Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Abraham nu was oud, en wel bedaagd; en de HEERE had Abraham in alles gezegend.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1AbrahamH85 nu was oudH2204, en wel bedaagdH3117; en de HEEREH3068 had AbrahamH85 in allesH3605gezegendH1288.Abraham nu was oud, en wel bedaagd; en de HEERE had Abraham in alles gezegend.
KJVAnd Abraham1was old,2and well stricken3in age:4and the LORD5had blessed6Abraham
1וְאַבְרָהָ֣םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham2זָקֵ֔ןH2204oud, veroudertaged man, be (wax) old (man)3בָּ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4בַּיָּמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5וַֽיהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6בֵּרַ֥ךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אַבְרָהָ֖םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham9בַּכֹּֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
2Zo sprak Abraham tot zijn knecht, den oudste van zijn huis, regerende over alles, wat hij had: Leg toch uw hand onder mijn heup,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Zo sprakH559AbrahamH85totH413 zijn knechtH5650, den oudsteH2205 van zijn huisH1004, regerendeH4910 over allesH3605, watH834 hij had: LegH7760tochH4994 uw handH3027onderH8478 mijn heupH3409,Zo sprak Abraham tot zijn knecht, den oudste van zijn huis, regerende over alles, wat hij had: Leg toch uw hand onder mijn heup,
KJVAnd Abraham2said1unto his eldest5servant4of his house,6that ruled over7all that he had, Put,11I pray thee, thy hand13under my thigh:
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אַבְרָהָ֗םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4עַבְדּוֹ֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5זְקַ֣ןH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator6בֵּית֔וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7הַמֹּשֵׁ֖לH4910heersen, heerst, heerser(have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power8בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10ל֑וֹ11שִֽׂיםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work12נָ֥אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh13יָדְךָ֖H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14תַּ֥חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with15יְרֵכִֽיH3409heup, schacht, dij[idiom] body, loins, shaft, side, thigh
3Opdat ik u doe zweren bij den HEERE, den God des hemels, en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw nemen zult van de dochteren der Kanaanieten, in het midden van welke ik woon;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Opdat ik u doe zwerenH7650 bij den HEEREH3068, den GodH430 des hemelsH8064, en den GodH430 der aardeH776, datH834 gij voor mijn zoonH1121geenH3808vrouwH802nemenH3947 zult van de dochterenH1323 der KanaanietenH3669, in het middenH7130 van welkeH834ikH595woonH3427;Opdat ik u doe zweren bij den HEERE, den God des hemels, en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw nemen zult van de dochteren der Kanaanieten, in het midden van welke ik woon;
KJVAnd I will make thee swear1by the LORD,2the God3of heaven,4and the God5of the earth,6that thou shalt not take9a wife10unto my son11of the daughters12of the Canaanites,13among17whom I dwell:
1וְאַשְׁבִּ֣יעֲךָ֔H7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear2בַּֽיהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)5וֵֽאלֹהֵ֖יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תִקַּ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win10אִשָּׁה֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English11לִבְנִ֔יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12מִבְּנוֹת֙H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village13הַֽכְּנַעֲנִ֔יH3669Kanaanieten, Kanaaniet, KanaanietischeCanaanite, merchant, trafficker14אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15אָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which16יוֹשֵׁ֥בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry17בְּקִרְבּֽוֹH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self
4Maar dat gij naar mijn land, en naar mijn maagschap trekken, en voor mijn zoon Izak een vrouw nemen zult.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Maar dat gij naar mijn landH776, en naarH413 mijn maagschapH4138trekkenH3212, en voor mijn zoonH1121IzakH3327 een vrouwH802nemenH3947 zult.Maar dat gij naar mijn land, en naar mijn maagschap trekken, en voor mijn zoon Izak een vrouw nemen zult.
KJVBut thou shalt go6unto my country,3and to my kindred,5and take7a wife8unto my son9Isaac.
1כִּ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אַרְצִ֛יH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5מוֹלַדְתִּ֖יH4138maagschap, geboorte, geborenbegotten, born, issue, kindred, native(-ity)6תֵּלֵ֑ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7וְלָקַחְתָּ֥H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8אִשָּׁ֖הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English9לִבְנִ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10לְיִצְחָֽקH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)
5En die knecht zeide tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen in dit land; zal ik dan uw zoon moeten wederbrengen in het land, waar gij uitgetogen zijt?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En die knechtH5650zeideH559totH413 hem: Misschien zal die vrouwH802 mij nietH3808willenH14volgenH3212 in ditH2063landH776; zal ik dan uw zoonH1121moetenH7725wederbrengenH7725 in het landH776, waar gij uitgetogenH3318 zijt?En die knecht zeide tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen in dit land; zal ik dan uw zoon moeten wederbrengen in het land, waar gij uitgetogen zijt?
KJVAnd the servant3said1unto him, Peradventure the woman7will not be willing6to follow8me9unto this land:11must I needs bring13thy son16again14unto the land18from whence thou camest?
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הָעֶ֔בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant4אוּלַי֙H194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless5לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תֹאבֶ֣הH14wilde, willen, wildenconsent, rest content will, be willing7הָֽאִשָּׁ֔הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8לָלֶ֥כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak9אַחֲרַ֖יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11הָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12הַזֹּ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus13הֶֽהָשֵׁ֤בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw14אָשִׁיב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16בִּנְךָ֔H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20יָצָ֥אתָH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter21מִשָּֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
6En Abraham zeide tot hem: Wacht u, dat gij mijn zoon niet weder daarheen brengt!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En AbrahamH85zeideH559totH413 hem: WachtH8104 u, dat gij mijn zoonH1121 niet weder daarheenH8033brengtH7725!En Abraham zeide tot hem: Wacht u, dat gij mijn zoon niet weder daarheen brengt!
KJVAnd Abraham3said1unto him, Beware4thou that thou bring7not6my son9thither again.
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אַבְרָהָ֑םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham4הִשָּׁ֣מֶרH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)5לְךָ֔6פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not7תָּשִׁ֥יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בְּנִ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10שָֽׁמָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
7De HEERE, de God des hemels, Die mij uit mijns vaders huis en uit het land mijner maagschap genomen heeft, en Die tot mij gesproken heeft, en Die mij gezworen heeft, zeggende: Aan uw zaad zal Ik dit land geven! Die Zelf zal Zijn Engel voor uw aangezicht zenden, dat gij voor mijn zoon van daar een vrouw neemt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7De HEEREH3068, de GodH430 des hemelsH8064, Die mij uit mijns vadersH1huisH1004 en uit het landH776 mijner maagschapH4138genomenH3947 heeft, en DieH834 tot mij gesprokenH1696 heeft, en DieH834 mij gezworenH7650 heeft, zeggendeH559: Aan uw zaadH2233 zal Ik ditH2063landH776gevenH5414! Die ZelfH1931 zal Zijn EngelH4397 voor uw aangezichtH6440zendenH7971, dat gij voor mijn zoonH1121 van daarH8033 een vrouwH802neemtH3947.De HEERE, de God des hemels, Die mij uit mijns vaders huis en uit het land mijner maagschap genomen heeft, en Die tot mij gesproken heeft, en Die mij gezworen heeft, zeggende: Aan uw zaad zal Ik dit land geven! Die Zelf zal Zijn Engel voor uw aangezicht zenden, dat gij voor mijn zoon van daar een vrouw neemt.
KJVThe LORD1God2of heaven,3which took me5from my father's7house,6and from the land8of my kindred,9and which spake11unto me, and that sware14unto me, saying,16Unto thy seed17will I give18this land;20he shall send23his angel24before thee,25and thou shalt take26a wife27unto my son
1יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)2אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3הַשָּׁמַ֗יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5לְקָחַ֜נִיH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6מִבֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7אָבִי֮H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8וּמֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9מֽוֹלַדְתִּי֒H4138maagschap, geboorte, geborenbegotten, born, issue, kindred, native(-ity)10וַאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11דִּבֶּרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12לִ֜י13וַאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14נִֽשְׁבַּֽעH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear15לִי֙16לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17לְזַ֨רְעֲךָ֔H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time18אֶתֵּ֖ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20הָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world21הַזֹּ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus22ה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who23יִשְׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)24מַלְאָכוֹ֙H4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger25לְפָנֶ֔יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you26וְלָקַחְתָּ֥H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win27אִשָּׁ֛הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English28לִבְנִ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth29מִשָּֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
8Maar indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van dezen mijn eed; alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Maar indien de vrouwH802 u nietH3808volgenH3212wilH14, zoH518 zult gij reinH5352 zijn van dezen mijn eedH7621; alleenlijk brengH7725 mijn zoonH1121daarH8033nietH3808 weder heen.Maar indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van dezen mijn eed; alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen.
KJVAnd if the woman4will not be willing3to follow5thee,6then thou shalt be clear7from this my oath:8only bring14not my son12thither again.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹ֨אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תֹאבֶ֤הH14wilde, willen, wildenconsent, rest content will, be willing4הָֽאִשָּׁה֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5לָלֶ֣כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6אַחֲרֶ֔יךָH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with7וְנִקִּ֕יתָH5352onschuldig, onschuldig houden, reinacquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly8מִשְּׁבֻעָתִ֖יH7621eed, eeds, edencurse, oath, [idiom] sworn9זֹ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus10רַ֣קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בְּנִ֔יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תָשֵׁ֖בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw15שָֽׁמָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
9Toen legde de knecht zijn hand onder de heup van Abraham, zijn heer, en hij zwoer hem over deze zaak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen legdeH7760 de knechtH5650 zijn handH3027onderH8478 de heupH3409 van AbrahamH85, zijn heerH113, en hij zwoerH7650 hem overH5921dezeH2088zaakH1697.Toen legde de knecht zijn hand onder de heup van Abraham, zijn heer, en hij zwoer hem over deze zaak.
KJVAnd the servant2put1his hand4under the thigh6of Abraham7his master,8and sware9to him concerning11that13matter.
1וַיָּ֤שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2הָעֶ֨בֶד֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יָד֔וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5תַּ֛חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with6יֶ֥רֶךְH3409heup, schacht, dij[idiom] body, loins, shaft, side, thigh7אַבְרָהָ֖םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham8אֲדֹנָ֑יוH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'9וַיִּשָּׁ֣בַֽעH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear10ל֔וֹ11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הַדָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
10En die knecht nam tien kemelen van zijns heren kemelen, en toog heen; en al het goed zijns heren was in zijn hand; en hij maakte zich op, en toog heen naar Mesopotamie, naar de stad van Nahor.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En die knechtH5650namH3947tienH6235kemelenH1581 van zijns herenH113kemelenH1581, en toogH3212 heen; en alH3605 het goedH2898 zijns herenH113 was in zijn handH3027; en hij maakte zich op, en toogH3212 heen naarH413MesopotamieH763, naarH413 de stadH5892 van NahorH5152.En die knecht nam tien kemelen van zijns heren kemelen, en toog heen; en al het goed zijns heren was in zijn hand; en hij maakte zich op, en toog heen naar Mesopotamie, naar de stad van Nahor.
KJVAnd the servant2took1ten3camels4of the camels5of his master,6and departed;7for all the goods9of his master10were in his hand:11and he arose,12and went13to Mesopotamia,15unto the city18of Nahor.
1וַיִּקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2הָ֠עֶבֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3עֲשָׂרָ֨הH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen4גְמַלִּ֜יםH1581kemelen, kemels, kemelcamel5מִגְּמַלֵּ֤יH1581kemelen, kemels, kemelcamel6אֲדֹנָיו֙H113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'7וַיֵּ֔לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9ט֥וּבH2898goed, goede, goedheidfair, gladness, good(-ness, thing, -s), joy, go well with10אֲדֹנָ֖יוH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'11בְּיָד֑וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12וַיָּ֗קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)13וַיֵּ֛לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15אֲרַ֥םH763Mesopotamie, SyrieAham-naharaim, Mesopotamia16נַֽהֲרַ֖יִםH763Mesopotamie, SyrieAham-naharaim, Mesopotamia17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18עִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town19נָחֽוֹרH5152Nahor, NahorsNahor
11En hij deed de kemelen nederknielen buiten de stad, bij een waterput, des avondtijds, ten tijde, als de putsters uitkwamen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En hij deed de kemelenH1581nederknielenH1288buitenH2351 de stadH5892, bij een waterputH875, des avondtijdsH6256, ten tijdeH6256, als de putstersH7579uitkwamenH3318.En hij deed de kemelen nederknielen buiten de stad, bij een waterput, des avondtijds, ten tijde, als de putsters uitkwamen.
KJVAnd he made1his camels2to kneel downwithout3the city4by5a well6of water7at the time8of the evening,9even the time10that women go out11to draw
1וַיַּבְרֵ֧ךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank2הַגְּמַלִּ֛יםH1581kemelen, kemels, kemelcamel3מִח֥וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without4לָעִ֖ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6בְּאֵ֣רH875put, puts, waterputpit, well7הַמָּ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))8לְעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when9עֶ֔רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night10לְעֵ֖תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when11צֵ֥אתH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter12הַשֹּׁאֲבֹֽתH7579putten, waterputters, putte(woman to) draw(-er, water)
12En hij zeide: HEERE! God van mijn heer Abraham! doe haar mij toch heden ontmoeten, en doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En hij zeideH559: HEEREH3068! GodH430 van mijn heerH113AbrahamH85! doe haar mij tochH4994hedenH3117ontmoetenH7136, en doeH6213weldadigheidH2617bijH5973AbrahamH85, mijn heerH113.En hij zeide: HEERE! God van mijn heer Abraham! doe haar mij toch heden ontmoeten, en doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer.
KJVAnd he said,1O LORD2God3of my master4Abraham,5I pray thee, send me8good speed6this day,9and shew10kindness11unto12my master13Abraham.
1וַיֹּאמַ֓רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהֵי֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4אֲדֹנִ֣יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'5אַבְרָהָ֔םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham6הַקְרֵהH7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed7נָ֥אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh8לְפָנַ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9הַיּ֑וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10וַעֲשֵׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11חֶ֕סֶדH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing12עִ֖םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)13אֲדֹנִ֥יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'14אַבְרָהָֽםH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham
13Zie, ik sta bij de waterfontein, en de dochteren der mannen dezer stad zijn uitgaande om water te putten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13ZieH2009, ikH595staH5324bijH5921 de waterfonteinH5869, en de dochterenH1323 der mannenH582 dezer stadH5892 zijn uitgaandeH3318 om waterH4325 te puttenH7579;Zie, ik sta bij de waterfontein, en de dochteren der mannen dezer stad zijn uitgaande om water te putten;
KJVBehold, I stand3here by the well5of water;6and the daughters7of the menof the city9come out10to draw11water:
1הִנֵּ֛הH2009ziet, ziebehold, lo, see2אָנֹכִ֥יH595ik, mijI, me, [idiom] which3נִצָּ֖בH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5עֵ֣יןH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)6הַמָּ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))7וּבְנוֹת֙H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village8אַנְשֵׁ֣יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10יֹצְאֹ֖תH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter11לִשְׁאֹ֥בH7579putten, waterputters, putte(woman to) draw(-er, water)12מָֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
14Zo geschiede, dat die jonge dochter, tot welke ik zal zeggen: Neig toch uw kruik, dat ik drinke; en zij zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kemelen drenken; diezelve zij, die Gij Uw knecht Izak toegewezen hebt, en dat ik daaraan bekenne, dat Gij weldadigheid bij mijn heer gedaan hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Zo geschiedeH1961, dat die jonge dochterH5291, totH413welkeH834 ik zal zeggenH559: NeigH5186tochH4994 uw kruikH3537, dat ik drinkeH8354; en zij zal zeggenH559: DrinkH8354, en ik zal ookH1571 uw kemelenH1581drenkenH8248; diezelve zij, die Gij Uw knechtH5650IzakH3327toegewezenH3198 hebt, en dat ik daaraan bekenneH3045, dat Gij weldadigheidH2617bijH5973 mijn heerH113gedaanH6213 hebt.Zo geschiede, dat die jonge dochter, tot welke ik zal zeggen: Neig toch uw kruik, dat ik drinke; en zij zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kemelen drenken; diezelve zij, die Gij Uw knecht Izak toegewezen hebt, en dat ik daaraan bekenne, dat Gij weldadigheid bij mijn heer gedaan hebt.
KJVAnd let it come to pass, that the damsel2to whom I shall say,4Let down6thy pitcher,8I pray thee, that I may drink;9and she shall say,10Drink,11and I will give14thy camels13drinkalso: let the same be she that thou hast appointed16for thy servant17Isaac;18and thereby shall I know20that thou hast shewed22kindness23unto my master.
1וְהָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הַֽנַּעֲרָ֗H5291jonge dochter, jonge vrouw, jonge dochtersdamsel, maid(-en), young (woman)3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4אֹמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אֵלֶ֨יהָ֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6הַטִּיH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield7נָ֤אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh8כַדֵּךְ֙H3537kruik, kruikenbarrel, pitcher9וְאֶשְׁתֶּ֔הH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)10וְאָמְרָ֣הH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11שְׁתֵ֔הH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)12וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea13גְּמַלֶּ֖יךָH1581kemelen, kemels, kemelcamel14אַשְׁקֶ֑הH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)15אֹתָ֤הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הֹכַ֨חְתָּ֙H3198bestraft, bestraffen, straffenappoint, argue, chasten, convince, correct(-ion), daysman, dispute, judge, maintain, plead, reason (together), rebuke, reprove(-r), surely, in any wise17לְעַבְדְּךָ֣H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant18לְיִצְחָ֔קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)19וּבָ֣הּ20אֵדַ֔עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot21כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22עָשִׂ֥יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use23חֶ֖סֶדH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing24עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)25אֲדֹנִֽיH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'
15En het geschiedde, eer hij geeindigd had te spreken, ziet, zo kwam Rebekka uit, welke aan Bethuel geboren was, de zoon van Milka, de huisvrouw van Nahor, de broeder van Abraham; en zij had haar kruik op haar schouder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En het geschieddeH1961, eerH2962hijH1931geeindigdH3615 had te sprekenH1696, zietH2009, zo kwam RebekkaH7259 uit, welkeH834 aan BethuelH1328geborenH3205 was, de zoonH1121 van MilkaH4435, de huisvrouwH802 van NahorH5152, de broederH251 van AbrahamH85; en zij had haar kruikH3537opH5921 haar schouderH7926.En het geschiedde, eer hij geeindigd had te spreken, ziet, zo kwam Rebekka uit, welke aan Bethuel geboren was, de zoon van Milka, de huisvrouw van Nahor, de broeder van Abraham; en zij had haar kruik op haar schouder.
KJVAnd it came to pass, before he had done4speaking,5that, behold, Rebekah7came out,8who9was born10to Bethuel,11son12of Milcah,13the wife14of Nahor,15Abraham's17brother,16with her pitcher18upon her shoulder.
1וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2ה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3טֶרֶם֮H2962eer, terwijlbefore, ere, not yet4כִּלָּ֣הH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste5לְדַבֵּר֒H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6וְהִנֵּ֧הH2009ziet, ziebehold, lo, see7רִבְקָ֣הH7259RebekkaRebekah8יֹצֵ֗אתH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יֻלְּדָה֙H3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)11לִבְתוּאֵ֣לH1328BethuelBethuel. Compare H1329 (בְּתוּל)12בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13מִלְכָּ֔הH4435MilkaMilcah14אֵ֥שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English15נָח֖וֹרH5152Nahor, NahorsNahor16אֲחִ֣יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'17אַבְרָהָ֑םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham18וְכַדָּ֖הּH3537kruik, kruikenbarrel, pitcher19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20שִׁכְמָֽהּH7926schouder, schouderen, Sichemback, [idiom] consent, portion, shoulder
16En die jonge dochter was zeer schoon van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik, en ging op.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En die jonge dochterH5291 was zeerH3966schoonH2896 van aangezichtH4758, een maagdH1330, en geenH3808manH376 had haar bekendH3045; en zij ging af naar de fonteinH5869, en vuldeH4390 haar kruikH3537, en ging op.En die jonge dochter was zeer schoon van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik, en ging op.
KJVAnd the damsel1was very4fair2to look upon,3a virgin,5neither had any man6known8her: and she went down9to the well,10and filled11her pitcher,12and came up.
1וְהַֽנַּעֲרָ֗H5291jonge dochter, jonge vrouw, jonge dochtersdamsel, maid(-en), young (woman)2טֹבַ֤תH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)3מַרְאֶה֙H4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision4מְאֹ֔דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well5בְּתוּלָ֕הH1330jonkvrouw, maagd, maagdenmaid, virgin6וְאִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יְדָעָ֑הּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot9וַתֵּ֣רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down10הָעַ֔יְנָהH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)11וַתְּמַלֵּ֥אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly12כַדָּ֖הּH3537kruik, kruikenbarrel, pitcher13וַתָּֽעַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work
17Toen liep die knecht haar tegemoet, en hij zeide: Laat mij toch een weinig waters uit uw kruik drinken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Toen liepH7323 die knechtH5650 haar tegemoetH7125, en hij zeideH559: Laat mij tochH4994 een weinigH4592watersH4325 uit uw kruikH3537drinkenH1572.Toen liep die knecht haar tegemoet, en hij zeide: Laat mij toch een weinig waters uit uw kruik drinken.
KJVAnd the servant2ran1to meet her,3and said,4Let me, I pray thee, drink5a little7water8of thy pitcher.
18En zij zeide: Drink, mijn heer! en zij haastte zich en liet haar kruik neder op haar hand, en gaf hem te drinken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En zij zeideH559: DrinkH8354, mijn heerH113! en zij haastteH4116 zich en lietH3381 haar kruikH3537nederH3381opH5921 haar handH3027, en gaf hem te drinkenH8248.En zij zeide: Drink, mijn heer! en zij haastte zich en liet haar kruik neder op haar hand, en gaf hem te drinken.
KJVAnd she said,1Drink,2my lord:3and she hasted,4and let down5her pitcher6upon her hand,8and gave him drink.
1וַתֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁתֵ֣הH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)3אֲדֹנִ֑יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'4וַתְּמַהֵ֗רH4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift5וַתֹּ֧רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down6כַּדָּ֛הּH3537kruik, kruikenbarrel, pitcher7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8יָדָ֖הּH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9וַתַּשְׁקֵֽהוּH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)
19Als zij nu voleindigd had van hem drinken te geven, zeide zij: Ik zal ook voor uw kemelen putten, totdat zij voleindigd hebben te drinken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19AlsH518 zij nu voleindigdH3615 had van hem drinken te geven, zeideH559 zij: Ik zal ookH1571 voor uw kemelenH1581puttenH7579, totdatH5704 zij voleindigdH3615 hebben te drinken.Als zij nu voleindigd had van hem drinken te geven, zeide zij: Ik zal ook voor uw kemelen putten, totdat zij voleindigd hebben te drinken.
Ook in dit vers
drinkenH8248
drinkenH8354
KJVAnd when she had done1giving him drink,2she said,3I will draw6water for thy camels5also, until they have done9drinking.
1וַתְּכַ֖לH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste2לְהַשְׁקֹת֑וֹH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)3וַתֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4גַּ֤םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea5לִגְמַלֶּ֨יךָ֙H1581kemelen, kemels, kemelcamel6אֶשְׁאָ֔בH7579putten, waterputters, putte(woman to) draw(-er, water)7עַ֥דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet9כִּלּ֖וּH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste10לִשְׁתֹּֽתH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
20En zij haastte zich, en goot haar kruik uit in de drinkbak, en liep weder naar den put om te putten, en zij putte voor al zijn kemelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En zij haastteH4116 zich, en gootH6168 haar kruikH3537 uit in de drinkbakH8268, en liepH7323 weder naarH413 den putH875 om te puttenH7579, en zij putteH7579 voor alH3605 zijn kemelenH1581.En zij haastte zich, en goot haar kruik uit in de drinkbak, en liep weder naar den put om te putten, en zij putte voor al zijn kemelen.
KJVAnd she hasted,1and emptied2her pitcher3into the trough,5and ran6again unto the well9to draw10water, and drew11for all his camels.
1וַתְּמַהֵ֗רH4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift2וַתְּעַ֤רH6168ontbloot, Ontbloot, gootleave destitute, discover, empty, make naked, pour (out), rase, spread self, uncover3כַּדָּהּ֙H3537kruik, kruikenbarrel, pitcher4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הַשֹּׁ֔קֶתH8268drinkbak, drinkbakkentrough6וַתָּ֥רָץH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post7ע֛וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)8אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הַבְּאֵ֖רH875put, puts, waterputpit, well10לִשְׁאֹ֑בH7579putten, waterputters, putte(woman to) draw(-er, water)11וַתִּשְׁאַ֖בH7579putten, waterputters, putte(woman to) draw(-er, water)12לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13גְּמַלָּֽיוH1581kemelen, kemels, kemelcamel
21En de man ontzette zich over haar, stilzwijgende, om te merken, of de HEERE zijn weg voorspoedig gemaakt had, of niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En de manH376ontzetteH7583 zich over haar, stilzwijgendeH2790, om te merkenH3045, of de HEEREH3068 zijn wegH1870voorspoedigH6743 gemaakt had, of nietH3808.En de man ontzette zich over haar, stilzwijgende, om te merken, of de HEERE zijn weg voorspoedig gemaakt had, of niet.
KJVAnd the man1wondering2at her held his peace,4to wit5whether the LORD7had made6his journey8prosperousor
1וְהָאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2מִשְׁתָּאֵ֖הH7583ontzettewonder3לָ֑הּ4מַחֲרִ֕ישׁH2790zwijg, zwijgen, ploegen[idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker5לָדַ֗עַתH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot6הַֽהִצְלִ֧יחַH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)7יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8דַּרְכּ֖וֹH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)9אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without
22En het geschiedde, als de kemelen voleindigd hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, welker gewicht was tien sikkelen gouds.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En het geschieddeH1961, als de kemelenH1581voleindigdH3615 hadden te drinkenH8354, dat die manH376 een goudenH2091voorhoofdsierselH5141namH3947, welks gewichtH4948 was een halve sikkelH1235, en tweeH8147armringenH6781aanH5921 haar handenH3027, welker gewichtH4948 was tienH6235 sikkelen goudsH2091.En het geschiedde, als de kemelen voleindigd hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, welker gewicht was tien sikkelen gouds.
KJVAnd it came to pass, as the camels4had done3drinking,5that the man7took6a golden9earring8of half a shekel10weight,11and two12bracelets13for her hands15of ten16shekels weight18of gold;
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3כִּלּ֤וּH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste4הַגְּמַלִּים֙H1581kemelen, kemels, kemelcamel5לִשְׁתּ֔וֹתH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)6וַיִּקַּ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win7הָאִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8נֶ֣זֶםH5141voorhoofdsiersel, oorsierselen, voorhoofdsierselenearring, jewel9זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather10בֶּ֖קַעH1235beka, halve sikkelbekah, half a shekel11מִשְׁקָל֑וֹH4948gewicht, goudgewicht(full) weight12וּשְׁנֵ֤יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two13צְמִידִים֙H6781armringen, armring, dekselbracelet, covering14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15יָדֶ֔יהָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16עֲשָׂרָ֥הH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen17זָהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather18מִשְׁקָלָֽםH4948gewicht, goudgewicht(full) weight
23Want hij had gezegd: Wiens dochter zijt gij? geef het mij toch te kennen; is er ook ten huize uws vaders plaats voor ons, om te vernachten?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Want hij had gezegdH559: WiensH4310dochterH1323 zijt gijH859? geefH5046 het mij tochH4994 te kennenH5046; is er ook ten huizeH1004 uws vadersH1plaatsH4725 voor ons, om te vernachtenH3885?Want hij had gezegd: Wiens dochter zijt gij? geef het mij toch te kennen; is er ook ten huize uws vaders plaats voor ons, om te vernachten?
KJVAnd said,1Whose3daughter2art thou?4tell5me, I pray thee: is there8room11in thy father's10house9for us to lodge in?
1וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village3מִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God4אַ֔תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you5הַגִּ֥ידִיH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter6נָ֖אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh7לִ֑י8הֲיֵ֧שׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest9בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10אָבִ֛יךְH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11מָק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)12לָ֖נוּ13לָלִֽיןH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)
24En zij had tot hem gezegd: Ik ben de dochter van Bethuel, de zoon van Milka, die zij Nahor gebaard heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En zij had totH413 hem gezegdH559: IkH595 ben de dochterH1323 van BethuelH1328, de zoonH1121 van MilkaH4435, dieH834 zij NahorH5152gebaardH3205 heeft.En zij had tot hem gezegd: Ik ben de dochter van Bethuel, de zoon van Milka, die zij Nahor gebaard heeft.
KJVAnd she said1unto him, I am the daughter3of Bethuel4the son6of Milcah,7which she bare9unto Nahor.
1וַתֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village4בְּתוּאֵ֖לH1328BethuelBethuel. Compare H1329 (בְּתוּל)5אָנֹ֑כִיH595ik, mijI, me, [idiom] which6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7מִלְכָּ֕הH4435MilkaMilcah8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9יָלְדָ֖הH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)10לְנָחֽוֹרH5152Nahor, NahorsNahor
25Voorts had zij tot hem gezegd: Ook is er stro en veel voeders bij ons, ook plaats om te vernachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Voorts had zij totH413 hem gezegdH559: OokH1571 is er stroH8401 en veelH7227voedersH4554bijH5973 ons, ookH1571plaatsH4725 om te vernachtenH3885.Voorts had zij tot hem gezegd: Ook is er stro en veel voeders bij ons, ook plaats om te vernachten.
KJVShe said1moreover unto him, We have both3straw4and provender6enough,7and5room10to lodge in.
1וַתֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea4תֶּ֥בֶןH8401stro, trochaff, straw, stubble5גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea6מִסְפּ֖וֹאH4554voeder, voedersprovender7רַ֣בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)8עִמָּ֑נוּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)9גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea10מָק֖וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)11לָלֽוּןH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)
26Toen neigde die man zijn hoofd, en aanbad den HEERE;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Toen neigdeH6915 die manH376 zijn hoofdH6915, en aanbadH7812 den HEEREH3068;Toen neigde die man zijn hoofd, en aanbad den HEERE;
KJVAnd the man2bowed down his head,1and worshipped3the LORD.
1וַיִּקֹּ֣דH6915neigde, neigde hoofd, boogbow (down) (the) head, stoop2הָאִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3וַיִּשְׁתַּ֖חוּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship4לַֽיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
27En hij zeide: Geloofd zij de HEERE, de God van mijn heer Abraham, Die Zijn weldadigheid en waarheid niet nagelaten heeft van mijn heer; aangaande mij, de HEERE heeft mij op dezen weg geleid, ten huize van mijns heren broederen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En hij zeideH559: GeloofdH1288 zij de HEEREH3068, de GodH430 van mijn heerH113AbrahamH85, DieH834 Zijn weldadigheidH2617 en waarheidH571nietH3808nagelatenH5800 heeft van mijn heerH113; aangaande mij, de HEEREH3068 heeft mij op dezen wegH1870geleidH5148, ten huizeH1004 van mijns herenH113broederenH251.En hij zeide: Geloofd zij de HEERE, de God van mijn heer Abraham, Die Zijn weldadigheid en waarheid niet nagelaten heeft van mijn heer; aangaande mij, de HEERE heeft mij op dezen weg geleid, ten huize van mijns heren broederen.
KJVAnd he said,1Blessed2be the LORD3God4of my master5Abraham,6who hath not left destitute9my master13of his mercy10and his truth:11I being in the way,15the LORD17led me16to the house18of my master's20brethren.
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בָּר֤וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֵי֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5אֲדֹנִ֣יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'6אַבְרָהָ֔םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham7אֲ֠שֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9עָזַ֥בH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely10חַסְדּ֛וֹH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing11וַאֲמִתּ֖וֹH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity12מֵעִ֣םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)13אֲדֹנִ֑יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'14אָנֹכִ֗יH595ik, mijI, me, [idiom] which15בַּדֶּ֨רֶךְ֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)16נָחַ֣נִיH5148leiden, geleid, leidbestow, bring, govern, guide, lead (forth), put, straiten17יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18בֵּ֖יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)19אֲחֵ֥יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'20אֲדֹנִֽיH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'
28En die jonge dochter liep, en gaf ten huize harer moeder te kennen, gelijk deze zaken waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En die jonge dochterH5291liepH7323, en gaf ten huizeH1004 harer moederH517 te kennenH5046, gelijk dezeH428zakenH1697 waren.En die jonge dochter liep, en gaf ten huize harer moeder te kennen, gelijk deze zaken waren.
KJVAnd the damsel2ran,1and told3them of her mother's5house4these things.
29En Rebekka had een broeder, wiens naam was Laban; en Laban liep tot die man naar buiten tot de fontein.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En RebekkaH7259 had een broederH251, wiens naamH8034 was LabanH3837; en LabanH3837liepH7323totH413 die manH376 naar buitenH2351totH413 de fonteinH5869.En Rebekka had een broeder, wiens naam was Laban; en Laban liep tot die man naar buiten tot de fontein.
KJVAnd Rebekah1had a brother,2and his name3was Laban:4and Laban6ran5out9unto the man,8unto the well.
1וּלְרִבְקָ֥הH7259RebekkaRebekah2אָ֖חH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'3וּשְׁמ֣וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report4לָבָ֑ןH3837Laban, LabansLaban5וַיָּ֨רָץH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post6לָבָ֧ןH3837Laban, LabansLaban7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הָאִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9הַח֖וּצָהH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11הָעָֽיִןH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
30En het geschiedde, als hij dat voorhoofdsiersel gezien had, en de armringen aan de handen zijner zuster; en als hij gehoord had de woorden zijner zuster Rebekka, zeggende: Alzo heeft die man tot mij gesproken, zo kwam hij tot dien man, en ziet, hij stond bij de kemelen, bij de fontein.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En het geschieddeH1961, als hij dat voorhoofdsierselH5141gezienH7200 had, en de armringenH6781 aan de handenH3027 zijner zusterH269; en als hij gehoordH8085 had de woordenH1697 zijner zusterH269RebekkaH7259, zeggendeH559: Alzo heeft die manH376totH413 mij gesprokenH1696, zo kwamH935 hij totH413 dien manH376, en ziet, hij stondH5975bijH5921 de kemelenH1581, bijH5921 de fonteinH5869.En het geschiedde, als hij dat voorhoofdsiersel gezien had, en de armringen aan de handen zijner zuster; en als hij gehoord had de woorden zijner zuster Rebekka, zeggende: Alzo heeft die man tot mij gesproken, zo kwam hij tot dien man, en ziet, hij stond bij de kemelen, bij de fontein.
KJVAnd it came to pass, when he saw2the earring4and bracelets6upon his sister's9hands,8and when he heard10the words12of Rebekah13his sister,14saying,15Thus16spake17the man19unto me; that he came20unto the man;22and, behold, he stood24by7the camels26at the well.
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּרְאֹ֣תH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַנֶּ֗זֶםH5141voorhoofdsiersel, oorsierselen, voorhoofdsierselenearring, jewel5וְֽאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַצְּמִדִים֮H6781armringen, armring, dekselbracelet, covering7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8יְדֵ֣יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9אֲחֹתוֹ֒H269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together10וּכְשָׁמְע֗וֹH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12דִּבְרֵ֞יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13רִבְקָ֤הH7259RebekkaRebekah14אֲחֹתוֹ֙H269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together15לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder17דִבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work18אֵלַ֖יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19הָאִ֑ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)20וַיָּבֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way21אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)22הָאִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)23וְהִנֵּ֛הH2009ziet, ziebehold, lo, see24עֹמֵ֥דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry25עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with26הַגְּמַלִּ֖יםH1581kemelen, kemels, kemelcamel27עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with28הָעָֽיִןH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
31En hij zeide: Kom in, gij, gezegende des HEEREN! waarom zoudt gij buiten staan? want ik heb het huis bereid, en de plaats voor de kemelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En hij zeideH559: KomH935 in, gij, gezegendeH1288 des HEERENH3068! waaromH4100 zoudt gij buitenH2351staanH5975? want ikH595 heb het huisH1004bereidH6437, en de plaatsH4725 voor de kemelenH1581.En hij zeide: Kom in, gij, gezegende des HEEREN! waarom zoudt gij buiten staan? want ik heb het huis bereid, en de plaats voor de kemelen.
KJVAnd he said,1Come in,2thou blessed3of the LORD;4wherefore standest6thou without?7for I have prepared9the house,10and room11for the camels.
1וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בּ֖וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3בְּר֣וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank4יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5לָ֤מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6תַעֲמֹד֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry7בַּח֔וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without8וְאָנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which9פִּנִּ֣יתִיH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)10הַבַּ֔יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11וּמָק֖וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)12לַגְּמַלִּֽיםH1581kemelen, kemels, kemelcamel
32Toen kwam die man naar het huis toe, en men ontgordde de kemelen, en men gaf den kemelen stro en voeder; en water om zijn voeten te wassen, en de voeten der mannen, die bij hem waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Toen kwamH935 die manH376 naar het huisH1004 toe, en men ontgorddeH6605 de kemelenH1581, en men gafH5414 den kemelenH1581stroH8401 en voederH4554; en waterH4325 om zijn voetenH7272 te wassenH7364, en de voetenH7272 der mannenH582, dieH834bijH854 hem waren.Toen kwam die man naar het huis toe, en men ontgordde de kemelen, en men gaf den kemelen stro en voeder; en water om zijn voeten te wassen, en de voeten der mannen, die bij hem waren.
KJVAnd the man2came1into the house:3and he ungirded4his camels,5and gave6straw7and provender8for the camels,9and water10to wash11his feet,12and the men'sfeet
1וַיָּבֹ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2הָאִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3הַבַּ֔יְתָהH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4וַיְפַתַּ֖חH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent5הַגְּמַלִּ֑יםH1581kemelen, kemels, kemelcamel6וַיִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7תֶּ֤בֶןH8401stro, trochaff, straw, stubble8וּמִסְפּוֹא֙H4554voeder, voedersprovender9לַגְּמַלִּ֔יםH1581kemelen, kemels, kemelcamel10וּמַ֨יִם֙H4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))11לִרְחֹ֣ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)12רַגְלָ֔יוH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time13וְרַגְלֵ֥יH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time14הָאֲנָשִׁ֖יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16אִתּֽוֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
33Daarna werd hem te eten voorgezet; maar hij zeide: Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb. En hij zeide: Spreek!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Daarna werd hem te etenH398voorgezetH7760; maar hij zeideH559: Ik zal nietH3808etenH398, totdatH5704 ik mijn woordenH1697gesprokenH1696 heb. En hij zeideH559: SpreekH1696!Daarna werd hem te eten voorgezet; maar hij zeide: Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb. En hij zeide: Spreek!
KJVAnd there was set1meat before him2to eat:3but he said,4I will not eat,6until I have told9mine errand.10And he said,11Speak on.
1וַיּוּשַׂ֤םH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2לְפָנָיו֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3לֶאֱכֹ֔לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite4וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6אֹכַ֔לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite7עַ֥דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet9דִּבַּ֖רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10דְּבָרָ֑יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12דַּבֵּֽרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
34Toen zeide hij: Ik ben een knecht van Abraham;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Toen zeideH559 hij: IkH595 ben een knechtH5650 van AbrahamH85;Toen zeide hij: Ik ben een knecht van Abraham;
35En de HEERE heeft mijn heer zeer gezegend, zodat hij groot geworden is; en Hij heeft hem gegeven schapen, en runderen, en zilver, en goud, en knechten, en maagden, en kemelen, en ezelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En de HEEREH3068 heeft mijn heerH113zeerH3966gezegendH1288, zodat hij groot geworden is; en Hij heeft hem gegevenH5414schapenH6629, en runderenH1241, en zilverH3701, en goudH2091, en knechtenH5650, en maagdenH8198, en kemelenH1581, en ezelenH2543.En de HEERE heeft mijn heer zeer gezegend, zodat hij groot geworden is; en Hij heeft hem gegeven schapen, en runderen, en zilver, en goud, en knechten, en maagden, en kemelen, en ezelen.
KJVAnd the LORD1hath blessed2my master4greatly;5and he is become great:6and he hath given7him flocks,9and herds,10and silver,11and gold,12and menservants,13and maidservants,14and camels,15and asses.
1וַיהוָ֞הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)2בֵּרַ֧ךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֲדֹנִ֛יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'5מְאֹ֖דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well6וַיִּגְדָּ֑לH1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower7וַיִּתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8ל֞וֹ9צֹ֤אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)10וּבָקָר֙H1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox11וְכֶ֣סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)12וְזָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather13וַעֲבָדִם֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant14וּשְׁפָחֹ֔תH8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant15וּגְמַלִּ֖יםH1581kemelen, kemels, kemelcamel16וַחֲמֹרִֽיםH2543ezel, ezelen, ezels(he) ass
36En Sara, de huisvrouw van mijn heer, heeft mijn heer een zoon gebaard, nadat zij oud geworden was; en hij heeft hem gegeven alles, wat hij heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36En SaraH8283, de huisvrouwH802 van mijn heerH113, heeft mijn heerH113 een zoonH1121gebaardH3205, nadatH310 zij oudH2209 geworden was; en hij heeft hem gegevenH5414allesH3605, watH834 hij heeft.En Sara, de huisvrouw van mijn heer, heeft mijn heer een zoon gebaard, nadat zij oud geworden was; en hij heeft hem gegeven alles, wat hij heeft.
KJVAnd Sarah2my master's4wife3bare1a son5to my master6when7she was old:8and unto him hath he given
1וַתֵּ֡לֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)2שָׂרָה֩H8283Sara, saraSarah3אֵ֨שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English4אֲדֹנִ֥יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'5בֵן֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6לַֽאדֹנִ֔יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'7אַחֲרֵ֖יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with8זִקְנָתָ֑הּH2209ouderdom, ouderdoms, oudold (age)9וַיִּתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10לּ֖וֹ11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14לֽוֹ
37En mijn heer heeft mij doen zweren, zeggende: Gij zult voor mijn zoon geen vrouw nemen van de dochteren der Kanaanieten, in welker land ik wone;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37En mijn heerH113 heeft mij doen zwerenH7650, zeggendeH559: Gij zult voor mijn zoonH1121geenH3808vrouwH802nemenH3947 van de dochterenH1323 der KanaanietenH3669, in welker landH776ikH595woneH3427;En mijn heer heeft mij doen zweren, zeggende: Gij zult voor mijn zoon geen vrouw nemen van de dochteren der Kanaanieten, in welker land ik wone;
KJVAnd my master2made me swear,1saying,3Thou shalt not take5a wife6to my son7of the daughters8of the Canaanites,9in whose land13I dwell:
1וַיַּשְׁבִּעֵ֥נִיH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear2אֲדֹנִ֖יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'3לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תִקַּ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6אִשָּׁה֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English7לִבְנִ֔יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8מִבְּנוֹת֙H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village9הַֽכְּנַעֲנִ֔יH3669Kanaanieten, Kanaaniet, KanaanietischeCanaanite, merchant, trafficker10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11אָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which12יֹשֵׁ֥בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry13בְּאַרְצֽוֹH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
38Maar gij zult trekken naar het huis mijns vaders, en naar mijn geslacht, en zult voor mijn zoon een vrouw nemen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Maar gij zult trekkenH3212 naar het huisH1004 mijns vadersH1, en naar mijn geslachtH4940, en zult voor mijn zoonH1121 een vrouwH802nemenH3947!Maar gij zult trekken naar het huis mijns vaders, en naar mijn geslacht, en zult voor mijn zoon een vrouw nemen!
KJVBut1thou shalt go6unto my father's5house,4and to my kindred,8and take9a wife10unto my son.
1אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹ֧אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5אָבִ֛יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6תֵּלֵ֖ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8מִשְׁפַּחְתִּ֑יH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)9וְלָקַחְתָּ֥H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win10אִשָּׁ֖הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English11לִבְנִֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
39Toen zeide ik tot mijn heer: Misschien zal mij de vrouw niet volgen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39Toen zeideH559 ik totH413 mijn heerH113: Misschien zal mij de vrouwH802nietH3808volgenH3212.Toen zeide ik tot mijn heer: Misschien zal mij de vrouw niet volgen.
KJVAnd I said1unto my master,3Peradventure the woman7will not follow6
1וָאֹמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֲדֹנִ֑יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'4אֻלַ֛יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless5לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תֵלֵ֥ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7הָאִשָּׁ֖הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8אַחֲרָֽיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
40En hij zeide tot mij: De HEERE, voor Wiens aangezicht ik gewandeld heb, zal Zijn Engel met u zenden, en Hij zal uw weg voorspoedig maken, dat gij voor mijn zoon een vrouw neemt, uit mijn geslacht en uit mijns vaders huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40En hij zeideH559 tot mij: De HEEREH3068, voor Wiens aangezichtH6440 ik gewandeldH1980 heb, zal Zijn EngelH4397metH854 u zendenH7971, en Hij zal uw wegH1870voorspoedigH6743 maken, datH834 gij voor mijn zoonH1121 een vrouwH802neemtH3947, uit mijn geslachtH4940 en uit mijns vadersH1huisH1004.En hij zeide tot mij: De HEERE, voor Wiens aangezicht ik gewandeld heb, zal Zijn Engel met u zenden, en Hij zal uw weg voorspoedig maken, dat gij voor mijn zoon een vrouw neemt, uit mijn geslacht en uit mijns vaders huis.
KJVAnd he said1unto me, The LORD,3before6whom I walk,5will send7his angel8with thee, and prosper10thy way;11and thou shalt take12a wife13for my son14of my kindred,15and of my father's17house:
1וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֑יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יְהוָ֞הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5הִתְהַלַּ֣כְתִּיH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl6לְפָנָ֗יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7יִשְׁלַ֨חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)8מַלְאָכ֤וֹH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger9אִתָּךְ֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10וְהִצְלִ֣יחַH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)11דַּרְכֶּ֔ךָH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)12וְלָקַחְתָּ֤H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win13אִשָּׁה֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English14לִבְנִ֔יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15מִמִּשְׁפַּחְתִּ֖יH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)16וּמִבֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)17אָבִֽיH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
41Dan zult gij van mijn eed rein zijn, wanneer gij tot mijn geslacht zult gegaan zijn; en indien zij haar u niet geven, zo zult gij rein zijn van mijn eed.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41Dan zult gij van mijn eedH423 rein zijn, wanneer gij totH413 mijn geslachtH4940 zult gegaanH935 zijn; en indien zij haar u nietH3808gevenH5414, zoH518 zult gij rein zijn van mijn eedH423.Dan zult gij van mijn eed rein zijn, wanneer gij tot mijn geslacht zult gegaan zijn; en indien zij haar u niet geven, zo zult gij rein zijn van mijn eed.
Ook in dit vers
reinH5352
reinH5355
KJVThen shalt thou be clear2from this my oath,3when thou comest5to my kindred;7and if they give10not thee one, thou shalt be clear13from my oath.
1אָ֤זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet2תִּנָּקֶה֙H5352onschuldig, onschuldig houden, reinacquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly3מֵאָ֣לָתִ֔יH423vloek, eed, eed vloekscurse, cursing, execration, oath, swearing4כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5תָב֖וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7מִשְׁפַּחְתִּ֑יH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)8וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet9לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יִתְּנוּ֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11לָ֔ךְ12וְהָיִ֥יתָH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13נָקִ֖יH5355onschuldig, onschuldige, onschuldigenblameless, clean, clear, exempted, free, guiltless, innocent, quit14מֵאָלָתִֽיH423vloek, eed, eed vloekscurse, cursing, execration, oath, swearing
42En ik kwam heden aan de fontein; en ik zeide: O, HEERE! God van mijn heer Abraham! zo Gij nu mijn weg voorspoedig maken zult, op welke ik ga;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42En ik kwamH935hedenH3117 aan de fonteinH5869; en ik zeideH559: O, HEEREH3068! GodH430 van mijn heerH113AbrahamH85! zoH518 Gij nu mijn wegH1870voorspoedigH6743 maken zult, opH5921welkeH834 ik ga;En ik kwam heden aan de fontein; en ik zeide: O, HEERE! God van mijn heer Abraham! zo Gij nu mijn weg voorspoedig maken zult, op welke ik ga;
KJVAnd I came1this day2unto the well,4and said,5O LORD6God7of my master8Abraham,9if now thou do11prosper13my way14which I go:
1וָאָבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הָעָ֑יִןH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)5וָאֹמַ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֵי֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8אֲדֹנִ֣יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'9אַבְרָהָ֔םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham10אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet11יֶשְׁךָH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest12נָּא֙H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh13מַצְלִ֣יחַH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)14דַּרְכִּ֔יH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16אָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which17הֹלֵ֥ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl18עָלֶֽיהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
43Zie, ik sta bij de waterfontein; zo geschiede, dat de maagd, die uitkomen zal om te putten, en tot welke ik zeggen zal: Geef mij toch een weinig waters te drinken uit uw kruik;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43ZieH2009, ikH595staH5324bijH5921 de waterfonteinH5869; zo geschiedeH1961, dat de maagdH5959, die uitkomenH3318 zal om te puttenH7579, en totH413 welke ik zeggenH559 zal: GeefH8248 mij tochH4994 een weinigH4592watersH4325 te drinkenH8248 uit uw kruikH3537;Zie, ik sta bij de waterfontein; zo geschiede, dat de maagd, die uitkomen zal om te putten, en tot welke ik zeggen zal: Geef mij toch een weinig waters te drinken uit uw kruik;
KJVBehold, I stand3by the well5of water;6and it shall come to pass, that when the virgin8cometh forth9to draw10water, and I say11to her, Give me,13I pray thee, a little15water16of thy pitcher17to drink;
1הִנֵּ֛הH2009ziet, ziebehold, lo, see2אָנֹכִ֥יH595ik, mijI, me, [idiom] which3נִצָּ֖בH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5עֵ֣יןH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)6הַמָּ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))7וְהָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8הָֽעַלְמָה֙H5959maagd, maagden, jonge maagddamsel, maid, virgin9הַיֹּצֵ֣אתH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10לִשְׁאֹ֔בH7579putten, waterputters, putte(woman to) draw(-er, water)11וְאָמַרְתִּ֣יH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12אֵלֶ֔יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13הַשְׁקִֽינִיH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)14נָ֥אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh15מְעַטH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very16מַ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))17מִכַּדֵּֽךְH3537kruik, kruikenbarrel, pitcher
44En zij tot mij zal zeggen: Drink gij ook, en ik zal ook uw kemelen putten; dat deze die vrouw zij, die de HEERE aan den zoon van mijn heer heeft toegewezen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44En zij totH413 mij zal zeggenH559: DrinkH8354gijH859 ook, en ik zal ook uw kemelenH1581puttenH7579; dat deze die vrouwH802zijH1931, die de HEEREH3068 aan den zoonH1121 van mijn heerH113 heeft toegewezenH3198.En zij tot mij zal zeggen: Drink gij ook, en ik zal ook uw kemelen putten; dat deze die vrouw zij, die de HEERE aan den zoon van mijn heer heeft toegewezen.
KJVAnd she say1to me, Both drink5thou, and I will also draw8for thy camels:7let the same be the woman10whom the LORD13hath appointed out12for my master's15son.
1וְאָמְרָ֤הH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלַי֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea4אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you5שְׁתֵ֔הH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)6וְגַ֥םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea7לִגְמַלֶּ֖יךָH1581kemelen, kemels, kemelcamel8אֶשְׁאָ֑בH7579putten, waterputters, putte(woman to) draw(-er, water)9הִ֣ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10הָֽאִשָּׁ֔הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12הֹכִ֥יחַH3198bestraft, bestraffen, straffenappoint, argue, chasten, convince, correct(-ion), daysman, dispute, judge, maintain, plead, reason (together), rebuke, reprove(-r), surely, in any wise13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14לְבֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15אֲדֹנִֽיH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'
45Eer ik geeindigd had te spreken in mijn hart, ziet, zo kwam Rebekka uit, en had haar kruik op haar schouder, en zij kwam af tot de fontein en putte; en ik zeide tot haar: Geef mij toch te drinken!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45EerH2962ikH589geeindigdH3615 had te sprekenH1696 in mijn hartH3820, zietH2009, zo kwam RebekkaH7259 uit, en had haar kruikH3537opH5921 haar schouderH7926, en zij kwam af tot de fonteinH5869 en putteH7579; en ik zeideH559totH413 haar: GeefH8248 mij tochH4994 te drinkenH8248!Eer ik geeindigd had te spreken in mijn hart, ziet, zo kwam Rebekka uit, en had haar kruik op haar schouder, en zij kwam af tot de fontein en putte; en ik zeide tot haar: Geef mij toch te drinken!
KJVAnd before I had done3speaking4in mine heart,6behold, Rebekah8came forth9with her pitcher10on her shoulder;12and she went down13unto the well,14and drew15water: and I said16unto her, Let me drink,
1אֲנִי֩H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2טֶ֨רֶםH2962eer, terwijlbefore, ere, not yet3אֲכַלֶּ֜הH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste4לְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6לִבִּ֗יH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom7וְהִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see8רִבְקָ֤הH7259RebekkaRebekah9יֹצֵאת֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10וְכַדָּ֣הּH3537kruik, kruikenbarrel, pitcher11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12שִׁכְמָ֔הּH7926schouder, schouderen, Sichemback, [idiom] consent, portion, shoulder13וַתֵּ֥רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down14הָעַ֖יְנָהH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)15וַתִּשְׁאָ֑בH7579putten, waterputters, putte(woman to) draw(-er, water)16וָאֹמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17אֵלֶ֖יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18הַשְׁקִ֥ינִיH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)19נָֽאH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh
46Zo haastte zij zich en liet haar kruik van zich neder, en zeide: Drink gij, en ik zal ook uw kemelen drenken; en ik dronk, en zij drenkte ook de kemelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46Zo haastteH4116 zij zich en lietH3381 haar kruikH3537 van zich nederH3381, en zeideH559: DrinkH8354 gij, en ik zal ookH1571 uw kemelenH1581drenkenH8248; en ik dronkH8354, en zij drenkteH8248ookH1571 de kemelenH1581.Zo haastte zij zich en liet haar kruik van zich neder, en zeide: Drink gij, en ik zal ook uw kemelen drenken; en ik dronk, en zij drenkte ook de kemelen.
KJVAnd she made haste,1and let down2her pitcher3from her shoulder, and said,5Drink,6and I will give9thy camels8drink13also: so I drank,10and she madethe camels12drink
1וַתְּמַהֵ֗רH4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift2וַתּ֤וֹרֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down3כַּדָּהּ֙H3537kruik, kruikenbarrel, pitcher4מֵֽעָלֶ֔יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5וַתֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6שְׁתֵ֔הH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)7וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea8גְּמַלֶּ֖יךָH1581kemelen, kemels, kemelcamel9אַשְׁקֶ֑הH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)10וָאֵ֕שְׁתְּH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)11וְגַ֥םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea12הַגְּמַלִּ֖יםH1581kemelen, kemels, kemelcamel13הִשְׁקָֽתָהH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)
47Toen vraagde ik haar, en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Bethuel, den zoon van Nahor, welken Milka hem gebaard heeft. Zo legde ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47Toen vraagdeH7592 ik haar, en zeideH559: WiensH4310dochterH1323 zijt gijH859? En zij zeideH559: De dochterH1323 van BethuelH1328, den zoonH1121 van NahorH5152, welkenH834MilkaH4435 hem gebaardH3205 heeft. Zo legde ik het voorhoofdsierselH5141opH5921 haar aangezichtH639, en de armringenH6781aanH5921 haar handenH3027;Toen vraagde ik haar, en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Bethuel, den zoon van Nahor, welken Milka hem gebaard heeft. Zo legde ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen;
Ook in dit vers
leideH7760
KJVAnd I asked1her, and said,3Whose daughter4art thou? And she said,7The daughter8of Bethuel,9Nahor's11son,10whom Milcah15bare13unto him: and I put16the earring17upon her face,19and the bracelets20upon her hands.
1וָאֶשְׁאַ֣לH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish2אֹתָ֗הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3וָאֹמַר֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village5מִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God6אַתְּ֒H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7וַתֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village9בְּתוּאֵל֙H1328BethuelBethuel. Compare H1329 (בְּתוּל)10בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11נָח֔וֹרH5152Nahor, NahorsNahor12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13יָֽלְדָהH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)14לּ֖וֹ15מִלְכָּ֑הH4435MilkaMilcah16וָאָשִׂ֤םH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work17הַנֶּ֨זֶם֙H5141voorhoofdsiersel, oorsierselen, voorhoofdsierselenearring, jewel18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19אַפָּ֔הּH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath20וְהַצְּמִידִ֖יםH6781armringen, armring, dekselbracelet, covering21עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22יָדֶֽיהָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
48En ik neigde mijn hoofd, en aanbad de HEERE; en ik loofde den HEERE, den God van mijn heer Abraham, Die mij op den rechten weg geleid had, om de dochter des broeders van mijn heer voor zijn zoon te nemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48En ik neigde mijn hoofd, en aanbadH7812 de HEEREH3068; en ik loofdeH1288 den HEEREH3068, den GodH430 van mijn heerH113AbrahamH85, DieH834 mij op den rechtenH571wegH1870geleidH5148 had, om de dochterH1323 des broedersH251 van mijn heerH113 voor zijn zoonH1121 te nemenH3947.En ik neigde mijn hoofd, en aanbad de HEERE; en ik loofde den HEERE, den God van mijn heer Abraham, Die mij op den rechten weg geleid had, om de dochter des broeders van mijn heer voor zijn zoon te nemen.
Ook in dit vers
neigde hoofdH6915
KJVAnd I bowed down my head,1and worshipped2the LORD,3and blessed4the LORD6God7of my master8Abraham,9which had led me11in the right13way12to take14my master's18brother's17daughter16unto his son.
1וָאֶקֹּ֥דH6915neigde, neigde hoofd, boogbow (down) (the) head, stoop2וָֽאֶשְׁתַּחֲוֶ֖הH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship3לַיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4וָאֲבָרֵ֗ךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֵי֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8אֲדֹנִ֣יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'9אַבְרָהָ֔םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham10אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11הִנְחַ֨נִי֙H5148leiden, geleid, leidbestow, bring, govern, guide, lead (forth), put, straiten12בְּדֶ֣רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)13אֱמֶ֔תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity14לָקַ֛חַתH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village17אֲחִ֥יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'18אֲדֹנִ֖יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'19לִבְנֽוֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
49Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult, geeft het mij te kennen; en zo niet, geeft het mij ook te kennen, opdat ik mij ter rechterhand of ter linkerhand wende.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49Nu dan, zoH518 gijlieden weldadigheidH2617 en trouwH571aanH5921 mijn heerH113doenH6213 zult, geeft het mij te kennenH5046; en zoH518nietH3808, geeft het mij ook te kennenH5046, opdat ik mij ter rechterhandH3225 of ter linkerhandH8040wendeH6437.Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult, geeft het mij te kennen; en zo niet, geeft het mij ook te kennen, opdat ik mij ter rechterhand of ter linkerhand wende.
KJVAnd now if ye will3deal4kindly5and truly6with my master,8tell9me: and if not, tell13me; that I may turn15to the right hand,17or18to the left.
1וְ֠עַתָּהH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3יֶשְׁכֶ֨םH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest4עֹשִׂ֜יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5חֶ֧סֶדH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing6וֶֽאֱמֶ֛תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity7אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix8אֲדֹנִ֖יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'9הַגִּ֣ידוּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter10לִ֑י11וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet12לֹ֕אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13הַגִּ֣ידוּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter14לִ֔י15וְאֶפְנֶ֥הH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17יָמִ֖יןH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south18א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20שְׂמֹֽאלH8040linkerhand, linkerzijde, linkerleft (hand, side)
50Toen antwoordde Laban en Bethuel, en zeiden: Van den HEERE is deze zaak voortgekomen; wij kunnen kwaad noch goed tot u spreken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50Toen antwoorddeH6030LabanH3837 en BethuelH1328, en zeidenH559: Van den HEEREH3068 is deze zaakH1697voortgekomenH3318; wij kunnen kwaadH7451nochH3808goedH2896totH413 u sprekenH1696.Toen antwoordde Laban en Bethuel, en zeiden: Van den HEERE is deze zaak voortgekomen; wij kunnen kwaad noch goed tot u spreken.
KJVThen Laban2and Bethuel3answered1and said,4The thing7proceedeth6from the LORD:5we cannot9speak10unto thee bad12or13good.
1וַיַּ֨עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2לָבָ֤ןH3837Laban, LabansLaban3וּבְתוּאֵל֙H1328BethuelBethuel. Compare H1329 (בְּתוּל)4וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5מֵיְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6יָצָ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7הַדָּבָ֑רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9נוּכַ֛לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer10דַּבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11אֵלֶ֖יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12רַ֥עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)13אוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether14טֽוֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
51Zie, Rebekka is voor uw aangezicht; neem haar en trek henen; zij zij de vrouw van den zoon uws heren, gelijk de HEERE gesproken heeft!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
51ZieH2009, RebekkaH7259 is voor uw aangezichtH6440; neemH3947 haar en trekH3212 henen; zijH1961 zij de vrouwH802 van den zoonH1121 uws herenH113, gelijk de HEEREH3068gesprokenH1696 heeft!Zie, Rebekka is voor uw aangezicht; neem haar en trek henen; zij zij de vrouw van den zoon uws heren, gelijk de HEERE gesproken heeft!
KJVBehold, Rebekah2is before thee,3take4her, and go,5and let her be thy master's9son's8wife,7as the LORD12hath spoken.
1הִנֵּֽהH2009ziet, ziebehold, lo, see2רִבְקָ֥הH7259RebekkaRebekah3לְפָנֶ֖יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4קַ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win5וָלֵ֑ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6וּתְהִ֤יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7אִשָּׁה֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8לְבֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9אֲדֹנֶ֔יךָH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'10כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
52En het geschiedde, als Abrahams knecht hun woorden hoorde, zo boog hij zich ter aarde voor den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
52En het geschieddeH1961, als AbrahamsH85knechtH5650 hun woordenH1697hoordeH8085, zo boogH7812 hij zich ter aardeH776 voor den HEEREH3068.En het geschiedde, als Abrahams knecht hun woorden hoorde, zo boog hij zich ter aarde voor den HEERE.
KJVAnd it came to pass, that, when Abraham's5servant4heard3their words,7he worshipped8the LORD,10bowing himself to the earth.
1וַיְהִ֕יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3שָׁמַ֛עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4עֶ֥בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5אַבְרָהָ֖םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7דִּבְרֵיהֶ֑םH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8וַיִּשְׁתַּ֥חוּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship9אַ֖רְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10לַֽיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
53En de knecht langde voort zilveren kleinoden, en gouden kleinoden, en klederen, en hij gaf die aan Rebekka; hij gaf ook aan haar broeder en haar moeder kostelijkheden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
53En de knechtH5650langde voortH3318zilverenH3701kleinodenH3627, en goudenH2091kleinodenH3627, en klederenH899, en hij gafH5414 die aan RebekkaH7259; hij gafH5414 ook aan haar broederH251 en haar moederH517kostelijkhedenH4030.En de knecht langde voort zilveren kleinoden, en gouden kleinoden, en klederen, en hij gaf die aan Rebekka; hij gaf ook aan haar broeder en haar moeder kostelijkheden.
KJVAnd the servant2brought forth1jewels3of silver,4and jewels5of gold,6and raiment,7and gave8them to Rebekah:9he gave11also to her brother12and to her mother13precious things.
1וַיּוֹצֵ֨אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2הָעֶ֜בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3כְּלֵיH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever4כֶ֨סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)5וּכְלֵ֤יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever6זָהָב֙H2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather7וּבְגָדִ֔יםH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe8וַיִּתֵּ֖ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9לְרִבְקָ֑הH7259RebekkaRebekah10וּמִ֨גְדָּנֹ֔תH4030kostelijkhedenprecious thing, present11נָתַ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12לְאָחִ֖יהָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'13וּלְאִמָּֽהּH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting
54Toen aten en dronken zij, hij en de mannen, die bij hem waren; en zij vernachtten, en zij stonden des morgens op, en hij zeide: Laat mij trekken tot mijn heer!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
54Toen atenH398 en dronkenH8354 zij, hijH1931 en de mannenH582, die bijH5973 hem waren; en zij vernachttenH3885, en zij stondenH6965 des morgensH1242 op, en hij zeideH559: Laat mij trekkenH7971 tot mijn heerH113!Toen aten en dronken zij, hij en de mannen, die bij hem waren; en zij vernachtten, en zij stonden des morgens op, en hij zeide: Laat mij trekken tot mijn heer!
KJVAnd they did eat1and drink,2he and the menthat were with him, and tarried all night;7and they rose up8in the morning,9and he said,10Send me away11unto my master.
1וַיֹּאכְל֣וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite2וַיִּשְׁתּ֗וּH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)3ה֛וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4וְהָאֲנָשִׁ֥יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עִמּ֖וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7וַיָּלִ֑ינוּH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)8וַיָּק֣וּמוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)9בַבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow10וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11שַׁלְּחֻ֥נִיH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)12לַֽאדֹנִֽיH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
55Toen zeide haar broeder, en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of tien, bij ons blijven; daarna zult gij gaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
55Toen zeideH559 haar broederH251, en haar moederH517: Laat de jonge dochterH5291 enige dagenH3117, ofH176tienH6218, bijH854 ons blijven; daarnaH310 zult gij gaanH3212.Toen zeide haar broeder, en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of tien, bij ons blijven; daarna zult gij gaan.
KJVAnd her brother2and her mother3said,1Let the damsel5abide4with us a few days,7at the least8ten;9after10that she shall go.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אָחִ֨יהָ֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'3וְאִמָּ֔הּH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting4תֵּשֵׁ֨בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry5הַנַּעֲרָ֥H5291jonge dochter, jonge vrouw, jonge dochtersdamsel, maid(-en), young (woman)6אִתָּ֛נוּH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7יָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8א֣וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether9עָשׂ֑וֹרH6218tienden, tiensnarig instrument, tien(instrument of) ten (strings, -th)10אַחַ֖רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with11תֵּלֵֽךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
56Maar hij zeide tot hen: Houdt mij niet op, dewijl de HEERE mijn weg voorspoedig gemaakt heeft! laat mij trekken, dat ik tot mijn heer ga.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
56Maar hij zeideH559totH413 hen: HoudtH309 mij nietH408 op, dewijl de HEEREH3068 mijn wegH1870voorspoedigH6743 gemaakt heeft! laat mij trekkenH7971, dat ik tot mijn heerH113gaH3212.Maar hij zeide tot hen: Houdt mij niet op, dewijl de HEERE mijn weg voorspoedig gemaakt heeft! laat mij trekken, dat ik tot mijn heer ga.
KJVAnd he said1unto them, Hinder me4not, seeing the LORD6hath prospered7my way;8send me away9that I may go10to my master.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than4תְּאַחֲר֣וּH309vertoeven, achter, vertoefcontinue, defer, delay, hinder, be late (slack), stay (there), tarry (longer)5אֹתִ֔יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6וַֽיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7הִצְלִ֣יחַH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)8דַּרְכִּ֑יH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)9שַׁלְּח֕וּנִיH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10וְאֵלְכָ֖הH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak11לַֽאדֹנִֽיH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'
57Toen zeiden zij: Laat ons de jonge dochter roepen, en haar mond vragen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
57Toen zeidenH559 zij: Laat ons de jonge dochterH5291roepenH7121, en haar mondH6310vragenH7592.Toen zeiden zij: Laat ons de jonge dochter roepen, en haar mond vragen.
KJVAnd they said,1We will call2the damsel,3and enquire4at her mouth.
58En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met deze man trekken? En zij antwoordde: Ik zal trekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
58En zij riepenH7121RebekkaH7259, en zeidenH559totH413 haar: Zult gij metH5973dezeH2088manH376trekkenH3212? En zij antwoorddeH559: Ik zal trekkenH3212.En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met deze man trekken? En zij antwoordde: Ik zal trekken.
KJVAnd they called1Rebekah,2and said3unto her, Wilt thou go5with this man?7And she said,9I will go.
1וַיִּקְרְא֤וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2לְרִבְקָה֙H7259RebekkaRebekah3וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֵלֶ֔יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הֲתֵלְכִ֖יH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7הָאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9וַתֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10אֵלֵֽךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
59Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
59Toen lietenH7971 zij RebekkaH7259, hun zusterH269, en haar voedsterH3243trekkenH7971, mitsgaders AbrahamsH85knechtH5650 en zijn mannenH582.Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen.
KJVAnd they sent away1Rebekah3their sister,4and her nurse,6and Abraham's9servant,8and his men.
1וַֽיְשַׁלְּח֛וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3רִבְקָ֥הH7259RebekkaRebekah4אֲחֹתָ֖םH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מֵנִקְתָּ֑הּH3243zuigen, voedster, zuigelingmilch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling)7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8עֶ֥בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant9אַבְרָהָ֖םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אֲנָשָֽׁיוH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
60En zij zegenden Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! wordt gij tot duizenden millioenen, en uw zaad bezitte de poort zijner haters!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
60En zijH1961zegendenH1288RebekkaH7259, en zeidenH559 tot haar: O, onze zusterH269! wordt gijH859 tot duizendenH505millioenenH7233, en uw zaadH2233bezitteH3423 de poortH8179 zijner hatersH8130!En zij zegenden Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! wordt gij tot duizenden millioenen, en uw zaad bezitte de poort zijner haters!
KJVAnd they blessed1Rebekah,3and said4unto her, Thou7art our sister,6be thou8the mother of thousands9of millions,10and let thy seed12possess11the gate14of those which hate
1וַיְבָרֲכ֤וּH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3רִבְקָה֙H7259RebekkaRebekah4וַיֹּ֣אמְרוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5לָ֔הּ6אֲחֹתֵ֕נוּH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together7אַ֥תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8הֲיִ֖יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9לְאַלְפֵ֣יH505duizend, duizenden, twee duizendthousand10רְבָבָ֑הH7233tien duizend, tien duizenden, tienduizendenmany, million, [idiom] multiply, ten thousand11וְיִירַ֣שׁH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly12זַרְעֵ֔ךְH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time13אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14שַׁ֥עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)15שֹׂנְאָֽיוH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly
61En Rebekka maakte zich op met haar jonge dochteren, en zij reden op kemelen, en volgden den man; en die knecht nam Rebekka, en toog heen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
61En RebekkaH7259 maakte zich op met haar jonge dochterenH5291, en zij redenH7392opH5921kemelenH1581, en volgdenH3212 den manH376; en die knechtH5650namH3947RebekkaH7259, en toogH3212 heen.En Rebekka maakte zich op met haar jonge dochteren, en zij reden op kemelen, en volgden den man; en die knecht nam Rebekka, en toog heen.
KJVAnd Rebekah2arose,1and her damsels,3and they rode4upon the camels,6and followed7the man:9and the servant11took10Rebekah,13and went his way.
1וַתָּ֨קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2רִבְקָ֜הH7259RebekkaRebekah3וְנַעֲרֹתֶ֗יהָH5291jonge dochter, jonge vrouw, jonge dochtersdamsel, maid(-en), young (woman)4וַתִּרְכַּ֨בְנָה֙H7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַגְּמַלִּ֔יםH1581kemelen, kemels, kemelcamel7וַתֵּלַ֖כְנָהH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9הָאִ֑ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10וַיִּקַּ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11הָעֶ֛בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13רִבְקָ֖הH7259RebekkaRebekah14וַיֵּלַֽךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
62Izak nu kwam, van daar men komt tot den put Lachai-Roi; en hij woonde in het zuiderland.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
62IzakH3327 nu kwam, van daar men komtH935 tot den putH883Lachai-RoiH2416; en hijH1931woondeH3427 in het zuiderlandH5045.Izak nu kwam, van daar men komt tot den put Lachai-Roi; en hij woonde in het zuiderland.
KJVAnd Isaac1came2from the way3of the well Lahairoi;4for he dwelt8in the south10country.
1וְיִצְחָק֙H3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)2בָּ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3מִבּ֔וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4בְּאֵ֥רH883putBeer-lahai-roi5לַחַ֖יH883putBeer-lahai-roi6רֹאִ֑יH883putBeer-lahai-roi7וְה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8יוֹשֵׁ֖בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10הַנֶּֽגֶבH5045zuiden, zuidwaarts, Zuidensouth (country, side, -ward)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
63En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kemelen kwamen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
63En IzakH3327 was uitgegaanH3318 om te biddenH7742 in het veldH7704, tegen het nakenH6437 van den avondH6153; en hij hiefH5375 zijn ogenH5869 op en zagH7200 toe, en zietH2009, de kemelenH1581kwamenH935!En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kemelen kwamen!
KJVAnd Isaac2went out1to meditate3in the field4at5the eventide:6and he lifted up7his eyes,8and saw,9and, behold, the camels11were coming.
1וַיֵּצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2יִצְחָ֛קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)3לָשׂ֥וּחַH7742biddenmeditate4בַּשָּׂדֶ֖הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild5לִפְנ֣וֹתH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)6עָ֑רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night7וַיִּשָּׂ֤אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield8עֵינָיו֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)9וַיַּ֔רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions10וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see11גְמַלִּ֖יםH1581kemelen, kemels, kemelcamel12בָּאִֽיםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
64Rebekka hief ook haar ogen op, en zij zag Izak; en zij viel van den kemel af.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
64RebekkaH7259hiefH5375 ook haar ogenH5869opH5921, en zij zagH7200IzakH3327; en zij vielH5307 van den kemelH1581 af.Rebekka hief ook haar ogen op, en zij zag Izak; en zij viel van den kemel af.
KJVAnd Rebekah2lifted up1her eyes,4and when she saw5Isaac,7she lighted8off9the camel.
1וַתִּשָּׂ֤אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2רִבְקָה֙H7259RebekkaRebekah3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עֵינֶ֔יהָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)5וַתֵּ֖רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7יִצְחָ֑קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)8וַתִּפֹּ֖לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down9מֵעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הַגָּמָֽלH1581kemelen, kemels, kemelcamel
65En zij zeide tot den knecht: Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? En de knecht zeide: Dat is mijn heer! Toen nam zij den sluier, en bedekte zich.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
65En zij zeideH559totH413 den knechtH5650: WieH4310 is die manH376, die ons in het veldH7704tegemoetH7125wandeltH1980? En de knechtH5650zeideH559: DatH1931 is mijn heerH113! Toen namH3947 zij den sluierH6809, en bedekteH3680 zich.En zij zeide tot den knecht: Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? En de knecht zeide: Dat is mijn heer! Toen nam zij den sluier, en bedekte zich.
KJVFor she had said1unto the servant,3What4man5is this6that walketh7in the field8to meet us?9And the servant11had said,10It is my master:13therefore she took14a vail,15and covered herself.
1וַתֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הָעֶ֗בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant4מִֽיH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God5הָאִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6הַלָּזֶה֙H1976this7הַהֹלֵ֤ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl8בַּשָּׂדֶה֙H7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild9לִקְרָאתֵ֔נוּH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way10וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11הָעֶ֖בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant12ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13אֲדֹנִ֑יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'14וַתִּקַּ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win15הַצָּעִ֖יףH6809sluiervail16וַתִּתְכָּֽסH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)
66En de knecht vertelde aan Izak al de zaken, die hij gedaan had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
66En de knechtH5650verteldeH5608 aan IzakH3327alH3605 de zakenH1697, dieH834 hij gedaanH6213 had.En de knecht vertelde aan Izak al de zaken, die hij gedaan had.
KJVAnd the servant2told1Isaac3all things6that he had done.
1וַיְסַפֵּ֥רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer2הָעֶ֖בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3לְיִצְחָ֑קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)4אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8עָשָֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
67En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
67En IzakH3327brachtH935 haar in de tentH168 van zijn moederH517SaraH8283; en hij namH3947RebekkaH7259, en zij werdH1961 hem ter vrouwH802, en hij had haar liefH157. Alzo werd IzakH3327getroostH5162naH310 zijner moedersH517 dood.En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood.
KJVAnd Isaac2brought her1into his mother5Sarah's4tent,3and took6Rebekah,8and she became his wife;11and he loved12her: and Isaac14was comforted13after15his mother's
1וַיְבִאֶ֣הָH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2יִצְחָ֗קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)3הָאֹ֨הֱלָה֙H168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent4שָׂרָ֣הH8283Sara, saraSarah5אִמּ֔וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting6וַיִּקַּ֧חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8רִבְקָ֛הH7259RebekkaRebekah9וַתְּהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10ל֥וֹ11לְאִשָּׁ֖הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English12וַיֶּאֱהָבֶ֑הָH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend13וַיִּנָּחֵ֥םH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)14יִצְחָ֖קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)15אַחֲרֵ֥יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with16אִמּֽוֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 24:1— Abraham nu was oud, en wel bedaagd; en de HEERE had Abraham in alles gezegend.Genesis 13:2→Genesis 21:5→Genesis 25:20→Efeze 1:3→Genesis 24:35→Genesis 12:2→Galaten 3:9→Genesis 18:11→
Genesis 24:2— Zo sprak Abraham tot zijn knecht, den oudste van zijn huis, regerende over alles, wat hij had: Leg toch uw hand onder mijn heup,Genesis 47:29→Genesis 39:4→Genesis 15:2→Genesis 24:9→1 Kronieken 29:24→Genesis 39:8→Genesis 44:1→1 Timotheüs 5:17→
Genesis 24:3— Opdat ik u doe zweren bij den HEERE, den God des hemels, en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw nemen zult van de dochteren der Kanaanieten, in het midden van welke ik woon;Genesis 26:34→Nehemia 13:25→2 Korinthe 6:14→2 Koningen 19:15→Deuteronomium 10:20→Deuteronomium 7:3→Genesis 14:22→Nehemia 9:6→
Genesis 24:4— Maar dat gij naar mijn land, en naar mijn maagschap trekken, en voor mijn zoon Izak een vrouw nemen zult.Genesis 28:2→Genesis 12:7→Genesis 22:20→Genesis 11:25→
Genesis 24:5— En die knecht zeide tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen in dit land; zal ik dan uw zoon moeten wederbrengen in het land, waar gij uitgetogen zijt?Exodus 9:2→Spreuken 13:16→Exodus 20:7→Genesis 24:58→Jeremia 4:2→
Genesis 24:6— En Abraham zeide tot hem: Wacht u, dat gij mijn zoon niet weder daarheen brengt!Galaten 5:1→Hebreeën 11:13→Hebreeën 11:9→2 Petrus 2:20→Hebreeën 10:39→
Genesis 24:7— De HEERE, de God des hemels, Die mij uit mijns vaders huis en uit het land mijner maagschap genomen heeft, en Die tot mij gesproken heeft, en Die mij gezworen heeft, zeggende: Aan uw zaad zal Ik dit land geven! Die Zelf zal Zijn Engel voor uw aangezicht zenden, dat gij voor mijn zoon van daar een vrouw neemt.Psalmen 34:7→Genesis 13:15→Hebreeën 1:14→Exodus 33:2→Genesis 15:18→Exodus 32:13→Jesaja 63:9→Richteren 2:1→
Genesis 24:8— Maar indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van dezen mijn eed; alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen.Jozua 2:17→Numeri 30:5→Numeri 30:8→Handelingen 7:2→Jozua 9:20→Johannes 8:32→Genesis 24:4→
Genesis 24:9— Toen legde de knecht zijn hand onder de heup van Abraham, zijn heer, en hij zwoer hem over deze zaak.Genesis 24:2→
Genesis 24:10— En die knecht nam tien kemelen van zijns heren kemelen, en toog heen; en al het goed zijns heren was in zijn hand; en hij maakte zich op, en toog heen naar Mesopotamie, naar de stad van Nahor.Deuteronomium 23:4→Genesis 11:31→Genesis 29:1→Richteren 3:8→Handelingen 2:9→Genesis 24:2→Genesis 39:8→1 Kronieken 19:6→
Genesis 24:11— En hij deed de kemelen nederknielen buiten de stad, bij een waterput, des avondtijds, ten tijde, als de putsters uitkwamen.1 Samuël 9:11→Johannes 4:7→Exodus 2:16→Genesis 33:13→Spreuken 12:10→Genesis 24:13→
Genesis 24:12— En hij zeide: HEERE! God van mijn heer Abraham! doe haar mij toch heden ontmoeten, en doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer.Genesis 24:27→Genesis 26:24→Exodus 3:15→Exodus 3:6→Genesis 24:42→Genesis 24:48→Psalmen 118:25→Nehemia 2:4→
Genesis 24:13— Zie, ik sta bij de waterfontein, en de dochteren der mannen dezer stad zijn uitgaande om water te putten;Genesis 24:43→Genesis 24:11→Richteren 5:11→Exodus 2:16→Genesis 29:9→Spreuken 3:6→1 Samuël 9:11→Johannes 4:7→
Genesis 24:14— Zo geschiede, dat die jonge dochter, tot welke ik zal zeggen: Neig toch uw kruik, dat ik drinke; en zij zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kemelen drenken; diezelve zij, die Gij Uw knecht Izak toegewezen hebt, en dat ik daaraan bekenne, dat Gij weldadigheid bij mijn heer gedaan hebt.Richteren 6:37→Richteren 6:17→Genesis 15:8→Genesis 24:44→1 Samuël 20:7→Jesaja 7:11→1 Samuël 6:7→2 Samuël 5:24→
Genesis 24:15— En het geschiedde, eer hij geeindigd had te spreken, ziet, zo kwam Rebekka uit, welke aan Bethuel geboren was, de zoon van Milka, de huisvrouw van Nahor, de broeder van Abraham; en zij had haar kruik op haar schouder.Genesis 11:29→Genesis 11:27→Genesis 24:24→Genesis 24:45→Genesis 22:20→Psalmen 34:15→Exodus 2:16→Ruth 2:17→
Genesis 24:16— En die jonge dochter was zeer schoon van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik, en ging op.Genesis 26:7→Numeri 31:17→Hooglied 5:2→Genesis 4:1→Genesis 39:6→
Genesis 24:17— Toen liep die knecht haar tegemoet, en hij zeide: Laat mij toch een weinig waters uit uw kruik drinken.Johannes 4:7→Jesaja 35:6→Jesaja 30:25→Jesaja 49:10→Johannes 4:9→Jesaja 41:17→1 Koningen 17:10→Jesaja 21:14→
Genesis 24:18— En zij zeide: Drink, mijn heer! en zij haastte zich en liet haar kruik neder op haar hand, en gaf hem te drinken.1 Petrus 3:8→Spreuken 31:26→Genesis 24:14→1 Petrus 4:8→
Genesis 24:19— Als zij nu voleindigd had van hem drinken te geven, zeide zij: Ik zal ook voor uw kemelen putten, totdat zij voleindigd hebben te drinken.Genesis 24:14→Genesis 24:45→1 Petrus 4:9→
Genesis 24:21— En de man ontzette zich over haar, stilzwijgende, om te merken, of de HEERE zijn weg voorspoedig gemaakt had, of niet.Genesis 24:12→Psalmen 107:1→Lukas 2:19→2 Samuël 7:18→Psalmen 107:8→Psalmen 107:15→Psalmen 107:43→Psalmen 34:1→
Genesis 24:22— En het geschiedde, als de kemelen voleindigd hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, welker gewicht was tien sikkelen gouds.Exodus 32:2→1 Timotheüs 2:9→Esther 5:1→1 Petrus 3:3→Genesis 24:47→Jeremia 2:32→Genesis 23:15→Ezechiël 16:11→
Genesis 24:24— En zij had tot hem gezegd: Ik ben de dochter van Bethuel, de zoon van Milka, die zij Nahor gebaard heeft.Genesis 24:15→Genesis 22:23→Genesis 22:20→Genesis 11:29→
Genesis 24:25— Voorts had zij tot hem gezegd: Ook is er stro en veel voeders bij ons, ook plaats om te vernachten.1 Petrus 4:9→Genesis 18:4→Jesaja 32:8→Richteren 19:19→
Genesis 24:26— Toen neigde die man zijn hoofd, en aanbad den HEERE;Genesis 24:52→Exodus 4:31→Genesis 24:48→Nehemia 8:6→Psalmen 95:6→Exodus 12:27→Psalmen 72:9→Genesis 22:5→
Genesis 24:27— En hij zeide: Geloofd zij de HEERE, de God van mijn heer Abraham, Die Zijn weldadigheid en waarheid niet nagelaten heeft van mijn heer; aangaande mij, de HEERE heeft mij op dezen weg geleid, ten huize van mijns heren broederen.Genesis 24:48→Genesis 24:12→Psalmen 98:3→Genesis 32:10→Exodus 18:10→1 Samuël 25:32→Ruth 4:14→Lukas 1:68→
Genesis 24:28— En die jonge dochter liep, en gaf ten huize harer moeder te kennen, gelijk deze zaken waren.Genesis 31:33→Genesis 24:67→Genesis 24:48→Genesis 24:55→
Genesis 24:29— En Rebekka had een broeder, wiens naam was Laban; en Laban liep tot die man naar buiten tot de fontein.Genesis 29:5→Genesis 29:13→Genesis 24:60→Genesis 24:55→
Genesis 24:31— En hij zeide: Kom in, gij, gezegende des HEEREN! waarom zoudt gij buiten staan? want ik heb het huis bereid, en de plaats voor de kemelen.Ruth 3:10→Genesis 26:29→Psalmen 115:15→Richteren 17:2→Spreuken 18:16→Spreuken 17:8→
Genesis 24:32— Toen kwam die man naar het huis toe, en men ontgordde de kemelen, en men gaf den kemelen stro en voeder; en water om zijn voeten te wassen, en de voeten der mannen, die bij hem waren.Genesis 43:24→Richteren 19:21→Genesis 18:4→1 Samuël 25:41→1 Timotheüs 5:10→Genesis 19:2→Lukas 7:44→Johannes 13:4→
Genesis 24:33— Daarna werd hem te eten voorgezet; maar hij zeide: Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb. En hij zeide: Spreek!Job 23:12→Johannes 4:31→Efeze 6:5→Prediker 9:10→1 Timotheüs 6:2→Psalmen 132:3→Johannes 4:14→Spreuken 22:29→
Genesis 24:35— En de HEERE heeft mijn heer zeer gezegend, zodat hij groot geworden is; en Hij heeft hem gegeven schapen, en runderen, en zilver, en goud, en knechten, en maagden, en kemelen, en ezelen.Genesis 24:1→Genesis 13:2→Psalmen 18:35→Genesis 49:25→Job 1:3→Genesis 26:12→Psalmen 112:3→1 Timotheüs 4:8→
Genesis 24:36— En Sara, de huisvrouw van mijn heer, heeft mijn heer een zoon gebaard, nadat zij oud geworden was; en hij heeft hem gegeven alles, wat hij heeft.Genesis 25:5→Genesis 21:10→Genesis 21:1→Genesis 11:29→Romeinen 4:19→Genesis 18:10→Genesis 17:15→
Genesis 24:37— En mijn heer heeft mij doen zweren, zeggende: Gij zult voor mijn zoon geen vrouw nemen van de dochteren der Kanaanieten, in welker land ik wone;Genesis 24:2→Ezra 9:1→Genesis 6:2→Genesis 27:46→
Genesis 24:38— Maar gij zult trekken naar het huis mijns vaders, en naar mijn geslacht, en zult voor mijn zoon een vrouw nemen!Genesis 24:4→Genesis 12:1→Genesis 31:19→
Genesis 24:39— Toen zeide ik tot mijn heer: Misschien zal mij de vrouw niet volgen.Genesis 24:5→
Genesis 24:40— En hij zeide tot mij: De HEERE, voor Wiens aangezicht ik gewandeld heb, zal Zijn Engel met u zenden, en Hij zal uw weg voorspoedig maken, dat gij voor mijn zoon een vrouw neemt, uit mijn geslacht en uit mijns vaders huis.Genesis 24:7→Genesis 17:1→Genesis 5:22→Exodus 23:20→Psalmen 16:8→Genesis 5:24→Hebreeën 1:14→Openbaring 22:16→
Genesis 24:41— Dan zult gij van mijn eed rein zijn, wanneer gij tot mijn geslacht zult gegaan zijn; en indien zij haar u niet geven, zo zult gij rein zijn van mijn eed.Genesis 24:8→Deuteronomium 29:12→
Genesis 24:42— En ik kwam heden aan de fontein; en ik zeide: O, HEERE! God van mijn heer Abraham! zo Gij nu mijn weg voorspoedig maken zult, op welke ik ga;Nehemia 1:11→Ezra 8:21→Genesis 24:31→Romeinen 1:10→Handelingen 10:7→Psalmen 90:17→Handelingen 10:22→Genesis 24:12→
Genesis 24:43— Zie, ik sta bij de waterfontein; zo geschiede, dat de maagd, die uitkomen zal om te putten, en tot welke ik zeggen zal: Geef mij toch een weinig waters te drinken uit uw kruik;Genesis 24:13→
Genesis 24:44— En zij tot mij zal zeggen: Drink gij ook, en ik zal ook uw kemelen putten; dat deze die vrouw zij, die de HEERE aan den zoon van mijn heer heeft toegewezen.Genesis 24:14→Hebreeën 13:2→Spreuken 18:22→Spreuken 16:33→Jesaja 32:8→1 Timotheüs 2:10→Genesis 2:22→Spreuken 19:14→
Genesis 24:45— Eer ik geeindigd had te spreken in mijn hart, ziet, zo kwam Rebekka uit, en had haar kruik op haar schouder, en zij kwam af tot de fontein en putte; en ik zeide tot haar: Geef mij toch te drinken!Jesaja 58:9→Mattheüs 7:7→2 Samuël 7:27→Handelingen 10:30→Genesis 24:15→Daniël 9:19→Jesaja 65:24→1 Samuël 1:13→
Genesis 24:46— Zo haastte zij zich en liet haar kruik van zich neder, en zeide: Drink gij, en ik zal ook uw kemelen drenken; en ik dronk, en zij drenkte ook de kemelen.Genesis 24:18→
Genesis 24:47— Toen vraagde ik haar, en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Bethuel, den zoon van Nahor, welken Milka hem gebaard heeft. Zo legde ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen;Psalmen 45:13→Jesaja 62:3→Efeze 5:26→Ezechiël 16:10→Genesis 24:53→Psalmen 45:9→Genesis 24:22→
Genesis 24:48— En ik neigde mijn hoofd, en aanbad de HEERE; en ik loofde den HEERE, den God van mijn heer Abraham, Die mij op den rechten weg geleid had, om de dochter des broeders van mijn heer voor zijn zoon te nemen.Genesis 24:26→Genesis 24:52→Genesis 22:23→Spreuken 3:5→Psalmen 48:14→Psalmen 32:8→Jesaja 48:17→Spreuken 4:11→
Genesis 24:49— Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult, geeft het mij te kennen; en zo niet, geeft het mij ook te kennen, opdat ik mij ter rechterhand of ter linkerhand wende.Genesis 47:29→Jozua 2:14→Numeri 20:17→Deuteronomium 2:27→Genesis 32:10→Spreuken 3:3→
Genesis 24:50— Toen antwoordde Laban en Bethuel, en zeiden: Van den HEERE is deze zaak voortgekomen; wij kunnen kwaad noch goed tot u spreken.Genesis 31:24→Psalmen 118:23→Genesis 31:29→2 Samuël 13:22→Markus 12:11→Genesis 24:55→Genesis 24:60→Handelingen 11:17→
Genesis 24:51— Zie, Rebekka is voor uw aangezicht; neem haar en trek henen; zij zij de vrouw van den zoon uws heren, gelijk de HEERE gesproken heeft!Genesis 24:15→Genesis 20:15→2 Samuël 16:10→
Genesis 24:52— En het geschiedde, als Abrahams knecht hun woorden hoorde, zo boog hij zich ter aarde voor den HEERE.Genesis 24:26→Genesis 24:48→1 Kronieken 29:20→Psalmen 107:21→Handelingen 10:25→Psalmen 116:1→Psalmen 95:6→2 Kronieken 20:18→
Genesis 24:53— En de knecht langde voort zilveren kleinoden, en gouden kleinoden, en klederen, en hij gaf die aan Rebekka; hij gaf ook aan haar broeder en haar moeder kostelijkheden.Exodus 3:22→Exodus 12:35→Exodus 11:2→Genesis 24:22→Genesis 24:10→2 Kronieken 21:3→Hooglied 4:13→Deuteronomium 33:13→
Genesis 24:54— Toen aten en dronken zij, hij en de mannen, die bij hem waren; en zij vernachtten, en zij stonden des morgens op, en hij zeide: Laat mij trekken tot mijn heer!Genesis 24:59→Genesis 24:56→Lukas 8:38→Prediker 7:10→Spreuken 22:29→2 Samuël 18:27→Genesis 28:5→2 Samuël 18:19→
Genesis 24:55— Toen zeide haar broeder, en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of tien, bij ons blijven; daarna zult gij gaan.Genesis 4:3→Leviticus 25:29→Richteren 14:8→
Genesis 24:56— Maar hij zeide tot hen: Houdt mij niet op, dewijl de HEERE mijn weg voorspoedig gemaakt heeft! laat mij trekken, dat ik tot mijn heer ga.Spreuken 25:25→Jesaja 48:15→Genesis 45:9→Jozua 1:8→
Genesis 24:58— En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met deze man trekken? En zij antwoordde: Ik zal trekken.Psalmen 45:10→Lukas 1:38→
Genesis 24:59— Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen.Genesis 35:8→Genesis 24:50→Genesis 24:60→1 Thessalonicenzen 2:5→Numeri 11:12→Genesis 24:53→
Genesis 24:60— En zij zegenden Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! wordt gij tot duizenden millioenen, en uw zaad bezitte de poort zijner haters!Genesis 22:17→Genesis 17:16→Genesis 1:28→Genesis 28:3→Genesis 48:15→Genesis 9:1→Leviticus 25:46→Daniël 7:10→
Genesis 24:61— En Rebekka maakte zich op met haar jonge dochteren, en zij reden op kemelen, en volgden den man; en die knecht nam Rebekka, en toog heen.1 Samuël 30:17→Genesis 31:34→Genesis 2:24→Esther 8:10→Esther 8:14→Psalmen 45:10→
Genesis 24:62— Izak nu kwam, van daar men komt tot den put Lachai-Roi; en hij woonde in het zuiderland.Genesis 25:11→Genesis 16:14→Genesis 12:9→Genesis 20:1→
Genesis 24:63— En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kemelen kwamen!Psalmen 1:2→Psalmen 119:15→Jozua 1:8→Psalmen 139:17→Psalmen 143:5→Psalmen 145:5→Psalmen 104:34→Psalmen 119:27→
Genesis 24:64— Rebekka hief ook haar ogen op, en zij zag Izak; en zij viel van den kemel af.Jozua 15:18→Richteren 1:14→
Genesis 24:65— En zij zeide tot den knecht: Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? En de knecht zeide: Dat is mijn heer! Toen nam zij den sluier, en bedekte zich.1 Korinthe 11:10→Genesis 20:16→1 Korinthe 11:5→1 Timotheüs 2:9→
Genesis 24:66— En de knecht vertelde aan Izak al de zaken, die hij gedaan had.Markus 6:30→
Genesis 24:67— En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood.Genesis 38:12→Genesis 37:35→1 Thessalonicenzen 4:13→Genesis 18:6→Hooglied 8:2→Genesis 25:20→1 Thessalonicenzen 4:15→Efeze 5:22→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 24 vers 1— Abraham nu was oud, en wel bedaagd; en de HEERE had Abraham in alles gezegend.
oud
Zie boven Gen. 18:11. Abraham was in dezen tijd omtrent 140 jaren oud; want hij was honderd jaren oud toen Izak geboren werd, boven, Gen. 21:5; en Izak was 40 jaren oud, toen hij Rebekka trouwde; onder Gen. 25:20.
Hertaald:oud
Zie Gen. 18:11. Abraham was op dit moment ongeveer 140 jaar oud; want hij was honderd jaar oud toen Izak geboren werd, Gen. 21:5, en Izak was 40 jaar oud toen hij met Rebekka trouwde; zie Gen. 25:20.
wel
Hebr. gaande in dagen; Zie deze manier van spreken boven, Gen. 18:11.
Hertaald:wel
Hebreeuws: gaande in dagen. Zie deze uitdrukking ook in Gen. 18:11.
gezegend
Zie bov. Gen. 12:2.
Hertaald:gezegend
Zie Gen. 12:2.
Genesis 24 vers 2— Zo sprak Abraham tot zijn knecht, den oudste van zijn huis, regerende over alles, wat hij had: Leg toch uw hand onder mijn heup,
den
Hebr. den ouden. Versta den verzorger en opperknecht zijns huisgezins, genoemd Eliëzer van Damaskus. Zie boven, Gen. 15:2.
Hertaald:den
Hebreeuws: de oudste. Versta hieronder: de verzorger en hoofdknecht van zijn huisgezin, genaamd Eliëzer van Damascus. Zie Gen. 15:2.
Leg
Een manier van doen, gebruikelijk in het eedzweren, dat de huisheer van zijn huisvolk vorderde, tot een teken van onderwerping en trouw. Zie ook onder Gen. 47:29. Anders heeft men ook in het zweren de handen opgeheven; boven, Gen. 14:22; Openb. 10:5.
Hertaald:Leg
Een gebruik bij het afleggen van een eed, dat de heer des huizes van zijn huisvolk eiste, als teken van onderwerping en trouw. Zie ook Gen. 47:29. Ook werden bij het zweren wel de handen opgeheven; Gen. 14:22; Openb. 10:5.
Genesis 24 vers 3— Opdat ik u doe zweren bij den HEERE, den God des hemels, en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw nemen zult van de dochteren der Kanaanieten, in het midden van welke ik woon;
der Kanaänieten,
Hebr. des Kanaänieters. Zie van dezen boven Gen. 10:15-16, enz.; van dezen wilde Abraham voor zijn zoon een vrouw hebben, omdat zij gans afgodisch, grote zondaren en buiten het verbond Gods waren. Verg. onder Gen. 28:1-2; Ex. 34:16; Deut. 7:3; Joz. 23:12; Ezra 9:1-3; Neh. 13:23, Neh. 13:25, enz.; 2 Kor. 6:14-15. Van dit recht der ouders in de huwelijken der kinderen in het algemeen, zie boven Gen. 6:2 en Gen. 21:21.
Hertaald:der Kanaänieten,
Hebreeuws: de Kanaänieter. Zie hierover Gen. 10:15-16, enz. Van deze wilde Abraham geen vrouw voor zijn zoon hebben, omdat zij geheel afgodisch waren, grote zondaars, en buiten het verbond van God stonden. Vergelijk Gen. 28:1-2; Ex. 34:16; Deut. 7:3; Joz. 23:12; Ezra 9:1-3; Neh. 13:23, Neh. 13:25, enz.; 2 Kor. 6:14-15. Over dit recht van de ouders in de huwelijken van hun kinderen in het algemeen, zie Gen. 6:2 en Gen. 21:21.
Genesis 24 vers 4— Maar dat gij naar mijn land, en naar mijn maagschap trekken, en voor mijn zoon Izak een vrouw nemen zult.
mijn land
Abrahams vaderland was Ur der Chaldeën, zijnde een gedeelte des gehelen lands, gelegen tussen de rivieren Eufraat en Tigris, waarin Mesopotamië, alwaar Nahor woonde, mede begrepen was.
Hertaald:mijn land
Abrahams vaderland was Ur der Chaldeeën, een deel van het gehele land gelegen tussen de rivieren de Eufraat en de Tigris, waarin ook Mesopotamië lag, waar Nahor woonde.
mijn maagschap
Van wie hij tijding ontvangen had, boven Gen. 22:20. Deze waren wel door de bijwoning der afgodische ingezetenen ook met afgoderij besmet, gelijk blijkt ond. Gen. 31:19, Gen. 31:30, Gen. 31:32, Gen. 31:35, en Joz. 24:2, maar niet zo gruwelijk vervallen in afgoderij en andere grove zonden, gelijk de verworpen Kanaänieten. Zie Deut. 12:30-31.
Hertaald:mijn maagschap
Van hen had hij bericht ontvangen, Gen. 22:20. Zij waren, door het samenleven met de afgodische bevolking, wel eveneens door afgoderij besmet, zoals blijkt uit Gen. 31:19, Gen. 31:30, Gen. 31:32, Gen. 31:35, en Joz. 24:2, maar zij waren niet zo diep in afgoderij en andere grove zonden vervallen als de verworpen Kanaänieten. Zie Deut. 12:30-31.
Genesis 24 vers 5— En die knecht zeide tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen in dit land; zal ik dan uw zoon moeten wederbrengen in het land, waar gij uitgetogen zijt?
En die
Hier en in het vervolg blijkt de zonderlinge voorzichtigheid en godvruchtigheid van dezen dienstknecht, die vóór het zweren de mening van zijn heer volkomenlijk begeert te verstaan.
Hertaald:En die
Hier en verderop blijkt de bijzondere voorzichtigheid en godsvrucht van deze dienstknecht, die vóór het zweren de bedoeling van zijn heer volledig wil begrijpen.
vrouw
Versta een jonge dochter, die Izaks vrouw zou worden.
Hertaald:vrouw
Versta hieronder: een jonge vrouw, die Izaks echtgenote zou worden.
volgen
Hebr. Achter mij gaan. Alzo ond. vs.8.
Hertaald:volgen
Hebreeuws: achter mij gaan. Zo ook in vers 8.
moeten
Hebr. wederbrengende wederbrengen. Dit wordt gezegd niet ten aanzien van Izak, die daar nimmer geweest was, maar ten aanzien van Abraham, in wiens lenden Izak in dien tijd besloten was.
Hertaald:moeten
Hebreeuws: terugbrengend terugbrengen. Dit wordt niet gezegd met het oog op Izak, die daar nooit geweest was, maar met het oog op Abraham, in wiens lenden Izak op dat moment nog besloten lag.
Genesis 24 vers 6— En Abraham zeide tot hem: Wacht u, dat gij mijn zoon niet weder daarheen brengt!
Wacht u,
Eensdeels, omdat God hem en zijn toekomstig zaad in dit land Kanaän, met belofte van dat te erven, uit Chaldeën geroepen had; anderdeels om het perijkel van afgoderij, waartoe Izak had mogen verleid worden. Hebr. wordt bewaard, of behoed voor u,
Hertaald:Wacht u,
Deels omdat God hem en zijn toekomstig nageslacht met de belofte dit te zullen erven uit Chaldea naar dit land Kanaän geroepen had; deels vanwege het gevaar van afgoderij, waartoe Izak verleid had kunnen worden. Hebreeuws: word bewaard, of behoed voor u.
Genesis 24 vers 8— Maar indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van dezen mijn eed; alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen.
rein zijn
Dat is, ontslagen en vrij of onschuldig zijn van den eed, dien ik u opleg.
Hertaald:rein zijn
Dat is: ontslagen, vrij, of onschuldig zijn van de eed die ik u opleg.
Genesis 24 vers 10— En die knecht nam tien kemelen van zijns heren kemelen, en toog heen; en al het goed zijns heren was in zijn hand; en hij maakte zich op, en toog heen naar Mesopotamie, naar de stad van Nahor.
al het
Dat is, allerlei nodig en kostbaar goed nam hij met goedvinden van zijn heer mede, zo tot de reis, als tot verering, daar het in deze zaak dienstig zou wezen. Zie vs.54.
Hertaald:al het
Dat is: allerlei nodig en kostbaar goed nam hij, met instemming van zijn heer, mee, zowel voor de reis als om te schenken, waar dat in deze zaak van pas zou komen. Zie vers 54.
Mesopotámië,
Hebr. Syrië der twee rivieren; zo genoemd, omdat het gelegen was tussen twee rivieren, Tigris aan het oosten, en Eufraat aan het westen. Zie dezen naam ook Deut. 23:4; Richt. 3:8.
Hertaald:Mesopotámië,
Hebreeuws: Syrië van de twee rivieren; zo genoemd omdat het gelegen was tussen twee rivieren, de Tigris in het oosten en de Eufraat in het westen. Zie deze naam ook in Deut. 23:4; Richt. 3:8.
stad van
Dat is, waar Nahor woonde; zie boven Gen. 23:10. Versta de stad Haran, gelijk afgenomen wordt uit Gen. 28:10, en Gen. 29:4.
Hertaald:stad van
Dat is: waar Nahor woonde; zie Gen. 23:10. Versta hieronder de stad Haran, zoals valt af te leiden uit Gen. 28:10, en Gen. 29:4.
Genesis 24 vers 11— En hij deed de kemelen nederknielen buiten de stad, bij een waterput, des avondtijds, ten tijde, als de putsters uitkwamen.
deed de
Om te rusten, of te pleisteren, zoals de gewoonte is van beesten wanneer zij vermoeid zijn.
Hertaald:deed de
Om te rusten, of uit te rusten, zoals gebruikelijk is bij dieren wanneer zij vermoeid zijn.
Genesis 24 vers 12— En hij zeide: HEERE! God van mijn heer Abraham! doe haar mij toch heden ontmoeten, en doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer.
doe haar
Te weten, de jonge dochter, of ook, mijn begeerte
Hertaald:doe haar
Namelijk: aan de jonge vrouw; of ook: mijn verlangen.
mij toch
Hebr. voor mijn aangezicht.
Hertaald:mij toch
Hebreeuws: voor mijn aangezicht.
Genesis 24 vers 14— Zo geschiede, dat die jonge dochter, tot welke ik zal zeggen: Neig toch uw kruik, dat ik drinke; en zij zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kemelen drenken; diezelve zij, die Gij Uw knecht Izak toegewezen hebt, en dat ik daaraan bekenne, dat Gij weldadigheid bij mijn heer gedaan hebt.
Zo
Dit teken begeert hij niet uit mistrouwen of vermetelheid, maar uit een bijzonder vertrouwen, dat God in hem wrocht, die door zijn beleid dit alles zo geschikt had, gelijk de uitkomst zulks heeft bewezen, zoals in het volgende blijkt; zie dergelijke exempelen Richt. 6:17, 1 Sam. 14:9-10.
Hertaald:Zo
Dit teken vraagt hij niet uit wantrouwen of overmoed, maar uit een bijzonder vertrouwen, dat God in hem gewerkt had, die door zijn beleid dit alles zo geschikt had — zoals de uitkomst heeft bewezen, wat in het vervolg blijkt; zie soortgelijke voorbeelden in Richt. 6:17, 1 Sam. 14:9-10.
toegewezen
Anders, toegeschikt, of voorbereid.
Hertaald:toegewezen
Anders: toebedeeld, of voorbereid.
Genesis 24 vers 16— En die jonge dochter was zeer schoon van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik, en ging op.
schoon
Hebr. goed; zie boven, Gen. 6:2.
Hertaald:schoon
Hebreeuws: goed; zie Gen. 6:2.
geen man
Zie deze manier van spreken boven, Gen. 19:8.
Hertaald:geen man
Zie deze uitdrukking ook in Gen. 19:8.
Genesis 24 vers 21— En de man ontzette zich over haar, stilzwijgende, om te merken, of de HEERE zijn weg voorspoedig gemaakt had, of niet.
ontzette
Te weten, door grote blijdschap en verwondering, ziende dat het teken, hetwelk hij van de Heere verzocht had, zo haastelijk hem voor ogen kwam.
Hertaald:ontzette
Namelijk: door grote blijdschap en verwondering, omdat hij zag dat het teken dat hij van de HEERE gevraagd had, zo snel voor zijn ogen gebeurde.
stilzwijgende,
Bedenkende bij zichzelven hoe wonderlijk de genadige voorzienigheid Gods zich hier vertoonde, en willende voortaan wel waarnemen of het volgende met dit begin geheel overeenkomen zou.
Hertaald:stilzwijgende,
Bij zichzelf overdenkend hoe wonderlijk de genadige voorzienigheid van God zich hier openbaarde, en er nauwlettend op lettend of het vervolg wel geheel met dit begin zou overeenstemmen.
Genesis 24 vers 22— En het geschiedde, als de kemelen voleindigd hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, welker gewicht was tien sikkelen gouds.
voorhoofdsiersel
Het Hebr. woord betekent hier voorhoofdsiersel, gelijk blijkt onder vs.47, Jes. 3:21; Ezech. 16:12. Somtijds betekent het ook een oorring of oorsiersel, onder, Gen. 35:4, en Ex. 32:2-3.
Hertaald:voorhoofdsiersel
Het Hebreeuwse woord betekent hier voorhoofdsieraad, zoals blijkt uit vers 47, Jes. 3:21; Ezech. 16:12. Soms betekent het ook een oorring of oorsieraad, zie Gen. 35:4, en Ex. 32:2-3.
een halve
Het Hebr. woord wordt verklaard een halven sikkel; Ex. 38:26.
Hertaald:een halve
Het Hebreeuwse woord wordt uitgelegd als een halve sikkel; Ex. 38:26.
sikkel, en
Omtrent den zilveren sikkel, zie boven, Gen. 20:16. De goudenen de zilveren sikkels hadden beiden een gewicht, de algemene wegende 160 gastkorrels, of een half lood; de heilige nog eens zoveel, namelijk 320 korrels, of een geheel lood. Een lood goud was tienmaal zoveel als een lood zilvers. Een lood zilvers deed een halven rijksdaalder, en bijgevolg een lood gouds vijf rijkdaalders, of twaalf en een halven gulden.
Hertaald:sikkel, en
Over de zilveren sikkel, zie Gen. 20:16. Zowel de gouden als de zilveren sikkel hadden een vast gewicht: de gewone woog 160 gerstekorrels, of een half lood; de heilige het dubbele daarvan, namelijk 320 korrels, of een heel lood. Een lood goud was tien keer zoveel waard als een lood zilver. Een lood zilver was een halve rijksdaalder waard, en dus een lood goud vijf rijksdaalders, of twaalfeneenhalve gulden.
armringen
Die men nu gewoonlijk noemt braceletten.
Hertaald:armringen
Die men tegenwoordig gewoonlijk armbanden noemt.
aan haar
Versta hierbij, hij gaf die, of legde die aan haar handen, gelijk het woord nemen, in dit vs. gesteld, dikwijls gebruikt wordt, hebbende niet alleen zijn eigen betekenis, maar ook een andere daaronder begrijpende; zie boven, Gen. 12:15.
Hertaald:aan haar
Versta hierbij: hij gaf die, of deed die om haar handen, zoals het woord 'nemen' in dit vers vaak gebruikt wordt met, naast zijn eigen betekenis, ook een andere daaronder begrepen; zie Gen. 12:15.
Genesis 24 vers 23— Want hij had gezegd: Wiens dochter zijt gij? geef het mij toch te kennen; is er ook ten huize uws vaders plaats voor ons, om te vernachten?
Want hij
Verg. ond. vs.47.
Hertaald:Want hij
Vergelijk vers 47.
Genesis 24 vers 24— En zij had tot hem gezegd: Ik ben de dochter van Bethuel, de zoon van Milka, die zij Nahor gebaard heeft.
den zoon
Dit wordt hier bijgevoegd, opdat de knecht van Abraham zou weten en verstaan, dat zij echt en recht geboren was, uit de wettelijke en principale vrouw, en niet uit het bijwijf Reüna; zie bov., Gen. 22:23-24.
Hertaald:den zoon
Dit wordt hier toegevoegd, zodat de knecht van Abraham zou weten en begrijpen dat zij wettig geboren was, uit de rechtmatige hoofdvrouw, en niet uit de bijvrouw Reüna; zie Gen. 22:23-24.
Genesis 24 vers 26— Toen neigde die man zijn hoofd, en aanbad den HEERE;
neigde
Het Hebr. woord betekent eigenlijk met het hoofd nederwaarts bukken.
Hertaald:neigde
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk: met het hoofd naar beneden buigen.
aanbad
Het Hebr. woord betekent het nederbukken en krommen des gehelen lichaams; hetwelk hierin zich sluit een religieusen en godsdienstigen eerbied tot God; verenigd met aanbidding; zie ook boven Gen. 22:5; idem, Ps. 66:4; Neh. 9:3, enz.
Hertaald:aanbad
Het Hebreeuwse woord betekent het neerbukken en buigen van het hele lichaam, waarin een religieuze en godsdienstige eerbied voor God besloten ligt, verenigd met aanbidding; zie ook Gen. 22:5; ook Ps. 66:4; Neh. 9:3, enz.
Genesis 24 vers 27— En hij zeide: Geloofd zij de HEERE, de God van mijn heer Abraham, Die Zijn weldadigheid en waarheid niet nagelaten heeft van mijn heer; aangaande mij, de HEERE heeft mij op dezen weg geleid, ten huize van mijns heren broederen.
Geloofd
Zie boven Gen. 14:20.
Hertaald:Geloofd
Zie Gen. 14:20.
waarheid
De getrouwheid in het houden zijner beloften. Alzo ond. Gen. 32:10; Ps. 143:1; Jes. 38:18-19.
Hertaald:waarheid
De trouw in het houden van zijn beloften. Zo ook in Gen. 32:10; Ps. 143:1; Jes. 38:18-19.
van mijn
Hebr. van met, of van bij mijnen heer; versta te bewijzen, of te oefenen.
Hertaald:van mijn
Hebreeuws: van met, of van bij mijn heer; versta: te bewijzen, of te betonen.
aangaande
Hebr. ik, dat is, wat mij aangaat; alzo wordt het genomen boven Gen. 9:9, en Gen. 17:4; 1 Kron. 28:2; Ps. 35:13, en Ps. 41:13, en elders.
Hertaald:aangaande
Hebreeuws: ik, dat is: wat mij betreft; zo wordt het ook gebruikt in Gen. 9:9, en Gen. 17:4; 1 Kron. 28:2; Ps. 35:13, en Ps. 41:13, en elders.
broederen
Dat is, magen, bloedvrienden. Zie boven, Gen. 13:8, en onder vs.48; Marc. 3:31-32.
Hertaald:broederen
Dat is: verwanten, bloedverwanten. Zie Gen. 13:8, en vers 48; Marc. 3:31-32.
Genesis 24 vers 31— En hij zeide: Kom in, gij, gezegende des HEEREN! waarom zoudt gij buiten staan? want ik heb het huis bereid, en de plaats voor de kemelen.
gij gezegende
Een voortreffelijke titel, dien de Israelieten aan Gods voortreffelijke vrienden plachten te geven, beduidende dat God hun welgedaan had, en nog met zijn genade en weldadigheid hun steeds nabij was; zie onder, Gen. 26:29; Ruth 3:10; Ps. 115:15.
Hertaald:gij gezegende
Een voortreffelijke titel die de Israëlieten plachten te geven aan Gods voortreffelijke vrienden, waarmee bedoeld werd dat God hun weldadig geweest was en hun met zijn genade en goedheid steeds nabij bleef; zie Gen. 26:29; Ruth 3:10; Ps. 115:15.
bereid,
Of, gezuiverd, gereinigd, uitgeruimd, en alles wat in den weg was, weggedaan. Alzo wordt het Hebreeuwse woord genomen Lev. 14:36.
Hertaald:bereid,
Of: gezuiverd, gereinigd, opgeruimd, waarbij alles wat in de weg stond, weggehaald was. Zo wordt het Hebreeuwse woord ook gebruikt in Lev. 14:36.
Genesis 24 vers 32— Toen kwam die man naar het huis toe, en men ontgordde de kemelen, en men gaf den kemelen stro en voeder; en water om zijn voeten te wassen, en de voeten der mannen, die bij hem waren.
om zijn
Zie boven, Gen. 18:4, en de aanteek.
Hertaald:om zijn
Zie Gen. 18:4, en de aantekening daar.
Genesis 24 vers 33— Daarna werd hem te eten voorgezet; maar hij zeide: Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb. En hij zeide: Spreek!
werd hem
Hebr. voor zijn aangezicht werd gezet om te eten.
Hertaald:werd hem
Hebreeuws: voor zijn aangezicht werd gezet om te eten.
hij zeide
Te weten Laban.
Hertaald:hij zeide
Namelijk: Laban.
Genesis 24 vers 34— Toen zeide hij: Ik ben een knecht van Abraham;
knecht;
Zie boven, vs.2.
Hertaald:knecht;
Zie vers 2.
Genesis 24 vers 35— En de HEERE heeft mijn heer zeer gezegend, zodat hij groot geworden is; en Hij heeft hem gegeven schapen, en runderen, en zilver, en goud, en knechten, en maagden, en kemelen, en ezelen.
groot
Dat is, rijk en machtig; alzo onder Gen. 26:13; 2 Kon. 4:8.
Hertaald:groot
Dat is: rijk en machtig; zo ook in Gen. 26:13; 2 Kon. 4:8.
Genesis 24 vers 36— En Sara, de huisvrouw van mijn heer, heeft mijn heer een zoon gebaard, nadat zij oud geworden was; en hij heeft hem gegeven alles, wat hij heeft.
nadat zij
Hebr. na haar ouderdom; dat is, door een bovennatuurlijke werking des Heeren, waaruit een ongewone zegening, volgens zijn beloftenis, te verwachten is.
Hertaald:nadat zij
Hebreeuws: na haar ouderdom; dat is: door een bovennatuurlijke werking van de HEERE, waarvan, overeenkomstig zijn belofte, een buitengewone zegen te verwachten was.
hij heeft
Dat is, hij heeft hem erfgenaam van alles gemaakt.
Hertaald:hij heeft
Dat is: hij heeft hem tot erfgenaam van alles gemaakt.
Genesis 24 vers 37— En mijn heer heeft mij doen zweren, zeggende: Gij zult voor mijn zoon geen vrouw nemen van de dochteren der Kanaanieten, in welker land ik wone;
Gij zult
Zie boven, vs.3.
Hertaald:Gij zult
Zie vers 3.
Genesis 24 vers 38— Maar gij zult trekken naar het huis mijns vaders, en naar mijn geslacht, en zult voor mijn zoon een vrouw nemen!
Maar gij
Anders, zult gij niet trekken? of , zo gij niet trekt, enz; waarop dan verstaan moet worden: wee u of, zo doe u God dit of dat. Zie bov. Gen. 14:22-23, en Gen. 21:23.
Hertaald:Maar gij
Anders: zult gij niet gaan? Of: als gij niet gaat, enz., waarop dan verstaan moet worden: wee u, of: zo doe God u dit of dat. Zie Gen. 14:22-23, en Gen. 21:23.
Genesis 24 vers 40— En hij zeide tot mij: De HEERE, voor Wiens aangezicht ik gewandeld heb, zal Zijn Engel met u zenden, en Hij zal uw weg voorspoedig maken, dat gij voor mijn zoon een vrouw neemt, uit mijn geslacht en uit mijns vaders huis.
ik gewandeld
Zie boven Gen. 17:1.
Hertaald:ik gewandeld
Zie Gen. 17:1.
Genesis 24 vers 41— Dan zult gij van mijn eed rein zijn, wanneer gij tot mijn geslacht zult gegaan zijn; en indien zij haar u niet geven, zo zult gij rein zijn van mijn eed.
eed rein
Anders, vloek, of eed van den vloek; dat is, van de straf die ieder, valselijk zwerende, op zich haald.
Hertaald:eed rein
Anders: vloek, of eed van de vloek; dat is: van de straf die ieder die vals zweert, over zich haalt.
Genesis 24 vers 47— Toen vraagde ik haar, en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Bethuel, den zoon van Nahor, welken Milka hem gebaard heeft. Zo legde ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen;
op haar
Of, op haar neus, zodat het van het voorhoofd nederwaarts hing op den neus.
Hertaald:op haar
Of: op haar neus, zodat het vanaf het voorhoofd naar beneden op de neus hing.
Genesis 24 vers 48— En ik neigde mijn hoofd, en aanbad de HEERE; en ik loofde den HEERE, den God van mijn heer Abraham, Die mij op den rechten weg geleid had, om de dochter des broeders van mijn heer voor zijn zoon te nemen.
op den
Hebr. den weg der waarheid; dat is, den waren of den rechten weg.
Hertaald:op den
Hebreeuws: de weg van de waarheid; dat is: de ware of de rechte weg.
broeder
Dat is, bloedverwant, want Bethuël was de zoon van Nahor, Abrahams broeders. Zie bov. vs.27.
Hertaald:broeder
Dat is: bloedverwant, want Bethuël was de zoon van Nahor, Abrahams broer. Zie vers 27.
Genesis 24 vers 49— Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult, geeft het mij te kennen; en zo niet, geeft het mij ook te kennen, opdat ik mij ter rechterhand of ter linkerhand wende.
trouw
Hebr. waarheid.
Hertaald:trouw
Hebreeuws: waarheid.
doen zult,
Hebr. zo gij zijt doende.
Hertaald:doen zult,
Hebreeuws: zo gij doende zijt.
opdat ik
Dat is, opdat ik mij elders op den enen of op den anderen weg begeven mag, om mijns heren last uit te voeren.
Hertaald:opdat ik
Dat is: opdat ik mij naar elders, de ene of de andere weg, kan begeven om de opdracht van mijn heer uit te voeren.
wende
Of, omzie ter rechter-, of ter linkerhand.
Hertaald:wende
Of: uitzie naar rechts, of naar links.
Genesis 24 vers 50— Toen antwoordde Laban en Bethuel, en zeiden: Van den HEERE is deze zaak voortgekomen; wij kunnen kwaad noch goed tot u spreken.
Laban
De zoon wordt hier vóór den vader gesteld, omdat hij, zoals men houdt, van den vader last had het woord te voeren, en het huisbestuur meest bij hem stond, zijnde zijn vader niet alleen dedaasd, maar ook misschien ziekelijk.
Hertaald:Laban
De zoon wordt hier vóór de vader genoemd, omdat hij, naar men aanneemt, van zijn vader opdracht had het woord te voeren, en het huisbestuur voornamelijk bij hem berustte, doordat zijn vader niet alleen bejaard, maar wellicht ook ziekelijk was.
Van den
Hier blijkt dat bij deze lieden nog enige kennis en vreze van den waren God geweest is; zie hier en vs.51.
Hertaald:Van den
Hier blijkt dat bij deze mensen nog enige kennis en vreze van de ware God aanwezig was; zie dit en vers 51.
kwaad
Dat is, wij kunnen er niets in tegenspreken; verg. onder, Gen. 31:24-25, Gen. 31:29; en 2 Sam. 13:22.
Hertaald:kwaad
Dat is: wij kunnen er niets tegen inbrengen; vergelijk Gen. 31:24-25, Gen. 31:29; en 2 Sam. 13:22.
Genesis 24 vers 51— Zie, Rebekka is voor uw aangezicht; neem haar en trek henen; zij zij de vrouw van den zoon uws heren, gelijk de HEERE gesproken heeft!
neem haar
Zie boven, vs.3.
Hertaald:neem haar
Zie vers 3.
Genesis 24 vers 53— En de knecht langde voort zilveren kleinoden, en gouden kleinoden, en klederen, en hij gaf die aan Rebekka; hij gaf ook aan haar broeder en haar moeder kostelijkheden.
kleinodiën,
Hebr. vaten van zilver, en vaten van goud, dat is, zilverwerk en goudwerk.
Hertaald:kleinodiën,
Hebreeuws: vaten van zilver, en vaten van goud, dat is: zilverwerk en goudwerk.
kostelijkheden
Het Hebr. woord beduidt alles wat uitgelezen en kostelijk is, en in het bijzonder uitgelezen en kostelijke vruchten des lands. Zie Deut. 33:13-15; en 2 Kron. 21:3, en 2 Kron. 32:23; Ezra 1:6.
Hertaald:kostelijkheden
Het Hebreeuwse woord duidt alles aan wat uitgelezen en kostbaar is, en in het bijzonder uitgelezen en kostbare vruchten van het land. Zie Deut. 33:13-15; en 2 Kron. 21:3, en 2 Kron. 32:23; Ezra 1:6.
Genesis 24 vers 55— Toen zeide haar broeder, en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of tien, bij ons blijven; daarna zult gij gaan.
enige
Zie boven, Gen. 4:3. Sommigen verstaan door dagen of tien, een vol jaar [hetwelk een jaar der dagen genoemd wordt] of tien maanden. Het woord of wordt ook wel eens verstaan als: immers.
Hertaald:enige
Zie Gen. 4:3. Sommigen verstaan onder 'dagen, of tien' een vol jaar (dat een 'jaar der dagen' genoemd wordt), of tien maanden. Het woord 'of' wordt soms ook opgevat als: immers.
zult gij
Anders, zal zij.
Hertaald:zult gij
Anders: zal zij.
Genesis 24 vers 57— Toen zeiden zij: Laat ons de jonge dochter roepen, en haar mond vragen.
Laat ons
Dat is, laat ons horen wat zij van dit haastig vertrek zal zeggen; want zij heeft toegestaan het huwelijk, om den wil van haar ouders en vrienden, en tot een teken daarvan de geschenken ontvangen.
Hertaald:Laat ons
Dat is: laat ons horen wat zij zal zeggen over dit haastige vertrek; want zij heeft in het huwelijk toegestemd omwille van haar ouders en verwanten, en heeft als teken daarvan de geschenken ontvangen.
Genesis 24 vers 59— Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen.
hun
Versta, hun bloedverwante; want niet alleen Laban haar broeder, maar ook de andere bloedvrienden hebben afscheid van haar genomen, en alzo in het volgende vs.
Hertaald:hun
Versta hieronder: hun bloedverwante; want niet alleen Laban, haar broer, maar ook de andere bloedverwanten hebben afscheid van haar genomen; zo ook in het volgende vers.
haar voedster
Genaamd Debora: onder, Gen. 35:8.
Hertaald:haar voedster
Genaamd Debora; zie Gen. 35:8.
Genesis 24 vers 60— En zij zegenden Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! wordt gij tot duizenden millioenen, en uw zaad bezitte de poort zijner haters!
zij zegenden
Zie bov. Gen. 14:19.
Hertaald:zij zegenden
Zie Gen. 14:19.
word
Zij wensen haar dat zij mag worden een moeder van ontelbare mensen; verg. Dan. 7:10.
Hertaald:word
Zij wensen haar dat zij een moeder van ontelbare mensen mag worden; vergelijk Dan. 7:10.
millioenen,
Dat is tienduizenden.
Hertaald:millioenen,
Dat is: tienduizenden.
uw zaad
Zie bov., Gen. 22:17.
Hertaald:uw zaad
Zie Gen. 22:17.
Genesis 24 vers 61— En Rebekka maakte zich op met haar jonge dochteren, en zij reden op kemelen, en volgden den man; en die knecht nam Rebekka, en toog heen.
jonge
Die de vrienden haar tot gezelschap en dienst medegaven.
Hertaald:jonge
Die de verwanten haar meegaven tot gezelschap en dienst.
die knecht
Te weten, Abrahams knecht.
Hertaald:die knecht
Namelijk: Abrahams knecht.
Genesis 24 vers 62— Izak nu kwam, van daar men komt tot den put Lachai-Roi; en hij woonde in het zuiderland.
den put
Zie omtrent dezen put boven, Gen. 16:14, en Gen. 25:11.
Hertaald:den put
Zie over deze put Gen. 16:14, en Gen. 25:11.
in het
In het zuiden van het land Kanaän, omtrent Berseba en Gerar.
Hertaald:in het
In het zuiden van het land Kanaän, in de omgeving van Berséba en Gerar.
Genesis 24 vers 63— En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kemelen kwamen!
te bidden
Of, om te denken, om te peinzen, dat is, om zijn zinnen met godzalige gedachten en aanbiddingen voor den Heere te oefenen.
Hertaald:te bidden
Of: om na te denken, te peinzen, dat is: om zijn gedachten te oefenen in godvruchtige overpeinzingen en aanbidding voor de HEERE.
tegen
Hebr. tegen, of met het aanzien van den avond, Alzo ook Ex. 14:27, tegen, of met het aanzien van den morgenstond, dat is, tegen het naken, enz.
Hertaald:tegen
Hebreeuws: tegen, of met het aanschijn van de avond. Zo ook in Ex. 14:27: tegen, of met het aanschijn van de morgenstond, dat is: bij het naderen, enz.
Genesis 24 vers 64— Rebekka hief ook haar ogen op, en zij zag Izak; en zij viel van den kemel af.
zij viel
Dat is, zij is haastig afgeklommen, uit ontsteltenis en bedenking of die persoon Izak mocht zijn; tegelijk den knecht daarnaar vragende. Anderen menen dat zij niet afgeklommen is, voordat zij van den knecht verstaan had, dat het Izak was; en in dien zin wordt het volgende vers door sommigen overgezet; want zij had gezegd tot den knecht, enz.
Hertaald:zij viel
Dat is: zij is haastig afgestegen, in verwarring en zich afvragend of die persoon Izak zou kunnen zijn, en vroeg dit meteen aan de knecht. Anderen menen dat zij niet is afgestegen voordat zij van de knecht vernomen had dat het Izak was; en in die zin wordt het volgende vers door sommigen vertaald, namelijk: want zij had tot de knecht gezegd, enz.
Genesis 24 vers 65— En zij zeide tot den knecht: Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? En de knecht zeide: Dat is mijn heer! Toen nam zij den sluier, en bedekte zich.
bedekte
Tot een teken van schaamte en onderwerping.
Hertaald:bedekte
Als teken van eerbied en onderwerping.
Genesis 24 vers 67— En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood.
in de
Zie bov. Gen. 18:10, en Gen. 23:2.
Hertaald:in de
Zie Gen. 18:10, en Gen. 23:2.
na zijner
Die nu drie jaren dood was. De langdurigheid van dezen rouw was een teken van zijn liefde jegens zijn moeder.
Hertaald:na zijner
Die inmiddels drie jaar dood was. De lengte van deze rouw was een teken van zijn liefde voor zijn moeder.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Abram — verheven vader
De zoon van Terah, vóór zijn oudere broers Nahor en Haran genoemd (Gen. 11:27) omdat hij de erfgenaam van de beloften was. Op zeventigjarige leeftijd verliet hij met zijn familie Ur der Chaldeeën; later, na de dood van zijn vader in Haran, ontving hij van de HEERE de roeping om naar het onbekende land Kanaän te trekken, 'niet wetende waar hij komen zou' (Hebr. 11:8). Later zou zijn naam veranderd worden in Abraham (Gen. 17:4-5).
Nahor — snuivend, briesend
Een zoon van Terah en broer van Abram (Gen. 11:26-27). Hij bleef, anders dan Abram, achter in Haran; zijn kleindochter Rebekka zou later de vrouw van Isaäk worden (Gen. 24).
Sarai — mijn vorstin
De vrouw en tegelijk halfzuster van Abram (Gen. 11:29; 20:12). Onder deze naam wordt zij voor het eerst genoemd; later, bij de instelling van het verbond der besnijdenis, zou haar naam veranderd worden in Sarah, 'vorstin' (Gen. 17:15), toen haar werd beloofd dat zij, ondanks haar hoge leeftijd, de moeder van de beloofde zoon zou worden.
Izak — lachen, gelach
De zoon van Abraham en Sara, geboren toen Abraham honderd jaar oud was, precies zoals de HEERE beloofd had (Gen. 21:1-5). Zijn naam herinnert aan het ongelovige lachen van zowel Abraham (Gen. 17:17) als Sara (Gen. 18:12) toen hun deze geboorte was aangekondigd, en later aan Sara's vreugdevolle lach (Gen. 21:6). Als het kind der belofte is Izak in het Nieuwe Testament een voorafbeelding van de gelovigen, 'kinderen der belofte' (Gal. 4:28), en zijn beoogde offering op de berg Moria (Gen. 22) een beeld van de opoffering van Gods eigen Zoon.
Bethuel — man Gods, of: verwoester Gods
Een zoon van Nahor, Abrahams broer, en Milka, genoemd in de lijst van Nahors nageslacht (Gen. 22:20-23). Hij werd de vader van Laban en Rebekka, en daarmee de schoonvader van Izak.
Rebekka — een strik, of: gebonden schoonheid
De dochter van Bethuel, hier voor het eerst genoemd in de geslachtslijst van Nahor (Gen. 22:23), en later, in Gen. 24, door Abrahams knecht bij de put gevonden en tot vrouw van Izak gemaakt. Zij zou de moeder worden van Ezau en Jakob, en toonde een sterke wil die haar zachtaardige man vaak overvleugelde, onder meer bij het verkrijgen van de zegen voor Jakob (Gen. 27).
Laban — wit
De zoon van Bethuel en broer van Rebekka (Gen. 24:29). Hij woonde te Haran in Mesopotamië. Later, wanneer zijn neef Jakob bij hem zijn toevlucht zoekt, blijkt Laban een sluw en berekenend man: hij laat Jakob eerst met Lea trouwen in plaats van de beloofde Rachel, en verandert herhaaldelijk Jakobs loon (Gen. 29-31).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Haran — Assyrisch-Babylonisch Charran, "weg" — mogelijk omdat hier de handelsroute van Damaskus samenkwam met die van Ninevé naar Karkemis
Ligging: Vertegenwoordigd door het huidige Charran (Harran), ten zuidoosten van Edessa, aan de rivier de Belias (Balikh), een zijrivier van de Eufraat. De ruïnes liggen aan weerszijden van de rivier.
Geschiedenis: De stad waar Terach zich vestigde na zijn vertrek uit Ur (Gen. 11:31v), en vanwaar Abram zijn pelgrimstocht naar Kanaän begon (Gen. 12:1v). Waarschijnlijk "de stad van Nahor" waar Abrahams knecht kwam om een vrouw voor Izak te zoeken (Gen. 24:10v). Hierheen vluchtte ook Jakob voor de toorn van Ezau (Gen. 27:43); hier ontmoette hij zijn bruid en hoedde hij de kudden van Laban. Van oudsher een zetel van de verering van de maangod Sin; er stond een tempel, gebouwd door Salmaneser II en later hersteld door Assurbanipal, die hier gekroond werd met "de kroon van Sin". Bij Haran versloegen de Parthen Crassus (53 v.Chr.); hier werd Caracalla vermoord (217 n.Chr.).
Bijbelse betekenis: Het laatste station voordat Abrams geloofsreis naar het beloofde land werkelijk begon — de plek van vertrek, niet van bestemming.
Archeologie: Bij het huidige Harran (Zuidoost-Turkije) zijn de resten van een zeer oud, uit grote basaltblokken opgetrokken kasteel opgegraven, met vierkante, ruim twee meter dikke zuilen die een gewelfd dak van zo'n negen meter hoog dragen; ook resten van een oude kathedraal zijn zichtbaar. Een bron in de buurt wordt van oudsher geïdentificeerd als de plaats waar Eliëzer Rebekka ontmoette.
Mesopotamië (Aram-Naharaim) — Hebreeuws Aram Naharaim, "Aram van de twee rivieren"; de Griekse naam Mesopotamia, "land tussen de rivieren", is de vertaling hiervan in de Statenvertaling
Ligging: Het land tussen de Eufraat en de Tigris; in het bijzonder het noordelijke deel van dit gebied, rond de grote bocht van de Eufraat, waar ook Haran, "de stad van Nahor", lag. In het Oude Testament ook wel Paddan-Aram ("de vlakte van Aram") genoemd.
Geschiedenis: Hierheen — naar "de stad van Nahor" — zond Abraham zijn knecht Eliëzer om voor Izak een vrouw te zoeken uit zijn eigen maagschap en niet uit de dochteren der Kanaänieten; hier trof Eliëzer bij de waterput Rebekka, de dochter van Bethuel, aan (Gen. 24:10 e.v.). Later trok ook Jakob naar hetzelfde gebied om aan Ezau te ontkomen en er een vrouw te vinden (Gen. 28; 29).
Bijbelse betekenis: Het land van Abrahams eigen maagschap, waaruit hij bewust een vrouw voor de zoon der belofte liet halen, in plaats van een dochter van de Kanaänieten — een eerste aanwijzing van de afzondering die de HEERE van Zijn verbondsvolk vroeg.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het verbondniveau 4Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekstuitwerking
Een bruid gezocht voor de zoon — 24:1-67
Sara is gestorven en Abraham is oud. De belofte moet verder via Izak, en die heeft geen vrouw uit eigen volk.
De vader zendt zijn knecht om een bruid te halen voor de zoon; zij wordt geroepen, gaat mee zonder hem gezien te hebben, en ontmoet hem aan het eind van de reis.
Het is het langste hoofdstuk van Genesis, en het handelt van begin tot einde over deze ene opdracht. De knecht spreekt niet over zichzelf maar over zijn heer en diens zoon, brengt de geschenken uit het huis van de vader, en de beslissende vraag aan Rebekka is: zult gij met deze man trekken? Zij gaat, op zijn woord, naar iemand die zij nog nooit gezien heeft. De Kerk heeft in deze geschiedenis van oudsher een afbeelding gezien van de Vader Die een bruid zoekt voor Zijn Zoon en van de Geest Die haar overhaalt en de gaven meebrengt. Dat is een toepassing en geen uitleg — de tekst zelf zegt er niets over — maar zij is oud, eerbiedig en past bij wat het Nieuwe Testament elders over de bruiloft van het Lam zegt.
Genesis 24:3-4 — De vader zendt zijn knecht om een bruid te halen voor de zoon.
Genesis 24:58 — Zult gij met deze man trekken? En zij antwoordde: Ik zal trekken.
Genesis 24:67 — Izak neemt haar aan, en zij wordt hem tot een vrouw.
Efeze 5:25-27 — Christus heeft de gemeente liefgehad en Zichzelf voor haar overgegeven.
Openbaring 19:7 — De bruiloft des Lams is gekomen.
In het Nieuwe Testament: Efeze 5:25-27; Openbaring 19:7-9; Johannes 16:14
Hoever dit reikt: Dit is uitdrukkelijk niveau 4: een toepassing die past bij de lijn van de Schrift, maar die Genesis 24 zelf niet legt. Wie haar tot vaste betekenis maakt, gaat te ver.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Genesis 24:1.KruisverwijzingenGenesis 13:2→Genesis 21:5→Genesis 25:20→Efeze 1:3→Genesis 24:35→Genesis 12:2→Galaten 3:9→Genesis 18:11→ — Abraham nu was oud, en wel bedaagd; en de HEERE had Abraham in alles gezegend. Gelukkig is de man die kan zeggen dat hij in alles gezegend is!
Toch kende ook Abraham zijn zorgen, want Isaak was nog ongehuwd. Misschien besefte hij niet dat degene die zijn huis zou voortzetten, de eerste twintig jaar van zijn huwelijk kinderloos zou blijven. Zo was het echter wel. Er bleef altijd een beproeving voor Abrahams geloof, maar zelfs zijn beproevingen waren gezegend, want “de HEERE had Abraham in alles gezegend.”
Genesis 24:2.KruisverwijzingenGenesis 47:29→Genesis 39:4→Genesis 15:2→Genesis 24:9→1 Kronieken 29:24→Genesis 39:8→Genesis 44:1→1 Timotheüs 5:17→ — Zo sprak Abraham tot zijn knecht, den oudste van zijn huis, regerende over alles, wat hij had: Leg toch uw hand onder mijn heup, Volgens de oosterse wijze van zweren.
Genesis 24:3.KruisverwijzingenGenesis 26:34→Nehemia 13:25→2 Korinthe 6:14→2 Koningen 19:15→Deuteronomium 10:20→Deuteronomium 7:3→Genesis 14:22→Nehemia 9:6→ — Opdat ik u doe zweren bij den HEERE, den God des hemels, en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw nemen zult van de dochteren der Kanaanieten, in het midden van welke ik woon; Deze heilige man hechtte grote waarde aan de zuiverheid van zijn gezin. Hij wist welke schadelijke invloed een Kanaänitische vrouw op zijn zoon en op zijn nageslacht zou kunnen hebben. Daarom handelde hij hierin met grote zorg. Ik zou wensen dat alle ouders zo waren.
Genesis 24:4-5.KruisverwijzingenGenesis 28:2→Genesis 12:7→Genesis 22:20→Genesis 11:25→Exodus 9:2→Spreuken 13:16→Exodus 20:7→Genesis 24:58→ — Maar dat gij naar mijn land, en naar mijn maagschap trekken, en voor mijn zoon Izak een vrouw nemen zult. En die knecht zeide tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen in dit land; zal ik dan uw zoon moeten wederbrengen in het land, waar gij uitgetogen zijt? De dienaar handelde zeer zorgvuldig. Wie te snel zweert zonder goed te weten wat hij doet, zal al spoedig zweren zonder dat het hem nog iets kan schelen. Voor een christen is het beter het woord van Christus te gedenken: “Zweert ganselijk niet, noch bij den hemel, Noch bij de aarde, noch bij Jeruzalem, Noch bij uw hoofd.” Ongetwijfeld leert de Verlosser niet dat iedere eed voor een christen verboden is, maar als er ooit een eed wordt afgelegd, moet dat met grote voorzichtigheid en in een geest van oprecht gebed gebeuren, zodat er geen misverstand over de zaak ontstaat.
Genesis 24:5-8.KruisverwijzingenJozua 2:17→Psalmen 34:7→Genesis 13:15→Hebreeën 1:14→Exodus 33:2→Genesis 15:18→Exodus 32:13→Numeri 30:5→ — En die knecht zeide tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen in dit land; zal ik dan uw zoon moeten wederbrengen in het land, waar gij uitgetogen zijt? En Abraham zeide tot hem: Wacht u, dat gij mijn zoon niet weder daarheen brengt! De HEERE, de God des hemels, Die mij uit mijns vaders huis en uit het land mijner maagschap genomen heeft, en Die tot mij gesproken heeft, en Die mij gezworen heeft, zeggende: Aan uw zaad zal Ik dit land geven! Die Zelf zal Zijn Engel voor uw aangezicht zenden, dat gij voor mijn zoon van daar een vrouw neemt. Maar indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van dezen mijn eed; alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen. “Diezelve zal Zijn engel voor uw aangezicht zenden.“ (Spurgeon trekt een analogie tussen de dienaar van Abraham, die een vrouw zoekt voor Isaak, en de predikant van het evangelie, die zielen wint voor Jezus. Vervolgens zegt hij:) Sommigen beschouwen het verkondigen van het evangelie als een onbeduidende taak. Toch is onze dienst, wanneer God met ons is, groter dan die van engelen. In alle eenvoud vertellen wij onze jongens en meisjes in de zondagsschool over Jezus. Sommigen zien ons slechts als “zondagsschoolleraren”, maar ons werk heeft een geestelijk gewicht dat onbekend is in de vergaderingen van senatoren en ontbreekt in de raadszalen van keizers. Aan wat wij spreken zijn dood, hel en onbekende werelden verbonden. Wij hebben te maken met het eeuwige lot van onsterfelijke zielen, wanneer zij door Gods genade van de ondergang naar de heerlijkheid en van de zonde naar de heiligheid worden geleid.
Genesis 24:8-11.KruisverwijzingenJozua 2:17→1 Samuël 9:11→Numeri 30:5→Numeri 30:8→Genesis 24:2→Deuteronomium 23:4→Genesis 11:31→Johannes 4:7→ — Maar indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van dezen mijn eed; alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen. Toen legde de knecht zijn hand onder de heup van Abraham, zijn heer, en hij zwoer hem over deze zaak. En die knecht nam tien kemelen van zijns heren kemelen, en toog heen; en al het goed zijns heren was in zijn hand; en hij maakte zich op, en toog heen naar Mesopotamie, naar de stad van Nahor. En hij deed de kemelen nederknielen buiten de stad, bij een waterput, des avondtijds, ten tijde, als de putsters uitkwamen. “Hij maakte zich op en toog heen naar Mesopotámië, naar de stad Nahor.” Ik denk dat ik gerust mag zeggen dat dit leek op wat wij een vergeefse zoektocht zouden noemen. Hij moest een vrouw zoeken voor een jonge man die thuis was gebleven. Hij kende de mensen niet onder wie hij zou verblijven, maar vertrouwde erop dat Gods engel hem zou leiden. Wat moest hij doen nu het beslissende moment naderde? Hij moest Gods raad zoeken. Let erop dat hij dat ook werkelijk deed.
Genesis 24:12-14.KruisverwijzingenGenesis 24:27→Richteren 6:37→Genesis 26:24→Exodus 3:15→Exodus 3:6→Genesis 24:43→Richteren 6:17→Genesis 24:42→ — En hij zeide: HEERE! God van mijn heer Abraham! doe haar mij toch heden ontmoeten, en doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer. Zie, ik sta bij de waterfontein, en de dochteren der mannen dezer stad zijn uitgaande om water te putten; Zo geschiede, dat die jonge dochter, tot welke ik zal zeggen: Neig toch uw kruik, dat ik drinke; en zij zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kemelen drenken; diezelve zij, die Gij Uw knecht Izak toegewezen hebt, en dat ik daaraan bekenne, dat Gij weldadigheid bij mijn heer gedaan hebt. Ik weet niet of wij hem moeten navolgen in het vragen van een teken aan God; misschien niet. Maar hij deed wat hij kon en legde de hele zaak in Gods hand. Een zaak is altijd veilig wanneer zij aan Hem wordt toevertrouwd. Bovendien lag er veel wijsheid in het teken dat hij vroeg.
Waarom zei hij niet: “Het meisje dat mij als eerste te drinken aanbiedt”? Nee, want zij zou misschien te opdringerig zijn, en een opdringerige vrouw paste niet bij de rustige en bedachtzame Isaak. Hij moest haar eerst aanspreken, waarna zij uit eigen beweging bereid moest zijn veel meer te doen dan hij vroeg. Zij moest hem te drinken geven én water putten voor zijn kamelen. Zo zou blijken dat zij niet bang was voor hard werken, hoffelijk en vriendelijk was. Door deze eigenschappen samen kon hij op verstandige wijze ontdekken dat zij de geschikte vrouw voor Isaak was.
Genesis 24:15.KruisverwijzingenGenesis 11:29→Genesis 11:27→Genesis 24:24→Genesis 24:45→Genesis 22:20→Psalmen 34:15→Exodus 2:16→Ruth 2:17→ — En het geschiedde, eer hij geeindigd had te spreken, ziet, zo kwam Rebekka uit, welke aan Bethuel geboren was, de zoon van Milka, de huisvrouw van Nahor, de broeder van Abraham; en zij had haar kruik op haar schouder. “En het geschiedde eer hij geëindigd had te spreken,” Hij kende die belofte nog niet: “Terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen.” Maar God vervult Zijn beloften al voordat Hij ze uitspreekt, en daarom ben ik er zeker van dat Hij ze ook zal vervullen nadat Hij ze heeft gegeven.
Genesis 24:15-16.KruisverwijzingenGenesis 11:29→Genesis 26:7→Genesis 11:27→Genesis 24:24→Genesis 24:45→Genesis 22:20→Psalmen 34:15→Exodus 2:16→ — En het geschiedde, eer hij geeindigd had te spreken, ziet, zo kwam Rebekka uit, welke aan Bethuel geboren was, de zoon van Milka, de huisvrouw van Nahor, de broeder van Abraham; en zij had haar kruik op haar schouder. En die jonge dochter was zeer schoon van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik, en ging op. Zie, zo kwam Rebekka uit, dewelke aan Béthuël geboren was, den zoon van Milka, huisvrouw van Nahor, den broeder van Abraham; en zij had haar kruik op haar schouder. En die jongedochter was zeer schoon van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik en ging op.” Enzovoort. Ik hoef de rest van het verhaal niet voor te lezen, want wij zien al dat de trouwe dienaar door oprecht gebed op de juiste wijze werd geleid. Wij richten ons nu op een andere Schriftgedeelte, waarin wij opnieuw zien hoe iemand in een moeilijke situatie zijn zaak aan de Heere voorlegt, om leiding bidt en die ook ontvangt.
Genesis 24:26.KruisverwijzingenGenesis 24:52→Exodus 4:31→Genesis 24:48→Nehemia 8:6→Psalmen 95:6→Exodus 12:27→Psalmen 72:9→Genesis 22:5→ — Toen neigde die man zijn hoofd, en aanbad den HEERE; “Toen neigde die man zijn hoofd en aanbad den HEERE.”
Let erop hoe Eliezer tijdens de hele reis bleef bidden. Hij twijfelde er geen moment aan dat God Zich met menselijke aangelegenheden bemoeit, maar zocht eenvoudig en vrijmoedig Zijn wil te kennen. Nadat hij zijn verzoek had voorgelegd, wachtte hij in stil vertrouwen af, “om te merken of de HEERE zijn weg voorspoedig gemaakt had of niet“ (Gen. 24:21). Toen zijn onderneming slaagde, erkende hij onmiddellijk dat de snelle vervulling van zijn verlangen een antwoord op zijn gebed was. Het was Gods leiding, en niet zijn eigen scherpzinnigheid of wijsheid, die deze gunstige uitkomst had bewerkt. Zo is het ook met iedere ware dienaar van het Nieuwe Testament. Wij zullen nooit met overtuigingskracht namens God tot mensen spreken, tenzij wij eerst namens de mensen met de kracht van het gebed tot God hebben gesproken.
Genesis 24:33.KruisverwijzingenJob 23:12→Johannes 4:31→Efeze 6:5→Prediker 9:10→1 Timotheüs 6:2→Psalmen 132:3→Johannes 4:14→Spreuken 22:29→ — Daarna werd hem te eten voorgezet; maar hij zeide: Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb. En hij zeide: Spreek! “Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb.”
Hij meende wat hij zei en wilde zelfs het voedsel dat voor hem stond niet aanraken voordat hij zijn opdracht had uitgevoerd. Zoals iedere ware dienaar van Christus stelde hij de belangen van zijn Meester boven zijn eigen gemak en zelfs boven zijn behoefte aan voedsel. Wanneer iemand meer aan zijn eten denkt dan aan het doen van Gods wil, houdt hij op een oprechte dienaar te zijn. Laten wij de toewijding van Abrahams dienaar hierin navolgen.
Genesis 24:49.KruisverwijzingenGenesis 47:29→Jozua 2:14→Numeri 20:17→Deuteronomium 2:27→Genesis 32:10→Spreuken 3:3→ — Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult, geeft het mij te kennen; en zo niet, geeft het mij ook te kennen, opdat ik mij ter rechterhand of ter linkerhand wende. “Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult.” De belangrijkste reden waarom deze trouwe dienaar verlangde naar een gunstig antwoord over Rebekka, was dat hij daarmee de zoon van zijn meester blij zou maken. “O,” dacht hij, “wat zal ik hem verheugen als ik de juiste vrouw bij hem terugbreng, de vrouw die God voor hem heeft bestemd. Hij heeft zijn moeder Sara verloren en leeft in verdriet en gemis. Maar als ik hem iemand mag brengen die haar plaats in zijn liefdevolle hart zal innemen, dan zal ook ik mij verblijden.”
Zo is het ook onze taak het hart van Christus te verheugen. Zijn hart werd met een speer doorstoken nadat het al door diepe smart was gebroken, en niets verblijdt Hem meer dan een ziel die zich aan Zijn zorg toevertrouwt.
Genesis 24:55.KruisverwijzingenGenesis 4:3→Leviticus 25:29→Richteren 14:8→ — Toen zeide haar broeder, en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of tien, bij ons blijven; daarna zult gij gaan. “Laat de jongedochter enige dagen of tien.” Ik weet niet wat Labans precieze motief was, maar ik vermoed dat het overeenkwam met zijn karakter. Zijn latere houding tegenover Jakob laat zien dat er meer achter zat. Misschien dacht hij dat er nog meer gouden armbanden te verkrijgen waren en dat hij zijn zuster te goedkoop weggaf. Misschien wilde hij de kostbare geschenken niet te snel uit handen laten glippen. Daarom probeerde hij de onderhandelingen te rekken. En als hij niets meer uit de dienaar kon verkrijgen, dan kon hij misschien nog ten minste tien dagen gebruikmaken van Rebekka’s diensten. Zij schijnt immers de zorg voor de schapen van het huishouden te hebben gedragen en de gewone huishoudelijke werkzaamheden te hebben verricht die in het Oosten doorgaans door de jonge vrouwen van de familie werden gedaan.
Drie jaren na Sara’s dood vordert Abraham van zijn oudste knecht een eed, dat hij voorzijn zoon geen vrouw van de dochters van de Kanaänieten nemen zal, maar uit zijn vaderland en zijn familie. De knecht vraagt in nauwgezetheid van geweten eerst, wat hem te doen stond, in geval de jonge dochter niet naar Kanaän wilde trekken, en legde daarop zijn eed af.
1. Abraham nu was oud en welbedaagd; hij was reeds in het 140ste jaar van zijn leven, en de HEERE had Abraham in alles gezegend; 1) daarom dacht hij er ernstig over na, om zijn zoon met een gewenste vrouw verenigd te zien, die het gehele vrouwelijke bestuur over dat grote gezin kon nemen.
1) Over het geheel genomen, zijn het niet vele edelen en aanzienlijken, die God tot het koninkrijk der hemelen heeft uitverkoren; doch opdat de armen de roem niet zou overblijven, dat het enkel armen zijn, die rijk in God worden gemaakt, zo heeft God in zijn vrijmachtige genade, ook sommigen van de Zijnen met tijdelijke goederen overvloedig gezegend, en tot toonbeelden van Zijn veelvuldige goedertierenheid gesteld. Abraham was rijk, maar de Schrift prijst hem enkel vanwege zijn geloof, en omdat hij aan zijn gehele huis de weg Gods leerde.
IJdele mensen, deels, omdat zij niet eerbaar genoeg omtrent het huwelijk denken, deels, omdat zij niet bedenken, van hoeveel gewicht het huwelijk van Izaak was, verwonderen er zich over, dat Mozes of liever de Geest Gods zich met zulke geringe zaken bezig houdt. Maar indien bij het lezen van de heilige gebeurtenissen een godsdienstig gevoel-en dat is noodzakelijk-niet ontbreekt, dan zal het gemakkelijk zijn te begrijpen, dat hier niets overbodigs is. Want omdat de mensen er nauwelijks aan twijfelen, dat de Goddelijke Voorzienigheid tot de huwelijken zich uitstrekt, hoe is het dan niet te begrijpen, dat Mozes bij dit gedeelte van Abrahams leven opzettelijk blijft stilstaan! Voornamelijk wil hij toch leren, dat God op bijzondere wijze voor Abrahams huis gezorgd heeft, omdat de Kerk aan dat huis haar oorsprong heeft te danken.
2. Zo sprak Abraham tot zijnen knecht, 1) de oudste van zijn huis, regerende over alles Wat hij had, 2) en wie bij het sterven van de aartsvader een gewichtige plaats in het huis toekwam; a) Leg toch uw hand onder mijn heup. 3)
a) Genesis 47:29
1) Het is waarlijk in het gezin een grote en voortreffelijke gave, als men een getrouwe knecht of dienstmaagd hebben mag; want er is een algemene klacht in de wereld over de verkeerdheden van de dienstbaren.
2) Men denkt hier gewoonlijk aan Eliëzer van Damascus, en deze mening heeft veel voor, al zijn er, sedert hij in hoofdstuk. 15:2 genoemd is, zestig jaar verlopen. De getrouwheid, waarmee hij zijn last volbrengt, verschijnt in des te schoner licht, daar de geboorte van Izaak hem het uitzicht ontnomen heeft, zelf erfgenaam van de goederen zijns Heren te worden.
3) De heup van Abraham, die door het woord van de belofte omtrent het gezegende zaad geheiligd was, of in welke, gelijk Luther zich uitdrukt, Christus was, herinnerde Eliëzer ten ernstigste, dat hier niet het een mensenkind voor het andere, maar dat hij voor de zoon en erfgenaam van de belofte een vrouw te zoeken had.
De heup is de zetel van kracht en tevens symbool van de nakomelingschap. Eliëzer-zo deze het is geweest, -moet zweren bij de Heere, maar ondertussen zijn hand leggen op de heup, omdat deze eed in verband staat met de belofte, welke de Heere God omtrent zijn nakomelingschap heeft gegeven.
3. Opdat ik u doe zweren bij de HEERE, de God des hemels, en de God van de aarde, die gij kent als onze God, a) dat gij voor mijn zoon, zo ik nog stierf, vóór ik u nog uitgezonden had, een vrouw nemen zult uit de dochters van de Kanaänieten, in het midden van welke ik woon. 1)
a) Genesis 28:1
1) Izaak, als erfgenaam van de belofte, moet voor elke aanraking met dat geslacht bewaard blijven, in welks land eens zijn nakomelingen zullen komen, en dat altijd meer rijp werd voor het gericht, dat die nakomelingen zouden volvoeren. Om hem voor alle verzoekingen te bewaren, die een dergelijke verbintenis zouden teweegbrengen, stelt hem de vader ondanks zijn reeds 40jarige ouderdom, onder zekere voogdijschap van zijn oudste, getrouwe knecht. Izaak, een zoon van de ouderdom, blijkt in alles een godvrezend man te zijn, maar toch een zwak man, van weinig doorzicht, ongeschikt tot grote dingen: een man, voor wie een krachtig leidsman of een schrandere vrouw nodig was.
Bij de Heere (Jehova), niet bij God (Elohiem) alleen; daar de Heere de belofte gegeven heeft.
4. Maar dat gij naar mijn land, en naar mijn familie 1) trekken, en van daar voor mijn zoon Izaak een vrouw nemen zult. 2)
1) In Abraham’s familie was de dienst van de ware God, hoewel niet geheel rein, toch het meest bewaard gebleven.
2) Door dit bevel wordt openbaar, op welk een wijze Abraham de tucht over zijn zoon uitoefent. Hij stelt hier zijn zoon onder voogdij van zijn knecht (Galaten. 1:1,2). Wij zien ook, hoe Izaak zijn vader in alles gehoorzaam is geweest, en zich vrijwillig onder voogdijschap van Eliëzer heeft laten stellen, zonder enig tegenspreken. Ook hier is hij een waarachtige type van Hem, die in alles de Vader gehoorzaam is geweest.
5. En die knecht, evenals zijn heer de zaak ernstig ter harte nemende, en daarom vóór het afleggen van de eed zekerheid begerende, hoe hij bij mislukken van zijn poging, zich gedragen moest, zei tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen in dit land; zal ik dan uw zoon moeten weder brengen in het land, waar gij uitgetogen zijt 1) want dan zou het volbrengen van uw wil alleen op die wijze mogelijk zijn.
1) Dit was een natuurlijke zwarigheid, welke zich altijd tegen de dingen van het geloof en van de geest stelt, doch die, evenals de steen van Jezus’ graf, door hoger hand wordt weggenomen. Doch, ofschoon Abraham, door zijn geloof aan de trouwe van God, zich verzekerd hield, dat God voor zijn zoon een vrouw zou uitverkiezen en deze gewillig maken om Eliëzer te volgen, zo zag hij echter niet uit de hoogte op Eliëzers kleingelovigheid neer, maar hij boog zich tot hem neer en keurde zijn zwarigheid niet onmogelijk, want de verzekerdheid van de goede uitslag moest Eliëzer, niet van Abraham, maar van God ontvangen.
Eliëzer is hier tevens een voorbeeld, om niet lichtvaardig te zweren. Aleer hij die heilige handeling verricht, wil hij eerst de zwarigheden hebben opgelost.
6. En Abraham zei tot hem: Wacht u, 1) dat gij mijn zoon niet weer daarheen brengt; wij zouden daardoor ongehoorzaam zijn aan God.
1) Abraham drukte zijn knecht door dit woord ten zeerste op het hart, om ervoor zorg te dragen, dat door zijn toedoen Izaak niet weer naar Mesopotamië terugkeert. Nooit mag de zorg voor een huwelijk hem verleiden, om Gods bevel niet te gehoorzamen.
7. a) De HEERE, de God des hemels, 1) die mij uit mijns vaders huis en uit het land van mijn familie genomen heeft, en die tot mij gesproken heeft, en die mij gezworen heeft, zeggende: b) Aan uw zaad zal ik dit land geven! Die zelf zal Zijn engel 2) voor uw aangezicht zenden, dat gij voor mijn zoon van daar een vrouw neemt. 3)
a) Genesis 12:1 b) Genesis 12:7; 13:15; 15:18; 26:4, Exodus. 32:3 Deuteronomium. 34:4 Hand.7:5
1) “De HEERE, God des hemels.” De dubbele benaming wederom, omdat Hij weet, dat zijn Verbondsgod ook die God is, die alle dingen bestuurt, die hem uit zijns vaders huis heeft geroepen, maar hem ook Kanaän tot een erfelijke bezitting heeft gegeven.
2) Abraham heeft reeds op onderscheidene wijzen ondervonden, dat God Zijn Engelen, of Zijn Engel gebruikt ten dienste van de gelovigen. Hij spreekt dit ook hier uit, om zijn knecht vertrouwen in te boezemen.
3) O, mijn geliefden, als het ongeloof u bespringt en aan het wankelen dreigt te brengen, sla dan de blik terug en naar boven, naar uw verleden en naar de Heere heen. Ga dan pleiten op des Heren roepstemmen, leidingen, trouw, almacht en voorzienigheid. Dat zal u kracht schenken. Menigmaal zult gij dit nodig hebben al schijnt uw geloof ook sinds lang beproefd en gestaald.
8. Maar, opdat ik u geruststelle bij het afleggen van uw eed-indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van deze mijn, aan mij gegeven, eed; alleen, wat er ook moge gebeuren, breng mijn zoon daar niet weer heen.
9. Toen, nadat hij deze nadere opheldering ontvangen had, leide de knecht zijn hand onder de heup van Abraham, zijn heer, en hij zwoer hem over deze zaak. 1)
1) Aangaande Izaak is beloofd, dat hij een vader van een groot volk zal worden; zo was het zeker, dat hij in de echt moest treden en een vrouw hebben. Daarvoor zorgt God ook. Zijn leven en sterven zijn eer en zijn goed en alles, wat hij had, stond in Gods hand; dus ook de vrouw, die hij hebben moest en van wie hij niet wist, vanwaar zij komen zou.
O, dat zijn gelukkige kinderen, die door hun ouders bij hun leven verzorgd worden. Weesjes vinden weinig trouw in de wereld. Hier en daar moge een vriend zijn; het vrome vaderhart, het liefhebbende moederhart is toch de beste vriend.
II. Gen. 24 vers 10-28
De knecht vertrekt met tien kamelen en allerlei kostbaarheden naar Mesopotamië, naar de stad van Nachor; hij doet de kamelen neerknielen bij een waterput en bidt, dat de Heere, de God van Abraham, zelf hem het doel van zijn zending tegemoet voere; hij stelt een teken, waaraan hij de voor de zoon van zijn heer bestemde maagd zal kennen. Nauwelijks heeft hij zijn gebed beëindigd, of hij ziet de verhoring. Rebekka, Bethuëls dochter, komt tot de put en vervult door haar dienstvaardigheid het getelde teken; de knecht begiftigt haar; erkent haar, na naar haar afkomst gevraagd te hebben, voor de van God aangewezene, en verheft zijn lof en dankgebed tot de Heere.
10. En die knecht nam tien kamelen van de kamelen van zijn heer, benevens de nodige mannen om ze te leiden (vs.32,54), en toog heen; en al het goed van zijn heer was in zijn hand, allerlei goederen nam hij mee, om die aan de toekomstige bruid en haar bloedverwanten ten geschenke te geven (vs.22,53), en hij maakte zich op en toog naar Mesopotamië, tussen de Eufraat en de Tiger gelegen, naar de stad van Nachor, dat is Haran (hoofdstuk. 11:31), waarheen hij een weg van 120-125 Duitse mijl had af te leggen.
Eliëzer is de verzorger van Abrahams huis. Hij wil nu ook in den vreemde de eer van Abrahams huis ophouden.
11. En hij deed, nadat hij de reis gelukkig volbracht had en in Haran aangekomen was, de kamelen neerknielen 1) buiten de stad, bij een waterput, tegen de avond, ten tijde als de putsters uitkwamen, om water te putten, gelijk dit nog heden in het Oosten gewoonte is. Zo had hij met overleg plaats en tijd gekozen, om de dochters van de stad te leren kennen, zonder opzien te verwekken. Met mannelijk verstand verenigt hij ook kinderlijke vroomheid; want terwijl hij zo wachtte, wendde hij zich in gebed tot Hem, die alleen in een zo gewichtig geval hem kon raden en leiden.
1) Op een door de geleider gegeven teken knielt de kameel neer. De last, die hij draagt is met touwen of riemen op de rug vastgebonden op zodanige wijze, dat, als de kameel geknield ligt, aan beide zijden de last de aarde raakt en het dier dus uitrusten kan.
12. En hij zei: HEERE! God van mijn heer Abraham! 1) doe haar mij toch heden ontmoeten, 2) leid mij tot degene, die Isaak’s gewenste vrouw worden mag, en doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer, 3) voor wie er zoveel aan gelegen is, dat er voor zijn zoon een goede keus wordt gedaan.
1) Eliëzer spreekt hier de Heere aan als God van Abraham, omdat de zaak, waarvoor hij optreedt, niet zijn zaak is, maar de zaak van zijn heer en met de belofte in het nauwste verband staat. Daarom ook hier weer het woord “HEERE.” In het huis van Abraham had deze grijsaard ook ongetwijfeld de Heere leren kennen. Daarom is het voor hem behoefte, om het aangezicht des Heren te zoeken, aleer hij verder iets verricht.
2) Abrahams knecht wil hiermee zeggen: Heere, tevergeefs zoek ik hier en derwaarts, tevergeefs is mijn arbeid, mijn ijver, mijn moeite, indien Gij deze zaak niet bestuurt.
3) Eliëzer pleit hier voor zijn heer en smeekt, dat de Heere God van het verbond gedachtig moge zijn, hetwelk hij met Abraham heeft opgericht. Welk een voorbeeld voor alle dienstbaren is deze eenvoudige dienstknecht van de vader van de gelovigen!
13. Zie, ik sta bij de waterfontein, en de dochters van de mannen in deze stad zijn uitgaande om water te putten. Wie moet ik uit haar kiezen? Ik kan de rechte keus niet doen, wijs Gij mij aan, wie ik te kiezen heb, en laat het U welgevallig zijn, mij een teken te geven.
14. 1) Zo geschiede, dat die jonge dochter, tot welke ik zal zeggen: Neig toch uw kruik, dat ik drinke; en zij, niet alleen mij zal geven wat ik vraag, maar mijn wensen voorkomende, zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kamelen drenken, diezelve zij, die Gij uw knecht Izaak toegewezen hebt, en dat ik daaraan zal herkennen, dat Gij weldadigheid bij mijn heer gedaan hebt; 2) dat toch zal zonder twijfel een goede moeder zijn, die zo dienstvaardig jegens vreemdelingen is.
1) Het teken, dat Eliëzer bepaalde, bewijst, hoeveel waarde men in het huis van Abraham hechtte aan goede werken, aan werken van vriendschap, gastvrijheid en milddadigheid tegenover mensen en dieren.
De gelovigen mogen tekenen begeren, doch altijd alleen zulke tekenen, als in de gewone, natuurlijke loop van de zaak voorkomen, en niet zoals de Joden deden, iets bovennatuurlijks en buitengewoons, als een teken uit de hemel. Wij weten dat de hemelse dingen onder de aardse dingen verborgen zijn, en daarom mogen en moeten wij letten op tekenen en wenken, die God ons door de aardse van de hemelse dingen geeft. Ook zien wij hier de zo noodzakelijke als plichtmatige voorbede van de heiligen voor elkaar. Het gebed van Eliëzer is: “Doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer”! En Abraham bad ongetwijfeld te huis: “Doe weldadigheid bij Eliëzer!” En zie, nog gedurende het gebed komt de verhoring.
2) Wij horen hier het heerlijk gelovig gebed van een vrome en godzalige man, die bij zo zware zaak een teken vraagt, gelijk ook enige andere voortreffelijke mensen gedaan hebben. Wij moeten zulke geloofshelden, die uit bijzonder vertrouwen op God voortkomen, niet nadoen, niet nabootsen, daar wij daaromtrent geen bevel hebben, en het dus in het rechte niet geschieden kan. Wij moeten in ons gebed de uitkomst van alle zaken aan Gods genadige wil overgeven.
Eliëzer toont hier een schrander man te zijn. Want het teken, dat hij vraagt, zal bewijzen, of de vrouw, die hij voor Izaak nodig acht, in de eerste plaats een kloeke, maar ook een hulp biedende vrouw is. Een kameel drinkt toch over het algemeen zeer lang, vooral na een reis.
15. En het geschiedde, eer hij geëindigd had 1) te spreken, ziet, zo kwam Rebekka uit, a) welke aan Bethuël geboren was, de zoon van Milka, de vrouw van Nachor, de broeder van Abraham; 2) en zij had haar kruik op haar schouder.
a) Genesis 22:23 Genesis 11:27-29
1) “Eer zij roepen, zo zal ik antwoorden; terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen.” Jesaja 65:24). God had het zo beschikt, dat aleer Eliëzer zijn mond opende, om te bidden, Rebekka reeds het huis van haar vader had verlaten, opdat deze eenvoudige kinderlijke ziel niet lang behoefde te wachten op de verhoring van het gebed. De Heere kent Zijn kinderen. Ook hier weer als overal, op het gebed schenkt de Heere de verhoring.
2) Welk een nauwkeurigheid spreidt de Schrift hier ten toon in die opsomming van het geslacht van Rebekka. Het is, opdat het duidelijk zou blijken, dat de zoon van de belofte werd verbonden met een vrouw uit het gezegend geslacht van Sem.
16. En die jonge dochter was zeer schoon 1) van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik en ging op.
1) De Heilige Schrift kent ook aan schoonheid waarde toe. Zij vat met het goede het schone samen, gelijk de Griek met het schone het goede. In de schoonheid van de stammoeders van Israël ziet gij een beeld van een heilig schoon zielenleven.
17. Toen liep die knecht, die van haar afkomst nog wel niets wist (vs.15), maar door lieftalligheid reeds gunstig voor haar gestemd was (hoofdstuk. 29:9 vv.), haar tegemoet, en hij zei, om nu het door hem genoemde teken (vs.14) te beproeven: Laat mij toch een weinig water uit uw kruik drinken. 1)
1) Van het gebruik, dat zij van haar waterkruik zou maken hing het af, of zij de uitverkoren maagd was, die Eliëzer zocht. Ook de Heere Jezus stelde de ontmoeting van een man met een waterkruik, tot teken van het huis, waar de discipelen moesten ingaan, om het Pascha te bereiden; en wie denkt niet bij de vraag van Eliëzer aan Rebekka, om hem een weinig water te drinken te geven, aan dezelfde vraag van de Heer bij de fontein van Jakob aan de Samaritaanse vrouw?.
18. En zij zei: Drink, mijn heer! en zij haastte zich, en liet haar kruik neer op haar hand, en gaf hem te drinken.
19. Als zij nu voleindigd had van hem te drinken te geven, zei zij: Ik zal ook voor uw kamelen putten, totdat zij voleindigd hebben te drinken.
20. En zij haastte zich, en goot haar kruik uit in de drinkbak, en liep weer naar de put 1) om te putten, en zij putte voor al zijn kamelen. 2)
1) Wij vonden op de weg tussen Orpha en Bir verscheidene putten, bij welke de maagden uit de naburige dorpen hun vee drenkten. Zij waren niet gesluierd, als in de steden. Zodra wij haar groetten en van onze paarden stegen, brachten zij ons water en drenkten onze paarden. Dit was mij bijzonder merkwaardig, omdat Rebekka in deze streek zich zo dienstvaardig betoond had; misschien dronken wij uit dezelfde put, waaruit zij geput had.
2) Eliëzer zocht een nederige, uit liefde tot alle dienst bereidvaardige vrouw voor zijn heer, en hij had haar gevonden. Rebekka was niet enkel vriendelijk en beleefd jegens de vreemdeling, maar ook ten hoogste gewillig, om hem niet alleen de gevraagde dienst te bewijzen, maar ook om, ongevraagd, dezelfde dienst aan zijn lastdieren te vervullen; ja, zij deed dit met een ijver en haast, als ware zij bevreesd, dat haar dit werk uit de hand kon genomen worden. Kon zij niet één van de dienstknechten of dienstmaagden van haar vader of broeder geroepen hebben; ja, stonden de mannen van Eliëzers gevolg niet bij de kamelen, die zij haar kruik had kunnen toereiken, opdat deze de lastdieren te drinken gaven. Doch het viel haar niet in, dit te doen.
21. En de man ontzette 1) zich over haar; hij was geheel in haar beschouwing verdiept, toen zij met zulk een ijver haar dienstvaardigheid bewees; stilzwijgende 2) bleef hij haar aanzien, om nog nauwkeuriger te merken 3) of de HEERE zijn weg voorspoedig gemaakt had of niet, of de Heere hem aanstonds de rechte had toegezonden, dan of zij misschien geen uit Abrahams familie was; in dat geval had hij, ondanks deze in het oog vallende overeenkomst met het door hem gevraagde teken, haar niet als de geschikte vrouw voor Izaak kunnen beschouwen.
1) In het Hebreeuws Mishthaeh: in een toestand gerakende van verwondering en verbazing. De verhoring van het gebed heeft, als het ware tweeërlei invloed op hem. Vooreerst maakt zij hem klein onder deze grote weldaden Gods, en aan de andere zijde komt zij hem zo groot voor, dat hij nauwelijks kan geloven, dat zij nu reeds en zo dadelijk heeft plaats gehad.
2) Deze verwondering bij de knecht van Abraham toont, dat er twijfel in zijn ziel was. Zwijgend overdenkt hij, of God zijn reis heeft voorspoedig gemaakt. Is hij dan in het onzekere, omtrent de besturing Gods, Wie hij om een teken en getuigenis heeft gevraagd? Ik antwoord, dat bij de vromen het geloof nooit zo volkomen is, of vele twijfelingen lopen er onderdoor. Er is dus niets ongerijmds in, indien de knecht van Abraham, hoewel hij zich aan de Voorzienigheid Gods overgeeft, toch door velerlei gedachten en overdenkingen als geslingerd is en in besluiteloosheid heeft verkeerd. Vervolgens: het geloof, ofschoon het de gemoederen van de vromen rustig en vreedzaam maakt, zodat zij geduldig op God wachten, ontsluit hen niet van alle zorg; daar het noodzakelijk is, dat het geduld zelf, geoefend wordt, door het in gespannen verwachting afwachten, totdat de Heere vervult, Wat Hij belooft. Overigens, ofschoon deze aarzeling bij Abrahams knecht niet zonder zonde is, daar zij ontspruit uit de onvastheid van het geloof, is zij wel te verontschuldigen, daar hij op niets anders zijn ogen richt, maar slechts van de uitkomst de bevestiging verlangt, opdat hij merke, dat God hem nabij is.
3) Een jong gezel moet niet blindelings op een persoon vallen en denken, dat hij, zo hij haar niet verkrijgt, uit de wereld moet uitgaan; maar hij moet altijd op God, de Heere zien, wat Die hem geven wil. Wat God geeft, is ons ten zegen; wat mensen- en ogenlust geeft, dat wordt tot een heiligend vuur.
22. En het geschiedde, als de kamelen voleindigd hadden te drinken, dat die man van de goederen, die hij meegebracht had, 1) een gouden voorhoofdsiersel nam, waarvan het gewicht was een halve sikkel (ruim twee dukaten) en tweearmringen aan haar handen, waarvan het gewicht was tien sikkels goud (twee en veertig dukaten) om haar haar dienstvaardigheid te belonen.
1) Is dit versieren niet in strijd met 1 Tim.2:9,10 en 2 Tim.3:4,5. Was Sara een vorstin, Rebekka moest een prinses worden, en men gunt gaarne aan voorname personen voorrang in kleding en tooisel. De grote overvloed in goud, edelgesteenten en andere kostbaarheden bij de priesters en in de tempel, was niet tot verhovaardiging.
Met vele gouden sieraden beladen, was Abrahams gezant Eliëzer, aan de waterfontein in Mesopotamië gekomen. “Laat mij drinken,” zo vroeg hij aan Nahors dochter, en, als zij het water voor hem en zijn kamelen had geput, was zij met veel goud versierd, als de uitverkoren bruid van Abrahams zoon. Bij Jakob’s fontein was meer dan Eliëzer, was de Gezondene van God, aan wie de Vader gegeven had, het eeuwige leven in zichzelf te hebben, en dit te geven, aan wie Hij wilde. De Samaritaanse wendde zich niet af, zij hoorde naar die vraag; zij werd gezegend met giften van de hemel. Hoort Hem, geliefden! als Hij tot u spreekt. Hij komt met Zijn Evangelie in uw huizen, om met Zijn Geest in uw harten te komen.
23. Want hij had gezegd, voordat hij de geschenken overgaf: Wiens dochter zijt gij? geef het mij toch te kennen; is er ook ten huize van uw vader plaats voor ons om te vernachten. 1)
1) Niet aleer hij weet, wie zij is, geeft Eliëzer haar zulke kostbare geschenken. Hij verzwijgt haar echter het doel van zijn reis.
24. En zij had tot hem gezegd: Ik ben de dochter van Bethuël, de zoon van Milka, die zij Nachor gebaard heeft, alzo van een wettige zoon van Nachor, niet van zijnbijvrouw, Reüma. (hoofdstuk. 22:20 vv.).
25. Voorts had zij tot hem gezegd, hem op zijn tweede vraag antwoordende, en tegelijk op echt vrouwelijke wijze hem uitnodigende: Ook is er stro en veel voer bij ons, ook plaats om te vernachten. Hierop legde hij het voorhoofdsiersel en de armbanden op haar (vs.22).
26. Toen hij nu genoegzaam wist, dat dit de verkorene des Heren was, neigde die man zijn hoofd ter aarde, en aanbad de HEERE.
27. En hij zei: 1) Geloofd zij de HEERE, de God van mijn heer Abraham, die Zijn weldadigheid en waarheid niet nagelaten heeft van mijn heer, die Zijn reeds zo dikwijls betoonde genade, en Zijn belofte omtrent zijnnakomelingschap ook hierdoor weer zo heerlijk bevestigd heeft; aangaande mij, de HEERE heeft mij op deze weg geleid, ten huize van de broeder van mijn heer. (vs.21).
1) Hij hoorde het wellicht niet meer, dat de jonge dochter hem ook nog sprak van nachtverblijf, want “nog terwijl zij sprak, neigde die man zijn hoofd en aanbad de Heere”..Bracht hij ook hulde aan Rebekka’s lieftalligheid, aan God zelf behoorde de aanbidding, en “hij zei: geloofd zij de Heere, de God van mijn heer Abraham, die Zijn weldadigheid en waarheid niet nagelaten heeft van mijn heer; aangaande mij, de Heere heeft mij op deze weg geleid, ten huize van de broeder van mijn heer.” Zo huldigt hij eerst de goedheid en trouw des Heren, betoont de Heere zijn dank en biedt daarop aan Rebekka de gouden sieraden aan.
Ook hieruit blijkt de echte vroomheid van Eliëzer. Hij heeft gebeden, maar hij moet ook danken. En waar hij dankt, daar blijft hij niet hangen aan de tweede oorzaak, maar verheft zich tot de eerste, tot God, die in de weg van Zijn Voorzienige zorg, het aldus heeft beschikt. Zijn twijfel is verdwenen.
28. En die jonge dochter liep naar de stad, en gaf ten huize van haar moeder 1) alles te kennen, wat haar bij de waterput geschied was, gelijk deze zaken waren.
1) Waarschijnlijk had ook Rebekka’s moeder een afzonderlijke tent gelijk Sara, ofschoon het ook mogelijk is, dat hier bedoeld wordt, dat Rebekka het eerst zich tot de moeder wendde, die dan in overleg met haar man, of op eigen gezag, Laban uitzond, om Eliëzer nachtverblijf aan te bieden.
Als Rebekka haar ontmoeting verhaald heeft, gaat Laban, haar broeder, aanstonds naar buiten en haalt de vreemdeling met zijn kamelen binnen. Deze wil echter geen bete gebruiken, voordat hij zijn last volbracht heeft; hij deelt deze mee, verhaalt de gehele toedracht van de reis, en vraagt om antwoord. Laban erkent met de zijn Gods wonderbare leiding, schenkt zijn goedkeuring tot het huwelijk, en, daar de knecht de volgende morgen reeds afreizen wil, laat men aan de bruid zelf de beslissing over, of zij nu meetrekken of later volgen wil. Zij verklaart zich tot meetrekken bereid en verlaat onder zegenwensen het ouderlijk huis.
29. En Rebekka had een broeder, wiens naam was Laban (de wijze); en Laban liep 1) tot die man naar buiten tot de fontein.
1) In het Hebreeuws Jarats, “rende” in de zin van “haastte zich.” Labans begeerte was opgewekt door het gezicht van de sieraden. Hij haast zich, zonder twijfel om ook iets machtig te worden. Niet Laban had echter Eliëzer moeten uitnodigen, maar Bethuël. Deze schijnt een man geweest te zijn van een zeer zwak karakter, die eigenlijk niet meetelde in het gezin. De moeder en Laban zijn de hoofdpersonen. Rebekka doet zich later ook wel enigszins als haar moeder kennen.
30. En het geschiedde, als hij dat voorhoofdsiersel gezien had, dat Rebekka ontvangen had, en de armringen aan de handen van zijn zuster; en als hij gehoord had de woorden van zijn zuster Rebekka, zeggende: Alzo heeft die man tot mij gesproken; zo kwam hij, begerig naar rijke geschenken, tot die man, en ziet, hij stond bij de kamelen, bij de fontein nog op dezelfde plaats, wachtende, wat de Heere verder doen zou. Dit was aan Laban zeer welkom, die zich gehaast had, opdat de vreemdeling niet misschien elders zijn intrek zou nemen.
31. En hij zei: Kom in, gij gezegende des HEREN, 1) waarom zou gij buiten staan? want ik heb het huis voor u en de uwen bereid, en de plaats voor de kamelen; 2)gij behoeft mij slechts te volgen, om een herbergzaam dak te vinden.
1) In het Hebreeuws Baroech Jahweh. Laban vertoont hier het echte beeld van de listige hebzuchtige. Zo lief en vleiend mogelijk spreekt hij Eliëzer aan, opdat diens hart voor hem zou gewonnen worden. De hebzuchtige wringt zich dikwijls in duizend bochten, om zijn doel te bereiken. Hebzucht en valsheid gaan daarom ook vele malen nevens elkaar.
2) Bethuël, de vader van Rebekka was ongetwijfeld zeer oud en weinig geacht in zijn huis; althans Laban had er het hoogste woord. Welk een tegenstelling met het huis van Abraham. Men ziet het terstond, waar God waarlijk gevreesd wordt en waar niet. Rebekka had, verstandig genoeg, haar moeder de zaak te kennen gegeven; doch de kostbare gouden armringen en het gouden voorhoofdversiersel trokken terstond het oog van Laban, die hebzuchtig van aard was (zoals later overvloedig bleek), zodat hij terstond naar buiten liep, en de rijke gezant met zijn gevolg binnen nodigde met de woorden: Kom in, gij gezegende des Heren! Want ofschoon Laban zelf ongodsdienstig was, zo kende hij nochtans de taal van het geloof en van de godsvrucht, die in de stam en in zijns vaders huis niet vreemd was.
Wat Rebekka uit dienstvaardigheid deed, deed Laban uit hebzucht: wel mogen wij ons zelf onderzoeken, uit welke beginselen onze daden voortkomen.
32. Toen kwam die man naar het huis toe, en men ontgordde de kamelen, maakte de riemen los en nam met hulp van de knechten de last af, en men gaf de kamelen stro en voer, en nam de man met zijn begeleiders in huis en gaf hem water, om zijn voeten te wassen, en de voeten van de mannen, die bij hem waren 1) (hoofdstuk. 18:4).
1) Zonder voetwassing kon Eliëzer zich niet als Bethuëls gast beschouwen.
Deze uitvoerige tekening van Eliëzers ontvangst in Bethuëls huis, moet strekken, om in verband met hetgeen volgt, Eliëzers karakter, nauwgezetheid en ijver te beter in het licht te stellen. Men zag het de lastdieren en ook Eliëzer en zijn gevolg aan, dat zij van de lange tocht vermoeid waren. Zij zagen er misschien moe en afgereisd uit. Men zocht het allen zoveel mogelijk gemakkelijk en aangenaam te maken. Reeds was de overvloedige dis aangericht, “daarna werd hem het eten voorgezet; maar hij zei: ik zal niet eten totdat ik mijn woorden gesproken heb. En hij (Laban) zei: spreek.” Dat wij allen even trouw en nauwgezet als deze dienstknecht van Abraham handelen mochten! Eerst de plicht en dan het genot, eerst de last van de meester en dan de last van het vlees!.
33. Daarna, nadat hij zijn voeten gewassen had, werd hem te eten voorgezet; maar hij zei: Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb, die ik op last van mijn heer moet spreken. En hij, Laban, zei: Spreek! 1)
1) Waar polygamie gewoonte is, kan een vader de kinderen, bijzonder de dochters van die vrouw, die hij minder liefheeft gemakkelijk terugzetten; de broeders treden daarom als voogden voor hun zusters op, om haar rechten te bewaren en haar zaak te besturen. (Genesis 34:5,11,25 Richteren. 21:22 2 Samuel. 13:22)
34. Toen zei hij, terwijl Bethuël het mede hoorde (vs.50): Ik ben een knecht van Abraham, uw bloedverwant, die gij kent;
35. En de HEERE heeft mijn heer, sedert hij uit Haran getrokken is, zeer gezegend, zodat hij groot geworden is in rijkdom en aanzien; en Hij heeft hem gegeven schapen en runderen en zilver en goud en knechten en maagden en kamelen en ezelen. 1)
1) Daar Eliëzer Labans karakter reeds heeft doorzien, zo werpt hij niet de paarlen voor de zwijnen, maar spreekt bepaald tot hem over de tijdelijke zegeningen van zijn heer Abraham. En dit alles wordt door hem verenigd met zoveel aanbiddende eerbied voor Jehova, en met zo vele blijken van zijn gehechtheid en trouw aan zijn heer, en met zoveel aandrang, wat de zaak betreft, dat Laban en al de huisgenoten toegaven.
36. En Sara, de vrouw van mijn heer, die onvruchtbaar was, heeft mijn heer een zoon gebaard, nadat zij oud geworden was; 1) en hij heeft hem gegeven alles, wat hij heeft; hij heeft hem tot enige erfgenaam gemaakt.
1) Deze mededeling dient, om Rebekka’s ouders te verzekeren, dat, gelijk Rebekka, ook Izaak de spruit is van een wettige vrouw.
37. En mijn heer heeft mij doen zweren, zeggende: Gij zult voor mijn zoon geen vrouw nemen van de dochters van de Kanaänieten, in wiens land ik woon;
38. Maar gij zult trekken naar het huis van mijn vader en naar mijn geslacht, en zult voor mijn zoon een vrouw nemen.
39. Toen zei ik tot mijn heer: Misschien zal mij die vrouw niet volgen. 1)
1) Het verdere: “zal ik dan uw zoon moeten weder brengen in het land, waar hij uitgetogen zijt:” (vs.5) laat hij weg, omdat dit niet geschikt was voor de oren van hen, met wie hij sprak.
40. En hij zei tot mij: de HEERE, voor wiens aangezicht ik gewandeld heb, en volgens wiens wil ik besloten heb, wat ik u nu opdraag, zal Zijn Engel met u zenden, en Hij zal uw weg voorspoedig maken, dat mijn wens vervuld worde, en dat gij voor mijn zoon een vrouw neemt uit mijn geslacht en uit mijns vaders huis.
41. Dan echter zult gij van mijn eed rein zijn, wanneer gij tot mijn geslacht zult gegaan zijn; en indien zij haar u niet geven, zo zult gij rein zijn van mijn eed.
42. En ik kwam, met die last uitgezonden, heden aan de fontein; en ik zei: O HEERE! God van mijn heer Abraham! zo Gij nu mijn weg voorspoedig maken zult, op welke Ik ga!
43. Zie, ik sta bij de waterfontein; zo geschiede, dat de maagd, die uitkomen zal, om te putten, en tot welke ik zeggen zal: Geef mij toch een weinig water te drinken uit uw kruik.
44. En zij tot mij zal zeggen: Drink gij ook, en ik zal ook uw kamelen putten; dat deze die vrouw zij, die de HEERE aan de zoon van mijn heer heeft toegewezen.
45. Eer ik geëindigd had te spreken in mijn hart, ziet, zo kwam Rebekka uit, en had haar kruik op haar schouder, en zij kwam af tot de fontein, en putte, en Ik zei tot haar: Geef mij toch te drinken.
46. Zo haastte zij zich, en liet haar kruik van zich neer, en zei: Drink gij, en ik zal ook uw kamelen drenken; en ik dronk, en zij drenkte ook de kamelen.
**47. Toen vroeg ik haar, en zei: Wiens dochter zijt gij? En zij zei: De dochter van Bethuël, de zoon van Nachor, welke Milka hem gebaard heeft. Zo leide ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen.*
48. En ik neigde mijn hoofd, en aanbad de HEERE; en ik loofde de HEERE, de God van mijn heer Abraham, die mij op de rechte weg geleid had, om de dochter van de broeder (broederszoon) van mijn heer voor zijn zoon te nemen.
Eliëzer schaamt zich zijn Godsvrucht niet, maar het is hem behoefte, openlijk de eer van zijn God groot te maken.
49. Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult, gelijk de Heere in deze gehele zaak barmhartigheid en waarheid (vs.27) aan hem gedaan heeft, geeft het mij te kennen, en zo niet, zo gij tegen de goddelijke aanwijzingen in handelen wilt, geeft het mij ook te kennen, opdat ik mij ter rechter- of ter linkerhand, naar enige andere plaats, wende, 1) om bij anderen van Abrahams familie een jonge dochter te zoeken.
1) Christelijke jongelingen moeten het jawoord niet met geweld van de beminde en haar ouders willen afdwingen, maar alles aan de leiding Gods overgeven.
50. Toen antwoordden Laban en Bethuël, 1) als uit één mond, en zeiden: Van de HEERE is deze zaak voortgekomen; 2) wij erkennen duidelijk in de gehele toedracht van de zaak de leiding Gods; wij kunnen kwaad noch goed tot u spreken; wij kunnen noch vóór, noch tegen spreken, daar de Heere reeds beslist heeft.
1) “Laban en Bethuël”; niet Bethuël en Laban. Wederom een bewijs, dat Bethuël niet of weinig werd geteld. Het vermoeden is wel eens uitgesproken, dat hij zinneloos, verbijsterd van verstand is geweest. Uit de rangschikking van de namen hier zou men dit kunnen afleiden, daar de Heilige Schrift altijd ten hoogste opkomt voor de rechten van de ouders.
2) Waar des Heren wil duidelijk is, mag geen “Neen” daartegen opkomen; maar het mag ook niet eens in het hart zijn, of er bovendien nog een “Ja” uit overleg en keus nodig ware. Dan ware het toch ook mogelijk, dat de uitslag van het overleggen een “Neen” ware. Bij de overtuiging: “dat komt van de Heere!” is er geen keus van overleg meer! dan betaamt het, noch kwaad noch goed sprekende, dat is niet overleggende of het “Ja” of “Neen” zal zijn, maar zwijgende, en onvoorwaardelijk zich aan Zijn wil over te geven.
Als ouders zien, dat God het met hun kinderen tamelijk wel maakt, mogen zij er zich niet tegen verzetten. Als God wil, moeten de ongelovigen de gelovigen naspreken, en zich onderwerpen, als is het ook geveinsd. Ja, meermalen legt God de wildste vijanden, even als de wildste dieren een breidel in de mond.
Uit deze bekentenis van Laban en Bethuël is zichtbaar, hoe ook onbekeerde gemoederen ertoe gedwongen kunnen worden, om de Heere de eer te geven. De bewijzen, dat het een besturing Gods is, kunnen zó duidelijk zijn, zó onmiskenbaar, dat ongelovigen, huns ondanks, moeten uitroepen: indien er een Voorzienigheid Gods is, dan is zij hier zichtbaar!.
51. Zie, Rebekka is voor uw aangezicht; neem haar en trek heen; zij zij de vrouw van de zoon van uw heer, gelijk de HEERE gesproken heeft, door zijn wonderlijke leidingen.
52. En het geschiedde, toen Abrahams knecht hun woorden hoorde, zo boog hij zich ter aarde voor de HEERE, 1) om Hem voor zo grote zegen te prijzen.
1) Eliëzer dankte niet Bethuël noch Laban, maar de Heere.
Uit deze vroomheid van de knecht blijkt, dat Abraham werkelijk, gelijk de Heere hem daartoe geroepen had, aan zijn huis had bevolen, om des Heren wegen te houden en te doen wat recht en goed is. (18:19)
53. En de knecht langde voort zilveren kleinoden en gouden kleinoden tot versiering, en klederen, gelijk de bruidegom deze gewoonlijk aan zijn bruid ten geschenke gaf, 1)en hij gaf die in Isaak’s naam aan Rebekka; hij gaf ook aan haar broeder, die bij de gehele zaak in de plaats van de vader gesproken had, en aan haar moeder kostelijkheden, kostelijke vruchten en voortbrengselen van het land Kanaän. (hoofdstuk 43:11).
1) Daartoe behoorde ook een kostbare sluier van rode zijde, gelijk nog heden door de bruidegom aan de bruid bij de verloving gegeven wordt. Tot het aankopen van al de hier genoemde kostbaarheden was Abraham in de gelegenheid door de nabijheid van de reeds vroeg handeldrijvende Feniciërs en de door Kanaän naar Egypte doortrekkende karavanen. (hoofdstuk. 37:2)
Tot zover was alles goed gegaan.
54. Toen alzo de gehele zaak beslist was, aten en dronken zij, hij en de mannen, die bij hem waren; en zij vernachten en zij stonden ‘s morgens vroeg op, en hij zei reisvaardig voor hem komende: Laat mij trekken tot mijn heer, opdat ik zo spoedig mogelijk bij hem zij.
55. Toen zei haar broeder en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of een tiental dagen bij ons blijven, opdat wij eerst haar reis voorbereiden en nog een tijd haar bijzijn en het uw mogen genieten; daarna zult gij gaan.
In die wens lag niets onredelijks. Integendeel, het zou onmoederlijk gehandeld zijn, indien zij het niet gedaan had. De moeder moet echter ook leren haar moederlijke toegenegenheid op te offeren aan de wil des Heren.
56. Maar hij, Laban wellicht reeds doorziende, hoofdstuk 31:7) zei tot hen: Houdt mij niet op, daar de HEERE mijn weg voorspoedig gemaakt heeft! Gij hebt de hand Gods opgemerkt in de ontmoeting en daarom noch kwaad noch goed gezegd, gelijk het u betaamde. God heeft mij haar, de eerste, die ik ontmoette, als Isaak’s vrouw aangewezen; die spoed is ook voor ons een aanwijzing, die wij moeten volgen; laat mij trekken, dat ik tot mijn heer ga, 1) en hem zo spoedig mogelijk met de goede tijding verblijde!
1) Welk een goede trouw van het begin tot het einde! Hij roert geen bete aan, voordat hij zijn last volbracht heeft; en als hij die volbracht heeft, kan niemand hem houden, hij moet tot zijn heer terugkeren en de genade bekend maken, die de Heere hem op zijn reis gegeven heeft. Welk een onbaatzuchtigheid, welk een zelfverloochening, welk een opoffering voor zijn heer!.
Hij zou vrolijke dagen in de familie hebben kunnen doorbrengen; maar hij weet, dat zijn heer met gespannen verlangen de uitslag van deze reis tegemoet ziet, en hij wil zo spoedig mogelijk diens zorg in dankende vreugde verwisselen.
57. Toen zeiden zij: Laat ons de jonge dochter roepen, en haar mond vragen; laat ons aan haar de beslissing overlaten, gelijk dit bij het uithuwen van een jonge dochter betaamt.
Het voorstel werd stellig gedaan, om hun wens vervuld te krijgen. Zij rekenen er echter niet mee, dat de Heere de harten neigt als waterbeken.
58. En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met deze man, die u nu reeds tot uw bruidegom geleiden wil, trekken 1) of zullen wij u later tot Izaak laten gaan? En zij antwoordde: aanstonds besloten, wat zij zou doen, gelijk beslistheid en vastheid in het handelen zich ook later als een hoofdtrek van haar karakter vertoont (hoofdstuk. 27:5 vv.), zodat zij bezat wat Izaak miste en daardoor uitnemend voor hem geschikt was (zie “Ge 24.63): Ik zal trekken, 2) nog heden met hem meegaan.
1) “Wilt gij met deze man trekken?” Een gewichtige vraag aan u, zondige en zwakke mens! die wij u doen met de vinger naar die Jezus, die uw leidsman wil zijn naar het huis van de Vader.
2) Van een toestemmen tot het huwelijk is hier geen sprake, dat had zij reeds de vorige dag gedaan door het aannemen van de geschenken; wel van het nu meegaan of later volgen.
In dat korte antwoord ligt iets beslists. Het is een teken van een karakter, dat weet wat het wil, spoedig en vastberaden. Zulk een vrouw had Izaak nodig. Izaak en Rebekka vertegenwoordigen, stille maar ook vastberaden overgegevenheid aan de wil des Heren, opdat zij aldus ons het typisch beeld zouden vertonen van Hem, die gezegd heeft; Zie, Ik kom, om Uw wil te doen! en van de Kerk, die uit een gewillig volk zou bestaan op de dag Zijn legermacht.
59. Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, 1) en haar voedster 2) (Debora hoofdstuk. 35:8) trekken, bovendien Abrahams knecht en zijn mannen.
1) Zij wordt hier genoemd naar haar betrekking tot Laban, die in deze gehele zaak de hoofdrol gespeeld heeft.
Ook hier weer met voorbijgang van Bethuël, Laban op de voorgrond.
2) De Hebreeuwse moeders zoogden zelf hun kinderen; waar echter een voedster nodig was, daar bleef zij haar leven lang in het huis en nam er een eervolle plaats in.
60. En zij zegenden 1) Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! word gij, door uw nakomelingschap, tot duizenden miljoenen, en uw zaad bezitte de poort van zijn haters!
1) Door Goddelijke leiding komt hun zegenwens overeen met de zegen, die aan Abraham’s zaad door de Heere beloofd was. (hoofdstuk. 22:17).
Of zij erbij nadachten of niet, zij moesten zegenen, evenals later Biliam, het menende of niet menende, zegenen moest; en wat zij zeiden, zou vervuld worden. Abraham zelf zou zoveel niet hebben durven zeggen; juist door de grootste vijanden laat God ons meermalen de grootste zegeningen aankondigen. (Genesis 31:44 vv.).
Aan Rebekka werden twee dingen medegegeven: haar zoogster en de zegen Gods. Goddelijke en moederlijke bescherming.
61. En Rebekka maakte zich op, na alzo gezegend te zijn, en van haar betrekkingen afscheid te hebben genomen, met haar jonge dochters, die men als haar dienstmaagden meegaf, en zij reden op kamelen, die Eliëzer medegebracht had, en volgden de man; en die knecht nam Rebekka onder zijn leiding en bescherming, en toog heen, de bruid met zich voerende, langs dezelfde weg, die eens Abraham op zijn tocht naar Haran bewandeld had (hoofdstuk. 12:5); het was ook in waarheid een Abrahams-tocht (Psalm. 45:11).
Terwijl het reisgezelschap Berséba bereikt, komt Izaak juist van de put Lachai-Róï, waar hij gebeden had; hij ziet in de verte de kamelen. Evenzo ziet Rebekka, dat een man hen op de weg tegemoet komt, en verneemt, op haar vraag, wie hij is; zij maakt zich tot de ontmoeting gereed en wordt door de bruidegom in de tent van zijn moeder geleid, om van nu aan zijn vrouw te zijn.
62. Izaak nu kwam van daar men komt tot de put Lachai-Róï, die sedert Hagar’s ontmoeting (hoofdstuk. 16:14) in de familie als een plaats van goddelijke openbaringen beschouwd werd (hoofdstuk. 25:22); en hij woonde in het Zuiderland. 1)
1) In de nabijheid van Berséba, van waar Abraham vertrokken was (hoofdstuk 22:19 vrgl. 23:2), en waarheen hij na Sara’s dood niet meer dacht terug te keren, daar hij te Hebron, waar zij begraven lag, wilde blijven, had Izaak een eigen van de vader onafhankelijke huishouding. (hoofdstuk. 25:11).
63. En 1) Izaak was uitgegaan uit zijn tent naar de nabijgelegen waterput, om te bidden 2) in het veld 3) om in stil biddend overdenken onder Gods vrije hemel te zijn, en het was tegen het vallen van de avond 4) toen hij zijn bezigheden had verricht; en wat zou anders de hoofdzaak van zijn overdenkingen en gebeden geweest zijn, dan zijn nabijzijnd huwelijk? Had hij weinig werkzaam aandeel in de keuze van zijn vrouw, hij nam er des te meer door gebed deel in, en hij hief, toen hij naar zijn tent te Berséba terugkeerde zijn ogen op over de vlakke streek, waardoor Eliëzer moest komen, en zag toe en ziet, de kamelen kwamen.
1) Terwijl wij in Abraham een geloofsheld aanschouwden, zoals wij geen tweede vinden (hoofdstuk. 22), zien wij in Izaak meer de man van de liefde voor ons; in Jakob zullen wij de drager van de hoop ontmoeten. Izaak heeft weinig persoonlijke zelfstandigheid; zijn roeping is meer, om een overgang van de eerste tot de derde aartsvader te zijn, daarom zijn ook de mededelingen uit zijn leven weinige. Daarentegen bestaat zijn voorrang daarin, dat hij des te meer inwendig leeft, en in diepten indringt. Men kan het hem overal aanzien, dat hij de zoon is van een verstorven lichaam, de zoon van een moeder, die lang toegesloten is geweest, en alzo op bijzondere wijze een gave Gods is; het over hem opgeheven offermes zal wel nooit uit zijn ziel uitgewist zijn. Hij bleef zijn gehele leven lang een aan de Heere gewijd offer. Om de dingen van het aardse leven bekommerde hij zich weinig en in alle zaken liet hij zich leiden; hoe meer echter de buitenwereld hem onverschillig liet, des te meer leefde hij in de dingen van de geest.
2) Alleen deze trek kenschetst Izaak reeds in zijn stille godsvrucht; hij was een biddende ziel, en zou hij thans niet bidden, nu er zulk een gewichtige zending plaats had? En zie, hetgeen waar hij om bad, was nabij; zo verhoort de Heer ons steeds, terwijl wij bidden; doch het wordt ons soms later, op ‘s Heren tijd, en naar zijn wijze raad kenbaar gemaakt.
3) Aandoenlijke stilte, waarin ik thans verkeer! Hier woont God! Hij is, ja overal, Zijn oog doorloopt de gehele aarde; Hij woont in het midden van al het gedruis, en de verbijsterende woelingen van de kinderen van de mensen; maar in beminnelijke nadruk woont Hij, waar de afgezonderde Christen zich schikt tot heilige overdenkingen. O! was ik dan enkel eerbied, enkel aandacht, enkel aanbidding! Hier woont God! Alzo zegt de Hoge en de Verhevene, die in de eeuwigheid woont, en wiens naam heilig is: “Ik woon in het hoge en in het heilige, en..daar, daar daalt de Godheid neer!..bij hem die van een verbrijzelde en nederige geest is, opdat Ik levend make de geest van de nederigen en opdat Ik levend make de geest van de verbrijzelden.
4) Geen plechtiger ogenblik dan het stille avonduur in Gods schone schepping! Alles rondom roept ons tot heilige gedachten, alles stemt tot ernst; de stem van het suizen van de avondkoelte is: “aanbidt”; en die van de hemelen dwingt ons uit te roepen: “wie is de mens, dat Gij zijner gedenkt.” (Psalm. 8:4 en 5).
64. Rebekka hief ook haar ogen op, zij moest, nu zij haar toekomstige verblijfplaats zo nabij gekomen was, alles met bijzondere opmerkzaamheid beschouwen, en zij zag Izaak, zij zag een man van hoge stand naderen, van wie zij wel nog niet wist, wie hij was, maar die een bijzondere indruk op haar maakte, en van wie haar hart zei, dat hij haar bruidegom was; en zij viel van de kameel af, 1) zij sprong aanstonds op de grond. (Richteren. 1:14 vrgl. Jozua. 15:18.
1) De Oosterse gewoonte eiste, dat een vrouw een man van gelijke of hogere rang te voet voorbijging; ook zal de ontsteltenis hiertoe het hare hebben bijgebracht. Zo had God niet alleen door Zijn bijzondere leiding getoond, dat dit Huwelijk Zijn wil was; Hij voegde ook de harten tezamen, zodat hier het spreekwoord waar is: huwelijken worden in de hemel gesloten.
Geen vrees vervult haar, maar waarachtige eerbied voor haar toekomstige echtgenoot.
65. En zij zei tot de knecht: Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? En de knecht zei: Dat is mijn heer. Toen nam zij de sluier en bedekte zich, daar een bruid slechts gesluierd tot de bruidegom mocht geleid worden, maar meer nog om de blos van der zedigheid en van haar ontroering te verbergen.
66. En de knecht, die zeker reeds te Hebron had stilgehouden en aan Abraham een kort bericht had gegeven, vervolgens de weg naar Berséba, het laatste doel van zijn reis zonder talmen had afgelegd, vertelde aan Izaak al de zaken, die hij gedaan had.
67. En Izaak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka van de knecht, die hij weer tot zijn vader liet terugkeren, en zij werd hem tot vrouw 1) en hij had haar lief. 2)
Alzo werd Izaak getroost na de dood van zijn moeder, wier lege tent hem voortdurend aan haar verlies herinnerd had.
1) Gij, jonge dochters! Ziet, zo heeft de vrome Rebekka een bruidegom gevonden, niet toen zij aan lediggang zich overgaf, of bij ontuchtige dansen, maar toen zij haar bezigheden verrichtte! (hoofdstuk. 29:9). Volgt haar voorbeeld, vreest God, en arbeidt vlijtig, God zal die tot u leiden, die Hij u toegedacht heeft.
2) Het huwelijk van Izaak met Rebekka was, zo ver men dat zeggen kan, volmaakt in geloof en liefde. Het was een huwelijk, dat reeds in zijn aanvang, door al de handelende personen, in de vreze Gods werd tot stand gebracht. Abraham en Eliëzer ondernamen de zaak met God; Rebekka werd gekend aan de beoefening van een Christelijke plicht, om meer te doen dan gevraagd is, om twee mijlen te gaan, waar slechts een mijl geëist wordt. En Izaak? Hij bad. Daarom is dat huwelijk een toonbeeld van al zulke huwelijken, op welke Gods zegen is te verwachten.
Deze vader voedt hier, de andere daar zijn kind op; elk wordt op bijzondere wijze geleid en gaat zijn bijzondere weg; maar wanneer de tijd daar is, worden zij door hoger hand tot elkaar gebracht en verenigd.
De Schrift zegt eerst, dat Izaak haar in de tent heeft gebracht, en dat hij daarna haar tot vrouw heeft genomen. Vooreerst om daarmee te doen uitkomen, dat het een wettig huwelijk was, maar ook, dat Izaak haar met volle toestemming nam, dat hij zich dus volkomen met de beschikking van zijn vader verenigde.
Alleen op zulk een wijze moet onder Christenen handel gedreven worden, als in hoofdstuk 23 beschreven is, alleen een dergelijk tot huwelijk vragen en trouwen moet plaats hebben zoals in Genesis 24 verhaalt wordt.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 24
Genesis 24:1.KruisverwijzingenGenesis 13:2→Genesis 21:5→Genesis 25:20→Efeze 1:3→Genesis 24:35→Genesis 12:2→Galaten 3:9→Genesis 18:11→
— Abraham nu was oud, en wel bedaagd; en de HEERE had Abraham in alles gezegend.
Gelukkig is de man die kan zeggen dat hij in alles gezegend is!
Toch kende ook Abraham zijn zorgen, want Isaak was nog ongehuwd. Misschien besefte hij niet dat degene die zijn huis zou voortzetten, de eerste twintig jaar van zijn huwelijk kinderloos zou blijven. Zo was het echter wel. Er bleef altijd een beproeving voor Abrahams geloof, maar zelfs zijn beproevingen waren gezegend, want “de HEERE had Abraham in alles gezegend.”
Genesis 24:2.KruisverwijzingenGenesis 47:29→Genesis 39:4→Genesis 15:2→Genesis 24:9→1 Kronieken 29:24→Genesis 39:8→Genesis 44:1→1 Timotheüs 5:17→
— Zo sprak Abraham tot zijn knecht, den oudste van zijn huis, regerende over alles, wat hij had: Leg toch uw hand onder mijn heup,
Volgens de oosterse wijze van zweren.
Genesis 24:3.KruisverwijzingenGenesis 26:34→Nehemia 13:25→2 Korinthe 6:14→2 Koningen 19:15→Deuteronomium 10:20→Deuteronomium 7:3→Genesis 14:22→Nehemia 9:6→
— Opdat ik u doe zweren bij den HEERE, den God des hemels, en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw nemen zult van de dochteren der Kanaanieten, in het midden van welke ik woon;
Deze heilige man hechtte grote waarde aan de zuiverheid van zijn gezin. Hij wist welke schadelijke invloed een Kanaänitische vrouw op zijn zoon en op zijn nageslacht zou kunnen hebben. Daarom handelde hij hierin met grote zorg. Ik zou wensen dat alle ouders zo waren.
Genesis 24:4-5.KruisverwijzingenGenesis 28:2→Genesis 12:7→Genesis 22:20→Genesis 11:25→Exodus 9:2→Spreuken 13:16→Exodus 20:7→Genesis 24:58→
— Maar dat gij naar mijn land, en naar mijn maagschap trekken, en voor mijn zoon Izak een vrouw nemen zult. En die knecht zeide tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen in dit land; zal ik dan uw zoon moeten wederbrengen in het land, waar gij uitgetogen zijt?
De dienaar handelde zeer zorgvuldig. Wie te snel zweert zonder goed te weten wat hij doet, zal al spoedig zweren zonder dat het hem nog iets kan schelen. Voor een christen is het beter het woord van Christus te gedenken: “Zweert ganselijk niet, noch bij den hemel, Noch bij de aarde, noch bij Jeruzalem, Noch bij uw hoofd.” Ongetwijfeld leert de Verlosser niet dat iedere eed voor een christen verboden is, maar als er ooit een eed wordt afgelegd, moet dat met grote voorzichtigheid en in een geest van oprecht gebed gebeuren, zodat er geen misverstand over de zaak ontstaat.
Genesis 24:5-8.KruisverwijzingenJozua 2:17→Psalmen 34:7→Genesis 13:15→Hebreeën 1:14→Exodus 33:2→Genesis 15:18→Exodus 32:13→Numeri 30:5→
— En die knecht zeide tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen in dit land; zal ik dan uw zoon moeten wederbrengen in het land, waar gij uitgetogen zijt? En Abraham zeide tot hem: Wacht u, dat gij mijn zoon niet weder daarheen brengt! De HEERE, de God des hemels, Die mij uit mijns vaders huis en uit het land mijner maagschap genomen heeft, en Die tot mij gesproken heeft, en Die mij gezworen heeft, zeggende: Aan uw zaad zal Ik dit land geven! Die Zelf zal Zijn Engel voor uw aangezicht zenden, dat gij voor mijn zoon van daar een vrouw neemt. Maar indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van dezen mijn eed; alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen.
“Diezelve zal Zijn engel voor uw aangezicht zenden.“ (Spurgeon trekt een analogie tussen de dienaar van Abraham, die een vrouw zoekt voor Isaak, en de predikant van het evangelie, die zielen wint voor Jezus. Vervolgens zegt hij:) Sommigen beschouwen het verkondigen van het evangelie als een onbeduidende taak. Toch is onze dienst, wanneer God met ons is, groter dan die van engelen. In alle eenvoud vertellen wij onze jongens en meisjes in de zondagsschool over Jezus. Sommigen zien ons slechts als “zondagsschoolleraren”, maar ons werk heeft een geestelijk gewicht dat onbekend is in de vergaderingen van senatoren en ontbreekt in de raadszalen van keizers. Aan wat wij spreken zijn dood, hel en onbekende werelden verbonden. Wij hebben te maken met het eeuwige lot van onsterfelijke zielen, wanneer zij door Gods genade van de ondergang naar de heerlijkheid en van de zonde naar de heiligheid worden geleid.
Genesis 24:8-11.KruisverwijzingenJozua 2:17→1 Samuël 9:11→Numeri 30:5→Numeri 30:8→Genesis 24:2→Deuteronomium 23:4→Genesis 11:31→Johannes 4:7→
— Maar indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van dezen mijn eed; alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen. Toen legde de knecht zijn hand onder de heup van Abraham, zijn heer, en hij zwoer hem over deze zaak. En die knecht nam tien kemelen van zijns heren kemelen, en toog heen; en al het goed zijns heren was in zijn hand; en hij maakte zich op, en toog heen naar Mesopotamie, naar de stad van Nahor. En hij deed de kemelen nederknielen buiten de stad, bij een waterput, des avondtijds, ten tijde, als de putsters uitkwamen.
“Hij maakte zich op en toog heen naar Mesopotámië, naar de stad Nahor.” Ik denk dat ik gerust mag zeggen dat dit leek op wat wij een vergeefse zoektocht zouden noemen. Hij moest een vrouw zoeken voor een jonge man die thuis was gebleven. Hij kende de mensen niet onder wie hij zou verblijven, maar vertrouwde erop dat Gods engel hem zou leiden. Wat moest hij doen nu het beslissende moment naderde? Hij moest Gods raad zoeken. Let erop dat hij dat ook werkelijk deed.
Genesis 24:12-14.KruisverwijzingenGenesis 24:27→Richteren 6:37→Genesis 26:24→Exodus 3:15→Exodus 3:6→Genesis 24:43→Richteren 6:17→Genesis 24:42→
— En hij zeide: HEERE! God van mijn heer Abraham! doe haar mij toch heden ontmoeten, en doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer. Zie, ik sta bij de waterfontein, en de dochteren der mannen dezer stad zijn uitgaande om water te putten; Zo geschiede, dat die jonge dochter, tot welke ik zal zeggen: Neig toch uw kruik, dat ik drinke; en zij zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kemelen drenken; diezelve zij, die Gij Uw knecht Izak toegewezen hebt, en dat ik daaraan bekenne, dat Gij weldadigheid bij mijn heer gedaan hebt.
Ik weet niet of wij hem moeten navolgen in het vragen van een teken aan God; misschien niet. Maar hij deed wat hij kon en legde de hele zaak in Gods hand. Een zaak is altijd veilig wanneer zij aan Hem wordt toevertrouwd. Bovendien lag er veel wijsheid in het teken dat hij vroeg.
Waarom zei hij niet: “Het meisje dat mij als eerste te drinken aanbiedt”? Nee, want zij zou misschien te opdringerig zijn, en een opdringerige vrouw paste niet bij de rustige en bedachtzame Isaak. Hij moest haar eerst aanspreken, waarna zij uit eigen beweging bereid moest zijn veel meer te doen dan hij vroeg. Zij moest hem te drinken geven én water putten voor zijn kamelen. Zo zou blijken dat zij niet bang was voor hard werken, hoffelijk en vriendelijk was. Door deze eigenschappen samen kon hij op verstandige wijze ontdekken dat zij de geschikte vrouw voor Isaak was.
Genesis 24:15.KruisverwijzingenGenesis 11:29→Genesis 11:27→Genesis 24:24→Genesis 24:45→Genesis 22:20→Psalmen 34:15→Exodus 2:16→Ruth 2:17→
— En het geschiedde, eer hij geeindigd had te spreken, ziet, zo kwam Rebekka uit, welke aan Bethuel geboren was, de zoon van Milka, de huisvrouw van Nahor, de broeder van Abraham; en zij had haar kruik op haar schouder.
“En het geschiedde eer hij geëindigd had te spreken,” Hij kende die belofte nog niet: “Terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen.” Maar God vervult Zijn beloften al voordat Hij ze uitspreekt, en daarom ben ik er zeker van dat Hij ze ook zal vervullen nadat Hij ze heeft gegeven.
Genesis 24:15-16.KruisverwijzingenGenesis 11:29→Genesis 26:7→Genesis 11:27→Genesis 24:24→Genesis 24:45→Genesis 22:20→Psalmen 34:15→Exodus 2:16→
— En het geschiedde, eer hij geeindigd had te spreken, ziet, zo kwam Rebekka uit, welke aan Bethuel geboren was, de zoon van Milka, de huisvrouw van Nahor, de broeder van Abraham; en zij had haar kruik op haar schouder. En die jonge dochter was zeer schoon van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik, en ging op.
Zie, zo kwam Rebekka uit, dewelke aan Béthuël geboren was, den zoon van Milka, huisvrouw van Nahor, den broeder van Abraham; en zij had haar kruik op haar schouder. En die jongedochter was zeer schoon van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik en ging op.” Enzovoort. Ik hoef de rest van het verhaal niet voor te lezen, want wij zien al dat de trouwe dienaar door oprecht gebed op de juiste wijze werd geleid. Wij richten ons nu op een andere Schriftgedeelte, waarin wij opnieuw zien hoe iemand in een moeilijke situatie zijn zaak aan de Heere voorlegt, om leiding bidt en die ook ontvangt.
Genesis 24:26.KruisverwijzingenGenesis 24:52→Exodus 4:31→Genesis 24:48→Nehemia 8:6→Psalmen 95:6→Exodus 12:27→Psalmen 72:9→Genesis 22:5→
— Toen neigde die man zijn hoofd, en aanbad den HEERE;
“Toen neigde die man zijn hoofd en aanbad den HEERE.”
Let erop hoe Eliezer tijdens de hele reis bleef bidden. Hij twijfelde er geen moment aan dat God Zich met menselijke aangelegenheden bemoeit, maar zocht eenvoudig en vrijmoedig Zijn wil te kennen. Nadat hij zijn verzoek had voorgelegd, wachtte hij in stil vertrouwen af, “om te merken of de HEERE zijn weg voorspoedig gemaakt had of niet“ (Gen. 24:21). Toen zijn onderneming slaagde, erkende hij onmiddellijk dat de snelle vervulling van zijn verlangen een antwoord op zijn gebed was. Het was Gods leiding, en niet zijn eigen scherpzinnigheid of wijsheid, die deze gunstige uitkomst had bewerkt. Zo is het ook met iedere ware dienaar van het Nieuwe Testament. Wij zullen nooit met overtuigingskracht namens God tot mensen spreken, tenzij wij eerst namens de mensen met de kracht van het gebed tot God hebben gesproken.
Genesis 24:33.KruisverwijzingenJob 23:12→Johannes 4:31→Efeze 6:5→Prediker 9:10→1 Timotheüs 6:2→Psalmen 132:3→Johannes 4:14→Spreuken 22:29→
— Daarna werd hem te eten voorgezet; maar hij zeide: Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb. En hij zeide: Spreek!
“Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb.”
Hij meende wat hij zei en wilde zelfs het voedsel dat voor hem stond niet aanraken voordat hij zijn opdracht had uitgevoerd. Zoals iedere ware dienaar van Christus stelde hij de belangen van zijn Meester boven zijn eigen gemak en zelfs boven zijn behoefte aan voedsel. Wanneer iemand meer aan zijn eten denkt dan aan het doen van Gods wil, houdt hij op een oprechte dienaar te zijn. Laten wij de toewijding van Abrahams dienaar hierin navolgen.
Genesis 24:49.KruisverwijzingenGenesis 47:29→Jozua 2:14→Numeri 20:17→Deuteronomium 2:27→Genesis 32:10→Spreuken 3:3→
— Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult, geeft het mij te kennen; en zo niet, geeft het mij ook te kennen, opdat ik mij ter rechterhand of ter linkerhand wende.
“Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult.” De belangrijkste reden waarom deze trouwe dienaar verlangde naar een gunstig antwoord over Rebekka, was dat hij daarmee de zoon van zijn meester blij zou maken. “O,” dacht hij, “wat zal ik hem verheugen als ik de juiste vrouw bij hem terugbreng, de vrouw die God voor hem heeft bestemd. Hij heeft zijn moeder Sara verloren en leeft in verdriet en gemis. Maar als ik hem iemand mag brengen die haar plaats in zijn liefdevolle hart zal innemen, dan zal ook ik mij verblijden.”
Zo is het ook onze taak het hart van Christus te verheugen. Zijn hart werd met een speer doorstoken nadat het al door diepe smart was gebroken, en niets verblijdt Hem meer dan een ziel die zich aan Zijn zorg toevertrouwt.
Genesis 24:55.KruisverwijzingenGenesis 4:3→Leviticus 25:29→Richteren 14:8→
— Toen zeide haar broeder, en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of tien, bij ons blijven; daarna zult gij gaan.
“Laat de jongedochter enige dagen of tien.” Ik weet niet wat Labans precieze motief was, maar ik vermoed dat het overeenkwam met zijn karakter. Zijn latere houding tegenover Jakob laat zien dat er meer achter zat. Misschien dacht hij dat er nog meer gouden armbanden te verkrijgen waren en dat hij zijn zuster te goedkoop weggaf. Misschien wilde hij de kostbare geschenken niet te snel uit handen laten glippen. Daarom probeerde hij de onderhandelingen te rekken. En als hij niets meer uit de dienaar kon verkrijgen, dan kon hij misschien nog ten minste tien dagen gebruikmaken van Rebekka’s diensten. Zij schijnt immers de zorg voor de schapen van het huishouden te hebben gedragen en de gewone huishoudelijke werkzaamheden te hebben verricht die in het Oosten doorgaans door de jonge vrouwen van de familie werden gedaan.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IZAAK HUWT REBEKKA.
I. Gen. 24 vers 1-9
Drie jaren na Sara’s dood vordert Abraham van zijn oudste knecht een eed, dat hij voorzijn zoon geen vrouw van de dochters van de Kanaänieten nemen zal, maar uit zijn vaderland en zijn familie. De knecht vraagt in nauwgezetheid van geweten eerst, wat hem te doen stond, in geval de jonge dochter niet naar Kanaän wilde trekken, en legde daarop zijn eed af.
1. Abraham nu was oud en welbedaagd; hij was reeds in het 140ste jaar van zijn leven, en de HEERE had Abraham in alles gezegend; 1) daarom dacht hij er ernstig over na, om zijn zoon met een gewenste vrouw verenigd te zien, die het gehele vrouwelijke bestuur over dat grote gezin kon nemen.
1) Over het geheel genomen, zijn het niet vele edelen en aanzienlijken, die God tot het koninkrijk der hemelen heeft uitverkoren; doch opdat de armen de roem niet zou overblijven, dat het enkel armen zijn, die rijk in God worden gemaakt, zo heeft God in zijn vrijmachtige genade, ook sommigen van de Zijnen met tijdelijke goederen overvloedig gezegend, en tot toonbeelden van Zijn veelvuldige goedertierenheid gesteld. Abraham was rijk, maar de Schrift prijst hem enkel vanwege zijn geloof, en omdat hij aan zijn gehele huis de weg Gods leerde.
IJdele mensen, deels, omdat zij niet eerbaar genoeg omtrent het huwelijk denken, deels, omdat zij niet bedenken, van hoeveel gewicht het huwelijk van Izaak was, verwonderen er zich over, dat Mozes of liever de Geest Gods zich met zulke geringe zaken bezig houdt. Maar indien bij het lezen van de heilige gebeurtenissen een godsdienstig gevoel-en dat is noodzakelijk-niet ontbreekt, dan zal het gemakkelijk zijn te begrijpen, dat hier niets overbodigs is. Want omdat de mensen er nauwelijks aan twijfelen, dat de Goddelijke Voorzienigheid tot de huwelijken zich uitstrekt, hoe is het dan niet te begrijpen, dat Mozes bij dit gedeelte van Abrahams leven opzettelijk blijft stilstaan! Voornamelijk wil hij toch leren, dat God op bijzondere wijze voor Abrahams huis gezorgd heeft, omdat de Kerk aan dat huis haar oorsprong heeft te danken.
2. Zo sprak Abraham tot zijnen knecht, 1) de oudste van zijn huis, regerende over alles Wat hij had, 2) en wie bij het sterven van de aartsvader een gewichtige plaats in het huis toekwam; a) Leg toch uw hand onder mijn heup. 3)
a) Genesis 47:29
1) Het is waarlijk in het gezin een grote en voortreffelijke gave, als men een getrouwe knecht of dienstmaagd hebben mag; want er is een algemene klacht in de wereld over de verkeerdheden van de dienstbaren.
2) Men denkt hier gewoonlijk aan Eliëzer van Damascus, en deze mening heeft veel voor, al zijn er, sedert hij in hoofdstuk. 15:2 genoemd is, zestig jaar verlopen. De getrouwheid, waarmee hij zijn last volbrengt, verschijnt in des te schoner licht, daar de geboorte van Izaak hem het uitzicht ontnomen heeft, zelf erfgenaam van de goederen zijns Heren te worden.
3) De heup van Abraham, die door het woord van de belofte omtrent het gezegende zaad geheiligd was, of in welke, gelijk Luther zich uitdrukt, Christus was, herinnerde Eliëzer ten ernstigste, dat hier niet het een mensenkind voor het andere, maar dat hij voor de zoon en erfgenaam van de belofte een vrouw te zoeken had.
De heup is de zetel van kracht en tevens symbool van de nakomelingschap. Eliëzer-zo deze het is geweest, -moet zweren bij de Heere, maar ondertussen zijn hand leggen op de heup, omdat deze eed in verband staat met de belofte, welke de Heere God omtrent zijn nakomelingschap heeft gegeven.
3. Opdat ik u doe zweren bij de HEERE, de God des hemels, en de God van de aarde, die gij kent als onze God, a) dat gij voor mijn zoon, zo ik nog stierf, vóór ik u nog uitgezonden had, een vrouw nemen zult uit de dochters van de Kanaänieten, in het midden van welke ik woon. 1)
a) Genesis 28:1
1) Izaak, als erfgenaam van de belofte, moet voor elke aanraking met dat geslacht bewaard blijven, in welks land eens zijn nakomelingen zullen komen, en dat altijd meer rijp werd voor het gericht, dat die nakomelingen zouden volvoeren. Om hem voor alle verzoekingen te bewaren, die een dergelijke verbintenis zouden teweegbrengen, stelt hem de vader ondanks zijn reeds 40jarige ouderdom, onder zekere voogdijschap van zijn oudste, getrouwe knecht. Izaak, een zoon van de ouderdom, blijkt in alles een godvrezend man te zijn, maar toch een zwak man, van weinig doorzicht, ongeschikt tot grote dingen: een man, voor wie een krachtig leidsman of een schrandere vrouw nodig was.
Bij de Heere (Jehova), niet bij God (Elohiem) alleen; daar de Heere de belofte gegeven heeft.
4. Maar dat gij naar mijn land, en naar mijn familie 1) trekken, en van daar voor mijn zoon Izaak een vrouw nemen zult. 2)
1) In Abraham’s familie was de dienst van de ware God, hoewel niet geheel rein, toch het meest bewaard gebleven.
2) Door dit bevel wordt openbaar, op welk een wijze Abraham de tucht over zijn zoon uitoefent. Hij stelt hier zijn zoon onder voogdij van zijn knecht (Galaten. 1:1,2). Wij zien ook, hoe Izaak zijn vader in alles gehoorzaam is geweest, en zich vrijwillig onder voogdijschap van Eliëzer heeft laten stellen, zonder enig tegenspreken. Ook hier is hij een waarachtige type van Hem, die in alles de Vader gehoorzaam is geweest.
5. En die knecht, evenals zijn heer de zaak ernstig ter harte nemende, en daarom vóór het afleggen van de eed zekerheid begerende, hoe hij bij mislukken van zijn poging, zich gedragen moest, zei tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen in dit land; zal ik dan uw zoon moeten weder brengen in het land, waar gij uitgetogen zijt 1) want dan zou het volbrengen van uw wil alleen op die wijze mogelijk zijn.
1) Dit was een natuurlijke zwarigheid, welke zich altijd tegen de dingen van het geloof en van de geest stelt, doch die, evenals de steen van Jezus’ graf, door hoger hand wordt weggenomen. Doch, ofschoon Abraham, door zijn geloof aan de trouwe van God, zich verzekerd hield, dat God voor zijn zoon een vrouw zou uitverkiezen en deze gewillig maken om Eliëzer te volgen, zo zag hij echter niet uit de hoogte op Eliëzers kleingelovigheid neer, maar hij boog zich tot hem neer en keurde zijn zwarigheid niet onmogelijk, want de verzekerdheid van de goede uitslag moest Eliëzer, niet van Abraham, maar van God ontvangen.
Eliëzer is hier tevens een voorbeeld, om niet lichtvaardig te zweren. Aleer hij die heilige handeling verricht, wil hij eerst de zwarigheden hebben opgelost.
6. En Abraham zei tot hem: Wacht u, 1) dat gij mijn zoon niet weer daarheen brengt; wij zouden daardoor ongehoorzaam zijn aan God.
1) Abraham drukte zijn knecht door dit woord ten zeerste op het hart, om ervoor zorg te dragen, dat door zijn toedoen Izaak niet weer naar Mesopotamië terugkeert. Nooit mag de zorg voor een huwelijk hem verleiden, om Gods bevel niet te gehoorzamen.
7. a) De HEERE, de God des hemels, 1) die mij uit mijns vaders huis en uit het land van mijn familie genomen heeft, en die tot mij gesproken heeft, en die mij gezworen heeft, zeggende: b) Aan uw zaad zal ik dit land geven! Die zelf zal Zijn engel 2) voor uw aangezicht zenden, dat gij voor mijn zoon van daar een vrouw neemt. 3)
a) Genesis 12:1 b) Genesis 12:7; 13:15; 15:18; 26:4, Exodus. 32:3 Deuteronomium. 34:4 Hand.7:5
1) “De HEERE, God des hemels.” De dubbele benaming wederom, omdat Hij weet, dat zijn Verbondsgod ook die God is, die alle dingen bestuurt, die hem uit zijns vaders huis heeft geroepen, maar hem ook Kanaän tot een erfelijke bezitting heeft gegeven.
2) Abraham heeft reeds op onderscheidene wijzen ondervonden, dat God Zijn Engelen, of Zijn Engel gebruikt ten dienste van de gelovigen. Hij spreekt dit ook hier uit, om zijn knecht vertrouwen in te boezemen.
3) O, mijn geliefden, als het ongeloof u bespringt en aan het wankelen dreigt te brengen, sla dan de blik terug en naar boven, naar uw verleden en naar de Heere heen. Ga dan pleiten op des Heren roepstemmen, leidingen, trouw, almacht en voorzienigheid. Dat zal u kracht schenken. Menigmaal zult gij dit nodig hebben al schijnt uw geloof ook sinds lang beproefd en gestaald.
8. Maar, opdat ik u geruststelle bij het afleggen van uw eed-indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van deze mijn, aan mij gegeven, eed; alleen, wat er ook moge gebeuren, breng mijn zoon daar niet weer heen.
9. Toen, nadat hij deze nadere opheldering ontvangen had, leide de knecht zijn hand onder de heup van Abraham, zijn heer, en hij zwoer hem over deze zaak. 1)
1) Aangaande Izaak is beloofd, dat hij een vader van een groot volk zal worden; zo was het zeker, dat hij in de echt moest treden en een vrouw hebben. Daarvoor zorgt God ook. Zijn leven en sterven zijn eer en zijn goed en alles, wat hij had, stond in Gods hand; dus ook de vrouw, die hij hebben moest en van wie hij niet wist, vanwaar zij komen zou.
O, dat zijn gelukkige kinderen, die door hun ouders bij hun leven verzorgd worden. Weesjes vinden weinig trouw in de wereld. Hier en daar moge een vriend zijn; het vrome vaderhart, het liefhebbende moederhart is toch de beste vriend.
II. Gen. 24 vers 10-28
De knecht vertrekt met tien kamelen en allerlei kostbaarheden naar Mesopotamië, naar de stad van Nachor; hij doet de kamelen neerknielen bij een waterput en bidt, dat de Heere, de God van Abraham, zelf hem het doel van zijn zending tegemoet voere; hij stelt een teken, waaraan hij de voor de zoon van zijn heer bestemde maagd zal kennen. Nauwelijks heeft hij zijn gebed beëindigd, of hij ziet de verhoring. Rebekka, Bethuëls dochter, komt tot de put en vervult door haar dienstvaardigheid het getelde teken; de knecht begiftigt haar; erkent haar, na naar haar afkomst gevraagd te hebben, voor de van God aangewezene, en verheft zijn lof en dankgebed tot de Heere.
10. En die knecht nam tien kamelen van de kamelen van zijn heer, benevens de nodige mannen om ze te leiden (vs.32,54), en toog heen; en al het goed van zijn heer was in zijn hand, allerlei goederen nam hij mee, om die aan de toekomstige bruid en haar bloedverwanten ten geschenke te geven (vs.22,53), en hij maakte zich op en toog naar Mesopotamië, tussen de Eufraat en de Tiger gelegen, naar de stad van Nachor, dat is Haran (hoofdstuk. 11:31), waarheen hij een weg van 120-125 Duitse mijl had af te leggen.
Eliëzer is de verzorger van Abrahams huis. Hij wil nu ook in den vreemde de eer van Abrahams huis ophouden.
11. En hij deed, nadat hij de reis gelukkig volbracht had en in Haran aangekomen was, de kamelen neerknielen 1) buiten de stad, bij een waterput, tegen de avond, ten tijde als de putsters uitkwamen, om water te putten, gelijk dit nog heden in het Oosten gewoonte is. Zo had hij met overleg plaats en tijd gekozen, om de dochters van de stad te leren kennen, zonder opzien te verwekken. Met mannelijk verstand verenigt hij ook kinderlijke vroomheid; want terwijl hij zo wachtte, wendde hij zich in gebed tot Hem, die alleen in een zo gewichtig geval hem kon raden en leiden.
1) Op een door de geleider gegeven teken knielt de kameel neer. De last, die hij draagt is met touwen of riemen op de rug vastgebonden op zodanige wijze, dat, als de kameel geknield ligt, aan beide zijden de last de aarde raakt en het dier dus uitrusten kan.
12. En hij zei: HEERE! God van mijn heer Abraham! 1) doe haar mij toch heden ontmoeten, 2) leid mij tot degene, die Isaak’s gewenste vrouw worden mag, en doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer, 3) voor wie er zoveel aan gelegen is, dat er voor zijn zoon een goede keus wordt gedaan.
1) Eliëzer spreekt hier de Heere aan als God van Abraham, omdat de zaak, waarvoor hij optreedt, niet zijn zaak is, maar de zaak van zijn heer en met de belofte in het nauwste verband staat. Daarom ook hier weer het woord “HEERE.” In het huis van Abraham had deze grijsaard ook ongetwijfeld de Heere leren kennen. Daarom is het voor hem behoefte, om het aangezicht des Heren te zoeken, aleer hij verder iets verricht.
2) Abrahams knecht wil hiermee zeggen: Heere, tevergeefs zoek ik hier en derwaarts, tevergeefs is mijn arbeid, mijn ijver, mijn moeite, indien Gij deze zaak niet bestuurt.
3) Eliëzer pleit hier voor zijn heer en smeekt, dat de Heere God van het verbond gedachtig moge zijn, hetwelk hij met Abraham heeft opgericht. Welk een voorbeeld voor alle dienstbaren is deze eenvoudige dienstknecht van de vader van de gelovigen!
13. Zie, ik sta bij de waterfontein, en de dochters van de mannen in deze stad zijn uitgaande om water te putten. Wie moet ik uit haar kiezen? Ik kan de rechte keus niet doen, wijs Gij mij aan, wie ik te kiezen heb, en laat het U welgevallig zijn, mij een teken te geven.
14. 1) Zo geschiede, dat die jonge dochter, tot welke ik zal zeggen: Neig toch uw kruik, dat ik drinke; en zij, niet alleen mij zal geven wat ik vraag, maar mijn wensen voorkomende, zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kamelen drenken, diezelve zij, die Gij uw knecht Izaak toegewezen hebt, en dat ik daaraan zal herkennen, dat Gij weldadigheid bij mijn heer gedaan hebt; 2) dat toch zal zonder twijfel een goede moeder zijn, die zo dienstvaardig jegens vreemdelingen is.
1) Het teken, dat Eliëzer bepaalde, bewijst, hoeveel waarde men in het huis van Abraham hechtte aan goede werken, aan werken van vriendschap, gastvrijheid en milddadigheid tegenover mensen en dieren.
De gelovigen mogen tekenen begeren, doch altijd alleen zulke tekenen, als in de gewone, natuurlijke loop van de zaak voorkomen, en niet zoals de Joden deden, iets bovennatuurlijks en buitengewoons, als een teken uit de hemel. Wij weten dat de hemelse dingen onder de aardse dingen verborgen zijn, en daarom mogen en moeten wij letten op tekenen en wenken, die God ons door de aardse van de hemelse dingen geeft. Ook zien wij hier de zo noodzakelijke als plichtmatige voorbede van de heiligen voor elkaar. Het gebed van Eliëzer is: “Doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer”! En Abraham bad ongetwijfeld te huis: “Doe weldadigheid bij Eliëzer!” En zie, nog gedurende het gebed komt de verhoring.
2) Wij horen hier het heerlijk gelovig gebed van een vrome en godzalige man, die bij zo zware zaak een teken vraagt, gelijk ook enige andere voortreffelijke mensen gedaan hebben. Wij moeten zulke geloofshelden, die uit bijzonder vertrouwen op God voortkomen, niet nadoen, niet nabootsen, daar wij daaromtrent geen bevel hebben, en het dus in het rechte niet geschieden kan. Wij moeten in ons gebed de uitkomst van alle zaken aan Gods genadige wil overgeven.
Eliëzer toont hier een schrander man te zijn. Want het teken, dat hij vraagt, zal bewijzen, of de vrouw, die hij voor Izaak nodig acht, in de eerste plaats een kloeke, maar ook een hulp biedende vrouw is. Een kameel drinkt toch over het algemeen zeer lang, vooral na een reis.
15. En het geschiedde, eer hij geëindigd had 1) te spreken, ziet, zo kwam Rebekka uit, a) welke aan Bethuël geboren was, de zoon van Milka, de vrouw van Nachor, de broeder van Abraham; 2) en zij had haar kruik op haar schouder.
a) Genesis 22:23 Genesis 11:27-29
1) “Eer zij roepen, zo zal ik antwoorden; terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen.” Jesaja 65:24). God had het zo beschikt, dat aleer Eliëzer zijn mond opende, om te bidden, Rebekka reeds het huis van haar vader had verlaten, opdat deze eenvoudige kinderlijke ziel niet lang behoefde te wachten op de verhoring van het gebed. De Heere kent Zijn kinderen. Ook hier weer als overal, op het gebed schenkt de Heere de verhoring.
2) Welk een nauwkeurigheid spreidt de Schrift hier ten toon in die opsomming van het geslacht van Rebekka. Het is, opdat het duidelijk zou blijken, dat de zoon van de belofte werd verbonden met een vrouw uit het gezegend geslacht van Sem.
16. En die jonge dochter was zeer schoon 1) van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik en ging op.
1) De Heilige Schrift kent ook aan schoonheid waarde toe. Zij vat met het goede het schone samen, gelijk de Griek met het schone het goede. In de schoonheid van de stammoeders van Israël ziet gij een beeld van een heilig schoon zielenleven.
17. Toen liep die knecht, die van haar afkomst nog wel niets wist (vs.15), maar door lieftalligheid reeds gunstig voor haar gestemd was (hoofdstuk. 29:9 vv.), haar tegemoet, en hij zei, om nu het door hem genoemde teken (vs.14) te beproeven: Laat mij toch een weinig water uit uw kruik drinken. 1)
1) Van het gebruik, dat zij van haar waterkruik zou maken hing het af, of zij de uitverkoren maagd was, die Eliëzer zocht. Ook de Heere Jezus stelde de ontmoeting van een man met een waterkruik, tot teken van het huis, waar de discipelen moesten ingaan, om het Pascha te bereiden; en wie denkt niet bij de vraag van Eliëzer aan Rebekka, om hem een weinig water te drinken te geven, aan dezelfde vraag van de Heer bij de fontein van Jakob aan de Samaritaanse vrouw?.
18. En zij zei: Drink, mijn heer! en zij haastte zich, en liet haar kruik neer op haar hand, en gaf hem te drinken.
19. Als zij nu voleindigd had van hem te drinken te geven, zei zij: Ik zal ook voor uw kamelen putten, totdat zij voleindigd hebben te drinken.
20. En zij haastte zich, en goot haar kruik uit in de drinkbak, en liep weer naar de put 1) om te putten, en zij putte voor al zijn kamelen. 2)
1) Wij vonden op de weg tussen Orpha en Bir verscheidene putten, bij welke de maagden uit de naburige dorpen hun vee drenkten. Zij waren niet gesluierd, als in de steden. Zodra wij haar groetten en van onze paarden stegen, brachten zij ons water en drenkten onze paarden. Dit was mij bijzonder merkwaardig, omdat Rebekka in deze streek zich zo dienstvaardig betoond had; misschien dronken wij uit dezelfde put, waaruit zij geput had.
2) Eliëzer zocht een nederige, uit liefde tot alle dienst bereidvaardige vrouw voor zijn heer, en hij had haar gevonden. Rebekka was niet enkel vriendelijk en beleefd jegens de vreemdeling, maar ook ten hoogste gewillig, om hem niet alleen de gevraagde dienst te bewijzen, maar ook om, ongevraagd, dezelfde dienst aan zijn lastdieren te vervullen; ja, zij deed dit met een ijver en haast, als ware zij bevreesd, dat haar dit werk uit de hand kon genomen worden. Kon zij niet één van de dienstknechten of dienstmaagden van haar vader of broeder geroepen hebben; ja, stonden de mannen van Eliëzers gevolg niet bij de kamelen, die zij haar kruik had kunnen toereiken, opdat deze de lastdieren te drinken gaven. Doch het viel haar niet in, dit te doen.
21. En de man ontzette 1) zich over haar; hij was geheel in haar beschouwing verdiept, toen zij met zulk een ijver haar dienstvaardigheid bewees; stilzwijgende 2) bleef hij haar aanzien, om nog nauwkeuriger te merken 3) of de HEERE zijn weg voorspoedig gemaakt had of niet, of de Heere hem aanstonds de rechte had toegezonden, dan of zij misschien geen uit Abrahams familie was; in dat geval had hij, ondanks deze in het oog vallende overeenkomst met het door hem gevraagde teken, haar niet als de geschikte vrouw voor Izaak kunnen beschouwen.
1) In het Hebreeuws Mishthaeh: in een toestand gerakende van verwondering en verbazing. De verhoring van het gebed heeft, als het ware tweeërlei invloed op hem. Vooreerst maakt zij hem klein onder deze grote weldaden Gods, en aan de andere zijde komt zij hem zo groot voor, dat hij nauwelijks kan geloven, dat zij nu reeds en zo dadelijk heeft plaats gehad.
2) Deze verwondering bij de knecht van Abraham toont, dat er twijfel in zijn ziel was. Zwijgend overdenkt hij, of God zijn reis heeft voorspoedig gemaakt. Is hij dan in het onzekere, omtrent de besturing Gods, Wie hij om een teken en getuigenis heeft gevraagd? Ik antwoord, dat bij de vromen het geloof nooit zo volkomen is, of vele twijfelingen lopen er onderdoor. Er is dus niets ongerijmds in, indien de knecht van Abraham, hoewel hij zich aan de Voorzienigheid Gods overgeeft, toch door velerlei gedachten en overdenkingen als geslingerd is en in besluiteloosheid heeft verkeerd. Vervolgens: het geloof, ofschoon het de gemoederen van de vromen rustig en vreedzaam maakt, zodat zij geduldig op God wachten, ontsluit hen niet van alle zorg; daar het noodzakelijk is, dat het geduld zelf, geoefend wordt, door het in gespannen verwachting afwachten, totdat de Heere vervult, Wat Hij belooft. Overigens, ofschoon deze aarzeling bij Abrahams knecht niet zonder zonde is, daar zij ontspruit uit de onvastheid van het geloof, is zij wel te verontschuldigen, daar hij op niets anders zijn ogen richt, maar slechts van de uitkomst de bevestiging verlangt, opdat hij merke, dat God hem nabij is.
3) Een jong gezel moet niet blindelings op een persoon vallen en denken, dat hij, zo hij haar niet verkrijgt, uit de wereld moet uitgaan; maar hij moet altijd op God, de Heere zien, wat Die hem geven wil. Wat God geeft, is ons ten zegen; wat mensen- en ogenlust geeft, dat wordt tot een heiligend vuur.
22. En het geschiedde, als de kamelen voleindigd hadden te drinken, dat die man van de goederen, die hij meegebracht had, 1) een gouden voorhoofdsiersel nam, waarvan het gewicht was een halve sikkel (ruim twee dukaten) en tweearmringen aan haar handen, waarvan het gewicht was tien sikkels goud (twee en veertig dukaten) om haar haar dienstvaardigheid te belonen.
1) Is dit versieren niet in strijd met 1 Tim.2:9,10 en 2 Tim.3:4,5. Was Sara een vorstin, Rebekka moest een prinses worden, en men gunt gaarne aan voorname personen voorrang in kleding en tooisel. De grote overvloed in goud, edelgesteenten en andere kostbaarheden bij de priesters en in de tempel, was niet tot verhovaardiging.
Met vele gouden sieraden beladen, was Abrahams gezant Eliëzer, aan de waterfontein in Mesopotamië gekomen. “Laat mij drinken,” zo vroeg hij aan Nahors dochter, en, als zij het water voor hem en zijn kamelen had geput, was zij met veel goud versierd, als de uitverkoren bruid van Abrahams zoon. Bij Jakob’s fontein was meer dan Eliëzer, was de Gezondene van God, aan wie de Vader gegeven had, het eeuwige leven in zichzelf te hebben, en dit te geven, aan wie Hij wilde. De Samaritaanse wendde zich niet af, zij hoorde naar die vraag; zij werd gezegend met giften van de hemel. Hoort Hem, geliefden! als Hij tot u spreekt. Hij komt met Zijn Evangelie in uw huizen, om met Zijn Geest in uw harten te komen.
23. Want hij had gezegd, voordat hij de geschenken overgaf: Wiens dochter zijt gij? geef het mij toch te kennen; is er ook ten huize van uw vader plaats voor ons om te vernachten. 1)
1) Niet aleer hij weet, wie zij is, geeft Eliëzer haar zulke kostbare geschenken. Hij verzwijgt haar echter het doel van zijn reis.
24. En zij had tot hem gezegd: Ik ben de dochter van Bethuël, de zoon van Milka, die zij Nachor gebaard heeft, alzo van een wettige zoon van Nachor, niet van zijnbijvrouw, Reüma. (hoofdstuk. 22:20 vv.).
25. Voorts had zij tot hem gezegd, hem op zijn tweede vraag antwoordende, en tegelijk op echt vrouwelijke wijze hem uitnodigende: Ook is er stro en veel voer bij ons, ook plaats om te vernachten. Hierop legde hij het voorhoofdsiersel en de armbanden op haar (vs.22).
26. Toen hij nu genoegzaam wist, dat dit de verkorene des Heren was, neigde die man zijn hoofd ter aarde, en aanbad de HEERE.
27. En hij zei: 1) Geloofd zij de HEERE, de God van mijn heer Abraham, die Zijn weldadigheid en waarheid niet nagelaten heeft van mijn heer, die Zijn reeds zo dikwijls betoonde genade, en Zijn belofte omtrent zijnnakomelingschap ook hierdoor weer zo heerlijk bevestigd heeft; aangaande mij, de HEERE heeft mij op deze weg geleid, ten huize van de broeder van mijn heer. (vs.21).
1) Hij hoorde het wellicht niet meer, dat de jonge dochter hem ook nog sprak van nachtverblijf, want “nog terwijl zij sprak, neigde die man zijn hoofd en aanbad de Heere”..Bracht hij ook hulde aan Rebekka’s lieftalligheid, aan God zelf behoorde de aanbidding, en “hij zei: geloofd zij de Heere, de God van mijn heer Abraham, die Zijn weldadigheid en waarheid niet nagelaten heeft van mijn heer; aangaande mij, de Heere heeft mij op deze weg geleid, ten huize van de broeder van mijn heer.” Zo huldigt hij eerst de goedheid en trouw des Heren, betoont de Heere zijn dank en biedt daarop aan Rebekka de gouden sieraden aan.
Ook hieruit blijkt de echte vroomheid van Eliëzer. Hij heeft gebeden, maar hij moet ook danken. En waar hij dankt, daar blijft hij niet hangen aan de tweede oorzaak, maar verheft zich tot de eerste, tot God, die in de weg van Zijn Voorzienige zorg, het aldus heeft beschikt. Zijn twijfel is verdwenen.
28. En die jonge dochter liep naar de stad, en gaf ten huize van haar moeder 1) alles te kennen, wat haar bij de waterput geschied was, gelijk deze zaken waren.
1) Waarschijnlijk had ook Rebekka’s moeder een afzonderlijke tent gelijk Sara, ofschoon het ook mogelijk is, dat hier bedoeld wordt, dat Rebekka het eerst zich tot de moeder wendde, die dan in overleg met haar man, of op eigen gezag, Laban uitzond, om Eliëzer nachtverblijf aan te bieden.
III. Vers 29-61🔗
Als Rebekka haar ontmoeting verhaald heeft, gaat Laban, haar broeder, aanstonds naar buiten en haalt de vreemdeling met zijn kamelen binnen. Deze wil echter geen bete gebruiken, voordat hij zijn last volbracht heeft; hij deelt deze mee, verhaalt de gehele toedracht van de reis, en vraagt om antwoord. Laban erkent met de zijn Gods wonderbare leiding, schenkt zijn goedkeuring tot het huwelijk, en, daar de knecht de volgende morgen reeds afreizen wil, laat men aan de bruid zelf de beslissing over, of zij nu meetrekken of later volgen wil. Zij verklaart zich tot meetrekken bereid en verlaat onder zegenwensen het ouderlijk huis.
29. En Rebekka had een broeder, wiens naam was Laban (de wijze); en Laban liep 1) tot die man naar buiten tot de fontein.
1) In het Hebreeuws Jarats, “rende” in de zin van “haastte zich.” Labans begeerte was opgewekt door het gezicht van de sieraden. Hij haast zich, zonder twijfel om ook iets machtig te worden. Niet Laban had echter Eliëzer moeten uitnodigen, maar Bethuël. Deze schijnt een man geweest te zijn van een zeer zwak karakter, die eigenlijk niet meetelde in het gezin. De moeder en Laban zijn de hoofdpersonen. Rebekka doet zich later ook wel enigszins als haar moeder kennen.
30. En het geschiedde, als hij dat voorhoofdsiersel gezien had, dat Rebekka ontvangen had, en de armringen aan de handen van zijn zuster; en als hij gehoord had de woorden van zijn zuster Rebekka, zeggende: Alzo heeft die man tot mij gesproken; zo kwam hij, begerig naar rijke geschenken, tot die man, en ziet, hij stond bij de kamelen, bij de fontein nog op dezelfde plaats, wachtende, wat de Heere verder doen zou. Dit was aan Laban zeer welkom, die zich gehaast had, opdat de vreemdeling niet misschien elders zijn intrek zou nemen.
31. En hij zei: Kom in, gij gezegende des HEREN, 1) waarom zou gij buiten staan? want ik heb het huis voor u en de uwen bereid, en de plaats voor de kamelen; 2)gij behoeft mij slechts te volgen, om een herbergzaam dak te vinden.
1) In het Hebreeuws Baroech Jahweh. Laban vertoont hier het echte beeld van de listige hebzuchtige. Zo lief en vleiend mogelijk spreekt hij Eliëzer aan, opdat diens hart voor hem zou gewonnen worden. De hebzuchtige wringt zich dikwijls in duizend bochten, om zijn doel te bereiken. Hebzucht en valsheid gaan daarom ook vele malen nevens elkaar.
2) Bethuël, de vader van Rebekka was ongetwijfeld zeer oud en weinig geacht in zijn huis; althans Laban had er het hoogste woord. Welk een tegenstelling met het huis van Abraham. Men ziet het terstond, waar God waarlijk gevreesd wordt en waar niet. Rebekka had, verstandig genoeg, haar moeder de zaak te kennen gegeven; doch de kostbare gouden armringen en het gouden voorhoofdversiersel trokken terstond het oog van Laban, die hebzuchtig van aard was (zoals later overvloedig bleek), zodat hij terstond naar buiten liep, en de rijke gezant met zijn gevolg binnen nodigde met de woorden: Kom in, gij gezegende des Heren! Want ofschoon Laban zelf ongodsdienstig was, zo kende hij nochtans de taal van het geloof en van de godsvrucht, die in de stam en in zijns vaders huis niet vreemd was.
Wat Rebekka uit dienstvaardigheid deed, deed Laban uit hebzucht: wel mogen wij ons zelf onderzoeken, uit welke beginselen onze daden voortkomen.
32. Toen kwam die man naar het huis toe, en men ontgordde de kamelen, maakte de riemen los en nam met hulp van de knechten de last af, en men gaf de kamelen stro en voer, en nam de man met zijn begeleiders in huis en gaf hem water, om zijn voeten te wassen, en de voeten van de mannen, die bij hem waren 1) (hoofdstuk. 18:4).
1) Zonder voetwassing kon Eliëzer zich niet als Bethuëls gast beschouwen.
Deze uitvoerige tekening van Eliëzers ontvangst in Bethuëls huis, moet strekken, om in verband met hetgeen volgt, Eliëzers karakter, nauwgezetheid en ijver te beter in het licht te stellen. Men zag het de lastdieren en ook Eliëzer en zijn gevolg aan, dat zij van de lange tocht vermoeid waren. Zij zagen er misschien moe en afgereisd uit. Men zocht het allen zoveel mogelijk gemakkelijk en aangenaam te maken. Reeds was de overvloedige dis aangericht, “daarna werd hem het eten voorgezet; maar hij zei: ik zal niet eten totdat ik mijn woorden gesproken heb. En hij (Laban) zei: spreek.” Dat wij allen even trouw en nauwgezet als deze dienstknecht van Abraham handelen mochten! Eerst de plicht en dan het genot, eerst de last van de meester en dan de last van het vlees!.
33. Daarna, nadat hij zijn voeten gewassen had, werd hem te eten voorgezet; maar hij zei: Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb, die ik op last van mijn heer moet spreken. En hij, Laban, zei: Spreek! 1)
1) Waar polygamie gewoonte is, kan een vader de kinderen, bijzonder de dochters van die vrouw, die hij minder liefheeft gemakkelijk terugzetten; de broeders treden daarom als voogden voor hun zusters op, om haar rechten te bewaren en haar zaak te besturen. (Genesis 34:5,11,25 Richteren. 21:22 2 Samuel. 13:22)
34. Toen zei hij, terwijl Bethuël het mede hoorde (vs.50): Ik ben een knecht van Abraham, uw bloedverwant, die gij kent;
35. En de HEERE heeft mijn heer, sedert hij uit Haran getrokken is, zeer gezegend, zodat hij groot geworden is in rijkdom en aanzien; en Hij heeft hem gegeven schapen en runderen en zilver en goud en knechten en maagden en kamelen en ezelen. 1)
1) Daar Eliëzer Labans karakter reeds heeft doorzien, zo werpt hij niet de paarlen voor de zwijnen, maar spreekt bepaald tot hem over de tijdelijke zegeningen van zijn heer Abraham. En dit alles wordt door hem verenigd met zoveel aanbiddende eerbied voor Jehova, en met zo vele blijken van zijn gehechtheid en trouw aan zijn heer, en met zoveel aandrang, wat de zaak betreft, dat Laban en al de huisgenoten toegaven.
36. En Sara, de vrouw van mijn heer, die onvruchtbaar was, heeft mijn heer een zoon gebaard, nadat zij oud geworden was; 1) en hij heeft hem gegeven alles, wat hij heeft; hij heeft hem tot enige erfgenaam gemaakt.
1) Deze mededeling dient, om Rebekka’s ouders te verzekeren, dat, gelijk Rebekka, ook Izaak de spruit is van een wettige vrouw.
37. En mijn heer heeft mij doen zweren, zeggende: Gij zult voor mijn zoon geen vrouw nemen van de dochters van de Kanaänieten, in wiens land ik woon;
38. Maar gij zult trekken naar het huis van mijn vader en naar mijn geslacht, en zult voor mijn zoon een vrouw nemen.
39. Toen zei ik tot mijn heer: Misschien zal mij die vrouw niet volgen. 1)
1) Het verdere: “zal ik dan uw zoon moeten weder brengen in het land, waar hij uitgetogen zijt:” (vs.5) laat hij weg, omdat dit niet geschikt was voor de oren van hen, met wie hij sprak.
40. En hij zei tot mij: de HEERE, voor wiens aangezicht ik gewandeld heb, en volgens wiens wil ik besloten heb, wat ik u nu opdraag, zal Zijn Engel met u zenden, en Hij zal uw weg voorspoedig maken, dat mijn wens vervuld worde, en dat gij voor mijn zoon een vrouw neemt uit mijn geslacht en uit mijns vaders huis.
41. Dan echter zult gij van mijn eed rein zijn, wanneer gij tot mijn geslacht zult gegaan zijn; en indien zij haar u niet geven, zo zult gij rein zijn van mijn eed.
42. En ik kwam, met die last uitgezonden, heden aan de fontein; en ik zei: O HEERE! God van mijn heer Abraham! zo Gij nu mijn weg voorspoedig maken zult, op welke Ik ga!
43. Zie, ik sta bij de waterfontein; zo geschiede, dat de maagd, die uitkomen zal, om te putten, en tot welke ik zeggen zal: Geef mij toch een weinig water te drinken uit uw kruik.
44. En zij tot mij zal zeggen: Drink gij ook, en ik zal ook uw kamelen putten; dat deze die vrouw zij, die de HEERE aan de zoon van mijn heer heeft toegewezen.
45. Eer ik geëindigd had te spreken in mijn hart, ziet, zo kwam Rebekka uit, en had haar kruik op haar schouder, en zij kwam af tot de fontein, en putte, en Ik zei tot haar: Geef mij toch te drinken.
46. Zo haastte zij zich, en liet haar kruik van zich neer, en zei: Drink gij, en ik zal ook uw kamelen drenken; en ik dronk, en zij drenkte ook de kamelen.
**47. Toen vroeg ik haar, en zei: Wiens dochter zijt gij? En zij zei: De dochter van Bethuël, de zoon van Nachor, welke Milka hem gebaard heeft. Zo leide ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen.*
48. En ik neigde mijn hoofd, en aanbad de HEERE; en ik loofde de HEERE, de God van mijn heer Abraham, die mij op de rechte weg geleid had, om de dochter van de broeder (broederszoon) van mijn heer voor zijn zoon te nemen.
Eliëzer schaamt zich zijn Godsvrucht niet, maar het is hem behoefte, openlijk de eer van zijn God groot te maken.
49. Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult, gelijk de Heere in deze gehele zaak barmhartigheid en waarheid (vs.27) aan hem gedaan heeft, geeft het mij te kennen, en zo niet, zo gij tegen de goddelijke aanwijzingen in handelen wilt, geeft het mij ook te kennen, opdat ik mij ter rechter- of ter linkerhand, naar enige andere plaats, wende, 1) om bij anderen van Abrahams familie een jonge dochter te zoeken.
1) Christelijke jongelingen moeten het jawoord niet met geweld van de beminde en haar ouders willen afdwingen, maar alles aan de leiding Gods overgeven.
50. Toen antwoordden Laban en Bethuël, 1) als uit één mond, en zeiden: Van de HEERE is deze zaak voortgekomen; 2) wij erkennen duidelijk in de gehele toedracht van de zaak de leiding Gods; wij kunnen kwaad noch goed tot u spreken; wij kunnen noch vóór, noch tegen spreken, daar de Heere reeds beslist heeft.
1) “Laban en Bethuël”; niet Bethuël en Laban. Wederom een bewijs, dat Bethuël niet of weinig werd geteld. Het vermoeden is wel eens uitgesproken, dat hij zinneloos, verbijsterd van verstand is geweest. Uit de rangschikking van de namen hier zou men dit kunnen afleiden, daar de Heilige Schrift altijd ten hoogste opkomt voor de rechten van de ouders.
2) Waar des Heren wil duidelijk is, mag geen “Neen” daartegen opkomen; maar het mag ook niet eens in het hart zijn, of er bovendien nog een “Ja” uit overleg en keus nodig ware. Dan ware het toch ook mogelijk, dat de uitslag van het overleggen een “Neen” ware. Bij de overtuiging: “dat komt van de Heere!” is er geen keus van overleg meer! dan betaamt het, noch kwaad noch goed sprekende, dat is niet overleggende of het “Ja” of “Neen” zal zijn, maar zwijgende, en onvoorwaardelijk zich aan Zijn wil over te geven.
Als ouders zien, dat God het met hun kinderen tamelijk wel maakt, mogen zij er zich niet tegen verzetten. Als God wil, moeten de ongelovigen de gelovigen naspreken, en zich onderwerpen, als is het ook geveinsd. Ja, meermalen legt God de wildste vijanden, even als de wildste dieren een breidel in de mond.
Uit deze bekentenis van Laban en Bethuël is zichtbaar, hoe ook onbekeerde gemoederen ertoe gedwongen kunnen worden, om de Heere de eer te geven. De bewijzen, dat het een besturing Gods is, kunnen zó duidelijk zijn, zó onmiskenbaar, dat ongelovigen, huns ondanks, moeten uitroepen: indien er een Voorzienigheid Gods is, dan is zij hier zichtbaar!.
51. Zie, Rebekka is voor uw aangezicht; neem haar en trek heen; zij zij de vrouw van de zoon van uw heer, gelijk de HEERE gesproken heeft, door zijn wonderlijke leidingen.
52. En het geschiedde, toen Abrahams knecht hun woorden hoorde, zo boog hij zich ter aarde voor de HEERE, 1) om Hem voor zo grote zegen te prijzen.
1) Eliëzer dankte niet Bethuël noch Laban, maar de Heere.
Uit deze vroomheid van de knecht blijkt, dat Abraham werkelijk, gelijk de Heere hem daartoe geroepen had, aan zijn huis had bevolen, om des Heren wegen te houden en te doen wat recht en goed is. (18:19)
53. En de knecht langde voort zilveren kleinoden en gouden kleinoden tot versiering, en klederen, gelijk de bruidegom deze gewoonlijk aan zijn bruid ten geschenke gaf, 1)en hij gaf die in Isaak’s naam aan Rebekka; hij gaf ook aan haar broeder, die bij de gehele zaak in de plaats van de vader gesproken had, en aan haar moeder kostelijkheden, kostelijke vruchten en voortbrengselen van het land Kanaän. (hoofdstuk 43:11).
1) Daartoe behoorde ook een kostbare sluier van rode zijde, gelijk nog heden door de bruidegom aan de bruid bij de verloving gegeven wordt. Tot het aankopen van al de hier genoemde kostbaarheden was Abraham in de gelegenheid door de nabijheid van de reeds vroeg handeldrijvende Feniciërs en de door Kanaän naar Egypte doortrekkende karavanen. (hoofdstuk. 37:2)
Tot zover was alles goed gegaan.
54. Toen alzo de gehele zaak beslist was, aten en dronken zij, hij en de mannen, die bij hem waren; en zij vernachten en zij stonden ‘s morgens vroeg op, en hij zei reisvaardig voor hem komende: Laat mij trekken tot mijn heer, opdat ik zo spoedig mogelijk bij hem zij.
55. Toen zei haar broeder en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of een tiental dagen bij ons blijven, opdat wij eerst haar reis voorbereiden en nog een tijd haar bijzijn en het uw mogen genieten; daarna zult gij gaan.
In die wens lag niets onredelijks. Integendeel, het zou onmoederlijk gehandeld zijn, indien zij het niet gedaan had. De moeder moet echter ook leren haar moederlijke toegenegenheid op te offeren aan de wil des Heren.
56. Maar hij, Laban wellicht reeds doorziende, hoofdstuk 31:7) zei tot hen: Houdt mij niet op, daar de HEERE mijn weg voorspoedig gemaakt heeft! Gij hebt de hand Gods opgemerkt in de ontmoeting en daarom noch kwaad noch goed gezegd, gelijk het u betaamde. God heeft mij haar, de eerste, die ik ontmoette, als Isaak’s vrouw aangewezen; die spoed is ook voor ons een aanwijzing, die wij moeten volgen; laat mij trekken, dat ik tot mijn heer ga, 1) en hem zo spoedig mogelijk met de goede tijding verblijde!
1) Welk een goede trouw van het begin tot het einde! Hij roert geen bete aan, voordat hij zijn last volbracht heeft; en als hij die volbracht heeft, kan niemand hem houden, hij moet tot zijn heer terugkeren en de genade bekend maken, die de Heere hem op zijn reis gegeven heeft. Welk een onbaatzuchtigheid, welk een zelfverloochening, welk een opoffering voor zijn heer!.
Hij zou vrolijke dagen in de familie hebben kunnen doorbrengen; maar hij weet, dat zijn heer met gespannen verlangen de uitslag van deze reis tegemoet ziet, en hij wil zo spoedig mogelijk diens zorg in dankende vreugde verwisselen.
57. Toen zeiden zij: Laat ons de jonge dochter roepen, en haar mond vragen; laat ons aan haar de beslissing overlaten, gelijk dit bij het uithuwen van een jonge dochter betaamt.
Het voorstel werd stellig gedaan, om hun wens vervuld te krijgen. Zij rekenen er echter niet mee, dat de Heere de harten neigt als waterbeken.
58. En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met deze man, die u nu reeds tot uw bruidegom geleiden wil, trekken 1) of zullen wij u later tot Izaak laten gaan? En zij antwoordde: aanstonds besloten, wat zij zou doen, gelijk beslistheid en vastheid in het handelen zich ook later als een hoofdtrek van haar karakter vertoont (hoofdstuk. 27:5 vv.), zodat zij bezat wat Izaak miste en daardoor uitnemend voor hem geschikt was (zie “Ge 24.63): Ik zal trekken, 2) nog heden met hem meegaan.
1) “Wilt gij met deze man trekken?” Een gewichtige vraag aan u, zondige en zwakke mens! die wij u doen met de vinger naar die Jezus, die uw leidsman wil zijn naar het huis van de Vader.
2) Van een toestemmen tot het huwelijk is hier geen sprake, dat had zij reeds de vorige dag gedaan door het aannemen van de geschenken; wel van het nu meegaan of later volgen.
In dat korte antwoord ligt iets beslists. Het is een teken van een karakter, dat weet wat het wil, spoedig en vastberaden. Zulk een vrouw had Izaak nodig. Izaak en Rebekka vertegenwoordigen, stille maar ook vastberaden overgegevenheid aan de wil des Heren, opdat zij aldus ons het typisch beeld zouden vertonen van Hem, die gezegd heeft; Zie, Ik kom, om Uw wil te doen! en van de Kerk, die uit een gewillig volk zou bestaan op de dag Zijn legermacht.
59. Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, 1) en haar voedster 2) (Debora hoofdstuk. 35:8) trekken, bovendien Abrahams knecht en zijn mannen.
1) Zij wordt hier genoemd naar haar betrekking tot Laban, die in deze gehele zaak de hoofdrol gespeeld heeft.
Ook hier weer met voorbijgang van Bethuël, Laban op de voorgrond.
2) De Hebreeuwse moeders zoogden zelf hun kinderen; waar echter een voedster nodig was, daar bleef zij haar leven lang in het huis en nam er een eervolle plaats in.
60. En zij zegenden 1) Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! word gij, door uw nakomelingschap, tot duizenden miljoenen, en uw zaad bezitte de poort van zijn haters!
1) Door Goddelijke leiding komt hun zegenwens overeen met de zegen, die aan Abraham’s zaad door de Heere beloofd was. (hoofdstuk. 22:17).
Of zij erbij nadachten of niet, zij moesten zegenen, evenals later Biliam, het menende of niet menende, zegenen moest; en wat zij zeiden, zou vervuld worden. Abraham zelf zou zoveel niet hebben durven zeggen; juist door de grootste vijanden laat God ons meermalen de grootste zegeningen aankondigen. (Genesis 31:44 vv.).
Aan Rebekka werden twee dingen medegegeven: haar zoogster en de zegen Gods. Goddelijke en moederlijke bescherming.
61. En Rebekka maakte zich op, na alzo gezegend te zijn, en van haar betrekkingen afscheid te hebben genomen, met haar jonge dochters, die men als haar dienstmaagden meegaf, en zij reden op kamelen, die Eliëzer medegebracht had, en volgden de man; en die knecht nam Rebekka onder zijn leiding en bescherming, en toog heen, de bruid met zich voerende, langs dezelfde weg, die eens Abraham op zijn tocht naar Haran bewandeld had (hoofdstuk. 12:5); het was ook in waarheid een Abrahams-tocht (Psalm. 45:11).
IV. Vers 62-67🔗
Terwijl het reisgezelschap Berséba bereikt, komt Izaak juist van de put Lachai-Róï, waar hij gebeden had; hij ziet in de verte de kamelen. Evenzo ziet Rebekka, dat een man hen op de weg tegemoet komt, en verneemt, op haar vraag, wie hij is; zij maakt zich tot de ontmoeting gereed en wordt door de bruidegom in de tent van zijn moeder geleid, om van nu aan zijn vrouw te zijn.
62. Izaak nu kwam van daar men komt tot de put Lachai-Róï, die sedert Hagar’s ontmoeting (hoofdstuk. 16:14) in de familie als een plaats van goddelijke openbaringen beschouwd werd (hoofdstuk. 25:22); en hij woonde in het Zuiderland. 1)
1) In de nabijheid van Berséba, van waar Abraham vertrokken was (hoofdstuk 22:19 vrgl. 23:2), en waarheen hij na Sara’s dood niet meer dacht terug te keren, daar hij te Hebron, waar zij begraven lag, wilde blijven, had Izaak een eigen van de vader onafhankelijke huishouding. (hoofdstuk. 25:11).
63. En 1) Izaak was uitgegaan uit zijn tent naar de nabijgelegen waterput, om te bidden 2) in het veld 3) om in stil biddend overdenken onder Gods vrije hemel te zijn, en het was tegen het vallen van de avond 4) toen hij zijn bezigheden had verricht; en wat zou anders de hoofdzaak van zijn overdenkingen en gebeden geweest zijn, dan zijn nabijzijnd huwelijk? Had hij weinig werkzaam aandeel in de keuze van zijn vrouw, hij nam er des te meer door gebed deel in, en hij hief, toen hij naar zijn tent te Berséba terugkeerde zijn ogen op over de vlakke streek, waardoor Eliëzer moest komen, en zag toe en ziet, de kamelen kwamen.
1) Terwijl wij in Abraham een geloofsheld aanschouwden, zoals wij geen tweede vinden (hoofdstuk. 22), zien wij in Izaak meer de man van de liefde voor ons; in Jakob zullen wij de drager van de hoop ontmoeten. Izaak heeft weinig persoonlijke zelfstandigheid; zijn roeping is meer, om een overgang van de eerste tot de derde aartsvader te zijn, daarom zijn ook de mededelingen uit zijn leven weinige. Daarentegen bestaat zijn voorrang daarin, dat hij des te meer inwendig leeft, en in diepten indringt. Men kan het hem overal aanzien, dat hij de zoon is van een verstorven lichaam, de zoon van een moeder, die lang toegesloten is geweest, en alzo op bijzondere wijze een gave Gods is; het over hem opgeheven offermes zal wel nooit uit zijn ziel uitgewist zijn. Hij bleef zijn gehele leven lang een aan de Heere gewijd offer. Om de dingen van het aardse leven bekommerde hij zich weinig en in alle zaken liet hij zich leiden; hoe meer echter de buitenwereld hem onverschillig liet, des te meer leefde hij in de dingen van de geest.
2) Alleen deze trek kenschetst Izaak reeds in zijn stille godsvrucht; hij was een biddende ziel, en zou hij thans niet bidden, nu er zulk een gewichtige zending plaats had? En zie, hetgeen waar hij om bad, was nabij; zo verhoort de Heer ons steeds, terwijl wij bidden; doch het wordt ons soms later, op ‘s Heren tijd, en naar zijn wijze raad kenbaar gemaakt.
3) Aandoenlijke stilte, waarin ik thans verkeer! Hier woont God! Hij is, ja overal, Zijn oog doorloopt de gehele aarde; Hij woont in het midden van al het gedruis, en de verbijsterende woelingen van de kinderen van de mensen; maar in beminnelijke nadruk woont Hij, waar de afgezonderde Christen zich schikt tot heilige overdenkingen. O! was ik dan enkel eerbied, enkel aandacht, enkel aanbidding! Hier woont God! Alzo zegt de Hoge en de Verhevene, die in de eeuwigheid woont, en wiens naam heilig is: “Ik woon in het hoge en in het heilige, en..daar, daar daalt de Godheid neer!..bij hem die van een verbrijzelde en nederige geest is, opdat Ik levend make de geest van de nederigen en opdat Ik levend make de geest van de verbrijzelden.
4) Geen plechtiger ogenblik dan het stille avonduur in Gods schone schepping! Alles rondom roept ons tot heilige gedachten, alles stemt tot ernst; de stem van het suizen van de avondkoelte is: “aanbidt”; en die van de hemelen dwingt ons uit te roepen: “wie is de mens, dat Gij zijner gedenkt.” (Psalm. 8:4 en 5).
64. Rebekka hief ook haar ogen op, zij moest, nu zij haar toekomstige verblijfplaats zo nabij gekomen was, alles met bijzondere opmerkzaamheid beschouwen, en zij zag Izaak, zij zag een man van hoge stand naderen, van wie zij wel nog niet wist, wie hij was, maar die een bijzondere indruk op haar maakte, en van wie haar hart zei, dat hij haar bruidegom was; en zij viel van de kameel af, 1) zij sprong aanstonds op de grond. (Richteren. 1:14 vrgl. Jozua. 15:18.
1) De Oosterse gewoonte eiste, dat een vrouw een man van gelijke of hogere rang te voet voorbijging; ook zal de ontsteltenis hiertoe het hare hebben bijgebracht. Zo had God niet alleen door Zijn bijzondere leiding getoond, dat dit Huwelijk Zijn wil was; Hij voegde ook de harten tezamen, zodat hier het spreekwoord waar is: huwelijken worden in de hemel gesloten.
Geen vrees vervult haar, maar waarachtige eerbied voor haar toekomstige echtgenoot.
65. En zij zei tot de knecht: Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? En de knecht zei: Dat is mijn heer. Toen nam zij de sluier en bedekte zich, daar een bruid slechts gesluierd tot de bruidegom mocht geleid worden, maar meer nog om de blos van der zedigheid en van haar ontroering te verbergen.
66. En de knecht, die zeker reeds te Hebron had stilgehouden en aan Abraham een kort bericht had gegeven, vervolgens de weg naar Berséba, het laatste doel van zijn reis zonder talmen had afgelegd, vertelde aan Izaak al de zaken, die hij gedaan had.
67. En Izaak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka van de knecht, die hij weer tot zijn vader liet terugkeren, en zij werd hem tot vrouw 1) en hij had haar lief. 2)
Alzo werd Izaak getroost na de dood van zijn moeder, wier lege tent hem voortdurend aan haar verlies herinnerd had.
1) Gij, jonge dochters! Ziet, zo heeft de vrome Rebekka een bruidegom gevonden, niet toen zij aan lediggang zich overgaf, of bij ontuchtige dansen, maar toen zij haar bezigheden verrichtte! (hoofdstuk. 29:9). Volgt haar voorbeeld, vreest God, en arbeidt vlijtig, God zal die tot u leiden, die Hij u toegedacht heeft.
2) Het huwelijk van Izaak met Rebekka was, zo ver men dat zeggen kan, volmaakt in geloof en liefde. Het was een huwelijk, dat reeds in zijn aanvang, door al de handelende personen, in de vreze Gods werd tot stand gebracht. Abraham en Eliëzer ondernamen de zaak met God; Rebekka werd gekend aan de beoefening van een Christelijke plicht, om meer te doen dan gevraagd is, om twee mijlen te gaan, waar slechts een mijl geëist wordt. En Izaak? Hij bad. Daarom is dat huwelijk een toonbeeld van al zulke huwelijken, op welke Gods zegen is te verwachten.
Deze vader voedt hier, de andere daar zijn kind op; elk wordt op bijzondere wijze geleid en gaat zijn bijzondere weg; maar wanneer de tijd daar is, worden zij door hoger hand tot elkaar gebracht en verenigd.
De Schrift zegt eerst, dat Izaak haar in de tent heeft gebracht, en dat hij daarna haar tot vrouw heeft genomen. Vooreerst om daarmee te doen uitkomen, dat het een wettig huwelijk was, maar ook, dat Izaak haar met volle toestemming nam, dat hij zich dus volkomen met de beschikking van zijn vader verenigde.
Alleen op zulk een wijze moet onder Christenen handel gedreven worden, als in hoofdstuk 23 beschreven is, alleen een dergelijk tot huwelijk vragen en trouwen moet plaats hebben zoals in Genesis 24 verhaalt wordt.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel