij minder schuld had in de mishandeling aan Jozef, en de bekwaamste was om zijn broeders naar huis te geleiden.
Hertaald:Simeon
Simeon was de op één na oudste van Jakobs zonen, die, naar sommiger mening, het hardst tegen Jozef opgetreden was, en ook één van de voornaamsten was bij de moord in Sichem. Ruben, de oudste, wordt gespaard, omdat hij minder schuld had aan de mishandeling van Jozef, en het meest geschikt was om zijn broers naar huis te leiden.
bond hem
Te weten, door zijn dienaren en trawanten, wien hij dit belastte.
Hertaald:bond hem
Namelijk: door zijn dienaren en gerechtsdienaars, aan wie hij dit opdroeg.
Genesis 42 vers 25— En Jozef gebood, dat men hun zakken met koren vullen zou, en dat men hun geld wederkeerde, een iegelijk in zijn zak, en dat men hun teerkost gave tot den weg; en men deed hun alzo.
zakken met
Het Hebr. woord beduidt allerlei vaten, gereedschap, of tuig, waar men iets inpakt of doet.
Hertaald:zakken met
Het Hebreeuwse woord duidt allerlei vaten, gereedschap, of tuig aan, waarin men iets inpakt of doet.
hun geld
Hebr. hun zilverlingen, of, gelden.
Hertaald:hun geld
Hebreeuws: hun zilverstukken, of gelden.
deed hun alzo
Of, hij deed hun alzo.
Hertaald:deed hun alzo
Of: hij deed hun alzo.
Genesis 42 vers 28— En hij zeide tot zijn broederen: Mijn geld is wedergekeerd; daartoe ook, ziet, het is in mijn zak! Toen ontging hun het hart, en zij verschrikten, de een tot den ander zeggende: Wat is dit, dat ons God gedaan heeft?
ontging
Hebr. ging hun hart uit; dat is, de kracht huns harten week van hen, evenals wanneer iemand in onmacht valt. Verg. 1 Kon. 10:5, met de aantekeningen.
Hertaald:ontging
Hebreeuws: ging hun hart uit; dat is: de kracht van hun hart week van hen, zoals wanneer iemand in onmacht valt. Vergelijk 1 Kon. 10:5, met de aantekeningen.
verschrikten,
Zie boven, Gen. 27:33.
Hertaald:verschrikten,
Zie Gen. 27:33.
de een tot
Hebr. de man tot zijn broeder.
Hertaald:de een tot
Hebreeuws: de man tot zijn broeder.
Wat is dit,
Of, hoe heeft ons God dit gedaan? Zij oordelen uit dit en al het voorgaande, dat God op hen vergramd was.
Hertaald:Wat is dit,
Of: hoe heeft God ons dit aangedaan? Zij maken uit dit en al het voorgaande op dat God vertoornd op hen was.
Genesis 42 vers 29— En zij kwamen in het land Kanaan, tot Jakob, hun vader; en zij gaven hem te kennen al hun wedervaren, zeggende:
al hun
Alles, behalve hetgeen zij verbergen, om hun vader niet te zeer te verschrikken.
Hertaald:al hun
Alles, behalve wat zij verborgen hielden, om hun vader niet al te zeer te verschrikken.
Genesis 42 vers 30— Die man, de heer van dat land, heeft hard met ons gesproken; en hij heeft ons gehouden voor verspieders des lands.
hij heeft
Hebr. hij heeft ons gegeven, geleverd, of, gesteld.
Hertaald:hij heeft
Hebreeuws: hij heeft ons gegeven, geleverd, of gesteld.
Genesis 42 vers 33— En die man, de heer van dat land, zeide tot ons: Hieraan zal ik bekennen, dat gijlieden vroom zijt; laat een uwer broederen bij mij, en neemt voor den honger uwer huizen, en trekt heen.
neemt voor
Hebr. neemt den honger uwer huizen; zie boven, vs.19.
Hertaald:neemt voor
Hebreeuws: neemt de honger van uw huizen; zie vers 19.
Genesis 42 vers 34— En brengt uw kleinsten broeder tot mij; zo zal ik weten, dat gij geen verspieders zijt, maar dat gij vroom zijt; uw broeder zal ik u wedergeven, en gij zult in dit land handelen.
handelen
Zie boven, Gen. 34:10.
Hertaald:handelen
Zie Gen. 34:10.
Genesis 42 vers 35— En het geschiedde, als zij hun zakken ledigden, ziet, zo had een iegelijk den bundel zijns gelds in zijn zak; en zij zagen de bundelen huns gelds, zij en hun vader, en zij waren bevreesd.
en zij waren
Zorgende dat men hen van diefstal zou beschuldigen, vrg. onder, Gen. 43:18.
Hertaald:en zij waren
Bevreesd dat men hen van diefstal zou beschuldigen; vergelijk Gen. 43:18.
Genesis 42 vers 36— Toen zeide Jakob, hun vader, tot hen: Gij berooft mij van kinderen! Jozef is er niet, en Simeon is er niet; nu zult gij Benjamin wegnemen! al deze dingen zijn tegen mij!
Simeon
Hij houdt het er voor, alsof hij hem reeds kwijt is, vrezende dat hij niet lichtelijk uit de gevangenis zou geraken, of ook in perijkel zijns levens stond.
Hertaald:Simeon
Hij houdt het ervoor alsof hij hem al kwijt is, vrezend dat hij niet gemakkelijk uit de gevangenis zou komen, of zelfs in levensgevaar verkeerde.
Genesis 42 vers 37— Toen sprak Ruben tot zijn vader, zeggende: Dood twee mijner zonen, zo ik hem tot u niet wederbreng; geef hem in mijn hand, en ik zal hem weder tot u brengen!
Dood
Deze voorslag was onwettelijk en onnatuurlijk, daarom neemt Jakob dien niet aan.
Hertaald:Dood
Dit voorstel was onrechtmatig en onnatuurlijk, daarom neemt Jakob het niet aan.
twee mijner
Twee van de vier, die onder genoemd worden, Gen. 46:9.
Hertaald:twee mijner
Twee van de vier, die verderop genoemd worden, Gen. 46:9.
Genesis 42 vers 38— Maar hij zeide: Mijn zoon zal met ulieden niet aftrekken; want zijn broeder is dood, en hij is alleen overgebleven; zo hem een verderf ontmoette op den weg, dien gij zult gaan, zo zoudt gij mijn grauwe haren met droefenis ten grave doen nederdalen.
zijn broeder
Zoals hij meende; zie boven, Gen. 37:33, Gen. 37:35.
Hertaald:zijn broeder
Zoals hij meende; zie Gen. 37:33, Gen. 37:35.
overgebleven;
Te weten, van de kinderen van Rachel.
Hertaald:overgebleven;
Namelijk: van de kinderen van Rachel.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Jakob — hielenlichter, bedrieger
De tweede tweelingzoon van Izak en Rebekka, geboren terwijl hij de hiel van zijn broer Ezau vasthield, waaraan zijn naam is ontleend (Gen. 25:26). Hij verwierf sluw het eerstgeboorterecht en later, met hulp van zijn moeder, ook de zegen van zijn vader. Later zou God zijn naam veranderen in Israël (Gen. 32:28), en uit zijn twaalf zonen zouden de twaalf stammen van Israël voortkomen.
Ruben — ziet, een zoon!
De eerstgeboren zoon van Jakob en Lea (Gen. 29:32). Later verspeelde hij door zijn zonde (Gen. 35:22) zijn eerstgeboorterecht en de bijbehorende zegen (Gen. 49:3-4). Wel was hij het die zijn broers ervan weerhield Jozef te doden, en die zich later garant stelde voor de veilige terugkeer van Benjamin uit Egypte.
Simeon — God hoort
De tweede zoon van Jakob en Lea (Gen. 29:33), zo genoemd omdat de HEERE gehoord had dat Lea niet bemind was. Samen met zijn broer Levi trad hij later wreed op tegen de inwoners van Sichem, tot ergernis van hun vader (Gen. 34; 49:5-7).
Dan — hij heeft gericht, geoordeeld
De zoon van Jakob en Bilha, Rachels slavin (Gen. 30:6). Rachel gaf hem deze naam omdat God, naar haar zeggen, haar recht gedaan en haar stem gehoord had.
Jozef — Hij (God) voege toe
De eerste zoon van Jakob en Rachel, na lang wachten geboren (Gen. 30:22-24). Zijn naam drukt Rachels hoop uit dat de HEERE haar nog een zoon zou toevoegen — wat later met Benjamin ook gebeurde. Jozef zou later, als lieveling van zijn vader, door zijn broers uit jaloezie verkocht worden, maar door Gods voorzienigheid uiteindelijk heel Egypte en zijn eigen familie redden van de hongersnood (Gen. 37-50).
Benjamin — zoon van de rechterhand
De twaalfde en jongste zoon van Jakob, en de tweede (na Jozef) die Rachel hem baarde — een geboorte die haar het leven kostte (Gen. 35:16-19). Stervende noemde zij hem nog Ben-oni, 'zoon van mijn smart', maar zijn vader Jakob veranderde deze naam in Benjamin. Hij was de enige van Jakobs zonen die in het land Kanaän zelf geboren werd, en werd later, na de dood van Jozef, de lieveling van zijn oude vader.
Er — wakend, waakzaam
De eerstgeboren zoon van Juda, die met Tamar trouwde. Omdat hij 'kwaad was in de ogen des HEEREN', doodde de HEERE hem, kinderloos (Gen. 38:6-7).
Kanaän — onderworpene, vernederde
De jongste zoon van Cham en kleinzoon van Noach (Gen. 9:18, 22). Om de zonde van zijn vader Cham tegenover Noach werd niet Cham, maar Kanaän door Noach vervloekt: 'een knecht der knechten zij hij zijn broederen.' Naar hem is het land Kanaän genoemd, dat later door de Israëlieten in bezit genomen zou worden.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Egypte — in de Bijbel doorgaans Mizraïm genoemd — een tweevoudsvorm (dual) in het Hebreeuws, die wijst op de twee natuurlijke delen van het land: Beneden-Egypte (de Delta) en Boven-Egypte
Ligging: Gelegen in het noordoosten van Afrika, begrensd door de Middellandse Zee in het noorden, Palestina/Arabië en de Rode Zee in het oosten, Nubië in het zuiden en de grote woestijn in het westen; het bewoonbare land beperkt zich vrijwel geheel tot de smalle, vruchtbare Nijlvallei en de waaiervormige Delta.
Geschiedenis: Een van de oudste beschaafde koninkrijken die de geschiedenis kent, wiens taal (in zijn laatste vorm het Koptisch) van verre verwant is aan de Semitische talen. In Genesis 12 vlucht Abram, gedreven door hongersnood, naar Egypte; hij wordt er gastvrij ontvangen, maar dit gaat gepaard met gevaar voor de eer van zijn vrouw Sarai, die de farao naar zijn hof laat halen (Gen. 12:10-20) — een patroon dat zich later, in andere vorm, herhaalt in de geschiedenis van Jozef en van het volk Israël in de tijd van de uittocht.
Bijbelse betekenis: Door de hele Bijbel heen vervult Egypte een dubbele rol: het is zowel een toevluchtsoord in tijden van nood als een plaats van verdrukking waaruit God Zijn volk moet uitleiden — een spanning die al hier, bij Abram, voor het eerst zichtbaar wordt.
Gen. 12:10-20; en talrijke latere verwijzingen door de hele Schrift heen
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het beloofde Zaadniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Hij kende hen, maar zij kenden hem niet — 42:1-24
De honger is ook in Kanaän gekomen. Jakob hoort dat er koren te koop is in Egypte en stuurt tien zonen op weg; Benjamin houdt hij thuis. Zij komen terecht bij de man die het koren verkoopt, en die man is hun broer.
Tien mannen staan voor de broer die zij verkocht hebben, en zij herkennen hem niet — maar hun geweten begint te spreken.
De verteller zet het in twee korte zinnen naast elkaar: “Als Jozef zijn broederen zag, zo kende hij hen; maar hij hield zich vreemd jegens hen.” En dan nog eens, zonder omhaal: “Jozef dan kende zijn broederen; maar zij kenden hem niet.”
Dat is meer dan twintig jaar geleden gebeurd. Hij was zeventien toen zij hem in de put gooiden; nu is hij een geschoren Egyptische bestuurder met een tolk erbij. Zij zien wat zij verwachten te zien.
Wat Jozef doet, lijkt hard: hij beschuldigt hen van spionage, zet hen drie dagen vast, en houdt Simeon achter. Maar het hoofdstuk laat zien waar het toe leidt. Terwijl zij denken dat de man hen niet verstaat, zeggen zij tegen elkaar wat zij al die jaren niet gezegd hebben: “Voorwaar, wij zijn schuldig aan onzen broeder, wiens benauwdheid der ziele wij zagen, toen hij ons om genade bad; maar wij hoorden niet! daarom komt deze benauwdheid over ons.”
Daar komt iets naar buiten dat twintig jaar dichtgedekt is geweest, en er staat een detail bij dat Genesis 37 niet vermeld had: hij heeft hen gesmeekt. Zij hebben hem horen bidden om genade, en zij aten daarna hun brood.
En dan staat er de zin die het scharnier van het hoofdstuk is: hij wendde zich van hen af en weende. Dat is de eerste van drie keer dat Jozef in deze geschiedenis huilt. De harde bestuurder is dus geen harde man; hij is bezig zijn broers ergens naartoe te brengen.
Waarom staat dit hoofdstuk in dit register? Om de weg die het opent. De honger was het middel waarmee God het nageslacht van Abraham naar Egypte bracht, waar het groeien kon en waar het bewaard werd voor uitsterven. Wat als een ramp begon, was de doortocht van de belofte.
En de zin waarmee Jakob zijn zonen wegstuurt, klinkt in dat licht anders dan hij bedoeld was: gaat af en koopt ons koren, opdat wij leven en niet sterven. Dat is precies waar het om ging, en op een schaal die hij niet overzag.
De geschiedenis eindigt in Genesis 45, waar Jozef zich bekendmaakt en zegt dat God hem vóór hen heen gezonden heeft om hun een overblijfsel te stellen op de aarde. Wat de broers deden was kwaad; wat God ermee deed was het in leven houden van het geslacht waaruit de Messias komen zou.
Genesis 42:2 — Gaat af en koopt ons koren, opdat wij leven en niet sterven.
Genesis 42:8 — Hij kende hen, maar zij kenden hem niet.
Genesis 42:21 — Het geweten spreekt: wij zijn schuldig aan onzen broeder.
Genesis 42:21 — En er komt een detail bij dat Genesis 37 verzweeg: hij heeft gesmeekt.
Genesis 42:24 — Jozef wendde zich af en weende — de harde bestuurder is geen hard man.
Genesis 45:7 — God heeft mij voor uw aangezicht heen gezonden, om u een overblijfsel te stellen.
In het Nieuwe Testament: Handelingen 7:11-13; Genesis 45:5-8; Genesis 50:20; Romeinen 8:28; Handelingen 3:17
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament vertelt deze gebeurtenis na in Handelingen 7, maar het legt geen verband tussen het niet-herkennen van Jozef en het niet-herkennen van Christus. Wie die vergelijking maakt, doet dat op eigen gezag; de post wijst haar niet aan. Wat wel in de Schrift zelf staat is de uitleg die Jozef er in Genesis 45 en 50 aan geeft: God heeft hem vooruit gezonden om leven te behouden.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Genesis 42:17.KruisverwijzingenGenesis 40:4→Genesis 40:7→Handelingen 4:3→Jesaja 24:22→Genesis 41:10→Hebreeën 12:10→Leviticus 24:12→Handelingen 5:18→ — En hij zette hen samen drie dagen in bewaring. “En hij zette hen samen drie dagen in bewaring.” Wanneer Jozef gevangenen onder zijn hoede had, behandelde hij hen niet hardvochtig, maar met grote zorg. Hij lette op hun gezichtsuitdrukkingen, informeerde naar hun omstandigheden en was bereid alles te doen wat in zijn vermogen lag om hen te helpen. Dat was een van de geheimen van zijn levenssucces: hij was ieders vriend. Wie bereid is de dienaar van allen te zijn, zal ook de leider van allen zijn. God was met Jozef en leerde hem mededogen, want God Zelf is vol medelijden met hen die lijden. Misschien werpen wij tegen dat Jozef zijn broers een tijdlang leek te kwellen. Dat is niet zo. Hij had hun welzijn op het oog. De liefde die hij voor hen koesterde, was wijs en doordacht. God, Die veel liefdevoller is dan Jozef, brengt ook ons vaak in moeilijkheden om ons tot bekering te brengen en ons van veel kwaad te genezen. Jozef wilde zijn broers tot een rechte gezindheid van hart brengen, en daarin slaagde hij, al was dat proces voor hem pijnlijker dan voor hen.
Genesis 42:23-26.KruisverwijzingenGenesis 43:30→1 Petrus 3:9→2 Korinthe 5:20→Johannes 16:13→Jesaja 63:9→Lukas 19:41→1 Korinthe 12:26→Genesis 34:25→ — En zij wisten niet, dat het Jozef hoorde; want daar was een taalman tussen hen. Toen wendde hij zich om, van hen af, en weende; daarna keerde hij weder tot hen, en sprak tot hen, en nam Simeon van hen, en bond hem voor hun ogen. En Jozef gebood, dat men hun zakken met koren vullen zou, en dat men hun geld wederkeerde, een iegelijk in zijn zak, en dat men hun teerkost gave tot den weg; en men deed hun alzo. En zij laadden hun koren op hun ezels, en togen van daar. “En nam Simeon van hen.” Jozef is van plan zijn broers te zegenen. Hij koestert de edelste en meest koninklijke bedoelingen jegens hen, maar handelt eerst streng met hen.
Voordat de Heere Jezus Christus komt om Zijn kerk haar laatste en meest verheven zegen te schenken in Zijn duizendjarige heerschappij van heerlijkheid, moeten eerst nog schalen worden uitgegoten. Er zullen oorlogen zijn en geruchten van oorlogen. Er zal een schudding van de aarde plaatsvinden: grote benauwdheid, hongersnood, pestilenties en aardbevingen. Hoe groter de zegen, des te zwaarder is de beproeving die eraan voorafgaat. Zo is het ook met onze eigen ziel.
Toen de Heere Jezus Christus voornemens was ons te redden en ons de zekerheid van de vergeving van onze zonden te schenken, begon Hij ons te overtuigen van onze ongerechtigheid. Hij bracht zware slagen toe aan onze zelfingenomenheid. Hij wierp ons neer in het stof en het leek alsof Hij ons door de modder liet gaan. Het leek alsof Hij er behagen in schepte ons te vertreden, al onze hoop te verpletteren en iedere dierbare verwachting te vernietigen. Dit alles had echter als doel ons los te maken van onze zelfgerechtigheid, die met wortel en al uit te rukken, te voorkomen dat wij daarin zouden wortelen en ons daarop zouden verlaten, en ons ertoe te brengen uitsluitend te rusten in Zijn bloed en gerechtigheid en het leven van onze ziel geheel bij Hem te zoeken. Die grote zegen van de verlossing wordt vaak voorafgegaan door donkere wolken en zware stormen.
Genesis 42:36.KruisverwijzingenGenesis 43:14→Prediker 7:8→Genesis 37:20→Jesaja 38:10→2 Korinthe 4:17→Jesaja 41:10→Genesis 47:12→Job 7:7→ — Toen zeide Jakob, hun vader, tot hen: Gij berooft mij van kinderen! Jozef is er niet, en Simeon is er niet; nu zult gij Benjamin wegnemen! al deze dingen zijn tegen mij! “Al deze dingen zijn tegen mij!” Jakob had zijn lijst van ellende opgemaakt; die telde hooguit drie punten. Toch zegt hij: “al deze dingen zijn tegen mij!” Ook wij hebben de neiging onze beproevingen groter te maken dan zij zijn, terwijl wij onze zegeningen juist klein achten. Wij vergroten de scharen van onze moeilijkheden en onderschatten de legers van onze zegeningen. Wat zou het goed zijn als dat niet zo was, want deze gewoonte is niet alleen pijnlijk voor onszelf, maar ook oneervol voor God. Wat is dat kleine “al” vergeleken met het allesovertreffende gewicht van de heerlijkheid die binnenkort in ons zal worden geopenbaard!
De honger drukt, reeds aanstonds in het eerste jaar, ook het land Kanaän. Jakob zendt zijn zonen, met uitzondering van de jongste, naar Egypte, om daar spijze te kopen. Jozef herkent zijn broeders; zij echter kennen hem niet. Jozef brengt hen in een lange en moeilijke school, waarin hij hen deels straft, deels beproeft. Hij brengt hen geheel in dezelfde toestand, als waarin hij zich bevonden heeft, toen hij door hen als spion gegrepen en in de kuil geworpen werd.
1. Toen Jakob aan andere inwoners van het land, die naar Egypte reisden, om spijze te kopen, zag, dat er koren in Egypte was, zo zei Jakob tot zijn zonen, die wel niet zonder reden zich verwijderd gehouden hadden van het land, dat hen aan hun zonde herinnerde (hoofdstuk. 37:25): Waarom ziet gij op elkaar, 1) alsof gij buiten raad zijt?
1) Waarom zien Jakob’s zonen elkaar in verlegenheid aan, en spreken zij er niet van, om naar Egypte te gaan, waar koren te koop is, hoewel een karavaan van reizigers zich gereed maakt, daarheen te vertrekken? Egypte is voor hun kwaad geweten een naam, die ongeluk voorspelt. Daar zij moeten vertrekken, gaan zij het liefst met hun tienen, opdat de een de ander sterke; daarbij vermengen zij zich met de menigte. Zij moeten tegenover Jozefs beschuldigingen verklaren, waarom zij, tien man sterk, verschijnen, en worden daardoor gedwongen de naam van Jozef te vermelden; maar hoe spoedig gaan zij die voorbij! Nadat zij door de gevangenschap verschrikt, en met de dood bedreigd zijn, kunnen zij, zelfs in Jozefs tegenwoordigheid en voor de oren van de tolk, de aanklacht van zichzelf niet onderdrukken: “dat hebben wij aan onze broeder verdiend!” Hoe levendig is bij hen de herinnering aan de smekende broeder, die om erbarmen bad! Zo getrouw is de herinnering van het geweten. Nu wordt ook het teruggevonden geld in de zak van een tot een teken, dat eindelijk de gerichten van God over hen aanvangen; en nog wordt hun angst groter, als het geld in alle zakken gevonden wordt. Ieder gunstig teken schijnt thans nog voor hen verloren; noch de herhaalde verzachtingen van Jozefs bevelen, noch zijn verzekering: “Ik vrees God”, noch zijn verklaring, dat hij met de voorstelling van Benjamin tevreden zal zijn, noch de geschonken teerkost voor de reis, noch het terugvinden van hun geld, doen hen moed scheppen. Ook Ruben, die een beter geweten heeft, deelt in het schuldgevoel, en ziet dat God hun bloedschuld begint te zoeken; zelfs de vrome vader vermoedt, dat er over zijn huis een donker lot hangt wegens de schuld van zijn zonen!.
Zij zagen de een op de ander, terwijl niemand met enig plan voor de dag durfde te komen.
2. Voorts zei hij: Ziet, a) ik heb gehoord, dat er koren in Egypte is; trekt daarheen, en koopt ons koren van daar, opdat wij leven en niet in deze grote nood van honger sterven.
a) Hand.7:12
3. Toen vertrokken Jozefs tien 1) broeders, om koren uit Egypte te kopen.
1) Zij vertrokken met hun tienen en maakten daarom hetzelfde getal uit, dat aanwezig was, toen Jozef verkocht werd. Dit was volgens Goddelijk bestel, hoewel wij mogen aannemen, dat van hun zijde zowel vrees als berekening in het spel waren. Vrees voor onheilen en berekening, omdat zij dan meer graan konden verkrijgen.
4. Doch Benjamin, Jozefs broeder uit dezelfde moeder, zond Jakob niet met zijn broeders, 1) want hij zei: Opdat hem niet misschien het verderf ontmoete!
1) Zonder twijfel had hij zich menigmaal verweten, dat hij Jozef had laten gaan, en Benjamin was nog zo jong. Maar bovendien schijnt Jakob vermoed te hebben, dat die tien broeders schuld hadden aan Jozefs ondergang, al wist hij ook niet, op welke wijze (vs.36) Nu wil hij zijn lievelingszoon aan hun handen niet toevertrouwen.
Daarom wordt dit reeds nu meegedeeld, omdat Benjamin zeer nauw betrokken is bij de verzoening tussen Jozef en zijn broeders. Ook het gezegde van Jakob wordt vermeld, opdat blijken zou, dat niet Jakob’s plannen, maar Gods plannen werden volvoerd. Nog eenmaal moest Jakob door de diepte van de beproeving heen, om dan straks in Gosen het einde van zijn pelgrimsreis rustig te doorleven.
5. Alzo kwamen Israël’s zonen, 1) om te kopen, onder degenen, die daar kwamen 2) want de honger was, ondanks de vruchtbaarheid van de landstreek, ook in het land Kanaän.
1) Het is alsof de Heilige Geest met deze woorden als met de vinger wil aanwijzen, hoe de Heere als nu het plan in betrekking tot het als vreemdeling verkeren in een vreemd land aanvankelijk in vervulling doet treden, maar ook, hoe als nu tegen hun wil en nog zonder hun weten de dromen in vervulling treden.
2) In het Hebreeuws Bethog Habaiem. In het midden van de komenden. Zij kwamen of tegelijk met een karavaan aan, of zij kwamen in gezelschap van een karavaan.
6. Jozef nu was Regent 1) over dat land; hij verkocht, met behulp van bedienden, in een daartoe ingerichte plaats, aan al het volk van het land; waarschijnlijk had hij beschikt, en wel met het doel, om zijn broeders te ontmoetten, op wier komst hij wachtte, dat alle vreemdelingen voor hem zelf verschijnen moesten; en Jozefs broeders kwamen, en werden tot Jozef gevoerd, en a) zij bogen zich voor hem, naar de gewoonte van de Oosterlingen eerbiedig, met de aangezichten ter aarde.
a) Genesis 37:7
1) Jozef verbindt de eer met trouw en vlijt. Want ofschoon hij het hoogste gezag bekleedt, neemt hij toch van de last op zich, wat hij maar kan, niet minder dan wanneer een koopman zijn moeite aanwendt. Waardoor men leren kan, dat, wie in eer uitsteekt, ook het meest werkzaam moet zijn; dat daarentegen zij, die rust en aanzien zoeken, de heilige verordeningen van God omkeren. Verder verstaan wij het verkopen van het graan door Jozef zo, niet dat hij met eigen handen het zelf uitmat, of de geldzaken behandelde, daar in vele gedeelten van het rijk verkocht werd, en één pakhuis niet voldoende was, maar dat de gehele last op hem rustte.
Hebr. “Schalith”. Deze schijnt zijn titel geweest te zijn bij alle buitenlanders, die de Semitische taal spraken. Misschien is daarvan de naam Salathis gevormd, die in het verhaal (zie Ge 40.11) aan de eerste koning van de Hyksos gegeven wordt.
7. Toen Jozef zijn broederen zag, herkende hij hen; maar hij hield zich vreemd jegens hen, a)deed zich voor, alsof hij een hun geheel onbekende was, en sprak hard met hen, 1) op een harde toon gelijk een onbeperkt gebieder doet, en hij zei tot hen: Van waar komt gij? En zij zeiden uit het land Kanaän, om spijze te kopen.
a) 1 Kon.14:5 en 6
1) De vraag is, met welk voornemen Jozef zijn broeders zo door bedreigingen en verschrikkingen gepijnigd heeft. Want, indien hij is aangezet door de van hen ontvangen belediging, kan zijn begeerte naar wraak niet verontschuldigd worden. Maar het is aannemelijk, dat hij noch door toorn, noch door ijver om zich te wreken, is aangedreven, maar dat hij om twee geldige redenen aldus heeft gehandeld. Want hij begeerde én zijn broeder Benjamin te ontmoeten, én door die vraag in het midden te brengen, wilde hij uitvorsen, of zij andere mensen waren geworden of niet; vervolgens hoedanig, van die tijd af, hun leven was geweest. Want, indien hij bij de eerste ontmoeting zich aan hen bekend gemaakt had, was het te vrezen, dat, daar het voor de vader verborgen was, welk een afschuwelijke misdaad zij begaan hadden, en die willende bedekt houden, zij een nieuwe zouden beginnen. Ook was het vermoeden niet geheel ongegrond, dat zij de een of andere wreedheid of trouweloosheid jegens hem zouden beproefd hebben. Het was daarom de moeite waard, dat zij hem nader onderrichten, totdat Jozef, omtrent de toestand van het vaderlijke huis, zeker ingelicht, uit de omstandigheden zelf maatregelen kon nemen. Vervolgens heeft hij hun, vóór dat hij hun vergiffenis bood, enige kastijding toegediend, opdat zij des te beter over het verschrikkelijke van hun misdaad zouden nadenken. Want dat hij later zo zacht en menslievend tegen hen was, kwam niet daar vandaan, dat hij door verandering van gemoed langzamerhand tot medelijden is gestemd. Wat meer is, daar Mozes, op een andere plaats meedelende, dat hij de afzondering gezocht heeft, daar hij zich niet langer kon inhouden, en daarmee doet uitkomen, dat hij het wenen onderdrukt heeft, zolang als hij met ernstig gelaat voor hen stond, daaruit blijkt, dat hij altijd met een gevoel van medelijden vervuld is geweest.
8. Jozef dan herkende zijn broeders, maar, gelijk hij uit het antwoord op zijn vraag duidelijk gewaar werd, zij kenden hem niet. 1)
1) Jozef sprak door een tolk met hen; hij was in Egyptische kleding en met geschoren hoofd. In de 21 of 22 jaar, dat zij hem niet gezien hadden, was de jongen een man geworden; daarbij kwam de hoge plaats, waarop hij zich bevond, en die in de verste verte niet toeliet, dat zij vermoedden, tegenover wie zij stonden.
Hier wordt kort samengevat, wat in de volgende verzen meer uitvoerig wordt meegedeeld. Geheel naar Oosterse gewoonte.
9. Toen zij in zo ootmoedige houding voor hem lagen, dacht 1) Jozef aan de dromen, die hij van hen gedroomd had (hoofdstuk. 37:5-9), de eerste droom was woordelijk vervuld, daar het werkelijk zijn schoof was, die overeind stond, terwijl de hunne neergebogen waren; want om de vrucht van de schoven waren de broeders bij hem gekomen en wierpen zij zich terneer; en hij zei tot hen, het gewone wantrouwen van de Egyptenaren tegenover vreemdelingen voorgevende, gelijk hij in het geheel zich als een Egyptenaar voordeed (vrgl. zijn wijze van zweren vs.15): Gij zijt verspieders; gij zijt gekomen, om te bezichtigen waar het land bloot is, 2) dat gij spijze wilt kopen, is slechts een voorwendsel. Gij zijt gekomen, om na te gaan, waar de zwakste plaatsen van het land zijn, opdat uw volk het zou kunnen innemen.
1) Dit wil niet zeggen, dat Jozef in de jaren, die voorbijgegaan waren, niet aan die dromen had gedacht, maar dat hij nu op bijzondere wijze er aan herinnerd werd, toen hij zijn broeders zich voor hem zag neerbuigen. Al de jaren door zijn die dromen als beloften van God lichtende sterren geweest op zijn duister pad.
2) Het vermoeden hier uitgesproken kon waar zijn, daar toen van de zijde van Arabië er reeds aanvallen geschied waren, en in die dagen het meermalen gebeurde, dat de zwakkere plaatsen werden onderzocht, om van daaruit het land te overweldigen. “Waar het land bloot is,” d.i. waar het land het gemakkelijkst kan binnen getrokken worden.
10. En zij zeiden tot hem: Nee, mijnheer! wij zijn geen verspieders; maar uw knechten zijn, gelijk wij reeds gezegd hebben, gekomen, om spijze te kopen.
Tegenover de zware beschuldiging plaatsen zij de naakte waarheid op een wijze, die alle kwaad vermoeden bij Jozef moet verbannen.
11. Wij allen zijn de zonen van één man en zou een vader zoveel zonen opeens aan het gevaar blootstellen van gedood te worden, gelijk toch de verspieder bij ontdekking wacht; wij zijn vroom, 1) uw knechten zijn geen verspieders.
1) In het Hebreeuws Kénim, Vroom, in de zin van: oprecht. Zij verzekeren hiermee, dat Jozef hen geloven kan, dat zij oprecht zijn in hun spreken en met volstrekt eerlijke bedoelingen zijn gekomen. Daarom ook wijzen zij er op, dat zij allen zonen zijn van één vader, en volstrekt geen mannen, die met elkaar een verbond hebben gesloten, om het land van Egypte te verspieden.
12. En hij zei tot hen: Nee, ik geloof u niet, maar houd mij overtuigd, dat gij zijt gekomen, om te bezichtigen, waar het land bloot is.
Jozef neemt een houding aan, alsof hij hen volstrekt niet gelooft, kennelijk met het doel, om hen te beproeven en nog meer van zijn vader te weten te komen.
13. En zij, zo ten onrechte beschuldigd, verklaarden nu nader, wie zij waren en zeiden: Wij, uw knechten, waren twaalf gebroeders, zonen van één man, in het land Kanaän; en zie, de kleinste, de jongste, is heden hij onze vader, die wilde onze vader niet laten meegaan, uit vrees, dat hem een ongeluk zou overkomen; doch de ene is niet meer. 1)
1) “Doch de ene is niet meer” Die een was Jozef, van wie zij vermoedden, dat hij niet meer in het land der levenden was. Dat het hun speet, bleek op dit ogenblik nog niet. Zij tonen in elk geval geen berouw over deze zaak. Is het daarom, dat Jozef hen terstond in de rede valt met de vernieuwde beschuldiging, versterkt door een scherpe bedreiging? Zeer waarschijnlijk. Men houde dan echter in het oog, dat, wat nu volgt, niet voortkwam uit wrevel of wraak, maar uit de begeerte, om hen waarachtig berouw te doen gevoelen over hun zonde.
14. Toen zei Jozef tot hen: Dat is het, wat ik tot u gesproken heb. Reeds wordt het openbaar, hoe weinig gij naar waarheid spreekt, maar u zelf bedekt houdt. Het is zo, gelijk ik sprak, zeggende: Gij zijt verspieders. Gij beweerde twaalf in getal te zijn; nu maakt gij u ervan af, waar de twaalfde zijn zou; van ene zegt gij, dat hij nog bij uw vader is. Waarom zou de vader een thuis houden, en alle overigen aan de gevaren van de reis blootstellen?
15. Hierin, in dit laatste punt, zult gij beproefd worden; zo waarlijk als Farao leeft, 1) indien gij van hier zult uitgaan, tenzij dan, wanneer uw kleinste broeder herwaarts zal gekomen zijn! Kunt gij die mij brengen, ik zal uw woord geloven.
1) De Egyptenaren zwoeren gelijk later de Hebreeën, bij het leven van hun koningen.
Vanwege deze eedzwering, ontstaat er een nieuwe kwestie. Want wat in de wet is voor geschreven, dat wij niet anders dan bij de naam van God mogen zweren, was reeds toen de harten van de vromen ingescherpt, daar de natuur voorschrijft, dat deze eer alleen God mag gegeven worden, dat de mensen Hem het oordeel overgeven, en als de Hoogste scheidsrechter en handhaver van trouw en waarheid aanstellen. Indien wij zeggen, dat het geen eed is geweest, maar slechts een soort van betuiging zal de heilige man reeds een weinig verontschuldigend zijn. Wie bij God zweert, wil Zijn tussenkomst, om het onrecht met Zijn straf te treffen. Wie bij zijn leven of bij zijn hoofd zweert, stelt als het ware als onderpand van zijn trouw, wat hem het meest dierbaar is. Op deze wijze wordt de Majesteit van God niet op een sterfelijk mens overgebracht, omdat het geheel iets anders is, Hem tot getuige te nemen, die recht heeft om te wreken, dan door de meest dierbare zaak de waarheid te bevestigen van wat wij zeggen. Zo ook schrijft Mozes, als hij de hemel en de aarde tot getuige aanroept, deze geen goddelijkheid toe, alsof hij nieuwe goden, schiep; maar opdat het gezag van de Wet des te klemmender zou zijn, verzekert hij, dat er geen stipje op de wereld zou zijn, welke niet om de toorn van God over de ondankbaarheid van het volk zou roepen, indien zij de leer van het heil zouden verwerpen.
16. Zendt dan een uit u, die uw broeder haalt, 1) maar weest gij, al de overigen gevangen, en uw woorden zullen beproefd worden, of de waarheid bij u zij; en indien niet, zo waarlijk als Farao leeft, zo zijt gij verspieders!
1) Hoe onrechtvaardiger de beschuldiging was, dat zij verspieders waren, des te meer reden was er voor hen, om aan de onrechtvaardigheid van hun eigen vroegere handelwijze te denken. Nu volgt de tweede vergelding, zij worden, evenals zij hem in de kuil geworpen hadden, en nameloze angst hadden laten uitstaan, in de gevangenis geworpen, en moesten daar dagenlang in angsten doorbrengen, niet wetende, wat er verder met hen gebeuren zou. Werkelijk begonnen zij daar aan de angst van hun broeder te denken. (vs.21).
Dat telkens wijzen op de achtergebleven broeder moet ongetwijfeld dienen, om hun de zonde tegen hem in herinnering te houden.
17. En hij zette hen samen drie dagen in bewaring, waarschijnlijk, omdat zij tegenbedenkingen maakten, wetende, dat hun vader, op het bericht, dat al de anderen gevangen waren, Benjamin niet zou laten meegaan.
Er is wel eens beweerd, dat Jozef hier onbillijk en onrechtvaardig tegen zijn broeders is geweest, dat de aangenomen rol hem tot die onrechtvaardigheid heeft geleid, Men vergete echter niet, dat op “verspieden” een zeer strenge straf stond, de straf van geseling, en soms (in oorlogstijd altijd) de dood. Hij zet hen in bewaring alleen, maar heeft hen volstrekt niet gepijnigd.
18. En op de derde dag begaf zich Jozef, met een tolk tot zijn broeders; toen zei Jozef tot hen: Doet dit, wat ik u voorstellen zal, zo zult gij leven; want ik wens nietonrechtvaardig te zijn, maar wil mij slechts van de waarheid van uw woorden overtuigen; ik vrees God. 1)
1) Na de strijd van drie dagen is dit het eerste vredesteken van Jozef; de eerste openbaring van het gevoel van zijn hart. Edel en rond is het voorstel, waarmee Jozef thans optreedt. Immers hij doet afstand van willekeur en tracht hij zijn handelwijze te rechtvaardigen door de aanwijzing van het beginsel, dat hem leidt: “En op de derde dag zei Jozef doe dit, zo zult gij leven; ik vrees God.” Aldus moet het blijken, dat nee, geen grilligheid, maar de vrees voor God de oorzaak is van zijn veranderde gemoedsstemming tegenover zijn broeders. De vrees voor God is hem het beginsel van al zijn doen en laten; drijft hem tot zijn verrassend voorstel en geeft hem het inzicht van het standpunt van zijn broeders.
Op de vrees voor God, als oorsprong en bron van zijn rechtvaardigheid en billijkheid, beroept Jozef zich. Omdat hij God vreest, kunnen zijn broeders hem vertrouwen, kunnen zij erop rekenen, dat zij straks met hun jongste broeder veilig huiswaarts kunnen keren. Zijn broeders hebben zich op hun oprechtheid zonder meer beroepen. Jozef beroept zich niet in de eerste plaats op het uitvloeisel, maar op het beginsel. Mensen, die God vrezen, wil hij zeggen, kunnen vertrouwd worden.
19. Zo gij, gelijk gij zegt, vroom zijt, en er geen kwaad bij u is, zo ga niet één, gelijk ik eerst heb voorgesteld, om de jongste broeder te halen; maar zo zij een van uw broeders gebonden in het huis van uw bewaring; en gaat gij, de overige negen, heen; brengt het koren voor de honger van uw huizen, opdat zij niet door de nood omkomen.
20. En brengt, wanneer gij weer hierheen komt, uw kleinste broeder tot mij; zo zullen uw woorden waar gemaakt worden; en gij zult niet sterven, En zij deden alzo; zij die in het eerste voorstel niet hadden kunnen treden, (vs.15-17) stemden in deze in.
21. Toen zeiden zij de een tot de ander, 1) door hun gevoel overmeesterd en daardoor vergetende, wat om hen was: Voorwaar wij zijn schuldig 2) aan onze broeder, wiens benauwdheid van ziel wij zagen, toen hij ons om genade bad, maar wij hoorden niet! Daarom komt deze benauwdheid over ons. a)
a) Psalm. 50:21 MATTHEUS.7:2
1) Er is geen twijfel aan, of God, om Jakob’s zonen tot berouw te brengen, heeft, zowel door aandrijving van de Geest, als door uitwendige kastijding hen gedwongen, om de zonde, reeds al te lang begraven, weer levendig in te zien. De lezer moge opmerken, dat de zonen van Jakob niet slechts hebben aangegrepen, wat voor de hand lag, maar dat het hun ook in de gedachte is gekomen, dat van Gods wege de straffen op verschillende wijze de zondaar treffen.
2) De macht van het geweten is hier duidelijk zichtbaar. De omstandigheid, dat één in Egypte moet achterblijven, is middel in Gods hand, om hen in het geheugen terug te roepen, wat vroeger heeft plaats gehad. Wat nog aan hun schuldbelijdenis ontbreekt, is het besef van zonde tegen God. Niet alleen tegen Jozef, maar bovenal tegen God hadden zij gezondigd, toen zij hun broeder wilden doden.
22. En Ruben 1) antwoordde hun, zeggende: Heb ik het tot u niet gezegd, toen ik zei: zondigt niet aan deze jongeman! maar gij hoorde niet; 2) en ook zijn bloed, 3) ziet, het wordt gezocht.
1) Daar hij beproefd had, Jozef uit de handen van zijn broeders te redden, om hem behouden tot zijn vader terug te brengen, werpt hij op hen de schuld, omdat zij toen geen oor voor zijn plan hadden gehad, en ik vat de woorden zo op, dat hij hun al te laat berouw verwijt.
2) Ruben is zeer onbillijk tegenover zijn broeders. Want al is hij voor Jozef in de bres gesprongen, toch heeft hij geenszins, zoals hem paste, hun overwegingen op koninklijke wijze verijdeld. Langs een omweg niet langs de koninklijke weg had hij Jozef willen redden. Het ontbrak hem aan moed. Dit is altijd een karaktertrek van zijn nakomelingen geweest. (Richteren. 5:16).
3) Zo diep zijn zij in hun geweten getroffen, dat zij niet anders denken, of Jozef is omgekomen, De zwaarste gevolgen van hun misdaad stellen zij zich voor ogen. Dat hij nog in Egypteland als slaaf verkeren kan, deze gedachte komt niet bij hen op.
23. En zij wisten niet, terwijl zij zo spraken, dat het Jozef hoorde, verstond; want daar was een taalman, 1) een tolk, tussen hen, zodat zij meenden, dat hij hun taal niet verstond.
1) De grondtekst geeft aan, dat deze tolk voor deze gelegenheid, met een bepaald doel was gekozen.
24. Toen wende hij zich om van hen af, innerlijk bewogen over de zo-even vernomen berouwvolle belijdenis van de broeders, en hij weende; 1) daarna, na een poos afwezigheid, keerde hij terug tot hen, en sprak tot hen, nogmaals over de voorstel, die hij gedaan had, en, als zij toestemden, nam hij Simeon van hen, als degene, die in de gevangenis zou blijven, en bond hem voor hun ogen, hun daardoor nogmaals hun vroegere handelwijze voor ogen stellende; hij bond Simeon, want deze was waarschijnlijk de hoofdaanlegger van de aanslag tegen Jozef geweest.
1) Ziet gij wel, hoe het Christus, onze Heer, te moe is, wanneer Hij de Zijnen straft, welk een hete vuuroven van grote liefde daar is. (Vrgl. Jeremia 31:20)
25. En Jozef, terwijl hij de overigen uit de plaats van bewaring liet gaan, gebood aan degene, die over zijn huis was, 1) (hoofdstuk. 43:16,19 vv.; 44:1 vv.), dat men hun zakken met koren vullen zou, en dat men tevens hun geld teruggaf, een ieder in zijn zak, en dat men hun teerkost gaf voor onderweg, opdat zij niet nodig zouden hebben, hun voorraad in de zakken aan te tasten, tenminste niet, voordat zij het grootste gedeelte van hun reis achter zich zouden hebben; en men deed hun alzo. 2)
1) Het schijnt, dat deze een Egyptenaar geweest is, die door Jozef tot de kennis van de ware God gekomen is, en hem bijzonder getrouw was, zodat Jozef hem enigermate in zijn plannen kon inwijden.
2) Hiermee wilde Jozef niet alleen zijn broeders, maar ook zijn vader tot nadenken stemmen. Zulk een kostelijke gave, zakken vol koren, gaf men aan vreemden niet ten geschenke.
26. En zij laadden hun koren op hun ezels en vertrokken, met achterlating van Simeon, van daar.
II. Gen. 42 vers 27-38
Onderweg opent een van de broeders, op een rustplaats, zijn zak, en vindt het heimelijk ingelegde geld; de anderen schrikken met hem over deze ontdekking, maar denken er niet aan, ook hun eigen zakken te openen. Als zij thuis gekomen zijn, verhalen zij hun vader alles, wat er gebeurt is, welke eis er gedaan is, en vinden, bij het legen van hun zakken, ook het overige geld. Jakob breekt los in luide klachten over de zware slagen, die hem treffen, en weigert met beslistheid Benjamin mee te laten gaan.
27. Toen een, daar de meegegeven teerkost verbruikt was, zijn zak opendeed, om zijn ezel voer te geven in de herberg, 1) zo zag hij zijn geld; want ziet, het was in de mond van zijn zak, bovenaan in de zak.
1) Beter vertaald “rustplaats.” In die tijden had men op die weg nog geen z.g. karavanserais of verblijfplaatsen voor reizigers. De bedoeling is: de eerste plaats, waar men halt maakte, om een weinig uit te rusten of te vernachten. (Ex.4:24).
28. En hij zei, over deze onverwachte ontdekking getroffen, tot zijn broeders: Mijn geld is teruggekeerd, daartoe ook, ziet het is in mijn zak! Toen ontging hun, 1) als zij het zagen, het hart, en zij verschrikten, de een tot de ander zich angstig wendende en zeggende: Wat is dit, dat ons God gedaan heeft 2) en waardoor Hij ons nog verder met Zijn straffende hand vervolgt!
1) Ook: Toen ontzonk hun het hart en sidderend spraken zij, de een tot de ander.
2) Zij zijn bevreesd, dat hieruit opnieuw ongelukken voor hen zullen geboren worden. Wanneer het hun al gelukken mocht, bij hun terugkeer naar Egypte, zich van de verdenking van verspieders te zijn te zuiveren, door Benjamin mee te brengen, zo zou men hen van diefstal kunnen beschuldigen, en zo zouden zij wederom aan het geweld van de Regent van het land prijsgegeven zijn. Het geld brandde hun dus in de handen; een ernstige waarschuwing voor het loon van ongerechtigheid, dat zij eens van de Ismaëlitische kooplieden hadden ontvangen, evenals hun behandeling als leugenaars, die zij van Jozef ondervonden hadden, hen aan de leugen moest herinneren, waarmee zij eenmaal hun vader misleid hadden, (hoofdstuk. 37:31 vv.) Wat voor ons gunstige tekenen zijn, zijn dikwijls vanwege ons kwaad geweten of ons ongeloof, tekenen van verschrikking. (vrgl. MATTHEUS.14:26).
Zij twisten niet met God, alsof zij meenden, dat het gevaar zonder oorzaak was geschapen, maar ziende, op velerlei wijze, dat Hij vertoornd was, weenden zij om hun ellende. Maar waarom vestigen zij niet liever hun zinnen op Jozef? Want het vermoeden lag voor de hand, dat dit met bedrog gedaan was, omdat hij nieuwe listen en lagen wilde smeden. Hoe kwam het dan, dat zij, om de mens niet denkende, terecht op God, als wreker, het oog vestigden? Ongetwijfeld, omdat eenmaal deze gedachte in hun gemoederen post had gevat, dat zij een rechtvaardig en welverdiend loon voor hun zonden ontvingen, daarom, welke rampen hun nu ook treffen, verhalen zij alles op die zonde.
29. En zij kwamen in het land Kanaän, tot Jakob, hun vader; en zij gaven hem te kennen al hun wedervaren, zeggende:
30. Die man, de heer van dat land, heeft hard met ons gesproken; en hij heeft ons gehouden voor verspieders van het land.
31. Maar wij zeiden tot hem: Wij zijn vroom; wij zijn geen verspieders.
32. Wij waren twaalf gebroeders, zonen van onze vader; de een is niet meer, en de kleinste is heden bij onze vader, in het land Kanaän.
33. En die man, de heer van dat land, zei tot ons: Hieraan zal ik bekennen, dat gij vroom zijt: laat één van uw broeders bij mij, en neemt voor de honger van uw huizen, en gaat heen.
34. En brengt uw kleinste broeder tot mij; zo zal ik weten, dat gij geen verspieders zijt, maar dat gij vroom zijt; uw broeder, die ik als gijzelaar hier houd, zal ik u weergeven, wanneer gij met die jongste broeder, waarvan gij gesproken hebt, tot mij teruggekeerd zijt, en dan, als gij mij daardoor bewezen hebt, dat gij in deze zaak oprecht zijt, zult gij in dit land mogen handelen, heen en weer mogen trekken, en kopen en verkopen, wat gij wilt.
35. En het geschiedde, als zij hun a) zakken leegden, ziet, zo had een ieder de bundel met zijn geld in zijn zak, en zij zagen de bundelen met hun geld; verwonderd over die vondst, bezagen zij die nogmaals nauwkeurig, zij en hun vader; en zij waren bevreesd, daar zij nu nog om een andere reden in de macht van die man waren, die zo hard met hen gesproken had.
a) Vs.25 Genesis 44:1
Zó waren zij door vrees aangetast, dat, toen onderweg één het geld in zijn zak vond, zij weerhouden werden, om alle zakken te onderzoeken. Hun geweten beschuldigde hen zo, dat zij liever voor dit ogenblik geen redenen voor vrees meer hadden.
36. Toen zei Jakob, hun vader, tot hen: Gij berooft 1) mij van kinderen! Jozef is er niet, en Simeon is er niet; nu zult gij Benjamin wegnemen! al deze dingen zijn tegen mij! U gaat het minder aan, of gij een broeder minder hebt, maar op mijn hoofd komt dat alles neer.
1) Wel niet openlijk, maar toch zijdelings beschuldigt Jakob hier zijn zonen van de moord op Jozef. Wellicht dat hem in al die jaren wel iets ter ore is gekomen van hun daden, maar door vrees weerhouden werd, om het uit te spreken. Nu echter overmant hem de schrik zo, dat hij, als in een onbewaakt ogenblik, van zijn vermoeden of wetenschap blijk geeft.
37. Toen sprak Ruben, de weekhartigste onder hen, (hoofdstuk. 37:21 vv.) gelijk mensen van zijn soort (hoofdstuk. 35:22) in de regel door een zekere goedhartigheid zich onderscheiden, tot zijn vader, zeggende: Dood twee van mijn zonen, (hoofdstuk. 46:9), zo ik hem tot u niet terugbreng, geef hem Benjamin in mijn hand, en ik zal hem weer tot u brengen. 1)
1) Door zijn woorden heen klinkt het bewustzijn, dat hij Jozef eens had willen redden en tot zijn vader had willen terugbrengen; maar “het is zeer ongerijmd wat hij zegt, en niet wijs van hem gesproken”.
In zijn woorden merken wij meer heldhaftigheid dan verstand op. Wat baatte het de vader zulk een pand, zijn eigen kleinzonen, te bezitten? En herinnerde dan Ruben zich niet, dat hij vroeger, ondanks zijn goede wil, Jozef toch niet had kunnen terugbrengen? (vrgl. hoofdstuk. 43:8 vv.).
Met deze woorden wil Ruben bij Jakob het vertrouwen wekken, dat hij Benjamin weer veilig huiswaarts zal doen keren.
38. Maar hij, Jakob, zei: Mijn zoon zal met u niet vertrekken, 1) want zijn broeder is dood, en hij is van de kinderen van mijn geliefde Rachel alleen overgebleven, zo hem een verderf ontmoette op de weg, die gij zult gaan, en immers het is, alsof altijd mijn kinderen een ongeluktreffen moet, wanneer ze in uw gezelschap zijn, zo zou gij mijn a) grauwe haar met droefenis ten grave doen neerdalen. 2)
a) 1 Koningen 2:6,9 Genesis 37:35
1) Wij zien, naar het leven geschilderd, hoezeer de heilige Jakob door smart verteerd werd. Hij ziet zijn gehele huis honger lijden, maar wil liever van het leven, dan van zijn zoon scheiden.
2) Dit is een hoofdstuk van de onfeilbare vervulling van de goddelijke raadsbesluiten, van het boze geweten, van de voorgevoelens van ongeluk bij een grijsaard in een met schuld beladen huis; maar ook van de omkering van het gericht, tot verzoening en verlossing, in het leven van de veranderde zonen van de belofte.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Hoe groter de zegen, des te zwaarder is de beproeving die eraan voorafgaat. Zo is het ook met onze eigen ziel.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 42
Genesis 42:17.KruisverwijzingenGenesis 40:4→Genesis 40:7→Handelingen 4:3→Jesaja 24:22→Genesis 41:10→Hebreeën 12:10→Leviticus 24:12→Handelingen 5:18→
— En hij zette hen samen drie dagen in bewaring.
“En hij zette hen samen drie dagen in bewaring.” Wanneer Jozef gevangenen onder zijn hoede had, behandelde hij hen niet hardvochtig, maar met grote zorg. Hij lette op hun gezichtsuitdrukkingen, informeerde naar hun omstandigheden en was bereid alles te doen wat in zijn vermogen lag om hen te helpen. Dat was een van de geheimen van zijn levenssucces: hij was ieders vriend. Wie bereid is de dienaar van allen te zijn, zal ook de leider van allen zijn. God was met Jozef en leerde hem mededogen, want God Zelf is vol medelijden met hen die lijden. Misschien werpen wij tegen dat Jozef zijn broers een tijdlang leek te kwellen. Dat is niet zo. Hij had hun welzijn op het oog. De liefde die hij voor hen koesterde, was wijs en doordacht. God, Die veel liefdevoller is dan Jozef, brengt ook ons vaak in moeilijkheden om ons tot bekering te brengen en ons van veel kwaad te genezen. Jozef wilde zijn broers tot een rechte gezindheid van hart brengen, en daarin slaagde hij, al was dat proces voor hem pijnlijker dan voor hen.
Genesis 42:23-26.KruisverwijzingenGenesis 43:30→1 Petrus 3:9→2 Korinthe 5:20→Johannes 16:13→Jesaja 63:9→Lukas 19:41→1 Korinthe 12:26→Genesis 34:25→
— En zij wisten niet, dat het Jozef hoorde; want daar was een taalman tussen hen. Toen wendde hij zich om, van hen af, en weende; daarna keerde hij weder tot hen, en sprak tot hen, en nam Simeon van hen, en bond hem voor hun ogen. En Jozef gebood, dat men hun zakken met koren vullen zou, en dat men hun geld wederkeerde, een iegelijk in zijn zak, en dat men hun teerkost gave tot den weg; en men deed hun alzo. En zij laadden hun koren op hun ezels, en togen van daar.
“En nam Simeon van hen.” Jozef is van plan zijn broers te zegenen. Hij koestert de edelste en meest koninklijke bedoelingen jegens hen, maar handelt eerst streng met hen.
Voordat de Heere Jezus Christus komt om Zijn kerk haar laatste en meest verheven zegen te schenken in Zijn duizendjarige heerschappij van heerlijkheid, moeten eerst nog schalen worden uitgegoten. Er zullen oorlogen zijn en geruchten van oorlogen. Er zal een schudding van de aarde plaatsvinden: grote benauwdheid, hongersnood, pestilenties en aardbevingen. Hoe groter de zegen, des te zwaarder is de beproeving die eraan voorafgaat. Zo is het ook met onze eigen ziel.
Toen de Heere Jezus Christus voornemens was ons te redden en ons de zekerheid van de vergeving van onze zonden te schenken, begon Hij ons te overtuigen van onze ongerechtigheid. Hij bracht zware slagen toe aan onze zelfingenomenheid. Hij wierp ons neer in het stof en het leek alsof Hij ons door de modder liet gaan. Het leek alsof Hij er behagen in schepte ons te vertreden, al onze hoop te verpletteren en iedere dierbare verwachting te vernietigen. Dit alles had echter als doel ons los te maken van onze zelfgerechtigheid, die met wortel en al uit te rukken, te voorkomen dat wij daarin zouden wortelen en ons daarop zouden verlaten, en ons ertoe te brengen uitsluitend te rusten in Zijn bloed en gerechtigheid en het leven van onze ziel geheel bij Hem te zoeken. Die grote zegen van de verlossing wordt vaak voorafgegaan door donkere wolken en zware stormen.
Genesis 42:36.KruisverwijzingenGenesis 43:14→Prediker 7:8→Genesis 37:20→Jesaja 38:10→2 Korinthe 4:17→Jesaja 41:10→Genesis 47:12→Job 7:7→
— Toen zeide Jakob, hun vader, tot hen: Gij berooft mij van kinderen! Jozef is er niet, en Simeon is er niet; nu zult gij Benjamin wegnemen! al deze dingen zijn tegen mij!
“Al deze dingen zijn tegen mij!” Jakob had zijn lijst van ellende opgemaakt; die telde hooguit drie punten. Toch zegt hij: “al deze dingen zijn tegen mij!” Ook wij hebben de neiging onze beproevingen groter te maken dan zij zijn, terwijl wij onze zegeningen juist klein achten. Wij vergroten de scharen van onze moeilijkheden en onderschatten de legers van onze zegeningen. Wat zou het goed zijn als dat niet zo was, want deze gewoonte is niet alleen pijnlijk voor onszelf, maar ook oneervol voor God. Wat is dat kleine “al” vergeleken met het allesovertreffende gewicht van de heerlijkheid die binnenkort in ons zal worden geopenbaard!
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
DE EERSTE REIS VAN JAKOB’S ZONEN NAAR EGYPTE.
I. Gen. 42 vers 1-26
De honger drukt, reeds aanstonds in het eerste jaar, ook het land Kanaän. Jakob zendt zijn zonen, met uitzondering van de jongste, naar Egypte, om daar spijze te kopen. Jozef herkent zijn broeders; zij echter kennen hem niet. Jozef brengt hen in een lange en moeilijke school, waarin hij hen deels straft, deels beproeft. Hij brengt hen geheel in dezelfde toestand, als waarin hij zich bevonden heeft, toen hij door hen als spion gegrepen en in de kuil geworpen werd.
1. Toen Jakob aan andere inwoners van het land, die naar Egypte reisden, om spijze te kopen, zag, dat er koren in Egypte was, zo zei Jakob tot zijn zonen, die wel niet zonder reden zich verwijderd gehouden hadden van het land, dat hen aan hun zonde herinnerde (hoofdstuk. 37:25): Waarom ziet gij op elkaar, 1) alsof gij buiten raad zijt?
1) Waarom zien Jakob’s zonen elkaar in verlegenheid aan, en spreken zij er niet van, om naar Egypte te gaan, waar koren te koop is, hoewel een karavaan van reizigers zich gereed maakt, daarheen te vertrekken? Egypte is voor hun kwaad geweten een naam, die ongeluk voorspelt. Daar zij moeten vertrekken, gaan zij het liefst met hun tienen, opdat de een de ander sterke; daarbij vermengen zij zich met de menigte. Zij moeten tegenover Jozefs beschuldigingen verklaren, waarom zij, tien man sterk, verschijnen, en worden daardoor gedwongen de naam van Jozef te vermelden; maar hoe spoedig gaan zij die voorbij! Nadat zij door de gevangenschap verschrikt, en met de dood bedreigd zijn, kunnen zij, zelfs in Jozefs tegenwoordigheid en voor de oren van de tolk, de aanklacht van zichzelf niet onderdrukken: “dat hebben wij aan onze broeder verdiend!” Hoe levendig is bij hen de herinnering aan de smekende broeder, die om erbarmen bad! Zo getrouw is de herinnering van het geweten. Nu wordt ook het teruggevonden geld in de zak van een tot een teken, dat eindelijk de gerichten van God over hen aanvangen; en nog wordt hun angst groter, als het geld in alle zakken gevonden wordt. Ieder gunstig teken schijnt thans nog voor hen verloren; noch de herhaalde verzachtingen van Jozefs bevelen, noch zijn verzekering: “Ik vrees God”, noch zijn verklaring, dat hij met de voorstelling van Benjamin tevreden zal zijn, noch de geschonken teerkost voor de reis, noch het terugvinden van hun geld, doen hen moed scheppen. Ook Ruben, die een beter geweten heeft, deelt in het schuldgevoel, en ziet dat God hun bloedschuld begint te zoeken; zelfs de vrome vader vermoedt, dat er over zijn huis een donker lot hangt wegens de schuld van zijn zonen!.
Zij zagen de een op de ander, terwijl niemand met enig plan voor de dag durfde te komen.
2. Voorts zei hij: Ziet, a) ik heb gehoord, dat er koren in Egypte is; trekt daarheen, en koopt ons koren van daar, opdat wij leven en niet in deze grote nood van honger sterven.
a) Hand.7:12
3. Toen vertrokken Jozefs tien 1) broeders, om koren uit Egypte te kopen.
1) Zij vertrokken met hun tienen en maakten daarom hetzelfde getal uit, dat aanwezig was, toen Jozef verkocht werd. Dit was volgens Goddelijk bestel, hoewel wij mogen aannemen, dat van hun zijde zowel vrees als berekening in het spel waren. Vrees voor onheilen en berekening, omdat zij dan meer graan konden verkrijgen.
4. Doch Benjamin, Jozefs broeder uit dezelfde moeder, zond Jakob niet met zijn broeders, 1) want hij zei: Opdat hem niet misschien het verderf ontmoete!
1) Zonder twijfel had hij zich menigmaal verweten, dat hij Jozef had laten gaan, en Benjamin was nog zo jong. Maar bovendien schijnt Jakob vermoed te hebben, dat die tien broeders schuld hadden aan Jozefs ondergang, al wist hij ook niet, op welke wijze (vs.36) Nu wil hij zijn lievelingszoon aan hun handen niet toevertrouwen.
Daarom wordt dit reeds nu meegedeeld, omdat Benjamin zeer nauw betrokken is bij de verzoening tussen Jozef en zijn broeders. Ook het gezegde van Jakob wordt vermeld, opdat blijken zou, dat niet Jakob’s plannen, maar Gods plannen werden volvoerd. Nog eenmaal moest Jakob door de diepte van de beproeving heen, om dan straks in Gosen het einde van zijn pelgrimsreis rustig te doorleven.
5. Alzo kwamen Israël’s zonen, 1) om te kopen, onder degenen, die daar kwamen 2) want de honger was, ondanks de vruchtbaarheid van de landstreek, ook in het land Kanaän.
1) Het is alsof de Heilige Geest met deze woorden als met de vinger wil aanwijzen, hoe de Heere als nu het plan in betrekking tot het als vreemdeling verkeren in een vreemd land aanvankelijk in vervulling doet treden, maar ook, hoe als nu tegen hun wil en nog zonder hun weten de dromen in vervulling treden.
2) In het Hebreeuws Bethog Habaiem. In het midden van de komenden. Zij kwamen of tegelijk met een karavaan aan, of zij kwamen in gezelschap van een karavaan.
6. Jozef nu was Regent 1) over dat land; hij verkocht, met behulp van bedienden, in een daartoe ingerichte plaats, aan al het volk van het land; waarschijnlijk had hij beschikt, en wel met het doel, om zijn broeders te ontmoetten, op wier komst hij wachtte, dat alle vreemdelingen voor hem zelf verschijnen moesten; en Jozefs broeders kwamen, en werden tot Jozef gevoerd, en a) zij bogen zich voor hem, naar de gewoonte van de Oosterlingen eerbiedig, met de aangezichten ter aarde.
a) Genesis 37:7
1) Jozef verbindt de eer met trouw en vlijt. Want ofschoon hij het hoogste gezag bekleedt, neemt hij toch van de last op zich, wat hij maar kan, niet minder dan wanneer een koopman zijn moeite aanwendt. Waardoor men leren kan, dat, wie in eer uitsteekt, ook het meest werkzaam moet zijn; dat daarentegen zij, die rust en aanzien zoeken, de heilige verordeningen van God omkeren. Verder verstaan wij het verkopen van het graan door Jozef zo, niet dat hij met eigen handen het zelf uitmat, of de geldzaken behandelde, daar in vele gedeelten van het rijk verkocht werd, en één pakhuis niet voldoende was, maar dat de gehele last op hem rustte.
Hebr. “Schalith”. Deze schijnt zijn titel geweest te zijn bij alle buitenlanders, die de Semitische taal spraken. Misschien is daarvan de naam Salathis gevormd, die in het verhaal (zie Ge 40.11) aan de eerste koning van de Hyksos gegeven wordt.
7. Toen Jozef zijn broederen zag, herkende hij hen; maar hij hield zich vreemd jegens hen, a)deed zich voor, alsof hij een hun geheel onbekende was, en sprak hard met hen, 1) op een harde toon gelijk een onbeperkt gebieder doet, en hij zei tot hen: Van waar komt gij? En zij zeiden uit het land Kanaän, om spijze te kopen.
a) 1 Kon.14:5 en 6
1) De vraag is, met welk voornemen Jozef zijn broeders zo door bedreigingen en verschrikkingen gepijnigd heeft. Want, indien hij is aangezet door de van hen ontvangen belediging, kan zijn begeerte naar wraak niet verontschuldigd worden. Maar het is aannemelijk, dat hij noch door toorn, noch door ijver om zich te wreken, is aangedreven, maar dat hij om twee geldige redenen aldus heeft gehandeld. Want hij begeerde én zijn broeder Benjamin te ontmoeten, én door die vraag in het midden te brengen, wilde hij uitvorsen, of zij andere mensen waren geworden of niet; vervolgens hoedanig, van die tijd af, hun leven was geweest. Want, indien hij bij de eerste ontmoeting zich aan hen bekend gemaakt had, was het te vrezen, dat, daar het voor de vader verborgen was, welk een afschuwelijke misdaad zij begaan hadden, en die willende bedekt houden, zij een nieuwe zouden beginnen. Ook was het vermoeden niet geheel ongegrond, dat zij de een of andere wreedheid of trouweloosheid jegens hem zouden beproefd hebben. Het was daarom de moeite waard, dat zij hem nader onderrichten, totdat Jozef, omtrent de toestand van het vaderlijke huis, zeker ingelicht, uit de omstandigheden zelf maatregelen kon nemen. Vervolgens heeft hij hun, vóór dat hij hun vergiffenis bood, enige kastijding toegediend, opdat zij des te beter over het verschrikkelijke van hun misdaad zouden nadenken. Want dat hij later zo zacht en menslievend tegen hen was, kwam niet daar vandaan, dat hij door verandering van gemoed langzamerhand tot medelijden is gestemd. Wat meer is, daar Mozes, op een andere plaats meedelende, dat hij de afzondering gezocht heeft, daar hij zich niet langer kon inhouden, en daarmee doet uitkomen, dat hij het wenen onderdrukt heeft, zolang als hij met ernstig gelaat voor hen stond, daaruit blijkt, dat hij altijd met een gevoel van medelijden vervuld is geweest.
8. Jozef dan herkende zijn broeders, maar, gelijk hij uit het antwoord op zijn vraag duidelijk gewaar werd, zij kenden hem niet. 1)
1) Jozef sprak door een tolk met hen; hij was in Egyptische kleding en met geschoren hoofd. In de 21 of 22 jaar, dat zij hem niet gezien hadden, was de jongen een man geworden; daarbij kwam de hoge plaats, waarop hij zich bevond, en die in de verste verte niet toeliet, dat zij vermoedden, tegenover wie zij stonden.
Hier wordt kort samengevat, wat in de volgende verzen meer uitvoerig wordt meegedeeld. Geheel naar Oosterse gewoonte.
9. Toen zij in zo ootmoedige houding voor hem lagen, dacht 1) Jozef aan de dromen, die hij van hen gedroomd had (hoofdstuk. 37:5-9), de eerste droom was woordelijk vervuld, daar het werkelijk zijn schoof was, die overeind stond, terwijl de hunne neergebogen waren; want om de vrucht van de schoven waren de broeders bij hem gekomen en wierpen zij zich terneer; en hij zei tot hen, het gewone wantrouwen van de Egyptenaren tegenover vreemdelingen voorgevende, gelijk hij in het geheel zich als een Egyptenaar voordeed (vrgl. zijn wijze van zweren vs.15): Gij zijt verspieders; gij zijt gekomen, om te bezichtigen waar het land bloot is, 2) dat gij spijze wilt kopen, is slechts een voorwendsel. Gij zijt gekomen, om na te gaan, waar de zwakste plaatsen van het land zijn, opdat uw volk het zou kunnen innemen.
1) Dit wil niet zeggen, dat Jozef in de jaren, die voorbijgegaan waren, niet aan die dromen had gedacht, maar dat hij nu op bijzondere wijze er aan herinnerd werd, toen hij zijn broeders zich voor hem zag neerbuigen. Al de jaren door zijn die dromen als beloften van God lichtende sterren geweest op zijn duister pad.
2) Het vermoeden hier uitgesproken kon waar zijn, daar toen van de zijde van Arabië er reeds aanvallen geschied waren, en in die dagen het meermalen gebeurde, dat de zwakkere plaatsen werden onderzocht, om van daaruit het land te overweldigen. “Waar het land bloot is,” d.i. waar het land het gemakkelijkst kan binnen getrokken worden.
10. En zij zeiden tot hem: Nee, mijnheer! wij zijn geen verspieders; maar uw knechten zijn, gelijk wij reeds gezegd hebben, gekomen, om spijze te kopen.
Tegenover de zware beschuldiging plaatsen zij de naakte waarheid op een wijze, die alle kwaad vermoeden bij Jozef moet verbannen.
11. Wij allen zijn de zonen van één man en zou een vader zoveel zonen opeens aan het gevaar blootstellen van gedood te worden, gelijk toch de verspieder bij ontdekking wacht; wij zijn vroom, 1) uw knechten zijn geen verspieders.
1) In het Hebreeuws Kénim, Vroom, in de zin van: oprecht. Zij verzekeren hiermee, dat Jozef hen geloven kan, dat zij oprecht zijn in hun spreken en met volstrekt eerlijke bedoelingen zijn gekomen. Daarom ook wijzen zij er op, dat zij allen zonen zijn van één vader, en volstrekt geen mannen, die met elkaar een verbond hebben gesloten, om het land van Egypte te verspieden.
12. En hij zei tot hen: Nee, ik geloof u niet, maar houd mij overtuigd, dat gij zijt gekomen, om te bezichtigen, waar het land bloot is.
Jozef neemt een houding aan, alsof hij hen volstrekt niet gelooft, kennelijk met het doel, om hen te beproeven en nog meer van zijn vader te weten te komen.
13. En zij, zo ten onrechte beschuldigd, verklaarden nu nader, wie zij waren en zeiden: Wij, uw knechten, waren twaalf gebroeders, zonen van één man, in het land Kanaän; en zie, de kleinste, de jongste, is heden hij onze vader, die wilde onze vader niet laten meegaan, uit vrees, dat hem een ongeluk zou overkomen; doch de ene is niet meer. 1)
1) “Doch de ene is niet meer” Die een was Jozef, van wie zij vermoedden, dat hij niet meer in het land der levenden was. Dat het hun speet, bleek op dit ogenblik nog niet. Zij tonen in elk geval geen berouw over deze zaak. Is het daarom, dat Jozef hen terstond in de rede valt met de vernieuwde beschuldiging, versterkt door een scherpe bedreiging? Zeer waarschijnlijk. Men houde dan echter in het oog, dat, wat nu volgt, niet voortkwam uit wrevel of wraak, maar uit de begeerte, om hen waarachtig berouw te doen gevoelen over hun zonde.
14. Toen zei Jozef tot hen: Dat is het, wat ik tot u gesproken heb. Reeds wordt het openbaar, hoe weinig gij naar waarheid spreekt, maar u zelf bedekt houdt. Het is zo, gelijk ik sprak, zeggende: Gij zijt verspieders. Gij beweerde twaalf in getal te zijn; nu maakt gij u ervan af, waar de twaalfde zijn zou; van ene zegt gij, dat hij nog bij uw vader is. Waarom zou de vader een thuis houden, en alle overigen aan de gevaren van de reis blootstellen?
15. Hierin, in dit laatste punt, zult gij beproefd worden; zo waarlijk als Farao leeft, 1) indien gij van hier zult uitgaan, tenzij dan, wanneer uw kleinste broeder herwaarts zal gekomen zijn! Kunt gij die mij brengen, ik zal uw woord geloven.
1) De Egyptenaren zwoeren gelijk later de Hebreeën, bij het leven van hun koningen.
Vanwege deze eedzwering, ontstaat er een nieuwe kwestie. Want wat in de wet is voor geschreven, dat wij niet anders dan bij de naam van God mogen zweren, was reeds toen de harten van de vromen ingescherpt, daar de natuur voorschrijft, dat deze eer alleen God mag gegeven worden, dat de mensen Hem het oordeel overgeven, en als de Hoogste scheidsrechter en handhaver van trouw en waarheid aanstellen. Indien wij zeggen, dat het geen eed is geweest, maar slechts een soort van betuiging zal de heilige man reeds een weinig verontschuldigend zijn. Wie bij God zweert, wil Zijn tussenkomst, om het onrecht met Zijn straf te treffen. Wie bij zijn leven of bij zijn hoofd zweert, stelt als het ware als onderpand van zijn trouw, wat hem het meest dierbaar is. Op deze wijze wordt de Majesteit van God niet op een sterfelijk mens overgebracht, omdat het geheel iets anders is, Hem tot getuige te nemen, die recht heeft om te wreken, dan door de meest dierbare zaak de waarheid te bevestigen van wat wij zeggen. Zo ook schrijft Mozes, als hij de hemel en de aarde tot getuige aanroept, deze geen goddelijkheid toe, alsof hij nieuwe goden, schiep; maar opdat het gezag van de Wet des te klemmender zou zijn, verzekert hij, dat er geen stipje op de wereld zou zijn, welke niet om de toorn van God over de ondankbaarheid van het volk zou roepen, indien zij de leer van het heil zouden verwerpen.
16. Zendt dan een uit u, die uw broeder haalt, 1) maar weest gij, al de overigen gevangen, en uw woorden zullen beproefd worden, of de waarheid bij u zij; en indien niet, zo waarlijk als Farao leeft, zo zijt gij verspieders!
1) Hoe onrechtvaardiger de beschuldiging was, dat zij verspieders waren, des te meer reden was er voor hen, om aan de onrechtvaardigheid van hun eigen vroegere handelwijze te denken. Nu volgt de tweede vergelding, zij worden, evenals zij hem in de kuil geworpen hadden, en nameloze angst hadden laten uitstaan, in de gevangenis geworpen, en moesten daar dagenlang in angsten doorbrengen, niet wetende, wat er verder met hen gebeuren zou. Werkelijk begonnen zij daar aan de angst van hun broeder te denken. (vs.21).
Dat telkens wijzen op de achtergebleven broeder moet ongetwijfeld dienen, om hun de zonde tegen hem in herinnering te houden.
17. En hij zette hen samen drie dagen in bewaring, waarschijnlijk, omdat zij tegenbedenkingen maakten, wetende, dat hun vader, op het bericht, dat al de anderen gevangen waren, Benjamin niet zou laten meegaan.
Er is wel eens beweerd, dat Jozef hier onbillijk en onrechtvaardig tegen zijn broeders is geweest, dat de aangenomen rol hem tot die onrechtvaardigheid heeft geleid, Men vergete echter niet, dat op “verspieden” een zeer strenge straf stond, de straf van geseling, en soms (in oorlogstijd altijd) de dood. Hij zet hen in bewaring alleen, maar heeft hen volstrekt niet gepijnigd.
18. En op de derde dag begaf zich Jozef, met een tolk tot zijn broeders; toen zei Jozef tot hen: Doet dit, wat ik u voorstellen zal, zo zult gij leven; want ik wens nietonrechtvaardig te zijn, maar wil mij slechts van de waarheid van uw woorden overtuigen; ik vrees God. 1)
1) Na de strijd van drie dagen is dit het eerste vredesteken van Jozef; de eerste openbaring van het gevoel van zijn hart. Edel en rond is het voorstel, waarmee Jozef thans optreedt. Immers hij doet afstand van willekeur en tracht hij zijn handelwijze te rechtvaardigen door de aanwijzing van het beginsel, dat hem leidt: “En op de derde dag zei Jozef doe dit, zo zult gij leven; ik vrees God.” Aldus moet het blijken, dat nee, geen grilligheid, maar de vrees voor God de oorzaak is van zijn veranderde gemoedsstemming tegenover zijn broeders. De vrees voor God is hem het beginsel van al zijn doen en laten; drijft hem tot zijn verrassend voorstel en geeft hem het inzicht van het standpunt van zijn broeders.
Op de vrees voor God, als oorsprong en bron van zijn rechtvaardigheid en billijkheid, beroept Jozef zich. Omdat hij God vreest, kunnen zijn broeders hem vertrouwen, kunnen zij erop rekenen, dat zij straks met hun jongste broeder veilig huiswaarts kunnen keren. Zijn broeders hebben zich op hun oprechtheid zonder meer beroepen. Jozef beroept zich niet in de eerste plaats op het uitvloeisel, maar op het beginsel. Mensen, die God vrezen, wil hij zeggen, kunnen vertrouwd worden.
19. Zo gij, gelijk gij zegt, vroom zijt, en er geen kwaad bij u is, zo ga niet één, gelijk ik eerst heb voorgesteld, om de jongste broeder te halen; maar zo zij een van uw broeders gebonden in het huis van uw bewaring; en gaat gij, de overige negen, heen; brengt het koren voor de honger van uw huizen, opdat zij niet door de nood omkomen.
20. En brengt, wanneer gij weer hierheen komt, uw kleinste broeder tot mij; zo zullen uw woorden waar gemaakt worden; en gij zult niet sterven, En zij deden alzo; zij die in het eerste voorstel niet hadden kunnen treden, (vs.15-17) stemden in deze in.
21. Toen zeiden zij de een tot de ander, 1) door hun gevoel overmeesterd en daardoor vergetende, wat om hen was: Voorwaar wij zijn schuldig 2) aan onze broeder, wiens benauwdheid van ziel wij zagen, toen hij ons om genade bad, maar wij hoorden niet! Daarom komt deze benauwdheid over ons. a)
a) Psalm. 50:21 MATTHEUS.7:2
1) Er is geen twijfel aan, of God, om Jakob’s zonen tot berouw te brengen, heeft, zowel door aandrijving van de Geest, als door uitwendige kastijding hen gedwongen, om de zonde, reeds al te lang begraven, weer levendig in te zien. De lezer moge opmerken, dat de zonen van Jakob niet slechts hebben aangegrepen, wat voor de hand lag, maar dat het hun ook in de gedachte is gekomen, dat van Gods wege de straffen op verschillende wijze de zondaar treffen.
2) De macht van het geweten is hier duidelijk zichtbaar. De omstandigheid, dat één in Egypte moet achterblijven, is middel in Gods hand, om hen in het geheugen terug te roepen, wat vroeger heeft plaats gehad. Wat nog aan hun schuldbelijdenis ontbreekt, is het besef van zonde tegen God. Niet alleen tegen Jozef, maar bovenal tegen God hadden zij gezondigd, toen zij hun broeder wilden doden.
22. En Ruben 1) antwoordde hun, zeggende: Heb ik het tot u niet gezegd, toen ik zei: zondigt niet aan deze jongeman! maar gij hoorde niet; 2) en ook zijn bloed, 3) ziet, het wordt gezocht.
1) Daar hij beproefd had, Jozef uit de handen van zijn broeders te redden, om hem behouden tot zijn vader terug te brengen, werpt hij op hen de schuld, omdat zij toen geen oor voor zijn plan hadden gehad, en ik vat de woorden zo op, dat hij hun al te laat berouw verwijt.
2) Ruben is zeer onbillijk tegenover zijn broeders. Want al is hij voor Jozef in de bres gesprongen, toch heeft hij geenszins, zoals hem paste, hun overwegingen op koninklijke wijze verijdeld. Langs een omweg niet langs de koninklijke weg had hij Jozef willen redden. Het ontbrak hem aan moed. Dit is altijd een karaktertrek van zijn nakomelingen geweest. (Richteren. 5:16).
3) Zo diep zijn zij in hun geweten getroffen, dat zij niet anders denken, of Jozef is omgekomen, De zwaarste gevolgen van hun misdaad stellen zij zich voor ogen. Dat hij nog in Egypteland als slaaf verkeren kan, deze gedachte komt niet bij hen op.
23. En zij wisten niet, terwijl zij zo spraken, dat het Jozef hoorde, verstond; want daar was een taalman, 1) een tolk, tussen hen, zodat zij meenden, dat hij hun taal niet verstond.
1) De grondtekst geeft aan, dat deze tolk voor deze gelegenheid, met een bepaald doel was gekozen.
24. Toen wende hij zich om van hen af, innerlijk bewogen over de zo-even vernomen berouwvolle belijdenis van de broeders, en hij weende; 1) daarna, na een poos afwezigheid, keerde hij terug tot hen, en sprak tot hen, nogmaals over de voorstel, die hij gedaan had, en, als zij toestemden, nam hij Simeon van hen, als degene, die in de gevangenis zou blijven, en bond hem voor hun ogen, hun daardoor nogmaals hun vroegere handelwijze voor ogen stellende; hij bond Simeon, want deze was waarschijnlijk de hoofdaanlegger van de aanslag tegen Jozef geweest.
1) Ziet gij wel, hoe het Christus, onze Heer, te moe is, wanneer Hij de Zijnen straft, welk een hete vuuroven van grote liefde daar is. (Vrgl. Jeremia 31:20)
25. En Jozef, terwijl hij de overigen uit de plaats van bewaring liet gaan, gebood aan degene, die over zijn huis was, 1) (hoofdstuk. 43:16,19 vv.; 44:1 vv.), dat men hun zakken met koren vullen zou, en dat men tevens hun geld teruggaf, een ieder in zijn zak, en dat men hun teerkost gaf voor onderweg, opdat zij niet nodig zouden hebben, hun voorraad in de zakken aan te tasten, tenminste niet, voordat zij het grootste gedeelte van hun reis achter zich zouden hebben; en men deed hun alzo. 2)
1) Het schijnt, dat deze een Egyptenaar geweest is, die door Jozef tot de kennis van de ware God gekomen is, en hem bijzonder getrouw was, zodat Jozef hem enigermate in zijn plannen kon inwijden.
2) Hiermee wilde Jozef niet alleen zijn broeders, maar ook zijn vader tot nadenken stemmen. Zulk een kostelijke gave, zakken vol koren, gaf men aan vreemden niet ten geschenke.
26. En zij laadden hun koren op hun ezels en vertrokken, met achterlating van Simeon, van daar.
II. Gen. 42 vers 27-38
Onderweg opent een van de broeders, op een rustplaats, zijn zak, en vindt het heimelijk ingelegde geld; de anderen schrikken met hem over deze ontdekking, maar denken er niet aan, ook hun eigen zakken te openen. Als zij thuis gekomen zijn, verhalen zij hun vader alles, wat er gebeurt is, welke eis er gedaan is, en vinden, bij het legen van hun zakken, ook het overige geld. Jakob breekt los in luide klachten over de zware slagen, die hem treffen, en weigert met beslistheid Benjamin mee te laten gaan.
27. Toen een, daar de meegegeven teerkost verbruikt was, zijn zak opendeed, om zijn ezel voer te geven in de herberg, 1) zo zag hij zijn geld; want ziet, het was in de mond van zijn zak, bovenaan in de zak.
1) Beter vertaald “rustplaats.” In die tijden had men op die weg nog geen z.g. karavanserais of verblijfplaatsen voor reizigers. De bedoeling is: de eerste plaats, waar men halt maakte, om een weinig uit te rusten of te vernachten. (Ex.4:24).
28. En hij zei, over deze onverwachte ontdekking getroffen, tot zijn broeders: Mijn geld is teruggekeerd, daartoe ook, ziet het is in mijn zak! Toen ontging hun, 1) als zij het zagen, het hart, en zij verschrikten, de een tot de ander zich angstig wendende en zeggende: Wat is dit, dat ons God gedaan heeft 2) en waardoor Hij ons nog verder met Zijn straffende hand vervolgt!
1) Ook: Toen ontzonk hun het hart en sidderend spraken zij, de een tot de ander.
2) Zij zijn bevreesd, dat hieruit opnieuw ongelukken voor hen zullen geboren worden. Wanneer het hun al gelukken mocht, bij hun terugkeer naar Egypte, zich van de verdenking van verspieders te zijn te zuiveren, door Benjamin mee te brengen, zo zou men hen van diefstal kunnen beschuldigen, en zo zouden zij wederom aan het geweld van de Regent van het land prijsgegeven zijn. Het geld brandde hun dus in de handen; een ernstige waarschuwing voor het loon van ongerechtigheid, dat zij eens van de Ismaëlitische kooplieden hadden ontvangen, evenals hun behandeling als leugenaars, die zij van Jozef ondervonden hadden, hen aan de leugen moest herinneren, waarmee zij eenmaal hun vader misleid hadden, (hoofdstuk. 37:31 vv.) Wat voor ons gunstige tekenen zijn, zijn dikwijls vanwege ons kwaad geweten of ons ongeloof, tekenen van verschrikking. (vrgl. MATTHEUS.14:26).
Zij twisten niet met God, alsof zij meenden, dat het gevaar zonder oorzaak was geschapen, maar ziende, op velerlei wijze, dat Hij vertoornd was, weenden zij om hun ellende. Maar waarom vestigen zij niet liever hun zinnen op Jozef? Want het vermoeden lag voor de hand, dat dit met bedrog gedaan was, omdat hij nieuwe listen en lagen wilde smeden. Hoe kwam het dan, dat zij, om de mens niet denkende, terecht op God, als wreker, het oog vestigden? Ongetwijfeld, omdat eenmaal deze gedachte in hun gemoederen post had gevat, dat zij een rechtvaardig en welverdiend loon voor hun zonden ontvingen, daarom, welke rampen hun nu ook treffen, verhalen zij alles op die zonde.
29. En zij kwamen in het land Kanaän, tot Jakob, hun vader; en zij gaven hem te kennen al hun wedervaren, zeggende:
30. Die man, de heer van dat land, heeft hard met ons gesproken; en hij heeft ons gehouden voor verspieders van het land.
31. Maar wij zeiden tot hem: Wij zijn vroom; wij zijn geen verspieders.
32. Wij waren twaalf gebroeders, zonen van onze vader; de een is niet meer, en de kleinste is heden bij onze vader, in het land Kanaän.
33. En die man, de heer van dat land, zei tot ons: Hieraan zal ik bekennen, dat gij vroom zijt: laat één van uw broeders bij mij, en neemt voor de honger van uw huizen, en gaat heen.
34. En brengt uw kleinste broeder tot mij; zo zal ik weten, dat gij geen verspieders zijt, maar dat gij vroom zijt; uw broeder, die ik als gijzelaar hier houd, zal ik u weergeven, wanneer gij met die jongste broeder, waarvan gij gesproken hebt, tot mij teruggekeerd zijt, en dan, als gij mij daardoor bewezen hebt, dat gij in deze zaak oprecht zijt, zult gij in dit land mogen handelen, heen en weer mogen trekken, en kopen en verkopen, wat gij wilt.
35. En het geschiedde, als zij hun a) zakken leegden, ziet, zo had een ieder de bundel met zijn geld in zijn zak, en zij zagen de bundelen met hun geld; verwonderd over die vondst, bezagen zij die nogmaals nauwkeurig, zij en hun vader; en zij waren bevreesd, daar zij nu nog om een andere reden in de macht van die man waren, die zo hard met hen gesproken had.
a) Vs.25 Genesis 44:1
Zó waren zij door vrees aangetast, dat, toen onderweg één het geld in zijn zak vond, zij weerhouden werden, om alle zakken te onderzoeken. Hun geweten beschuldigde hen zo, dat zij liever voor dit ogenblik geen redenen voor vrees meer hadden.
36. Toen zei Jakob, hun vader, tot hen: Gij berooft 1) mij van kinderen! Jozef is er niet, en Simeon is er niet; nu zult gij Benjamin wegnemen! al deze dingen zijn tegen mij! U gaat het minder aan, of gij een broeder minder hebt, maar op mijn hoofd komt dat alles neer.
1) Wel niet openlijk, maar toch zijdelings beschuldigt Jakob hier zijn zonen van de moord op Jozef. Wellicht dat hem in al die jaren wel iets ter ore is gekomen van hun daden, maar door vrees weerhouden werd, om het uit te spreken. Nu echter overmant hem de schrik zo, dat hij, als in een onbewaakt ogenblik, van zijn vermoeden of wetenschap blijk geeft.
37. Toen sprak Ruben, de weekhartigste onder hen, (hoofdstuk. 37:21 vv.) gelijk mensen van zijn soort (hoofdstuk. 35:22) in de regel door een zekere goedhartigheid zich onderscheiden, tot zijn vader, zeggende: Dood twee van mijn zonen, (hoofdstuk. 46:9), zo ik hem tot u niet terugbreng, geef hem Benjamin in mijn hand, en ik zal hem weer tot u brengen. 1)
1) Door zijn woorden heen klinkt het bewustzijn, dat hij Jozef eens had willen redden en tot zijn vader had willen terugbrengen; maar “het is zeer ongerijmd wat hij zegt, en niet wijs van hem gesproken”.
In zijn woorden merken wij meer heldhaftigheid dan verstand op. Wat baatte het de vader zulk een pand, zijn eigen kleinzonen, te bezitten? En herinnerde dan Ruben zich niet, dat hij vroeger, ondanks zijn goede wil, Jozef toch niet had kunnen terugbrengen? (vrgl. hoofdstuk. 43:8 vv.).
Met deze woorden wil Ruben bij Jakob het vertrouwen wekken, dat hij Benjamin weer veilig huiswaarts zal doen keren.
38. Maar hij, Jakob, zei: Mijn zoon zal met u niet vertrekken, 1) want zijn broeder is dood, en hij is van de kinderen van mijn geliefde Rachel alleen overgebleven, zo hem een verderf ontmoette op de weg, die gij zult gaan, en immers het is, alsof altijd mijn kinderen een ongeluktreffen moet, wanneer ze in uw gezelschap zijn, zo zou gij mijn a) grauwe haar met droefenis ten grave doen neerdalen. 2)
a) 1 Koningen 2:6,9 Genesis 37:35
1) Wij zien, naar het leven geschilderd, hoezeer de heilige Jakob door smart verteerd werd. Hij ziet zijn gehele huis honger lijden, maar wil liever van het leven, dan van zijn zoon scheiden.
2) Dit is een hoofdstuk van de onfeilbare vervulling van de goddelijke raadsbesluiten, van het boze geweten, van de voorgevoelens van ongeluk bij een grijsaard in een met schuld beladen huis; maar ook van de omkering van het gericht, tot verzoening en verlossing, in het leven van de veranderde zonen van de belofte.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel