Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
DitH428 nu zijn de geboortenH8435 van EzauH6215, welke is EdomH123.
Dit nu zijn de geboorten van Ezau, welke is Edom.
KJV
Now these are the generations2
of Esau,3
who is Edom.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
EzauH6215 namH3947 zijn vrouwenH802 uit de dochterenH1323 van KanaanH3667, AdaH5711, de dochterH1323 van ElonH356, de HethietH2850, en AholibamaH173, de dochterH1323 van AnaH6034, de dochterH1323 van ZibeonH6649, de HevietH2340;
Ezau nam zijn vrouwen uit de dochteren van Kanaan, Ada, de dochter van Elon, de Hethiet, en Aholibama, de dochter van Ana, de dochter van Zibeon, de Heviet;
KJV
Esau1
took2
his wives4
of the daughters5
of Canaan;6
Adah8
the daughter9
of Elon10
the Hittite,11
and Aholibamah13
the daughter14
of Anah15
the daughter16
of Zibeon17
the Hivite;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
En BasmathH1315, de dochterH1323 van IsmaelH3458, zusterH269 van NebajothH5032.
En Basmath, de dochter van Ismael, zuster van Nebajoth.
KJV
And Bashemath2
Ishmael's4
daughter,3
sister5
of Nebajoth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
AdaH5711 nu baardeH3205 aan EzauH6215 ElifazH464, en BasmathH1315 baardeH3205 RehuelH7467.
Ada nu baarde aan Ezau Elifaz, en Basmath baarde Rehuel.
KJV
And Adah2
bare1
to Esau3
Eliphaz;5
and Bashemath6
bare7
Reuel;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
En AholibamaH173 baardeH3205 JehusH3274, en JaelamH3281, en KorahH7141. DitH428 zijn de zonenH1121 van EzauH6215, die hem geborenH3205 zijn in het landH776 KanaanH3667.
En Aholibama baarde Jehus, en Jaelam, en Korah. Dit zijn de zonen van Ezau, die hem geboren zijn in het land Kanaan.
KJV
And Aholibamah1
bare2
Jeush,
and Jaalam,6
and Korah:8
these are the sons10
of Esau,11
which were born13
unto him in the land15
of Canaan.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
EzauH6215 nu had genomenH3947 zijn vrouwenH802, en zijn zonenH1121, en zijn dochtersH1323, en alH3605 de zielenH5315 zijns huizesH1004, en zijn veeH4735, en alH3605 zijn beestenH929, en alH3605 zijn bezittingH7075, dieH834 hij in het landH776 KanaanH3667 geworvenH7408 had, en was vertrokkenH3212 naarH413 een ander landH776, van het aangezichtH6440 van zijn broederH251 JakobH3290.
Ezau nu had genomen zijn vrouwen, en zijn zonen, en zijn dochters, en al de zielen zijns huizes, en zijn vee, en al zijn beesten, en al zijn bezitting, die hij in het land Kanaan geworven had, en was vertrokken naar een ander land, van het aangezicht van zijn broeder Jakob.
KJV
And Esau2
took1
his wives,4
and his sons,6
and his daughters,8
and all the persons11
of his house,12
and his cattle,14
and all his beasts,17
and all his substance,20
which he had got22
in the land23
of Canaan;24
and went25
into the country27
from the face28
of his brother30
Jacob.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
WantH3588 hun haveH7399 wasH1961 te veelH7227, om samenH3162 te wonenH3427; en het landH776 hunner vreemdelingschappenH4033 konH3201 ze nietH3808 dragenH5375 vanwegeH6440 hun veeH4735.
Want hun have was te veel, om samen te wonen; en het land hunner vreemdelingschappen kon ze niet dragen vanwege hun vee.
KJV
For their riches3
were more4
than that they might dwell5
together;6
and the land9
wherein they were strangers10
could8
not bear11
them because13
of their cattle.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Derhalve woondeH3427 EzauH6215 op hetH1931 gebergteH2022 SeirH8165. EzauH6215 is EdomH123.
Derhalve woonde Ezau op het gebergte Seir. Ezau is Edom.
KJV
Thus dwelt1
Esau2
in mount3
Seir:4
Esau5
is Edom.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
DitH428 nu zijn de geboortenH8435 van EzauH6215, de vaderH1 der EdomietenH123, op het gebergteH2022 van SeirH8165.
Dit nu zijn de geboorten van Ezau, de vader der Edomieten, op het gebergte van Seir.
KJV
And these are the generations2
of Esau3
the father4
of the Edomites5
in mount6
Seir:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
DitH428 zijn de namenH8034 der zonenH1121 van EzauH6215: ElifazH464, de zoonH1121 van AdaH5711, EzauH6215's huisvrouwH802; RehuelH7467, de zoonH1121 van BasmathH1315, EzauH6215's huisvrouwH802.
Dit zijn de namen der zonen van Ezau: Elifaz, de zoon van Ada, Ezau's huisvrouw; Rehuel, de zoon van Basmath, Ezau's huisvrouw.
KJV
These are the names2
of Esau's4
sons;3
Eliphaz5
the son6
of Adah7
the wife8
of Esau,9
Reuel10
the son11
of Bashemath12
the wife13
of Esau.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
En de zonenH1121 van ElifazH464 warenH1961: TemanH8487, OmarH201, ZefoH6825, en GaetamH1609, en KenazH7073.
En de zonen van Elifaz waren: Teman, Omar, Zefo, en Gaetam, en Kenaz.
KJV
And the sons2
of Eliphaz3
were Teman,4
Omar,5
Zepho,6
and Gatam,7
and Kenaz.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En TimnaH8555 wasH1961 een bijwijfH6370 van ElifazH464, den zoonH1121 van EzauH6215, en zij baardeH3205 aan ElifazH464 AmalekH6002; ditH428 zijn de zonenH1121 van AdaH5711, EzauH6215's huisvrouwH802.
En Timna was een bijwijf van Elifaz, den zoon van Ezau, en zij baarde aan Elifaz Amalek; dit zijn de zonen van Ada, Ezau's huisvrouw.
KJV
And Timna1
was concubine3
to Eliphaz4
Esau's6
son;5
and she bare7
to Eliphaz8
Amalek:10
these were the sons12
of Adah13
Esau's15
wife.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
En ditH428 zijn de zonenH1121 van RehuelH7467: NahathH5184, en ZerahH2226, SammaH8048 en MizzaH4199; dat zijn geweestH1961 de zonenH1121 van BasmathH1315, EzauH6215's huisvrouwH802.
En dit zijn de zonen van Rehuel: Nahath, en Zerah, Samma en Mizza; dat zijn geweest de zonen van Basmath, Ezau's huisvrouw.
KJV
And these are the sons2
of Reuel;3
Nahath,4
and Zerah,5
Shammah,6
and Mizzah:7
these were the sons10
of Bashemath11
Esau's13
wife.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
En ditH428 zijn geweest de zonenH1121 van AholibamaH173, dochterH1323 van AnaH6034, dochterH1323 van ZibeonH6649, EzauH6215's huisvrouwH802; en zij baardeH3205 aan EzauH6215 JehusH3274, en JaelamH3281, en KorahH7141.
En dit zijn geweest de zonen van Aholibama, dochter van Ana, dochter van Zibeon, Ezau's huisvrouw; en zij baarde aan Ezau Jehus, en Jaelam, en Korah.
KJV
And these were the sons3
of Aholibamah,4
the daughter5
of Anah6
the daughter7
of Zibeon,8
Esau's10
wife:9
and she bare11
to Esau12
Jeush,
and Jaalam,16
and Korah.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
DitH428 zijn de vorstenH441 der zonenH1121 van EzauH6215: de zonenH1121 van ElifazH464, den eerstgeboreneH1060 van EzauH6215, waren: de vorstH441 TemanH8487, de vorstH441 OmarH201, de vorstH441 ZefoH6825, de vorstH441 KenazH7073.
Dit zijn de vorsten der zonen van Ezau: de zonen van Elifaz, den eerstgeborene van Ezau, waren: de vorst Teman, de vorst Omar, de vorst Zefo, de vorst Kenaz.
KJV
These were dukes2
of the sons3
of Esau:4
the sons5
of Eliphaz6
the firstborn7
son of Esau;8
duke9
Teman,10
duke11
Omar,12
duke13
Zepho,14
duke15
Kenaz,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
De vorstH441 KorahH7141, de vorstH441 GaetamH1609, de vorstH441 AmalekH6002; dat zijn de vorstenH441 van ElifazH464 in het landH776 EdomH123; dat zijn de zonenH1121 van AdaH5711.
De vorst Korah, de vorst Gaetam, de vorst Amalek; dat zijn de vorsten van Elifaz in het land Edom; dat zijn de zonen van Ada.
KJV
Duke1
Korah,2
duke3
Gatam,4
and duke5
Amalek:6
these are the dukes8
that came of Eliphaz9
in the land10
of Edom;11
these were the sons13
of Adah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
En ditH428 zijn de zonenH1121 van RehuelH7467, den zoonH1121 van EzauH6215: de vorstH441 NahathH5184, de vorstH441 ZeraH2226, de vorstH441 SammaH8048, de vorstH441 MizzaH4199; dat zijn de vorstenH441 van RehuelH7467 in het landH776 EdomH123; dat zijn de zonenH1121 van BasmathH1315, de huisvrouwH802 van EzauH6215.
En dit zijn de zonen van Rehuel, den zoon van Ezau: de vorst Nahath, de vorst Zera, de vorst Samma, de vorst Mizza; dat zijn de vorsten van Rehuel in het land Edom; dat zijn de zonen van Basmath, de huisvrouw van Ezau.
KJV
And these are the sons2
of Reuel3
Esau's5
son;4
duke6
Nahath,7
duke8
Zerah,9
duke10
Shammah,11
duke12
Mizzah:13
these are the dukes15
that came of Reuel16
in the land17
of Edom;18
these are the sons20
of Bashemath21
Esau's23
wife.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
En ditH428 zijn de zonenH1121 van AholibamaH173, de huisvrouwH802 van EzauH6215: de vorstH441 JehusH3266, de vorstH441 JaelamH3281, de vorstH441 KorahH7141; dat zijn de vorstenH441 van AholibamaH173, de dochterH1323 van AnaH6034, de huisvrouwH802 van EzauH6215.
En dit zijn de zonen van Aholibama, de huisvrouw van Ezau: de vorst Jehus, de vorst Jaelam, de vorst Korah; dat zijn de vorsten van Aholibama, de dochter van Ana, de huisvrouw van Ezau.
KJV
And these are the sons2
of Aholibamah3
Esau's5
wife;4
duke6
Jeush,7
duke8
Jaalam,9
duke10
Korah:11
these were the dukes13
that came of Aholibamah14
the daughter15
of Anah,16
Esau's18
wife.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Dat zijn de zonenH1121 van EzauH6215, en dat zijn hunlieder vorstenH441; hijH1931 is EdomH123.
Dat zijn de zonen van Ezau, en dat zijn hunlieder vorsten; hij is Edom.
KJV
These are the sons2
of Esau,3
who is Edom,7
and these are their dukes.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
DitH428 zijn de zonenH1121 van SeirH8165, den HorietH2752, inwonersH3427 van dat landH776: LotanH3877, en SobalH7732, en ZibeonH6649, en AnaH6034,
Dit zijn de zonen van Seir, den Horiet, inwoners van dat land: Lotan, en Sobal, en Zibeon, en Ana,
KJV
These are the sons2
of Seir3
the Horite,4
who inhabited5
the land;6
Lotan,7
and Shobal,8
and Zibeon,9
and Anah,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
En DisonH1787, en EzerH687, en DisanH1789; dat zijn de vorstenH441 der HorietenH2752, zonenH1121 van SeirH8165, in het landH776 van EdomH123.
En Dison, en Ezer, en Disan; dat zijn de vorsten der Horieten, zonen van Seir, in het land van Edom.
KJV
And Dishon,1
and Ezer,2
and Dishan:3
these are the dukes5
of the Horites,6
the children7
of Seir8
in the land9
of Edom.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
En de zonenH1121 van LotanH3877 warenH1961 HoriH2753 en HemamH1967; en LotansH3877 zusterH269 was TimnaH8555.
En de zonen van Lotan waren Hori en Hemam; en Lotans zuster was Timna.
KJV
And the children2
of Lotan3
were Hori4
and Hemam;5
and Lotan's7
sister6
was Timna.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
En ditH428 zijn de zonenH1121 van SobalH7732: AlvanH5935 en ManahathH4506, en EbalH5858, en SefoH8195, en OnamH208.
En dit zijn de zonen van Sobal: Alvan en Manahath, en Ebal, en Sefo, en Onam.
KJV
And the children2
of Shobal3
were these; Alvan,4
and Manahath,5
and Ebal,6
Shepho,7
and Onam.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
En ditH428 zijn de zonenH1121 van ZibeonH6649: AjaH345 en AnaH6034, hijH1931 is die AnaH6034, die de muilenH3222 in de woestijnH4057 gevondenH4672 heeft, toen hij de ezelsH2543 van zijn vaderH1 ZibeonH6649 weiddeH7462.
En dit zijn de zonen van Zibeon: Aja en Ana, hij is die Ana, die de muilen in de woestijn gevonden heeft, toen hij de ezels van zijn vader Zibeon weidde.
KJV
And these are the children2
of Zibeon;3
both Ajah,4
and Anah:5
this was that Anah7
that found9
the mules11
in the wilderness,12
as he fed13
the asses15
of Zibeon16
his father.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
En ditH428 zijn de zonenH1121 van AnaH6034: DisonH1787; en AholibamaH173 was de dochterH1323 van AnaH6034.
En dit zijn de zonen van Ana: Dison; en Aholibama was de dochter van Ana.
KJV
And the children2
of Anah3
were these; Dishon,4
and Aholibamah5
the daughter6
of Anah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
En ditH428 zijn de zonenH1121 van DisonH1787: HemdanH2533, en EsbanH790, en IthranH3506, en CheranH3763.
En dit zijn de zonen van Dison: Hemdan, en Esban, en Ithran, en Cheran.
KJV
And these are the children2
of Dishon;
Hemdan,4
and Eshban,5
and Ithran,6
and Cheran.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
DitH428 zijn de zonenH1121 van EzerH687: BilhanH1092, en ZaavanH2190, en AkanH6130.
Dit zijn de zonen van Ezer: Bilhan, en Zaavan, en Akan.
KJV
The children2
of Ezer3
are these; Bilhan,4
and Zaavan,5
and Akan.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
DitH428 zijn de zonenH1121 van DisanH1789: UzH5780 en AranH765.
Dit zijn de zonen van Disan: Uz en Aran.
KJV
The children2
of Dishan3
are these; Uz,4
and Aran.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
DitH428 zijn de vorstenH441 der HorietenH2752: de vorstH441 LotanH3877, de vorstH441 SobalH7732, de vorstH441 ZibeonH6649, de vorstH441 AnaH6034.
Dit zijn de vorsten der Horieten: de vorst Lotan, de vorst Sobal, de vorst Zibeon, de vorst Ana.
KJV
These are the dukes2
that came of the Horites;3
duke4
Lotan,5
duke6
Shobal,7
duke8
Zibeon,9
duke10
Anah,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
De vorstH441 DisonH1787, de vorstH441 EzerH687, de vorstH441 DisanH1789; ditH428 zijn de vorstenH441 der HorietenH2753, naar hun vorstenH441 in het landH776 SeirH8165.
De vorst Dison, de vorst Ezer, de vorst Disan; dit zijn de vorsten der Horieten, naar hun vorsten in het land Seir.
KJV
Duke1
Dishon,2
duke3
Ezer,4
duke5
Dishan:6
these are the dukes8
that came of Hori,9
among their dukes10
in the land11
of Seir.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
En ditH428 zijn koningenH4428, die geregeerdH4427 hebben in het landH776 EdomH123, eerH6440 een koningH4428 regeerdeH4427 over de kinderenH1121 IsraelsH3478.
En dit zijn koningen, die geregeerd hebben in het land Edom, eer een koning regeerde over de kinderen Israels.
KJV
And these are the kings2
that reigned4
in the land5
of Edom,6
before7
there reigned8
any king9
over the children10
of Israel.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32
BelaH1106 dan, de zoonH1121 van BeorH1160, regeerdeH4427 in EdomH123, en de naamH8034 zijner stadH5892 was DinhabaH1838.
Bela dan, de zoon van Beor, regeerde in Edom, en de naam zijner stad was Dinhaba.
KJV
And Bela3
the son4
of Beor5
reigned1
in Edom:2
and the name6
of his city7
was Dinhabah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33
En BelaH1106 stierfH4191, en JobabH3103, de zoonH1121 van ZerahH2226, van BozraH1224, regeerdeH4427 in zijn plaatsH8478.
En Bela stierf, en Jobab, de zoon van Zerah, van Bozra, regeerde in zijn plaats.
KJV
And Bela2
died,1
and Jobab5
the son6
of Zerah7
of Bozrah8
reigned
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34
En JobabH3103 stierfH4191, en HusamH2367, uit der TemanietenH8489 landH776, regeerdeH4427 in zijn plaatsH8478.
En Jobab stierf, en Husam, uit der Temanieten land, regeerde in zijn plaats.
KJV
And Jobab2
died,1
and Husham5
of the land6
of Temani7
reigned
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35
En HusamH2367 stierfH4191, en in zijn plaatsH8478 regeerdeH4427 HadadH1908, de zoonH1121 van BedadH911, die MidianH4080 versloegH5221 in het veldH7704 van MoabH4124; en de naamH8034 zijner stadH5892 was AvithH5762.
En Husam stierf, en in zijn plaats regeerde Hadad, de zoon van Bedad, die Midian versloeg in het veld van Moab; en de naam zijner stad was Avith.
KJV
And Husham2
died,1
and Hadad5
the son6
of Bedad,7
who smote8
Midian10
in the field11
of Moab,12
reigned3
in his stead: and the name13
of his city14
was Avith.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36
En HadadH1908 stierfH4191, en SamlaH8072, van MasrekaH4957, regeerdeH4427 in zijn plaatsH8478.
En Hadad stierf, en Samla, van Masreka, regeerde in zijn plaats.
KJV
And Hadad2
died,1
and Samlah5
of Masrekah6
reigned
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37
En SamlaH8072 stierfH4191, en SaulH7586 van RehobothH7344, aan de rivierH5104, regeerdeH4427 in zijn plaatsH8478.
En Samla stierf, en Saul van Rehoboth, aan de rivier, regeerde in zijn plaats.
KJV
And Samlah2
died,1
and Saul5
of Rehoboth6
by the river7
reigned
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38
En SaulH7586 stierfH4191, en Baal-HananH1177, de zoonH1121 van AchborH5907, regeerdeH4427 in zijn plaatsH8478.
En Saul stierf, en Baal-Hanan, de zoon van Achbor, regeerde in zijn plaats.
KJV
And Saul2
died,1
and Baalhanan5
the son7
of Achbor8
reigned
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39
En Baal-HananH1177, de zoonH1121 van AchborH5907, stierfH4191, en HadarH1924 regeerdeH4427 in zijn plaatsH8478; en de naamH8034 zijner stadH5892 was PahuH6464; en de naamH8034 zijner huisvrouwH802 was MechetabeelH4105, een dochterH1323 van MatredH4308, de dochterH1323 van Mezahab.
En Baal-Hanan, de zoon van Achbor, stierf, en Hadar regeerde in zijn plaats; en de naam zijner stad was Pahu; en de naam zijner huisvrouw was Mechetabeel, een dochter van Matred, de dochter van Mezahab.
Ook in dit vers
Me-zahabH4314
KJV
And Baalhanan2
the son4
of Achbor5
died,1
and Hadar8
reigned6
in his stead: and the name9
of his city10
was Pau;11
and his wife's13
name12
was Mehetabel,14
the daughter15
of Matred,16
the daughter17
of Mezahab.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40
En ditH428 zijn de namenH8034 der vorstenH441 van EzauH6215, naar hun geslachtenH4940, naar hun plaatsenH4725, met hun namenH8034: de vorstH441 TimnaH8555, de vorstH441 AlvaH5933, de vorstH441 JethethH3509,
En dit zijn de namen der vorsten van Ezau, naar hun geslachten, naar hun plaatsen, met hun namen: de vorst Timna, de vorst Alva, de vorst Jetheth,
KJV
And these are the names2
of the dukes3
that came of Esau,4
according to their families,5
after their places,6
by their names;7
duke8
Timnah,9
duke10
Alvah,11
duke12
Jetheth,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41
De vorstH441 AholibamaH173, de vorstH441 ElaH425, de vorstH441 PinonH6373,
De vorst Aholibama, de vorst Ela, de vorst Pinon,
KJV
Duke1
Aholibamah,2
duke3
Elah,4
duke5
Pinon,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42
De vorstH441 KenazH7073, de vorstH441 TemanH8487, de vorstH441 MibzarH4014,
De vorst Kenaz, de vorst Teman, de vorst Mibzar,
KJV
Duke1
Kenaz,2
duke3
Teman,4
duke5
Mibzar,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43
De vorstH441 MagdielH4025, de vorstH441 IramH5902; ditH428 zijn de vorstenH441 van EdomH123, naar hun woningenH4186, in het landH776 hunner bezittingH272; hijH1931 is EzauH6215, de vaderH1 van EdomH123.
De vorst Magdiel, de vorst Iram; dit zijn de vorsten van Edom, naar hun woningen, in het land hunner bezitting; hij is Ezau, de vader van Edom.
KJV
Duke1
Magdiel,2
duke3
Iram:4
these be the dukes6
of Edom,7
according to their habitations8
in the land9
of their possession:10
he is Esau12
the father13
of the Edomites.
de geboorten
Dat is nakomelingen; anders geslachten.
Hertaald:
de geboorten
Dat is: nakomelingen; anders: geslachten.
Edom
Zie boven, Gen. 25:30.
Hertaald:
Edom
Zie Gen. 25:30.
Ezau
Zie boven, Gen. 26:34.
Hertaald:
Ezau
Zie Gen. 26:34.
van Kanaän
Dat is, der Kanaänieten. Zie boven, Gen. 10:18-19, en Gen. 12:6.
Hertaald:
van Kanaän
Dat is: van de Kanaänieten. Zie Gen. 10:18-19, en Gen. 12:6.
ada,
Hebr. Adah, boven, Gen. 26:34, genoemd Basmath.
Hertaald:
ada,
Hebreeuws: Adah; in Gen. 26:34 Basmath genoemd.
Hethiet,
Een uit de volken van Kanaän, afkomstig van Kanaän, den zoon van Cham; boven Gen. 10:15.
Hertaald:
Hethiet,
Een uit de volken van Kanaän, afkomstig van Kanaän, de zoon van Cham; Gen. 10:15.
Aholibáma,
Zie boven, Gen. 26:34.
Hertaald:
Aholibáma,
Zie Gen. 26:34.
Ana,
Hebr. Anah, anders genoemd, Beëri, boven, Gen. 26:34, wel verstaande, indien Judith, aldaar vermeld, en deze Aholibama, één en dezelfde vrouw zijn geweest.
Hertaald:
Ana,
Hebreeuws: Anah, elders Beëri genoemd, Gen. 26:34, mits Judith, daar vermeld, en deze Aholibama, één en dezelfde vrouw zijn geweest.
de dochter
Dat is, kindskind; aldus wordt Athalia genoemd zowel de dochter van Omri haar grootvader, als de dochter van Achab haar vader; 2 Kon. 8:18, 2 Kon. 8:26.
Hertaald:
de dochter
Dat is: kleinkind; zo wordt Athalia zowel dochter van Omri, haar grootvader, als dochter van Achab, haar vader, genoemd; 2 Kon. 8:18, 2 Kon. 8:26.
Heviet
Zie boven, Gen. 10:15, Gen. 10:17. De Hethieten en Hevieten schijnen zo nabij elkander gelegen en ondereen gemengd te zijn geweest, dat zij hun namen lichtelijk verwisseld hebben.
Hertaald:
Heviet
Zie Gen. 10:15, Gen. 10:17. De Hethieten en Hevieten lijken zo dicht bij elkaar gelegen en met elkaar vermengd geweest te zijn, dat hun namen gemakkelijk verwisseld werden.
Basmath,
Boven, Gen. 28:9, genoemd Mahaloth.
Hertaald:
Basmath,
In Gen. 28:9 Mahalath genoemd.
zuster
Zie van deze boven, Gen. 28:9, en van Nabajoth Gen. 25:13.
Hertaald:
zuster
Zie over haar Gen. 28:9, en over Nebajoth Gen. 25:13.
Elifaz,
Denzelfden naam heeft een van Jobs vrienden gehad, genaamd Elifaz van Teman, Job 2:11; zodat men meent, dat hij van dezen Elifaz voortgekomen is, door middel van zijn zoon Teman, die onder vs.1 genoemd wordt onder de kinderen van Elifaz.
Hertaald:
Elifaz,
Dezelfde naam had ook één van Jobs vrienden, genaamd Elifaz van Teman, Job 2:11; zodat men meent dat hij van deze Elifaz afstamde, via zijn zoon Teman, die verderop, vers 11, genoemd wordt onder de kinderen van Elifaz.
Rehuël.
Dezen naam had ook de vader van Jethro, Mozes' vrouws vader. Ex. 2:18; Num. 10:29.
Hertaald:
Rehuël.
Deze naam had ook de vader van Jethro, de schoonvader van Mozes. Ex. 2:18; Num. 10:29.
Korach
Van een anderen Korach leest men Ex. 6:20; Num. 16:1.
Hertaald:
Korach
Over een andere Korach leest men in Ex. 6:20; Num. 16:1.
zonen
Hij heeft ook dochters gehad, onder, vs.6, maar die worden niet genoemd.
Hertaald:
zonen
Hij heeft ook dochters gehad, vers 6, maar die worden niet genoemd.
zielen zijns
Dat is, de personen, gelijk boven, Gen. 12:5.
Hertaald:
zielen zijns
Dat is: de personen, zoals in Gen. 12:5.
vee, en
Door vee versta men de kleine, en door beesten de grote dieren; gelijk ook boven, Gen. 34:24; 2 Kon. 3:17.
Hertaald:
vee, en
Onder 'vee' verstaat men de kleine, en onder 'beesten' de grote dieren; zoals ook in Gen. 34:24; 2 Kon. 3:17.
een ander
Namelijk, naar Seïr, gelijk volgt.
Hertaald:
een ander
Namelijk: naar Seïr, zoals volgt.
van het
Of voor het aangezicht, dat is van wege Jakob. Dit is geschied door een heimelijke regering van God, omdat het land Kanaän hem door zijn vader, naar Gods bevel, beloofd was, en hij schuldig was dat voor zijn broeder te ruimen.
Hertaald:
van het
Of: voor het aangezicht van, dat is: vanwege Jakob. Dit gebeurde door een verborgen bestuur van God, omdat het land Kanaän aan hem, door zijn vader, naar Gods bevel beloofd was, en hij verplicht was dat voor zijn broer te ontruimen.
hun have
Namelijk, van Jakob en Ezau; hoewel Ezau in dezen tijd in Seïr woonde, nochtans schijnt het, dat hij, met zijn broeder verzoend zijnde, met ter woon wedergekeerd is naar het land Kanaän; maar aangezien zij daar, beiden vreemdelingen zijnde, geen ruimte genoeg hadden voor hun vee, zo zou Ezau wedergekeerd zijn naar Seïr.
Hertaald:
hun have
Namelijk: van Jakob en Ezau; hoewel Ezau op dit moment in Seïr woonde, lijkt het toch dat hij, met zijn broer verzoend, teruggekeerd was om zich in het land Kanaän te vestigen; maar aangezien zij daar, beiden vreemdelingen zijnde, niet genoeg ruimte hadden voor hun vee, zou Ezau weer teruggekeerd zijn naar Seïr.
land hunner
Dat is, het land Kanaän. Zie boven, Gen. 17:8.
Hertaald:
land hunner
Dat is: het land Kanaän. Zie Gen. 17:8.
op het
Zie boven, Gen. 14:6.
Hertaald:
op het
Zie Gen. 14:6.
Ezau is
Dat is, Ezau is dezelfde man die ook Edom genoemd wordt.
Hertaald:
Ezau is
Dat is: Ezau is dezelfde man die ook Edom genoemd wordt.
der Edomieten
Hebr. Edoms.
Hertaald:
der Edomieten
Hebreeuws: Edoms.
der zonen
Dat is, kinderen en kindskinderen, of nakomelingen.
Hertaald:
der zonen
Dat is: kinderen en kleinkinderen, of nakomelingen.
Zepho,
Hebr. Tsepho; ook genoemd Tsephi, 1 Kron. 1:36.
Hertaald:
Zepho,
Hebreeuws: Tsepho; ook Tsephi genoemd, 1 Kron. 1:36.
Amalek
De vader der Amelekieten, van wien wij lezen Ex. 17:8; Deut. 25:17, en 1 Sam. 15:2.
Hertaald:
Amalek
De vader van de Amalekieten, over wie wij lezen in Ex. 17:8; Deut. 25:17, en 1 Sam. 15:2.
de zonen
Zie boven, vs.10, en zo vervolgens.
Hertaald:
de zonen
Zie vers 10, en zo vervolgens.
Zerah,
Zie onder, vs.33.
Hertaald:
Zerah,
Zie vers 33.
de vorsten
Deze vorsten hebben niet de een na des anderen dood geregeerd, maar tegelijk op één tijd, een iegelijk over de zijnen. Doch zij zijn geen machtige vorsten geweest; zij waren hoofden, of de voornaamsten der geslachten, gelijk gouverneurs of leidsmannen.
Hertaald:
de vorsten
Deze vorsten hebben niet na elkaars dood geregeerd, maar tegelijkertijd, ieder over de zijnen. Zij waren echter geen machtige vorsten; zij waren hoofden, of de voornaamsten van de geslachten, zoals gouverneurs of leiders.
Zepho,
Hebr. Tsepho.
Hertaald:
Zepho,
Hebreeuws: Tsepho.
Korach,
Deze is te onderscheiden van den anderen Korach, een zoon van Aholibama, vs.5, 14, 18. Hij kan een neef van Elifaz geweest zijn.
Hertaald:
Korach,
Deze moet onderscheiden worden van de andere Korach, een zoon van Aholibama, vers 5, 14, 18. Hij kan een neef van Elifaz geweest zijn.
Seïr,
Deze Seïr is daar geweest de eerste vorst, van wien het land oorspronkelijk den naam Seïr bekomen heeft. Dit geslacht wordt hier verhaald, omdat Ezau en Elifaz met hun nakomelingen daarmede, door middel van het huwelijk, zijn vermaagschapt, en dat de heerschappij over het land van de Horieten op de nakomelingen van Ezau gekomen is; uit vergelijking van dit vs. en vs.2, blijkt, dat de Horieten en Hevieten voor één genomen worden.
Hertaald:
Seïr,
Deze Seïr is daar de eerste vorst geweest, naar wie het land oorspronkelijk de naam Seïr gekregen heeft. Dit geslacht wordt hier verteld, omdat Ezau en Elifaz met hun nakomelingen daarmee, door huwelijk, verzwagerd zijn geraakt, en omdat de heerschappij over het land van de Horieten op de nakomelingen van Ezau overgegaan is; uit vergelijking van dit vers met vers 2 blijkt dat de Horieten en Hevieten voor hetzelfde volk gehouden worden.
Dison, en
Die ook Disan genoemd wordt, vs.26.
Hertaald:
Dison, en
Die ook Disan genoemd wordt, vers 26.
der Horieten,
Hebr. des Horieters.
Hertaald:
der Horieten,
Hebreeuws: des Horieters.
Hemam;
Hij wordt 1 Kron. 1:39, Homam genoemd.
Hertaald:
Hemam;
Hij wordt in 1 Kron. 1:39 Homam genoemd.
Timna
Zie boven, vs.12.
Hertaald:
Timna
Zie vers 12.
Alvan
Hij wordt 1 Kron. 1:40, Alian genoemd.
Hertaald:
Alvan
Hij wordt in 1 Kron. 1:40 Alian genoemd.
Sepho,
Ook genoemd Sephi, 1 Kron. 1:40.
Hertaald:
Sepho,
Ook Sephi genoemd, 1 Kron. 1:40.
die de muilen
Dat is, die eerst bedacht heeft een merrie bij een ezel te voegen, waaruit een derde soort van gedierte, half-ezel half-paard, is voortgebracht, welk gebruik nog duurt, alhoewel God verboden heeft, Lev. 19:19, onderscheiden geslachten van beesten te vermengen.
Hertaald:
die de muilen
Dat is: die als eerste bedacht heeft een merrie met een ezel te paren, waaruit een derde soort dier, half ezel half paard, voortgebracht is; een gebruik dat nog voortduurt, hoewel God verboden heeft, Lev. 19:19, verschillende soorten dieren met elkaar te kruisen.
zonen van
Dat is, zoon, of kinderen. Zo is het veelvoudig getal voor het enkelvoudige genomen. Zie boven, Gen. 21:7.
Hertaald:
zonen van
Dat is: zoon, of kinderen. Zo wordt het meervoud voor het enkelvoud gebruikt. Zie Gen. 21:7.
Aholibáma
Zie boven, vs.2, 5.
Hertaald:
Aholibáma
Zie vers 2, 5.
Ana
Deze is een ander dan van wien boven, vs.20, gesproken wordt.
Hertaald:
Ana
Deze is een ander dan degene over wie in vers 20 gesproken wordt.
Hemdan
Genoemd Hemran; 1 Kron. 1:41.
Hertaald:
Hemdan
Hemran genoemd; 1 Kron. 1:41.
Ezer
Hebr. Etsers.
Hertaald:
Ezer
Hebreeuws: Etsers.
Akan
Anders, Jacan; 1 Kron. 1:42.
Hertaald:
Akan
Anders: Jaäkan; 1 Kron. 1:42.
Uz
Hebr. Uts.
Hertaald:
Uz
Hebreeuws: Uts.
der Horieten
Hebr. des Chorieters, en alzo in het volgende.
Hertaald:
der Horieten
Hebreeuws: des Chorieters; zo ook verderop.
naar hun
Anders, onder hun vorsten, of naar hun vorstendommen.
Hertaald:
naar hun
Anders: onder hun vorsten, of naar hun vorstendommen.
koningen, die
Gesproten uit Ezaus nakomelingen, die de Horieten verdrukt en van hun vorstendommen een koninkrijk gemaakt hebben.
Hertaald:
koningen, die
Voortgekomen uit Ezaus nakomelingen, die de Horieten onderdrukt en van hun vorstendommen een koninkrijk gemaakt hebben.
eer een
Ezaus geslacht heeft welhaast gebloeid, doch is haast vergaan; maar Jacobs geslacht, later opgekomen zijnde, heeft veel langer geduurd, ja het duurt eeuwiglijk in zijn gebenedijd zaad van onzen Heere Jezus Christus.
Hertaald:
eer een
Ezaus geslacht heeft snel gebloeid, maar is ook snel vergaan; maar Jakobs geslacht, dat later opkwam, heeft veel langer geduurd, ja, het duurt eeuwig voort in zijn gezegend nageslacht, onze Heere Jezus Christus.
kinderen
Of, zonen, nakomelingen.
Hertaald:
kinderen
Of: zonen, nakomelingen.
zijner stad
Waar hij geboren was. Aldus worden vervolgens de geboorteplaatsen dezer koningen aangewezen; welke, daar zij onderscheiden geweest zijn, zo schijnen die koningen, niet bij orde van successie maar door verkiezing of geweld, aan de regering gekomen te zijn.
Hertaald:
zijner stad
Waar hij geboren was. Zo worden vervolgens de geboorteplaatsen van deze koningen aangewezen; en aangezien deze verschillend waren, lijken deze koningen niet in vaste opvolging, maar door verkiezing of geweld aan de regering gekomen te zijn.
Bozra,
Hebr. Botsrah. Een hoofdstad in Idumea; zie van deze Jes. 34:6, en Jes. 63:1; Am. 1:12.
Hertaald:
Bozra,
Hebreeuws: Botsrah. Een hoofdstad in Idumea; zie hierover Jes. 34:6, en Jes. 63:1; Am. 1:12.
uit der
Hebr. des Temanietiers; aldus genoemd naar Teman, den zoon van Elifaz; zie van dezen boven, vs.4, 11, 15; van het land, Jer. 49:7, Jer. 49:20. Van hier schijnt ook afkomstig geweest te zijn Elifaz van Teman, een der vrienden van Job, Job 2:11.
Hertaald:
uit der
Hebreeuws: des Temanieters; zo genoemd naar Teman, de zoon van Elifaz; zie over hem vers 4, 11, 15; over het land, Jer. 49:7, Jer. 49:20. Van hier schijnt ook Elifaz van Teman afkomstig geweest te zijn, één van Jobs vrienden, Job 2:11.
Midian
Dat is, de Midianieten; zie boven, Gen. 25:2.
Hertaald:
Midian
Dat is: de Midianieten; zie Gen. 25:2.
Saul van
Deze is wel te onderscheiden van Saul, den zoon van Kis, die de eerste koning was van Israel.
Hertaald:
Saul van
Deze moet goed onderscheiden worden van Saul, de zoon van Kis, die de eerste koning van Israël was.
aan de
Dat is aan de rivier gelegen; tot onderscheid van een ander Rehoboth, boven Gen. 10:11.
Hertaald:
aan de
Dat is: aan de rivier gelegen; ter onderscheiding van een ander Rehoboth, Gen. 10:11.
de dochter
Dat is, nicht, kindskind; verg. boven, vs.2.
Hertaald:
de dochter
Dat is: nicht, kleinkind; vergelijk vers 2.
vorsten
Dat is, van Ezau afkomstig, die na de koningen het regiment in Idumea, òf tezamen, òf na elkander gehad hebben.
Hertaald:
vorsten
Dat is: afkomstig van Ezau, die na de koningen het bewind over Idumea, hetzij gezamenlijk, hetzij na elkaar, gevoerd hebben.
met hun
Dat is, niet alleen van hun personen, maar ook van hun geslachten, huisgezinnen en woonplaatsen, welke veel genoemd zijn geweest naar de personen.
Hertaald:
met hun
Dat is: niet alleen van hun personen, maar ook van hun geslachten, huisgezinnen en woonplaatsen, die vaak naar de personen genoemd werden.
Timna,
Dit is hier een mansnaam, gelijk ook vs.41, Aholibama, en onderscheidene personen van degenen, die boven, vs.2, 5, 12, genoemd staan.
Hertaald:
Timna,
Dit is hier een mannennaam, zoals ook in vers 41 Aholibama, en verschilt van de personen die eerder, in vers 2, 5, 12, genoemd staan.
Mibzar,
Hebr. Mibtsar.
Hertaald:
Mibzar,
Hebreeuws: Mibtsar.
Edom
Dat is, der Edomieten.
Hertaald:
Edom
Dat is: van de Edomieten. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas De zoon van Abram en Hagar, geboren toen Abram zesentachtig jaar oud was (Gen. 16:15-16). Zijn naam verwijst naar de woorden van de Engel tot Hagar: 'de HEERE heeft uw verdrukking aangehoord.' Hij groeide op als een 'woudezel van een mens', werd op dertienjarige leeftijd besneden (Gen. 17:25), en werd, na de geboorte van Izak, met zijn moeder weggezonden. Hij vestigde zich in de woestijn Paran en werd de stamvader van twaalf vorsten, de Ismaëlieten. De oudste zoon van Lot, geboren uit zijn oudste dochter na de verwoesting van Sodom (Gen. 19:37) — een kind van bloedschande. Naar hem is het volk en land van de Moabieten genoemd, dat later herhaaldelijk in vijandschap met Israël zou leven. De eerstgeboren tweelingzoon van Izak en Rebekka, rossig en over zijn hele lichaam behaard geboren, waaraan hij zijn naam ontleent (Gen. 25:25). Hij werd een ervaren jager en een man van het veld, en verkocht in een ogenblik van honger zijn eerstgeboorterecht aan zijn broer Jakob voor een schotel linzenmoes. Hij werd de stamvader van de Edomieten. De tweede tweelingzoon van Izak en Rebekka, geboren terwijl hij de hiel van zijn broer Ezau vasthield, waaraan zijn naam is ontleend (Gen. 25:26). Hij verwierf sluw het eerstgeboorterecht en later, met hulp van zijn moeder, ook de zegen van zijn vader. Later zou God zijn naam veranderen in Israël (Gen. 32:28), en uit zijn twaalf zonen zouden de twaalf stammen van Israël voortkomen. De zoon van Jakob en Bilha, Rachels slavin (Gen. 30:6). Rachel gaf hem deze naam omdat God, naar haar zeggen, haar recht gedaan en haar stem gehoord had. De eerstgeboren zoon van Ezau bij zijn vrouw Ada (Gen. 36:4, 10). Hij was de vader van onder anderen Amalek, bij zijn bijvrouw Timna, en werd zo de stamvader van een van de vorstengeslachten van Edom. Een naamgenoot, Elifaz de Themaniet, is een van de drie vrienden van Job. Een kleinzoon van Ezau, zoon van Elifaz bij diens bijvrouw Timna (Gen. 36:12). Hij werd de stamvader van de Amalekieten, een volk dat later, van de tocht door de woestijn (Ex. 17:8-16) tot in de tijd van Saul en David, herhaaldelijk als aartsvijand van Israël optrad. De jongste zoon van Cham en kleinzoon van Noach (Gen. 9:18, 22). Om de zonde van zijn vader Cham tegenover Noach werd niet Cham, maar Kanaän door Noach vervloekt: 'een knecht der knechten zij hij zijn broederen.' Naar hem is het land Kanaän genoemd, dat later door de Israëlieten in bezit genomen zou worden. Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas Ligging: Het bergachtige gebied dat zich langs de oostzijde van de Araba uitstrekt, ten zuiden van de Dode Zee tot aan de Golf van Akaba. "Seïr" en "Edom" worden in de Schrift door elkaar gebruikt voor hetzelfde gebied (Gen. 32:3: "het land Seïr, den akker van Edom"). Geschiedenis: Oorspronkelijk bewoond door de Horieten, "holbewoners" (Gen. 14:6; 36:20), die door de nakomelingen van Ezau verdreven werden. Ezau vestigde zich hier na zijn verzoening met Jakob (Gen. 33:16; 36:8), en zijn nageslacht groeide uit tot het volk der Edomieten, met een eigen reeks koningen "eer een koning regeerde over de kinderen Israëls" (Gen. 36:31v). Israël mocht bij de uittocht niet door hun land trekken zonder toestemming (Num. 20:14-21) en kreeg opdracht hen niet aan te vallen, als broedervolk (Deut. 2:4-5). Later herhaaldelijk in oorlog met Israël (1 Sam. 14:47; 2 Sam. 8:13v; 2 Kon. 14; enz.), met scherpe profetische oordeelswoorden tegen hen (Jes. 34; Jer. 49; Ezech. 25:12-14; het hele boek Obadja). Bijbelse betekenis: Het land van Ezau, Jakobs broeder — een blijvende herinnering aan de twee volken die uit één moederschoot voortkwamen (Gen. 25:23), en aan de vijandschap die daaruit groeide, ondanks de opdracht om hen als broeders te ontzien. Archeologie: In het latere Edomitische gebied (bijv. bij Boszra en Petra/Sela) zijn resten van oude nederzettingen en versterkingen gevonden die de rijkdom en het rotsachtige, moeilijk toegankelijke karakter van het land bevestigen. Gen. 14:6; 25:23,30; 32:3; 33:14,16; 36; Num. 20:14-21; Deut. 2:1-8; 1 Sam. 14:47; 2 Sam. 8:13-14; 2 Kon. 14:7,22; Jes. 34; Jer. 49:7-22; Ezech. 25:12-14; 35; Amos 1:11-12; Obadja © Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het beloofde Zaad niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking Tussen de geschiedenis van Jakob en die van Jozef staat een heel hoofdstuk over Ezau: zijn vrouwen, zijn zonen, zijn vorsten en zijn koningen. Het is de laatste keer dat de Schrift uitvoerig bij deze tak stilstaat. De andere tak wordt netjes afgehandeld en afgesloten, en juist de vlugge bloei ervan zegt iets. **Wat er gebeurt.** “Dit nu zijn de geboorten van Ezau, welke is Edom.” Die zin komt in dit hoofdstuk telkens terug — Ezau is Edom, alsof de schrijver wil dat men het onthoudt. En dan de scheiding: hun have was te veel om samen te wonen, en het land van hun vreemdelingschappen kon hen niet dragen. Ezau trekt naar het gebergte Seïr. Dat is dezelfde reden waarom Abram en Lot uit elkaar gingen. Alleen ging Lot naar de vlakte van Sodom, en gaat Ezau hier uit het beloofde land weg — vrijwillig. **De zin waar het om draait.** “En dit zijn koningen, die geregeerd hebben in het land Edom, eer een koning regeerde over de kinderen Israels.” Edom had al koningen toen Israël nog rondtrok. Acht namen op een rij, met steden en al. Wie destijds de balans opmaakte, zou zeggen dat de verkeerde broer het gemaakt had. **Wat de kanttekening daarbij opmerkt.** Zij zegt het onomwonden: het geslacht van Ezau heeft snel gebloeid, maar is snel vergaan. Het geslacht van Jakob kwam later op en duurde veel langer — ja, het duurt eeuwig in zijn gezegend zaad, onze Heere Jezus Christus. **Waarom dit hoofdstuk in het register hoort.** Omdat de zaadlijn niet alleen verteld wordt met wie er bij hoort, maar ook met wie er afvalt. Kaïn kreeg een geslachtsregister en Seth kreeg de belofte. Ismaël kreeg twaalf vorsten en Izak kreeg het verbond. Hier krijgt Ezau een hoofdstuk vol koningen, en Jakob krijgt een zoon die verkocht wordt naar Egypte. De Schrift behandelt de andere tak niet slordig. Zij telt hem netjes uit, sluit het boek, en gaat verder met de tak waaraan niets te zien is. **En veel later.** Een nakomeling van deze Ezau zit op de troon in Jeruzalem wanneer er in Bethlehem een Kind geboren wordt, en probeert het te doden. De vlugge bloei was toen al lang vergaan; de langzame lijn stond er nog. In het Nieuwe Testament: Genesis 25:23; Genesis 13:6; Genesis 17:20; Maleachi 1:2-3; Romeinen 9:12-13; Mattheüs 2:16 Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan; wel gebruikt Paulus in Romeinen 9 het woord over Jakob en Ezau uit Maleachi. Dat de snelle bloei van Edom en de trage lijn van Jakob tegenover elkaar staan, is de opmerking van de kanttekening bij vers 31. Dat Herodes uit Edom stamde, is een gegeven van de geschiedenis en staat niet in de Schrift.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Genesis 36
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Namen
Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Plaatsen
Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Eer een koning regeerde over Israël — 36:1, 6-8, 31
Wat betekenen de niveaus?


Genesis 36
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Genesis 36 – Het geslachtsregister van Ezau
Gen. 36 vers 1-8 Ezau trekt naar Seïr
Over het graf van hun vader hebben Ezau en Jakob elkaar nog eenmaal de hand gereikt. Daarna scheiden hun wegen zich voorgoed. Voordat de heilige geschiedenis Ezau uit het oog verliest, laat zij zien hoe Gods woord uit Genesis 25:23 in vervulling gaat: ook Ezau groeit uit tot een groot volk. Eerst wordt een overzicht gegeven van zijn vrouwen en kinderen, daarna wordt zijn vertrek naar Seïr beschreven.
“Dit nu zijn de geboorten van Ezau, welke is Edom.”
1 Kronieken 1:35
Wat hier over Ezau en zijn nakomelingen wordt meegedeeld, dient ertoe om Gods verkiezing van Jakob des te duidelijker te doen uitkomen.
Ezau’s vrouwen
Toen Ezau veertig jaar oud was en nog in Berséba woonde, nam hij twee Kanaänitische vrouwen:
Later nam hij nog een derde vrouw:
Opmerking: In het Oosten kwam het vaak voor dat iemand meerdere namen droeg of bij een belangrijke gebeurtenis een nieuwe naam kreeg. Vooral vrouwen ontvingen bij hun huwelijk dikwijls een andere naam.
De zonen van Ezau
Dit zijn de zonen die Ezau in Kanaän kreeg.
Ezau verlaat Kanaän
Ezau nam zijn vrouwen, kinderen, knechten, vee en al zijn bezittingen mee en vertrok naar het gebergte Seïr.
Genesis 13:6 Hun bezittingen waren te groot geworden om samen met Jakob in hetzelfde land te wonen.
Geestelijke betekenis
De vrijwillige scheiding van Ezau van het land van de belofte vormt het middelpunt van dit gedeelte. Hier wordt zichtbaar dat God Zijn verkiezende raad uitvoert. Ezau kiest voor Seïr, terwijl Jakob erfgenaam blijft van het land van de belofte.
Mozes wil hiermee niet zeggen dat Ezau vrijwillig afstand deed van zijn rechten. Integendeel, Gods voorzienigheid bestuurde deze gebeurtenissen, zodat Jakob alleen erfgenaam van Kanaän bleef.
Gen. 36 vers 9-30 – De nakomelingen en vorsten van Ezau
Hier volgt het geslachtsregister van Ezau nadat hij zich in Seïr gevestigd heeft. Zijn zonen en kleinzonen groeien uit tot stamhoofden en vorsten.
De zonen van Elifaz
Daarnaast werd uit Timna geboren:
Opmerking: Hoewel de Amalekieten al genoemd worden in Genesis 14:7, bestond dat volk toen nog niet. Mozes gebruikt hier de latere naam van het gebied.
De zonen van Rehuël
De zonen van Aholibama
Deze drie werden zelf stamhoofden.
De vorsten van Edom
Uit Ezau’s nakomelingen ontstonden veertien stamhoofden. Hiermee ontwikkelde Edom zich tot een goed georganiseerde volksgemeenschap.
Gen. 36:20vers 30 De Horieten
Voordat Ezau zich in Seïr vestigde, werd het gebied bewoond door de Horieten.
De zonen van Seïr
Opmerking: De naam Horieten betekent waarschijnlijk “holbewoners”. Het gebergte Seïr bevat veel natuurlijke grotten die gemakkelijk als woningen konden dienen. De overwinning van Edom op deze oorspronkelijke bevolking moest Israël later bemoedigen bij de intocht in Kanaän.
Gen. 36 vers 31-43 De koningen van Edom
Nog vóór Israël een koning had, kende Edom reeds een koningschap.
1 Kronieken 1:43
Mozes vermeldt dit om te laten zien dat Gods beloften uiteindelijk ook aan Israël vervuld zouden worden. Dat Edom eerder een koning kreeg, betekent niet dat het geestelijk meer gezegend was.
Geestelijke les
De wereld kent vaak een snelle bloei, terwijl Gods Koninkrijk zich langzaam ontwikkelt. Toch is het werk van God blijvend, terwijl aardse heerlijkheid voorbijgaat.
De eerste koningen van Edom
Waarschijnlijk werden deze koningen gekozen door de stamhoofden, omdat de troon niet erfelijk overging van vader op zoon.
Slotbeschouwing
Met Genesis 36 is Ezau’s geschiedenis afgesloten. Vanaf Genesis 37 richt de Schrift zich geheel op Jakob en zijn nakomelingen.
Toch heeft dit hoofdstuk grote betekenis. Het laat zien dat God ook Zijn beloften aan Ezau vervulde, terwijl tegelijk duidelijk wordt dat Jakob de drager bleef van het verbond en de beloften van God.
De slotwoorden vatten het geheel samen: “Hij is Ezau, de vader van Edom.”
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel