Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En het geschiedde, als Izak oud geworden was, en zijn ogen donker geworden waren, en hij niet zien kon; toen riep hij Ezau, zijn grootsten zoon, en zeide tot hem: Mijn zoon! En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En het geschiedde, alsH3588IzakH3327oudH2204 geworden was, en zijn ogenH5869donkerH3543 geworden waren, en hij niet zienH7200 kon; toen riepH7121 hij EzauH6215, zijn grootstenH1419zoonH1121, en zeideH559totH413 hem: Mijn zoonH1121! En hij zeideH559totH413 hem: ZieH2009, hier ben ik!En het geschiedde, als Izak oud geworden was, en zijn ogen donker geworden waren, en hij niet zien kon; toen riep hij Ezau, zijn grootsten zoon, en zeide tot hem: Mijn zoon! En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!
KJVAnd it came to pass,1that when Isaac4was old,3and his eyes6were dim,5so that he could not see,7he called8Esau10his eldest12son,11and said13unto him, My son:15and he said
1וַיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3זָקֵ֣ןH2204oud, veroudertaged man, be (wax) old (man)4יִצְחָ֔קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)5וַתִּכְהֶ֥יןָH3543donker, verdonkerd, enenmaledarken, be dim, fail, faint, restrain, [idiom] utterly6עֵינָ֖יוH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7מֵרְאֹ֑תH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions8וַיִּקְרָ֞אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10עֵשָׂ֣וH6215EzauEsau11בְּנ֣וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12הַגָּדֹ֗לH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very13וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15בְּנִ֔יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18הִנֵּֽנִיH2009ziet, ziebehold, lo, see
2En hij zeide: Zie nu, ik ben oud geworden, ik weet den dag mijns doods niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En hij zeideH559: ZieH2009 nu, ik ben oudH2204 geworden, ik weetH3045 den dagH3117 mijns doodsH4194nietH3808.En hij zeide: Zie nu, ik ben oud geworden, ik weet den dag mijns doods niet.
KJVAnd he said,1Behold now, I am old,4I know6not the day7of my death:
1וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see3נָ֖אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4זָקַ֑נְתִּיH2204oud, veroudertaged man, be (wax) old (man)5לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יָדַ֖עְתִּיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8מוֹתִֽיH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)
3Nu dan, neem toch uw gereedschap, uw pijlkoker en uw boog, en ga uit in het veld, en jaag mij een wildbraad;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Nu dan, neemH5375tochH4994 uw gereedschapH3627, uw pijlkokerH8522 en uw boogH7198, en ga uit in het veldH7704, en jaagH6679 mij een wildbraadH6718;Nu dan, neem toch uw gereedschap, uw pijlkoker en uw boog, en ga uit in het veld, en jaag mij een wildbraad;
KJVNow therefore take,2I pray thee, thy weapons,4thy quiver5and thy bow,6and go out7to the field,8and take9me some venison;
1וְעַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2שָׂאH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield3נָ֣אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4כֵלֶ֔יךָH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever5תֶּלְיְךָ֖H8522pijlkokerquiver6וְקַשְׁתֶּ֑ךָH7198boog, bogen, Boog[idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot)7וְצֵא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8הַשָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild9וְצ֥וּדָהH6679jagen, jaagt, gejaagdchase, hunt, sore, take (provision)10לִּ֖י11צָֽיִדH6720teerkost, reiskost, teringmeat, provision, venison, victuals
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4En maak mij smakelijke spijzen, zo als ik die gaarne heb, en breng ze mij, dat ik ete; opdat mijn ziel u zegene, eer ik sterve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En maakH6213 mij smakelijke spijzenH4303, zo als ik dieH834gaarneH157 heb, en brengH935 ze mij, dat ik eteH398; opdat mijn zielH5315 u zegeneH1288, eerH2962 ik sterveH4191.En maak mij smakelijke spijzen, zo als ik die gaarne heb, en breng ze mij, dat ik ete; opdat mijn ziel u zegene, eer ik sterve.
KJVAnd make1me savoury meat,3such as4I love,5and bring6it to me, that I may eat;8that my soul11may bless10thee before12I die.
1וַעֲשֵׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2לִ֨י3מַטְעַמִּ֜יםH4303smakelijke spijzendainty (meat), savoury meat4כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5אָהַ֛בְתִּיH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend6וְהָבִ֥יאָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7לִּ֖י8וְאֹכֵ֑לָהH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite9בַּעֲב֛וּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to10תְּבָרֶכְךָ֥H1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank11נַפְשִׁ֖יH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it12בְּטֶ֥רֶםH2962eer, terwijlbefore, ere, not yet13אָמֽוּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
5Rebekka nu hoorde toe, als Izak tot zijn zoon Ezau sprak; en Ezau ging in het veld, om een wildbraad te jagen, dat hij het inbracht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5RebekkaH7259 nu hoordeH8085 toe, als IzakH3327totH413 zijn zoonH1121EzauH6215sprakH1696; en EzauH6215gingH3212 in het veldH7704, om een wildbraadH6718 te jagenH6679, dat hij het inbrachtH935.Rebekka nu hoorde toe, als Izak tot zijn zoon Ezau sprak; en Ezau ging in het veld, om een wildbraad te jagen, dat hij het inbracht.
KJVAnd Rebekah1heard2when Isaac4spake3to Esau6his son.7And Esau9went8to the field10to hunt11for venison,12and to bring
1וְרִבְקָ֣הH7259RebekkaRebekah2שֹׁמַ֔עַתH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3בְּדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4יִצְחָ֔קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6עֵשָׂ֖וH6215EzauEsau7בְּנ֑וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8וַיֵּ֤לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak9עֵשָׂו֙H6215EzauEsau10הַשָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild11לָצ֥וּדH6679jagen, jaagt, gejaagdchase, hunt, sore, take (provision)12צַ֖יִדH6718wildbraad, jacht, jager[idiom] catcheth, food, [idiom] hunter, (that which he took in) hunting, venison, victuals13לְהָבִֽיאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
6Toen sprak Rebekka tot Jakob, haar zoon, zeggende: Zie, ik heb uw vader tot Ezau, uw broeder, horen spreken, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen sprakH559RebekkaH7259totH413JakobH3290, haar zoonH1121, zeggendeH559: ZieH2009, ik heb uw vaderH1totH413EzauH6215, uw broederH251, horenH8085sprekenH1696, zeggendeH559:Toen sprak Rebekka tot Jakob, haar zoon, zeggende: Zie, ik heb uw vader tot Ezau, uw broeder, horen spreken, zeggende:
KJVAnd Rebekah1spake2unto Jacob4her son,5saying,6Behold, I heard8thy father10speak11unto Esau13thy brother,14saying,
1וְרִבְקָה֙H7259RebekkaRebekah2אָֽמְרָ֔הH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יַעֲקֹ֥בH3290Jakob, JakobsJacob5בְּנָ֖הּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7הִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see8שָׁמַ֨עְתִּי֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אָבִ֔יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11מְדַבֵּ֛רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13עֵשָׂ֥וH6215EzauEsau14אָחִ֖יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'15לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
7Breng mij een wildbraad, en maak mij smakelijke spijzen toe, dat ik ete; en ik zal u zegenen voor het aangezicht des HEEREN, voor mijn dood.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7BrengH935 mij een wildbraadH6718, en maakH6213 mij smakelijke spijzenH4303 toe, dat ik eteH398; en ik zal u zegenenH1288 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, voor mijn doodH4194.Breng mij een wildbraad, en maak mij smakelijke spijzen toe, dat ik ete; en ik zal u zegenen voor het aangezicht des HEEREN, voor mijn dood.
KJVBring1me venison,3and make4me savoury meat,6that I may eat,7and bless8thee before9the LORD10before11my death.
1הָבִ֨יאָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2לִּ֥י3צַ֛יִדH6718wildbraad, jacht, jager[idiom] catcheth, food, [idiom] hunter, (that which he took in) hunting, venison, victuals4וַעֲשֵׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5לִ֥י6מַטְעַמִּ֖יםH4303smakelijke spijzendainty (meat), savoury meat7וְאֹכֵ֑לָהH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite8וַאֲבָרֶכְכָ֛הH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank9לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12מוֹתִֽיH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)
8Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Nu dan, mijn zoonH1121! hoorH8085 mijn stemH6963 in hetgeenH834ikH589 u gebiedeH6680.Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede.
KJVNow therefore, my son,2obey3my voice4according to that which5I command
1וְעַתָּ֥הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2בְנִ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3שְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4בְּקֹלִ֑יH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell5לַאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who7מְצַוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order8אֹתָֽךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
9Ga nu heen tot de kudde, en haal mij van daar twee goede geitenbokjes; en ik zal die voor uw vader maken tot smakelijke spijzen, gelijk als hij gaarne heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9GaH3212 nu heen totH413 de kuddeH6629, en haalH3947 mij van daarH8033tweeH8147goedeH2896geitenbokjesH1423; en ik zal dieH834 voor uw vaderH1makenH6213 tot smakelijke spijzenH4303, gelijk als hij gaarneH157 heeft.Ga nu heen tot de kudde, en haal mij van daar twee goede geitenbokjes; en ik zal die voor uw vader maken tot smakelijke spijzen, gelijk als hij gaarne heeft.
KJVGo1now to the flock,4and fetch5me from thence two8good11kids9of the goats;10and I will make12them savoury meat14for thy father,15such as he loveth:
1לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2נָא֙H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַצֹּ֔אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)5וְקַֽחH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6לִ֣י7מִשָּׁ֗םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither8שְׁנֵ֛יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9גְּדָיֵ֥יH1423bokje, geitenbokje, geitenbokkid10עִזִּ֖יםH5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid11טֹבִ֑יםH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)12וְאֶֽעֱשֶׂ֨הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13אֹתָ֧םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14מַטְעַמִּ֛יםH4303smakelijke spijzendainty (meat), savoury meat15לְאָבִ֖יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17אָהֵֽבH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend
10En gij zult ze tot uw vader brengen, en hij zal eten, opdat hij u zegene voor zijn dood.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En gij zult ze tot uw vaderH1brengenH935, en hij zal etenH398, opdat hij u zegeneH1288voorH6440 zijn doodH4194.En gij zult ze tot uw vader brengen, en hij zal eten, opdat hij u zegene voor zijn dood.
KJVAnd thou shalt bring1it to thy father,2that he may eat,3and that5he may bless6thee before7his death.
1וְהֵבֵאתָ֥H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2לְאָבִ֖יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'3וְאָכָ֑לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite4בַּעֲבֻ֛רH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to5אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יְבָרֶכְךָ֖H1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank7לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8מוֹתֽוֹH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)
11Toen zeide Jakob tot Rebekka, zijn moeder: Zie, mijn broeder Ezau is een harig man, en ik ben een glad man.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Toen zeideH559JakobH3290totH413RebekkaH7259, zijn moederH517: ZieH2005, mijn broederH251EzauH6215 is een harigH8163manH376, en ikH595 ben een gladH2509manH376.Toen zeide Jakob tot Rebekka, zijn moeder: Zie, mijn broeder Ezau is een harig man, en ik ben een glad man.
KJVAnd Jacob2said1to Rebekah4his mother,5Behold, Esau7my brother8is a hairy10man,9and I am a smooth13man:
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4רִבְקָ֖הH7259RebekkaRebekah5אִמּ֑וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting6הֵ֣ןH2005ziet, ziebehold, if, lo, though7עֵשָׂ֤וH6215EzauEsau8אָחִי֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10שָׂעִ֔רH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr11וְאָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which12אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13חָלָֽקH2509glad, gladde, gladderflattering, smooth
12Misschien zal mij mijn vader betasten, en ik zal in zijn ogen zijn als een bedrieger; zo zoude ik een vloek over mij halen, en niet een zegen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Misschien zal mij mijn vaderH1betastenH4959, en ik zal in zijn ogenH5869 zijn als een bedriegerH8591; zo zoude ik een vloekH7045overH5921 mij halenH935, en nietH3808 een zegenH1293.Misschien zal mij mijn vader betasten, en ik zal in zijn ogen zijn als een bedrieger; zo zoude ik een vloek over mij halen, en niet een zegen.
KJVMy father3peradventure will feel2me, and I shall seem5to him as a deceiver;6and I shall bring7a curse9upon me, and not a blessing.
1אוּלַ֤יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless2יְמֻשֵּׁ֨נִי֙H4959tasten, betastte, betastfeel, grope, search3אָבִ֔יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4וְהָיִ֥יתִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5בְעֵינָ֖יוH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)6כִּמְתַעְתֵּ֑עַH8591bedrieger, verleiddendeceive, misuse7וְהֵבֵאתִ֥יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8עָלַ֛יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9קְלָלָ֖הH7045vloek, vloeken(ac-) curse(-d, -ing)10וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11בְרָכָֽהH1293zegen, zegeningen, zegeningblessing, liberal, pool, present
13En zijn moeder zeide tot hem: Uw vloek zij op mij, mijn zoon! hoor alleen naar mijn stem, en ga, haal ze mij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En zijn moederH517zeideH559 tot hem: Uw vloekH7045 zij opH5921 mij, mijn zoonH1121! hoorH8085 alleen naar mijn stemH6963, en gaH3212, haalH3947 ze mij.En zijn moeder zeide tot hem: Uw vloek zij op mij, mijn zoon! hoor alleen naar mijn stem, en ga, haal ze mij.
KJVAnd his mother3said1unto him, Upon me be thy curse,5my son:6only obey8my voice,9and go10fetch
1וַתֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לוֹ֙3אִמּ֔וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting4עָלַ֥יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5קִלְלָתְךָ֖H7045vloek, vloeken(ac-) curse(-d, -ing)6בְּנִ֑יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7אַ֛ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)8שְׁמַ֥עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness9בְּקֹלִ֖יH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell10וְלֵ֥ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak11קַֽחH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win12לִֽי
14Toen ging hij, en hij haalde ze, en bracht ze zijn moeder; en zijn moeder maakte smakelijke spijzen, gelijk als zijn vader gaarne had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen gingH3212 hij, en hij haaldeH3947 ze, en brachtH935 ze zijn moederH517; en zijn moederH517maakteH6213smakelijke spijzenH4303, gelijk als zijn vaderH1gaarneH157 had.Toen ging hij, en hij haalde ze, en bracht ze zijn moeder; en zijn moeder maakte smakelijke spijzen, gelijk als zijn vader gaarne had.
KJVAnd he went,1and fetched,2and brought3them to his mother:4and his mother6made5savoury meat,7such as his father10loved.
1וַיֵּ֨לֶךְ֙H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2וַיִּקַּ֔חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3וַיָּבֵ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4לְאִמּ֑וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting5וַתַּ֤עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6אִמּוֹ֙H517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting7מַטְעַמִּ֔יםH4303smakelijke spijzendainty (meat), savoury meat8כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9אָהֵ֥בH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend10אָבִֽיוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
15Daarna nam Rebekka de kostelijke klederen van Ezau, haar grootsten zoon, die zij bij zich in huis had, en zij trok ze Jakob, haar kleinsten zoon, aan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Daarna namH3947RebekkaH7259 de kostelijkeH2532klederenH899 van EzauH6215, haar grootstenH1419zoonH1121, dieH834 zij bij zich in huisH1004 had, en zij trokH3847 ze JakobH3290, haar kleinstenH6996zoonH1121, aan.Daarna nam Rebekka de kostelijke klederen van Ezau, haar grootsten zoon, die zij bij zich in huis had, en zij trok ze Jakob, haar kleinsten zoon, aan.
KJVAnd Rebekah2took1goodly8raiment4of her eldest7son6Esau,5which were with her in the house,11and put them upon12Jacob14her younger16son:
1וַתִּקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2רִ֠בְקָהH7259RebekkaRebekah3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בִּגְדֵ֨יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe5עֵשָׂ֜וH6215EzauEsau6בְּנָ֤הּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7הַגָּדֹל֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very8הַחֲמֻדֹ֔תH2532gewenste, kostelijke, begeerlijkdesire, goodly, pleasant, precious9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10אִתָּ֖הּH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix11בַּבָּ֑יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12וַתַּלְבֵּ֥שׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear13אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14יַעֲקֹ֖בH3290Jakob, JakobsJacob15בְּנָ֥הּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16הַקָּטָֽןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)
16En de vellen van de geitenbokjes trok zij over zijn handen, en over de gladdigheid van zijn hals.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En de vellenH5785 van de geitenbokjesH1423trokH3847 zij overH5921 zijn handenH3027, en overH5921 de gladdigheidH2513 van zijn halsH6677.En de vellen van de geitenbokjes trok zij over zijn handen, en over de gladdigheid van zijn hals.
KJVAnd she put5the skins2of the kids3of the goats4upon his hands,7and upon the smooth9of his neck:
1וְאֵ֗תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2עֹרֹת֙H5785vel, huid, vellenhide, leather, skin3גְּדָיֵ֣יH1423bokje, geitenbokje, geitenbokkid4הָֽעִזִּ֔יםH5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid5הִלְבִּ֖ישָׁהH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7יָדָ֑יוH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8וְעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9חֶלְקַ֥תH2513stuk, deel, stuk akkersfield, flattering(-ry), ground, parcel, part, piece of land (ground), plat, portion, slippery place, smooth (thing)10צַוָּארָֽיוH6677hals, halzen, buithalzenneck
17En zij gaf de smakelijke spijzen, en het brood, welke zij toegemaakt had, in de hand van Jakob, haar zoon.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En zij gafH5414 de smakelijke spijzenH4303, en het broodH3899, welkeH834 zij toegemaaktH6213 had, in de handH3027 van JakobH3290, haar zoonH1121.En zij gaf de smakelijke spijzen, en het brood, welke zij toegemaakt had, in de hand van Jakob, haar zoon.
KJVAnd she gave1the savoury meat3and the bread,5which she had prepared,7into the hand8of her son10Jacob.
1וַתִּתֵּ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַמַּטְעַמִּ֛יםH4303smakelijke spijzendainty (meat), savoury meat4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַלֶּ֖חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשָׂ֑תָהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8בְּיַ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9יַעֲקֹ֥בH3290Jakob, JakobsJacob10בְּנָֽהּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
18En hij kwam tot zijn vader, en zeide: Mijn vader! En hij zeide: Zie, hier ben ik; wie zijt gij, mijn zoon?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En hij kwamH935totH413 zijn vaderH1, en zeideH559: Mijn vaderH1! En hij zeideH559: ZieH2009, hier ben ik; wieH4310 zijt gijH859, mijn zoonH1121?En hij kwam tot zijn vader, en zeide: Mijn vader! En hij zeide: Zie, hier ben ik; wie zijt gij, mijn zoon?
KJVAnd he came1unto his father,3and said,4My father:5and he said,6Here am I; who art thou, my son?
1וַיָּבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אָבִ֖יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אָבִ֑יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7הִנֶּ֔נִּיH2009ziet, ziebehold, lo, see8מִ֥יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God9אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10בְּנִֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
19En Jakob zeide tot zijn vader: Ik ben Ezau uw eerstgeborene; ik heb gedaan, gelijk als gij tot mij gesproken hadt; sta toch op, zit, en eet van mijn wildbraad, opdat uw ziel mij zegene.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En JakobH3290zeideH559totH413 zijn vaderH1: IkH595 ben EzauH6215 uw eerstgeboreneH1060; ik heb gedaanH6213, gelijk als gij totH413 mij gesprokenH1696 hadt; staH6956tochH4994 op, zitH3427, en eetH398 van mijn wildbraadH6718, opdat uw zielH5315 mij zegeneH1288.En Jakob zeide tot zijn vader: Ik ben Ezau uw eerstgeborene; ik heb gedaan, gelijk als gij tot mij gesproken hadt; sta toch op, zit, en eet van mijn wildbraad, opdat uw ziel mij zegene.
KJVAnd Jacob2said1unto his father,4I am Esau6thy firstborn;7I have done8according as thou badest10me: arise,12I pray thee, sit14and eat15of my venison,16that thy soul19may bless
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יַעֲקֹ֜בH3290Jakob, JakobsJacob3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אָבִ֗יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5אָנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which6עֵשָׂ֣וH6215EzauEsau7בְּכֹרֶ֔ךָH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)8עָשִׂ֕יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10דִּבַּ֖רְתָּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11אֵלָ֑יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12קֽוּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)13נָ֣אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh14שְׁבָ֗הH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry15וְאָכְלָה֙H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite16מִצֵּידִ֔יH6718wildbraad, jacht, jager[idiom] catcheth, food, [idiom] hunter, (that which he took in) hunting, venison, victuals17בַּעֲב֖וּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to18תְּבָרֲכַ֥נִּיH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank19נַפְשֶֽׁךָH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
20Toen zeide Izak tot zijn zoon: Hoe is dit, dat gij het zo haast gevonden hebt, mijn zoon? En hij zeide: Omdat de HEERE uw God dat heeft doen ontmoeten voor mijn aangezicht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Toen zeideH559IzakH3327totH413 zijn zoonH1121: HoeH4100 is ditH2088, dat gij het zo haastH4116gevondenH4672 hebt, mijn zoonH1121? En hij zeideH559: OmdatH3588 de HEEREH3068 uw GodH430 dat heeft doen ontmoetenH7136 voor mijn aangezichtH6440.Toen zeide Izak tot zijn zoon: Hoe is dit, dat gij het zo haast gevonden hebt, mijn zoon? En hij zeide: Omdat de HEERE uw God dat heeft doen ontmoeten voor mijn aangezicht.
KJVAnd Isaac2said1unto his son,4How is it that thou hast found8it so quickly,7my son?9And he said,10Because the LORD13thy God14brought12it to me.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יִצְחָק֙H3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בְּנ֔וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6זֶּ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7מִהַ֥רְתָּH4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift8לִמְצֹ֖אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on9בְּנִ֑יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12הִקְרָ֛הH7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed13יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15לְפָנָֽיH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
21En Izak zeide tot Jakob: Nader toch, dat ik u betaste, mijn zoon! of gij mijn zoon Ezau zelf zijt, of niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En IzakH3327zeideH559totH413JakobH3290: NaderH5066tochH4994, dat ik u betasteH4184, mijn zoonH1121! of gijH859 mijn zoonH1121EzauH6215zelfH2088 zijt, of nietH3808.En Izak zeide tot Jakob: Nader toch, dat ik u betaste, mijn zoon! of gij mijn zoon Ezau zelf zijt, of niet.
KJVAnd Isaac2said1unto Jacob,4Come near,5I pray thee, that I may feel7thee, my son,8whether thou be my very10son11Esau
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יִצְחָק֙H3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)3אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob5גְּשָׁהH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand6נָּ֥אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh7וַאֲמֻֽשְׁךָ֖H4184betaste, tastenfeel, handle8בְּנִ֑יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9הַֽאַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10זֶ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11בְּנִ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12עֵשָׂ֖וH6215EzauEsau13אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet14לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without
22Toen kwam Jakob bij, tot zijn vader Izak, die hem betastte; en hij zeide: De stem is Jakobs stem, maar de handen zijn Ezau's handen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Toen kwam JakobH3290 bij, totH413 zijn vaderH1IzakH3327, die hem betastteH4959; en hij zeideH559: De stemH6963 is JakobsH3290stemH6963, maar de handenH3027 zijn EzauH6215's handenH3027.Toen kwam Jakob bij, tot zijn vader Izak, die hem betastte; en hij zeide: De stem is Jakobs stem, maar de handen zijn Ezau's handen.
KJVAnd Jacob2went near1unto Isaac4his father;5and he felt6him, and said,7The voice8is Jacob's10voice,9but the hands11are the hands12of Esau.
23Doch hij kende hem niet, omdat zijn handen harig waren, gelijk zijns broeders Ezau's handen; en hij zegende hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Doch hij kendeH5234 hem nietH3808, omdat zijnH1961handenH3027harigH8163 waren, gelijk zijns broedersH251EzauH6215's handenH3027; en hij zegendeH1288 hem.Doch hij kende hem niet, omdat zijn handen harig waren, gelijk zijns broeders Ezau's handen; en hij zegende hem.
KJVAnd he discerned2him not, because his hands5were hairy,9as his brother8Esau's7hands:6so he blessed
24En hij zeide: Zijt gij mijn zoon Ezau zelf? En hij zeide: Ik ben het!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En hij zeideH559: Zijt gijH859 mijn zoonH1121EzauH6215zelfH2088? En hij zeideH559: IkH589 ben het!En hij zeide: Zijt gij mijn zoon Ezau zelf? En hij zeide: Ik ben het!
KJVAnd he said,1Art thou my very son4Esau?5And he said,
1וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you3זֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)4בְּנִ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5עֵשָׂ֑וH6215EzauEsau6וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אָֽנִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who
25Toen zeide hij: Stel het nabij mij, dat ik van het wildbraad mijns zoons ete, opdat mijn ziel u zegene. En hij stelde het nabij hem, en hij at; hij bracht hem ook wijn, en hij dronk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Toen zeideH559 hij: Stel het nabij mij, dat ik van het wildbraadH6718 mijns zoonsH1121eteH398, opdatH4616 mijn zielH5315 u zegeneH1288. En hij stelde het nabij hem, en hij atH398; hij brachtH935 hem ook wijnH3196, en hij dronkH8354.Toen zeide hij: Stel het nabij mij, dat ik van het wildbraad mijns zoons ete, opdat mijn ziel u zegene. En hij stelde het nabij hem, en hij at; hij bracht hem ook wijn, en hij dronk.
Ook in dit vers
Stel nabijH5066
stelde nabijH5066
KJVAnd he said,1Bring it near2to me, and I will eat4of my son's6venison,5that my soul9may bless8thee. And he brought it near10to him, and he did eat:12and he brought13him wine,15and he drank.
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַגִּ֤שָׁהH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand3לִּי֙4וְאֹֽכְלָה֙H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5מִצֵּ֣ידH6718wildbraad, jacht, jager[idiom] catcheth, food, [idiom] hunter, (that which he took in) hunting, venison, victuals6בְּנִ֔יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7לְמַ֥עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to8תְּבָֽרֶכְךָ֖H1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank9נַפְשִׁ֑יH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it10וַיַּגֶּשׁH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand11לוֹ֙12וַיֹּאכַ֔לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite13וַיָּ֧בֵאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14ל֦וֹ15יַ֖יִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)16וַיֵּֽשְׁתְּH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
26En zijn vader Izak zeide tot hem: Kom toch bij, en kus mij, mijn zoon!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En zijn vaderH1IzakH3327zeideH559totH413 hem: KomH5066tochH4994 bij, en kusH5401 mij, mijn zoonH1121!En zijn vader Izak zeide tot hem: Kom toch bij, en kus mij, mijn zoon!
KJVAnd his father4Isaac3said1unto him, Come near5now, and kiss7me, my son.
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יִצְחָ֣קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)4אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5גְּשָׁהH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand6נָּ֥אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh7וּשְׁקָהH5401kuste, kussen, gekustarmed (men), rule, kiss, that touched8לִּ֖י9בְּנִֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
27En hij kwam bij, en hij kuste hem; toen rook hij de reuk zijner klederen, en zegende hem; en hij zeide: Zie, de reuk mijns zoons is als de reuk des velds, hetwelk de HEERE gezegend heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En hij kwam bij, en hij kusteH5401 hem; toen rookH7306 hij de reukH7381 zijner klederenH899, en zegendeH1288 hem; en hij zeideH559: ZieH7200, de reukH7381 mijns zoonsH1121 is als de reukH7381 des veldsH7704, hetwelkH834 de HEEREH3068gezegendH1288 heeft.En hij kwam bij, en hij kuste hem; toen rook hij de reuk zijner klederen, en zegende hem; en hij zeide: Zie, de reuk mijns zoons is als de reuk des velds, hetwelk de HEERE gezegend heeft.
KJVAnd he came near,1and kissed2him: and he smelled4the smell6of his raiment,7and blessed8him, and said,9See,10the smell11of my son12is as the smell13of a field14which the LORD17hath blessed:
1וַיִּגַּשׁ֙H5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand2וַיִּשַּׁקH5401kuste, kussen, gekustarmed (men), rule, kiss, that touched3ל֔וֹ4וַיָּ֛רַחH7306rieken, rook, riektaccept, smell, [idiom] touch, make of quick understanding5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6רֵ֥יחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell7בְּגָדָ֖יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe8וַֽיְבָרֲכֵ֑הוּH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank9וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10רְאֵה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11רֵ֣יחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell12בְּנִ֔יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13כְּרֵ֣יחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell14שָׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16בֵּרֲכ֖וֹH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank17יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
28Zo geve u dan God van de dauw des hemels, en de vettigheid der aarde, en menigte van tarwe en most.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Zo geveH5414 u dan GodH430 van de dauwH2919 des hemelsH8064, en de vettigheidH4924 der aardeH776, en menigteH7230 van tarweH1715 en mostH8492.Zo geve u dan God van de dauw des hemels, en de vettigheid der aarde, en menigte van tarwe en most.
KJVTherefore God3give1thee of the dew4of heaven,5and the fatness6of the earth,7and plenty8of corn9and wine:
29Volken zullen u dienen, en natien zullen zich voor u nederbuigen; wees heer over uw broederen, en de zonen uwer moeder zullen zich voor u nederbuigen! Vervloekt moet hij zijn, wie u vervloekt; en wie u zegent, zij gezegend!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29VolkenH5971 zullen u dienenH5647, en natienH3816 zullen zich voor u nederbuigenH7812; weesH1933heerH1376 over uw broederenH251, en de zonenH1121 uwer moederH517 zullen zich voor u nederbuigenH7812! VervloektH779 moet hij zijn, wie u vervloektH779; en wie u zegentH1288, zij gezegendH1288!Volken zullen u dienen, en natien zullen zich voor u nederbuigen; wees heer over uw broederen, en de zonen uwer moeder zullen zich voor u nederbuigen! Vervloekt moet hij zijn, wie u vervloekt; en wie u zegent, zij gezegend!
KJVLet people2serve1thee, and nations5bow down3to thee: be6lord7over thy brethren,8and let thy mother's12sons11bow down9to thee: cursed13be every one that curseth14thee, and blessed15be he that blesseth
1יַֽעַבְד֣וּךָH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,2עַמִּ֗יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3וְיִֽשְׁתַּחֲו֤וּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship4לְךָ֙5לְאֻמִּ֔יםH3816volken, natien, volknation, people6הֱוֵ֤הH1933wees, Weesbe, [idiom] have7גְבִיר֙H1376heerlord8לְאַחֶ֔יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9וְיִשְׁתַּחֲוּ֥וּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship10לְךָ֖11בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12אִמֶּ֑ךָH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting13אֹרְרֶ֣יךָH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse14אָר֔וּרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse15וּֽמְבָרֲכֶ֖יךָH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank16בָּרֽוּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank
30En het geschiedde, als Izak voleindigd had Jakob te zegenen, zo geschiedde het, toen Jakob maar even van het aangezicht van zijn vader Izak uitgegaan was, dat Ezau, zijn broeder, van zijn jacht kwam.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En het geschiedde, als IzakH3327voleindigdH3615 had JakobH3290 te zegenenH1288, zo geschieddeH1961 het, toen JakobH3290 maar evenH3318vanH854 het aangezichtH6440 van zijn vaderH1IzakH3327uitgegaanH3318 was, datH834EzauH6215, zijn broederH251, van zijn jachtH6718kwamH935.En het geschiedde, als Izak voleindigd had Jakob te zegenen, zo geschiedde het, toen Jakob maar even van het aangezicht van zijn vader Izak uitgegaan was, dat Ezau, zijn broeder, van zijn jacht kwam.
KJVAnd it came to pass, as soon as Isaac4had made an end3of blessing5Jacob,7and Jacob12was yet9scarce10gone out11from the presence14of Isaac15his father,16that Esau17his brother18came in19from his hunting.
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3כִּלָּ֣הH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste4יִצְחָק֮H3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)5לְבָרֵ֣ךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank6אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7יַעֲקֹב֒H3290Jakob, JakobsJacob8וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9אַ֣ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)10יָצֹ֤אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter11יָצָא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter12יַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob13מֵאֵ֥תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix14פְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15יִצְחָ֣קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)16אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17וְעֵשָׂ֣וH6215EzauEsau18אָחִ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'19בָּ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way20מִצֵּידֽוֹH6718wildbraad, jacht, jager[idiom] catcheth, food, [idiom] hunter, (that which he took in) hunting, venison, victuals
31Hij nu maakte smakelijke spijzen toe, en bracht die tot zijn vader; en hij zeide tot zijn vader: Mijn vader sta op en ete van het wildbraad zijns zoons, opdat uw ziel mij zegene.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Hij nu maakteH6213smakelijke spijzenH4303 toe, en brachtH935 die tot zijn vaderH1; en hij zeideH559 tot zijn vaderH1: Mijn vaderH1staH6965 op en eteH398 van het wildbraadH6718 zijns zoonsH1121, opdat uw zielH5315 mij zegeneH1288.Hij nu maakte smakelijke spijzen toe, en bracht die tot zijn vader; en hij zeide tot zijn vader: Mijn vader sta op en ete van het wildbraad zijns zoons, opdat uw ziel mij zegene.
KJVAnd he also had made1savoury meat,4and brought it5unto his father,6and said7unto his father,8Let my father10arise,9and eat11of his son's13venison,12that thy soul16may bless
1וַיַּ֤עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea3הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4מַטְעַמִּ֔יםH4303smakelijke spijzendainty (meat), savoury meat5וַיָּבֵ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6לְאָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8לְאָבִ֗יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9יָקֻ֤םH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)10אָבִי֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11וְיֹאכַל֙H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite12מִצֵּ֣ידH6718wildbraad, jacht, jager[idiom] catcheth, food, [idiom] hunter, (that which he took in) hunting, venison, victuals13בְּנ֔וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14בַּעֲב֖וּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to15תְּבָרֲכַ֥נִּיH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank16נַפְשֶֽׁךָH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
32En Izak, zijn vader, zeide tot hem: Wie zijt gij? En hij zeide: Ik ben uw zoon, uw eerstgeborene, Ezau.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En IzakH3327, zijn vaderH1, zeideH559 tot hem: WieH4310 zijt gijH859? En hij zeideH559: IkH589 ben uw zoonH1121, uw eerstgeboreneH1060, EzauH6215.En Izak, zijn vader, zeide tot hem: Wie zijt gij? En hij zeide: Ik ben uw zoon, uw eerstgeborene, Ezau.
KJVAnd Isaac3his father4said1unto him, Who art thou? And he said,7I am thy son,9thy firstborn10Esau.
33Toen verschrikte Izak met zeer grote verschrikking, gans zeer, en zeide: Wie is hij dan, die het wildbraad gejaagd en tot mij gebracht heeft? en ik heb van alles gegeten, eer gij kwaamt, en heb hem gezegend; ook zal hij gezegend wezen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Toen verschrikteH2729IzakH3327 met zeer grote verschrikkingH2731, gansH5704zeerH3966, en zeideH559: WieH4310 is hij dan, die het wildbraadH6718gejaagdH6679 en tot mij gebrachtH935 heeft? en ik heb van allesH3605gegetenH398, eerH2962 gij kwaamt, en heb hem gezegendH1288; ookH1571 zal hij gezegendH1288wezenH1961.Toen verschrikte Izak met zeer grote verschrikking, gans zeer, en zeide: Wie is hij dan, die het wildbraad gejaagd en tot mij gebracht heeft? en ik heb van alles gegeten, eer gij kwaamt, en heb hem gezegend; ook zal hij gezegend wezen.
KJVAnd Isaac2trembled1very4exceedingly,6and said,7Who? where9is he that hath taken11venison,12and brought13it me, and I have eaten15of all before thou camest,18and have blessed19him? yea, and he shall be blessed.
1וַיֶּחֱרַ֨דH2729verschrikken, verschrikte, bevendebe (make) afraid, be careful, discomfit, fray (away), quake, tremble2יִצְחָ֣קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)3חֲרָדָה֮H2731beving, verschrikking, sidderingcare, [idiom] exceedingly, fear, quaking, trembling4גְּדֹלָ֣הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very5עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6מְאֹד֒H3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well7וַיֹּ֡אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8מִֽיH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God9אֵפ֡וֹאH645dan, nu tochhere, now, where?10ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11הַצָּֽדH6679jagen, jaagt, gejaagdchase, hunt, sore, take (provision)12צַיִד֩H6718wildbraad, jacht, jager[idiom] catcheth, food, [idiom] hunter, (that which he took in) hunting, venison, victuals13וַיָּ֨בֵאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14לִ֜י15וָאֹכַ֥לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite16מִכֹּ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17בְּטֶ֥רֶםH2962eer, terwijlbefore, ere, not yet18תָּב֖וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way19וָאֲבָרֲכֵ֑הוּH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank20גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea21בָּר֖וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank22יִהְיֶֽהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
34Als Ezau de woorden zijns vaders hoorde, zo schreeuwde hij met een groten en bitteren schreeuw, gans zeer; en hij zeide tot zijn vader: Zegen mij, ook mij, mijn vader!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Als EzauH6215 de woordenH1697 zijns vadersH1hoordeH8085, zo schreeuwdeH6817 hij met een grotenH1419 en bitterenH4751schreeuwH6818, gansH5704zeerH3966; en hij zeideH559 tot zijn vaderH1: ZegenH1288 mij, ookH1571mijH589, mijn vaderH1!Als Ezau de woorden zijns vaders hoorde, zo schreeuwde hij met een groten en bitteren schreeuw, gans zeer; en hij zeide tot zijn vader: Zegen mij, ook mij, mijn vader!
KJVAnd when Esau2heard1the words4of his father,5he cried6with a great8and exceeding11bitter9cry,7and said12unto his father,13Bless14me, even me also, O my father.
1כִּשְׁמֹ֤עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2עֵשָׂו֙H6215EzauEsau3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5אָבִ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6וַיִּצְעַ֣קH6817riep, riepen, roepen[idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together)7צְעָקָ֔הH6818geroep, geschrei, gekrijtscry(-ing)8גְּדֹלָ֥הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very9וּמָרָ֖הH4751bitter, bitterheid, bitterlijk[phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well12וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13לְאָבִ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'14בָּרֲכֵ֥נִיH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank15גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea16אָ֖נִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who17אָבִֽיH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
35En hij zeide: Uw broeder is gekomen met bedrog, en heeft uw zegen weggenomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En hij zeideH559: Uw broederH251 is gekomenH935 met bedrogH4820, en heeft uw zegenH1293weggenomenH3947.En hij zeide: Uw broeder is gekomen met bedrog, en heeft uw zegen weggenomen.
KJVAnd he said,1Thy brother3came2with subtilty,4and hath taken away5thy blessing.
1וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בָּ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3אָחִ֖יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4בְּמִרְמָ֑הH4820bedrog, bedriegelijke, bedrogscraft, deceit(-ful, -fully), false, feigned, guile, subtilly, treachery5וַיִּקַּ֖חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6בִּרְכָתֶֽךָH1293zegen, zegeningen, zegeningblessing, liberal, pool, present
36Toen zeide hij: Is het niet omdat men zijn naam noemt Jakob, dat hij mij nu twee reizen heeft bedrogen? mijn eerstgeboorte heeft hij genomen, en zie, nu heeft hij mijn zegen genomen! Voorts zeide hij: Hebt gij dan geen zegen voor mij uitbehouden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Toen zeideH559 hij: Is het niet omdatH3588 men zijn naamH8034noemtH7121JakobH3290, dat hij mij nu twee reizenH6471 heeft bedrogenH6117? mijn eerstgeboorteH1062 heeft hij genomenH3947, en zieH2009, nuH6258 heeft hij mijn zegenH1293genomenH3947! Voorts zeideH559 hij: Hebt gij dan geenH3808zegenH1293 voor mij uitbehoudenH680?Toen zeide hij: Is het niet omdat men zijn naam noemt Jakob, dat hij mij nu twee reizen heeft bedrogen? mijn eerstgeboorte heeft hij genomen, en zie, nu heeft hij mijn zegen genomen! Voorts zeide hij: Hebt gij dan geen zegen voor mij uitbehouden?
KJVAnd he said,1Is not he rightly2named3Jacob?5for he hath supplanted me6these7two times:8he took away11my birthright;10and, behold, now he hath taken away14my blessing.15And he said,16Hast thou not reserved18a blessing
1וַיֹּ֡אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הֲכִי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3קָרָ֨אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say4שְׁמ֜וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report5יַעֲקֹ֗בH3290Jakob, JakobsJacob6וַֽיַּעְקְבֵ֨נִי֙H6117bedriegen, bedrogen, vertrekttake by the heel, stay, supplant, [idiom] utterly7זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8פַעֲמַ֔יִםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בְּכֹרָתִ֣יH1062eerstgeboorte, eerstgeboorten, eerstgeborenenbirthright, firstborn(-ling)11לָקָ֔חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win12וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see13עַתָּ֖הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas14לָקַ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win15בִּרְכָתִ֑יH1293zegen, zegeningen, zegeningblessing, liberal, pool, present16וַיֹּאמַ֕רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17הֲלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18אָצַ֥לְתָּH680afzonderen, afzonderende, benauwderkeep, reserve, straiten, take19לִּ֖י20בְּרָכָֽהH1293zegen, zegeningen, zegeningblessing, liberal, pool, present
37Toen antwoordde Izak, en zeide tot Ezau: Zie, ik heb hem tot een heer over u gezet, en al zijn broeders heb ik hem tot knechten gegeven; en ik heb hem met koorn en most ondersteund; wat zal ik u dan nu doen, mijn zoon?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37Toen antwoorddeH6030IzakH3327, en zeideH559 tot EzauH6215: ZieH2005, ik heb hem tot een heerH1376 over u gezetH7760, en alH3605 zijn broedersH251 heb ik hem tot knechtenH5650gegevenH5414; en ik heb hem met koornH1715 en mostH8492ondersteundH5564; watH4100 zal ik u dan nu doenH6213, mijn zoonH1121?Toen antwoordde Izak, en zeide tot Ezau: Zie, ik heb hem tot een heer over u gezet, en al zijn broeders heb ik hem tot knechten gegeven; en ik heb hem met koorn en most ondersteund; wat zal ik u dan nu doen, mijn zoon?
KJVAnd Isaac2answered1and said3unto Esau,4Behold, I have made7him thy lord,6and all his brethren11have I given12to him for servants;14and with corn15and wine16have I sustained17him: and what shall I do21now19unto thee, my son?
1וַיַּ֨עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2יִצְחָ֜קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)3וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4לְעֵשָׂ֗וH6215EzauEsau5הֵ֣ןH2005ziet, ziebehold, if, lo, though6גְּבִ֞ירH1376heerlord7שַׂמְתִּ֥יוH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work8לָךְ֙9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11אֶחָ֗יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'12נָתַ֤תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13לוֹ֙14לַעֲבָדִ֔יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant15וְדָגָ֥ןH1715koren, koorn, korenscorn (floor), wheat16וְתִירֹ֖שׁH8492most(new, sweet) wine17סְמַכְתִּ֑יוH5564leggen, leiden, ondersteundbear up, establish, (up-) hold, lay, lean, lie hard, put, rest self, set self, stand fast, stay (self), sustain18וּלְכָ֣ה19אֵפ֔וֹאH645dan, nu tochhere, now, where?20מָ֥הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why21אֶֽעֱשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use22בְּנִֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
38En Ezau zeide tot zijn vader: Hebt gij maar dezen enen zegen, mijn vader? Zegen mij, ook mij, mijn vader! En Ezau hief zijn stem op, en weende.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38En EzauH6215zeideH559totH413 zijn vaderH1: Hebt gij maar dezen enenH259 zegen, mijn vaderH1? Zegen mij, ookH1571mijH589, mijn vaderH1! En EzauH6215hiefH5375 zijn stemH6963 op, en weendeH1058.En Ezau zeide tot zijn vader: Hebt gij maar dezen enen zegen, mijn vader? Zegen mij, ook mij, mijn vader! En Ezau hief zijn stem op, en weende.
Ook in dit vers
ZegenH1288
zegenH1293
KJVAnd Esau2said1unto his father,4Hast thou but one6blessing,5my father?9bless10me, even me also, O my father.13And Esau15lifted up14his voice,16and wept.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2עֵשָׂ֜וH6215EzauEsau3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אָבִ֗יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5הַֽבְרָכָ֨הH1293zegen, zegeningen, zegeningblessing, liberal, pool, present6אַחַ֤תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,7הִֽואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8לְךָ֙9אָבִ֔יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'10בָּרֲכֵ֥נִיH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank11גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea12אָ֖נִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who13אָבִ֑יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'14וַיִּשָּׂ֥אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield15עֵשָׂ֛וH6215EzauEsau16קֹל֖וֹH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell17וַיֵּֽבְךְּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep
39Toen antwoordde zijn vader Izak en zeide tot hem: Zie, de vettigheden der aarde zullen uw woningen zijn, en van den dauw des hemels van boven af zult gij gezegend zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39Toen antwoorddeH6030 zijn vaderH1IzakH3327 en zeideH559totH413 hem: ZieH2009, de vettighedenH4924 der aardeH776 zullen uw woningenH4186zijnH1961, en van den dauwH2919 des hemelsH8064 van bovenH5921 af zult gij gezegend zijn.Toen antwoordde zijn vader Izak en zeide tot hem: Zie, de vettigheden der aarde zullen uw woningen zijn, en van den dauw des hemels van boven af zult gij gezegend zijn.
KJVAnd Isaac2his father3answered1and said4unto him, Behold, thy dwelling10shall be the fatness7of the earth,8and of the dew11of heaven12from above;
1וַיַּ֛עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2יִצְחָ֥קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)3אָבִ֖יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אֵלָ֑יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6הִנֵּ֞הH2009ziet, ziebehold, lo, see7מִשְׁמַנֵּ֤יH4924vettigheid, vetsten, vettefat (one, -ness, -test, -test place)8הָאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10מֽוֹשָׁבֶ֔ךָH4186woningen, woning, zitplaatsassembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning11וּמִטַּ֥לH2919dauw, dauwsdew12הַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)13מֵעָֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
40En op uw zwaard zult gij leven, en zult uw broeder dienen; doch het zal geschieden, als gij heersen zult, dan zult gij zijn juk van uw hals afrukken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40En opH5921 uw zwaardH2719 zult gij levenH2421, en zult uw broederH251dienenH5647; doch het zal geschiedenH1961, als gij heersenH7300 zult, dan zult gij zijn jukH5923 van uw halsH6677afrukkenH6561.En op uw zwaard zult gij leven, en zult uw broeder dienen; doch het zal geschieden, als gij heersen zult, dan zult gij zijn juk van uw hals afrukken.
KJVAnd by thy sword2shalt thou live,3and shalt serve6thy brother;5and it shall come to pass when thou shalt have the dominion,9that thou shalt break10his yoke11from off thy neck.
1וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2חַרְבְּךָ֣H2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool3תִֽחְיֶ֔הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אָחִ֖יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'6תַּעֲבֹ֑דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,7וְהָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9תָּרִ֔ידH7300heersen, heerste, herenhave the dominion, be lord, mourn, rule10וּפָרַקְתָּ֥H6561rukke, Rukt, afgebrokenbreak (off), deliver, redeem, rend (in pieces), tear in pieces11עֻלּ֖וֹH5923juk, juks, maaktet jukyoke12מֵעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13צַוָּארֶֽךָH6677hals, halzen, buithalzenneck
41En Ezau haatte Jakob om dien zegen, waarmede zijn vader hem gezegend had; en Ezau zeide in zijn hart: De dagen van den rouw mijns vaders naderen, en ik zal mijn broeder Jakob doden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41En EzauH6215haatteH7852JakobH3290 om dienH834zegenH1293, waarmede zijn vaderH1 hem gezegendH1288 had; en EzauH6215zeideH559 in zijn hartH3820: De dagenH3117 van den rouwH60 mijns vadersH1naderenH7126, en ik zal mijn broederH251JakobH3290dodenH2026.En Ezau haatte Jakob om dien zegen, waarmede zijn vader hem gezegend had; en Ezau zeide in zijn hart: De dagen van den rouw mijns vaders naderen, en ik zal mijn broeder Jakob doden.
KJVAnd Esau2hated1Jacob4because5of the blessing6wherewith7his father9blessed him:8and Esau11said10in his heart,12The days14of mourning15for my father16are at hand;13then will I slay17my brother20Jacob.
1וַיִּשְׂטֹ֤םH7852haten, gehaat, haathate, oppose self against2עֵשָׂו֙H6215EzauEsau3אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַ֨בְּרָכָ֔הH1293zegen, zegeningen, zegeningblessing, liberal, pool, present7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8בֵּרֲכ֖וֹH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank9אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'10וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11עֵשָׂ֜וH6215EzauEsau12בְּלִבּ֗וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom13יִקְרְבוּ֙H7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take14יְמֵי֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15אֵ֣בֶלH60rouw, treuren, treurigheidmourning16אָבִ֔יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17וְאַֽהַרְגָ֖הH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19יַעֲקֹ֥בH3290Jakob, JakobsJacob20אָחִֽיH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
42Toen aan Rebekka deze woorden van Ezau, haar grootsten zoon, geboodschapt werden, zo zond zij heen, en ontbood Jakob, haar kleinsten zoon, en zeide tot hem: Zie, uw broeder Ezau troost zich over u, dat hij u doden zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42Toen aan RebekkaH7259 deze woordenH1697 van EzauH6215, haar grootstenH1419zoonH1121, geboodschaptH5046 werden, zo zondH7971 zij heen, en ontboodH7121JakobH3290, haar kleinstenH6996zoonH1121, en zeideH559totH413 hem: ZieH2009, uw broederH251EzauH6215troostH5162 zich over u, dat hij u dodenH2026 zal.Toen aan Rebekka deze woorden van Ezau, haar grootsten zoon, geboodschapt werden, zo zond zij heen, en ontbood Jakob, haar kleinsten zoon, en zeide tot hem: Zie, uw broeder Ezau troost zich over u, dat hij u doden zal.
KJVAnd these words4of Esau5her elder7son6were told1to Rebekah:2and she sent8and called9Jacob10her younger12son,11and said13unto him, Behold, thy brother17Esau,16as touching thee, doth comfort18himself, purposing to kill
1וַיֻּגַּ֣דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2לְרִבְקָ֔הH7259RebekkaRebekah3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5עֵשָׂ֖וH6215EzauEsau6בְּנָ֣הּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7הַגָּדֹ֑לH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very8וַתִּשְׁלַ֞חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)9וַתִּקְרָ֤אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say10לְיַעֲקֹב֙H3290Jakob, JakobsJacob11בְּנָ֣הּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12הַקָּטָ֔ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)13וַתֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15הִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see16עֵשָׂ֣וH6215EzauEsau17אָחִ֔יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'18מִתְנַחֵ֥םH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)19לְךָ֖20לְהָרְגֶֽךָH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely
43Nu dan, mijn zoon! hoor naar mijn stem, en maak u op, vlied gij naar Haran, tot Laban, mijn broeder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43Nu dan, mijn zoonH1121! hoorH8085 naar mijn stemH6963, en maakH6965 u op, vliedH1272 gij naar HaranH2771, tot LabanH3837, mijn broederH251.Nu dan, mijn zoon! hoor naar mijn stem, en maak u op, vlied gij naar Haran, tot Laban, mijn broeder.
KJVNow therefore, my son,2obey3my voice;4and arise,5flee6thou to Laban9my brother10to Haran;
1וְעַתָּ֥הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2בְנִ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3שְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4בְּקֹלִ֑יH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell5וְק֧וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)6בְּרַחH1272vluchtte, vlood, gevlodenchase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot7לְךָ֛8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9לָבָ֥ןH3837Laban, LabansLaban10אָחִ֖יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'11חָרָֽנָהH2771HaranHaran
44En blijf bij hem enige dagen, totdat de hittige gramschap uws broeders kere;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44En blijfH3427bijH5973 hem enigeH259dagenH3117, totdatH5704 de hittige gramschapH2534 uws broedersH251kereH7725;En blijf bij hem enige dagen, totdat de hittige gramschap uws broeders kere;
KJVAnd tarry1with him a few4days,3until6thy brother's9fury8turn away;
1וְיָשַׁבְתָּ֥H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2עִמּ֖וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)3יָמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4אֲחָדִ֑יםH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,5עַ֥דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7תָּשׁ֖וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8חֲמַ֥תH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)9אָחִֽיךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
45Totdat de toorn uws broeders van u afkere, en hij vergeten hebbe, hetgeen gij hem gedaan hebt; dan zal ik zenden, en u van daar nemen; waarom zoude ik ook van u beiden beroofd worden op een dag?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45TotdatH5704 de toornH639 uws broedersH251vanH4480 u afkereH7725, en hij vergeten hebbeH7911, hetgeenH834 gij hem gedaanH6213 hebt; dan zal ik zendenH7971, en u van daarH8033nemenH3947; waaromH4100 zoude ik ookH1571 van u beidenH8147beroofdH7921 worden op eenH259dagH3117?Totdat de toorn uws broeders van u afkere, en hij vergeten hebbe, hetgeen gij hem gedaan hebt; dan zal ik zenden, en u van daar nemen; waarom zoude ik ook van u beiden beroofd worden op een dag?
KJVUntil thy brother's4anger3turn away2from thee, and he forget6that which thou hast done9to him: then I will send,11and fetch12thee from thence: why14should I be deprived15also of you both17in one19day?
1עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet2שׁ֨וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3אַףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath4אָחִ֜יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'5מִמְּךָ֗H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6וְשָׁכַח֙H7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget7אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9עָשִׂ֣יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10לּ֔וֹ11וְשָׁלַחְתִּ֖יH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)12וּלְקַחְתִּ֣יךָH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win13מִשָּׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither14לָמָ֥הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why15אֶשְׁכַּ֛לH7921beroofd, beroven, berooftbereave (of children), barren, cast calf (fruit, young), be (make) childless, deprive, destroy, [idiom] expect, lose children, miscarry, rob of children, spoil16גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea17שְׁנֵיכֶ֖םH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two18י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger19אֶחָֽדH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
46En Rebekka zeide tot Izak: Ik heb verdriet aan mijn leven vanwege de dochteren Heths! Indien Jakob een vrouw neemt van de dochteren Heths, gelijk deze zijn, van de dochteren dezes lands, waartoe zal mij het leven zijn?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46En RebekkaH7259zeideH559totH413IzakH3327: Ik heb verdrietH6973 aan mijn levenH2416vanwegeH6440 de dochterenH1323HethsH2845! IndienH518JakobH3290 een vrouwH802neemtH3947 van de dochterenH1323HethsH2845, gelijk dezeH428 zijn, van de dochterenH1323 dezes landsH776, waartoeH4100 zal mij het levenH2416 zijn?En Rebekka zeide tot Izak: Ik heb verdriet aan mijn leven vanwege de dochteren Heths! Indien Jakob een vrouw neemt van de dochteren Heths, gelijk deze zijn, van de dochteren dezes lands, waartoe zal mij het leven zijn?
KJVAnd Rebekah2said1to Isaac,4I am weary5of my life6because7of the daughters8of Heth:9if Jacob12take11a wife13of the daughters14of Heth,15such as these which are of the daughters17of the land,18what good19shall my life
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 27:1— En het geschiedde, als Izak oud geworden was, en zijn ogen donker geworden waren, en hij niet zien kon; toen riep hij Ezau, zijn grootsten zoon, en zeide tot hem: Mijn zoon! En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!1 Samuël 3:2→Genesis 48:10→Johannes 9:3→Genesis 25:23→Prediker 12:3→
Genesis 27:2— En hij zeide: Zie nu, ik ben oud geworden, ik weet den dag mijns doods niet.Jesaja 38:3→Jesaja 38:1→Markus 13:35→Jakobus 4:14→Genesis 47:29→1 Samuël 20:3→Prediker 9:10→Genesis 48:21→
Genesis 27:3— Nu dan, neem toch uw gereedschap, uw pijlkoker en uw boog, en ga uit in het veld, en jaag mij een wildbraad;Genesis 25:27→Genesis 10:9→1 Korinthe 6:12→
Genesis 27:4— En maak mij smakelijke spijzen, zo als ik die gaarne heb, en breng ze mij, dat ik ete; opdat mijn ziel u zegene, eer ik sterve.Hebreeën 11:20→Genesis 49:28→Genesis 48:9→Genesis 27:25→Genesis 48:15→Jozua 22:6→Genesis 27:31→Jozua 14:13→
Genesis 27:6— Toen sprak Rebekka tot Jakob, haar zoon, zeggende: Zie, ik heb uw vader tot Ezau, uw broeder, horen spreken, zeggende:Genesis 25:28→
Genesis 27:7— Breng mij een wildbraad, en maak mij smakelijke spijzen toe, dat ik ete; en ik zal u zegenen voor het aangezicht des HEEREN, voor mijn dood.Deuteronomium 33:1→1 Samuël 24:19→Jozua 6:26→
Genesis 27:8— Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede.Genesis 27:13→Handelingen 5:29→Efeze 6:1→Genesis 25:23→Genesis 27:43→Handelingen 4:19→
Genesis 27:9— Ga nu heen tot de kudde, en haal mij van daar twee goede geitenbokjes; en ik zal die voor uw vader maken tot smakelijke spijzen, gelijk als hij gaarne heeft.Richteren 13:15→1 Samuël 16:20→
Genesis 27:11— Toen zeide Jakob tot Rebekka, zijn moeder: Zie, mijn broeder Ezau is een harig man, en ik ben een glad man.Genesis 25:25→
Genesis 27:12— Misschien zal mij mijn vader betasten, en ik zal in zijn ogen zijn als een bedrieger; zo zoude ik een vloek over mij halen, en niet een zegen.Deuteronomium 27:18→Genesis 25:27→Job 12:16→1 Thessalonicenzen 5:22→Genesis 9:25→Genesis 27:21→Genesis 27:36→Maleachi 1:14→
Genesis 27:13— En zijn moeder zeide tot hem: Uw vloek zij op mij, mijn zoon! hoor alleen naar mijn stem, en ga, haal ze mij.Mattheüs 27:25→2 Samuël 14:9→1 Samuël 25:24→1 Samuël 14:24→Genesis 25:23→Genesis 43:9→Genesis 25:33→1 Samuël 14:36→
Genesis 27:14— Toen ging hij, en hij haalde ze, en bracht ze zijn moeder; en zijn moeder maakte smakelijke spijzen, gelijk als zijn vader gaarne had.Genesis 27:9→Genesis 27:7→Genesis 25:28→Spreuken 23:2→Genesis 27:31→Lukas 21:34→Genesis 27:4→Genesis 27:17→
Genesis 27:15— Daarna nam Rebekka de kostelijke klederen van Ezau, haar grootsten zoon, die zij bij zich in huis had, en zij trok ze Jakob, haar kleinsten zoon, aan.Genesis 27:27→Lukas 15:22→Lukas 20:46→
Genesis 27:19— En Jakob zeide tot zijn vader: Ik ben Ezau uw eerstgeborene; ik heb gedaan, gelijk als gij tot mij gesproken hadt; sta toch op, zit, en eet van mijn wildbraad, opdat uw ziel mij zegene.Mattheüs 26:70→Genesis 27:4→Genesis 27:24→Genesis 25:25→1 Koningen 14:2→Genesis 29:23→Genesis 27:21→Jesaja 28:15→
Genesis 27:20— Toen zeide Izak tot zijn zoon: Hoe is dit, dat gij het zo haast gevonden hebt, mijn zoon? En hij zeide: Omdat de HEERE uw God dat heeft doen ontmoeten voor mijn aangezicht.Job 13:7→Genesis 24:12→Exodus 20:7→
Genesis 27:21— En Izak zeide tot Jakob: Nader toch, dat ik u betaste, mijn zoon! of gij mijn zoon Ezau zelf zijt, of niet.Genesis 27:12→Psalmen 73:28→Jakobus 4:8→Jesaja 57:19→
Genesis 27:23— Doch hij kende hem niet, omdat zijn handen harig waren, gelijk zijns broeders Ezau's handen; en hij zegende hem.Hebreeën 11:20→Genesis 27:16→Romeinen 9:11→
Genesis 27:24— En hij zeide: Zijt gij mijn zoon Ezau zelf? En hij zeide: Ik ben het!2 Samuël 14:5→1 Samuël 21:2→Spreuken 30:8→1 Samuël 21:13→Romeinen 3:7→Efeze 4:25→Kolossenzen 3:9→Spreuken 12:22→
Genesis 27:25— Toen zeide hij: Stel het nabij mij, dat ik van het wildbraad mijns zoons ete, opdat mijn ziel u zegene. En hij stelde het nabij hem, en hij at; hij bracht hem ook wijn, en hij dronk.Genesis 27:4→
Genesis 27:27— En hij kwam bij, en hij kuste hem; toen rook hij de reuk zijner klederen, en zegende hem; en hij zeide: Zie, de reuk mijns zoons is als de reuk des velds, hetwelk de HEERE gezegend heeft.Hebreeën 11:20→Hebreeën 6:7→Psalmen 65:10→Hooglied 7:12→Hooglied 2:13→Hosea 14:6→Hooglied 4:11→Genesis 26:12→
Genesis 27:28— Zo geve u dan God van de dauw des hemels, en de vettigheid der aarde, en menigte van tarwe en most.Deuteronomium 33:28→Deuteronomium 33:13→Genesis 27:39→Deuteronomium 7:13→Genesis 45:18→2 Samuël 1:21→Joël 2:19→Psalmen 104:15→
Genesis 27:29— Volken zullen u dienen, en natien zullen zich voor u nederbuigen; wees heer over uw broederen, en de zonen uwer moeder zullen zich voor u nederbuigen! Vervloekt moet hij zijn, wie u vervloekt; en wie u zegent, zij gezegend!Genesis 12:3→Numeri 24:9→Romeinen 9:12→Genesis 27:37→Genesis 9:25→Numeri 23:8→Psalmen 2:6→1 Koningen 22:47→
Genesis 27:31— Hij nu maakte smakelijke spijzen toe, en bracht die tot zijn vader; en hij zeide tot zijn vader: Mijn vader sta op en ete van het wildbraad zijns zoons, opdat uw ziel mij zegene.Genesis 27:4→
Genesis 27:32— En Izak, zijn vader, zeide tot hem: Wie zijt gij? En hij zeide: Ik ben uw zoon, uw eerstgeborene, Ezau.Genesis 27:18→
Genesis 27:33— Toen verschrikte Izak met zeer grote verschrikking, gans zeer, en zeide: Wie is hij dan, die het wildbraad gejaagd en tot mij gebracht heeft? en ik heb van alles gegeten, eer gij kwaamt, en heb hem gezegend; ook zal hij gezegend wezen.Genesis 28:3→Romeinen 11:29→Psalmen 55:5→Job 37:1→Hebreeën 11:20→Efeze 1:3→Johannes 10:28→Romeinen 5:20→
Genesis 27:34— Als Ezau de woorden zijns vaders hoorde, zo schreeuwde hij met een groten en bitteren schreeuw, gans zeer; en hij zeide tot zijn vader: Zegen mij, ook mij, mijn vader!Hebreeën 12:17→Spreuken 1:31→1 Samuël 30:4→Spreuken 1:24→Spreuken 19:3→Lukas 13:24→
Genesis 27:35— En hij zeide: Uw broeder is gekomen met bedrog, en heeft uw zegen weggenomen.1 Thessalonicenzen 4:6→Romeinen 3:7→2 Korinthe 4:7→Job 13:7→Genesis 27:19→2 Koningen 10:19→Maleachi 2:10→
Genesis 27:36— Toen zeide hij: Is het niet omdat men zijn naam noemt Jakob, dat hij mij nu twee reizen heeft bedrogen? mijn eerstgeboorte heeft hij genomen, en zie, nu heeft hij mijn zegen genomen! Voorts zeide hij: Hebt gij dan geen zegen voor mij uitbehouden?Genesis 25:26→Genesis 25:31→Johannes 1:47→Genesis 32:28→
Genesis 27:37— Toen antwoordde Izak, en zeide tot Ezau: Zie, ik heb hem tot een heer over u gezet, en al zijn broeders heb ik hem tot knechten gegeven; en ik heb hem met koorn en most ondersteund; wat zal ik u dan nu doen, mijn zoon?2 Samuël 8:14→Genesis 27:28→Romeinen 9:10→Genesis 25:23→
Genesis 27:38— En Ezau zeide tot zijn vader: Hebt gij maar dezen enen zegen, mijn vader? Zegen mij, ook mij, mijn vader! En Ezau hief zijn stem op, en weende.Hebreeën 12:17→Genesis 27:34→Spreuken 1:24→Jesaja 32:10→Genesis 27:36→Jesaja 65:14→Genesis 49:28→
Genesis 27:39— Toen antwoordde zijn vader Izak en zeide tot hem: Zie, de vettigheden der aarde zullen uw woningen zijn, en van den dauw des hemels van boven af zult gij gezegend zijn.Genesis 27:28→Hebreeën 11:20→Genesis 36:6→Jozua 24:4→
Genesis 27:40— En op uw zwaard zult gij leven, en zult uw broeder dienen; doch het zal geschieden, als gij heersen zult, dan zult gij zijn juk van uw hals afrukken.2 Koningen 8:20→Genesis 25:23→2 Samuël 8:14→Genesis 32:6→2 Koningen 14:10→2 Kronieken 25:11→2 Kronieken 21:8→Psalmen 60:8→
Genesis 27:41— En Ezau haatte Jakob om dien zegen, waarmede zijn vader hem gezegend had; en Ezau zeide in zijn hart: De dagen van den rouw mijns vaders naderen, en ik zal mijn broeder Jakob doden.Genesis 37:4→1 Johannes 3:12→Genesis 50:3→Genesis 37:8→Genesis 32:6→Amos 1:11→Psalmen 37:12→Psalmen 140:4→
Genesis 27:42— Toen aan Rebekka deze woorden van Ezau, haar grootsten zoon, geboodschapt werden, zo zond zij heen, en ontbood Jakob, haar kleinsten zoon, en zeide tot hem: Zie, uw broeder Ezau troost zich over u, dat hij u doden zal.Genesis 37:18→Spreuken 2:14→1 Samuël 30:5→Spreuken 4:16→Job 20:12→Psalmen 64:5→Genesis 42:21→
Genesis 27:43— Nu dan, mijn zoon! hoor naar mijn stem, en maak u op, vlied gij naar Haran, tot Laban, mijn broeder.Genesis 27:8→Genesis 11:31→Genesis 27:13→Genesis 28:7→Genesis 28:10→Genesis 24:29→Genesis 12:4→Jeremia 35:14→
Genesis 27:44— En blijf bij hem enige dagen, totdat de hittige gramschap uws broeders kere;Genesis 31:38→Genesis 31:41→
Genesis 27:45— Totdat de toorn uws broeders van u afkere, en hij vergeten hebbe, hetgeen gij hem gedaan hebt; dan zal ik zenden, en u van daar nemen; waarom zoude ik ook van u beiden beroofd worden op een dag?Genesis 27:35→Handelingen 28:4→Genesis 9:5→Spreuken 19:21→Jakobus 4:13→Genesis 4:8→Klaagliederen 3:37→2 Samuël 14:6→
Genesis 27:46— En Rebekka zeide tot Izak: Ik heb verdriet aan mijn leven vanwege de dochteren Heths! Indien Jakob een vrouw neemt van de dochteren Heths, gelijk deze zijn, van de dochteren dezes lands, waartoe zal mij het leven zijn?Genesis 28:8→Genesis 26:34→Genesis 24:3→Numeri 11:15→Job 7:16→Job 14:13→Jona 4:3→Genesis 34:1→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 27 vers 1— En het geschiedde, als Izak oud geworden was, en zijn ogen donker geworden waren, en hij niet zien kon; toen riep hij Ezau, zijn grootsten zoon, en zeide tot hem: Mijn zoon! En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!
oud
Eenigen berekenen dat hij honderd zeven en dertig jaren oud geweest is.
Hertaald:oud
Sommigen berekenen dat hij honderdzevenendertig jaar oud geweest is.
zijn ogen
Niet zonder de wonderbare voorzienigheid Gods, die door deze blindheid niet alleen zijn knecht Izak geoefend, maar ook het recht der eerstgeboorte aan Jakob gebracht heeft.
Hertaald:zijn ogen
Niet zonder de wonderbare voorzienigheid van God, Die door deze blindheid niet alleen Zijn dienstknecht Izak beproefd, maar ook het recht van de eerstgeboorte bij Jakob gebracht heeft.
grootsten
Dat is, de eerstgeborene.
Hertaald:grootsten
Dat is: de eerstgeborene.
Zie,
Zie boven, Gen. 22:1.
Hertaald:Zie,
Zie Gen. 22:1.
Genesis 27 vers 2— En hij zeide: Zie nu, ik ben oud geworden, ik weet den dag mijns doods niet.
ik weet
Dat is, zo weinig tijds van leven is mij overig, dat ik niet weet hoe haast mij de dood zal overvallen, alle uur en ogenblik dien verwachtende.
Hertaald:ik weet
Dat is: mij rest zo weinig levenstijd, dat ik niet weet hoe snel de dood mij zal overvallen, die ik elk uur en ogenblik verwacht.
Genesis 27 vers 3— Nu dan, neem toch uw gereedschap, uw pijlkoker en uw boog, en ga uit in het veld, en jaag mij een wildbraad;
pijlkoker
Hebr. Hangkoker, of allerlei werktuigen, die omgehangen werden.
Hertaald:pijlkoker
Hebreeuws: hangkoker, of allerlei gereedschap dat omgehangen werd.
jaag mij
Hebr. jaag mij een jacht; dat is, vang met jagen enig wild, dat mij ter spijze zij. Alzo onder, vs.5.
Hertaald:jaag mij
Hebreeuws: jaag mij een jacht; dat is: vang door te jagen enig wild dat mij tot voedsel dient. Zo ook in vers 5.
Genesis 27 vers 4— En maak mij smakelijke spijzen, zo als ik die gaarne heb, en breng ze mij, dat ik ete; opdat mijn ziel u zegene, eer ik sterve.
smakelijke
Of, wat smakelijks.
Hertaald:smakelijke
Of: iets smakelijks.
mijn ziel
Dat is, ik, met een oprecht voornemen des gemoeds.
Hertaald:mijn ziel
Dat is: ik, met een oprecht voornemen van gemoed.
u zegene,
Versta dit niet van een algemene zegening, die de ouders aan al hun kinderen bij elke gelegenheid geven kunnen, maar van een bijzondere, zeer uitnemende en statelijke profetische zegening in den vorm van testament ingesteld, om zijn zoon van de geestelijke en lichamelijke beloften, hem en zijn vader gedaan, erfgenaam te verklaren; alzo onder, Gen. 28:1.
Hertaald:u zegene,
Versta dit niet als een algemene zegening, die ouders bij elke gelegenheid aan al hun kinderen kunnen geven, maar als een bijzondere, zeer voortreffelijke en plechtige profetische zegening, ingesteld in de vorm van een testament, om zijn zoon te verklaren tot erfgenaam van de geestelijke en lichamelijke beloften die aan hem en zijn vader gedaan waren; zo ook in Gen. 28:1.
Genesis 27 vers 7— Breng mij een wildbraad, en maak mij smakelijke spijzen toe, dat ik ete; en ik zal u zegenen voor het aangezicht des HEEREN, voor mijn dood.
voor het
Dat is, welke zegening in Gods naam, en als in zijn tegenwoordigheid uitgesproken, en door zijn bestuur bekrachtigd zal worden.
Hertaald:voor het
Dat is: welke zegening in Gods Naam, en als het ware in Zijn tegenwoordigheid uitgesproken, en door Zijn bestuur bekrachtigd zal worden.
Genesis 27 vers 8— Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede.
hoor mijn
Hoewel Rebekka in dit werk middelen gebruikt, die niet geheel kunnen verontschuldigd worden, nochtans de zaak zelve, dat zij het recht der eerstgeboorte aan Jakob poogde te brengen, kwam met den wil en de verklaring van God overeen; zie boven, Gen. 25:23.
Hertaald:hoor mijn
Hoewel Rebekka bij dit alles middelen gebruikt die niet geheel te verontschuldigen zijn, kwam de zaak zelf — dat zij het recht van de eerstgeboorte aan Jakob probeerde te brengen — toch overeen met de wil en de verklaring van God; zie Gen. 25:23.
Genesis 27 vers 9— Ga nu heen tot de kudde, en haal mij van daar twee goede geitenbokjes; en ik zal die voor uw vader maken tot smakelijke spijzen, gelijk als hij gaarne heeft.
haal mij
Hebr. neem; maar het Hebr. woord bevat hier ook in zich het woord brengen, en die twee tezamen zijn zoveel als halen. Zie boven, Gen. 12:15.
Hertaald:haal mij
Hebreeuws: neem; maar het Hebreeuwse woord omvat hier ook het woord 'brengen', en beide samen betekenen zoveel als 'halen'. Zie Gen. 12:15.
goede
Dat is, vette, wel aangekomen, en in groei toegenomen. Verg. onder, Gen. 41:5.
Hertaald:goede
Dat is: vette, goed gevoede en gegroeide. Vergelijk Gen. 41:5.
Genesis 27 vers 11— Toen zeide Jakob tot Rebekka, zijn moeder: Zie, mijn broeder Ezau is een harig man, en ik ben een glad man.
harig man,
Dat is, ruw van huid.
Hertaald:harig man,
Dat is: ruw van huid.
glad man
Dat is, zacht van huid.
Hertaald:glad man
Dat is: zacht van huid.
Genesis 27 vers 12— Misschien zal mij mijn vader betasten, en ik zal in zijn ogen zijn als een bedrieger; zo zoude ik een vloek over mij halen, en niet een zegen.
als een
Hebr. verleider. Het woord als wordt somtijds gebruikt niet voor hetgeen wat schijnt, maar wat inderdaad is. Zie Neh. 7:2; Joh. 1:14, en 2 Kor. 3:18.
Hertaald:als een
Hebreeuws: verleider. Het woord 'als' wordt soms niet gebruikt voor iets wat lijkt, maar voor iets wat werkelijk is. Zie Neh. 7:2; Joh. 1:14, en 2 Kor. 3:18.
zo zou
Verg. Deut. 27:18.
Hertaald:zo zou
Vergelijk Deut. 27:18.
Genesis 27 vers 13— En zijn moeder zeide tot hem: Uw vloek zij op mij, mijn zoon! hoor alleen naar mijn stem, en ga, haal ze mij.
Uw vloek
Rebekka spreekt zo vrijmoedig, niet uit lichtvaardigheid, maar [zoals het schijnt] uit een zeker vertrouwen op een goede uitkomst, wel bedenkende niet alleen om de klare uitspraak van God, maar ook om het onheilig leven van Ezau, dat het recht der eerstgeboorte niet hem, maar zijn broeder Jakob toekwam.
Hertaald:Uw vloek
Rebekka spreekt zo vrijmoedig, niet uit lichtzinnigheid, maar (naar het schijnt) uit een zeker vertrouwen op een goede afloop, wel bedenkend dat, zowel vanwege Gods duidelijke uitspraak als vanwege het goddeloze leven van Ezau, het recht van de eerstgeboorte niet hem, maar zijn broer Jakob toekwam.
haal ze
Hebr. neem mij, dat is, neem en breng mij, te weten, twee kleine bokjes, gelijk ik bevolen heb. Zie boven, vs.9.
Hertaald:haal ze
Hebreeuws: neem mij, dat is: neem en breng mij, namelijk twee kleine bokjes, zoals ik bevolen heb. Zie vers 9.
Genesis 27 vers 15— Daarna nam Rebekka de kostelijke klederen van Ezau, haar grootsten zoon, die zij bij zich in huis had, en zij trok ze Jakob, haar kleinsten zoon, aan.
de kostelijke
Hebr. begeerlijke klederen, of klederen der begeerlijkheid, dat is, waar men lust en begeerte toe heeft; dat zijn schone en kostelijke klederen.
Hertaald:de kostelijke
Hebreeuws: begeerlijke klederen, of klederen der begeerlijkheid, dat is: waarnaar men lust en verlangen heeft; dat zijn mooie en kostbare klederen.
die zij
Dat is, die zij bewaarde in welriekende koffers, gelijk blijkt vs.27.
Hertaald:die zij
Dat is: die zij bewaarde in welriekende koffers, zoals blijkt uit vers 27.
en zij
Dit en het volgende middel, vs.16, dat Rebekka gebruikt om tot haar voornemen te geraken, is wel een soort van bedrog, doch minder berispelijk, omdat het haar bedoeling was haar man uit zijn dwaling op den rechten weg te helpen, den wil van God te volbrengen, en haar zoon Jakob te stellen in de bezitting van hetgeen hem door Gods ordinantie toekwam.
Hertaald:en zij
Dit en het volgende middel, vers 16, dat Rebekka gebruikt om haar doel te bereiken, is wel een vorm van bedrog, maar minder verwijtbaar, omdat het haar bedoeling was haar man uit zijn dwaling op de rechte weg te brengen, de wil van God te volbrengen, en haar zoon Jakob in het bezit te stellen van wat hem door Gods beschikking toekwam.
Genesis 27 vers 19— En Jakob zeide tot zijn vader: Ik ben Ezau uw eerstgeborene; ik heb gedaan, gelijk als gij tot mij gesproken hadt; sta toch op, zit, en eet van mijn wildbraad, opdat uw ziel mij zegene.
Ik ben
Het is wel prijslijk in Jakob, dat hij het recht der eerstgeboorte in grote waarde houdt en met ernst begeert; maar te misprijzen is de weg, dien hij ingaat, zich met onwaardigheid behelpende. Het eerste was in hem van God, door het geloof aan zijn beloften; het andere van hemzelven, door de zwakheid der verdorven natuur.
Hertaald:Ik ben
Het is wel prijzenswaardig in Jakob dat hij het recht van de eerstgeboorte hoog waardeert en er ernstig naar verlangt; maar te laken is de weg die hij inslaat, waarbij hij zich met oneerlijkheid behelpt. Het eerste kwam in hem van God, door het geloof in Zijn beloften; het andere kwam van hemzelf, door de zwakheid van de verdorven natuur.
mij zegene
Zie boven, vs.4.
Hertaald:mij zegene
Zie vers 4.
Genesis 27 vers 20— Toen zeide Izak tot zijn zoon: Hoe is dit, dat gij het zo haast gevonden hebt, mijn zoon? En hij zeide: Omdat de HEERE uw God dat heeft doen ontmoeten voor mijn aangezicht.
dat gij
Hebr. [Dat] gij zo haast hebt te vinden. Deze woorden kunnen ook aldus vertaald worden; Wat is dit [dat] gij zo haast gevonden hebt? of, hoe hebt gij dat zo haast gevonden?
Hertaald:dat gij
Hebreeuws: dat u het zo snel hebt gevonden. Deze woorden kunnen ook zo vertaald worden: wat is dit, dat u het zo snel gevonden hebt? Of: hoe hebt u dat zo snel gevonden?
Genesis 27 vers 22— Toen kwam Jakob bij, tot zijn vader Izak, die hem betastte; en hij zeide: De stem is Jakobs stem, maar de handen zijn Ezau's handen.
De stem
Dat is, zij luidt even alsof het Jakobs stem is.
Hertaald:De stem
Dat is: zij klinkt precies alsof het Jakobs stem is.
Ezau's
Zo ruw alsof het Ezaus handen waren, zoals deze verklaring gedaan wordt vs.23. Hieruit blijkt dat Izak begon te twijfelen of deze zaak richtig toeging; niettemin is God beleid voortgegaan.
Hertaald:Ezau's
Zo ruw alsof het Ezaus handen waren, zoals deze verklaring in vers 23 gegeven wordt. Hieruit blijkt dat Izak begon te twijfelen of deze zaak wel juist toeging; niettemin is Gods beleid voortgegaan.
Genesis 27 vers 23— Doch hij kende hem niet, omdat zijn handen harig waren, gelijk zijns broeders Ezau's handen; en hij zegende hem.
kende hem
Merkelijk door een wonderbaar beleid der voorzienigheid Gods, die boven de blindheid der ogen hem laat overkomen een onwetendheid des verstands, waardoor hij voortvaart met de zegening, hoewel hij Jakobs stem kende, en daarom nog twijfelde, gelijk dit blijkt uit het volgende vers.
Hertaald:kende hem
Duidelijk door een wonderlijk beleid van de voorzienigheid van God, Die hem, behalve met de blindheid van de ogen, ook laat overkomen een onwetendheid van het verstand, waardoor hij doorgaat met de zegening, hoewel hij Jakobs stem herkende en daarom nog twijfelde, zoals blijkt uit het volgende vers.
Genesis 27 vers 25— Toen zeide hij: Stel het nabij mij, dat ik van het wildbraad mijns zoons ete, opdat mijn ziel u zegene. En hij stelde het nabij hem, en hij at; hij bracht hem ook wijn, en hij dronk.
wildbraad
Te weten, wat gij voor mij gevangen en toebereid hebt.
Hertaald:wildbraad
Namelijk: wat u voor mij gevangen en klaargemaakt hebt.
Genesis 27 vers 26— En zijn vader Izak zeide tot hem: Kom toch bij, en kus mij, mijn zoon!
kus mij,
De kus is bij de ouden in zulke statelijke zegeningen gebruikelijk geweest, tot verering en bewijs van goedwilligheid. Zie onder, Gen. 48:10.
Hertaald:kus mij,
De kus was bij de ouden gebruikelijk bij zulke plechtige zegeningen, als teken van eerbied en welwillendheid. Zie Gen. 48:10.
Genesis 27 vers 27— En hij kwam bij, en hij kuste hem; toen rook hij de reuk zijner klederen, en zegende hem; en hij zeide: Zie, de reuk mijns zoons is als de reuk des velds, hetwelk de HEERE gezegend heeft.
de reuk zijner klederen
Waardoor hij zich nog meer verzekerde dat Jakob zijn zoon Ezau was; alsof hij zeide: zijn klederen rieken niet naar den stal der beesten, maar naar het lieflijke veld.
Hertaald:de reuk zijner klederen
Waardoor hij er nog meer van overtuigd raakte dat Jakob zijn zoon Ezau was, alsof hij zei: zijn klederen ruiken niet naar de stal van de dieren, maar naar het lieflijke veld.
de reuk mijns zoons
Dat is, de reuk der klederen mijns zoons.
Hertaald:de reuk mijns zoons
Dat is: de reuk van de klederen van mijn zoon.
als de reuk des velds
Welke meest veroorzaakt wordt door de gematigheid der lucht, de goedheid van het land, en de kostelijken overvloed van allerlei gewas. De zin is: gelijk de goede reuk ener landstreek een teken is van haar schone gelegenheid, kostelijke vruchten en groten overvloed, alzo is de reuk van de klederen mijns zoons mij een teken van zijne en der zijnen toekomende gelukzaligheid, die bij een uitnemende landbouw zal te vergelijken zijn.
Hertaald:als de reuk des velds
Die vooral veroorzaakt wordt door het gematigde klimaat, de goedheid van het land, en de kostbare overvloed aan allerlei gewassen. De betekenis is: zoals de goede geur van een landstreek een teken is van haar mooie ligging, kostbare vruchten en grote overvloed, zo is de geur van de klederen van mijn zoon voor mij een teken van zijn toekomstige gelukzaligheid en die van zijn nakomelingen, die met een voortreffelijke landbouw vergeleken kan worden.
Genesis 27 vers 28— Zo geve u dan God van de dauw des hemels, en de vettigheid der aarde, en menigte van tarwe en most.
geve u
Dit is niet alleen een wens, maar ook een profetie, die naar de letter niet zozeer in Jakob, als in zijn nakomelingen vervuld zou worden. Niettemin zijn de geestelijke weldaden, daardoor afgebeeld, hem met alle ware gelovigen gemeen geweest.
Hertaald:geve u
Dit is niet alleen een wens, maar ook een profetie, die naar de letter niet zozeer in Jakob zelf, als wel in zijn nakomelingen vervuld zou worden. Niettemin zijn de geestelijke weldaden die hierdoor werden afgebeeld, hem samen met alle ware gelovigen ten deel gevallen.
dauw des
Begrijp onder den naam dauw, die in het land Kanaän om de schaarsheid van den regen zeer nodig was, allerlei zegen, die door middel van de lucht en den hemel over het aardrijk komt. Verg. Deut. 33:13-14.
Hertaald:dauw des
Versta onder de naam dauw, die in het land Kanaän vanwege het gebrek aan regen zeer nodig was, allerlei zegen die door middel van de lucht en de hemel over de aarde komt. Vergelijk Deut. 33:13-14.
vettigheden
Dat is, veel goed en kostelijk gewas, uit een goede en vruchtbare landstreek; verg. Deut. 8:8, en Deut. 32:13-14, en Deut. 33:24.
Hertaald:vettigheden
Dat is: veel goed en kostbaar gewas, uit een goede en vruchtbare landstreek; vergelijk Deut. 8:8, en Deut. 32:13-14, en Deut. 33:24.
Genesis 27 vers 29— Volken zullen u dienen, en natien zullen zich voor u nederbuigen; wees heer over uw broederen, en de zonen uwer moeder zullen zich voor u nederbuigen! Vervloekt moet hij zijn, wie u vervloekt; en wie u zegent, zij gezegend!
Volken
Deze wens of zegen is voornamelijk vervuld ten tijde van David, Salomo en de koningen van Juda, tot Joram toe. Zie boven, Gen. 25:23.
Hertaald:Volken
Deze wens of zegen is vooral vervuld in de tijd van David, Salomo en de koningen van Juda, tot Joram toe. Zie Gen. 25:23.
wees heer
Gelijk het recht der eerstgeboorte medebrengt. Zie boven, Gen. 25:31.
Hertaald:wees heer
Zoals het recht van de eerstgeboorte met zich meebrengt. Zie Gen. 25:31.
en zo
Zie boven, Gen. 12:3.
Hertaald:en zo
Zie Gen. 12:3.
Genesis 27 vers 30— En het geschiedde, als Izak voleindigd had Jakob te zegenen, zo geschiedde het, toen Jakob maar even van het aangezicht van zijn vader Izak uitgegaan was, dat Ezau, zijn broeder, van zijn jacht kwam.
even van
Hebr. uitgaande was uitgegaan.
Hertaald:even van
Hebreeuws: uitgaande was uitgegaan.
Genesis 27 vers 33— Toen verschrikte Izak met zeer grote verschrikking, gans zeer, en zeide: Wie is hij dan, die het wildbraad gejaagd en tot mij gebracht heeft? en ik heb van alles gegeten, eer gij kwaamt, en heb hem gezegend; ook zal hij gezegend wezen.
verschrikte
Het Hebr. woord betekent zeer grote vrees en schrik, verenigd met sidderen en beven; gelijk onder, Gen. 42:28; Ex. 19:16, Ex. 19:18. Dezen schrik liet God over hem vallen eensdeels om hem te wederhouden van toornigheid tegen Jakob, anderdeels om hem te doen bedenken dat de uitkomst der gegeven zegening was door zijn besluit en eeuwig voornemen. Zie boven, Gen. 25:23.
Hertaald:verschrikte
Het Hebreeuwse woord betekent zeer grote vrees en schrik, gepaard met sidderen en beven; zoals in Gen. 42:28; Ex. 19:16, Ex. 19:18. Deze schrik liet God over hem komen, deels om hem te weerhouden van toorn tegen Jakob, deels om hem te doen beseffen dat de uitkomst van de gegeven zegening bepaald was door Zijn besluit en eeuwig voornemen. Zie Gen. 25:23.
Genesis 27 vers 34— Als Ezau de woorden zijns vaders hoorde, zo schreeuwde hij met een groten en bitteren schreeuw, gans zeer; en hij zeide tot zijn vader: Zegen mij, ook mij, mijn vader!
ook mij,
Anders, ik ben ook mijns vaders, of, ik ben ook [uw zoon] mijn vader; alzo vs.38.
Hertaald:ook mij,
Anders: ik ben ook van mijn vader; of: ik ben ook uw zoon, mijn vader; zo ook in vers 38.
Genesis 27 vers 35— En hij zeide: Uw broeder is gekomen met bedrog, en heeft uw zegen weggenomen.
met bedrog,
De daad van Jakob noemt Izak wel bedrog, gelijk zij in der waarheid was, maar nu verstond hij redelijk dat hij daarvan de oorzaak was, door zijn voorgaande onverstandigheid; gelijk dit blijkt omdat hij volhardde bij hetgeen, wat hij, bedrogen zijnde, gedaan had. Zie boven, vs.23.
Hertaald:met bedrog,
Izak noemt de daad van Jakob wel bedrog, zoals zij in werkelijkheid ook was, maar hij begreep nu redelijk goed dat hij er zelf de oorzaak van was, door zijn eerdere onverstandigheid; wat blijkt uit het feit dat hij bleef bij wat hij, bedrogen zijnde, gedaan had. Zie vers 23.
uw zegen
Dat is, die u van nature toekwam, en dien ik u meende te geven.
Hertaald:uw zegen
Dat is: die u van nature toekwam, en die ik u meende te geven.
Genesis 27 vers 36— Toen zeide hij: Is het niet omdat men zijn naam noemt Jakob, dat hij mij nu twee reizen heeft bedrogen? mijn eerstgeboorte heeft hij genomen, en zie, nu heeft hij mijn zegen genomen! Voorts zeide hij: Hebt gij dan geen zegen voor mij uitbehouden?
Is het
Waarom hij Jakob genoemd is, is te zien boven, Gen. 25:26, te weten, omdat hij zijn broeder Ezau bij de verzenen hield in de geboorte; maar Ezau duidt dezen naam, alsof hij hem den voet gezet of gelicht, dat is, verschalkt en bedrogen had, welke betekenis het Hebr. woord ook lijden kan; zie Jer. 17:9.
Hertaald:Is het
Waarom hij Jakob genoemd is, is te zien in Gen. 25:26, namelijk omdat hij zijn broer Ezau bij de hielen vasthield bij de geboorte; maar Ezau duidt deze naam zo uit alsof hij hem een been had lichtgezet, dat is: hem te slim af was geweest en bedrogen had — een betekenis die het Hebreeuwse woord ook kan dragen; zie Jer. 17:9.
Mijn eerstgeboorte
Dit is vals; want hij had deze hem goedsmoeds verkocht. Zie boven Gen. 25:32-33.
Hertaald:Mijn eerstgeboorte
Dit is onwaar; want hij had die hem vrijwillig verkocht. Zie Gen. 25:32-33.
mijn zegen
De zegen behoorde tot het recht der eerstgeboorte. Dewijl hij nu dit verkocht had, zo kwam de zegen hem niet toe.
Hertaald:mijn zegen
De zegen behoorde tot het recht van de eerstgeboorte. Omdat hij dit nu verkocht had, kwam de zegen hem niet meer toe.
Genesis 27 vers 37— Toen antwoordde Izak, en zeide tot Ezau: Zie, ik heb hem tot een heer over u gezet, en al zijn broeders heb ik hem tot knechten gegeven; en ik heb hem met koorn en most ondersteund; wat zal ik u dan nu doen, mijn zoon?
broeders
Dat is, Ezaus geslacht en nakomelingen.
Hertaald:broeders
Dat is: Ezaus geslacht en nakomelingen.
ondersteund;
Dat is, voorzien, gestoffeerd, verzorgd, opdat hij daarvan niet alleen de gemene nooddruft hebbe, maar ook wat hem dienen kan tot bijzondere versterking.
Hertaald:ondersteund;
Dat is: voorzien, toegerust, verzorgd, zodat hij daarvan niet alleen in de gewone behoeften kan voorzien, maar ook iets heeft dat hem tot bijzondere versterking kan dienen.
Genesis 27 vers 38— En Ezau zeide tot zijn vader: Hebt gij maar dezen enen zegen, mijn vader? Zegen mij, ook mij, mijn vader! En Ezau hief zijn stem op, en weende.
dezen enen
Versta door dezen enen zegen, den voornaamsten, waardoor Jakob was verklaard een erfgenaam van het goddelijk verbond en van het land Kanaän.
Hertaald:dezen enen
Versta onder deze ene zegen: de voornaamste, waardoor Jakob tot erfgenaam van het goddelijke verbond en van het land Kanaän verklaard was.
Genesis 27 vers 40— En op uw zwaard zult gij leven, en zult uw broeder dienen; doch het zal geschieden, als gij heersen zult, dan zult gij zijn juk van uw hals afrukken.
op uw
Dat is, door geweld van wapenen zult gij uw volk, land en middelen moeten voorstaan, en daarom een ongerust leven leiden, in het midden van vele oorlogen.
Hertaald:op uw
Dat is: door de kracht van wapens zult u uw volk, land en middelen moeten verdedigen, en daarom een onrustig leven leiden, te midden van vele oorlogen.
zult uw
Zie boven, Gen. 25:23.
Hertaald:zult uw
Zie Gen. 25:23.
juk van
Zie 2 Sam. 8:14.
Hertaald:juk van
Zie 2 Sam. 8:14.
afrukken
Zie de vervulling hiervan 2 Kon. 8:20-22.
Hertaald:afrukken
Zie de vervulling hiervan in 2 Kon. 8:20-22.
Genesis 27 vers 41— En Ezau haatte Jakob om dien zegen, waarmede zijn vader hem gezegend had; en Ezau zeide in zijn hart: De dagen van den rouw mijns vaders naderen, en ik zal mijn broeder Jakob doden.
haatte
Deze haat is overgeërfd op de kinderen en nakomelingen; Ezech. 35:5; Am. 1:11; Ob. 1:10
Hertaald:haatte
Deze haat is overgeërfd op de kinderen en nakomelingen; Ezech. 35:5; Am. 1:11; Ob. 1:10.
zeide in
Te weten, bij zichzelven. Hoewel hij het niet alleen gedacht heeft, maar ook met woorden of gebaren geopenbaard, aldus dat het ter oren van zijn moeder gekomen is, gelijk blijkt vs.42.
Hertaald:zeide in
Namelijk: bij zichzelf. Hoewel hij het niet alleen gedacht heeft, maar het ook met woorden of gebaren geopenbaard heeft, zodat het zijn moeder ter ore is gekomen, zoals blijkt uit vers 42.
Genesis 27 vers 42— Toen aan Rebekka deze woorden van Ezau, haar grootsten zoon, geboodschapt werden, zo zond zij heen, en ontbood Jakob, haar kleinsten zoon, en zeide tot hem: Zie, uw broeder Ezau troost zich over u, dat hij u doden zal.
Zie, uw
Rebekka openbaart haar zoon wat zij verstaan had, aangaande het voornemen van Ezau, om hem tot de reis aan te sporen.
Hertaald:Zie, uw
Rebekka maakt haar zoon bekend wat zij vernomen had over het voornemen van Ezau, om hem tot de reis aan te sporen.
Genesis 27 vers 43— Nu dan, mijn zoon! hoor naar mijn stem, en maak u op, vlied gij naar Haran, tot Laban, mijn broeder.
vlied gij
Hebr. vlied u, of voor u. Zie boven, Gen. 12:1.
Hertaald:vlied gij
Hebreeuws: vlied u, of voor u. Zie Gen. 12:1.
Haran,
Zie boven, Gen. 11:31.
Hertaald:Haran,
Zie Gen. 11:31.
Genesis 27 vers 44— En blijf bij hem enige dagen, totdat de hittige gramschap uws broeders kere;
enige dagen,
Dat is, enigen tijd. Hebr. ene dagen. Alzo ook onder, Gen. 29:20.
Hertaald:enige dagen,
Dat is: enige tijd. Hebreeuws: enige dagen. Zo ook in Gen. 29:20.
hittige
Het Hebr. woord betekent een heten en brandenden toorn, zoals deze toorn van Ezau was.
Hertaald:hittige
Het Hebreeuwse woord betekent een hete en brandende toorn, zoals deze toorn van Ezau was.
Genesis 27 vers 45— Totdat de toorn uws broeders van u afkere, en hij vergeten hebbe, hetgeen gij hem gedaan hebt; dan zal ik zenden, en u van daar nemen; waarom zoude ik ook van u beiden beroofd worden op een dag?
beiden
Dat is, van u, indien u Ezau kwam te vermoorden, en van Ezau, indien hij om zijn moord door de overheid gestraft werd, of door enig rechtvaardig oordeel Gods omkwam, of, gelijk Kaïn, van Gods aangezicht verdreven werd.
Hertaald:beiden
Dat is: van u, als u Ezau zou vermoorden, en van Ezau, als hij vanwege die moord door de overheid gestraft werd, of door een rechtvaardig oordeel van God omkwam, of, zoals Kaïn, van Gods aangezicht verdreven werd.
Genesis 27 vers 46— En Rebekka zeide tot Izak: Ik heb verdriet aan mijn leven vanwege de dochteren Heths! Indien Jakob een vrouw neemt van de dochteren Heths, gelijk deze zijn, van de dochteren dezes lands, waartoe zal mij het leven zijn?
vanwege
Hebr. van, of, voor het aangezicht der dochteren Heths, versta, Ezaus vrouwen. Zie boven, Gen. 26:34.
Hertaald:vanwege
Hebreeuws: van, of voor het aangezicht van de dochters van Heth; versta: Ezaus vrouwen. Zie Gen. 26:34.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Haran — bergbewoner
Een zoon van Terah en broer van Abram en Nahor, vader van Lot (Gen. 11:27-28). Hij stierf al vóór zijn vader Terah, in zijn geboortestad Ur der Chaldeeën, en liet zijn zoon Lot achter.
Izak — lachen, gelach
De zoon van Abraham en Sara, geboren toen Abraham honderd jaar oud was, precies zoals de HEERE beloofd had (Gen. 21:1-5). Zijn naam herinnert aan het ongelovige lachen van zowel Abraham (Gen. 17:17) als Sara (Gen. 18:12) toen hun deze geboorte was aangekondigd, en later aan Sara's vreugdevolle lach (Gen. 21:6). Als het kind der belofte is Izak in het Nieuwe Testament een voorafbeelding van de gelovigen, 'kinderen der belofte' (Gal. 4:28), en zijn beoogde offering op de berg Moria (Gen. 22) een beeld van de opoffering van Gods eigen Zoon.
Rebekka — een strik, of: gebonden schoonheid
De dochter van Bethuel, hier voor het eerst genoemd in de geslachtslijst van Nahor (Gen. 22:23), en later, in Gen. 24, door Abrahams knecht bij de put gevonden en tot vrouw van Izak gemaakt. Zij zou de moeder worden van Ezau en Jakob, en toonde een sterke wil die haar zachtaardige man vaak overvleugelde, onder meer bij het verkrijgen van de zegen voor Jakob (Gen. 27).
Laban — wit
De zoon van Bethuel en broer van Rebekka (Gen. 24:29). Hij woonde te Haran in Mesopotamië. Later, wanneer zijn neef Jakob bij hem zijn toevlucht zoekt, blijkt Laban een sluw en berekenend man: hij laat Jakob eerst met Lea trouwen in plaats van de beloofde Rachel, en verandert herhaaldelijk Jakobs loon (Gen. 29-31).
Ezau — harig, ruig
De eerstgeboren tweelingzoon van Izak en Rebekka, rossig en over zijn hele lichaam behaard geboren, waaraan hij zijn naam ontleent (Gen. 25:25). Hij werd een ervaren jager en een man van het veld, en verkocht in een ogenblik van honger zijn eerstgeboorterecht aan zijn broer Jakob voor een schotel linzenmoes. Hij werd de stamvader van de Edomieten.
Jakob — hielenlichter, bedrieger
De tweede tweelingzoon van Izak en Rebekka, geboren terwijl hij de hiel van zijn broer Ezau vasthield, waaraan zijn naam is ontleend (Gen. 25:26). Hij verwierf sluw het eerstgeboorterecht en later, met hulp van zijn moeder, ook de zegen van zijn vader. Later zou God zijn naam veranderen in Israël (Gen. 32:28), en uit zijn twaalf zonen zouden de twaalf stammen van Israël voortkomen.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Haran — Assyrisch-Babylonisch Charran, "weg" — mogelijk omdat hier de handelsroute van Damaskus samenkwam met die van Ninevé naar Karkemis
Ligging: Vertegenwoordigd door het huidige Charran (Harran), ten zuidoosten van Edessa, aan de rivier de Belias (Balikh), een zijrivier van de Eufraat. De ruïnes liggen aan weerszijden van de rivier.
Geschiedenis: De stad waar Terach zich vestigde na zijn vertrek uit Ur (Gen. 11:31v), en vanwaar Abram zijn pelgrimstocht naar Kanaän begon (Gen. 12:1v). Waarschijnlijk "de stad van Nahor" waar Abrahams knecht kwam om een vrouw voor Izak te zoeken (Gen. 24:10v). Hierheen vluchtte ook Jakob voor de toorn van Ezau (Gen. 27:43); hier ontmoette hij zijn bruid en hoedde hij de kudden van Laban. Van oudsher een zetel van de verering van de maangod Sin; er stond een tempel, gebouwd door Salmaneser II en later hersteld door Assurbanipal, die hier gekroond werd met "de kroon van Sin". Bij Haran versloegen de Parthen Crassus (53 v.Chr.); hier werd Caracalla vermoord (217 n.Chr.).
Bijbelse betekenis: Het laatste station voordat Abrams geloofsreis naar het beloofde land werkelijk begon — de plek van vertrek, niet van bestemming.
Archeologie: Bij het huidige Harran (Zuidoost-Turkije) zijn de resten van een zeer oud, uit grote basaltblokken opgetrokken kasteel opgegraven, met vierkante, ruim twee meter dikke zuilen die een gewelfd dak van zo'n negen meter hoog dragen; ook resten van een oude kathedraal zijn zichtbaar. Een bron in de buurt wordt van oudsher geïdentificeerd als de plaats waar Eliëzer Rebekka ontmoette.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zegen — Hebreeuws: berachah, van barach, "zegenen, knielen"
Toen de oude, verzwakte Izak zijn oudste zoon met de plechtige, onherroepelijke vaderlijke zegen wilde bekleden, verkreeg Jakob die zegen in plaats van Ezau, door het bedrog van zijn moeder Rebekka (Gen. 27:1-29). Toen het bedrog aan het licht kwam, kon Izak de zegen niet meer intrekken: "ook zal hij gezegend wezen" (Gen. 27:33-37).
Bijbelse betekenis: Een uitgesproken vaderlijke zegen gold in de tijd van de aartsvaders als een bindende, profetische toezegging, niet slechts als een vroom wensen — eenmaal uitgesproken, lag zij vast, ook al was de weg waarlangs zij verkregen werd zondig.
Typologie: De Hebreeënbrief noemt dit uitdrukkelijk een daad van geloof: "Door het geloof heeft Izak zijn zonen Jakob en Ezau gezegend aangaande toekomende dingen" (Hebr. 11:20) — ondanks de zonde van de betrokkenen bleef Gods voornemen, dat de oudste de jongere zou dienen (Gen. 25:23), vast staan.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het beloofde Zaadniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
De stem is Jakobs stem — 27:1-40
Izak is oud en blind en denkt dat hij sterven gaat. Hij wil zijn oudste zoon zegenen en stuurt hem het veld in om wildbraad te halen. Rebekka hoort het, en zij heeft nog tijd genoeg om iets anders te bedenken.
De zegen komt terecht bij de zoon over wie God vóór de geboorte gesproken had, en hij komt er langs een weg die niemand goedpraat.
Wat er gebeurt is bedrog en het wordt ook zo genoemd. Jakob doet zijn broers klederen aan, bindt geitenvellen om zijn handen en hals, en zegt op de vraag wie hij is: “Ik ben Ezau uw eerstgeborene.” Hij liegt zelfs over God: op de vraag hoe hij zo snel klaar was, antwoordt hij dat de HEERE het hem heeft doen ontmoeten.
De blinde vader twijfelt en betast hem, en dan zegt hij een zin waarin de hele geschiedenis samengebald zit: “De stem is Jakobs stem, maar de handen zijn Ezau's handen.” Hij hoort het goede en voelt het verkeerde, en hij gaat op zijn handen af.
En als het uitkomt, wordt er niets vergoelijkt. Izak zegt tegen Ezau: uw broeder is gekomen met bedrog, en heeft uw zegen weggenomen. Ezau's reactie is de bitterste zin van het hoofdstuk, en hij bevat een woordspeling op de naam van zijn broer: is het niet omdat men zijn naam noemt Jakob, dat hij mij nu twee reizen heeft bedrogen?
Maar er is iets merkwaardigs aan de hand met deze geschiedenis, en dat is dat God al gesproken had. Vóórdat de tweeling geboren was, had Rebekka te horen gekregen dat de meerdere de mindere dienen zou. Wat hier met list gehaald wordt, was al toegezegd.
Dat maakt het bedrog niet minder erg, en het hoofdstuk doet ook geen poging daartoe. Jakob moest vluchten voor zijn leven; hij zag zijn moeder nooit meer terug; hij werd twintig jaar lang zelf bedrogen door Laban, die hem in het donker de verkeerde bruid gaf. Wie iets neemt dat hem gegeven zou worden, betaalt er een leven lang voor.
Het aangrijpendste is dat de zegen niet teruggenomen wordt. Izak zegt: ik heb hem gezegend, en hij zal gezegend wezen. Een woord dat eenmaal uitgesproken is, staat.
Zo loopt de lijn van het beloofde Zaad ook door dit hoofdstuk heen, en zij loopt er niet omheen. De geslachtslijst van het Nieuwe Testament noemt Jakob gewoon bij name, zonder voetnoot. En Paulus gebruikt juist deze twee broers om te laten zien dat het niet aan de mens ligt: het is niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods.
En de Hebreeënbrief noemt Ezau een onheilige, niet vanwege deze dag maar vanwege de vorige — omdat hij voor één spijze zijn eerstgeboorte weggaf. De zegen was hem eerder ontglipt dan hier.
Genesis 25:23 — God had vóór de geboorte gezegd dat de meerdere de mindere dienen zou.
Genesis 27:19 — Jakob liegt over zijn naam, en zelfs over God.
Genesis 27:22 — Izak hoort het goede, voelt het verkeerde, en gaat op zijn handen af.
Genesis 27:35 — En als het uitkomt heet het gewoon bedrog.
Genesis 29:25 — Twintig jaar later wordt hij zelf in het donker bedrogen.
Romeinen 9:16 — Het is niet desgenen die wil, noch die loopt, maar des ontfermenden Gods.
In het Nieuwe Testament: Romeinen 9:11-16; Hebreeën 12:16-17; Hebreeën 11:20; Mattheüs 1:2; Genesis 25:23
Hoever dit reikt: Paulus haalt de geschiedenis van Jakob en Ezau aan in Romeinen 9, maar hij spreekt daar over Genesis 25 en niet over dit hoofdstuk. Het bedrog wordt in de Schrift nergens goedgekeurd; het wordt verteld met alle gevolgen erbij. Wat hier gelegd wordt is dus geen goedpraten en geen typologie, maar de vaststelling dat Gods voornemen doorgaat langs een weg die de Schrift zelf bedrog noemt.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Genesis 27:2-4.KruisverwijzingenGenesis 25:27→Hebreeën 11:20→Genesis 49:28→Genesis 48:9→Genesis 27:25→Genesis 48:15→Jozua 22:6→Genesis 27:31→ — En hij zeide: Zie nu, ik ben oud geworden, ik weet den dag mijns doods niet. Nu dan, neem toch uw gereedschap, uw pijlkoker en uw boog, en ga uit in het veld, en jaag mij een wildbraad; En maak mij smakelijke spijzen, zo als ik die gaarne heb, en breng ze mij, dat ik ete; opdat mijn ziel u zegene, eer ik sterve. “Opdat mijn ziel u zegene, eer ik sterve.”
Nu wilde Isaak Esau de zegen geven. Hij vertelde dit niet aan zijn vrouw, maar regelde in het geheim dat Esau een maaltijd voor hem zou bereiden. Daarna zou hij hem, wanneer zij alleen waren, de zegen geven. De gebruikelijke gang van zaken was dat een vader, wanneer hij zijn einde voelde naderen, de hele familie bijeenriep en de zegen in hun bijzijn uitsprak, zoals Jakob later deed toen hij al zijn zonen zegende. Maar deze zegen moest in het verborgene worden gegeven. Isaak was bang voor de bezwaren die zijn vrouw zou kunnen inbrengen, en vooral voor haar terechte tegenwerping dat God had gezegd dat de oudste de jongere zou dienen. Daarom koos hij een eenvoudige uitweg: hij zou Esau bij zich laten komen en hem de zegen geven. Hij vertrouwde zijn vrouw niet en vertelde haar niets van zijn voornemen. In het algemeen geldt dat iemand meestal iets verkeerds van plan is wanneer hij het voor zijn vrouw verborgen houdt.
Genesis 27:5-11.KruisverwijzingenGenesis 27:13→Genesis 25:25→Genesis 25:28→Deuteronomium 33:1→1 Samuël 24:19→Jozua 6:26→Handelingen 5:29→Efeze 6:1→ — Rebekka nu hoorde toe, als Izak tot zijn zoon Ezau sprak; en Ezau ging in het veld, om een wildbraad te jagen, dat hij het inbracht. Toen sprak Rebekka tot Jakob, haar zoon, zeggende: Zie, ik heb uw vader tot Ezau, uw broeder, horen spreken, zeggende: Breng mij een wildbraad, en maak mij smakelijke spijzen toe, dat ik ete; en ik zal u zegenen voor het aangezicht des HEEREN, voor mijn dood. Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede. Ga nu heen tot de kudde, en haal mij van daar twee goede geitenbokjes; en ik zal die voor uw vader maken tot smakelijke spijzen, gelijk als hij gaarne heeft. En gij zult ze tot uw vader brengen, en hij zal eten, opdat hij u zegene voor zijn dood. Toen zeide Jakob tot Rebekka, zijn moeder: Zie, mijn broeder Ezau is een harig man, en ik ben een glad man. Jakob lijkt geen bezwaar te hebben gemaakt tegen het voorstel van zijn moeder op morele gronden, maar alleen vanwege de moeilijkheid van de uitvoering en de kans dat het bedrog ontdekt zou worden. Dit laat zien hoe zwak het morele besef kan zijn bij mensen die toch God vrezen en in Hem geloven. In die vroegere, donkerdere bedeling kunnen wij nauwelijks verwachten dezelfde rijke vruchten van de Geest aan te treffen als wij nu zouden moeten zien bij hen die de Geest van God ten volle hebben ontvangen.
Genesis 27:12-15.KruisverwijzingenGenesis 27:27→Mattheüs 27:25→Deuteronomium 27:18→2 Samuël 14:9→1 Samuël 25:24→Genesis 25:27→Job 12:16→1 Thessalonicenzen 5:22→ — Misschien zal mij mijn vader betasten, en ik zal in zijn ogen zijn als een bedrieger; zo zoude ik een vloek over mij halen, en niet een zegen. En zijn moeder zeide tot hem: Uw vloek zij op mij, mijn zoon! hoor alleen naar mijn stem, en ga, haal ze mij. Toen ging hij, en hij haalde ze, en bracht ze zijn moeder; en zijn moeder maakte smakelijke spijzen, gelijk als zijn vader gaarne had. Daarna nam Rebekka de kostelijke klederen van Ezau, haar grootsten zoon, die zij bij zich in huis had, en zij trok ze Jakob, haar kleinsten zoon, aan. Esau, een door en door werelds man, die sterk leek op de zonen van de andere gezinnen in zijn omgeving, zorgde ervoor dat hij zich met fraaie kleding tooide. Dat past doorgaans beter bij de wereldling dan bij de christen. Jakob had een kledingstuk dat voor deze gelegenheid voldeed, maar de wereldse man niet. Ik zou wensen dat allen die God vrezen minder aandacht besteedden aan uiterlijke versiering. Er zijn veel kostbaarder sieraden dan die van goud — sieraden die werkelijk mooi zijn en kleding die werkelijk sierlijk is. Mogen wij daarmee bekleed zijn.
Genesis 27:16-19.KruisverwijzingenMattheüs 26:70→Genesis 27:4→Genesis 27:24→Genesis 25:25→1 Koningen 14:2→Genesis 29:23→Genesis 27:21→Jesaja 28:15→ — En de vellen van de geitenbokjes trok zij over zijn handen, en over de gladdigheid van zijn hals. En zij gaf de smakelijke spijzen, en het brood, welke zij toegemaakt had, in de hand van Jakob, haar zoon. En hij kwam tot zijn vader, en zeide: Mijn vader! En hij zeide: Zie, hier ben ik; wie zijt gij, mijn zoon? En Jakob zeide tot zijn vader: Ik ben Ezau uw eerstgeborene; ik heb gedaan, gelijk als gij tot mij gesproken hadt; sta toch op, zit, en eet van mijn wildbraad, opdat uw ziel mij zegene. “Ik ben Ezau, uw eerstgeborene.” Hoe men het ook probeert te verklaren, dit was een regelrechte leugen en kan onder geen enkele omstandigheid worden goedgepraat. Voor Jakob was dit evenzeer zonde als het voor ons zou zijn. Wellicht bezat hij minder licht dan wij ontvangen hebben, en maakte de algemene sluwheid van de mensen om hem heen het voor zijn geweten gemakkelijker om zo te handelen dan dat voor ons het geval zou zijn. Toch zei hij: “Ik ben Ezau.”
Waarom staat dit alles in de Schrift? Niet om deze mannen eer te geven. Nee, de Heilige Geest schrijft niet om de mens eer te geven, maar om Gods genade te verheerlijken. Hij schrijft tot waarschuwing van de gelovigen van nu. Deze gebeurtenissen zijn ons tot voorbeelden gegeven, opdat wij de tekortkomingen en zonden van goede mensen zouden vermijden en steeds meer zouden worden zoals wij behoren te zijn.
Genesis 27:21-29.KruisverwijzingenDeuteronomium 33:28→Genesis 12:3→Numeri 24:9→Deuteronomium 33:13→Genesis 27:39→Deuteronomium 7:13→Romeinen 9:12→Genesis 27:37→ — En Izak zeide tot Jakob: Nader toch, dat ik u betaste, mijn zoon! of gij mijn zoon Ezau zelf zijt, of niet. Toen kwam Jakob bij, tot zijn vader Izak, die hem betastte; en hij zeide: De stem is Jakobs stem, maar de handen zijn Ezau's handen. Doch hij kende hem niet, omdat zijn handen harig waren, gelijk zijns broeders Ezau's handen; en hij zegende hem. En hij zeide: Zijt gij mijn zoon Ezau zelf? En hij zeide: Ik ben het! Toen zeide hij: Stel het nabij mij, dat ik van het wildbraad mijns zoons ete, opdat mijn ziel u zegene. En hij stelde het nabij hem, en hij at; hij bracht hem ook wijn, en hij dronk. En zijn vader Izak zeide tot hem: Kom toch bij, en kus mij, mijn zoon! En hij kwam bij, en hij kuste hem; toen rook hij de reuk zijner klederen, en zegende hem; en hij zeide: Zie, de reuk mijns zoons is als de reuk des velds, hetwelk de HEERE gezegend heeft. Zo geve u dan God van de dauw des hemels, en de vettigheid der aarde, en menigte van tarwe en most. Volken zullen u dienen, en natien zullen zich voor u nederbuigen; wees heer over uw broederen, en de zonen uwer moeder zullen zich voor u nederbuigen! Vervloekt moet hij zijn, wie u vervloekt; en wie u zegent, zij gezegend! Zo bond Isaak zichzelf de handen. Hij kon zijn zegen niet meer intrekken; had hij dat wel gedaan, dan zou hij de vloek over zichzelf hebben afgeroepen.
Genesis 27:35.Kruisverwijzingen1 Thessalonicenzen 4:6→Romeinen 3:7→2 Korinthe 4:7→Job 13:7→Genesis 27:19→2 Koningen 10:19→Maleachi 2:10→ — En hij zeide: Uw broeder is gekomen met bedrog, en heeft uw zegen weggenomen. “Uw broeder is gekomen met bedrog, en heeft uw zegen weggenomen.” (Spurgeon wijst op de zonden van Isaak, Rebekka en Jakob. Isaak negeerde Gods woord met betrekking tot Jakob, Rebekka nam Gods plan in eigen handen en Jakob loog. Vervolgens laat hij zien welke ellende daaruit voortkwam.)
Isaak had graag gezien dat de zegen onmiddellijk haar uitwerking zou hebben, maar dat werd hem niet gegeven. Jakob moest direct vluchten. Hij bezat wel de zegen, maar hij moest vertrekken. Isaak leefde nog lang genoeg om hem op hoge leeftijd terug te zien. Toch waren er waarschijnlijk ongeveer veertig jaar waarin Jakob van hem gescheiden was. De zoon die thuisbleef gaf hem weinig vreugde, terwijl de zoon die hij had gezegend voor lange tijd van hem werd weggenomen.
Rebekka daarentegen zag haar zoon nooit meer terug. Met veel tranen nam zij afscheid van hem, en toen hij uiteindelijk terugkeerde, was zij al gestorven. Zij besefte niet welke gevolgen haar handelen zou hebben. Voor haar betekende dit een blijvende scheiding van haar zoon gedurende haar hele verdere leven.
Ook voor Jakob had deze zonde ingrijpende gevolgen. Vanaf dat moment ging hij een lange periode van zwaar lijden tegemoet. Toen die achter hem lag, kon hij zeggen: “Weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest.” Die ene overtreding wierp gedurende zijn hele leven een schaduw over zijn bestaan.
JACOB WORDT DOOR ZIJN VADER GEZEGEND EN DAAROM DOOR EZAU GEHAAT.
I. Gen. 27 vers 1-29.
Izaak, door vroege ouderdom gedrukt, wil zijn eerstgeborene de aartsvaderlijke zegen geven, en vraagt hem, tot zijn versterking voor de plechtige handeling, een spijze te bereiden, gelijk hij die gaarne heeft. Rebekka, die het plan vernomen heeft, weet dit te voorkomen en haar lieveling Jakob in Ezau’s plaats onder Isaak’s handen te brengen, zodat hij de jongere zegent, menende de oudste voor zich te hebben.
1. En het geschiedde, als Izaak oud geworden was, niet zozeer in jaren, want hij was eerst in het 137ste jaar 1) van zijn leven, en had nog sterk kunnen zijn, maar, naar zijn lichamelijke gesteldheid, zodat hij reeds bedlegerig was, en zijn ogen donker 2) geworden waren dat hij niet zien kon; 3) toen riep hij Ezau, zijn grootste zoon, voor welke hij steeds een voorliefde had gevoeld (hoofdstuk. 25:28). Nu gedachten aan de dood hem vervulden, wilde hij deze het eerstgeboorterecht verzekeren, daar hij wel wist, hoe Jacob hem dit zocht te ontnemen (hoofdstuk. 25:29 vv.), en hij zei tot hem: Mijn zoon! En hij, zich in de tent van zijn vader bevindende, zei tot hem: Zie hier ben ik; wat wilt gij, mijn vader?
1) Dit getal steunt op de volgende berekening van Luther: Jozef was, toen hij voor Farao gesteld werd, 30 jaar oud (hoofdstuk. 41:46), en bij Jakob’s komen in Egypte, 39, terwijl toen reeds 7 jaar van overvloed en twee van gebrek, dus 9 jaar na Jozefs verheffing voorbijgegaan waren (hoofdstuk. 45:6). Jakob was toen 130 jaar oud (hoofdstuk. 47:9). Alzo is Jozef geboren toen Jakob 91 jaar oud was, en, daar deze geboorte in het 14de jaar van Jakob’s oponthoud in Mesopotamië geschiedde (hoofdstuk. 30:25, vrgl. Genesis 29:18,21,27) zo is Jakob in zijn 77ste jaar naar Laban gevlucht, dat is, in het 137ste van Izaak. Eerst 43 jaar later is hij overleden.
2) Zijn ogen waren donker, zegt hier de Heilige Schrift. Is het niet om daar mede te wijzen ook op zijn geestelijke duisternis, waarin hij voor dit ogenblik verkeerde? Want toch, Izaak weet het dat niet Ezau, maar Jakob de van God uitverkorene is, om de meerdere te zijn. Alles, wat dan nu ook volgt, alle de rampen en tegenheden, welke hem en Rebekka en Ezau en Jakob treffen, hebben hun oorzaak hierin, dat zijn geestelijke ogen op dit ogenblik gesloten zijn voor het licht van Gods woord en belofte. Ongeloof of een niet denken aan het woord tot Rebekka gesproken vóór de geboorte van de tweeling, is de grote oorzaak van wat verder geschiedt.
3) Wordt gij ook van uw lichamelijke ogen beroofd, waakt, dat gij ook de ogen van het geloof niet verliest! (Psalm. 39:5,6).
2. En hij zei: Zie nu, ik ben oud geworden, ik weet de dag van mijn dood niet; 1) ik ben op dezelfde leeftijd, waarop veertien jaar geleden mijn broeder Ismaël stierf. (hoofdstuk. 25:17).
1) Ik weet de dag van mijn dood niet! Die tijd is in de raad van mijn Vader bepaald. Zou het goed zijn, dat ik die wist? Oneindige goedheid en oneindige wijsheid verbergen die voor mij.
Licht zou de voorwetenschap daarvan mij wegens mijn inwonend bederf schadelijk zijn. Heb dank, mijn Vader! die in de verzwijging mijn heil bedoelt! O, Geest van Christus! doe mij horen, wat die onzekerheid mij al predikt. Weet ik de dag van mijn dood niet, zo moet ik waken. Waak, mijn ziel! gij weet niet in welke uur uw Heer komen zal. Kom! de lendenen omgord, de lamp brandende! Hoor uw meester: “Tot allen zeg Ik: “Waakt!”
Het schijnt wel, dat Izaak, die voor zo iets met zijn stil karakter toch reeds zeer vroeg veel aanleg toonde, zich, oud geworden, steeds meer in de eenzaamheid van zijn binnenkamer had teruggetrokken, om aldus langzamerhand zich voor zijn dood voor te bereiden.
Met deze woorden wil Izaak zeggen, dat, nu hij oud is geworden, hij geen uur zeker van zijn dood meer is.
3. Nu dan, neem toch uw jacht-gereedschap, uw pijlkoker en uw boog, en ga uit in het veld, en jaag mij een wildbraad.
4. En maak mij smakelijke 1) spijzen, zo als ik die gaarne heb (Genesis 25:28), en breng ze mij, dat ik ete, en mij vooraf versterke (Hand.9:19) opdat mijn ziel u zegene 2) plechtig de rechten van uw eerstgeboorte op u legge, eer ik sterve.
1) Gelijk God de liefelijke geur van het offer ruikt, gelijk Hij de zin van kinderlijk geloof en kinderlijke liefde in zodanige gaven opmerkt (hoofdstuk. 8:1), zo wil de aartsvader door de gave van de liefde, die hij begeert, zich als het ware tot het zegenen opwekken. Op zichzelf past deze trek volkomen bij de kinderlijke eenvoudigheid van de aartsvader, en alleen daardoor werd zij verkeerd en zondig, dat zich daaraan een zondige voorliefde voor Ezau paarde.
2) Rebekka heeft zonder twijfel het woord Gods, dat de meerdere de mindere zou dienen (hoofdstuk. 25:23), aan Izaak bekend gemaakt. Ezau had door zijn huwelijk met de dochters van Heth (hoofdstuk. 25:34) en het verkopen van zijn eerstgeboorterecht (hoofdstuk. 25:29-34) zich de zegen onwaardig gemaakt. Izaak let hier niet op; hij stelt tegenover de godsspraak de eerstgeboorte, tegenover Jakob’s list de openhartigheid van Ezau, tegenover Jakob’s stille leven de moed en sterkte van Ezau, terwijl de liefde en de zorg van de eerstgeborene en het wildbraad, bij de oude en zwakke vader niet zonder invloed gebleven zijn. Nog meer zien wij echter Isaak’s verkeerdheid in de wijze, waarop hij hem zegenen wil. Hij wil dit doen buiten weten van Rebekka of Jakob, en waarschijnlijk is het wildbraad, ten minste in hoofdzaak, een voorwendsel, om deze plechtige zegen onbemerkt en in het geheim te doen geschieden. Er is nog iets, waarom Izaak meer van Ezau hield. Ja ook, om dat verschil van aard en aanleg, waarover wij reeds vroeger spraken; maar ook omdat Ezau hem in die vele kleine geriefelijkheden van het leven van dienst kon zijn. Ja, ook de ouders verkopen wel eens hun liefde voor een schotel linzen, in overdrachtelijke zin genomen. Dat was bij Izaak ook nu weer het geval. Hoor zijn opdracht aan Ezau: “Nu dan, neem toch uw gereedschap, uw pijlkoker en uw boog en ga uit in het veld en jaag mij een wildbraad! En maak mij smakelijke spijzen, zoals ik die gaarne heb, en breng ze mij, dat ik ete, opdat mijn ziel u zegene, eer ik sterve.” Met deze woorden ontdekt Izaak, wat doel hij eigenlijk beoogde, wat middel hij daartoe geschikt achtte, terwijl ook de oorzaak daarvan door dit alles heen schemert.
Aan de verbondszegen zal Izaak wel niet gedacht hebben, maar aan beschikkingen over het vaderlijk erfdeel. Onder zegen wordt door de Heilige Schrift zeer dikwijls een geschenk verstaan. (Genesis 33:11; Jozua. 15:19; 1 Samuel. 25:27; 2 Koningen. 5:15.
5. Rebekka nu, door beiden onopgemerkt, in de nabijheid zich bevond, hoorde toe, als Izaak tot zijn zoon Ezau sprak; en Ezau, de eed, die hij aan Jacob (Genesis 25:33), gezworen had, niet achtende, antwoordde de vader niet: ik heb mijn eerstgeboorterecht reeds verkocht, maar ging aanstonds van boog en pijlkoker voorzien, in het veld om een wildbraad te jagen, dat hij het inbracht tot zijn vader, en zo in het bezit zou komen van hetgeen hij als weggeworpen had.
Rebekka is niet tevreden met het plan van Izaak. Zij weet tevens, dat niet Ezau, maar Jakob door God was uitverkoren. Helaas, door haar bedrieglijk handelen bederft zij voor Jakob de zegen van de Goddelijke belofte.
6. Toen sprak Rebekka, gedachtig aan de goddelijke beloften, en in voorliefde voor haar jongste zoon, tot Jakob, haar zoon zeggende, nadat zij hem buiten voor de deur had opgezocht: Zie ik heb uw vader tot Ezau, uw broeder, horen spreken, zeggende:
7. Breng mij een wildbraad, en maak mij smakelijke spijzen toe, dat ik ete; en ik zal u zegenen voor het aangezicht des HEREN, 1) voor mijn dood.
1) “Voor het aangezicht des HEREN” dat is: in opzien tot Hem en in Zijn naam, zodat het zo goed is, alsof Hij zelf gezegend had. Dit is een bijvoeging van Rebekka aan Isaak’s woord, om Jakob op het gewicht van het ogenblik opmerkzaam te maken; toch is de bijvoeging volkomen overeenkomstig de waarheid. De aartsvaders waren bij zulk een handeling werkelijk werktuigen of plaatsbekleders des Heren, die Zijn woorden hun in de mond legde, gelijk later de profeet Jeremia. (Jeremia 1:9 vv.).
8. Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede. Gij moet het doen, want Ezau is reeds naar het veld en keert hij eerst terug, zo is de zegen voor altijd voor u verloren; en gij kunt het doen zonder vrees, dat het zonde zij, daar uw moeder het beveelt.
9. Ga nu heen tot de kudde, en haal mij van daar twee goede geitenbokjes; 1) en ik zal die voor uw vader maken tot smakelijke spijzen, gelijk als hij gaarne heeft, en van Ezau gevraagd heeft.
1) Men kan geitenbokken zo toebereiden, dat zij als wildbraad smaken.
10. En gij zult ze tot uw vader brengen, en hij zal eten, opdat hij u daarna zegene, en het van God u toegekende en door uw broeder aan u afgestane geboorterecht, al is het ook tegen zijn wil, op u legge, vóór zijn dood. 1)
1) Haar man tegen zich te vertoornen, de dodelijke haat van zijn broeder tegen Jakob te doen ontstaan, haar geliefde zoon in levensgevaar te brengen, dat alles schroomde zij niet, omdat het erfdeel, door God beloofd, haar voor de geest stond, en zij wist, dat God het aan Jakob had toegezegd.
Aan dit geloof paart Rebekka veel ongeloof en zonde; zij meent, nu zij Isaak’s bevel aan Ezau vernomen heeft, dat de goddelijke belofte niet vervuld zal worden en denkt er niet aan, dat de aartsvader alleen zal kunnen spreken wat de Heere hem te spreken geven zal, (vergelijk Hoofdstuk48:13,17-20). Zij neemt haar toevlucht tot ongeoorloofde middelen, tot leugen en bedrog, en leert ze haar eigen zoon; zij vangt Izaak door haar vrouwelijke list in zijn eigen netten (zie Ge 27.4 opm 2b) “Wanneer men Gods woord voor zich heeft, moet men daarvan geenszins afwijken, maar toch ook niet beproeven, om zijn voornemen door onrechtvaardige middelen te bereiken, maar op God zien, die wel middelen weet, hoe en wanneer Hij Zijn woord vervullen zal.
11. Toen zei Jakob, die bij zulk een voorstel het hart klopte, en die tevens het gevaar en de moeilijkheden van een mogelijke ontdekking overwoog, tot Rebekka, zijnmoeder: Zie, mijn broeder Ezau is een harig man (hoofdstuk. 25:25), en ik ben daarentegen een glad man.
Wel het gevaarlijke van dat voorstel duidt Jakob aan, maar niet het zondige. En zondig was het voorstel, daar zij list tegen list stelde, in plaats van te wachten op de wegen des Heren.
12. Misschien zal mij mijn vader, wie toch zeker niet alleen mijn haastig komen, maar ook mijn eigenaardigheid in gang en spraak bevreemden zal, mij aan handen en gezicht betasten, om zich te overtuigen of ik werkelijk degene ben, voor wie ik mij uitgeef, en ik zal, daar hij op die wijze gemakkelijk achter de waarheid komen zal, in zijn ogen zijn, als een bedrieger, zo zou ik zonder twijfel een vloek over mij halen, en niet een zegen.
13. En zijn moeder zei tot hem: Uw vloek, de vloek, die uw vader mocht uitspreken, zij op mij, mijn zoon! alle kwade gevolgen, die hieruit mochten ontstaan, alle verontwaardiging zal ik op mij nemen, daar ik het u geboden heb. Ik ben echter zeker, dat het niet komen zal tot hetgeen gij vreest; hoor alleen naar mijn stem en ga, haal ze (de geitenbokken) mij.
Hier zondigt Rebekka wederom, omdat zij zo van overdreven ijver brandt, dat zij er niet om denkt, dat het Gods goedkeuring niet wegdraagt, wat zij denkt te doen. Zelf wil zij de vloek dragen. Vanwaar echter zo overgroot vertrouwen? Het plan toch was uit haar eigen brein voortgekomen en steunde volstrekt niet op een goddelijk bevel. Niemand zal ontkennen, dat deze ijver, ofschoon hij voorbarig was, toch zowel uit vroomheid voortkwam, als in betrekking stond tot het woord Gods. Want toen haar door de godsspraak was bekend gemaakt, dat Jakob door God was uitverkoren, heeft zij ten behoeve van de goddelijke verkiezing alles achter gesteld, wat in de wereld zichtbaar was, en wat haar natuurlijk gevoel haar zei. Derhalve leren wij door dit voorbeeld, dat, wie bedaard en gelaten wandelt in de weg van zijn roeping, niet iets durft bestaan, dan wat God in Zijn woord toelaat.
14. Toen ging hij, aan de drang van zijn moeder toegevende, en zijn geweten tot zwijgen brengende met de gedachte, dat hij zijn moeder gehoorzaamde (Hand.5:29), en hij haalde ze, en bracht ze zijn moeder; en zijn moeder maakte smakelijke spijzen, gelijk als zijn vader gaarne had.
15. Daarna nam Rebekka, om Izaak te kunnen misleiden, de kostelijke klederen 1) van Ezau, haar grootste zoon, die zij bij zich in huis had, en zij trok ze Jakob, haar kleinste zoon aan.
1) Ezau schijnt, wegens zijn eerstgeboorte, ten opzichte van zijn kleding, een meer voorname plaats in het huisgezin ingenomen te hebben. Zijn kostelijke klederen herinneren aan de rol van Jozef, die, in het bloed van een geitenbok gedoopt, aan Jakob getoond werd. (hoofdstuk. 37:31-35).
16. En de vellen van de geitenbokjes 1) trok zij, om een ontdekking, als Jakob vreesde (vs.11,12), te voorkomen, over zijn handen, en over de gladdigheid van zijn hals.
1) Hier zijn de geiten van de Oosterse kameelgeiten (Angora-geiten) gemeend, “wier zwart zijdeachtig, kort haar, ook door de Romeinen, in plaats van mensenhaar gebezigd werd.
17. En Zij gaf, nadat de kleding alzo voltooid was, de smakelijke spijzen, en het brood, welke zij toegemaakt had, in de hand van Jakob, haar zoon, opdat deze het tot Izaak zou brengen.
Op drie dingen rekende zij, waarop zij eigenlijk haar gehele aanslag tegen haar man had gegrond. Zij ging te rade met de zinnelijke lust, het zedelijk zwak van haar echtgenoot; bouwde op zijn blindheid, zijn lichamelijk gebrek; zij verwachtte het welslagen van haar zondige poging, mede van het zelfzuchtig karakter van haar zoon. Listige mensen pogen steeds van de zonden en zwakken bij anderen gebruik te maken, om hun eigen zin en zonde door te drijven.
18. En hij kwam tot zijn vader, en zei: zoveel mogelijk Ezau’s stem nabootsende, Mijn vader! En hij zei: Zie hier ben ik; (vs.1) wie Zijt gij mijn zoon; aan uw stem kan ik u niet recht herkennen; zijt gij Ezau of Jakob?
19. En Jakob, nu enigszins moediger geworden, want, waar men eens de grenzen van zijn plicht is overgesprongen, is er geen grens voor de vermetelheid meer, zei tot zijnvader: Ik ben Ezau, 1) uw eerstgeborene; ik heb gedaan, gelijk als gij tot mij gesproken had; en u een maal bereid, gelijk gij gaarne hebt; Sta toch op van uw legerstede, zit, en eet van mijn wildbraad, opdat uw ziel, gelijk gij mij belooft hebt (vs.4), mij zegene. 2)
1) “Ik ben Ezau.” Toen zijn moeder met haar voorstel tot hem kwam, was hij schroomvallig en angstig, maar nu is hij reeds stoutmoedig. Als eenmaal de voet op de weg van de zonde is gezet, valt de tweede schrede gemakkelijk. En toch is Jakob bestemd om de heilige linie voort te zetten. Hoe schittert dan ook hier Gods oneindige wijsheid en vrijmacht!.
2) Jakob weet, dat hij, overeenkomstig de wil Gods, tot het bezit van dit groot en heerlijk recht geroepen is; hij haakt ernaar in het bezit daarvan gesteld te worden. Hij, zowel als zijn moeder, zijn bij dat verlangen met zondig ongeduld bezield, en tegelijkertijd, toegevende aan verwachtingen van aardse eer en wereldse macht, grijpen zij ongeoorloofde middelen aan, tot het bereiken van hun doel. Omtrent allen echter, die zich in meerdere of mindere mate hierbij bezondigen toont de uitkomst van deze geschiedenis, hoe zij niet anders dan machteloze werktuigen waren in de hand van de Voorzienigheid, die aan een ieder iets anders verschaft of ten deel laat vallen, dan hij begeert of verwacht, en die juist daardoor elke verkeerdheid straft. Izaak ziet zich in zijn verwachtingen ten aanzien van Ezau teleurgesteld; hij, die de geboden Gods weerstreeft, moet blindelings en tegen wil en dank datgene volbrengen. wat hij niet wil. Ezau kon zijn wensen naar aardse macht, waarvoor hij alleen hart heeft, waarop hij als gevolg van het recht van eerstgeboorte had gehoopt, niet bevredigen; Rebekka moet twintig jaar lang haar lieveling missen, en Jakob, die ondermeer ook wel de begeerte heeft gekoesterd, om te heersen in zijns vaders huis, moet ijlings vluchten naar den vreemde, waar het hem veelvoudig wordt vergolden, wat hij jegens zijn vader en zijn broeder heeft misdaan. Zo wil ons dit geschiedverhaal voornamelijk doen zien, hoe God in Zijn genadige verkiezing, in de vervulling van Zijn oogmerken, op verborgen, maar onfeilbare wegen voorwaarts gaat, en Zichzelf openbaart in al Zijn wonderbare heerlijkheid door de bescherming van Zijn kinderen, ook waar deze nog niet vrij zijn van zonde.
20. Toen zei Izaak, die wel Ezau met verlangen tegemoet zag, maar niet begrijpen kon, dat hij thans reeds van de jacht kon teruggekeerd zijn, en het eten kon bereid hebben, tot zijn zoon: Hoe is dit, dat gij het zo haast gevonden hebt, mijn zoon? En hij zei, nu reeds zozeer in zijn rol thuis, dat die vraag hem niet meer in verlegenheid bracht: Omdat de HEERE, uw God 1) dat heeft doen ontmoeten voor mijn aangezicht; Hij heeft mij bijzondere voorspoed gegeven, opdat gij mij zegenen zou.
1) De zonde van Jakob is groot; zijn bedrog vreselijk; maar dat hij hier nog van de “HEERE God” durft spreken, is het zwaarste in zijn zonde. Hij noemt de naam van de Alwetende, en hij steelt, en liegt, en bedriegt; hij noemt de rechtvaardige Vergelder; en toch hij denkt niet aan terugkeren. “Hij misbruikt de naam des Heren tot ijdelheid, het heiligste, om aan woorden van bedrog ingang te verschaffen”.
21. En Izaak zei tot Jakob, die hij nog niet voor Ezau kon houden, daar de stem hem vreemd was: Nader toch, dat ik u betaste, mijn zoon! of gij mijn zoon Ezau zelf zijt, of niet? 1)
1) Hier zou ik de schotel hebben laten vallen, en ware ik weggelopen als een gejaagde.
Het schijnt wel, dat Izaak kwade vermoedens heeft gehad. Izaak, later ook zijn weg overdenkende zal, zonder twijfel, ook toen de weg Gods hebben verheerlijkt, die hem, ondanks zich zelf, gebruikte om Zijn goddelijke raad, ten opzichte van Jakob, uit te voeren.
22. Toen kwam Jakob bij, wegens het overgetrokken geitenvel voor een onderzoek niet vrezende, tot zijn vader Izaak, die hem betastte; en hij zei: De stem is Jakob’s stem, maar de handen zijn Ezau’s handen. 1)
1) De uitdrukking: “de stem is Jakob’s stem, maar de handen zijn Ezau’s handen,” is tot een spreekwoord geworden voor zodanige gevallen, wanneer woorden en handelingen niet overeenstemmen.
23. Doch hij kende hem niet, herkende hem niet voor degene, die hij eigenlijk was, omdat zijn handen harig waren, gelijk de handen van zijn broeder Ezau, en deze zaak besliste bij Izaak, daar hij wegens zijn goedig karakter aan zulk een bedrog niet denken kon; en hij zegende hem, maakte zich gereed om de plechtige zegen, die hij zich voorgenomen had, uit te spreken.
24. En hij zei, om voordat hij aanving, ook het laatste overblijfsel van twijfel uit zijn ziel te verbannen: Zijt gij mijn zoon Ezau zelf? En hij zei: Ik ben het! 1)
1) God liet de list gelukken, omdat Isaak’s voornemen, om Ezau te zegenen, tegen Zijn raadsbesluiten was (hoofdstuk. 26:23). Ezau kon niet tot het hoofd worden van een godsdienstige stam, waar de huisvader tevens priester was. Uit Ezau’s stam mocht een Herodes, geen Emmanuel voortkomen.
Of was de man, wiens gehele levensgeschiedenis niet één godsdienstige gedachte oplevert, geschikt, om voortplanter van de belofte van het Godsrijk te zijn? De goedhartigheid, die doorstraalt in de kleine diensten, welke hij bereidwillig aan zijn vader bewijst, in het uitstellen van de wraak tot de dood van zijn vader, in het huwelijk met een dochter van Ismaël, en later in de verzoening met Jakob, wordt zij niet juist het meest gevonden bij karakters, die geheel onder de macht van het zinnelijke staan, en, in alle dingen even zwak, evenmin de zonde als de drang van hun natuurlijk gevoel kunnen weerstaan?.
Wie zich eenmaal aan leugen en veinzerij heeft overgegeven kan nooit weten, hoe ver de leugenketen zich zal uitstrekken, voordat zijn gehuichelde rol is uitgespeeld.
Eerst was Jakob angstig en bevreesd; nu, nadat hij de vrees heeft laten varen, wordt hij in zijn bedriegen stoutmoediger en standvastiger. Waardoor wij leren, dat, waar iemand eenmaal de wettige grenzen van zijn plicht heeft overschreden, straks gemakkelijk verder gaat. Waarom niets beter is, dan dat iemand zich houdt binnen de perken, hem van Godswege gesteld, opdat hij niet door meer te beproeven dan recht is, de deur voor satan openzet.
25. Toen zei hij: Stel het nabij mij, dat ik van het wildbraad van mijn zoon 1) ete, opdat mijn ziel u zegene. En hij stelde het nabij hem, en hij at; hij bracht hem ook wijn en hij dronk.
1) “Van mijn zoon.” niet van u, omdat Izaak nog altijd twijfelt, of hij wel werkelijk Ezau voor zich heeft.
26. En zijn vader Izaak, nadat hij zich tot de plechtige handeling gesterkt had, en tegelijk met de zoon, van wiens spijze hij genoot, in liefde zich verenigd had, zei tot hem: Kom toch bij, en kus mij, 1) mijn zoon!
1) Ook dat doen naderen en dat bevel, om hem te kussen, kwam uit twijfel voort. Izaak vermoedde wel, dat er bedrog gepleegd werd.
27. En hij kwam bij, en hij kuste 1) hem; toen rook hij de reuk van zijn kleren, die door specerijen of welriekende vochten een aangenamen geur hadden (Psalm. 45:9; Spreuken. 7:17; Hoogl.3:6 ) en uit deze aangename geur aanleiding nemende, zegende hij hem, en hij zei: Zie, de reuk van mijn zoon 2) is als de reuk van het veld, hetwelk de HEERE met kruiden en welriekende bloemen en fris groen rijkelijk gezegend heeft.
1) Dat Jakob ten einde toe zijn bedrieglijke handelwijze volhield, moest wel dienen, om de raad Gods te volbrengen; om zijn besluit te volvoeren. Vergeten wij het echter niet, dat het wel Gods besluitende wil was, dat Jakob werd gezegend, maar geenszins zijn bevelende, dat die zegen op bedrieglijke wijze werd verkregen.
De Christelijke broederkus en de Judaskus zijn hier verenigd.
2) De reuk van Ezau’s klederen was die van de velden, die hij als jager doorkruiste. Beroemd was de geur van de Libanon (Hos.1:7; Hoogl.4:11 ) De geur van kruiden en bloemrijke velden van Kanaän welke aan de erfgenaam van de belofte waren toegezegd, hing in Ezau’s klederen.
Jakob, de jongste, wordt gezegend in de persoon van Ezau; de kleren, welke hij aan zijn broeder ontleend had, ademen de vader een aangename en liefelijke geur tegen; waar wij nu, in de naam van Christus, ons stellen voor het aangezicht van de Hemelse Vader, bekleed met het kleed van Zijn gerechtigheid, daar zal de liefelijke geur, welke van dat kleed uitgaat, ons Zijn gunst aldus verwerven, dat wij in diens plaats worden gesteld.
28. Zo geve u dan God, dat het gehele land, dat uw zaad eens bezitten zal, zulk een geurig veld, zulk een schone vruchtbare streek zij; hij geve u van de dauw van de hemel 1) en de vettigheid van de aarde en menigte van tarwe en most 2) (Deuteronomium. 8:7 vv. 11:11 vv. 33:28.
1) De dauw is in Palestina van groot gewicht voor de vruchtbaarheid gedurende de zomertijd, waarin het niet regent (hoofdstuk. 49:25; Deuteronomium. 33:13, 28; Hos.14:6; Zacheria 8:12 )
2) Gelijk Abrahams lievelingsbeeld voor Gods belofte de sterrenhemel was, zo was Isaak’s lievelingsbeeld de bloeiende en geurende grond. Daarin onderscheidde zich de eerste, die in de ruisende bossen woonde en de andere, die aan de opborrelende bronnen zat. Het beeld van de belofte daalde neer van de hemel tot de aarde.
Izaak schijnt hier zijn zoon slechts aardse goederen te beloven; rijke ambten, goede vrede, ere bij anderen; van het Hemelrijk wordt geen gewag gemaakt. Dit komt daar vandaan, dat God de vader de hoop op de toekomende erfenis eenvoudig en zonder meer als hun doel voor ogen stelde, maar hen daardoor, als langs omwegen, tot het hogere voerde. Zo wilde Hij, dat hun het land Kanaän als tot een afbeeldsel en onderpand van het Hemelse erfdeel zou wezen. In al Zijn weldaden gaf Hij hun tekens van Zijn vaderlijke liefde, niet opdat zij, met hun aardse goederen tevreden, de hemel zouden vergeten, maar opdat zij, naar de geest van hun tijd zulke steunsels behoevende, trapsgewijs zich tot het hemelse mochten verheffen. Want, omdat Christus, de eersteling van de verrezenen, de hoop op het eeuwige onvergankelijke leven, nog niet was verschenen, bleef Zijn rijk in voorbeelden, als in afschaduwing, afgeschetst tot de volheid van de tijd daar was.
29. Nadat hij hem zo tot erfgenaam van het aan Abraham beloofde (hoofdstuk. 12:7) en hem zelf bevestigde (hoofdstuk. 26:3) land Kanaän, gesteld had, maakte hij hem tot erfgenaam van de overige beloften, terwijl hij hem de voorrang boven alle volken toezegde: Volken zullen u dienen, en natiën zullen zich voor u neerbuigen Jesaja 60:1 vv.); wees heer over uw broeders, en de zonen van uw moeder zullen zich voor u neerbuigen! 1) Vervloekt moet hij zijn, wie u vervloekt; en wie u zegent, zij gezegend! 2) (hoofdstuk. 12:3; Numeri. 24:9 ).
1) Ofschoon Izaak de tijdelijke zegeningen Gods op de voorgrond stelt, toch leeft niet minder de hoop in zijn ziel, dat zijn zoon de wereld zal vervullen. Zelfs heft hij hem liever op tot dezelfde hoogte, welke hij verwachtte. Van welke zaak het bewijs uit de woorden kan geleverd worden. Want dit is toch de hoofdzaak, dat hij hem de heerschappij over de volken toewijst. Doch vanwaar de hoop op zo grote waardigheid indien hij niet overtuigd was, dat zijn geslacht daartoe door de Heere was uitverkoren en wel volgens deze wet, dat het recht van te heersen bij één berustte? Ondertussen is er grond genoeg voor om dit beginsel vast te houden, dat deze heilige man, waar hij zijn zoon een gelukkige levensloop toebidt, hij wenst dat hem God genegen zij, in Wiens vaderlijke gunst het waar en enig geluk ons alleen mogelijk is.
Het middelpunt van de zegen ligt in het woord: “Wees heer over uw broeders;” want in dit woord lag het opgesloten, dat de zegen eigenlijk zijn deel zou wezen, en anderen slechts deel zouden hebben aan hetgeen hem behoorde. Daarin lag het wezen van de heerschappij over die hun verwante stammen, (broeders,” gelijk Jakob er slechts één had in de eigenlijke zin, noemde men dikwijls alle bloedverwanten, hoofdstuk. 29:12), die Israël naar het uitwendig maatschappelijk leven grotendeels uitoefende en later in geestelijke zin door de Messias voor eeuwig verwierf.
2) Izaak bond hiermee zich zelf de handen, zodat hij ook na de verschijning van de ware Ezau, Jakob niet meer vloeken kon. Deze was en bleef de gezegende des Heren, omdat zijn vader, als priester en plaatsvervanger van God, hem gezegend had, (Hebr.11:20). Door het geloof heeft hij gezegend, met het oog op de toekomstige goederen. Zo was dan Jakob de uitverkorene Gods, op wiens schouders hij de lichamelijke zegen, het wereldlijk bestuur en het geestelijk priesterdom gelegd heeft, de nu eenmaal gezalfde Gods, die niet zonder gevaar kon aangerand worden, die zegen bracht, waar hij gezegend werd.
In herinnering is het te houden, dat het niet slechts blote wensen zijn, die de vaders gewoonlijk hun kinderen toebidden, maar zulke, die de belofte Gods tegelijk insluiten. Want Izaak was de wettige tolk van God en het orgaan van de Heilige Geest. En zo was het van kracht, waar hij hen, die het heil van zijn zoon in de weg zouden staan vervloekte, alsof God het zelf gedaan had. Aldus is dit de bevestiging van de belofte, waardoor God zijn gelovigen in zijn bescherming nemende, zich openbaart als de vijand te zullen zijn van hun vijanden. De hoofdsom van de zegeningen komt dan hierop neer, dat God aan zijn knecht Jakob kenbaar maakt, dat hij de vader, het gezegend hoofd over allen zal zijn; dat Hij hem tot vorst stelt en tevens tot hoofd van het heilig en uitverkoren volk; dat Hij hem door zijn kracht zal beschermen en verdedigen en zijn heil bewaken tegen allerlei soort van vijanden.
Een van de moeilijkste en meest ingewikkelde geschiedenissen is ons hier verhaald, die ons op het levendigst toont, hoe een hogere hand de draden van de geschiedenis leidt; zodat zij door alle zonden en dwaling van de mensen niet in verwarring gebracht kan worden. Ieder weeft de draden, die hij in de hand heeft naar zijn inzicht en naar willekeur, en ten laatste vertonen zich in het afgwerkte weefsel de overeenstemmende en in elkaar sluitende trekken van het door het verstand en de wijsheid van de meester bedachte beeld.
De zegening van Jakob is de prediking van Christus onder alle volken. De wet en de profetie is in Izaak.
II. Gen. 27 vers 30-40
Nauwelijks heeft Izaak zijn zegen over Jakob uitgesproken, of Ezau keert van de jacht terug en brengt de vader de verlangde spijze. Daar bemerkt hij, dat hij, als onwillig werktuig in ‘s Heren hand, aan een ander de zegen heeft moeten geven, dan aan wie hij die toegedacht heeft, en dat hij die niet terugnemen kan. Ezau is zeer bedroefd en vraagt nog om een zegen; hem wordt ten minste nog een vruchtbare woonplaats toegezegd en het uitzicht gegeven, zich eens van zijn broeders juk te bevrijden.
30. En het geschiedde, als Izaak voleindigd had Jakob te zegenen, zo geschiedde het, toen Jakob, wie het beloofde land en de wereldlijke regering en het geestelijk priesterschap was toegezegd, maar even van het aangezicht van zijn vader Izaak uitgegaan was, 1) dat Ezau zijn broeder van zijn jacht kwam. Hij kwam, volgens Gods bijzondere leiding, geen ogenblik vroeger, opdat de zegening niet zou gestoord worden, maar ook geen ogenblik later, opdat Rebekka en Jakob zouden weten, hoe makkelijk hun list zou hebben kunnen mislukken (Rom.9:16).
1) God is een meester van de tijd en heeft het grote uurwerk in handen, zodat hij die kan verlengen en verkorten, gelijk Hij wil; in al zijn regeren weet Hij tijd en uur zó te regelen, en de mensen die in de tijd leven, zó te besturen, dat zij niet vroeger noch later komen dan Hij wil, Mijn Christen! beveel aan hem uw zaak. (Psalm. 31:16; Galaten. 5:4; Rom.3:20)
31. Hij nu ook maakte het gevangen wild tot smakelijke spijzen toe, en bracht die tot zijn vader, opdat hij door middel van een aangenaam gerecht de zegen zou verkrijgen, waarvan hij eens (hoofdstuk. 25:29 vv.) om een spijze afstand had gedaan, en hij zei tot zijn vader, evenals eerder (vs 18,19) zijn broeder, alleen met dit onderscheid, dat Jakob bij zijn binnentreden zo weinig mogelijk sprak, totdat hij daarna moediger werd: Mijn vader sta op en ete van het wildbraad van zijn zoon, opdat uw ziel mij zegene.
32. En Izaak, zijn vader, zeer verwonderd, dat weer iemand met dezelfde nodiging tot hem naderde, zei tot hem: 1) Wie zijt gij? En hij Zei: Hoe kunt gij dat vragen, mijnvader? Ik ben uw zoon, uw eerstgeborene, Ezau, die gij naar het veld hebt gezonden, om een wildbraad te vangen en te bereiden, gelijk gij gaarne hebt.
1) Uit de vraag: “Wie zijt gij?” blijkt, dat Izaak nog voor een ogenblik geloofd heeft; dat hij niet bedrogen was.
33. Toen verschrikte 1) Izaak met zeer grote verschrikking, zeer, want het werd hem duidelijk, dat Jakob, waaraan hij eerst getwijfeld had (vs.24), en niet Ezau degene was, die tot hem was ingekomen, en hij zei: Wie is hij dan, die het wildbraad gejaagd en tot mij gebracht heeft? en ik heb van alles gegeten, eer gij kwaamt, en heb hem gezegend. Ik kan het niet meer veranderen; ik weet het aan de heiligegeestverrukking, die over mij kwam, toen ik de zegen uitsprak, dat de Heere zelf hem door mij gezegend heeft: ook zal hij gezegend wezen.2)
1) “Waardoor verschrikte Izaak dan zozeer? Door de ontdekking van Jakob’s bedrog, dat hij van zijn eigen vlees en bloed nooit had kunnen geloven, of wel door de ontdekking van eigen tot dusver volgehouden en zorgvuldig verborgen zelfbedrog? Schrikte hij misschien af voor de jammerlijke gevolgen, die dit alles noodzakelijk na zich moest slepen? Kwam het hem nu mogelijk voor de geest. Nu Ezau zoveel nadruk erop legt, dat hij de eerstgeborene is, dat deze toch even oneerlijk is, daar hij toch vroeger zijn eerstgeboorterecht verkocht heeft, en nu evenwel zijn aanspraak daarop laat gelden? Ezau is dan waarlijk niet beter dan Jakob en ook hij gaat, schoon minder behendig, met bedrog om. Gaat er misschien nu voor Isaak’s blinde ogen het licht op, dat hij nodig heeft en begint hij in te zien, dat hoe ook de mensen beraadslagen en zorgvuldig wikken, het toch God is, wiens raad zal bestaan en die ten laatste beschikt?”.
2) Wie zou hier niet veel eerder verwacht hebben, een vervloeking van een vertoond iemand, indien dit alles volgens aardse manier en niet door inblazing van Boven had plaats gehad? O, de zaken hadden plaats gehad, maar op profetische wijze! Weliswaar op de aarde, maar volgens openbaring uit de hemel. Geschied door mensen, maar volgens de openbaring uit de hemel.
Toen a) Ezau de woorden van zijn vader hoorde, zo schreeuwde hij met een grote en bittere schreeuw, zeer, daar nu alles onherroepelijk voor hem verloren was; en hij zei tot zijn vader: Zegen mij, ook mij, mijn vader!
a) Hebr.12:17
Ezau is hier het beeld van de wanhoop. Als een onheilige en spotter heeft hij zijn eerstgeboorterecht verkocht. Het geloof in de zegeningen Gods had hij daarmee verworpen, en daarom, waar hij nu ziet, dat Jakob hem voor is geweest, weet hij er niet van om in berouw en boete God te voet te vallen, maar zoekt zijn troost in een ongelovig schreeuwen, hetwelk in een wanhopig schreeuwen zich oplost. En de ervaring, dat zijn zonde hem bezocht wordt, doet hem straks wel op wraak zinnen, maar niet, omdat hij de goddelijke beloften, welke met het eerstgeboorterecht in verband stonden, moest missen, maar omdat hij tijdelijke zegeningen moest derven. Ezau is de Kaïnsgestalte in het huisgezin van de Patriarchen. Zijn smart was geen smart over de zonde op zichzelf, maar over de gevolgen en daarom een droefheid tot de dood.
35. En hij zei: Ik kan u deze zegen niet meer geven, hoeveel leed ik ook over die vergissing draag. Uw broeder is gekomen met bedrog; de Heere heeft het toegelaten en heeft mij gehouden, dat ik hem niet kende, en zo heeft hij uw, de u toegedachte, zegen weggenomen. 1)
1) Wat de Heer eeuwen daarna in een gelijkenis uitsprak, wordt hier duidelijk getoond: “Wie niet heeft, van die zal ook worden genomen wat hij heeft.” Ezau is gelijk aan de boze dienstknecht uit de gelijkenis, die met de talenten, met de gaven, hem geschonken, niet heeft gewoekerd, maar die veeleer heeft veracht.
36. Toen zei hij, in boosheid tegen zijn broeder uitvarende, in plaats van Gods hand hierin te zien en zijn misdadige verachting van de eerstgeboorte te betreuren: Is het niet, omdat men zijn naam noemt Jakob (hoofdstuk. 25:26), dat hij mij nu twee reizen de hiel heeft gehouden, de voet heeft gelicht, heeft bedrogen? Mijn eerstgeboorte heeft hij genomen! 1) (hoofdstuk. 25:33), en zie, nu heeft hij mijn zegen genomen! 2) Voorts zei hij: Hebt gij dan geen zegen voor mij uitbehouden? 3) Hebt gij dan alle zegeningen aan hem beloofd?
1) Hieruit blijkt, dat Ezau’s gemoed door geen berouw gefolterd werd, omdat hij, door zijn broeder te beschuldigen, zichzelf van alle schuld vrijpleit. Want het berouw begint hiermee, dat men smart over de zonde krijgt en zichzelf mishaagt. Ezau had tot in zichzelf moeten afdalen, opdat hij zijn eigen rechter zou zijn. Na het eerstgeboorterecht verkocht te hebben, was hij als een hongerige hond op de spijze aangevlogen. Nu, als had hij geen enkele zonde op zijn geweten, toornt hij tegen zijn broeder. Vervolgens, indien de zegening van enig gewicht was, waarom schrijft hij dan niet toe, niet alleen aan werkelijk bedrog, maar ook aan de Voorzienigheid Gods, dat die zegen voor hem verloren was?.
Ezau onderscheidt twee zaken. Hij dacht, dat na het verkopen van zijn recht, hem de tijdelijke, de aardse zegen, die in zijn ogen de voornaamste was, gebleven zou zijn, en juist daarom had hij die moeten verliezen. Wie het hogere minder acht, moet het mindere met het hogere verliezen. Wie het hoogste het hoogste acht, ontvangt dit en het mindere tevens. (Luk.12:31).
2) Zo denkt de wereld nog heden! De genade van de wedergeboorte, van het kindschap van God, van rechtvaardiging en heiligmaking, waardoor men een eersteling van de schepselen van God wordt en het recht op de hemelse zegen verkrijgt, verkoopt zij, en wil toch daarna deze zegen erven; zij wil zalig, maar niet vroom zijn; zij wil in de hemel komen, maar de weg daartoe niet bewandelen.
3) In het Hebreeuws azalta, bespaarde, reserveerde. Ezau vraagt hiermee aan zijn vader, of deze niet nog een stuk van de erfelijke bezitting voor hem heeft gereserveerd, zodat Jakob niet van alles heer en meester is geworden. Wederom een kennelijk bewijs, dat Ezau’s zinnen alleen op tijdelijk goed gevestigd zijn.
37. Toen antwoordde Izaak en zei tot Ezau: Zie, ik heb hem tot een heer over u gezet, 1) en al zijn broeders, u en al uw nakomelingen, heb ik hem tot knechten gegeven; en ik heb hem met koren en most ondersteund; ik heb hem dat alles toegezegd; gij ziet dus, de gehele zegen van de eerstgeboorte is weg; wat zal ik u dan nu doen, mijn zoon? Ik weet niets meer te bedenken, waarmee ik u zou kunnen zegenen, hoe graag ik ook wilde.
1) Met deze woorden zegt Izaak, dat hij van zijn souvereinrecht heeft gebruik gemaakt, maar ook, dat hij Jakob tot soeverein heeft aangesteld. En hiermee wil hij Ezau doen gevoelen, dat er voor hem niets is gereserveerd. Een souvereinrecht kan niet met een ander gedeeld worden, wel op een ander overgedragen, maar niet met een ander gedeeld. Uit de volgende woorden in dit vers blijkt, dat Izaak nu wel degelijk de belofte Gods aan Abraham en hem geschonken, op het oog heeft gehad.
38. En Ezau zei tot zijn vader: Hebt gij maar deze éne zegen, mijn vader? Zo ik de eerstgeboorte verloren heb, is er nog niet een mindere zegen? Zegen mij, ook mij, mijnvader! En Ezau hief, na het uitspreken van deze woorden zijn stem op, en weende, 1) zodat het hart van de vader brak.
1) De tranen, die uit wraakgierigheid, wangunst, vleselijke begeerten en wereldse zorgen voortkomen, veroorzaken de dood. 2 Corinthiërs 7:10).
Zijn fiere en vrije geest kan de gedachte aan onafhankelijkheid en onderdanigheid niet dragen. Hij, die slechts zijn eigen hartstochten tot dusverre als meesters gehoorzaamde, hij kan en wil geen andere erkennen. Daarom wordt het hem bij Isaak’s besliste uitspraak zo naamloos wee om het hart, dat hij, de sterke en forse man, hij, de kloeke en wilde jager, uitbarst in tranen, en, in de spijt over grievende terugstelling, luid en heftig, als het dwingend en onstuimig kind, gaat wenen. Snikkend vraagt hij nog eenmaal: “hebt gij maar deze een zegen, mijn vader? zegen mij, ook mij; mijn vader! en Ezau hief zijn stem op en weende”.
Wel is Ezau hier het beeld van de zondaar die, als Judas later, berouw heeft, maar geen berouw, hetwelk een onberouwelijke bekering werkt.
39. Toen antwoordde zijn vader Izaak, daar opnieuw de profetische geest over hem kwam, en hij door die geest de toekomst van deze zoon zag, en hij zei tot hem: Zie, een zegen, verwant met de aardse zegen van uw broeder, is nog overgebleven: de vettigheden van de aarde, aan de zuidoostelijke zijde van het beloofde land, in het wel rotsachtige, maar op de bergruggen liggende vruchtbare land van Seïr, zullen uw woningen zijn, 1) en van de dauw van de hemel van boven af zult gij gezegend zijn.
1) Deze landstreek, die zich van het zuiden van de Dode zee (Jozua 11:17; 12:7) tot aan de Elamitische golf uitstrekte, was in het noordelijk deel meestal eenzaam en met rotsen bezaaid, maar voor het grootste gedeelte een bergland, nog altijd uitmuntend in vruchtbaarheid. Daar lagen bloeiende plaatsen, met name de hoofdstad Sela (d.i. rots 2 Koningen. 14:7, later Petra geheten, een grote stad, waaraan Arabië Petrea, steenachtig Arabië, zijn naam ontleende). Nog bij de reizigers van latere tijd hebben de prachtige bouwvallen van die stad, die van de tijd van de Romeinen dagtekenen, de grootste verbazing opgewekt. In haar nabijheid zijn nog tegenwoordig “de hellingen van de bergen met graanvelden en boomgaarden bedekt.” Het noordelijke deel van het land heet tegenwoordig Dschebel (bij de ouden Gibalene), het zuidelijk deel Dschebel Schera. Dit bergachtig land strekt zich, met talrijke beken doorsneden, naar het westen afhellend, van de Dode zee zuidwaarts uit, langs de gehele woestijn Wady-el Arabah, het vervolg van dat brede en diepe dal, waarin de noordelijke meren van Palestina, de Jordaan en de Dode zee gelegen zijn; naar de oostzijde verenigt zich dit bergland langzamerhand met de woestijn van Arabië; waar zij de Rode zee naderen, worden de hoogten lager.
De aard van deze bergen verschilt zeer van die ten westen van de Wady-el Arabah gelegen zijn. Laatstgenoemde, die slechts tweederde deel van de hoogte van de anderen schijnen te hebben, zijn geheel en al woest en onvruchtbaar, terwijl de andere een rijkdom van regen genieten, en met een menigte kruiden, ja hier en daar met bomen overdekt zijn. De wadys, rivierbeddingen, dalen, zijn ook vol bomen en struikgewas, terwijl de oostelijke en hoger gelegen delen van het land ten dele bebouwd worden en een goede oogst opleveren. Wat het uiterlijk aanzien van de grond betreft, heeft deze enige gelijkheid met de streek rondom Hebron, ofschoon de gedaante van het land geheel anders is.
Wat hier tot Ezau gezegd wordt, is geen zegen, maar een voorspelling. En die voorspelling is voor Ezau bevestiging van de zegen aan Jakob geschonken. Geen erfdeel in het land Kanaän wordt hem geprofeteerd, maar het leven in het vrije veld.
40. En op uw zwaard, niet zozeer van akkerbouw en handel, maar veelmeer van oorlog en door, zult gij leven, want dit komt overeen met uw wilde en ondernemende geest, die in uw nakomelingen zal toenemen en tot een krijgszuchtige aard worden; en gij zult nu wel uw broeder een tijd lang dienen, opdat de belofte (vs.29) vervuld worde, doch het zal geschieden, als gij heersen, met kracht opstaan zult, 1) dan zult gij zijn juk van uw hals afrukken, 2) want zijn zegen is bevlekt door de onheilige wijze, waarop hij die verkregen heeft.
1) Of: “dat gij ook een heer zult worden en zijn juk enz.”
2) Na lange onafhankelijkheid werden de Edomieten door Saul overwonnen (1 Samuel 14:47), door David onderworpen (2 Samuel 8:14); en bleven, ondanks hun opstand onder Salomo (1 Koningen 11:14 vv.), onderdanen van het rijk van Juda tot op Joram, toen zij afvielen; door Amazia werden zij weer onderworpen (2 Koningen. 14:7, 2 Kron.25:11 vv.) en moesten ook van Uzia en Jotham afhankelijk blijven (2 Koningen. 14:22. 2 Kron.26:2); eerst onder Achaz, schudden zij het juk geheel af (2 Koningen. 16:6, 2 Kron.28:17 ). Omtrent het jaar 129 voor Christus werden zij door Johannes Hyrkanus op nieuw overweldigd, tot de besnijdenis gedwongen, en bij de Joodse staat ingelijfd; toch stichtten zij eerst later door Antipater en Herodes een Idumesche Dynastie over Judea, die tot de ondergang van de Joodse staat zich heeft staande gehouden.
III. Vers 41-Hoofdstuk 28:5
Omdat Ezau vervuld is met de gedachte, om zijn broeder te doden, spoort Rebekka Jakob aan naar haar broeder Laban te vluchten; zij weet het bij Izaak zo te leiden, dat hij zelf Jakob naar Mesopotamië zendt, om zich van daar een vrouw te halen en dat hij hem met zijn zegen laat heengaan.
41. En Ezau, in plaats van in dit alles Gods hand te zien, en zich te verootmoedigen, haatte Jakob om die zegen, waarmee zijn vader hem gezegend had; en Ezau zei in zijn hart, en anderen bemerkten welk voornemen hij had: De dagen van de rouw van mijn vader naderen, en ik zal mijn broeder Jakob doden; 1)mijn vader wil ik niet bedroeven; ik zal wachten totdat die gestorven is, dan zal mijn moeder dubbele rouw dragen.
1) Of “nu zullen de dagen van de rouw van mijn vader naderen, want enz.” Zo treedt Ezau in Kaïns voetspoor, dat hem zeker ook tot hetzelfde einde zou hebben gebracht, hadden niet de slimheid van Rebekka en de volgzaamheid van Jakob dit verhinderd.
Gelijk Kaïn in woede ontstak tegen Abel, alzo hier Ezau tegen Jakob. Beeld van de vijandschap tussen licht en duisternis, tussen het vrouwenzaad en het slangenzaad. Die haat en vijandschap is alle eeuwen doorgegaan, totdat zij haar hoogtepunt bereikte in de Idumeër Herodes, die het heilig kind Jezus wilde doden, maar evenzeer teleurgesteld werd als nu Ezau. God zorgt te allen tijde voor Zijn volk, voor Zijn Kerk. Jakob was de Kerk en daarom, welke raadslagen Ezau ook beraamde, welke listen hij ook bedacht, zijn raadslagen zouden vernietigd, zijn listen verijdeld worden.
42. Toen aan Rebekka deze woorden van Ezau, haar grootste zoon, geboodschapt werden, zo zond zij, gelijk altijd, spoedig besloten, heen, en ontbood Jakob, haar kleinste zoon, en zei tot hem: Zie, uw broeder Ezau troost zich, gelijk ik zo even heb vernomen, over u, die de vaderlijke zegen hebt verkregen, dat hij u doden zal, en alzo de goddelijke woorden zal teniet maken.
43. Nu dan, mijn zoon! hoor naar mijn stem, en maak u op, vlucht gij naar Haran, tot Laban, mijn broeder.
Rebekka verkiest een vrijwillige ballingschap voor haar zoon, boven de niet-vervulling van de belofte. En al is het aan te nemen, dat hier moederlijke toegenegenheid en zorgvuldigheid niet te miskennen zijn, toch toont Rebekka hier een heldin van het geloof te zijn, die door het geloof Jakob heeft weggezonden, opdat hij de belofte Gods zou behouden. Dat geloof gaf haar kracht, om de scheiding tussen haar en haar lieveling te dragen. Zij hoopt tevens, dat die scheiding niet al te lang zal zijn.
44. Bij het hevig karakter van uw broeder, ware het licht mogelijk, dat hij niet wachtte tot de dood van uw vader, maar in hevige drift u doodsloeg; gij moogt dus hier niet blijven; ga heen tot Laban, en blijf bij hem enige dagen, totdat de driftige boosheid van uw broeder kere; ik ken zijn karakter; nu is hij te vrezen, maar spoedig is die toorn weer voorbij.
45. Blijf daar, totdat de toorn van uw broeder van u af kere, en hij vergeten zal hebben hetgeen gij hem gedaan hebt; dan, als alles weer wel is, zal ik zenden, en u vandaar nemen; waarom zou ik ook van u beiden 1) beroofd worden op één dag? Wanneer Ezau u doodde zou de wraak niet uitblijven, men zou tegen de broedermoorder opstaan en u wreken (2 Samuel 14:6,7), of hij zou als Kaïn vluchten en nergens rust kunnen vinden. Zo ware ik geheel kinderloos.
1) Dacht Rebekka wellicht aan de geschiedenis van Kaïn en Abel, waardoor de eerste moeder tegelijk van beide zonen beroofd werd? Of leefde zo sterk het geloof in haar hart, dat de Heere God onmiddellijk de beraamde broedermoord zou wreken, door ook Ezau op die dag te doden? Beide zaken zijn te verenigen.
Rebekka werd teleurgesteld. Ezau’s toorn bleef langer dan zij verwacht had. Rebekka zag haar geliefde zoon Jakob nimmermeer; dit was haar straf.
46. En Rebekka, nadat zij Jakob door deze voorstelling tot de reis had doen besluiten, begaf zich tot Izaak. Die wilde zij de meest dringende reden, die zij voor haar voornemen had, niet bekend maken, of, omdat zij vreesde, dat hij haarwegens zijn voorliefde voor Ezau niet zou geloven, of om het leed over de tweedracht in zijn huis te besparen; zij sprak daarom slechts van een tweede doel, dat zij met Jakob’s reis had, en deed dit met echt vrouwelijke slimheid, waarbij tevens bleek, hoe zij Ezau uit de liefde van de vader wilde verdringen; zij zei tot Izaak: Ik heb verdriet aan mijn leven vanwege de dochters van Heth, 1) die Ezau zich tot vrouwen genomen heeft, die reeds 37 jaar mij leed hebben aangedaan, en het gedurig erger maken. (hoofdstuk. 26:34,35). Indien Jakob, die nu reeds 77 jaar oud is, en die niet lang meer ongehuwd zal kunnen blijven, een vrouw neemt uit de dochters van Heth, gelijk deze zijn, van de dochters uit dit land, waartoe zal mij het leven zijn? 2) Het zal beter zijn te sterven dan in zulk een verdriet te leven.
1) Hier sloeg Rebekka een snaar aan, die ook in Isaak’s hart trilde; deze toch had niet minder verdriet dan zij, van Ezau’s vrouwen; zo herinnerde zij hem tevens aan het voorbeeld van zijn vader, dat hij zo graag volgde, en die ook voor hem geen vrouw van de dochters van de Kanaänieten had willen nemen. (hoofdstuk. 24:1-4).
Zij had met smart het onheilig huwelijk van haar zoon met de inlandse dochters gezien, dit misschien niet kunnen weren; maar toch daaruit begrepen, hoe waar de voorspelling Gods was, die, eenmaal tot haar gekomen, ook door deze echtverbintenis Ezau’s werd bevestigd. Evenmin als er een zondige gemeenschap kan zijn tussen God en de wereld, tussen Christus en de Belial, evenmin mag het uitverkoren volk, dat een afgezonderde stelling en erfgoed heeft, zich met de kinderen-hoort het, gij Christenen! die het huwelijk met rijke wereldlingen voor uw zonen en dochters zoekt-van de wereld vermengen. Dat is een heilige eis voor het nageslacht van Abraham, die door God uit het land van zijn vaderen was afgezonderd, en die door het huwelijk van zijn zoon duidelijk had getoond, hoe zeer hij die eis had begrepen en opgevolgd.
“Ik heb verdriet,” in de zin van “ik heb een walg aan mijn leven”.
2) Rebekka vervalt soms tot die fout, welke aan levendige en vurige gestellen altoos eigen is. Zij zijn in de omgang, in de vriendschap, en de liefde, zij zijn in alles voortreffelijk, zij zijn getrouw in hun beroep. Maar laat er iets gebeuren, hetwelk zij niet verwacht hadden; laat hun een plotseling ongeluk overkomen; laat hen op enigerlei wijze gevoelig worden aangegrepen-menigmaal barsten zij dan in al te luide klachten uit; dan worden zij ontevreden met hun lot, dan kunnen zij zelfs het leven als een last beschouwen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
De Heilige Geest schrijft niet om de mens eer te geven, maar om Gods genade te verheerlijken.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 27
Genesis 27:2-4.KruisverwijzingenGenesis 25:27→Hebreeën 11:20→Genesis 49:28→Genesis 48:9→Genesis 27:25→Genesis 48:15→Jozua 22:6→Genesis 27:31→
— En hij zeide: Zie nu, ik ben oud geworden, ik weet den dag mijns doods niet. Nu dan, neem toch uw gereedschap, uw pijlkoker en uw boog, en ga uit in het veld, en jaag mij een wildbraad; En maak mij smakelijke spijzen, zo als ik die gaarne heb, en breng ze mij, dat ik ete; opdat mijn ziel u zegene, eer ik sterve.
“Opdat mijn ziel u zegene, eer ik sterve.”
Nu wilde Isaak Esau de zegen geven. Hij vertelde dit niet aan zijn vrouw, maar regelde in het geheim dat Esau een maaltijd voor hem zou bereiden. Daarna zou hij hem, wanneer zij alleen waren, de zegen geven. De gebruikelijke gang van zaken was dat een vader, wanneer hij zijn einde voelde naderen, de hele familie bijeenriep en de zegen in hun bijzijn uitsprak, zoals Jakob later deed toen hij al zijn zonen zegende. Maar deze zegen moest in het verborgene worden gegeven. Isaak was bang voor de bezwaren die zijn vrouw zou kunnen inbrengen, en vooral voor haar terechte tegenwerping dat God had gezegd dat de oudste de jongere zou dienen. Daarom koos hij een eenvoudige uitweg: hij zou Esau bij zich laten komen en hem de zegen geven. Hij vertrouwde zijn vrouw niet en vertelde haar niets van zijn voornemen. In het algemeen geldt dat iemand meestal iets verkeerds van plan is wanneer hij het voor zijn vrouw verborgen houdt.
Genesis 27:5-11.KruisverwijzingenGenesis 27:13→Genesis 25:25→Genesis 25:28→Deuteronomium 33:1→1 Samuël 24:19→Jozua 6:26→Handelingen 5:29→Efeze 6:1→
— Rebekka nu hoorde toe, als Izak tot zijn zoon Ezau sprak; en Ezau ging in het veld, om een wildbraad te jagen, dat hij het inbracht. Toen sprak Rebekka tot Jakob, haar zoon, zeggende: Zie, ik heb uw vader tot Ezau, uw broeder, horen spreken, zeggende: Breng mij een wildbraad, en maak mij smakelijke spijzen toe, dat ik ete; en ik zal u zegenen voor het aangezicht des HEEREN, voor mijn dood. Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede. Ga nu heen tot de kudde, en haal mij van daar twee goede geitenbokjes; en ik zal die voor uw vader maken tot smakelijke spijzen, gelijk als hij gaarne heeft. En gij zult ze tot uw vader brengen, en hij zal eten, opdat hij u zegene voor zijn dood. Toen zeide Jakob tot Rebekka, zijn moeder: Zie, mijn broeder Ezau is een harig man, en ik ben een glad man.
Jakob lijkt geen bezwaar te hebben gemaakt tegen het voorstel van zijn moeder op morele gronden, maar alleen vanwege de moeilijkheid van de uitvoering en de kans dat het bedrog ontdekt zou worden. Dit laat zien hoe zwak het morele besef kan zijn bij mensen die toch God vrezen en in Hem geloven. In die vroegere, donkerdere bedeling kunnen wij nauwelijks verwachten dezelfde rijke vruchten van de Geest aan te treffen als wij nu zouden moeten zien bij hen die de Geest van God ten volle hebben ontvangen.
Genesis 27:12-15.KruisverwijzingenGenesis 27:27→Mattheüs 27:25→Deuteronomium 27:18→2 Samuël 14:9→1 Samuël 25:24→Genesis 25:27→Job 12:16→1 Thessalonicenzen 5:22→
— Misschien zal mij mijn vader betasten, en ik zal in zijn ogen zijn als een bedrieger; zo zoude ik een vloek over mij halen, en niet een zegen. En zijn moeder zeide tot hem: Uw vloek zij op mij, mijn zoon! hoor alleen naar mijn stem, en ga, haal ze mij. Toen ging hij, en hij haalde ze, en bracht ze zijn moeder; en zijn moeder maakte smakelijke spijzen, gelijk als zijn vader gaarne had. Daarna nam Rebekka de kostelijke klederen van Ezau, haar grootsten zoon, die zij bij zich in huis had, en zij trok ze Jakob, haar kleinsten zoon, aan.
Esau, een door en door werelds man, die sterk leek op de zonen van de andere gezinnen in zijn omgeving, zorgde ervoor dat hij zich met fraaie kleding tooide. Dat past doorgaans beter bij de wereldling dan bij de christen. Jakob had een kledingstuk dat voor deze gelegenheid voldeed, maar de wereldse man niet. Ik zou wensen dat allen die God vrezen minder aandacht besteedden aan uiterlijke versiering. Er zijn veel kostbaarder sieraden dan die van goud — sieraden die werkelijk mooi zijn en kleding die werkelijk sierlijk is. Mogen wij daarmee bekleed zijn.
Genesis 27:16-19.KruisverwijzingenMattheüs 26:70→Genesis 27:4→Genesis 27:24→Genesis 25:25→1 Koningen 14:2→Genesis 29:23→Genesis 27:21→Jesaja 28:15→
— En de vellen van de geitenbokjes trok zij over zijn handen, en over de gladdigheid van zijn hals. En zij gaf de smakelijke spijzen, en het brood, welke zij toegemaakt had, in de hand van Jakob, haar zoon. En hij kwam tot zijn vader, en zeide: Mijn vader! En hij zeide: Zie, hier ben ik; wie zijt gij, mijn zoon? En Jakob zeide tot zijn vader: Ik ben Ezau uw eerstgeborene; ik heb gedaan, gelijk als gij tot mij gesproken hadt; sta toch op, zit, en eet van mijn wildbraad, opdat uw ziel mij zegene.
“Ik ben Ezau, uw eerstgeborene.” Hoe men het ook probeert te verklaren, dit was een regelrechte leugen en kan onder geen enkele omstandigheid worden goedgepraat. Voor Jakob was dit evenzeer zonde als het voor ons zou zijn. Wellicht bezat hij minder licht dan wij ontvangen hebben, en maakte de algemene sluwheid van de mensen om hem heen het voor zijn geweten gemakkelijker om zo te handelen dan dat voor ons het geval zou zijn. Toch zei hij: “Ik ben Ezau.”
Waarom staat dit alles in de Schrift? Niet om deze mannen eer te geven. Nee, de Heilige Geest schrijft niet om de mens eer te geven, maar om Gods genade te verheerlijken. Hij schrijft tot waarschuwing van de gelovigen van nu. Deze gebeurtenissen zijn ons tot voorbeelden gegeven, opdat wij de tekortkomingen en zonden van goede mensen zouden vermijden en steeds meer zouden worden zoals wij behoren te zijn.
Genesis 27:21-29.KruisverwijzingenDeuteronomium 33:28→Genesis 12:3→Numeri 24:9→Deuteronomium 33:13→Genesis 27:39→Deuteronomium 7:13→Romeinen 9:12→Genesis 27:37→
— En Izak zeide tot Jakob: Nader toch, dat ik u betaste, mijn zoon! of gij mijn zoon Ezau zelf zijt, of niet. Toen kwam Jakob bij, tot zijn vader Izak, die hem betastte; en hij zeide: De stem is Jakobs stem, maar de handen zijn Ezau's handen. Doch hij kende hem niet, omdat zijn handen harig waren, gelijk zijns broeders Ezau's handen; en hij zegende hem. En hij zeide: Zijt gij mijn zoon Ezau zelf? En hij zeide: Ik ben het! Toen zeide hij: Stel het nabij mij, dat ik van het wildbraad mijns zoons ete, opdat mijn ziel u zegene. En hij stelde het nabij hem, en hij at; hij bracht hem ook wijn, en hij dronk. En zijn vader Izak zeide tot hem: Kom toch bij, en kus mij, mijn zoon! En hij kwam bij, en hij kuste hem; toen rook hij de reuk zijner klederen, en zegende hem; en hij zeide: Zie, de reuk mijns zoons is als de reuk des velds, hetwelk de HEERE gezegend heeft. Zo geve u dan God van de dauw des hemels, en de vettigheid der aarde, en menigte van tarwe en most. Volken zullen u dienen, en natien zullen zich voor u nederbuigen; wees heer over uw broederen, en de zonen uwer moeder zullen zich voor u nederbuigen! Vervloekt moet hij zijn, wie u vervloekt; en wie u zegent, zij gezegend!
Zo bond Isaak zichzelf de handen. Hij kon zijn zegen niet meer intrekken; had hij dat wel gedaan, dan zou hij de vloek over zichzelf hebben afgeroepen.
Genesis 27:35.Kruisverwijzingen1 Thessalonicenzen 4:6→Romeinen 3:7→2 Korinthe 4:7→Job 13:7→Genesis 27:19→2 Koningen 10:19→Maleachi 2:10→
— En hij zeide: Uw broeder is gekomen met bedrog, en heeft uw zegen weggenomen.
“Uw broeder is gekomen met bedrog, en heeft uw zegen weggenomen.” (Spurgeon wijst op de zonden van Isaak, Rebekka en Jakob. Isaak negeerde Gods woord met betrekking tot Jakob, Rebekka nam Gods plan in eigen handen en Jakob loog. Vervolgens laat hij zien welke ellende daaruit voortkwam.)
Isaak had graag gezien dat de zegen onmiddellijk haar uitwerking zou hebben, maar dat werd hem niet gegeven. Jakob moest direct vluchten. Hij bezat wel de zegen, maar hij moest vertrekken. Isaak leefde nog lang genoeg om hem op hoge leeftijd terug te zien. Toch waren er waarschijnlijk ongeveer veertig jaar waarin Jakob van hem gescheiden was. De zoon die thuisbleef gaf hem weinig vreugde, terwijl de zoon die hij had gezegend voor lange tijd van hem werd weggenomen.
Rebekka daarentegen zag haar zoon nooit meer terug. Met veel tranen nam zij afscheid van hem, en toen hij uiteindelijk terugkeerde, was zij al gestorven. Zij besefte niet welke gevolgen haar handelen zou hebben. Voor haar betekende dit een blijvende scheiding van haar zoon gedurende haar hele verdere leven.
Ook voor Jakob had deze zonde ingrijpende gevolgen. Vanaf dat moment ging hij een lange periode van zwaar lijden tegemoet. Toen die achter hem lag, kon hij zeggen: “Weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest.” Die ene overtreding wierp gedurende zijn hele leven een schaduw over zijn bestaan.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
JACOB WORDT DOOR ZIJN VADER GEZEGEND EN DAAROM DOOR EZAU GEHAAT.
I. Gen. 27 vers 1-29.
Izaak, door vroege ouderdom gedrukt, wil zijn eerstgeborene de aartsvaderlijke zegen geven, en vraagt hem, tot zijn versterking voor de plechtige handeling, een spijze te bereiden, gelijk hij die gaarne heeft. Rebekka, die het plan vernomen heeft, weet dit te voorkomen en haar lieveling Jakob in Ezau’s plaats onder Isaak’s handen te brengen, zodat hij de jongere zegent, menende de oudste voor zich te hebben.
1. En het geschiedde, als Izaak oud geworden was, niet zozeer in jaren, want hij was eerst in het 137ste jaar 1) van zijn leven, en had nog sterk kunnen zijn, maar, naar zijn lichamelijke gesteldheid, zodat hij reeds bedlegerig was, en zijn ogen donker 2) geworden waren dat hij niet zien kon; 3) toen riep hij Ezau, zijn grootste zoon, voor welke hij steeds een voorliefde had gevoeld (hoofdstuk. 25:28). Nu gedachten aan de dood hem vervulden, wilde hij deze het eerstgeboorterecht verzekeren, daar hij wel wist, hoe Jacob hem dit zocht te ontnemen (hoofdstuk. 25:29 vv.), en hij zei tot hem: Mijn zoon! En hij, zich in de tent van zijn vader bevindende, zei tot hem: Zie hier ben ik; wat wilt gij, mijn vader?
1) Dit getal steunt op de volgende berekening van Luther: Jozef was, toen hij voor Farao gesteld werd, 30 jaar oud (hoofdstuk. 41:46), en bij Jakob’s komen in Egypte, 39, terwijl toen reeds 7 jaar van overvloed en twee van gebrek, dus 9 jaar na Jozefs verheffing voorbijgegaan waren (hoofdstuk. 45:6). Jakob was toen 130 jaar oud (hoofdstuk. 47:9). Alzo is Jozef geboren toen Jakob 91 jaar oud was, en, daar deze geboorte in het 14de jaar van Jakob’s oponthoud in Mesopotamië geschiedde (hoofdstuk. 30:25, vrgl. Genesis 29:18,21,27) zo is Jakob in zijn 77ste jaar naar Laban gevlucht, dat is, in het 137ste van Izaak. Eerst 43 jaar later is hij overleden.
2) Zijn ogen waren donker, zegt hier de Heilige Schrift. Is het niet om daar mede te wijzen ook op zijn geestelijke duisternis, waarin hij voor dit ogenblik verkeerde? Want toch, Izaak weet het dat niet Ezau, maar Jakob de van God uitverkorene is, om de meerdere te zijn. Alles, wat dan nu ook volgt, alle de rampen en tegenheden, welke hem en Rebekka en Ezau en Jakob treffen, hebben hun oorzaak hierin, dat zijn geestelijke ogen op dit ogenblik gesloten zijn voor het licht van Gods woord en belofte. Ongeloof of een niet denken aan het woord tot Rebekka gesproken vóór de geboorte van de tweeling, is de grote oorzaak van wat verder geschiedt.
3) Wordt gij ook van uw lichamelijke ogen beroofd, waakt, dat gij ook de ogen van het geloof niet verliest! (Psalm. 39:5,6).
2. En hij zei: Zie nu, ik ben oud geworden, ik weet de dag van mijn dood niet; 1) ik ben op dezelfde leeftijd, waarop veertien jaar geleden mijn broeder Ismaël stierf. (hoofdstuk. 25:17).
1) Ik weet de dag van mijn dood niet! Die tijd is in de raad van mijn Vader bepaald. Zou het goed zijn, dat ik die wist? Oneindige goedheid en oneindige wijsheid verbergen die voor mij.
Licht zou de voorwetenschap daarvan mij wegens mijn inwonend bederf schadelijk zijn. Heb dank, mijn Vader! die in de verzwijging mijn heil bedoelt! O, Geest van Christus! doe mij horen, wat die onzekerheid mij al predikt. Weet ik de dag van mijn dood niet, zo moet ik waken. Waak, mijn ziel! gij weet niet in welke uur uw Heer komen zal. Kom! de lendenen omgord, de lamp brandende! Hoor uw meester: “Tot allen zeg Ik: “Waakt!”
Het schijnt wel, dat Izaak, die voor zo iets met zijn stil karakter toch reeds zeer vroeg veel aanleg toonde, zich, oud geworden, steeds meer in de eenzaamheid van zijn binnenkamer had teruggetrokken, om aldus langzamerhand zich voor zijn dood voor te bereiden.
Met deze woorden wil Izaak zeggen, dat, nu hij oud is geworden, hij geen uur zeker van zijn dood meer is.
3. Nu dan, neem toch uw jacht-gereedschap, uw pijlkoker en uw boog, en ga uit in het veld, en jaag mij een wildbraad.
4. En maak mij smakelijke 1) spijzen, zo als ik die gaarne heb (Genesis 25:28), en breng ze mij, dat ik ete, en mij vooraf versterke (Hand.9:19) opdat mijn ziel u zegene 2) plechtig de rechten van uw eerstgeboorte op u legge, eer ik sterve.
1) Gelijk God de liefelijke geur van het offer ruikt, gelijk Hij de zin van kinderlijk geloof en kinderlijke liefde in zodanige gaven opmerkt (hoofdstuk. 8:1), zo wil de aartsvader door de gave van de liefde, die hij begeert, zich als het ware tot het zegenen opwekken. Op zichzelf past deze trek volkomen bij de kinderlijke eenvoudigheid van de aartsvader, en alleen daardoor werd zij verkeerd en zondig, dat zich daaraan een zondige voorliefde voor Ezau paarde.
2) Rebekka heeft zonder twijfel het woord Gods, dat de meerdere de mindere zou dienen (hoofdstuk. 25:23), aan Izaak bekend gemaakt. Ezau had door zijn huwelijk met de dochters van Heth (hoofdstuk. 25:34) en het verkopen van zijn eerstgeboorterecht (hoofdstuk. 25:29-34) zich de zegen onwaardig gemaakt. Izaak let hier niet op; hij stelt tegenover de godsspraak de eerstgeboorte, tegenover Jakob’s list de openhartigheid van Ezau, tegenover Jakob’s stille leven de moed en sterkte van Ezau, terwijl de liefde en de zorg van de eerstgeborene en het wildbraad, bij de oude en zwakke vader niet zonder invloed gebleven zijn. Nog meer zien wij echter Isaak’s verkeerdheid in de wijze, waarop hij hem zegenen wil. Hij wil dit doen buiten weten van Rebekka of Jakob, en waarschijnlijk is het wildbraad, ten minste in hoofdzaak, een voorwendsel, om deze plechtige zegen onbemerkt en in het geheim te doen geschieden. Er is nog iets, waarom Izaak meer van Ezau hield. Ja ook, om dat verschil van aard en aanleg, waarover wij reeds vroeger spraken; maar ook omdat Ezau hem in die vele kleine geriefelijkheden van het leven van dienst kon zijn. Ja, ook de ouders verkopen wel eens hun liefde voor een schotel linzen, in overdrachtelijke zin genomen. Dat was bij Izaak ook nu weer het geval. Hoor zijn opdracht aan Ezau: “Nu dan, neem toch uw gereedschap, uw pijlkoker en uw boog en ga uit in het veld en jaag mij een wildbraad! En maak mij smakelijke spijzen, zoals ik die gaarne heb, en breng ze mij, dat ik ete, opdat mijn ziel u zegene, eer ik sterve.” Met deze woorden ontdekt Izaak, wat doel hij eigenlijk beoogde, wat middel hij daartoe geschikt achtte, terwijl ook de oorzaak daarvan door dit alles heen schemert.
Aan de verbondszegen zal Izaak wel niet gedacht hebben, maar aan beschikkingen over het vaderlijk erfdeel. Onder zegen wordt door de Heilige Schrift zeer dikwijls een geschenk verstaan. (Genesis 33:11; Jozua. 15:19; 1 Samuel. 25:27; 2 Koningen. 5:15.
5. Rebekka nu, door beiden onopgemerkt, in de nabijheid zich bevond, hoorde toe, als Izaak tot zijn zoon Ezau sprak; en Ezau, de eed, die hij aan Jacob (Genesis 25:33), gezworen had, niet achtende, antwoordde de vader niet: ik heb mijn eerstgeboorterecht reeds verkocht, maar ging aanstonds van boog en pijlkoker voorzien, in het veld om een wildbraad te jagen, dat hij het inbracht tot zijn vader, en zo in het bezit zou komen van hetgeen hij als weggeworpen had.
Rebekka is niet tevreden met het plan van Izaak. Zij weet tevens, dat niet Ezau, maar Jakob door God was uitverkoren. Helaas, door haar bedrieglijk handelen bederft zij voor Jakob de zegen van de Goddelijke belofte.
6. Toen sprak Rebekka, gedachtig aan de goddelijke beloften, en in voorliefde voor haar jongste zoon, tot Jakob, haar zoon zeggende, nadat zij hem buiten voor de deur had opgezocht: Zie ik heb uw vader tot Ezau, uw broeder, horen spreken, zeggende:
7. Breng mij een wildbraad, en maak mij smakelijke spijzen toe, dat ik ete; en ik zal u zegenen voor het aangezicht des HEREN, 1) voor mijn dood.
1) “Voor het aangezicht des HEREN” dat is: in opzien tot Hem en in Zijn naam, zodat het zo goed is, alsof Hij zelf gezegend had. Dit is een bijvoeging van Rebekka aan Isaak’s woord, om Jakob op het gewicht van het ogenblik opmerkzaam te maken; toch is de bijvoeging volkomen overeenkomstig de waarheid. De aartsvaders waren bij zulk een handeling werkelijk werktuigen of plaatsbekleders des Heren, die Zijn woorden hun in de mond legde, gelijk later de profeet Jeremia. (Jeremia 1:9 vv.).
8. Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede. Gij moet het doen, want Ezau is reeds naar het veld en keert hij eerst terug, zo is de zegen voor altijd voor u verloren; en gij kunt het doen zonder vrees, dat het zonde zij, daar uw moeder het beveelt.
9. Ga nu heen tot de kudde, en haal mij van daar twee goede geitenbokjes; 1) en ik zal die voor uw vader maken tot smakelijke spijzen, gelijk als hij gaarne heeft, en van Ezau gevraagd heeft.
1) Men kan geitenbokken zo toebereiden, dat zij als wildbraad smaken.
10. En gij zult ze tot uw vader brengen, en hij zal eten, opdat hij u daarna zegene, en het van God u toegekende en door uw broeder aan u afgestane geboorterecht, al is het ook tegen zijn wil, op u legge, vóór zijn dood. 1)
1) Haar man tegen zich te vertoornen, de dodelijke haat van zijn broeder tegen Jakob te doen ontstaan, haar geliefde zoon in levensgevaar te brengen, dat alles schroomde zij niet, omdat het erfdeel, door God beloofd, haar voor de geest stond, en zij wist, dat God het aan Jakob had toegezegd.
Aan dit geloof paart Rebekka veel ongeloof en zonde; zij meent, nu zij Isaak’s bevel aan Ezau vernomen heeft, dat de goddelijke belofte niet vervuld zal worden en denkt er niet aan, dat de aartsvader alleen zal kunnen spreken wat de Heere hem te spreken geven zal, (vergelijk Hoofdstuk48:13,17-20). Zij neemt haar toevlucht tot ongeoorloofde middelen, tot leugen en bedrog, en leert ze haar eigen zoon; zij vangt Izaak door haar vrouwelijke list in zijn eigen netten (zie Ge 27.4 opm 2b) “Wanneer men Gods woord voor zich heeft, moet men daarvan geenszins afwijken, maar toch ook niet beproeven, om zijn voornemen door onrechtvaardige middelen te bereiken, maar op God zien, die wel middelen weet, hoe en wanneer Hij Zijn woord vervullen zal.
11. Toen zei Jakob, die bij zulk een voorstel het hart klopte, en die tevens het gevaar en de moeilijkheden van een mogelijke ontdekking overwoog, tot Rebekka, zijnmoeder: Zie, mijn broeder Ezau is een harig man (hoofdstuk. 25:25), en ik ben daarentegen een glad man.
Wel het gevaarlijke van dat voorstel duidt Jakob aan, maar niet het zondige. En zondig was het voorstel, daar zij list tegen list stelde, in plaats van te wachten op de wegen des Heren.
12. Misschien zal mij mijn vader, wie toch zeker niet alleen mijn haastig komen, maar ook mijn eigenaardigheid in gang en spraak bevreemden zal, mij aan handen en gezicht betasten, om zich te overtuigen of ik werkelijk degene ben, voor wie ik mij uitgeef, en ik zal, daar hij op die wijze gemakkelijk achter de waarheid komen zal, in zijn ogen zijn, als een bedrieger, zo zou ik zonder twijfel een vloek over mij halen, en niet een zegen.
13. En zijn moeder zei tot hem: Uw vloek, de vloek, die uw vader mocht uitspreken, zij op mij, mijn zoon! alle kwade gevolgen, die hieruit mochten ontstaan, alle verontwaardiging zal ik op mij nemen, daar ik het u geboden heb. Ik ben echter zeker, dat het niet komen zal tot hetgeen gij vreest; hoor alleen naar mijn stem en ga, haal ze (de geitenbokken) mij.
Hier zondigt Rebekka wederom, omdat zij zo van overdreven ijver brandt, dat zij er niet om denkt, dat het Gods goedkeuring niet wegdraagt, wat zij denkt te doen. Zelf wil zij de vloek dragen. Vanwaar echter zo overgroot vertrouwen? Het plan toch was uit haar eigen brein voortgekomen en steunde volstrekt niet op een goddelijk bevel. Niemand zal ontkennen, dat deze ijver, ofschoon hij voorbarig was, toch zowel uit vroomheid voortkwam, als in betrekking stond tot het woord Gods. Want toen haar door de godsspraak was bekend gemaakt, dat Jakob door God was uitverkoren, heeft zij ten behoeve van de goddelijke verkiezing alles achter gesteld, wat in de wereld zichtbaar was, en wat haar natuurlijk gevoel haar zei. Derhalve leren wij door dit voorbeeld, dat, wie bedaard en gelaten wandelt in de weg van zijn roeping, niet iets durft bestaan, dan wat God in Zijn woord toelaat.
14. Toen ging hij, aan de drang van zijn moeder toegevende, en zijn geweten tot zwijgen brengende met de gedachte, dat hij zijn moeder gehoorzaamde (Hand.5:29), en hij haalde ze, en bracht ze zijn moeder; en zijn moeder maakte smakelijke spijzen, gelijk als zijn vader gaarne had.
15. Daarna nam Rebekka, om Izaak te kunnen misleiden, de kostelijke klederen 1) van Ezau, haar grootste zoon, die zij bij zich in huis had, en zij trok ze Jakob, haar kleinste zoon aan.
1) Ezau schijnt, wegens zijn eerstgeboorte, ten opzichte van zijn kleding, een meer voorname plaats in het huisgezin ingenomen te hebben. Zijn kostelijke klederen herinneren aan de rol van Jozef, die, in het bloed van een geitenbok gedoopt, aan Jakob getoond werd. (hoofdstuk. 37:31-35).
16. En de vellen van de geitenbokjes 1) trok zij, om een ontdekking, als Jakob vreesde (vs.11,12), te voorkomen, over zijn handen, en over de gladdigheid van zijn hals.
1) Hier zijn de geiten van de Oosterse kameelgeiten (Angora-geiten) gemeend, “wier zwart zijdeachtig, kort haar, ook door de Romeinen, in plaats van mensenhaar gebezigd werd.
17. En Zij gaf, nadat de kleding alzo voltooid was, de smakelijke spijzen, en het brood, welke zij toegemaakt had, in de hand van Jakob, haar zoon, opdat deze het tot Izaak zou brengen.
Op drie dingen rekende zij, waarop zij eigenlijk haar gehele aanslag tegen haar man had gegrond. Zij ging te rade met de zinnelijke lust, het zedelijk zwak van haar echtgenoot; bouwde op zijn blindheid, zijn lichamelijk gebrek; zij verwachtte het welslagen van haar zondige poging, mede van het zelfzuchtig karakter van haar zoon. Listige mensen pogen steeds van de zonden en zwakken bij anderen gebruik te maken, om hun eigen zin en zonde door te drijven.
18. En hij kwam tot zijn vader, en zei: zoveel mogelijk Ezau’s stem nabootsende, Mijn vader! En hij zei: Zie hier ben ik; (vs.1) wie Zijt gij mijn zoon; aan uw stem kan ik u niet recht herkennen; zijt gij Ezau of Jakob?
19. En Jakob, nu enigszins moediger geworden, want, waar men eens de grenzen van zijn plicht is overgesprongen, is er geen grens voor de vermetelheid meer, zei tot zijnvader: Ik ben Ezau, 1) uw eerstgeborene; ik heb gedaan, gelijk als gij tot mij gesproken had; en u een maal bereid, gelijk gij gaarne hebt; Sta toch op van uw legerstede, zit, en eet van mijn wildbraad, opdat uw ziel, gelijk gij mij belooft hebt (vs.4), mij zegene. 2)
1) “Ik ben Ezau.” Toen zijn moeder met haar voorstel tot hem kwam, was hij schroomvallig en angstig, maar nu is hij reeds stoutmoedig. Als eenmaal de voet op de weg van de zonde is gezet, valt de tweede schrede gemakkelijk. En toch is Jakob bestemd om de heilige linie voort te zetten. Hoe schittert dan ook hier Gods oneindige wijsheid en vrijmacht!.
2) Jakob weet, dat hij, overeenkomstig de wil Gods, tot het bezit van dit groot en heerlijk recht geroepen is; hij haakt ernaar in het bezit daarvan gesteld te worden. Hij, zowel als zijn moeder, zijn bij dat verlangen met zondig ongeduld bezield, en tegelijkertijd, toegevende aan verwachtingen van aardse eer en wereldse macht, grijpen zij ongeoorloofde middelen aan, tot het bereiken van hun doel. Omtrent allen echter, die zich in meerdere of mindere mate hierbij bezondigen toont de uitkomst van deze geschiedenis, hoe zij niet anders dan machteloze werktuigen waren in de hand van de Voorzienigheid, die aan een ieder iets anders verschaft of ten deel laat vallen, dan hij begeert of verwacht, en die juist daardoor elke verkeerdheid straft. Izaak ziet zich in zijn verwachtingen ten aanzien van Ezau teleurgesteld; hij, die de geboden Gods weerstreeft, moet blindelings en tegen wil en dank datgene volbrengen. wat hij niet wil. Ezau kon zijn wensen naar aardse macht, waarvoor hij alleen hart heeft, waarop hij als gevolg van het recht van eerstgeboorte had gehoopt, niet bevredigen; Rebekka moet twintig jaar lang haar lieveling missen, en Jakob, die ondermeer ook wel de begeerte heeft gekoesterd, om te heersen in zijns vaders huis, moet ijlings vluchten naar den vreemde, waar het hem veelvoudig wordt vergolden, wat hij jegens zijn vader en zijn broeder heeft misdaan. Zo wil ons dit geschiedverhaal voornamelijk doen zien, hoe God in Zijn genadige verkiezing, in de vervulling van Zijn oogmerken, op verborgen, maar onfeilbare wegen voorwaarts gaat, en Zichzelf openbaart in al Zijn wonderbare heerlijkheid door de bescherming van Zijn kinderen, ook waar deze nog niet vrij zijn van zonde.
20. Toen zei Izaak, die wel Ezau met verlangen tegemoet zag, maar niet begrijpen kon, dat hij thans reeds van de jacht kon teruggekeerd zijn, en het eten kon bereid hebben, tot zijn zoon: Hoe is dit, dat gij het zo haast gevonden hebt, mijn zoon? En hij zei, nu reeds zozeer in zijn rol thuis, dat die vraag hem niet meer in verlegenheid bracht: Omdat de HEERE, uw God 1) dat heeft doen ontmoeten voor mijn aangezicht; Hij heeft mij bijzondere voorspoed gegeven, opdat gij mij zegenen zou.
1) De zonde van Jakob is groot; zijn bedrog vreselijk; maar dat hij hier nog van de “HEERE God” durft spreken, is het zwaarste in zijn zonde. Hij noemt de naam van de Alwetende, en hij steelt, en liegt, en bedriegt; hij noemt de rechtvaardige Vergelder; en toch hij denkt niet aan terugkeren. “Hij misbruikt de naam des Heren tot ijdelheid, het heiligste, om aan woorden van bedrog ingang te verschaffen”.
21. En Izaak zei tot Jakob, die hij nog niet voor Ezau kon houden, daar de stem hem vreemd was: Nader toch, dat ik u betaste, mijn zoon! of gij mijn zoon Ezau zelf zijt, of niet? 1)
1) Hier zou ik de schotel hebben laten vallen, en ware ik weggelopen als een gejaagde.
Het schijnt wel, dat Izaak kwade vermoedens heeft gehad. Izaak, later ook zijn weg overdenkende zal, zonder twijfel, ook toen de weg Gods hebben verheerlijkt, die hem, ondanks zich zelf, gebruikte om Zijn goddelijke raad, ten opzichte van Jakob, uit te voeren.
22. Toen kwam Jakob bij, wegens het overgetrokken geitenvel voor een onderzoek niet vrezende, tot zijn vader Izaak, die hem betastte; en hij zei: De stem is Jakob’s stem, maar de handen zijn Ezau’s handen. 1)
1) De uitdrukking: “de stem is Jakob’s stem, maar de handen zijn Ezau’s handen,” is tot een spreekwoord geworden voor zodanige gevallen, wanneer woorden en handelingen niet overeenstemmen.
23. Doch hij kende hem niet, herkende hem niet voor degene, die hij eigenlijk was, omdat zijn handen harig waren, gelijk de handen van zijn broeder Ezau, en deze zaak besliste bij Izaak, daar hij wegens zijn goedig karakter aan zulk een bedrog niet denken kon; en hij zegende hem, maakte zich gereed om de plechtige zegen, die hij zich voorgenomen had, uit te spreken.
24. En hij zei, om voordat hij aanving, ook het laatste overblijfsel van twijfel uit zijn ziel te verbannen: Zijt gij mijn zoon Ezau zelf? En hij zei: Ik ben het! 1)
1) God liet de list gelukken, omdat Isaak’s voornemen, om Ezau te zegenen, tegen Zijn raadsbesluiten was (hoofdstuk. 26:23). Ezau kon niet tot het hoofd worden van een godsdienstige stam, waar de huisvader tevens priester was. Uit Ezau’s stam mocht een Herodes, geen Emmanuel voortkomen.
Of was de man, wiens gehele levensgeschiedenis niet één godsdienstige gedachte oplevert, geschikt, om voortplanter van de belofte van het Godsrijk te zijn? De goedhartigheid, die doorstraalt in de kleine diensten, welke hij bereidwillig aan zijn vader bewijst, in het uitstellen van de wraak tot de dood van zijn vader, in het huwelijk met een dochter van Ismaël, en later in de verzoening met Jakob, wordt zij niet juist het meest gevonden bij karakters, die geheel onder de macht van het zinnelijke staan, en, in alle dingen even zwak, evenmin de zonde als de drang van hun natuurlijk gevoel kunnen weerstaan?.
Wie zich eenmaal aan leugen en veinzerij heeft overgegeven kan nooit weten, hoe ver de leugenketen zich zal uitstrekken, voordat zijn gehuichelde rol is uitgespeeld.
Eerst was Jakob angstig en bevreesd; nu, nadat hij de vrees heeft laten varen, wordt hij in zijn bedriegen stoutmoediger en standvastiger. Waardoor wij leren, dat, waar iemand eenmaal de wettige grenzen van zijn plicht heeft overschreden, straks gemakkelijk verder gaat. Waarom niets beter is, dan dat iemand zich houdt binnen de perken, hem van Godswege gesteld, opdat hij niet door meer te beproeven dan recht is, de deur voor satan openzet.
25. Toen zei hij: Stel het nabij mij, dat ik van het wildbraad van mijn zoon 1) ete, opdat mijn ziel u zegene. En hij stelde het nabij hem, en hij at; hij bracht hem ook wijn en hij dronk.
1) “Van mijn zoon.” niet van u, omdat Izaak nog altijd twijfelt, of hij wel werkelijk Ezau voor zich heeft.
26. En zijn vader Izaak, nadat hij zich tot de plechtige handeling gesterkt had, en tegelijk met de zoon, van wiens spijze hij genoot, in liefde zich verenigd had, zei tot hem: Kom toch bij, en kus mij, 1) mijn zoon!
1) Ook dat doen naderen en dat bevel, om hem te kussen, kwam uit twijfel voort. Izaak vermoedde wel, dat er bedrog gepleegd werd.
27. En hij kwam bij, en hij kuste 1) hem; toen rook hij de reuk van zijn kleren, die door specerijen of welriekende vochten een aangenamen geur hadden (Psalm. 45:9; Spreuken. 7:17; Hoogl.3:6 ) en uit deze aangename geur aanleiding nemende, zegende hij hem, en hij zei: Zie, de reuk van mijn zoon 2) is als de reuk van het veld, hetwelk de HEERE met kruiden en welriekende bloemen en fris groen rijkelijk gezegend heeft.
1) Dat Jakob ten einde toe zijn bedrieglijke handelwijze volhield, moest wel dienen, om de raad Gods te volbrengen; om zijn besluit te volvoeren. Vergeten wij het echter niet, dat het wel Gods besluitende wil was, dat Jakob werd gezegend, maar geenszins zijn bevelende, dat die zegen op bedrieglijke wijze werd verkregen.
De Christelijke broederkus en de Judaskus zijn hier verenigd.
2) De reuk van Ezau’s klederen was die van de velden, die hij als jager doorkruiste. Beroemd was de geur van de Libanon (Hos.1:7; Hoogl.4:11 ) De geur van kruiden en bloemrijke velden van Kanaän welke aan de erfgenaam van de belofte waren toegezegd, hing in Ezau’s klederen.
Jakob, de jongste, wordt gezegend in de persoon van Ezau; de kleren, welke hij aan zijn broeder ontleend had, ademen de vader een aangename en liefelijke geur tegen; waar wij nu, in de naam van Christus, ons stellen voor het aangezicht van de Hemelse Vader, bekleed met het kleed van Zijn gerechtigheid, daar zal de liefelijke geur, welke van dat kleed uitgaat, ons Zijn gunst aldus verwerven, dat wij in diens plaats worden gesteld.
28. Zo geve u dan God, dat het gehele land, dat uw zaad eens bezitten zal, zulk een geurig veld, zulk een schone vruchtbare streek zij; hij geve u van de dauw van de hemel 1) en de vettigheid van de aarde en menigte van tarwe en most 2) (Deuteronomium. 8:7 vv. 11:11 vv. 33:28.
1) De dauw is in Palestina van groot gewicht voor de vruchtbaarheid gedurende de zomertijd, waarin het niet regent (hoofdstuk. 49:25; Deuteronomium. 33:13, 28; Hos.14:6; Zacheria 8:12 )
2) Gelijk Abrahams lievelingsbeeld voor Gods belofte de sterrenhemel was, zo was Isaak’s lievelingsbeeld de bloeiende en geurende grond. Daarin onderscheidde zich de eerste, die in de ruisende bossen woonde en de andere, die aan de opborrelende bronnen zat. Het beeld van de belofte daalde neer van de hemel tot de aarde.
Izaak schijnt hier zijn zoon slechts aardse goederen te beloven; rijke ambten, goede vrede, ere bij anderen; van het Hemelrijk wordt geen gewag gemaakt. Dit komt daar vandaan, dat God de vader de hoop op de toekomende erfenis eenvoudig en zonder meer als hun doel voor ogen stelde, maar hen daardoor, als langs omwegen, tot het hogere voerde. Zo wilde Hij, dat hun het land Kanaän als tot een afbeeldsel en onderpand van het Hemelse erfdeel zou wezen. In al Zijn weldaden gaf Hij hun tekens van Zijn vaderlijke liefde, niet opdat zij, met hun aardse goederen tevreden, de hemel zouden vergeten, maar opdat zij, naar de geest van hun tijd zulke steunsels behoevende, trapsgewijs zich tot het hemelse mochten verheffen. Want, omdat Christus, de eersteling van de verrezenen, de hoop op het eeuwige onvergankelijke leven, nog niet was verschenen, bleef Zijn rijk in voorbeelden, als in afschaduwing, afgeschetst tot de volheid van de tijd daar was.
29. Nadat hij hem zo tot erfgenaam van het aan Abraham beloofde (hoofdstuk. 12:7) en hem zelf bevestigde (hoofdstuk. 26:3) land Kanaän, gesteld had, maakte hij hem tot erfgenaam van de overige beloften, terwijl hij hem de voorrang boven alle volken toezegde: Volken zullen u dienen, en natiën zullen zich voor u neerbuigen Jesaja 60:1 vv.); wees heer over uw broeders, en de zonen van uw moeder zullen zich voor u neerbuigen! 1) Vervloekt moet hij zijn, wie u vervloekt; en wie u zegent, zij gezegend! 2) (hoofdstuk. 12:3; Numeri. 24:9 ).
1) Ofschoon Izaak de tijdelijke zegeningen Gods op de voorgrond stelt, toch leeft niet minder de hoop in zijn ziel, dat zijn zoon de wereld zal vervullen. Zelfs heft hij hem liever op tot dezelfde hoogte, welke hij verwachtte. Van welke zaak het bewijs uit de woorden kan geleverd worden. Want dit is toch de hoofdzaak, dat hij hem de heerschappij over de volken toewijst. Doch vanwaar de hoop op zo grote waardigheid indien hij niet overtuigd was, dat zijn geslacht daartoe door de Heere was uitverkoren en wel volgens deze wet, dat het recht van te heersen bij één berustte? Ondertussen is er grond genoeg voor om dit beginsel vast te houden, dat deze heilige man, waar hij zijn zoon een gelukkige levensloop toebidt, hij wenst dat hem God genegen zij, in Wiens vaderlijke gunst het waar en enig geluk ons alleen mogelijk is.
Het middelpunt van de zegen ligt in het woord: “Wees heer over uw broeders;” want in dit woord lag het opgesloten, dat de zegen eigenlijk zijn deel zou wezen, en anderen slechts deel zouden hebben aan hetgeen hem behoorde. Daarin lag het wezen van de heerschappij over die hun verwante stammen, (broeders,” gelijk Jakob er slechts één had in de eigenlijke zin, noemde men dikwijls alle bloedverwanten, hoofdstuk. 29:12), die Israël naar het uitwendig maatschappelijk leven grotendeels uitoefende en later in geestelijke zin door de Messias voor eeuwig verwierf.
2) Izaak bond hiermee zich zelf de handen, zodat hij ook na de verschijning van de ware Ezau, Jakob niet meer vloeken kon. Deze was en bleef de gezegende des Heren, omdat zijn vader, als priester en plaatsvervanger van God, hem gezegend had, (Hebr.11:20). Door het geloof heeft hij gezegend, met het oog op de toekomstige goederen. Zo was dan Jakob de uitverkorene Gods, op wiens schouders hij de lichamelijke zegen, het wereldlijk bestuur en het geestelijk priesterdom gelegd heeft, de nu eenmaal gezalfde Gods, die niet zonder gevaar kon aangerand worden, die zegen bracht, waar hij gezegend werd.
In herinnering is het te houden, dat het niet slechts blote wensen zijn, die de vaders gewoonlijk hun kinderen toebidden, maar zulke, die de belofte Gods tegelijk insluiten. Want Izaak was de wettige tolk van God en het orgaan van de Heilige Geest. En zo was het van kracht, waar hij hen, die het heil van zijn zoon in de weg zouden staan vervloekte, alsof God het zelf gedaan had. Aldus is dit de bevestiging van de belofte, waardoor God zijn gelovigen in zijn bescherming nemende, zich openbaart als de vijand te zullen zijn van hun vijanden. De hoofdsom van de zegeningen komt dan hierop neer, dat God aan zijn knecht Jakob kenbaar maakt, dat hij de vader, het gezegend hoofd over allen zal zijn; dat Hij hem tot vorst stelt en tevens tot hoofd van het heilig en uitverkoren volk; dat Hij hem door zijn kracht zal beschermen en verdedigen en zijn heil bewaken tegen allerlei soort van vijanden.
Een van de moeilijkste en meest ingewikkelde geschiedenissen is ons hier verhaald, die ons op het levendigst toont, hoe een hogere hand de draden van de geschiedenis leidt; zodat zij door alle zonden en dwaling van de mensen niet in verwarring gebracht kan worden. Ieder weeft de draden, die hij in de hand heeft naar zijn inzicht en naar willekeur, en ten laatste vertonen zich in het afgwerkte weefsel de overeenstemmende en in elkaar sluitende trekken van het door het verstand en de wijsheid van de meester bedachte beeld.
De zegening van Jakob is de prediking van Christus onder alle volken. De wet en de profetie is in Izaak.
II. Gen. 27 vers 30-40
Nauwelijks heeft Izaak zijn zegen over Jakob uitgesproken, of Ezau keert van de jacht terug en brengt de vader de verlangde spijze. Daar bemerkt hij, dat hij, als onwillig werktuig in ‘s Heren hand, aan een ander de zegen heeft moeten geven, dan aan wie hij die toegedacht heeft, en dat hij die niet terugnemen kan. Ezau is zeer bedroefd en vraagt nog om een zegen; hem wordt ten minste nog een vruchtbare woonplaats toegezegd en het uitzicht gegeven, zich eens van zijn broeders juk te bevrijden.
30. En het geschiedde, als Izaak voleindigd had Jakob te zegenen, zo geschiedde het, toen Jakob, wie het beloofde land en de wereldlijke regering en het geestelijk priesterschap was toegezegd, maar even van het aangezicht van zijn vader Izaak uitgegaan was, 1) dat Ezau zijn broeder van zijn jacht kwam. Hij kwam, volgens Gods bijzondere leiding, geen ogenblik vroeger, opdat de zegening niet zou gestoord worden, maar ook geen ogenblik later, opdat Rebekka en Jakob zouden weten, hoe makkelijk hun list zou hebben kunnen mislukken (Rom.9:16).
1) God is een meester van de tijd en heeft het grote uurwerk in handen, zodat hij die kan verlengen en verkorten, gelijk Hij wil; in al zijn regeren weet Hij tijd en uur zó te regelen, en de mensen die in de tijd leven, zó te besturen, dat zij niet vroeger noch later komen dan Hij wil, Mijn Christen! beveel aan hem uw zaak. (Psalm. 31:16; Galaten. 5:4; Rom.3:20)
31. Hij nu ook maakte het gevangen wild tot smakelijke spijzen toe, en bracht die tot zijn vader, opdat hij door middel van een aangenaam gerecht de zegen zou verkrijgen, waarvan hij eens (hoofdstuk. 25:29 vv.) om een spijze afstand had gedaan, en hij zei tot zijn vader, evenals eerder (vs 18,19) zijn broeder, alleen met dit onderscheid, dat Jakob bij zijn binnentreden zo weinig mogelijk sprak, totdat hij daarna moediger werd: Mijn vader sta op en ete van het wildbraad van zijn zoon, opdat uw ziel mij zegene.
32. En Izaak, zijn vader, zeer verwonderd, dat weer iemand met dezelfde nodiging tot hem naderde, zei tot hem: 1) Wie zijt gij? En hij Zei: Hoe kunt gij dat vragen, mijnvader? Ik ben uw zoon, uw eerstgeborene, Ezau, die gij naar het veld hebt gezonden, om een wildbraad te vangen en te bereiden, gelijk gij gaarne hebt.
1) Uit de vraag: “Wie zijt gij?” blijkt, dat Izaak nog voor een ogenblik geloofd heeft; dat hij niet bedrogen was.
33. Toen verschrikte 1) Izaak met zeer grote verschrikking, zeer, want het werd hem duidelijk, dat Jakob, waaraan hij eerst getwijfeld had (vs.24), en niet Ezau degene was, die tot hem was ingekomen, en hij zei: Wie is hij dan, die het wildbraad gejaagd en tot mij gebracht heeft? en ik heb van alles gegeten, eer gij kwaamt, en heb hem gezegend. Ik kan het niet meer veranderen; ik weet het aan de heiligegeestverrukking, die over mij kwam, toen ik de zegen uitsprak, dat de Heere zelf hem door mij gezegend heeft: ook zal hij gezegend wezen.2)
1) “Waardoor verschrikte Izaak dan zozeer? Door de ontdekking van Jakob’s bedrog, dat hij van zijn eigen vlees en bloed nooit had kunnen geloven, of wel door de ontdekking van eigen tot dusver volgehouden en zorgvuldig verborgen zelfbedrog? Schrikte hij misschien af voor de jammerlijke gevolgen, die dit alles noodzakelijk na zich moest slepen? Kwam het hem nu mogelijk voor de geest. Nu Ezau zoveel nadruk erop legt, dat hij de eerstgeborene is, dat deze toch even oneerlijk is, daar hij toch vroeger zijn eerstgeboorterecht verkocht heeft, en nu evenwel zijn aanspraak daarop laat gelden? Ezau is dan waarlijk niet beter dan Jakob en ook hij gaat, schoon minder behendig, met bedrog om. Gaat er misschien nu voor Isaak’s blinde ogen het licht op, dat hij nodig heeft en begint hij in te zien, dat hoe ook de mensen beraadslagen en zorgvuldig wikken, het toch God is, wiens raad zal bestaan en die ten laatste beschikt?”.
2) Wie zou hier niet veel eerder verwacht hebben, een vervloeking van een vertoond iemand, indien dit alles volgens aardse manier en niet door inblazing van Boven had plaats gehad? O, de zaken hadden plaats gehad, maar op profetische wijze! Weliswaar op de aarde, maar volgens openbaring uit de hemel. Geschied door mensen, maar volgens de openbaring uit de hemel.
a) Hebr.12:17
Ezau is hier het beeld van de wanhoop. Als een onheilige en spotter heeft hij zijn eerstgeboorterecht verkocht. Het geloof in de zegeningen Gods had hij daarmee verworpen, en daarom, waar hij nu ziet, dat Jakob hem voor is geweest, weet hij er niet van om in berouw en boete God te voet te vallen, maar zoekt zijn troost in een ongelovig schreeuwen, hetwelk in een wanhopig schreeuwen zich oplost. En de ervaring, dat zijn zonde hem bezocht wordt, doet hem straks wel op wraak zinnen, maar niet, omdat hij de goddelijke beloften, welke met het eerstgeboorterecht in verband stonden, moest missen, maar omdat hij tijdelijke zegeningen moest derven. Ezau is de Kaïnsgestalte in het huisgezin van de Patriarchen. Zijn smart was geen smart over de zonde op zichzelf, maar over de gevolgen en daarom een droefheid tot de dood.
35. En hij zei: Ik kan u deze zegen niet meer geven, hoeveel leed ik ook over die vergissing draag. Uw broeder is gekomen met bedrog; de Heere heeft het toegelaten en heeft mij gehouden, dat ik hem niet kende, en zo heeft hij uw, de u toegedachte, zegen weggenomen. 1)
1) Wat de Heer eeuwen daarna in een gelijkenis uitsprak, wordt hier duidelijk getoond: “Wie niet heeft, van die zal ook worden genomen wat hij heeft.” Ezau is gelijk aan de boze dienstknecht uit de gelijkenis, die met de talenten, met de gaven, hem geschonken, niet heeft gewoekerd, maar die veeleer heeft veracht.
36. Toen zei hij, in boosheid tegen zijn broeder uitvarende, in plaats van Gods hand hierin te zien en zijn misdadige verachting van de eerstgeboorte te betreuren: Is het niet, omdat men zijn naam noemt Jakob (hoofdstuk. 25:26), dat hij mij nu twee reizen de hiel heeft gehouden, de voet heeft gelicht, heeft bedrogen? Mijn eerstgeboorte heeft hij genomen! 1) (hoofdstuk. 25:33), en zie, nu heeft hij mijn zegen genomen! 2) Voorts zei hij: Hebt gij dan geen zegen voor mij uitbehouden? 3) Hebt gij dan alle zegeningen aan hem beloofd?
1) Hieruit blijkt, dat Ezau’s gemoed door geen berouw gefolterd werd, omdat hij, door zijn broeder te beschuldigen, zichzelf van alle schuld vrijpleit. Want het berouw begint hiermee, dat men smart over de zonde krijgt en zichzelf mishaagt. Ezau had tot in zichzelf moeten afdalen, opdat hij zijn eigen rechter zou zijn. Na het eerstgeboorterecht verkocht te hebben, was hij als een hongerige hond op de spijze aangevlogen. Nu, als had hij geen enkele zonde op zijn geweten, toornt hij tegen zijn broeder. Vervolgens, indien de zegening van enig gewicht was, waarom schrijft hij dan niet toe, niet alleen aan werkelijk bedrog, maar ook aan de Voorzienigheid Gods, dat die zegen voor hem verloren was?.
Ezau onderscheidt twee zaken. Hij dacht, dat na het verkopen van zijn recht, hem de tijdelijke, de aardse zegen, die in zijn ogen de voornaamste was, gebleven zou zijn, en juist daarom had hij die moeten verliezen. Wie het hogere minder acht, moet het mindere met het hogere verliezen. Wie het hoogste het hoogste acht, ontvangt dit en het mindere tevens. (Luk.12:31).
2) Zo denkt de wereld nog heden! De genade van de wedergeboorte, van het kindschap van God, van rechtvaardiging en heiligmaking, waardoor men een eersteling van de schepselen van God wordt en het recht op de hemelse zegen verkrijgt, verkoopt zij, en wil toch daarna deze zegen erven; zij wil zalig, maar niet vroom zijn; zij wil in de hemel komen, maar de weg daartoe niet bewandelen.
3) In het Hebreeuws azalta, bespaarde, reserveerde. Ezau vraagt hiermee aan zijn vader, of deze niet nog een stuk van de erfelijke bezitting voor hem heeft gereserveerd, zodat Jakob niet van alles heer en meester is geworden. Wederom een kennelijk bewijs, dat Ezau’s zinnen alleen op tijdelijk goed gevestigd zijn.
37. Toen antwoordde Izaak en zei tot Ezau: Zie, ik heb hem tot een heer over u gezet, 1) en al zijn broeders, u en al uw nakomelingen, heb ik hem tot knechten gegeven; en ik heb hem met koren en most ondersteund; ik heb hem dat alles toegezegd; gij ziet dus, de gehele zegen van de eerstgeboorte is weg; wat zal ik u dan nu doen, mijn zoon? Ik weet niets meer te bedenken, waarmee ik u zou kunnen zegenen, hoe graag ik ook wilde.
1) Met deze woorden zegt Izaak, dat hij van zijn souvereinrecht heeft gebruik gemaakt, maar ook, dat hij Jakob tot soeverein heeft aangesteld. En hiermee wil hij Ezau doen gevoelen, dat er voor hem niets is gereserveerd. Een souvereinrecht kan niet met een ander gedeeld worden, wel op een ander overgedragen, maar niet met een ander gedeeld. Uit de volgende woorden in dit vers blijkt, dat Izaak nu wel degelijk de belofte Gods aan Abraham en hem geschonken, op het oog heeft gehad.
38. En Ezau zei tot zijn vader: Hebt gij maar deze éne zegen, mijn vader? Zo ik de eerstgeboorte verloren heb, is er nog niet een mindere zegen? Zegen mij, ook mij, mijnvader! En Ezau hief, na het uitspreken van deze woorden zijn stem op, en weende, 1) zodat het hart van de vader brak.
1) De tranen, die uit wraakgierigheid, wangunst, vleselijke begeerten en wereldse zorgen voortkomen, veroorzaken de dood. 2 Corinthiërs 7:10).
Zijn fiere en vrije geest kan de gedachte aan onafhankelijkheid en onderdanigheid niet dragen. Hij, die slechts zijn eigen hartstochten tot dusverre als meesters gehoorzaamde, hij kan en wil geen andere erkennen. Daarom wordt het hem bij Isaak’s besliste uitspraak zo naamloos wee om het hart, dat hij, de sterke en forse man, hij, de kloeke en wilde jager, uitbarst in tranen, en, in de spijt over grievende terugstelling, luid en heftig, als het dwingend en onstuimig kind, gaat wenen. Snikkend vraagt hij nog eenmaal: “hebt gij maar deze een zegen, mijn vader? zegen mij, ook mij; mijn vader! en Ezau hief zijn stem op en weende”.
Wel is Ezau hier het beeld van de zondaar die, als Judas later, berouw heeft, maar geen berouw, hetwelk een onberouwelijke bekering werkt.
39. Toen antwoordde zijn vader Izaak, daar opnieuw de profetische geest over hem kwam, en hij door die geest de toekomst van deze zoon zag, en hij zei tot hem: Zie, een zegen, verwant met de aardse zegen van uw broeder, is nog overgebleven: de vettigheden van de aarde, aan de zuidoostelijke zijde van het beloofde land, in het wel rotsachtige, maar op de bergruggen liggende vruchtbare land van Seïr, zullen uw woningen zijn, 1) en van de dauw van de hemel van boven af zult gij gezegend zijn.
1) Deze landstreek, die zich van het zuiden van de Dode zee (Jozua 11:17; 12:7) tot aan de Elamitische golf uitstrekte, was in het noordelijk deel meestal eenzaam en met rotsen bezaaid, maar voor het grootste gedeelte een bergland, nog altijd uitmuntend in vruchtbaarheid. Daar lagen bloeiende plaatsen, met name de hoofdstad Sela (d.i. rots 2 Koningen. 14:7, later Petra geheten, een grote stad, waaraan Arabië Petrea, steenachtig Arabië, zijn naam ontleende). Nog bij de reizigers van latere tijd hebben de prachtige bouwvallen van die stad, die van de tijd van de Romeinen dagtekenen, de grootste verbazing opgewekt. In haar nabijheid zijn nog tegenwoordig “de hellingen van de bergen met graanvelden en boomgaarden bedekt.” Het noordelijke deel van het land heet tegenwoordig Dschebel (bij de ouden Gibalene), het zuidelijk deel Dschebel Schera. Dit bergachtig land strekt zich, met talrijke beken doorsneden, naar het westen afhellend, van de Dode zee zuidwaarts uit, langs de gehele woestijn Wady-el Arabah, het vervolg van dat brede en diepe dal, waarin de noordelijke meren van Palestina, de Jordaan en de Dode zee gelegen zijn; naar de oostzijde verenigt zich dit bergland langzamerhand met de woestijn van Arabië; waar zij de Rode zee naderen, worden de hoogten lager.
De aard van deze bergen verschilt zeer van die ten westen van de Wady-el Arabah gelegen zijn. Laatstgenoemde, die slechts tweederde deel van de hoogte van de anderen schijnen te hebben, zijn geheel en al woest en onvruchtbaar, terwijl de andere een rijkdom van regen genieten, en met een menigte kruiden, ja hier en daar met bomen overdekt zijn. De wadys, rivierbeddingen, dalen, zijn ook vol bomen en struikgewas, terwijl de oostelijke en hoger gelegen delen van het land ten dele bebouwd worden en een goede oogst opleveren. Wat het uiterlijk aanzien van de grond betreft, heeft deze enige gelijkheid met de streek rondom Hebron, ofschoon de gedaante van het land geheel anders is.
Wat hier tot Ezau gezegd wordt, is geen zegen, maar een voorspelling. En die voorspelling is voor Ezau bevestiging van de zegen aan Jakob geschonken. Geen erfdeel in het land Kanaän wordt hem geprofeteerd, maar het leven in het vrije veld.
40. En op uw zwaard, niet zozeer van akkerbouw en handel, maar veelmeer van oorlog en door, zult gij leven, want dit komt overeen met uw wilde en ondernemende geest, die in uw nakomelingen zal toenemen en tot een krijgszuchtige aard worden; en gij zult nu wel uw broeder een tijd lang dienen, opdat de belofte (vs.29) vervuld worde, doch het zal geschieden, als gij heersen, met kracht opstaan zult, 1) dan zult gij zijn juk van uw hals afrukken, 2) want zijn zegen is bevlekt door de onheilige wijze, waarop hij die verkregen heeft.
1) Of: “dat gij ook een heer zult worden en zijn juk enz.”
2) Na lange onafhankelijkheid werden de Edomieten door Saul overwonnen (1 Samuel 14:47), door David onderworpen (2 Samuel 8:14); en bleven, ondanks hun opstand onder Salomo (1 Koningen 11:14 vv.), onderdanen van het rijk van Juda tot op Joram, toen zij afvielen; door Amazia werden zij weer onderworpen (2 Koningen. 14:7, 2 Kron.25:11 vv.) en moesten ook van Uzia en Jotham afhankelijk blijven (2 Koningen. 14:22. 2 Kron.26:2); eerst onder Achaz, schudden zij het juk geheel af (2 Koningen. 16:6, 2 Kron.28:17 ). Omtrent het jaar 129 voor Christus werden zij door Johannes Hyrkanus op nieuw overweldigd, tot de besnijdenis gedwongen, en bij de Joodse staat ingelijfd; toch stichtten zij eerst later door Antipater en Herodes een Idumesche Dynastie over Judea, die tot de ondergang van de Joodse staat zich heeft staande gehouden.
III. Vers 41-Hoofdstuk 28:5
Omdat Ezau vervuld is met de gedachte, om zijn broeder te doden, spoort Rebekka Jakob aan naar haar broeder Laban te vluchten; zij weet het bij Izaak zo te leiden, dat hij zelf Jakob naar Mesopotamië zendt, om zich van daar een vrouw te halen en dat hij hem met zijn zegen laat heengaan.
41. En Ezau, in plaats van in dit alles Gods hand te zien, en zich te verootmoedigen, haatte Jakob om die zegen, waarmee zijn vader hem gezegend had; en Ezau zei in zijn hart, en anderen bemerkten welk voornemen hij had: De dagen van de rouw van mijn vader naderen, en ik zal mijn broeder Jakob doden; 1)mijn vader wil ik niet bedroeven; ik zal wachten totdat die gestorven is, dan zal mijn moeder dubbele rouw dragen.
1) Of “nu zullen de dagen van de rouw van mijn vader naderen, want enz.” Zo treedt Ezau in Kaïns voetspoor, dat hem zeker ook tot hetzelfde einde zou hebben gebracht, hadden niet de slimheid van Rebekka en de volgzaamheid van Jakob dit verhinderd.
Gelijk Kaïn in woede ontstak tegen Abel, alzo hier Ezau tegen Jakob. Beeld van de vijandschap tussen licht en duisternis, tussen het vrouwenzaad en het slangenzaad. Die haat en vijandschap is alle eeuwen doorgegaan, totdat zij haar hoogtepunt bereikte in de Idumeër Herodes, die het heilig kind Jezus wilde doden, maar evenzeer teleurgesteld werd als nu Ezau. God zorgt te allen tijde voor Zijn volk, voor Zijn Kerk. Jakob was de Kerk en daarom, welke raadslagen Ezau ook beraamde, welke listen hij ook bedacht, zijn raadslagen zouden vernietigd, zijn listen verijdeld worden.
42. Toen aan Rebekka deze woorden van Ezau, haar grootste zoon, geboodschapt werden, zo zond zij, gelijk altijd, spoedig besloten, heen, en ontbood Jakob, haar kleinste zoon, en zei tot hem: Zie, uw broeder Ezau troost zich, gelijk ik zo even heb vernomen, over u, die de vaderlijke zegen hebt verkregen, dat hij u doden zal, en alzo de goddelijke woorden zal teniet maken.
43. Nu dan, mijn zoon! hoor naar mijn stem, en maak u op, vlucht gij naar Haran, tot Laban, mijn broeder.
Rebekka verkiest een vrijwillige ballingschap voor haar zoon, boven de niet-vervulling van de belofte. En al is het aan te nemen, dat hier moederlijke toegenegenheid en zorgvuldigheid niet te miskennen zijn, toch toont Rebekka hier een heldin van het geloof te zijn, die door het geloof Jakob heeft weggezonden, opdat hij de belofte Gods zou behouden. Dat geloof gaf haar kracht, om de scheiding tussen haar en haar lieveling te dragen. Zij hoopt tevens, dat die scheiding niet al te lang zal zijn.
44. Bij het hevig karakter van uw broeder, ware het licht mogelijk, dat hij niet wachtte tot de dood van uw vader, maar in hevige drift u doodsloeg; gij moogt dus hier niet blijven; ga heen tot Laban, en blijf bij hem enige dagen, totdat de driftige boosheid van uw broeder kere; ik ken zijn karakter; nu is hij te vrezen, maar spoedig is die toorn weer voorbij.
45. Blijf daar, totdat de toorn van uw broeder van u af kere, en hij vergeten zal hebben hetgeen gij hem gedaan hebt; dan, als alles weer wel is, zal ik zenden, en u vandaar nemen; waarom zou ik ook van u beiden 1) beroofd worden op één dag? Wanneer Ezau u doodde zou de wraak niet uitblijven, men zou tegen de broedermoorder opstaan en u wreken (2 Samuel 14:6,7), of hij zou als Kaïn vluchten en nergens rust kunnen vinden. Zo ware ik geheel kinderloos.
1) Dacht Rebekka wellicht aan de geschiedenis van Kaïn en Abel, waardoor de eerste moeder tegelijk van beide zonen beroofd werd? Of leefde zo sterk het geloof in haar hart, dat de Heere God onmiddellijk de beraamde broedermoord zou wreken, door ook Ezau op die dag te doden? Beide zaken zijn te verenigen.
Rebekka werd teleurgesteld. Ezau’s toorn bleef langer dan zij verwacht had. Rebekka zag haar geliefde zoon Jakob nimmermeer; dit was haar straf.
46. En Rebekka, nadat zij Jakob door deze voorstelling tot de reis had doen besluiten, begaf zich tot Izaak. Die wilde zij de meest dringende reden, die zij voor haar voornemen had, niet bekend maken, of, omdat zij vreesde, dat hij haarwegens zijn voorliefde voor Ezau niet zou geloven, of om het leed over de tweedracht in zijn huis te besparen; zij sprak daarom slechts van een tweede doel, dat zij met Jakob’s reis had, en deed dit met echt vrouwelijke slimheid, waarbij tevens bleek, hoe zij Ezau uit de liefde van de vader wilde verdringen; zij zei tot Izaak: Ik heb verdriet aan mijn leven vanwege de dochters van Heth, 1) die Ezau zich tot vrouwen genomen heeft, die reeds 37 jaar mij leed hebben aangedaan, en het gedurig erger maken. (hoofdstuk. 26:34,35). Indien Jakob, die nu reeds 77 jaar oud is, en die niet lang meer ongehuwd zal kunnen blijven, een vrouw neemt uit de dochters van Heth, gelijk deze zijn, van de dochters uit dit land, waartoe zal mij het leven zijn? 2) Het zal beter zijn te sterven dan in zulk een verdriet te leven.
1) Hier sloeg Rebekka een snaar aan, die ook in Isaak’s hart trilde; deze toch had niet minder verdriet dan zij, van Ezau’s vrouwen; zo herinnerde zij hem tevens aan het voorbeeld van zijn vader, dat hij zo graag volgde, en die ook voor hem geen vrouw van de dochters van de Kanaänieten had willen nemen. (hoofdstuk. 24:1-4).
Zij had met smart het onheilig huwelijk van haar zoon met de inlandse dochters gezien, dit misschien niet kunnen weren; maar toch daaruit begrepen, hoe waar de voorspelling Gods was, die, eenmaal tot haar gekomen, ook door deze echtverbintenis Ezau’s werd bevestigd. Evenmin als er een zondige gemeenschap kan zijn tussen God en de wereld, tussen Christus en de Belial, evenmin mag het uitverkoren volk, dat een afgezonderde stelling en erfgoed heeft, zich met de kinderen-hoort het, gij Christenen! die het huwelijk met rijke wereldlingen voor uw zonen en dochters zoekt-van de wereld vermengen. Dat is een heilige eis voor het nageslacht van Abraham, die door God uit het land van zijn vaderen was afgezonderd, en die door het huwelijk van zijn zoon duidelijk had getoond, hoe zeer hij die eis had begrepen en opgevolgd.
“Ik heb verdriet,” in de zin van “ik heb een walg aan mijn leven”.
2) Rebekka vervalt soms tot die fout, welke aan levendige en vurige gestellen altoos eigen is. Zij zijn in de omgang, in de vriendschap, en de liefde, zij zijn in alles voortreffelijk, zij zijn getrouw in hun beroep. Maar laat er iets gebeuren, hetwelk zij niet verwacht hadden; laat hun een plotseling ongeluk overkomen; laat hen op enigerlei wijze gevoelig worden aangegrepen-menigmaal barsten zij dan in al te luide klachten uit; dan worden zij ontevreden met hun lot, dan kunnen zij zelfs het leven als een last beschouwen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel