Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En Jakob woonde in het land der vreemdelingschappen zijns vaders, in het land Kanaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En JakobH3290woondeH3427 in het landH776 der vreemdelingschappenH4033 zijns vadersH1, in het landH776KanaanH3667.En Jakob woonde in het land der vreemdelingschappen zijns vaders, in het land Kanaan.
KJVAnd Jacob2dwelt1in the land3wherein his father5was a stranger,4in the land6of Canaan.
2Dit zijn Jakobs geschiedenissen. Jozef, zijnde een zoon van zeventien jaren, weidde de kudde met zijn broeders (en hij was een jongeling), met de zonen van Bilha, en de zonen van Zilpa, zijns vaders vrouwen; en Jozef bracht hun kwaad gerucht tot hun vader.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2DitH428 zijn JakobsH3290geschiedenissenH8435. JozefH3130, zijnde een zoonH1121 van zeventienH6240jarenH8141, weiddeH7462 de kuddeH6629metH854 zijn broedersH251 (en hijH1931 was een jongelingH5288), met de zonenH1121 van BilhaH1090, en de zonenH1121 van ZilpaH2153, zijns vadersH1vrouwenH802; en JozefH3130brachtH935 hun kwaadH7451geruchtH1681 tot hun vaderH1.Dit zijn Jakobs geschiedenissen. Jozef, zijnde een zoon van zeventien jaren, weidde de kudde met zijn broeders (en hij was een jongeling), met de zonen van Bilha, en de zonen van Zilpa, zijns vaders vrouwen; en Jozef bracht hun kwaad gerucht tot hun vader.
KJVThese are the generations2of Jacob.3Joseph,4being seventeen7years8old,5was feeding10the flock13with his brethren;12and the lad15was with the sons17of Bilhah,18and with the sons20of Zilpah,21his father's23wives:22and Joseph25brought24unto his father30their evil28report.
1אֵ֣לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2תֹּלְד֣וֹתH8435geboorten, geslachten, geschiedenissenbirth, generations3יַעֲקֹ֗בH3290Jakob, JakobsJacob4יוֹסֵ֞ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)5בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6שְׁבַֽעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)7עֶשְׂרֵ֤הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)8שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9הָיָ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10רֹעֶ֤הH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste11אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix12אֶחָיו֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'13בַּצֹּ֔אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)14וְה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15נַ֗עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)16אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix17בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth18בִלְהָ֛הH1090BilhaBilhah19וְאֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix20בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth21זִלְפָּ֖הH2153ZilpaZilpah22נְשֵׁ֣יH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English23אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'24וַיָּבֵ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way25יוֹסֵ֛ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)26אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)27דִּבָּתָ֥םH1681kwaad gerucht, gerucht, naspraakdefaming, evil report, infamy, slander28רָעָ֖הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)29אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)30אֲבִיהֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
3En Israel had Jozef lief, boven al zijn zonen; want hij was hem een zoon des ouderdoms; en hij maakte hem een veelvervigen rok.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En IsraelH3478 had JozefH3130liefH157, boven alH3605 zijn zonenH1121; wantH3588 hij was hem een zoonH1121 des ouderdomsH2208; en hij maakteH6213 hem een veelvervigenH6446rokH3801.En Israel had Jozef lief, boven al zijn zonen; want hij was hem een zoon des ouderdoms; en hij maakte hem een veelvervigen rok.
KJVNow Israel1loved2Joseph4more than all his children,6because he was the son8of his old age:9and he made12him a coat14of many colours.
1וְיִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael2אָהַ֤בH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יוֹסֵף֙H3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)5מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6בָּנָ֔יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9זְקֻנִ֥יםH2208ouderdom, ouderdomsold age10ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11ל֑וֹ12וְעָ֥שָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13ל֖וֹ14כְּתֹ֥נֶתH3801rok, rokken, rokscoat, garment, robe15פַּסִּֽיםH6446veelvervigen(divers) colours
4Als nu zijn broeders zagen, dat hun vader hem boven al zijn broederen liefhad, haatten zij hem, en konden hem niet vredelijk toespreken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Als nu zijn broedersH251zagenH7200, datH3588 hun vaderH1 hem boven alH3605 zijn broederenH251liefhadH157, haattenH8130 zij hem, en kondenH3201 hem nietH3808vredelijkH7965toesprekenH1696.Als nu zijn broeders zagen, dat hun vader hem boven al zijn broederen liefhad, haatten zij hem, en konden hem niet vredelijk toespreken.
KJVAnd when his brethren2saw1that their father6loved5him more than all his brethren,8they hated9him, and could12not speak13peaceably
1וַיִּרְא֣וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֶחָ֗יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'3כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4אֹת֞וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אָהַ֤בH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend6אֲבִיהֶם֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8אֶחָ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9וַֽיִּשְׂנְא֖וּH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly10אֹת֑וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יָכְל֖וּH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer13דַּבְּר֥וֹH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work14לְשָׁלֹֽםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
5Ook droomde Jozef een droom, dien hij aan zijn broederen vertelde; daarom haatten zij hem nog te meer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Ook droomdeH2492JozefH3130 een droomH2472, dien hij aan zijn broederenH251verteldeH5046; daarom haattenH8130 zij hem nog te meer.Ook droomde Jozef een droom, dien hij aan zijn broederen vertelde; daarom haatten zij hem nog te meer.
KJVAnd Joseph2dreamed1a dream,3and he told4it his brethren:5and they hated8him yet the more.
1וַיַּחֲלֹ֤םH2492gedroomd, droomde, dromen(cause to) dream(-er), be in good liking, recover2יוֹסֵף֙H3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3חֲל֔וֹםH2472droom, dromen, droomsdream(-er)4וַיַּגֵּ֖דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter5לְאֶחָ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'6וַיּוֹסִ֥פוּH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield7ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)8שְׂנֹ֥אH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly9אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
6En hij zeide tot hen: Hoort toch dezen droom, dien ik gedroomd heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En hij zeideH559totH413 hen: HoortH8085tochH4994dezenH2088droomH2472, dien ik gedroomdH2492 heb.En hij zeide tot hen: Hoort toch dezen droom, dien ik gedroomd heb.
KJVAnd he said1unto them, Hear,3I pray you, this dreamwhich I have dreamed:
1וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3שִׁמְעוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4נָ֕אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh5הַחֲל֥וֹםH2492gedroomd, droomde, dromen(cause to) dream(-er), be in good liking, recover6הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8חָלָֽמְתִּיH2492gedroomd, droomde, dromen(cause to) dream(-er), be in good liking, recover
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7En ziet, wij waren schoven bindende in het midden des velds; en ziet, mijn schoof stond op, en bleef ook staande; en ziet, uw schoven kwamen rondom, en bogen zich neder voor mijn schoof.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En ziet, wij waren schovenH485bindendeH481 in het middenH8432 des veldsH7704; en zietH2009, mijn schoofH485stondH6965 op, en bleefH1571 ook staandeH5324; en zietH2009, uw schovenH485 kwamen rondomH5437, en bogenH7812 zich neder voor mijn schoofH485.En ziet, wij waren schoven bindende in het midden des velds; en ziet, mijn schoof stond op, en bleef ook staande; en ziet, uw schoven kwamen rondom, en bogen zich neder voor mijn schoof.
KJVFor, behold, we were binding3sheaves4in the field,6and, lo, my sheaf9arose,8and also stood upright;11and, behold, your sheaves14stood round about,13and made obeisance15to my sheaf.
1וְ֠הִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see2אֲנַ֜חְנוּH587wijourselves, us, we3מְאַלְּמִ֤יםH481stom, verstomd, bindendebind, be dumb, put to silence4אֲלֻמִּים֙H485schoven, schoofsheaf5בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)6הַשָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild7וְהִנֵּ֛הH2009ziet, ziebehold, lo, see8קָ֥מָהH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)9אֲלֻמָּתִ֖יH485schoven, schoofsheaf10וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea11נִצָּ֑בָהH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state12וְהִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see13תְסֻבֶּ֨ינָה֙H5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)14אֲלֻמֹּ֣תֵיכֶ֔םH485schoven, schoofsheaf15וַתִּֽשְׁתַּחֲוֶ֖יןָH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship16לַאֲלֻמָּתִֽיH485schoven, schoofsheaf
8Toen zeiden zijn broeders tot hem: Zult gij dan ganselijk over ons regeren: zult gij dan ganselijk over ons heersen? Zo haatten zij hem nog te meer, om zijn dromen en om zijn woorden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen zeidenH559 zijn broedersH251 tot hem: Zult gij dan ganselijk overH5921 ons regerenH4427: zult gij dan ganselijk overH5921 ons heersenH4910? ZoH518haattenH8130 zij hem nog te meer, om zijn dromenH2472 en om zijn woordenH1697.Toen zeiden zijn broeders tot hem: Zult gij dan ganselijk over ons regeren: zult gij dan ganselijk over ons heersen? Zo haatten zij hem nog te meer, om zijn dromen en om zijn woorden.
Ook in dit vers
ganselijkH4427
ganselijkH4910
KJVAnd his brethren3said1to him, Shalt thou indeed4reign5over us? or shalt thou indeed8have dominion9over us? And they hated13him yet the more11for his dreams,16and for his words.
1וַיֹּ֤אמְרוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לוֹ֙3אֶחָ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4הֲמָלֹ֤ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely5תִּמְלֹךְ֙H4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely6עָלֵ֔ינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8מָשׁ֥וֹלH4910heersen, heerst, heerser(have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power9תִּמְשֹׁ֖לH4910heersen, heerst, heerser(have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power10בָּ֑נוּ11וַיּוֹסִ֤פוּH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield12עוֹד֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)13שְׂנֹ֣אH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly14אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16חֲלֹמֹתָ֖יוH2472droom, dromen, droomsdream(-er)17וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18דְּבָרָֽיוH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
9En hij droomde nog een anderen droom, en verhaalde dien aan zijn broederen; en hij zeide: Ziet, ik heb nog een droom gedroomd, en ziet, de zon, en de maan en elf sterren bogen zich voor mij neder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En hij droomdeH2492nogH5750 een anderen droomH2472, en verhaaldeH5608 dien aan zijn broederenH251; en hij zeideH559: Ziet, ik heb nogH5750 een droomH2472gedroomdH2492, en zietH2009, de zonH8121, en de maanH3394 en elfH6240sterrenH3556bogenH7812 zich voor mij neder.En hij droomde nog een anderen droom, en verhaalde dien aan zijn broederen; en hij zeide: Ziet, ik heb nog een droom gedroomd, en ziet, de zon, en de maan en elf sterren bogen zich voor mij neder.
KJVAnd he dreamed1yet another4dream,3and told5it his brethren,7and said,8Behold, I have dreamed10a dream11more; and, behold, the sun14and the moon15and the eleven17stars18made obeisance
1וַיַּחֲלֹ֥םH2492gedroomd, droomde, dromen(cause to) dream(-er), be in good liking, recover2עוֹד֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3חֲל֣וֹםH2472droom, dromen, droomsdream(-er)4אַחֵ֔רH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange5וַיְסַפֵּ֥רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer6אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7לְאֶחָ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9הִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see10חָלַ֤מְתִּֽיH2492gedroomd, droomde, dromen(cause to) dream(-er), be in good liking, recover11חֲלוֹם֙H2472droom, dromen, droomsdream(-er)12ע֔וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)13וְהִנֵּ֧הH2009ziet, ziebehold, lo, see14הַשֶּׁ֣מֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)15וְהַיָּרֵ֗חַH3394maanmoon. Yrechow. See H3405 (יְרִיחוֹ)16וְאַחַ֤דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,17עָשָׂר֙H6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)18כּֽוֹכָבִ֔יםH3556sterren, sterstar(-gazer)19מִֽשְׁתַּחֲוִ֖יםH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship20לִֽי
10En als hij het aan zijn vader en aan zijn broederen verhaalde, bestrafte hem zijn vader, en zeide tot hem: Wat is dit voor een droom, dien gij gedroomd hebt; zullen wij dan ganselijk komen, ik, en uw moeder, en uw broeders, om ons voor u ter aarde te buigen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En als hij het aanH413 zijn vaderH1 en aanH413 zijn broederenH251verhaaldeH5608, bestrafteH1605 hem zijn vaderH1, en zeideH559 tot hem: Wat is ditH2088 voor een droomH2472, dien gij gedroomdH2492 hebt; zullen wij dan ganselijkH935komenH935, ikH589, en uw moederH517, en uw broedersH251, om ons voor u ter aardeH776 te buigenH7812?En als hij het aan zijn vader en aan zijn broederen verhaalde, bestrafte hem zijn vader, en zeide tot hem: Wat is dit voor een droom, dien gij gedroomd hebt; zullen wij dan ganselijk komen, ik, en uw moeder, en uw broeders, om ons voor u ter aarde te buigen?
KJVAnd he told1it to his father,3and to his brethren:5and his father8rebuked6him, and said9unto him, What is this dream12that thou hast dreamed?15Shall I and thy mother19and thy brethren20indeed16come17to bow down21ourselves to thee to the earth?
1וַיְסַפֵּ֣רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אָבִיו֮H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אֶחָיו֒H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'6וַיִּגְעַרH1605gescholden, schelde, scheldencorrupt, rebuke, reprove7בּ֣וֹ8אָבִ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10ל֔וֹ11מָ֛הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why12הַחֲל֥וֹםH2472droom, dromen, droomsdream(-er)13הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)14אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15חָלָ֑מְתָּH2492gedroomd, droomde, dromen(cause to) dream(-er), be in good liking, recover16הֲב֣וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17נָב֗וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way18אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who19וְאִמְּךָ֣H517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting20וְאַחֶ֔יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'21לְהִשְׁתַּחֲוֺ֥תH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship22לְךָ֖23אָֽרְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
11Zijn broeders dan benijdden hem; doch zijn vader bewaarde deze zaak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Zijn broedersH251 dan benijddenH7065 hem; doch zijn vaderH1bewaardeH8104 deze zaakH1697.Zijn broeders dan benijdden hem; doch zijn vader bewaarde deze zaak.
KJVAnd his brethren3envied1him; but his father4observed5the saying.
1וַיְקַנְאוּH7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)2ב֖וֹ3אֶחָ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4וְאָבִ֖יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5שָׁמַ֥רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַדָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
12En zijn broeders gingen heen, om de kudde van hun vader te weiden bij Sichem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En zijn broedersH251gingenH3212 heen, om de kuddeH6629 van hun vaderH1 te weidenH7462 bij SichemH7927.En zijn broeders gingen heen, om de kudde van hun vader te weiden bij Sichem.
KJVAnd his brethren2went1to feed3their father's6flock5in Shechem.
1וַיֵּלְכ֖וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2אֶחָ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'3לִרְע֛וֹתH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste4אֶׄתׄH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5צֹ֥אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)6אֲבִיהֶ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7בִּשְׁכֶֽםH7927Sichem, SichemsShechem
13Zo zeide Israel tot Jozef: Weiden uw broeders niet bij Sichem? Kom, dat ik u tot hen zende. En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Zo zeideH559IsraelH3478totH413JozefH3130: WeidenH7462 uw broedersH251nietH3808 bij SichemH7927? KomH3212, dat ik u tot hen zendeH7971. En hij zeideH559 tot hem: ZieH2009, hier ben ik!Zo zeide Israel tot Jozef: Weiden uw broeders niet bij Sichem? Kom, dat ik u tot hen zende. En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!
KJVAnd Israel2said1unto Joseph,4Do not thy brethren6feed7the flock in Shechem?8come,9and I will send thee10unto them. And he said
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יוֹסֵ֗ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)5הֲל֤וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6אַחֶ֨יךָ֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'7רֹעִ֣יםH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste8בִּשְׁכֶ֔םH7927Sichem, SichemsShechem9לְכָ֖הH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak10וְאֶשְׁלָחֲךָ֣H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)11אֲלֵיהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13ל֖וֹ14הִנֵּֽנִיH2009ziet, ziebehold, lo, see
14En hij zeide tot hem: Ga toch heen, zie naar den welstand van uw broederen, en naar den welstand van de kudde, en breng mij een woord wederom. Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En hij zeideH559 tot hem: GaH3212tochH4994 heen, zieH7200 naar den welstandH7965 van uw broederenH251, en naar den welstandH7965 van de kuddeH6629, en brengH7725 mij een woordH1697wederomH7725. Zo zondH7971 hij hem uit het dalH6010HebronH2275, en hij kwamH935 te SichemH7927.En hij zeide tot hem: Ga toch heen, zie naar den welstand van uw broederen, en naar den welstand van de kudde, en breng mij een woord wederom. Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem.
KJVAnd he said1to him, Go,3I pray thee, see5whether it be well7with thy brethren,8and well10with the flocks;11and bring12me word13again.So he sent14him out of the vale15of Hebron,16and he came17to Shechem.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2ל֗וֹ3לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4נָ֨אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh5רְאֵ֜הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7שְׁל֤וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly8אַחֶ֨יךָ֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10שְׁל֣וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly11הַצֹּ֔אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)12וַהֲשִׁבֵ֖נִיH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13דָּבָ֑רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14וַיִּשְׁלָחֵ֨הוּ֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)15מֵעֵ֣מֶקH6010dal, dals, dalendale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק)16חֶבְר֔וֹןH2275HebronHebron17וַיָּבֹ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way18שְׁכֶֽמָהH7927Sichem, SichemsShechem
15En een man vond hem (want ziet, hij was dwalende in het veld); zo vraagde hem deze man, zeggende: Wat zoekt gij?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En een manH376vondH4672 hem (want zietH2009, hij was dwalendeH8582 in het veldH7704); zo vraagdeH7592 hem deze manH376, zeggendeH559: WatH4100zoektH1245 gij?En een man vond hem (want ziet, hij was dwalende in het veld); zo vraagde hem deze man, zeggende: Wat zoekt gij?
KJVAnd a certain man2found him,1and, behold, he was wandering4in the field:5and the man7asked him,6saying,8What seekest
1וַיִּמְצָאֵ֣הוּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on2אִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see4תֹעֶ֖הH8582dwalen, dolen, verleid(cause to) go astray, deceive, dissemble, (cause to, make to) err, pant, seduce, (make to) stagger, (cause to) wander, be out of the way5בַּשָּׂדֶ֑הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild6וַיִּשְׁאָלֵ֧הוּH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish7הָאִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8לֵאמֹ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why10תְּבַקֵּֽשׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)
16En hij zeide: Ik zoek mijn broederen; geef mij toch te kennen, waar zij weiden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En hij zeideH559: Ik zoekH1245 mijn broederenH251; geefH5046 mij tochH4994 te kennenH5046, waar zijH1992weidenH7462.En hij zeide: Ik zoek mijn broederen; geef mij toch te kennen, waar zij weiden.
KJVAnd he said,1I seek5my brethren:3tell6me, I pray thee, where9they feed
1וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אַחַ֖יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4אָנֹכִ֣יH595ik, mijI, me, [idiom] which5מְבַקֵּ֑שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)6הַגִּֽידָהH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter7נָּ֣אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh8לִ֔י9אֵיפֹ֖הH375waarwhat manner, where10הֵ֥םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye11רֹעִֽיםH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste
17Zo zeide die man: Zij zijn van hier gereisd; want ik hoorde hen zeggen: Laat ons naar Dothan gaan. Jozef dan ging zijn broederen na, en vond hen te Dothan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Zo zeideH559 die manH376: Zij zijn van hier gereisdH5265; wantH3588 ik hoordeH8085 hen zeggenH559: Laat ons naar DothanH1886gaanH3212. JozefH3130 dan ging zijn broederenH251naH310, en vondH4672 hen te DothanH1886.Zo zeide die man: Zij zijn van hier gereisd; want ik hoorde hen zeggen: Laat ons naar Dothan gaan. Jozef dan ging zijn broederen na, en vond hen te Dothan.
KJVAnd the man2said,1They are departed3hence;4for I heard6them say,7Let us go8to Dothan.9And Joseph11went10after12his brethren,13and found14them in Dothan.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הָאִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3נָסְע֣וּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way4מִזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)5כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6שָׁמַ֨עְתִּי֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness7אֹֽמְרִ֔יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8נֵלְכָ֖הH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak9דֹּתָ֑יְנָהH1886DothanDothan. h10וַיֵּ֤לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak11יוֹסֵף֙H3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)12אַחַ֣רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with13אֶחָ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'14וַיִּמְצָאֵ֖םH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on15בְּדֹתָֽןH1886DothanDothan. h
18En zij zagen hem van verre; en eer hij tot hen naderde, sloegen zij tegen hem een listigen raad, om hem te doden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En zij zagenH7200 hem van verreH7350; en eerH2962 hij tot hen naderdeH7126, sloegenH5230 zij tegen hem een listigen raadH5230, om hem te dodenH4191.En zij zagen hem van verre; en eer hij tot hen naderde, sloegen zij tegen hem een listigen raad, om hem te doden.
KJVAnd when they saw1him afar off,3even before he came near5unto them, they conspired7against him to slay
1וַיִּרְא֥וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מֵרָחֹ֑קH7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come4וּבְטֶ֨רֶם֙H2962eer, terwijlbefore, ere, not yet5יִקְרַ֣בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take6אֲלֵיהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7וַיִּֽתְנַכְּל֥וּH5230bedrieger, listig tegenbedacht, listigen raadbeguile, conspire, deceiver, deal subtilly8אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9לַהֲמִיתֽוֹH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
19En zij zeiden de een tot den ander: Ziet, daar komt die meester-dromer aan!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En zij zeidenH559 de een totH413 den anderH251: ZietH2009, daar komtH935 die meesterH1167-dromer aan!En zij zeiden de een tot den ander: Ziet, daar komt die meester-dromer aan!
KJVAnd they said1one2to another,4Behold, this8dreamer6cometh.
1וַיֹּאמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אָחִ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'5הִנֵּ֗הH2009ziet, ziebehold, lo, see6בַּ֛עַלH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of7הַחֲלֹמ֥וֹתH2472droom, dromen, droomsdream(-er)8הַלָּזֶ֖הH1976this9בָּֽאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
20Nu komt dan, en laat ons hem doodslaan, en hem in een dezer kuilen werpen; en wij zullen zeggen: een boos dier heeft hem opgegeten; zo zullen wij zien, wat van zijn dromen worden zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Nu komtH3212 dan, en laat ons hem doodslaanH2026, en hem in een dezer kuilenH953werpenH7993; en wij zullen zeggenH559: een boosH7451 dier heeft hem opgegetenH398; zo zullen wij zienH7200, watH4100 van zijnH1961dromenH2472 worden zal.Nu komt dan, en laat ons hem doodslaan, en hem in een dezer kuilen werpen; en wij zullen zeggen: een boos dier heeft hem opgegeten; zo zullen wij zien, wat van zijn dromen worden zal.
KJVCome2now therefore, and let us slay3him, and cast4him into some5pit,6and we will say,7Some evil9beast8hath devoured10him: and we shall see11what will become of his dreams.
1וְעַתָּ֣הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2לְכ֣וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3וְנַֽהַרְגֵ֗הוּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely4וְנַשְׁלִכֵ֨הוּ֙H7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw5בְּאַחַ֣דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,6הַבֹּר֔וֹתH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well7וְאָמַ֕רְנוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8חַיָּ֥הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop9רָעָ֖הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)10אֲכָלָ֑תְהוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite11וְנִרְאֶ֕הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why13יִּהְי֖וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14חֲלֹמֹתָֽיוH2472droom, dromen, droomsdream(-er)
21Ruben hoorde dat, en verloste hem uit hun hand; en hij zeide: Laat ons hem niet aan het leven slaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21RubenH7205hoordeH8085 dat, en verlosteH5337 hem uit hun handH3027; en hij zeideH559: Laat ons hem nietH3808 aan het levenH5315slaanH5221.Ruben hoorde dat, en verloste hem uit hun hand; en hij zeide: Laat ons hem niet aan het leven slaan.
KJVAnd Reuben2heard1it, and he delivered3him out of their hands;4and said,5Let us not kill7
1וַיִּשְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2רְאוּבֵ֔ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben3וַיַּצִּלֵ֖הוּH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)4מִיָּדָ֑םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7נַכֶּ֖נּוּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound8נָֽפֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
22Ook zeide Ruben tot hen: Vergiet geen bloed; werpt hem in dezen kuil die in de woestijn is, en legt de hand niet aan hem; opdat hij hem uit hun hand verloste, om hem tot zijn vader weder te brengen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Ook zeideH559RubenH7205totH413 hen: VergietH8210 geen bloedH1818; werptH7993 hem in dezenH2088kuilH953 die in de woestijnH4057 is, en legtH7971 de handH3027 niet aan hem; opdatH4616 hij hem uit hun handH3027verlosteH5337, om hem totH413 zijn vaderH1 weder te brengenH7725.Ook zeide Ruben tot hen: Vergiet geen bloed; werpt hem in dezen kuil die in de woestijn is, en legt de hand niet aan hem; opdat hij hem uit hun hand verloste, om hem tot zijn vader weder te brengen.
KJVAnd Reuben3said1unto them, Shed5no blood,6but cast7him into this pit10that is in the wilderness,13and lay16no hand14upon him; that he might rid19him out of their hands,21to deliver22him to his father24again.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶ֣םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3רְאוּבֵן֮H7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben4אַלH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תִּשְׁפְּכוּH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip6דָם֒H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent7הַשְׁלִ֣יכוּH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw8אֹת֗וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הַבּ֤וֹרH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well11הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13בַּמִּדְבָּ֔רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness14וְיָ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than16תִּשְׁלְחוּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)17ב֑וֹ18לְמַ֗עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to19הַצִּ֤ילH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)20אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21מִיָּדָ֔םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves22לַהֲשִׁיב֖וֹH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw23אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)24אָבִֽיוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
23En het geschiedde, als Jozef tot zijn broederen kwam, zo togen zij Jozef zijn rok uit, den veelvervigen rok, dien hij aanhad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En het geschiedde, als JozefH3130totH413 zijn broederenH251kwamH935, zo togenH6584 zij JozefH3130 zijn rokH3801 uit, den veelvervigenH6446rokH3801, dienH834 hij aanhadH5921.En het geschiedde, als Jozef tot zijn broederen kwam, zo togen zij Jozef zijn rok uit, den veelvervigen rok, dien hij aanhad.
KJVAnd it came to pass, when Joseph4was come3unto his brethren,6that they stript7Joseph9out ofhis coat,11his coat13of many colours
1וַֽיְהִ֕יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּֽאֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3בָּ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4יוֹסֵ֖ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6אֶחָ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'7וַיַּפְשִׁ֤יטוּH6584uittrekken, ingevallen, overvielenfall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יוֹסֵף֙H3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כֻּתָּנְתּ֔וֹH3801rok, rokken, rokscoat, garment, robe12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13כְּתֹ֥נֶתH3801rok, rokken, rokscoat, garment, robe14הַפַּסִּ֖יםH6446veelvervigen(divers) colours15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16עָלָֽיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
24En zij namen hem, en wierpen hem in den kuil; doch de kuil was ledig; er was geen water in.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En zij namenH3947 hem, en wierpenH7993 hem in den kuilH953; doch de kuilH953 was ledigH7386; er was geenH369waterH4325 in.En zij namen hem, en wierpen hem in den kuil; doch de kuil was ledig; er was geen water in.
KJVAnd they took1him, and cast2him into a pit:4and the pit5was empty,6there was no water
1וַיִּ֨קָּחֻ֔הוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2וַיַּשְׁלִ֥כוּH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw3אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַבֹּ֑רָהH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well5וְהַבּ֣וֹרH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well6רֵ֔קH7386ijdele, ledig, ledigeemptied(-ty), vain (fellow, man)7אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)8בּ֖וֹ9מָֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
25Daarna zaten zij neder om brood te eten, en hieven hun ogen op, en zagen, en ziet, een reisgezelschap van Ismaelieten kwam uit Gilead; en hun kemelen droegen specerijen en balsem, en mirre, reizende, om dat af te brengen naar Egypte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Daarna zaten zij neder om broodH3899 te etenH398, en hievenH5375 hun ogenH5869 op, en zagenH7200, en zietH2009, een reisgezelschapH736 van IsmaelietenH3459kwamH935 uit GileadH1568; en hun kemelenH1581droegenH5375specerijenH5219 en balsemH6875, en mirreH3910, reizendeH1980, om dat af te brengenH3381 naar EgypteH4714.Daarna zaten zij neder om brood te eten, en hieven hun ogen op, en zagen, en ziet, een reisgezelschap van Ismaelieten kwam uit Gilead; en hun kemelen droegen specerijen en balsem, en mirre, reizende, om dat af te brengen naar Egypte.
Ook in dit vers
zaten nederH3427
KJVAnd they sat down1to eat2bread:3and they lifted up4their eyes5and looked,6and, behold, a company8of Ishmeelites9came10from Gilead11with their camels12bearing13spicery14and balm15and myrrh,16going17to carry it down18to Egypt.
1וַיֵּשְׁבוּ֮H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2לֶֽאֱכָלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite3לֶחֶם֒H3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals4וַיִּשְׂא֤וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield5עֵֽינֵיהֶם֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)6וַיִּרְא֔וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7וְהִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see8אֹרְחַ֣תH736reisgezelschap, reizende gezelschappen(travelling) company9יִשְׁמְעֵאלִ֔יםH3459Ismaelieten, IsmaelietIshmaelite10בָּאָ֖הH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11מִגִּלְעָ֑דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite12וּגְמַלֵּיהֶ֣םH1581kemelen, kemels, kemelcamel13נֹֽשְׂאִ֗יםH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield14נְכֹאת֙H5219specerijenspicery(-ces)15וּצְרִ֣יH6875balsembalm16וָלֹ֔טH3910mirremyrrh17הוֹלְכִ֖יםH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl18לְהוֹרִ֥ידH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down19מִצְרָֽיְמָהH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
26Toen zeide Juda tot zijn broederen: Wat gewin zal het zijn, dat wij onzen broeder doodslaan, en zijn bloed verbergen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Toen zeideH559JudaH3063totH413 zijn broederenH251: WatH4100gewinH1215 zal het zijn, datH3588 wij onzen broederH251doodslaanH2026, en zijn bloedH1818verbergenH3680?Toen zeide Juda tot zijn broederen: Wat gewin zal het zijn, dat wij onzen broeder doodslaan, en zijn bloed verbergen?
KJVAnd Judah2said1unto his brethren,4What profit6is it if we slay8our brother,10and conceal11his blood?
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אֶחָ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'5מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6בֶּ֗צַעH1215gierigheid, gewin, nuttigheidcovetousness, (dishonest) gain, lucre, profit7כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8נַהֲרֹג֙H2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אָחִ֔ינוּH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'11וְכִסִּ֖ינוּH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13דָּמֽוֹH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent
27Komt, en laat ons hem aan deze Ismaelieten verkopen, en onze hand zij niet aan hem; want hij is onze broeder, ons vlees, en zijn broederen hoorden hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27KomtH3212, en laat ons hem aan deze IsmaelietenH3459verkopenH4376, en onze handH3027 zij nietH408 aan hem; wantH3588 hij isH1961 onze broederH251, ons vleesH1320, en zijn broederenH251hoordenH8085 hem.Komt, en laat ons hem aan deze Ismaelieten verkopen, en onze hand zij niet aan hem; want hij is onze broeder, ons vlees, en zijn broederen hoorden hem.
KJVCome,1and let us sell2him to the Ishmeelites,3and let not our hand4be upon him; for he is our brother9and our flesh.10And his brethren13were content.
1לְכ֞וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2וְנִמְכְּרֶ֣נּוּH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)3לַיִּשְׁמְעֵאלִ֗יםH3459Ismaelieten, IsmaelietIshmaelite4וְיָדֵ֨נוּ֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than6תְּהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7ב֔וֹ8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אָחִ֥ינוּH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'10בְשָׂרֵ֖נוּH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin11ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12וַֽיִּשְׁמְע֖וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness13אֶחָֽיוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
28Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit den kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Als nu de MidianietischeH4084koopliedenH582voorbijtogenH5674, zo trokkenH4900 en hievenH5927 zij JozefH3130 op uitH4480 den kuilH953, en verkochtenH4376JozefH3130 aan deze IsmaelietenH3459 voor twintigH6242zilverlingenH3701; die brachtenH935JozefH3130 naar EgypteH4714.Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit den kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.
KJVThen there passed1by Midianites3merchantmen;4and they drew5and lifted up6Joseph8out of the pit,10and sold11Joseph13to the Ishmeelites14for twenty15pieces of silver:16and they brought17Joseph19into Egypt.
1וַיַּֽעַבְרוּ֩H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2אֲנָשִׁ֨יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3מִדְיָנִ֜יםH4084Midianieten, Midianietin, MidianietischeMidianite. Compare H4092 (מְדָנִי)4סֹֽחֲרִ֗יםH5503kooplieden, koophandel, handelaarsgo about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick5וַֽיִּמְשְׁכוּ֙H4900getrokken, trekken, trektdraw (along, out), continue, defer, extend, forbear, [idiom] give, handle, make (pro-, sound) long, [idiom] sow, scatter, stretch out6וַיַּֽעֲל֤וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8יוֹסֵף֙H3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)9מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10הַבּ֔וֹרH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well11וַיִּמְכְּר֧וּH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13יוֹסֵ֛ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)14לַיִּשְׁמְעֵאלִ֖יםH3459Ismaelieten, IsmaelietIshmaelite15בְּעֶשְׂרִ֣יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)16כָּ֑סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)17וַיָּבִ֥יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19יוֹסֵ֖ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)20מִצְרָֽיְמָהH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
29Als nu Ruben tot den kuil wederkeerde, ziet, zo was Jozef niet in den kuil; toen scheurde hij zijn klederen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Als nu RubenH7205totH413 den kuilH953wederkeerdeH7725, zietH2009, zo was JozefH3130nietH369 in den kuilH953; toen scheurdeH7167 hij zijn klederenH899.Als nu Ruben tot den kuil wederkeerde, ziet, zo was Jozef niet in den kuil; toen scheurde hij zijn klederen.
KJVAnd Reuben2returned1unto the pit;4and, behold, Joseph7was not in the pit;8and he rent9his clothes.
1וַיָּ֤שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2רְאוּבֵן֙H7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַבּ֔וֹרH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well5וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see6אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)7יוֹסֵ֖ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)8בַּבּ֑וֹרH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well9וַיִּקְרַ֖עH7167scheurde, gescheurd, scheurdencut out, rend, [idiom] surely, tear10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11בְּגָדָֽיוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe
30En hij keerde weder tot zijn broederen, en zeide: De jongeling is er niet; en ik, waar zal ik heengaan?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En hij keerdeH7725 weder totH413 zijn broederenH251, en zeideH559: De jongelingH3206 is er nietH369; en ikH589, waar zal ikH589heengaanH935?En hij keerde weder tot zijn broederen, en zeide: De jongeling is er niet; en ik, waar zal ik heengaan?
KJVAnd he returned1unto his brethren,3and said,4The child5is not; and I, whither8shall I go?
1וַיָּ֥שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֶחָ֖יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4וַיֹּאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5הַיֶּ֣לֶדH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)6אֵינֶ֔נּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)7וַאֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who8אָ֥נָהH575Hoe, waarhenen, lang[phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever)9אֲנִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10בָֽאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
31Toen namen zij Jozefs rok, en zij slachtten een geitenbok, en zij doopten den rok in het bloed.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Toen namenH3947 zij JozefsH3130rokH3801, en zij slachttenH7819 een geitenbokH8163, en zij dooptenH2881 den rokH3801 in het bloedH1818.Toen namen zij Jozefs rok, en zij slachtten een geitenbok, en zij doopten den rok in het bloed.
KJVAnd they took1Joseph's4coat,3and killed5a kid6of the goats,7and dipped8the coat10in the blood;
1וַיִּקְח֖וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כְּתֹ֣נֶתH3801rok, rokken, rokscoat, garment, robe4יוֹסֵ֑ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)5וַֽיִּשְׁחֲטוּ֙H7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter6שְׂעִ֣ירH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr7עִזִּ֔יםH5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid8וַיִּטְבְּל֥וּH2881doopte, dopen, indopendip, plunge9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַכֻּתֹּ֖נֶתH3801rok, rokken, rokscoat, garment, robe11בַּדָּֽםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent
32En zij zonden den veelvervigen rok, en deden hem tot hun vader brengen, en zeiden: Dezen hebben wij gevonden; beken toch, of deze uws zoons rok zij, of niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En zij zondenH7971 den veelvervigenH6446rokH3801, en deden hem totH413 hun vaderH1brengenH935, en zeidenH559: Dezen hebben wij gevondenH4672; bekenH5234tochH4994, of dezeH2063 uws zoonsH1121rokH3801zijH1931, of nietH3808.En zij zonden den veelvervigen rok, en deden hem tot hun vader brengen, en zeiden: Dezen hebben wij gevonden; beken toch, of deze uws zoons rok zij, of niet.
KJVAnd they sent1the coat3of many colours,4and they brought5it to their father;7and said,8This have we found:10know11now whether it be thy son's14coat
1וַֽיְשַׁלְּח֞וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כְּתֹ֣נֶתH3801rok, rokken, rokscoat, garment, robe4הַפַּסִּ֗יםH6446veelvervigen(divers) colours5וַיָּבִ֨יאוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אֲבִיהֶ֔םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8וַיֹּאמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9זֹ֣אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus10מָצָ֑אנוּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on11הַכֶּרH5234kennen, kende, kentacknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly)12נָ֗אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh13הַכְּתֹ֧נֶתH3801rok, rokken, rokscoat, garment, robe14בִּנְךָ֛H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15הִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet17לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without
33En hij bekende hem, en zeide: Het is mijns zoons rok! een boos dier heeft hem opgegeten! voorzeker is Jozef verscheurd!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En hij bekendeH5234 hem, en zeideH559: Het is mijns zoonsH1121rokH3801! een boosH7451 dier heeft hem opgegetenH398! voorzekerH2963 is JozefH3130verscheurdH2963!En hij bekende hem, en zeide: Het is mijns zoons rok! een boos dier heeft hem opgegeten! voorzeker is Jozef verscheurd!
KJVAnd he knew it,1and said,2It is my son's4coat;3an evil6beast5hath devoured7him; Joseph10is without doubt8rent in pieces.
34Toen scheurde Jakob zijn klederen, en legde een zak om zijn lenden; en hij bedreef rouw over zijn zoon vele dagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Toen scheurdeH7167JakobH3290 zijn klederenH8071, en legdeH7760 een zakH8242 om zijn lendenH4975; en hij bedreef rouwH56overH5921 zijn zoonH1121veleH7227dagenH3117.Toen scheurde Jakob zijn klederen, en legde een zak om zijn lenden; en hij bedreef rouw over zijn zoon vele dagen.
KJVAnd Jacob2rent1his clothes,3and put4sackcloth5upon his loins,6and mourned7for his son9many11days.
1וַיִּקְרַ֤עH7167scheurde, gescheurd, scheurdencut out, rend, [idiom] surely, tear2יַעֲקֹב֙H3290Jakob, JakobsJacob3שִׂמְלֹתָ֔יוH8071klederen, kleed, kledingapparel, cloth(-es, -ing), garment, raiment. Compare H8008 (שַׂלְמָה)4וַיָּ֥שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work5שַׂ֖קH8242zak, zakken, zakssack(-cloth, -clothes)6בְּמָתְנָ֑יוH4975lenden, lendenen, goede lenden[phrase] greyhound, loins, side7וַיִּתְאַבֵּ֥לH56rouw, treuren, treurtlament, mourn8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9בְּנ֖וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יָמִ֥יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11רַבִּֽיםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
35En al zijn zonen, en al zijn dochteren maakten zich op, om hem te troosten; maar hij weigerde zich te laten troosten, en zeide: Want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf nederdalen. Alzo beweende hem zijn vader.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En alH3605 zijn zonenH1121, en alH3605 zijn dochterenH1323maaktenH6965 zich op, om hem te troostenH5162; maar hij weigerdeH3985 zich te laten troostenH5162, en zeideH559: Want ik zal, rouw bedrijvendeH57, totH413 mijn zoonH1121 in het grafH7585nederdalenH3381. Alzo beweendeH1058 hem zijn vaderH1.En al zijn zonen, en al zijn dochteren maakten zich op, om hem te troosten; maar hij weigerde zich te laten troosten, en zeide: Want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf nederdalen. Alzo beweende hem zijn vader.
KJVAnd all his sons3and all his daughters5rose up1to comfort6him; but he refused7to be comforted;8and he said,9For I will go down11into the grave15unto my son13mourning.14Thus his father18wept
1וַיָּקֻמוּ֩H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3בָּנָ֨יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5בְּנֹתָ֜יוH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village6לְנַחֲמ֗וֹH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)7וַיְמָאֵן֙H3985weigerde, weigert, geweigerdrefuse, [idiom] utterly8לְהִתְנַחֵ֔םH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)9וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11אֵרֵ֧דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13בְּנִ֛יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14אָבֵ֖לH57treurigen, rouw bedrijvende, treurenmourn(-er, -ing)15שְׁאֹ֑לָהH7585hel, graf, grafsgrave, hell, pit16וַיֵּ֥בְךְּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep17אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18אָבִֽיוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
36En de Midianieten verkochten hem in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao, overste der trawanten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36En de MidianietenH4092verkochtenH4376 hem in EgypteH4714, aanH413PotifarH6318, een hovelingH5631 van FaraoH6547, oversteH8269 der trawantenH2876.En de Midianieten verkochten hem in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao, overste der trawanten.
KJVAnd the Midianites1sold2him into Egypt5unto Potiphar,6an officer7of Pharaoh's,8and captain9of the guard.
1וְהַ֨מְּדָנִ֔יםH4092MidianietenMidianite2מָכְר֥וּH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)3אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim6לְפֽוֹטִיפַר֙H6318PotifarPotiphar7סְרִ֣יסH5631kamerlingen, hovelingen, kamerlingchamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס)8פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh9שַׂ֖רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward10הַטַּבָּחִֽיםH2876trawanten, kokcook, guard
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 37:1— En Jakob woonde in het land der vreemdelingschappen zijns vaders, in het land Kanaan.Genesis 17:8→Genesis 28:4→Genesis 36:7→Genesis 23:4→Hebreeën 11:9→
Genesis 37:2— Dit zijn Jakobs geschiedenissen. Jozef, zijnde een zoon van zeventien jaren, weidde de kudde met zijn broeders (en hij was een jongeling), met de zonen van Bilha, en de zonen van Zilpa, zijns vaders vrouwen; en Jozef bracht hun kwaad gerucht tot hun vader.Genesis 35:25→1 Samuël 2:22→1 Korinthe 11:18→Genesis 30:4→Johannes 7:7→Genesis 5:1→Genesis 35:22→Genesis 10:1→
Genesis 37:3— En Israel had Jozef lief, boven al zijn zonen; want hij was hem een zoon des ouderdoms; en hij maakte hem een veelvervigen rok.Genesis 37:32→Genesis 37:23→Johannes 13:22→2 Samuël 13:18→Ezechiël 16:16→Genesis 44:20→Richteren 5:30→Johannes 3:35→
Genesis 37:4— Als nu zijn broeders zagen, dat hun vader hem boven al zijn broederen liefhad, haatten zij hem, en konden hem niet vredelijk toespreken.Genesis 27:41→1 Johannes 4:20→Genesis 49:23→1 Samuël 17:28→1 Johannes 3:12→Psalmen 69:4→Genesis 37:18→1 Johannes 2:11→
Genesis 37:5— Ook droomde Jozef een droom, dien hij aan zijn broederen vertelde; daarom haatten zij hem nog te meer.Genesis 28:12→Daniël 4:5→Johannes 17:14→Amos 3:7→Joël 2:28→Genesis 42:9→Genesis 41:1→Genesis 37:8→
Genesis 37:6— En hij zeide tot hen: Hoort toch dezen droom, dien ik gedroomd heb.Genesis 44:18→Richteren 9:7→
Genesis 37:7— En ziet, wij waren schoven bindende in het midden des velds; en ziet, mijn schoof stond op, en bleef ook staande; en ziet, uw schoven kwamen rondom, en bogen zich neder voor mijn schoof.Genesis 42:6→Genesis 44:14→Genesis 42:9→Genesis 43:26→Filippenzen 2:10→Genesis 44:19→Kolossenzen 1:18→
Genesis 37:8— Toen zeiden zijn broeders tot hem: Zult gij dan ganselijk over ons regeren: zult gij dan ganselijk over ons heersen? Zo haatten zij hem nog te meer, om zijn dromen en om zijn woorden.Psalmen 2:3→Genesis 37:4→Hebreeën 10:29→1 Samuël 10:27→Handelingen 4:27→Genesis 49:26→Lukas 19:14→Lukas 20:17→
Genesis 37:9— En hij droomde nog een anderen droom, en verhaalde dien aan zijn broederen; en hij zeide: Ziet, ik heb nog een droom gedroomd, en ziet, de zon, en de maan en elf sterren bogen zich voor mij neder.Handelingen 7:9→Genesis 41:25→Genesis 37:7→Genesis 44:19→Daniël 8:10→Genesis 45:9→Genesis 46:29→Genesis 41:32→
Genesis 37:10— En als hij het aan zijn vader en aan zijn broederen verhaalde, bestrafte hem zijn vader, en zeide tot hem: Wat is dit voor een droom, dien gij gedroomd hebt; zullen wij dan ganselijk komen, ik, en uw moeder, en uw broeders, om ons voor u ter aarde te buigen?Genesis 27:29→Genesis 37:7→Filippenzen 2:10→Jesaja 60:14→
Genesis 37:11— Zijn broeders dan benijdden hem; doch zijn vader bewaarde deze zaak.Lukas 2:51→Handelingen 7:9→Lukas 2:19→Daniël 7:28→Titus 3:3→Jakobus 3:14→Jesaja 11:13→Galaten 5:21→
Genesis 37:12— En zijn broeders gingen heen, om de kudde van hun vader te weiden bij Sichem.Genesis 33:18→Genesis 34:25→Genesis 37:1→
Genesis 37:13— Zo zeide Israel tot Jozef: Weiden uw broeders niet bij Sichem? Kom, dat ik u tot hen zende. En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!1 Samuël 3:8→Genesis 27:1→1 Samuël 3:4→Mattheüs 10:16→Genesis 27:18→1 Samuël 3:16→Genesis 22:1→Lukas 20:13→
Genesis 37:14— En hij zeide tot hem: Ga toch heen, zie naar den welstand van uw broederen, en naar den welstand van de kudde, en breng mij een woord wederom. Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem.Genesis 35:27→Jozua 14:15→Genesis 13:18→Genesis 23:2→2 Samuël 18:32→1 Samuël 17:17→Lukas 19:42→Jeremia 29:7→
Genesis 37:15— En een man vond hem (want ziet, hij was dwalende in het veld); zo vraagde hem deze man, zeggende: Wat zoekt gij?Richteren 4:22→2 Koningen 6:19→Johannes 20:15→Johannes 18:4→Johannes 18:7→Johannes 1:38→Johannes 4:27→Genesis 21:14→
Genesis 37:16— En hij zeide: Ik zoek mijn broederen; geef mij toch te kennen, waar zij weiden.Lukas 19:10→Hooglied 1:7→
Genesis 37:17— Zo zeide die man: Zij zijn van hier gereisd; want ik hoorde hen zeggen: Laat ons naar Dothan gaan. Jozef dan ging zijn broederen na, en vond hen te Dothan.2 Koningen 6:13→
Genesis 37:18— En zij zagen hem van verre; en eer hij tot hen naderde, sloegen zij tegen hem een listigen raad, om hem te doden.Psalmen 37:12→Handelingen 23:12→Psalmen 37:32→Markus 14:1→Psalmen 31:13→Johannes 11:53→1 Samuël 19:1→Markus 12:7→
Genesis 37:19— En zij zeiden de een tot den ander: Ziet, daar komt die meester-dromer aan!Genesis 37:5→Genesis 37:11→Genesis 28:12→Genesis 49:23→
Genesis 37:20— Nu komt dan, en laat ons hem doodslaan, en hem in een dezer kuilen werpen; en wij zullen zeggen: een boos dier heeft hem opgegeten; zo zullen wij zien, wat van zijn dromen worden zal.Spreuken 1:11→Spreuken 1:16→Psalmen 64:5→1 Samuël 24:20→1 Samuël 26:2→Handelingen 4:16→Markus 15:29→2 Koningen 2:24→
Genesis 37:21— Ruben hoorde dat, en verloste hem uit hun hand; en hij zeide: Laat ons hem niet aan het leven slaan.Genesis 42:22→Mattheüs 10:28→Genesis 35:22→Genesis 9:5→Jozua 10:28→
Genesis 37:22— Ook zeide Ruben tot hen: Vergiet geen bloed; werpt hem in dezen kuil die in de woestijn is, en legt de hand niet aan hem; opdat hij hem uit hun hand verloste, om hem tot zijn vader weder te brengen.Genesis 42:22→Handelingen 12:1→Exodus 24:11→Mattheüs 27:24→Deuteronomium 13:9→Genesis 22:12→
Genesis 37:23— En het geschiedde, als Jozef tot zijn broederen kwam, zo togen zij Jozef zijn rok uit, den veelvervigen rok, dien hij aanhad.Genesis 37:31→Genesis 37:3→Genesis 42:21→Mattheüs 27:28→Psalmen 22:18→
Genesis 37:24— En zij namen hem, en wierpen hem in den kuil; doch de kuil was ledig; er was geen water in.Jeremia 38:6→Zacharia 9:11→Klaagliederen 4:20→Psalmen 88:6→Klaagliederen 3:52→Psalmen 130:1→Psalmen 35:7→Psalmen 88:8→
Genesis 37:25— Daarna zaten zij neder om brood te eten, en hieven hun ogen op, en zagen, en ziet, een reisgezelschap van Ismaelieten kwam uit Gilead; en hun kemelen droegen specerijen en balsem, en mirre, reizende, om dat af te brengen naar Egypte.Genesis 43:11→Genesis 37:28→Jeremia 8:22→Genesis 37:36→Genesis 16:11→Spreuken 30:20→Genesis 25:1→Genesis 25:16→
Genesis 37:26— Toen zeide Juda tot zijn broederen: Wat gewin zal het zijn, dat wij onzen broeder doodslaan, en zijn bloed verbergen?Genesis 37:20→Genesis 4:10→Deuteronomium 17:8→Mattheüs 16:26→Psalmen 30:9→Ezechiël 24:7→Job 16:18→Genesis 25:32→
Genesis 37:27— Komt, en laat ons hem aan deze Ismaelieten verkopen, en onze hand zij niet aan hem; want hij is onze broeder, ons vlees, en zijn broederen hoorden hem.Genesis 42:21→1 Samuël 18:17→2 Samuël 12:9→Mattheüs 16:26→Mattheüs 26:15→Nehemia 5:8→Genesis 37:22→Exodus 21:21→
Genesis 37:28— Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit den kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.Psalmen 105:17→Handelingen 7:9→Genesis 45:4→Richteren 6:1→Genesis 25:2→Genesis 37:25→Zacharia 11:12→Numeri 31:2→
Genesis 37:29— Als nu Ruben tot den kuil wederkeerde, ziet, zo was Jozef niet in den kuil; toen scheurde hij zijn klederen.Job 1:20→Genesis 37:34→Genesis 44:13→Numeri 14:6→Joël 2:13→2 Koningen 19:1→Genesis 34:13→Handelingen 14:14→
Genesis 37:30— En hij keerde weder tot zijn broederen, en zeide: De jongeling is er niet; en ik, waar zal ik heengaan?Genesis 42:13→Jeremia 31:15→Genesis 42:32→Genesis 42:35→Genesis 37:20→
Genesis 37:31— Toen namen zij Jozefs rok, en zij slachtten een geitenbok, en zij doopten den rok in het bloed.Genesis 37:23→Genesis 37:3→Spreuken 28:13→
Genesis 37:32— En zij zonden den veelvervigen rok, en deden hem tot hun vader brengen, en zeiden: Dezen hebben wij gevonden; beken toch, of deze uws zoons rok zij, of niet.Lukas 15:30→Genesis 44:20→Genesis 37:3→
Genesis 37:33— En hij bekende hem, en zeide: Het is mijns zoons rok! een boos dier heeft hem opgegeten! voorzeker is Jozef verscheurd!Genesis 44:28→Genesis 37:20→Johannes 13:7→1 Koningen 13:24→Spreuken 14:15→2 Koningen 2:24→
Genesis 37:34— Toen scheurde Jakob zijn klederen, en legde een zak om zijn lenden; en hij bedreef rouw over zijn zoon vele dagen.Genesis 37:29→2 Samuël 3:31→Esther 4:1→1 Koningen 21:27→Jozua 7:6→Job 2:12→Handelingen 14:14→2 Samuël 1:11→
Genesis 37:35— En al zijn zonen, en al zijn dochteren maakten zich op, om hem te troosten; maar hij weigerde zich te laten troosten, en zeide: Want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf nederdalen. Alzo beweende hem zijn vader.2 Samuël 12:17→Genesis 42:38→Genesis 42:31→Genesis 35:22→Genesis 45:28→Genesis 31:43→Jeremia 31:15→Psalmen 77:2→
Genesis 37:36— En de Midianieten verkochten hem in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao, overste der trawanten.Genesis 37:28→Genesis 40:4→Jesaja 56:3→Esther 1:10→2 Koningen 25:8→Genesis 39:1→Genesis 25:1→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 37 vers 1— En Jakob woonde in het land der vreemdelingschappen zijns vaders, in het land Kanaan.
der
Zie boven, Gen. 17:8.
Hertaald:der
Zie Gen. 17:8.
Genesis 37 vers 2— Dit zijn Jakobs geschiedenissen. Jozef, zijnde een zoon van zeventien jaren, weidde de kudde met zijn broeders (en hij was een jongeling), met de zonen van Bilha, en de zonen van Zilpa, zijns vaders vrouwen; en Jozef bracht hun kwaad gerucht tot hun vader.
geschiedenissen
Hebr. geboorten; dat is, hetgeen Jakob in zijn geslacht en nakomelingen wedervaren is. Zo wordt het Hebreeuwse woord somtijds genomen. Zie boven, Gen. 6:8.
Hertaald:geschiedenissen
Hebreeuws: geboorten; dat is: wat Jakob in zijn geslacht en nakomelingen overkomen is. Zo wordt het Hebreeuwse woord soms gebruikt. Zie Gen. 6:8.
kwaad gerucht
Dat is, wat zij kwaads mochten zeggen, of bedrijven, strekkende tot ontering van henzelven en het ganse huis.
Hertaald:kwaad gerucht
Dat is: wat kwaad zij zeiden of bedreven, dat tot oneer strekte van henzelf en het hele huis.
Genesis 37 vers 3— En Israel had Jozef lief, boven al zijn zonen; want hij was hem een zoon des ouderdoms; en hij maakte hem een veelvervigen rok.
des ouderdoms;
Omdat hij hem omtrent een en negentig jaren oud zijnde gewonnen had, alsook omdat hij de eerstgeborene uit Rachel was, dien zij na lange en verdrietige onvruchtbaarheid Jakob gebaard had; verg. onder, Gen. 44:20.
Hertaald:des ouderdoms;
Omdat hij hem verwekt had toen hij ongeveer eenennegentig jaar oud was, en ook omdat hij de eerstgeborene uit Rachel was, die zij na een lange en moeizame onvruchtbaarheid aan Jakob gebaard had; vergelijk Gen. 44:20.
veelvervigen
Hebr. van verscheidene stukken, te weten, die van onderscheiden kleuren waren; verg. 2 Sam. 13:18.
Hertaald:veelvervigen
Hebreeuws: van verschillende stukken, namelijk die van verschillende kleuren waren; vergelijk 2 Sam. 13:18.
Genesis 37 vers 4— Als nu zijn broeders zagen, dat hun vader hem boven al zijn broederen liefhad, haatten zij hem, en konden hem niet vredelijk toespreken.
vredelijk
Hebr. tot, of ten vrede; dat is, wat uit een zachtmoedig en vreedzaam hart voortgaande tot onderhouding van liefde en vrede diende.
Hertaald:vredelijk
Hebreeuws: tot, of ten vrede; dat is: wat, voortkomend uit een zachtmoedig en vreedzaam hart, diende tot instandhouding van liefde en vrede.
Genesis 37 vers 5— Ook droomde Jozef een droom, dien hij aan zijn broederen vertelde; daarom haatten zij hem nog te meer.
haatten
Hebr. zij deden, of voegden toe, of, voeren voort hem nog, of, te meer te haten; alzo onder, vs.8; zij namen drie oorzaken om hem te haten. Eerst, omdat hij hun kwaad gerucht tot Jakob bracht, vs.2. Ten tweede, omdat de vader hem liever had dan zijn broeders, vs.4. Ten derde, om zijn dromen, die hij hun vertelde, hier vs.6, enz.
Hertaald:haatten
Hebreeuws: zij deden, of voegden toe, of: gingen voort hem nog, of: te meer te haten; zo ook in vers 8. Zij hadden drie redenen om hem te haten. Ten eerste, omdat hij hun kwade gerucht aan Jakob overbracht, vers 2. Ten tweede, omdat de vader hem meer liefhad dan zijn broers, vers 4. Ten derde, om zijn dromen, die hij hun vertelde, hier vers 6, enz.
Genesis 37 vers 7— En ziet, wij waren schoven bindende in het midden des velds; en ziet, mijn schoof stond op, en bleef ook staande; en ziet, uw schoven kwamen rondom, en bogen zich neder voor mijn schoof.
en ziet,
God heeft door dezen en den volgenden droom willen openbaren wat namaals geschieden zou, om te weten dat het niet bij toeval, maar door zijn regering geschiedde.
Hertaald:en ziet,
God heeft door deze en de volgende droom willen openbaren wat later zou gebeuren, opdat men zou weten dat het niet bij toeval, maar door Zijn bestuur gebeurde.
bleef ook
Anders, stond ook overeind.
Hertaald:bleef ook
Anders: stond ook overeind.
en ziet,
Dit woordje ziet, gebruikt Jozef hier tot driemalen toe, daarmede tonende, dat deze droom hem zeer zeldzaam voorkwam, en zeer bewoog. Zie de vervulling daarvan onder, Gen. 42:6.
Hertaald:en ziet,
Dit woordje 'ziet' gebruikt Jozef hier tot driemaal toe, waarmee hij laat zien dat deze droom hem zeer bijzonder voorkwam en hem zeer aangreep. Zie de vervulling daarvan in Gen. 42:6.
Genesis 37 vers 8— Toen zeiden zijn broeders tot hem: Zult gij dan ganselijk over ons regeren: zult gij dan ganselijk over ons heersen? Zo haatten zij hem nog te meer, om zijn dromen en om zijn woorden.
Zult gij dan ganselijk over ons regeren
Of, zekerlijk. Hebr. zult, of, zoudt gij regerende regeren? en zo in het vervolg, heersende heersen, Jozefs broeders dulden dezen droom op zichzelven gelijk de Midianieten, Richt. 7:13.
Hertaald:Zult gij dan ganselijk over ons regeren
Of: zeker. Hebreeuws: zult, of zou u regerend regeren? En zo verderop: heersend heersen. Jozefs broers passen deze droom op zichzelf toe, zoals de Midianieten deden, Richt. 7:13.
Genesis 37 vers 9— En hij droomde nog een anderen droom, en verhaalde dien aan zijn broederen; en hij zeide: Ziet, ik heb nog een droom gedroomd, en ziet, de zon, en de maan en elf sterren bogen zich voor mij neder.
droom gedroomd,
Zie de vervulling hiervan, onder, Gen. 46:29, enz.
Hertaald:droom gedroomd,
Zie de vervulling hiervan in Gen. 46:29, enz.
Genesis 37 vers 10— En als hij het aan zijn vader en aan zijn broederen verhaalde, bestrafte hem zijn vader, en zeide tot hem: Wat is dit voor een droom, dien gij gedroomd hebt; zullen wij dan ganselijk komen, ik, en uw moeder, en uw broeders, om ons voor u ter aarde te buigen?
bestrafte
Meer om zijn andere zonen wat te verzachten, dan dat hij inderdaad op Jozef zou vergramd zijn; want hij bemerkte wel dat deze droom wat bijzonders, gelijk blijkt uit het volgende vs., in had.
Hertaald:bestrafte
Meer om zijn andere zonen enigszins te sussen, dan dat hij werkelijk kwaad was op Jozef; want hij merkte wel dat deze droom iets bijzonders inhield, zoals blijkt uit het volgende vers.
moeder, en
Versta, zijn stiefmoeder Lea of Bilha, Rachels dienstmaagd. Wil men het nemen van Rachel, zijn eigen moeder, die overleden was, het zal dan zijn, alsof Jakob zeide: zal uw moeder uit de doden opstaan, en zich voor u ter aarde buigen?
Hertaald:moeder, en
Versta hieronder: zijn stiefmoeder Lea, of Bilha, Rachels dienstmaagd. Wil men het opvatten als Rachel, zijn eigen moeder, die al overleden was, dan is het alsof Jakob zei: zal uw moeder uit de doden opstaan en zich voor u ter aarde buigen?
Genesis 37 vers 11— Zijn broeders dan benijdden hem; doch zijn vader bewaarde deze zaak.
deze zaak
Anders, dit woord; dat is, deze woorden. De zin is dat hij Jozefs dromen overlegde en in zijn hart opsloot, oordelende dat zij wat beduiden, en verwachtende wat met den tijd daarvan geworden zou; verg. Luc. 2:19.
Hertaald:deze zaak
Anders: dit woord; dat is: deze woorden. De betekenis is dat hij Jozefs dromen overwoog en in zijn hart bewaarde, oordelend dat zij iets betekenden, en afwachtend wat er in de loop van de tijd van zou worden; vergelijk Luc. 2:19.
Genesis 37 vers 12— En zijn broeders gingen heen, om de kudde van hun vader te weiden bij Sichem.
Sichem
Zie boven, Gen. 12:6. Omtrent deze plaats had Jakob tevoren een stuk land gekocht; boven, Gen. 33:19.
Hertaald:Sichem
Zie Gen. 12:6. Bij deze plaats had Jakob eerder een stuk land gekocht; Gen. 33:19.
Genesis 37 vers 13— Zo zeide Israel tot Jozef: Weiden uw broeders niet bij Sichem? Kom, dat ik u tot hen zende. En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!
Zie, hier
Zie boven, Gen. 22:1, en de aanteek.
Hertaald:Zie, hier
Zie Gen. 22:1, en de aantekening daar.
Genesis 37 vers 14— En hij zeide tot hem: Ga toch heen, zie naar den welstand van uw broederen, en naar den welstand van de kudde, en breng mij een woord wederom. Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem.
welstand
Hebr. vrede. Dit woord betekent allerlei welvaart der mensen, niet alleen in het algemeen, Lev. 26:6; 1 Kon. 2:33; Ps. 125:5; Jer. 29:7, maar ook in het bijzonder, ten aanzien van hun lichamelijke gezondheid en sterkte, 2 Sam. 18:32; Ps. 38:4, en hier; idem vanhun ziel, Num. 6:26; Jes. 48:22; Luc. 2:14; Joh. 14:27, mitsgaders van al hun goederen, roerende en onroerende; 1 Sam. 25:6; Job 5:24 en hier in de volgende woorden.
Hertaald:welstand
Hebreeuws: vrede. Dit woord duidt allerlei welvaart van mensen aan, niet alleen in het algemeen, Lev. 26:6; 1 Kon. 2:33; Ps. 125:5; Jer. 29:7, maar ook in het bijzonder, met betrekking tot hun lichamelijke gezondheid en kracht, 2 Sam. 18:32; Ps. 38:4, en hier; ook van hun ziel, Num. 6:26; Jes. 48:22; Luc. 2:14; Joh. 14:27, alsook van al hun bezittingen, roerend en onroerend; 1 Sam. 25:6; Job 5:24 en hier in de volgende woorden.
breng mij
Of, breng mij de zaak weder over, dat is, breng mij van alles bescheid.
Hertaald:breng mij
Of: breng mij verslag terug, dat is: breng mij van alles bericht.
Hebron,
Zie boven, Gen. 23:2.
Hertaald:Hebron,
Zie Gen. 23:2.
Genesis 37 vers 17— Zo zeide die man: Zij zijn van hier gereisd; want ik hoorde hen zeggen: Laat ons naar Dothan gaan. Jozef dan ging zijn broederen na, en vond hen te Dothan.
Dothan gaan
Een plaats, gelegen niet ver van Sichem en Samaria, waar met den tijd een stad gebouwd is, hebbende denzelfden naam, 2 Kon. 6:13.
Hertaald:Dothan gaan
Een plaats, gelegen niet ver van Sichem en Samaria, waar in de loop van de tijd een stad gebouwd is met dezelfde naam, 2 Kon. 6:13.
Genesis 37 vers 18— En zij zagen hem van verre; en eer hij tot hen naderde, sloegen zij tegen hem een listigen raad, om hem te doden.
sloegen zij
Het Hebreeuwse woord betekent, enig kwaad tegen iemand arglistiglijk uit te vinden, of practiseren.
Hertaald:sloegen zij
Het Hebreeuwse woord betekent: listig enig kwaad tegen iemand beramen, of in praktijk brengen.
te doden
Een bedroevend en deerlijk schandaal in Israels huis; hoewel God, die uit de duisternis het licht trekt, het wonderlijk heeft geregeerd tot zijn eer en de voltrekking van zijn raad over Jakobs huisgezin; gelijk dit blijkt uit het volgende.
Hertaald:te doden
Een bedroevend en deerlijk schandaal in het huis van Israël; hoewel God, Die uit de duisternis het licht voortbrengt, het wonderlijk bestuurd heeft tot Zijn eer en de voltrekking van Zijn raad over Jakobs huisgezin, zoals uit het volgende blijkt.
Genesis 37 vers 19— En zij zeiden de een tot den ander: Ziet, daar komt die meester-dromer aan!
de een tot
Hebr. de man tot zijn broeder.
Hertaald:de een tot
Hebreeuws: de man tot zijn broeder.
meesterdromer
Of, opperdromer. Hebr. meester der dromen. Zie boven, Gen. 14:13.
Hertaald:meesterdromer
Of: opperdromer. Hebreeuws: meester der dromen. Zie Gen. 14:13.
Genesis 37 vers 20— Nu komt dan, en laat ons hem doodslaan, en hem in een dezer kuilen werpen; en wij zullen zeggen: een boos dier heeft hem opgegeten; zo zullen wij zien, wat van zijn dromen worden zal.
zullen zeggen
Te weten, tot onzen vader en anderen. Aldus zoeken zij die schandelijke daad met een leugen te verbergen.
Hertaald:zullen zeggen
Namelijk: aan onze vader en anderen. Zo proberen zij die schandelijke daad met een leugen te verbergen.
wat van zijn
Hebr. wat zijn dromen zijn zullen.
Hertaald:wat van zijn
Hebreeuws: wat zijn dromen zullen zijn.
Genesis 37 vers 21— Ruben hoorde dat, en verloste hem uit hun hand; en hij zeide: Laat ons hem niet aan het leven slaan.
Ruben hoorde
Of, toen Ruben dat gehoord had, en zo vervolgens. Het schijnt dat Ruben, bemerkende dat zijn broeders Jozef wilden doden, deze manier in het voorafgaande vs. voorgeslagen, liever heeft willen toestaan, omdat hij voornemens was hem naderhand uit den kuil te verlossen, zoals in het volgende vs. verhaald is.
Hertaald:Ruben hoorde
Of: toen Ruben dat gehoord had, en zo vervolgens. Het lijkt erop dat Ruben, opmerkend dat zijn broers Jozef wilden doden, liever heeft ingestemd met de manier voorgesteld in het voorgaande vers, omdat hij van plan was hem later uit de put te bevrijden, zoals in het volgende vers verteld wordt.
en verloste
Dat is, hij zocht hem te verlossen.
Hertaald:en verloste
Dat is: hij probeerde hem te bevrijden.
leven slaan
Hebr. ziel; dat is leven. Hij wil zeggen, laat ons hem het leven met onze eigen handen niet benemen. Het woord ziel wordt aldus elders ook gebruikt. Zie boven, Gen. 19:17.
Hertaald:leven slaan
Hebreeuws: ziel; dat is: leven. Hij wil zeggen: laten wij hem niet met onze eigen handen het leven benemen. Het woord 'ziel' wordt elders ook zo gebruikt. Zie Gen. 19:17.
Genesis 37 vers 22— Ook zeide Ruben tot hen: Vergiet geen bloed; werpt hem in dezen kuil die in de woestijn is, en legt de hand niet aan hem; opdat hij hem uit hun hand verloste, om hem tot zijn vader weder te brengen.
en legt
Dat is, doodt hem niet met eigen hand; zie dergelijke manier van spreken, boven, Gen. 22:12, alwaar de hand aan iemand te leggen, is hem te doden met zijn hand, gelijk Abraham voorhad met zijn zoon te doen. Dezelfde uitdrukking vindt men onder, vs.27, onze hand zij niet aan hem.
Hertaald:en legt
Dat is: dood hem niet met eigen hand; zie zo'n uitdrukking ook in Gen. 22:12, waar 'de hand aan iemand leggen' betekent hem met eigen hand te doden, zoals Abraham van plan was met zijn zoon te doen. Dezelfde uitdrukking vindt men in vers 27: 'onze hand zij niet aan hem.'
Genesis 37 vers 23— En het geschiedde, als Jozef tot zijn broederen kwam, zo togen zij Jozef zijn rok uit, den veelvervigen rok, dien hij aanhad.
den veelvervigen
Zie boven, vs.3; waarom zij dit gedaan hebben, zie onder, vs.31.
Hertaald:den veelvervigen
Zie vers 3; waarom zij dit gedaan hebben, zie vers 31.
Genesis 37 vers 24— En zij namen hem, en wierpen hem in den kuil; doch de kuil was ledig; er was geen water in.
En zij namen
Hoe zich Jozef in deze gelegenheid gedragen heeft, zieonder, Gen. 42:21.
Hertaald:En zij namen
Hoe Jozef zich in deze situatie gedragen heeft, zie Gen. 42:21.
Genesis 37 vers 25— Daarna zaten zij neder om brood te eten, en hieven hun ogen op, en zagen, en ziet, een reisgezelschap van Ismaelieten kwam uit Gilead; en hun kemelen droegen specerijen en balsem, en mirre, reizende, om dat af te brengen naar Egypte.
om brood
Dat is, om hun maal te houden; zie boven, Gen. 31:54.
Hertaald:om brood
Dat is: om hun maaltijd te houden; zie Gen. 31:54.
Ismaëlieten
Een volk, afkomstig van Ismael, den zoon van Abraham uit Hagar; van welks land men zien mag, boven, Gen. 25:18. Beneden worden ook genoemd Midianieten en Medanieten, vs.28, 36, waaruit blijkt dat het een gezelschap geweest is van onderscheiden natiën, woonachtig in Arabië.
Hertaald:Ismaëlieten
Een volk, afkomstig van Ismaël, de zoon van Abraham bij Hagar; over wiens land men kan lezen in Gen. 25:18. Verderop worden ook Midianieten en Medanieten genoemd, vers 28, 36, waaruit blijkt dat het een gezelschap was van verschillende volken, woonachtig in Arabië.
Gilead;
Zie boven, Gen. 31:21.
Hertaald:Gilead;
Zie Gen. 31:21.
specerijen
Het Hebreeuwse woord betekent in het algemeen allerlei soort van specerij.
Hertaald:specerijen
Het Hebreeuwse woord duidt in het algemeen allerlei soorten specerijen aan.
balsem,
Anders, hars, terpentijn.
Hertaald:balsem,
Anders: hars, terpentijn.
mirre,
Anders, mastik, of balsem; zie van deze specerij ook onder, Gen. 43:11.
Hertaald:mirre,
Anders: mastiek, of balsem; zie over deze specerij ook Gen. 43:11.
Egypte
Zie boven, Gen. 12:10.
Hertaald:Egypte
Zie Gen. 12:10.
Genesis 37 vers 26— Toen zeide Juda tot zijn broederen: Wat gewin zal het zijn, dat wij onzen broeder doodslaan, en zijn bloed verbergen?
bloed verbergen?
Dat is, zijn dood of moord. Aldus is het woord bloed genomen Deut. 17:8; 2 Sam. 1:16, en 2 Sam. 3:28.
Hertaald:bloed verbergen?
Dat is: zijn dood of moord. Zo wordt het woord 'bloed' ook gebruikt in Deut. 17:8; 2 Sam. 1:16, en 2 Sam. 3:28.
Genesis 37 vers 27— Komt, en laat ons hem aan deze Ismaelieten verkopen, en onze hand zij niet aan hem; want hij is onze broeder, ons vlees, en zijn broederen hoorden hem.
onze hand
Zie boven, vs.22.
Hertaald:onze hand
Zie vers 22.
Genesis 37 vers 28— Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit den kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.
Midianietische
Een volk, afkomstig uit Midian, den zoon van Abraham uit Ketura; zie boven, Gen. 25:2, en Gen. 36:35.
Hertaald:Midianietische
Een volk, afkomstig van Midian, de zoon van Abraham bij Ketura; zie Gen. 25:2, en Gen. 36:35.
twintig zilverlingen;
Hebr. twintig zilvers; dat is, omtrent vijf rijksdaalders (f 12,50); zie boven, Gen. 20:16, en Gen. 23:15.
Hertaald:twintig zilverlingen;
Hebreeuws: twintig zilverstukken; dat is: ongeveer vijf rijksdaalders (f 12,50); zie Gen. 20:16, en Gen. 23:15.
Genesis 37 vers 29— Als nu Ruben tot den kuil wederkeerde, ziet, zo was Jozef niet in den kuil; toen scheurde hij zijn klederen.
Als nu Ruben
Want hij had zich van zijn broeders verstoken, om Jozef daarna heimelijk uit den kuil te trekken; maar middelerwijl werd hij verkocht.
Hertaald:Als nu Ruben
Want hij had zich van zijn broers afgezonderd, om Jozef daarna heimelijk uit de put te trekken; maar ondertussen werd hij verkocht.
scheurde hij
Dit was een gebruik bij de ouden, wanneer hun iets zwaars en bedroevends voorkwam of wedervoer; zieonder, vs.34; Num. 14:6; 2 Kon. 19:1; Ezra 9:3; Job 1:20, en Job 2:12; Matt. 26:65.
Hertaald:scheurde hij
Dit was een gebruik bij de ouden, wanneer hun iets zwaars en droevigs overkwam; zie vers 34; Num. 14:6; 2 Kon. 19:1; Ezra 9:3; Job 1:20, en Job 2:12; Matt. 26:65.
Genesis 37 vers 30— En hij keerde weder tot zijn broederen, en zeide: De jongeling is er niet; en ik, waar zal ik heengaan?
De jongeling
Jozef was omtrent dezen tijd zeventien jaren oud; zie boven, vs.2.
Hertaald:De jongeling
Jozef was op dit moment ongeveer zeventien jaar oud; zie vers 2.
waar zal ik
Ruben is zeer ontsteld, uit vrees voor zijn vader, diehem als den oudste, zonder twijfel, rekenschap zou afeischen over het verlies van Jozef, en dit hem te meer kwalijk afnemen omdat hij zich onlangs zeer vergrepen en zijn vader grotelijks vertoornd had; boven, Gen. 35:22.
Hertaald:waar zal ik
Ruben is zeer ontdaan, uit vrees voor zijn vader, die van hem, als de oudste, ongetwijfeld rekenschap zou eisen over het verlies van Jozef, en hem dit des te meer kwalijk zou nemen omdat hij zich onlangs zeer vergrepen had en zijn vader zeer vertoornd had; Gen. 35:22.
Genesis 37 vers 31— Toen namen zij Jozefs rok, en zij slachtten een geitenbok, en zij doopten den rok in het bloed.
en zij doopten
Niet twijfelende, of de vader zou daaruit oordelen dat Jozef door een wild dier verscheurd was, gelijk hij ook geoordeeld heeft; onder, vs.33.
Hertaald:en zij doopten
Zonder te twijfelen of hun vader daaruit zou opmaken dat Jozef door een wild dier verscheurd was, zoals hij ook geoordeeld heeft; vers 33.
Genesis 37 vers 33— En hij bekende hem, en zeide: Het is mijns zoons rok! een boos dier heeft hem opgegeten! voorzeker is Jozef verscheurd!
voorzeker is
Hebr. is verscheurende verscheurd; dat is, gewisselijk en buiten allen twijfel, of, gans en ten enenmale verscheurd; zie boven, Gen. 2:16-17.
Hertaald:voorzeker is
Hebreeuws: is verscheurend verscheurd; dat is: zeker en zonder enige twijfel, of: geheel en volledig verscheurd; zie Gen. 2:16-17.
Genesis 37 vers 34— Toen scheurde Jakob zijn klederen, en legde een zak om zijn lenden; en hij bedreef rouw over zijn zoon vele dagen.
scheurde
Zie boven, vs.29.
Hertaald:scheurde
Zie vers 29.
zak om
Dat is, een zeer grof, slecht en onkostbaar kleed, [wel niet juist als een rechte zak], waarmede de ouden zich plachten te bewinden, als met een zak, tot bewijs van groten rouw en droefheid. Zie 2 Sam. 3:31; 1 Kon. 20:32, en 1 Kon. 21:27; Ps. 35:13; Klaagl. 2:10; Matt. 11:21.
Hertaald:zak om
Dat is: een zeer grof, armzalig en goedkoop kleed (niet precies een echte zak), waarmee de ouden zich plachten te omhullen, als met een zak, als teken van grote rouw en droefheid. Zie 2 Sam. 3:31; 1 Kon. 20:32, en 1 Kon. 21:27; Ps. 35:13; Klaagl. 2:10; Matt. 11:21.
Hertaald:bedreef rouw
Of: droeg; zo ook 1 Sam. 15:35, en 2 Sam. 13:37.
vele dagen
Dat is, langen tijd, meer dan men gewoon was te doen.
Hertaald:vele dagen
Dat is: lange tijd, meer dan men gewoonlijk deed.
Genesis 37 vers 35— En al zijn zonen, en al zijn dochteren maakten zich op, om hem te troosten; maar hij weigerde zich te laten troosten, en zeide: Want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf nederdalen. Alzo beweende hem zijn vader.
zijn dochteren
Zijn dochter Dina, zijn aangehuwde dochters en de dochters van zijn zonen.
Hertaald:zijn dochteren
Zijn dochter Dina, zijn aangetrouwde dochters, en de dochters van zijn zonen.
maar hij
Niet dat Jakob geen geestelijken troost zou gehad of toegelaten hebben, maar dat hij uit menselijke zwakheid en de grootheid van zijn liefde tot Jozef, zijn rouw niet zo kon afleggen en matigen, of hij zou daarvan enig overblijfsel zijn levenlang behouden.
Hertaald:maar hij
Niet dat Jakob geen geestelijke troost zou hebben gehad of toegelaten, maar dat hij, door menselijke zwakheid en de grootheid van zijn liefde voor Jozef, zijn rouw niet zo kon afleggen en matigen of hij behield daarvan zijn leven lang enig overblijfsel.
tot mijn zoon
Anders, om mijns zoons wil; verg. 1 Sam. 4:19, 1 Sam. 4:21; 2 Sam. 21:1.
Hertaald:tot mijn zoon
Anders: omwille van mijn zoon; vergelijk 1 Sam. 4:19, 1 Sam. 4:21; 2 Sam. 21:1.
graf nederdalen
Het Hebr. woord betekent somtijds het graf gelijk hier en onder, Gen. 42:38, en Gen. 44:29, Gen. 44:31; Ps. 6:6, en Ps. 16:10; Pred. 9:10; Jes. 38:18; idem allerlei grote diepten, of diepe, verborgen plaatsen; Job 26:6; Ps. 139:8; Am. 9:2; somtijds de hel, of plaats der verdoemden, gelijk Job 11:8; Spr. 15:11. Aldus kan het hier niet genomen worden; want Jakob geloofde het tegendeel van zijn zoon. Somtijds betekent het ook overgrote en uiterste benauwdheden, en het gevoel van Gods toorn, gelijk 1 Sam. 2:6; Ps. 18:6, en Ps. 86:13.
Hertaald:graf nederdalen
Het Hebreeuwse woord betekent soms het graf, zoals hier en in Gen. 42:38, en Gen. 44:29, Gen. 44:31; Ps. 6:6, en Ps. 16:10; Pred. 9:10; Jes. 38:18; ook allerlei grote dieptes, of diepe, verborgen plaatsen; Job 26:6; Ps. 139:8; Am. 9:2; soms de hel, of de plaats van de verdoemden, zoals in Job 11:8; Spr. 15:11. Zo kan het hier echter niet opgevat worden, want Jakob geloofde het tegendeel van zijn zoon. Soms betekent het ook overgrote en uiterste benauwdheid, en het gevoel van Gods toorn, zoals in 1 Sam. 2:6; Ps. 18:6, en Ps. 86:13.
Genesis 37 vers 36— En de Midianieten verkochten hem in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao, overste der trawanten.
Medanieten
Zie boven Gen. 25:2.
Hertaald:Medanieten
Zie Gen. 25:2.
hoveling
Het Hebr. woord betekent eigenlijk een gesneden man, gelijk Jes. 56:3-4; en daarom ook een kamerling, omdat de kamerlingen der grote vrouwen gesneden waren, Est. 4:4; voorts betekent het ook hovelingen of officieren in herenhoven, gelijk hier en onder, Gen. 40:2, en 2 Kon. 8:6.
Hertaald:hoveling
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk een ontmande man, zoals in Jes. 56:3-4; en daarom ook een kamerheer, omdat de kamerheren van voorname vrouwen ontmand waren, Est. 4:4; voorts betekent het ook hovelingen of ambtenaren aan vorstenhoven, zoals hier en in Gen. 40:2, en 2 Kon. 8:6.
der trawanten
Die gesteld waren om de misdadigers op des konings bevel te straffen. Zie onder, Gen. 40:3; 1 Sam. 22:17; Marc. 6:27. Het Hebreeuwse woord betekent slachters van beesten en mensen.
Hertaald:der trawanten
Die waren aangesteld om de misdadigers op bevel van de koning te straffen. Zie Gen. 40:3; 1 Sam. 22:17; Marc. 6:27. Het Hebreeuwse woord betekent slachters van dieren en mensen.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Jakob — hielenlichter, bedrieger
De tweede tweelingzoon van Izak en Rebekka, geboren terwijl hij de hiel van zijn broer Ezau vasthield, waaraan zijn naam is ontleend (Gen. 25:26). Hij verwierf sluw het eerstgeboorterecht en later, met hulp van zijn moeder, ook de zegen van zijn vader. Later zou God zijn naam veranderen in Israël (Gen. 32:28), en uit zijn twaalf zonen zouden de twaalf stammen van Israël voortkomen.
Ruben — ziet, een zoon!
De eerstgeboren zoon van Jakob en Lea (Gen. 29:32). Later verspeelde hij door zijn zonde (Gen. 35:22) zijn eerstgeboorterecht en de bijbehorende zegen (Gen. 49:3-4). Wel was hij het die zijn broers ervan weerhield Jozef te doden, en die zich later garant stelde voor de veilige terugkeer van Benjamin uit Egypte.
Juda — lof, lofprijzing
De vierde zoon van Jakob en Lea (Gen. 29:35), zo genoemd omdat Lea nu de HEERE wilde loven. Later stelde hij voor Jozef te verkopen in plaats van te doden (Gen. 37:26-27), en bood hij zich in Egypte aan als slaaf in Benjamins plaats (Gen. 44:33-34). Uit zijn nageslacht zou koning David, en uiteindelijk de Heere Jezus Christus, voortkomen.
Bilha — bedeesdheid, verlegenheid
De slavin van Rachel, die haar aan Jakob tot bijvrouw gaf toen zijzelf onvruchtbaar bleek, opdat Rachel via haar toch 'gebouwd' zou worden (Gen. 30:3-4). Zij baarde Jakob twee zonen, Dan en Naftali.
Dan — hij heeft gericht, geoordeeld
De zoon van Jakob en Bilha, Rachels slavin (Gen. 30:6). Rachel gaf hem deze naam omdat God, naar haar zeggen, haar recht gedaan en haar stem gehoord had.
Zilpa — afdruipen (van een geurige balsem)
De slavin van Lea, die haar aan Jakob tot bijvrouw gaf nadat Lea zelf een tijd opgehouden was te baren (Gen. 30:9-10). Zij baarde Jakob twee zonen, Gad en Aser.
Jozef — Hij (God) voege toe
De eerste zoon van Jakob en Rachel, na lang wachten geboren (Gen. 30:22-24). Zijn naam drukt Rachels hoop uit dat de HEERE haar nog een zoon zou toevoegen — wat later met Benjamin ook gebeurde. Jozef zou later, als lieveling van zijn vader, door zijn broers uit jaloezie verkocht worden, maar door Gods voorzienigheid uiteindelijk heel Egypte en zijn eigen familie redden van de hongersnood (Gen. 37-50).
Sichem — schouder, rug
De zoon van Hemor, vorst van het land, die Dina, de dochter van Jakob, onteerde maar vervolgens ook oprecht van haar hield en om haar hand vroeg (Gen. 34:2-4, 19). Hij stemde met zijn hele stad in met de besnijdenis, op voorwaarde die Simeon en Levi hun hadden gesteld, maar werd juist in zijn zwakte door hen overvallen en gedood (Gen. 34:25-26). Naar hem is de stad Sichem genoemd.
Potifar — die Ra (de zonnegod) gegeven heeft
Een hoveling van Farao, overste der trawanten, aan wie de Ismaëlitische kooplieden Jozef in Egypte verkochten (Gen. 37:36; 39:1). De HEERE zegende Potifars huis omwille van Jozef, die tot opziener over zijn hele bezit werd aangesteld, totdat de valse beschuldiging van Potifars vrouw Jozef in de gevangenis deed belanden.
Kanaän — onderworpene, vernederde
De jongste zoon van Cham en kleinzoon van Noach (Gen. 9:18, 22). Om de zonde van zijn vader Cham tegenover Noach werd niet Cham, maar Kanaän door Noach vervloekt: 'een knecht der knechten zij hij zijn broederen.' Naar hem is het land Kanaän genoemd, dat later door de Israëlieten in bezit genomen zou worden.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Sichem — Hebreeuws sjekem, "schouder" — waarschijnlijk naar de ligging op een bergrug
Ligging: Gelegen tussen de bergen Gerizim en Ebal, op de belangrijke noord-zuidroute door het bergland van Efraïm.
Geschiedenis: Deze plaats wordt voor het eerst genoemd bij Abrahams tocht vanuit Haran: bij de eik (het terebint) van More, in de omgeving, richtte hij zijn eerste altaar voor de HEERE in het land Kanaän op (Gen. 12:6v). Waarschijnlijk was het bij diezelfde eik dat Jakob, teruggekeerd uit Paddan-Aram, de vreemde goden begroef (Gen. 35:4); hierheen was hij gekomen na zijn ontmoeting met Ezau (Gen. 33:18). Ten oosten van de stad kocht Jakob een stuk grond van Hemor, Sichems vader, waar hij zijn tent opsloeg en een altaar bouwde, dat hij El-Elohe-Israël noemde (Gen. 33:19v). Hier speelde zich ook de geschiedenis van de ontering van Dina af, met de wraak van Simeon en Levi tot gevolg (Gen. 34). Later liet Abimelech, wiens moeder uit de stad afkomstig was, zich door de mannen van Sichem tot koning maken (Richt. 9).
Bijbelse betekenis: De eerste plek in het beloofde land waar een aartsvader een altaar voor de HEERE bouwde — daarmee in zekere zin het geestelijke beginpunt van Israëls aanwezigheid in Kanaän.
Hebron — Hebreeuws chebron, "bondgenootschap, verbond"; ook bekend als Kirjath-Arba, "de stad van Arba" (naar de vader van Enak), of, volgens joodse overlevering, "de stad der vier" — omdat Abraham, Izak, Jakob en, naar men meende, ook Adam er begraven zouden zijn
Ligging: Circa 32 kilometer ten zuiden van Jeruzalem, gelegen in een open dal, ruim 900 meter boven zeeniveau — een van de oudste en belangrijkste steden van Zuid-Palestina. Volgens Num. 13:22 gesticht vóór Zoan (Tanis) in Egypte.
Geschiedenis: Hier woonde Abram bij de eiken van Mamre (Gen. 13:18); vandaar trok hij Lot te hulp na diens gevangenneming (Gen. 14); hier werd zijn naam veranderd in Abraham (Gen. 17); hier kwamen de drie mannen met de belofte van een zoon (Gen. 18); hier stierf Sara, en kocht Abraham de spelonk van Machpela als haar graf (Gen. 23) — de begraafplaats van vrijwel alle aartsvaders en hun vrouwen, behalve Rachel. Later werd Hebron een Levitische stad en vrijstad (Joz. 21); hier regeerde David zevenenhalf jaar voordat hij Jeruzalem tot zijn hoofdstad maakte (2 Sam. 5); hier ontstond ook de opstand van Absalom (2 Sam. 15).
Bijbelse betekenis: De plaats die door de hele aartsvadergeschiedenis heen steeds opnieuw terugkeert als woonplaats en begraafplaats van Abraham, Izak en Jakob — daarmee in zekere zin het geestelijke thuis van de patriarchen in het beloofde land.
Archeologie: De oudtestamentische stad wordt gezocht op de heuvel er-Roemeidi, ten westen van het huidige Hebron, waar cyclopische muren en andere sporen van oude bewoning zijn aangetroffen; een grondige opgraving van deze heuvel had in 1915 nog niet plaatsgevonden.
Dothan — Hebreeuws voor "twee putten" (of mogelijk "dubbel feest")
Ligging: Ten noorden van Sichem, aan de oude weg die van Gilead via de vlakte van Jizreël naar de kustweg en zo naar Egypte liep. Te identificeren met het huidige Tell Dothan, circa acht kilometer ten zuidwesten van Jenin.
Geschiedenis: Hierheen waren Jozefs broers met de kudden van hun vader getrokken toen Jakob Jozef naar hen toe zond; hier vonden zij hem, wierpen hem in een put, en verkochten hem ten slotte aan een karavaan Ismaëlieten die op weg was naar Egypte (Gen. 37:17-28). Eeuwen later woonde hier de profeet Elisa, wiens knecht hier de ogen geopend werden om het berggebergte vol vurige paarden en wagens rondom Elisa te zien (2 Kon. 6:13-17).
Bijbelse betekenis: De plaats waar de broederhaat tegen Jozef tot uitbarsting kwam — het begin van een weg van verraad en vernedering die de HEERE Zelf ten goede zou keren tot behoud van velen (Gen. 50:20).
Archeologie: Bij Tell Dothan zijn overblijfselen van oude bebouwing en twee waterputten/regenbakken gevonden, passend bij de naam "twee putten"; de omliggende vlakte is nog altijd goed geschikt als weideland.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Dromen (als openbaring)
Herhaaldelijk maakt God in Genesis Zijn wil en toekomstige plannen bekend door dromen. Zo sprak Hij tot Abimelech (Gen. 20:3) en tot Jakob bij Bethel (Gen. 28:12) en later te Haran (Gen. 31:10-11). Het uitvoerigst gebeurt het in de geschiedenis van Jozef. Hij ontving zelf twee profetische dromen (Gen. 37:5-11) en mocht later de dromen van de schenker, de bakker en farao uitleggen (Gen. 40-41), met de uitdrukkelijke erkenning dat de uitlegging Gods is (Gen. 40:8).
Bijbelse betekenis: In deze periode van de heilsgeschiedenis, vóór de voltooide Schrift, gebruikte God dromen als één van de middelen waardoor Hij rechtstreeks tot mensen sprak. Dat gebeurde altijd met een duidelijk, achteraf bevestigd doel, en nooit als een algemeen na te streven ervaring op zichzelf.
Typologie: De Hebreeënbrief leert dat God, Die vroeger op velerlei wijze (waaronder dromen en visioenen) tot de vaderen gesproken heeft, in deze laatste dagen tot ons gesproken heeft door de Zoon (Hebr. 1:1-2). De volle, volkomen openbaring in Christus en Zijn Woord maakt zulke bijzondere openbaringswijzen niet langer de gewone weg waarop God nu tot Zijn kerk spreekt.
Gen. 20:3; Gen. 28:12; Gen. 31:10-11; Gen. 37:5-11; Gen. 40-41; Hebr. 1:1-2
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
De geliefde zoon, verworpen door zijn broers — 37:3-28
De laatste van de aartsvaders. De familie waarin de belofte rust, is verdeeld en gewelddadig; het is niet vanzelfsprekend dat de lijn overleeft.
De vader zendt zijn geliefde zoon naar zijn broers; zij verwerpen hem, verkopen hem voor zilver en zeggen dat hij dood is.
Jozef wordt door zijn vader liefgehad en door zijn broers gehaat, en die haat wordt erger door wat hij zegt. De vader zendt hem naar hen toe om te zien of het hun welgaat, en juist die zending wordt zijn ondergang: zij zien hem van verre aankomen en beraden zich hoe zij hem doden zullen. Uiteindelijk verkopen zij hem voor twintig zilverlingen. Dat de geschiedenis van Jozef trekken vertoont die aan Christus herinneren, is door de Kerk altijd opgemerkt: de geliefde zoon, de zending naar de broeders, de verwerping, het zilver, de vernedering vóór de verhoging. Het Nieuwe Testament noemt Jozef nergens een type; Stefanus vertelt zijn geschiedenis wel uitvoerig als voorbeeld dat de vaderen telkens verwierpen wie God zond.
Genesis 37:3 — Israël had Jozef lief boven al zijn zonen.
Genesis 37:13-14 — De vader zendt hem naar zijn broeders om te zien of het hun welgaat.
Genesis 37:28 — Zij verkopen hem voor twintig zilverlingen.
Handelingen 7:9-10 — Stefanus: de aartsvaders verkochten hem, maar God was met hem.
Mattheüs 21:37-39 — De heer zendt ten laatste zijn zoon; zij doden hem.
In het Nieuwe Testament: Handelingen 7:9-14; Mattheüs 21:37-39
Hoever dit reikt: Jozef bekleedde geen ambt van profeet, priester of koning toen dit gebeurde; zijn overeenkomst met Christus ligt in wat hem overkomt en waartoe God het leidt, niet in wie hij was.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Genesis 37:28.KruisverwijzingenPsalmen 105:17→Handelingen 7:9→Genesis 45:4→Richteren 6:1→Genesis 25:2→Genesis 37:25→Zacharia 11:12→Numeri 31:2→ — Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit den kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte. “De Midianieten… brachten Jozef naar Egypte.” Dit tere kind van een toegeeflijke vader, gekleed in een vorstelijk gewaad van vele kleuren, moest nu de kleding van een slaaf dragen en onder de brandende zon over het hete woestijnzand marcheren. Toch is er nauwelijks een gevangene geweest die zich onder zo’n wrede behandeling zo geduldig en onderdanig heeft gedragen. Hij hield stand alsof hij Hem zag Die onzichtbaar is. Zijn hart werd gesterkt door een diep vertrouwen op de God van zijn vader Jakob, want Jehova was met hem.
Ik meen hem te zien op de slavenmarkt, waar hij te koop wordt aangeboden. Wij hebben gehoord hoe een slaaf met angstige spanning de gezichten bestudeert van degenen die op het punt staan hem te kopen. Zal hij een goede meester krijgen? Zal iemand hem kopen die hem als een mens behandelt, of iemand die hem erger behandelt dan een dier? “De Heere was met Jozef“ toen hij daar stond om verkocht te worden, en Hij zorgde ervoor dat hij in goede handen terechtkwam.
De voorspelling, aan Abraham gedaan, (hoofdstuk. 15:13 vv.), dat het uitverkoren geslacht in een ander land vreemd zou zijn, begint met Jozef vervuld te worden. Hij is een jongeman van 17 jaar vol van voortreffelijke aanleg, met een open oog voor de hogere, onzichtbare wereld; maar hij heeft loutering nodig, daarom baant God hem een weg door de school van lijden en vernedering.
1. En Jakob, nadat hij reeds in hoofdstuk. 35:27 in het land van zijn erfgoed gekomen was, woonde, afgezonderd van zijn broeder, die het gebergte van Edom bezet had (hoofdstuk. 36:6-8), in het land van de a) vreemdelingschap van zijn vader, in het land Kanaän, 1) en wel te Mam bij Hebron.
a) Hebr.11:9
1) Mozes bevestigt wat hij vroeger reeds vermeld heeft: dat, na het weggaan van Ezau, het overgebleven land was voor de heilige Jakob, zodat hij de enige bezitter was. Ofschoon ogenschijnlijk hem geen stukje land toekwam, maar hij tevreden moest zijn met de blote aanblik van het land, zo heeft hij zijn geloof geoefend. En Mozes vergelijkt hem bij name met zijn vader, die heel zijn leven lang in dat land als een vreemdeling had geleefd. Ofschoon nu, nadat zijn broeder naar een ander verblijf was verhuisd, Jakob niet weinig had verkregen, wilde de Heere toch, dat die vooruitgang voor zijn ogen verborgen zou zijn, opdat hij geheel op de belofte zou hopen.
2. Dit zijn Jakob’s geschiedenissen, 1) de geschiedenissen van zijn eigenlijk Patriarchenleven, terwijl de vroeger verhaalde gebeurtenissen (hoofdstuk. 28-35) nog tot Isaak’s Patriarchenleven behoren, terwijl diens naam daarbij nauwelijks genoemd is. Jozef, 2) zijnde een zoon van zeventien jaar, weidde de kudde met zijn broeders (en hij was een jongeling, onschuldig en open) met de zonen van Bilha, en de zonen van Zilpa, van zijn vaders vrouwen. 3) Daar Dan en Naftali, Gad en Aser de jongsten waren, wordt Jozef bij hen als gezel gevoegd, om onder hun opzicht het veehoeden te leren. Hier begon hij in ijver voor de eer van het vaderlijk huis reeds het ambt van wachter uit te oefenen; hij nam waar, wat er van zijn broeders gezegd werd; en Jozef bracht hun kwaad gerucht tot hun vader. 4)
1) Men had hier ook een geslachtsregister van Jakob en zijn zonen mogen verwachten, gelijk als zo-even van Ezau. Omdat echter Jakob’s geschiedenis ten nauwste met die van Jozef samenhangt, verhaalt Mozes, de man Gods nu, wat er met Jozef is voorgevallen, om daaruit duidelijk te maken, hoe God, de Heere, én de daden én de gedachten van de mensen aanwendt, om Zijn heilig doel te bereiken. De Costa zegt dan ook zo terecht, dat de geschiedenis van Jozef “de geschiedenis van God is met Jozef.” In al de geschiedenissen van de Bijbelheiligen, is voor het door de Geest verlicht en geoefend oog, de gulden draad zichtbaar, welke de Heere God in handen heeft.
2) Jozef is een voorbeeld van Christus; de geliefde van zijn vader, gezonden door de vader tot zijn broeders; de onschuldige verkocht voor twintig zilverlingen, en daardoor hun heer geworden, hun redder en de redder van vreemden, hetgeen hij niet zou geworden zijn, wanneer zij niet, met het doel om hem te verderven, hem verkocht en verworpen hadden. In de gevangenis is Jozef de onschuldige, tussen twee kwaaddoeners, Jezus aan het kruis tussen twee misdadigers; Jozef voorspelt de één geluk, de ander zijn dood bij gelijke toestand. Jezus redt de één en laat de ander in zijn oordeel bij gelijke misdaad. Jozef doet echter niets meer dan voorzeggen, Christus brengt het teweeg. Jozef vraagt degene, die gered zal worden, dat hij hem gedenken zal, als hij in ere gekomen zal zijn; en hij, die Jezus redt, bidt dat Hij van zijn gedenke, als Hij in Zijn paradijs zal gekomen zijn.
3) Men vraagt, waarom Mozes hier zowel, de kinderen van Bilha als Zilpa beschuldigt, daar hij later de zonen van Lea van dezelfde misdaad niet uitzondert. Eén van de zonen, en wel Ruben, was zachter dan alle overigen. Het dichtst hem nabij kwam Juda, die ook zijn eigen vleselijke broeder was. Maar wie was Simeon, wie Levi? Zeker toen zij ouder werden, is het zeer waarschijnlijk, dat zij de aanvoerders zijn geweest. Het vermoeden ligt voor de hand, dat, daar deze uit de bijvrouwen en niet uit de eigenlijke echtgenoten zijn geboren, hun zielen eerder met nijd werden vervuld, alsof de slaafse aard van de moeder op hen was overgegaan.
4) Dit was geen “verklikken”, dat steeds uit laaghartig leedvermaak of zucht tot zelfverheffing voortkomt, want Jozef was een edele, godvrezende jongeman, maar de vrucht van een teder geweten, van ijver voor Gods eer en liefde jegens zijn broeders.
Jozef is als een morgenster in Jakob’s huis, waarmee zijn broeders niet te vergelijken zijn. Hij heeft rechtvaardigheid en eerbaarheid bemind, is vol liefde en gehoorzaamheid, jegens zijn vader geweest, zodat hij voor hem niets heeft kunnen verzwijgen, wanneer zijn broeders iets misdreven hadden, waardoor anderen leed was aangedaan, of waardoor op van zijn vaders huis een smaadheid zou kunnen komen.
3. En Israël had Jozef lief, boven al zijn zonen: 1) want hij was hem een zoon uit de ouderdom; hij had hem verkregen, nadat hij lang op een zoon van zijn geliefde Rachel had moeten wachten. Deze voorliefde voor hem nam toe, hoe meer Jozefs edele geest zich ontwikkelde en de godsvrucht zich in hem openbaarde, Jakob toonde ook die voorliefde, en hij maakte hem een veelvervige rok; 2) of, volgens sommige uitleggers, een lang tot aan de handen en voeten reikend opperkleed (2Sam.13:18).
1) Jakob had wel redenen voor zijn voorliefde voor Jozef, en toch was het zeer onvoorzichtig, om die op zulk een in het oog lopende wijze te openbaren. Dit moest noodzakelijk tot wrok en haat leiden bij zijn broeders, in wie de vrees voor God niet woonde.
2) In het Hebreeuws Kethoneth Passiem, een lang afhangend kleed. Luther en onze Statenvertalers hebben het vertaald door veelvervig, bont. Een lang afhangend kleed was het echter, zoals alleen door aanzienlijke werd gedragen. Het hing tot op de enkels van de voeten en bedekte ook nog de polsen van de handen. In dat kleed gehuld stak Jozef boven al zijn broeders in voornaam voorkomen uit. Met dat kleed werd Jozef tot de voornaamste verklaard.
Hij, de oudste van Rachel, was voor Jakob de eerstgeborene, totdat God, de Heere, het hem op Zijn wijze zou duidelijk maken, dat Jakob’s gedachten Gods gedachten niet waren.
4. Als nu zijn broeders zagen, dat hun vader hem boven al zijn broeders liefhad, a) haatten zij hem, en konden hem niet vol vrede toespreken. 1)
a) Genesis 49:23
1) Jakob had zeker zelf wel gevoeld, wat het was, minder bij de vader geacht te zijn; toch heeft hij nog niet uit eigen ondervinding geleerd. Het is een karakteristiek teken, dat hatenden de gehate niet vriendelijk groeten, noch in vrede met hem spreken kunnen.
Zij konden hem de gewone vredegroet van Shalom Legaa, vrede zij u, niet toespreken.
5. Ook droomde Jozef een droom, 1) die hij aan zijn broeders vertelde 2) daar deze hem vol van betekenis voorkwam; daardoor wierp Jozef als olie in het vuur, en daarom haatten zij, die in die droom niet zozeer een ingeving van een eerzuchtig hart zagen, maar nu voor een verheffing boven hen (vs.11) vreesden, hem nog des te meer. 3)
1) Door die dromen openbaart hem God nu wat geschieden zou, opdat hij later zou weten, dat niets bij toeval was gebeurd, maar wat door Goddelijk besluit vast stond, door allerlei wisselingen op Zijn tijd zou vervuld worden. Aan Abraham was voorspeld, dat zijn geslacht buiten Kanaän als vreemdeling zou verkeren. Dat Jakob naar Egypte zou gaan, dit stond bij de Heere vast. Dat Jozef als heerser over Egypte, ten tijde van de hongersnood, zijn vader met geheel zijn huis tot hulp zou zijn en hem van voedsel voorzien evenzeer. Uit hetgeen hier verhaald wordt, zou niemand iets zodanigs vermoeden. Jakob’s zonen spannen samen, om hem te vermoorden, zonder wie zij niet kunnen behouden blijven. Ja, hij, die geroepen was, om hun geluk te verschaffen, wordt geworpen in een kuil en ternauwernood uit de kaken van de dood gered. Tengevolge van verschillende lotgevallen schijnt hij van het vaderlijke huis voor altijd verdreven, daarna wordt hij in de gevangenis als in een tweede graf geworpen, waar hij gedurende een aangeven tijd bijna ten ondergaat. Niets kon dan ook minder geloofd worden, dan dat het gezin van Jakob door zijn hand zou gered worden, daar hij, daarvan afgesneden en ver weggevoerd, zelfs onder de levenden niet meer werd geteld. Want geen hoop op bevrijding restte hem meer. Voornamelijk sedert hij door de schenken werd vergeten, en hij daardoor schijnbaar moest ten ondergaan, tot een altijddurende gevangenschap veroordeeld. Maar God heeft volbracht, ook door zoveel omwegen, wat Hij had vastgesteld.
2) Waarom vertelde Jozef die droom aan zijn broeders. Ongetwijfeld liep daar een weinig ijdelheid onder, al zal hij door de droom en de uitlegging zijn broeders en zijn vader hebben willen overtuigen, dat God met hem iets groots voor had.
3) Door die droom gaat de haat in woede over.
6. En hij zei tot hen, en gaf het door de toon van zijn spreken te kennen, dat zijn hart van zelfverheffing vrij was (vs.8): Hoort toch deze droom, die ik gedroomd heb.
7. En ziet, wij waren schoven bindende in het midden van het veld; 1) en ziet, mijn schoof stond op, en bleef ook staan; en ziet, uw schoven kwamen rondom, en bogen zich neer voor mijn schoof. 2)
1) Dat de Patriarchen nevens de veeteelt ook de akkerbouw uitoefenden, bewijst hoofdstuk. 26:12; toch verbouwden zij slechts zoveel, als zij voor hun eigen huishouden nodig hadden.
2) Men merke op, dat de jeugdige Jozef in zijn dromen slechts zijn verhoging, niet de voorafgaande vernedering zag.
Evenals aan het leven van Abraham, vervolgens aan dat van Jakob, een goddelijke belofte, als een thema, voorafgaat (hoofdstuk. 12:1-3; 25:23; 28:13-15) zo ook aan het leven van Jozef. Evenals echter Abrahams hoop lang onvervuld bleef, zo schijnt ook bij Jozef het tegendeel van zijn profetische droom plaats te hebben.
Ik ben niet geschikt om dromen te hebben of deze uit te leggen; ik begeer ook zulk een kennis niet, en heb met God, mijn Heer, een verbond gemaakt, dat Hij mij geen gezichten of dromen zou toezenden. Want ik ben met deze gave tevreden, dat ik de Heilige Schrift heb, die mij overvloedig leert, en alles bericht, wat ik voor dit en het toekomend leven nodig heb. Ik geloof deze Heilige Schrift, en ik ben ermee tevreden; ik ben er ook zeker van, dat ik daarbij niet bedrogen zal uitkomen; ik wil echter aan de gaven van anderen niets afdoen.
8. Toen zeiden zijn broeders tot hem: Zult gij dan geheel over ons regeren? zult gij dan geheel over ons heersen? Is die hoogmoedige mening de uwe, dat gij zulke dromen droomt? Zo haatten zij hem nog des te meer, om zijn dromen en om zijn woorden, 1) om zijn vermetelheid, dat hij deze nog had durven verhalen.
1) “Om zijn woorden.” Hoogst waarschijnlijk was de tijd, waarop Jozef de droom mededeelde, niet vrij van hooghartigheid. Ook Jozef moest nog diepe wegen door, om te leren, dat het God en God alleen is, die verhoogt.
9. Na deze goddelijke droom is Jozefs verbeeldingskracht opgewekt en hij droomde nog een andere droom, 1) tengevolge van zijn door de eerste opgewekte hoogmoedige gedachten, en hij verhaalde die aan zijn broeders, hoewel hij gezien had, hoe kwalijk de eerste opgenomen was; en hij zei: Ziet, Ik heb nog een droom gedroomd, en ziet, de zon, en de maan en elf sterren bogen zich voor mij neer.
1) Ook deze droom heeft hetzelfde doel. Met dit enkel onderscheid, dat God, om het geloof aan de godsspraak te versterken, hemellichamen gebruikt. De broeders van Jozef hadden veracht, hetgeen omtrent de schoven gezegd was. Nu roept de Heere hen, om de hemel te beschouwen, waar Zijn majesteit zo heerlijk schittert. Er wordt echter gevraagd, hoe het komt, dat zijn moeder zou komen, om zich voor hem neer te buigen, daar deze reeds gestorven was. Dat sommige Joodse uitleggers dit tot Bilha in betrekking brengen is mat, en zonder zodanige uitvluchten is de zin ook wel te vatten. Zon en maan beide betekenen het hoofd van de familie. Zo ziet Jozef in dat beeld, dat hij door geheel het vaderlijk huis zal vereerd worden.
De grondgedachte in de droom van Jozef is, dat hij naar het uitwendige de meerdere van zijn broeders zou zijn en in dit opzicht ook zijn ouders zou overtreffen. Deze hoofdstrekking wordt in beide dromen even duidelijk aangegeven. Dat deze hoogheid van de wereld langs de weg van behartiging van de landbouwbelangen zou komen, wordt door “het binden van de schoven in het veld” aangeduid. Zon, maan en sterren waren in Egypte het beeld van de koninklijke glans, waaraan zelfs de koningsnaam Farao (Ph’ra = de zon) is ontleend. De verscheidenheid en het aantal van de in de droom aanschouwde hemellichamen gaven zeer juist de verhouding en grootte van Jakob’s gezin aan.
Dat Jozef tot tweemaal toe, onder andere vorm, hetzelfde droomde, was voor hem wel een bewijs, dat het zeker zou geschieden. Gelijk het later ook met Farao het geval was. Hem werd zeker beduid, dat hij heerschappij zou oefenen. Immers, zon en maan zijn tekenen van heerschappij. De Ziener op Patmos zag ook een groot teken in de hemel, namelijk een vrouw, bekleed met de zon en de maan was aan haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. (Openbaring. 12:1) Jozef zag elf sterren; Johannes twaalf, omdat ook Jozef zelf ten slotte moest buigen.
Goddelijke zegeningen in plaats van ootmoedige dankbaarheid op te wekken, worden door de menselijke zonde dikwijls oorzaken van zelfverheffing; waarom de mens, gelijk Jozef op moeilijke en vernederende wegen moet worden geleid. Dat deze droom geen goddelijke wens was, wordt wel daardoor bewezen, dat Jozefs moeder reeds gestorven was en Jakob zich nooit voor Jozef neergebogen heeft. Uitleggers, die ook deze voor een goddelijke droom houden, verklaren Jakob’s toegeven tot het meegaan van Benjamin voor het neerbuigen van de zon; terwijl het buigen van de maan iets dergelijks zouden zijn als Rachels wenen over het ongeluk van haar kinderen op Rama’s hoogten. (MATTHEUS.2:8; Jer.31:15)
10. En als hij het aan zijn vader en aan zijn broeders verhaalde, bestrafte 1) hem zijn vader, en zei tot hem: Wat is dit voor een droom, die gij gedroomd hebt? Ziet gij zelf de dwaasheid daarvan niet in? Zullen wij dan allemaal komen, ik, en uw moeder, die reeds gestorven is (daaruit blijkt immers genoeg, dat de vervulling onmogelijk is), en uw broeders, om ons voor u ter aarde te buigen?
1) Indien Jakob vermoed heeft, dat zijn zoon uit ijdele eerzucht die droom had gedroomd, bestrafte hij hem terecht. Maar indien hij wist, dat God de Gever van die dromen was, dan had hij geen reden, om zijn zoon terecht te zetten. Dat hij echter tot die kennis gekomen is, dat mag hieruit afgeleid worden, daar van hem gezegd wordt, dat hij later die zaak zeer ernstig overwogen heeft. Want Mozes, hem van zijn zonen onderscheidend, zegt, dat deze niet anders dan haat en nijd tegen hem gekoesterd hebben, maar dat hij bij zichzelf overwogen heeft, wat toch dit betekende. Wat niet kon geschieden, tenzij hij door een eerbiedige vrees is aangegrepen. Want dit moest Jakob zelf in de gedachte komen, dat, ofschoon Jozef aan zijn gezag was onderworpen, hij toch een profetisch persoon was. Het is dan ook aan te nemen, dat hij ziende, dat zijn zonen zo kwalijk gezind waren, geveinsd heeft, wat hij niet was. Dat hij dus zelf door de droom niet beledigd was, maar hun gemoederen niet meer heeft willen verbitteren, daar wegens hun trotsheid, de onderwerping onverdraaglijk was. Ik althans twijfel er niet aan, dat hij, zich erop toeleggende, om hen te verzoenen, zijn zoon met opzet onvriendelijk heeft behandeld.
***11. Zijn broeders dan a) benijdden hem; 1) hun vorige haat werd nu tot nijd, die over de ondergang van Jozef dacht, daar zij de indruk hadden, alsof werkelijk achter deze dromen een voorspelling omtrent de toekomst van de familie verborgen lag, doch zijn vader bewaarde deze zaak 2) in zijn hart.
a) Hand.7:9
1) In het Hebreeuws Wajeknaz. “Met een kwaad oog,” “met schele blikken aanzien.” Jozef is hier type van de Heere Christus, die ook zijn broeders vreemd was. Gelijk Jozef straks type is van de Heere in de uitwendige openbaring van Zijn macht, zo is hij nu en later type van Hem in zijn verdrukking.
2) Hoewel Jakob Jozef een verwijt doet en diens gedachten van de droom zoekt af te brengen, overlegt hij deze toch in zijn ziel, temeer, daar hij, in zijn voorliefde voor Jozef wel wenst, dat deze tot het opperhoofd over zijn broeders en tot drager van de belofte zou verkoren zijn.
Dit kan ook vertaald worden: Hij bepaalde zijn aandacht bij dit woord.
II. Gen. 37 vers 12-36
De nijd van de broeders, door de voorliefde van de vader opgewekt, en door de beide dromen tot een dodelijke haat geworden, vindt spoedig gelegenheid tot bevrediging. Terwijl Jozef, volgens zijn vaders bevel tot hen komt, besluiten zij hem te doden; Ruben beweegt hen, dat zij hem niet doden, maar in een kuil werpen. Zij verkopen hem aan Ismaëlitische kooplieden en zenden nu zijn in het bloed van een geitenbokje gedoopte rok tot de vader, met de boodschap, dat zij deze in zulk een toestand gevonden hadden; een wild dier moest Jozef verscheurd hebben. Jakob is troosteloos over het vermeende verlies van zijn lievelingszoon; deze wordt naar Egypte gevoerd, om daar als slaaf verkocht te worden.
12. En zijn broeders gingen uit de omtrek van Hebron heen, om de kudde van hun vader te weiden bij Sichem, waar deze een grondbezitting had (hoofdstuk. 39:19).
13. Zo zei Israël tot Jozef, die hij geenszins vertroetelde, maar nu misschien nog strenger dan tevoren behandelde, om de in hem ontwakende hoogmoedige gedachten te onderdrukken (vs.9,10): Weiden uw broeders niet bij Sichem? Gij zijt daar van uw achtste tot uw zestiende jaar geweest en alzo met de landstreek bekend. Kom, dat ik u tot hen zende. En hij zei tot hem: Zie hier ben ik.
Uit dit vers blijken twee dingen; ten eerste dat Jakob niet alleen zijn zoon Jozef liefhad, maar ook zijn andere kinderen, ja, dat hij nu niet aarzelt, om zijn Jozef onvergezeld en alleen te laten gaan, opdat hij moge weten, hoe of het met zijn andere zonen gesteld is. Ten tweede de grote gehoorzaamheid van Jozef. Zonder nog precies te weten, wat zijn vader hem zal zeggen, verklaart hij zich aanstonds bereid om te gehoorzamen.
Het “Zie hier ben ik” ven Jozef, hoe herinnert het aan het woord van de Meerdere dan deze: “Zie, ik kom, o God! om uw wil te doen!.
14. En hij zei tot hem: Ga toch heen, zie naar de welstand van uw broeders, en naar de welstand van de kudde, en breng mij een woord wederom. 1) Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem.
1) Jakob vreesde wegens het een jaar geleden door zijn zonen aangerichte bloedbad (hoofdstuk. 34:30), nu zij zich weer daarheen gewaagd hadden, voor hun leven en voor zijn vee.
Aan de ene kant merken wij op, de grote onvoorzichtigheid van Jakob, om Jozef tot hen te zenden, die hem haatten, maar ook aan de andere zijde, dat de Heere God ook de misslagen van mensen wil gebruiken, om Zijn plannen te volvoeren.
15. En een man vond hem, toen hij Sichem gelukkig achter zich had, maar nog niets van zijn broeders kon ontdekken (want ziet, hij was dwalende in het veld); zo vroeg hem deze man, die hem zag zoeken, zeggende: Wat zoekt gij?
De dwalende Jozef, door iemand, die hem ontmoette, terecht geholpen, tekent wel een moedig en een vastberaden karakter. Hij laat zich door de teleurstellingen van de taak, hem opgedragen, niet afbrengen.
Terecht is opgemerkt, dat de mededeling, dat niet de 17-jarige jongeman de vreemdeling aansprak maar, de vreemdeling hem, een innerlijk bewijs is voor de waarheid van het verhaal, daar hij ongetwijfeld uit bedeesdheid het vragen naliet.
16. En hij zei: Ik zoek mijn broeders; geef mij toch te kennen, waar zij weiden.
17. Zo zei die man: Zij zijn zeker van hier gereisd en niet meer in deze landstreek, want k hoorde hen zeggen: Laat ons naar Dothan (twee putten) gaan. Jozef dan ging zijn broeder achterna, 1) en vond hen ongeveer 5 uur meer noordwaarts, te Dothan, een in het bovengedeelte van Samaria bij de vlakte van Jizreël gelegen plaats, later zeer bekend uit Eliza’s leven.
1) Jozef zoekt zijn broeders en vindt zijn vijanden, zijn bloeddorstige moordenaars. Zo geschiedt het dikwijls, dat een zieke de geneesheer zoekt en hij vindt de dood; gerechtigheid voor de rechter, en hij vindt onrecht; waarheid, en hij vindt leugen; vrienden, en hij vindt vijanden.
18. En zij zagen hem van ver; En eer hij tot hen naderde, sloegen zij tegen hem een listige raad om hem te doden. 1)
1) Zo gaat het in de wereld, wanneer vromen aan het welzijn van de goddelozen denken, beraadslagen deze over hun verderf. (1 Samuel 19:5)
Verschrikkelijk, ja duivels was de woede van de kinderen van Jakob, daar zij, na alle natuurlijk gevoel uitgeschud te hebben, bereid zijn om tegen hun eigen vlees en bloed te woeden.
19. En zij zeiden de een tot de ander: Ziet daar komt die meester dromer aan!
Met deze woorden toonden Jozefs broeders duidelijk twee dingen. Ten eerste, dat het hun aan alle geloof en vrees voor God nog ontbrak, zodat zij niet willen erkennen, dat die dromen van Goddelijke oorsprong zijn, en ten tweede, dat niet zozeer de voorliefde van Jakob voor Jozef hen tot zulk een schandelijke daad aanzet, maar jaloersheid en ijverzucht, daar zij volstrekt niet zich aan Jozef willen onderwerpen. In die woorden ligt toch opgesloten, dat zij hem willen tonen, dat zij er voor zullen zorgen, dat die dromen niet vervuld worden.
Ongetwijfeld zijn zij hier onder de invloed van de vorst van de duisternis, van het slangenzaad, dat op deze wijze wil trachten Gods plan in betrekking tot de Kerk in duigen te doen vallen.
20. Nu komt dan, en laat ons hem doodslaan, en hem (zijn lijk) in een van deze kuilen werpen; en wij zullen thuis zeggen; Een boos dier heeft hem opgegeten; zo zullen wij zien, wat van zijn dromen worden zal. 1)
1) Vóór de moord zoeken zij reeds naar een middel, om voor de mensen hun misdaad te bedekken. Maar het komt niet bij hen op, dat zij de ogen van God niet kunnen ontvluchten, ook al blijft het voor de mensen verborgen. En zo onnozel is hun huichelarij, dat zij de smaad van de wereld vrezende, om het oordeel van God zich niet bekommeren.
Een vreselijke afgrond van zonde! Het is niet slechts de natuurlijke broederhand, die de zonen van Jakob verenigt, niet slechts de eenheid van het bloed, welke hen verbindt; zij hebben ook een gemeenschap als zonen van de belofte en erfgenamen van de goddelijke zegen; zij vormen tezamen het met Gods genade gezegende huis van Israël. Hetzelfde geldt omtrent hun vader; hij is dit niet alleen volgens de natuur, maar ook ten opzichte van de goddelijke belofte. Daarbij zijn de zonen van Jakob niet opgewassen in de nacht van het heidendom, want zij weten van Abrahams geloof en gehoorzaamheid; zij hebben Izaak gezien en uit hun vaders mond de openbaringen van God in zijn leven gehoord, en zijn geheiligde wandel als een voorbeeld aanschouwd. Toch heeft de nijd hen zo ontvlamd, dat zij die in het bloed van de knaap moeten koelen; toch heeft de haat hen zo vervuld, dat zij ertoe kunnen komen, hun vaders grijze haar ten grave te brengen.
21. Ruben, die van nature weker van gemoed, en zich van zijn bijzondere verantwoording als eerstgeborene bewust was, hoorde dat, en verloste hem uit hun hand; a) en hij zei: Laat ons hem niet aan het leven slaan.
a) Genesis 42:21
22. Ook zei Ruben tot hen, om hen tenminste van het voornemen van een dadelijke doodslag af te brengen, daar hij vreesde de haat ook tegen zichzelf op te wekken: Vergiet geen bloed; werpt hem in deze kuil, 1) die nabij deze plaats, in de woestijn is, en legt de hand niet aan hem; in die kuil moet hij toch omkomen, en zo bezoedelt gij u tenminste niet met het broederbloed. Hij wilde hem in die kuil niet laten omkomen, maar zei dit, opdat hij hem uit hun hand verloste, om hem, als zij waren weggetrokken, op te halen, en tot zijn vader terug te brengen. 2) Daardoor meende hij tevens zijn vorige misdaad (hoofdstuk. 35:22) weer enigszins te herstellen.
1) Een put, die op de bodem wijd, en aan de monding nauw was, om regenwater te bewaren; dergelijke putten zijn dikwijls, wanneer het in aangeven tijd niet heeft geregend, zonder water maar meestal vol modder; en hij, die daarin gevallen is, is geheel hulpeloos. Soms werden zij wel tot gevangenissen gebruikt. (Jeremia. 38:6; 40:15).
2) Het is de moeite waard op te merken, door wiens toedoen, terwijl al de anderen zich haasten om zijn bloed te vergieten, Jozef gered is. In één zaak was Ruben voorzeker de slechtste van allen, in de zaak nl. dat hij zijn vaders bed had bezoedeld. En deze zonde, zedelijk verbonden met andere ondeugden, is teken van een verkeerde natuur. Nu plotseling alleen tot vroomheid geneigd en gedachtig aan zijn broederlijke plicht, verijdelt hij de goddeloze samenzwering. Onzeker is het of hij een middel tot verzoening gezocht heeft, waardoor hij weer bij de vader in gunst kon aangenomen worden. Wel getuigt Mozes, dat het zijn plan is geweest, hem ongedeerd tot de vader te brengen. Daardoor is het vermoeden te verdedigen, dat hij gemeend heeft, dat het leven van de broeder een waardig loon was, waarmee hij het gemoed van zijn vader kon verzoenen. Hoe het echter ook zij, deze menslievendheid waardoor hij beproefd heeft om zijn broeder te bevrijden, getuigt, dat hij niet aan alle ondeugden was overgegeven. En God heeft wellicht door dit bewijs van zijn berouw zijn vroegere misdaad een weinig willen opheffen. Waardoor wij leren, dat wij niet om één zonde, al is die ook nog zo erg, de mensen zó moeten beschouwen, dat wij aan hun heil wanhopen.
Wij lezen niet, dat Ruben hun om hun snode bedoelingen bestrafte. Door zijn zonde met Bilha had deze zich van zijn overwegende invloed beroofd. De zonde laat altijd in meerdere of mindere mate een litteken achter.
23. En het geschiedde, als Jozef tot zijn broeders kwam, zo trokken zij Jozef zijn rok uit, namelijk de veelkleurige rok, die hij aanhad, en die hun zoveel ergernis gegeven had.
Konden zij vroeger hem de vredegroet niet meer toespreken, dit zullen zij ook nu niet hebben gedaan, zodat Jozef niet bij machte is om hen de boodschap van hun vader over te brengen.
24. En zij namen hem, onder bittere verwijten en scheldwoorden, en wierpen hem, hoe hij ook om genade bad (hoofdstuk. 41:21) in de kuil; 1)doch de kuil was ledig, er was geen water in; zo beschermde God hem voor verdrinken; hoe Hij hem voor de hongerdood bewaarde, wordt later (vs.25 vv.) gemeld.
1) Op de weg naar Damascus vond Robinson Khan Jubb. Jusuf, (een soort van halve) de Khan van Jozefs graf, zo genoemd naar een daarmee verbonden put, die door Christenen en Islamieten voor de kuil gehouden wordt, waarin Jozef door zijn broeders geworpen werd.
Uit Genesis 42:21 blijkt duidelijk dat dit niet plaats had zonder degelijk verzet van Jozefs zijde, zonder smeekbeden om het niet te doen. Hoogstwaarschijnlijk is Simeon de hoofdleider geweest, waarom Jozef later hem dan ook als gijzelaar houdt. (Genesis 42:24).
25. Daarna, na hun vreselijk werk verricht te hebben, zaten zij neer, om brood te eten, 1)zonder zich aan Jozefs klachten te storen (Amos 6:6); alleen Ruben nam aan de maaltijd geen deel; hij verwijderde zich, totdat hij zijn voornemen zou hebben volvoerd. Zo aten zij en hieven hun ogen op, en zagen, en ziet, een reisgezelschap van Ismaëlieten, 2) een karavaan Arabische kooplieden, kwam uit Gilead, 3) uit die landstreek die zo rijk is in weiden en geurige kruiden, in de nabijheid waarvan een gedeelte van Ismaëls nakomelingen woonde (hoofdstuk. 25:15); en hun kamelen droegen specerijen, gomdragant, en balsem, opobalsamun, thans balsem van Mekka genoemd, die in Gilead veel bereid werd (Jeremia. 8:22; 46:11) en mirre, laudanum, een kostbaar tot reukwerk gebruikt hars, dat van de cistusroos gewonnen werd (hoofdstuk. 43:11); deze waren reizende, om dat weg te brengen naar Egypte. 4)
1) De zonde van de broeders komt in haar gehele afschuwelijkheid met daden te voorschijn. De broederhand zal zich zonder oorzaak bevlekken met broederbloed; de lippen van een zoon zullen zich lenen tot woorden uit de hel, die het liefhebbend hart van hun eigen vader moeten doorboren, bij de wanhoop wekkende gedachte: een wild dier heeft mijn kind verscheurd. En nochtans, ook aan deze goddelozen heeft God zich niet onbetuigd gelaten. De geschiedenis van hun overgrootvader Abraham en zijn godsvrucht kennen zij. De vrome Izaak woont nog in hun tenten en geeft dagelijks het voorbeeld van een stille wandel met God, van geduld en zachtmoedigheid. Hoe verschilt hun hart van het zijne. Eindelijk hebben zij de vrije toegang tot de rijke schat van Jakob’s aardse en bovenaardse levenservaringen, en dagelijks zijn godvruchtig leven voor ogen. Dat zijn genademiddelen, waardoor God ook hun harten tot zich trekken wilde, gelijk dat van Jozef. Maar zij worden steeds meer in hun boosheid verhard, en het hart, dat voor Gods roepstemmen gesloten, voor de inblazingen van nijd en haat wijd geopend is, deinst op het laatst voor de grootste zonden niet meer terug. Zij hebben alle menselijke gevoel uitgeschud bij hun besluit, om Jozef de hongerdood te laten sterven. En nu-het is bijna ongelooflijk-zetten zij zich neer om te eten en te drinken, en horen niet naar het geroep, dat ruim 21 jaar later nog in hun oren weerklonk, en nimmer in hun geweten tot zwijgen is te brengen (hoofdstuk. 42:12). “Wij zagen de benauwdheid van zijn ziel, toen hij ons om genade bad, maar wij hoorden niet.” Dat is het toppunt van de zonde! Zij kunnen zich vergasten, terwijl hun broeder honger lijdt; zien de benauwdheid van zijn ziel en willen niet naar hem horen! Twee zijn er slechts, die enigszins meer menselijk denken. Het zijn de ruwe, maar goedhartige Ruben, die zijn broeder redden wil (vs.29,30), hoewel hij de moed en de zelfstandigheid niet bezit, om de woede van de anderen te trotseren, en Juda, die zijn broeder althans nog op dezelfde wijde wereld kan dulden.
2) De hier genoemde Ismaëlieten worden in vs.28 en 36 Midianieten genoemd. Waarschijnlijk waren Ismaëlieten aanvoerders van de karavaan, die grotendeels uit Midianieten bestond. De eersten zijn nakomelingen van Hagar, de anderen van Ketûra (hoofdstuk. 25:1-6; 12-16) Zij verenigden zich met elkaar en werden “kinderen van het Oosten” (1 Koningen 4:30 Jer.49:28 Ezech.25:4 ) genoemd.
Ook kan het zijn, dat de zonen van Jakob hen voor Ismaëlieten hielden, terwijl het eigenlijk Midianieten waren.
3) Deze landstreek viel later aan de stammen Gad, Ruben en half Manasse ten deel (Deuteronomium. 3:12 vv.), en werd na de ballingschap Perea genoemd.
4) Zij kwamen over de weg, die beneden het meer van Gennesareth over de Jordaan eerst westelijk naar de vlakte van Jizrëel leidde en dan aan de overzijde van Dothan op de grote karavaan-weg uitkwam, die van Damascus over Megiddo, Ramleh en Gaza naar Egypte ging.
26. Toen zei Juda, 1) in wie het gevoel van afkeer van de broedermoord niet geheel verstorven was, en bij wie op het zien van de kooplieden eerst de gedachte ontwaakte, dat men zich van Jozef kon ontdoen, zonder hem te doden, tot zijn broeders: Wat gewin zal het zijn, dat wij onze broeder doodslaan en zijn bloed verbergen? Het is toch eigenlijk een moord, wanneer wij hem in de kuil laten omkomen, en zijn bloed zal toch ten hemel stijgen, hoe goed wij de zaak ook verbergen. (vs.20).
1) Ruben en Juda herinneren aan Jozef van Arimathea en Nicodémus, die niet mede bewilligden in het oordeel van de hoge raad; zij stonden echter minder dan deze op de rechte plaats, en hun halve maatregelen herinneren aan de zwakheid van een Pilatus.
Mensen, gelijk Ruben (Genesis 35:22) en Juda (Genesis 38:15 vv.) van wellustige aard, zijn gewoonlijk weekhartiger. Al, wat goed schijnt, komt nog niet uit een goed beginsel voort.
Op een drietal omstandigheden wijst Juda, om de moord van Jozef te voorkomen. Hij beroept zich op het gemis van alle ogenblikkelijk voordeel voor zo hebzuchtige mensen; op het onschendbaar recht van de nauwe bloedverwantschap, dat toch ook bij de dodelijkste haat moet spreken; en ten laatste op het moeilijke, om een zodanige gruweldaad, waarvan zo velen wisten, op den duur verborgen te houden.
27. Komt, en laat ons hem aan deze Ismaëlieten verkopen, die daar met hun kamelen doortrekken, en onze hand zij niet aan hem: want hij is onze broeder, ons vlees; en zijn broeders hoorden 1) hem; zij namen door de leiding van God (Psalm. 33:13-15) zijn voorstel aan.
1) God is hier, waar zijn weg nog in het duister ligt, reeds werkzaam, om alles te schikken en te leiden naar Zijn heilige raad. De man, die Jozef ontmoette (vs.15), was een werktuig in Gods hand. Dat Ruben, die sedert zijn schandelijke daad met een beschuldigend geweten rondging, het verschrikkelijke voornemen van de broeders voelt en het arme kind zoekt te redden; dat de broeders hem gehoor geven en de kuil zonder water is; dat Juda, toen hij de kooplieden zag naderen, de verkoop van Jozef aanraadt; dat de karavaan juist op dat uur voorbij trekt, dat is alles Gods almachtige, getrouwe, maar onbegrijpelijke hand. Dat besturen van God geeft ons de zoete troost van het geloof dat te midden van de meest duistere uren, zelfs te midden van de werken en overwegingen van de vijanden, Gods sterke arm leidt en bestuurt, en wel tot het doel, dat Hij gesteld heeft. Dat is- geloofd zij Zijn heerlijke Naam-enkel licht en helder licht.
Juda tracht hier de ene zonde door een andere te voorkomen. Hij tracht op hun hebzucht en vrees te werken. Hem ontbreekt echter de moed om de zonde te beletten en vergeet daardoor dat zijn voorstel in betrekkelijke zin niet minder wreed was dan dat van zijn broeders. Voor Jozef was harde slavernij toch erger dan de dood.
28. Als nu de Midianitische kooplieden de plaats waar zij gezeten waren en het plan beraamd hadden, voorbij gingen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit de kuil, en a) verkochten Jozef aan deze Ismaëlieten voor twintig zilverstukken; 1) die brachten Jozef naar Egypte, 2) om hem daar weer te verkopen.
a) Psalm. 105:17 Hand.7:19
1) Een zilverstuk heeft de waarde van omstreeks 30 gulden. Het getal twintig komt overeen met de schatting (Leviticus. 27:1-7). De middelbare prijs van een slaaf bedroeg 30 sikkels. (Exodus. 21:32 Zacheria 11:12 MATTHEUS.26:15 ), maar de Ismaëlieten wilden natuurlijk door de handel winnen.
2) De weg naar Egypte liep niet ver van Hebron, waar zijn vader Jakob woonde.
29. Als nu Ruben tot de kuil wederkeerde, van welke intussen de broeders zich verwijderd hadden, zodat hij meende zijn reddingsplan nu te kunnen volvoeren, ziet, zo was Jozef niet 1) in de kuil; toen scheurde hij zijn kleren2) van smart (vs.34 hoofdstuk. 44:13 Numeri. 14:6 2Kon.19:1).
1) De mens wikt, maar God beschikt. Ruben leerde ook hier, dat iets met de beste bedoelingen kan gedaan worden en dit toch niet de goedkeuring van de Heere wegdraagt.
2) Er was tweeërlei manier van scheuren van de kleren. Men scheurde of de gehele zoom van zijn kleed. Dit geschiedde bij zware rouw of grote droefheid of men scheurde slechts een gedeelte van de zoom, dit geschiedde bij lichte rouw.
30. En hij keerde weer tot zijn broeders en zei: De jongeman 1) is er niet, en ik, waar zal ik heengaan, 2) om mij te verbergen voor mijn vader.
1) In deze benaming ligt opgesloten, dat Ruben aan het bitter zelfverwijt ten prooi is, dat hij beter op Jozef, daar deze nog slechts een knaap was, had moeten passen.
2) De broeders gaven hem geen antwoord, maar zullen hem op de mond hebben geslagen en gezegd hebben: “Zwijg, help het verbergen, of het ongeluk zal u treffen”.
31. Toen namen zij Jozefs rok, en zij slachtten een geitenbok, en zij doopten de rok in het bloed.
Eens had Jakob zijn vader Izaak proberen te bedriegen, door het slachten van een geitenbok, door het aannemen van een vreemd kleed en door het bekleden van polsen en hals met het dierenvel; en zie hoe nu Jakob’s zonen hem, hun vader, op bijna gelijke wijze bedriegen.
32. En zij zonden door een knecht de veelkleurige rok naar Hebron, en deden hem tot hun vader brengen, en zeiden: Deze hebben wij gevonden, beken toch of deze uw zoons rok zij, of niet.
1) De tweede misdaad wordt gepleegd, om de eerste te bedekken. De rok, het voorwerp van hun jaloersheid, moet de bode zijn van hetgeen het hart van de vader verscheuren zal. De Schrift houdt geen zonde terug van de stamvaders van dat volk, voor welke deze Schrift heilig was. Ook dit getuigt voor haar bovenaardse oorsprong.
33. En hij bekende hem, en zei: Het is mijn zoons rok! 1) a) een boos dier heeft hem opgegeten! Voorzeker is Jozef verscheurd!
a) Genesis 44:28
1) De bonte rok, in bloed gedoopt, zal Jakob nog eens aan de bedriegerijen herinneren, welke hij in het gewaad van Ezau tegen zijn vader bedreef. Toch mag men niet voorbij zien, dat Jakob te Pniël verzoening gevonden had. Ware hij echter even zo geheiligd geweest, als verzoend, zo had hij niet na zo bittere ondervindingen de misslag van zijn vader door het voortrekken van een zoon herhaald. In zoverre boette hij ook nu nog een schuld, die hem reeds vergeven was.
Hier was een kastijding van God; had Jakob zijn vader Izaak daarmee bedrogen, dat hij zich het vel van een geitenbokje om hals en handen gebonden had, zo werd hij thans weer bedrogen, daar men de rok van Jozef met geitenbloed bevlekt had.
34. Toen scheurde Jakob zijn kleren, en legde een zak 1) om zijn lenden, en hij bedreef rouw over zijn zoon, gedurende vele dagen.
1) Een opperkleed van grove stof, dat zonder enige snede als een zak aan het lijf hing en met een touw in plaats van met een gordel vastgebonden werd, als teken van diepe droefheid. (2 Samuel 3:31; 1 Kon.20:32).
Met het voor een tijd verdwijnen van Jozef, geboren uit Rachel, in Haran, werd weer voor Jakob een band losgemaakt, die hem bond aan het land van de afgoden.
35. En al zijn zonen, die, hoelang zij het terugkeren ook mochten uitstellen, eindelijk bij hun vader moesten komen, en al zijn dochters 1) maakten zich op om hem te troosten; 2) maar hij weigerde zich te laten troostenen zei: a) want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf nederdalen. 3) Vermoeit u niet tevergeefs om mij te troosten, ik zal treuren totdat ik sterf en weer met mijn zoon verenigd word. Alzo beweende hem zijn vader.
a) Genesis 42:38; 44:29,31
1) “Al zijn dochters.” Hieronder kunnen verstaan worden: de vrouwen van zijn zonen; hoewel dit niet waarschijnlijk is, daar in de Heilige Schrift dan meer de laatstgenoemde uitdrukking gebruikt wordt. Het is zeer wel mogelijk dat Jakob meer dochters gehad heeft, hoewel Dina slechts bij name genoemd is, om de zonde met haar gepleegd.
2) Zij waren allen slechte vertroosters, (Job 16:2) die, in plaats van het hart te verlichten, de smart groter maakten, omdat deze zonen “de gehele tijd niet eens met een goed geweten tot God konden bidden”.
Hieruit blijkt hoe veelvuldig de huichelarij de mensen is aangeboren. Jakob’s zonen helpen met wat naar de toestand van de persoon volstrekt niet past. Uit piëteit toch, waarvan zij overigens zeer vreemd zijn, volbrengen zij hun plicht. Indien zij op God het oog hadden gevestigd, na hun schuld erkend te hebben, ook al hadden zij geen middel tegen het kwaad gevonden, dan zou het berouw toch enige vrucht getoond hebben. Nu echter laten zij het met een ijdele plichtpleging als met een sisser aflopen. Hieruit leren wij, hoezeer wij de huichelarij moeten ontvluchten, welke de mensen onophoudelijk in nieuwe strikken doet verward raken.
3) In het Hebreeuws Scheoel graf, ook de plaats, waar de zielen van de gestorvenen zich bevinden.
Tot aan het graf is de godvrezende een kruisdrager, dan draagt hij een kroon.
36. a) En de Midianieten verkochten hem in Egypte aan Pótifar (priester van de stier Apis), een hoveling van Farao (koning of zoon van de zon), overste van de trawanten, van de koninklijke lijfwacht, die ook de doodvonnissen, wanneer deze geveld waren, voltrekken moest (2 Koningen. 25:8).
a) Psalm. 39:1; 105:17
1) De mond van God zwijgt; maar de Gods hand grijpt des te krachtiger in. (Johannes 14:7).
Welaan, Jozef is weg; daar laten wij hem in het graf rusten. Hij is nu begraven-in de groeve, gelijk zijn vader zegt, neen! in zijn school.
De kunst van de verhaler toont zich ook daarin, dat hij de geschiedenis van Jozef hier afbreekt; hij doet ons mede de troosteloze duisternis voelen, waarin zich het huis van Jakob gebracht heeft; de smart, die gedurende 20 jaar aan het hart van de grijze vader knaagde, en de geheimen ban van de door leugens verborgen doodzonde, die op de zielen van zijn kinderen lag.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 37
Genesis 37:28.KruisverwijzingenPsalmen 105:17→Handelingen 7:9→Genesis 45:4→Richteren 6:1→Genesis 25:2→Genesis 37:25→Zacharia 11:12→Numeri 31:2→
— Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit den kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.
“De Midianieten… brachten Jozef naar Egypte.” Dit tere kind van een toegeeflijke vader, gekleed in een vorstelijk gewaad van vele kleuren, moest nu de kleding van een slaaf dragen en onder de brandende zon over het hete woestijnzand marcheren. Toch is er nauwelijks een gevangene geweest die zich onder zo’n wrede behandeling zo geduldig en onderdanig heeft gedragen. Hij hield stand alsof hij Hem zag Die onzichtbaar is. Zijn hart werd gesterkt door een diep vertrouwen op de God van zijn vader Jakob, want Jehova was met hem.
Ik meen hem te zien op de slavenmarkt, waar hij te koop wordt aangeboden. Wij hebben gehoord hoe een slaaf met angstige spanning de gezichten bestudeert van degenen die op het punt staan hem te kopen. Zal hij een goede meester krijgen? Zal iemand hem kopen die hem als een mens behandelt, of iemand die hem erger behandelt dan een dier? “De Heere was met Jozef“ toen hij daar stond om verkocht te worden, en Hij zorgde ervoor dat hij in goede handen terechtkwam.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
JOZEF WORDT UIT NIJD DOOR ZIJN BROEDERS VERKOCHT.
I. Gen. 37 vers 1-11
De voorspelling, aan Abraham gedaan, (hoofdstuk. 15:13 vv.), dat het uitverkoren geslacht in een ander land vreemd zou zijn, begint met Jozef vervuld te worden. Hij is een jongeman van 17 jaar vol van voortreffelijke aanleg, met een open oog voor de hogere, onzichtbare wereld; maar hij heeft loutering nodig, daarom baant God hem een weg door de school van lijden en vernedering.
1. En Jakob, nadat hij reeds in hoofdstuk. 35:27 in het land van zijn erfgoed gekomen was, woonde, afgezonderd van zijn broeder, die het gebergte van Edom bezet had (hoofdstuk. 36:6-8), in het land van de a) vreemdelingschap van zijn vader, in het land Kanaän, 1) en wel te Mam bij Hebron.
a) Hebr.11:9
1) Mozes bevestigt wat hij vroeger reeds vermeld heeft: dat, na het weggaan van Ezau, het overgebleven land was voor de heilige Jakob, zodat hij de enige bezitter was. Ofschoon ogenschijnlijk hem geen stukje land toekwam, maar hij tevreden moest zijn met de blote aanblik van het land, zo heeft hij zijn geloof geoefend. En Mozes vergelijkt hem bij name met zijn vader, die heel zijn leven lang in dat land als een vreemdeling had geleefd. Ofschoon nu, nadat zijn broeder naar een ander verblijf was verhuisd, Jakob niet weinig had verkregen, wilde de Heere toch, dat die vooruitgang voor zijn ogen verborgen zou zijn, opdat hij geheel op de belofte zou hopen.
2. Dit zijn Jakob’s geschiedenissen, 1) de geschiedenissen van zijn eigenlijk Patriarchenleven, terwijl de vroeger verhaalde gebeurtenissen (hoofdstuk. 28-35) nog tot Isaak’s Patriarchenleven behoren, terwijl diens naam daarbij nauwelijks genoemd is. Jozef, 2) zijnde een zoon van zeventien jaar, weidde de kudde met zijn broeders (en hij was een jongeling, onschuldig en open) met de zonen van Bilha, en de zonen van Zilpa, van zijn vaders vrouwen. 3) Daar Dan en Naftali, Gad en Aser de jongsten waren, wordt Jozef bij hen als gezel gevoegd, om onder hun opzicht het veehoeden te leren. Hier begon hij in ijver voor de eer van het vaderlijk huis reeds het ambt van wachter uit te oefenen; hij nam waar, wat er van zijn broeders gezegd werd; en Jozef bracht hun kwaad gerucht tot hun vader. 4)
1) Men had hier ook een geslachtsregister van Jakob en zijn zonen mogen verwachten, gelijk als zo-even van Ezau. Omdat echter Jakob’s geschiedenis ten nauwste met die van Jozef samenhangt, verhaalt Mozes, de man Gods nu, wat er met Jozef is voorgevallen, om daaruit duidelijk te maken, hoe God, de Heere, én de daden én de gedachten van de mensen aanwendt, om Zijn heilig doel te bereiken. De Costa zegt dan ook zo terecht, dat de geschiedenis van Jozef “de geschiedenis van God is met Jozef.” In al de geschiedenissen van de Bijbelheiligen, is voor het door de Geest verlicht en geoefend oog, de gulden draad zichtbaar, welke de Heere God in handen heeft.
2) Jozef is een voorbeeld van Christus; de geliefde van zijn vader, gezonden door de vader tot zijn broeders; de onschuldige verkocht voor twintig zilverlingen, en daardoor hun heer geworden, hun redder en de redder van vreemden, hetgeen hij niet zou geworden zijn, wanneer zij niet, met het doel om hem te verderven, hem verkocht en verworpen hadden. In de gevangenis is Jozef de onschuldige, tussen twee kwaaddoeners, Jezus aan het kruis tussen twee misdadigers; Jozef voorspelt de één geluk, de ander zijn dood bij gelijke toestand. Jezus redt de één en laat de ander in zijn oordeel bij gelijke misdaad. Jozef doet echter niets meer dan voorzeggen, Christus brengt het teweeg. Jozef vraagt degene, die gered zal worden, dat hij hem gedenken zal, als hij in ere gekomen zal zijn; en hij, die Jezus redt, bidt dat Hij van zijn gedenke, als Hij in Zijn paradijs zal gekomen zijn.
3) Men vraagt, waarom Mozes hier zowel, de kinderen van Bilha als Zilpa beschuldigt, daar hij later de zonen van Lea van dezelfde misdaad niet uitzondert. Eén van de zonen, en wel Ruben, was zachter dan alle overigen. Het dichtst hem nabij kwam Juda, die ook zijn eigen vleselijke broeder was. Maar wie was Simeon, wie Levi? Zeker toen zij ouder werden, is het zeer waarschijnlijk, dat zij de aanvoerders zijn geweest. Het vermoeden ligt voor de hand, dat, daar deze uit de bijvrouwen en niet uit de eigenlijke echtgenoten zijn geboren, hun zielen eerder met nijd werden vervuld, alsof de slaafse aard van de moeder op hen was overgegaan.
4) Dit was geen “verklikken”, dat steeds uit laaghartig leedvermaak of zucht tot zelfverheffing voortkomt, want Jozef was een edele, godvrezende jongeman, maar de vrucht van een teder geweten, van ijver voor Gods eer en liefde jegens zijn broeders.
Jozef is als een morgenster in Jakob’s huis, waarmee zijn broeders niet te vergelijken zijn. Hij heeft rechtvaardigheid en eerbaarheid bemind, is vol liefde en gehoorzaamheid, jegens zijn vader geweest, zodat hij voor hem niets heeft kunnen verzwijgen, wanneer zijn broeders iets misdreven hadden, waardoor anderen leed was aangedaan, of waardoor op van zijn vaders huis een smaadheid zou kunnen komen.
3. En Israël had Jozef lief, boven al zijn zonen: 1) want hij was hem een zoon uit de ouderdom; hij had hem verkregen, nadat hij lang op een zoon van zijn geliefde Rachel had moeten wachten. Deze voorliefde voor hem nam toe, hoe meer Jozefs edele geest zich ontwikkelde en de godsvrucht zich in hem openbaarde, Jakob toonde ook die voorliefde, en hij maakte hem een veelvervige rok; 2) of, volgens sommige uitleggers, een lang tot aan de handen en voeten reikend opperkleed (2Sam.13:18).
1) Jakob had wel redenen voor zijn voorliefde voor Jozef, en toch was het zeer onvoorzichtig, om die op zulk een in het oog lopende wijze te openbaren. Dit moest noodzakelijk tot wrok en haat leiden bij zijn broeders, in wie de vrees voor God niet woonde.
2) In het Hebreeuws Kethoneth Passiem, een lang afhangend kleed. Luther en onze Statenvertalers hebben het vertaald door veelvervig, bont. Een lang afhangend kleed was het echter, zoals alleen door aanzienlijke werd gedragen. Het hing tot op de enkels van de voeten en bedekte ook nog de polsen van de handen. In dat kleed gehuld stak Jozef boven al zijn broeders in voornaam voorkomen uit. Met dat kleed werd Jozef tot de voornaamste verklaard.
Hij, de oudste van Rachel, was voor Jakob de eerstgeborene, totdat God, de Heere, het hem op Zijn wijze zou duidelijk maken, dat Jakob’s gedachten Gods gedachten niet waren.
4. Als nu zijn broeders zagen, dat hun vader hem boven al zijn broeders liefhad, a) haatten zij hem, en konden hem niet vol vrede toespreken. 1)
a) Genesis 49:23
1) Jakob had zeker zelf wel gevoeld, wat het was, minder bij de vader geacht te zijn; toch heeft hij nog niet uit eigen ondervinding geleerd. Het is een karakteristiek teken, dat hatenden de gehate niet vriendelijk groeten, noch in vrede met hem spreken kunnen.
Zij konden hem de gewone vredegroet van Shalom Legaa, vrede zij u, niet toespreken.
5. Ook droomde Jozef een droom, 1) die hij aan zijn broeders vertelde 2) daar deze hem vol van betekenis voorkwam; daardoor wierp Jozef als olie in het vuur, en daarom haatten zij, die in die droom niet zozeer een ingeving van een eerzuchtig hart zagen, maar nu voor een verheffing boven hen (vs.11) vreesden, hem nog des te meer. 3)
1) Door die dromen openbaart hem God nu wat geschieden zou, opdat hij later zou weten, dat niets bij toeval was gebeurd, maar wat door Goddelijk besluit vast stond, door allerlei wisselingen op Zijn tijd zou vervuld worden. Aan Abraham was voorspeld, dat zijn geslacht buiten Kanaän als vreemdeling zou verkeren. Dat Jakob naar Egypte zou gaan, dit stond bij de Heere vast. Dat Jozef als heerser over Egypte, ten tijde van de hongersnood, zijn vader met geheel zijn huis tot hulp zou zijn en hem van voedsel voorzien evenzeer. Uit hetgeen hier verhaald wordt, zou niemand iets zodanigs vermoeden. Jakob’s zonen spannen samen, om hem te vermoorden, zonder wie zij niet kunnen behouden blijven. Ja, hij, die geroepen was, om hun geluk te verschaffen, wordt geworpen in een kuil en ternauwernood uit de kaken van de dood gered. Tengevolge van verschillende lotgevallen schijnt hij van het vaderlijke huis voor altijd verdreven, daarna wordt hij in de gevangenis als in een tweede graf geworpen, waar hij gedurende een aangeven tijd bijna ten ondergaat. Niets kon dan ook minder geloofd worden, dan dat het gezin van Jakob door zijn hand zou gered worden, daar hij, daarvan afgesneden en ver weggevoerd, zelfs onder de levenden niet meer werd geteld. Want geen hoop op bevrijding restte hem meer. Voornamelijk sedert hij door de schenken werd vergeten, en hij daardoor schijnbaar moest ten ondergaan, tot een altijddurende gevangenschap veroordeeld. Maar God heeft volbracht, ook door zoveel omwegen, wat Hij had vastgesteld.
2) Waarom vertelde Jozef die droom aan zijn broeders. Ongetwijfeld liep daar een weinig ijdelheid onder, al zal hij door de droom en de uitlegging zijn broeders en zijn vader hebben willen overtuigen, dat God met hem iets groots voor had.
3) Door die droom gaat de haat in woede over.
6. En hij zei tot hen, en gaf het door de toon van zijn spreken te kennen, dat zijn hart van zelfverheffing vrij was (vs.8): Hoort toch deze droom, die ik gedroomd heb.
7. En ziet, wij waren schoven bindende in het midden van het veld; 1) en ziet, mijn schoof stond op, en bleef ook staan; en ziet, uw schoven kwamen rondom, en bogen zich neer voor mijn schoof. 2)
1) Dat de Patriarchen nevens de veeteelt ook de akkerbouw uitoefenden, bewijst hoofdstuk. 26:12; toch verbouwden zij slechts zoveel, als zij voor hun eigen huishouden nodig hadden.
2) Men merke op, dat de jeugdige Jozef in zijn dromen slechts zijn verhoging, niet de voorafgaande vernedering zag.
Evenals aan het leven van Abraham, vervolgens aan dat van Jakob, een goddelijke belofte, als een thema, voorafgaat (hoofdstuk. 12:1-3; 25:23; 28:13-15) zo ook aan het leven van Jozef. Evenals echter Abrahams hoop lang onvervuld bleef, zo schijnt ook bij Jozef het tegendeel van zijn profetische droom plaats te hebben.
Ik ben niet geschikt om dromen te hebben of deze uit te leggen; ik begeer ook zulk een kennis niet, en heb met God, mijn Heer, een verbond gemaakt, dat Hij mij geen gezichten of dromen zou toezenden. Want ik ben met deze gave tevreden, dat ik de Heilige Schrift heb, die mij overvloedig leert, en alles bericht, wat ik voor dit en het toekomend leven nodig heb. Ik geloof deze Heilige Schrift, en ik ben ermee tevreden; ik ben er ook zeker van, dat ik daarbij niet bedrogen zal uitkomen; ik wil echter aan de gaven van anderen niets afdoen.
8. Toen zeiden zijn broeders tot hem: Zult gij dan geheel over ons regeren? zult gij dan geheel over ons heersen? Is die hoogmoedige mening de uwe, dat gij zulke dromen droomt? Zo haatten zij hem nog des te meer, om zijn dromen en om zijn woorden, 1) om zijn vermetelheid, dat hij deze nog had durven verhalen.
1) “Om zijn woorden.” Hoogst waarschijnlijk was de tijd, waarop Jozef de droom mededeelde, niet vrij van hooghartigheid. Ook Jozef moest nog diepe wegen door, om te leren, dat het God en God alleen is, die verhoogt.
9. Na deze goddelijke droom is Jozefs verbeeldingskracht opgewekt en hij droomde nog een andere droom, 1) tengevolge van zijn door de eerste opgewekte hoogmoedige gedachten, en hij verhaalde die aan zijn broeders, hoewel hij gezien had, hoe kwalijk de eerste opgenomen was; en hij zei: Ziet, Ik heb nog een droom gedroomd, en ziet, de zon, en de maan en elf sterren bogen zich voor mij neer.
1) Ook deze droom heeft hetzelfde doel. Met dit enkel onderscheid, dat God, om het geloof aan de godsspraak te versterken, hemellichamen gebruikt. De broeders van Jozef hadden veracht, hetgeen omtrent de schoven gezegd was. Nu roept de Heere hen, om de hemel te beschouwen, waar Zijn majesteit zo heerlijk schittert. Er wordt echter gevraagd, hoe het komt, dat zijn moeder zou komen, om zich voor hem neer te buigen, daar deze reeds gestorven was. Dat sommige Joodse uitleggers dit tot Bilha in betrekking brengen is mat, en zonder zodanige uitvluchten is de zin ook wel te vatten. Zon en maan beide betekenen het hoofd van de familie. Zo ziet Jozef in dat beeld, dat hij door geheel het vaderlijk huis zal vereerd worden.
De grondgedachte in de droom van Jozef is, dat hij naar het uitwendige de meerdere van zijn broeders zou zijn en in dit opzicht ook zijn ouders zou overtreffen. Deze hoofdstrekking wordt in beide dromen even duidelijk aangegeven. Dat deze hoogheid van de wereld langs de weg van behartiging van de landbouwbelangen zou komen, wordt door “het binden van de schoven in het veld” aangeduid. Zon, maan en sterren waren in Egypte het beeld van de koninklijke glans, waaraan zelfs de koningsnaam Farao (Ph’ra = de zon) is ontleend. De verscheidenheid en het aantal van de in de droom aanschouwde hemellichamen gaven zeer juist de verhouding en grootte van Jakob’s gezin aan.
Dat Jozef tot tweemaal toe, onder andere vorm, hetzelfde droomde, was voor hem wel een bewijs, dat het zeker zou geschieden. Gelijk het later ook met Farao het geval was. Hem werd zeker beduid, dat hij heerschappij zou oefenen. Immers, zon en maan zijn tekenen van heerschappij. De Ziener op Patmos zag ook een groot teken in de hemel, namelijk een vrouw, bekleed met de zon en de maan was aan haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. (Openbaring. 12:1) Jozef zag elf sterren; Johannes twaalf, omdat ook Jozef zelf ten slotte moest buigen.
Goddelijke zegeningen in plaats van ootmoedige dankbaarheid op te wekken, worden door de menselijke zonde dikwijls oorzaken van zelfverheffing; waarom de mens, gelijk Jozef op moeilijke en vernederende wegen moet worden geleid. Dat deze droom geen goddelijke wens was, wordt wel daardoor bewezen, dat Jozefs moeder reeds gestorven was en Jakob zich nooit voor Jozef neergebogen heeft. Uitleggers, die ook deze voor een goddelijke droom houden, verklaren Jakob’s toegeven tot het meegaan van Benjamin voor het neerbuigen van de zon; terwijl het buigen van de maan iets dergelijks zouden zijn als Rachels wenen over het ongeluk van haar kinderen op Rama’s hoogten. (MATTHEUS.2:8; Jer.31:15)
10. En als hij het aan zijn vader en aan zijn broeders verhaalde, bestrafte 1) hem zijn vader, en zei tot hem: Wat is dit voor een droom, die gij gedroomd hebt? Ziet gij zelf de dwaasheid daarvan niet in? Zullen wij dan allemaal komen, ik, en uw moeder, die reeds gestorven is (daaruit blijkt immers genoeg, dat de vervulling onmogelijk is), en uw broeders, om ons voor u ter aarde te buigen?
1) Indien Jakob vermoed heeft, dat zijn zoon uit ijdele eerzucht die droom had gedroomd, bestrafte hij hem terecht. Maar indien hij wist, dat God de Gever van die dromen was, dan had hij geen reden, om zijn zoon terecht te zetten. Dat hij echter tot die kennis gekomen is, dat mag hieruit afgeleid worden, daar van hem gezegd wordt, dat hij later die zaak zeer ernstig overwogen heeft. Want Mozes, hem van zijn zonen onderscheidend, zegt, dat deze niet anders dan haat en nijd tegen hem gekoesterd hebben, maar dat hij bij zichzelf overwogen heeft, wat toch dit betekende. Wat niet kon geschieden, tenzij hij door een eerbiedige vrees is aangegrepen. Want dit moest Jakob zelf in de gedachte komen, dat, ofschoon Jozef aan zijn gezag was onderworpen, hij toch een profetisch persoon was. Het is dan ook aan te nemen, dat hij ziende, dat zijn zonen zo kwalijk gezind waren, geveinsd heeft, wat hij niet was. Dat hij dus zelf door de droom niet beledigd was, maar hun gemoederen niet meer heeft willen verbitteren, daar wegens hun trotsheid, de onderwerping onverdraaglijk was. Ik althans twijfel er niet aan, dat hij, zich erop toeleggende, om hen te verzoenen, zijn zoon met opzet onvriendelijk heeft behandeld.
***11. Zijn broeders dan a) benijdden hem; 1) hun vorige haat werd nu tot nijd, die over de ondergang van Jozef dacht, daar zij de indruk hadden, alsof werkelijk achter deze dromen een voorspelling omtrent de toekomst van de familie verborgen lag, doch zijn vader bewaarde deze zaak 2) in zijn hart.
a) Hand.7:9
1) In het Hebreeuws Wajeknaz. “Met een kwaad oog,” “met schele blikken aanzien.” Jozef is hier type van de Heere Christus, die ook zijn broeders vreemd was. Gelijk Jozef straks type is van de Heere in de uitwendige openbaring van Zijn macht, zo is hij nu en later type van Hem in zijn verdrukking.
2) Hoewel Jakob Jozef een verwijt doet en diens gedachten van de droom zoekt af te brengen, overlegt hij deze toch in zijn ziel, temeer, daar hij, in zijn voorliefde voor Jozef wel wenst, dat deze tot het opperhoofd over zijn broeders en tot drager van de belofte zou verkoren zijn.
Dit kan ook vertaald worden: Hij bepaalde zijn aandacht bij dit woord.
II. Gen. 37 vers 12-36
De nijd van de broeders, door de voorliefde van de vader opgewekt, en door de beide dromen tot een dodelijke haat geworden, vindt spoedig gelegenheid tot bevrediging. Terwijl Jozef, volgens zijn vaders bevel tot hen komt, besluiten zij hem te doden; Ruben beweegt hen, dat zij hem niet doden, maar in een kuil werpen. Zij verkopen hem aan Ismaëlitische kooplieden en zenden nu zijn in het bloed van een geitenbokje gedoopte rok tot de vader, met de boodschap, dat zij deze in zulk een toestand gevonden hadden; een wild dier moest Jozef verscheurd hebben. Jakob is troosteloos over het vermeende verlies van zijn lievelingszoon; deze wordt naar Egypte gevoerd, om daar als slaaf verkocht te worden.
12. En zijn broeders gingen uit de omtrek van Hebron heen, om de kudde van hun vader te weiden bij Sichem, waar deze een grondbezitting had (hoofdstuk. 39:19).
13. Zo zei Israël tot Jozef, die hij geenszins vertroetelde, maar nu misschien nog strenger dan tevoren behandelde, om de in hem ontwakende hoogmoedige gedachten te onderdrukken (vs.9,10): Weiden uw broeders niet bij Sichem? Gij zijt daar van uw achtste tot uw zestiende jaar geweest en alzo met de landstreek bekend. Kom, dat ik u tot hen zende. En hij zei tot hem: Zie hier ben ik.
Uit dit vers blijken twee dingen; ten eerste dat Jakob niet alleen zijn zoon Jozef liefhad, maar ook zijn andere kinderen, ja, dat hij nu niet aarzelt, om zijn Jozef onvergezeld en alleen te laten gaan, opdat hij moge weten, hoe of het met zijn andere zonen gesteld is. Ten tweede de grote gehoorzaamheid van Jozef. Zonder nog precies te weten, wat zijn vader hem zal zeggen, verklaart hij zich aanstonds bereid om te gehoorzamen.
Het “Zie hier ben ik” ven Jozef, hoe herinnert het aan het woord van de Meerdere dan deze: “Zie, ik kom, o God! om uw wil te doen!.
14. En hij zei tot hem: Ga toch heen, zie naar de welstand van uw broeders, en naar de welstand van de kudde, en breng mij een woord wederom. 1) Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem.
1) Jakob vreesde wegens het een jaar geleden door zijn zonen aangerichte bloedbad (hoofdstuk. 34:30), nu zij zich weer daarheen gewaagd hadden, voor hun leven en voor zijn vee.
Aan de ene kant merken wij op, de grote onvoorzichtigheid van Jakob, om Jozef tot hen te zenden, die hem haatten, maar ook aan de andere zijde, dat de Heere God ook de misslagen van mensen wil gebruiken, om Zijn plannen te volvoeren.
15. En een man vond hem, toen hij Sichem gelukkig achter zich had, maar nog niets van zijn broeders kon ontdekken (want ziet, hij was dwalende in het veld); zo vroeg hem deze man, die hem zag zoeken, zeggende: Wat zoekt gij?
De dwalende Jozef, door iemand, die hem ontmoette, terecht geholpen, tekent wel een moedig en een vastberaden karakter. Hij laat zich door de teleurstellingen van de taak, hem opgedragen, niet afbrengen.
Terecht is opgemerkt, dat de mededeling, dat niet de 17-jarige jongeman de vreemdeling aansprak maar, de vreemdeling hem, een innerlijk bewijs is voor de waarheid van het verhaal, daar hij ongetwijfeld uit bedeesdheid het vragen naliet.
16. En hij zei: Ik zoek mijn broeders; geef mij toch te kennen, waar zij weiden.
17. Zo zei die man: Zij zijn zeker van hier gereisd en niet meer in deze landstreek, want k hoorde hen zeggen: Laat ons naar Dothan (twee putten) gaan. Jozef dan ging zijn broeder achterna, 1) en vond hen ongeveer 5 uur meer noordwaarts, te Dothan, een in het bovengedeelte van Samaria bij de vlakte van Jizreël gelegen plaats, later zeer bekend uit Eliza’s leven.
1) Jozef zoekt zijn broeders en vindt zijn vijanden, zijn bloeddorstige moordenaars. Zo geschiedt het dikwijls, dat een zieke de geneesheer zoekt en hij vindt de dood; gerechtigheid voor de rechter, en hij vindt onrecht; waarheid, en hij vindt leugen; vrienden, en hij vindt vijanden.
18. En zij zagen hem van ver; En eer hij tot hen naderde, sloegen zij tegen hem een listige raad om hem te doden. 1)
1) Zo gaat het in de wereld, wanneer vromen aan het welzijn van de goddelozen denken, beraadslagen deze over hun verderf. (1 Samuel 19:5)
Verschrikkelijk, ja duivels was de woede van de kinderen van Jakob, daar zij, na alle natuurlijk gevoel uitgeschud te hebben, bereid zijn om tegen hun eigen vlees en bloed te woeden.
19. En zij zeiden de een tot de ander: Ziet daar komt die meester dromer aan!
Met deze woorden toonden Jozefs broeders duidelijk twee dingen. Ten eerste, dat het hun aan alle geloof en vrees voor God nog ontbrak, zodat zij niet willen erkennen, dat die dromen van Goddelijke oorsprong zijn, en ten tweede, dat niet zozeer de voorliefde van Jakob voor Jozef hen tot zulk een schandelijke daad aanzet, maar jaloersheid en ijverzucht, daar zij volstrekt niet zich aan Jozef willen onderwerpen. In die woorden ligt toch opgesloten, dat zij hem willen tonen, dat zij er voor zullen zorgen, dat die dromen niet vervuld worden.
Ongetwijfeld zijn zij hier onder de invloed van de vorst van de duisternis, van het slangenzaad, dat op deze wijze wil trachten Gods plan in betrekking tot de Kerk in duigen te doen vallen.
20. Nu komt dan, en laat ons hem doodslaan, en hem (zijn lijk) in een van deze kuilen werpen; en wij zullen thuis zeggen; Een boos dier heeft hem opgegeten; zo zullen wij zien, wat van zijn dromen worden zal. 1)
1) Vóór de moord zoeken zij reeds naar een middel, om voor de mensen hun misdaad te bedekken. Maar het komt niet bij hen op, dat zij de ogen van God niet kunnen ontvluchten, ook al blijft het voor de mensen verborgen. En zo onnozel is hun huichelarij, dat zij de smaad van de wereld vrezende, om het oordeel van God zich niet bekommeren.
Een vreselijke afgrond van zonde! Het is niet slechts de natuurlijke broederhand, die de zonen van Jakob verenigt, niet slechts de eenheid van het bloed, welke hen verbindt; zij hebben ook een gemeenschap als zonen van de belofte en erfgenamen van de goddelijke zegen; zij vormen tezamen het met Gods genade gezegende huis van Israël. Hetzelfde geldt omtrent hun vader; hij is dit niet alleen volgens de natuur, maar ook ten opzichte van de goddelijke belofte. Daarbij zijn de zonen van Jakob niet opgewassen in de nacht van het heidendom, want zij weten van Abrahams geloof en gehoorzaamheid; zij hebben Izaak gezien en uit hun vaders mond de openbaringen van God in zijn leven gehoord, en zijn geheiligde wandel als een voorbeeld aanschouwd. Toch heeft de nijd hen zo ontvlamd, dat zij die in het bloed van de knaap moeten koelen; toch heeft de haat hen zo vervuld, dat zij ertoe kunnen komen, hun vaders grijze haar ten grave te brengen.
21. Ruben, die van nature weker van gemoed, en zich van zijn bijzondere verantwoording als eerstgeborene bewust was, hoorde dat, en verloste hem uit hun hand; a) en hij zei: Laat ons hem niet aan het leven slaan.
a) Genesis 42:21
22. Ook zei Ruben tot hen, om hen tenminste van het voornemen van een dadelijke doodslag af te brengen, daar hij vreesde de haat ook tegen zichzelf op te wekken: Vergiet geen bloed; werpt hem in deze kuil, 1) die nabij deze plaats, in de woestijn is, en legt de hand niet aan hem; in die kuil moet hij toch omkomen, en zo bezoedelt gij u tenminste niet met het broederbloed. Hij wilde hem in die kuil niet laten omkomen, maar zei dit, opdat hij hem uit hun hand verloste, om hem, als zij waren weggetrokken, op te halen, en tot zijn vader terug te brengen. 2) Daardoor meende hij tevens zijn vorige misdaad (hoofdstuk. 35:22) weer enigszins te herstellen.
1) Een put, die op de bodem wijd, en aan de monding nauw was, om regenwater te bewaren; dergelijke putten zijn dikwijls, wanneer het in aangeven tijd niet heeft geregend, zonder water maar meestal vol modder; en hij, die daarin gevallen is, is geheel hulpeloos. Soms werden zij wel tot gevangenissen gebruikt. (Jeremia. 38:6; 40:15).
2) Het is de moeite waard op te merken, door wiens toedoen, terwijl al de anderen zich haasten om zijn bloed te vergieten, Jozef gered is. In één zaak was Ruben voorzeker de slechtste van allen, in de zaak nl. dat hij zijn vaders bed had bezoedeld. En deze zonde, zedelijk verbonden met andere ondeugden, is teken van een verkeerde natuur. Nu plotseling alleen tot vroomheid geneigd en gedachtig aan zijn broederlijke plicht, verijdelt hij de goddeloze samenzwering. Onzeker is het of hij een middel tot verzoening gezocht heeft, waardoor hij weer bij de vader in gunst kon aangenomen worden. Wel getuigt Mozes, dat het zijn plan is geweest, hem ongedeerd tot de vader te brengen. Daardoor is het vermoeden te verdedigen, dat hij gemeend heeft, dat het leven van de broeder een waardig loon was, waarmee hij het gemoed van zijn vader kon verzoenen. Hoe het echter ook zij, deze menslievendheid waardoor hij beproefd heeft om zijn broeder te bevrijden, getuigt, dat hij niet aan alle ondeugden was overgegeven. En God heeft wellicht door dit bewijs van zijn berouw zijn vroegere misdaad een weinig willen opheffen. Waardoor wij leren, dat wij niet om één zonde, al is die ook nog zo erg, de mensen zó moeten beschouwen, dat wij aan hun heil wanhopen.
Wij lezen niet, dat Ruben hun om hun snode bedoelingen bestrafte. Door zijn zonde met Bilha had deze zich van zijn overwegende invloed beroofd. De zonde laat altijd in meerdere of mindere mate een litteken achter.
23. En het geschiedde, als Jozef tot zijn broeders kwam, zo trokken zij Jozef zijn rok uit, namelijk de veelkleurige rok, die hij aanhad, en die hun zoveel ergernis gegeven had.
Konden zij vroeger hem de vredegroet niet meer toespreken, dit zullen zij ook nu niet hebben gedaan, zodat Jozef niet bij machte is om hen de boodschap van hun vader over te brengen.
24. En zij namen hem, onder bittere verwijten en scheldwoorden, en wierpen hem, hoe hij ook om genade bad (hoofdstuk. 41:21) in de kuil; 1)doch de kuil was ledig, er was geen water in; zo beschermde God hem voor verdrinken; hoe Hij hem voor de hongerdood bewaarde, wordt later (vs.25 vv.) gemeld.
1) Op de weg naar Damascus vond Robinson Khan Jubb. Jusuf, (een soort van halve) de Khan van Jozefs graf, zo genoemd naar een daarmee verbonden put, die door Christenen en Islamieten voor de kuil gehouden wordt, waarin Jozef door zijn broeders geworpen werd.
Uit Genesis 42:21 blijkt duidelijk dat dit niet plaats had zonder degelijk verzet van Jozefs zijde, zonder smeekbeden om het niet te doen. Hoogstwaarschijnlijk is Simeon de hoofdleider geweest, waarom Jozef later hem dan ook als gijzelaar houdt. (Genesis 42:24).
25. Daarna, na hun vreselijk werk verricht te hebben, zaten zij neer, om brood te eten, 1)zonder zich aan Jozefs klachten te storen (Amos 6:6); alleen Ruben nam aan de maaltijd geen deel; hij verwijderde zich, totdat hij zijn voornemen zou hebben volvoerd. Zo aten zij en hieven hun ogen op, en zagen, en ziet, een reisgezelschap van Ismaëlieten, 2) een karavaan Arabische kooplieden, kwam uit Gilead, 3) uit die landstreek die zo rijk is in weiden en geurige kruiden, in de nabijheid waarvan een gedeelte van Ismaëls nakomelingen woonde (hoofdstuk. 25:15); en hun kamelen droegen specerijen, gomdragant, en balsem, opobalsamun, thans balsem van Mekka genoemd, die in Gilead veel bereid werd (Jeremia. 8:22; 46:11) en mirre, laudanum, een kostbaar tot reukwerk gebruikt hars, dat van de cistusroos gewonnen werd (hoofdstuk. 43:11); deze waren reizende, om dat weg te brengen naar Egypte. 4)
1) De zonde van de broeders komt in haar gehele afschuwelijkheid met daden te voorschijn. De broederhand zal zich zonder oorzaak bevlekken met broederbloed; de lippen van een zoon zullen zich lenen tot woorden uit de hel, die het liefhebbend hart van hun eigen vader moeten doorboren, bij de wanhoop wekkende gedachte: een wild dier heeft mijn kind verscheurd. En nochtans, ook aan deze goddelozen heeft God zich niet onbetuigd gelaten. De geschiedenis van hun overgrootvader Abraham en zijn godsvrucht kennen zij. De vrome Izaak woont nog in hun tenten en geeft dagelijks het voorbeeld van een stille wandel met God, van geduld en zachtmoedigheid. Hoe verschilt hun hart van het zijne. Eindelijk hebben zij de vrije toegang tot de rijke schat van Jakob’s aardse en bovenaardse levenservaringen, en dagelijks zijn godvruchtig leven voor ogen. Dat zijn genademiddelen, waardoor God ook hun harten tot zich trekken wilde, gelijk dat van Jozef. Maar zij worden steeds meer in hun boosheid verhard, en het hart, dat voor Gods roepstemmen gesloten, voor de inblazingen van nijd en haat wijd geopend is, deinst op het laatst voor de grootste zonden niet meer terug. Zij hebben alle menselijke gevoel uitgeschud bij hun besluit, om Jozef de hongerdood te laten sterven. En nu-het is bijna ongelooflijk-zetten zij zich neer om te eten en te drinken, en horen niet naar het geroep, dat ruim 21 jaar later nog in hun oren weerklonk, en nimmer in hun geweten tot zwijgen is te brengen (hoofdstuk. 42:12). “Wij zagen de benauwdheid van zijn ziel, toen hij ons om genade bad, maar wij hoorden niet.” Dat is het toppunt van de zonde! Zij kunnen zich vergasten, terwijl hun broeder honger lijdt; zien de benauwdheid van zijn ziel en willen niet naar hem horen! Twee zijn er slechts, die enigszins meer menselijk denken. Het zijn de ruwe, maar goedhartige Ruben, die zijn broeder redden wil (vs.29,30), hoewel hij de moed en de zelfstandigheid niet bezit, om de woede van de anderen te trotseren, en Juda, die zijn broeder althans nog op dezelfde wijde wereld kan dulden.
2) De hier genoemde Ismaëlieten worden in vs.28 en 36 Midianieten genoemd. Waarschijnlijk waren Ismaëlieten aanvoerders van de karavaan, die grotendeels uit Midianieten bestond. De eersten zijn nakomelingen van Hagar, de anderen van Ketûra (hoofdstuk. 25:1-6; 12-16) Zij verenigden zich met elkaar en werden “kinderen van het Oosten” (1 Koningen 4:30 Jer.49:28 Ezech.25:4 ) genoemd.
Ook kan het zijn, dat de zonen van Jakob hen voor Ismaëlieten hielden, terwijl het eigenlijk Midianieten waren.
3) Deze landstreek viel later aan de stammen Gad, Ruben en half Manasse ten deel (Deuteronomium. 3:12 vv.), en werd na de ballingschap Perea genoemd.
4) Zij kwamen over de weg, die beneden het meer van Gennesareth over de Jordaan eerst westelijk naar de vlakte van Jizrëel leidde en dan aan de overzijde van Dothan op de grote karavaan-weg uitkwam, die van Damascus over Megiddo, Ramleh en Gaza naar Egypte ging.
26. Toen zei Juda, 1) in wie het gevoel van afkeer van de broedermoord niet geheel verstorven was, en bij wie op het zien van de kooplieden eerst de gedachte ontwaakte, dat men zich van Jozef kon ontdoen, zonder hem te doden, tot zijn broeders: Wat gewin zal het zijn, dat wij onze broeder doodslaan en zijn bloed verbergen? Het is toch eigenlijk een moord, wanneer wij hem in de kuil laten omkomen, en zijn bloed zal toch ten hemel stijgen, hoe goed wij de zaak ook verbergen. (vs.20).
1) Ruben en Juda herinneren aan Jozef van Arimathea en Nicodémus, die niet mede bewilligden in het oordeel van de hoge raad; zij stonden echter minder dan deze op de rechte plaats, en hun halve maatregelen herinneren aan de zwakheid van een Pilatus.
Mensen, gelijk Ruben (Genesis 35:22) en Juda (Genesis 38:15 vv.) van wellustige aard, zijn gewoonlijk weekhartiger. Al, wat goed schijnt, komt nog niet uit een goed beginsel voort.
Op een drietal omstandigheden wijst Juda, om de moord van Jozef te voorkomen. Hij beroept zich op het gemis van alle ogenblikkelijk voordeel voor zo hebzuchtige mensen; op het onschendbaar recht van de nauwe bloedverwantschap, dat toch ook bij de dodelijkste haat moet spreken; en ten laatste op het moeilijke, om een zodanige gruweldaad, waarvan zo velen wisten, op den duur verborgen te houden.
27. Komt, en laat ons hem aan deze Ismaëlieten verkopen, die daar met hun kamelen doortrekken, en onze hand zij niet aan hem: want hij is onze broeder, ons vlees; en zijn broeders hoorden 1) hem; zij namen door de leiding van God (Psalm. 33:13-15) zijn voorstel aan.
1) God is hier, waar zijn weg nog in het duister ligt, reeds werkzaam, om alles te schikken en te leiden naar Zijn heilige raad. De man, die Jozef ontmoette (vs.15), was een werktuig in Gods hand. Dat Ruben, die sedert zijn schandelijke daad met een beschuldigend geweten rondging, het verschrikkelijke voornemen van de broeders voelt en het arme kind zoekt te redden; dat de broeders hem gehoor geven en de kuil zonder water is; dat Juda, toen hij de kooplieden zag naderen, de verkoop van Jozef aanraadt; dat de karavaan juist op dat uur voorbij trekt, dat is alles Gods almachtige, getrouwe, maar onbegrijpelijke hand. Dat besturen van God geeft ons de zoete troost van het geloof dat te midden van de meest duistere uren, zelfs te midden van de werken en overwegingen van de vijanden, Gods sterke arm leidt en bestuurt, en wel tot het doel, dat Hij gesteld heeft. Dat is- geloofd zij Zijn heerlijke Naam-enkel licht en helder licht.
Juda tracht hier de ene zonde door een andere te voorkomen. Hij tracht op hun hebzucht en vrees te werken. Hem ontbreekt echter de moed om de zonde te beletten en vergeet daardoor dat zijn voorstel in betrekkelijke zin niet minder wreed was dan dat van zijn broeders. Voor Jozef was harde slavernij toch erger dan de dood.
28. Als nu de Midianitische kooplieden de plaats waar zij gezeten waren en het plan beraamd hadden, voorbij gingen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit de kuil, en a) verkochten Jozef aan deze Ismaëlieten voor twintig zilverstukken; 1) die brachten Jozef naar Egypte, 2) om hem daar weer te verkopen.
a) Psalm. 105:17 Hand.7:19
1) Een zilverstuk heeft de waarde van omstreeks 30 gulden. Het getal twintig komt overeen met de schatting (Leviticus. 27:1-7). De middelbare prijs van een slaaf bedroeg 30 sikkels. (Exodus. 21:32 Zacheria 11:12 MATTHEUS.26:15 ), maar de Ismaëlieten wilden natuurlijk door de handel winnen.
2) De weg naar Egypte liep niet ver van Hebron, waar zijn vader Jakob woonde.
29. Als nu Ruben tot de kuil wederkeerde, van welke intussen de broeders zich verwijderd hadden, zodat hij meende zijn reddingsplan nu te kunnen volvoeren, ziet, zo was Jozef niet 1) in de kuil; toen scheurde hij zijn kleren2) van smart (vs.34 hoofdstuk. 44:13 Numeri. 14:6 2Kon.19:1).
1) De mens wikt, maar God beschikt. Ruben leerde ook hier, dat iets met de beste bedoelingen kan gedaan worden en dit toch niet de goedkeuring van de Heere wegdraagt.
2) Er was tweeërlei manier van scheuren van de kleren. Men scheurde of de gehele zoom van zijn kleed. Dit geschiedde bij zware rouw of grote droefheid of men scheurde slechts een gedeelte van de zoom, dit geschiedde bij lichte rouw.
30. En hij keerde weer tot zijn broeders en zei: De jongeman 1) is er niet, en ik, waar zal ik heengaan, 2) om mij te verbergen voor mijn vader.
1) In deze benaming ligt opgesloten, dat Ruben aan het bitter zelfverwijt ten prooi is, dat hij beter op Jozef, daar deze nog slechts een knaap was, had moeten passen.
2) De broeders gaven hem geen antwoord, maar zullen hem op de mond hebben geslagen en gezegd hebben: “Zwijg, help het verbergen, of het ongeluk zal u treffen”.
31. Toen namen zij Jozefs rok, en zij slachtten een geitenbok, en zij doopten de rok in het bloed.
Eens had Jakob zijn vader Izaak proberen te bedriegen, door het slachten van een geitenbok, door het aannemen van een vreemd kleed en door het bekleden van polsen en hals met het dierenvel; en zie hoe nu Jakob’s zonen hem, hun vader, op bijna gelijke wijze bedriegen.
32. En zij zonden door een knecht de veelkleurige rok naar Hebron, en deden hem tot hun vader brengen, en zeiden: Deze hebben wij gevonden, beken toch of deze uw zoons rok zij, of niet.
1) De tweede misdaad wordt gepleegd, om de eerste te bedekken. De rok, het voorwerp van hun jaloersheid, moet de bode zijn van hetgeen het hart van de vader verscheuren zal. De Schrift houdt geen zonde terug van de stamvaders van dat volk, voor welke deze Schrift heilig was. Ook dit getuigt voor haar bovenaardse oorsprong.
33. En hij bekende hem, en zei: Het is mijn zoons rok! 1) a) een boos dier heeft hem opgegeten! Voorzeker is Jozef verscheurd!
a) Genesis 44:28
1) De bonte rok, in bloed gedoopt, zal Jakob nog eens aan de bedriegerijen herinneren, welke hij in het gewaad van Ezau tegen zijn vader bedreef. Toch mag men niet voorbij zien, dat Jakob te Pniël verzoening gevonden had. Ware hij echter even zo geheiligd geweest, als verzoend, zo had hij niet na zo bittere ondervindingen de misslag van zijn vader door het voortrekken van een zoon herhaald. In zoverre boette hij ook nu nog een schuld, die hem reeds vergeven was.
Hier was een kastijding van God; had Jakob zijn vader Izaak daarmee bedrogen, dat hij zich het vel van een geitenbokje om hals en handen gebonden had, zo werd hij thans weer bedrogen, daar men de rok van Jozef met geitenbloed bevlekt had.
34. Toen scheurde Jakob zijn kleren, en legde een zak 1) om zijn lenden, en hij bedreef rouw over zijn zoon, gedurende vele dagen.
1) Een opperkleed van grove stof, dat zonder enige snede als een zak aan het lijf hing en met een touw in plaats van met een gordel vastgebonden werd, als teken van diepe droefheid. (2 Samuel 3:31; 1 Kon.20:32).
Met het voor een tijd verdwijnen van Jozef, geboren uit Rachel, in Haran, werd weer voor Jakob een band losgemaakt, die hem bond aan het land van de afgoden.
35. En al zijn zonen, die, hoelang zij het terugkeren ook mochten uitstellen, eindelijk bij hun vader moesten komen, en al zijn dochters 1) maakten zich op om hem te troosten; 2) maar hij weigerde zich te laten troostenen zei: a) want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf nederdalen. 3) Vermoeit u niet tevergeefs om mij te troosten, ik zal treuren totdat ik sterf en weer met mijn zoon verenigd word. Alzo beweende hem zijn vader.
a) Genesis 42:38; 44:29,31
1) “Al zijn dochters.” Hieronder kunnen verstaan worden: de vrouwen van zijn zonen; hoewel dit niet waarschijnlijk is, daar in de Heilige Schrift dan meer de laatstgenoemde uitdrukking gebruikt wordt. Het is zeer wel mogelijk dat Jakob meer dochters gehad heeft, hoewel Dina slechts bij name genoemd is, om de zonde met haar gepleegd.
2) Zij waren allen slechte vertroosters, (Job 16:2) die, in plaats van het hart te verlichten, de smart groter maakten, omdat deze zonen “de gehele tijd niet eens met een goed geweten tot God konden bidden”.
Hieruit blijkt hoe veelvuldig de huichelarij de mensen is aangeboren. Jakob’s zonen helpen met wat naar de toestand van de persoon volstrekt niet past. Uit piëteit toch, waarvan zij overigens zeer vreemd zijn, volbrengen zij hun plicht. Indien zij op God het oog hadden gevestigd, na hun schuld erkend te hebben, ook al hadden zij geen middel tegen het kwaad gevonden, dan zou het berouw toch enige vrucht getoond hebben. Nu echter laten zij het met een ijdele plichtpleging als met een sisser aflopen. Hieruit leren wij, hoezeer wij de huichelarij moeten ontvluchten, welke de mensen onophoudelijk in nieuwe strikken doet verward raken.
3) In het Hebreeuws Scheoel graf, ook de plaats, waar de zielen van de gestorvenen zich bevinden.
Tot aan het graf is de godvrezende een kruisdrager, dan draagt hij een kroon.
36. a) En de Midianieten verkochten hem in Egypte aan Pótifar (priester van de stier Apis), een hoveling van Farao (koning of zoon van de zon), overste van de trawanten, van de koninklijke lijfwacht, die ook de doodvonnissen, wanneer deze geveld waren, voltrekken moest (2 Koningen. 25:8).
a) Psalm. 39:1; 105:17
1) De mond van God zwijgt; maar de Gods hand grijpt des te krachtiger in. (Johannes 14:7).
Welaan, Jozef is weg; daar laten wij hem in het graf rusten. Hij is nu begraven-in de groeve, gelijk zijn vader zegt, neen! in zijn school.
De kunst van de verhaler toont zich ook daarin, dat hij de geschiedenis van Jozef hier afbreekt; hij doet ons mede de troosteloze duisternis voelen, waarin zich het huis van Jakob gebracht heeft; de smart, die gedurende 20 jaar aan het hart van de grijze vader knaagde, en de geheimen ban van de door leugens verborgen doodzonde, die op de zielen van zijn kinderen lag.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel