Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Genesis 40

1 En het geschiedde na deze dingen, dat de schenker des konings van Egypte en de bakker, zondigden tegen hun heer, tegen den koning van Egypte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En het geschieddeH1961 naH310 dezeH428 dingen, dat de schenkerH8248 des koningsH4428 van EgypteH4714 en de bakkerH644, zondigdenH2398 tegen hun heerH113, tegen den koningH4428 van EgypteH4714. En het geschiedde na deze dingen, dat de schenker des konings van Egypte en de bakker, zondigden tegen hun heer, tegen den koning van Egypte.

KJV And it came to pass after2 these things,3 that the butler of the king7 of Egypt8 and his baker9 had offended5 their lord10 the king11 of Egypt.

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אַחַר֙ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 3 הַדְּבָרִ֣ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 4 הָאֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 5 חָֽטְא֛וּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 6 מַשְׁקֵ֥ה H4945 drank, drinkvaten, bevochtigde butler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered 7 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 מִצְרַ֖יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 9 וְהָאֹפֶ֑ה H644 bakkers, bakken, bakker bake(-r, (-meats)) 10 לַאֲדֹנֵיהֶ֖ם H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 11 לְמֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 מִצְרָֽיִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Zodat Farao zeer toornig werd op zijn twee hovelingen, op den overste der schenkers, en op den overste der bakkers.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Zodat FaraoH6547 zeer toornigH7107 werd opH5921 zijn tweeH8147 hovelingenH5631, opH5921 den oversteH8269 der schenkersH8248, en opH5921 den oversteH8269 der bakkersH644. Zodat Farao zeer toornig werd op zijn twee hovelingen, op den overste der schenkers, en op den overste der bakkers.

KJV And Pharaoh2 was wroth1 against3 two4 of his officers,5 against the chief7 of the butlers, and against the chief10 of the bakers.

1 וַיִּקְצֹ֣ף H7107 toornig, verbolgen, vertoornd (be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth 2 פַּרְעֹ֔ה H6547 Farao Pharaoh 3 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 שְׁנֵ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 5 סָרִיסָ֑יו H5631 kamerlingen, hovelingen, kamerling chamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס) 6 עַ֚ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 שַׂ֣ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 8 הַמַּשְׁקִ֔ים H4945 drank, drinkvaten, bevochtigde butler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered 9 וְעַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 שַׂ֥ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 11 הָאוֹפִֽים H644 bakkers, bakken, bakker bake(-r, (-meats))

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En hij leverde hen in bewaring, ten huize van den overste der trawanten, in het gevangenhuis, ter plaatse, waar Jozef gevangen was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En hij leverdeH5414 hen in bewaringH4929, ten huizeH1004 van den oversteH8269 der trawantenH2876, in het gevangenhuisH1004, ter plaatseH4725, waar JozefH3130 gevangenH631 was. En hij leverde hen in bewaring, ten huize van den overste der trawanten, in het gevangenhuis, ter plaatse, waar Jozef gevangen was.

KJV And he put1 them in ward3 in the house4 of the captain5 of the guard,6 into the prison,8 the place10 where Joseph12 was bound.

1 וַיִּתֵּ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֹתָ֜ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בְּמִשְׁמַ֗ר H4929 wacht, bewaring, wachten diligence, guard, office, prison, ward, watch 4 בֵּ֛ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 שַׂ֥ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 6 הַטַבָּחִ֖ים H2876 trawanten, kok cook, guard 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 הַסֹּ֑הַר H5470 gevangenis prison 10 מְק֕וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 11 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 יוֹסֵ֖ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 13 אָס֥וּר H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 14 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En de overste der trawanten bestelde Jozef bij hen, dat hij hen diende; en zij waren sommige dagen in bewaring.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En de oversteH8269 der trawantenH2876 besteldeH6485 JozefH3130 bijH854 hen, dat hij hen diendeH8334; en zij waren sommige dagenH3117 in bewaringH4929. En de overste der trawanten bestelde Jozef bij hen, dat hij hen diende; en zij waren sommige dagen in bewaring.

KJV And the captain2 of the guard3 charged1 Joseph5 with them, and he served7 them: and they continued a season10 in ward.

1 וַ֠יִּפְקֹד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 2 שַׂ֣ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 3 הַטַּבָּחִ֧ים H2876 trawanten, kok cook, guard 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יוֹסֵ֛ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 6 אִתָּ֖ם H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 7 וַיְשָׁ֣רֶת H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 8 אֹתָ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 וַיִּהְי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 יָמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 בְּמִשְׁמָֽר H4929 wacht, bewaring, wachten diligence, guard, office, prison, ward, watch
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zij droomden nu beiden een droom, elk zijn droom, in een nacht, elk naar de uitlegging zijns drooms, de schenker en de bakker, die des konings van Egypte waren, die gevangen waren in het gevangenhuis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Zij droomdenH2492 nu beidenH8147 een droomH2472, elkH376 zijn droomH2472, in eenH259 nachtH3915, elkH376 naar de uitleggingH6623 zijns droomsH2472, de schenkerH8248 en de bakkerH644, dieH834 des koningsH4428 van EgypteH4714 waren, dieH834 gevangenH631 waren in het gevangenhuisH1004. Zij droomden nu beiden een droom, elk zijn droom, in een nacht, elk naar de uitlegging zijns drooms, de schenker en de bakker, die des konings van Egypte waren, die gevangen waren in het gevangenhuis.

KJV And they dreamed1 a dream2 both of them,3 each man4 his dream5 in one7 night,6 each man8 according to the interpretation9 of his dream,10 the butler and the baker12 of the king14 of Egypt,15 which were bound17 in the prison.18

1 וַיַּֽחַלְמוּ֩ H2492 gedroomd, droomde, dromen (cause to) dream(-er), be in good liking, recover 2 חֲל֨וֹם H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 3 שְׁנֵיהֶ֜ם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 4 אִ֤ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 חֲלֹמוֹ֙ H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 6 בְּלַ֣יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 7 אֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 כְּפִתְר֣וֹן H6623 uitlegging, uitleggingen interpretation 10 חֲלֹמ֑וֹ H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 11 הַמַּשְׁקֶ֣ה H4945 drank, drinkvaten, bevochtigde butler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered 12 וְהָאֹפֶ֗ה H644 bakkers, bakken, bakker bake(-r, (-meats)) 13 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 לְמֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 16 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 אֲסוּרִ֖ים H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 18 בְּבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 19 הַסֹּֽהַר H5470 gevangenis prison

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Jozef kwam des morgens tot hen, en hij zag hen aan, en ziet, zij waren ontsteld.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En JozefH3130 kwamH935 des morgensH1242 tot hen, en hij zagH7200 hen aan, en zietH2005, zij waren ontsteldH2196. En Jozef kwam des morgens tot hen, en hij zag hen aan, en ziet, zij waren ontsteld.

KJV And Joseph3 came in1 unto them in the morning,4 and looked5 upon them, and, behold, they were sad.

1 וַיָּבֹ֧א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֲלֵיהֶ֛ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 יוֹסֵ֖ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 4 בַּבֹּ֑קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 5 וַיַּ֣רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 אֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 וְהִנָּ֖ם H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 8 זֹעֲפִֽים H2196 toornig, droeviger, ontsteld fret, sad, worse liking, be wroth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Toen vraagde hij de hovelingen van Farao, die bij hem waren in hechtenis van het huis zijns heren, zeggende: Waarom zijn uw aangezichten heden kwalijk gesteld?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Toen vraagdeH7592 hij de hovelingenH5631 van FaraoH6547, dieH834 bij hem waren in hechtenisH4929 van het huisH113 zijns herenH1004, zeggendeH559: Waarom zijn uw aangezichtenH6440 hedenH3117 kwalijkH7451 gesteld? Toen vraagde hij de hovelingen van Farao, die bij hem waren in hechtenis van het huis zijns heren, zeggende: Waarom zijn uw aangezichten heden kwalijk gesteld?

KJV And he asked1 Pharaoh's4 officers3 that were with him in the ward7 of his lord's9 house,8 saying,10 Wherefore look12 ye so sadly13 to day?

1 וַיִּשְׁאַ֞ל H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 סְרִיסֵ֣י H5631 kamerlingen, hovelingen, kamerling chamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס) 4 פַרְעֹ֗ה H6547 Farao Pharaoh 5 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 אִתּ֧וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 7 בְמִשְׁמַ֛ר H4929 wacht, bewaring, wachten diligence, guard, office, prison, ward, watch 8 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 אֲדֹנָ֖יו H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 10 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 מַדּ֛וּעַ H4069 waarom? how, wherefore, why 12 פְּנֵיכֶ֥ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 13 רָעִ֖ים H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 14 הַיּֽוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En zij zeiden tot hem: Wij hebben een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegge. En Jozef zeide tot hen: Zijn de uitleggingen niet van God? Vertelt ze mij toch.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En zij zeidenH559 totH413 hem: Wij hebben een droomH2472 gedroomdH2492, en er is niemandH369, die hem uitleggeH6622. En JozefH3130 zeideH559 totH413 hen: Zijn de uitleggingenH6623 nietH3808 van GodH430? VerteltH5608 ze mij tochH4994. En zij zeiden tot hem: Wij hebben een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegge. En Jozef zeide tot hen: Zijn de uitleggingen niet van God? Vertelt ze mij toch.

KJV And they said1 unto him, We have dreamed4 a dream,3 and there is no interpreter5 of it. And Joseph10 said8 unto them, Do not interpretations13 belong to God?12 tell me

1 וַיֹּאמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלָ֔יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 חֲל֣וֹם H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 4 חָלַ֔מְנוּ H2492 gedroomd, droomde, dromen (cause to) dream(-er), be in good liking, recover 5 וּפֹתֵ֖ר H6622 leide, uitlegge, uitgelegd interpret(-ation, -er) 6 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 7 אֹת֑וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 אֲלֵהֶ֜ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 יוֹסֵ֗ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 11 הֲל֤וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 לֵֽאלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 13 פִּתְרֹנִ֔ים H6623 uitlegging, uitleggingen interpretation 14 סַפְּרוּ H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 15 נָ֖א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 16 לִֽי
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Toen vertelde de overste der schenkers Jozef zijn droom, en zeide tot hem: In mijn droom, zie, zo was een wijnstok voor mijn aangezicht;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Toen verteldeH5608 de oversteH8269 der schenkersH8248 JozefH3130 zijn droomH2472, en zeideH559 tot hem: In mijn droomH2472, zieH2009, zo was een wijnstokH1612 voor mijn aangezichtH6440; Toen vertelde de overste der schenkers Jozef zijn droom, en zeide tot hem: In mijn droom, zie, zo was een wijnstok voor mijn aangezicht;

KJV And the chief2 butler told1 his dream5 to Joseph,6 and said7 to him, In my dream,9 behold, a vine11 was before me;

1 וַיְסַפֵּ֧ר H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 2 שַֽׂר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 3 הַמַּשְׁקִ֛ים H4945 drank, drinkvaten, bevochtigde butler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 חֲלֹמ֖וֹ H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 6 לְיוֹסֵ֑ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 7 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 ל֔וֹ 9 בַּחֲלוֹמִ֕י H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 10 וְהִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 11 גֶ֖פֶן H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 12 לְפָנָֽי H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En aan den wijnstok waren drie ranken; en hij was als bottende, zijn bloeisel ging op, zijn trossen brachten rijpe druiven voort.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En aan den wijnstokH1612 waren drieH7969 rankenH8299; en hijH1931 was als bottendeH6524, zijn bloeiselH5322 ging op, zijn trossenH811 brachtenH5927 rijpeH1310 druivenH6025 voort. En aan den wijnstok waren drie ranken; en hij was als bottende, zijn bloeisel ging op, zijn trossen brachten rijpe druiven voort.

KJV And in the vine1 were three2 branches:3 and it was as though it budded,5 and her blossoms7 shot forth;6 and the clusters9 thereof brought forth ripe8 grapes:

1 וּבַגֶּ֖פֶן H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 2 שְׁלֹשָׁ֣ה H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 3 שָׂרִיגִ֑ם H8299 ranken branch 4 וְהִ֤יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 כְפֹרַ֨חַת֙ H6524 bloeien, groeien, groenen [idiom] abroad, [idiom] abundantly, blossom, break forth (out), bud, flourish, make fly, grow, spread, spring (up) 6 עָלְתָ֣ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 נִצָּ֔הּ H5322 sperwer, bloeisel blossom, hawk 8 הִבְשִׁ֥ילוּ H1310 koken, gezoden, gekookt bake, boil, bring forth, roast, seethe, sod (be sodden) 9 אַשְׁכְּלֹתֶ֖יהָ H811 tros, trossen, bezien cluster (of grapes) 10 עֲנָבִֽים H6025 druiven, wijndruiven, wijn (ripe) grape, wine
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Farao's beker was in mijn hand; en ik nam die druiven, en drukte ze uit in Farao's beker, en ik gaf den beker op Farao's hand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En FaraoH6547's bekerH3563 was in mijn hand; en ik namH3947 die druivenH6025, en drukteH7818 ze uit in FaraoH6547's bekerH3563, en ik gafH5414 den bekerH3563 opH5921 FaraoH6547's hand. En Farao's beker was in mijn hand; en ik nam die druiven, en drukte ze uit in Farao's beker, en ik gaf den beker op Farao's hand.

Ook in dit vers handH3027 handH3709

KJV And Pharaoh's2 cup1 was in my hand:3 and I took4 the grapes,6 and pressed7 them into Pharaoh's11 cup,10 and I gave12 the cup14 into Pharaoh's17 hand.

1 וְכ֥וֹס H3563 beker, bekers, steenuil cup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס) 2 פַּרְעֹ֖ה H6547 Farao Pharaoh 3 בְּיָדִ֑י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 4 וָאֶקַּ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הָֽעֲנָבִ֗ים H6025 druiven, wijndruiven, wijn (ripe) grape, wine 7 וָֽאֶשְׂחַ֤ט H7818 drukte press 8 אֹתָם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 כּ֣וֹס H3563 beker, bekers, steenuil cup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס) 11 פַּרְעֹ֔ה H6547 Farao Pharaoh 12 וָאֶתֵּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 הַכּ֖וֹס H3563 beker, bekers, steenuil cup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס) 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 כַּ֥ף H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 17 פַּרְעֹֽה H6547 Farao Pharaoh
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Toen zeide Jozef tot hem: Dit is zijn uitlegging: de drie ranken zijn drie dagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Toen zeideH559 JozefH3130 tot hem: DitH2088 is zijn uitleggingH6623: de drieH7969 rankenH8299 zijn drieH7969 dagenH3117. Toen zeide Jozef tot hem: Dit is zijn uitlegging: de drie ranken zijn drie dagen.

KJV And Joseph3 said1 unto him, This is the interpretation5 of it: The three6 branches7 are three8 days:

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לוֹ֙ 3 יוֹסֵ֔ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 4 זֶ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 5 פִּתְרֹנ֑וֹ H6623 uitlegging, uitleggingen interpretation 6 שְׁלֹ֨שֶׁת֙ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 7 הַשָּׂ֣רִגִ֔ים H8299 ranken branch 8 שְׁלֹ֥שֶׁת H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 9 יָמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 הֵֽם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Binnen nog drie dagen zal Farao uw hoofd verheffen, en zal u in uw staat herstellen; en gij zult Farao's beker in zijn hand geven, naar de vorige wijze, toen gij zijn schenker waart.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Binnen nogH5750 drieH7969 dagenH3117 zal FaraoH6547 uw hoofdH7218 verheffenH5375, en zal u in uw staatH3653 herstellenH7725; en gij zult FaraoH6547's bekerH3563 in zijn handH3027 gevenH5414, naar de vorigeH7223 wijzeH4941, toen gij zijn schenkerH8248 waartH1961. Binnen nog drie dagen zal Farao uw hoofd verheffen, en zal u in uw staat herstellen; en gij zult Farao's beker in zijn hand geven, naar de vorige wijze, toen gij zijn schenker waart.

KJV Yet1 within three2 days3 shall Pharaoh5 lift up4 thine head,7 and restore8 thee unto thy place:10 and thou shalt deliver11 Pharaoh's13 cup12 into his hand,14 after the former16 manner15 when thou wast his butler.

1 בְּע֣וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 2 שְׁלֹ֣שֶׁת H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 3 יָמִ֗ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 יִשָּׂ֤א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 5 פַרְעֹה֙ H6547 Farao Pharaoh 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 רֹאשֶׁ֔ךָ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 8 וַהֲשִֽׁיבְךָ֖ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 כַּנֶּ֑ךָ H3653 voet, staat, recht base, estate, foot, office, place, well 11 וְנָתַתָּ֤ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 כוֹס H3563 beker, bekers, steenuil cup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס) 13 פַּרְעֹה֙ H6547 Farao Pharaoh 14 בְּיָד֔וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 15 כַּמִּשְׁפָּט֙ H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 16 הָֽרִאשׁ֔וֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 17 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 הָיִ֖יתָ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 19 מַשְׁקֵֽהוּ H4945 drank, drinkvaten, bevochtigde butler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Doch gedenk mijner bij uzelven, wanneer het u wel gaan zal, en doe toch weldadigheid aan mij, en doe van mij melding bij Farao, en maak, dat ik uit dit huis kome.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 DochH3588 gedenkH2142 mijner bijH854 uzelven, wanneer het u wel gaan zal, en doeH6213 tochH4994 weldadigheidH2617 aanH413 mij, en doe van mij meldingH2142 bij FaraoH6547, en maakH4480, dat ik uit ditH2088 huisH1004 komeH3318. Doch gedenk mijner bij uzelven, wanneer het u wel gaan zal, en doe toch weldadigheid aan mij, en doe van mij melding bij Farao, en maak, dat ik uit dit huis kome.

KJV But think3 on me when it shall be well6 with thee, and shew8 kindness,11 I pray thee, unto me, and make mention12 of me unto Pharaoh,14 and bring me15 out of this house:

1 כִּ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 זְכַרְתַּ֣נִי H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 4 אִתְּךָ֗ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 5 כַּאֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 יִ֣יטַב H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 7 לָ֔ךְ 8 וְעָשִֽׂיתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 נָּ֥א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 10 עִמָּדִ֖י H5978 met, bij against, by, from, [phrase] me, [phrase] mine, of, [phrase] that I take, unto, upon, with(-in.) 11 חָ֑סֶד H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 12 וְהִזְכַּרְתַּ֨נִי֙ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 פַּרְעֹ֔ה H6547 Farao Pharaoh 15 וְהוֹצֵאתַ֖נִי H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 16 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 17 הַבַּ֥יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 18 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Want ik ben diefelijk ontstolen uit het land der Hebreen; en ook heb ik hier niets gedaan, dat zij mij in dezen kuil gezet hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 WantH3588 ik ben diefelijkH1589 ontstolen uit het landH776 der HebreenH5680; en ookH1571 heb ik hier nietsH3808 gedaanH6213, datH3588 zij mij in dezen kuilH953 gezetH7760 hebben. Want ik ben diefelijk ontstolen uit het land der Hebreen; en ook heb ik hier niets gedaan, dat zij mij in dezen kuil gezet hebben.

KJV For indeed I was stolen away2 out of the land4 of the Hebrews:5 and here also have I done9 nothing10 that they should put12 me into the dungeon.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 גֻנֹּ֣ב H1589 gestolen, stelen, steelt carry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth 3 גֻּנַּ֔בְתִּי H1589 gestolen, stelen, steelt carry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth 4 מֵאֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 הָעִבְרִ֑ים H5680 Hebreen, Hebreer, Hebreinnen Hebrew(-ess, woman) 6 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 7 פֹּה֙ H6311 hier, hierheen here, hither, the one (other, this, that) side 8 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 עָשִׂ֣יתִֽי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 מְא֔וּמָה H3972 iets, ding, niets fault, [phrase] no(-ught), ought, somewhat, any (no-)thing 11 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 שָׂמ֥וּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 13 אֹתִ֖י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 בַּבּֽוֹר H953 kuil, bornput, kuils cistern, dungeon, fountain, pit, well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Toen de overste der bakkers zag, dat hij een goede uitlegging gedaan had, zo zeide hij tot Jozef: Ik was ook in mijn droom, en zie, drie getraliede korven waren op mijn hoofd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Toen de oversteH8269 der bakkersH644 zagH7200, datH3588 hij een goedeH2896 uitleggingH6622 gedaan had, zo zeideH559 hij totH413 JozefH3130: IkH589 was ook in mijn droomH2472, en zieH2009, drieH7969 getraliedeH2751 korvenH5536 waren opH5921 mijn hoofdH7218. Toen de overste der bakkers zag, dat hij een goede uitlegging gedaan had, zo zeide hij tot Jozef: Ik was ook in mijn droom, en zie, drie getraliede korven waren op mijn hoofd.

KJV When the chief2 baker3 saw1 that the interpretation6 was good,5 he said7 unto Joseph,9 I also10 was in my dream,12 and, behold, I had three14 white16 baskets15 on my head:

1 וַיַּ֥רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 שַׂר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 3 הָאֹפִ֖ים H644 bakkers, bakken, bakker bake(-r, (-meats)) 4 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 ט֣וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 6 פָּתָ֑ר H6622 leide, uitlegge, uitgelegd interpret(-ation, -er) 7 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 יוֹסֵ֔ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 10 אַף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 11 אֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 12 בַּחֲלוֹמִ֔י H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 13 וְהִנֵּ֗ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 14 שְׁלֹשָׁ֛ה H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 15 סַלֵּ֥י H5536 korf, korven basket 16 חֹרִ֖י H2751 getraliede white 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 רֹאשִֽׁי H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En in den opperste korf was van alle spijze van Farao, die bakkerswerk is; en het gevogelte at dezelve uit de korf, van boven mijn hoofd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En in den opperste korfH5536 was van alleH3605 spijzeH3978 van FaraoH6547, die bakkerswerkH4639 is; en het gevogelteH5775 atH398 dezelve uitH4480 de korfH5536, van boven mijn hoofdH7218. En in den opperste korf was van alle spijze van Farao, die bakkerswerk is; en het gevogelte at dezelve uit de korf, van boven mijn hoofd.

Ook in dit vers opperstenH5945

KJV And in the uppermost2 basket1 there was of all manner4 of bakemeats6 for Pharaoh;5 and the birds8 did eat9 them out of the basket12 upon13 my head.

1 וּבַסַּ֣ל H5536 korf, korven basket 2 הָֽעֶלְי֔וֹן H5945 Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge (Most, on) high(-er, -est), upper(-most) 3 מִכֹּ֛ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 מַאֲכַ֥ל H3978 spijze, spijs, Spijze food, fruit, (bake-)meat(-s), victual 5 פַּרְעֹ֖ה H6547 Farao Pharaoh 6 מַעֲשֵׂ֣ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 7 אֹפֶ֑ה H644 bakkers, bakken, bakker bake(-r, (-meats)) 8 וְהָע֗וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 9 אֹכֵ֥ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 10 אֹתָ֛ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 12 הַסַּ֖ל H5536 korf, korven basket 13 מֵעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 רֹאשִֽׁי H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Toen antwoordde Jozef, en zeide: Dit is zijn uitlegging: de drie korven zijn drie dagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Toen antwoorddeH3130 JozefH6030, en zeideH559: DitH2088 is zijn uitleggingH6623: de drieH7969 korvenH5536 zijn drieH7969 dagenH3117. Toen antwoordde Jozef, en zeide: Dit is zijn uitlegging: de drie korven zijn drie dagen.

KJV And Joseph2 answered1 and said,3 This is the interpretation5 thereof: The three6 baskets7 are three8 days:

1 וַיַּ֤עַן H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 יוֹסֵף֙ H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 3 וַיֹּ֔אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 זֶ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 5 פִּתְרֹנ֑וֹ H6623 uitlegging, uitleggingen interpretation 6 שְׁלֹ֨שֶׁת֙ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 7 הַסַּלִּ֔ים H5536 korf, korven basket 8 שְׁלֹ֥שֶׁת H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 9 יָמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 הֵֽם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Binnen nog drie dagen zal Farao uw hoofd verheffen van boven u, en hij zal u aan een hout hangen, en het gevogelte zal uw vlees van boven u eten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Binnen nogH5750 drieH7969 dagenH3117 zal FaraoH6547 uw hoofdH7218 verheffenH5375 van boven u, en hij zal u aanH5921 een houtH6086 hangenH8518, en het gevogelteH5775 zal uw vleesH1320 van bovenH5921 u etenH398. Binnen nog drie dagen zal Farao uw hoofd verheffen van boven u, en hij zal u aan een hout hangen, en het gevogelte zal uw vlees van boven u eten.

KJV Yet within three2 days3 shall Pharaoh5 lift up4 thy head7 from off thee, and shall hang9 thee on a tree;12 and the birds14 shall eat13 thy flesh

1 בְּע֣וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 2 שְׁלֹ֣שֶׁת H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 3 יָמִ֗ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 יִשָּׂ֨א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 5 פַרְעֹ֤ה H6547 Farao Pharaoh 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 רֹֽאשְׁךָ֙ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 8 מֵֽעָלֶ֔יךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 וְתָלָ֥ה H8518 hangen, gehangen, hing hang (up) 10 אוֹתְךָ֖ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 עֵ֑ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 13 וְאָכַ֥ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 14 הָע֛וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 בְּשָׂרְךָ֖ H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 17 מֵעָלֶֽיךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En het geschiedde op den derden dag, den dag van Farao's geboorte, dat hij voor al zijn knechten een maaltijd maakte; en hij verhief het hoofd van den overste der schenkers, en het hoofd van den overste der bakkers, in het midden zijner knechten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En het geschiedde op den derdenH7992 dagH3117, den dagH3117 van FaraoH6547's geboorteH3205, dat hij voor alH3605 zijn knechtenH5650 een maaltijdH4960 maakteH6213; en hij verhiefH5375 het hoofdH7218 van den oversteH8269 der schenkersH8248, en het hoofdH7218 van den oversteH8269 der bakkersH644, in het middenH8432 zijner knechtenH5650. En het geschiedde op den derden dag, den dag van Farao's geboorte, dat hij voor al zijn knechten een maaltijd maakte; en hij verhief het hoofd van den overste der schenkers, en het hoofd van den overste der bakkers, in het midden zijner knechten.

KJV And it came to pass the third3 day,2 which was Pharaoh's7 birthday,4 that he made8 a feast9 unto all his servants:11 and he lifted up12 the head14 of the chief15 butler and of the chief19 baker20 among21 his servants.

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַשְּׁלִישִׁ֗י H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 4 י֚וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 הֻלֶּ֣דֶת H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 פַּרְעֹ֔ה H6547 Farao Pharaoh 8 וַיַּ֥עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 מִשְׁתֶּ֖ה H4960 maaltijd, maaltijden, bruiloft banquet, drank, drink, feast((-ed), -ing) 10 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 עֲבָדָ֑יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 12 וַיִּשָּׂ֞א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 רֹ֣אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 15 שַׂ֣ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 16 הַמַּשְׁקִ֗ים H4945 drank, drinkvaten, bevochtigde butler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered 17 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 רֹ֛אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 19 שַׂ֥ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 20 הָאֹפִ֖ים H644 bakkers, bakken, bakker bake(-r, (-meats)) 21 בְּת֥וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 22 עֲבָדָֽיו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En hij deed den overste der schenkers wederkeren tot zijn schenkambt, zodat hij den beker op Farao's hand gaf.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En hij deed den oversteH8269 der schenkersH8248 wederkerenH7725 tot zijn schenkambtH4945, zodat hij den bekerH3563 opH5921 FaraoH6547's handH3709 gafH5414. En hij deed den overste der schenkers wederkeren tot zijn schenkambt, zodat hij den beker op Farao's hand gaf.

KJV And he restored1 the chief3 butler unto his butlership4 again; and he gave7 the cup8 into Pharaoh's11 hand:

1 וַיָּ֛שֶׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 שַׂ֥ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 4 הַמַּשְׁקִ֖ים H4945 drank, drinkvaten, bevochtigde butler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 מַשְׁקֵ֑הוּ H4945 drank, drinkvaten, bevochtigde butler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered 7 וַיִּתֵּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 הַכּ֖וֹס H3563 beker, bekers, steenuil cup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס) 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 כַּ֥ף H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 11 פַּרְעֹֽה H6547 Farao Pharaoh

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Maar den overste der bakkers hing hij op; gelijk Jozef hun uitgelegd had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Maar den oversteH8269 der bakkersH644 hingH8518 hij op; gelijk JozefH3130 hun uitgelegdH6622 had. Maar den overste der bakkers hing hij op; gelijk Jozef hun uitgelegd had.

KJV But he hanged4 the chief2 baker:3 as Joseph8 had interpreted

1 וְאֵ֛ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 שַׂ֥ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 3 הָאֹפִ֖ים H644 bakkers, bakken, bakker bake(-r, (-meats)) 4 תָּלָ֑ה H8518 hangen, gehangen, hing hang (up) 5 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 פָּתַ֛ר H6622 leide, uitlegge, uitgelegd interpret(-ation, -er) 7 לָהֶ֖ם 8 יוֹסֵֽף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Doch de overste der schenkers gedacht aan Jozef niet, maar vergat hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Doch de oversteH8269 der schenkersH8248 gedachtH2142 aan JozefH3130 nietH3808, maar vergatH7911 hem. Doch de overste der schenkers gedacht aan Jozef niet, maar vergat hem.

KJV Yet did not the chief3 butler remember2 Joseph,6 but forgat

1 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 זָכַ֧ר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 3 שַֽׂר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 4 הַמַּשְׁקִ֛ים H4945 drank, drinkvaten, bevochtigde butler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 יוֹסֵ֖ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 7 וַיִּשְׁכָּחֵֽהוּ H7911 vergeten, vergeet, vergaten [idiom] at all, (cause to) forget

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 40:1 Genesis 40:13 Esther 6:1 Nehemia 1:11 Genesis 39:20
Genesis 40:2 Spreuken 16:14 Psalmen 76:10 Spreuken 19:19 Spreuken 19:12 Handelingen 12:20 1 Kronieken 27:27 Spreuken 27:4
Genesis 40:3 Genesis 39:20 Genesis 39:23
Genesis 40:4 Genesis 37:36 Genesis 39:1 Psalmen 37:5 Genesis 39:21
Genesis 40:5 Genesis 41:11 Genesis 40:8 Daniël 4:19 Genesis 41:1 Genesis 20:3 Daniël 4:5 Numeri 12:6 Job 33:15
Genesis 40:6 Daniël 4:5 Daniël 5:6 Daniël 7:28 Daniël 8:27 Daniël 2:1 Genesis 40:8 Genesis 41:8
Genesis 40:7 Nehemia 2:2 1 Samuël 1:8 Richteren 18:24 2 Samuël 13:4 Lukas 24:17
Genesis 40:8 Daniël 2:28 Genesis 41:15 Daniël 2:47 Psalmen 25:14 Daniël 5:11 Jesaja 8:19 Amos 3:7 1 Korinthe 12:10
Genesis 40:9 Daniël 2:31 Daniël 4:10 Genesis 37:5 Daniël 4:8 Richteren 7:13
Genesis 40:11 Nehemia 1:11 Genesis 40:21 2 Kronieken 9:4 1 Koningen 10:5 Leviticus 10:9 Genesis 49:11 Spreuken 3:10
Genesis 40:12 Richteren 7:14 Genesis 41:12 Genesis 40:18 Genesis 41:25 Daniël 4:19 Daniël 2:36 Mattheüs 26:26 1 Korinthe 10:4
Genesis 40:13 Psalmen 3:3 Jeremia 52:31 2 Koningen 25:27 Genesis 40:19 Genesis 7:4
Genesis 40:14 Jozua 2:12 1 Koningen 2:7 Lukas 23:42 1 Samuël 20:14 1 Korinthe 7:21 2 Samuël 9:1 1 Samuël 25:31
Genesis 40:15 Genesis 39:20 Johannes 10:32 Genesis 39:8 Exodus 21:16 1 Petrus 3:17 1 Samuël 24:11 Daniël 6:22 Genesis 37:26
Genesis 40:16 Genesis 40:1
Genesis 40:17 Genesis 49:20
Genesis 40:18 Genesis 40:12 Genesis 41:26 1 Korinthe 10:4 1 Korinthe 11:24
Genesis 40:19 Genesis 40:22 Jozua 8:29 Genesis 40:17 Genesis 40:13 Handelingen 20:27 1 Samuël 17:46 Galaten 3:13 Genesis 41:13
Genesis 40:20 Genesis 40:19 Genesis 40:13 Mattheüs 14:6 Markus 6:21 2 Koningen 25:27 Esther 1:3 Mattheüs 18:23 Mattheüs 25:19
Genesis 40:21 Genesis 40:13 Nehemia 2:1
Genesis 40:22 Genesis 40:19 Daniël 2:30 Genesis 41:11 Genesis 41:16 Jeremia 23:28 Genesis 40:8 Daniël 2:19 Daniël 5:12
Genesis 40:23 Job 19:14 Psalmen 31:12 Psalmen 105:19 Amos 6:6 Prediker 9:15
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 40 vers 1

schenker Dat is de overste van de schenkers, en de overste van de bakkers, gelijk blijkt uit vs.2, Gen. 20:2.

Hertaald: schenker Dat is: de overste van de schenkers, en de overste van de bakkers, zoals blijkt uit vers 2, Gen. 20:2.

Genesis 40 vers 2

hovelingen, Zie boven, Gen. 37:36.

Hertaald: hovelingen, Zie Gen. 37:36.

Genesis 40 vers 3

der trawanten, Zie boven, Gen. 37:36.

Hertaald: der trawanten, Zie Gen. 37:36.

in het Zie boven, Gen. 39:20.

Hertaald: in het Zie Gen. 39:20.

gevangen was Hebr. gebonden; alzo boven, Gen. 39:20, en onder, vs.5.

Hertaald: gevangen was Hebreeuws: gebonden; zo ook in Gen. 39:20, en vers 5.

Genesis 40 vers 4

sommige Anders, vele dagen; zie boven, Gen. 4:3.

Hertaald: sommige Anders: vele dagen; zie Gen. 4:3.

Genesis 40 vers 5

elk naar de Dat is, het waren geen ijdele dromen, maar elk had zijn beduiding, die Jozef door Gods ingeven aan hen gedaan heeft, en die door de uitkomst bevestigd zijn; zie onder, vs.12, 18-20 enz.

Hertaald: elk naar de Dat is: het waren geen ijdele dromen, maar elk had zijn betekenis, die Jozef door Gods ingeving aan hen bekendgemaakt heeft, en die door de uitkomst bevestigd zijn; zie vers 12, 18-20 enz.

die des konings Dat is, die tevoren in den dienst des konings waren geweest, maar nu gevangen lagen.

Hertaald: die des konings Dat is: die eerder in dienst van de koning geweest waren, maar nu gevangen zaten.

Genesis 40 vers 6

ontsteld Of, verbaasd, beroerd. Het Hebreeuwse woord betekent grote ontsteltenis des gemoeds, komende uit bekommernis, zorg, vrees, droefenis en hevige gramschap. Dit is nu de aard der dromen, die God den mensen toeschikt, dat zij dezen beroeren en ontstellen. Zie onder Gen. 41:8; Dan. 2:1; Matt. 27:19.

Hertaald: ontsteld Of: verbaasd, beroerd. Het Hebreeuwse woord betekent grote ontsteltenis van het gemoed, voortkomend uit bekommernis, zorg, vrees, droefheid en hevige toorn. Dit is nu de aard van de dromen die God aan mensen toezendt, dat zij hen beroeren en ontstellen. Zie Gen. 41:8; Dan. 2:1; Matt. 27:19.

Genesis 40 vers 7

hechtenis Hebr. bewaring.

Hertaald: hechtenis Hebreeuws: bewaring.

kwalijk Hebr. kwaad; dat is, droevig bekommerd. Aldus wordt dit woordje genomen; Neh. 2:1-3; Spr. 25:20.

Hertaald: kwalijk Hebreeuws: kwaad; dat is: droevig bekommerd. Zo wordt dit woordje gebruikt; Neh. 2:1-3; Spr. 25:20.

Genesis 40 vers 8

er is niemand Dat is, wij hebben hier geen waarzegger of droombeduider bij ons, en het is ons niet geoorloofd uit te gaan om te vragen; want zij hadden veel waarzeggers, gelijk te zien is onder, Gen. 41:8.

Hertaald: er is niemand Dat is: wij hebben hier geen waarzegger of droomuitlegger bij ons, en het is ons niet toegestaan uit te gaan om te vragen; want zij hadden veel waarzeggers, zoals te zien is in Gen. 41:8.

Zijn de Jozef trekt hen van de droombeduiders af tot God, als van wien zulke dromen en hun rechte beduiding afkwamen.

Hertaald: Zijn de Jozef wendt hen af van de droomuitleggers naar God, van Wie zulke dromen en hun juiste uitleg afkomstig waren.

Genesis 40 vers 9

In mijn Dat is, toen ik droomde, of, toen ik in mijn droom was.

Hertaald: In mijn Dat is: toen ik droomde, of: toen ik in mijn droom was.

Zie, zo Dit woordje wordt in het verhalen van de dromen veel gebruikt, om aan te wijzen, dat deze zeldzaam en wonderlijk zijn, niet alleen dengenen die ze verhalen, maar ook wien ze verhaald worden; zie boven, Gen. 37:7, Gen. 37:9, en onder, vs.16, en Gen. 41:2-3; Richt. 7:13; Dan. 4:10.

Hertaald: Zie, zo Dit woordje wordt bij het vertellen van dromen veel gebruikt, om aan te geven dat deze zeldzaam en wonderlijk zijn, niet alleen voor hen die ze vertellen, maar ook voor wie ze verteld worden; zie Gen. 37:7, Gen. 37:9, en vers 16, en Gen. 41:2-3; Richt. 7:13; Dan. 4:10.

Genesis 40 vers 10

zijn trossen Hebr. zijn trossen rijpten, of volkookten de druiven.

Hertaald: zijn trossen Hebreeuws: zijn trossen rijpten, of: de druiven werden rijp.

Genesis 40 vers 12

zijn drie Dat is, betekenen drie dagen; gelijk ook onder, vs.18, en Gen. 41:26-27; Dan. 2:38, en Dan. 4:22; Matt. 13:19, Matt. 13:38; Luc. 8:11, en 1 Kor. 10:4.

Hertaald: zijn drie Dat is: betekenen drie dagen; zoals ook in vers 18, en Gen. 41:26-27; Dan. 2:38, en Dan. 4:22; Matt. 13:19, Matt. 13:38; Luc. 8:11, en 1 Kor. 10:4.

Genesis 40 vers 13

uw hoofd Dat is, in het overzien van zijn officieren, zal hij u mede rekenen onder degenen, die in hun ambt zullen blijven, of hersteld worden. Een niet zeer ongelijke manier van spreken vindt men ook Ex. 30:12; Num. 1:2, en Num. 26:2, enz. alwaar de hoofden verheffen zoveel is als optellen, en de som van enige mensen opnemen.

Hertaald: uw hoofd Dat is: bij het opmaken van de lijst van zijn ambtenaren zal hij u meerekenen onder hen die in hun ambt zullen blijven, of hersteld worden. Een niet erg verschillende uitdrukking vindt men ook in Ex. 30:12; Num. 1:2, en Num. 26:2, enz., waar 'de hoofden verheffen' zoveel betekent als tellen, en het aantal van een groep mensen vaststellen.

wijze, toen Het Hebreeuwse woord wordt ook aldus genomen, Lev. 5:10, en Lev. 9:16; Num. 15:24, en Num. 29:18; 2 Kron. 35:13, enz.

Hertaald: wijze, toen Het Hebreeuwse woord wordt ook zo gebruikt, Lev. 5:10, en Lev. 9:16; Num. 15:24, en Num. 29:18; 2 Kron. 35:13, enz.

Genesis 40 vers 14

bij uzelven, Hebr. met u.

Hertaald: bij uzelven, Hebreeuws: met u.

Genesis 40 vers 15

ik ben Hebr. ik ben, gestolen wordende, gestolen.

Hertaald: ik ben Hebreeuws: ik ben, gestolen wordend, gestolen.

Hebreën; Dat is, het land Kanaän, waar de Hebreën in dien tijd als vreemdelingen woonden, en wat hun door God beloofd was.

Hertaald: Hebreën; Dat is: het land Kanaän, waar de Hebreeën in die tijd als vreemdelingen woonden, en dat hun door God beloofd was.

Genesis 40 vers 16

dat hij een Dat hij het goede uitgelegd had; dat is, ten beste en tot voordeel van den schenker.

Hertaald: dat hij een Dat hij het gunstig uitgelegd had; dat is: ten goede en tot voordeel van de schenker.

Ik was ook Verg. boven, vs.9, en de aantekeningen daarop.

Hertaald: Ik was ook Vergelijk vers 9, en de aantekeningen daarbij.

getraliede Anders, witte, gevlochten, of vol gaten, gelijk de netten.

Hertaald: getraliede Anders: witte, gevlochten, of vol gaten, zoals netten.

Genesis 40 vers 17

alle spijze Dat is, allerlei.

Hertaald: alle spijze Dat is: allerlei.

Genesis 40 vers 18

zijn drie Zie boven, vs.12.

Hertaald: zijn drie Zie vers 12.

Genesis 40 vers 19

Faraö Jozef gebruikt hier wel dezelfde woorden, die hij vs.13 gebruikt heeft, maar in een anderen zin, gelijk blijkt uit de bijgevoegde woorden van u op, welke te kennen geven dat de opperbakker in het overzien der officieren wel mede in rekening zou komen, maar aldus, dat hem zijn officie afgenomen zou worden.

Hertaald: Faraö Jozef gebruikt hier wel dezelfde woorden die hij in vers 13 gebruikt heeft, maar in een andere betekenis, zoals blijkt uit de toegevoegde woorden 'van u af', die aangeven dat de opperbakker bij het opmaken van de lijst van ambtenaren wel meegerekend zou worden, maar zo, dat hem zijn ambt ontnomen zou worden.

hangen, Dat is, doen hangen, en zo vs.22. Anders, opheffen; dat van u wegnemen.

Hertaald: hangen, Dat is: doen hangen; zo ook vers 22. Anders: opheffen; dat wegnemen van u.

Genesis 40 vers 20

van Faraö's Hebr. toen Faraö geboren was.

Hertaald: van Faraö's Hebreeuws: toen Farao geboren was.

dat hij voor Zie van soortgelijke maaltijd Matt. 14:6.

Hertaald: dat hij voor Zie over een soortgelijke maaltijd Matt. 14:6.

Genesis 40 vers 21

schenkambt, Hebr. schenking.

Hertaald: schenkambt, Hebreeuws: schenking.

Genesis 40 vers 22

hing hij op Te weten, door zijn scherprechter; wat men door een ander doet, wordt men gezegd zelf te doen, zowel het kwade, boven, Gen. 20:3; 1 Sam. 22:21; 2 Sam. 12:9, en 2 Sam. 24:10; 1 Kon. 21:19, als het goede, en middelmatige, onder, Gen. 46:29; 1 Kon. 3:4, en 1 Kon. 7:1-2.

Hertaald: hing hij op Namelijk: door zijn beul; wat men door een ander laat doen, daarvan wordt gezegd dat men het zelf doet, zowel het kwade, Gen. 20:3; 1 Sam. 22:21; 2 Sam. 12:9, en 2 Sam. 24:10; 1 Kon. 21:19, als het goede en het middelmatige, Gen. 46:29; 1 Kon. 3:4, en 1 Kon. 7:1-2.

Genesis 40 vers 23

vergat hem Te weten, bij Faraö, en dat twee gehele jaren lang, gelijk blijkt uit het eerste vers van het volgende hoofdstuk, Gen. 41:1.

Hertaald: vergat hem Namelijk: bij Farao, en dat twee volle jaren lang, zoals blijkt uit het eerste vers van het volgende hoofdstuk, Gen. 41:1.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Jozef  — Hij (God) voege toe

De eerste zoon van Jakob en Rachel, na lang wachten geboren (Gen. 30:22-24). Zijn naam drukt Rachels hoop uit dat de HEERE haar nog een zoon zou toevoegen — wat later met Benjamin ook gebeurde. Jozef zou later, als lieveling van zijn vader, door zijn broers uit jaloezie verkocht worden, maar door Gods voorzienigheid uiteindelijk heel Egypte en zijn eigen familie redden van de hongersnood (Gen. 37-50).

Er  — wakend, waakzaam

De eerstgeboren zoon van Juda, die met Tamar trouwde. Omdat hij 'kwaad was in de ogen des HEEREN', doodde de HEERE hem, kinderloos (Gen. 38:6-7).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Twee gevangenen naast hem — 40:1-23

Jozef zit onschuldig in de gevangenis, beschuldigd van iets wat hij niet gedaan heeft. Twee hovelingen van Farao worden bij hem gezet: de opperschenker en de opperbakker. Op een ochtend staan zij er allebei somber bij.

Twee veroordeelden zitten naast een onschuldige, en aan de een wordt leven aangezegd en aan de ander niet.

De vraag waarmee Jozef begint is niet: wat hebt gij gedroomd, maar: waarom ziet gij er zo slecht uit vandaag? Zij antwoorden dat zij gedroomd hebben en dat er niemand is die het uitleggen kan. En dan zegt hij iets dat hem in dit hele boek kenmerkt: “Zijn de uitleggingen niet van God? Vertelt ze mij toch.” Hij eist de gave niet voor zichzelf op.

Wat volgt is bekend. De schenker droomt van een wijnstok met drie ranken, en hij hoort dat hij binnen drie dagen in zijn ambt hersteld zal worden. De bakker droomt van drie korven met bakwerk waar de vogels uit eten, en hij hoort dat hij binnen drie dagen opgehangen zal worden. Twee mannen, dezelfde gevangenis, dezelfde dag — en twee tegengestelde uitkomsten.

Jozef vraagt daarbij maar één ding, en hij vraagt het met nadruk: gedenk mijner bij uzelven wanneer het u wel gaan zal. En hij legt uit waarom hij daar zit: hij is uit zijn land gestolen, en ook hier heeft hij niets gedaan waarvoor men hem in de kuil zetten zou.

Het hoofdstuk eindigt met de kaalste zin die er staat: “Doch de overste der schenkers gedacht aan Jozef niet, maar vergat hem.” Twee jaar lang.

De overeenkomsten met het Evangelie zijn hier moeilijk te missen, en zij lopen door de hele geschiedenis van Jozef heen. Hij werd beschuldigd van iets wat hij niet gedaan had en onrechtvaardig veroordeeld. Terwijl hij zijn straf uitzat, kwamen er twee misdadigers bij hem. Aan één van die twee sprak hij woorden van leven, en die man kwam inderdaad vrij.

Eeuwen later hing er Iemand tussen twee misdadigers, ook onschuldig veroordeeld. Ook Hij sprak woorden van leven tot één van de twee, en ook daar liep het voor de een anders af dan voor de ander. En de bede van de misdadiger klinkt bijna woordelijk als die van Jozef: gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.

En juist daar ligt het verschil, en het is de moeite waard het te noemen. De schenker vergat de man die hem het leven had aangezegd. Van Hem Die aan het kruis om gedachtenis gevraagd werd, staat er dat Hij niet vergat: heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.

  1. Genesis 39:20 — Onschuldig beschuldigd en in de gevangenis geworpen.
  2. Genesis 40:8 — Zijn de uitleggingen niet van God? Hij eist de gave niet voor zichzelf op.
  3. Genesis 40:12-19 — Twee gevangenen, dezelfde dag, en twee tegengestelde uitkomsten.
  4. Genesis 40:14 — Gedenk mijner bij uzelven wanneer het u wel gaan zal.
  5. Genesis 40:23 — En de schenker vergat hem, twee jaar lang.
  6. Lukas 23:42-43 — Gedenk mijner — en het antwoord: heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.

In het Nieuwe Testament: Lukas 23:39-43; Handelingen 7:9-10; Genesis 50:20; Hebreeën 13:5; Jesaja 53:12

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament vertelt de geschiedenis van Jozef na in Handelingen 7, maar het noemt hem nergens een afbeelding van Christus. Ook legt het geen verband tussen deze twee gevangenen en de twee misdadigers. Wat hier gelegd wordt is dus een reeks overeenkomsten en geen typologie. Zij moeten niet verder opgerekt worden dan zij dragen: Jozef sprak een uitlegging van een droom uit, en Christus deed een belofte.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Genesis 40

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content