Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Genesis 37

1 En Jakob woonde in het land der vreemdelingschappen zijns vaders, in het land Kanaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En JakobH3290 woondeH3427 in het landH776 der vreemdelingschappenH4033 zijns vadersH1, in het landH776 KanaanH3667. En Jakob woonde in het land der vreemdelingschappen zijns vaders, in het land Kanaan.

KJV And Jacob2 dwelt1 in the land3 wherein his father5 was a stranger,4 in the land6 of Canaan.

1 וַיֵּ֣שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 יַעֲקֹ֔ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 3 בְּאֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 מְגוּרֵ֣י H4033 vreemdelingschappen, woning, woningen dwelling, pilgrimage, where sojourn, be a stranger. Compare H4032 (מָגוֹר) 5 אָבִ֑יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 6 בְּאֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 כְּנָֽעַן H3667 Kanaan, koophandel, Kanaanieten Canaan, merchant, traffick
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Dit zijn Jakobs geschiedenissen. Jozef, zijnde een zoon van zeventien jaren, weidde de kudde met zijn broeders (en hij was een jongeling), met de zonen van Bilha, en de zonen van Zilpa, zijns vaders vrouwen; en Jozef bracht hun kwaad gerucht tot hun vader.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 DitH428 zijn JakobsH3290 geschiedenissenH8435. JozefH3130, zijnde een zoonH1121 van zeventienH6240 jarenH8141, weiddeH7462 de kuddeH6629 metH854 zijn broedersH251 (en hijH1931 was een jongelingH5288), met de zonenH1121 van BilhaH1090, en de zonenH1121 van ZilpaH2153, zijns vadersH1 vrouwenH802; en JozefH3130 brachtH935 hun kwaadH7451 geruchtH1681 tot hun vaderH1. Dit zijn Jakobs geschiedenissen. Jozef, zijnde een zoon van zeventien jaren, weidde de kudde met zijn broeders (en hij was een jongeling), met de zonen van Bilha, en de zonen van Zilpa, zijns vaders vrouwen; en Jozef bracht hun kwaad gerucht tot hun vader.

KJV These are the generations2 of Jacob.3 Joseph,4 being seventeen7 years8 old,5 was feeding10 the flock13 with his brethren;12 and the lad15 was with the sons17 of Bilhah,18 and with the sons20 of Zilpah,21 his father's23 wives:22 and Joseph25 brought24 unto his father30 their evil28 report.

1 אֵ֣לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 תֹּלְד֣וֹת H8435 geboorten, geslachten, geschiedenissen birth, generations 3 יַעֲקֹ֗ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 4 יוֹסֵ֞ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 שְׁבַֽע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 7 עֶשְׂרֵ֤ה H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 8 שָׁנָה֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 9 הָיָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 רֹעֶ֤ה H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 11 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 12 אֶחָיו֙ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 13 בַּצֹּ֔אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 14 וְה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 15 נַ֗עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 16 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 17 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 18 בִלְהָ֛ה H1090 Bilha Bilhah 19 וְאֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 20 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 21 זִלְפָּ֖ה H2153 Zilpa Zilpah 22 נְשֵׁ֣י H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 23 אָבִ֑יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 24 וַיָּבֵ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 25 יוֹסֵ֛ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 26 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 27 דִּבָּתָ֥ם H1681 kwaad gerucht, gerucht, naspraak defaming, evil report, infamy, slander 28 רָעָ֖ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 29 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 30 אֲבִיהֶֽם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Israel had Jozef lief, boven al zijn zonen; want hij was hem een zoon des ouderdoms; en hij maakte hem een veelvervigen rok.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En IsraelH3478 had JozefH3130 liefH157, boven alH3605 zijn zonenH1121; wantH3588 hij was hem een zoonH1121 des ouderdomsH2208; en hij maakteH6213 hem een veelvervigenH6446 rokH3801. En Israel had Jozef lief, boven al zijn zonen; want hij was hem een zoon des ouderdoms; en hij maakte hem een veelvervigen rok.

KJV Now Israel1 loved2 Joseph4 more than all his children,6 because he was the son8 of his old age:9 and he made12 him a coat14 of many colours.

1 וְיִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 2 אָהַ֤ב H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 יוֹסֵף֙ H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 5 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 בָּנָ֔יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 זְקֻנִ֥ים H2208 ouderdom, ouderdoms old age 10 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 11 ל֑וֹ 12 וְעָ֥שָׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 ל֖וֹ 14 כְּתֹ֥נֶת H3801 rok, rokken, roks coat, garment, robe 15 פַּסִּֽים H6446 veelvervigen (divers) colours
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Als nu zijn broeders zagen, dat hun vader hem boven al zijn broederen liefhad, haatten zij hem, en konden hem niet vredelijk toespreken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Als nu zijn broedersH251 zagenH7200, datH3588 hun vaderH1 hem boven alH3605 zijn broederenH251 liefhadH157, haattenH8130 zij hem, en kondenH3201 hem nietH3808 vredelijkH7965 toesprekenH1696. Als nu zijn broeders zagen, dat hun vader hem boven al zijn broederen liefhad, haatten zij hem, en konden hem niet vredelijk toespreken.

KJV And when his brethren2 saw1 that their father6 loved5 him more than all his brethren,8 they hated9 him, and could12 not speak13 peaceably

1 וַיִּרְא֣וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אֶחָ֗יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 3 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 אֹת֞וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 אָהַ֤ב H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 6 אֲבִיהֶם֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 אֶחָ֔יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 9 וַֽיִּשְׂנְא֖וּ H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 10 אֹת֑וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יָכְל֖וּ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 13 דַּבְּר֥וֹ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 14 לְשָׁלֹֽם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Ook droomde Jozef een droom, dien hij aan zijn broederen vertelde; daarom haatten zij hem nog te meer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Ook droomdeH2492 JozefH3130 een droomH2472, dien hij aan zijn broederenH251 verteldeH5046; daarom haattenH8130 zij hem nog te meer. Ook droomde Jozef een droom, dien hij aan zijn broederen vertelde; daarom haatten zij hem nog te meer.

KJV And Joseph2 dreamed1 a dream,3 and he told4 it his brethren:5 and they hated8 him yet the more.

1 וַיַּחֲלֹ֤ם H2492 gedroomd, droomde, dromen (cause to) dream(-er), be in good liking, recover 2 יוֹסֵף֙ H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 3 חֲל֔וֹם H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 4 וַיַּגֵּ֖ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 5 לְאֶחָ֑יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 6 וַיּוֹסִ֥פוּ H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 7 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 8 שְׂנֹ֥א H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 9 אֹתֽוֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En hij zeide tot hen: Hoort toch dezen droom, dien ik gedroomd heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En hij zeideH559 totH413 hen: HoortH8085 tochH4994 dezenH2088 droomH2472, dien ik gedroomdH2492 heb. En hij zeide tot hen: Hoort toch dezen droom, dien ik gedroomd heb.

KJV And he said1 unto them, Hear,3 I pray you, this dream which I have dreamed:

1 וַיֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲלֵיהֶ֑ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 שִׁמְעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 נָ֕א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 5 הַחֲל֥וֹם H2492 gedroomd, droomde, dromen (cause to) dream(-er), be in good liking, recover 6 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 7 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 חָלָֽמְתִּי H2492 gedroomd, droomde, dromen (cause to) dream(-er), be in good liking, recover

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En ziet, wij waren schoven bindende in het midden des velds; en ziet, mijn schoof stond op, en bleef ook staande; en ziet, uw schoven kwamen rondom, en bogen zich neder voor mijn schoof.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En ziet, wij waren schovenH485 bindendeH481 in het middenH8432 des veldsH7704; en zietH2009, mijn schoofH485 stondH6965 op, en bleefH1571 ook staandeH5324; en zietH2009, uw schovenH485 kwamen rondomH5437, en bogenH7812 zich neder voor mijn schoofH485. En ziet, wij waren schoven bindende in het midden des velds; en ziet, mijn schoof stond op, en bleef ook staande; en ziet, uw schoven kwamen rondom, en bogen zich neder voor mijn schoof.

KJV For, behold, we were binding3 sheaves4 in the field,6 and, lo, my sheaf9 arose,8 and also stood upright;11 and, behold, your sheaves14 stood round about,13 and made obeisance15 to my sheaf.

1 וְ֠הִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 אֲנַ֜חְנוּ H587 wij ourselves, us, we 3 מְאַלְּמִ֤ים H481 stom, verstomd, bindende bind, be dumb, put to silence 4 אֲלֻמִּים֙ H485 schoven, schoof sheaf 5 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 6 הַשָּׂדֶ֔ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 7 וְהִנֵּ֛ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 8 קָ֥מָה H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 9 אֲלֻמָּתִ֖י H485 schoven, schoof sheaf 10 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 11 נִצָּ֑בָה H5324 gesteld, stonden, stond appointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state 12 וְהִנֵּ֤ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 13 תְסֻבֶּ֨ינָה֙ H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 14 אֲלֻמֹּ֣תֵיכֶ֔ם H485 schoven, schoof sheaf 15 וַתִּֽשְׁתַּחֲוֶ֖יןָ H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 16 לַאֲלֻמָּתִֽי H485 schoven, schoof sheaf
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Toen zeiden zijn broeders tot hem: Zult gij dan ganselijk over ons regeren: zult gij dan ganselijk over ons heersen? Zo haatten zij hem nog te meer, om zijn dromen en om zijn woorden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Toen zeidenH559 zijn broedersH251 tot hem: Zult gij dan ganselijk overH5921 ons regerenH4427: zult gij dan ganselijk overH5921 ons heersenH4910? ZoH518 haattenH8130 zij hem nog te meer, om zijn dromenH2472 en om zijn woordenH1697. Toen zeiden zijn broeders tot hem: Zult gij dan ganselijk over ons regeren: zult gij dan ganselijk over ons heersen? Zo haatten zij hem nog te meer, om zijn dromen en om zijn woorden.

Ook in dit vers ganselijkH4427 ganselijkH4910

KJV And his brethren3 said1 to him, Shalt thou indeed4 reign5 over us? or shalt thou indeed8 have dominion9 over us? And they hated13 him yet the more11 for his dreams,16 and for his words.

1 וַיֹּ֤אמְרוּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לוֹ֙ 3 אֶחָ֔יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 4 הֲמָלֹ֤ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 5 תִּמְלֹךְ֙ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 6 עָלֵ֔ינוּ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 מָשׁ֥וֹל H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 9 תִּמְשֹׁ֖ל H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 10 בָּ֑נוּ 11 וַיּוֹסִ֤פוּ H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 12 עוֹד֙ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 13 שְׂנֹ֣א H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 14 אֹת֔וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 חֲלֹמֹתָ֖יו H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 17 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 דְּבָרָֽיו H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En hij droomde nog een anderen droom, en verhaalde dien aan zijn broederen; en hij zeide: Ziet, ik heb nog een droom gedroomd, en ziet, de zon, en de maan en elf sterren bogen zich voor mij neder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En hij droomdeH2492 nogH5750 een anderen droomH2472, en verhaaldeH5608 dien aan zijn broederenH251; en hij zeideH559: Ziet, ik heb nogH5750 een droomH2472 gedroomdH2492, en zietH2009, de zonH8121, en de maanH3394 en elfH6240 sterrenH3556 bogenH7812 zich voor mij neder. En hij droomde nog een anderen droom, en verhaalde dien aan zijn broederen; en hij zeide: Ziet, ik heb nog een droom gedroomd, en ziet, de zon, en de maan en elf sterren bogen zich voor mij neder.

KJV And he dreamed1 yet another4 dream,3 and told5 it his brethren,7 and said,8 Behold, I have dreamed10 a dream11 more; and, behold, the sun14 and the moon15 and the eleven17 stars18 made obeisance

1 וַיַּחֲלֹ֥ם H2492 gedroomd, droomde, dromen (cause to) dream(-er), be in good liking, recover 2 עוֹד֙ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 3 חֲל֣וֹם H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 4 אַחֵ֔ר H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 5 וַיְסַפֵּ֥ר H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 6 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 לְאֶחָ֑יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 8 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 הִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 10 חָלַ֤מְתִּֽי H2492 gedroomd, droomde, dromen (cause to) dream(-er), be in good liking, recover 11 חֲלוֹם֙ H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 12 ע֔וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 13 וְהִנֵּ֧ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 14 הַשֶּׁ֣מֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 15 וְהַיָּרֵ֗חַ H3394 maan moon. Yrechow. See H3405 (יְרִיחוֹ) 16 וְאַחַ֤ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 17 עָשָׂר֙ H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 18 כּֽוֹכָבִ֔ים H3556 sterren, ster star(-gazer) 19 מִֽשְׁתַּחֲוִ֖ים H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 20 לִֽי
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En als hij het aan zijn vader en aan zijn broederen verhaalde, bestrafte hem zijn vader, en zeide tot hem: Wat is dit voor een droom, dien gij gedroomd hebt; zullen wij dan ganselijk komen, ik, en uw moeder, en uw broeders, om ons voor u ter aarde te buigen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En als hij het aanH413 zijn vaderH1 en aanH413 zijn broederenH251 verhaaldeH5608, bestrafteH1605 hem zijn vaderH1, en zeideH559 tot hem: Wat is ditH2088 voor een droomH2472, dien gij gedroomdH2492 hebt; zullen wij dan ganselijkH935 komenH935, ikH589, en uw moederH517, en uw broedersH251, om ons voor u ter aardeH776 te buigenH7812? En als hij het aan zijn vader en aan zijn broederen verhaalde, bestrafte hem zijn vader, en zeide tot hem: Wat is dit voor een droom, dien gij gedroomd hebt; zullen wij dan ganselijk komen, ik, en uw moeder, en uw broeders, om ons voor u ter aarde te buigen?

KJV And he told1 it to his father,3 and to his brethren:5 and his father8 rebuked6 him, and said9 unto him, What is this dream12 that thou hast dreamed?15 Shall I and thy mother19 and thy brethren20 indeed16 come17 to bow down21 ourselves to thee to the earth?

1 וַיְסַפֵּ֣ר H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 אָבִיו֮ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 4 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 אֶחָיו֒ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 6 וַיִּגְעַר H1605 gescholden, schelde, schelden corrupt, rebuke, reprove 7 בּ֣וֹ 8 אָבִ֔יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 9 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 ל֔וֹ 11 מָ֛ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 12 הַחֲל֥וֹם H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 13 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 14 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 חָלָ֑מְתָּ H2492 gedroomd, droomde, dromen (cause to) dream(-er), be in good liking, recover 16 הֲב֣וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 17 נָב֗וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 18 אֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 19 וְאִמְּךָ֣ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 20 וְאַחֶ֔יךָ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 21 לְהִשְׁתַּחֲוֺ֥ת H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 22 לְךָ֖ 23 אָֽרְצָה H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Zijn broeders dan benijdden hem; doch zijn vader bewaarde deze zaak.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Zijn broedersH251 dan benijddenH7065 hem; doch zijn vaderH1 bewaardeH8104 deze zaakH1697. Zijn broeders dan benijdden hem; doch zijn vader bewaarde deze zaak.

KJV And his brethren3 envied1 him; but his father4 observed5 the saying.

1 וַיְקַנְאוּ H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 2 ב֖וֹ 3 אֶחָ֑יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 4 וְאָבִ֖יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 5 שָׁמַ֥ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַדָּבָֽר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En zijn broeders gingen heen, om de kudde van hun vader te weiden bij Sichem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En zijn broedersH251 gingenH3212 heen, om de kuddeH6629 van hun vaderH1 te weidenH7462 bij SichemH7927. En zijn broeders gingen heen, om de kudde van hun vader te weiden bij Sichem.

KJV And his brethren2 went1 to feed3 their father's6 flock5 in Shechem.

1 וַיֵּלְכ֖וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 אֶחָ֑יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 3 לִרְע֛וֹת H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 4 אֶׄתׄ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 צֹ֥אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 6 אֲבִיהֶ֖ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 בִּשְׁכֶֽם H7927 Sichem, Sichems Shechem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Zo zeide Israel tot Jozef: Weiden uw broeders niet bij Sichem? Kom, dat ik u tot hen zende. En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Zo zeideH559 IsraelH3478 totH413 JozefH3130: WeidenH7462 uw broedersH251 nietH3808 bij SichemH7927? KomH3212, dat ik u tot hen zendeH7971. En hij zeideH559 tot hem: ZieH2009, hier ben ik! Zo zeide Israel tot Jozef: Weiden uw broeders niet bij Sichem? Kom, dat ik u tot hen zende. En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!

KJV And Israel2 said1 unto Joseph,4 Do not thy brethren6 feed7 the flock in Shechem?8 come,9 and I will send thee10 unto them. And he said

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יִשְׂרָאֵ֜ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 יוֹסֵ֗ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 5 הֲל֤וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 אַחֶ֨יךָ֙ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 7 רֹעִ֣ים H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 8 בִּשְׁכֶ֔ם H7927 Sichem, Sichems Shechem 9 לְכָ֖ה H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 10 וְאֶשְׁלָחֲךָ֣ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 11 אֲלֵיהֶ֑ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 ל֖וֹ 14 הִנֵּֽנִי H2009 ziet, zie behold, lo, see
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En hij zeide tot hem: Ga toch heen, zie naar den welstand van uw broederen, en naar den welstand van de kudde, en breng mij een woord wederom. Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En hij zeideH559 tot hem: GaH3212 tochH4994 heen, zieH7200 naar den welstandH7965 van uw broederenH251, en naar den welstandH7965 van de kuddeH6629, en brengH7725 mij een woordH1697 wederomH7725. Zo zondH7971 hij hem uit het dalH6010 HebronH2275, en hij kwamH935 te SichemH7927. En hij zeide tot hem: Ga toch heen, zie naar den welstand van uw broederen, en naar den welstand van de kudde, en breng mij een woord wederom. Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem.

KJV And he said1 to him, Go,3 I pray thee, see5 whether it be well7 with thy brethren,8 and well10 with the flocks;11 and bring12 me word13 again. So he sent14 him out of the vale15 of Hebron,16 and he came17 to Shechem.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 ל֗וֹ 3 לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 4 נָ֨א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 5 רְאֵ֜ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 שְׁל֤וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 8 אַחֶ֨יךָ֙ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 שְׁל֣וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 11 הַצֹּ֔אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 12 וַהֲשִׁבֵ֖נִי H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 דָּבָ֑ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 14 וַיִּשְׁלָחֵ֨הוּ֙ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 15 מֵעֵ֣מֶק H6010 dal, dals, dalen dale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק) 16 חֶבְר֔וֹן H2275 Hebron Hebron 17 וַיָּבֹ֖א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 18 שְׁכֶֽמָה H7927 Sichem, Sichems Shechem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En een man vond hem (want ziet, hij was dwalende in het veld); zo vraagde hem deze man, zeggende: Wat zoekt gij?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En een manH376 vondH4672 hem (want zietH2009, hij was dwalendeH8582 in het veldH7704); zo vraagdeH7592 hem deze manH376, zeggendeH559: WatH4100 zoektH1245 gij? En een man vond hem (want ziet, hij was dwalende in het veld); zo vraagde hem deze man, zeggende: Wat zoekt gij?

KJV And a certain man2 found him,1 and, behold, he was wandering4 in the field:5 and the man7 asked him,6 saying,8 What seekest

1 וַיִּמְצָאֵ֣הוּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 2 אִ֔ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 4 תֹעֶ֖ה H8582 dwalen, dolen, verleid (cause to) go astray, deceive, dissemble, (cause to, make to) err, pant, seduce, (make to) stagger, (cause to) wander, be out of the way 5 בַּשָּׂדֶ֑ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 6 וַיִּשְׁאָלֵ֧הוּ H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 7 הָאִ֛ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 לֵאמֹ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 10 תְּבַקֵּֽשׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En hij zeide: Ik zoek mijn broederen; geef mij toch te kennen, waar zij weiden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En hij zeideH559: Ik zoekH1245 mijn broederenH251; geefH5046 mij tochH4994 te kennenH5046, waar zijH1992 weidenH7462. En hij zeide: Ik zoek mijn broederen; geef mij toch te kennen, waar zij weiden.

KJV And he said,1 I seek5 my brethren:3 tell6 me, I pray thee, where9 they feed

1 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אַחַ֖י H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 4 אָנֹכִ֣י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 5 מְבַקֵּ֑שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 6 הַגִּֽידָה H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 7 נָּ֣א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 8 לִ֔י 9 אֵיפֹ֖ה H375 waar what manner, where 10 הֵ֥ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 11 רֹעִֽים H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Zo zeide die man: Zij zijn van hier gereisd; want ik hoorde hen zeggen: Laat ons naar Dothan gaan. Jozef dan ging zijn broederen na, en vond hen te Dothan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Zo zeideH559 die manH376: Zij zijn van hier gereisdH5265; wantH3588 ik hoordeH8085 hen zeggenH559: Laat ons naar DothanH1886 gaanH3212. JozefH3130 dan ging zijn broederenH251 naH310, en vondH4672 hen te DothanH1886. Zo zeide die man: Zij zijn van hier gereisd; want ik hoorde hen zeggen: Laat ons naar Dothan gaan. Jozef dan ging zijn broederen na, en vond hen te Dothan.

KJV And the man2 said,1 They are departed3 hence;4 for I heard6 them say,7 Let us go8 to Dothan.9 And Joseph11 went10 after12 his brethren,13 and found14 them in Dothan.

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הָאִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 נָסְע֣וּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 4 מִזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 5 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 שָׁמַ֨עְתִּי֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 7 אֹֽמְרִ֔ים H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 נֵלְכָ֖ה H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 9 דֹּתָ֑יְנָה H1886 Dothan Dothan. h 10 וַיֵּ֤לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 11 יוֹסֵף֙ H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 12 אַחַ֣ר H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 13 אֶחָ֔יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 14 וַיִּמְצָאֵ֖ם H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 15 בְּדֹתָֽן H1886 Dothan Dothan. h
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En zij zagen hem van verre; en eer hij tot hen naderde, sloegen zij tegen hem een listigen raad, om hem te doden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En zij zagenH7200 hem van verreH7350; en eerH2962 hij tot hen naderdeH7126, sloegenH5230 zij tegen hem een listigen raadH5230, om hem te dodenH4191. En zij zagen hem van verre; en eer hij tot hen naderde, sloegen zij tegen hem een listigen raad, om hem te doden.

KJV And when they saw1 him afar off,3 even before he came near5 unto them, they conspired7 against him to slay

1 וַיִּרְא֥וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 מֵרָחֹ֑ק H7350 verre, verren, ver (a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come 4 וּבְטֶ֨רֶם֙ H2962 eer, terwijl before, ere, not yet 5 יִקְרַ֣ב H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 6 אֲלֵיהֶ֔ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 וַיִּֽתְנַכְּל֥וּ H5230 bedrieger, listig tegenbedacht, listigen raad beguile, conspire, deceiver, deal subtilly 8 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 לַהֲמִיתֽוֹ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En zij zeiden de een tot den ander: Ziet, daar komt die meester-dromer aan!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En zij zeidenH559 de een totH413 den anderH251: ZietH2009, daar komtH935 die meesterH1167-dromer aan! En zij zeiden de een tot den ander: Ziet, daar komt die meester-dromer aan!

KJV And they said1 one2 to another,4 Behold, this8 dreamer6 cometh.

1 וַיֹּאמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אָחִ֑יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 5 הִנֵּ֗ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 בַּ֛עַל H1167 burgers, heer, man [phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of 7 הַחֲלֹמ֥וֹת H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 8 הַלָּזֶ֖ה H1976 this 9 בָּֽא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Nu komt dan, en laat ons hem doodslaan, en hem in een dezer kuilen werpen; en wij zullen zeggen: een boos dier heeft hem opgegeten; zo zullen wij zien, wat van zijn dromen worden zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Nu komtH3212 dan, en laat ons hem doodslaanH2026, en hem in een dezer kuilenH953 werpenH7993; en wij zullen zeggenH559: een boosH7451 dier heeft hem opgegetenH398; zo zullen wij zienH7200, watH4100 van zijnH1961 dromenH2472 worden zal. Nu komt dan, en laat ons hem doodslaan, en hem in een dezer kuilen werpen; en wij zullen zeggen: een boos dier heeft hem opgegeten; zo zullen wij zien, wat van zijn dromen worden zal.

KJV Come2 now therefore, and let us slay3 him, and cast4 him into some5 pit,6 and we will say,7 Some evil9 beast8 hath devoured10 him: and we shall see11 what will become of his dreams.

1 וְעַתָּ֣ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 לְכ֣וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 3 וְנַֽהַרְגֵ֗הוּ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 4 וְנַשְׁלִכֵ֨הוּ֙ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 5 בְּאַחַ֣ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 6 הַבֹּר֔וֹת H953 kuil, bornput, kuils cistern, dungeon, fountain, pit, well 7 וְאָמַ֕רְנוּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 חַיָּ֥ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 9 רָעָ֖ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 10 אֲכָלָ֑תְהוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 11 וְנִרְאֶ֕ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 13 יִּהְי֖וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 חֲלֹמֹתָֽיו H2472 droom, dromen, drooms dream(-er)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Ruben hoorde dat, en verloste hem uit hun hand; en hij zeide: Laat ons hem niet aan het leven slaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 RubenH7205 hoordeH8085 dat, en verlosteH5337 hem uit hun handH3027; en hij zeideH559: Laat ons hem nietH3808 aan het levenH5315 slaanH5221. Ruben hoorde dat, en verloste hem uit hun hand; en hij zeide: Laat ons hem niet aan het leven slaan.

KJV And Reuben2 heard1 it, and he delivered3 him out of their hands;4 and said,5 Let us not kill7

1 וַיִּשְׁמַ֣ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 רְאוּבֵ֔ן H7205 Ruben, Rubens, stam Ruben Reuben 3 וַיַּצִּלֵ֖הוּ H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 4 מִיָּדָ֑ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 נַכֶּ֖נּוּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 8 נָֽפֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Ook zeide Ruben tot hen: Vergiet geen bloed; werpt hem in dezen kuil die in de woestijn is, en legt de hand niet aan hem; opdat hij hem uit hun hand verloste, om hem tot zijn vader weder te brengen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Ook zeideH559 RubenH7205 totH413 hen: VergietH8210 geen bloedH1818; werptH7993 hem in dezenH2088 kuilH953 die in de woestijnH4057 is, en legtH7971 de handH3027 niet aan hem; opdatH4616 hij hem uit hun handH3027 verlosteH5337, om hem totH413 zijn vaderH1 weder te brengenH7725. Ook zeide Ruben tot hen: Vergiet geen bloed; werpt hem in dezen kuil die in de woestijn is, en legt de hand niet aan hem; opdat hij hem uit hun hand verloste, om hem tot zijn vader weder te brengen.

KJV And Reuben3 said1 unto them, Shed5 no blood,6 but cast7 him into this pit10 that is in the wilderness,13 and lay16 no hand14 upon him; that he might rid19 him out of their hands,21 to deliver22 him to his father24 again.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲלֵהֶ֣ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 רְאוּבֵן֮ H7205 Ruben, Rubens, stam Ruben Reuben 4 אַל H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 תִּשְׁפְּכוּ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 6 דָם֒ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 7 הַשְׁלִ֣יכוּ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 8 אֹת֗וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 הַבּ֤וֹר H953 kuil, bornput, kuils cistern, dungeon, fountain, pit, well 11 הַזֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 12 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 בַּמִּדְבָּ֔ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 14 וְיָ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 15 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 16 תִּשְׁלְחוּ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 17 ב֑וֹ 18 לְמַ֗עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 19 הַצִּ֤יל H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 20 אֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 מִיָּדָ֔ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 22 לַהֲשִׁיב֖וֹ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 23 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 24 אָבִֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En het geschiedde, als Jozef tot zijn broederen kwam, zo togen zij Jozef zijn rok uit, den veelvervigen rok, dien hij aanhad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En het geschiedde, als JozefH3130 totH413 zijn broederenH251 kwamH935, zo togenH6584 zij JozefH3130 zijn rokH3801 uit, den veelvervigenH6446 rokH3801, dienH834 hij aanhadH5921. En het geschiedde, als Jozef tot zijn broederen kwam, zo togen zij Jozef zijn rok uit, den veelvervigen rok, dien hij aanhad.

KJV And it came to pass, when Joseph4 was come3 unto his brethren,6 that they stript7 Joseph9 out of his coat,11 his coat13 of many colours

1 וַֽיְהִ֕י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כַּֽאֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 בָּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 יוֹסֵ֖ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 אֶחָ֑יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 7 וַיַּפְשִׁ֤יטוּ H6584 uittrekken, ingevallen, overvielen fall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 יוֹסֵף֙ H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 כֻּתָּנְתּ֔וֹ H3801 rok, rokken, roks coat, garment, robe 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 כְּתֹ֥נֶת H3801 rok, rokken, roks coat, garment, robe 14 הַפַּסִּ֖ים H6446 veelvervigen (divers) colours 15 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 עָלָֽיו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En zij namen hem, en wierpen hem in den kuil; doch de kuil was ledig; er was geen water in.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En zij namenH3947 hem, en wierpenH7993 hem in den kuilH953; doch de kuilH953 was ledigH7386; er was geenH369 waterH4325 in. En zij namen hem, en wierpen hem in den kuil; doch de kuil was ledig; er was geen water in.

KJV And they took1 him, and cast2 him into a pit:4 and the pit5 was empty,6 there was no water

1 וַיִּ֨קָּחֻ֔הוּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 וַיַּשְׁלִ֥כוּ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 3 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַבֹּ֑רָה H953 kuil, bornput, kuils cistern, dungeon, fountain, pit, well 5 וְהַבּ֣וֹר H953 kuil, bornput, kuils cistern, dungeon, fountain, pit, well 6 רֵ֔ק H7386 ijdele, ledig, ledige emptied(-ty), vain (fellow, man) 7 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 8 בּ֖וֹ 9 מָֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Daarna zaten zij neder om brood te eten, en hieven hun ogen op, en zagen, en ziet, een reisgezelschap van Ismaelieten kwam uit Gilead; en hun kemelen droegen specerijen en balsem, en mirre, reizende, om dat af te brengen naar Egypte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Daarna zaten zij neder om broodH3899 te etenH398, en hievenH5375 hun ogenH5869 op, en zagenH7200, en zietH2009, een reisgezelschapH736 van IsmaelietenH3459 kwamH935 uit GileadH1568; en hun kemelenH1581 droegenH5375 specerijenH5219 en balsemH6875, en mirreH3910, reizendeH1980, om dat af te brengenH3381 naar EgypteH4714. Daarna zaten zij neder om brood te eten, en hieven hun ogen op, en zagen, en ziet, een reisgezelschap van Ismaelieten kwam uit Gilead; en hun kemelen droegen specerijen en balsem, en mirre, reizende, om dat af te brengen naar Egypte.

Ook in dit vers zaten nederH3427

KJV And they sat down1 to eat2 bread:3 and they lifted up4 their eyes5 and looked,6 and, behold, a company8 of Ishmeelites9 came10 from Gilead11 with their camels12 bearing13 spicery14 and balm15 and myrrh,16 going17 to carry it down18 to Egypt.

1 וַיֵּשְׁבוּ֮ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 לֶֽאֱכָל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 3 לֶחֶם֒ H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 4 וַיִּשְׂא֤וּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 5 עֵֽינֵיהֶם֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 6 וַיִּרְא֔וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 7 וְהִנֵּה֙ H2009 ziet, zie behold, lo, see 8 אֹרְחַ֣ת H736 reisgezelschap, reizende gezelschappen (travelling) company 9 יִשְׁמְעֵאלִ֔ים H3459 Ismaelieten, Ismaeliet Ishmaelite 10 בָּאָ֖ה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 מִגִּלְעָ֑ד H1568 Gilead, Gileadieten, Gileads Gilead, Gileadite 12 וּגְמַלֵּיהֶ֣ם H1581 kemelen, kemels, kemel camel 13 נֹֽשְׂאִ֗ים H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 14 נְכֹאת֙ H5219 specerijen spicery(-ces) 15 וּצְרִ֣י H6875 balsem balm 16 וָלֹ֔ט H3910 mirre myrrh 17 הוֹלְכִ֖ים H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 18 לְהוֹרִ֥יד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 19 מִצְרָֽיְמָה H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Toen zeide Juda tot zijn broederen: Wat gewin zal het zijn, dat wij onzen broeder doodslaan, en zijn bloed verbergen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Toen zeideH559 JudaH3063 totH413 zijn broederenH251: WatH4100 gewinH1215 zal het zijn, datH3588 wij onzen broederH251 doodslaanH2026, en zijn bloedH1818 verbergenH3680? Toen zeide Juda tot zijn broederen: Wat gewin zal het zijn, dat wij onzen broeder doodslaan, en zijn bloed verbergen?

KJV And Judah2 said1 unto his brethren,4 What profit6 is it if we slay8 our brother,10 and conceal11 his blood?

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אֶחָ֑יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 5 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 בֶּ֗צַע H1215 gierigheid, gewin, nuttigheid covetousness, (dishonest) gain, lucre, profit 7 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 נַהֲרֹג֙ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 אָחִ֔ינוּ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 11 וְכִסִּ֖ינוּ H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 דָּמֽוֹ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Komt, en laat ons hem aan deze Ismaelieten verkopen, en onze hand zij niet aan hem; want hij is onze broeder, ons vlees, en zijn broederen hoorden hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 KomtH3212, en laat ons hem aan deze IsmaelietenH3459 verkopenH4376, en onze handH3027 zij nietH408 aan hem; wantH3588 hij isH1961 onze broederH251, ons vleesH1320, en zijn broederenH251 hoordenH8085 hem. Komt, en laat ons hem aan deze Ismaelieten verkopen, en onze hand zij niet aan hem; want hij is onze broeder, ons vlees, en zijn broederen hoorden hem.

KJV Come,1 and let us sell2 him to the Ishmeelites,3 and let not our hand4 be upon him; for he is our brother9 and our flesh.10 And his brethren13 were content.

1 לְכ֞וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 וְנִמְכְּרֶ֣נּוּ H4376 verkocht, verkopen, verkochten [idiom] at all, sell (away, -er, self) 3 לַיִּשְׁמְעֵאלִ֗ים H3459 Ismaelieten, Ismaeliet Ishmaelite 4 וְיָדֵ֨נוּ֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 תְּהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 ב֔וֹ 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 אָחִ֥ינוּ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 10 בְשָׂרֵ֖נוּ H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 11 ה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 וַֽיִּשְׁמְע֖וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 13 אֶחָֽיו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit den kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Als nu de MidianietischeH4084 koopliedenH582 voorbijtogenH5674, zo trokkenH4900 en hievenH5927 zij JozefH3130 op uitH4480 den kuilH953, en verkochtenH4376 JozefH3130 aan deze IsmaelietenH3459 voor twintigH6242 zilverlingenH3701; die brachtenH935 JozefH3130 naar EgypteH4714. Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit den kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.

KJV Then there passed1 by Midianites3 merchantmen;4 and they drew5 and lifted up6 Joseph8 out of the pit,10 and sold11 Joseph13 to the Ishmeelites14 for twenty15 pieces of silver:16 and they brought17 Joseph19 into Egypt.

1 וַיַּֽעַבְרוּ֩ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 2 אֲנָשִׁ֨ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 מִדְיָנִ֜ים H4084 Midianieten, Midianietin, Midianietische Midianite. Compare H4092 (מְדָנִי) 4 סֹֽחֲרִ֗ים H5503 kooplieden, koophandel, handelaars go about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick 5 וַֽיִּמְשְׁכוּ֙ H4900 getrokken, trekken, trekt draw (along, out), continue, defer, extend, forbear, [idiom] give, handle, make (pro-, sound) long, [idiom] sow, scatter, stretch out 6 וַיַּֽעֲל֤וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 יוֹסֵף֙ H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 9 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 10 הַבּ֔וֹר H953 kuil, bornput, kuils cistern, dungeon, fountain, pit, well 11 וַיִּמְכְּר֧וּ H4376 verkocht, verkopen, verkochten [idiom] at all, sell (away, -er, self) 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 יוֹסֵ֛ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 14 לַיִּשְׁמְעֵאלִ֖ים H3459 Ismaelieten, Ismaeliet Ishmaelite 15 בְּעֶשְׂרִ֣ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 16 כָּ֑סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 17 וַיָּבִ֥יאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 יוֹסֵ֖ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 20 מִצְרָֽיְמָה H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Als nu Ruben tot den kuil wederkeerde, ziet, zo was Jozef niet in den kuil; toen scheurde hij zijn klederen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Als nu RubenH7205 totH413 den kuilH953 wederkeerdeH7725, zietH2009, zo was JozefH3130 nietH369 in den kuilH953; toen scheurdeH7167 hij zijn klederenH899. Als nu Ruben tot den kuil wederkeerde, ziet, zo was Jozef niet in den kuil; toen scheurde hij zijn klederen.

KJV And Reuben2 returned1 unto the pit;4 and, behold, Joseph7 was not in the pit;8 and he rent9 his clothes.

1 וַיָּ֤שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 רְאוּבֵן֙ H7205 Ruben, Rubens, stam Ruben Reuben 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הַבּ֔וֹר H953 kuil, bornput, kuils cistern, dungeon, fountain, pit, well 5 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 אֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 7 יוֹסֵ֖ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 8 בַּבּ֑וֹר H953 kuil, bornput, kuils cistern, dungeon, fountain, pit, well 9 וַיִּקְרַ֖ע H7167 scheurde, gescheurd, scheurden cut out, rend, [idiom] surely, tear 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 בְּגָדָֽיו H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En hij keerde weder tot zijn broederen, en zeide: De jongeling is er niet; en ik, waar zal ik heengaan?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En hij keerdeH7725 weder totH413 zijn broederenH251, en zeideH559: De jongelingH3206 is er nietH369; en ikH589, waar zal ikH589 heengaanH935? En hij keerde weder tot zijn broederen, en zeide: De jongeling is er niet; en ik, waar zal ik heengaan?

KJV And he returned1 unto his brethren,3 and said,4 The child5 is not; and I, whither8 shall I go?

1 וַיָּ֥שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 אֶחָ֖יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 4 וַיֹּאמַ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 הַיֶּ֣לֶד H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 6 אֵינֶ֔נּוּ H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 7 וַאֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 8 אָ֥נָה H575 Hoe, waarhenen, lang [phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever) 9 אֲנִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 בָֽא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Toen namen zij Jozefs rok, en zij slachtten een geitenbok, en zij doopten den rok in het bloed.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Toen namenH3947 zij JozefsH3130 rokH3801, en zij slachttenH7819 een geitenbokH8163, en zij dooptenH2881 den rokH3801 in het bloedH1818. Toen namen zij Jozefs rok, en zij slachtten een geitenbok, en zij doopten den rok in het bloed.

KJV And they took1 Joseph's4 coat,3 and killed5 a kid6 of the goats,7 and dipped8 the coat10 in the blood;

1 וַיִּקְח֖וּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כְּתֹ֣נֶת H3801 rok, rokken, roks coat, garment, robe 4 יוֹסֵ֑ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 5 וַֽיִּשְׁחֲטוּ֙ H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 6 שְׂעִ֣יר H8163 geitenbok, bok, bokken devil, goat, hairy, kid, rough, satyr 7 עִזִּ֔ים H5795 geiten, geit, geitenbok (she) goat, kid 8 וַיִּטְבְּל֥וּ H2881 doopte, dopen, indopen dip, plunge 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הַכֻּתֹּ֖נֶת H3801 rok, rokken, roks coat, garment, robe 11 בַּדָּֽם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En zij zonden den veelvervigen rok, en deden hem tot hun vader brengen, en zeiden: Dezen hebben wij gevonden; beken toch, of deze uws zoons rok zij, of niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En zij zondenH7971 den veelvervigenH6446 rokH3801, en deden hem totH413 hun vaderH1 brengenH935, en zeidenH559: Dezen hebben wij gevondenH4672; bekenH5234 tochH4994, of dezeH2063 uws zoonsH1121 rokH3801 zijH1931, of nietH3808. En zij zonden den veelvervigen rok, en deden hem tot hun vader brengen, en zeiden: Dezen hebben wij gevonden; beken toch, of deze uws zoons rok zij, of niet.

KJV And they sent1 the coat3 of many colours,4 and they brought5 it to their father;7 and said,8 This have we found:10 know11 now whether it be thy son's14 coat

1 וַֽיְשַׁלְּח֞וּ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כְּתֹ֣נֶת H3801 rok, rokken, roks coat, garment, robe 4 הַפַּסִּ֗ים H6446 veelvervigen (divers) colours 5 וַיָּבִ֨יאוּ֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 אֲבִיהֶ֔ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 8 וַיֹּאמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 זֹ֣את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 10 מָצָ֑אנוּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 11 הַכֶּר H5234 kennen, kende, kent acknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly) 12 נָ֗א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 13 הַכְּתֹ֧נֶת H3801 rok, rokken, roks coat, garment, robe 14 בִּנְךָ֛ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 15 הִ֖וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 16 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 17 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En hij bekende hem, en zeide: Het is mijns zoons rok! een boos dier heeft hem opgegeten! voorzeker is Jozef verscheurd!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En hij bekendeH5234 hem, en zeideH559: Het is mijns zoonsH1121 rokH3801! een boosH7451 dier heeft hem opgegetenH398! voorzekerH2963 is JozefH3130 verscheurdH2963! En hij bekende hem, en zeide: Het is mijns zoons rok! een boos dier heeft hem opgegeten! voorzeker is Jozef verscheurd!

KJV And he knew it,1 and said,2 It is my son's4 coat;3 an evil6 beast5 hath devoured7 him; Joseph10 is without doubt8 rent in pieces.

1 וַיַּכִּירָ֤הּ H5234 kennen, kende, kent acknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly) 2 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 כְּתֹ֣נֶת H3801 rok, rokken, roks coat, garment, robe 4 בְּנִ֔י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 חַיָּ֥ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 6 רָעָ֖ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 7 אֲכָלָ֑תְהוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 8 טָרֹ֥ף H2963 verscheurd, verscheurt, roven catch, [idiom] without doubt, feed, ravin, rend in pieces, [idiom] surely, tear (in pieces) 9 טֹרַ֖ף H2963 verscheurd, verscheurt, roven catch, [idiom] without doubt, feed, ravin, rend in pieces, [idiom] surely, tear (in pieces) 10 יוֹסֵֽף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Toen scheurde Jakob zijn klederen, en legde een zak om zijn lenden; en hij bedreef rouw over zijn zoon vele dagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Toen scheurdeH7167 JakobH3290 zijn klederenH8071, en legdeH7760 een zakH8242 om zijn lendenH4975; en hij bedreef rouwH56 overH5921 zijn zoonH1121 veleH7227 dagenH3117. Toen scheurde Jakob zijn klederen, en legde een zak om zijn lenden; en hij bedreef rouw over zijn zoon vele dagen.

KJV And Jacob2 rent1 his clothes,3 and put4 sackcloth5 upon his loins,6 and mourned7 for his son9 many11 days.

1 וַיִּקְרַ֤ע H7167 scheurde, gescheurd, scheurden cut out, rend, [idiom] surely, tear 2 יַעֲקֹב֙ H3290 Jakob, Jakobs Jacob 3 שִׂמְלֹתָ֔יו H8071 klederen, kleed, kleding apparel, cloth(-es, -ing), garment, raiment. Compare H8008 (שַׂלְמָה) 4 וַיָּ֥שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 5 שַׂ֖ק H8242 zak, zakken, zaks sack(-cloth, -clothes) 6 בְּמָתְנָ֑יו H4975 lenden, lendenen, goede lenden [phrase] greyhound, loins, side 7 וַיִּתְאַבֵּ֥ל H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 בְּנ֖וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 יָמִ֥ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 רַבִּֽים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En al zijn zonen, en al zijn dochteren maakten zich op, om hem te troosten; maar hij weigerde zich te laten troosten, en zeide: Want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf nederdalen. Alzo beweende hem zijn vader.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En alH3605 zijn zonenH1121, en alH3605 zijn dochterenH1323 maaktenH6965 zich op, om hem te troostenH5162; maar hij weigerdeH3985 zich te laten troostenH5162, en zeideH559: Want ik zal, rouw bedrijvendeH57, totH413 mijn zoonH1121 in het grafH7585 nederdalenH3381. Alzo beweendeH1058 hem zijn vaderH1. En al zijn zonen, en al zijn dochteren maakten zich op, om hem te troosten; maar hij weigerde zich te laten troosten, en zeide: Want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf nederdalen. Alzo beweende hem zijn vader.

KJV And all his sons3 and all his daughters5 rose up1 to comfort6 him; but he refused7 to be comforted;8 and he said,9 For I will go down11 into the grave15 unto my son13 mourning.14 Thus his father18 wept

1 וַיָּקֻמוּ֩ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 בָּנָ֨יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 בְּנֹתָ֜יו H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 לְנַחֲמ֗וֹ H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 7 וַיְמָאֵן֙ H3985 weigerde, weigert, geweigerd refuse, [idiom] utterly 8 לְהִתְנַחֵ֔ם H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 9 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 אֵרֵ֧ד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 בְּנִ֛י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 אָבֵ֖ל H57 treurigen, rouw bedrijvende, treuren mourn(-er, -ing) 15 שְׁאֹ֑לָה H7585 hel, graf, grafs grave, hell, pit 16 וַיֵּ֥בְךְּ H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 17 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 אָבִֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En de Midianieten verkochten hem in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao, overste der trawanten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 En de MidianietenH4092 verkochtenH4376 hem in EgypteH4714, aanH413 PotifarH6318, een hovelingH5631 van FaraoH6547, oversteH8269 der trawantenH2876. En de Midianieten verkochten hem in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao, overste der trawanten.

KJV And the Midianites1 sold2 him into Egypt5 unto Potiphar,6 an officer7 of Pharaoh's,8 and captain9 of the guard.

1 וְהַ֨מְּדָנִ֔ים H4092 Midianieten Midianite 2 מָכְר֥וּ H4376 verkocht, verkopen, verkochten [idiom] at all, sell (away, -er, self) 3 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 6 לְפֽוֹטִיפַר֙ H6318 Potifar Potiphar 7 סְרִ֣יס H5631 kamerlingen, hovelingen, kamerling chamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס) 8 פַּרְעֹ֔ה H6547 Farao Pharaoh 9 שַׂ֖ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 10 הַטַּבָּחִֽים H2876 trawanten, kok cook, guard
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Josef verkocht als slaaf
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 37:1 Genesis 17:8 Genesis 28:4 Genesis 36:7 Genesis 23:4 Hebreeën 11:9
Genesis 37:2 Genesis 35:25 1 Samuël 2:22 1 Korinthe 11:18 Genesis 30:4 Johannes 7:7 Genesis 5:1 Genesis 35:22 Genesis 10:1
Genesis 37:3 Genesis 37:32 Genesis 37:23 Johannes 13:22 2 Samuël 13:18 Ezechiël 16:16 Genesis 44:20 Richteren 5:30 Johannes 3:35
Genesis 37:4 Genesis 27:41 1 Johannes 4:20 Genesis 49:23 1 Samuël 17:28 1 Johannes 3:12 Psalmen 69:4 Genesis 37:18 1 Johannes 2:11
Genesis 37:5 Genesis 28:12 Daniël 4:5 Johannes 17:14 Amos 3:7 Joël 2:28 Genesis 42:9 Genesis 41:1 Genesis 37:8
Genesis 37:6 Genesis 44:18 Richteren 9:7
Genesis 37:7 Genesis 42:6 Genesis 44:14 Genesis 42:9 Genesis 43:26 Filippenzen 2:10 Genesis 44:19 Kolossenzen 1:18
Genesis 37:8 Psalmen 2:3 Genesis 37:4 Hebreeën 10:29 1 Samuël 10:27 Handelingen 4:27 Genesis 49:26 Lukas 19:14 Lukas 20:17
Genesis 37:9 Handelingen 7:9 Genesis 41:25 Genesis 37:7 Genesis 44:19 Daniël 8:10 Genesis 45:9 Genesis 46:29 Genesis 41:32
Genesis 37:10 Genesis 27:29 Genesis 37:7 Filippenzen 2:10 Jesaja 60:14
Genesis 37:11 Lukas 2:51 Handelingen 7:9 Lukas 2:19 Daniël 7:28 Titus 3:3 Jakobus 3:14 Jesaja 11:13 Galaten 5:21
Genesis 37:12 Genesis 33:18 Genesis 34:25 Genesis 37:1
Genesis 37:13 1 Samuël 3:8 Genesis 27:1 1 Samuël 3:4 Mattheüs 10:16 Genesis 27:18 1 Samuël 3:16 Genesis 22:1 Lukas 20:13
Genesis 37:14 Genesis 35:27 Jozua 14:15 Genesis 13:18 Genesis 23:2 2 Samuël 18:32 1 Samuël 17:17 Lukas 19:42 Jeremia 29:7
Genesis 37:15 Richteren 4:22 2 Koningen 6:19 Johannes 20:15 Johannes 18:4 Johannes 18:7 Johannes 1:38 Johannes 4:27 Genesis 21:14
Genesis 37:16 Lukas 19:10 Hooglied 1:7
Genesis 37:17 2 Koningen 6:13
Genesis 37:18 Psalmen 37:12 Handelingen 23:12 Psalmen 37:32 Markus 14:1 Psalmen 31:13 Johannes 11:53 1 Samuël 19:1 Markus 12:7
Genesis 37:19 Genesis 37:5 Genesis 37:11 Genesis 28:12 Genesis 49:23
Genesis 37:20 Spreuken 1:11 Spreuken 1:16 Psalmen 64:5 1 Samuël 24:20 1 Samuël 26:2 Handelingen 4:16 Markus 15:29 2 Koningen 2:24
Genesis 37:21 Genesis 42:22 Mattheüs 10:28 Genesis 35:22 Genesis 9:5 Jozua 10:28
Genesis 37:22 Genesis 42:22 Handelingen 12:1 Exodus 24:11 Mattheüs 27:24 Deuteronomium 13:9 Genesis 22:12
Genesis 37:23 Genesis 37:31 Genesis 37:3 Genesis 42:21 Mattheüs 27:28 Psalmen 22:18
Genesis 37:24 Jeremia 38:6 Zacharia 9:11 Klaagliederen 4:20 Psalmen 88:6 Klaagliederen 3:52 Psalmen 130:1 Psalmen 35:7 Psalmen 88:8
Genesis 37:25 Genesis 43:11 Genesis 37:28 Jeremia 8:22 Genesis 37:36 Genesis 16:11 Spreuken 30:20 Genesis 25:1 Genesis 25:16
Genesis 37:26 Genesis 37:20 Genesis 4:10 Deuteronomium 17:8 Mattheüs 16:26 Psalmen 30:9 Ezechiël 24:7 Job 16:18 Genesis 25:32
Genesis 37:27 Genesis 42:21 1 Samuël 18:17 2 Samuël 12:9 Mattheüs 16:26 Mattheüs 26:15 Nehemia 5:8 Genesis 37:22 Exodus 21:21
Genesis 37:28 Psalmen 105:17 Handelingen 7:9 Genesis 45:4 Richteren 6:1 Genesis 25:2 Genesis 37:25 Zacharia 11:12 Numeri 31:2
Genesis 37:29 Job 1:20 Genesis 37:34 Genesis 44:13 Numeri 14:6 Joël 2:13 2 Koningen 19:1 Genesis 34:13 Handelingen 14:14
Genesis 37:30 Genesis 42:13 Jeremia 31:15 Genesis 42:32 Genesis 42:35 Genesis 37:20
Genesis 37:31 Genesis 37:23 Genesis 37:3 Spreuken 28:13
Genesis 37:32 Lukas 15:30 Genesis 44:20 Genesis 37:3
Genesis 37:33 Genesis 44:28 Genesis 37:20 Johannes 13:7 1 Koningen 13:24 Spreuken 14:15 2 Koningen 2:24
Genesis 37:34 Genesis 37:29 2 Samuël 3:31 Esther 4:1 1 Koningen 21:27 Jozua 7:6 Job 2:12 Handelingen 14:14 2 Samuël 1:11
Genesis 37:35 2 Samuël 12:17 Genesis 42:38 Genesis 42:31 Genesis 35:22 Genesis 45:28 Genesis 31:43 Jeremia 31:15 Psalmen 77:2
Genesis 37:36 Genesis 37:28 Genesis 40:4 Jesaja 56:3 Esther 1:10 2 Koningen 25:8 Genesis 39:1 Genesis 25:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 37 vers 1

der Zie boven, Gen. 17:8.

Hertaald: der Zie Gen. 17:8.

Genesis 37 vers 2

geschiedenissen Hebr. geboorten; dat is, hetgeen Jakob in zijn geslacht en nakomelingen wedervaren is. Zo wordt het Hebreeuwse woord somtijds genomen. Zie boven, Gen. 6:8.

Hertaald: geschiedenissen Hebreeuws: geboorten; dat is: wat Jakob in zijn geslacht en nakomelingen overkomen is. Zo wordt het Hebreeuwse woord soms gebruikt. Zie Gen. 6:8.

kwaad gerucht Dat is, wat zij kwaads mochten zeggen, of bedrijven, strekkende tot ontering van henzelven en het ganse huis.

Hertaald: kwaad gerucht Dat is: wat kwaad zij zeiden of bedreven, dat tot oneer strekte van henzelf en het hele huis.

Genesis 37 vers 3

des ouderdoms; Omdat hij hem omtrent een en negentig jaren oud zijnde gewonnen had, alsook omdat hij de eerstgeborene uit Rachel was, dien zij na lange en verdrietige onvruchtbaarheid Jakob gebaard had; verg. onder, Gen. 44:20.

Hertaald: des ouderdoms; Omdat hij hem verwekt had toen hij ongeveer eenennegentig jaar oud was, en ook omdat hij de eerstgeborene uit Rachel was, die zij na een lange en moeizame onvruchtbaarheid aan Jakob gebaard had; vergelijk Gen. 44:20.

veelvervigen Hebr. van verscheidene stukken, te weten, die van onderscheiden kleuren waren; verg. 2 Sam. 13:18.

Hertaald: veelvervigen Hebreeuws: van verschillende stukken, namelijk die van verschillende kleuren waren; vergelijk 2 Sam. 13:18.

Genesis 37 vers 4

vredelijk Hebr. tot, of ten vrede; dat is, wat uit een zachtmoedig en vreedzaam hart voortgaande tot onderhouding van liefde en vrede diende.

Hertaald: vredelijk Hebreeuws: tot, of ten vrede; dat is: wat, voortkomend uit een zachtmoedig en vreedzaam hart, diende tot instandhouding van liefde en vrede.

Genesis 37 vers 5

haatten Hebr. zij deden, of voegden toe, of, voeren voort hem nog, of, te meer te haten; alzo onder, vs.8; zij namen drie oorzaken om hem te haten. Eerst, omdat hij hun kwaad gerucht tot Jakob bracht, vs.2. Ten tweede, omdat de vader hem liever had dan zijn broeders, vs.4. Ten derde, om zijn dromen, die hij hun vertelde, hier vs.6, enz.

Hertaald: haatten Hebreeuws: zij deden, of voegden toe, of: gingen voort hem nog, of: te meer te haten; zo ook in vers 8. Zij hadden drie redenen om hem te haten. Ten eerste, omdat hij hun kwade gerucht aan Jakob overbracht, vers 2. Ten tweede, omdat de vader hem meer liefhad dan zijn broers, vers 4. Ten derde, om zijn dromen, die hij hun vertelde, hier vers 6, enz.

Genesis 37 vers 7

en ziet, God heeft door dezen en den volgenden droom willen openbaren wat namaals geschieden zou, om te weten dat het niet bij toeval, maar door zijn regering geschiedde.

Hertaald: en ziet, God heeft door deze en de volgende droom willen openbaren wat later zou gebeuren, opdat men zou weten dat het niet bij toeval, maar door Zijn bestuur gebeurde.

bleef ook Anders, stond ook overeind.

Hertaald: bleef ook Anders: stond ook overeind.

en ziet, Dit woordje ziet, gebruikt Jozef hier tot driemalen toe, daarmede tonende, dat deze droom hem zeer zeldzaam voorkwam, en zeer bewoog. Zie de vervulling daarvan onder, Gen. 42:6.

Hertaald: en ziet, Dit woordje 'ziet' gebruikt Jozef hier tot driemaal toe, waarmee hij laat zien dat deze droom hem zeer bijzonder voorkwam en hem zeer aangreep. Zie de vervulling daarvan in Gen. 42:6.

Genesis 37 vers 8

Zult gij dan ganselijk over ons regeren Of, zekerlijk. Hebr. zult, of, zoudt gij regerende regeren? en zo in het vervolg, heersende heersen, Jozefs broeders dulden dezen droom op zichzelven gelijk de Midianieten, Richt. 7:13.

Hertaald: Zult gij dan ganselijk over ons regeren Of: zeker. Hebreeuws: zult, of zou u regerend regeren? En zo verderop: heersend heersen. Jozefs broers passen deze droom op zichzelf toe, zoals de Midianieten deden, Richt. 7:13.

Genesis 37 vers 9

droom gedroomd, Zie de vervulling hiervan, onder, Gen. 46:29, enz.

Hertaald: droom gedroomd, Zie de vervulling hiervan in Gen. 46:29, enz.

Genesis 37 vers 10

bestrafte Meer om zijn andere zonen wat te verzachten, dan dat hij inderdaad op Jozef zou vergramd zijn; want hij bemerkte wel dat deze droom wat bijzonders, gelijk blijkt uit het volgende vs., in had.

Hertaald: bestrafte Meer om zijn andere zonen enigszins te sussen, dan dat hij werkelijk kwaad was op Jozef; want hij merkte wel dat deze droom iets bijzonders inhield, zoals blijkt uit het volgende vers.

moeder, en Versta, zijn stiefmoeder Lea of Bilha, Rachels dienstmaagd. Wil men het nemen van Rachel, zijn eigen moeder, die overleden was, het zal dan zijn, alsof Jakob zeide: zal uw moeder uit de doden opstaan, en zich voor u ter aarde buigen?

Hertaald: moeder, en Versta hieronder: zijn stiefmoeder Lea, of Bilha, Rachels dienstmaagd. Wil men het opvatten als Rachel, zijn eigen moeder, die al overleden was, dan is het alsof Jakob zei: zal uw moeder uit de doden opstaan en zich voor u ter aarde buigen?

Genesis 37 vers 11

deze zaak Anders, dit woord; dat is, deze woorden. De zin is dat hij Jozefs dromen overlegde en in zijn hart opsloot, oordelende dat zij wat beduiden, en verwachtende wat met den tijd daarvan geworden zou; verg. Luc. 2:19.

Hertaald: deze zaak Anders: dit woord; dat is: deze woorden. De betekenis is dat hij Jozefs dromen overwoog en in zijn hart bewaarde, oordelend dat zij iets betekenden, en afwachtend wat er in de loop van de tijd van zou worden; vergelijk Luc. 2:19.

Genesis 37 vers 12

Sichem Zie boven, Gen. 12:6. Omtrent deze plaats had Jakob tevoren een stuk land gekocht; boven, Gen. 33:19.

Hertaald: Sichem Zie Gen. 12:6. Bij deze plaats had Jakob eerder een stuk land gekocht; Gen. 33:19.

Genesis 37 vers 13

Zie, hier Zie boven, Gen. 22:1, en de aanteek.

Hertaald: Zie, hier Zie Gen. 22:1, en de aantekening daar.

Genesis 37 vers 14

welstand Hebr. vrede. Dit woord betekent allerlei welvaart der mensen, niet alleen in het algemeen, Lev. 26:6; 1 Kon. 2:33; Ps. 125:5; Jer. 29:7, maar ook in het bijzonder, ten aanzien van hun lichamelijke gezondheid en sterkte, 2 Sam. 18:32; Ps. 38:4, en hier; idem vanhun ziel, Num. 6:26; Jes. 48:22; Luc. 2:14; Joh. 14:27, mitsgaders van al hun goederen, roerende en onroerende; 1 Sam. 25:6; Job 5:24 en hier in de volgende woorden.

Hertaald: welstand Hebreeuws: vrede. Dit woord duidt allerlei welvaart van mensen aan, niet alleen in het algemeen, Lev. 26:6; 1 Kon. 2:33; Ps. 125:5; Jer. 29:7, maar ook in het bijzonder, met betrekking tot hun lichamelijke gezondheid en kracht, 2 Sam. 18:32; Ps. 38:4, en hier; ook van hun ziel, Num. 6:26; Jes. 48:22; Luc. 2:14; Joh. 14:27, alsook van al hun bezittingen, roerend en onroerend; 1 Sam. 25:6; Job 5:24 en hier in de volgende woorden.

breng mij Of, breng mij de zaak weder over, dat is, breng mij van alles bescheid.

Hertaald: breng mij Of: breng mij verslag terug, dat is: breng mij van alles bericht.

Hebron, Zie boven, Gen. 23:2.

Hertaald: Hebron, Zie Gen. 23:2.

Genesis 37 vers 17

Dothan gaan Een plaats, gelegen niet ver van Sichem en Samaria, waar met den tijd een stad gebouwd is, hebbende denzelfden naam, 2 Kon. 6:13.

Hertaald: Dothan gaan Een plaats, gelegen niet ver van Sichem en Samaria, waar in de loop van de tijd een stad gebouwd is met dezelfde naam, 2 Kon. 6:13.

Genesis 37 vers 18

sloegen zij Het Hebreeuwse woord betekent, enig kwaad tegen iemand arglistiglijk uit te vinden, of practiseren.

Hertaald: sloegen zij Het Hebreeuwse woord betekent: listig enig kwaad tegen iemand beramen, of in praktijk brengen.

te doden Een bedroevend en deerlijk schandaal in Israels huis; hoewel God, die uit de duisternis het licht trekt, het wonderlijk heeft geregeerd tot zijn eer en de voltrekking van zijn raad over Jakobs huisgezin; gelijk dit blijkt uit het volgende.

Hertaald: te doden Een bedroevend en deerlijk schandaal in het huis van Israël; hoewel God, Die uit de duisternis het licht voortbrengt, het wonderlijk bestuurd heeft tot Zijn eer en de voltrekking van Zijn raad over Jakobs huisgezin, zoals uit het volgende blijkt.

Genesis 37 vers 19

de een tot Hebr. de man tot zijn broeder.

Hertaald: de een tot Hebreeuws: de man tot zijn broeder.

meesterdromer Of, opperdromer. Hebr. meester der dromen. Zie boven, Gen. 14:13.

Hertaald: meesterdromer Of: opperdromer. Hebreeuws: meester der dromen. Zie Gen. 14:13.

Genesis 37 vers 20

zullen zeggen Te weten, tot onzen vader en anderen. Aldus zoeken zij die schandelijke daad met een leugen te verbergen.

Hertaald: zullen zeggen Namelijk: aan onze vader en anderen. Zo proberen zij die schandelijke daad met een leugen te verbergen.

wat van zijn Hebr. wat zijn dromen zijn zullen.

Hertaald: wat van zijn Hebreeuws: wat zijn dromen zullen zijn.

Genesis 37 vers 21

Ruben hoorde Of, toen Ruben dat gehoord had, en zo vervolgens. Het schijnt dat Ruben, bemerkende dat zijn broeders Jozef wilden doden, deze manier in het voorafgaande vs. voorgeslagen, liever heeft willen toestaan, omdat hij voornemens was hem naderhand uit den kuil te verlossen, zoals in het volgende vs. verhaald is.

Hertaald: Ruben hoorde Of: toen Ruben dat gehoord had, en zo vervolgens. Het lijkt erop dat Ruben, opmerkend dat zijn broers Jozef wilden doden, liever heeft ingestemd met de manier voorgesteld in het voorgaande vers, omdat hij van plan was hem later uit de put te bevrijden, zoals in het volgende vers verteld wordt.

en verloste Dat is, hij zocht hem te verlossen.

Hertaald: en verloste Dat is: hij probeerde hem te bevrijden.

leven slaan Hebr. ziel; dat is leven. Hij wil zeggen, laat ons hem het leven met onze eigen handen niet benemen. Het woord ziel wordt aldus elders ook gebruikt. Zie boven, Gen. 19:17.

Hertaald: leven slaan Hebreeuws: ziel; dat is: leven. Hij wil zeggen: laten wij hem niet met onze eigen handen het leven benemen. Het woord 'ziel' wordt elders ook zo gebruikt. Zie Gen. 19:17.

Genesis 37 vers 22

en legt Dat is, doodt hem niet met eigen hand; zie dergelijke manier van spreken, boven, Gen. 22:12, alwaar de hand aan iemand te leggen, is hem te doden met zijn hand, gelijk Abraham voorhad met zijn zoon te doen. Dezelfde uitdrukking vindt men onder, vs.27, onze hand zij niet aan hem.

Hertaald: en legt Dat is: dood hem niet met eigen hand; zie zo'n uitdrukking ook in Gen. 22:12, waar 'de hand aan iemand leggen' betekent hem met eigen hand te doden, zoals Abraham van plan was met zijn zoon te doen. Dezelfde uitdrukking vindt men in vers 27: 'onze hand zij niet aan hem.'

Genesis 37 vers 23

den veelvervigen Zie boven, vs.3; waarom zij dit gedaan hebben, zie onder, vs.31.

Hertaald: den veelvervigen Zie vers 3; waarom zij dit gedaan hebben, zie vers 31.

Genesis 37 vers 24

En zij namen Hoe zich Jozef in deze gelegenheid gedragen heeft, zieonder, Gen. 42:21.

Hertaald: En zij namen Hoe Jozef zich in deze situatie gedragen heeft, zie Gen. 42:21.

Genesis 37 vers 25

om brood Dat is, om hun maal te houden; zie boven, Gen. 31:54.

Hertaald: om brood Dat is: om hun maaltijd te houden; zie Gen. 31:54.

Ismaëlieten Een volk, afkomstig van Ismael, den zoon van Abraham uit Hagar; van welks land men zien mag, boven, Gen. 25:18. Beneden worden ook genoemd Midianieten en Medanieten, vs.28, 36, waaruit blijkt dat het een gezelschap geweest is van onderscheiden natiën, woonachtig in Arabië.

Hertaald: Ismaëlieten Een volk, afkomstig van Ismaël, de zoon van Abraham bij Hagar; over wiens land men kan lezen in Gen. 25:18. Verderop worden ook Midianieten en Medanieten genoemd, vers 28, 36, waaruit blijkt dat het een gezelschap was van verschillende volken, woonachtig in Arabië.

Gilead; Zie boven, Gen. 31:21.

Hertaald: Gilead; Zie Gen. 31:21.

specerijen Het Hebreeuwse woord betekent in het algemeen allerlei soort van specerij.

Hertaald: specerijen Het Hebreeuwse woord duidt in het algemeen allerlei soorten specerijen aan.

balsem, Anders, hars, terpentijn.

Hertaald: balsem, Anders: hars, terpentijn.

mirre, Anders, mastik, of balsem; zie van deze specerij ook onder, Gen. 43:11.

Hertaald: mirre, Anders: mastiek, of balsem; zie over deze specerij ook Gen. 43:11.

Egypte Zie boven, Gen. 12:10.

Hertaald: Egypte Zie Gen. 12:10.

Genesis 37 vers 26

bloed verbergen? Dat is, zijn dood of moord. Aldus is het woord bloed genomen Deut. 17:8; 2 Sam. 1:16, en 2 Sam. 3:28.

Hertaald: bloed verbergen? Dat is: zijn dood of moord. Zo wordt het woord 'bloed' ook gebruikt in Deut. 17:8; 2 Sam. 1:16, en 2 Sam. 3:28.

Genesis 37 vers 27

onze hand Zie boven, vs.22.

Hertaald: onze hand Zie vers 22.

Genesis 37 vers 28

Midianietische Een volk, afkomstig uit Midian, den zoon van Abraham uit Ketura; zie boven, Gen. 25:2, en Gen. 36:35.

Hertaald: Midianietische Een volk, afkomstig van Midian, de zoon van Abraham bij Ketura; zie Gen. 25:2, en Gen. 36:35.

twintig zilverlingen; Hebr. twintig zilvers; dat is, omtrent vijf rijksdaalders (f 12,50); zie boven, Gen. 20:16, en Gen. 23:15.

Hertaald: twintig zilverlingen; Hebreeuws: twintig zilverstukken; dat is: ongeveer vijf rijksdaalders (f 12,50); zie Gen. 20:16, en Gen. 23:15.

Genesis 37 vers 29

Als nu Ruben Want hij had zich van zijn broeders verstoken, om Jozef daarna heimelijk uit den kuil te trekken; maar middelerwijl werd hij verkocht.

Hertaald: Als nu Ruben Want hij had zich van zijn broers afgezonderd, om Jozef daarna heimelijk uit de put te trekken; maar ondertussen werd hij verkocht.

scheurde hij Dit was een gebruik bij de ouden, wanneer hun iets zwaars en bedroevends voorkwam of wedervoer; zieonder, vs.34; Num. 14:6; 2 Kon. 19:1; Ezra 9:3; Job 1:20, en Job 2:12; Matt. 26:65.

Hertaald: scheurde hij Dit was een gebruik bij de ouden, wanneer hun iets zwaars en droevigs overkwam; zie vers 34; Num. 14:6; 2 Kon. 19:1; Ezra 9:3; Job 1:20, en Job 2:12; Matt. 26:65.

Genesis 37 vers 30

De jongeling Jozef was omtrent dezen tijd zeventien jaren oud; zie boven, vs.2.

Hertaald: De jongeling Jozef was op dit moment ongeveer zeventien jaar oud; zie vers 2.

waar zal ik Ruben is zeer ontsteld, uit vrees voor zijn vader, diehem als den oudste, zonder twijfel, rekenschap zou afeischen over het verlies van Jozef, en dit hem te meer kwalijk afnemen omdat hij zich onlangs zeer vergrepen en zijn vader grotelijks vertoornd had; boven, Gen. 35:22.

Hertaald: waar zal ik Ruben is zeer ontdaan, uit vrees voor zijn vader, die van hem, als de oudste, ongetwijfeld rekenschap zou eisen over het verlies van Jozef, en hem dit des te meer kwalijk zou nemen omdat hij zich onlangs zeer vergrepen had en zijn vader zeer vertoornd had; Gen. 35:22.

Genesis 37 vers 31

en zij doopten Niet twijfelende, of de vader zou daaruit oordelen dat Jozef door een wild dier verscheurd was, gelijk hij ook geoordeeld heeft; onder, vs.33.

Hertaald: en zij doopten Zonder te twijfelen of hun vader daaruit zou opmaken dat Jozef door een wild dier verscheurd was, zoals hij ook geoordeeld heeft; vers 33.

Genesis 37 vers 33

voorzeker is Hebr. is verscheurende verscheurd; dat is, gewisselijk en buiten allen twijfel, of, gans en ten enenmale verscheurd; zie boven, Gen. 2:16-17.

Hertaald: voorzeker is Hebreeuws: is verscheurend verscheurd; dat is: zeker en zonder enige twijfel, of: geheel en volledig verscheurd; zie Gen. 2:16-17.

Genesis 37 vers 34

scheurde Zie boven, vs.29.

Hertaald: scheurde Zie vers 29.

zak om Dat is, een zeer grof, slecht en onkostbaar kleed, [wel niet juist als een rechte zak], waarmede de ouden zich plachten te bewinden, als met een zak, tot bewijs van groten rouw en droefheid. Zie 2 Sam. 3:31; 1 Kon. 20:32, en 1 Kon. 21:27; Ps. 35:13; Klaagl. 2:10; Matt. 11:21.

Hertaald: zak om Dat is: een zeer grof, armzalig en goedkoop kleed (niet precies een echte zak), waarmee de ouden zich plachten te omhullen, als met een zak, als teken van grote rouw en droefheid. Zie 2 Sam. 3:31; 1 Kon. 20:32, en 1 Kon. 21:27; Ps. 35:13; Klaagl. 2:10; Matt. 11:21.

bedreef rouw Of, droeg; alzo 1 Sam. 15:35, en 2 Sam. 13:37.

Hertaald: bedreef rouw Of: droeg; zo ook 1 Sam. 15:35, en 2 Sam. 13:37.

vele dagen Dat is, langen tijd, meer dan men gewoon was te doen.

Hertaald: vele dagen Dat is: lange tijd, meer dan men gewoonlijk deed.

Genesis 37 vers 35

zijn dochteren Zijn dochter Dina, zijn aangehuwde dochters en de dochters van zijn zonen.

Hertaald: zijn dochteren Zijn dochter Dina, zijn aangetrouwde dochters, en de dochters van zijn zonen.

maar hij Niet dat Jakob geen geestelijken troost zou gehad of toegelaten hebben, maar dat hij uit menselijke zwakheid en de grootheid van zijn liefde tot Jozef, zijn rouw niet zo kon afleggen en matigen, of hij zou daarvan enig overblijfsel zijn levenlang behouden.

Hertaald: maar hij Niet dat Jakob geen geestelijke troost zou hebben gehad of toegelaten, maar dat hij, door menselijke zwakheid en de grootheid van zijn liefde voor Jozef, zijn rouw niet zo kon afleggen en matigen of hij behield daarvan zijn leven lang enig overblijfsel.

tot mijn zoon Anders, om mijns zoons wil; verg. 1 Sam. 4:19, 1 Sam. 4:21; 2 Sam. 21:1.

Hertaald: tot mijn zoon Anders: omwille van mijn zoon; vergelijk 1 Sam. 4:19, 1 Sam. 4:21; 2 Sam. 21:1.

graf nederdalen Het Hebr. woord betekent somtijds het graf gelijk hier en onder, Gen. 42:38, en Gen. 44:29, Gen. 44:31; Ps. 6:6, en Ps. 16:10; Pred. 9:10; Jes. 38:18; idem allerlei grote diepten, of diepe, verborgen plaatsen; Job 26:6; Ps. 139:8; Am. 9:2; somtijds de hel, of plaats der verdoemden, gelijk Job 11:8; Spr. 15:11. Aldus kan het hier niet genomen worden; want Jakob geloofde het tegendeel van zijn zoon. Somtijds betekent het ook overgrote en uiterste benauwdheden, en het gevoel van Gods toorn, gelijk 1 Sam. 2:6; Ps. 18:6, en Ps. 86:13.

Hertaald: graf nederdalen Het Hebreeuwse woord betekent soms het graf, zoals hier en in Gen. 42:38, en Gen. 44:29, Gen. 44:31; Ps. 6:6, en Ps. 16:10; Pred. 9:10; Jes. 38:18; ook allerlei grote dieptes, of diepe, verborgen plaatsen; Job 26:6; Ps. 139:8; Am. 9:2; soms de hel, of de plaats van de verdoemden, zoals in Job 11:8; Spr. 15:11. Zo kan het hier echter niet opgevat worden, want Jakob geloofde het tegendeel van zijn zoon. Soms betekent het ook overgrote en uiterste benauwdheid, en het gevoel van Gods toorn, zoals in 1 Sam. 2:6; Ps. 18:6, en Ps. 86:13.

Genesis 37 vers 36

Medanieten Zie boven Gen. 25:2.

Hertaald: Medanieten Zie Gen. 25:2.

hoveling Het Hebr. woord betekent eigenlijk een gesneden man, gelijk Jes. 56:3-4; en daarom ook een kamerling, omdat de kamerlingen der grote vrouwen gesneden waren, Est. 4:4; voorts betekent het ook hovelingen of officieren in herenhoven, gelijk hier en onder, Gen. 40:2, en 2 Kon. 8:6.

Hertaald: hoveling Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk een ontmande man, zoals in Jes. 56:3-4; en daarom ook een kamerheer, omdat de kamerheren van voorname vrouwen ontmand waren, Est. 4:4; voorts betekent het ook hovelingen of ambtenaren aan vorstenhoven, zoals hier en in Gen. 40:2, en 2 Kon. 8:6.

der trawanten Die gesteld waren om de misdadigers op des konings bevel te straffen. Zie onder, Gen. 40:3; 1 Sam. 22:17; Marc. 6:27. Het Hebreeuwse woord betekent slachters van beesten en mensen.

Hertaald: der trawanten Die waren aangesteld om de misdadigers op bevel van de koning te straffen. Zie Gen. 40:3; 1 Sam. 22:17; Marc. 6:27. Het Hebreeuwse woord betekent slachters van dieren en mensen.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Jakob  — hielenlichter, bedrieger

De tweede tweelingzoon van Izak en Rebekka, geboren terwijl hij de hiel van zijn broer Ezau vasthield, waaraan zijn naam is ontleend (Gen. 25:26). Hij verwierf sluw het eerstgeboorterecht en later, met hulp van zijn moeder, ook de zegen van zijn vader. Later zou God zijn naam veranderen in Israël (Gen. 32:28), en uit zijn twaalf zonen zouden de twaalf stammen van Israël voortkomen.

Ruben  — ziet, een zoon!

De eerstgeboren zoon van Jakob en Lea (Gen. 29:32). Later verspeelde hij door zijn zonde (Gen. 35:22) zijn eerstgeboorterecht en de bijbehorende zegen (Gen. 49:3-4). Wel was hij het die zijn broers ervan weerhield Jozef te doden, en die zich later garant stelde voor de veilige terugkeer van Benjamin uit Egypte.

Juda  — lof, lofprijzing

De vierde zoon van Jakob en Lea (Gen. 29:35), zo genoemd omdat Lea nu de HEERE wilde loven. Later stelde hij voor Jozef te verkopen in plaats van te doden (Gen. 37:26-27), en bood hij zich in Egypte aan als slaaf in Benjamins plaats (Gen. 44:33-34). Uit zijn nageslacht zou koning David, en uiteindelijk de Heere Jezus Christus, voortkomen.

Bilha  — bedeesdheid, verlegenheid

De slavin van Rachel, die haar aan Jakob tot bijvrouw gaf toen zijzelf onvruchtbaar bleek, opdat Rachel via haar toch 'gebouwd' zou worden (Gen. 30:3-4). Zij baarde Jakob twee zonen, Dan en Naftali.

Dan  — hij heeft gericht, geoordeeld

De zoon van Jakob en Bilha, Rachels slavin (Gen. 30:6). Rachel gaf hem deze naam omdat God, naar haar zeggen, haar recht gedaan en haar stem gehoord had.

Zilpa  — afdruipen (van een geurige balsem)

De slavin van Lea, die haar aan Jakob tot bijvrouw gaf nadat Lea zelf een tijd opgehouden was te baren (Gen. 30:9-10). Zij baarde Jakob twee zonen, Gad en Aser.

Jozef  — Hij (God) voege toe

De eerste zoon van Jakob en Rachel, na lang wachten geboren (Gen. 30:22-24). Zijn naam drukt Rachels hoop uit dat de HEERE haar nog een zoon zou toevoegen — wat later met Benjamin ook gebeurde. Jozef zou later, als lieveling van zijn vader, door zijn broers uit jaloezie verkocht worden, maar door Gods voorzienigheid uiteindelijk heel Egypte en zijn eigen familie redden van de hongersnood (Gen. 37-50).

Sichem  — schouder, rug

De zoon van Hemor, vorst van het land, die Dina, de dochter van Jakob, onteerde maar vervolgens ook oprecht van haar hield en om haar hand vroeg (Gen. 34:2-4, 19). Hij stemde met zijn hele stad in met de besnijdenis, op voorwaarde die Simeon en Levi hun hadden gesteld, maar werd juist in zijn zwakte door hen overvallen en gedood (Gen. 34:25-26). Naar hem is de stad Sichem genoemd.

Potifar  — die Ra (de zonnegod) gegeven heeft

Een hoveling van Farao, overste der trawanten, aan wie de Ismaëlitische kooplieden Jozef in Egypte verkochten (Gen. 37:36; 39:1). De HEERE zegende Potifars huis omwille van Jozef, die tot opziener over zijn hele bezit werd aangesteld, totdat de valse beschuldiging van Potifars vrouw Jozef in de gevangenis deed belanden.

Kanaän  — onderworpene, vernederde

De jongste zoon van Cham en kleinzoon van Noach (Gen. 9:18, 22). Om de zonde van zijn vader Cham tegenover Noach werd niet Cham, maar Kanaän door Noach vervloekt: 'een knecht der knechten zij hij zijn broederen.' Naar hem is het land Kanaän genoemd, dat later door de Israëlieten in bezit genomen zou worden.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Sichem  — Hebreeuws sjekem, "schouder" — waarschijnlijk naar de ligging op een bergrug

Ligging: Gelegen tussen de bergen Gerizim en Ebal, op de belangrijke noord-zuidroute door het bergland van Efraïm.

Geschiedenis: Deze plaats wordt voor het eerst genoemd bij Abrahams tocht vanuit Haran: bij de eik (het terebint) van More, in de omgeving, richtte hij zijn eerste altaar voor de HEERE in het land Kanaän op (Gen. 12:6v). Waarschijnlijk was het bij diezelfde eik dat Jakob, teruggekeerd uit Paddan-Aram, de vreemde goden begroef (Gen. 35:4); hierheen was hij gekomen na zijn ontmoeting met Ezau (Gen. 33:18). Ten oosten van de stad kocht Jakob een stuk grond van Hemor, Sichems vader, waar hij zijn tent opsloeg en een altaar bouwde, dat hij El-Elohe-Israël noemde (Gen. 33:19v). Hier speelde zich ook de geschiedenis van de ontering van Dina af, met de wraak van Simeon en Levi tot gevolg (Gen. 34). Later liet Abimelech, wiens moeder uit de stad afkomstig was, zich door de mannen van Sichem tot koning maken (Richt. 9).

Bijbelse betekenis: De eerste plek in het beloofde land waar een aartsvader een altaar voor de HEERE bouwde — daarmee in zekere zin het geestelijke beginpunt van Israëls aanwezigheid in Kanaän.

Gen. 12:6-7; 33:18-20; 34; 35:4; Richt. 9; Hand. 7:16 (als "Sychem")

Hebron  — Hebreeuws chebron, "bondgenootschap, verbond"; ook bekend als Kirjath-Arba, "de stad van Arba" (naar de vader van Enak), of, volgens joodse overlevering, "de stad der vier" — omdat Abraham, Izak, Jakob en, naar men meende, ook Adam er begraven zouden zijn

Ligging: Circa 32 kilometer ten zuiden van Jeruzalem, gelegen in een open dal, ruim 900 meter boven zeeniveau — een van de oudste en belangrijkste steden van Zuid-Palestina. Volgens Num. 13:22 gesticht vóór Zoan (Tanis) in Egypte.

Geschiedenis: Hier woonde Abram bij de eiken van Mamre (Gen. 13:18); vandaar trok hij Lot te hulp na diens gevangenneming (Gen. 14); hier werd zijn naam veranderd in Abraham (Gen. 17); hier kwamen de drie mannen met de belofte van een zoon (Gen. 18); hier stierf Sara, en kocht Abraham de spelonk van Machpela als haar graf (Gen. 23) — de begraafplaats van vrijwel alle aartsvaders en hun vrouwen, behalve Rachel. Later werd Hebron een Levitische stad en vrijstad (Joz. 21); hier regeerde David zevenenhalf jaar voordat hij Jeruzalem tot zijn hoofdstad maakte (2 Sam. 5); hier ontstond ook de opstand van Absalom (2 Sam. 15).

Bijbelse betekenis: De plaats die door de hele aartsvadergeschiedenis heen steeds opnieuw terugkeert als woonplaats en begraafplaats van Abraham, Izak en Jakob — daarmee in zekere zin het geestelijke thuis van de patriarchen in het beloofde land.

Archeologie: De oudtestamentische stad wordt gezocht op de heuvel er-Roemeidi, ten westen van het huidige Hebron, waar cyclopische muren en andere sporen van oude bewoning zijn aangetroffen; een grondige opgraving van deze heuvel had in 1915 nog niet plaatsgevonden.

Gen. 13:18; 14:13; 17:1-5; 18:1; 23; 35:27; 37:14; Num. 13:22; Joz. 14:12-15; 21:11; 2 Sam. 5:1-5; 15:7-10

Dothan  — Hebreeuws voor "twee putten" (of mogelijk "dubbel feest")

Ligging: Ten noorden van Sichem, aan de oude weg die van Gilead via de vlakte van Jizreël naar de kustweg en zo naar Egypte liep. Te identificeren met het huidige Tell Dothan, circa acht kilometer ten zuidwesten van Jenin.

Geschiedenis: Hierheen waren Jozefs broers met de kudden van hun vader getrokken toen Jakob Jozef naar hen toe zond; hier vonden zij hem, wierpen hem in een put, en verkochten hem ten slotte aan een karavaan Ismaëlieten die op weg was naar Egypte (Gen. 37:17-28). Eeuwen later woonde hier de profeet Elisa, wiens knecht hier de ogen geopend werden om het berggebergte vol vurige paarden en wagens rondom Elisa te zien (2 Kon. 6:13-17).

Bijbelse betekenis: De plaats waar de broederhaat tegen Jozef tot uitbarsting kwam — het begin van een weg van verraad en vernedering die de HEERE Zelf ten goede zou keren tot behoud van velen (Gen. 50:20).

Archeologie: Bij Tell Dothan zijn overblijfselen van oude bebouwing en twee waterputten/regenbakken gevonden, passend bij de naam "twee putten"; de omliggende vlakte is nog altijd goed geschikt als weideland.

Gen. 37:17-28; 2 Kon. 6:13-17

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Dromen (als openbaring)

Herhaaldelijk maakt God in Genesis Zijn wil en toekomstige plannen bekend door dromen. Zo sprak Hij tot Abimelech (Gen. 20:3) en tot Jakob bij Bethel (Gen. 28:12) en later te Haran (Gen. 31:10-11). Het uitvoerigst gebeurt het in de geschiedenis van Jozef. Hij ontving zelf twee profetische dromen (Gen. 37:5-11) en mocht later de dromen van de schenker, de bakker en farao uitleggen (Gen. 40-41), met de uitdrukkelijke erkenning dat de uitlegging Gods is (Gen. 40:8).

Bijbelse betekenis: In deze periode van de heilsgeschiedenis, vóór de voltooide Schrift, gebruikte God dromen als één van de middelen waardoor Hij rechtstreeks tot mensen sprak. Dat gebeurde altijd met een duidelijk, achteraf bevestigd doel, en nooit als een algemeen na te streven ervaring op zichzelf.

Typologie: De Hebreeënbrief leert dat God, Die vroeger op velerlei wijze (waaronder dromen en visioenen) tot de vaderen gesproken heeft, in deze laatste dagen tot ons gesproken heeft door de Zoon (Hebr. 1:1-2). De volle, volkomen openbaring in Christus en Zijn Woord maakt zulke bijzondere openbaringswijzen niet langer de gewone weg waarop God nu tot Zijn kerk spreekt.

Gen. 20:3; Gen. 28:12; Gen. 31:10-11; Gen. 37:5-11; Gen. 40-41; Hebr. 1:1-2

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

De geliefde zoon, verworpen door zijn broers — 37:3-28

De laatste van de aartsvaders. De familie waarin de belofte rust, is verdeeld en gewelddadig; het is niet vanzelfsprekend dat de lijn overleeft.

De vader zendt zijn geliefde zoon naar zijn broers; zij verwerpen hem, verkopen hem voor zilver en zeggen dat hij dood is.

Jozef wordt door zijn vader liefgehad en door zijn broers gehaat, en die haat wordt erger door wat hij zegt. De vader zendt hem naar hen toe om te zien of het hun welgaat, en juist die zending wordt zijn ondergang: zij zien hem van verre aankomen en beraden zich hoe zij hem doden zullen. Uiteindelijk verkopen zij hem voor twintig zilverlingen. Dat de geschiedenis van Jozef trekken vertoont die aan Christus herinneren, is door de Kerk altijd opgemerkt: de geliefde zoon, de zending naar de broeders, de verwerping, het zilver, de vernedering vóór de verhoging. Het Nieuwe Testament noemt Jozef nergens een type; Stefanus vertelt zijn geschiedenis wel uitvoerig als voorbeeld dat de vaderen telkens verwierpen wie God zond.

  1. Genesis 37:3 — Israël had Jozef lief boven al zijn zonen.
  2. Genesis 37:13-14 — De vader zendt hem naar zijn broeders om te zien of het hun welgaat.
  3. Genesis 37:28 — Zij verkopen hem voor twintig zilverlingen.
  4. Handelingen 7:9-10 — Stefanus: de aartsvaders verkochten hem, maar God was met hem.
  5. Mattheüs 21:37-39 — De heer zendt ten laatste zijn zoon; zij doden hem.

In het Nieuwe Testament: Handelingen 7:9-14; Mattheüs 21:37-39

Hoever dit reikt: Jozef bekleedde geen ambt van profeet, priester of koning toen dit gebeurde; zijn overeenkomst met Christus ligt in wat hem overkomt en waartoe God het leidt, niet in wie hij was.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Genesis 37

Genesis 37:28.KruisverwijzingenPsalmen 105:17Handelingen 7:9Genesis 45:4Richteren 6:1Genesis 25:2Genesis 37:25Zacharia 11:12Numeri 31:2
— Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit den kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.
“De Midianieten… brachten Jozef naar Egypte.” Dit tere kind van een toegeeflijke vader, gekleed in een vorstelijk gewaad van vele kleuren, moest nu de kleding van een slaaf dragen en onder de brandende zon over het hete woestijnzand marcheren. Toch is er nauwelijks een gevangene geweest die zich onder zo’n wrede behandeling zo geduldig en onderdanig heeft gedragen. Hij hield stand alsof hij Hem zag Die onzichtbaar is. Zijn hart werd gesterkt door een diep vertrouwen op de God van zijn vader Jakob, want Jehova was met hem.

Ik meen hem te zien op de slavenmarkt, waar hij te koop wordt aangeboden. Wij hebben gehoord hoe een slaaf met angstige spanning de gezichten bestudeert van degenen die op het punt staan hem te kopen. Zal hij een goede meester krijgen? Zal iemand hem kopen die hem als een mens behandelt, of iemand die hem erger behandelt dan een dier? “De Heere was met Jozef“ toen hij daar stond om verkocht te worden, en Hij zorgde ervoor dat hij in goede handen terechtkwam.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content