Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En het geschiedde ten zelven tijde, dat Juda van zijn broederen aftoog, en hij keerde in tot een man van Adullam, wiens naam was Hira.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En het geschiedde ten zelvenH1931tijdeH6256, dat JudaH3063vanH854 zijn broederenH251aftoogH3381, en hij keerdeH5186 in tot een manH376 van AdullamH5726, wiens naamH8034 was HiraH2437.En het geschiedde ten zelven tijde, dat Juda van zijn broederen aftoog, en hij keerde in tot een man van Adullam, wiens naam was Hira.
KJVAnd it came to pass at that time,2that Judah5went down4from his brethren,7and turned8in to a certain10Adullamite,11whose name12was Hirah.
1וַֽיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בָּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when3הַהִ֔ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4וַיֵּ֥רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down5יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah6מֵאֵ֣תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7אֶחָ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8וַיֵּ֛טH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield9עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11עֲדֻלָּמִ֖יH5726Adullamiet, AdullamAdullamite12וּשְׁמ֥וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13חִירָֽהH2437HiraHirah
2En Juda zag aldaar de dochter van een Kanaanietisch man, wiens naam was Sua; en hij nam haar, en ging tot haar in.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En JudaH3063zagH7200aldaarH8033 de dochterH1323 van een KanaanietischH3669manH376, wiens naamH8034 was SuaH7770; en hij namH3947 haar, en ging totH413 haar in.En Juda zag aldaar de dochter van een Kanaanietisch man, wiens naam was Sua; en hij nam haar, en ging tot haar in.
KJVAnd Judah3saw1there a daughter4of a certain5Canaanite,6whose name7was Shuah;8and he took her,9and went in
1וַיַּרְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2שָׁ֧םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither3יְהוּדָ֛הH3063JudaJudah4בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village5אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6כְּנַעֲנִ֖יH3669Kanaanieten, Kanaaniet, KanaanietischeCanaanite, merchant, trafficker7וּשְׁמ֣וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report8שׁ֑וּעַH7770SuaShua, Shuah9וַיִּקָּחֶ֖הָH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win10וַיָּבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11אֵלֶֽיהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
3En zij werd bevrucht, en baarde een zoon, en hij noemde zijn naam Er.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En zij werd bevruchtH2029, en baardeH3205 een zoonH1121, en hij noemdeH7121 zijn naamH8034 Er.En zij werd bevrucht, en baarde een zoon, en hij noemde zijn naam Er.
KJVAnd she conceived,1and bare2a son;3and he called4his name6Er.
1וַתַּ֖הַרH2029bevrucht, zwanger, ontvangenbeen, be with child, conceive, progenitor2וַתֵּ֣לֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)3בֵּ֑ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4וַיִּקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report7עֵֽרH6147ErEr
4Daarna werd zij weder bevrucht, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Onan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Daarna werd zij weder bevruchtH2029, en baardeH3205 een zoonH1121, en zij noemdeH7121 zijn naamH8034OnanH209.Daarna werd zij weder bevrucht, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Onan.
KJVAnd she conceived1again, and bare3a son;4and she called5his name7Onan.
1וַתַּ֥הַרH2029bevrucht, zwanger, ontvangenbeen, be with child, conceive, progenitor2ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3וַתֵּ֣לֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)4בֵּ֑ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5וַתִּקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report8אוֹנָֽןH209OnanOnan
5En zij voer nog voort, en baarde een zoon, en noemde zijn naam Sela; doch hij was te Chezib, toen zij hem baarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En zij voerH3254nogH5750voortH3254, en baardeH3205 een zoonH1121, en noemdeH7121 zijn naamH8034SelaH7956; doch hij wasH1961 te ChezibH3580, toen zij hem baardeH3205.En zij voer nog voort, en baarde een zoon, en noemde zijn naam Sela; doch hij was te Chezib, toen zij hem baarde.
KJVAnd she yet again conceived,1and bare3a son;4and called5his name7Shelah:8and he was at Chezib,10when she bare
1וַתֹּ֤סֶףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield2עוֹד֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3וַתֵּ֣לֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)4בֵּ֔ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5וַתִּקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report8שֵׁלָ֑הH7956SelaShelah9וְהָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10בִכְזִ֖יבH3580ChezibChezib11בְּלִדְתָּ֥הּH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)12אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
6Juda nu nam een vrouw voor Er, zijn eerstgeborene, en haar naam was Thamar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6JudaH3063 nu namH3947 een vrouwH802 voor Er, zijn eerstgeboreneH1060, en haar naamH8034 was ThamarH8559.Juda nu nam een vrouw voor Er, zijn eerstgeborene, en haar naam was Thamar.
7Maar Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in des HEEREN ogen; daarom doodde hem de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Maar Er, de eerstgeboreneH1060 van JudaH3063, wasH1961kwaadH7451 in des HEERENH3068ogenH5869; daarom dooddeH4191 hem de HEEREH3068.Maar Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in des HEEREN ogen; daarom doodde hem de HEERE.
KJVAnd Er,2Judah's4firstborn,3was wicked5in the sight6of the LORD;7and the LORD9slew
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2עֵ֚רH6147ErEr3בְּכ֣וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)4יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah5רַ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)6בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8וַיְמִתֵ֖הוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise9יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
8Toen zeide Juda tot Onan: Ga in tot uws broeders huisvrouw, en trouw haar in uws broeders naam, en verwek uw broeder zaad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen zeideH559JudaH3063 tot OnanH209: Ga in tot uws broedersH251huisvrouwH802, en trouwH2992 haar in uws broeders naam, en verwekH6965 uw broederH251zaadH2233.Toen zeide Juda tot Onan: Ga in tot uws broeders huisvrouw, en trouw haar in uws broeders naam, en verwek uw broeder zaad.
9Doch Onan, wetende, dat dit zaad voor hem niet zoude zijn, zo geschiedde het, als hij tot zijns broeders huisvrouw inging, dat hij het verdierf tegen de aarde, om zijn broeder geen zaad te geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Doch OnanH209, wetendeH3045, dat dit zaadH2233 voor hem niet zoude zijn, zoH518 geschiedde het, als hij tot zijns broedersH251huisvrouwH802ingingH935, dat hij het verdierfH7843 tegen de aardeH776, om zijn broederH251geenH3808zaadH2233 te gevenH5414.Doch Onan, wetende, dat dit zaad voor hem niet zoude zijn, zo geschiedde het, als hij tot zijns broeders huisvrouw inging, dat hij het verdierf tegen de aarde, om zijn broeder geen zaad te geven.
KJVAnd Onan2knew1that the seed7should not be his; and it came to pass, when9he went in10unto his brother's13wife,12that he spilled14it on the ground,15lest16that he should give17seed18to his brother.
1וַיֵּ֣דַעH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2אוֹנָ֔ןH209OnanOnan3כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4לֹּ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5ל֖וֹ6יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7הַזָּ֑רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time8וְהָיָ֞הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10בָּ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12אֵ֤שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English13אָחִיו֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'14וְשִׁחֵ֣תH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)15אַ֔רְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16לְבִלְתִּ֥יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without17נְתָןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield18זֶ֖רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time19לְאָחִֽיוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
10En het was kwaad in des HEEREN ogen, wat hij deed; daarom doodde Hij hem ook.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En het was kwaadH3415 in des HEERENH3068ogenH5869, watH834 hij deedH6213; daarom dooddeH4191 Hij hem ookH1571.En het was kwaad in des HEEREN ogen, wat hij deed; daarom doodde Hij hem ook.
KJVAnd the thing which4he did5displeased2the LORD:3wherefore he slew
1וַיֵּ֛רַעH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse2בְּעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)3יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5עָשָׂ֑הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6וַיָּ֖מֶתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise7גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea8אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
11Toen zeide Juda tot Thamar, zijn schoondochter: Blijf weduwe in uws vaders huis, totdat mijn zoon Sela groot wordt; want hij zeide: Dat niet misschien ook deze sterve, gelijk zijn broeders! Zo ging Thamar heen, en bleef in haar vaders huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Toen zeideH559JudaH3063 tot ThamarH8559, zijn schoondochterH3618: BlijfH3427weduweH490 in uws vadersH1huisH1004, totdatH5704 mijn zoonH1121SelaH7956grootH1431 wordt; wantH3588hijH1931zeideH559: Dat niet misschien ookH1571 deze sterveH4191, gelijk zijn broedersH251! Zo gingH3212ThamarH8559 heen, en bleefH3427 in haar vadersH1huisH1004.Toen zeide Juda tot Thamar, zijn schoondochter: Blijf weduwe in uws vaders huis, totdat mijn zoon Sela groot wordt; want hij zeide: Dat niet misschien ook deze sterve, gelijk zijn broeders! Zo ging Thamar heen, en bleef in haar vaders huis.
KJVThen said1Judah2to Tamar3his daughter in law,4Remain5a widow6at thy father's8house,7till Shelah11my son12be grown:10for he said,14Lest peradventure he die16also, as his brethren19did. And Tamar21went20and dwelt22in her father's24house.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוּדָה֩H3063JudaJudah3לְתָמָ֨רH8559Thamar, ThamarsTamar4כַּלָּת֜וֹH3618bruid, schoondochter, schoondochtersbride, daughter-in-law, spouse5שְׁבִ֧יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6אַלְמָנָ֣הH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow7בֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8אָבִ֗יךְH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10יִגְדַּל֙H1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower11שֵׁלָ֣הH7956SelaShelah12בְנִ֔יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14אָמַ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not16יָמ֥וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise17גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea18ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who19כְּאֶחָ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'20וַתֵּ֣לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak21תָּמָ֔רH8559Thamar, ThamarsTamar22וַתֵּ֖שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry23בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)24אָבִֽיהָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
12Als nu vele dagen verlopen waren, stierf de dochter van Sua, de huisvrouw van Juda; daarna troostte zich Juda, en ging op tot zijn schaapscheerders naar Timna toe, hij en Hira, zijn vriend, de Adullamiet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Als nu vele dagenH3117verlopenH7235 waren, stierfH4191 de dochterH1323 van SuaH7770, de huisvrouwH802 van JudaH3063; daarna troostteH5162 zich JudaH3063, en ging opH5921 tot zijn schaapscheerdersH1494 naar TimnaH8553 toe, hijH1931 en HiraH2437, zijn vriendH7453, de AdullamietH5726.Als nu vele dagen verlopen waren, stierf de dochter van Sua, de huisvrouw van Juda; daarna troostte zich Juda, en ging op tot zijn schaapscheerders naar Timna toe, hij en Hira, zijn vriend, de Adullamiet.
KJVAnd in process1of time2the daughter4of Shuah5Judah's7wife6died;3and Judah9was comforted,8and went up10unto his sheepshearers12to Timnath,18he and his friend16Hirah15the Adullamite.
1וַיִּרְבּוּ֙H7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very2הַיָּמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3וַתָּ֖מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise4בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village5שׁ֣וּעַH7770SuaShua, Shuah6אֵֽשֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English7יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah8וַיִּנָּ֣חֶםH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)9יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah10וַיַּ֜עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12גֹּֽזֲזֵ֤יH1494scheerders, scheren, schoorcut off (down), poll, shave, (sheep-) shear(-er)13צֹאנוֹ֙H6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)14ה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15וְחִירָ֛הH2437HiraHirah16רֵעֵ֥הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other17הָעֲדֻלָּמִ֖יH5726Adullamiet, AdullamAdullamite18תִּמְנָֽתָהH8553Timna, Thimnath, TimnathaTimnah, Timnath, Thimnathah
13En men gaf Thamar te kennen, zeggende: Zie, uw schoonvader gaat op naar Timna, om zijn schapen te scheren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En men gaf ThamarH8559 te kennenH5046, zeggendeH559: ZieH2009, uw schoonvaderH2524 gaat op naar TimnaH8553, om zijn schapenH6629 te scherenH1494.En men gaf Thamar te kennen, zeggende: Zie, uw schoonvader gaat op naar Timna, om zijn schapen te scheren.
KJVAnd it was told1Tamar,2saying,3Behold thy father in law5goeth up6to Timnath7to shear8his sheep.
14Toen legde zij de klederen van haar weduwschap van zich af, en zij bedekte zich met een sluier, en bewond zich, en zette zich aan den ingang der twee fonteinen, die op den weg naar Timna is; want zij zag, dat Sela groot geworden was, en zij hem niet ter vrouw was gegeven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen legde zij de klederenH899 van haar weduwschapH491 van zich af, en zij bedekteH3680 zich met een sluierH6809, en bewondH5968 zich, en zetteH3427 zich aan den ingangH6607 der twee fonteinenH5869, die opH5921 den wegH1870 naar TimnaH8553 is; wantH3588 zij zagH7200, dat SelaH7956grootH1431 geworden was, en zij hem nietH3808 ter vrouwH802 was gegevenH5414.Toen legde zij de klederen van haar weduwschap van zich af, en zij bedekte zich met een sluier, en bewond zich, en zette zich aan den ingang der twee fonteinen, die op den weg naar Timna is; want zij zag, dat Sela groot geworden was, en zij hem niet ter vrouw was gegeven.
Ook in dit vers
leideH5493
KJVAnd she put1her widow's3garments2offfrom her, and covered her5with a vail,6and wrapped herself,7and sat in8an openplace,9which is by the way13to Timnath;14for she saw16that Shelah19was grown,18and she was not given22unto him to wife.
1וַתָּסַר֩H5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without2בִּגְדֵ֨יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe3אַלְמְנוּתָ֜הּH491weduwschap, weduwen, weduwschapswidow, widowhood4מֵֽעָלֶ֗יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5וַתְּכַ֤סH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)6בַּצָּעִיף֙H6809sluiervail7וַתִּתְעַלָּ֔ףH5968amechtig, bewond, bezwijmingfaint, overlaid, wrap self8וַתֵּ֨שֶׁב֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9בְּפֶ֣תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place10עֵינַ֔יִםH5879EnamEnaim, openly (Genesis 38:21)11אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13דֶּ֣רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)14תִּמְנָ֑תָהH8553Timna, Thimnath, TimnathaTimnah, Timnath, Thimnathah15כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16רָאֲתָה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions17כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18גָדַ֣לH1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower19שֵׁלָ֔הH7956SelaShelah20וְהִ֕ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who21לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22נִתְּנָ֥הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield23ל֖וֹ24לְאִשָּֽׁהH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15Als Juda haar zag, zo hield hij haar voor een hoer, overmits zij haar aangezicht bedekt had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Als JudaH3063 haar zagH7200, zo hieldH2803 hij haar voor een hoerH2181, overmitsH3588 zij haar aangezichtH6440bedektH3680 had.Als Juda haar zag, zo hield hij haar voor een hoer, overmits zij haar aangezicht bedekt had.
KJVWhen Judah2saw her,1he thought3her to be an harlot;4because she had covered6her face.
1וַיִּרְאֶ֣הָH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah3וַֽיַּחְשְׁבֶ֖הָH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think4לְזוֹנָ֑הH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish5כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6כִסְּתָ֖הH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)7פָּנֶֽיהָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
16En hij week tot haar naar den weg, en zeide: Kom toch, laat mij tot u ingaan; want hij wist niet, dat zij zijn schoondochter was. En zij zeide: Wat zult gij mij geven, dat gij tot mij ingaat?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En hij weekH5186 tot haar naarH413 den wegH1870, en zeideH559: KomH3051tochH4994, laat mij totH413 u ingaanH935; wantH3588 hij wistH3045nietH3808, dat zij zijn schoondochterH3618 was. En zijH1931zeideH559: WatH4100 zult gij mij gevenH5414, dat gij totH413 mij ingaatH935?En hij week tot haar naar den weg, en zeide: Kom toch, laat mij tot u ingaan; want hij wist niet, dat zij zijn schoondochter was. En zij zeide: Wat zult gij mij geven, dat gij tot mij ingaat?
KJVAnd he turned1unto her by the way,4and said,5Go to,6I pray thee, let me come in8unto thee; (for he knew12not that she was his daughter in law.)14And she said,16What wilt thou give18me, that thou mayest come in
1וַיֵּ֨טH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield2אֵלֶ֜יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַדֶּ֗רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)5וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6הָֽבָהH3051Geeft, Geef, geeftascribe, bring, come on, give, go, set, take7נָּא֙H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh8אָב֣וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֵלַ֔יִךְH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יָדַ֔עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot13כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14כַלָּת֖וֹH3618bruid, schoondochter, schoondochtersbride, daughter-in-law, spouse15הִ֑ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16וַתֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why18תִּתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield19לִּ֔י20כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet21תָב֖וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way22אֵלָֽיH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
17En hij zeide: Ik zal u een geitenbok van de kudde zenden. En zij zeide: Zo gij pand zult geven, totdat gij hem zendt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En hij zeideH559: IkH595 zal u een geitenbokH5795vanH4480 de kuddeH6629zendenH7971. En zij zeideH559: ZoH518 gij pandH6162 zult gevenH5414, totdatH5704 gij hem zendtH7971.En hij zeide: Ik zal u een geitenbok van de kudde zenden. En zij zeide: Zo gij pand zult geven, totdat gij hem zendt.
KJVAnd he said,1I will send3thee a kid5from the flock.7And she said,8Wilt thou give10me a pledge,11till thou send
18Toen zeide hij: Wat pand is het, dat ik u geven zal? En zij zeide: Uw zegelring en uw snoer en uw staf, die in uw hand is; hetwelk hij haar gaf, en ging tot haar in; en zij ontving bij hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Toen zeideH559 hij: Wat pandH6162 is het, datH834 ik u gevenH5414 zal? En zij zeideH559: Uw zegelringH2368 en uw snoerH6616 en uw stafH4294, dieH834 in uw handH3027 is; hetwelk hij haar gafH5414, en ging totH413 haar in; en zij ontvingH2029 bij hem.Toen zeide hij: Wat pand is het, dat ik u geven zal? En zij zeide: Uw zegelring en uw snoer en uw staf, die in uw hand is; hetwelk hij haar gaf, en ging tot haar in; en zij ontving bij hem.
KJVAnd he said,1What4pledge3shall I give5thee? And she said,7Thy signet,8and thy bracelets,9and thy staff10that is in thine hand.12And he gave13it her, and came in15unto her, and she conceived
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מָ֣הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why3הָֽעֵרָבוֹן֮H6162pandpledge4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5אֶתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6לָּךְ֒7וַתֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8חֹתָֽמְךָ֙H2368zegel, zegelen, zegelringseal, signet9וּפְתִילֶ֔ךָH6616snoer, draad, dradenbound, bracelet, lace, line, ribband, thread, wire10וּמַטְּךָ֖H4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בְּיָדֶ֑ךָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13וַיִּתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לָּ֛הּ15וַיָּבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16אֵלֶ֖יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17וַתַּ֥הַרH2029bevrucht, zwanger, ontvangenbeen, be with child, conceive, progenitor18לֽוֹ
19En zij maakte zich op, en ging heen, en legde haar sluier van zich af, en zij trok aan de klederen van haar weduwschap.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En zij maakte zich op, en gingH3212 heen, en legde haar sluierH6809 van zich af, en zij trokH3847 aan de klederenH899 van haar weduwschapH491.En zij maakte zich op, en ging heen, en legde haar sluier van zich af, en zij trok aan de klederen van haar weduwschap.
Ook in dit vers
leideH5493
KJVAnd she arose,1and went away,2and laid by3her vail4from her, and put on6the garments7of her widowhood.
1וַתָּ֣קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2וַתֵּ֔לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3וַתָּ֥סַרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without4צְעִיפָ֖הּH6809sluiervail5מֵעָלֶ֑יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6וַתִּלְבַּ֖שׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear7בִּגְדֵ֥יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe8אַלְמְנוּתָֽהּH491weduwschap, weduwen, weduwschapswidow, widowhood
20En Juda zond den geitenbok door de hand van zijn vriend, den Adullamiet, om het pand uit de hand der vrouw te nemen; maar hij vond haar niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En JudaH3063zondH7971 den geitenbokH1423 door de handH3027 van zijn vriendH7453, den AdullamietH5726, om het pandH6162 uit de handH3027 der vrouwH802 te nemenH3947; maar hij vondH4672 haar nietH3808.En Juda zond den geitenbok door de hand van zijn vriend, den Adullamiet, om het pand uit de hand der vrouw te nemen; maar hij vond haar niet.
KJVAnd Judah2sent1the kid4by the hand6of his friend7the Adullamite,8to receive9his pledge10from the woman's12hand:11but he found her
1וַיִּשְׁלַ֨חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2יְהוּדָ֜הH3063JudaJudah3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4גְּדִ֣יH1423bokje, geitenbokje, geitenbokkid5הָֽעִזִּ֗יםH5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid6בְּיַד֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7רֵעֵ֣הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other8הָֽעֲדֻלָּמִ֔יH5726Adullamiet, AdullamAdullamite9לָקַ֥חַתH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win10הָעֵרָב֖וֹןH6162pandpledge11מִיַּ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12הָאִשָּׁ֑הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English13וְלֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14מְצָאָֽהּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
21En hij vraagde de lieden van haar plaats, zeggende: Waar is de hoer, die bij deze twee fonteinen aan den weg was? En zij zeiden: Hier is geen hoer geweest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En hijH1931vraagdeH7592 de liedenH582 van haar plaatsH4725, zeggendeH559: Waar is de hoerH6948, die bij deze twee fonteinenH5869aanH5921 den wegH1870 was? En zij zeidenH559: HierH2088isH1961geenH3808hoerH6948 geweest.En hij vraagde de lieden van haar plaats, zeggende: Waar is de hoer, die bij deze twee fonteinen aan den weg was? En zij zeiden: Hier is geen hoer geweest.
KJVThen he asked1the menof that place,4saying,5Where is the harlot,7that was openlyby the way side?11And they said,12There was no harlot16in this
1וַיִּשְׁאַ֞לH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אַנְשֵׁ֤יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4מְקֹמָהּ֙H4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)5לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אַיֵּ֧הH346waar?where7הַקְּדֵשָׁ֛הH6948hoer, hoerenharlot, whore8הִ֥ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9בָעֵינַ֖יִםH5879EnamEnaim, openly (Genesis 38:21)10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַדָּ֑רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)12וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14הָיְתָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15בָזֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)16קְדֵשָֽׁהH6948hoer, hoerenharlot, whore
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
22En hij keerde weder tot Juda, en zeide: Ik heb haar niet gevonden; en ook zeiden de lieden van die plaats: Hier is geen hoer geweest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En hij keerdeH7725 weder totH413JudaH3063, en zeideH559: Ik heb haar nietH3808gevondenH4672; en ookH1571zeidenH559 de liedenH582 van die plaatsH4725: HierH2088 is geenH3808hoerH6948 geweest.En hij keerde weder tot Juda, en zeide: Ik heb haar niet gevonden; en ook zeiden de lieden van die plaats: Hier is geen hoer geweest.
KJVAnd he returned1to Judah,3and said,4I cannot5find6her; and also the menof the place9said,10that there was no harlot
1וַיָּ֨שָׁב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah4וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6מְצָאתִ֑יהָH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on7וְגַ֨םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea8אַנְשֵׁ֤יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9הַמָּקוֹם֙H4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)10אָֽמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12הָיְתָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13בָזֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)14קְדֵשָֽׁהH6948hoer, hoerenharlot, whore
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
23Toen zeide Juda: Zij neme het voor zich, opdat wij misschien niet tot verachting worden; zie, ik heb deze bok gezonden; maar gij hebt haar niet gevonden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Toen zeideH559JudaH3063: ZijH1961nemeH3947 het voor zich, opdat wij misschien niet tot verachtingH937 worden; zieH2009, ik heb dezeH2088bokH1423gezondenH7971; maar gijH859 hebt haar nietH3808gevondenH4672.Toen zeide Juda: Zij neme het voor zich, opdat wij misschien niet tot verachting worden; zie, ik heb deze bok gezonden; maar gij hebt haar niet gevonden.
KJVAnd Judah2said,1Let her take3it to her, lest we be shamed:7behold, I sent9this kid,10and thou hast not found
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוּדָה֙H3063JudaJudah3תִּֽקַּֽחH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4לָ֔הּ5פֶּ֖ןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not6נִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לָב֑וּזH937verachting, verachte, verachtstecontempt(-uously), despised, shamed8הִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see9שָׁלַ֨חְתִּי֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10הַגְּדִ֣יH1423bokje, geitenbokje, geitenbokkid11הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12וְאַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you13לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14מְצָאתָֽהּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
24En het geschiedde omtrent na drie maanden, dat men Juda te kennen gaf, zeggende: Thamar, uw schoondochter, heeft gehoereerd, en ook zie, zij is zwanger van hoererij. Toen zeide Juda: Breng ze hervoor, dat zij verbrand worde!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En het geschieddeH1961 omtrent na drieH7969maandenH2320, dat men JudaH3063 te kennenH5046 gaf, zeggendeH559: ThamarH8559, uw schoondochterH3618, heeft gehoereerdH2181, en ookH1571zieH2009, zij is zwangerH2030 van hoererijH2183. Toen zeideH559JudaH3063: Breng ze hervoorH3318, dat zij verbrandH8313 worde!En het geschiedde omtrent na drie maanden, dat men Juda te kennen gaf, zeggende: Thamar, uw schoondochter, heeft gehoereerd, en ook zie, zij is zwanger van hoererij. Toen zeide Juda: Breng ze hervoor, dat zij verbrand worde!
KJVAnd it came to pass about three2months3after, that it was told4Judah,5saying,6Tamar8thy daughter in law9hath played the harlot;7and also, behold, she is with child12by whoredom.13And Judah15said,14Bring her forth,16and let her be burnt.
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כְּמִשְׁלֹ֣שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)3חֳדָשִׁ֗יםH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon4וַיֻּגַּ֨דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter5לִֽיהוּדָ֤הH3063JudaJudah6לֵֽאמֹר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7זָֽנְתָה֙H2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish8תָּמָ֣רH8559Thamar, ThamarsTamar9כַּלָּתֶ֔ךָH3618bruid, schoondochter, schoondochtersbride, daughter-in-law, spouse10וְגַ֛םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea11הִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see12הָרָ֖הH2030zwanger, zwangere, bevrucht(be, woman) with child, conceive, [idiom] great13לִזְנוּנִ֑יםH2183hoererijen, hoererijwhoredom14וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah16הוֹצִיא֖וּהָH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter17וְתִשָּׂרֵֽףH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly
25Als zij voorgebracht werd, schikte zij tot haar schoonvader, om te zeggen: Bij den man, wiens deze dingen zijn, ben ik zwanger; en zij zeide: Beken toch, wiens deze zegelring, en deze snoeren, en deze staf zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Als zij voorgebrachtH3318 werd, schikteH7971 zij totH413 haar schoonvaderH2524, om te zeggenH559: Bij den manH376, wiens dezeH428 dingen zijn, ben ikH595zwangerH2030; en zij zeideH559: BekenH5234tochH4994, wiensH4310 deze zegelringH2858, en deze snoerenH6616, en dezeH428stafH4294 zijn.Als zij voorgebracht werd, schikte zij tot haar schoonvader, om te zeggen: Bij den man, wiens deze dingen zijn, ben ik zwanger; en zij zeide: Beken toch, wiens deze zegelring, en deze snoeren, en deze staf zijn.
KJVWhen she was brought forth,2she sent4to her father in law,6saying,7By the man,8whose these are, am I with child:13and she said,14Discern,15I pray thee, whose are these, the signet,18and bracelets,19and staff.
1הִ֣ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2מוּצֵ֗אתH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3וְהִ֨יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4שָׁלְחָ֤הH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6חָמִ֨יהָ֙H2524schoonvader, schoonvadersfather in law7לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8לְאִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10אֵ֣לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)11לּ֔וֹ12אָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which13הָרָ֑הH2030zwanger, zwangere, bevrucht(be, woman) with child, conceive, [idiom] great14וַתֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15הַכֶּרH5234kennen, kende, kentacknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly)16נָ֔אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh17לְמִ֞יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God18הַחֹתֶ֧מֶתH2858zegelringsignet19וְהַפְּתִילִ֛יםH6616snoer, draad, dradenbound, bracelet, lace, line, ribband, thread, wire20וְהַמַּטֶּ֖הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe21הָאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
26En Juda kende ze, en zeide: Zij is rechtvaardiger dan ik, daarom, omdat ik haar aan mijn zoon Sela niet gegeven heb. En hij bekende haar voortaan niet meer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En JudaH3063kendeH5234 ze, en zeideH559: Zij is rechtvaardigerH6663danH4480 ik, daaromH3651, omdatH3588 ik haar aanH5921 mijn zoonH1121SelaH7956 niet gegevenH5414 heb. En hij bekendeH3045 haar voortaanH5750 niet meer.En Juda kende ze, en zeide: Zij is rechtvaardiger dan ik, daarom, omdat ik haar aan mijn zoon Sela niet gegeven heb. En hij bekende haar voortaan niet meer.
KJVAnd Judah2acknowledged1them, and said,3She hath been more righteous4than I; because that I gave10her not to Shelah11my son.12And he knew her16again
1וַיַּכֵּ֣רH5234kennen, kende, kentacknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly)2יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah3וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4צָֽדְקָ֣הH6663rechtvaardig, gerechtvaardigd, rechtvaardigencleanse, clear self, (be, do) just(-ice, -ify, -ify self), (be turn to) righteous(-ness)5מִמֶּ֔נִּיH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you9לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10נְתַתִּ֖יהָH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11לְשֵׁלָ֣הH7956SelaShelah12בְנִ֑יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יָסַ֥ףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield15ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)16לְדַעְתָּֽהH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
27En het geschiedde ten tijde, als zij baren zou, ziet, zo waren tweelingen in haar buik.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En het geschiedde ten tijdeH6256, als zij barenH3205 zou, zietH2009, zo waren tweelingenH8380 in haar buikH990.En het geschiedde ten tijde, als zij baren zou, ziet, zo waren tweelingen in haar buik.
KJVAnd it came to pass in the time2of her travail,3that, behold, twins5were in her womb.
1וַיְהִ֖יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when3לִדְתָּ֑הּH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)4וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see5תְאוֹמִ֖יםH8380tweelingentwins6בְּבִטְנָֽהּH990buik, buiks, binnenstebelly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb
28En het geschiedde, als zij baarde, dat een de hand uitgaf; en de vroedvrouw nam dezelve, en zij bond een scharlaken draad om zijn hand, zeggende: Deze komt het eerst uit.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En het geschiedde, als zijH1961baardeH3205, dat een de handH3027uitgafH5414; en de vroedvrouwH3205namH3947 dezelve, en zij bondH7194 een scharlakenH8144 draad om zijn handH3027, zeggendeH559: DezeH2088komtH3318 het eerstH7223 uit.En het geschiedde, als zij baarde, dat een de hand uitgaf; en de vroedvrouw nam dezelve, en zij bond een scharlaken draad om zijn hand, zeggende: Deze komt het eerst uit.
KJVAnd it came to pass, when she travailed,2that the one put out3his hand:4and the midwife6took5and bound7upon his hand9a scarlet thread,10saying,11This came out13first.
1וַיְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְלִדְתָּ֖הּH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)3וַיִּתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4יָ֑דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5וַתִּקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6הַמְיַלֶּ֗דֶתH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)7וַתִּקְשֹׁ֨רH7194verbintenis, binden, maaktenbind (up), (make a) conspire(-acy, -ator), join together, knit, stronger, work (treason)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9יָד֤וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10שָׁנִי֙H8144scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraadcrimson, scarlet (thread)11לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12זֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13יָצָ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter14רִאשֹׁנָֽהH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past
29Maar het geschiedde, als hij zijn hand weder intoog, ziet, zo kwam zijn broeder uit; en zij zeide: Hoe zijt gij doorgebroken? op u is de breuke! en men noemde zijn naam Perez.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Maar het geschiedde, als hij zijn handH3027 weder intoogH7725, zietH2009, zo kwam zijn broederH251 uit; en zij zeideH559: HoeH4100 zijt gij doorgebrokenH6555? opH5921 u is de breukeH6556! en men noemdeH7121 zijn naamH8034PerezH6557.Maar het geschiedde, als hij zijn hand weder intoog, ziet, zo kwam zijn broeder uit; en zij zeide: Hoe zijt gij doorgebroken? op u is de breuke! en men noemde zijn naam Perez.
KJVAnd it came to pass, as he drew back2his hand,3that, behold, his brother6came out:5and she said,7How hast thou broken forth?9this breach11be upon thee: therefore his name13was called12Pharez.
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כְּמֵשִׁ֣יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3יָד֗וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4וְהִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see5יָצָ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6אָחִ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'7וַתֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why9פָּרַ֖צְתָּH6555gescheurd, brak, doorgebroken[idiom] abroad, (make a) breach, break (away, down, -er, forth, in, up), burst out, come (spread) abroad, compel, disperse, grow, increase, open, press, scatter, urge10עָלֶ֣יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11פָּ֑רֶץH6556scheur, breuk, bressenbreach, breaking forth (in), [idiom] forth, gap12וַיִּקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say13שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report14פָּֽרֶץH6557PerezPerez, Pharez
30En daarna kwam zijn broeder uit, om wiens hand de scharlaken draad was; en men noemde zijn naam Zera.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En daarnaH310 kwam zijn broederH251 uit, om wiens handH3027 de scharlakenH8144 draad was; en men noemdeH7121 zijn naamH8034ZeraH2226.En daarna kwam zijn broeder uit, om wiens hand de scharlaken draad was; en men noemde zijn naam Zera.
KJVAnd afterward1came out2his brother,3that had the scarlet thread7upon his hand:6and his name9was called8Zarah.
1וְאַחַר֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2יָצָ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3אָחִ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6יָד֖וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7הַשָּׁנִ֑יH8144scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraadcrimson, scarlet (thread)8וַיִּקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say9שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report10זָֽרַחH2226Zerah, ZeraZarah, Zerah
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 38:1— En het geschiedde ten zelven tijde, dat Juda van zijn broederen aftoog, en hij keerde in tot een man van Adullam, wiens naam was Hira.1 Samuël 22:1→Spreuken 13:20→2 Samuël 23:13→Jozua 15:35→Micha 1:15→2 Koningen 4:8→Richteren 4:18→Genesis 19:2→
Genesis 38:2— En Juda zag aldaar de dochter van een Kanaanietisch man, wiens naam was Sua; en hij nam haar, en ging tot haar in.1 Kronieken 2:3→Genesis 24:3→Genesis 6:2→Genesis 34:2→Richteren 16:1→2 Korinthe 6:14→Genesis 46:12→Richteren 14:2→
Genesis 38:3— En zij werd bevrucht, en baarde een zoon, en hij noemde zijn naam Er.Numeri 26:19→Genesis 46:12→
Genesis 38:4— Daarna werd zij weder bevrucht, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Onan.Genesis 46:12→Numeri 26:19→
Genesis 38:5— En zij voer nog voort, en baarde een zoon, en noemde zijn naam Sela; doch hij was te Chezib, toen zij hem baarde.Numeri 26:20→1 Kronieken 4:21→Genesis 38:26→Genesis 46:12→Genesis 38:11→
Genesis 38:6— Juda nu nam een vrouw voor Er, zijn eerstgeborene, en haar naam was Thamar.Genesis 24:3→Genesis 21:21→Mattheüs 1:3→
Genesis 38:7— Maar Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in des HEEREN ogen; daarom doodde hem de HEERE.1 Kronieken 2:3→Genesis 46:12→Numeri 26:19→Genesis 19:13→2 Kronieken 33:6→Genesis 6:8→Genesis 13:13→Psalmen 55:23→
Genesis 38:8— Toen zeide Juda tot Onan: Ga in tot uws broeders huisvrouw, en trouw haar in uws broeders naam, en verwek uw broeder zaad.Deuteronomium 25:5→Ruth 4:5→Leviticus 18:16→Mattheüs 22:23→Ruth 1:11→Numeri 36:8→
Genesis 38:9— Doch Onan, wetende, dat dit zaad voor hem niet zoude zijn, zo geschiedde het, als hij tot zijns broeders huisvrouw inging, dat hij het verdierf tegen de aarde, om zijn broeder geen zaad te geven.Deuteronomium 25:6→Titus 3:3→Jakobus 4:5→Job 5:2→Ruth 1:11→Jakobus 3:14→Spreuken 27:4→Jakobus 3:16→
Genesis 38:10— En het was kwaad in des HEEREN ogen, wat hij deed; daarom doodde Hij hem ook.Genesis 46:12→Numeri 11:1→Numeri 26:19→Spreuken 24:18→Numeri 22:34→Hagai 1:13→1 Kronieken 21:7→2 Samuël 11:27→
Genesis 38:11— Toen zeide Juda tot Thamar, zijn schoondochter: Blijf weduwe in uws vaders huis, totdat mijn zoon Sela groot wordt; want hij zeide: Dat niet misschien ook deze sterve, gelijk zijn broeders! Zo ging Thamar heen, en bleef in haar vaders huis.Leviticus 22:13→Ruth 1:11→
Genesis 38:12— Als nu vele dagen verlopen waren, stierf de dochter van Sua, de huisvrouw van Juda; daarna troostte zich Juda, en ging op tot zijn schaapscheerders naar Timna toe, hij en Hira, zijn vriend, de Adullamiet.Jozua 15:10→2 Samuël 13:39→Richteren 14:1→Genesis 24:67→Genesis 31:19→1 Samuël 25:36→2 Samuël 13:23→Jozua 15:37→
Genesis 38:14— Toen legde zij de klederen van haar weduwschap van zich af, en zij bedekte zich met een sluier, en bewond zich, en zette zich aan den ingang der twee fonteinen, die op den weg naar Timna is; want zij zag, dat Sela groot geworden was, en zij hem niet ter vrouw was gegeven.Genesis 38:26→Jeremia 3:2→Genesis 24:65→Spreuken 7:12→Ezechiël 16:25→Genesis 38:11→
Genesis 38:16— En hij week tot haar naar den weg, en zeide: Kom toch, laat mij tot u ingaan; want hij wist niet, dat zij zijn schoondochter was. En zij zeide: Wat zult gij mij geven, dat gij tot mij ingaat?Mattheüs 26:15→2 Samuël 13:11→1 Timotheüs 6:10→Deuteronomium 23:18→Ezechiël 16:33→
Genesis 38:17— En hij zeide: Ik zal u een geitenbok van de kudde zenden. En zij zeide: Zo gij pand zult geven, totdat gij hem zendt.Ezechiël 16:33→Genesis 38:20→Genesis 38:24→Lukas 16:8→Spreuken 20:16→
Genesis 38:18— Toen zeide hij: Wat pand is het, dat ik u geven zal? En zij zeide: Uw zegelring en uw snoer en uw staf, die in uw hand is; hetwelk hij haar gaf, en ging tot haar in; en zij ontving bij hem.Genesis 38:25→Lukas 15:22→Jeremia 22:24→Hosea 4:11→
Genesis 38:19— En zij maakte zich op, en ging heen, en legde haar sluier van zich af, en zij trok aan de klederen van haar weduwschap.Genesis 38:14→2 Samuël 14:2→2 Samuël 14:5→
Genesis 38:20— En Juda zond den geitenbok door de hand van zijn vriend, den Adullamiet, om het pand uit de hand der vrouw te nemen; maar hij vond haar niet.Lukas 23:12→Richteren 14:20→Genesis 20:9→2 Samuël 13:3→Leviticus 19:17→
Genesis 38:23— Toen zeide Juda: Zij neme het voor zich, opdat wij misschien niet tot verachting worden; zie, ik heb deze bok gezonden; maar gij hebt haar niet gevonden.2 Korinthe 4:2→Spreuken 6:33→Romeinen 6:21→Openbaring 16:15→2 Samuël 12:9→Efeze 5:12→
Genesis 38:24— En het geschiedde omtrent na drie maanden, dat men Juda te kennen gaf, zeggende: Thamar, uw schoondochter, heeft gehoereerd, en ook zie, zij is zwanger van hoererij. Toen zeide Juda: Breng ze hervoor, dat zij verbrand worde!Leviticus 21:9→Richteren 19:2→Genesis 20:3→Hosea 3:3→Romeinen 2:1→Romeinen 14:22→Prediker 7:26→Deuteronomium 22:21→
Genesis 38:25— Als zij voorgebracht werd, schikte zij tot haar schoonvader, om te zeggen: Bij den man, wiens deze dingen zijn, ben ik zwanger; en zij zeide: Beken toch, wiens deze zegelring, en deze snoeren, en deze staf zijn.Genesis 38:18→Genesis 37:32→Romeinen 2:16→1 Korinthe 4:5→Psalmen 50:21→Openbaring 20:12→Jeremia 2:26→
Genesis 38:26— En Juda kende ze, en zeide: Zij is rechtvaardiger dan ik, daarom, omdat ik haar aan mijn zoon Sela niet gegeven heb. En hij bekende haar voortaan niet meer.1 Samuël 24:17→Titus 2:11→1 Petrus 4:2→Romeinen 3:19→Job 34:31→2 Samuël 24:17→Job 4:5→Ezechiël 16:52→
Genesis 38:27— En het geschiedde ten tijde, als zij baren zou, ziet, zo waren tweelingen in haar buik.Genesis 25:24→
Genesis 38:29— Maar het geschiedde, als hij zijn hand weder intoog, ziet, zo kwam zijn broeder uit; en zij zeide: Hoe zijt gij doorgebroken? op u is de breuke! en men noemde zijn naam Perez.Numeri 26:20→Genesis 46:12→Mattheüs 1:3→1 Kronieken 2:4→Nehemia 11:6→1 Kronieken 9:4→Lukas 3:33→Ruth 4:12→
Genesis 38:30— En daarna kwam zijn broeder uit, om wiens hand de scharlaken draad was; en men noemde zijn naam Zera.1 Kronieken 9:6→Mattheüs 1:3→1 Kronieken 2:4→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 38 vers 1— En het geschiedde ten zelven tijde, dat Juda van zijn broederen aftoog, en hij keerde in tot een man van Adullam, wiens naam was Hira.
ten zelven
Dat is, in dien tijd, toen Jakob uit Mesopotamië wedergekeerd was, en woonde in het land Kanaän. Hier worden vermeld enige dingen, die vóór het verkopen van Jozef, en andere, die daarna geschied zijnp; maar Mozes voegt die tezamen, omdat zij één patriarch aangingen en van zulk een natuur waren, dat zij in één verhaal bekwamelijk konden afgedaan worden.
Hertaald:ten zelven
Dat is: in die tijd, toen Jakob uit Mesopotamië teruggekeerd was en in het land Kanaän woonde. Hier worden enige gebeurtenissen vermeld die vóór het verkopen van Jozef plaatsvonden, en andere die daarna gebeurd zijn; maar Mozes voegt ze samen, omdat zij één patriarch betroffen en van zo'n aard waren dat zij goed in één verhaal behandeld konden worden.
Adullam,
Adullam was een stadje omtrent Hebron gelegen, dat daarna aan den stam van Juda door het lot gevallen is; Joz. 12:15, en Joz. 15:35.
Hertaald:Adullam,
Adullam was een stadje in de buurt van Hebron, dat later door het lot aan de stam van Juda toegevallen is; Joz. 12:15, en Joz. 15:35.
Genesis 38 vers 2— En Juda zag aldaar de dochter van een Kanaanietisch man, wiens naam was Sua; en hij nam haar, en ging tot haar in.
hij nam
Te weten, tot een vrouw, tegen Gods wil, het goede exempel van zijn voorvaders, en zonder twijfel, buiten, of ook tegen den raad en het goedvinden van zijn vader. Zie dergelijke huwelijken boven, Gen. 6:2, Gen. 6:4, en Gen. 26:34, en Gen. 27:46.
Hertaald:hij nam
Namelijk: tot vrouw, tegen Gods wil en het goede voorbeeld van zijn voorvaders in, en ongetwijfeld buiten, of zelfs tegen, de raad en instemming van zijn vader. Zie soortgelijke huwelijken in Gen. 6:2, Gen. 6:4, en Gen. 26:34, en Gen. 27:46.
ging tot
Zie boven, Gen. 6:4.
Hertaald:ging tot
Zie Gen. 6:4.
Genesis 38 vers 5— En zij voer nog voort, en baarde een zoon, en noemde zijn naam Sela; doch hij was te Chezib, toen zij hem baarde.
hij was te
Te weten, Juda.
Hertaald:hij was te
Namelijk: Juda.
Chezib
De naam van een plaats of stad gelegen in het land Kanaän, en daarna in den stam van Juda, niet ver van Adullam; ok genoemd Aczib; Joz. 19:29; Richt. 1:31; Mi. 1:14.
Hertaald:Chezib
De naam van een plaats of stad in het land Kanaän, later in de stam van Juda, niet ver van Adullam; ook Achzib genoemd; Joz. 19:29; Richt. 1:31; Mi. 1:14.
Genesis 38 vers 7— Maar Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in des HEEREN ogen; daarom doodde hem de HEERE.
kwaad in
Dat is, hij mishaagde den Heere; zie boven, Gen. 21:11, want hij is genegen geweest en uitgebroken tot grote en grove zonden, die Gods rechtvaardige gramschap tegen hem verwekt hebben; verg. boven, Gen. 6:11, en Gen. 10:9.
Hertaald:kwaad in
Dat is: hij mishaagde de HEERE; zie Gen. 21:11, want hij was geneigd tot en verviel in grote en grove zonden, die Gods rechtvaardige toorn tegen hem opgewekt hebben; vergelijk Gen. 6:11, en Gen. 10:9.
doodde hem
Te weten, op zulk een manier, dat men in zijn dood Gods rechtvaardig oordeel kan opmerken; alzo onder, vs.10.
Hertaald:doodde hem
Namelijk: op zo'n manier, dat men in zijn dood Gods rechtvaardig oordeel kan opmerken; zo ook in vers 10.
Genesis 38 vers 8— Toen zeide Juda tot Onan: Ga in tot uws broeders huisvrouw, en trouw haar in uws broeders naam, en verwek uw broeder zaad.
trouw haar
Het Hebr. woord betekent zijns broeders nagelaten vrouw te trouwen, volgens het gebruik van dien tijd, door de wet daarna bevestigd; Deut. 25:5-6; Ruth 1:11; Matt. 22:24, enz.
Hertaald:trouw haar
Het Hebreeuwse woord betekent: de nagelaten vrouw van zijn broer trouwen, volgens het gebruik van die tijd, later door de wet bevestigd; Deut. 25:5-6; Ruth 1:11; Matt. 22:24, enz.
verwek uw
Want de conditie bij dit huwelijk was, dat de eerstgeboren zoon voor den zoon van den overledene gehouden moest worden.
Hertaald:verwek uw
Want de voorwaarde bij dit huwelijk was dat de eerstgeboren zoon gerekend moest worden als de zoon van de overledene.
Genesis 38 vers 9— Doch Onan, wetende, dat dit zaad voor hem niet zoude zijn, zo geschiedde het, als hij tot zijns broeders huisvrouw inging, dat hij het verdierf tegen de aarde, om zijn broeder geen zaad te geven.
wetende dat
Zie de aantekeningen op het voorgaande vers.
Hertaald:wetende dat
Zie de aantekeningen bij het voorgaande vers.
zaad voor
Dat is, zoon. Zie boven, Gen. 4:25.
Hertaald:zaad voor
Dat is: zoon. Zie Gen. 4:25.
verdorf
Of, schond, stortende dat ter aarde; daar de Hebreeuwse woorden beiden begrijpen. Dit was zoveel alsof hij de vrucht [om zo te spreken] uit het lichaam van de moeder weggerukt en vernield had.
Hertaald:verdorf
Of: schond, door dat ter aarde te storten; want het Hebreeuwse woord omvat beide betekenissen. Dit kwam erop neer alsof hij de vrucht (om zo te zeggen) uit het lichaam van de moeder weggerukt en vernietigd had.
Genesis 38 vers 10— En het was kwaad in des HEEREN ogen, wat hij deed; daarom doodde Hij hem ook.
in des HEEREN
Dat is, naar Gods oordeel; zie Job 11:4.
Hertaald:in des HEEREN
Dat is: naar Gods oordeel; zie Job 11:4.
Genesis 38 vers 11— Toen zeide Juda tot Thamar, zijn schoondochter: Blijf weduwe in uws vaders huis, totdat mijn zoon Sela groot wordt; want hij zeide: Dat niet misschien ook deze sterve, gelijk zijn broeders! Zo ging Thamar heen, en bleef in haar vaders huis.
Blijf
Of, zit, of, blijf zitten; aldus in het volgende.
Hertaald:Blijf
Of: zit, of: blijf zitten; zo ook verderop.
totdat mijn
Zich gelatende, alsof hij dezen haar dan ten huwelijk wilde geven; maar uit het volgende blijkt dat hij dit niet in den zin had.
Hertaald:totdat mijn
Doende alsof hij haar dan aan hem ten huwelijk wilde geven; maar uit het volgende blijkt dat hij dit niet van plan was.
want
Anders, maar.
Hertaald:want
Anders: maar.
hij zeide
Te weten, bij zichzelven; dat is, hij dacht; zie boven, Gen. 20:11.
Hertaald:hij zeide
Namelijk: bij zichzelf; dat is: hij dacht; zie Gen. 20:11.
Genesis 38 vers 12— Als nu vele dagen verlopen waren, stierf de dochter van Sua, de huisvrouw van Juda; daarna troostte zich Juda, en ging op tot zijn schaapscheerders naar Timna toe, hij en Hira, zijn vriend, de Adullamiet.
Als nu
Hebr. toen de dagen vermenigvuldigd waren; dat is, toen er een goede tijd gepasseerd en nochtans Sela aan Thamar niet gegeven was.
Hertaald:Als nu
Hebreeuws: toen de dagen zich vermenigvuldigd hadden; dat is: toen er geruime tijd verstreken was en Sela nog steeds niet aan Thamar gegeven was.
troostte
Dat is, hij legde zijn rouw af; verg. boven, Gen. 37:35.
Hertaald:troostte
Dat is: hij legde zijn rouw af; vergelijk Gen. 37:35.
zijn schaapscheerders
Want in de scheringen was het gebruikelijk gastmalen te houden, en met de vrienden vrolijk te zijn; 1 Sam. 25:36.
Hertaald:zijn schaapscheerders
Want bij het scheren was het gebruikelijk feestmalen te houden en met vrienden vrolijk te zijn; 1 Sam. 25:36.
Timna
Een stad niet ver van Adullam gelegen, naderhand aan den stam van Juda ten deel gevallen; Joz. 15:57. Men leest ook van een Timna, gelegen in Dan; Joz. 19:43.
Hertaald:Timna
Een stad niet ver van Adullam gelegen, later ten deel gevallen aan de stam van Juda; Joz. 15:57. Men leest ook van een Timna, gelegen in Dan; Joz. 19:43.
Genesis 38 vers 14— Toen legde zij de klederen van haar weduwschap van zich af, en zij bedekte zich met een sluier, en bewond zich, en zette zich aan den ingang der twee fonteinen, die op den weg naar Timna is; want zij zag, dat Sela groot geworden was, en zij hem niet ter vrouw was gegeven.
van haar
Want de weduwen waren eenvoudiger en nederiger gekleed dan andere vrouwen.
Hertaald:van haar
Want weduwen waren eenvoudiger en soberder gekleed dan andere vrouwen.
bedekte zich
Thamar om een oneerbare vrouw te gelijken, versiert zich met een sluier, bewindt en verbergt haar aangezicht, en zit op een algemenen weg, opdat zij, onbekend blijvende, haar schoonvader zou mogen bedriegen; verg. Spr. 7:12, en Spr. 9:14; Ezech. 16:24-25.
Hertaald:bedekte zich
Thamar tooit zich met een sluier, en omhult en verbergt haar gezicht, om op een onzedelijke vrouw te lijken, en gaat aan een openbare weg zitten, zodat zij, onherkenbaar blijvend, haar schoonvader zou kunnen bedriegen; vergelijk Spr. 7:12, en Spr. 9:14; Ezech. 16:24-25.
twee fonteinen,
Of, Enaïm, hetwelk sommigen houden voor den naam van een zekere plaats. Sommigen zetten het over een scheidsweg, genoemd, volgens hun gevoelen: deur der ogen; omdat op een kruisweg de ogen als opengedaan worden, om herwaarts of derwaarts te zien.
Hertaald:twee fonteinen,
Of: Enaïm, wat sommigen houden voor de naam van een bepaalde plaats. Sommigen vertalen het als een tweesprong, in hun opvatting genoemd: deur van de ogen, omdat op een kruispunt de ogen als het ware opengaan, om herwaarts en derwaarts te kijken.
Genesis 38 vers 16— En hij week tot haar naar den weg, en zeide: Kom toch, laat mij tot u ingaan; want hij wist niet, dat zij zijn schoondochter was. En zij zeide: Wat zult gij mij geven, dat gij tot mij ingaat?
weg,
Te weten, naar den weg waar zij zat.
Hertaald:weg,
Namelijk: naar de weg waar zij zat.
Wat zult
Zij eist hoerenloon, niet uit begeerte van gewin, maar om hem namaals daarvan te overtuigen; gelijk blijkt onder, vs.25; en Juda was zo verrukt door de hitte van vleselijken lust, dat hij de stem van zijn schoondochter niet herkende.
Hertaald:Wat zult
Zij eist hoerenloon, niet uit hebzucht, maar om hem later daarvan te kunnen overtuigen, zoals blijkt uit vers 25; en Juda was zo meegesleept door de hitte van vleselijke lust, dat hij de stem van zijn schoondochter niet herkende.
Genesis 38 vers 17— En hij zeide: Ik zal u een geitenbok van de kudde zenden. En zij zeide: Zo gij pand zult geven, totdat gij hem zendt.
Zo gij
Versta hierbij: Ik zal u ter wille zijn, indien gij, enz. Anders, zult gij pand geven, totdat gij het zendt?
Hertaald:Zo gij
Versta hierbij: Ik zal u ter wille zijn, indien u, enz. Anders: zult u een pand geven, totdat u het zendt?
Genesis 38 vers 18— Toen zeide hij: Wat pand is het, dat ik u geven zal? En zij zeide: Uw zegelring en uw snoer en uw staf, die in uw hand is; hetwelk hij haar gaf, en ging tot haar in; en zij ontving bij hem.
snoer
Anders, zweetdoek, neusdoek. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk gedraaid, of, getwijnd garen; en wordt genomen voor snoeren en doeken van zulk garen gemaakt.
Hertaald:snoer
Anders: zweetdoek, neusdoek. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk gedraaid, of getwijnd garen, en wordt gebruikt voor koorden en doeken die van zulk garen gemaakt zijn.
Genesis 38 vers 21— En hij vraagde de lieden van haar plaats, zeggende: Waar is de hoer, die bij deze twee fonteinen aan den weg was? En zij zeiden: Hier is geen hoer geweest.
haar plaats,
Dat is, van de plaats, waaromtrent Thamar gezeten had.
Hertaald:haar plaats,
Dat is: van de plaats waar Thamar gezeten had.
twee fonteinen
Hebr. Enaïm; zie boven, vs.14.
Hertaald:twee fonteinen
Hebreeuws: Enaïm; zie vers 14.
Genesis 38 vers 23— Toen zeide Juda: Zij neme het voor zich, opdat wij misschien niet tot verachting worden; zie, ik heb deze bok gezonden; maar gij hebt haar niet gevonden.
niet tot
Dat is, opdat wij naar ons goed te veel vernemende, onze hoererij niet ontdekken, wat ons tot schande zou dienen. Merk dat bij de heidenen en afgodendienaars, zoals de Adullamieten waren, de hoererij voor schande werd gerekend.
Hertaald:niet tot
Dat is: opdat wij, door te veel navraag te doen naar ons bezit, onze hoererij niet ontdekken, wat ons tot schande zou strekken. Merk op dat bij de heidenen en afgodendienaars, zoals de Adullamieten waren, hoererij als een schande gerekend werd.
Genesis 38 vers 24— En het geschiedde omtrent na drie maanden, dat men Juda te kennen gaf, zeggende: Thamar, uw schoondochter, heeft gehoereerd, en ook zie, zij is zwanger van hoererij. Toen zeide Juda: Breng ze hervoor, dat zij verbrand worde!
Breng ze
Te weten, aan de stadspoort, opdat men haar voor de overheid haar proces make als een overspeelster, overmits zij aan mijn zoon Sela beloofd is.
Hertaald:Breng ze
Namelijk: naar de stadspoort, zodat men haar voor de overheid het proces maakt als overspeelster, aangezien zij aan mijn zoon Sela beloofd is.
dat zij
Zo was dan het overspel in dien tijd, ook vóór de wet, gehouden voor een doodswaardige misdaad. Zie boven, Gen. 20:3, Gen. 20:7, Gen. 20:9.
Hertaald:dat zij
Zo werd overspel in die tijd, ook vóór de wet, gehouden voor een halsmisdaad. Zie Gen. 20:3, Gen. 20:7, Gen. 20:9.
Genesis 38 vers 25— Als zij voorgebracht werd, schikte zij tot haar schoonvader, om te zeggen: Bij den man, wiens deze dingen zijn, ben ik zwanger; en zij zeide: Beken toch, wiens deze zegelring, en deze snoeren, en deze staf zijn.
zweer
Dit is, schoonvader.
Hertaald:zweer
Dit is: schoonvader.
Genesis 38 vers 26— En Juda kende ze, en zeide: Zij is rechtvaardiger dan ik, daarom, omdat ik haar aan mijn zoon Sela niet gegeven heb. En hij bekende haar voortaan niet meer.
Zij is
Zijn conscientie wroegt hem, niet alleen omdat hij zijn belofte aan Thamar niet gehouden had [welke reden hier in dit vs. vermeld wordt], maar ook omdat hij met zijn weten hoererij en onwetend bloedschande begaan had.
Hertaald:Zij is
Zijn geweten kwelt hem, niet alleen omdat hij zijn belofte aan Thamar niet gehouden had (welke reden hier in dit vers vermeld wordt), maar ook omdat hij willens en wetens hoererij, en onwetend bloedschande begaan had.
hij
Hebr. hij voer niet voort om haar te bekennen.
Hertaald:hij
Hebreeuws: hij ging niet voort om haar te bekennen.
bekende
Zie deze manier van spreken boven, Gen. 4:1.
Hertaald:bekende
Zie deze uitdrukking ook in Gen. 4:1.
Genesis 38 vers 28— En het geschiedde, als zij baarde, dat een de hand uitgaf; en de vroedvrouw nam dezelve, en zij bond een scharlaken draad om zijn hand, zeggende: Deze komt het eerst uit.
scharlaken
Het Hebr. woord betekent eigenlijk zulk een stof, die in de scharlakenrode verf tweemaal ingedoopt is. Zie Ex. 25:4, en Lev. 14:4, en de aantekeningen.
Hertaald:scharlaken
Het Hebreeuwse woord duidt eigenlijk zo'n stof aan, die tweemaal in de scharlakenrode verf gedompeld is. Zie Ex. 25:4, en Lev. 14:4, en de aantekeningen daar.
Deze komt
Omdat zij meende dat deze het eerst zou voortkomen, en alzo de eerstgeborene zijn.
Hertaald:Deze komt
Omdat zij meende dat deze het eerst geboren zou worden, en zo de eerstgeborene zou zijn.
Genesis 38 vers 29— Maar het geschiedde, als hij zijn hand weder intoog, ziet, zo kwam zijn broeder uit; en zij zeide: Hoe zijt gij doorgebroken? op u is de breuke! en men noemde zijn naam Perez.
Hoe zijt
Dat is, hoe zijt gij vóór uw broeder, die u voor was, doorgedrongen, om ter wereld te komen?
Hertaald:Hoe zijt
Dat is: hoe bent u vóór uw broer, die u voor was, doorgedrongen, om ter wereld te komen?
op u is
Dat is, zij is u toe te schrijven; of, gij hebt ze gemaakt om uw broeder het voordeel der eerstgeboorte, dat hij scheen te hebben, te ontnemen. Anders, hoe hebt gij de scheur over u gescheurd?
Hertaald:op u is
Dat is: die is aan u toe te schrijven; of: u hebt die gemaakt om uw broer het voordeel van de eerstgeboorte, dat hij leek te hebben, te ontnemen. Anders: hoe hebt u de scheur over u gescheurd?
Perez
Hebr. Perets; dat is, doorbreking, scheuring.
Hertaald:Perez
Hebreeuws: Perets; dat is: doorbreking, scheuring.
Genesis 38 vers 30— En daarna kwam zijn broeder uit, om wiens hand de scharlaken draad was; en men noemde zijn naam Zera.
Zerah
Dat is, opgang, oprijzing. Omdat hij zich het eerst had laten zien, toen hij in de geboorte was.
Hertaald:Zerah
Dat is: opgang, oprijzing. Omdat hij zich als eerste had laten zien, toen hij in de geboorte was.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Juda — lof, lofprijzing
De vierde zoon van Jakob en Lea (Gen. 29:35), zo genoemd omdat Lea nu de HEERE wilde loven. Later stelde hij voor Jozef te verkopen in plaats van te doden (Gen. 37:26-27), en bood hij zich in Egypte aan als slaaf in Benjamins plaats (Gen. 44:33-34). Uit zijn nageslacht zou koning David, en uiteindelijk de Heere Jezus Christus, voortkomen.
Dan — hij heeft gericht, geoordeeld
De zoon van Jakob en Bilha, Rachels slavin (Gen. 30:6). Rachel gaf hem deze naam omdat God, naar haar zeggen, haar recht gedaan en haar stem gehoord had.
Er — wakend, waakzaam
De eerstgeboren zoon van Juda, die met Tamar trouwde. Omdat hij 'kwaad was in de ogen des HEEREN', doodde de HEERE hem, kinderloos (Gen. 38:6-7).
Onan — krachtig, sterk
De tweede zoon van Juda. Volgens het zwagerhuwelijk moest hij bij Tamar, de weduwe van zijn broer Er, voor nageslacht zorgen, maar hij weigerde dit te volbrengen, waarom ook hij door de HEERE gedood werd (Gen. 38:8-10).
Tamar — palmboom
De vrouw van Juda's zoon Er, die na diens dood en die van Onan door Juda niet, zoals beloofd, aan zijn derde zoon Sela werd gegeven. Vermomd als een hoer wist zij van Juda zelf zwanger te worden en zo het nageslacht van haar overleden man veilig te stellen (Gen. 38). Zij baarde de tweeling Perez en Zera, en wordt in Matt. 1:3 uitdrukkelijk genoemd in de geslachtslijn die tot Christus voert.
Perez — doorbraak, bres
De oudste van de tweeling die Tamar van Juda baarde; hoewel zijn broer Zera bij de geboorte eerst zijn hand naar buiten stak, brak Perez er alsnog eerst doorheen, vandaar zijn naam: 'hoe hebt gij u een scheur aangedaan!' (Gen. 38:27-29). Uit zijn geslachtslijn zouden later koning David en, uiteindelijk, de Heere Jezus Christus voortkomen (Ruth 4:18-22; Matt. 1:3).
Zera — opgang, glans; ook: scharlaken
De tweelingbroer van Perez, zonen van Juda en Tamar. Bij de geboorte stak hij zijn hand als eerste naar buiten, waarop de vroedvrouw er een scharlaken draad omheen bond, maar trok hij haar weer terug, zodat Perez alsnog eerst geboren werd (Gen. 38:28-30).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Adullam — onzeker
Ligging: Een stad in het laagland (de Sefela) van Juda, met omliggende plaatsen; gelegen tussen Jarmuth en Socho. Vermoedelijk te identificeren met de ruïne Tell esj-Sjeich Madhkoer, zo'n 20 kilometer ten westen van Bethlehem.
Geschiedenis: Hierheen trok Juda van zijn broers weg en sloot vriendschap met Hira, de Adullamiet, bij wie hij zijn Kanaänietische vrouw vond (Gen. 38:1-2,12). Van oudsher een Kanaänietische koningsstad, door Jozua veroverd (Joz. 12:15) en later aan Juda toegewezen (Joz. 15:35). Eeuwen later vluchtte David naar de spelonk van Adullam, waar zijn familie en een grote groep ontevredenen zich bij hem voegden (1 Sam. 22:1-2); hierheen brachten drie van zijn helden later, met gevaar voor hun leven, water uit de put bij Bethlehem (2 Sam. 23:13-17). Door Rehabeam versterkt (2 Kron. 11:7); nog bewoond na de ballingschap (Neh. 11:30).
Bijbelse betekenis: De plaats waar Juda zich, in de tijd na de verkoop van Jozef, van zijn broers en vader afzonderde en zich met de Kanaänieten vermengde — het begin van de geschiedenis van Juda en Thamar, waaruit uiteindelijk toch de geslachtslijn naar David en Christus zou voortkomen (Matt. 1:3).
Enaïm — Hebreeuws voor "twee bronnen/ogen"; mogelijk dezelfde plaats als het Enam van Joz. 15:34
Ligging: Gelegen tussen Adullam en Timnath, in het laagland van Juda, aan de weg naar Timnath. De precieze locatie is onzeker.
Geschiedenis: Bij de poort/ingang van Enaïm, aan de weg naar Timnath, zat Thamar, in een sluier gehuld, toen Juda haar voor een hoer aanzag (Gen. 38:14,21).
Bijbelse betekenis: De plaats van Juda's val en Thamars vastberaden, zij het twijfelachtige middel om binnen het gezin van Juda tot een nageslacht te komen — een geschiedenis vol menselijke zonde waarin de HEERE toch Zijn verbondslijn naar David en Christus voortzet.
Gen. 38:14,21
Timnath (bij Adullam) — Hebreeuws voor "toegewezen deel/aandeel"
Ligging: Een plaats in het laagland van Juda; te onderscheiden van het latere Timnath van Simson (Richt. 14), al bestaat onder geleerden geen zekerheid of dit werkelijk twee verschillende plaatsen betreft.
Geschiedenis: Hierheen ging Juda met zijn vriend Hira om zijn schapen te scheren, nadat hij van de dood van zijn vrouw getroost was; op deze reis kwam hij Thamar, in weduwkleren verwisseld voor een sluier, bij Enaïm tegen (Gen. 38:12-14).
Bijbelse betekenis: De aanleiding tot de geschiedenis van Juda en Thamar — een schapenscheerdersreis die uitliep op een geschiedenis die, ondanks alle zonde erin, uiteindelijk in Gods raad toch de weg naar David en Christus zou banen.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Hoe zijt gij doorgebroken — 38:1-2, 24-30
Het beloofde Zaadniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
Jozef is zojuist naar Egypte verkocht, en het verhaal breekt af. Er wordt een hoofdstuk tussengeschoven over Juda, die bij zijn broeders wegtrekt en met een Kanaänitische trouwt. Het is de donkerste bladzijde van het boek, en zij staat er niet zonder reden.
Uit deze geschiedenis, en niet uit een betere, komt de lijn voort die op Christus uitloopt.
Wat er in dit hoofdstuk gebeurt, laat zich moeilijk navertellen. Juda gaat bij zijn broers vandaan en neemt een vrouw uit het land. Zijn twee oudste zonen sterven. Hij houdt de derde achter en laat zijn schoondochter Thamar als weduwe wachten. Zij neemt daarop een middel dat de Schrift zonder verzachting beschrijft, en Juda, die haar niet herkent, wordt de vader van haar kind.
En als hij hoort dat zij zwanger is, luidt zijn oordeel: “Breng ze hervoor, dat zij verbrand worde!”
Dan komen de zegelring, de snoeren en de staf, en het hoofdstuk kantelt in één zin: “Zij is rechtvaardiger dan ik.” Hij spreekt zijn eigen vonnis uit. De kanttekening merkt op wat zijn geweten hem verweet: niet alleen dat hij zijn belofte niet gehouden had, maar ook wat hij zelf gedaan had.
En dan de tweeling. Het ene kind steekt een hand naar buiten en de vroedvrouw bindt er een scharlaken draad om — deze is de eerste. Maar de hand gaat terug en de ander komt eerst. Zij zegt: “Hoe zijt gij doorgebroken? op u is de breuke!” En zijn naam wordt Perez, wat volgens de kanttekening doorbreking betekent.
Dat is de reden waarom dit hoofdstuk hier staat. Want in Ruth, aan het slot, wordt de zegen over Boaz uitgesproken: uw huis zij als het huis van Perez, die Thamar aan Juda baarde. En het geslachtsregister dat daar volgt begint bij Perez en loopt uit op David. En in het eerste hoofdstuk van Mattheüs staat het opnieuw, met de naam van de vrouw erbij: “En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar.”
Zo loopt de lijn van het beloofde Zaad hier doorheen. Jakob zou later over Juda zeggen dat de schepter van hem niet wijken zou. Dat is dezelfde Juda die in dit hoofdstuk zijn eigen schuld erkent. En het kind dat doorbrak waar men het niet verwachtte, staat aan het begin van het rijtje namen dat bij Bethlehem uitkomt.
Dat is het ongemakkelijke en het troostrijke tegelijk. De Schrift verzwijgt dit hoofdstuk niet en poetst het niet op. Mattheüs had de vier vrouwen in zijn geslachtsregister kunnen weglaten en hij noemt ze juist. De lijn van de belofte loopt niet langs de beste mensen. Zij loopt door een breuk heen die door mensen gemaakt is, en zij houdt stand omdat God haar houdt en niet omdat Juda haar bewaakte.
Genesis 3:15 — De belofte gaat over één Zaad, en zoekt zich een weg door de geslachten.
Genesis 38:26 — Juda spreekt zijn eigen vonnis uit: zij is rechtvaardiger dan ik.
Genesis 38:29 — Er wordt een kind geboren dat doorbreekt: Perez.
Genesis 49:10 — En juist van Juda zal de schepter niet wijken.
Ruth 4:18 — Het register van Perez loopt door tot David.
Mattheüs 1:3 — En Mattheüs noemt de namen, Thamar erbij, in het geslacht van Christus.
In het Nieuwe Testament: Mattheüs 1:3; Ruth 4:12; Ruth 4:18; Genesis 49:10; Lukas 3:33; Romeinen 5:20
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan; wat het wél doet, is de namen ervan opnemen in het geslachtsregister van Christus, en dat met vermelding van Thamar. Daarop rust deze post. Er wordt in de Schrift niets goedgepraat van wat hier gebeurt: het oordeel van Juda over zichzelf blijft staan, en de scharlaken draad om de hand van Zera is een teken van de vroedvrouw en geen aanwijzing naar iets anders.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Nu Jozef niet meer in het vaderhuis tegenwoordig is, worden wij in andere geschiedenissen van dit huis ingeleid, die voor de ontwikkeling van bet rijk van God van bijzondere betekenis zijn. Juda, de vierde zoon van Jakob uit Lea, uit wie het beloofde zaad voortkomen zou (hoofdstuk. 49:8 vv. Openbaring. 5:5 ), vestigt zich te Adullam, huwt daar een Kanaänitische, die hem drie zonen baart. Aan de eerste van deze geeft hij, toen hij opgegroeid was, Thamar tot een vrouw; evenzo aan de tweede, toen de eerste zonder kinderen gestorven was; toen de tweede eveneens door een vroege dood weggenomen was, wilde hij de derde haar niet geven en liet hij haar heengaan naar haar vaders huis.
1. En het geschiedde omstreeks de tijd, dat Jozef door zijn broeders verkocht werd, dat Juda, toen ongeveer 20 of 21 jaar oud, van zijn broeders wegging 1) en zich van het vaderlijk huis te Hebron verwijderde, misschien om het troosteloos klagen van Jakob over het verlies van Jozef (hoofdstuk. 37:35) en Rubens verwijten over de raad, die hij (hoofdstuk. 37:26 vv.) de broeders gegeven had, te ontgaan; of omdat hem het verzwijgen van de misdaad te zwaar was, en hij keerde in tot een man van Adullam (verborgen verblijfplaats), een plaats ongeveer zes uur noordwestelijk in de vlakte van het gebergte van Juda (Jozua 12:15; 15:35; 1 Samuel. 22:1) gelegen, wiens naam was Hira 2) (adel). Aan deze sloot hij zich in vriendschap aan (vs.12,20).
1) Hiermee reeds wil de Schrift wijzen op de eerste van veel zondige daden van Juda. Zijn heengaan, zijn weggaan van zijn broeders is of wordt de bron van vele zedelijke rampen.
2) Alvorens de geschiedenis van Jozef verder te verhalen, vlecht Mozes hier de geschiedenis van Juda in, welke van meer belang is dan men zou denken, daar zij met de afkomst van de Verlosser in verband staat.
2. En a) Juda zag aldaar de dochter van een Kanaänitisch man, wiens naam was Sua (rijkdom); en hij nam haar tot vrouw, en ging tot haar in.
a) 1 Kor.2:3
3. En zij werd bevrucht en baarde een zoon, en hij noemde hem Er (wachter).
4. Daarna werd zij weer bevrucht en baarde een zoon, en zij noemde hem Onan (kracht).
5. En zij voer nog voort, en baarde een zoon, en noemde zijn naam a) Sela (vrede); doch hij was te Chezib (misleiding), of Achsib, eveneens in de vlakte van Juda gelegen (Jozua 15:44; 19:29) toen zij hem baarde.
a) Numeri. 26:20
6. Juda nu nam een vrouw voor Er, zijn eerstgeborene, die waarschijnlijk toen nog zeer jong was; en haar naam was Thamar (palm).
7. Maar Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in de ogen des HEREN, daarom doodde hem de HEERE, 1) nam hem door een vroegtijdige dood weg, welke onmiskenbaar een goddelijk gericht was (Psalm. 55:23 Spreuken. 10:27 ).
1) Juda’s losrukken van zijn vaderhuis, dat aanleiding tot zijn huwelijk gegeven had, liet verwachten, dat hij geen zegen kon hebben. Het volgende bevestigt dan ook, hoe groot een gevaar er voor Jakob’s zonen in lag, om door huwelijken met Kanaänitische vrouwen (hoofdstuk. 46:10) de roeping van hun stam te vergeten, en in de zonde van Kanaän weg te zinken. De in dit hoofdstuk vermelde gruwelen bewijzen genoegzaam, dat de door Jozefs wegvoering reeds voorbereide verplaatsing van het uitverkoren geslacht naar Egypte noodzakelijk was, wanneer het voor verderfelijken invloed van de Kanaänieten beveiligd zou worden.
8. Toen zei Juda tot Onan, zijn iets jongere zoon: Ga in tot uw broeders vrouw, en trouw haar in uw broeders naam, en verwek uw broeder nakomelingen. 1)
1) De hier voor de eerste maal vermelde Leviraats-echt, die ook bij de Indianen, Perzen en andere volken van Azië en Afrika gevonden wordt, is niet gegrond op een goddelijk bevel, maar op een oude, misschien uit Chaldea afkomstige gewoonte; zij bestond daarin, dat wanneer een gehuwd man zonder mannelijke nakomelingen stierf, diens broeder, of, zo er geen broeder was, de naastvolgende bloedverwant, verplicht was de weduwe te huwen, en de bij haar verwekten eerstgeborene als de zoon van de gestorvene in de geslachtsregisters te laten opnemen. De Mozaïsche wet heeft deze gewoonte niet opgeheven, maar in Deuteronomium. 25:5 vv. slechts in zoverre beperkt, dat zij meer een plicht van liefde dan een wettige dwang was. Wie die plicht niet wilde vervullen, was van de wettige dwang vrij, wanneer hij de smaad van het niet vervullen van een liefdeplicht aan de gestorvene wilde dragen.
Ofschoon omtrent deze huwelijken met de broeder, opdat de overgebleven broeder aan de gestorvene nakomelingen zou verwekken, geen wet iets had voorgeschreven, behoeft het toch geen verwondering te wekken, dat de mensen daartoe alleen door een natuurlijk instinct geneigd zijn. Want daar enkele mensen geboren worden om het gehele menselijke geslacht in stand te houden, schijnt de natuur geweld aangedaan te zijn, indien iemand zonder kinderen sterft. Zij hebben het voor menselijk gehouden, enige naam voor de gestorvene te verwerven, waaruit bleek, dat zij hadden bestaan. Doch één reden was er bovenal dat de kinderen van de overgebleven broeder aan de gestorvene werden toegerekend, opdat er niet één dorre tak in de familie zou zijn. En op deze wijze hebben zij de smaad van de kinderloosheid opgeheven.
***9. Doch Onan wetende, dat dit zaad voor hem niet zou zijn, 1) zo geschiedde het, als hij tot zijn broeders vrouw inging, dat hij het verspilde op de aarde, om zijn broeder geen nakomelingen te geven.
1) Dit was niet slechts liefdeloosheid jegens de gestorven broeder gepaard met lage hebzucht naar diens bezitting en erfenis, maar tevens een misdaad tegen de goddelijke instelling van de echt en haar doel. Naar deze Onan en zijn gruweldaad heeft de afschuwelijke zonde van de zelfbevlekking de naam van Onanie verkregen. Die zonde is een vermoordster van de kracht van de voortplanting, een duivelse misdaad, tegen zijn nakomelingen en tegen zijn eigen leven. Die onnatuurlijke gruwel is zelfmoordend, als een pest, die in het duistere voortsluipt en ziel en lichaam verderft.
Door zijn huwelijk met de weduwe van Er bleef Onan nog immer de tweede. Hem viel niet de erfenis van zijn broeder ten deel, maar de zoon, welke hij bij Thamar gewinnen zou. De zonde hier beschreven en veroordeeld, wordt in onze dagen openlijk verkondigd, aangeprezen en verdedigd. Zo diep is ons geslacht verbasterd.
10. En het was kwaad in de ogen van de HEERE wat hij deed, daarom doodde Hij hem ook. 1)
1) Ziet gij die jongeman met dat bleke gelaat, met die ingevallen ogen, met die wankelende tred. Het liefst is hij in de eenzaamheid; zijn lichtgeraaktheid en ontevredenheid stoten de makkers van hem af; tot inspanning van lichaam en geest is hij ongeschikt; laat neerliggen in de morgenstond, vroeg zich neerleggen in de avond, gedurig als in een halve slaap; zo sleept hij het leven voort. Dat is een Onanist. Ontvlucht hem, reine van deze zonde! opdat hij u niet lere, wat de oorzaak van zijn ellende is! Wat zal ervan hem worden? Bezoekt na weinig tijd die ziekenkamer; daar ligt die zelfmoordenaar verlamd terneer, om spoedig te sterven, of wellicht kunt ge hem in het gesticht van de krankzinnigen vinden. Wordt hij daarvoor nog bewaard, in de maatschappij betekent hij nimmer veel; hij is gespaard om een verbleekt, ziekelijk kroost te aanschouwen. Mijdt, jongelingen! die zonde; zij is een uitvinding van de hel. Zij is erger dan de pest.
11. Toen zei 1) Juda tot Thamar zijn schoondochter: Blijf weduwe in uw vaders huis, totdat mijn zoon Sela groot wordt. Hij was echter geenszins voornemens haar ook deze man te geven, maar zocht slechts van de eerder gemelde gewoonte vrij te worden; want hij zei, daar hij volgens het gewone bijgeloof, Thamar voor een haar mannen verderf aanbrengende vrouw aanzag: Dat niet misschien deze ook sterve, gelijk zijn broeders! Zo, met zulk een hoop op de toekomst, ging Thamar heen naar Enaïm of Enam (Jozua 15:34) van waar zij afstamde (vs.14) en zij bleef in haar vaders huis, gelijk verstoten vrouwen of weduwen pleegden te doen (Leviticus. 22:13).
1) Mozes doet uitkomen, dat Thamar niet vrij was, om met een ander gezin zich door een huwelijk te verbinden, zolang Juda haar onder zijn macht wilde houden. Wel is het mogelijk, dat zij zich uit eigen beweging aan de macht van haar schoonvader heeft onderworpen, hoewel zij had kunnen weggaan. Deze woorden schijnen echter te betekenen, dat het èn gewoonte was èn tot de zeden behoorde, dat Thamar niet in een andere familie mocht overgaan, tenzij met toestemming van haar schoonvader, totdat er een opvolger was, die bij haar zaad kon verwekken. Hoe het ook zij, Juda handelde zeer onbillijk, door haar geheel aan zich verbonden te houden hoewel hij besloten had, haar te bedriegen. Er was geen enkele reden voor, waarom hij weigerde, haar uit zijn huis als een vrije te laten gaan, tenzij dat hij bezorgd geweest is, dat men hem van onbestendigheid zou beschuldigen. Maar deze nauwgezetheid moest niet zo erg zijn dat hij jegens zijn dochter trouweloos en wreed werd. Voeg er nog bij, dat dit onrecht uit een verkeerde mening was ontstaan, daar hij, de oorzaak van de dood van zijn zonen niet overwegende, vals en onrechtvaardig de schuld overbrengt op een onschuldige vrouw. Hij gelooft, dat een huwelijk met Thamar ongelukkig is, waarom laat hij dan niet toe, dat zij voor zichzelf zorg draagt en elders een man zoekt? Maar ook hier handelt hij verkeerd, dat, terwijl de oorzaak van hun dood bij de zonen zelf schuilt, hij, omtrent Thamar zelf, wie hij niets kan toerekenen, een verkeerd oordeel velt. Waaruit wij leren, dat, zo dikwijls ons iets ongunstigs te beurt valt, wij niet op een ander de schuld moeten werpen, noch vermoedens koesteren, maar zelf onze zonden onderzoeken. En dat wij er ons voor wachten, om zulk een dwaze schaamte te hebben, dat, terwijl wij ons beijveren, om onze naam bij de mensen zuiver te houden, wij meer zorg besteden, om voor God een goed geweten te hebben.
II. Gen. 38 vers 12-26
Als Thamar ziet, dat haar schoonvader haar zijn derde zoon onthoudt, plaatst zij zich gesluierd aan de weg. Juda komt tot haar; zij wordt zwanger en zal nu, als echtbreekster verbrand worden; bij haar wegvoering zendt zij hem drie panden die zij van hem geëist had, waarop deze zijn zonde erkent en haar vrijspreekt.
12. Als nu vele dagen verlopen waren, en Sela volkomen de leeftijd bereikt had, waarop zijn beide gestorven broeders haar gegeven waren, stierf de dochter van Sua, 1) de vrouw van Juda! daarna troostte zich Juda 2) (hoofdstuk. 50:10) en hij ging op tot zijn schaapscheerders, 3)om het gebruikelijke feest met hen te houden (hoofdstuk. 31:19), naar Timna toe, op het gebergte (Jozua 15:10,57; 19:43) hij, en Hira, zijn vriend, de Adullamiet.
1) “De dochter van Sua.” Het is wel opmerkelijk, dat nimmer de naam van Juda’s vrouw genoemd wordt. Ongetwijfeld, daar dit huwelijk niet naar de wil van de Heere was.
2) D.w.z. Hij hield op met treuren, ook omdat de dagen van rouwbedrijven voorbij waren.
3) Het schaapscheren was een grote gebeurtenis in het herderlijke leven, en werd gevolgd door grote feesten, waarop vrienden en buren genodigd werden. Daarom nam Juda ook Hira, de Adullamiet, mee.
13. En men gaf Thamar te kennen, zeggende: Zie uw schoonvader gaat op naar Timna, om zijn schapen te scheren.
Mozes verhaalt, hoe Thamar zich over de aangedane belediging gewroken heeft. In het begin heeft zij de list niet bemerkt, wel in het vervolg van tijd. Nadat Sela groot was geworden, ziende dat hij haar onthouden werd, heeft zij op wraak gezind. Er is volstrekt geen twijfel aan, of lang heeft zij bij zichzelf geaarzeld en als het ware over dit plan nagedacht. Want de boodschap, omtrent de reis van Juda, is haar niet als bij toeval geworden, maar daar zij op een gelegenheid zinde, heeft zij wachters aangesteld, die bijzonder op zijn daden zouden letten. Ofschoon nu het plan schandelijk was en een eerbare vrouw onwaardig, vermindert echter de omstandigheid iets van de misdaad, omdat zij de omgang met Juda niet gezocht heeft, dan toen hij zonder vrouw was. Maar ondertussen wordt zij, door verblindheid van het verstand, door echtbreuk tot een niet minder afschuwelijke misdaad vervoerd. Door de echtbreuk zou de huwelijkstrouw geweld aangedaan worden. Door zulk een bloedschendige daad wordt de natuurlijke eerbaarheid geheel vernietigd. Hierop moet terdege gelet worden, opdat nooit degenen, die beledigd zijn, tot ongeoorloofde middelen de toevlucht nemen. Wellust drijft Thamar niet, om zich aan die zonde over te geven. Wel smart haar het verbod, om te huwen, om thuis zonder kroost te blijven.
Calvijn is dus van oordeel, dat Thamar met de bedoeling is heengegaan, om zich te geven aan Juda, om hem daarmee tevens zijn onrechtvaardigheid tegenover haar voor ogen te houden. Men zou ook kunnen veronderstellen, dat zij dit niet terstond van plan is geweest, maar bedoeld heeft, om door haar vertoning aan die plaats, Juda te laten zien, welke onbillijkheid hij beging, om haar aan zijn zoon te weigeren. Dat zij dus eerst na de vraag van Juda zich tot die zonde geleend heeft.
Ook dr. Van Ronkel is deze mening toegedaan. Immers wij lezen (bladz.407) van zijn “Bijbellezingen.” Hij (n.l. Juda) week tot haar naar de weg en zei: Kom toch, laat mij tot u ingaan;” temeer bewijs voor hetgeen volgt: “want zij wist niet, dat het zijn schoondochter was.” Iets dergelijks had Thamar niet verwacht, ook niet bedoeld; maar zij wist, dat Juda weduwnaar was. Zij had recht op de zoon, die de vader haar echter onthield. Toch wilde zij zo gaarne van het geslacht van het verbond kroost hebben. “Zal het nu wellicht de vader zelf in plaats van de zoon moeten zijn? Mocht zij wellicht daartoe met Er, en Onan niet in nauwer gemeenschap van het vlees treden?” Want dit, dunkt ons, doet de Schrift wel zeer duidelijk uitkomen, dat er eigenlijk geen echtelijke omgang nog tussen Thamar en Juda’s zonen had plaats gevonden. Daarom blijft het vermoeden van gepleegde bloedschande hier dan ook verre.
14. Toen legde zij de kleren van haar weduwschap van zich af, en trok meer prachtige klederen aan; zij bedekte zich met een sluier (hoofdstuk. 24:65), en bedekte zich met deze, om niet gekend te worden; en zette zich aan de ingang, aan de poort van Enaïm, van de twee fonteinen, 1) die op de weg naar Thimna is; zodat Juda wanneer hij van het feest terugkeerde, voorbij haar komen moest: want zij zag, dat Sela groot geworden was en zij hem, evenwel niet tot vrouw was gegeven, gelijk men haar beloofd had (vs.11). Zij wilde zich daarom aan Juda houden, om zaad uit zijn familie te verkrijgen. 2)
1) “De twee fonteinen.” Alzo hebben onze Statenvertalers het Hebreeuwse woord Mynye (Enajim) overgezet. Onze Kanttekenaren tekenen aan: Dit kan ook een stad zijn. Dit is, o.i. ook een betere vertaling. De zin is dan, dat zij zat aan of bij de poort van Enajim of Enam. Jozua 15:34)
2) Om nakomelingen te verkrijgen zagen wij vroeger (hoofdstuk. 19:30 vv.) Lots dochters zich bij hun vader leggen; om zaad uit het uitverkoren geslacht te ontvangen, zien wij later Ruth, op raad van haar schoonmoeder, zich bij Boaz neerleggen (Ruth 3). Onze geschiedenis staat in het midden tussen deze beide: evenals Ruth heeft Thamar het verlangen naar vereniging met het volk van God; met Lots dochters heeft zij de grote dwaling gemeen, dat zij tot het bereiken van haar doel zelfs de bloedschande niet schuwde. Zij handelt dus niet, om bevrediging van vleselijke lust te verkrijgen; integendeel, wat in zulk een geval, ware het mogelijk, zou vermeden geworden zijn, wordt hier gezocht, namelijk de werkelijke ontvangenis, of, om de smaad van de kinderloosheid te ontgaan, of, om een bepaald geslacht te helpen voortplanten.
15. Als Juda haar zag, zo hield hij haar voor een hoer 1) omdat zij haar aangezicht bedekt had, zodat hij zijn schoondochter niet kon herkennen, en de wijze, waarop zij daar tegen de avond terneer zat, hem aan geen andere kon doen denken.
1) Er waren onder de Kanaänieten veel hoeren, voornamelijk, die zich openlijk ter ere van Astarte, de godin van de liefde, prijsgaven, en dan het ontvangen loon haar ten geschenke brachten (Deuteronomium. 23:17 vv.). De geitenbok was een aan Astarte geheiligd dier en werd het liefst haar ten geschenke gebracht.
In het Hebreeuws Zonah. Hieruit blijkt, dat zij niet alleen niet een priesteres van Astarte was, maar ook daarvoor niet door Juda gehouden werd. Dan toch moest het woord Kedéscha gebruikt zijn.
16. En hij week tot haar naar de weg, en zei: kom toch, laat mij tot u ingaan: want hij wist niet, dat zij zijn schoondochter was. En zij zei, sprekende als een hoer, gelijk hij meende dat zij was: Wat zult gij mij geven, dat gij tot mij ingaat? 1)
1) Thamar wil een zeker onderpand hebben, dat zij zich op de genomen wraak over het onrecht kan beroemen. Het is niet twijfelachtig, of God heeft Juda verblind, zoals hij waardig was. Daarvan kwam het dan ook, dat hij de stem van zijn eigen schoondochter niet herkende, met wie hij een bepaalde tijd familiair had omgegaan. Vervolgens indien een onderpand van de beloofde bok moest gegeven worden, hoe dwaas dan, dat hij zijn ring aan een lichtekooi gaf? Daargelaten dat het ongerijmd was, om nog wel een dubbel onderpand te geven. Het staat derhalve vast, dat hij toen van alle oordeel is beroofd geweest en dat dus dit alles om geen andere oorzaak door Mozes is beschreven, dan opdat wij zouden weten, dat het verstand van deze ongelukkige door een rechtvaardig oordeel van God is verduisterd geweest, die zonde met zonde bedekkende, het licht van de Geest heeft uitgedoofd.
17. En hij zei: Ik zal u een geitenbok van de kudde zenden, En zij zei: Zo gij pand zult geven, tot gij hem zendt. 1)
1) Uit deze voorwaarde blijkt genoegzaam, dat het Thamar niet te doen was om bevrediging van zinnelijke begeerten, maar om Juda later op zijn onbillijkheid te wijzen, op zijn ongerechtige handelingen tegenover haar. Het is haar nu te doen, om bij Juda nakomelingschap te verkrijgen, kinderen van het Verbond.
18. Toen zei hij: Wat pand is het, dat ik u geven zal? En zij zei: Uw zegelring en uw snoer, waaraan gij de ring op de borst draagt, en uw staf, die in uw hand is: 1) hetwelk hij haar gaf, en ging tot haar in, en zij ontving bij hem.
1) Zulke panden moesten zodra mogelijk gelost worden, omdat geen man van stand zich gaarne zonder deze tooisels in het openbaar liet zien.
“Ieder van de Babyloniërs,” zegt Herodotus (I, 195) draagt een zegelring door mensenhanden gesneden, en boven op iedere staf is iets gemaakt, een appel of een roos. Dezelfde gewoonte bestond ook in Kanaän, gelijk wij in Juda zien. Deze onderpanden waren bewijzen van aanzien en vertrouwen. Wie iemands zegelring bezat, had het bewijs van zijn ongeschokt vertrouwen. Daarom zegt de Heere van Zerubbabel: En Ik zal u stellen als een zegelring, want Ik heb u verkoren, spreekt de Heere der Heerscharen (Hagg.2:24), om daarmee te betuigen, dat deze door Hem was uitverkoren en Zijn ongeschokt vertrouwen genoot. Zie Jer.22:24.
19. En zij maakte zich op van de plaats op de weg, en ging heen naar haar vaders huis, en legde haar sluier van zich af, en zij trok weer de kleren van haar weduwschap aan. 1)
1) Dat Thamar de kleren van haar weduwschap aantrekt, is weer niet zonder bedoeling en bevestigt de mening, dat zij het vorige niet met slechte bedoelingen gedaan heeft. Met dat aantrekken van die kleren verklaart zij, dat zij de schoondochter van Juda is, de weduwe van zijn zoon Onan.
20. En Juda, toen hij tot zijn huis gekomen was, zond de geitenbok door de hand van zijn vriend, de Adullamiet, om het pand uit de hand van de vrouw te nemen, maar hij vond haar niet.
21. En hij vroeg de lieden van haar plaats, van Enaïn, zeggende: Waar is de hoer, die bij deze twee fonteinen aan de weg was? En zij zeiden: Hier is geen hoer geweest; want Thamar was door niemand daar opgemerkt.
22. En hij keerde weer tot Juda, en zei: Ik heb haar niet gevonden; en ook zeiden de lieden van die plaats: Hier is geen hoer geweest. Wat wilt gij dan doen?
23. Toen zei Juda: Zij neme het voor zich, zij behouden de panden, opdat wij misschien niet, door verder navragen, tot verachting worden; wij hebben gedaan wat wij konden en moesten doen; zie, ik heb deze bok gezonden; maar gij hebt haar niet gevonden. 1)
1) Juda wil veel liever de ring verliezen, dan de zaak verder ruchtbaar maken en stof geven voor de algemene gesprekken. Hij wil liever zijn geld dan zijn goede naam verliezen. Anders had hij er ook voor moeten vrezen, om zo wreed te zijn. Maar hij heeft voornamelijk de schande van de hoererij gevreesd. Waaruit wij zien, dat de mensen, die niet door Gods Geest bestuurd worden, gewoonlijk meer geven om de mening van de wereld, dan wel om het oordeel van God. Want waarom kwam hem, toen hij geprikkeld werd door de lusten van het vlees, niet in de gedachte: ziedaar nu ben ik onteerd bij God en Engelen. Waarom, toen de wellust had uitgewoed, werd hij tenminste niet schaamrood bij de stille overdenking van zijn zonde? Hij achtte het voldoende, zich voor publieke eerloosheid te vrijwaren.
24. En het geschiedde omtrent na drie maanden, dat men Juda te kennen gaf, zeggende: Thamar uw schoondochter heeft gehoereerd, en ook zie, zij is zwanger van hoererij. Zult gij dat ongestraft laten voorbijgaan? Toen zei Juda, als opperhoofd van de familie, en daardoor ook haar rechter: Breng ze hiervoor, dat zij, die als verloofde van mijn zoon zich aan echtbreuk schuldig gemaakt heeft, verbrand worde! 1)
1) Volgens de Mozaïsche wet werden echtbreeksters of bruiden, die haar belofte verbroken hadden, gestenigd (Deuteronomium. 22:20 vv.); op vleselijke omgang met de moeder en de dochter, zowel als op hoererij van dochters van de priesters, stond daarentegen de straf van de verbranding (Leviticus. 20:14; 21:9). Deze laatste straf schijnt in de patriarchale tijd ook voor het eerste geval bepaald geweest te zijn en wel het levend verbranden zonder steniging vooraf.
Hoe weinig verstaat toch de mens van nature de ware gerechtigheid; voor anderen is hij scherp; voor zichzelf echter zacht. Het binnenste van de harten moet in gerechtigheid veranderd worden, opdat men in gerechtigheid zal kunnen handelen.
25. Als zij uit haar vaders huis, voorgebracht werd, om verbrand te worden, schikte zij tot haar zweer, zond zij tot haar schoonvader het drievoudige pand en een bode, om te zeggen: Bij de man, van wie deze dingen zijn, ben ik zwanger; en zij zei, door middel van die bode: Beken toch van wie deze zegelring, en deze snoeren, en deze staf zijn.
Hoe kies handelt Thamar hier! Zij beschuldigt niemand, ook Juda niet, in het openbaar. Zij geeft zelfs de panden uit haar hand en stelt zich daarom geheel vrijwillig ter beschikking van haar schoonvader. Maar ook, hoe weet zij daardoor het gemoed van Juda te vertederen en hem tot openlijke schuldbelijdenis te brengen. Niet alleen tot belijdenis van de laatste zonde, maar ook van de eerste, dat hij haar wederrechtelijk aan Sela heeft onthouden.
26. En Juda kende ze, en zei: Zij is rechtvaardiger dan ik; 1) haar schuld is niet zo groot als de mijne, daarom, omdat ik haar, gelijk ik toch verplicht was, aan mijn zoon Sela niet gegeven heb. Hij liet vervolgens haar, die nochtans reeds zijn vrouw geworden was, in zijn eigen huis brengen. En hij bekende haar voortaan niet meer, om niet het schandelijke, dat in deze omgang gelegen was, voort te zetten.
1) Hier schijnt een keerpunt in Juda’s leven gekomen te zijn. Spoedig vinden wij hem weer met het vaderhuis verenigd (hoofdstuk. 42:1-4); bij zijn vader in bijzondere achting staande (hoofdstuk. 43:1-5; 46:28). Bij Jozef voert hij op welsprekende wijze het woord (hoofdstuk. 44:14-34). Meermalen worden bij hen, die een goede grond van de godvruchtige opvoeding van hun ouders in het hart dragen, zware afdwalingen, wanneer zij bij hen tot bewustzijn komen, middelen en aanleiding tot een des te meer besliste bekering.
Juda verootmoedigde zich hier op een voor God aangename wijze, zodat wij dan ook veilig kunnen aannemen, dat sedert dit uur er een gehele ommekeer in zijn in- en uitwendig leven heeft plaats gehad. God geeft dan ook later nog een zegen op deze vrucht.
III. Gen. 38 vers 27-30
Thamar baart een tweeling, onder bijzondere omstandigheden, doch die, volgens gemaakte ervaringen, niet onmogelijk zijn. Daardoor komt niet het kind, van hetwelk men dit eerst dacht, maar het andere tot de eerstgeboorte. Het een wordt Perez, het andere Zera genoemd.
27. En het geschiedde ten tijde, als zij baren zou, zes maanden, nadat het aan Juda bekend was geworden (vs.24), ziet a) zo waren, evenals vroeger bij Rebekka (hoofdstuk. 25:24) tweelingen in haar buik. 1)
a) 1 Kronieken 2:4
1) Dit was duidelijk een beschikking van God, om Thamar te reinigen van Juda’s bijgelovige verdenking (vs.11) en om de eigenlijke oorzaak aan te wijzen, waarom zijn beide zonen zo spoedig na elkaar hadden moeten sterven; want God, haar zonde niet aanziende, gaf haar met één ontvangenis zaad voor beide mannen.
28. En het geschiedde als zij baarde, dat een de hand uitgaf, dat van het kind, in plaats van het hoofd, een hand te voorschijn kwam; en de vroedvrouw, die aanstonds de verkeerde ligging en de noodzakelijkheid om het om te kerenerkende, nam deze, en zij bond een scharlaken draad om zijn hand, eer zij die terugschoof, om nauwkeurig het kind aan te wijzen, dat het eerst in de geboorte gekomen was, zeggende: Deze komt het eerst uit. Daar toch aan de eerstgeboorte grote rechten verbonden waren, was het van belang nauwkeurige aanwijzing te kunnen geven.
Hoewel Juda voor zijn dwaling en Thamar voor haar ongeoorloofde manoeuvres vergiffenis heeft ontvangen, wil de Heere toch bij de baring zelf een teken geven, om hen beide te vernederen. Want wel was het vroeger geschied bij Jakob en Ezau, maar de reden is verschillend. Wij weten toch, dat voortekenen nu eens ten goede en dan ten kwade kunnen uitgelegd worden. Hier nu is het niet twijfelachtig, of de tweelingen waren bij de baring zelf tekenen van de eerloosheid van de ouders. Want zowel voor hen zelf was het nuttig de herinnering aan hun schande te vernieuwen, als ook was het tot een publiek voorbeeld, opdat deze schanddaad tot in eeuwigheid bekend zou zijn.
29. Maar het geschiedde, als hij, ten gevolge van de hulp van de vroedvrouw, zijn hand, weer introk, ziet, zo kwam zijn broeder uit, die daardoor van de verhindering, die hem belette uit te komen, vrij geworden was, en zij zei: Hoe zijt gij doorgebroken? op u is de breuke! 1) gij hebt U met geweld de eerstgeboorte genomen! En men noemde hem a) Perez (doorbreker).
a) MATTHEUS.1:3
1) De Joden willen de eersten zijn in de hemel; maar zij trekken de handen van Christus af: de heidenen treden met groot geweld toe, en komen in de vriendschap van Jezus Christus. (MATTHEUS.20:16).
30. En daarna kwam zijn broeder uit, om wiens hand de scharlaken draad was; en men noemde hem Zera (opgang) omdat hij zich het eerst vertoond had.
Van Perez stamt vooreerst Nahezzon af, de vorst van Israël gedurende de tocht door de woestijn (Numeri. 2:5vv.), vervolgens David (Ruth 4:18-22), en eindelijk onze Heiland Jezus Christus. (MATTHEUS.1:1-16). Waarom, zo vragen wij aan het einde van dit hoofdstuk, met Luther, heeft God en de Heilige Geest zulke schandelijke dingen laten optekenen en voor ons bewaren, zodat zij in de Kerk verhaald en gelezen worden? Antwoord. “Opdat niemand op zijn gerechtigheid en wijsheid trots en vermetel zijn, en niemand om zijn zonden wanhopig worde. Ten tweede, opdat blijke, dat Christus geboren is uit vlees, dat zondig en bevlekt was. De Heilige Geest heeft Hem zo diep mogelijk in de zonde willen leggen. Ten derde is ook op te merken, dat God alzo het zaad van Abraham aangenomen en verkoren heeft, dat Hij ook de arme heidenen naar het vlees niet heeft willen verwerpen en zij naar de natuurlijke rechten ook moeders, broeders, vaders en zusters van Christus zijn moesten.” Hetzelfde geldt van de Moabietische Ruth en de hoer Rachab, die beiden als de stammoeders van Christus genoemd worden.
Ja, Thamar is gewis een van die Bijbelheiligen, gelijk het gereformeerde hart die erkent en eert; wel overtuigd dat zij mensen bleven en daarom ook hun zonden hadden; vastelijk gelovende, dat al wat er goeds en innigs uit hen sprak en werkte, alleen een gave van Gods genade was; Thamar neemt een eervolle plaats in onder dat viertal vrouwen, die ons in het geslachtsregister van de Heere genoemd worden: Thamar, Rachab, Ruth en Bathseba. Al deze vrouwen, op wier hoofse vroomheid veel af te dingen zou hebben, munten toch evenwel gelijk door één gemeenschappelijken karaktertrek uit: door de toewijding van een alleswagende en alles opofferende liefde, die niet de lusten van het vlees, maar die, in en door de vleselijke vereniging, de persoon zelf en, in deze, wederom een hoger doel najagen. Dat is het hoogste en reinste in de echt vrouwelijke liefde, die ach zo schaars gevonden wordt. Deze liefde geeft zichzelf, en denkt niet om en ducht niets voor zichzelf.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 38
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
JUDA’S BLOEDSCHANDE MET THAMAR
I. Gen. 38 vers 1-11
Nu Jozef niet meer in het vaderhuis tegenwoordig is, worden wij in andere geschiedenissen van dit huis ingeleid, die voor de ontwikkeling van bet rijk van God van bijzondere betekenis zijn. Juda, de vierde zoon van Jakob uit Lea, uit wie het beloofde zaad voortkomen zou (hoofdstuk. 49:8 vv. Openbaring. 5:5 ), vestigt zich te Adullam, huwt daar een Kanaänitische, die hem drie zonen baart. Aan de eerste van deze geeft hij, toen hij opgegroeid was, Thamar tot een vrouw; evenzo aan de tweede, toen de eerste zonder kinderen gestorven was; toen de tweede eveneens door een vroege dood weggenomen was, wilde hij de derde haar niet geven en liet hij haar heengaan naar haar vaders huis.
1. En het geschiedde omstreeks de tijd, dat Jozef door zijn broeders verkocht werd, dat Juda, toen ongeveer 20 of 21 jaar oud, van zijn broeders wegging 1) en zich van het vaderlijk huis te Hebron verwijderde, misschien om het troosteloos klagen van Jakob over het verlies van Jozef (hoofdstuk. 37:35) en Rubens verwijten over de raad, die hij (hoofdstuk. 37:26 vv.) de broeders gegeven had, te ontgaan; of omdat hem het verzwijgen van de misdaad te zwaar was, en hij keerde in tot een man van Adullam (verborgen verblijfplaats), een plaats ongeveer zes uur noordwestelijk in de vlakte van het gebergte van Juda (Jozua 12:15; 15:35; 1 Samuel. 22:1) gelegen, wiens naam was Hira 2) (adel). Aan deze sloot hij zich in vriendschap aan (vs.12,20).
1) Hiermee reeds wil de Schrift wijzen op de eerste van veel zondige daden van Juda. Zijn heengaan, zijn weggaan van zijn broeders is of wordt de bron van vele zedelijke rampen.
2) Alvorens de geschiedenis van Jozef verder te verhalen, vlecht Mozes hier de geschiedenis van Juda in, welke van meer belang is dan men zou denken, daar zij met de afkomst van de Verlosser in verband staat.
2. En a) Juda zag aldaar de dochter van een Kanaänitisch man, wiens naam was Sua (rijkdom); en hij nam haar tot vrouw, en ging tot haar in.
a) 1 Kor.2:3
3. En zij werd bevrucht en baarde een zoon, en hij noemde hem Er (wachter).
4. Daarna werd zij weer bevrucht en baarde een zoon, en zij noemde hem Onan (kracht).
5. En zij voer nog voort, en baarde een zoon, en noemde zijn naam a) Sela (vrede); doch hij was te Chezib (misleiding), of Achsib, eveneens in de vlakte van Juda gelegen (Jozua 15:44; 19:29) toen zij hem baarde.
a) Numeri. 26:20
6. Juda nu nam een vrouw voor Er, zijn eerstgeborene, die waarschijnlijk toen nog zeer jong was; en haar naam was Thamar (palm).
7. Maar Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in de ogen des HEREN, daarom doodde hem de HEERE, 1) nam hem door een vroegtijdige dood weg, welke onmiskenbaar een goddelijk gericht was (Psalm. 55:23 Spreuken. 10:27 ).
1) Juda’s losrukken van zijn vaderhuis, dat aanleiding tot zijn huwelijk gegeven had, liet verwachten, dat hij geen zegen kon hebben. Het volgende bevestigt dan ook, hoe groot een gevaar er voor Jakob’s zonen in lag, om door huwelijken met Kanaänitische vrouwen (hoofdstuk. 46:10) de roeping van hun stam te vergeten, en in de zonde van Kanaän weg te zinken. De in dit hoofdstuk vermelde gruwelen bewijzen genoegzaam, dat de door Jozefs wegvoering reeds voorbereide verplaatsing van het uitverkoren geslacht naar Egypte noodzakelijk was, wanneer het voor verderfelijken invloed van de Kanaänieten beveiligd zou worden.
8. Toen zei Juda tot Onan, zijn iets jongere zoon: Ga in tot uw broeders vrouw, en trouw haar in uw broeders naam, en verwek uw broeder nakomelingen. 1)
1) De hier voor de eerste maal vermelde Leviraats-echt, die ook bij de Indianen, Perzen en andere volken van Azië en Afrika gevonden wordt, is niet gegrond op een goddelijk bevel, maar op een oude, misschien uit Chaldea afkomstige gewoonte; zij bestond daarin, dat wanneer een gehuwd man zonder mannelijke nakomelingen stierf, diens broeder, of, zo er geen broeder was, de naastvolgende bloedverwant, verplicht was de weduwe te huwen, en de bij haar verwekten eerstgeborene als de zoon van de gestorvene in de geslachtsregisters te laten opnemen. De Mozaïsche wet heeft deze gewoonte niet opgeheven, maar in Deuteronomium. 25:5 vv. slechts in zoverre beperkt, dat zij meer een plicht van liefde dan een wettige dwang was. Wie die plicht niet wilde vervullen, was van de wettige dwang vrij, wanneer hij de smaad van het niet vervullen van een liefdeplicht aan de gestorvene wilde dragen.
Ofschoon omtrent deze huwelijken met de broeder, opdat de overgebleven broeder aan de gestorvene nakomelingen zou verwekken, geen wet iets had voorgeschreven, behoeft het toch geen verwondering te wekken, dat de mensen daartoe alleen door een natuurlijk instinct geneigd zijn. Want daar enkele mensen geboren worden om het gehele menselijke geslacht in stand te houden, schijnt de natuur geweld aangedaan te zijn, indien iemand zonder kinderen sterft. Zij hebben het voor menselijk gehouden, enige naam voor de gestorvene te verwerven, waaruit bleek, dat zij hadden bestaan. Doch één reden was er bovenal dat de kinderen van de overgebleven broeder aan de gestorvene werden toegerekend, opdat er niet één dorre tak in de familie zou zijn. En op deze wijze hebben zij de smaad van de kinderloosheid opgeheven.
***9. Doch Onan wetende, dat dit zaad voor hem niet zou zijn, 1) zo geschiedde het, als hij tot zijn broeders vrouw inging, dat hij het verspilde op de aarde, om zijn broeder geen nakomelingen te geven.
1) Dit was niet slechts liefdeloosheid jegens de gestorven broeder gepaard met lage hebzucht naar diens bezitting en erfenis, maar tevens een misdaad tegen de goddelijke instelling van de echt en haar doel. Naar deze Onan en zijn gruweldaad heeft de afschuwelijke zonde van de zelfbevlekking de naam van Onanie verkregen. Die zonde is een vermoordster van de kracht van de voortplanting, een duivelse misdaad, tegen zijn nakomelingen en tegen zijn eigen leven. Die onnatuurlijke gruwel is zelfmoordend, als een pest, die in het duistere voortsluipt en ziel en lichaam verderft.
Door zijn huwelijk met de weduwe van Er bleef Onan nog immer de tweede. Hem viel niet de erfenis van zijn broeder ten deel, maar de zoon, welke hij bij Thamar gewinnen zou. De zonde hier beschreven en veroordeeld, wordt in onze dagen openlijk verkondigd, aangeprezen en verdedigd. Zo diep is ons geslacht verbasterd.
10. En het was kwaad in de ogen van de HEERE wat hij deed, daarom doodde Hij hem ook. 1)
1) Ziet gij die jongeman met dat bleke gelaat, met die ingevallen ogen, met die wankelende tred. Het liefst is hij in de eenzaamheid; zijn lichtgeraaktheid en ontevredenheid stoten de makkers van hem af; tot inspanning van lichaam en geest is hij ongeschikt; laat neerliggen in de morgenstond, vroeg zich neerleggen in de avond, gedurig als in een halve slaap; zo sleept hij het leven voort. Dat is een Onanist. Ontvlucht hem, reine van deze zonde! opdat hij u niet lere, wat de oorzaak van zijn ellende is! Wat zal ervan hem worden? Bezoekt na weinig tijd die ziekenkamer; daar ligt die zelfmoordenaar verlamd terneer, om spoedig te sterven, of wellicht kunt ge hem in het gesticht van de krankzinnigen vinden. Wordt hij daarvoor nog bewaard, in de maatschappij betekent hij nimmer veel; hij is gespaard om een verbleekt, ziekelijk kroost te aanschouwen. Mijdt, jongelingen! die zonde; zij is een uitvinding van de hel. Zij is erger dan de pest.
11. Toen zei 1) Juda tot Thamar zijn schoondochter: Blijf weduwe in uw vaders huis, totdat mijn zoon Sela groot wordt. Hij was echter geenszins voornemens haar ook deze man te geven, maar zocht slechts van de eerder gemelde gewoonte vrij te worden; want hij zei, daar hij volgens het gewone bijgeloof, Thamar voor een haar mannen verderf aanbrengende vrouw aanzag: Dat niet misschien deze ook sterve, gelijk zijn broeders! Zo, met zulk een hoop op de toekomst, ging Thamar heen naar Enaïm of Enam (Jozua 15:34) van waar zij afstamde (vs.14) en zij bleef in haar vaders huis, gelijk verstoten vrouwen of weduwen pleegden te doen (Leviticus. 22:13).
1) Mozes doet uitkomen, dat Thamar niet vrij was, om met een ander gezin zich door een huwelijk te verbinden, zolang Juda haar onder zijn macht wilde houden. Wel is het mogelijk, dat zij zich uit eigen beweging aan de macht van haar schoonvader heeft onderworpen, hoewel zij had kunnen weggaan. Deze woorden schijnen echter te betekenen, dat het èn gewoonte was èn tot de zeden behoorde, dat Thamar niet in een andere familie mocht overgaan, tenzij met toestemming van haar schoonvader, totdat er een opvolger was, die bij haar zaad kon verwekken. Hoe het ook zij, Juda handelde zeer onbillijk, door haar geheel aan zich verbonden te houden hoewel hij besloten had, haar te bedriegen. Er was geen enkele reden voor, waarom hij weigerde, haar uit zijn huis als een vrije te laten gaan, tenzij dat hij bezorgd geweest is, dat men hem van onbestendigheid zou beschuldigen. Maar deze nauwgezetheid moest niet zo erg zijn dat hij jegens zijn dochter trouweloos en wreed werd. Voeg er nog bij, dat dit onrecht uit een verkeerde mening was ontstaan, daar hij, de oorzaak van de dood van zijn zonen niet overwegende, vals en onrechtvaardig de schuld overbrengt op een onschuldige vrouw. Hij gelooft, dat een huwelijk met Thamar ongelukkig is, waarom laat hij dan niet toe, dat zij voor zichzelf zorg draagt en elders een man zoekt? Maar ook hier handelt hij verkeerd, dat, terwijl de oorzaak van hun dood bij de zonen zelf schuilt, hij, omtrent Thamar zelf, wie hij niets kan toerekenen, een verkeerd oordeel velt. Waaruit wij leren, dat, zo dikwijls ons iets ongunstigs te beurt valt, wij niet op een ander de schuld moeten werpen, noch vermoedens koesteren, maar zelf onze zonden onderzoeken. En dat wij er ons voor wachten, om zulk een dwaze schaamte te hebben, dat, terwijl wij ons beijveren, om onze naam bij de mensen zuiver te houden, wij meer zorg besteden, om voor God een goed geweten te hebben.
II. Gen. 38 vers 12-26
Als Thamar ziet, dat haar schoonvader haar zijn derde zoon onthoudt, plaatst zij zich gesluierd aan de weg. Juda komt tot haar; zij wordt zwanger en zal nu, als echtbreekster verbrand worden; bij haar wegvoering zendt zij hem drie panden die zij van hem geëist had, waarop deze zijn zonde erkent en haar vrijspreekt.
12. Als nu vele dagen verlopen waren, en Sela volkomen de leeftijd bereikt had, waarop zijn beide gestorven broeders haar gegeven waren, stierf de dochter van Sua, 1) de vrouw van Juda! daarna troostte zich Juda 2) (hoofdstuk. 50:10) en hij ging op tot zijn schaapscheerders, 3)om het gebruikelijke feest met hen te houden (hoofdstuk. 31:19), naar Timna toe, op het gebergte (Jozua 15:10,57; 19:43) hij, en Hira, zijn vriend, de Adullamiet.
1) “De dochter van Sua.” Het is wel opmerkelijk, dat nimmer de naam van Juda’s vrouw genoemd wordt. Ongetwijfeld, daar dit huwelijk niet naar de wil van de Heere was.
2) D.w.z. Hij hield op met treuren, ook omdat de dagen van rouwbedrijven voorbij waren.
3) Het schaapscheren was een grote gebeurtenis in het herderlijke leven, en werd gevolgd door grote feesten, waarop vrienden en buren genodigd werden. Daarom nam Juda ook Hira, de Adullamiet, mee.
13. En men gaf Thamar te kennen, zeggende: Zie uw schoonvader gaat op naar Timna, om zijn schapen te scheren.
Mozes verhaalt, hoe Thamar zich over de aangedane belediging gewroken heeft. In het begin heeft zij de list niet bemerkt, wel in het vervolg van tijd. Nadat Sela groot was geworden, ziende dat hij haar onthouden werd, heeft zij op wraak gezind. Er is volstrekt geen twijfel aan, of lang heeft zij bij zichzelf geaarzeld en als het ware over dit plan nagedacht. Want de boodschap, omtrent de reis van Juda, is haar niet als bij toeval geworden, maar daar zij op een gelegenheid zinde, heeft zij wachters aangesteld, die bijzonder op zijn daden zouden letten. Ofschoon nu het plan schandelijk was en een eerbare vrouw onwaardig, vermindert echter de omstandigheid iets van de misdaad, omdat zij de omgang met Juda niet gezocht heeft, dan toen hij zonder vrouw was. Maar ondertussen wordt zij, door verblindheid van het verstand, door echtbreuk tot een niet minder afschuwelijke misdaad vervoerd. Door de echtbreuk zou de huwelijkstrouw geweld aangedaan worden. Door zulk een bloedschendige daad wordt de natuurlijke eerbaarheid geheel vernietigd. Hierop moet terdege gelet worden, opdat nooit degenen, die beledigd zijn, tot ongeoorloofde middelen de toevlucht nemen. Wellust drijft Thamar niet, om zich aan die zonde over te geven. Wel smart haar het verbod, om te huwen, om thuis zonder kroost te blijven.
Calvijn is dus van oordeel, dat Thamar met de bedoeling is heengegaan, om zich te geven aan Juda, om hem daarmee tevens zijn onrechtvaardigheid tegenover haar voor ogen te houden. Men zou ook kunnen veronderstellen, dat zij dit niet terstond van plan is geweest, maar bedoeld heeft, om door haar vertoning aan die plaats, Juda te laten zien, welke onbillijkheid hij beging, om haar aan zijn zoon te weigeren. Dat zij dus eerst na de vraag van Juda zich tot die zonde geleend heeft.
Ook dr. Van Ronkel is deze mening toegedaan. Immers wij lezen (bladz.407) van zijn “Bijbellezingen.” Hij (n.l. Juda) week tot haar naar de weg en zei: Kom toch, laat mij tot u ingaan;” temeer bewijs voor hetgeen volgt: “want zij wist niet, dat het zijn schoondochter was.” Iets dergelijks had Thamar niet verwacht, ook niet bedoeld; maar zij wist, dat Juda weduwnaar was. Zij had recht op de zoon, die de vader haar echter onthield. Toch wilde zij zo gaarne van het geslacht van het verbond kroost hebben. “Zal het nu wellicht de vader zelf in plaats van de zoon moeten zijn? Mocht zij wellicht daartoe met Er, en Onan niet in nauwer gemeenschap van het vlees treden?” Want dit, dunkt ons, doet de Schrift wel zeer duidelijk uitkomen, dat er eigenlijk geen echtelijke omgang nog tussen Thamar en Juda’s zonen had plaats gevonden. Daarom blijft het vermoeden van gepleegde bloedschande hier dan ook verre.
14. Toen legde zij de kleren van haar weduwschap van zich af, en trok meer prachtige klederen aan; zij bedekte zich met een sluier (hoofdstuk. 24:65), en bedekte zich met deze, om niet gekend te worden; en zette zich aan de ingang, aan de poort van Enaïm, van de twee fonteinen, 1) die op de weg naar Thimna is; zodat Juda wanneer hij van het feest terugkeerde, voorbij haar komen moest: want zij zag, dat Sela groot geworden was en zij hem, evenwel niet tot vrouw was gegeven, gelijk men haar beloofd had (vs.11). Zij wilde zich daarom aan Juda houden, om zaad uit zijn familie te verkrijgen. 2)
1) “De twee fonteinen.” Alzo hebben onze Statenvertalers het Hebreeuwse woord Mynye (Enajim) overgezet. Onze Kanttekenaren tekenen aan: Dit kan ook een stad zijn. Dit is, o.i. ook een betere vertaling. De zin is dan, dat zij zat aan of bij de poort van Enajim of Enam. Jozua 15:34)
2) Om nakomelingen te verkrijgen zagen wij vroeger (hoofdstuk. 19:30 vv.) Lots dochters zich bij hun vader leggen; om zaad uit het uitverkoren geslacht te ontvangen, zien wij later Ruth, op raad van haar schoonmoeder, zich bij Boaz neerleggen (Ruth 3). Onze geschiedenis staat in het midden tussen deze beide: evenals Ruth heeft Thamar het verlangen naar vereniging met het volk van God; met Lots dochters heeft zij de grote dwaling gemeen, dat zij tot het bereiken van haar doel zelfs de bloedschande niet schuwde. Zij handelt dus niet, om bevrediging van vleselijke lust te verkrijgen; integendeel, wat in zulk een geval, ware het mogelijk, zou vermeden geworden zijn, wordt hier gezocht, namelijk de werkelijke ontvangenis, of, om de smaad van de kinderloosheid te ontgaan, of, om een bepaald geslacht te helpen voortplanten.
15. Als Juda haar zag, zo hield hij haar voor een hoer 1) omdat zij haar aangezicht bedekt had, zodat hij zijn schoondochter niet kon herkennen, en de wijze, waarop zij daar tegen de avond terneer zat, hem aan geen andere kon doen denken.
1) Er waren onder de Kanaänieten veel hoeren, voornamelijk, die zich openlijk ter ere van Astarte, de godin van de liefde, prijsgaven, en dan het ontvangen loon haar ten geschenke brachten (Deuteronomium. 23:17 vv.). De geitenbok was een aan Astarte geheiligd dier en werd het liefst haar ten geschenke gebracht.
In het Hebreeuws Zonah. Hieruit blijkt, dat zij niet alleen niet een priesteres van Astarte was, maar ook daarvoor niet door Juda gehouden werd. Dan toch moest het woord Kedéscha gebruikt zijn.
16. En hij week tot haar naar de weg, en zei: kom toch, laat mij tot u ingaan: want hij wist niet, dat zij zijn schoondochter was. En zij zei, sprekende als een hoer, gelijk hij meende dat zij was: Wat zult gij mij geven, dat gij tot mij ingaat? 1)
1) Thamar wil een zeker onderpand hebben, dat zij zich op de genomen wraak over het onrecht kan beroemen. Het is niet twijfelachtig, of God heeft Juda verblind, zoals hij waardig was. Daarvan kwam het dan ook, dat hij de stem van zijn eigen schoondochter niet herkende, met wie hij een bepaalde tijd familiair had omgegaan. Vervolgens indien een onderpand van de beloofde bok moest gegeven worden, hoe dwaas dan, dat hij zijn ring aan een lichtekooi gaf? Daargelaten dat het ongerijmd was, om nog wel een dubbel onderpand te geven. Het staat derhalve vast, dat hij toen van alle oordeel is beroofd geweest en dat dus dit alles om geen andere oorzaak door Mozes is beschreven, dan opdat wij zouden weten, dat het verstand van deze ongelukkige door een rechtvaardig oordeel van God is verduisterd geweest, die zonde met zonde bedekkende, het licht van de Geest heeft uitgedoofd.
17. En hij zei: Ik zal u een geitenbok van de kudde zenden, En zij zei: Zo gij pand zult geven, tot gij hem zendt. 1)
1) Uit deze voorwaarde blijkt genoegzaam, dat het Thamar niet te doen was om bevrediging van zinnelijke begeerten, maar om Juda later op zijn onbillijkheid te wijzen, op zijn ongerechtige handelingen tegenover haar. Het is haar nu te doen, om bij Juda nakomelingschap te verkrijgen, kinderen van het Verbond.
18. Toen zei hij: Wat pand is het, dat ik u geven zal? En zij zei: Uw zegelring en uw snoer, waaraan gij de ring op de borst draagt, en uw staf, die in uw hand is: 1) hetwelk hij haar gaf, en ging tot haar in, en zij ontving bij hem.
1) Zulke panden moesten zodra mogelijk gelost worden, omdat geen man van stand zich gaarne zonder deze tooisels in het openbaar liet zien.
“Ieder van de Babyloniërs,” zegt Herodotus (I, 195) draagt een zegelring door mensenhanden gesneden, en boven op iedere staf is iets gemaakt, een appel of een roos. Dezelfde gewoonte bestond ook in Kanaän, gelijk wij in Juda zien. Deze onderpanden waren bewijzen van aanzien en vertrouwen. Wie iemands zegelring bezat, had het bewijs van zijn ongeschokt vertrouwen. Daarom zegt de Heere van Zerubbabel: En Ik zal u stellen als een zegelring, want Ik heb u verkoren, spreekt de Heere der Heerscharen (Hagg.2:24), om daarmee te betuigen, dat deze door Hem was uitverkoren en Zijn ongeschokt vertrouwen genoot. Zie Jer.22:24.
19. En zij maakte zich op van de plaats op de weg, en ging heen naar haar vaders huis, en legde haar sluier van zich af, en zij trok weer de kleren van haar weduwschap aan. 1)
1) Dat Thamar de kleren van haar weduwschap aantrekt, is weer niet zonder bedoeling en bevestigt de mening, dat zij het vorige niet met slechte bedoelingen gedaan heeft. Met dat aantrekken van die kleren verklaart zij, dat zij de schoondochter van Juda is, de weduwe van zijn zoon Onan.
20. En Juda, toen hij tot zijn huis gekomen was, zond de geitenbok door de hand van zijn vriend, de Adullamiet, om het pand uit de hand van de vrouw te nemen, maar hij vond haar niet.
21. En hij vroeg de lieden van haar plaats, van Enaïn, zeggende: Waar is de hoer, die bij deze twee fonteinen aan de weg was? En zij zeiden: Hier is geen hoer geweest; want Thamar was door niemand daar opgemerkt.
22. En hij keerde weer tot Juda, en zei: Ik heb haar niet gevonden; en ook zeiden de lieden van die plaats: Hier is geen hoer geweest. Wat wilt gij dan doen?
23. Toen zei Juda: Zij neme het voor zich, zij behouden de panden, opdat wij misschien niet, door verder navragen, tot verachting worden; wij hebben gedaan wat wij konden en moesten doen; zie, ik heb deze bok gezonden; maar gij hebt haar niet gevonden. 1)
1) Juda wil veel liever de ring verliezen, dan de zaak verder ruchtbaar maken en stof geven voor de algemene gesprekken. Hij wil liever zijn geld dan zijn goede naam verliezen. Anders had hij er ook voor moeten vrezen, om zo wreed te zijn. Maar hij heeft voornamelijk de schande van de hoererij gevreesd. Waaruit wij zien, dat de mensen, die niet door Gods Geest bestuurd worden, gewoonlijk meer geven om de mening van de wereld, dan wel om het oordeel van God. Want waarom kwam hem, toen hij geprikkeld werd door de lusten van het vlees, niet in de gedachte: ziedaar nu ben ik onteerd bij God en Engelen. Waarom, toen de wellust had uitgewoed, werd hij tenminste niet schaamrood bij de stille overdenking van zijn zonde? Hij achtte het voldoende, zich voor publieke eerloosheid te vrijwaren.
24. En het geschiedde omtrent na drie maanden, dat men Juda te kennen gaf, zeggende: Thamar uw schoondochter heeft gehoereerd, en ook zie, zij is zwanger van hoererij. Zult gij dat ongestraft laten voorbijgaan? Toen zei Juda, als opperhoofd van de familie, en daardoor ook haar rechter: Breng ze hiervoor, dat zij, die als verloofde van mijn zoon zich aan echtbreuk schuldig gemaakt heeft, verbrand worde! 1)
1) Volgens de Mozaïsche wet werden echtbreeksters of bruiden, die haar belofte verbroken hadden, gestenigd (Deuteronomium. 22:20 vv.); op vleselijke omgang met de moeder en de dochter, zowel als op hoererij van dochters van de priesters, stond daarentegen de straf van de verbranding (Leviticus. 20:14; 21:9). Deze laatste straf schijnt in de patriarchale tijd ook voor het eerste geval bepaald geweest te zijn en wel het levend verbranden zonder steniging vooraf.
Hoe weinig verstaat toch de mens van nature de ware gerechtigheid; voor anderen is hij scherp; voor zichzelf echter zacht. Het binnenste van de harten moet in gerechtigheid veranderd worden, opdat men in gerechtigheid zal kunnen handelen.
25. Als zij uit haar vaders huis, voorgebracht werd, om verbrand te worden, schikte zij tot haar zweer, zond zij tot haar schoonvader het drievoudige pand en een bode, om te zeggen: Bij de man, van wie deze dingen zijn, ben ik zwanger; en zij zei, door middel van die bode: Beken toch van wie deze zegelring, en deze snoeren, en deze staf zijn.
Hoe kies handelt Thamar hier! Zij beschuldigt niemand, ook Juda niet, in het openbaar. Zij geeft zelfs de panden uit haar hand en stelt zich daarom geheel vrijwillig ter beschikking van haar schoonvader. Maar ook, hoe weet zij daardoor het gemoed van Juda te vertederen en hem tot openlijke schuldbelijdenis te brengen. Niet alleen tot belijdenis van de laatste zonde, maar ook van de eerste, dat hij haar wederrechtelijk aan Sela heeft onthouden.
26. En Juda kende ze, en zei: Zij is rechtvaardiger dan ik; 1) haar schuld is niet zo groot als de mijne, daarom, omdat ik haar, gelijk ik toch verplicht was, aan mijn zoon Sela niet gegeven heb. Hij liet vervolgens haar, die nochtans reeds zijn vrouw geworden was, in zijn eigen huis brengen. En hij bekende haar voortaan niet meer, om niet het schandelijke, dat in deze omgang gelegen was, voort te zetten.
1) Hier schijnt een keerpunt in Juda’s leven gekomen te zijn. Spoedig vinden wij hem weer met het vaderhuis verenigd (hoofdstuk. 42:1-4); bij zijn vader in bijzondere achting staande (hoofdstuk. 43:1-5; 46:28). Bij Jozef voert hij op welsprekende wijze het woord (hoofdstuk. 44:14-34). Meermalen worden bij hen, die een goede grond van de godvruchtige opvoeding van hun ouders in het hart dragen, zware afdwalingen, wanneer zij bij hen tot bewustzijn komen, middelen en aanleiding tot een des te meer besliste bekering.
Juda verootmoedigde zich hier op een voor God aangename wijze, zodat wij dan ook veilig kunnen aannemen, dat sedert dit uur er een gehele ommekeer in zijn in- en uitwendig leven heeft plaats gehad. God geeft dan ook later nog een zegen op deze vrucht.
III. Gen. 38 vers 27-30
Thamar baart een tweeling, onder bijzondere omstandigheden, doch die, volgens gemaakte ervaringen, niet onmogelijk zijn. Daardoor komt niet het kind, van hetwelk men dit eerst dacht, maar het andere tot de eerstgeboorte. Het een wordt Perez, het andere Zera genoemd.
27. En het geschiedde ten tijde, als zij baren zou, zes maanden, nadat het aan Juda bekend was geworden (vs.24), ziet a) zo waren, evenals vroeger bij Rebekka (hoofdstuk. 25:24) tweelingen in haar buik. 1)
a) 1 Kronieken 2:4
1) Dit was duidelijk een beschikking van God, om Thamar te reinigen van Juda’s bijgelovige verdenking (vs.11) en om de eigenlijke oorzaak aan te wijzen, waarom zijn beide zonen zo spoedig na elkaar hadden moeten sterven; want God, haar zonde niet aanziende, gaf haar met één ontvangenis zaad voor beide mannen.
28. En het geschiedde als zij baarde, dat een de hand uitgaf, dat van het kind, in plaats van het hoofd, een hand te voorschijn kwam; en de vroedvrouw, die aanstonds de verkeerde ligging en de noodzakelijkheid om het om te kerenerkende, nam deze, en zij bond een scharlaken draad om zijn hand, eer zij die terugschoof, om nauwkeurig het kind aan te wijzen, dat het eerst in de geboorte gekomen was, zeggende: Deze komt het eerst uit. Daar toch aan de eerstgeboorte grote rechten verbonden waren, was het van belang nauwkeurige aanwijzing te kunnen geven.
Hoewel Juda voor zijn dwaling en Thamar voor haar ongeoorloofde manoeuvres vergiffenis heeft ontvangen, wil de Heere toch bij de baring zelf een teken geven, om hen beide te vernederen. Want wel was het vroeger geschied bij Jakob en Ezau, maar de reden is verschillend. Wij weten toch, dat voortekenen nu eens ten goede en dan ten kwade kunnen uitgelegd worden. Hier nu is het niet twijfelachtig, of de tweelingen waren bij de baring zelf tekenen van de eerloosheid van de ouders. Want zowel voor hen zelf was het nuttig de herinnering aan hun schande te vernieuwen, als ook was het tot een publiek voorbeeld, opdat deze schanddaad tot in eeuwigheid bekend zou zijn.
29. Maar het geschiedde, als hij, ten gevolge van de hulp van de vroedvrouw, zijn hand, weer introk, ziet, zo kwam zijn broeder uit, die daardoor van de verhindering, die hem belette uit te komen, vrij geworden was, en zij zei: Hoe zijt gij doorgebroken? op u is de breuke! 1) gij hebt U met geweld de eerstgeboorte genomen! En men noemde hem a) Perez (doorbreker).
a) MATTHEUS.1:3
1) De Joden willen de eersten zijn in de hemel; maar zij trekken de handen van Christus af: de heidenen treden met groot geweld toe, en komen in de vriendschap van Jezus Christus. (MATTHEUS.20:16).
30. En daarna kwam zijn broeder uit, om wiens hand de scharlaken draad was; en men noemde hem Zera (opgang) omdat hij zich het eerst vertoond had.
Van Perez stamt vooreerst Nahezzon af, de vorst van Israël gedurende de tocht door de woestijn (Numeri. 2:5vv.), vervolgens David (Ruth 4:18-22), en eindelijk onze Heiland Jezus Christus. (MATTHEUS.1:1-16). Waarom, zo vragen wij aan het einde van dit hoofdstuk, met Luther, heeft God en de Heilige Geest zulke schandelijke dingen laten optekenen en voor ons bewaren, zodat zij in de Kerk verhaald en gelezen worden? Antwoord. “Opdat niemand op zijn gerechtigheid en wijsheid trots en vermetel zijn, en niemand om zijn zonden wanhopig worde. Ten tweede, opdat blijke, dat Christus geboren is uit vlees, dat zondig en bevlekt was. De Heilige Geest heeft Hem zo diep mogelijk in de zonde willen leggen. Ten derde is ook op te merken, dat God alzo het zaad van Abraham aangenomen en verkoren heeft, dat Hij ook de arme heidenen naar het vlees niet heeft willen verwerpen en zij naar de natuurlijke rechten ook moeders, broeders, vaders en zusters van Christus zijn moesten.” Hetzelfde geldt van de Moabietische Ruth en de hoer Rachab, die beiden als de stammoeders van Christus genoemd worden.
Ja, Thamar is gewis een van die Bijbelheiligen, gelijk het gereformeerde hart die erkent en eert; wel overtuigd dat zij mensen bleven en daarom ook hun zonden hadden; vastelijk gelovende, dat al wat er goeds en innigs uit hen sprak en werkte, alleen een gave van Gods genade was; Thamar neemt een eervolle plaats in onder dat viertal vrouwen, die ons in het geslachtsregister van de Heere genoemd worden: Thamar, Rachab, Ruth en Bathseba. Al deze vrouwen, op wier hoofse vroomheid veel af te dingen zou hebben, munten toch evenwel gelijk door één gemeenschappelijken karaktertrek uit: door de toewijding van een alleswagende en alles opofferende liefde, die niet de lusten van het vlees, maar die, in en door de vleselijke vereniging, de persoon zelf en, in deze, wederom een hoger doel najagen. Dat is het hoogste en reinste in de echt vrouwelijke liefde, die ach zo schaars gevonden wordt. Deze liefde geeft zichzelf, en denkt niet om en ducht niets voor zichzelf.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel