Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Genesis 4

1 En Adam bekende Heva, zijn huisvrouw, en zij werd zwanger, en baarde Kain, en zeide: Ik heb een man van de HEERE verkregen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En AdamH120 bekendeH3045 HevaH2332, zijn huisvrouwH802, en zij werd zwangerH2029, en baardeH3205 KainH7014, en zeideH559: Ik heb een manH376 vanH854 de HEEREH3068 verkregenH7069! En Adam bekende Heva, zijn huisvrouw, en zij werd zwanger, en baarde Kain, en zeide: Ik heb een man van de HEERE verkregen!

KJV And Adam1 knew2 Eve4 his wife;5 and she conceived,6 and bare7 Cain,9 and said,10 I have gotten11 a man12 from13 the LORD.

1 וְהָ֣אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 2 יָדַ֖ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 חַוָּ֣ה H2332 Heva Eve 5 אִשְׁתּ֑וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 6 וַתַּ֨הַר֙ H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 7 וַתֵּ֣לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 קַ֔יִן H7014 Kain Cain, Kenite(-s) 10 וַתֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 קָנִ֥יתִי H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 12 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 14 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En zij voer voort te baren zijn broeder Habel; en Habel werd een schaapherder, en Kain werd een landbouwer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En zij voer voortH3254 te barenH3205 zijn broederH251 HabelH1893; en HabelH1893 werd een schaapherderH7462, en KainH7014 werdH1961 een landbouwerH5647. En zij voer voort te baren zijn broeder Habel; en Habel werd een schaapherder, en Kain werd een landbouwer.

KJV And she again1 bare2 his brother4 Abel.6 And Abel8 was a keeper9 of sheep,10 but Cain11 was a tiller13 of the ground.

1 וַתֹּ֣סֶף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 2 לָלֶ֔דֶת H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 אָחִ֖יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הָ֑בֶל H1893 Habel Abel 7 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 הֶ֨בֶל֙ H1893 Habel Abel 9 רֹ֣עֵה H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 10 צֹ֔אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 11 וְקַ֕יִן H7014 Kain Cain, Kenite(-s) 12 הָיָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 עֹבֵ֥ד H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 14 אֲדָמָֽה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En het geschiedde ten einde van enige dagen, dat Kain van de vrucht des lands den HEERE offer bracht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En het geschieddeH1961 ten eindeH7093 van enige dagenH3117, dat KainH7014 van de vruchtH6529 des landsH127 den HEEREH3068 offerH4503 brachtH935. En het geschiedde ten einde van enige dagen, dat Kain van de vrucht des lands den HEERE offer bracht.

KJV And in process2 of time3 it came to pass, that Cain5 brought4 of the fruit6 of the ground7 an offering8 unto the LORD.

1 וַֽיְהִ֖י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִקֵּ֣ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 3 יָמִ֑ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 וַיָּבֵ֨א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 קַ֜יִן H7014 Kain Cain, Kenite(-s) 6 מִפְּרִ֧י H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 7 הָֽאֲדָמָ֛ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 8 מִנְחָ֖ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 9 לַֽיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Habel bracht ook van de eerstgeborenen zijner schapen, en van hun vet. En de HEERE zag Habel en zijn offer aan;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En HabelH1893 brachtH935 ookH1571 van de eerstgeborenenH1062 zijner schapenH6629, en van hun vetH2459. En de HEEREH3068 zagH8159 HabelH1893 en zijn offerH4503 aanH413; En Habel bracht ook van de eerstgeborenen zijner schapen, en van hun vet. En de HEERE zag Habel en zijn offer aan;

KJV And Abel,1 he4 also brought2 of the firstlings5 of his flock6 and of the fat7 thereof. And the LORD9 had respect8 unto Abel11 and to his offering:

1 וְהֶ֨בֶל H1893 Habel Abel 2 הֵבִ֥יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 4 ה֛וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 מִבְּכֹר֥וֹת H1062 eerstgeboorte, eerstgeboorten, eerstgeborenen birthright, firstborn(-ling) 6 צֹאנ֖וֹ H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 7 וּמֵֽחֶלְבֵהֶ֑ן H2459 vet, vette, smeer [idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow 8 וַיִּ֣שַׁע H8159 Wend, zag, zien depart, be dim, be dismayed, look (away), regard, have respect, spare, turn 9 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 הֶ֖בֶל H1893 Habel Abel 12 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 מִנְחָתֽוֹ H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Maar Kain en zijn offer zag Hij niet aan. Toen ontstak Kain zeer, en zijn aangezicht verviel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Maar KainH7014 en zijn offerH4503 zagH8159 Hij nietH3808 aanH413. Toen ontstakH2734 KainH7014 zeerH3966, en zijn aangezichtH6440 vervielH5307. Maar Kain en zijn offer zag Hij niet aan. Toen ontstak Kain zeer, en zijn aangezicht verviel.

KJV But unto Cain2 and to his offering4 he had not respect.6 And Cain8 was very9 wroth,7 and his countenance11 fell.

1 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 2 קַ֥יִן H7014 Kain Cain, Kenite(-s) 3 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מִנְחָת֖וֹ H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 5 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 שָׁעָ֑ה H8159 Wend, zag, zien depart, be dim, be dismayed, look (away), regard, have respect, spare, turn 7 וַיִּ֤חַר H2734 ontstak, ontstoken, ontsteke be angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה) 8 לְקַ֨יִן֙ H7014 Kain Cain, Kenite(-s) 9 מְאֹ֔ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 10 וַֽיִּפְּל֖וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 11 פָּנָֽיו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En de HEERE zeide tot Kain: Waarom zijt gij ontstoken, en waarom is uw aangezicht vervallen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En de HEEREH3068 zeideH559 totH413 KainH7014: WaaromH4100 zijt gij ontstokenH2734, en waaromH4100 is uw aangezichtH6440 vervallenH5307? En de HEERE zeide tot Kain: Waarom zijt gij ontstoken, en waarom is uw aangezicht vervallen?

KJV And the LORD2 said1 unto Cain,4 Why art thou wroth?6 and why is thy countenance10 fallen?

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 קָ֑יִן H7014 Kain Cain, Kenite(-s) 5 לָ֚מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 חָ֣רָה H2734 ontstak, ontstoken, ontsteke be angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה) 7 לָ֔ךְ 8 וְלָ֖מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 9 נָפְל֥וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 10 פָנֶֽיךָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? en zo gij niet weldoet, de zonde ligt aan de deur. Zijn begeerte is toch tot u, en gij zult over hem heersen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Is er niet, indien gij weldoetH3190, verhogingH7613? en zoH518 gij nietH3808 weldoetH3190, de zondeH2403 ligtH7257 aan de deurH6607. Zijn begeerteH8669 is tochH413 tot u, en gij zult over hem heersenH4910. Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? en zo gij niet weldoet, de zonde ligt aan de deur. Zijn begeerte is toch tot u, en gij zult over hem heersen.

KJV If2 thou doest well,3 shalt thou not be accepted?4 and if thou doest not well,7 sin9 lieth10 at the door.8 And unto thee shall be his desire,12 and thou shalt rule

1 הֲל֤וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 תֵּיטִיב֙ H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 4 שְׂאֵ֔ת H7613 gezwel, hoogheid, verheffen be accepted, dignity, excellency, highness, raise up self, rising 5 וְאִם֙ H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 6 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 תֵיטִ֔יב H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 8 לַפֶּ֖תַח H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 9 חַטָּ֣את H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 10 רֹבֵ֑ץ H7257 nederliggen, legeren, ligt crouch (down), fall down, make a fold, lay, (cause to, make to) lie (down), make to rest, sit 11 וְאֵלֶ֨יךָ֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 תְּשׁ֣וּקָת֔וֹ H8669 begeerte, genegenheid desire 13 וְאַתָּ֖ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 14 תִּמְשָׁל H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 15 בּֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Kain sprak met zijn broeder Habel; en het geschiedde, als zij in het veld waren, dat Kain tegen zijn broeder Habel opstond, en sloeg hem dood.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En KainH7014 sprakH559 met zijn broederH251 HabelH1893; en het geschiedde, als zij in het veldH7704 waren, dat KainH7014 tegenH413 zijn broederH251 HabelH1893 opstondH6965, en sloeg hem dood. En Kain sprak met zijn broeder Habel; en het geschiedde, als zij in het veld waren, dat Kain tegen zijn broeder Habel opstond, en sloeg hem dood.

Ook in dit vers sloeg doodH2026

KJV And Cain2 talked1 with3 Abel4 his brother:5 and it came to pass, when they were in the field,8 that Cain10 rose up9 against11 Abel12 his brother,13 and slew him.

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 קַ֖יִן H7014 Kain Cain, Kenite(-s) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הֶ֣בֶל H1893 Habel Abel 5 אָחִ֑יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 6 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 בִּהְיוֹתָ֣ם H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 בַּשָּׂדֶ֔ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 9 וַיָּ֥קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 10 קַ֛יִן H7014 Kain Cain, Kenite(-s) 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 הֶ֥בֶל H1893 Habel Abel 13 אָחִ֖יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 14 וַיַּהַרְגֵֽהוּ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En de HEERE zeide tot Kain: Waar is Habel, uw broeder? En hij zeide: Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En de HEEREH3068 zeideH559 totH413 KainH7014: Waar is HabelH1893, uw broederH251? En hij zeideH559: Ik weetH3045 het nietH3808; ben ik mijns broedersH251 hoederH8104? En de HEERE zeide tot Kain: Waar is Habel, uw broeder? En hij zeide: Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder?

KJV And the LORD2 said1 unto Cain,4 Where5 is Abel6 thy brother?7 And he said,8 I know10 not: Am I my brother's12 keeper?

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 קַ֔יִן H7014 Kain Cain, Kenite(-s) 5 אֵ֖י H335 waar?; hoe? how, what, whence, where, whether, which (way) 6 הֶ֣בֶל H1893 Habel Abel 7 אָחִ֑יךָ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 8 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יָדַ֔עְתִּי H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 11 הֲשֹׁמֵ֥ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 12 אָחִ֖י H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 13 אָנֹֽכִי H595 ik, mij I, me, [idiom] which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En Hij zeide: Wat hebt gij gedaan? daar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En Hij zeideH559: WatH4100 hebt gij gedaanH6213? daar is een stemH6963 des bloedsH1818 van uw broederH251, dat totH413 Mij roeptH6817 vanH4480 den aardbodemH127. En Hij zeide: Wat hebt gij gedaan? daar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem.

KJV And he said,1 What2 hast thou done?3 the voice4 of thy brother's6 blood5 crieth7 unto me from the ground.

1 וַיֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 מֶ֣ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 3 עָשִׂ֑יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 ק֚וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 5 דְּמֵ֣י H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 6 אָחִ֔יךָ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 7 צֹעֲקִ֥ים H6817 riep, riepen, roepen [idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together) 8 אֵלַ֖י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 10 הָֽאֲדָמָֽה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En nu zijt gij vervloekt van den aardbodem, die zijn mond heeft opengedaan, om uws broeders bloed van uw hand te ontvangen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En nuH6258 zijt gijH859 vervloektH779 vanH4480 den aardbodemH127, dieH834 zijn mondH6310 heeft opengedaanH6475, om uws broedersH251 bloedH1818 van uw handH3027 te ontvangenH3947. En nu zijt gij vervloekt van den aardbodem, die zijn mond heeft opengedaan, om uws broeders bloed van uw hand te ontvangen.

KJV And now art thou cursed2 from the earth,5 which hath opened7 her mouth9 to receive10 thy brother's13 blood12 from thy hand;

1 וְעַתָּ֖ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 אָר֣וּר H779 Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt [idiom] bitterly curse 3 אָ֑תָּה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 4 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 הָֽאֲדָמָה֙ H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 פָּצְתָ֣ה H6475 opengedaan, ontzet, opendeed deliver, gape, open, rid, utter 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 פִּ֔יהָ H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 10 לָקַ֛חַת H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 דְּמֵ֥י H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 13 אָחִ֖יךָ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 14 מִיָּדֶֽךָ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Als gij den aardbodem bouwen zult, hij zal u zijn vermogen niet meer geven; gij zult zwervende en dolende zijn op aarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 AlsH3588 gij den aardbodemH127 bouwenH5647 zult, hij zal u zijn vermogenH3581 niet meer gevenH5414; gij zult zwervendeH5128 en dolendeH5110 zijnH1961 op aardeH776. Als gij den aardbodem bouwen zult, hij zal u zijn vermogen niet meer geven; gij zult zwervende en dolende zijn op aarde.

KJV When1 thou tillest2 the ground,4 it shall not henceforth6 yield7 unto thee her strength;8 a fugitive10 and a vagabond11 shalt thou be in the earth.

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 תַֽעֲבֹד֙ H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הָ֣אֲדָמָ֔ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 5 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 תֹסֵ֥ף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 7 תֵּת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 כֹּחָ֖הּ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 9 לָ֑ךְ 10 נָ֥ע H5128 schudden, omzwerven, bewogen continually, fugitive, [idiom] make, to (go) up and down, be gone away, (be) move(-able, -d), be promoted, reel, remove, scatter, set, shake, sift, stagger, to and fro, be vagabond, wag, (make) wander (up and down) 11 וָנָ֖ד H5110 medelijden, beklaagt, dolende bemoan, flee, get, mourn, make to move, take pity, remove, shake, skip for joy, be sorry, vagabond, way, wandering 12 תִּֽהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 בָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En Kain zeide tot den HEERE: Mijn misdaad is groter, dan dat zij vergeven worde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En KainH7014 zeideH559 totH413 den HEEREH3068: Mijn misdaadH5771 is groterH1419, dan dat zij vergevenH5375 worde. En Kain zeide tot den HEERE: Mijn misdaad is groter, dan dat zij vergeven worde.

KJV And Cain2 said1 unto the LORD,4 My punishment6 is greater5 than I can bear.

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 קַ֖יִן H7014 Kain Cain, Kenite(-s) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 גָּד֥וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 6 עֲוֺנִ֖י H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 7 מִנְּשֹֽׂא H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Zie, Gij hebt mij heden verdreven van den aardbodem, en ik zal voor Uw aangezicht verborgen zijn; en ik zal zwervende en dolende zijn op de aarde, en het zal geschieden, dat al wie mij vindt, mij zal doodslaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 ZieH2005, Gij hebt mij hedenH3117 verdrevenH1644 van den aardbodemH6440, en ik zal voor Uw aangezichtH6440 verborgenH5641 zijn; en ik zal zwervendeH5128 en dolendeH5110 zijn opH5921 de aardeH776, en het zal geschiedenH1961, dat alH3605 wie mij vindtH4672, mij zal doodslaanH2026. Zie, Gij hebt mij heden verdreven van den aardbodem, en ik zal voor Uw aangezicht verborgen zijn; en ik zal zwervende en dolende zijn op de aarde, en het zal geschieden, dat al wie mij vindt, mij zal doodslaan.

KJV Behold, thou hast driven me out2 this day4 from the face6 of the earth;7 and from5 thy face8 shall I be hid;9 and I shall be a fugitive11 and a vagabond12 in the earth;13 and it shall come to pass,10 that every one that findeth me16 shall slay me.

1 הֵן֩ H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 גֵּרַ֨שְׁתָּ H1644 uitdrijven, verstotene, dreef cast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out 3 אֹתִ֜י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַיּ֗וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 מֵעַל֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 הָֽאֲדָמָ֔ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 8 וּמִפָּנֶ֖יךָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 אֶסָּתֵ֑ר H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 10 וְהָיִ֜יתִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 נָ֤ע H5128 schudden, omzwerven, bewogen continually, fugitive, [idiom] make, to (go) up and down, be gone away, (be) move(-able, -d), be promoted, reel, remove, scatter, set, shake, sift, stagger, to and fro, be vagabond, wag, (make) wander (up and down) 12 וָנָד֙ H5110 medelijden, beklaagt, dolende bemoan, flee, get, mourn, make to move, take pity, remove, shake, skip for joy, be sorry, vagabond, way, wandering 13 בָּאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 וְהָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 מֹצְאִ֖י H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 17 יַֽהַרְגֵֽנִי H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Doch de HEERE zeide tot hem: Daarom, al wie Kain doodslaat, zal zevenvoudig gewroken worden! En de HEERE stelde een teken aan Kain; opdat hem niet versloeg al wie hem vond.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Doch de HEEREH3068 zeideH559 tot hem: DaaromH3651, alH3605 wie KainH7014 doodslaatH2026, zal zevenvoudigH7659 gewrokenH5358 worden! En de HEEREH3068 steldeH7760 een tekenH226 aan KainH7014; opdat hem nietH1115 versloegH5221 alH3605 wie hem vondH4672. Doch de HEERE zeide tot hem: Daarom, al wie Kain doodslaat, zal zevenvoudig gewroken worden! En de HEERE stelde een teken aan Kain; opdat hem niet versloeg al wie hem vond.

KJV And the LORD3 said1 unto him, Therefore4 whosoever slayeth6 Cain,7 vengeance shall be taken9 on him sevenfold.8 And the LORD11 set10 a mark13 upon Cain,12 lest14 any finding18 him should kill

1 וַיֹּ֧אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 ל֣וֹ 3 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 לָכֵן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הֹרֵ֣ג H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 7 קַ֔יִן H7014 Kain Cain, Kenite(-s) 8 שִׁבְעָתַ֖יִם H7659 zevenvoudig, zevenmaal seven(-fold, times) 9 יֻקָּ֑ם H5358 wreken, gewroken, wreke avenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance 10 וַיָּ֨שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 11 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 לְקַ֨יִן֙ H7014 Kain Cain, Kenite(-s) 13 א֔וֹת H226 teken, tekenen mark, miracle, (en-) sign, token 14 לְבִלְתִּ֥י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 15 הַכּוֹת H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 16 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 מֹצְאֽוֹ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En Kain ging uit van het aangezicht des HEEREN; en hij woonde in het land Nod, ten oosten van Eden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En KainH7014 gingH3318 uit van het aangezichtH6440 des HEERENH3068; en hij woondeH3427 in het landH776 NodH5113, ten oostenH6926 van EdenH5731. En Kain ging uit van het aangezicht des HEEREN; en hij woonde in het land Nod, ten oosten van Eden.

KJV And Cain2 went out1 from the presence3 of the LORD,4 and dwelt5 in the land6 of Nod,7 on the east8 of Eden.

1 וַיֵּ֥צֵא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 קַ֖יִן H7014 Kain Cain, Kenite(-s) 3 מִלִּפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וַיֵּ֥שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 בְּאֶֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 נ֖וֹד H5113 Nod Nod 8 קִדְמַת H6926 oosten east(-ward) 9 עֵֽדֶן H5731 Eden Eden
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En Kain bekende zijn huisvrouw, en zij werd bevrucht en baarde Henoch; en hij bouwde een stad, en noemde den naam dier stad naar den naam zijns zoons, Henoch.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En KainH7014 bekendeH3045 zijn huisvrouwH802, en zij werd bevruchtH2029 en baardeH3205 HenochH2585; en hij bouwdeH1961 een stadH5892, en noemdeH7121 den naamH8034 dier stadH5892 naar den naamH8034 zijns zoonsH1121, HenochH2585. En Kain bekende zijn huisvrouw, en zij werd bevrucht en baarde Henoch; en hij bouwde een stad, en noemde den naam dier stad naar den naam zijns zoons, Henoch.

KJV And Cain2 knew1 his wife;4 and she conceived,5 and bare6 Enoch:8 and he builded10 a city,11 and called12 the name13 of the city,14 after the name15 of his son,16 Enoch.

1 וַיֵּ֤דַע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 קַ֨יִן֙ H7014 Kain Cain, Kenite(-s) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 אִשְׁתּ֔וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 וַתַּ֖הַר H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 6 וַתֵּ֣לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 חֲנ֑וֹךְ H2585 Henoch, Hanoch Enoch 9 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 בֹּ֣נֶה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 11 עִ֔יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 12 וַיִּקְרָא֙ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 13 שֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 14 הָעִ֔יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 15 כְּשֵׁ֖ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 16 בְּנ֥וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 חֲנֽוֹךְ H2585 Henoch, Hanoch Enoch
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En aan Henoch werd Hirad geboren; en Hirad gewon Mechujael; en Mechujael gewon Methusael; en Methusael gewon Lamech.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En aan HenochH2585 werd HiradH5897 geborenH3205; en HiradH5897 gewonH3205 MechujaelH4232; en MechujaelH4232 gewonH3205 MethusaelH4967; en MethusaelH4967 gewonH3205 LamechH3929. En aan Henoch werd Hirad geboren; en Hirad gewon Mechujael; en Mechujael gewon Methusael; en Methusael gewon Lamech.

KJV And unto Enoch2 was born1 Irad:4 and Irad5 begat6 Mehujael:8 and Mehujael9 begat10 Methusael:12 and Methusael13 begat14 Lamech.

1 וַיִּוָּלֵ֤ד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 2 לַֽחֲנוֹךְ֙ H2585 Henoch, Hanoch Enoch 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 עִירָ֔ד H5897 Hirad Irad 5 וְעִירָ֕ד H5897 Hirad Irad 6 יָלַ֖ד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 מְחֽוּיָאֵ֑ל H4232 Mechujael Mehujael 9 וּמְחִיּיָאֵ֗ל H4232 Mechujael Mehujael 10 יָלַד֙ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 מְת֣וּשָׁאֵ֔ל H4967 Methusael Methusael 13 וּמְתוּשָׁאֵ֖ל H4967 Methusael Methusael 14 יָלַ֥ד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 לָֽמֶךְ H3929 Lamech Lamech
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En Lamech nam zich twee vrouwen; de naam van de eerste was Ada, en de naam van de andere Zilla.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En LamechH3929 namH3947 zich tweeH8147 vrouwenH802; de naamH8034 van de eersteH259 was AdaH5711, en de naamH8034 van de andere ZillaH6741. En Lamech nam zich twee vrouwen; de naam van de eerste was Ada, en de naam van de andere Zilla.

KJV And Lamech3 took1 unto him two4 wives:5 the name6 of the one7 was Adah,8 and the name9 of the other10 Zillah.

1 וַיִּֽקַּֽח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 ל֥וֹ 3 לֶ֖מֶךְ H3929 Lamech Lamech 4 שְׁתֵּ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 5 נָשִׁ֑ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 6 שֵׁ֤ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 7 הָֽאַחַת֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 עָדָ֔ה H5711 Ada Adah 9 וְשֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 10 הַשֵּׁנִ֖ית H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 11 צִלָּֽה H6741 Zilla Zillah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Ada baarde Jabal; deze is geweest een vader dergenen, die tenten bewoonden, en vee hadden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En AdaH5711 baardeH3205 JabalH2989; deze is geweestH1961 een vaderH1 dergenen, dieH1931 tentenH168 bewoondenH3427, en veeH4735 hadden. En Ada baarde Jabal; deze is geweest een vader dergenen, die tenten bewoonden, en vee hadden.

KJV And Adah2 bare1 Jabal:4 he was the father7 of such as dwell8 in tents,9 and of such as have cattle.

1 וַתֵּ֥לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 2 עָדָ֖ה H5711 Ada Adah 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 יָבָ֑ל H2989 Jabal Jabal 5 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 הָיָ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 אֲבִ֕י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 8 יֹשֵׁ֥ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 9 אֹ֖הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 10 וּמִקְנֶֽה H4735 vee, bezitting, beesten cattle, flock, herd, possession, purchase, substance
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En de naam zijns broeders was Jubal; deze werd de vader van allen, die harpen en orgelen handelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En de naamH8034 zijns broedersH251 was JubalH3106; deze werdH1961 de vaderH1 van allenH3605, dieH1931 harpenH3658 en orgelenH5748 handelenH8610. En de naam zijns broeders was Jubal; deze werd de vader van allen, die harpen en orgelen handelen.

KJV And his brother's2 name1 was Jubal:3 he was the father6 of all such as handle8 the harp9 and organ.

1 וְשֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 2 אָחִ֖יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 3 יוּבָ֑ל H3106 Jubal Jubal 4 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 הָיָ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 אֲבִ֕י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 תֹּפֵ֥שׂ H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 9 כִּנּ֖וֹר H3658 harp, harpen harp 10 וְעוּגָֽב H5748 orgel, orgelen, orgels organ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En Zilla baarde ook Tubal-Kain, een leermeester van allen werker in koper en ijzer; en de zuster van Tubal-Kain was Naema.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En ZillaH6741 baardeH3205 ookH1571 Tubal-KainH8423, een leermeesterH3913 van allenH3605 werkerH2794 in koperH5178 en ijzerH1270; en de zusterH269 van Tubal-KainH8423 was NaemaH5279. En Zilla baarde ook Tubal-Kain, een leermeester van allen werker in koper en ijzer; en de zuster van Tubal-Kain was Naema.

KJV And Zillah,1 she also bare4 Tubalcain,6 an instructer8 of every artificer10 in brass11 and iron:12 and the sister13 of Tubalcain7 was Naamah.

1 וְצִלָּ֣ה H6741 Zilla Zillah 2 גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 3 הִ֗וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 יָֽלְדָה֙ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 תּ֣וּבַל H8423 Tubal-kain Tubal-cain 7 קַ֔יִן H8423 Tubal-kain Tubal-cain 8 לֹטֵ֕שׁ H3913 geslepen, leermeester, scherpen instructer, sharp(-en), whet 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 חֹרֵ֥שׁ H2794 werker artificer 11 נְחֹ֖שֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel 12 וּבַרְזֶ֑ל H1270 ijzer, ijzeren, ijzers (ax) head, iron 13 וַֽאֲח֥וֹת H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 14 תּֽוּבַל H8423 Tubal-kain Tubal-cain 15 קַ֖יִן H8423 Tubal-kain Tubal-cain 16 נַֽעֲמָֽה H5279 Naama, Naema Naamah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En Lamech zeide tot zijn vrouwen Ada en Zilla: Hoort mijn stem, gij vrouwen van Lamech! neemt ter ore mijn rede! Voorwaar, ik sloeg wel een man dood, om mijn wonde, en een jongeling, om mijn buile!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En LamechH3929 zeideH559 tot zijn vrouwenH802 AdaH5711 en ZillaH6741: HoortH8085 mijn stemH6963, gij vrouwenH802 van LamechH3929! neemt ter ore mijn redeH565! VoorwaarH3588, ik sloegH2026 wel een manH376 doodH2026, om mijn wondeH6482, en een jongelingH3206, om mijn buileH2250! En Lamech zeide tot zijn vrouwen Ada en Zilla: Hoort mijn stem, gij vrouwen van Lamech! neemt ter ore mijn rede! Voorwaar, ik sloeg wel een man dood, om mijn wonde, en een jongeling, om mijn buile!

Ook in dit vers neemt oreH238

KJV And Lamech2 said1 unto his wives,3 Adah4 and Zillah,5 Hear6 my voice;7 ye wives8 of Lamech,9 hearken10 unto my speech:11 for I have slain14 a man13 to my wounding,15 and a young man16 to my hurt.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לֶ֜מֶךְ H3929 Lamech Lamech 3 לְנָשָׁ֗יו H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 4 עָדָ֤ה H5711 Ada Adah 5 וְצִלָּה֙ H6741 Zilla Zillah 6 שְׁמַ֣עַן H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 7 קוֹלִ֔י H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 8 נְשֵׁ֣י H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 9 לֶ֔מֶךְ H3929 Lamech Lamech 10 הַאְזֵ֖נָּה H238 ore, neem, neemt ore give (perceive by the) ear, hear(-ken). See H239 (אָזַן) 11 אִמְרָתִ֑י H565 rede, toezegging, woord commandment, speech, word 12 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 אִ֤ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 14 הָרַ֨גְתִּי֙ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 15 לְפִצְעִ֔י H6482 wonden, wond, wonde wound(-ing) 16 וְיֶ֖לֶד H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 17 לְחַבֻּרָתִֽי H2250 buil, striemen, Gezwellen blueness, bruise, hurt, stripe, wound
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Want Kain zal zevenvoudig gewroken worden, maar Lamech zeventigmaal zevenmaal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Want KainH7014 zal zevenvoudigH7659 gewrokenH5358 worden, maar LamechH3929 zeventigmaalH7657 zevenmaalH7651. Want Kain zal zevenvoudig gewroken worden, maar Lamech zeventigmaal zevenmaal.

KJV If1 Cain4 shall be avenged3 sevenfold,2 truly Lamech5 seventy6 and sevenfold.

1 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 שִׁבְעָתַ֖יִם H7659 zevenvoudig, zevenmaal seven(-fold, times) 3 יֻקַּם H5358 wreken, gewroken, wreke avenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance 4 קָ֑יִן H7014 Kain Cain, Kenite(-s) 5 וְלֶ֖מֶךְ H3929 Lamech Lamech 6 שִׁבְעִ֥ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 7 וְשִׁבְעָֽה H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En Adam bekende wederom zijn huisvrouw, en zij baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Seth; want God heeft mij, sprak zij, een ander zaad gezet voor Habel; want Kain heeft hem doodgeslagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En AdamH120 bekendeH3045 wederomH5750 zijn huisvrouwH802, en zij baardeH3205 een zoonH1121, en zij noemdeH7121 zijn naamH8034 SethH8352; want GodH430 heeft mij, sprak zij, een anderH312 zaadH2233 gezetH7896 voorH8478 HabelH1893; wantH3588 KainH7014 heeft hem doodgeslagenH2026. En Adam bekende wederom zijn huisvrouw, en zij baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Seth; want God heeft mij, sprak zij, een ander zaad gezet voor Habel; want Kain heeft hem doodgeslagen.

KJV And Adam knew1 his wife5 again;3 and she bare6 a son,7 and called8 his name10 Seth:11 For God,15 said she, hath appointed13 me another17 seed16 instead18 of Abel,19 whom12 Cain22 slew.

1 וַיֵּ֨דַע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 אָדָ֥ם H121 Adam, Adams Adam 3 עוֹד֙ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 אִשְׁתּ֔וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 6 וַתֵּ֣לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 7 בֵּ֔ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 וַתִּקְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 11 שֵׁ֑ת H8352 Seth Seth, Sheth 12 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 שָֽׁת H7896 zetten, zet, zette apply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take 14 לִ֤י 15 אֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 16 זֶ֣רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 17 אַחֵ֔ר H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 18 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 19 הֶ֔בֶל H1893 Habel Abel 20 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 21 הֲרָג֖וֹ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 22 קָֽיִן H7014 Kain Cain, Kenite(-s)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En denzelven Seth werd ook een zoon geboren, en hij noemde zijn naam Enos. Toen begon men den naam des HEEREN aan te roepen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En denzelven SethH8352 werd ookH1571 een zoonH1121 geborenH3205, en hijH1931 noemdeH7121 zijn naamH8034 EnosH583. Toen begonH2490 men den naamH8034 des HEERENH3068 aan te roepenH7121. En denzelven Seth werd ook een zoon geboren, en hij noemde zijn naam Enos. Toen begon men den naam des HEEREN aan te roepen.

KJV And to Seth,1 to him3 also there was born4 a son;5 and he called6 his name8 Enos:9 then began men11 to call12 upon the name13 of the LORD.

1 וּלְשֵׁ֤ת H8352 Seth Seth, Sheth 2 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 3 הוּא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 יֻלַּד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 5 בֵּ֔ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 וַיִּקְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 9 אֱנ֑וֹשׁ H583 Enos, zetten Enos 10 אָ֣ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 11 הוּחַ֔ל H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 12 לִקְרֹ֖א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 13 בְּשֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 14 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kain doodt Abel
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 4:1 Genesis 3:15 Genesis 5:29 1 Johannes 3:12 Genesis 4:25
Genesis 4:2 1 Johannes 3:15 1 Johannes 3:12 1 Johannes 3:10 Lukas 11:51 Johannes 8:44 Genesis 47:3 Psalmen 127:3 Genesis 4:25
Genesis 4:3 Numeri 18:12 Leviticus 2:1 Nehemia 13:6
Genesis 4:4 Hebreeën 11:4 Spreuken 3:9 Exodus 13:12 Numeri 18:17 2 Kronieken 7:1 Numeri 16:35 Leviticus 9:24 Hebreeën 9:22
Genesis 4:5 Hebreeën 11:4 Numeri 16:15 Genesis 31:5 Jesaja 3:10 Mattheüs 20:15 Lukas 15:28 Job 5:2 Handelingen 13:45
Genesis 4:6 Jesaja 1:18 Job 5:2 Lukas 15:31
Genesis 4:7 Jakobus 1:15 Romeinen 7:8 Hebreeën 11:4 Romeinen 2:6 Jesaja 3:10 Maleachi 1:13 Romeinen 6:16 Maleachi 1:10
Genesis 4:8 Mattheüs 23:35 Judas 1:11 1 Johannes 3:12 Lukas 11:51 Micha 7:6 Psalmen 36:3 Job 11:15 Lukas 22:48
Genesis 4:9 Johannes 8:44 Spreuken 28:13 Psalmen 10:13 Psalmen 9:12 Genesis 3:9 Handelingen 5:4
Genesis 4:10 Hebreeën 12:24 Psalmen 72:14 Jakobus 5:4 Numeri 35:33 Job 31:38 Hebreeën 11:4 Openbaring 6:9 Jesaja 5:7
Genesis 4:11 Galaten 3:10 Genesis 3:14 Deuteronomium 28:15 Deuteronomium 29:19 Job 31:38 Genesis 4:14 Deuteronomium 27:16 Openbaring 12:16
Genesis 4:12 Deuteronomium 28:23 Leviticus 26:36 Psalmen 109:10 Jeremia 20:3 Hosea 9:17 Leviticus 26:20 Genesis 4:14 Romeinen 8:20
Genesis 4:13 Openbaring 16:11 Job 15:22 Openbaring 16:9 Openbaring 16:21
Genesis 4:14 Numeri 35:19 Job 15:20 Spreuken 28:1 Jeremia 52:3 Numeri 35:27 Deuteronomium 28:65 Psalmen 143:7 Genesis 9:5
Genesis 4:15 Ezechiël 9:4 Ezechiël 9:6 Psalmen 79:12 Genesis 4:24 Openbaring 14:11 Openbaring 14:9 1 Koningen 16:7 Leviticus 26:18
Genesis 4:16 Jeremia 23:39 2 Koningen 24:20 Job 2:7 Genesis 4:14 Jeremia 52:3 2 Koningen 13:23 Exodus 20:18 Genesis 3:8
Genesis 4:17 Daniël 4:30 Genesis 5:18 Lukas 17:28 Prediker 2:4 Genesis 5:22 Genesis 11:4 2 Samuël 18:18 Psalmen 49:11
Genesis 4:18 Genesis 5:21 Genesis 36:2
Genesis 4:19 Genesis 2:24 Mattheüs 19:8 Genesis 2:18 Mattheüs 19:4
Genesis 4:20 Hebreeën 11:9 1 Kronieken 2:50 Romeinen 4:11 Genesis 25:27 Genesis 4:21 Genesis 4:2 1 Kronieken 4:4 Jeremia 35:9
Genesis 4:21 Jesaja 5:12 Amos 6:5 Romeinen 4:11 Genesis 31:27 Job 21:12
Genesis 4:22 Deuteronomium 33:25 Deuteronomium 8:9 2 Kronieken 2:7 Numeri 31:22 Exodus 25:3
Genesis 4:23 Exodus 20:13 Numeri 23:18 Leviticus 19:18 Richteren 9:7
Genesis 4:24 Genesis 4:15 Mattheüs 18:22
Genesis 4:25 Genesis 4:8 Lukas 3:38 Genesis 5:3 Genesis 4:1 Genesis 4:10 1 Kronieken 1:1
Genesis 4:26 Sefanja 3:9 Psalmen 116:17 1 Korinthe 1:2 1 Koningen 18:24 Joël 2:32 Handelingen 2:21 Genesis 12:8 Handelingen 11:26
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 4 vers 1

bekende Versta hierdoor de gemeenschap die tussen man en vrouw is tot voortteling van kinderen; zie onder vs.17, 25; idem, hfdst.19:8, 24:16; 1 Sam. 1:19; Matt. 1:25.

Hertaald: bekende Hiermee wordt de gemeenschap bedoeld tussen man en vrouw tot voortplanting van kinderen; zie vers 17, 25; ook Gen. 19:8, 24:16; 1 Sam. 1:19; Matt. 1:25.

Kaïn, Hebr. Kaïn, dat is, verkregen.

Hertaald: Kaïn, Hebreeuws: Kaïn, dat is: verkregen.

man Dat is, een zoon.

Hertaald: man Dat is: een zoon.

van den HEERE Dat het Hebr. woordje eth somtijds voor meëth, dat is van en uit, genomen wordt, zie daarvan Jer. 51:59. Anders, met den Heere, dat is, door de genade en hulp des Heeren. Anders, den Heere, alsof Heva gemeend had den beloofden Messias gekregen te hebben.

Hertaald: van den HEERE Het Hebreeuwse woordje eth wordt soms gebruikt voor meëth, dat is: van en uit, zie Jer. 51:59. Anders: met de HEERE, dat is: door de genade en hulp van de HEERE. Anders: de HEERE, alsof Eva meende de beloofde Messias gekregen te hebben.

Genesis 4 vers 2

Habel Hebr. Hebel.

Hertaald: Habel Hebreeuws: Hebel.

schaapherder, Hebr. een herder van klein vee, als schapen en geiten. Want het Hebr. woord betekent dat gelijkelijk, alzo onder vs.4 en Gen. 13:5, Gen. 26:14, enz.

Hertaald: schaapherder, Hebreeuws: een herder van klein vee, zoals schapen en geiten — het Hebreeuwse woord betekent dat gelijkelijk, zo ook in vers 4 en Gen. 13:5, Gen. 26:14, enz.

Genesis 4 vers 3

ten einde Hebr. van het einde der dagen, dat is, na enigen tijd van dagen. Het woord dagen, alleen gesteld zijnde, betekent somtijds in de Heilige Schrift enige dagen; gelijk onder Gen. 24:55, Gen. 40:4; Richt. 14:8; Marc. 2:1.

Hertaald: ten einde Hebreeuws: van het einde der dagen, dat is: na verloop van tijd. Het woord dagen alleen betekent in de Heilige Schrift soms enige dagen; zie Gen. 24:55, Gen. 40:4; Richt. 14:8; Marc. 2:1.

offer Hebr. MINCHA, dat is, gave, geschenk of spijsoffer. Zie Lev. 2:1.

Hertaald: offer Hebreeuws: MINCHA, dat is: gave, geschenk of spijsoffer. Zie Lev. 2:1.

Genesis 4 vers 4

hun vet Hebr. hare vettigheden: versta hierdoor dat Habel geofferd heeft niet alleen het vet, maar ook het beste zijner kudde, en [zo het schijnt] een goed getal. Vet betekent dikwijls het beste in de Heilige Schrift, gelijk Num. 18:12 enz.

Hertaald: hun vet Hebreeuws: haar vettigheden. Hiermee wordt bedoeld dat Habel niet alleen het vet, maar ook het beste van zijn kudde offerde, en naar het schijnt een flink aantal. Vet betekent in de Heilige Schrift vaak het beste, zie Num. 18:12, enz.

zag Habel Dat is, Habels persoon en offerande waren God aangenaam van wege zijn geloof, ziende op de offerande des beloofden Messias. Zie Hebr. 11:4.

Hertaald: zag Habel Dat is: Habels persoon en offer waren God aangenaam vanwege zijn geloof, gericht op de offerande van de beloofde Messias. Zie Hebr. 11:4.

Genesis 4 vers 5

Maar Kaïn en zijn Dit verklaart de apostel Hebr. 11:4, sprekende van het getuigenis, hetwelk God gaf over Habels gaven, hetzij met woorden, met vuur van den hemel, of enig ander teken. Verg. Lev. 9:24; Richt. 6:21; 1 Kon. 18:38; 1 Kron. 21:26; 2 Kron. 7:1.

Hertaald: Maar Kaïn en zijn Dit wordt verklaard door de apostel in Hebr. 11:4, die spreekt over het getuigenis dat God gaf over Habels gaven, hetzij met woorden, met vuur uit de hemel, of enig ander teken. Vergelijk Lev. 9:24; Richt. 6:21; 1 Kon. 18:38; 1 Kron. 21:26; 2 Kron. 7:1.

ontstak Kaïn Hebr. en Kaïn ontstak. Te weten, de toornigheid; alzo in het volgende vs., zie, in een gelijke manier van spreken, het woordje toorn daarbij gevoegd, onder 39:19; Ex. 32:10-11.

Hertaald: ontstak Kaïn Hebreeuws: en Kaïn ontstak. Namelijk: zijn toorn; zo ook verderop wordt op een vergelijkbare manier het woordje toorn toegevoegd, zie Gen. 39:19; Ex. 32:10-11.

zijn aangezicht Dat is, het gelaat zijns aangezichts veranderde.

Hertaald: zijn aangezicht Dat is: zijn gezichtsuitdrukking veranderde.

Genesis 4 vers 7

verhoging? Dat is, zult gij niet [als de eerstgeborene] verheven en verhoogd blijven boven uw broeder? Anders, zult gij uw hoofd of aangezicht niet vrijelijk opsteken, inplaats dat het nu nedergeslagen of zo ontvallen is? Sommigen hebben: Aanneming, aangenaamheid, of vergeving, overeenkomstig de verscheidene betekenissen des Hebr. woords.

Hertaald: verhoging? Dat is: zult gij niet [als de eerstgeborene] verheven blijven boven uw broeder? Anders: zult gij uw hoofd of gezicht niet vrijelijk opheffen, in plaats van dat het nu neergeslagen is? Sommigen vertalen: aanneming, welgevallen of vergeving, afhankelijk van de verschillende betekenissen van het Hebreeuwse woord.

de zonde Dat is, de straf der zonde, alzo onder Gen. 19:15; Lev. 5:1; Num. 18:1. Zie onder de aantekening op vs.13.

Hertaald: de zonde Dat is: de straf voor de zonde, zo ook in Gen. 19:15; Lev. 5:1; Num. 18:1. Zie de aantekening bij vers 13.

ligt aan Dat is, is zeer nabij en als tegenwoordig, zodat aan haar zekere aankomst niet te twijfelen is, verg. Matt. 24:33; Jak. 5:9.

Hertaald: ligt aan Dat is: is zeer nabij en als het ware al aanwezig, zodat aan haar zekere komst niet te twijfelen valt. Vergelijk Matt. 24:33; Jak. 5:9.

zijn Dit is te verstaan van Habel, Kaïns broeder; alsof God zeide: Maar wat uw broeder aangaat, gij hebt geen reden om over hem te toornen, dewijl hij tot u genegen en weltevreden is, dat gij [als de eerstgeborene] over hem verheven blijft. Verg. Gen. 3:16.

Hertaald: zijn Dit slaat op Habel, Kaïns broer, alsof God zei: Wat uw broer betreft, u hebt geen reden om op hem toornig te zijn, want hij is u genegen en tevreden dat u [als de eerstgeborene] boven hem verheven blijft. Vergelijk Gen. 3:16.

Genesis 4 vers 8

Kaïn sprak met Om [naar sommiger gevoelen] met lieflijk gelaat en vriendelijke woorden hem alleen in het veld te lokken, hebbende in zijn hart haat en doodslag verborgen. Hebr. zeide tot zijn broeder. Te weten, zoals enigen verstaan, hetgeen tussen God en hem was geschied, alzo dat het een afgebroken reden zou zijn.

Hertaald: Kaïn sprak met Om [naar de mening van sommigen] hem met vriendelijk gelaat en woorden alleen het veld in te lokken, terwijl hij in zijn hart haat en moord verborgen hield. Hebreeuws: sprak tot zijn broer — namelijk, volgens sommigen, over wat er tussen God en hem gebeurd was, zodat het hier een afgebroken zin zou zijn.

Genesis 4 vers 9

Ik weet het niet Een onbeschaamde leugen.

Hertaald: Ik weet het niet Een schaamteloze leugen.

ben ik mijns broeders hoeder? Een vermeten hoogmoed.

Hertaald: ben ik mijns broeders hoeder? Een vermetele hoogmoed.

Genesis 4 vers 10

Hij zeide Te weten, de Heere.

Hertaald: Hij zeide Namelijk: de HEERE.

des bloeds Hebr. der bloeden, in het getal van velen meervoud. Zo spreekt de Heilige Schrift van moord en doodslag, omdat daarin veel bloed vergoten wordt.

Hertaald: des bloeds Hebreeuws: der bloeden, in het meervoud. Zo spreekt de Heilige Schrift over moord en doodslag, omdat daarbij veel bloed vergoten wordt.

roept van Hebr. zijn roepende, in het getal van velen of meervoud. Moord is een van de wraakroepende zonden; zie daarvan ook onder Gen. 18:20, Gen. 19:13.

Hertaald: roept van Hebreeuws: is roepende, in het meervoud. Moord is een van de zonden die om wraak roepen; zie ook Gen. 18:20, Gen. 19:13.

Genesis 4 vers 11

van den aardbodem, Of, van wege. Zie Gen. 5:29; alsof Hij zeggen wilde: De aarde, die geschapen was tot uw zegen en dienst, zal tegen u dezen vloek tot wraak uitvoeren, u niet gevende de vruchten, die zij u anders zou gegeven hebben, zoals vs.12 gezegd wordt.

Hertaald: van den aardbodem, Of: vanwege. Zie Gen. 5:29; alsof gezegd werd: de aarde, geschapen tot uw zegen en dienst, zal deze vloek tegen u als wraak uitvoeren, door u niet de vruchten te geven die zij u anders gegeven zou hebben, zoals in vers 12 gezegd wordt.

Genesis 4 vers 12

meer geven; Hebr. hij zal niet voortgaan u zijn vermogen te geven.

Hertaald: meer geven; Hebreeuws: hij zal niet voortgaan u zijn opbrengst te geven.

gij zult zwervende Om tweeërlei ongerustheid: een lichamelijke, omdat Kaïn van het ene land in het andere zou omlopen; de andere geestelijk, dewijl de conscientie, die overal mede gaat, hem niet met vrede laten, maar in gestadige vrees houden zou.

Hertaald: gij zult zwervende Vanwege een tweevoudige onrust: een lichamelijke, omdat Kaïn van het ene land naar het andere zou zwerven; en een geestelijke, omdat zijn geweten, dat overal met hem meegaat, hem geen vrede zou laten, maar hem in voortdurende angst zou houden.

Genesis 4 vers 13

Mijn misdaad Anders is het woord misdaad of ongerechtigheid door velen genomen voor de straf derzelve, zie Lev. 5:1; en in zulk een zin moest de overzetting aldus staan: Mijne straf is groter dan dat ik haar zou kunnen dragen; waarover Kaïn zich beklaagt, vs.14.

Hertaald: Mijn misdaad Anders wordt het woord misdaad of ongerechtigheid door velen opgevat als de straf ervoor, zie Lev. 5:1; in die zin zou de vertaling moeten luiden: mijn straf is groter dan ik kan dragen — waarover Kaïn zich beklaagt in vers 14.

Genesis 4 vers 14

Gij hebt Te weten, door uw vonnis, hetwelk zo zeker en vast gaat, alsof het reeds uitgevoerd ware.

Hertaald: Gij hebt Namelijk: door uw vonnis, dat zo zeker en vast staat alsof het al uitgevoerd was.

aardbodem, Hebr. van het aangezicht des aardbodems.

Hertaald: aardbodem, Hebreeuws: van het aangezicht van de aardbodem.

ik zal voor uw aangezicht Dit kan men verstaan van Kaïns uitbanning uit Gods gunst en genade, mitsgaders van het aangezicht of gezelschap zijner gemeente.

Hertaald: ik zal voor uw aangezicht Dit kan men verstaan als Kaïns verbanning uit Gods gunst en genade, en ook uit het gezicht of gezelschap van zijn gemeente.

al wie mij vindt Anders, al wat mij vindt.

Hertaald: al wie mij vindt Anders: al wat mij vindt.

Genesis 4 vers 15

Daarom, Dat is, opdat gij, lang dwalende in andere landen, anderen tot een exempel moogt zijn, om hen van den doodslag af te schrikken, en gij tijd van berouw moogt hebben, daar gij vooralsnog u het meest ontstelt over de straf.

Hertaald: Daarom, Dat is: opdat gij, lang dolend in andere landen, anderen tot een voorbeeld zoudt zijn om hen van doodslag af te schrikken, en opdat gij tijd van berouw zoudt hebben, terwijl gij u nu vooral druk maakt over de straf.

zevenvoudig Dat is, veelvoudig, naar het gebruik der Heilige Schrift, Ps. 12:7, Ps. 79:12.

Hertaald: zevenvoudig Dat is: veelvoudig, naar het gebruik van de Heilige Schrift, Ps. 12:7, Ps. 79:12.

een teken aan Kaïn Hoedanig dit teken geweest is, is onbekend; maar het betekende wie hij was, wat hij gedaan had, en dat niemand bestaan zou hem te doden.

Hertaald: een teken aan Kaïn Hoe dit teken eruitzag, is onbekend; maar het gaf aan wie hij was, wat hij gedaan had, en dat niemand het zou wagen hem te doden.

Genesis 4 vers 16

van het aangezicht des HEEREN Zie boven vs.14.

Hertaald: van het aangezicht des HEEREN Zie hierboven vers 14.

Genesis 4 vers 17

Nod, Dit land is alzo genaamd ten aanzien van de straf, die God Kaïn opgelegd had, vs.12, want het Hebr. woordje, aldaar en hier gebruikt, betekent omdolende.

Hertaald: Nod, Dit land werd zo genoemd vanwege de straf die God Kaïn opgelegd had, vers 12, want het Hebreeuwse woordje dat hier en daar gebruikt wordt, betekent zwervend.

Henoch; Hebr. Chanoch.

Hertaald: Henoch; Hebreeuws: Chanoch.

hij bouwde een stad, Hebr. hij was bouwende, dat is, hij was bezig om een stad te bouwen tot zijne verzekering, door vrees zijner conscientie. De vrome patriarchen woonden meest in hutten, niet in steden, Hebr. 11:9-10.

Hertaald: hij bouwde een stad, Hebreeuws: hij was bouwende, dat is: hij was bezig een stad te bouwen tot zijn eigen veiligheid, uit angst van zijn geweten. De vrome patriarchen woonden meestal in tenten, niet in steden, Hebr. 11:9-10.

Genesis 4 vers 19

Lamech Deze Lamech is de eerste van wien men leest, die twee vrouwen tegelijk gehad heeft, rechtstreeks tegen Gods ordinantie, boven Gen. 2:24; Mal. 2:15.

Hertaald: Lamech Deze Lamech is de eerste van wie bekend is dat hij twee vrouwen tegelijk had, recht tegen Gods instelling in, zie Gen. 2:24; Mal. 2:15.

Genesis 4 vers 20

vader dergenen, Dat is, die eerst uitgevonden heeft het maken en het gebruik der hutten tot weiding en hoeding van het vee, gelijk het volgende woordje schijnt mede te delen.

Hertaald: vader dergenen, Dat is: hij die als eerste het maken en gebruiken van tenten uitvond voor het weiden en hoeden van vee, zoals het volgende woordje lijkt aan te geven.

vee Het Hebr. woord betekent vee, en ook bezitting, have, goed.

Hertaald: vee Het Hebreeuwse woord betekent zowel vee als bezit, have, goed.

Genesis 4 vers 21

harpen Of, citers, Hebr. Die harp en orgel handelt. Dat is, die daarmede omgaat. Hoedanig eertijds de muziekinstrumenten geweest zijn, is onzeker, maar hier is gevolgd het gevoelen van het merendeel der geleerden.

Hertaald: harpen Of: citers. Hebreeuws: die harp en fluit bespeelt, dat is: die daarmee omgaat. Hoe de muziekinstrumenten er destijds precies uitzagen, is onzeker, maar hier is de mening van de meeste geleerden gevolgd.

Genesis 4 vers 22

leermeester Het Hebr. woord betekent eigenlijk een scherper, slijper, en voorts bij gelijkenis, onderwijzer, leraar.

Hertaald: leermeester Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk een scherper, slijper, en bij overdracht: onderwijzer, leraar.

koper Hebr. van het koper en het ijzer.

Hertaald: koper Hebreeuws: van het koper en het ijzer.

Genesis 4 vers 23

Voorwaar, ik sloeg Lamech schijnt met dit vermeten snorken en pochen te zien op de kunst, die zijne zonen uitgevonden hadden, als kunnende zich door dit middel meer wreken, of zijne naasten beschadigen, dan iemand anders.

Hertaald: Voorwaar, ik sloeg Lamech lijkt met dit vermetele opscheppen te zinspelen op de kunst die zijn zonen ontdekt hadden, alsof hij zich daarmee meer kon wreken of anderen meer schade kon toebrengen dan wie dan ook.

om mijn wonde, Dat is, indien mij iemand slechts kwam te verwonden of een buil te slaan, dien zou ik onbeschroomd verderven, en kunnen doden.

Hertaald: om mijn wonde, Dat is: als iemand mij maar zou verwonden of een buil zou slaan, dan zou ik hem zonder aarzeling doden.

Genesis 4 vers 24

Kaïn Zie boven de aantekeningen op vs.15.

Hertaald: Kaïn Zie hierboven de aantekeningen bij vers 15.

zeventigmaal zevenmaal Deze manier van spreken gebruikt ook Christus, Matt. 18:22.

Hertaald: zeventigmaal zevenmaal Deze manier van spreken gebruikt ook Christus, Matt. 18:22.

Genesis 4 vers 25

zij noemde zijn naam Te weten, met toestemming van haar man, zoals te zien is onder Gen. 5:3, waar deze naamgeving Adam toegeschreven wordt.

Hertaald: zij noemde zijn naam Namelijk: met instemming van haar man, zoals blijkt uit Gen. 5:3, waar deze naamgeving aan Adam wordt toegeschreven.

Seth Hebr. Scheth, dat is, Zetting.

Hertaald: Seth Hebreeuws: Scheth, dat is: Zetting.

zaad gezet Dat is, een anderen zoon gegeven; alzo onder Gen. 21:13, Gen. 38:8; Matt. 22:24-25.

Hertaald: zaad gezet Dat is: een andere zoon gegeven; zo ook in Gen. 21:13, Gen. 38:8; Matt. 22:24-25.

Genesis 4 vers 26

Toen begon men den naam des HEEREN aan te roepen De manier van spreken in een Hebreeuwsen tekst hier gebruikt wordt in verscheidene plaatsen genomen voor de aanroeping van des Heeren naam, zoals 1 Kon. 18:24-26; 2 Kon. 5:11; Joël 2:32; Hand. 2:21; Rom. 10:13. Zo is het ook hier genomen, doch daaronder begrepen zijnde, gelijk uit enige andere plaatsen blijkt, gelijk onder Gen. 12:8, idem hoofdstuk Gen. 26:25, de uitoefening van den gansen godsdienst, zodat de zin hier is: dat men begon openlijk en met meerder vergadering den godsdienst in te stellen, daar zij tevoren door Kaïn en de zijnen een tijdlang was bedorven en vervalst geweest. Anders, toen begon men naar den naam des HEEREN te noemen; dat is, toen begonnen de ware kinderen Gods zich van de andere af te zonderen, en noemden zich het volk of de kinderen Gods. Dezelfde manier van spreken betekent ook elders: den Heere bij naam uit te roepen, gelijk Ex. 33:18, Ex. 34:5.

Hertaald: Toen begon men den naam des HEEREN aan te roepen Deze manier van spreken wordt in de Hebreeuwse tekst op verschillende plaatsen gebruikt voor het aanroepen van de Naam van de HEERE, zoals 1 Kon. 18:24-26; 2 Kon. 5:11; Joël 2:32; Hand. 2:21; Rom. 10:13. Zo is het ook hier bedoeld, en het omvat, zoals uit andere plaatsen blijkt (Gen. 12:8, Gen. 26:25), de uitoefening van de gehele eredienst — dus: men begon openlijk en in grotere samenkomst de eredienst in te stellen, nadat deze eerder door Kaïn en de zijnen een tijdlang bedorven en vervalst was geweest. Anders: toen begon men zich naar de Naam van de HEERE te noemen, dat is: toen begonnen de ware kinderen van God zich van de anderen af te zonderen en zich het volk of de kinderen Gods te noemen. Diezelfde uitdrukking betekent elders ook: de HEERE bij name aanroepen, zie Ex. 33:18, Ex. 34:5.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Adam  — rode aarde

De naam die in de Bijbel aan de eerste mens gegeven wordt, en die verwijst naar de aardbodem waaruit hij gevormd is (Hebreeuws: adamah); ook de kleur rood lijkt in beide woorden mee te klinken. Adam werd op de zesde dag geschapen, als laatste en meest voltooide daad van de schepping, naar Gods beeld, en kreeg heerschappij over de dieren.

Eva  — leven, de levende

De naam die Adam aan zijn vrouw gaf, omdat zij de moeder van alle levenden zou worden (Gen. 3:20). Zij werd uit de rib van Adam gebouwd tot een hulp die bij hem paste, liet zich door de slang verleiden om van de verboden vrucht te eten, en gaf daarvan ook aan Adam.

Kaïn  — een bezit; een speer

De eerstgeboren zoon van Adam en Eva. Hij werd akkerbouwer, terwijl zijn broer Abel schaapherder was. Toen God wel oog had voor Abels offer maar niet voor dat van Kaïn, werd Kaïn hevig toornig en doodde uiteindelijk zijn broer (1 Joh. 3:12).

Abel  — een ademtocht; nietigheid

De tweede zoon van Adam en Eva, gedood door zijn broer Kaïn (Gen. 4:1-16). Als herder offerde hij de eerstelingen van zijn kudde; de HEERE zag dit offer met welgevallen aan, in tegenstelling tot dat van Kaïn. Abel wordt in het Nieuwe Testament 'rechtvaardig' genoemd (Matt. 23:35) en geldt als de eerste martelaar.

Seth  — gesteld, aangesteld

De derde zoon van Adam en Eva, die hem geboren werd nadat Abel door Kaïn gedood was. Zijn naam drukt uit dat God hem als het ware in Abels plaats gesteld had (Gen. 4:25). Uit Seths geslachtslijn stammen de vromen af die tot Noach toe God bleven dienen.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Nod  — "omzwerving, ballingschap" — geen eigenlijke plaatsnaam, maar een aanduiding die samenhangt met Kaïns vonnis om een zwerver en vluchteling te zijn

Ligging: "Ten oosten van Eden" — verder geeft de grondtekst geen concrete geografische aanwijzing. ISBE behandelt dit niet als apart, lokaliseerbaar artikel, maar bespreekt het kort onder het lemma "Kaïn".

Geschiedenis: Het gebied waarheen Kaïn wegtrok na de doodslag op Abel; hier werd zijn zoon Henoch geboren en bouwde Kaïn de eerste stad, die hij naar zijn zoon vernoemde. Uit zijn nageslacht kwamen Jabal (voorvader van de tentbewoners en veehouders), Jubal (voorvader van de musici) en Tubal-Kaïn (voorvader van de smeden) voort.

Bijbelse betekenis: Nod staat niet zozeer voor een vaststaand gebied als wel voor de geestelijke staat van Kaïn: afgesneden van Gods aangezicht, rusteloos zwervend over de aarde.

Recente inzichten: De plaats wordt door vrijwel alle geleerden, ook al in 1915, als niet-lokaliseerbaar beschouwd.

Gen. 4:16-24

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Offer

Al vroeg in de Bijbel brachten Kaïn en Abel de HEERE een offer: Kaïn van de vrucht van de aardbodem, Abel van de eerstelingen van zijn kudde met het vette daarvan (Gen. 4:3-4). Dit is de eerste vermelding van een offer in de Bijbel. De HEERE zag Abels offer met welgevallen aan, maar Kaïns offer niet — waarna Kaïn in toorn ontstak en zijn broer doodde.

Bijbelse betekenis: Het onderscheid tussen beide offers ligt niet in uiterlijke rijkdom, maar in het geloof waarmee geofferd werd: "Door het geloof heeft Abel een meerdere offerande Gode geofferd dan Kaïn" (Hebr. 11:4). Abels offer, met bloedstorting, wijst op de noodzaak van een offer dat werkelijk verzoening aanbrengt; met Kaïns eigen voortbrengsel kon dat niet.

Typologie: Abels bloed roept om wraak, maar het bloed van Christus "het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel" (Hebr. 12:24) — het roept niet om vergelding, maar om verzoening. In Abels geloofsoffer klinkt zo al het eerste getuigenis van de weg die alleen door bloedstorting tot God open ligt (vgl. Hebr. 9:22).

Gen. 4:3-5; Hebr. 11:4; Hebr. 12:24; Hebr. 9:22; 1 Joh. 3:12

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het offer en de plaatsvervanging niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe uitwerking

Het bloed dat roept, en beter bloed — 4:4, 10

De eerste generatie buiten de hof. Er is nog geen wet, geen altaarvoorschrift en geen priester; toch weten deze twee broers al dat men tot God nadert met een offer.

Abels offer wordt aangenomen en zijn bloed roept om recht; de Hebreeënbrief stelt daar het bloed tegenover dat betere dingen spreekt.

Twee broers brengen een offer. Kaïn brengt van de vrucht van het land, Abel van de eerstelingen van zijn kudde en van hun vet. God ziet Abel en zijn offer aan, en Kaïn niet. Waarom, zegt de tekst er niet met zoveel woorden bij; de Hebreeënbrief wijst op het geloof waarmee Abel offerde. Wat daarna gebeurt geeft de gebeurtenis haar reikwijdte: God zegt tot Kaïn dat het bloed van zijn broeder van de aardbodem tot Hem roept. Datzelfde beeld pakt Hebreeën op aan het slot van het boek, waar de gelovigen gekomen zijn tot het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel. Het bloed van Abel vraagt om vergelding; het bloed van Christus spreekt vrijspraak.

  1. Genesis 4:4 — Abel offert het beste, en God ziet hem en zijn offer aan.
  2. Hebreeën 11:4 — Door het geloof was zijn offer meerder dan dat van Kaïn.
  3. Genesis 4:10 — Zijn vergoten bloed roept van de aardbodem om recht.
  4. Hebreeën 12:24 — Het bloed der besprenging spreekt betere dingen dan Abel.
  5. 1 Johannes 1:7 — Dat bloed reinigt van alle zonde.

In het Nieuwe Testament: Hebreeën 11:4; Hebreeën 12:24; 1 Johannes 3:12

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Genesis 4

Genesis 4:6. KruisverwijzingenJesaja 1:18Job 5:2Lukas 15:31
— En de HEERE zeide tot Kain: Waarom zijt gij ontstoken, en waarom is uw aangezicht vervallen?
Veel goddeloze mensen zijn niet tevreden met de toestand waarin zij verkeren. Ze hebben wel een eigen vorm van godsdienst, maar die schenkt hun geen echte troost. Ze verlangen naar rust voor hun geweten. Ze zouden graag verlost zijn van de angst voor de dood en net zo gelukkig willen zijn als Gods kinderen. Toch willen zij de prijs daarvoor niet betalen: gehoorzaamheid aan God door het geloof in Jezus Christus.

Zij lijken op de hond in de kribbe, die zelf het hooi niet kan eten, maar ook de paarden niet laat eten. Zelf willen zij Christus niet aannemen, en toch kunnen zij het niet verdragen dat anderen Hem wél aannemen.

Hoewel Kaïn zo verbitterd was dat hij toornig was en zijn gezicht betrokken stond, kwam God, de oneindig Genadige, tot hem. Hij sprak met hem en redeneerde geduldig met hem. Het is op zichzelf al een wonder dat God tot de mens spreekt, gezien diens nietigheid. Maar dat de Heere spreekt tot de zondige mens, is een nog groter wonder. En dat Hij Zich inlaat met iemand als Kaïn – een moordenaar in zijn hart en weldra ook metterdaad, onboetvaardig, onverbiddelijk, aanmatigend en godslasterlijk – is een wonder van barmhartigheid.

Genesis 4:9.KruisverwijzingenJohannes 8:44Spreuken 28:13Psalmen 10:13Psalmen 9:12Genesis 3:9Handelingen 5:4
— En de HEERE zeide tot Kain: Waar is Habel, uw broeder? En hij zeide: Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder?
 De kille brutaliteit van Kaïn laat zien welke gezindheid hem ertoe bracht zijn broer te vermoorden. Tegelijk was zij ook een gevolg van de afschuwelijke misdaad die hij had begaan. Hij zou nooit tot die bloedige daad zijn overgegaan als hij niet eerst de vreze Gods had afgeschud en bereid was geweest zijn Schepper te trotseren.

Nadat hij de moord had gepleegd, moet de verhardende macht van de zonde een diepe invloed op Kaïns hart hebben uitgeoefend. Zo kwam het zover dat hij tegenover God durfde uit te spreken wat er in zijn hart leefde en te vragen: “Ben ik mijn broeders hoeder?” Bewaar ons, o God, ervoor dat de zonde ons hart zo hard maakt als staal. Bewaar ons dagelijks door Uw genade verstandig en teer voor Uw aangezicht, bevend voor Uw Woord.

Genesis 4:10.KruisverwijzingenHebreeën 12:24Psalmen 72:14Jakobus 5:4Numeri 35:33Job 31:38Hebreeën 11:4Openbaring 6:9Jesaja 5:7
— En Hij zeide: Wat hebt gij gedaan? daar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem.
 Misschien ging Kaïn zijn weg in de veronderstelling dat de verschrikkelijke zaak voorgoed was afgedaan. Hij had de daad verricht en die kon niet meer ongedaan worden gemaakt. Hij had de slag toegebracht en zich ontdaan van degene die hem een doorn in het oog was geweest. Het bloed was door de aarde opgenomen, en daarmee was de zaak voor hem afgesloten; hij hoefde er niet langer aan te denken.

Maar zo was het niet. Hoewel dat bloed zweeg voor het verharde geweten van Kaïn, had het elders wel een stem. Een geheimzinnige stem steeg op boven de hemelen. Zij bereikte het oor van de onzichtbare God en raakte het hart van de eeuwige Gerechtigheid. Daarom verbrak God als het ware het voorhangsel dat het Oneindige voor de mens verbergt, openbaarde Zich aan Kaïn en sprak tot hem.

Toen werd Kaïn duidelijk dat bloed niet straffeloos mocht worden vergoten en dat moord gewroken zou worden. In iedere druppel van het levensbloed dat uit de vermoorde man was gevloeid, klonk een stem die tot God riep, zodat Hij Zich met deze zaak bemoeide en een plechtig onderzoek instelde.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content