Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Genesis 38

1 En het geschiedde ten zelven tijde, dat Juda van zijn broederen aftoog, en hij keerde in tot een man van Adullam, wiens naam was Hira.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En het geschiedde ten zelvenH1931 tijdeH6256, dat JudaH3063 vanH854 zijn broederenH251 aftoogH3381, en hij keerdeH5186 in tot een manH376 van AdullamH5726, wiens naamH8034 was HiraH2437. En het geschiedde ten zelven tijde, dat Juda van zijn broederen aftoog, en hij keerde in tot een man van Adullam, wiens naam was Hira.

KJV And it came to pass at that time,2 that Judah5 went down4 from his brethren,7 and turned8 in to a certain10 Adullamite,11 whose name12 was Hirah.

1 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בָּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 3 הַהִ֔וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 וַיֵּ֥רֶד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 5 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 6 מֵאֵ֣ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 7 אֶחָ֑יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 8 וַיֵּ֛ט H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 9 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 עֲדֻלָּמִ֖י H5726 Adullamiet, Adullam Adullamite 12 וּשְׁמ֥וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 13 חִירָֽה H2437 Hira Hirah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Juda zag aldaar de dochter van een Kanaanietisch man, wiens naam was Sua; en hij nam haar, en ging tot haar in.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En JudaH3063 zagH7200 aldaarH8033 de dochterH1323 van een KanaanietischH3669 manH376, wiens naamH8034 was SuaH7770; en hij namH3947 haar, en ging totH413 haar in. En Juda zag aldaar de dochter van een Kanaanietisch man, wiens naam was Sua; en hij nam haar, en ging tot haar in.

KJV And Judah3 saw1 there a daughter4 of a certain5 Canaanite,6 whose name7 was Shuah;8 and he took her,9 and went in

1 וַיַּרְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 שָׁ֧ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 3 יְהוּדָ֛ה H3063 Juda Judah 4 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 5 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 כְּנַעֲנִ֖י H3669 Kanaanieten, Kanaaniet, Kanaanietische Canaanite, merchant, trafficker 7 וּשְׁמ֣וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 שׁ֑וּעַ H7770 Sua Shua, Shuah 9 וַיִּקָּחֶ֖הָ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 10 וַיָּבֹ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 אֵלֶֽיהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En zij werd bevrucht, en baarde een zoon, en hij noemde zijn naam Er.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En zij werd bevruchtH2029, en baardeH3205 een zoonH1121, en hij noemdeH7121 zijn naamH8034 Er. En zij werd bevrucht, en baarde een zoon, en hij noemde zijn naam Er.

KJV And she conceived,1 and bare2 a son;3 and he called4 his name6 Er.

1 וַתַּ֖הַר H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 2 וַתֵּ֣לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 3 בֵּ֑ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 וַיִּקְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 7 עֵֽר H6147 Er Er
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Daarna werd zij weder bevrucht, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Onan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Daarna werd zij weder bevruchtH2029, en baardeH3205 een zoonH1121, en zij noemdeH7121 zijn naamH8034 OnanH209. Daarna werd zij weder bevrucht, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Onan.

KJV And she conceived1 again, and bare3 a son;4 and she called5 his name7 Onan.

1 וַתַּ֥הַר H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 2 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 3 וַתֵּ֣לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 4 בֵּ֑ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 וַתִּקְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 אוֹנָֽן H209 Onan Onan
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En zij voer nog voort, en baarde een zoon, en noemde zijn naam Sela; doch hij was te Chezib, toen zij hem baarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En zij voerH3254 nogH5750 voortH3254, en baardeH3205 een zoonH1121, en noemdeH7121 zijn naamH8034 SelaH7956; doch hij wasH1961 te ChezibH3580, toen zij hem baardeH3205. En zij voer nog voort, en baarde een zoon, en noemde zijn naam Sela; doch hij was te Chezib, toen zij hem baarde.

KJV And she yet again conceived,1 and bare3 a son;4 and called5 his name7 Shelah:8 and he was at Chezib,10 when she bare

1 וַתֹּ֤סֶף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 2 עוֹד֙ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 3 וַתֵּ֣לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 4 בֵּ֔ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 וַתִּקְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 שֵׁלָ֑ה H7956 Sela Shelah 9 וְהָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 בִכְזִ֖יב H3580 Chezib Chezib 11 בְּלִדְתָּ֥הּ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 12 אֹתֽוֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Juda nu nam een vrouw voor Er, zijn eerstgeborene, en haar naam was Thamar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 JudaH3063 nu namH3947 een vrouwH802 voor Er, zijn eerstgeboreneH1060, en haar naamH8034 was ThamarH8559. Juda nu nam een vrouw voor Er, zijn eerstgeborene, en haar naam was Thamar.

KJV And Judah2 took1 a wife3 for Er4 his firstborn,5 whose name6 was Tamar.

1 וַיִּקַּ֧ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 יְהוּדָ֛ה H3063 Juda Judah 3 אִשָּׁ֖ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 4 לְעֵ֣ר H6147 Er Er 5 בְּכוֹר֑וֹ H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 6 וּשְׁמָ֖הּ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 7 תָּמָֽר H8559 Thamar, Thamars Tamar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Maar Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in des HEEREN ogen; daarom doodde hem de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Maar Er, de eerstgeboreneH1060 van JudaH3063, wasH1961 kwaadH7451 in des HEERENH3068 ogenH5869; daarom dooddeH4191 hem de HEEREH3068. Maar Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in des HEEREN ogen; daarom doodde hem de HEERE.

KJV And Er,2 Judah's4 firstborn,3 was wicked5 in the sight6 of the LORD;7 and the LORD9 slew

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 עֵ֚ר H6147 Er Er 3 בְּכ֣וֹר H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 4 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 5 רַ֖ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 6 בְּעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 7 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 וַיְמִתֵ֖הוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 9 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Toen zeide Juda tot Onan: Ga in tot uws broeders huisvrouw, en trouw haar in uws broeders naam, en verwek uw broeder zaad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Toen zeideH559 JudaH3063 tot OnanH209: Ga in tot uws broedersH251 huisvrouwH802, en trouwH2992 haar in uws broeders naam, en verwekH6965 uw broederH251 zaadH2233. Toen zeide Juda tot Onan: Ga in tot uws broeders huisvrouw, en trouw haar in uws broeders naam, en verwek uw broeder zaad.

KJV And Judah2 said1 unto Onan,3 Go in4 unto thy brother's7 wife,6 and marry8 her, and raise up10 seed11 to thy brother.

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 3 לְאוֹנָ֔ן H209 Onan Onan 4 בֹּ֛א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 אֵ֥שֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 7 אָחִ֖יךָ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 8 וְיַבֵּ֣ם H2992 plicht mans broeder, plicht mans broeders, trouw perform the duty of a husband's brother, marry 9 אֹתָ֑הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 וְהָקֵ֥ם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 11 זֶ֖רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 12 לְאָחִֽיךָ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Doch Onan, wetende, dat dit zaad voor hem niet zoude zijn, zo geschiedde het, als hij tot zijns broeders huisvrouw inging, dat hij het verdierf tegen de aarde, om zijn broeder geen zaad te geven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Doch OnanH209, wetendeH3045, dat dit zaadH2233 voor hem niet zoude zijn, zoH518 geschiedde het, als hij tot zijns broedersH251 huisvrouwH802 ingingH935, dat hij het verdierfH7843 tegen de aardeH776, om zijn broederH251 geenH3808 zaadH2233 te gevenH5414. Doch Onan, wetende, dat dit zaad voor hem niet zoude zijn, zo geschiedde het, als hij tot zijns broeders huisvrouw inging, dat hij het verdierf tegen de aarde, om zijn broeder geen zaad te geven.

KJV And Onan2 knew1 that the seed7 should not be his; and it came to pass, when9 he went in10 unto his brother's13 wife,12 that he spilled14 it on the ground,15 lest16 that he should give17 seed18 to his brother.

1 וַיֵּ֣דַע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 אוֹנָ֔ן H209 Onan Onan 3 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 לֹּ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 ל֖וֹ 6 יִהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 הַזָּ֑רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 8 וְהָיָ֞ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 10 בָּ֨א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 אֵ֤שֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 13 אָחִיו֙ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 14 וְשִׁחֵ֣ת H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 15 אַ֔רְצָה H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 16 לְבִלְתִּ֥י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 17 נְתָן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 18 זֶ֖רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 19 לְאָחִֽיו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En het was kwaad in des HEEREN ogen, wat hij deed; daarom doodde Hij hem ook.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En het was kwaadH3415 in des HEERENH3068 ogenH5869, watH834 hij deedH6213; daarom dooddeH4191 Hij hem ookH1571. En het was kwaad in des HEEREN ogen, wat hij deed; daarom doodde Hij hem ook.

KJV And the thing which4 he did5 displeased2 the LORD:3 wherefore he slew

1 וַיֵּ֛רַע H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 2 בְּעֵינֵ֥י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 עָשָׂ֑ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 וַיָּ֖מֶת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 7 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 8 אֹתֽוֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Toen zeide Juda tot Thamar, zijn schoondochter: Blijf weduwe in uws vaders huis, totdat mijn zoon Sela groot wordt; want hij zeide: Dat niet misschien ook deze sterve, gelijk zijn broeders! Zo ging Thamar heen, en bleef in haar vaders huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Toen zeideH559 JudaH3063 tot ThamarH8559, zijn schoondochterH3618: BlijfH3427 weduweH490 in uws vadersH1 huisH1004, totdatH5704 mijn zoonH1121 SelaH7956 grootH1431 wordt; wantH3588 hijH1931 zeideH559: Dat niet misschien ookH1571 deze sterveH4191, gelijk zijn broedersH251! Zo gingH3212 ThamarH8559 heen, en bleefH3427 in haar vadersH1 huisH1004. Toen zeide Juda tot Thamar, zijn schoondochter: Blijf weduwe in uws vaders huis, totdat mijn zoon Sela groot wordt; want hij zeide: Dat niet misschien ook deze sterve, gelijk zijn broeders! Zo ging Thamar heen, en bleef in haar vaders huis.

KJV Then said1 Judah2 to Tamar3 his daughter in law,4 Remain5 a widow6 at thy father's8 house,7 till Shelah11 my son12 be grown:10 for he said,14 Lest peradventure he die16 also, as his brethren19 did. And Tamar21 went20 and dwelt22 in her father's24 house.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוּדָה֩ H3063 Juda Judah 3 לְתָמָ֨ר H8559 Thamar, Thamars Tamar 4 כַּלָּת֜וֹ H3618 bruid, schoondochter, schoondochters bride, daughter-in-law, spouse 5 שְׁבִ֧י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 אַלְמָנָ֣ה H490 weduwe, weduwen, weduwvrouw desolate house (palace), widow 7 בֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 אָבִ֗יךְ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 9 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 יִגְדַּל֙ H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 11 שֵׁלָ֣ה H7956 Sela Shelah 12 בְנִ֔י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 אָמַ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 פֶּן H6435 opdat niet, anders (lest) (peradventure), that...not 16 יָמ֥וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 17 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 18 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 19 כְּאֶחָ֑יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 20 וַתֵּ֣לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 21 תָּמָ֔ר H8559 Thamar, Thamars Tamar 22 וַתֵּ֖שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 23 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 24 אָבִֽיהָ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Als nu vele dagen verlopen waren, stierf de dochter van Sua, de huisvrouw van Juda; daarna troostte zich Juda, en ging op tot zijn schaapscheerders naar Timna toe, hij en Hira, zijn vriend, de Adullamiet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Als nu vele dagenH3117 verlopenH7235 waren, stierfH4191 de dochterH1323 van SuaH7770, de huisvrouwH802 van JudaH3063; daarna troostteH5162 zich JudaH3063, en ging opH5921 tot zijn schaapscheerdersH1494 naar TimnaH8553 toe, hijH1931 en HiraH2437, zijn vriendH7453, de AdullamietH5726. Als nu vele dagen verlopen waren, stierf de dochter van Sua, de huisvrouw van Juda; daarna troostte zich Juda, en ging op tot zijn schaapscheerders naar Timna toe, hij en Hira, zijn vriend, de Adullamiet.

KJV And in process1 of time2 the daughter4 of Shuah5 Judah's7 wife6 died;3 and Judah9 was comforted,8 and went up10 unto his sheepshearers12 to Timnath,18 he and his friend16 Hirah15 the Adullamite.

1 וַיִּרְבּוּ֙ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 2 הַיָּמִ֔ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 וַתָּ֖מָת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 4 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 5 שׁ֣וּעַ H7770 Sua Shua, Shuah 6 אֵֽשֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 7 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 8 וַיִּנָּ֣חֶם H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 9 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 10 וַיַּ֜עַל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 גֹּֽזֲזֵ֤י H1494 scheerders, scheren, schoor cut off (down), poll, shave, (sheep-) shear(-er) 13 צֹאנוֹ֙ H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 14 ה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 15 וְחִירָ֛ה H2437 Hira Hirah 16 רֵעֵ֥הוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 17 הָעֲדֻלָּמִ֖י H5726 Adullamiet, Adullam Adullamite 18 תִּמְנָֽתָה H8553 Timna, Thimnath, Timnatha Timnah, Timnath, Thimnathah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En men gaf Thamar te kennen, zeggende: Zie, uw schoonvader gaat op naar Timna, om zijn schapen te scheren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En men gaf ThamarH8559 te kennenH5046, zeggendeH559: ZieH2009, uw schoonvaderH2524 gaat op naar TimnaH8553, om zijn schapenH6629 te scherenH1494. En men gaf Thamar te kennen, zeggende: Zie, uw schoonvader gaat op naar Timna, om zijn schapen te scheren.

KJV And it was told1 Tamar,2 saying,3 Behold thy father in law5 goeth up6 to Timnath7 to shear8 his sheep.

1 וַיֻּגַּ֥ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 2 לְתָמָ֖ר H8559 Thamar, Thamars Tamar 3 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 5 חָמִ֛יךְ H2524 schoonvader, schoonvaders father in law 6 עֹלֶ֥ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 תִמְנָ֖תָה H8553 Timna, Thimnath, Timnatha Timnah, Timnath, Thimnathah 8 לָגֹ֥ז H1494 scheerders, scheren, schoor cut off (down), poll, shave, (sheep-) shear(-er) 9 צֹאנֽוֹ H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Toen legde zij de klederen van haar weduwschap van zich af, en zij bedekte zich met een sluier, en bewond zich, en zette zich aan den ingang der twee fonteinen, die op den weg naar Timna is; want zij zag, dat Sela groot geworden was, en zij hem niet ter vrouw was gegeven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Toen legde zij de klederenH899 van haar weduwschapH491 van zich af, en zij bedekteH3680 zich met een sluierH6809, en bewondH5968 zich, en zetteH3427 zich aan den ingangH6607 der twee fonteinenH5869, die opH5921 den wegH1870 naar TimnaH8553 is; wantH3588 zij zagH7200, dat SelaH7956 grootH1431 geworden was, en zij hem nietH3808 ter vrouwH802 was gegevenH5414. Toen legde zij de klederen van haar weduwschap van zich af, en zij bedekte zich met een sluier, en bewond zich, en zette zich aan den ingang der twee fonteinen, die op den weg naar Timna is; want zij zag, dat Sela groot geworden was, en zij hem niet ter vrouw was gegeven.

Ook in dit vers leideH5493

KJV And she put1 her widow's3 garments2 off from her, and covered her5 with a vail,6 and wrapped herself,7 and sat in8 an open place,9 which is by the way13 to Timnath;14 for she saw16 that Shelah19 was grown,18 and she was not given22 unto him to wife.

1 וַתָּסַר֩ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 2 בִּגְדֵ֨י H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 3 אַלְמְנוּתָ֜הּ H491 weduwschap, weduwen, weduwschaps widow, widowhood 4 מֵֽעָלֶ֗יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 וַתְּכַ֤ס H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 6 בַּצָּעִיף֙ H6809 sluier vail 7 וַתִּתְעַלָּ֔ף H5968 amechtig, bewond, bezwijming faint, overlaid, wrap self 8 וַתֵּ֨שֶׁב֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 9 בְּפֶ֣תַח H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 10 עֵינַ֔יִם H5879 Enam Enaim, openly (Genesis 38:21) 11 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 דֶּ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 14 תִּמְנָ֑תָה H8553 Timna, Thimnath, Timnatha Timnah, Timnath, Thimnathah 15 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 רָאֲתָה֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 17 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 גָדַ֣ל H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 19 שֵׁלָ֔ה H7956 Sela Shelah 20 וְהִ֕וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 21 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 22 נִתְּנָ֥ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 23 ל֖וֹ 24 לְאִשָּֽׁה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Als Juda haar zag, zo hield hij haar voor een hoer, overmits zij haar aangezicht bedekt had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Als JudaH3063 haar zagH7200, zo hieldH2803 hij haar voor een hoerH2181, overmitsH3588 zij haar aangezichtH6440 bedektH3680 had. Als Juda haar zag, zo hield hij haar voor een hoer, overmits zij haar aangezicht bedekt had.

KJV When Judah2 saw her,1 he thought3 her to be an harlot;4 because she had covered6 her face.

1 וַיִּרְאֶ֣הָ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 3 וַֽיַּחְשְׁבֶ֖הָ H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think 4 לְזוֹנָ֑ה H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 5 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 כִסְּתָ֖ה H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 7 פָּנֶֽיהָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En hij week tot haar naar den weg, en zeide: Kom toch, laat mij tot u ingaan; want hij wist niet, dat zij zijn schoondochter was. En zij zeide: Wat zult gij mij geven, dat gij tot mij ingaat?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En hij weekH5186 tot haar naarH413 den wegH1870, en zeideH559: KomH3051 tochH4994, laat mij totH413 u ingaanH935; wantH3588 hij wistH3045 nietH3808, dat zij zijn schoondochterH3618 was. En zijH1931 zeideH559: WatH4100 zult gij mij gevenH5414, dat gij totH413 mij ingaatH935? En hij week tot haar naar den weg, en zeide: Kom toch, laat mij tot u ingaan; want hij wist niet, dat zij zijn schoondochter was. En zij zeide: Wat zult gij mij geven, dat gij tot mij ingaat?

KJV And he turned1 unto her by the way,4 and said,5 Go to,6 I pray thee, let me come in8 unto thee; (for he knew12 not that she was his daughter in law.)14 And she said,16 What wilt thou give18 me, that thou mayest come in

1 וַיֵּ֨ט H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 2 אֵלֶ֜יהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הַדֶּ֗רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 5 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 הָֽבָה H3051 Geeft, Geef, geeft ascribe, bring, come on, give, go, set, take 7 נָּא֙ H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 8 אָב֣וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 אֵלַ֔יִךְ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יָדַ֔ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 13 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 כַלָּת֖וֹ H3618 bruid, schoondochter, schoondochters bride, daughter-in-law, spouse 15 הִ֑וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 16 וַתֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 17 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 18 תִּתֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 19 לִּ֔י 20 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 21 תָב֖וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 22 אֵלָֽי H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En hij zeide: Ik zal u een geitenbok van de kudde zenden. En zij zeide: Zo gij pand zult geven, totdat gij hem zendt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En hij zeideH559: IkH595 zal u een geitenbokH5795 vanH4480 de kuddeH6629 zendenH7971. En zij zeideH559: ZoH518 gij pandH6162 zult gevenH5414, totdatH5704 gij hem zendtH7971. En hij zeide: Ik zal u een geitenbok van de kudde zenden. En zij zeide: Zo gij pand zult geven, totdat gij hem zendt.

KJV And he said,1 I will send3 thee a kid5 from the flock.7 And she said,8 Wilt thou give10 me a pledge,11 till thou send

1 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אָנֹכִ֛י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 3 אֲשַׁלַּ֥ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 4 גְּדִֽי H1423 bokje, geitenbokje, geitenbok kid 5 עִזִּ֖ים H5795 geiten, geit, geitenbok (she) goat, kid 6 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 הַצֹּ֑אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 8 וַתֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 10 תִּתֵּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 עֵרָב֖וֹן H6162 pand pledge 12 עַ֥ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 13 שָׁלְחֶֽךָ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Toen zeide hij: Wat pand is het, dat ik u geven zal? En zij zeide: Uw zegelring en uw snoer en uw staf, die in uw hand is; hetwelk hij haar gaf, en ging tot haar in; en zij ontving bij hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Toen zeideH559 hij: Wat pandH6162 is het, datH834 ik u gevenH5414 zal? En zij zeideH559: Uw zegelringH2368 en uw snoerH6616 en uw stafH4294, dieH834 in uw handH3027 is; hetwelk hij haar gafH5414, en ging totH413 haar in; en zij ontvingH2029 bij hem. Toen zeide hij: Wat pand is het, dat ik u geven zal? En zij zeide: Uw zegelring en uw snoer en uw staf, die in uw hand is; hetwelk hij haar gaf, en ging tot haar in; en zij ontving bij hem.

KJV And he said,1 What4 pledge3 shall I give5 thee? And she said,7 Thy signet,8 and thy bracelets,9 and thy staff10 that is in thine hand.12 And he gave13 it her, and came in15 unto her, and she conceived

1 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 מָ֣ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 3 הָֽעֵרָבוֹן֮ H6162 pand pledge 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 אֶתֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 לָּךְ֒ 7 וַתֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 חֹתָֽמְךָ֙ H2368 zegel, zegelen, zegelring seal, signet 9 וּפְתִילֶ֔ךָ H6616 snoer, draad, draden bound, bracelet, lace, line, ribband, thread, wire 10 וּמַטְּךָ֖ H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 11 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 בְּיָדֶ֑ךָ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 13 וַיִּתֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 לָּ֛הּ 15 וַיָּבֹ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 16 אֵלֶ֖יהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 וַתַּ֥הַר H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 18 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En zij maakte zich op, en ging heen, en legde haar sluier van zich af, en zij trok aan de klederen van haar weduwschap.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En zij maakte zich op, en gingH3212 heen, en legde haar sluierH6809 van zich af, en zij trokH3847 aan de klederenH899 van haar weduwschapH491. En zij maakte zich op, en ging heen, en legde haar sluier van zich af, en zij trok aan de klederen van haar weduwschap.

Ook in dit vers leideH5493

KJV And she arose,1 and went away,2 and laid by3 her vail4 from her, and put on6 the garments7 of her widowhood.

1 וַתָּ֣קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 וַתֵּ֔לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 3 וַתָּ֥סַר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 4 צְעִיפָ֖הּ H6809 sluier vail 5 מֵעָלֶ֑יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 וַתִּלְבַּ֖שׁ H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 7 בִּגְדֵ֥י H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 8 אַלְמְנוּתָֽהּ H491 weduwschap, weduwen, weduwschaps widow, widowhood
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Juda zond den geitenbok door de hand van zijn vriend, den Adullamiet, om het pand uit de hand der vrouw te nemen; maar hij vond haar niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En JudaH3063 zondH7971 den geitenbokH1423 door de handH3027 van zijn vriendH7453, den AdullamietH5726, om het pandH6162 uit de handH3027 der vrouwH802 te nemenH3947; maar hij vondH4672 haar nietH3808. En Juda zond den geitenbok door de hand van zijn vriend, den Adullamiet, om het pand uit de hand der vrouw te nemen; maar hij vond haar niet.

KJV And Judah2 sent1 the kid4 by the hand6 of his friend7 the Adullamite,8 to receive9 his pledge10 from the woman's12 hand:11 but he found her

1 וַיִּשְׁלַ֨ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 יְהוּדָ֜ה H3063 Juda Judah 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 גְּדִ֣י H1423 bokje, geitenbokje, geitenbok kid 5 הָֽעִזִּ֗ים H5795 geiten, geit, geitenbok (she) goat, kid 6 בְּיַד֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 רֵעֵ֣הוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 8 הָֽעֲדֻלָּמִ֔י H5726 Adullamiet, Adullam Adullamite 9 לָקַ֥חַת H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 10 הָעֵרָב֖וֹן H6162 pand pledge 11 מִיַּ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 12 הָאִשָּׁ֑ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 13 וְלֹ֖א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 מְצָאָֽהּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En hij vraagde de lieden van haar plaats, zeggende: Waar is de hoer, die bij deze twee fonteinen aan den weg was? En zij zeiden: Hier is geen hoer geweest.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En hijH1931 vraagdeH7592 de liedenH582 van haar plaatsH4725, zeggendeH559: Waar is de hoerH6948, die bij deze twee fonteinenH5869 aanH5921 den wegH1870 was? En zij zeidenH559: HierH2088 isH1961 geenH3808 hoerH6948 geweest. En hij vraagde de lieden van haar plaats, zeggende: Waar is de hoer, die bij deze twee fonteinen aan den weg was? En zij zeiden: Hier is geen hoer geweest.

KJV Then he asked1 the men of that place,4 saying,5 Where is the harlot,7 that was openly by the way side?11 And they said,12 There was no harlot16 in this

1 וַיִּשְׁאַ֞ל H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אַנְשֵׁ֤י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 מְקֹמָהּ֙ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 5 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אַיֵּ֧ה H346 waar? where 7 הַקְּדֵשָׁ֛ה H6948 hoer, hoeren harlot, whore 8 הִ֥וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 בָעֵינַ֖יִם H5879 Enam Enaim, openly (Genesis 38:21) 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 הַדָּ֑רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 12 וַיֹּ֣אמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 הָיְתָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 בָזֶ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 16 קְדֵשָֽׁה H6948 hoer, hoeren harlot, whore

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En hij keerde weder tot Juda, en zeide: Ik heb haar niet gevonden; en ook zeiden de lieden van die plaats: Hier is geen hoer geweest.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En hij keerdeH7725 weder totH413 JudaH3063, en zeideH559: Ik heb haar nietH3808 gevondenH4672; en ookH1571 zeidenH559 de liedenH582 van die plaatsH4725: HierH2088 is geenH3808 hoerH6948 geweest. En hij keerde weder tot Juda, en zeide: Ik heb haar niet gevonden; en ook zeiden de lieden van die plaats: Hier is geen hoer geweest.

KJV And he returned1 to Judah,3 and said,4 I cannot5 find6 her; and also the men of the place9 said,10 that there was no harlot

1 וַיָּ֨שָׁב֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 4 וַיֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 מְצָאתִ֑יהָ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 7 וְגַ֨ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 8 אַנְשֵׁ֤י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 הַמָּקוֹם֙ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 10 אָֽמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 הָיְתָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 בָזֶ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 14 קְדֵשָֽׁה H6948 hoer, hoeren harlot, whore

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Toen zeide Juda: Zij neme het voor zich, opdat wij misschien niet tot verachting worden; zie, ik heb deze bok gezonden; maar gij hebt haar niet gevonden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Toen zeideH559 JudaH3063: ZijH1961 nemeH3947 het voor zich, opdat wij misschien niet tot verachtingH937 worden; zieH2009, ik heb dezeH2088 bokH1423 gezondenH7971; maar gijH859 hebt haar nietH3808 gevondenH4672. Toen zeide Juda: Zij neme het voor zich, opdat wij misschien niet tot verachting worden; zie, ik heb deze bok gezonden; maar gij hebt haar niet gevonden.

KJV And Judah2 said,1 Let her take3 it to her, lest we be shamed:7 behold, I sent9 this kid,10 and thou hast not found

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 3 תִּֽקַּֽח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 4 לָ֔הּ 5 פֶּ֖ן H6435 opdat niet, anders (lest) (peradventure), that...not 6 נִהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 לָב֑וּז H937 verachting, verachte, verachtste contempt(-uously), despised, shamed 8 הִנֵּ֤ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 9 שָׁלַ֨חְתִּי֙ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 10 הַגְּדִ֣י H1423 bokje, geitenbokje, geitenbok kid 11 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 12 וְאַתָּ֖ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 13 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 מְצָאתָֽהּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En het geschiedde omtrent na drie maanden, dat men Juda te kennen gaf, zeggende: Thamar, uw schoondochter, heeft gehoereerd, en ook zie, zij is zwanger van hoererij. Toen zeide Juda: Breng ze hervoor, dat zij verbrand worde!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En het geschieddeH1961 omtrent na drieH7969 maandenH2320, dat men JudaH3063 te kennenH5046 gaf, zeggendeH559: ThamarH8559, uw schoondochterH3618, heeft gehoereerdH2181, en ookH1571 zieH2009, zij is zwangerH2030 van hoererijH2183. Toen zeideH559 JudaH3063: Breng ze hervoorH3318, dat zij verbrandH8313 worde! En het geschiedde omtrent na drie maanden, dat men Juda te kennen gaf, zeggende: Thamar, uw schoondochter, heeft gehoereerd, en ook zie, zij is zwanger van hoererij. Toen zeide Juda: Breng ze hervoor, dat zij verbrand worde!

KJV And it came to pass about three2 months3 after, that it was told4 Judah,5 saying,6 Tamar8 thy daughter in law9 hath played the harlot;7 and also, behold, she is with child12 by whoredom.13 And Judah15 said,14 Bring her forth,16 and let her be burnt.

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְּמִשְׁלֹ֣שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 3 חֳדָשִׁ֗ים H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 4 וַיֻּגַּ֨ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 5 לִֽיהוּדָ֤ה H3063 Juda Judah 6 לֵֽאמֹר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 זָֽנְתָה֙ H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 8 תָּמָ֣ר H8559 Thamar, Thamars Tamar 9 כַּלָּתֶ֔ךָ H3618 bruid, schoondochter, schoondochters bride, daughter-in-law, spouse 10 וְגַ֛ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 11 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 12 הָרָ֖ה H2030 zwanger, zwangere, bevrucht (be, woman) with child, conceive, [idiom] great 13 לִזְנוּנִ֑ים H2183 hoererijen, hoererij whoredom 14 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 16 הוֹצִיא֖וּהָ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 17 וְתִשָּׂרֵֽף H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Als zij voorgebracht werd, schikte zij tot haar schoonvader, om te zeggen: Bij den man, wiens deze dingen zijn, ben ik zwanger; en zij zeide: Beken toch, wiens deze zegelring, en deze snoeren, en deze staf zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Als zij voorgebrachtH3318 werd, schikteH7971 zij totH413 haar schoonvaderH2524, om te zeggenH559: Bij den manH376, wiens dezeH428 dingen zijn, ben ikH595 zwangerH2030; en zij zeideH559: BekenH5234 tochH4994, wiensH4310 deze zegelringH2858, en deze snoerenH6616, en dezeH428 stafH4294 zijn. Als zij voorgebracht werd, schikte zij tot haar schoonvader, om te zeggen: Bij den man, wiens deze dingen zijn, ben ik zwanger; en zij zeide: Beken toch, wiens deze zegelring, en deze snoeren, en deze staf zijn.

KJV When she was brought forth,2 she sent4 to her father in law,6 saying,7 By the man,8 whose these are, am I with child:13 and she said,14 Discern,15 I pray thee, whose are these, the signet,18 and bracelets,19 and staff.

1 הִ֣וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 2 מוּצֵ֗את H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 3 וְהִ֨יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 שָׁלְחָ֤ה H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 חָמִ֨יהָ֙ H2524 schoonvader, schoonvaders father in law 7 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 לְאִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 אֵ֣לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 11 לּ֔וֹ 12 אָנֹכִ֖י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 13 הָרָ֑ה H2030 zwanger, zwangere, bevrucht (be, woman) with child, conceive, [idiom] great 14 וַתֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 הַכֶּר H5234 kennen, kende, kent acknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly) 16 נָ֔א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 17 לְמִ֞י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 18 הַחֹתֶ֧מֶת H2858 zegelring signet 19 וְהַפְּתִילִ֛ים H6616 snoer, draad, draden bound, bracelet, lace, line, ribband, thread, wire 20 וְהַמַּטֶּ֖ה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 21 הָאֵֽלֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En Juda kende ze, en zeide: Zij is rechtvaardiger dan ik, daarom, omdat ik haar aan mijn zoon Sela niet gegeven heb. En hij bekende haar voortaan niet meer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En JudaH3063 kendeH5234 ze, en zeideH559: Zij is rechtvaardigerH6663 danH4480 ik, daaromH3651, omdatH3588 ik haar aanH5921 mijn zoonH1121 SelaH7956 niet gegevenH5414 heb. En hij bekendeH3045 haar voortaanH5750 niet meer. En Juda kende ze, en zeide: Zij is rechtvaardiger dan ik, daarom, omdat ik haar aan mijn zoon Sela niet gegeven heb. En hij bekende haar voortaan niet meer.

KJV And Judah2 acknowledged1 them, and said,3 She hath been more righteous4 than I; because that I gave10 her not to Shelah11 my son.12 And he knew her16 again

1 וַיַּכֵּ֣ר H5234 kennen, kende, kent acknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly) 2 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 3 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 צָֽדְקָ֣ה H6663 rechtvaardig, gerechtvaardigd, rechtvaardigen cleanse, clear self, (be, do) just(-ice, -ify, -ify self), (be turn to) righteous(-ness) 5 מִמֶּ֔נִּי H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 כֵּ֥ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 9 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 נְתַתִּ֖יהָ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 לְשֵׁלָ֣ה H7956 Sela Shelah 12 בְנִ֑י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יָסַ֥ף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 15 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 16 לְדַעְתָּֽה H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En het geschiedde ten tijde, als zij baren zou, ziet, zo waren tweelingen in haar buik.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En het geschiedde ten tijdeH6256, als zij barenH3205 zou, zietH2009, zo waren tweelingenH8380 in haar buikH990. En het geschiedde ten tijde, als zij baren zou, ziet, zo waren tweelingen in haar buik.

KJV And it came to pass in the time2 of her travail,3 that, behold, twins5 were in her womb.

1 וַיְהִ֖י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בְּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 3 לִדְתָּ֑הּ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 4 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 5 תְאוֹמִ֖ים H8380 tweelingen twins 6 בְּבִטְנָֽהּ H990 buik, buiks, binnenste belly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En het geschiedde, als zij baarde, dat een de hand uitgaf; en de vroedvrouw nam dezelve, en zij bond een scharlaken draad om zijn hand, zeggende: Deze komt het eerst uit.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En het geschiedde, als zijH1961 baardeH3205, dat een de handH3027 uitgafH5414; en de vroedvrouwH3205 namH3947 dezelve, en zij bondH7194 een scharlakenH8144 draad om zijn handH3027, zeggendeH559: DezeH2088 komtH3318 het eerstH7223 uit. En het geschiedde, als zij baarde, dat een de hand uitgaf; en de vroedvrouw nam dezelve, en zij bond een scharlaken draad om zijn hand, zeggende: Deze komt het eerst uit.

KJV And it came to pass, when she travailed,2 that the one put out3 his hand:4 and the midwife6 took5 and bound7 upon his hand9 a scarlet thread,10 saying,11 This came out13 first.

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בְלִדְתָּ֖הּ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 3 וַיִּתֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 4 יָ֑ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 וַתִּקַּ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 הַמְיַלֶּ֗דֶת H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 7 וַתִּקְשֹׁ֨ר H7194 verbintenis, binden, maakten bind (up), (make a) conspire(-acy, -ator), join together, knit, stronger, work (treason) 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 יָד֤וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 שָׁנִי֙ H8144 scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraad crimson, scarlet (thread) 11 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 זֶ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 13 יָצָ֥א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 14 רִאשֹׁנָֽה H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Maar het geschiedde, als hij zijn hand weder intoog, ziet, zo kwam zijn broeder uit; en zij zeide: Hoe zijt gij doorgebroken? op u is de breuke! en men noemde zijn naam Perez.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Maar het geschiedde, als hij zijn handH3027 weder intoogH7725, zietH2009, zo kwam zijn broederH251 uit; en zij zeideH559: HoeH4100 zijt gij doorgebrokenH6555? opH5921 u is de breukeH6556! en men noemdeH7121 zijn naamH8034 PerezH6557. Maar het geschiedde, als hij zijn hand weder intoog, ziet, zo kwam zijn broeder uit; en zij zeide: Hoe zijt gij doorgebroken? op u is de breuke! en men noemde zijn naam Perez.

KJV And it came to pass, as he drew back2 his hand,3 that, behold, his brother6 came out:5 and she said,7 How hast thou broken forth?9 this breach11 be upon thee: therefore his name13 was called12 Pharez.

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְּמֵשִׁ֣יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 3 יָד֗וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 4 וְהִנֵּה֙ H2009 ziet, zie behold, lo, see 5 יָצָ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 אָחִ֔יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 7 וַתֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 9 פָּרַ֖צְתָּ H6555 gescheurd, brak, doorgebroken [idiom] abroad, (make a) breach, break (away, down, -er, forth, in, up), burst out, come (spread) abroad, compel, disperse, grow, increase, open, press, scatter, urge 10 עָלֶ֣יךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 פָּ֑רֶץ H6556 scheur, breuk, bressen breach, breaking forth (in), [idiom] forth, gap 12 וַיִּקְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 13 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 14 פָּֽרֶץ H6557 Perez Perez, Pharez
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En daarna kwam zijn broeder uit, om wiens hand de scharlaken draad was; en men noemde zijn naam Zera.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En daarnaH310 kwam zijn broederH251 uit, om wiens handH3027 de scharlakenH8144 draad was; en men noemdeH7121 zijn naamH8034 ZeraH2226. En daarna kwam zijn broeder uit, om wiens hand de scharlaken draad was; en men noemde zijn naam Zera.

KJV And afterward1 came out2 his brother,3 that had the scarlet thread7 upon his hand:6 and his name9 was called8 Zarah.

1 וְאַחַר֙ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 יָצָ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 3 אָחִ֔יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 4 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 יָד֖וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 הַשָּׁנִ֑י H8144 scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraad crimson, scarlet (thread) 8 וַיִּקְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 9 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 10 זָֽרַח H2226 Zerah, Zera Zarah, Zerah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 38:1 1 Samuël 22:1 Spreuken 13:20 2 Samuël 23:13 Jozua 15:35 Micha 1:15 2 Koningen 4:8 Richteren 4:18 Genesis 19:2
Genesis 38:2 1 Kronieken 2:3 Genesis 24:3 Genesis 6:2 Genesis 34:2 Richteren 16:1 2 Korinthe 6:14 Genesis 46:12 Richteren 14:2
Genesis 38:3 Numeri 26:19 Genesis 46:12
Genesis 38:4 Genesis 46:12 Numeri 26:19
Genesis 38:5 Numeri 26:20 1 Kronieken 4:21 Genesis 38:26 Genesis 46:12 Genesis 38:11
Genesis 38:6 Genesis 24:3 Genesis 21:21 Mattheüs 1:3
Genesis 38:7 1 Kronieken 2:3 Genesis 46:12 Numeri 26:19 Genesis 19:13 2 Kronieken 33:6 Genesis 6:8 Genesis 13:13 Psalmen 55:23
Genesis 38:8 Deuteronomium 25:5 Ruth 4:5 Leviticus 18:16 Mattheüs 22:23 Ruth 1:11 Numeri 36:8
Genesis 38:9 Deuteronomium 25:6 Titus 3:3 Jakobus 4:5 Job 5:2 Ruth 1:11 Jakobus 3:14 Spreuken 27:4 Jakobus 3:16
Genesis 38:10 Genesis 46:12 Numeri 11:1 Numeri 26:19 Spreuken 24:18 Numeri 22:34 Hagai 1:13 1 Kronieken 21:7 2 Samuël 11:27
Genesis 38:11 Leviticus 22:13 Ruth 1:11
Genesis 38:12 Jozua 15:10 2 Samuël 13:39 Richteren 14:1 Genesis 24:67 Genesis 31:19 1 Samuël 25:36 2 Samuël 13:23 Jozua 15:37
Genesis 38:14 Genesis 38:26 Jeremia 3:2 Genesis 24:65 Spreuken 7:12 Ezechiël 16:25 Genesis 38:11
Genesis 38:16 Mattheüs 26:15 2 Samuël 13:11 1 Timotheüs 6:10 Deuteronomium 23:18 Ezechiël 16:33
Genesis 38:17 Ezechiël 16:33 Genesis 38:20 Genesis 38:24 Lukas 16:8 Spreuken 20:16
Genesis 38:18 Genesis 38:25 Lukas 15:22 Jeremia 22:24 Hosea 4:11
Genesis 38:19 Genesis 38:14 2 Samuël 14:2 2 Samuël 14:5
Genesis 38:20 Lukas 23:12 Richteren 14:20 Genesis 20:9 2 Samuël 13:3 Leviticus 19:17
Genesis 38:23 2 Korinthe 4:2 Spreuken 6:33 Romeinen 6:21 Openbaring 16:15 2 Samuël 12:9 Efeze 5:12
Genesis 38:24 Leviticus 21:9 Richteren 19:2 Genesis 20:3 Hosea 3:3 Romeinen 2:1 Romeinen 14:22 Prediker 7:26 Deuteronomium 22:21
Genesis 38:25 Genesis 38:18 Genesis 37:32 Romeinen 2:16 1 Korinthe 4:5 Psalmen 50:21 Openbaring 20:12 Jeremia 2:26
Genesis 38:26 1 Samuël 24:17 Titus 2:11 1 Petrus 4:2 Romeinen 3:19 Job 34:31 2 Samuël 24:17 Job 4:5 Ezechiël 16:52
Genesis 38:27 Genesis 25:24
Genesis 38:29 Numeri 26:20 Genesis 46:12 Mattheüs 1:3 1 Kronieken 2:4 Nehemia 11:6 1 Kronieken 9:4 Lukas 3:33 Ruth 4:12
Genesis 38:30 1 Kronieken 9:6 Mattheüs 1:3 1 Kronieken 2:4
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 38 vers 1

ten zelven Dat is, in dien tijd, toen Jakob uit Mesopotamië wedergekeerd was, en woonde in het land Kanaän. Hier worden vermeld enige dingen, die vóór het verkopen van Jozef, en andere, die daarna geschied zijnp; maar Mozes voegt die tezamen, omdat zij één patriarch aangingen en van zulk een natuur waren, dat zij in één verhaal bekwamelijk konden afgedaan worden.

Hertaald: ten zelven Dat is: in die tijd, toen Jakob uit Mesopotamië teruggekeerd was en in het land Kanaän woonde. Hier worden enige gebeurtenissen vermeld die vóór het verkopen van Jozef plaatsvonden, en andere die daarna gebeurd zijn; maar Mozes voegt ze samen, omdat zij één patriarch betroffen en van zo'n aard waren dat zij goed in één verhaal behandeld konden worden.

Adullam, Adullam was een stadje omtrent Hebron gelegen, dat daarna aan den stam van Juda door het lot gevallen is; Joz. 12:15, en Joz. 15:35.

Hertaald: Adullam, Adullam was een stadje in de buurt van Hebron, dat later door het lot aan de stam van Juda toegevallen is; Joz. 12:15, en Joz. 15:35.

Genesis 38 vers 2

hij nam Te weten, tot een vrouw, tegen Gods wil, het goede exempel van zijn voorvaders, en zonder twijfel, buiten, of ook tegen den raad en het goedvinden van zijn vader. Zie dergelijke huwelijken boven, Gen. 6:2, Gen. 6:4, en Gen. 26:34, en Gen. 27:46.

Hertaald: hij nam Namelijk: tot vrouw, tegen Gods wil en het goede voorbeeld van zijn voorvaders in, en ongetwijfeld buiten, of zelfs tegen, de raad en instemming van zijn vader. Zie soortgelijke huwelijken in Gen. 6:2, Gen. 6:4, en Gen. 26:34, en Gen. 27:46.

ging tot Zie boven, Gen. 6:4.

Hertaald: ging tot Zie Gen. 6:4.

Genesis 38 vers 5

hij was te Te weten, Juda.

Hertaald: hij was te Namelijk: Juda.

Chezib De naam van een plaats of stad gelegen in het land Kanaän, en daarna in den stam van Juda, niet ver van Adullam; ok genoemd Aczib; Joz. 19:29; Richt. 1:31; Mi. 1:14.

Hertaald: Chezib De naam van een plaats of stad in het land Kanaän, later in de stam van Juda, niet ver van Adullam; ook Achzib genoemd; Joz. 19:29; Richt. 1:31; Mi. 1:14.

Genesis 38 vers 7

kwaad in Dat is, hij mishaagde den Heere; zie boven, Gen. 21:11, want hij is genegen geweest en uitgebroken tot grote en grove zonden, die Gods rechtvaardige gramschap tegen hem verwekt hebben; verg. boven, Gen. 6:11, en Gen. 10:9.

Hertaald: kwaad in Dat is: hij mishaagde de HEERE; zie Gen. 21:11, want hij was geneigd tot en verviel in grote en grove zonden, die Gods rechtvaardige toorn tegen hem opgewekt hebben; vergelijk Gen. 6:11, en Gen. 10:9.

doodde hem Te weten, op zulk een manier, dat men in zijn dood Gods rechtvaardig oordeel kan opmerken; alzo onder, vs.10.

Hertaald: doodde hem Namelijk: op zo'n manier, dat men in zijn dood Gods rechtvaardig oordeel kan opmerken; zo ook in vers 10.

Genesis 38 vers 8

trouw haar Het Hebr. woord betekent zijns broeders nagelaten vrouw te trouwen, volgens het gebruik van dien tijd, door de wet daarna bevestigd; Deut. 25:5-6; Ruth 1:11; Matt. 22:24, enz.

Hertaald: trouw haar Het Hebreeuwse woord betekent: de nagelaten vrouw van zijn broer trouwen, volgens het gebruik van die tijd, later door de wet bevestigd; Deut. 25:5-6; Ruth 1:11; Matt. 22:24, enz.

verwek uw Want de conditie bij dit huwelijk was, dat de eerstgeboren zoon voor den zoon van den overledene gehouden moest worden.

Hertaald: verwek uw Want de voorwaarde bij dit huwelijk was dat de eerstgeboren zoon gerekend moest worden als de zoon van de overledene.

Genesis 38 vers 9

wetende dat Zie de aantekeningen op het voorgaande vers.

Hertaald: wetende dat Zie de aantekeningen bij het voorgaande vers.

zaad voor Dat is, zoon. Zie boven, Gen. 4:25.

Hertaald: zaad voor Dat is: zoon. Zie Gen. 4:25.

verdorf Of, schond, stortende dat ter aarde; daar de Hebreeuwse woorden beiden begrijpen. Dit was zoveel alsof hij de vrucht [om zo te spreken] uit het lichaam van de moeder weggerukt en vernield had.

Hertaald: verdorf Of: schond, door dat ter aarde te storten; want het Hebreeuwse woord omvat beide betekenissen. Dit kwam erop neer alsof hij de vrucht (om zo te zeggen) uit het lichaam van de moeder weggerukt en vernietigd had.

Genesis 38 vers 10

in des HEEREN Dat is, naar Gods oordeel; zie Job 11:4.

Hertaald: in des HEEREN Dat is: naar Gods oordeel; zie Job 11:4.

Genesis 38 vers 11

Blijf Of, zit, of, blijf zitten; aldus in het volgende.

Hertaald: Blijf Of: zit, of: blijf zitten; zo ook verderop.

totdat mijn Zich gelatende, alsof hij dezen haar dan ten huwelijk wilde geven; maar uit het volgende blijkt dat hij dit niet in den zin had.

Hertaald: totdat mijn Doende alsof hij haar dan aan hem ten huwelijk wilde geven; maar uit het volgende blijkt dat hij dit niet van plan was.

want Anders, maar.

Hertaald: want Anders: maar.

hij zeide Te weten, bij zichzelven; dat is, hij dacht; zie boven, Gen. 20:11.

Hertaald: hij zeide Namelijk: bij zichzelf; dat is: hij dacht; zie Gen. 20:11.

Genesis 38 vers 12

Als nu Hebr. toen de dagen vermenigvuldigd waren; dat is, toen er een goede tijd gepasseerd en nochtans Sela aan Thamar niet gegeven was.

Hertaald: Als nu Hebreeuws: toen de dagen zich vermenigvuldigd hadden; dat is: toen er geruime tijd verstreken was en Sela nog steeds niet aan Thamar gegeven was.

troostte Dat is, hij legde zijn rouw af; verg. boven, Gen. 37:35.

Hertaald: troostte Dat is: hij legde zijn rouw af; vergelijk Gen. 37:35.

zijn schaapscheerders Want in de scheringen was het gebruikelijk gastmalen te houden, en met de vrienden vrolijk te zijn; 1 Sam. 25:36.

Hertaald: zijn schaapscheerders Want bij het scheren was het gebruikelijk feestmalen te houden en met vrienden vrolijk te zijn; 1 Sam. 25:36.

Timna Een stad niet ver van Adullam gelegen, naderhand aan den stam van Juda ten deel gevallen; Joz. 15:57. Men leest ook van een Timna, gelegen in Dan; Joz. 19:43.

Hertaald: Timna Een stad niet ver van Adullam gelegen, later ten deel gevallen aan de stam van Juda; Joz. 15:57. Men leest ook van een Timna, gelegen in Dan; Joz. 19:43.

Genesis 38 vers 14

van haar Want de weduwen waren eenvoudiger en nederiger gekleed dan andere vrouwen.

Hertaald: van haar Want weduwen waren eenvoudiger en soberder gekleed dan andere vrouwen.

bedekte zich Thamar om een oneerbare vrouw te gelijken, versiert zich met een sluier, bewindt en verbergt haar aangezicht, en zit op een algemenen weg, opdat zij, onbekend blijvende, haar schoonvader zou mogen bedriegen; verg. Spr. 7:12, en Spr. 9:14; Ezech. 16:24-25.

Hertaald: bedekte zich Thamar tooit zich met een sluier, en omhult en verbergt haar gezicht, om op een onzedelijke vrouw te lijken, en gaat aan een openbare weg zitten, zodat zij, onherkenbaar blijvend, haar schoonvader zou kunnen bedriegen; vergelijk Spr. 7:12, en Spr. 9:14; Ezech. 16:24-25.

twee fonteinen, Of, Enaïm, hetwelk sommigen houden voor den naam van een zekere plaats. Sommigen zetten het over een scheidsweg, genoemd, volgens hun gevoelen: deur der ogen; omdat op een kruisweg de ogen als opengedaan worden, om herwaarts of derwaarts te zien.

Hertaald: twee fonteinen, Of: Enaïm, wat sommigen houden voor de naam van een bepaalde plaats. Sommigen vertalen het als een tweesprong, in hun opvatting genoemd: deur van de ogen, omdat op een kruispunt de ogen als het ware opengaan, om herwaarts en derwaarts te kijken.

Genesis 38 vers 16

weg, Te weten, naar den weg waar zij zat.

Hertaald: weg, Namelijk: naar de weg waar zij zat.

Wat zult Zij eist hoerenloon, niet uit begeerte van gewin, maar om hem namaals daarvan te overtuigen; gelijk blijkt onder, vs.25; en Juda was zo verrukt door de hitte van vleselijken lust, dat hij de stem van zijn schoondochter niet herkende.

Hertaald: Wat zult Zij eist hoerenloon, niet uit hebzucht, maar om hem later daarvan te kunnen overtuigen, zoals blijkt uit vers 25; en Juda was zo meegesleept door de hitte van vleselijke lust, dat hij de stem van zijn schoondochter niet herkende.

Genesis 38 vers 17

Zo gij Versta hierbij: Ik zal u ter wille zijn, indien gij, enz. Anders, zult gij pand geven, totdat gij het zendt?

Hertaald: Zo gij Versta hierbij: Ik zal u ter wille zijn, indien u, enz. Anders: zult u een pand geven, totdat u het zendt?

Genesis 38 vers 18

snoer Anders, zweetdoek, neusdoek. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk gedraaid, of, getwijnd garen; en wordt genomen voor snoeren en doeken van zulk garen gemaakt.

Hertaald: snoer Anders: zweetdoek, neusdoek. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk gedraaid, of getwijnd garen, en wordt gebruikt voor koorden en doeken die van zulk garen gemaakt zijn.

Genesis 38 vers 21

haar plaats, Dat is, van de plaats, waaromtrent Thamar gezeten had.

Hertaald: haar plaats, Dat is: van de plaats waar Thamar gezeten had.

twee fonteinen Hebr. Enaïm; zie boven, vs.14.

Hertaald: twee fonteinen Hebreeuws: Enaïm; zie vers 14.

Genesis 38 vers 23

niet tot Dat is, opdat wij naar ons goed te veel vernemende, onze hoererij niet ontdekken, wat ons tot schande zou dienen. Merk dat bij de heidenen en afgodendienaars, zoals de Adullamieten waren, de hoererij voor schande werd gerekend.

Hertaald: niet tot Dat is: opdat wij, door te veel navraag te doen naar ons bezit, onze hoererij niet ontdekken, wat ons tot schande zou strekken. Merk op dat bij de heidenen en afgodendienaars, zoals de Adullamieten waren, hoererij als een schande gerekend werd.

Genesis 38 vers 24

Breng ze Te weten, aan de stadspoort, opdat men haar voor de overheid haar proces make als een overspeelster, overmits zij aan mijn zoon Sela beloofd is.

Hertaald: Breng ze Namelijk: naar de stadspoort, zodat men haar voor de overheid het proces maakt als overspeelster, aangezien zij aan mijn zoon Sela beloofd is.

dat zij Zo was dan het overspel in dien tijd, ook vóór de wet, gehouden voor een doodswaardige misdaad. Zie boven, Gen. 20:3, Gen. 20:7, Gen. 20:9.

Hertaald: dat zij Zo werd overspel in die tijd, ook vóór de wet, gehouden voor een halsmisdaad. Zie Gen. 20:3, Gen. 20:7, Gen. 20:9.

Genesis 38 vers 25

zweer Dit is, schoonvader.

Hertaald: zweer Dit is: schoonvader.

Genesis 38 vers 26

Zij is Zijn conscientie wroegt hem, niet alleen omdat hij zijn belofte aan Thamar niet gehouden had [welke reden hier in dit vs. vermeld wordt], maar ook omdat hij met zijn weten hoererij en onwetend bloedschande begaan had.

Hertaald: Zij is Zijn geweten kwelt hem, niet alleen omdat hij zijn belofte aan Thamar niet gehouden had (welke reden hier in dit vers vermeld wordt), maar ook omdat hij willens en wetens hoererij, en onwetend bloedschande begaan had.

hij Hebr. hij voer niet voort om haar te bekennen.

Hertaald: hij Hebreeuws: hij ging niet voort om haar te bekennen.

bekende Zie deze manier van spreken boven, Gen. 4:1.

Hertaald: bekende Zie deze uitdrukking ook in Gen. 4:1.

Genesis 38 vers 28

scharlaken Het Hebr. woord betekent eigenlijk zulk een stof, die in de scharlakenrode verf tweemaal ingedoopt is. Zie Ex. 25:4, en Lev. 14:4, en de aantekeningen.

Hertaald: scharlaken Het Hebreeuwse woord duidt eigenlijk zo'n stof aan, die tweemaal in de scharlakenrode verf gedompeld is. Zie Ex. 25:4, en Lev. 14:4, en de aantekeningen daar.

Deze komt Omdat zij meende dat deze het eerst zou voortkomen, en alzo de eerstgeborene zijn.

Hertaald: Deze komt Omdat zij meende dat deze het eerst geboren zou worden, en zo de eerstgeborene zou zijn.

Genesis 38 vers 29

Hoe zijt Dat is, hoe zijt gij vóór uw broeder, die u voor was, doorgedrongen, om ter wereld te komen?

Hertaald: Hoe zijt Dat is: hoe bent u vóór uw broer, die u voor was, doorgedrongen, om ter wereld te komen?

op u is Dat is, zij is u toe te schrijven; of, gij hebt ze gemaakt om uw broeder het voordeel der eerstgeboorte, dat hij scheen te hebben, te ontnemen. Anders, hoe hebt gij de scheur over u gescheurd?

Hertaald: op u is Dat is: die is aan u toe te schrijven; of: u hebt die gemaakt om uw broer het voordeel van de eerstgeboorte, dat hij leek te hebben, te ontnemen. Anders: hoe hebt u de scheur over u gescheurd?

Perez Hebr. Perets; dat is, doorbreking, scheuring.

Hertaald: Perez Hebreeuws: Perets; dat is: doorbreking, scheuring.

Genesis 38 vers 30

Zerah Dat is, opgang, oprijzing. Omdat hij zich het eerst had laten zien, toen hij in de geboorte was.

Hertaald: Zerah Dat is: opgang, oprijzing. Omdat hij zich als eerste had laten zien, toen hij in de geboorte was.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Juda  — lof, lofprijzing

De vierde zoon van Jakob en Lea (Gen. 29:35), zo genoemd omdat Lea nu de HEERE wilde loven. Later stelde hij voor Jozef te verkopen in plaats van te doden (Gen. 37:26-27), en bood hij zich in Egypte aan als slaaf in Benjamins plaats (Gen. 44:33-34). Uit zijn nageslacht zou koning David, en uiteindelijk de Heere Jezus Christus, voortkomen.

Dan  — hij heeft gericht, geoordeeld

De zoon van Jakob en Bilha, Rachels slavin (Gen. 30:6). Rachel gaf hem deze naam omdat God, naar haar zeggen, haar recht gedaan en haar stem gehoord had.

Er  — wakend, waakzaam

De eerstgeboren zoon van Juda, die met Tamar trouwde. Omdat hij 'kwaad was in de ogen des HEEREN', doodde de HEERE hem, kinderloos (Gen. 38:6-7).

Onan  — krachtig, sterk

De tweede zoon van Juda. Volgens het zwagerhuwelijk moest hij bij Tamar, de weduwe van zijn broer Er, voor nageslacht zorgen, maar hij weigerde dit te volbrengen, waarom ook hij door de HEERE gedood werd (Gen. 38:8-10).

Tamar  — palmboom

De vrouw van Juda's zoon Er, die na diens dood en die van Onan door Juda niet, zoals beloofd, aan zijn derde zoon Sela werd gegeven. Vermomd als een hoer wist zij van Juda zelf zwanger te worden en zo het nageslacht van haar overleden man veilig te stellen (Gen. 38). Zij baarde de tweeling Perez en Zera, en wordt in Matt. 1:3 uitdrukkelijk genoemd in de geslachtslijn die tot Christus voert.

Perez  — doorbraak, bres

De oudste van de tweeling die Tamar van Juda baarde; hoewel zijn broer Zera bij de geboorte eerst zijn hand naar buiten stak, brak Perez er alsnog eerst doorheen, vandaar zijn naam: 'hoe hebt gij u een scheur aangedaan!' (Gen. 38:27-29). Uit zijn geslachtslijn zouden later koning David en, uiteindelijk, de Heere Jezus Christus voortkomen (Ruth 4:18-22; Matt. 1:3).

Zera  — opgang, glans; ook: scharlaken

De tweelingbroer van Perez, zonen van Juda en Tamar. Bij de geboorte stak hij zijn hand als eerste naar buiten, waarop de vroedvrouw er een scharlaken draad omheen bond, maar trok hij haar weer terug, zodat Perez alsnog eerst geboren werd (Gen. 38:28-30).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Adullam  — onzeker

Ligging: Een stad in het laagland (de Sefela) van Juda, met omliggende plaatsen; gelegen tussen Jarmuth en Socho. Vermoedelijk te identificeren met de ruïne Tell esj-Sjeich Madhkoer, zo'n 20 kilometer ten westen van Bethlehem.

Geschiedenis: Hierheen trok Juda van zijn broers weg en sloot vriendschap met Hira, de Adullamiet, bij wie hij zijn Kanaänietische vrouw vond (Gen. 38:1-2,12). Van oudsher een Kanaänietische koningsstad, door Jozua veroverd (Joz. 12:15) en later aan Juda toegewezen (Joz. 15:35). Eeuwen later vluchtte David naar de spelonk van Adullam, waar zijn familie en een grote groep ontevredenen zich bij hem voegden (1 Sam. 22:1-2); hierheen brachten drie van zijn helden later, met gevaar voor hun leven, water uit de put bij Bethlehem (2 Sam. 23:13-17). Door Rehabeam versterkt (2 Kron. 11:7); nog bewoond na de ballingschap (Neh. 11:30).

Bijbelse betekenis: De plaats waar Juda zich, in de tijd na de verkoop van Jozef, van zijn broers en vader afzonderde en zich met de Kanaänieten vermengde — het begin van de geschiedenis van Juda en Thamar, waaruit uiteindelijk toch de geslachtslijn naar David en Christus zou voortkomen (Matt. 1:3).

Gen. 38:1-2,12,20; Joz. 12:15; 15:35; 1 Sam. 22:1-2; 2 Sam. 23:13-17; 2 Kron. 11:7; Neh. 11:30; Micha 1:15

Enaïm  — Hebreeuws voor "twee bronnen/ogen"; mogelijk dezelfde plaats als het Enam van Joz. 15:34

Ligging: Gelegen tussen Adullam en Timnath, in het laagland van Juda, aan de weg naar Timnath. De precieze locatie is onzeker.

Geschiedenis: Bij de poort/ingang van Enaïm, aan de weg naar Timnath, zat Thamar, in een sluier gehuld, toen Juda haar voor een hoer aanzag (Gen. 38:14,21).

Bijbelse betekenis: De plaats van Juda's val en Thamars vastberaden, zij het twijfelachtige middel om binnen het gezin van Juda tot een nageslacht te komen — een geschiedenis vol menselijke zonde waarin de HEERE toch Zijn verbondslijn naar David en Christus voortzet.

Gen. 38:14,21

Timnath (bij Adullam)  — Hebreeuws voor "toegewezen deel/aandeel"

Ligging: Een plaats in het laagland van Juda; te onderscheiden van het latere Timnath van Simson (Richt. 14), al bestaat onder geleerden geen zekerheid of dit werkelijk twee verschillende plaatsen betreft.

Geschiedenis: Hierheen ging Juda met zijn vriend Hira om zijn schapen te scheren, nadat hij van de dood van zijn vrouw getroost was; op deze reis kwam hij Thamar, in weduwkleren verwisseld voor een sluier, bij Enaïm tegen (Gen. 38:12-14).

Bijbelse betekenis: De aanleiding tot de geschiedenis van Juda en Thamar — een schapenscheerdersreis die uitliep op een geschiedenis die, ondanks alle zonde erin, uiteindelijk in Gods raad toch de weg naar David en Christus zou banen.

Gen. 38:12-14

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Hoe zijt gij doorgebroken — 38:1-2, 24-30

Het beloofde Zaad niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Jozef is zojuist naar Egypte verkocht, en het verhaal breekt af. Er wordt een hoofdstuk tussengeschoven over Juda, die bij zijn broeders wegtrekt en met een Kanaänitische trouwt. Het is de donkerste bladzijde van het boek, en zij staat er niet zonder reden.

Uit deze geschiedenis, en niet uit een betere, komt de lijn voort die op Christus uitloopt.

Wat er in dit hoofdstuk gebeurt, laat zich moeilijk navertellen. Juda gaat bij zijn broers vandaan en neemt een vrouw uit het land. Zijn twee oudste zonen sterven. Hij houdt de derde achter en laat zijn schoondochter Thamar als weduwe wachten. Zij neemt daarop een middel dat de Schrift zonder verzachting beschrijft, en Juda, die haar niet herkent, wordt de vader van haar kind.

En als hij hoort dat zij zwanger is, luidt zijn oordeel: “Breng ze hervoor, dat zij verbrand worde!”

Dan komen de zegelring, de snoeren en de staf, en het hoofdstuk kantelt in één zin: “Zij is rechtvaardiger dan ik.” Hij spreekt zijn eigen vonnis uit. De kanttekening merkt op wat zijn geweten hem verweet: niet alleen dat hij zijn belofte niet gehouden had, maar ook wat hij zelf gedaan had.

En dan de tweeling. Het ene kind steekt een hand naar buiten en de vroedvrouw bindt er een scharlaken draad om — deze is de eerste. Maar de hand gaat terug en de ander komt eerst. Zij zegt: “Hoe zijt gij doorgebroken? op u is de breuke!” En zijn naam wordt Perez, wat volgens de kanttekening doorbreking betekent.

Dat is de reden waarom dit hoofdstuk hier staat. Want in Ruth, aan het slot, wordt de zegen over Boaz uitgesproken: uw huis zij als het huis van Perez, die Thamar aan Juda baarde. En het geslachtsregister dat daar volgt begint bij Perez en loopt uit op David. En in het eerste hoofdstuk van Mattheüs staat het opnieuw, met de naam van de vrouw erbij: “En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar.”

Zo loopt de lijn van het beloofde Zaad hier doorheen. Jakob zou later over Juda zeggen dat de schepter van hem niet wijken zou. Dat is dezelfde Juda die in dit hoofdstuk zijn eigen schuld erkent. En het kind dat doorbrak waar men het niet verwachtte, staat aan het begin van het rijtje namen dat bij Bethlehem uitkomt.

Dat is het ongemakkelijke en het troostrijke tegelijk. De Schrift verzwijgt dit hoofdstuk niet en poetst het niet op. Mattheüs had de vier vrouwen in zijn geslachtsregister kunnen weglaten en hij noemt ze juist. De lijn van de belofte loopt niet langs de beste mensen. Zij loopt door een breuk heen die door mensen gemaakt is, en zij houdt stand omdat God haar houdt en niet omdat Juda haar bewaakte.

  1. Genesis 3:15 — De belofte gaat over één Zaad, en zoekt zich een weg door de geslachten.
  2. Genesis 38:26 — Juda spreekt zijn eigen vonnis uit: zij is rechtvaardiger dan ik.
  3. Genesis 38:29 — Er wordt een kind geboren dat doorbreekt: Perez.
  4. Genesis 49:10 — En juist van Juda zal de schepter niet wijken.
  5. Ruth 4:18 — Het register van Perez loopt door tot David.
  6. Mattheüs 1:3 — En Mattheüs noemt de namen, Thamar erbij, in het geslacht van Christus.

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 1:3; Ruth 4:12; Ruth 4:18; Genesis 49:10; Lukas 3:33; Romeinen 5:20

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan; wat het wél doet, is de namen ervan opnemen in het geslachtsregister van Christus, en dat met vermelding van Thamar. Daarop rust deze post. Er wordt in de Schrift niets goedgepraat van wat hier gebeurt: het oordeel van Juda over zichzelf blijft staan, en de scharlaken draad om de hand van Zera is een teken van de vroedvrouw en geen aanwijzing naar iets anders.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Genesis 38

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content