Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Genesis 2

1 Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Alzo zijn volbrachtH3615 de hemelH8064 en de aardeH776, en alH3605 hun heirH6635. Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir.

KJV Thus the heavens2 and the earth3 were finished,1 and all the host of them.

1 וַיְכֻלּ֛וּ H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 2 הַשָּׁמַ֥יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 3 וְהָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 צְבָאָֽם H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Als nu God op de zevende dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op den zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Als nu GodH430 op de zevendeH7637 dagH3117 volbrachtH3615 had Zijn werkH4399, datH834 Hij gemaaktH6213 had, heeft Hij gerustH7673 op den zevendeH7637 dagH3117 van alH3605 Zijn werkH4399, datH834 Hij gemaaktH6213 had. Als nu God op de zevende dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op den zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had.

KJV And on the seventh4 day3 God2 ended1 his work5 which he had made;7 and he rested8 on the seventh10 day9 from all his work12 which he had made.

1 וַיְכַ֤ל H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 2 אֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 הַשְּׁבִיעִ֔י H7637 zevenden, zevende, zeven seventh (time) 5 מְלַאכְתּ֖וֹ H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 עָשָׂ֑ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 וַיִּשְׁבֹּת֙ H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 9 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 הַשְּׁבִיעִ֔י H7637 zevenden, zevende, zeven seventh (time) 11 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 מְלַאכְתּ֖וֹ H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 13 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 עָשָֽׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En God heeft den zevende dag gezegend, en die geheiligd; omdat Hij op denzelven gerust heeft van al Zijn werk, hetwelk God geschapen had, om te volmaken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En GodH430 heeft den zevendeH7637 dagH3117 gezegendH1288, en die geheiligdH6942; omdatH3588 Hij op denzelven gerustH7673 heeft van alH3605 Zijn werkH4399, hetwelkH834 GodH430 geschapenH1254 had, om te volmakenH6213. En God heeft den zevende dag gezegend, en die geheiligd; omdat Hij op denzelven gerust heeft van al Zijn werk, hetwelk God geschapen had, om te volmaken.

KJV And God2 blessed1 the seventh5 day,4 and sanctified6 it: because8 that in it he had rested10 from all his work12 which God15 created14 and made.

1 וַיְבָ֤רֶךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 2 אֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 הַשְּׁבִיעִ֔י H7637 zevenden, zevende, zeven seventh (time) 6 וַיְקַדֵּ֖שׁ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 7 אֹת֑וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 ב֤וֹ 10 שָׁבַת֙ H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 11 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 מְלַאכְתּ֔וֹ H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 13 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 בָּרָ֥א H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 15 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 16 לַעֲשֽׂוֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Dit zijn de geboorten des hemels en der aarde, als zij geschapen werden; ten dage als de HEERE God de aarde en den hemel maakte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 DitH428 zijn de geboortenH8435 des hemelsH8064 en der aardeH776, als zij geschapenH1254 werden; ten dageH3117 als de HEEREH3068 GodH430 de aardeH776 en den hemelH8064 maakteH6213. Dit zijn de geboorten des hemels en der aarde, als zij geschapen werden; ten dage als de HEERE God de aarde en den hemel maakte.

KJV These1 are the generations2 of the heavens3 and of the earth4 when they were created,5 in the day6 that the LORD8 God9 made7 the earth10 and the heavens,

1 אֵ֣לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 תוֹלְד֧וֹת H8435 geboorten, geslachten, geschiedenissen birth, generations 3 הַשָּׁמַ֛יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 4 וְהָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 בְּהִבָּֽרְאָ֑ם H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 6 בְּי֗וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 עֲשׂ֛וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 אֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 וְשָׁמָֽיִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En allen struik des velds, eer hij in de aarde was, en al het kruid des velds, eer het uitsproot; want de HEERE God had niet doen regenen op de aarde, en er was geen mens geweest, om den aardbodem te bouwen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En allenH3605 struikH7880 des veldsH7704, eerH2962 hij in de aardeH776 wasH1961, en alH3605 het kruidH6212 des veldsH7704, eerH2962 het uitsprootH6779; wantH3588 de HEEREH3068 GodH430 had niet doen regenenH4305 opH5921 de aardeH776, en er was geen mensH120 geweest, om den aardbodemH127 te bouwenH5647. En allen struik des velds, eer hij in de aarde was, en al het kruid des velds, eer het uitsproot; want de HEERE God had niet doen regenen op de aarde, en er was geen mens geweest, om den aardbodem te bouwen.

KJV And every plant2 of the field3 before4 it was in the earth,6 and every herb8 of the field9 before10 it grew:11 for12 the LORD15 God16 had not13 caused it to rain14 upon the earth,18 and there was not20 a man19 to till21 the ground.

1 וְכֹ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 שִׂ֣יחַ H7880 struiken, struik bush, plant, shrub 3 הַשָּׂדֶ֗ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 4 טֶ֚רֶם H2962 eer, terwijl before, ere, not yet 5 יִֽהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 בָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 עֵ֥שֶׂב H6212 kruid, gras, kruiden grass, herb 9 הַשָּׂדֶ֖ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 10 טֶ֣רֶם H2962 eer, terwijl before, ere, not yet 11 יִצְמָ֑ח H6779 uitspruiten, gewassen, spruiten bear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up) 12 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 לֹ֨א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 הִמְטִ֜יר H4305 regenen, regende, beregend (cause to) rain (upon) 15 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 אֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 19 וְאָדָ֣ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 20 אַ֔יִן H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 21 לַֽעֲבֹ֖ד H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 22 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 23 הָֽאֲדָמָֽה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar een damp was opgegaan uit de aarde, en bevochtigde den ganse aardbodem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Maar een dampH108 was opgegaanH5927 uitH4480 de aardeH776, en bevochtigdeH8248 den ganseH3605 aardbodemH6440. Maar een damp was opgegaan uit de aarde, en bevochtigde den ganse aardbodem.

KJV But there went up2 a mist1 from3 the earth,4 and watered5 the whole face8 of the ground.

1 וְאֵ֖ד H108 damp mist, vapor 2 יַֽעֲלֶ֣ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 3 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 וְהִשְׁקָ֖ה H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 6 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 פְּנֵֽי H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 הָֽאֲדָמָֽה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En de HEERE God had den mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen de adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En de HEEREH3068 GodH430 had den mensH120 geformeerdH3335 uitH4480 het stofH6083 der aardeH127, en in zijn neusgatenH639 geblazenH5301 de ademH5397 des levensH2416; alzo werdH1961 de mensH120 tot een levendeH2416 zielH5315. En de HEERE God had den mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen de adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel.

KJV And the LORD2 God3 formed1 man5 of the dust6 of7 the ground,8 and breathed9 into his nostrils10 the breath11 of life;12 and man14 became a living16 soul.

1 וַיִּיצֶר֩ H3335 geformeerd, formeert, pottenbakker [idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose 2 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֱלֹהִ֜ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הָֽאָדָ֗ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 6 עָפָר֙ H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 7 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 הָ֣אֲדָמָ֔ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 9 וַיִּפַּ֥ח H5301 blaas, blazen, ziedenden blow, breath, give up, cause to lose (life), seething, snuff 10 בְּאַפָּ֖יו H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 11 נִשְׁמַ֣ת H5397 adem, geblaas, geest blast, (that) breath(-eth), inspiration, soul, spirit 12 חַיִּ֑ים H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 13 וַֽיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 הָֽאָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 15 לְנֶ֥פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 16 חַיָּֽה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Ook had de HEERE God een hof geplant in Eden, tegen het oosten, en Hij stelde aldaar den mens, die Hij geformeerd had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Ook had de HEEREH3068 GodH430 een hofH1588 geplantH5193 in EdenH5731, tegen het oostenH6924, en Hij steldeH7760 aldaarH8033 den mensH120, dieH834 Hij geformeerdH3335 had. Ook had de HEERE God een hof geplant in Eden, tegen het oosten, en Hij stelde aldaar den mens, die Hij geformeerd had.

KJV And the LORD2 God3 planted1 a garden4 eastward6 in Eden;5 and there8 he put7 the man10 whom11 he had formed.

1 וַיִּטַּ֞ע H5193 planten, geplant, plant fastened, plant(-er) 2 יְהוָ֧ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֱלֹהִ֛ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 גַּן H1588 hof, hofs, hoven garden 5 בְעֵ֖דֶן H5731 Eden Eden 6 מִקֶּ֑דֶם H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 7 וַיָּ֣שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 8 שָׁ֔ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הָֽאָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 11 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 יָצָֽר H3335 geformeerd, formeert, pottenbakker [idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En de HEERE God had alle geboomte uit het aardrijk doen spruiten, begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijze; en den boom des levens in het midden van den hof, en de boom der kennis des goeds en des kwaads.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En de HEEREH3068 GodH430 had alleH3605 geboomteH6086 uitH4480 het aardrijkH127 doen spruitenH6779, begeerlijkH2530 voor het gezichtH4758, en goedH2896 tot spijzeH3978; en den boomH6086 des levensH2416 in het middenH8432 van den hofH1588, en de boomH6086 der kennisH1847 des goedsH2896 en des kwaadsH7451. En de HEERE God had alle geboomte uit het aardrijk doen spruiten, begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijze; en den boom des levens in het midden van den hof, en de boom der kennis des goeds en des kwaads.

KJV And out4 of the ground5 made1 the LORD2 God3 to grow every tree7 that is pleasant8 to the sight,9 and good10 for food;11 the tree12 of life13 also in the midst14 of the garden,15 and the tree16 of knowledge17 of good18 and evil.

1 וַיַּצְמַ֞ח H6779 uitspruiten, gewassen, spruiten bear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up) 2 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 הָ֣אֲדָמָ֔ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 עֵ֛ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 8 נֶחְמָ֥ד H2530 begeren, begeerd, begeerlijk beauty, greatly beloved, covet, delectable thing, ([idiom] great) delight, desire, goodly, lust, (be) pleasant (thing), precious (thing) 9 לְמַרְאֶ֖ה H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 10 וְט֣וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 11 לְמַאֲכָ֑ל H3978 spijze, spijs, Spijze food, fruit, (bake-)meat(-s), victual 12 וְעֵ֤ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 13 הַֽחַיִּים֙ H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 14 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 15 הַגָּ֔ן H1588 hof, hofs, hoven garden 16 וְעֵ֕ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 17 הַדַּ֖עַת H1847 wetenschap, kennis, kennen cunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly) 18 ט֥וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 19 וָרָֽע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En een rivier was voortgaande uit Eden, om deze hof te bewateren; en werd van daar verdeeld, en werd tot vier hoofden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En een rivierH5104 was voortgaandeH3318 uit EdenH5731, om deze hofH1588 te bewaterenH8248; en werd van daarH8033 verdeeldH6504, en werdH1961 tot vierH702 hoofdenH7218. En een rivier was voortgaande uit Eden, om deze hof te bewateren; en werd van daar verdeeld, en werd tot vier hoofden.

KJV And a river1 went out2 of Eden3 to water4 the garden;6 and from thence it was parted,8 and became into four10 heads.

1 וְנָהָרּ֙ H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 2 יֹצֵ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 3 מֵעֵ֔דֶן H5731 Eden Eden 4 לְהַשְׁק֖וֹת H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַגָּ֑ן H1588 hof, hofs, hoven garden 7 וּמִשָּׁם֙ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 8 יִפָּרֵ֔ד H6504 verdeeld, gescheiden, scheiden disperse, divide, be out of joint, part, scatter (abroad), separate (self), sever self, stretch, sunder 9 וְהָיָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 לְאַרְבָּעָ֥ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 11 רָאשִֽׁים H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 De naam der eerste rivier is Pison; deze is het, die het ganse land van Havila omloopt, waar het goud is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 De naamH8034 der eersteH259 rivier is PisonH6376; deze is het, die hetH1931 ganseH3605 landH776 van HavilaH2341 omlooptH5437, waar het goudH2091 is. De naam der eerste rivier is Pison; deze is het, die het ganse land van Havila omloopt, waar het goud is.

KJV The name1 of the first2 is Pison:3 that4 is it which compasseth5 the whole land8 of Havilah,9 where10 there is gold;

1 שֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 2 הָֽאֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 3 פִּישׁ֑וֹן H6376 Pison Pison 4 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 הַסֹּבֵ֗ב H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 6 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 הַֽחֲוִילָ֔ה H2341 Havila Havilah 10 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 שָׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 12 הַזָּהָֽב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En het goud van dit land is goed; daar is ook bedolah, en de steen sardonix.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En hetH1931 goudH2091 van dit landH776 is goedH2896; daarH8033 is ook bedolahH916, en de steenH68 sardonixH7718. En het goud van dit land is goed; daar is ook bedolah, en de steen sardonix.

KJV And the gold1 of that3 land2 is good:4 there is bdellium6 and the onyx8 stone.

1 וּֽזֲהַ֛ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 2 הָאָ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 הַהִ֖וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 ט֑וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 5 שָׁ֥ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 6 הַבְּדֹ֖לַח H916 bedolah bdellium 7 וְאֶ֥בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 8 הַשֹּֽׁהַם H7718 sardonixstenen, Sardonix, Sardonixstenen onyx
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En de naam der tweede rivier is Gihon; deze is het, die het ganse land Cusch omloopt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En de naamH8034 der tweedeH8145 rivierH5104 is GihonH1521; deze is het, die hetH1931 ganseH3605 landH776 CuschH3568 omlooptH5437. En de naam der tweede rivier is Gihon; deze is het, die het ganse land Cusch omloopt.

KJV And the name1 of the second3 river2 is Gihon:4 the same is it that compasseth6 the whole land9 of Ethiopia.

1 וְשֵֽׁם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 2 הַנָּהָ֥ר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 3 הַשֵּׁנִ֖י H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 4 גִּיח֑וֹן H1521 Gihon Gihon 5 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 הַסּוֹבֵ֔ב H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 7 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 אֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 כּֽוּשׁ H3568 Morenland, Cusch, Moren Chush, Cush, Ethiopia
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En de naam der derde rivier is Hiddekel; deze is gaande naar het oosten van Assur. En de vierde rivier is Frath.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En de naamH8034 der derdeH7992 rivierH5104 is HiddekelH2313; deze is gaandeH1980 naar hetH1931 oostenH6926 van AssurH804. En de vierdeH7243 rivierH5104 is FrathH6578. En de naam der derde rivier is Hiddekel; deze is gaande naar het oosten van Assur. En de vierde rivier is Frath.

KJV And the name1 of the third3 river2 is Hiddekel:4 that is it which goeth toward6 the east7 of Assyria.8 And the fourth10 river9 is Euphrates.

1 וְשֵׁ֨ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 2 הַנָּהָ֤ר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 3 הַשְּׁלִישִׁי֙ H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 4 חִדֶּ֔קֶל H2313 Hiddekel Hiddekel 5 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 הַֽהֹלֵ֖ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 7 קִדְמַ֣ת H6926 oosten east(-ward) 8 אַשּׁ֑וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 9 וְהַנָּהָ֥ר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 10 הָֽרְבִיעִ֖י H7243 vierde, vierendeel, vierden foursquare, fourth (part) 11 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 פְרָֽת H6578 Frath Euphrates
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Zo nam de HEERE God den mens, en zette hem in den hof van Eden, om dien te bouwen, en dien te bewaren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Zo namH3947 de HEEREH3068 GodH430 den mensH120, en zetteH3240 hem in den hofH1588 van EdenH5731, om dien te bouwenH5647, en dien te bewarenH8104. Zo nam de HEERE God den mens, en zette hem in den hof van Eden, om dien te bouwen, en dien te bewaren.

KJV And the LORD2 God3 took1 the man,5 and put him6 into the garden7 of Eden8 to dress9 it and to keep

1 וַיִּקַּ֛ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הָֽאָדָ֑ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 6 וַיַּנִּחֵ֣הוּ H3240 laten, leide, liet bestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.) 7 בְגַן H1588 hof, hofs, hoven garden 8 עֵ֔דֶן H5731 Eden Eden 9 לְעָבְדָ֖הּ H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 10 וּלְשָׁמְרָֽהּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En de HEERE God gebood den mens, zeggende: Van allen boom dezes hofs zult gij vrijelijk eten;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En de HEEREH3068 GodH430 geboodH6680 den mensH120, zeggendeH559: Van allenH3605 boomH6086 dezes hofsH1588 zult gij vrijelijkH398 etenH398; En de HEERE God gebood den mens, zeggende: Van allen boom dezes hofs zult gij vrijelijk eten;

KJV And the LORD2 God3 commanded1 the man,5 saying,6 Of every tree8 of the garden9 thou mayest freely10 eat:

1 וַיְצַו֙ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 2 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 הָֽאָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 6 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 מִכֹּ֥ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 עֵֽץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 9 הַגָּ֖ן H1588 hof, hofs, hoven garden 10 אָכֹ֥ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 11 תֹּאכֵֽל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Maar vanH4480 den boomH6086 der kennisH1847 des goedsH2896 en des kwaadsH7451, daarvan zult gij nietH3808 etenH398; want ten dageH3117, als gij daarvan eetH398, zult gij den doodH4191 stervenH4191. Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.

KJV But of the tree1 of the knowledge2 of good3 and evil,4 thou shalt not eat6 of it: for in the day9 that thou eatest10 thereof thou shalt surely12 die.

1 וּמֵעֵ֗ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 2 הַדַּ֨עַת֙ H1847 wetenschap, kennis, kennen cunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly) 3 ט֣וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 4 וָרָ֔ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 5 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 תֹאכַ֖ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 7 מִמֶּ֑נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 כִּ֗י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 בְּי֛וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 אֲכָלְךָ֥ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 11 מִמֶּ֖נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 12 מ֥וֹת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 13 תָּמֽוּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Ook had de HEERE God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Ook had de HEEREH3068 GodH430 gesprokenH559: Het is nietH3808 goedH2896, dat de mensH120 alleen zij; Ik zal hem een hulpeH5828 makenH6213, die als tegen hem over zij. Ook had de HEERE God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij.

KJV And the LORD2 God3 said,1 It is not good5 that the man7 should be6 alone; I will make9 him an help meet11 for him.

1 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 ט֛וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 6 הֱי֥וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 הָֽאָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 8 לְבַדּ֑וֹ H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 9 אֶֽעֱשֶׂהּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 לּ֥וֹ 11 עֵ֖זֶר H5828 hulp, Hulp, hulpe help 12 כְּנֶגְדּֽוֹ H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Want als de HEERE God uit de aarde al het gedierte des velds, en al het gevogelte des hemels gemaakt had, zo bracht Hij die tot Adam, om te zien, hoe hij ze noemen zou; en zoals Adam alle levende ziel noemen zoude, dat zou haar naam zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Want als de HEEREH3068 GodH430 uitH4480 de aardeH127 alH3605 het gedierteH2416 des veldsH7704, en alH3605 het gevogelteH5775 des hemelsH8064 gemaakt had, zo brachtH935 Hij die totH413 AdamH120, om te zienH7200, hoeH4100 hij ze noemenH7121 zou; en zoals AdamH120 alleH3605 levendeH2416 zielH5315 noemenH7121 zoude, dat zou haar naamH8034 zijn. Want als de HEERE God uit de aarde al het gedierte des velds, en al het gevogelte des hemels gemaakt had, zo bracht Hij die tot Adam, om te zien, hoe hij ze noemen zou; en zoals Adam alle levende ziel noemen zoude, dat zou haar naam zijn.

KJV And out of the ground5 the LORD2 God3 formed1 every beast7 of the field,8 and every fowl11 of the air;12 and brought13 them unto Adam15 to see16 what he would call18 them: and whatsoever Adam24 called22 every living26 creature,25 that27 was the name thereof.

1 וַיִּצֶר֩ H3335 geformeerd, formeert, pottenbakker [idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose 2 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֱלֹהִ֜ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 הָֽאֲדָמָ֗ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 חַיַּ֤ת H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 8 הַשָּׂדֶה֙ H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 9 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 ע֣וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 12 הַשָּׁמַ֔יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 13 וַיָּבֵא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 הָ֣אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 16 לִרְא֖וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 17 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 18 יִּקְרָא H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 19 ל֑וֹ 20 וְכֹל֩ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 22 יִקְרָא H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 23 ל֧וֹ 24 הָֽאָדָ֛ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 25 נֶ֥פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 26 חַיָּ֖ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 27 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 28 שְׁמֽוֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Zo had Adam genoemd de namen van al het vee, en van het gevogelte des hemels, en van al het gedierte des velds; maar voor de mens vond hij geen hulpe, die als tegen hem over ware.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Zo had AdamH120 genoemdH7121 de namenH8034 van alH3605 het veeH929, en van het gevogelteH5775 des hemelsH8064, en van alH3605 het gedierteH2416 des veldsH7704; maar voor de mensH120 vondH4672 hij geenH3808 hulpeH5828, die als tegen hem over ware. Zo had Adam genoemd de namen van al het vee, en van het gevogelte des hemels, en van al het gedierte des velds; maar voor de mens vond hij geen hulpe, die als tegen hem over ware.

KJV And Adam2 gave1 names3 to all cattle,5 and to the fowl6 of the air,7 and to every beast9 of the field;10 but for Adam11 there was not found13 an help meet

1 וַיִּקְרָ֨א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 הָֽאָדָ֜ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 שֵׁמ֗וֹת H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 4 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הַבְּהֵמָה֙ H929 beesten, vee, beest beast, cattle 6 וּלְע֣וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 7 הַשָּׁמַ֔יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 8 וּלְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 חַיַּ֣ת H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 10 הַשָּׂדֶ֑ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 11 וּלְאָדָ֕ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 12 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 מָצָ֥א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 14 עֵ֖זֶר H5828 hulp, Hulp, hulpe help 15 כְּנֶגְדּֽוֹ H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Toen deed de HEERE God een diepen slaap op Adam vallen, en hij sliep; en Hij nam een van zijn ribben, en sloot derzelver plaats toe met vlees.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Toen deed de HEEREH3068 GodH430 een diepen slaapH8639 opH5921 AdamH121 vallenH5307, en hij sliepH3462; en Hij namH3947 eenH259 van zijn ribbenH6763, en slootH5462 derzelver plaatsH8478 toe met vleesH1320. Toen deed de HEERE God een diepen slaap op Adam vallen, en hij sliep; en Hij nam een van zijn ribben, en sloot derzelver plaats toe met vlees.

KJV And the LORD2 God3 caused1 a deep sleep4 to fall upon Adam, and he slept:7 and he took8 one9 of his ribs,10 and closed up11 the flesh

1 וַיַּפֵּל֩ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 2 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֱלֹהִ֧ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 תַּרְדֵּמָ֛ה H8639 slaap, diepe, slaaps deep sleep 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הָאָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 7 וַיִּישָׁ֑ן H3462 slapen, sliep, ontslape old (store), remain long, (make to) sleep 8 וַיִּקַּ֗ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 9 אַחַת֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 10 מִצַּלְעֹתָ֔יו H6763 zijkameren, zijden, zijkamer beam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber) 11 וַיִּסְגֹּ֥ר H5462 gesloten, sloot, toegesloten close up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly 12 בָּשָׂ֖ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 13 תַּחְתֶּֽנָּה H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En de HEEREH3068 GodH430 bouwdeH1129 de ribbeH6763, dieH834 Hij vanH4480 AdamH120 genomenH3947 had, tot een vrouwH802, en Hij brachtH935 haar totH413 AdamH120. En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam.

KJV And the rib,5 which the LORD2 God3 had taken7 from man,9 made1 he a woman,10 and brought11 her unto the man.

1 וַיִּבֶן֩ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֱלֹהִ֧ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הַצֵּלָ֛ע H6763 zijkameren, zijden, zijkamer beam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber) 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 לָקַ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 8 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 9 הָֽאָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 10 לְאִשָּׁ֑ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 11 וַיְבִאֶ֖הָ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 הָֽאָדָֽם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Toen zeide Adam: Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit den man genomen is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Toen zeideH559 AdamH120: DezeH2063 is ditmaalH6471 beenH6106 van mijn benenH6106, en vleesH1320 van mijn vleesH1320! Men zal haar ManninneH802 hetenH7121, omdatH3588 zij uit den manH376 genomenH3947 is. Toen zeide Adam: Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit den man genomen is.

KJV And Adam2 said,1 This3 is now4 bone5 of my bones,6 and flesh7 of my flesh:8 she9 shall be called10 Woman,11 because she15 was taken14 out of Man.

1 וַיֹּאמֶר֮ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הָֽאָדָם֒ H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 זֹ֣את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 4 הַפַּ֗עַם H6471 ditmaal, malen, tweemaal anvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel 5 עֶ֚צֶם H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 6 מֵֽעֲצָמַ֔י H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 7 וּבָשָׂ֖ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 8 מִבְּשָׂרִ֑י H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 9 לְזֹאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 10 יִקָּרֵ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 11 אִשָּׁ֔ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 12 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 מֵאִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 14 לֻֽקֳחָה H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 15 זֹּֽאת H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot een vlees zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 DaaromH3651 zal de manH376 zijn vaderH1 en zijn moederH517 verlatenH5800, en zijn vrouwH802 aanklevenH1692; en zijH1961 zullen tot eenH259 vleesH1320 zijn. Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot een vlees zijn.

KJV Therefore2 shall a man4 leave3 his father6 and his mother,8 and shall cleave9 unto his wife:10 and they shall be one13 flesh.

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 כֵּן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 3 יַֽעֲזָב H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 4 אִ֔ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 אָבִ֖יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 אִמּ֑וֹ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 9 וְדָבַ֣ק H1692 kleeft, kleven, aanhangen abide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take 10 בְּאִשְׁתּ֔וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 11 וְהָי֖וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 לְבָשָׂ֥ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 13 אֶחָֽד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En zij waren beiden naakt, Adam en zijn vrouw; en zij schaamden zich niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En zij waren beidenH8147 naaktH6174, AdamH120 en zijn vrouwH802; en zij schaamdenH954 zich nietH3808. En zij waren beiden naakt, Adam en zijn vrouw; en zij schaamden zich niet.

KJV And they were both2 naked,3 the man4 and his wife,5 and were not ashamed.

1 וַיִּֽהְי֤וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 שְׁנֵיהֶם֙ H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 3 עֲרוּמִּ֔ים H6174 naakt, naakte, naakten naked 4 הָֽאָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 5 וְאִשְׁתּ֑וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 6 וְלֹ֖א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יִתְבֹּשָֽׁשׁוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Ruïne van de ziggurat van Eridu De opgraving bij Eridu (Zuid-Irak), een van de kandidaat-locaties in de omgeving van Eden.
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 2:1 Psalmen 33:6 Deuteronomium 4:19 Genesis 1:1 Exodus 31:17 2 Koningen 19:15 Deuteronomium 17:3 Exodus 20:11 Hebreeën 4:3
Genesis 2:2 Hebreeën 4:4 Exodus 31:17 Deuteronomium 5:14 Exodus 23:12 Exodus 20:8 Jesaja 58:13 Johannes 5:17 Genesis 1:31
Genesis 2:3 Leviticus 23:3 Markus 2:27 Jeremia 17:21 Ezechiël 20:12 Jesaja 58:13 Hebreeën 4:4 Leviticus 25:2 Exodus 34:21
Genesis 2:4 Genesis 1:4 Genesis 5:1 Genesis 36:9 Openbaring 1:8 Exodus 6:16 Genesis 25:12 Genesis 1:28 1 Koningen 18:39
Genesis 2:5 Genesis 1:11 Genesis 3:23 Hebreeën 6:7 Genesis 4:12 Psalmen 104:14 Psalmen 65:9 Psalmen 135:7 Mattheüs 5:45
Genesis 2:7 1 Korinthe 15:45 Job 33:4 Prediker 12:7 Jesaja 64:8 Genesis 3:19 Psalmen 103:14 1 Korinthe 15:47 Handelingen 17:25
Genesis 2:8 Ezechiël 28:13 Genesis 13:10 Jesaja 51:3 Joël 2:3 Genesis 3:24 Ezechiël 27:23 Ezechiël 31:18 Ezechiël 31:8
Genesis 2:9 Genesis 3:22 Openbaring 2:7 Openbaring 22:14 Openbaring 22:2 Genesis 2:17 Spreuken 11:30 Ezechiël 31:16 Genesis 3:3
Genesis 2:10 Psalmen 46:4 Openbaring 22:1
Genesis 2:11 Genesis 25:18 1 Samuël 15:7 Genesis 10:7 Genesis 10:29
Genesis 2:12 Job 28:16 Exodus 39:13 Numeri 11:7 Exodus 28:20 Ezechiël 28:13
Genesis 2:13 Genesis 10:6 Jesaja 11:11
Genesis 2:14 Daniël 10:4 Genesis 15:18 Deuteronomium 11:24 Genesis 10:22 Genesis 25:18 Openbaring 9:14 Deuteronomium 1:7 Genesis 10:11
Genesis 2:15 Efeze 4:28 Psalmen 128:2 Genesis 2:8 Genesis 2:2
Genesis 2:16 1 Samuël 15:22 1 Timotheüs 6:17 Genesis 2:9 1 Timotheüs 4:4 Genesis 3:1
Genesis 2:17 Jakobus 1:15 Romeinen 6:23 Genesis 3:19 Kolossenzen 2:13 Ezechiël 18:4 Genesis 3:17 Ezechiël 33:8 Romeinen 8:2
Genesis 2:18 Prediker 4:9 1 Korinthe 11:7 1 Petrus 3:7 Genesis 3:12 1 Timotheüs 2:11 Genesis 1:31 1 Korinthe 7:36 Spreuken 18:22
Genesis 2:19 Genesis 1:20 Genesis 1:28 Psalmen 8:4 Genesis 9:2 Genesis 6:20 Genesis 2:22
Genesis 2:20 Genesis 2:18
Genesis 2:21 Genesis 15:12 Job 4:13 1 Samuël 26:12 Job 33:15 Daniël 8:18 Spreuken 19:15
Genesis 2:22 1 Korinthe 11:8 1 Timotheüs 2:13 Genesis 2:19 Spreuken 18:22 Spreuken 19:14 Psalmen 127:1 Hebreeën 13:4
Genesis 2:23 Efeze 5:28 1 Korinthe 11:8 2 Samuël 5:1 Richteren 9:2 Genesis 29:14 2 Samuël 19:13
Genesis 2:24 Mattheüs 19:3 Efeze 5:28 Markus 10:6 1 Korinthe 6:16 Maleachi 2:14 1 Korinthe 7:10 1 Petrus 3:1 1 Korinthe 7:2
Genesis 2:25 Genesis 3:7 Genesis 3:10 Jesaja 54:4 Jeremia 6:15 Psalmen 31:17 Jesaja 44:9 Jesaja 47:3 Markus 8:38
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 2 vers 1

hemel Dat is, de lucht, de hemel, de zon, maan en sterren, mitsgaders de derde hemel met zijne inwoners, de heilige engelen, gelijk zij ook genaamd worden het heir des hemels, 1 Kon. 22:19, verg. boven Gen. 1:1.

Hertaald: hemel Dat is: de lucht, de hemel, de zon, maan en sterren, en ook de derde hemel met zijn inwoners, de heilige engelen — zij worden ook wel het heir des hemels genoemd, 1 Kon. 22:19. Vergelijk Gen. 1:1.

al hun De schepselen, in hemel en aarde begrepen, worden een heir genaamd, niet alleen om hun grote menigte en verscheidenheid, welgestelde orde en zonderlinge sieraad; maar ook omdat zij van God als hun overste worden onderhouden en geregeerd, en Hem steeds ten dienste moeten staan. Alzo Ps. 103:21; Jes. 45:12.

Hertaald: al hun De schepselen in hemel en aarde worden een heir genoemd, niet alleen om hun grote aantal, verscheidenheid, goede orde en bijzondere sieraad, maar ook omdat God hen als hun Overste onderhoudt en regeert, en zij Hem voortdurend moeten dienen. Zo ook Ps. 103:21; Jes. 45:12.

Genesis 2 vers 2

heeft Hij gerust Dat is menselijker wijze van God gesproken; want er wordt gezegd dat Hij rustte, niet omdat Hij moede was van het werken, maar omdat Hij opgehouden heeft enige nieuwe soorten van dingen te scheppen; hoewel Hij nog altijd werkt in het onderhouden en regeren van dezelve. Jes. 40:28; Joh. 5:17.

Hertaald: heeft Hij gerust Dit is op menselijke wijze van God gesproken. Er wordt gezegd dat Hij rustte, niet omdat Hij moe was van het werken, maar omdat Hij ophield nieuwe soorten dingen te scheppen — al werkt Hij nog altijd door in het onderhouden en regeren daarvan. Jes. 40:28; Joh. 5:17.

Genesis 2 vers 3

heeft den zevenden Dat is, God heeft hem verheven boven de andere dagen, en waardiger gemaakt dan dezen. Verg. het woord zegenen met Gen. 24:31. De waardigheid is in het gebruik, hetwelk door het volgende woord heiligen te kennen gegeven wordt, betekenende iets, dat gemeen is, tot een heilig gebruik afzonderen. Alzo Ex. 13:2; Lev. 8:10; Num. 7:1; 1 Kon. 8:64, enz.

Hertaald: heeft den zevenden Dat is: God heeft die dag verheven boven de andere dagen en waardiger gemaakt dan die. Vergelijk het woord zegenen met Gen. 24:31. De waardigheid ligt in het gebruik, aangegeven door het volgende woord heiligen: iets wat gewoon is, afzonderen voor een heilig gebruik. Zo ook Ex. 13:2; Lev. 8:10; Num. 7:1; 1 Kon. 8:64, enz.

om te volmaken Dat is, om tot al zulke gebruiken en einden, als met Gods wijsheid overeenkomen, maar eens iegelijken aard op het sierlijkste en bekwaamste te schikken, zoals zij nu zijn. Anders, scheppende gemaakt had.

Hertaald: om te volmaken Dat is: om alles wat Hij gemaakt had, naar Gods wijsheid geschikt, op de mooiste en meest passende manier zijn eigen aard te geven, zoals de dingen nu zijn. Anders gezegd: scheppend voltooid.

Genesis 2 vers 4

geboorten Dat is, oorsprong of beginselen. Verg. Ps. 90:2 met de aant.

Hertaald: geboorten Dat is: oorsprong of begin. Vergelijk Ps. 90:2 met de aantekening daar.

de HEERE God Na de voleinding van het werk der schepping, wordt hier allereerst God de naam van JHWH gegeven, betekenende den zelfstandige, den zelfwezende, van zichzelven zijnde van eeuwigheid tot eeuwigheid en de oorsprong of oorzaak van het wezen aller dingen, waarom ook deze naam den waren God alleen toekomt. Onthoud dit eens voor al: waar gij voortaan het woord HEERE met grote letters geschreven vindt, dat aldaar in het Hebr. het woord JHWH of korter JAH staat.

Hertaald: de HEERE God Na de voltooiing van het scheppingswerk wordt hier voor het eerst de naam JHWH voor God geopenbaard — wat betekent: de Zelfstandige, de Zelf‑zijnde, Die van Zichzelf is van eeuwigheid tot eeuwigheid, en de oorsprong of oorzaak van het bestaan van alle dingen. Daarom komt deze naam ook alleen de ware God toe. Onthoud dit voor het vervolg: waar u voortaan het woord HEERE met hoofdletters geschreven ziet, staat daar in het Hebreeuws het woord JHWH, of korter JAH.

Genesis 2 vers 5

eer hij Te weten, vóór hunne schepping, toen zij nog niet waren.

Hertaald: eer hij Namelijk: vóór hun schepping, toen zij nog niet bestonden.

want de HEERE De zin is dat God de planten, als: kruiden, struiken, bomen, uit de aarde in de schepping op den derden dag had doen voortkomen, alleen door zijn alvermogend woord, zondere enige middelen, hetzij van den regen der lucht, hetzij van den arbeid der mensen, die toen nog niet waren.

Hertaald: want de HEERE De betekenis is dat God de planten — kruiden, struiken, bomen — op de derde dag uit de aarde had laten voortkomen, alleen door zijn almachtige woord, zonder enig middel: geen regen, en geen arbeid van mensen, want die waren er nog niet.

Genesis 2 vers 6

Maar Te weten, nu of daarna; want Mozes verhaalt nu hier het gewone middel van God in de natuur daargesteld, om kruiden, struiken en bomen uit de aarde voort te brengen, namelijk, den damp, die den regen veroorzaakt en het aardrijk bevochtigt.

Hertaald: Maar Namelijk: nu of daarna. Mozes verhaalt hier het gewone middel dat God in de natuur gebruikt om kruiden, struiken en bomen uit de aarde te doen voortkomen, namelijk de damp, die de regen veroorzaakt en de aarde bevochtigt.

een damp Welke, door de hitte der zon uit het water en de aarde opgetrokken zijnde, stijgt tot in de middenlucht, waar hij door haar koude in wolken verandert, en daarna wederom ontsluit en regen wordt, waarmede het aardrijk dan bevochtigd wordt.

Hertaald: een damp Deze damp, door de hitte van de zon uit water en aarde opgetrokken, stijgt op tot in de middenlucht, waar hij door de kou daar in wolken verandert, en daarna weer opent en regen wordt, waarmee de aarde bevochtigd wordt.

den gansen Hebr. het ganse aangezicht des aardbodems.

Hertaald: den gansen Hebreeuws: het gehele aangezicht van de aardbodem.

Genesis 2 vers 7

geformeerd Of, gebeeld, of gefatsoeneerd, te weten, gelijk een pottenbakker uit leem wat formeert, als: Jes. 45:9; Rom. 9:20-21. Versta dit ten aanzien van des mensen lichaam.

Hertaald: geformeerd Of: gevormd, of gefatsoeneerd — zoals een pottenbakker uit leem iets vormt, zie Jes. 45:9; Rom. 9:20-21. Dit slaat op het lichaam van de mens.

uit het Hebr. stof uit het aardrijk.

Hertaald: uit het Hebreeuws: stof uit de aarde.

en in zijn Dit is menselijker wijze van God gesproken, en wijst ons aan dat de ziel des mensen niet is geschapen uit enige voorgaande materie, gelijk de ziel der beesten, Gen. 1:20-21, Gen. 1:24, maar uit niet, door Gods Geest, en van buiten den mensen ingestort.

Hertaald: en in zijn Dit is op menselijke wijze van God gesproken, en het geeft aan dat de ziel van de mens niet geschapen is uit voorafbestaande stof, zoals de ziel van de dieren, Gen. 1:20-21, Gen. 1:24, maar uit niets, door Gods Geest, en van buiten de mens ingeblazen.

levende ziel Dat is, tot een schepsel, dat met leven begaafd is, bestaande uit een lichaam en een redelijke onsterflijke ziel, tezamen den mens uitmakende.

Hertaald: levende ziel Dat is: tot een schepsel begiftigd met leven, bestaand uit een lichaam en een redelijke, onsterfelijke ziel, die samen de mens vormen.

Genesis 2 vers 8

hof Namelijk, het paradijs of lusthof, dat God voor den mens tot ene woning verordend had.

Hertaald: hof Namelijk het paradijs of de lusthof, die God voor de mens tot woning had bestemd.

geplant Te weten, op den derden dag der schepping, eer de mens geschapen was.

Hertaald: geplant Namelijk op de derde dag van de schepping, voordat de mens geschapen was.

Eden, Eden is de naam van een landschap in Thelassar, het opperdeel in Chaldea, gelijk te zien is 2 Kon. 19:12, en het is onderscheiden van een ander Eden, gelegen bij Damaskus, in Syrië, waarvan te zien is Am. 1:5. Het Hebr. woord Eden betekent wellust, geneugte, vermaking. Dit land wordt alzo genaamd, omdat het een schoon, lustig, edel land was, gelijk zulks te zien is uit het volgende vers van dit hoofdstuk, vs.9, alsook uit Jes. 51:3; Ezech. 28:13, Ezech. 31:16, Ezech. 31:18.

Hertaald: Eden, Eden is de naam van een landstreek in Thelassar, het bovenland van Chaldea, zie 2 Kon. 19:12; het is te onderscheiden van een ander Eden bij Damascus, in Syrië, zie Am. 1:5. Het Hebreeuwse woord Eden betekent wellust, genoegen, vermaak. Dit land werd zo genoemd omdat het een mooi, aangenaam, voortreffelijk land was, zoals blijkt uit het volgende vers (vers 9) en ook uit Jes. 51:3; Ezech. 28:13, Ezech. 31:16, Ezech. 31:18.

tegen het oosten, Hebr. van oosten, of uit oosten, dat is, in het oosteinde van Eden, of ten oosten van de plaats, waar Mozes was, dit schrijvende.

Hertaald: tegen het oosten, Hebreeuws: van oosten, of uit oosten, dat is: aan de oostkant van Eden, of ten oosten van de plaats waar Mozes was toen hij dit schreef.

Genesis 2 vers 9

goed Versta dit van de vruchten der bomen.

Hertaald: goed Dit slaat op de vruchten van de bomen.

des levens Dat is, een teken des levens, betekenende dat de mens het leven van God ontvangen had en behouden zou, zo hij in zijne gehoorzaamheid volhardde, totdat het God believen zou hem in zijn hemelse onsterflijkheid op te nemen.

Hertaald: des levens Dat is: een teken van het leven, dat aangaf dat de mens het leven van God ontvangen had en zou behouden zolang hij in gehoorzaamheid volhardde, totdat het God zou behagen hem op te nemen in zijn hemelse onsterfelijkheid.

Genesis 2 vers 10

een rivier Het gevoelen van enigen is dat dit te verstaan is van de rivier de Eufraat, die ontspringt in het gebergte van groot Armenië, en zich daarna met de rivier Hiddekel of Tigris verenigt, waaruit zich voorts de twee andere rivieren [Pison en Gihon] verdelen, enz.; doch de eigenlijke ligging dezer rivieren is nu onzeker, en wordt daarvan verscheidenlijk door de geleerden gevoeld.

Hertaald: een rivier Sommigen menen dat dit de rivier de Eufraat is, die ontspringt in het gebergte van Groot-Armenië en zich later verenigt met de Tigris, waaruit vervolgens de twee andere rivieren (Pison en Gihon) zich weer afsplitsen. De precieze ligging van deze rivieren is echter onzeker en wordt door geleerden verschillend beoordeeld.

uit Eden, Zie boven de aant. op vs.8. Zij was vloeiende door Eden, tot, in en door den hof, in het land van Eden gelegen.

Hertaald: uit Eden, Zie hierboven de aantekening bij vers 8. Zij stroomde door Eden, tot in en door de hof, gelegen in het land Eden.

tot vier Dat is, hoofdstromen, hoofdrivieren, hoofdwateren. Het woord hoofden betekent hier beginselen van deze vier rivieren.

Hertaald: tot vier Dat is: hoofdstromen, hoofdrivieren, hoofdwateren. Het woord 'hoofden' duidt hier op de oorsprongen van deze vier rivieren.

Genesis 2 vers 11

Pison; Hebr. Pischon. Deze naam wordt nergens elders in de Heilige Schrift gevonden dan hier. Zij is een arm van de rivier Eufraat, vallende, naar veler gevoelen, onder Apamea, in de Tigris, en daarna in de Perzische zee; dragende bij de inwoners den naam van (Pasitigris of Pisotigris.

Hertaald: Pison; Hebreeuws: Pischon. Deze naam komt nergens anders in de Heilige Schrift voor dan hier. Het is een zijarm van de Eufraat, die volgens velen bij Apamea in de Tigris uitmondt en daarna in de Perzische Golf, en bij de inwoners bekend staat als Pasitigris of Pisotigris.

Havila Hebr. Cavilah. Dit is de naam van een landschap, anders [naar de mening van sommige geleerden] ook Suziana genaamd, naar de hoofdstad Suzan, waarvan te zien is Est. 1:2; Dan. 8:2. Zie ook van een ander Havila Gen. 25:18; 1 Sam. 15:7.

Hertaald: Havila Hebreeuws: Cavilah. Dit is de naam van een landstreek, door sommige geleerden ook Suziana genoemd, naar de hoofdstad Suzan, zie Est. 1:2; Dan. 8:2. Zie ook een ander Havila in Gen. 25:18; 1 Sam. 15:7.

omloopt, Hebr. is omlopende.

Hertaald: omloopt, Hebreeuws: is omlopende.

Genesis 2 vers 12

bedólah, Dit is naar sommiger oordeel de naam van een boom; anderen menen dat het de naam is van een edelgesteente. Num. 11:7 wordt de kleur van het manna vergeleken met de verf van bedólah.

Hertaald: bedólah, Volgens sommigen de naam van een boom, volgens anderen de naam van een edelsteen. In Num. 11:7 wordt de kleur van het manna vergeleken met die van bedólah.

sardónix. Hebr. Scholam, de naam van een edelgesteente, waaromtrent verscheiden gevoelen is. Deze naam wordt ook gevonden Ex. 25:7; Ex. 28:9; Ezech. 28:13 enz.

Hertaald: sardónix. Hebreeuws: Scholam, de naam van een edelsteen, waarover verschillend gedacht wordt. Deze naam komt ook voor in Ex. 25:7; Ex. 28:9; Ezech. 28:13, enz.

Genesis 2 vers 13

Gihon; Hebr. Cichon, die door de inwoners des lands [zoals enigen schrijven] genoemd wordt Nahar_sares.

Hertaald: Gihon; Hebreeuws: Cichon, die door de inwoners van het land — volgens sommigen — Nahar-sares genoemd wordt.

Cusch Dit woord begrijpt wel in het algemeen Morenland, Arabië en de gehele landstreek tegen middag, maar hier in het bijzonder Woest-Arabië, hetwelk aan Chaldea grenst.

Hertaald: Cusch Dit woord omvat in het algemeen Morenland, Arabië en de gehele streek in het zuiden, maar hier specifiek Woest-Arabië, dat aan Chaldea grenst.

Genesis 2 vers 14

Hiddékel; Hebr. Chiddekel. Deze is eigenlijk de rivier Tigris, Dan. 10:4, hebbende alsnog de naam van Diglats of Tiglats, zoals enigen schrijven, maar het is hier een arm van de Eufraat, vloeiende in de rivier Tigris, en daarom ook Tigris genoemd.

Hertaald: Hiddékel; Hebreeuws: Chiddekel. Dit is eigenlijk de rivier de Tigris, Dan. 10:4, ook bekend onder de naam Diglats of Tiglats volgens sommigen; hier is het een zijtak van de Eufraat die in de Tigris uitmondt, en daarom ook Tigris genoemd wordt.

Assur Hebr. Aschschur; dat is Assyrië, Assur genaamd naar Assur, den zoon van Sem, Gen. 10:22.

Hertaald: Assur Hebreeuws: Aschschur, dat is: Assyrië, genoemd naar Assur, de zoon van Sem, Gen. 10:22.

Frath Versta hierdoor den voornaamsten arm van de rivier de Eufraat, welke, omdat hij zeer groot is, den naam van de gehele rivier draagt. Zie van deze rivier onder Gen. 15:18; Deut. 1:7; Jer. 13:4.

Hertaald: Frath Hiermee wordt de voornaamste arm van de rivier de Eufraat bedoeld, die vanwege zijn grootte de naam van de hele rivier draagt. Zie hierover Gen. 15:18; Deut. 1:7; Jer. 13:4.

Genesis 2 vers 16

gebood Hebr. gebood aan, of over de mens.

Hertaald: gebood Hebreeuws: gebood aan, of over de mens.

den mens, Te weten, beiden, den man en de vrouw. Zie Gen. 3:1-3.

Hertaald: den mens, Namelijk beiden: de man en de vrouw. Zie Gen. 3:1-3.

zult gij vrijelijk Hebr. etende zult gij eten. Deze manier van spreken, waarbij het woord aldus verdubbeld wordt, vindt men dikwijls in de Heilige Schrift, en dient hier om aan hetgeen verhaald wordt, naar den eis der materie een bijzonder gewicht of opmerking te geven. Alzo ook in het volgende vers (17), alsmede Gen. 3:4, Gen. 3:16, en Gen. 17:13, Gen. 18:18; Joz. 24:10; Jer. 23:17, enz.

Hertaald: zult gij vrijelijk Hebreeuws: etende zult gij eten. Deze verdubbelende manier van spreken komt vaak voor in de Heilige Schrift en dient hier om extra gewicht of nadruk te geven aan wat er verteld wordt. Zo ook in het volgende vers (17), en ook in Gen. 3:4, Gen. 3:16, Gen. 17:13, Gen. 18:18; Joz. 24:10; Jer. 23:17, enz.

Genesis 2 vers 17

den dood sterven Hebr. stervende sterven. Versta hierdoor drieërlei dood: 1e de lichamelijke, met al zijn voorafgaande ellende; 2e de geestelijke dood, die tegelijk lichamelijk en geestelijk is.

Hertaald: den dood sterven Hebreeuws: stervende sterven. Hiermee wordt een drievoudige dood bedoeld: ten eerste de lichamelijke dood, met al zijn voorafgaande ellende; ten tweede de geestelijke dood, die tegelijk lichamelijk en geestelijk is.

Genesis 2 vers 18

als tegen hem Of, voor hem, dat is, die altijd zij als in zijne tegenwoordigheid, hem wel gelijkende, en bereid tot zijn hulp en dienst. Alzo ook onder vs.20.

Hertaald: als tegen hem Of: voor hem, dat wil zeggen: iemand die altijd als het ware in zijn tegenwoordigheid is, goed bij hem passend en bereid tot hulp en dienst. Zo ook in vers 20.

Genesis 2 vers 19

bracht Hij Of, deed hen komen.

Hertaald: bracht Hij Of: liet hen komen.

tot Adam, Anders, tot den mens; en zo in het volgende.

Hertaald: tot Adam, Anders: tot de mens; en zo ook verderop.

levende ziel Zie boven Gen. 1:20.

Hertaald: levende ziel Zie hierboven Gen. 1:20.

dat zou haar naam zijn Of, dat werd, of is zijn naam.

Hertaald: dat zou haar naam zijn Of: dat werd, of is zijn naam.

Genesis 2 vers 20

voor den mens Dat is voor zichzelven.

Hertaald: voor den mens Dat is: voor hemzelf.

Genesis 2 vers 21

sloot Dat is, voor, of in de plaats van de rib, die Hij uit hem genomen had, maakte Hij vlees, en sloot daarmede de geopende plaats toe.

Hertaald: sloot Dat is: in plaats van de rib die Hij uit hem genomen had, maakte Hij vlees en sloot daarmee de geopende plaats.

Genesis 2 vers 22

bouwde Dit is ene gelijkenis genomen van een huis, dat door een kundig meester tot een waardig einde gebouwd wordt.

Hertaald: bouwde Dit is een beeld ontleend aan een huis, dat door een kundig bouwmeester wordt opgebouwd tot een waardig doel.

Genesis 2 vers 23

Deze is ditmaal Of, ditmaal is er, dat is, ik heb nu eindelijk gekregen een gezelschap, mijns gelijke, hetwelk ik tevoren gezocht, doch niet gevonden had.

Hertaald: Deze is ditmaal Of: ditmaal is er — dat is: ik heb nu eindelijk een gezellin gekregen, mijns gelijke, die ik eerder gezocht maar niet gevonden had.

Genesis 2 vers 24

verlaten, Dit neemt niet weg de liefde noch de eer, die men zijnen ouders verschuldigd is, maar het maakt onderscheid tussen de wijze der samenwoning en de grootheid der verbintenis.

Hertaald: verlaten, Dit doet niets af aan de liefde of de eer die men aan zijn ouders verschuldigd is, maar het maakt onderscheid tussen de manier van samenwonen en de aard van de verbintenis.

Genesis 2 vers 25

zij schaamden De reden was hunne volmaaktheid en onnozelheid, waardoor zij niets oneerlijks zagen aan hunne lichamen, noch iets onreins gevoelden aan hunne zielen.

Hertaald: zij schaamden De reden hiervoor was hun volmaaktheid en onschuld, waardoor zij niets oneervols zagen aan hun lichamen, en niets onreins voelden in hun zielen.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Adam  — rode aarde

De naam die in de Bijbel aan de eerste mens gegeven wordt, en die verwijst naar de aardbodem waaruit hij gevormd is (Hebreeuws: adamah); ook de kleur rood lijkt in beide woorden mee te klinken. Adam werd op de zesde dag geschapen, als laatste en meest voltooide daad van de schepping, naar Gods beeld, en kreeg heerschappij over de dieren.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Eden  — verrukking, lust

Ligging: Een oostwaarts gelegen, goed bevloeid land met weelderige plantengroei, inheemse vijgenbomen en een mild klimaat. De precieze ligging is onzeker. ISBE bespreekt verschillende theorieën, waarvan er twee het meest verdedigd worden: Armenië (waar Tigris en Eufraat ontspringen), of het Eufraatgebied in Babylonië — hetzij bij de monding aan de Perzische Golf, hetzij net boven het oude Babylon. De ligging bij de Perzische Golf wordt door ISBE als de waarschijnlijkste aangemerkt.

Geschiedenis: De plaats waar God, na de schepping, de mens plaatste om die te bewerken en te bewaren; na de zondeval werd de mens hieruit verdreven (Gen. 3).

Bijbelse betekenis: Eden werd het beeld bij uitstek van het paradijs — een staat van oorspronkelijke onschuld en ongestoorde gemeenschap met God, waarnaar latere profeten teruggrijpen als beeld van herstelde vruchtbaarheid en overvloed.

Archeologie: Bij Eridu (Zuid-Irak) is op kleitabletten een oude overlevering gevonden van een heilige tuin met een gewijde palmboom — een "boom des levens", geflankeerd door twee bewakende geestwezens. Dit wordt door sommigen als een spoor van de Eden-traditie gezien.

Recente inzichten: In de jaren negentig van de vorige eeuw stelde de Amerikaanse archeoloog Juris Zarins, op basis van satellietbeelden, voor dat Eden aan het hoofd van de Perzische Golf lag — waar Tigris en Eufraat destijds samenkwamen met een inmiddels verdwenen rivier. Dit is in feite een moderne, technisch onderbouwde variant van de Golf-theorie die ISBE zelf al als de waarschijnlijkste aanmerkte.

Gen. 2:8-3:24; Gen. 4:16; Jes. 51:3; Ez. 28:13; 31:9,16,18; 36:35; Joël 2:3

Pison  — onzeker

Ligging: De eerste van de vier rivieren die uit Eden voortkwamen; zij omvloeide het gehele land Havila. Meest waarschijnlijk te identificeren met de Karun, die van het Medische gebergte afdaalt en vroeger in de Perzische Golf uitmondde.

Bijbelse betekenis: Markeert de rijkdom van het land dat zij omvloeit — goud, balsemhars (bdellium) en onyx.

Recente inzichten: Satellietopnamen (jaren '90, o.a. door Zarins) brachten een fossiele, drooggevallen rivierbedding aan het licht die door het noorden van Arabië liep (het huidige Wadi al-Batin, ook wel de "Koeweit-rivier" genoemd). Verscheidene onderzoekers hebben dit voorgesteld als de Pison uit Genesis 2.

Gen. 2:11

Havila  — mogelijk "zandland"

Ligging: Het land dat door de Pison omvloeid werd, rijk aan goed goud, bdellium (balsemhars) en de "schoham-steen" (in onze vertalingen: onyx — vermoedelijk malachiet of turkoois).

Geschiedenis: De naam Havila keert later terug als grensaanduiding van het gebied van de Ismaëlieten (Gen. 25:18) en de Amalekieten (1 Sam. 15:7); ook twee latere volken — een uit het geslacht van Cham/Cus, een uit dat van Sem/Joktan — dragen deze naam (Gen. 10:7, 29), te onderscheiden van het geografische Havila hier.

Bijbelse betekenis: Beeld van overvloed en rijkdom aan de rand van de bewoonde wereld.

Gen. 2:11-12; Gen. 10:7,29; Gen. 25:18; 1 Sam. 15:7

Gihon  — opwellend, voortbruisend

Ligging: De tweede rivier van Eden, die het gehele land Cus omvloeide. Vermoedelijk de Kercha, die vanuit Luristan afdaalt door het gebied dat in de spijkerschriftteksten Kassi heet — waarschijnlijk het bijbelse Cus.

Geschiedenis: Niet te verwarren met de gelijknamige bron bij Jeruzalem, die pas veel later in de Bijbel voorkomt (1 Kon. 1) en dan een eigen artikel krijgt.

Bijbelse betekenis: In het boek Sirach later figuurlijk gebruikt als beeld van overvloeiende wijsheid.

Gen. 2:13

Hiddekel  — onbekend

Ligging: De derde rivier, stromend ten oosten van Assyrië; algemeen gelijkgesteld met de Tigris, die ontspringt in Armenië bij het meer Van en, na een zuidoostelijke loop, zich in Babylonië met de Eufraat verenigt tot de Shatt al-Arab.

Geschiedenis: Deze rivier stroomt langs Mosoel, de plaats van het oude Ninevé, en nadert bij Bagdad tot op enkele mijlen van de Eufraat; hier voeden talrijke kanalen de vruchtbaarste streken van Babylonië.

Bijbelse betekenis: Bevestigt de ligging van Eden in de nabijheid van Assyrië.

Gen. 2:14

Eufraat  — van het Hebreeuwse Perath, wellicht "de goede, overvloedige rivier"

Ligging: De langste (ca. 1780 mijl) en belangrijkste rivier van West-Azië; in het Oude Testament doorgaans kortweg "de rivier" genoemd.

Geschiedenis: De vierde rivier van Eden; later de grens van het land dat God aan Abraham beloofde (Gen. 15:18), en de noordoostgrens van het rijk van David en Salomo.

Bijbelse betekenis: Markeert telkens de grens van het beloofde land en van Gods beloften aan Abraham en zijn nageslacht.

Gen. 2:14; Gen. 15:18; Deut. 11:24; Joz. 1:4

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Sabbat  — rusten, ophouden (Hebreeuws: sjabbat, van de wortel sjabat)

Na de zes scheppingsdagen rustte God op de zevende dag van al Zijn werk, zegende die dag en heiligde hem (Gen. 2:2-3). Dit is de eerste vermelding van de rustdag in de Bijbel, nog vóór de wet aan Israël gegeven werd. Bij Israël kreeg de sabbat later een vaste plaats onder de Tien Geboden (Ex. 20:8-11) als wekelijkse rustdag, ingesteld naar het voorbeeld van Gods eigen rust na de schepping.

Bijbelse betekenis: De sabbatsrust wijst niet op vermoeidheid bij God, maar op de voltooiing en volkomenheid van Zijn scheppingswerk. Voor de mens is de sabbat een door God gegeven, weldadige onderbreking van de arbeid, gericht op rust en op de dienst van God.

Typologie: De Hebreeënbrief wijst verder, naar een rust die overblijft voor het volk van God (Hebr. 4:9-11) — de aardse sabbatsrust als beeld van de blijvende rust die de gelovige in Christus vindt, en van de eeuwige rust die nog wacht.

Gen. 2:2-3; Ex. 20:8-11; Ex. 31:12-17; Hebr. 4:1-11

Huwelijk

Nadat God de vrouw uit de rib van de man gebouwd had en haar tot hem bracht, sprak Adam zijn erkenning van haar uit, en de Schrift voegt daar de eerste huwelijksinstelling aan toe: "Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot één vlees zijn" (Gen. 2:23-24). Dit gebeurde nog vóór de zondeval, in de staat der rechtheid.

Bijbelse betekenis: Het huwelijk is hiermee geen menselijke uitvinding of louter maatschappelijke afspraak, maar een instelling van God Zelf, gegeven bij de schepping: een levenslange, exclusieve verbintenis tussen één man en één vrouw.

Typologie: Paulus grijpt uitdrukkelijk terug op deze tekst wanneer hij het huwelijk een verborgenheid noemt die wijst op Christus en Zijn gemeente (Ef. 5:31-32). Zoals man en vrouw één vlees zijn, zo is de gemeente met Christus verenigd: Hij is haar Hoofd en Bruidegom, en zij is Zijn geliefde bruid.

Gen. 2:18-24; Matt. 19:4-6; Ef. 5:22-32

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

God bij Zijn volk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe uitwerking

De rust van de zevende dag — 2:2-3

Het werk is af en alles is zeer goed. Deze rust is de enige die de Schrift ooit ongebroken laat zien; vanaf het volgende hoofdstuk is zij iets om naar terug te verlangen.

God rust van Zijn werk; die rust blijkt later een belofte te zijn waar de gelovige nog binnengaat.

God rust niet omdat Hij moe is, maar omdat het werk af is. Hij zegent die dag en heiligt hem — de eerste keer dat iets in de Schrift geheiligd wordt is geen plaats en geen mens, maar een tijd. De Hebreeënbrief neemt juist deze twee verzen op en trekt er een verrassende lijn uit: die rust is nooit volledig ingegaan, ook niet toen Jozua het volk in Kanaän bracht, en er blijft dus een rust over voor het volk van God. Wie tot Christus komt, houdt op met eigen werk zoals God van het Zijne rustte. De sabbat van Genesis 2 is daarmee niet alleen het slot van de scheppingsweek maar de eerste aankondiging van een rust die pas in Hem gevonden wordt.

  1. Genesis 2:2-3 — God rust van het voltooide werk en heiligt de zevende dag.
  2. Psalm 95:11 — Een geslacht gaat er niet in: zij zullen in Mijn rust niet komen.
  3. Hebreeën 4:9-10 — Er blijft een rust over; wie ingaat, rust van eigen werken.
  4. Mattheüs 11:28 — Christus roept de vermoeiden en belooft hun die rust.
  5. Johannes 19:30 — Het is volbracht — het werk waarop die rust berust.

In het Nieuwe Testament: Hebreeën 4:3-10; Mattheüs 11:28

De bruid uit de zijde genomen — 2:21-24

Nog vóór de zondeval. Het huwelijk staat er als een goede instelling van God, en pas veel later blijkt dat het van meet af aan iets uitbeeldde.

Uit de geopende zijde van de slapende Adam komt zijn bruid; Paulus noemt dat een verborgenheid die op Christus en de gemeente ziet.

God laat een diepe slaap op Adam vallen, opent zijn zijde en bouwt daaruit de vrouw. Adam ontwaakt en herkent haar als been van zijn benen. Dan volgt het woord waarmee heel de Schrift over het huwelijk spreekt: daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen. Paulus haalt precies dat vers aan in de Efezebrief en voegt eraan toe dat deze verborgenheid groot is, maar dat hij spreekt met het oog op Christus en de gemeente. Daarmee is dit geen vrome toepassing van later, maar een lezing die de apostel zelf autoriseert. De oude uitleggers hebben de lijn doorgetrokken tot de zijde die aan het kruis geopend werd; dat legt de tekst hier niet uit, maar de gedachte is niet vreemd aan wat Paulus schrijft.

  1. Genesis 2:21-22 — Uit de geopende zijde van de slapende Adam wordt zijn bruid gebouwd.
  2. Genesis 2:24 — Man en vrouw worden één vlees — het woord dat Paulus aanhaalt.
  3. Efeze 5:31-32 — Paulus citeert dat vers: ik spreek van Christus en de gemeente.
  4. Johannes 19:34 — Uit de geopende zijde van de tweede Adam vloeit bloed en water.
  5. Openbaring 19:7 — De bruiloft des Lams komt, en Zijn vrouw heeft zich bereid.

In het Nieuwe Testament: Efeze 5:31-32; Openbaring 19:7

Hoever dit reikt: Paulus past het woord over man en vrouw toe op Christus en de gemeente; dat het openen van Adams zijde het geopende zijde van de Gekruisigde voorafschaduwt, is een aloude toepassing en geen uitdrukkelijke uitspraak van de Schrift.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Genesis 2

Genesis 2:1-8.Kruisverwijzingen1 Korinthe 15:45Job 33:4Prediker 12:7Jesaja 64:8Hebreeën 4:4Genesis 3:19Psalmen 103:141 Korinthe 15:47
— Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir. Als nu God op de zevende dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op den zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. En God heeft den zevende dag gezegend, en die geheiligd; omdat Hij op denzelven gerust heeft van al Zijn werk, hetwelk God geschapen had, om te volmaken. Dit zijn de geboorten des hemels en der aarde, als zij geschapen werden; ten dage als de HEERE God de aarde en den hemel maakte. En allen struik des velds, eer hij in de aarde was, en al het kruid des velds, eer het uitsproot; want de HEERE God had niet doen regenen op de aarde, en er was geen mens geweest, om den aardbodem te bouwen. Maar een damp was opgegaan uit de aarde, en bevochtigde den ganse aardbodem. En de HEERE God had den mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen de adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel. Ook had de HEERE God een hof geplant in Eden, tegen het oosten, en Hij stelde aldaar den mens, die Hij geformeerd had.
Alles was gereed voor de mens. Elke vruchtdragende boom diende hem tot voedsel en elk schepsel stond onder zijn gezag, want God had gewild dat hij heerschappij zou hebben over de vissen van de zee, en over de vogels van de lucht, en over het vee, en over de gehele aarde, en over elk kruipend dier dat op de aarde kruipt.

God plaatste de mens, die Hij naar Zijn beeld en gelijkenis had gevormd, niet in een leeg huis of in een oningerichte wereld om hem vervolgens aan zijn lot over te laten. Integendeel, Hij had alles voorbereid wat de mens ooit nodig zou kunnen hebben. Als voltooiing van Zijn scheppingswerk plantte Hij een tuin in het oosten van Eden; en daar plaatste Hij de mens die Hij had gevormd.

Genesis 2:9.KruisverwijzingenGenesis 3:22Openbaring 2:7Openbaring 22:14Openbaring 22:2Genesis 2:17Spreuken 11:30Ezechiël 31:16Genesis 3:3
— En de HEERE God had alle geboomte uit het aardrijk doen spruiten, begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijze; en den boom des levens in het midden van den hof, en de boom der kennis des goeds en des kwaads.
En uit de grond liet de HEERE God alle bomen groeien die een lust voor het oog waren en goed om te eten; ook de boom des levens in het midden van de tuin, en de boom der kennis van goed en kwaad.

De boom des levens in het midden van het aardse paradijs was een beeld van de andere boom des levens in het hemelse paradijs, waaruit de kinderen van God nooit zullen worden verdreven, zoals Adam en Eva uit Eden werden verdreven.

Genesis 2:10-14.KruisverwijzingenDaniël 10:4Psalmen 46:4Genesis 25:18Openbaring 22:11 Samuël 15:7Genesis 10:7Genesis 10:29Genesis 15:18
— En een rivier was voortgaande uit Eden, om deze hof te bewateren; en werd van daar verdeeld, en werd tot vier hoofden. De naam der eerste rivier is Pison; deze is het, die het ganse land van Havila omloopt, waar het goud is. En het goud van dit land is goed; daar is ook bedolah, en de steen sardonix. En de naam der tweede rivier is Gihon; deze is het, die het ganse land Cusch omloopt. En de naam der derde rivier is Hiddekel; deze is gaande naar het oosten van Assur. En de vierde rivier is Frath.
 De rivier in Eden herinnert ons ook aan de zuivere rivier van het water des levens, helder als kristal, die voortkomt uit de troon van God en van het Lam, waarover wij bijna aan het einde van de Openbaring lezen, die aan Johannes op Patmos werd gegeven. Zo richten zowel het begin als het einde van de Bijbel onze aandacht op de boom des levens en de rivier des levens: eerst in het paradijs hier beneden en vervolgens in het betere paradijs daarboven.

Genesis 2:15.KruisverwijzingenEfeze 4:28Psalmen 128:2Genesis 2:8Genesis 2:2
— Zo nam de HEERE God den mens, en zette hem in den hof van Eden, om dien te bouwen, en dien te bewaren.
 Zelfs in het paradijs had de mens een taak, evenals zij die in heerlijkheid voor de troon van God staan en Hem dag en nacht dienen in Zijn tempel. Ledigheid schenkt geen ware vreugde, maar heilige arbeid zal juist bijdragen aan de gelukzaligheid van de hemel.

Genesis 2:16-17.KruisverwijzingenJakobus 1:15Romeinen 6:23Genesis 3:19Kolossenzen 2:13Ezechiël 18:4Genesis 3:17Ezechiël 33:8Romeinen 8:2
— En de HEERE God gebood den mens, zeggende: Van allen boom dezes hofs zult gij vrijelijk eten; Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.
Blijkbaar was het Adam niet verboden om van de boom des levens te eten, want pas na zijn zondeval werd hij uit Eden verdreven, zoals God zei: “Nu dan, dat hij zijn hand niet uitsteke en neme ook van den boom des levens en ete en leve in eeuwigheid.” Hij mocht vrij eten van de vrucht van iedere boom in de hof, behalve van één: “van de boom der kennis van goed en kwaad zult gij niet eten.”

Het was een eenvoudig gebod, maar zelfs voor de mens in zijn staat van onschuld bleek deze beproeving te zwaar. Helaas had zijn zondeval gevolgen voor al zijn nakomelingen, want hij was het verbondshoofd van het menselijk geslacht. Daarom lezen wij: “gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood, en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is.”

Maar gelukkig is er ook een ander Hoofd van het menselijk geslacht. Daarom lezen wij: “Want indien door de misdaad van één de dood geheerst heeft door dien énen, veel meer zullen degenen die den overvloed der genade en der gave der rechtvaardigheid ontvangen, in het leven heersen door dien Enen, namelijk Jezus Christus.”

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content