Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen hoorde hij de woorden der zonen van Laban, zeggende: Jakob heeft genomen alles, wat onzes vaders was, en van hetgeen, dat onzes vaders was, heeft hij al deze heerlijkheid gemaakt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen hoordeH8085 hij de woordenH1697 der zonenH1121 van LabanH3837, zeggendeH559: JakobH3290 heeft genomenH3947allesH3605, watH834 onzes vadersH1 was, en van hetgeenH834, dat onzes vadersH1 was, heeft hij al dezeH2088heerlijkheidH3519gemaaktH6213.Toen hoorde hij de woorden der zonen van Laban, zeggende: Jakob heeft genomen alles, wat onzes vaders was, en van hetgeen, dat onzes vaders was, heeft hij al deze heerlijkheid gemaakt.
KJVAnd he heard1the words3of Laban's5sons,4saying,6Jacob8hath taken away7all that was our father's;12and of that which was our father's14hath he gotten15all this glory.
1וַיִּשְׁמַ֗עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3דִּבְרֵ֤יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5לָבָן֙H3837Laban, LabansLaban6לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7לָקַ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8יַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob9אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12לְאָבִ֑ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'13וּמֵאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14לְאָבִ֔ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'15עָשָׂ֕הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18הַכָּבֹ֖דH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)19הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
2Jakob zag ook het aangezicht van Laban aan, en ziet, het was jegens hem niet als gisteren en eergisteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2JakobH3290zagH7200 ook het aangezichtH6440 van LabanH3837 aan, en zietH2009, het was jegensH5973 hem nietH369 als gisterenH8543 en eergisterenH8032.Jakob zag ook het aangezicht van Laban aan, en ziet, het was jegens hem niet als gisteren en eergisteren.
KJVAnd Jacob2beheld1the countenance4of Laban,5and, behold, it was not toward him as9before.
1וַיַּ֥רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2יַעֲקֹ֖בH3290Jakob, JakobsJacob3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5לָבָ֑ןH3837Laban, LabansLaban6וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see7אֵינֶ֛נּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)8עִמּ֖וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)9כִּתְמ֥וֹלH8543gisteren, voren, eergisteren[phrase] before (-time), [phrase] these (three) days, [phrase] heretofore, [phrase] time past, yesterday10שִׁלְשֽׁוֹםH8032eergisteren, gisteren, voren[phrase] before (that time, -time), excellent things (from the margin), [phrase] heretofore, three days, [phrase] time past
3En de HEERE zeide tot Jakob: Keer weder tot het land uwer vaderen, en tot uw maagschap, en Ik zal met u zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En de HEEREH3068zeideH559totH413JakobH3290: Keer weder totH413 het landH776 uwer vaderenH1, en tot uw maagschapH4138, en Ik zal metH5973 u zijnH1961.En de HEERE zeide tot Jakob: Keer weder tot het land uwer vaderen, en tot uw maagschap, en Ik zal met u zijn.
KJVAnd the LORD2said1unto Jacob,4Return5unto the land7of thy fathers,8and to thy kindred;
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob5שׁ֛וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8אֲבוֹתֶ֖יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9וּלְמוֹלַדְתֶּ֑ךָH4138maagschap, geboorte, geborenbegotten, born, issue, kindred, native(-ity)10וְאֶֽהְיֶ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11עִמָּֽךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
4Toen zond Jakob heen, en riep Rachel en Lea, op het veld tot zijn kudde;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen zondH7971JakobH3290 heen, en riepH7121RachelH7354 en LeaH3812, op het veldH7704totH413 zijn kuddeH6629;Toen zond Jakob heen, en riep Rachel en Lea, op het veld tot zijn kudde;
KJVAnd Jacob2sent1and called3Rachel4and Leah5to the field6unto his flock,
1וַיִּשְׁלַ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2יַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob3וַיִּקְרָ֖אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say4לְרָחֵ֣לH7354Rachel, RachelsRachel5וּלְלֵאָ֑הH3812LeaLeah6הַשָּׂדֶ֖הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8צֹאנֽוֹH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
5En hij zeide tot haar: Ik zie het aangezicht uws vaders, dat het jegens mij niet is als gisteren en eergisteren; doch de God mijns vaders is bij mij geweest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En hij zeideH559 tot haar: IkH595zieH7200 het aangezichtH6440 uws vadersH1, datH3588 het jegensH413 mij nietH369 is als gisterenH8543 en eergisterenH8032; doch de GodH430 mijns vadersH1isH1961 bij mij geweest.En hij zeide tot haar: Ik zie het aangezicht uws vaders, dat het jegens mij niet is als gisteren en eergisteren; doch de God mijns vaders is bij mij geweest.
KJVAnd said1unto them, I see3your father's7countenance,6that it is not toward me as11before;12but the God13of my father14hath been
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהֶ֗ן3רֹאֶ֤הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4אָנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7אֲבִיכֶ֔ןH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אֵינֶ֥נּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)10אֵלַ֖יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11כִּתְמֹ֣לH8543gisteren, voren, eergisteren[phrase] before (-time), [phrase] these (three) days, [phrase] heretofore, [phrase] time past, yesterday12שִׁלְשֹׁ֑םH8032eergisteren, gisteren, voren[phrase] before (that time, -time), excellent things (from the margin), [phrase] heretofore, three days, [phrase] time past13וֵֽאלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14אָבִ֔יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'15הָיָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16עִמָּדִֽיH5978met, bijagainst, by, from, [phrase] me, [phrase] mine, of, [phrase] that I take, unto, upon, with(-in.)
6En gijlieden weet, dat ik met al mijn macht uw vader gediend heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En gijliedenH859weetH3045, datH3588 ik met alH3605 mijn machtH3581 uw vaderH1gediendH5647 heb.En gijlieden weet, dat ik met al mijn macht uw vader gediend heb.
KJVAnd ye1know2that with all my power5I have served6your father.
1וְאַתֵּ֖נָהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2יְדַעְתֶּ֑ןH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot3כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5כֹּחִ֔יH3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth6עָבַ֖דְתִּיH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אֲבִיכֶֽןH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
7Maar uw vader heeft bedriegelijk met mij gehandeld, en heeft mijn loon tien malen veranderd; doch God heeft hem niet toegelaten, om mij kwaad te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Maar uw vaderH1 heeft bedriegelijkH2048 met mij gehandeld, en heeft mijn loonH4909tienH6235malenH4489veranderdH2498; doch GodH430 heeft hem nietH3808toegelatenH5414, om mij kwaadH7489 te doen.Maar uw vader heeft bedriegelijk met mij gehandeld, en heeft mijn loon tien malen veranderd; doch God heeft hem niet toegelaten, om mij kwaad te doen.
KJVAnd your father1hath deceived2me, and changed4my wages6ten7times;8but God11suffered him10not to hurt12me.
1וַאֲבִיכֶן֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'2הֵ֣תֶלH2048bedriegelijk, gespot, bedrogendeal deceitfully, deceive, mock3בִּ֔י4וְהֶחֱלִ֥ףH2498veranderen, veranderd, veranderdeabolish, alter, change, cut off, go on forward, grow up, be over, pass (away, on, through), renew, sprout, strike through5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מַשְׂכֻּרְתִּ֖יH4909loonreward, wages7עֲשֶׂ֣רֶתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen8מֹנִ֑יםH4489malentime9וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10נְתָנ֣וֹH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11אֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12לְהָרַ֖עH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse13עִמָּדִֽיH5978met, bijagainst, by, from, [phrase] me, [phrase] mine, of, [phrase] that I take, unto, upon, with(-in.)
8Wanneer hij aldus zeide: De gespikkelde zullen uw loon zijn, zo lammerden al de kudden gespikkelde; en wanneer hij alzo zeide: De gesprenkelde zullen uw loon zijn, zo lammerden al de kudden gesprenkelde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Wanneer hij aldusH3541zeideH559: De gespikkeldeH5348 zullen uw loonH7939zijnH1961, zoH518lammerdenH3205alH3605 de kuddenH6629gespikkeldeH5348; en wanneer hij alzo zeideH559: De gesprenkeldeH6124 zullen uw loonH7939zijnH1961, zoH518lammerdenH3205alH3605 de kuddenH6629gesprenkeldeH6124.Wanneer hij aldus zeide: De gespikkelde zullen uw loon zijn, zo lammerden al de kudden gespikkelde; en wanneer hij alzo zeide: De gesprenkelde zullen uw loon zijn, zo lammerden al de kudden gesprenkelde.
KJVIf he said3thus, The speckled4shall be thy wages;6then all the cattle9bare7speckled:10and if he said13thus, The ringstraked14shall be thy hire;16then bare17all the cattle19ringstraked.
1אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2כֹּ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3יֹאמַ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4נְקֻדִּים֙H5348gespikkelde, gespikkeldspeckled5יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6שְׂכָרֶ֔ךָH7939loon, beloning, Loonhire, price, reward(-ed), wages, worth7וְיָלְד֥וּH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)8כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הַצֹּ֖אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)10נְקֻדִּ֑יםH5348gespikkelde, gespikkeldspeckled11וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet12כֹּ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder13יֹאמַ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14עֲקֻדִּים֙H6124gesprenkelde, gesprenkeldring straked15יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16שְׂכָרֶ֔ךָH7939loon, beloning, Loonhire, price, reward(-ed), wages, worth17וְיָלְד֥וּH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)18כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19הַצֹּ֖אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)20עֲקֻדִּֽיםH6124gesprenkelde, gesprenkeldring straked
9Alzo heeft God uw vader het vee ontrukt, en aan mij gegeven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Alzo heeft GodH430 uw vaderH1 het veeH4735ontruktH5337, en aan mij gegevenH5414.Alzo heeft God uw vader het vee ontrukt, en aan mij gegeven.
KJVThus God2hath taken away1the cattle4of your father,5and given
1וַיַּצֵּ֧לH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)2אֱלֹהִ֛יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מִקְנֵ֥הH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance5אֲבִיכֶ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6וַיִּתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7לִֽי
10En het geschiedde ten tijde, als de kudde hittig werd, dat ik mijn ogen ophief, en ik zag in den droom; en ziet, de bokken, die de kudden beklommen, waren gesprenkeld, gespikkeld, en hagelvlakkig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En het geschiedde ten tijdeH6256, als de kuddeH6629hittigH3179 werd, dat ik mijn ogenH5869ophiefH5375, en ik zagH7200 in den droomH2472; en zietH2009, de bokkenH6260, die de kuddenH6629beklommenH5927, waren gesprenkeldH6124, gespikkeldH5348, en hagelvlakkigH1261.En het geschiedde ten tijde, als de kudde hittig werd, dat ik mijn ogen ophief, en ik zag in den droom; en ziet, de bokken, die de kudden beklommen, waren gesprenkeld, gespikkeld, en hagelvlakkig.
KJVAnd it came to pass at the time2that the cattle4conceived,3that I lifted up5mine eyes,6and saw7in a dream,8and, behold, the rams10which leaped11upon the cattle13were ringstraked,14speckled,15and grisled.
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְּעֵת֙H6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when3יַחֵ֣םH3179verhit, hittig, heetget heat, be hot, conceive, be warm4הַצֹּ֔אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)5וָאֶשָּׂ֥אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield6עֵינַ֛יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7וָאֵ֖רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions8בַּחֲל֑וֹםH2472droom, dromen, droomsdream(-er)9וְהִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see10הָֽעַתֻּדִים֙H6260bokkenchief one, (he) goat, ram11הָעֹלִ֣יםH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הַצֹּ֔אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)14עֲקֻדִּ֥יםH6124gesprenkelde, gesprenkeldring straked15נְקֻדִּ֖יםH5348gespikkelde, gespikkeldspeckled16וּבְרֻדִּֽיםH1261hagelvlakkig, hagelvlekkigegrisled
11En de Engel Gods zeide tot mij in de droom: Jakob! En ik zeide: Zie, hier ben ik!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En de EngelH4397GodsH430zeideH559totH413 mij in de droomH2472: JakobH3290! En ik zeideH559: ZieH2009, hier ben ik!En de Engel Gods zeide tot mij in de droom: Jakob! En ik zeide: Zie, hier ben ik!
KJVAnd the angel3of God4spake1unto me in a dream,5saying, Jacob:6And I said,
12En Hij zeide: Hef toch uw ogen op, en zie! alle bokken, die de kudde beklimmen, zijn gesprenkeld, gespikkeld, en hagelvlakkig; want Ik heb gezien alles, wat Laban u doet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En Hij zeideH559: HefH5375tochH4994 uw ogenH5869opH5921, en zieH7200! alle bokkenH6260, die de kuddeH6629beklimmenH5927, zijn gesprenkeldH6124, gespikkeldH5348, en hagelvlakkigH1261; wantH3588 Ik heb gezien allesH3605, watH834LabanH3837 u doetH6213.En Hij zeide: Hef toch uw ogen op, en zie! alle bokken, die de kudde beklimmen, zijn gesprenkeld, gespikkeld, en hagelvlakkig; want Ik heb gezien alles, wat Laban u doet.
KJVAnd he said,1Lift up2now thine eyes,4and see,5all the rams7which leap8upon the cattle10are ringstraked,11speckled,12and grisled:13for I have seen15all that Laban19doeth
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שָׂאH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield3נָ֨אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4עֵינֶ֤יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)5וּרְאֵה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הָֽעַתֻּדִים֙H6260bokkenchief one, (he) goat, ram8הָעֹלִ֣יםH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הַצֹּ֔אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)11עֲקֻדִּ֥יםH6124gesprenkelde, gesprenkeldring straked12נְקֻדִּ֖יםH5348gespikkelde, gespikkeldspeckled13וּבְרֻדִּ֑יםH1261hagelvlakkig, hagelvlekkigegrisled14כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15רָאִ֔יתִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions16אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19לָבָ֖ןH3837Laban, LabansLaban20עֹ֥שֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use21לָּֽךְ
13Ik ben die God van Beth-El, alwaar gij het opgerichte teken gezalfd hebt, waar gij Mij een gelofte beloofd hebt; nu, maak u op, vertrek uit dit land, en keer weder in het land uwer maagschap.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13IkH595 ben dieH834GodH410 van Beth-ElH1008, alwaar gij het opgerichte tekenH4676gezalfdH4886 hebt, waar gij Mij een gelofteH5088beloofdH5087 hebt; nuH6258, maakH6965 u op, vertrekH3318uitH4480ditH2063landH776, en keer weder in het landH776 uwer maagschapH4138.Ik ben die God van Beth-El, alwaar gij het opgerichte teken gezalfd hebt, waar gij Mij een gelofte beloofd hebt; nu, maak u op, vertrek uit dit land, en keer weder in het land uwer maagschap.
KJVI am the God2of Bethel,3where thou anointedst6the pillar,8and where thou vowedst10a vow13unto me: now arise,15get thee out16from this land,18and return20unto the land22of thy kindred.
1אָנֹכִ֤יH595ik, mijI, me, [idiom] which2הָאֵל֙H410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'3בֵּֽיתH1008Beth-el, huis GodsBeth-el4אֵ֔לH1008Beth-el, huis GodsBeth-el5אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6מָשַׁ֤חְתָּH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint7שָּׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither8מַצֵּבָ֔הH4676opgerichte beelden, opgericht teken, opgericht beeldgarrison, (standing) image, pillar9אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10נָדַ֥רְתָּH5087beloofd, beloofde, belooft(make a) vow11לִּ֛י12שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither13נֶ֑דֶרH5088gelofte, geloftenvow(-ed)14עַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas15ק֥וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)16צֵא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter17מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with18הָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus20וְשׁ֖וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw21אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)22אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world23מוֹלַדְתֶּֽךָH4138maagschap, geboorte, geborenbegotten, born, issue, kindred, native(-ity)
14Toen antwoordden Rachel en Lea, en zeiden tot hem: Is er nog voor ons een deel of erfenis, in het huis onzes vaders?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen antwoorddenH6030RachelH7354 en LeaH3812, en zeidenH559 tot hem: Is er nogH5750 voor ons een deelH2506 of erfenisH5159, in het huisH1004 onzes vadersH1?Toen antwoordden Rachel en Lea, en zeiden tot hem: Is er nog voor ons een deel of erfenis, in het huis onzes vaders?
KJVAnd Rachel2and Leah3answered1and said4unto him, Is there yet any portion8or inheritance9for us in our father's11house?
1וַתַּ֤עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2רָחֵל֙H7354Rachel, RachelsRachel3וְלֵאָ֔הH3812LeaLeah4וַתֹּאמַ֖רְנָהH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5ל֑וֹ6הַע֥וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)7לָ֛נוּ8חֵ֥לֶקH2506deel, delen, stukflattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion9וְנַחֲלָ֖הH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)10בְּבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11אָבִֽינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
15Zijn wij niet vreemden van hem geacht? Want hij heeft ons verkocht, en hij heeft ook steeds ons geld verteerd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Zijn wij nietH3808vreemdenH5237 van hem geachtH2803? WantH3588 hij heeft ons verkochtH4376, en hij heeft ookH1571 steeds ons geldH3701verteerdH398.Zijn wij niet vreemden van hem geacht? Want hij heeft ons verkocht, en hij heeft ook steeds ons geld verteerd.
KJVAre we not counted3of him strangers?2for he hath sold6us, and hath quite7devoured9also our money.
1הֲל֧וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2נָכְרִיּ֛וֹתH5237vreemde, vreemd, onbekendealien, foreigner, outlandish, strange(-r, woman)3נֶחְשַׁ֥בְנוּH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think4ל֖וֹ5כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6מְכָרָ֑נוּH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)7וַיֹּ֥אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite8גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea9אָכ֖וֹלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כַּסְפֵּֽנוּH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)
16Want al de rijkdom, welke God onze vader heeft ontrukt, die is onze, en van onze zonen; nu dan, doe alles, wat God tot u gezegd heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16WantH3588 al de rijkdomH6239, welkeH834GodH430 onze vaderH1 heeft ontruktH5337, die is onze, en van onze zonenH1121; nu danH6258, doeH6213allesH3605, watH834GodH430totH413 u gezegdH559 heeft.Want al de rijkdom, welke God onze vader heeft ontrukt, die is onze, en van onze zonen; nu dan, doe alles, wat God tot u gezegd heeft.
KJVFor all the riches3which God6hath taken5from our father,7that is ours, and our children's:10now then, whatsoever God15hath said14unto thee, do.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הָעֹ֗שֶׁרH6239rijkdom, rijkdoms, Rijkdom[idiom] far (richer), riches4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5הִצִּ֤ילH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)6אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7מֵֽאָבִ֔ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8לָ֥נוּ9ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10וּלְבָנֵ֑ינוּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas12כֹּל֩H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14אָמַ֧רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15אֱלֹהִ֛יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16אֵלֶ֖יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17עֲשֵֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
17Toen maakte zich Jakob op, en laadde zijn zonen en zijn vrouwen op kemelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Toen maakte zich JakobH3290 op, en laaddeH5375 zijn zonenH1121 en zijn vrouwenH802opH5921kemelenH1581.Toen maakte zich Jakob op, en laadde zijn zonen en zijn vrouwen op kemelen.
KJVThen Jacob2rose up,1and set3his sons5and his wives7upon camels;
1וַיָּ֖קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2יַעֲקֹ֑בH3290Jakob, JakobsJacob3וַיִּשָּׂ֛אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בָּנָ֥יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7נָשָׁ֖יוH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַגְּמַלִּֽיםH1581kemelen, kemels, kemelcamel
18En hij voerde al zijn vee weg, en al zijn have, die hij gewonnen had, het vee, dat hij bezat, hetwelk hij in Paddan-Aram geworven had, om te komen tot Izak, zijn vader, naar het land Kanaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En hij voerdeH5090alH3605 zijn veeH4735wegH5090, en alH3605 zijn haveH7399, dieH834 hij gewonnenH7408 had, het veeH4735, dat hij bezatH7075, hetwelk hij in Paddan-AramH6307geworvenH7408 had, om te komenH935totH413IzakH3327, zijn vaderH1, naar het landH776KanaanH3667.En hij voerde al zijn vee weg, en al zijn have, die hij gewonnen had, het vee, dat hij bezat, hetwelk hij in Paddan-Aram geworven had, om te komen tot Izak, zijn vader, naar het land Kanaan.
KJVAnd he carried away1all his cattle,4and all his goods7which he had gotten,9the cattle10of his getting,11which he had gotten13in Padanaram,14for to go16to Isaac18his father19in the land20of Canaan.
1וַיִּנְהַ֣גH5090leiden, geleid, leiddeacquaint, bring (away), carry away, drive (away), lead (away, forth), (be) guide, lead (away, forth)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4מִקְנֵ֗הוּH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7רְכֻשׁוֹ֙H7399have, goed, goederengood, riches, substance8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9רָכָ֔שׁH7408geworven, gewonnen, verworvengather, get10מִקְנֵה֙H4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance11קִנְיָנ֔וֹH7075bezitting, have, bezatgetting, goods, [idiom] with money, riches, substance12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13רָכַ֖שׁH7408geworven, gewonnen, verworvengather, get14בְּפַדַּ֣ןH6307Paddan-aram, PaddanPadan, Padan-aram15אֲרָ֑םH6307Paddan-aram, PaddanPadan, Padan-aram16לָב֛וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18יִצְחָ֥קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)19אָבִ֖יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'20אַ֥רְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world21כְּנָֽעַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick
19Laban nu was gegaan, om zijn schapen te scheren; zo stal Rachel de terafim, die haar vader had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19LabanH3837 nu was gegaanH1980, om zijn schapenH6629 te scherenH1494; zo stalH1589RachelH7354 de terafimH8655, dieH834 haar vaderH1 had.Laban nu was gegaan, om zijn schapen te scheren; zo stal Rachel de terafim, die haar vader had.
KJVAnd Laban1went2to shear3his sheep:5and Rachel7had stolen6the images9that were her father's.
1וְלָבָ֣ןH3837Laban, LabansLaban2הָלַ֔ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl3לִגְזֹ֖זH1494scheerders, scheren, schoorcut off (down), poll, shave, (sheep-) shear(-er)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5צֹאנ֑וֹH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)6וַתִּגְנֹ֣בH1589gestolen, stelen, steeltcarry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth7רָחֵ֔לH7354Rachel, RachelsRachel8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַתְּרָפִ֖יםH8655terafim, beeld, beeldendienstidols(-atry), images, teraphim10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11לְאָבִֽיהָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
20En Jakob ontstal zich aan het hart van Laban, den Syrier, overmits hij hem niet te kennen gaf, dat hij vlood.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En JakobH3290ontstalH1589 zich aan het hartH3820 van LabanH3837, den SyrierH761, overmitsH5921 hij hem niet te kennenH5046 gaf, dat hijH1931vloodH1272.En Jakob ontstal zich aan het hart van Laban, den Syrier, overmits hij hem niet te kennen gaf, dat hij vlood.
KJVAnd Jacob2stole away1unawares4to Laban5the Syrian,6in that7he told9him not8that he fled.
1וַיִּגְנֹ֣בH1589gestolen, stelen, steeltcarry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth2יַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4לֵ֥בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5לָבָ֖ןH3837Laban, LabansLaban6הָאֲרַמִּ֑יH761Syrier, Syriers, SyrischeSyrian, Aramitess7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8בְּלִי֙H1097iemand, alsof, onwetendecorruption, ig(norantly), for lack of, where no...is, so that no, none, not, un(awares), without9הִגִּ֣ידH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter10ל֔וֹ11כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12בֹרֵ֖חַH1272vluchtte, vlood, gevlodenchase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot13הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
21En hij vlood, en al wat het zijne was, en hij maakte zich op, en voer over de rivier, en hij zette zijn aangezicht naar het gebergte Gilead.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En hij vloodH1272, en alH3605watH834hetH1931 zijne was, en hij maakte zich op, en voerH5674 over de rivierH5104, en hij zetteH7760 zijn aangezichtH6440 naar het gebergteH2022GileadH1568.En hij vlood, en al wat het zijne was, en hij maakte zich op, en voer over de rivier, en hij zette zijn aangezicht naar het gebergte Gilead.
KJVSo he fled1with all that he had; and he rose up,6and passed over7the river,9and set10his face12toward the mount13Gilead.
1וַיִּבְרַ֥חH1272vluchtte, vlood, gevlodenchase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot2הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5ל֔וֹ6וַיָּ֖קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)7וַיַּעֲבֹ֣רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַנָּהָ֑רH5104rivier, rivieren, stromenflood, river10וַיָּ֥שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12פָּנָ֖יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13הַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion14הַגִּלְעָֽדH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite
22En ten derden dage werd aan Laban geboodschapt, dat Jakob gevloden was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En ten derdenH7992dageH3117 werd aan LabanH3837geboodschaptH5046, datH3588JakobH3290gevlodenH1272 was.En ten derden dage werd aan Laban geboodschapt, dat Jakob gevloden was.
KJVAnd it was told1Laban2on the third4day3that Jacob7was fled.
1וַיֻּגַּ֥דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2לְלָבָ֖ןH3837Laban, LabansLaban3בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הַשְּׁלִישִׁ֑יH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)5כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6בָרַ֖חH1272vluchtte, vlood, gevlodenchase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot7יַעֲקֹֽבH3290Jakob, JakobsJacob
23Toen nam hij zijn broeders met zich, en jaagde hem achterna, een weg van zeven dagen, en hij kreeg hem op het gebergte van Gilead.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Toen namH3947 hij zijn broedersH251metH5973 zich, en jaagdeH7291 hem achternaH310, een wegH1870 van zevenH7651dagenH3117, en hij kreegH1692 hem op het gebergteH2022 van GileadH1568.Toen nam hij zijn broeders met zich, en jaagde hem achterna, een weg van zeven dagen, en hij kreeg hem op het gebergte van Gilead.
KJVAnd he took1his brethren3with him, and pursued5after him6seven8days'9journey;7and they overtook10him in the mount12Gilead.
1וַיִּקַּ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֶחָיו֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4עִמּ֔וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)5וַיִּרְדֹּ֣ףH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)6אַחֲרָ֔יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with7דֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)8שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)9יָמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10וַיַּדְבֵּ֥קH1692kleeft, kleven, aanhangenabide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take11אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בְּהַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion13הַגִּלְעָֽדH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite
24Doch God kwam tot Laban, den Syrier, in een droom des nachts, en Hij zeide tot hem: Wacht u, dat gij met Jakob spreekt, noch goed, noch kwaad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Doch GodH430kwamH935 tot LabanH3837, den SyrierH761, in een droomH2472 des nachtsH3915, en Hij zeideH559 tot hem: WachtH8104 u, dat gij metH5973JakobH3290spreektH1696, noch goedH2896, noch kwaadH7451.Doch God kwam tot Laban, den Syrier, in een droom des nachts, en Hij zeide tot hem: Wacht u, dat gij met Jakob spreekt, noch goed, noch kwaad.
KJVAnd God2came1to Laban4the Syrian5in a dream6by night,7and said8unto him, Take heed10that thou speak13not to14Jacob15either good16or17bad.
1וַיָּבֹ֧אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֱלֹהִ֛יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4לָבָ֥ןH3837Laban, LabansLaban5הָאֲרַמִּ֖יH761Syrier, Syriers, SyrischeSyrian, Aramitess6בַּחֲלֹ֣םH2472droom, dromen, droomsdream(-er)7הַלָּ֑יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)8וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9ל֗וֹ10הִשָּׁ֧מֶרH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)11לְךָ֛12פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not13תְּדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work14עִֽםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)15יַעֲקֹ֖בH3290Jakob, JakobsJacob16מִטּ֥וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)17עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18רָֽעH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
25En Laban achterhaalde Jakob; Jakob nu had zijn tent geslagen op dat gebergte; ook sloeg Laban met zijn broederen de zijne op het gebergte van Gilead.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En LabanH3837achterhaaldeH5381JakobH3290; JakobH3290 nu had zijn tentH168geslagenH8628 op dat gebergteH2022; ook sloegH8628LabanH3837metH854 zijn broederenH251 de zijne op het gebergteH2022 van GileadH1568.En Laban achterhaalde Jakob; Jakob nu had zijn tent geslagen op dat gebergte; ook sloeg Laban met zijn broederen de zijne op het gebergte van Gilead.
KJVThen Laban2overtook1Jacob.4Now Jacob5had pitched6his tent8in the mount:9and Laban10with his brethren13pitched11in the mount14of Gilead.
1וַיַּשֵּׂ֥גH5381achterhalen, bereikt, achterhaaldenability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon)2לָבָ֖ןH3837Laban, LabansLaban3אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יַעֲקֹ֑בH3290Jakob, JakobsJacob5וְיַעֲקֹ֗בH3290Jakob, JakobsJacob6תָּקַ֤עH8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust7אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אָהֳלוֹ֙H168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent9בָּהָ֔רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion10וְלָבָ֛ןH3837Laban, LabansLaban11תָּקַ֥עH8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust12אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix13אֶחָ֖יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'14בְּהַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion15הַגִּלְעָֽדH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite
26Toen zeide Laban tot Jakob: Wat hebt gij gedaan, dat gij u aan mijn hart ontstolen hebt, en mijn dochteren ontvoerd hebt, als gevangenen met het zwaard?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Toen zeideH559LabanH3837 tot JakobH3290: WatH4100 hebt gij gedaanH6213, dat gij u aan mijn hartH3824ontstolenH1589 hebt, en mijn dochterenH1323ontvoerdH5090 hebt, als gevangenenH7617 met het zwaardH2719?Toen zeide Laban tot Jakob: Wat hebt gij gedaan, dat gij u aan mijn hart ontstolen hebt, en mijn dochteren ontvoerd hebt, als gevangenen met het zwaard?
KJVAnd Laban2said1to Jacob,3What hast thou done,5that thou hast stolen away6unawares8to me, and carried away9my daughters,11as captives12taken with the sword?
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָבָן֙H3837Laban, LabansLaban3לְיַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob4מֶ֣הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why5עָשִׂ֔יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6וַתִּגְנֹ֖בH1589gestolen, stelen, steeltcarry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8לְבָבִ֑יH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding9וַתְּנַהֵג֙H5090leiden, geleid, leiddeacquaint, bring (away), carry away, drive (away), lead (away, forth), (be) guide, lead (away, forth)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11בְּנֹתַ֔יH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village12כִּשְׁבֻי֖וֹתH7617gevankelijk, gevangen, voerden(bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away13חָֽרֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool
27Waarom zijt gij heimelijk gevloden, en hebt u aan mij ontstolen? en hebt het mij niet aangezegd, dat ik u geleid had met vreugde, en met gezangen, met trommel en met harp?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27WaaromH4100 zijt gij heimelijkH2244gevlodenH1272, en hebt u aan mij ontstolenH1589? en hebt het mij nietH3808aangezegdH5046, dat ik u geleidH7971 had met vreugdeH8057, en met gezangenH7892, met trommelH8596 en met harpH3658?Waarom zijt gij heimelijk gevloden, en hebt u aan mij ontstolen? en hebt het mij niet aangezegd, dat ik u geleid had met vreugde, en met gezangen, met trommel en met harp?
KJVWherefore didst thou flee away3secretly,2and steal away4from me; and didst not tell7me, that I might have sent thee away9with mirth,10and with songs,11with tabret,12and with harp?
1לָ֤מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why2נַחְבֵּ֨אתָ֙H2244verstoken, verborgen, verborg[idiom] held, hide (self), do secretly3לִבְרֹ֔חַH1272vluchtte, vlood, gevlodenchase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot4וַתִּגְנֹ֖בH1589gestolen, stelen, steeltcarry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth5אֹתִ֑יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7הִגַּ֣דְתָּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter8לִּ֔י9וָֽאֲשַׁלֵּחֲךָ֛H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10בְּשִׂמְחָ֥הH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)11וּבְשִׁרִ֖יםH7892lied, gezang, liederenmusical(-ick), [idiom] sing(-er, -ing), song12בְּתֹ֥ףH8596trommelen, trommeltabret, timbrel13וּבְכִנּֽוֹרH3658harp, harpenharp
28Ook hebt gij mij niet toegelaten mijn zonen en mijn dochteren te kussen; nu, gij hebt dwaselijk gehandeld, zo doende.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Ook hebt gij mij nietH3808toegelatenH5203 mijn zonenH1121 en mijn dochterenH1323 te kussenH5401; nuH6258, gij hebt dwaselijkH5528gehandeldH6213, zo doende.Ook hebt gij mij niet toegelaten mijn zonen en mijn dochteren te kussen; nu, gij hebt dwaselijk gehandeld, zo doende.
KJVAnd hast not suffered2me to kiss3my sons4and my daughters?5thou hast now done foolishly7in so doing.
1וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2נְטַשְׁתַּ֔נִיH5203verlaten, varen, verlaatcast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer3לְנַשֵּׁ֥קH5401kuste, kussen, gekustarmed (men), rule, kiss, that touched4לְבָנַ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5וְלִבְנֹתָ֑יH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village6עַתָּ֖הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas7הִסְכַּ֥לְתָּֽH5528zottelijk, dwaselijk, verdwaastdo (make, play the, turn into) fool(-ish, -ishly, -ishness)8עֲשֽׂוֹH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
29Het ware in de macht mijner hand aan ulieden kwaad te doen; maar de God van ulieder vader heeft tot mij gisteren nacht gesproken, zeggende: Wacht u, van met Jakob te spreken, of goed, of kwaad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Het wareH3426 in de machtH410 mijner handH3027 aan ulieden kwaadH7451 te doenH6213; maar de GodH430 van ulieder vaderH1 heeft tot mij gisteren nachtH570gesprokenH559, zeggendeH559: WachtH8104 u, van metH5973JakobH3290 te sprekenH1696, of goedH2896, of kwaadH7451.Het ware in de macht mijner hand aan ulieden kwaad te doen; maar de God van ulieder vader heeft tot mij gisteren nacht gesproken, zeggende: Wacht u, van met Jakob te spreken, of goed, of kwaad.
KJVIt is1in the power2of my hand3to do4you hurt:6but the God7of your father8spake10unto me yesternight,9saying,12Take thou heed13that thou speak not15to Jacob17either good18or bad.
1יֶשׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest2לְאֵ֣לH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'3יָדִ֔יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5עִמָּכֶ֖םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6רָ֑עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)7וֵֽאלֹהֵ֨יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8אֲבִיכֶ֜םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9אֶ֣מֶשׁH570gisteren nacht, donkere, gisteravondformer time, yesterday(-night)10אָמַ֧רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11אֵלַ֣יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13הִשָּׁ֧מֶרH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)14לְךָ֛15מִדַּבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work16עִֽםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)17יַעֲקֹ֖בH3290Jakob, JakobsJacob18מִטּ֥וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)19עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet20רָֽעH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
30En nu, gij hebt immers willen vertrekken, omdat gij zo zeer begerig waart naar uws vaders huis; waarom hebt gij mijn goden gestolen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En nuH6258, gij hebt immers willenH1980vertrekkenH1980, omdatH3588 gij zo zeer begerigH3700 waart naar uws vadersH1huisH1004; waaromH4100 hebt gij mijn godenH430gestolenH1589?En nu, gij hebt immers willen vertrekken, omdat gij zo zeer begerig waart naar uws vaders huis; waarom hebt gij mijn goden gestolen?
31Toen antwoordde Jakob, en zeide tot Laban: Omdat ik vreesde; want ik zeide: Opdat gij niet misschien uw dochteren mij ontweldigdet!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Toen antwoorddeH6030JakobH3290, en zeideH559 tot LabanH3837: OmdatH3588 ik vreesdeH3372; wantH3588 ik zeideH559: Opdat gij niet misschien uw dochterenH1323 mij ontweldigdetH1497!Toen antwoordde Jakob, en zeide tot Laban: Omdat ik vreesde; want ik zeide: Opdat gij niet misschien uw dochteren mij ontweldigdet!
KJVAnd Jacob2answered1and said3to Laban,4Because I was afraid:6for I said,8Peradventure9thou wouldest take by force10thy daughters
1וַיַּ֥עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2יַעֲקֹ֖בH3290Jakob, JakobsJacob3וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4לְלָבָ֑ןH3837Laban, LabansLaban5כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6יָרֵ֔אתִיH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)7כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8אָמַ֔רְתִּיH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not10תִּגְזֹ֥לH1497geroofd, roven, rooftcatch, consume, exercise (robbery), pluck (off), rob, spoil, take away (by force, violence), tear11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בְּנוֹתֶ֖יךָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village13מֵעִמִּֽיH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
32Bij wien gij uw goden vinden zult, laat hem niet leven! Onderken gij voor onze broederen, wat bij mij is, en neem het tot u. Want Jakob wist niet, dat Rachel dezelve gestolen had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32BijH5973 wien gij uw godenH430vindenH4672 zult, laat hem nietH3808levenH2421! OnderkenH5234 gij voor onze broederenH251, wat bij mij is, en neemH3947 het tot u. WantH3588JakobH3290wistH3045nietH3808, dat RachelH7354 dezelve gestolenH1589 had.Bij wien gij uw goden vinden zult, laat hem niet leven! Onderken gij voor onze broederen, wat bij mij is, en neem het tot u. Want Jakob wist niet, dat Rachel dezelve gestolen had.
KJVWith whomsoever2thou findest3thy gods,5let him not live:7before8our brethren9discern10thou what is thine with me, and take14it to thee. For Jacob18knew17not that Rachel20had stolen
1עִ֠םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3תִּמְצָ֣אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֱלֹהֶיךָ֮H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יִֽחְיֶה֒H2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole8נֶ֣גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view9אַחֵ֧ינוּH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'10הַֽכֶּרH5234kennen, kende, kentacknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly)11לְךָ֛12מָ֥הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why13עִמָּדִ֖יH5978met, bijagainst, by, from, [phrase] me, [phrase] mine, of, [phrase] that I take, unto, upon, with(-in.)14וְקַֽחH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win15לָ֑ךְ16וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יָדַ֣עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot18יַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob19כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet20רָחֵ֖לH7354Rachel, RachelsRachel21גְּנָבָֽתַםH1589gestolen, stelen, steeltcarry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth
33Toen ging Laban in de tent van Jakob, en in de tent van Lea, en in de tent van de beide dienstmaagden, en hij vond niets; en als hij uit de tent van Lea gegaan was, kwam hij in de tent van Rachel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Toen ging LabanH3837 in de tentH168 van JakobH3290, en in de tentH168 van LeaH3812, en in de tentH168 van de beideH8147dienstmaagdenH519, en hij vondH4672nietsH3808; en als hij uit de tentH168 van LeaH3812gegaanH3318 was, kwamH935 hij in de tentH168 van RachelH7354.Toen ging Laban in de tent van Jakob, en in de tent van Lea, en in de tent van de beide dienstmaagden, en hij vond niets; en als hij uit de tent van Lea gegaan was, kwam hij in de tent van Rachel.
KJVAnd Laban2went1into Jacob's4tent,3and into Leah's6tent,5and into the two8maidservants'9tents;7but he found11them not. Then went he out12of Leah's14tent,13and entered15into Rachel's17tent.
1וַיָּבֹ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2לָבָ֜ןH3837Laban, LabansLaban3בְּאֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent4יַעֲקֹ֣בH3290Jakob, JakobsJacob5וּבְאֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent6לֵאָ֗הH3812LeaLeah7וּבְאֹ֛הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent8שְׁתֵּ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9הָאֲמָהֹ֖תH519dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(hand-) bondmaid(-woman), maid(-servant)10וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11מָצָ֑אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on12וַיֵּצֵא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter13מֵאֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent14לֵאָ֔הH3812LeaLeah15וַיָּבֹ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16בְּאֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent17רָחֵֽלH7354Rachel, RachelsRachel
34Maar Rachel had de terafim genomen, en zij had die in een kemels zadeltuig gelegd, en zij zat op dezelve. En Laban betastte die ganse tent, en hij vond niets.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Maar RachelH7354 had de terafimH8655genomenH3947, en zij had die in een kemelsH1581zadeltuigH3733gelegdH7760, en zij zat opH5921 dezelve. En LabanH3837betastteH4959 die ganseH3605tentH168, en hij vondH4672nietsH3808.Maar Rachel had de terafim genomen, en zij had die in een kemels zadeltuig gelegd, en zij zat op dezelve. En Laban betastte die ganse tent, en hij vond niets.
KJVNow Rachel1had taken2the images,4and put5them in the camel's7furniture,6and sat8upon them. And Laban11searched10all the tent,14but found
1וְרָחֵ֞לH7354Rachel, RachelsRachel2לָקְחָ֣הH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַתְּרָפִ֗יםH8655terafim, beeld, beeldendienstidols(-atry), images, teraphim5וַתְּשִׂמֵ֛םH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work6בְּכַ֥רH3733lammeren, stormrammen, hoofdmannencaptain, furniture, lamb, (large) pasture, ram. See also H1033 (בֵּית כַּר), H3746 (כָּרִי)7הַגָּמָ֖לH1581kemelen, kemels, kemelcamel8וַתֵּ֣שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9עֲלֵיהֶ֑םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10וַיְמַשֵּׁ֥שׁH4959tasten, betastte, betastfeel, grope, search11לָבָ֛ןH3837Laban, LabansLaban12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הָאֹ֖הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent15וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16מָצָֽאH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
35En zij zeide tot haar vader: Dat de toorn niet ontsteke in mijns heren ogen, omdat ik voor uw aangezicht niet kan opstaan; want het gaat mij naar der vrouwen wijze; en hij doorzocht; maar hij vond de terafim niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En zij zeideH559totH413 haar vaderH1: Dat de toorn niet ontstekeH2734 in mijns herenH113ogenH5869, omdatH3588 ik voor uw aangezichtH6440 niet kanH3201opstaanH6965; wantH3588 het gaat mij naar der vrouwenH802wijzeH1870; en hij doorzochtH2664; maar hij vondH4672 de terafimH8655 niet.En zij zeide tot haar vader: Dat de toorn niet ontsteke in mijns heren ogen, omdat ik voor uw aangezicht niet kan opstaan; want het gaat mij naar der vrouwen wijze; en hij doorzocht; maar hij vond de terafim niet.
KJVAnd she said1to her father,3Let it not displease5my lord7that I cannot10rise up11before thee;12for the custom14of women15is upon me. And he searched,17but found19not the images.
1וַתֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אָבִ֗יהָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than5יִ֨חַר֙H2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)6בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7אֲדֹנִ֔יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9ל֤וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10אוּכַל֙H3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer11לָק֣וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)12מִפָּנֶ֔יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14דֶ֥רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)15נָשִׁ֖יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English16לִ֑י17וַיְחַפֵּ֕שׂH2664verstelde, doorzoeken, doorzochtchange, (make) diligent (search), disquise self, hide, search (for, out)18וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19מָצָ֖אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21הַתְּרָפִֽיםH8655terafim, beeld, beeldendienstidols(-atry), images, teraphim
36Toen ontstak Jakob, en twistte met Laban; en Jakob antwoordde en zeide tot Laban: Wat is mijn overtreding, wat is mijn zonde, dat gij mij zo hittiglijk hebt nagejaagd?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Toen ontstakH2734JakobH3290, en twistteH7378 met LabanH3837; en JakobH3290antwoorddeH6030 en zeideH559 tot LabanH3837: WatH4100 is mijn overtredingH6588, watH4100 is mijn zondeH2403, datH3588 gij mij zo hittiglijk hebt nagejaagdH1814?Toen ontstak Jakob, en twistte met Laban; en Jakob antwoordde en zeide tot Laban: Wat is mijn overtreding, wat is mijn zonde, dat gij mij zo hittiglijk hebt nagejaagd?
KJVAnd Jacob2was wroth,1and chode3with Laban:4and Jacob6answered5and said7to Laban,8What is my trespass?10what is my sin,12that thou hast so hotly pursued14after me?
37Als gij al mijn huisraad betast hebt, wat hebt gij gevonden van al het huisraad uws huizes! Leg het hier voor mijn broederen en uw broederen, en laat hen richten tussen ons beiden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37AlsH3588 gij alH3605 mijn huisraadH3627betastH4959 hebt, watH4100 hebt gij gevondenH4672 van alH3605 het huisraadH3627 uws huizesH1004! LegH7760 het hier voor mijn broederenH251 en uw broederenH251, en laat hen richtenH3198tussenH996 ons beidenH8147.Als gij al mijn huisraad betast hebt, wat hebt gij gevonden van al het huisraad uws huizes! Leg het hier voor mijn broederen en uw broederen, en laat hen richten tussen ons beiden.
KJVWhereas1thou hast searched2all my stuff,5what hast thou found7of all thy household10stuff?9set11it here12before my brethren14and thy brethren,15that they may judge16betwixt17us both.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2מִשַּׁ֣שְׁתָּH4959tasten, betastte, betastfeel, grope, search3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5כֵּלַ֗יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever6מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why7מָּצָ֨אתָ֙H4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on8מִכֹּ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9כְּלֵיH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever10בֵיתֶ֔ךָH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11שִׂ֣יםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work12כֹּ֔הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder13נֶ֥גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view14אַחַ֖יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'15וְאַחֶ֑יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'16וְיוֹכִ֖יחוּH3198bestraft, bestraffen, straffenappoint, argue, chasten, convince, correct(-ion), daysman, dispute, judge, maintain, plead, reason (together), rebuke, reprove(-r), surely, in any wise17בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within18שְׁנֵֽינוּH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two
38Deze twintig jaren ben ik bij u geweest; uw ooien en uw geiten hebben niet misdragen, en de rammen uwer kudde heb ik niet gegeten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38DezeH2088twintigH6242jarenH8141 ben ikH595bijH5973 u geweest; uw ooienH7353 en uw geitenH5795 hebben nietH3808misdragenH7921, en de rammenH352 uwer kuddeH6629 heb ik nietH3808gegetenH398.Deze twintig jaren ben ik bij u geweest; uw ooien en uw geiten hebben niet misdragen, en de rammen uwer kudde heb ik niet gegeten.
KJVThis twenty2years3have I been with thee; thy ewes6and thy she goats7have not cast their young,9and the rams10of thy flock11have I not eaten.
1זֶה֩H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)2עֶשְׂרִ֨יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)3שָׁנָ֤הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4אָנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which5עִמָּ֔ךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6רְחֵלֶ֥יךָH7353ooien, schaap, schapenewe, sheep7וְעִזֶּ֖יךָH5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid8לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9שִׁכֵּ֑לוּH7921beroofd, beroven, berooftbereave (of children), barren, cast calf (fruit, young), be (make) childless, deprive, destroy, [idiom] expect, lose children, miscarry, rob of children, spoil10וְאֵילֵ֥יH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree11צֹאנְךָ֖H6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)12לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13אָכָֽלְתִּיH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
39Het verscheurde heb ik tot u niet gebracht; ik heb het geboet; gij hebt het van mijn hand geeist, het ware des daags gestolen, of des nachts gestolen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39Het verscheurdeH2966 heb ik totH413 u nietH3808gebrachtH935; ikH595 heb het geboetH2398; gij hebt het van mijn handH3027geeistH1245, het ware des daagsH3117gestolenH1589, of des nachtsH3915gestolenH1589.Het verscheurde heb ik tot u niet gebracht; ik heb het geboet; gij hebt het van mijn hand geeist, het ware des daags gestolen, of des nachts gestolen.
KJVThat which was torn1of beasts I brought3not unto thee; I bare the loss6of it; of my hand7didst thou require8it, whether stolen9by day,10or stolen11by night.
1טְרֵפָה֙H2966verscheurde, verscheurd, geroofderavin, (that which was) torn (of beasts, in pieces)2לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3הֵבֵ֣אתִיH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4אֵלֶ֔יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אָנֹכִ֣יH595ik, mijI, me, [idiom] which6אֲחַטֶּ֔נָּהH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass7מִיָּדִ֖יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8תְּבַקְשֶׁ֑נָּהH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)9גְּנֻֽבְתִ֣יH1589gestolen, stelen, steeltcarry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth10י֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11וּגְנֻֽבְתִ֖יH1589gestolen, stelen, steeltcarry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth12לָֽיְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)
40Ik ben geweest, dat mij bij dag de hitte verteerde, en bij nacht de vorst, en dat mijn slaap van mijn ogen week.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40Ik ben geweestH1961, dat mij bij dagH3117 de hitteH2721verteerdeH398, en bij nachtH3915 de vorstH7140, en dat mijn slaapH8142 van mijn ogenH5869weekH5074.Ik ben geweest, dat mij bij dag de hitte verteerde, en bij nacht de vorst, en dat mijn slaap van mijn ogen week.
KJVThus I was; in the day2the drought4consumed3me, and the frost5by night;6and my sleep8departed7from mine eyes.
41Ik ben nu twintig jaren in uw huis geweest; ik heb u veertien jaren gediend om uw beide dochteren, en zes jaren om uw kudde; en gij hebt mijn loon tien malen veranderd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41Ik ben nu twintigH6242jarenH8141 in uw huisH1004 geweest; ik heb u veertienH702jarenH8141gediendH5647 om uw beideH8147dochterenH1323, en zesH8337jarenH8141 om uw kuddeH6629; en gij hebt mijn loonH4909tienH6235malenH4489veranderdH2498.Ik ben nu twintig jaren in uw huis geweest; ik heb u veertien jaren gediend om uw beide dochteren, en zes jaren om uw kudde; en gij hebt mijn loon tien malen veranderd.
KJVThus have I been twenty3years4in thy house;5I served thee6fourteen7years9for thy two10daughters,11and six12years13for thy cattle:14and thou hast changed15my wages17ten18times.
1זֶהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)2לִּ֞י3עֶשְׂרִ֣יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)4שָׁנָה֮H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5בְּבֵיתֶךָ֒H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6עֲבַדְתִּ֜יךָH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,7אַרְבַּֽעH702vier, vierhonderd, veertienfour8עֶשְׂרֵ֤הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)9שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)10בִּשְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two11בְנֹתֶ֔יךָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village12וְשֵׁ֥שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth13שָׁנִ֖יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)14בְּצֹאנֶ֑ךָH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)15וַתַּחֲלֵ֥ףH2498veranderen, veranderd, veranderdeabolish, alter, change, cut off, go on forward, grow up, be over, pass (away, on, through), renew, sprout, strike through16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17מַשְׂכֻּרְתִּ֖יH4909loonreward, wages18עֲשֶׂ֥רֶתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen19מֹנִֽיםH4489malentime
42Ten ware de God van mijn vader, de God van Abraham, en de Vreze van Izak, bij mij geweest was, zekerlijk, gij zoudt mij nu ledig weggezonden hebben! God heeft mijn ellende, en den arbeid mijner handen aangezien, en heeft u gisteren nacht bestraft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42Ten wareH3884 de GodH430 van mijn vaderH1, de GodH430 van AbrahamH85, en de VrezeH6343 van IzakH3327, bij mij geweestH1961 was, zekerlijkH3588, gij zoudt mij nuH6258ledigH7387weggezondenH7971 hebben! GodH430 heeft mijn ellendeH6040, en den arbeidH3018 mijner handenH3709aangezienH7200, en heeft u gisteren nachtH570bestraftH3198.Ten ware de God van mijn vader, de God van Abraham, en de Vreze van Izak, bij mij geweest was, zekerlijk, gij zoudt mij nu ledig weggezonden hebben! God heeft mijn ellende, en den arbeid mijner handen aangezien, en heeft u gisteren nacht bestraft.
KJVExcept1the God2of my father,3the God4of Abraham,5and the fear6of Isaac,7had been with me, surely thou hadst sent me away13now empty.12God20hath seen19mine affliction15and the labour17of my hands,18and rebuked21thee yesternight.
1לוּלֵ֡יH3884wareexcept, had not, if (...not), unless, were it not that2אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אָבִי֩H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4אֱלֹהֵ֨יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5אַבְרָהָ֜םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham6וּפַ֤חַדH6343vreze, schrik, verschrikkingdread(-ful), fear, (thing) great (fear, -ly feared), terror7יִצְחָק֙H3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)8הָ֣יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9לִ֔י10כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11עַתָּ֖הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas12רֵיקָ֣םH7387ledig, oorzaakwithout cause, empty, in vain, void13שִׁלַּחְתָּ֑נִיH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15עָנְיִ֞יH6040ellende, verdrukking, drukafflicted(-ion), trouble16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17יְגִ֧יעַH3018arbeidlabour, work18כַּפַּ֛יH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon19רָאָ֥הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions20אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty21וַיּ֥וֹכַחH3198bestraft, bestraffen, straffenappoint, argue, chasten, convince, correct(-ion), daysman, dispute, judge, maintain, plead, reason (together), rebuke, reprove(-r), surely, in any wise22אָֽמֶשׁH570gisteren nacht, donkere, gisteravondformer time, yesterday(-night)
43Toen antwoordde Laban en zeide tot Jakob: Deze dochters zijn mijn dochters, en deze zonen zijn mijn zonen, en deze kudde is mijn kudde, ja, al wat gij ziet, dat is mijn; en wat zoude ik aan deze mijn dochteren heden doen? of aan haar zonen, die zij gebaard hebben?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43Toen antwoorddeH6030LabanH3837 en zeideH559totH413JakobH3290: Deze dochtersH1323 zijn mijn dochtersH1323, en deze zonenH1121 zijn mijn zonenH1121, en deze kuddeH6629 is mijn kuddeH6629, ja, alH3605 wat gijH859zietH7200, dat is mijn; en wat zoude ik aan dezeH428 mijn dochterenH1323hedenH3117doenH6213? ofH176 aan haar zonenH1121, die zijH1931gebaardH3205 hebben?Toen antwoordde Laban en zeide tot Jakob: Deze dochters zijn mijn dochters, en deze zonen zijn mijn zonen, en deze kudde is mijn kudde, ja, al wat gij ziet, dat is mijn; en wat zoude ik aan deze mijn dochteren heden doen? of aan haar zonen, die zij gebaard hebben?
KJVAnd Laban2answered1and said3unto Jacob,5These daughters6are my daughters,7and these children8are my children,9and these cattle10are my cattle,11and all that thou seest15is mine: and what can I do20this day22unto these my daughters,18or23unto their children24which they have born?
1וַיַּ֨עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2לָבָ֜ןH3837Laban, LabansLaban3וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יַעֲקֹ֗בH3290Jakob, JakobsJacob6הַבָּנ֨וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village7בְּנֹתַ֜יH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village8וְהַבָּנִ֤יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9בָּנַי֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10וְהַצֹּ֣אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)11צֹאנִ֔יH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)12וְכֹ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14אַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you15רֹאֶ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions16לִי17ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who18וְלִבְנֹתַ֞יH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village19מָֽהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why20אֶֽעֱשֶׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use21לָאֵ֨לֶּה֙H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)22הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger23א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether24לִבְנֵיהֶ֖ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth25אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection26יָלָֽדוּH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)
44Nu dan, kom, laat ons een verbond maken, ik en gij, dat het tot een getuigenis zij tussen mij en tussen u!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44Nu dan, komH3212, laat ons een verbondH1285 maken, ikH589 en gijH859, dat het tot een getuigenisH5707 zij tussen mij en tussen u!Nu dan, kom, laat ons een verbond maken, ik en gij, dat het tot een getuigenis zij tussen mij en tussen u!
KJVNow therefore come thou,2let us make3a covenant,4I and thou; and let it be for a witness
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2לְכָ֛הH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3נִכְרְתָ֥הH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want4בְרִ֖יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league5אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who6וָאָ֑תָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7וְהָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8לְעֵ֖דH5707getuige, getuigen, Getuigewitness9בֵּינִ֥יH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within10וּבֵינֶֽךָH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within
45Toen nam Jakob een steen, en hij verhoogde die, tot een opgericht teken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45Toen namH3947JakobH3290 een steenH68, en hij verhoogdeH7311 die, tot een opgericht tekenH4676.Toen nam Jakob een steen, en hij verhoogde die, tot een opgericht teken.
KJVAnd Jacob2took1a stone,3and set it up4for a pillar.
1וַיִּקַּ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2יַעֲקֹ֖בH3290Jakob, JakobsJacob3אָ֑בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)4וַיְרִימֶ֖הָH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms5מַצֵּבָֽהH4676opgerichte beelden, opgericht teken, opgericht beeldgarrison, (standing) image, pillar
46En Jakob zeide tot zijn broederen: Vergadert stenen! En zij namen stenen, en maakten een hoop; en zij aten aldaar op dien hoop.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46En JakobH3290zeideH559 tot zijn broederenH251: VergadertH3950stenenH68! En zij namenH3947stenenH68, en maaktenH6213 een hoopH1530; en zij atenH398aldaarH8033opH5921 dien hoopH1530.En Jakob zeide tot zijn broederen: Vergadert stenen! En zij namen stenen, en maakten een hoop; en zij aten aldaar op dien hoop.
KJVAnd Jacob2said1unto his brethren,3Gather4stones;5and they took6stones,7and made8an heap:9and they did eat10there upon the heap.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יַעֲקֹ֤בH3290Jakob, JakobsJacob3לְאֶחָיו֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4לִקְט֣וּH3950lezen, verzamelen, opgelezengather (up), glean5אֲבָנִ֔יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)6וַיִּקְח֥וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win7אֲבָנִ֖יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)8וַיַּֽעֲשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9גָ֑לH1530golven, hoop, hopenbillow, heap, spring, wave10וַיֹּ֥אכְלוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite11שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הַגָּֽלH1530golven, hoop, hopenbillow, heap, spring, wave
47En Laban noemde hem Jegar-Sahadutha; maar Jakob noemde denzelven Gilead.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47En LabanH3837noemdeH7121 hem Jegar-SahaduthaH3026; maar JakobH3290noemdeH7121 denzelven GileadH1567.En Laban noemde hem Jegar-Sahadutha; maar Jakob noemde denzelven Gilead.
48Toen zeide Laban: Deze hoop zij heden een getuige tussen mij en tussen u! Daarom noemde men zijn naam Gilead,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48Toen zeideH559LabanH3837: DezeH2088hoopH1530 zij hedenH3117 een getuigeH5707 tussen mij en tussen u! DaaromH3651noemdeH7121 men zijn naamH8034GileadH1567,Toen zeide Laban: Deze hoop zij heden een getuige tussen mij en tussen u! Daarom noemde men zijn naam Gilead,
KJVAnd Laban2said,1This heap3is a witness5between me and thee this day.8Therefore was the name12of it called11Galeed;
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָבָ֔ןH3837Laban, LabansLaban3הַגַּ֨לH1530golven, hoop, hopenbillow, heap, spring, wave4הַזֶּ֥הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)5עֵ֛דH5707getuige, getuigen, Getuigewitness6בֵּינִ֥יH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7וּבֵינְךָ֖H996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within8הַיּ֑וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you11קָרָֽאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say12שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13גַּלְעֵֽדH1567GileadGaleed
49En Mizpa; omdat hij zeide: Dat de HEERE opzicht neme tussen mij en tussen u, wanneer wij de een van den ander zullen verborgen zijn!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49En MizpaH4709; omdatH3588 hij zeideH559: Dat de HEEREH3068opzicht nemeH6822tussenH996 mij en tussenH996 u, wanneer wij de een van den anderH7453 zullen verborgenH5641 zijn!En Mizpa; omdat hij zeide: Dat de HEERE opzicht neme tussen mij en tussen u, wanneer wij de een van den ander zullen verborgen zijn!
KJVAnd Mizpah;1for2he said,3The LORD5watch4between me and thee, when we are absent9one10from another.
1וְהַמִּצְפָּה֙H4709MizpaMitspah. (This seems rather to be only an orthographic variation of H4708 (מִצְפֶּה) when 'in pause'.)2אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3אָמַ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יִ֥צֶףH6822wachter, wachters, ziebehold, espy, look up (well), wait for, (keep the) watch(-man)5יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6בֵּינִ֣יH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7וּבֵינֶ֑ךָH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within8כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9נִסָּתֵ֖רH5641verborgen, verbergen, verbergtbe absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely10אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11מֵרֵעֵֽהוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other
50Zo gij mijn dochteren beledigt, en zo gij vrouwen neemt boven mijn dochteren, niemand is bij ons; zie toe, God zal getuige zijn tussen mij en tussen u!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50Zo gij mijn dochterenH1323beledigtH6031, en zoH518 gij vrouwenH802neemtH3947bovenH5921 mijn dochterenH1323, niemandH376 is bij ons; zieH7200 toe, GodH430 zal getuigeH5707 zijn tussen mij en tussen u!Zo gij mijn dochteren beledigt, en zo gij vrouwen neemt boven mijn dochteren, niemand is bij ons; zie toe, God zal getuige zijn tussen mij en tussen u!
KJVIf thou shalt afflict2my daughters,4or if thou shalt take6other wives7beside8my daughters,9no man11is with us; see,13God14is witness
1אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2תְּעַנֶּ֣הH6031verootmoedigen, verdrukt, verkrachtabase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בְּנֹתַ֗יH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village5וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet6תִּקַּ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win7נָשִׁים֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9בְּנֹתַ֔יH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village10אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)11אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12עִמָּ֑נוּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)13רְאֵ֕הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions14אֱלֹהִ֥יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15עֵ֖דH5707getuige, getuigen, Getuigewitness16בֵּינִ֥יH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within17וּבֵינֶֽךָH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within
51Laban zeide voorts tot Jakob: Zie, daar is deze zelfde hoop, en zie, daar is dit opgericht teken, hetwelk ik opgeworpen heb tussen mij en tussen u;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
51LabanH3837zeideH559 voorts tot JakobH3290: ZieH2009, daar is deze zelfde hoopH1530, en zieH2009, daar is dit opgericht tekenH4676, hetwelkH834 ik opgeworpenH3384 heb tussen mij en tussen u;Laban zeide voorts tot Jakob: Zie, daar is deze zelfde hoop, en zie, daar is dit opgericht teken, hetwelk ik opgeworpen heb tussen mij en tussen u;
KJVAnd Laban2said1to Jacob,3Behold this heap,5and behold this pillar,8which I have cast
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָבָ֖ןH3837Laban, LabansLaban3לְיַעֲקֹ֑בH3290Jakob, JakobsJacob4הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see5הַגַּ֣לH1530golven, hoop, hopenbillow, heap, spring, wave6הַזֶּ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7וְהִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see8הַמַצֵּבָ֔הH4676opgerichte beelden, opgericht teken, opgericht beeldgarrison, (standing) image, pillar9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יָרִ֖יתִיH3384leren, schieten, schutters([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through11בֵּינִ֥יH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within12וּבֵינֶֽךָH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within
52Deze zelfde hoop zij getuige, en dit opgericht teken zij getuige, dat ik tot u voorbij deze hoop niet komen zal, en dat gij tot mij, voorbij deze hoop en dit opgericht teken, niet komen zult ten kwade!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
52Deze zelfde hoopH1530 zij getuige, en dit opgericht tekenH4676 zij getuige, dat ikH589 tot u voorbijH2088 deze hoopH1530nietH3808komenH5674 zal, en dat gij tot mij, voorbijH2088 deze hoopH1530 en dit opgericht tekenH4676, nietH3808komenH5674 zult ten kwadeH7451!Deze zelfde hoop zij getuige, en dit opgericht teken zij getuige, dat ik tot u voorbij deze hoop niet komen zal, en dat gij tot mij, voorbij deze hoop en dit opgericht teken, niet komen zult ten kwade!
Ook in dit vers
getuigeH5707
getuigeH5713
KJVThis heap2be witness,1and this pillar5be witness,4that I will not pass over9this heap12to thee, and that thou shalt not pass over17this heap20and this pillar23unto me, for harm.
1עֵ֚דH5707getuige, getuigen, Getuigewitness2הַגַּ֣לH1530golven, hoop, hopenbillow, heap, spring, wave3הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)4וְעֵדָ֖הH5713getuigenissen, getuigenis, getuigetestimony, witness. Compare H5712 (עֵדָה)5הַמַּצֵּבָ֑הH4676opgerichte beelden, opgericht teken, opgericht beeldgarrison, (standing) image, pillar6אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet7אָ֗נִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who8לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9אֶֽעֱבֹ֤רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath10אֵלֶ֨יךָ֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַגַּ֣לH1530golven, hoop, hopenbillow, heap, spring, wave13הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)14וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet15אַ֠תָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you16לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17תַעֲבֹ֨רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath18אֵלַ֜יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20הַגַּ֥לH1530golven, hoop, hopenbillow, heap, spring, wave21הַזֶּ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)22וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23הַמַּצֵּבָ֥הH4676opgerichte beelden, opgericht teken, opgericht beeldgarrison, (standing) image, pillar24הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus25לְרָעָֽהH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
53De God van Abraham, en de God van Nahor, de God huns vaders richte tussen ons! En Jakob zwoer bij de Vreze zijn vaders Izaks.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
53De GodH430 van AbrahamH85, en de GodH430 van NahorH5152, de GodH430 huns vadersH1richteH8199tussenH996 ons! En JakobH3290zwoerH7650 bij de VrezeH6343 zijn vadersH1IzaksH3327.De God van Abraham, en de God van Nahor, de God huns vaders richte tussen ons! En Jakob zwoer bij de Vreze zijn vaders Izaks.
KJVThe God1of Abraham,2and the God3of Nahor,4the God7of their father,8judge5betwixt us. And Jacob10sware9by the fear11of his father12Isaac.
1אֱלֹהֵ֨יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty2אַבְרָהָ֜םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham3וֵֽאלֹהֵ֤יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4נָחוֹר֙H5152Nahor, NahorsNahor5יִשְׁפְּט֣וּH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule6בֵינֵ֔ינוּH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7אֱלֹהֵ֖יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8אֲבִיהֶ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9וַיִּשָּׁבַ֣עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear10יַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob11בְּפַ֖חַדH6343vreze, schrik, verschrikkingdread(-ful), fear, (thing) great (fear, -ly feared), terror12אָבִ֥יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'13יִצְחָֽקH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)
54Toen slachtte Jakob een slachting op dat gebergte, en hij nodigde zijn broederen, om brood te eten; en zij aten brood, en vernachtten op dat gebergte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
54Toen slachtteH2076JakobH3290 een slachtingH2077 op dat gebergteH2022, en hij nodigdeH7121 zijn broederenH251, om broodH3899 te etenH398; en zij atenH398broodH3899, en vernachttenH3885 op dat gebergteH2022.Toen slachtte Jakob een slachting op dat gebergte, en hij nodigde zijn broederen, om brood te eten; en zij aten brood, en vernachtten op dat gebergte.
KJVThen Jacob2offered1sacrifice3upon the mount,4and called5his brethren6to eat7bread:8and they did eat9bread,10and tarried all night11in the mount.
55En Laban stond des morgens vroeg op, en kuste zijn zonen, en zijn dochteren, en zegende hen; en Laban trok heen, en keerde weder tot zijn plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
55En LabanH3837stondH7925 des morgensH1242vroegH7925 op, en kusteH5401 zijn zonenH1121, en zijn dochterenH1323, en zegendeH1288 hen; en LabanH3837trokH3212 heen, en keerdeH7725 weder tot zijn plaatsH4725.En Laban stond des morgens vroeg op, en kuste zijn zonen, en zijn dochteren, en zegende hen; en Laban trok heen, en keerde weder tot zijn plaats.
1וַיַּשְׁכֵּ֨םH7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning2לָבָ֜ןH3837Laban, LabansLaban3בַּבֹּ֗קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow4וַיְנַשֵּׁ֧קH5401kuste, kussen, gekustarmed (men), rule, kiss, that touched5לְבָנָ֛יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6וְלִבְנוֹתָ֖יוH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village7וַיְבָ֣רֶךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank8אֶתְהֶ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9וַיֵּ֛לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak10וַיָּ֥שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw11לָבָ֖ןH3837Laban, LabansLaban12לִמְקֹמֽוֹH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 31:1— Toen hoorde hij de woorden der zonen van Laban, zeggende: Jakob heeft genomen alles, wat onzes vaders was, en van hetgeen, dat onzes vaders was, heeft hij al deze heerlijkheid gemaakt.Prediker 4:4→Psalmen 57:4→Genesis 45:13→Psalmen 17:14→Psalmen 49:16→Psalmen 64:3→Titus 3:3→1 Timotheüs 6:4→
Genesis 31:2— Jakob zag ook het aangezicht van Laban aan, en ziet, het was jegens hem niet als gisteren en eergisteren.Genesis 4:5→1 Samuël 18:9→Genesis 30:27→1 Samuël 19:7→Deuteronomium 19:4→Deuteronomium 28:54→Daniël 3:19→Exodus 4:10→
Genesis 31:3— En de HEERE zeide tot Jakob: Keer weder tot het land uwer vaderen, en tot uw maagschap, en Ik zal met u zijn.Genesis 28:15→Genesis 32:9→Genesis 31:13→Genesis 21:22→Genesis 28:13→Hebreeën 13:5→Genesis 30:25→Psalmen 90:15→
Genesis 31:5— En hij zeide tot haar: Ik zie het aangezicht uws vaders, dat het jegens mij niet is als gisteren en eergisteren; doch de God mijns vaders is bij mij geweest.Genesis 31:2→Genesis 31:53→Genesis 31:42→Genesis 50:17→Genesis 21:22→Genesis 32:9→Genesis 48:15→Genesis 31:13→
Genesis 31:6— En gijlieden weet, dat ik met al mijn macht uw vader gediend heb.Genesis 30:29→Kolossenzen 3:22→1 Petrus 2:18→Efeze 6:5→Genesis 31:38→Titus 2:9→
Genesis 31:7— Maar uw vader heeft bedriegelijk met mij gehandeld, en heeft mijn loon tien malen veranderd; doch God heeft hem niet toegelaten, om mij kwaad te doen.Zacharia 8:23→Nehemia 4:12→Numeri 14:22→Genesis 31:41→Genesis 31:29→Psalmen 37:28→Job 19:8→Psalmen 105:14→
Genesis 31:8— Wanneer hij aldus zeide: De gespikkelde zullen uw loon zijn, zo lammerden al de kudden gespikkelde; en wanneer hij alzo zeide: De gesprenkelde zullen uw loon zijn, zo lammerden al de kudden gesprenkelde.Genesis 30:32→
Genesis 31:9— Alzo heeft God uw vader het vee ontrukt, en aan mij gegeven.Genesis 31:1→Genesis 31:16→Spreuken 13:22→Psalmen 50:10→Mattheüs 20:15→Esther 8:1→
Genesis 31:10— En het geschiedde ten tijde, als de kudde hittig werd, dat ik mijn ogen ophief, en ik zag in den droom; en ziet, de bokken, die de kudden beklommen, waren gesprenkeld, gespikkeld, en hagelvlakkig.Genesis 20:6→Genesis 31:24→Genesis 30:39→Numeri 12:6→1 Koningen 3:5→Genesis 28:12→Deuteronomium 13:1→
Genesis 31:11— En de Engel Gods zeide tot mij in de droom: Jakob! En ik zeide: Zie, hier ben ik!Jesaja 58:9→Genesis 31:13→Genesis 22:1→Genesis 18:17→Genesis 16:7→Genesis 31:5→1 Samuël 3:8→Genesis 18:1→
Genesis 31:12— En Hij zeide: Hef toch uw ogen op, en zie! alle bokken, die de kudde beklimmen, zijn gesprenkeld, gespikkeld, en hagelvlakkig; want Ik heb gezien alles, wat Laban u doet.Exodus 3:7→Genesis 30:37→Genesis 31:42→Leviticus 19:13→Psalmen 139:3→Exodus 3:9→Deuteronomium 24:15→Psalmen 12:5→
Genesis 31:13— Ik ben die God van Beth-El, alwaar gij het opgerichte teken gezalfd hebt, waar gij Mij een gelofte beloofd hebt; nu, maak u op, vertrek uit dit land, en keer weder in het land uwer maagschap.Genesis 32:9→Genesis 31:3→Genesis 28:12→Genesis 35:7→
Genesis 31:14— Toen antwoordden Rachel en Lea, en zeiden tot hem: Is er nog voor ons een deel of erfenis, in het huis onzes vaders?Genesis 29:29→Ruth 4:11→Genesis 29:24→Genesis 2:24→
Genesis 31:15— Zijn wij niet vreemden van hem geacht? Want hij heeft ons verkocht, en hij heeft ook steeds ons geld verteerd.Genesis 29:15→Genesis 30:26→Exodus 21:7→Genesis 29:27→Genesis 31:41→Nehemia 5:8→
Genesis 31:16— Want al de rijkdom, welke God onze vader heeft ontrukt, die is onze, en van onze zonen; nu dan, doe alles, wat God tot u gezegd heeft.Genesis 31:9→Genesis 30:35→Psalmen 45:10→
Genesis 31:17— Toen maakte zich Jakob op, en laadde zijn zonen en zijn vrouwen op kemelen.Genesis 24:10→Genesis 24:61→1 Samuël 30:17→
Genesis 31:18— En hij voerde al zijn vee weg, en al zijn have, die hij gewonnen had, het vee, dat hij bezat, hetwelk hij in Paddan-Aram geworven had, om te komen tot Izak, zijn vader, naar het land Kanaan.Genesis 27:1→Genesis 28:21→Genesis 35:27→Genesis 27:41→
Genesis 31:19— Laban nu was gegaan, om zijn schapen te scheren; zo stal Rachel de terafim, die haar vader had.Genesis 31:30→Hosea 3:4→1 Samuël 19:13→Genesis 35:2→Genesis 31:34→Ezechiël 21:21→Genesis 31:32→Jozua 24:2→
Genesis 31:21— En hij vlood, en al wat het zijne was, en hij maakte zich op, en voer over de rivier, en hij zette zijn aangezicht naar het gebergte Gilead.2 Koningen 12:17→Genesis 37:25→Genesis 46:28→Lukas 9:51→1 Koningen 17:1→Jozua 13:8→Jeremia 50:5→Genesis 31:23→
Genesis 31:22— En ten derden dage werd aan Laban geboodschapt, dat Jakob gevloden was.Job 5:12→Genesis 30:36→Exodus 14:5→
Genesis 31:23— Toen nam hij zijn broeders met zich, en jaagde hem achterna, een weg van zeven dagen, en hij kreeg hem op het gebergte van Gilead.Genesis 24:27→Genesis 13:8→Exodus 2:11→Exodus 2:13→
Genesis 31:24— Doch God kwam tot Laban, den Syrier, in een droom des nachts, en Hij zeide tot hem: Wacht u, dat gij met Jakob spreekt, noch goed, noch kwaad.Genesis 20:3→Genesis 24:50→Genesis 31:29→Numeri 24:13→2 Samuël 13:22→Genesis 31:42→Mattheüs 2:12→Numeri 22:26→
Genesis 31:25— En Laban achterhaalde Jakob; Jakob nu had zijn tent geslagen op dat gebergte; ook sloeg Laban met zijn broederen de zijne op het gebergte van Gilead.Hebreeën 11:9→Genesis 12:8→Genesis 33:18→
Genesis 31:26— Toen zeide Laban tot Jakob: Wat hebt gij gedaan, dat gij u aan mijn hart ontstolen hebt, en mijn dochteren ontvoerd hebt, als gevangenen met het zwaard?1 Samuël 30:2→Jozua 7:19→Genesis 34:29→Genesis 26:10→1 Samuël 17:29→Johannes 18:35→1 Samuël 14:43→Genesis 4:10→
Genesis 31:27— Waarom zijt gij heimelijk gevloden, en hebt u aan mij ontstolen? en hebt het mij niet aangezegd, dat ik u geleid had met vreugde, en met gezangen, met trommel en met harp?Exodus 15:20→Genesis 24:59→Genesis 31:31→Genesis 4:21→Job 21:11→Genesis 31:20→Richteren 6:27→Spreuken 26:23→
Genesis 31:28— Ook hebt gij mij niet toegelaten mijn zonen en mijn dochteren te kussen; nu, gij hebt dwaselijk gehandeld, zo doende.Genesis 31:55→1 Koningen 19:20→Handelingen 20:37→Ruth 1:9→Ruth 1:14→Genesis 29:13→Genesis 31:24→Exodus 4:27→
Genesis 31:29— Het ware in de macht mijner hand aan ulieden kwaad te doen; maar de God van ulieder vader heeft tot mij gisteren nacht gesproken, zeggende: Wacht u, van met Jakob te spreken, of goed, of kwaad.Genesis 31:53→Genesis 31:42→Genesis 28:13→Genesis 31:24→Johannes 19:10→Handelingen 9:5→2 Koningen 19:10→Daniël 6:26→
Genesis 31:30— En nu, gij hebt immers willen vertrekken, omdat gij zo zeer begerig waart naar uws vaders huis; waarom hebt gij mijn goden gestolen?Genesis 31:19→Richteren 18:24→Jeremia 10:11→Richteren 6:31→2 Samuël 5:21→Jeremia 43:12→Exodus 12:12→Jesaja 46:1→
Genesis 31:31— Toen antwoordde Jakob, en zeide tot Laban: Omdat ik vreesde; want ik zeide: Opdat gij niet misschien uw dochteren mij ontweldigdet!Genesis 31:26→Genesis 20:11→Spreuken 29:25→
Genesis 31:32— Bij wien gij uw goden vinden zult, laat hem niet leven! Onderken gij voor onze broederen, wat bij mij is, en neem het tot u. Want Jakob wist niet, dat Rachel dezelve gestolen had.Genesis 19:7→2 Korinthe 8:20→Genesis 44:9→1 Samuël 12:3→Genesis 31:30→Genesis 31:19→Genesis 31:23→Genesis 30:33→
Genesis 31:33— Toen ging Laban in de tent van Jakob, en in de tent van Lea, en in de tent van de beide dienstmaagden, en hij vond niets; en als hij uit de tent van Lea gegaan was, kwam hij in de tent van Rachel.Genesis 24:67→Genesis 24:28→
Genesis 31:34— Maar Rachel had de terafim genomen, en zij had die in een kemels zadeltuig gelegd, en zij zat op dezelve. En Laban betastte die ganse tent, en hij vond niets.Genesis 31:17→Genesis 31:19→
Genesis 31:35— En zij zeide tot haar vader: Dat de toorn niet ontsteke in mijns heren ogen, omdat ik voor uw aangezicht niet kan opstaan; want het gaat mij naar der vrouwen wijze; en hij doorzocht; maar hij vond de terafim niet.Leviticus 19:32→Leviticus 19:3→Exodus 20:12→1 Petrus 2:18→Leviticus 15:19→Efeze 6:1→1 Petrus 3:6→Genesis 18:11→
Genesis 31:36— Toen ontstak Jakob, en twistte met Laban; en Jakob antwoordde en zeide tot Laban: Wat is mijn overtreding, wat is mijn zonde, dat gij mij zo hittiglijk hebt nagejaagd?Genesis 49:7→Spreuken 28:1→Genesis 34:7→Efeze 4:26→Numeri 16:15→Markus 3:5→Genesis 30:2→2 Koningen 13:19→
Genesis 31:37— Als gij al mijn huisraad betast hebt, wat hebt gij gevonden van al het huisraad uws huizes! Leg het hier voor mijn broederen en uw broederen, en laat hen richten tussen ons beiden.Mattheüs 18:16→Genesis 31:32→1 Samuël 12:3→1 Petrus 2:12→Hebreeën 13:18→Jozua 7:23→1 Petrus 3:16→1 Thessalonicenzen 2:10→
Genesis 31:38— Deze twintig jaren ben ik bij u geweest; uw ooien en uw geiten hebben niet misdragen, en de rammen uwer kudde heb ik niet gegeten.Exodus 23:26→Ezechiël 34:2→Genesis 30:27→Deuteronomium 28:4→Genesis 30:30→
Genesis 31:39— Het verscheurde heb ik tot u niet gebracht; ik heb het geboet; gij hebt het van mijn hand geeist, het ware des daags gestolen, of des nachts gestolen.Lukas 2:8→1 Samuël 17:34→Leviticus 22:8→Exodus 22:10→Exodus 22:31→Johannes 10:12→
Genesis 31:40— Ik ben geweest, dat mij bij dag de hitte verteerde, en bij nacht de vorst, en dat mijn slaap van mijn ogen week.Johannes 21:15→Exodus 3:1→Hebreeën 13:7→1 Petrus 5:2→Psalmen 78:70→Exodus 2:19→Hosea 12:12→Lukas 2:8→
Genesis 31:41— Ik ben nu twintig jaren in uw huis geweest; ik heb u veertien jaren gediend om uw beide dochteren, en zes jaren om uw kudde; en gij hebt mijn loon tien malen veranderd.Genesis 31:7→Genesis 29:18→Genesis 30:33→1 Korinthe 15:10→Genesis 31:38→2 Korinthe 11:26→
Genesis 31:42— Ten ware de God van mijn vader, de God van Abraham, en de Vreze van Izak, bij mij geweest was, zekerlijk, gij zoudt mij nu ledig weggezonden hebben! God heeft mijn ellende, en den arbeid mijner handen aangezien, en heeft u gisteren nacht bestraft.Genesis 31:53→Genesis 29:32→Genesis 31:29→Psalmen 124:1→Genesis 31:24→Jesaja 8:13→Exodus 3:7→1 Kronieken 12:17→
Genesis 31:44— Nu dan, kom, laat ons een verbond maken, ik en gij, dat het tot een getuigenis zij tussen mij en tussen u!Jozua 22:27→Genesis 31:48→1 Samuël 20:14→Deuteronomium 31:21→Genesis 26:28→Genesis 15:18→Jozua 24:25→Genesis 31:52→
Genesis 31:45— Toen nam Jakob een steen, en hij verhoogde die, tot een opgericht teken.Genesis 28:18→
Genesis 31:46— En Jakob zeide tot zijn broederen: Vergadert stenen! En zij namen stenen, en maakten een hoop; en zij aten aldaar op dien hoop.Jozua 7:26→Jozua 4:20→Genesis 31:23→Genesis 31:54→2 Samuël 18:17→Jozua 4:5→Genesis 31:32→Genesis 31:37→
Genesis 31:47— En Laban noemde hem Jegar-Sahadutha; maar Jakob noemde denzelven Gilead.Hebreeën 12:1→
Genesis 31:48— Toen zeide Laban: Deze hoop zij heden een getuige tussen mij en tussen u! Daarom noemde men zijn naam Gilead,Jozua 24:27→Genesis 31:23→Jozua 13:8→Deuteronomium 2:36→Deuteronomium 3:16→
Genesis 31:49— En Mizpa; omdat hij zeide: Dat de HEERE opzicht neme tussen mij en tussen u, wanneer wij de een van den ander zullen verborgen zijn!Richteren 11:29→1 Koningen 15:22→1 Samuël 7:5→Richteren 10:17→Hosea 5:1→Richteren 11:11→
Genesis 31:50— Zo gij mijn dochteren beledigt, en zo gij vrouwen neemt boven mijn dochteren, niemand is bij ons; zie toe, God zal getuige zijn tussen mij en tussen u!Jeremia 42:5→Jeremia 29:23→1 Samuël 12:5→Richteren 11:10→Micha 1:2→Maleachi 3:5→Mattheüs 19:5→1 Thessalonicenzen 2:5→
Genesis 31:52— Deze zelfde hoop zij getuige, en dit opgericht teken zij getuige, dat ik tot u voorbij deze hoop niet komen zal, en dat gij tot mij, voorbij deze hoop en dit opgericht teken, niet komen zult ten kwade!Genesis 31:48→Genesis 31:44→
Genesis 31:53— De God van Abraham, en de God van Nahor, de God huns vaders richte tussen ons! En Jakob zwoer bij de Vreze zijn vaders Izaks.Genesis 31:42→Genesis 16:5→Jozua 24:2→Exodus 3:6→Genesis 11:24→Genesis 28:13→Genesis 17:7→Genesis 22:20→
Genesis 31:54— Toen slachtte Jakob een slachting op dat gebergte, en hij nodigde zijn broederen, om brood te eten; en zij aten brood, en vernachtten op dat gebergte.Exodus 18:12→Genesis 26:30→Genesis 21:8→Genesis 37:25→2 Samuël 3:20→
Genesis 31:55— En Laban stond des morgens vroeg op, en kuste zijn zonen, en zijn dochteren, en zegende hen; en Laban trok heen, en keerde weder tot zijn plaats.Genesis 31:28→Genesis 18:33→Genesis 30:25→Genesis 24:60→Numeri 23:8→Numeri 24:25→Numeri 23:5→Psalmen 76:10→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 31 vers 1— Toen hoorde hij de woorden der zonen van Laban, zeggende: Jakob heeft genomen alles, wat onzes vaders was, en van hetgeen, dat onzes vaders was, heeft hij al deze heerlijkheid gemaakt.
al deze
Dat is, al dezen rijkdom, waaruit eer en heerlijkheid plachten te volgen.
Hertaald:al deze
Dat is: al deze rijkdom, waaruit doorgaans eer en aanzien voortvloeien.
Genesis 31 vers 2— Jakob zag ook het aangezicht van Laban aan, en ziet, het was jegens hem niet als gisteren en eergisteren.
als gisteren
Dat is, gelijk te voren. Zo worden deze woorden ook genomen onder, vs.5; Ex. 4:10 en Ex. 5:7-8, en Ex. 21:29; Joz. 3:4, Joz. 4:18, enz.
Hertaald:als gisteren
Dat is: zoals voorheen. Zo worden deze woorden ook gebruikt in vers 5; Ex. 4:10 en Ex. 5:7-8, en Ex. 21:29; Joz. 3:4, Joz. 4:18, enz.
Genesis 31 vers 3— En de HEERE zeide tot Jakob: Keer weder tot het land uwer vaderen, en tot uw maagschap, en Ik zal met u zijn.
tot het land
Dat is, het land Kanaän, hetwelk Ik uw vader Izak en uw grootvader Abraham beloofd heb; hoewel zij in dezen tijd daar niet in hadden dan den akker en de spelonk, waarin Sara begraven was.
Hertaald:tot het land
Dat is: het land Kanaän, dat Ik uw vader Izak en uw grootvader Abraham beloofd heb; hoewel zij op dat moment daarin niets anders bezaten dan de akker en de spelonk waarin Sara begraven was.
Ik zal
Zie boven Gen. 21:22, en Gen. 26:24; idem, onder, Gen. 32:9 waar Jakob zelf deze woorden verklaart.
Hertaald:Ik zal
Zie Gen. 21:22, en Gen. 26:24; zie ook Gen. 32:9, waar Jakob zelf deze woorden uitlegt.
Genesis 31 vers 4— Toen zond Jakob heen, en riep Rachel en Lea, op het veld tot zijn kudde;
op het veld
Om zonder verlet van zijn werk, en met meerdere vrijheid te spreken met zijn vrouwen.
Hertaald:op het veld
Om zonder onderbreking van zijn werk, en met meer vrijheid, met zijn vrouwen te spreken.
Genesis 31 vers 5— En hij zeide tot haar: Ik zie het aangezicht uws vaders, dat het jegens mij niet is als gisteren en eergisteren; doch de God mijns vaders is bij mij geweest.
de God
Zie boven, Gen. 28:13.
Hertaald:de God
Zie Gen. 28:13.
is bij mij
Dat is, mij verschenen, en heeft mij bevolen naar mijn land te trekken. Zie onder, vs.13.
Hertaald:is bij mij
Dat is: aan mij verschenen, en heeft mij bevolen naar mijn land te trekken. Zie vers 13.
Genesis 31 vers 6— En gijlieden weet, dat ik met al mijn macht uw vader gediend heb.
macht uw
Zowel des geestes met zorgen, als des lichaams met waken, lopen en slapen. Verg. onder, vs.40, 42.
Hertaald:macht uw
Zowel van geest, met zorgen, als van lichaam, met waken, lopen en slapen. Vergelijk vers 40, 42.
Genesis 31 vers 7— Maar uw vader heeft bedriegelijk met mij gehandeld, en heeft mijn loon tien malen veranderd; doch God heeft hem niet toegelaten, om mij kwaad te doen.
heeft bedriegelijk
Anders, met mij gespot.
Hertaald:heeft bedriegelijk
Anders: met mij gespot.
tien malen
Dat is, dikwijls, alzo wordt het getal tien, voor dikwijls genomen; onder, vs.41; Lev. 26:26; Num. 14:22; 1 Sam. 1:8, en Job 19:3.
Hertaald:tien malen
Dat is: vaak; zo wordt het getal tien vaker gebruikt voor 'vaak'; vers 41; Lev. 26:26; Num. 14:22; 1 Sam. 1:8, en Job 19:3.
Genesis 31 vers 8— Wanneer hij aldus zeide: De gespikkelde zullen uw loon zijn, zo lammerden al de kudden gespikkelde; en wanneer hij alzo zeide: De gesprenkelde zullen uw loon zijn, zo lammerden al de kudden gesprenkelde.
Wanneer
Merk op, dat het verdrag, hetwelk Jakob met Laban gemaakt had, boven Gen. 30:32-33, enz., menigmalen is veranderd door Labans gierigheid; en de verandering verdragen door Jakobs lijdzaamheid.
Hertaald:Wanneer
Merk op dat het verdrag dat Jakob met Laban gesloten had, Gen. 30:32-33, enz., herhaaldelijk veranderd is door Labans hebzucht, en dat Jakob deze veranderingen met geduld verdragen heeft.
Genesis 31 vers 9— Alzo heeft God uw vader het vee ontrukt, en aan mij gegeven.
mij gegeven
Hieruit blijkt dat dit ganse werk niet gekomen is uit enig bedriegelijk beleid van Jakob, maar door Gods regering.
Hertaald:mij gegeven
Hieruit blijkt dat dit alles niet voortgekomen is uit enig bedrieglijk beleid van Jakob, maar door Gods bestuur.
Genesis 31 vers 10— En het geschiedde ten tijde, als de kudde hittig werd, dat ik mijn ogen ophief, en ik zag in den droom; en ziet, de bokken, die de kudden beklommen, waren gesprenkeld, gespikkeld, en hagelvlakkig.
in den droom;
Zie boven, vs.5.
Hertaald:in den droom;
Zie vers 5.
bokken,
Anders, rammelaars; dat is, zowel rammen als bokken.
Hertaald:bokken,
Anders: rammelaars; dat is: zowel rammen als bokken.
hagelvlekkig
Dat is, die plekken hadden naar de grootte en kleur van de gewone hagelstenen, onderscheiden van de geprikkelde, die zwarte stipjes hadden op de witte huid.
Hertaald:hagelvlekkig
Dat is: die plekken hadden ter grootte en kleur van gewone hagelstenen, te onderscheiden van de gespikkelde dieren, die zwarte stipjes op de witte huid hadden.
Genesis 31 vers 11— En de Engel Gods zeide tot mij in de droom: Jakob! En ik zeide: Zie, hier ben ik!
de engel
Versta, den Heere Christus, gelijk blijkt boven, vs.5, en onder, vs.13.
Hertaald:de engel
Versta hieronder: de Heere Christus, zoals blijkt uit vers 5 en vers 13.
Genesis 31 vers 13— Ik ben die God van Beth-El, alwaar gij het opgerichte teken gezalfd hebt, waar gij Mij een gelofte beloofd hebt; nu, maak u op, vertrek uit dit land, en keer weder in het land uwer maagschap.
God van
Dat is, die u te Bethel verschenen ben, en beloofd heb u bij te blijven, u te bewaren, en in Kanaän wederom te brengen.
Hertaald:God van
Dat is: Die u te Beth-El verschenen ben, en beloofd heb bij u te blijven, u te bewaren, en u in Kanaän terug te brengen.
in het land
Zie boven, vs.3, en onder, vs.18.
Hertaald:in het land
Zie vers 3, en vers 18.
Genesis 31 vers 14— Toen antwoordden Rachel en Lea, en zeiden tot hem: Is er nog voor ons een deel of erfenis, in het huis onzes vaders?
Is er nog
Zij willen zeggen, neen, want hij ook gunt ons het bedongen loon niet, maar heeft dit dikwijls veranderd.
Hertaald:Is er nog
Zij willen zeggen: nee, want ook ons gunt hij het overeengekomen loon niet, maar heeft dit vaak veranderd.
Genesis 31 vers 15— Zijn wij niet vreemden van hem geacht? Want hij heeft ons verkocht, en hij heeft ook steeds ons geld verteerd.
Zijn wij
Hij heeft ons niet als dochters met eerlijke bruidsgift uitgezet, maar als dienstboden voor loon uitgestoten.
Hertaald:Zijn wij
Hij heeft ons niet als dochters met een eerlijke bruidsschat uitgehuwelijkt, maar ons als dienstmaagden voor loon weggedaan.
hij heeft ons
Te weten voor uw dienst van veertien jaren, hetwelk een manier van verkopen was.
Hertaald:hij heeft ons
Namelijk: voor uw dienst van veertien jaar, wat een vorm van verkopen was.
hij heeft ook steeds
Hebr. gegeten etende; dat is, steeds of doorgaans gegeten.
Hertaald:hij heeft ook steeds
Hebreeuws: gegeten etend; dat is: voortdurend of doorgaans opgegeten.
geld verteerd
Zij verstaan door dit geld de vrucht en het gewin van Jakobs dienst, dat Laban haar niet alleen onthouden, maar ook voor zich verteerd heeft, zonder haar daarvan iets mede te delen. In het volgende, verteerd, Hebr. opgegeten.
Hertaald:geld verteerd
Zij verstaan onder dit geld de opbrengst en winst van Jakobs dienst, die Laban hun niet alleen onthouden, maar ook zelf verbruikt heeft, zonder hun daarvan iets mee te delen. In het volgende: verteerd, Hebreeuws: opgegeten.
Genesis 31 vers 16— Want al de rijkdom, welke God onze vader heeft ontrukt, die is onze, en van onze zonen; nu dan, doe alles, wat God tot u gezegd heeft.
al de rijkdom,
Zie boven, vs.9.
Hertaald:al de rijkdom,
Zie vers 9.
zonen;
Dat is, kinderen; gelijk elders dikwijls.
Hertaald:zonen;
Dat is: kinderen; zoals elders vaak.
Genesis 31 vers 17— Toen maakte zich Jakob op, en laadde zijn zonen en zijn vrouwen op kemelen.
zonen en
Of, kinderen.
Hertaald:zonen en
Of: kinderen.
Genesis 31 vers 18— En hij voerde al zijn vee weg, en al zijn have, die hij gewonnen had, het vee, dat hij bezat, hetwelk hij in Paddan-Aram geworven had, om te komen tot Izak, zijn vader, naar het land Kanaan.
het vee
Hebr. het vee zijner bezitting.
Hertaald:het vee
Hebreeuws: het vee van zijn bezit.
te Paddan-Aram
Zie boven, Gen. 25:20.
Hertaald:te Paddan-Aram
Zie Gen. 25:20.
Genesis 31 vers 19— Laban nu was gegaan, om zijn schapen te scheren; zo stal Rachel de terafim, die haar vader had.
de terafim,
Terafim zijn geweest een soort van beelden naar figuur van een mens gemaakt; 1 Sam. 19:13, 1 Sam. 19:16, tot afgoden, vs.30, 32, om die van toekomende dingen te vragen; Ezech. 21:21, en waardoor zij van den duivel antwoord kregen, naar waarheid of naar leugen; Zach. 10:2. Van de terafim wordt ook gesproken Richt. 17:5, en Richt. 18:14, Richt. 18:17, Richt. 18:18, Richt. 18:20; 1 Sam. 15:23; 2 Kon. 23:24, en Hos. 3:4. Deze terafim heeft Laban [hoewel de ware God hem niet onbekend was, boven, Gen. 30:27, en in dit hoofdst. vs.24, 29], godsdienstige eer bewezen, willende aldus tezamen God en de afgoden dienen, of de kennis van den waren God gans door afgoderij in ongerechtigheid tenonder houden. Dit is de eerste plaats waar de Heilige Schrift van de afgoden spreekt, alhoewel zij er tevoren lang geweest zijn.
Hertaald:de terafim,
Terafim waren een soort beelden, gemaakt naar de gedaante van een mens; 1 Sam. 19:13, 1 Sam. 19:16, en dienden als afgoden, vers 30, 32, om die te raadplegen over toekomstige dingen; Ezech. 21:21, waarbij zij van de duivel antwoord kregen, naar waarheid of naar leugen; Zach. 10:2. Van de terafim wordt ook gesproken in Richt. 17:5, en Richt. 18:14, Richt. 18:17, Richt. 18:18, Richt. 18:20; 1 Sam. 15:23; 2 Kon. 23:24, en Hos. 3:4. Aan deze terafim heeft Laban — hoewel de ware God hem niet onbekend was, Gen. 30:27, en in dit hoofdstuk vers 24, 29 — godsdienstige eer bewezen, waarmee hij tegelijk God en de afgoden wilde dienen, of de kennis van de ware God door afgoderij geheel in ongerechtigheid wilde onderdrukken. Dit is de eerste plaats waar de Heilige Schrift over de afgoden spreekt, hoewel zij toen al lang bestonden.
Genesis 31 vers 20— En Jakob ontstal zich aan het hart van Laban, den Syrier, overmits hij hem niet te kennen gaf, dat hij vlood.
ontstal
Dat is, hij ging heimelijk en steelsgewijze buiten Labans weten en kennis weg, gelijk de volgende woorden verklaren; ook vs.26,27. In zulk een zin wordt deze manier van spreken ook gebruikt, 2 Sam. 19:3, maar in een anderen zin wordt zij gevonden 2 Sam. 15:6. De reden van dit haastig en stil vertrek schijnt geweest te zijn Gods ingeven en uitdrukkelijk bevel, vs.13.
Hertaald:ontstal
Dat is: hij vertrok heimelijk en steelsgewijs, buiten Labans weten om, zoals de volgende woorden verklaren; ook vers 26, 27. In zo'n betekenis wordt deze uitdrukking ook gebruikt in 2 Sam. 19:3, maar in een andere betekenis in 2 Sam. 15:6. De reden van dit haastige en stille vertrek lijkt Gods ingeving en uitdrukkelijke bevel geweest te zijn, vers 13.
Genesis 31 vers 21— En hij vlood, en al wat het zijne was, en hij maakte zich op, en voer over de rivier, en hij zette zijn aangezicht naar het gebergte Gilead.
de rivier,
Te weten, Frath of Eufraat, vloeiende tussen Chaldeën en Kanaän, boven, Gen. 2:14, en Gen. 15:18, zonder bijvoeging van den eigennaam wordt hij de Rivier genaamd, om zijn grootte en vermaardheid, hier en Ex. 23:31; Joz. 24:2-3, enz.
Hertaald:de rivier,
Namelijk: de Frath of Eufraat, die tussen Chaldea en Kanaän stroomt, Gen. 2:14, en Gen. 15:18; zonder toevoeging van de eigennaam wordt hij vanwege zijn grootte en bekendheid 'de Rivier' genoemd, hier en in Ex. 23:31; Joz. 24:2-3, enz.
zette zijn
Of, richtte, of stelde, dat is, hij besloot vastelijk den weg daarheen te nemen; zie Jer. 50:5, en Luc. 9:51, Luc. 9:53.
Hertaald:zette zijn
Of: richtte, of stelde; dat is: hij besloot vastberaden die weg in te slaan; zie Jer. 50:5, en Luc. 9:51, Luc. 9:53.
Gileads
Een gebergte, gelegen achter Fenicië over de Jordaan, en grenzende aan het gebergte Libanon. Beneden dezen berg lag een zeer goed land, ook Gilead, of Galaad, genaamd vruchtbaar, en weiland; onder, Gen. 37:25; Deut. 34:1; Jer. 8:22, en Jer. 22:6. Dit land werd naderhand den Amorieten afgenomen, en ten dele gegeven aan de stammen van Gad en Ruben, en den halven stam van Manasse. Zie Num. 32:1, enz; Deut. 3:12-13, Deut. 3:15-16; Joz. 13:8-11, enz.
Hertaald:Gileads
Een gebergte, gelegen achter Fenicië, aan de overkant van de Jordaan, grenzend aan het gebergte Libanon. Beneden deze berg lag een zeer goed land, eveneens Gilead, of Gaäd, genoemd, vruchtbaar en geschikt als weideland; Gen. 37:25; Deut. 34:1; Jer. 8:22, en Jer. 22:6. Dit land werd later van de Amorieten afgenomen en gedeeltelijk gegeven aan de stammen van Gad en Ruben, en de halve stam van Manasse. Zie Num. 32:1, enz.; Deut. 3:12-13, Deut. 3:15-16; Joz. 13:8-11, enz.
Genesis 31 vers 22— En ten derden dage werd aan Laban geboodschapt, dat Jakob gevloden was.
En ten
Labans kudde was drie dagreizen van Jakobs kudde gelegen; bov. Gen. 30:36.
Hertaald:En ten
Labans kudde lag drie dagreizen van Jakobs kudde vandaan; zie Gen. 30:36.
Genesis 31 vers 23— Toen nam hij zijn broeders met zich, en jaagde hem achterna, een weg van zeven dagen, en hij kreeg hem op het gebergte van Gilead.
broederen
Dat is, bloedvrienden; en zo in het volgende.
Hertaald:broederen
Dat is: bloedverwanten; zo ook verderop.
een weg
Dat is, zeven dagreizen. Zie boven, Gen. 30:36.
Hertaald:een weg
Dat is: zeven dagreizen. Zie Gen. 30:36.
Genesis 31 vers 24— Doch God kwam tot Laban, den Syrier, in een droom des nachts, en Hij zeide tot hem: Wacht u, dat gij met Jakob spreekt, noch goed, noch kwaad.
God kwam
Te weten, eer hij Jakob achterhaalde, of bij hem kwam.
Hertaald:God kwam
Namelijk: voordat hij Jakob inhaalde, of bij hem kwam.
in een droom
Zie boven, Gen. 20:3.
Hertaald:in een droom
Zie Gen. 20:3.
noch goed,
Hebr. van het goede tot het kwade, dat is, noch met goede, noch met kwade woorden zult gij hem van zijn reis afbrengen, maar laten hem in zijn reis voortgaan. Verg. boven, Gen. 24:50.
Hertaald:noch goed,
Hebreeuws: van het goede tot het kwade; dat is: noch met goede, noch met kwade woorden zult u hem van zijn reis afbrengen, maar u zult hem zijn reis laten voortzetten. Vergelijk Gen. 24:50.
Genesis 31 vers 25— En Laban achterhaalde Jakob; Jakob nu had zijn tent geslagen op dat gebergte; ook sloeg Laban met zijn broederen de zijne op het gebergte van Gilead.
Genesis 31 vers 26— Toen zeide Laban tot Jakob: Wat hebt gij gedaan, dat gij u aan mijn hart ontstolen hebt, en mijn dochteren ontvoerd hebt, als gevangenen met het zwaard?
u van mijn
Zie boven, vs.20.
Hertaald:u van mijn
Zie vers 20.
als gevangenen
Dat is, die met geweld en tegen haar wil weggevoerd worden; hetwelk Laban ten onrechte Jakob verwijt. Zie boven, vs.14-16.
Hertaald:als gevangenen
Dat is: die met geweld en tegen hun wil weggevoerd worden; wat Laban Jakob ten onrechte verwijt. Zie vers 14-16.
Genesis 31 vers 27— Waarom zijt gij heimelijk gevloden, en hebt u aan mij ontstolen? en hebt het mij niet aangezegd, dat ik u geleid had met vreugde, en met gezangen, met trommel en met harp?
Waarom zijt
Hebr. waarom hebt gij u verborgen om te vluchten?
Hertaald:Waarom zijt
Hebreeuws: waarom hebt u zich verborgen om te vluchten?
hebt u
Dat is, waarom zijt gij steelsgewijze, buiten mijn weten, van mij weggetrokken? Verg. dit met vs.20. Anders, aldus: hebt mij bestolen, of mij gestolen, dat is, het mijne gestolen.
Hertaald:hebt u
Dat is: waarom bent u heimelijk, zonder mijn medeweten, van mij weggetrokken? Vergelijk dit met vers 20. Anders, aldus: hebt mij bestolen, of van mij gestolen, dat is: het mijne gestolen.
geleid had
Zie boven, Gen. 18:16.
Hertaald:geleid had
Zie Gen. 18:16.
harp?
Zie Gen. 4:21.
Hertaald:harp?
Zie Gen. 4:21.
Genesis 31 vers 28— Ook hebt gij mij niet toegelaten mijn zonen en mijn dochteren te kussen; nu, gij hebt dwaselijk gehandeld, zo doende.
te kussen;
Zie boven, Gen. 29:13.
Hertaald:te kussen;
Zie Gen. 29:13.
Genesis 31 vers 29— Het ware in de macht mijner hand aan ulieden kwaad te doen; maar de God van ulieder vader heeft tot mij gisteren nacht gesproken, zeggende: Wacht u, van met Jakob te spreken, of goed, of kwaad.
of goed,
Zie boven, vs.24.
Hertaald:of goed,
Zie vers 24.
Genesis 31 vers 30— En nu, gij hebt immers willen vertrekken, omdat gij zo zeer begerig waart naar uws vaders huis; waarom hebt gij mijn goden gestolen?
gij hebt
Hebr. gij zijt gaande gegaan.
Hertaald:gij hebt
Hebreeuws: u bent gaande gegaan.
zozeer
Hebr. begerende begeert hebt.
Hertaald:zozeer
Hebreeuws: begerend hebt u begeerd.
waarom hebt
Een grote verblindheid in Laban, dat hij zijn beelden voor goden houdt, die men hem nochtans, naar zijn mening, kon ontstelen; verg. boven, vs.19.
Hertaald:waarom hebt
Een grote verblindheid van Laban, dat hij zijn beelden voor goden houdt, terwijl men ze hem, naar zijn eigen mening, toch kon stelen; vergelijk vers 19.
Genesis 31 vers 31— Toen antwoordde Jakob, en zeide tot Laban: Omdat ik vreesde; want ik zeide: Opdat gij niet misschien uw dochteren mij ontweldigdet!
ik zeide
Te weten, bij mijzelven, dat is, ik dacht. Zie boven, Gen. 20:11. Anders, ik zeide tot mijn huisvrouwen, of tot mijn huisgezin.
Hertaald:ik zeide
Namelijk: bij mijzelf, dat is: ik dacht. Zie Gen. 20:11. Anders: ik zei tot mijn vrouwen, of tot mijn huisgezin.
mij ontweldigdet
Hebr. van met mij.
Hertaald:mij ontweldigdet
Hebreeuws: van met mij.
Genesis 31 vers 32— Bij wien gij uw goden vinden zult, laat hem niet leven! Onderken gij voor onze broederen, wat bij mij is, en neem het tot u. Want Jakob wist niet, dat Rachel dezelve gestolen had.
onderken
Hebr. onderken voor u. Zie boven Gen. 12:1.
Hertaald:onderken
Hebreeuws: onderken voor u. Zie Gen. 12:1.
wat bij mij
Te weten, van uw goederen.
Hertaald:wat bij mij
Namelijk: van uw bezittingen.
Genesis 31 vers 34— Maar Rachel had de terafim genomen, en zij had die in een kemels zadeltuig gelegd, en zij zat op dezelve. En Laban betastte die ganse tent, en hij vond niets.
kemelszadeltuig
Anders, strooisel.
Hertaald:kemelszadeltuig
Anders: strooisel.
Genesis 31 vers 35— En zij zeide tot haar vader: Dat de toorn niet ontsteke in mijns heren ogen, omdat ik voor uw aangezicht niet kan opstaan; want het gaat mij naar der vrouwen wijze; en hij doorzocht; maar hij vond de terafim niet.
Dat de toorn
Dat is, dat mijn heer niet bevangen worde door gramschap; die zich in de ogen pleegt te openbaren.
Hertaald:Dat de toorn
Dat is: dat mijn heer niet bevangen wordt door toorn, die zich doorgaans in de ogen openbaart.
het gaat
Hebr. mij is der vrouwen weg.
Hertaald:het gaat
Hebreeuws: mij is de weg der vrouwen.
Genesis 31 vers 36— Toen ontstak Jakob, en twistte met Laban; en Jakob antwoordde en zeide tot Laban: Wat is mijn overtreding, wat is mijn zonde, dat gij mij zo hittiglijk hebt nagejaagd?
dat gij mij
Hebr. dat gij gebrand hebt achter mij, het woord betekent dikwijls iemand met een brandend, heftig, grimmig en vijandig gemoed vervolgen, gelijk 1 Sam. 17:53; Ps. 10:2, Klaagl. 4:19.
Hertaald:dat gij mij
Hebreeuws: dat u gebrand hebt achter mij. Het woord betekent vaak: iemand met een brandend, heftig, grimmig en vijandig gemoed achtervolgen, zoals in 1 Sam. 17:53; Ps. 10:2, Klaagl. 4:19.
Genesis 31 vers 37— Als gij al mijn huisraad betast hebt, wat hebt gij gevonden van al het huisraad uws huizes! Leg het hier voor mijn broederen en uw broederen, en laat hen richten tussen ons beiden.
al mijn
Hebr. Al mijn vaten, en zo straks, van al de vaten van uw huis.
Hertaald:al mijn
Hebreeuws: al mijn vaten, en zo dadelijk: van al de vaten van uw huis.
Genesis 31 vers 39— Het verscheurde heb ik tot u niet gebracht; ik heb het geboet; gij hebt het van mijn hand geeist, het ware des daags gestolen, of des nachts gestolen.
ik heb het
Dat Jakob Laban heeft moeten vergoeden wat de wilde beesten verscheurd hadden, was onbillijk en tegen de wet; Ex. 22:13.
Hertaald:ik heb het
Dat Jakob aan Laban moest vergoeden wat de wilde dieren verscheurd hadden, was onbillijk en tegen de wet; Ex. 22:13.
Genesis 31 vers 40— Ik ben geweest, dat mij bij dag de hitte verteerde, en bij nacht de vorst, en dat mijn slaap van mijn ogen week.
week
Anders, vluchtte, of vlood, dezelfde manier van spreken vindt men ook Est. 6:1.
Hertaald:week
Anders: vluchtte, of vlood; dezelfde uitdrukking vindt men ook in Est. 6:1.
Genesis 31 vers 41— Ik ben nu twintig jaren in uw huis geweest; ik heb u veertien jaren gediend om uw beide dochteren, en zes jaren om uw kudde; en gij hebt mijn loon tien malen veranderd.
Ik ben nu
Hebr. dit zijn mijn twintig jaren in uw huis.
Hertaald:Ik ben nu
Hebreeuws: dit zijn mijn twintig jaren in uw huis.
om uw kudde;
Dat is, om zulk een gedeelte der kudde als mij, volgens ons verdrag, ten loon zou vallen.
Hertaald:om uw kudde;
Dat is: om het gedeelte van de kudde dat mij, volgens ons verdrag, als loon zou toevallen.
gij hebt
Zie boven, vs.7.
Hertaald:gij hebt
Zie vers 7.
Genesis 31 vers 42— Ten ware de God van mijn vader, de God van Abraham, en de Vreze van Izak, bij mij geweest was, zekerlijk, gij zoudt mij nu ledig weggezonden hebben! God heeft mijn ellende, en den arbeid mijner handen aangezien, en heeft u gisteren nacht bestraft.
de vreze
Dat is, God, die mijn vader Izak met groten eerbied en godvruchtigheid dient. Alzo wordt God genoemd onze vreze, Jes. 8:13, omdat Hij met een kinderlijke vreze door ons gevreesd moet zijn.
Hertaald:de vreze
Dat is: God, Die mijn vader Izak met grote eerbied en godsvrucht dient. Zo wordt God onze vreze genoemd, Jes. 8:13, omdat Hij met een kinderlijke vreze door ons gevreesd moet worden.
aangezien,
Het zien van God betekent zijn tegenwoordige weldaad, gelijk boven, Gen. 16:13, en Gen. 29:32; Ex. 3:7, Ex. 3:9; Ps. 31:8, en hier; of zijn straf, boven, Gen. 11:5; 1 Kron. 12:17, enz.
Hertaald:aangezien,
Het 'zien' van God duidt op Zijn tegenwoordige weldaad, zoals in Gen. 16:13, en Gen. 29:32; Ex. 3:7, Ex. 3:9; Ps. 31:8, en hier; of op Zijn straf, Gen. 11:5; 1 Kron. 12:17, enz.
Genesis 31 vers 43— Toen antwoordde Laban en zeide tot Jakob: Deze dochters zijn mijn dochters, en deze zonen zijn mijn zonen, en deze kudde is mijn kudde, ja, al wat gij ziet, dat is mijn; en wat zoude ik aan deze mijn dochteren heden doen? of aan haar zonen, die zij gebaard hebben?
wat zou ik
Dat is, hoe zou ik daartoe komen, dat ik haar kwaad zou doen, daar het mijn eigen vlees en bloed is; hij gelaat zich vriendschap te zoeken, ziende dat hij niet vermocht Jakob en de zijnen enig leed aan te doen. Dit was het beleid des Heeren, die Laban tot dat einde verschenen was.
Hertaald:wat zou ik
Dat is: hoe zou ik ertoe komen hun kwaad te doen, aangezien het mijn eigen vlees en bloed is; hij doet alsof hij vriendschap zoekt, terwijl hij ziet dat hij Jakob en de zijnen geen leed kan aandoen. Dit was het beleid van de HEERE, Die daartoe aan Laban verschenen was.
zonen, die zij
Anders, kinderen.
Hertaald:zonen, die zij
Anders: kinderen.
Genesis 31 vers 44— Nu dan, kom, laat ons een verbond maken, ik en gij, dat het tot een getuigenis zij tussen mij en tussen u!
maken, ik
Zie boven, Gen. 15:18.
Hertaald:maken, ik
Zie Gen. 15:18.
Genesis 31 vers 45— Toen nam Jakob een steen, en hij verhoogde die, tot een opgericht teken.
Toen nam
Daarmede tonende dat hij alle klachten laat varen, en gewillig was het verbond aan te gaan.
Hertaald:Toen nam
Waarmee hij liet zien dat hij alle klachten liet varen en bereid was het verbond aan te gaan.
Genesis 31 vers 46— En Jakob zeide tot zijn broederen: Vergadert stenen! En zij namen stenen, en maakten een hoop; en zij aten aldaar op dien hoop.
zijn broederen
Dat is, bloedverwanten, vrienden. Zie boven, vs.32, 37, en onder, vs.54.
Hertaald:zijn broederen
Dat is: bloedverwanten, verwanten. Zie vers 32, 37, en vers 54.
zij aten aldaar
Te weten, na het maken en bevestigen van het verbond.
Hertaald:zij aten aldaar
Namelijk: na het sluiten en bevestigen van het verbond.
Genesis 31 vers 47— En Laban noemde hem Jegar-Sahadutha; maar Jakob noemde denzelven Gilead.
Jegar-Sahadutha;
Dat is, in de Syrische taal, die Laban sprak, een hoop van getuigenis, betekenende het verbond, dat zij daar met elkander maakten.
Hertaald:Jegar-Sahadutha;
Dat is, in het Syrisch, de taal die Laban sprak: een hoop van getuigenis, verwijzend naar het verbond dat zij daar met elkaar sloten.
Gilead
Hebr. Gales; deze naam betekent even hetzelfde in het Hebr. wat de voorgaande in het Syrisch betekent; want Jakob, die een Hebreër was, wilde ook in zijn spraak aan dezen steenhoop een naam geven.
Hertaald:Gilead
Hebreeuws: Gales; deze naam betekent in het Hebreeuws precies hetzelfde als de voorgaande in het Syrisch; want Jakob, die een Hebreeër was, wilde ook in zijn eigen taal deze steenhoop een naam geven.
Genesis 31 vers 48— Toen zeide Laban: Deze hoop zij heden een getuige tussen mij en tussen u! Daarom noemde men zijn naam Gilead,
Gilead
Zodat deze naam, die Jakob in het Hebr. gegeven had, deze berg en het omliggende land bijgebleven is; gelijk hij ook tevoren door Mozes daarom aldus is genoemd; boven, vs.21, 23.
Hertaald:Gilead
Zodat deze naam, die Jakob in het Hebreeuws gegeven had, aan deze berg en het omliggende land verbonden gebleven is; zoals hij ook al eerder door Mozes zo genoemd is; vers 21, 23.
Genesis 31 vers 49— En Mizpa; omdat hij zeide: Dat de HEERE opzicht neme tussen mij en tussen u, wanneer wij de een van den ander zullen verborgen zijn!
Mispa;
Hebr. Mitspah, dat is, opzicht of toezichtplaats, of wachtplaats; omdat God [zoals volgt] de wacht en het toezicht zou hebben over het gemaakte verbond.
Hertaald:Mispa;
Hebreeuws: Mitspa, dat is: uitkijk- of toezichtplaats, of wachtplaats, omdat God (zoals volgt) toezicht en wacht zou houden over het gesloten verbond.
de een van
Hebr. de man van zijn naasten, of, vriend; dat is, wanneer wij nu zo ver van elkander zullen gescheiden zijn.
Hertaald:de een van
Hebreeuws: de man van zijn naaste, of vriend; dat is: wanneer wij nu zo ver van elkaar gescheiden zullen zijn.
Genesis 31 vers 50— Zo gij mijn dochteren beledigt, en zo gij vrouwen neemt boven mijn dochteren, niemand is bij ons; zie toe, God zal getuige zijn tussen mij en tussen u!
beledigt,
Of, verdrukt.
Hertaald:beledigt,
Of: verdrukt.
niemand is
Dat is, er is niemand vreemds bij ons, die getuige kan zijn, en den overtreder straffen. Anders, niemand zal bij ons zijn, te weten, als wij van elkander zullen gescheiden zijn, dan God, enz.
Hertaald:niemand is
Dat is: er is niemand vreemds bij ons die getuige kan zijn en de overtreder kan straffen. Anders: er zal niemand bij ons zijn — namelijk wanneer wij van elkaar gescheiden zullen zijn — dan God, enz.
Genesis 31 vers 52— Deze zelfde hoop zij getuige, en dit opgericht teken zij getuige, dat ik tot u voorbij deze hoop niet komen zal, en dat gij tot mij, voorbij deze hoop en dit opgericht teken, niet komen zult ten kwade!
dat ik tot
Anders, indien ik, te weten, mij verongelijkt mocht houden en voorbij passeren, dat ik het niet doen zal in vijandschap, maar in het vriendelijke; en gij insgelijks. Of anders aldus: indien ik het ben, die hier passeren zal na u, dat ik het niet ten kwade zal doen, noch gij van gelijken.
Hertaald:dat ik tot
Anders: als ik, namelijk, mij benadeeld zou achten en deze grens zou passeren, dat ik dit niet in vijandschap zal doen, maar in vriendschap; en u evenzo. Of anders aldus: als ik degene ben die hier na u zal passeren, dat ik het niet ten kwade zal doen, en u evenmin.
Genesis 31 vers 53— De God van Abraham, en de God van Nahor, de God huns vaders richte tussen ons! En Jakob zwoer bij de Vreze zijn vaders Izaks.
De God Abrahams,
Hij vermengt den God Abrahams, die de enige ware God is, met de afgoden, die Terah, Nahor, en Abraham zelfs vóór zijn bekering, in Chaldea gediend hadden, Joz. 24:2; niet alleen om zich wat naar Jakob te voegen, maar ook als een afgodisch huichelaar, aan beide zijden te hinken. Anderen verstaan dat Laban op afgodische wijze aldus gesproken heeft; de goden Abrahams, en de goden Nahors, en de goden huns vaders, enz., met welke woorden Laban aan Jakob verwijt dat hij van de religie zijner voorvaders was afgetreden; en dat hier tegen gesteld wordt Jakobs eed, dien hij doet bij den waren God alleen.
Hertaald:De God Abrahams,
Hij vermengt de God van Abraham, Die de enige ware God is, met de afgoden die Terah, Nahor, en zelfs Abraham vóór zijn bekering, in Chaldea gediend hadden, Joz. 24:2; niet alleen om zich enigszins naar Jakob te schikken, maar ook als een afgodische huichelaar, die naar twee kanten wankelt. Anderen menen dat Laban op afgodische wijze aldus gesproken heeft: de goden van Abraham, en de goden van Nahor, en de goden van hun vader, enz., waarmee Laban Jakob verwijt dat hij van de religie van zijn voorvaders afgeweken is; en dat hiertegenover Jakobs eed gesteld wordt, die hij alleen bij de ware God aflegt.
bij de vreze
Zie boven, vs.42.
Hertaald:bij de vreze
Zie vers 42.
Genesis 31 vers 54— Toen slachtte Jakob een slachting op dat gebergte, en hij nodigde zijn broederen, om brood te eten; en zij aten brood, en vernachtten op dat gebergte.
slachtte Jakob
Te weten, slachtbeesten tot een vrolijken maaltijd. Het Hebreeuwse woord betekent wel offeren, maar ook slachten tot een maaltijd; gelijk 1 Sam. 28:24; 1 Kon. 1:9; 2 Kron. 18:2, enz.
Hertaald:slachtte Jakob
Namelijk: slachtvee, voor een feestmaaltijd. Het Hebreeuwse woord betekent wel offeren, maar ook slachten voor een maaltijd; zoals in 1 Sam. 28:24; 1 Kon. 1:9; 2 Kron. 18:2, enz.
brood te
Dat is, om den maaltijd te houden. Zie onder, Gen. 37:25; Ex. 18:12; 2 Kon. 6:22, en Luc. 14:1, enz.
Hertaald:brood te
Dat is: om de maaltijd te houden. Zie Gen. 37:25; Ex. 18:12; 2 Kon. 6:22, en Luc. 14:1, enz.
Genesis 31 vers 55— En Laban stond des morgens vroeg op, en kuste zijn zonen, en zijn dochteren, en zegende hen; en Laban trok heen, en keerde weder tot zijn plaats.
kuste zijn
Zie boven, Gen. 29:11.
Hertaald:kuste zijn
Zie Gen. 29:11.
zegende hen;
Dat is, hij wenste hun in het afscheid alle geluk en welvaart; gelijk dit gebruikelijk was wanneer de mensen elkander groetten, niet alleen bij het vertrekken, maar ook bij het komen. Zie onder, Gen. 47:7, Gen. 47:10; Ruth 2:4; 1 Sam. 13:10; 2 Sam. 8:10.
Hertaald:zegende hen;
Dat is: hij wenste hun bij het afscheid alle geluk en voorspoed toe; zoals dat gebruikelijk was wanneer mensen elkaar groetten, niet alleen bij het vertrek, maar ook bij aankomst. Zie Gen. 47:7, Gen. 47:10; Ruth 2:4; 1 Sam. 13:10; 2 Sam. 8:10.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Abram — verheven vader
De zoon van Terah, vóór zijn oudere broers Nahor en Haran genoemd (Gen. 11:27) omdat hij de erfgenaam van de beloften was. Op zeventigjarige leeftijd verliet hij met zijn familie Ur der Chaldeeën; later, na de dood van zijn vader in Haran, ontving hij van de HEERE de roeping om naar het onbekende land Kanaän te trekken, 'niet wetende waar hij komen zou' (Hebr. 11:8). Later zou zijn naam veranderd worden in Abraham (Gen. 17:4-5).
Nahor — snuivend, briesend
Een zoon van Terah en broer van Abram (Gen. 11:26-27). Hij bleef, anders dan Abram, achter in Haran; zijn kleindochter Rebekka zou later de vrouw van Isaäk worden (Gen. 24).
Izak — lachen, gelach
De zoon van Abraham en Sara, geboren toen Abraham honderd jaar oud was, precies zoals de HEERE beloofd had (Gen. 21:1-5). Zijn naam herinnert aan het ongelovige lachen van zowel Abraham (Gen. 17:17) als Sara (Gen. 18:12) toen hun deze geboorte was aangekondigd, en later aan Sara's vreugdevolle lach (Gen. 21:6). Als het kind der belofte is Izak in het Nieuwe Testament een voorafbeelding van de gelovigen, 'kinderen der belofte' (Gal. 4:28), en zijn beoogde offering op de berg Moria (Gen. 22) een beeld van de opoffering van Gods eigen Zoon.
Laban — wit
De zoon van Bethuel en broer van Rebekka (Gen. 24:29). Hij woonde te Haran in Mesopotamië. Later, wanneer zijn neef Jakob bij hem zijn toevlucht zoekt, blijkt Laban een sluw en berekenend man: hij laat Jakob eerst met Lea trouwen in plaats van de beloofde Rachel, en verandert herhaaldelijk Jakobs loon (Gen. 29-31).
Jakob — hielenlichter, bedrieger
De tweede tweelingzoon van Izak en Rebekka, geboren terwijl hij de hiel van zijn broer Ezau vasthield, waaraan zijn naam is ontleend (Gen. 25:26). Hij verwierf sluw het eerstgeboorterecht en later, met hulp van zijn moeder, ook de zegen van zijn vader. Later zou God zijn naam veranderen in Israël (Gen. 32:28), en uit zijn twaalf zonen zouden de twaalf stammen van Israël voortkomen.
Rachel — ooi (schaap)
De jongste dochter van Laban, door Jakob bemind vanaf het eerste ogenblik dat hij haar bij de put ontmoette (Gen. 29:9-12). Jakob diende zeven jaar voor haar, maar werd door Laban bedrogen met Lea; pas na nog eens zeven jaar dienst kreeg hij ook Rachel tot vrouw. Lange tijd bleef zij onvruchtbaar, tot zij Jozef baarde (Gen. 30:22-24); later stierf zij bij de geboorte van haar tweede zoon Benjamin (Gen. 35:16-19).
Lea — vermoeide
De oudste dochter van Laban en zuster van Rachel, met 'tedere' (zwakke) ogen (Gen. 29:16-17). Door een list van haar vader werd zij in de huwelijksnacht in plaats van Rachel aan Jakob gegeven. Zij baarde Jakob zes zonen — Ruben, Simeon, Levi, Juda, Issaschar en Zebulon — en één dochter, Dina, en werd na haar dood, evenals later Jakob zelf, begraven in de spelonk van Machpela.
Dan — hij heeft gericht, geoordeeld
De zoon van Jakob en Bilha, Rachels slavin (Gen. 30:6). Rachel gaf hem deze naam omdat God, naar haar zeggen, haar recht gedaan en haar stem gehoord had.
Kanaän — onderworpene, vernederde
De jongste zoon van Cham en kleinzoon van Noach (Gen. 9:18, 22). Om de zonde van zijn vader Cham tegenover Noach werd niet Cham, maar Kanaän door Noach vervloekt: 'een knecht der knechten zij hij zijn broederen.' Naar hem is het land Kanaän genoemd, dat later door de Israëlieten in bezit genomen zou worden.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Gilead — "rotsachtig, hard gebied"; ook verklaard als "heuvel/hoop der getuigenis" naar de steenhoop die Jakob en Laban hier oprichtten (Hebreeuws Gal-Ed, "hoop der getuigenis") — Laban gaf dezelfde hoop de Aramese naam Jegar-Sahaduta, met precies dezelfde betekenis
Ligging: Het bergachtige gebied ten oosten van de Jordaan, tussen de Jabbok en de Jarmuk, ook wel "het gebergte Gilead" genoemd (Gen. 31:25). Later verdeeld tussen de stammen Gad, Ruben en het halve Manasse.
Geschiedenis: Hier haalde Laban Jakob in, die met zijn gezin en have in het geheim voor hem gevlucht was; na een woordenwisseling over de gestolen huisgoden sloten beiden een verbond en richtten een steenhoop en een gedenkzuil op als getuige tussen hen (Gen. 31:21-54). Later werd Gilead het gebied van de stammen aan de overzijde van de Jordaan.
Bijbelse betekenis: De plaats van verzoening tussen Jakob en Laban na twintig jaar wantrouwen en uitbuiting — een getuigenishoop die de HEERE Zelf tot Wachter tussen hen stelt (Gen. 31:49, de bekende "Mizpa-zegen").
Mizpa (in Gilead) — Hebreeuws voor "wachttoren, uitkijkpost" — de naam die aan de plaats van het verbond tussen Jakob en Laban gegeven werd, naar Labans woorden: "De HEERE zie toe tussen mij en tussen u, wanneer wij de een van den ander zullen verborgen zijn" (Gen. 31:49)
Ligging: Gelegen in het gebergte Gilead, ten noorden van Mahanaim; niet met zekerheid geïdentificeerd, mogelijk bij het huidige Soef in Noord-Gilead. Later ook de woonplaats van de richter Jefta.
Geschiedenis: Hier scheidden Jakob en Laban na hun verbond, ieder zijns weegs (Gen. 31:44-55). Later was dit de woonplaats van Jefta, van waaruit hij naar de strijd tegen de Ammonieten trok en waarheen hij na zijn overhaaste gelofte terugkeerde (Richt. 11).
Bijbelse betekenis: De "Mizpa-zegen" die hier werd uitgesproken, wordt vaak als vriendschapswens aangehaald, maar was oorspronkelijk juist een uitdrukking van wederzijds wantrouwen tussen Jakob en Laban — de HEERE als getuige en waker over een verbond tussen twee partijen die elkaar niet meer vertrouwden.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De Engel des HEERENniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenfunctie
Ik ben die God van Beth-El — 31:3-13, 42
Twintig jaar geleden vluchtte Jakob met niets naar het noorden. Onderweg zag hij een ladder en hoorde hij een belofte, en hij zette een steen overeind en deed een gelofte. Nu staat hij daar als een rijk man met vier vrouwen en elf zonen, in dienst van een oom die zijn loon tien keer veranderd heeft.
De Engel Gods verschijnt Jakob in een droom en noemt Zichzelf de God van Bethel — dezelfde Die hem twintig jaar eerder had beloofd hem terug te brengen.
Jakob vertelt zijn vrouwen wat hij gezien heeft, en zo horen wij het uit zijn eigen mond. In een droom heeft de Engel Gods hem bij name geroepen, en Jakob heeft geantwoord zoals Abraham en Mozes en Samuël later antwoorden zullen: zie, hier ben ik. De kanttekening zet er meteen bij wie dit is: versta hieronder de Heere Christus, zoals blijkt uit vers 5 en vers 13.
Wat die Engel dan zegt, valt in twee helften uiteen, en beide zijn opmerkelijk. Eerst: “want Ik heb gezien alles, wat Laban u doet.” Twintig jaar van veranderde lonen en stilzwijgend onrecht worden in één zin afgehandeld. Jakob dacht dat niemand het bijhield; er was Iemand Die het bijhield.
Dan de tweede helft, en die is nog groter: “Ik ben die God van Beth-El, alwaar gij het opgerichte teken gezalfd hebt, waar gij Mij een gelofte beloofd hebt.” De kanttekening legt uit wat dat inhoudt: Die u te Bethel verschenen ben, en beloofd heb bij u te blijven, u te bewaren, en u in Kanaän terug te brengen. Hij noemt Zichzelf dus naar een plaats waar Hij eerder gestaan heeft, en Hij herinnert Jakob aan een gelofte die Jakob zelf misschien half vergeten was.
Daar zit iets in dat de moeite waard is om vast te houden. Jakob had bij Bethel gebeden met een als: wanneer God met mij geweest zal zijn en mij zal wederbrengen, zo zal de HEERE mij tot een God zijn. Dat was een voorwaardelijke gelofte van een bange jongeman. God heeft dat als niet tegen hem gebruikt. Hij komt gewoon terug en zegt: Ik ben Die van Bethel — en nu, keer weder.
Deze Engel gedraagt zich zoals Hij zich door heel het Oude Testament gedraagt. Hij wordt gezonden en Hij spreekt als God. Hij zegt van Zichzelf dat Hij de God van Bethel is, terwijl in Bethel de HEERE Zelf boven de ladder stond. En Hij ziet wat niemand ziet, precies zoals bij de bron in de woestijn, waar een weggelopen slavin Hem de God des aanziens noemde.
Aan het eind van het hoofdstuk vat Jakob zijn twintig jaren zelf samen, en hij doet het met een zin waarin geen woord over zijn eigen sluwheid gaat: ten ware de God van mijn vader bij mij geweest was, zoudt gij mij nu ledig weggezonden hebben. Hij voegt eraan toe wat God gedaan heeft: God heeft mijn ellende en de arbeid mijner handen aangezien. Weer dat woord. De Engel Die twintig jaar zwijgt, is de Engel Die twintig jaar kijkt.
Genesis 28:15 — Bij Bethel belooft God: Ik ben met u, en Ik zal u wederbrengen in dit land.
Genesis 28:20-22 — Jakob doet daar een voorwaardelijke gelofte: wanneer God met mij geweest zal zijn.
Genesis 31:12 — Twintig jaar later: Ik heb gezien alles, wat Laban u doet.
Genesis 31:13 — De Engel noemt Zich naar die plaats: Ik ben die God van Beth-El.
Genesis 48:15-16 — Jakob zegent op zijn sterfbed in de Naam van de Engel Die hem verlost heeft.
Johannes 1:51 — De ladder van Bethel keert terug in de mond van Christus, over de Zoon des mensen.
In het Nieuwe Testament: Johannes 1:51; Johannes 8:56-58; Hebreeën 13:5; Genesis 48:15-16
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Genesis 31 niet aan om deze Engel als Christus aan te wijzen. Wat in het hoofdstuk zelf staat, is dat Hij Zich de God van Bethel noemt en spreekt in de eerste persoon als God. De kanttekenaars lezen Hem daarom als de Zoon van God vóór Zijn menswording, zoals zij dat bij alle plaatsen van deze Engel doen. Die uitleg is sterk onderbouwd, maar zij is een gevolgtrekking en geen woordelijke uitspraak van de Schrift.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Genesis 31:3.KruisverwijzingenGenesis 28:15→Genesis 32:9→Genesis 31:13→Genesis 21:22→Genesis 28:13→Hebreeën 13:5→Genesis 30:25→Psalmen 90:15→ — En de HEERE zeide tot Jakob: Keer weder tot het land uwer vaderen, en tot uw maagschap, en Ik zal met u zijn. “Ik zal met u zijn.” Het is alsof God zegt: “In Kanaän zal Ik Mijn tegenwoordigheid op een bijzondere wijze aan u openbaren, meer dan op deze plaats, die niet het land van de belofte is. Ik zal met u zijn wanneer u terugkeert om een afgezonderd leven te leiden en met Mij wandelt, zoals uw vader Isaak deed.”
Jakobs reis zou vol gevaren zijn. Hij wist dat Laban zijn vertrek niet zou goedkeuren en hem waarschijnlijk zou achtervolgen. Maar God zei: “Ga, en Ik zal met u zijn.” Hij wist ook dat zijn broer Esau waarschijnlijk wraak zou willen nemen voor het bedrog dat hem was aangedaan. Dat drukte zwaar op zijn geweten. Jakob vreesde en beefde, maar God sprak: “Ik zal met u zijn.”
Genesis 31:13.KruisverwijzingenGenesis 32:9→Genesis 31:3→Genesis 28:12→Genesis 35:7→ — Ik ben die God van Beth-El, alwaar gij het opgerichte teken gezalfd hebt, waar gij Mij een gelofte beloofd hebt; nu, maak u op, vertrek uit dit land, en keer weder in het land uwer maagschap. “Ik ben die God van Bethel.” De God van Bethel is een God Die Zich bekommert om de dingen van deze aarde. Hij is geen God Die Zich in de hemel heeft teruggetrokken. De God van Bethel is de God van de ladder die hemel en aarde met elkaar verbindt. De god van de onwedergeborenen is een levenloze god, of, als hij al leeft en ziet, een gevoelloze god die zich niets aantrekt van mensen en hun persoonlijke omstandigheden.
“Ach, het is belachelijk,” zeggen zij, “te denken dat Hij aandacht heeft voor ons verdriet en onze moeilijkheden. Nog absurder is het te veronderstellen dat Hij gebeden verhoort of ooit ingrijpt als antwoord op het smeken van een arm mens.” Dat is hun god. Dat is de god van de heidenen: een dode, blinde en stomme god. Het verbaast mij niet dat zij niet tot hem bidden, want zij kunnen van hem geen antwoord verwachten.
Maar de God van de genade heeft een verbinding geopend tussen hemel en aarde. Hij hoort het geroep van Zijn kinderen, verzamelt hun tranen in Zijn fles (Ps. 56:9), leeft mee met hun verdriet en ziet op hen neer met medelijden en vaderlijke liefde. Dit alles doet Hij door de gezegende Persoon van de Heere Jezus Christus. Zie waar de voet van deze ladder op aarde rust. Hij ligt als Kind in de kribbe van Bethlehem. Hij leeft op aarde het eenvoudige leven van een arbeider, gekleed in het gewaad van zware arbeid. Hij sterft aan het vervloekte kruis de dood van een misdadiger, opdat Hij ook in het dragen van het beeld van de dood waarlijk Mens zou zijn.
Hier staat de ladder, geplant in de klei van onze menselijke natuur. Maar zie ook waar zij eindigt: Hij is God gelijk, gelijk in macht, wijsheid, majesteit, heiligheid en al Zijn heerlijke eigenschappen, waarachtig God uit waarachtig God, voor Wie de engelen zich neerbuigen. De voet van de ladder reikt tot de mens, maar de top ervan reikt tot God.
JAKOB VLUCHT MET VROUWEN EN KINDEREN VAN ZIJN SCHOONVADER LABAN.
I. Gen. 31 vers 1-22
Jakob’s geluk wekt de nijd van Laban en diens zonen op; de bittere redenen van de laatsten, doen hem wensen de bestaande overeenkomst te verbreken; daarbij ontvangt hij een bevel van God, om weer naar zijn land terug te keren. Nadat hij zich van de toestemming van zijn vrouwen verzekerd heeft, maakt hij zich de tijd van het scheren van de schapen tot nut, en gaat met de zijnen in het geheim uit Mesopotamië.
1. Toen hoorde hij, waarschijnlijk doordat anderen het hem meedeelde, de woorden van de zonen van Laban (hoofdstuk. 30:35), die nijdig waren over het toenemen van zijn rijkdom (hoofdstuk. 30:43), zeggende: Jakob heeft genomen alles, wat van onze vader was; en van hetgeen, dat van onze vader was, heeft hij al deze heerlijkheid gemaakt. 1)
1) Aleer Jakob tot Laban kwam waren diens bezittingen weinig. In die twintig jaar zijn zij zeer toegenomen, maar dit wordt niet erkend door Labans zonen. Ook vragen zij niet of terecht of ten onrechte Jakob zo rijk is geworden. Zij beschuldigen hem hier eigenlijk van door en diefstal, maar verzwijgen dat hij met hun vader een wettig verdrag heeft gesloten.
2. Jakob zag ook het aangezicht van Laban aan, en bemerkte, dat zijn zwagers eigenlijk slechts uitspraken, wat zijn schoonvader bij zichzelf dacht, en dat argwaan en wangunst in plaats van het vroegere vertrouwen bij hem waren; want ziet het aangezicht van Laban was jegens hem niet als gisteren en eergisteren, niet als in vorige dagen.
Deze laatste uitdrukking is een in de heilige Schrift zeer gewone, om een zeker verloop van de dagelijkse omgang en voortdurend verkeer in haar laatste tijdperk aan te geven. Vooral in de laatste tijd scheen Laban, die zich ten behoeve van eigen belang lang had ingehouden, zijn norse stemming tegenover Jakob weer bot te vieren, in onvriendelijke bejegening en stugge houding. Zo gaat het als men, door hebzucht gedreven, met het loon van de dienende zich zoekt te verrijken. Er rust geen zegen op het ingehouden loon, en dat zelf maakt onze schat niet, maar wel ons verdriet en onze wrevel groter. Eindelijk moet het uitbreken en dan verbittert men zowel zijn eigen leven als dat van degene, die in onze omgeving verkeren. Er was dus genoeg in Jakob’s ondervindingen, om hem een verhaast vertrek aan te raden.
3. Maar God veranderde tegenover hem niet, maar was lankmoedig over Zijn uitverkoren vat; en de HEERE zei tot Jakob: 1) Keer weer 2) tot het land van uw vaderen 3) en tot uw familie; en Ik zal met u zijn 4) op uw terugreis, gelijk Ik tot hiertoe Mijn belofte gehouden heb en met u geweest ben (hoofdstuk. 28:15).
1) Hier straalt duidelijker dan ooit de godsvrucht van de heilige man door, omdat hij, ziende dat het kwade bij zijn schoonvader tegenover hem besloten was, niet eerder durft vertrekken, dan wanneer hij door een nieuwe Godsspraak daartoe wordt aangemaand. Doch de Heere, die door de zaak zelf hem reeds getoond had, dat hij niet langer moest toeven, openbaart hem dit nu ook door woorden.
2) Ook hier heeft men, het verhaal noopt er ons toe, wel te onderscheiden, tussen wat God eigenlijk beveelt, en wat Jakob doet. Dat hij heimelijk vluchtte, iets dat Laban hem in vs.27 verwijt, had God hem niet bevolen.
3) “Het land van onze vaderen,” niet omdat Jakob aldaar was geboren, maar omdat het aan Abraham en Izaak tot een erfelijke bezitting beloofd was.
4) Zo bevoordeelt de Heere dikwijls de Zijnen meer door de afgunst van de goddelozen, dan wanneer Hij hen in vreugde trekken liet.
Het was goed, dat Jakob, zes jaar tevoren, zijn voornemen om weg te gaan niet had doorgezet; want toen had hij het uitdrukkelijk bevel en de wenk des Heren daartoe niet; ook zou hij toen ledig weggegaan zijn en zou hij zich in de verzoekingen van de armoede gestort hebben. Wanneer men geen uitdrukkelijk bevel van God tot het doen of laten, tot gaan of blijven heeft, maar als op een kruisweg staat, is het goed, wanneer men langzaam beproeft; maar zich ook weer anders leiden laat, wanneer die eerste kleine proef niet gelukt. Waar Gods wil zich duidelijk openbaart, is er geen tijd, om aan moeilijkheden te denken, maar moet men getroost voortgaan, want die de roeping gaf, die zal ook het volbrengen geven.
4. Toen zond Jakob heen, in het huis van Laban, waar zijn familie zich bevond, en riep Rachel en Lea, op het veld tot zijn kudde, om daar met hen alleen te kunnen spreken.
Dat Jakob zijn beide vrouwen tot zich roept is, om met hen te overleggen, om hen voor de keuze te plaatsen, met hem te gaan of hier te blijven. Hij, voor zichzelf, is beslist. Hij zal heengaan, maar hij heeft ook graag, dat zijn vrouwen hem vrijwillig volgen.
5. En hij zei tot haar: Ik zie het aangezicht van uw vader, dat het jegens mij niet is als gisteren en eergisteren, niet zoals de beide malen, toen hij mij dwong om te blijven (hoofdstuk. 29:14,27; 30:27 vv.); doch, wat zal ik mij daar veel over bekommeren, daar ik een hoger helper heb; de God van mijn vader 1) is bij mij geweest; Hij, die mij vroeger gezegend heeft, is nog dezelfde voor mij; Hij heeft mij weer gezegend.
“De God van mijn vader,” in tegenoverstelling van de God van Laban. Jakob spreekt hieruit: dat zijn God is een ander God, de God van het Verbond. Hij spreekt daarmee tevens uit, dat de God van zijn vader ook zijn God is.
6. En gijlieden weet en zult mij zelf moeten getuigen, dat ik met al mijn macht uw vader gediend heb.
7. Maar uw vader heeft daarentegen bedrieglijk met mij gehandeld; en heeft mijn loon tien maal 1) veranderd; doch God heeft hem niet toegelaten om aan mij kwaad te doen. 2)
1) Het getal tien is hier niet in meetkundige, maar in zinnebeeldige zin te nemen, (vrgl. Numeri. 14:22), als getal van volledigheid: alles, wat slechts bij mogelijkheid beproefd kon worden, om de overeenkomst te zijnen gunste te veranderen, had hij aangewend. De
veranderingen, die Laban beproefde, hadden betrekking op de verschillende soorten van bont vee; nu zou slechts deze, dan alleen die soort Jakob toekomen, terwijl zij volgens de overeenkomst hem alle toebehoorden. Jakob liet zich die veranderingen welgevallen en de Heere behoedde hem voor schade.
2) Jakob wil zijn vrouwen de verzekering geven, dat zijn God de Almachtige is, die hem, de zwakke in bescherming heeft genomen.
8. Wanneer hij aldus zei: De gespikkelde, die bij zwart haar witte plekken hebben (hoofdstuk. 30:32) zullen uw loon zijn, zo lammerden al de kudden gespikkelde; en wanneer hij alzo zei: De gesprenkelde; die bij wit haar donkere vlekken hebben, zullen uw loon zijn, zo lammerdenal de kudden gesprenkelde. 1)
1) Uit deze mededeling van Jakob volgt, dat in de opgaaf van het verdrag, die in vs.32 en 33 van het vorig hoofdstuk voorkomt, veel is bekort; met name duiden de verschillende bepalingen, ten aanzien van de schapen en geiten, op de bedrieglijke verwisseling van de voorwaarden door Laban.
9. Alzo heeft God uw vader het vee ontrukt, en aan mij gegeven, en het is niet, gelijk uw broeders mij beschuldigen, dat ik uw vaders goed aan mij zou gebracht hebben.
10. Dat Gods hand dit werkelijk gedaan en alles te mijnen gunste bestuurd heeft, weet ik uit hetgeen Hij zelf uitdrukkelijk mij getoond heeft. De Heere kwam tot mij, en het geschiedde, ten tijde, als de kudde hittig werd, dat ik mijn ogen ophief, en ik zag in de droom; 1) en ziet de bokken, die de kudde beklommen, waren gesprenkeld, gespikkeld en hagelvlakkig, hoewel toch de gehele kudde werkelijk van één kleur was (hoofdstuk. 30:35).
1) Zie “Genesis 30.36”
11. En de Engel Gods a) zei tot mij in de droom: Jakob! En ik zei: Zie, hier en ik!
a) Genesis 16:7; 21:17; 22:11; 48:16.
Waar God roept is Jakob terstond bereid gehoor te schenken. Het zal hem vertroostend zijn geweest, om waar hij door Laban slecht werd behandeld, door God bij name genoemd te worden.
12. En hij zei: Hef toch uw ogen op, en zie! alle bokken, die de kudde beklimmen, zijn gesprenkeld, gespikkeld en hagelvlakkig, 1) waaruit gij kunt besluiten, dat wat geboren wordt, eveneens zal zijn als het uw zal wezen: want Ik heb gezien, alles wat Laban u doet, hoe hij u van de ene tijd tot de andere uit eigenbaat in zijn dienst heeft gehouden, en hoe hij nu zoekt zichzelf ten koste van u te verrijken. Ik zal dat niet toelaten, Ik zal u een loon geven, en hem doen voelen, dat gij hem niet meer tot zegenzult zijn, wanneer hij u langer tegen mijn wil terughoudt.
1) De kleur van de lammeren richt zich niet naar de schapen, maar naar de bokken hierop berust dit droomgezicht. Jakob verkreeg daardoor de toezegging; dat de zegen van God, die tot hiertoe Laban ten deel geworden was, zich tot hem zou keren; hij had alzo de listige middelen (hoofdstuk. 30:37 vv.) niet nodig gehad. Evenals hij echter tot verkrijging van de eerstgeboorte en van de vaderlijke zegen, de list, hem van nature eigen, aanwendde, zo deed hij het ook ten opzichte van Laban. Dat hij daaraan niet wel deed, voelde hij zelf wel; hij had dus tegenover de beschuldigingen van zijn zwagers geen geheel gerust geweten en zwijgt daarom voor zijn vrouwen geheel van de wijze, waarop hij tot verkrijging van de door God hem gegeven toezegging, meegewerkt heeft.
13. Diezelfde Engel Gods is mij nu weer verschenen in de droom, en heeft tot mij gezegd: Ik ben die God van Bethel, 1) alwaar gij het opgerichte teken gezalfd hebt, waar gij Mij een gelofte beloofd hebt2) (hoofdstuk. 18:10 vv.); nu, maak u op, want de tijd, die gij, naar mijn raad en wil, in den vreemde moest doorbrengen, is voorbij; vertrek uit dit land en keer weer in het land van uw familie. Dat Godsbevel wil ik volgen en nu terugkeren. Wat is uw mening Zult gij met mij trekken?
1) Het behoeft geen verwondering te wekken, dat een Engel de Persoon van God voorstelt. Zowel, omdat in Zijn woord God, de Vader, aan de heilige Patriarchen, als in een levend beeld verschijnt, en dat onder de gedaante van een Engel, als, omdat de Engelen op last van God sprekende, eigenlijk als uit Diens mond de woorden nemen. Want ook bij de Profeten is deze manier van spreken gebruikelijk, niet opdat zij zich in de plaats van God zouden stellen, maar in zoverre, dat de Majesteits Gods in zijn woord, wiens dienaren zij zijn, zou uitblinken. Nu, wat de kracht is van deze spreekwijze, zal ik nader uiteenzetten. Niet zozeer noemt Hij zich de God van Bethel, omdat hij zich binnen de grenzen van één plaats beperkt, maar omdat Hij Zijn belofte daardoor aan Zijn knecht vernieuwt. Want zo was de heilige Jakob nog niet tot volmaking gekomen, of hij had nog wel degelijker onderricht nodig. Toen was het licht van de kennis nog van weinig betekenis en omhuld nog door vele duistere schaduwen. Bijna de gehele wereld had zich gekeerd tot de afgoden. Die landstreek, zelfs het huis van zijn schoonvader was overgegeven aan verfoeilijk bijgeloof. Derhalve was voor hem temidden van zoveel hinderpalen niets moeilijker, dan zijn geloof aan de enige ware God ongehinderd en volkomen te houden. Waarom een zuivere Godsverering hem allereerst wordt ingeprent, opdat hij temidden van de ongebonden dwalingen van de wereld zich zou houden bij de gehoorzaamheid aan en de verering van zijn God, Welke hij eenmaal had leren kennen. Vervolgens wordt de belofte, welke hij vroeger ontvangen had, hem volkomen bevestigd, opdat hij altijd bij dat bijzonder Verbond zou bepaald blijven, hetwelk God met Abraham en zijn nakomelingen had gesloten.
2) Het herinneren aan de belofte, welke Jakob te Bethel heeft afgelegd, dient om de aartsvader niet alleen aan te manen, naar Kanaän terug te keren, maar ook, om hem moed en vertrouwen in te boezemen. God openbaart zich hier als de Getrouwe, opdat zijn knecht Hem zijn volle vertrouwen zou schenken.
14. Toen antwoordden 1) Rachel en Lea, en zeiden tot hem: Wij trekken mee! Is er nog voor ons een deel of erfenis in het huis van onze vader? Wij hebben niets te verwachten van hem, die alzo tegenover ons gehandeld heeft.
1) Hier zien wij vervuld, Wat Paulus leert (Rom.8:28), dat de kinderen van God aan alle dingen moeten meewerken ten goede. Want, omdat de vrouwen van Jakob door haar vader onbillijk zijn behandeld, zijn zij gewillig om te volgen, hoewel de vrouwelijke teergevoeligheid dit niet meebracht, daar hun man hen wilde brengen naar een ver verwijderde en onbekende landstreek. Indien Jakob dus zeer veel en zeer bittere smarten heeft moeten verdragen, ontvangt hij nu een uitnemende vergoeding hierin, dat de liefde voor het vaderlijk huis, hen niet al te zeer terughoudt, of liever, dat zij door verdriet over de rampen verwonnen met hem begerig zijn de vlucht te ondernemen. Niets is er, zeggen zij, wat ons bij de vader zou houden.
15. Zijn wij niet, in plaats van als dochters door hem behandeld te worden, vreemden van hem geacht; als dienstmaagden, van welke men zoveel mogelijk winst zoekt te trekken? Want hij heeft ons voor een dienst van veertien jaar, die gij hem geven moest, verkocht, en hij heeft ook steeds ons geld, de door uw dienst hem ten deel geworden winst, verteerd, terwijl hij ons niet eens een bruidsschat geschonken heeft.
16. God heeft hem nu voor zulk een hardheid en schraapzucht gestraft; want al de rijkdom, welke God onze vader heeft ontrukt, daar in deze laatste zes jaren het vee tot zijn schade geworpen heeft, die is van ons geworden en van onze zonen; nu dan, doe alles, wat God tot u gezegd heeft; 1) wij houden u niet terug; wij zullen u gaarne volgen (Col.3:21; Efez.6:4 ).
1) Een gehuwd man moet niet alles naar zijn eigen mening doen, maar ook met zijn vrouw raadplegen.
Laban had het er wel naar gemaakt, dat zijn dochters over hem klagen en toch is deze daad te veroordelen, daar immers de kinderen het vijfde gebod hebben te gehoorzamen, niet alleen jegens de goeden, maar ook jegens de slechten.
17. Toen maakte zich Jakob op, 1) volgens het bevel van God en met toestemming van zijn vrouwen, en laadde zijn zonen en zijn vrouwen op kamelen.
1) Jakob volgde wel het bevel van God op, maar niet op de wijze, waarop God het had willen hebben. Het doel was goed, was zelfs volgens Gods uitdrukkelijk bevel, maar de wijze van uitvoering was tegen Gods verordeningen. Van waar de oorzaak? Deze lag nergens anders in, dan in kleingeloof, welke zich openbaarde in een vrezen voor Laban.
18. En hij voerde al zijn vee weg, en al zijn have, die hij geworven had, het vee, dat hij bezat, hetwelk hij in Paddan-Aram geworven had, om te komen tot Izaak, 1) zijnvader, naar het land Kanaän.
1) “Tot Izaak, zijn vader.” Hoe heerlijk doet de Schrift hier uitkomen, dat waarachtige, kinderlijke liefde in het hart van Jakob woonde! Let er ook op, hoe hier als het ware het kleingeloof van Jakob enigszins verontschuldigd wordt door de voorstelling, dat Jakob zijn hebzuchtige schoonvader ontvluchtte, om zich te kunnen werpen in de armen van zijn liefdevolle vader. De kinderlijke liefde voor Izaak, zijn vader, wordt hier uitdrukkelijk als hoofdreden voor zijn overhaast vertrek aangegeven. Niet om daarmee de zonde van kleingeloof te vergoelijken, maar om haar in een enigszins verschonend licht te plaatsen.
19. Laban nu was gegaan om zijn schapen te scheren; 1) Jakob’s en Labans kudden waren juist van elkaar afgezonderd; Laban was van huis afwezig, zodat nu de vlucht het geschiktst geschieden kon; zo stal Rachel, 2) die door het bijgeloof van haar vader besmet was (hoofdstuk. 30:14-16), de terafiem, 3) de huisgoden, die haar vader had.
1) Het scheren van de schapen was een landelijk vreugdefeest, waarbij gasten werden uitgenodigd en feestmalen aangericht (Genesis 38:12; 1 Samuel. 25:4; 2 Samuel. 13:23). Daardoor duurde Labans afwezigheid verscheidene dagen.
2) Rachels hart was niet los van de afgoden. Daarom zal zij ook straks sterven, voordat Jakob zich voorgoed met zijn gezin in Kanaän vestigt.
3) Terafiem waren huis- of familiegoden van menselijke gedaante; men beschouwde ze als uitdelers van huiselijk geluk en vraagde hen in moeilijke gevallen om raad (Richteren. 18:2; 1 Samuel. 19:13 Zacheria 10:2 ) Rachel nam ze mee, om het, naar haar mening, Laban onmogelijk te maken de weg te vernemen, langs welke zij gevlucht waren; deels om zich van de bijstand van de huisgoden van haar familie te verzekeren. Men ziet, het was hoog tijd, dat Jakob naar Kanaän terugkeerde, zo niet bijgeloof en afgodendienst zijn zonen, die reeds groter werden, zouden besmetten; in Kanaän reinigde hij vervolgens zijn huis van alle dergelijke bijgelovigheden. (hoofdstuk. 35:1-4).
20. En Jakob ontstal zich aan het hart 1) van Laban, de Syriër; hij was de anders zo sluwen man, die over alles zijn oog liet gaan, te listig, mits hij hem niet te kennen gaf, en alles zó goed wist te verbergen, dat Laban volstrekt niet bemerkte, dat hij vluchtte. 2)
1) In het Hebreeuws Wajiegnov EtLeb eig.: Hij bedroog. Laban meende, dat Jakob nog altijd in zijn dienst was en nu neemt deze heimelijk de vlucht.
Aan het hart ontstelen is “iemand verschalken”, dit wordt gezegd in tegenstelling tot vs.19 het stelen van de terafiem, waaraan Jakob vreemd was.
2) Vluchtende voor Ezau, was Jakob naar Haran gekomen; vluchtende voor Laban, keerde hij naar Kanaän terug.
21. En hij vlood, (gelijk in vs.18) meegedeeld is, en al wat het zijne was, en hij maakte zich op, en voer over de rivier, de Eufraat, die Mesopotamië ten westen begrenst, en hij zette zijn aangezicht, sloeg de weg in naar het gebergte Gilead (heuvel van de getuigenis), dat aan de oostzijde van de Jordaan boven Jabbok gelegen is, en naderhand die naam (vs.44-48) ontving.
II. Vers 22-Hoofdstuk 32:2
Op de derde dag daarna verkreeg Laban bericht van Jakob’s vlucht; hij zette hem na en haalde hem na zeven dagreizen in op het gebergte van Gilead. ‘s Nachts te voren had God hem ernstig gewaarschuwd, geen geweld aan te wenden; daarom stelt hij zich tevreden met verwijten over de geheime vlucht en met een onderzoek naar zijn goden. Toen hij deze niet gevonden had, en Jakob eveneens hem zijn onrecht verweten had, kwam tussen hen een wederkerig verbond tot stand, waarop beide verder trokken.
22. En op de derde dag, toen Jakob reeds lang over de Eufraat getrokken was, werd aan Laban geboodschapt, dat Jakob gevlucht was.
Een tijdsruimte van drie dagen geeft de Heere aan zijn knecht, totdat hij, na de overtocht over de Eufraat, de grenzen van het beloofde land, bereikt heeft. En ondertussen breekt de toorn van Laban, wiens woede bij de eerste aanval van toorn veel heviger zou geweest zijn. Doch, dat Hij vervolgens toelaat, dat hij midden op de reis verhinderd wordt verder te gaan, daarmee wil Hij zijn hulp hem des te heerlijker openbaren. Want wel was het wenselijk, dat zijn tocht niet vertraagd werd, noch dat hij door de komst van zijn hem vijandige schoonvader, door de vrees voor de dood werd getroffen; maar daar Laban, als een verscheurend dier niets dan moord blazende, plotseling door de Heere werd getemd, dit was nuttig en geschikt om het geloof van de heilige man te schragen. Want evenals de macht Gods duidelijk had uitgeblonken, in het helpen van hem, zo ook zou het vertrouwen op Zijn bescherming door de andere beproevingen bevestigd worden.
23. Toen nam hij, ontstoken in toorn en menende naar recht die slechtheid te mogen straffen, zijn broeders, zijn verwanten en vrienden, die bij hem op het feest genodigd waren, met zich en jaagde hem achterna, een weg van zeven dagen, en hij kreeg hem, die wegens zijn kudden slechts langzaam kon voorttrekken, op het gebergte van Gilead. 1)
1) Jakob was ogenschijnlijk in gevaar, om, geplunderd, geslagen of met de zijnen tot slaven gemaakt, weggevoerd te worden naar Mesopotamië. Maar die het beloofd had (hoofdstuk. 28:15) vervulde Zijn belofte aan hem. Zo moet, wat voor een tijd ons drukt, eindelijk tot onze zegen uitlopen.
“Hij kreeg hem op het gebergte Gilead,” wil zeggen, hij haalde hem in op of bij dat gebergte, zodat er nog slechts een kleine ruimte tussen hen was. Het gebergte van Gilead strekte zich over een grote oppervlakte uit. Oostelijk grensde het aan Haran en de Arabische woestijn, westelijk aan de Jordaan, noordelijk aan Hieromiax en zuidelijk aan de vlakten van Hebron. Vandaar dat de Heere Laban nog kon ophouden en dat straks toch nog weer (in vs.25) van “achterhalen” sprake kan zijn.
24. Doch God kwam tot Laban, de Syriër, in een droom ’ s nachts, 1) en Hij zei tot hem: 2) Wacht u, dat gij met Jakob spreekt, noch goed, noch kwaad, 3) niet anders, dan vriendelijk. (Psalm. 105:4).
1) Als God aan niet-Israëlitische personen of aan heidenen verschijnt, ook in een droom, is het altijd omwille van Gods volk.
2) De vervolging zelf weert God niet af; Laban mag Jakob nog inhalen, want dat zal de laatste voordeel aanbrengen en hem een nieuwe les zijn; maar vernietigd mag hij niet worden.
3) Aldus voorkwam en verijdelde God de boze overweging van Laban en was het gevaar afgewend, eer het nog nabij was gekomen. Zo ondervangt de God van majesteit menigmaal de dreigenden bliksemflits in zijn vaart, eer hij uw huis of hoofd heeft bereikt; zo laat Hij het zwaard van de dood boven uw hoofd flikkeren, maar slaat het terug, juist als het dodend op u zou neervallen; opdat gij zou leren u te verheugen met beving; opdat gij, de grootte van het gevaar ziende en onderkennende, van de verrassende uitkomst van de genade Gods alleen de eer zou geven. Laat Laban komen; het gevaar is geweken en het scherp geslepen zwaard is stomp gemaakt, gedoemd om in de schede terug te blijven.
25. En Laban achterhaalde Jakob; Jakob nu had, om aan zijn vee enige rust te geven, zijn tent opgeslagen op dat gebergte; ook sloeg Laban met zijn broeders de zijne op het gebergte van Gilead, dat dicht tegenover die van Jakob, die hem nu niet meer ontgaan kon.
26. Toen zei Laban tot Jakob, naar wiens tent hij zich begeven had: Wat hebt gij gedaan, dat gij u aan mijn hart ontstolen heb, en mijn dochters ontvoerd hebt, haar als gevangenen met het zwaard, tegen haar wil, met geweld, uit hun vaders huis hebt gesleept?
27. Waarom zijt gij heimelijk gevlucht, en hebt u aan mij ontstolen? en hebt het mij niet aangezegd, dat ik u geleid had, u als mijn schoonzoon een eregeleide, met vreugde en met gezangen, met trommel en met harp gegeven had?
28. Ook hebt gij mij niet toegelaten mijn zonen en mijn dochters te kussen tot afscheid; nu, gij hebt dwaas gedaan zo doende; gij hebt uzelf van een afscheidsfeest beroofd, u mijn ongenoegen op de hals gehaald, en mij en mijn huis smaadheid aangedaan.
29. Het ware in de macht van mijn hand 1) aan ulieden kwaad te doen; 2) maar de God van uw 3) vaders, Abraham en Izaak (vs.42) heeft tot mij gisteren nacht gesproken, zeggende: Wacht u, van met Jakob te spreken of goed, of kwaad (vs.24).
1) Een gewone spreekwijze bij de Oosterlingen, waarmee zij te kennen willen geven, dat het hun aan geen middelen ontbreekt om hun doel te bereiken.
2) Het dreigen kan hij niet laten. Hij kon hem veel kwaad doen, maar hij durfde niet.
3) “Uw,” niet “mijn God.” Tegen wil en dank moet Laban het erkennen; dat de God van het Verbond hem te machtig is geweest en daardoor dat die God, de God van alle Goden is.
30. En nu, gij hebt immers willen vertrekken, omdat gij zozeer begerig waart naar uw vaders huis, gelijk gij mij zeker zult voorgeven; waarom hebt gij, want dit kunt gij onmogelijk verontschuldigen, mijn goden gestolen? 1)
1) In deze welsprekende strafprediking is veel huichelarij verborgen, alsof Labans verhouding tot zijn dochters en die van zijn dochters tot hem zeer teder was, alsof zijn gezindheid jegens de schoonzoon slechts welwillendheid en hoogachting geweest waren; ten laatste treedt hij openlijk te voorschijn. Om wat hem, de in Mammons dienst geheel en al weggezonken man, het liefste en beste is-zijn huisgoden- weer te verkrijgen, laat hij al het andere gemakkelijk varen. In Labans woord ligt een bespotting van zijn eigen afgoderij, gelijk wij in 2 Samuel 44 lezen. Wat is een God, die gestolen kan worden?.
In dit laatste gedeelte van Laban’s strafrede treft vooral de tegenstelling tussen “uw vaders huis” en “mijn goden.” Laban doet daarmee uitkomen het verschil tussen de godsdienst van Jakob’s geslacht en van de zijnen, maar bedoelt daarmee ook, Jakob als een “schijnheilige” voor te stellen, die de tocht naar zijn vaders huis slechts heeft voorgewend. Daarom verdedigt Jakob, omdat hij dit laatste voelde, zich ook met zulke krasse woorden tegen de laatste woorden. In de verdediging van zijn heimelijk heengaan is hij flauw, maar in die tegenover de laatste beschuldiging zeer sterk.
31. Toen antwoordde Jakob, en zei tot Laban: Omdat ik vreesde, want ik zei: opdat gij niet misschien uw dochters mij ontweldigde, haar niet met mij naar mijn land zou laten trekken; maar met geweld terughouden; daarom besloot ik in het geheim te vluchten.
32. Bij wie gij nu onder ons uw goden vinden zult, van welke gij beweert, dat wij die gestolen hebben, laat hem niet leven; 1) hij boete voor die misdaad en afgoderij met de dood. Onderken, onderzoek gij voor het aangezicht van onze broeders, wat bij mij is van het uwe. Ik vrees niet, dat het in het openbaar onderzocht worde, want ik zal voor hen niet beschaamd worden; wat zou ik belang stellen in een ijdel afgodsbeeld? Zoek het en zo gij het vindt, neem het tot u; want Jakob wist niet, dat Rachel deze terafiem gestolen had, anders had hij dit wel verhinderd tenminste niet zo stout gesproken.
1) De beschuldiging van afgodendienaar mag niet op Jakob of op een van de zijnen kleven.
Rachel heeft niet lang meer geleefd.
33. Toen ging Laban, om onderzoek te doen, in de tent van Jakob, en in de tent van Lea, en in de tent van de beide dienstmaagden, en hij vond niets; en toen hij uit de tent van Lea gegaan was, kwam hij in de tent van Rachel.
34. Maar Rachel had de terafiem genomen, en zij had die in een kameelszadeltuig gelegd, dat haar op de reis gediend had, en dat als een soort van draagstoel, ruim en geschikt genoeg was, om in de tent als een rustbed te gebruiken, en zij zat hierop. En Laban betastte die gehele tent, en alle voorwerpen, die daarin waren, en hij vond niets.
35. En zij zei tot haar vader, toen deze tot haar kwam, en ook het zadeltuig wilde onderzoeken: Dat de toorn niet ontsteke in de ogen van mijn heer, omdat ik voor uw aangezicht niet kan opstaan, want het gaat mij naar der vrouwen wijze 1) Laban liet nu het zadeltuig ondoorzocht, daar hij het voor onmogelijk hield, dat een menstruerende vrouw (Leviticus. 15:18 vv.) op zijn goden zou zitten, en hij doorzocht al het overige, maar hij vond de terafiem niet, en stond nu beschaamd voor Jakob, die meende thans het recht te hebben, om verwijten te doen.
1) Zij was dus onrein en moest zich afgezonderd houden, waardoor hij zich dan ook wachtte, datgene aan te raken waarop zij gezeten was.
Rachel spreekt Laban niet aan met de vadernaam, maar met die van heer. Door haar zonde van diefstal, gevolgd door die van leugen, tegenover Laban, is de kinderlijke betrekking verbroken, en heeft de liefde voor vrees plaats gemaakt.
36. Toen ontstak Jakob en twistte 1) met Laban; en Jakob antwoordde en zei tot Laban: Wat is mijn overtreding, wat is mijn zonde, dat gij mij zo vurig hebt nagejaagd, als een dief of misdadiger?
1) In dit twisten met Laban zondigt Jakob. Hij meent, dat al zijn huisgenoten onschuldig zijn, en toch is dit niet het geval. Had hij, voordat hij de vlucht nam, zelf onderzoek gedaan, of ook iemand van de zijnen iets van hun vader zich wederrechtelijk had toegeëigend, dan zou hij in deze toestand niet gekomen zijn. Wel had Laban aan Jakob overvloedige reden gegeven, om de liefde te doen verkoelen, maar toch hierin is Jakob onbillijk. Dat hij dan ook straks ongedeerd mag voorttrekken, heeft hij alleen te danken aan de trouwe zorg van God, die Laban weerhoudt om hem kwaad te doen.
37. Als gij al mijn huisraad betast hebt, wat hebt gij gevonden van al het huisraad uit uw huis? Leg hetgeen gij gevonden hebt, hier voor mijn broeders en uw broeders, en laat hen richten tussen ons beiden, wie de schuldige is.
38. Gij kunt niets aanwijzen, maar, evenals nu, is steeds uw handelwijze tegenover mij vol van argwaan, eigenbaat en hardheid geweest. Deze twintig jaar ben ik bij u, als herder en verzorger van uw kudden, geweest, en hoe heb ik u gediend? Uw ooien en uw geiten hebben niet misdragen; er kwamen geen misgeboorten, omdat ik gedurende de tijd van hun dracht alle zorgvuldigheid aanwendde, en de rammen van uw kudde heb ik niet gegeten, gelijk vele knechten doen en dan hun heren voorliegen, dat de roofdieren ze hebben verteerd (Ezechiël.34:2 vv.).
39. En hoe hebt gij mij daarentegen behandeld? Het werkelijk verscheurde heb ik tot u niet gebracht; ik moest het vergoeden; ik heb het geboet: gij hebt, hoewel ik tot getuigenis van de waarheid u het dier in de verscheurde toestand nog tonen kon (Exodus. 22:13), het van mijn hand geëist; gij vorderde zelfs van mij, wat dieven ontvreemd hadden (Exodus. 22:12), zonder enige billijkheid in acht te nemen, het ware overdag gestolen, of ‘s nachts gestolen.
40. Dat alles deed gij, hoewel gij wist, welk een harde dienst ik bij u had, en met welk een zelfverloochening ik die volbracht; want ik ben geweest, dat mij bij dag de hitte verteerde, en bij nacht de vorst, 1) en dat mijn slaap van mijn ogen week, 2) uit zorg voor het vee.
1) In Mesopotamië is het zó warm, dat de dieren op het open veld dikwijls dood terneer vallen, en, hoe warmer de dagen zijn, des te kouder zijn de nachten, gelijk overal in het Oosten. (Jeremia. 36:30; Joh. 18:18).
2) Hiermee wil Jakob zeggen, dat hij niet alleen vele nachten de wacht bij de kudde had gehouden, maar dat hij daarom ook met de slaap had moeten worstelen, zodat het hem grote opofferingen had gekost.
41. Ik ben nu twintig jaar in uw huis geweest; ik heb u veertien jaar gediend om uw beide dochters, en zes jaar om een loon, dat van uw kudde mij toekomen zou; en gij hebt mij eerst de ene dochter voor de andere gegeven; en in die laatste zes jaar hebt gij mijn loon tienmaal veranderd (vs.7).
De aangeklaagde wordt op zijn beurt aanklager.
42. Ten ware de God van mijn vader, 1) de God van Abraham 2) en de vrees van Izaak, 3) die, welke mijn vader Izaak vreest en dient, bij mij geweest was, zeker gij zou mij nu ledig weggezonden hebben, zonder vrouwen of kinderen, of enige andere bezitting. God heeft mijn ellende, die ik in uw dienst geleden heb (vs.40), en de arbeid van mijn handen (vs.38) aangezien, en heeft u gisterennacht in de droom (vs.24; 29) bestraft; 4) dat is de enige reden, waarom gij mij ook niet nog heden van alles berooft.
1) Hier schrijft Jakob aan de gunst van God toe, dat hij niet met lege handen naar huis terugkeert; waardoor hij niet alleen de zonde van Laban als groot voorstelt, maar ook de tegenwerpingen beantwoordt, welke hij tegenover die klachten kon aanvoeren. Hij ontkent, dat hij door de goedheid van zijn schoonvader is rijk geworden, en getuigt, dat hij het alleen aan de Heere toeschrijft, alsof hij gezegd zou hebben: Aan U heeft het niet gelegen, om mij geen meer schade te doen, maar God, Die ik tot een bezitting heb, heeft U dat verhinderd. Daar God nu, niet de beschermer is van het slechte vertrouwen, noch goddelozen pleegt te helpen, kan daaruit de vroomheid van Jakob gekend worden, dat God zich hem tot een beschermer heeft gesteld.
2) Door zijn God, de God van Abraham te noemen, onderscheidt Jakob Hem van alle andere goden.
3) In het Hebreeuws Pachad Jitschak. “Izaak vreesde. (ook: Izaak had angst)” Het woord “vrees” staat hier en in vs.53, voor het voorwerp van vrees en verering.
4) Jakob spreekt tengevolge van zijn opgewondenheid in een zekere maat en in poëtische vorm. Laban wordt door die woorden getroffen; toch neemt hij vervolgens noch de schijn aan, of hij tegenover Jakob in zijn recht was, en slechts uit liefde tot zijn dochters en haar kinderen van dat recht afstand deed. Dat hij vervolgens op het sluiten van een verbond aandringt, toont zijn argwaan en zijn laag karakter. Mensen van die soort meten steeds anderen naar zichzelf af, vrezen overal iets kwaads en vertrouwen niemand; het moet alles eerst geschreven en verzegeld zijn.
Niets stuit eerder en beter de wilde stroom van de toornige woorden dan de gedachte aan God en diens ondervonden genade. O, als de ziel daarbij bepaald wordt, zinkt alle zelfverheffing in het niet, dan wordt men stil en klein. Zo ging het ook Jakob, die zolang hij eigen verdienste breed uitmeet, zeer uitvoerig is, maar zodra hij aan Gods hulp denkt, eensklaps tot zichzelf en eigen ellende, eigen onwaardigheid en eigen onvermogen inkeert. Dan komt er een eerbiedig zwijgen; eergevoel van schaamte over ons zelf, wie het niet past ons zelf te beroemen, maakt zich van ons meester; een overweldigend besef grijpt ons aan, dat wij de bestraffing van anderen aan God moeten overlaten.
43. Toen antwoordde Laban en zei tot Jakob: Deze dochters zijn mijn dochters, en deze zonen zijn mijn zonen, en deze kudde is mijn kudde, ja, al wat gij ziet en het uwe noemt, dat is van mij; het is alles van mij afkomstig; ik zou dus tegen mijn eigen vlees en tegen mijn eigen goed strijden, zo ik u deed, wat ik wel kon doen (vs.29), en wat zou ik aan mijn dochters heden doen? of aan hun zonen, die zij gebaard hebben. 1) Het vaderhart bindt mij de handen.
1) Laban veinst hier vriendschap. Hij belijdt geen schuld, maar dringt ook op geen verder onderzoek aan, maar biedt zijn hand aan ter verzoening, door het voorstel, om een verbond op te richten.
Dat is de manier van de huichelaars, dat, als zij menen de overhand te zullen behouden, zij steeds stouter worden (vs.23-30), maar als hun listen mislukken en zij beschaamd staan worden zij vriendelijk. De Christen daarentegen staat in de kracht van zijn God en zoekt de overwonnen tegenstander door liefde en weldoen te winnen.
44. Nu dan, aldus vervolgt hij, kom, laat ons een verbond maken, ik en gij; en het gedenkteken, dat wij daarvan oprichten, dat het tot een getuigenis zij tussen mij en tussen u, van hetgeen wij elkaar beloven (vs.48-53).
Wellicht, dat Laban het wel aan Jakob gezien heeft, dat zijn gezicht ophelderde en hij nu daardoor wordt aangemoedigd, om met vredesvoorstellen te komen. Bovendien spreekt Laban met dit voorstel uit, dat hij in de grond van de zaak Jakob vreest of liever de God van Jakob; dat hij bevreesd is, dat Jakob hem geheel en al zal overweldigen. Daarom moet dat verbond dienen, opdat er volkomen scheiding tussen beiden zijn zal.
45. Toen nam Jakob, aanstonds in het voorstel tredende, en de hand aan het werk slaande, een steen, en hij verhoogde die, stelde die in de hoogde, tot een opgericht teken. 1)
1) Wel bewijst Jakob hier, dat hij werkelijk verzoening wil. Niet Laban, maar hij is de eerste, die een steen tot een opgericht teken stelt.
46. En Jakob zei tot zijn broeders, de aan Labans zijde staande zwagers en overige bloedverwanten (vs.32-37): Vergadert stenen en draagt zo van uw zijde ook tot oprichting van een verbondsteken bij. En zij namen stenen, en maakten een hoop; en zij aten aldaar op die hoop, bij het verbondsmaal.
Nu wordt het duidelijk, waarom Jakob die stenen verzamelt. Het is, opdat zij zullen dienen tot een tafel, waarbij de vredesmaaltijd zal gebruikt worden.
47. En Laban noemde hem in zijn, dat is, in de Aramese of Chaldeeuwse taal na het sluiten van het verbond (vs.48-54) en het eindigen van het maal: Jegar-Sahadûtha 1) (hoop van de getuigenis); maar Jakob noemde deze, die naam in zijn taal overzettende, Gal-En.
1) Beiden geven een naam, in hun eigen taal, maar van dezelfde betekenis, aan de steenhoop. Daaruit blijkt, dat Laban de Syrische taal heeft gebruikt, om dat hij onder Syriërs wonende, zowel hun taal als zeden had aangenomen. Kort tevoren is hij ook de Syriër genoemd, alsof Mozes hem ontaard en vervreemd van de Hebreeën wil voorstellen. Maar uit de volgende geschiedenis schijnt dit niet afgeleid te kunnen worden, waar wij lezen, dat Laban aan zijn dochters Hebreeuwse namen gegeven heeft. De oplossing is echter niet moeilijk. Want, daar de verwantschap van die talen onder elkaar groot is, was de insluiting van één woord in de andere taal gemakkelijk. Vervolgens, indien Jakob’s vrouwen hem ter wille waren, dan is het niet te verwonderen, dat zij zijn taal gebruiken.
48. Toen de heuvel opgericht was, gelijk in vs.45 vv. verhaald is, zei Laban, omdat hij de oudste was en tot het verbond aanleiding had gegeven, het eerst het woord nemende: Deze hoop zij heden een getuige tussen mij en tussen u! Daarom noemde men zijn naam Jegar-Sahadutha of Gal-En (vs.47).
49. En ook noemde men hem Mizpa (wachttoren, Jozua. 13:26; Richteren. 11:11, 29; omdat hij, Laban, zei: Dat de HEERE opzicht neme tussen mij en tussen u, wanneer wij uit elkanders gezicht gekomen zijn, en de een van de ander zullen verborgen zijn. 1) De Heere zij als een wachter, die van deze zuil naar beide zijden, naar u en naar mij, heen ziet.
1) Laban doet hier een beroep op Gods alwetendheid, waar het zijn eigen belang geldt. Toen hij Jakob bedroog en verdrukte, heeft hij gewis de gedachte aan de alwetendheid Gods zo ver mogelijk verbannen.
50. Hij wreke het aan u, zo gij mijn dochters beledigt, en zo gij vrouwen neemt boven mijn dochters; 1) niemand is bij ons, die, nadat hij het als getuige heeft aangehoord, er op letten kan, of gij houdt, wat gij nu belooft, maar zie toe; God zal getuige zijn tussen mij en tussen u, 2) en Hij hoort niet alleen de belofte, maar zal ook rechter en wreker zijn, zo gij die niet vervult.
1) De zonde, waarvan hij zelf de bewerker was geweest, door zijn hebzucht verblind, veroordeelt hij nu, tengevolge van een onpartijdig natuurlijk inzicht. En zeker, waar de huwelijksband verbroken wordt, daar lijdt de gehele menselijke samenleving schipbreuk, daar niets zo heilig is onder de mensen.
Laban noemt hier, en terecht, de polygamie een belediging voor de eerste echtgenote.
2) Goddeloze mensen kunnen het soms zeer ernstig en plechtig maken, als zij aan anderen hun verplichtingen voorhouden, of hun onrecht hun onder het oog brengen; maar om zichzelf naar dezelfde maatstaf te richten en zich aan Gods woord streng te houden, daaraan denken zij niet. Aan henzelf is alles goed en recht, hoe het ook zij. Jakob neemt alles geduldig aan, wat Laban hem op het hart drukt, omdat hem niets opgelegd wordt, waartoe hij zelf niet reeds besloten was.
51. Laban, toen hij voor zijn dochters een goede behandeling bedongen had, dacht nu ook aan zijn eigen veiligheid, en zei voorts tot Jakob; Zie, daar is dezelfde hoop, en zie, daar is dit opgericht teken, hetwelk ik opgeworpen heb, 1) tussen mij en tussen u.
1) Wel had Jakob het teken opgericht en de stenen laten aandragen; maar Laban houdt zich als de hoofdpersoon, die alles doet en alleen iets te zeggen heeft.
52. Dezelfde hoop zij getuige en dit opgericht teken zij getuige tegen mij, dat ik tot u voorbij deze hoop niet komen zal en tegen u, dat gij tot mij voorbij deze hoop en dit opgericht teken niet komen zult, namelijk niet ten kwade!
53. De God van Abraham en de God van Nachor, de Gods hun vader 1) van Terah van wie wij beide, ik door Nachor, gij door Abraham afstammen, richte tussen ons, en houde alle vijandige bedoelingen jegens elkaar van ons af. En Jakob zwoer bij de vrees van zijn vader Izaak (vs.42).
1) Laban doet zich hier kennen als polytheïst, als iemand, die meer dan één God aanbidt. Hij stelt de God van Terah en Nachor op een en dezelfde lijn met de God van Abraham. Daarom zweert Jakob niet bij de God van Abraham, maar bij de vrees van zijn vader Izaak, d.i. bij de God van Izaak, de God, welke door Izaak met de diepste eerbied werd vereerd.
54. Toen slachtte Jakob, na het afleggen van de eden, tot bevestiging, een slachting op dat gebergte, en hij nodigde zijn broeders (vs.46), om brood te eten, om zich alzo mede als met hem verbondenen te betonen; en zij aten brood, en vernachten op dat gebergte (vs.25).
Ongetwijfeld heeft Jakob hier een slachtoffer aan de Heere gebracht en zijn broeders genodigd tot de offermaaltijd, om daarmee te kennen te geven, dat bij hem alles vergeven en vergeten is. Eerst de verbondsluiting, d.i. de verzoening, daarna het offer en eindelijk de offermaaltijd tot bezegeling. Echt evangelisch, wat het innerlijke wezen aangaat.
55. En Laban stond ‘s morgens vroeg op en kuste zijn zonen en zijn dochters, en zegende hen; en Laban trok heen, en keerde weer tot zijn plaats, 1) tot Haran.
1) Het familiehuis in Mesopotamië, nadat het zijn bestemming bereikt had, om aan de Patriarchen vrouwen te geven, wordt nu voor ons gesloten. Jakob’s harde dienst in Mesopotamië, zijn uittrekken met rijkdom nu onder vervolging, zijn een beeld van Israël’s toekomst in Egypte.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 31
Genesis 31:3.KruisverwijzingenGenesis 28:15→Genesis 32:9→Genesis 31:13→Genesis 21:22→Genesis 28:13→Hebreeën 13:5→Genesis 30:25→Psalmen 90:15→
— En de HEERE zeide tot Jakob: Keer weder tot het land uwer vaderen, en tot uw maagschap, en Ik zal met u zijn.
“Ik zal met u zijn.” Het is alsof God zegt: “In Kanaän zal Ik Mijn tegenwoordigheid op een bijzondere wijze aan u openbaren, meer dan op deze plaats, die niet het land van de belofte is. Ik zal met u zijn wanneer u terugkeert om een afgezonderd leven te leiden en met Mij wandelt, zoals uw vader Isaak deed.”
Jakobs reis zou vol gevaren zijn. Hij wist dat Laban zijn vertrek niet zou goedkeuren en hem waarschijnlijk zou achtervolgen. Maar God zei: “Ga, en Ik zal met u zijn.” Hij wist ook dat zijn broer Esau waarschijnlijk wraak zou willen nemen voor het bedrog dat hem was aangedaan. Dat drukte zwaar op zijn geweten. Jakob vreesde en beefde, maar God sprak: “Ik zal met u zijn.”
Genesis 31:13.KruisverwijzingenGenesis 32:9→Genesis 31:3→Genesis 28:12→Genesis 35:7→
— Ik ben die God van Beth-El, alwaar gij het opgerichte teken gezalfd hebt, waar gij Mij een gelofte beloofd hebt; nu, maak u op, vertrek uit dit land, en keer weder in het land uwer maagschap.
“Ik ben die God van Bethel.” De God van Bethel is een God Die Zich bekommert om de dingen van deze aarde. Hij is geen God Die Zich in de hemel heeft teruggetrokken. De God van Bethel is de God van de ladder die hemel en aarde met elkaar verbindt. De god van de onwedergeborenen is een levenloze god, of, als hij al leeft en ziet, een gevoelloze god die zich niets aantrekt van mensen en hun persoonlijke omstandigheden.
“Ach, het is belachelijk,” zeggen zij, “te denken dat Hij aandacht heeft voor ons verdriet en onze moeilijkheden. Nog absurder is het te veronderstellen dat Hij gebeden verhoort of ooit ingrijpt als antwoord op het smeken van een arm mens.” Dat is hun god. Dat is de god van de heidenen: een dode, blinde en stomme god. Het verbaast mij niet dat zij niet tot hem bidden, want zij kunnen van hem geen antwoord verwachten.
Maar de God van de genade heeft een verbinding geopend tussen hemel en aarde. Hij hoort het geroep van Zijn kinderen, verzamelt hun tranen in Zijn fles (Ps. 56:9), leeft mee met hun verdriet en ziet op hen neer met medelijden en vaderlijke liefde. Dit alles doet Hij door de gezegende Persoon van de Heere Jezus Christus. Zie waar de voet van deze ladder op aarde rust. Hij ligt als Kind in de kribbe van Bethlehem. Hij leeft op aarde het eenvoudige leven van een arbeider, gekleed in het gewaad van zware arbeid. Hij sterft aan het vervloekte kruis de dood van een misdadiger, opdat Hij ook in het dragen van het beeld van de dood waarlijk Mens zou zijn.
Hier staat de ladder, geplant in de klei van onze menselijke natuur. Maar zie ook waar zij eindigt: Hij is God gelijk, gelijk in macht, wijsheid, majesteit, heiligheid en al Zijn heerlijke eigenschappen, waarachtig God uit waarachtig God, voor Wie de engelen zich neerbuigen. De voet van de ladder reikt tot de mens, maar de top ervan reikt tot God.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
JAKOB VLUCHT MET VROUWEN EN KINDEREN VAN ZIJN SCHOONVADER LABAN.
I. Gen. 31 vers 1-22
Jakob’s geluk wekt de nijd van Laban en diens zonen op; de bittere redenen van de laatsten, doen hem wensen de bestaande overeenkomst te verbreken; daarbij ontvangt hij een bevel van God, om weer naar zijn land terug te keren. Nadat hij zich van de toestemming van zijn vrouwen verzekerd heeft, maakt hij zich de tijd van het scheren van de schapen tot nut, en gaat met de zijnen in het geheim uit Mesopotamië.
1. Toen hoorde hij, waarschijnlijk doordat anderen het hem meedeelde, de woorden van de zonen van Laban (hoofdstuk. 30:35), die nijdig waren over het toenemen van zijn rijkdom (hoofdstuk. 30:43), zeggende: Jakob heeft genomen alles, wat van onze vader was; en van hetgeen, dat van onze vader was, heeft hij al deze heerlijkheid gemaakt. 1)
1) Aleer Jakob tot Laban kwam waren diens bezittingen weinig. In die twintig jaar zijn zij zeer toegenomen, maar dit wordt niet erkend door Labans zonen. Ook vragen zij niet of terecht of ten onrechte Jakob zo rijk is geworden. Zij beschuldigen hem hier eigenlijk van door en diefstal, maar verzwijgen dat hij met hun vader een wettig verdrag heeft gesloten.
2. Jakob zag ook het aangezicht van Laban aan, en bemerkte, dat zijn zwagers eigenlijk slechts uitspraken, wat zijn schoonvader bij zichzelf dacht, en dat argwaan en wangunst in plaats van het vroegere vertrouwen bij hem waren; want ziet het aangezicht van Laban was jegens hem niet als gisteren en eergisteren, niet als in vorige dagen.
Deze laatste uitdrukking is een in de heilige Schrift zeer gewone, om een zeker verloop van de dagelijkse omgang en voortdurend verkeer in haar laatste tijdperk aan te geven. Vooral in de laatste tijd scheen Laban, die zich ten behoeve van eigen belang lang had ingehouden, zijn norse stemming tegenover Jakob weer bot te vieren, in onvriendelijke bejegening en stugge houding. Zo gaat het als men, door hebzucht gedreven, met het loon van de dienende zich zoekt te verrijken. Er rust geen zegen op het ingehouden loon, en dat zelf maakt onze schat niet, maar wel ons verdriet en onze wrevel groter. Eindelijk moet het uitbreken en dan verbittert men zowel zijn eigen leven als dat van degene, die in onze omgeving verkeren. Er was dus genoeg in Jakob’s ondervindingen, om hem een verhaast vertrek aan te raden.
3. Maar God veranderde tegenover hem niet, maar was lankmoedig over Zijn uitverkoren vat; en de HEERE zei tot Jakob: 1) Keer weer 2) tot het land van uw vaderen 3) en tot uw familie; en Ik zal met u zijn 4) op uw terugreis, gelijk Ik tot hiertoe Mijn belofte gehouden heb en met u geweest ben (hoofdstuk. 28:15).
1) Hier straalt duidelijker dan ooit de godsvrucht van de heilige man door, omdat hij, ziende dat het kwade bij zijn schoonvader tegenover hem besloten was, niet eerder durft vertrekken, dan wanneer hij door een nieuwe Godsspraak daartoe wordt aangemaand. Doch de Heere, die door de zaak zelf hem reeds getoond had, dat hij niet langer moest toeven, openbaart hem dit nu ook door woorden.
2) Ook hier heeft men, het verhaal noopt er ons toe, wel te onderscheiden, tussen wat God eigenlijk beveelt, en wat Jakob doet. Dat hij heimelijk vluchtte, iets dat Laban hem in vs.27 verwijt, had God hem niet bevolen.
3) “Het land van onze vaderen,” niet omdat Jakob aldaar was geboren, maar omdat het aan Abraham en Izaak tot een erfelijke bezitting beloofd was.
4) Zo bevoordeelt de Heere dikwijls de Zijnen meer door de afgunst van de goddelozen, dan wanneer Hij hen in vreugde trekken liet.
Het was goed, dat Jakob, zes jaar tevoren, zijn voornemen om weg te gaan niet had doorgezet; want toen had hij het uitdrukkelijk bevel en de wenk des Heren daartoe niet; ook zou hij toen ledig weggegaan zijn en zou hij zich in de verzoekingen van de armoede gestort hebben. Wanneer men geen uitdrukkelijk bevel van God tot het doen of laten, tot gaan of blijven heeft, maar als op een kruisweg staat, is het goed, wanneer men langzaam beproeft; maar zich ook weer anders leiden laat, wanneer die eerste kleine proef niet gelukt. Waar Gods wil zich duidelijk openbaart, is er geen tijd, om aan moeilijkheden te denken, maar moet men getroost voortgaan, want die de roeping gaf, die zal ook het volbrengen geven.
4. Toen zond Jakob heen, in het huis van Laban, waar zijn familie zich bevond, en riep Rachel en Lea, op het veld tot zijn kudde, om daar met hen alleen te kunnen spreken.
Dat Jakob zijn beide vrouwen tot zich roept is, om met hen te overleggen, om hen voor de keuze te plaatsen, met hem te gaan of hier te blijven. Hij, voor zichzelf, is beslist. Hij zal heengaan, maar hij heeft ook graag, dat zijn vrouwen hem vrijwillig volgen.
5. En hij zei tot haar: Ik zie het aangezicht van uw vader, dat het jegens mij niet is als gisteren en eergisteren, niet zoals de beide malen, toen hij mij dwong om te blijven (hoofdstuk. 29:14,27; 30:27 vv.); doch, wat zal ik mij daar veel over bekommeren, daar ik een hoger helper heb; de God van mijn vader 1) is bij mij geweest; Hij, die mij vroeger gezegend heeft, is nog dezelfde voor mij; Hij heeft mij weer gezegend.
“De God van mijn vader,” in tegenoverstelling van de God van Laban. Jakob spreekt hieruit: dat zijn God is een ander God, de God van het Verbond. Hij spreekt daarmee tevens uit, dat de God van zijn vader ook zijn God is.
6. En gijlieden weet en zult mij zelf moeten getuigen, dat ik met al mijn macht uw vader gediend heb.
7. Maar uw vader heeft daarentegen bedrieglijk met mij gehandeld; en heeft mijn loon tien maal 1) veranderd; doch God heeft hem niet toegelaten om aan mij kwaad te doen. 2)
1) Het getal tien is hier niet in meetkundige, maar in zinnebeeldige zin te nemen, (vrgl. Numeri. 14:22), als getal van volledigheid: alles, wat slechts bij mogelijkheid beproefd kon worden, om de overeenkomst te zijnen gunste te veranderen, had hij aangewend. De
veranderingen, die Laban beproefde, hadden betrekking op de verschillende soorten van bont vee; nu zou slechts deze, dan alleen die soort Jakob toekomen, terwijl zij volgens de overeenkomst hem alle toebehoorden. Jakob liet zich die veranderingen welgevallen en de Heere behoedde hem voor schade.
2) Jakob wil zijn vrouwen de verzekering geven, dat zijn God de Almachtige is, die hem, de zwakke in bescherming heeft genomen.
8. Wanneer hij aldus zei: De gespikkelde, die bij zwart haar witte plekken hebben (hoofdstuk. 30:32) zullen uw loon zijn, zo lammerden al de kudden gespikkelde; en wanneer hij alzo zei: De gesprenkelde; die bij wit haar donkere vlekken hebben, zullen uw loon zijn, zo lammerdenal de kudden gesprenkelde. 1)
1) Uit deze mededeling van Jakob volgt, dat in de opgaaf van het verdrag, die in vs.32 en 33 van het vorig hoofdstuk voorkomt, veel is bekort; met name duiden de verschillende bepalingen, ten aanzien van de schapen en geiten, op de bedrieglijke verwisseling van de voorwaarden door Laban.
9. Alzo heeft God uw vader het vee ontrukt, en aan mij gegeven, en het is niet, gelijk uw broeders mij beschuldigen, dat ik uw vaders goed aan mij zou gebracht hebben.
10. Dat Gods hand dit werkelijk gedaan en alles te mijnen gunste bestuurd heeft, weet ik uit hetgeen Hij zelf uitdrukkelijk mij getoond heeft. De Heere kwam tot mij, en het geschiedde, ten tijde, als de kudde hittig werd, dat ik mijn ogen ophief, en ik zag in de droom; 1) en ziet de bokken, die de kudde beklommen, waren gesprenkeld, gespikkeld en hagelvlakkig, hoewel toch de gehele kudde werkelijk van één kleur was (hoofdstuk. 30:35).
1) Zie “Genesis 30.36”
11. En de Engel Gods a) zei tot mij in de droom: Jakob! En ik zei: Zie, hier en ik!
a) Genesis 16:7; 21:17; 22:11; 48:16.
Waar God roept is Jakob terstond bereid gehoor te schenken. Het zal hem vertroostend zijn geweest, om waar hij door Laban slecht werd behandeld, door God bij name genoemd te worden.
12. En hij zei: Hef toch uw ogen op, en zie! alle bokken, die de kudde beklimmen, zijn gesprenkeld, gespikkeld en hagelvlakkig, 1) waaruit gij kunt besluiten, dat wat geboren wordt, eveneens zal zijn als het uw zal wezen: want Ik heb gezien, alles wat Laban u doet, hoe hij u van de ene tijd tot de andere uit eigenbaat in zijn dienst heeft gehouden, en hoe hij nu zoekt zichzelf ten koste van u te verrijken. Ik zal dat niet toelaten, Ik zal u een loon geven, en hem doen voelen, dat gij hem niet meer tot zegenzult zijn, wanneer hij u langer tegen mijn wil terughoudt.
1) De kleur van de lammeren richt zich niet naar de schapen, maar naar de bokken hierop berust dit droomgezicht. Jakob verkreeg daardoor de toezegging; dat de zegen van God, die tot hiertoe Laban ten deel geworden was, zich tot hem zou keren; hij had alzo de listige middelen (hoofdstuk. 30:37 vv.) niet nodig gehad. Evenals hij echter tot verkrijging van de eerstgeboorte en van de vaderlijke zegen, de list, hem van nature eigen, aanwendde, zo deed hij het ook ten opzichte van Laban. Dat hij daaraan niet wel deed, voelde hij zelf wel; hij had dus tegenover de beschuldigingen van zijn zwagers geen geheel gerust geweten en zwijgt daarom voor zijn vrouwen geheel van de wijze, waarop hij tot verkrijging van de door God hem gegeven toezegging, meegewerkt heeft.
13. Diezelfde Engel Gods is mij nu weer verschenen in de droom, en heeft tot mij gezegd: Ik ben die God van Bethel, 1) alwaar gij het opgerichte teken gezalfd hebt, waar gij Mij een gelofte beloofd hebt2) (hoofdstuk. 18:10 vv.); nu, maak u op, want de tijd, die gij, naar mijn raad en wil, in den vreemde moest doorbrengen, is voorbij; vertrek uit dit land en keer weer in het land van uw familie. Dat Godsbevel wil ik volgen en nu terugkeren. Wat is uw mening Zult gij met mij trekken?
1) Het behoeft geen verwondering te wekken, dat een Engel de Persoon van God voorstelt. Zowel, omdat in Zijn woord God, de Vader, aan de heilige Patriarchen, als in een levend beeld verschijnt, en dat onder de gedaante van een Engel, als, omdat de Engelen op last van God sprekende, eigenlijk als uit Diens mond de woorden nemen. Want ook bij de Profeten is deze manier van spreken gebruikelijk, niet opdat zij zich in de plaats van God zouden stellen, maar in zoverre, dat de Majesteits Gods in zijn woord, wiens dienaren zij zijn, zou uitblinken. Nu, wat de kracht is van deze spreekwijze, zal ik nader uiteenzetten. Niet zozeer noemt Hij zich de God van Bethel, omdat hij zich binnen de grenzen van één plaats beperkt, maar omdat Hij Zijn belofte daardoor aan Zijn knecht vernieuwt. Want zo was de heilige Jakob nog niet tot volmaking gekomen, of hij had nog wel degelijker onderricht nodig. Toen was het licht van de kennis nog van weinig betekenis en omhuld nog door vele duistere schaduwen. Bijna de gehele wereld had zich gekeerd tot de afgoden. Die landstreek, zelfs het huis van zijn schoonvader was overgegeven aan verfoeilijk bijgeloof. Derhalve was voor hem temidden van zoveel hinderpalen niets moeilijker, dan zijn geloof aan de enige ware God ongehinderd en volkomen te houden. Waarom een zuivere Godsverering hem allereerst wordt ingeprent, opdat hij temidden van de ongebonden dwalingen van de wereld zich zou houden bij de gehoorzaamheid aan en de verering van zijn God, Welke hij eenmaal had leren kennen. Vervolgens wordt de belofte, welke hij vroeger ontvangen had, hem volkomen bevestigd, opdat hij altijd bij dat bijzonder Verbond zou bepaald blijven, hetwelk God met Abraham en zijn nakomelingen had gesloten.
2) Het herinneren aan de belofte, welke Jakob te Bethel heeft afgelegd, dient om de aartsvader niet alleen aan te manen, naar Kanaän terug te keren, maar ook, om hem moed en vertrouwen in te boezemen. God openbaart zich hier als de Getrouwe, opdat zijn knecht Hem zijn volle vertrouwen zou schenken.
14. Toen antwoordden 1) Rachel en Lea, en zeiden tot hem: Wij trekken mee! Is er nog voor ons een deel of erfenis in het huis van onze vader? Wij hebben niets te verwachten van hem, die alzo tegenover ons gehandeld heeft.
1) Hier zien wij vervuld, Wat Paulus leert (Rom.8:28), dat de kinderen van God aan alle dingen moeten meewerken ten goede. Want, omdat de vrouwen van Jakob door haar vader onbillijk zijn behandeld, zijn zij gewillig om te volgen, hoewel de vrouwelijke teergevoeligheid dit niet meebracht, daar hun man hen wilde brengen naar een ver verwijderde en onbekende landstreek. Indien Jakob dus zeer veel en zeer bittere smarten heeft moeten verdragen, ontvangt hij nu een uitnemende vergoeding hierin, dat de liefde voor het vaderlijk huis, hen niet al te zeer terughoudt, of liever, dat zij door verdriet over de rampen verwonnen met hem begerig zijn de vlucht te ondernemen. Niets is er, zeggen zij, wat ons bij de vader zou houden.
15. Zijn wij niet, in plaats van als dochters door hem behandeld te worden, vreemden van hem geacht; als dienstmaagden, van welke men zoveel mogelijk winst zoekt te trekken? Want hij heeft ons voor een dienst van veertien jaar, die gij hem geven moest, verkocht, en hij heeft ook steeds ons geld, de door uw dienst hem ten deel geworden winst, verteerd, terwijl hij ons niet eens een bruidsschat geschonken heeft.
16. God heeft hem nu voor zulk een hardheid en schraapzucht gestraft; want al de rijkdom, welke God onze vader heeft ontrukt, daar in deze laatste zes jaren het vee tot zijn schade geworpen heeft, die is van ons geworden en van onze zonen; nu dan, doe alles, wat God tot u gezegd heeft; 1) wij houden u niet terug; wij zullen u gaarne volgen (Col.3:21; Efez.6:4 ).
1) Een gehuwd man moet niet alles naar zijn eigen mening doen, maar ook met zijn vrouw raadplegen.
Laban had het er wel naar gemaakt, dat zijn dochters over hem klagen en toch is deze daad te veroordelen, daar immers de kinderen het vijfde gebod hebben te gehoorzamen, niet alleen jegens de goeden, maar ook jegens de slechten.
17. Toen maakte zich Jakob op, 1) volgens het bevel van God en met toestemming van zijn vrouwen, en laadde zijn zonen en zijn vrouwen op kamelen.
1) Jakob volgde wel het bevel van God op, maar niet op de wijze, waarop God het had willen hebben. Het doel was goed, was zelfs volgens Gods uitdrukkelijk bevel, maar de wijze van uitvoering was tegen Gods verordeningen. Van waar de oorzaak? Deze lag nergens anders in, dan in kleingeloof, welke zich openbaarde in een vrezen voor Laban.
18. En hij voerde al zijn vee weg, en al zijn have, die hij geworven had, het vee, dat hij bezat, hetwelk hij in Paddan-Aram geworven had, om te komen tot Izaak, 1) zijnvader, naar het land Kanaän.
1) “Tot Izaak, zijn vader.” Hoe heerlijk doet de Schrift hier uitkomen, dat waarachtige, kinderlijke liefde in het hart van Jakob woonde! Let er ook op, hoe hier als het ware het kleingeloof van Jakob enigszins verontschuldigd wordt door de voorstelling, dat Jakob zijn hebzuchtige schoonvader ontvluchtte, om zich te kunnen werpen in de armen van zijn liefdevolle vader. De kinderlijke liefde voor Izaak, zijn vader, wordt hier uitdrukkelijk als hoofdreden voor zijn overhaast vertrek aangegeven. Niet om daarmee de zonde van kleingeloof te vergoelijken, maar om haar in een enigszins verschonend licht te plaatsen.
19. Laban nu was gegaan om zijn schapen te scheren; 1) Jakob’s en Labans kudden waren juist van elkaar afgezonderd; Laban was van huis afwezig, zodat nu de vlucht het geschiktst geschieden kon; zo stal Rachel, 2) die door het bijgeloof van haar vader besmet was (hoofdstuk. 30:14-16), de terafiem, 3) de huisgoden, die haar vader had.
1) Het scheren van de schapen was een landelijk vreugdefeest, waarbij gasten werden uitgenodigd en feestmalen aangericht (Genesis 38:12; 1 Samuel. 25:4; 2 Samuel. 13:23). Daardoor duurde Labans afwezigheid verscheidene dagen.
2) Rachels hart was niet los van de afgoden. Daarom zal zij ook straks sterven, voordat Jakob zich voorgoed met zijn gezin in Kanaän vestigt.
3) Terafiem waren huis- of familiegoden van menselijke gedaante; men beschouwde ze als uitdelers van huiselijk geluk en vraagde hen in moeilijke gevallen om raad (Richteren. 18:2; 1 Samuel. 19:13 Zacheria 10:2 ) Rachel nam ze mee, om het, naar haar mening, Laban onmogelijk te maken de weg te vernemen, langs welke zij gevlucht waren; deels om zich van de bijstand van de huisgoden van haar familie te verzekeren. Men ziet, het was hoog tijd, dat Jakob naar Kanaän terugkeerde, zo niet bijgeloof en afgodendienst zijn zonen, die reeds groter werden, zouden besmetten; in Kanaän reinigde hij vervolgens zijn huis van alle dergelijke bijgelovigheden. (hoofdstuk. 35:1-4).
20. En Jakob ontstal zich aan het hart 1) van Laban, de Syriër; hij was de anders zo sluwen man, die over alles zijn oog liet gaan, te listig, mits hij hem niet te kennen gaf, en alles zó goed wist te verbergen, dat Laban volstrekt niet bemerkte, dat hij vluchtte. 2)
1) In het Hebreeuws Wajiegnov EtLeb eig.: Hij bedroog. Laban meende, dat Jakob nog altijd in zijn dienst was en nu neemt deze heimelijk de vlucht.
Aan het hart ontstelen is “iemand verschalken”, dit wordt gezegd in tegenstelling tot vs.19 het stelen van de terafiem, waaraan Jakob vreemd was.
2) Vluchtende voor Ezau, was Jakob naar Haran gekomen; vluchtende voor Laban, keerde hij naar Kanaän terug.
21. En hij vlood, (gelijk in vs.18) meegedeeld is, en al wat het zijne was, en hij maakte zich op, en voer over de rivier, de Eufraat, die Mesopotamië ten westen begrenst, en hij zette zijn aangezicht, sloeg de weg in naar het gebergte Gilead (heuvel van de getuigenis), dat aan de oostzijde van de Jordaan boven Jabbok gelegen is, en naderhand die naam (vs.44-48) ontving.
II. Vers 22-Hoofdstuk 32:2
Op de derde dag daarna verkreeg Laban bericht van Jakob’s vlucht; hij zette hem na en haalde hem na zeven dagreizen in op het gebergte van Gilead. ‘s Nachts te voren had God hem ernstig gewaarschuwd, geen geweld aan te wenden; daarom stelt hij zich tevreden met verwijten over de geheime vlucht en met een onderzoek naar zijn goden. Toen hij deze niet gevonden had, en Jakob eveneens hem zijn onrecht verweten had, kwam tussen hen een wederkerig verbond tot stand, waarop beide verder trokken.
22. En op de derde dag, toen Jakob reeds lang over de Eufraat getrokken was, werd aan Laban geboodschapt, dat Jakob gevlucht was.
Een tijdsruimte van drie dagen geeft de Heere aan zijn knecht, totdat hij, na de overtocht over de Eufraat, de grenzen van het beloofde land, bereikt heeft. En ondertussen breekt de toorn van Laban, wiens woede bij de eerste aanval van toorn veel heviger zou geweest zijn. Doch, dat Hij vervolgens toelaat, dat hij midden op de reis verhinderd wordt verder te gaan, daarmee wil Hij zijn hulp hem des te heerlijker openbaren. Want wel was het wenselijk, dat zijn tocht niet vertraagd werd, noch dat hij door de komst van zijn hem vijandige schoonvader, door de vrees voor de dood werd getroffen; maar daar Laban, als een verscheurend dier niets dan moord blazende, plotseling door de Heere werd getemd, dit was nuttig en geschikt om het geloof van de heilige man te schragen. Want evenals de macht Gods duidelijk had uitgeblonken, in het helpen van hem, zo ook zou het vertrouwen op Zijn bescherming door de andere beproevingen bevestigd worden.
23. Toen nam hij, ontstoken in toorn en menende naar recht die slechtheid te mogen straffen, zijn broeders, zijn verwanten en vrienden, die bij hem op het feest genodigd waren, met zich en jaagde hem achterna, een weg van zeven dagen, en hij kreeg hem, die wegens zijn kudden slechts langzaam kon voorttrekken, op het gebergte van Gilead. 1)
1) Jakob was ogenschijnlijk in gevaar, om, geplunderd, geslagen of met de zijnen tot slaven gemaakt, weggevoerd te worden naar Mesopotamië. Maar die het beloofd had (hoofdstuk. 28:15) vervulde Zijn belofte aan hem. Zo moet, wat voor een tijd ons drukt, eindelijk tot onze zegen uitlopen.
“Hij kreeg hem op het gebergte Gilead,” wil zeggen, hij haalde hem in op of bij dat gebergte, zodat er nog slechts een kleine ruimte tussen hen was. Het gebergte van Gilead strekte zich over een grote oppervlakte uit. Oostelijk grensde het aan Haran en de Arabische woestijn, westelijk aan de Jordaan, noordelijk aan Hieromiax en zuidelijk aan de vlakten van Hebron. Vandaar dat de Heere Laban nog kon ophouden en dat straks toch nog weer (in vs.25) van “achterhalen” sprake kan zijn.
24. Doch God kwam tot Laban, de Syriër, in een droom ’ s nachts, 1) en Hij zei tot hem: 2) Wacht u, dat gij met Jakob spreekt, noch goed, noch kwaad, 3) niet anders, dan vriendelijk. (Psalm. 105:4).
1) Als God aan niet-Israëlitische personen of aan heidenen verschijnt, ook in een droom, is het altijd omwille van Gods volk.
2) De vervolging zelf weert God niet af; Laban mag Jakob nog inhalen, want dat zal de laatste voordeel aanbrengen en hem een nieuwe les zijn; maar vernietigd mag hij niet worden.
3) Aldus voorkwam en verijdelde God de boze overweging van Laban en was het gevaar afgewend, eer het nog nabij was gekomen. Zo ondervangt de God van majesteit menigmaal de dreigenden bliksemflits in zijn vaart, eer hij uw huis of hoofd heeft bereikt; zo laat Hij het zwaard van de dood boven uw hoofd flikkeren, maar slaat het terug, juist als het dodend op u zou neervallen; opdat gij zou leren u te verheugen met beving; opdat gij, de grootte van het gevaar ziende en onderkennende, van de verrassende uitkomst van de genade Gods alleen de eer zou geven. Laat Laban komen; het gevaar is geweken en het scherp geslepen zwaard is stomp gemaakt, gedoemd om in de schede terug te blijven.
25. En Laban achterhaalde Jakob; Jakob nu had, om aan zijn vee enige rust te geven, zijn tent opgeslagen op dat gebergte; ook sloeg Laban met zijn broeders de zijne op het gebergte van Gilead, dat dicht tegenover die van Jakob, die hem nu niet meer ontgaan kon.
26. Toen zei Laban tot Jakob, naar wiens tent hij zich begeven had: Wat hebt gij gedaan, dat gij u aan mijn hart ontstolen heb, en mijn dochters ontvoerd hebt, haar als gevangenen met het zwaard, tegen haar wil, met geweld, uit hun vaders huis hebt gesleept?
27. Waarom zijt gij heimelijk gevlucht, en hebt u aan mij ontstolen? en hebt het mij niet aangezegd, dat ik u geleid had, u als mijn schoonzoon een eregeleide, met vreugde en met gezangen, met trommel en met harp gegeven had?
28. Ook hebt gij mij niet toegelaten mijn zonen en mijn dochters te kussen tot afscheid; nu, gij hebt dwaas gedaan zo doende; gij hebt uzelf van een afscheidsfeest beroofd, u mijn ongenoegen op de hals gehaald, en mij en mijn huis smaadheid aangedaan.
29. Het ware in de macht van mijn hand 1) aan ulieden kwaad te doen; 2) maar de God van uw 3) vaders, Abraham en Izaak (vs.42) heeft tot mij gisteren nacht gesproken, zeggende: Wacht u, van met Jakob te spreken of goed, of kwaad (vs.24).
1) Een gewone spreekwijze bij de Oosterlingen, waarmee zij te kennen willen geven, dat het hun aan geen middelen ontbreekt om hun doel te bereiken.
2) Het dreigen kan hij niet laten. Hij kon hem veel kwaad doen, maar hij durfde niet.
3) “Uw,” niet “mijn God.” Tegen wil en dank moet Laban het erkennen; dat de God van het Verbond hem te machtig is geweest en daardoor dat die God, de God van alle Goden is.
30. En nu, gij hebt immers willen vertrekken, omdat gij zozeer begerig waart naar uw vaders huis, gelijk gij mij zeker zult voorgeven; waarom hebt gij, want dit kunt gij onmogelijk verontschuldigen, mijn goden gestolen? 1)
1) In deze welsprekende strafprediking is veel huichelarij verborgen, alsof Labans verhouding tot zijn dochters en die van zijn dochters tot hem zeer teder was, alsof zijn gezindheid jegens de schoonzoon slechts welwillendheid en hoogachting geweest waren; ten laatste treedt hij openlijk te voorschijn. Om wat hem, de in Mammons dienst geheel en al weggezonken man, het liefste en beste is-zijn huisgoden- weer te verkrijgen, laat hij al het andere gemakkelijk varen. In Labans woord ligt een bespotting van zijn eigen afgoderij, gelijk wij in 2 Samuel 44 lezen. Wat is een God, die gestolen kan worden?.
In dit laatste gedeelte van Laban’s strafrede treft vooral de tegenstelling tussen “uw vaders huis” en “mijn goden.” Laban doet daarmee uitkomen het verschil tussen de godsdienst van Jakob’s geslacht en van de zijnen, maar bedoelt daarmee ook, Jakob als een “schijnheilige” voor te stellen, die de tocht naar zijn vaders huis slechts heeft voorgewend. Daarom verdedigt Jakob, omdat hij dit laatste voelde, zich ook met zulke krasse woorden tegen de laatste woorden. In de verdediging van zijn heimelijk heengaan is hij flauw, maar in die tegenover de laatste beschuldiging zeer sterk.
31. Toen antwoordde Jakob, en zei tot Laban: Omdat ik vreesde, want ik zei: opdat gij niet misschien uw dochters mij ontweldigde, haar niet met mij naar mijn land zou laten trekken; maar met geweld terughouden; daarom besloot ik in het geheim te vluchten.
32. Bij wie gij nu onder ons uw goden vinden zult, van welke gij beweert, dat wij die gestolen hebben, laat hem niet leven; 1) hij boete voor die misdaad en afgoderij met de dood. Onderken, onderzoek gij voor het aangezicht van onze broeders, wat bij mij is van het uwe. Ik vrees niet, dat het in het openbaar onderzocht worde, want ik zal voor hen niet beschaamd worden; wat zou ik belang stellen in een ijdel afgodsbeeld? Zoek het en zo gij het vindt, neem het tot u; want Jakob wist niet, dat Rachel deze terafiem gestolen had, anders had hij dit wel verhinderd tenminste niet zo stout gesproken.
1) De beschuldiging van afgodendienaar mag niet op Jakob of op een van de zijnen kleven.
Rachel heeft niet lang meer geleefd.
33. Toen ging Laban, om onderzoek te doen, in de tent van Jakob, en in de tent van Lea, en in de tent van de beide dienstmaagden, en hij vond niets; en toen hij uit de tent van Lea gegaan was, kwam hij in de tent van Rachel.
34. Maar Rachel had de terafiem genomen, en zij had die in een kameelszadeltuig gelegd, dat haar op de reis gediend had, en dat als een soort van draagstoel, ruim en geschikt genoeg was, om in de tent als een rustbed te gebruiken, en zij zat hierop. En Laban betastte die gehele tent, en alle voorwerpen, die daarin waren, en hij vond niets.
35. En zij zei tot haar vader, toen deze tot haar kwam, en ook het zadeltuig wilde onderzoeken: Dat de toorn niet ontsteke in de ogen van mijn heer, omdat ik voor uw aangezicht niet kan opstaan, want het gaat mij naar der vrouwen wijze 1) Laban liet nu het zadeltuig ondoorzocht, daar hij het voor onmogelijk hield, dat een menstruerende vrouw (Leviticus. 15:18 vv.) op zijn goden zou zitten, en hij doorzocht al het overige, maar hij vond de terafiem niet, en stond nu beschaamd voor Jakob, die meende thans het recht te hebben, om verwijten te doen.
1) Zij was dus onrein en moest zich afgezonderd houden, waardoor hij zich dan ook wachtte, datgene aan te raken waarop zij gezeten was.
Rachel spreekt Laban niet aan met de vadernaam, maar met die van heer. Door haar zonde van diefstal, gevolgd door die van leugen, tegenover Laban, is de kinderlijke betrekking verbroken, en heeft de liefde voor vrees plaats gemaakt.
36. Toen ontstak Jakob en twistte 1) met Laban; en Jakob antwoordde en zei tot Laban: Wat is mijn overtreding, wat is mijn zonde, dat gij mij zo vurig hebt nagejaagd, als een dief of misdadiger?
1) In dit twisten met Laban zondigt Jakob. Hij meent, dat al zijn huisgenoten onschuldig zijn, en toch is dit niet het geval. Had hij, voordat hij de vlucht nam, zelf onderzoek gedaan, of ook iemand van de zijnen iets van hun vader zich wederrechtelijk had toegeëigend, dan zou hij in deze toestand niet gekomen zijn. Wel had Laban aan Jakob overvloedige reden gegeven, om de liefde te doen verkoelen, maar toch hierin is Jakob onbillijk. Dat hij dan ook straks ongedeerd mag voorttrekken, heeft hij alleen te danken aan de trouwe zorg van God, die Laban weerhoudt om hem kwaad te doen.
37. Als gij al mijn huisraad betast hebt, wat hebt gij gevonden van al het huisraad uit uw huis? Leg hetgeen gij gevonden hebt, hier voor mijn broeders en uw broeders, en laat hen richten tussen ons beiden, wie de schuldige is.
38. Gij kunt niets aanwijzen, maar, evenals nu, is steeds uw handelwijze tegenover mij vol van argwaan, eigenbaat en hardheid geweest. Deze twintig jaar ben ik bij u, als herder en verzorger van uw kudden, geweest, en hoe heb ik u gediend? Uw ooien en uw geiten hebben niet misdragen; er kwamen geen misgeboorten, omdat ik gedurende de tijd van hun dracht alle zorgvuldigheid aanwendde, en de rammen van uw kudde heb ik niet gegeten, gelijk vele knechten doen en dan hun heren voorliegen, dat de roofdieren ze hebben verteerd (Ezechiël.34:2 vv.).
39. En hoe hebt gij mij daarentegen behandeld? Het werkelijk verscheurde heb ik tot u niet gebracht; ik moest het vergoeden; ik heb het geboet: gij hebt, hoewel ik tot getuigenis van de waarheid u het dier in de verscheurde toestand nog tonen kon (Exodus. 22:13), het van mijn hand geëist; gij vorderde zelfs van mij, wat dieven ontvreemd hadden (Exodus. 22:12), zonder enige billijkheid in acht te nemen, het ware overdag gestolen, of ‘s nachts gestolen.
40. Dat alles deed gij, hoewel gij wist, welk een harde dienst ik bij u had, en met welk een zelfverloochening ik die volbracht; want ik ben geweest, dat mij bij dag de hitte verteerde, en bij nacht de vorst, 1) en dat mijn slaap van mijn ogen week, 2) uit zorg voor het vee.
1) In Mesopotamië is het zó warm, dat de dieren op het open veld dikwijls dood terneer vallen, en, hoe warmer de dagen zijn, des te kouder zijn de nachten, gelijk overal in het Oosten. (Jeremia. 36:30; Joh. 18:18).
2) Hiermee wil Jakob zeggen, dat hij niet alleen vele nachten de wacht bij de kudde had gehouden, maar dat hij daarom ook met de slaap had moeten worstelen, zodat het hem grote opofferingen had gekost.
41. Ik ben nu twintig jaar in uw huis geweest; ik heb u veertien jaar gediend om uw beide dochters, en zes jaar om een loon, dat van uw kudde mij toekomen zou; en gij hebt mij eerst de ene dochter voor de andere gegeven; en in die laatste zes jaar hebt gij mijn loon tienmaal veranderd (vs.7).
De aangeklaagde wordt op zijn beurt aanklager.
42. Ten ware de God van mijn vader, 1) de God van Abraham 2) en de vrees van Izaak, 3) die, welke mijn vader Izaak vreest en dient, bij mij geweest was, zeker gij zou mij nu ledig weggezonden hebben, zonder vrouwen of kinderen, of enige andere bezitting. God heeft mijn ellende, die ik in uw dienst geleden heb (vs.40), en de arbeid van mijn handen (vs.38) aangezien, en heeft u gisterennacht in de droom (vs.24; 29) bestraft; 4) dat is de enige reden, waarom gij mij ook niet nog heden van alles berooft.
1) Hier schrijft Jakob aan de gunst van God toe, dat hij niet met lege handen naar huis terugkeert; waardoor hij niet alleen de zonde van Laban als groot voorstelt, maar ook de tegenwerpingen beantwoordt, welke hij tegenover die klachten kon aanvoeren. Hij ontkent, dat hij door de goedheid van zijn schoonvader is rijk geworden, en getuigt, dat hij het alleen aan de Heere toeschrijft, alsof hij gezegd zou hebben: Aan U heeft het niet gelegen, om mij geen meer schade te doen, maar God, Die ik tot een bezitting heb, heeft U dat verhinderd. Daar God nu, niet de beschermer is van het slechte vertrouwen, noch goddelozen pleegt te helpen, kan daaruit de vroomheid van Jakob gekend worden, dat God zich hem tot een beschermer heeft gesteld.
2) Door zijn God, de God van Abraham te noemen, onderscheidt Jakob Hem van alle andere goden.
3) In het Hebreeuws Pachad Jitschak. “Izaak vreesde. (ook: Izaak had angst)” Het woord “vrees” staat hier en in vs.53, voor het voorwerp van vrees en verering.
4) Jakob spreekt tengevolge van zijn opgewondenheid in een zekere maat en in poëtische vorm. Laban wordt door die woorden getroffen; toch neemt hij vervolgens noch de schijn aan, of hij tegenover Jakob in zijn recht was, en slechts uit liefde tot zijn dochters en haar kinderen van dat recht afstand deed. Dat hij vervolgens op het sluiten van een verbond aandringt, toont zijn argwaan en zijn laag karakter. Mensen van die soort meten steeds anderen naar zichzelf af, vrezen overal iets kwaads en vertrouwen niemand; het moet alles eerst geschreven en verzegeld zijn.
Niets stuit eerder en beter de wilde stroom van de toornige woorden dan de gedachte aan God en diens ondervonden genade. O, als de ziel daarbij bepaald wordt, zinkt alle zelfverheffing in het niet, dan wordt men stil en klein. Zo ging het ook Jakob, die zolang hij eigen verdienste breed uitmeet, zeer uitvoerig is, maar zodra hij aan Gods hulp denkt, eensklaps tot zichzelf en eigen ellende, eigen onwaardigheid en eigen onvermogen inkeert. Dan komt er een eerbiedig zwijgen; eergevoel van schaamte over ons zelf, wie het niet past ons zelf te beroemen, maakt zich van ons meester; een overweldigend besef grijpt ons aan, dat wij de bestraffing van anderen aan God moeten overlaten.
43. Toen antwoordde Laban en zei tot Jakob: Deze dochters zijn mijn dochters, en deze zonen zijn mijn zonen, en deze kudde is mijn kudde, ja, al wat gij ziet en het uwe noemt, dat is van mij; het is alles van mij afkomstig; ik zou dus tegen mijn eigen vlees en tegen mijn eigen goed strijden, zo ik u deed, wat ik wel kon doen (vs.29), en wat zou ik aan mijn dochters heden doen? of aan hun zonen, die zij gebaard hebben. 1) Het vaderhart bindt mij de handen.
1) Laban veinst hier vriendschap. Hij belijdt geen schuld, maar dringt ook op geen verder onderzoek aan, maar biedt zijn hand aan ter verzoening, door het voorstel, om een verbond op te richten.
Dat is de manier van de huichelaars, dat, als zij menen de overhand te zullen behouden, zij steeds stouter worden (vs.23-30), maar als hun listen mislukken en zij beschaamd staan worden zij vriendelijk. De Christen daarentegen staat in de kracht van zijn God en zoekt de overwonnen tegenstander door liefde en weldoen te winnen.
44. Nu dan, aldus vervolgt hij, kom, laat ons een verbond maken, ik en gij; en het gedenkteken, dat wij daarvan oprichten, dat het tot een getuigenis zij tussen mij en tussen u, van hetgeen wij elkaar beloven (vs.48-53).
Wellicht, dat Laban het wel aan Jakob gezien heeft, dat zijn gezicht ophelderde en hij nu daardoor wordt aangemoedigd, om met vredesvoorstellen te komen. Bovendien spreekt Laban met dit voorstel uit, dat hij in de grond van de zaak Jakob vreest of liever de God van Jakob; dat hij bevreesd is, dat Jakob hem geheel en al zal overweldigen. Daarom moet dat verbond dienen, opdat er volkomen scheiding tussen beiden zijn zal.
45. Toen nam Jakob, aanstonds in het voorstel tredende, en de hand aan het werk slaande, een steen, en hij verhoogde die, stelde die in de hoogde, tot een opgericht teken. 1)
1) Wel bewijst Jakob hier, dat hij werkelijk verzoening wil. Niet Laban, maar hij is de eerste, die een steen tot een opgericht teken stelt.
46. En Jakob zei tot zijn broeders, de aan Labans zijde staande zwagers en overige bloedverwanten (vs.32-37): Vergadert stenen en draagt zo van uw zijde ook tot oprichting van een verbondsteken bij. En zij namen stenen, en maakten een hoop; en zij aten aldaar op die hoop, bij het verbondsmaal.
Nu wordt het duidelijk, waarom Jakob die stenen verzamelt. Het is, opdat zij zullen dienen tot een tafel, waarbij de vredesmaaltijd zal gebruikt worden.
47. En Laban noemde hem in zijn, dat is, in de Aramese of Chaldeeuwse taal na het sluiten van het verbond (vs.48-54) en het eindigen van het maal: Jegar-Sahadûtha 1) (hoop van de getuigenis); maar Jakob noemde deze, die naam in zijn taal overzettende, Gal-En.
1) Beiden geven een naam, in hun eigen taal, maar van dezelfde betekenis, aan de steenhoop. Daaruit blijkt, dat Laban de Syrische taal heeft gebruikt, om dat hij onder Syriërs wonende, zowel hun taal als zeden had aangenomen. Kort tevoren is hij ook de Syriër genoemd, alsof Mozes hem ontaard en vervreemd van de Hebreeën wil voorstellen. Maar uit de volgende geschiedenis schijnt dit niet afgeleid te kunnen worden, waar wij lezen, dat Laban aan zijn dochters Hebreeuwse namen gegeven heeft. De oplossing is echter niet moeilijk. Want, daar de verwantschap van die talen onder elkaar groot is, was de insluiting van één woord in de andere taal gemakkelijk. Vervolgens, indien Jakob’s vrouwen hem ter wille waren, dan is het niet te verwonderen, dat zij zijn taal gebruiken.
48. Toen de heuvel opgericht was, gelijk in vs.45 vv. verhaald is, zei Laban, omdat hij de oudste was en tot het verbond aanleiding had gegeven, het eerst het woord nemende: Deze hoop zij heden een getuige tussen mij en tussen u! Daarom noemde men zijn naam Jegar-Sahadutha of Gal-En (vs.47).
49. En ook noemde men hem Mizpa (wachttoren, Jozua. 13:26; Richteren. 11:11, 29; omdat hij, Laban, zei: Dat de HEERE opzicht neme tussen mij en tussen u, wanneer wij uit elkanders gezicht gekomen zijn, en de een van de ander zullen verborgen zijn. 1) De Heere zij als een wachter, die van deze zuil naar beide zijden, naar u en naar mij, heen ziet.
1) Laban doet hier een beroep op Gods alwetendheid, waar het zijn eigen belang geldt. Toen hij Jakob bedroog en verdrukte, heeft hij gewis de gedachte aan de alwetendheid Gods zo ver mogelijk verbannen.
50. Hij wreke het aan u, zo gij mijn dochters beledigt, en zo gij vrouwen neemt boven mijn dochters; 1) niemand is bij ons, die, nadat hij het als getuige heeft aangehoord, er op letten kan, of gij houdt, wat gij nu belooft, maar zie toe; God zal getuige zijn tussen mij en tussen u, 2) en Hij hoort niet alleen de belofte, maar zal ook rechter en wreker zijn, zo gij die niet vervult.
1) De zonde, waarvan hij zelf de bewerker was geweest, door zijn hebzucht verblind, veroordeelt hij nu, tengevolge van een onpartijdig natuurlijk inzicht. En zeker, waar de huwelijksband verbroken wordt, daar lijdt de gehele menselijke samenleving schipbreuk, daar niets zo heilig is onder de mensen.
Laban noemt hier, en terecht, de polygamie een belediging voor de eerste echtgenote.
2) Goddeloze mensen kunnen het soms zeer ernstig en plechtig maken, als zij aan anderen hun verplichtingen voorhouden, of hun onrecht hun onder het oog brengen; maar om zichzelf naar dezelfde maatstaf te richten en zich aan Gods woord streng te houden, daaraan denken zij niet. Aan henzelf is alles goed en recht, hoe het ook zij. Jakob neemt alles geduldig aan, wat Laban hem op het hart drukt, omdat hem niets opgelegd wordt, waartoe hij zelf niet reeds besloten was.
51. Laban, toen hij voor zijn dochters een goede behandeling bedongen had, dacht nu ook aan zijn eigen veiligheid, en zei voorts tot Jakob; Zie, daar is dezelfde hoop, en zie, daar is dit opgericht teken, hetwelk ik opgeworpen heb, 1) tussen mij en tussen u.
1) Wel had Jakob het teken opgericht en de stenen laten aandragen; maar Laban houdt zich als de hoofdpersoon, die alles doet en alleen iets te zeggen heeft.
52. Dezelfde hoop zij getuige en dit opgericht teken zij getuige tegen mij, dat ik tot u voorbij deze hoop niet komen zal en tegen u, dat gij tot mij voorbij deze hoop en dit opgericht teken niet komen zult, namelijk niet ten kwade!
53. De God van Abraham en de God van Nachor, de Gods hun vader 1) van Terah van wie wij beide, ik door Nachor, gij door Abraham afstammen, richte tussen ons, en houde alle vijandige bedoelingen jegens elkaar van ons af. En Jakob zwoer bij de vrees van zijn vader Izaak (vs.42).
1) Laban doet zich hier kennen als polytheïst, als iemand, die meer dan één God aanbidt. Hij stelt de God van Terah en Nachor op een en dezelfde lijn met de God van Abraham. Daarom zweert Jakob niet bij de God van Abraham, maar bij de vrees van zijn vader Izaak, d.i. bij de God van Izaak, de God, welke door Izaak met de diepste eerbied werd vereerd.
54. Toen slachtte Jakob, na het afleggen van de eden, tot bevestiging, een slachting op dat gebergte, en hij nodigde zijn broeders (vs.46), om brood te eten, om zich alzo mede als met hem verbondenen te betonen; en zij aten brood, en vernachten op dat gebergte (vs.25).
Ongetwijfeld heeft Jakob hier een slachtoffer aan de Heere gebracht en zijn broeders genodigd tot de offermaaltijd, om daarmee te kennen te geven, dat bij hem alles vergeven en vergeten is. Eerst de verbondsluiting, d.i. de verzoening, daarna het offer en eindelijk de offermaaltijd tot bezegeling. Echt evangelisch, wat het innerlijke wezen aangaat.
55. En Laban stond ‘s morgens vroeg op en kuste zijn zonen en zijn dochters, en zegende hen; en Laban trok heen, en keerde weer tot zijn plaats, 1) tot Haran.
1) Het familiehuis in Mesopotamië, nadat het zijn bestemming bereikt had, om aan de Patriarchen vrouwen te geven, wordt nu voor ons gesloten. Jakob’s harde dienst in Mesopotamië, zijn uittrekken met rijkdom nu onder vervolging, zijn een beeld van Israël’s toekomst in Egypte.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel