Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En het leven van Sara was honderd zeven en twintig jaren; dit waren de jaren des levens van Sara.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En het levenH2416 van SaraH8283wasH1961honderdH3967zevenH7651 en twintigH6242jarenH8141; dit waren de jarenH8141 des levensH2416 van SaraH8283.En het leven van Sara was honderd zeven en twintig jaren; dit waren de jaren des levens van Sara.
KJVAnd Sarah3was an hundred4and seven8and twenty6years5old:2these were the years7of the life11of Sarah.
2En Sara stierf te Kiriath-Arba, dat is Hebron, in het land Kanaan; en Abraham kwam om Sara te beklagen, en haar te bewenen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En SaraH8283stierfH4191 te Kiriath-ArbaH7153, datH1931 is HebronH2275, in het landH776KanaanH3667; en AbrahamH85kwamH935 om SaraH8283 te beklagenH5594, en haar te bewenenH1058.En Sara stierf te Kiriath-Arba, dat is Hebron, in het land Kanaan; en Abraham kwam om Sara te beklagen, en haar te bewenen.
KJVAnd Sarah2died1in Kirjatharba;3the same is Hebron6in the land7of Canaan:8and Abraham10came9to mourn11for Sarah,12and to weep
1וַתָּ֣מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise2שָׂרָ֗הH8283Sara, saraSarah3בְּקִרְיַ֥תH7153Kirjath-arba, Kiriath-arbaKirjath-arba4אַרְבַּ֛עH7153Kirjath-arba, Kiriath-arbaKirjath-arba5הִ֥ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6חֶבְר֖וֹןH2275HebronHebron7בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8כְּנָ֑עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick9וַיָּבֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10אַבְרָהָ֔םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham11לִסְפֹּ֥דH5594beklagen, rouwklagen, misbaarlament, mourn(-er), wail12לְשָׂרָ֖הH8283Sara, saraSarah13וְלִבְכֹּתָֽהּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep
3Daarna stond Abraham op van het aangezicht van zijner dode, en hij sprak tot de zonen Heths, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Daarna stondH6965AbrahamH85opH5921 van het aangezichtH6440 van zijner dodeH4191, en hij sprakH1696totH413 de zonenH1121HethsH2845, zeggendeH559:Daarna stond Abraham op van het aangezicht van zijner dode, en hij sprak tot de zonen Heths, zeggende:
KJVAnd Abraham2stood up1from before4his dead,5and spake6unto the sons8of Heth,9saying,
1וַיָּ֨קָם֙H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2אַבְרָהָ֔םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham3מֵעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5מֵת֑וֹH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6וַיְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9חֵ֖תH2845Heths, HethHeth10לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
4Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u; geef mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode van voor mijn aangezicht begrave.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Ik ben een vreemdelingH1616 en inwonerH8453 bij u; geefH5414mijH595 een erfbegrafenisH272 bij u, opdat ik mijn dodeH4191 van voor mijn aangezichtH6440begraveH6912.Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u; geef mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode van voor mijn aangezicht begrave.
KJVI am a stranger1and a sojourner2with you: give5me a possession7of a buryingplace8with you, that I may bury10my dead11out of my sight.
1גֵּרH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger2וְתוֹשָׁ֥בH8453bijwoner, bijwoners, inwonerforeigner, inhabitant, sojourner, stranger3אָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which4עִמָּכֶ֑םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)5תְּנ֨וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6לִ֤י7אֲחֻזַּתH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession8קֶ֨בֶר֙H6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre9עִמָּכֶ֔םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)10וְאֶקְבְּרָ֥הH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)11מֵתִ֖יH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12מִלְּפָנָֽיH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
5En de zonen Heths antwoordden Abraham, zeggende tot hem:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En de zonenH1121HethsH2845antwoorddenH6030AbrahamH85, zeggendeH559 tot hem:En de zonen Heths antwoordden Abraham, zeggende tot hem:
KJVAnd the children2of Heth3answered1Abraham,5saying
1וַיַּעֲנ֧וּH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3חֵ֛תH2845Heths, HethHeth4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אַבְרָהָ֖םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham6לֵאמֹ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7לֽוֹ
6Hoor ons, mijn heer! gij zijt een vorst Gods in het midden van ons; begraaf uw dode in de keure onzer graven; niemand van ons zal zijn graf voor u weren, dat gij uw dode niet zoudt begraven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6HoorH8085 ons, mijn heerH113! gijH859 zijt een vorstH5387GodsH430 in het middenH8432vanH4480 ons; begraafH6912 uw dodeH4191 in de keureH4005 onzer gravenH6913; niemandH3808vanH4480 ons zal zijn grafH6913 voor u werenH3607, dat gij uw dodeH4191 niet zoudt begravenH6912.Hoor ons, mijn heer! gij zijt een vorst Gods in het midden van ons; begraaf uw dode in de keure onzer graven; niemand van ons zal zijn graf voor u weren, dat gij uw dode niet zoudt begraven.
KJVHear us,1my lord:2thou art a mighty4prince3among us:6in the choice7of our sepulchres8bury9thy dead;11none16of us shall withhold17from thee his sepulchre,15but that thou mayest bury19thy dead.
1שְׁמָעֵ֣נוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2אֲדֹנִ֗יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'3נְשִׂ֨יאH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour4אֱלֹהִ֤יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5אַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6בְּתוֹכֵ֔נוּH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)7בְּמִבְחַ֣רH4005keur, uitgelezen, keurechoice(-st), chosen8קְבָרֵ֔ינוּH6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre9קְבֹ֖רH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מֵתֶ֑ךָH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13מִמֶּ֔נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15קִבְר֛וֹH6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre16לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יִכְלֶ֥הH3607besloten, geweerd, onthoudenfinish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold18מִמְּךָ֖H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with19מִקְּבֹ֥רH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)20מֵתֶֽךָH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
7Toen stond Abraham op, en boog zich neder voor het volk des lands, voor de zonen Heths;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Toen stondH6965AbrahamH85 op, en boogH7812 zich neder voor het volkH5971 des landsH776, voor de zonenH1121HethsH2845;Toen stond Abraham op, en boog zich neder voor het volk des lands, voor de zonen Heths;
KJVAnd Abraham2stood up,1and bowed3himself to the people4of the land,5even to the children6of Heth.
1וַיָּ֧קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2אַבְרָהָ֛םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham3וַיִּשְׁתַּ֥חוּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship4לְעַםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6לִבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7חֵֽתH2845Heths, HethHeth
8En hij sprak met hen, zeggende: Is het met uw wil, dat ik mijn dode begrave van voor mijn aangezicht; zo hoort mij, en spreekt voor mij bij Efron, den zoon van Zohar,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En hij sprakH1696metH854 hen, zeggendeH559: Is het metH854 uw wilH5315, dat ik mijn dodeH4191begraveH6912 van voor mijn aangezichtH6440; zoH518hoortH8085 mij, en spreektH6293 voor mij bij EfronH6085, den zoonH1121 van ZoharH6714,En hij sprak met hen, zeggende: Is het met uw wil, dat ik mijn dode begrave van voor mijn aangezicht; zo hoort mij, en spreekt voor mij bij Efron, den zoon van Zohar,
KJVAnd he communed1with them, saying,3If it be5your mind7that I should bury8my dead10out of my sight;11hear12me, and intreat13for me to Ephron15the son16of Zohar,
1וַיְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אִתָּ֖םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix3לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet5יֵ֣שׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest6אֶֽתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7נַפְשְׁכֶ֗םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it8לִקְבֹּ֤רH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מֵתִי֙H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise11מִלְּפָנַ֔יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12שְׁמָע֕וּנִיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness13וּפִגְעוּH6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run14לִ֖י15בְּעֶפְר֥וֹןH6085EfronEphron, Ephrain (from the margin)16בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17צֹֽחַרH6714Zohar, JezoharZohar. Compare H3328 (יִצְחַר)
9Dat hij mij geve de spelonk van Machpela, die hij heeft, die in het einde van zijn akker is, dat hij dezelve mij om het volle geld geve, tot een erfbegrafenis in het midden van u.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Dat hij mij geveH5414 de spelonkH4631 van MachpelaH4375, die hij heeft, dieH834 in het eindeH7097 van zijn akkerH7704 is, dat hij dezelve mij om het volleH4392geldH3701geveH5414, tot een erfbegrafenisH272 in het middenH8432 van u.Dat hij mij geve de spelonk van Machpela, die hij heeft, die in het einde van zijn akker is, dat hij dezelve mij om het volle geld geve, tot een erfbegrafenis in het midden van u.
KJVThat he may give1me the cave4of Machpelah,5which he hath, which is in the end9of his field;10for as much12money11as it is worthhe shall give it13me for a possession16of a buryingplace17amongst you.
1וְיִתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לִ֗י3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מְעָרַ֤תH4631spelonk, spelonkencave, den, hole5הַמַּכְפֵּלָה֙H4375MachpelaMachpelah6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7ל֔וֹ8אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9בִּקְצֵ֣הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)10שָׂדֵ֑הוּH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild11בְּכֶ֨סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)12מָלֵ֜אH4392vol, volle, Vol[idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth13יִתְּנֶ֥נָּהH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לִ֛י15בְּתוֹכְכֶ֖םH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)16לַאֲחֻזַּתH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession17קָֽבֶרH6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre
10Efron nu zat in het midden van de zonen Heths; en Efron de Hethiet antwoordde Abraham, voor de oren van de zonen Heths, van al degenen, die ter poorte zijner stad ingingen, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10EfronH6085 nu zat in het middenH8432 van de zonenH1121HethsH2845; en EfronH6085 de HethietH2850antwoorddeH6030AbrahamH85, voor de orenH241 van de zonenH1121HethsH2845, van alH3605 degenen, die ter poorteH8179 zijner stadH5892ingingenH935, zeggendeH559:Efron nu zat in het midden van de zonen Heths; en Efron de Hethiet antwoordde Abraham, voor de oren van de zonen Heths, van al degenen, die ter poorte zijner stad ingingen, zeggende:
KJVAnd Ephron1dwelt2among3the children4of Heth:5and Ephron7the Hittite8answered6Abraham10in the audience11of the children12of Heth,13even of all that went in15at the gate16of his city,17saying,
1וְעֶפְר֥וֹןH6085EfronEphron, Ephrain (from the margin)2יֹשֵׁ֖בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)4בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5חֵ֑תH2845Heths, HethHeth6וַיַּעַן֩H6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)7עֶפְר֨וֹןH6085EfronEphron, Ephrain (from the margin)8הַחִתִּ֤יH2850Hethieten, Hethiet, HethietischeHittite, Hittities9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אַבְרָהָם֙H85Abraham, Abrahams, zoonAbraham11בְּאָזְנֵ֣יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show12בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13חֵ֔תH2845Heths, HethHeth14לְכֹ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15בָּאֵ֥יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16שַֽׁעַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)17עִיר֖וֹH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town18לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
11Neen, mijn heer! hoor mij; den akker geef ik u; ook de spelonk, die daarin is, die geef ik u; voor de ogen van de zonen mijns volks geef ik u die; begraaf uw dode.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11NeenH3808, mijn heerH113! hoorH8085 mij; den akkerH7704geefH5414 ik u; ook de spelonkH4631, die daarin is, die geefH5414 ik u; voor de ogenH5869 van de zonenH1121 mijns volksH5971geefH5414 ik u die; begraafH6912 uw dodeH4191.Neen, mijn heer! hoor mij; den akker geef ik u; ook de spelonk, die daarin is, die geef ik u; voor de ogen van de zonen mijns volks geef ik u die; begraaf uw dode.
KJVNay,1my lord,2hear me:3the field4give I5thee, and the cave7that is therein, I give it11thee; in the presence12of the sons13of my people14give15I it thee: bury17thy dead.
1לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2אֲדֹנִ֣יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'3שְׁמָעֵ֔נִיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4הַשָּׂדֶה֙H7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild5נָתַ֣תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6לָ֔ךְ7וְהַמְּעָרָ֥הH4631spelonk, spelonkencave, den, hole8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9בּ֖וֹ10לְךָ֣11נְתַתִּ֑יהָH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12לְעֵינֵ֧יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)13בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14עַמִּ֛יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people15נְתַתִּ֥יהָH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16לָּ֖ךְ17קְבֹ֥רH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)18מֵתֶֽךָH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
12Toen boog zich Abraham neder voor het aangezicht van het volk des lands;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen boogH7812 zich AbrahamH85nederH7812 voor het aangezichtH6440 van het volkH5971 des landsH776;Toen boog zich Abraham neder voor het aangezicht van het volk des lands;
KJVAnd Abraham2bowed down1himself before3the people4of the land.
1וַיִּשְׁתַּ֨חוּ֙H7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship2אַבְרָהָ֔םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham3לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4עַ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
13En hij sprak tot Efron, voor de oren van het volk des lands, zeggende: Trouwens, zijt gij het? lieve, hoor mij; ik zal het geld des akkers geven; neem het van mij, zo zal ik mijn dode aldaar begraven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En hij sprakH1696totH413EfronH6085, voor de orenH241 van het volkH5971 des landsH776, zeggendeH559: TrouwensH389, zijt gijH859 het? lieveH3863, hoorH8085 mij; ik zal het geldH3701 des akkersH7704gevenH5414; neemH3947 het vanH4480 mij, zoH518 zal ik mijn dodeH4191aldaarH8033begravenH6912.En hij sprak tot Efron, voor de oren van het volk des lands, zeggende: Trouwens, zijt gij het? lieve, hoor mij; ik zal het geld des akkers geven; neem het van mij, zo zal ik mijn dode aldaar begraven.
KJVAnd he spake1unto Ephron3in the audience4of the people5of the land,6saying,7But if thou wilt give it, I pray thee,11hear12me: I will give13thee money14for the field;15take16it of me, and I will bury18my dead
1וַיְדַבֵּ֨רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3עֶפְר֜וֹןH6085EfronEphron, Ephrain (from the margin)4בְּאָזְנֵ֤יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show5עַםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6הָאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8אַ֛ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)9אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10אַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11ל֖וּH3863Och, och, lieveif (haply), peradventure, I pray thee, though, I would, would God (that)12שְׁמָעֵ֑נִיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness13נָתַ֜תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14כֶּ֤סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)15הַשָּׂדֶה֙H7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild16קַ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win17מִמֶּ֔נִּיH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with18וְאֶקְבְּרָ֥הH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20מֵתִ֖יH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise21שָֽׁמָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
14En Efron antwoordde Abraham, zeggende tot hem:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En EfronH6085antwoorddeH6030AbrahamH85, zeggendeH559 tot hem:En Efron antwoordde Abraham, zeggende tot hem:
KJVAnd Ephron2answered1Abraham,4saying
1וַיַּ֧עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2עֶפְר֛וֹןH6085EfronEphron, Ephrain (from the margin)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אַבְרָהָ֖םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham5לֵאמֹ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6לֽוֹ
15Mijn heer! hoor mij; een land van vierhonderd sikkelen zilvers, wat is dat tussen mij en tussen u? begraaf slechts uw dode.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Mijn heerH113! hoorH8085 mij; een landH776 van vierhonderdH702sikkelenH8255zilversH3701, watH4100 is datH1931tussenH996 mij en tussen u? begraafH6912 slechts uw dodeH4191.Mijn heer! hoor mij; een land van vierhonderd sikkelen zilvers, wat is dat tussen mij en tussen u? begraaf slechts uw dode.
KJVMy lord,1hearken2unto me: the land3is worth four4hundred5shekels6of silver;7what is that betwixt8me and thee? bury14therefore thy dead.
1אֲדֹנִ֣יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'2שְׁמָעֵ֔נִיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3אֶרֶץ֩H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4אַרְבַּ֨עH702vier, vierhonderd, veertienfour5מֵאֹ֧תH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore6שֶֽׁקֶלH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel7כֶּ֛סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)8בֵּינִ֥יH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within9וּבֵֽינְךָ֖H996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within10מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why11הִ֑ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מֵתְךָ֖H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise14קְבֹֽרH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)
16En Abraham luisterde naar Efron; en Abraham woog Efron het geld, waarvan hij gesproken had voor de oren van de zonen Heths, vierhonderd sikkelen zilvers, onder den koopman gangbaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En AbrahamH85luisterdeH8085naarH413EfronH6085; en AbrahamH85woogH8254EfronH6085 het geldH3701, waarvan hij gesprokenH1696 had voor de orenH241 van de zonenH1121HethsH2845, vierhonderdH702sikkelenH8255zilversH3701, onder den koopmanH5503gangbaarH5674.En Abraham luisterde naar Efron; en Abraham woog Efron het geld, waarvan hij gesproken had voor de oren van de zonen Heths, vierhonderd sikkelen zilvers, onder den koopman gangbaar.
KJVAnd Abraham2hearkened1unto Ephron;4and Abraham6weighed5to Ephron7the silver,9which he had named11in the audience12of the sons13of Heth,14four15hundred16shekels17of silver,18current19money with the merchant.
1וַיִּשְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2אַבְרָהָם֮H85Abraham, Abrahams, zoonAbraham3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4עֶפְרוֹן֒H6085EfronEphron, Ephrain (from the margin)5וַיִּשְׁקֹ֤לH8254gewogen, woog, wegenpay, receive(-r), spend, [idiom] throughly, weigh6אַבְרָהָם֙H85Abraham, Abrahams, zoonAbraham7לְעֶפְרֹ֔ןH6085EfronEphron, Ephrain (from the margin)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַכֶּ֕סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11דִּבֶּ֖רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12בְּאָזְנֵ֣יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show13בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14חֵ֑תH2845Heths, HethHeth15אַרְבַּ֤עH702vier, vierhonderd, veertienfour16מֵאוֹת֙H3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore17שֶׁ֣קֶלH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel18כֶּ֔סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)19עֹבֵ֖רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath20לַסֹּחֵֽרH5503kooplieden, koophandel, handelaarsgo about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick
17Alzo werd de akker van Efron, die in Machpela was, dat tegenover Mamre lag, de akker en de spelonk, die daarin was, en al het geboomte, dat op den akker stond, dat rondom in zijn ganse landpale was gevestigd,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Alzo werd de akkerH7704 van EfronH6085, dieH834 in MachpelaH4375 was, datH834tegenoverH6440MamreH4471 lag, de akkerH7704 en de spelonkH4631, dieH834 daarin was, en alH3605 het geboomteH6086, datH834 op den akkerH7704 stond, datH834rondomH5439 in zijn ganseH3605landpaleH1366 was gevestigdH6965,Alzo werd de akker van Efron, die in Machpela was, dat tegenover Mamre lag, de akker en de spelonk, die daarin was, en al het geboomte, dat op den akker stond, dat rondom in zijn ganse landpale was gevestigd,
KJVAnd the field2of Ephron,3which was in Machpelah,5which was before7Mamre,8the field,9and the cave10which was therein, and all the trees14that were in the field,16that were in all the borders19round about,20were made sure
1וַיָּ֣קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2שְׂדֵ֣הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild3עֶפְר֗וֹןH6085EfronEphron, Ephrain (from the margin)4אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5בַּמַּכְפֵּלָ֔הH4375MachpelaMachpelah6אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8מַמְרֵ֑אH4471MamreMamre9הַשָּׂדֶה֙H7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild10וְהַמְּעָרָ֣הH4631spelonk, spelonkencave, den, hole11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בּ֔וֹ13וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הָעֵץ֙H6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood15אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16בַּשָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19גְּבֻל֖וֹH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space20סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
18Aan Abraham tot een bezitting, voor de ogen van de zonen Heths, bij allen, die tot zijn stadspoort ingingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Aan AbrahamH85 tot een bezittingH4736, voor de ogenH5869 van de zonenH1121HethsH2845, bij allenH3605, die tot zijn stadspoortH8179ingingenH935.Aan Abraham tot een bezitting, voor de ogen van de zonen Heths, bij allen, die tot zijn stadspoort ingingen.
KJVUnto Abraham1for a possession2in the presence3of the children4of Heth,5before all that went in7at the gate8of his city.
1לְאַבְרָהָ֥םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham2לְמִקְנָ֖הH4736gekocht, gekochte, gekochten(he that is) bought, possession, piece, purchase3לְעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5חֵ֑תH2845Heths, HethHeth6בְּכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7בָּאֵ֥יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8שַֽׁעַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)9עִירֽוֹH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town
19En daarna begroef Abraham zijn huisvrouw Sara in de spelonk des akkers van Machpela, tegenover Mamre, hetwelk is Hebron, in het land Kanaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En daarnaH310begroefH6912AbrahamH85 zijn huisvrouwH802SaraH8283 in de spelonkH4631 des akkersH7704 van MachpelaH4375, tegenoverH5921MamreH4471, hetwelk is HebronH2275, in hetH1931landH776KanaanH3667.En daarna begroef Abraham zijn huisvrouw Sara in de spelonk des akkers van Machpela, tegenover Mamre, hetwelk is Hebron, in het land Kanaan.
KJVAnd after1this,2Abraham4buried3Sarah6his wife7in the cave9of the field10of Machpelah11before13Mamre:14the same is Hebron16in the land17of Canaan.
1וְאַחֲרֵיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2כֵן֩H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3קָבַ֨רH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)4אַבְרָהָ֜םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6שָׂרָ֣הH8283Sara, saraSarah7אִשְׁתּ֗וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9מְעָרַ֞תH4631spelonk, spelonkencave, den, hole10שְׂדֵ֧הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild11הַמַּכְפֵּלָ֛הH4375MachpelaMachpelah12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14מַמְרֵ֖אH4471MamreMamre15הִ֣ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16חֶבְר֑וֹןH2275HebronHebron17בְּאֶ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18כְּנָֽעַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick
20Alzo werd die akker, en de spelonk die daarin was, aan Abraham gevestigd tot een erfbegrafenis van de zonen Heths.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Alzo werd die akkerH7704, en de spelonkH4631dieH834 daarin was, aan AbrahamH85gevestigdH6965 tot een erfbegrafenisH272vanH854 de zonenH1121HethsH2845.Alzo werd die akker, en de spelonk die daarin was, aan Abraham gevestigd tot een erfbegrafenis van de zonen Heths.
KJVAnd the field,2and the cave3that is therein, were made sure1unto Abraham6for a possession7of a buryingplace8by the sons10of Heth.
1וַיָּ֨קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2הַשָּׂדֶ֜הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild3וְהַמְּעָרָ֧הH4631spelonk, spelonkencave, den, hole4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5בּ֛וֹ6לְאַבְרָהָ֖םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham7לַאֲחֻזַּתH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession8קָ֑בֶרH6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre9מֵאֵ֖תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11חֵֽתH2845Heths, HethHeth
De spelonk van Machpela te HebronDe ommuring boven de spelonk van Machpela te Hebron, door Abraham gekocht als begraafplaats voor Sara en later ook voor Abraham, Izak, Rebekka, Jakob en Lea zelf.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 23:1— En het leven van Sara was honderd zeven en twintig jaren; dit waren de jaren des levens van Sara.Genesis 17:17→
Genesis 23:2— En Sara stierf te Kiriath-Arba, dat is Hebron, in het land Kanaan; en Abraham kwam om Sara te beklagen, en haar te bewenen.Genesis 23:19→Richteren 1:10→Genesis 13:18→Numeri 13:22→Jozua 14:14→1 Kronieken 6:57→1 Samuël 28:3→2 Samuël 5:5→
Genesis 23:3— Daarna stond Abraham op van het aangezicht van zijner dode, en hij sprak tot de zonen Heths, zeggende:Genesis 10:15→Genesis 49:30→1 Samuël 26:6→Genesis 23:5→Genesis 23:7→Genesis 27:46→2 Samuël 23:39→Genesis 25:10→
Genesis 23:4— Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u; geef mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode van voor mijn aangezicht begrave.1 Kronieken 29:15→Hebreeën 11:9→Genesis 17:8→Handelingen 7:5→Psalmen 39:12→Psalmen 119:19→Genesis 49:30→Leviticus 25:23→
Genesis 23:6— Hoor ons, mijn heer! gij zijt een vorst Gods in het midden van ons; begraaf uw dode in de keure onzer graven; niemand van ons zal zijn graf voor u weren, dat gij uw dode niet zoudt begraven.Genesis 24:35→Genesis 14:14→Genesis 32:4→Genesis 21:22→Genesis 44:5→Genesis 42:10→Ruth 2:13→Jesaja 45:14→
Genesis 23:7— Toen stond Abraham op, en boog zich neder voor het volk des lands, voor de zonen Heths;Genesis 18:2→Genesis 19:1→Hebreeën 12:14→Spreuken 18:24→1 Petrus 3:8→Romeinen 12:17→
Genesis 23:8— En hij sprak met hen, zeggende: Is het met uw wil, dat ik mijn dode begrave van voor mijn aangezicht; zo hoort mij, en spreekt voor mij bij Efron, den zoon van Zohar,1 Koningen 2:17→Lukas 7:3→Genesis 25:9→Hebreeën 7:26→1 Johannes 2:1→
Genesis 23:9— Dat hij mij geve de spelonk van Machpela, die hij heeft, die in het einde van zijn akker is, dat hij dezelve mij om het volle geld geve, tot een erfbegrafenis in het midden van u.Romeinen 13:8→Romeinen 12:17→
Genesis 23:10— Efron nu zat in het midden van de zonen Heths; en Efron de Hethiet antwoordde Abraham, voor de oren van de zonen Heths, van al degenen, die ter poorte zijner stad ingingen, zeggende:Genesis 34:24→Genesis 34:20→Genesis 23:18→Ruth 4:1→Jesaja 28:6→Genesis 24:10→Mattheüs 9:1→Job 29:7→
Genesis 23:11— Neen, mijn heer! hoor mij; den akker geef ik u; ook de spelonk, die daarin is, die geef ik u; voor de ogen van de zonen mijns volks geef ik u die; begraaf uw dode.Genesis 23:18→2 Samuël 24:20→Ruth 4:9→Genesis 23:6→Ruth 4:11→Ruth 4:1→Jeremia 32:7→Numeri 35:30→
Genesis 23:12— Toen boog zich Abraham neder voor het aangezicht van het volk des lands;Genesis 19:1→Genesis 18:2→Genesis 23:7→
Genesis 23:13— En hij sprak tot Efron, voor de oren van het volk des lands, zeggende: Trouwens, zijt gij het? lieve, hoor mij; ik zal het geld des akkers geven; neem het van mij, zo zal ik mijn dode aldaar begraven.Romeinen 13:8→2 Samuël 24:24→Filippenzen 4:5→Kolossenzen 4:5→Handelingen 20:35→Hebreeën 13:5→Genesis 14:22→
Genesis 23:15— Mijn heer! hoor mij; een land van vierhonderd sikkelen zilvers, wat is dat tussen mij en tussen u? begraaf slechts uw dode.Ezechiël 45:12→Exodus 30:15→Exodus 30:13→
Genesis 23:16— En Abraham luisterde naar Efron; en Abraham woog Efron het geld, waarvan hij gesproken had voor de oren van de zonen Heths, vierhonderd sikkelen zilvers, onder den koopman gangbaar.Jeremia 32:9→Zacharia 11:12→1 Thessalonicenzen 4:6→Genesis 23:15→Exodus 30:13→Genesis 43:21→Mattheüs 7:12→Ezra 8:25→
Genesis 23:17— Alzo werd de akker van Efron, die in Machpela was, dat tegenover Mamre lag, de akker en de spelonk, die daarin was, en al het geboomte, dat op den akker stond, dat rondom in zijn ganse landpale was gevestigd,Genesis 50:13→Genesis 25:9→Genesis 23:20→Handelingen 7:16→Efeze 5:15→Kolossenzen 4:5→Psalmen 112:5→Mattheüs 10:16→
Genesis 23:18— Aan Abraham tot een bezitting, voor de ogen van de zonen Heths, bij allen, die tot zijn stadspoort ingingen.Ruth 4:1→Jeremia 32:12→Genesis 34:20→
Genesis 23:19— En daarna begroef Abraham zijn huisvrouw Sara in de spelonk des akkers van Machpela, tegenover Mamre, hetwelk is Hebron, in het land Kanaan.Job 30:23→Genesis 35:27→Genesis 3:19→Genesis 49:29→Genesis 47:30→Genesis 50:13→Prediker 12:7→Genesis 50:25→
Genesis 23:20— Alzo werd die akker, en de spelonk die daarin was, aan Abraham gevestigd tot een erfbegrafenis van de zonen Heths.Ruth 4:7→Genesis 50:5→Jeremia 32:10→2 Koningen 21:18→Genesis 25:9→Genesis 49:31→2 Samuël 24:24→Genesis 50:13→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 23 vers 2— En Sara stierf te Kiriath-Arba, dat is Hebron, in het land Kanaan; en Abraham kwam om Sara te beklagen, en haar te bewenen.
Kiriath-Arba,
Anders, in de stad Arba. Sommigen houden dezen naam gekomen te zijn van een reus, bouwer dezer stad. Zie Joz. 14:15 en Joz. 15:13.
Hertaald:Kiriath-Arba,
Anders: in de stad Arba. Sommigen menen dat deze naam afkomstig is van een reus, de bouwer van deze stad. Zie Joz. 14:15 en Joz. 15:13.
Hebron,
Een stad, die daarna in den stam van Juda geweest is, gelegen bij het eikenveld Mamre, waar Abraham langen tijd gewoond heeft. Zie voorts boven, Gen. 13:18
Hertaald:Hebron,
Een stad die later tot de stam van Juda behoorde, gelegen bij het eikenbos van Mamre, waar Abraham lange tijd gewoond heeft. Zie verder Gen. 13:18.
kwam om
Te weten, in de tent zijner vrouw. Zie boven Gen. 18:6, Gen. 18:9.
Hertaald:kwam om
Namelijk: in de tent van zijn vrouw. Zie Gen. 18:6, Gen. 18:9.
te beklagen
Dit gebruik is bij de vromen vanouds af geweest, om hun droefenis te verklaren in het algemeen over de ellende aller mensen, en in het bijzonder over het tijdelijk verlies van hun vrienden, of enige uitnemende personen. Zie hiervan ond. Gen. 50:3; Deut. 34:8; 1 Sam. 25:1; 2 Sam. 3:32; Hand. 8:39, enz. Welk gebruik bijgelovig door de ongelovigen nagebootst is geweest. Zie Marc. 5:38-39, enz.
Hertaald:te beklagen
Deze gewoonte bestond al van oudsher onder de vromen, om hun verdriet te uiten, zowel in het algemeen over de ellende van alle mensen, als in het bijzonder over het tijdelijke verlies van hun vrienden of van bepaalde uitnemende personen. Zie hierover Gen. 50:3; Deut. 34:8; 1 Sam. 25:1; 2 Sam. 3:32; Hand. 8:39, enz. Deze gewoonte is later op bijgelovige wijze door de ongelovigen nagebootst. Zie Marc. 5:38-39, enz.
Genesis 23 vers 3— Daarna stond Abraham op van het aangezicht van zijner dode, en hij sprak tot de zonen Heths, zeggende:
op van
Als een gelovig patriarch, zijn droefenis en rouw over Sara matigende, willende haar nu een eerlijke begrafenis in een vreemd land bezorgen.
Hertaald:op van
Als een gelovig patriarch matigde hij zijn droefheid en rouw over Sara, omdat hij haar nu een eerlijke begrafenis in een vreemd land wilde bezorgen.
zonen
Anders, kinderen; alzo ook vs.5, 7, 10,11, 16, 18, 20. Dat is, tot de regenten, of voornaamsten der Hethieten, die Kanaänieten waren, afkomstig van Heth, Chams kindskind. Zie boven, Gen. 10:15.
Hertaald:zonen
Anders: kinderen; zo ook in vers 5, 7, 10, 11, 16, 18, 20. Dat is: tot de leiders, of voornaamsten, van de Hethieten, die Kanaänieten waren en afstamden van Heth, een kleinzoon van Cham. Zie Gen. 10:15.
Genesis 23 vers 4— Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u; geef mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode van voor mijn aangezicht begrave.
opdat
De begrafenis der dode lichamen is van oude tijden af bij de mensen gebruikelijk geweest, gelijk hier blijkt, en uit het volgende vers vs.5, omdat de natuur leert, dat men het ene deel des redelijken mensen niet behoort weg te werpen tot ontering en schending en de religie ons vermaant hetzelve te bewaren en op te sluiten tegen den dag der opstanding uit de doden. Zie onder Gen. 50:5-6; Num. 33:4; Deut. 21:23; Job 5:26.
Hertaald:opdat
Het begraven van de doden is van oudsher onder de mensen gebruikelijk geweest, zoals hier en in het volgende vers 5 blijkt, omdat de natuur ons leert dat men dit deel van de redelijke mens niet mag wegwerpen tot onteren en schenden, en de religie ons vermaant het te bewaren en op te sluiten tot de dag van de opstanding uit de doden. Zie Gen. 50:5-6; Num. 33:4; Deut. 21:23; Job 5:26.
Genesis 23 vers 6— Hoor ons, mijn heer! gij zijt een vorst Gods in het midden van ons; begraaf uw dode in de keure onzer graven; niemand van ons zal zijn graf voor u weren, dat gij uw dode niet zoudt begraven.
een vorst
Dat is, met wien God is, gelijk bov. Gen. 21:22, of een prins Gods, dat is, een voortreffelijk heer en vorst. Zie boven Gen. 13:10.
Hertaald:een vorst
Dat is: met wie God is, zoals in Gen. 21:22, of: een vorst van God, dat is: een voortreffelijk heer en vorst. Zie Gen. 13:10.
keur
Dat is, in de beste, uitgelezenste der graven. Verg. Jer. 22:7.
Hertaald:keur
Dat is: in de beste, meest uitgelezen van de graven. Vergelijk Jer. 22:7.
Genesis 23 vers 8— En hij sprak met hen, zeggende: Is het met uw wil, dat ik mijn dode begrave van voor mijn aangezicht; zo hoort mij, en spreekt voor mij bij Efron, den zoon van Zohar,
Is het
Hebr. is het met uw ziel, of, zo het is met uw ziel. Het woord ziel betekent dikwijls wil, beliefte, goedvinden, gelijk Deut. 21:14; 1 Kon. 19:3; 2 Kon. 9:15; Ps. 27:12 en Ps. 41:3, en Ps. 105:22.
Hertaald:Is het
Hebreeuws: is het met uw ziel, ofwel: zo het is met uw ziel. Het woord ziel betekent vaak wil, welbehagen, goedvinden, zoals in Deut. 21:14; 1 Kon. 19:3; 2 Kon. 9:15; Ps. 27:12 en Ps. 41:3, en Ps. 105:22.
Zohar
Hebr. Tsochar, een Hethiet, en is te onderscheiden van een Zohar, die de zoon van Simeon was; onder Gen. 46:10.
Hertaald:Zohar
Hebreeuws: Tsochar, een Hethiet, te onderscheiden van een andere Zohar, de zoon van Simeon; zie Gen. 46:10.
Genesis 23 vers 9— Dat hij mij geve de spelonk van Machpela, die hij heeft, die in het einde van zijn akker is, dat hij dezelve mij om het volle geld geve, tot een erfbegrafenis in het midden van u.
Machpéla,
De eigennaam van dezen akker, gelijk blijkt vs.17, 19.
Hertaald:Machpéla,
De eigennaam van deze akker, zoals blijkt uit vers 17 en 19.
volle
Ten aanzien van den prijs des akkers, en van het gewicht des gelds.
Hertaald:volle
Met betrekking tot de prijs van de akker en het gewicht van het geld.
Genesis 23 vers 10— Efron nu zat in het midden van de zonen Heths; en Efron de Hethiet antwoordde Abraham, voor de oren van de zonen Heths, van al degenen, die ter poorte zijner stad ingingen, zeggende:
Efron
Hij was niet alleen een burger onder de Hethieten, maar een der voornaamsten onder hen, zittende in de vergadering voor welke Abraham verscheen. Aldus wordt het woord zitten genomen voor den staat der publieke raden of regeerders des volks; gelijk Ps. 119:23.
Hertaald:Efron
Hij was niet alleen een burger onder de Hethieten, maar een van de voornaamsten onder hen, zittend in de vergadering waarvoor Abraham verscheen. Zo wordt het woord 'zitten' gebruikt voor het ambt van de openbare raden of leiders van het volk; zoals in Ps. 119:23.
zijner
Of, waar hij geboren was, gelijk Luc. 2:3-4, of waar hij woonde, gelijk onder Gen. 24:10; Matt. 9:1.
Hertaald:zijner
Of: waar hij geboren was, zoals in Luc. 2:3-4, of waar hij woonde, zoals in Gen. 24:10; Matt. 9:1.
ingingen,
Dat is, die burgers of inwoners der stad waren. Alzo onder, vs.18. Verg. Gen. 34:24.
Hertaald:ingingen,
Dat is: die burgers of inwoners van de stad waren. Zo ook in vers 18. Vergelijk Gen. 34:24.
Genesis 23 vers 13— En hij sprak tot Efron, voor de oren van het volk des lands, zeggende: Trouwens, zijt gij het? lieve, hoor mij; ik zal het geld des akkers geven; neem het van mij, zo zal ik mijn dode aldaar begraven.
zijt gij
Anders, maar of [lieve] zo gij het zijt, enz. Te weten, den man van wien ik spreek, namelijk Efron. Het schijnt dat Abraham hem kende bij naam maar niet van aangezicht, en dat Abraham niet geweten heeft dat Efron daar zat.
Hertaald:zijt gij
Anders: maar, alstublieft, als u het bent, enz. Namelijk: de man over wie ik spreek, te weten Efron. Het lijkt erop dat Abraham hem wel bij naam kende, maar niet van gezicht, en dat Abraham niet wist dat Efron daar zat.
ik zal
Hebr. ik heb gegeven, dat is, ik ben gereed om te geven.
Hertaald:ik zal
Hebreeuws: ik heb gegeven, dat is: ik ben bereid om te geven.
Genesis 23 vers 15— Mijn heer! hoor mij; een land van vierhonderd sikkelen zilvers, wat is dat tussen mij en tussen u? begraaf slechts uw dode.
sikkelen
De sikkel was een soort van munt, hebbende zijn naam van wegen; er waren tweeërlei, de algemene, wegende omtrent als een oord, of het vierde deel van een rijkdsdaalder; en de heilige, bedragende nog eens zoveel; zie boven Gen. 20:16, waar van den zilverling [die van een prijs was] gesproken is. Aldus bedroeg deze som weinig meer dan 100 rijkdaalders, zijnde hier van den algemenen of burgerlijken sikkel gesproken.
Hertaald:sikkelen
De sikkel was een soort munt, genoemd naar het wegen; er waren er twee soorten: de gewone, wegend ongeveer als een oord, of een kwart rijksdaalder, en de heilige, die het dubbele daarvan bedroeg; zie Gen. 20:16, waar over de zilverling (die een bepaalde waarde had) gesproken is. Zo bedroeg deze som iets meer dan honderd rijksdaalders, waarbij hier over de gewone of burgerlijke sikkel gesproken wordt.
Genesis 23 vers 16— En Abraham luisterde naar Efron; en Abraham woog Efron het geld, waarvan hij gesproken had voor de oren van de zonen Heths, vierhonderd sikkelen zilvers, onder den koopman gangbaar.
woog
Eertijds woog men elkander het geld toe, in het kopen en verkopen, gelijk men het nu elkander toetelt.
Hertaald:woog
Vroeger woog men elkaar het geld af bij het kopen en verkopen, zoals men het nu aan elkaar aftelt.
Genesis 23 vers 17— Alzo werd de akker van Efron, die in Machpela was, dat tegenover Mamre lag, de akker en de spelonk, die daarin was, en al het geboomte, dat op den akker stond, dat rondom in zijn ganse landpale was gevestigd,
gevestigd,
Hebr. stond, of stond op. Dat is, kwam en verbleef aan Abraham. Als ook ond. vs.20.
Hertaald:gevestigd,
Hebreeuws: stond, of stond op. Dat is: kwam toe aan en bleef bij Abraham. Zo ook in vers 20.
Genesis 23 vers 18— Aan Abraham tot een bezitting, voor de ogen van de zonen Heths, bij allen, die tot zijn stadspoort ingingen.
zijn stadspoort
Zie bov. vs.10.
Hertaald:zijn stadspoort
Zie vers 10.
Genesis 23 vers 19— En daarna begroef Abraham zijn huisvrouw Sara in de spelonk des akkers van Machpela, tegenover Mamre, hetwelk is Hebron, in het land Kanaan.
tegenover
Hebr. tegen het aangezicht Mamre.
Hertaald:tegenover
Hebreeuws: tegen het aangezicht van Mamre.
Hebron,
Zie bov. vs.2.
Hertaald:Hebron,
Zie vers 2.
in het
Hetwelk wel Abraham en zijn zaad door God gegeven was, om te zijner tijd erfelijk te bezitten, maar daar hij vooralsnog een vreemdeling daarin was, heeft hij [gelijk ook andere gelovige voorvaders] begeerd daarin begraven te worden, tot een teken dat zij geloofden de beloftenis Gods, van dit land te zullen bezitten, hetwelk hun een pand was van het hemelse Kanaän.
Hertaald:in het
Dit land was door God wel aan Abraham en zijn nageslacht gegeven om het te zijner tijd erfelijk te bezitten, maar omdat hij daarin voorlopig nog een vreemdeling was, heeft hij — zoals ook andere gelovige voorvaders — verlangd daarin begraven te worden, als teken dat zij geloofden in Gods belofte dat zij dit land zouden bezitten, dat voor hen een onderpand was van het hemelse Kanaän.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Abram — verheven vader
De zoon van Terah, vóór zijn oudere broers Nahor en Haran genoemd (Gen. 11:27) omdat hij de erfgenaam van de beloften was. Op zeventigjarige leeftijd verliet hij met zijn familie Ur der Chaldeeën; later, na de dood van zijn vader in Haran, ontving hij van de HEERE de roeping om naar het onbekende land Kanaän te trekken, 'niet wetende waar hij komen zou' (Hebr. 11:8). Later zou zijn naam veranderd worden in Abraham (Gen. 17:4-5).
Sarai — mijn vorstin
De vrouw en tegelijk halfzuster van Abram (Gen. 11:29; 20:12). Onder deze naam wordt zij voor het eerst genoemd; later, bij de instelling van het verbond der besnijdenis, zou haar naam veranderd worden in Sarah, 'vorstin' (Gen. 17:15), toen haar werd beloofd dat zij, ondanks haar hoge leeftijd, de moeder van de beloofde zoon zou worden.
Efron — hertachtig, of: van een hert
Een Hethiet uit Hebron, van wie Abraham na de dood van Sara de spelonk van Machpela met het omliggende veld kocht als familiebegraafplaats (Gen. 23). Hier werden later ook Abraham zelf, Izak, Rebekka, Jakob en Lea begraven.
Kanaän — onderworpene, vernederde
De jongste zoon van Cham en kleinzoon van Noach (Gen. 9:18, 22). Om de zonde van zijn vader Cham tegenover Noach werd niet Cham, maar Kanaän door Noach vervloekt: 'een knecht der knechten zij hij zijn broederen.' Naar hem is het land Kanaän genoemd, dat later door de Israëlieten in bezit genomen zou worden.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Hebron — Hebreeuws chebron, "bondgenootschap, verbond"; ook bekend als Kirjath-Arba, "de stad van Arba" (naar de vader van Enak), of, volgens joodse overlevering, "de stad der vier" — omdat Abraham, Izak, Jakob en, naar men meende, ook Adam er begraven zouden zijn
Ligging: Circa 32 kilometer ten zuiden van Jeruzalem, gelegen in een open dal, ruim 900 meter boven zeeniveau — een van de oudste en belangrijkste steden van Zuid-Palestina. Volgens Num. 13:22 gesticht vóór Zoan (Tanis) in Egypte.
Geschiedenis: Hier woonde Abram bij de eiken van Mamre (Gen. 13:18); vandaar trok hij Lot te hulp na diens gevangenneming (Gen. 14); hier werd zijn naam veranderd in Abraham (Gen. 17); hier kwamen de drie mannen met de belofte van een zoon (Gen. 18); hier stierf Sara, en kocht Abraham de spelonk van Machpela als haar graf (Gen. 23) — de begraafplaats van vrijwel alle aartsvaders en hun vrouwen, behalve Rachel. Later werd Hebron een Levitische stad en vrijstad (Joz. 21); hier regeerde David zevenenhalf jaar voordat hij Jeruzalem tot zijn hoofdstad maakte (2 Sam. 5); hier ontstond ook de opstand van Absalom (2 Sam. 15).
Bijbelse betekenis: De plaats die door de hele aartsvadergeschiedenis heen steeds opnieuw terugkeert als woonplaats en begraafplaats van Abraham, Izak en Jakob — daarmee in zekere zin het geestelijke thuis van de patriarchen in het beloofde land.
Archeologie: De oudtestamentische stad wordt gezocht op de heuvel er-Roemeidi, ten westen van het huidige Hebron, waar cyclopische muren en andere sporen van oude bewoning zijn aangetroffen; een grondige opgraving van deze heuvel had in 1915 nog niet plaatsgevonden.
Mamre — mogelijk de naam van een Amoritisch stamhoofd (Gen. 14:13,24), naar wie het eikenbos vernoemd werd
Ligging: De "eiken" (of terebinten) van Mamre, waar Abram zijn tent opsloeg, worden beschreven als gelegen "in Hebron" (Gen. 13:18); Mamre wordt zelfs met Hebron zelf gelijkgesteld (Gen. 23:19). De overlevering over de precieze locatie van de boom verschilt door de eeuwen heen, telkens bepaald door de aanwezigheid van een geschikte oude boom; de vroegste overlevering wees Ramet el-Chalil aan, een latere (vanaf de 12e eeuw) een plek een stukje ten noordwesten van het huidige Hebron.
Geschiedenis: Hier bouwde Abram een altaar voor de HEERE (Gen. 13:18); hier ontving hij de drie mannen/engelen met de belofte van Izaks geboorte (Gen. 18); ten oosten van Mamre lag de spelonk van Machpela, waar Sara, Abraham, Izak, Rebekka, Lea en Jakob begraven werden (Gen. 23:17,19; 25:9; 49:30; 50:13).
Bijbelse betekenis: De plek van Gods verschijning aan Abraham met de belofte van de zoon der belofte — een van de meest intieme ontmoetingen tussen God en een aartsvader in de hele Schrift.
Archeologie: Bij Ramet el-Chalil, de vroegste overgeleverde locatie, bevinden zich de resten van een door Herodes en later door keizer Constantijn aangelegde ommuurde heilige plaats; een eeuwenoude, inmiddels afstervende steeneik bij het huidige Hebron wordt sinds de 12e eeuw als "Abrahams eik" vereerd.
Gen. 13:18; 14:13,24; 18:1; 23:17,19; 25:9; 35:27; 49:30; 50:13
Nadat Abraham geruime tijd met vrouw en kind te Berséba gewoond heeft (hoofdstuk. 21:34), en Izaak intussen tot een man is opgegroeid; vestigt hij zich weer te Hebron, misschien omdat, na Abimelech’s dood, de Filistijnen zich vijandig tegen hem betoonden. Hier, te Hebron, sterft Sara in het 127ste jaar van haar leven. Abraham houdt de gewone rouwklacht en koopt voor zijn familie een spelonk van Efron, de Hethiet, waarin de gestorvene begraven wordt.
1. En het leven van Sara was honderd zevenentwintig jaar: dit waren de jaren van het leven 1) van Sara.
1) Zo nauwkeurig als het einde van Sara, verhaalt het Oude Testament het leven van geen andere vrouw. Zij is ook de meest betekenende vrouw in de geschiedenis van het Oude Verbond; zij is de moeder van het zaad van de belofte en in Hem van alle gelovigen (1 Petrus. 3:6); zij is de oudtestamentische Maria. Maria staat in onwankelbaar geloof ver boven Sara; en toch noemt de Heilige Schrift haar ouderdom niet, noch vermeldt zij haar dood. De reden daarvan is, dat hij, die uit Sara geboren is, niet groter is, dan zij zelf maar Maria baart een Zoon, bij wiens heerlijkheid haar eigen grootheid verdwijnt.
2. En Sara stierf te Kiriath-Arba 1) (vierstad), dat is Hebron, in het land van Kanaän. In het daar gelegen bos van Mamre had Abraham, na zijn scheiden van Lot, zijn tenten opgeslagen (hoofdstuk. 13:18) en daar tot Sodom’s ondergang (hoofdstuk. 20:1), gewoond. Thans was hij daarheen teruggetrokken, misschien om de in onze inleiding aangegeven reden, en Abraham ging in het vertrek, waar zij gestorven was, en kwam, om Sara te beklagen en haar te bewenen. 2) Hij hield de gebruikelijke klacht over haar, terwijl hij zich tegenover het lijk op de aarde legde en hier geruime tijd aan zijn smart de vrije loop liet (Deuteronomium. 34:8).
1) Kiriath-Arba of “stad Arba.” Luther denkt bij Arba aan het Hebreeuwse telwoord “Arba”, dat is “vier”, en zegt: “de grote hoofdsteden waren oudtijds allen Arba, dat is, in vier delen verdeeld, gelijk Rome, Jeruzalem, Babylon, enz.” Daarom vertaalt hij hier en in hoofdstuk. 35:27 “hoofdstad”. Nieuwe uitleggers daarentegen denken aan de reus Arba (Jozua 14:15), die de stad vergroot heeft.
2) Het is niet alleen dan, dat een groot verlies wordt geleden, als de jonge moeder van haar kindertjes wordt weggenomen; ook de grijsaard mist veel, als hij haar niet meer bezit, die een geheel leven zijn gezellin is geweest. Abraham had Sara oprecht lief gehad. Ook de Vader van de gelovigen beweent haar; neen, godsvrucht maakt niet ongevoelig voor het aardse leed.
3. Daarna stond Abraham op 1) van het aangezicht van zijn dode; hij ging in de poort van de stad, en hij sprak tot de zonen van Heth, de Hethieten, die de stad en het omliggende land in bezit hadden en die hij daar vergaderd vond (hoofdstuk. 19:11), zeggende, op een wijze, gelijk hem voor een volksvergadering betaamde;
1) Ook in zijn droefheid is Abraham de kalme, bedaarde man.
4. Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u, die hier geen eigen bezitting heb, maar alleen vriendelijke toestemming van u op mijn bede hopen mag; a) geeft mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode 1) van voor mijn aangezicht begrave.
a) Hand.7:5
“Mijn dode”, hier en in vs. 8 en 13, mijn dode. Sara blijft de zijne, ook al is zij gestorven. Hij leeft met haar in de herinnering voort niet alleen, maar hij hoopt ook eenmaal weer met haar verenigd te worden.
5. En de zonen Heths antwoordden Abraham, zeggende tot hem:
6. Hoor ons; mijn heer! gij zijt een vorst Gods in het midden van ons, 1) een man, die God een vorstelijke plaats heeft aangewezen en aan de voornaamsten van ons volk heeft gelijk gesteld; begraaf uw dode in de keur van onze 2) graven, zoek er één onder de begraafplaatsen van de voornaamsten en aanzienlijksten uit, en leg daar uw dode neer; niemand van ons zal zijn graf voor u weren, dat gij uw dode niet zou begraven, integendeel ieder zal het zich een ere rekenen zijn familiegraf voor u te openen.
1) “Een vorst Gods in het midden van ons.” Wel een bewijs, dat Abrahams geloof ook uit zijn wandel sprak.
2) De Hethieten willen wel een graf ter leen geven, in gebruik, maar niet een graf voorgoed afstaan, ten minste niet zonder algemene goedkeuring.
7. Toen stond Abraham op, van de zitplaats, die hij in de vergadering ingenomen had, en boog zich neer, 1) naar Oosterse wijze, voor het volk van het land, voor de zonen van Heth, om hun als eigenaars van het land eer te bewijzen en voor die eervolle aanbieding, die zij gedaan hadden, te danken.
1) Ook hier zien wij, evenals vroeger, dat Abraham terecht, ook wat de uiterlijke vormen betreft, een koninklijk gelovige wordt genoemd. Een Christen behoort ook aan zijn manieren gekend te worden.
8. En hij sprak met hen verder, zeggende: Is het werkelijk met uw wil, is uw aanbieding recht gemeend, dat ik mijn dode begrave van voor mijn aangezicht bij u, zo hoort mij, zo voldoet aan deze mijn begeerte, en spreekt voor mij bij Efron (sterke), de zoon van Zohar (straling van licht).
9. Dat hij mij geve, mij afsta, de spelonk, het land, van Machpéla (verdubbeling), die hij heeft, die in het einde van zijn akker is, dat hij mij dezelfde om het volle geld geve, tot een erfbegrafenis 1) in het midden van u; dat hij mij niet slechts toesta daar mijn dode te begraven, maar het land aan mij tot een eigen, een familiegraf verkope.
1) In het land, dat eens zijn nakomelingen bezitten zullen, moet het gebeente van hem en zijn vrouw rusten tot een getuigenis van zijn geloof aan de belofte, tot herinnering van zijn nakomelingen gedurende hun vierhonderdjarige vreemdelingschap.
10. Efron nu zat in het midden van de zonen van Heth, doch Abraham kende hem alleen bij name, niet van aangezicht, en Efron de Hethiet antwoordde Abraham, voor de oren van de zonen van Heth, van al degenen, die in de poort van zijnstad ingingen, 1) al zijn medeburgers, zeggende:
1) Efron zorgt ervoor, dat er getuigen bij de aanstaande koop zijn. In de poort werden ook openbare verkopingen gehouden.
11. Neen, mijn heer! hoor mij, ik doe u een ander voorstel: de akker geef 1) ik u, ook de spelonk, die daarin is, die geef ik u ten eigendom; voor de ogen van de zonen van mijn volk geef ik u die; begraaf uw dode.
1) “Geef ik u,” in de zin van “verkoop ik u.” Het was een meer deftige uitdrukking voor verkopen. Hij wil ook niet alleen de akker, maar dan ook de spelonk, die er bij is, verkopen.
De Hethieten en Efron verschijnen in een gunstig licht, Men ziet, dat hoogachting jegens een Godsvereerder, onbekrompenheid, grootmoedigheid, bescheidenheid en menslievendheid onder hen bijkans volksdeugden geworden zijn.
12. Toen boog zich Abraham neer voor het aangezicht van het volk van het land, als dankbetuiging voor zoveel welwillendheid.
Hiermee toont Abraham dat hij de voorwaarden, om akker en spelonk te kopen, goedkeurt.
13. En hij sprak tot Efron, voor de oren van het volk van het land, zeggende: Trouwens, zijt gij het? lieve, hoor mij: 1) ik zal het geld van de akker geven, zoveel als deze waard is; neem het geld van mij, zo zal ik mijn dode aldaar begraven. 2)
1) Of: “maar zo gij het zijt enz.”, of: “zo gij mij waarlijk genegen zijt, hoor mij dan.” Of: “wanneer gij mij slechts wildet horen”.
2) Abraham wil een eigen bezitting en laat aan Efron over om te bepalen, hoe groot de prijs zal zijn.
Zeer nauwkeurig is de beschrijving, en niet zonder reden wordt hier gedurig op het openbare van de handeling gewezen. Het moet duidelijk zijn, dat Abraham geen verplichtingen had jegens de inwoners van het land, die door God bestemd waren, uit dat land verdreven te worden, noch zich met de Kanaänieten vermengd had, door het gebruik van een heidens graf aan te nemen; deze eerste bezitting is bovendien een onderpand voor het toekomstige bezit van Kanaän.
14. En Efron, bij wie de begeerte, om een aanzienlijke som voor zijn akker te ontvangen, ontwaakte, antwoordde Abraham zeggende tot hem:
15. Mijn heer! hoor mij: een land van vierhonderd sikkels 1) van zilver, wat is dat tussen mij en tussen u? Wij zijn immers vrienden en beiden rijk, begraaf slechts uw dode, zonder de akker te betalen.
1) De Joodse historieschrijver Josephus stelt een sikkel gelijk met vier Attische drachmen, dan zou hij f. 1,20 waard geweest zijn, maar waarschijnlijk bedroeg hij minder. Een hoge prijs voor die tijden!
16. En a) Abraham luisterde naar Efron, wiens bedoeling hij wel begrepen had; en Abraham woog 1) Efron het geld, waarvan hij, als waarde van de akker, gesproken had, voor de oren van de zonen van Heth, vierhonderd sikkels van zilver, onder de koopman gangbaar, 2) goed zuiver, en als zodanig gemerkt.
a) Genesis 50:13
1) Bij de Hebreeën was het geld tot na de ballingschap nog ongemunt; het werd op een kleine weegschaal, die de koopman in zijn gordel droeg, gewogen (hoofdstuk. 43:21, Job 28:18, Jer.32:10 ). Na de ballingschap sloegen waarschijnlijk de Makkabeeën het eerst een zilveren munt, wegende een sikkel, gestempeld; “Schekel Jisraël” (1 Mak.15:16)
2) Hier wordt voor de eerste maal van een kopen en verkopen gewag gemaakt; wij hebben hier in Abraham een voorbeeld van verstand en voorzichtigheid, waarvan bedriegerij en kleingeestigheid verre zijn.
17. Alzo werd de akker van Efron, die in Machpéla was, dat tegenover, ten oosten van Mamre lag, de akker en de spelonk die daarin was, en al het geboomte, dat op de akker stond, dat rondom in zijn gehele gebied was gevestigd.
18. Aan Abraham tot een bezitting, 1) voor de ogen van de zonen van Heth, bij allen, die tot zijn stadspoort ingingen.
Een bron en een graf, dat is dan het eerste wat Abraham als eigen vaste bezitting in het aardse land van de belofte heeft en zoekt. Een bron voor de behoeften van het tijdelijke leven; een graf voor de behoeften, die vervulling eisen bij de dood. Meer vraagt hij van de wereld niet, meer kan zij hem eigenlijk ook niet geven. Ja, dat moest Zijn God hem zelfs nog geven.
Zijn vrouw is gestorven, ook hij zal wellicht spoedig afgeroepen worden. Hij heeft de moed, om reeds nu aan zijn eigen graf te denken. Hoe menigmaal zal hij daar heen gewandeld zijn. Wat gedachten zullen daar zijn hart bestormd hebben, als hij daar op zijn eigen grafstede stond?..Op het graf van zijn vrouw dacht hij gewis ook om zijn eigen dood, die nabij kon zijn. Want de dood van de onzen moet een wekstem zijn, om ons aan onze dood te doen denken.
19. En daarna begroef Abraham zijn vrouw, Sara, in de spelonk van de akker van Machpéla, tegenover Mamre, hetwelk is Hebron, 1) in het land Kanaän.
1) Hebron, acht uur zuidwaarts van Jeruzalem, ligt in een nauw diep dal, aan welks beide zijden het op de aangrenzende bergruggen gebouwd is; het grootste gedeelte van de plaats bevindt zich aan de oostzijde. Aan de zuidelijke helling van de oostelijke bergrug is een moskee, die, volgens de moslims, de grafspelonk van de aartsvader bevat; daar zij echter voor niet-moslims ontoegankelijk is, en de hoogte van de muur zelfs van de nabijliggende berg geen blik naar binnen toelaat, zo zijn wij tot nu toe zonder juiste bekendheid daarmee en weten niets van deze spelonk.
Hebron was de sleutel voor dat gedeelte van het land. Wie Hebron in bezit had, was heer en meester over het omliggende land. Daarom beslaat deze stad een grote plaats in de krijgsverrichtingen van Israël’s volk. Voordat Jeruzalem de residentie was, woonde ook David te Hebron.
20. Alzo (nog eens wordt de koop met alle zorgvuldigheid bericht) werd die akker, en de spelonk, die daarin was, aan Abraham gevestigd 1) tot een erfbegrafenis van de zonen van Heth.
1) Het eerste grondbezit van de aartsvaders is een graf. Het is het enige goed, dat zij van de wereld kopen en het enig blijvende, dat zij hierbeneden vinden. In deze spelonk werden Abraham en Sara, Izaak en Rebekka begraven; daar droeg Jakob zijn Lea heen; daar wilde Jakob na zijn dood rusten, om ook in zijn dood nog zijn geloof aan Gods beloften te belijden.
De spelonk van Machpéla werd voor de Israëlieten tot het heilige graf van het Oude Verbond, dat zij met de verovering van Kanaän weer wonnen; gelijk de Christelijke volken in de kruistochten het heilige graf van het Nieuwe Verbond en tevens Palestina veroverden. Evenals de Joden hebben de Christenen hun heilig graf en hun heilig land later weer verloren, omdat zij niet genoeg vasthielden aan het geloof van de vaderen, die over de heilige graven uitzagen naar de eeuwige Godsstad, omdat zij teveel “de levenden bij de doden zochten.”
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 23
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
SARA’S DOOD EN BEGRAFENIS.
III. Gen. 23 vers 1-20
Nadat Abraham geruime tijd met vrouw en kind te Berséba gewoond heeft (hoofdstuk. 21:34), en Izaak intussen tot een man is opgegroeid; vestigt hij zich weer te Hebron, misschien omdat, na Abimelech’s dood, de Filistijnen zich vijandig tegen hem betoonden. Hier, te Hebron, sterft Sara in het 127ste jaar van haar leven. Abraham houdt de gewone rouwklacht en koopt voor zijn familie een spelonk van Efron, de Hethiet, waarin de gestorvene begraven wordt.
1. En het leven van Sara was honderd zevenentwintig jaar: dit waren de jaren van het leven 1) van Sara.
1) Zo nauwkeurig als het einde van Sara, verhaalt het Oude Testament het leven van geen andere vrouw. Zij is ook de meest betekenende vrouw in de geschiedenis van het Oude Verbond; zij is de moeder van het zaad van de belofte en in Hem van alle gelovigen (1 Petrus. 3:6); zij is de oudtestamentische Maria. Maria staat in onwankelbaar geloof ver boven Sara; en toch noemt de Heilige Schrift haar ouderdom niet, noch vermeldt zij haar dood. De reden daarvan is, dat hij, die uit Sara geboren is, niet groter is, dan zij zelf maar Maria baart een Zoon, bij wiens heerlijkheid haar eigen grootheid verdwijnt.
2. En Sara stierf te Kiriath-Arba 1) (vierstad), dat is Hebron, in het land van Kanaän. In het daar gelegen bos van Mamre had Abraham, na zijn scheiden van Lot, zijn tenten opgeslagen (hoofdstuk. 13:18) en daar tot Sodom’s ondergang (hoofdstuk. 20:1), gewoond. Thans was hij daarheen teruggetrokken, misschien om de in onze inleiding aangegeven reden, en Abraham ging in het vertrek, waar zij gestorven was, en kwam, om Sara te beklagen en haar te bewenen. 2) Hij hield de gebruikelijke klacht over haar, terwijl hij zich tegenover het lijk op de aarde legde en hier geruime tijd aan zijn smart de vrije loop liet (Deuteronomium. 34:8).
1) Kiriath-Arba of “stad Arba.” Luther denkt bij Arba aan het Hebreeuwse telwoord “Arba”, dat is “vier”, en zegt: “de grote hoofdsteden waren oudtijds allen Arba, dat is, in vier delen verdeeld, gelijk Rome, Jeruzalem, Babylon, enz.” Daarom vertaalt hij hier en in hoofdstuk. 35:27 “hoofdstad”. Nieuwe uitleggers daarentegen denken aan de reus Arba (Jozua 14:15), die de stad vergroot heeft.
2) Het is niet alleen dan, dat een groot verlies wordt geleden, als de jonge moeder van haar kindertjes wordt weggenomen; ook de grijsaard mist veel, als hij haar niet meer bezit, die een geheel leven zijn gezellin is geweest. Abraham had Sara oprecht lief gehad. Ook de Vader van de gelovigen beweent haar; neen, godsvrucht maakt niet ongevoelig voor het aardse leed.
3. Daarna stond Abraham op 1) van het aangezicht van zijn dode; hij ging in de poort van de stad, en hij sprak tot de zonen van Heth, de Hethieten, die de stad en het omliggende land in bezit hadden en die hij daar vergaderd vond (hoofdstuk. 19:11), zeggende, op een wijze, gelijk hem voor een volksvergadering betaamde;
1) Ook in zijn droefheid is Abraham de kalme, bedaarde man.
4. Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u, die hier geen eigen bezitting heb, maar alleen vriendelijke toestemming van u op mijn bede hopen mag; a) geeft mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode 1) van voor mijn aangezicht begrave.
a) Hand.7:5
“Mijn dode”, hier en in vs. 8 en 13, mijn dode. Sara blijft de zijne, ook al is zij gestorven. Hij leeft met haar in de herinnering voort niet alleen, maar hij hoopt ook eenmaal weer met haar verenigd te worden.
5. En de zonen Heths antwoordden Abraham, zeggende tot hem:
6. Hoor ons; mijn heer! gij zijt een vorst Gods in het midden van ons, 1) een man, die God een vorstelijke plaats heeft aangewezen en aan de voornaamsten van ons volk heeft gelijk gesteld; begraaf uw dode in de keur van onze 2) graven, zoek er één onder de begraafplaatsen van de voornaamsten en aanzienlijksten uit, en leg daar uw dode neer; niemand van ons zal zijn graf voor u weren, dat gij uw dode niet zou begraven, integendeel ieder zal het zich een ere rekenen zijn familiegraf voor u te openen.
1) “Een vorst Gods in het midden van ons.” Wel een bewijs, dat Abrahams geloof ook uit zijn wandel sprak.
2) De Hethieten willen wel een graf ter leen geven, in gebruik, maar niet een graf voorgoed afstaan, ten minste niet zonder algemene goedkeuring.
7. Toen stond Abraham op, van de zitplaats, die hij in de vergadering ingenomen had, en boog zich neer, 1) naar Oosterse wijze, voor het volk van het land, voor de zonen van Heth, om hun als eigenaars van het land eer te bewijzen en voor die eervolle aanbieding, die zij gedaan hadden, te danken.
1) Ook hier zien wij, evenals vroeger, dat Abraham terecht, ook wat de uiterlijke vormen betreft, een koninklijk gelovige wordt genoemd. Een Christen behoort ook aan zijn manieren gekend te worden.
8. En hij sprak met hen verder, zeggende: Is het werkelijk met uw wil, is uw aanbieding recht gemeend, dat ik mijn dode begrave van voor mijn aangezicht bij u, zo hoort mij, zo voldoet aan deze mijn begeerte, en spreekt voor mij bij Efron (sterke), de zoon van Zohar (straling van licht).
9. Dat hij mij geve, mij afsta, de spelonk, het land, van Machpéla (verdubbeling), die hij heeft, die in het einde van zijn akker is, dat hij mij dezelfde om het volle geld geve, tot een erfbegrafenis 1) in het midden van u; dat hij mij niet slechts toesta daar mijn dode te begraven, maar het land aan mij tot een eigen, een familiegraf verkope.
1) In het land, dat eens zijn nakomelingen bezitten zullen, moet het gebeente van hem en zijn vrouw rusten tot een getuigenis van zijn geloof aan de belofte, tot herinnering van zijn nakomelingen gedurende hun vierhonderdjarige vreemdelingschap.
10. Efron nu zat in het midden van de zonen van Heth, doch Abraham kende hem alleen bij name, niet van aangezicht, en Efron de Hethiet antwoordde Abraham, voor de oren van de zonen van Heth, van al degenen, die in de poort van zijnstad ingingen, 1) al zijn medeburgers, zeggende:
1) Efron zorgt ervoor, dat er getuigen bij de aanstaande koop zijn. In de poort werden ook openbare verkopingen gehouden.
11. Neen, mijn heer! hoor mij, ik doe u een ander voorstel: de akker geef 1) ik u, ook de spelonk, die daarin is, die geef ik u ten eigendom; voor de ogen van de zonen van mijn volk geef ik u die; begraaf uw dode.
1) “Geef ik u,” in de zin van “verkoop ik u.” Het was een meer deftige uitdrukking voor verkopen. Hij wil ook niet alleen de akker, maar dan ook de spelonk, die er bij is, verkopen.
De Hethieten en Efron verschijnen in een gunstig licht, Men ziet, dat hoogachting jegens een Godsvereerder, onbekrompenheid, grootmoedigheid, bescheidenheid en menslievendheid onder hen bijkans volksdeugden geworden zijn.
12. Toen boog zich Abraham neer voor het aangezicht van het volk van het land, als dankbetuiging voor zoveel welwillendheid.
Hiermee toont Abraham dat hij de voorwaarden, om akker en spelonk te kopen, goedkeurt.
13. En hij sprak tot Efron, voor de oren van het volk van het land, zeggende: Trouwens, zijt gij het? lieve, hoor mij: 1) ik zal het geld van de akker geven, zoveel als deze waard is; neem het geld van mij, zo zal ik mijn dode aldaar begraven. 2)
1) Of: “maar zo gij het zijt enz.”, of: “zo gij mij waarlijk genegen zijt, hoor mij dan.” Of: “wanneer gij mij slechts wildet horen”.
2) Abraham wil een eigen bezitting en laat aan Efron over om te bepalen, hoe groot de prijs zal zijn.
Zeer nauwkeurig is de beschrijving, en niet zonder reden wordt hier gedurig op het openbare van de handeling gewezen. Het moet duidelijk zijn, dat Abraham geen verplichtingen had jegens de inwoners van het land, die door God bestemd waren, uit dat land verdreven te worden, noch zich met de Kanaänieten vermengd had, door het gebruik van een heidens graf aan te nemen; deze eerste bezitting is bovendien een onderpand voor het toekomstige bezit van Kanaän.
14. En Efron, bij wie de begeerte, om een aanzienlijke som voor zijn akker te ontvangen, ontwaakte, antwoordde Abraham zeggende tot hem:
15. Mijn heer! hoor mij: een land van vierhonderd sikkels 1) van zilver, wat is dat tussen mij en tussen u? Wij zijn immers vrienden en beiden rijk, begraaf slechts uw dode, zonder de akker te betalen.
1) De Joodse historieschrijver Josephus stelt een sikkel gelijk met vier Attische drachmen, dan zou hij f. 1,20 waard geweest zijn, maar waarschijnlijk bedroeg hij minder. Een hoge prijs voor die tijden!
16. En a) Abraham luisterde naar Efron, wiens bedoeling hij wel begrepen had; en Abraham woog 1) Efron het geld, waarvan hij, als waarde van de akker, gesproken had, voor de oren van de zonen van Heth, vierhonderd sikkels van zilver, onder de koopman gangbaar, 2) goed zuiver, en als zodanig gemerkt.
a) Genesis 50:13
1) Bij de Hebreeën was het geld tot na de ballingschap nog ongemunt; het werd op een kleine weegschaal, die de koopman in zijn gordel droeg, gewogen (hoofdstuk. 43:21, Job 28:18, Jer.32:10 ). Na de ballingschap sloegen waarschijnlijk de Makkabeeën het eerst een zilveren munt, wegende een sikkel, gestempeld; “Schekel Jisraël” (1 Mak.15:16)
2) Hier wordt voor de eerste maal van een kopen en verkopen gewag gemaakt; wij hebben hier in Abraham een voorbeeld van verstand en voorzichtigheid, waarvan bedriegerij en kleingeestigheid verre zijn.
17. Alzo werd de akker van Efron, die in Machpéla was, dat tegenover, ten oosten van Mamre lag, de akker en de spelonk die daarin was, en al het geboomte, dat op de akker stond, dat rondom in zijn gehele gebied was gevestigd.
18. Aan Abraham tot een bezitting, 1) voor de ogen van de zonen van Heth, bij allen, die tot zijn stadspoort ingingen.
Een bron en een graf, dat is dan het eerste wat Abraham als eigen vaste bezitting in het aardse land van de belofte heeft en zoekt. Een bron voor de behoeften van het tijdelijke leven; een graf voor de behoeften, die vervulling eisen bij de dood. Meer vraagt hij van de wereld niet, meer kan zij hem eigenlijk ook niet geven. Ja, dat moest Zijn God hem zelfs nog geven.
Zijn vrouw is gestorven, ook hij zal wellicht spoedig afgeroepen worden. Hij heeft de moed, om reeds nu aan zijn eigen graf te denken. Hoe menigmaal zal hij daar heen gewandeld zijn. Wat gedachten zullen daar zijn hart bestormd hebben, als hij daar op zijn eigen grafstede stond?..Op het graf van zijn vrouw dacht hij gewis ook om zijn eigen dood, die nabij kon zijn. Want de dood van de onzen moet een wekstem zijn, om ons aan onze dood te doen denken.
19. En daarna begroef Abraham zijn vrouw, Sara, in de spelonk van de akker van Machpéla, tegenover Mamre, hetwelk is Hebron, 1) in het land Kanaän.
1) Hebron, acht uur zuidwaarts van Jeruzalem, ligt in een nauw diep dal, aan welks beide zijden het op de aangrenzende bergruggen gebouwd is; het grootste gedeelte van de plaats bevindt zich aan de oostzijde. Aan de zuidelijke helling van de oostelijke bergrug is een moskee, die, volgens de moslims, de grafspelonk van de aartsvader bevat; daar zij echter voor niet-moslims ontoegankelijk is, en de hoogte van de muur zelfs van de nabijliggende berg geen blik naar binnen toelaat, zo zijn wij tot nu toe zonder juiste bekendheid daarmee en weten niets van deze spelonk.
Hebron was de sleutel voor dat gedeelte van het land. Wie Hebron in bezit had, was heer en meester over het omliggende land. Daarom beslaat deze stad een grote plaats in de krijgsverrichtingen van Israël’s volk. Voordat Jeruzalem de residentie was, woonde ook David te Hebron.
20. Alzo (nog eens wordt de koop met alle zorgvuldigheid bericht) werd die akker, en de spelonk, die daarin was, aan Abraham gevestigd 1) tot een erfbegrafenis van de zonen van Heth.
1) Het eerste grondbezit van de aartsvaders is een graf. Het is het enige goed, dat zij van de wereld kopen en het enig blijvende, dat zij hierbeneden vinden. In deze spelonk werden Abraham en Sara, Izaak en Rebekka begraven; daar droeg Jakob zijn Lea heen; daar wilde Jakob na zijn dood rusten, om ook in zijn dood nog zijn geloof aan Gods beloften te belijden.
De spelonk van Machpéla werd voor de Israëlieten tot het heilige graf van het Oude Verbond, dat zij met de verovering van Kanaän weer wonnen; gelijk de Christelijke volken in de kruistochten het heilige graf van het Nieuwe Verbond en tevens Palestina veroverden. Evenals de Joden hebben de Christenen hun heilig graf en hun heilig land later weer verloren, omdat zij niet genoeg vasthielden aan het geloof van de vaderen, die over de heilige graven uitzagen naar de eeuwige Godsstad, omdat zij teveel “de levenden bij de doden zochten.”
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel